Base description which applies to whole site

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave Blz.

A.ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL2
   
 Leeswijzer3
   
B.DE BEGROTINGSTOELICHTING8
   
 Beleidsagenda 20088
 Artikel 41 Volksgezondheid29
 Artikel 42 Gezondheidszorg52
 Artikel 43 Langdurige zorg75
 Artikel 44 Maatschappelijke ondersteuning91
 Artikel 46 Sport104
 Artikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereld- oorlog II115
 Niet-beleidsartikel 98: Algemeen122
 Niet-beleidsartikel 99: Nominaal en onvoorzien131
 Paragraaf voor de diensten die een baten-lasten administratie voeren132
 Bedrijfsvoeringsparagraaf148
 Financieel beeld zorg150
 Verdeling groeiruimte 2008–2011169
 Verdiepingshoofdstuk170
 Zbo’s en RWT’s203
 Moties204
 Toezeggingen210
 Afkortingenlijst212
 Trefwoordenregister216

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2008 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2008. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2008.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2008 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)

Onder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ressorteren de diensten die een baten-lastenstelsel voeren het Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, het Nederlands Vaccin Instituut en het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de diensten die een baten-lastenstelsel voeren, het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, het Nederlands Vaccin Instituut en het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu voor het jaar 2008 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting in de paragraaf over de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink

Leeswijzer

Voor u ligt de Begroting 2008 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

• de beleidsagenda;

• de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen;

• de diensten die een baten-lastenadministratie voeren;

• de bedrijfsvoeringsparagraaf; en

• diverse bijlagen, waaronder het Financieel Beeld Zorg en het verdiepingshoofdstuk.

De beleidsagenda geeft kort de beleidsprioriteiten voor 2008 weer. We werken deze prioriteiten verder uit in de zogenoemde beleidsartikelen. De beleidsartikelen bestaan uit:

• een algemene beleidsdoelstelling;

• een tabel budgettaire gevolgen van beleid;

• de operationele doelstellingen;

• een overzicht met het geplande onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.

Behalve beleidsartikelen bevat deze begroting ook zogenoemde niet-beleidsartikelen (artikel 98 en 99). De opbouw van deze niet-beleidsartikelen wijkt af van de hierboven genoemde beleidsartikelen. Artikel 98 bevat de uitgaven die niet specifiek aan een van de beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het gaat daarbij om ministerie- en zorgbrede apparaatsuitgaven, zoals voor het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), de adviesraden, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de zorg-Zbo’s. Daarnaast verantwoorden we in artikel 98 de uitgaven aan internationale samenwerking en de uitgaven aan het strategisch onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Vaccin Instituut (NVI). Artikel 99 is een technisch-administratief artikel.

De indeling van de begroting 2008 komt grotendeels overeen met die van 2007, al zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd. Zo is de structuur van artikel 42 en 43 aangepast, en is er in artikel 41 een extra operationele doelstelling bijgekomen die betrekking heeft op ethiek.

Begroting Jeugd en Gezin

Met ingang van het begrotingsjaar 2008 wordt een aparte programmabegroting voor Jeugd en Gezin opgesteld. Artikel 45 Jeugdbeleid is daardoor vervallen in de begroting van VWS. De apparaatskosten van de directie Jeugdbeleid en die van de programmadirectie Jeugd en Gezin zijn opgenomen in artikel 98 Algemeen onder de post Personeel en materieel kernministerie. De apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg zijn onder een aparte post van datzelfde artikel opgenomen.

Budgetflexibiliteit

In de begroting 2008 geven wij u inzicht in de budgetflexibiliteit op het niveau van de operationele doelstellingen van de beleidsartikelen. Dit gebeurt in een aparte tabel die volgt na de tabel budgettaire gevolgen van beleid in de tweede paragraaf van ieder artikel. Daarbij worden de verplichtingen gekarakteriseerd aan de hand van de categorieën «Juridisch verplicht», «Bestuurlijk gebonden» en «Niet juridisch verplicht of niet bestuurlijk gebonden».

Onder de tabel met budgetflexibiliteit wordt per operationele doelstelling eveneens aangegeven wat de plannen/voornemens zijn die gedekt worden door het kopje «niet verplicht of niet bestuurlijk gebonden» voor zover de budgetflexibiliteit groter dan € 500 000,– is. Daarmee wordt invulling gegeven aan de motie Bakker (kamerstukken 30 391, nr. 3).

Onze begroting bevat een aantal grote inkomensregelingen, rijksbijdragen en specifieke uitkeringen die – bij ongewijzigd beleid – voor meerdere jaren vastliggen. U kunt hierbij denken aan de Zorgtoeslag. Daarnaast zijn er instellingen die een instellingssubsidie ontvangen en zijn er bijdragen aan baten-lastendiensten. In de begroting hebben wij deze posten als meerjarig verplicht aangemerkt.

Afspraken en convenanten met andere overheden, met Zbo’s en RWT’s en met private partijen zijn evenals toezeggingen aan de Tweede Kamer als bestuurlijk gebonden opgenomen.

De budgetflexibiliteit in het niet-beleidsartikel 98 hebben wij op dezelfde manier vormgegeven als in de begroting 2007. Dat betekent dat in artikel 98 de budgetflexibiliteit van de programma uitgaven gegeven wordt. De doelstellingen bij dit artikel zijn niet toegelicht met indicatoren. Gezien het karakter van deze uitgaven heeft dat geen toegevoegde waarde.

Artikel 99 is een technisch administratief artikel en bevat hoofdzakelijk nog onverdeelde posten. Het begrip budgetflexibiliteit is hierop niet van toepassing.

Geraamde uitgaven per operationele doelstelling

Sinds de begroting 2007 bevat de begroting van VWS een aantal brede beleidsartikelen. Mede daarom is bij iedere operationele doelstelling in de beleidsartikelen een meerjarige tabel opgenomen met een samenvatting van de belangrijkste voorgenomen uitgaven.

Deze zijn ingedeeld naar de volgende categorieën/instrumenten: inkomensregelingen, rijksbijdragen, specifieke uitkeringen, instellingssubsidies/structurele subsidies, projectsubsidies, opdrachten, bijdragen aan Zbo’s/RWT’s, bijdragen aan baten-lastendiensten en bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken.

Per categorie/instrument worden de belangrijkste voorgenomen uitgaven als voorbeeld genoemd. Met deze tabel per operationele doelstelling geven wij invulling aan de motie Schippers (kamerstukken 29 800, nr. 55).

Prestatie-indicatoren in de begroting

De motie-Douma (kamerstukken 29 949, nr. 11) spreekt uit dat de doelstellingen in de begroting zo veel mogelijk in termen van maatschappelijke effecten (outcome) en in daarbij passende indicatoren geformuleerd moeten worden.

In de begroting zijn daarom de algemene doelstellingen van de zes beleidsartikelen en de operationele doelstellingen binnen die artikelen zoveel geformuleerd in termen van maatschappelijke effecten (outcome). Het is echter niet mogelijk gebleken om ook alle prestatie-indicatoren in outcome-termen te formuleren. In dat geval zijn outputindicatoren opgenomen.

We merken op dat wat betreft de aard van de indicatoren in de begroting een verschil van inzicht bestaat met de Algemene Rekenkamer. De Rekenkamer is namelijk van mening dat de indicatoren bij de operationele doelstellingen in outputtermen geformuleerd zouden moeten zijn in plaats van in outcometermen. Bij de beoordeling van de begroting 2007 op de vraag «Wat gaan we daarvoor doen?» heeft de Rekenkamer daardoor een lage score geteld. We hebben dit verschil van inzicht aangekaart bij het ministerie van Financiën. Dat heeft nog niet tot een oplossing geleid.

De indicatoren bij de algemene doelstellingen geven, zoals gezegd, een gewenst maatschappelijk effect weer. Hierdoor hebben deze indicatoren een macrokarakter en kunnen wij ze maar gedeeltelijk beïnvloeden. De belangrijkste functie van de indicatoren is dat zij een positieve of negatieve trend kunnen weergeven. Een negatieve trend kan de aanleiding zijn om maatregelen te treffen. Inhoudelijk moeten de indicatoren overigens met enige terughoudendheid beoordeeld worden: zij geven een indicatie van de uitkomsten van het beleid weer.

Tijdens het AO verantwoording 2006 hebben wij toegezegd zoveel mogelijk tussenstreefwaarden op te nemen in de begroting. In de begroting 2008 hebben wij dit bij zoveel mogelijk indicatoren gerealiseerd. Soms is het echter niet mogelijk om tussenstreefwaarden op te nemen of weegt het jaarlijks verzamelen van de gegevens niet op tegen de te maken kosten. In een aantal gevallen betekent dit dat de indicatoren één keer in de twee tot vier jaar verzameld worden. Dit is bijvoorbeeld het geval als de indicator afkomstig is uit de Zorgbalans (die om de twee jaar verschijnt) of uit de VolksgezondheidsToekomst Verkenningen (VTV) (die om de vier jaar verschijnt). Ook een aantal rapportages van het SCP wordt niet jaarlijks opgesteld. In deze gevallen lichten wij de frequentie waarmee de indicator verzameld wordt, apart toe.

Comply or Explain overzicht

Hieronder hebben wij op verzoek van de Commissie van de Rijksuitgaven per artikel kort uitgelegd waarom bij enkele doelstellingen geen indicator geformuleerd is. Tevens is uitgelegd welke aanvullende informatie gebruikt wordt om de resultaten van het beleid te kunnen volgen.

Artikel 41 Volksgezondheid:

Bij artikel 41 zijn als prestatie-indicatoren de Absolute levensverwachting en de Levensverwachting in goed ervaren gezondheid opgenomen. Daarbij hebben we uitgelegd dat we de volksgezondheid ook monitoren met de tweejaarlijkse Zorgbalans en de vierjaarlijkse Volksgezondheids ToekomstVerkenningen (VTV) van het RIVM. Onze monitor is dus breder dan de indicatoren in de begroting.

Alleen bij de zesde operationele doelstelling het bevorderen van ethisch handelen hebben we geen prestatie-indicator opgenomen. De resultaten op dit beleidsterrein kunnen namelijk niet in één of enkele indicatoren samengevat worden. Bij de overige vijf operationele doelstellingen zijn wel indicatoren geformuleerd.

Artikel 42 Gezondheidszorg:

Bij artikel 42 is geen indicator geformuleerd bij de algemene doelstelling. Het is namelijk niet goed mogelijk om het gehele stelsel van curatieve zorg in Nederland in een of enkele indicatoren samen te vatten. Het stelsel is daarvoor te omvangrijk. Voor inzicht in de werking van het gezondheidszorgstelsel in den brede wordt daarom verwezen naar geplande evaluaties van de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg) en de Wet op de Zorgtoeslag. Daarnaast monitoren wij de prestaties van het stelsel met de Zorgbalans (zie hiervoor ook www.zorgbalans.nl), het document dat eens per twee jaar verschijnt en waarin de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg worden weergegeven.

Artikel 43 Langdurige zorg:

Bij artikel 43 hebben we evenmin indicatoren opgenomen bij de algemene doelstelling. Dit omdat ook voor het stelsel van langdurige zorg geldt dat het te omvangrijk is om het in een of enkele indicatoren samen te vatten. Bij de algemene doelstelling van dit artikel wordt daarom eveneens verwezen naar geplande beleidsevaluaties en de Zorgbalans.

Artikel 44 Maatschappelijke Ondersteuning:

Op dit moment bestaat nog geen goede algemene effectindicator voor maatschappelijke participatie. Wij hebben het Nivel daarom opdracht gegeven om een participatiemonitor te ontwikkelen. Hiermee willen wij de beleidsresultaten volgen. De eerste monitor zal in 2008 gepubliceerd worden. Tevens hebben we in de komende jaren een aantal beleidsevaluaties gepland die voor aanvullend inzicht in de resultaten van beleid zullen zorgen.

Artikel 46 Sport:

Bij de derde operationele doelstelling van dit artikel is nog geen indicator geformuleerd. Deze indicator is nog in ontwikkeling en zal gedurende 2008 van een waarde voorzien worden.

Artikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereldoorlog II:

Bij de algemene doelstelling is geen prestatie-indicator opgenomen omdat de doelstelling meerdere uiteenlopende elementen bevat die zich moeilijk in één indicator laten weergeven.

Artikeloverstijgende budgetten

Onze begroting bevat enkele uitgaven die betrekking hebben op meerdere artikelen, zoals programma-uitgaven aan Zorgonderzoek Nederland Medische wetenschappen (ZonMw) of het beleid ter versterking van de positie van de cliënt. Daarnaast speelt dit ook bij enkele apparaatskosten, zoals die van de zogeheten zorg-Zbo’s.

We hebben de artikeloverstijgende programma-uitgaven niet over de beleidsartikelen verdeeld, maar budgettair opgenomen onder de meest relevante operationele doelstelling van de beleidsartikelen, zoals artikel 41 Volksgezondheid (bijvoorbeeld ZonMw) of artikel 43 Langdurig zorg (bijvoorbeeld het beleid ter versterking van de positie van de cliënt).

De artikeloverstijgende apparaatsuitgaven van onder meer het kerndepartement, de IGZ, het SCP en de zorg-Zbo’s hebben we opgenomen in artikel 98.

Begrotingsuitgaven en premiegefinancierde zorguitgaven

In de begroting zijn zowel begrotings- als de premiegefinancierde uitgaven (hierna: premie-uitgaven) opgenomen. Beide uitgaven vallen onder de zogenoemde collectieve uitgaven. Er is een belangrijk verschil tussen beide uitgaven. Bij de begrotingsuitgaven voeren we zelf het beheer over de middelen die bij de begroting beschikbaar gesteld zijn. Dat wil zeggen: wij gaan alle verplichtingen aan en hebben alle uitgaven zelf gedaan. Bij de premie-uitgaven is dat anders; hieraan liggen individuele beslissingen ten grondslag van de partijen die bij de zorg betrokken zijn: patiënten/consumenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars.

Wij zijn bij de premie-uitgaven verantwoordelijk voor de randvoorwaarden en de regelgeving en zien toe op de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de gezondheidszorg. De Nederlandse gezondheidszorg is in belangrijke mate een zaak van het particuliere initiatief. Daarmee bedoelen we dat zorg verlenen de primaire verantwoordelijkheid is van private zorgaanbieders en dat voor die zorgverlening betaald wordt binnen privaatrechtelijke verhoudingen tussen patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars.

De premie-uitgaven maken geen deel uit van het wetslichaam en de begrotingsstaat. We hebben deze uitgaven als beleidsinformatie opgenomen in de toelichting bij de begrotingsartikelen. In de toelichting bij de artikelen 41 tot en met 44 hebben we bij de beschrijving van het instrumentarium daarom de premiegerelateerde instrumenten herkenbaar gemaakt door ze te coderen met een (P). De instrumenten in de overige artikelen zijn allemaal begrotingsgerelateerd. Verder hebben we de begrotingsuitgaven en de premie-uitgaven in aparte budgettaire tabellen opgenomen.

De tabellen met zorguitgaven geven een beeld van de verwachte premie-uitgaven op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) op het beleidsdomein van het betrokken beleidsartikel. Deze premie-uitgaven hebben we uitgesplitst naar de verschillende sectoren die binnen het beleidsartikel vallen. Voor diverse groepen van sectoren is daarnaast een bedrag als onverdeeld aangegeven. Deze bedrageng even het saldo aan van voor die groep van sectoren beschikbare middelen en maatregelen voorzover die nog niet over de sectoren verdeeld zijn.

Om een duidelijk beeld te krijgen van de totale uitgaven en financiering van de zorg in Nederland vindt u in een bijlage bij deze begroting «Het Financieel Beeld Zorg». De belangrijkste mutaties in de begrotingsuitgaven en premiegefinancierde zorguitgaven in het afgelopen jaar hebben we opgenomen in het verdiepingshoofdstuk.

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Beleidsagenda 2008

Inleiding

Zorg is een waardevol goed. En op iets waardevols moet je zuinig zijn. Wij willen een gezond Nederland, met een goede en solidaire gezondheidszorg. Na de invoering van het nieuwe zorgstelsel is het nu tijd om meer aandacht aan de inhoudelijke kant van de zorg te besteden. Daarvoor zullen de randvoorwaarden moeten worden gecreëerd.

De komende jaren geven we prioriteit aan kwalitatief goede zorg, innovatie en preventie. De komende periode moeten de randvoorwaarden worden geschapen, zodat invulling gegeven kan worden aan de oorspronkelijke intenties die aan het zorgstelsel ten grondslag liggen. Het gaat hierbij zowel om de preventieve, de curatieve als de langdurige zorg. In onderlinge samenhang gaat het om: een betere kwaliteitsmeting, meer inzicht in de kosten van de zorgverlening, meer keuzevrijheid voor patiënten, het toerekenen van kapitaallasten aan de tarieven van de zorg, meer beleidsvrijheid voor zorginstellingen gekoppeld aan minder bureaucratie, meer ruimte voor nieuwe toetreders in de zorg en het beter integreren van preventie in de zorgverlening. We kiezen voor zorg waarbij de patiënt en de cliënt centraal staan. We willen een zorgsector waar mensen graag en met plezier werken. Een sector die niet wordt geplaagd door onnodige bureaucratie en overbodige regelgeving. Als we de juiste randvoorwaarden weten te creëren, ontstaat er ruimte voor dynamiek en innovatie van onderop; vanuit de sector zelf. Het gaat daarbij om kwaliteitsverbeteringen die tot betere zorg, minder medische fouten en uiteindelijk ook tot meer arbeidsproductiviteit in de zorg leiden. Dat laatste is weer van belang om de zorg ook in de toekomst betaalbaar te houden en om wachtlijsten vanwege personeelstekorten te vermijden.

Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en solidariteit zijn en blijven dan kernbegrippen in de moderne gezondheidszorg. Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid in de zin van meer keuzevrijheid vanuit een beter inzicht in de kwaliteit en prijs van de zorg, zelfstandigheid, mogelijkheden om mee te doen in de samenleving en zorg voor elkaar. Solidariteit in die zin dat we ook in de toekomst zorg kunnen blijven bieden aan mensen die nu al wel premie betalen en nog geen zorg vragen, maar die dat in de toekomst wel nodig hebben. Zeker nu de komende jaren meer mensen nodig zijn in de zorg vanwege de demografische ontwikkelingen.

We willen nu werken aan innovatie, zodat het zorgaanbod ook de uitdagingen van de toekomst kan aangaan. We moeten een antwoord geven op de maatschappelijke en demografische ontwikkelingen van de komende decennia, waarbij steeds meer mensen een beroep op de gezondheidszorg zullen doen. Innovatie is daarom ook belangrijk voor het vergroten van de zelfstandigheid van chronisch zieken, gehandicapten en ouderen.

Ook preventie zetten we hoog op de politieke agenda: handelen uit voorzorg om nazorg te voorkomen. Daarbij is het van belang dat we ons – ook beleidsmatig – meer gaan realiseren dat gezondheidswinst niet alleen een voordeel is voor het afzonderlijke individu. Ook derden hebben een gerechtvaardigd belang bij een goede gezondheidszorg. Om die reden letten veel (maar nog altijd te weinig ouders) op de eet- en drinkgewoonten van hun kinderen. Om die reden hebben scholen belang bij leerlingen die uit de buurt van verslavingsgedrag blijven. Dat tast schoolresultaten aan en leidt te snel tot schooluitval. De zorg onderhoudt bovendien het belangrijkste kapitaal van onze diensten- en kenniseconomie: het menselijk talent. Een gezonde bevolking draagt bij aan een gezonde economie en een beter functionerende arbeidsmarkt.

Nederland behoorde in het verleden tot de gezondste landen, maar is afgezakt naar de Europese middenmoot: de levensverwachting in andere landen stijgt sneller. Daarnaast zijn de gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen groter dan ooit tevoren. Dit is voor een groot deel te verklaren uit ongezond gedrag. De maatschappelijke en economische kosten van roken, overgewicht en bovenmatig alcoholgebruik zijn enorm. Bovendien verandert de zorgvraag. Ziekte bestaat minder en minder uit een incidentele kwaal of klacht die via een korte behandeling te verhelpen is. Chronische aandoeningen, zoals diabetes, hart- en vaatziekten en dementie, gaan meer en meer het ziektebeeld bepalen (zie figuur 1). Ook om die reden is preventie van het grootste belang.

Figuur 1: Ontwikkeling in aantal en kosten van een aantal chronische ziekten Bron: bewerkte gegevens uit Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ziekteprevalentie 2005prevalentie 2015% toename 2005–2015zorgkosten € in 2003
Coronaire hartziekten699 700840 30020%1 380
Artrose702 800824 20017%770
Diabetes627 500733 90017%1 120
Beroerte223 600265 80019%6 280
Hartfalen185 200220 50019%1 950
COPD326 500386 60018%
Dementie73 20086 20018%30 680

Maar ook de benadering van de zorg zal daardoor moeten veranderen. Een blijvende en geïntegreerde benadering en behandeling zijn nodig: aanpassing van de leefstijl, controle op medicatie en op complicaties, samenwerking tussen zorgverleners rond het ziektebeeld en niet minder belangrijk: samenwerking met de patiënt zelf. Bij veel chronische ziekten staat of valt de behandeling immers met het gedrag van de patiënt. Meer en meer raken zelfzorg en professionele zorg met elkaar verweven. Patiënten en aanbieders zijn gaandeweg partners in de zorgverlening. Gezamenlijk gaat men na hoe de ziekte optimaal kan worden behandeld. Het gaat daarbij ook om aanpassingen in het leefpatroon en het zoeken naar manieren om de nadelige gevolgen van de ziekte voor het sociale leven van de patiënt en diens omgeving te minimaliseren.

De patiënt komt meer centraal te staan: door hem of haar een beter inzicht te geven in de kwaliteit en de prijs van de zorg. Door zijn of haar competenties, kennis en zelfvertrouwen te versterken (onder andere via patiëntenorganisaties). En door rechten te preciseren. Het is noodzakelijk dat burgers actief deelnemen aan de maatschappij en dat zij meer macht in handen krijgen om naar eigen wens de benodigde zorg te organiseren. Zij moeten een derde partij vormen naast zorgaanbieders en verzekeraars.

Momenteel hebben we ook te maken met flink stijgende uitgaven. Dat is de reden dat het kabinet ook de komende vier jaar blijft investeren in de zorg, terwijl tevens maatregelen worden genomen om de kosten in de hand te houden. Wil de zorg voor de burgers betaalbaar blijven, dan is het cruciaal dat de premieontwikkeling beheerst blijft. Bij alle thema’s is het van belang dat er naast rechtvaardigheid ook wordt gelet op doelmatigheid en dat bijvoorbeeld de aanspraken op zorg tegen het licht worden gehouden. Het is hierbij onontkoombaar om fors in te grijpen om de groei van de zorguitgaven tot een acceptabel niveau terug te brengen. Er worden zowel in de curatieve als langdurige zorg ombuigingsmaatregelen genomen, waarbij geprobeerd wordt de gevolgen voor de burger zoveel mogelijk te beperken. Er wordt hierbij gestreefd naar een evenwicht tussen noodzakelijke, pijnlijke maatregelen enerzijds en kwaliteitsverbeteringen en investeringen anderzijds. We streven ernaar dat na 2010 bijvoorbeeld in zorghuizen niemand ongewild op een meerpersoonskamer hoeft te slapen.

Curatieve zorg

De gezondheidszorg ontwikkelt zich tot een dynamische sector waarin verzekeraars en zorgaanbieders onderling concurreren op prijs én kwaliteit. Competitie en ondernemerschap zijn daarbij geen doelen, maar wel belangrijke middelen. Middelen om kosten inzichtelijk te maken, de arbeidsproductiviteit en innovatie te verhogen om daarmee de betaalbaarheid van de zorg en de solidariteit met toekomstige generaties te waarborgen.

De huisarts, fysiotherapeut, tandarts of kraamhulp is meestal de eerste zorgverlener met wie iemand in aanraking komt. Deze zorgverleners zijn goed op de hoogte van de achtergronden van de zorgvrager. Zij zijn zodoende een betrouwbare gids voor de patiënt die op zoek is naar de juiste behandeling.

In onze voornemens speelt deze eerstelijnszorg daarom een belangrijke rol, of het nu gaat om preventie, om behandeling en begeleiding van chronische ziek(t)en of om een indicatie voor langdurige zorg. Het programma De Nieuwe Praktijk is een gezamenlijk initiatief van huisartsen en VWS om de service en de zorg voor patiënten te verbeteren in een moderne samenleving die andere eisen stelt aan de zorgverlening.

In de ziekenhuissector zijn in de vorige kabinetsperiode grote veranderingen tot stand gebracht. Zo is het instrument van de diagnosebehandelingcombinatie (DBC) ingevoerd. Het DBC-declaratiesysteem wordt in 2008 vereenvoudigd en verbeterd, zodat ziekenhuizen worden betaald voor geleverde zorg. Mede door de DBC’s kunnen ziekenhuizen over een toenemend deel van de zorg vrije prijsafspraken gaan maken met zorgverzekeraars. In 2008 gaat het om 20 procent van de behandelingen. In het zogenaamde A-segment komt er per 1 januari 2009 ook meer ruimte voor vrije prijsafspraken, zij het met een instellingsspecifiek en mede van de zorgzwaarte afgeleid prijsplafond. In aanvulling op de 20 procent vrije prijsvorming zal dan voor ongeveer de helft van de behandelingen maatstafconcurrentie worden geïntroduceerd, als overgangsinstrument naar meer onderhandelingsruimte voor zorginstellingen en verzekeraars. Afhankelijk van de bevindingen bij de vrije prijsafspraken over kwaliteit en prijs van het zorgaanbod, zal de ruimte voor vrije prijsvorming zo snel mogelijk worden vergroot.

Met ingang van 1 januari 2008 beslissen ziekenhuizen zelf over investeringen in gebouwen, maar dragen daarvoor ook zelf de risico’s. Vanaf 2009 kunnen de huisvestingskosten worden verwerkt in de tarieven (DBC’s), zodat een ziekenhuis deze kan terugverdienen door het leveren van zorg. Met de maatregel krijgen ziekenhuizen meer ruimte om in te spelen op de zorgbehoefte van de patiënten. Bovendien is het ziekenhuis gedwongen zorgvuldig om te gaan met investeringen, omdat de instelling zelf opdraait voor de financiële consequenties. Ook verdwijnt de bureaucratie rond bouwvergunningen en subsidieaanvragen. Door de kapitaallasten te integreren in de tarieven, en in de toekomst een vorm van maatschappelijk ondernemen te introduceren, worden toetredingsdrempels voor nieuwe aanbieders weggenomen en neemt de druk om doelmatig en klantgericht te opereren toe.

Het basispakket van de zorgverzekering wordt per 1 januari 2008 uitgebreid met de anticonceptiepil, de tandartskosten van 18- tot 22-jarigen en het aantal kraamuren. De no-claim wordt per 1 januari 2008 afgeschaft en vervangen door de invoering van een eigen risico van 150 euro. Dit pakt rechtvaardiger uit voor chronisch zieken en gehandicapten. Het eerste jaar intramuraal verblijf in de GGZ en alle ambulante geneeskundige GGZ verdwijnt uit de AWBZ en wordt opgenomen in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Voor de psychotherapeutische behandelingen blijft in 2008 de eigen bijdrage gehandhaafd. Van eerstelijns psychologische zorg worden per 1 januari acht zittingen vergoed. Per keer komt er een eigen bijdrage van 10 euro.

Langdurige zorg

In de langdurige zorg zijn compassie, aandacht, respect en eigenwaarde (samen «care») het uitgangspunt. Wie niet beter kan worden, verdient verzorging. Daarbij moeten we ons voor ogen houden dat de solidariteit van vandaag mede wordt bepaald door de perceptie van de dienstverlening van morgen. Mensen die vandaag netto-betaler zijn, willen ook kunnen vertrouwen op goede zorg wanneer zij zelf aan de beurt zijn. Juist dan zijn zij bereid bij te dragen aan het systeem. Om deze zorgvraag op te kunnen vangen, wordt deze kabinetsperiode een groeiruimte van circa 2,4 miljard euro beschikbaar gesteld. De kwaliteit van de samenleving wordt in grote mate bepaald door compassie met en aandacht voor mensen die zorg nodig hebben, met respect voor hun wensen en hun eigenwaarde.

De overheid is geen uitvoerder van betere zorg, maar zij moet wel de voorwaarden scheppen, zodat professionals in staat zijn goede zorg te verlenen. De samenleving mag verwachten dat de overheid een wenkend perspectief presenteert en de contouren schetst wat betere zorg concreet inhoudt op termijn. Nu door het echte begin van de vergrijzing de druk op het zorgsysteem zichtbaarder wordt, moeten we keuzes maken en prioriteiten stellen. Daarbij gaan we uit van een driedeling: beheersen op de korte termijn, verbeteren op de middellange termijn, (her)ordenen voor de lange termijn. Uitgangspunt is dat de AWBZ-middelen worden ingezet voor zorg die geloofwaardig en onbetwistbaar is. Hierbij staat wel steeds voorop dat de meest kwetsbaren er niet onder zullen lijden.

In het kader van de beheersing worden vanaf 2008 maatregelen in de AWBZ genomen. Het kabinet werd bij zijn aantreden namelijk geconfronteerd met forse overschrijdingen in de AWBZ. Zo zal het nodig zijn om de forse groei van de aanspraak op Ondersteunende Begeleiding (OB) in te perken. De afgelopen twee jaar was er sprake van een stijging met 40 procent. Onder OB vallen uiteenlopende taken, van het samen met de cliënt boodschappen doen tot het maken van een dag-/weekplanning. De vraag is of dergelijke taken ten principale wel onder de langdurig onverzekerbare zorg vallen en altijd tegen een tarief van 45 euro per uur moeten worden betaald. Als we de AWBZ ook op termijn voor goede, langdurige en onverzekerbare zorg willen houden voor degenen voor wie het is bedoeld, kunnen we er niet alles uit betalen. Verder kunnen bepaalde taken mogelijk ook op een andere manier worden georganiseerd. Zo zou lokaal een initiatief kunnen worden ontwikkeld, waarbij ouderen elkaar kunnen vergezellen bij activiteiten buitenhuis. Concreet wordt er geen OB meer toegekend indien sprake is van alleen een somatische grondslag. Hierbij wordt een overgangstermijn van een jaar toegepast. Tevens worden cliënten met deze grondslag en een intensieve zorgbehoefte (bijvoorbeeld palliatieve zorg) van deze maatregel uitgezonderd. Bij het terugdringen van de aanspraken op OB worden gehandicapten ontzien. Want voor hen kan die begeleiding het verschil maken tussen een geïsoleerd of een menswaardig bestaan.

Daarnaast worden de prestaties van instellingen vergeleken en goede voorbeelden worden de norm voor andere instellingen. Door doelmatige instellingen de norm te maken voor andere instellingen worden deze laatste aangezet om eveneens doelmatiger te werken en «best practices» in te voeren. Als een instelling niet goed presteert, moet dat financiële consequenties hebben. Vanaf 2008 wordt een efficiencykorting doorgevoerd. Instellingen krijgen, net als de ziekenhuizen, ruimte om zelf te beslissen over investeringen in gebouwen. Vanaf 1 januari 2009 dragen zij zelf de risico’s van die investeringen. In 2009 zullen de eigen bijdragen worden aangescherpt in de AWBZ. Met gebruik van inkomens en vermogenstoetsen zullen van meer draagkrachtige cliënten hogere eigen bijdragen voor de AWBZ worden gevraagd. Waar mogelijk zullen incentives worden ingebouwd om onbedoeld gebruik te verminderen.

Verder worden er maatregelen genomen die gericht zijn op het verbeteren van de huidige AWBZ. Een werkelijke verbetering in de positie van cliënten, gericht op de kwaliteit van het bestaan. Dat wil zeggen de keten tussen wonen, zorg en welzijn. We willen de zelfbeschikking vergroten; zelf keuzes kunnen maken en zelf kunnen oordelen over de kwaliteit van de geboden zorg. Om de invloed van de cliënt op de eigen zorg te vergroten wordt in de langdurige zorg bekostiging op grond van zorgzwaarte ingevoerd, de zogenoemde zorgzwaartepakketten. Dit betekent dat instellingen die goed presteren financieel worden beloond en dat slecht presteren wordt gestraft.

Tegelijk moet onnodige regelgeving en bureaucratie zo veel mogelijk worden uitgebannen. Op die manier wordt de administratieve last voor zorgverleners lichter en wordt het plezier in het werk vergroot. Eén van de maatregelen die in dat kader wordt genomen is het verbeteren van de indicatiestelling. Er lopen momenteel al enkele proefprojecten waarbij de huisarts of de wijkverpleegkundige de indicatie doet in plaats van het Indicatieorgaan. Verder hebben we met de betrokken partijen in de AWBZ afgesproken dat zij nauwkeurig zullen letten op begrijpelijk taalgebruik in contacten met en voorlichting aan de cliënt.

Tevens wordt er gewerkt aan een glasheldere AWBZ-polis met éénduidige voorwaarden, die kunnen rekenen op maatschappelijk draagvlak. Burgers moeten precies weten waar zij recht op hebben. Dit geldt zowel voor zorg in natura als zorg die in de vorm van PGB’s wordt verstrekt. En voor de uitvoerders van de AWBZ is het belangrijk dat er sprake is van een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling. Alleen zo kan een geloofwaardig stelsel in stand worden gehouden waarvoor de samenleving bereid is solidariteit op te brengen.

De resterende maatregelen, die zijn gericht op (her)ordening, worden uitgewerkt nadat begin 2008 het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) is uitgebracht. De SER adviseert over hoe de AWBZ ook op termijn onverzekerbare, langdurige zorg kan garanderen. Verder wordt bekeken hoe de relatie tussen de Zorgverzekeringswet, de AWBZ en de Wet maatschappelijke ondersteuning er in de toekomst uit moet zien.

Kwaliteit

Mensen hebben recht op veilige, eigentijdse zorg van goede kwaliteit, met voldoende keuzevrijheid en met duidelijke rechten en plichten voor alle partijen. Aandacht voor kwaliteit moet systematisch zijn verankerd in de preventieve, curatieve en langdurige zorg. Zo hebben met name chronisch zieken en ouderen vaak te maken met meerdere artsen en andere zorgaanbieders tegelijk. De komende periode willen we daarom veel nadruk gaan leggen op de kwaliteit en daarmee de samenhang van de zorgketen. We streven naar zorg die naadloos overloopt van de ene naar de andere zorgverlener. Transparantie is hierbij van groot belang.

Er komt structureel 10 miljoen euro extra beschikbaar voor belangenorganisaties van patiënten, gehandicapten en ouderen (pgo-organisaties). Het is de bedoeling dat deze organisaties – naast hun traditionele rol op het vlak van lotgenotencontact, belangenbehartiging en informatievoorziening – hun invloed meer bundelen. Patiëntenorganisaties en cliënten moeten een sterke «derde partij» worden naast zorgaanbieders en verzekeraars. Zij kunnen dan invloed uitoefenen op de inkoop van zorg of op kwaliteitstoetsing. Zij kunnen hun leden ondersteunen, de kennis en daarmee het zelfvertrouwen en het vermogen tot zelfzorg van patiënten versterken.

We streven ernaar de rechten van patiënten en cliënten vast te leggen in een Wet Cliënt en Kwaliteit van Zorg. In die wet wordt aangegeven hoe VWS de positie van de patiënt wil regelen, de publieke belangen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van het stelsel wil garanderen en tegelijk de benodigde ruimte, randvoorwaarden en plichten voor de zorgaanbieders benoemt. Het kabinet wil het wetsvoorstel in het voorjaar van 2008 klaar hebben.

VWS en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) helpen mee om de verschillen tussen zorgaanbieders zichtbaar en inzichtelijk te maken. Goede voorbeelden worden ondersteund en ten voorbeeld gesteld aan andere aanbieders. Zorgaanbieders worden geprikkeld om doelmatiger te werken.

Als het om de combinatie wonen en zorg gaat, moeten mensen maximale keuzevrijheid hebben. Daarom stimuleren we initiatieven op het terrein van wonen en zorg, zoals de ontwikkeling van voldoende toegankelijke woningen. Het kabinet streeft naar wijken waar de verschillende generaties samen wonen. In de wijken moeten servicepunten zijn voor zorg en wonen, zodat een menswaardig bestaan gegarandeerd is.

Verder komt er onder andere een stimuleringsregeling om het aantal plaatsen voor kleinschalig wonen te laten toenemen, te beginnen met 1 500 plaatsen in 2008. Ook streven we er naar dat na 2010 in zorghuizen (dat zijn de verpleeg- en de verzorgingshuizen samen), uit oogpunt van privacy, niemand ongewild op een meerpersoonskamer hoeft te slapen.

De sectoren verpleging, verzorging en thuiszorg leggen met ingang van dit jaar verantwoording af over de geleverde kwaliteitsprestaties. Dat gebeurt op basis van kwaliteitskenmerken, de zogeheten «indicatoren verantwoorde zorg». Het gaat overigens niet alleen om medische kwaliteitskenmerken, maar ook om objectieve persoonlijke ervaringen van cliënten (Consumer Quality Index). De gehandicaptensector en de GGZ volgen in de jaren erna. Uiteindelijk kan dan iedereen in 2011 op kiesBeter.nl voor bijna de gehele zorg inzicht krijgen in aanbod en kwaliteit (veiligheid, doelmatigheid en patiëntgerichtheid). Mensen kunnen daarnaast op kiesBeter.nl voor tachtig aandoeningen zien welke kwaliteit de ziekenhuizen te bieden hebben. Bij het kiezen voor een bepaalde zorgverlener kunnen zowel verzekeraars als hun klanten daarmee rekening houden.

We willen daarnaast een kwaliteitsimpuls aan de ouderenzorg geven. Aan zorginstellingen wordt financiële ruimte geboden om in totaal 5 000 tot 6 000 extra medewerkers aan te trekken. Dit onder de voorwaarde dat er meer uren aan directe zorgverlening worden besteed, zodat de kwaliteit van zorgverlening ook echt omhoog kan. De instellingen beslissen vervolgens zelf op welke wijze ze deze mensen gaan werven. Het gaat erom dat er een juiste balans is tussen de handen aan het bed en de sturing en organisatie door het management.

Er komt extra geld beschikbaar voor palliatieve zorg, zowel voor de opleiding als in de zorgverlening in verpleeghuizen, hospices en thuis. Het kabinet wil dat mensen in hun laatste levensfase goed worden verzorgd en met respect worden begeleid. Mensen moeten waardig kunnen sterven. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor professionele zorgverleners én vrijwilligers. De palliatieve zorg op het niveau van de wijk, dicht bij de mensen thuis, wordt versterkt.

Veiligheid

Het verbeteren van de veiligheid in de zorg heeft voor ons de hoogste prioriteit. Het moet voor de patiënt vanzelfsprekend zijn dat de zorgaanbieder veilig werkt. Veiligheid is een belangrijke kwaliteitsnorm. In alle ziekenhuizen wordt in 2008 een systeem ingevoerd dat de veiligheid van de patiënt moet garanderen. Het gaat daarbij in het bijzonder om het melden en analyseren van incidenten door de mensen op de werkvloer en een structurele risicoanalyse.

Met de ziekenhuizen is afgesproken dat uiterlijk in 2011 het aantal vermijdbare fouten en het aantal vermijdbare doden met de helft is teruggebracht ten opzichte van 2006. Dat betekent concreet een vermindering van 15 000 gevallen van vermijdbare schade per jaar. Daartoe is onder meer het «programma veilige zorg» ontwikkeld. Het programma wordt ondersteund met afspraken over medicatieveiligheid, onderwijs en onderzoek.

Eind 2007 presenteert VWS het tweede deel van het «programma veilige zorg». Daarin worden afspraken over cliëntveiligheid gemaakt in de langdurige zorg, de geestelijke gezondheidszorg, de eerstelijns- en de ketenzorg. Het aantal valincidenten en gevallen van seksueel misbruik van gehandicapten moet aanzienlijk afnemen. Met gerichte programma’s moet het aantal gevallen van decubitus (doorligwonden) fors afnemen. Goede resultaten zijn geboekt bij het voorkomen van gewichtsverlies van patiënten. Deze programma’s worden voortgezet en uitgebreid.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de naleving van de afspraken binnen alle sectoren. Het toezicht sluit aan op zelfregulering en kwaliteitsbewaking bij de instellingen zelf. Instellingen die achterblijven en onvoldoende inzetten op verbetering, kunnen worden aangepakt. Ook zorgverzekeraars kunnen afspraken over veiligheid in de contracten opnemen.

Innovatie

Innovatie is een van de zes pijlers van dit kabinetsbeleid. Kennis en innovatie zijn nodig om knelpunten in de zorg te kunnen oplossen. Dat geldt voor de preventieve, curatieve en de langdurige zorg. Vernieuwende producten en diensten kunnen een bijdrage leveren aan het verlichten van de werkdruk en het vergroten van de kwaliteit.

In 2008 introduceren we een programma dat is bedoeld om door een versnelling van innovatie met minder mensen betere zorg te leveren. In een innovatieplatform voor de zorg werkt de overheid samen met het bedrijfsleven, de wetenschap, kennisinstituten en zorgaanbieders.

ICT kan, veel meer dan nu het geval is, bijdragen aan het verbeteren van de zorg en aan het verminderen van de werkdruk in de zorg. Zo kunnen diverse technologische toepassingen (domotica) er aan bijdragen dat mensen langer thuis kunnen wonen en dat tegelijkertijd arbeid wordt bespaard.

Komend jaar worden de voorbereidingen afgerond voor de invoering van het landelijke elektronisch patiëntendossier (EPD), dat in 2009 zijn beslag moet krijgen. Medio 2008 zullen alle huisartsenposten en de helft tot driekwart van de apotheken zijn aangesloten op het landelijke informatiesysteem. Het EPD garandeert een goede communicatie in de zorgsector en komt daarmee de kwaliteit en de veiligheid van de behandeling ten goede. Er moet een goede samenhang komen met het elektronisch kinddossier (EKD) in de jeugdgezondheidszorg en de Verwijsindex. Hier zullen wij samen met de minister voor Jeugd en Gezin voor zorgen.

Werken in de zorg

In de zorg gaat jaarlijks 54 miljard euro om. De sector was met bijna 1,2 miljoen arbeidsplaatsen in 2006 de grootste werkgever van Nederland. Ruim 20 procent van de banen is de afgelopen zes jaar gecreëerd. De groei van banen in de zorg is groter dan in andere sectoren (zie figuur 2) en zet naar verwachting de komende jaren door. De groei van de vraag naar zorg wordt onder meer veroorzaakt door technologische ontwikkelingen en de zogenoemde dubbele vergrijzing: er komen steeds meer ouderen en ouderen leven ook nog eens langer.

Figuur 2: Ontwikkeling werkzame personen in vier sectoren (1987=100)

Bron: CBS

kst-31200-XVI-2-1.gif

In 2006 is 14 procent werkzaam in Zorg en Welzijn (1987 11 procent). Aangezien ook de komende decennia de zorgvraag sterk blijft groeien, zal het aandeel van Zorg en Welzijn verder toenemen. Zonder verdere stijging van de arbeidsproductiviteit en beperking van de groei van de zorgvraag kan het aandeel van Zorg en Welzijn op de arbeidsmarkt stijgen tot boven de 20 procent. De knelpunten doen zich vooral voor bij de verzorgenden. De zorghuizen, de thuiszorg en (in mindere mate) de gehandicaptenzorg worden daar het meest mee geconfronteerd.

