Base description which applies to whole site

3. Beleidsprioriteiten

In 2022 gebeurde wat lange tijd ondenkbaar werd geacht. Op 24 februari brak er een oorlog uit op het Europese continent, door Ruslands illegale inval in Oekraïne. De gevolgen van deze oorlog zijn in politiek, humanitair en economisch opzicht enorm en raken ook de internationale handel en ontwikkelingssamenwerking. De hoge energie-, grondstoffen- en voedselprijzen hebben onmiskenbaar een negatieve invloed op de wereldeconomie en het internationale ondernemingsklimaat. Voornamelijk kwetsbare landen, zoals in de Hoorn van Afrika en het Midden-Oosten, worden hierdoor hard geraakt, en de hogere rentes verdiepen de schuldencrisis. Door een combinatie van crises is de voortgang op veel van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) gestaakt en zelfs teruggezakt naar het niveau van 2016.1 In waardenketens delven vooral de kleinste en armste producenten en stakeholders het onderspit. Inzet op duurzamere en inclusievere mondiale waardenketens blijft daarom van groot belang.

OekraïneDe Nederlandse bilaterale steun aan Oekraïne in 2022 bestond uit ca. EUR 53 miljoen aan humanitaire hulp. Ook werd ingezet met een additionele EUR 1,5 miljoen op humanitaire ontmijning en zette Nederland EUR 2 miljoen in via UNFPA ten behoeve van slachtoffers van seksueel en gender gerelateerd geweld. Via verschillende kanalen heeft Nederland ruim EUR 10 miljoen bijgedragen aan het verdedigen van mensenrechten, onderzoek naar straffeloosheid in Oekraïne, en versterking van de Oekraïense rechtstaat. Ook is er een bijdrage geleverd aan het NAVO Ukraine Capacity Trust Fund van EUR 25 miljoen.

Daarnaast heeft Nederland in 2022 uit de algemene middelen EUR 180 miljoen beschikbaar gesteld voor de winterization van Oekraïne. Via de Wereldbank (EUR 90 miljoen), de European Bank for Reconstruction and Development (EUR 72 miljoen) en directe leveringen (EUR 18 miljoen via de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK)) werd vooral bijgedragen aan het herstel van de energie-infrastructuur en daarnaast ook aan kritieke herstelnoden in andere sectoren, zoals gezondheidszorg en transport.

Ondanks de additionele gelden voor Oekraïne is er sprake van een wereldwijde negatieve trend op officiële ontwikkelingshulp (ODA). Het volume neemt af en financiële steun wordt vaker geoormerkt ter beschikking gesteld. Dit leidt, met de nasleep van de COVID-19-pandemie, de klimaatcrisis en de toename van geopolitieke spanningen, tot een steeds complexere internationale context waarin we werken aan het bevorderen van internationale handel en armoedebestrijding wereldwijd.

Tegen deze achtergrond werd in juni 2022 een nieuwe beleidsnota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) gepubliceerd: ‘Doen waar Nederland goed in is’. De inzet op de combinatie van handel en ontwikkelingssamenwerking is versterkt. Ook is er meer focus aangebracht in het beleid, door zowel het aantal landen als het aantal thema’s terug te brengen. Binnen het BHOS-instrumentarium wordt prioriteit gegeven aan het ontwikkelen van kansen op het gebied van verduurzaming en digitalisering. Er zijn stappen gezet om het handelsinstrumentarium te vergroenen. Ook is er voortgang geboekt bij het ontwikkelen van een geo-economisch instrumentarium om de Nederlandse en Europese economische weerbaarheid te vergroten. De focus van het partnerlanden-beleid blijft gericht op de meest fragiele landen. Nederland heeft in 2022 geïnvesteerd in de multilaterale instellingen, zoals de VN en de internationale financiële instellingen (IFI’s) en blijft dit doen. Het multilaterale systeem is voor Nederland cruciaal om de SDG’s te verwezenlijken. In het coalitieakkoord werd afgesproken om een Afrikastrategie, een Mondiale Gezondheidsstrategie, een Grondstoffenstrategie en een Internationale Klimaatstrategie op te stellen. Die kwamen er het afgelopen jaar, of verschijnen op korte termijn. 

AfrikastrategieNederland werkte in 2022 aan de uitvoering van de EU-Afrika-strategie. Tijdens de bijeenkomst van de EU en de Afrikaanse Unie (AU) in februari 2022 werd een gezamenlijke visie voor een hernieuwd partnerschap bekrachtigd. Het partnerschap voorziet in nauwere samenwerking op de thema’s duurzame ontwikkeling, vrede & veiligheid, migratie & mobiliteit, multilateralisme en de lancering van een Africa-Europe Global Gateway Investment Package van EUR 150 miljard te mobiliseren middelen. Daarmee is Afrika de prioriteit van de EU Global Gateway connectiviteitsstrategie geworden.

Ten behoeve van een geïntegreerde Nederlandse Afrikastrategie (verwacht eerste kwartaal 2023), werden zowel in Nederland als op het Afrikaanse continent consultaties georganiseerd. Het maatschappelijk middenveld, internationale partners, denktanks, de door Nederland ingestelde Youth Advisory Committee (YAC) en diverse overheidsvertegenwoordigers werden betrokken. De strategie bouwt voort op de Europese strategie en werd onder meer besproken tijdens bezoeken van diverse Afrikaanse staatshoofden en ministers. Aan de Afrikastrategie wordt een actieagenda verbonden voor de korte, middellange en lange termijn.

Handels- en investeringsagenda

Investeren in een toekomstbestendig handels- en investeringssysteemDe 12e Ministeriële Conferentie (MC12) van de WTO heeft tot een breed pakket aan uitkomsten geleid. Het pakket omvat een multilateraal uitkomstendocument met o.a. passages over WTO-hervorming; milieu en gender; een akkoord ter beperking van schadelijke visserijsubsidies; een verklaring over voedselzekerheid; een besluit om WFP-inkopen uit te zonderen van exportrestricties; een brede Trade & Health-verklaring; een besluit over intellectuele eigendomsrechten en vaccins en verlenging van het moratorium op e-commerce-tarieven. Dit pakket komt voor een groot deel overeen met de Nederlandse inzet voor MC12, zoals geschetst in de Gecombineerde geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Handel van 3 en 12 juni (Kamerstuk 21501-02, nr. 2503). Nederland heeft zich binnen de EU en in contacten met derde landen veelvuldig hard gemaakt voor deze inzet. Het kabinet is dan ook zeer tevreden met het resultaat. Tegelijkertijd duurt de blokkade van het WTO-beroepslichaam (om geschillen te beslechten) voort, vormen grootschalige industriële subsidies een bedreiging voor een mondiaal gelijk speelveld en dient handel en milieu verder geïntegreerd te worden in de WTO-agenda. Het kabinet blijft zich inzetten voor voortgang op deze thema’s.

