Base description which applies to whole site

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

Inhoudsopgave blz.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN 2

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten) 2

B. BEGROTINGSTOELICHTING 3

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingen die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk jaar afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begroting van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2006 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2006. Een toelichting op de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2006.

Met de vaststelling van deze wetsartikelen wordt de in de begrotingsstaat opgenomen begroting van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor het jaar 2006 vastgesteld. De in die begroting opgenomen productartikelen worden in onderdeel van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. Begrotingstoelichting).

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Inhoudsopgave blz.

1.Leeswijzer4
2.Infrastructuuragenda7
3.Afkortingenlijst20
4.Productartikelen23
5.Verdiepingshoofdstuk105
6.Conversietabel127
7.Bijlage: Overzichtconstructie Nota Ruimte: Noordvleugel136

1. LEESWIJZER

Inleiding

Naast de beleidsbegroting van VenW, hoofdstuk XII van de rijksbegroting, kent VenW ook een Infrastructuurfonds. Met een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur.

Zo mag het fonds jaarlijkse saldi («meer of minder uitgegeven in enig jaar») overhevelen – in tegenstelling tot de begroting van VenW: XII – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet meteen leiden tot budgettaire knelpunten.

Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting van VenW (artikel 39.01) en verder uit bijdragen vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Deze bijdragen worden ondermeer ontvangen voor de investeringsimpuls in het kader van het regeerakkoord 1998, de Betuweroute, de HSL-Zuid, het Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR) en, nieuw in deze begroting 2006, prijsbeleid en Zuidas. Tenslotte worden voor een aantal projecten de uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

De onderliggende begroting van het Infrastructuurfonds kent overigens een andere indeling dan in voorgaande jaren. Dit heeft alles van doen met de keuze van VenW voor een nieuwe indeling van haar beleidsbegroting (XII), waar sprake is van nieuwe beleidsartikelen die meer dan voorheen gericht zijn op maatschappelijke doelen en relevantie. Hierop wordt uitgebreid ingegaan in de leeswijzer bij de begroting van VenW (XII).

De nieuwe indeling van de productbegroting van het Infrastructuurfonds is hier op aangesloten. Zo is het eerdere onderscheid tussen «nat/droog» losgelaten en vervangen door de investeringssectoren zoals die ook in de Nota Mobiliteit worden gehanteerd.

Hiermee is de aansluiting tussen begroting en Nota Mobiliteit gemakkelijker te leggen (zie schema). kst-30300-A-2-1.gif

Tenslotte geldt ook hier dat de nieuwe vormvoorschriften naar aanleiding van de evaluatie VBTB ertoe hebben geleid dat de begrotingsartikelen compacter en beter leesbaar zijn geworden. Dit heeft echter nadrukkelijk niet geleid tot een verlies aan informatie.

Bij de begroting 2007 zal getracht worden het (rijksbrede) format zoals dat bij de beleidsbegroting (XII) is gehanteerd, waar mogelijk ook te gebruiken bij het Infrastructuurfonds. Door de andere opzet van het fonds was dat voor dit begrotingsjaar nog niet mogelijk.

Leeswijzer

In de Infrastructuuragenda zijn de uitvoeringsprioriteiten beschreven. Hierbij is zo veel mogelijk de samenhang met de beleidsdoelstellingen in de begroting van VenW aangegeven (XII).

Vervolgens worden de productartikelen behandeld.

Het bekende onderscheid hierbij naar (aparte artikelonderdelen voor) onder andere Aanleg en Beheer en onderhoud blijft. Nieuw is dat de tabel «Budgettaire gevolgen» nu een slag dieper gaat dan in voorgaande begrotingen, namelijk tot op het niveau van producten.

Hierdoor wordt bijvoorbeeld niet alleen de categorie beheer en onderhoud nu verder opgedeeld naar de hierbij onderkende soorten van onderhoud, maar zijn ook de planstudieprojecten opgeknipt naar het moment van tracébesluit (voor en ná) en apart zichtbaar gemaakt. In een aantal gevallen, bijvoorbeeld bij beheer en onderhoud, is er sprake van een onderscheid naar basispakketten en servicepakketten. Met basispakket wordt grofweg bedoeld: «houden wat we hebben» en «goed rentmeesterschap». Het gaat over een activiteitenpakket dat een neerslag is van het beleid van de afgelopen decennia. Een en ander is doorvertaald in wetgeving, normen en criteria die VenW hanteert bij het bijhouden van haar areaal en het beheer daarvan. Bij servicepakketten moet gedacht worden aan de activiteiten die een bijdrage leveren aan de realisatie van nieuw beleid, bijvoorbeeld de ombouw van kruispunten tot rotondes of realisatie van vistrappen en/of ecoducten.

Tenslotte is er voor gekozen om, daar waar relevant, aparte artikelonderdelen op te nemen voor «Geïntegreerde contractvormen/PPS».

Onder de verschillende artikelen zijn tevens de bijbehorende projectoverzichten opgenomen. In eerdere jaren werden deze nog geheel als bijlage opgenomen. Het MIT/Projectenboek bevat vervolgens gedetailleerde toelichtingen bij de projecten. Dit Projectenboek wordt beschouwd als een «bijstuk» bij de begroting van het Infrastructuurfonds.

De begroting kent verder een verdiepingshoofdstuk, waarin de overzichten over de opbouw van beschikbare bedragen zijn opgenomen alsmede een conversietabel van de «oude» begrotingsindeling 2005–2010 naar de nieuwe begrotingsindeling 2006, waaruit direct te herleiden is waar budgetten vandaag komen waar zij naar toe zijn gegaan.1 De tabel is voorzien van een kwalitatieve toelichting. Afgesloten wordt met een overzichtsconstructie met betrekking tot de Noordvleugel.

Baten-lastendienst RWS & introductie producten met integrale kosten

Tot en met de begroting 2005 werd bij de artikelen in het Infrastructuurfonds waarbij RWS optreedt als uitvoeringsorganisatie, een onderscheid gemaakt tussen uitgaven die nodig zijn om het product te maken (productuitgaven) en alle direct aan een product toe te rekenen uitgaven van RWS om haar kerntaken uit te voeren, de productie voor te bereiden, aan te sturen en te controleren (directe uitvoeringsuitgaven).

Daarnaast werden de niet direct aan een product toe te rekenen uitgaven van RWS verantwoord op de begroting VenW (voorheen artikel 22.02: de apparaatuitgaven van de algemene uitvoeringsuitgaven), bijvoorbeeld het management, RWS brede staven en activiteiten alsmede bijvoorbeeld de huur van panden in het kader van de stelselherziening Rijkshuisvesting.

Zoals uitgebreid in de Leeswijzer bij de begroting VenW (XII) is aangegeven wordt RWS met ingang van 1 januari 2006 een baten-lastendienst en zal binnen VenW sprake zijn van de introductie van producten, en het daarbij werken met integrale kosten.

Het onderscheid tussen productuitgaven en (directe en indirecte) uitvoeringsuitgaven is daarmee niet langer relevant. De projecten zullen tegen voorcalculatorische integrale kostprijzen worden opgenomen (= integrale kosten per project).

Een deel van deze projectkosten wordt als programmageld verantwoord op het Infrastructuurfonds; een ander deel wordt voorcalculatorisch geraamd en verantwoord en in de vorm van een bijdrage aan de baten-lastendienst overgeboekt naar de begroting van de baten-lastendienst RWS.

Mutaties in de projectsfeer worden in deze begroting toegelicht als deze financieel groter zijn dan 10% van het projectbudget of in absolute zin meer bedragen dan € 10 mln. of meer dan een jaar afwijken van de eerder afgesproken oplevering.

2. INFRASTRUCTUURAGENDA

1. Inleiding

Infrastructuur is één van de middelen die Verkeer en Waterstaat kan inzetten om de beleidsdoelstellingen te realiseren. Verkeer en Waterstaat financiert in dat kader niet alleen rijksinfrastructuur, maar geeft ook financiële bijdragen aan grote regionale/lokale infrastructuurprojecten.

De infrastructuuragenda 2006 bevat een korte en bondige weergave van de uitvoeringsprioriteiten van het ministerie van Verkeer en Waterstaat op het gebied van infrastructuur. Het is een invulling met fysieke producten die voortvloeien uit de prioriteiten in de beleidsagenda. Met de agenda wordt allereerst inzicht geboden in de wijze waarop Verkeer en Waterstaat inhoudelijk op programmaniveau met infrastructuur wil omgaan. Het gaat hierbij om de algemene kaders op basis waarvan het programma concreet met infrastructuurprojecten wordt vormgegeven. Daarnaast wordt in deze agenda op projectniveau aandacht besteed aan te realiseren mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Het accent ligt op het uitvoeringsjaar 2006. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2006 worden opgeleverd en bij welke projecten in 2006 een begin wordt gemaakt met de uitvoering. Voor een nadere toelichting op deze en alle overige infrastructuurprojecten, wordt verwezen naar het MIT (Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport)/SNIP (Spelregels Natte Infrastructuur Projecten) Projectenboek 2006.

Bij het opstellen van de infrastructuuragenda is ernaar gestreefd zoveel mogelijk overlap te voorkomen met:

• de beleidsagenda (waarin de beleidsprioriteiten van Verkeer en Waterstaat staan beschreven);

• de toelichting op de productartikelen bij de begroting op het Infrastructuurfonds (waarin gedetailleerde informatie op projectniveau is opgenomen en waarin alle relevante wijzigingen in de projecten worden weergegeven);

• de toelichting op de beleidsartikelen bij de begroting hoofdstuk XII;

• de toelichting in het MIT/SNIP projectenboek 2006.

2. Algemene kaders

2.1. Infrastructuur als instrument

Bij de rijksinfrastructuur wordt een onderscheid gemaakt tussen transportinfrastructuur (hoofdwegennet, spoorwegen en hoofdvaarwegennet) en hoofdwatersystemen. Dit sluit aan op de nieuwe indeling van het Infrastructuurfonds, waarbij ervoor gekozen is om de in de Nota Mobiliteit benoemde sectoren afzonderlijk zichtbaar te maken. Bij transportinfrastructuur wordt ernaar gestreefd om de bereikbaarheid te verbeteren binnen (wettelijke) kaders van verkeersveiligheid en kwaliteit van de leefomgeving. Voor hoofdwatersystemen (waterbeheren- en waterkerenprojecten) staat allereerst het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land centraal. Daarnaast wordt gestreefd naar het instandhouden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik wordt gegarandeerd.

Drie elementen komen terug in de manier waarop Verkeer en Waterstaat met de rijksinfrastructuur omgaat:

1. de bestaande infrastructuur wordt beheerd en onderhouden om een bepaalde basiskwaliteit voor die infrastructuur in stand te kunnen houden. Hiervoor is het basispakket. Deze wordt onderscheiden van het servicepakket dat complementair is aan het basispakket;

2. om het gebruik van de beschikbare capaciteit van de bestaande infrastructuur te optimaliseren worden vervolgens benuttingsmaatregelen getroffen (voor hoofdwegen, spoorwegen en vaarwegen);

3. ten slotte wordt, indien voorgaande maatregelen ontoereikend zijn, de bestaande capaciteit uitgebreid door nieuwe infrastructuur aan te leggen. Het gaat hierbij zowel om uitbreidingen binnen de bestaande netwerken (bijvoorbeeld door verbreding van wegen) als om uitbreidingen van de netwerken zelf (in de vorm van volledig nieuwe tracés).

2.2 Verwerking besluitvorming Voorjaarsnota 2005/Aanbestedingsresultaten

Eind 2004 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de tot en met 2010 berekende en verwachte positieve aanbestedingsresultaten. In totaliteit betreft dit een bedrag van € 1,4 miljard. Hieraan is – zoals gemeld in de kamerbeantwoording inzake de Voorjaarsnota (TK, 2004–2005, 30 105 A, nr. 3) – € 140 mln tot en met 2010 toegevoegd.

Hiervan wordt € 270 miljoen ingezet voor de versnelling van het wegenprogramma voor de periode tot en met 2010. De financiële ruimte die daardoor beschikbaar komt na 2010 wordt ingezet voor de Spoortunnel Delft. Er is voor gekozen om drie belangrijke wegenprojecten te versnellen. Deze drie trajecten kennen momenteel veel files en het lijkt uitvoeringstechnisch mogelijk om (onderdelen binnen) deze projecten te versnellen. Het gaat om:

ProjectBudgetUitvoeringVersnelling
A2 Amsterdam–Utrecht,Aanleg één extra strook (naar 2x5)€ 44 miljoen2008–2010De versnelling van de variant met 2x5 rijstroken wordt drie jaar versneld
A2 Tangenten Eindhoven€ 89 miljoen2006–2010De oplevering wordt 1 jaar versneld
A4 Burgerveen–Leiden€ 137 miljoen2002–2011Onderdelen worden 1 à 2 jaar versneld

Het voornemen is om in de periode tot en met 2010 op twee momenten te beoordelen in hoeverre het totaal van tot en met 2010 verwerkte verwachte aanbestedingsresultaten moet worden bijgesteld op basis van de gerealiseerde resultaten. Een dergelijke herijking vindt onder meer plaats op basis van analyse van de geprognosticeerde conjunctuurontwikkeling, de marktspanning en de impact van het werken met innovatieve contractvormen. De eerste herijking wordt in 2006 betrokken bij de voorbereidingen voor de ontwerpbegroting 2007. Twee jaar later volgt een tweede herijking ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding 2009. De herijkingen kunnen aanleiding zijn voor besluitvorming over in- of extensiveringen van het vastgestelde programma.

Na afloop van elk jaar worden de gerealiseerde aanbestedingsresultaten geconfronteerd met het in de begroting verwerkte resultaat. Mochten de aanbestedingsresultaten in enig jaar hoger uitvallen dan voor dat jaar geraamd, dan wordt het meerdere in beginsel binnen de betreffende sector (spoor, weg en water) aangewend voor het versnellen van het betreffende programma. Het omgekeerde kan zich natuurlijk ook voordoen. Jaarlijkse plussen en minnen worden opgevangen binnen het bestaande programma. Mocht blijken dat dit niet langer haalbaar en/of wenselijk is (bijvoorbeeld omdat de uitvoering van amendementen vertraging oploopt), dan wordt de Tweede Kamer hierover in het kader van de begrotingscyclus geïnformeerd.

2.3 Aansturing Rijkswaterstaat en producten

• Aansturing baten-lastendienst Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat wordt per 1 januari 2006 een baten-lastendienst. Jaarlijks worden in Service Level Agreements (SLA's) afspraken met Rijkswaterstaat gemaakt over de binnen het onderhoud te leveren producten en diensten (basis- en service pakketten) en de beschikbaar te stellen middelen. Daarnaast worden met Rijkswaterstaat specifieke afspraken gemaakt over de inzet van middelen en capaciteit bij aanleg- en grootonderhoudprojecten en adviestaken.

De wijze waarop de baten-lastendienst Rijkswaterstaat de prestaties realiseert is binnen de vigerende uitvoeringskaders vrij. Op deze manier kan Rijkswaterstaat dusdanig de markt inschakelen zodat de inzet van middelen wordt geoptimaliseerd en de met de omvorming tot baten-lastendienst beoogde efficiencyverbetering daadwerkelijk te realiseren.

• Integrale budgetten

In vorige begrotingen is onderscheid gemaakt tussen de productuitgaven en directe uitvoeringsuitgaven. Een dergelijk onderscheid past niet binnen de aansturingsrelatie van een baten-lastendienst, hetgeen Rijkswaterstaat per 1 januari 2006 zal zijn. De projecten zijn tegen integrale kostprijzen (op basis van voorcalculatie) per project opgenomen.

In de Leeswijzer bij deze begroting is ook kort ingegaan op deze onderwerpen.

2.4 Programma tot en met 2020

Bij de begroting is een voorstel gedaan voor verlenging van de planperiode voor het MIT voor de periode 2011–2014, waarbij ook een doorkijk naar de periode 2015–2020 is verstrekt. In het MIT 2006 is een infrastructuurprogramma tot en met 2020 gepresenteerd, met daarin een onderscheid naar de status van verschillende MIT-periodes (MIT tot en met 2010 inclusief de verlenging 2011–2014 en de doorkijk MIT 2015–2020). Hiervoor wordt verwezen naar het MIT/SNIP Projectenboek 2006 en de MIT-projectoverzichten bij de artikelen.

3. Programma's en projecten

3.1 Beheer en onderhoud

De kwaliteit van de bestaande transportnetwerken van hoofdwegen, spoorwegen en vaarwegen staat sterk onder druk. Gelet op de mobiliteitsgroei, de uitbreiding van de netwerken en de vervangingsbehoefte van kunstwerken en technische systemen is vastgesteld dat de onderhoudsbudgetten – ondanks reguliere groei – ontoereikend waren om een maatschappelijk verantwoord, veilig en betrouwbaar gebruik te garanderen.

Het kabinet heeft in 2004 besloten tot de uitvoering van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Beleid en Onderhoud Infrastructuur. Centrale vraagstelling van het IBO is hoe de besluitvorming over (beleid en uitvoering van) onderhoud van infrastructuur beter kan worden onderbouwd. Het IBO wordt naar verwachting in 2005 afgerond.

Bij de begroting 2004 zijn de plannen van aanpak Beheer en Onderhoud aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierbij is aangegeven dat er, ten behoeve van de begroting 2007, een Midterm review wordt uitgevoerd. Het doel van de Midterm review is om na te gaan of de aanpak van het wegwerken van de achterstanden verloopt conform de plannen van aanpak, de maatregelen en de inzet van middelen voldoende effectief zijn en of de verdeling van de middelen moet worden heroverwogen (fasering en omvang). Bij het opstellen en uitwerken van de Midterm review wordt aangesloten bij de resultaten van het IBO.

In 2006 wil Verkeer en Waterstaat de volgende maatregelen uit de plannen van aanpak Beheer en Onderhoud uitvoeren/in uitvoering nemen:

Hoofdwegen

• 420 km extra asfaltonderhoud

Spoorwegen

• het uitvoeren van bovenbouwvernieuwing;

• het uitvoeren van groot- en klein onderhoud;

• het uitvoeren van STS-programma (ter voorkoming van passages stoptonende seinen);

• het uitvoeren van het programma UPGE (plaatsen van geluidsschermen op emplacementen).

Rijkswaterwegen

ProjectStartOplevering
Amsterdam–Lemmer en IJsselmeer, baggeren Buiten-IJ20052006
Amsterdam Rijnkanaal/Lek, baggeren en oevers20042010
Amsterdam Rijnkanaal/Lek, renovatie Prins Bernhard en Prinses Irenesluizen20052007
Amsterdam Rijnkanaal, vervangen Sifon Zeeburg20062007
Haringvlietsluizen, conserveren vizierschuiven en renovatie20052010
Noordzeekanaal, baggeren resterende gedeelte20052009
Rotterdam–Duitsland, baggeren en oevers Waal20052009
Rotterdam–Duitsland, baggeren Boven Merwede, Beneden Merwede en Oude Maas20062007
Rotterdam–België, baggeren voorhaven Kreekrak en Antwerpskanaalpand20052006
Rotterdam–België, renoveren hefdeuraadrijvingen en Kreekraksluizen-complex20052007
Rotterdam–België, renovatie Volkeraksluizen20062009
Stuwen in de Lek20062010
Maas, vervuild onderhoud voorhavens20042009
Maas, renovatie diverse kunstwerken20062010

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken Beheer en Onderhoud wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MT/SNIP Projectenboek 2006.

3.2 Aanleg en benutting

Hieronder is ingegaan op de mijlpalen die Verkeer en Waterstaat op de diverse projecten binnen de in de Infrastructuurfonds onderkende sectoren.

• Hoofdwatersystemen

In 2006 wil Verkeer en Waterstaat de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Start realisatie• Herstel Steenbekledingen Oosterschelde (waterkeren)
 • Rivierverruiming Roosteren (waterkeren)
 • Ruimte voor de Rivier (waterkeren)
Oplevering• Deltaplan grote rivieren (waterkeren)
 • Dijkversterking Flevoland (inclusief herstel steenbekledingen) (waterkeren)
 • Inrichting IJsselmonding (waterbeheren)
 • Onderzoek hydraulische randvoorwaarden (HR2006) (waterkeren)
 • Vispassages Grave en Borgharen (waterbeheren)
Projectbesluit• Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (ProSes) (waterbeheren)
 • Peilbesluit Veerse Meer (waterbeheren)
 • Volkerak Zoommeer (waterbeheren)

• Hoofdwegennet

Op het gebied van hoofdwegen wordt gewerkt aan de uitvoering van het zogenaamde Fileplan ZSM (zichtbaar, slim en meetbaar). In dit plan zijn maatregelen opgenomen, waarmee de fileproblematiek voor de gebruiker merkbaar en meetbaar moet verminderen en waarmee de betrouwbaarheid van het verkeerssysteem moet verbeteren. Centraal staat zowel het verminderen van het aantal files en het tijdverlies voor de weggebruikers, als het wegnemen van ergernissen bij die gebruikers. In het fileplan wordt voorzien in twee delen. Met het eerste deel (ZSM1) worden voornamelijk allerlei extra benuttingsmaatregelen getroffen. Basis voor deze maatregelen is de Spoedwet wegverbreding. Naast extra benuttingsmaatregelen is de wet ook van toepassing op een aantal projecten, die reeds in het MIT staan, en die versneld zullen worden aangepakt.

Aanvullend op ZSM-1 zijn in het kader van het Hoofdlijnenakkoord 2003 extra middelen beschikbaar gesteld om een aantal nieuwe knooppunten en een aantal ontbrekende schakels in de doorgaande verbindingen aan te pakken (ZSM-2).

In 2006 wil Verkeer en Waterstaat de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• A15 Reconstructie aansluitingen bij Hardinxveld Giessendam–Sliedrecht
Start realisatie• A2 Oudenrijn–Deil
 • A4 Dinteloord–Bergen op Zoom, onderdeel omlegging Halsteren
 • A7 Zaanstad Purmerend
 • A7 Zuidelijke ringweg Groningen, fase 1
 • A12 Utrecht–Maarsbergen
 • A12 Utrecht–West, benutting i.s.m. Woerden–Gouda
 • A74 Venlo
 • N31 Zurich–Harlingen
 • N57 Veersedam–Middelburg
Tracébesluit• A1 Barneveld–Deventer
 • A2 Deventer–Hengelo
 • Amsterdam–Utrecht (Holendrecht–Oudenrijn) 2 x 5 rijstroken
 • A2 Oudenrijn–Deil
 • A2 Passage Maastricht
 • A10 Tweede Coentunnel/Westrandweg
 • A12 Maarsbergen–Veenendaal
 • A28 Hattemmerbroek–Zwolle–Meppel en kortsluiting A28/A32
 • A74 Venlo
 • N9 Koedijk–De Stolpen
 • N50 Ewijk–Valburg–Grijsoord
 • N50 Ramspoel–Ens
 • N61 Hoek–Schoondijke

• Spoorwegen

In 2006 wil Verkeer en Waterstaat de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• Emplacement Den Haag CS
 • Integrale spoorverdubbeling Amsterdam–Utrecht: station Bijlmer, station Abcoude, station Breukelen, station Maarssen
 • Tweede perron Amsterdam Zuid/WTC
 • Pilot fluistertrein
 • Breda Centraal: 3e perron + sporenlayout
 • HSL Oost (kopgroep): keervoorzieningen Ede Wageningen en Veenendaal centrum, blokverdichting en geluidsmaatregelen Brug Westervoort
 • Vleuten–Geldermalsen: halte Vathorst, Utrecht Zuidzijde 7e perron, Halte Utrecht Zuilen
 • Betuweroute
Start realisatie• Baarn ontvlechting knooppunt
 • Breda Centraal: 3e perron + sporenlayout
 • Regionet: diverse onderdelen
 • Rotterdam Centraal
 • Utrecht Centraal

• Regionale/lokale infrastructuur

In 2006 wil Verkeer en Waterstaat de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• Randstadrail op Zoetermeerlijn en Hofpleinlijn
Afgifte beschikking/• N201
start realisatie• Rijn Gouwelijn Oost
 • Tilburg Noordwest Tangent
Projectbesluit• Eindhoven Bose
 • Hilversum Mediapark (verwerking bijdrage in BDU)

• Hoofdvaarwegennet

In 2006 wil Verkeer en Waterstaat de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• Vaarroute Ketelmeer fase 1
 • Verdrag verdieping Westerschelde (inclusief natuurherstel)
Start realisatie• Toekomstvisie Waal
Tracébesluit/projectbesluit• Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis
 • Vaarweg Lemmer–Delfzijl (kunstwerken en verruimimgen) • Zuid-Willemsvaart (gedeelte Maas-Berlicum-Den Dungen)
 • Zuid-Willemsvaart, vervanging sluizen 4, 5 en 6

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIT/SNIP Projectenboek 2006.

3.3 PPS

Innovatieve vormen van aanbesteden en publiek-private samenwerking in de realisatie van infrastructuur heeft voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat een hoge waarde. Er wordt prioriteit gegeven aan het formuleren van werkvormen die zowel voor het bedrijfsleven als de overheid bijdragen aan een zoveel mogelijk integrale toepassing. Samen met VNO/NCW, Bouwend Nederland, ONRI, de banken en de ministers van Financiën, Economische Zaken en VROM heeft Verkeer en Waterstaat in de Taskforce PPS/infrastructuur gewerkt aan concrete instrumenten om PPS een duurzaam onderdeel van het verkeer- en vervoerbeleid te maken (Kamerbrief d.d. 25 februari 2005). Dit betreft:

• een handboek voor DBFM;

• een modulair DBFM-modelcontract;

• een praktische werkwijzer voor de vervlechting van tracé/m.e.r.- en aanbestedingsprocedures.

Door de taskforce zijn 12 projecten benoemd die op korte termijn in publiek-private samenwerking kunnen worden aangepakt (in willekeurige volgorde):

• Tweede Coentunnel• Ring Utrecht
• A4 Delft–Schiedam• Corridor A6/A9 Schiphol–Almere
• A2 passage Maastricht• Ruimte voor de rivier
• A15 Maasvlakte–Vaarplein• Zuidas Amsterdam
• Mainportcorridor A4/A15• Tweede Maasvlakte
• A27 Utrecht (Lunetten)–Hooipolder• Zuiderzeelijn (afhankelijk van nadere besluitvorming)

Voor een nadere toelichting op de manier waarop Verkeer en Waterstaat invulling geeft aan PPS wordt verwezen naar het MIT/SNIP projectenboek 2006.

Om de voortgang en bijdrage van DBFM-projecten in de begroting van Verkeer en Waterstaat meer zichtbaar te maken is besloten deze projecten in een apart begrotingsartikel op te nemen. Zo kan de omvang van de DBFM-portefeuille meer zichtbaar worden gemaakt en wordt recht gedaan aan de samenhang tussen aanleg en onderhoud.

3.4 Randvoorwaarden

Bij de infrastructurele investeringen door Verkeer en Waterstaat worden de (wettelijke) randvoorwaarden van milieu (met name geluid en lucht) en natuur en landschap (inpassing en ontsnippering) in acht genomen. Daarbij wordt zoveel mogelijk getracht kosteneffectieve en innovatieve maatregelen in te zetten.

• Luchtkwaliteit

Nederland voldoet op dit moment in sommige gebieden niet aan de EU-normen voor fijn stof (PM10, geldig vanaf 1 januari 2005). Ook de EU-norm voor stikstofdioxide (NO2, geldig vanaf 1 januari 2010) wordt voor Nederland problematisch. Dit leidt tot risico's voor de volksgezondheid en bemoeilijkt nieuwe ruimtelijke ingrepen zoals de aanleg van infrastructuur, bedrijventerreinen en woningbouw.

De problemen rond de luchtkwaliteit worden op een breed front aangepakt. Er is sprake van vele, parallel lopende ontwikkelingen. Daarom is het niet mogelijk om de consequenties voor het Infrastructuurprogramma op dit moment exact aan te geven. Voor projecten in de planstudiefase kan er sprake zijn van vertraging, aangezien er dikwijls aanvullende luchtonderzoeken nodig zijn. Deze vertraging hoeft niet in alle gevallen tot eventueel latere realisatie van het project te leiden. Daarnaast zal bij een aantal projecten ook inhoudelijk worden nagegaan of deze gezien de luchtkwaliteitproblematiek (volgens planning) doorgang kunnen vinden. De huidige inzet is erop gericht de effecten op het Infrastructuurprogramma te minimaliseren of weg te nemen. Er wordt gewerkt aan het projectspecifiek doorrekenen van de omvang van het probleem en de bijdrage van (mogelijke) oplossingen. Op programmaniveau worden de (eventuele) consequenties, zowel op de korte als op de lange termijn, voor het Infrastructuurprogramma continu gemonitord.

De aanpak van de luchtkwaliteitproblematiek heeft absolute prioriteit. De samenwerking tussen de betrokken departementen richt zich op een zo spoedig mogelijke oplossing van de problematiek. Er wordt ingezet op verbetering van de luchtkwaliteit enerzijds en het zoveel mogelijk op koers houden van de uitvoering van het Infrastructuurprogramma en andere (rijks)projecten anderzijds. Om dit te bereiken is ingezet op de volgende sporen:

• Nationale maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit

• Aanpassing nationale regelgeving

• Europees beleid

Voor een nadere toelichting omtrent de sporen wordt verwezen naar het MIT/SNIP projectenboek 2006.

• Innovatieprogramma Geluid en implementatie nieuwe geluidsmaatregelen

Bij de begroting 2004–2008 is een innovatieprogramma voor geluid aangekondigd, waarvoor in de periode 2004–2008 in totaal € 110 miljoen beschikbaar is gekomen. Het betreft € 70 miljoen aan middelem voor wegen en € 40 miljoen voor spoor. Daarnaast is ook een bedrag van € 200 miljoen beschikbaar gesteld tot en met 2010 voor de implementatie van geluidsmaatregelen bij wegen.

In 2006 worden de volgende producten geleverd/activiteiten ontplooid:

– Beproeving van stille dunne deklagen op rijkswegen als kostenbesparend alternatief voor ZOAB en tweelaags ZOAB.

– Proefvakken met het 3e generatiewegdek Rollpave.

– In gebruik nemen van een testterrein voor stille wegdekken.

– Stimulering van het gebruik van stillere autobanden in lijn met het gesloten convenant met de koplopers uit de branche.

– Beproeving van LL remblokken op goederenwagons (geluidsreductie circa 7 decibel).

– Prototypen van stiller gemaakte treinen van NS Reizigers

– Proef met prefab raildemper in combinatie met spoorvernieuwing op de Zeeuwse lijn.

– Inzet op aanscherping van Europese geluidsrichtlijnen voor banden en wegvoertuigen.

• Meerjarenprogramma Ontsnippering

In 2006 zal Verkeer en Waterstaat enkele ontsnipperingsmaatregelen opleveren. Te denken valt aan kleine faunatunnels onder de N34, de N69 en de A67. Verder zal in 2006 worden gestart met de realisatie van ecoducten over de A1 (in Noord-Holland), A2 (in Limburg) en A27 (in Noord-Holland).

4 Grote projecten

4.1 Afdekking risico's grote spoorprojecten

De omvang van de post «afdekking risico's spoor» wordt bepaald door de waardering van de onderliggende risico's bij de Betuweroute en de HSL-Zuid, gerelateerd aan de kans dat deze risico's optreden. In 2005 is er voor € 97 miljoen aan verplichtingenruimte onttrokken aan de post «afdekking risico's spoor» voor optredende risico's bij de HSL-zuid. Dit leidt tot € 60 miljoen aan uitgaven in 2005 en € 37 miljoen aan uitgaven in 2006. Met het oog op de ontwikkeling van het risicoprofiel is de post «Afdekking risico's spoorprogramma» verder verlaagd met € 193 mln. Deze middelen zijn toegevoegd voor intensivering spoor in steden.

Afdekking risico's spoorprogramma200420052006200720082009Totaal
Stand begroting 20050239197135023594
Fasering en onttrekking 2005 (verwerkt bij Voorjaarsnota) – 130– 4381417– 65
Onttrekking t.b.v. HSL – 60– 37   – 97
Onttrekking a.g.v. verlaging risicoprofiel – 49– 66– 30– 14– 34– 193
Stand begroting 2006009014306239

4.2 TCI

Eind 2004 heeft de Tijdelijke Commissie Infrastructuur (TCI) haar rapport over besluitvorming over grote infrastructuurprojecten opgeleverd. Hierin zijn verschillende aanbevelingen gedaan voor verbetering en aanscherping van de huidige (besluitvormings)procedures. Zo is kritisch gekeken naar de onderbouwing van projecten. Projectbeheersing en risicomanagement moeten op een hoger plan komen en ook de informatievoorziening aan de Tweede Kamer zal worden verbeterd. Bij grote projecten zal met een structuurvisie worden gewerkt die in nauwe samenwerking met VROM tot stand zal komen. Daarin wordt aandacht besteed aan een heldere probleemanalyse en een kosten-batenanalyse. Elementen uit het de TCI-aanbevelingen zullen ook op de reguliere MIT-projecten van toepassing worden. Het Kabinet kan zich op hoofdlijnen vinden in de voorgestelde procedure voor grote projecten1, maar heeft aangegeven dat voor de uitwerking daarvan op onderdelen de voorkeur wordt gegeven aan andere instrumenten en oplossingen.

Ook op een aantal van de meer specifieke aanbevelingen bestaat verschil van opvatting tussen het Kabinet en de Tweede Kamer. Voor de Zuiderzeelijn heeft het Kabinet, in lijn met de conclusies van de TCI, aangekondigd tot een geactualiseerde nut- en noodzaakdiscussie te komen in de vorm van een Structuurvisie. Over de uiteindelijke concrete gevolgen voor de werkwijze bij grote projecten zal najaar 2005 nog overleg met de Tweede Kamer plaatsvinden.

De begroting op hoofdlijnen

De onderstaande tabellen geven de belangrijkste wijzingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletore begroting 2005. Het betreft hier tevens een aantal belangrijke technische mutaties. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in het Verdiepingshoofdstuk.

