Base description which applies to whole site

4.3 Artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging

Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting hoofdstuk XII.

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 3 Beheer, onderhoud en vervanging (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

 

Verplichtingen

141.712

173.942

179.822

138.955

222.293

146.299

75.994

1

Uitgaven

179.456

207.793

194.722

143.892

229.412

154.524

74.888

 

3.01 Watermanagement

7.162

7.294

7.411

7.458

7.809

7.458

351

 

3.01.01 Watermanagement

7.162

7.294

7.411

7.458

7.809

7.458

351

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

7.162

7.294

7.411

7.458

7.809

7.458

351

 

3.02 Beheer onderhoud en vervanging

172.294

200.499

187.311

136.434

221.603

147.066

74.537

 

3.02.01 Waterveiligheid

111.354

141.412

135.784

91.761

177.644

110.524

67.120

2

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

111.354

141.412

135.784

91.761

177.644

110.524

67.120

 

3.02.02 Zoetwatervoorziening

15.731

20.219

27.744

29.190

34.797

18.962

15.835

3

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

15.731

20.219

27.744

29.190

34.797

18.962

15.835

 

3.02.03 Vervanging

45.209

38.868

23.783

15.483

9.162

17.580

‒ 8.418

4

3.09 Ontvangsten

0

0

0

 

0

0

0

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De hogere realisatie op de verplichtingen is direct gerelateerd aan de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

  • De hogere realisatie van € 67,1 miljoen betreft de Inzet en verlenging van tijdelijke pompinstallaties bij gemaal IJmuiden (€ 50,4 miljoen), de gevolgen van het hoog water in Limburg in juli 2021 (€ 13,3 miljoen). De prijsbijstelling 2021 (€ 3,2 miljoen) en kleine mutaties (€ 0,2 miljoen).

  • Ten laste van het artikelonderdeel zoetwater is € 15,8 miljoen meer gerealiseerd. Dit betreft het uitvoeren van herstelwerkzaamheden stuw Linne (€ 9 miljoen), Wind op Zee 2021, als gevolg van risico's voor scheepvaartveiligheid voor het plaatsen van windmolenparken op zee (€ 6,3 miljoen) en prijsbijstelling (€ 0,5 miljoen).

  • De reservering vervanging en renovaties is ingezet voor het inrichten tijdelijke bemaalinstallaties IJmuiden en de versnelde aanschaf van de pomp bij Gemaal IJmuiden (€ -26 miljoen). Daarnaast is € -9 miljoen overgeboekt naar artikelonderdeel 3.02.02 voor stuw Linne. Ter financiering van deze posten is vanuit latere jaren € 24,7 miljoen aan 2021 toegevoegd. Diverse kleinere mutaties van per saldo € 1,9 miljoen.

3.01 Watermanagement

Motivering

Met Watermanagement streeft IenW naar:

  • Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;

  • Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor het beoogde gebruik;

  • Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;

Producten

Binnen het watermanagement worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • Monitoring waterstanden, waterkwaliteit en informatievoorziening;

  • Crisisbeheersing en -preventie;

  • Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;

  • Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);

  • Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:

  • Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;

  • Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties.

Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater , naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming

Meetbare gegevens

Tabel 14 Omvang Areaal

Omvang Areaal

Areaaleenheid

2017

2018

2019

2020

Realisatie 2021

Begroting 2021

Watermanagement

km2 water

90.191

90.192

90.191

90.189

90.187

90.196

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

Toelichting

De realisatie van de omvang water 2021 is lager dan de begroting. In de begroting was in 2021 een toename van het wateroppervlak voorzien door met name de realisatie van nevengeulen bij de tweede tranche KRW-maatregelen. Tegelijkertijd trad zowel een afname op door overdrachten in 2020, zoals toegelicht in het Jaarverslag 2020, als een afname door verbeterde registratie in het bronsysteem in 2020 en 2021. Beide afnames waren onvoorzien in de begroting.