Nederland leverde via verschillende fora in Brussel inbreng met betrekking tot EU-handelsakkoorden, zowel voor lopende onderhandelingen over nog te sluiten akkoorden als voor de implementatie van reeds bestaande akkoorden. Op 22 juni 2022 heeft de Commissie een mededeling over de EU inzet voor afspraken over handel en duurzame ontwikkeling gepresenteerd. Het kabinet heeft deze mededeling verwelkomd en met succes gestreefd naar positieve Raadsconclusies hierover. De onderhandelingen over de modernisering van het Energy Charter Treaty (ECT) zijn op 24 juni 2022 voltooid. Het onderhandelingsresultaat is een verbetering van het huidige verdrag, maar voldoet niet aan de Nederlandse inzet op het gebied van duurzaamheid en investeringsbescherming. Daarom heeft het kabinet besloten het ECT voor Nederland op te zeggen. De onderhandelingen tussen de EU en Nieuw-Zeeland zijn op 30 juni 2022 afgerond. Op 12 juli 2022 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de goedkeuring van CETA, waarna CETA door Nederland is geratificeerd. Op 9 december 2022 hebben de EU en Chili een onderhandelaarsakkoord aangekondigd. 

Bevorderen economische weerbaarheid De Russische inval in Oekraïne en de toenemende rivaliteit tussen de VS en China hebben de thema’s economische veiligheid en strategische afhankelijkheden hoog op de politieke agenda gezet. Om meer inzicht te krijgen in de problematiek zijn verscheidene onderzoeksprojecten uitgevoerd, waaronder een pilot geo-economische monitor, onderzoek naar Chinese invloed op bedrijven en businesselites in Nederland2 en onderzoek naar kritieke grondstoffen in de halfgeleiderwaardeketen3. De Kamer is geïnformeerd over het beleid middels een Kamerbrief over strategische afhankelijkheden en autocratische regimes (Kamerstuk32735, nr. 339) en een Kamerbrief over de Kabinetsbrede inzet ten aanzien van de open strategische autonomie (Kamerstuk 35 982, nr. 9). In december is de interdepartementale Task Force Strategische Afhankelijkheden van start gegaan. Het kabinet heeft ook de nationale grondstoffenstrategie (Kamerstuk, 32 852, nr. 224) gepresenteerd, die als doel heeft om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen op de middellange termijn te vergroten.

Nationaal en Europees zijn initiatieven verder gebracht om direct en indirect de economische veiligheid te bevorderen, strategische afhankelijkheden te verminderen en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Voorbeelden zijn de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, (Wet Vifo), het EU Internationaal aanbestedingsinstrument (IPI), het anti-dwang instrument (ACI), de EU verordening Buitenlandse Subsidies en de EU Chips Act. Op 14 maart 2022 bereikten de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad een politiek akkoord over het IPI, waarna het op 29 augustus 2022 van kracht is geworden. De Raad heeft op 16 november 2022 een Raadpositie vastgesteld inzake het ACI-wetsvoorstel. Nederland heeft gedurende de onderhandelingen gepleit voor spoedige totstandkoming van een Raadspositie en een instrument dat een goede balans biedt tussen effectieve inzetbaarheid en voldoende betrokkenheid en invloed van lidstaten. Momenteel vinden triloogonderhandelingen plaats onder het Zweedse Voorzitterschap. In december 2022 heeft de EU een voorlopig akkoord bereikt over het Carbon Border Adjustment Mechanisme (CBAM), conform de Algemene Oriëntatie van de Raad van 15 maart 2022, die gesteund is door het kabinet.

Beleid en uitvoering exportcontrole strategische goederen (militair en dual-use)Het wetsvoorstel Uitvoeringswet herziening Verordening producten voor tweeërlei gebruik4 is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer, respectievelijk op 22 maart 2022 en 21 juni 2022. Hiermee is de herziene EU-verordening (2021/821) tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (dual-use) in nationale wet- en regelgeving geïmplementeerd. De uitvoeringswet voorziet in de noodzakelijke wetstechnische en terminologische aanpassingen.

De herziene verordening introduceert enkele vernieuwingen om het bestaande exportcontrolebeleid in de EU beter aan te laten sluiten bij mondiale technologische, politieke en economische ontwikkelingen. Mede dankzij Nederlandse inzet is nu bijvoorbeeld cybersurveillancetechnologie expliciet omschreven in de Verordening en is er de mogelijkheid om dergelijke technologie ad hoc onder exportcontrole te brengen bij zorgen over mensenrechtenschendingen. Door de Russische inval in Oekraïne is de focus van het werk echter verschoven naar het voorkomen van de toegang van Rusland en Belarus tot goederen en diensten voor tweeërlei gebruik. De EU-overleggen zijn daarom vooral benut voor discussies over het ontwikkelen van exportverboden en -beperkingen jegens Rusland en Belarus, en de uitvoering daarvan. Daardoor heeft de implementatie van de verordening enige vertraging opgelopen.

In EU-verband is een ongekend aantal sanctiepakketten overeengekomen in reactie op de Russische inval in Oekraïne5. De Douane houdt in opdracht van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking toezicht op de sectorale sanctiemaatregelen van deze pakketten. Dit toezicht betreft de invoer-, uitvoer- en doorvoerrestricties van alle gesanctioneerde goederen, diensten en technologie. Naast de naleving van sancties draagt Nederland ook actief bij aan ontwikkeling van technologie-gerelateerde sancties. Zo vielen in Nederland geproduceerde halfgeleiders, die in Russische wapensystemen werden teruggevonden, niet onder exportcontrole. Mede naar aanleiding van een voorstel van Nederland zijn deze goederen toegevoegd aan de Ruslandsancties (Verordening (EU) 833/2014 van de Raad) middels het achtste sanctiepakket dat op 5 oktober 2022 werd aangenomen. Het is daarmee inmiddels verboden om deze goederen aan Rusland te leveren, inclusief via tussenhandelaren in derde landen.

