Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave blz.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN 2

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten) 2

B. BEGROTINGSTOELICHTING 3

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingen die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk jaar afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begroting van het infrastructuurfonds voor het jaar 2007 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2007. Een toelichting op de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2007.

Met de vaststelling van deze wetsartikelen wordt de in de begrotingsstaat opgenomen begroting van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor het jaar 2007 vastgesteld. De in die begroting opgenomen productartikelen worden in onderdeel van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. Begrotingstoelichting).

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1.Inleiding en leeswijzer4
2.Infrastructuuragenda6
3.Afkortingenlijst20
4.Productartikelen23
5.Verdiepingshoofdstuk106
6.Bijlage: Overzichtconstructie Nota Ruimte: Noordvleugel126
7.Bijlage: Overzichtconstructie Kustwacht Nederland nieuwe stijl130

1. INLEIDING EN LEESWIJZER

Inleiding

Naast de beleidsbegroting van VenW, hoofdstuk XII van de rijksbegroting, kent VenW ook een Infrastructuurfonds. Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur.

Zo mag het fonds jaarlijkse saldi («meer of minder uitgegeven in enig jaar») overhevelen – in tegenstelling tot de begroting van VenW: XII – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet meteen leiden tot budgettaire knelpunten.

Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting van VenW (artikel 39.01) en verder uit bijdragen vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Deze bijdragen worden ondermeer ontvangen voor de investeringsimpuls in het kader van het regeerakkoord 1998, de Betuweroute, de HSL-Zuid, het Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR), prijsbeleid en Zuidas. Tenslotte wordt voor een aantal projecten de uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

Leeswijzer

De fondsbegroting begint met de Infrastructuuragenda. Hierin zijn de uitvoeringsprioriteiten beschreven, waarbij zo veel mogelijk de samenhang met de beleidsdoelstellingen in de begroting van VenW is aangegeven (XII).

Dit jaar is nadrukkelijk gekeken naar het wegnemen van de verschillende vormen van overlap, met name tussen de beleidsagenda van begrotingshoofdstuk XII en de uitvoeringsagenda van het Infrastructuurfonds.

Dit heeft er toe geleid dat VenW de uitvoeringsagenda aanzienlijk in omvang heeft kunnen terugbrengen en deze zich nu beperkt tot de Infrafonds brede onderwerpen die hier feitelijk aan de orde zijn.

Vervolgens worden de productartikelen behandeld1. Nieuw is dat deze nu zijn ingericht naar het rijksbrede format dat ook wordt gehanteerd bij de beleidsbegrotingen.

Bij de tabel «Budgettaire gevolgen van uitvoering» is rekening gehouden met het verzoek van de Kamer om meer inzicht in de overhead bij wegen en spoor. Ik kom hieraan tegemoet door in mijn begroting van 2007 het inzicht in de uitvoeringskosten van aanlegprojecten zichtbaar te maken. Dit is gedaan door voor het artikelonderdeel aanleg de agentschapsbijdrage (BLD-bijdrage) separaat inzichtelijk te maken. Daarnaast heb ik in aanvulling, en dat is nieuw ten opzichte van de vorige begroting, ook de uitvoeringskosten van het aanlegprogramma Spoor dat door ProRail wordt uitgevoerd apart inzichtelijk gemaakt.

Voor de overzichtelijkheid zijn tevens de projectoverzichten direct achter de producten opgenomen. Mutaties in de projectsfeer worden in deze begroting toegelicht als deze financieel groter zijn dan 10% van het projectbudget of in absolute zin meer bedragen dan € 10 mln of meer dan een jaar afwijken van de eerder afgesproken oplevering2.

De begroting kent verder een verdiepingshoofdstuk, waarin de overzichten met de opbouw van de beschikbare bedragen zijn opgenomen. Mits politiek relevant is er een ondergrens van € 2 mln gehanteerd voor het toelichten van begrotingsmutaties.

Het verkeersmanagement en beheer en onderhoud van het hoofdwatersystemen (artikel 11), het hoofdwegennet (artikel 12) en de hoofdvaarwegen (artikel 15) wordt door Rijkswaterstaat gedaan op basis van prestatieafspraken met de beleidsdiensten. Deze prestatieafspraken geven aan op welk kwaliteitsniveau het beheer en onderhoud zich moet bevinden. De bekostiging van de prestatieafspraken vindt in principe plaats op basis van een tarief (P) per eenheid areaal (Q). In de begroting 2007 is het genoemde tarief mede gebaseerd op het beschikbare begrotingsbedrag.

Tenslotte geldt dat de begroting van het Infrastructuurfonds ook digitaal beschikbaar is op www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie waar nuttig en mogelijk hyperlinks aangebracht naar achterliggende documenten.

2. INFRASTRUCTUURAGENDA

1. Inleiding

Infrastructuur is één van de middelen die VenW inzet om de beleidsdoelstellingen te realiseren. VenW financiert in dat kader niet alleen rijksinfrastructuur, maar geeft ook financiële bijdragen aan grote regionale/lokale infrastructuurprojecten.

De infrastructuuragenda 2007 bevat een korte en bondige weergave van de uitvoeringsprioriteiten van het ministerie van VenW op het gebied van infrastructuur. Het is een invulling met fysieke producten die voortvloeien uit de prioriteiten in de beleidsagenda. Met de agenda wordt inzicht geboden in de wijze waarop VenW inhoudelijk op programmaniveau met infrastructuur wil omgaan. Het gaat hierbij om de algemene kaders op basis waarvan het programma concreet met infrastructuurprojecten wordt vormgegeven. Daarnaast wordt in deze agenda op projectniveau aandacht besteed aan te realiseren mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Het accent ligt op het uitvoeringsjaar 2007. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2007 worden opgeleverd en bij welke projecten in 2007 een begin wordt gemaakt met de uitvoering. Voor een nadere toelichting op deze en alle overige infrastructuurprojecten, wordt verwezen naar het MIT (Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport)/SNIP (Spelregels Natte Infrastructuur Projecten) Projectenboek 2007.

2. Algemene kaders

2.1 Infrastructuur als instrument

Bij de rijksinfrastructuur wordt een onderscheid gemaakt tussen transportinfrastructuur (hoofdwegennet, spoorwegen en hoofdvaarwegennet) en hoofdwatersystemen. Dit sluit aan op de nieuwe indeling van het Infrastructuurfonds, waarbij ervoor gekozen is om de in de Nota Mobiliteit benoemde sectoren afzonderlijk zichtbaar te maken. Bij transportinfrastructuur wordt ernaar gestreefd om de bereikbaarheid te verbeteren binnen (wettelijke) kaders van verkeersveiligheid en kwaliteit van de leefomgeving. Voor hoofdwatersystemen (waterbeheren- en waterkerenprojecten) staat allereerst het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land centraal. Daarnaast wordt gestreefd naar het instandhouden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik wordt gegarandeerd.

Drie elementen komen terug in de manier waarop VenW met de rijksinfrastructuur omgaat:

1. de bestaande infrastructuur wordt beheerd en onderhouden om een bepaalde basiskwaliteit voor die infrastructuur in stand te kunnen houden;

2. om het gebruik van de beschikbare capaciteit van de bestaande infrastructuur te optimaliseren worden vervolgens benuttingsmaatregelen getroffen (voor hoofdwegen, spoorwegen en vaarwegen);

3. ten slotte wordt, indien voorgaande maatregelen ontoereikend zijn, de bestaande capaciteit uitgebreid door nieuwe infrastructuur aan te leggen. Het gaat hierbij zowel om uitbreidingen binnen de bestaande netwerken (bijvoorbeeld door verbreding van wegen) als om uitbreidingen van de netwerken zelf (in de vorm van volledig nieuwe tracés).

2.2 Herijking aanbestedingsresultaten

Eind 2004 is de Kamer (Tweede Kamer, 2004–2005, 29 800 XII, nr. 43) geïnformeerd over de verwachte berekende aanbestedingsresultaten à € 1,4 miljard (prijspeil 2004). Hierbij is aangegeven dat er nog een nader onderzoek plaats vindt inzake de te verwachten aanbestedingsresultaten bij het onderdeel aanleg spoor. De analyse voor dit onderdeel was destijds nog niet afgerond. Opvolgend is bij Voorjaarsnota 2005 (Tweede Kamer, 2004–2005, 30 105 A, nr. 3) een verwacht resultaat aanleg spoor gemeld à € 140 miljoen in de periode 2005–2010. Daarmee is het totaal aan in de begroting verwerkte resultaat € 1,54 miljard (prijspeil 2004) voor de sectoren spoor, hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersystemen in de periode 2005 tot en met 2010.

De verwachte aanbestedingsresultaten zijn onder meer ingezet om de door de Tweede Kamer ingediende amendementen op de begroting 2005 van dekking te voorzien. In het kader van de Voorjaarsnota 2005 is aangekondigd dat de berekening uit 2004 op twee momenten wordt herijkt. De eerste herijking vindt in 2006 plaats ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding 2007. De tweede herijking is voorzien in 2008 ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding 2009.

De (her)berekening van de verwachte aanbestedingsresultaten wordt hoofdzakelijk bepaald door:

• de omvang van de aan te gane verplichtingen (grondslag);

• de periode waarin een verplichting gerealiseerd wordt in kas (kasjaarreeks);

• de veronderstellingen ten aanzien van met name de mate van marktspanning.

Afgezien van een andere verdeling van verplichtingen voor de sector hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersystemen in de periode 2005 tot en met 2010 wijkt in de herijking de totale grondslag aan verplichtingen niet veel af van die als gehanteerd bij de berekening in 2004. Ten aanzien van de periode waarin verplichtingen uit hoofde van aanbestedingen tot kasrealisaties leiden, is voor de sectoren hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersystemen geconstateerd dat deze periode korter is dan eerder verondersteld.

De verwachte aanbestedingsresultaten zijn in 2004 per sector berekend met in achtneming van de conjunctuurontwikkeling (verminderde marktspanning) in de bouwsector, het effect van de herstructurering in de bouwsector en het in toenemende mate toepassen van innovatieve aanbestedingsvormen. Voor wat betreft de marktspanning in de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) sector wordt inzake de sector hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersystemen rekening gehouden met een iets verhoogde marktspanning in 2006 als gevolg van een zich positief ontwikkelende conjunctuur.

De herijking leidt tot een additioneel verwacht aanbestedingsresultaat van € 149 miljoen (prijspeil 2006) over de periode 2005 tot en met 2010. Het additioneel resultaat is verwerkt in voorliggende begroting en is ingezet voor een enveloppe voor maatregelen voortkomend uit de netwerkanalyses (€ 66 miljoen), voor het programma van maatregelen om de primaire waterkeringen weer aan de Wet op de waterkering te laten voldoen (€ 70 miljoen) en voor het programma Filevermindering (€ 135 miljoen).

2.3 Netwerkanalyses

In augustus 2006 zijn de (concept)rapportages van de netwerkanalyses opgeleverd. Deze zijn uitgevoerd in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad, Utrecht, Groningen–Assen, Leeuwarden en omgeving, Twente, Arnhem–Nijmegen, Noord Overijssel (inclusief Zwolle–Kampen), stedendriehoek Apeldoorn–Deventer–Zutphen, Brabantstad en Zuid-Limburg.

De netwerkanalyses maken onderdeel uit van de bestuurlijke overleggen MIT welke in oktober 2006 worden gehouden. De Kamer wordt na afloop van deze overleggen nader geïnformeerd over de uitkomsten.

2.4 Besluitvorming FES-impuls 2006

De kabinetsbesluitvorming over de FES-impuls 2006 leidt tot intensiveringen van diverse programma’s binnen het Infrastructuurfonds. Deze impuls kan voor VenW worden onderverdeeld in:

1. Toevoeging van FES-middelen voor een aantal benuttingsprojecten

Vanuit het FES wordt in totaal € 115 miljoen toegevoegd voor het programma Filevermindering en voor de start van het programma dynamisch verkeersmanagement (DVM). Eveneens is voor een betere benutting van het spoor € 20 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanleg van een ongelijkvloerse kruising op de spoorlijn Gouda– Rotterdam (Moordrecht).

2. Toevoeging van FES-middelen voor de versnelling van aanleg enbeheer en onderhoud in het Infrastructuurfonds.

Het kabinet heeft besloten € 545 miljoen aan te wenden voor versnellingen in het Infrastructuurfonds op de terreinen hoofdwegen, spoorwegen en waterveiligheid. Door het inzetten van deze FES-middelen voor versnellingen in het Infrastructuurfonds in de periode tot en met 2011, en het later terug laten vloeien van deze middelen uit het Infrastructuurfonds naar het FES, ontstaat er na 2011 additionele ruimte in het FES die dan weer geheel wordt ingezet voor FES-waardige projecten. Daarnaast maakt deze constructie het budgettair mogelijk al in 2012–2014 versneld te starten met een aantal projecten binnen het hoofdwegenprogramma die zijn voorzien in de periode na 2014. Over de concrete invulling van de versnelling worden mede naar aanleiding van de bestuurlijke overleggen MIT nadere afspraken gemaakt.

In de onderstaande tabel is een verbijzondering van de toevoeging uit het FES aan de begroting van het Infrastructuurfonds opgenomen.

Invulling FES-impuls (in € mln.)2006–2011na 2011
1. Toevoeging FES-middelen voor aantal benuttingsprojecten  
a. Programma filevermindering en DVM115 
b. Benutting Spoorlijn Gouda – Rotterdam (Moordrecht)20 
2. Toevoeging FES-middelen voor versnelling aanleg en BenO in IF  
c. Hoofdwegen (aanleg en benutting)152– 152
d. Versnelling onderhoud weg en spoor107– 107
e. Maatregelen primaire waterkeringen109– 109
f. Zwakke schakels177– 177

Toelichting tabel:

Ad a. Dit betreft middelen voor een betere benutting van het hoofdwegennet in het kader van het programma Filevermindering (een nadere toelichting is opgenomen in bijlage 2 bij de begroting van HXII) en voor de start van het DVM-programma (met onder andere verbetering van aansluitingen en uitbreiding verkeerssignalering).

Ad b. De maatregel betreft de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor op de spoorlijn Gouda–Rotterdam. Deze spoorwegovergang is per uur 15 tot 20 minuten gesloten. In 2020 zullen naar verwachting 36 000 motorvoertuigen de spoorlijn kruisen. De belangrijkste bate van deze maatregel is tijdswinst voor het wegverkeer.

Ad c. Betreft een verschuiving van middelen binnen het aanleg- en benuttingsprogramma wegen om de middelen beter te laten aansluiten bij het actuele programma.

Ad d. In de uitkomsten van de Midterm Review van de Plannen van Aanpak Beheer en Onderhoud is aangegeven dat een verschuiving van middelen voor de sectoren spoor en weg noodzakelijk is om de beschikbare middelen beter te laten aansluiten op het onderhoudsprogramma.

Ad e. Betreft een verschuiving van middelen om voortvarend te kunnen starten met de noodzakelijke verbetermaatregelen voor waterkeringen. Dit op basis van de uitkomsten van de wettelijke (tweede) toetsing op de waterkeringen.

Ad f. De middelen ten behoeve van de bijdrage van VenW voor de aanpak van de zwakke schakels aan de kust worden meer in lijn gebracht met de meest actuele inzichten in de planningen van de provincies.

3. Programma’s en projecten

3.1 Beheer en onderhoud

Medio 2006 is het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Beleid en Onderhoud Infrastructuur afgerond. Centrale vraagstelling van het IBO was hoe de besluitvorming over (beleid en uitvoering van) onderhoud van infrastructuur beter kan worden onderbouwd. In het kader van het IBO is een aanzet gedaan tot het ontwikkelen van een kosten-batenanalyse voor onderhoud. Hoe het kabinet hiermee wil omgaan zal nader worden uitgewerkt in de nog op te stellen kabinetsreactie op de rapportage van de IBO-werkgroep.

Als bijstuk bij de begroting van het Infrastructuurfonds 2007 is de «Midterm review Beheer en Onderhoud» (MTR) opgenomen. Dit betreft een tussentijdse evaluatie van de Plannen van Aanpak Beheer en Onderhoud 2004–2010 (bijlage Infrastructuurfonds 2004). De MTR richt zich op de jaren 2004 en 2005. Het doel van de MTR is om na te gaan of de aanpak van het wegwerken van de achterstanden in onderhoud en vervanging verloopt conform de plannen van aanpak, de maatregelen en de inzet van middelen voldoende effectief zijn en of de verdeling van de middelen binnen de modaliteiten moet worden heroverwogen (fasering en omvang).

Uit de MTR blijkt dat het inlopen van het achterstallig onderhoud en het plegen van vervangingen bij spoor, wegen en waterwegen op schema ligt. Als de Plannen van Aanpak (inclusief de tweede fase Herstelplan Spoor) geheel worden uitgevoerd, kent het Nederlandse vervoerinfrastructuurnetwerk in 2010 voor wegen en in 2012 voor spoor een goed onderhoudsniveau dat klaar is voor de ambities van de Nota Mobiliteit. Voor waterwegen geldt dat in 2010 nog niet alle achterstand is ingelopen. De uitvoering van de Nota Mobiliteit en het Waterbeleid 21e eeuw leidt ertoe dat deze achterstanden wél worden ingelopen in de periode 2011–2020.

In lijn met de Plannen van Aanpak en de later gemaakte afspraken met de Kamer en de sector wordt de komende jaren verdere uitvoering geven aan het inlopen van het achterstallig onderhoud en het uitvoeren van de benodigde vervangingen bij spoor, wegen en waterwegen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de tweede fase Herstelplan Spoor om zo de doelstellingen in 2010/2012 te kunnen realiseren en daarmee een basis te leggen voor de doelstellingen in de periode Nota Mobiliteit. Hierover is door ProRail, afgestemd met Verkeer en Waterstaat en de sector, een nadere uitwerking opgesteld.

De Kamer wordt via de reguliere begrotingsmomenten geïnformeerd over de resterende periode 2006–2010 van de uitvoering van de Plannen van Aanpak.

In 2007 wil VenW onder meer de volgende maatregelen uit de Plannen van Aanpak Beheer en Onderhoud uitvoeren/in uitvoering nemen:

Hoofdwegen

• 555 km asfaltonderhoud

Spoorwegen

• uitvoeren van bovenbouwvernieuwingen

• uitvoeren van groot en klein onderhoud

• uitvoeren van STS-programma (ter voorkoming van passages stoptonende seinen)

• uitvoeren van programma UPGE (plaatsen van geluidsschermen op emplacementen)

• uitvoeren van kleine projecten

• oplossen van capaciteitsknelpunten

Rijkswaterwegen

Voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden van de volgende projecten:

• Amsterdam–Lemmer en IJsselmeer (baggeren)

• IJssel (baggeren)

• Noordzeekanaal (baggeren)

• Amsterdam Rijnkanaal/Lek (baggeren en renoveren sluizen en oevers),

• Kanaal Gent–Terneuzen (baggeren en oevers)

• Maas (baggeren en kunstwerken)

• Masterplan Haringvliet (conserveren vizierschuiven en renovatie)

• Rotterdam–België/Zeeland (baggeren voorhaven Kreekrak en Antwerpskanaalpand)

• Rotterdam–Duitsland (baggeren en oevers)

• Renovatie stuwen in de Lek

• Vervanging vaartuigen

• Wrakken Noordzee

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken Beheer en Onderhoud wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIT/SNIP Projectenboek 2007.

3.2 Aanleg en benutting

Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen die VenW op de diverse projecten binnen de in de Infrastructuurfonds onderkende sectoren.

Hoofdwatersystemen

In 2007 wil VenW de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Start realisatie• Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (eind 2007/begin 2008)
 • Peilbesluit Veerse Meer
 • Ruimte voor de Rivier; onder voorwaarde dat PKB is vastgesteld. Vooruitlopend hierop 10 koplopers.
 • Uitvoering maatregelen naar aanleiding van tweede toetsing Hoogwaterbeschermingsprogramma en Wet op de Waterkeringen
 • Volkerak Zoommeer
 • Zwakke Schakels Kust; na besluit uitvoeringsvolgorde en dekking van de ruimtelijke kwaliteit door de provincies
Oplevering• Kleine Hoogwaterbeschermingsprojecten Delfzijl en Den Helder
 • Natte Natuurprojecten IJsselmeergebied
Projectbesluit• Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium

Hoofdwegennet

In 2007 wil VenW de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• A4 Dinteloord-Bergen op Zoom, omleiding Halsteren
 • A7 Zaanstad-Purmerend, benutting (ZSM)
 • N37 Hoogeveen-Holsloot-Emmen-Duitse grens
Start realisatie• A2 Oudenrijn-Deil, gedeelte Everdingen-Deil
 • A12 Den Haag-Gouda
 • A12 Utrecht west benutting i.s.m. Woerden-Gouda
 • A74 Venlo
 • N9 Koedijk-De Stolpen
 • N57 Veersedam-Middelburg
Tracébesluit• A2 Amsterdam-Utrecht (Holendrecht-Oudenrijn) 2x5 rijstroken
 • A2 Leenderheide-Budel (ZSM)
 • A2 Oudenrijn-Deil, gedeelte Oudenrijn-Everdingen
 • A4 Delft-Schiedam
 • A4 Den Haag-Leiden
 • A12 Maarsbergen-Veenendaal (ZSM)
 • A28 Hattemmerbroek-Zwolle-Meppel en kortsluiting A28/A32 (ZSM)
 • A50 Ewijk-Valburg-Grijsoord
 • A74 Venlo
 • N31 Leeuwarden
 • N50 Ramspol-Ens
 • N61 Hoek-Schoondijke
 • N61 Sluiskil

Spoorwegen

In 2007 wil VenW de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• Amsterdam CS spoor 10/15 (perronkap) (personen)
 • Arnhem 4e perron, tijdelijke voorzieningen (personen)
 • HSL-Zuid (personen)
 • Pilot Fluistertrein (goederen)
 • Spoorontsluiting NW Hoek Maasvlakte (goederen)
 • Traject Oost (perronverbredingen) (personen)
Start realisatie• Aslastencluster III (goederen)

Regionale/lokale infrastructuur (> € 112,5/€ 225 miljoen)

Voor de grote regionale/lokale infrastructuurprojecten (> € 112,5/€ 225 miljoen) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale/lokale overheid. VenW levert een bijdrage in de aanlegkosten van het project.

In 2007 verwacht VenW dat de volgende mijlpalen zullen worden gerealiseerd:

MijlpaalProject
Afgifte beschikking• N 201
• RijnGouwelijn Oost
Projectbesluit• Eindhoven Bose
 • Maaskruisend verkeer, Maastricht
 • Nijmegen 2e stadsbrug

Hoofdvaarwegennet

In 2007 wil VenW de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• Lekkanaal, verbreding kanaalzijde en uitbreiding ligplaatsen
 • Maasroute fase 1, brugverhogingen Roosteren en Echt
 • Renovatie Noordzeesluizen IJmuiden
Start realisatie• Wilhelminakanaal Tilburg
 • Zuid-Willemsvaart; vervanging sluizen 4, 5 en 6
Projectbesluit• Burgemeester Delenkanaal Oss

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIT/SNIP Projectenboek 2007.

3.3 Randvoorwaarden

Bij de infrastructurele investeringen door VenW worden de (wettelijke) randvoorwaarden van milieu (met name geluid en lucht) en natuur en landschap (inpassing en ontsnippering) in acht genomen. Daarbij wordt zoveel mogelijk getracht kosteneffectieve en innovatieve maatregelen in te zetten.

Innovatieprogramma lucht

Het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit (IPL) werkt in opdracht van de ministeries van VenW en VROM aan innovatieve oplossingen die bijdragen aan verbetering van de luchtkwaliteit op en rond snelwegen. De focus ligt op snelwegen bij dichtbevolkte gebieden (zogenaamde «hot spots»). Daar zal bronbeleid pas op termijn toereikend zijn om de luchtkwaliteit wat betreft stikstofdioxide en fijn stof aan de normen te laten voldoen.

Met het beschikbare onderzoeksbudget identificeert, selecteert, stimuleert en beproeft het IPL kansrijke ideeën voor oplossingen. Het IPL werkt daarvoor samen met kennis- en onderzoeksinstellingen, andere departementen, provincies, gemeenten en marktpartijen.

Het IPL heeft op dit moment zes pilots in uitvoering:

• Katalytische afbraak NOX langs snelwegen;

• Optimalisatie geluidsschermen voor een betere luchtkwaliteit;

• Invloed vegetatie langs snelwegen op luchtkwaliteit;

• Effect reinigen snelweg op fijn stof concentratie;

• Snelwegen overkappen en lucht behandelen;

• Dynamisch verkeersmanagement op basis van het luchtbericht.

In 2007 zullen resultaten van de bovenstaande pilots bekend worden. Daarnaast heeft IPL een database aangelegd met tal van (inter)nationale ideeën en projecten op het gebied van Luchtkwaliteit. Eind 2008 stopt het IPL. De focus komt in de periode 2008–2011 te liggen op toepassing en doorontwikkeling van de nieuwe luchtkwaliteitsmaatregelen, zoals ontwikkeld in het IPL.

Innovatieprogramma geluid

Bij de begroting 2004 is een Innovatieprogramma Geluid (IPG) aangekondigd, waarvoor in de periode 2004–2008 in totaal € 110 miljoen beschikbaar is gekomen. Het betreft € 70 miljoen aan middelen voor wegen en € 40 miljoen voor spoor. Daarnaast is ook een bedrag van € 200 miljoen beschikbaar gesteld tot en met 2010 voor de implementatie van innovatieve geluidsmaatregelen bij wegen.

In 2007 worden de volgende producten geleverd en activiteiten ontplooid:

• De beproeving van stille dunne deklagen op rijkswegen als kostenbesparend alternatief voor ZOAB en tweelaagsZOAB, die bij gunstig resultaat uitmondt in de vrijgave van dunne deklagen voor het hoofdwegennet;

• De beproeving en ontwikkeling van super stille wegdekken op een testterrein bij Kloosterzande;

• De stimulering van het gebruik van stillere autobanden in lijn met het hierover gesloten convenant met de koplopers uit de branche en in samenhang met het programma «Het nieuwe rijden»;

• Het monitoren van de eigenschappen van de bestaande stille wegdekken op het hoofdwegennet;

• De duurbeproeving van LL en K remblokken op goederenwagons (de zogenaamde fluistertreinprojecten, geluidreductie circa 7 decibel);

• De duurbeproeving van stiller gemaakte treinen van NS Reizigers;

• De ontwikkeling en in gebruik name van een mobiele geluidmeetpost voor het meten van railverkeersgeluid;

• Beproeving van monitoringssystemen voor railruwheid;

• Inzet op aanscherping van Europese geluidsrichtlijnen en eisen voor banden en weg- en spoorvoertuigen;

• De afbouw van het programma en overdracht van projecten, activiteiten en verantwoordelijkheden aan de staande organisaties;

• De ontwikkeling van nieuwe oplossingen voor geluidreductie op spooremplacementen;

• Een internationaal slotcongres.

Meerjarenprogramma Ontsnippering

In 2007 zal VenW enkele ontsnipperingsmaatregelen opleveren. Dit zijn onder andere een aantal faunatunnels onder Rw 37, Rw 7 en Rw 2. In 2007 wordt bovendien een pakket van 9 of 10 ecoducten (in Gelderland,Utrecht, Overijssel en Noord-Holland) aanbesteed.

4. Grote projecten

4.1 Afdekking risico’s grote spoorprojecten

De omvang van de reservering wordt bepaald door de waardering van de onderliggende risico’s bij de Betuweroute (BR) en de HSL-Zuid, gerelateerd aan de kans dat deze risico’s optreden.

In de 18e Voortgangsrapportage HSL is melding gemaakt van de definitieve afrekening met betrekking tot de maatregelen voor de geluidsschermen als gevolg van de vogelproblematiek. Deze is nu verwerkt. In de 19e voortgangsrapportage HSL is verder gemeld dat € 29 miljoen vrijvalt als gevolg van een gewijzigd risicoprofiel. Deze middelen zullen binnen spoor worden ingezet voor de noodzakelijke vergoeding voor exploitatie en onderhoud HSL in verband met areaaluitbreiding.

Tenslotte is een overboeking opgenomen zoals gemeld in de 18e voortgangsrapportage Betuweroute omtrent de kosten voor engineering, administratie en toezicht (EAT).

Afdekking risico’s spoorprogramma (in € mln)200420052006200720082009Totaal
Stand begroting 2006009014306239
– HSL: gewijzigd risicoprofiel  – 29   – 29
– HSL: afrekening vogelproblematiek  17   17
– BR: EAT  – 25– 12  – 37
Stand begroting 2007005313106190

Begroting op hoofdlijnen

De onderstaande tabellen geven de belangrijkste wijzingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletore begroting 2006 (mutaties > € 15 mln).

Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in het Verdiepingshoofdstuk.

Uitgaven (x € 1 000)
 Art.200620072008200920102011
Stand ontwerp-begroting 2006 6 352 5086 645 2846 545 0116 631 0966 812 7016 487 662
Amendementen 50 000     
Mutaties 1e suppletore wet 2006 – 204 539175 056114 759292 723132 159– 68 392
I Belangrijkste mutaties Infrastructuurfonds 2 556203 271683 993530 000727 871363 764
1. LooncompensatieDiv.14 22512 56612 84012 76413 13713 137
2. PrijscompensatieDiv.43 57445 42144 57345 11446 64546 645
3. Luchtproblematiek wegen12– 47 243– 319 56585 16185 000 65 770
4. Kasritmeproblematiek IF12  – 18 4061 3114 122– 23 436
5. Lening HWN en HVWN12– 45 000 45 000   
 1545 000 – 45 000   
6. Kasschuif Spoor1348 000– 25 000– 23 000   
7. BDU: Mediapark Hilversum14 – 25 000    
8. Voorfinanc. Prijsbijstelling PMR161 0258191252046528 673
9. Kasschuif Ruimte voor de Rivier161 45542 18714 0324 8662 194 
10. Kasschuif ZZL17 25 00025 000– 150 00080 00020 000
11. Meevaller Betuweroute, VGR 1817– 25 000     
12. BTW13 422 000401 000408 000402 000402 000
13. Naar Risicoreserv.: Vogelprobl. HSL17– 17 000     
14. Progr. Filevermindering1211 67144 00631 993   
15. Dynamisch Verkeersmanagement12 20 00030 000   
16. Benutting spoor, Moordrecht13   10 00010 000 
17. Primaire waterkeringen11  74 00073 000107 17625 000
18. Zwakke schakels11  20 00050 00052 00055 000
19. Netwerkanalyses12 37 00029 000   
20. Versnelling BenO112, 13     107 000
21. Herijking aanbestedingsresultaten11, 12, 15 – 50 000– 50 000– 25 000–24 000 
22. Extrapolatiebijstelling12, 15     – 990 911
23. Leenfaciliteit RWS11, 12 en 15– 23 733– 22 70511 13218 20921 77916 781
24. Leningen ProRail18– 4 418– 3 458– 3 457– 3 46712 752495 780
II Overige mutaties 23 27320 823– 12 986– 7 21313 580– 6 013
Totale mutaties 25 829224 094671 007522 787741 451357 751
Stand ontwerpbegroting 2007 6 223 7987 044 4347 330 7777 446 6067 686 3116 777 021

ad 1. Dit betreft de loonbijstelling, tranche 2006.

ad 2. Dit betreft de prijsbijstelling, tranche 2006.

ad 3. Door de problematiek rond de luchtkwaliteit is het kasritme van de aanleg van hoofdwegenprojecten aangepast.

ad 4. Deze mutatie is aangebracht voor de oplossing van kasritmeproblematiek op het IF.

ad 5. Het gaat hier om een intertemporele schuif tussen het hoofdwegennet (artikel 12) en het Hoofdvaarwegennet (artikel 15). De terugbetaling geschiedt in 2008.

ad 6. Deze intertemporele schuif is noodzakelijk om de middelen voor Beheer en Instandhouding beter aan te laten sluiten op de financiële behoefte van ProRail zoals die blijkt uit het beheerplan 2006.

ad 7. Het Mediapark Hilversum valt onder het BDU regime. In dit kader worden de middelen nu overgeboekt naar de BDU (hoofdstuk XII).

ad 8. De opgenomen reeks heeft betrekking op de door VenW voorgefinancierde prijsbijstelling (prijspeil 2005) voor het project mainport Rotterdam (PMR), die vanaf het jaar 2011 door het Fonds Economische Structuurversterking weer aan de begroting van het Infrastructuurfonds (ontvangstenartikel 19.10) wordt toegevoegd.

ad 9. Bij de 1e suppletore wet 2006 is € 25,5 mln. van het Amendement Gerkens c.s. (Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 A, nr. 43), overgeboekt naar Ruimte voor de Rivier. Voor de doorwerking van de opgestarte projecten worden in deze begroting uit 2015 en 2016 gelden naar voren gehaald.

ad 10. Deze kasschuif binnen het budget Zuiderzeelijn is aangebracht ten behoeve van de kasritmeproblematiek op het Infrafonds.

ad 11. Door middel van de 18e voortgangsrapportage is de Kamer reeds geïnformeerd over deze meevaller bij de Betuweroute. Deze wordt ingezet voor een kortingsregeling bij spoor goederenvervoer voor de stijging van de gebruiksvergoedingstarieven op artikel 13.

ad 12. Tussen Financiën en VenW is afgesproken om voor de onderdelen exploitatie spoorvervoer, capaciteitsmanagement, exploitatie stad/streek vervoer en aanleg en onderhoud spoorinfra met ingang van 2007 af te stappen van verrekening van BTW door Financiën (declaratiebasis). In plaats daarvan zal de te compenseren BTW aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit geschiedt door een overheveling van de middelen vanuit het BTW-compensatiefonds van Financiën naar de begrotingen van VenW. Bij de structurele compensatie blijft voor de HSL en BR het oude compensatieregime (op declaratiebasis) gelden. Dit omdat deze projecten aflopen op korte termijn. Met name bij de BDU kan de nieuwe werkwijze leiden tot een forse administratieve lastenbesparing voor de regio en voor VenW. In plaats van aanvraag en verantwoorden kan de BTW nu immers via de verdeelsleutel worden verdeeld.

ad 13. In de 18e Voortgangsrapportage HSL is melding gemaakt van de definitieve afrekening met betrekking tot de maatregelen voor de geluidsschermen als gevolg van de vogelproblematiek. Dit wordt nu verwerkt door middel van een overboeking naar artikel 13 (afdekking risico’s spoorprogramma’s).