Uitgaven (x € 1 000)
 Art. 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 5 872 0926 286 5836 692 1216 455 8566 520 8776 669 786
I Belangrijkste mutaties Infrastructuurfonds – 17 27541 285– 58 02483 928101 002128 942
1.LooncompensatieDiv.7 2751 0291 0431 011934934
2.PrijscompensatieDiv.25 22327 03428 77027 83427 83927 839
3.Inkooptaakstelling11, 12, 15 – 2 497– 6 104– 6 144– 6 144– 6 144
4.Naar VWS: Valys-regeling13 – 10 000– 10 000   
5.Naar BDU14  – 91 000   
6.A'dam Zuidas13   15 00025 00060 000
7.Vorming baten-lastendienst RWSDiv.134 651123 759120 721119 911119 812118 418
8.Aanbestedingsresultaat Betuweroute13, 15, 17– 30 000– 15 000– 14 00017 00010 0002 000
9.Beleidsvoorbereiding naar H1211,15– 25 664– 25 265– 24 716– 25 199– 25 050– 25 124
10.Saldering BLS ontvangsten11,12,15– 63 610– 62 069– 58 170– 60 323– 61 186– 59 786
11.Aanpassing kasprognose Betuweroute17– 80 00055 00025 000   
12.Aanpassing kasprognose HSL17– 26 691119 600– 11 645– 92 713– 20 176– 13 384
13.Diverse kasschuiven11, 12– 33 70012 00044 0002200024 00027 700
14.Kasritmeproblematiek IF11,12,13,1526 741– 176 600– 68 35552 713– 3 928– 11 176
15.Aanpassing ontvangstenraming12 – 5 7066 43212 8389 9017 665
16.Waalsprong1648 500     
17.Diverse budgettair neutrale mutatiesDiv.      
II Overige mutaties – 23 67324 64011 1875 2279 21713 973
Totale mutaties – 40 94865 925– 46 83789 155110 219142 915
Stand ontwerpbegroting 2006 5 831 1446 352 5086 645 2846 545 0116 631 0966 812 701

ad 1 Dit betreft de loonbijstelling tranche 2005.

ad 2 Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 3 Deze mutatie op basis van de Ministerraad besluitvorming betreft de rijksbrede verwerking van de in de begroting 2004 bij het ministerie van EZ geparkeerde besparing op professioneel inkopen en aanbesteden uit het Hoofdlijnenakkoord (Balkenende II).

ad 4 Deze mutatie betreft de doorwerking van amendement nr. 40 (van de leden Dijksma en van Ham) waarmee ook voor de jaren 2006 en 2007 de dekking ongedaan wordt gemaakt van het aantal te bereizen kilometers in de Valys-regeling (bovenregionaal vervoer van gehandicapten).

ad 5 In voorgaande jaren zijn op projecten kleiner dan € 225 mln. gelden tot een bedrag van € 91 mln. niet uitgegeven en aangewend voor financiering van de grotere regionaal lokale infrastructuur projecten. De projecten kleiner dan € 225 mln. waarop indertijd de onderuitputting is opgetreden zijn inmiddels via de GDU+ onderdeel gaan uitmaken van de BDU. Derhalve wordt de € 91 mln. vanuit het artikel lokale infrastructuur teruggeboekt ten gunste van de BDU.

ad 6 Deze mutatie betreft de bijdrage uit het FES voor Amsterdam Zuidas.

ad 7 Deze mutatie komt voort uit de vorming van de baten-lastendienst RWS (zie Leeswijzer).

ad 8 Met brief met kenmerk FEZ/2004/1530 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het positieve aanbestedingsresultaat op de Betuweroute van in totaal € 117 mln., die o.a. ingezet wordt voor overwegen/emplacementen, station Breda, Ziekteverzuim OV (art 39.02 Hoofdstuk XII) en de sluizen Zuid Willemsvaart.

ad 9 In het kader van de conversie van de begroting van hoofdstuk XII en het Infrastructuurfonds naar een meer transparante beleidsbegroting c.q. productbegroting worden de meer beleidsgerichte uitgaven op de daarvoor bedoelde artikelen verantwoord. In lijn hiermee worden met deze mutatie, gelden verbonden aan de beleidsvoorbereiding overgeboekt naar de artikelen 31 «Integraal waterbeleid» en 34 «Betrouwbare netwerken en acceptabele bereikbaarheid reistijd realiseren».

ad 10 Als gevolg van de status van Rijkswaterstaat als baten-lastendienst worden de ontvangsten gerelateerd aan onderhoud voor rekening van het agentschap ontvangen, waardoor evenredig de uitgaven (bijdrage aan agentschap) kan worden verlaagd.

ad 11 Deze mutatie betreft een aanpassing van het kasritme van de Betuweroute, dat is aangepast op basis van de liquiditeitsprognose van ProRail.

ad 12 Dit betreft een aanpassing van het kasritme voor de HSL-zuid op basis van de meest recente projectraming, welke wordt opgevangen binnen de totale infrastructuurfondsproblematiek.

ad 13 Deze kasschuif is een aanpassing aan de projectplanning van het programma Zwakke Schakels Kust, het innovatieprogramma Geluid en van de projecten RW12 Veenendaal en CRAAG.

ad 14 Deze mutatie is aangebracht ten behoeve van de oplossing van de kasritmeproblematiek op het Infrastructuurfonds. In de jaren 2006 en 2007 betreft de problematiek met name het project HSL, het spoorprogramma en waterkeren waar begrotingsgelden eerder dan voorzien noodzakelijk zullen zijn.

ad 15 Door de actualisering van de ontvangstenraming wordt de uitgavenraming voor hetzelfde bedrag gecorrigeerd.

ad 16 Dit betreft de compensatie van de planschade Veur-Lent die is ontstaan door het interveniëren in de ontwikkeling van de Waalsprong (VINEX locatie).

ad 17 Deze post bestaat uit de volgende budgettair neutrale mutaties:

– A12/Nootdorpboog (uit artikel 13 naar artikel 12)

– Amendement nr. 8 (van Hijum) (van artikel 14 naar artikel 12)

– Motie Slob: HSL (uit artikel 13 naar artikel 17)

– Risico's Maaswerken (uit artikel 11 naar artikel 16)

– Verantwoording HSL Oost (uit artikel 17 naar artikel 13)

– Verantwoording Infraprovider (uit artikel 17 naar artikel 13)

– Onttrekking aan post «Afdekking risico's spoorprogramma's» (artikel 13) en toevoeging aan projectbudget HSL-zuid (artikel 17)

3. Afkortingenlijst

A.  
AGRS=Actief GPS Referentiesysteem
AHOB=Automatische Halve Overweg Bomen
AMVB=Algemene Maatregel van Bestuur
ATB=Automatische treinbeveiligingssystemen
   
B.  
BDU=Brede doeluitkering
BERZOB=Bereikbaarheid Zuid-Oost Brabant over water
B&O=Beheer en onderhoud
BISK=Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur
BKL=Basis kustlijn
BLS=Baten-Lastenstelsel
BPRW=Beheerplan voor de rijkswateren
BOR=Bereikbaarheidsoffensief Randstad
   
C.  
CS=Centraal station
   
D.  
DBFM=Design-Build-Finance-Maintenance
DGG=Directoraat-generaal goederenvervoer
DGP=Directoraat-generaal personenvervoer
DGR=Deltaplan grote rivieren
DRIP=Dynamische route informatie panelen
DUU=Directe uitvoeringsuitgaven
   
E.  
EISR=Economische Impactstudie Railgoederenvervoer
ETCS=European Train Control System
EU=Europese Unie
   
F.  
FES=Fonds economische structuurversterking
FTE=Full-time equivalent
   
G.  
GDU=Gebundelde doeluitkering
GIS=Geluidsisolatieproject Schiphol
GPS=Global Positioning System
GVB=Grootschalige Verwerking Baggerspecie
   
H.  
ha=Hectare
HBR=Havenbedrijf Rotterdam
H&I=Herstel & Inrichting
HSA=High Speed Alliance
HSL=Hogesnelheidslijn
   
I.  
ICES=Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking
IF=Infrastructuurfonds
IPG=Innovatieprogramma Geluid
IPL=Innovatieprogramma luchtkwaliteit
IRMA=INTERREG Rijn en Maasactiviteiten
IVM=Integrale Verkenning Maas
   
K.  
KRW=(Europese) Kaderrichtlijn Water
   
M.  
MER=Milieu Effect Rapportage
MHW=Maatgevend hoogwater
MIT=Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport
MJPO=Meerjarenprogramma ontsnippering
   
N.  
NAP=Nieuw Amsterdams Peil
NBW=Nationaal Bestuursakkoord Water
NS=Nederlandse Spoorwegen
NSP=Nieuwe sleutelprojecten
NURG=Nadere uitwerking Rivierengebied
NV=Naamloze vennootschap
NVVP=Nationaal verkeers- en vervoersplan
   
O.  
OV=Openbaar vervoer
   
P.  
PAGE=Plan van aanpak goederen emplacementen
PKB=Planologische kernbeslissing
PMR=Project mainportontwikkeling Rotterdam
PPS=Publiek private samenwerking
PU=Productuitgaven
PVVP=Provinciaal verkeers- en vervoersplan
   
R.  
RIT=Rail Infra Trust
ROBEL=Rotterdam–België
RVVP=Regionaal verkeers- en vervoersplan
RW=Rijkswegen
RWS=Rijkswaterstaat
   
S.  
SOIT=Subsidieregeling openbare inland terminals
SNIP=Spelregelkader natte infrastructuurprojecten
SUBBIED=Subsidieregeling Baggeren bebouwd gebied
SVB=Stimulering verwerking baggerspecie
SVV=Structuurschema verkeer en vervoer
   
T.  
TEN=Transeuropese netwerken
TCI=Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten
   
U.  
UWO=Uitwerkingsovereenkomst
   
V.  
VBS=Verkeersbegeleidende Systemen
VenW=Ministerie van Verkeer en Waterstaat
VINEX=Vierde nota ruimtelijke ordening extra
VNK=Veiligheid Nederland in kaart
VROM=Ministerie van Volkshuisvesting ruimtelijke ordening en milieubeheer
   
W.  
WB21=Waterbeheer 21e eeuw
WST=Westerscheldetunnel
WTC=World trade centre
   
Z.  
ZSM=Zichtbaar, slim en meetbaar
ZZL=Zuiderzeelijn

4. PRODUCTARTIKELEN

11. Hoofdwatersystemen

a. Relatie producten en beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Hoofdwatersystemen verantwoord. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2006 van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII). Het infrastructuurfondsartikel Hoofdwatersystemen is gerelateerd aan het volgende beleidsartikel:

• artikel 31: Integraal Waterbeleid.

Het watersysteem omvat het geheel van oppervlaktewater, waterbodems, oevers, waterkeringen, technische infrastructuur en de biologische component alsmede de grondwatermassa in één of meer watervoerende lagen.

Het op orde krijgen en houden van dit watersysteem is van vitaal belang voor alle functies in het landelijk en het stedelijk gebied (zoals de veiligheid, economie, wonen, landbouw, recreatie en natuur) en daarmee voor een veilig en bewoonbaar Nederland.

Het Rijk is als één van de centrale spelers in de vormgeving en implementatie van het integrale waterbeleid verantwoordelijk voor het tot stand brengen van een gezamenlijke aanpak van de nationale waterproblematiek. Structurele ontwikkelingen als klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking en toename van economische waarden maken een dergelijke aanpak noodzakelijk.

In het MIT/SNIP-projectenboek 2006 is per aanlegproject beschreven welk probleem met het betreffende project wordt opgelost. Uitgangspunt voor de besluitvorming over de projecten is het SNIP-spelregelkader. Hierin zijn de belangrijkste beslismomenten van de infrastructuurprojecten vastgelegd. De onzekerheidsmarge van de raming neemt af naarmate het project verder wordt uitgewerkt.

b. Budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
11. Hoofdwatersystemen2004200520062007200820092010
Verplichtingen536 335623 371302 259371 585567 856636 621656 811
Uitgaven469 766557 450473 648516 258590 764637 267632 061
11.01 Watermanagement67 74776 40670 35368 92479 15782 10481 860
11.01.01 Basispakket watermanagement67 74776 40670 35368 92479 15782 10481 860
11.02 Beheer en onderhoud197 134204 929191 857181 706197 491187 215190 784
11.02.01 Basispakket B&O waterkeren103 141106 336115 551102 883111 222100 816101 318
11.02.05 Basispakket B&O integraal waterbeheer63 54795 46470 39555 02153 03154 57166 139
11.02.08 Groot variabel onderhoud waterbeheer3 4463 1295 91123 80233 23831 82823 327
11.03 Aanleg197 103264 179200 802206 861243 071258 127261 191
11.03.01 Realisatieprogramma waterkeren103 509133 78291 11690 370112 933159 552187 290
11.03.02 Realisatieprogramma waterbeheer93 594130 397109 686116 491130 13898 57573 901
11.05 Verkenning en planstudie7 78211 93610 63658 76771 045109 82198 226
11.05.01 Verkenningenprogramma hoofdwatersystemen  1 000    
11.05.02 Planstudieprogramma waterkeren4 0294 7943 16751 96764 810103 92892 334
11.05.03 Planstudieprogramma waterbeheer3 7537 1426 4696 8006 2355 8935 892
Van totale uitgaven:       
–Bijdrage aan baten-lastendienst 332 292309 674269 387294 244296 314308 623
–Restant 225 158163 974246 871296 520340 953323 438
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%49%25%6%3%1%
11.09 Ontvangsten       
Ontvangsten83 06312 6176 1561 2939666666

c. Het actuele programma

11.01 Watermanagement

Watermanagement betreft de regulering van de hoeveelheden water in het hoofdwatersysteem en de regulering van de kwaliteit van het water. De volgende activiteiten worden uitgevoerd:

• peilbeheer en bediening van objecten;

• monitoring en informatieverstrekking;

• crisisbeheersing en -preventie.

De areaalgegevens rondom watermanagement zijn opgenomen in onderstaande tabel

BasispakkettenAreaaleenheidOmvang
WatermanagementKm2 water65 250

11.01.01 Basispakket Watermanagement

Het watermanagement van het hoofdwatersysteem wordt door Rijkswaterstaat gedaan op basis van prestatieafspraken.

Voor het jaar 2006 gelden de volgende prestatieafspraken:

BasispakketPrestatie-indicatorEenheidWaarde 2006
Calamiteitenorganisatie (in samenhang met verkeersmanagement)Hebben en uitvoeren van plannen en houden van oefeningen voor calamiteiten op het gebied van scheepvaart, waterkwaliteit, wateroverlast en bij watertekort. Wel/Niet:– Plannen– Oefenen– UitvoerenJaJaJa
Betrouwbare en toegankelijke informatieIn- en externe informatievoorziening volgens afgesproken beschikbaarheid en kwaliteitJa/NeeJa
Peil, stuw en kwaliteitsbeheerHebben en nakomen van afspraken over waterverdeling en waterkwaliteitJa/NeeJa

Na afloop van het uitvoeringsjaar zal Rijkswaterstaat in de verantwoording aangeven of deze prestaties ook inderdaad zijn gerealiseerd.

De bekostiging van deze prestatieafspraken vindt plaats op basis van een vast tarief per eenheid areaal:

AreaaleenheidOmvangTarief in € 1 000Totaalbudget 2006 in € 1 000
Km2 water65 2501,17176 408

Bij het bepalen van dit tarief is gekeken naar de belangrijkste factoren die de kosten van het onderhoud bepalen. De belangrijkste component van watermanagement is personeel.

11.02 Beheer en onderhoud

11.02.01 Basispakket Beheer en onderhoud Waterkeren

Het beheer en onderhoud van de waterkeringen wordt door Rijkswaterstaat gedaan op basis van prestatieafspraken. Deze prestatieafspraken geven aan op welk kwaliteitsniveau beheerd en onderhouden zal worden.

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem in die conditie te houden die noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie waterkeren:

1. kustlijnhandhaving (cf basiskustlijn zandige kust niveau 1990);

2. beheer en onderhoud stormvloedkeringen en rijkswaterkeringen (cf Wet op de waterkering)

Naast het uitvoeren van beheer en onderhoud worden op dit artikelonderdeel de voorbereidingskosten ten behoeve van beheer en onderhoud waterkeren verantwoord.

Ad 1. Handhaven kustlijn

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu verlies aan zand dat jaarlijks gecompenseerd moet worden. Vanaf 2001 wordt ook zand gesuppleerd om de zandverliezen op dieper water te compenseren. Daarmee wordt de zandhoeveelheid in het kustfundament op peil wordt gehouden en het effect van de zeespiegelstijging te niet gedaan.

Ook zijn er activiteiten zoals bestortingen, onderhoud van dammen en strandhoofden, eveneens met het doel om structurele kusterosie te bestrijden.

Voor het jaar 2006 geldt de volgende prestatieafspraak:

BasispakketPrestatie-indicatorEenheidWaarde 2006
Suppleren zand voor kustlijnUitvoeren vastgesteld suppletieprogrammaAantal m3 per jaar12 000 000

Bij het basispakket is uitgegaan van de volgende hoeveelheden te suppleren zand voor de kustlijn.

Suppleren voor kustlijnzorg in 1000m3200420052006*
Strand2 6304 3802 150
Onderwater6 4007 6009 850
Strand (zwakke schakels)2 270  

* Is eerste schatting en in voorbereiding. Besluitvorming vindt plaats door de bewindslieden in het najaar voorafgaand aan het uitvoeringsjaar

Op het beleidsartikel 31 van de begroting van Verkeer en Waterstaat (HXII) is een overzicht terug te vinden, wat inzicht geeft in de suppletie en de overschrijding van de kustlijn vanaf 1991.

Hieronder is indicatief aangegeven waar de suppletie en in welke hoeveelheden in de afgelopen jaren suppleties hebben plaatsgevonden.

Suppletie overzicht 1991–2004 kst-30300-A-2-2.gif

Ad 2. Beheer en onderhoud stormvloedkeringen en rijkswaterkeringen

Stormvloedkeringen

Ter beveiliging van ons land tegen de zee is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Het Rijk heeft vier stormvloedkeringen in beheer: de Stormvloedkering Oosterschelde, de Stormvloedkering Nieuwe Waterweg (de Maeslantkering), de Hartelkering en de Stormvloedkering Hollandsche IJssel. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van de schuiven, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen, het onderhoud aan het besturingssysteem en periodieke inspecties.

Bij de stormvloedkeringen wordt apart aandacht besteed aan conserveringen en aan informatietechnologie ten behoeve van de besturing (m.n. ten behoeve van de Maeslantkering). Informatietechnologie kent een minder lange levensduur dan de «harde» infrastructuur. De benodigde middelen voor vervanging liggen hoog.

Rijkswaterkeringen

Rijkswaterstaat beheert en onderhoudt ongeveer 480 km primaire waterkeringen. Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Wet op de Waterkering vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het betreft hier met name waterkeringen die bescherming bieden aan bovenregionale gebieden en waterkeringen waarvoor het achterland onvoldoende financiële draagkracht heeft. Buiten de eerder genoemde stormvloedkeringen gaat het om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland. De uitgaven voor de noodzakelijke 5-jaarlijkse toetsing van de Rijkswaterkeringen (in het kader van de Wet op de Waterkering om te voldoen aan de wettelijke functie-eisen) behoren ook tot de activiteiten.

Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt Rijkswaterstaat een aantal niet-primaire waterkeringen. Dit zijn waterkeringen die niet onder de Wet op de Waterkering vallen omdat ze geen bescherming hoeven te bieden tegen het buitenwater, maar wel aan een bepaald veiligheidsniveau moeten voldoen. Het betreft hier onder andere de zeereep (de eerste duinen die grenzen aan het strand welke niet tot de dijkring behoort) en de Waddenzeekust voor Texel.

Voor het jaar 2006 gelden de volgende prestatieafspraken:

BasispakketPrestatie-indicatorWaarde 2006
Primaire waterkeringen Groei naar 100% voldoen aan de normen wet op waterkeringen (alle bekende maatregelen uitvoeren)Beheer en onderhoud zonder beperkingen uitvoeren85% 100%

Na afloop van het uitvoeringsjaar zal RWS in de verantwoording aangeven of deze prestaties ook inderdaad zijn gerealiseerd. Om de met de uitvoeringsflexibiliteit beoogde efficiency te bereiken zal gebruik gemaakt worden van een palet aan prestatiebestekken en andere geïntegreerde contractvormen. Daarbij zullen verschillende soorten werkzaamheden worden gecombineerd in één integraal contract met één prijs.

De bekostiging van de prestatieafspraken vindt plaats op basis van een vast tarief per eenheid areaal.

BasispakkettenAreaaleenheidOmvangTarief in € 1 000Totaalbudget 2006 in € 1 000
InfraproviderDijken primaire waterkeringen in km48055,04826 423
 Stormvloedkeringen48 53734 147
 Niet primaire waterkeringen in km26822,7546 098
 Suppleren voor kustlijnzorg in m312 000 0000,00448 883

* in voorgaande begrotingen was steeds sprake van 291km primaire keringen. Het aantal km niet-primaire kering werd niet genoemd. Tijdens een inventarisatie van het areaal in 2004 zijn de nu opgenomen aantal km vastgesteld.

Een nadere toelichting op het totstandkomen van het tarief, de prestatie-indicator en een nadere toelichting op de verschillende componenten van het basispakket beheer en onderhoud is terug te vinden in het MIT-projectenboek 2006.

11.02.05 Basispakket Beheer en onderhoud Waterbeheren

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem in die conditie te houden die noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie integraal waterbeheer. Daarbij valt te denken aan:

• beheer en onderhoud van rijkswateren ten behoeve van maatgevend hoogwater (MHW);

• beheer en onderhoud van stuwende en spuiende kunstwerken, oevers en bodems;

• beheer en onderhoud van rijkswateren ten behoeve van waterkwaliteit;

• beheer en onderhoud van oevers en bodems;

• Vergunningverlening en handhaving.

Vergunningverlening en handhaving zijn gericht op het voldoen aan de nationaal vastgestelde uitvoeringskaders, toetskaders, wettelijke eisen, Europese richtlijnen (Kader Richtlijn Water) en internationaal gemaakte afspraken. Hieronder valt de in 2006 vast te stellen zwemwaterrichtlijn. Vergunningverlening en handhaving vinden plaats op basis van een risicoanalyse. De handhaving omvat een minimaal afgesproken aantal bedrijfsbezoeken en opvolgingsacties. Voor risicovolle (berekend risico voor water en omgeving) bedrijven zijn de vergunningen actueel zodat de handhaving op dat punt optimaal kan zijn. Prioritaire stoffen (waarover zeer ernstige zorg bestaat op basis van de huidige kennis van hun gevaareigenschappen) zijn in de vergunning afgedekt. Bij vergunningverlening wordt altijd getoetst aan de Vogel- en habitatrichtlijn.

Het kabinet heeft besloten tot de vorming van een «Kustwacht Nieuwe Stijl» per 1 maart 2006. Deze kustwacht nieuwe stijl wordt thans nader uitgewerkt, waarbij de ministeriële verantwoordelijkheid van de betrokken ministers voor handhaving op hun gebied gehandhaafd blijft. Deze kustwacht beschikt over materiaal (vaar- en vliegtuigen) en personeel, en heeft daarnaast ook trekkingsrecht op het gebruik van andere vaartuigen van Defensie en VenW. Beleid en begroting worden onder regie van VenW in de ministerraad vastgesteld, de directeur Kustwacht bij defensie wordt operationeel verantwoordelijk. De mogelijkheid van één rijksbrede civiele rederij wordt nader onderzocht.

Naast het uitvoeren van beheer- en onderhoudsmaatregelen omvat het basispakket ook een aantal activiteiten ter voorbereiding van beheer en onderhoud. Het gaat daarbij om onder andere het opstellen van normen en richtlijnen, het voorbereiden van kaders waardoor de realisatie op een verantwoorde en efficiënte wijze kan plaatsvinden en het uitvoeren van audits.

Door de specialistische diensten van Rijkswaterstaat wordt regelmatig onderzocht hoe het beheer en onderhoud nog doelmatiger, efficiënter, veiliger of met minder hinder voor het verkeer en vaarweggebruikers uitgevoerd kan worden.

Het beheer en onderhoud van het hoofdwatersysteem wordt door Rijkswaterstaat gedaan op basis van prestatieafspraken. Deze prestatieafspraken geven aan op welk kwaliteitsniveau beheerd en onderhouden zal worden. Voor 2006 zijn de prestatie afspraken nog in ontwikkeling.

De bekostiging van de prestatieafspraken vindt plaats op basis van een vast tarief per vergunning.

BasispakkettenAreaaleenheidOmvangTarief in € 1 000Totaalbudget 2006 in € 1 000
Beheer en onderhoud waterbeherenVergunningen2 77317 81549 400

11.02.08 Groot variabel onderhoud Waterbeheren

Impuls 2003

Voor de Hoofdwatersystemen is het plan van aanpak van toepassing van achterstallig onderhoud. In dit plan is een aantal projecten genoemd. Deze projecten hebben invloed op de afgesproken prestaties. Projecten hebben een lange looptijd en worden pas na 2006 gerealiseerd.

ProjectenNetwerkDoorlooptijdStart uitvoering
Stuwen LekHWS2004–20102006
HaringvlietHWS2004–20092005

Om (verkeers)overlast zo veel als mogelijk tot een minimum te beperken, zullen de werkzaamheden goed afgestemd worden, zowel onderling als met werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma alsmede met werkzaamheden vanuit hoofdwatersystemen.

11.03 Aanleg

11.03.01 Realisatie Waterkeren

Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten uitgevoerd. Deze projecten hebben betrekking op:

1. rivierverruiming;

2. dijkversterking en herstel en onderzoek steenbekleding;

3. overige onderzoeken en kleine projecten;

4. resterende werkzaamheden Deltaplan Grote Rivieren;

5. Zwakke schakels kust;

6. hoogwaterbeschermingsprogramma.

In artikel 16 van deze begroting (megaprojecten niet verkeer en vervoer) wordt ingegaan op de grote projecten Ruimte voor de Rivier (16.2) en Maaswerken (16.3).

Ad 1. Rivierverruiming

Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek worden projecten uitgevoerd met als doel rivierverruiming om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen. Andere projecten die in het kader van de rivierverruiming worden uitgevoerd betreffen de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. Over deze laatste projecten is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Doel van deze overeenkomst is het realiseren van 7 000 ha (nieuwe) natuurontwikkeling door aankoop en inrichting. De realisatie van de natuurontwikkeling moet uiterlijk 2015 afgerond zijn. Voorbeelden van projecten die worden uitgevoerd om deze doelstelling te realiseren zijn de projecten Hemelrijkse Waard, Batenburg en het Lexkesveer. In totaal is € 119 mln beschikbaar gesteld. Naast deze projecten wordt een grootschalige rivierverruiming voorbereid in het project Ruimte voor de Rivier en voor de Maas zijn de meeste rivierverruimende maatregelen ondergebracht in het project Maaswerken (zie artikel 16 IF).

Ad 2. Dijkversterking en herstel en onderzoek steenbekleding

De verbetering van de dijken van de Noord-Oostpolder en Flevoland langs het IJsselmeer en het Markermeer wordt in 2005 afgerond. De verbetering bestaat uit verhoging en/of versterking van de waterkering of uit vervanging van de bestaande steenbekleding. Ook het programma herstel en onderzoek steenbekleding Westerschelde en Oosterschelde valt onder dit onderdeel.

Ad 3. Overige onderzoeken en kleine projecten

De volgende onderzoeken zijn voor 2006 gepland:

• veiligheid Nederland in kaart (VNK) met dit project worden de kansen op en de gevolgen van overstromingen van de dijkringen in Nederland in kaart gebracht volgens een nieuwe methode. De sterkte van kunstwerken, inzicht in zwakke plekken in de dijkring en het omgaan met onzekerheden in kennis vormen belangrijke onderdelen van het project;

• sterkte en belasting waterkeringen, waarbij onder andere het inzicht in de golfvoortplanting verbeterd wordt;

• hydraulische randvoorwaarden 2006 de wet op de waterkering stelt (o.a.) dat Verkeer en Waterstaat verantwoordelijk is voor het uitbrengen van hydraulische randvoorwaarden en andere instrumenten die door waterkeringbeheerders worden gebruikt bij de vijfjaarlijkse toetsing van de veiligheid van de primaire waterkeringen en die worden gebruikt bij het ontwerp van die waterkeringen.

Ad 4. Resterende werkzaamheden Deltaplan Grote Rivieren

De werken langs de grote rivieren met als doel om bij een afvoer bij Lobith van 15 000 m3/sec voldoende veiligheid te bieden, zijn grotendeels voltooid. In het kader van bescherming tegen hoge buitenwaterstanden zijn langs de kust en in het benedenrivierengebied nog enkele werken in uitvoering. Daarnaast wordt nog een aantal subsidies verstrekt en bijdragen verleend in het kader van de afronding van het Deltaplan grote rivieren.

Ad 5. Zwakke Schakels Kust

Voor toelichting van de Zwakke Schakels Kust wordt verwezen naar paragraaf 11.05.02.

Ad 6. Hoogwaterbeschermingsprogramma

Er worden een aantal subsidies verstrekt en bijdragen verleend in het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Onder dit programma vallen onder andere de werkzaamheden die voortkomen uit toetsingen als ook de verbeteringen van de steenbekledingen. Voor meer detailinformatie over projecten wordt verwezen naar het MIT/SNIP-projectenboek dat als bijstuk bij de begroting wordt ingediend.

11.03.02 Realisatieprogramma Waterbeheren

Onder waterbeheren vallen de volgende projecten:

1. projecten Herstel en Inrichting watersystemen. Per 2006 is hier het gehele herstel en inrichting-programma opgenomen;

2. saneren van waterbodems incl SUBBIED (Subsidieregeling Baggeren bebouwd gebied), GVB (landelijke proef grootschalige verwerking baggerspecie) en SVB (stimulering verwerking baggerspecie);

3. gemalen IJmuiden en Gouda.

Daarnaast wordt binnen dit programma het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) verantwoord.

Ad 1. projecten Herstel en Inrichting watersystemen

Het programma Herstel & Inrichting (H&I) is gericht op het ecologisch herstel van de Rijkswateren en bestaat voornamelijk uit verbetering van de hydromorfologie van de watersystemen (ontwikkeling van door water gevormde structuren in waterlopen en de hiermee samenhangende omgevingen). De prioriteit ligt bij de realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en met name bij de doelstellingen voor beschermde gebieden. Zolang deze doelstellingen niet zijn vastgesteld wordt gewerkt aan de volgende maatregelen:

• het creëren van langsverbindingen (dit zijn verbindingen in de stroomrichting van het watersysteem);

• het beschermen en creëren van natuurlijke land-waterovergangen en dwarsverbindingen;

• het creëren van natuurlijke stromingspatronen;

• het herstellen van natuurlijke peildynamiek (meren, zoetwatergetijde).

In 2005 wordt het programma van Herstel en Inrichtingsprojecten verder ingevuld voor de jaren 2006–2010, dat moet bijdragen aan de doelen uit de Vierde nota Waterhuishouding en anticiperen op de doelen van de Kaderrichtlijn Water.

Ad 2. Saneren van waterbodems

Hiervoor worden projecten uitgevoerd die te maken hebben met waterbodemsaneringen en met het bergen en verwerken van vervuilde baggerspecie (o.a. depot Hollandsch Diep, projecten uit het saneringsprogramma rijkswateren en diverse subsidieregelingen (SUBBIED en SVB).

De landelijke proef grootschalige «verwerking baggerspecie» (GVB) is in 2004 gestart. Het saneren van vervuilde waterbodems wordt uitgevoerd onder de noemer saneringsprogramma rijkswateren. Het programma geeft een overzicht van het waterbodemonderzoek en de waterbodemsaneringen die zijn geprogrammeerd in de wateren waarvoor de Minister van Verkeer en Waterstaat waterkwaliteitsbeheerder is op grond van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren.

Ad 3. Gemalen IJmuiden en Gouda

In het kader van bestrijding van wateroverlast wordt gewerkt aan de realisatie van twee gemalen te Gouda en IJmuiden. De verwachting is dat deze nog in 2005 worden afgerond.

• Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)

Op 2 juli 2003 is het Nationaal Bestuursakkoord Water ondertekend door het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen met als doel samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Het akkoord heeft tot doel om in de periode tot 2015 het watersysteem in Nederland op orde te krijgen en daarna op orde te houden. Het gaat daarbij om het aanpakken van de gevolgen van de zeespiegelstijging, bodemdaling en een veranderend klimaat. Om deze problemen te bestrijden zijn maatregelen nodig met als uitgangspunt het eerst vasthouden, dan bergen en vervolgens afvoeren van water. Het kabinet heeft een eenmalige impuls van € 100 miljoen beschikbaar gesteld om een snelle start van de uitvoering van maatregelen tegen wateroverlast te bevorderen.

De «Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast» die hiertoe met de NBW-partijen is opgesteld is met ingang van 1 april 2004 opengesteld. Op 1 juli 2004 is het volledige budget vastgelegd in beschikkingen aan 67 gemeenten en waterschappen. In de gehonoreerde aanvragen zijn 302 projecten opgenomen. De 302 projecten zullen allemaal uiterlijk in 2007 gestart zijn en naar verwachting in 2010 zijn gerealiseerd. De nadruk in de projecten ligt op het vasthouden en bergen van overtollig water. De gemeente Almelo heeft als eerste subsidiënt haar uitvoeringsplan uitgevoerd. De definitieve vaststelling van subsidies is daarmee gestart.

11.05 Verkenningen en planstudies

11.05.01 Verkenningenprogramma Hoofdwatersystemen

De volgende verkenningen vinden plaats binnen het artikel hoofdwatersystemen:

• Herinrichting Waals Nederlandse Grensmaas:

In het watersysteem Bovenmaas, dat gezamenlijk met België (Wallonië) wordt beheerd, spelen problemen met betrekking tot inrichting, welke betrekking hebben op waterbeheersing en ecologie. In de verkenning zal een aantal oplossingsrichtingen worden bezien.

• Gefaseerde kustuitbreiding Delflandse kust:

Uitwerking van de motie Geluk (29 200 XII nr. 53) naar de mogelijkheden voor een kustuitbreiding tussen Hoek van Holland en Scheveningen. In samenwerking met de provincie Zuid-Holland richt de verkenning zich op het benoemen van voorwaarden waaraan voldaan moet worden om kustuitbreiding haalbaar te maken en nadrukkelijk niet op de realisatie van een eventuele kustuitbreiding.

De eerste fase van de verkenning is in januari 2005 aan de Tweede Kamer gerapporteerd (TK 29 800 XII, nr. 55). Hierbij is aangegeven onder welke financiële randvoorwaarden kustuitbreiding met PPS mogelijk is. De tweede fase van de verkenning zal zich in een parallel proces richten op nut en noodzaak en het verkrijgen van maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. De verwachting is dat de Tweede Kamer medio 2006 over het eindresultaat van de verkenning kan worden geïnformeerd.

• Integrale verkenning Maas (IVM)

In de 2e helft van de 21e eeuw worden als gevolg van de klimaatverandering hogere afvoeren van de Maas verwacht. De Integrale Verkenning Maas (IVM) is eind 2000 gestart met als doel voorbereid te zijn op deze hogere afvoeren. Uitgangspunt is het handhaven van het huidige wettelijke beschermingsniveau met een overstromingskans van 1:1250 per jaar in het bedijkte deel van de Maas en 1:250 per jaar in het onbedijkte deel. De bedoeling is dit in de periode na de voltooiing van de Maaswerken te realiseren door het geleidelijk scheppen van extra ruimte voor de rivier. Dit zal zoveel mogelijk worden gekoppeld aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. In de tweede fase zal in overleg met de regio door nadere selectie een concrete lijst van verruimingsprojecten voor de Maas worden opgesteld. Met de Vlaamse rivierbeheerder worden mogelijke maatregelen op de Vlaamse oever verkend. De tweede fase zal worden afgerond met een advies van de regionale stuurgroep aan de Staatssecretaris van VenW in het najaar van 2005.

• Rampenbeheersingsstrategie Overstromingen Rijn en Maas (Noodoverloopgebieden)

Het systeem van de Nederlandse grote rivieren is in 2015 uitgelegd op het veilig kunnen afvoeren van een afvoer die één maal per 1250 jaar voorkomt. Echter de kans dat er rivierafvoeren zullen optreden die groter zijn, is niet uitgesloten. De overstromingen die dan kunnen optreden, hebben grote gevolgen. Derhalve heeft de Regering in haar standpunt van december 2003 besloten om naast de optie noodoverloopgebieden ook nog 4 andere opties te onderzoeken: internationale afstemming, structurele normverhoging, organisatorische maatregelen en compartimentering. In haar Tussenbesluit van mei 2005 heeft het Kabinet besloten af te zien van 2 van de 3 noodoverloopgebieden en de verkenning naar het noodoverloopgebied Beerse Overlaat en de andere 4 opties, door te zetten. De verwachting is dat de Tweede Kamer in het voorjaar 2006 over het eindresultaat van de verkenning kan worden geïnformeerd.

• Natuurontwikkelingsschets Eems

De verwachting is dat de druk van economisch gerichte activiteiten op de morfologie van het Eems-estuarium, zoals scheepvaart, verdiepingen en schelpenwinning, in de toekomst verder zal toenemen. Dit zal waarschijnlijk met negatieve effecten op de natuur gepaard gaan. In het natuurontwikkelingsplan wordt een pakket van concrete, locatiespecifieke herstel en inrichtingsmaatregelen beschreven die bijdragen aan de doelen voor de Kaderrichtlijn Water.

11.05.02 Planstudieprogramma waterkeren

De volgende planstudies vinden plaats binnen het programma waterkeren.

• Zwakke Schakels Kust

De bescherming tegen overstromingen vanuit de zee is geregeld in de Wet op de Waterkering, waarin normen zijn opgenomen waaraan de zeeweringen moeten voldoen. Echter, naar aanleiding van signalen over een sterkere golfbelasting op de kust, is in 2003 door de waterschappen nogmaals gekeken naar de sterkte van de zeeweringen. De inzichten hebben geleid tot tijdelijke maatregelen zoals diverse zandsuppleties. Daarnaast is er gesignaleerd dat er op 10 locaties langs de kust zogenoemde zwakke schakels zijn, waarvoor binnen een periode van 20 jaar dijkversterking nodig is. Op 8 van deze 10 locaties ligt tevens een opgave tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, de zogenaamde prioritaire zwakke schakels: kop van Noord-Holland (Den-Helder–Callantsoog), Hondsbossche en Pettemer Zeewering, Noordwijk, Scheveningen, Kijkduin–Hoek van Holland, Flaauwe Werk, Zuidwestkust Walcheren en West Zeeuws Vlaanderen. Voorne en de Helderse zeewering in Den Helder zijn de twee zwakke schakels waar alleen een dijkversterking nodig is.

Voor de prioritaire zwakke schakels heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat een beschikking aan de betreffende kustprovincies van in totaal € 9,67 mln. gegeven voor het maken van integrale planstudies. Vanaf 2004 zijn de provincies gestart met de planstudies, waarbij Rijkswaterstaat een bijdrage levert aan de totstandkoming van de integrale planstudie. Daarnaast is voor technische ondersteuning een kenniscoördinatiepunt ingesteld.

