Base description which applies to whole site

1 Onderdeel A - Instandhouding van de netwerken Rijkswaterstaat

Bij de instandhouding van de netwerken staan de prestaties die deze netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van onderhoud centraal. Het zijn de prestaties – de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur – die de gebruikers direct ervaren. Over deze te leveren prestaties en de bijhorende budgetten maakt IenW afspraken met RWS. Deze afspraken vormen de basis van het onderhoud dat door RWS jaarlijks wordt uitgevoerd.

Allereerst wordt een overzicht gegeven van de geleverde prestaties op de netwerken. Vervolgens wordt de ontwikkeling van het areaal in beheer bij RWS, de gerealiseerde budgetten voor instandhouding, de ontwikkeling van de balanspost nog uit te voeren werkzaamheden en het volume uitgesteld en achterstallig onderhoud toegelicht. Over duurzaamheidsprestaties wordt vooralsnog gerapporteerd via het IenW Duurzaamheidsverslag

Prestaties

De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. De indicatoren leggen de verbinding tussen de sturing op en verantwoording over de gewenste prestaties waarvoor RWS budget heeft gekregen. Met RWS wordt een Service Level Agreement (SLA) met een looptijd van vier jaar afgesproken met daarin de afgesproken prestatieniveaus. De huidige SLA-periode loopt van 2018 tot en met 2021.

Tabel 38 Prestatie-indicatoren netwerken RWS

Prestatie-indicator

Streefwaarde 2018-2021

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Toelichting

Hoofdwegennet

     

1

Beschikbaarheid

      

Technische beschikbaarheid van de weg

90%

99%

99%

99%

99%

 

Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud in:

      

Voertuigverliesuren (vanaf 2018)

10%

2%

3%

6%

7%

 

Levering verkeersgegevens:

      

– Beschikbaarheid data voor derden

90%

92%

93%

93%

94%

 

– Actualiteit data voor derden

95%

99%

97%

100%

96%

 

Veiligheid

      

– Voldoen aan norm voor verhardingen

99,7%

99,8%

99,8%

99,7%

99,8%

 

– Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding

95%

97%

97%

Voldoende

99%

 
       

Hoofdvaarwegennet

     

2

Beschikbaarheid / Betrouwbaarheid

      

Stremmingen gepland onderhoud

0,8%

0,8%

0,3%

2,0%

 

Stremmingen ongepland onderhoud

0,2%

0,4%

0,4%

1,0%

 

Tijdig melden ongeplande stremmingen

97%

98%

98%

98%

98%

 

Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde)

      

– Toegangsgeulen

99%

100%

100%

100%

100%

 

– Hoofdtransportassen

90%

92%

92%

92%

92%

 

– Hoofdvaarwegen

85%

86%

83%

80%

80%

 

– Overige vaarwegen

85%

91%

87%

83%

83%

 

Veiligheid

      

Vaarwegmarkering op orde

95%

95%

93%

91%

92%

 
       

Hoofdwatersysteem

     

3

Waterveiligheid

      

Handhaving kustlijn

90%

92%

92%

91%

90%

 

Beschikbaarheid stormvloedkeringen

100%

40%

83%

83%

83%

 

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

100%

100%

75%

50%

100%

 

Betrouwbaarheid informatievoorziening

95%

99%

99%

100%

96%

 

1. Toelichting prestaties Hoofdwegennet:

  • Alle prestatie-indicatoren (PIN’s) scoren voor 2021 binnen de norm. Het percentage «files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud» was in 2021 hoger dan in voorgaande jaren. Dit komt doordat er vanwege de coronacrisis minder files zijn geweest, waardoor het percentage files door onderhoudswerkzaamheden van het totale aantal files gestegen is. De totale hoeveelheid voertuigverliesuren (vvu) door files door werkzaamheden is hoger dan in 2020, maar ligt wel in lijn met de jaren daarvoor (630, 971, 552 en 729 vvu x 1000 in respectievelijk 2018, 2019, 2020 en 2021. 

2. Toelichting prestaties Hoofdvaarwegennet:

De melding van de ongeplande stremmingen en de vaargeul op orde voor de toegangsgeulen en de hoofdtransportassen voldoen aan de streefwaarden. De overige indicatoren halen de streefwaarden niet.

  • (on)geplande stremmingen: De kwaliteit van de gegevens over de geplande en ongeplande stremmingen is verbeterd, maar de datakwaliteit blijft een aandachtspunt. De lopende acties ter verdere verbetering van de juistheid en volledigheid van de registratiegraad zijn korte en lange termijn acties. Zowel de geplande als de ongeplande stremmingen voldoen niet aan de streefwaarde: door uitgesteld onderhoud, ouderdom en intensiever gebruik dan bij het ontwerp was voorzien, neemt de kans op ongeplande uitval van objecten toe. Ook de geplande stremmingen nemen toe vanwege renovatie- en vervangingswerkzaamheden.

