Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3. Beleidsprioriteiten

Beleidsprioriteiten

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) staat voor een sterke en levende democratie en een slagvaardig openbaar bestuur waar inwoners uit het hele Koninkrijk op kunnen vertrouwen. Nu en in de toekomst. Samen met medeoverheden zorgen we ervoor dat mensen in hun dagelijks leven ervaren dat het beter gaat. Dat zij prettig kunnen wonen in betaalbare, veilige en energiezuinige woningen in een buurt waar iedereen meetelt en meedoet.

2020 was door het coronavirus voor iedereen een bijzonder jaar. Nederland en de rijksoverheid hebben veerkracht getoond. Dankzij het protocol «Samen veilig doorwerken» en de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba konden onder andere bouwvakkers en volksvertegenwoordigers onder aangepaste omstandigheden doorwerken.

Het coronavirus bracht voor veel mensen ook onzekerheid. Dat het dagelijkse leven steeds meer digitaal verloopt is niet vanzelfsprekend. Met de actie #allemaaldigitaal hebben we laptops en tablets ingezameld om te zorgen dat iedereen mee kan blijven doen. We hadden aandacht voor jongeren, die plotseling te maken kregen met onzekerheid over hun toekomst, over studies en opleidingen die omgegooid werden en vrijheden die werden ingeperkt. Samen met jongeren van diverse achtergronden zijn we in 2020 aan de slag gegaan met vormen van jongereninspraak om de democratie sterker en inclusiever te maken voor álle generaties.

We hebben als BZK voor circa honderdduizend medewerkers van de rijksdienst thuiswerken ondersteund, zodat we door konden blijven werken aan onze maatschappelijke opgaven. Het afgelopen jaar hebben we belangrijke stappen gezet om de complexe opgaven van vandaag samen aan te pakken, zoals de woningbouwopgave en de versterkingsoperatie in Groningen. We hebben de aanpak van de woningbouwopgave steeds verder vormgegeven en met provincies de plancapaciteit verhoogd, gezorgd dat corporaties meer gaan bouwen en dankzij de eerste tranche van de woningbouwimpuls dragen we bij aan het realiseren van betaalbare woningen. In Groningen zijn we in 2020 begonnen met de uitvoering van de publieke versterkingsoperatie en zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de uitvoering van de versterkingsoperatie over de komende jaren.

In dit beleidsverslag blikken we terug op de belangrijkste resultaten van 2020. Met aandacht voor de bijzondere omstandigheden en voor al het werk dat door ging.

Sterke en levendige democratie

Een sterke lokale democratie

Met het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie (DiA) zetten het Ministerie van BZK, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de beroeps- en belangenverenigingen samen in op het versterken en vernieuwen van de lokale democratie. Op 9 oktober 2020 is over de stand van zaken van het samenwerkingsprogramma een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2019/20, 35570 VII, nr. 8). Sinds het begin van het programma zijn in totaal 260 gemeenten bereikt1.

De uitbraak van het coronavirus stelde ook onze (lokale) democratie en bestuur voor ongekende uitdagingen. Begin april is daarom de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking getreden (stb. 2020, 261). Deze wet maakt het voor gemeenteraden, provinciale staten, waterschappen en eilandsraden mogelijk om via een digitale vergadering rechtsgeldige besluiten te nemen. We hebben samen met DiA decentrale overheden ondersteund bij de invoering van digitale besluitvorming, onder meer via een vijftal live webinars. Ook hebben we een servicepunt ingericht voor vragen over digitale besluitvorming en digitale burgerparticipatie. Verder is stevig ingezet op digitale participatie via live webinars en is een inspiratiegids samengesteld met tips, instrumenten en voorbeelden voor digitale burgerparticipatie2. Dit alles om democratische besluitvorming ook in deze bijzondere tijd doorgang te laten vinden. Meer dan 90% van de decentrale overheden heeft in 2020 van de mogelijkheden van deze tijdelijke wet gebruik gemaakt (Kamerstukken II 2020/21, 35424, nr. 11).

Om meer inwoners betere mogelijkheden te geven deel te nemen aan de lokale democratie, is ingezet op een uitbreiding van het Uitdaagrecht. In 2020 is het aantal gemeenten waarin via het Uitdaagrecht de uitvoering van een publieke taak kunnen overnemen, gegroeid tot 1433. In juni 2020 is het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau voor advies aan de Raad van de State aangeboden. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om de inspraakverordening uit artikel 150 van de Gemeentewet te verbreden naar een participatieverordening. Ook wordt het Uitdaagrecht hierin wettelijk verankerd. In verschillende regio’s was er gerichte extra ondersteuning beschikbaar voor de lokale democratie, zoals in Groningen. Deze ondersteuning richtte zich op het betrekken van inwoners, het ondersteunen van raden en griffiers en het beter toerusten van ambtenaren om participatieprocessen vorm te geven4. Via de Quick Scan Lokale Democratie brengen gemeenten gezamenlijk met inwoners in kaart hoe zij de lokale democratie kunnen versterken. Eind 2020 namen vijftig gemeenten deel aan de Quick Scan5.

Decentrale volksvertegenwoordigers spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Om hen te ondersteunen meer grip te krijgen op hun rol bij de ontwikkeling van de Regionale Energie Strategie (RES) en de overgang naar aardgasvrije wijken, is in 2020 een innovatietraject voor de RES in de regio West-Overijssel in gang gezet. Daarnaast hebben we praktische hulpmiddelen ontwikkeld zoals informatiekaarten6 en een online leermodule. Het Kennispunt Lokale Politieke partijen ondersteunt de vele lokale partijen in Nederland. In 2020 is ingezet op het uitbouwen van het bereik onder lokale partijen en het aanvullen van relevante informatie, bijvoorbeeld over het organiseren van een verkiezingscampagne. Ook is met succes gewerkt aan de verzelfstandiging van het Kennispunt7.

Om te ondersteunen bij het werken aan een inclusief en divers samengesteld bestuur is een handreiking gemaakt voor burgemeestersbenoemingen met aandacht voor inclusieve selectie(procedures). Ook is de cursus ‘Selecteren zonder vooroordelen’ aangeboden aan selectiecommissies. Hiernaast is talent uit ondervertegenwoordigde groepen actief uitgenodigd voor oriëntatieprogramma’s. Via (inspiratie)bijeenkomsten is extra aandacht besteed aan mensen met een migratieachtergrond en vrouwelijke (aspirant-)politici. Voor politieke ambtsdragers met een beperking is een speciaal actieprogramma opgesteld8.

Verkiezingen vormen het hart van onze democratie

Voor democratie is vertrouwen in vrije en eerlijke verkiezingen essentieel. De voorbereiding van de herindelingsverkiezingen in november 2020 en de Tweede Kamerverkiezing van maart 2021 stond in 2020 in het teken van het coronavirus. De situatie rond corona heeft geleid tot de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 (Stb. 2021, 36). Deze Tijdelijke wet bevat een aantal vernieuwingen in het verkiezingsproces voor de Tweede Kamerverkiezing, zoals de mogelijkheid van vervroegd stemmen voor met name kiezers met een kwetsbare gezondheid en briefstemmen voor kiezers van zeventig jaar en ouder. Hiervoor is ook extra geld aan medeoverheden ter beschikking gesteld. Verder zijn er ook extra maatregelen genomen om desinformatie in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen tegen te gaan (Kamerstukken II 2020/21, 30821, nr. 126).

In 2020 hebben we gewerkt aan vernieuwing van het verkiezingsproces om de transparantie en controleerbaarheid van het vaststellen van de uitslag te verbeteren. In juni is daarvoor een wetsvoorstel ingediend voor de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen (Kamerstukken II 2019/20, 35489, nr. 2). In mei is een voorstel ingediend voor de Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten (Kamerstukken II 2019/20, 35455, nr. 2). In december 2020 is een voorstel tot wijziging van de Kieswet bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II 2020/21, 35670, nr. 2). Dat voorstel maakt het mogelijk dat kiezers uit het buitenland kunnen blijven stemmen met een model stembiljet dat per e-mail aan hen kan worden toegezonden.

Om de toegankelijkheid bij de Tweede Kamerverkiezing te vergroten is op 15 juni 2020 het Actieplan Toegankelijk Stemmen aan de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VII, nr. 124). Dit plan bevat diverse acties om de toegankelijkheid bij de Tweede Kamerverkiezing te vergroten. Zo hebben we een debat in toegankelijke taal georganiseerd, hebben politieke partijen de mogelijkheid gekregen om hun partijprogramma’s te laten hertalen door de Stichting Lezen en Schrijven en hebben we de checklist Toegankelijkheid voor gemeenten aangepast en voorzien van extra uitleg.