De planstudies worden medio 2007 afgerond. De besluitvorming over de financiering van de versterkingsplannen is vervroegd. In het voorjaar van 2006 zullen de drie kustprovincies op basis van de op te stellen voorkeurs-alternatieven gezamelijk een voorstel voor prioritering aanleveren. Uitvoering zal plaatsvinden van 2007 t/m 2020. Om in 2007 voortvarend met de uitvoering een start te kunnen maken is in deze begroting voor de periode 2007–2010 een bedrag van € 96 mln. versneld beschikbaar gesteld; totaal blijft tot en met 2020 voor het programma Zwakke Schakels kust een bedrag van € 743 mln. gereserveerd. Deze middelen worden geprogrammeerd binnen het jaarlijks vast te stellen Hoogwaterbeschermingsprogramma.

• Extra spuicapaciteit Afsluitdijk

In verband met de uitbreiding van de spuicapaciteit wordt in het IJsselmeergebied een planstudie uitgevoerd. Met deze planstudie wordt de MER gemaakt op basis waarvan het dijkversterkingsplan conform de Wet op de waterkering wordt opgesteld. Nader onderzoek is vereist voor zowel de MER als ook ter voorbereiding van de realisatie. Verwacht wordt dat de planstudie naar de uitbreiding van de spuicapaciteit in de Afsluitdijk eind 2006 gereed is. De start van de realisatie is voorzien in 2008.

11.05.03 Planstudieprogramma waterbeheren

De volgende planstudies vinden plaats binnen het programma waterbeheren.

• Natuurlijk Peilbeheer Veerse Meer

Het huidige tegennatuurlijke peilbeheer in het Veerse Meer brengt delen van het watersysteem uit evenwicht. Het peilbeheer is vrijwel volledig afgestemd op de afwateringsfunctie voor de landbouw in de winter en de recreatieve functie in het voorjaar en de zomer. Hierdoor komt de ecologische kwaliteit nauwelijks tot ontwikkeling en worden ook de recreatieve potenties nauwelijks benut. Een natuurlijker peilbeheer geeft de natuur de kans om een situatie te ontwikkelen die meer past bij een watersysteem met (beperkt) getij. Rijkswaterstaat en de provincie Zeeland voeren een planstudie/MER uit naar een meer natuurlijk peilbeheer. De planstudie is in 2007 gereed.

• Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (ProSes)

Op 11 maart 2005 ondertekenden de bewindslieden Minister K. Peeters (Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, Vlaanderen), Minister K. Peijs (Verkeer en Waterstaat Nederland), Minister C. P. Veerman (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Nederland) en Staatssecretaris M. H. Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat, Nederland) het derde Memorandum van Overeenstemming, waarbij namens beide regeringen de besluiten van de Ontwikkelingsschets Schelde-estuarium zijn vastgesteld. Met de uitkomsten van deze Nederlands-Vlaamse verkennende studie is een start gemaakt met de planstudiefase naar een samenstel van maatregelen om de veiligheid, toegankelijkheid en natuurlijkheid van het estuarium te verbeteren. In het Memorandum is afgesproken dat wij ons krachtig zullen inspannen om de noodzakelijke wettelijke procedures voor de verdieping in 2007 af te ronden, zodat de gewenste vaardiepte in 2009 kan worden verwezenlijkt.

Intussen wordt gewerkt aan de totstandkoming van verdragen om de uitvoering van deze projecten veilig te stellen, en om de hechte samenwerking van de laatste jaren met het Vlaamse Gewest rond beleid en beheer ten aanzien van het estuarium te bestendigen. Het is de bedoeling deze verdragen in 2006 ter ratificatie aan de Staten-Generaal aan te bieden.

• Volkerak-Zoommeer

Begin jaren '90 werd in toenemende mate in de zomer blauwalgenbloei aangetroffen. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van hoge nutriëntenconcentraties en de lange verblijftijd van het water. De blauwalgenbloei leidt tot veel overlast voor verschillende gebruiksfuncties (oever- en verblijfsrecreatie, wonen, natuur, landbouwwater). Er zullen twee alternatieven onderzocht worden: zoet doorspoelen en zout doorspoelen. De planstudie is medio 2006 gereed.

11.09 Ontvangsten

Op het ontvangstartikel wordt het volgende verantwoord:

Gespecificeerde ontvangsten op de producten van dit productartikel (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Inrichting Veluwe randmeer9891 4191 193866  
Projectbureau Deltanatuur1001001001006666
Vergroten spuicapaciteit275     
Overige aanleg ontvangsten, incl. EU-bijdragen mbt IRMA11 2534 637    
Totaal Ontvangsten Aanleg12 6176 1561 2939666666

d. projectoverzichten

Waterkeren (Hoofdwatersystemen) Realisatie IF 11.03.01
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
             
(Deltaplan grote rivieren)648641606339     20062006
             
Maatregelen i.r.t. rivierverruiming Projecten (inter)nationaal
NURG1181193614777773320152015
Participatie171721222224  
Projecten landsdeel Oost
Doorlatend maken spoorbrug Oosterbeek5151474        
Projecten landsdeel Zuid
Keent1714 21752  20102008
             
Dijkversterking
Projecten landsdeel West
Flevoland en Noordoostpolder93937518      20052005
             
Herstel steenbekleding
Projecten (inter)nationaal
Onderzoek Hydraulische randvoorwaarden (HR 2006)87431     20062006
Onderzoek Veiligheid Nederland in Kaart (VNK)1212102      20052004
Projecten landsdeel West
Noordoostpolder en Flevoland5959301711     20062006
Projecten landsdeel Zuid
Oosterschelde*479   9112430653402015 
Westerschelde4334372182023252630286420152015
             
Hoogwaterbescherming
Projecten (inter)nationaal
Hoogwaterbeschermingsprogramma 1e en 2e toetsing*394 11218262520252672020 
Hoogwaterbeschermingsprogramma overige projecten*134  271015158772020 
             
Zwakke Schakels Nederlandse Kust
Zeewering Den Helder*1 01      2005 
             
Overig
Kleine projecten21211344       
Totaal categorie 02 484 1 0421349188103105134785  
Begroting (IF 11.03.01)1   1349190113160187   

* Nieuw in realisatie

1 Dit is inclusief de planstudie Extra spuicapaciteit Afsluitdijk.

Waterbeheren (Hoofdwatersystemen) Realisatie IF 11.03.02
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0
             
Projecten (inter)nationaal
Proef Grootschalige Verwerking Baggerspecie (GVB)222324457   20082008
Sanering waterbodems40140853292719252026202diversdivers
Stimuleringsregeling hergebruik baggerspecie (SVB)11312111114 2009 
Subsidie baggeren bebouwd gebied (SUBBIED)12310352527222519  20102009
Projecten landsdeel Oost
Inrichting IJsselmonding1311841     20062005
Integrale inrichting Veluwe randmeer (IIVR)39384625555720112011
Projecten landsdeel West
Natte natuurprojecten IJsselmeergebied302516563    20072004
Depot Hollandsch Diep78821361225184  20082007
Haringvliet De Kier353541061041  20062006
Klein Profijt22 2      20052004
Uitbreiding gemaalcapaciteit IJmuiden4949445      20052005
Projecten landsdeel Zuid
Aanleg baggerdepots (voorheen Depot Koerogspolder)22321642     20072007
Doorlaatmiddel Veerse Meer2020191      20042004
Vispassages Grave en Borgharen77142     20062005
Overig
Nieuwe projecten Herstel en Inrichting (H&I, excl. B&O-deel)403225313617152628295n.v.t. 
Nationaal Bestuursakkoord Water100 1111410302311   
Totaal categorie 0 (IF 11.03.02)1 355 1911301101171309974504  
Begroting (IF 11.03.02)   1301101171309974   
Hoofdwatersystemen Verkenningen IF 11.05.01Lopende verkenningen
LocatieProbleemIndicatie modaliteitReferentiekaderGereed
Landsdeel (inter)nationaal)
Rampenbeheersingsstrategie Overstromingen Rijn en Maas (Noodoverloopgebieden)VeiligheidWaterbeherenKabinetsstandpunt Noodoverloopgebieden december 20032006
Landsdeel Noord
Natuurontwikkelingsplan EemsNatuurWaterbeherenKaderrichtlijn Water2007
Landsdeel West
Gefaseerde kustuitbreiding Delflandse kustKustuitbreidingWaterkerenMotie Geluk (TK 29 200 XII nr. 53)2006
Landsdeel Zuid
Herinrichting Waals Nederlandse GrensmaasWaterbeheersing en Kaderrichtlijn WaterWaterbeherenAfspraak tussen Nederland en België/Wallonië2007
Integrale Verkenning Maas (IVM)Duurzame hoogwaterbeschermingWaterkerenKabinetsstandpunt Ruimte voor de Rivier december 20002005
Waterkeren (Hoofdwatersystemen) Planstudie IF 11.05.02
Bedragen in mlnRaming kostenBudget       Uitvoering
Projectomschrijvingmin.max.Taakstellend200520062007200820092010laterPeriode
CATEGORIE 1
            
Projecten (inter)nationaal           
Extra spuicapaciteit Afsluitdijk  250pb  uo   2008–2013
Overige steenzetting  377       2009–2015
Zwakke Schakels Nederlandse Kust  742  uo    2007–2020
Totaal categorie 1  1 369        

Legenda

pb projectbesluit

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

Waterbeheren (Hoofdwatersystemen) Planstudie IF 11.05.03
Bedragen in mlnRaming kostenBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterPeriode
CATEGORIE 1
            
Projecten (inter)nationaal
Volkerak Zoommeer4059  pb     2007–2010
            
Projecten landsdeel Zuid
«Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (ProSes); Nederlands aandeel *)»  30 pbuo    2007–2012
Peilbesluit Veerse Meer  pm pb     2007–2010
Speciedepot Maasdal 1)  35      pbna 2010
Totaal categorie 1  65        

* Nieuw in planstudie.

1 Exclusief 5 miljoen kosten grondverwering, die in 2004 zijn betaald.

Legenda

pb projectbesluit

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

12. Hoofdwegennet

a. Relatie producten en beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijkswegen verantwoord. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2006 van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII). Het infrastructuurfondsartikel hoofdwegen is gerelateerd aan de volgende beleidsartikelen:

• artikel 32: Bereiken van een optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit;

• artikel 34: Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijd;

• artikel 36: Bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving.

In het MIT-projectenboek 2006 is per aanlegproject beschreven welk probleem met het betreffende project wordt opgelost. Uitgangspunt voor de besluitvorming over de projecten is het MIT-spelregelkader. Hierin zijn de belangrijkste beslismomenten van de projecten vastgelegd.

b. Budgettaire gevolgen van uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
12. Hoofdwegennet2004200520062007200820092010
Verplichtingen3 478 5782 379 4672 125 0872 387 3052 934 9542 592 8982 797 942
Uitgaven1 588 6352 030 2252 542 9512 784 8812 918 3622 686 2202 797 975
12.01 Verkeersmanagement45 14062 44154 29249 66450 12951 39451 936
12.01.01 Basispakket verkeersmanagement45 14062 44154 29249 66450 12951 39451 936
12.02 Beheer en onderhoud610 828721 590836 106818 545789 396763 446826 699
12.02.01 Basispakket B&O infrastr. Hoofdwegen540 146641 262677 447608 867703 147688 793751 050
12.02.02 Service pakket B&O infrastr. Hoofdwegen70 68280 328158 659209 67886 24974 65375 649
12.03 Aanleg, benutting en planstudie na tracebesluit866 204919 6531 172 6281 353 2681 189 341850 963806 894
12.03.01 Realisatieprogramma hoofdwegen647 811617 653724 703859 537719 740485 461439 444
12.03.02 Planstudieprogramma na tracebesluit218 393302 000447 925493 731469 601365 502367 450
12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS37 968111 921117 978126 991139 961133 959113 958
12.04.01 Geïntegreerde contractvormen/PPS37 968111 921117 978126 991139 961133 959113 958
12.05 Verkenning en planstudies voor tracebesluit28 495214 620361 947436 413749 535886 458998 488
12.05.01 Verkenningen 700700    
12.05.02 Planstudieprogramma vóór tracebesluit28 495213 920361 247436 413749 535886 458998 488
Van totale uitgaven:       
–Bijdrage baten-lastendienst 1 063 6451 189 3391 170 9031 121 1131 055 9101 111 936
–Restant 966 5801 353 6121 613 9781 797 2491 630 3101 686 039
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%39%14%13%8%5%
12.09 Ontvangsten       
Ontvangsten152 2155 30032 76426 40394 52722 0017 665

c. Het actuele programma

12.01 Verkeersmanagement

12.01.01 Basispakket verkeersmanagement

De reikwijdte van verkeersmanagement

Verkeersmanagement streeft naar goed gebruik van de beschikbare infrastructuur en draagt bij aan het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur. Hieraan wordt invulling gegeven door in intensieve samenwerking met de regionale partners (publiek en privaat) activiteiten te verrichten op het gebied van:

• voorlichting over Rijkswegen;

• reistijd- en route-informatie;

• gedisciplineerd en sociaal weggedrag;

• hulpverlening bij pech en ongevallen (incidentmanagement);

• verkeersgeleiding bij grote drukte.

Bij het verder vormgeven van verkeersmanagement wordt onderscheid gemaakt tussen twee toepassingsgebieden te weten:

• het onder «normale» omstandigheden zorgen dat de wegen in een gebied zo goed mogelijk worden gebruikt. De reguliere ochtend- en avondspits zijn daarbij de meest aansprekende tijdsperioden;

• het onder «niet normale« omstandigheden zorgen dat de afwijkingen zo goed mogelijk worden gereguleerd. Hierbij valt te denken aan evenementen, wegwerkzaamheden en incidenten.

Vanuit de vijf regionale verkeerscentrales en de landelijke verkeerscentrale (VCNL) wordt voor beide toepassingsgebieden een pro-actieve sturing voorgestaan. Het benodigd instrumentarium voor deze sturing van het verkeer is in ontwikkeling. Hierbij wordt, in lijn met de bevindingen van de Commissie Luteijn, getracht om te werken binnen bestuurlijk afgedekte samenwerkingsgebieden. Het streven is om het Rijkswegennet in samenhang met het regionaal wegennet te besturen.

Na de succesvolle implementatie van incident management in de afgelopen jaren worden in 2006 verdergaande maatregelen op dit gebied onderzocht. Vooral de zwaardere ongevallen (met vrachtauto's of meerdere personenauto's) krijgen daarbij prioriteit. Dit type ongevallen veroorzaakt immers vaak langdurige overlast voor de weggebruikers. De verdergaande maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het versnellen van het politieonderzoek en het versneld vrijmaken van de weg.

Tot nu toe wordt gewerkt in een twintigtal samenwerkingsverbanden (grote en middelgrote stedelijke agglomeraties). Bij een aantal heeft dit reeds geleid tot pakketten van maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het KAN-gebied (Arnhem-Nijmegen), SIRE-gebied (regio Eindhoven), Haaglanden en het Stadsgewest Rotterdam.

De investeringen in de het hoofdwegennet nemen de komende jaren flink toe als gevolg van een impuls aan het beheer en onderhoud, het programma Zichtbaar, Slim en Meetbaar (ZSM) en een intensivering van de droge aanlegprojecten. Het is belangrijk dat de planningen van al deze werkzaamheden goed op elkaar worden afgestemd.

Voor de jaren 2006 tot en met 2008 zijn alle werkzaamheden met capaciteitsbeperking tot gevolg in kaart gebracht. De hinder voor de weggebruiker zal toenemen, met name in 2007. Er wordt naar gestreefd de projecten met minimale verkeershinder uit te voeren, uitgaande van de huidige werkplanning, conform afgesproken beleidsdoelstellingen en binnen de beschikbare budgetten. Als blijkt dat er onacceptabele verkeershinder dreigt te ontstaan, wordt overwogen om de planning aan te passen.

Specificatie bedieningsareaal

 Eenheidt/m 2004t/m 2005t/m 2006
VerkeerssignaleringKm997,3999,31 047,6
Verkeerscentralesstuks766
Spits- en plusstrokenstuks1927*47*
Doelgroepstroken, incl. busvoorzieningenstuks363838

* Een en ander afhankelijk van de voortgang van de planning i.v.m. de luchtproblematiek (zie ook bij art 12.03.01)

NB Door herdefiniëring wijken de kengetallen licht af van de getallen in de vorige ontwerpbegroting.

12.01.02 Servicepakket verkeersmanagement

In deze begrotingsperiode is er geen servicepakket verkeersmanagement afgesproken.

12.02 Beheer en onderhoud

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het Rijkswegennet (en de onmiddellijke omgeving daarvan) in die staat te houden die noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie (het faciliteren van vlot, veilig en comfortabel vervoer van personen en goederen onder de randvoorwaarde van een kwalitatief hoogwaardig milieu).

De areaalgegevens voor rijkswegen zijn opgenomen in de volgende tabel.

Specificatie areaal rijkswegen 200420052006
Soort beheer en onderhoud    
rijbaanlengte (in km)hoofdrijbanen5 7895 8205 820
rijbaanlengte (in km)verbindingswegen en op- en afritten1 7471 7501 750
zwart onderhoud (in km2)hoofdrijbanen707171
zwart onderhoud (in km2)verbindingswegen en op- en afritten151515
–groen onderhoud (in km2) 186188188

12.02.01 Basispakket Beheer en onderhoud

Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het wegennet is betrouwbaarheid van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales, verkeersvoorzieningen, het landschap en het milieu rond de Rijkswegen. Deze kan alleen worden gegarandeerd indien de infrastructuur preventief beheerd en onderhouden wordt. Dit in tegenstelling tot correctief onderhoud, waarbij de beheerder geconfronteerd wordt met functieverlies en de gebruiker ongewild voor onaangename verrassingen wordt geplaatst.

Naast het uitvoeren van beheer en onderhoud worden op dit artikel ook de voorbereidingskosten ten behoeve van beheer en onderhoud van Rijkswegen verantwoord. Dit behelst onder andere het opstellen van normen en richtlijnen, het voorbereiden van kaders waardoor de realisatie op een verantwoorde en efficiënte wijze kan plaatsvinden en het uitvoeren van audits. Door de specialistische diensten van Rijkswaterstaat wordt regelmatig onderzocht hoe het beheer en onderhoud nog doelmatiger, efficiënter, veiliger of met minder hinder voor het verkeer uitgevoerd kan worden.

Het beheer en onderhoud van het hoofdwegennet wordt door Rijkswaterstaat gedaan op basis van prestatieafspraken. Deze prestatieafspraken geven aan op welk kwaliteitsniveau het hoofdwegennet beheerd en onderhouden zal worden.

Voor het jaar 2006 gelden de volgende prestatieafspraken:

BasispakketPrestatie indicatorEenheidWaarde 2006
Voorzieningenniveau InfrastructuurVoldoen van wegen aan de afgesproken normen% areaal85%
Waarborg voor verkeersveiligheid, doorstroming en publiekvriendelijk werkenBij het (tijdelijk) niet voldoen aan de normen van de wegen, viaducten, aquaducten, bruggen en tunnels worden binnen maximaal 24 uur na constatering maatregelen genomen om de verkeersveiligheid te waarborgenaantal malen niet voldaan binnen afge- sproken tijd1

Na afloop van het uitvoeringsjaar zal RWS in de verantwoording aangeven of deze prestaties ook inderdaad zijn gerealiseerd.

Om de met de uitvoeringsflexibiliteit beoogde efficiency te bereiken zal gebruik gemaakt worden van een palet aan prestatiebestekken en andere geïntegreerde contractvormen. Daarbij zullen verschillende soorten werkzaamheden worden gecombineerd in één integraal contract met één prijs.

De bekostiging van de prestatieafspraken vindt plaats op basis van een vast tarief per eenheid areaal.

BasispakketAreaaleenheidOmvangTarief in € 1 000Totaalbudget 2006 in € 1 000
Beheer, onderhoud en ontwikkelingOppervlakte wegdek in km2867 878677 477

Een nadere toelichting op het totstandkomen van het tarief, de prestatie-indicator en een nadere toelichting op de verschillende componenten van het basispakket beheer en onderhoud is terug te vinden in het MIT-projectenboek 2006.

12.02.02 Servicepakket Beheer en Onderhoud

• Impuls 2003

De ontwikkeling van de budgetten voor beheer en onderhoud heeft in het verleden geen gelijke tred gehouden met de areaaluitbreidingen, het toegenomen gebruik van elektronica, de aangescherpte eisen en de extra slijtage die het gevolg is van het intensiever gebruik. Dit leidt tot een geleidelijke overgang van preventief naar correctief onderhoud. In het hoofdlijnenakkoord is daarom bij de begroting 2004 besloten tot een impuls aan Beheer en Onderhoud Rijkswegen (zie hiervoor het «Plan van Aanpak Beheer & Onderhoud», gevoegd bij de begroting 2004). Met de impuls beheer en onderhoud worden de meest urgente onderhoudsachterstanden aangepakt. Het in 2006 vanuit de impuls beschikbare budget zal grotendeels ingezet worden voor het vervangen van verhardingen.

JaarGerealiseerd (km's)Planning (km's)Vermindering achterstand (%)
2004139 + 41* 4,8% + 1,4%
2005 1394,8%
2006 42014,5%
2007 56119,4%
Totaal1801 12045,0%

* Versnelde aanpak glad wegdek

Om verkeersoverlast zo veel als mogelijk tot een minimum te beperken, zullen deze werkzaamheden goed afgestemd worden, zowel onderling als met de werkzaamheden die voortkomen uit het aanleg- en Fileplan ZSM-programma alsmede de werkzaamheden van andere wegbeheerders (zie ook de toelichting onder 12.01.01 Basispakket verkeersmanagement).

Servicepakket meer vlot

Het servicepakket meer vlot beoogt een aantal kleinschalige verbeteringen voor het goederenvervoer te realiseren. Daarbij moet gedacht worden aan zaken als uitbreiding parkeervoorzieningen voor vrachtauto's en aanpassing verkeerslichten ten behoeve van doorstroming vrachtverkeer.

Servicepakket meer veilig

Onder dit pakket worden enkele kleine verbeteringen uitgevoerd, zoals het iets verder doortrekken van strepen. Dergelijke zaken kunnen «meeliften» met reguliere onderhoud.

Servicepakket meer kwaliteit leefomgeving

Binnen dit servicepakket worden bijdragen geleverd aan het meerjarenprogramma ontsnippering. De ontsnipperingswerken worden uitgevoerd in samenspraak met alle betrokkenen. Hiermee ontstaat een realistisch, uitvoerbaar ontsnipperingsprogramma dat aansluit op en afgestemd is met de ontsnipperingsmaatregelen van andere overheden. Een voorbeeld van een ontsnipperingsproject is het plaatsen van een ecoduct of een dassentunnel.

12.03 Aanleg, benutting en planstudie na tracébesluit

Op dit hoofdproduct worden alle uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

• de uitvoering van nieuwbouwprojecten. Deze projecten zijn vooral gericht op structurele capaciteitsuitbreiding van het hoofdwegennet en dragen bij aan het vergroten van de verkeersveiligheid;

• de voorbereiding van de uitvoering van deze projecten.

De aan deze indeling gekoppelde verzameling projecten wordt aangeduid als het uitvoeringsprogramma, respectievelijk het voorbereidingsprogramma. De fase van voorbereiding van de uitvoering begint na vaststelling van een tracébesluit en wordt ook aangeduid als «planstudie na tracébesluit». Indien daadwerkelijk tot realisatie van het project wordt overgegaan, zal deze doorschuiven naar de realisatiefase.

Binnen dit artikelonderdeel gaat het concreet om uitgaven als:

• de budgetten benodigd voor de daadwerkelijke realisatie (voorheen de ProductUitgaven);

• de personele, materiële, automatiserings- en uitbestedingsuitgaven ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht (voorheen de Directe UitvoeringsUitgaven en een gedeelte van de voormalige apparaatsuitgaven van de Algemene Uitvoeringsuitgaven (art 22.02 Hoofdstuk XII);

• gereserveerde rijksbijdragen aan projecten.

In het MIT wordt per (nieuwbouw)project het integraal taakstellende budget voor de uitgaven gepresenteerd, dus inclusief de bijdrage aan de baten-lastendienst.

12.03.01 Realisatieprogramma hoofdwegennet

Nieuwbouwprogramma

In de tabel hieronder is de output van het nieuwbouwprogramma in 2005 en 2006 opgenomen. Een nadere inhoudelijke toelichting per project is te vinden in het MIT/SNIP-projectenboek.

RWWegvakOpenstelling in JaarIn MaandAantal kmTotaal aantal rijstrokenTotaal aantal rijbanen
2Oudenrijn–Everdingen2005Jan262
15Aansluiting Vondelingenplaat2005Julinvtnvtnvt
15Europaweg2005Decnvtnvtnvt
50Eindhoven-Oss, gedeelte Uden-Oss2005Dec8,542
33Spijk–Eemshaven2005Aug621
15Reconstructie aansluitingen Hardinxveld–Giessendam en Sliedrecht2006Decnvtnvtnvt

Van één project, Rijksweg 2 Tangenten Eindhoven, dat op dit moment in de fase van «voorbereiding van de uitvoering» verkeert, start naar verwachting in 2006 de uitvoering. Dit project is dus niet meer opgenomen in de planstudietabel, maar staat in het realisatieprogramma.

Hieronder volgt een korte toelichting op een aantal bovenstaande projecten. In het MIT staan de integrale budgetten genoemd (inclusief de bijdrage aan de baten-lastendienst):

• Rw15 Aansluiting Vondelingenplaat: Het taakstellende budget is verhoogd (met € 16 mln.) als gevolg van hogere uitvoeringskosten. Compensatie heeft volledig plaatsgevonden uit het budget van RW15 Europaweg.

• Rw15 Europaweg: Het taakstellende budget is verlaagd en deze verlaging is overgeheveld naar RW15 Aansluiting Vondelingenplaat (zie hierboven).

Amendementen

In het aanlegprogramma zijn drie amendementen in deze begroting verwerkt ten behoeve van vergroting van de capaciteit en veiligheid van het hoofdwegennet. Dit betreft

• het amendement nr. 8 IF van Van Hijum (gedeeltelijk, ad € 110 mln);

• het amendement nr. 19 IF van Hofstra (ad € 60 mln);

• en amendement nr. 38 IF van Hermans (ad € 60 mln).

De amendementen Van Hijum en Hermans zijn deels toegevoegd aan het ZSM II programma (ten behoeve van RW 12 Maarsbergen–Veenendaal) en voorshands is amendement Hofstra expliciet in het programma benoemd als project.

Versnelling programma

Uit de in de begroting verwerkte verwachte aanbestedingsmeevallers is een versnelling van het aanlegprogramma gefinancierd in de periode 2007 tot en met 2010. De hierdoor ontstane vrijval in het aanlegprogramma Hoofdwegennet wordt na 2010 aangewend ten behoeve van de financiering van de spoortunnel Delft (motie Mastwijk c.s. 29 800 XII, nr. 88). Deze versnelling is bedoeld voor de volgende wegen:

• A4 Burgerveen–Leiden (€ 137 mln);

• A2 Tangenten Eindhoven (€ 89 mln);

• A2 Amsterdam–Utrecht (€ 44 mln).

Fileplan ZSM

Het programma fileplan ZSM omvat een aantal maatregelen die de doorstroming verbeteren. ZSM staat voor zichtbaar, slim en meetbaar ofwel een pakket infrastructuurmaatregelen op de grootste knelpunten op het hoofdwegennet hoofdzakelijk in de Randstad en overige belangrijke knelpunten waarmee op de korte termijn een oplossing geboden kan worden.

«Fileplan ZSM» omvat alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en uitvoering van het programma Fileplan ZSM . De middelen worden ingezet om de capaciteit gedurende de spits te vergroten en de doorstroming te bevorderen.

Het programma ZSM bevat projecten van structurele aard, semi-permanente aard en tijdelijke aard. Verkeersveiligheid is hierbij een belangrijke randvoorwaarde.

De maatregelen zijn te onderscheiden in:

• maatregelen ter beperking van structurele files, zoals plus-, spits- en bufferstroken, aanpassingen in knooppunten, reguliere weguitbreidingen en toeritdoseerinstallaties;

• maatregelen ter bestrijding van incidentele files, zoals de DRIP's (dynamische route informatie panelen), verbetering van netwerkmanagement.

ZSM Fase I

Het programma ZSM Fase I bestaat uit Spoedwetprojecten en projecten die onder de tracéwet worden uitgevoerd in de periode 2003 t/m 2010, inclusief budget ten behoeve van flankerende maatregelen die de structurele inbedding van de resultaten van de Spoedwet Wegverbreding en het totale programma Fileplan ZSM moeten verankeren. Het gaat daarbij zowel om maatregelen die de snelle besluitvorming over infrastructuurprojecten bevorderen (uniformiteit, transparantie en eenduidigheid van de beslisdocumenten) als om verkeersmaatregelen die de daadwerkelijke doorstroming bevorderen en de ergernissen van weggebruikers beperken.

De spoedwet wegverbreding gaat uit van een netwerk waarin de elementaire schakels voor zover mogelijk zijn gevrijwaard van files. Deze elementaire schakels zijn de wegen rondom de grote steden en belangrijke knooppunten in het wegennet. Filevorming op deze knooppunten leidt direct tot slechter functioneren van het gehele wegennet. Wordt het verkeer op deze elementaire schakels in beweging gehouden, dan gaat de prestatie van het totale wegennet fors vooruit.

Files op de ringen rondom stedelijke agglomeraties ontstaan mede doordat verkeer dat de ringen af wil, vastloopt in knelpunten op uitgaande wegen. Het oplossen van deze terugslaande files levert een aanzienlijke bijdrage aan de effectiviteit van het gehele wegennetwerk. Spitsstroken worden daarom in de uitgaande richtingen ingezet voor het «leegtrekken» van de ringen rondom stedelijke agglomeraties en knooppunten. Door op deze gerichte wijze de files aan te pakken verdwijnen uiteraard niet alle files, maar wordt de doorstroming op het wegennet wel sterk verbeterd.

ZSM Fase II

Met het ZSM Fase II-pakket is een vervolg op ZSM Fase I-pakket gekomen. De spoedwet wegverbreding maakt het mogelijk om op korte termijn een aantal belangrijke knelpunten aan te pakken om vervolgens met de projecten van het programma ZSM fase II die de (langere besluitvormingsweg van de) tracéwet volgen een samenhangend pakket van maatregelen te realiseren. Bij de keuze van de projecten is de filetop 50 uitgangspunt geweest. Hiermee worden die wegen als eerste aangepakt die tot de grootste knelpunten van het wegennet worden gerekend. Deze beleidsintensivering uit het Hoofdlijnenakkoord van dit kabinet voor de aanpak van de files maakt het mogelijk om een aantal van de ontbrekende schakels in de doorgaande verbindingen en een aantal knooppunten aan te pakken. Voor de tweede fase van het programma ZSM (tracéwetprocedure) zullen de volgende projecten uitgevoerd worden:

RijkswegTraject
1/35Azelo–Buren
1/28Knooppunt Hoevelaken
11 Eemnes–Eembrugge
2Leenderheide–Budel
6Knooppunten Almere (2x), Lelystad en Emmeloord
12/18Knooppunt Ouddijk
12Maarsbergen–Veenendaal
12Gouda–Woerden
12Woerden–Oudenrijn
12/20Knooppunt Gouwe
12Waterberg–Velperbroek
12Waterberg–Velperbroek
15Papendrecht–Sliedrecht Oost/Hardinxveld–Giessendam
27/28Knooppunten Lunetten–Rijnsweerd
28Knooppunt Lankhorst
28Zwolle–Meppel
50Valburg–Grijsoord
50Waalbrug
50/73Knooppunt Ewijk
58Eindhoven–Oirschot

De capaciteit van de betreffende wegen zal hiermee verder toenemen en de betrouwbaarheid van het netwerk zal voor de automobilist verder stijgen.

• Luchtproblematiek

Na recente uitspraken van de Raad van State over spoedwetprojecten (A1 Hoevelaken–Barneveld, A2 Den Bosch–Eindhoven en de A27 Utrecht Noord–Eemnes) en diverse streek- en bestemmingsplannen, is duidelijk geworden dat op basis van het huidige Besluit luchtkwaliteit geen instemmende besluiten over wegenprojecten kunnen worden genomen in situaties waar de normen voor luchtkwaliteit worden overschreden. Besluiten over weginfrastructuurprojecten, inclusief de projecten van het programma Fileplan ZSM, kunnen pas genomen worden, nadat de regelgeving is aangepast. Het Kabinet heeft via een AMVB luchtkwaliteit de regelgeving aangepast en zal begin 2006 met een wettelijke regeling komen. Op basis van deze AMVB zullen naar verwachting weer rechtsgeldige besluiten genomen kunnen worden. Het wachten op deze aangepaste regelgeving voor de luchtkwaliteit heeft tot vertraging geleid in de besluitvorming van alle weginfrastructuurprojecten, waarover nog besluitvorming moet plaatsvinden. Vertraging in de besluitvorming hoeft niet per definitie te leiden tot vertraging in de uitvoering. Mogelijkheden om de uitvoering te versnellen worden optimaal benut. Naast deze regelgeving zal Verkeer en Waterstaat inzetten op het versterken van het EU-bronbeleid en op het uitvoeren van generieke maatregelen op nationaal niveau ter verbetering van de luchtkwaliteit. Hier wordt in artikel 36 van Hoofdstuk XII meer specifiek op ingegaan.

12.03.02 Planstudieprogramma na tracébesluit

Projecten in deze fase zijn:

• Rijksweg 7: Zuidelijke Ringweg Groningen fase 1;

• Rijksweg 35: Zwolle–Almelo, inclusief omlegging Ommen (Rijksweg 34), exclusief gedeelte Wierden–Almelo;

• Rijksweg 4: Burgerveen–Leiden;

• Rijksweg 57: Veerse dam–Middelburg;

• De projecten Spoedwet wegverbreding/fileplan ZSM Fase II;

• Innovatieprogramma geluid en lucht, inclusief maatregelen geluid.

12.04 Geïntegreerde contractvormen

In dit artikelonderdeel zijn opgenomen:

• exploitatiebudget Westerscheldetunnel. Na de opening van de tunnel in maart 2003 is de bijdrage van de veren op de Westerschelde omgezet naar een bijdrage ten behoeve van de exploitatie van deze tunnel.

• tunnel de Noord en de Wijkertunnel: dit betreffen aflossingsverplichtingen voor Tunnel de Noord en de Wijkertunnel;

• de A59, waarbij het bedragen betreft van een beschikbaarheidsvergoeding in het kader van het PPS project Rosmalen – Geffen;

• de N11, waarbij het betalingen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in het kader van het PPS-project Alphen a/d Rijn–Bodegraven betreft.

12.05 VERKENNING EN PLANSTUDIE VOOR TRACEBESLUIT

12.05.01 Verkenningen

Hier zijn een tweetal mutaties te onderkennen.

Enerzijds betreft dit een nieuwe gebiedsgerichte verkenning te Utrecht. Deze heeft betrekking op de problematiek op de A2/A12 Zuidwest Ring Utrecht en de A27 Oost Ring Utrecht.

Daarnaast is de verkenning op de A27 Breda-Utrecht vervallen omdat deze is afgerond en wordt opgevolgd door de planstudie A27 Lunetten–Hooipolder.

12.05.02 Planstudieprogramma vóór tracébesluit

Algemeen

De Raad van State heeft recent een uitspraak gedaan met betrekking tot de luchtkwaliteitproblematiek waardoor er vertraging in planstudies is opgetreden. De noodzakelijke luchtonderzoeken worden zo snel mogelijk uitgevoerd. Er wordt naar gestreefd de consequenties voor de opleveringstermijnen zo beperkt mogelijk te houden (zie ook 12.03.01).

In het kader van het MIT 2005 en het Verlengde MIT zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in de brief van 10 december 2004 en verwerkt in deze begroting.