Ad 14. Het «Programma Filevermindering» is in 2006 gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen met andere maatregelen die snel realiseerbaar zijn. Daarvoor zijn in korte tijd duizenden ideeën gegenereerd, waaruit een selectie voortkwam van de meest kansrijke en meest effectieve maatregelen.

Ad 15. Met het investeringsprogramma voor meer dynamisch verkeersmanagement kunnen verkeersstromen afhankelijk van de drukte gerichter worden gestuurd met als doel optimale benutting van de beschikbare infrastructuur. Het totale op te stellen programma heeft weliswaar een looptijd tot 2020, maar VenW wil in 2007 een voortvarende start maken met enkele quick wins zoals signalerings- en monitoringsmaatregelen. Deze uitgaven worden uit het FES gefinancierd.

Ad 16. De maatregel betreft de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor op de spoorlijn Gouda-Rotterdam. Deze spoorwegovergang is per uur 15 tot 20 minuten gesloten. In 2020 zullen naar verwachting 36 000 motorvoertuigen de spoorlijn kruisen. De belangrijkste bate is tijdwinst voor het wegverkeer. Deze uitgaven worden uit het FES gefinancierd.

Ad 17. Betreft enerzijds een verschuiving van middelen om voortvarend te kunnen starten met de noodzakelijke verbetermaatregelen voor waterkeringen. Dit op basis van de uitkomsten van de wettelijke (2e) toetsing op de waterkeringen. Daarnaast is hiervoor door het ministerie van Financiën € 100 mln extra vrijgemaakt en wordt een deel van he additioneel aanbestedingsresultaat (€ 70 mln) door VenW hiervoor aangewend. In de periode t/m 2011 is er nu € 420 mln beschikbaar.

Ad 18. De middelen ten behoeve van de bijdrage van VenW voor de aanpak van de zwakke schakels aan de kust worden meer in lijn gebracht met de meest actuele inzichten in de planningen van de provincies.

Ad 19. De regionale netwerkanalyses voor de belangrijkste stedelijke gebieden moeten inzicht bieden in de beste manieren om bestaande en toekomstige knelpunten in de verbindingen van deur-tot-deur op te heffen, met gebruik van verschillende vervoerwijzen en door een betere samenhang tussen lokale, regionale en nationale infrastructuur waarbij de inzet is de toegang tot de steden te verbeteren. Met dit bedrag kan een nader te bepalen selectie van maatregelen die uit de netwerkanalyses komen, worden uitgevoerd.

Ad 20. In de uitkomsten van de Midterm Review van de plannen van aanpak Beheer en Onderhoud is aangegeven dat een verschuiving van middelen voor de sectoren spoor en weg noodzakelijk is om de beschikbare middelen beter te laten aansluiten op het onderhoudsprogramma. Met deze kasschuif geeft VenW hieraan een eerste gedeeltelijk invulling.

Ad 21. De herijking van de in 2004 berekende aanbestedingsresultaten heeft geleid tot een additioneel verwacht aanbestedingsresultaat van € 149 miljoen over de periode 2005 tot en met 2010. Dit bedrag wordt ingezet voor maatregelen aanpak primaire waterkeringen, de uitkomsten van de netwerkanalyses en het Programma Filevermindering..

Ad 22. De reservering in het FES voor PMR, de Noordvleugel (incl. Zuidas) en de enveloppe Nota Mobiliteit kunnen op dit moment nog niet aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit omdat formeel het vrijgeven, en daarmee de verwerking in de begroting, pas kan plaatsvinden als deze projecten voldoende zijn uitgewerkt en/of er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.

Ad 23. Rijkswaterstaat is per 1 januari 2006 een baten-lastendienst geworden. Als baten-lastendienst heeft RWS een (initiële) lening afgesloten bij het Ministerie van Financiën voor de financiering van de activa. Daarnaast doet RWS een beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën voor nieuwe investeringen. Zowel de initiële lening als het beroep op de leenfaciliteit voor nieuwe investeringen zijn in deze begroting verwerkt.

Ad 24. In 2005 is een deel van de schatkistleningen van ProRail, die via de IF-begroting lopen, vervroegd afgelost in het kader van de schuldreductie ProRail. De nu opgenomen mutaties zijn opgebouwd uit de rentevrijval als gevolg van de vervroegde aflossing en correcties voor nog niet in de begroting opgenomen aflossing en rente.

3. AFKORTINGENLIJST

A.  
AMVB=Algemene Maatregel van Bestuur
ATB=Automatische treinbeveiligingssystemen
   
B.  
BDU=Brede doeluitkering
BERZOB=Bereikbaarheid Zuid-Oost Brabant over water
B&O=Beheer en onderhoud
BISK=Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur
BKL=Basis kustlijn
BLS=Baten-Lastenstelsel
BPRW=Beheerplan voor de rijkswateren
BOR=Bereikbaarheidsoffensief Randstad
BRG=Bestaand Rotterdams Gebied
   
C.  
CS=Centraal station
   
D.  
DGG=Directoraat-generaal goederenvervoer
DGP=Directoraat-generaal personenvervoer
DGR=Deltaplan grote rivieren
DRIP=Dynamische route informatie panelen
DUU=Directe uitvoeringsuitgaven
   
E.  
EISR=Economische Impactstudie Railgoederenvervoer
ERTMS=European Rail Traffic Management System
ETCS=European Train Control System
EU=Europese Unie
   
F.  
FES=Fonds economische structuurversterking
FTE=Full-time equivalent
   
G.  
GDU=Gebundelde doeluitkering
GIS=Geluidsisolatieproject Schiphol
GPS=Global Positioning System
GVB=Gemeentelijk Vervoerbedrijf
   
H.  
ha=Hectare
HBR=Havenbedrijf Rotterdam
H&I=Herstel & Inrichting
HSA=High Speed Alliance
HSL=Hogesnelheidslijn
   
I.  
ICES=Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking
IF=Infrastructuurfonds
IODS=Integrale ontwikkeling tussen Delft en Schiedam
IPO=Interprovinciaal overleg
IRMA=INTERREG Rijn en Maasactiviteiten
IVM=Integrale Verkenning Maas
   
K.  
KRW=(Europese) Kaderrichtlijn Water
   
M.  
MER=Milieu Effect Rapportage
MHW=Maatgevend hoogwater
MIT=Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport
MJPO=Meerjarenprogramma ontsnippering
MLN=Miljoen
MTR=Mid-term review Beheer en Onderhoud
   
N.  
NAP=Nieuw Amsterdams Peil
NBW=Nationaal Bestuursakkoord Water
NS=Nederlandse Spoorwegen
NSP=Nieuwe sleutelprojecten
NV=Naamloze vennootschap
NVVP=Nationaal verkeers- en vervoersplan
   
O.  
OV=Openbaar vervoer
   
P.  
PAGE=Plan van aanpak goederen emplacementen
PKB=Planologische kernbeslissing
PMR=Project mainportontwikkeling Rotterdam
PPS=Publiek private samenwerking
PU=Productuitgaven
PVVP=Provinciaal verkeers- en vervoersplan
   
R.  
RIT=Rail Infra Trust
RVVP=Regionaal verkeers- en vervoersplan
RW=Rijkswegen
RWS=Rijkswaterstaat
   
S.  
SOIT=Subsidieregeling openbare inland terminals
SNIP=Spelregelkader natte infrastructuurprojecten
SUBBIED=Subsidieregeling Baggeren bebouwd gebied
SVB=Stimulering verwerking baggerspecie
SVV=Structuurschema verkeer en vervoer
   
T.  
TCI=Tijdelijke commissie Infrastructuurprojecten
TEN=Transeuropese netwerken
   
U.  
UWO=Uitwerkingsovereenkomst
   
V.  
VBS=Verkeersbegeleidende Systemen
VenW=Ministerie van Verkeer en Waterstaat
VINEX=Vierde nota ruimtelijke ordening extra
VNG=Vereniging Nederlandse Gemeenten
VROM=Ministerie van Volkshuisvesting ruimtelijke ordening en milieubeheer
   
W.  
WB21=Waterbeheer 21e eeuw
WST=Westerscheldetunnel
WTC=World trade centre
   
Z.  
ZSM=Zichtbaar, slim en meetbaar
ZZL=Zuiderzeelijn

4. PRODUCTARTIKELEN

11 Hoofdwatersystemen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van hoofdwatersystemen verantwoord. Dit betreft de onderdelen watermanagement, beheer en onderhoud, aanleg en verkenning en planstudie. Het watersysteem omvat het geheel van oppervlaktewater, waterbodems, oevers, etc.

Het artikel hoofdwatersystemen op het infrastructuurfonds is gerelateerd aan het beleidsartikel 31 (integraal waterbeleid) op de VenW begroting (Hoofdstuk XII). De doelstelling van dit beleidsartikel is het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
11. Hoofdwatersystemen2005200620072008200920102011
Verplichtingen 451 261386 118652 199743 192825 483719 375
Uitgaven568 571672 650530 791675 107743 838800 733719 375
11.01 Watermanagement90 08061 45669 28181 03584 39884 26897 5 15
11.01.01 Basispakket watermanagement90 08061 45669 28181 03584 39884 26897 515
11.02 Beheer en onderhoud308 897231 176173 981188 133180 750193 907211  424
11.02.01 Basispakket B&O waterkeren123 323148 19195 888101 61793 507103 26188 576
11.02.05 Basispakket B&O integraal waterbeheren152 24174 90454 49353 48855 42667 394122 845
11.02.08 Groot variabel onderhoud waterbeheer33 3328 08123 60033 02831 81723 2523
11.03 Aanleg155 995368 379225 887303 359297 750345 872250 796
11.03.01 Realisatieprogramma waterkeren83 654200 68196 962177 743211 153277 554192 675
11.03.02 Realisatieprogramma waterbeheren72 341167 698128 925125 61686 59768 31858 121
11.05 Verkenning en planstudie13 59911 63961 642102 580180 940176 686159 64 0
11.05.01 Verkenningenprogramma hoofdwatersystemen 2 1271 000950   
11.05.02 Planstudieprogramma waterkeren5 2186 09455 13595 508175 502171 248156 762
11.05.03 Planstudieprogramma waterbeheer8 3813 4185 5076 1225 4385 4382 878
Van totale uitgaven:       
– Agentschapsbijdrage0331 193254 882284 740274 3683 13 394350 162
– Restant0341 458275 909390 367469 470487 339369 213
11.09 Ontvangsten 6 1561 2939666666 
kst-30800-A-2-1.gif

11.01 Watermanagement

Motivering

Het reguleren van de hoeveelheden water in het hoofdwatersysteem en de kwaliteit van het water.

Producten

Basispakket Watermanagement

De volgende activiteiten worden uitgevoerd:

• peilbeheer en bediening van objecten;

• monitoring en informatieverstrekking;

• crisisbeheersing en -preventie.

Meetbare gegevens

Basispakket AreaaleenheidOmvang
WatermanagementKm2 water65 250
AreaaleenheidOmvangTarief (x € 1 000)Totaalbudget 2007(x € 1 000)
Km2 water65 2501,06269 281
BasispakketPrestatie-indicatorEenheidWaarde 2007
WatermanagementIn 2008 hebben en uitvoeren van plannen en houden van oefeningen voor calamiteiten op het gebied van scheepvaart, waterkwaliteit, -overlast en -tekort.%100
 De beschikbaarheid en kwaliteit van de in- en externe informatievoorziening vindt plaats conform de afspraken in het basisinfoplan%100
 Het hebben en nakomen van actuele afspraken over waterverdeling en waterkwaliteit. Peilbesluiten worden uitgevoerd en waterakkoorden zijn actueel en worden nageleefd.%100

11.02 Beheer en onderhoud

Motivering

Het in een dusdanige conditie houden van het hoofdwatersysteem dat noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie waterkeren en waterbeheren.

Meetbare gegevens

Suppleren voor kustlijnzorg in 1000m3200520062007*
Strand4 3803 4003 020
Onderwater7 6007 35010 100

* Dit betreft eerste schatting en is nog in voorbereiding. Besluitvorming vindt plaats door de bewindslieden in het najaar voorafgaand aan het uitvoeringsjaar

Suppletie overzicht 1991–2005

kst-30800-A-2-2.gif
BasispakkettenAreaaleenheidOmvangTarief (x € 1 000)Totaalbudget 2007 (x € 1 000)
Beheer en Onderhoud WaterkerenDijken primaire waterkeringen in km48045,721 926
Stormvloedkeringen47 08428 335
 Niet primaire waterkeringen in km26818,885 062
 Suppleren voor kustlijnzorg in m313 120 0000,00 30940 565
BasispakketPrestatie-indicatorEenheidWaarde 2007
Beheer en Onderhoud WaterkerenSuppleren van zand per jaar volgens jaarlijks vastgesteld landelijk suppletieprogramma. Aantal m3 per jaar13 120 000
 De primaire rijkswaterkeringen (dijken, duinen, stormvloedkeringen, etc) en andere werken die direct buitenwater keren, blijven in de kerende staat zoals blijkt uit de toetsing 2006.%100
 De primaire waterkeringen die niet direct water keren en de niet primaire waterkeringen blijven in de kerende staat zoals als die was bij aanvang 2006%100

Producten

Basispakket Beheer en Onderhoud waterkeren

Het basispakket Beheer en Onderhoud waterkeren bevat:

1. Kustlijnhandhaving (conform de basiskustlijn zandige kust niveau 1990);

2. beheer en onderhoud stormvloedkeringen en rijkswaterkeringen (conform de Wet op de waterkering).

ad 1. Handhaven kustlijn

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu verlies aan zand dat jaarlijks gecompenseerd moet worden. Vanaf 2001 wordt ook zand gesuppleerd om de zandverliezen op dieper water te compenseren. Daarmee wordt de zandhoeveelheid in het kustfundament op peil gehouden en wordt het effect van de zeespiegelstijging te niet gedaan.

Ook zijn er activiteiten zoals bestortingen, onderhoud van dammen en strandhoofden, eveneens met het doel om structurele kusterosie te bestrijden.

ad 2. Stormvloedkering en rijkswaterkeringen

• Stormvloedkeringen

Ter beveiliging van ons land tegen de zee is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Het Rijk heeft vier stormvloedkeringen in beheer: de Stormvloedkering Oosterschelde, de Stormvloedkering Nieuwe Waterweg (de Maeslantkering), de Hartelkering en de Stormvloedkering Hollandsche IJssel. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van de schuiven, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen, het onderhoud aan het besturingssysteem en periodieke inspecties.

• Rijkswaterkeringen

Rijkswaterstaat beheert en onderhoudt ongeveer 325 km primaire waterkeringen. Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Wet op de waterkering vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt Rijkswaterstaat een aantal niet-primaire waterkeringen. Deze vallen niet onder de Wet op de waterkering omdat ze geen bescherming hoeven te bieden tegen het buitenwater, maar ook deze waterkeringen moeten wel aan een bepaald veiligheidsniveau voldoen.

Basispakket Beheer en Onderhoud integraal waterbeheer

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem in een dusdanige conditie te houden welke noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie integraal waterbeheer. Hierbij valt te denken aan beheer en onderhoud van:

• rijkswateren t.b.v. maatgevend hoogwater (MHW);

• stuwende en spuiende kunstwerken;

• rijkswateren ten behoeve van waterkwaliteit;

• oevers en bodems;

• vergunningverlening en handhaving.

Bovendien valt onder het basispakket de voorbereiding van de implementatie van de Kader Richtlijn Water (KRW) en de activiteiten in het kader van Natura 2000. Zowel de KRW als Natura 2000 streven naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken.

Kustwacht

De besluitvorming over de Kustwacht Nederland heeft geleid tot een aantal concrete afspraken die verder uitgewerkt worden. Het bestaande samenwerkingsverband tussen zeven betrokken departementen maakt plaats voor één gezamenlijke organisatie. Verkeer en Waterstaat voert de regie over de totstandkoming van geïntegreerde beleidsplannen, activiteitenplannen en de (meerjarige) begroting. In het kader van deze rol is in hoofdstuk 7 de overzichtsconstructie Kustwacht Nederland Nieuwe stijl aan deze begroting toegevoegd. Het beheer van de middelen komt in één hand te liggen bij Defensie. Om de verantwoordelijkheid van de directeur Kustwacht (namens de Minister van Defensie) voor de uitvoering van het activiteitenplan waar te kunnen maken krijgt deze de onvoorwaardelijke zeggenschap over vier schepen die (vrijwel) full time kustwachttaken uitvoeren. Daarnaast krijgt hij trekkingsrechten voor een aantal dagen per jaar op de zeegaande betonningsvaartuigen van Rijkswaterstaat en schepen en helikopters van Defensie. De vliegtuigen van Verkeer en Waterstaat (nu nog één) gaan volledig over naar de Kustwacht. De ingestelde Raad voor de Kustwacht richt zich op de vertaling van het integrale beleid in activiteitenplan. De Ministerraad stelt deze vervolgens formeel vast.

Groot Variabel onderhoud

Het betreft beheer en onderhoudsactiviteiten die per project groter zijn dan € 30 mln. (vervangingen, mid-life onderhoud etc.). Hieronder vallen ook de projecten die voortvloeien uit het Plan van Aanpak achterstallig onderhoud 2003, welke is bijgevoegd bij de begroting 2004. De huidige stand van zaken van de uitvoering van dit plan van aanpak is beschreven in de Mid Term Review, welke bij deze begroting als bijlage is bijgevoegd.

In 2007 wordt gewerkt aan het opstellen van een programma van groot variabel onderhoudactiviteiten. Dit programma loopt vanaf 2011 en volgt op het Plan van Aanpak dat tot 2010 loopt. De uitkomsten van de uitwerking van het programma kan in de ontwerpbegroting 2008 leiden tot reallocatie van onderhoudsmiddelen.

Waterbeheren

BasispakketPrestatie-indicatorEenheidWaarde 2007
Beheer en Onderhoud WaterbeherenDe spuiende kunstwerken en stuwen kunnen te allen tijde worden geopend.J/NJ
 Het percentage van de vergunningenverlening in het kader van Wvo, Wbb, Wbr, Ow, Wwh voldoet aan de wettelijke termijnen%80
BasispakkettenAreaaleenheidOmvangTarief (x € 1 000)Totaalbudget 2007 (x € 1 000)
Beheer en onderhoud waterbeherenVergunningen2 79912,91036 136
Spuiende en stuwende kunstwerken74248,06818 357

Groot variabel onderhoud

In het kader van dit plan is een aantal projecten gedefinieerd.

ProjectenDoorlooptijdStart uitvoering
Stuwen Lek2004–20102007
Haringvliet2004–20112005

11.03 Aanleg

Motivering

Om een bijdrage te leveren aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen en die een bijdrage leveren aan het beheer van de rijkswateren.

Producten

Realisatie Waterkeren

Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten uitgevoerd. Deze projecten hebben betrekking op:

1. rivierverruiming;

2. dijkversterking en herstel en onderzoek steenbekleding;

3. overige onderzoeken en kleine projecten;

4. resterende werkzaamheden Deltaplan Grote Rivieren;

5. zwakke schakels kust;

6. hoogwaterbeschermingsprogramma.

De projecten worden nader toegelicht in het MIT/SNIP-projectenboek 2007.

ad. 1. Rivierverruiming

Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek worden projecten uitgevoerd met als doel rivierverruiming om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen. Andere projecten die in het kader van de rivierverruiming worden uitgevoerd betreffen de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. De realisatie van de natuurontwikkeling moet uiterlijk 2015 afgerond zijn. Voorbeelden van projecten die worden uitgevoerd om deze doelstelling te realiseren zijn de projecten Hemelrijkse Waard, Batenburg en het Lexkesveer. Naast deze projecten wordt een grootschalige rivierverruiming voorbereid in het project Ruimte voor de Rivier en voor de Maas zijn de meeste rivierverruimende maatregelen ondergebracht in het project Maaswerken (zie artikel 16 IF).

ad. 2. Dijkversterking en herstel en onderzoek steenbekleding

Verbetering van dijken bestaat uit verhoging en/of versterking van de dijk of uit vervanging van de bestaande steenbekleding. Het programma herstel en onderzoek steenbekleding Westerschelde en Oosterschelde loopt in 2007 door. Het herstel van de steenbekledingen in Zeeland wordt in 2015 opgeleverd. In totaal zal langs de Wester- en Oosterschelde dan 321 kilometer steenbekleding zijn vervangen.

ad. 3. Overige onderzoeken en kleine projecten

• Veiligheid Nederland in Kaart-2 (VNK). Met dit studieproject worden de kansen op en de gevolgen van overstromingen van de dijkringen en een aantal kades langs de Maas in Nederland in kaart gebracht volgens een nieuwe methode (TK 2005–2006, 27 625 nr. 60).

• Sterkte en belasting waterkeringen, waarbij onder andere het inzicht in de golfvoortplanting in de Waddenzee en langs de Noordzeekust wordt verbeterd.

• Hydraulische randvoorwaarden. De Wet op de waterkering stelt (o.a.) dat VenW verantwoordelijk is voor het uitbrengen van hydraulische randvoorwaarden en andere instrumenten die door waterkeringbeheerders worden gebruikt bij de vijfjaarlijkse toetsing van de veiligheid van de primaire waterkeringen en die worden gebruikt bij het ontwerp van die waterkeringen.

ad. 4. Resterende werkzaamheden Deltaplan Grote Rivieren

De werken langs de grote rivieren met als doel om bij een afvoer bij Lobith van 15 000 m3/sec voldoende veiligheid te bieden, zijn grotendeels voltooid. In het kader van bescherming tegen hoge buitenwaterstanden zijn langs de kust en in het benedenrivierengebied nog enkele werken in uitvoering. Daarnaast wordt nog een aantal subsidies verstrekt en bijdragen verleend in het kader van de afronding van het Deltaplan Grote Rivieren.

ad. 5. Zwakke Schakels Kust

Voor toelichting van de Zwakke Schakels Kust wordt verwezen naar hoofdstuk 11.05.02.

ad. 6. Hoogwaterbeschermingsprogramma

Er worden subsidies verstrekt in het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die voortkomen uit de vijfjaarlijkse toetsingen conform de Wet op de waterkeringen (zie ook resultaat 1e toetsingKamerstuk 2002–2003, 18 106, nr. 124). De resultaten van deze tweede toetsing worden eind september 2006 aan de Tweede Kamer gestuurd.

Deze toetsing laat opnieuw een forse investeringsbehoefte zien, onder meer om de Markermeerdijken, de Afsluitdijk en een aantal andere waterkeringen weer aan de Wet op de waterkering te laten voldoen. Dit kabinet heeft een programma opgesteld om voortvarend de meest urgente maatregelen tot en met 2011 uit te kunnen voeren. Daarvoor is in deze begroting € 420 mln. beschikbaar gesteld.

De volgende belangrijke mutaties in de realisatietabel waterkeren zijn:

Onderzoek Veiligheid Nederland in Kaart-2 (VNK-2)

Voor het vervolgonderzoek van VNK, VNK-2 is € 10 mln toegevoegd vanuit de vrijval binnen de programma’s: aanleg bagger depots (koegorspolder), depot Hollands diep en dijkversterking Flevoland.

Hoogwaterbeschermingsprogramma

Totaal is € 420 mln. aan het hoogwaterbeschermings-programma toegevoegd om de meest urgente maatregelen tot en met 2011 uit te kunnen voeren. Dit bedrag is opgebouwd uit:

– € 50 mln. overheveling uit het FES (amendement 18 van het lid Snijder-Hazelhoff);

– € 70 mln. uit de additionele verwachte aanbestedings-resultaten over de periode 2005 tot en met 2010;

– € 100 mln. uit de algemene middelen. Door het kabinet is € 100 mln. vrijgemaakt om voortvarend te kunnen starten met de noodzakelijke verbetermaatregelen voor de waterkeringen;

– € 200 mln. overheveling uit de reservering overige steenzettingen op het planstudiebudget (11.05.02). Een deel van dit bedrag (ad € 109 mln.) is via de FES-impuls 2006 in de periode 2006–2011 versneld beschikbaar voor het hoogwaterbeschermingsprogramma. Dit bedrag vloeit in de periode 2012–2014 weer terug in het FES.

Hoogwaterbeschermingsprogramma overige projecten

Betreft een correctie op de begroting 2006. In de begroting 2006 was abusievelijk € 18 mln. in de planstudietabel opgenomen. Hiervoor heeft nu een correctie plaatsgevonden, waarbij de financiële randvoorwaarden ongewijzigd zijn.

Realisatieprogramma Waterbeheren

Onder waterbeheren vallen de volgende projecten:

1. projecten Herstel en Inrichting watersystemen. Per 2006 is hier het gehele herstel en inrichting-programma opgenomen;

2. saneren van waterbodems incl. SUBBIED (Subsidieregeling Baggeren bebouwd gebied), GVB (landelijke proef grootschalige verwerking baggerspecie) en SVB (stimulering verwerking baggerspecie);

3. Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast verantwoord.

ad. 1. projecten Herstel en Inrichting watersystemen

Het programma Herstel & Inrichting (H&I) is gericht op het ecologisch herstel van de Rijkswateren en bestaat voornamelijk uit verbetering van de hydromorfologie van de watersystemen (ontwikkeling van door water gevormde structuren in waterlopen en de hiermee samenhangende omgevingen). De prioriteit ligt bij de realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en met name bij de doelstellingen voor beschermde gebieden. Zolang deze doelstellingen niet zijn vastgesteld wordt gewerkt aan de volgende maatregelen:

• het creëren van langsverbindingen (dit zijn verbindingen in de stroomrichting van het watersysteem);

• het beschermen en creëren van natuurlijke land-waterovergangen en dwarsverbindingen;

• het creëren van natuurlijke stromingspatronen;

• het herstellen van natuurlijke peildynamiek (meren, zoetwatergetijde).

In 2005 is het programma van Herstel en Inrichtingsprojecten verder ingevuld voor de jaren 2006–2010, dat moet bijdragen aan de doelen uit de Vierde nota Waterhuishouding en anticipeert op de doelen van de Kaderrichtlijn Water.

ad. 2. Saneren van waterbodems

Hiervoor worden projecten uitgevoerd die te maken hebben met waterbodemsaneringen en met het bergen en verwerken van vervuilde baggerspecie (o.a. depot Hollandsch Diep, projecten uit het saneringsprogramma rijkswateren en diverse subsidieregelingen (SUBBIED en SVB).

De landelijke proef grootschalige «verwerking baggerspecie» (GVB) is in 2004 gestart.

ad. 3. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)

Op 2 juli 2003 is het Nationaal Bestuursakkoord Water ondertekend door het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen met als doel samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. In dit kader heeft het kabinet heeft een eenmalige impuls van € 100 mln. beschikbaar gesteld om een snelle start van de uitvoering van maatregelen tegen wateroverlast te bevorderen.

Deze «Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast» die hiertoe met de NBW-partijen is opgesteld is met ingang van 1 april 2004 opengesteld (Staatscourant 27 februari 2004 nr. 40/pag. 21). Op 1 juli 2004 is het volledige budget vastgelegd in beschikkingen aan 67 gemeenten en waterschappen. In de gehonoreerde aanvragen zijn 307 projecten opgenomen. De 307 projecten zullen allemaal uiterlijk in 2007 gestart zijn en naar verwachting in 2010 zijn gerealiseerd. De nadruk in de projecten ligt op het vasthouden en bergen van overtollig water.

De volgende belangrijke mutaties in de realisatietabel waterbeheren zijn:

Sanering waterbodems

Budgetbijstelling voor overheveling van de reservering uitvoeringskosten € 35 mln. baggerdepot Maasdal en de correctie (toevoeging) van € 5 mln. op grond van het kabinetsstandpunt waterbodems vanuit SVB en de verlaging € 8,4 mln voor de uitvoering van de wettelijke regeling Kwalibo door de inspectie V&W.

Stimuleringsregeling hergebruik baggerspecie (SVB)

Betreft een correctie op de begroting 2006. Het budget voor deze regeling is met € 5 mln verder verlaagd ten guste van het saneringsprogramma waterbodems rijkswateren op grond van het kabinetsstandpunt waterbodems.

Aanleg baggerdepots

Project is nagenoeg afgewikkeld. Het resterende budget van ca € 4 mln. is ingezet bij VNK-2.

Projectoverzicht bij 11.03.01 Realisatieprogramma Waterkeren

Waterkeren (Hoofdwatersystemen) Realisatie IF 11.03.01
Budget in € mln Totaal MIT/SNIP        oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
(Deltaplan grote rivieren)64864861533      20062006
 
Maatregelen i.r.t. rivierverruiming Projecten (inter)nationaal            
NURG1181183918677772620152015
Participatie171742111115  
Projecten landsdeel Oost            
Doorlatend maken spoorbrug Oosterbeek5051473        
Projecten landsdeel Zuid            
Keent171712752   20102010
Dijkversterking            
Projecten landsdeel West            
Flevoland en Noordoostpolder899289       20052005
Herstel steenbekleding            
Projecten (inter)nationaal            
Onderzoek Hydraulische randvoorwaarden (HR 2006)8862      20062006
Onderzoek Veiligheid Nederland in Kaart (VNK)121212       20052005
Onderzoek Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK-2)1000523      
Projecten landsdeel West            
Noordoostpolder en Flevoland5659497      20062006
Projecten landsdeel Zuid            
Oosterschelde en westerschelde92191223740354559959331620152015
Hoogwaterbescherming            
Projecten (inter)nationaal            
 
Hoogwaterbeschermingsprogramma8303941074351021271668223420202020
Hoogwaterbeschermingsprogramma overige projecten15413428101415888820202020
 
Zwakke Schakels Nederlandse Kust            
Zeewering Den Helder111       20052005
Overig            
Kleine projecten212114600010   
Totaal categorie 02 952 1 12620197178211278193669  
Begroting (IF 11.03.01)   20197178211278193   

Projectoverzicht bij 11.03.02 Realisatieprogramma Waterbeheren

Waterbeheren (Hoofdwatersystemen) Realisatie IF 11.03.02
Budget in € mln Totaal MIT/SNIP        oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
Projecten (inter)nationaal            
Proef Grootschalige Verwerking Baggerspecie (GVB)22223667    20082008
Sanering waterbodems43240176342425192923202diversdivers
Stimuleringsregeling hergebruik baggerspecie (SVB)611211121  20092009
Subsidie baggeren bebouwd gebied (SUBBIED)12312317402225190  20102010
Projecten landsdeel Oost            
Inrichting Ijsselmonding131394      20062006
Projecten landsdeel West            
Natte natuurprojecten Ijsselmeergebied30301983     20072007
Depot Hollandsch Diep7578141727107   20082008
Haringvliet De Kier3635814841   20082006
Integrale inrichting Veluwe randmeer (IIVR)42397755557 20112011
Klein Profijt222       20052005
Uitbreiding gemaalcapaciteit IJmuiden494949       20052005
Projecten landsdeel Zuid            
Aanleg baggerdepots (voorheen Depot Koerogspolder)1822171      20072007
Doorlaatmiddel Veerse Meer2020191      20042004
Vispassages Grave en Borgharen7734      20062006
Overig            
Nieuwe projecten Herstel en Inrichting (H&I, incl. verdrogingsgelden)3964038142419112328270n.v.t. 
Tijdelijke regeling bestrijding regionale wateroverlast10010091710302311  20102010
Totaal categorie 01 370 262168129126876858472  
BEGROTING (IF 11.03.02)   168129126876858   

11.05 Verkenningen en planstudies

Motivering

Om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde op het gebied van Waterbeheer te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.