Voor een effectief exportcontrolebeleid is internationale samenwerking van belang. Bijzonder relevant zijn de gesprekken en afspraken in de multilaterale exportcontroleregimes. Afspraken in deze regimes werken door in Europese (en nationale) regelgeving. Verder voert Nederland doorlopend bilaterale gesprekken met partners over exportcontrole. Met het EU-VS Trade and Technology Council (TTC) en een specifieke werkgroep is er bovendien een meer gestructureerde dialoog over exportcontrole tussen Europa en de VS bij gekomen. 

Handelsbetrekkingen met het VK-post Brexit Het kabinet heeft in 2022 ingezet op een positief en stabiel partnerschap tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk (VK). Daartoe heeft het de koers van de Europese Commissie gesteund om binnen de kaders van het Protocol Ierland/ Noord-Ierland de mogelijkheden om gezamenlijke oplossingen te vinden maximaal te benutten. In de bilaterale relatie tussen Nederland en het VK heeft Nederland zich met een handelsmissie in oktober 2022 gepositioneerd als partner op de thema’s kunstmatige intelligentie en duurzame mobiliteit. Er is daarnaast extra geïnvesteerd in informatievoorziening aan exporterende bedrijven over douaneregels (het Britse Target Operating Model) en de mogelijkheden van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK. Ook is informatie nog meer gebundeld door het oude Brexit-loket te integreren in een actuele landensite over het VK. Het kabinet heeft aandacht voor de praktische problemen en belemmeringen die voortkomen uit de douaneregels en de implementatie van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst en blijft zich inzetten voor het vinden van oplossingen daarvoor. Met middelen uit de Brexit-Adjustment Reserve (BAR) is een EU-handelsprogramma vormgegeven, dat MKB-bedrijven compenseert voor geleden schade in het zakendoen met het VK en ondersteunt bij de oriëntatie op alternatieve markten.

Verdienvermogen en kracht van NL: verdienkansen nu en in de toekomst

Meer focus op 25 prioritaire markten Met de BHOS-nota, 'Doen waar Nederland goed in is', heeft het kabinet in 2022 meer focus aangebracht in het handelsbeleid. De belangrijkste Nederlandse inzet via handelsmissies en -instrumenten zal de komende jaren plaatsvinden in de herijkte 25 prioritaire markten met het meeste potentieel voor het internationale verdienvermogen van Nederland. Daarnaast heeft het kabinet 14 combinatielanden aangewezen voor hulp en handel. Hiermee moedigt het kabinet bedrijven aan actief te worden, door vroeg in te stappen een goede marktpositie te verwerven en bij te dragen aan versnelde economische ontwikkeling van deze landen.

In het voorjaar van 2022 werden de COVID-reisrestricties in de meeste landen opgeheven, waardoor de meeste missies weer fysiek konden plaatsvinden. In de periode maart t/m december werden economische missies georganiseerd naar de Verenigde Arabische Emiraten, België, Polen, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Vietnam. Ook vond een digitale missie naar China plaats. De Tweede Kamer ontvangt de rapportage over deze missies in het eerste kwartaal van 2023.

Ondersteuning MKB en specifieke doelgroepen Het kabinet wil ondernemers ondersteuning bieden om internationaal succesvol te ondernemen, met extra aandacht voor het MKB, startups en scale-ups, en vrouwelijke ondernemers. Hiervoor wordt continu bezien of het bestaande handelsinstrumentarium voldoende inspeelt op wat nodig is, of dat er aanpassingen nodig zijn.

Op basis van het advies ‘Dienstbare dienstverlening’ wordt door het ministerie van EZK gewerkt aan verdere stroomlijning van dienstverlening aan ondernemers door samenwerking tussen verschillende publieke en private partners. Conform de afspraken uit de Kamerbrief «Gezamenlijke internationaal-economische samenwerking BZ en EZK» is BHOS betrokken bij dit proces.

De regeling Starters International Business is per 1 april 2022 vervangen door het MKB subsidieprogramma Support International Business (SIB). De nieuwe regeling bestaat uit subsidies voor missies, beursdeelname, marktentree, coaching, kennis en vaardigheden, en subsidies ten behoeve van het vinden van vervangende markten voor bedrijven die geraakt zijn door de oorlog in Oekraïne of sancties tegen Rusland en de daaruit volgende handelsbeperkingen.

RVO-cijfers KPI’s over 2022Gedurende de kabinetsperiode zal het kabinet aan de hand van specifiek meetbare doelen onderzoeken of het handelsinstrumentarium ondernemers voldoende op weg helpt, of dat er aanpassingen nodig zijn.

De beleidsdoelen waaraan het handelsbevorderende RVO-instrumentarium getoetst is (cijfers zijn over heel 2022), zijn de volgende:

Bereik onder de beoogde doelgroepen:

  • 1. Digitaal: 1.932.893

  • 2. Indirecte platforms (zoals Brexitloket): 216.736

  • 3. Dienstverlening: 43.414

  • 4. Klanttevredenheid: 8,0

  • 5. Kennisgroei: 58,3%

  • 6. Netwerkuitbreiding: 66,8% en

  • 7. Ervaren nuttige bijdrage van overheid aan exportgerichte vervolgstappen door ondernemers: 80,3%.

Vergroening internationaal instrumentarium Conform de BHOS-nota en de Vergroeningsbrief van 28 september 2022 (Kamerstuk 36180-23), zet het kabinet het BHOS-instrumentarium in om prioriteit te geven aan kansen op het gebied van vergroening. Daartoe is een aantal instrumenten van RVO (en Atradius) vergroend. Die instrumenten bieden nu meer prikkels en ruimte voor groene activiteiten van bedrijven. Handelsbevorderende activiteiten en dienstverlening richten zich op de prioriteiten van de BHOS-nota. Concreet zal het Nederlandse postennetwerk zich richten op het ontwikkelen van kansen op het terrein van verduurzaming en digitalisering. Het afgelopen jaar is gewerkt aan de implementatie van de COP26-verklaring over het in lijn brengen van internationale overheidssteun met de groene energietransitie. De Kamer is per brief geïnformeerd over het beleid dat per 1 januari 2023 is ingegaan en dat vooral gevolgen heeft voor de exportkredietverzekering (Kamerstuk 31793-209).