Specifiek betreft het de volgende projecten In het MIT staan de integrale budgetten genoemd, inclusief de bijdrage aan de baten-lastendienst):

RijkswegTrajectToelichting
1Amsterdam-Amersfoort (Muiderberg-Hoevelaken)In de doorkijk van het MIT 2015–2020 is de planstudie A1 Amsterdam–Amersfoort opgenomen als vervolg op de bestaande planstudie A1 Eemnes–Barneveld. De scope van die studie wordt aangepast op basis van de Nota Mobiliteit en betreft nu het traject Muiderberg–Hoevelaken.
1Eemnes–BarneveldDe studie is vervallen onder deze naam. Eemnes–Hoevelaken is opgenomen in de planstudie A2 Amsterdam–Amersfoort. Hoevelaken–Barneveld is geen knelpunt in de Nota Mobiliteit.
2Amsterdam–UtrechtDit betreft een voortzetting van de planstudie Rijksweg 2 Holendrecht–Oudenrijn met een mogelijke wijziging van de scope.
2Tangenten–EindhovenDit project is overgegaan naar de realisatie en vervalt daarmee in de planstudietabel.
2Leenderheide–BudelDe spitsstrook is opgenomen in ZSM Fase II.
2Maasbracht–GeleenDe planstudies A2 Grathem–Urmond en A2 Urmond–Kerensheide–Hoensbroek worden voortgezet onder de naam Maasbracht–Geleen waarbij de scope is aangepast.
2Grathem–UrmondDit project is opgenomen in de planstudie Rw 2 Maasbracht–Geleen.
2Urmond–Kerensheide–HoensbroekDit project is deels opgenomen in de planstudie Rijksweg 2 Maasbracht–Geleen.
4Delft–SchiedamAls gevolg van bestuurlijk overleg is het budget voor dit project verhoogd van € 468 mln naar € 475 mln. Met toevoeging van de bijdrage aan de baten-lastendienst is het budget € 511 mln.
 Schiphol–Amsterdam–Almere (inclusief Hollandse brug)Dit betreft een nieuwe planstudie waarin de Rijksweg 6/9 toltunnel en de Rijksweg 9 Badhoevedorp–Holendrecht zijn opgenomen.
6Hollandse brugDe Hollandse brug is opgenomen in de planstudie A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere.
7Zuidelijke Ringweg GroningenDit betreft fase 2. De planstudie is vervangen door een gebiedsgerichte verkenning.
9Koedijk–De StolpenDe oplevering verschuift van 2008 naar 2009 als gevolg van tegenvallende procedures.
10CoentunnelHet budget is opgehoogd van € 1 113 mln. naar € 1 126 mln. uit het budget ZSM. Het Coenplein is daarmee onderdeel van het project Coentunnel. Met toevoeging van de bijdrage aan de baten-lastendienst is het budget € 1 196 mln.
12Maarsbergen–VeenendaalDit project is opgenomen in ZSM Fase II. Er is € 50 mln. voor 2010 beschikbaar uit amendement Van Hijum en € 60 mln uit het amendement Hermans.
13/16RotterdamDit project is opgenomen in de doorkijk MIT 2015–2020. Mogelijkheden voor versnelling naar de periode 2011–2014 worden onderzocht.
15Maasvlakte-VaanpleinNaar aanleiding van het bestuurlijk overleg is het project geheel opgenomen in categorie 1.
50Ramspol–EnsHet budget is verhoogd van € 41 mln naar € 70 mln als gevolg van scopewijziging op basis van bestuurlijk overleg. Met toevoeging van de bijdrage aan de baten-lastendienst is het budget € 79 mln.
27Utrecht–BredaDit betreft een nieuwe planstudie voor het traject Utrecht (Lunetten)–Hooipolder.
28Hattemerbroek–Zwolle–MeppelDit project is opgenomen in ZSM fase II.

12.09 Ontvangsten

Op dit artikel wordt ontvangen:

Gespecificeerde ontvangsten op de producten van dit producartikel (x € 1 000)
 200520062007200820092010
rw 2 Holendrecht-Oudenrijn 1 59418 81424 12718 9017 665
rw 2 Everdingen-Deil-Zaltbommel-Empel 2 400    
rw 4 Burgerveen-Leiden   67 300  
rw 15 Reconstructie aansluitingen2 2002 900    
rw 31 Leeuwarden-Drachten3 1005 800    
rw 35 Zwolle-Almelo combiplan  3 4003 1003 100 
Diverse ontvangsten 20 0704 189   
Totaal ontvangsten aanleg5 30032 76426 40394 52722 0017 665

d. projectoverzichten

Hoofdwegennet Realisatie IF 12.03.01
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
             
Projecten landsdeel Noord
Rw31 Leeuwarden-Drachten1241121122332929   20082008
Rw37 Hoogeveen-Holsloot-Emmen-Duitse grens11671588825261612   20072006
Projecten landsdeel Oost
Rw2 Everdingen-Deil-Zaltbommel-Empel453378212552898776762720102010
Rw35 Wierden-Almelo948215212317135  20082008
Projecten landsdeel West
Rw2 Holendrecht-Oudenrijn1 152992115541111762321971897820122012
Rw2 Knpt. Oudenrijn-knpt. Everdingen, incl. 2e brug o/d Lek bij Vianen en verzorgingsplaats11191191118      20052004
Rw14 Wassenaar-Leidschendam (Verlengde Landscheidingsweg incl. aansluiting Hubertusviaduct)39938226427434619   20082007
Rw15 Aansluiting Vondelingenplaat1048689132     20052004
Rw15 Europaweg (Dintelhavenbrug, Calandtunnel en 3 aansluitingen)1591600513342816    20052005
Rw15 Reconstructie aansluitingen bij H-Giessendam en Sliedrecht118417813630135    20062006
Projecten landsdeel Zuid
Maatregelenpakket Limburg* 265 41212121819    
Rw2 Rondweg Den Bosch33029414287175655126 20102010
RW 2 Tangenten Eindhoven*650 1717297513812414910120102011
Rw50 Eindhoven-Oss14454333794818     20052005
Rw73/74 Venlo–Maasbracht ism rw74, N68 en OTR93282813118223629093   20072007
Overig            
Dynamisch Verkeersmanagement128130 28      nvtnvt
Kleine projecten/Afronding projecten5476 3915     nvtnvt
Verkeersveiligheid infrastructuurpakket hoofdwegennet en project N33 Assen–Zuidbroek* 365 1313131313     
Totaal categorie 05 956 1 904618725859719485440206  
Begroting (IF 12.03.01)   618725859719485440   

* Nieuw in realisatie.

1 Project Trans Europese Netwerk (TEN) zoals afgegeven in Beschikking nr. 1692/96/EG van het Eur. Parlement en de Raad van 23 juli 1996.

2 Betreft invulling van het amendement van Van Hijum (29 800 A, nr. 8) à € 60 mln en € 5 mln BLD-bijdrage: aanleg spitsstrook A2 St. Joost-Urmond en aanpassing aansluiting Nuth op A76.

3 Betreft invulling van het amendement Hofstra (29 800 A , nr. 19) à € 60 mln en € 5 mln BLD-bijdrage, verdeeld over «Verkeersveiligheid Infrastructuurpakket Hoofdwegennet» (€ 10 mln) en het project N33 Assen–Zuidbroek (€ 50 mln en € 5 mln BLD-bijdrage) naar aanleiding van de motie Hofstra (29 800 A, nr. 28).

Hoofdwegennet Planstudie IF 12.03.02 (na tracébesluit) en 12.05.02 (voor tracébesluit)
Bedrag in mlnRaming kosten Budget   Planning   Uitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterperiode
CATEGORIE 1 (na tracébesluit)
Projecten (inter)nationaal
Innovatieprogramma Geluid en Lucht, incl. maatregelen geluid  298       2004–2010
Spoedwet Wegverbreding / Fileplan ZSM  1 324       2004–2010
Projecten landsdeel Noord
Rw7 Rondweg Sneek  87pr      2009–2013
Rw7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 1  127pr      2006–2009
Projecten landsdeel Oost
Rw35 Zwolle-Almelo in combinatie met rw34 en exclusief gedeelte rw35 Wierden-Almelo9  198pr      2007–2013
Projecten landsdeel West
Rw4 Burgerveen-Leiden7, 8  685tbpr     2002–2011
Projecten landsdeel Zuid
Rw4 Dinteloord-Bergen op Zoom, omlegging Halsteren  72pr      2006–2007
Rw57 Veersedam-Middelburg  166pr      2006–2010
            
CATEGORIE 1 (voor tracébesluit)
Tracé/-projectbesluit t/m 2006
Projecten landsdeel Noord
Rw31 Zurich-Harlingen  34tbpr     2006–2008
Projecten landsdeel Oost
Rw28 Hattemmerbroek-Zwolle-Meppel en kortsluiting A28/A3215   tntbpr    2008–2009
Rw34 omleiding Ommen in combinatie met rw35 Zwolle-Almelo9   tbpr     2007–2010
Rw50 Ewijk-Valburg-Grijsoord10  305tntbpr    2008–2011
Projecten landsdeel West
Rw1/Rw6/Rw9, benutting14  471 wabpr    2007–2008
Rw2 Amsterdam-Utrecht (Holendrecht-Oudenrijn) 2x5 rijstroken  44 tbpr    2008–2010
Rw2 Oudenrijn-Deil1,3,6  196 tb/pr     2006–2011
Rw7 Zaanstad-Purmerend, benutting14    wab/pr     2006–2007
Rw9 Velsen-Badhoevedorp, benutting14    wab/pr     2007
Rw9 Koedijk-De Stolpen  75 tbpr    2007–2009
Rw10 Tweede Coentunnel/Westrandweg  1 196 tbpr    2007–2012
Rw12 Den Haag-Gouda, benutting3, 11  115wabpr     2005–2009
Rw12 Maarsbergen-Veenendaal15,16    tbpr    2008–2010
Rw12 Utrecht-Maarsbergen en Veenendaal-Ede3, 11  368wabpr     2006–2009
Rw12 Utrecht west benutting ism Woerden-Gouda3, 11  120wabpr     2006–2008
Rw50 Ramspol-Ens  79 tbpr    2007–2009
Projecten landsdeel Zuid
Rw61 Hoek-Schoondijke  124 tb/pr     2008–2010
Rw74 Venlo ism rw73 zuid, N68 en Oosttangent Roermond   tbpr     2007–2008
Tracé-/projectbesluit na 2006
Projecten landsdeel Noord
Rw31 Leeuwarden  185tn tbpr   2011–2014
Projecten landsdeel Oost
Rw18 Varsseveld-Enschede  54    tb/pr  na 2009
Projecten landsdeel West
Rw4 De Hoek-Prins Clausplein2137730   tbpr   2011–2014
Rw4 Delft-Schiedam  511   tbpr  2009–2013
Rw4/9 Knooppunt Badhoevedorp3  122       2007–2008
Rw10 Zuidas (hoofdweggedeelte)1      tb/pr   2011–2014
Rw11 Leiden/Zoeterwoude-Alphen a/d Rijn     tbpr     
Rw13/16 Rotterdam  31    tb pr2011–2020
Rw15 Maasvlakte – Vaanplein  1 270  tbpr   2008–2015
Schiphol-Amsterdam-Almere (inclusief Hollandse Brug)13      tb/pr   2011–2017
Projecten landsdeel Zuid
N62* 17  80       2011–2014
Rw2 Leenderheide-Budel15     tbpr   na 2009
Rw2 Passage Maastricht  297 tbpr    2008–2013
Rw4 Dinteloord-Bergen op Zoom, exclusief Omlegging Halsteren17  100   tb pr na 2010
Rw27 Utrecht (Lunetten) – Hooipolder*       tb pr2011–2014
Rw61 Sluiskil     tb/pr    2008–2010
Totaal categorie 1  8 734        
CATEGORIE 2
Projecten landsdeel Oost
Rw12 Ede-Duitse grens 245     tbpr na 2014
Projecten landsdeel West
Rw1 Amsterdam-Amersfoort (Muiderberg-Hoevelaken)12         tbna 2014
Projecten landsdeel Zuid
Rw2 Maasbracht-Geleen      tbpr  na 2014
            
CATEGORIE 3
Projecten landsdeel Oost
Rw1 Barneveld-Deventer116361 tntb pr   na 2020
Rw1 Deventer-Hengelo58128 tn tbpr   na 2020
Projecten landsdeel Zuid
Rw2 Den Bosch-Eindhoven57162     tb prna 2020

* Nieuw in planstudie.

1 Financiering uit FES-budget Noordvleugel waarover in 2006 deels wordt besloten.

2 Prioriteit voor Den Haag-Leiden.

3 Project in het kader van Bereikbaarheidsoffensief Randstad.

4 Project volgt geen Tracèwetprocedure.

6 Tracèbesluit is gesplitst in Oudenrijn-Everdingen en Everdingen-Deil.

7 Betreft ingetrokken deel van het tracèbesluit bij Leiden en Leiderdorp.

8 Exclusief het aan HSL-zuid overgedragen deel van de uitvoering van het gebundelde gedeelte van de verbreding van rw 4.

9 Gedeelte rw35 Wierden-Almelo (€ 94 mln) is overgegaan naar het realisatieprogramma.

10 Taakstellend budget betreft gedeelte Ewijk-Valburg. Valburg-Grijsoord is ZSM II.

11 Spoedwet Wegverbreding.

12 Betreft aangepaste planstudie A1 Eemnes-Barneveld.

13 Hierin is opgenomen rw9 Badhoevedorp-Holendrecht en rw6/9 Toltunnel.

14 Budget van € 471 mln voor onder andere benuttingsprojecetn A1/A6/A9 CRAAG, A9 Velsen-Badhoevedorp en A7 Zaanstad-Purmerend.

15 ZSM II

16 ZSM II, uit amendement Van Hijum 8 is € 50 mln beschikbaar en uit amendement Hermans € 60 mln.

17 Financiering via kasschuif VERA.

Legenda

tn trajectnota of projectnota

tb / pb tracèbesluit / projectbesluit

wab wegaanpassingsbesluit

pr procedures rond

Geïntegreerde contractvormen Hoofdwegen IF 12.04
 Totaal MIT/SNIPBudget in € mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
             
Projecten landsdeel West            
Aflossing tunnels311300 515152525253    
Rw11 Alphen a.d. Rijn – Bodegraven, betaling PPS-constructie7570616142721  20042004
Projecten landsdeel Zuid            
Exploitatie Westerscheldetunnel282  474747474747   
Rw59 Rosmalen-Geffen, PPS2672493613141414141414720052005
Totaal categorie 0935 42112118127140134114147  
Begroting (IF 12.04)   112118127140134114   
Hoofdwegennet Verkenningen IF 12.05.01 A. Lopende verkenningen
LocatieProbleemReferentiekaderGereed
Landsdeel Oost   
Aansluiting A15 (Ressen)–A12 (Zevenaar)BereikbaarheidBestuur overleg2006
Landsdeel West   
Gebiedsgerichte verkenning Utrecht (netwerkanalyse)BereikbaarheidNota Mobiliteit2006
B. (Mogelijk) te starten verkenningen
Hieronder worden verkenningen gepresenteerd die mogelijk tot realisatie van een infrastructureel project zullen leiden in de periode 2015–2020. Voor de periode 2015–2020 is een overzicht met potentiële knelpunten beschikbaar (mede op basis van de Nota Mobiliteit), die mogelijk op termijn tot een infrastructurele oplossing komen. Voor deze potentiële knelpunten wordt het reguliere MIT-proces (verkenning, planstudie, realisatie) doorlopen. Per knelpunt zal eerst – via een nieuwe MIT-verkenning, een bestaande planstudie waarvan de scope wordt gewijzigd of een netwerkanalyse – de nut en noodzaak van een infrastructurele oplossing worden bekeken. Vervolgens worden voor die periode prioriteiten bepaald en zal een concrete programmering worden gemaakt, die past binnen de financiële randvoorwaarden. Daar waar ten opzichte van deze algemene toelichting aanvullende dan wel andere afspraken aan de orde zijn wordt dit toegelicht.
LocatieProbleemToelichting
Landsdeel Noord
A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2 (netwerkanalyse)Veiligheid, milieuTijdens het bestuurlijk overleg MIT eind 2004 (TK 29 800 A, nr. 17) is afgesproken dat er door middel van een gebiedsgerichte verkenning een evaluatie zal worden gestart naar de effecten van de 1e fase van de Zuidelijke Ringweg bij Groningen en de getroffen OV-maatregelen. Deze verkenning komt in plaats van de planstudie A7 Zuidelijke Rindweg Groningen, 2e fase. Over de uitvoering van de verkenning worden nog nadere afspraken gemaakt tussen Verkeer en Waterstaat en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Op basis van de uitkomsten van de verkenning zal een besluit worden genomen over het vervolgtraject. Naar verwachting is de verkenning in 2009 gereed.
Landsdeel Oost
A12 Ede–ArnhemBereikbaarheid 
A73 Nijmegen–BoxmeerCapaciteit  
Landsdeel West
A7 Amsterdam–HoornBereikbaarheid  
A8/A9 Amsterdam–AlkmaarBereikbaarheid 
A12 Den Haag–GoudaBereikbaarheid 
A12 Gouda–UtrechtBereikbaarheid 
A13 Den Haag–RotterdamBereikbaarheid 
A16 Rotterdam–Moerdijk Bereikbaarheid 
A20 Rotterdam–GoudaBereikbaarheid  
A20 Maassluis–RotterdamBereikbaarheid  
A27 Utrecht–AlmereBereikbaarheid 
A28 Utrecht–AmersfoortBereikbaarheid 
A44 Burgerveen–LeidenBereikbaarheid 
Landsdeel Zuid
A2 Utrecht–Den BoschBereikbaarheid  
A58 Breda–RoosendaalBereikbaarheid  
Bereikbaarheid VenloBereikbaarheid Het gaat hier om een verkenning naar het mogelijk op termijn ontstaan van knelpunten in de bereikbaarheid van de Tradeport Venlo. In overleg met betrokken partijen wordt bepaald welke partij de verkenning zal trekken.

13. Spoorwegen

a. Relatie producten en beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.

Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting 2006 van Verkeer en Waterstaat (XII) bij beleidsartikelen:

– artikel 32: Bereiken van een optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit;

– artikel 34: Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijd;

– artikel 36: Bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving.

In het MIT-projectenboek 2006 is per aanlegproject beschreven welk probleem met het betreffende project wordt opgelost. Uitgangspunt voor de besluitvorming over de projecten is het MIT-spelregelkader. Hierin zijn de belangrijkste beslismomenten van de projecten vastgelegd.

b. Budgettaire gevolgen van uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
13 Spoorwegen2004200520062007200820092010
Verplichtingen1 328 3003 551 1302 532 3631 311 3151 764 337940 4491 235 216
Uitgaven1 532 6601 528 0121 775 8402 021 9371 910 9751 942 6171 911 973
13.01 Railverkeersleiding75 56976 57375 97076 37076 37076 37076 370
13.02 Onderhoud en vervanging1 036 996959 582927 542881 935838 468766 287791 976
13.02.01 Regulier onderhoud421 984390 482412 042400 435374 968363 787316 776
13.02.02 Grote onderhoudsprojecten362 134335 100409 000371 000348 000283 000354 700
13.02.03 Rentelasten252 878234 000106 500110 500115 500119 500120 500
13.03 Aanleg400 647460 627718 358918 809841 681826 419692 587
13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer363 585410 675645 061854 179801 565819 655692 587
13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer10 61623 50646 85138 18413 6706 764 
13.03.03 Uitgaven leenfaciliteit versnelde aanleg26 44626 44626 44626 44626 446  
13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS  44 374128 784115 348115 784116 553
13.05 Verkenningen en planstudies19 44831 2309 59616 03939 108157 757234 487
13.05.01 Planstudieprogramma personenvervoer11 75517 3196 48790335 000145 648192 207
13.05.02 Planstudieprogramma goederenvervoer5 63011 8491 04713 0712 04610 04640 217
13.05.03 Verkenningenprogramma2 0632 0622 0622 0652 0622 0632 063
Van totale uitgaven: 1 528 0121 775 8402 021 9371 910 9751 942 6171 911 973
–Apparaatsuitgaven 1 7251 129903   
–Restant 1 526 2871 774 7112 021 0341 910 9751 942 6171 911 973
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%85%40%33%29%28%
13.09 Ontvangsten31 65010 09638 20080 000101 000123 000131 000
–HSA  15 00065 00087 000109 000131 000
–Overig31 65010 09623 20015 00014 00014 000 

c. Het actuele programma

13.01 Spoorverkeersleiding

De middelen voor spoorverkeersleiding worden vanaf 2005 verantwoord op het infrastructuurfonds.

De verkeersleiding stuurt het treinverkeer en levert actuele reisinformatie. De uitvoering van verkeersleiding is georganiseerd in vier regio's met in totaal zeventien posten. Verkeersleiding is ook verantwoordelijk voor het afhandelen van calamiteiten op het spoor en het zo snel mogelijk herstellen van het treinverkeer.

13.02 Onderhoud en vervanging

De prioriteit binnen betrouwbaarheid gaat uit naar onderhoud en vervanging. Het betreft hier vervangingsinvesteringen, de beheer- en onderhoudskosten van de in uitvoering zijnde of gerealiseerde aanlegprojecten en de effecten van groei.

Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor het onderhoud spoor wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding. De door ProRail te ontvangen gebruiksvergoeding wordt in mindering gebracht op de door het Rijk te subsidiëren uitgaven. Dit is al verwerkt in het Overzicht budgettaire gevolgen van uitvoering.

In bepaalde segmenten van het goederenvervoer per spoor zou – bij gelijkblijvende kwaliteit van treinpaden – onverkorte toepassing van de nieuwe systematiek voor de vaststelling van de gebruiksvergoeding tot een grote vraaguitval kunnen leiden. Een dergelijke vraaguitval zou eveneens negatieve gevolgen kunnen hebben voor de rentabiliteit van de Betuweroute. VenW verleent derhalve voor het jaar 2006 een bijdrage aan ProRail om het voor ProRail mogelijk te maken de stijging van de gebruiksvergoeding 2006 specifiek voor goederenvervoer per spoor te verlagen. Afhankelijk van het definitief te verstrekken bedrag, zal dit bij 1e suppletore begroting 2006 definitief worden verwerkt.

In het onderhoudsbudget wordt een onderscheid gemaakt tussen «regulier onderhoud», «grote onderhoudsprojecten» en «rentelasten». Voor de opbouw van deze posten wordt verwezen naar het MIT-projectenboek.

13.03 Aanleg Spoorwegen

13.03.01 Realisatie programma aanleg personenvervoer

Aanbestedingsresultaten

ProRail heeft aangegeven een bedrag van € 200 mln. aan additioneel aanbestedingsresultaat aanleg spoor te verwachten in de periode 2005–2012, waarvan € 140 mln. in de periode tot en met 2010. Dit heb ik u gemeld in de kamervraagbeantwoording inzake de Voorjaarsnota (TK, 2004–2005, 30 105 A, nr. 3). In het nu voorliggende MIT is dit verwerkt door enerzijds de budgetten van de projecten Vleuten–Geldermalsen, Nootdorpboog en Uitgeest de Kleis te verlagen (totaal € 20 mln.). Het restant is technisch verwerkt op het project 2e fase Betrouwbaar Benutten.

NSP-Zuidas: extra perroncapaciteit Amsterdam Zuid/WTC (2e eilandperron)

De Zuidas is mede van invloed op de afwikkeling van het treinverkeer op het «verkeersplein» Amsterdam. Om te voorkomen dat de Zuidas uit het oogpunt van betrouwbaarheid en capaciteit een knelpunt gaat vormen na de opening van de Utrechtboog en de spooruitbreiding Amsterdam–Utrecht is het nodig dat in 2007 een tweede eilandperron op het station Zuid/WTC beschikbaar is. Hiermee wordt tevens gewaarborgd dat zich zolang de eindsituatie voor de Zuidas nog niet gereed is, geen nieuwe knelpunten op de Zuidas voordoen. Nadere uitwerking van het project heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van het projectbudget tot € 45 mln.

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

Onderstaande projecten zijn in dienst gesteld. De afzonderlijke projecten zijn afgesloten en de resterende werkzaamheden zijn opgenomen onder de post Nazorg gereed gekomen lijnen en halten:

• Houten Castellum;

• Hemboog;

• Flevolijn Gooiboog;

• Groningen Sauwerd;

• Halte Tilburg Reeshof.

Kleine projecten

Het project Binckhorst is geheel afgerond.

Geluid

Het projectbudget is verlaagd met € 110 mln. Deze gelden zijn toegevoegd aan artikel 13.02.01 om zo via het getoetste Beheerplan jaarlijks aan ProRail budget beschikbaar te stellen voor de aanpak van geluidsoverlast op emplacementen.

NSP Breda

Het project is overgegaan van planstudie- naar realisatiefase. Het projectbudget is verhoogd van € 18 mln. naar € 37 mln. In de toetsbrief van het Rijk van december 2003 was reeds een stijging gemeld, waarbij de kosten voor het basisstation werden geraamd op circa € 30 mln. Naast de kosten van het basisstation is besloten om gezamenlijk met de spoorsector te investeren in een derde perron en een sobere uitbreiding van de sporenlay-out om de aanlanding van de HSA-treinen mogelijk te maken zonder dat het nodig is om in de bestaande (stop)treindiensten te schrappen.

Investeringen in Spoor

In de 1e suppletore begroting 2005 (TK 2004–2005, 30 105 A, nr. 2) is een bedrag van € 128 mln. voor investeringen spoor gemeld. Hierbij dient nog rekening te worden gehouden met de als gevolg van de Motie-Slob hiervan bestemde € 23 mln. (zie ook TK, 2004–2005, 30 105 A, nr. 3). In het Beheerplan 2006 zal door de sector nadere invulling worden gegeven aan de voor investeringen in spoor nog beschikbare middelen. In de afweging terzake zal rekening worden gehouden met onder meer het vanaf 2007 wegvallen van de leenfaciliteit ter financiering van kleine uitbreidingsinvesteringen.

Intensivering Spoor in Steden

Op het gebied van geluid en veiligheid bestaan knelpunten in de steden. Momenteel vindt samen met VROM een inventarisatie plaats van deze knelpunten en de kosten die gemoeid zijn met het helpen oplossen hiervan. VenW is voornemens om een bijdrage te leveren om de steden tegemoet te komen in het oplossen van prioritaire knelpunten. Op basis van de inventarisatie zal bekeken worden op welke wijze de VenW-bijdrage kan worden ingezet. De in deze begroting voor oplossing beschikbaar gestelde middelen ad € 300 mln. (in de periode 2006–2020) ontstaan door versnelde aflossing van schuld bij ProRail (Kamerstukken II, 2004–2005, 30 105 A, nr. 2) en door verlaging van post «afdekking risico's spoorprogramma».

Traject-Oost

In juni 2001 is de Trajectnota/MER fase HSL-Oost afgesloten met een standpuntbepaling. Hierin is besloten het project HSL-Oost niet door te zetten, maar het huidige spoor tussen Utrecht en Arnhem beter te benutten door diverse maatregelen op het traject uit te voeren onder de naam Traject Oost. In het Standpunt worden 15 deelprojecten genoemd. Het betreffen deelprojecten die op korte termijn gereed zouden moeten zijn, de zogenaamde kopgroep, en deelprojecten die op langere termijn gereed moeten zijn, het zogenaamde peloton.

In de begroting 2005 waren de gereserveerde gelden nog opgenomen onder het artikel van de hoge snelheidslijnen, maar omdat HSL-Oost niet meer tot de zogenaamde grote projecten wordt gerekend is het project nu ondergebracht onder het reguliere aanlegprogramma Personenvervoer.

De kopgroep gelden zijn opgenomen in het realisatieprogramma en de pelotongelden in het planstudie programma.

Het planstudiebudget is naar beneden bijgesteld door een overheveling van gelden naar Rijkswegenprogramma inzake inpassingmaatregelen A12 Utrecht–Maarsbergen.

Afdekking risico's spoorprogramma

Aan de post «afdekking risico's spoorprogramma» voor grote projecten is € 97 mln. onttrokken en toegevoegd aan het projectbudget HSL-Zuid. Verder is met het oog op de ontwikkeling van het risicoprofiel de reservering verlaagd met € 193 mln. Deze middelen zijn binnen dit artikel ingezet voor intensivering Spoor in Steden.

Naast bovenstaande posten is voor een aantal andere projecten, na het inventariseren van de resterende werkzaamheden en risico's, de projectbudgetten bijgesteld.

13.03.02 Realisatieprogramma aanleg goederenvervoer

Aslasten cluster II

In het voorjaar van 2003 is begonnen met de werkzaamheden op de trajecten Arnhem–Deventer en Amsterdam–Amersfoort–Deventer–Oldenzaal. Het aslastenprogramma wordt ook in 2006 voortgezet. Het strekt ertoe dat huidige snelheidsbeperkingen in verband met lokaal beperkte draagkracht van de spoorbaan en met name van kunstwerken in bestaande spoorwegen komen te vervallen. Dat leidt tot een grotere capaciteit van de spoorinfrastructuur, ten gunste van zowel reizigers- als goederenvervoer.

PAGE (plan van aanpak goederen emplacementen)

De uitvoering van het PAGE project is in 2002 van start gegaan. Voor elf locaties worden maatregelenplannen opgesteld en uitgevoerd. Uitvoering loopt door tot 2008.

De eerste concrete maatregelen zijn uitgevoerd (emplacementen Venlo en Rotterdam IJsselmonde). Maatregelen op emplacementen Almelo en Sittard zijn in uitvoering.

Stamlijn Noordwesthoek Maasvlakte

Dit project betreft de aansluiting van de Noordwesthoek van de Maasvlakte op het spoorwegnet. De realisatie van deze verbinding is van groot belang voor zowel de ontwikkeling van het goederenvervoer per spoor als voor de positie van de Rotterdamse haven. In dit gebied zullen zich diverse bedrijven vestigen die aangegeven hebben een deel van hun vervoer via het spoor te willen afwikkelen.

Inmiddels is de eerste fase van dit project, de spoorverbinding met de nieuwe chemieterminal, voltooid en is deze spoorverbinding in gebruik genomen. De tweede fase betreft de verbinding met de Euromaxterminal. In 2006 wordt met de aanleg van dit traject begonnen. Deze moet in 2007 zijn gerealiseerd.

Sloelijn

De Sloelijn is de spoorverbinding voor goederenvervoer die het havengebied van Vlissingen-Oost (het Sloegebied) verbindt met de spoorlijn Vlissingen-Roosendaal. De bestaande Sloelijn niet-geëlektrificeerd, voldoet niet aan huidige milieueisen (onder andere geluid) en heeft een te beperkte capaciteit. In 1998 is een Tracéwetprocedure gestart, het tracébesluit is begin 2004 genomen.

Onderdeel van het Sloelijnproject is ook de planbeschrijving Zeeuwse Lijn, dit betreft inpassingsmaatregelen voor geluid op het traject Vlissingen–Roosendaal. In 2006 wordt met deze inpassingsmaatregelen een aanvang gemaakt.

Tenslotte zijn binnen het aanlegprogramma spoorwegen de volgende mutaties te onderkennen:

• Pilot fluistertrein: De budgetverlaging van € 7 mln. naar € 5 mln. De uitvoering van deze pilot valt goedkoper uit dan in eerste instantie werd gedacht.

• Sloelijn: De budgetophoging van € 51 mln. naar € 66 mln. wordt voornamelijk veroorzaakt door het opnemen in het projectbudget van de uitgaven die voor derden worden gedaan (hier staan eveneens bijdragen van derden tegenover).

13.03.03 Rente en aflossing leenfaciliteit versnelde aanleg

Door een leenfaciliteit aan de Nederlandse Spoorwegen is in de periode van 1991 tot en met 1993 een versnelde realisatie van spoorweginfrastructuur ten behoeve van personenvervoer mogelijk gemaakt. Aanvankelijk bedroeg de leenfaciliteit € 272 mln., maar uiteindelijk heeft de NS € 245 mln. voorgefinancierd. De rente- en aflossingsverplichting komt vanaf 1994 ten laste van de begroting van het infrastructuurfonds en bedraagt jaarlijks € 26 mln. t/m 2008.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Het kabinet heeft in januari 1999 ingestemd met het model voor privatisering van de HSL-Zuid. De publiekprivate samenwerking komt bij de onderdelen Infraprovider, vervoer en stations elk op afzonderlijke wijze tot stand. Eind 2001 zijn de contracten met de Infraprovider en de Vervoerder getekend. Vanaf augustus 2004 is de Infraprovider begonnen met het werk aan de bovenbouw. Voor de onderbouw geldt dat de HSL-zuid-onderdelen gefaseerd worden opgeleverd voor de start van de werkzaamheden van de Infraprovider. Op het zuidelijke deel was de eerste oplevering augustus 2004. De laatste oplevering in het noordelijk deel wordt per september 2005 verwacht.

Op 1 april 2006 wordt de infrastructuur tussen Rotterdam en de belgische grens aan HSA beschikbaar gesteld. Op 1 oktober 2006 volgt de infrastructuur tussen Rotterdam en Amsterdam.

13.05 Verkenningen en planstudies

13.05.01 Planstudie spoor personen

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven geraamd van door ProRail uit te voeren planstudies en de voor de planstudieprojecten gereserveerde middelen.

NSP Breda

Het project is overgegaan van de planstudie- naar de realisatiefase.

NSP Zuidas: deel station Amsterdam Zuid/WTC

Vanwege toedeling van de kosten die zijn gemoeid met een sober en doelmatig basisstation op basis van het globale plan voor de OV-terminal ZuidAs is het projectbudget omhoog bijgesteld.

NSP Zuidas: Amsterdam Zuid/WTC/4 sporig + keerspoor

Op basis van benuttings- en verkeersonderzoek is de infrastructuurfunctionaliteit nader bepaald. Herijking van de raming heeft geleid tot een opwaartse bijstelling van het projectbudget. Daarnaast is vooruitlopend op de besluitvorming over het al dan niet ondergronds aanleggen van het spoor rond Amsterdam Zuidas in de raming rekening gehouden met een grotere lengte van het benodigde 4-sporige trajectdeel tussen Zuid/WTC en de keersporen.

Traject-Oost

Zie de toelichting bij het realisatieprogramma.

13.05.02 Planstudie spoor goederen

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven geraamd van door ProRail uit te voeren planstudies en de voor de planstudieprojecten gereserveerde middelen.

Wijzigingen Planstudies

Aslasten cluster III

Op basis van herprioritering binnen het spoorgoederenprogramma is de start van de uitvoering van cluster III verschoven naar 2007. Door de eerdere uitvoering van het derde cluster zijn de kosten nauwkeuriger te ramen, waardoor het budget kan worden bijgesteld van € 46 mln. naar € 30 mln.

Roosendaal–Antwerpen (VERA)

De voor VERA gereserveerde financiële middelen zijn in het kader van de besluitvorming over de verdieping van de Westerschelde verder naar achteren geschoven (2014–2020). De realisatie van VERA is onzeker. Werkzaamheden aan het OntwerpTracéBesluit liggen al enige tijd stil. Realisatie op basis van de huidige informatie (Trajectnota) wordt, naar mate de tijd vordert, steeds moeilijker.

IJzeren Rijn

Goederenverbinding Antwerpen-Roergebied (IJzeren Rijn). Op 24 mei 2005 heeft het Arbitragetribunaal uitspraak gedaan in het geschil tussen België en Nederland inzake de IJzeren Rijn.

13.05.03 Verkenningen

Op dit artikelonderdeel worden de activiteiten op het gebied van capaciteitsmanagement en capaciteitsstudies verantwoord welke door ProRail worden uitgevoerd.

Wijzigingen Verkenningentabel

Uit het eindbeeldonderzoek Rotterdam België (ROBEL) is geconcludeerd dat de vervoersprognoses en de omgevingshinder langs de bestaande spoorlijn geen spoedige aanleg (niet vóór 2020) van een compleet nieuwe goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Antwerpen noodzakelijk maken. De vervoersontwikkeling op deze as zal periodiek geanalyseerd worden om te kunnen bepalen wanneer er wel (onderdelen van) zo'n spoorlijn nodig is. Voor de omgevingshinder langs de bestaande spoorlijnen bestaan saneringsregelingen. Bovendien is regelgeving in de maak om de omgevingshinder (geluid, risico's) aan plafonds te binden. Met de provincies en gemeenten is in bestuurlijk overleg wel een voorlopige voorkeur voor een tracé afgesproken. De provincies hebben aangegeven met het oog op de toekomst dat tracé in hun streekplannen vast te leggen. Hiermee is de verkenning afgerond.