Vernieuwingen zijn nodig

De staatscommissie parlementair stelsel heeft in 2018 verschillende aanbevelingen gedaan voor staatkundige hervormingen. Dit alles om de democratie mee te laten groeien met de vereisten van deze tijd. Het kabinet heeft naar aanleiding hiervan in 2019 verschillende initiatieven aangekondigd. Daar is in 2020 verder aan gewerkt. Zo zijn drie Grondwetsherzieningen in procedure gebracht die betrekking hebben op de manier waarop ons tweekamerstelsel functioneert. Het eerste voorstel is om de tweede lezing van Grondwetswijzigingen voortaan in een verenigde vergadering van beide Kamers te behandelen (Kamerstukken II 2019/20, 35533, nr. 2). Het tweede voorstel gaat over de manier van de verkiezing van de Eerste Kamer (Kamerstukken II 2019/20, 35532, nr. 2). Tot slot wordt de invoering van een terugzendrecht voor de Eerste Kamer voorgesteld.

Om de band tussen kiezer en gekozene te versterken, wil het kabinet het kiesstelsel wijzigen. Doel van deze wijziging is dat individuele kandidaten die kunnen rekenen op steun van kiezers meer kans hebben gekozen te worden. Het hiervoor benodigde wetsvoorstel is eind 2020 in consultatie gebracht. Het kabinet heeft daarnaast bijzondere aandacht voor de positie van jongeren in ons democratisch bestel. Uit een flitspeiling en gesprekken met jongeren kwam naar voren dat jongeren door de coronacrisis nog meer behoefte hebben aan politieke invloed. In de zomer van 2020 is het traject democratie en jongeren begonnen en is een begin gemaakt om samen met jongeren van allerlei achtergronden voorstellen te doen voor nieuwe vormen van jongereninspraak (Kamerstukken II 2020/21, 35570 VII, nr. 8).

Het kabinet heeft een adviserende rol vervuld bij het initiatiefvoorstel-Van Raak over de invoering van het correctief bindend referendum. Dit initiatief-voorstel is gedaan nadat de staatscommissie hiertoe had geadviseerd en is door beide Kamers in eerste lezing aanvaard (Kamerstukken II 2020/21, 35129, nr. 2). Daarnaast heeft het kabinet een Wet op de politieke partijen (Wpp) in voorbereiding (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VII, nr. 123). Het doel hiervan is om de positie van politieke partijen te versterken. In de aanloop naar de Wpp heeft het kabinet in 2020 een wijziging van de huidige Wet financiering politieke partijen (Wfpp) bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II 2020/21, 35657, nr. 2).

Democratie is mensenwerk en vraagt om weerbaar bestuur

Om de weerbaarheid van raads- en Statenleden te bevorderen hebben we een toolkit9 en online leermodule10 aangeboden. Ook zijn raadsleden aangesteld als regioambassadeurs voor het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Daarnaast hebben we 33 gemeenten en de openbare lichamen Bonaire en Saba ondersteund in de ontwikkeling van een brede weerbaarheids- en beveiligingsaanpak van de eigen organisatie11. Ter bevordering van de bestuurlijke integriteit en het aanpakken van bestuurlijke problemen is het wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur ingediend (Kamerstukken II 2020/21, 35546, nr. 2).

In juni 2020 zijn we begonnen met het Ondersteuningsnetwerk maatschappelijke onrust (Omo) om gemeentelijke bestuurders via het delen van kennis en ervaringen te ondersteunen bij concrete vragen op het gebied van (mogelijke) maatschappelijke onrust. Rond de jaarwisseling heeft het Omo lessen gedeeld over hoe gemeenten omgingen met maatschappelijke onrust naar aanleiding van de coronamaatregelen en het vuurwerkverbod12.

Samen werken aan een slagvaardig en verbonden bestuur

Om verder te bouwen aan een bestuur dat slagvaardig en resultaatgericht optreedt, heeft het Ministerie van BZK onder meer de studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen gecoördineerd. Het eindrapport ‘Als één overheid slagvaardig de toekomst tegemoet!’13 trok de nodige aandacht in de media en tijdens een rondgang langs de verschillende overheden. Naar aanleiding van de brief Toekomst van het openbaar bestuur (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VII, nr. 7) hebben we per provincie digitale gesprekken gevoerd met bestuurders van medeoverheden. De gesprekken laten een zeer grote betrokkenheid van de bestuurders zien voor de opgaven waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Het Interbestuurlijk Programma (IBP) heeft in 2020 kennis verzameld over wat wel en niet werkt in interbestuurlijke samenwerkingen. Het IBP co-financierde hiertoe onder andere een kennis- en leerprogramma van de IBP-opgave Vitaal Platteland. Ook schreef de NSOB het essay ‘Leren van doen’14.

De bestuurlijke werkelijkheid vraagt ook om passende financiële verhoudingen. Met betrekking tot de financiële impact van de coronacrisis hebben we met de medeoverheden afgesproken dat het Rijk een reële compensatie zal bieden voor extra uitgaven en gederfde inkomsten als gevolg van de coronacrisis. We hebben voor 2020 al ruim € 1,8 mld. beschikbaar gesteld voor de verschillende steunpakketten. Meer informatie over de steunpakketten is te vinden in de brieven van 28 mei (Kamerstukken II 2019/20, 35420, nr. 43), 31 augustus (Kamerstukken II 2019/20, 35420, nr. 104) en 16 december (Kamerstukken 2020/21, 35420, nr. 207).

Eind 2020 zijn de onderzoeken afgerond die aan de basis liggen van een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Het besluit tot invoering van de nieuwe verdeling is aan het volgend kabinet. Daarnaast zijn met de provincies afspraken gemaakt over de herijking van het provinciefonds en een verkenning naar bouwstenen voor een toekomstig provinciaal belastinggebied (Kamerstukken II 2019/20, 35300 B, nr. 15, Kamerstukken II 2020/21, 35570 B, nr. 13). In mei 2020 hebben de fondsbeheerders een ambtelijk adviesrapport gepubliceerd met bouwstenen voor een herziening van het gemeentelijk belastinggebied (Kamerstukken II 2019/20, 32140, nr. 71). Dit betreft zowel verruiming van het gemeentelijk belastinggebied, als modernisering van bestaande lokale heffingen. Dit alles opdat het fiscale instrumentarium beter kan worden toegespitst op de actuele maatschappelijke opgaven. Besluitvorming hierover is aan een nieuw kabinet. In november 2020 is de evaluatie van de normeringssystematiek naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2020/21, 35570 B, nr. 10). De voorstellen in het rapport zijn erop gericht om met name de stabiliteit van de systematiek te verbeteren. Het is aan een volgend kabinet hoe het belang van een stabiele accresontwikkeling wordt afgewogen tegenover een actuele aansluiting van het accres op de rijksuitgaven.

In 2020 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet versterking decentrale rekenkamers schriftelijk behandeld (Kamerstukken II 2019/20, 35298, nr. 2). Er zijn inspiratiekaders ontwikkeld om de gemeentelijke praktijk te ondersteunen in het versterken van de relatie tussen rekenkamer, raad en college. In juli 2020 zijn het wetsvoorstel Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enkele andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2019/20, 35513, nr. 2) en heeft de schriftelijke behandeling plaatsgevonden.

Fundamentele menselijke rechten en vrijheden

In 2020 zijn wereldwijd en in Nederland grootschalige demonstraties gehouden tegen racisme. Naar aanleiding hiervan is op 1 juli 2020 een debat in de Tweede Kamer gevoerd over institutioneel racisme. In reactie op de moties uit het debat heeft de Minister van BZK in een brief van 9 december 2020 een kortdurende, intensieve verkenning aangekondigd naar een Nationaal coördinator discriminatie en racisme of een vergelijkbaar coördinatiemechanisme. Als deze verkenning er ligt, zal in de besluitvorming over een Staatscommissie discriminatie en racisme in 2021 in gang worden gezet (Kamerstukken II 2020/21, 30950, nr. 216).

Daarnaast hebben we begin 2020 gerapporteerd over de voortgang van de kabinetsaanpak om discriminatie te voorkomen en bestrijden. Het tweede Nationaal Actieplan Mensenrechten is in december 2019 gepresenteerd met als thema de ‘toegankelijkheid van voorzieningen’. In 2020 zijn de 59 acties uit het plan uitgevoerd. Daarvan vallen er 24 binnen het domein van BZK (Kamerstukken II 2019/20, 33826, nr. 33). Ook heeft de Minister van BZK in juli 2020 het adviescollege dialooggroep slavernijverleden ingesteld, dat een dialoog gaat organiseren over het slavernijverleden en de doorwerking in de hedendaagse samenleving. De dialoog is gericht op bredere erkenning en inbedding van dit gedeelde verleden. Het adviescollege komt in 2021 met een rapport met bevindingen.

Bescherming van de democratische rechtsorde

Net als voor de rest van Nederland stond 2020 voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in het teken van de coronacrisis. De coronapandemie heeft ontwikkelingen in sommige gevallen versneld of meer voor het voetlicht gebracht. Zo is er sprake van een wereldwijd toegenomen digitale spionagedreiging richting de farmaceutische en medische industrie en onderzoekscentra die coronageneesmiddelen,

-antistoffen of -vaccins ontwikkelen. Ook heeft het coronavirus ertoe geleid dat nieuwe bedrijven en sectoren vitaal zijn gebleken voor het goed (blijven) functioneren van Nederland ten tijde van de coronacrisis, maar mogelijk ook daarna.