Tabel 15 Indicatoren Watermanagement

Indicatoren

2018

2019

2020

Realisatie 2021

Streefwaarde 2021

toelichting

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.

99%

99%

100%

96%

95%

1

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

98%

75%

50%

100%

100%

2

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

Toelichting

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen, voldoende wateraanvoer en bestrijden verzilting.

  • De eerste indicator betreft de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen. De informatievoorziening voldeed in 2021 aan de norm.

  • De streefwaarde voor ‘Waterhuishouding op orde’ is gesteld op 100%, die gerealiseerd wordt als alle vier onderliggende indicatoren voldoen aan de prestatieafspraak. De totale PIN scoort lager dan 100% zodra overlast ontstaat door het onvoldoende realiseren van afspraken die zijn vastgelegd in Waterakkoorden en Peilbesluiten.

    In 2021 zijn de streefwaarden van alle vier de onderliggende indicatoren gehaald. Wel waren gedurende een groot deel van 2020 en 2021 twee van de zes pompen van gemaal IJmuiden vrijwel niet inzetbaar als gevolg van kritische defecten. Dat leidde tot een toegenomen kans op wateroverlast en incidenteel tot een verhoogde zoutlast. Door de inzet van tijdelijke pompen en met hulp andere waterbeheerders, is alsnog voldaan aan de waterakkoorden en peilbesluiten.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het beheer, onderhoud en vervanging omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.

Producten

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

Conform toezegging aan de Tweede Kamer wordt in het jaarverslag aangegeven wat de omvang van het uitgesteld en (eventueel) achterstallig onderhoud aan het einde van het jaar was. Voor het Hoofdwatersysteem beliep het uitgesteld onderhoud per 31 december 2021 € 190 miljoen, daarvan was € 3 miljoen achterstallig. Ten opzichte van 2020 is het achterstallig onderhoud met € 2 miljoen toegenomen.

Voor een overzicht van het uitgesteld en achterstallig onderhoud op alle RWS-netwerken, wordt u verwezen naar de bijlage 1 'Instandhouding netwerken Rijkswaterstaat' bij dit Jaarverslag.

Tabel 16 Uitgesteld en achterstallig onderhoud Hoofdwatersystemen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2017

2018

2019

2020

2021

 

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Hoofdwatersysteem

80

7

106

8

106

8

159

1

190

3

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

3.02.01 Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2017).

  • Beheer en onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet).

  • Beheer en onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn. De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Er wordt hier alleen gerapporteerd over het areaal dat in beheer van het Rijk is.

ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu tekort aan zand mede als gevolg van de zeespiegelstijging. Tevens wordt ook extra zand in het kustfundament gesuppleerd om de zandverliezen deels te compenseren. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

  • Rijkswaterkeringen: RWS beheert en onderhoudt 201 kilometer primaire waterkeringen . Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen.

  • Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen, omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd worden meegenomen in het kader van het HWBP. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 623 kilometer niet-primaire waterkeringen (dijken en duinen) meestal aangeduid als regionale keringen. Deze hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies.

  • Stormvloedkeringen: Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn primaire waterkeringen die vallen onder de Waterwet. Het Rijk heeft sinds 2018 zes stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandsche IJsselkering, de stormvloedkering Ramspol en de Haringvlietsluizen. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van schuiven en overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.

ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.183 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren.

3.02.02 Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De beoogde functies voor waterverdeling zijn opgenomen in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW). Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud aan:

  • Waterverdeling en peilbeheer;

  • Stuwende en spuiende kunstwerken;

  • Natuurvriendelijke oevers, implementatie KRW, implementatie Waterwet en Natura 2000.

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk «Anders omgaan met water; Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) en de maatregelen in het kader van Natura-2000. Natura-2000 streeft naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Uitgaven voor de KRW in het hoofdwatersysteem worden verantwoord op artikel 7 Waterkwaliteit.