Publiek-private samenwerking Op 21 oktober 2022 heeft de Kamer, namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de minister van Economische Zaken, de beleidsreactie ontvangen op de IOB-evaluatie van de Publiek-Private Samenwerking (PPS) op het terrein van internationale innovatie- en handelsbevordering (Kamerstuk 28753, nr. 46). Mede op basis van de conclusies en aanbevelingen van deze IOB-evaluatie is het PPS-beleid herijkt. De ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat (EZK) gaan intensiever samenwerken met het oog op het aanbrengen van meer samenhang tussen nationale prioriteiten en internationale kansen en uitdagingen. De inzet op PPS wordt versterkt door een focus op de 25 prioriteitsmarkten en een versterkte regierol vanuit de overheid op de duurzaamheids- en digitaliseringstransitie en het lange termijn verdienvermogen.

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord OndernemenIn het coalitieakkoord is afgesproken dat Nederland in de EU de internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen wetgeving (IMVO) bevordert en nationale IMVO-wetgeving invoert die rekening houdt met een gelijk speelveld met de omringende landen en implementatie van mogelijke EU-regelgeving. Op 23 februari 2022 publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor een Europese richtlijn, de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Op 7 april 2022 deelde het kabinet een appreciatie van het voorstel in een BNC-fiche6 met de Tweede Kamer (Kamerstuk 22 112, nr. 3393). In de daarop volgende Raadsonderhandelingen heeft Nederland stevig ingezet op de aandachtspunten uit het BNC-fiche, in het bijzonder waar het conformiteit met de internationale IMVO-standaarden betrof (OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en UN Guiding Principles on Business and Human Rights). Met het vaststellen van de Raadspositie op 1 december 2022 is de EU een stap dichterbij IMVO-wetgeving op EU-niveau gekomen. Door IMVO-wetgeving op Europees niveau wordt de impact vergroot, versnippering voorkomen en een gelijk speelveld voor bedrijven gecreëerd. Het Europees Parlement is nu aan zet om een positie te bepalen, waarna de trilogen zullen starten.

Op nationaal niveau is er in november 2022 een initiatiefwetsvoorstel ingediend (Kamerstuk 35761). De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is in gesprek met de initiatiefnemers om mogelijkheden te verkennen om tot een gedragen wetsvoorstel te komen.

Wetgeving vormt het kernelement binnen de doordachte mix van maatregelen gericht op het bevorderen van IMVO. In 2022 is ook op de andere onderdelen van deze mix voortgang geboekt. Zo is het IMVO-steunpunt voor bedrijven van start gegaan en is een subsidieregeling opengesteld voor aanvragen van nieuwe initiatieven op het gebied van sectorale samenwerking ten behoeve van IMVO.

Focusgebieden ontwikkelingssamenwerking

Mondiale Gezondheid en Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) In 2022 investeerde het kabinet in toegang tot vaccins via COVAX, het vergroten van country readiness, het overeind houden van basisgezondheidszorg enhet versterken van gezondheidssystemen. Daarnaast is de samenwerking met de World Health Organization (WHO) geïntensifieerd. Met extra bijdragen aan de Global Finance Facility (GFF) van de Wereldbank, is ingezet op de versterking van primaire gezondheidssystemen en SRGR in 37 lage-inkomenslanden. 

De versterking van gezondheidssystemen is één van de drie prioriteiten binnen de Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie 2023-2030 die het kabinet in oktober 2022 presenteerde. Dit jaar zijn er extra middelen beschikbaar gesteld voor het Supplies Partnership van het UNFPA7. Als onderdeel van de innovatieportefeuille is tevens het Product Development Programme (PDP) onverkort voortgezet. Het Health Insurance Fund (HIF) bouwt aan ziektekostenverzekeringen voor lage-inkomensgroepen, opdat die in geval van ziekte de zorgkosten kunnen betalen. In 2022 is besloten om de samenwerking met het HIF te continueren en een nieuwe fase van 7 jaar te financieren.

Het negatieve effect van de COVID-19-pandemie op het terugdringen van tienerzwangerschappen, onveilige abortussen, moedersterfte en hiv/aids is zorgwerkend. Ook blijft de regressieve druk op SRGR en gendergelijkheid internationaal verder toenemen. Het kabinet zette zich daarom onverminderd in voor het bevorderen van keuzevrijheid en vergroten van toegang tot SRGR wereldwijd. Zo sloot NL zich aan bij het ‘Team Europe Initiative (TEI) on Sexual and Reproductive Health and Rights’ om de SRGR-agenda in sub-Sahara Afrika te bevorderen. Minister Schreinemacher werd ‘SheDecides Champion’ en pleitte voor het recht op toegang tot veilige abortus.

Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjesOp 13 mei 2022 is de Kamer (Kamerstuk 34952-162) geïnformeerd dat Nederland een feministisch buitenlandbeleid (FBB) gaat voeren. Op 8 november 2022 werd het beleid gepresenteerd8. Met het FBB wordt gestreefd naar een gelijkwaardige positie van mannen, vrouwen en non-binaire personen wereldwijd, met aandacht voor de positie van lhbti+ personen. Nederland richt zich daarbij op vier ‘R-en’: rechten (het beschermen van vrouwenrechten), resources (fondsen moeten ook vrouwen ten goede komen), representation (vrouwen moeten actief betrokken worden bij beleidsvorming en -uitvoering) en reality check (zijn er geen onverhoopte negatieve gevolgen voor vrouwen?).

Binnen onder meer het SDG5-fonds (ruim 500 miljoen USD tussen 2021-2025) zijn maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten en gendergelijkheid ondersteund. Genderdiplomatie is daarnaast ingezet voor de bevordering van vrouwenrechten en gendergelijkheid in verdragen, resoluties en afspraken. Zo was Nederland samen met Frankrijk aanjager van een resolutie over het tegengaan van geweld tegen vrouwen, die in de Derde Commissie van de VN werd aangenomen. Ook werd eind 2022 de eerste voortgangsrapportage inzake de implementatie van het Nationaal Actieplan 1325-IV aan de Kamer gestuurd.

Daarnaast heeft het programma Affirmative Finance Action for Women in Africa (AFAWA) USD 256 miljoen aan garanties verschaft aan 26 financiële instituten waarvan USD 76 miljoen is gebruikt om 3.831 vrouwelijk ondernemers leningen te verschaffen.

Versterking maatschappelijk middenveldHet kabinet heeft zich in 2022 ingespannen om de positie van lokale maatschappelijke organisaties te verbeteren via 42 partnerschappen, het Civic Space Fund en VOICE, onder het beleidskader ‘Versterking Maatschappelijk Middenveld’. Ook heeft Nederland zich bilateraal en in EU-, VN-, en OESO/DAC-verband ingespannen voor meer ruimte voor het maatschappelijk middenveld, onder meer door aan te dringen op de implementatie van de OESO/DAC aanbeveling ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld. De door Nederland ondersteunde organisaties CIVICUS en International Centre for Not-for-Profit Law (ICNL) zetten zich internationaal in voor het beschermen en bevorderen van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld.