Een hoge prioriteit heeft ook het terugdringen van de administratieve lasten en bureaucratie en het verbeteren van het imago van werken in de zorg. De sector moet, nog meer dan nu het geval is, worden gekenmerkt door elan en beroepstrots. Plezier in het werk is belangrijk en zorgprofessionals verdienen erkenning en waardering voor hun inzet. De cliënt kan dan rekenen op een respectvolle, betrokken en betrouwbare zorgverlener.

In het najaar komt het kabinet met een arbeidsmarktbrief. Daarin gaat het kabinet in op de situatie in de zorgsector en zullen aanvullende maatregelen worden aangekondigd. Zo zal er, in overleg met de sector, worden gewerkt aan maatregelen om nieuwe mensen te werven voor de zorg. We denken daarbij met name aan jongeren, allochtonen, werklozen en herintreders. Samen met de sociale partners stelt VWS middelen voor stages beschikbaar om de instroom te verbeteren. Tegelijk moeten zo veel mogelijk mensen die nu in de zorg werken voor de sector worden behouden. Verbetering van de carrièremogelijkheden, scholing en actief personeelsbeleid zijn hierbij van belang. De zorgsector biedt vele mogelijkheden, ook voor werken in deeltijd of werken buiten kantooruren. Tegelijkertijd wordt gestimuleerd dat deeltijdwerkers langer gaan werken.

Er staan nog meer maatregelen op stapel om mensen voor de zorgsector te winnen. Zo begint VWS, samen met de ministeries van OCW en SZW, nog dit jaar met een aantal proefprojecten om lager opgeleiden te werven voor een baan in de langdurige zorg. Het gaat dan met name om mensen met een uitkering en niet-uitkeringsgerechtigden, onder wie ook allochtone vrouwen. De proefprojecten beginnen dit najaar in zeven regio’s en duren anderhalf jaar. VWS en SZW trekken gezamenlijk 1 miljoen euro uit om dit project te ondersteunen.

Preventie

Preventiebeleid moet deels op een andere leest worden geschoeid. Want het toenemende aandeel van welvaartsziekten vraagt om nieuwe strategieën. Samen met scholen, werkgevers en verzekeraars proberen we mensen in hun directe leef- en werkomgeving te prikkelen of te verleiden tot gezonde keuzes. In het verlengde hiervan is samenwerking met de ministeries van OCW en SZW en met gemeenten van groot belang.

We willen preventie niet alleen inzetten voor het verhogen van de gemiddelde levensverwachting, maar ook voor een verbetering van de kwaliteit van het leven. Mensen moeten gezond oud kunnen worden; niet alleen omdat dit voor hen persoonlijk van belang is, maar ook uit een oogpunt van goed functionerende gezinnen, scholen, bedrijven en andere instellingen.

De zorgkosten van roken bedragen 2,5 miljard euro per jaar. De kosten van zorg door overgewicht bedragen nu al jaarlijks 1,5 miljard euro, terwijl de economische schade van overgewicht door verzuim en arbeidsongeschiktheid momenteel 2 miljard euro bedraagt. Zorgwekkend is ook de gezondheidsschade door alcohol, zeker bij onze jeugd. Dat levert bovendien veel overlast op. 40 procent van het politieoptreden in het weekeinde heeft te maken met drankmisbruik. Tegelijkertijd leiden deze factoren vaak ook nog tot chronische ziekten. Deze zullen in de toekomst de zorgvraag én de uitgaven, die zij nu al voor het grootste deel bepalen, nog sterker gaan domineren. Bij ongewijzigd beleid zullen de zorguitgaven volgens sommige berekeningen met meer dan 50 procent stijgen op grond van demografische en epidemiologische ontwikkelingen. Het is dan ook zaak om deze negatieve trends om te buigen. Op die manier is veel gezondheidswinst te boeken en maatschappelijk rendement te behalen. Daar waar het de jeugd betreft, zullen wij het beleid samen met de minister voor Jeugd en Gezin vormgeven.

Met het oog op het vermijden van gezondheidsschade bij werknemers in de horeca zal per 1 juli 2008 het roken in de horeca zijn verboden. Horecawerknemers krijgen hiermee gelijke bescherming als andere werknemers. De horeca kan wel afgesloten rookruimtes creëren, maar daar mag het personeel niet bedienen. Ook de gehele sportsector wordt rookvrij. De sportsector moet toegankelijk zijn voor iedereen en een gezonde omgeving bieden voor sporters, bezoekers en de jeugd. We nemen tegelijkertijd maatregelen voor een betere handhaving van bestaande wet- en regelgeving als het gaat om de verkoop en het gebruik van alcohol en tabak. Het beleid van VWS is er voornamelijk op gericht om de leeftijd waarop jongeren beginnen met drinken zoveel mogelijk uit te stellen, in ieder geval tot 16 jaar. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop onder jongeren te verhogen van 16 naar 18 jaar.

In een welvarend land als het onze moeten zo min mogelijk gezondheidsverschillen bestaan tussen de diverse bevolkingsgroepen. Nederland, dat op het gebied van gezondheid een Europese middenmoter is, moet terug naar de top vijf van Europa. Om dat te bereiken gaan we het preventiebeleid de komende jaren langs vier verschillende lijnen vormgeven.

De eerste lijn is het koesteren wat goed gaat en zoeken naar innovaties. We gaan natuurlijk door met «dijkbewaking» zoals screenen op borstkanker en het Rijksvaccinatieprogramma. We zullen de bestaande «dijkbewaking» vernieuwen, het beweegbeleid en letselpreventiebeleid krachtig voortzetten, een standpunt innemen over voorspellende geneeskunde en nieuwe preventieproducten. De leeftijd waarop een griepprik wordt verstrekt gaat van 65 naar 60 jaar.

Lijn twee: het voeren van een samenhangend gezondheidsbeleid. We zoeken actief de samenwerking met derden om mensen in hun directe leef- en werkomgeving te prikkelen en te verleiden tot gezond gedrag. De samenwerking met het ministerie van VROM op het gebied van milieu en gezondheid in steden wordt voortgezet. Het gaat dan onder meer om de school, de werkgever, sportverenigingen, bedrijven (de voedingsindustrie en de alcoholbranche; die immers een gerechtvaardigd belang hebben bij een goede reputatie) en om de gemeenten. Zij hebben allemaal hun eigen belangen bij gezondheid. Het zijn partners in preventie. Aanknopen bij die belangen werkt beter dan een opgeheven vingertje van de overheid. We gaan door met de uitvoering van de Preventienota «Kiezen voor gezond leven» uit 2006. De speerpunten zijn: (stoppen met) roken, overgewicht, schadelijk alcoholgebruik, diabetes en depressie.

De derde lijn is het beter verbinden van preventieve zorg en curatieve zorg. Daarbij zal de eerste lijn als schakelpunt fungeren. In 2008 wordt bekeken of «bewegen op recept» en «stoppen met roken» met ingang van 2009 kan worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekeraars. Alleen doeltreffende en kosteneffectieve interventies voor mensen die hulp zoeken om ongezond gedrag te veranderen, komen eventueel in aanmerking om in het verzekerde pakket onder te brengen.

Lijn vier houdt in: vernieuwingen doorvoeren in de bestuurlijke omgeving van de preventieve zorg. De infrastructuur van de openbare gezondheidszorg is nu nog erg versnipperd. Dat willen we doelmatiger gaan organiseren. Zo wordt de gezondheidsopvoeding van onze kinderen verstevigd in samenwerking met het ministerie voor Jeugd en Gezin en het ministerie van OCW. In tientallen plaatsen komen Centra voor Jeugd en Gezin waar kinderen en hun opvoeders terecht kunnen voor hulp.

In 2008 wil het kabinet bij het parlement de Wet publieke gezondheid indienen. Die wet maakt het mogelijk sneller in te grijpen bij mondiale bedreigingen van infectieziektecrises, zoals sars of vogelgriep. Deze wet regelt onder andere dat er voldoende voorzieningen komen om infectieziekten snel te kunnen opsporen en te bestrijden. De wet vervangt de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (WCPV), de Infectieziektewet en de Quarantainewet.

Participatie

Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ingevoerd. Samen met de VNG ondersteunen we gemeenten bij de verdere invoering en de ontwikkeling van de wet.

Een belangrijk thema van de Wmo is «verbinden»: het stimuleren van maatschappelijke participatie en het leggen van verbindingen tussen mensen onderling, op lokaal niveau. Alle mensen moeten op hun eigen wijze kunnen meedoen aan de maatschappij. Daarvoor is onbetaalde en onbaatzuchtige hulp een uiterst waardevolle aanvulling op het reguliere zorgstelsel. Het aantal vrijwilligers en mantelzorgers in Nederland is nog altijd zeer groot1, maar zal de komende periode mogelijk onder druk komen te staan. Daarom willen we dat bijvoorbeeld ouderen een belangrijke rol gaan spelen. Ook onder allochtonen is nog veel onbenut talent.

Voor de verbetering van de positie van vrijwilligers en mantelzorgers wordt een taakgroep opgericht. Die heeft tot doel de positie van mantelzorgers door te lichten en met concrete voorstellen te komen. Verder wordt gewerkt aan een «bondgenootschap» met één of meer grote bedrijven met als doel gezamenlijk te werken aan een mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid binnen die bedrijven. Ook zullen gemeenten worden aangemoedigd om met bedrijven die binnen hun grenzen zijn gevestigd te overleggen over een mantelzorgvriendelijke bedrijfscultuur. Het beschikbare geld wordt ingezet voor ondersteuning, scholing of het regelen van respijtzorg, zodat de mantelzorger er zelf ook af en toe tussenuit kan.

We steunen de gemeenten bij de landelijk toegankelijke voorzieningen voor kwetsbare burgers op het terrein van maatschappelijke opvang en opvang van vrouwen. Het doel is met centrumgemeenten afspraken te maken over een sluitende aanpak voor kwetsbare burgers die gebruik maken van die opvang. We zorgen voor de opvang van slachtoffers van huiselijk geweld, eerwraak (m/v) en genitale verminking. Hiervoor komt extra geld beschikbaar. In 2008 gaat de Wet tijdelijk huisverbod in, waarin onder meer aandacht is voor uithuisplaatsing van daders van huiselijk geweld. Ook zullen we de hulpverlening en opvang van onbedoeld zwangere meisjes en tienermoeders een impuls geven.

De Wet gelijke behandeling laat, net als de Wmo, mensen meedoen. De rechtspositie van mensen met een handicap of chronische ziekte moet worden verbeterd. Om dit te bereiken wordt de uitbreiding van de Wet gelijke behandeling op basis van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) ter hand genomen op het terrein van primair en voortgezet onderwijs en wonen. Dit in nauwe samenwerking met de ministeries van OCW en VROM.

Sport

Het kabinet hecht groot belang aan sport. Sport is een bindende factor in de samenleving. Sport draagt bij aan gezondheid, veiligheid, de ontwikkeling van wederzijds respect, integratie en maatschappelijke binding. Bovendien is sport gewoon leuk om te doen en is het leuk om betrokken te zijn bij sportieve activiteiten als vrijwilliger of supporter.

Jongeren moeten dagelijks kunnen sporten en bewegen binnen en buiten schooluren. Daarom stellen we samen met het ministerie van OCW geld beschikbaar voor brede scholen, sport en cultuur. Dit geld gaat grotendeels naar de versterking van de sportverenigingen en combinatiefuncties op het terrein van school, naschoolse opvang en sport. Het kabinet wil de gemeenten hierbij om een structurele bijdrage vragen, zodat een gezamenlijke investering ontstaat. Door het aanstellen van de professionals worden 3 000 sportverenigingen versterkt met het oog op hun maatschappelijke functie in de wijk. De impuls komt in 2008 ten goede aan 31 grote en middelgrote steden (G31), met voorrang voor de 40 krachtwijken.

Sport en beweging dragen bij aan een actieve en gezonde leefstijl. In het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen stimuleren we sport en bewegen door de jeugd in de scholen, de wijken en in de zorgsector. Er komt een programma «Sportiviteit en respect», met aandacht voor gedragscodes, homo-emancipatie en de bestrijding van geweld, discriminatie en racisme op en rond het veld.

Onze talenten moeten de laatste stap naar de internationale top kunnen maken. Hiervoor investeren we extra in talentcoaches, een betere combinatie van toptraining en onderwijs en een hoogwaardig internationaal trainings- en wedstrijdprogramma. Het moet ertoe leiden dat het aantal succesvolle talenten in 2011 met 20 procent is toegenomen.

Voor het sportbeleid heeft het kabinet een intensivering van structureel 20 miljoen euro beschikbaar gesteld; 10 miljoen euro in 2008. In oktober 2007 wordt een beleidsbrief Sport naar de Kamer gestuurd.

Ethiek

Het kabinet beschouwt de menselijke waardigheid als leidraad voor (medisch-)ethische wetgeving en beleid. Deze waardigheid vindt haar weerslag in verschillende waarden, zoals autonomie, goede zorg en de beschermwaardig van het leven. Zij zijn in de loop der jaren onlosmakelijk verbonden geraakt met wetgeving en beleid over medisch-ethische onderwerpen. Het kabinet acht deze waarden ook voor de toekomst van groot belang.

Bij medische ethiek gaat het niet alleen om onderwerpen als abortus en euthanasie. Patiëntenrechten, de bescherming van mensen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek en andere onderwerpen die de bescherming van de persoon betreffen, behoren er eveneens toe. Ook nieuwe (bio)technologische vindingen, bijvoorbeeld op het gebied van genetisch onderzoek of vruchtbaarheidstechnieken, en allerlei maatschappelijke ontwikkelingen werpen nieuwe vragen op.

Mede onder invloed van internationale ontwikkelingen heeft de menselijke waardigheid concreter vorm gekregen in enkele mensenrechtenverdragen. In de loop der jaren zijn in internationaal verband de rechten van de mens en de ethiek nauwer met elkaar verweven geraakt. Deze rechten zijn normen waaraan we in onze rechtsstaat allen zijn gebonden. Het zijn dan ook deze normen die leidend zijn in het medisch-ethische beleid van de overheid. De beleidsbrief Ethiek die u onlangs heeft ontvangen, bevat de beleidsvoornemens op het terrein van de medische ethiek.

Oorlogsgetroffenen

Om de belofte van ereschuld en bijzondere solidariteit met oorlogsgetroffenen bij een afnemend aantal ook in de toekomst gestalte te kunnen blijven geven, wordt het uitbetalingsverkeer voor bestaande cliënten in 2011 overgebracht naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Vanaf 2007 werken SVB, Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) en begeleidende instellingen samen.

Met het verstrijken van de tijd is het van groot belang het verhaal over de Tweede Wereldoorlog en zijn gevolgen te blijven vertellen aan nieuwe generaties. Met dit doel wordt het voorlichtingsbeleid en het programma Erfgoed van de Oorlog uitgevoerd. De ontwikkeling van educatief materiaal over onderbelichte aspecten van de Tweede Wereldoorlog heeft daarbij prioriteit. Het programma stimuleert organisaties om waardevol materiaal te behouden, toegankelijk te maken (meestal langs digitale weg) en voor een breed publiek onder de aandacht te brengen. Hiervoor is tot 2010 ruim 21 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Najaar 2007 wordt apart beleid gepresenteerd voor «oral history», mondeling overgedragen geschiedenis. Organisaties kunnen subsidie aanvragen voor het vastleggen van getuigenissen van de steeds kleiner wordende generatie Nederlanders die nog bewust de oorlog hebben meegemaakt.

Financieel beleid op hoofdlijnen

Deze paragraaf beschrijft het financieel beleid op hoofdlijnen. Allereerst worden de doelstellingen van het kabinet, zoals verwoord in Samen werken, samen leven en een overzicht van de enveloppentoedeling op hoofdlijnen gepresenteerd.

Vervolgens wordt een totaaloverzicht gepresenteerd van de zorguitgaven, gevolgd door een totaaloverzicht van de begrotingsuitgaven.

Hierna worden de belangrijkste mutaties van de ontwikkeling van de zorg- en begrotingsuitgaven van de begroting 2007 tot de begroting 2008 gepresenteerd.

Doelstellingen van het kabinet in Samen werken, samen leven

Het kabinet heeft in Samen werken, samen leven 75 doelstellingen voor de kabinetsperiode geformuleerd. Vijf daarvan hebben direct betrekking op onze beleidsterreinen. Ze zijn opgenomen in onderstaande tabel. In de tabel is tevens opgenomen in welk artikel en onder welke operationele doelstelling het beleid verder is uitgewerkt.

NummerDoelstellingArtikel en operationele doelstelling
35Substantiële uitbreiding van het aantal vrijwilligers en van het aantal mantelzorgers in 201144.3.2
45Kwaliteit van de zorg zichtbaar verhogen in 2011 ten opzichte van 2006, d.w.z.: 
 • De vermijdbare schade in ziekenhuizen is in 2011 met 50% gedaald42.3.2
 • Burgers kunnen op kiesBeter.nl voor 80 aandoeningen zien welke kwaliteit ziekenhuizenbieden42.3.1
 • Cliënten geven 90% van de zorgaanbieders in de AWBZ een voldoende voor de kwaliteit van de zorg43.3.3
 • De rechten en plichten van patiënten en cliënten zijn in 2011 wettelijk vastgelegd en de informatie hierover is voor iedereen toegankelijk42.3.1 43.3.1
46Meer patiëntgerichte zorg door vernieuwing zorg- concepten en innovatie42.3.2 43.3.3
47Betere hulp en opvang voor tienermoeders41.3.4
48Verbeteren en versterken palliatieve zorg42.3.2 43.3.3

Toedeling enveloppen coalitieakkoord

Middelen toegevoegd aan begroting 2008

In onderstaande tabel zijn de extra middelen opgenomen die toegevoegd zijn aan de Ontwerpbegroting 2008 op grond van het coalitieakkoord. Een verdere toedeling van deze middelen aan onderwerpen en beleidsartikelen is opgenomen in de tabel met de ontwikkeling van de Ontwerpbegroting 2007 tot aan de Ontwerpbegroting 2008.

Bedragen x € 1 00020082009201020112012
PIJLER 4     
Enveloppe Zorg, waarvan:500 000500 000500 000500 000500 000
– Zorgtoeslageffect pakketuitbreiding60 00060 00060 00060 00060 000
– Premie-uitgavencare230 000210 000190 000200 000300 000
– Begrotingsuitgavencare110 000130 000150 000140 00040 000
– Begrotingsuitgaven cure en preventie100 000100 000100 000100 000100 000
Enveloppe Sport:10 00010 00010 00010 00010 000
PIJLER 5     
Enveloppe Capaciteit veiligheidsketen en preventie, waarvan:11 00011 00011 00011 00011 000
– Heroïnebehandeling op medisch voorschrift10 00010 00010 00010 00010 000
– Huiselijk geweld, Eergerelateerd geweld, Genitale verminking en Vrouwenopvang1 0001 0001 0001 0001 000

* In totaal is er voor sport € 10 miljoen extra beschikbaar voor 2008 en structureel € 20 miljoen vanaf 2009.

** In totaal is er voor dit onderwerp in 2008 € 17,9 miljoen extra beschikbaar oplopend tot € 42,3 miljoen in 2012.

Naast de enveloppenmiddelen zijn ook middelen uit het FES-fonds toegekend. Dit betreft, gezamenlijk met het ministerie van EZ, het programma BioMedical Materials (€ 45 miljoen in de periode 2008–2012) en gezamenlijk met het ministerie van OCW het project Genomics (€ 245 miljoen in de periode 2008–2014).

Middelen gereserveerd op de aanvullende post

Nog niet alle extra middelen zijn al aan onze begroting toegevoegd. Een deel ervan staat gereserveerd voor onze beleidsterreinen op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën. De gereserveerde bedragen zijn opgenomen in de volgende tabel, inclusief het doel waar ze voor bedoeld zijn.

Bedragen x € 1 00020082009201020112012
PIJLER 2     
Enveloppe innovatie, kennis en onderzoek (artikel 42):1 0008 00013 00018 00018 000
Enveloppe ondernemerschap: Maatschappelijk innovatieprogramma zorg (artikel 42):3 0006 0009 0001200012000
PIJLER 4     
Enveloppe Sport*     
– Sporten en bewegen door jongeren en brede scholen in krachtwijken, alsmede talentontwikkeling (artikel 46) 10 00010 00010 00010 000
Enveloppe Participatie, onderkant en armoede (besluitvorming over de toedeling van deze enveloppe aan de begrotingen van VWS, OCW en LNV is nog niet afgerond)PMPMPMPM 
PIJLER 5     
Enveloppe Capaciteit veiligheidsketen en preventie     
– Huiselijk geweld, Eergerelateerd geweld, Genitale verminking en Vrouwenopvang (artikel 44)** 4 0006 00010 00010 000

* In totaal is er voor sport € 10 miljoen extra beschikbaar voor 2008 en structureel € 20 miljoen vanaf 2009.

** In totaal is er voor dit onderwerp in 2008 € 17,9 miljoen extra beschikbaar oplopend tot € 42,3 miljoen in 2012.

Totale zorguitgaven

Zorguitgaven (bedragen x € miljoen)
 2008  2008
41 – Volksgezondheid104 43 – Langdurige zorg20 150
Preventieve zorg (uitvoeren Rijksvaccinatieprogramma) 99 Geestelijke gezondheidszorg AWBZ1 191
Ouder- en kindzorg6 Gehandicaptenzorg5 136
Volksgezondheid onverdeeld– 1 Verpleging en verzorging11 547
   Persoonsgebonden budgetten1 282
42 – Gezondheidszorg30 052 Subsidies langdurige zorg68
Huisartsen1 987 Beheerskosten/diversen AWBZ211
Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg 759 Langdurige zorgonverdeeld717
Paramedische hulp477   
Verloskunde en kraamzorg446 44 – Maatschappelijke ondersteuning164
Dieetadvisering31 MEE-instellingen164
Extramurale zorg onverdeeld30   
Algemene en categorale ziekenhuizen10 068 99 – Nominaal en onvoorzien1 640
Academische ziekenhuizen3 117 Nominaal en onvoorzien1 640
Medisch specialisten1 808   
Overig curatieve zorg465 Overig2 240
Ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief onverdeeld 416 Wmo (gemeentefonds)1 439
Ambulancevervoer363 Opleidingsfonds (begroting VWS)773
Overig ziekenvervoer125 Aanvullende post – Begrotingsgefinancierde28
Ziekenvervoer onverdeeld4 BKZ-uitgaven 
Farmaceutische hulp5 078   
Hulpmiddelen1 332 Totaal zorguitgaven54 350
Geneeskundige GGZ door instellingen2 750   
Geneeskundige GGZ door vrijgevestigden153   
Persoonsgebonden budgetten GGZ-Zvw39   
Geneeskundige GGZonverdeeld67   
Grensoverschrijdende zorg518   
Subsidies gezondheidszorg19   

Het saldo van beschikbare middelen en maatregelen, voorzover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is per groep van sectoren opgenomen als onverdeeld.

Bron: VWS

Totale begrotingsuitgaven

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 2008  2008
41 – Volksgezondheid  46 – Sport 
Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl51 627 Gezond door sport18 763
Voedsel- en productveiligheid78 859 Meedoen door sport68 584
Voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen5 239 Sport aan de top27 627
Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten279 551 Personeel en materieel2 470
Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg132 119   
Ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg14 528 47 – Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II 
Personeel en materieel8 775 Wetten, regelingen en rechtsherstel WO II373 057
   Herinnering en bewustzijn WO II14 072
42 – Gezondheidszorg  Personeel en materieel1 273
Versterken positie burger in zorgstelsel3 332    
Realisatie gewenste zorgaanbod door zorgaanbieders1 157 929 98 – Algemeen 
Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg5 744 661 Beheer en toezicht stelsel88 300
Personeel en materieel8 131 Internationale samenwerking11 998
   Inspectie voor de Gezondheidszorg39 166
43 – Langdurige zorg  Sociaal en Cultureel Planbureau5 607
Versterken positie burger in zorgstelsel68 732 Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling124
Noodzakelijke zorg beschikbaar voor iedere cliënt138 324 Raad voor de Volksgezondheid en Zorg2 941
Zorg is effectief en veilig148 777 Gezondheidsraad3 314
Aanvaardbare maatschappelijke kostenzorg4 708 929 Centrale Commissie Mensgebonden onderzoek1 476
Personeel en materieel4 106 Raad voor Gezondheidsonderzoek355
   Strategisch onderzoek RIVM15 774
44 – Maatschappelijke ondersteuning  Strategisch onderzoek NVI8 111
Actieve participatie in maatschappelijke verbanden23 058 Inspectie Jeugdzorg3 813
Vrijwillige ondersteuning door en voor burgers79 544 Personeel en materieel kernministerie115 535
Prof. ondersteuning voor burgers met beperkingen85 438   
Tijdelijke ondersteuning van burgers met (psycho)sociale  99 – Nominaal en onvoorzien 
problemen343 567 Loonbijstelling985
Personeel en materieel3 925 Prijsbijstelling398
   Onvoorzien2
   Taakstelling– 43 503
     
   Totaal begrotingsuitgaven13 849 393

Ontwikkeling zorguitgaven

In de tabel hieronder worden de belangrijkste mutaties van de ontwikkeling van de zorgsuitgaven van de begroting 2007 tot de begroting 2008 gepresenteerd. Een toelichting op deze mutaties is opgenomen in de bijlage Financieel Beeld Zorg van dez begroting.

Ontwikkeling netto BKZ-uitgaven in de jaren 2006 t/m 2012
bedragen in € miljoen2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 200744 058,646 375,049 172,751 706,154 300,357 085,2 
Uitgaven (bruto BKZ)47 915,550 086,952 948,855 588,758 290,861 184,7 
Ontvangsten3 856,93 711,93 776,13 882,63 990,54 099,5 
        
Mutaties Jaarverslag 2006/1e Suppletore Wet 2007       
Mutaties       
a. Voorlopige afrekening 2006394,91 066,51 067,21 067,21 067,21 067,2 
b. Niet-gerealiseerde korting ziekenhuizen 145,5145,5145,5145,5145,5 
c. Persoonsgebonden budgetten 60,060,060,060,060,0 
d. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2007) – 74,2– 107,7– 114,7– 128,7– 141,7 
e. Financieringsmutaties– 140,8107,9     
f. IJklijnmutaties34,5– 3,6– 2,6– 2,6– 6,0– 6,0 
g. Overige mutaties 52,253,659,759,759,7 
        
Stand Jaarverslag 2006/1e Suppletore Wet 200744 347,247 729,350 388,752 921,255 498,058 269,9 
wv uitgaven (bruto BKZ)48 194,451 441,254 164,856 803,859 488,562 369,4 
wv ontvangsten3 847,23 711,93 776,13 882,63 990,54 099,5 
        
Productieontwikkeling, mee- en tegenvallers       
h. Aanvullende afrekening 2006396,8146,6150,5150,5150,5150,5 
        
Maatregelen en beleidsaanpassingen       
i. Enveloppe Zorg  230,0210,0237,0268,0 
j. Pakketuitbreiding  204,0204,0204,0204,0 
k. Maatregel uurtarief medisch specialisten  – 175,0– 175,0– 175,0– 175,0 
l. Uitgavenbeperking ziekenhuizen  – 160,0– 160,0– 160,0– 160,0 
m. Maatstafconcurrentie ziekenhuizen   – 15,0– 90,0– 240,0 
n. Geneesmiddelen  – 340,0– 340,0– 340,0– 340,0 
o. Maatregelen care  – 350,0– 630,0– 700,0– 795,0 
wv schrappen grondslag somatisch/prijsmaatregel  – 120,0– 330,0– 330,0– 330,0 
wv best practices/efficiencykorting  – 115,0– 190,0– 265,0– 360,0 
wv klassemiddenmaatregel  – 115,0– 110,0– 105,0– 105,0 
p. Maatregel eigen betalingen AWBZ   – 80,0– 80,0– 80,0 
q. Maatregelen huisartsen – 23,8– 57,4– 57,5– 57,5– 57,5 
r. Incidentele meevaller kapitaallasten – 81,0     
s. Invoering eigen risico  761,4778,7731,2785,7 
t. OVA  56,9122,4199,9289,0 
        
Technische en macro-economische mutaties       
u. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2008) – 14,7495,71 160,91 774,22 394,8 
v. Financieringsmutaties– 53,265,9     
w. IJklijnmutaties – 11,4– 13,4– 13,4– 13,4– 13,4 
x. BKZ  – 45,6– 7,3132,3273,1 
y. Overige mutaties34,5105,5175,61 423,51 369,71 389,3 
        
Stand ontwerpbegroting 200844 725,347 916,451 321,455 493,058 680,962 163,465 868,9
wv uitgaven (bruto BKZ)48 572,551 631,254 349,758 727,362 057,465 698,669 543,1
wv ontvangsten3 847,23 714,83 028,33 234,33 376,53 535,23 674,2

Bron: VWS

Ontwikkeling begrotingsuitgaven 2008

In de tabel hieronder worden de belangrijkste mutaties van de ontwikkeling van de begrotingsuitgaven van de Ontwerpbegroting 2007 tot de Ontwerpbegroting 2008 gepresenteerd.

Onder het kopje Mutaties na de eerste suppletore wet zijn de extra middelen op grond van het coalitieakkoord opgenomen. Deze bedragen zijn inclusief extra middelen die wij door herschikking van onze begroting voor deze intensiveringen beschikbaar stellen. Daarbij is tevens de operationele doelstelling (OD) vermeld waarin het beleid verder is uitgewerkt. Daarnaast worden de mutaties ook toegelicht in het Verdiepingshoofdstuk.

Voor een toelichting op de belangrijkste mutaties in de eerste suppletore wet, en alle overige mutaties na de eerste suppletore wet wordt verwezen naar het Verdiepingshoofdstuk van deze begroting.

Bedragen x € 1 000200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 200713 589 47413 732 42913 983 34114 399 04114 747 12214 747 122
       
Moties en amendementen      
       
Mutaties 1e Suppletore Wet 200784 416305 816135 649266 123367 090352 248
       
Waarvan belangrijkste beleidsmatige mutaties:      
Infrastructuur zorgstelsel9 8756 1604 4601 7601 6601 660
Verdeelsleutel Maatschappelijke opvang22 00018 00013 0009 0004 000 
Valys bovenregionaal vervoer20 00020 00020 00020 00020 00020 000
Koppelingsfonds18 39218 39218 39218 39218 39218 392
FES Topinstituut Pharma en BSIK projecten10 000     
Pneumokokken in Rijksvaccinatieprogramma (overheveling naar de premiemiddelen)– 39 450– 39 450– 39 450– 39 450– 39 450– 39 450
       
Stand 1e Suppletore Wet 200713 673 89014 038 24514 118 99014 665 16415 114 21215 099 370
       
Toedeling middelen coalitieakkoord      
Enveloppe Zorg:      
Verbinden preventiemet curatieve zorg (gericht op chronische zieken en depressiviteit; OD 41.3.4) 6 0002 000   
Verlaging leeftijdsgrens griepvaccinatie van 65+ naar 60+ (OD 41.3.4) 10 00010 00010 00010 00010 000
Activiteiten in het kader van de preventienota Kiezen voor gezond leven (OD 41.3.1) 5 0005 0005 5005 5005 500
Beperking verkrijgbaarheid alcohol en preventie alcoholmisbruik (OD 41.3.1) 5 7005 7005 2004 2004 200
Invoering(campagne) rookvrije horeca en aanpak stoppen met roken (OD 41.3.1) 8 0002 0001 000  
Arbeidsmarktbeleid curatieve zorg (OD 42.3.2) 14 93714 93720 43719 687 
Innovatieimpuls in de zorg (OD 42.3.2) 10 00015 00020 00025 00030 000
Transparantie zorgaanbod (42 en 43: OD1) 2 2002 2002 2002 200 
Elektronisch medicatiedossier (EMD) en Waarneemdossier huisartsen (WDH) (OD 42.3.2) 15 00030 000   
Campagne patiëntveiligheid (OD 42.3.2) 2 0002 0002 0002 0002 000
Vereenvoudiging indicatiestelling (OD 43.3.2) 5 0008 0008 000500 
Invoering zorgzwaartebekostiging (OD 43.3.3) 5 500    
Intensivering ketenzorg (o.a. programma kwetsbare ouderen; OD 43.3.3) 10 00020 00030 00030 000 
Verbeteren patiëntveiligheid en transparantie (OD 43.3.3) 3 0003 0003 0003 0003 000
Meten patiëntervaringen (CQ index; OD 43.3.3) 2 4002 8002 9001 9001 900
Kleinschalig wonen (OD 43.3.3) 15 00020 00030 00030 000 
Palliatieve zorg (OD 43.3.3) 10 00010 00010 00010 00010 000
Verbeteren inzicht in kwaliteit zorg en rechten van patiënten (42 en 43: OD 1) 12 90011 50011 50011 50011 500
Ondersteuning zorgprofessional (OD 43.3.3) 2 5002 5002 5002 500 
Vermindering prevalentie decubitus, valincidenten, ondervoeding en seksueel misbruik in verpleeg- en verzorgingshuizen (OD 43.3.3) 7 5007 5007 5007 5003 800
Ondersteuning cliënten in verpleeg- en verzorgingshuizen (OD 43.3.3) 15 00010 000   
Arbeidsmarktbeleid langdurige zorg (OD 43.3.3) 44 81253 43761 31259 062 
Voorkomen (vrouwelijke) genitale verminking, eergerelateerd geweld, huiselijk geweld en uitbreiding plaatsen vrouwenopvang (OD 44.4.4) 3 0005 5008 00010 50013 000
Verbinden preventie met curatieve zorg (Bewegen op recept; OD 46.3.1) 3 0001 000   
       
Enveloppe Sport:*      
Sporten en bewegen door jongeren en brede scholen in krachtwijken (OD 46.3.2) 7 5007 5007 5007 5007 500
Talentontwikkeling (OD 46.3.3) 2 5002 5002 5002 5002 500
       
Enveloppe Capaciteit veiligheidsketen en preventie:      
Heroïnebehandeling op medisch voorschrift (OD 41.3.1) 10 00010 00010 00010 00010 000
Huiselijk geweld, Eergerelateerd geweld, Genitale verminking en Vrouwenopvang (OD 44.4.4)** 1 0001 0001 0001 0001 000
       
Stand ontwerpbegroting 200812 627 19813 849 39314 158 45514 441 62914 896 21615 350 221

* In totaal is er voor sport € 10 miljoen extra beschikbaar voor 2008 en structureel € 20 miljoen vanaf 2009.

** In totaal is er voor dit onderwerp in 2008 € 17,9 miljoen extra beschikbaar oplopend tot € 42,3 miljoen in 2012.

Artikel 41 Volksgezondheid

41.1 Algemene Beleidsdoelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen gezond leven en zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

In de preventievisie die in de tweede helft van 2007 verschijnt en waar onze reactie op het IBO preventie onderdeel van uitmaakt, zetten wij uiteen hoe we de volksgezondheid willen verbeteren. Daarbij zijn wij op zoek naar partners in preventie. Wij willen samenwerken met gemeenten, het onderwijs, zorgverzekeraars, de sportsector, werkgevers en andere partijen en sectoren die parallelle belangen hebben bij gezonde burgers. De hoofdlijnen van ons vernieuwde preventiebeleid luiden als volgt:

• bestaande preventiemaatregelen (gezondheidsbescherming en ziektepreventie) in stand te houden («dijkbewaking») en te innoveren. Zo gaat in 2008 de leeftijdsgrens voor griepvaccinatie omlaag van 65 naar 60;

• met andere ministeries gezond leven stimuleren en de omgeving van de burger gezonder maken. Dit betekent onder meer dat horeca en sportkantines wettelijk rookvrij worden per 1 juli 2008;

• preventie via de zorg te versterken. Het is van groot belang preventie en zorg meer met elkaar te verbinden. We onderzoeken of bewegen op recept en stoppen met roken in het basispakket kunnen worden opgenomen;

• bestuurlijke vernieuwing realiseren waar dit nodig is: gebiedscongruentie tussen GGD- en GHOR-regio’s, modernisering van het Rijksvaccinatieprogramma en effectiever VWA-toezicht.

In de verschillende operationele doelstellingen van dit artikel komen deze lijnen terug.

In het vervolg op de preventievisie komen er onder meer een Voedingsnota, een hoofdlijnenbrief over alcoholbeleid, een drugspreventieplan en een beleidsnota over de aanpak van overgewicht.

Ook gaan de landelijke acties ter uitvoering van de Preventienota «Kiezen voor gezond leven» uit 2006 door. De speerpunten uit deze nota zijn: roken, overgewicht, schadelijk alcoholgebruik, diabetes en depressie.

De beleidsbrief Ethiek die in de tweede helft van 2007 verschijnt, zal de beleidsuitgangspunten en activiteiten van ethiek in de komende periode bevatten. Belangrijke onderwerpen zijn:

• Evaluatie en wetswijziging van de Wet afbreking Zwangerschap (WAZ), de Embryowet en de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL);

• Evaluatie en wetswijziging van de Wet afbreking zwangerschap (WAZ), de Embryowet en de WTL;

• Het verbeteren van de abortushulpverlening;

• Programma wetsevaluatie naar met name het hanteren van juridische begrippen, zoals toestemming, in de verschillende zorgterreinen;

• Onderzoeksprogramma Ethiek en Gezondheid bij ZonMw.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor het:

• Bevorderen dat mensen gezonder gaan leven;

• Beschermen van consumenten tegen onveilige consumentenproducten en levensmiddelen;

• Bevorderen van veilig gedrag en een veilige omgeving ter voorkoming van letsels door ongevallen in de privésfeer;

• Beschermen van burgers tegen (de gevolgen van) infectieziekten en rampen;

• Zorgdragen voor een doelmatige en effectieve openbare gezondheidszorg;

• Scheppen van de randvoorwaarden voor meer preventie via de zorg;

• Bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek.

Externe factoren

Externe factoren

Veel ziekte overkomt mensen. Maar ziekte is ook vaak te voorkomen. Door burgers zelf, en via de wijken, op scholen, in de sport, op het werk en in de zorg. Vaak is er sprake van een parallellie van belangen. Om onze beleidsdoelen te bereiken, gaan we daarom aan de slag met andere ministeries, gemeenten, het bedrijfsleven, scholen, werkgevers en werknemers, zorgverzekeraars en -aanbieders (beroepsgroepen), maatschappelijke organisaties en de sportsector. Overigens dragen diverse ministeries nu ook al vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bij aan de preventie van gezondheidsschade. Voorbeelden zijn Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (coffeeshopbeleid in gemeenten), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (gezondheidsbescherming werknemers), Verkeer en Waterstaat (verkeersveiligheid), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (voedselkwaliteit) en Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (blootstelling en normstelling van stoffen, milieu en gezondheid in steden).

Er is een aantal actoren werkzaam op het terrein van de volksgezondheid:

• Gemeenten staan voor de collectieve preventie op lokaal niveau. Elke vier jaar brengen gemeenten een nota lokaal gezondheidsbeleid uit. GGD-en voeren de wettelijke preventietaken van gemeenten grotendeels uit.

• Het RIVM ontwikkelt zich tot een expertise- en regiecentrum voor landelijke overheidstaken op het gebied van de publieke gezondheid. Daartoe is een aantal centra opgericht: het Centrum Infectieziektebestrijding, het Centrum voor Bevolkingsonderzoek, het Centrum Jeugdgezondheid en onlangs het Centrum Gezond Leven en het Centrum Gezondheid en Milieu. Het RIVM krijgt bovendien een grotere rol bij de voorlichting aan het publiek.

• De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) handhaaft de wettelijke regels voor alcohol, tabak, eet- en drinkwaren en consumentenproducten. Voor alle activiteiten van de VWA geldt dat er met name in de uitvoering naar gestreefd wordt om discontinuït van de bedrijfsvoering als gevolg van de Efficiëntie operatie van de Rijksdienst zoveel mogelijk te voorkomen.

• De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt onder meer toezicht op de volksgezondheid en de openbare gezondheidszorg. Daarnaast inspecteert de IGZ de infectiepreventie door zorginstellingen.

Het nationale preventiebeleid is deels afhankelijk van ontwikkelingen in EU-verband of op mondiaal niveau. Zo is er bij de infectieziektebestrijding meer internationale afstemming en samenwerking met het European Center for Disease Control and Prevention en de WHO. En door de harmonisatie via EU-richtlijnen zijn er regelmatig aanpassingen in de nationale wetgeving.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

We meten het volksgezondheidsbeleid op effectniveau met de indicatoren absolute levensverwachting en levensverwachting in goed ervaren gezondheid. Daarnaast brengt het RIVM vierjaarlijks de Volksgezondheid Toekomst Verkenning en tweejaarlijks de Zorgbalans uit, die inzicht bieden in de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid.

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
1. Absolute levensverwachting in jaren:    
mannen76,22003>76,2 (2011)
vrouwen80,92003>80,9 (2011)
2. Levensverwachting in goed ervaren gezondheid in jaren:    
mannen83,4%2006> 83,4% (2011)
vrouwen77,8%2006> 77,8% (2011)

Bron:CBS/Doodsoorzakenstatistiek en POLS (Voor het berekenen van de levensverwachting in goede ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van het percentage mensen dat op de vraag naar ervaren gezondheid «goed» of «zeer goed» antwoordde). Het gaat hier dus om de verhouding tussen de levensverwachting en het aantal jaren dat deze in goede gezondheid wordt ervaren.

Toelichting:

Wij streven ernaar Nederland terug te brengen naar de top vijf van Europese landen met de hoogste levensverwachting, door de burger gezonder te laten leven. Op dit moment staat Nederland voor mannen op het gemiddelde van de 15 «oude» EU-landen en voor vrouwen op het gemiddelde van de EU-25. Wij hebben geen streefwaardes voor 2008 opgenomen, maar hebben gekozen voor een streefwaarde op langere termijn (2011). De reden hiervoor is dat de effecten van het beleid pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn.

41.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen727 176560 344554 507540 831584 375575 055574 549
        
Uitgaven743 004775 797570 698555 155587 741578 219578 161
        
Programma-uitgaven734 848766 521561 923546 813579 716570 896570 838
Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl31 53630 73551 62743 70742 75737 59137 591
Voedsel- en productveiligheid84 74481 08578 85977 37674 40768 45468 454
Voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen05 4985 2394 4564 4564 4564 456
Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten271 313269 992279 551279 873324 690327 391328 682
Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg334 501364 801132 119127 055119 202119 065118 716
Ethisch verantwoord handelen in de gezondheiszorg12 75414 41014 52814 34614 20413 93912 939
        
Apparaatsuitgaven8 1569 2768 7758 3428 0257 3237 323
        
Ontvangsten13 69613 12312 32316 72320 22315 62315 623

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
   20082009201020112012
1. Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl  51 62743 70742 75737 59137 591
– Juridisch verplicht  47 22631 17328 73526 62426 624
– Bestuurlijk gebonden  2 6662 6662 66600
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  1 7359 86811 35610 96710 967
2. Voedsel- en productveiligheid  78 85977 37674 40768 45468 454
– Juridisch verplicht  77 99275 61071 87365 20665 206
– Bestuurlijk gebonden  300300300300300
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  5671 4662 2342 9482 948
3. Voorkomen gezondheidsschade door ongevallen  5 2934 4564 4564 4564 456
– Juridisch verplicht  5 2394 4564 3343 2943 164
– Bestuurlijk gebonden  00000
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  001221 1621 292
4. Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten  279 551279 873324 690327 391328 682
– Juridisch verplicht  278 455276 354320 053320 371319 487
– Bestuurlijk gebonden  01 0501 050800800
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  1 0962 4693 5876 2208 395
5. Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg  132 119127 056119 203119 056118 716
– Juridisch verplicht  131 29330 65128 82627 57126 440
– Bestuurlijk gebonden  094 56387 98587 76087 411
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  8261 8422 3923 7344 865
6. Ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg  14 52814 34614 20413 93912 939
– Juridisch verplicht  13 9202 3391 7411 6621 871
– Bestuurlijk gebonden  010 88210 88210 88210 882
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  6081 1251 5811 395186

Toelichting

De bedragen die «niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden» zijn opgenomen zijn beleidsmatig gereserveerd voor uitgaven op het terrein van:

– OD 1 Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl: uitvoeren preventienota Kiezen voor gezond leven, preventie van schadelijk alcoholgebruik en preventie van overgewicht.