  • Vaargeul op orde: Er is voor een deel sprake van achterstand in het baggeren. Daarnaast zijn voor enkele vaarwegen toetscriteria toegepast die behoren bij het vaarwegprofiel van de toekomstige (hogere) CEMT klasse.

  • De vaarwegmarkering scoort net onder de norm maar is iets hoger dan vorig jaar. De oorzaak van het net niet behalen van de gewenste score ligt in het feit dat momenteel voornamelijk wordt geacteerd op risicovolle situaties in afwachting op van een nieuwe onderhoudsovereenkomst.

3. Toelichting prestaties Hoofdwatersysteem:

  • Bij de Maeslantkering is de implementatie van de maatregel Alternatieve Bediening van de Kerende Wanden (ABK) voltooid waardoor de kering weer voldoet aan de wettelijke faalkanseis. Voor de Ramspolkering kan op dit moment niet aantoonbaar gemaakt worden of de kering voldoet aan de afgesproken faalkanseis vanwege het niet voldoen aan de organisatorische randvoorwaarden voor goed probobalistisch beheer en onderhoud. Inmiddels zijn verbetermaatregelen genomen zoals het op peil brengen van de capaciteit en het kennis- en kwaliteitsniveau van de beheerorganisatie. Deze verbeteringen zullen naar verwachting op z’n vroegst in het najaar van 2022 in de faalkansanalyse zichtbaar worden. De realisatie van de indicator ‘Beschikbaarheid Stormvloedkeringen’ komt daarmee op 83% in 2021.

  • De waterhuishouding op orde in alle peil gereguleerde gebieden is dit jaar behaald. Wel waren gedurende een groot deel van 2020 en 2021 twee van de zes pompen van gemaal IJmuiden vrijwel niet inzetbaar als gevolg van kritische defecten. Dat leidde tot een toegenomen kans op wateroverlast en incidenteel tot een verhoogde zoutlast. Door alle zeilen bij te zetten, inzet van tijdelijke pompen en met hulp andere waterbeheerders, zijn de gevolgen beheersbaar gebleven.

Ontwikkeling van het areaal

Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij Rijkswaterstaat per verantwoording 2021.

Tabel 39 Areaal netwerken RWS

Areaal

Eenheid

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Toelichting

Hoofdwegennet

     

1

Rijbaanlengte

      

– Hoofdrijbaan

km

5.867

5.843

5.842

5.842

 

– Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.723

1.745

1.766

1.794

 

Areaal asfalt

      

– Hoofdrijbaan

km2

77

77

77

77

 

– Verbindingswegen en op- en afritten

km2

15

15

15

15

 

Groen areaal

km2

182

182

183

184

 

Verkeerssignalering op rijbanen

km

2.781

2.839

2.890

2.914

 

Verkeerscentrales

stuks

6

6

6

6

 

Bediende objecten

      

– Spitsstroken

km

319

310

310

308

 

– Bruggen Beweegbaar

stuks

55

55

55

54

 

– Tunnelcomplexen

stuks

19

19

20

20

 

– Aanleginrichtingen (veren)

stuks

15

15

14

14

 

Aquaducten

stuks

17

17

17

17

 

Ecoducten

stuks

54

56

55

56

 
       

Hoofdvaarwegennet

     

2

Vaarwegen

km

7.082

7.082

7.071

7.071

 

– waarvan binnenvaart

km

3.437

3.437

3.426

3.426

 

– waarvan zeevaart

km

3.646

3.646

3.646

3.646

 

Begeleide vaarweg

km

592

592

592

592

 

Verkeersposten

stuks

12

12

12

12

 

Vuurtorens (incl. BES-eilanden)

stuks

23

23

24

24

 

Bediende objecten

      

– Schutsluiskolken

stuks

128

129

131

130

 

– Bruggen beweegbaar

stuks

114

113

113

113

 
       

Hoofdwatersysteem

     

3

Watermanagement wateroppervlak

km2

90.192

90.191

90.189

90.187

 

Kustlijn

km

293

293

293

293

 

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

      

–  Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

198

198

195

201

 

–  Niet primaire waterkeringen/duinen

km

646

646

625

623

 

–  Uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.007

5.351

5.185

5.183

 

Binnenwateren

km2

3.050

3.049

3.047

3.044

 

Bediende objecten:

      