Investeren in onderwijs, werk en jongerenNederland werkte in 2022 middels de jongerenstrategie ‘Youth at Heart’ onverminderd aan een beter perspectief voor jongeren. Zo droeg Nederland via Generation Unlimited bij aan betere digitale vaardigheden van jongeren in Niger en via het Nexus Skills and Jobs programma aan beter onderwijs voor groene banen in Senegal. Nederland werkte in 2022 samen met de internationale jongerenadviescommissie (YAC) en diverse ambassades in Afrika en het Midden-Oosten hebben een eigen jongerenadviescommissie in het leven geroepen. De EU publiceerde daarnaast in oktober het ‘Jongerenactieplan in het externe optreden van de EU 2022 ‒ 2027’. Deze gezamenlijke mededeling van de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger is deels op aangeven van Nederland opgesteld. Ook wordt een speciaal VN-Jongerenkantoor opgericht.

In 2022 steunde het Challenge Fund for Youth Employment (CFYE) met technische assistentie en cofinanciering 71 oplossingen voor jeugdwerkgelegenheid met de private sector in 11 landen in Afrika en het Midden-Oosten. Hiermee krijgen 183.397 jongeren (53% vrouw) de komende drie jaar werk. Net als bij het Local Employment in Africa for Development programma werd ingezet op baankansen voor jongeren in digitalisering en de groene economie. Ook Orange Corners (OC) en het Orange Corners Innovation Fund (OCIF) hebben lokale bedrijven succesvol ondersteund. Zo heeft 60 procent van de ondernemers aan het OC-programma in Bagdad, Irak na afloop meer betaalde werknemers in dienst gekregen. Ook met de Nederlandse bijdrage aan het Youth Entrepreneurship and Innovation Multi-Donor Trust Fund van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank steunde Nederland jonge ondernemers en het lokale ondernemingsklimaat.

Opvang en bescherming in de regioIn 2022 is het aantal gedwongen ontheemden wereldwijd gestegen tot meer dan 100 miljoen. De Nederlandse inspanningen om vluchtelingen perspectief te bieden op een menswaardig bestaan in hun regio van herkomst zijn in 2022 geïntensiveerd. Hiermee is gepoogd migratie naar Europa te beperken en destabilisatie van opvanglanden te voorkomen. Succesvolle programma’s zijn opgeschaald in de Hoorn van Afrika en de Syrië regio gericht op het bevorderen van sociaaleconomische inclusie van vluchtelingen en het ondersteunen van kwetsbare gastgemeenschappen. Met het Prospectspartnerschap met UNHCR, International Labour Organization (ILO), UNICEF, International Finance Cooperation (IFC) en de Wereldbank heeft Nederland wederom goede resultaten behaald.

Ook heeft Nederland in 2022 bijgedragen aan programma’s van UNHCR en UNICEF voor de opvang van Afghaanse vluchtelingen en gastgemeenschappen in Pakistan. Nederland heeft daarnaast bijgedragen aan een lening voor Moldavië voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Via het partnerschap met Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is tevens ondersteuning verleend aan lokale overheden in Oeganda en Irak om hun capaciteit voor het opvangen van vluchtelingen te vergroten.

MigratiesamenwerkingIn 2022 is ingezet op het verbeteren van migratiesamenwerking met voor Nederland belangrijke herkomst- en transitlanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten (MENA) en de Sahel. Er is voortvarend gestart met het vormgeven van bilaterale migratiepartnerschappen, waarmee wordt gepoogd irreguliere migratie te beperken, terugkeer bij onrechtmatig verblijf te bevorderen en migranten te beschermen. Partnerschappen zullen over de volle breedte van de bilaterale relatie worden aangevlogen en het gehele BHOS-instrumentarium kan hier voor worden ingezet. 

De samenwerking van Nederland met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in de MENA-regio en de Sahel heeft zich middels het COMPASS-partnerschap verder verdiept. Het partnerschap richt zich onder meer op het beschermen van migranten, het tegengaan van mensenhandel- en smokkel, het vergroten van bewustzijn over de risico’s van irreguliere migratie en het ondersteunen van vrijwillige terugkeer en herintegratie in landen van herkomst. De tussentijdse evaluatie van het COMPASS-partnerschap die in 2022 werd afgerond, is overwegend positief, maar concludeert ook dat Nederland en de IOM dit partnerschap nog strategischer zouden kunnen inzetten voor het behalen van gezamenlijke beleidsdoelstellingen.

Nederland heeft ook ingezet op de versterking van internationale samenwerking op mensenhandel en -smokkel langs de voor Nederland belangrijke migratieroutes. Zo heeft Nederland actief bijgedragen aan verschillende regionale dialogen, waaronder het Rabatproces, het Khartoumproces, en de Niamey Declaration.

Binnen EU-kader heeft Nederland erop toegezien dat conform de afspraak 10% van het gehele budget van het Neighbourhood, Development and International Cooperation Instrument (NDICI) geïnvesteerd is in projecten gerelateerd aan migratie en ontheemding. Nederland heeft ook op ministerieel niveau een actieve rol gespeeld bij de lancering van de TEI’s voor de West- en Centraal-Mediterrane migratieroutes.

Noodhulp en humanitaire diplomatie: crisisrespons en bescherming van burgersIn 2022 verhoogde Nederland zijn financiële inspanningen op het gebied van noodhulp. Naast hulp aan Oekraïne en extra bijdragen aan het World Food Programme (WFP) en het Central Emergency Response Fund (CERF), droeg Nederland bij aan het Black Sea Grain Initiative. Daarnaast is Nederland nieuwe subsidierelaties voor vijf jaar aangegaan met zowel de Dutch Relief Alliance (DRA) als het Nederlandse Rode kruis (NRK). Ook zijn langjarige contracten met VN-organisaties vernieuwd. Nederland is van medio 2022 tot medio 2023 voorzitter van de OCHA Donor Support Group (ODSG). Vanuit die rol coördineerde Nederland in 2022 de inbreng van donoren voor een nieuw strategisch plan voor OCHA. Nederland stelde tevens consequent de inzet van honger als oorlogswapen aan de kaak.