– OD 2 Voedsel- en productveiligheid: onderzoek naar veroorzakers van voedselinfecties veiligheid van producten.

– OD 4 Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten: de voorbereidende activiteiten grieppandemie, verminderen van de problematiek bij allochtonen op het gebied van seksuele gezondheid, interventiestrategieën chronische ziekten en voorlichting en implementatie International Health Regulations.

– OD 5 Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg: programmatische aanpak van depressie (grip op je dip), de verbetering van de paraatheid van zorgvoorzieningen voor grootschalig optreden bij crises en rampen en het verminderen van gezondheidsproblemen in de aandachtswijken.

– OD 6 Ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg: de verplichte evaluatie van ethische wetten en het uitvoeren van het standpunt op de evaluatie van de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (euthanasiepraktijk).

De bovengenoemde onderwerpen liggen voor een groot deel al vast in het coalitieakkoord en er liggen concrete voorstellen aan ten grondslag.

Premie-uitgaven:

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)

 2006200720082009201020112012
Preventieve zorg (uitvoeren Rijksvaccinatieprogramma)70,498,799,299,299,299,299,2
Ouder- en kindzorg7,96,05,95,95,95,95,9
Volksgezondheid onverdeeld  – 0,9– 1,6– 2,2– 2,6– 2,6
Totaal78,3104,7104,2103,5102,9102,5102,5
Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar 33,7%– 0,5%– 0,7%– 0,6% 0,4%0,0%

In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van volksgezondheid. In deze beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de eerste suppletore wet 2007 en de miljoenennota 2008 verwerkt. Voor 2007 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2008 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd. Het saldo van beschikbare middelen en maatregelen, voorzover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is opgenomen als onverdeeld.

41.3 Operationele doelstellingen

Er zijn zes operationele doelstellingen op het gebied van volksgezondheid:

1. meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl;

2. het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten;

3. het voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen;

4. de vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten;

5. er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid.

6. het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek.

41.3.1 Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl

Motivering

Motivering

De burger is primair zélf verantwoordelijk voor zijn leefstijl, maar ook gemeenten, scholen, werkgevers, sportverenigingen, zorgverzekeraars en zorgaanbieders vervullen een belangrijke rol. Gezondheidsbevorderende instituten ondersteunen deze partijen in samenwerking met het Centrum Gezond Leven (CGL) bij het RIVM door informatie en voorlichting te geven en leefstijlinterventies te doen. We willen gezond leven bevorderen door het roken te ontmoedigen, beweging te bevorderen, gezonde voeding te bevorderen, overgewicht te voorkomen, en door preventie van schadelijk alcohol- en drugsgebruik.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
1. Percentage Niet-rokers stijgt72%200674%80% (2011)
2. Percentage van de Nederlandse bevolking (vanaf 18 jaar) dat voldoet aan de beweegnorm of de fitnorm (zie art. 46 Sport).63%200565% (2011)
3. Percentage mensen dat gezond eet neemt toe:    
a. Percentage borstgevoede kinderen:    
1e dag79%200585% (2011)
1 mnd54%200560% (2011)
6 mnd25%200525% (2011)
b. Consumptie gemiddeld per dag van    
groente (2 ons)2%200310% (2011)
fruit (2 stuks)7%200310% (2011)
c. Consumptie in energieprocenten1 in de totale inname energie per dag van:    
verzadigde vetzuren12,9200310,0 (2011)
Transvetzuren1,12003 1,0 (2011)
d. Consumptie zout (in grammen per dag)1020066 (2011)
4. Percentage volwassenen zonder overgewicht stabiliseert en het percentage kinderen zonder overgewichtstijgt.    
mannen:55%1993–199755% (2011)
vrouwen:65%1993–199765% (2011)
kinderen:87%1993–199790% (2011)
5. Het percentage mensen in de algemene bevolking (16 tot 69 jaar) zonder problemen als gevolg van alcoholgebruik stijgt90,7%200492,5% (2011)
6. Aantal problematische verslaafden per 1 000 inwoners3,120053,1 (2011)

1 Aandeel dat de voedingsstof levert aan de totale inname energie per dag.

Bronnen:

1. TNS NIPO; Nota «Langer gezond leven»(kamerstukken 22 894, nr. 20); Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006–2010 (kamerstukken 22 894, nr. 78); STIVORO jaarverslag 2006 (http://www.stivoro.nl/getbijlage.jsp)

3. TNO, Peiling melkvoeding van zuigelingen, 2005 Verwijzingen/TNO_peiling_2005.pdf; RIVM, Resultaten van de voedselconsumptiepeiling 2003 bij jongvolwassenen (19–30 jaar) in Nederland Verwijzingen/VCP 2003 Jongvolwassenen.pdf.

4. Advies Gezondheidsraad «Overgewicht en Obesitas», 2003. Begroting op internet/Overgewicht.pdf De prevalentie van probleemdrinken in Nederland: een algemeen bevolkingsonderzoek, Universiteit Maastricht, februari 2005 Verwijzingen feb. 2005 – Rapport Prevalentie van probleemdrinken in Nederland.pdf. Recent herberekend door G. J. Meerkerk, M. Derickx, e.a.: Het meten van probleemdrinken.

5. HBSC 2005: Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Trimbos-instituut, 2007.

6. Jaarbericht 2005, Nationale Drug MonitorProductbeschrijving.

Toelichting

In de meeste gevallen hebben we geen streefwaardes voor 2008 opgenomen, maar hebben we gekozen voor een streefwaarde op langere termijn (2011). De reden hiervoor is dat de effecten van het beleid pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn en dat rechtvaardigt het niet om gegevens over tussenwaardes jaarlijks te verzamelen. De streefwaardes zijn ambitieus, maar realistisch gesteld wanneer de voorgenomen interventies ook worden uitgevoerd. Ook sluit de ambitie aan bij de motivatie van andere partijen die in de verschillende programma’s participeren.

In de tweede helft van 2007 komt de voedingsnota uit. Hierin zullen de doelstellingen van gezonde voeding (indicator 3) verder worden toegelicht en mogelijk verfijnd en/of uitgebreid. Er is (nog) geen algemene indicator te geven. Het RIVM stelt een voedingsindex op die hier meer inzicht in geeft. Het beoogde ontwikkeltraject voor de voedingsindex is twee jaar, van medio 2006 tot medio 2008.

Instrumenten te behoeve van het ontmoedigen van roken

• Uitvoeren van het Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006–2010 (kamerstukken 22 894, nr. 78)

We hebben dit programma in 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden, mede namens de Nederlandse Hartstichting, het Astma Fonds en KWF Kankerbestrijding. De genoemde partijen maken jaarlijks een actieplan, met daarin de concrete activiteiten voor het daaropvolgende jaar. Het Actieplan 2008 zal naar verwachting eind 2007 gereed zijn.

• Rookvrije horeca

Het kabinet heeft, volgend op de afspraken in het coalitieakkoord, besloten om de rookvrije horeca per 1 juli 2008 in te voeren. Hieraan voorafgaand zal een invoeringscampagne plaatsvinden. Ook zal de handhavingscapaciteit worden uitgebreid om toe te zien op de naleving van de rookvrije horeca. Een dergelijke maatregel werkt het beste als tegelijkertijd ook wordt geïnvesteerd in het stoppen-met-roken. Zo vindt in 2008 onder andere het vervolg plaats van de in 2007 gestarte proefimplementatie ondersteuning bij stoppen met roken. Deze proef vloeit voort uit de nota «Kiezen voor gezond leven». Voor de invoerings- en stoppen-met-roken activiteiten is in totaal € 8 miljoen beschikbaar.

Instrumenten ter bevordering van beweging

• Uitvoeren van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB)

Dit wordt verder uitgewerkt in artikel 46 Sport onder OD 46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid.

• Bewegen op recept (BOR)

In 2008 zal bewegen op recept via de zorg gestimuleerd worden. Zie hiervoor ook artikel 46 Sport onder OD 46.3.1.

Instrumenten ter bevordering van gezonde voeding en gezond leven:

• Verbeteren van de regelgeving van etikettering en logo’s

Door het voortzetten van de actieve Nederlandse inbreng in de herzieningen van EU-regelgeving wordt bevorderd dat de informatie over levensmiddelen helder is, zodat consumenten kunnen kiezen voor gezonde (en veilige, zie operationele doelstelling 41.3.2) levensmiddelen en de administratieve lasten voor het bedrijfsleven beperkt blijven (brief aan TK:kamerstukken 29 515, nr. 150 en Administratieve lasten in de voedselketen). Daarnaast willen we het gebruik van de beschikbare gegevens vanuit de Consumentendatabank bij het Voedingscentrum Nederland (VCN), de wetenschappelijke databank bij het RIVM (voorheen Allergenendatabank) en de Nederlandse Voedingsmiddelentabel en de koppeling met de Voedselconsumptiepeiling (VCP) verbeteren. Door de koppeling zijn we beter in staat om te zien welke voedingsstoffen consumenten binnenkrijgen en daar beleid op te ontwikkelen (€ 2,2 miljoen).

• Subsidie verstrekken aan Stichting Voedingscentrum Nederland (€ 1,4 miljoen)

Deze subsidie is bedoeld voor voorlichtings- en preventieactiviteiten op het gebied van gezonde voeding en voedselveiligheid (zie operationele doelstelling 41.3.2) en belangrijke projecten zoals Verborgen vetten, Borstvoeding verdient tijd en Groente en Fruit.

• Integratie smaaklessen en schoolgruiten

Integratie afzonderlijke pakketten smaaklessen en schoolgruiten tot één gezamenlijk lespakket voor gezonde voeding van VWS en LNV (€ 0,4 miljoen). Daarnaast worden activiteiten ontplooid op de terreinen borstvoeding, vetten, groete en fruit, zout en het voedingsbeleid gericht op ouderen (€ 1,5 miljoen).

• Centrum Gezond Leven

Het Centrum Gezond Leven van het RIVM coördineert landelijk gezonde leveninterventies en -programma’s in gemeenten, op scholen, bij sportverenigingen, op de werkplek en in de zorg (€ 2 miljoen).

• Subsidies verstrekken aan gezondheidsbevorderende instellingen

Deze subsidies zijn bedoeld voor voorlichting en preventieprojecten ter bevordering van gezond leven (€ 7 miljoen).

• Programma Landelijke Leefstijlcampagnes uitvoeren via ZonMw

Doel is om geïntegreerd, effectief en doelmatig voorlichting te geven (€ 9,5 miljoen).

Instrumenten ter voorkoming van overgewicht:

• Convenant Overgewicht

Uitvoeren en monitoren van acties uit het Convenant Overgewicht (Staatscourant nr. 53, 2005) (€ 0,4 miljoen).

• Actieplan Energie in balans

Uitvoeren van het actieplan Energie in Balans (kamerstukken 22 894, nr. 70) in het kader van hetConvenant Overgewicht (€ 0,4 miljoen).

• De Gezonde school en Genotmiddelen

Door middel van het schoolpreventieprogramma «De Gezonde school en Genotmiddelen» wordt ter bevordering van een gezonde leefstijl van kinderen en jongeren op scholen voorlichting gegeven over onder andere de genotmiddelen alcohol, drugs en tabak en de risico’s daarvan (€ 0,3 miljoen).

Instrumenten ten behoeve van preventie van schadelijk alcoholgebruik:

• Voorbereiden wijzigingsvoorstellen Drank- en Horecawet (DHW)

Hiermee willen we het vergunningenstelsel aanpassen, de handhaving verbeteren (introductie gemeentelijke toezichthouders/politie), het alcoholbeleid gericht op jongeren versterken en gemeenten krijgen de mogelijkheid de leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol aan jongeren te verhogen van 16 naar 18 jaar.

• Verscherpen toezicht controle leeftijdsgrenzen Drank en Horecawet (DHW)

Zoals in het coalitieakkoord en bestuursakkoord met de VNG is vastgelegd zal op langere termijn het toezicht overgaan naar gemeenten en politie. In samenwerking met BZK zal een pilot worden opgezet om te bezien hoe het toezicht dan het beste verdeeld kan worden. Door het (tijdelijk) intensiveren van het toezicht door de VWA willen we bereiken dat verstrekkers van alcohol op de korte termijn al de wettelijk vastgestelde leeftijdsgrenzen van de DHW beter gaan naleven. Voor beide trajecten is in totaal € 3,9 miljoen beschikbaar naast de financiële middelen die BZK aan de pilot toezicht Drank- en Horecawet zal bijdragen.

• Regionale vroegopstap-gesprekken (sluitingstijden)

In het Beleidsprogramma 2007–2011 staat aangegeven dat gesprekken gevoerd zullen worden met de branche, gemeenten, ouders en jongeren over de sluitingstijden van de horeca. Deze gesprekken zullen naar verwachting in het najaar van 2007 en het voorjaar van 2008 plaatsvinden (€ 0,1 miljoen).

• Monitoren van alcoholbeleid

Doel is onder meer inzicht te krijgen in de effecten van reclame voor alcoholhoudende dranken, de naleving van de zelfreguleringsafspraken en de implementatie van lokaal alcoholbeleid (€ 0,3 miljoen).

Instrumenten ter voorkoming van drugsgebruik en ten behoeve van het laten afnemen van gezondheidsschade door drugsgebruik

• Continueren van het kwaliteits- en innovatieprogramma Resultaten Scoren

Hiermee willen we bewezen effectieve behandeling en best practices in de verslavingszorg doelmatig invoeren (€ 0,35 miljoen). De effectiviteit van de verslavingszorg zal hierdoor toenemen.

• Continueren van het programma Risicogedrag en Afhankelijkheid via ZonMw

Doel is om de komende jaren meer zicht te krijgen op de omvang en achterliggende factoren van risicogedrag en afhankelijkheid ten behoeve van preventie en behandeling (€ 2 miljoen).

• Subsidies verstrekken

Subsidies verstrekken aan diverse instellingen die actief zijn op het terrein van het drugsbeleid of hulp aan verslaafden en aan het Trimos instituut Deze subsidies zijn bedoeld voor voorlichtings- en preventieactiviteiten, onderzoek en monitoring van de drugsproblematiek (€ 3,8 miljoen).

• Internationaal

Positieve en negatieve ervaringen uitwisselen over onderzoek, monitoring, preventie, voorlichting en behandeling op het gebied van het voorkomen van drugsgebruik en het beperken van de gezondheidsrisico’s. De nadruk hierbij ligt op Frankrijk en de Verenigde Staten en internationale organisaties als de Verenigde Naties en de Raad van Europa (€ 0,2 miljoen). Daarnaast verstrekken we proactief informatie aan andere landen over het Nederlandse drugsbeleid en versterken van internationale samenwerking. Hiermee willen we meer begrip kweken voor een benadering die op wetenschappelijke bewijzen gebaseerd is (0,2 miljoen).

• Heroïnebehandeling

Subsidies verstrekken aan de gemeentes voor de behandeling met heroïne. Zoals in het coalitieakkoord is overeengekomen wordt de heroïnebehandeling op medisch voorschrift voor therapieresistente verslaafden in de steden gecontinueerd (€ 15,2 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Specifieke uitkeringen15 17215 17215 17215 17215 172
Heroïnebehandeling op medisch voorschrift15 17215 17215 172 15 17215 172
      
Instellingssubsidies/Structurele subsidies9 4529 4529 4529 4529 452
Onder andere:     
NIGZ2 4252 4252 4252 4252 425
Trimbos3 7693 7693 7693 7693 769
Stivoro817817817817817
Jellinek1 0001 0001 0001 0001 000
Stichting Informatie Voorziening Zorg (IVZ)981981981981981
      
Projectsubsidies24 00316 88316 93310 76710 767
Onder andere     
Ontmoedigen roken7 20020001 000  
CCBH1 300    
Uitvoering preventienota Kiezen voor gezond leven735635735  
Preventie van schadelijk alcohol- en drugsgebruik6 0006 0005 5004 5004 200
Overgewicht en voeding6 0006 0006 5005 5005 500
      
Opdrachten1 000200200200200
Onder andere:     
Ontmoedigen roken800    
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten2 0002 0002 0002 0002 000
RIVM: Centrum Gezond Leven2 0002 0002 0002 0002 000
      
Totaal51 62743 70742 75737 59137 591

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.2 Het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten

Motivering

Motivering

We willen de consument beschermen tegen gezondheidsschade als gevolg van onveilig voedsel en onveilige producten. Daartoe nemen we een aantal initiatieven op het terrein van:

• Het bevorderen van voedselveiligheid;

• Het bevorderen van produktveiligheid.

Burgers hebben vanzelfsprekend een eigen verantwoordelijkheid om zich te beschermen tegen risico’s die ze zelf kunnen beperken, zoals zorg te dragen voor een goede hygiëne bij de bereiding van levensmiddelen en producten op een veilige en daartoe bestemde manier te gebruiken. Wij beschermen de consument tegen gezondheidsrisico’s waarop hij zelf weinig of geen invloed heeft om ze te voorzien en te voorkomen. De Europese en nationale productwetgeving bepalen dat producenten en verhandelaren primair verantwoordelijk zijn voor het produceren en in de handel brengen van uitsluitend veilige producten en levensmiddelen.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
1. Aantal voedselinfecties gerelateerd aan Salmonella neemt af. 19 250200414 00010 000 (2011)
2. Aantal voedselinfecties gerelateerd aan Campylobacter stabiliseert en neemt na 2008 langzaam af.24 500200424 00021 000 (2011)

Bron: RIVM

Toelichting

1. en 2. Op dit moment wordt middels onderzoek door het RIVM gewerkt aan een nadere integratie van de monitoringsactiviteiten.

Een indicator voor productveiligheid ontbreekt hierbij. Anders dan bij voedselinfecties is het zeer moeilijk een precieze relatie aan te geven tussen gezondheidschade en de onveiligheid van een product. Zo zijn letsels vaak het gevolg van een combinatie van factoren waaronder de onveiligheid, maar ook slijtage van het product. Vaak spelen daarbij onjuist gebruik of onveilig gedrag tevens een zeer belangrijke rol. Gezondheidschade ten gevolge van chemische onveiligheid van producten is tevens zeer problematisch in kaart te brengen. Het streven is om in de begroting van 2009 wel een prestatie-indicator op te nemen die betrekking zal hebben op de mate waarin ondernemers invulling geven aan het beschikken over een eigen kwaliteitssysteem. Hiermee wordt geborgd dat uitsluitend veilige producten worden verhandeld.

Instrumenten ter bevordering van de voedselveiligheid

• Het voorkomen van de aanwezigheid van salmonella- en campylobacterbacteriën in rauw pluimveevlees

Hiermee willen we besmetting met deze bacteriën bij consumenten voorkomen. Hiertoe bereiden wij nationale en internationale regelgeving voor (kamerstukken 26 991, nr. 148).

• Vaststellen van maximum toelaatbare gehaltes verontreinigingen in Europees verband

Met Europese normstelling willen we voorkomen dat consumenten via voedsel te veel agrarische en industriële verontreinigingen en milieu- en procesverontreinigingen innemen. De inname door kwetsbare groepen, zoals kinderen, krijgt speciale aandacht. In 2008 continueren we het beleid van 2007 en besteden we met name aandacht aan de Europese harmonisatie van regelgeving voor acrylamide, furanen en pcb’s in levensmiddelen. Ook werken we aan verdere harmonisatie van regelgeving voor maximaal toelaatbare residugehaltes van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit.

• Onderzoek laten doen naar veroorzakers van voedselinfecties

Doel is inzicht te krijgen in de belangrijkste veroorzakers, langdurende gezondheidseffecten en kostenaspecten van voedselinfecties en effectieve interventiemaatregelen. In 2008 wordt effectiviteit van onderzoek vergroot door onderzoek dat loopt via VWS, VWA en LNV te bundelen.

Instrumenten te bevordering van produktveiligheid

• Bijdragen aan vaststelling en implementeren van de Europese Global Hamonized System Verordening voor de indeling en etikettering van stoffen en preparaten (EU GHS Verordening) voor bedrijfsleven en consumenten.

Hierin wordt samengewerkt met het bedrijfsleven en de ministeries van SZW, EZ, BZK, V&W en VROM. De EU GHS Verordening is de eerste schakel in de keten van de bescherming van de consument tegen risico’s van chemische stoffen en stelt de consument en het bedrijfsleven in staat veilig om te gaan met de chemische risico’s van producten. Het voorstel voor de verordening is in juni 2007 door de Commissie ingediend bij de Raad en het Europees Parlement (€ 0,3 miljoen).

• Bijdragen aan rijksbrede voorlichting over de nieuwe Europese verordening voor chemische stoffen (REACH: Registration, Evaluation and Authorisation of Chemicals)

Doel is bedrijfsleven voor te lichten over de verplichtingen in de verordening en de consumenten beter te beschermen tegen risico’s van chemische stoffen in producten. (€ 0,1 miljoen). De voorlichting vindt plaats van 2007 tot 2009.

• Vereenvoudigen van Europese productveiligheidsrichtlijnen en -verordeningen

Doel is het veiligheidsniveau van producten waar nodig verder te verhogen en consumenten te beschermen tegen fysisch mechanische, chemische, elektrische en microbiële risico’s van producten waaraan zij kunnen worden blootgesteld. Doel hierbij is ook de (voelbare) lasten voor het bedrijfsleven te verminderen (€ 0,2 miljoen).

• Voortzetten van het programma Dierproeven begrensd via ZonMw

Met dit programma willen we dierproeven verminderen, vervangen en verfijnen. Dierproeven leveren een belangrijke bijdrage aan de veiligheid van consumentenproducten en levensmiddelen. Mogelijkheden van het ASAT (Achieving Safety without Animal Testing)-initiatief zullen worden onderzocht (kamerstukken 30 168, nr. 2). Er zal een trendanalyse naar de ontwikkelingen op het terrein van dierproeven worden uitgevoerd (€ 0,4 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies1 4751 4751 4751 4751 475
Onder andere:     
Stichting Voedingscentrum Nederland1 4341 4341 4341 4341 434
      
Projectsubsidies2 4622 8872 8782 8482 848
Onder andere:     
Consumentendatabank250250250250250
Voedselinfecties/Voedselveiligheid(waaronder salmonella/campylobacter)820820595595595
Implementatie EU-regelgeving productveiligheid5505501 0501 0501 050
Dierproeven400100100100100
Opdrachten621202202200200
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten74 00172 51269 55263 63163 631
Voedsel en Warenautoriteit (VWA)74 00172 51269 55263 63163 631
      
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken300300300300300
Bijdrage College Toelating Bestrijdingsmiddelen300300300300300
      
Totaal78 85977 37674 40768 45468 454

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.3 Het voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen

Motivering

Motivering

We willen de consument beschermen tegen gezondheidsschade als gevolg van ongevallen.

Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich te beschermen tegen risico’s die ze zelf kunnen beperken. Dat neemt niet weg dat we door gerichte voorlichting en gedragsbeïnvloeding onnodig letsel kunnen beperken.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicator:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen door privé-ongevallen en sportblessures daalt.700 000 600 000 600 000 660 0002001 2004 2005 2006640 000610 000 (2012)

Bron: Letsel Informatie Systeem 2001–2004 (Consument en Veiligheid) Consument en Veiligheid Bevolkingsstatistieken en- prognoses 2001, 2006, 2008(CBS)CBS - Home

Hier is het peiljaar 2012 i.p.v. 2011 opgenomen i.v.m. de tweejaarlijkse reeks peilingen.

Toelichting

De genoemde indicator omvat in deze begroting ook ongevallen in het bewegingsonderwijs. De opgegeven aantallen wijken hierdoor af van eerdergenoemde aantallen waarin bewegingsonderwijs niet was meegenomen. De doelstelling van 10 procent reductie in de periode van 2001 tot 2008, na correctie voor bevolkingsgroei, is echter ongewijzigd. De opgegeven waarde voor 2006 is de streefwaarde; de voorlopige schatting van de gerealiseerde waarde is 600 000. De definitieve gerealiseerde waarde zal in het Jaarverslag 2007 worden opgenomen.

De streefwaarde voor de lange termijn voor privé-ongevallen is gebaseerd op de doelstelling álle letsel (dus inclusief geweld, zelfverwonding en ongevallen op werk en in het verkeer) met 5% te laten dalen in 2012 ten opzichte van 2005, na demografische correctie en voor sportblessures na correctie voor sportparticipatie. Zie daarvoor onder beleidsprioriteiten, tweede bullet.

Instrumenten ter voorkoming van gezondheidsschade

• Subsidie verstrekken aan de Stichting Consument en Veiligheid (C&V)

Doel is veilig gedrag van consumenten te bevorderen. Om dit te realiseren ontwikkelt C&V maatregelen die ongevallen in de privésfeer moeten voorkomen. Ook onderzoekt de stichting het effect hiervan. Het gaat daarbij om monitoring, analyse van verzamelde data, ontwikkelen van interventiemaatregelen, uitvoeren van interventies en evaluaties van genomen maatregelen (€ 3,2 miljoen).

• Voortzetten van kosteneffectief beleid en versterken intersectorale aanpak.

Doel is een verdere daling van letsels door ongevallen, zelfverwonding en geweld in 2012 met 5%. Door middel van subsidies wordt de public health aanpak verder geïntroduceerd in de domeinen van verkeer, arbeid en geweld en worden intersectorale interventies ontwikkeld. Subsidies worden tevens ingezet voor het ondersteunen van lokaal beleid en het uitbreiden van de toepassingsmogelijkheden van registraties en monitoring (€ 1,3 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies3 1643 1643 1643 1643 164
Stichting Consument en Veiligheid3 1643 1643 1643 1643 164
      
Projectsubsidies1 9731 2921 2921 2921 292
Ondere andere:     
Voortzetting preventieactiviteiten1 3001 2921 1701300
      
Opdrachten1020000
      
Totaal5 2394 4564 4564 4564 456

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.4 Minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten

Motivering

Motivering

We willen de gevolgen van ziekten vermijden door ziekten te voorkomen, tijdig op te sporen en complicaties tegen te gaan. De aandacht ligt hierbij op (toekomstige) grote gezondheidsproblemen die veel lijden en kosten met zich meebrengen. Met de vergrijzing neemt het aantal mensen dat leidt aan chronische ziekten verder toe. In het kader van het verbinden van curatieve zorg en preventie wordt ingezet op het voorkomen van of het verder verergeren van deze chronische ziekten. Dat doen wij door:

• Te zorgen voor een goede landelijke structuur ter bestrijding van infectieziekten, diverse activiteiten te financieren en te zorgen voor voorbereiding op grote uitbraken van ziekten;

• Het inrichten van een goede organisatie van en deelname aan vaccinatieprogramma’s;

• Het zorgen voor een goede structuur rondom de preventie van chronische ziekten; en

• Het bevorderen van een goede organisatie van en deelname aan bevolkingsonderzoeken.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
1 Aantal opgespoorde seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s)123 5002003> 23 500> 23 500 (2011)
2 Percentage deelname aan    
a. griepvaccinatieprogramma2 en76,9%200575%75% (2011)
b. rijksvaccinatieprogramma(RVP)95%200595%95% (2011)
3 Toename aantal diabetespatiënten (exclusief stijging op grond van vergrijzing en vervroegde opsporing)44 8002005≤ 20%≤ 20% (2011)
4 Percentage deelname aan bevolkingsonderzoeken en screeningen:    
a. bevolkingsonderzoek borstkanker80%2006= 80%= 80% (2011)
b. bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker65,4%2005>65,6%>65,6% (2011)
c. hielprik: PKU. CHT, AGS99%200399%99%(2011)

Bronnen:

1 RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding

2a Het Landelijk InformatieNetwerk Huisartsenzorg: Monitoring griepvaccinatiecampagne 2005

2b RIVMVaccinatietoestand Nederland per 1 januari 2005)

3 RIVM/Centrum Volksgezondheid Toekomst Verkenningen

4 RIVM/Centrum voor Bevolkingsonderzoek

Toelichting

1. Het aantal opgespoorde seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s, indicator 1) zal voorlopig toenemen. De reden hiervoor is dat er meer testen worden uitgevoerd en daardoor dus meer gevallen gevonden worden. Er is (nog) geen exacte opgave te geven door onderrapportage over de omvang van het aantal geslachtsziekten. (Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa): SOA samengevat- Nationaal Kompas Volksgezondheid).

2. We handhaven het deelnamepercentage voor de griepvaccinatieprogramma op 75%. Door de uitbreiding van de doelgroep is onzeker of dit percentage gehaald wordt.

3. De toename van het aantal diabetespatiënten is 70 000 per jaar, daarvan wordt 36% veroorzaakt door vergrijzing. Na deze correctie is de toename 44 800 per jaar. De streefwaarde voor 2008 is 35 800 per jaar. De inspanning van de overheid is dus om de toename van het aantal diabetes patiënten in 2008 met 9000 te verminderen inclusief de stijging ten gevolge van vroegtijdige opsporing.

Instrumenten ten behoeve van een goede structuur voor infectieziektebestrijding

• Opdrachtverlening aan het RIVM/Centrum voor infectieziektebestrijding

Doel is de coördinatie van de uitvoering op het gebied van infectieziektebestrijding en -onderzoek (€ 27,5 miljoen).

• Financiering van (gezondheidsbevorderende) instellingen die op dit terrein werken

Doel is soa en hiv in Nederland via een mix van preventiemaatregelen aan te pakken (€ 9,6 miljoen).

• Financiering van soa-centra

Hiermee maken we opsporing en behandeling en van soa laagdrempelig door het waarborgen van anonimiteit (€ 14,9 miljoen).

• Voorlichting en implementatie International Health Regulations (IHR)

Ter uitvoering van de nieuwe IHR van de WHO dient per 2008 de Nederlandse wetgeving te zijn aangepast. Doel hiervan is om internationale verspreiding van infectieziekten te voorkomen en/of te beperken. Wij vinden het tevens onze verantwoordelijkheid om de lokale uitvoering goed te informeren over de gewijzigde wet (€ 1,8 miljoen).

• Gedwongen opname Tuberculose-patiënten

Financiering van het gedwongen opnemen van TB-patiënten die weigeren een behandeling te ondergaan maar die wel besmettelijk zijn voor de omgeving, voor zover deze kosten niet ten laste van de zorgverzekering komen (maximaal € 1 miljoen).

• Bevorderen seksuele gezondheid

Om de seksuele gezondheid te bevorderen verlenen we subsidie aan diverse instellingen (€ 6,9 miljoen) en voeren we een vijfjarig programma Seks onder je 25e uit bij ZonMw (€ 0,9 miljoen).

• Aanvullende eerstelijns seksualiteitshulpverlening

In 2008 start een nieuwe structuur en financieringssystematiek voor aanvullende eerstelijns seksualiteitshulpverlening (€ 3,9 miljoen).

• Allochtonen en seksuele gezondheid

Doel is het verminderen van de problematiek bij allochtonen op het gebied van seksuele gezondheid door middel van seksuele vorming gericht op risicogroepen en preventieve interventies m.b.t. tienerzwangerschappen en seksueel geweld (€ 1,0 miljoen).

Instrumenten te behoeve van een goede organisatie van en deelname aan vaccinatieprogramma’s:

• Nationaal Programma Grieppreventie

Doel is kwetsbare groepen te beschermen tegen (de gevolgen van) verschillende infectieziekten. Op advies van de Gezondheidsraad is de leeftijd om in aanmerking te komen voor de griepvaccinatie verlaagd van 65 naar 60 jaar (€ 49,4 miljoen).

• (P) Rijksvaccinatieprogramma (RVP) uitvoeren

Doel is kwetsbare groepen te beschermen tegen (de gevolgen van) verschillende infectieziekten, zoals Hib en meningokokken C (€ 99,2 miljoen).

• Uitvoeren van het onderzoeksprogramma Infectieziektebestrijding via ZonMw

Doel is de versterking van de infrastructuur voor de infectieziekte bestrijding en onderzoek mogelijk maken om te komen tot een meer wetenschappelijk onderbouwde aanpak van preventie en bestrijding van infectieziekten (€ 1,4 miljoen).

• Opdracht verlenen aan het Nederlands Vaccin Instituut

Hiermee willen we vaccins laten leveren voor de nationale vaccinatieprogramma’s en de beschikbaarheid borgen van vaccins en antivirale middelen in het geval van calamiteiten (€ 36,9 miljoen).

Instrumenten te behoeve van een goede structuur rondom de preventie van chronische ziekten:

• Preventieprogramma uitvoeren via ZonMw

Hiermee willen we kennis over (kosten)effectieve preventie en de toepassing ervan vergroten en vernieuwende en kansrijke (kosten)effectieve preventiemogelijkheden ontwikkelen (€ 14,9 miljoen).

• Participeren in het Nationaal Programma Kankerbestrijding 2005–2010 (NPK)

Hiermee willen we de bestrijding van kanker op integrale wijze aanpakken door een combinatie van maatregelen, samen met veldorganisaties (CVZ-themasite/CVZ-professional) (€ 0,3 miljoen).

• Uitvoeren van het programma Diabeteszorg Beter (2005–2009)

Doel is goede diabeteszorg te leveren. In de toekomst verwachten we dat het aantal mensen met diabetes flink stijgt. Om goede zorg te kunnen leveren is het nodig dat de organisatie van diabeteszorg verandert (kamerstukken 22 894, nr. 50) (€ 4,1 miljoen).

• Interventiestrategieën chronische ziekten

Het aantal mensen met chronische ziekten zal in de komende jaren fors toenemen.

In 2008 worden daarom de volgende preventieve interventies (verder) ontwikkeld:

– Bewegen op recept. Deze interventie moet medisch noodzakelijke beweging stimuleren (zie artikel 46, onder de eerste OD).

– Grip op je dip. Deze interventie is bedoeld om mensen met depressieve klachten via ICT en/of in groepsverband op een laagdrempelige manier vroegtijdig te helpen om te voorkómen dat deze mensen in een depressie terecht komen (€ 3 miljoen).

– Zelfmanagement chronische ziekten. Het gaat hier om een programmatisch aanbod om chronische patiënten beter in staat te stellen hun eigen ziekte te managen (€ 3 miljoen).

In 2008 wordt bekeken of de drie hierboven genoemde interventiestrategieën met ingang van 2009 kunnen worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekeraars. Alleen doeltreffende en kosteneffectieve interventies komen eventueel in aanmerking om in het verzekerde pakket onder te brengen.

Instrumenten ten behoeve van een goede organisatie en het bevorderen van deelname aan bevolkingsonderzoeken:

• Uitvoeren van bevolkingsonderzoeken en screeningsprogramma’s

Het financieren en bewaken van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borst- en baarmoederhalskanker, screening op familiaire hypercholesterolemie en pré- en postnatale screening bij zwangeren en pasgeborenen (€ 95,6 miljoen).

• Verkennen van (kosten)effectiviteit voor grootschalig bevolkingsonderzoek darmkanker

Het doel is om te bezien of een bevolkingsonderzoek darmkanker moet worden ingevoerd (kamerstukken 22 894, nr. 85).

• Herijken van de Wet op het bevolkingsonderzoek

Hiermee willen we een goed kader beschikbaar hebben waaraan toekomstige onderwerpen voor bevolkingsonderzoeken kunnen worden getoetst. Adviezen zijn inmiddels gevraagd aan de Gezondheidsraad en de RVZ.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies9 4939 4939 4939 4939 493
Instellingen op het terrein van de preventie van chronische ziekten1 4961 4961 4961 4961 496
Instellingen die de seksuele gezondheidbevorderen7 1297 1297 1297 1297 129
WHO Kopenhagen: Contributie IARC868868868868868
      
Projectsubsidies10 1187 8586 8938 1068 395
Preventie en bestrijding van infectieziekten6 5066 3436 3787 1287 417
Preventie Chronische ziekten3 6121 515515978978
      
Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s1 0501 0501 050800800
ZonMw-programmering1 0501 0501 050800800
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten258 890261 472307 254308 992309 994
RIVM: Opdrachtverlening Centra48 57348 97956 38454 84055 733
RIVM: Uitvoering subsidieregeling Publieke Gezondheid163 824167 117171 715179 781179 890
RIVM: Uitvoering subsidieregeling VWS-subsidies9 6459 7359 7359 7359 735
Nederlands Vaccin Instituut (NVI)36 84835 64169 42064 63664 636
      
Totaal279 551279 873324 690327 391328 682

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.5 Een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid

Motivering

Motivering

We willen bijdragen aan een goede volksgezondheid en anticiperen op (dreigende) volksgezondheidsproblemen door een goed systeem voor openbare gezondheidszorg (OGZ) te creëren en in stand te houden, evenals een keten van preventie en zorg die goed op elkaar aansluit. Wij vullen deze verantwoordelijkheid in door:

• Het bevorderen van effectieve landelijke, regionale en lokale voorzieningen van OGZ;

• Het bevorderen van goede preventie en zorg voor specifieke bevolkingsgroepen;

• Het verbeteren van de paraatheid van zorgvoorzieningen voor grootschalig optreden bij crises en rampen.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
1. Percentage gemeenten met een nota gezondheidsbeleid niet ouder dan 4 jaar98%200599%100% (2011)
2. Percentage GGD’en dat HKZ gecertificeerd is0%200625%60% (2011)
3. Percentage GHOR-bureaus dat HKZ gecertificeerd is54%2006100%100% (2011)
4. Congruentie GGD’en/GHOR met veiligheidsregio’s68%Medio 200775%100% (2011)

Bronnen:

1 Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)

2 Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector

3 Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector

4 SGBO

Toelichting 4. de territoriale congruentie van de GGD met die van de veiligheidsregio houdt in dat in een veiligheidsregio er minimaal en maximaal een GGD is. Het aantal GGD’s is dan dus maximaal 25.

Instrumenten ten behoeve van effectieve landelijke, regionale en lokale voorzieningen van OGZ

• Programma Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid uitvoeren via ZonMw

Het doel is de samenhang en samenwerking tussen wetenschap, onderwijs en praktijk te versterken. Daarvoor zijn op verschillende plaatsen in Nederland academische werkplaatsen ingericht (€ 2,6 miljoen).

• Gemeenten staan voor de collectieve preventie op lokaal niveau.

Elke vier jaar brengen gemeenten een nota lokaal gezondheidsbeleid uit. GGD’en voeren de wettelijke preventietaken van gemeenten grotendeels uit.

• Kwaliteit GGD’en

Doel is kwaliteitsborging binnen de GGD’en transparant te laten zijn. Door de HKZ certificering maken de GGD’en naar buiten toe zichtbaar dat het interne kwaliteitssysteem op orde is, en dat ze systematisch werken aan kwaliteitsverbetering en borging.

Instrumenten ter bevordering van goede preventie en zorg voor specifieke bevolkingsgroepen

• Uitvoeren van het Convenant Beleidskader Grotestedenbeleid

Hiermee willen we via activiteiten in de grote steden de sociaal-economische gezondheidsverschillen verminderen. (kamerstukken 21 062, nr. 116) (€ 5 miljoen). Zie ook artikel Maatschappelijke ondersteuning onder operationele doelstelling 44.3.1.

• Actieplan Krachtwijken

Het verminderen van gezondheidsproblemen in de aandachtswijken is opgenomen in het actieplan Krachtwijken. Daarbij gaan we via overleg gemeenten stimuleren om samen met de eerstelijnszorg en de GGD’en een programmatische aanpak voor de concrete gezondheidsproblemen in de wijk te ontwikkelen.

• Financiering van tolk- en vertaalcentrum voor gezondheidszorg

Hiermee willen we tolken en vertalers beschikbaar kunnen stellen wanneer dat nodig is (€ 10,2 miljoen).

• Financiering Pharos

Hiermee willen we de kwaliteit van zorg voor vluchtelingen borgen (€ 2,9 miljoen).

Instrumenten ten behoeve van een verbeterde paraatheid van zorgvoorzieningen voor grootschalig optreden bij crises en rampen

• De Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR)

De GHOR is een instrument van het bestuur van de veiligheidsregio op het gebied van veiligheid teneinde een doelmatige en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij zware ongevallen, rampen en crisis te bewerkstelligen. De GHOR slaat de brug tussen de veiligheidsorganisaties en de zorgketen. In de uitvoering is de GHOR onderdeel van de openbare gezondheidszorg.

• Kwaliteit GHOR bureaus

Doel is kwaliteitsborging binnen de GHOR bureaus transparant te laten zijn. Door de HKZ certificering maken de GHOR bureaus naar buiten toe zichtbaar dat het interne kwaliteitssysteem op orde is, en dat ze systematisch werken aan kwaliteitsverbetering en borging.

• Opleiden, trainen en oefenen van de gezondheidszorgsector

De zorgsector wil zich goed voorbereiden op rampen en ongevallen. Bij de samenwerking in dit kader wordt aangesloten bij ontwikkelingen in de acute zorgketens. De traumacentra spelen hierbij, ondersteund door de GHOR-bureau’s, een belangrijke rol in de coördinatie. Ten behoeve van het opleiden, trainen en oefenen in de zorg wordt vanaf 2008 vanuit de zorgfinanciering geoormerkt geld beschikbaar gesteld (€ 10 miljoen).

• Slagvaardige crisisbeheersingsorganisatie

Bij VWS is een slagvaardige crisisbeheersingsorganisatie noodzakelijk, met goede (werk)relaties naar andere departementen en de GHOR-bureau’s in de regio, maar ook naar internationale crisisbeheersingsorganisaties, bijvoorbeeld bij de WHO en EU. Van belang is deze organisatie up to date te houden (€ 0,7 miljoen).

• Opdrachtverlening aan het RIVM/Centrum voor Gezondheid en Milieu

Hiermee willen we de vereiste kennis voor de volksgezondheid bij medische milieukundige aangelegenheden en gezondheidszorgonderzoek en -advisering bij crises en rampen borgen en ontsluiten(€ 2,4 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies (totaal)3 2643 2643 2643 2643 264
Onder andere:     
Stichting Pharos2 8192 8192 8192 8192 819
GGD Nederland366366366366366
      
Projectsubsidies (totaal)8 4146 2424 9775 0655 065
Onder andere:     
Algemeen en stategisch gezondheidsbeleid4 4532 3671 332755755
Preventie en zorg voor Specifieke doelgroepen510424194859859
Voorbereid zijn op crisis en rampen3 4513 4513 4513 4513 451
      
Opdrachten (totaal)10 20010 20010 20010 20010 200
Financiering tolk- en vertaalcentrum gezondheidszorg10 20010 20010 20010 20010 200
      
Bijdragen aan agentschappen (totaal)12 82512 78712 77612 77612 776
RIVM: Opdrachtverlening programma’s volksgezondheid12 82512 78712 77612 77612 776
      
Bijdragen aan zbo’s (totaal)97 41694 56387 98587 76087 411
ZonMw: Programmering97 41694 56387 98587 76087 411
      
Totaal132 119127 055119 202119 065118 716

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.6 Het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek

Motivering

Motivering

Met deze operationele doelstelling willen we patiënten/cliënten en proefpersonen beschermen bij de voortschrijding van ontwikkelingen in de gezondheidszorg. De beleidsbrief Ethiek bevat de beleidsuitgangspunten en activiteiten van ethiek in de komende periode.