–  Stormvloedkeringen

stuks

6

6

6

6

 

–  Spui- en uitwateringssluiskolken

stuks

84

86

85

86

 

–  Stuwcomplexen

stuks

10

10

10

10

 

–  Gemalen

stuks

19

20

20

20

 

1. Toelichting areaalgegevens Hoofdwegennet

Algemeen beeld 2018-2021

  • De omvang van het hoofdwegennet neemt toe door grote verbredingsprojecten, zoals de A1 Oost (2019-2021) en de A9 Gaasperdammerweg met de Gaasperdammertunnel (2020). Ook worden nieuwe aansluitingen aangelegd en bestaande aansluitingen verruimd. In een aantal verbredingsprojecten worden spitsstroken omgezet naar permanente rijstroken, waardoor de lengte spitsstroken afneemt. De rijbaanlengte hoofdrijbaan is in 2018 toegenomen door de aanleg van de nieuwe N18; in 2019 is de oude N18 grotendeels overgedragen aan de betreffende gemeenten, waardoor de rijbaanlengte weer afnam.

Specifiek 2021:

  • De A1-Oost is verbreed tussen Rijssen en Azelo. Op dit traject is nieuwe verkeerssignalering geplaatst en bij Enter is een nieuw ecoduct in gebruik genomen.

  • De op- en afritten en verbindingswegen zijn voornamelijk toegenomen door de nieuwe parallelstructuur op de A44 ter hoogte van de toekomstige aansluiting van de Rijnlandroute. Ook zijn nieuwe aansluitingen gerealiseerd, zoals op de A67 (Veldhoven West) en de A6 (Lelystad Airport) en zijn aansluitingen verruimd, zoals op de A15 (Papendrecht) en A28 (Vechtdalverbinding N340).

  • In 2021 is de spitsstrook op de A15 bij Papendrecht omgezet naar een permanente rijstrook. Ook is de spitsstrook op de A13 ingekort om ruimte te maken voor de verbindingsbogen van het project A16 Rotterdam.

  • De afname van de beweegbare bruggen is een administratieve correctie: De oude Suurhoffbrug is in 2017 vastgezet, waardoor hij niet meer als beweegbare brug telt. Dit is pas in 2021 doorgevoerd in de data-administratie. 

2. Toelichting areaalgegevens Hoofdvaarwegennet

Algemeen beeld 2018-2021:

  • De omvang van het vaarwegennet is vrij stabiel. In 2020 is de lengte vaarwegen afgenomen als gevolg van de overdrachten van het Oude Maasje en het Zuiderkanaal naar het Waterschap Brabantse Delta.

  • Het aantal schutsluiskolken neemt geleidelijk toe. In 2019 is de derde kolk bij de Beatrixsluis in gebruik genomen en in 2020 zijn zowel de Reevesluis als de tweede sluiskolk bij sluis Eefde in gebruik genomen.

  • Het aantal bediende bruggen is vrij stabiel, in 2018 is de Paddepoelsterbrug buiten gebruik gesteld door een aanvaring. Daarnaast is het beweegbare deel van de Gerrit Krolbrug sinds 2021 niet meer bedienbaar.

  • Het aantal vuurtorens nam in 2020 toe door een overdracht naar Rijkswaterstaat van de vuurtoren Fort Oranje op St. Eustatius.

Specifiek 2021:

  • In 2021 is de Middensluis in Terneuzen buiten gebruik genomen in verband met de vervanging door de Nieuwe Sluis in Terneuzen in 2023.

3. Toelichting areaalgegevens Hoofdwatersysteem

Algemeen beeld 2018-2021:

  • De omvang van het hoofdwatersysteem neemt af, onder andere door de overdrachten van het Oude Maasje en het Zuiderkanaal naar het Waterschap Brabantse Delta in 2020.

  • De omvang van de uiterwaarden varieert. Enerzijds door aanleg en anderzijds door overdrachten naar diverse partijen. Zoals bijvoorbeeld de overdracht van de Reevediep uiterwaarden naar Staatsbosbeheer in 2020.

  • Het aantal bediende objecten neemt geleidelijk toe. In 2019 is het aantal bediende objecten in totaal met drie toegenomen door de registratie van een gemaal en spuimiddel bij Sluis II en een spuimiddel bij Sluis IV. In 2020 is het aantal bediende objecten met één afgenomen doordat de classificatie van een kunstwerk is overgegaan van een spuisluis naar een waterreguleringswerk.