Middels het uitzenden van experts heeft Nederland in verschillende crises gecoördineerde geestelijke gezondheidszorg en psychosociale steun (MHPSS) geboden, onder meer aan vluchtelingen uit Oekraïne in omliggende landen. Daarnaast kunnen humanitaire organisaties met behulp van een mede door Nederland gefinancierd ‘Minimaal Dienstenpakket’ kwalitatieve en toegepaste psychosociale zorg in hun programma’s opnemen (MHPSS Minimum Service Package)9

Lokalisering is expliciet opgenomen als beleidsprioriteit in het nieuwe Subsidiebeleidskader voor Humanitaire Hulp 2022-2026. Via VN-noodhulpfondsen op landenniveau, de Country Based Pooled Funds (CBPF), financiert Nederland direct het werk van lokale organisaties. In 2022 ging 26,3% van het totale budget van deze fondsen naar lokale organisaties.

Veiligheid en RechtsordeNederland is internationaal een trekker gebleven van het beter gebruik van data, bewijsvoering en innovatie voor een mensgerichte toegang tot recht, in het kader van SDG 16 ‘Peace, Justice and Strong Institutions’. In mei 2022, tijdens het World Justice Forum in Den Haag, hebben meer dan dertig landen en partnerorganisaties besloten om deze mensgerichte toegang tot recht op landenniveau verder te operationaliseren via de Justice Action Coalition (JAC).

Nederland was tevens lid van de VN-Commissie voor Vredesopbouw en organiseerde de vierde strategische dialoog van het VN-fonds voor Vredesopbouw. Belangrijke thema’s zoals lokale vredesopbouw en de integratie van MHPSS binnen vredesopbouw stonden op de agenda. Ook werd met Nederlandse financiering bijna 14 km2 (13.944.900 m2) aan land vrijgegeven na screening en ruiming van landmijnen en explosieve oorlogsresten. Dit heeft de lokale veiligheid in landen als Irak, Libië, Zuid-Soedan, Jemen, Afghanistan, Oekraïne en Libanon concreet verbeterd.

Internationale klimaatactie & klimaatdiplomatieIn 2022 is de eerste internationale klimaatstrategie voor Nederland opgesteld, waarin de klimaatambitie is verhoogd om de doelen van de Overeenkomst van Parijs te bereiken. Ook zijn de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad tot een akkoord gekomen over ontbossingvrije producten. Mede in de rol van voorzitter van het Amsterdam Declarations Partnership (ADP), een coalitie van Europese landen voor duurzame en ontbossingsvrije waardenketens van agrogrondstoffen, heeft Nederland zich sterk gemaakt voor de ontwikkeling van flankerend beleid en bijhorende maatregelen voor samenwerking met producerende- en grote consumerende landen. Voor meer klimaatactie en ambitie in ontwikkelingslanden is het van belang dat wereldwijd wordt bijgedragen aan de collectief toegezegde USD 100 miljard klimaat-financiering per jaar. Om de druk op andere landen te verhogen, werkte Nederland samen met de Champions Group on Adaptation Finance en verhoogde de bijdrage aan multilaterale klimaat-fondsen zoals het Least Developed Countries Fund (LDCF) en de Global Environment Facility (GEF).

In lijn met het nieuwe feministisch buitenlandbeleid is ook gelet op gendergelijkheid binnen klimaatactie. In een (onafhankelijke) evaluatie van de naleving van het genderbeleid bleek dat alle 18 door GEF gefinancierde organisaties voldoen aan de gestelde normen. Verder heeft het ministerie een actieve bijdrage geleverd aan gendergelijkheid en de rol van vrouwen en meisjes in klimaatactie. Zo ook tijdens de 66e sessie van de Commission on the Status of Women (CSW66) begin 2022 in New York en tijdens de klimaattop (COP27) in Sharm-el-Sheikh in november.

Klimaatprogramma'sNederland heeft in 2022 bijgedragen aan klimaatmitigatie en -adaptatie, mede middels het steunen van grote klimaatfondsen zoals het Green Climate Fund (GCF). Nederland heeft daarbij de doelstelling op toegang tot hernieuwbare energie in OS-landen verhoogd van 50 miljoen naar 100 miljoen bereikte mensen tussen 2015 en 2030. Om dit te halen is de Nederlandse bijdrage aan de meest effectieve programma’s opgeschaald, waaronder het Access to Energy Fund van de Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO), het Energising Development Partnership en de hernieuwbare energiesamenwerking met de Wereldbankgroep. In 2022 kregen 3,4 miljoen mensen toegang tot hernieuwbare energie dankzij Nederlandse financiering. Nederland besteedde meer dan de helft van de klimaatfinanciering aan klimaatadaptatie. Vanuit deze voortrekkersrol op adaptatiefinanciering spoorde Nederland samen met de Champions Group on Adaptation Finance andere landen aan ook meer steun te verlenen aan ontwikkelingslanden om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering.

De inzet op het tegengaan van ontbossing werd onder meer verhoogd met de ondersteuning van het Amazone-initiatief van de Inter-American Development Bank (IDB) en een nieuwe committering aan het Central African Forest Initiative (CAFI), een multi-donorfonds voor bosbescherming in het Congobekken. Dit is een eerste stap naar de in de BHOS-nota aangekondigde verdubbeling van de inzet op het tegengaan van ontbossing per 2025.

In het kader van de Nederlandse klimaatdiplomatie is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gestart met de Climate and Energy Response Facility (CERF), waarbij specifiek prioriteit wordt gegeven aan de vergroeningstransitie in combilanden. Zo wordt de private sector met innovatieve financieringsinstrumenten als het Dutch Fund for Climate and Development (DFCD) gemobiliseerd voor klimaatrelevante investeringen in ontwikkelingslanden. Ook stimuleert Nederland multilaterale banken om klimaatfinanciering in ontwikkelingslanden op te schalen, met specifieke aandacht voor klimaatadaptatie en mobilisatie van private financiering. In samenwerking met het World Resources Institute (WRI), Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Commissie voor de milieueffectrapportage (MER) wordt tevens verdere kennis van de relatie tussen klimaatverandering, ontwikkelingssamenwerking en armoede opgebouwd.

Voor de versterking van biodiversiteit is ingezet op de verbinding met andere doelen als klimaat, water en voedselzekerheid. Ook is de Nederlandse bijdrage aan de GEF met 50% verhoogd. Verder droeg Nederland bij aan een nieuw internationaal raamwerk voor biodiversiteit. Om een milieuramp te voorkomen, ondersteunde Nederland de VN actief bij het opzetten van een reddingsoperatie van de olieopslagtanker FSO Safer voor de kust van Jemen. Nederland doneerde in totaal USD 15 miljoen aan UNDP waarmee de eerste fase van de operatie gestart kan worden.