13.09 Ontvangsten

Op het ontvangstartikel wordt het volgende verantwoord:

Gespecificeerde ontvangsten op de producten van dit productartikel (x € 1 000)
 20062007200820092010
Bijdragen TEN CAU5 000    
ProRail EAT taakstelling11 00012 00014 00014 000 
Bijdragen Sloelijn7 2003 000   
HSA15 00065 00087 000109 000131 000
Totaal38 20080 000101 000123 000131 000

d. projectoverzichten

Spoorwegen Personenvervoer Realisatie IF 13.03.01
Bedragen in mlnTotaal MIT/SNIPBudgetOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
             
Projecten (inter)nationaal
Benutten            
BB21 (ontw. Bev21, VPT+,VPT2, 25KV, ontw. + implement. GSM-R)27127021240163    diversdivers
Geluid (emplacementen en innovatieve ontwikkelingen)186197218121712106 diversdivers
Kleine projecten23345  411774 diversdivers
Stationsstallingen (kwaliteit)8282   21202021 diversdivers
2e fase Betrouwbaar Benutten9141 088  123140141152118240diversdivers
Amsterdam–Utrecht–Maastricht/Heerlen            
Integrale spooruitbreiding Amsterdam–Utrecht96596465812081543617  20062006
Stations en stationsaanpassingen            
Kleine stations 3)7680367410101026diversdivers
Overige projecten/lijndelen enz.
Afdekking risico's spoorprogramma's239594 090143060   
AKI-plan en veiligheidsknelpunten43403401383030334130308diversdivers
Investeringen in Spoor*105    27203028 divers 
Intensivering Spoor in steden*300  4982372141763divers 
Nazorg gereedgekomen lijnen/halten504117107754  diversdivers
Ontsnippering7171    77750diversdivers
Traject Oost (perronverbredingen)729 281054   2004/2006 
Projecten Landsdeel Oost            
Utrecht–Arnhem–Zevenaar            
Arnhem West vrije kruising6362   21015152120102010
Arnhem 4e perron172172214815252427482007/20102007/2010
Arnhem Centraal (t.b.v. NSP)2524 27772  20092007
Projecten Landsdeel West            
Amsterdam–Den Haag–Rotterdam–Dordrecht            
Rotterdam Zuid–Dordrecht: 4/6-sporig5382382366853    19971997
Rotterdam/Den Haag–Utrecht            
Woerden–Harmelen: 4-sporig fase 2149155112211132   20052005
Amsterdam–Utrecht–Maastricht/Heerlen            
Vleuten – Geldermalsen 4/6 sp. (incl. Randstadspoor)6941951184823941131351413692005 e.v.2005 e.v.
Amsterdam/Schiphol–Den Helder/Hoorn            
Uitgeest de Kleis (Regionet 1e fase)24271932     20052005
Haarlemmermeer–Almere            
Extra perroncapaciteit Amsterdam Zuid (2e eilandperron)4551 14247    20062006
Stations en stationsaanpassingen            
Amsterdam CS spoor 10/157978683422   20042004
Amsterdam Zuidas; deel stationsstalling (t.b.v. NSP)22 11     20062006
Breda Centraal (t.b.v. NSP)*3718  512992 2006/2009 
Den Haag Centraal (t.b.v. NSP)8282 41530258  20082008
Den Haag emplacement2121 31044   20062006
Fietsenstalling Amsterdam CS2727 13388312007/20112006/2010
Rotterdam Centraal (t.b.v. NSP)161160 51545503511 20092009
Transfercapaciteit Amsterdam CS1212      12 20072007
OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)253252 31030617165132009/20112010
Overige projecten/lijndelen enz.            
Hanzelijn89088514933581251391563562012/20132012/2013
Nootdorpboog47552811422   20052005
Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol)171170  33535403028diversdivers
Totaal categorie 07 144 1 6974116458548028206931 223  
Begroting (IF 13.03.01)   411645854802820693   

* Nieuw in realisatie.

1 Inclusief de toegevoegde middelen ad 60 mln. i.h.k.v. Strategisch Akkoord 2002.

2 Het betreft de projecten: knelpunt Baarn en Hilversum Larenseweg. De resterende middelen worden gereserveerd voor kleine projecten in de Noordvleugel.

3 Er is een beschikking afgegeven voor de stations Tilburg Reeshof, Almere Oostvaarders, Arnhem Zuid en Ypenburg Haaglanden. Tot en met 2006 zal een beschikking worden afgegeven voor Helmond. Omstreeks 2006 zal een nadere invulling van het programma plaatsvinden.

4 Opgenomen is het programma tot en met 2010 alsmede de middelen vanuit NaNOV voor verdiepte ligging spoor bij Almelo.

5 Dit project bestaat uit 3 delen; Rotterdam Zuid – Dordrecht deel NS-R; Trajectdeel Barendrecht; en Wisselcomplex Kijfhoek.

6 Inclusief de halten Vathorst, def. Halte Leidsche Rijn west en Leidsche Rijn Centrum. Door de regio is voorfinanciering aangeboden.

7 Voorheen HSL-Oost (Utrecht-Arnhem-Duitse grens).

Spoorwegen Goederenvervoer Realisatie IF 13.03.02
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0
             
Projecten (inter)nationaal
Aslasten cluster II4543171110421  20092009
PAGE risico reductie191952453   diversdivers
Pilot Fluistertrein1574 1     20062006
Projecten landsdeel West
Spoorontsluiting NW Hoek Maasvlakte222134852   20072007
Verbindingssporen ECT1312103      20052005
Projecten landsdeel Zuid
Sloelijn665114242476  20092008
Totaal categorie 0170 40244738147    
Begroting (IF 13.03.02)   244738147    

1 Project gefinancierd uit milieudrukgelden.

Geïntegreerde contractvormen spoor IF 13.04
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
Reeks Infraprovider (IP): beschikbaarheidsvergoeding (13.04)3 0243 024  441291151161172 503  
Reeks Infraprovider (IP): onderhoud (13.02)25   1111120  
Totaal categorie 0 (incl. reeks Infraprovider)3 049 00451301161171182 523  
Begroting (IF 13.04 en 13.02)   045130116117118   
Spoorwegen Personenvervoer Planstudie IF 13.05.01
Bedragen in mlnRaming kostenBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterPeriode
CATEGORIE 1           
            
Projecten (inter)nationaal
Traject Oost (diverse maatregelen)3  461       divers
Projecten Landsdeel West
Amsterdam Zuidas: deel station (t.b.v. NSP)  91       2008–2013
Amsterdam Zuidas WTC/4-sporig + keersporen2  288       2008–2014
Rijswijk–Schiedam incl. spoorcorridor Delft1  270       pm
Totaal categorie 1  1 110        

1 De totale Rijksbijdrage bedraagt € 345 mln: € 75 mln via VROM en € 270 mln via V&W.

2 Inclusief € 100 mln FES bijdrage.

3 Voorheen HSL-Oost (Utrecht-Arnhem-Duitse grens).

Spoorwegen Goederenvervoer Planstudie IF 13.05.02
Bedragen in € mlnRaming kostenBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterPeriode
CATEGORIE 1           
            
Tracè-/projectbesluit na 2005
Projecten (inter)nationaal
Goederenroute Rotterdam–Noord-Nederland (GoeNoord)  62    pb/uo  2009–2013
Aslastencluster III  30 pruo    2007–2012
Roosendaal/Antwerpen (VERA)  186       2014–2020
Projecten landsdeel Oost
Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNOV)  119     uo 2010–2015
Projecten landsdeel Zuid
Goederenverbinding Antwerpen–Roergebied (IJzeren Rijn)  pm       pm
Totaal categorie 1  397        

Legenda

tb/pb tracèbesluit/projectbesluit

pr procedures rond

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

Spoorwegen Verkenningen IF 13.05.03 A. Lopende verkenningen
LocatieProbleemIndicatie modaliteitReferentiekaderGereed Landsdeel (inter)nationaal)
Overdracht spooraansluitingenToegankelijkheid spoornetSpoor goederenMotie (TK 27 482, nr 55)2006
B. (Mogelijk) te starten verkenningen
LocatieProbleemIndicatie modaliteitToelichting
Landsdeel West   
Railservice centra Waalhaven en Maasvlakte (vervolgfase)CapaciteitstekortSpoorgoederenDe groei van het containervervoer via rails vanaf het Rotterdamse havengebied kan leiden tot capaciteitsknelpunten op de beide Railservice centra. Onderzocht zal worden of, en zo ja wanneer, er op korte dan wel middellange termijn capaciteitsknelpunten zullen ontstaan en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze knelpunten op te heffen.
Spooraansluiting Tweede MaasvlakteOntsluiting Europese spoorwegennetSpoorgoederenBij de aanleg van de Tweede Maasvlakte is het van belang dat de aldaar te ontwikkelen industriële activiteiten en overslagactiviteiten op het Europese spoorwegnet worden aangesloten. Onderzocht zal worden op welke wijze een dergelijke aansluiting het beste kan worden gerealiseerd.

14. Regionaal, lokale infra

a. Relatie producten en beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Regionale/lokale infra verantwoord. Deze producten zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting 2006 van Verkeer en Waterstaat (XII) bij beleidsartikel 34.3 Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijd/decentrale netwerken.

b. Budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
14 Regionaal/lokale infra2004200520062007200820092010
Verplichtingen750 23063 056225 977280 991314 262251 919294 925
Uitgaven750 230230 614327 108457 349327 839251 884294 893
14.1 Grote regionaal/lokale projecten738 910167 923235 567429 298327 839251 884294 893
14.1.1 Verkenningen       
14.1.2 Planstudieprogramma reg/lok6 1556 5635 9925 57620 76515 54083 034
14.1.3 Realisatieprogramma reg/lok732 755161 360229 575423 722307 074236 344211 859
14.2 Regionale mob fondsen11 32062 69191 54128 051   
14.2.1 Rijksbijdrage11 32020 83049 68028 051   
14.2.2 Terugsluisopbrengsten 41 86141 861    
Van totale uitgaven:       
–Bijdrage aan baten-lastendienst 3 7593 2543 1253 3413 2743 274
–Restant 226 855323 854454 224324 498248 610291 619
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%80%57%100%86%76%
14.03 Ontvangsten       
Ontvangsten7 090      

c. Het actuele programma

14.1 Grote regionale/lokale projecten

In dit onderdeel worden alleen de aanlegprojecten behandeld waarvan de kosten van de meest kosten effectieve oplossing hoger zijn dan de grenswaarden in de «oude» GDU+ (respectievelijk € 112,5 mln. en € 225 mln.). Voor de beschikbare bedragen per project wordt verwezen naar de projectoverzichten regionale/lokale infra onder d projecten overzichten.

Met de subsidieverlening voor de projecten die boven bovengenoemde grenswaarde uitkomen worden de volgende doelen nagestreefd:

• het verminderen van de congestieproblematiek op de weg. Met name de bereikbaarheid van de mainports en de achterlandverbindingen is daarbij van groot belang. Onder deze categorie valt onder meer de realisatie van belangrijke verbindingen, stadsgewestelijke OV-verbindingen, de aanleg en verbetering van wegen van het onderliggende wegennet, bijvoorbeeld die de doorstroming van het openbaar vervoer bevorderen;

• de verbetering van het openbaar vervoer op netwerkniveau. Het kan daarbij gaan om projecten die leiden tot snelheidsverhoging van de voertuigen, lagere exploitatiekosten en/of hogere vervoerwaarde (meer reizigers);

• het verbeteren van de verkeersveiligheid.

Ter afwikkeling van Demonstratieproject Duurzaam veilig vinden in 2005 en 2006 nog uitgaven plaats voor het project West Zeeuws Vlaanderen.

14.1.1 Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIT. Een voorgenomen project zal, na een zorgvuldige probleemanalyse door de regio, eerst in het RVVP (Regionaal Verkeers- en vervoersplan)/PVVP (provinciaal verkeer en vervoersplan) worden opgenomen. Op basis van de uitkomsten van de door de regio uitgevoerde verkenning wordt besloten of het betreffende project al dan niet in de planstudietabel wordt opgenomen. Opname in de planstudietabel betekent een erkenning door Verkeer en Waterstaat van het verkeer- en vervoerprobleem.

14.1.2. Planstudieprogramma regionaal lokaal

Van een project dat in de planstudietabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt.

Wijzigingen projecten in planstudieprogramma:

• het project N 201 is overgeheveld van het planstudieprogramma naar het realisatieprogramma;

• het project Hilversum Mediapark is niet meer opgenomen, omdat dit project onder het regime (en de daarbij behorende financieringswijze) van de Brede Doeluitkering (BDU) (Hoofdstuk XII artikel 39) valt;

• de benaming van project 229, doortrekking A 73, wordt gewijzigd in 2e stadsbrug Nijmegen.

14.1.3. Realisatieprogramma regionaal lokaal

Dit artikelonderdeel bevat de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote infrastructuurprojecten die door derden worden aangelegd.

Momenteel zijn dit vooral projecten voor openbaar vervoer, met name over rails. In de realisatietabel staan de 4 grote projecten, waarvan 3 reeds in uitvoering zijn: de Noord/Zuidlijn (metro in Amsterdam), Beneluxmetro (metro in Rotterdam) en Randstadrail (light-rail Rotterdam/Den Haag). Het 4e project de N201 zal binnenkort in uitvoering komen.

Wijzigingen projecten in realisatieprogramma:

• De N 201 is opgenomen in de realisatietabel. Door toevoeging van het overschot Mediapark (€ 25 mln) en de prijscompensatie is de bijdrage verhoogd tot € 166 mln.

14.2 Regionale mobiliteitsfondsen

Het programma rond de regionale mobiliteitsfondsen valt uiteen in vier onderdelen:

• fondsen (bestaand) in het kader van het amendement Dijsselbloem;

• fondsen (nieuw en bestaand) in het kader van de impuls voor regionale bereikbaarheid;

• fondsen (bestaand) in het kader van het amendement Van Hijum;

• fondsen in het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Randstad.

In 14.2.1 zal worden ingegaan op de reguliere rijksbijdragen, die de komende jaren nog worden gedaan in de regionale mobiliteitsfondsen. Concreet geldt dit voor middelen uit de amendementen Van Hijum en Dijsselbloem en middelen uit de impuls voor regionale bereikbaarheid. In 14.2.2 wordt specifiek ingegaan op de compensatie van drie BOR-regio's naar aanleiding van het niet doorgaan van de proef met het spitstarief.

14.2.1 Rijksbijdrage

• Fondsen (bestaand) in het kader van het amendement Dijsselbloem.

Als gevolg van het amendement Dijsselbloem is in 2001 in totaal € 136 mln. gereserveerd voor acht regionale mobiliteitsfondsen in de zuidelijke en oostelijke provincies en kaderwetgebieden. Zeven regio's hebben aan alle voorwaarden voldaan en hebben de rijksbijdrage van maximaal € 17 mln. ontvangen. Het Knooppunt Arnhem–Nijmegen heeft € 11,32 mln. aan rijksbijdrage ontvangen en moet nog een stortingsverzoek doen voor het resterende bedrag (€ 5,68 mln.). De verwachting is dat deze laatste bijdrage in 2005 aan het Knooppunt Arnhem–Nijmegen zal worden gedaan.

• Fondsen (nieuw en bestaand) in het kader van de impuls voor regionale bereikbaarheid.

In het kader van de besteding van het Kwartje van Kok geeft Verkeer en Waterstaat een gerichte impuls voor regionale bereikbaarheid van in totaal € 360 mln. tot en met 2010. In 2003 is met een aantal regio's afgesproken dat een deel van deze impuls (€ 55 mln.) zal worden ingezet voor netwerk/pakketmaatregelen in de betreffende regio's. De financiering van deze maatregelen verloopt via de regionale mobiliteitsfondsen. Omdat het Samenwerkingsverband Noord-Nederland nog geen regionaal mobiliteitsfonds heeft zal daar een bestaand fonds worden omgebouwd of een nieuw fonds worden opgericht. De middelen (€ 10 mln. voor de Regio Twente, € 10 mln. voor het Knooppunt Arnhem–Nijmegen, € 25 mln. te verdelen over de regio's Rotterdam en Den Haag en € 10 mln. voor het Samenwerkingsverband Noord-Nederland) zullen in de periode 2005–2007 beschikbaar worden gesteld, onder de bestaande voorwaarden van de regionale mobiliteitsfondsen.

• Fondsen (bestaand) in het kader van het amendement Van Hijum.

Met het amendement Van Hijum wordt € 140 mln beschikbaar gesteld voor de verbetering van het (onderliggende) wegennet. Besloten is een deel van deze middelen (€ 15 mln voor het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en € 15 mln voor Gelderland/Overijssel) in te zetten voor kansrijke netwerk/pakketmaatregelen. Financiering hiervan zal verlopen via de regionale mobiliteitsfondsen, onder de bestaande voorwaarden. De middelen komen beschikbaar in de periode 2006–2007.

14.2.2 Terugsluis opbrengsten

Voor de uitvoering van het BOR zijn ten behoeve van de vier betrokken regio's (Noordelijke Randstad en de regio's Rotterdam, Haaglanden en Utrecht) regionale mobiliteitsfondsen ingesteld. Het kabinet heeft hiervoor een bedrag van maximaal € 454 mln. beschikbaar gesteld onder de voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage levert (50%-50% cofinanciering). De voeding van de vier fondsen heeft in 2000 en 2001 plaatsgevonden, conform de afspraken uit het BOR en het feit dat de regio eerst haar bijdrage heeft geleverd. In het kader van het BOR is daarnaast een bedrag – gelijk aan de toenmalig geraamde opbrengst van het spitstarief op het hoofdwegennet – in de periode 2002–2010 in de begroting opgenomen, de zogenaamde terugsluisopbrengsten. Omdat de proef met het spitstarief niet is doorgegaan, is in dit kader € 81,6 mln gereserveerd om drie BOR-regio's financieel te compenseren (Noordelijke Randstad, Rotterdam en Haaglanden). De betreffende regio's zullen in 2005 het eerste deel van deze compensatie ontvangen. Per ontvangende partij gaat het om een bedrag van € 13,6 mln. In 2006 volgt dan het tweede deel van de compensatie.

d. projectoverzichten

Regionale/lokale infrastructuur Planstudie IF 14.01.02
Bedragen in mlnRaming kostenBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterPeriode
CATEGORIE 1           
Projectbesluit t/m 2006           
Projecten landsdeel West
Hilversum Mediapark  25pnpbpruo   vanaf 2008
Rijn Gouwelijn Oost1  140pbpr/uo     2006–2010
Projecten landsdeel Zuid
Eindhoven BOSE39540050 pb pr uo 2010–2012
Tilburg Noordwest Tangent* 5 1152,5pbpr/uo     2006–2008
Projectbesluit na 2006           
Projecten landsdeel Oost
Nijmegen 2e stadsbrug225030050–70  pbpruo  2009–2011
Projecten landsdeel Zuid           
Maaskruisend verkeer, Maastricht436272   pb pruo 2010–2012
Totaal categorie 1  267,5–287,5        

Voor alle projecten geldt: het is afhankelijk van de uitkomsten van de planstudie en de beschikbare middelen of een project in aanmerking kan komen voor een rijksbijdrage.

* Nieuw in planstudie.

1 Rijksbijdrage komt beschikbaar vanaf 2010.

2 Er is nog geen taakstellende Bijdrage bepaalde (min. € 50 mln–max. € 70 mln). De naam van het project is gewijzigd van «doortrekking A73» in «2e stadsbrug».

3 Er is € 50 mln gereserveerd uit envelop Regionale Bereikbaarheid; voorwaarde van de TK is dat de regio met een analyse komt van nut, noodzaak, draagvlak en oplossing.

4 Er is nog geen taakstellende bijdrage bepaald.

5 De rijksbijdrage bedraagt € 2,5 mln op basis van de MKE in het kader van bijdrage «groot regionaal project». De rijksbijdrage kan als gevolg van nadere besluitvorming nog worden aangepast.

Legenda

pn projectnota

pb projectbesluit

pr procedures rond

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

Regionale/lokale infrastructuur Realisatie IF 14.01.03
 Totaal MIT/SNIPBudget in € mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
             
Projecten landsdeel West
Beneluxmetro (VINEX)1, 36606606172320     20022002
Duurzaam Veilig West-Zeeuws Vlaanderen6  51       
N201166140 43826203146120102010
Noord-Zuidlijn Noord-WTC1, 21 1321 12822560135244145146142352010/20112011
RandstadRail, 1e fase84684440943321501385519 2006/20082006/2008
Zuidtangent kerntraject fase 29393921      20022002
Overig
Afrekening Decentralisatie GDU+ 200421  21        
Experimenteerfonds7655244444549  
Totaal categorie 03 000 1 34516123042430723621285  
Begroting (IF 14.01.03)   161230424307236212   

1 (Deels) investeringsimpuls 1994.

2 (Deels) investeringsimpuls 1998.

3 Exclusief € 4,3 mln bodemsanering.

15. Hoofdvaarwegennet

a. Relatie product en beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijksvaarwegen verantwoord. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2006 van Verkeer en Waterstaat (XII). Het productartikel Hoofdvaarwegennet is gerelateerd aan de volgende beleidsartikelen:

• artikel 33: veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's;

• artikel 34: betrouwbare netwerken en acceptabele reistijden;

• artikel 35: mainports en logistiek;

• artikel 36: bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving.

In het MIT/SNIP-projectenboek 2006 is per aanlegproject beschreven welk probleem met het betreffende project wordt opgelost. Uitgangspunt voor de besluitvorming over de projecten is het SNIP-spelregelkader. Hierin zijn de belangrijkste beslismomenten van de projecten vastgelegd.

b. Budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
15. Hoofdvaarwegennet2004200520062007200820092010
Verplichtingen545 613392 777405 090484 455592 374586 252615 050
Uitgaven398 492450 076452 210536 417587 278592 605642 193
15.01 Verkeersmanagement79 80079 82873 55874 98375 80180 39180 969
15.01.01 Basispakket verkeersmanagement79 80079 82873 55874 98375 80180 39180 969
15.02 Beheer en onderhoud221 766244 993265 062354 558403 642399 093380 129
15.02.01 Basispakket B&O hoofdvaarwegen162 714167 983137 774211 606259 945243 258235 259
15.02.02 Servicepakket B&O hoofdvaarwegen31 57837 50037 50037 50037 50037 50037 500
15.02.04 Groot variabel onderhoud hoofdvaarwegen27 47439 51089 788105 452106 197118 335107 370
15.03 Aanleg en planstudie na tracebesluit90 150113 17692 50470 49161 44362 20856 269
15.03.01 Realisatieprogramma hoofdvaarwegen86 327108 37684 58454 01139 84332 20827 469
15.03.02 Planstudieprogramma na tracebesluit3 8234 8007 92016 48021 60030 00028 800
15.05 Verkenning en planstudies voor tracebesluit6 77612 07921 08636 38546 39250 913124 826
15.05.01 Verkenningen6 77612 0796 4466 2657 4827 8837 826
15.05.02 Planstudieprogramma vóór tracebesluit0014 64030 12038 91043 080117 000
Van totale uitgaven:       
–Bijdrage aan baten-lastendienst 297 708272 456341 872390 240390 446408 354
–Restant 152 368179 754194 545197 038202 159233 839
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%47%35%26%23%17%
15.09 Ontvangsten       
Ontvangsten52 89219 74922 73213 52312 62312 92314 323

c. Het actuele programma

15.01 Verkeersmanagement

Activiteiten rond verkeersmanagement worden uitgevoerd ten behoeve van meer vlot en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet.

Het gaat om de volgende activiteiten:

• verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;

• monitoring en informatieverstrekking;

• vergunningverlening en handhaving;

• crisisbeheersing en -preventie.

De areaalgegevens rondom verkeersmanagement zijn opgenomen in onderstaande tabel:

 Areaaleenheid 
VerkeersmanagementBegeleide vaarweg in km1 372,5
Bediende objecten in aantallen 1081

1 in voorgaande begrotingen was steeds sprake van 193 bediende objecten. Vanwege de nieuwe vereenvoudigde aansturing is gekozen voor een vereenvoudigde definitie van het aantal bediende objecten. Zo worden alleen sluizen en beweegbare bruggen opgenomen. Afzonderlijke stuwen en pompgemalen vallen niet meer onder de definitie. Bovendien wordt bijv. een brug over een sluis samen als 1 object gezien (voorheen: 2)

15.01.01 Basispakket verkeersmanagement

Het verkeersmanagement van het hoofdvaarwegennet wordt door Rijkswaterstaat gedaan op basis van prestatieafspraken.

Voor het jaar 2006 geldt de volgende prestatieafspraak:

BasispakketPrestatie indicatorEenheidWaarde 2006
Bedienen van sluizen en beweegbare bruggenUitvoeren van in toelichting genoemde afspraken conform het Vaarplan ONTWERP BPRW 2005–2008.% waaraan voldaan wordt aan afgesproken bedieningstijden100%

De bekostiging van deze prestatieafspraken vindt plaats op basis van een vast tarief per eenheid areaal:

BasispakketAreaaleenheidOmvangT arief in € 1 000Totaalbudget 2006 in € 1 000
VerkeersmanagementBegeleide vaarweg in km1 372,58,22911 294
 Bediende objecten108576,50962 263

Bij het bepalen van dit tarief is gekeken naar de belangrijkste factoren die de kosten van het verkeersmanagement bepalen. De belangrijkste component van verkeersmanagement is personeel.

15.02 Beheer en Onderhoud

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdvaarwegennetwerk in een dusdanige staat te houden die noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie (het faciliteren van vlot, veilig, duurzaam en comfortabel vervoer van goederen onder de randvoorwaarde van een kwalitatief hoogwaardig verkeersmanagement maar ook watermanagement ten behoeve van het hoofdwatersysteem).

Naast het uitvoeren van beheer en onderhoud worden op dit artikel de voorbereidingskosten ten behoeve van beheer en onderhoud vaarwegen verantwoord.

 Areaaleenheid 
Beheer, onderhoud en ontwikkelingVaarweg (in km)4 378

15.02.01 Basispakket Beheer en onderhoud

Een absolute voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is betrouwbaarheid van de infrastructuur van «waterbak» (baggeren), kunstwerken en verkeersvoorzieningen. Deze kan alleen worden gegarandeerd indien de infrastructuur preventief beheerd en onderhouden wordt. Dit in tegenstelling tot correctief onderhoud, waarbij de beheerder geconfronteerd wordt met functieverlies en de gebruiker ongewild voor onaangename verrassingen wordt geplaatst.

Het beheer en onderhoud van het hoofdvaarwegennet wordt door Rijkswaterstaat gedaan op basis van prestatieafspraken. Deze prestatieafspraken geven aan op welk kwaliteitsniveau het hoofdwegennet beheerd en onderhouden zal worden.

Voor het jaar 2006 gelden de volgende prestatieafspraken:

BasispakketPrestatie indicatorEenheidWaarde 2006
Voorzieningenniveau InfrastructuurToegangsgeulen zeehavens voldoen het gehele jaar aan de normen voor het vaarwegprofiel% waarin voldaan wordt aan profiel95%
 Onderhoud aan de vaarwegmarkeringen is zodanig dat voor een afgesproken percentage wordt voldaan aan de IALA normen en de SIGNI-normen.% van de vaarwegmarkeringen dat voldoet85%

Na afloop van het uitvoeringsjaar zal RWS in de verantwoording aangeven of deze prestaties ook inderdaad zijn gerealiseerd.

Om de met de uitvoeringsflexibiliteit beoogde efficiency te bereiken zal gebruik gemaakt worden van een palet aan prestatiebestekken en andere geïntegreerde contractvormen. Daarbij zullen verschillende soorten werkzaamheden worden gecombineerd in één integraal contract met één prijs.

De bekostiging van de prestatieafspraken vindt plaats op basis van een vast tarief per eenheid areaal.

BasispakkettenAreaaleenheidOmvangTarief in € 1 000Totaalbudget 2005 in € 1 000
Beheer en onderhoudVaarweg4 377,831 471137 774

Een nadere toelichting op het totstandkomen van het tarief, de prestatie-indicator en een nadere toelichting op de verschillende componenten van het basispakket beheer en onderhoud is terug te vinden in het MIT/SNIP-projectenboek 2006.

15.02.02 Servicepakketten Beheer en Onderhoud

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd hoe dit proces zal worden afgerond (TK stuk 28 600 XXII nr. 17). Bij elke overeenstemming over de overdracht zal apart worden bezien of de overdrachtsovereenkomst kan worden gesloten.

Fries-Groningse kanalen

De rijksbijdrage voor het onderhoud van de Fries-Groningse kanalen is vastgelegd in een convenant dat gesloten is met de provincies Friesland en Groningen.

De bijdrage betreft de vaarweg Lemmer-Delfzijl (Pr. Margrietkanaal en van Starkenborghkanaal) alsmede het van Harinxmakanaal en het Winschoterdiep. Deze laatste 2 vaarwegen worden niet gerekend tot het hoofdvaarwegennet.

De rijksbijdrage is in de negentiger jaren vastgesteld op basis van een preventief onderhoudsniveau (geen achterstalligheid). Er is een jaarlijkse indexering afgesproken.

Naar aanleiding van het rapport Commissie-Brinkman «Anders gestuurd, beter bestuurd» is er een advies om het Harinxmakanaal en het Winschoterdiep te financieren via het provinciefonds. De vaarweg Lemmer–Delfzijl zou in rijksbeheer moeten komen. In 2005 zal de wenselijkheid van centralisatie of overheveling conform het advies van de Commissie-Brinkman nader worden bezien.

15.02.04 groot variabel onderhoud

• Impuls 2003

De ontwikkeling van de budgetten voor beheer en onderhoud heeft in het verleden geen gelijke tred gehouden met de kosten van beheer en onderhoud. Ongewild leidt dit tot een geleidelijke overgang van preventief naar correctief onderhoud, waarbij geprioriteerd is naar vaarwegklasse. In het hoofdlijnenakkoord is daarom bij de begroting 2004 besloten tot een impuls aan Beheer en Onderhoud Rijkswaterwegen (zie hiervoor het «Plan van Aanpak Beheer & Onderhoud», gevoegd bij de begroting 2004).

Voor de Hoofdvaarwegen geldt ook het plan van aanpak voor het inlopen van achterstallig onderhoud. In dit plan is een aantal projecten genoemd. Deze projecten hebben invloed op de afgesproken prestaties.

ProjectenUitvoeringsperiode
Amsterdam Rijnkanaal baggeren en renoveren sluizen en oevers2004–2009
Amsterdam-Lemmer/IJsselmeer2004–2010
Baggeren IJssel2008–2011
Vervanging vaartuigen2004–2010
Kanaal Gent–Terneuzen, baggeren en oevers2004–2010
Maas: baggeren en kunstwerken2004–2010
Noordzeekanaal baggeren2004–2009
Rotterdam–België/Zeeland: renovatie o.a. Volkeraksluizen en baggeren2004–2010
Rotterdam–Duitsland: baggeren en oevers2004–2009
Wrakkenberging2010
Natte bruggen2005–2010
Amsterdam Rijnkanaal baggeren en renoveren sluizen en oevers2004–2009

Om verkeersoverlast zo veel als mogelijk tot een minimum te beperken, zullen de werkzaamheden goed afgestemd worden, zowel onderling als met werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma alsmede met werkzaamheden vanuit hoofdwatersystemen.

15.03 Aanleg en planstudie na tracébesluit

15.03.01 Realisatieprogramma hoofdvaarwegen

Op dit hoofdproduct worden de uitgaven verantwoord die samenhangen met de realisatie van aanleg hoofdvaarwegprojecten.

Naar verwachting komen de volgende projecten in 2006 gereed:

• de 1e fase van de verdieping van de vaargeulen in het Ketelmeer;

• de verbreding van de toegang naar de Beatrixsluis in het Lekkanaal;

• de landschappelijke inpassing van de 2e sluis te Lith;

• de brugverhogingen voor vierlaags containervaart op de Maas te Roosteren en Echt.

Ten opzichte van de begroting 2005 zijn bij de projecten de volgende mutaties te melden:

• het project vaargeul Ketelmeer is vertraagd naar 2006 in verband met vergunningenproblematiek: het verkrijgen van de vergunningen duurt langer dan verwacht;

• vaarweg Lemmer Delfzijl: In 2004 is de planstudie goedgekeurd en deze maatregelen zijn (inclusief het bijbehorende budget) toegevoegd aan het gelijknamige lopende realisatieproject;

• als gevolg van verwachte meevallende aanbestedingen zijn de projectbudgetten in totaal met circa € 21 miljoen neerwaarts bijgesteld. Een nadere toelichting op projectniveau staat vermeld in het MIT/SNIP-projectenboek;

• Walradar Noordzeekanaal: Hiervoor was € 6 mln. gereserveerd. De wens om recente technologische ontwikkelingen (o.a. de invoering van een automatisch identificatiesysteem) zo goed mogelijk in dit project te betrekken, heeft geleid tot een hoger bedrag dat benodigd is voor de investering in de walradar voor het Noordzeekanaal. Met het gemeentelijk havenbedrijf Amsterdam is afgesproken dat deze één derde deel van de investeringskosten voor haar rekening neemt, en het Rijk twee derde deel. Vanuit het project Walradarsystemen is daarom € 5 mln toegevoegd aan het projectbudget;

• over de planstudie Lemmer–Delfzijl is eind 2004 een planstudiebesluit genomen en dit project is overgeheveld naar het realisatieprogramma.

15.03.02 Planstudieprogramma ná tracébesluit

Er zijn een tweetal projecten die in de planstudiefase zitten en waarvoor wel al een tracébesluit is genomen. De budgetten die hier zijn opgenomen zijn benodigd voor de planstudies plus de uitvoering van de projecten. Het betreft de volgende projecten:

• Maasroute, modernisering fase 2

De groei van het goederenvervoer over water alsmede de schaalvergroting leiden tot lange wachttijden bij de sluizen. Tevens vormt het huidige vaarwegprofiel een knelpunt voor een efficiënte verkeersafwikkeling. In studie is het behouden, respectievelijk vergroten van het vervoersaandeel van de binnenvaart in de Maasroute-corridor door: 1) het realiseren van een volwaardige klasse Vb vaarweg (diepgang 3,5 m) op de verbreding Weurt-Ternaaien, waarmee de economische groei door vervoer over water wordt bevorderd; 2) het realiseren van doorvaarthoogtes van 9,10 m op het traject Weurt–Born; 3) het verminderen van de wachttijden bij de sluizen door capaciteits- en/of beschikbaarheidsuitbreiding.

Naar verwachting zal in 2005 voor enkele projectonderdelen (waar onder verhoging van de bruggen bij Weurt) een uitvoeringsbesluit worden genomen.

• Sluis Ternaaien

De scheepvaartverbinding tussen de Maasroute en het Albertkanaal (B) bestaande uit het sluiscomplex Ternaaien heeft een te kleine schutcapaciteit, waardoor lange wachttijden voor de scheepvaart ontstaan. Bovendien is de betrouwbaarheid kwetsbaar.

In studie is het vergroten van de schutcapaciteit door de bouw van een vierde sluiskolk. Het project zal door Nederland en België gezamenlijk worden gefinancierd. Bijdrage van Nederland aan de realisatie van de door België te bouwen vierde sluiskolk is € 8 mln. (prijspeil 2004) plus een bijdrage aan de planstudiekosten. De Europese Commissie subsidieert de planstudie voor 50%. Geplande start van uitvoering is 2008.

15.05 Verkenningen en planstudie vóór tracébesluit

15.05.01 Verkenningen

De besluitvorming over de verkenning Bereikbaarheid Zuid-Oost Brabant (BERZOB) loopt nog. Wel zijn enkele no-regret maatregelen in voorbereiding genomen (zie planstudie voor projectbesluit).

Daarnaast zijn de volgende verkenningen gestart:

• er is een verkenning gestart naar de verkeerssituatie bij de splitsing Hollands Diep-Dordtse Kil, gericht op het in kaart brengen van de mogelijke veiligheidsproblemen die zich daar voordoen;

• er is een verkenning gestart naar de 2e sluiskolk Eefde, om te bezien of uitbreiding van de kolkcapaciteit nodig is;

• in 2006 zullen ook verkenningen starten naar de sluiscapaciteit bij de Kreekrak- en Volkeraksluizen en naar de ligplaatscapaciteit op een aantal locaties in Nederland.

15.05.02 Planstudieprogramma vóór tracé-/projectbesluit

Over de voortgang van het planstudieprogramma voor tracébesluit is het volgende te melden:

• in 2006 wordt een standpunt of tracé-/projectbesluit verwacht voor de planstudies betreffende de Waal, de Zuid-Willemsvaart, de vaarweg Meppel–Ramspol (Zwartsluis), het Burgemeester Delenkanaal, de Bovenloop–IJssel en de 3e kolk Beatrixsluis;

• rond de planstudie Wilhelminakanaal vinden nog onderhandelingen met de regio plaats over de voorkeursvariant en de kostenverdeling tussen Rijk en regio;

• de verkenning Bereikbaarheid Zuid-Oost-Brabant heeft geresulteerd in versneld onderzoek naar de no-regret maatregelen ten behoeve van de vervanging sluizen 4, 5 en 6 naar klasse IV, aanpassing Erpsebrug en bijbehorende passageplaatsen en zwaaikommen. Start uitvoering is voorzien in 2006, met oplevering in 2010. Deze maatregelen worden gefinancierd door de regio Noord-Brabant en het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Ondertekening van een realisatieconvenant is voorzien in juni 2006.