  • De primaire en niet-primaire keringen varieren. In 2020 namen ze af door overdrachten naar andere partijen zoals een aantal voorhavendijken naar het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

Specifiek 2021:

  • In 2021 is de omvang van het water en de uiterwaarden voornamelijk afgenomen door verbeterde registratie. Voor zowel de primaire als niet-primaire keringen zijn in 2021 hernieuwde inventarisaties uitgevoerd. Deze hebben geleid tot een aanpassing in de realisatiecijfers. Het aantal bediende objecten is in 2021 toegenomen door de aanleg van een spuisluis bij de Reevesluis.

Budgetten Instandhouding Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem

Tabel 40 Budget en realisatie verkeers-/watermanagement en Beheer en onderhoud RWS (bedragen x €1.000)
  

Realisatie

Begroting

Verschil

 

Artikelonderdeel

2021

2021

2021

Toelichting

Hoofdwegen

     

IF 12.01

Verkeersmanagement

4.589

3.871

718

 

IF 12.02.01

Beheer en Onderhoud

693.767

629.657

64.110

1

IF 12.06.02

Overige netwerkgebonden kosten

165.705

143.240

22.465

2

Totaal realisatie Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdwegen

864.061

776.768

87.293

 
      

Hoofdvaarwegen

     

IF 15.01

Verkeersmanagement

11.158

10.501

657

 

IF 15.02.01

Beheer en Onderhoud

364.617

279.633

84.984

3

IF 15.06.02

Overige netwerkgebonden kosten

44.435

34.537

9.898

4

Totaal realisatie Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegen

420.210

324.671

95.539

 
      

Hoofdwatersysteem

     

DF 3.01.01

Watermanagement

7.809

7.458

351

 

DF 3.02.01

Beheer en Onderhoud Waterveiligheid

177.644

110.524

67.120

5

DF 3.02.02

Beheer en Onderhoud Zoetwatervoorziening

34.797

18.962

15.835

6

DF 5.02.01

Overige netwerkgebonden uitgaven

79.746

72.745

7.001

7

Totaal realisatie Watermanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdwatersysteem

299.996

209.689

90.307

 
      

Totaal realisatie verkeers-/watermanagement en Beheer en Onderhoud RWS

1.584.267

1.311.128

273.139

 

Toelichting

Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting en de realisatie, zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

Hoofdwegen:

1. De hogere uitgaven van € 64,1 miljoen zijn met name veroorzaakt door:

  • De hogere BenO productie in combinatie met tegenvallers in de uitvoeringsperiode 2018-2021 heeft ertoe geleid dat meer is uitgegeven dan begroot (€ 33 miljoen);

  • Maatregelen rondom ferrylocaties in het kader van de Brexit (€ 10 miljoen);

  • Een drietal maatregelen op het gebied van openbare verlichting ter waarde van ongeveer € 5,2 miljoen. (in het kader van de Coronaversnelling);

  • En de toevoeging van de prijsbijstelling 2021 van € 15,7 miljoen;

  • Tot slot leiden diverse kleinere mutaties tot per saldo hogere uitgaven (circa € 0,2 miljoen).

2. De hogere realisatie op de overige netwerkgebonden uitgaven (€ 22,5 miljoen) wordt veroorzaakt door:

  • Enerzijds een aanvullende bijdrage in het kader van de uitvoering van het ‘Urgenda II-pakket’ om vanaf 1 januari 2021 circulaire maatregelen uit te voeren die tot een reductie van CO2-uitstoot leiden (€ 7,5 miljoen), de bijdrage van het ministerie van EZK voor de uitvoering van de regeling Versterkte Uitvoering Energiebesparings- en informatieplicht (7,2 miljoen), middelen voor de verdere versterking van de Cyber Security van RWS (€ 4,2 miljoen), de prijsbijstelling 2021 (€ 3,7 miljoen) en de opdracht circulaire economie: recycling en hergebruik van asfalt, beton en staal in de infrasector (€ 2,0 miljoen).

  • Hier tegenover staat een lagere realisatie als gevolg van de herorientatie van het programma Tijdelijke Tolheffing (- € 5,1 miljoen).

  • Tot slot leiden diverse mutaties kleiner dan € 2 miljoen per saldo tot een hogere realisatie (€ 3,0 miljoen)

Hoofdvaarwegen:

3. De hogere uitgaven van € 85,0 miljoen zijn veroorzaakt door:

  • Het Maritiem Informatievoorziening Servicepunt (€ 26,2 miljoen): In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verzamelt Rijkswaterstaat data over water, wind, neerslag en fauna bij diverse windparken op zee,

  • Het hoogwater in Limburg (€ 12,4 miljoen) en het herstel van de stormschade IJmuiden (€ 7,1 miljoen).