Binnnen het Deltaprogramma Zoetwater worden de functies voor waterverdeling geanalyseerd om knelpunten op te sporen. Dit gebeurt aan de hand van het instrument waterbeschikbaarheid. Door middel van een dialoog met gebruikers zijn de functies voor waterverdeling en de daaraan gekoppelde activiteiten in 2021 en de jaren daarvoor in beeld gebracht en zijn waar mogelijk geoptimaliseerd.

Inzicht in de waterbeschikbaarheid is een voorwaarde om goede maatregelen te kunnen kiezen. De droge zomers van 2018, 2019 en 2020 hebben die behoefte aan inzicht hierin vergroot. In 2021 is het maatregelenpakket voor fase 2 van het Deltaprogramma Zoetwater vastgesteld in het Deltaplan 2022-2027. Waterbeschikbaarheid heeft een cruciale rol gespeeld in de totstandkoming van het maatregelpakket. In dit Deltaplan is aanbevolen dat zoetwaterregio’s zich blijvend inzetten op de uitwerking van waterbeschikbaarheid. Dat gebeurt steeds meer in samenhang met de gebiedsprocessen voor het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA).

Het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) bewaakt de voortgang van waterbeschikbaarheid aan de hand van de jaarlijkse voortgangsrapportage Zoetwater. De opgaven, strategische keuzes en maatregelen voor het hoofdwatersysteem in relatie tot waterbeschikbaarheid zijn opgenomen in het Deltaplan Zoetwater 2022-20271.

Met de strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem wordt gewerkt aan transparantie en optimalisatie, waarmee de invulling van waterbeschikbaarheid voor het hoofdwatersysteem vorm krijgt. De voortgang van waterbeschikbaarheid per regio is opgenomen in de jaarlijkse voortgangsrapportage Zoetwater. De voortgangsrapportage Zoetwater van 2021 wordt in september 2022 gepubliceerd2.

Meetbare gegevens

Tabel 17 Kengetallen waterveiligheid

Omvang Areaal

Eenheid

Realisatie omvang 2018

Realistie omvang 2019

Realistie omvang 2020

Realisatie omvang 2021

Prognose omvang 2021

Kustlijn

km

293

293

293

293

293

Stormvloedkeringen

stuks

6

6

6

6

6

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

      

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

198

198

195

201

198

– Niet-primaire waterkeringen/duinen

km

646

646

625

623

625

– Uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.007

5.351

5.185

5.183

5.305

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

Toelichting

De realisatie 2021 van de primaire keringen is hoger dan de begroting en de realisatie 2021 van de niet-primaire waterkeringen is lager dan de begroting. Zowel primaire als niet-primaire keringen namen in 2020 af door overdrachten van keringen naar andere partijen, zoals toegelicht in het Jaarverslag 2020. In 2021 zijn hernieuwde inventarisaties uitgevoerd voor zowel de primaire als de niet-primaire keringen. Deze inventarisaties hebben geleid tot een aanpassing in de realisatiecijfers. Beide veranderingen waren niet voorzien in de begroting.

In 2021 was voor de uiterwaarden een afname voorzien door met name de realisatie van nevengeulen bij de tweede tranche KRW-maatregelen. De realisatie van de omvang uiterwaarden 2021 is lager dan de begroting. Dit wordt veroorzaakt door zowel overdrachten naar andere partijen in 2020, zoals toegelicht in het Jaarverslag 2020, als administratieve correcties in het bronsysteem in 2020 en 2021. Beiden zorgen voor een afname in de realisatie en waren niet voorzien in de begroting.

Tabel 18 Indicatoren BenO Waterveiligheid

Indicatoren BenO Waterveiligheid

      

Indicator

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Streefwaarde 2021

 

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn).

92%

92%

91%

90%

90%

1.

De zes stormvloedkeringen zijn tijdens het stormseizoen steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. De Indicator is het percentage van het aantal stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis of het beschermingsniveau.

40%

83%

83%

83%

100%

2.