15.09 Ontvangsten

Op het ontvangstartikel wordt het volgende verantwoord:

Gespecificeerde ontvangsten op de producten van dit productartikel (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Investeringen in Schelderadarketen9 1578 9365 4004 5004 8006 200
VBS-tarief8 1238 1238 1238 1238 1238 123
Overige aanleg ontvangsten2 4695 673  
Totaal Ontvangsten Aanleg19 74922 73213 52312 62312 92314 323

d. projectoverzichten

Vaarwegen Realisatie IF 15.03.01
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
             
Projecten (inter)nationaal
Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 1; verbetering tot klasse Va2019073813181820213020122006
Verbeteren vaargeul IJsselmeer Amsterdam-Lemmer1615112111   20102010
Walradarsystemen6856254565635n.v.t.n.v.t.
Projecten landsdeel Oost
Verruiming Twentekanalen625511241566   20082007
Vaarroute Ketelmeer (excl. EU-bijdrage)16141123     20062005
Projecten landsdeel West
Lekkanaal, verbreding kanaalzijde en uitbreiding ligplaatsen19176238    20072005
Renovatie Noordzeesluizen IJmuiden2322292091265    20052005
Walradar Noordzeekanaal*137  454   2008 
Projecten landsdeel Zuid
Maasroute fase 1, brugverhogingen Roosteren en Echt20184493    20072006
Maasroute fase 1, voorhavens en wachtplaatsen7272693      20042004
Tweede Sluis Lith5757552      20022002
Verdrag verdieping Westerschelde, incl. natuurherstel177175162105     20062006
Zuid-Willemsvaart; renovatie middendeel klasse II595527720 23  20082008
Overig
Kleine projecten71515091434  n.v.t.n.v.t.
TBBV/SBV3434268      n.v.t.n.v.t.
Totaal categorie 01 117 706108845440322765  
Begroting (IF 15.03.01)   1088454403227   

* Nieuw in realiastie.

Hoofdvaarwegen Planstudie IF 15.03.02 (na tracébesluit) en IF15.05.02 (voor tracébesluit)
Bedragen in mlnRaming kostenBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterPeriode
CATEGORIE 1 (na tracébesluit)           
            
Projecten landsdeel Zuid
Bouw 4e sluiskolk Ternaaien  8   uo   2008 e.v.
Maasroute, moderinisering fase 2, verruiming tot klasse Vb  542uo      2005 e.v.
Totaal categorie 1 na tracè- besluit (IF 15.03.02)  550        
CATEGORIE 1 (voor tracèbesluit)           
            
Tracé-/projectbesluit t/m 2006           
Projecten landsdeel Oost
Vaarweg Meppel–Ramspoel (keersluis Zwartsluis)  26–41 pb prμo  2009–2012
Waal, toekomstvisie  170 uo     2006–2012
Projecten landsdeel West
Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis  80–92 tb    uo2011–2014
Projecten landsdeel Zuid
Wilhelminakanaal Tilburg2  62pb uo    2007–2011
Zuid-Willemsvaart, gedeelte Maas-Den Dungen + afbouw Den Dungen-Veghel  312 tbpruo   2008 e.v.
Zuid-Willemsvaart; vervanging sluizen 4, 5 en 6*  30 tn/pbuo    2007–2010
Tracè-/projectbesluit na 2006           
Projecten landsdeel Oost
Bovenloop IJssel  42      uo2011–2013
Twentekanaal  33      uo2011–2013
Projecten landsdeel West
Amsterdam-Rijnkanaal, verwijderen keersluis Zeeburg1  12      uo2011–2013
De Zaan1  pm       2012–2014
Vaarroute Ketelmeer, fase 2  12      pb2011–2013
Projecten landsdeel Zuid
Burgemeester Delenkanaal Oss1  pmtn pbuo   na 2008
Totaal categorie 1 voor tracébesluit (IF 15.05.02)  767–797        
Totaal categorie 1  1 317–1 347        

* Nieuw in planstudie

1 Rijksbijdrage is afhankelijk van onderhandelingen en planstudie.

2 Projectbesluit genomen in 2005. Projectbudget kan als gevolg van nadere besluitvorming nog worden aangepast.

Legenda

tn trajectnota of projectnota

tb/pb tracèbesluit/projectbesluit

pr procedures rond

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

Hoofdvaarwegen Verkenningen IF15.05.01 A. Lopende verkenningen
LocatieProbleemReferentiekaderGereed
Landsdeel West
Verkenning Verkeerssituatie Splitsing Hollands Diep–Dordtse KilVeiligheidRisico-atlas vaarwegen2006
Landsdeel Oost
Verkenning Sluis EefdeCapaciteitNota Mobiliteit2006
B. (Mogelijk) te starten verkenningen
Hieronder worden verkenningen gepresenteerd die mogelijk tot realisatie van een infrastructureel project zullen leiden in de periode 2015–2020. Voor de periode 2015–2020 is een overzicht met potentiële knelpunten beschikbaar (mede op basis van de Nota Mobiliteit), die mogelijk op termijn tot een infrastructurele oplossing komen. Voor deze potentiële knelpunten wordt het reguliere MIT-proces (verkenning, planstudie, realisatie) doorlopen. Per knelpunt zal eerst – via een nieuwe MIT-verkenning, een bestaande planstudie waarvan de scope wordt gewijzigd of een netwerkanalyse – de nut en noodzaak van een infrastructurele oplossing worden bekeken. Vervolgens worden voor die periode prioriteiten bepaald en zal een concrete programmering worden gemaakt, die past binnen de financiële randvoorwaarden. Daar waar ten opzichte van deze algemene toelichting aanvullende dan wel andere afspraken aan de orde zijn wordt dit toegelicht.
LocatieProbleemToelichting
(Inter)nationaal
Innovatieproject verkeersmanagement vaarwegen (RIS/Centrale bediening)Bereikbaarheid en veiligheid  
Landsdeel Noord
Sluis Lemmer (kolk en ligplaatsen)Capaciteit en veiligheid 
Vaarweg Lemmer–Delfzijl (fase 2)CapaciteitDeze verkenning is een vervolg op de planstudie Lemmer- Delfzijl, fase 1.
Landsdeel Oost
Bruggen en vaarwegprofiel TwentekanalenCapaciteit  
Ligplaatsen KampenCapaciteit en veiligheid  
Ligplaatsen DrielCapaciteit en veiligheid 
Verkenning IJssel (fase 2)Capaciteit 
Landsdeel West
Ligplaatsen vaarweg Amsterdam–Rijn- kanaal en vaarweg Amsterdam–LemmerCapaciteit en veiligheidHet betreft hier de ligplaatsen Lelystad, Diemen, Breukelen en Oranjesluizen.
Verkenning Zeepoort IJmondCapaciteitHet project Zeepoort IJmond bevond zich tot 2005 in de MIT-planstudiefase (categorie 2), waarbij verschillende oplossingsvarianten zijn onderzocht. Uiteindelijk is een nieuwe oplossingvariant («Grote groene Kolk») ontwikkeld. In bestuurlijk overleg afgesproken om uiterlijk in 2008 te bezien of de groei aan de verwachtingen voldoet en welke maatregelen dan nodig zijn. De huidige MER procedure wordt daarmee (voorlopig) afgesloten.
Landsdeel Zuid
Bruggen Born–BelgiëCapaciteit 
KreekraksluizenCapaciteitEr bestaat mogelijk een capaciteitsknelpunt. Eventuele investeringen en uitvoeringstermijn zijn mede afhankelijk van afspraken met Vlaanderen, op basis van het Schelde-Rijn Verdrag.
Ligplaatsen EngelenCapaciteit en veiligheid  
Ligplaatsen KrammersluisCapaciteit en veiligheid  
Westsluis bij TerneuzenCapaciteit  
Sluis St AndriesCapaciteit  
Verkenning Zuid-Willemsvaart (beperkt) klasse IVCapaciteitHet gaat hierbij om een eventuele verdere verruiming van de vaarweg naar (beperkt) klasse IV.
VolkeraksluizenCapaciteitEr bestaat mogelijk een capaciteitsknelpunt. Eventuele investeringen en uitvoeringstermijn zijn mede afhankelijk van afspraken met Vlaanderen, op basis van het Schelde-Rijn Verdrag.

16. Megaprojecten niet-verkeer en vervoer

a. Relatie producten en beleid

In dit productartikel worden de producten van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam beschreven. De doelstelling van het onderliggende beleid is terug te vinden in de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII). Het projectartikel is gerelateerd aan Beleidsartikel 35 Mainports en logistiek.

Vervolgens worden in dit productartikel de producten van de megaprojecten Ruimte voor de Rivier en Maaswerken beschreven. Deze projecten zijn gerelateerd aan Beleidsartikel 31 Integraal waterbeleid.

b. Budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
16. Megaproj. niet-Verkeer en Vervoer2004200520062007200820092010
Verplichtingen48 263100 19779 93469 726141 929250 789283 505
Uitgaven46 333109 72586 05471 215148 482257 342281 363
16.01 Project Mainportontwikkeling R'dam1 7654 89816 79813 78714 13813 13411 234
16.01.02 Realisatieprogramma PMR1 7654 89816 79813 78714 13813 13411 234
16.02 Ruimte voor de Rivier28 85861 6226 02427 316100 203206 821254 051
16.03 Maaswerken15 71043 20563 23230 11234 14137 38716 078
Van totale uitgaven:       
–Bijdrage aan baten-lastendienst 20 62010 18112 98121 73136 76933 308
–Restant 89 10575 87358 234126 751220 573248 055
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%2%3%1%0%0%
16.09 Ontvangsten       
Ontvangsten0000000

c. Het actuele programma

16.01 Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR)

Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam heeft een dubbele doelstelling: het versterken van de positie van de mainport Rotterdam en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond. In drie deelprojecten, te weten «Bestaand Rotterdams Gebied» (uitgevoerd door gemeente Rotterdam), «750 hectare natuur- en recreatiegebied» (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en «Landaanwinning» (uitgevoerd door Havenbedrijf Rotterdam NV (HbR)) wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Verkeer en Waterstaat is in het kader van de grote projecten procedure aangewezen als coördinerend projectministerie voor de Planologische Kernbeslissing Plus (PKB-plus) van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Eind 2003 heeft het Kabinet de bereidheid uitgesproken te participeren in de financiering.

Zo spoedig mogelijk na de afronding van de onderhandelingen met de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf over de financiering en risicoverdeling van dit project wordt een Basisrapportage in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten aan de Tweede Kamer uitgebracht.

Met de ondertekening van het Bestuursakkoord in juli 2004 is een eerste procedurele stap gezet in de aanloop naar de start uitvoeringsfase. In januari 2005 heeft de Raad van State vier van de acht in de Planologische Kernbeslissing-Plus (PKB+) opgenomen concrete beleidsbeslissingen vernietigd. Na het herstel van de door de Raad van State gesignaleerde gebreken in 2005 wordt in 2006 een nieuw deel 3 van de PKB+ opgesteld en in behandeling gebracht. Gedurende 2007 wordt de reguliere beroepsprocedure doorlopen.

Daarnaast worden in 2005 de Uitwerkingsovereenkomsten (UWO's) gesloten op basis van het Bestuursakkoord, rekening houdend met de uitkomsten van het due diligence onderzoek ten behoeve van een deelneming van het Rijk in het Havenbedrijf Rotterdam en met de uitkomsten van het tussen de Tweede Kamer en het kabinet gevoerde overleg. Op basis van de PKB-plus, EU-richtlijnen en het Publiek programma van Eisen wordt de uitvoering voorbereid. De daadwerkelijke aanlegwerkzaamheden van de landaanwinning starten in 2008.

Op dit artikel worden de met ingang van 2004 door V&W te verantwoorden projectkosten van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) ondergebracht. Dit betreft zowel de kosten die worden gemaakt ter voorbereiding van en vooruitlopend op de daadwerkelijke uitvoeringsfase als de kosten die direct samenhangen met (de organisatie van) de realisatiefase van het project.

Daarnaast zijn de kosten voor de natuurcompensatie (nulmeting Zeereservaat) tevens op dit artikel ondergebracht. De bekostiging hiervan vindt plaats uit de FES-middelen. Met het oog op de nog lopende onderhandelingen wordt in deze begroting geen inzicht geboden in de voor dit project geraamde budgetten.

Verkeer en Waterstaat voert Project Mainportontwikkeling Rotterdam niet uit als een project onder eigen regie en eigen verantwoordelijkheid en is derhalve belast met de coördinatie van Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Daarbij staat de beheersing van de afzonderlijke deelprojecten (Landaanwinning; inclusief Natuurcompensatie, 750 ha en Bestaand Rotterdams Gebied) centraal.

16.02 Ruimte voor de rivier

Op 15 april 2005 heeft het kabinet het ontwerp van de Planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB deel 1) vastgesteld. In juni 2005 is de inspraak gestart. Deel 3 zal naar verwachting voorjaar 2006 worden vastgesteld.

Met deze PKB wil het kabinet twee doelstellingen bereiken:

1. het op het vereiste niveau brengen van de bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen. Dit houdt in dat de veiligheid langs de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de bedijkte Maas (vanaf Hedikhuizen uiterlijk in 2015 in overeenstemming moet worden gebracht met de wettelijke vereiste norm. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de maatgevende Rijnafvoer van 16 000 m3/sec bij Lobith en 3 800 m3/sec bij Borgharen, zoals die in 2001 zijn vastgesteld en de verhoging van de toestroom van de zijrivieren;

2. een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied. Daarmee wordt het rivierengebied economisch, ecologisch en landschappelijk versterkt.

De PKB bevat een besluit over de voor 2015 uit te voeren maatregelen én de plaats waar ze getroffen moeten worden. Hierbij wordt bovendien een doorkijk naar de verdere toekomst gegeven. Om flexibiliteit in te bouwen is gekozen voor een programmatische aanpak. De kosten van het basispakket zijn geraamd op € 2 212 mln.

Parallel aan de PKB-procedure worden planstudies naar de zogenaamde lopende projecten voortgezet (zoals onder meer de dijkteruglegging Veur-Lent) en wordt gestart met een aantal koploperprojecten die nog nader bepaald zullen worden. In het Kabinetsstandpunt (eind 2000) is aangegeven dat lopende projecten met kracht zullen worden voortgezet. De Tweede Kamer wordt twee maal per jaar middels een voortgangsrapportage over het project geïnformeerd in het kader van de procedureregeling grote projecten.

Het budget voor het realiseren van Ruimte voor de Rivier is in deze begroting opgehoogd met € 300 mln., hierbij is rekening gehouden met een bedrag van € 100 mln. aan projectgebonden opbrengsten en EU-middelen.

16.03 Maaswerken

Op dit onderdeel worden de uitgaven van de Maaswerken verantwoord. Na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas, in december 1993 en januari 1995, is het Deltaplan Grote Rivieren gepresenteerd. Hier zijn de Maaswerken voor de onderdelen Zandmaas en Grensmaas uit voortgekomen. Het project de Maaswerken bestaat derhalve naast bovengenoemde onderdelen uit de Maasroute. De Maasroute draagt bij aan een verbeterde bevaarbaarheid tussen Ternaaien en het Maas-Waalkanaal en wordt dan ook verantwoord onder Hoofdvaarwegennet, onderdeel Aanleg. Belangrijkste doelstelling van de onderdelen Zandmaas en Grensmaas is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord Brabant tegen hoog water van de Maas.

Over dit project wordt gerapporteerd in het kader van de procedureregeling grote projecten. De zevende voortgangsrapportage is in april 2005 aan de Tweede Kamer gezonden.

Ten opzichte van de begroting 2005 is er een bedrag van € 107 mln. toegevoegd aan het totale projectbudget ten behoeve van de dekking van waarschijnlijk optredende risico's in dit project. Een uitgebreide beschrijving van deze risico's is terug te vinden in de halfjaarlijkse voortgangsrapportages.

Hieronder wordt nader in gegaan op de doelstellingen van de projectonderdelen Zandmaas en Grensmaas.

Het project Zandmaas kent de volgende doelstellingen:

• hoogwaterbescherming, op zodanige wijze dat de bevolking achter de kaden van de Zandmaas (die aangelegd zijn in het kader van het Deltaplan Grote Rivieren) een beschermingsniveau van 1:250 jaar in 2015 wordt geboden;

• het in de periode tot 2015 realiseren van beperkte natuurontwikkeling in de Zandmaas.

Het project Grensmaas kent de volgende doelstellingen:

• het door rivierverruiming verlagen van de hoogwaterstanden in de Maas met als maatstaf dat uiterlijk in 2017 de gebieden, die door de op basis van de Deltawet Grote Rivieren aangelegde kades zijn beschermd, een beschermingsniveau van 1:250 hebben;

• het tot ontwikkeling brengen van tenminste 1000 ha natuur binnen het Grensmaasgebied in de periode tot 2018. Dit gekoppeld aan het ecologisch herstel van de rivier zoals vastgelegd in de intentieverklaring voor het Maasdal in Limburg van 26 november 1992;

• het winnen van tenminste 35 miljoen ton grind voor de nationale behoefte.

PrestatieindicatorenZandmaasGrensmaas
Hoogwaterbescherming70% in 2008/100% in 2015100% in 2017
Natuurontwikkelingbeperkttenminste 1000 ha
Delfstoffen Tenminste 35 mln. ton

d. projectoverzichten

Project Mainportontwikkeling Rotterdam Planstudie IF 16.01.01
Bedrag in € mlnRaming kostenBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterperiode
CATEGORIE 1           
            
Projecten (inter)nationaal
Project Mainportontwikkeling Rotterdam  pm pr uo   2006–2020
Totaal categorie 1  pm        

Legenda

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

pr procedures rond

Project Mainportontwikkeling Rotterdam Realisatie IF 16.01.02
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuididvorig
CATEGORIE 0            
             
Projecten (inter)nationaal
Uitvoeringsorganisatie11122411111pmpm2004
750 ha1028  22222pmpmpm
Groene verbinding2127    777pm20112011
Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)510  11111pmpmpm
Landaanwinning
Voorfinanciering FES natuurcompensatie22 11     20062006
Voorfinanciering FES visonderzoek30   1210431pmpmpm
Totaal categorie 079 251714141311pm  
Begroting (IF 16.01.02)   51714141311   

1 Als gevolg van uitspraak van Raad van State van 26 januari 2005 inzake de PKB+ is een hersteltraject gestart. De kosten hiervan zijn opgenomen onder uitvoeringsorganisatie.

Ruimte voor de Rivier Realisatie IF 16.02.02
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
             
Ruimte voor de Rivier          20152015
Uitvoering PKB en lopende projecten
Projecten (inter) nationaal
Realisatiekosten20081 821 48 15851972541 409  
Projecten landsdeel Oost
Hondsbroeksche Pleij4847131210148    
Planstudie
Projecten (inter) nationaal
Projectburo en planstudie lopende projecten5857411241      
Projecten landsdeel Oost
Dijkteruglegging Lent             
Toegangsdam stuw Amerongen             
Bato's erf            
Projecten landsdeel West
*Aansluiting Sliedrechtse Biesbosch            
*Zuiderklip5  1 112    
*Batenburg             
EU en projectgebonden ontvangsten100        100  
Totaal categorie 02 219 54626271002072541 509  
Begroting (IF 16.02.02)   62627100207254   
MaaswerkenRealisatie IF 16.03.01 en IF 16.03.02
 Totaal MIT/SNIP Budget in mln       Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0
             
Projecten landsdeel Zuid
Grensmaas13171491111946520222022
Zandmaas51647113142622933281217920152015
Totaal categorie 0647 180436330343716244  
Begroting (IF 16.03.01 en IF 16.03.02)   436330343716   

17 Megaprojecten verkeer en vervoer

a. Relatie product en beleid

In dit productartikel worden eerst de producten van de Westerscheldetunnel (WST) beschreven. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2006 van Verkeer en Waterstaat (XII). Het productartikel is nu gerelateerd aan de volgende beleidsartikelen van de begroting van Verkeer en Waterstaat (HXII) beleidsartikel 32 (veiligheid in mobiliteit) en beleidsartikel 34 (betrouwbare netwerken en acceptabele reistijden).

In het productartikel 17.2 zijn de producten van de Betuweroute beschreven. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII). Het productartikel is gerelateerd aan beleidsartikel 35 Mainports en logistiek.

Vervolgens zijn in het productartikel 17.3 de producten van de Hogesnelheidslijnen beschreven alsmede de producten van spoorwegen en rijkswegen van werken die qua planning en bouw met de aanleg van de Hogesnelheidslijnen zijn verbonden. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2006 van Verkeer en Waterstaat (hoofdstuk XII). Het productartikel nu is met name gerelateerd aan beleidsartikel 34 betrouwbare netwerken en acceptabele reistijden. De relatie met de Infraprovider is beschreven in artikel 13.4 (van het Infrastructuurfonds) Geïntegreerde contractvormen.

In productartikel 17.4 worden de uitgaven voor anders betalen voor mobiliteit verantwoord. Ontwikkeling voor anders betalen voor mobiliteit is afhankelijk van de besluitvorming in de Nota Mobiliteit, inclusief de uitvoeringsagenda.

Tenslotte worden binnen dit artikel de producten van het project Zuiderzeelijn verantwoord. Het productartikel Zuiderzeelijn is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in beleidsartikel van de begroting van Verkeer en Waterstaat (XII) 34 betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden.

b. Budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
17 Megaprojecten verkeer en vervoer2004200520062007200820092010
Verplichtingen462 442358 743243 72919 4619 757216 563222 311
Uitgaven1 538 896869 808644 583206 38212 978216 563222 311
17.01 Westerscheldetunnel5957 785     
17.02 Betuweroute496 468329 673325 561167 8275 3192 301 
17.03 Hoge snelheidslijn1 037 786512 855311 60538 5551 816  
17.03.01 Realisatie HSL-zuid818 519435 855300 60537 5551 816  
17.03.02 Realisatie HSL-zuid spoorwegen34 0759 0002 000    
17.03.03. Realisatie HSL-zuid hoofdwegen185 19268 0009 0001 000   
17.04 Anders betalen voor mobiliteit08 0002 398    
17.05 Zuiderzeelijn4 09711 4955 01905 843214 262222 311
Van totale uitgaven:       
–Bijdrage aan baten-lastendienst 89 26559 02319 55156500
–Restant 780 543585 560186 83112 413216 563222 311
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%94%94%75%0%0%
17.09 Ontvangsten       
Ontvangsten63 51438 75133 988    

c. Het actuele programma

17.01 Westerscheldetunnel

Op 14 maart 2003 is de Westerscheldetunnel voor het publiek opengesteld. Op 10 december 2004 is de eindevaluatie in het kader van de procedureregeling Grote Projecten aan de kamer aangeboden.

Er resteren nu alleen nog uitgaven die voortvloeien uit claimafhandeling en nadeelcompensatie.

17.02 Betuweroute

De bouw van de Betuweroute vordert gestaag. De Betuweroute kan ruwweg opgedeeld worden in twee delen namelijk de havenspoorlijn en het A15 deel. Het gedeelte Havenspoorlijn, het bestaande stuk spoor tussen de Maasvlakte en de Waalhaven in het Rotterdamse Havengebied is dubbelsporig gemaakt en wordt geëlektrificeerd, emplacementen zijn uitgebreid en knelpunten opgeheven.

Het project Betuweroute behelst de aanleg van een 160 kilometer lange, tweesporige lijn die exclusief bestemd en ontwikkeld is voor goederenvervoer. De route wordt aangelegd tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar–Emmerich. De stroom containershuttles per spoor naar het Europese achterland groeit sterk. Goederenvervoer per spoor is belangrijk voor de bereikbaarheid van de Nederlandse industrie en zeehavens. De Betuweroute wordt aangelegd om in de toenemende vraag naar goederenvervoer over spoor te voorzien.

De havenspoorlijn is op 10 juli 2004 officieel in dienst genomen, zij het voorlopig nog met dieseltractie en beveiligingssysteem ATB-EG. Het geëlektrificeerd in dienst nemen met het beveiligingssysteem ETCS level 2 is gepland in december 2006.

Voor driekwart van de totale lengte wordt de Betuweroute tegen de A15 aangelegd. Op deze wijze kan de goederenspoorlijn zo goed mogelijk in het bestaande landschap worden ingepast en worden dorpen en steden zoveel mogelijk ontzien. De onderbouw van de A15-lijn is nagenoeg gereed. Alle grote bovenbouwcontracten zijn inmiddels opgedragen aan de aannemers.

De verwachte indienststellingsdatum van de gehele Betuwelijn is december 2006.

Middels voortgangsrapportages die halfjaarlijks in het kader van de procedureregeling Grote Projecten worden opgesteld, wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van de risico's en de beheersmaatregelen.

De planning van de aanleg van de Betuweroute ziet er als volgt uit: kst-30300-A-2-3.gif

Financiering Betuweroute:

Van de Europese Unie worden voor het project Betuweroute bijdragen (onder andere TEN-gelden) ontvangen. Deze bijdragen worden jaarlijks aangevraagd bij de Europese Unie en in fasen uitgekeerd. In de totale financiering van het project wordt thans uitgegaan van een bedrag van € 167 mln.

De op dit productartikel opgenomen bedragen zijn voor het totale project als volgt opgebouwd:

• reguliere SVV middelen;

• bijdrage uit het FES;

• bijdrage private financiering voorgefinancierd uit FES;

• bijdrage van de Europese Unie;

• bijdrage Gelderland;

• bijdrage VROM ten behoeve van geluidsmaatregelen Calandbrug;

• bijdrage ProRail.

Tot en met 2004 is door de Europese Unie € 121 mln. betaald. De bijdrage van de Europese Unie (onder andere TEN-gelden) wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de door het ministerie van Verkeer en Waterstaat ingediende aanvragen.

Een toelichting op de reeds gedane uitgaven en de verdere planning en organisatie van het project is opgenomen in de voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer in het kader van de procedureregeling grote projecten.

17.03 Hogesnelheidslijn-zuid

Binnen dit productartikel wordt een drietal producten gerealiseerd voor de Hogesnelheidslijn-Zuid.

17.03.01 Hogesnelheidslijn-zuid

Op 29 april 1997 is de Planologische Kernbeslissing HSL-Zuid door het kabinet goedgekeurd en op 15 april 1998 is het Tracébesluit genomen door de ministers van VenW en VROM. In december 1999 is het boortunnelcontract gegund, in juli 2000 zijn de 5 contracten voor de civiele onderbouw gegund, en begin 2001 ook het contract railaansluitingen. Langs het tracé zijn de bouwwerkzaamheden in volle gang. Voor de ontwikkeling van de HSL-stations wordt gestreefd naar aparte lokale vormen van publiekprivate samenwerking. Dit wordt nader uitgewerkt in de Nieuwe Sleutelprojecten.

Vanaf begin 2002 wordt de risico-analyse per kwartaal zeer secuur geactualiseerd. In de reguliere voortgangsrapportages worden de belangrijkste risico's nader toegelicht. Ook wordt daar aangegeven met welke maatregelen de risico's zo veel als mogelijk worden beheerst. De planning van de aanleg van de HSL-Zuid is weergegeven in het onderstaande balkenschema, en is conform de 16e Voortgangsrapportage. kst-30300-A-2-4.gif

17.03.02 Hogesnelheidslijn-Zuid: spoorwegen personenvervoer

Dit product betreft de realisatie van de aansluiting van station Breda CS via bestaand spoor op het hogesnelheidsspoor. De gelijktijdige realisatie van deze aansluiting is door de Minister toegezegd aan de gemeente Breda.

17.03.03 Hogesnelheidslijn-Zuid: hoofdwegen

Bij de verbreding en verlegging van de A16 (Moerdijk–Galder) en de A4 (Burgerveen–Leiden) bestaan grote raakvlakken met de planning en bouw van de HSL-Zuid. Daarom is besloten dat de verbreding en verlegging van de A16 en het deel van de A4 waar deze parallel loopt met de HSL-Zuid, worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de projectorganisatie HSL-Zuid.

Financiering HSL

De in dit productartikel opgenomen bedragen zijn als volgt opgebouwd:

• reguliere SVV-middelen;

• een bijdrage uit het FES;

• de bijdrage uit private financiering;

• de bijdragen van de Europese Unie;

• ontvangsten derden.

De ontvangsten van de HSA worden verantwoord op artikel 13 van deze begroting.

17.04 Anders betalen voor mobiliteit

In de nota mobiliteit deel 1 is aangegeven dat het kabinet een andere manier van betalen voor het gebruik van de weg als een kosteneffectief middel ziet om de bereikbaarheid te verbeteren. In het najaar van 2004 is het Platform Anders Betalen voor Mobiliteit gestart om tot een maatschappelijk gedragen voorstel te komen voor de implementatie van een andere manier van betalen voor gebruik van de weg. Het voorstel van het Platform is een belangrijke bijdrage voor het kabinetsstandpunt over anders betalen voor mobiliteit in de nota mobiliteit deel 3, inclusief de uitvoeringsagenda.

Het kabinetsstandpunt zal meer richting geven aan dit dossier, waardoor de opdracht van Verkeer en Waterstaat voor 2006 hieromtrent verhelderd wordt.

Hierop vooruitlopend is binnen het FES € 100 mln. gereserveerd voor dekking van de initiële van de voorfase van prijsbeleid.

17.05 Zuiderzeelijn

Na het TCI debat heeft de Tweede Kamer tijdens het AO van 29 juni 2005 ingestemd met het Plan van Aanpak voor de Structuurvisie fase. De Structuurvisie fase is gericht op zorgvuldige besluitvorming in 2006 in samenhang met het Noordvleugelprogramma.

De Structuurvisie Zuiderzeelijn heeft als primair doel om de besluitvorming over nut en noodzaak van het project te faciliteren. Een tweede doel van de Structuurvisie is het vaststellen van de kaders waarbinnen verdere uitwerking in een latere fase dient plaats te vinden (dit zijn selectie van alternatieven en bijbehorende uitwerkingswijze) indien besloten wordt om na het besluit over nut en noodzaak met het project door te gaan.

De Structuurvisie bevat een integrale afweging van alle belangen in het licht van de beoogde maatschappelijke projectdoelen.

De Structuurvisie Zuiderzeelijn moet licht werpen op actualiteit van de probleemstelling, de doelstelling van het project, de mogelijke alternatieven en de samenhang met andere plannen en projecten binnen de ruimtelijke hoofdstructuur en in de betreffende regio's (Noord-Nederland en Noordvleugel van de Randstad). Deze samenhang is mede bepalend voor het maatschappelijk rendement van het project en de ruimtelijke ontwikkeling in de regio's.

De scope van de Structuurvisie bestaat primair uit de vier bekende alternatieven (MZB, HSL, IC & HZL+) en de HZL++, en wordt definitief vastgesteld op basis van de probleemanalyse die een brede insteek heeft en aansluit bij de nationale beleidsnota's Nota Ruimte, Nota Mobiliteit en Pieken in de Delta.

Het Rijk heeft voor de realisatie van een snelle verbinding met het Noorden € 2,73 mld. (prijspeil 2002, netto contante waarde 2010) gereserveerd. De bijbehorende kasstromen staan gereserveerd in de periode 2004–2016.

17.09 Ontvangsten

De op dit artikel geraamde ontvangsten betreft de EU-bijdrage voor de HSL en de Betuweroute en voor € 5 mln. ontvangsten van derden. Zie voor een verdere uitsplitsing de projectoverzichten onder d.

d. projectoverzichten

Betuweroute Realisatie IF 17.02.01
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
             
Betuweroute          20062006
Reguliere SVV-middelen7088692138526613752    
FES-middelen2 8142 8142 911– 97        
Privaat828828538290         
Financiering Prorail9797 333331       
Bijdrage Gelderland888          
Bijdrage VROM141414         
EU-ontvangsten1671691211927       
Totaal categorie 04 636 3 80533032616852    
Begroting (IF 17.02.01)   33032616852    
Hogesnelheidslijn (HSL) Realisatie IF 17.03
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
HSL-Zuid (IF 17.03.01)5 6875 4714 91043630138200 2006/ 20072006/ 2007
–Reguliere SVV middelen (incl. FES BOR)2 6042 5262 3753115838200   
–Fes regulier1 7111 6861 76447– 101       
–Privaat936936513251172       
–EU-ontvangsten17617616367       
–Ontvangsten derden5034455        
–Risicoreservering210113509565       
HSL-Zuid spoorwegen (17.03.02)11511310492       
HSL-Zuid hoofdwegen (17.03.03)9979259196891      
Totaal categorie 0 (excl. reeks Infraprovider)6 799 5 93351231239200   
Begroting (IF 17.03)   5123123920    
Zuiderzeelijn Planstudie IF 17.05.01
Bedrag in € mlnRaming kostenBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterperiode
CATEGORIE 1           
            
Projecten (inter)nationaal           
Zuiderzeelijn1 2 851   tn2ottb/pr  pm
Totaal categorie 1 2 851         

1 Betreft geïndexeerde waarde van de rijksbijdrage à € 2,73 mld (prijspeil 2002).

2 Afhankelijk van de uitkomst van de besluitvorming voorjaar 2006 op basis van de Structuurvisie ZZL.

Legenda

tn trajectnota of projectnota

ot ontwerp-tracébesluit of ontwerp-projectbesluit

tb/pb tracébesluit/projectbesluit

pr procedures rond

18. Overige uitgaven

a. Relatie produkten en beleid

Artikel 18 bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen. Bij elk onderdeel zal het verband met het artikel uit de begroting van Hoofdstuk XII worden vermeld. Vanaf 2005 worden de kosten voor bodemsanering (18.2) toegerekend aan de projecten waar zich bodemverontreiniging voordoet.

Met de aan Railinfrabeheer (18.5) verstrekte lening worden middelen beschikbaar gesteld om de doelstellingen die betrekking hebben op het onderhoud van het spoor, zoals beschreven in artikel 34 Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden van de begroting van V&W (Hoofdstuk XII), uit te voeren .

b. Budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
18. Overige uitgaven2004200520062007200820092010
Verplichtingen52 55549 89649 50047 08846 21146 59729 932
Uitgaven58 25055 23450 11450 84548 33346 59829 932
18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen  memmemmemmemmem
18.02 Bodemsanering1 448 00000
18.03 Intermodaal vervoer9087 1813 0873 7572 12100
18.04 Gebiedsgerichte aanpak (Noordvleugel)921 1001 0001 000000
18.05 Railinfrabeheer49 86040 11940 21540 22640 12440 29323 898
18.07 Modaliteitsonafhankelijke kennis en expertise5 9426 8345 8125 8626 0886 3056 034
18.07.01 Nationale basisinformatievoorziening en ov. uitgaven5 9426 8345 8125 8626 0886 3056 034
Van totale uitgaven:       
–Bijdrage aan baten-lastendienst 6 7905 7855 8356 0616 2786 034
–Restant 48 44444 32945 01042 27240 32023 898
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%9%11%12%8%13%
18.09 Ontvangsten       
Ontvangsten49 86040 11940 21540 22640 12440 29323 898
18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen       
Ontvangsten228 135142 235memmemmemmemmem

c. Het actuele programma

18.01 Saldo van afgesloten rekeningen

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

18.02 Bodemsanering

Op dit artikel zijn uitgaven verantwoord voor bodemsanering bij de aanleg van projecten in het kader van de investeringsimpuls (1994) en de ontsluiting van VINEX locaties. Vanaf 2005 zijn er geen middelen meer beschikbaar.

18.03 Intermodaal vervoer

In dit produktartikel worden de produkten van Intermodaal Vervoer beschreven. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn opgenomen in Hoofdstuk XII van de begroting van Verkeer en Waterstaat. Het produktartikel heeft betrekking op beleidsartikel 35, Mainport en logistiek.

Realisatie van de doelen is in belangrijke mate afhankelijk van andere factoren, zoals het gedrag van verladers, vervoerders en consumenten en bestuurlijke afspraken ten aanzien van het ruimtelijk beleid. Een aantal acties is afhankelijk van afspraken op Europees niveau, waarbij de effectiviteit van een deel van de acties ook wordt bepaald door de beschikbaarheid en toegankelijkheid van internationale netwerken. Het effect van deze beleidsdoelstelling is dat de bereikbaarheid van economisch belangrijke gebieden verbetert.

Terminalbeleid

Uit de Economische Impact Studie Railgoederenvervoer (EISR) studie blijkt dat er een behoefte bestaat aan enkele grote terminals op de primaire assen van het spoornetwerk, voornamelijk ten behoeve van het faciliteren van de overslag van weg naar spoor en omgekeerd, maar ook ten behoeve van het accommoderen van innovatieve mogelijkheden als «trailers-on-trains». Nieuwe industriegebieden, zoals Maasvlakte II, dienen te worden ontsloten.