  • De hogere BenO productie in combinatie met tegenvallers in de uitvoeringsperiode 2018-2021 heeft ertoe geleid dat meer is uitgegeven dan het budgettaire kader toestaat (€ 27,5 miljoen). Zie - Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 570 A, nr. 61 en - Vergaderjaar 2020–2021 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 3142 Vragen van het lid Stoffer (SGP) voor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de budgetstop voor beheer en onderhoud projecten (ingezonden 25 mei 2021). Antwoord van Minister Van Nieuwenhuizen Wijbenga (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 10 juni 2021).

  • De prijsbijstelling (€ 7,2 miljoen) is toegevoegd.

  • Tot slot leiden diverse kleinere mutaties tot per saldo hogere uitgaven (€ 4,5 miljoen).

4. De hogere realisatie op de overige netwerkgebonden uitgaven (€ 9,9 miljoen) wordt veroorzaakt door de middelen voor de verdere versterking van de Cyber Security van RWS (€ 8,4 miljoen) en budget voor het programma IA Sourcing (€ 2,0 miljoen). Hier tegenover staat een lagere realisatie als gevolg van het saldo van diverse overige mutaties (- € 0,5 miljoen).

Hoofdwatersysteem:

5. Inzet en verlenging van tijdelijke pompinstallaties bij gemaal IJmuiden (€ 50,4 miljoen), de gevolgen van het hoog water in Limburg in juli 2021 (€ 13,3 miljoen) en prijsbijstelling 2021 (€ 3,2 miljoen) en kleine mutaties (€ 0,2 miljoen).

6. Ten laste van het artikelonderdeel zoetwater is € 15,8 miljoen meer gerealiseerd. Dit betreft het uitvoeren van herstelwerkzaamheden stuw Linne (€ 9 miljoen), Wind op Zee 2021, als gevolg van risico's voor scheepvaartveiligheid voor het plaatsen van windmolenparken op zee ( 6,3 miljoen) en prijsbijstelling (€ 0,5 miljoen).

7. De hogere realisatie op de overige netwerkgebonden uitgaven (€ 7,0 miljoen) wordt met name veroorzaakt door de extra benodigde middelen voor het in stand houden van het beheer van het Landeljik Meetnet Water als gevolg van nieuwe wettelijke verplichtingen, toename van functionaliteiten, zwaardere beveiligingseisen en de aangetrokken economische situatie wat leidt tot hogere marktprijzen (€ 6,2 miljoen), de prijsbijstelling 2021 (€ 1,9 miljoen), een overboeking van RWS naar de KNMI ten behoeve van de maatwerkopdracht (€ -1,0 miljoen) en het saldo van overige verschillen (€ 0,1 miljoen).

Tabel 41 Budget en realisatie Vervanging en Renovatie RWS (bedragen x €1.000)

Artikelonderdeel

 

Realisatie

Begroting

Verschil

 
  

2021

2021

2021

Toelichting

IF 12.02.04

Vervanging en Renovatie Hoofdwegennet

150.879

194.024

‒ 43.145

1

IF 15.02.04

Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegennet

48.606

96.869

‒ 48.263

2

DF 3.02.03

Vervanging en Renovatie Hoofdwatersysteem

9.161

17.580

‒ 8.419

3

Totaal realisatie Vervanging en Renovatie Rijkswaterstaat

208.646

308.473

‒ 99.827

 

Toelichting

Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting en de realisatie, zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

1. De lagere realisatie van € 43,1 miljoen is het saldo van hogere en lagere uitgaven .

De hogere realisatie (€ 21,9 miljoen) is met name veroorzaakt door:

  • Van Brienenoordbrug (€ 8,3 miljoen): De uitgaven zijn hoger omdat eerder dan aanvankelijk gedacht is gestart met de (voorbereidende) werkzaamheden.

  • Zuidelijke Rozenoordbrug (€ 7,8 miljoen): Dit project is toegevoegd aan het VenR-programma vanwege noodzakelijke verstevigingsmaatregelen. Dat verklaart de hogere uitgaven. De brug kan na uitvoering van de maatregelen de komende 10 jaar weer veilig worden gebruikt. De start van de realisatie van het project is inmiddels opgeschoven van begin naar eind 2021. Een deel van de kosten schuift daardoor door naar 2022.

  • En tot slot prijsbijstelling (€ 3,7 miljoen) en leiden diverse kleinere mutaties tot per saldo hogere uitgaven (€ 2,1 miljoen).