Voedselzekerheid en landbouwIn 2022 werden 23,3 miljoen mensen (vooral vrouwen en kinderen) bereikt met activiteiten ter verbetering van hun voedingssituatie en werden 10,6 miljoen kleinschalige boeren (0,7 miljoen hectare landbouwgrond) ondersteund om hun productie duurzaam te verbeteren. Met dit jaarlijkse bereik en toegekend extra budget is de bijdrage die het kabinet in 2030 wil leveren aan SDG 2 ‘Zero Hunger’ haalbaar. In 2022 kregen boeren via One Acre Fund en Aceli toegang tot krediet om kwalitatief goed zaaigoed en kunstmest aan te schaffen of om de onderneming uit te breiden, hetgeen bijdraagt aan betere oogsten en grotere inkomenszekerheid. One Acre Fund bereikte in 2022 1,6 miljoen boeren.

Door hoge voedsel- en kunstmestprijzen vergt het realiseren van SDG 2 (in 2030) de komende jaren extra investeringen. Het kabinet heeft het budget van het voedselzekerheidsprogramma de komende jaren daarom stapsgewijs verhoogd, van jaarlijks circa EUR 330 miljoen op dit moment, tot jaarlijks circa 435 miljoen in 2025.

Waterbeheer, drinkwater en sanitaire voorzieningenIn 2022 kregen 3,8 miljoen mensen duurzame toegang tot veilig drinkwater en 5,9 miljoen mensen tot verbeterde sanitaire voorzieningen. Tevens profiteerden 1,9 miljoen mensen het afgelopen jaar van verbeterd waterbeheer. Duurzaamheid, inclusief beleid, klimaatbestendigheid, systeemverbetering en innovatieve financiering waren belangrijke accenten in de ondersteunde programma’s.

Het aantal mensen dat heeft geprofiteerd van geïntegreerd waterbeheer was met 1,9 miljoen mensen lager dan het streefcijfer van 3 miljoen. Dit is het gevolg van de definities voor de doelstelling geïntegreerd waterbeheer. Deze zijn internationaal nog in ontwikkeling, in tegenstelling tot de definities en indicatoren voor verbeterde drinkwater- en sanitatievoorzieningen.

VN 2023 WaterconferentieSamen met co-host Tajikistan is Nederland in 2022 begonnen met de organisatie van de VN 2023 Waterconferentie. De nadruk ligt op inclusiviteit, een cross-sectorale benadering en actiegerichtheid. Vrijwillige bijdragen van de publieke en private sector aan het behalen van de watergerelateerde SDG’s zijn al samengebracht in een ‘Water Action Agenda’. Tevens heeft Nederland een ‘Global Commission on the Economics of Water’ geïnitieerd. Deze commissie zal pleiten voor het economisch waarderen van water, een beter beheer van en meer gelijke toegang tot water. De VN 2023 Waterconferentie vindt van 22 tot 24 maart plaats in New York.

Circulaire economie en duurzaam gebruik van grondstoffenMet de nationale grondstoffenstrategie vergroot het kabinet de inzet op leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, die nodig zijn voor de hernieuwbare energietransitie. Daarnaast biedt deze transitie Nederland en de EU de kans en verantwoordelijkheid om kwetsbaarheden in grondstoffenketens aan te pakken en de negatieve impact van winning en verwerking van kritieke grondstoffen op mens en milieu te verkleinen. Hiertoe droeg Nederland in 2022 al bij aan verantwoorde productie van grondstoffen in ontwikkelingslanden, onder meer via multi-stakeholderpartnerschappen. Daarnaast heeft Nederland bijgedragen aan het versnellen van de circulaire transitie door circulariteit te integreren in verschillende beleidsgebieden, waaronder grondstoffen, private sectorontwikkeling en handelsbevordering.

In 2022 financierde Nederland onder meer haalbaarheidsstudies, onderzoeksprojecten en de opzet van circulaire hubs. Het faciliteren van een eerlijke en inclusieve circulaire transitie stond centraal, evenals de inzet en het gebruik van Nederlandse expertise.

Investeren in de focusregio'sConflict en de gevolgen daarvan voor vredesopbouw, humanitaire hulp en ontwikkeling maakten in 2022 de inzet in de Hoorn van Afrika complex. De diplomatieke inzet van Nederland in Ethiopië was, in nauwe samenspraak met EU-partners, gericht op conflictresolutie in Noord-Ethiopië en humanitaire toegang. De regio werd tevens geteisterd door extreme klimaatomstandigheden, zoals ernstige droogte in Somalië, Kenia en Ethiopië en overstromingen in Zuid-Soedan.

Ook de toenemende instabiliteit in de Sahel onderstreepte het belang van Nederlandse inzet. Via internationale fora zoals de Sahel Coalitie, Alliance Sahel en de EU blijft Nederland zich dan ook inspannen voor vrede en veiligheid, het bestrijden van armoede, migratie en het verbeteren van de kwaliteit van bestuur. Het kabinet besloot daarbij om geen directe financiering te geven aan overheden van landen met militaire transitieregeringen.

Nederland en EU ontwikkelingsamenwerkingNederland is binnen de EU actief in verschillende TEI’s, waaronder in het TEI ‘Investing in Young Businesses in Africa’. Dit initiatief is gericht op Europese samenwerking op het bereiken en ondersteunen van startende bedrijven in Afrika, bijvoorbeeld middels financiering en een verbeterd ondernemingsklimaat. Nederland is daarbij covoorzitter van de werkgroep ‘pijplijnontwikkeling’, dat in 2023 een rapport over de grootste uitdagingen voor het creëren van een pijplijn van startende en jonge ondernemingen zal publiceren.

In 2022 is op initiatief van Nederland, Duitsland en de Europese Commissie een TEI ‘Global Sustainable Supply Chains’ in het leven geroepen. Dit TEI richt zich op meer Europese samenwerking om eventuele negatieve gevolgen van de EU Corporate Sustainability Due Dilligence Directive (CSDDD, en nationale wetgeving) weg te nemen, zowel voor het Europese bedrijfsleven (‘IMVO smart mix’) als voor productie- en OS-landen. Daarnaast is Nederland het TEI ‘African Continental Free Trade Area (AfCFTA)’ gaan steunen. De AfCFTA is het Pan-Afrikaanse programma voor economische integratie van het continent, enigszins naar model van de EU.