De groei van het containervervoer via rails vanaf het Rotterdamse havengebied kan leiden tot capaciteitsknelpunten op de Railservicecentra. Onderzocht zal worden of, en zo ja, wanneer er op korte dan wel middellange termijn capaciteitsknelpunten zullen ontstaan en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze knelpunten op te heffen.

18.03.01 Realisatieprogramma intermodaal vervoer

Subsidieregeling Openbare Inland Terminals (SOIT)

Doel van de Subsidieregeling Openbare Inland terminals was het bieden van de mogelijkheid om de capaciteit van het infrastructurele netwerk optimaal te benutten. Door het verstrekken van subsidies aan de openbare overslagterminals is het terminalnetwerk versterkt en is een modal shift gestimuleerd. Met behulp van deze subsidies zijn nieuwe openbare overslagterminals gerealiseerd en is de capaciteit van bestaande overslagterminals vergroot. De SOIT is tussentijds geëvalueerd en de Minister heeft in 2003 besloten de regeling niet in zijn huidige vorm te verlengen.

De looptijd van de Subsidieregeling Openbare Inland terminals is per 1 januari 2004 verstreken.Nieuwe aanvragen kunnen derhalve niet meer worden ingediend. De afwikkeling van de reeds ingediende aanvragen vindt in 2005 plaats en zal afhankelijk van de planning en uitvoering van de gehonoreerde projecten naar verwachting doorlopen naar 2008.

Prestatiegegevens

Omdat uit een in 2004 ter beschikking gekomen evaluatieonderzoek is gebleken dat de doelstelling van een landelijk dekkend terminalnet is bereikt, is de eerder gebruikte prestatie-indicator komen te vervallen.

Ten behoeve van de subsidieregeling SOIT zijn tien projecten in uitvoering genomen en dus verplicht. Van die tien zijn er inmiddels zes gerealiseerd. Voor 2 projecten wordt nog formeel een beschikking geslagen. Dit betreft het restant van de SOIT regeling en is bestuurlijk gebonden en beleidsmatig gereserveerd. De verkenningen en planstudies ten aanzien van Railservicecentra zijn niet vastgelegd in verplichtingen.

18.04 Gebiedsgerichte aanpak (Noordvleugel)

De Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit stellen de uitvoering van het beleid centraal waardoor de prioriteit komt te liggen bij praktisch uit te voeren gebiedsgerichte plannen. Het kabinet heeft er voor gekozen om de uitvoering van projecten een viertal gebieden in Nederland via een samenhangend programma te organiseren. Dit om de gecoördineerde rijksinzet in te vullen, waarbij het kabinet een selectie van inrichtingsopgaven financieel en inhoudelijk op hoofdlijnen integraal afweegt. Binnen de programma's is er voor gekozen om te focussen op een beperkt aantal projecten die samenhang vertonen en bij de besluitvorming «in elkaar haken». In de Nota Ruimte worden deze gebieden aangeduid: de Noordvleugel en de Zuidvleugel van de Randstad, Zuidoost Brabant/Noord Limburg en het Groene Hart. Elk programma wordt door een ander ministerie gecoördineerd, waarbij de Minister van V&W verantwoordelijk is voor het programma Noordvleugel. De overzichtsconstructie van het Noordvleugelprogramma is bijgevoegd.

De samenhang tussen infrastructuur en overige ruimtelijke ontwikkelingen doet zich vooral in de Noordvleugel sterk voor. De projecten die in het Noordvleugelprogramma zijn opgenomen zijn deels ruimtelijke ontwikkelingsprojecten (verstedelijking) die door VROM worden getrokken, en deels infrastructurele projecten waarvoor V&W verantwoordelijk is. Het gaat om de volgende projecten:

• Mainport Schiphol (mn. landzijdige ontsluiting luchthaven): zie HXII, art. 35.1

• Planstudie weg Schiphol–Almere: zie IF 12

• Zuiderzeelijn: zie IF 17.05

• NSP Amsterdam Zuidas: zie IF 13

• Verkenning Utrecht: zie IF 12.05.01

• De projecten «Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer», «Almere» en «Verstedelijking Utrecht» drukken op de VROM begroting (HXI).

Op dit artikel worden de coördinatiekosten van het programma Noordvleugel verantwoord. In totaal staat hiervoor in de periode 2005 tot en met 2007 ca. € 3 mln ter beschikking.

18.05 Railinfrabeheer

De aandelen van Railinfrabeheer B.V. (als onderdeel van Rail Infra Trust (RIT)) zijn per 1 juli 2002 overgedragen aan de Staat der Nederlanden. Railinfrabeheer B.V. kan met ingang van 1 januari 2001 niet meer voorzien in de financiering van de investeringen door het aantrekken van leningen op de kapitaalmarkt.

Daarom was de mogelijkheid geschapen dat Prorail gebruik kon maken van zogenaamde schatkistleningen via een lening van het ministerie van Financiën aan Verkeer en Waterstaat

Op dit artikel wordt de rente over en aflossing van deze schatkistleningen verantwoord die in de periode 2001/2002 zijn verstrekt aan Prorail.

Het betreft hier de leningen die door het Ministerie van Financiën aan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat beschikbaar zijn gesteld om vervolgens door Verkeer en Waterstaat aan Prorail te worden uitgeleend.

In totaal is op deze wijze € 806 mln via Verkeer en Waterstaat aan Prorail beschikbaar gesteld (€ 483 mln in 2001 en € 323 mln in 2002). De aflossingen vinden plaats in 2011 en 2012. De uitgaven betreffen de betalingen van rente (en aflossing) van Verkeer en Waterstaat aan Financiën en de ontvangsten betreffen de betalingen van rente (en aflossing) Prorail aan Verkeer en Waterstaat.

18.07 Modaliteitsafhankelijke kennis en expertise

18.07.01 Nationale basisinformatievoorziening en overige uitgaven

De nationale basisinformatievoorziening heeft betrekking op het verzamelen, bewerken en verstrekken van gegevens voor een limitatief aantal informatiebestanden betreffende de waterstaatkundige toestand van het land, het verkeer te water en het wegverkeer. Het gaat om taken die wettelijk bij Rijkswaterstaat zijn neergelegd en gelden als standaard voor gebruik in Nederland. Deze producten zijn gewaarmerkt als potentiële authentieke registraties.

Voorbeelden van nationale basisinformatie zijn:

• Informatiebestanden betreffende de geometrische infrastructuur in Nederland zoals het NAP-peilmerkennet waarmee belangrijke hoogte(laagte)verschillen worden beoordeeld of het Actief GPS Referentiesysteem (AGRS.nl) dat de basis vormt voor een betrouwbaar en uitermate nauwkeurig gebruik van GPS in Nederland.

• Opstellen van waterstandsverwachtingen en geven van stormvloedwaarschuwingen aan beheerders van waterkeringen en anderen aan de hand van berekeningen met atmosferische modellen en waterbewegingsmodellen, gekoppeld aan meetgegevens uit verschillende automatische meetnetten.

De overige uitgaven betreffen de uitgaven voor grensoverschrijdende netwerkoverleg.

d. projectoverzichten

Intermodaal vervoer Realisatie IF 18.03.01
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2004200520062007200820092010laterhuidigvorig
Multi- en modaalvervoer
Regionale terminals2121132222   diversdivers
Totaal categorie 021 132222     
Ruimte voor planstudies   512      
Begroting (IF 18.03.01)   7342     

19. Bijdragen andere begrotingen rijk

a. Relatie produkten en beleid

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord, die ten laste van de begroting van Verkeer en Waterstaat komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2006 van Verkeer en Waterstaat (XII). Het productartikel is gerelateerd aan artikel 39 Bijdragen aan het Infrastructuurfonds.

Daarnaast wordt op dit artikel de bijdrage ten laste van het Fonds Economische Structuurversterking (FES) verantwoord.

b. Budgettaire gevolgen van uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
19 Bijdragen andere begrotingen Rijk2004200520062007200820092010
Ontvangsten5 737 2965 496 4496 246 2456 484 4836 293 1676 432 8136 635 749
19.09 Ten laste van begroting VenW4 116 9364 031 1204 745 4544 553 0804 560 8544 666 6614 762 777
19.10 Ten laste van het FES1 620 3601 465 3291 500 7911 931 4031 732 3131 766 1521 872 972

c. Het actuele programma

19.09 Ten laste van begroting VenW

Niet van toepassing.

19.10 Ten laste van het FES

In de volgende tabel wordt de bijdrage uit het FES (art 19.10) uitgesplitst naar de verschillende categorieën van projecten.

Uitsplitsing bijdrage FES (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Betuweroute197 503     
HSL-Zuid362 08171 640    
Impuls f 1,9 mld90 59531 4924 764   
12 mld impuls– 149 359509 6821 095 312974 5421 067 0531 064 020
Bor640 039444 761316 825237 178230 839343 039
FES-bruggetje150 694185 607260 891284 563226 369193 912
Voorfinanciering GIS   – 32000– 33 000– 34 000
Fileplan ZSM162000246 000246 000246 000246 000246 000
BISK/Proces en systeem innovatie2 7752 6102 6102 0303 890 
A2 Maastricht9 0009 0005 0005 000  
Amsterdam Zuid-as   15 00025 00060 000
Totaal art 19.101 465 3291 500 7911 931 4031 732 3131 766 1521 872 972

5. VERDIEPINGSHOOFDSTUK

11. HOOFDWATERSYSTEMEN

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerp-begroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 2005429 772336 162363 740536 969638 549659 354
Nieuwe mutaties193 599– 33 9037 84530 887– 1 928– 2 543
Stand ontwerpbegroting 2006623 371302 259371 585567 856636 621656 811
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerp-begroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 2005565 876531 587548 737562 090639 197632 756
Nieuwe mutaties– 8 426– 57 939– 32 47928 674– 1 930– 695
Stand ontwerpbegroting 2006557 450473 648516 258590 764637 267632 061
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1Looncompensatie974117120121111109
2Prijscompensatie2 5162 3502 4842 7363 0202 906
3Correctie prijscomp. Ruimte voor de Rivier     – 730
4Rente Deltaplan Grote Rivieren8 000     
5Oplossing kasritmeprobl. IF– 4 907– 33 967– 43 27127 66215 2696 883
6Inkooptaakstelling – 429– 1 023– 1 597– 1 597– 1 597
7Vanuit Maaswerken splitsing WB2163722959458364– 78
8Vanuit Ruimte voor de Rivier splitsing WB21145174– 543– 549– 502238
9Wijziging aanbestedingsmeevallers4 2102506 7806 7606 4708 200
10Proses     – 4 545
11Kasschuif Zwakke Schakels Kust  320002200024 00018 000
12Beleidsvoorbereiding naar hoofdstuk XII– 13 084– 12 685– 12 136– 12 619– 12 470– 12 544
13Saldering BLS ontvangsten– 33 755– 33 755– 35 661– 35 661– 35 661– 35 661
14Vorming baten-lastendienst RWS26 83819 77718 17719 23819 67520 124
15Risico's Maaswerken    – 20 309– 2000
Totaal– 8 426– 57 939– 32 47928 674– 1 930– 695

ad 1 Dit betreft de loonbijstelling tranche 2005.

ad 2 Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 3 Dit betreft een correctie van de toegekende prijsindexering bij begroting 2005.

ad 4 Deze mutatie heeft betrekking op de rentekosten in het kader van het Deltaplan Grote Rivieren voor de Gemeente Rotterdam.

ad 5 Deze mutatie is aangebracht ten behoeve van de oplossing van de kasritme-problematiek op het Infrastructuurfonds. In de jaren 2006 en 2007 betreft deze problematiek met name het project HSL, het spoorprogramma en waterkeren waar begrotingsgelden eerder dan voorzien noodzakelijk zullen zijn. Deze benodigde kasschuiven worden opgevangen via de artikelen 11, 12 en 15.

ad 6 Deze mutatie op basis van de Ministerraad besluitvorming betreft de rijksbrede verwerking van de in de begroting 2004 bij het ministerie van EZ geparkeerde besparing op professioneel inkopen en aanbesteden uit het Hoofdlijnenakkoord (Balkenende II).

ad 7 en 8 Mutatie betreft de afronding van de ontvlechting van de programma's Ruimte voor de Rivier, Maaswerken en WB21.

ad 9 Met deze mutatie wordt de in de Voorjaarsnota 2005 opgenomen verwerking van de taakstelling aanbestedingsmeevallers op de desbetreffende sectoren meer in overeenstemming gebracht met de te verwachten realisatie van deze meevallers. Per saldo zijn deze aanpassingen ten opzichte van de Voorjaarsnota 2005 budgettair neutraal.

ad 10 De mutatie vloeit voort uit de financiering van de kosten voor de toegankelijkheidsprojecten verbandhoudende met de verdieping van de Westerschelde en de Memorandum of Understanding met het Belgische Vlaanderen. Deze kosten worden verantwoord op artikel 15 waarbij de financiering gevonden is binnen het Infrastructuurfonds.

ad 11 Deze kasschuif is een aanpassing aan de projectplanning van het programma Zwakke Schakels Kust.

ad 12 In het kader van de conversie van de begroting hoofdstuk XII en het Infrastructuurfonds naar een meer transparante beleidsbegroting c.q. productbegroting worden de meer beleidsgerichte uitgaven op de daarvoor bedoelde artikelen verantwoord. In lijn hiermee worden met deze mutatie, gelden verbonden aan de beleidsvoorbereiding overgeboekt naar de artikelen 31 «Integraal waterbeleid». en 34 «Betrouwbare netwerken en acceptabele bereikbaarheid reistijd realiseren».

ad 13 Als gevolg van de status van Rijkswaterstaat als baten-lastendienst worden de ontvangsten gerelateerd aan onderhoud voor rekening van de baten-lastendienst ontvangen, waardoor evenredig de uitgaven (bijdrage aan de baten-lastendienst) kan worden verlaagd.

ad 14 Deze mutatie komt voort uit de vorming van de baten-lastendienst Rijkswaterstaat (zie leeswijzer).

ad 15 Uit dit artikel wordt uit de jaren 2009 en 2010 in totaal ca. € 22,3 mln. overgeboekt naar artikel 16 ten behoeve van de Maaswerken.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerp-begroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200546 37238 11136 95436 62735 72735 727
Nieuwe mutaties– 33 755– 31 955– 35 661– 35 661– 35 661– 35 661
Stand ontwerpbegroting 200612 6176 1561 2939666666
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten200520062007200820092010
1Hogere ontvangsten Maaswerken 1 800    
2Saldering BLS-ontvangsten– 33 755– 33 755– 35 661– 35 661– 35 661– 35 661
Totaal– 33 755– 31 955– 35 661– 35 661– 35 661– 35 661

ad 1 In 2006 wordt een hogere ontvangst met betrekking tot het project Maaswerken verwacht. Analoog daaraan worden de uitgaven met eenzelfde bedrag verhoogd.

ad 2 Als gevolg van de status van Rijkswaterstaat als baten-lastendienst worden de ontvangsten gerelateerd aan onderhoud voor rekening van de baten-lastendienst ontvangen, waardoor evenredig de uitgaven (bijdrage aan baten-lastendienst) kunnen worden verlaagd.

12 HOOFDWEGENNET

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerp-begroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 20051 411 9702 156 5742 382 0962 790 4152 574 2092 702 132
Nieuwe mutaties967 497– 31 4875 209144 53918 68995 810
Stand ontwerpbegroting 20062 379 4672 125 0872 387 3052 934 9542 592 8982 797 942
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerp-begroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 20051 989 5642 523 8262 733 0602 817 1572 620 8712 702 132
Nieuwe mutaties40 66119 12551 821101 20565 34995 843
Stand ontwerpbegroting 20062 030 2252 542 9512 784 8812 918 3622 686 2202 797 975
Uitgaven200520062007200820092010
1Looncompensatie2 511336346317284284
2Prijscompensatie9 46411 72712 68512 55411 69911 699
3A12/Nootdorpboog  3 9003 900  
4Taakstelling voorlichting– 150– 150– 150– 150– 150– 150
5Oplossing kasritmeproblematiek IF– 10 849– 62 373– 40 51014 640– 18 5879 146
6Inkooptaakstelling – 1 371– 3 305   
7Correctie amendement 8 (van Hijum)15 00010 00010 00010 00015 000 
8Wijziging aanbestedingsmeevallers  – 6 000– 5 000– 1 000– 1 000
9Kasschuif IPG– 9 700    9 700
10Kasschuif– 24 0001200012000   
11Prijsbeleid– 8 000     
12Aanpassing ontvangstenraming – 5 7066 43212 8389 9017 665
13Saldering BLS Ontvangsten– 21 151– 21 410– 21 500– 21 426– 22 689– 22 689
14Vorming baten-lastendienst RWS87 53676 07277 92373 53270 89173 188
15.Overheveling VERA-HWN     8 000
Totaal40 66119 12551 821101 20565 34995 843

ad 1 Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

ad 2 Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 3 Deze mutatie betreft de overboeking naar 12.2 Hoofdwegennet in verband met de overeenkomst inzake de aansluiting A12/Veenweg in de gemeente Nootdorp en het opheffen van de AHOB Veenweg in relatie tot de aanleg van de Nootdorpboog.

ad 4 Dit betreft taakstelling op voorlichting, hetgeen resulteert in mindere dan wel meer sobere communicatie over aanlegprojecten. Hiermee wordt invulling gegeven aan de geparkeerde taakstelling voorlichting op artikel 40 in de begroting van VenW (XII).

ad 5 Deze mutatie is aangebracht ten behoeve van de oplossing van de kasritmeproblematiek op het Infrastructuurfonds. In de jaren 2006 en 2007 betreft de problematiek met name het project HSL, het spoorprogramma en waterkeren waar begrotingsgelden eerder dan voorzien noodzakelijk zullen zijn. Deze benodigde kasschuiven worden opgevangen via de artikelen 11, 12 en 15.

ad 6 Deze mutatie op basis van de Ministerraad besluitvorming betreft de rijksbrede verwerking van de in de begroting 2004 bij het ministerie van EZ geparkeerde besparing op professioneel inkopen en aanbesteden uit het Hoofdlijnenakkoord (Balkenende II).

ad 7 De invulling van het amendement van Hijum (versterking onderliggend wegennet) vindt plaats op dit artikel.

ad 8 Met deze mutatie wordt de in de Voorjaarsnota 2005 opgenomen verwerking van de taakstelling aanbestedingsmeevallers op de desbetreffende sectoren meer in overeenstemming gebracht met de te verwachten realisatie van deze meevallers. Per saldo zijn deze aanpassingen ten opzichte van de Voorjaarsnota 2005 budgettair neutraal.

ad 9 Kasschuif als gevolg van een actualisering van de planning van het Innovatieprogramma Geluid.

ad 10 Kasschuif als gevolg van het actualiseren van de planning van de projecten RW12 Veenendaal en CRAAG.

ad 11 Ten behoeve van Prijsbeleid, anders betalen voor mobiliteit, worden gelden overgeboekt vanuit de artikelen 12 «Hoofdwegennet» en 18 «Overige uitgaven» naar artikel 17 «Megaprojecten verkeer en vervoer».

ad 12 Door de actualisering van de ontvangstenraming wordt de uitgavenraming voor hetzelfde bedrag gecorrigeerd.

ad 13 Als gevolg van de status van Rijkswaterstaat als baten-lastendienst worden de ontvangsten gerelateerd aan onderhoud voor rekening van de baten-lastendienst ontvangen, waardoor evenredig de uitgaven (bijdrage aan de baten-lastendienst) kan worden verlaagd.

Ad 14 Deze mutatie komt voort uit de vorming van de baten-lastendienst Rijkswaterstaat (zie leeswijzer).

Ad 15 In overleg met de regio is het goederenspoorproject VERA doorgeschoven naar 2014. De hiervoor tijdelijk vrijvallende middelen worden omgezet voor de wegenprojecten: N62 (Tractaatweg) en de A9 Zuid (Noord-Brabant).

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerp-begroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200526 45159 88041 471103 11534 78922 689
Nieuwe mutaties– 21 151– 27 116– 15 068– 8 588– 12 788– 15 024
Stand ontwerpbegroting 20065 30032 76426 40394 52722 0017 665
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten200520062007200820092010
1Aanpassen ontvangstenplanning – 5 7066 43212 8389 9017 665
2Saldering BLS-ontvangsten– 21 151– 21 410– 21 500– 21 426– 22 689– 22 689
Totaal– 21 151– 27 116– 15 068– 8 588– 12 788– 15 024

ad 1 Betreft de actualisering van de ontvangstenraming. De uitgavenraming wordt voor hetzelfde bedrag gecorrigeerd.

ad 2 Als gevolg van de status van Rijkswaterstaat als baten-lastendienst worden de ontvangsten gerelateerd aan onderhoud voor rekening van de baten-lastendienst ontvangen, waardoor evenredig de uitgaven (bijdrage aan de baten-lastendienst) kunnen worden verlaagd.

13 SPOORWEGEN

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand 1e suppl wet 20052 226 6362 399 2061 252 758930 012899 7601 666 924
Nieuwe mutaties1 324 494133 15758 557834 32540 689– 431 708
Stand ontwerpbegroting 20063 551 1302 532 3631 311 3151 764 337940 4491 235 216
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand 1e suppl wet 20051 542 5071 807 0961 868 2901 753 0211 684 9081 654 924
Nieuwe mutaties– 14 495– 31 256153 647157 954257 709257 049
Stand ontwerpbegroting 20061 528 0121 775 8402 021 9371 910 9751 942 0241 911 973
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 20051 970361345335318318
2.Prijsbijstelling 20055 6996 8186 9266 5086 3916 391
3.A12/Nootdorpboog  – 3 900– 3 900  
4.Aanbestedingsres. Betuweroute10 00020 0008 0007 00010 0002000
5.Naar VWS – 10 000– 10 000   
6.Gebruiksvergoeding– 9 473     
7.Randstadrail 1 4882 9772 9772 9772 977
8.Monitoringssysteem HSL  400400400400
9.Oplossing kasritmeprobl. IF27 165– 64 65925 0339 356720– 12 259
10.Motie Slob tbv HSL – 10 000– 13 000   
11.Toevoeging HSL-oost8 34410 1625 0824 93096 11988 669
12.Desaldering Sloelijn1 8007 2003 000   
13.Toevoeging IP 44 374128 784115 348115 784116 553
14.Afdekking risico's spoorprogramma's– 60 000– 37 000    
15.Van FES: A'dam Zuidas   15 00025 00060 000
16.Overheveling VERA-HWN     – 8 000
Totaal– 14 495– 31 256153 647157 954257 709257 049

ad 1 Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005

ad 2 Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 3 Deze mutatie betreft de overboeking naar 12.2 Hoofdwegennet in verband met de overeenkomst inzake de aansluiting A12/Veenweg in de gemeente Nootdorp en het opheffen van de AHOB Veenweg in relatie tot de aanleg van de Nootdorpboog.

ad 4 Met brief met kenmerk FEZ/2004/1530 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het positieve aanbestedingsresultaat op de Betuweroute van in totaal € 117 mln., die ingezet o.a. wordt voor overwegen/emplacementen, station Breda en de sluizen Zuid Willemsvaart.

ad 5 Deze mutatie betreft de doorwerking van amendement nr. 40 (Dijksma en van Ham) waarmee ook voor de jaren 2006 en 2007 de dekking ongedaan wordt gemaakt van het aantal te bereizen kilometers in de Valys-regeling (bovenregionaal vervoer van gehandicapten).

ad 6 Omdat de decentrale vervoerders een verbruiksvergoeding gaan betalen aan ProRail, kan de subsidie van het rijk aan ProRail worden verminderd. Hiertegenover staat dat afgesproken is dat decentrale vervoerders gecompenseerd worden voor de gebruiksvergoeding die ze aan ProRail betalen.

ad 7 Omdat de Infrastructuur van RandstadRail met ingang van 1 juli 2006 wordt gedecentraliseerd wordt hiervoor geen gebruiksvergoeding meer aan ProRail betaald. Daarom moet de subsidie aan ProRail worden verhoogd. De gereserveerde compensatie (op art 34 van Hoofdstuk XII) aan decentrale overheden, wordt nu overgeheveld naar artikel 13 in het Infrastructuurfonds.

ad 8 Deze mutatie betreft de overboeking uit artikel 34 van Hoofdstuk XII in verband met de monitoring van de Concessieovereenkomst van HSL-vervoer.

ad 9 Deze mutatie is aangebracht ten behoeve van de oplossing van de kasritmeproblematiek op het Infrastructuurfonds. In de jaren 2006 en 2007 betreft de problematiek met name het project HSL, het spoorprogramma en waterkeren waar begrotingsgelden eerder dan voorzien noodzakelijk zullen zijn. Deze benodigde kasschuiven worden opgevangen via de artikelen 11, 12 en 15.

ad 10 In gevolge van motie Slob wordt in verband met de indexeringsproblematiek HSL een bedrag van in totaal € 23 mln. overgeboekt naar de HSL-Zuid.

ad 11 De bedragen die gereserveerd staan voor de HSL-Oost worden overgeboekt vanuit artikel 17 (Megaprojecten verkeer en vervoer).

ad 12 Op het ontvangsten deel van dit artikel ontstaan hogere ontvangsten met betrekking tot het project Sloelijn, welke evenredig aan het uitgavenartikel worden toegevoegd.

ad 13 De bedragen die gereserveerd staan voor de Infraprovider zijn overgeboekt vanuit artikel 17 (Megaprojecten verkeer en vervoer).

ad 14 In 2005 is er voor de jaren 2005 en 2006 totaal € 97 mln. onttrokken aan de post «Afdekking risico's spoorprogramma's» t.b.v. de onderbouw HSL.

ad 15 Dit betreft de bijdrage uit het FES voor Amsterdam Zuidas ten behoeve van een grotere lengte van het benodigde 4-sporige trajectdeel tussen Zuid/WTC en de keersporen.

Ad 16 In overleg met de regio is het goederenspoorproject VERA doorgeschoven naar 2014. De hiervoor tijdelijk vrijvallende middelen worden ingezet voor de N62 (Tractaatweg) en de A9 Zuid (Noord-Brabant).

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand 1e supplwet 20058 29616 0001200014 00014 000 
nieuwe mutaties1 80022 20068 00087 000109 000131 000
Stand ontwerpbegroting 200610 09638 20080 000101 000123 000131 000
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten200520062007200820092010
1Ontvangsten Sloelijn1 8007 2003 000   
2Overheveling HSA-reeks 15 00065 00087 000109 000131 000
Totaal1 80022 20068 00087 000109 000131 000

ad 1 Op het ontvangsten deel van dit artikel ontstaan hogere ontvangsten met betrekking tot het project Sloelijn, welke evenredig aan het uitgavenartikel worden toegevoegd.

ad 2 Betreft de overheveling van de HSA reeks welke in navolging van de IP-reeks overgeboekt is vanuit artikel 17.

14 REGIONALE EN LOKALE INFRASTRUCTUUR

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200582 613238 544289 677322 491265 681293 690
Nieuwe mutaties– 19 557– 12 567– 8 686– 8 229– 13 7621 235
Stand ontwerpbegroting 200663 056225 977280 991314 262251 919294 925
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 2005250 508337 711557 071336 103265 681293 693
Nieuwe mutaties– 19 894– 10 603– 99 722– 8 264– 13 7971 200
Stand ontwerpbegroting 2006230 614327 108457 349327 839251 884294 893
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1Looncompensatie3144444
2Prijscompensatie7971 6102 1241 5391 0061 006
3Inkooptaakstelling – 15– 33   
4Amersfoort via BDU– 6 000– 2000    
5Naar BDU  – 91 000   
6Correctie Amendement 8 (van Hijum)– 15 000– 10 000– 10 000– 10 000– 15 000 
7Naar artikel 17 tbv Noordvleugel – 384– 1 000   
8Vorming baten-lastendienst RWS278182183193193190
Totaal– 19 894– 10 603– 99 722– 8 264– 13 7971 200

ad 1 Dit betreft de loonbijstelling tranche 2005.

ad 2 Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 3 Deze mutatie op basis van de Ministerraad besluitvorming betreft de rijksbrede verwerking van de in de begroting 2004 bij het ministerie van EZ geparkeerde besparing op professioneel inkopen en aanbesteden uit het Hoofdlijnenakkoord (Balkenende II).

ad 4 Het project Amersfoort CSG zal via de BDU betaald gaan worden, derhalve overheveling naar artikel 39 in de begroting van Hoofdstuk XII.

ad 5 In voorgaande jaren zijn op projecten kleiner dan € 225 mln. gelden tot een bedrag van € 91 mln. niet uitgegeven en aangewend voor financiering van de grotere regionaal lokale infrastructuur projecten. De projecten kleiner dan € 225 mln. waarop indertijd de onderuitputting is opgetreden zijn inmiddels via de GDU+ onderdeel gaan uitmaken van de BDU. Derhalve wordt de € 91 mln. vanuit het artikel lokale infrastructuur teruggeboekt ten gunste van de BDU.

ad 6 De invulling van het amendement van Hijum (versterking onderliggend wegennet) vindt plaats op artikel 12.

ad 7 Deze mutatie betreft een overboeking naar artikel 18 «Overige uitgaven» ten behoeve van de projectorganisatie Noordvleugel.

ad 8 Deze mutatie komt voort uit de vorming van de baten-lastendienst Rijkswaterstaat (zie leeswijzer).

15 HOOFDVAARWEGENNET

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 2005330 360448 378453 697563 133575 632608 118
Nieuwe mutaties62 417– 43 28830 75829 24110 6206 932
Stand ontwerpbegroting 2006392 777405 090484 455592 374586 252615 050
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 2005442 237449 552514 617562 038576 984634 716
Nieuwe mutaties7 8392 65821 80025 24015 6217 477
Stand ontwerpbegroting 2006450 076452 210536 417587 278592 605642 193
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1Looncompensatie1 752207224231214216
2Prijscompensatie2 5582 3812 7342 9812 9993 113
3Inkooptaakstelling – 697– 1 776– 4 547– 4 547– 4 547
4Proses   1 0005 0003 000
5Oplossing kasritmeproblematiek IF4 032– 15 601– 9 6071 055– 1 340– 3 655
6Sluizen Zuid Wilemsvaart 5 00015 00010 000  
7Wijziging aanbestedingsmeevallers– 4 210– 250– 780– 1 760– 5 470– 7 200
8Saldering BLS Ontvangsten– 8 704– 8 704– 1 009– 3 236– 2 836– 1 436
9Beleidsvoorbereiding naar hoofdstuk XII– 6 580– 6 580– 6 580– 6 580– 6 580– 6 580
10Vorming baten-lastendienst RWS18 99126 90223 59426 09628 18124 566
Totaal7 8392 65821 80025 24015 6217 477

ad 1 Dit betreft de loonbijstelling tranche 2005.

ad 2 Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 3 Deze mutatie op basis van de Ministerraad besluitvorming betreft de rijksbrede verwerking van de in de begroting 2004 bij het ministerie van EZ geparkeerde besparing op professioneel inkopen en aanbesteden uit het Hoofdlijnenakkoord (Balkenende II).

ad 4 De mutatie vloeit voort uit de financiering van de kosten voor de toegankelijkheidsprojecten verbandhoudende met de verdieping van de Westerschelde en de Memorandum of Understanding met het Belgische Vlaanderen. Deze kosten worden verantwoord op artikel 15 waarbij de financiering gevonden is binnen het Infrastructuurfonds.

ad 5 Deze mutatie is aangebracht ten behoeve van de oplossing van de kasritmeproblematiek op het Infrastructuurfonds. In de jaren 2006 en 2007 betreft de problematiek met name het project HSL, het spoorprogramma en waterkeren waar begrotingsgelden eerder dan voorzien noodzakelijk zullen zijn. Deze benodigde kasschuiven worden opgevangen via de artikelen 11, 12 en 15.

ad 6 Met brief met kenmerk FEZ/2004/1530 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het positieve aanbestedingsresultaat op de Betuweroute van in totaal € 117 mln., die o.a. ingezet wordt voor overwegen/emplacementen, station Breda en de sluizen Zuid Willemsvaart.

ad 7 Met deze mutatie wordt de in de Voorjaarsnota 2005 opgenomen verwerking van de taakstelling aanbestedingsmeevallers op de desbetreffende sectoren meer in overeenstemming gebracht met de te verwachten realisatie van deze meevallers. Per saldo zijn deze aanpassingen ten opzichte van de Voorjaarsnota 2005 budgettair neutraal.

ad 8 Als gevolg van de status van Rijkswaterstaat als baten-lastendienst worden de ontvangsten gerelateerd aan onderhoud voor rekening van het agentschap ontvangen, waardoor evenredig de uitgaven (bijdrage aan agentschap) kan worden verlaagd.

ad 9 In het kader van de conversie van de begroting van hoofdstuk XII en het Infrastructuurfonds naar een meer transparante beleidsbegroting c.q. productbegroting worden de meer beleidsgerichte uitgaven op de daarvoor bedoelde artikelen verantwoord. In lijn hiermee worden met deze mutatie, gelden verbonden aan de beleidsvoorbereiding overgeboekt naar de artikelen 31 «Integraal waterbeleid» en 34 «Betrouwbare netwerken en acceptabele bereikbaarheid reistijd realiseren».

ad 10 Deze mutatie komt voort uit de vorming van de baten-lastendienst Rijkswaterstaat (zie leeswijzer).

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200527 49130 47413 57013 89714 79714 797
Nieuwe mutaties– 7 742– 7 742– 47– 1 274– 1 874– 474
Stand ontwerpbegroting 200619 74922 73213 52312 62312 92314 323
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten200520062007200820092010
1Scheldevaart962962962962962962
2Hogere ontvangsten Proses   1 000  
3Saldering BLS Ontvangsten– 8 704– 8 704– 1 009– 3 236– 2 836– 1 436
Totaal– 7 742– 7 742– 47– 1 274– 1 874– 474

ad 1 Betreft de overheveling van de Scheldevaartontvangsten uit de begroting van VenW (XII) naar het Infrastructuurfonds.

ad 2 Betreft hogere ontvangsten van Vlaanderen ten behoeve van Proses.

ad 3 Als gevolg van de status van Rijkswaterstaat als baten-lastendienst worden de ontvangsten gerelateerd aan onderhoud voor rekening van de baten-lastendienst ontvangen, waardoor evenredig de uitgaven (bijdrage aan de baten-lastendienst) kunnen worden verlaagd.

16 MEGAPROJECTEN NIET VERKEER EN VERVOER

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200564 64973 29565 988146 921234 649276 847
Nieuwe mutaties35 5486 6393 738– 4 99216 1406 658
Stand ontwerpbegroting 2006100 19779 93469 726141 929250 789283 505
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200568 29079 41565 988146 921234 649276 847
Nieuwe mutaties41 4356 6395 2271 56122 6934 516
Stand ontwerpbegroting 2006109 72586 05471 215148 482257 342281 363
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1Prijscompensatie267242278595946946
2Extra ontvangsten 2004 Maaswerken 1 800    
3Kasschuif– 8 0004 0004 000   
4Correctie Prijscompensatie RvR     730
5Maaswerken splitsing WB21– 637– 229– 594– 583– 6478
6Ruimte voor de Rivier splitsing WB21– 145– 174543549502– 238
7Waalsprong48 500     
8Uitvoeringsorganisatie PMR1 4501 0001 0001 0001 0001 000
9Risico's Maaswerken    20 3092000
Totaal41 4356 6395 2271 56122 6934 516

ad 1 Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 2 De extra ontvangsten op artikel 11 worden ingezet ten behoeve van het project Maaswerken in 2006.

ad 3 Dit betreft een kasschuif als gevolg van een actualisatie van het project Maaswerken.

ad 4 Dit betreft bij begroting 2005 te weinig toegekende prijsindexering. Deze wordt alsnog toegevoegd uit artikel 11 «Hoofdwatersystemen».

ad 5 en 6 Dit betreft de afronding van de ontvlechting van de programma's Ruimte voor de Rivier, Maaswerken en WB21.

ad 7 Dit betreft de compensatie van de planschade Veur-Lent die is ontstaan door het interveniëren in de ontwikkeling van de Waalsprong (VINEX locatie).

ad 8 Deze mutatie betreft de financiering van de uitvoeringsorganisatie PMR.

ad 9 Uit artikel 11 wordt in de jaren 2009 en 2010 in totaal ca. € 22,3 mln. overgeboekt naar dit artikel ten behoeve van de Maaswerken.