De technologische ontwikkelingen van de afgelopen jaren bieden statelijke actoren nieuwe mogelijkheden voor grootschalige spionage door cyberaanvallen. Naast de structurele dreiging van traditionele spelers in het cyberlandschap vindt wereldwijd een bredere toename plaats van offensieve cyberprogramma's15. In reactie op deze dreiging is in 2020 de Cyber Intel/Info Cel (CIIC) opgericht (Stcrt. 2020, 30702). Daarin werken AIVD, MIVD, het National Cyber Security Centrum (NCSC), de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie (OM) samen. De AIVD levert dreigingsinformatie, en combineert dat met advies over informatiebeveiliging in het digitale domein. In 2020 heeft de AIVD tien schriftelijke beveiligingsadviezen verstrekt16.

Ook de dreiging van klassieke buitenlandse inlichtingenactiviteiten richting de Nederlandse samenleving is onverminderd aanwezig. In december heeft de AIVD spionageactiviteiten van een als diplomaat geaccrediteerde inlichtingen-officier op de Russische ambassade beëindigd. De interesse van de Russische inlichtingenofficier ging onder meer uit naar informatie over kunstmatige intelligentie, halfgeleiders en nanotechnologie. Veel van deze technologie is zowel bruikbaar in civiele als militaire toepassingen. Nederland hoort bij de meest ontwikkelde landen ter wereld op het gebied van economie, wetenschap en techniek. Dit maakt van Nederland een aantrekkelijk, maar ook in toenemende mate kwetsbaar doelwit van spionage. De AIVD beschermt strategische belangen van Nederland door inlichtingen in te winnen die verschillende vormen van spionage blootleggen. Ook verhoogt de dienst het bewustzijn over spionage in de maatschappij en legt aan bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen uit hoe ze dit kunnen voorkomen. Om Nederland in staat te stellen zich op effectieve wijze te kunnen weren tegen de dreiging vanuit Rusland, maar ook vanuit China, versterkte de AIVD ook afgelopen jaar de samenwerking met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en andere ketenpartners.

De jihadistisch-terroristische dreiging blijft constant. Recente aanslagen in Frankrijk en Oostenrijk passen in het huidige dreigingsbeeld. In 2020 duurde de dreiging van aanslagen in het Westen voort, vanuit zowel Al Qaida en ISIS, als vanuit lokale netwerken en individuen. Onder rechts-extremisten is, met name online, een steeds gewelddadiger discours zichtbaar. Vaker dan voorheen worden uitspraken gedaan en ideologieën aangehangen waarin geweld wordt aangemoedigd en verheerlijkt. De stap naar terrorisme door rechts-extremistische eenlingen in Nederland is voorstelbaar.

Mede versterkt door de coronacrisis, wordt zowel een verdieping als verbreding van het maatschappelijk ongenoegen waargenomen. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Nationale Politie (NP) en AIVD hebben in 2020 gezamenlijk een analyse van het fenomeen en bijbehorende handelingslijnen opgesteld. Daarbij is aangegeven dat een significante inspanning van een breed scala aan partners binnen en buiten het veiligheidsveld noodzakelijk is. De AIVD heeft een rol als er sprake is van extremisme of terrorisme.

Duurzaam wonen en leven in heel Nederland

Sinds de corona uitbraak begin vorig jaar ziet het leven van veel mensen er anders uit. Mensen zijn meer aangewezen op zichzelf, op de eigen woning en lokale omgeving. Het heeft ons laten zien hoe belangrijk het is om een eigen plek te hebben waar je goed en betaalbaar kan wonen.

De coronacrisis bracht onzekerheid voor veel mensen, ook financieel. Omdat een eigen woonruimte zo belangrijk is, hebben we met verhuurderorganisaties en kredietverstrekkers afgesproken dat huisuitzettingen en gedwongen verkopen bij betaalproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Dat wordt gedaan door samen met huurders en woningeigenaren te kijken naar maatwerkoplossingen bij betalingsproblemen. Het aantal huisuitzettingen was begin 2020 48% lager dan in 2019 (Kamerstukken 2020/21, 32847, nr. 710). Ook is afgesproken om een structurele huurverlaging voor mensen met een laag inkomen te realiseren en de jaarlijkse huurverhoging te beperken.

In grensregio’s kregen mensen opeens, soms letterlijk, te maken met nieuwe grensbelemmeringen. Dankzij bestaande samenwerkingsstructuren was het mogelijk om de gevolgen voor mensen en ondernemers aan de grens zoveel mogelijk te beperken. Belangrijke resultaten waren onder meer het vignet voor grenswerkers in en uit België en de opname van Nederlandse patiënten op Duitse Intensive Cares (IC’s).

Onzekerheid was er ook voor de bouwsector. Stilvallen van de bouw was met het historisch hoge woningtekort en de ambities uit het klimaatakkoord geen optie. Door het protocol «Samen veilig doorwerken» (Kamerstukken II 2019/20, 28325, nr. 211) kon de bouw op een veilige manier doorgaan. In navolging van de Gemeenschappelijke Verklaring «samen doorbouwen aan Nederland» heeft het kabinet de daad bij het woord gevoegd17. Met een gerichte impuls zijn gemeenten in staat gesteld de vergunningverlening op gang te houden, huisvesting van kwetsbare groepen aan te jagen en de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed een eerste impuls te geven. Investeringen in woningbouw en Rijksvastgoed zijn naar voren gehaald en huiseigenaren konden profiteren van hogere subsidies op verduurzaming. De bouw is er relatief goed in geslaagd om door te bouwen. Orderportefeuilles zijn op peil gebleven18en vergunningverlening kwam in 2020 14% hoger uit dan in 2019.

Toekomstbestendige leefomgeving

Naast de zorgen over de pandemie zijn we in 2020 doorgegaan op de ingeslagen weg om te bevorderen dat mensen goed en betaalbaar kunnen wonen en leven. Deze kabinetsperiode hebben we stappen gezet in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland, de aanpak van het woningtekort en de aanpak van klimaatverandering.

Zo is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld, waarin het Rijk haar visie neerlegt hoe we Nederland tot 2050 inrichten. We gaan een actievere rol spelen bij het tot stand brengen van de benodigde transformaties in de leefomgeving. In de bijbehorende uitvoeringsagenda geven we aan hoe de ambities uit de NOVI kunnen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld via omgevingsagenda’s, NOVI-gebieden en verstedelijkingsstrategieën. Daarnaast verkennen we de mogelijkheden om via actief grondbeleid bij te dragen aan gebiedsontwikkelingen en transities, waaronder door de mogelijke totstandkoming van een Rijksontwikkelbedrijf. Met de omgevingsagenda’s is een vliegende start gemaakt. In juni 2020 is de proef met de omgevingsagenda Oost-Nederland afgerond (Kamerstukken II 2019/20, 34682, nr. 51). In de andere landsdelen is begonnen met de bouwstenen en prioriteiten voor de omgevingsagenda’s. Dit om complexe vraagstukken in de leefomgeving in samenhang en door samenwerking tussen Rijk en regio’s te realiseren.

In acht (voorlopige) NOVI-gebieden werken Rijk en regio samen aan grote opgaven voor de fysieke leefomgeving op het terrein van verstedelijking, duurzame economie, energie, klimaat en/of landelijk gebied. De eerste plannen van aanpak (Kamerstukken 2020/21, 34682, nr. 80) zijn vastgesteld in het Groene Hart, De Peel en Zuid-Limburg. In Havengebieden Rotterdam en Amsterdam, Groningen, Zwolle en Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone worden de plannen van aanpak voorbereid. Om te bevorderen dat deze opgaven met oog voor landschap en leefomgevingskwaliteit worden uitgevoerd, is onder andere een landschaps- en een kustpactmonitor ontwikkeld. In het Groene Hart is vooruitgang geboekt om bij het ontwikkelen van regionale energiestrategieën de kwaliteiten van het Groene Hart beter mee te nemen. Ook voor het IJsselmeer worden ruimtelijke kwaliteit, erfgoed en ecologie, meegewogen bij alle ruimtelijke transities in het gebied.

Om groeiende steden bereikbaar en leefbaar te houden en antwoord te geven op de woningbouwopgave werken Rijk en regio in zeven stedelijke regio’s aan verstedelijkings-strategieën. We hebben bestuurlijke afspraken gemaakt om de verstedelijking in die regio’s vorm te geven en de regio’s bereikbaar te houden. In deze regio’s liggen de veertien gebieden waar het Rijk samen met medeoverheden meer regie wil voeren op grootschalige woningbouw in combinatie met bereikbaarheid. We zijn begonnen met in kaart brengen wat nodig is om deze locaties te ontwikkelen. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft samen met partners scenario’s gemaakt voor versnelde woningbouw en een IJ-meer verbinding op Pampus.