Producten

Programma Hoofdwatersystemen

Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten uitgevoerd. Deze projecten hebben betrekking op:

1. Herinrichting Waals Nederlandse Grensmaas;

2. Gefaseerde kustuitbreiding Delflandse kust;

3. Integrale verkenning Maas (IVM);

4. Rampenbeheersingsstrategie Overstromingen Rijn en Maas;

5. Natuurontwikkelingsschets Eems;

6. Sluitregime Oosterscheldekering;

7. Zwakke Schakels Kust;

8. Natuurlijk Peilbeheer Veerse Meer;

9. Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (ProSes);

10. Extra spuicapaciteit Afsluitdijk;

11. Volkerak-Zoommeer.

De verkenningen en planstudies zijn ook opgenomen in het MIT/SNIP-projectenboek.

Verkenningenprogramma Hoofdwatersystemen

ad. 1. Herinrichting Waals Nederlandse Grensmaas:

In het watersysteem Bovenmaas, dat gezamenlijk met België (Wallonië) wordt beheerd, spelen problemen met betrekking tot inrichting, welke betrekking hebben op waterbeheersing en ecologie. In de verkenning zal een aantal oplossingsrichtingen worden bezien, gericht op ecologisch herstel, waarbij de doelstellingen van de KRW (m.n. de hydromorfologische kant van de aquatische natuurdoelen) leidend zijn.

ad. 2. Gefaseerde kustuitbreiding Delflandse kust:

Uitwerking van de motie Geluk (TK 29 200 XII, nr. 53 t/m 55) naar de mogelijkheden voor een kustuitbreiding tussen Hoek van Holland en Scheveningen. In samenwerking met de provincie Zuid Holland richt de verkenning zich op het benoemen van voorwaarden waaraan voldaan moet worden om kustuitbreiding haalbaar te maken en nadrukkelijk niet op de realisatie van een kustuitbreiding. De afronding van de verkenning wordt eind 2006 verwacht.

ad. 3. Integrale verkenning Maas (IVM)

In de loop van de 21e eeuw (nadat de Maaswerken (2015) zijn uitgevoerd) worden als gevolg van de klimaatverandering hogere afvoeren door de Maas verwacht. De Integrale Verkenning Maas (IVM) is uitgevoerd met als doel de mogelijkheden in beeld te brengen voor het accommoderen van die hogere rivierafvoeren. Daarbij is geïnventariseerd welk ruimtebeslag er met deze maatregelen is gemoeid. In het najaar van 2006 formuleert het kabinet zijn reactie op deze verkenning.

ad. 4. Rampenbeheersingsstrategie Overstromingen Rijn en Maas (Noodoverloopgebieden)

Het systeem van de Nederlandse bedijkte grote rivieren is in 2015 uitgelegd op het veilig kunnen afvoeren van een afvoer die één maal per 1250 jaar voorkomt. De natuur is echter onvoorspelbaar en een extreme gebeurtenis blijft mogelijk. In een eerste kabinetsstandpunt over rampenbeheersing voor overstromingen (2003) zijn reserveringen gemaakt voor drie noodoverloopgebieden. Voor nadere besluitvorming bleek meer inzicht nodig in het technische en economisch rendement van noodoverloopgebieden, in vergelijking met andere opties voor rampenbeheersing zoals internationale afstemming, structurele normverhoging, organisatorische maatregelen en compartimentering. Het hierop ingezette onderzoek is in 2006 afgerond en zal de grondslag vormen voor een overkoepelende strategie voor de rampenbeheersing bij overstromingen in een tweede kabinetsstandpunt (najaar 2006). Tussentijds is gebleken dat noodoverloopgebieden voor de Rijn een gering rendement hebben en daarmee als reservering konden vervallen (tussenbesluit 2005). Bovendien komt de aanleg van compartimenteringsdijken heel kansrijk uit het onderzoek, mede in relatie tot bescherming en benutting van vitale infrastructuur; het kabinet heeft daarom in februari 2006 uit het FES€ 2 mln beschikbaar gesteld voor nadere uitwerking van deze optie (oplevering voorzien in 2008)

ad. 5. Natuurontwikkelingsschets Eems

De verwachting is dat de druk van economisch gerichte activiteiten op de morfologie van het Eems-estuarium, zoals scheepvaart, verdiepingen en schelpenwinning, in de toekomst verder zal toenemen. Dit zal waarschijnlijk met negatieve effecten op de natuur gepaard gaan. In het natuurontwikkelingsplan wordt een pakket van concrete, locatiespecifieke herstel en inrichtingsmaatregelen beschreven die bijdragen aan de doelen voor de Kaderrichtlijn Water.

ad. 6. Sluitregime Oosterscheldekering

Een verkenning naar het effect van het sluitregime van de Oosterscheldekering wordt in 2006 opgestart. Directe aanleiding is de het mogelijk tekort aan hoogte van de dijken achter de kering. Aanpassing van het sluitregime zou een alternatief kunnen zijn van dijkverbetering.

Planstudieprogramma waterkeren

ad. 7. Zwakke Schakels Kust

De bescherming tegen overstromingen vanuit de zee is geregeld in de Wet op de waterkering, waarin normen zijn opgenomen waaraan de zeeweringen moeten voldoen. Echter, naar aanleiding van signalen over een sterkere golfbelasting op de kust, is in 2003 door de waterschappen nogmaals gekeken naar de sterkte van de zeeweringen. De inzichten hebben geleid tot tijdelijke maatregelen zoals diverse zandsuppleties. Daarnaast is er gesignaleerd dat er op 10 locaties langs de kust zogenoemde zwakke schakels zijn, waarvoor binnen een periode van 20 jaar versterking van de zeewering nodig is. Op 8 van deze 10 locaties ligt tevens een opgave tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, de zogenaamde prioritaire zwakke schakels.

Uitvoering zal plaatsvinden van 2007 t/m 2020. In totaal is voor het programma Zwakke Schakels kust een bedrag van € 742 mln. gereserveerd.

Bij de begrotingsbehandeling in december 2005 is toegezegd om de financiering voor de kosten voor de versterking van de zwakke schakels beschikbaar te stellen op het moment dat de provincie een uitvoeringsgereed plan heeft én de provincie kan aangeven dat zij de financiering voor de ruimtelijke kwaliteit heeft geregeld. Om hieraan tegemoet te komen zijn in deze begroting middelen (€ 177 mln.) vanuit latere jaren naar de periode 2008–2011 verschoven.

Planstudieprogramma waterbeheren

ad. 8. Natuurlijk Peilbeheer Veerse Meer

Het huidige tegennatuurlijke peilbeheer in het Veerse Meer brengt delen van het watersysteem uit evenwicht. Het peilbeheer is vrijwel volledig afgestemd op de afwateringsfunctie voor de landbouw in de winter en de recreatieve functie in het voorjaar en de zomer. Hierdoor komt de ecologische kwaliteit nauwelijks tot ontwikkeling en worden ook de recreatieve potenties nauwelijks benut. Een natuurlijker peilbeheer geeft de natuur de kans om een situatie te ontwikkelen die meer past bij een watersysteem met (beperkt) getij. Rijkswaterstaat en de provincie Zeeland voeren een planstudie/MER uit naar een meer natuurlijk peilbeheer. De planstudie is in 2006 gereed.

ad. 9. Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (ProSes)

In het Memorandum van Overeenstemming van 11 maart 2005 tussen de Nederlandse en Belgische regeringen is afgesproken dat V&W zich krachtig zal inspannen om de noodzakelijke wettelijke procedures voor de verdieping in 2007 af te ronden, zodat de gewenste vaardiepte in 2009 kan worden verwezenlijkt (TK 2004–2005, 26 980, nr. 21). De Startnotitie MER «Verruiming vaargeul Westerschelde» is in april voor inspraak ter visie gelegd. Mede op basis van de inspraakreacties zijn de richtlijnen MER opgesteld. De uitvoering van het MER kan thans ter hand worden genomen en de oplevering wordt begin 2007 verwacht. Intussen wordt gewerkt aan de ratificatie van de verdragen van Middelburg die op 21 december 2005 met het Vlaams Gewest zijn ondertekend. Doel hiervan was om de uitvoering van deze projecten veilig te stellen, en om de hechte samenwerking van de laatste jaren met het Vlaamse Gewest rond beleid en beheer ten aanzien van het estuarium te bestendigen. Het is de bedoeling deze verdragen in het najaar van 2006 ter ratificatie aan de Staten-Generaal aan te bieden.

ad. 10. Extra spuicapaciteit Afsluitdijk

In verband met de uitbreiding van de spuicapaciteit wordt een planstudie uitgevoerd. Met deze planstudie wordt de MER gemaakt op basis waarvan het dijkversterkingsplan conform de Wet op de waterkering wordt opgesteld. Nader onderzoek is vereist voor zowel de MER als ook ter voorbereiding van de realisatie. Verwacht wordt dat de planstudie naar de uitbreiding van de spuicapaciteit in de Afsluitdijk eind 2006 gereed is. De start van de realisatie is voorzien in 2008.

ad. 11. Volkerak-Zoommeer

Begin jaren ’90 werd in toenemende mate in de zomer blauwalgenbloei aangetroffen. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van hoge nutriëntenconcentraties en de lange verblijftijd van het water. De blauwalgenbloei leidt tot veel overlast voor verschillende gebruiksfuncties (oever- en verblijfsrecreatie, wonen, natuur, landbouwwater). Er zullen twee alternatieven onderzocht worden: zoet doorspoelen en zout doorspoelen (Motie Van Lith,TK 2004–2005, 29 800 XII, nr. 21). De planstudie is medio 2006 gereed.

Projectoverzicht bij 11.05.01 Verkenningenprogramma hoofdwatersystemen

Hoofdwatersystemen Verkenningen IF 11.05.01 Lopende verkenningen
LocatieProbleemIndicatie modaliteitReferentiekaderGereed
Landsdeel (inter)nationaal    
Rampenbeheersingsstrategie Overstromingen Rijn en Maas (Noodoverloopgebieden)/compartimenteringsonderzoekVeiligheidWaterbeherenKabinetsstandpunt Noodoverloopgebieden december 20032006/2008
Landsdeel Noord    
Natuurontwikkelingsplan EemsNatuurWaterbeherenKaderrichtlijn Water2007
Landsdeel West    
Gefaseerde kustuitbreiding Delflandse kustKustuitbreidingWaterkerenMotie Geluk (TK 29 200 XII nr. 53)2006
Landsdeel Zuid    
Herinrichting Waals Nederlandse GrensmaasWaterbeheersing en Kaderrichtlijn WaterWaterbeherenAfspraak tussen Nederland en België/Wallonië2007
Integrale Verkenning Maas (IVM)Duurzame hoogwaterbeschermingWaterkerenKabinetsstandpunt Ruimte voor de Rivier december 20002005
Aanpassing Sluitregime Stormvloedkering in de OosterscheldeVeiligheidWaterkerenWoW2007

Projectoverzicht bij 11.05.02 Planstudieprogramma waterkeren

Waterkeren (Hoofdwatersystemen) Planstudie IF 11.05.02
Bedragen in mlnraming kostenbudget       Uitvoering
Projectomschrijvingmin.maxtaakstellend200620072008200920102011laterperiode
CATEGORIE 1           
 
Projecten (inter)nationaal           
Extra spuicapaciteit Afsluitdijk  244pb uo    2008–2013
Overige steenzetting  177       2009–2016
Zwakke Schakels Nederlandse Kust  742 uo     2007–2020
Totaal categorie 1  1 163        

Legenda

pb projectbesluit

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

Projectoverzicht bij 11.05.03 Planstudieprogramma waterbeheer

Waterbeheren (Hoofdwatersystemen) Planstudie IF 11.05.03
Bedragen in mlnraming kostenbudget       Uitvoering
Projectomschrijvingmin.maxtaakstellend200620072008200920102011laterperiode
CATEGORIE 1           
 
Projecten (inter)nationaal           
Volkerak Zoommeer4055 pbuo     2007–2010
 
Projecten landsdeel Zuid           
Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (ProSes); Nederlands aandeel  30 pb/uo     2007–2015
Peilbesluit Veerse Meer1015 pbuo     2007–2010
Totaal categorie 1  30        

Legenda

pb projectbesluit

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

12 Hoofdwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijkswegen verantwoord. Dit betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer en onderhoud, aanleg en verkenning en planstudie. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2007 van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII). Het infrastructuurfondsartikel hoofdwegen is gerelateerd aan de volgende beleidsartikelen:

• artikel 32: Bereiken van een optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit;

• artikel 34: Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijd;

• artikel 36: Bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving.

Tabel budgettaire gevolgen van uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
12. Wegen2005200620072008200920102011
Verplichtingen 1 749 9282 378 6463 129 7352 704 4432 840  5511 298 392
Uitgaven1 686 7111 882 1362 755 0413 345 0273 136 2012  979 9641 373 659
12.01 Verkeersmanagement51 19561 80163 76756 65752 84253 47747 700
12.01.01 Basispakket verkeersmanagement51 19556 48349 93351 33252 84253 4774 7 700
12.01.02 Servicepakket verkeersmanagement 5 31813 8345 325    
12.2 Beheer en onderhoud725 201845 177818 295848 781785 641843 634734 954
12.02.01 Basispakket B&O infrast. Hoofdwegen641 174684 974584 930738 300687 510761 373713  144
12.02.02 Servicepakket B&O infrast. Hoofdwegen84 027160 203233 365110 48198 13182 26121 810
12.03 Aanleg en planstudie na tracèbesluit837 598690 9391 310 8581 304 5431 267 833957  205444 279
12.03.01 Realisatieprogramma hoofdwegen617 737511 7571 008 958779 690704 811551 1852 66 680
12.03.02 Planstudieprogramma na tracèbesluit219 861179 182301 900524 853563 022406 0201 77 599
12.04.01 Geïntegreerde contractvormen / PPS50 873121 699128 930140 635132 598114 477114 451
12.05 Verkenning en planstudievoor tracèbesluit21 844162 520433 191994 411897 2871 011 17132 275
12.05.01 Verkenningen 70400000
12.05.02 Planstudieprogramma vòòr tracèbesluit **21 844161 816433 191994 411897 2871 011 17132 275
Van totale uitgaven:       
– Apparaatsuitgaven 000000
Agentschapsbijdrage 1 213 0891 184 0421 191 6341 083 3261 135 4481 001 085
waarvan: 12.03 Aanleg en planst. nà tb 173 486195 486178 070132 503124 45251 048
Restant 669 0471 570 9992 153 3932 052 8751 844 516372 574
12.09 Ontvangsten70 04029 06440 40394 52722 0017 6650

** De reservering in het FES voor de Noordvleugel (incl. Zuidas) en de enveloppe Nota Mobiliteit (2011–2020) kunnen op dit moment nog niet aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit omdat formeel het vrijgeven, en daarmee de verwerking in de begroting, pas kan plaatsvinden als deze projecten voldoende zijn uitgewerkt en/of er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.

kst-30800-A-2-3.gif

12.01 Verkeersmanagement

Motivering

Met verkeersmanagement streeft VenW naar optimaal gebruik van en informatie over de beschikbare infrastructuur en draagt bij aan het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur.

Producten

Basispakket Verkeersmanagement

Bij het vormgeven van verkeersmanagement wordt onderscheid gemaakt in vijf maatregelcategorieën:

• voorlichting over Rijkswegen;

• reistijd- en route-informatie;

• maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag;

• hulpverlening ten behoeve van doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement);

• verkeersgeleiding bij grote drukte.

Vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale wordt een pro-actieve sturing voorgestaan. Het instrumentarium voor deze sturing van het verkeer wordt steeds verder verfijnd. Hierbij wordt, in lijn met de bevindingen van de commissie-Luteijn, gewerkt binnen bestuurlijk afgedekte samenwerkingsgebieden. De commissie Luteijn heeft de Minister van VenW geadviseerd een daadkrachtig mobiliteitsteam op te richten, dat bestaat uit wegbeheerders, openbaar vervoerbedrijven, bedrijfsleven en consumenten. Doelstelling is het gericht bestrijden van de files rondom verkeersknooppunten in een regio.

Het beleid is erop gericht om het Rijkswegennet in samenhang met het regionaal wegennet te besturen (gebiedsgericht verkeersmanagement). In nauw overleg met de regionale overheden worden maatregelpakketten ontwikkeld, die vanuit de regionale problematiek bezien als het meest effectief worden gezien.

De investeringen van de afgelopen jaren in het Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) in combinatie met het actief reguleren van het verkeer hebben geleid tot een lagere groei van het aantal voertuigverliesuren. Het beleid is erop gericht de behaalde winst op het rijkswegennet te consolideren en verder te vergroten.

Er wordt momenteel gewerkt in een twintigtal samenwerkingsverbanden (grote en middelgrote stedelijke agglomeraties). Bij een aantal heeft dit reeds geleid tot maatregelpakketten. Voorbeelden hiervan zijn het KAN-gebied (Arnhem-Nijmegen), SIRE-gebied (regio Eindhoven), Haaglanden en Stadsgewest Rotterdam.

Servicepakket Verkeersmanagement

• Programma Filevermindering

In 2006 is het «Programma Filevermindering» gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen. Op dit artikel worden een aantal projecten uit de categorieën reguliere- en incidentele files uitgevoerd (zie ook bijlage 11 bij de begroting 2007 van VenW (XII), Programma Filevermindering).

Meetbare gegevens

Verkeersmanagement

Specificatie bedieningsareaal

 Eenheidt/m 2005t/m 2006t/m 2007
VerkeerssignaleringKm999,31 047,61 047.6
VerkeerscentralesAantal666
Spits- en plusstrokenAantal274751
Spits- en plusstrokenKm94,9172,9184,9
Doelgroepstroken, inclusies= busvoorzieningenAantal383838
BasispakketAreaaleenheidOmvangTarief (x € 1 000)Totaalbudget 2007 (x € 1 000)
VerkeersmanagementRijbanen met verkeerssignalering (km)1 047,647,749 933

12.02 Beheer en onderhoud

Motivering

Om het Rijkswegennet (en de onmiddellijke omgeving daarvan) in die staat te houden die noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie (het faciliteren van vlot, veilig en comfortabel vervoer van personen en goederen onder de randvoorwaarde van een kwalitatief hoogwaardig milieu).

Producten

Het beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, bruggen en viaducten, verkeers-voorzieningen, landschap en milieu en exploitatie.

Basispakket beheer en onderhoud

Een voorwaarde voor optimaal gebruik van het wegennet is betrouwbaarheid van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales, verkeersvoorzieningen, het landschap en het milieu rond de Rijkswegen. Deze kan alleen worden gegarandeerd indien de infrastructuur preventief beheerd en onderhouden wordt. Dit in tegenstelling tot correctief onderhoud, waarbij de beheerder geconfronteerd wordt met functieverlies en de gebruiker ongewild voor onaangename verrassingen wordt geplaatst. Zowel preventief als correctief onderhoud valt onder het basispakket.

Naast het uitvoeren van beheer en onderhoud worden op dit artikel ook de voorbereidingskosten ten behoeve van beheer en onderhoud van Rijkswegen verantwoord. Dit behelst onder andere het opstellen van normen en richtlijnen, het voorbereiden van kaders waardoor de realisatie op een verantwoorde en efficiënte wijze kan plaatsvinden en het uitvoeren van audits. Door Rijkswaterstaat wordt regelmatig onderzocht hoe het beheer en onderhoud nog doelmatiger, efficiënter, veiliger of met minder hinder voor het verkeer kan worden uitgevoerd.

Om de met de uitvoeringsflexibiliteit beoogde efficiency te bereiken zal gebruik gemaakt worden van een palet aan prestatiebestekken en andere geïntegreerde contractvormen. Daarbij zullen verschillende soorten werkzaamheden worden gecombineerd in één integraal contract met één prijs.

Servicepakket Beheer en Onderhoud

• Plan van aanpak Beheer en Onderhoud

De ontwikkeling van de budgetten voor beheer en onderhoud heeft in het verleden geen gelijke tred gehouden met de areaaluitbreidingen, het toegenomen gebruik van elektronica, de aangescherpte eisen en de extra slijtage die het gevolg is van het intensiever gebruik. Dit heeft geleid tot een geleidelijke overgang van preventief naar correctief onderhoud en daarmee onderhoudsachterstanden. Derhalve is besloten tot een impuls aan Beheer en Onderhoud Rijkswegen (beschreven in het «Plan van Aanpak Beheer & Onderhoud», gevoegd bij de begroting 2004). Met de impuls beheer en onderhoud worden de meest urgente onderhouds-achterstanden aangepakt.

Om verkeersoverlast zo veel mogelijk tot een minimum te beperken, worden deze werkzaamheden goed afgestemd, zowel onderling als met de werkzaamheden die voortkomen uit het aanleg- en fileplan, het ZSM-programma alsmede de werkzaamheden van andere wegbeheerders.

Het in 2007 vanuit de impuls beschikbare budget wordt ingezet voor de vervanging van 556 km asfalt. Samen met de produktie over de jaren 2004 tot en met 2006 wordt hiermee de toegezegde vervanging van 1300 km asfalt gerealiseerd.

• Servicepakket Meer Vlot

Het servicepakket «Meer Vlot» beoogt een aantal kleinschalige verbeteringen voor het goederenvervoer te realiseren. Daarbij wordt gedacht aan zaken als uitbreiding van de parkeervoorzieningen voor vrachtauto’s en aanpassing van verkeerslichten voor de doorstroming van het vrachtverkeer.

• Servicepakket Meer Veilig

Het Kabinet heeft besloten tot een impuls verkeersveiligheid voor de niet-autosnelwegen die in beheer zijn bij het Rijk. Bovenop de reedsbeschikbare € 3,4 mln/jaar, wordt in de periode tot en met 2010 in totaliteit € 88 mln extra geïnvesteerd in enerzijds het versneld realiseren van essentiële herkenbaarheidskenmerken en anderzijds in een aantal kosten-effectieve verkeersveiligheidsmaatregelen, zoals het aanbrengen van bermverharding of het ombouwen van een kruispunt tot rotonde.

• Servicepakket Meer Kwaliteit Leefomgeving

Binnen dit servicepakket worden bijdragen geleverd aan het meerjarenprogramma ontsnippering. Een voorbeeld van een ontsnipperingsproject is het plaatsen van een ecoduct of een dassentunnel dat twee gescheiden natuurgebieden met elkaar verbindt.

De ontsnipperingswerken worden uitgevoerd in samenspraak met alle betrokkenen. Hiermee ontstaat een realistisch, uitvoerbaar ontsnipperingsprogramma dat aansluit op en is afgestemd met de ontsnipperingsmaatregelen van andere overheden.

• Programma Filevermindering

In 2006 is het «Programma Filevermindering» gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen. Op dit artikel worden een aantal projecten uit de categorieën reguliere- en incidentele files uitgevoerd (zie ook bijlage 11 bij de begroting 2007 van VenW (XII), Programma Filevermindering).

Meetbare gegevens

Beheer en onderhoud Rijkswegen

Basispakket Beheer en onderhoud

Specificatie areaal rijkswegen

  t/m 2005t/m 2006t/m 2007
Rijbaanlengte (in km)Hoofdrijbanen5 8205 8205 820
Rijbaanlengte (in km)Verbindingswegen en op- en afritten1 7501 7501 750
Areaal asfalt (in km2)Hoofdrijbanen717172
Areaal asfalt (in km2)Verbindingswegen en op- en afritten151515
Groen areaal (in km2)Stuks188188188
BasispakketAreaaleenheidOmvangTarief (x € 1 000)Totaalbudget 2007 (x € 1 000)
Beheer, onderhoud en ontwikkelingOppervlakte wegdek in km2876 723584 930

Voor het jaar 2007 gelden de volgende prestatieafspraken:

JaarRealisatie (km’s)Planning (km’s)Totaal (km’s)
2004179 179
2005145 145
2006 420420
2007 556556
Totaal3249761 300
IndicatorWaarde 2006Basiswaarde peildatumStreefwaarde 1-1-2007Streefwaarde 31-12-2007
Voldoen van wegen aan de normen85%n.v.t.85%95%

Servicepakket Beheer en onderhoud

De bekostiging van het servicepakket is hieronder weergegeven.

ServicepakketTotaalbudget 2007 (x € 1 000)
Plan van aanpak Beheer en Onderhoud194 004
Meer vlot3 565
Meer veilig26 388
Meer kwaliteit leefomgeving7 131
Programma Filevermindering2 277
Totaal233 365

12.03 Aanleg, benutting en planstudie na tracébesluit

Motivering

Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt om, rekeninghoudend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden.

Producten

Realisatieprogramma hoofdwegennet

Herijking aanbestedingsresultaten

De herijking van het aanbestedingsresultaat over de periode 2005 tot en met 2010 leidt tot een additioneel resultaat van ca. € 79 mln op het realisatieprogramma hoofdwegen. Dit is in voorliggende begroting verwerkt op de projecten rw2 Rondweg Den Bosch, rw2 Tangent Eindhoven en rw31 Zurich Harlingen.

Netwerkanalyses

In de Nota Mobiliteit is vastgelegd dat voor de belangrijkste stedelijke gebieden regionale netwerkanalyses worden gemaakt. Die moeten inzicht bieden in de beste manieren om bestaande en toekomstige knelpunten in de verbindingen van deur-tot-deur op te heffen, met gebruik van verschillende vervoerwijzen en door een betere samenhang tussen lokale, regionale en nationale infrastructuur waarbij de inzet is de toegang tot de steden te verbeteren.

In augustus 2006 zijn de (concept)rapportages van de netwerkanalyses opgeleverd. Deze zijn uitgevoerd in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad, Utrecht, Groningen–Assen, Leeuwarden en omgeving, Twente, Arnhem–Nijmegen, Noord Overijssel (inclusief Zwolle–Kampen), stedendriehoek Apeldoorn–Deventer–Zutphen, Brabantstad en Zuid-Limburg.

De resultaten komen gelijk met deze begroting beschikbaar. In het najaar 2006 overleggen Rijk en regio over de voorgestelde maatregelenpakketten voor de korte en langere termijn.

Benutting hoofdwegennet

• Programma Filevermindering

In 2006 is het ’Programma Filevermindering’ gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen. Op dit artikel worden met name projecten uit de categorieën reguliere- en incidentele files uitgevoerd (zie ook bijlage 11 bij de begroting 2007 van VenW (XII), Programma Filevermindering).

• DVM

In 2007 wil VenW ook een start maken met een investeringsprogramma voor meer dynamisch verkeersmanagement. Hiermee kunnen verkeersstromen afhankelijk van de drukte gerichter worden gestuurd met als doel optimale benutting van de beschikbare infrastructuur. Dat programma wordt nu ontwikkeld en op uitvoerbaarheid doorgerekend en zal naar verwachting een grote bijdrage kunnen leveren aan de afname van het aantal voertuigverliesuren. Bij dit investeringsprogramma houdt VenW ook rekening met de mogelijkheden van dynamische snelheden.

Fileplan ZSM

Het programma fileplan ZSM (zichtbaar, slim en meetbaar) omvat een aantal maatregelen die de doorstroming verbeteren. Verkeersveiligheid is hierbij een belangrijke randvoorwaarde. Hieronder vallen enerzijds maatregelen ter beperking van structurele files (plus-, spits- en bufferstroken, aanpassingen in knooppunten, reguliere weguitbreidingen en toeritdoseerinstallaties) en anderzijds maatregelen ter bestrijding van incidentele files, zoals de DRIP’s (dynamische route informatie panelen), verbetering van netwerkmanagement.

• ZSM Fase I

Het programma ZSM Fase I bestaat uit Spoedwetprojecten en projecten die onder de tracéwet worden uitgevoerd in de periode 2003 t/m 2010, inclusief flankerende maatregelen die de structurele inbedding van de resultaten van de Spoedwet Wegverbreding en het totale programma Fileplan ZSM moeten verankeren. Het gaat daarbij zowel om maatregelen die de snelle besluitvorming over infrastructuurprojecten bevorderen (uniformiteit, transparantie en eenduidigheid van de beslisdocumenten) als om verkeersmaatregelen die de daadwerkelijke doorstroming bevorderen en de ergernissen van weggebruikers beperken.

• ZSM Fase II

Met het ZSM Fase II-pakket is een vervolg op ZSM Fase I-pakket gekomen. De spoedwet wegverbreding maakt het mogelijk om op korte termijn een aantal belangrijke knelpunten aan te pakken om vervolgens met de projecten van het programma ZSM fase II die de (langere besluitvormingsweg van de) tracéwet volgen een samenhangend pakket van maatregelen te realiseren. Bij de keuze van de projecten is de filetop 50 uitgangspunt geweest. Voor de tweede fase van het programma ZSM (tracéwetprocedure) zullen diverse projecten uitgevoerd worden. De capaciteit van de betreffende wegen zal hiermee verder toenemen en de betrouwbaarheid van het netwet zal voor de automobilist verder stijgen.

• Overige realisatieprojecten

De volgende projecten zijn opengesteld en niet meer specifiek opgenomen in de realisatietabel:

– Rw2 Oudenrijn–Everdingen;

– Rw15 aansluiting Vondelingeplaat;

– Rw15 Europaweg.

De volgende projecten zijn nieuw opgenomen in het realisatieprogramma en doorgestroomd vanuit planstudieprogramma na tracébesluit:

– Rw7 Rondweg Sneek.

Voor dit project is alleen nog de rijksbijdrage opgenomen, omdat met de provincie Friesland is afgesproken dat de provincie het project uitvoert.

– Rw4 Dinteloord–Bergen op Zoom, omlegging Halsteren

– Rw7 Zuidelijke Ringweg Groningen.

– Rw31 Zurich–Harlingen.

– Rw35 Zwolle–Almelo.

Verder zijn er de volgende belangrijke mutaties in de realisatietabel:

– Rw2 Holendrecht–Oudenrijn

Dit betreft de realisatie van 2*4 rijstroken. Het budget is verhoogd met € 9 mln agentschapsbijdrage RWS en met € 107 mln wegens uitbreiding van het project. Daarnaast zal de uitbreiding naar 2*5 rijstroken technisch worden geïntegreerd. Dit project is nu opgenomen als planstudie.

– Maatregelenpakket Limburg

Voor het maatregelenpakket Limburg wordt € 8 mln extra vrijgemaakt uit het fileplan ZSM.

– Rw73/74 Venlo–Maasbracht

Op dit project wordt voorshands een budgetverlaging van € 123 mln doorgevoerd als gevolg van meevallende aanbestedingen. Deze vrijval wordt ingezet voor de bestuurlijke toezegging van A2 Passage Maastricht. Naar aanleiding van de bestuurlijke overleggen, zal hierover definitieve besluitvorming plaatsvinden.

– Rw33 Assen–Zuidbroek. Project is verschoven naar planstudie voor TB (betreft budget motie Hofstra ad € 50 mln);

– Knooppunt Joure, rijksbijdrage van 10 mln aan fly over.

– Rw35 Zwolle–Almelo. De projectkosten zijn verhoogd met € 13 mln (als garantstelling) voor het spoortunneldak en veiligheidsvoorzieningen van weg- en spoortunnel. Compensatie komt uit het project Rw2 Oudenrijn–Deil.

Planstudieprogramma na tracébesluit

• Rw34 Omleiding Ommen

Het project Rw34 Omleiding Ommen is als afzonderlijk project opgenomen en maakt geen deel meer uit van Rw35 Zwolle–Almelo. In het taakstellend budget is rekening gehouden met € 18 mln uit het gecombineerde budget met Rw35 Zwolle–Almelo, € 14 mln uit ZSM en€ 14 mln uit regionale bijdragen.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Realisatieprogramma hoofdwegennet

Hoofdwegennet Realisatie IF 12.03.01
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
Projecten landsdeel Noord            
Rw7 Rondweg Sneek*7687  162182020 20102 013
Rw7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 1*12812733612222431  20092009
Rw31 Leeuwarden-Drachten12512416795637   20082008
Rw31 Zurich-Harlingen*2734  12114   20082008
Rw37 Hoogeveen-Holsloot-Emmen-Duitse grens 116716797212029    20072007
Projecten landsdeel Oost            
Rw2 Everdingen-Deil-Zaltbommel-Empel455453342591121151312 20102010
Rw35 Wierden-Almelo949426242618    20082008
Rw35 Zwolle-Almelo (traverse Nijverdal)*195 158671028358620132013
Projecten landsdeel West            
Rw2 Holendrecht-Oudenrijn1 2831 1521545314715922522914716920122012
Rw14 Wassenaar-Leidschendam (Verlengde Landscheidingsweg incl. aansluiting Hubertusviaduct)400399295303738    20082008
Rw15 Europaweg (Dintelhavenbrug, Calandtunnel en 3 aansluitingen)158159154381119    20052005
Rw15 Reconstructie aansluitingen bij H-Giessendam en Sliedrecht12101841751817     20062006
Projecten landsdeel Zuid            
Maatregelenpakket Limburg27365 22226185  2009 
Rw2 Rondweg Den Bosch255330281213377986  20102010
RW 2 Tangenten Eindhoven644650324312613812511862 20102010
Rw4 Dinteloord-Bergen op Zoom, omleiding Halsteren*727218103014    20072007
Rw73 Venlo-Maasbracht (ism rw74 Venlo, N68 en OTR)8129323121913027    20082007
Overig            
Dynamisch verkeersmanagement50   2030      
Kleine projecten/Afronding projecten319854 529044111  nvtnvt
Verkeersveiligheid infrastructuurpakket hoofdwegennet41015 22222    
Afronding0  – 1  1     
Totaal categorie 05 855 1 7785111 009780705551266255  
Begroting (IF 12.03.01)   5111 009780705551266   

* Nieuw in realisatie.