De lagere realisatie (€ -65 miljoen) is met name veroorzaakt door:

  • A32 Heerenveen-Akkrum vervanging fundering (- € 36,7 miljoen): de uitvoering van het project is om meerdere redenen vertraagd. Door de latere dan geplande definitieve gunning en de benodigde tijd voor ontwerp en voorbereiding voor de nog te contracteren opdrachtnemer was uitvoering in 2021 niet haalbaar. Verder is prioriteit gegeven aan het uitvoering van werkzaamheden op de A7 ten koste van de A32.

  • Vervanging van bestaande wegkantsystemen (-€ 15 miljoen): de uitrol start later dan verwacht waardoor de geplande uitgaven niet volledig zijn gerealiseerd aanbesteding heeft langere tijd in beslag genomen dan voorzien, waardoor de geplande uitgaven niet volledig zijn gerealiseerd.

  • Binnen de planuitwerking van het VenR-programma was aan het eind van 2021 (- € 7,9 miljoen) niet meer nodig. Dit kwam voornamelijk door het uitstel van het Uitvoeringsbesluit voor de Balgzandbrug.

  • Verder voor diverse projecten de volgende uitgaven:

  • N200 Rijnlands Boezemwater (-€ 1 miljoen): de uitvoering van enkele restpunten in het project is naar 2022 doorgeschovenvanwege 7 maanden vertraging vanwege obstakels in de grond en claim aannemer;

  • Voor Renovatie Eerste Heinenoordtunnel (-€ 2,6 miljoen) lagere uitgaven veroorzaakt door te laat ontvangen facturen in verband met 3B-systemen herijking van de risico’s, integraal ontwerp IA-sourcing en Bereikbaarheid REHT;

  • Renovatie IJsselbruggen (-€ 1,8 miljoen).

2 De lagere uitgaven van € 48,3 miljoen is het saldo van hogere en lagere uitgaven.

De hogere realisatie wordt veroorzaakt door:

  • Het budget voor een aantal tranche 4 planfase projecten is doorgeschoven van 2020 naar 2021 omdat deze planfases later zijn gestart (€ 4,8 miljoen).

De lagere realisatie wordt veroorzaakt door:

  • De uitgaven voor de Waalbrug zijn in 2021 € 7,6 miljoen lager. Dit is het saldo van het niet aangewende budget als gevolg van het ontbinden van het contract met de aannemer voor fase 2 en aan de aannemer betaalde afkoopsom voor het niet uitvoeren van fase 2.

  • De renovatie van de Stuw Linne Gronst is vanwege een beschadiging door twee losgeslagen duwbakken naar voren gehaald en al uitgevoerd in 2020. (-€ 7,3 miljoen).

  • Het project Damwanden Eemskanaal is vertraagd vanwege een ontwerpfout in de damwandberekening en door nadere bepaling van het type grondverankering van de damwanden (-€ 3,9 miljoen).

  • Actualisatie programma Vervanging en Renovatie: de reservering Vervanging en Renovatie voor VenR-projecten schuift door naar latere jaren (-€ 29,9 miljoen).

  • Overige kleinere per saldo lagere mutaties (-€ 4,4 miljoen).

3. De reservering vervanging en renovaties is ingezet voor het inrichten tijdelijke bemaalinstallaties IJmuiden en de versnelde aanschaf van de pomp bij Gemaal IJmuiden (€ -26 miljoen) op artikelonderdeel 3.02.01. Daarnaast is € -9 miljoen overgeboekt naar artikelonderdeel 3.02.02 voor stuw Linne. Ter financiering van deze posten is vanuit latere jaren € 24,7 miljoen aan 2021 toegevoegd. Diverse kleinere mutaties van per saldo € 1,9 miljoen.

Balanspost nog uit te voeren werkzaamheden

RWS is een agentschap met een baten lasten administratie. Bij de instelling van het agentschap is met het ministerie van Financiën afgesproken dat RWS geen resultaat (verlies of winst) mag behalen op de kosten die worden gemaakt voor activiteiten die door de markt worden verricht. De middelen die aan het einde van een boekjaar tekort of over zijn , worden op de balans van RWS verantwoord onder de post Nog Uit Te voeren Werkzaamheden (NUTW).

Via deze balanspost kunnen middelen eerder of later worden aangewend dan oorspronkelijk voorzien. Deze werkwijze is analoog aan de werkwijze die wordt gevolgd op het Deltafonds en het Infrastructuurfonds. Daar wordt immers een saldo dat in enig jaar ontstaat meegenomen naar of verrekend met het volgende begrotingsjaar.