Voor de zomer is, samen met de bestuurlijke partners, besloten de inwerkingtreding van de Omgevingswet uit te stellen naar 1 januari 2022 (Kamerstukken II 2019/20, 33118 nr. 145). Dit omdat er meer tijd nodig was voor de wetgeving en voor het afronden en invoeren van het Digitaal Stelsel Omgevingswet op het vereiste niveau voor inwerkingtreding. Daarbij hebben ook alle onzekerheden die de coronapandemie meebracht een rol gespeeld. Die hebben een enorme druk gelegd op alle betrokken organisaties. De regelgeving is dit jaar inhoudelijk afgerond. We hebben forse stappen gezet in het verder realiseren van de landelijke voorziening van het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO-LV) en de invoering van het DSO bij gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk. Zij sluiten volop aan op het systeem. Er wordt volop aangesloten op het systeem. In de gebiedsontwikkeling van Oosterwold, werkten het Rijksvastgoedbedrijf en medeoverheden al in de geest van de Omgevingswet. Er worden 15.000 woningen gebouwd, waarbij de initiatiefnemers ruimte krijgen om zelf het gebied in te richten (Kamerstukken 2020/21, 31490, nr. 293).

Goed en betaalbaar wonen voor iedereen

We hebben deze kabinetsperiode een aantal grote stappen gezet in de aanpak van het woningtekort en om te zorgen dat mensen betaalbaar kunnen wonen. Met provincies, gemeenten en andere partijen zijn we opgetrokken om een aanpak neer te zetten; landelijk via de Nationale Woonagenda en gebiedsgericht via zes woondeals met de regio’s waar het woningtekort het meest urgent is. In 2020 hebben we ook met Arnhem en Nijmegen een woondeal gesloten (Kamerstukken 2020/21, 32847, nr. 636). Met provincies hebben we gewerkt aan het versterken van de plancapaciteit. Mede dankzij deze gezamenlijke inzet van alle betrokken partijen zijn in 2020, zelfs met een corona- en stikstofcrisis, ongeveer 79.000 woningen gerealiseerd19.

Het kabinet heeft € 1 miljard beschikbaar gesteld voor de woningbouwimpuls. Bijdragen vanuit de impuls dichten het publiek tekort om zo sneller meer betaalbare woningen te realiseren. We hebben, na publicatie van het besluit en de regeling in mei 2020, in september de eerste tranche met aanvragen van de gemeenten kunnen honoreren, op basis van het unanieme advies van de onafhankelijke toetsingscommissie. Met de eerste tranche van € 336 mln. dragen we bij aan de realisatie van 51.021 betaalbare woningen in 27 projecten (Kamerstukken 2020/21, 32847, nr. 725). 65% van de woningen valt in het betaalbare segment. Gemeenten hebben verschillende maatregelen genomen om te zorgen dat woningen betaalbaar blijven, zoals een antispeculatiebeding en een zelfbewoningsplicht (Kamerstukken 2020/21, 32847, nr. 680)

Met VNG en AEDES hebben we afgesproken om de komende twee jaar te beginnen met de bouw van 150.000 sociale huurwoningen, waarvoor zij de heffingsvermindering inzetten. Gemeenten zorgen voor locaties en vergunningen. Ook is afgesproken om 10.000 tijdelijke en flexibele woningen te bouwen20. Daarnaast hebben we de volkshuisvestelijke prioriteiten met de corporatiesector vastgesteld en de verhouding tussen opgaven en middelen van corporaties in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat die verhouding niet in balans is en dat corporaties daardoor op een tekort afstevenen. Het is aan een volgend kabinet om te besluiten hoe zij met de geconstateerde disbalans om wil gaan.

Om het woningtekort verder aan te pakken hebben we met provincies afgesproken de plancapaciteit te verhogen naar 130% en de woningbouwambitie met 150.000 te verhogen tot 900.000 woningen in 2030 (Kamerstukken 2020/21, 32847, nr. 701). Randvoorwaarde is de gedeeltelijke vrijstelling voor stikstof voor bouwactiviteiten, waar we met het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan hebben gewerkt. Volgend jaar maken we afspraken met de bouwsector over het reductiepad en de inzet van het daarvoor gereserveerde geld. Verder hebben we een City Deal Circulair en Conceptueel bouwen afgesloten. Daarmee verbinden we de transitie naar circulair bouwen met innovatief bouwen, een hoger bouwtempo en betere betaalbaarheid van wonen.

We hebben wet- en regelgeving opgesteld om de kwaliteit van gebouwen te verbeteren. Het gaat om certificering van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties om het aantal ongevallen met koolmonoxide te verminderen. Ook komen er extra eisen aan onder andere drempels en trappen om gebouwen toegankelijker te maken. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Stb. 2019, 382) versterkt de positie van iedere consument als opdrachtgever in de bouw. Met de VNG en de Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland hebben we afspraken gemaakt over de uitvoering van proefprojecten en inwerkingtreding van de wet per 1 januari 2022.

In 2020 konden mensen die huurtoeslag ontvangen voor het eerst merken dat zij niet direct de volledige huurtoeslag verliezen bij een beperkte inkomensstijging. Dankzij passend toewijzen en inkomensafhankelijke huurverhogingen, richten corporaties zich steeds beter op mensen met lage inkomens. Voor ruim twee miljoen mensen in corporatiewoningen zijn huurstijgingen beperkt en moet de gemiddelde huurverhoging van alle corporatiewoningen de inflatie volgen. In 2020 hebben we diverse wetsvoorstellen ingediend om de rol van corporaties te versterken en de betaalbaarheid te verbeteren. Om betaalrisico’s te verkleinen mogen individuele huren in de gereguleerde huursector nog maar één procentpunt boven de inflatie stijgen. Ook worden de inkomensgrenzen beter gericht op betaalbaarheid voor de doelgroep en krijgen mensen met een (laag) middeninkomen toegang tot een sociale huurwoning, ook om zo wijken meer te kunnen mengen. Maar huurders zijn het meest gebaat bij de wet Eenmalige huurverlaging (Stb. 2020, 547) die we hebben ingediend. Die maakt het mogelijk dat 260.000 mensen met een laag inkomen in 2021 een huurverlaging van gemiddeld € 40 per maand krijgen (Kamerstukken 2020/21, 27926, nr. 327).

De huurlasten in Caribisch Nederland blijken voor veel huishoudens een grote opgave, zowel in de sociale als particuliere sector. Door inwoners van Caribisch Nederland als een nieuwe doelgroep binnen de huurtoeslag op te nemen kon Nederland de kosten van de verhuurdersubsidie overnemen van de Openbare Lichamen. De regeling wordt verder aangepast en gefaseerd ingevoerd op de eilanden. Als eerste in Bonaire, waarbij ook gekeken wordt naar huurders met een laag inkomen die door schaarste aan sociale huurwoningen op de private sector zijn aangewezen.

In het Klimaatakkoord werken aan een duurzame gebouwde omgeving

Op basis van het Klimaatakkoord, het Urgenda-vonnis en het Doorbouwplan, zijn in 2020 maatregelen uitgewerkt voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Door alle partijen die betrokken zijn bij het Uitvoeringsoverleg Klimaatakkoord Gebouwde omgeving, is hard gewerkt aan de transitie. In de verhuursector hebben we een begin gemaakt met de Startmotor. Mede door de opening van de Stimuleringsregeling Aardgasvrije huurwoningen worden de komende jaren verschillende huurwoningen op een warmtenet aangesloten. Daarnaast is de Renovatieversneller opengegaan. Die zorgt ervoor dat er een aantal innovatieprojecten loopt om kostenreducties bij (grootschalige) renovaties mogelijk te maken. Het Nationaal Warmtefonds is afgelopen jaar operationeel geworden, met aantrekkelijke en lang lopende energiebespaarleningen. Verder zijn er ruimere subsidies voor woningisolatie voor particulieren beschikbaar gekomen.

De voorbereidingen voor de introductie van een nieuw energielabel zijn per 1 januari 2021 afgerond op basis van de nieuwe methode voor het meten van de energieprestatie van gebouwen, de NTA8800. Voor woningeigenaren vervalt de mogelijkheid een vereenvoudigd energielabel aan te vragen. Verder is de ‘schuif’ in de energiebelasting (verhoging tarief gas/verlaging tarief elektra) ingevoerd, is begonnen met gemeentelijke proeftuinen aardgasvrije wijken en is de selectie van de tweede ronde proeftuinen afgerond. Gemeenten hebben in 2020 geleerd van elkaar en knelpunten gesignaleerd, geagendeerd en waar mogelijk opgelost. De opbrengsten van het programma helpen gemeenten om goede plannen te maken, waar huiseigenaren en huurders mee uit de voeten kunnen. Samen met bewoners en gebruikers is ontdekt wat wel en niet werkt, soms zelfs per huis of gebouw. Bij de selectie van de tweede tranche van negentien proeftuinen is gebruik gemaakt van de geleerde lessen in de eerste tranche proeftuinen. Met de Handreiking Participatie Wijkaanpak Aardgasvrij, kunnen gemeenten bewoners en andere betrokkenen beter informeren en betrekken bij de transitie.