Nederland is ook actief geweest binnen de handelsfacilitatieprogramma’s, met concrete maatregelen voor de aanpak van handelsbarrières binnen Afrika. TradeMark Africa (TMA) droeg bij aan negentien beleidshervormingen op het gebied van handel in Oost-Afrika. Naast de algemene inzet op het efficiënter maken van handelscorridors, heeft TMA 2749 small scale cross border traders direct ondersteund met training, mentorschap en markttoegang. Binnen het Trade Facilitation West Africa programma (TFWA) is het afgelopen jaar veel vertraging ingelopen met betrekking tot training en voorlichting van kleinschalige handelaren rondom grensposten.

Binnen de ambitie van EU samenwerking past ook het strategisch benutten van de mogelijkheden voor delegated cooperation (DC). Op grond van een geslaagde pilot is besloten om DC in te zetten in de OS-landen en prioritaire thema’s uit de BHOS-nota, 'Doen waar Nederland goed in is'. Daarbij lijkt het opschalen van lopende (bilaterale) programma’s of het uitvoeren van projectactiviteiten binnen EU-samenwerking het meest kansrijk. Inmiddels lopen er zes projecten onder DC en worden verschillende opties voor toekomstige DC-projecten onderzocht.

Nederlandse oplossingen voor wereldwijde uitdagingen

Digitale- en duurzaamheidstransitie in economische samenwerkingDe inzet op de digitale transitie is in 2022 geïntensiveerd. Nederland speelt in op de kansen en risico's van digitalisering binnen alle ontwikkelingsthema's. Op het terrein van private sectorontwikkeling is een werkagenda opgesteld om middels digitalisering meer impact te behalen op het versterken van het midden- en kleinbedrijf en het versnellen van duurzame economische ontwikkeling in partnerlanden. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de ontwikkeling van digitale diensten centraal te stellen in de gecombineerde aanpak voor handel en ontwikkelingssamenwerking op landenniveau, door te investeren in digitaal ondernemerschap en digitale handel in partnerlanden (via bijvoorbeeld het International Trade Centre Netherlands Trust Fund (ITC-NTF)) en door digitale kansen en risico's te agenderen in regionale en multilaterale beleidsdialogen (bijvoorbeeld op e-commerce via UNCTAD).

Mobiliseren van de private sector voor de SDG'sNederland werkte in 2022 aan het mobiliseren van private financiering, zowel voor specifieke beleidsprioriteiten als voor de brede SDG- en klimaatagenda. Voor het realiseren van de SDG- en klimaatdoelen schiet financiering op dit moment tekort. Nederland zette in op publieke middelen als hefboom voor het aantrekken en opschalen van private investeringen. Via diverse initiatieven werd een impuls gegeven aan projectontwikkeling. Zo heeft Small Business Innovation Research (SBIR) in Developing Markets acht projecten ondersteund voor de ontwikkeling en het testen van circulaire innovaties in snelgroeiende steden in Afrika. Alle projecten van SBIR in Developing Markets betreffen een samenwerking tussen een Nederlands bedrijf met een lokaal bedrijf.

In 2022 is het ILX-fonds succesvol van start gegaan. Pensioenfondsen ABP, Pensioenfonds Bouw en Pensioenfonds Vervoer hebben dit innovatieve fonds voor circa USD 1 miljard gefinancierd en gaan zo mee-investeren met de multilaterale ontwikkelingsbanken en FMO in projecten voor de SDG- en klimaatdoelen in ontwikkelingslanden. NL heeft ILX in de opstartfase gefinancierd.

Nederland heeft verder gewerkt aan private mobilisatie voor duurzame en inclusieve publieke voorzieningen. In 2022 word aan het multi-donorinitiatief Private Infrastructure Development Group (PIDG) een extra bijdrage van EUR 17 miljoen verstrekt om de gevolgen van COVID-19 op te vangen. Daarnaast is in 2022 besloten om de samenwerking met PIDG te continueren. PIDG heeft een sterk track record rondom het mobiliseren van privaat kapitaal voor duurzame infrastructuurprojecten, zowel van internationale als lokale (institutionele) investeerders.

Verduurzaming waardeketensMiddels financiering van o.a. The Sustainable Trade Initiative (IDH), Solidaridad en de Power of Voices-partnerschappen heeft Nederland geholpen bij het verduurzamen en inclusiever maken van waardeketens. Internationaal en binnen de EU is ingezet op meer aandacht voor leefbaar loon en inkomen. Met Nederlandse steun lanceerden Fair Wear Foundation en Solidaridad een campagne gericht op de realisatie van een leefbaar loon in de kledingindustrie, als onderdeel van een nieuw Europees Burgerinitiatief. Ook hebben verschillende pilotlanden na inzet van Nederland en ILO in 2022 hun minimumlonen herzien en/of hun arbeidswetgeving bijgewerkt, waardoor miljoenen werknemers een hoger inkomen krijgen en zicht krijgen op fatsoenlijk werk en een leefbaar loon. In de cacaosector hebben Nederland, België, Duitsland en Zwitserland, en sinds 2022 ook Frankrijk, nationale multi-stakeholderinitiatieven opgezet, waarbij zowel nationale als internationale belanghebbenden worden betrokken met als doel een leefbaar inkomen. Samenwerking tussen deze initiatieven is vastgelegd in een Memorandum of Understanding.

In 2022 heeft het kabinet het herziene Nationale Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten (NAP) gepresenteerd. Een actieve agenda op het gebied van de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights maakt Nederland geloofwaardig als het andere landen en bedrijven aanspreekt op hun verantwoordelijkheid. Het nieuwe IMVO-beleid van Nederland is een integraal onderdeel van het nieuwe NAP.

2

Prof. Frank N. Pieke en dr. Nanna de Graaff, ‘Chinese invloed en netwerken binnen bedrijven en zakelijke elites in Nederland’, Leiden Asia Centre, mei 2022.

3

Joris Teer, ‘Positon paper ‘Chips, kritieke grondstoffen en Nederlands-Europese economische veiligheid, HCSS, 24 november 2022

4

Producten voor tweeërlei gebruik zijn goederen en technologie voor civiel, maar ook voor militair gebruik, met inbegrip van producten die mogelijk zouden kunnen bijdragen aan de vervaardiging van nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen.

5

Zie ook Jaarverslag Buitenlandse Zaken 2022, sancties.

6

In een BNC-fiche (de afkorting staat voor Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen) geeft de regering een eerste oordeel over een Commissievoorstel.

Licence