1 Project Trans Europese Netwerk (TEN) zoals afgegeven in Beschikking nr. 1692/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996.

2 Betreft invulling van hetamendement Van Hijum (29 800 A, nr. 8) à € 60 mln en € 5 mln BLD-bijdrage: aanleg spitsstrook A2 St.Joost-Urmond en aanpassing aansluiting Nuth op A76; verhoging met € 8 mln uit ZSM-Fileplan.

3 Dit is inclusief de maatregelen die uit de netwerkanalyses naar voren komen én inclusief de middelen voor het Programma Filevermindering die t.l.v. het realisatieprogramma worden uitgevoerd.

4 Betreft onderdeel vanamendement Hofstra (29 800 A, nr. 19) t.w. «Verkeersveiligheid Infrastructuurpakket Hoofdwegennet (€ 10 mln). Het projectonderdeel rw33 Assen-Zuidbroek ad € 50 mln is verschoven naar Planstudie voor TB.

Hoofdwegennet Planstudie IF 12.03.02
Bedrag in € mlnraming kostenbudget     Uitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taak-stellend200620072008200920102011laterperiode
CATEGORIE 1 (na tracèbesluit)
Projecten (inter)nationaal
Innovatieprogramma Geluid en Lucht, incl. maatregelen geluid  299       2004–2010
ZSM1 (Spoedwet Wegverbreding) + ZSM2  1 309       2003–2012
Projecten landsdeel Oost
Rw 34 Ommen  46tbpr     2008–2010
Projecten landsdeel West
Rw4 Burgerveen–Leiden7, 8  689tb/pr      2002–2011
Projecten landsdeel Zuid
Rw57 Veersedam–Middelburg  167 pr     2007–2010
 
CATEGORIE 1 (voor tracèbesluit)
Tracè/-projectbesluit t/m 2007
Projecten landsdeel Noord
Rw 31 Leeuwarden  186 tb pr   2011–2014
Projecten landsdeel Oost
Rw28 Hattemmerbroek–Zwolle–Meppel en kortsluiting A28/A32, ZSM15    tbpr    2008–2009
Rw50 Ewijk–Valburg–Grijsoord10  306 tbpr    2008–2011
Projecten landsdeel West
Rw1/Rw6/Rw9, benutting11, 14  473 wabpr    2009
Rw2 Amsterdam–Utrecht (Holendrecht–Oudenrijn) 2x5 rijstroken18  45 tbpr    2008–2012
«Rw2 Oudenrijn–Deil; OTB gesplitst in Oudenrijn–Everdingen en Everdingen– Deil1, 3, 6»  184tbtb/prpr    2007–2011
Rw 4 Den Haag–Leiden2    tbpr    2011–2014
Rw4 Delft Schiedam  641 tbpr    2008–2013
Rw7 Zaanstad–Purmerend, benutting11, 14   wabpr     2007
Rw9 Velsen-Badhoevedorp, benutting11, 14    wab/pr     2009
Rw9 Koedijk–De Stolpen  75tbpr     2007–2009
Rw10 Tweede Coentunnel/Westrandweg  1 210tbpr     2008–2012
Rw12 Den Haag–Gouda, benutting3, 11  121wabpr     2007–2009
Rw12 Utrecht west benutting ism Woerden–Gouda3, 11  121 wab/pr     2007–2009
Rw12 Utrecht–Maarsbergen en Veenendaal–Ede3, 11  370 wabpr    2006–2010
Rw12 Maarsbergen-Veenendaal15, 16    tbpr    2009–2012
Rw50 Ramspol-Ens  79 tbpr    2008–2009
Projecten landsdeel Zuid
Rw 2 Leenderheide–Budel15    tbpr    na 2009
Rw 61 Hoek-Schoondijke  125 tb/pr     2008–2011
Rw 61 Sluiskil    tb/pr     2008–2011
Rw74 Venlo ism rw73 zuid, N68 en Oosttangent Roermond    tb/pr     2007–2009
Tracè-/projectbesluit na 2007
Projecten landsdeel Noord
Rw 33 Assen–Zuidbroek  90   tbpr  2010–2015
Projecten landsdeel Oost
Rw18 Varsseveld–Enschede  128   tb/pr   2010–2014
Projecten landsdeel West
Rw4/9 Knooppunt Badhoevedorp3  153    tb/pr  2011–2015
Rw10 Zuidas (hoofdweggedeelte)1     tb/pr    2011–2014
Rw11 Leiden–Zoeterwoude–Alphen a/d Rijn     tb/pr     
Rw13/16 Rotterdam  31   tb pr 2015–2020
Rw15 Maasvlakte Vaanplein  1 294  tb/pr    2009–2015
Schiphol–Amsterdam–Almere (inclusief Hollandse Brug)13      tbpr  2011–2017
Projecten landsdeel Zuid
Rw 2 Passage Maastricht  502    tb/pr  2010–2016
Rw4 Dinteloord–Bergen op Zoom, exclusief Omlegging Halsteren17  116  tb/pr    2009–2010
Rw27 Utrecht (Lunetten) – Hooipolder      tb pr 2013–2018
N 6217  81       2011–2014
Totaal categorie 1  8 841        
 
CATEGORIE 2
Projecten landsdeel Oost
Rw12 Ede–Duitse grens 245    tbpr  na 2014
Projecten landsdeel West
Rw1 Amsterdam–Amersfoort (Muiderberg-Hoevelaken)12         tbna 2014
Projecten landsdeel Zuid
Rw2 Maasbracht–Geleen     tbpr   na 2014
CATEGORIE 3
Projecten landsdeel Oost
Rw1 Barneveld–Deventer          na 2020
Rw1 Deventer–Hengelo          na 2020
Projecten landsdeel Zuid
Rw2 Den Bosch–Eindhoven57162   tb   prna 2020

1 Financiering 286 mln uit FES-budget Noordvleugel.

2 Vervangt De Hoek–Prins Clausplein waarbij De Hoek–Leiden vervalt.

3 Project in het kader van Bereikbaarheidsoffensief Randstad.

4 Project volgt geen Tracèwetprocedure.

6 Tracèbesluit is gesplitst in Oudenrijn-Everdingen en Everdingen-Deil.

7 Betreft ingetrokken deel van het tracèbesluit bij Leiden en Leiderdorp.

8 Exclusief het aan HSL-zuid overgedragen deel van de uitvoering van het gebundelde gedeelte van de verbreding van rw 4.

9 Rw 34 Ommen is zelfstandig opgenomen.

10 Taakstellend budget betreft gedeelte Ewijk–Valburg. Valburg–Grijsoord is ZSM II.

11 Spoedwet Wegverbreding (ZSM1).

12 Betreft aangepaste planstudie A1 Eemnes–Barneveld.

13 Hierin is opgenomen rw9 Badhoevedorp–Holendrecht en rw6/9 Toltunnel.

14 Budget van € 471 mln voor onder andere benuttingsprojecetn A1/A6/A9 CRAAG, A9 Velsen–Badhoevedorp en A7 Zaanstad–Purmerend.

15 ZSM II

16 ZSM II, uit amendement Van Hijum 8 is € 50 mln beschikbaar en uit amendement Hermans € 60 mln.

17 Financiering via kasschuif VERA.

18 Openstelling 2x5 in 2010.

Legenda

tn trajectnota of projectnota

tb/pb tracébesluit/projectbesluit

wab wegaanpassingsbesluit

pr procedures rond

12.04 Geïntegreerde contractvormen

Motivering

Door middel van uitvoering van deze infraprojecten waarbij sprake is van Publiek-Private financiering wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden.

Producten

Het gaat om de realisatie van een viertal projecten bij de landsdelen West en Zuid:

• exploitatiebudget Westerscheldetunnel: dit betreft de bijdrage voor de exploitatie van deze tunnel;

• tunnel de Noord en de Wijkertunnel: dit betreffen aflossingsverplichtingen voor Tunnel de Noord en de Wijkertunnel;

• de A59, waarbij het bedragen betreft van een beschikbaarheidsvergoeding in het kader van het PPS project Rosmalen–Geffen;

• de N11, waarbij het betalingen van VenW in het kader van het PPS-project Alphen a/d Rijn–Bodegraven betreft.

Projectoverzicht behorende bij 12.04 Geïntegreerde contractvormen hoofdwegennet

Geïntegreerde contractvormen Hoofdwegen IF 12.04
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
Projecten landsdeel West            
Aflossing tunnels313311 515252525353   
Rw11 Alphen a.d. Rijn–Bodegraven, betaling PPS-constructie757576142721   20042004
Projecten landsdeel Zuid            
Exploitatie Westerscheldetunnel282282 474747474747   
Rw59 Rosmalen-Geffen, PPS2742676617161414141411920052005
Afronding1  1 1– 1     
Totaal categorie 0945 73122129141133114114119  
Begroting (IF 12.04)   122129141133114114   

12.05 Verkenning en planstudie voor tracébesluit

Motivering

Om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering (planstudie voor tracébesluit).

Producten

Verkenningen

Bij dit onderdeel gaat het om de uitvoering van verkenningen volgens de spelregels van het MIT-spelregelkader.

Wijzigingen in de verkenningentabel:

Afronding in 2006:

• Aansluiting A15 (Ressen);

• A12 (Zevenaar)Gebiedsgerichte verkenning Utrecht (netwerkanalyse).

Planstudieprogramma vóór tracébesluit

A2 Passage Maastricht

Voor dit project is bestuurlijk afgesproken dat in verband met de afspraken over de Tunneltraverse bij Maastricht het Rijk haar bijdrage zal verhogen met € 202 mln.

De rijksbijdrage wordt gemaximeerd op € 502 mln. De dekking komt naast de aanbestedingsmeevaller Rw73 uit het project A2 Maasbracht–Geleen.

2e Coentunnel

De wijziging bij dit project betreft de toevoeging van vluchtstroken aan de scope van dit project. Hierdoor neem taakstellend budget toe tot € 1 210 mln. Het project zal uiteindelijk worden uitgevoerd als geïntegreerde contractvorm.

N18 Varsseveld Ede

Voor de N18 wordt een extra bijdrage van € 73 mln door het Rijk verstrekt om daarmee een realisatie van een toekomstvaste en duurzaam veilige stroomweg te realiseren. De rijksbijdrage komt daarmee op € 128 mln.

Rw4 Delft Schiedam

Op 23 juni 2006 is het IODS-convenant ondertekend. Hierin is een concrete inpassingsvariant van de A4 beschreven en de hieraan gekoppelde gebiedsgerichte kwaliteitsprojecten in het landelijk en stedelijk gebied. Als gevolg van de bestuurlijke onderhandelingen is de Rijksbijdrage van dit project verhoogd met € 70 mln tot € 581 mln. Het totale budget voor dit project wordt € 641 mln, omdat de Provincie Zuid-Holland en de stadsregio Rotterdam elk € 25 mln en het stadsgewest Haaglanden € 10 mln bijdragen.

Rw4 Den Haag–Leiden

De scope van het project De Hoek-Prins Clausplein is aangepast. Resultaat van het bestuurlijk overleg is dat dit project wordt geknipt in tweedelen Den Haag–Leiden en Leiden–De Hoek, waarbij voor het deel Den Haag–Leiden door het Rijk een verkorte procedure wordt opgestart op basis van de nieuwe Tracéwet resulterend in een ontwerp tracébesluit. Voor het deel Leiden–De Hoek werken regio en Rijk samen aan een verkennende studie naar een parallelbanenstructuur, mede gezien de actuele ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen in dit deel van de regio en het belang voor de landzijdige bereikbaarheid van Schiphol.

Rw4 Dinteloord–Bergen op Zoom, exclusief Omlegging Halsteren

Naar aanleiding van het bestuurlijk overleg over de kostenverdeling wordt de rijksbijdrage verhoogd met € 15 mln.

Projectoverzicht behorende bij 12.05.02 Verkenning en planstudie voor tracébesluit

De planstudies voor tracébesluit zijn opgenomen onder 12.03.

Projectoverzicht behorende bij 12.05.01 Verkenningen

A. Lopende verkenningen
LocatieProbleemReferentiekaderGereed
Landsdeel Oost   
Aansluiting A15 (Ressen)–A12 (Zevenaar)BereikbaarheidBestuurlijk Overleg2006
Landsdeel West   
Gebiedsgerichte verkenning Utrecht (netwerkanalyse)BereikbaarheidNota Mobiliteit2006

Hieronder worden verkenningen gepresenteerd die mogelijk tot realisatie van een infrastructureel project zullen leiden in de periode 2015–2020. Voor de periode 2015–2020 is een overzicht met potentiële knelpunten beschikbaar (mede op basis van de Nota Mobiliteit), die mogelijk op termijn tot een infrastructurele oplossing komen. Voor deze potentiële knelpunten wordt het reguliere MIT-proces (verkenning, planstudie, realisatie) doorlopen. Per knelpunt zal eerst – via een nieuwe MIT-verkenning, een bestaande planstudie waarvan de scope wordt gewijzigd of een netwerkanalyse – de nut en noodzaak van een infrastructurele oplossing worden bekeken. Vervolgens worden voor die periode prioriteiten bepaald en zal een concrete programmering worden gemaakt, die past binnen de financiële randvoorwaarden. Daar waar ten opzichte van deze algemene toelichting aanvullende dan wel andere afspraken aan de orde zijn wordt dit toegelicht.

B. (Mogelijk) te starten verkenningen
LocatieProbleemToelichting
Landsdeel Noord  
A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2Veiligheid, milieuTijdens het bestuurlijk overleg MIT eind 2004 (TK 29 800 A, nr. 17) is afgesproken dat er door middel van een gebiedsgerichte verkenning een evaluatie zal worden gestart naar de effecten van de 1e fase van de Zuidelijke Ringweg bij Groningen en de getroffen OV-maatregelen. Deze verkenning komt in plaats van de planstudie A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2. Over de uitvoering van de verkenning worden nog nadere afspraken gemaakt tussen Verkeer en Waterstaat en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Op basis van de uitkomsten van de verkenning zal een besluit worden genomen over het vervolgtraject. Naar verwachting is de verkenning in 2009 gereed.
Landsdeel Oost  
A73 Nijmegen–BoxmeerBereikbaarheid 
Landsdeel West  
A7 Amsterdam–HoornBereikbaarheid 
A8/A9 Amsterdam–AlkmaarBereikbaarheid 
A12 Den Haag–GoudaBereikbaarheid 
A12 Gouda–UtrechtBereikbaarheid 
A13 Den Haag–RotterdamBereikbaarheid 
A16 Rotterdam–MoerdijkBereikbaarheid 
A20 Rotterdam–GoudaBereikbaarheid 
A20 Maassluis–RotterdamBereikbaarheid 
A27 Utrecht–AlmereBereikbaarheid 
A28 Utrecht–AmersfoortBereikbaarheid 
A44 Burgerveen–LeidenBereikbaarheid 
Landsdeel Zuid  
A2 Utrecht–Den BoschBereikbaarheid 
A58 Breda–RoosendaalBereikbaarheid 
Bereikbaarheid VenloBereikbaarheidHet gaat hierbij om een verkenning naar het mogelijk op termijn ontstaan van knelpunten in de bereikbaarheid van de Tradeport Venlo. In overleg met betrokken partijen wordt bepaald welke partij de verkenning zal trekken.

13 Spoorwegen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.

Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting 2006 van VenW (XII) bij beleidsartikelen:

• artikel 32: Bereiken van een optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit;

• artikel 34: Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijd;

• artikel 36: Bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving.

Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
13 Spoorwegen2005200620072008200920102011
Verplichtingen 4 920 2552 066 0872 428 8361 511 1001 507 7461 705 848
Uitgaven1 820 1051 900 8742 387 9832 277 3812 370 5912 333 7472 604 743
13.01 Railverkeersleiding89 96478 36292 40292 40892 42192 42292 288
13.02 Onderhoud en vervanging1 117 7311 237 1681 254 1131 275 8811 265 5571 325 0981 137 495
13.02.01 Regulier onderhoud1 117 731520 188519 532502 944447 589389 114897 467
13.02.02 Grote onderhoudsprojecten 564 700575 303613 203655 533769 97979 793
13.02.03 Rentelasten 133 280134 288138 314141 015142 205139 825
13.02.04 Betuweroute 19 00024 99021 42021 42023 80020 230
13.03 Aanleg592 760527 456866 765743 962778 481632 648834 082
13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer495 696447 534813 934726 124771 806632 648834 082
13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer25 58453 47652 83117 8386 67500
13.03.03 Uitgaven leenfaciliteit versnelde aanleg71 48026 446     
13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS 45 667155 454139 360139 882140 803141 686
13.05 Verkenningen en planstudies19 65012 22119 24925 77094 250142 776399 192
13.05.01 Planstudieprogramma personenvervoer8 2477 0001 09419 63577 94595 795227 290
13.05.02 Planstudieprogramma goederenvervoer9 4033 12015 6583 64113 81044 486169 410
13.05.03 Verkenningenprogramma.2 0002 1012 4972 4942 4952 4952 492
Van totale uitgaven       
Apparaatsuitgaven DGP 1 2171 391504516530 
Apparaatskosten ProRail gerelateerd aan aanleg1 65 86591 18597 60199 88281 686109 425
Restant1 820 1051 833 7922 295 4072 179 2762 270 1932 251 5312 495 318
13.09 Ontvangsten21 34424 10080 900101 600123 000131 000148 000
HSA0065 00087 000109 000131 000148 000
Overig21 34424 10015 90014 60014 000  
kst-30800-A-2-4.gif

13.01 Spoorverkeersleiding

Motivering

VenW is verantwoordelijk voor het betrouwbaar kunnen vervoeren van grote aantallen mensen in de spits van, naar en binnen stedelijke netwerken en het bijdragen aan de bereikbaarheid van alle landsdelen per spoor.

Producten

De verkeersleiding stuurt het treinverkeer en levert actuele reisinformatie. De verkeersleiding is ook verantwoordelijk voor het afhandelen van calamiteiten en het zo snel mogelijk herstellen van het treinverkeer.

13.02 Onderhoud en vervanging

Motivering

VenW is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het bestaande spoornet vertegenwoordigt een groot maatschappelijk geïnvesteerd kapitaal. Instandhouding van dit goed is de eerste prioriteit. Onderhoud en vervanging zijn noodzakelijk om de kwaliteit van het spoor te verbeteren.

Op diverse terreinen worden de door de werkgroep ProRail van de vaste commissie Verkeer en Waterstaat genoemde blokkades weggenomen en prestatieprikkels ontwikkeld.

• Zo maakt ProRail grote vorderingen met het invoeren van nieuwe output proces contracten (in 31 van de 38 contractgebieden per eind 2005).

• De relatie tussen output en bekostiging wordt gelegd in het project financieringssystematiek, een cruciaal onderdeel van het traject naar outputsturing.

• Innovatieve maatregelen worden doorgevoerd zoals bijvoorbeeld videoschouw en het ontwikkelen van een bonus-malus regime voor stille treinen.

• VenW onderzoekt methoden om het instrument van benchmarken effectiever toe te kunnen passen.

• ProRail betrekt decentale overheden actiever bij de totstandkoming van het beheerplan en voert bovendien professioneel relatiemanagement voor gemeenten en provincies in.

Producten

Het betreft hier vervangingen, de beheer- en onderhoudskosten van de in uitvoering zijnde of gerealiseerde aanlegprojecten en de effecten van groei.

Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor het onderhoud spoor wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding. De door ProRail BV te ontvangen gebruiksvergoeding wordt in mindering gebracht op de door het Rijk te subsidiëren uitgaven.

Ten aanzien van goederenvervoer is een kortingsregeling afgesproken voor de stijging van de gebruiksvergoedings-tarieven. De hiermee gepaard gaande kosten ad € 25 mln worden gefinancierd uit de vrijvallende middelen op het project Betuweroute (gemeld in de 18e VGR BR).

Het budget voor de 2e fase van het Herstelplan is overgeboekt vanuit het realisatieprogramma personenvervoer naar Grote Onderhoudsprojecten (zie toelichting bij 13.03.01).

De in het budget verwerkte geparkeerde aanbestedingsmeevaller wordt daarmee ook verplaatst. De realisatie van deze geparkeerde aanbestedingsmeevaller moet volgens bestaande afspraken worden gerealiseerd op het Realisatieprogramma personenvervoer.

In het onderhoudsbudget wordt een onderscheid gemaakt tussen:

• regulier onderhoud;

• grote onderhoudsprojecten;

• rentelasten;

• exploitatie Betuweroute.

13.03 Aanleg Spoorwegen

Motivering

Hier worden alle uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

• de uitvoering van nieuwbouwprojecten spoor;

• de voorbereiding van de uitvoering van deze projecten.

Producten

Realisatie programma aanleg personenvervoer

Nieuwe AK systematiek

Bij de huidige AK-systematiek worden in de voorbereiding en realisatiefase van MIT-aanlegprojecten door ProRail kosten gemaakt voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT). Vergoeding van de kosten vindt plaats middels een opslagpercentage op de bouwkosten (de AK-systematiek). Daadwerkelijke uitkering van deze vergoeding vindt plaats in de realisatiefase, zodra de bouwkosten worden gedeclareerd.

Samen met ProRail wordt een nieuwe systematiek onderzocht. De verwachting is dat in de begroting 2008 deze nieuwe systematiek kan worden verwerkt.

De nu in de tabel Budgettaire gevolgen van uitvoering opgenomen AK kosten, gerelateerd aan aanlegprojecten, zijn gebaseerde op de huidige systematiek. Deze opslag (AK) dient ter dekking van de kosten van projectmanagement, engineering, administratie en toezicht. De apparaatskosten van ProRail gerelateerd aan aanlegprojecten worden via deze opslag betaald. De reeks is indicatief en gebaseerd op de gemiddelde opslag voor algemene kosten van 18,5% van de investeringskosten exclusief BTW. Het percentage apparaatskosten is daarbij ongeveer 3,5% van de investeringskosten.

Aanbestedingsresultaten

ProRail heeft in 2005 aangegeven een bedrag van € 200 mln aan aanbestedingsresultaat aanleg spoor te verwachten in de periode 2005–2012. In het MIT 2006 is hiervan reeds € 20 mln op diverse projectbudgetten gerealiseerd en in mindering gebracht. In het nu voorliggende MIT 2007 zijn de projectbudgetten van Woerden–Harmelen, Vleuten–Geldermalsen, Amsterdam CS spoor 10/15, Den Haag emplacement, Amsterdam Zuid (2e eilandperron) en Nootdorpboog met totaal € 34 mln verlaagd. Het restant is vooralsnog technisch verwerkt op het project 2e fase Betrouwbaar Benutten Capaciteitsknelpunten.

Geluid (emplacementen en innovatieve ontwikkelingen)

De verlaging van het budget wordt veroorzaakt door overboekingen van IPG gelden naar artikel 13.03.02 «Realisatieprogramma goederenvervoer» voor proeven en pilots met kunststof remblokken en prefab raildempers.

Kleine projecten

Vanwege de functionele samenhang en de te besparen kosten bij gezamenlijke uitvoering is het project Hilversum capaciteitsverruiming uit het Regionetpakket gehaald en toegevoegd aan het project Hilversum opheffen Larenseweg welke onderdeel uitmaakt van de MIT post Kleine Projecten.

2e fase betrouwbaar benutten

De voor de 2e fase van het Herstelplan benodigde middelen worden overgeboekt vanuit realisatie personenvervoer naar het Onderhoud en Vervanging. Reden is dat de verschillende onderdelen van het Herstelplan (vervangingen, oplossen capaciteitsknelpunten, kleine projecten) vallen onder de definitie van Beheer en Instandhouding.

In lijn met de motie Van Hijum zal € 105 mln binnen het programma worden bestemd voor capaciteitsknelpunten in Brabant en de Randstad.

Intensivering spoor in steden

Op het gebied van ondermeer geluid en veiligheid bestaan knelpunten in de steden. Het geld dat daarvoor beschikbaar is (€ 300 mln) wordt eind 2006 verdeeld. Bij de verdeling van dit bedrag zijn naast bereikbaarheid ook ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid belangrijke criteria. Bij brief van 5 juli 2006 (kenmerk DGP/SPO/U.06011716) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen.

Emplacement Den Haag CS perronsporen 11 en 12

De perronsporen 11 en 12 op emplacement Den Haag CS zijn tijdelijk aan RandstadRail in gebruik gegeven.

De aanlanding van RandstadRail op deze perronsporen wordt uiterlijk december 2007 beëindigd. Nadat de ondergrondse aanlanding is gerealiseerd ter plaatse van de perronsporen 11 en 12 worden deze teruggelegd ten behoeve van de zware rail en aangesloten op het emplacement Den Haag.

AKI-plan en veiligheidsknelpunten:

Benuttingsmaatregel aansluiting Moordrecht (ZSM 2).

VenW werkt aan een slimmer gebruik van het spoorwegennet. In dat kader stelt het kabinet in de periode tot en met 2010 € 20 miljoen uit de FES-impuls 2006 beschikbaar voor de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor bij de A 20, als onderdeel van het Knooppunt Gouwe, waardoor er tijdwinst is te behalen voor het autoverkeer.

Deze spoorwegovergang is per uur 15 tot 20 minuten gesloten. In 2020 zullen naar verwachting 36 000 motorvoertuigen de spoorlijn kruisen. De belangrijkste bate is tijdwinst voor het wegverkeer.

Regionet

Zie de toelichting bij Kleine projecten.

Arnhem 4e perron

Het projectbudget is verlaagd met € 4,9 mln. Deze gelden zijn toegevoegd aan het projectbudget NSP Arnhem. Binnen dit projectbudget is een beschikking afgegeven van € 6,7 mln voor tijdelijke voorzieningen Arnhem (een tijdelijk station en een tijdelijke passerelle).

NSP Arnhem

Projectbudget is opgehoogd met € 4,9 mln. Zie toelichting onder Arnhem 4e perron.

Afdekking risico’s spoorprogramma

In de 19e Voortgangsrapportage HSL is gemeld dat uit de risicoreservering € 29 mln vrijvalt als gevolg van een gewijzigd risicoprofiel. Deze middelen zijn binnen spoor ingezet voor met name de noodzakelijke vergoeding voor exploitatie en onderhoud HSL in verband met areaaluitbreiding.

Realisatieprogramma aanleg goederenvervoer

Aslastenprogramma

Het aslastenprogramma wordt ook in 2006 voortgezet. Het strekt ertoe dat huidige snelheidsbeperkingen in verband met lokaal beperkte draagkracht van de spoorbaan en met name van kunstwerken in bestaande spoorwegen komen te vervallen. Dat leidt tot een grotere capaciteit van de spoorinfrastructuur, ten gunste van zowel reizigers- als goederenvervoer. In het voorjaar van 2003 is begonnen met de werkzaamheden op de trajecten Arnhem–Deventer en Amsterdam–Amersfoort–Deventer–Oldenzaal. In 2007 wordt met de uitvoering van het traject ten noorden van Zwolle begonnen.

PAGE (plan van aanpak goederen emplacementen)

De uitvoering van het PAGE project is in 2002 van start gegaan. Voor elf locaties werden maatregelenplannen opgesteld en – indien de veiligheidsanalyses dit na een actuele inventarisatie nog steeds vergden – ook uitgevoerd. Uitvoering loopt door tot 2007. De eerste concrete maatregelen zijn uitgevoerd (emplacementen Venlo en Rotterdam IJsselmonde). Maatregelen op emplacementen Almelo en Sittard zijn in uitvoering. Van de andere emplacementen is alleen nog Sas van Gent in onderzoek, de overige zijn zonder PAGE-financiering binnen de externe veiligheidsnormen gekomen.

Stamlijn Noordwesthoek Maasvlakte

Dit project betreft de aansluiting van de Noordwesthoek van de Maasvlakte op het spoorwegnet. De realisatie van deze verbinding is van groot belang voor zowel de ontwikkeling van het goederenvervoer per spoor als voor de positie van de Rotterdamse haven. In dit gebied zullen zich diverse bedrijven vestigen die aangegeven hebben een deel van hun vervoer via het spoor te willen afwikkelen. Inmiddels is de eerste fase van dit project, de spoorverbinding met de nieuwe chemieterminal, voltooid en is deze spoorverbinding in gebruik genomen. De tweede fase betreft de verbinding met de Euromaxterminal. In 2006 wordt met de aanleg van dit traject begonnen. Deze moet in 2007 zijn gerealiseerd.

Sloelijn

De Sloelijn is de spoorverbinding voor goederenvervoer die het havengebied van Vlissingen-Oost (het Sloegebied) verbindt met de spoorlijn Vlissingen–Roosendaal. De bestaande Sloelijn, niet-geëlektrificeerd, voldoet niet aan huidige milieueisen (onder andere geluid) en heeft een te beperkte capaciteit. In 1998 is een Tracéwetprocedure gestart, het tracébesluit is begin 2004 genomen. Het tracébesluit is in 2005 onherroepelijk geworden. In 2006 is ook een maatregelenpakket voor geluidsbeperkende maatregelen vastgesteld voor de Zeeuwse lijn.

Geluidspilots spoorgoederenvervoer (voorheen Fluistertrein)

Door het uitvoeren van een aantal pilots bronbeleid op het gebied van geluidhinder wordt praktijkervaring opgedaan, een signaal afgegeven en een doorbraak op het gebied van bronbeleid geforceerd. De oplossing bestaat uit het vervangen van de metalen remblokken van goederenwagens door blokken van kunststof. Er worden proeven uitgevoerd met twee typen kunststofremblokken namelijk: K-blokken en LL-blokken.

Met deze pilots worden zowel de geluidsreducerende effecten gemeten alsmede de LCC (Life Cycle Costs) bepaald. De doelstelling van deze pilot is het doorontwikkelen van de geluidsmatregel raildemper en het verder stimuleren van de toepassing ervan door de raildemper kosteneffectiever te maken.

Een andere vorm van bronbeleid is de prefab raildemper. De doelstelling van deze pilot is het doorontwikkelen van de geluidsmaatregel raildemper en het verder stimuleren van de toepassing ervan door de raildemper kosteneffectiever te maken.

Tenslotte zijn binnen het aanlegprogramma spoorwegen de volgende mutaties te onderkennen:

• Geluidspilots spoorgoederenvervoer: De budgetverhoging van € 4,7 mln naar € 11,7 mln wordt veroorzaakt doordat het aantal pilots is uitgebreid met een pilot prefab raildempers en een drietal pilots met kunststofremblokken (LL-blokken).

Rente en aflossing leenfaciliteit versnelde aanleg

Door een leenfaciliteit aan de Nederlandse Spoorwegen is in de periode van 1991 tot en met 1993 een versnelde realisatie van spoorweginfrastructuur ten behoeve van personenvervoer mogelijk gemaakt. Aanvankelijk bedroeg de leenfaciliteit € 272 mln, maar uiteindelijk heeft de NS € 245 mln voorgefinancierd. De rente- en aflossingsverplichting komt vanaf 1994 ten laste van de begroting van het infrastructuurfonds en bedraagt jaarlijks € 26 mln t/m 2008. Oorspronkelijke looptijd was t/m 2008 maar als gevolg van een versnelde aflossing in 2005 is de looptijd ingekort naar 2006.

