Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

10. Sociale fondsen SZW

Deze paragraaf presenteert de exploitatiesaldi en vermogensposities van de sociale fondsen. De informatie is bedoeld als achtergrondinformatie bij het jaarverslag. De daadwerkelijke verantwoording van uitgaven en inkomsten van de fondsen vindt plaats via de jaarverslagen van de SVB en UWV. De cijfers in deze paragraaf zijn gebaseerd op informatie van het CPB (CEP 2021) en sluiten niet precies aan op de jaarverslagen van UWV en de SVB. De reden hiervoor is dat SZW een ander boekhoudstelsel (kas-verplichtingenstelsel) voert dan UWV en de SVB (baten-lastenstelsel).

Exploitatiesaldi

Een groot deel van de uitgaven aan sociale zekerheid loopt via de sociale fondsen. In tabel 117 en tabel 118 zijn de exploitatierekeningen van de fondsen weergegeven. De arbeidsongeschiktheidsfondsen (Aof en Whk) en de WW-fondsen (Awf en Ufo) worden geïntegreerd weergegeven. Zowel de begrote bedragen als de gerealiseerde bedragen zijn weergegeven in prijzen 2020. Het exploitatiesaldo is het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven van een fonds. Naast de premieontvangsten behoren ook de rijksbijdragen en renteontvangsten tot de inkomsten van een fonds. De uitgaven bestaan naast de uitkeringen voornamelijk uit uitvoeringskosten. Daarnaast vinden tussen de fondsen onderlinge betalingen plaats. Het saldo tussen ontvangen en betaalde onderlinge betalingen is voor de sociale fondsen negatief, omdat uit deze fondsen ook premies worden betaald voor de zorgverzekering van uitkeringsgerechtigden. Tegenover de uitgave door de sociale fondsen van SZW staan dus inkomsten bij de zorgfondsen.

Tabel 117 Overzicht sociale verzekeringen SVB 2020 (x € 1 mln)
 

Ouderdomsfonds (AOW)

Anw-fonds

 

Begroting

Realisatie

Begroting

Realisatie

Premies

25.202

22.128

151

117

Bijdragen van het Rijk

16.629

19.881

0

0

Ontvangen onderlinge betalingen

0

0

0

0

Saldo Interest

49

33

‒ 2

‒ 1

Totaal Ontvangsten

41.880

42.041

149

115

     

Uitkeringen / Verstrekkingen

41.321

41.235

350

338

Uitvoeringskosten

138

137

11

10

Betaalde onderlinge betalingen

565

519

22

21

Totaal Uitgaven

42.024

41.890

383

369

     

Exploitatiesaldo

‒ 144

151

‒ 234

‒ 254

Bron: SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2021).

Tabel 117 laat zien dat het ouderdomsfonds een postief exploitatiesaldo had, terwijl vooraf een klein tekort werd geraamd. Tegelijkertijd zijn de premie-ontvangsten lager uitgevallen dan geraamd. Dat wordt echter meer dan gecompenseerd door de bijdragen van het Rijk, die gedurende 2020 naar boven zijn bijgesteld. De inkomsten en uitgaven van het nabestaandenfonds zijn iets lager uitgevallen, maar het exploitatiesaldo is vrijwel gelijk aan wat vooraf werd verwacht.

Tabel 118 Overzicht sociale verzekeringen UWV 2020 (x € 1 mln)
 

Arbeidsongeschiktheidsfondsen

WW-fondsen

 

Begroting

Realisatie

Begroting

Realisatie

Premies

18.270

18.194

8.214

8.648

Bijdragen van het Rijk

325

237

114

127

Ontvangen onderlinge betalingen

1.220

1.312

620

876

Saldo Interest

77

40

66

35

Totaal Ontvangsten

19.893

19.782

9.013

9.686

     

Uitkeringen/Verstrekkingen

12.640

12.961

4.332

5.539

Uitvoeringskosten

521

523

907

872

Betaalde onderlinge betalingen

2.003

2.099

903

1.180

Totaal Uitgaven

15.163

15.582

6.141

7.591

     

Exploitatiesaldo

4.731

4.200

2.872

2.094

Bron: SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2021).

Het expoitatiesaldo van de arbeidsongeschiktheidsfondsen is iets lager (minder positief) uitgevallen dan verwacht. Dat komt vooral doordat er tijdens een economische neergang minder premies binnen komen. Daarnaast waren de uitkeringslasten hoger dan geraamd, met name door meer uitgaven aan de ziektewet. Hetzelfde is ook te zien bij de werkloosheidsfondsen, waar de uitgaven aan uitkeringen flink hoger zijn uitgevallen.

Vermogenspositie

In tabel 119 worden de vermogensposities van de sociale fondsen vermeld. Hierbij zijn wederom de arbeidsongeschiktheidsfondsen en de werkloosheidsfondsen geïntegreerd weergegeven. Het aanwezige vermogen neemt jaarlijks toe of af met het exploitatiesaldo (zie tabellen 117 en 118). Net als het exploitatiesaldo is ook de vermogenspositie grotendeels gebaseerd op cijfers van het CPB (CEP 2021). De vermogensposities sluiten daarom niet precies aan op de jaarverslagen van UWV en de SVB.

Tabel 119 Vermogens sociale fondsen ultimo 2019 en 2020 (x € 1 mln)
 

Feitelijk vermogen ultimo 2019

Exploitatiesaldo 2020

Feitelijk vermogen ultimo 2020

    

Ouderdomsfonds (AOW)

586

151

737

Anw-fonds

3.402

‒ 254

3.149

Arbeidsongeschiktheidsfondsen

13.108

4.200

17.308

WW-fondsen

‒ 8.072

2.094

‒ 5.977

    

Totaal sociale fondsen

9.024

6.191

15.216

Bron: SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2021)

De sociale fondsen hebben eind 2020 naar verwachting een positief vermogen van iets meer dan 15 miljard euro. In 2017 hadden de sociale fondsen nog een negatief vermogen. Met name het positieve exploitatiesaldo van de arbeidsongeschiktheidsfondsen heeft bijgedragen aan het huidige vermogen, maar ook de werkloosheidsfondsen hebben afgelopen jaren een overschot laten zien.

De sociale fondsen (en de beheerders, UWV en SVB) zijn onderdeel van de collectieve sector. Hun tekort of overschot houden ze aan op een rekening-courant bij het Rijk. De sociale fondsen kunnen daardoor altijd over voldoende middelen beschikken. Dat is ook nodig, omdat het recht op een uitkering niet afhankelijk is van de geraamde uitgaven. Als iemand recht op een uitkering heeft, dan krijgt hij die dus ook. Omdat de sociale fondsen onderdeel van de collectieve sector zijn, werkt het exploitatiesaldo van de fondsen wel door in het EMU-saldo van de collectieve sector als geheel.

Licence