Daarnaast is er in het kader van Urgenda een vervolgprogramma voor reductie van energiegebruik in woningen geopend. Ruim 300 gemeenten hebben aanvragen ingediend om huurders en eigenaar-bewoners te stimuleren energie te besparen in hun woning.

Voor het maatschappelijk vastgoed zijn sectorale routekaarten gemaakt en zijn we begonnen met het ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed. Het Rijksvastgoedbedrijf is begonnen met de uitvoering van de routekaarten op weg naar een CO2-neutrale vastgoedportefeuille. Voor andere gebouwen zijn de routekaarten vastgesteld.

Leefbaarheid

Het is belangrijk dat iedereen in Nederland voor een eerlijke prijs kan wonen in een fijne, veilige omgeving. Over het algemeen gaat het goed met de leefbaarheid en veiligheid in ons land, maar in een aantal gebieden dreigt het de verkeerde kant op te gaan. Uit de Leefbaarheidsbarometer 201821 blijkt dat met name in zestien gebieden in Nederland de leefbaarheid onder druk staat. Het kabinet heeft daarom in kaart gebracht welke extra inzet van het Rijk, naast de € 200 mln. die is ingezet uit de regio envelop, nodig is in die wijken om de leefbaarheid te verbeteren en hoe we daarbij optrekken met de vijftien betrokken gemeenten. Juist in die wijken is de invloed van corona groot en is de aanpak van (jeugd)werkloosheid, of de huisvesting van kwetsbare groepen als eerste opgepakt. Ook heeft het Rijksvastgoedbedrijf gekeken waar het kan bijdragen aan huisvesting van aandachtsgroepen (Kamerstukken 2020/21, 31490, nr. 293). In 2020 is het Volkshuisvestingsfonds van € 450 mln. aangekondigd. Dat geld wordt met name in deze gebieden ingezet voor het vervangen en verduurzamen van slechte woningen in met name het particuliere segment.

Als de woningmarkt lokaal niet goed functioneert doet dat afbreuk aan de leefbaarheid. Er zijn een aantal proeven begonnen om te kijken of een vergunning voor verhuurders helpt om malafide pandeigenaren aan te pakken, hoe we bestaande instrumenten beter kunnen inzetten en hoe de regionale samenwerking kan verbeteren (Kamerstukken 2020/21, 27926, nr. 337). De opgedane kennis hebben we met gemeenten gedeeld. Daarnaast hebben we onderzoek gedaan naar bewustwording over discriminatie op de (huur)woningmarkt en hoe we discriminatie kunnen tegengaan. In 2020 hebben we samen met partners gewerkt aan vitale en veilige vakantieparken, waar mensen prettig kunnen vertoeven en gekeken of en hoe vakantieparken getransformeerd kunnen worden naar een plek om te wonen.

Versterken van de regio’s

In regio’s waar sprake is van bevolkingsdaling, vaak gelegen aan de grens, spelen vraagstukken rondom leefbaarheid, veiligheid, voorzieningenaanbod, bereikbaarheid van zorg en onderwijs en passend woningaanbod. Tegelijkertijd bieden die regio’s onderbenutte economische kansen die ook voor de ontwikkeling van heel Nederland van belang kunnen zijn. We hebben Regiodeals afgesloten in regio’s waar sprake is van bevolkingsdaling. Daardoor is er geïnvesteerd in de ruimtelijk- economische structuur en de sociale en fysieke leefbaarheid in deze gebieden. Via de deals is het mogelijk om per regio maatwerk te leveren. Circa € 200 mln. uit de Regio Envelop is terecht gekomen in deze gebieden en ook het volkshuisvestingsfonds wordt in deze gebieden ingezet. We hebben in twee expertisetrajecten met onderzoek, leerlijnen, masterclasses en podcasts een impuls gegeven aan kennisuitwisseling over de woningmarktopgaven en de klimaat- en energietransitie.

In juni hebben het kabinet, de provincie Zeeland, gemeente Vlissingen en waterschap Scheldestromen een bestuurlijk akkoord bereikt over het pakket Wind in de zeilen voor Zeeland en Vlissingen (Kamerstukken II 2019/20, 33358, nr. 28). Dit pakket bevat maatregelen om te investeren in Zeeland, op zowel economisch als sociaal gebied. Sinds juni werken de partijen aan de uitvoering van het pakket. De eerste resultaten zijn al bereikt, waaronder het vergoeden van de gemaakte kosten.

In zeven grensregio’s hebben we grensoverschrijdende initiatieven gestimuleerd dankzij inzet van de regio-envelop. Veel grensoverschrijdende jongerenevenementen die ondersteund zouden worden vanuit het subsidieprogramma ‘Onbegrensd’ konden door de coronapandemie helaas niet doorgaan. Een aantal digitale evenementen kon gelukkig wel doorgaan. Voor de aanpak van grensbelemmeringen heeft de bestuurlijke werkgroep Donner-Berx haar bevindingen en de resultaten van het onderzoek naar grensoverschrijdende infrastructuur opgeleverd. Tijdens de regeringstoppen met Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen zijn deze en andere resultaten van de gezamenlijke grenslandagenda’s besproken en zijn afspraken gemaakt over de agenda voor het komende jaar.

Versterkingsoperatie Groningen

In 2020 is begonnen met de uitvoering van de publieke versterkingsoperatie onder regie van de Nationaal Coördinator Groningen. In het voorjaar van 2020 is met de regio een pakket versnellingsmaatregelen afgesproken om vaart te kunnen maken in de operatie. Een van deze maatregelen is de bouwimpuls. Daarmee nemen bouwondernemingen het gehele proces van opname en uitvoering van te versterken woningen ter hand.

Samen met het Ministerie van EZK is de nieuwe Tijdelijke wet Groningen vorm gegeven. In die wet leggen we onder andere de rolverdeling met de regio vast voor de uitvoering van de versterkingsoperatie en nemen we de wettelijke basis op om de kosten op de NAM te verhalen doormiddel van een heffing voor schade en versterken.

Daarnaast hebben we in november bestuurlijke afspraken gemaakt met de regio over de toekomst van de versterkingsoperatie (Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 830). Hierin zijn afspraken gemaakt over op welk deel van de reikwijdte van circa 26.000 te beoordelen adressen de nieuwste seismische inzichten worden toegepast en welk deel nu onverkort wordt uitgevoerd. Ook zijn afspraken gemaakt om te voorkomen dat wijken tussen wal en schip vallen en wordt eigenaren van woningen de mogelijkheid geboden hun woning opnieuw te laten beoordelen. Om dit mogelijk te maken is een pakket gevormd van € 1,5 mld. (Rijk € 1,42 mld. en € 100 mln. vanuit het Nationaal Programma Groningen). Daarin is ook compensatie aan bewoners, het wegnemen van uitvoeringsknelpunten en steun aan agro, erfgoed, midden- en kleinbedrijf (mkb), sociaal-maatschappelijke ondersteuning en bijzondere gevallen opgenomen.

Een waardengedreven digitale overheid

Een inclusieve digitale samenleving waarin iedereen mee kan doen

Wij streven naar een (digitale) samenleving waarin iedereen mee kan doen. Daarvoor moet de digitale dienstverlening gebruikersvriendelijk, toegankelijk en begrijpelijk zijn. De mens staat daarbij als gebruiker centraal. De onmisbaarheid van digitale vaardigheden om mee te kunnen blijven doen, is door het coronavirus verder versterkt.

In 2020 hebben we mensen op verschillende manieren geholpen om mee te kunnen blijven doen. Overheidswebsites zijn toegankelijker gemaakt voor mensen met een beperking. Overheidsorganisaties zijn sinds 23 september 2020 verplicht om voor hun websites een toegankelijkheidsverklaring, inclusief een plan hoe de toegankelijkheid verder verbeterd wordt, te publiceren. De Direct Duidelijk Brigade werkt met ambtenaren binnen overheidsorganisaties aan begrijpelijke taal, zodat mensen beter begrijpen wat de overheid van hen vraagt. Hiervoor zijn ruim20.000 overheidsteksten herschreven. Daarnaast zijn ook de overheidswebsites gebruiksvriendelijker gemaakt met behulp van de Toolkit Inclusie en de Kennisbank Beeldtaal van Gebruiker Centraal. Ook is er een leermodule Veilig Online ontwikkeld waarin mensen leren om op een veilige manier hun eerste stappen op het internet te zetten.