Deze post omvat overigens meer. Onder andere ook de mee- en tegenvallers op beheer- en onderhoudscontracten komen in deze balanspost. Tijdens de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden kan immers blijken dat deze op een later of eerder moment gerealiseerd zullen worden dan bij het opstellen van de programmering en begroting was voorzien. Dit kan komen door:

  • het moeten inpassen van maatregelen die niet waren voorzien;

  • wijzigende marktomstandigheden, met kostprijzen die sneller stijgen dan eerder geraamd. Dit leidt tot aanbestedingstegenvallers;

  • gebrek aan beschikbare capaciteit bij de uitvoeringsorganisatie of op de markt.

De omvang van deze balanspost wordt aan het eind van ieder jaar bepaald door de kosten in dat jaar van de opbrengsten af te trekken. De balanspost wordt in een volgend jaar weer aan de opbrengsten toegevoegd.

Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht die de opbouw van de post NUTW per ultimo 2021 bepalen. Het overgrote deel van de post betreft de SLA Beheer en onderhoud en Verkeer- en watermanagement inclusief de Landelijke Taken.

Tabel 42 Ontwikkeling post NUTW RWS (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving

Bedrag x € 1 miljoen

 
 

2019

2020

2021

Toelichting

Beheer en onderhoud en verkeersmanagement

    

1) Hoofdwatersysteem

254

216

205

1

2) Hoofdwegennet

7

‒ 9

‒ 149

2

3) Hoofdvaarwegennet

94

125

51

3

Subtotaal Beheer en onderhoud en verkeersmanagement inclusief Landelijke Taken

355

333

107

 
     

Overig1

    

4) Hoofdwatersysteem

32

54

58

4

5) Hoofdwegennet

79

85

137

5

6) Hoofdvaarwegennet

22

9

27

6

7) Overig

29

37

43

7

Subtotaal Overig

162

185

265

 
     

Totaal

517

518

372

 
1

De post ‘Overig’ bestaat uit opgedragen maatregelen voor onder andere achterstallig onderhoud vaarwegen en uit opgedragen maatregelen voor kwaliteit leefomgeving. De kosten voor deze opgedragen maatregelen worden in 2021 en later gemaakt.

  • Voor het Hoofdwatersysteem zijn iets minder opbrengsten ontvangen dan er kosten zijn gemaakt. De productie was hoger dan eerdere jaren.

    Het grootste deel van de € 205 miljoen voor Hoofdwatersysteem heeft betrekking op kustlijnzorg: € 112 miljoen. Vorig jaar was dit nog € 134 miljoen. Dit doordat de opdrachtnemers binnen de hen gegeven vrijheid om de werkzaamheden uit te voeren de daadwerkelijke zandsuppleties naar achteren schuiven. De afname wordt voornamelijk veroorzaakt doordat activiteiten in 2020 stil hebben gelegen vanwege de stikstofproblematiek en in 2021 alsnog zijn uitgevoerd.

    Ook bevat het totaalsaldo middelen die specifiek zijn ontvangen voor bijvoorbeeld duurzaamheid, hoogwater 2021, Urgenda. Dit betreft circa € 7 miljoen die in 2021 is ontvangen, maar pas later worden besteed.

    Het resterende saldo van € 86 miljoen wordt gebruikt voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen in 2022 en verder.

  • Het saldo op hoofdwegennet is lager dan een jaar geleden door hogere productie en het verrekenen van de tekorten op schades uit eerdere jaren.

    Het saldo voor Hoofdwegennet is € -149 miljoen. Voor het grootste deel wordt dit gecompenseerd door een bedrag van € 136 miljoen dat bij Voorjaarnota 2021 is toegevoegd in 2022 ter aanvulling van het tekort uit 2021.

  • Het saldo op Hoofdvaarwegennet is lager dan een jaar geleden door hogere productie, het in één keer nemen van de resterende kosten die in het verleden zijn gemaakt voor de overdracht van de Hollandsche IJssel en de opgebouwde tekorten door uitbreiding areaal (€ 74 miljoen).

    Het saldo op Hoofdvaarwegennet van € 51 miljoen heeft voor € 13 miljoen betrekking op middelen die specifiek zijn ontvangen voor onder meer duurzaamheid en hoogwater 2021, maar pas later worden besteed.

    De rest van het saldo (€ 38 miljoen) wordt gebruikt voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen in 2022 en verder.

  • Van de € 58 miljoen voor Hoofdwatersysteem heeft € 34 miljoen betrekking op Kader Richtlijn Water (Herstel en Inrichting, natuurcompensatie), € 17 miljoen op Planuitwerkingen en € 7 miljoen voor een opdracht voor EZK met betrekking tot Wind op Zee.