Projectoverzicht bij 13.03.01 Spoorwegen personenvervoer; realisatie

Spoorwegen Personenvervoer Realisatie IF 13.03.01
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
 
Projecten (inter)nationaal            
Benutten            
BB21 (ontw. Bev21, VPT+,VPT2, 25KV, ontw. + implement. GSM-R)2712712322613     diversdivers
Geluid (emplacementen en innovatieve ontwikkelingen)17986266911111051diversdivers
Kleine projecten25333 61814105  diversdivers
Stationsstallingen (kwaliteit)8282  2342521  diversdivers
2e fase Betrouwbaar Benutten80914        diversdivers
Amsterdam–Utrecht–Maastricht/Heerlen            
Integrale spooruitbreiding Amsterdam–Utrecht9669658566916988  20062006
Stations en stationsaanpassingen            
Kleine stations377769712999913diversdivers
Overige projecten/lijndelen enz.            
Afdekking risico’s spoorprogramma’s190239 53131 6     
AKI-plan en veiligheidsknelpunten4356340164303341383812 diversdivers
Investeringen in spoor80105          
Intensivering Spoor in steden300300 20404040404575diversdivers
Nazorg gereedgekomen lijnen/halten5050239774   diversdivers
Ontsnippering7271   777744diversdivers
Traject Oost (perronverbredingen)7292979103    2004/20072004/2006
Projecten Landsdeel Oost            
Utrecht–Arnhem–Zevenaar            
Arnhem West vrije kruising6363   1025205320112010
Arnhem 4e perron16917222 1226363126162007/20112007/2010
Arnhem Centraal (t.b.v. NSP)3025 656742 20092009
Projecten Landsdeel West            
Amsterdam–Den Haag–Rotterdam–Dordrecht            
Rotterdam Zuid–Dordrecht: 4/6-sporig538238237543     19971997
Rotterdam/Den Haag–Utrecht            
Woerden–Harmelen: 4-sporig fase 21461491331021    20052005
Amsterdam–Utrecht–Maastricht/Heerlen            
Vleuten–Geldermalsen 4/6 sp. (incl. Randstadspoor)6928941838410611298701012742005 e.v. 2005 e.v.
Amsterdam/Schiphol–Den Helder/Hoorn            
Uitgeest de Kleis (Regionet 1e fase)242421111    20052005
Haarlemmermeer–Almere            
Extra perroncapaciteit Amsterdam Zuid (2e eilandperron)40455151343   20062006
Stations en stationsaanpassingen            
Amsterdam CS spoor 10/15767971131    2004/20072004
Amsterdam Zuidas; deel stationsstalling (t.b.v. NSP)22 2      20062006
Breda Centraal (t.b.v. NSP)3837 611993  20102006/2009
Den Haag Centraal (t.b.v. NSP)8382 830387   2008/20092008
Den Haag emplacement162147122   20062006
Den Haag CS: terugbouwen sporen 11/1219      10452012 
Fietsenstalling Amsterdam CS2727  37953 2008/20112007/2011
Rotterdam Centraal (t.b.v. NSP)162161 2342503512  2009/20102009
OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)255253 3206171662592009/20122009/2011
Overige projecten/lijndelen enz.            
Hanzelijn89589038361095615615717416920122012/2013
Nootdorpboog46474051     20052005
Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol)153171 2315132151012diversdivers
Rijswijk – Schiedam incl. spoorcorridor Delft*272270      272   
BTW604   130116124101133   
Afronding1  – 1   11   
Totaal categorie 06 956 2 109447814726772633834621  
Begroting (IF 13.03.01)   447814726772633834   

* Nieuw in realisatie.

1 Inclusief de toegevoegde middelen ad € 60 mln. i.h.k.v. Strategisch Akkoord 2002.

2 Het betreft: knelpunt Baarn en Hilversum Larenseweg. Resterende middelen worden gereserveerd voor kleine projecten in de Noordvleugel.

3 Ten laste van het programma is een beschikking afgegeven voor de stations Tilburg Reeshof, Almere Oostvaarders, Arnhem Zuid en Ypenburg Haaglanden en Helmond Brandevoort. Uit een analyse van ProRail is gebleken dat tot 2010 daarnaast in ieder geval de door de regio’s beoogde nieuwe stations Groningen Europapark, Sassenheim en Schiedam Kethel in aanmerking komen voor een rijksbijdrage uit het programma mits voldaan wordt aan de door het Rijk gestelde voorwaarden. Omstreeks 2010 zal een nadere prioritering plaatsvinden voor de periode na 2010.

4 Opgenomen is het programma tot en met 2010 alsmede de middelen vanuit NaNOV voor verdiepte ligging spoor bij Almelo. Eveneens is opgenomen de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor op de spoorlijn Gouda–Rotterdam (Moordrecht) die is gefinancierd uit het FES.

5 Dit project bestaat uit 3 delen; Rotterdam Zuid – Dordrecht deel NS-R; Trajectdeel Barendrecht; en Wisselcomplex Kijfhoek.

6 Inclusief de halten Vathorst, def. Halte Leidsche Rijn west en Leidsche Rijn Centrum. Door de regio is voorfinanciering aangeboden.

7 Voorheen HSL-Oost (Utrecht-Arnhem-Duitse grens).

8 Deze programma’s zijn overgeheveld naar artikel 13.02 (beheer en onderhoud).

Projectoverzicht bij 13.03.02 Spoorwegen goederenvervoer; realisatie

Spoorwegen Goederenvervoer Realisatie IF 13.03.02
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
 
Projecten (inter)nationaal            
Aslasten cluster II454432931    20092009
PAGE risico reductie19195473    diversdivers
Pilot Fluistertrein1125453     20072006
Projecten landsdeel West            
Spoorontsluiting NW Hoek Maasvlakte22223874    20072007
Verbindingssporen ECT1313103      20052005
Projecten landsdeel Zuid            
Sloelijn66665242476   20082008
 
BTW12   831     
Afronding1   1       
Totaal categorie 0177 595353187000  
Begroting (IF 13.03.02)   535318700   

1 Project gefinancierd uit milieudrukgelden.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Het terugbetalen van de kapitaallasten met betrekking tot de voorfinanciering voor de aanleg van de bovenbouw van de HSL–Zuid.

Producten

Het kabinet heeft in januari 1999 ingestemd met het model voor privatisering van de HSL-Zuid. De publiekprivate samenwerking komt bij de onderdelen Infraprovider, vervoer en stations elk op afzonderlijke wijze tot stand. Eind 2001 zijn de contracten met de Infraprovider en de Vervoerder getekend. Vanaf augustus 2004 is de Infraprovider begonnen met het werk aan de bovenbouw. Voor de onderbouw geldt dat de HSL-Zuid onderdelen gefaseerd worden opgeleverd voor de start van de werkzaamheden van de Infraprovider. Op het zuidelijke deel was de eerste oplevering augustus 2004. De laatste oplevering in het noordelijke deel was december 2005.

Projectoverzicht bij 13.04 Geïntegreerde contractvormen spoor

Geïntegreerde contractvormen spoor IF 13.04
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
Reeks Infraprovider (IP): beschikbaarheidsvergoeding (13.04)3 0703 0240461311171171181192 422  
BTW572   2422222222460  
Totaal categorie 0 (incl. reeks Infraprovider)3 642 0461551391391401412 882  
Begroting (IF 13.04)   46155139139140141   

13.05 Verkenningen en planstudies

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven geraamd van door ProRail BV uit te voeren:

• planstudies en de voor de planstudieprojecten gereserveerde middelen;

• activiteiten op het gebied van capaciteitsmanagement en capaciteitsstudies.

Producten

Planstudie spoor personen

Onderstaande projecten zijn overgegaan van planstudie- naar realisatiefase:

• Rijswijk–Schiedam incl. spoorcorridor Delft.

NSP Zuidas: Amsterdam Zuid/WTC/4 sporig + keerspoor

Uit de Robuustheidstoets van ProRail is gebleken dat bij de toegezegde aanlanding van HSA treinen (max. 4 shuttles) een volledige 4-sporige oostflank nodig is. De kosten hiervan bedragen € 17,8 mln. Het projectbudget is met dit bedrag opgehoogd.

Daarnaast is € 6,3 mln toegevoegd als bijdrage voor de overdracht van risico’s aan de Zuidas-DOK-onderneming.

OV SAAL

Om de knelpunten die zich op korte, middellange en lange termijn aandienen in de Noordvleugel het hoofd te kunnen bieden en ontsluiting van nieuwe woon- en werkgebieden te realiseren wordt een planstudie openbaar vervoer op de corridor Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad (afgekort planstudie OV SAAL) opgestart. In een eerste fase, die loopt tot begin 2007, worden kansrijke alternatieven geïdentificeerd; deze worden in een tweede fase verder uitgewerkt, waarvoor indien nodig een tracé/m.e.r.-procedure wordt gevolgd.

Planstudie spoor goederen

Aslasten cluster III

Op basis van herprioritering binnen het spoorgoederenprogramma is de start van de uitvoering van cluster III verschoven naar 2007. Door de eerdere uitvoering van het derde cluster zijn de kosten nauwkeuriger te ramen, waardoor het budget kan worden bijgesteld van € 46 mln naar€ 30 mln.

Roosendaal–Antwerpen (VERA)

De voor VERA gereserveerde financiële middelen zijn in het kader van de besluitvorming over de verdieping van de Westerschelde verder naar achteren geschoven (2014–2020). De realisatie van VERA is onzeker. Werkzaamheden aan het OntwerpTracéBesluit liggen al enige tijd stil. Realisatie op basis van de huidige informatie (Trajectnota) wordt, naar mate de tijd vordert, steeds moeilijker.

IJzeren Rijn

Spoorgoederenverbinding Antwerpen–Ruhrgebied (IJzeren Rijn). Op 24 mei 2005 heeft het Permanente Hof van Arbitrage uitspraak gedaan in het geschil tussen België en Nederland inzake de kostenverdeling van de modernisering van het Nederlandse gedeelte van de IJzeren Rijn. Sindsdien is het overleg tussen beide landen hervat, op basis van en ter uitwerking van de arbitrage-uitspraak.

Verkenning optimalisering goederencorridor Rotterdam–Genua

De 4 landen Nederland, Duitsland, Zwitserland en Italië hebben gezamenlijk een projectplan opgesteld om de corridor Rotterdam–Genua in 2012 zo interoperabel mogelijk en daarmee zo aantrekkelijk mogelijk voor de Europese spoorvervoerders te hebben. Voor een optimaal gebruik van de corridor is het wenselijk dat de Rotterdamse haven anno 2012 toegankelijk wordt voor verschillende soorten elektrische locomotieven met slechts 1 beveiligingssysteem aan boord en op het Nederlandse deel van de corridorinfrastructuur de nationale systemen dienen te worden vervangen door of gecombineerd met de Europese systemen.

Een internationale projectgroep van deskundigen van de 4 inframanagers gaat in de zomer van 2006 uitvoering geven aan het projectplan.

Eind 2006 wordt het nationale ERTMS implementatieplan van ProRail verwacht. Dit implementatieplan bevat de aanlegstrategie van ERMTS op het Nederlandse spoorwegnetwerk. Besluitvorming over ERMTS op deze corridor is mede afhankelijk van de prioriteiten die in het nationale ERTMS implementatieplan gesteld zullen worden.

Projectoverzicht bij 13.05.01 Spoorwegen personenvervoer: planstudie

Spoorwegen Personenvervoer Planstudie IF 13.05.01
Bedragen in € mlnRamingBudget       Uitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200620072008200920102011laterPeriode
CATEGORIE 1           
 
Projecten (inter)nationaal           
Traject Oost (diverse maatregelen)  464       divers
Projecten Landsdeel West           
Amsterdam Zuidas: deel station (t.b.v. NSP)  91       2008–2013
Amsterdam Zuidas WTC/4-sporig + keersporen1  315       2008–2014
OV Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad*  pm       pm
Totaal categorie 12  870        

* Nieuw in planstudie

1 Inclusief € 100 mln FES-bijdrage.

2 Bedragen zijn exclusief (eventuele) BTW

Projectoverzicht bij 13.05.02 Spoorwegen goederenvervoer: planstudie

Spoorwegen goederenvervoer Planstudie IF 13.05.02
Bedragen in € mlnRamingBudget       Uitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200620072008200920102011laterPeriode
CATEGORIE 1           
 
Tracé-/projectbesluit na 2005           
Projecten (inter)nationaal           
Goederenroute Rotterdam–Noord-Nederland (GoeNoord)  62   pb/uo   2009–2013
Aslastencluster III  30pruo     2007–2012
Roosendaal/Antwerpen (VERA)  187       2014–2020
Optimalisering goederencorridor Rotterdam–Genua  pm  pr/uo    2008–2012
Projecten landsdeel Oost           
Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNOV)  119    uo  2010–2015
Projecten landsdeel Zuid           
Goederenverbinding Antwerpen–Roergebied (IJzeren Rijn)  pmtb pr    pm
Totaal categorie 11  398        

1 De bedragen zijn exclusief (eventuele) BTW.

Legenda

tb/pb tracébesluit/projectbesluit

pr procedures rond

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

Projectoverzicht bij 13.05.03 A. Lopende verkenningen

Spoorwegen Verkenningen IF 13.05.03
LocatieProbleemIndicatie modaliteitReferentiekaderGereed
Landsdeel (inter)nationaal    
Overdracht spooraansluitingenToegankelijkheid spoornetSpoor goederenMotie (TK 27 482, nr. 55)2006

Projectoverzicht bij 13.05.03 B. (mogelijk) te starten verkenningen

LocatieProbleemIndicatie modaliteitToelichting
Landsdeel West   
Railservice centra Waal- haven en Maasvlakte (vervolgfase)CapaciteitstekortSpoorgoederenDe groei van het containervervoer via rails vanaf het Rotterdamse havengebied kan leiden tot capaciteitsknelpunten op de beide Railservice centra. Onder- zocht zal worden of, en zo ja wanneer, er op korte dan wel middellange termijn capaciteitsknelpunten zullen ontstaan en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze knel- punten op te heffen.
Spooraansluiting Tweede MaasvlakteOntsluiting Europese spoorwegennetSpoorgoederenBij de aanleg van de Tweede Maasvlakte is het van belang dat de aldaar te ontwikkelen indus- triële activiteiten en overslagactiviteiten op het Europese spoorwegnet worden aangesloten. Onderzocht zal worden op welke wijze een dergelijke aansluiting het beste kan worden gerealiseerd.

14 Regionaal, lokale infra

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Regionale en lokale infrastructuur verantwoord.

De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting 2007 van Verkeer en Waterstaat (XII) bij de beleidsartikelen 32 Bereiken van optimale veiligheid in af als gevolg van mobiliteit en 34 Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijd/decentrale netwerken.

Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
14. Regionaal/lokale infra2005200620072008200920102011
Verplichtingen 300 191320 058316 460253 654296 949171 014
Uitgaven453 848301 848328 365253 154234 054296 917171 014
14.1 Grote regionaal/lokale projecten360 967233 893300 129253 154234 054296 917171 014
14.1.1 Verkenningen       
14.1.2 Planst. Progr. Reg/lok5695 4413 4765 7875 59412 09447 192
14.1.3 Realistieprogr reg/lok360 398228 452296 653247 367228 460284 823123 822
14.2 Regionale Mob. Fondsen92 88167 95528 2360000
14.2.1 Rijksbijdrage11 20067 95528 236     
14.2.2 Terugsluisopbrengsten81 681      
Van totale uitgaven       
– Apparaatsuitgaven: 1731731731731733
– Agentschapsbijdrage 729747807819824815
waarvan: 14.1.3 Real.progr. 25520425119616691
Restant 300 946327 445252 174233 062295 920170 196
Ontvangsten       
14.9 Ontv. Reg./lokale infra       
kst-30800-A-2-5.gif

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

In dit onderdeel worden alleen de aanlegprojecten behandeld waarvoor een aparte projectsubsidie wordt verleend. Om in aanmerking te komen voor een apart projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosten effectieve oplossing hoger zijn dan de grenswaarden van respectievelijk € 112,5 mln en € 225 mln.

Met de subsidieverlening voor de projecten die boven deze grenswaarde uitkomen worden de volgende doelen nagestreefd:

• het verminderen van de congestieproblematiek op de weg. Met name de bereikbaarheid van de mainports en de achterlandverbindingen is daarbij van groot belang;

• de verbetering van het openbaar vervoer op netwerkniveau (bijvoorbeeld projecten die leiden tot snelheidsverhoging van de voertuigen, lagere exploitatiekosten en/of hogere vervoerwaarde (meer reizigers));

• het verbeteren van de verkeersveiligheid.

Producten

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de regionale overheid uitgevoerd en pas na toetsing al dan niet opgenomen in het planstudieprogramma.

Planstudieprogramma regionaal lokaal

Van een project dat in de planstudietabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 mln resp. € 225 mln).

Wijzigingen projecten in planstudieprogramma:

• Rijn Gouwe Lijn Oost is overgeheveld van het planstudieprogramma naar het realisatieprogramma;

• Tilburg Noord West Tangent is overgeheveld van het planstudieprogramma naar het realisatieprogramma;

• Het Mediapark Hilversum (€ 25 mln) is overgeboekt naar HXII artikel 39 BDU;

• Het budget voor aanlanding Randstadrail is overgeheveld van planstudieprogramma naar realisatieprogramma.

Realisatieprogramma regionaal lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote infrastructuurprojecten die door derden worden aangelegd.

Wijzigingen in het realisatieprogramma:

• N201: In het Bestuurlijk overleg zijn afspraken gemaakt over de aanpassing van prijspeil 2001 naar 2004. De prijspeilaanpassing van € 10 mln wordt gedekt uit het planstudieprogramma (projecten in voorbereiding);

• Omstreeks juni 2006 is Randstadrail overgedragen aan het stadsgewest Haaglanden (SGH) en de stadsregio Rotterdam (SRR). Voor de aanlanding op Den Haag CS is een aanvullend bedrag gereserveerd van € 38 mln.

Projectoverzicht bij 14.01.02 Regionale/lokale infrastructuur; planstudie

Regionale/lokale infrastructuur Planstudie IF 14.01.02
Bedragen in € mlnRaming kostenBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200620072008200920102011laterperiode
CATEGORIE 1 (voor tracébesluit)           
 
Tracé/-projectbesluit t/m 2007           
Projecten landsdeel Oost           
Nijmegen 2e stadsbrug28031050–70 pbpruo   2009–2011
Projecten landsdeel Zuid           
Eindhoven BOSE19541051 pbpr uo  2010–2012
Maaskruisend verkeer, Maas- tricht36272  pb  pruo  2010–2012
Totaal categorie 1           
CATEGORIE 2           
 
Projecten (inter)nationaal           
Projecten in voorbereiding  variabel  nnb    2010 ev.

1 Het projectbesluit voor Eindhoven BOSE is uitgesteld vanwege het nieuwe gemeentbestuur/regioraad SRE dat een nieuwe interne afweging wil maken.

Legenda

tb tracébesluit

pr procedures rond

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

Projectoverzicht bij 14.01.03 Regionale/lokale infrastructuur; realisatie

Regionale/lokale infrastructuur Realisatie IF 14.01.03
 Totaal MIT/SNIPBudget in mlnOplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
Projecten landsdeel West            
Beneluxmetro1, 366066061743        
N2011761660154340412116 20102010
Noord Zuidlijn Noord-WTC21 1381 1322939918317316118841 2 0122010/2011
Randstadrail (incl. voorbereidingskosten)8488466486365302219  2006/20082008
Rijn Gouwelijn Oost*1421400000030407120102010
Zuid tangent, kernfase 2939393       20022002
Projecten landsdeel Zuid            
Duurzaam Veilig West-Zeeuws Vlaanderen6633         
Tilburg Noordwesttangent*53000005  20082008
Overig            
Afrekening Decentralisatie GDU46 46          
Reservering Randstadrail38      1919   
Experimenteerprojecten8376245442655  
Totaal categorie 03 235 1 702228296247228285123126  
Begroting (IF 14.01.03)   228296247228285123   

* Nieuw in realisatie.

1 Deels investeringsimpuls 1994.

2 Deels investeringsimpuls 1998.

3 Exclusief 4,3 mln bodemsanering.

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende regionale mobiliteitsfondsen gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van vier impulsen:

1. impuls uit het amendement Dijsselbloem;

2. impuls voor regionale bereikbaarheid uit het Kwartje van Kok;

3. impuls uit het amendement Van Hijum;

4. impuls uit het Bereikbaarheidsoffensief Randstad;

5. impuls uit het amendement van der Staaij.

Producten

Rijksbijdrage

In 2007 zal een deel van de middelen uit twee impulsen uitgekeerd worden door VenW. Het gaat om:

Impuls regionale bereikbaarheid

In het kader van de besteding van het Kwartje van Kok geeft VenW een gerichte impuls voor regionale bereikbaarheid van in totaal € 360 mln tot en met 2010. In 2003 is met een aantal regio’s afgesproken dat een deel van deze impuls (€ 55 mln) zal worden ingezet voor netwerk/-pakketmaatregelen in de betreffende regio’s. Het gaat om de Zuidvleugel (Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam), de Regio Twente, het Knooppunt Arnhem–Nijmegen en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Impuls uit amendement Van Hijum

Hiermee wordt € 140 mln beschikbaar gesteld voor de verbetering van het (onderliggende) wegennet. Besloten is een deel van deze middelen (€ 15 mln voor het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en € 15 mln voor Gelderland/Overijssel) in te zetten voor kansrijke netwerk/pakketmaatregelen. Financiering hiervan zal verlopen via de regionale mobiliteitsfondsen, onder de bestaande voorwaarden. De middelen komen beschikbaar in de periode 2006–2009.

De middelen in het kader van het amendement Dijsselbloem en het BOR (inclusief de terugsluis opbrengsten) zijn in 2005 volledig uitgekeerd door Verkeer en Waterstaat.

Impuls uit amendement van der Staaij

Met dit amendement (Kamerstukken 30 300 A, nr. 23) voor het jaar 2006 wordt beoogd te komen tot een landelijk gereglementeerd Verenfonds, waarmee exploitatiekosten van veren kunnen worden afgedekt en noodzakelijke investerings- en vervangingsuitgaven mogelijk worden gemaakt. Over de uitvoering van het amendement vindt overleg plaats met IPO, VNG en SKVV.

15 Hoofdvaarwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer en onderhoud, aanleg en verkenning en planstudie. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2007 van Verkeer en Waterstaat (XII) en vinden hun oorsprong in de Nota Mobiliteit.

Het productartikel Hoofdvaarwegennet is gerelateerd aan de volgende beleidsartikelen:

• artikel 33: het verkleinen van veiligheidsrisico’s;

• artikel 34: betrouwbare netwerken en acceptabele reistijden realiseren;

• artikel 35: mainports en logistiek/het versterken van de Nederlandse Mainports en het realiseren van een efficiënt goederenvervoersysteem en luchtvaartbestel, binnen randvoorwaarden voor geluid, veiligheid, leefbaarheid en ruimtelijke ordening;

• artikel 36: een schoner, zuiniger en stiller verkeer en vervoer realiseren.

Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
15. Hoofdvaarwegennet2005200620072008200920102011
Verplichtingen 601 559475 974541 957586 759618 794723 141
Uitgaven590 786567 966516 586524 861581 120639 437711 146
15.01 Verkeersmanagement95 36571 96072 90675 13881 67882 39572 836
15.01.01 Basispakket Verkeersmanagement95 36571 96072 90675 13881 67882 39572 836
15.02 Beheer en onderhoud417 890334 634327 626337 467381 762374 421372 643
15.02.01 Basispakket B&O hoofdvaarwegen303 382187 259197 693206 057236 738239 822341 621
15.02.02 Servicepakket B&O hoofdvaarwegen62 68734 24825 74825 74825 74825 74825 748
15.02.04 Groot var. onderh.hoofdvaarwegen51 821113 127104 185105 662119 276108 8515 274
15.03 Aanleg en planstudie na tracébesluit71 721123 54588 51878 07085 58479 68590 051
15.03.01 Realisatieprogramma Hoofdvaarwegen59 325115 03066 51345 02936 60732 85734 629
15.03.02 Planstudieprogramma na tracébesluit12 3968 51522 00533 04148 97746 82855 422
15.05 Verkenning en planstudie voor tracébesluit5.81037 82727 53634 18632 096102 936175 616
15.05.01 Verkenningen3626 3556 1797 5187 9037 9078 425
15.05.02 Planstudieprogramma voor tracébesluit5 44831 47221 35726 66824 19395 029167 191
Van totale uitgaven:       
– Apparaatsuitgaven 000000
– Agentschapsbijdrage 340 674325 926336 718386 796416 662469 096
waarvan 15.03 Aanleg en planst.na tb. 20 06812 13612 18313 5909 49211 380
– Restant 227 292190 660188 143194 324222 775242 050
15.09 Ontvangsten 20 74812 52311 62311 92313 3230
kst-30800-A-2-6.gif

15.01 Basispakket verkeersmanagement

Motivering

Activiteiten rond verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlotter en veiliger scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren.

Producten

Basispakket Verkeersmanagement Hoofdvaarwegen

Bij verkeersmanagement gaat het met name om de volgende activiteiten:

• verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;

• monitoring en informatieverstrekking;

• vergunningverlening en handhaving;

• crisisbeheersing en preventie.

Meetbare gegevens

Basispakket verkeersmanagement

Ten aanzien van verkeersmanagement is er het volgende areaal:

 Areaaleenheid
VerkeersmanagementBegeleide vaarweg in km1 372,5
 Bediende objecten in aantallen108

Voor het jaar 2007 gelden de volgende prestatieafspraken:

BasispakketPrestatie-indicatorEenheidWaarde 2007
VerkeersmanagementDe bedieningstijden van de sluizen en beweegbare bruggen voldoen aan de streefwaarden bedieningstijden beroepsvaart en de richtlijnen bedieningstijden voor de recreatievaart (BPRW 2005–2008).% waaraan voldaan wordt aan afgesproken bedieningstijden100%
BasispakketAreaaleenheidOmvangTarief (x € 1 000)Totaalbudget 2007 (x € 1 000)
VerkeersmanagementBegeleide vaarweg in km1 372,58,0010 980
 Bediende objecten108573,3961 926

15.02 Beheer en Onderhoud

Motivering

Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het hoofdvaarwegennetwerk in een dusdanige staat te houden dat noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie: het faciliteren van vlot, veilig, duurzaam en comfortabel vervoer van goederen.

Producten

Basispakket Beheer en onderhoud

Een absolute voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de betrouwbaarheid van de infrastructuur van de vaarwegen (baggeren), kunstwerken en verkeersvoorzieningen. Deze kan alleen worden gegarandeerd indien de infrastructuur preventief beheerd en onderhouden wordt. Daarnaast vindt correctief onderhoud plaats, waarbij de beheerder geconfronteerd kan worden met onverwacht functieverlies en de gebruiker ongewild minder service kan worden geboden (stremmingen, beperkingen).

Zowel preventief als correctief onderhoud valt onder het basispakket.

Servicepakket Beheer en onderhoud

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd hoe dit proces zal worden afgerond (TK 28 600 XII, nr. 17). Bij elke overeenstemming over de overdracht wordt apart bezien of de overdrachtsovereenkomst kan worden gesloten. In 2005 is reeds een aantal overdrachten aan provincies gerealiseerd.

Fries-Groningse kanalen

De Rijksbijdrage voor het onderhoud van de Fries–Groningse kanalen is vastgelegd in een convenant dat gesloten is met de provincies Friesland en Groningen. De bijdrage betreft de vaarweg Lemmer–Delfzijl alsmede het van Harinxmakanaal en het Winschoterdiep. De Rijksbijdrage is in de negentiger jaren vastgesteld op basis van een preventief onderhoudsniveau (geen achterstalligheid). Naar aanleiding van het rapport Commissie-Brinkman «Anders gestuurd, beter bestuurd» is er een advies om het Harinxmakanaal en het Winschoterdiep te financieren via het provinciefonds. Voor de vaarweg Lemmer–Delfzijl als onderdeel van het Hoofdvaarwegennet wordt in 2006 een studie gedaan naar de meest gunstige beheervorm waarbij het gedachtengoed van de commissie Brinkman (vereenvoudiging) gekoppeld wordt aan de beheerswensen van de noordelijke provincies.

Groot variabel onderhoud

Plan van Aanpak Beheer en onderhoud

De ontwikkeling van de budgetten voor beheer en onderhoud heeft in het verleden geen gelijke tred gehouden met de kosten van beheer en onderhoud. Ongewild heeft dit geleid tot een geleidelijke overgang van preventief naar correctief onderhoud, waarbij geprioriteerd is naar vaarwegklasse. In het hoofdlijnenakkoord is daarom bij de begroting 2004 besloten tot een impuls aan Beheer en Onderhoud Rijkswaterwegen (zie hiervoor het «Plan van Aanpak Beheer & Onderhoud», gevoegd bij de begroting 2004). Om verkeersoverlast zo veel mogelijk tot een minimum te beperken, zullen de werkzaamheden goed afgestemd worden, zowel onderling als met werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma alsmede met werkzaamheden vanuit hoofdwatersystemen. Als Bijstuk bij deze begroting is opgenomen de zogeheten Mid Term Review Beheer en Onderhoud.

Aan het plan van aanpak zijn de beheer en onderhoudactiviteiten in het kader van de Motie Gerkens toegevoegd. De volgende onderhoudsprojecten worden versneld gerealiseerd:

• Renovatie van de Grote Kolksluis bij Zwartsluis;

• Renovatie van het betonwerk van de Beatrixsluis;

• Baggeren van de Lek tussen Vianen en Ameide;

• Baggeren van de Nieuwe Merwede.

In 2007 wordt gewerkt aan het opstellen van een programma van groot variabel onderhoudactiviteiten voortvloeiend uit de Nota Mobiliteit. Dit programma loopt vanaf 2011 en volgt het plan van aanpak dat tot en met 2010 loopt. De uitwerking van het programma kan in de ontwerpbegroting 2008 leiden tot reallocatie van de onderhoudsmiddelen.

Meetbare gegevens bij Beheer en onderhoud hoofdvaarwegen

 Areaaleenheid
Beheer, onderhoud en ontwikkelingVaarweg (in km)4 378

Basispakket beheer en onderhoud hoofdvaarwegennet

Voor het jaar 2007 gelden de volgende prestatieafspraken:

BasispakketPrestatie-indicatorEenheidWaarde 2007
Beheer en OnderhoudDe toegangsgeulen zeehavens voldoen aan de normen voor het vaarwegprofiel% van het aantal dagen.95
 De vaarwegmarkeringen op de Noordzee, havenaanloopgebieden, Westerschelde en de Waddenzee voldoen aan de IALA-normen en op de binnenwateren aan de SIGNI-nor- men t.a.v. functionaliteit en beschikbaarheid.%100
 De vaarwegmarkering op hoofdvaarwegen en overige vaarwegen dat voldoet aan nor- men, is even veel of meer dan dat in 2005.%85
BasispakketAreaaleenheidOmvangTarief (x € 1 000)Totaalbudget 2007 (x € 1 000)
Beheer en onderhoudVaarweg4 37845,2197 693

Groot variabel onderhoud

Het plan van aanpak voor het inlopen van achterstallig onderhoud heeft ook betrekking op de Hoofdvaarwegen. In het plan van aanpak voor het inlopen van achterstallig onderhoud zijn voor de Hoofdvaarwegen de volgende projecten genoemd.

ProjectenUitvoeringsperiode
Amsterdam Rijnkanaal/Lek baggeren en renoveren sluizen en oevers2005–2008
Amsterdam–Lemmer/IJsselmeer2004–2009
Baggeren IJssel2008–2010
Vervanging vaartuigen2006–2010
Kanaal Gent–Terneuzen, baggeren en oevers2004–2010
Maas: baggeren en kunstwerken2004–2010
Noordzeekanaal baggeren2004–2009
Rotterdam–België/Zeeland: renovatie o.a. Volkeraksluizen en baggeren2005–2010
Rotterdam–Duitsland: baggeren en oevers2005–2009
Wrakkenberging2009–2010
Natte bruggen2004–2010

15.03 Aanleg en planstudie na tracébesluit

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planstudie activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk nadat het tracébesluit genomen is.

Producten

Realisatieprogramma hoofdvaarwegen

Op dit hoofdproduct worden de uitgaven verantwoord die samenhangen met de realisatie van aanleg hoofdvaarweg projecten.

Naar verwachting zijn de volgende projecten in 2007 gereed:

• de verbreding van de toegang naar de Beatrixsluis in het Lekkanaal;

• de brugverhogingen voor vierlaags containervaart op de Maas te Roosteren en Echt;

• In het kader van het amendement Gerkens worden op diverse locaties in Nederland lig- en auto afzetplaatsen gerealiseerd;

• Daarnaast wordt in het kader van het amendement Gerkens de verdieping van de Waal naar 2,80 m bij Overeengekomen Lage Rivierafvoer (OLR) versneld gerealiseerd.

Ten opzichte van de begroting 2006 is bij enkele projecten sprake van mutaties. Deze zijn per project opgenomen en toegelicht in het MIT-projectenboek.

Planstudieprogramma na tracébesluit

Er zijn drie projecten die in de planstudiefase zitten en waarvoor een tracébesluit is genomen. De budgetten die hier zijn opgenomen zijn benodigd voor de planstudies plus de uitvoering van de projecten. Het betreft de volgende projecten:

• Maasroute, modernisering fase 2;

• Sluis Ternaaien;

• Wilhelminakanaal.