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

Toelichting

  • De eerste indicator geeft aan of de basiskustlijn niet verder landinwaarts is verschoven dan in 1990 is afgesproken (en in 2001 is herijkt). Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan en worden door middel van het programma voor kustsuppletie gecorrigeerd. Deze kleine verschuivingen komen tot uitdrukking in de streefwaarde dat 90 procent van de kustlijn op zijn plaats blijft. Ook in 2021 is deze streefwaarde gehaald.

  • Deze indicator is erop gericht dat de zes stormvloedkeringen te allen tijde (in het stormseizoen) voldoen aan de afgesproken faalkanseis of voldoen aan de toetsing op de wettelijk vastgestelde eis m.b.t. het overstromingsrisico (Oosterscheldekering, Haringvlietsluizen). Realisatie op deze indicator is 83% in 2021. Van de zes keringen voldoet de Ramspolkering niet aantoonbaar aan de maximaal afgesproken faalkanseis per sluitvraag (zie nadere toelichting hieronder).

Tabel 19 Faalkans van de zes stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

Stormvloedkeringen

Faal- of overschrijdingskans

Realisatie 2021

Streefwaarde 2021

Norm waterwet

Maeslantkering

faalkans bij sluiten

1:109

1:100

1:100

Hartelkering

faalkans bij sluiten

1:13

1:10

1:10

Hollandsche IJsselkering

faalkans bij sluiten

1:650

1:200

1:200

Ramspolkering

faalkans bij sluiten

niet beschikbaar

1:100

1:100

Oosterscheldekering

Beschermingsniveau in jaren

1:10.000

1:10.000

1:10.000

Haringvlietsluizen

Beschermingsniveau in jaren

1:1.000

1:1.000

1:1.000

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

Toelichting

De faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen vastgesteld. Bepalend daarvoor zijn de beschermingsniveaus van de achterliggende dijktrajecten, ook wel aangeduid als het «achterland». Gegeven de veiligheidseis aan het achterland, en de hoogte en sterkte van de waterkerende objecten die het achterland beschermen kan afgeleid worden welke aanvullende veiligheid, in termen van waterstandsverlaging, de keringen moeten borgen. Deze waterhuishoudkundige samenhang resulteert uiteindelijk in verschillende faalkanseisen per kering.

Voor stormvloedkeringen met maximaal twee kerende deuren of balgen, kan het effect op de waterveiligheid van het achterland direct worden door vertaald naar de prestatie-eis. Dit geldt voor de Ramspol kering, de Maeslantkering, de Hartelkering en de Hollandsche IJsselkering. De Maeslantkering mag bijvoorbeeld per honderd sluitvragen hooguit één keer falen (1:100).

De methodiek van faalkansberekening is bij de Oosterscheldekering en Haringvlietsluizen afwijkend van de andere stormvloedkeringen vanwege de constructie met 62 resp. 17 schuiven. Bij deze keringen is het van belang dat de combinatie wordt gemaakt van de verschillende faalscenario’s (partieel falen) en het gecombineerde effect daarvan op de waterveiligheid van het achterland. De kans wordt uitgedrukt in jaren (Bijvoorbeeld 1: 10.000 jaar).

Bij de Maeslantkering is de implementatie van de maatregel Alternatieve Bediening van de Kerende Wanden (ABK) voltooid waardoor de kering weer voldoet aan de wettelijke faalkanseis.

Voor de Ramspolkering kan op dit moment niet aantoonbaar gemaakt worden of de kering voldoet aan de afgesproken faalkanseis vanwege het niet voldoen aan de organisatorische randvoorwaarden voor goed probobalistisch beheer en onderhoud. Inmiddels zijn verbetermaatregelen genomen zoals het op peil brengen van de capaciteit en het kennis- en kwaliteitsniveau van de beheerorganisatie. Deze verbeteringen zullen naar verwachting op z’n vroegst in het najaar van 2022 in de faalkansanalyse zichtbaar worden.

Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de basiskustlijn is overschreden:

Figuur 3

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

Toelichting

Het streven is dat minimaal 90% de kustlijn zeewaarts ligt van de basiskustlijn. In Figuur xx is weergegeven hoe afgelopen jaren gepresteerd is op dat onderdeel, hoeveel zand er gesuppleerd is en hoeveel zand er naar verwachting in 2022 gesuppleerd zal worden. De realisatie van 16,1 miljoen m3 is ongeveer gelijk aan de prognose van 2021 van 16,6 miljoen m3. De prognose voor 2022 is dat in totaal 13,3 miljoen m3 wordt gesuppleerd. De streefwaarde van de PIN basiskustlijn is 90% en met een score van 90,4% wordt de PIN gehaald.

Suppleren voor kustlijnzorg

Om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven, is een zandsuppletieprogramma opgesteld en worden meerjarige contracten afgesloten. Het suppletieprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de laatste kustmetingen. De inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang de specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd, is vanaf 2012 een nieuwe marktbenadering gekozen met meerjarige contracten. Binnen het contract hebben de aannemers de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden.

Tabel 20 Prognose kustsuppleties
 

Realisatie in miljoen m3

Prognose in miljoen m3

 

2021

2022

Handhaven basiskustlijn en kustfundament

16,1

13,3

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

Toelichting

De realisatie van 16,1 miljoen m3 is ongeveer gelijk aan de prognose van 2021 van 16,6 miljoen m3. De prognose voor 2022 is dat in totaal 13,3 miljoen m3 wordt gesuppleerd.

Tabel 21 Areaal zoetwatervoorziening

Areaal Zoetwatervoorziening

Eenheid

Omvang gerealiseerd 2021

Omvang begroot 2021

Gerealiseerd budget 2021 x € 1 mln

Totaal budget 2021 x € 1 mln.

Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen)1

km2

3044

3053

  

Aantal kunstwerken

stuks

116

116

  

Totaal

   

34,797

18,962

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

1

Het betreft de totale oppervlakte van alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland, de Waddenzee en de Westerschelde.

Toelichting

De realisatie van de omvang water 2021 is lager dan de begroting. In de begroting was in 2021 een toename van het wateroppervlak voorzien door met name de realisatie van nevengeulen bij de tweede tranche KRW-maatregelen. Tegelijkertijd trad zowel een afname op door overdrachten in 2020, zoals toegelicht in het Jaarverslag 2020, als een afname door verbeterde registratie in het bronsysteem in 2020 en 2021. Beiden waren onvoorzien in de begroting.

Het aantal kunstwerken is in 2021 met één toegenomen door de ingebruikname van de nieuwe spuisluis bij de Reevesluis. De begroting en de realisatie zijn gelijk, omdat in 2020 het aantal met één is afgenomen. In 2020 is de classificatie van een kunstwerk overgegaan van een spuisluis naar een waterreguleringswerk, zoals reeds gemeld in het jaarverslag 2020.

De hogere realisatie ten opzichte van het budget is te verklaren door het uitvoeren van herstelwerkzaamheden stuw Linne (€ 9 miljoen), Wind op Zee 2021, als gevolg van risico's voor scheepvaartveiligheid voor het plaatsen van windmolenparken op zee (€ 6,3 miljoen) en prijsbijstelling (€ 0,5 miljoen).

3.02.03 Vervanging

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden

Producten

De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk zal toenemen.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Meetbare gegevens

Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige begrotingsperiode is opgenomen, is met name bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de stuwen Nederrijn/Lek en het landelijk meetnet water.

1

https://www.deltaprogramma.nl/binaries/deltacommissaris/documenten/publicaties/2021/09/21/dp2022-d-deltaplan-zoetwater-2022-2027/Deltaplan+Zoetwater+2022-2027.pdf.

2

https://www.deltaprogramma.nl/deltaprogramma/documenten/publicaties/2021/09/21/dp2022-c-werken-aan-zoetwater-in-de-delta---terugblik-2020-en-vooruitblik-2021-2022

Licence