Instrumenten

• Parlementaire behandeling van verschillende standpunten naar aanleiding van evaluaties.

Het gaat hier om evaluaties van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek, de Wet afbreking zwangerschap en de Embryowet.

• Uitvoeren van het standpunt op de evaluatie van de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (euthanasiepraktijk) (€ 0,4 miljoen)

Hiermee willen we noodzakelijk onderzoek, uitbreiding Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland, en intensieve voorlichting financieren.

• Verbeteren van abortushulpverlening.

Doel is de verbetering van hulpverlening aan ongewenst zwangere vrouwen, o.a. door het verbeteren van de opleiding van hulpverleners, het ondersteunen van de richtlijnontwikkeling abortusartsen en een onderzoeksprogramma bij ZonMw (€ 0,7 miljoen.)

• Uitvoering wetsevaluaties ethische wetgeving (€ 0,4 miljoen)

Doel is het periodiek (verplicht) evalueren van de ethische wetten en onderzoek naar het hanteren van begrippen die in diverse wetten op medisch-ethisch gebied voorkomen.

• Bijdrage aan de baten-lastendienst Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) (€ 1,2 miljoen)

Deze bijdrage is nodig voor het beheer van regionale toetsingscommissies euthanasie, die meldingen van artsen beoordelen, Het CIBG fungeert verder als aanspreekpunt voor k.i.d.-kinderen (kunstmatige inseminatie met donorzaad), ouders en artsen, die vragen hebben over het register donorgegevens kunstmatige bevruchting. Daarnaast is de bijdrage bestemd voor het beheer van de centrale deskundigencommissie Late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen om meldingen van artsen te beoordelen.

• Rijksbijdrage aan het CVZ

Hierbij leveren we een bijdrage aan de financiering van abortusklinieken (€ 10,8 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Projectsubsidies2 4322 2502 1081 843843
Beleid Medische Ethiek2 4322 2502 1081 843843
      
Bijdragen aan agentschappen1 2141 2141 2141 2141 214
CIBG: Uitvoeringstaken Medische Ethiek1 2141 2141 2141 2141 214
      
Bijdragen aan zbo’s10 88210 88210 88210 88210 882
CVZ: Rijksbijdrage financiering abortusklinieken10 88210 88210 88210 88210 882
      
Totaal14 52814 34614 20413 93912 939

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Overzicht beleidsonderzoeken
 Onderzoek onderwerpNummer AD of ODA Start B Afgerond
BeleidsdoorlichtingIBO preventieADA 2006 B 2007
Effectonderzoek ex postEffectmetingen van interventies m.b.t. overgewicht41.3.1A 2006 B 2010
 Evaluatieonderzoek naar de effecten van de versterking geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (in samenwerking met ministerie van BZK)41.3.5A 2007 B 2008
    
Overig evaluatieonderzoekPeilstationsonderzoek alcohol, drugs en roken41.3.1A 2007 B 2008
 Peiling uitgaansdrugs41.3.1A 2007 B 2008
 Evaluatie MDFT in verband met cannabisverslaving41.3.1A 2006 B 2010
 Evaluatie naar effect van campagnes voor gebruik van foliumzuur41.3.2A 2006 B 2008

Artikel 42 Gezondheidszorg

42.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een goed werkend en innoverend zorgstelsel gericht op een optimale combinatie van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid voor de burger.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

In dit artikel wordt ons beleid voor de curatieve zorg toegelicht. In lijn met het coalitieakkoord en de kabinetsbrede beleidsvisie (proloogbrief) zijn de speerpunten waar wij op inzetten: versnelling en verbetering van transparantie over de prestaties van zorgaanbieders in het algemeen en over de kwaliteit, patiëntveiligheid en het terugdringen van vermijdbare fouten en complicaties in het bijzonder. We willen bevorderen dat patiënten en cliënten invloed hebben op het inkoopbeleid van verzekeraars en de rechten van patiënten en cliënten versterken. Daarnaast hebben het verminderen van administratieve lasten en het bevorderen van innovaties en ICT die de werkdruk van de werkers in de zorg kunnen verminderen hoge prioriteit.

Ook bij bovenstaande agenda zal kostenbeheersing voortdurend aandacht blijven vragen. Wil de zorg voor de burgers van Nederland betaalbaar blijven dan is het cruciaal dat de premieontwikkeling beheerst blijft. Efficiencyverbetering, meer doelmatigheid, het kritisch doorlichten van aanspraken en een grotere verantwoordelijkheid van burgers zijn belangrijke thema’s.

We hebben deze prioriteiten ingericht naar de volgende onderwerpen: patiënt, kwaliteit, innovatie en versterking van het stelsel.

Patiënt:

• Transparante informatieverstrekking over en door zorgverzekeraars (OD 42.3.1);

• Versterken van de positie van de consument (OD 42.3.1).

Kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van het zorgaanbod:

• Actieprogramma veilige zorg (OD 42.3.2);

• Kwaliteits- en kennisprogramma spoedzorg (OD 42.3.2);

• Arbeidsmarktbeleid (OD 42.3.2).

Innovatie:

• ICT in de zorg (OD 42.3.2);

• Innovatie in de eerstelijnszorg (OD 42.3.2);

• Innovatie in de revalidatiesector en GGZ (OD 42.3.2);

• Stimuleringsprogramma innovatie (OD 42.3.2 – enveloppe pijler 2 innovatie; de middelen hiervoor staan gereserveerd op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën).

Algemeen/stelsel:

• Aanpak onverzekerden/wanbetalers (OD 42.3.3);

• Overheveling curatieve GGZ van de AWBZ naar de Zvw (OD 42.3.3);

• Pakketuitbreidingen (OD 42.3.3);

• Prestatiebekostiging in de ziekenhuiszorg (OD 42.3.3).

In deze kabinetsperiode is tevens een aantal ombuigingsmaatregelen noodzakelijk gebleken. Deze worden toegelicht in OD 42.3.3, onder Instrumenten voor de bekostiging/het bekostigingssysteem (uurtarief medisch specialisten, taakstelling en maatstafconcurrentie ziekenhuizen, farmaceutische zorg).

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor:

• Het versterken van de positie van de burger, zodat hij in staat is zijn rol als zorgconsument waar te maken;

• Het waarborgen van de randvoorwaarden voor de kwaliteit, toegankelijkheid, veiligheid en het innoverend vermogen van de gezondheidszorg;

• Een goed werkend stelsel, waarin zorgverzekeraars in staat worden gesteld een betaalbaar verzekerd pakket aan te bieden.

Externe factoren

Externe factoren

Burgers hebben recht op veilige, eigentijdse zorg van goede kwaliteit naar eigen keuze. Verbetering van kwaliteit vergt een goed samenspel van veel actoren: zorgprofessionals, patiënten en cliënten, zorginstellingen en zorgverzekeraars. Zij kunnen, ieder vanuit hun eigen achtergrond en kennis, aangeven hoe de zorg beter kan. Ten slotte kunnen toezichthouders bevorderen dat kwaliteitsgrenzen worden bewaakt en dat de verschillende partijen evenwichtige posities innemen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zorgen hiervoor.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

Bij de algemene doelstelling van dit artikel is geen prestatie-indicator opgenomen. Het is namelijk niet mogelijk om de goede werking van het gehele stelsel van curatieve zorg in Nederland in een of enkele indicatoren samen te vatten. Het stelsel is daarvoor te omvangrijk. Voor inzicht in de werking van het gezondheidszorgstelsel evalueren wij onder andere de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet op de Zorgtoeslag. Daarnaast monitoren wij de prestaties van het stelsel met de Zorgbalans (zie hiervoor ookwww.zorgbalans.nl), het document dat eens per twee jaar verschijnt en waarin de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg worden weergegeven. In 2008 wordt de tweede Zorgbalans opgeleverd, waarmee inzicht wordt verkregen in de ontwikkeling van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en de kwaliteit van het Nederlandse zorgstelsel. Ten opzichte van de eerste Zorgbalans zal deze versie meer trendgegevens en internationale vergelijkingen bevatten en is er veel aandacht voor het verbeteren van de zeggingskracht voor het beleid.

42.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen5 288 1345 737 2406 903 3157 136 1777 335 4977 748 4638 189 609
        
Uitgaven4 661 7455 623 0946 914 0537 137 6697 334 2567 746 2308 189 609
Programma-uitgaven4 653 8575 614 6526 905 9227 129 9137 326 7057 739 0818 182 460
Versterken positie burger in het zorgstelsel003 3323 1823 1123 120930
Realisatie gewenste zorgaanbod241 581968 2891 157 9291 168 9051 162 5711 152 3401 145 159
Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg4 412 2764 646 3635 744 6615 957 8266 161 0226 583 6217 036 371
        
Apparaatsuitgaven7 8888 4428 1317 7567 5517 1497 149
        
Ontvangsten70 05124 50746 30333 46637 12121 6276 806

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 20082009201020112012
1. Versterken positie van de burger in het zorgstelsel3 3323 1823 1123 120930
– Juridisch verplicht1020000
– Bestuurlijk gebonden00000
– Niet juridisch verplicht of niet bestuurlijk gebonden3 2303 1823 1123 120930
      
2. Realisatie gewenste zorgaanbod1 157 9291 168 9051 162 5711 152 3401 145 159
– Juridisch verplicht1 073 9781 056 8801 064 4401 048 0821 028 508
– Bestuurlijk gebonden73 14498 01978 14483 50788 497
– Niet juridisch verplicht of niet bestuurlijk gebonden10 80714 00619 98720 75128 154
      
3. Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg5 744 6615 957 8266 161 0226 583 6217 036 371
– Juridisch verplicht5 736 6555 947 9326 151 8836 574 7157 027 965
– Bestuurlijk gebonden00000
– Niet juridisch verplicht of niet bestuurlijk gebonden8 0069 8949 1398 9068 406

Het niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden bedrag van operationele doelstelling 1 is gereserveerd voor uitgaven ten behoeve van Transparantie Curatieve Zorg en Perinatale audit.

• transparantie in de curatieve zorg: in 2012 willen we dat voor alle voorzieningen in de brede eerstelijns zorg, de tweedelijns ggz en de ziekenhuiszorg prestatie-indicatoren beschikbaar zijn, dat er een CQ-index bestaat en dat er etalage-informatie is die geschikt is voor plaatsing op onder meer KiesBeter.nl.

• Perinatale audit: voor 2008 is een reservering opgenomen voor de uitvoering van de perinatale audit en het opstellen van richtlijnen, scholingsmateriaal en voorlichtingsmateriaal om de perinatale audit te implementeren.

Het niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden bedrag van operationele doelstelling 2 is gereserveerd voor onder meer de volgende programma’s:

• Kwaliteit Patiëntveiligheid: in 2008 is een reservering opgenomen voor de uitwerking van het Actieplan Veilige Zorg, waaronder invoering van veiligheidsmanagementsystemen, campagnes patiëntveiligheid samen met de IGZ, mediactieveiligheid, onderwijs en onderozek, o.a. bij ZonMW.

• Prenatale Screening: er is een bedrag gereserveerd voor het RIVM voor de landelijke coördinatie ten behoeve van de ondersteuning van de beroepsgroepen en de regionale WBO-vergunninghouders, voor voorlichting aan het publiek. Voorts zal het instrument van registratie, monitoring en evaluatie verder worden vormgegeven.

• Wet BOPZ (voorlichting): er is geld gereserveerd voor het inrichten van een Bopz-website en het oprichten van een centraal informatiepunt Wet Bopz.

• Kwaliteit, Innovatie Patiënt ggz: in 2008 wordt een plan van aanpak voor een versnellingsprogramma kwaliteit, veiligheid en innovatie opgestart voor de (curatieve) ggz. Doel is zichtbaar maken van best practicies, delen van kennis en ervaringen, vergroten van transparantie en bevorderen van structurele verbeteringen op de thema’s patiëntveiligheid, logistiek en klantgerichtheid.

• Medicatieveiligheid: naar aanleiding van het HARM-rapport is een bedrag gereserveerd om daarin aangegeven knelpunten tegen te gaan. Een deel daarvan zal op 1 januari nog niet zijn verplicht (€ 0,3 miljoen).

• Verantwoord medicijngebruik: voor projecten en activiteiten die een bijdrage leveren aan het verbeteren van de veiligheid, kwaliteit en doelmatigheid van medicijngebruik is een bedrag gereserveerd. Een deel daarvan zal op 1 januari nog niet zijn verplicht (€ 0,4 miljoen).

Het niet-verplicht of bestuurlijk gebonden bedrag van operationele doelstelling 3 is gereserveerd voor o.a. de volgende programma’s:

• Zachte landing DBC-ggz: Op 1 januari 2008 start de DBC declaratie in de GGZ en wordt de geneeskundige ggz overgeheveld naar de Zvw. Er is budget gereserveerd voor monitoring en helpteams om instellingen en vrijgevestigden te helpen – indien nodig – bij het op gang krijgen van de declaratiestroom. Tevens krijgt de projectorganisatie opdracht zorg te dragen voor overdracht van expertise en kennis en het bijspringen in voorlichting en het opzetten van een helpdesk.

• Invoeren prestatiebekostiging ziekenhuiszorg: In 2008–2012 zullen activiteiten zoals beschreven in het coalitieakkoord worden uitgevoerd en gerealiseerd: invoering van prestatiebekostiging met integrale tarieven en uitbreiding van de vrije prijsvorming naar 20% in 2008 in de planbare ziekenhuiszorg. Tevens zullen activiteiten worden gerealiseerd ten behoeve van invoering prestatiebekostiging met integrale tarieven, op het gebied van communicatie, monitoring/onderzoek, kwaliteit en DBC’s.

Premie-uitgaven:

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)

 2006200720082009201020112012
Extramurale zorg3 397,53 541,23 729,83 783,33 819,23 857,03 857,0
Huisartsen1 938,21 959,91 987,02008,92 010,82 011,42 011,4
Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg632,2658,4758,6758,6758,6758,6758,6
Paramedische hulp434,6476,5477,1477,1477,1477,1477,1
Verloskunde en kraamzorg361,8411,4446,3446,3446,5446,5446,5
Dieetadvisering30,730,730,730,730,730,730,7
Extramurale zorgonverdeeld 4,330,161,795,5132,7132,7
        
Ziekenhuizen, medisch specialistenen overig curatief15 569,815 727,115 874,716 422,916 982,317 424,017 421,1
Algemene en categorale ziekenhuizen10 068,910 134,010 068,410 139,710 238,310 238,310 238,3
Academische ziekenhuizen3 207,53 148,73 117,43 120,33 120,63 120,93 120,9
Medisch specialisten1 848,51 980,21 807,51 806,21 806,51 806,61 806,6
Overig curatieve zorg444,9464,2465,1465,1465,4465,4465,4
Ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief onverdeeld  416,3891,61 351,51 792,81 789,9
        
Ziekenvervoer451,2491,7492,1497,2502,4508,0508,0
Ambulancevervoer348,8366,9362,8362,9362,9362,9362,9
Overig ziekenvervoer102,4124,8125,1125,1125,1125,1125,1
Ziekenvervoer onverdeeld  4,29,214,420,020,0
        
Genees- en hulpmiddelen5 792,26 362,96 409,66 774,07 174,77 625,87 625,7
Farmaceutische hulp4 653,25 062,95 078,15 407,75 771,26 183,86 183,7
Hulpmiddelen1 139,01 300,01 331,51 366,31 403,51 442,01 442,0
        
Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg  3 009,13 104,93 207,93 318,73 318,7
Geneeskundige GGZ door instellingen  2 750,12 750,12 750,12 750,12 750,1
Geneeskundige GGZ door vrijgevestigden  153,3153,3153,3153,3153,3
Persoonsgebonden budgetten GGZ-Zvw  38,738,738,738,738,7
Geneeskundige GGZonverdeeld  67,0162,8265,8376,6376,6
        
Grensoverschrijdende zorg446,0501,2517,7535,6554,5575,3575,3
Subsidies gezondheidszorg66,828,819,0    
Totaal25 723,526 652,930 052,031 117,932 241,033 308,833 305,8
Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar 3,6%12,8%3,5%3,6%3,3%0,0%

In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van gezondheidszorg. Hierin zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de eerste suppletore wet 2007 en de miljoenennota 2008 verwerkt. Voor 2007 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2008 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd. Het saldo van beschikbare middelen en maatregelen, voorzover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is per groep van sectoren opgenomen als onverdeeld.

In dit hoofdstuk is de Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) nieuw, deze is overgeheveld van artikel 43 Langdurige zorg in verband met het onderbrengen van de curatieve ggz onder de Zvw. De jeugd-ggz valt onder de inhoudelijke verantwoordelijkheid van de minister voor Jeugd & Gezin.

42.3 Operationele doelstellingen

Er zijn drie operationele doelstellingen op het gebied van gezondheidszorg:

1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;

2. Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod;

3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan.

42.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt

Motivering

Motivering

We willen de burger door transparante informatievoorziening, wetgeving en ondersteuningsstructuren in staat stellen te kiezen op de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar. Dit prikkelt de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars veilige, effectieve en klantgerichte zorg te leveren/in te kopen. Wij realiseren dit door in te zetten op:

• Transparante informatievoorziening voor burgers;

• Verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicator:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde 2011
1. Voor 80 aandoeningen kunnen burgers op kiesbeter.nl zien welke kwaliteitziekenhuizen bieden80 aandoeningen

Bron: IGZ

Toelichting

– In verschillende andere sectoren (bijvoorbeeld huisartsen, ggz) worden nog afspraken gemaakt via stuurgroepen over het tempo waarmee en de periode waarover kwaliteit en transparantie in de betreffende sector wordt gemeten.

– Doelstelling nr. 45d uit Samen werken, samen leven «De rechten en plichten van patiënten en cliënten zijn in 2011 wettelijk vastgelegd en de informatie hierover is voor iedereen toegankelijk» is uitgewerkt onder het kopje Instrumenten voor het verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.

Instrumenten voor een transparante informatievoorziening

• Ontwikkeling indicatoren curatieve zorg (€ 1,8 miljoen)

We willen de transparantie in de eerstelijns- en tweedelijns zorg in samenwerking met het veld vergroten. Hiervoor is het noodzakelijk dat:

– per voorziening prestatie-indicatoren worden ontwikkeld om de professionele kwaliteit meetbaar te maken;

– er een consumer quality (CQ) index komt om de mening van patiënten en consumenten in kaart te brengen; en

– er een set etalage-informatie wordt ontwikkeld. In 2008 worden ook voor ketenzorg diabetes prestatie-indicatoren ontwikkeld.

• Transparantie ggz

In de curatieve ggz wordt de transparantie vergroot door de bestaande registraties te verbeteren en de prestatie-indicatoren te ontwikkelen. Onderdeel hiervan vormen de psychiatrische casusregisters waar gegevens worden samengebracht voor de totale ggz-keten (€ 0,4 miljoen).

• Informatievoorziening Wet Bopz

Op 25 mei 2007 verscheen de derde evaluatie van de «Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen» (wet Bopz). In het najaar van 2007 verschijnt de kabinetsvisie op deze evaluatie. Uit de evaluatie blijkt, evenals uit de eerste en tweede evaluatie, een onverminderde behoefte aan voorlichting over de wet en diens toepassing. Hiervoor wordt in 2008 € 0,4 miljoen uitgetrokken. Dit bedrag wordt ingezet voor het inrichten van een website, voor oprichten van een centraal informatiepunt en voor voorbereiding van nieuwe wetgeving (congres, folders etc.).

• Betrouwbare en vergelijkbare kwaliteitsinformatie

Zorgaanbieders bieden betrouwbare en vergelijkbare kwaliteitsinformatie over de zorgverlening en geven daarbij ook inzicht in de ervaringen van de consument zelf. Concrete producten hierbij zijn case-mix-correcties, databases, vergelijkend onderzoek en het ontwikkelen van CQ-index-vragenlijsten. Hiervoor is € 2,4 miljoen beschikbaar. Dit betreft zorgbreed beleid. De middelen zijn geraamd bij artikel 43, onder OD 1.

• Ontwikkeling keuze informatie zorgaanbod voor de consument

Een sterke consument vindt zijn weg in de keuzes ten aanzien van het zorgaanbod, heeft invloed op de levering van zorg door zorgaanbieders en op het inkopen van zorg door verzekeraars. Er worden bruikbare producten ontwikkeld die de consument in de praktijk in staat stellen om beter te kiezen en meer invloed uit te oefenen op de zorgverlening. Voorbeelden van deze producten zijn CQ-index-vragenlijsten en kwaliteits-informatie op het gebied van prestatie-indicatoren en presentatie hiervan opwww.kiesbeter.nl. Hiervoor is 4,2 miljoen beschikbaar. Dit betreft zorgbreed beleid. De middelen zijn geraamd bij artikel 43, onder OD 1.

• Perinatale Audit

We streven naar meer inzicht in het cijfer van de perinatale sterfte – babysterfte die plaatsvindt vanaf de 24ste week van de zwangerschap tot en met in de eerste week na de geboorte – door eenduidige registratie, actuele gegevens en onderzoek naar mogelijke doodsoorzaken (€ 1,1 miljoen).

Instrumenten ter verbetering van de rechtspositie van de burger

• Regelgeving vanuit het perspectief cliënten en patiënten

Deze kabinetsperiode worden de rechten en plichten van patiënten en cliënten wettelijk vastgelegd. Daarnaast wordt overige relevante regelgeving voor zorgaanbieders deze kabinetsperiode herijkt en ingericht vanuit het perspectief van de consument, waarmee de bij de nieuwe situatie horende rechten en plichten van consumenten en zorgaanbieders eveneens wettelijk worden verankerd en het toezicht modern en sober wordt ingericht.

• Versterken rechtspositie zorgconsument door toepassing geschilbeslechting

Geschilbeslechting biedt de consument een toegankelijk alternatief voor juridische procedures. Daardoor wordt het voor de burger makkelijker om in voorkomende gevallen zijn of haar gelijk te halen. In de gezondheidszorg wordt geschilbeslechting tot op heden enkel toegepast in de ziekenhuiszorg. Het streven is in overleg met zorgaanbieders en consumentenorganisaties te komen tot verbreding van geschilbeslechting naar andere zorgsectoren.

• Patiëntenorganisaties versterken

Organisaties van patiënten, gehandicapten en ouderen (PGO) vervullen belangrijke taken op het vlak van lotgenotencontact, belangenbehartiging en informatievoorziening. We willen de positie van deze organisaties versterken zodat zij in de nieuwe stelsels van zorg en maatschappelijke ondersteuning volwaardige gesprekspartners kunnen zijn van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere maatschappelijke organisaties. Wij stellen daarvoor bovenop de reguliere middelen (€ 28 miljoen) structureel € 10 miljoen extra beschikbaar. Tevens beogen wij met een nieuwe subsidiesystematiek beter aan te sluiten bij de diversiteit van het pgo-veld en meer samenwerking te stimuleren. Belangrijk onderdeel van deze nieuwe systematiek worden meerjarige programma’s die samenwerking stimuleren en organisaties ondersteunen bij hun ontwikkeling. Wij willen vier programma’s instellen: kwaliteit en transparantie, versterking en ondersteuning, maatschappelijke participatie en kennis, en informatie over het zorgaanbod en over de rechten en plichten van de zorgconsument. Dit betreft zorgbreed beleid. De middelen zijn geraamd bij artikel 43, onder OD 1.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Projectsubsidies2 3322 1822 1122 120930
Perinatale registratie60    
NIVEL LIPZ42    
Transparantie curatieve zorg1 0981 2001 2001 200 
Perinatale Audit St. PRN1 132982912920930
      
Opdrachten1 0001 0001 0001 000 
Transparantie curatieve zorg1 0001 0001 0001 000 
      
Totaal3 3323 1823 1123 120930

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

42.3.2 Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod

Motivering

Motivering

Om te zorgen dat de burger de zorg krijgt waar hij conform het verzekerde pakket recht op heeft, bevat het zorgstelsel prikkels die zorgaanbieders moeten aanzetten tot het leveren van een kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg. Een kwalitatief hoogwaardige zorg is veilig en toegankelijk. Om het zorgaanbod, ook op de langere termijn, aan te laten sluiten op de behoefte van de burger en op de demografische en technologische ontwikkelingen, vinden wij het beschikbaar krijgen van nieuwe en het verbeteren van bestaande medische producten en processen via innovatie noodzakelijk. Daarnaast kan innovatie van zorg leiden tot een verbetering van de arbeidsproductiviteit, waardoor werkers in de zorg meer tijd kunnen besteden aan de patiënt.

Hiervoor zetten wij in op:

• De kwaliteit van het zorgaanbod;

• De veiligheid van het zorgaanbod;

• De toegankelijkheid van het zorgaanbod;

• De innovatie van de zorg.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde 2011
1. Percentage ziekenhuizen dat werkt met een veiligheidsmanagementsysteem (VMS)100%100%
2. Vermijdbare schade in ziekenhuizen50% daling
3. Percentage ambulances dat binnen 15 minuten ter plaatse is bij spoed/levensbedreigende situaties91%200695%95%
4. Gemiddelde responstijd van ambulances bij spoedeisende en/of levensbedreigende situaties10 min.2006≤15 minuten≤15 minuten
5. Percentage bevolking dat binnen 45 minuten een SEH afdeling kan bereiken Bron: RIVM98,8%200598,8%98,8%
6. Percentage burgers dat binnen drie weken een afspraak heeft bij een ziekenhuis63%eind 200680%80%
7. Aantal donoren (exclusief levende nierdonoren)2002006250>250
8. Percentage huisartsenposten aangesloten op het Landelijk Schakelpunt (LSP)1 huisartsenpost1 juni 2007100%100% (2009)
9. Percentage huisartsenpraktijken aangesloten op het LSP5 huisartsenpraktijken1 juni 2007Circa 50%100% (2009)
10. Percentage ziekenhuizen aangesloten op het LSP01 juni 2007Circa 50%100% (2009)
11. Percentage apothekers aangesloten op het LSP01 juni 200750% to 75%100% (2009)

Bronnen:

1. en 2. IGZ

3. en 4. Ambulancezorg Nederland (AZN)

5. RIVM

6. DBC Informatie Systeem (DIS)

7. Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)

8 t/m 11. Voortgangsrapportage ICT inzake de invoering van het Ekektronisch Patiënten Dossier (EPD) (Kamerstukken 27 529, nr. 29)

Toelichting:

3. Als landelijke norm geldt dat 95% van de ambulances binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn.

4. De Nederlandse capaciteitsberekening voor ambulancezorg gaat ervan uit dat een ambulance gemiddeld genomen binnen 15 minuten na een melding ter plaatse is. Dit resulteert in een planningsnorm die er naar streeft dat 95% van alle spoedritten binnen 15 minuten aanwezig is.

6. Bij deze indicator wordt uitgegaan van de wachttijd voor poliklinieken. De Treeknorm hiervoor is dat 80% binnen drie weken in het ziekenhuis wordt geholpen (polikliniek)

Instrumenten ter verbetering van de kwaliteit van het aanbod

• Kwaliteits- en kennisprogramma spoedzorg

Het kwaliteits- en kennisprogramma spoedzorg heeft als doel het verbeteren van de kwaliteit, veiligheid, doelmatigheid en patiëntgerichtheid van de (regionale) acute ketenzorg. Hierbij staan de drie functies van acute ketenzorg, toegang, behandeling en vervoer, centraal. (€ 1 miljoen).

• (P) MICU transport

We geven een impuls aan de kwaliteit van het interklinisch transport van Intensive Care-patiënten met de financiering van MICU-transporten (Mobile Intensive Care Unit) (€ 3 miljoen).

• Palliatieve zorg

Op basis van het coalitieakkoord wordt in 2008 het plan van aanpak palliatieve zorg uitgewerkt. Dit plan is in samenwerking met betrokken veldpartijen opgesteld en wordt het najaar van 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd. Vanuit de invalshoeken inhoud, kwaliteit en organisatie van de zorg worden verbeteringen in gang gezet, daarbij ondersteund door onderzoek en ontwikkeling.

Instrumenten ten behoeve van een veilig aanbod

• Programma veilige zorg

Wij investeren de komende periode meer in patiëntveiligheid. Op 6 juli 2007 is het programma veilige zorg, deel I, aangeboden aan de Tweede Kamer (bijlage 1 bij kamerstukken 28 439, nr. 98). We spannen ons in om het onderwerp hoog op de agenda te zetten van professionals en bestuurders in de zorg, van verzekeraars en van patiënten. Samen met veldpartijen werken we het Actieprogramma Veilige Zorg uit. Het programma bestaat uit een aantal pijlers voor de ziekenhuissector, en uit de invoering van veiligheidsmanagementsystemen (VMS), gerichte campagnes op inhoudelijke thema’s, medicatieveiligheid, onderwijs en onderzoek (€ 4 miljoen). De overige sectoren komen later aan bod. Voor wat betreft de ziekenhuissector is het doel dat alle ziekenhuisinstellingen in 2008 een VMS hebben ingevoerd. Het is onze ambitie in de ziekenhuiszorg de vermijdbare schade in de periode 2008–2011 te halveren.

• Medicatieveiligheid

Zoals hierboven vermeld, is in juli 2007 het programma veilige zorg aan u aangeboden. In dit programma is een plan van aanpak neergelegd om medicatieveiligheid te verbeteren, in reactie op de motie Voordewind. Een van de voorgestelde maatregelen betreft het standaard invoeren van een opname- en ontslaggesprek met de patiënt over gebruikte en te gebruiken geneesmiddelen in de ziekenhuizen, het stimuleren van een periodieke beoordeling van de medicatie (medication review) van de oudere patiënt en het onderzoeken op welke wijze een model voor (medicatie)fouten in de eerstelijnszorg kan worden ontwikkeld en uitgerold. Met betrekking tot een vijftal specifieke risicovolle geneesmiddelengroepen zal een expertgroep ons in het najaar nader adviseren over concrete verbetermogelijkheden op de korte termijn.

• Reclamebeleid geneesmiddelen

Medio 2008 wordt de evaluatie van het Reclamebesluit Geneesmiddelen verwacht. De uitkomst van de evaluatie kan leiden tot wijzigingen in het beleid en/of de wet- en regelgeving.

Instrumenten voor een toegankelijk aanbod

• Arbeidsmarktbeleid Zorg en Welzijn

Om ervoor te zorgen dat er nu en in de toekomst voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is voor de zorgsector is het noodzakelijk dat er maatregelen worden genomen op verschillende terreinen. Voor het bereiken van een positieve kentering worden in de jaren 2008 tot en met 2011 extra middelen beschikbaar gesteld (€ 14,9 miljoen in 2008 oplopend tot € 19,7 miljoen in 2011).

In overleg met het zorgveld wordt toegewerkt naar een actieplan met concrete maatregelen. Deze maatregelen zijn onder te verdelen in drie thema’s te weten: het vergroten van de instroom in opleiding en beroep, de verbetering van de organisatie van personele inzet en het verminderen van de uitstroom/het behoud van medewerkers. Concrete maatregelen op dit terrein kunnen zijn: het aanbieden van scholings- en begeleidingstrajecten, maatregelen gericht op de kwaliteit en beschikbaarheid van stageplaatsen, maatregelen gericht op het vergroten van de arbeidsparticipatie van specifieke doelgroepen, het vergroten van de arbeidsproductiviteit en het innovatieve vermogen van instellingen, taakherschikking en functiedifferentiatie, het vergroten van de deeltijdfactor, het terugdringen van administratieve lasten, leeftijdsbewust personeelsbeleid en maatregelen gericht op het vergroten van de carrièremogelijkheden.

• Monitoren arbeidsmarkt zorg

Wij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en toegankelijkheid van het zorgaanbod en zijn daarom alert op de korte- en lange termijn ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Wij hebben hiervoor behoefte aan regelmatig geactualiseerde cijfers over de arbeidsmarkt in zorg en welzijn. Het meerjarige onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn komt hieraan tegemoet. Dit zorgbrede onderzoeksprogramma wordt betaald door het ministerie van VWS, het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en sociale partners in zorg en welzijn (€ 0,5 miljoen).

• Wijk/buurtgerichte Eerstelijnszorg

Met wijk/buurtgericht werken kunnen zorg en voorzieningen beter worden afgestemd op de behoeftes van de lokale populatie. Wij zullen nauwere banden stimuleren tussen curatieve eerstelijnszorg (huisarts, verloskundigen, apotheker, fysiotherapie ed.), AWBZ-zorg, centra voor jeugd en gezin, en loketten voor Wmo.

• Jeugd geestelijke gezondheidszorg

Samen met de Minister voor jeugd en Gezin blijven we het nieuwe aanbod en de belangrijke knelpunten in de jeugd ggz, zoals de wachtlijsten en de orthopsychiatrie, monitoren (€ 0,3 miljoen).

• Heroriëntatie hulpmiddelen

Een project dat de toegankelijkheid wil verbeteren van de verschillende regelingen waaruit de burger een hulpmiddel kan krijgen (Zvw, AWBZ, Wmo, WIA). In 2007 is een interactief proces opgezet waaraan hulpmiddelengebruikers en vrijwel alle relevante veldpartijen, patiëntenverenigingen en koepels meewerken. Het cliëntperspectief staat hierin centraal. Het doel is te komen tot een beleidsvoorstel met verbetermaatregelen. De op korte termijn meest haalbare maatregelen worden zoveel mogelijk in 2008 opgepakt en uitgevoerd. Eventuele meer fundamentelere maatregelen zullen in 2009 tot uitvoering komen.

• Orgaandonatie

NIGZ-donorvoorlichting krijgt een subsidie voor het geven van publieksvoorlichting over orgaandonatie om op die manier de bewustwording en het aantal registraties te verhogen. De Nederlandse Transplantatie Stichting ontvangt subsidie voor het optimaliseren van de donorwerving in ziekenhuizen, zodat het donorpotentieel zo goed mogelijk wordt benut. Het CIBG krijgt financiering voor het beheren van het Donorregister, waar de burger zijn keuze omtrent donorschap kan later registreren. De totale kosten hiervan zijn € 5 miljoen.

We hebben reeds toegezegd met een vervolgplan voor orgaandonatie te komen. Dat plan wordt opgesteld in samenwerking met het veld, verenigd in de Coördinatiegroep Orgaandonatie. In dat plan worden activiteiten voor 2008 en verder beschreven.

• Capaciteit, opleidingen- en beroepenstructuur optimaliseren

Met het opleidingsfonds is vanaf 1 januari 2007 een nieuwe financiering voor de zorgopleidingen ingevoerd. Met ingang van 1 januari 2008 wordt de nieuwe financiering ook voor de zogenaamde 2e tranche zorgopleidingen ingevoerd. Op verzoek van de sector en het College Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg (CBOG) is echter de opneming van verpleegkundige en medische ondersteunende beroepen naar een later tijdstip verschoven. Voor 2008 is met het opleidingsfonds, inclusief de huisartsenopleiding, een bedrag van € 870 miljoen gemoeid. Om met het opleidingsfonds te komen tot een moderne en samenhangende besturingsstructuur vervult het CBOG de volgende taken: het ramen van de opleidingsplaatsen, het doen van voorstellen aan de minister voor toewijzing van opleidingsplaatsen en het ontwikkelen en/of implementeren van voorstellen voor de innovatie van beroepen en opleidingen.

• Doelmatig geneesmiddelengebruik

In een projectmatige aanpak zijn diverse maatregelen in gang gezet om de doelmatigheid te bevorderen op het terrein van het voorschrijven, afleveren en gebruiken van geneesmiddelen. In 2007 zal een aantal van deze maatregelen aflopen en in 2008 zal het effect ervan worden geëvalueerd door het Nivel. Daarnaast wordt DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik, gesubsidieerd om in het veld de doelmatigheid en de kwaliteit van geneesmiddelengebruik te bevorderen. In totaal is hiervoor in 2008 € 2,1 miljoen beschikbaar.

Daarnaast vinden ook in 2008 in diverse ziekenhuizen pilots plaats waarbij, om doelmatig gebruik van geneesmiddelen te bevorderen, poliklinische geneesmiddelen in DBCs opgenomen worden. Deze pilots moeten inzicht geven in de vraag of het mogelijk en wenselijk is poliklinische geneesmiddelen te incorporeren in het DBC systeem.

• Nurse practitioner (NP) en Physician assistant (PA)

We hebben besloten om vanaf 1 september 2007 structureel financiële middelen te reserveren voor een jaarlijkse instroom van 325 eerstejaarsstudenten in de opleidingen PA en NP (€ 17 miljoen). Uit onderzoek blijkt dat deze vormen van taakherschikking leiden tot aanzienlijke kwaliteitswinst, in termen van toegankelijkheid, kortere wachttijden en betere begeleiding. Daarnaast blijkt uit onderzoek van de HBO-raad dat de arbeidsmarkt voor de PA en NP zich gunstig ontwikkelt. Wij hebben per brief d.d. 1 mei 2007 dan ook gemeld, dat indien de behoefte daartoe zou blijken wij zullen overwegen met ingang van het studiejaar 2008/2009 een stijging van 325 naar 400 plaatsen te realiseren (hiervoor is in 2008 een bedrag van maximaal € 0,5 miljoen gereserveerd).

Instrumenten voor innovatie

• ICT in de zorg ontwikkelen en implementeren

Doel is de kwaliteit in de zorg te verbeteren. Dat willen we bereiken door ICT in de zorg te ontwikkelen en te implementeren. Hierbij gaat het om het landelijk werkend Elektronisch Medicatiedossier (EMD), beschikbaarheid van de waarneeminformatie van huisartsen en elektronische afhandeling van het declaratieverkeer. In 2008 richt het ICT beleid zich op de invoering van het burgerservicenummer in de zorg, de landelijke uitrol van het Waarneemdossier Huisartsen (WDH) en van het EMD zodat invoering van beide onderdelen in 2009 een feit is. Daarnaast wordt verder gewerkt aan nieuwe toepassingen, zoals de uitbreiding van het EMD met bijvoorbeeld informatie over contra-indicaties, het dossier spoedeisende hulp en het diabetesdossier. Verder worden in 2008 de applicaties getoetst waarmee de patiënt toegang krijgt tot het eigen elektronisch patiëntendossier (zie ook voortgangsrapportage ICT en EPDkamerstukken 27 529, nr. 29).

• Innovatie in de eerste lijn

In het Landelijk Overleg Versterking Eerstelijnszorg (LOVE) werken wij samen met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) aan het innovatieprogramma «De nieuwe praktijk». Door goede voorbeelden uit te dragen, ervaringen uit te wisselen en het ondersteunen van pilot-projecten, worden huisartsen bijgestaan bij het doorvoeren van vernieuwingen (€ 0,9 miljoen).

• (P) Praktijkondersteuner

Per 1 januari 2008 wordt de functie praktijkondersteuner huisartsenzorg ggz (poh ggz) geïntroduceerd. Deze functie richt zich op het ondersteunen van huisartsen bij de zorg aan mensen met psychische problemen en is een middel om een sterkere en meer samenhangende eerstelijns ggz te realiseren (€ 38,2 miljoen).

• Innovatie in de ggz en revalidatiesector

Een versnellingsprogramma voor kwaliteit, veiligheid en innovatie in de curatieve ggz heeft als doel het zichtbaar maken, implementeren, verspreiden en borgen van best practices. Hierbij vergroten we de transparantie en doen we structurele verbeteringen op de thema’s patiëntveiligheid, logistiek en klantgerichtheid. Verder wordt de preventie en behandeling van suicidaal gedrag versterkt. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid voor het introduceren van een kwaliteitsinstrument voor e-mental health (€ 0,3 miljoen). De revalidatiesector start in 2008 met een op het Sneller Beter programma geïnspireerd project, waar ambitieuze doelstellingen voor verbetering van patiëntenlogistiek (instroom en doorstroom) en patiëntveiligheid gerealiseerd gaan worden en waarbij deze innovatiekracht in de organisatie blijvend geborgd wordt (€ 0,3 miljoen).

• Stimuleringsprogramma innovatie

De uitdagingen voor de toekomst van de zorg zijn niet gering. De vraag naar zorg neemt onverminderd toe terwijl bovendien de aard van de zorgvraag verandert. Ook wijzigen de eisen die de samenleving stelt aan de zorg. Daarom is innovatie belangrijk. Medische innovaties in diagnose en behandeling dragen bij aan genezing en maken zelfs voorheen levensbedreigende ziektes chronisch. Daarnaast wordt gewerkt aan het vinden (en toepassen) van nieuwe organisatiemodellen om de zorg aan kwaliteit en doelmatigheid te laten winnen. Een aanpalend terrein is dat van de arbeidsproductiviteit. Aangezien een van de grootste uitdagingen voor de komende periode voor de zorg is om over voldoende menskracht te beschikken, is innoveren van werkprocessen van groot belang zodat met minder menskracht meer werk gedaan kan worden. Voor veel innovaties is informatie- en communicatietechnologie (ICT) een voorname voorwaarde. Om de innovatie in preventie en zorg (cure en care) te versterken zal een Innovatieplatform voor de zorg worden opgericht en zal al in 2007 een preventie- en zorgbreed innovatieprogramma van start gaan.

Of het nu gaat om preventie, cure of care, innoveren gaat in drie stappen. De eerste stap is die van het nieuwe idee. Door te dromen over een betere diagnose en andere manieren om een zorgvrager te helpen of om de doelmatigheid te vergroten ontstaan nieuwe ideeën. De droom moet worden doordacht, aangevuld, versterkt, praktisch toepasbaar gemaakt. De derde stap is die van de feitelijke invoering (doen), niet bij een enkele aanbieder, maar breed zodat alle burgers/patiënten/cliënten kunnen profiteren. Op elk van deze stappen zullen activiteiten plaatsvinden. Ten behoeve van het «dromen» zullen bijvoorbeeld ontmoetingsplaatsen worden gecreëerd om nieuwe ideeën tot stand te brengen. Voor wat betreft het «denken» gaat het onder meer om het richten van Research & Development op maatschappelijke prioriteiten. Bij «denken» zal de brede invoering van innovaties worden bevorderd door deze meer transparant te maken. De middelen voor het Stimuleringsprogramma staan gereserveerd op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/structurele subsidies924 811931 370940 470942 470942 470
Onder andere:     
Opleidingsfonds, inclusief huisartsenopleiding870 003875 952885 602886 702884 602
Opleidingen verloskunde15 67215 67215 67215 67215 672
CBOG1 3761 3761 3761 3761 376
Ramingen capaciteitsorgaan1 1121 1121 1121 1121 112
Nictiz11 31811 31811 31811 31811 318
Donorvoorlichting1 7281 7281 7281 7281 728
Donorwerving3 3013 3013 3013 3013 301
Normalisatie medische hulpmiddelen113113113113113
Doelmatige GeneesmiddelenVoorziening2 2322 2322 2322 2322 232
      
Projectsubsidies109 092111 58298 07387 12693 648
Onder andere:     
Arbeidsmarktbeleid15 11615 30521 63721 20226 269
Innovatie en ICT20 76931 35518 94021 82824 328
Opleiding PA/NP9 10015 92517 06217 06217 062
Uibreiding opleiding PA/NP5252 1003 6753 9383 938
Verpleegkundigen en verzorgenden2 332    
Modernisering eerste lijn (LAK)30    
Subs St. Ex6100    
KwaliteitPatiëntveiligheid1 0001 0001 0001 0001 000
WBMV28050   
Topinstitute Pharma34 43330 38830 13519 501 
Bsik-projecten7 920 4 680 2 340
Uitnameteams orgaandonatie563    
Medical priority devices245    
Transplantatie bij leven150150150150150
Masterplan Trimbos Instituut343343343343343
Trimbos inst.: Monitor ouderen259259259259259
Prenatale Screening500500500500500
      
Opdrachten25 08424 07337 24636 26823 015
Onder andere:     
Innovatie en ICT10 38515 6789 47010 91412 164
ggz informatiebeleid339483512512512
Actieprogramma veiligheid en logistiek intramuraal510650   
Wet BOPZ door veldpartijen405300300300300
K.I.P. ggz350820820250 
Jeugdggz3103101606060
KwaliteitPatiëntveiligheid1 0001 0001 0001 0001 000
      
Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s71 80773 27665 72765 57465 124
Onder andere:     
Koppelingsfonds/CVZ44 22244 22244 22244 22244 222
Stuurgroep weesgeneesmiddelen / ZonMw450450450450 
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten27 13528 60421 05520 90220 902
Bijdrage aan agentschap CIBG27 13528 60421 05520 90220 902
      
Totaal1 157 9291 168 9051 162 5711 152 3401 145 159

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

42.3.3 Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan

Motivering

Motivering

Zorgverzekeraars concurreren om de gunst van de verzekerden door polissen aan te bieden met een goede prijs-kwaliteitsverhouding. Dit realiseren zij door scherp en prestatiegericht zorg in te kopen bij zorgaanbieders.