Projectoverzicht bij 15.03.01 Vaarwegen; realisatie

Vaarwegen Realisatie IF 15.03.01
Budget in € mlnTotaal        Oplevering
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
 
Projecten (inter)nationaal            
Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 1; verbetering tot klasse Va20220184101719221923820122012
Verbeteren vaargeul IJsselmeer Amsterdam–Lemmer1616112   3  20102010
Walradarsystemen68686947631221n.v.t.n.v.t.
Projecten landsdeel Oost            
Twentekanalen verruiming (fase 1)626221208328  20102008
Vaarroute Ketelmeer (excl. EU-bijdrage)161633343   20092006
Projecten landsdeel West            
Lekkanaal, verbreding kanaalzijde en uitbreiding ligplaatsen1919838     20082007
Renovatie Noordzeesluizen IJmuiden234232213156     20072005
Walradar Noordzeekanaal1313 454    20082008
Projecten landsdeel Zuid            
Maasroute fase 1, brugverhogingen Roosteren en Echt2020893     20072007
Maasroute fase 1, voorhavens en wachtplaatsen7272693      20042004
Tweede Sluis Lith5757552      20022002
Verdrag verdieping Westerschelde, incl. natuurherstel177177165435    20082006
Zuid-Willemsvaart; renovatie middendeel klasse II59592822423   20082008
Overig            
Kleine projecten717163521    n.v.t.n.v.t.
TBBV/SBV34342644     n.v.t.n.v.t.
Totaal categorie 01 120 760115674536333529  
Begroting (IF 15.03.01)   1156745363335   

Projectoverzicht bij 15.03.02/15.05.02 Vaarwegen; planstudies

Hoofdvaarwegen Planstudie IF 15.03.02 (na tracébesluit) en IF 15.02.02 (voor Tracébesluit)
Bedragen in € mlnRaming kostenBudget       Uitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200620072008200920102011laterperiode
CATEGORIE 1 (na tracébesluit)           
 
Projecten landsdeel Zuid           
Bouw 4e sluiskolk Ternaaien  8  uo    2012
Maasroute, modernisering fase 2, verruiming tot klasse Vb  543       2005 e.v.
Wilhelminakanaal Tilburg  62 uo     2007–2011
Totaal categorie 1 na tracébesluit (IF 15.03.02)  613        
CATEGORIE 1 (voor tracébesluit)           
 
Tracé-/projectbesluit t/m 2007           
Projecten landsdeel Oost           
Vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis)  27–42pb pruo   2009–2012
Waal, toekomstvisie  169uo      2006–2012
Projecten landsdeel West           
Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis  81–93tb     uo2011–2014
Projecten landsdeel Zuid           
Zuid-Willemsvaart, gedeelte Maas–Den Dungen + afbouw Den Dungen-Veghel  313tbpruo    2008 e.v.
Zuid-Willemsvaart; vervanging sluizen 4, 5 en 6  30tn/pbuo     2007–2010
Tracé-/projectbesluit na 2006           
Projecten landsdeel Oost           
Bovenloop IJssel  42      uo2011–2013
Twentekanalen, verruiming (fase 2)  33      uo2011–2013
Projecten landsdeel West           
Amsterdam-Rijnkanaal, verwijderen keersluis Zeeburg1  14      uo2011–2013
De Zaan1  pm       2012–2014
Vaarroute Ketelmeer, fase 2  12      pb2011–2013
Projecten landsdeel Zuid           
Burgemeester Delenkanaal Oss1  pm pbuo    na 2008
Totaal categorie 1 voor tracébesluit (IF 15.05.02) 721–747        
Totaal categorie 1  1 334–1 361        

1 Rijksbijdrage is afhankelijk van onderhandelingen en planstudie.

Legenda

tn trajectnota of projectnota

tb/pb tracébesluit/projectbesluit

pr procedures rond

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

15.05 Verkenning en planstudie voor tracébesluit

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de verkenning- en planstudie activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk voordat het tracébesluit genomen is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen projecten waarvan de uitvoering start voor 2011 en projecten waarvan de uitvoering start na 2011.

Producten

Verkenningen vóór tracé-/projectbesluit

In 2007 worden de volgende Verkenningen uitgevoerd:

• De verkenning naar de 2e sluiskolk Eefde, om te bezien of uitbreiding van de kolkcapaciteit nodig is, wordt naar verwachting in het najaar van 2006 afgerond, waarna een planstudiebesluit kan worden genomen;

• Eind 2006 zullen naar verwachting ook de verkenningen naar ligplaats behoeftes op de corridors Amsterdam–Lemmer Delfzijl en de IJssel worden opgeleverd. In 2007 zullen hiervoor waarschijnlijk planstudies starten;

• In 2007 wordt een verkenning gestart naar de hoogte van de bruggen op het traject van de Maas tussen Born en de Belgische grens;

• In 2006 worden ook verkenningen uitgevoerd naar de ligplaatscapaciteit op een aantal corridors in Nederland.

Planstudieprogramma vóór tracé-/projectbesluit

Over de voortgang van het planstudieprogramma voor tracébesluit is het volgende te melden:

• in 2006 is ook de planstudie vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2 gestart;

• in 2007 wordt een standpunt of tracé-/projectbesluit verwacht voor de planstudies betreffende de Waal, de Zuid-Willemsvaart, de vaarweg Meppel–Ramspol (Zwartsluis), het Burgemeester Delenkanaal, de Bovenloop–IJssel, de Zaan en de 3e kolk Beatrixsluis;

de verkenning Bereikbaarheid Zuid-Oost-Brabant heeft geresulteerd in versneld onderzoek naar de no-regret maatregelen ten behoeve van de vervanging sluizen 4, 5 en 6 naar klasse IV, aanpassing Erpsebrug en bijbehorende passageplaatsen en zwaaikommen. De start van de uitvoering is voorzien in 2007, met oplevering in 2010. De startdatum is mede afhankelijk van het tijdig ter beschikking hebben van bijdragen van derden.

Projectoverzicht bij 15.05 Vaarwegen; planstudies vóór tracébesluit

Het projectoverzicht van de planstudies vóór tracebesluit is opgenomen onder onder 15.03.

Projectoverzicht bij 15.05 Vaarwegen; verkenningen

Hoofdvaarwegen Verkenningen IF 15.05.01
A. Lopende verkenningen   
LocatieProbleemReferentiekaderGereed
Landsdeel (inter)nationaal   
Grensoverschrijdende verkenning maritieme toegankelijkheid kanaalzone Gent–Terneuzen, waaronder capaciteit binnenvaartsluis TerneuzenCapaciteit en toegankelijkheid3e Memorandum van Overeenstemming Vlaanderen en Nederland2008
Verkenning Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Lemmer-DelfzijlCapaciteit en VeiligheidNota Mobiliteit2006
Landsdeel Oost   
Verkenning Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJsselCapaciteit en VeiligheidNota Mobiliteit2006
Verkenning Sluis EefdeCapaciteitNota Mobiliteit2006
Landsdeel West   
Verkenning Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-LemmerCapaciteit en VeiligheidNota Mobiliteit2006
Verkenning Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-RijnkanaalCapaciteit en VeiligheidNota Mobiliteit2006
Verkenning Verkeerssituatie Splitsing Hollands Diep – Dordtse KilVeiligheidRisico-atlas vaarwegen2006
Landsdeel Zuid   
Verkenning Capaciteitsknelpunten bruggen Born-BelgiëCapaciteitNota Mobiliteit2007
Verkenning Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen in de Rijn/Schelde- verbindingCapaciteit en VeiligheidNota Mobiliteit2006

Hieronder worden verkenning gepresenteerd die mogelijk tot realisatie van een infrastructureel project zullen leiden in de periode 2015–2020. Voor de periode 2015–2020 is een overzicht met potentiële knelpunten beschikbaar (mede op basis van de Nota Mobiliteit), die mogelijk op termijn tot een infrastructurele oplossing komen. Voor deze potentiële knelpunten wordt het reguliere MIT-proces (verkenning, planstudie, realisatie) doorlopen. Per knelpunt zal eerst – via een nieuwe MIT-verkenning, een bestaande planstudie waarvan de scope wordt gewijzigd of een netwerkanalyse – de nut en noodzaak van een infrastructurele oplossing worden bekeken. Vervolgens worden voor die periode prioriteiten bepaald en zal een concrete programmering worden gemaakt, die past binnen de financiële randvoorwaarden. Daar waar ten opzichte van deze algemene toelichting aanvullende dan wel andere afspraken aan de orde zijn, wordt dit toegelicht.

B. Mogelijk te starten verkenningen
LocatieProbleemToelichting
(Inter)nationaal  
Innovatieproject verkeersmanagement vaarwegen (RIS/Centrale bediening)Bereikbaarheid en veiligheid 
Landsdeel Noord  
Sluis Lemmer (kolk en ligplaatsen)Capaciteit en veiligheid 
Vaarweg Lemmer–Delfzijl (fase 2)CapaciteitDeze verkenning is een vervolg op de planstudie Lemmer–Delfzijl, fase 1.
Landsdeel Oost  
Bruggen en vaarwegprofiel TwentekanalenCapaciteit en veiligheid 
Ligplaatsen Nederrijn (Driel)Capaciteit 
Verkenning IJssel (fase 2)Capaciteit 
Landsdeel West  
Verkenning Zeepoort IJmondCapaciteitHet project Zeepoort IJmond bevond zich tot 2005 in de MIT-planstudiefase (categorie 2), waarbij verschil- lende oplossingsvarianten zijn onderzocht. Uiteindelijk is een nieuwe oplossingvariant («Grote groene Kolk») ontwikkeld. In bestuurlijk overleg is afgesproken om uiterlijk in 2008 te bezien of de groei aan de verwachtingen voldoet en welke maatregelen dan nodig zijn. De huidige MER procedure wordt daarmee (voorlopig) afgesloten.
Landsdeel Zuid  
KreekraksluizenCapaciteit Eventuele investeringen en uitvoeringstermijn zijn mede afhankelijk van afspraken met Vlaanderen, op basis van het Schelde-Rijn Verdrag.
Ligplaatsen EngelenCapaciteit en veiligheid 
Sluis St AndriesCapaciteit 
Verkenning Zuid-Willemsvaart (beperkt) klasse IVCapaciteitHet gaat hierbij om een eventuele verdere verruiming van de vaarweg naar (beperkt) klasse IV.
VolkeraksluizenCapaciteit 

16 Megaprojecten niet-Verkeer en vervoer

Omschrijving van de samenhang in het beleid

In deze begroting is een onderscheid gemaakt tussen de Megaprojecten Verkeer en Vervoer en niet-Verkeer en Vervoer. Onder het artikel Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer vallen:

• Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR);

• Ruimte voor de Rivier;

• Maaswerken.

Het projectartikel is gerelateerd aan Beleidsartikel 35 Mainports en logistiek.

Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
16. Megaproj. niet-Verk. en Verv.200620072008200920102011
Verplichtingen123 085136 484160 525262 485291 707362 637
Uitgaven128 935137 973167 078269 038288 873362 637
16.01 Project Mainportontwikkeling R’dam24 97819 29017 71118 02514 42011 880
16.01.01 Planstudie PMR2 7252 13361456518101
16.01.02 Realisatieprogramma PMR22 25317 15717 09717 46014 23911 880
16.02 Ruimte voor de Rivier37 75169 573114 977213 319258 234317 862
16.03 Maaswerken66 20649 11034 39037 69416 21932 895
Van totale uitgaven:      
– Bijdrage aan baten-lastendienst19 91022 07333 12350 52644 35548 208
– Restant128 935137 973167 078269 038288 873745 451
16.09 Ontvangsten0000020 000

1 Vanaf 2011 zijn er voor een drie tal projecten/programma’s binnen het FES gelden gereserveerd op artikel 15 Projecten in voorbereiding. Dit zijn: PMR, de Noordvleugel incl Zuidas en envelop Nota Mobiliteit. Ondanks dat er overeenstemming is over de totale reservering in het FES voor deze programma’s, kunnen deze gelden op dit moment nog niet aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit omdat formeel het vrijgeven, dus de verwerking in de begroting, pas kan plaatsvinden als deze projecten voldoende zijn uitgewerkt en/of er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.

kst-30800-A-2-7.gif

PMR (16.01)

De deelprojecten zijn allen bestuurlijk verplicht. Bij de parlementaire instemming met PKB, Bestuursakkoord en Uitwerkingsovereenkomsten worden deze bestuurlijke verplichtingen omgezet in juridische verplichtingen. De uitgaven voor de Uitvoeringsorganisatie zijn complementair noodzakelijk.

16.01 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Motivering

Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) heeft een tweeledige doelstelling:

• het versterken van de positie van de mainport Rotterdam en

• het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond.

In vier deelprojecten wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Naast het deelproject Natuurcompensatie zijn dat «Bestaand Rotterdams Gebied» (uitgevoerd door gemeente Rotterdam), «750 hectare natuur- en recreatiegebied» (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en «Landaanwinning» (uitgevoerd door Havenbedrijf Rotterdam NV (HbR).

VenW beschouwt PMR als een bijdrageproject, waarbij de verantwoordelijkheid en risico’s voor de uitvoering bij andere partijen zijn neergelegd. Uitzondering vormt de natuurcompensatie waarvan RWS is belast met de uitvoering. LNV en VROM zijn het aan te spreken vakdepartement voor respectievelijk 750ha en BRG. VenW is het vakdepartement voor de landaanwinning.

VenW is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten aangewezen als coördinerend projectministerie. Als zodanig is de Minister van VenW verantwoordelijkheid voor de overall-projectbeheersing. Daarnaast heeft de Minister van VenW de projectbeheersing zodanig ingericht dat zij adequaat sturing kan geven aan en rapporteren over de processen die leiden tot het herstellen van de PKB en de uitvoering van het deelproject Natuurcompensatie dat rechtstreeks onder haar verantwoordelijkheid valt.

Producten

In januari 2005 heeft de Raad van State de acht in de Planologische Kernbeslissing-Plus (PKB+) opgenomen concrete beleidsbeslissingen vernietigd. Na het herstel van de door de Raad van State gesignaleerde gebreken in 2005 en 2006 wordt in de tweede helft van 2006 een nieuw PKB deel 3 (zonder plus) in behandeling gebracht. De Kamer zal dan tegelijkertijd met de behandeling van de PKB om een definitief oordeel worden gevraagd over het Bestuursakkoord en de uitwerkingsovereenkomsten. Een basisrapportage conform de Procedureregeling Grote Projecten zal ook bij dit pakket worden gevoegd. Gedurende 2007 worden de reguliere beroepsprocedures doorlopen ter zake van de bestemmingsplan- en vergunningsprocedures. De start van daadwerkelijke aanlegwerkzaamheden van de landaanwinning staat gepland in 2008.

De volgende producten worden onderscheiden:

1. Landaanwinning: Dit betreft de vaste bijdrage van de Rijksoverheid in de kosten van de aanleg van de buitencontour.

2. BTW: Dit betreft de niet-compensabele BTW over de bijdrage van de Rijksoverheid aan de buitencontour en de Natuurcompensatie.

3. Onvoorzien: Deze post dient ter dekking van die projectposten, waarvoor bij de bepaling van het budget nog onvoldoende mogelijkheden waren om een 100%-raming op te stellen (bij voorbeeld in het geval dat de ramingen nog niet voldoende hard kunnen worden gemaakt). Daarnaast kan een beroep worden gedaan op de post Onvoorzien, indien er sprake is van een volledig nieuwe situatie (zgn. Onvoorzien onvoorzien). Deze post onvoorzien heeft alleen betrekking op alle risico’s die bij Rijk liggen (met name natuurcompensatie).

4. Aan- en ontsluitende infrastructuur: Vanuit het project PMR wordt een bijdrage verschaft aan de aanpassing van de achterlandverbindingen (A15 en aansluiting op de Betuweroute).

5. Uitvoeringsorganisatie: Dit betreffen de kosten, die samenhangen met de coördinatie van het project en de projectbeheersing.

6. 750 ha Natuur- en recreatiegebied: Dit betreft de vaste bijdrage van het Rijk voor de omvorming van agrarisch gebied naar natuurgebied met recreatief medegebruik en tot openluchtrecreatiegebied met natuurwaarden.

7. Groene Verbinding: Dit betreffen de kosten voor verbinding tussen Midden-IJsselmonde en stedelijk gebied van Rotterdam-Zuid. Dit is een VenW-bijdrage.

8. Bestaand Rotterdams Gebied: Dit bevat een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren.

9. Natuurcompensatie:

Dit betreft de instelling van het Zeereservaat, de aanleg van de Duincompensatie Delfland en de zeereep Brouwersdam en het Monitorings- en Evaluatieprogramma.

Meetbare gegevens

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

• 2006: Vaststelling PKB., deel 3 en definitieve instemming Bestuursakkoord en Uitwerkingsovereenkomsten door TK;

• 2007: start deelprojecten 750ha en BRG (t.a.v. BRG is een deel al in uitvoering met niet rijksmiddelen);

• 2007: Positief doorlopen notificatie staatssteun;

• 2007: Start procedures t.b.v. landaanwinning (incl. bestemming daarvan);

• 2008: zeereservaat is ingesteld en start uitvoering duincompensatie;

• Na bereiken van de mijlpalen 1, 3 t/m 5; eerste plons Landaanwinning;

• 2013/2014: Landaanwinning gereed; eerste overslag;

• 2021: deelprojecten 750 ha natuur- en recreatiegebied en BRG; afgerond;

• 2033: Tweede Maasvlakte volledig gerealiseerd en in werking.

Projectoverzicht bij 16.01.01 PMR; planstudie

Planstudie IF 16.01.01
Bedragen in € mlnRaming kostenBudget       Uitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200620072008200920102011laterperiode
CATEGORIE 1           
 
Project Mainportontwikkeling Rotterdam   pr uo    2006–2020
Landaanwinning  638        
BTW Buitencontour  121        
BTW Natuurcompensatie  9        
Aan- en ontsluitende infrastructuur  318        
Onvoorzien  101        
Totaal categorie 1  1187        

Legenda

pr procedures rond

uo uitvoeringsopdracht (beschikking)

Projectoverzicht bij 16.01.02 PMR; realisatie

Realisatie IF 16.01.02
Budget in € mlnTotaal        Oplevering
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
 
Project Mainportontwikkeling Rotterdam            
Uitvoeringsorganisatie1251166432112pmpm
750 ha3010 222222182020pm
Groene verbinding2821   7777 20112011
Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)125 11111162020pm
Landaanwinning            
Voorfinanciering FES monitoringsprogramma2211      20072006
Voorfinanciering FES natuurcompensatie8830 1311353152pmpm
Totaal categorie 0185 723181617141278  
Begroting (IF 16.01.02)   231816171412   

1 Als gevolg van uitspraak van Raad van State van 26 januari 2005 inzake de PKB+ is een hersteltraject gestart. De kosten hiervan zijn opgenomen onder uitvoeringsorganisatie.

16.02 Ruimte voor de rivier

Motivering

In 2005 heeft het kabinet deel 1 van de PKB Ruimte voor de Rivier vastgesteld en samen met de milieueffectrapportage ter inzage gelegd. Na de inspraakronde (deel 2) heeft het kabinet op 22 december 2005 in deel 3 een definitief standpunt ingenomen (PKB, TK 2004–2006, 30 080, nrs. 1–6). De parlementaire behandeling is thans in volle gang. Daarna kan de uitvoering beginnen.

Met deze PKB wil het kabinet twee doelstellingen bereiken:

1. Het op het vereiste niveau brengen van de bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen. Dit houdt in dat de veiligheid langs de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de bedijkte Maas (vanaf Hedikhuizen) uiterlijk in 2015 in overeenstemming moet worden gebracht met de wettelijke vereiste norm.

2. Een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied. Daarmee wordt het rivierengebied economisch, ecologisch en landschappelijk versterkt.

Producten

De PKB bevat een besluit over de voor 2015 uit te voeren maatregelen én de plaats waar ze getroffen moeten worden. Hierbij wordt bovendien een doorkijk naar de verdere toekomst gegeven. Om flexibiliteit in te bouwen is gekozen voor een programmatische aanpak. De kosten van het basispakket zijn geraamd op € 2,2 miljard.

Een aantal projecten is als koploper aangewezen, wat betekent dat deze vooruitlopend op de vaststelling van de PKB Ruimte voor de Rivier al zijn gestart of kunnen starten met de planstudie. In 2007 zijn de koplopers:

• dijkverlegging Westenholte (Zwolle);

• uiterwaardvergraving Scheller en Oldeneler Buitenwaarden (Zwolle);

• ontpoldering Noordwaard (Werkendam);

• ontpoldering Overdiepsche Polder (Waalwijk);

• berging op het Volkerak-Zoommeer;

• uiterwaardvergraving Bedrijventerrein Avelingen (Gorinchem);

• uiterwaardvergraving Meinerswijk (Arnhem);

• dijkverlegging Lent (Nijmegen);

• uiterwaardvergraving Bolwerksplas, Worp en Ossenwaard (Deventer);

• uiterwaardvergraving Keizers- en Stobbenwaarden en Olsterwaarden (Deventer).

Conform de procedureregeling uitvoering grote projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder jaar twee voortgangsrapportages.

Meetbare gegevens

Ruimte voor de Rivier

Het vereiste veiligheidsniveau in het rivierengebied rond de Rijntakken moet uiterlijk in 2015 in overeenstemming zijn gebracht met een maatgevende afvoer van 16 000 m3/s bij Lobith.

Projectoverzicht bij 16.02.02 Ruimte voor de Rivier; realisatie

Ruimte voor de Rivier Realisatie IF 16.02.02
 Totaal MIT/SNIP in mln.        Oplevering
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
 
Projecten (inter)nationaal            
Uitvoeringskosten1 9162 0416116439019524528897820152015
Planstudiekosten59581311141452  20102007
Projectorganisatie en projectmanagement15720361113111311105220152015
EU en projectgebonden ontvangsten100100      2080  
Totaal categorie 02 232 11038701152132583181 110  
Begroting (IF 16.02.02)   3870115213258318   

16.03 Maaswerken

Motivering

Op dit onderdeel worden de uitgaven van de Maaswerken verantwoord. Na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas, in december 1993 en januari 1995, is het Deltaplan Grote Rivieren tot stand gekomen. Voor de bestrijding van de wateroverlast langs de Maas is de Maaswerken opgestart met de twee projecten Zandmaas en Grensmaas. Belangrijkste doelstelling van de onderdelen Zandmaas en Grensmaas is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord Brabant tegen hoog water van de Maas. Binnen de Maaswerken wordt uitvoering gegeven aan de Maasroute. De Maasroute draagt bij aan een verbeterde bevaarbaarheid tussen Ternaaien en het Maas-Waalkanaal.

Producten

Het project Zandmaas kent de volgende doelstellingen:

• Hoogwaterbescherming, op zodanige wijze dat de bevolking achter de kaden van de Zandmaas (die aangelegd zijn in het kader van het Deltaplan Grote Rivieren) een beschermingsniveau van 1:250 jaar in 2015 wordt geboden.

• Het in de periode tot 2015 realiseren van beperkte natuurontwikkeling in de Zandmaas.

Het project Grensmaas kent de volgende doelstellingen:

• Het door rivierverruiming verlagen van de hoogwaterstanden in de Maas met als maatstaf dat uiterlijk in 2017 de gebieden, die door de op basis van de Deltawet Grote Rivieren aangelegde kades zijn beschermd, een beschermingsniveau van 1:250 hebben.

• Het tot ontwikkeling brengen van tenminste 1000 ha natuur binnen het Grensmaasgebied in de periode tot 2018. Dit gekoppeld aan het ecologisch herstel van de rivier zoals vastgelegd in de intentieverklaring voor het Maasdal in Limburg van 26 november 1992.

• Het winnen van tenminste 35 miljoen ton grind voor de nationale behoefte.

De uitvoering van de Maaswerken (de Zandmaas en de Grensmaas) loopt ook in 2007 door. Voor de Zandmaas (oplevering 2015) ligt de nadruk op de uitvoering van kadeversterkingen in stedelijk gebied (Roermond, Venlo, Gennep). In 2007 wordt daarnaast gestart met de realisatie van de hoogwatergeulen en verdiepingsmaatregelen. Voor de Grensmaas (oplevering 2017) ligt de nadruk op rivierkundige maatregelen. Conform de procedureregeling uitvoering grote projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder jaar twee voortgangsrapportages.

Meetbare gegevens

Maaswerken

PrestatieindicatorenZandmaasGrensmaas
Hoogwaterbescherming70% in 2008/100% in 2015100% in 2017
Natuurontwikkeling570 ha (plus 60 ha compensatie)tenminste 1000 ha
Delfstoffen Tenminste 35 mln ton

Projectoverzicht bij 16.03 Maaswerken; realisatie

Maaswerken Realisatie IF 16.03.01 en IF 16.03.02
 Totaal MIT/SNIP        Oplevering
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
 
Projecten (inter)nationaal            
Zandmaas51851615059483328122915820172017
Grensmaas1361315371110445620222022
Totaal categorie 0653 203664934381633214  
Begroting (IF 16.03.01 en IF 16.03.02)   664934381633   

17 Megaprojecten verkeer en vervoer

Omschrijving van de samenhang in het beleid

In deze begroting is een onderscheid gemaakt tussen de Megaprojecten Verkeer en Vervoer en niet-Verkeer en Vervoer. Onder het artikel Megaprojecten Verkeer en Vervoer vallen:

• Westerscheldetunnel;

• Betuweroute;

• Hogesnelheidslijn-zuid;

• Anders betalen voor mobiliteit;

• Zuiderzeelijn.

Het projectartikel is gerelateerd aan de volgende beleidsartikelen op hoofdstuk XII:

• artikel 32: de veiligheid van personen op de weg en over het spoor, alsmede de sociale veiligheid in het OV, permanent verbeteren;

• artikel 34: betrouwbare netwerken en acceptabele reistijden realiseren;

• artikel 35: mainports en logistiek/het versterken van de Nederlandse Mainports en het realiseren van een efficiënt goederenvervoersysteem en luchtvaartbestel, binnen randvoorwaarden voor geluid, veiligheid, leefbaarheid en ruimtelijke ordening.

Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
17. Megaprojecten Verkeer en Vervoer2005200620072008200920102011
Verplichtingen 335 875135 00039 51167 992303 778303 564
Uitgaven869 116720 030338 62042 73267 992303 778309 214
17.01 Westerscheldetunnel2387 549     
17.02 Betuweroute342 499376 841184 7315 3542 316  
17.03 Hoge snelheidslijn522 100315 451128 8896 496000
17.03.01 Realisatie HSL-Zuid460 733298 142124 8846 496   
17.03.02 Realisatie HSL-Zuid spoorwegen 4 2686    
17.03.03 Realisatie HSL-Zuid hoofdwegen61 36713 0413 999    
17.04 Anders betalen voor mobiliteit 7 913     
17.05 Zuiderzeelijn4 27912 27625 00030 88265 676303 778309 214
Apparaatsuitgaven: 21000000
Baten-lastendiensten 58 52917 0852000
Restant 647 943325 40142 16767 992303 778309 214
17.09 Ontvangsten38 75337 26400000
kst-30800-A-2-8.gif

17.01 Westerscheldetunnel

Motivering

Op 14 maart 2003 is de Westerscheldetunnel voor het publiek opengesteld. Op 10 december 2004 is de eindevaluatie in het kader van de procedureregeling Grote Projecten aan de Kamer aangeboden. Er resteert nog een 15-tal claims in het kader van claimafhandeling en nadeelcompensatie.

Deze zullen vermoedelijk in 2006 worden afgerond.

Producten

17.02 Betuweroute

Motivering

Het project Betuweroute behelst de aanleg van een 160 kilometer lange, tweesporige lijn die exclusief bestemd en ontwikkeld is voor goederenvervoer. De route wordt aangelegd tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar–Emmerich. De stroom containershuttles per spoor naar het Europese achterland groeit sterk. Goederenvervoer per spoor is belangrijk voor de bereikbaarheid van de Nederlandse industrie en zeehavens. De Betuweroute wordt aangelegd om in de toenemende vraag naar goederenvervoer over spoor te voorzien.

Producten

De bouw van de Betuweroute vordert gestaag. De Betuweroute kan ruwweg opgedeeld worden in twee delen namelijk:

1. de havenspoorlijn en

2. het A15 deel.

Het gedeelte Havenspoorlijn, het bestaande stuk spoor tussen de Maasvlakte en de Waalhaven in het Rotterdamse Havengebied is dubbelsporig gemaakt en wordt geëlektrificeerd, emplacementen zijn uitgebreid en knelpunten opgeheven. De havenspoorlijn is op 10 juli 2004 officieel in dienst genomen, zij het voorlopig nog met dieseltractie en beveiligingssysteem ATB-EG. Het geëlektrificeerd in dienst nemen met het beveiligingssysteem ETCS level 2 is gepland in september 2007.

Voor driekwart van de totale lengte wordt de Betuweroute tegen de A15 aangelegd. Op deze wijze kan de goederenspoorlijn zo goed mogelijk in het bestaande landschap worden ingepast en worden dorpen en steden zoveel mogelijk ontzien. De onderbouw van de A15-lijn is nagenoeg gereed. Alle grote bovenbouwcontracten zijn inmiddels opgedragen aan de aannemers.

Het in dienst nemen van de A15, geëlectrificeerd en voorzien van ECTS level 2, is gepland per 1 januari 2007.

Financiering

Van de Europese Unie worden voor het project Betuweroute bijdragen (onder andere TEN-gelden) ontvangen. Deze bijdragen worden jaarlijks aangevraagd bij de Europese Unie en in fasen uitgekeerd. In de totale financiering van het project wordt uitgegaan van € 176 mln.

De op dit productartikel opgenomen bedragen zijn voor het totale project als volgt opgebouwd:

• reguliere SVV middelen;

• bijdrage uit het FES;

• bijdrage private financiering voorgefinancierd uit FES;

• bijdrage van de Europese Unie;

• bijdrage Gelderland;

• bijdrage VROM voor geluidsmaatregelen Calandbrug;

• bijdrage ProRail.

Tot en met 2005 is door de Europese Unie € 139 mln. betaald. De bijdrage van de Europese Unie (onder andere TEN-gelden) wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de door VenW ingediende aanvragen.

Een toelichting op de reeds gedane uitgaven en de verdere planning en organisatie van het project is opgenomen in de voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer in het kader van de procedureregeling grote projecten.

Meetbare gegevens bij 17.02 Betuweroute

De verwachte indienststellingsdatum van de gehele Betuwelijn is 1 januari 2007.

kst-30800-A-2-9.gif

Projectoverzicht 17.02 Betuweroute

Betuweroute Realisatie IF 17.02.01
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterperiode
CATEGORIE 0           
 
Betuweroute         20062006
Reguliere SVV-middelen71970826230015052    
FES-middelen2 8142 8142 814        
Privaat84382883274      
Financiering Prorail9797333331      
Bijdrage Gelderland888        
Bijdrage VROM141414        
EU-ontvangsten16716713037       
Totaal categorie 04 662 4 09337718552    
Begroting (IF 17.02.01)   37718552    

17.03 Hogesnelheidslijn-zuid

Motivering

Met het vaststellen van de PKB HSL-Zuid is besloten tot aansluiting van Nederland op het Europese net van hogesnelheidslijnen. De HSL-zuid bewerkstelligt een milieuvriendelijke verbinding tussen de Europese mainports en vormt daarmee een belangrijke schakel in het internationale en nationale lange afstandsverkeer.

Producten

Hogesnelheidslijn-zuid

Op 29 april 1997 is de Planologische Kernbeslissing HSL-Zuid door het kabinet goedgekeurd en op 15 april 1998 is het Tracébesluit genomen door de ministers van VenW en VROM. In december 1999 is het boortunnelcontract gegund, in juli 2000 zijn de vijf contracten voor de civiele onderbouw gegund en begin 2001 ook het contract railaansluitingen. Langs het tracé zijn de bouwwerkzaamheden aan het zuidelijke deel tussen Rotterdam en de Belgische grens gereed. De bouwwerkzaamheden aan het noordelijke deel tussen Rotterdam en de aansluiting op het bestaande spoor bij Hoofddorp zijn bijna afgerond. Voor de ontwikkeling van de HSL-stations wordt gestreefd naar aparte lokale vormen van publiekprivate samenwerking. Dit wordt nader uitgewerkt in de Nieuwe Sleutelprojecten. In de reguliere voortgangsrapportages worden de belangrijkste risico’s nader toegelicht. Ook wordt daar aangegeven met welke maatregelen de risico’s zoveel als mogelijk worden beheerst.

Hogesnelheidslijn-Zuid: railwegen personenvervoer

Dit product betreft de realisatie van de aansluiting van station Breda CS via bestaand spoor op het hogesnelheidsspoor. De gelijktijdige realisatie van deze aansluiting is door VenW toegezegd aan de gemeente Breda.

Hogesnelheidslijn-Zuid: hoofdwegen

Bij de verbreding en verlegging van de A16 (Moerdijk–Galder) en de A4 (Burgerveen–Leiden) bestaan grote raakvlakken met de planning en bouw van de HSL-Zuid. Daarom is besloten dat de verbreding en verlegging van de A16 en het deel van de A4 waar deze parallel loopt met de HSL-Zuid, worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de projectorganisatie HSL-Zuid.