Mensen die moeite hebben met (digitale) dienstverlening van de overheid kunnen bij het Informatiepunt Digitale Overheid dichtbij huis persoonlijke hulp krijgen. Inmiddels zijn er verspreid over Nederland 94 informatiepunten. Met de actie #allemaaldigitaal zijn gebruikte laptops en tablets bij bedrijven, maatschappelijke organisaties en de (rijks)overheid ingezameld en vervolgens gebruiksklaar gemaakt voor hergebruik. Tussen april en oktober 2020 zijn ruim 5700 laptops en tablets aan kwetsbare mensen uitgedeeld. De Digihulplijn (0800-1508) is geopend om mensen die minder digitaal vaardig zijn te helpen bij het gebruik van een laptop of tablet. Hierdoor hebben mensen die door de coronapandemie sociaal geïsoleerd raakten via de digitale weg weer meer contact gekregen (Kamerstukken II 2020/21, 26643, nr. 721). Jongeren (in het bijzonder kwetsbare jongeren) vanaf 18 jaar zijn zich niet altijd bewust van de informatieverplichtingen aan de overheid die vanaf die leeftijd gelden. Daardoor kunnen zij in de problemen komen. Voor hen is daarom het Voorvechterprogramma (maatschappijleerprogramma voor jongeren) ontwikkeld.

Het programma Machtigen maakt het mogelijk dat iemand vrijwillig een ander machtigt of wettelijk wordt vertegenwoordigd voor alle digitale diensten van de overheid. Voor dit vrijwillig machtigen lag de prioriteit bij het grootschalig aansluiten van de sector zorg. De voorbereiding hiervoor zijn eind 2020 afgerond, de eerste aansluitingen zullen begin 2021 plaatsvinden. Voor de wettelijke vertegenwoordiging is gewerkt aan oplossingen voor bewind­voering (Belastingdienst, CJIB), nabestaandenmachtiging (Belastingdienst) en zaakmachtiging (Digitaal Stelsel Omgevingswet), die in 2021 beschikbaar komen.

De veilige digitale informatiesamenleving

Bij het gebruik van nieuwe technologieën zoals de inzet van data, algoritmen en kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence, AI) waarborgen we publieke waarden, zoals veiligheid, privacy, grondrechten en transparantie.

In 2020 hebben we met andere departementen samengewerkt in het samenwerkingsplatform AI, publieke waarden en mensenrechten. We hebben ontwerpprincipes opgesteld om discriminatie door AI-systemen te voorkomen, een online kennisbank geopend en bijeenkomsten georganiseerd over publieke waarden en digitalisering. Binnen de Nederlandse AI Coalitie experimenteerden we met AI die mensenrechten waarborgt, bijvoorbeeld bij de inzet van AI voor armoedebestrijding. We ontwikkelden het TechTwijfel spel dat deelnemers laat discussiëren over de kansen en risico’s van nieuwe technologieën.

Voor het hergebruik van overheidsdata hebben we de vindbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van data.overheid.nl verder verbeterd. Het Data Portaal hield informatieve bijeenkomsten voor hergebruikers van open data. Dit kan iedereen zijn die informatie van de overheid (her)gebruikt: burgers, CBS of de private sector. Een andere actie die we in NL DIGITAAL22 hebben aangekondigd voor het vergroten van de overheidstransparantie betreft stimulering van het vrijgeven van broncodes van de overheid.

De invoering van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) in alle overheidslagen is een basis voor een structurele inrichting en verbetering van de informatiebeveiliging. Om alle overheden te ondersteunen met de invoering, hebben we in samenwerking met het Centrum voor Informatiebeveiliging en Privacybescherming een overheidsbreed BIO-ondersteuningsprogramma uitgevoerd. De overheidsbrede cyberoefening hebben we in 2020 virtueel gehouden. Daarmee hebben we inzicht gegeven in de dynamiek van een cyberincident en de complexiteit van beslissingen die nodig zijn om adequaat te reageren.

De Tweede Kamer heeft de Wet Digitale Overheid aangenomen (Kamerstukken II 2019/20, 34972 nr. 2). De wet is inmiddels voorgelegd aan de Eerste Kamer.

Een toegankelijke en transparante digitale overheid

De overheid werkt steeds meer met digitale gegevens (data) en de basisregistraties zitten in het hart van deze ontwikkeling. Met een goed werkend stelsel van basisregistraties verbeteren we de overheidsdienstverlening, zodat mensen bijvoorbeeld niet steeds opnieuw gegevens hoeven aan te leveren. De basisregistraties zetten we ook in voor de aanpak van maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, het tegengaan van ondermijning en de woningbouw.

Daarin werken we aan de versterking van het stelsel van basisregistraties met activiteiten op basis van drie hoofddoelen: betere dienstverlening aan burgers en bedrijven, meer gebruik van gegevens uit de basisregistraties en hogere kwaliteit van de gegevens.

Voor de introductie van regie op gegevens maakten we in 2020 afspraken over spelregels op grond van de Wet Digitale Overheid. Zo ontwikkelden we een referentie-architectuur, die (ook private) partijen houvast geeft bij ontwerpprocessen voor regie op (overheids-)gegevens in de digitale dienstverlening. Ook hebben we experimenten in gang gezet om te leren welke afspraken nodig zijn over de regie op gegevens bij zaken die burgers direct raken. Het gaat dan vooral om levensgebeurtenissen zoals een experiment bij het inschrijven voor een sociale huurwoning, een gebruikersonderzoek naar ervaringen van kandidaat-huurders en een proeftuin voor een persoonlijk schuldenoverzicht.

De juistheid van gegevens in overheidsregistraties is van belang om overheidsdiensten en rechten volgens de geldende regels te verlenen. De Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) is zo’n essentiële bron. Maar persoonsgegevens kunnen wijzigen, bijvoorbeeld door verhuizing. Als dat niet (tijdig) aan de gemeente wordt doorgegeven, ontstaan fouten. Een methode om fouten te vinden is de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). In 2020 hebben we gewerkt aan het transformeren van dit project naar structurele dienstverlening aan gemeenten, met een verantwoordelijkheid van de minister voor het verwerken van gegevens. Een andere bron voor betrouwbare identiteitsinformatie zijn identiteitsdocumenten. Het aanvraag- en uitgifteproces van identiteitsdocumenten moet daarom aan hoge eisen voldoen. In het programma Verbeteren Reisdocumenten Stelsel (VRS) hebben we in 2020 gewerkt aan verbeteringen van de kwaliteit, fraudebestrijding en betrouwbaarheid. Zo is een centraal Basisregister gerealiseerd per 1 januari 2021.

In 2020 hebben de ministeries en medeoverheden uitvoeringstoetsen uitgevoerd op het wetsvoorstel Open Overheid. De resultaten daarvan zijn aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2019/20, 35112, nr. 10). De Kamer is inmiddels begonnen met de behandeling van het wetsvoorstel.

Versnelling naar een grenzeloos samenwerkende overheid

Als gevolg van de corona uitbraak zijn ook bij het Rijk grote veranderingen opgetreden in de werksituatie. Sinds maart 2020 werkt naar schatting zo'n kwart van de ruim 120.000 medewerkers van de rijksdienst op de gebruikelijke wijze door op locatie en onderweg om de continuïteit van vitale overheidsdiensten te garanderen, zoals gevangenenbewaring, bediening van de rijksbrede infrastructuur, douane en inspecties. Het merendeel van de rijksambtenaren werkt sinds maart thuis.

Met het uitbreken van corona heeft het Rijk, in samenwerking met zijn ICT-leveranciers, continuïteitsmaatregelen getroffen om de verschuiving van het «werken op kantoor» naar «werken op afstand» te ondersteunen. Zo zijn de ICT-thuiswerkvoorzieningen voor rijksambtenaren opgeschaald, is een video-vergadering dienst voor circa 100.000 rijksambtenaren geïntroduceerd en zijn afspraken gemaakt over het gestructureerd digitaal archiveren van informatie die betrekking heeft op de coronamaatregelen. Ook is de bewustwordingscampagne ‘InformatieThuishouding’ uitgevoerd. Daarmee zijn rijksambtenaren van heldere richtlijnen en praktische tips voorzien om thuis bewust met overheidsinformatie om te gaan.

Deze ontwikkelingen hebben het denken over hoe we in de toekomst het werk beter kunnen organiseren in een stroomversnelling gebracht. Met alle betrokkenen is een ambitie geformuleerd voor de toekomst. De Rijksoverheid werkt opgavegericht, heeft ogen en oren voor wat buiten speelt en haalt dat naar binnen. Beleid, uitvoering en toezicht trekken hierin gezamenlijk op. Grenzeloos samenwerken en hybride werken helpen de rijksoverheid deze manier van werken te realiseren. Daarbij is ook aandacht geschonken aan de sociale cohesie, het in verbinding blijven met elkaar. Zowel digitaal als fysiek werden grenzen verlegd en zijn bijvoorbeeld nieuwe manieren gevonden om nieuwe collega’s welkom te heten of afscheid te nemen van collega’s.