Ons beleid is gericht op:

• Een goed werkend stelsel;

• Een pakket van verzekerde aanspraken;

• Een op het stelsel aansluitend bekostigingssysteem.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
1. Beheerste ontwikkeling gemiddelde nominale premie Zvw in euro’s1 10320071 057n.v.t.
2. Beheerste ontwikkeling bruto schadelast€ 26,7 miljard2007< € 30,1 miljard€ 33,3 miljard
3. Aantal onverzekerden241 0002006< 250 000200 000

Bronnen:

1. MEV 2007

2. CVZ

3. CBS

Toelichting:

De indicator gemiddelde nominale premie is een afgeleide van de ontwikkeling van de schadelast van verzekeraars, zoals geraamd als actuele stand voor de ontwerpbegroting 2007

Instrumenten voor een goede werking van het stelsel

• Monitoren Zorgverzekeringswet (Zvw)

Wij volgen de ontwikkelingen met betrekking tot de zorgverzekeringsmarkt op de voet. In juni 2007 heeft de NZa in de monitor het oordeel gegeven dat de Zvw in het algemeen goed werkt en dat dit positieve oordeel over 2006 kan worden doorgetrokken naar 2007. Ook andere bronnen geven geen aanleiding tot belangrijke bijsturing. De NZa zet zich in om het voor verzekeringsplichtigen gemakkelijker te maken zorgverzerkeringen goed met elkaar te kunnen vergelijken.

• Onverzekerden

Het aantal onverzekerden is door het CBS geschat op 241 000. Dit is de stand van zaken van 31 december 2006. Dat aantal is lager dan het aantal onverzekerden ten tijde van de Ziekenfondswet. Doelstelling is het aantal nog verder omlaag te brengen. Dit geschiedt langs verschillende wegen. De voorlichting aan specifieke groepen onverzekerden wordt geïntensiveerd en er wordt onderzocht of door middel van bestandsvergelijking onverzekerde verzekeringsplichtigen kunnen worden getraceerd en door middel van nader te treffen maatregelen tot het afsluiten van een verzekering kunnen worden gebracht.

• Wanbetalers

Het aantal wanbetalers is door het CBS geschat op 190 000. Dit is de stand van 31 december 2006 volgens opgave van de verzekeraars. Het gaat om mensen met een basisverzekering die minimaal zes maanden geen premie hebben betaald. Dit aantal is lager dan het eerder door zorgverzekeraars gerapporteerde aantal van 240 000. Er wordt een aantal maatregelen getroffen om tegen te gaan dat mensen de verschuldigde premie niet betalen en als gevolg daarvan onverzekerd raken. Er is al sprake van het uitvoeren van een verzwaard incassoregime. Daarnaast ligt er een wetsvoorstel in de Eerste Kamer die regelt dat een wanbetaler zijn verzekering niet kan opzeggen. Ten slotte is de mogelijkheid van een bronheffing voor de nominale premie in onderzoek.

• Financieren van medisch noodzakelijke zorg aan illegalen

Voor de compensatie van bovenmatige kosten voor eerstelijnszorgverleners stelt VWS jaarlijks € 7 miljoen beschikbaar aan de Stichting Koppeling. Het is de bedoeling hiermee knelpunten in de gezondheidszorg aan illegalen op te lossen en te voorkomen. Voorts zijn we op grond van een rechterlijke uitspraak aansprakelijk voor de vergoeding van zorg samenhangend met de wet BOPZ die is verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen. Daarvoor is vanaf 2008 structureel € 15 miljoen begroot. Een wetsvoorstel is in voorbereiding dat regelt dat zorgaanbieders ingeval zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen, in aanmerking kunnen komen voor compensatie uit collectieve middelen onder door de wet aangegeven voorwaarden. Er wordt naar gestreefd de nieuwe regeling op 1 januari 2008 in werking te laten treden. Na de stroomlijning zullen de hierboven genoemde bedragen jaarlijks beschikbaar gesteld worden voor eerstelijnszorg en AWBZ-zorg in de nieuwe regeling. Ook ziekenhuizen zullen na de stroomlijning een vergoeding voor de kosten van zorg aan illegalen via het CVZ kunnen ontvangen, waardoor er minder oninbare vorderingen zullen resteren. Hiervoor wordt een structureel bedrag van € 22 miljoen beschikbaar gesteld.

• Vaststellen verdragsbijdrage voor verdragsgerechtigden

Op basis van gegevens van het CVZ wordt per land (waar de verdragsgerechtigden wonen) de woonlandfactor vastgesteld. De woonlandfactor vormt de basis voor het vaststellen van de verdragsbijdrage die verdragsgerechtigden verschuldigd zijn voor hun aanspraak op zorg. De zorg wordt overeenkomstig internationale regelgeving ten laste van Nederland verleend.

• Bestrijden van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik door verzekerden

Zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de bestrijding van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik door verzekerden. Onderzoek naar fraude door zorgaanbieders wordt op 1 oktober 2007 overgeheveld van de FIOD-ECD naar de NZa. Zonodig kan, bijvoorbeeld naar aanleiding van onvoorziene ontwikkelingen, naast de bestaande toezichtstructuur extra fraudeonderzoek worden verricht op risicogebieden.

• Uitvoering zorgtoeslag

Ook in 2008 betaalt de Belastingdienst als tegemoetkoming in de kosten van de nominale premie de zorgtoeslag uit aan alle burgers die daar recht op hebben (€ 3,6 miljard). Met de zorgtoeslag wordt bewerkstelligd dat niemand een groter dan aanvaardbaar deel van zijn inkomen aan de premie voor de Zvw betaalt. In 2008 vindt geen betaling van zorgtoeslag meer plaats aan verzekerden die een betalingsachterstand van meer dan zes maandpremies bij hun zorgverzekeraar hebben opgebouwd. Deze bespaarde zorgtoeslag wordt gestort in het Zorgverzekeringsfonds. Uit het Zorgverzekeringsfonds worden zorgverzekeraars gecompenseerd voor gederfde premie-inkomsten veroorzaakt door wanbetaling.

• Risicoverevening

Het systeem van risicoverevening moet jaarlijks worden aangepast aan de gewijzigde omstandigheden in de zorg, daarnaast worden er jaarlijks verbeteringen aangebracht. Om de noodzakelijke/gewenste aanpassingen mogelijk te maken wordt elk jaar een onderzoeksprogramma uitgevoerd. Een onderdeel van dit programma vormt een evaluatie van de werking van het verdeelmodel (stabiliteit). De mate van risicodragendheid voor verzekeraars zal in de komende jaren vergroot worden door een geleidelijke afbouw van de ex post compensatie mechanismen.

• Maatschappelijke Verantwoording

Vanaf 2008 zijn alle zorginstellingen (cure en care) verplicht om via het Jaardocument zorg verantwoording af te leggen over het voorgaande jaar. Het jaardocument bundelt de verplichte jaarlijkse gegevensstromen zoals het jaarverslag, de jaarrekening, het kwaliteitsjaarverslag, het klachtjaarverslag en het sociaal jaarverslag. In het verlengde van dit traject zal worden gekeken hoe de informatie-uitvraag tussen VWS, toezichthouders en zorg-zbo’s nog beter is af te stemmen, zodat een dubbele uitvraag wordt vermeden. Het jaardocument (exclusief jaarrekening) zorgt voor een reductie in administratieve lasten voor de ziekenhuizen van 39%.

• (P) Afstemmen informatie uitvraag

Bij het opstellen van de werkprogramma’s van VWS, Toezichthouders en zorg-zbo’s wordt de informatie uitvraag afgestemd en wordt waar mogelijk de informatie gedeeld, waardoor dubbele uitvraag wordt vermeden. De loketfunctie die is ingericht voor het jaardocument maatschappelijke verantwoording zal verder worden uitgebreid. De websitewww.zorggegevens.nlhelpt als wegwijzer naar bestaande registraties en brengt overlappende verzamelingen in beeld. In 2008 wordt actief gestuurd op verantwoording over het gebruik van de aan het veld gevraagde informatie.

Instrumenten op het terrein van het verzekerd pakket

• Vervanging no-claim teruggave door verplicht eigen risico

Overeenkomstig de afspraak in het coalitieakkoord wordt de no-claimteruggave in de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2008 vervangen door een verplicht eigen risico. Bepaalde groepen verzekerden met meerjarige onvermijdbare zorgkosten worden gecompenseerd voor het verplichte eigen risico. Het wetsvoorstel om deze wijziging door te voeren is in juni ingediend bij de Tweede Kamer.

• (P) Overheveling ggz

De curatieve ggz wordt met ingang van 1 januari 2008 onderdeel van het verzekerd pakket van de Zvw. De langdurige intramurale ggz en de niet-curatieve ggz blijven onderdeel van de AWBZ. Voor het Zvw-deel van de ggz zijn DBCs ontwikkeld als bekostigingssysteem, de overige ggz maakt gebruik van de AWBZ breed in te voeren zorgzwaartepakketten.

• Evaluatie pakket

Het CVZ heeft in maart 2007 zijn eerste pakketadvies uitgebracht gericht op een passend en duidelijk pakket. Omdat de doorlichting van het pakket een doorlopend proces is, zal het CVZ in beginsel jaarlijks een pakketadvies opstellen. Begin 2008 zal het CVZ zijn volgende pakketadvies uitbrengen. In het Pakketadvies 2007 komt het CVZ tot enkele in- en uitstroom adviezen. Naar aanleiding van het advies worden de volgende pakketmaatregelen per 1 januari 2009 genomen: schrappen van de vergoeding van intracaverneus fentolamine/papaverine (middel ter behandeling van erectiestoornissen) en beperking van de vergoeding van benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen) (kamerstukken 30 300 XVI, nr. 168). Op basis van aanvullend onderzoek van het CVZ zal worden bezien hoe deze maatregel het best kan worden ingevoerd.

• Preventie

Op 16 juli heeft het CVZ het rapport «Van preventie verzekerd» vastgesteld. In dat rapport wordt verduidelijkt hoe preventieve zorg zich verhoudt tot de Zvw en AWBZ. De hoofdboodschap is dat individuele preventieve zorg in aanleg onder de dekking van de zorgverzekering valt. Het gaat daarbij zowel om preventieve zorg voor mensen bij wie ziekte al is vastgesteld alswel om mensen die nog niet ziek zijn maar een verhoogd risico lopen ziek te worden. Enerzijds wordt deze ruimte binnen de Zvw/AWBZ in de praktijk nog onvoldoende benut door zorgverleners, anderzijds komen niet alle preventieve interventies voor vergoeding in aanmerking omdat ze niet beantwoorden aan de eis van voldoende werkzaamheid op basis van stand van de medische wetenschap. Het CVZ gaat met vervolgrapportages komen om aan de hand van de vijf speerpunten uit de Preventienota 2006 (roken, overgewicht, schadelijk alcoholgebruik, diabetes en depressie) de (kosten)effectiviteit van preventieve zorg nog eens nader onder de loep te nemen. In 2008 wordt bekeken of deze interventiestrategieën met ingang van 2009 kunnen worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekeraars. Alleen doeltreffende en kosteneffectieve interventies komen eventueel in aanmerking om in het verzekerde pakket onder te brengen.

• (P) Eerstelijnspsychologische zorg in verzekerd pakket

Met het onderbrengen van de curatieve ggz onder de aanspraken van de Zvw per 1 januari 2008 maken ook acht zittingen eerstelijnspsychologische zorg onderdeel uit van het verzekerde pakket van de Zvw. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Buijs (2002).

• (P) Tandartscontrole in verzekerd pakket

Het kabinet heeft besloten om de aanspraak op mondzorg voor de jeugd uit te breiden van 18 tot 22 jaar. Daarbij is voorts besloten om deze aanspraak buiten het eigen risico te houden. Met deze uitbreiding van het pakket beoogt het kabinet de tandheelkundige zorg voor jongvolwassenen te optimaliseren (€ 100 miljoen).

• (P) Kraamzorg

Per 2008 zijn er meer middelen beschikbaar voor de kraamzorg (€ 34 miljoen). Dit naar aanleiding van afspraken in het coalitieakkoord. Hierin is aangegeven dat het aantal uren kraamzorg zal worden uitgebreid. De vormgeving van de uitbreiding is onderwerp van discussie binnen de bij de kraamzorg betrokken veldpartijen. Onder verantwoordelijkheid van het CVZ wordt momenteel een monitor naar het landelijk indicatieprotocol kraamzorg uitgevoerd. De resultaten van deze monitor worden bij de discussie betrokken. Bekeken wordt in hoeverre de uitbreiding van het aantal uren in het landelijk indicatieprotocol kraamzorg kan worden ingepast.

• (P) Anticonceptiepil in verzekerd pakket

Ter uitvoering van de afspraken in het coalitieakkoord worden het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering aangepast om de anticonceptiepil met ingang van 1 januari 2008 weer in het verplichte pakket van de Zvw op te nemen (€ 70 miljoen).

Instrumenten voor de bekostiging/het bekostigingssysteem

(P) Prestatiebekostiging in de ziekenhuiszorg

– In 2008 wordt een start gemaakt met de transitieperiode voor de komende vier jaar, om stapsgewijs te komen tot een bekostigingssysteem waarin geleverde zorg (DBCs) centraal staat en waarin de prijzen van DBCs primair worden vastgesteld door onderhandelingen tussen ziekenhuizen en verzekeraars. Daartoe wordt het B-segment uitgebreid naar 20% van de ziekenhuiszorg. De systematiek van functiegerichte budgettering blijft in 2008 in het A-segment nog gehandhaafd om het eindperspectief goed te kunnen voorbereiden en het DBC systeem verder te verbeteren.

– Het nieuwe uurtarief van medisch specialisten van € 132 (prijspeil 2006) wordt in 2008 ingevoerd en de «lumpsum» van medisch specialisten wordt afgeschaft.

– In 2009 worden verder stappen gezet. Zo wordt o.a. per 2009 de functiegerichte budgettering afgeschaft en zal voor een deel van de zorg maatstafconcurrentie worden ingevoerd. Maatstafconcurrentie is een vorm van prijsregulering dat zorgt voor een beheerste prijsontwikkeling door relatief ondoelmatige zorgaanbieders te stimuleren hun zorg efficiënter te leveren. Een en ander is nader uitgewerkt in de brieven over prestatiebekostiging ziekenhuizen (kamerstukken 29 248, nr. 37) en kapitaallasten (kamerstukken 27 569, nr. 84).

– Zorgaanbieders krijgen in 2009 tevens meer ruimte om de zorg die de consument vraagt te leveren en ruimte om investeringen te doen die nodig zijn om de zorg conform de vraag te organiseren. De kosten die verband houden met investeringsbeslissingen zullen vanaf 1 januari 2008 voor eigen rekening en risico van ziekenhuizen komen, waarbij vanaf 2009 sprake is van integrale prijzen en tarieven inclusief kapitaallastenvergoeding. Zorgaanbieders die goed presteren krijgen meer inkomsten om investeringen te bekostigen, terwijl slecht presterende instellingen een belangrijke financiële prikkel hebben om zich te verbeteren. Een groot deel van de administratieve lasten als gevolg van bouw en investeringsprocedures komt hiermee te vervallen.

(P) Taakstelling en maatstafconcurrentie ziekenhuizen

– In lijn met het coalitieakkoord is gezocht naar mogelijkheden om te komen tot besparingen en deze in te zetten voor de algehele budgettaire problematiek. Dat heeft voor de ziekenhuissector geleid tot een structurele taakstellende efficiencybesparing van € 160 miljoen in 2008 oplopend tot € 400 miljoen in 2011.

– In 2008 zal bovenstaande korting geëffectueerd worden door middel van een structurele budgetkorting van € 160 miljoen. Voor de jaren 2009 tot en met 2011 zal bij de vaststelling van de maatstaf rekening worden gehouden met het restant van de taakstellende efficiencybesparing waarvan de opbrengst € 15 miljoen bedraagt in 2009, € 90 miljoen in 2010 en met ingang van 2011 structureel € 240 miljoen. Met de sector is besproken dat de taakstelling beperkt wordt tot de genoemde omvang, onder de voorwaarde dat er nadere afspraken gemaakt kunnen worden over een ICT-impuls van de sector.

• DBCs eenvoudig beter

Door de Stichting DBC Onderhoud (SDO) en door de exploitatie en het beheer van het DBC Informatie Systeem (DIS) wordt gewerkt aan verdere vereenvoudiging en verbetering van het DBC-systeem voor de ziekenhuiszorg (€ 9,4 miljoen). Voor communicatie, monitoring en onderzoek ter ondersteuning voor de verdere vereenvoudiging en verbetering van het DBC-stelsel is circa € 1,7 miljoen beschikbaar.

• (P) Subsidieregeling academische component

Sinds 2005 worden academische ziekenhuizen voor hun topreferente zorg en innovatie en ontwikkeling apart gefinancierd door middel van een vrijwillige bijdrage van zorgverzekeraars. Omdat die constructie niet voldoende waarborgen kent voor de financiering van deze activiteiten, wordt met een wetswijziging mogelijk gemaakt dat VWS vanaf 1 januari 2008 hiervoor subsidies kan toekennen. Zo dragen we bij aan een voldoende aanbod aan topreferente zorg en innovatie en ontwikkeling (ca. € 614 miljoen).

• (P) Transitie in de farmaceutische zorg 2008

Sinds 2004 zijn convenanten van kracht om de overgang mogelijk te maken naar een geneesmiddelenvoorziening met marktconforme onderhandelingen, effectieve prikkels voor kwaliteitsverbetering en doelmatigheidsbevordering en meer keuzevrijheid voor de patiënt. Kern van de afspraken was het beperken van de ruimte voor het geven van kortingen en bonussen en de introductie van een op prestatiebekostiging gerichte tariefstructuur voor apotheekhoudenden. Naast een cultuuromslag en gedragsaanpassingen is het wegnemen van bovenmatige kortingen en bonussen een belangrijke voorwaarde om de overgang te kunnen realiseren naar een meer normale marktsituatie. De overheidsregulering zal zich dan kunnen richten op het beschermen van de publieke belangen (kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg) en verder slechts nodig zijn om eventuele marktimperfecties en marktfalen te kunnen helpen corrigeren. Waar mogelijk wordt centrale regelgeving dan ook buiten werking gesteld of afgeschaft volgens het motto «dereguleren waar het kan, reguleren waar het moet». Bovenstaande uitgangspunten van beleid vragen om een transitie van de bestaande situatie naar de vanaf 2009 te bereiken meer normale marktsituatie. Deze transitie vergt een heldere langetermijnvisie en een stappenplan om die visie te kunnen verwezenlijken. De uitvoering van dit stappenplan zal leiden tot € 340 miljoen structureel lagere uitgaven voor farmaceutische zorg.

• (P) Tariefstructuur apotheekhoudenden

In de met de ziektekostenverzekeraars, apothekers en de farmaceutische industrie afgesloten geneesmiddelenconvenanten is afgesproken dat er een nieuwe tariefsystematiek komt voor apotheekhoudenden (apothekers en apotheekhoudende huisartsen). Deze nieuwe tariefsystematiek gaat uit van prestatiebekostiging (er wordt betaald voor wat wordt geleverd) en benadrukt het zorgverlenerschap van de apotheekhoudende. Tevens wordt daarmee beoogd de kwaliteit en doelmatigheid van de zorgverlening en de prijsconcurrentie te bevorderen. De nieuwe systematiek zal in 2008 ingevoerd worden.

• Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en Wet geneesmiddelenprijzen (WGP)

Voor beide instrumenten geldt dat geen grootschalige wijzigingen zullen worden doorgevoerd in 2008. Wel geldt voor de WGP dat één van de toegepaste prijslijsten voor de berekening van de maximumprijs wordt gewijzigd. Het resultaat van deze wijziging is naar verwachting een bescheiden extra opbrengst van dit instrument.

We werken wel toe naar minder centrale kostenbeheersingsregelgeving in de farmaceutische zorg, maar 2008 is te vroeg voor verregaande deregulering van deze instrumenten.

• Rijksbijdrage zorgverzekeringsfonds

Met de rijksbijdrage voorkomen we dat huishoudens met kinderen jonger dan achttien jaar te hoge zorglasten hebben (€ 2,07 miljard). Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie. De rijksbijdrage voorziet in de financiering van de premie van deze kinderen.

• (P) Vrije prijsvorming fysiotherapie

Het experiment met vrije prijsvorming in de fysiotherapie gaf een positieve impuls aan kwaliteitsverbetering en productinnovatie en er zijn evenwichtige marktconforme tarieven ontstaan. Het experiment wordt daarom vanaf 2008 omgezet in een systeem van vrije prijsvorming. De fysiotherapie blijft onder het toezicht van de NZa vallen.

• (P) Huisartsenzorg

Het kabinet wenst vast te houden aan de uitgangspunten die zijn afgesproken in het Vogelaar-akkoord. De geraamde uitgaven op het terrein van de huisartsenzorg voor 2008 zijn gebaseerd op deze afspraken. VWS is in overleg met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) over de precieze wijze waarop aan de afspraken in het Vogelaar-akkoord uitvoering zal worden gegeven.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Inkomensregelingen5 717 6005 930 4006 134 7006 557 9007 011 400
Rijksbijdrage 18-2 071 7002 158 3002 232 0002 345 4002 464 500
Zorgtoeslag3 645 9003 772 1003 902 7004 212 5004 546 900
      
Instellingssubsidies/structurele subsidies4 4254 4254 4254 4254 425
Stichting DBCOnderhoud4 4254 4254 4254 4254 425
      
Opdrachten14 10614 47113 36712 76612 016
Onder andere:     
Risicoverevening1 2031 2031 2031 1031 103
Stelselherziening661661557557507
Landelijke Meldkamer Ambulancezorg KLPD2 0002 0002 0002 0002 000
DBCprojecten3 0524 2623 2623 2613 261
Zachte landing DBCGGZ1 150500500  
DBCZorg5 0904 8954 8954 8954 895
Kwaliteitsprogramma spoedzorg950950950950250
      
Bijdragen andere begrotingshoofdstukken:8 5308 5308 5308 5308 530
bijdrage exploitatie C2000 (BZK)8 5308 5308 5308 5308 530
      
Totaal5 744 6615 957 8266 161 0226 583 6217 036 371

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

42.4 Overzicht Beleidsonderzoeken

Overzicht beleidsonderzoeken
 Onderzoek onderwerpNummer AD of ODA Start B Afgerond
BeleidsdoorlichtingZorgverzekeringswet(Zvw) 200642.3.3A 2007 B 2009
 Wet Marktordening Gezondheidszorg42.3.3A 2007 B 2009
    
Effectonderzoek ex postDoelmatiger geneesmiddelengebruik42.3.2A 2008 B 2009
 Reclamebesluit geneesmiddelen42.3.2A 2007 B 2008
 Evaluatie uitbreiding B-segment42.3.3A 2008 B 2008
    
Overig evaluatieonderzoekBeleidsrapportages ggz42.3.2A 2007 B 2010
 Monitor zorgverzekeringsmarkt42.3.3Jaarlijks
 Monitor overheveling ggz en invoering DBC’s42.3.3A 2008 B 2009
 Monitor huisartsenzorg42.3.3A 2007 B 2008

Artikel 43 Langdurige zorg

43.1 Algemene beleidsdoelstelling

Zorgen dat voor mensen met een langdurige of chronische aandoening van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard zorg van goede kwaliteit beschikbaar is en dat deze zorg tegen voor de samenleving aanvaardbare maatschappelijke kosten wordt geleverd.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

De komende periode werken wij aan vernieuwing en het voor de toekomst houdbaar maken van de langdurige zorg. In de kabinetsbrede beleidsvisie (proloogbrief) zijn hiervoor speerpunten rond «Kwaliteit», «Patiënt en cliënt» en «Innovatie» benoemd. Voor de langdurige zorg hebben we deze ambities uitgewerkt in een aantal concrete actieplannen. In de brief «Zorg voor ouderen: Om de kwaliteit van het bestaan» (kamerstukken 30 800 XVI, nr. 146) zijn visie en voorgenomen acties om de kwaliteit van leven voor de cliënten van zorghuizen te vergroten bekend gemaakt. Vermindering van bureaucratie en zorgen voor meer werkplezier in de sector zijn andere speerpunten in het beleid. In het «Actieplan minder bureaucratie en meer werkplezier AWBZ» is voor deze vraagstukken een aantal directe maatregelen aangekondigd.

In lijn met de hiervoor geschetste plannen willen wij de komende periode op de volgende speerpunten concrete resultaten boeken.

Positie cliënt versterken door meer zeggenschap en keuzemogelijkheden:

• Betere informatie voor eigen oordeelsvorming van cliënten en patiënten over kwaliteit (OD 43.3.1)

• Vergroten van transparantie van zorgaanbieders (OD 43.3.1)

• Rechten van cliënten en patiënten versterken (OD 43.3.1)

Meer ruimte voor cliënt en professional door vermindering bureaucratie:

• Vereenvoudigen en uniformeren van het proces van indicatiestelling (OD 43.3.2)

• Ruimte voor investeringen (OD 43.3.4)

Kwaliteitsverbetering AWBZ-zorg:

• Extra financiële prikkel voor innovaties op het gebied van kwaliteit (OD 43.3.3)

• Implementatie-indicatoren voor verantwoorde zorg (OD 43.3.3)

• Verplicht stellen van het zorgplan (OD 43.3.3)

• Innovatieprogramma’s op het gebied van veiligheid in de zorg (OD 43.3.3)

• Bekostiging van instellingen naar de geïndiceerde zorgzwaarte (OD 43.3.3)

• Verbeteren en versterken van palliatieve zorg (OD 43.3.3)

Optimale benutting van de arbeidsmarkt:

• Aanpak bureaucratie (OD 43.3.1)

• Arbeidsmarktbeleid Langdurige zorg (OD 42.3.2)

Een zorgpakket tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten:

• Formuleren van heldere aanspraken op zorg (AWBZ-polis) (43.3.4)

• Heroriëntatie op de inhoud en omvang van de AWBZ-aanspraken (43.3.4)

In deze kabinetsperiode is tevens een aantal ombuigingsmaatregelen noodzakelijk gebleken. Deze worden toegelicht in OD 43.3.4, onder Instrumenten met betrekking tot de verzekerde aanspraken.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor:

• Het scheppen van randvoorwaarden voor de toegankelijkheid, de kwaliteit, de veiligheid en de betaalbaarheid van de zorg voor mensen met een langdurige of chronische beperking van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard;

• Het versterken van de positie van de burger – in dit begrotingsartikel in het bijzonder voor cliënten en/of hun vertegenwoordigers met een langdurige of chronische aandoening of beperking.

Externe factoren

Externe factoren

Mensen met een langdurige of chronische aandoening of beperking hebben recht op toegankelijke zorg van goede kwaliteit. Dit vergt een samenspel van professionals, patiënten en cliënten, zorgaanbieders en zorgkantoren. Naast deze actoren zijn de volgende partijen van groot belang voor een toegankelijke en kwalitatief goede zorg:

• Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voert onafhankelijk de indicatiestelling uit op een wijze die voor cliënten helder en begrijpelijk is;

• De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is belast met markttoezicht, marktontwikkeling en tarief- en prestatieregulering op het terrein van de gezondheidszorg. Daarnaast houdt zij toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ;

• De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) handhaaft normen voor verantwoorde zorg zoals deze door de sectoren zijn, of binnenkort worden vastgesteld;

• Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) handhaaft een doelmatige inrichting van het systeem van prikkels en verantwoordelijkheden, adviseert over AWBZ-aanspraken en de toepassing daarvan, en beheert de AWBZ brede zorgregistratie (AZR).

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

Bij deze algemene doelstelling is geen prestatie-indicator opgenomen. Het is namelijk niet mogelijk om de goede werking van het gehele stelsel van Langdurende zorg in Nederland in een of enkele indicatoren samen te vatten. Het stelsel is daarvoor te omvangrijk. Voor inzicht in de werking van het gezondheidszorgstelsel evalueren wij onder andere de Wmg. Tevens is de SER om een richtinggevend advies gevraagd over de ontwikkeling van de AWBZ op langere termijn en de daaruit voortvloeiende stappen voor de korte termijn. Daarnaast monitoren wij de prestaties van het stelsel met de Zorgbalans (zie hiervoor ookwww.zorgbalans.nl), het document dat eens per twee jaar verschijnt en waarin de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg worden weergegeven. In 2008 wordt de tweede Zorgbalans opgeleverd, waarmee inzicht wordt verkregen in de ontwikkeling van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en de kwaliteit van het Nederlandse zorgstelsel. Ten opzichte van de eerste Zorgbalans zal deze versie meer trendgegevens en internationale vergelijkingen bevatten en is er veel aandacht voor het verbeteren van de zeggingskracht voor het beleid.

43.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen5 233 6904 884 8985 062 9985 171 9605 250 7545 341 7755 339 778
        
Uitgaven5 086 9724 878 1815 068 8685 173 9865 251 9655 342 2405 339 778
Programma-uitgaven5 082 3044 873 9705 064 7625 170 0295 248 3065 339 1775 336 715
Versterkte positie burger in het zorgstelsel58 16355 49568 73263 12961 52660 35660 356
Noodzakelijke zorg is beschikbaar171 135141 925138 324140 128137 227123 926123 426
Zorg is effectief en veilig (kwalitatief goed)19 04041 850148 777160 124183 109180 85953 597
Aanvaardbare maatschappelijke kostenzorg4 833 9664 634 7004 708 9294 806 6484 866 4444 974 0365 099 336
        
Apparaatsuitgaven4 6684 2114 1063 9573 6593 0633 063
        
Ontvangsten3 61414400000

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
   20082009201020112012
        
1. Versterkte positie burger in het zorgstelsel  68 73263 12961 52660 35660 356
– Juridisch verplicht  13 35711 54711 55010 55010 550
– Bestuurlijk gebonden  52 30048 43046 81046 64046 640
– Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden  3 0753 1523 1663 1663 166
        
2. Noodzakelijke zorg is beschikbaar  138 324140 128137 227123 926123 426
– Juridisch verplicht  128 000128 000128 000120 000120 000
– Bestuurlijk gebonden  10 2004 2002 9002 9002 900
– Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden  1247 9286 3271 026526
        
3. Zorg is effectief en veilig (kwalitatief goede zorg)  148 777160 124183 109180 85953 597
– Juridisch verplicht  28 21527 36927 36927 36927 369
– Bestuurlijk gebonden  120 492132 667150 542148 29222 230
– Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden  170885 1985 1983 998
        
4. Aanvaardbare maatschappelijke kosten zorg  4 708 9294 806 6484 866 4444 974 0365 099 336
– Juridisch verplicht  4 708 6004 806 5004 866 3004 973 9005 099 200
– Bestuurlijk gebonden  00000
– Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden  329148144136136

Toelichting budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Het niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden bedrag voor operationele doelstelling 1 in 2008 is grotendeels geraamd voor het terugdringen van administratieve lasten in de zorg. Onderdeel hiervan vormt een vliegende brigade die zorgaanbieders, zorgverzekeraars en uitvoeringsorganisaties in de zorg gaat ondersteunen met een betere uitvoering en slimmere administratieve processen. Daarnaast is € 1 miljoen geraamd voor het vergroten van de invloed van de burger op de zorgverlening. Het bedrag met ingang van 2009 is nagenoeg geheel (€ 3 miljoen) beschikbaar voor het terugdringen van administratieve lasten in de zorg.

Premie-uitgaven:

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)

 2006200720082009201020112012
Geestelijke gezondheidszorg AWBZ3 864,73 925,81 190,61 207,21 221,01 221,01 221,0
TBS-en148,7      
Vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten83,488,2     
Gehandicaptenzorg4 937,95 064,15 135,75 174,85 160,15 160,15 160,1
Verpleging en verzorging12 177,411 378,211 546,611 576,611 557,411 534,611 601,9
Persoonsgebonden budgetten1 125,01 319,61 281,71 281,71 281,71 281,71 281,7
Subsidies langdurige zorg194,875,268,268,268,268,268,2
Beheerskosten/diversen AWBZ216,0214,4210,6210,9212,6212,7212,7
Langdurige zorgonverdeeld 476,7716,61 002,81 543,02 145,32 075,6
Totaal22 747,822 542,220 150,020 522,221 044,021 623,621 621,2
Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar – 0,9%– 10,6%1,8%2,5%2,8%0,0%

In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van langdurige zorg. In deze beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de eerste suppletore wet 2007 en de miljoenennota 2008 verwerkt. Voor 2007 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2008 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd. Het saldo van beschikbare middelen en maatregelen, voorzover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is opgenomen als onverdeeld.

De middelen die betrekking hebben op de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg zijn naar artikel 42 gezondheidszorg verplaatst. Onder artikel 43 blijft de Langdurige geestelijke gezondheidszorg verantwoord. De vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten zijn vanaf 2008 terug te vinden als geneeskundige ggz 2e lijn door vrijgevestigden.

De minister voor Jeugd & Gezin draagt de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de jeugd-ggz en de jeugd-lvg (artikel 3 «Zorg en bescherming» van de begroting van Jeugd & Gezin).

In de premie-uitgaven voor gehandicaptenzorg is circa 5% toewijsbaar aan de zorg voor jeugdige licht verstandelijk gehandicapten (jeugd-lvg). In de premie-uitgaven voor geestelijke gezondheidszorg is in de jaren 2006 en 2007 circa 10% toewijsbaar aan de zorg voor kinderen en jeugdigen (jeugd-ggz). Vanaf 2008 valt de kortdurende jeugd-ggz onder de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg.

43.3 Operationele doelstellingen

Er zijn 4 operationele doelstellingen op het terrein van de Langdurige zorg:

1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;

2. Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar;

3. De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatieve goede zorg);

4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar.

43.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt

Motivering

Motivering

Door informatie over zorgaanbieders toegankelijk en vergelijkbaar te maken, kan de cliënt bewust kiezen tussen de zorgaanbieders. De zeggenschap van burgers/cliënten wordt op die manier vergroot. Zorgaanbieders worden daardoor gestimuleerd te concurreren op kwaliteit en prijs. Wij realiseren dit door instrumenten in te zetten die leiden tot:

• Meer transparante informatievoorziening over de zorg;

• Het verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde Lange termijn (2011)
1. Voor de sectoren Verpleging, verzorging en thuiszorg is inzicht in aanbod en kwaliteit beschikbaar op kiesbeter.nl100%100%

Toelichting:

1. Naast deze doelstelling voor de sectoren Verpleging, Verzorging en Thuiszorg bevordert het kabinet ook dat in 2010 voor alle zorgsectoren in de AWBZ de kwaliteitsinformatie op kiesbeter.nl verschijnt.

Doelstelling nr. 45d «De rechten en plichten van patiënten en cliënten zijn in 2011 wettelijk vastgelegd en de informatie hierover is voor iedereen toegankelijk» is uitgewerkt onder het kopje Instrumenten voor het verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.

Instrumenten voor een transparante informatievoorziening

• Betere informatie voor oordeelsvorming van cliënten en patiënten over kwaliteit

Zorgaanbieders bieden betrouwbare en vergelijkbare kwaliteitsinformatie over de zorgverlening en geven daarbij ook inzicht in de ervaringen van de cliënt zelf (CQ-index). De informatie over instellingen zal voor de sector Verpleging en Verzorging en thuiszorg in 2008 openbaar worden gemaakt via www.kiesbeter.nl. De overige sectoren volgen later (zie ook bovenstaande prestatie-indicator).

• Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording (vergroten transparantie zorgaanbieders)

Vanaf 2008 zijn alle zorginstellingen (cure en care) verplicht om via het jaardocument verantwoording af te leggen over het voorgaande jaar. Het jaardocument bundelt de verplichte jaarlijkse gegevensstromen zoals het jaarverslag, de jaarrekening, het kwaliteitsjaarverslag, het klachtjaarverslag en het sociaal jaarverslag. In het verlengde van dit traject zal worden gekeken hoe de informatie-uitvraag tussen VWS, toezichthouders en zorg-zbo’s nog beter is af te stemmen, zodat een dubbele uitvraag wordt vermeden.

• Aanpak van bureaucratie, administratieve lasten en regeldruk

Voor burgers en cliënten van de AWBZ wordt de communicatie over de AWBZ verbeterd. Daarnaast worden de bureaucratische lasten beperkt voor mensen die voorzieningen aanvragen bij meerdere instanties en regelingen.

• AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) verder ontwikkelen

De AZR is een uniforme systematiek waarmee (66) indicatieorganen, (32) zorgkantoren en (3 000) zorgaanbieders elektronisch informatie over cliënten kunnen uitwisselen. Daarmee wordt inzicht verkregen in ontwikkelingen in de zorgvraag en het zorgaanbod en eventuele fricties daartussen (wachtlijsten). In 2007 is een traject in gang gezet dat gericht is op een inhoudelijke verbetering van de kwaliteit van de gegevens in de AZR en worden de specificaties aangepast voor de intramurale zorgzwaartebekostiging. In de loop van 2008 moet de AZR gereed zijn om financiële processen te ondersteunen, zoals de zorgzwaartebekostiging, de verantwoording van de productie (de geleverde zorg) en de heffing van de eigen bijdrage voor de AWBZ-verblijfszorg. Zie ook Modernisering AWBZ,kamerstukken 26 631, nr. 181 (€ 2,3 miljoen).

Instrumenten ter verbetering van de rechtspositie van burger

• Rechten van cliënten en patiënten

Deze kabinetsperiode worden de rechten en plichten van patiënten en cliënten wettelijk vastgelegd. Daarnaast wordt overige relevante regelgeving voor zorgaanbieders deze kabinetsperiode herijkt en ingericht vanuit het perspectief van de consument, waarmee de bij de nieuwe situatie horende rechten en plichten van consumenten en zorgaanbieders eveneens wettelijk worden verankerd en het toezicht modern en sober wordt ingericht.

• Versterken rechtspositie cliënten en patiënten door toepassing geschilbeslechting

Geschilbeslechting biedt de patiënt/cliënt een toegankelijk alternatief voor de burgerlijke rechten. Daardoor wordt het voor de burger makkelijker om in voorkomende gevallen zijn of haar gelijk te halen. In de gezondheidszorg wordt geschilbeslechting tot op heden enkel toegepast in de ziekenhuiszorg. Het streven is in overleg met zorgaanbieders en patiënten-/cliëntenorganisaties te komen tot verbreding van geschilbeslechting naar andere zorgsectoren.

• Patiëntenorganisaties versterken

Organisaties van patiënten, gehandicapten en ouderen (PGO) vervullen belangrijke taken op het vlak van lotgenotencontact, belangenbehartiging en informatievoorziening. We willen de positie van deze organisaties versterken zodat zij in de nieuwe stelsels van zorg en maatschappelijke ondersteuning volwaardige gesprekspartners kunnen zijn van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere maatschappelijke organisaties. Wij stellen daarvoor bovenop de reguliere middelen (€ 28 miljoen) nog structureel € 10 miljoen extra beschikbaar. Tevens beogen wij met een nieuwe subsidiesystematiek beter aan te sluiten bij de diversiteit van het pgo-veld en meer samenwerking te stimuleren. Belangrijk onderdeel van deze nieuwe systematiek worden meerjarige programma’s die gericht samenwerking stimuleren en organisaties ondersteunen bij hun ontwikkeling. Wij willen vier programma’s instellen: kwaliteit en transparantie, versterking en ondersteuning, maatschappelijke participatie en kennis en informatie over het zorgaanbod en over de rechten en plichten van cliënten en patiënten.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies7 1437 1477 1507 1507 150
Onder andere:     
NIVEL4 3214 3324 3354 3354 335
Fonds PGO (exploitatiesubsidie)1 8421 8421 8421 8421 842
      
Projectsubsidies380000
      
Opdrachten9 2986 6526 6665 6665 666
Onder andere:     
Uitgaven voor opdrachten in het kader van het terugdringen van administratieve lasten, de vliegende brigade in de zorg, het vergroten van de invloed van de burger op zorgverlening en het vergroten van transparantie in de zorg.     
      
Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s45 56842 46841 06841 06841 068
Onder andere:     
Verstrekken van subsidies via Fonds PGO32 24329 74328 24328 24328 243
Versterking PGO-organisatis10 00010 00010 00010 00010 000
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten6 6856 8626 6426 4726 472
Dit betreft voor het grootste deel middelen die via RIVM in het kader van informatievoorziening (bijvoorbeeld www.kiesbeter en de zorgbalans) worden ingezet.     
      
Totaal68 73263 12961 52660 35660 356

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.3.2 Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar

Motivering

Motivering

Wij zijn verantwoordelijk voor de toegang van de zorg. Zorg is toegankelijk als:

• De cliënt snel weet waar hij aan toe is;

• De cliënt kan kiezen voor zorg in natura of voor een persoonsgebonden budget;

• De cliënt binnen een redelijke termijn de noodzakelijke zorg ontvangt.

Om de toegankelijkheid van de zorg te verbeteren worden instrumenten ingezet die gericht zijn op de kwaliteit, de organisatie en de uitvoeringspraktijk van de indicatiestelling. Of en in welke mate de toegankelijkheid daadwerkelijk verbetert meten we aan de hand van indicatoren die betrekking hebben op de cliënttevredenheid.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde Lange termijn (2011)
1. cliënttevredenheid over indicatiestelling CIZ7,520068,08,5
2. % tevreden cliënten over zorgtoeleiding zorgkantoor74%200485%90%
3. % cliënten dat binnen de Treeknormen zorg ontvangt89%200690%95%
4. % indicatie-aanvragen dat is afgedaan binnen de wettelijke termijn (0 tot 6 weken)89%200690%2010>95%

Bronnen:

1. Jaarverslag CIZ

2. NZa/CTG (2005): «Zorginkoop zorgkantoren»

3. CVZ AZR

4. Jaarverslag CVZ en CIZ

Toelichting:

1. De cliënttevredenheid bij de indicatiestelling wordt gemeten aan de hand van vragen over de bekendheid met het CIZ, de behandeltermijn en de begrijpelijkheid van de indicatie.