17 MEGAPROJECTEN VERKEER EN VERVOER

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 2005252 320102 004181 015221 869446 908439 183
Nieuwe mutaties106 423141 725– 161 554– 212 112– 230 345– 216 872
Stand ontwerpbegroting 2006358 743243 72919 4619 757216 563222 311
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 2005952 975500 141349 395225 090446 908439 183
Nieuwe mutaties– 83 167144 442– 143 013– 212 112– 230 345– 216 872
Stand ontwerpbegroting 2006869 808644 583206 38212 978216 563222 311
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1Prijsbijstelling3 8531 8591 4988791 7341 734
2Loonbijstelling151    
3Aanpassing kasprognose HSL– 26 691– 119 600– 11 645– 92 713– 20 176–13 384
4Aanpassing kasprognose Betuweroute– 80 00055 00025 000   
5Aanbestedingsmeevaller Betuweroute– 40 000– 40 000– 37 000   
6Toevoeging FES 13 120    
7IP-reeks naar artikel 13 – 44 374– 128 784– 115 348– 115 784116 553
8Motie Slob tbv HSL 10 00013 000   
9HSL-Oost naar artikel 13– 8 344– 10 162– 5 082– 4 930– 96 119– 88 669
10Prijsbeleid8 0002 398    
11Toevoeging HSL projectbudget60 00037 000    
Totaal– 83 167144 442– 143 013– 212 112– 230 345– 216 872

ad 1 Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 2 Dit betreft de loonbijstelling tranche 2005.

ad 3 Dit betreft een aanpassing van de kasritme voor de HSL-zuid op basis van de meest recente projectraming, welke wordt opgevangen binnen de totale infrastructuurfondsproblematiek.

ad 4 Deze mutatie betreft een aanpassing van het kasritme van de Betuweroute, die is aangepast op basis van de liquiditeitsprognose van ProRail.

ad 5 Met brief met kenmerk FEZ/2004/1530 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het positieve aanbestedingsresultaat op de Betuweroute van in totaal € 117 mln., die o.a. ingezet wordt voor overwegen/emplacementen, station Breda en de sluizen Zuid Willemsvaart.

ad 6 Deze mutatie betreft de toevoeging van in het FES beschikbare middelen voor prijscompensatie voor de HSL-Zuid.

ad 7 Vanwege de aard van de uitgaven worden de bedragen die gereserveerd staan voor de Infraprovider voortaan verantwoord op artikel 13 (Spoorwegen).

ad 8 In gevolge van motie Slob wordt in verband met de indexeringsproblematiek HSL een bedrag van in totaal € 23 mln. vanuit artikel 13 overgeboekt naar de HSL-Zuid.

ad 9 De bedragen die gereserveerd staan voor de HSL-Oost worden overgeboekt naar artikel 13 (Spoorwegen).

ad 10 Ten behoeve van Prijsbeleid, anders betalen voor mobiliteit, worden gelden overgeboekt vanuit de artikelen 12 «Hoofdwegennet» en 18 «Overige uitgaven».

ad 11 In 2005 is er voor de jaren 2005 en 2006 totaal € 97 mln. onttrokken aan de post «Afdekking risico's spoorprogramma's» (artikel 13) voor de onderbouw HSL.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200548 75138 98865 00087 000109 000131 000
Nieuwe mutaties– 10 000– 5 000– 65 000– 87 000– 109 000– 131 000
Stand ontwerpbegroting 200638 75133 9880000
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten200520062007200820092010
1Bijstelling ontvangstenraming Betuweroute– 10 00010 000    
2Overheveling HSA-reeks – 15 000– 65 000– 87 000– 109 000– 131 000
Totaal– 10 000– 5 000– 65 000– 87 000– 109 000– 131 000

ad 1 Betreft een actualisatie van de ontvangstenraming voor de Betuweroute.

ad 2 Betreft de overheveling van de HSA-ontvangsten die in navolging van de IP-uitgaven overgeboekt wordt naar artikel 13.

18 OVERIGE UITGAVEN

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200548 79748 24145 20645 31445 67829 535
Nieuwe mutaties1 0991 2591 882897919397
Stand ontwerpbegroting 200649 89649 50047 08846 21146 59729 932
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 200554 13551 25348 96347 43645 67929 535
Nieuwe mutaties1 099– 1 1391 882897919397
Stand ontwerpbegroting 200655 23450 11450 84548 33346 59829 932
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1Loonbijstelling2234333
2Prijsbijstelling694741424444
3Inkooptaakstelling – 3– 7   
4Prijsbeleid – 2 398    
5Grensoverschijdende netwerkoverleg505502502502502 
6Noordvleugel 3861 000   
7Vorming baten-lastendienst RWS503324342350370350
Totaal1 099– 1 1391 882897919397

ad 1 Dit betreft de loonbijstelling tranche 2005.

ad 2 Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

ad 3 Deze mutatie betreft de rijksbrede verwerking van de in de begroting 2004 bij het ministerie van EZ geparkeerde besparing op professioneel inkopen en aanbesteden uit het Hoofdlijnenakkoord (Balkenende II).

ad 4 Ten behoeven van Prijsbeleid, anders betalen voor mobiliteit, worden gelden overgeboekt vanuit de artikelen 12 «Hoofdwegennet» en 18 «Overige uitgaven» naar artikel 17 «Megaprojecten verkeer en vervoer».

ad 5 Deze mutatie betreft de uitgaven voor grensoverschrijdende netwerkoverleg.

ad 6 Deze mutatie betreft een overboeking vanuit artikel 14 «Regionale en lokale infrastructuur» ten behoeve van de projectorganisatie Noordvleugel.

ad 7 Deze mutatie komt voort uit de vorming van de baten-lastendienst Rijkswaterstaat (zie leeswijzer).

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
 200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 2005182 35440 21540 22640 12440 29323 898
Nieuwe mutaties      
Stand ontwerpbegroting 2006182 35440 21540 22640 12440 29323 898

19 BIJDRAGEN ANDERE BEGROTINGEN RIJK

19.09 TEN LASTE VAN BEGROTING VERKEER EN WATERSTAAT

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerp-begroting (x € 1 000)
19.09 Ten laste van begroting VenW200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 20054 000 2204 646 0364 551 1414 440 1764 525 1104 622 694
Nieuwe mutaties30 90099 4181 939120 678141 551140 083
Stand ontwerp-begroting 20064 031 1204 745 4544 553 0804 560 8544 666 6614 762 777

Voor de toelichting wordt verwezen naar het gestelde onder artikel 39 in de Verdiepingsbijlage bij de begroting van VenW (XII).

19.10 TEN LASTE VAN HET FONDS ECONOMISCHE STRUCTUURVERSTERKING

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
19.10 Bijdragen van het Fonds Economische Structuurversterking200520062007200820092010
Stand eerste Suppl. Wet 20051 456 3291 478 6711 926 4031 712 3131 741 1521 812 972
Nieuwe mutaties9 00022 1205 00020 00025 00060 000
Stand ontwerp-begroting 20061 465 3291 500 7911 931 4031 732 3131 766 1521 872 972
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1HSL-Zuid 13 120    
2Ondertunneling A2 Maastricht9 0009 0005 0005 000  
3Amsterdam Zuidas   15 00025 00060 000
Totaal9 00022 1205 00020 00025 00060 000

ad 1 Deze mutatie heeft betrekking op de toevoeging van in het FES beschikbare middelen voor prijscompensatie voor de HSL-Zuid.

ad 2 In de begroting 2004 van VROM zijn gelden toegevoegd vanuit het FES voor de ondertunneling A2 Maastricht. In het kader van de motie de Nerée zijn deze uitgaven naar VenW geschoven, maar de ontvangsten zijn abusievelijk bij VROM blijven staan. Met deze mutatie worden ook de VROM ontvangsten uit het FES naar de begroting van VenW gebracht. Per saldo heeft dit geen wijzigingen in het Infrastructuurfonds tot gevolg.

ad 3 Dit betreft de bijdrage uit het FES voor Amsterdam Zuidas ten behoeve van een grotere lengte van het benodigde 4-sporige trajectdeel tussen Zuid/WTC en de keersporen.

6. CONVERSIETABEL

In deze paragraaf wordt de relatie tussen de budgetten uit de «oude» begroting 2005 en die uit de onderliggende nieuwe begroting 2006 inzichtelijk gemaakt. Dit inzicht is meerjarig voor de periode t/m 2010 en op basis van de laatste door de Kamer geautoriseerde begrotingsstand (eerste suppletore begroting 2005).

Af te leiden valt waar het begrotingsgeld in de oude structuur was geraamd en waar dit in de huidige structuur is terug te vinden («was-wordt»). Voor de volledigheid is ook een tabel opgenomen waarbij het omgekeerde getoond wordt («wordt-was»), waardoor in een oogopslag kan worden bezien uit welke oude budgetten het nieuwe is opgebouwd. Bij deze laatste tabel worden de uitgaven niet meer herhaald.

Toelichting

Er is niet direct sprake van een fors gewijzigde indeling. De artikelen worden compacter gepresenteerd, zonder te raken aan Wet en Besluit Infrastructuurfonds. In de Leeswijzer is al ingegaan op de relatie met de nieuwe beleidsbegroting van VenW (XII) en het feit dat nu binnen de artikelen meer inzicht wordt geboden dan in de oude situatie.

Bij de oude indeling was (op het niveau van de wetstaat) eerst een onderverdeling naar droge en natte infra, megaprojecten, algemene uitgaven en bijdragen andere begrotingen Rijk. Daarbinnen was een verdere opsplitsing naar sectoren, projecten of overige items.

In de nieuwe indeling is dit ontdaan van de opsmuk en meer overzichtelijk gemaakt door een herkenbare indeling naar de diverse sectoren (NoMo). Dit heeft onder andere geleid tot een apart artikel voor de vaarwegfunctie.

Nieuw is verder de introductie van een apart artikel Mega's niet-Verkeer en Vervoer (PMR, Ruimte voor de Rivier, Maaswerken) naast de Megaprojecten voor Verkeer en Vervoer. De afzonderlijke megaprojecten zijn in de nieuwe begrotingsindeling als apart artikelonderdeel verwerkt.

In de navolgende tabel is op hoofdlijnen aangegeven waar de oude artikelen in de nieuwe situatie neerslaan.

Oude indeling (wetstaat)01 Droge infra02 Natte infra03 Megaprojecten04 Algemene uitgaven05 Bijdragen tlv andere begr.
 01.01 Rijkswegen02.01 Waterkeren03.01 Westerscheldetunnel04.01 Voordelig/nadelig saldo05.01 Bijdragen tlv begroting VenW
 01.02 Railwegen02.02 Waterbehe- ren en vaarwegen03.02 Betuweroute04.02 Bodemsanering05.04 Bijdragen tlv Fes
 01.03 Reg./lokale infraen vaawegen03.03 HSL04.03 Intermodaal vervoer 
   03.05 Betaald rijden04.05 Garanties 
   03.06 Zuiderzeelijn04.06 Prijsbijstelling Fes 
   03.07 Project Mainportontw.04.07 Regionale Mob.fondsen 
   Rotterdam (PMR)04.08 Rail-infra- beheer 
Nieuwe indeling (wetstaat)
11Hoofdwatersystemen 02.01, 02.02   
12Hoofdwegennet01.01    
13Railwegen01.02    
14Regionaal, lokale infra01.03  04.07 
15Hoofdvaarwegennet 02.02   
16Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer 02.0103.07  
17Megaprojecten Verkeer en Vervoer  03.01 t/m 03.06  
18Overige uitgaven   04.01, 04.02, 04.03, 04.05, 04.08 
19Bijdragen andere begrotingen Rijk    05.01, 05.04
Tabel WAS-WORDT
WAS:UITGAVENWORDT:UITGAVEN 
Instr. 200520062007200820092010Art. Ond. product200520062007200820092010
01 DROGE INFRASTRUCTUUR               
 
01.01Rijkswegen               
01.01.01aanleg: verkenn. en planst.17 2749 5488 6558 7998 8328 86812.05Verkenn. en planst. voor tb12.05.0217 2749 5488 6558 7998 8328 868
01.01.02aanleg: realisatie1 194 5451 624 2991 841 7681 949 1701 782 7731 820 22812.03Aanleg, benutting en planst. ná tb12.03.011 194 5451 624 2991 841 7681 949 1701 782 7731 820 228
01.01.03BenO: voorbereiding31 83437 20431 24232 50533 66634 57412.01Verkeersmanagement12.01.013 2003 2003 2003 2003 2003 200
01.01.03BenO: voorbereiding      12.02BenO12.02.0228 63434 00428 04229 30530 46631 374
01.01.04BenO: realisatie695 217823 163822 090786 011753 495795 56712.01Verkeersmanagement12.01.017 1657 1657 1657 1657 1657 165
01.01.04BenO: realisatie      12.02BenO12.02.01591 169581 936562 863651 784630 268671 340
01.01.04BenO: realisatie      12.02BenO12.02.0220 40020 40020 40020 40020 40020 400
01.01.04BenO: realisatie      12.02BenO12.02.0329 821167 000185 00060 00049 00050 000
01.01.04BenO: realisatie      12.04Geïntegreerde conctractvormen12.04.0046 66246 66246 66246 66246 66246 662
01.01.05Bediening17 29917 12016 92817 48517 95517 99212.01Verkeersmanagement12.01.0117 29917 12016 92817 48517 95517 992
01.01.06Basisinformatie32 09925 68124 48425 56526 57927 37112.01Verkeersmanagement12.01.0119 76515 59314 81515 51816 17616 692
01.01.06Basisinformatie      12.02BenO12.02.019 6307 7047 3457 6697 9748 211
01.01.06Basisinformatie      15.01Verkeersmanagement15.01.011 1001 1001 1001 1001 1001 100
01.01.06Basisinformatie      18.07Modaliteitsonafh. Kennis/expertise18.07.011 6041 2841 2241 2781 3291 368
 
01.02Railwegen               
01.02.01 Gaanleg: verkenn. en planst.      13.05Verkenn. en planst.13.05.027 769462 045454545
01.02.01 Paanleg: verkenn. en planst.26 9578 5654 8122 1022 1032 10313.05Verkenn. en planst.13.05.0119 1888 5192 7672 0572 0582 058
01.02.02 Gaanleg: realisatie25 70640 47846 10615 64016 69948 10613.03Aanleg13.03.0225 70640 47846 10615 64016 69948 106
01.02.02 Paanleg: realisatie565 763718 988812 274804 484843 679752 59913.03Aanleg13.03.01565 763718 988812 274804 484843 679752 599
01.02.04BenO: realisatie822 066937 050903 083828 780746 858776 54713.02Onderhoud en vervanging13.02.01822 066937 050903 083828 780746 858776 547
01.02.05Prorail: verkeersleiding75 56975 56975 56975 56975 56975 56913.01Railverkeersbegeleiding13.01.0175 56975 56975 56975 56975 56975 569
01.02.06leenfaciliteit26 44626 44626 44626 446  13.03Aanleg13.03.0326 44626 44626 44626 446  
 
01.03Regionale/lokale infra               
01.03.01aanleg: verkenn. en planst.4 8914 1864 1224 1784 0824 08514.01Grote reg./lokale projecten14.01.024 8914 1864 1224 1784 0824 085
01.03.02aanleg: realisatie156 839240 536523 949331 925261 599289 60814.01Grote reg./lokale projecten14.01.03156 839240 536523 949331 925261 599289 608
01.03.03Duurzaam Veilig4 8681 361    14.01Grote reg./lokale projecten14.01.034 8681 361    
01.03.05GDU21 421     14.01Grote reg./lokale projecten14.01.0321 421     
 
02 NATTE INFRASTRUCTUUR               
 
02.01Waterkeren               
02.01.01aanleg: verkenn. en planst.5 5584 4442 1023 9453 2523 52211.05Verkenn. en planst.11.05.024 0623 1251 4782 6052 2872 477
02.01.01aanleg: verkenn. en planst.      11.05Verkenn. en planst.11.05.031 4961 3196241 3409651 045
02.01.02aanleg: realisatie119 02689 431114 010162 977266 619273 67511.03Aanleg11.03.01119 02689 431114 010162 977266 619273 675
02.01.03BenO: voorbereiding12 31011 96512 71512 88712 89012 89911.01Watermanagement11.01.011 9591 9212 0412 0692 0692 071
02.01.03BenO: voorbereiding      11.02Beheer en onderhoud11.02.019 2798 9939 5589 6879 6899 696
02.01.03BenO: voorbereiding      11.02Beheer en onderhoud11.02.041 0721 0511 1161 1311 1321 132
02.01.04BenO: realisatie94 229101 54379 88277 00462 87461 95311.01Watermanagement11.01.013 7724 0622 7452 6312 5142 478
02.01.04BenO: realisatie      11.02Beheer en onderhoud11.02.0152 61365 28047 52445 23631 39130 547
02.01.04BenO: realisatie      11.02Beheer en onderhoud11.02.022 5993 8951 6271 4611 2541 186
02.01.04BenO: realisatie      11.02Beheer en onderhoud11.02.0431 24325 09224 80824 53424 56824 592
02.01.04BenO: realisatie      11.02Beheer en onderhoud11.02.054 0023 2143 1783 1423 1473 150
02.01.05Ruimte voor de Rivier13 2166 17426 65799 251205 498252 73816.02Ruimte voor de Rivier16.02.0213 2166 17426 65799 251205 498252 738
02.01.06Maaswerken51 63757 50426 59434 58317 06413 92216.03Maaswerken16.03.0151 63757 50426 59434 58317 06413 922
 
02.02Waterbeheren en vaarwegen               
02.02.01aanleg: verkenn. en planst.13 5918 1398 0388 1418 1398 13911.05Verkenn. en planst.11.05.02764588581588588588
02.02.01aanleg: verkenn. en planst.      11.05Verkenn. en planst.11.05.033 9933 0723 0333 0733 0723 072
02.02.01aanleg: verkenn. en planst.      15.05Verkenn. en planst. voor tb15.05.028 8344 4794 4244 4804 4804 480
02.02.02aanleg: realisatie226 128187 817170 313157 294150 970208 48411.03Aanleg11.03.02114 259125 42084 28772 69352 32938 803
02.02.02aanleg: realisatie      15.03Aanleg, benutting en planst. ná tb15.03.01111 86962 39786 02684 60198 641169 681
02.02.03BenO: voorbereiding24 41622 94524 20325 16826 04825 78411.01Watermanagement11.01.011 5401 5101 6481 7551 8511 822
02.02.03BenO: voorbereiding      11.02Beheer en onderhoud11.02.016 7716 6987 0417 3057 5457 473
02.02.03BenO: voorbereiding      11.02Beheer en onderhoud11.02.02181177193206217214
02.02.03BenO: voorbereiding      11.02Beheer en onderhoud11.02.042 5951 9532 1382 2802 4092 370
02.02.03BenO: voorbereiding      11.02Beheer en onderhoud11.02.05239235256273288283
02.02.03BenO: voorbereiding      15.01Verkeersmanagement15.01.019809611 0491 1171 1781 160
02.02.03BenO: voorbereiding      15.02BenO15.02.0112 11011 41111 87812 23212 55912 462
02.02.04BenO: realisatie401 890423 737514 744586 214591 416576 58711.01Watermanagement11.01.0130 56930 52133 36741 22943 48141 930
02.02.04BenO: realisatie      11.02BenO11.02.0127 60629 94130 12437 09239 04237 714
02.02.04BenO: realisatie      11.02BenO11.02.023 8703 8703 8703 8703 8703 870
02.02.04BenO: realisatie      11.02BenO11.02.0437 24436 70140 39944 15245 20244 486
02.02.04BenO: realisatie      11.02BenO11.02.0550 24050 24050 24050 24050 24050 240
02.02.04BenO: realisatie      11.02BenO11.02.06880880880880880880
02.02.04BenO: realisatie      15.01Verkeersmanagement15.01.0115 00015 00015 00015 00015 00015 000
02.02.04BenO: realisatie      15.02BenO15.02.01167 981168 084187 364240 251255 201244 966
02.02.04BenO: realisatie      15.02BenO15.02.0237 50037 50037 50037 50037 50037 500
02.02.04BenO: realisatie      15.02BenO15.02.0331 00051 000116 000116 000101 000100 000
02.02.05Bediening54 45851 60952 79352 39256 49357 03715.01Verkeersmanagement15.01.0154 45851 60952 79352 39256 49357 037
02.02.06Basisinformatie41 47236 48337 42738 99840 43742 56111.01Watermanagement11.01.0133 15129 15929 91631 17232 32334 022
02.02.06Basisinformatie      11.02BenO11.02.01491476488509527555
02.02.06Basisinformatie      11.02BenO11.02.04341256263274284299
02.02.06Basisinformatie      15.01Verkeersmanagement15.01.011 6641 4651 5021 5651 6231 708
02.02.06Basisinformatie      15.02BenO15.02.011 6641 4651 5021 5651 6231 708
02.02.06Basisinformatie      18.07Modaliteitsonafh. Kennis/expertise18.07.014 1613 6623 7563 9134 0574 269
02.02.07Watersystemen20 00036 68940 0001 921  11.03Aanleg11.03.0220 00036 68940 0001 921  
 
03 MEGAPROJECTEN               
 
03.01Westerscheldetunnel7 785     17.01Westerscheldetunnel17.01.017 785     
03.02Betuweroute447 994309 261179 0475 2982 292 17.02Betuweroute17.02.01447 994309 261179 0475 2982 292 
 
03.03Hogesnelheidslijn               
03.03.01HSL-Zuid407 763136 817162 737207 109133 480127 44717.03HSL17.03.01407 763136 817162 737207 109133 480127 447
03.03.02HSL-Oost8 32410 1235 0624 91195 7468 829617.03HSL17.03.028 32410 1235 0624 91195 74688 296
03.03.03HSL-zuid: railwegen9 00029 9401515151517.03HSL17.03.039 00029 94015151515
03.03.04HSL-zuid: hoofdwegen60 6569 0002 5341 9371 9361 93717.03HSL17.03.0460 6569 0002 5341 9371 9361 937
03.03.05Snelle treinverbindingen1 100614    18.04Gebiedsgerichte aanpak (noordvleugel)18.04.011 100614    
 
03.05Betaald rijden00000 17.04Anders betalen voor mobiliteit17.04.01      
 
03.06Zuiderzeelijn11 4535 00005 820213 430221 47917.05Zuiderzeelijn17.05.0111 4535 00005 820213 430221 479
 
03.07PMR3 43715 73712 73713 08712 08710 18716.01PMR16.01.023 43715 73712 73713 08712 08710 187
 
04 ALGEMENE UITGAVEN               
 
04.01Saldo afgesl. Rekeningen00000018.01Saldo afgesl. Rekeningen18.01.01      
 
04.02Bodemsanering02 398    18.02Bodemsanering18.02.01 2 398    
 
04.03Intermodaal vervoer7 1533 0803 7572 121  18.03Intermodaal vervoer18.03.017 1533 0803 7572 121  
 
04.05Granties               
04.05.01Gar. NV FDM00000018.05Railinfrabeheer18.05.01      
04.05.02Gar. Wagenborg00000018.05Railinfrabeheer18.05.02      
04.05.03Gar. OV00000018.05Railinfrabeheer18.05.03      
 
04.07Regionale mobiliteitsfondsen               
04.07.01Rijksbijdrage20 62849 76929 000   14.02Reg. Mob.fondsen14.02.0120 62849 76929 000   
04.07.02Terugsluis opbrengsten41 86141 861    14.02Reg. Mob.fondsen14.02.0241 86141 861    
 
04.08Railinfrabeheer40 11940 21540 22640 12440 29323 89818.05Railinfrabeheer18.05.0140 11940 21540 22640 12440 29323 898
Tabel WORDT-WAS
WORDT:WAS:
Art. Ond. Hfd.productArt. Ond. 
11Hoofdwatersystemen   
11.01Watermanagement11.01.0102.01.03BenO: voorbereiding
   02.01.04BenO: realisatie
   02.02.03BenO: voorbereiding
   02.02.04BenO: realisatie
   02.02.06Basisinformatie
11.02Beheer en onderhoud11.02.0102.01.03BenO: voorbereiding
   02.01.04BenO: realisatie
   02.02.03BenO: voorbereiding
   02.02.04BenO: realisatie
   02.02.06Basisinformatie
  11.02.0202.01.04BenO: realisatie
   02.02.03BenO: voorbereiding
   02.02.04BenO: realisatie
  11.02.0402.01.03BenO: voorbereiding
   02.01.04BenO: realisatie
   02.02.03BenO: voorbereiding
   02.02.04BenO: realisatie
   02.02.06Basisinformatie
  11.02.0502.01.04BenO: realisatie
   02.02.03BenO: voorbereiding
   02.02.04BenO: realisatie
  11.02.0602.02.04BenO: realisatie
11.03Aanleg11.03.0102.01.02aanleg: realisatie
  11.03.0202.02.02aanleg: realisatie
  11.03.0302.02.07Watersystemen
11.05Verkenn. en planst.11.05.0202.01.01aanleg: verkenn. en planst.
   02.02.01aanleg: verkenn. en planst.
  11.05.0302.01.01aanleg: verkenn. en planst.
   02.02.01aanleg: verkenn. en planst.
     
12Hoofdwegennet   
12.01Verkeersmanagement12.01.0101.01.03BenO: voorbereiding
   01.01.04BenO: realisatie
   01.01.05Bediening
   01.01.06Basisinformatie
12.02BenO12.02.0101.01.04BenO: realisatie
   01.01.06Basisinformatie
  12.02.0201.01.03BenO: voorbereiding
   01.01.04BenO: realisatie
  12.02.0301.01.04BenO: realisatie
12.03Aanleg, benutting en planst. ná tb12.03.0101.01.02aanleg: realisatie
12.04Geïntegreerde conctractvormen12.04.0001.01.04BenO: realisatie
12.05Verkenn. en planst. voor tb12.05.0201.01.01aanleg: verkenn. en planst.
     
13Railwegen   
13.01Railverkeersbegeleiding13.01.0101.02.05Prorail: verkeersleiding
13.02Onderhoud en vervanging13.02.0101.02.04BenO: realisatie
13.03Aanleg13.03.0101.02.02 Paanleg: realisatie
  13.03.0201.02.02 Gaanleg: realisatie
  13.03.0301.02.06leenfaciliteit
13.05Verkenn. en planst.13.05.0101.02.01 Paanleg: verkenn. en planst.
  13.05.0201.02.01 Gaanleg: verkenn. en planst.
     
14Regionale, lokale infra   
14.01Grote reg./lokale projecten14.01.0201.03.01aanleg: verkenn. en planst.
  14.01.0301.03.02aanleg: realisatie
   01.03.03Duurzaam Veilig
   01.03.05GDU
14.02Reg. Mob.fondsen14.02.0104.07.01Rijksbijdrage
  14.02.0204.07.02Terugsluis opbrengsten
     
15Hoofdvaarwegennet   
15.01Verkeersmanagement15.01.0101.01.06Basisinformatie
   02.02.03BenO: voorbereiding
   02.02.04BenO: realisatie
   02.02.05Bediening
   02.02.06Basisinformatie
15.02BenO15.02.0102.02.03BenO: voorbereiding
   02.02.04BenO: realisatie
   02.02.06Basisinformatie
  15.02.0202.02.04BenO: realisatie
  15.02.0302.02.04BenO: realisatie
15.03Aanleg, benutting en planst. ná tb15.03.0102.02.02aanleg: realisatie
15.05Verkenn. en planst. voor tb15.05.0202.02.01aanleg: verkenn. en planst.
     
16Megaprojecten niet Verkeer en Vervoer   
16.01PMR16.01.0203.07.00PMR
16.02Ruimte voor de Rivier16.02.0202.01.05Ruimte voor de Rivier
16.03Maaswerken16.03.0102.01.06Maaswerken
     
17Megaprojecten Verkeer en Vervoer   
17.01Westerscheldetunnel17.01.0103.01.00Westerscheldetunnel
17.02Betuweroute17.02.0103.02.00Betuweroute
17.03HSL17.03.0103.03.01HSL-Zuid
  17.03.0203.03.02HSL-Oost
  17.03.0303.03.03HSL-zuid: railwegen
  17.03.0403.03.04HSL-zuid: hoofdwegen
17.04Anders betalen voor mobiliteit17.04.0103.05.00Betaald rijden
17.05Zuiderzeelijn17.05.0103.06.00Zuiderzeelijn
     
18Overige uitgaven   
18.01Saldo afgesl. Rekeningen18.01.0104.01.00Saldo afgesl. rekeningen
18.02Bodemsanering18.02.0104.02.00Bodemsanering
18.03Intermodaal vervoer18.03.0104.03.00Intermodaal vervoer
18.04Gebiedsgerichte aanpak (noordvleugel)18.04.0103.03.05Sbelle treinverbindingen
18.05Railinfrabeheer18.05.0104.05.01Gar. NV FDM
   04.08.00Railinfrabeheer
  18.05.0204.05.02Gar. Wagenborg
  18.05.0304.05.03Gar. OV
18.07Modaliteitsonafh. Kennis/expertise18.07.0101.01.06Basisinformatie
   02.02.06Basisinformatie

BIJLAGE OVERZICHTSCONSTRUCTIE NOTA RUIMTE: NOORDVLEUGEL

In de nota Ruimte is geconcludeerd dat in met name vier regio's in Nederland het beleid van de ministeries van V&W, VROM, LNV en EZ zeer nauw met elkaar verbonden is. Het kabinet heeft daarom besloten voor elk van deze gebieden een coördinerend bewindspersoon aan te stellen. Om de reikwijdte van die coördinerende verantwoordelijkheid aan te geven, wordt in de respectievelijke begrotingen van deze vier ministeries een overzichtsconstructie opgenomen van de voor de betreffende regio te nemen besluiten, de primaire verantwoordelijkheidsverdeling en de relatie met de verschillende begrotingen. Dit is het overzicht van de coördinerende verantwoordelijkheid van de minister van Verkeer en Waterstaat.

Overzichtsconstructie Noordvleugelprogramma
CLUSTERS TE NEMEN BESLUITENVERANTWOORDELIJK- HEIDSVERDELINGBEGROTINGOPERATIONEEL DOELBEDRAG
Planstudie Schiphol-Almere     
* startnotitiefaseuitbrengen richtlijnen door Bevoegd Gezag (april 2005)Vakministerie: V&W (VROM mede-bevoegd gezag)InfrastructuurfondsIF 12.05.02In 2006 wordt een besluit genomen over de maximale rijksbijdrage. Er wordt rekening gehouden met een benodigd bedrag van € 4,5 mld in de periode 2011–2020. In het FES is voorlopig € 2,0 mld. gereserveerd voor de periode 2011–2014. Voor de voorgenomen rijksbijdrage in de financiering van de A10 Zuidas wordt vanuit de planstudie Schiphol-Almere €193 mln geclaimd (zie ook onder Zuidas).
* TN/MER-fase 1besluit tussen Stroomlijn- en A6/A9-alternatief op hoofdlijnen (2006)Trekker: V&W-RWS(via FES)  
* TN/MER-fase 2standpunt (2008)    
* (O)TB-faseontwerptracébesluit (2008) en tracébesluit (2009)    
      
Zuiderzeelijn     
StructuurvisieUitwerking structuurvisiefase op basis van medio 2005 vastgestelde plan van aanpak.Besluit over nut en noodzaak, alsmede (eventueel) vervolgproces, obv de definitieve structuurvisie incl. inspraak en advies (medio 2006)Gezamenlijke verantwoordelijkheid van EZ, VROM en V&W; V&W is trekker van de structuurvisiefaseInfrastructuurfondsIF 17.05Het kabinet heeft € 2,851 mln. (pp 2005, NCW 2010) gereserveerd voor de ZZL. Regionale overheden hebben in het verleden aangegeven bereid te zijn om een financiele bijdage te leveren. In 2006 wordt ihkv de Structuurvisie per uitgewerkt alternatief een financie- ringsoverzicht gemaakt van publieke (rijk en regio) en private financieringsmogelijkheden. Besluit over nut en noodzaak, alsmede (eventueel) vervolgproces, op basis van de definitieve structuurvisie inclusief inspraak en advies (medio 2006)
      
Zuidas     
 Trajectnota/m.e.r. voor infrastructuur: spoor en A10. Op basis daarvan Standpunt over uit te werken alternatief (2006).VROM heeft «overall»-verantwoordelijkheid. V&W is verantwoordelijk voor Tracé/MER (i.o.m. VROM) en is opdrachtgever voor het infrastructuurdeel.InfrastructuurfondsIF 13.05.01  
   Infrastructuurfonds (deels via claim op FES) Totaal € 426 mln (prijspeil 2005). Bestaande uit taakstellend € 315 mln: € 47 mln in realisatie extra perroncapaciteit Amsterdam Zuid en stationsstalling en € 379 in planstudie (€ 288 WTC/4-sporig plus keersporen en € 91 Amsterdam Zuidas deel station). Aanvullend hierop o.b.v. bestuurlijke afspra- ken € 100 mln voor verlengde viersporigheid tbv Dok (FES).
   Infrastructuurfonds (via claim FES voor Noordvleugel) € 136 mln (prijspeil 2002) voor de A10. Dit bedrag is exclusief de kosten van de aanpassingen van de aansluitende infrastructuur. De raming hiervan is nog niet gereed. De A10 Zuidas maakt geen direct onder- deel uit van de planstudie Schiphol-Almere maar ligt wel in het studiegebied van deze planstudie. Keuzes voor oplossingen in de planstudie Schiphol-Almere hebben vekeers- kundige relaties met (oplossingen voor de planstudie) A10 Zuidas. De voorgenomen rijksbijdrage in de financiering van de A10 Zuidas (inclusief de aansluitende infrastructuur) wordt daarom ingepast in het eerste deel van het voorlopige FES-budget van € 2 miljard dat voor de periode 2011–2014 beschikbaar is voor de Noordvleugel (totale budget € 4,5 miljard). Hierover zal in 2006 besluitvorming plaatsvinden.
   InfrastructuurfondsRisicoafkoop infrastructuur spoor en wegTotaal € 59 mln (pp 2002). V&W draagt bij aan de kosten van de infra obv de beno- digde functionaliteit van het (goedkopere) dijkalternatief. Op basis van deze functionaliteit worden ook de risico's afgekocht. Dit bedrag moet nog bestuurlijk worden vastgesteld en worden ingepast in de begroting
 Ondernemingsplan PPS-Zuidas door Kwartiemaker (in 2005). Kabinetsbesluit over aanbesteding van het aandeelhouderschap (voorzien voor 1-1-2006, zie brief VROM aan TK dd 23-2/2005). Voorleggen Kabi- netsbesluit aan TK (eveneens voorzien voor 1-1-2006). Hoofdstuk XI (via FES)H XII 5.2.1Uit de NSP 1 gelden € 70,3 mln nominaal voor de periode 2008–2010 (geen indexering). Obv bestuurlijke afspraken van 23 feb 2005 toevoeging door VROM van € 50 mln NCW 2003
 medio 2006 besluit nut en nood- zaak van alternatieven obv info uit prospectus, standpuntbepa- ling MER, KBA, risicoanalyse kwartiermaker NV. Indien gekozen wordt voor het dok, zal een besluit genomen worden over het vrijgeven van de prospectus, oprichting NV en over aandeelhouderschap Staat FinancienRisicodragende financiele participatie in NVTotaal te investeren bedrag ca €130 mln: storting aandelenkapitaal voor 20% aandelen NV schatting waarde €60/70 mln, investering in zero bonds door financien schatting ca €65 mln (=50% van totaal, rest moet door private partijen worden opgebracht).
      
Utrecht     
PréverkenningVoor het uitkomen van PKB III besluit nemen over de scope van de verkenning.Vakministerie en trekker: V&WPMIF 12.05.01PM
 Op basis van de verkenning bezien of er een planstudie gestart moet worden (of meer- dere planstudies) vanuit het rijk of vanuit de regio.     
VerstedelijkingVerstedelijkingsopgave UtrechtVakministerie en trekker: VROM   
      
Mainport Schiphol     
 Mainport-ambitie met daarin scenario's over de keuze van de toekomstige ontwikkeling van de Mainport, onder verantwoordelijkheid van V&W/DGTL.Vakministerie en trekker: V&WHoofdstuk XIIH XII 5Betreft alleen voorbereidingskosten (voor 2005 circa € 1,3 mln).
      
 Analyse van de landzijdige ontsluiting van Schiphol.     
      
Almere     
 Plan van aanpak ontwikkeling AlmereVakministerie en trekker: VROMHoofdstuk XI Betreft alleen personele inzet.
 Beslisdocument over groei bevolking en de daaraan gerelateerde behoefte aan woningen.    
 Beslisdocument over risicodragende betrokkenheid van het rijk bij de gebiedsontwikkeling van Almere Pampus.     
      
Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer     
 Gebiedsuitwerking opgesteld door de Regio in opdracht van het Rijk.VROM is opdrachtgever en regio is trekker.PM PM
 Standpunt Rijk over de gebieds- uitwerking    
Licence