Versnelling naar een grenzeloos samenwerkende overheid

Maatschappelijke opgaven nemen toe in complexiteit en overstijgen steeds vaker de grenzen van één departement. De Rijksoverheid werkt echter vanuit de departementale structuur. Als antwoord hierop hebben we ook in 2020 ingezet op grenzeloze samenwerking. Het Rijk zet de maatschappelijke opgaven centraal en werkt van daaruit over de grenzen van departementen en bestuurslagen heen en met de samenleving. Grenzeloos samenwerken bevordert dat bij complexe opgaven het werken in interdepartementale en interbestuurlijke teams de gewone werkwijze wordt. Met een ‘aanjaagteam’ liepen we in 2020 mee in de praktijk om geleerde lessen en (wetenschappelijke) kennis samen te brengen. Het gesprek over grenzeloos samenwerken gingen we aan met alle managementlagen en in rijksbrede communicatie.

Leren van (wets)evaluaties

Door wetgeving periodiek te evalueren weten we of eerder gestelde (beleids)doelen zijn gehaald en wat nog verbetering behoeft. Dit past in het blijven leren door de organisatie.

Uit de evaluatie van de Wet Normering Topinkomens (WNT) in 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 30111, nr. 125) blijkt dat de wet haar doel bereikt, maar ook dat de uitvoering voor instellingen en accountants complex is en specialistische kennis vereist. Een causaal verband tussen de werking van de WNT, de aantrekkelijkheid van functies en de beschikbaarheid van geschikte kandidaten is niet vastgesteld. Ook de Wet Huis voor klokkenluiders is in 2020 geëvalueerd: een overzicht van de geleerde lessen en mogelijke wetswijzigingen is aan het parlement gezonden (Kamerstukken II 2020/21, 33258, nr. 51).

Het Ministerie van BZK voert een brede evaluatie uit om te onderzoeken of de kaders en regelgeving voor rijksorganisaties op afstand, zoals uitvoeringsorganisaties en inspecties, nog optimaal ingericht zijn. In 2020 is er onder andere gekeken naar de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties en naar de benoemingsprocedures. De brede evaluatie zal ook de organisatiekaders voor planbureaus, zbo’s, agentschappen, stichtingen en adviescolleges onderzoeken. Begin 2021 worden essays opgeleverd rond de thema’s, die de rode draad vormen in de evaluatie, zoals governance, ministeriële verantwoordelijkheid en publieke verantwoording.

Een moderne en inclusieve werkgever

In september is een nieuwe CAO Rijk overeengekomen die loopt van 1 juli 2020 tot 1 januari 2021. Naast een beperkte loonsverhoging zijn investeringen gedaan in de verduurzaming van vervoer van rijksambtenaren en gelden strengere regels voor zakelijke vliegreizen (uitvoering van de motie Schonis/Van der Lee). Ook is een tijdelijke thuiswerkvergoeding afgesproken. Gezamenlijk wordt verkend hoe ambtenaren na de crisis gecombineerd thuis en op kantoor kunnen werken.

We hechten belang aan een inclusieve organisatie, met kansen voor iedereen. Via de rijksinkoop is samengewerkt met leveranciers om zoveel mogelijk kansen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In 2020 zijn nieuwe proeftuinen Social Return on Investment (SROI)23 begonnen. Dat gebeurde aan de hand van de methode Maatwerk voor Mensen, met grote opdrachtgevers binnen de rijksoverheid, zoals het Rijksvastgoedbedrijf en de opdrachtgevers van het categoriemanagement, met het oog op een grote impact. Daarnaast is in het kader van grenzeloos samenwerken contact gelegd met de bureaus Social return van de vier grootste gemeenten in Nederland voor gezamenlijke proeftuinen en het delen van goede voorbeelden en kennis.

Het werk van ambtenaren verandert, omdat we opgavegericht en grenzeloos te werk gaan. Dat vereist maatwerk en meer samenwerking. In 2020 veranderde ook de werkplek voor de meeste ambtenaren, van kantoor naar thuis. Veilig en integer werken blijft continu een belangrijke doelstelling. Agressief gedrag wordt niet geaccepteerd. De website ‘veilige publieke dienstverlening’24 (voorheen agressievrij werken) biedt een kennisplatform om overheidsorganisaties met handreikingen en goede voorbeelden te ondersteunen. Ook is in 2020 de Gedragscode Integriteit Rijk geactualiseerd (stcrt. 2019, 71141). Bewustzijn van en reflectie op het eigen integer handelen vraagt om onderhoud. We hebben een ‘Week van de Integriteit’ georganiseerd met een online-programma waar ruim 2000 rijksambtenaren aan hebben deelgenomen.

Maatschappelijk verantwoorde overheid

In 2020 zette het Rijk stappen op weg naar een klimaatneutrale, circulaire en sociale bedrijfsvoering en inkoop in 2030. Dat gebeurde met de inkoopstrategie ‘Inkopen met Impact’, het actualiseren van de inkoopcriteria voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en de routekaart voor de verduurzaming van de Rijkskantoren. Door het minder reizen als gevolg van het coronavirus in 2020 is een daling van de CO2-uitstoot van het Rijk waarschijnlijk. Uit de klimaatmonitor en de in mei 2020 verschenen Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk blijkt echter ook dat het moeilijk is de doelen voor 2030 op basis van de huidige inzet te behalen. Om de realisatie van dat doel te bevorderen, is een traject in gang gezet om ministeries te ondersteunen bij het invoeren van de CO2-Prestatieladder en bij het nemen van maatregelen om de CO2-winst door anders te reizen te behouden.

Binnen het programma EnergieRijk Den Haag hebben we samen met de gemeente Den Haag, de provincie Zuid-Holland en andere publieke en private partijen gewerkt aan onder andere de voorbereiding van de aanbesteding van de koppeling van Warmte-Koude-Opslagsystemen (WKO’s), een techniek om gebouwen mee te verwarmen en koelen. Ook is de evaluatie van het Rijkshuisvestingsstelsel medio 2020 gestart. Daarin kijken we onder andere naar de verduurzaming van de vastgoedportefeuille en de financiering hiervan. De eindrapporten van de evaluatie worden in 2021 opgeleverd.

I-functie Rijksdienst

De huidige coronacrisis onderstreept dat een goed functionerende I-functie binnen het Rijk van essentieel belang is. Informatie-uitwisseling tussen overheid en burgers en tussen ambtenaren onderling, moet te allen tijde op een veilige en betrouwbare manier plaatsvinden.

Op het Rijks ICT-dashboard worden de grote ICT-projecten toegelicht. Het dashboard wordt stapsgewijs doorontwikkeld, zowel inhoudelijk als visueel. In 2020 is het Rijks ICT-dashboard visueel verbeterd en is begonnen met de inventarisatie van onderbelichte ICT-activiteiten, zoals beheer en onderhoud. Zo bevorderen we de transparantie en geven we steeds meer aspecten van de ICT helder weer.

Om Rijksonderdelen te ondersteunen bij het veiligstellen en beter vindbaar maken van hun informatie zijn door het Rijksprogramma Duurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI) in 2020 diverse initiatieven ontplooid. Daarnaast is gewerkt aan een snellere afhandeling van WOB-verzoeken door het verbeteren van ondersteunende software.

Om de digitale weerbaarheid binnen de rijksoverheid te vergroten zijn in het jaar 2020 meerdere stappen gezet. Zo zijn er inmiddels 144 rijksorganisaties aangesloten op het Nationaal Detectie Netwerk (NDN), een dekkingsgraad van 77%. Uit onderzoek blijkt ook dat departementen geautomatiseerd zoeken naar kwetsbaarheden. Om de toepassing van die kwetsbaarhedenscan te blijven stimuleren is in 2020 gestart met een handreiking. Daarnaast is de Chief Information Security Officer Rijk (CISO Rijk) in november 2020 gestart om interdepartementale samenwerking te verbeteren. In de Data Agenda Overheid is in 2020 onder meer gewerkt aan een white paper datavirtualisatie, het ophalen en rijksbreed delen van geleerde lessen over SyRi (fraude opsporingssysteem) en een verkennend onderzoek naar de rol van Chief Data Officers binnen de Rijksoverheid.

In het kader van het programma Versterking HR ICT Rijksdienst zijn in 2020 de Data, ICT en Cyber security tracks van het I-Traineeship voortgezet. Via deze weg zijn in 2020 69 nieuwe I-trainees begonnen. Daarnaast zijn 64 I-trainees na het afronden van hun Traineeship rijksbreed doorgestroomd (Kamerstukken II 2020/21, 26643, nr. 713). Andere activiteiten, zoals de rijksbrede wervingscampagnes voor ICT’ers, bijscholing van zittend IT-personeel, samenwerking tussen het Hoger Onderwijs en de rijksoverheid en het Rijks I-Stagebureau zijn verder voortgezet.

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Tabel 2 Realisatie beleidsdoorlichtingen

Art.

Naam artikel

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Geheel artikel?

1

Openbaar bestuur en democratie

        

1.1

Bestuur en regio

X

   

X

  

Ja

1.2

Democratie

   

X

X

  

Nee

2

Nationale veiligheid

       

N.v.t.