2. De cliënttevredenheid over de zorgtoeleiding wordt gemeten aan de hand van vragen over de bekendheid met zorginstellingen en de hulp van het zorgkantoor dat ook de PGB-regeling uitvoert. Zowel ten aanzien van het proces van indicatiestelling als van zorgtoeleiding stelt de zorgaanbieder bij de intake enkele vragen aan de cliënt. Daarbij komt ook de bekendheid met de websitewww.kiesbeter.nl aan de orde.

3. Bij het percentage cliënten dat wordt geholpen binnen de Treeknormen worden de cijfers geschoond van cliënten die kiezen voor een PGB of kiezen voor het wachten op een specifieke aanbieder van voorkeur.

4. De genoemde termijn vloeit voort uit de wettelijke termijn van maximaal 6 weken waarbinnen het CIZ op grond van de Awb een besluit moet nemen.

Instrumenten voor toegankelijke zorg

• Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

Het CIZ wordt op basis van een activiteitenplan gesubsidieerd. Voor het jaar 2007 is aan het CIZ een instellingssubsidie in het vooruitzicht gesteld van € 128 miljoen, opgehoogd met € 7 miljoen in relatie tot de productiecijfers. In 2008 is het bedrag van € 128 miljoen opnieuw vertrekpunt. Het uiteindelijke bedrag kan/zal lager zijn als gevolg van vereenvoudigingen in de uitvoering, en de beoogde efficiencyverbetering (efficiency taakstelling uit het coalitie-akkoord) en kan voorts variëren op basis van het noodzakelijk aantal indicatiebesluiten. In 2006 zijn 933 275 AWBZ indicaties gesteld. De prognose voor 2007 is 959 040 indicatiebesluiten.

In 2008 en volgende jaren wordt het functioneren van het CIZ als landelijke uitvoerende organisatie geëvalueerd.

• Uitvoering indicatiestelling

De uitvoering van de indicatiestelling moet nog verder verbeteren. De uitvoeringsorganisatie en de werkwijze zullen worden aangepast (innovatietraject) aan de bestuurlijke maatregelen en inhoudelijke beleidswijzigingen. De uitkomsten van het onderzoek ter uitvoering van de motie van der Veen (kamerstukken 30 800 XVI, nr. 73) worden hierbij betrokken. In de uitvoeringspraktijk zal een duidelijker onderscheid worden gemaakt tussen het objectief en deskundig vaststellen van de beperking of aandoening enerzijds en anderzijds het bepalen van de daaraan verbonden omvang van de te leveren zorg. De objectieve en deskundige vaststelling van de aandoening of beperking kan, mits geprotocolleerd, ook geschieden door deskundigen buiten het CIZ (huisartsen, wijkverpleegkundigen, CCE’s, indicatiestellers voor onderwijs of arbeid voor gehandicapten). In 2006 is 10,9% van de indicaties uitgevoerd door zorgaanbieders onder mandaat van het CIZ, dat altijd zelf verantwoordelijk blijft voor het publiekrechtelijke indicatiebesluit.

• (P) Andere leveringsvormen dan zorg in natura

Mensen met een indicatie voor AWBZ zorg kunnen kiezen voor een pgb. Ultimo 2006 maakten 94 700 cliënten gebruik van een pgb (inclusief de functie huishoudelijke verzorging). Het gebruik van pgb’s groeit sterk, met name bij jeugdigen met ggz indicatie. In 2 jaar is het aantal nieuwe budgethouders gestegen van 900 naar 1 900 per maand.

Er zijn pilots in voorbereiding met een zogenaamd participatiebudget. Samen met SZW en OCW wordt bekeken of cliënten die zowel zorg nodig hebben als voorzieningen op het werk of op school gebaat zijn bij een samenvoeging van budgetten.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies130 350130 350130 350122 350122 350
Centrum indicatiestelling zorg (CIZ)128 000128 000128 000120 000120 000
Uitvoering TOG-regeling2 3502 3502 3502 3502 350
      
Projectsubsidies6 0006 0003 0001 000500
Programma innovatieindicatiestelling5 0005 000   
Invoering indicatiestelling in zorgzwaarte1 0001 000   
      
Opdrachten1 9743 7783 877576576
Onder andere     
Ontwikkeling en evaluatie PGB650250250  
Beleidsevaluatie indicatiestelling650450450  
      
Totaal138 324140 128137 227123 926123 426

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.3.3 De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatief goede zorg)

Motivering

Motivering

Cliënten – meestal kwetsbaar – moeten er op kunnen rekenen dat de zorg goed is. Wij vinden de kwaliteit in orde als:

• de (keten van) zorg naar professionele maatstaven effectief is, wat zich onder meer uit in minder prevalentie van decubitus en ondervoeding;

• de (keten van) zorg en de omgeving waarin deze geleverd wordt naar professionele maatstaven veilig zijn;

• de cliënt de (keten van) zorg en de omgeving waarin die geleverd wordt positief ervaart;

• de cliënt uit voldoende verschillende aanbieders kan kiezen;

• de cliënt gelet op zijn omstandigheden voldoende privacy behoudt.

Om de kwaliteit van de zorg te verbeteren worden instrumenten ingezet die gericht zijn op de effectiviteit en de veiligheid in de langdurige zorg. Of en in welke mate de kwaliteit van zorg daadwerkelijk verbetert meten we aan de hand van de eerste drie onderstaande indicatoren. Door middel van de vierde indicator monitoren we de afbouw van meerbedskamers in verpleeghuizen.

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde Lange termijn (2011)
1. prevalentie decubitus24,2%200615%
2. prevalentie ondervoeding41%200620%
3. Percentage instellingen dat volgens oordelen van cliënten/bewoners een voldoende scoort voor de kwaliteitvan zorg. 72%200480%90%
4. Aantal kamers voor meer dan twee personen16 20020060

Bronnen:

1. en 2. LPZ-meting

3. Zorgbalans 2004

4. CBS en VWS

Toelichting

1. en 2. Prevalentie van decubitus en ondervoeding zijn belangrijke thema’s in het kwaliteitsbeleid voor de komende periode. Wij hebben gekozen voor streefwaarden voor de langere termijn omdat de effecten pas op langere termijn voldoende meetbaar zijn.

3. De genoemde indicator is in 2008 opgebouwd uit de meting naar cliënttevredenheid volgens de CQ-index en tot die tijd wordt de informatie verkregen van de Stichting Cliënt en kwaliteit

4. Wij formuleren van deze prestatie-indicatoren geen tussenwaarde gelet op de relatie tussen resultaten op termijn en de benodigde investeringen voor tussentijds onderzoek.

Instrumenten voor kwalitatief goede zorg

• (P) Extra financiële prikkel kwaliteitsverbeteringen

We willen de komende jaren 5 000 tot 6 000 extra verzorgenden en verpleegkundigen laten aantrekken voor verbetering van de kwaliteit van de zorg. Voorwaarde voor zorgaanbieders voor het verkrijgen van extra middelen is toename van het aantal contacturen (met 1% ten opzichte van 2004). Hiervoor is € 250 miljoen structureel beschikbaar.

• Implementatie indicatoren verantwoorde zorg

De implementatie van indicatoren voor verantwoorde zorg in elke sector is van groot belang om verdere stappen in de verbetering van kwaliteit te zetten. In 2008 wordt voor het eerst door de hele sector van verpleging, verzorging en thuiszorg verslag gedaan van de stand van de kwaliteit via het Jaardocument maatschappelijke verantwoording over 2007. In de gehandicaptensector zullen de uitkomsten van een pilot met de indicatoren bezien worden en zal verdere implementatie vorm moeten krijgen. Die verdere implementatie is ook aan de orde in de (langdurige) ggz. Voor dit project is € 1,1 miljoen beschikbaar.

• Zorgplan

Met ingang van 2008 zal een AMvB op basis van de Kwaliteitswet van kracht worden die het zorgplan verplicht stelt. Het zorgplan omvat de concrete uitwerking van de manier waarop de cliënt de voor hem geïndiceerde zorg krijgt. De IGZ zal toezien op de naleving van deze verplichting.

• Innovatieprogramma’s op het gebied van veiligheid van de zorg (o.a. programma veilige zorg)

De sinds 2006 lopende verbetertrajecten ten aanzien van decubitus, valpreventie, verantwoord eten en drinken en medicatieveiligheid in het kader van «Zorg voor beter» worden door ZonMW geëvalueerd. Daarnaast wordt het programma veilige zorg voor de langdurige zorg verder uitgewerkt. Dit programma wordt in het najaar van 2007 gepresenteerd.

• Zorgzwaartebekostiging

De bekostiging van instellingen naar zorgzwaarte van de cliënt wordt met ingang van 1 januari 2008 volledig ingevoerd. Voor de extramurale zorg zullen eveneens zorgpakketten worden voorbereid met het oog op invoering per 1 januari 2009. Om patiënten keuzemogelijkheden te bieden en zorg op maat te bevorderen en daarbij onnodige bureaucratie te vermijden zijn wij van plan te komen tot indicatie in zorgpakketten die aansluiten bij de behoefte van de cliënt. De bekostiging zal daar op worden afgestemd. Voor het project Zorgzwaartebekostiging is in 2008 € 6,3 miljoen beschikbaar gesteld.

• Palliatieve zorg en vrijwillige inzet

Om de palliatieve zorg te versterken ondersteunen wij de coördinatie van vrijwilligersactiviteiten. Hiervoor zetten wij ook in 2008 een subsidieregeling in. Deze regeling zal in aansluiting op onze visie op palliatieve zorg worden herzien. Daarnaast zal de NZa met een integraal advies komen (€ 21,9 miljoen).

• Geriatrische zorg

Door de vergrijzing neemt het belang van een goede geriatrische discipline in de eerste lijn toe. Het actieplan dat in 2007 is ontwikkeld, wordt in 2008 geïmplementeerd, onder meer via een programma bij ZonMW (€ 10 miljoen).

• (P) Opvoedkundige ondersteuning gericht op kinderen met een handicap

Het ondersteuningsaanbod bij de opvoeding en verzorging van kinderen met een handicap wordt verruimd. Een verbeterde opvoedkundige hulp draagt namelijk bij aan het verminderen van de knelpunten in de AWBZ-zorg. Voor nieuwe initiatieven is een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar.

• (P) Intensivering dagbesteding gehandicapten

In de toekomstagenda langdurige zorg die wij samen met het veld samenstellen is een intensivering in de dagbesteding van gehandicapten aangemerkt als speerpunt voor het oplossen van de knelpunten binnen de AWBZ-zorg. Het aanbod van dagbesteding voor gehandicapten wordt daarom verruimd. Daarvoor is een bedrag van € 40 miljoen beschikbaar.

• Centra voor Consultatie en Expertise

Wij continueren de ondersteuning voor de Centra voor Consultatie en Expertise. Via hen kan specifieke kennis en behandel- en ondersteuningsmethoden ingezet worden bij cliënten met complexe aandoeningen waar de eigen hulpverleners vastlopen in hun behandel- en ondersteuningsmogelijkheden (€ 13,1 miljoen).

• Rechtszekerheid cliënten

Begin 2008 zal een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend om de rechtszekerheid van cliënten met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking te borgen ten aanzien van vrijheidsbeneming en -beperking in niet-BOPZ situaties.

• Stimuleringsregeling kleinschalig wonen

Om de keuzemogelijkheden in woonvormen te vergroten komt er een stimuleringsregeling voor kleinschalig wonen. Samen met het ministerie van Wonen, Wijken en Integratie zal met de corporaties gesproken worden over hun inspanningen. De toepassing van het bouwregime zal worden beperkt zodat het eenvoudiger wordt om kleinschalige initiatieven te ontplooien (€ 15 miljoen).

• Integrale zorg thuis

Het is het voornemen om het ook voor thuiszorginstellingen mogelijk te maken om verblijfszorg thuis (ook wel: integrale zorg thuis) te leveren. Het ingezette traject wordt in 2008 voortgezet. Hierdoor zal het eenvoudiger worden om ook zwaardere zorg thuis te blijven ontvangen. Daarnaast zal hiervan een verdere impuls uitgaan voor ontwikkeling van interessante woon-zorg combinaties buiten de bestaande AWBZ-instellingen om.

• (P) Kamers verpleeghuizen

In 2010 worden er geen cliënten meer verplicht om in meerpersoonskamers te wonen. Door middel van een uitvoerings- en monitorprogramma van de daartoe noodzakelijke maatregelen wordt er op toegezien dat ultimo 2010 de kamers voor meer dan 2 personen zijn of worden afgeschaft.

• Ondersteuning van de zorgprofessional

Meerdere initiatieven worden ontplooid om de zorgprofessional zijn positie als deskundige terug te geven. De professionalisering van verpleegkundigen en verzorgenden wordt onder andere gestimuleerd door projecten gericht op het verbeteren van de dialoog op de werkvloer binnen het zorgteam en de contacten tussen het zorgteam en cliënten zoals aangekondigd in de brief «Zorg voor Ouderen; om de kwaliteit van het bestaan». Dit is te meer van belang gelet op de functie van het zorgplan (€ 2,5 miljoen)

• Ondersteuning van cliënten en patiënten in verpleeg- en verzorgingshuizen.

Cliënten en patiënten moeten in staat worden gesteld om hun wensen en keuzes kenbaar te maken in hun contacten met zorgprofessionals in de zorginstellingen; zeker in het vooruitzicht van de zorgzwaartefinanciering. De middelen worden ingezet voor projecten gericht op het ontwikkelen van vormen van begeleiding, informatievoorziening en versterking van de ondersteuningsstructuren (€ 15 miljoen).

• Monitor arbeidsmarkt zorg

Vanuit de verantwoordelijkheid voor kwaliteit en toegankelijkheid moet VWS alert blijven op zowel korte als lange termijnontwikkelingen op de arbeidsmarkt. VWS heeft hiervoor behoefte aan regelmatige geactualiseerde cijfers over de arbeidsmarkt in de zorg en welzijn. Hieraan wordt tegemoet gekomen door het meerjarige Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn.

• Arbeidsmarktbeleid Langdurige zorg

In overleg met het zorgveld wordt toegewerkt naar een actieplan arbeidsmarkt. Voor het bereiken van een positieve kentering worden in de jaren 2008 tot en met 2011 extra middelen beschikbaar gesteld (€ 44,8 miljoen in 2008 oplopend tot € 59,1 miljoen in 2011). In het actieplan zullen de volgende thema’s worden opgenomen:

– Het vergroten van de instroom in opleiding en beroep;

– De verbetering van de organisatie van de personele inzet;

– Het verminderen van de uitstroom, het behoud van medewerkers;

– Het stimuleren van de professionalisering van verpleegkundigen en verzorgenden; aandacht voor dialoog op de werkvloer binnen het zorgteam en aandacht voor de relatie tussen verzorgende en cliënt is hierbij van belang;

– Het verspreiden van goede voorbeelden van het verhogen van contacturen tussen cliënt en verzorgende/verpleegkundige;

– Het toepassen van ICT en domotica om de (administratieve) lasten voor zorgmedewerkers te beperken en zo het werk doelmatiger te maken.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies29 69029 67329 67329 67329 673
Hersenletselteams469469469469469
Landelijk Centrum CCE13 10013 10013 10013 10013 100
Projecten palliatieve zorg16 12116 10416 10416 10416 104
      
Projectsubsidies104 257112 737130 612128 36215 424
Project zorgzwaartebekostiging10 145    
Kwaliteitsverbetering palliatieve zorg5 8005 8005 8005 8005 800
Mentorprojecten3 0003 0003 0003 0003 000
Kleinschalig wonen, domotica15 00020 00030 00030 000 
ZonMW programma Ouderenzorg8 00018 00028 00028 000 
Programma ondersteuning cliënten15 00010 000   
Professional2 5002 5002 5002 500 
ArbeidsmarktbeleidLangdurige zorg44 81253 43761 31259 062 
      
Opdrachten12 50015 71420 82420 8248 500
Onder andere:     
Zorg voor Beter3 7003 6003 1003 100 
Zorg voor Beter academie1 0001 2001 2001 2002 300
Indicatorentrajecten1 9001 9001 9001 900600
Deltaplan GZ en GGZ1 0001 0001 0001 0001 500
Opdrachtgeverschap WTZi1 9001 9001 9001 9001 900
      
Bijdragen aan Zbo’s/RWT’s2 3302 0002 0002 0000
Beheer AZR door CVZ2 3302 0002 0002 0000
      
Totaal148 777160 124183 109180 85953 597

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.3.4 De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar

Motivering

Motivering

De maatschappelijke aanvaardbaarheid van de kosten voor de langdurige zorg bepaalt de mate waarin de samenleving duurzaam bereid is solidariteit op te brengen voor voldoende zorg van goede kwaliteit. Door de vergrijzing neemt de druk op deze solidariteit flink toe. Wij vinden de maatschappelijke kosten aanvaardbaar als:

• de premie niet te hoog is in relatie tot kwaliteit en capaciteit;

• het beroep op de arbeidsmarkt in overeenstemming is met de mogelijkheden gelet op de concurrentie met andere sectoren in de economie;

• mantelzorgers niet overmatig worden belast;

• de uitvoering van de AWBZ doelmatig is.

Daartoe zetten we instrumenten in voor:

• Herijken van het pakket van verzekerde aanspraken;

• Een goed werkend stelsel.

We meten de voortgang van het beleid aan de hand van de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
1. Beroepsbevolking werkzaam in de AWBZ-zorg5,6%20056,2%<8% (2011)
2. Beheerste ontwikkeling AWBZ-uitgaven langdurige zorg (prijspeil 2007)€ 22,5 miljard2007€ 20,2 miljard€ 21,6 miljard (2011)

Bronnen:

1. Prismant RegioMarge (excl. GGZ en HV)

2. VWS

Toelichting:

2. De streefwaarden komen overeen met de bruto uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg.

Instrumenten met betrekking tot de verzekerde aanspraken

• (P) Besluit Zorgaanspraken

De aanspraken op AWBZ-zorg zoals geformuleerd in het Besluit Zorgaanspraken AWBZ en de beleidsregels en uitvoeringsprotocollen van het CIZ waarin de wijze van toekennen van die aanspraken is vastgelegd worden duidelijker geformuleerd. Doel is dat de zorg ook daadwerkelijk terecht komt bij degenen die daarop werkelijk zijn aangewezen.

• (P) Afspraken zorgaanbieders AWBZ

Met de branches van zorgaanbieders in de AWBZ is een gezamenlijke agenda voor de komende jaren afgesproken. Het gaat daarbij om meer keuzevrijheid voor de cliënten en om meer handelingsvrijheid voor de aanbieders als basis voor individueel maatwerk in het zorgplan. Ook wordt gestreefd naar een scherpe afbakening van de aanspraken en de toekenningscriteria. De ijklijnen van het beschikbaar gestelde budget bepalen daarvoor de randvoorwaarden. De rol van cliënten is binnen dat kader bepalend en vormt het uitgangspunt in het relatiebeheer. Daarnaast gelden als uitgangspunten: de verantwoordelijkheden van het Rijk (kaderstellend, innoverend, faciliterend en controlerend), van het CIZ (bepalen van zorgbehoefte, toegangsbewaking), de verzekeraars (zorgplicht, bewaken van de doelmatigheid) en de zorgaanbieders (kwaliteit leveren, cliëntgerichte en doeltreffende zorg)

• (P) Maatregelen care

Vanaf 2006 is sprake van en sterke toename van het zorggebruik met betrekking tot de ondersteunende begeleiding. Om deze groei af te remmen zullen in 2008 de aanspraken in het kader van de ondersteunende begeleiding worden aangescherpt.

Concreet wordt geen OB meer toegekend indien sprake is van een alleen somatische grondslag. Hierbij wordt een overgangstermijn van 1 jaar toegepast, waarbij het tarief voor deze groep met € 10 wordt verlaagd. Tevens worden cliënten met deze grondslag en een intensieve zorgbehoefte (bijvoorbeeld palliatieve zorg) van deze maatregel uitgezonderd (besparing in 2008: € 120 miljoen). Voor de extramurale tarieven wordt een vast tarief per klasse gehanteerd (besparing in 2008: € 115 miljoen). Tevens wordt vanaf 2008 een efficiencykorting doorgevoerd (netto opbrengst 2008: € 115 miljoen). Vanaf 2009 wordt een systeem van Best Practices ingevoerd. Het is gewenst dat de sector gedwongen wordt zich te spiegelen aan best practices. Uitgaande van het prijs/kwaliteitsniveau van de beste zorgleveranciers moet een bekostigingssysteem worden ontwikkeld waarbij goed presterende zorgaanbieders worden beloond en minder presterende zorgaanbieders worden gekort.

Om ongewenste verschuivingen van verantwoordelijkheden tussen de verschillende bestuurslagen tegen te gaan wordt bij de functie OB de grondslag psychosociaal geschrapt.

In 2009 zullen de eigen bijdragen worden aangescherpt in de AWBZ. Met gebruik van inkomens- en vermogenstoetsen zullen van meer draagkrachtige cliënten hogere eigen bijdragen voor de AWBZ worden gevraagd (opbrengst vanaf 2009: € 80 miljoen per jaar). Waar mogelijk worden incentives ingebouwd om onbedoeld gebruik te verminderen.

Instrumenten voor een goede werking van het stelsel

• Ruimte voor investeringen

Zorgaanbieders krijgen in 2009 meer ruimte om de zorg die de consument vraagt te leveren en ruimte om investeringen te doen die nodig zijn om de zorg conform de vraag te organiseren. De kosten die verband houden met investeringsbeslissingen zullen vanaf 1 januari 2009 voor eigen rekening en risico van de intramurale AWBZ-instellingen en ggz-instellingen komen. Vanaf 2009 zijn er integrale prijzen en tarieven (inclusief kapitaallastenvergoeding). Zorgaanbieders die goed presteren krijgen daardoor meer inkomsten om investeringen te bekostigen. Voor slecht presterende instellingen vormt dat een belangrijke financiële prikkel om zich te verbeteren. Een groot deel van de administratieve lasten als gevolg van bouw- en investeringsprocedures komt hiermee te vervallen.

• Advies Sociaal Economische Raad (SER) inzake de ontwikkelingen van de AWBZ

Aan de SER is een richtinggevend advies gevraagd over de ontwikkeling van de AWBZ op langere termijn en de daaruit voortvloeiende stappen voor de korte termijn. Dit advies wordt eind 2007 verwacht. Op basis daarvan zal beslist worden over de te nemen stappen om de inhoud en uitvoering van de AWBZ rechtvaardiger en doelmatiger te maken, in het bijzonder met het oog op de toekomst.

• Voorkomen extra administratieve lasten

De aanpak van bureaucratie, administratieve lasten en regeldruk wordt geïntensiveerd. Het jaar 2008 staat in het teken van het uitvoeren van actieplannen voor de cure- en de care-sector, zoals die in de zomer 2007 aan de Tweede Kamer zijn gestuurd. De aanpak richt zich op die zaken die volgens betrokkenen de meeste lasten met zich meebrengen. Over één tot twee jaar wordt onder professionals in de zorg gemeten of zij merken dat de bureaucratie is verminderd. Hiervoor is € 3 miljoen beschikbaar.

• Rijksbijdrage AWBZ (bijdrage in de kosten van kortingen, BIKK).

Doel is om de lagere premie-opbrengst als gevolg van de grondslagverkleining van de AWBZ bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel 2003 te compenseren (€ 4,6 miljard).

Tabel geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies5 3005 3005 3005 3005 300
Onder andere:     
Landelijke kennisinstituten5 2375 2375 2375 2375 237
Bejaardenpensions3737373737
      
Projectsubsidies329148144136136
      
Rijksbijdragen4 703 3004 801 2004 861 0004 968 6005 093 900
Rijksbijdrage BIKK4 557 9004 653 6004 737 7004 922 8005 084 900
Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven (TBU)145 400147 600123 30045 8009 000
      
Totaal4 708 9294 806 6484 866 4444 974 0365 099 336

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Overzicht beleidsonderzoeken
 Onderzoek onderwerpNummer AD of ODA Start B Afgerond
BeleidsdoorlichtingIndicatiestelling43.3.2A 2008 B 2010
 Wet Marktordening Gezondheidszorg43.3.4A 2007 B 2009
    
Effectonderzoek ex postVerbetertrajecten in het kader van «Zorg voor beter»43.3.3A 2008 B 2009
 Update evaluatieonderzoek PGB 2006–200743.3.2A 2008 B 2008
    
Overig evaluatieonderzoekPatiëntenwetgeving43.3.1A 2007 B 2010
 WTZi43.3.3A 2007 B 2010

Artikel 44 Maatschappelijke ondersteuning

44.1 Algemene beleidsdoelstelling

Alle burgers participeren in de samenleving

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Het coalitieakkoord, in het bijzonder de pijler «Sociale samenhang», en het beleidsprogramma «Samen werken, samen leven» benadrukken het belang van participatie, zelfredzaamheid, wederkerigheid en sociale samenhang. Dit zijn ook belangrijke elementen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) waarin het aangaan van verbindingen en participatie in de samenleving voor alle burgers centraal staan.

Voor 2008 richten wij ons, mede in het licht van het coalitieakkoord en het beleidsprogramma, op het behalen van concrete resultaten op onderstaande thema’s:

Actieve participatie van burgers in maatschappelijke verbanden:

• Vernieuwingsprogramma Wmo (OD 44.3.1)

• Monitoren en evalueren van het gemeentelijk Wmo-beleid (OD 44.3.1)

• Verbeteren van de maatschappelijke participatie en sociale samenhang (OD 44.3.1)

Optimale benutting en inzet van vrijwilligers en mantelzorgers (Enveloppe Participatie, onderkant en armoede, hiervoor staat nog een bedrag van € 5 miljoen in 2008 gereserveerd op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën. Besluitvorming over de toedeling van deze middelen over de begrotingen van VWS, LNV en OCW is nog niet afgerond):

• Vergroten van het aantal vrijwilligers (OD 44.3.2)

• Behoud van vrijwilligers en mantelzorgers (OD 44.3.2)

Verbeteren van de toegankelijkheid van algemene voorzieningen en realiseren van professionele ondersteuning:

• Uitbreiding Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) (OD 44.3.3)

• Voorbereiding goedkeurings- en uitvoeringswet VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap (OD 44.3.3)

• Verbeteren cliëntondersteuning door samenwerking MEE en gemeenten (OD 44.3.3)

Verbeteren tijdelijke ondersteuning (Enveloppe Capaciteit Veiligheidsketen en Preventie, hiervoor staat nog een bedrag gereserveerd op de aanvullende post van de begroting het ministerie van Financiën):

• Betere opvang en hulpverlening van slachtoffers van eergerelateerd geweld, genitale verminking en huiselijk geweld (OD 44.3.4)

• Uitbreiding van het aantal opvangplaatsen in de vrouwenopvang en verbeteren van de hulpverlening (OD 44.3.4)

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor de randvoorwaarden waarbinnen een kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare maatschappelijke ondersteuning kan worden gerealiseerd, zowel voor als door burgers.

Externe factoren

Externe factoren

Het realiseren van een kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare maatschappelijke ondersteuning vergt een samenspel van gemeenten, burgers en anderen, zoals zorgleveranciers, kennisinstituten, organisaties voor vrijwilligers, mantelzorgers, mensen met beperkingen of (psycho)sociale problemen. Wij stimuleren hen deze rol in te vullen onder meer door het verlenen van subsidies, het verspreiden van goede voorbeelden, en het verrichten van onderzoek.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

Op dit moment bestaat geen goede algemene effectindicator voor maatschappelijke participatie. Wij hebben het NIVEL daarom subsidie gegeven om een participatiemonitor te ontwikkelen. Hiermee willen wij de beleidsresultaten volgen. De eerste monitor zal in 2008 gepubliceerd worden. Tevens hebben we in de komende jaren een aantal beleidsevaluaties gepland die voor aanvullend inzicht in de resultaten van beleid zullen zorgen.

44.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen363 016579 689533 556536 812535 901532 409530 503
        
Uitgaven392 638565 136535 532536 777535 436531 944530 503
        
Programma-uitgaven388 553561 050531 607532 924531 726528 615527 174
Actieve participatie in maatschappelijke verbanden40 76970 97123 05823 73224 32324 32324 323
Vrijwillige ondersteuning door en voor burgers21 08385 86179 54480 14980 42780 42780 427
Prof. ondersteuning voor burgers met beperkingen87 64171 78185 43884 35584 04383 04383 043
Tijdelijke ondersteuning van burgers met (psycho) sociale problemen239 060332 437343 567344 688342 933340 822339 381
        
Apparaatsuitgaven4 0854 0863 9253 8533 7103 3293 329
        
Ontvangsten3 87870

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
   20082009201020112012
Actieve participatie in maatschappelijke verbanden  23 05823 73224 32324 32324 323
juridisch verplicht  11 15810 86010 85410 85410 854
bestuurlijk gebonden  11 40012 24012 34012 34012 340
niet verplicht/bestuurlijk gebonden  5006321 1291 1291 129
        
Vrijwillige ondersteuning voor en door burgers  79 54480 14980 42780 42780 427
juridisch verplicht  75 83770 21670 20570 20570 205
bestuurlijk gebonden  3 5079 7009 8509 8509 850
niet verplicht/bestuurlijk gebonden  200233372372372
        
Prof. ondersteuning voor burgers met beperkingen  85 43884 35584 04383 04383 043
juridisch verplicht  83 72982 52382 41182 40882 408
bestuurlijk gebonden  1 487994732135135
niet verplicht/bestuurlijk gebonden  222838900500500
        
Tijdelijke ondersteuning van burgers met (psycho) sociale problemen  343 567344 688342 933340 822339 381
juridisch verplicht  340 777342 173340 353337 853336 353
bestuurlijk gebonden  2 6902 3002 2702 2502000
niet verplicht/bestuurlijk gebonden  1002153107191 028

Premie-uitgaven:

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)

 2006200720082009201020112012
MEE-instellingen162,3160,1163,5167,2171,0175,1175,1
Totaal162,3160,1163,5167,2171,0175,1175,1
Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar – 1,4%2,1%2,3%2,3%2,4%0,0%

In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van maatschappelijke ondersteuning. In de beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming van de eerste suppletore wet 2007 en de miljoenennota 2008 verwerkt. Voor 2007 is de loon-prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2008 en latere jaren de loon-prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd.

44.3 Operationele doelstellingen

Er zijn vier operationele doelstellingen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning:

1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden;

2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning;

3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning;

4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning.

44.3.1 Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden

Motivering

Motivering

Wij hebben als primair doel om er samen met gemeenten er voor zorg te dragen dat de participatie van burgers in de samenleving wordt gestimuleerd. Burgers gaan verbindingen met elkaar aan en er ontstaan sociale verbanden. Gemeenten worden ondersteund om op vernieuwende wijze integraal beleid te ontwikkelen en uit te voeren en waarbij verbindingen gelegd worden tussen prestatievelden van de Wmo en aanpalende beleidsvelden.

In 2007 heeft het accent vooral gelegen op het ondersteunen van het beleid gericht op individuele voorzieningen voor burgers met beperkingen, zoals de hulp bij het huishouden. In 2008 willen wij meer recht doen aan de kern van ons beleid, namelijk gemeenten ondersteunen bij de verbreding van de Wmo tot een echte participatiewet. Op deze wijze leveren wij een bijdrage aan de doelstellingen van het Coalitieakkoord en het beleidsprogramma en in het bijzonder aan de pijler «Sociale samenhang».

Hiertoe zetten we een aantal instrumenten in ten behoeve van:

• het ondersteunen en stimuleren van gemeentelijk Wmo beleid;

• het verbeteren van de maatschappelijke participatie van burgers.

We meten de voortgang van ons beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde Lange termijn (2011)
1. Aantal gemeenten waar één of meerdere Wmo beleidsplannen zijn vastgesteld443443 (2011)
2. Aantal wijkplannen in het actieplan krachtwijken dat specifiek ingaat op versterken van «sociale samenhang»1020 (2011)

Bronnen

1. Onderzoek Sociaal Cultureel Planbureau in kader van monitoring en evaluatie Wmo

2. Wijkactieplannen Krachtwijken

Instrumenten voor het ondersteunen en stimuleren van (vernieuwing van) gemeentelijke Wmo-beleid

• Vernieuwingsprogramma

Om gemeenten te ondersteunen bij de vernieuwing van het Wmo-beleid worden trends onderzocht en scenario’s beschreven van maatschappelijke en economische ontwikkelingen die op de middellange termijn de participatie van burgers beïnvloeden en die relevant zijn voor het uit te voeren beleid. Tevens worden nieuwe aanpakken van inhoudelijke en bestuurlijke thema’s ontwikkeld die bruikbaar zijn voor het beleid gericht op maatschappelijke participatie.

Verder laten we sociale interventies wetenschappelijk toetsen op effectiviteit. Gemeenten hebben daarmee een instrument in handen om de kwaliteit van de uitvoerder en de voorgenomen interventies te toetsen.

Tenslotte worden kwaliteitsstandaarden ontwikkeld voor de wijze waarop veel voorkomende maatschappelijke vraagstukken het meest succesvol kunnen worden aangepakt. Om ervoor te zorgen dat die effectieve interventies en kwaliteitsstandaarden ook daadwerkelijk worden toegepast zullen ze worden opgenomen in de opleidingsprogramma’s van onderwijsinstellingen en gebruikt bij de deskundigheidsbevordering van professionals.

Voor het vernieuwingsprogramma geven we subsidie aan Verwey Jonkerinstituut, ZonMw en Movisie (€ 2,8 miljoen).

• Verspreiden kennis Wmo

Movisie ontvangt een subsidie (€ 8 miljoen) voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis op het terrein van de Wmo en aanpalende terreinen.

• Monitoring en evaluatie Wmo

De Wet maatschappelijke ondersteuning bepaalt dat gemeenten jaarlijks gegevens verzamelen over de resultaten van het gevoerde beleid en de tevredenheid van hun burgers. Eind 2008 zullen wij deze prestaties van gemeenten landelijk publiceren. In 2008 zullen ook activiteiten plaatsvinden in het kader van de eerste evaluatie van de Wmo, die in 2009 zal verschijnen en door het SCP zal worden uitgevoerd (€ 1,5 miljoen). Zo worden in 2008 de beleidsontwikkelingen bij gemeenten periodiek gemonitord. Tevens wordt informatie verzameld over de maatschappelijke participatie van burgers door onderzoek te doen onder diverse doelgroepen van het Wmo-beleid en via landelijke cliëntenpanels.

• Ondersteuning gemeenten

Ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering van het Wmo-beleid. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en deskundigen op het gebied van de Wmo worden met elkaar in contact gebracht voor informatie-uitwisseling over goede praktijkvoorbeelden. Er wordt praktische ondersteuning geboden, er wordt informatie verspreid via onder meer de websitewww.invoeringwmo.nlen er worden bijeenkomsten georganiseerd. Daarbij is het van belang op welke manier er in het gemeentelijk Wmo-beleid aandacht wordt besteed aan de toegankelijkheid van algemene voorzieningen voor mensen met beperkingen en de opbouw van PGB-tarieven (€ 1,5 miljoen).

Instrumenten voor het verbeteren van de maatschappelijke participatie van burgers

• Leefbaarheid en sociale samenhang

Subsidie voor een aantal programma’s over leefbaarheid en sociale samenhang, zoals de Wmo-wijkenaanpak waarin 9 wijken op de voet worden gevolgd in hun aanpak. De opgedane ervaringen worden via nieuwsbrieven en handreikingen overgedragen aan andere gemeenten (€ 0,45 miljoen).

Daarnaast werken wij samen met WWI aan het WWI-actieplan Krachtwijken en onderzoeken we de kosten en baten van een gebiedsgerichte aanpak.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies10 85410 85410 85410 85410 854
Onder andere:     
Movisie8 0508 0508 0508 0508 050
Stimulans865865865865865
      
Projectsubsidies5 3645 7386 3296 3296 329
Onder andere:     
Leefbaarheid450350350350350
Aktieplan krachtwijken600800600  
Vernieuwingsprogramma Wmo2 8002 7002 7002 7002 700
Ondersteuning gemeenten1 500860860760760
      
Opdrachten1 8002 1002 1002 1002 100
Onder andere:     
CBS60    
Evaluatie Wmo1 5001 5001 5001 5001 500
Monitoring Wmo200500500500500
      
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken5 0405 0405 0405 0405 040
Naar BVK (gezond in de stad + kenniscentrum GSB)5 0405 0405 0405 0405 040
      
Totaal23 05823 73224 32324 32324 323

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

44.3.2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning

Motivering

Motivering

Mensen die er niet voldoende in slagen om voor zichzelf te zorgen of te participeren, moeten gebruik kunnen maken van ondersteuning door vrijwilligers of mantelzorgers. Op basis van de Wmo is dit primair de taak van gemeenten. Voor een toekomstbestendig rijksbeleid op het terrein van mantelzorg en vrijwillige inzet voor de komende jaren is het SCP gevraagd twee toekomstverkenningen uit te voeren. Op basis van deze toekomstverkenningen is een meerjarenaanpak vrijwillige inzet en mantelzorg ontwikkeld. Deze zal in oktober naar de Tweede Kamer worden gezonden.

Doel hiervan is het vergroten van het aantal vrijwilligers en – gezien een aantal door het SCP geconstateerde onzekere factoren – het behoud van het aantal mantelzorgers. Dit doen we via twee wegen:

• verspreiden van kennis over mantelzorg en vrijwillige inzet

• versterken lokale ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers(organisaties)

We meten de voortgang van ons beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde Lange termijn (2011)
1. Aantal mantelzorgers2,4 miljoen 2,4 miljoen2,4 miljoen
2. Deelname aan vrijwillige inzet31% 31%> 31%

Bronnen

1. en 2. SCP

Toelichting:

Over de inzet van de enveloppe voor maatschappelijke stages en vrijwillerswerk om het aantal vrijwilligers en mantelzorgers substantieel uit te breiden (doelstelling 35 Samen werken samen leven) wordt nog overleg gevoerd met de Minister van OCW.

Instrumenten voor het vergroten van het aantal vrijwilligers en het behoud van het aantal mantelzorgers door het bieden van ondersteuning

• Verspreiden van kennis over mantelzorg en vrijwillige inzet

Subsidie aan Movisie/NOV (zie OD1), Expertisecentrum Informele Zorg (EIZ) en Mezzo met als doel informatie te verzamelen en goede voorbeelden verspreiden om het aantal mantelzorgers en vrijwilligers te vergroten. EIZ en Mezzo geven advies en stellen handreikingen op, bijvoorbeeld voor het verbeteren en verminderen van wet- en regelgeving voor mantelzorgers, voor de wijze van het aanboren van nieuwe groepen, voor het verbinden van vrijwilligers- en mantelzorgbeleid met wijkaanpak, voor het vergroten van de mogelijkheden van het combineren van arbeid en mantelzorg/vrijwilligersbeleid en het vergroten van de bekendheid van respijtzorg. Mezzo ontvangt tevens subsidie voor het ondersteunen van netwerken van mantelzorgers (Mezzo € 3,2 miljoen). In 2008 ontvangen de VTA-instituten voor de laatste maal subsidie van VWS voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. In 2008 wordt de deskundigheidsbevordering vrijwilligers geëvalueerd in het licht van het nieuwe model deskundigheidsbevordering dat zich kenmerkt door decentralisatie en vraaggerichtheid.

• Versterken lokale ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers (organisaties)

Het kabinet zet in de periode 2008 tot en met 2011 jaarlijks € 4 miljoen in om de lokale ondersteuning van mantelzorgers en van vrijwilligers te versterken. Dit geld zal onder meer worden ingezet voor activiteiten die erop zijn gericht de kwaliteit van de ondersteuning te verhogen, voor activiteiten die zijn bedoeld om de combinatie van arbeid en zorg te faciliteren, voor het versterken van het vrijwilligerswerk in zorginstellingen. Om de doelstellingen van het beleid te kunnen realiseren is samenwerking met anderen noodzakelijk. Daartoe zullen we verbindingen leggen met andere overheden en bedrijven.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies9 3484 1044 1044 1044 104
Onder andere:     
Mezzo, Rode Kruis, Zonnebloem en VIA-instellingen9 3484 1044 1044 1044 104
      
Stimuleringsregeling Mantelzorgers65 00065 00065 00065 00065 000
Vergoeding aan mantelzorgers65 00065 00065 00065 00065 000
      
Projectsubsidies5 19611 04511 32311 32311 323
Onder andere:     
Kennisverwerken/verspreiden mbt mantelzorg600600600600600
Deskundigheidsbevordering vrijwillige inzet 5 0005 0005 0005 000
Vergroten aantal en versterken vrijwillige inzet en mantelzorg4 0004 0004 0004 0004 000
      
Totaal79 54480 14980 42780 42780 427

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

44.3.3 Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning

Motivering

Motivering

In het coalitieakkoord legt het kabinet de nadruk op participatie door alle doelgroepen en op de uitbreiding van de werkingsfeer van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz). Mensen met een beperking, die er niet in slagen om voor zichzelf te zorgen of maatschappelijk te participeren en die geen gebruik kunnen of willen maken van vrijwilligers of mantelzorgers, moeten gebruik kunnen maken van professionele ondersteuning, vooral op lokaal niveau. Tevens moeten zij, op voet van gelijkheid, gebruik kunnen maken van specifieke en algemene voorzieningen om de deelname aan het maatschappelijk verkeer mogelijk te maken. Om de ambities uit het coalitieakkoord te verwezenlijken richten wij ons op:

• Het verbeteren van de bruikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen

• Het verbeteren van de positie van mensen met een beperking

• Het verbeteren van de lokale belangenbehartiging en inspraak van (kwetsbare) burgers

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
1. Klanttevredenheid over Valys8,12005> 8,1> 8,1
2. Aantal Valyspashouders dat daadwerkelijk reist60%200570%>70%
3. Aantal gemeenten dat samenwerking aangaat met MEE250250

Bronnen

1. Jaarlijks tevredenheidsonderzoek

2. Managementinformatie Valys

Instrumenten voor verbetering van de bruikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen

• Bovenregionaal vervoer gehandicapten (Valys)

Valys is bedoeld om bovenregionaal vervoer per (deel)taxi te bieden aan mensen met een mobiliteitsbeperking. Dit is een aanvulling op het (minder toegankelijke) openbaar vervoer en het gemeentelijke Wmo-vervoer. In 2008 besteden we bijzondere aandacht aan de kwaliteit van het vervoer en de beheersbaarheid van de uitgaven (€ 56,8 miljoen).

• Doelgroepenvervoer

Doel is te komen tot één loket, een eenvoudiger en klantvriendelijker indicatiestelling en een doelmatiger organisatie en uitvoering van het doelgroepenvervoer. Daartoe verkennen we de bundeling van specifiek doelgroepenvervoer op lokaal niveau. Dit doen we samen met het ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W), gemeenten, stadsregio’s en provincies. Samen met V&W ondersteunen we bovendien pilots gericht op doelmatige organisatie en uitvoering binnen de gemeenten en op samenwerking bij doelgroepenvervoer en openbaar vervoer. (€ 0,3 miljoen).