Financiering

De in dit productartikel opgenomen bedragen zijn als volgt opgebouwd:

• reguliere SVV-middelen;

• een bijdrage uit het FES;

• de bijdrage uit private financiering;

• de bijdragen van de Europese Unie;

• ontvangsten derden;

De ontvangsten van de HSA worden verantwoord op artikel 13 van deze begroting.

Meetbare gegevens

HSL-Zuid

Vanaf begin 2002 wordt de risico-analyse per kwartaal geactualiseerd. In de reguliere voortgangsrapportages worden de belangrijkste risico’s nader toegelicht. Ook wordt daar aangegeven met welke maatregelen de risico’s zo veel als mogelijk worden beheerst. De planning van de aanleg van de HSL-Zuid is weergegeven in het onderstaande balkenschema, en is conform de 18e Voortgangsrapportage.

kst-30800-A-2-10.gif

Projectoverzicht 17.03 HSL-Zuid

Hogesnelheidslijn (HSL) Realisatie IF 17.03
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
CATEGORIE 0            
HSL-Zuid (IF 17.03.01)5 8025 6875 3702991256 2006/20072006/2007
– Reguliere SVV middelen (incl. FES BOR)2 5302 6042 2261721246      
– Fes regulier1 7101 7111 811– 101        
– Privaat9409367601791       
– EU-ontvangsten1761761751        
– Ontvangsten derden795079         
– Risicoreservering36721031948        
HSL-Zuid spoorwegen (17.03.02)1151151114        
HSL-Zuid hoofdwegen (17.03.03)991997974134       
Totaal categorie 0 (excl. reeks Infraprovider)6 908 6 4553161296   
Begroting (IF 17.03)   3161296    

17.04 Anders betalen voor mobiliteit

Motivering

In de Nota Mobiliteit deel 1 is aangegeven dat het kabinet een andere manier van betalen voor het gebruik van de weg als een kosteneffectief middel ziet om de bereikbaarheid te verbeteren.

Producten

Het kabinet kiest voor een eerlijke en transparante wijze van betalen voor mobiliteit en gaat voortvarend aan de slag met de kilometerprijs. Invoering in 2012 wordt nagestreefd. Voorwaarde hierbij is dat de invoeringskosten aanzienlijk lager uitvallen dan geraamd in het advies van het Platform Anders Betalen voor Mobiliteit en dat de uitvoerings- en handhavingkosten in redelijke verhouding staan tot de opbrengsten.

Op weg naar de invoering van de kilometerprijs neemt het kabinet de noodzakelijke eerste stappen zoals geschetst in het advies. Met de opbrengsten worden knelpunten (versneld) aangepakt.

Bij de uitwerking staat samenwerking met de omgeving centraal. In het «Werkprogramma Anders Betalen voor Mobiliteit» worden de aanbevelingen van de TCI overgenomen. Dit vindt zijn uitwerking ondermeer in gefaseerde besluitvorming met go/no go momenten.

In 2007 worden de volgende specifieke activiteiten uitgevoerd:

• Voorbereiding invoering van de kilometerprijs in 2012;

• Voortzetting gezamenlijk feitenonderzoek, waarbij de uitkomsten van de kostenmonitor een belangrijke plaats innemen. Dit moet leiden tot een concept voorstel van de wet en een concept implementatiestrategie;

• Uitwerken van versnellingsprijs en tolprojecten;

• Uitwerken onderzoek Anders Organiseren Wegbeheer.

De Tweede Kamer wordt op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen met behulp van halfjaarlijkse voortgangsrapportages. Indien op enig moment parlementaire besluitvorming gewenst is, wordt dit separaat voorgelegd.

Op dit moment is er voor de uitvoering van de in het Werkprogramma genoemde activiteiten budget gereserveerd tot en met 2007. Op basis van parlementaire besluitvorming wordt de budgetreservering voor Anders Betalen voor Mobiliteit nader bezien.

Binnen het FES is € 100 mln gereserveerd voor dekking van de initiële kosten van de voorfase van prijsbeleid.

17.05 Zuiderzeelijn

Motivering

Na het TCI debat heeft de Tweede Kamer in juni 2005 ingestemd met het Plan van Aanpak voor de Structuurvisie Zuiderzeelijn. In het najaar 2006 wordt een standpunt van het kabinet verwacht over de definitieve structuurvisie Zuiderzeelijn.

Producten

De Structuurvisie Zuiderzeelijn heeft als doel de discussie over de nut- en noodzaak van het project en de besluitvorming hierover te faciliteren.

Nut en noodzaak van een Zuiderzeelijn tussen Schiphol en Groningen zijn niet aangetoond in de Structuurvisie. De ruimtelijke en economische meerwaarde zijn zeer beperkt.

Het kabinet wil wel investeren in sterke projecten die de Nederlandse economie versterken. Voor het Noorden gaat het om maatregelen voor de verdere transitie naar een meer kennisgerichte economie en het verbeteren van de regionale bereikbaarheid. Voor de Noordvleugel wil het kabinet de gesignaleerde knelpunten in het openbaar vervoer oplossen ter versterking van de internationale concurrentiepositie.

Het Rijk heeft tot op heden voor de realisatie van een snelle verbinding € 2,87 mld (prijspeil 2006, NCW 2010) gereserveerd. De nieuwe allocatie van deze reservering maakt onderdeel uit van definitieve besluitvorming over de Structuurvisie Zuiderzeelijn in 2006.

Projectoverzicht 17.05 Zuiderzeelijn

Zuiderzeelijn Planstudie IF 17.05.01
Bedragen in € mlnRamingBudgetPlanningUitvoering
Projectomschrijvingmin.max.taakstellend200520062007200820092010laterperiode
CATEGORIE 1           
 
Projecten (inter)nationaal           
Zuiderzeelijn 2 870   tn1    pm
Totaal categorie 1 2 870         

1 Afhankelijk van de uitkomst van de besluitvorming op basis van de Structuurvisie Zuiderzeelijn (ZZL).

Gezien de recente ontwikkelingen is er op dit moment nog geen duidelijkheid over het vervolg van het project.

Legenda

tn trajectnota of projectnota

18 Overige uitgaven

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Met de aan Railinfrabeheer BV – onderdeel van ProRail BV – (18.5) verstrekte lening worden middelen beschikbaar gesteld om de doelstellingen die betrekking hebben op het onderhoud van het spoor, zoals beschreven in artikel 34 Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden van de begroting van VenW (Hoofdstuk XII), uit te voeren.

De doelstellingen van het Intermodaal Vervoer zijn opgenomen in Hoofdstuk XII van de begroting van Verkeer en Waterstaat. Het produktartikel heeft betrekking op beleidsartikel 35, Mainport en logistiek.

Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
18. Overige uitgaven2005200620072008200920102011
Verplichtingen 48 74545 31843 31543 77126 643508 986
Uitgaven115 64549 35949 07545 43743 77242 862525 233
18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen       
18.02 Bodemsanering       
18.03 Intermodaal vervoer2 0115 8815 3952 539466  
18.04 Gebiedsgerichte aanpak (Noordvleugel)2961 8361 020    
18.05 Railinfrabeheer108 26135 79736 76836 66736 82636 650519 678
18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise5 0775 8455 8926 2316 4806 2125 555
18.07.01 Nationale basisform.voorz. en ov. uitgaven5 0495 3155 3605 7005 9486 2125 555
18.07.02 Subsidies algemeen28530532531532  
Van totale uitgaven       
Apparaatsuitgaven: 210     
Baten-lastendiensten 5 8185 8656 2046 4536 2125 555
Restant115 64543 33143 21039 23337 31936 650519 678
18.09 Ontvangsten       
Ontvangsten108 26135 79736 76836 66736 82636 650519 678
18.10 Ontvangsten       
Voordelig saldo 231 178     
kst-30800-A-2-11.gif

De doelstelling 18.01 en 18.05 zijn technisch van aard (zie ook ontvangsten). De budgetflexibiliteit is hierbij dan ook niet van toepassing. Ten laste van doelstelling 18.02 Bodemsanering worden met ingang van 2005 geen uitgaven meer verricht.

18.01 Saldo van afgesloten rekeningen

Motivering

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

Producten

18.03 Intermodaal vervoer

Motivering

Stimulering van spoor en binnenvaart, waardoor de aantrekkelijkheid van deze modaliteiten voor marktpartijen zal toenemen, biedt de mogelijkheid om de capaciteit van het infrastructurele netwerk beter te benutten. VenW levert door middel van onderzoek en financiering in particuliere initiatieven een bijdrage om de benutting van deze modaliteiten te stimuleren.

Producten

Terminalbeleid

Uit de Economische Impact Studie Railgoederenvervoer (EISR) studie blijkt dat er een behoefte bestaat aan enkele grote terminals op de primaire assen van het spoornetwerk, voornamelijk ten behoeve van het faciliteren van de overslag van weg naar spoor en omgekeerd, maar ook ten behoeve van het accommoderen van innovatieve mogelijkheden als «trailers-on-trains». Nieuwe industriegebieden, zoals Maasvlakte II, dienen te worden ontsloten.

De groei van het containervervoer via rails vanaf het Rotterdamse havengebied kan leiden tot capaciteitsknelpunten op de Railservicecentra. Onderzocht zal worden of, en zo ja, wanneer er op korte dan wel middellange termijn capaciteitsknelpunten zullen ontstaan en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze knelpunten op te heffen.

Subsidieregeling Openbare Inland Terminals (SOIT)

Doel van de Subsidieregeling Openbare Inland Terminals was het bieden van de mogelijkheid om de capaciteit van het infrastructurele netwerk optimaal te benutten. Door het verstrekken van subsidies aan de openbare overslagterminals is het terminalnetwerk versterkt en is een modal shift gestimuleerd. Met behulp van deze subsidies zijn nieuwe openbare overslagterminals gerealiseerd en is de capaciteit van bestaande overslagterminals vergroot. De SOIT is tussentijds geëvalueerd en de Minister heeft in 2003 besloten de regeling niet in zijn huidige vorm te verlengen. De looptijd van de Subsidieregeling Openbare Inland terminals is per 1 januari 2004 verstreken. Alle ingediende aanvragen zijn inmiddels in beschikkingen vastgelegd. De afwikkeling van alle gehonoreerde projecten zal afhankelijk van de planning en uitvoering naar verwachting doorlopen t/m 2009.

Meetbare gegevens

Intermodaal Vervoer

Omdat uit een in 2003 ter beschikking gekomen evaluatieonderzoek (Evaluatie Subsidieregeling Openbare Inland Terminals, Decisio B.V., Amsterdam, 5 december 2002) is gebleken dat de doelstelling van een landelijk dekkend terminalnet is bereikt, is de eerder gebruikte prestatie-indicator komen te vervallen.

Projectoverzicht 18.03 Intermodaal Vervoer

Intermodaal vervoer Realisatie IF 18.03.01
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
Multi- en modaalvervoer            
Regionale terminals212115123    diversdivers
Totaal categorie 021 151230     
Ruimte voor planstudies   53       
Begroting (IF 18.03.01)   6530     

18.04 Gebiedsgerichte aanpak (Noordvleugel)

Motivering

De Nota’s Ruimte en Mobiliteit stellen de uitvoering van het beleid centraal waardoor de prioriteit komt te liggen bij praktisch uit te voeren gebiedsgerichte plannen. Het kabinet heeft er voor gekozen om de uitvoering van projecten in een viertal gebieden in Nederland via een samenhangend programma te organiseren.

In de Nota Ruimte worden deze gebieden aangeduid:

1. de Noordvleugel;

2. de Zuidvleugel van de Randstad;

3. Zuidoost Brabant/Noord Limburg;

4. het Groene Hart.

Elk programma wordt door een ander ministerie gecoördineerd, waarbij VenW verantwoordelijk is voor het programma Noordvleugel.

De overzichtsconstructie van het Noordvleugelprogramma is als bijlage bij de begroting opgenomen.

Producten

De samenhang tussen infrastructuur en overige ruimtelijke ontwikkelingen doet zich vooral in de Noordvleugel sterk voor. De projecten die in het Noordvleugelprogramma zijn opgenomen zijn deels ruimtelijke ontwikkelingsprojecten (verstedelijking) die door VROM worden getrokken, en deels infrastructurele projecten waarvoor VenW verantwoordelijk is. Het gaat om de volgende projecten:

• Mainport Schiphol (zie HXII, art. 35.1, landzijdige ontsluiting luchthaven IF 12 en 13);

• Planstudie weg Schiphol–Almere (zie IF 12);

• Zuiderzeelijn (zie IF 17.05);

• NSP Amsterdam Zuidas (zie IF 13 en IF 12 voor A10);

• Verkenning Utrecht (zie IF 12.05.01);

• De projecten «Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer», «Almere» en «Verstedelijking Utrecht» (deze drukken op de VROM begroting (HXI)).

18.05 Railinfrabeheer

Motivering

De aandelen van Railinfrabeheer B.V. (als onderdeel van Rail Infra Trust (RIT)) zijn per 1 juli 2002 overgedragen aan de Staat der Nederlanden. ProRail BV kan met ingang van 1 januari 2001 niet meer voorzien in de financiering van de investeringen door het aantrekken van leningen op de kapitaalmarkt. Daarom was de mogelijkheid geschapen dat ProRail gebruik kon maken van zogenaamde schatkistleningen via een lening van het ministerie van Financiën aan VenW.

Producten

Op dit onderdeel wordt de rente over en aflossing van deze schatkistleningen verantwoord die in de periode 2001/2002 zijn verstrekt aan ProRail. Het betreft hier de leningen die door het Ministerie van Financiën aan VenW beschikbaar zijn gesteld om vervolgens door VenW aan ProRail te worden uitgeleend. In totaal is op deze wijze € 806 mln aan ProRail beschikbaar gesteld (€ 483 mln in 2001 en € 323 mln in 2002). De aflossingen vinden plaats in 2011 en 2012.

De uitgaven betreffen de betalingen van rente (en aflossing) van VenW aan Financiën en de ontvangsten betreffen de betalingen van rente (en aflossing) door ProRail aan VenW. In 2005 is € 65 mln vervroegd afgelost, conform afspraken in het voorjaarnota overleg 2005 tussen de bewindslieden van VenW en Financiën. De resterende schuld aan Financiën bedraagt dan € 741 mln.

18.07 Modaliteitsafhankelijke kennis en expertise

Motivering

De nationale basisinformatievoorziening heeft betrekking op het verzamelen, bewerken en verstrekken van gegevens voor een limitatief aantal informatiebestanden betreffende de waterstaatkundige toestand van het land, het verkeer te water en het wegverkeer. Het gaat om taken die wettelijk bij Rijkswaterstaat zijn neergelegd en gelden als standaard voor gebruik in Nederland.

Producten

Voorbeelden van nationale basisinformatie zijn:

• Informatiebestanden betreffende de geometrische infrastructuur in Nederland zoals het NAP-peilmerkennet waarmee belangrijke hoogte(laagte)verschillen worden beoordeeld of het Actief GPS Referentiesysteem (AGRS.nl) dat de basis vormt voor een betrouwbaar en uitermate nauwkeurig gebruik van GPS in Nederland;

• Opstellen van waterstandsverwachtingen en geven van stormvloedwaarschuwingen aan beheerders van waterkeringen en anderen aan de hand van berekeningen met atmosferische modellen en waterbewegingsmodellen, gekoppeld aan meetgegevens uit verschillende automatische meetnetten.

De overige uitgaven betreffen de uitgaven voor grensoverschrijdend netwerkoverleg.

19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord, die ten laste van de begroting van Verkeer en Waterstaat komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting 2006 van Verkeer en Waterstaat (XII).

Het productartikel is gerelateerd aan artikel 39 Bijdragen aan het Infrastructuurfonds.

Daarnaast wordt op dit artikel de bijdrage ten laste van het Fonds Economische Structuurversterking (FES) verantwoord.

Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
19. Bijdragen andere begrotingen Rijk2005200620072008200920102011
Ontvangsten5 840 2605 898 2236 816 4247 082 7907 252 7907 497 6076 089 343
19.09 T.l.v. begroting VenW4 383 9314 222 5464 756 6835 234 8645 398 1385 499 4595 379 019
19.10 T.l.v. FES1 456 3291 675 6772 059 7411 847 9261 854 6521 998 148710 3241

1 Vanaf 2011 zijn er voor een drie tal projecten/programma’s binnen het FES gelden gereserveerd op artikel 15 Projecten in voorbereiding. Dit zijn: PMR, de Noordvleugel incl Zuidas en envelop Nota Mobiliteit. Ondanks dat er overeenstemming is over de totale reservering in het FES voor deze programma’s, kunnen deze gelden op dit moment nog niet aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit omdat formeel het vrijgeven, dus de verwerking in de begroting, pas kan plaatsvinden als deze projecten voldoende zijn uitgewerkt en/of er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.

19.09 Ten laste van begroting VenW

Motivering

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

19.10 Ten laste van het FES

Motivering

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

Producten

In de volgende tabel wordt de bijdrage uit het FES uitgesplitst naar de verschillende categorieën van projecten.

Uitsplitsing bijdrage FES (x € 1 000)
 200620072008200920102011
Betuweroute7 4483 840     
HSL-Zuid78 517859    
Impuls f 1,9 mld31 4924 764     
12 mld impuls509 6821 095 312974 5421 067 0531 064 020 
Bor444 761316 825237 178230 839343 039 
FES-bruggetje275 042294 769284 563226 369193 912200 000
Voorfinanciering GIS  – 32 000– 33 000– 34 000  
Fileplan ZSM246 000246 000246 000246 000246 000246 000
BISK/Proces en systeem innovatie2 6102 6102 0303 890   
A2 Maastricht18 0005 0005 0005 0005 000 
Amsterdam Zuid-as  15 00025 00060 000 
Versterking dijken (amendement 18 Snijder-Hazelhoff)50 000     
Compartimentering dijken5001 000500   
Haaglanden 1 5001 000500   
Benutting HWN: Progr. Filevermindering8 21241 08615 702    
Benutting HWN: DVM 20 00030 000    
Benutting Spoor: Moordrecht   10 00010 000  
FES kasschuif met IF:      
– Versnelling hoofdwegen3 41426 17520 411  102 324
– Versnelling onderhoud weg en spoor     107 000
– Verbetermaatregelen waterkeringen  28 00023 00058 176 
– Zwakke schakels  20 00050 0005200055 000
Totaal art 19.101 675 6772 059 7411 847 9261 854 6521 998 148710 3241

1 Zie opmerking bij tabel «Budget, gevolgen van uitvoering».

5. VERDIEPINGSHOOFDSTUK

11 Hoofdwatersystemen

Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
11 Hoofdwatersystemen200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 2006473 648516 258590 764637 267632 061632 276
Mutatie NvW 2006      
Mutatie amendement 200650 000     
1e suppletore wet 2006156 1869 664– 7 457– 9 210– 77– 77
Nieuwe mutaties– 7 1844 86991 800115 781168 74987 176
Stand ontwerpbegroting 2007672 650530 791675 107743 838800 733719 375
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
 200620072008200920102011
amendement      
1. amendement Sneijder-Hazelhoff50 000     
nieuwe mutaties:      
2. Loonbijstelling2 1571 6901 8971 9862 0541 852
3. Prijsbijstelling3 7473 9654 3924 7644 8164 534
4. Nederlek 4 9143 5503 3549 380 
5. Herfasering depot Hollands Diep 1 991– 5 1563 165  
6. Aanpassing planning H&I-programma 6 0006 000– 12000  
7. Verdrogingsgelden – 3 600– 3 600– 3 600– 3 600 
8. Haaglanden uit FES 1 5001 000500  
9. Compartimentering dijken uit FES5001 000500   
10. Verwerking leenfaciliteit– 3 966– 3 3541 7833 0163 5922 767
11. Uitvoeringscontracten– 7 200     
12. Aanbestedingsresultaten – 6 650– 6 650– 3 325–3 192 
13 Waterveiligheid uit aanbestedingsresultaten  21 00025 00024 000 
14 Waterveiligheid uit FES kasschuif met IF  28 00023 00058 176 
15 Exogene toevoeging voor waterveiligheid  25 00025 00025 00025 000
16 Zwakke schakels  20 00050 00052 00055 000
17 Overig mutaties– 2 422– 2 587– 5 916– 5 079–3 477– 1 977
Totaal– 7 1844 86991 800115 781168 74987 176

Amendement:

ad 1. Door middel van amendement 18 van het lid Snijder-Hazelhoff wordt € 50 mln uit het FES overgeheveld voor het aanpakken van zwakke schakels kust en het versterken van dijken.

Nieuwe mutaties:

ad 2/3. Betreft de loon- en prijsbijstellingsstranche

ad 4. Betreft de bijstelling voor de uitvoering van het project Nederlek.

ad 5. In verband met het aansluiten op de nieuwe planning van de aannemer vindt er t.a.v. de herfasering depot Hollands Diep een kasschuif plaats.

ad 6. Betreft een ramingsbijstelling van het H&I-programma in verband met voorbereidingsmaatregelen voor de ecologische doelen van de Kaderrichtlijn Water.

ad 7. Overheveling van verdrogingsgelden naar het ILG-budget bij LNV.

ad 8. In de jaren 2007 t/m 2009 wordt totaal € 3 mln. uit het FES toegevoegd voor de kennisontwikkeling van het Haaglanden initiatief. Binnen Haaglanden bestaat de doelstelling om wateroverlast te voorkomen/verminderen. Met het project worden innovaties en kennis ontwikkeld, die doorvertaald worden naar andere regio’s (in verstedelijkte delta’s) in binnen- en buitenland en die de internationale marktpositie van bedrijven en kennisinstituten in de watersector vergroot.

ad 9. In de jaren 2006 t/m 2008 wordt totaal € 2 mln. uit het FES toegevoegd en is bestemd voor een verkenningstudie naar compartimentering van dijken bij Den Bosch en langs het Amsterdam Rijn Kanaal ter bescherming van vitale infrastructuur van nationaal belang bij een overstroming.

ad 10. Rijkswaterstaat is per 1 januari 2006 een baten-lastendienst geworden. Als baten-lastendienst heeft RWS een (initiële) lening afgesloten bij het Ministerie van Financiën voor de financiering van de activa. Daarnaast doet RWS een beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën voor nieuwe investeringen. Zowel de initiële lening als het beroep op de leenfaciliteit voor nieuwe investeringen is in deze begroting verwerkt.

ad 11. Betreft de bijdrage van VenW aan het ministerie van LNV voor diverse uitvoeringscontracten op het gebied van veiligheid natte natuur.

ad 12/13 De herijking van de in 2004 berekende aanbestedingsresultaten heeft geleid tot een additioneel verwacht aanbestedingsresultaat van € 149 miljoen over de periode 2005 tot en met 2010. Dit bedrag wordt ingezet voor aanpak maatregelen primaire waterkeringen, de uitkomsten van de netwerkanalyses en het Programma Filevermindering.

ad 14 Betreft een verschuiving van middelen om voortvarend te kunnen starten met de noodzakelijke verbetermaatregelen voor waterkeringen. Dit op basis van de uitkomsten van de wettelijke (2e) toetsing op de waterkeringen. Deze kasschuif loopt via het FES (zie verdiepingsbijlage art 19.10).

ad 15 Door het kabinet is € 100 mln. vrijgemaakt om voortvarend te kunnen starten met de noodzakelijke verbetermaatregelen voor de waterkeringen. Dit op basis van de uitkomsten van de wettelijke (2e) toetsing op de waterkeringen.

ad 16 De middelen ten behoeve van de bijdrage van VenW voor de aanpak van de zwakke schakels aan de kust worden meer in lijn gebracht met de meest actuele inzichten in de planningen van de provincies. Deze kasschuif loopt via het FES (zie verdiepingsbijlage art 19.10).

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
11 Hoofdwatersystemen200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 20066 1561 2939666666 
Mutatie NvW      
Mutatie amendement      
1e suppletore wet 2006      
Nieuwe mutaties      
Stand ontwerpbegroting 20076 1561 29396666660

12 Hoofdwegennet

Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
12 Hoofdwegennet200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 20062 542 9512 784 8812 918 3622 686 2202 797 9751 793  891
amendement nr. 43, lid Gerkens cs.– 50 000     
1e suppletore wet 2006– 542 563194 833242 062343 740144 928– 56 315
Nieuwe mutaties– 68 252– 224 673184 603106 24137 061– 363 917
Stand ontwerpbegroting 20071 882 1362 755 0413 345 0273 136 2012 979 9641 373 659
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1000)
Verplichtingen/uitgaven200620072008200920102011
1 Lening aan B&O Hoofdvaarwegennet– 45 000 45 000    
2 Lening tbv verdieping IJ-geul hoofdvaarwegennet– 2 142   2 142 
3 Lening aan het Delta-instituut– 7 000   7 000 
4 Luchtproblematiek– 47 243– 319 56585 16185 000 65 770
5 Oplossen kasritmeproblematiek IF  – 18 4061 3114 122– 23 436
6 FES: Ondertunneling A2 Maastricht9 000  5 0005 000 
7 Desaldering rw34 Omleiding Ommen 14 000    
8 Verwerking leenfaciliteit RWS– 16 736– 16 0455 3979 40211 5808 611
9 Benutting HWN: Programma Filevermindering15 6715200619 993    
10 Benutting HWN: Dynamisch verkeersmanagement 20 00030 000   
11 Aanbestedingsresultaten – 38 300– 38 300– 19 150– 18 384 
12 Extrapolatiebijstelling     – 608 097
13 Netwerkanalyses 37 00029 000   
14 Versnelling BenO     67 000
15 Hoofdwegen aanleg     102 324
16 Loonbijstelling 20066 0465 2785 0664 7544 8824 401
17 Prijsbijstelling 200619 34720 95421 69219 92520 72019 510
Overige mutaties– 195– 0– 0– 0– 0 
Totaal– 68 252– 224 673184 603106 24137 061– 363 917

ad 1. Het gaat hier om een intertemporele verschuiving met het basispakket B&O Hoofdvaarwegennet (artikel 15). De terugbetaling geschiedt in 2008. Met deze kasschuif kan RWS beter aan de prestaties zoals opgenomen in de SLA’s voldoen.

ad 2. Dit betreft een intertemporele verschuiving met het artikel Hoofdvaarwegennet voor de financiering van de verdieping van de IJ-geul.

ad 3. Voor de financiering van de oprichting van het Delta-instituut (hoofdstuk XII) vindt een intertemporele verschuiving plaats uit het realisatieprogramma hoofdwegennet met terugbetaling in 2010.

ad 4. Door de problematiek rond de luchtkwaliteit is het kasritme van de hoofdwegenprojecten aangepast.

ad 5. Deze mutatie is aangebracht voor de oplossing van kasritmeproblematiek op het IF.

ad 6. Dit betreft de bijdragen uit het FES ten behoeve van de ondertunneling A2-Maasticht. Totaal is € 38 mln door het FES toegezegd. Dit is deels al verwerkt in eerdere begrotingen. Het restant wordt nu verwerkt.

ad 7. Van de regio wordt in 2007 een bijdrage ontvangen in de Rw34 Omleiding Ommen.

ad 8. Rijkswaterstaat is per 1 januari 2006 een baten-lastendienst geworden. Als baten-lastendienst heeft RWS een (initiële) lening afgesloten bij het Ministerie van Financiën voor de financiering van de activa. Daarnaast doet RWS een beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën voor nieuwe investeringen. Zowel de initiële lening als het beroep op de leenfaciliteit voor nieuwe investeringen is in deze begroting verwerkt.

Ad 9. Het «Programma Filevermindering» is in 2006 gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen met andere maatregelen die snel realiseerbaar zijn. Daarvoor zijn in korte tijd duizenden ideeën gegenereerd, waaruit een selectie voortkwam van de meest kansrijke en meest effectieve maatregelen.

Ad 10. Met het investeringsprogramma voor meer dynamisch verkeersmanagement kunnen verkeersstromen afhankelijk van de drukte gerichter worden gestuurd met als doel optimale benutting van de beschikbare infrastructuur. Het totale op te stellen programma heeft weliswaar een looptijd tot 2020, maar VenW wil in 2007 een voortvarende start maken met enkele quick wins zoals signalerings- en monitoringsmaatregelen.

Ad 11. De herijking van de in 2004 berekende aanbestedingsresultaten heeft geleid tot een additioneel verwacht aanbestedingsresultaat van € 149 miljoen over de periode 2005 tot en met 2010. Dit bedrag wordt ingezet voor waterveiligheid, de uitkomsten van de netwerkanalyses en het Programma Filevermindering.

Ad 12. De reservering in het FES voor de Noordvleugel (incl. Zuidas) en de enveloppe Nota Mobiliteit kunnen op dit moment nog niet aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit omdat formeel het vrijgeven, en daarmee de verwerking in de begroting, pas kan plaatsvinden als deze projecten voldoende zijn uitgewerkt en/of er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.

Ad 13. De regionale netwerkanalyses voor de belangrijkste stedelijke gebieden moeten inzicht bieden in de beste manieren om bestaande en toekomstige knelpunten in de verbindingen van deur-tot-deur op te heffen, met gebruik van verschillende vervoerwijzen en door een betere samenhang tussen lokale, regionale en nationale infrastructuur waarbij de inzet is de toegang tot de steden te verbeteren. Met dit bedrag kan een nader te bepalen selectie van maatregelen die uit de netwerkanalyses komen, worden uitgevoerd.

Ad 14. In de uitkomsten van de Midterm Review van de plannen van aanpak Beheer en Onderhoud is aangegeven dat een verschuiving van middelen voor de sectoren spoor en weg noodzakelijk is om de beschikbare middelen beter te laten aansluiten op het onderhoudsprogramma. Met deze kasschuif geeft VenW hieraan een eerste gedeeltelijk invulling. Deze kasschuif loopt via het FES (zie verdiepingsbijlage art 19.10).

Ad 15. Betreft een verschuiving van middelen binnen het aanleg wegen programma om de middelen beter te laten aansluiten bij het actuele programma. Deze kasschuif loopt via het FES (zie verdiepingsbijlage art 19.10). ad 16/17. Dit betreft de loon- en prijsbijstelling tranche 2006.

ad 16/17. Dit betreft de loon- en prijsbijstelling tranche 2006.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
12 Hoofdwegennet200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 200632 76426 40394 52722 0017 665 
1e suppletore wet 2006– 3 700     
Nieuwe mutaties 14 000    
Stand ontwerpbegroting 200729 06440 40394 52722 0017 665 
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1000)
ontvangsten200620072008200920102011
1. rw34 omleiding Ommen 14 000    
Totaal 14 000    

ad 1. Zie hiervoor het gestelde onder de uitgaven (ad 7.).

13 Spoorwegen

Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
13 Spoorwegen200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 20061 775 8402 021 9371 910 9741 942 6171 911 9732 153 893
Amendement nr. 16, leden van Hijum en v.d. Ham105 000     
Amendement nr. 16, leden van Hijum en v.d. Ham– 105 000     
1e suppletore wet 200639 346– 38 662– 22 485292  
Nieuwe mutaties85 688404 708388 892427 682421 774450 850
Stand ontwerpbegroting 20071 900 8742 387 9832 277 3812 370 5912 333 7472 604 743
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200620072008200920102011
1. Loonbijstelling 20063 3352 8632 8812 9162 9162 630
2. Prijsbijstelling 200610 01411 53510 76011 11610 90810 270
3. Gebruiksvergoeding– 3 561– 6 909– 3 350– 4 350– 4 050– 4 050
4. Kasschuif48 000– 25 000– 23 000   
5. Van FIN: overheveling BTW 422 000401 000408 000402 000402 000
6. Van HSL: risicoreservering17 000     
7. Van WVS: Valys10 000     
8. Versnelling Ben O     40 000
9. Slimme Benuttingsmaatr. Spoor, Moordrecht   10 00010 000 
Overige mutaties900219601000
Totaal85 688404 708388 892427 682421 774450 850

ad 1 en 2. Dit betreft de loon- en prijsbijstelling tranche 2006.

ad 3. Door een verschuiving van spoorlijnen naar de decentrale overheden (BDU) en de toevoeging van een aantal spoorlijnen contractsector aan het hoofdrailnet zijn de hiermee corresponderende overboekingen doorgevoerd tussen Hoofdstuk XII (artikel 34 Vervoer conform Concessiewet en BDU) en het Infrastructuurfonds (IF 03.02 Onderhoud en vervanging). Omdat de decentrale vervoerders een gebruiksvergoeding gaan betalen aan ProRail, kan de subsidie van het Rijk aan ProRail worden verminderd. Hier tegenover staat dat afgesproken is dat de decentrale vervoerders via de BDU gecompenseerd worden voor de gebruiksvergoeding die ze aan ProRail betalen.

ad 4. Deze schuif is noodzakelijk om de middelen voor Beheer en Instandhouding beter aan te laten sluiten op de financiële behoefte van ProRail zoals die blijkt uit het beheerplan 2006.

ad 5. Tussen Financiën en VenW is afgesproken om voor de onderdelen exploitatie spoorvervoer, capaciteitsmanagement, exploitatie stad/streek vervoer en aanleg en onderhoud spoorinfra met ingang van 2007 af te stappen van verrekening van BTW door Financiën (declaratiebasis). In plaats daarvan zal de te compenseren BTW aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit geschiedt door een overheveling van de middelen vanuit de BTW-compensatieregeling van Financiën naar de begrotingen van VenW. Voor de HSL en BR blijft het oude compensatieregime gelden. Dit omdat deze projecten aflopen op korte termijn. Met name bij de BDU kan de nieuwe werkwijze leiden tot een forse administratieve lastenbesparing voor de regio en voor VenW. In plaats van aanvraag en verantwoorden kan de BTW nu immers via de verdeelsleutel worden verdeeld.

ad 6. In de 18e Voortgangsrapportage HSL is melding gemaakt van de definitieve afrekening met betrekking tot de maatregelen voor de geluidsschermen als gevolg van de vogelproblematiek. Deze is nu verwerkt.

ad 7. Het gaat hier om een overboeking vanuit VWS voor de onderuitputting 2006 op de Valys regeling (bovenregionaal vervoer van gehandicapten). Binnen VenW worden deze gelden ingezet voor maatregelen op het gebied toegankelijkheid.