  • Van de € 137 miljoen op het Hoofdwegennet is € 91 miljoen bestemd voor servicepakketten, € 30 miljoen voor file-aanpak en € 16 miljoen voor planuitwerkingen.

  • De balanspost op het Hoofdvaarwegennet heeft voor € 19 miljoen betrekking op NoMo AOV, € 4 miljoen op Planuitwerkingen en € 4 miljoen op een opdracht voor EZK met betrekking tot het Maritiem Informatievoorziening Service Punt (MIVSP).

  • De balanspost overig heeft voor € 23 miljoen betrekking op projecten die Rijkswaterstaat uitvoert in Caribisch Nederland en voor € 7 miljoen op een opdracht van EZK voor Urgenda. Deze beide posten zijn elk ongeveer € 2,5 miljoen hoger dan eind 2020 .

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

Bij het in stand houden van de infrastructuur, zoals beschreven bij de onderhoudsprogrammering, staat een veilig gebruik altijd voorop. Binnen dat kader wordt op basis van de technische staat bekeken wat een goed moment is voor onderhoud, renovatie of vervanging (LCC). Dit zorgt ervoor dat een deel van het onderhoud wordt uitgesteld naar latere jaren. Voor een deel gebeurt dit om werk-met-werk te combineren (ander onderhoudswerk of grotere renovatie-, vervangings- of aanlegprojecten) of de hinder voor de gebruikers te beperken. Voor een ander deel gebeurt dit omdat onvoorziene gebeurtenissen plaatsvinden en er maatregelen prioritair moeten worden ingepast die niet waren voorzien. De omvang van het uitgesteld onderhoud wordt jaarlijks gemonitord.

Het bepalen van de omvang van het uitgesteld onderhoud is geoperationaliseerd door te kijken welke onderhoudsmaatregelen per 1 januari van enig jaar op basis van het gebruikte onderhoudsregime een geadviseerd onderhoudsmoment hadden voor dat jaar. Voor het bepalen van de omvang van het achterstallig onderhoud is van de uitgestelde onderhoudsmaatregelen beoordeeld of de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken.

In onderstaande tabel is de totale omvang van het volume aan uitgesteld en achterstallig onderhoud per modaliteit van eind 2017 tot eind 2021 weergegeven. De oploop van het uitgestelde onderhoud kent diverse oorzaken. Zo spelen bijvoorbeeld wijzigende marktomstandigheden een rol, doen zich onvoorziene gebeurtenissen voor, die met hoge prioriteit moeten worden opgepakt en kan gebrek aan beschikbare capaciteit bij de uitvoeringsorganisatie of op de markt van invloed zijn.

Dat de stijgende trend heeft zich in 2021 voortgezet. De groei is wel iets afgezwakt. Dit komt doordat extra budget is ontvangen met IMPULS3 en het Versnellingspakket4. Hierdoor kon meer onderhoud worden uitgevoerd. Verder is bij Voorjaarsnota extra budget toegevoegd voor Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet. Hierdoor is de groei van het uitgesteld onderhoud geremd.

Ten behoeve van de langjarige instandhoudingsbehoefte (budget en capaciteit) is het beeld verscherpt door externe audits die in 2019 en 2020 zijn uitgevoerd op de budgetbehoefte voor instandhouding van RWS. Over de uitkomsten hiervan is de Kamer het laatst in oktober 2021 geïnformeerd5. Uit deze onderzoeken blijkt dat de budgetbehoefte voor de periode 2022–2035 in de orde van gemiddeld € 1 miljard per jaar hoger ligt dan het beschikbare budget, zonder dat het uitgesteld onderhoud wordt ingelopen. Daarnaast is geen rekening gehouden met actuele inzichten waarop nog verdere validaties moeten plaatsvinden.

Tabel 43 Realisatie uitgesteld onderhoud (bedragen x € 1 miljoen)
 

2017

2018

2019

2020

2021

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Hoofdwegennet

314

3

353

1

552

7

544

12

649

19

Hoofdvaarwegen

350

36

414

37

493

3

487

9

494

3

Hoofdwatersysteem1

80

7

106

8

106

8

159

1

190

3

Totaal

744

452

873

46

1.151

18

1.190

22

1.333

25

1

Hierbij zijn de kosten voor de kustlijnzorg buiten beschouwing gelaten. Dit is gedaan omdat de opdrachtnemer de vrijheid heeft de suppleties uit te voeren binnen de door het contract bepaalde periode, met een beperkte mogelijkheid tot uitloop.

2

Door een afrondingsverschil tellen de delen niet op tot het geheel.

3

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 300 A, nr. 5

4

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 29 385, nr. 106

5

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 35925 A nr. 14

Licence