• Wonen met zorg en welzijn

In 2008 werken we samen met de minister van WWI en partijen in het veld het actieplan Wonen met welzijn en zorg uit. We stimuleren variatie in woonvormen voor mensen met een zorgvraag, de totstandkoming van voldoende geschikte woningen en zorg en ondersteuning op maat. Daarnaast stimuleren we dat in wijkservicecentra informatieuitwisseling, ontmoeting en serviceverlening plaatsvindt. Hierdoor kan de samenwerking tussen de verschillende beroepsbeoefenaren binnen de eerste lijn (gemeente, GGD en eerstelijnsgezondheidszorg) worden bevorderd. Tevens levert het een bijdrage aan de generatiebestendigheid van wijken (€ 0,62 miljoen).

Instrumenten om de positie van mensen met een beperking te verbeteren

• Uitbreiding Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz)

In 2008 evalueren we de Wgbh/cz en bereiden we het kabinetsstandpunt voor over uitbreiding van de Wgbh/cz met het terrein van het openbaar vervoer en het gehele terrein van het aanbieden van goederen en diensten. Daarnaast werken we aan de uitbreiding van de wet met primair en voortgezet onderwijs, en met wonen.

Tevens geven we voorlichting, stimuleren we zelfregulering en voegen we een landelijke kennisfunctie over gelijke behandeling van handicap en chronische ziekte toe aan bestaande kennisstructuren (€ 0,9 miljoen).

• VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap

De goedkeuringswet en de uitvoeringswet van het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap wordt in 2008 voorbereid (€ 0,1 miljoen).

• Gelijke behandeling op lokaal niveau

Om de werkzaamheden en kennis van de Taskforce Handicap en Samenleving (TFHS) te borgen organiseren we een debatreeks tussen gehandicaptenplatforms en gemeentebesturen. Deze debatten bieden gemeentebesturen inzicht in de positie van mensen met beperkingen en wijzen hen op verbetermogelijkheden (€ 0,5 miljoen).

• Financiële ondersteuning chronische zieken en gehandicapten

Ontwerpen van een regeling voor tegemoetkoming van chronische zieken en gehandicapten. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de fiscale regeling Buitengewone uitgaven (BU) en de tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU) worden beëindigd. De uitwerking is opgenomen in het belastingplan 2008 van het ministerie van Financiën.

Instrumenten om de lokale belangenbehartiging en inspraak van (kwetsbare) burgers te verbeteren

• (P) Cliëntondersteuning mensen met beperking

MEE-organisaties bieden cliëntondersteuning aan mensen met een beperking. Daarvoor ontvangen zij subsidie van het College voor Zorgverzekeringen op basis van de AWBZ (budget € 163,5 miljoen). Vanaf 2008 is in de subsidievoorwaarden opgenomen dat MEE-organisaties moeten samenwerken met gemeenten.

• Lokale cliëntenparticipatie

Het verbeteren van de lokale inspraak van (kwetsbare) burgers in het gemeentelijke Wmo-beleid loopt via het fonds PGO. De middelen hiervoor worden geraamd op artikel 43, onder de eerste doelstelling. Van het daar genoemde budget is in 2008 € 2 miljoen bestemd voor de GGZ en € 2 miljoen voor de Regionale Patiënten en Consumenten Platforms (RPCP’s).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Projectsubsidies85 43884 35584 04383 04383 043
Onder andere:     
doelgroepenvervoer300200100  
VN-verdrag7575757575
Bovenregionaal vervoer (Valys)56 80356 80356 80356 80356 803
Woningaanpassingen24 99324 99324 99324 99324 993
Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken912662612612612
Wonen met zorg en welzijn620540540540540
Taskforce handicap en samenleving500    
      
Totaal85 43884 35584 04383 04383 043

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Toelichting:

De middelen voor woningaanpassingen maken sinds 1 januari 2007 onderdeel uit van het Wmo budget. VWS moet lopende declaraties nog afhandelen. Daarom is nog budget gereserveerd.

44.3.4 Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning

Motivering

Motivering

Mensen die al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten of dreigen te verliezen en die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving hebben soms tijdelijk onderdak nodig of individuele ondersteuning, begeleiding, informatie of advies, of een combinatie daarvan. Deze mensen kunnen terecht in de maatschappelijke opvang of de vrouwenopvang.

In de afgelopen jaren is een grote uitdaging ontstaan op dit dossier. De diversiteit en de complexiteit van de problematiek van slachtoffers van huiselijk en eergerelateerd geweld is onder meer toegenomen door internationalisering, de multiculturele samenleving en de verharding van de maatschappij. Slachtoffers zijn naast vrouwen ook mannen en kinderen. Door toenemende aandacht voor deze problematiek neemt ook de vraag naar opvang en hulp toe. Daarnaast zijn de slachtoffers kwetsbaarder dan vroeger doordat sprake is van multiproblematiek: slachtoffers zijn veelal laag opgeleid, hebben schulden, psychische en andere problemen. De opvang en hulpverlening is hier nog niet goed op toegesneden. Dit maakt dat we flink gaan investeren in de kwantiteit en de kwaliteit van de opvang. Het betreft een sterke financiële impuls in de uitbreiding van het aantal plaatsen in de opvang, veiliger plaatsen, en betere hulpverlening aan slachtoffers van eergerelateerd geweld, genitale verminking en huiselijk geweld.

Voor het bovenstaande worden daarom instrumenten ingezet op de volgende terreinen:

• Voorkomen van genitale verminking;

• Het verbeteren van opvang en hulpverlening aan slachtoffers van eergerelateerd geweld, genitale verminking en huiselijk geweld;

• Het uitvoeren en uitbreiden van het Plan van aanpak Maatschappelijke Opvang Rijk-G4 en het uitbreiden ervan naar overige centrumgemeenten.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn (2011)
1. Uitbreiding van het aantal opvangplaatsen (alle doelgroepen)  + 100+ 500 structureel
2. Aantal centrumgemeenten met een Plan van aanpak maatschappelijke opvang420064343

Bronnen:

1. De nog te maken afspraken met centrumgemeenten

2. De door de centrumgemeenten ingediende plannen van aanpak

Instrument ter voorkoming van genitale verminking

• (Internationale) preventie

Ter voorkoming van genitale verminking, besteden we in 2008 specifieke aandacht aan internationale agendering van het feit dat genitale verminking een zeer ernstige vorm van kindermishandeling en eergerelateerd geweld is en actief dient te worden bestreden. Internationale preventie staat hierbij centraal; vooral omdat het delict veelal plaatsvindt in het land van herkomst. Daarnaast continueren we de pilots op het gebied van voorkomen van genitale verminking (€ 1,1 miljoen).

Instrumenten ter verbetering van opvang en hulpverlening aan slachtoffers van eergerelateerd geweld en huiselijk geweld (€ 17,9 miljoen)

• Betere hulpverlening

We bieden slachtoffers betere hulp door verbetering van de kwaliteit van de hulpverlening. Hiervoor ontwikkelen we een kwaliteitskader voor centrumgemeenten en vrouwenopvang en komt er een gestandaardiseerde intake voor het bepalen van een hulpverleningsplan. Hier gaat het ook om een goede afstemming tussen de vrouwenopvang en de jeugd- en zorgsector.

• Eerdere en snellere hulpverlening

We bieden slachtoffers eerdere en snellere hulpverlening door versterking van de ASHG’s voor vroegsignalering, 24-uurs bereikbaarheid en de inzet van interventieteams voor hulpverlening bij huisverboden.

• Tijdelijk Huisverbod

In het kader van de Wet Tijdelijk Huisverbod versterken we de opvang van daders. Ook hier gaat het zowel om investeringen in opvangplaatsen voor daders als om hulpverlening.

• Opvang van slachtoffers

In 2008 breiden we het aantal opvangplaatsen voor slachtoffers (mannen, vrouwen en kinderen) van eergerelateerd geweld, huiselijk geweld en mensenhandel uit. Het gaat om 100 plaatsen per jaar, zodat er structureel 500 opvangplaatsen extra komen. Deze opvangplaatsen zijn bestemd voor slachtoffers van eerwraak, huiselijk geweld en mensenhandel (minderjarige jongens en meisjes, vrouwen en mannen).

Instrumenten ten behoeve van het uitvoeren van het plan van aanpak Maatschappelijke Opvang Rijk-G4 en het uitbreiden ervan naar overige centrumgemeenten.

• Plan van aanpak Maatschappelijke opvang

We monitoren de uitvoering van het Plan van aanpak Maatschappelijke Opvang Rijk-G4 en ondersteunen de uitvoering van het plan van aanpak door overige centrumgemeenten voor, in samenwerking met de VNG. Doelstelling is dat de 43 centrumgemeenten uiterlijk in april 2008 een plan van aanpak hebben om in zeven jaar alle daklozen in hun verzorgingsgebied in een traject te hebben.

Daarnaast wordt een besluit genomen over de verdeelsleutel voor de maatschappelijke opvang.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies864864864864864
Onder andere:     
Stg.Korrelatie634634634634634
SOS telefonische Hulpdiensten220220220220220
      
Projecten1 050620300300300
Vrouwelijke Genetale Verminking1 050620300300300
      
Opdrachten600600600600600
Eergerelateerd geweld100100100100100
Kwetsbare groepen in de opvang500500500500500
      
Specifieke Uitkeringen341 053342 604341 169339 058337 617
Onder andere:     
MO/VZ en VO GSB en overige steden297 477297 477297 477297 477297 477
Voorkomen eerwraak, genitale verminking, huiselijk geweld, vrouwenopvang, Wet tijdelijk huisverbod en middelen enveloppe Capaciteit veiligheidsketen en preventie17 92524 82527 32529 82532 325
Verdeelsleutel MO18 00013 0009 0004 000 
      
Totaal343 567344 688342 933340 822339 381

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

44.4 Overzicht beleidsonderzoeken

Overzicht beleidsonderzoeken
 Onderzoek onderwerpNummer AD of ODA Start B Afgerond
BeleidsdoorlichtingEvaluatie WmoAlle doelstellingenA. 2008 B. 2010
    
Effectonderzoek ex postEvaluatie Kennisbeleid44.3.1A. 2007 B. 2010
 Evaluatie mantelzorgregeling44.3.2A. 2008 B. 2008
 Evaluatie deskundigheidsbevordering vrijwilligers44.3.2A. 2008 B. 2008
 Evaluatie Wgbh/cz44.3.3A. 2008 B. 2008

Artikel 46 Sport

46.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een sportieve samenleving waarin zowel veel aan sport wordt gedaan als van sport wordt genoten.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Het Kabinet ziet sport als een bindende factor in de samenleving, omdat het bijdraagt aan belangrijke doelen op het terrein van gezondheid, veiligheid, ontwikkeling van wederzijds respect, integratie en maatschappelijke binding. We willen de grote maatschappelijke waarde van de sport nog beter benutten. Sport heeft daar bovenop ook een belangrijke intrinsieke waarde: het is leuk om te doen en om bij betrokken te zijn als vrijwilliger of supporter. Investeren in de sport achten we daarom van essentieel belang. Daarbij bouwen we voort op de beleidsplannen uit de nota Tijd voor sport, Bewegen, Meedoen, Presterenkamerstukken 30 234, nr. 2.

In de brief Samen zorgen voor beter, proloog VWS-beleid 2007–2010kamerstukken 30 800 XVI, nr. 138 en in het Beleidsprogramma Samen werken samen leven lichten we de belangrijke positie van de sport(verenigingen) verder toe. In deze begroting geven we op hoofdlijnen aan wat we willen bereiken en wat we daarvoor in 2008 gaan doen. In oktober van dit jaar werken we onze beleidsvoornemens en ambities voor de Kabinetsperiode uit in een Beleidsbrief Sport.

De belangrijkste beleidsonderwerpen in 2008 zijn:

• Stimuleren van beweging en tegengaan van inactiviteit, met speciale aandacht voor de jeugd (46.3.1);

• Zorgen dat jongeren dagelijks kunnen sporten en bewegen, binnen en buiten de schooluren (46.3.2);

• Mogelijk maken dat talenten kunnen excelleren op internationaal niveau (46.3.3).

Daarnaast zullen we in de Beleidsbrief Sport nieuw beleid uitwerken voor:

• Het stimuleren dat gehandicapten meer sporten en bewegen (46.3.2).

• Het bevorderen van sportiviteit en respect door middel van sport (46.3.2).

• Het benutten van de sport voor het realiseren van de Millennium Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) (46.3.2). In oktober 2007 doen wij u over dit onderwerp eveneens een gezamenlijke beleidsnotitie van ons en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking toekomen.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor:

• het bevorderen van een actieve en daarmee gezonde leefstijl van de burger door voorlichting te geven en kennis te verspreiden;

• het aanzetten van partijen in verschillende sectoren van de maatschappij tot het ontwikkelen van activiteiten die ertoe leiden dat mensen (meer) gaan sporten en bewegen en dat minder mensen inactief zijn;

• het ontwikkelen van programma’s en het stimuleren van activiteiten die ertoe leiden dat mensen door middel van sport meedoen aan maatschappelijke activiteiten en zich daarbij sportief gedragen;

• het scheppen van voorwaarden voor topsporters in Nederland waardoor zij op verantwoorde en professionele wijze aan topsport kunnen doen.

Externe factoren

Externe factoren

Voor een succesvolle uitvoering van het beleid is de inzet van veel verschillende partijen essentieel. Met deze partijen werken we dan ook intensief samen op de verschillende beleidsdoelstellingen. De sportsector zelf bestaat uit een wijd vertakt netwerk van zeer diverse organisaties, opgericht en in stand gehouden door burgers zelf. De sportbeoefening, zowel in de top als op recreatief niveau, wordt voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door deze private organisaties. Een belangrijke positie wordt ingenomen door de gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor het lokale sportbeleid, waaronder het accommodatiebeleid. Een steeds belangrijker rol is weggelegd voor scholen en organisaties in de naschoolse opvang. Ook maken we gebruik van kennisinstituten en onderzoeksinstellingen bij de uitvoering van het beleid. Tot slot werken we bij de uitvoering van het beleid samen met andere departementen, waaronder de ministeries van OCW en BZK.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

We meten de voortgang van het beleid met de hieronder opgenomen prestatie-indicator. Daarnaast monitoren we de uitvoering van de nota Tijd voor sport, Bewegen, Meedoen, Presteren (kamerstukken 30 234, nr. 2).

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde lange termijn
Percentage van de Nederlandse bevolking dat minimaal twaalf keer per jaar aan sport doet. 60%200365%65% (2010)

Toelichting

Deze indicator geeft aan hoe sportief de Nederlandse samenleving is.

De bron van deze indicator is het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar.

Overigens hebben alle indicatoren in dit artikel een lange termijn streefwaarde voor 2010. Bij het opstellen van de Beleidsbrief Sport, die in oktober zal verschijnen, wordt bezien of de lange termijn streefwaarde aangepast moet worden en of de termijn met één jaar verlengd moet worden, zodat deze aansluit op de huidige Kabinetsperiode.

Omdat er sprake is van lange termijn doelstellingen, zijn geen tussen streefwaarden voor 2008 opgenomen. De reden hiervoor is dat de effecten van het beleid pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn. Tussenwaardes voegen niet veel toe of rechtvaardigen niet de uitgaven voor het jaarlijks verzamelen van deze gegevens.

46.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen203 89394 51674 06881 69184 249109 158114 951
        
Uitgaven118 546102 309117 444121 297121 582114 951114 951
Programma-uitgaven116 20799 770114 974119 173119 563113 141113 141
Gezond door sport6 63610 08718 76322 33023 50324 67224 772
Meedoen door sport71 30068 25168 58469 21668 43360 89263 292
Sport aan de top38 27121 43227 62727 62727 62727 57725 077
        
Apparaatsuitgaven2 3392 5392 4702 1242 0191 8101 810
        
Ontvangsten999870870870870870870

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
   20082009201020112012
1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid  18 76322 33023 50324 67224 772
– Juridisch verplicht   17 48019 741 20 250 20 700 1 950
– Bestuurlijk gebonden  0 0 0 0 0
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  1 283 2 5893 253 3 972 22 822
2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om  68 58469 21668 43360 89263 292
– Juridisch verplicht   54 583 47 742 45 123 19 164 15 214
– Bestuurlijk gebonden   12 540 14 629 15 834 15 834 20 834
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden   1 461 6 845 7 476 25 894 27 244
3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland  27 62727 62727 62727 57725 077
– Juridisch verplicht   25 84220 022 18 591 12 988 8 982
– Bestuurlijk gebonden   0 0 0 0 0
– Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden  1 785 7 605 9 036 14 589 16 095

Toelichting

De bedragen opgenomen op de regels «Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden» zijn voor een deel gereserveerd voor het beleid dat uitgewerkt zal worden in de Beleidsbrief Sport die in oktober zal verschijnen.

Voor een deel zijn deze bedragen ook bestemd voor het honoreren van projecten die zich in de loop van het begrotingsjaar aandienen en die passen binnen het beleid.

– Binnen het operationeel doel «Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid» gaat het met name om subsidies voor het Nationaal Actieplan Sport en bewegen, Sportgeneeskunde en Blessurepreventie en kennisverzameling op het terrein van sport en bewegen.

– Binnen het operationeel doel «Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om» gaat het met name om subsidies voor de stimulering van de sportdeelname van mensen met een beperking, Meedoen Allochtone Jongeren, kaderbeleid en Masterplan Arbitrage.

– Binnen het operationeel doel «De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland» gaat het met name om subsidies voor talentontwikkeling en dopingbestrijding.

46.3 Operationele doelstellingen

Er zijn drie operationele doelstellingen voor sport:

1. mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid;

2. via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om;

3. de topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland.

46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid

Motivering

Motivering

In het gewone dagelijkse leven zijn flinke lichamelijke inspanningen vrijwel verdwenen. Bewegingsarmoede en verkeerde voedingspatronen leiden tot gezondheidsproblemen. Sport en beweging dragen bij aan een actieve en gezonde leefstijl van het individu en zijn daardoor in het belang van een gezonde samenleving waaraan mensen zo lang mogelijk actief blijven meedoen.

Om burgers op grote schaal tot een actieve leefstijl te verleiden, is een omslag nodig: dagelijks bewegen wordt de norm. Het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) geeft daaraan een grote impuls. Partijen in verschillende sectoren van de maatschappij worden ertoe aangezet activiteiten te ontwikkelen waardoor mensen meer gaan sporten en bewegen en minder mensen inactief zijn.

Het NASB past in het kabinetsbeleid op het gebied van preventieve gezondheidszorg: het vormt het onderdeel «bewegen» uit het Convenant Overgewicht, dat in januari 2005 tussen overheid en bedrijfsleven is afgesloten, en van de Preventiebrief,kamerstukken 22 894, nr. 110, die in oktober 2006 aan de Kamer is aangeboden. In aansluiting hierop is vanuit het coalitieakkoord een Visie op Gezondheid en Preventie geformuleerd die rond Prinsjesdag 2007 zal verschijnen.

Het NASB kent vijf aandachtsgebieden (settings): Wijk, School, Werk, Zorg en Sport. Vanaf 2008 wordt, in samenwerking met de minister voor Jeugd en Gezin, extra aandacht geschonken aan de doelgroep Jeugd, omdat de aanzet tot een leven lang sporten en bewegen op jeugdige leeftijd wordt gegeven. Daartoe wordt extra geïnvesteerd in de settings Wijk, School en Zorg. Verder zal bewegen op recept via de zorg gestimuleerd worden.

We willen bereiken dat:

• Mensen meer sporten en bewegen en minder mensen inactief zijn; en

• Mensen op een gezonde en verantwoorde manier aan sport doen.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde lange termijn
Percentage van de Nederlandse bevolking (vanaf 18 jaar) dat voldoet aan de beweegnorm of de fitnorm63%200565% (2010)

Toelichting

Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders voldoende bewegen voor hun gezondheid. Dit geeft een indicatie van de behaalde gezondheidswinst door sport. De gegevens maken onderdeel uit van het standaardonderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), uitgevoerd door onder meer TNO.

De «beweegnorm» (officieel de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, NNGB) is: op minstens vijf dagen per week minstens dertig minuten matig intensief bewegen. De «fitnorm» is: op minstens drie dagen per week minstens twintig minuten intensief bewegen.

De realisatie van deze indicator wordt jaarlijks gemeten.

Instrumenten ten behoeve van het stimuleren van lichaamsbeweging en het tegengaan van inactiviteit

• Nationaal Actieplan Sport en Bewegen

Deze subsidies en bijdragen zijn onder meer bedoeld om gezonde lichaamsbeweging te stimuleren en inactiviteit tegen te gaan bij verschillende specifieke doelgroepen, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan de jeugd. Wij richten ons met deze subsidies en bijdragen op alle relevante aandachtsgebieden van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen: wijk, school, werk, zorg en sport (€ 10,3 miljoen).

Daarnaast zijn deze subsidies en bijdragen bedoeld om de sportmedische begeleiding van topsporters uit te voeren (€ 1 miljoen), projecten uit te voeren die gericht zijn op blessurepreventie (€ 0,8 miljoen), om de kwaliteit van de sportgeneeskunde verder te verbeteren (€ 2,5 miljoen) en om de kennis van en informatie over sport en bewegen te vergroten (€ 1,1 miljoen).

• Bewegen op recept (BOR)

Verder zal bewegen op recept via de zorg gestimuleerd worden. Hiertoe zal in overleg met betrokken partijen (onder andere de LHV, GGD-NL, LVG, KNGF, NISB en CVZ) in de tweede helft van 2007 en in 2008 verdere ervaring op worden gedaan met proefimplementaties van beweeginterventies om zo informatie beschikbaar te krijgen over kosteneffectiviteit en voorwaarden voor succesvolle verspreiding en ondersteuning (€ 3 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies450450450450450
Diverse sportmedische instellingen450450450450450
      
Projectsubsidies18 31321 88023 05324 22224 322
Nationaal Actieplan Sport en Bewegen10 32615 70617 98118 88118 881
Bewegen op recept3 0001 000   
Diverse sportmedische instellingen3 8824 0084 0434 0474 047
Onderzoeksinstituten1 1051 1661 0291 2941 394
      
Totaal18 76322 33023 50324 67224 772

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.3.2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om

Motivering

Motivering

Sport is van grote maatschappelijke betekenis. Sport is een bindende factor in de samenleving. In het coalitieakkoord onderschrijven we dat in (breedte)sport aspecten als gezondheid, veiligheid, ontwikkelen van wederzijds respect, integratie en maatschappelijke binding bijeen komen. De sport levert dan ook een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen en pijlers van het kabinetsbeleid:

• onderwijs/jeugd: betere schoolprestaties, minder schooluitval, beter school- en leerklimaat, ontwikkeling van wederzijds respect;

• wijkaanpak: positieve bijdrage aan integratie, leefbaarheid, sociale samenhang, waarden en normen;

• gezondheid en preventie: minder overgewicht, versterking actieve en gezonde leefstijl;

• excelleren van talentvolle jeugd: meer kansen voor talenten.

Om dit te kunnen blijven realiseren dient de sport wel in voldoende mate te zijn toegerust om die maatschappelijke taken goed te kunnen vervullen. Investeren in de sport(vereniging) is daartoe van essentieel belang in combinatie met een impuls voor brede scholen. In samenwerking met het ministerie van OCW, de sportsector en gemeenten wordt daarom geïnvesteerd in combinatiefuncties sport, onderwijs en naschoolse opvang. Daardoor worden sportverenigingen versterkt. Tevens wordt gewerkt aan een dekkend aanbod van brede scholen in de krachtwijken en aan extra brede scholen in de rest van Nederland. Uiteindelijk moet daarmee bereikt worden dat 90 procent van de leerlingen op scholen dagelijks kunnen sporten en bewegen binnen en buiten de schooluren in combinatie met sportverenigingen en andere partners. Meer aandacht wordt gericht op het vergroten van de sportdeelname van gehandicapten, op de bijdrage van sport aan de Millennium Ontwikkelingsdoelen en aan de rol van de sportsector op het terrein van sportiviteit en respect.

We willen bereiken dat:

• Mensen meedoen aan sportactiviteiten op lokaal niveau;

• Verenigingen aantrekkelijk zijn voor grote groepen sporters en vrijwilligers en hun maatschappelijke taken kunnen uitoefenen;

• Allochtone jongeren meedoen in de samenleving door middel van sport; en

• Mensen zich sportief gedragen en (spel)regels respecteren.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde lange termijn
1. Percentage van de Nederlandse bevolking dat lid is van een sportvereniging36%200338% (2010)
2. Percentage van de Nederlandse bevolking dat als vrijwilliger in de sport actief is11%200313% (2010)

Toelichting

Ad 1. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders lid zijn van een sportvereniging. Dat is een indicatie van «meedoen in de maatschappij».

Ad 2. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders als vrijwilliger actief zijn binnen de sport. Dat is een indicatie van «meedoen in de maatschappij».

De bron van deze beide indicatoren is het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar.

Instrumenten ter bevordering van deelname aan sportactiviteiten op lokaal niveau

• Decentralisatie-uitkeringen

Via convenanten of prestatie-afspraken verstrekken wij decentralisatie-uitkeringen aan gemeenten, in samenwerking met OCW en de sportsector, om 3000 sportverenigingen te versterken en een impuls te geven aan brede scholen door het aanstellen van professionals in combinatiefuncties sport, onderwijs en naschoolse opvang (€ 7,5 miljoen). Hiermee wordt voor een belangrijk deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.

• Specifieke uitkeringen verstrekken aan gemeenten en provincies

Deze uitkeringen zijn onder meer bedoeld voor het stimuleren van samenwerking op lokaal niveau tussen buurt, onderwijs en sport (BOS) om door middel van sport achterstanden van jeugdigen op het gebied van gezondheid, sport en participatie tegen te gaan (€ 11,7 miljoen). Deze uitkeringen zijn ook bedoeld om het lokale sportaanbod structureel te verbeteren door middel van de Breedtesportimpuls (€ 4 miljoen).

Deze specifieke uitkeringen worden de komende jaren afgebouwd. De vrijvallende middelen worden ingezet voor de decentralisatie-uitkering sport, onderwijs, naschoolse opvang en het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen.

Instrumenten ten gehoeve van het aantrekkelijk maken van verenigingen voor grote groepen sporters en vrijwilligers

• Subsidies verlenen aan sportorganisaties en instellingen

– Ten eerste zijn er subsidies voor activiteiten om het sportaanbod en de sportverenigingen te vernieuwen. Dat moet gebeuren via een gericht programma met proefprojecten (€ 3,8 miljoen).

– Ten tweede zijn er subsidies om sportdeelname van gehandicapten te bevorderen (€ 2 miljoen).

– Ten derde zijn er subsidies om kennis van, informatie over en samenwerking in de sport te vergroten (€ 4,3 miljoen).

• Compensatie «ecotax»

Bijdragen verstrekken aan sportorganisaties om de kosten van sportverenigingen als gevolg van de regulerende energieheffing, de «ecotax», gedeeltelijk te compenseren (€ 9,3 miljoen).

Instrumenten ter bevordering van deelname van allochtone jongeren in de samenleving door middel van sport

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties (€ 12 miljoen) en bijdragen verstrekken aan andere overheden (€ 5 miljoen)

Deze subsidies en bijdragen zijn bedoeld om de sportdeelname van allochtone jongeren te bevorderen en om met sport extra begeleiding en zorgtrajecten voor allochtone jongeren uit te voeren.

Instrument ten behoeve van het sportieve gedrag van mensen en het respecteren van (spel)regels

• Subsidies aan landelijke (sport)organisaties

– We verlenen subsidies om het bestand aan goed opgeleide trainers en coaches uit te breiden, om opleidingstrajecten te moderniseren en om innovatie en ontwikkeling van opleidingen, bijscholingen en kennisuitwisseling mogelijk te maken (€ 2,6 miljoen).

– We verlenen subsidies om een «masterplan arbitrage» uit te voeren om het tekort aan gekwalificeerde scheidsrechters terug te dringen, en om projecten uit te voeren die verruwing, geweld, discriminatie en onheus gedrag naar scheidsrechters op de velden en langs de lijn aanpakken (€ 1 miljoen).

– We verlenen subsidies om de Koninkrijksband en de internationale samenwerking en kennisuitwisseling te versterken, daarbij zal in samenwerking met het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking ook gewerkt worden om de Millennium Ontwikkelingsdoelen dichterbij te brengen (€ 1,3 miljoen).

• Samenwerking met betrokken partijen

Het doel is om te komen tot een programma «Sportiviteit en respect». Met de sportsector wordt overlegd over enkele specifieke aandachtspunten, zoals gedragscodes, bestrijding van geweld op en rond het veld, bestrijding van discriminatie en racisme en de ontwikkeling van homo-emancipatie in de sport (€ 0,8 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Specifieke uitkeringen14 70614 10712 4432 257257
Breedtesportimpuls3 000750   
BOS-regeling11 70613 35712 4432 257257
      
Decentralisatie uitkeringen7 50012 10915 83415 83420 834
Combinatiefuncties7 50012 10915 83415 83420 834
      
Instellingssubsidies/Structurele subsidies5 5004 5004 5004 5004 500
Onder andere:     
Bijzondere landelijke sportorganisaties4 5004 5004 5004 5004 500
      
Projectsubsidies35 83835 98035 65638 30137 701
Onder andere:     
Compensatie Ecotax9 3579 3579 3579 3579 357
Breedtesportimpuls1 096355   
Meedoen Allochtone Jongeren12 75012 69112 632  
Trainers en coaches1 6072 5492 5872 5872 687
Arbitrage en sportiviteit1 8441 8431 8441 8441 844
Koninkrijksband en Internationale Samenwerking1 3501 3501 3501 3501 350
Sportdeelname gehandicapten9989989989981 098
Nieuwe sportmogelijkheden3 8243 8233 8231 750 
      
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken5 0402 520   
Meedoen Allochtone Jongeren (GSB)5 0402 520   
      
Totaal68 58469 21668 43360 89263 292

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.3.3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland

Motivering

Motivering

Het kabinet ondersteunt de ambitie van de sport om Nederland een plaats te laten verwerven in de internationale top tien landenklassering. Daarvoor moeten Nederlandse sporters goed presteren op Wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen en op de Olympische en Paralympische Spelen. Om in de top tien te komen, maakt de overheid duidelijke keuzes. De rijksoverheid investeert niet langer in alle topsportprogramma’s, maar concentreert de beschikbare middelen op die topsportonderdelen waarbij Nederlandse sporters nu of in de (nabije) toekomst goed presteren.

Om te kunnen concurreren met en te presteren binnen de internationale top zijn internationaal kwalitatief hoogwaardige sporttechnische programma’s essentieel voor het succes van onze sporters. Sporters moeten in staat gesteld worden om voltijds met hun sport bezig te zijn en moeten hierin goed begeleid worden. De rijksoverheid mag hierbij de maatschappelijke carrière van de sporter niet uit het oog verliezen maar beseft dat de ontwikkelingen in de internationale arena niet stil staan. Uit internationaal vergelijkend onderzoek1 en gesprekken met onderzoekers en NOC*NSF blijkt dat voor Nederland kansen liggen op het terrein van talentontwikkeling. Om te zorgen dat Nederland zich kan meten met de internationale top zetten we middelen in voor de verbetering van de combinatie toptraining en onderwijs, de ontwikkeling van Centra voor Topsport en Onderwijs, een extra impuls aan talentcoaching, en het leveren van een bijdrage aan hoogwaardige internationale trainings- en wedstrijdprogramma’s. De inzet is een toename van 20% van het aantal talenten in 2011. Hiermee wordt voor een deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.

Daarnaast wordt het beleid ten aanzien van coaching, stipendia, de organisatie van topsportevenementen, het tegen gaan van dopinggebruik en het ontwikkelen van innovatieve toepassingen voortgezet.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde lange termijn
Positie van Nederland in de topsportlandenklasseringn.b.n.b.Positie bij de eerste tien (2010)

Toelichting

Deze prestatie-indicator geeft aan in hoeverre Nederland erin slaagt om zich te scharen bij de top tien van topsportlanden.

Deze indicator is in ontwikkeling door NOC*NSF en het Mulier Instituut en zal in de loop van 2008 gereed zijn.

Instrumenten ter bevordering van de topsport

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties voor talentontwikkeling

Het doel van deze subsidies is om het ontwikkelen van talenten te verbeteren en om talenten ook de laatste stap te laten zetten: het excelleren in internationale wedstrijden en competities. Dat gebeurt door projectplannen door de sportbonden uit te laten voeren, door meer specifieke talentcoaches in te zetten, door facilitaire ondersteuning door Olympische netwerken, door de combinatie van toptraining en onderwijs te verbeteren, door Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO’s) en Nationale Trainingscentra (NTC’s) op te zetten en door een bijdrage te leveren aan hoogwaardige internationale trainings- en wedstrijdprogramma’s in voorbereiding op de Olympische Spelen (€ 7,3 miljoen). Hiermee wordt voor een deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.

• Coaches aan de top

Bijdrage verstrekken aan het programma Coaches aan de top van de sportsector. Het doel is topcoaches vrij te maken voor hun trainerscarrière en te kunnen behouden voor de Nederlandse topsport (€ 4,5 miljoen).

• Fonds voor de Topsporter

Bijdrage verstrekken aan het Fonds voor de Topsporter. Deze bijdrage is bedoeld voor het uitkeren van een stipendium aan A-topsporters en nationale toptalenten met een inkomen dat lager is dan het minimumloon, zodat zij zich vrij kunnen maken voor hun sportcarrière (€ 5,3 miljoen).

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties voor de organisatie van topsportevenementen in Nederland (€ 4,7 miljoen).

• Subsidies verlenen aan (inter)nationale antidopingorganisaties om het dopinggebruik tegen te gaan(€ 1,6 miljoen).

• Bijdrage verstrekken aan de Stichting InnoSportNL voor de ontwikkeling voor grensverleggende innovatieve toepassingen voor de sport (€ 3 miljoen).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde uitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies6 4826 4826 4826 4826 482
Fonds voor de topsporter5 2815 2815 2815 2815 281
Nationale anti-dopingorganisatie1 2011 2011 2011 2011 201
      
Projectsubsidies en opdrachten21 14521 14521 14521 09518 595
Onder andere:     
Talentontwikkeling7 2977 2977 2977 2977 297
Coaches4 5844 5844 5844 5844 584
Topsportevenementen4 6954 6954 6954 6954 695
Innosport3 0003 0003 0003 000 
      
Totaal27 62727 62727 62727 57725 077

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.4 Overzicht beleidsonderzoeken

Overzicht beleidsonderzoeken
 Onderzoek onderwerpNummer AD of ODA Start B Afgerond
Effectonderzoek ex postUitvoering sportprogramma46.1A 03-2011 B 09-2011
 Evaluatieonderzoek Breedtesportimpuls46.3.2A 01-2009 B 12-2009
Overig evaluatieonderzoekOnderzoek naar de sportparticipatie van mensen met een beperking46.3.2A 06-2007 B 02–2008
 Onderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN)46.3.1Doorlopend
 Topsportklimaat onderzoek46.3.3Doorlopend

Artikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereldoorlog II

47.1 Algemene beleidsdoelstelling

De erfenis van WO II is afgewikkeld en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008

Op dit beleidsterrein is continuïteit belangrijk. Het blijven vertellen van het verhaal van WO II aan nieuwe generaties en aansluiten bij actuele thema’s die mensen nu bezighouden, is essentieel om het verhaal betekenis te laten houden voor vandaag. Bij brief van 11 juni 2007 hebben wij de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van het beleid ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog.

Voor 2008 ligt de nadruk op de volgende beleidsimpulsen:

• Vereenvoudiging van de oorlogswetten (47.3.1). De uitgangspunten van deze vereenvoudiging zijn uiteengezet in mijn brief aan de Tweede Kamer van 26 maart 2007. De vereenvoudiging zal de administratieve lastendruk voor de cliënten van de Pensioen- en uitkeringsraad (PUR) verminderen en de overgang van een deel van de werkzaamheden van de PUR naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) faciliteren.

• Voortzetting van het programma Erfgoed van de oorlog (47.3.2). Dit programma, dat loopt van 2007 t/m 2009, is gericht op behoud, toegankelijkheid en publieksgerichte toepassing van bijzonder of kwetsbaar erfgoedmateriaal dat betrekking heeft op de Tweede Wereldoorlog. In juni 2007 is het beleidskader voor subsidiëring van het programma Erfgoed van de oorlog bekend gemaakt. In de periode 2007 t/m 2009 zullen subsidie-aanvragen op het terrein van Erfgoed aan dit kader getoetst worden.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

We zijn verantwoordelijk voor:

• het actueel houden van de wet- en regelgeving voor oorlogsgetroffenen. Wijzigingen zijn met name nodig in verband met wijziging van wetgeving op andere terreinen.

• het toezicht op vier zelfstandige bestuursorganen (zbo’s): de PUR, de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (CAOR), de Stichting Het Gebaar (voor de Indische gemeenschap) en de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma;

• de (financiering van de) infrastructuur die het mogelijk maakt de herinnering van WO II in stand te houden.

Externe factoren

Externe factoren

Om de erfenis van WO II af te wikkelen (dat wil zeggen, de materiële en immateriële hulpverlening bij een dalend aantal oorlogsgetroffenen goed te laten verlopen) is het nodig dat uitvoeringsorganen zoals de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) in de laatste fase doelmatig en effectief blijven functioneren.

Bewustwording van de betekenis van het woord «vrijheid» wordt ondersteund door WO II als referentiepunt te nemen. Daarvoor is het belangrijk de herinnering levend te houden door instandhouding van herinneringscentra, conservering, ontsluiting en het stimuleren van gebruik van waardevol erfgoedmateriaal alsmede de vertaling van gebeurtenissen tijdens WO II naar deze tijd (jeugdvoorlichting). Werken aan bewustwording van (met name) de jeugd over de betekenis van vrijheid in relatie tot WOII is een complexe aangelegenheid. Het resultaat is onder meer afhankelijk van actuele maatschappelijke ontwikkelingen.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

Bij de algemene doelstelling is geen prestatie-indicator opgenomen omdat de doelstelling meerdere, uiteenlopende elementen bevat die zich moeilijk in één indicator laten weergeven.

47.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen398 514416 870387 470375 780357 438341 728328 528
        
Uitgaven398 636414 808388 402376 621357 438341 728328 528
Programma-uitgaven397 445413 449387 129375 386356 581341 024327 824
Wetten, regelingen en rechtsherstel WO II390 671401 795373 057361 089346 989333 732320 532
Herinnering en bewustzijn WO II6 77411 65414 07214 2979 5927 2927 292
        
Apparaatsuitgaven1 1911 3591 2731 235857704704
        
Ontvangsten3 518000000

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 20082009201020112012
1. Wetten, regelingen en rechtsherstel WO II373 057361 089346 989333 732320 532
– Juridisch verplicht344 047332 411318 977307 050293 850
– Bestuurlijk gebonden29 01028 67828 01226 68226 682
– Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden00000
2. Herinnering en bewustzijn WO II14 07214 2979 5927 2927 292
– Juridisch verplicht4 7314 7314 7324 7324 732
– Bestuurlijk gebonden9 3419 5664 8602 5602 560
– Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden00000

47.3 Operationele doelstellingen

Er zijn twee operationele doelstellingen voor dit beleidsterrein:

1. een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw;

2. de herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II.

47.3.1 Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw

Motivering

Motivering

Het aantal oorlogsgetroffenen neemt om demografische redenen geleidelijk af. De kerncijfers van de PUR (www.pur.nl onder algemeen/organisatie) laten zien dat het aantal uitkeringen ingevolge de oorlogswetten daalt van 36 526 in 2006 naar 30 977 in 2011. Gezien deze ontwikkeling zullen ook de organisaties die de materiële en immateriële hulpverlening verzorgen, geleidelijk moeten afbouwen. Het is belangrijk dat dit op een verantwoorde manier gebeurt, zodat de ondersteuning kwantitatief en kwalitatief op peil blijft. Het ministerie van VWS begeleidt en faciliteert deze afbouw. Dat gebeurt bijvoorbeeld door samenwerking te stimuleren tussen de instellingen waar het draagvlak van de afzonderlijke instellingen te smal dreigt te worden. In dat kader zal een belangrijk deel van de werkzaamheden van de PUR (het berekenen en betalen van de pensioenen en uitkeringen en de verstrekking van bijzondere voorzieningen) per 1 januari 2011 worden overgedragen aan de SVB.

Onderstaande prestatie-indicatoren hebben betrekking op de doelmatigheid (indicator 1) en de kwaliteit van dienstverlening (indicatoren 2 en 3) van de PUR. Indicator 1 laat de apparaatskosten van de PUR zien in verhouding tot de uitgaven voor pensioenen en uitkeringen. Dit verhoudingspercentage geeft een globale indicatie van de doelmatigheid van de PUR. Directe sturing op dit percentage is niet goed mogelijk, mede door de afbouwfase waarin de PUR zich bevindt. Het streven is erop gericht een (sterke) stijging van dit percentage zoveel mogelijk te voorkomen. De indicatoren 2 en 3 tonen de percentages eerste aanvragen en vervolgaanvragen (om een uitkering of voorziening) die binnen de wettelijke termijn zijn afgehandeld. Dit is een belangrijke indicator voor de kwaliteit van dienstverlening van de PUR. Het percentage schommelde in 2005 rond de negentig procent. Gestreefd wordt in 2008 dit percentage minimaal te handhaven.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2008Streefwaarde Lange termijn (2011)
Percentage apparaatskosten PUR in verhouding tot de uitgaven voor pensioenen en uitkeringen5%20065%5,5% (2011)
Percentage eerste aanvragen die door de PUR binnen de (verlengde) wettelijke termijn zijn afgehandeld89%200590%92% (2011)
Percentage vervolgaanvragen die door de PURbinnen de (verlengde) wettelijke termijn zijn afgehandeld90%200590%92% (2011)

Bron: PUR

Toelichting:

Prestatie-indicatoren 2 en 3: de basiswaarden en streefwaarden van de afhandeling van eerste aanvragen en vervolgaanvragen betreffen een gewogen gemiddelde van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (WUV), de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940–1945 (WUBO) en de Wetten buitengewoon pensioen (WBP). Deze prestatie-indicatoren worden jaarlijks gemeten.

Instrumenten ter verlening van hulp aan oorlogsgetroffenen

• Bijdragen verlenen aan ZBO’s

Het doel van deze bijdragen is materiële hulp te kunnen verlenen aan oorlogsgetroffenen. Hiertoe stellen we in 2008 bijdragen ter beschikking aan twee zbo’s, namelijk de PUR en de CAOR voor hun uitvoeringskosten (in totaal € 27,8 miljoen). De liquidaties van de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de Stichting Het Gebaar waren voorzien per 1 januari 2008. Aangezien de werkzaamheden van de Stichting Rechtsherstel nog niet zijn afgerond is het liquidatietijdstip verschoven naar 2010. In de brief aan de Tweede Kamer van 11 juni 2007wordt dit nader toegelicht. Over de liquidatie van de Stichting Het Gebaar zullen wij de Tweede Kamer eind 2007 informeren.

• Subsidies verlenen

Het doel van deze subsidies is immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen mogelijk te maken. De subsidies worden verleend aan gespecialiseerde instellingen, waaronder de begeleidende instellingen: Stichting Pelita, Joods Maatschappelijk Werk (JMW) en Stichting 1940–1945 (€ 6,2 miljoen).

• Wet- en regelgeving bijstellen

We stellen de wetten en regelingen voor oorlogsgetroffenen bij, als wijzigingen in aanpalende wetten dat noodzakelijk maken. In 2008 zal een vereenvoudiging van de wetten worden doorgevoerd ter voorbereiding van een overgang van het cliëntbeheer van de PUR naar de SVB.