Ad 8. In de uitkomsten van de Midterm Review van de plannen van aanpak Beheer en Onderhoud is aangegeven dat een verschuiving van middelen voor de sectoren spoor en weg noodzakelijk is om de beschikbare middelen beter te laten aansluiten op het onderhoudsprogramma. Met deze kasschuif geeft VenW hieraan een eerste gedeeltelijk invulling. Deze kasschuif loopt via het FES (zie verdiepingsbijlage art 19.10).

Ad 9. De maatregel betreft de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor op de spoorlijn Gouda-Rotterdam (Moordrecht). Deze spoorwegovergang is per uur 15 tot 20 minuten gesloten. In 2020 zullen naar verwachting 36 000 motorvoertuigen de spoorlijn kruisen. De belangrijkste bate is tijdwinst voor het wegverkeer. Deze uitgaven worden uit het FES gefinancierd.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
13 Spoorwegen200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 200638 20080 000101 000123 000131 000148 000
1e suppletore wet 2006      
Nieuwe mutaties– 14 100900600   
Stand ontwerpbegroting 200724 10080 900101 600123 000131 000148 000
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten200620072008200920102011
1. Ontvangsten HSA– 15 000     
Diversen900900600   
Totaal– 14 100900600000

ad 1. De gebruiksvergoeding is het door High Speed Alliance (HSA) te betalen bedrag voor het recht om vervoer aan te bieden op de HSL-Zuid alsmede het daadwerkelijke gebruik van de infrastructuur. Het betreft een exclusief recht op binnenlandsvervoer over de HSL infrastructuur. De ontvangstenderving 2006 komt voort uit de aanpassing van de begindatum van 1-oktober-2006 naar 1-april-2007.

14 Regionale, lokale infrastructuur

Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
14 Regionaal/lokale infra200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 2006327 108457 349327 839251 884294 893169 117
Amendement nr. 23 van dr Staaij cs.– 10 000     
Amendement nr. 23 van dr Staaij cs.10 000     
1e suppletore wet 2006– 27 423– 100 000– 76 910– 19 565  
Nieuwe mutaties2 163– 28 9842 2251 7352 0241 897
Stand ontwerpbegroting 2007301 848328 365253 154234 054296 917171 014
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
Verplichtingen/uitgaven200620072008200920102011
1. Overboeking naar BDU – 25 000    
2. Kasschuif chipcard – 7 000    
3. Loonbijstelling605256555550
4. Prijsbijstelling2 1483 0072 1521 6511  9351 822
Overige mutaties– 45– 4317293425
Totaal2 163– 28 9842 2251 7352 0241 897

ad 1. Het Mediapark Hilversum valt onder het BDU regime. In dit kader worden de middelen nu overgeboekt naar de BDU (hoofdstuk XII).

ad 2. Deze intertemporele kasschuif maakt onderdeel uit van de afspraken die zijn gemaakt omtrent de chipcard. Zie ook de toelichting bij artikel 39 van de begroting van VenW (XII).

ad 3/4. Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstellingstranche 2006.

15 Hoofdvaarwegennet

Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
15 Hoofdvaarwegennet200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 2006452 210536 417587 278592 605642 193712 486
amendement nr. 43, lid Gerkens cs.50 000     
1e suppletore wet 200616 548– 17 367– 25 500– 23 000– 12 000– 12 000
Nieuwe mutaties49 208– 2 464– 36 91711 5159 24410 660
Stand ontwerpbegroting 2007567 966516 586524 861581 120639 437711 146
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200620072008200920102011
1. Lening van B&O droog45 000 – 45 000   
2. Prijsbijstelling tranche 20063 3584 0034 4104 4604 8754 591
3. Loonbijstelling tranche 20062 5422 6182 8933 0053 1832 869
4. Verdieping IJgeul2 142   – 2 142 
5. Verwerken leenfaciliteit RWS– 5 063– 5 8963 9845 7156 8965 745
6. Aanbestedingen – 5 050– 5 050– 2 525– 2 424 
7. Overige mutaties1 2291 8611 846860– 1 144– 2 545
Totaal49 208– 2 464– 36 91711 5159 24410 660

ad 1. Dit betreft een leenconstructie met het artikel 12 Hoofdwegennet. De terugbetaling geschiedt in 2008.

ad 2/3. Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2006.

ad 4. Dit betreft een leenconstructie met het artikel 12 Hoofdwegennet ten behoeve van de verdieping IJ-geul. De terugbetaling geschiedt in 2010.

ad 5. Rijkswaterstaat is per 1 januari 2006 een baten-lastendienst geworden. Als baten-lastendienst heeft RWS een (initiële) lening afgesloten bij het Ministerie van Financiën voor de financiering van de activa. Daarnaast doet RWS een beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën voor nieuwe investeringen. Zowel de initiële lening als het beroep op de leenfaciliteit voor nieuwe investeringen zijn in deze begroting verwerkt.

ad 6. De herijking van de in 2004 berekende aanbestedingsresultaten heeft geleid tot een additioneel verwacht aanbestedingsresultaat van € 149 miljoen over de periode 2005 tot en met 2010. Dit bedrag wordt ingezet voor maatregelen voor aanpak primaire waterkeringen, de uitkomsten van de netwerkanalyses en het Programma Filevermindering.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
15 Hoofdvaarwegennet200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 200622 73213 52312 62312 92314 323962
Mutatie NvW      
Mutatie amendement      
1e suppletore wet 2006– 1 984     
Nieuwe mutaties – 1 000– 1 000– 1 000– 1 000– 962
Stand ontwerpbegroting 200720 74812 52311 62311 92313 3230
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1000)
ontvangsten200620072008200920102011
Overige mutaties – 1 000– 1 000– 1 000– 1 000– 962
Totaal – 1 000– 1 000– 1 000– 1 0000

16 Megaprojecten niet verkeer en vervoer

Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
16 Megaprojecten niet verkeer en vervoer2005200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 2006 86 05471 215148 482257 342281 363354 726
Mutatie NvW 2006       
Mutatie amendement 2006       
1e suppletore wet 2006 30 57218 86700– 6920
Nieuwe mutaties 12 30947 89118 59611 6968 2027 911
Stand ontwerpbegroting 2007 128 935137 973167 078269 038288 873362 637
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
 200620072008200920102011
1. Prijsbijstelling 20065684709791 6991 8571 749
2. Kosten uitvoeringsorganisatie4 1002 50020001 0001 0001 000
3. Natuurcompensatie tranche II   2 5002000 
4. Voorfinanciering prijsbijstelling1 02581912520465 
5. Kasschuif Ruimte voor de Rivier1 45542 18714 0324 8662 194 
6. Overige mutaties5 1611 9151 4601 4271 0865 162
Totaal12 30947 89118 59611 6968 2027 911

ad 1. Deze mutatie betreft de toevoeging van prijscompensatie 2006.

ad 2. Deze mutatie betreft de financiering van de Uitvoeringsorganisatie; deze valt als gevolg van de activiteiten (onderzoek, inhuur experts, juridische adviezen, communicatie, drukwerk etc.) in het kader van het PKB-hersteltraject hoger uit dan aanvankelijk begroot.

Met deze mutatie wordt tevens het budget voor de Uitvoeringsorganisatie in de periode 2007 t/m 2013 op een voldoende peil gebracht. Budget is onder meer benodigd voor voortgangsrapportages, informatievoorziening, audits, communicatie, publieksvoorlichting, juridische expertise, technische expertise, coördinatie, risicomanagement, planning.

ad 3. Dit betreft een intertemporele schuif ten behoeve van de financiering van Natuurcompensatie tranche ll.

ad 4. De opgenomen reeks heeft betrekking op de door VenW voorgefinancierde prijsbijstelling (prijspeil 2005), die door het Fonds Economische Structuurversterking weer aan de begroting van het Infrastructuurfonds (ontvangstenartikel 19.10) wordt toegevoegd.

ad 5. Bij de 1e suppletore wet is € 25,5 mln van het Amendement Gerkens c.s. (Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 A, nr. 43), overgeboekt naar Ruimte voor de Rivier. Voor de doorwerking van de opgestarte projecten worden in deze begroting uit 2015 en 2016 gelden naar voren gehaald.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
16 Megaprojecten niet verkeer en vervoer2005200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 200600000020 000
Mutatie NvW       
Mutatie amendement       
1e suppletore wet 2006       
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 200700000020 000

17 Megaprojecten verkeer en vervoer

Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
17 Megaprojecten verkeer en vervoer200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 2006644 583206 38212 978216 563222 311287 832
1e suppletore wet 2006119 238106 1444 666   
Nieuwe mutaties– 43 79126 09425 088– 148 57181 46721 382
Stand ontwerpbegroting 2007720 030338 62042 73267 992303 778309 214
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
Verplichtingen/uitgaven200620072008200920102011
1. Kasschuif ZZL 25 00025 000– 150 00080 00020 000
2. Meevaller VGR nr 18 Betuweroute– 25 000     
3. Overboeking HSL vogelproblematiek– 17 000     
4. Desaldering: correctie saldo 2005– 6 000     
5. Prijsbijstelling4 2361 362511 4141 4671 382
6. Loonbijstelling11     
Overige mutaties– 38– 268371500
Totaal– 43 79126 09425 088– 148 57181 46721 382

ad 1. Deze kasschuif binnen het budget Zuiderzeelijn is aangebracht ten behoeve van de kasproblematiek op het Infrafonds.

ad 2. Door middel van de 18e voortgangsrapportage is de Kamer reeds geïnformeerd over deze meevaller bij de Betuweroute. Deze wordt ingezet voor een kortingsregeling bij spoor goederenvervoer voor de stijging van de tarieven Gebruiksvergoeding op artikel 13.

ad 3. In de 18e voortgangsrapportage HSL is melding gemaakt van de definitieve afrekening met betrekking tot de maatregelen voor de geluidsschermen als gevolg van de vogelproblematiek. Dit wordt nu verwerkt door middel van een overboeking naar artikel 13 (afdekking risico’s spoorprogramma’s).

ad 4. Dit betreft een technische uitgaven/ontvangstenboeking om het voordelig saldo 2005, dat bij Voorjaarsnota 2006 geheel aan de uitgavenkant was verwerkt, alsnog juist in de begroting te verwerken.

ad 5. en 6 Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstellingstranche 2006.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
17 Megaprojecten verkeer en vervoer200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 200633 988     
1e suppletore wet 20069 276     
Nieuwe mutaties– 6 000     
Stand ontwerpbegroting 200737 26400000

Zie het gestelde onder de uitgaven (ad 4.)

18 Overige uitgaven

Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
18 Overige uitgaven200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 200650 11450 84548 33346 59829 93229 300
1e suppletore wet 20063 5571 577383466  
Nieuwe mutaties– 4 312– 3 347– 3 279– 3 29212 930495 933
Stand ontwerpbegroting 200749 35949 07545 43743 77242 862525 233
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200620072008200920102011
1. Rentevrijval– 4 418– 3 458– 3 457– 3 467– 3 467– 3 467
2. Correctie aflossing     483 000
3. Correctie rente    16 21916 247
4. Loonbijstelling736547494843
5. Prijsbijstelling114126102706763
Overige mutaties– 81– 8029566347
Totaal– 4 312– 3 347– 3 279– 3 29212 930495 933

ad 1–3. In 2005 is een deel van de schatkistleningen van ProRail, die via de IF begroting lopen, vervroegd afgelost in het kader van de schuldreductie ProRail. De nu opgenomen mutaties zijn opgebouwd uit de rentevrijval als gevolg van de vervroegde aflossing en correcties voor nog niet in de begroting opgenomen aflossing en rente. Het betreft de 806 mln aan leningen aan ProRail die via VenW/IF lopen. In 2011 en 2012 lopen deze leningen af. Dat betekent dat ProRail deze aan VenW moet terugbetalen (ontvangst) en dat VenW deze aan Financiën terugbetaalt (uitgave).

ad 4/5. Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstellingstranche 2006.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
18 Overige uitgaven200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 200640 21540 22640 12440 29323 89823 898
1e suppletore wet 2006      
Nieuwe mutaties– 4 418– 3 458– 3 457– 3 46712 752495 780
Stand ontwerpbegroting 200735 79736 76836 66736 82636 650519 678

Voor de toelichting wordt verwezen naar het gestelde onder het uitgavenartikel.

19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

19.09 Ten laste van begroting Verkeer en Waterstaat

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
19.09 Ten laste van begroting VenW200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 20064 745 4544 553 0804 560 8544 666 6614 762 7774 888 802
1e suppletore wet 2006– 552 129113 590114 759292 723132 159– 68 392
Nieuwe mutaties29 22189 993559 251438 754604 523558 609
Stand ontwerpbegroting 20074 222 5464 756 6635 234 8645 398 1385 499 4595 379  019

Voor de toelichting wordt verwezen naar het gestelde onder artikel 39 in de Verdiepingsbijlage bij de begroting van VenW (XII).

19.10 Ten laste van het Fonds Economische Structuurversterking

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
19.10 Ten laste van het fonds economische structuurversterking200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 20061 500 7911 931 4031 732 3131 766 1521 872 972446 000
amendement nr. 18, lid Snijder-Hazelhoff50 000     
1e suppletore wet 2006 103 7604 699   
Nieuwe mutaties21 126123 639115 61388 500125 176264 324
Stand ontwerpbegroting 20071 675 6772 059 7411 847 9261 854 6521 998 148710 324
Specificatie amendementen en nieuwe mutaties (x € 1 000)
 200620072008200920102011
Amendement      
1. Amendement nr. 18, lid Snijder-Hazelhoff50 000     
Mutaties:      
2. Compartimentering dijken5001 000500   
3. Haaglanden 1 5001 000500  
4. Ondertunneling A2 Maastricht9 000  5 0005 000 
5 FES-bruggetje 33 878    
6 Benutting HWN: Progr. Filevermindering8 21241 08615 702   
       
7 Benutting HWN: DVM 20 00030 000   
8 Benutting Spoor: Moordrecht   10 00010 000 
9 FES kasschuif met IF:3 41426 17568 41173 000110 176264 324
– Versnelling hoofdwegen3 41426 17520 411  102 324
– Versnelling onderhoud weg en spoor     107 000
– Verbetermaatregelen waterkeringen  28 00023 00058 176 
– Zwakke schakels  20 00050 0005200055 000
Totaal21 126123 639115 61388 500125 176264 324

Amendement:

ad 1. Door middel van amendement 18 van het lid Snijder-Hazelhoff wordt € 50 mln uit het FES overgeheveld voor het aanpakken van zwakke schakels kust en het versterken van dijken.

Nieuwe mutaties:

ad 2. In de jaren 2006 t/m 2008 wordt in totaal € 2 mln uit het FES toegevoegd voor een verkenningstudie naar compartimentering van dijken bij Den Bosch en langs het Amsterdam Rijn Kanaal ter bescherming van vitale infrastructuur van nationaal belang bij een overstroming.

ad 3. In de jaren 2007 t/m 2009 wordt in totaal € 3 mln uit het FES toegevoegd voor de kennisontwikkeling van het Haaglanden initiatief. Binnen Haaglanden bestaat de doelstelling om wateroverlast te voorkomen/verminderen. Met het project worden innovaties en kennis ontwikkeld die doorvertaald worden naar andere regio’s (in verstedelijkte delta’s) in binnen- en buitenland en die de internationale marktpositie van bedrijven en kennisinstituten in de watersector vergroot.

ad 4. Dit betreft de bijdrage uit het FES ten behoeve van de ondertunneling A2-Maasticht. Totaal is € 38 mln door het FES toegezegd. Dit is deels al verwerkt in eerdere begrotingen. Het restant wordt nu verwerkt.

ad 5. De nadeelcompensatie in verband met de beëindiging van de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee wordt ten laste van het Waddenfonds gebracht. Dit Waddenfonds wordt gevoed uit het FES. Nu het Waddenfonds nog niet operationeel is, wordt een gedeelte van het voor nadeelcompensatie benodigde budget vanuit het FES aan de LNV-begroting toegevoegd.

ad 6. Betreft de FES-bijdrage voor het «Programma Filevermindering». Dit programma is in 2006 gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen met andere maatregelen die snel realiseerbaar zijn. Daarvoor zijn in korte tijd duizenden ideeën gegenereerd, waaruit een selectie voortkwam van de meest kansrijke en meest effectieve maatregelen.

ad 7. Met het investeringsprogramma voor meer dynamisch verkeersmanagement (DVM) kunnen verkeersstromen afhankelijk van de drukte gerichter worden gestuurd met als doel optimale benutting van de beschikbare infrastructuur. Het totale op te stellen programma heeft weliswaar een looptijd tot 2020, maar VenW wil in 2007 een voortvarende start maken met enkele quick wins zoals signalerings- en monitoringsmaatregelen. Hiertoe is vanuit het FES € 50 mln. beschikbaar gesteld.

ad 8. Betreft de FES-bijdrage voor de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor op de spoorlijn Gouda-Rotterdam. Deze spoorwegovergang is per uur 15 tot 20 minuten gesloten. In 2020 zullen naar verwachting 36 000 motorvoertuigen de spoorlijn kruisen. De belangrijkste bate is tijdwinst voor het wegverkeer.

ad 9. Het kabinet heeft besloten € 545 mln. uit het FES aan te wenden voor onder meer de versnelling van aanleg en onderhoud infrastructuur, verbetermaatregelen waterkeren en zwakke schakels kust. De middelen vloeien in de periode na 2011 weer terug in het FES, waardoor er dan additionele ruimte in het FES ontstaat die dan weer geheel wordt ingezet voor FES-waardige projecten.

6. BIJLAGE OVERZICHTSCONSTRUCTIE NOTA RUIMTE: NOORDVLEUGEL

In de nota Ruimte is geconcludeerd dat in met name vier regio’s in Nederland het beleid van de ministeries van VenW, VROM, LNV en EZ zeer met elkaar verbonden is. Het kabinet heeft daarom besloten voor elk van deze gebieden een coördinerend bewindspersoon aan te stellen. Om de reikwijdte van die coördinerende verantwoordelijk aan te geven, wordt in de respectievelijke begrotingen van deze vier ministeries een overzichtsconstructie opgenomen van de voor de betreffende regio te nemen besluiten, de primaire verantwoordelijkheidsverdeling en de relatie met de verschillende begrotingen. Dit is het overzicht van de coördinerende verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Overzichtsconstructie Noordvleugelprogramma
CLUSTERS TE NEMEN BESLUITENVERANTWOORDELIJKHEIDS- VERDELINGBEGROTINGOPERATIONEEL DOELBEDRAG
Planstudie Schiphol-Almere     
* startnotitiefaseuitbrengen richtlijnen door Bevoegd Gezag (april 2005)Vakministerie: VenW (VROM mede-bevoegd gezag)InfrastructuurfondsIF artikel 12.05.02In 2006 wordt een besluit genomen over de financiele reserving voor dit project. Afhan- kelijk van het te kiezen alternatief variëren de ramingen van 1,240 tot 4,205 mld (prijspeil 2005). Daarnaast wordt tussen de 168 en 354 mln aan investeringskosten voorzien voor groenblauwe projecten, afhankelijk van het planstudie-alternatief waar voor gekozen wordt. Tot slot is 286 mln gereserveerd voor de A10 Zuidas (zie ook onder Zuidas). Voor de financiering van het totale Noordvleugelprogramma (planstudie, inclusief groenblauwe projecten en Zuidas) is in het FES een bedrag van maximaal 4,5 mld (prijspeil 2004) gereserveerd voor de periode 2011–2020.
* TN/MER-fase 1besluit tussen Stroomlijn- en A6/A9-alternatief op hoofdlijnen (2006)Trekker: VenW-RWS(via FES)  
* TN/MER-fase 2standpunt (2008)    
* (O)TB-faseontwerptracèbesluit (2008) en tracèbesluit (2009)    
 
Zuiderzeelijn     
StructuurvisieUitwerking structuurvisiefase op basis van medio 2005 vastgestelde plan van aanpak. Besluit over nut en noodzaak, alsmede (eventueel) vervolgproces, op basis van de defi- nitieve structuurvisie inclusief inspraak en advies (medio 2006) «Gezamenlijke verantwoordelijkheid van EZ, VROM en VenW; VenW is trekker van de structuurvisiefase»InfrastructuurfondsIF artikel 17.05Het kabinet heeft 2851 mln (pp 2005, ncw 2010) gereserveerd voor de ZZL. Regionale overheden hebben in het verleden aangegeven bereid te zijn om een financiele bijdage te leveren. In 2006 wordt ihkv de Structuurvisie per uitgewerkt alternatief een finan- cieringsoverzicht gemaakt van publieke (rijk en regio) en private financieringsmogelijk- heden. Besluit over nut en noodzaak, als- mede (eventueel) vervolgproces, op basis van de definitieve structuurvisie inclusief inspraak en advies (medio 2006)
Zuidas     
 Trajectnota/m.e.r. voor infrastructuur: spoor en A10. Op basis daarvan Standpunt over uit te werken alternatief (2006).VROM heeft «overall»-ver- antwoordelijkheid. VenW is verantwoordelijk voor Tracè/MER (i.o.m. VROM) en is opdrachtgever voor het infrastructuurdeel. InfrastructuurfondsIF artikel 13.05.01Totaal € 406 mln voor:NSP Station (planstudie) € 91 mln (pp. 2006)A’dam Zuid WTC (planstudie € 315 mln (pp. 2006)
   Infrastructuurfonds (via claim FES-claim voor Noordvleugel)IF artikel 12.05«Totaal 286 mln (A10, flanken A10 en weggerelateerde risico’s). De A10 Zuidas maakt geen direct onderdeel uit van de planstudie Schiphol-Almere maar ligt wel in het studiegebied van deze planstudie. Keuzes voor oplossingen in de planstudie Schiphol-Almere hebben vekeerskundige relaties met (oplossingen voor de planstudie) A10 Zuidas. De voorgenomen rijksbijdrage in de finan- ciering van de A10 Zuidas (inclusief de aansluitende infrastructuur) wordt daarom ingepast in het eerste deel van het voorlopige FES-budget van 2 miljard dat voor de periode 2011–2014 beschikbaar is voor de Noordvleugel (totale budget 4,5 miljard). Hierover zal in 2006 besluitvorming plaatsvinden.»
 
Overzichtsconstructie Noordvleugelprogramma
 Ondernemingsplan PPS-Zuidas door Kwartiemaker (in 2005). Kabinetsbesluit over aanbesteding van het aandeelhouderschap (voorzien voor 1–1-2006, zie brief VROM aan TK dd 23–2-2005). Voorleggen Kabi- netsbesluit aan TK (eveneens voorzien voor 1–1-2007). Hoofdstuk XI (via FES)H XI artikel 5.2.1Uit de NSP 1 gelden 70,3 mln nominaal voor de periode 2008–2010 (geen indexering). Obv bestuurlijke afspraken van 23 feb 2005 toevoeging door VROM van 50 mln NCW 2003
 medio 2006 besluit nut en noodzaak van alternatieven obv info uit prospectus, standpuntbepaling MER, KBA, risicoanalyse kwartiermaker NV. Indien gekozen wordt voor het dok, zal een besluit genomen worden over het vrijgeven van de prospectus, oprichting NV en over aandeelhouderschap Staat FinancienRisicodragende financiele participatie in NVTotaal te investeren bedrag ca 130 mln: storting aandelenkapitaal voor 20% aandelen NV schatting waarde 60/70 mln, investering in zero bonds door financien schatting ca 65 mln (=50% van totaal, rest moet door private partijen worden opgebracht).
 
Utrecht     
Verkenning (ook netwerkanalyse)Voor het uitkomen van PKB III besluit nemen over de scope van de verkenning. Vakministerie en trekker: VenWPM IF artikel 12.05.01PM
 Op basis van de verkenning bezien of er een planstudie gestart moet worden (of meerdere planstudies) vanuit het rijk of vanuit de regio.Verstedelijkingsopgave UtrechtVakministerie en trekker: VROM  
VerstedelijkingVerstedelijkingsopgave UtrechtVakministerie en trekker: VROM   
 
Mainport Schiphol     
 Uitvoering Actieprogramma Kabinetsstandpunt SchipholVakministerie en trekker: VenW  Kosten zijn voor zover mogelijk in kader gebracht in het kader van het kabinetsstandpunt; dekking wordt gezocht in het kader van het kabinetsstandpunt.
 Analyse van de landzijdige ontsluiting van Schiphol. Vakministerie en trekker: VenW   
 
Almere     
 Plan van aanpak ontwikkeling AlmereVakministerie en trekker: VROMHoofdstuk XIArtikel 5 gebieds ontwikkeling en nationale ruimtelijke hoofdstructuur. Betreft alleen personele inzet.
 Beslisdocument over groei bevolking en de daaraan gerelateerde behoefte aan woningen.    
 Beslisdocument over risicodragende betrokkenheid van het rijk bij de gebiedsontwikkeling van Almere Pampus.    
Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer     
 Gebiedsuitwerking opgesteld door de Regio in opdracht van het RijkVROM is opdrachtgever en regio is trekker. PM PM
 Standpunt Rijk over de gebieds- uitwerking    

7. BIJLAGE OVERZICHTSCONSTRUCTIE KUSTWACHT NEDERLAND NIEUWE STIJL

De implementatie van de besluitvorming met betrekking tot de omvorming van het samenwerkingsverband Kustwacht tot een Kustwacht Nederland nieuwe stijl is in volle gang. De minister van VenW is als coördinerend minister voor Noordzeeaangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming van geïntegreerd beleid, activiteitenplannen en begroting voor de Noordzee. De minister van Defensie is zorgbaas voor de Kustwacht wat betekent dat deze verantwoordelijk is voor de vertaling van de integrale beleidsdoelen in een activiteitenplan en tevens de uitvoering daarvan met inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht betrokken ministeries behouden hun eigen verantwoordelijkheid. Het integrale beleid en daarvan afgeleide activiteitenplannen en begroting waarover de ministerraad beslist worden zodanig concreet dat elke minister zich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contract tussen de verschillende departementen en de Kustwacht.

Het onderstaande overzicht kan worden beschouwd als een eerste basis voor het door Defensie op te stellen activiteitenplan 2007 en is door VenW samengesteld in de rol van coördinerend ministerie. De cijfers en toelichtingen zijn door de betreffende departementen bij VenW aangeleverd. Het komende jaar zal worden benut om in overleg met de deelnemende departementen te komen tot een nadere uitwerking van de overzichtsconstructie.

Aanvullend aan het overzicht zijn door de departementen de volgende opmerkingen gemaakt:

Justitie

• Vooralsnog is gebleken dat Justitie geen kosten maakt die specifiek zijn toe te rekenen aan de kustwacht.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

• Activiteiten en bedragen zijn afkomstig uit de agentschapsbegroting van de KLPD.

• Inzet helikopters geschiedt op afroep voor luchtwaarneming of spoedeisende zoekvluchten.

• De personele en materiële inzet betreft enerzijds de justitiële afwerking van geconstateerde strafbare feiten en strafrechtelijke onderzoeken alsmede de coördinatie en anderzijds de inzet bij calamiteiten van 5 zeevaartuigen, bomverkenners, duikers, Rampen Identificatie Team, speedboten, LOCC en mobiele communicatieunits.

Defensie

• Defensie is beheerder van het Kustwachtcentrum, nagenoeg de gehele personele bezetting is Defensiepersoneel. Het KWC is het informatiecentrum van de Noordzee, waar het actuele beeld van (scheeps-)activiteiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is.

• Salaris controller(-organisatie) nog niet opgenomen. Raming € 55 000 voor 2006 en € 137 000 voor 2007 en verder.

• In 2006 bedraagt de inzet van de Koninklijke Marechaussee 7 VTE’n. Voor 2007 en verder is nog geen planning bekend.

Verkeer en Waterstaat

• De inzet van het vliegtuig is gericht op beheer over de Noordzee, naleving wetgeving, opsporen drenkelingen en bestrijding van milieuverontreinigingen. In 2006 is contract gesloten voor de aanschaf van 2 vliegtuigen. 30% wordt betaald in 2006 en 70% in 2007. Voor onderhoud en exploitatie is een raming opgenomen.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

• Visserijtoezicht betreft uitsluitend de inzet van AID op het NCP. De LNV-opgave is exclusief inzet AID en Barend Biesheuvel buiten NCP (in internationaal verband) en inclusief RHIB’s.

• De uitgaven voor de exploitatie voor de Barend Biesheuvel maken deel uit van de totale exploitatiekosten van de Rederij van LNV. Niet alle kosten zijn eenduidig toe te rekenen aan de Barend Biesheuvel. In de businesscase civiele rijksrederij wordt dit nader uitgewerkt.

Overzichtsconstructie Kustwacht Nederland nieuwe stijl (x € 1 000)
Departementbegrotinginstrument/doelactiviteitdoel200520062007200820092010
BZKVIIHelikopter en personele inzetInzet helikopters op afroep en inzet luchtwaarnemers en planner (met alge- mene opsporingsbevoegdheid)Politietoezicht boven de Noordzee en opsporing van strafbare feiten op de Noordzee1 2301 2301 2301 2301 2301 230
BZKVIIpersonele en materiële inzetJustitiële afwerking van strafbare feiten en inzet bij calami- teitenStrafrechtelijke onderzoeken en inzet bij calamiteiten900 + pm900 + pm900 + pm900 + pm900 +pm900 + pm
           
FinanciënIXBSchip VisarendhandhavingUitvoeren kustwachttaken, waarbij handhavingsniveau Douane is gegarandeerd2 0021 8672 0621 8742 1631 881
           
FinanciënIXBSchip ZeearendhandhavingUitvoeren kustwachttaken, waarbij handhavingsniveau Douane is gegarandeerd1 8252 0551 9781 8721 8722 109
           
DefensieXKustwachtcentrum (KWC) Centraal informatie-centrum van de Noordzee 4 1084 1084 1364 1914 105
           
DefensieXLynx helicopter130 vlieguren per jaarinzet t.b.v. inspectie- en handhavingstaken372372372372372372
           
DefensieXSchip def/AMBV140 vaardagen per jaarinzet t.b.v. inspectie en handhavingstaken820820820820820820
           
DefensieXKoninklijke Marechausseepersonele inzet 2006  426pmpmpmpm
           
VenWXIISchip de WakerContinu beschikbaar voor kustwacht 2 1552 1552 1552 1552 1552 155
           
VenWXIIDiversenDiverse uitgaven t.b.v. KustwachtO.a. inhuur loodsen en onderhoud systemen 250250200200200
           
VenWIFVaarwegmarkeringInstandhouding vaste en drijvende vaarweg-markering met inzet van drietal schepen.Bijdrage aan vlot en veilig scheepvaartverkeer.1 0001 6001 6001 6001 6001 600
           
VenWIFhandhaving toezicht algemeen (VTS)Afkondigen/hand- haven verkeersmaatregelenbijdrage aan veilig scheepvaartverkeer300300300300300300
           
VenWIFVliegtuigenSchouwen, hand- haven, SAR, RIB 3 79110 96220 6024 6124 6124 612
           
LNVXIVVisserij-toezichtToezicht op GVB op NCPBevorderen naleven GVB, voldoen aan EU-afspraken1 2571 2571 2571 2571 2571 257
           
LNVXIVSchip Barend BiesheuvelVisserijcontroles op NCP. Europese en internationale visgrondenControle NL-vissersschepen door AID op NCP of, in overleg met andere lidsta- ten, andere waterenpmpmpmpmpmpm
TOTAAL    pmpmpmpmpmpm
Licence