3

Woningmarkt

        

3.1

Woningmarkt

 

X

     

Ja

4

Energietransitie gebouwde omgevings en bouwkwaliteit

        

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

X

      

Nee

4.2

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

X

 

X

    

Nee

5

Ruimtelijke ordening en omgevingswet

        

5.1

Ruimtelijke ordening

X

     

X

Ja

5.2

Omgevingswet

      

X

Ja

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

        

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

 

X

    

X1

Ja

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

 

X

     

Nee

6.5

Identiteitsstelsel

X

    

X

 

Nee

6.6

Investeringspost digitale overheid

        

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

        

7.1

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

X

   

X

X2

 

Ja

7.2

Pensioenen en uitkeringen

       

Nee

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

        

9.1

Doelmatige Rijkshuisvesting

        

9.2

Beheer materiële activa

        

10

Groningen versterken en perspectief

        

10.1

Groningen versterken en perspectief

        
1

De beleidsdoorlichting Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving is uitgesteld tot het eerste kwartaal van 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 30985, nr. 45).

2

Naast de beleidsdoorlichting kwaliteit Rijksdienst 2014-2018, is in 2019 het rapport BIT-beleidsdoorlichting gepubliceerd: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-917404.

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link.

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie de bijlage "Afgerond evaluatie- en overig onderzoek".

Overzicht van risicoregelingen

Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2019

Verleend 2020

Vervallen 2020

Uitstaande garanties 2020

Garantieplafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening 2020

Artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid1

Rijkshypotheekgaranties

17

0

6

11

11

Totaal

 

17

6

11

11

1

Tot en met 2017 viel dit onder artikel 3 van begrotingshoofdstuk 18 - Wonen en Rijksdienst. In 2018 viel dit onder artikel 8 van begrotingshoofdstuk 7 - Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Rijkshypotheekgaranties

De Rijkshypotheekgaranties is een aflopende regeling. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van BZK, is de mogelijkheid gecreëerd om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Er is nog één garantie geldig. Deze laatste garantie vervalt in 2024. Het theoretische risico bedraagt € 11.000. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zorgt dat de deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten. Dit doet het WSW door borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichting van door het WSW geborgde leningen van woningcorporaties. Op het moment dat een woningcorporatie niet aan de rente- en aflossingsverplichting voor een door WSW geborgde lening voldoet, kan een geldverstrekker aanspraak doen op het WSW.

Het Rijk en de gemeenten vormen de achtervang voor het WSW. Dit houdt in dat het Rijk en de gemeenten (beide voor 50%) een renteloze lening aan het WSW verstrekken, indien het WSW onvoldoende liquide middelen heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen.

Het WSW beschikt over een fondsvermogen en kan daarnaast indien nodig obligo ophalen bij de deelnemende woningcorporaties ter hoogte van 3,85% van het schuldrestant van geborgde leningen (circa € 3,1 mld). Financiële problemen bij corporaties worden in eerste instantie dus betaald door WSW en de corporatiesector zelf via het obligo. Pas daarna komen Rijk en gemeenten in beeld via de achtervang. De achtervang is nog nooit aangesproken. De kans dat dit in de toekomst zal gebeuren, wordt klein geacht. Per eind 2020 heeft het WSW € 81,4 mld. (voorlopig cijfer) aan leningen geborgd.

Tabel 4 Achterborgstelling: Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)1

2019

2020

Achterborgstelling

80.061

81.355

Bufferkapitaal

526,5

509,9

Obligo

3.036

3.089

Stand risicovoorziening

n.v.t.

n.v.t.

1

Bron: Jaarverslag WSW en voorlopige cijfers 2020.

De achterborgstelling (bedrag aan gegarandeerde leningen) en het obligo nemen toe. Dit is in lijn met de Prognose Informatie. Het bufferkapitaal daalde in 2020 door het kortlopende deel van de betaalverplichting voor de dienst der lening van woningcorporaties Stichting Humanitas Huisvesting (SHH) en de Woonstichting Geertruidenberg (WSG).

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) is de uitvoerder van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Het Rijk is de achtervanger bij het WEW. Dit betekent dat, zodra het WEW onvoldoende risicovermogen heeft om aanspraken op de garantstelling te kunnen betalen, het Rijk zich verplicht heeft gesteld om achtergestelde renteloze leningen te verschaffen. Tot 2011 was het Rijk samen met de gemeenten achtervanger. Vanaf 1 januari 2011 is alleen het Rijk achtervanger, voor de oude gevallen blijven de gemeenten verantwoordelijk voor 50% van de achtervang.

Tabel 5 Achterborgstelling: Nationale Hypotheekgarantie (NHG) (bedragen x € 1 mln.)

Nationale Hypotheekgarantie (NHG)1

2019

2020

Achterborgstelling

197.000

202.000

Bufferkapitaal

1.437

1.531

Obligo

n.v.t.

n.v.t.

Stand risicovoorziening

201

265

1

Bron: Jaarverslag WEW 2019 en vooorlopige cijfers 2020. Het gegarandeerd vermogen was, volgens het derde kwartaalbericht van 2020 van NHG, ultimo 2020 € 205 mld. In het jaarverslag van NHG over 2020 zal het definitieve gegarandeerd vermogen ultimo 2020 gerapporteerd worden.

De ontwikkeling van het aantal verliesdeclaraties is in 2020 verder gedaald van € 4,54 mln. in 2019 naar € 1,07 mln. in 2020. Deze afname is te verklaren door marktontwikkelingen en het beleid van het WEW. De prognose van de achterborgstelling ultimo 2020 is € 202 mld. Tegelijkertijd is het garantievermogen van het waarborgfonds verder toegenomen tot, naar verwachting, € 1,53 mld.

Deze ontwikkeling is voornamelijk toe te schrijven aan een verdere groei van het aantal afgesloten garanties, in combinatie met een verdere afname van het aantal verliesdeclaraties en het gemiddelde verliesbedrag. In het actuarieel onderzoek van het WEW uit het derde kwartaal van 2019 wordt voor de periode 2019 ‒ 2024 geen aanspraak op de achtervang van het Rijk voorzien.

Voor de achtervangfunctie van het Rijk draagt het WEW een vergoeding af aan het Rijk. In 2020 bedroeg deze afdracht 0,3% van iedere nieuwe afgegeven hypotheekgarantie. Deze afdracht wordt doorberekend aan de consument. In 2020 heeft het Rijk de afdrachten over het boekjaar 2019, ter grootte van € 33,86 mln., ontvangen. Dit bedrag is in de daartoe bestemde risicovoorziening gestort.

1

www.lokale-democratie.nl/news/view/57981730/wat-heeft-democratie-in-actie-in-2020-bereikt

2

https://vng.nl/sites/default/files/2020-05/inspiratiegids-digitale-participatie.pdf

3

BMC rapportage eerste monitor samenwerkingsprogramma Democratie in Actie, december 2020.

4

https://lokale-democratie.nl/cms/view/57979998/werkplan-democratie-in-actie-2020-2021/57980002

5

BMC rapportage eerste monitor samenwerkingsprogramma Democratie in Actie, december 2020. Zie ook: https://www.bmc.nl/info/dashboards/dia

6

https://www.regionale-energiestrategie.nl/Nieuws/1416053.aspx?t=Informatiekaarten-voor-raadsleden

7

https://www.lokalepolitiekepartijen.nl/over-het-kennispunt/

8

www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/12/09/actieplan-politieke-ambtsdragers-met-een-beperking

9

https://www.weerbaar-bestuur.nl/toolkit/

10

https://academieportal.nl/

11

https://www.weerbaarbestuur.nl/producten-en-diensten/gemeenten-met-vernieuwende-aanpak-weerbaar-bestuur

12

https://www.weerbaarbestuur.nl/producten-en-diensten/ervaringen-gemeenten-met-maatschappelijke-onrust

13

https://www.overheidvannu.nl/documenten/rapporten/2020/09/10/eindrapport-studiegroep-ifv---als-een-overheid-slagvaardig-de-toekomst-tegemoet

14

https://www.nsob.nl/denktank/overzicht-van-publicaties/leren-van-doen

15

Een offensief cyberprogramma is erop gericht om met digitale middelen andere staten te bespioneren, te beïnvloeden of in het ergste geval vitale infrastructuur te saboteren om zo eigen politieke, economische en financiële doelen te behalen.

16

De schriftelijke beveiligingsadviezen van de AIVD zijn te raadplegen op AIVD.nl.

17

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/04/22/getekende-verklaring-samen-doorbouwen-aan-nederland

18

https://www.eib.nl/orderportefeuilles-bouwbedrijven-in-december-licht-afgenomen/

19

Bron (cijfers zijn voorlopig en tot november)

20

Bron

21

https://www.leefbaarometer.nl

22

https://www.digitaleoverheid.nl/document/nl-digitaal-2020-actualisatie-data-agenda-overheid/

23

https://www.maatwerkvoormensen.nl/

24

www.veiligepubliekedienstverlening.nl

Licence