• Toezicht houden op de zbo’s

Het doel van dit toezicht op de zbo’s is de verantwoordelijkheid voor een rechtmatige, doelmatige en goede uitvoering van het wettelijk stelsel voor oorlogsgetroffenen en het naoorlogs rechtsherstel te kunnen waarmaken. In een brief van 26 maart 2007hebben wij de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken rond de uitvoering van de wetten voor oorlogsgetroffenen. Onderwerpen die in deze brief aan de orde komen, zijn het project Gerichte Benadering, de vereenvoudiging van de uitkeringsverzorging en de territorialiteitseis in de Wubo.

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Wetten en regelingen oorlogsgetroffenen334 498322 862309 428297 501284 301
Onder andere:     
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv)178 800171 700163 900157 300150 300
Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 40–45 (Wubo)65 90066 10065 10064 10062 700
Wetten buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp)80 40074 70069 30064 40059 700
      
Instellingssubsidies/Structurele subsidies8 5988 4978 4738 4608 443
Onder andere:     
Subsidies immateriële dienstverlening6 2116 1106 0866 0736 056
      
Projectsubsidies1 8361 9371 9611 9741 991
Onder andere:     
Projecten Immateriële hulpverlening366441418429429
      
Opdrachten321321321321321
      
Bijdragen aan zbo’s27 80427 47226 80625 47625 476
Onder andere:     
Pensioen- en uitkeringsraad26 03225 70025 03423 70423 704
      
Totaal373 057361 089346 989333 732320 532

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

47.3.2 De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II

Motivering

Motivering

Het is belangrijk de herinnering aan WO II levend te houden. Dit geldt niet alleen voor de mensen die deze oorlog hebben meegemaakt, maar ook voor jeugdigen vanwege de lessen die daaruit getrokken kunnen worden, mede in relatie tot actuele vraagstukken rond oorlog en vrede. Onderstaande prestatie-indicatoren meten het belang dat de Nederlandse bevolking hecht aan 4 en 5 mei. Het deel van de Nederlandse bevolking dat (veel) belang hecht aan 4 en 5 mei, schommelt de laatste jaren tussen de 70 en 80 procent. Het is niet ondenkbaar dat de belangstelling voor 4 en 5 mei zal dalen, naarmate WO II verder achter ons ligt. Als deze in 2011 minder dan 70 procent bedraagt, kan dat aanleiding zijn om het beleid bij te stellen. Overigens is de mening van de Nederlandse bevolking over 4 en 5 mei maar beperkt beleidsmatig te sturen.

We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren

Prestatie-indicatoren
Indicator200220032004200520062007Streefwaarde 2011
(veel) belang aan 4 mei86%78%81%80%80%82%>70%
(veel) belang aan 5 mei81%71%76%75%77%72%>70%

Bron: Nationaal Comité 4 en 5 mei. Deze prestatie-indicatoren worden jaarlijks gemeten.

In de inleiding bij dit beleidsartikel is al opgemerkt dat continuïteit op dit terrein belangrijk is. In het kader van deze operationele doelstelling betekent het dat de in het verleden geformuleerde prioriteiten zullen worden gehandhaafd. Dat betreft:

• het voorlichtingsbeleid aan de jeugd; en

• het behoud en de toegankelijkheid van waardevol erfgoedmateriaal WO II (het programma Erfgoed van de Oorlog)

Instrumenten inzake het voorlichtingsbeleid WO II

Bij het voorlichtingsbeleid is zowel het aspect van kennisoverdracht als de bewustwording van belang. Het beleid richt zich met name op jongeren in de leeftijdscategorie van 10 tot 18 jaar. Belangrijk is dat ze bekend zijn met de Tweede Wereldoorlog en zich daardoor meer bewust worden van de betekenis van het woord «vrijheid». Het onderwijs is voor het voorlichtingsbeleid de voornaamste ingang om jongeren van 10 tot 18 jaar en hun opvoeders te bereiken. Het beleid sluit aan bij de leerdoelen in het onderwijs en de Canon van de Nederlandse Geschiedenis. In onze brief van11 juni 2007 aan de Tweede Kamer wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot het voorlichtingsbeleid WO II geschetst. We zetten hierbij de volgende instrumenten in:

• Subsidies verlenen

Doel van deze subsidies is de herinnering aan WO II levend te houden en de betekenis ervan te vertalen naar deze tijd. We verlenen onder andere subsidies voor het houden van nationale manifestaties (4 en 5 mei; 15 augustus). Verder houden we vier nationale herinneringscentra in stand en laten we voorlichtingsprojecten uitvoeren die verband houden met WO II. In totaal is hiermee een bedrag gemoeid van € 6,6 miljoen. De subsidie aan de Stichting Het Indisch Huis is in 2006 beëindigd vanwege ernstige financiële problematiek. Ik zal in 2008 subsidie verlenen aan een nieuw op te richten Stichting Indisch Herinneringscentrum. Bij brief van 26 juli 2007 bent u daarover geïnformeerd.

• Onderzoek laten verrichten

Doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de gedachtevorming en bewustwording rond 4 en 5 mei en de achterliggende actuele thema’s (grondrechten, democratie, oorlog, vrijheid en verantwoordelijkheid). Het onderzoek wordt verricht in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en bekostigd uit de instellingssubsidie die dit Comité van VWS ontvangt. Het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2007 is te vinden ophttp://www.herdenkenenvieren.nl.

Instrumenten ten behoeve van het erfgoed van de Oorlog

Het programma Erfgoed van de Oorlog loopt van 2007 tot en met 2009. Het is een eenmalige, krachtige impuls om ervoor zorg te dragen dat het meest waardevolle erfgoedmateriaal van WO II beschikbaar blijft en toegankelijk is (of wordt gemaakt) voor huidige en toekomstige generaties. In een brief aan de Tweede Kamer van 7 december 2006is het beleid inzake Erfgoed WO II beschreven en bij brief van20 juni 2007 heb ik u het beleidskader voor subsidiëring doen toekomen.

Zoals in het beleidskader staat vermeld worden subsidies verleend, die gericht zijn op behoud, toegankelijkheid en publieksgerichte toepassing van bijzonder of kwetsbaar erfgoedmateriaal dat betrekking heeft op WO II. Op elk van deze drie genoemde terreinen komen de volgende materialen in aanmerking voor subsidie: Voorwerpen, foto’s, beeld- en geluidmateriaal, persoonlijke verzamelingen, drukwerk, archieven, monumenten, gedenktekens en persoonlijke getuigenissen. Naar verwachting zal een bedrag van € 4,7 miljoen aan subsidies worden verleend en € 2,7 miljoen aan opdrachten worden verstrekt (zie onderstaande tabel).

Tabel met geraamde begrotingsuitgaven

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 20082009201020112012
Instellingssubsidies/Structurele subsidies4 0924 0924 0924 0924 092
Onder andere:     
Nationaal Comité 4 en 5 mei2 7382 7382 7382 7382 738
      
Projectsubsidies7 2427 3774 5803 2003 200
Onder andere:     
Projecten jeugdvoorlichting1 1841 1841 1841 1841 184
Projecten Erfgoed van de oorlog4 7184 8532 055675675
      
Opdrachten2 7382 828920  
Erfgoedvan de oorlog2 7382 828920  
      
Totaal14 07214 2979 5927 2927 292

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

47.4 Overzicht beleidsonderzoeken

Overzicht beleidsonderzoeken
 Onderzoek onderwerpNummer AD of ODA Start B AfgerondVindplaats
Overig evaluatieonderzoekProgrammacie. Voorlichting WOII47.3.2A december 2007 B februari 2008 

Niet-beleidsartikel 98 Algemeen

98.1 Algemene doelstelling

In dit niet-beleidsartikel ramen we de ministerie- en zorgbrede uitgaven die niet specifiek zijn toe te rekenen aan een van de doelstellingen in de voorgaande beleidsartikelen.

98.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen415 714292 190285 199290 331283 245276 873277 198
        
Uitgaven315 569305 266296 514295 498285 883276 938277 198
        
Programma-uitgaven97 590102 840100 29898 91994 95889 53689 796
Beheer en toezicht stelsel90 15890 60688 30086 92185 46082 53882 538
Internationale samenwerking7 43212 23411 99811 9989 4986 9987 258
        
Apparaatsuitgaven217 979202 426196 216196 579190 925187 402187 402
Inspectie Gezondheidszorg35 63740 22839 16638 65136 76435 92035 920
Sociaal en Cultureel Planbureau8 5116 3665 6075 3835 1304 4494 449
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling1 107822124111853333
Raad voor de Volksgezondheid en Zorg2 8072 9562 9412 9032 8272 6752 675
Gezondheidsraad4 6803 3493 3143 0252 8542 5122 512
Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek1 0661 4761 4761 47612081 2081 208
Raad voor Gezondheidsonderzoek372355355355355355355
Strategisch onderzoek RIVM22 86115 81015 77419 77519 70319 55819 558
Strategisch onderzoek NVI26 1978 4198 1118 1048 0908 0638 063
Inspectie Jeugdzorg3 5423 9863 8133 7633 7173 6443 644
Personeel en materieel kernministerie111 122118 609115 535113 033110 192108 985108 985
        
Ontvangsten17 5864 3513 3803 3803 3803 3803 380
Begrotingsbedragen x € 1 000
 20082009201020112012
1. Beheer en Toezicht stelsel:88 30086 92185 46082 53882 538
– Juridisch verplicht88 30086 92185 46082 53882 538
– Bestuurlijk gebonden00000
– Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden00000
      
2. Internationale Samenwerking:11 99811 9989 4986 9987 258
– Juridisch verplicht00000
– Bestuurlijk gebonden11 98811 9889 4986 9987 258
– Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden00000

98.3 Operationele doelstellingen

In deze paragraaf bespreken we wat VWS concreet doet in het kader van dit niet-beleidsartikel. Eerst gaan we in op beheer en het toezicht van het zorgstelsel en op het beleid voor internationale samenwerking. Dan volgen zes subparagrafen over respectievelijk de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ), het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), de Gezondheidsraad (GR) en de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO). Vervolgens wordt ingegaan op het strategisch onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) en de apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg. Ten slotte volgen de apparaatsuitgaven van het kernministerie die niet aan de beleidsartikelen zijn toe te rekenen.

De vier hierboven genoemde Raden worden betrokken bij de herziening van het adviesstelsel.

98.3.1 Beheer en toezicht stelsel

De beheerkosten van de zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) die zich bezig houden met de uitvoering van en het toezicht op het huidige zorgstelsel worden sinds 2006 uit begrotingsmiddelen gefinancierd. Het gaat hierbij om de volgende organen: de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), het College voor zorgverzekeringen (CVZ), het College bouw zorginstellingen (CBZ) en het College sanering zorginstellingen (CSZ).

Voor 1 oktober dienen genoemde zbo’s een werkplan en begroting bij VWS in voor het daaropvolgende jaar. Deze stukken behoeven de goedkeuring van de minister van VWS. De onderzoeksbegroting van het CVZ maakt met ingang van 2006 structureel onderdeel uit van deze beheerskosten.

Het CVZ heeft de volgende taken bij het beheer van het stelsel:

• Pakketbeheer

• Vaststellen verdragsbijdrage voor verdragsgerechtigden

• Administreren verdragsgerechtigden en innen verdragsbijdragen bij verdragsgerechtigden

• Opleggen en innen bestuurlijke boetes

• Administreren gemoedsbezwaarden

• Beheer van zorgverzekeringsfonds en het algemeen fonds bijzondere ziektekosten.

De NZa heeft tot taak:

• Vaststellen van tarieven van zorgaanbieders

• Toezicht houden op de recht- en doelmatige uitvoering van de AWBZ door de uitvoeringsorganen

• Toezicht houden op de goede werking van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

• Toezicht houden op zowel zorgaanbieders als verzekeraars, op zowel curatieve markten als op de markten voor langdurige zorg.

De veranderingen in het zorgstelsel in de vorige kabinetsperiode hebben direct gevolg gehad voor de taken en werkzaamheden van CVZ en NZa.

De kosten die verband houden met investeringsbeslissingen in de zorg komen voor eigen rekening en risico van de zorgaanbieders. Hierdoor komen de huidige taken van het CBZ en CSZ grotendeels te vervallen. Als gevolg hiervan zullen zij naar verwachting in 2010 als zbo verdwijnen.

98.3.2 Internationale samenwerking bevorderen

Vrijwel alle beleidsterreinen bij VWS hebben een internationale dimensie. Het is om een aantal redenen belangrijk om goede internationale samenwerking te bevorderen: de kwaliteit van het beleid wordt er hoger door, we kunnen internationale wet- en regelgeving beïnvloeden, en internationale afspraken nakomen.

Verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor afstemming van internationale samenwerking op de beleidsterreinen Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op specifieke gebieden wordt hiertoe nadrukkelijk samengewerkt met andere ministeries. Zo valt de «Commission on Narcotic Drugs» van de VN onder de minister van Buitenlandse Zaken, en is de minister voor Ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk voor de bilaterale ontwikkelingssamenwerking op het gebied van gezondheid.

Instrumenten en activiteiten

Internationale samenwerking wordt bevorderd met behulp van de volgende instrumenten en activiteiten:

• Samenwerking op Europees en mondiaal niveau

Het vertegenwoordigen van Nederland voor de voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport relevante onderwerpen bij internationale organisaties als de Europese Unie, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Verenigde Naties (VN). We stimuleren contacten met een beperkt aantal voor VWS en J&G belangrijke landen en we behartigen de noodzakelijke reguliere contacten met de andere landen.

• Financiële bijdrage aan de WHO

We dragen in het kader van een strategisch partnerschap € 6 miljoen bij aan de WHO. Via het partnerschap worden ook de contacten tussen de WHO en aan VWS gelieerde organisaties bevorderd.

• Bijdragen aan mondiale gezondheid

In het kader van de bevordering van mondiale gezondheid werken we nauw samen met andere ministeries en diverse veldorganisaties. Met Buitenlandse Zaken (Ontwikkelingssamenwerking) trekken we samen op om de millenniumdoelen op het gebied van gezondheid in 2015 te bereiken, en werken we samen op thema’s als gezondheidssystemen, infectieziekten, toegang tot essentiële medicijnen, intellectueel eigendom en sport en OS. VWS (en ook veldorganisaties) brengen daarbij vooral Nederlandse ervaring en kennis in. Verder werken we mee aan de preventie van hiv/aids in Rusland en andere landen in Oost-Europa. Dit doen we onder meer door ondersteuning van programma’s van het «Office on Drugs and Crime» (UNODC) van de Verenigde Naties (€ 5 miljoen).

• Internationaal personeels- en detacheringsbeleid

Om internationaal goed samen te kunnen werken hebben we medewerkers uitgezonden naar en gedetacheerd op de volgende plekken:

– Attachés in Brussel (EU), Washington, Parijs en Beijing;

– Detacheringen bij de Europese Commissie en bij de WHO (via het strategisch partnerschap);

– Stimuleren dat veldorganisaties internationaal samenwerken.

  We verstrekken subsidies (totaal ongeveer € 1,2 miljoen) voor het stimuleren van internationale samenwerking, ook via veldorganisaties. Hierbij gaat het onder meer om voorlichting voor deelname aan Europese onderzoeksprogramma’s, deelname aan Europese en nationale programma’s voor ondersteuning aan nieuwe lidstaten/nieuwe buurlanden en samenwerking met belangrijke landen.

98.3.3 Inspectie Gezondheidszorg (IGZ)

De IGZ is een handhavingsorganisatie die toezicht houdt op de volksgezondheid en zorg en overtredingen van wet- en regelgeving opspoort. Zij opereert tussen politiek, professie en publiek. Zij werkt aan veilige, effectieve en patiëntgerichte zorg vóór burgers door zorgaanbieders. Vanuit haar wettelijke taakopdracht, verantwoordelijkheden en bevoegdheden draagt ze bij aan bescherming en bevordering van de volksgezondheid. Veilige zorg is daar een heel belangrijke component van. Door te waken over de kwaliteit van zorg maakt de IGZ zich sterk voor een gerechtvaardigd vertrouwen van de zorgconsument in de kwaliteit van zorg. De IGZ hanteert de methodiek van het gelaagd en gefaseerd toezicht (GGT). Met deze systematiek krijgt de IGZ onder andere aan de hand van prestatie-indicatoren informatie over de kwaliteit van geleverde zorg en maakt op basis daarvan een risico-inschatting en prioriteert haar toezicht.

De IGZ heeft haar activiteiten ondergebracht in acht integrale inspectieprogramma’s.

1. Gezondheidsbevordering

2. Gezondheidsbescherming

3. Eerstelijnszorg

4. Specialistische somatische en psychiatrische zorg

5. Gehandicaptenzorg

6. Ouderenzorg

7. Zorg thuis

8. Productveiligheid

Vanuit de gedachte dat transparantie over geleverde zorgkwaliteit een hefboom is voor kwaliteitsverbetering in de zorginstellingen, zet de IGZ in 2008 het project zorgbrede transparantie voort waarmee zij de regie voert over bestuurlijke- en uitvoeringstrajecten gericht op het realiseren van transparantie in de zorg.

De IGZ gaat de vorderingen meten van de afspraken die de veldpartijen in de ziekenhuiszorg hebben gemaakt over het terugdringen van vermijdbare incidenten.

Op het terrein van de publieke gezondheidzorg kijkt de IGZ vooral naar de publieksveiligheid en de jeugdgezondheidszorg.

De IGZ intensiveert het project samenwerkende rijksinspecties op het domein gezondheidszorg door naast het reeds ingezette traject op het subdomein ziekenhuizen ook de samenwerking op het subdomein care te verdiepen. Het betreft een intensieve samenwerking tussen betrokken toezichthouders in de zorg met één loket voor het toezichtobject waarbij de IGZ als coördinator optreedt. Doel van de samenwerking is toezichtlasten te verminderen en de effectiviteit en efficiëntie van toezicht te vergroten.

Ook brengt de IGZ evenals voorgaande jaren «De staat van de gezondheidszorg» uit. Centraal thema in 2008 is «Health technology».

De IGZ licht haar voornemens nader toe in het Meerjarenbeleidsplan 2008–2011 en het IGZ-werkplan 2008 die beiden in oktober 2007 verschijnen.

98.3.4 Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Het SCP heeft tot taak de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland te beschrijven en op basis hiervan gevraagd en ongevraagd adviezen uit te brengen over het overheidsbeleid. Het bureau verricht daartoe sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de leefsituatie en de opvattingen van de burger en naar de doelmatigheid en kwaliteit van de institutionele arrangementen die op enigerlei wijze van overheidswege worden georganiseerd om iedere burger in Nederland een menswaardig bestaan te bieden.

Eens per jaar geeft het SCP een overzicht van de voorgenomen activiteiten in een werkprogramma. De Ministerraad stelt het Werkprogramma 2008 vast. Het werkprogramma wordt na goedkeuring gepubliceerd op de website van het bureau (www.scp.nl).

Tabel 98.1: kengetallen 2008
OutputInputKosten (x € 1 000)
(uren wetenschappelijk onderzoek)   
a. Rapporten en adviezen (40 rapporten)43 969 uur4 514
b. Surveys en modellen4 435 uur455
c. Presentaties/artikelen4 344 uur446
d. Commissiewerkzaamheden1 259 uur129
Totaal54 007 uur5 544

Voorgenomen beleidsprestaties

1. Het publiceren van onderzoeksrapporten en adviezen in de publicatiereeksen van het SCP

2. Het uitvoeren van surveys en het ontwikkelen van (ramings)modellen

3. Het schrijven van wetenschappelijke en algemene artikelen in vaktijdschriften en algemene media en het verzorgen van presentaties

4. Het verrichten van advies- en commissiewerkzaamheden

Toelichting:

1. In overeenstemming met de opdracht in de instellingsbeschikking zet het SCP een substantieel deel van zijn capaciteit in voor rapportages over de leefsituatie van bevolkingsgroepen, zoals minderheden en mensen met beperkingen. Voorts wordt gerapporteerd over de ontwikkeling van mediagebruik, sport, de voortgang van de emancipatie, trends in tijdsbesteding, over de sociale gevolgen van ICT, over armoede en over de rol van religie in de samenleving. In 2008 verschijnt een nieuwe editie van het Sociaal en Cultureel Rapport. Een vast onderwerp in het werkprogramma van het SCP is ook de beschrijving en analyse van de productie in de publieke sector. Thema’s daarbij zijn (arbeids)productiviteitsontwikkelingen en kwaliteit.

In aanvulling op genoemde periodieke rapporten verricht het SCP in 2008 een aantal beleidsgerichte en thematische studies die aansluiten op de prioriteiten van het kabinetsbeleid en op enkele grote stelselwijzigingen. Belangrijke onderzoeken in 2008 zijn onder andere de Integratiemonitor, de Armoedemonitor, de Emancipatiemonitor, de Sociale staat van het platteland en het Culturele draagvlak.

Het bureau is ook voornemens veranderingen op de terreinen van maatschappelijke ondersteuning intensief te volgen en te evalueren vanuit het perspectief van de burger.

2. De ramingsmodellen voor de diverse onderdelen van de quartaire sector worden geactualiseerd. Dit is noodzakelijk vanwege systeemveranderingen en vanwege de beschikbaarheid van meer recente en betere (registratie)gegevens. Een knelpunt blijft de informatievoorziening. Het SCP verkrijgt de cijfers van het CBS, dat bezuinigt op sociale statistieken. In aanvulling daarop verwerft het bureau met (financiële) steun van de departementen zelf data via uitbesteding van enquêtes, de participatie in onderzoeken van andere (internationale) organisaties en via aankoop van reeds beschikbare (registratie)gegevens.

98.3.5 Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)

De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) is de adviesraad van het Kabinet en de Staten Generaal voor de sociale verhoudingen in Nederland. De wetgever heeft de RMO de taak gegeven te adviseren over «participatie van burgers en stabiliteit van de samenleving». De RMO adviseert zowel gevraagd als ongevraagd over de hoofdlijnen van beleid.

De begroting van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling is afgeleid van zijn door het kabinet vastgestelde werkprogramma. Het werkprogramma voor 2008 is nog niet vastgesteld zodat op dit moment geen nadere informatie over de begroting beschikbaar is. Het formeel vastgestelde begrotingsbedrag voor de RMO bedraagt € 1,2 miljoen.

98.3.6 Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ)

Het adviesdomein van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) is de curatieve zorg, de langdurende zorg, de publieke gezondheid en de maatschappelijke ondersteuning. Het kabinet stelt in de zomer van 2007 het definitieve werkprogramma 2008 van de RVZ vast. Thema’s in het werkprogramma voor 2008 zijn:

• Van gezondheid naar services

• Intersectoraal gezondheidsbeleid

• Uitgavenmanagement (briefadvies)

• Innovatief vermogen zorg (briefadvies)

• Schaal en zorg (briefadvies)

Daarnaast verzorgt de RVZ een debatreeks over farmaceutische zorg bij het advies «Goed patiëntschap» in samenhang met het advies «Vertrouwen in de arts».

De RVZ voert samen met de Gezondheidsraad het secretariaat van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG). Het CEG publiceert elk jaar een aantal ongevraagde signalementen over ethische thema’s. De volgende onderwerpen staan voor 2008 op de agenda:

1. Rol van de farmaceutische industrie bij de kennisproductie

2. Patiënten en artsen in de media

3. Toegang tot het elektronische patiëntendossier

Ook heeft het CEG de taak om de verwijs- en informatiefunctie te versterken. De RVZ neemt deze functie volledig voor zijn rekening aangezien deze functie beter past bij de RVZ dan bij de Gezondheidsraad.

98.3.7 Gezondheidsraad (GR)

DeGezondheidsraadals onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan heeft tot taak «Onze Ministers en de beide kamers der Staten-Generaal voor te lichten over de stand van de wetenschap ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid» (Art. 22Gezondheidswet). Specifieke taken zijn geregeld in deWet op de orgaandonatie (WOD) en deWet bevolkingsonderzoek (WBO).

Het werkterrein van de Gezondheidsraad is breed en multisectoraal: van curatieve en preventieve gezondheidszorg, voeding, milieu en gezondheid, arbeidsomstandigheden en aandacht voor ethische en maatschappelijke aspecten van wetenschappelijke ontwikkelingen. De raad werkt niet alleen voor VWS maar ook voor VROM, LNV en SZW. Ook het parlement kan opdrachtgever zijn. De raad brengt gevraagd en ongevraagd adviezen uit.

Werkprogramma

In september 2007 stelt de minister van VWS het werkprogramma voor 2008 vast. De raad verwacht in 2007/2008 in totaal 25 à 30 adviezen uit te brengen op het brede terrein van de volksgezondheid, voorbeelden zijn:

• HPV vaccinatie i.v.m baarmoederhalskanker

• infectieziekten waaronder grieppandemie

• radiotherapie

• voedingslogo’s

• foliumzuur

• elektromagnetische velden

• asbest

• diverse stoffen op de werkplek.

98.3.8 Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek

De CCMO is een bij wet ingestelde commissie (Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensenen de Embryowet). Zij is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Sinds de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen op 1 maart 2006, treedt de CCMO tevens op als bevoegde instantie.

98.3.9 Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO)

De RGO is een sectorraad en brengt adviezen uit aan de ministers van VWS, OCW en EZ over prioriteiten in het gezondheids(zorg)onderzoek, de daarbij behorende kennisinfrastructuur en de technologieontwikkeling in de gezondheidssector. De RGO gaat deel uitmaken van de Gezondheidsraad (GR). Een wettelijk traject hiervoor is gestart. De secretariaten zijn op 1-1-2007 al formeel samengevoegd.

Werkprogramma

De RGO heeft een eigen onderdeel in het werkprogramma dat gezamenlijk met de GR wordt uitgebracht. In september 2007 stelt de minister van VWS dit gezamenlijke werkprogramma voor 2008 vast. De Raad verwacht in 2008 ondermeer adviezen uit te brengen over «kennis ontwikkelen voor een betere gezondheidszorg» en over «meer halen uit monitoring, cohortstudies en biobanken». Voorts zal de RGO waar nodig bijdragen leveren aan de adviezen van de GR.

98.3.10 Strategisch onderzoek RIVM

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een baten-lastendienst en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de ministeries van VWS, VROM en LNV. Daarnaast doet het RIVM ook zogenoemd strategisch onderzoek. Dit is onderzoek om de expertise te ontwikkelen die nodig is voor de continuïteit van het instituut. Zo kan het RIVM zijn toekomstige taken voor de opdrachtgevers adequaat uitvoeren, op zowel de middellange als de lange termijn. Dit strategisch onderzoek wordt daarom zo gepland dat enerzijds actuele lacunes in kennis worden gevuld en dat anderzijds wordt ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen op de werkterreinen van het instituut. Projectresultaten en projecten vanuit het strategisch onderzoek horen continu door te stromen in de activiteiten voor de opdrachtgevende departementen. Het strategisch onderzoek is ook bedoeld om de positie van het RIVM in het wetenschappelijke veld te behouden en te versterken.

De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het strategisch onderzoek dat dit instituut uitvoert. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM jaarlijks een programma van onderzoek opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Dit programma is openbaar. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het strategisch onderzoek voor de toekomstige kennispositie van het RIVM is het budget voor het strategisch onderzoek belegd bij de secretaris-generaal van VWS, als «eigenaar» van de baten-lastendienst RIVM.

98.3.11 Strategisch onderzoek NVI

Het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) is een baten-lastendienst die projecten uitvoert voor zijn primaire opdrachtgever VWS. Net als het RIVM verricht ook het NVI daarnaast strategisch onderzoek om wetenschappelijke kennis en expertise te verwerven. Met die kennis en expertise kan het NVI zijn kerntaken uitvoeren en kan de continuïteit van het NVI op de langere termijn worden bestendigd.

Het strategisch onderzoek van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) kan niet direct gekoppeld worden aan een specifiek product (vaccin, onderzoeksopdracht). Het NVI ontwikkelt onder meer onderzoeksmethoden, analyses van en oplossingen voor vaccinatieproblematiek, en verbreedt vaccinkennis. De projecten binnen het strategisch onderzoeksprogramma zijn geen zelfstandige, externe producten, maar interne projecten die de continuïteit waarborgen op de langere termijn. Die projecten moeten dus ook vanuit het NVI worden aangestuurd. Daarom is het budget voor het strategisch onderzoek niet ondergebracht bij de opdrachtgever maar bij de secretaris-generaal van VWS, als «eigenaar» van de baten-lastendienst NVI.

98.3.12 Inspectie Jeugdzorg

Onder deze doelstelling worden de apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg verantwoord. De Inspectie Jeugdzorg valt met ingang van de begroting 2008 beleidsmatig onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Jeugd en Gezin. De apparaatskosten blijven conform afspraak in het coalitieakkoord geraamd worden op de begroting van VWS.

98.3.13 Personeel en materieel kernministerie

Onder deze doelstelling tenslotte worden de personele en materiële uitgaven voor de stafdiensten, de facilitaire diensten en de zorgbrede directies verantwoord. De geraamde uitgaven zijn opgenomen in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Niet-beleidsartikel 99: Nominaal en onvoorzien

99.1 Algemeen

Dit artikel heeft een technisch-administratief karakter. Op het begrotingsdeel van dit niet-beleidsartikel worden middelen voor loon- en prijsbijstelling geraamd, voordat die middelen worden verdeeld over de beleidsartikelen. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegedeeld.

Begroting

Bij de 1e suppletore wet 2007 is een structurele ramingsbijstelling opgelegd. Gezien de ervaringen van voorgaande jaren wordt er namelijk op voorhand van uitgegaan dat op de begroting van VWS € 15 miljoen niet zal worden uitgegeven. De begroting van VWS wordt daarom structureel met een bedrag van € 15 miljoen naar beneden bijgesteld. Het bedrag van € 15 miljoen is «geparkeerd» op dit artikel omdat van tevoren niet bekend is waar de onderuitputting zich zal voordoen.

Premie

Op het premiedeel van dit artikel zijn verschillende bedragen opgenomen die nog niet aan de afzonderlijke beleidsartikelen zijn toegedeeld. Daarbij gaat het eveneens om de loon- en prijsbijstelling voor 2008 en latere jaren. Daarnaast zijn er bedragen gereserveerd voor bouw en is de groeiruimte geëxtrapoleerd tot het jaar 2012.

99.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2006200720082009201020112012
Verplichtingen0– 41 955– 37 689– 38 545– 32 672– 34 934– 8 507
        
Uitgaven0– 37 393– 42 118– 38 548– 32 672– 36 034– 8 507
        
Programma-uitgaven0– 37 393– 42 118– 38 548– 32 672– 36 034– 8 507
Loonbijstelling0790985894851963980
Prijsbijstelling04 1023984479322 9852 987
Onvoorzien0326 03314 04815 15842 720
Taakstelling0– 42 288– 43 503– 45 922– 48 503– 55 140– 55 194

Premie-uitgaven:

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)

 2006200720082009201020112012
Nominaal en onvoorzien – 26,61 640,43 360,45 008,26 970,710 794,6
Totaal – 26,61 640,43 360,45 008,26 970,710 794,6

PARAGRAAF VOOR DE DIENSTEN DIE EEN BATEN-LASTEN ADMINISTRATIE VOEREN

1. Baten-lastendienst College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)

Inleiding

Het aCBG voert werkzaamheden uit voor een drietal opdrachtgevers:

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen:

Het aCBG ondersteunt de taken van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, een zelfstandig bestuursorgaan. Het aCBG is de uitvoeringsorganisatie van het college en functioneert als zijn secretariaat. De taken van het College zijn neergelegd in artikel 29, lid 1 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (wordt artikel 9, lid 1, van de Geneesmiddelenwet). Deze taken bestaan uit de beoordeling, de registratie en de bewaking van humane geneesmiddelen in zowel nationaal als internationaal verband. Bij het inzetten van de expertise staat het belang van de geneesmiddelengebruiker centraal. Het College dient geneesmiddelen te beoordelen op louter wetenschappelijke gronden, zonder rekening te houden met politieke en economische gronden. Bij de beoordeling staan de de kwaliteit en de werkzaamheid van het geneesmiddel – en de mogelijke schadelijkheid – voor de gezondheid van de geneesmiddelengebruiker centraal. Het aCBG verricht zijn werkzaamheden in nauw overleg met zijn wettelijke opdrachtgever.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

Het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen maakt formeel per 1 januari 2005 deel uit van het aCBG. Het BNV ondersteunt de Minister van VWS bij de beoordeling van voedingsmiddelen met een gezondheidsclaim. Een nieuw voedingsmiddel is een voedingsmiddel of voedselingrediënt dat vóór 15 mei 1997 niet in significante mate in Europa werd geconsumeerd. Een aanvraag moet worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van één van de Europese lidstaten en moet tegelijkertijd worden aangemeld bij de Europese Commissie. In Nederland is de bevoegde autoriteit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De Minister vraagt het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen van het CBG om een wetenschappelijke beoordeling van de veiligheid voor de consument. Bij zijn werkzaamheden maakt het bureau gebruik van de expertise van een onafhankelijke commissie van deskundigen: de commissie Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen (VNV).

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:

Het Bureau Diergeneesmiddelen (BD) maakt formeel per 1 maart 2005 onderdeel uit van het aCBG. Het BD ondersteunt de Minister van LNV bij de beoordeling, registratie en bewaking van diergeneesmiddelen in nationaal en internationaal verband.

Tabel 1.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
Baten       
opbrengst moederdepartement0225225225225225225
opbrengst overige departementen00300300300300300
opbrengst derden26 82130 63532 79833 29533 79834 31034 829
rentebaten23080200200200200200
buitengewone baten2 7381 00000000
Totaal baten29 78931 94033 52334 02034 52335 03535 554
        
Lasten       
apparaatskosten       
– personele kosten12 17614 25316 15716 48016 80917 14617 488
– materiële kosten13 03215 97316 08216 23016 37816 52716 675
ZBO College435360580592603616628
rentelasten0000000
afschrijvingskosten       
– materieel405354704718732747762
– immaterieel0000000
dotaties voorzieningen0000000
buitengewone lasten2 7381 00000000
Totaal lasten28 78631 94033 52334 02034 52235 03635 553
        
Saldo van baten en lasten1 003000000

Baten

Opbrengst moederdepartement

Het aCBG ontvangt een bedrag van € 225 000 ter dekking van de kosten van het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen.

Opbrengst overige departementen

Het BD verricht voor het Ministerie van LNV beleidsondersteunende activiteiten. Hiervoor is een bedrag begroot van € 300 000.

Opbrengst derden

Het aCBG verwacht voor 2008 in navolging van de productiegroei van voorgaande jaren een substantiële groei. Deze groei zal blijven doorgaan naar 2011, zij het in mindere mate. In algemene termen wordt de groei in productie veroorzaakt door een groeiende vraag vanuit de Europese farmaceutische industrie en wijzigingen in de Europese wet- en regelgeving.

Voor het op de markt brengen van een geneesmiddel moet door de registratiehouder jaarlijks een vergoeding worden betaald. Voor 2008 is € 12,8 miljoen begroot voor allopatisch geregistreerde geneesmiddelen. Daarnaast zijn jaarvergoedingen van de EMEA (European Medicines Agency) voor Europees geregistreerde geneesmiddelen die het aCBG voor EMEA heeft beoordeeld, begroot op € 0,5 miljoen. Naast de jaarvergoedingen verwacht het aCBG voor 2008 een vergoeding voor de beoordeling van nationale aanvragen ad € 4,5 miljoen, een vergoeding voor de beoordeling van de Europese aanvragen ad € 4,1 miljoen en een vergoeding voor de beoordeling van EMEA aanvragen ad € 6,8 miljoen.

Voor de beoordeling van diergeneesmiddelen is in totaal een vergoeding van € 3,8 miljoen begroot (inclusief bovengenoemde € 300 000 voor beleidsondersteuning LNV).

De tarieven zijn gebaseerd op het Besluit registratie geneesmiddelen (BRG) en het Besluit vergoedingen wet op de geneesmiddelenvoorziening. Gezien de wettelijke regel dat het CBG geen winst mag behalen, zijn deze kostendekkend vastgesteld.

Rentebaten

Het aCBG ontvangt rentebaten over de hem ter beschikking staande middelen.

Lasten

Apparaatkosten

* Personeel

Om de verwachte productiegroei te realiseren is extra personeel nodig. Het CBG wil deze uitbreiding voorzichtig realiseren door de komende jaren geleidelijk het directe personeel uit te breiden. Het CBG gaat er vanuit dat ondanks forse productiegroei ook een efficiency-slag gemaakt kan worden. Voor 2008 is daarom een formatie begroot van 235 fte. Daarnaast zijn onder de personele kosten tevens de kosten van scholing, reiskosten, wachtgelden en overige personeelskosten opgenomen. In totaal gaat het om een bedrag van € 16,2 miljoen. Verder heeft het aCBG bij diverse ziekenhuizen specialisten in dienst, die specifieke kennis hebben op bepaalde terreinen (inhuur externen € 0,6 miljoen).

* Materiële kosten

Een productiegroei betekent eveneens een stijging van de kosten van inzet van externen zoals het RIVM, het Centraal Instituut voor Dierziekte-Controle (CIDC), RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid en de stichting Landelijke Registratie en Evaluatie Bijwerkingen (Lareb). In het kader van de registratie van humane geneesmiddelen verricht het RIVM beoordelingswerkzaamheden op chemisch-farmaceutisch en farmacologisch-toxicologisch gebied (€ 6 miljoen). De stichting Lareb registreert meldingen van bijwerkingen in het kader van geneesmiddelenbewaking (€ 1,8 miljoen).

In het kader van de registratie van diergeneesmiddelen verrichten het RIVM, CIDC en RIKILT beoordelingswerkzaamheden. De kosten hiervan bedragen op dit moment € 1,1 miljoen.

Het aCBG heeft in 2007 zijn logistieke processen vergaand gedigitaliseerd. Dit brengt additionele kosten met zich mee voor onderhoud en optimalisatie. Daarnaast heeft het aCBG dringend behoefte aan nieuwe huisvesting. Dit zal naar verwachting eind 2008 worden gerealiseerd. Hiervoor is een bedrag begroot van € 1,5 miljoen.

Zbo College

De kosten van het Zbo College ter Beoordeling van Geneesmiddelen bedragen € 0,6 miljoen.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bedragen € 0,7 miljoen. De afschrijvingstermijnen bedragen voor software 3 jaar, automatiseringsapparatuur 3 jaar, kantoorapparatuur 7 jaar en meubilair 5 tot 10 jaar.

Tabel 1.2: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000)
 200620072008200920102011
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)10 69411 63211 78612 08612 38612 686
       
2. Totaal operationele kasstroom3 347354500500500500
       
3a. -/- totaal investeringen– 844– 200– 200– 200– 200– 200
3b. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 
       
3. Totaal investeringskasstroom– 844– 200– 200– 200– 200– 200
       
4a. -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement– 1 565– 5 623
4b. +/+ eenmalige storting door moederdepartement5 623
4c. -/- aflossingen op leningen
4d. +/+ beroep op leenfaciliteit
4. Totaal financieringskasstroom– 1 56500000
       
5. Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito)(=1+2+3+4) (maximale roodstand 0,5 miljoen euro)11 63211 78612 08612 38612 68612 986

2. Baten-lastendienst Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)

Het CIBG is een uitvoeringsorganisatie opgericht in 2000 en vloeit voort uit het kabinetsbesluit (1996) tot scheiding van beleid, uitvoering en toezicht. Sinds 1 januari 2003 is het CIBG een agentschap. De organisatie bestaat uit een centrale organisatie en tien uitvoerende eenheden.

Het CIBG bedient zorgaanbieders, burgers en bedrijven.

De kerntaak van het CIBG is het registreren, beheren, genereren, beoordelen en verstrekken van vertrouwelijke (zorg)informatie, zoals:

• registratie, erkenning en informatie voor beroepsbeoefenaren in de Nederlandse gezondheidszorg

• registratie en bedrijfsvoering tuchtcolleges

• registratie en bedrijfsvoering donoren kunstmatige bevruchting

• ambtelijke ondersteuning en bedrijfsvoering toetsingscommissies euthanasie

• ambtelijke ondersteuning en bedrijfsvoering deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging pasgeborenen

• verwerking van aanvraag, productie en uitgifte UZI-passen

• het faciliteren van opvragen en verifiëren van het Burger Service Nummer (BSN)

• registratie en informatie wilsbeschikkingen m.b.t. orgaan- en weefseldonatie

• vaststellen vergoedingslimieten en maximumprijzen van geneesmiddelen

• verlenen van vergunningen en ontheffingen voor farmacie en opiumwet

• verlenen van toelatingen aan zorginstellingen

Tabel 2.1 Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
Baten       
opbrengst moederdepartement6 88013 57622 96822 96822 96822 96822 968
opbrengst derden2 2932 4312 5812 5812 5812 5812 581
rentebaten54101010101010
buitengewone baten827000000
exploitatiebijdrage11 922      
Totaal baten21 97616 01725 55925 55925 55925 55925 559
        
Lasten       
apparaatkosten20 96114 90723 69323 71023 76123 76023 760
– personele kosten9 0387 90711 54411 54411 54411 54411 544
– materiële kosten10 2347 00010 11110 12810 17910 17810 178
– huisvestingskosten1 689 2 0382 0382 0382 0382 038
rentelasten601137659434444
afschrijvingskosten4319071 7401 7401 7051 7051 705
– materieel259367400400400400400
– immaterieel1725401 3401 3401 3051 3051 305
dotaties voorzieningen0000000
buitengewone lasten877000000
Totaal lasten22 32915 92725 50925 50925 50925 50925 509
        
Saldo van baten en lasten– 353905050505050

Baten

Opbrengst moederdepartement

De baten worden grotendeels gevormd door de opdrachten voor:

• RIBIZ (Registratie en Informatie Beroepen In de Zorg),

• Secretariaten Regionale Toetsingcommissies Euthanasie,

• Secretariaat Deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging pasgeborenen,

• Secretariaat Register van Donoren kunstmatige bevruchting

• Tuchtcolleges,

• UZI-register,

• SBVz (Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg).

• Farmatec

• Donorregister,

• Toelating Zorginstellingen.

In 2008 zal het CIBG mogelijk worden uitgebreid met nieuwe taken. Omdat de financiële omvang van deze taken nog onvoldoende bekend is, zijn zij nog niet als zodanig in de begroting 2008 opgenomen, maar worden onderstaand als PM vermeld.

• De databank Maatschappelijke Verantwoording

• Basisregister zorgaanbieders

Tabel 2.2: Overzicht opbrengst moederdepartement (bedragen x € 1 000)
 Realisatie 2006200720082009201020112012
RIBIZ2 1192 4863 1673 1673 1673 1673 167
Regionale toetsingscie Euthanasie7617721 0571 0571 0571 0571 057
Donorregister3 4493 1573 6993 6993 6993 6993 699
Farmatec5516361 1091 1091 1091 1091 109
Tuchtcolleges 2 9253 1793 1793 1793 1793 179
UZI-register 3 6004 3004 3004 3004 3004 300
SBVZ  4 2294 2294 2294 2294 229
Toelating zorginstellingen  1 9181 9181 9181 9181 918
DKB  9898989898
LZALP  8282828282
Exploitatiebijdragen       
UZI-register3 942      
SBVZ2 906      
Tuchtcolleges3 179      
Toelating zorginstellingen300      
BMC170 130130130130130
Overige1 425      
Totaal18 80213 576122 96822 96822 96822 96822 968

1 Voor 2007 zijn de geraamde opbrengsten uit de begroting 2007 opgenomen, exclusief de geraamde inkomsten uit de exploitatiebijdragen. Dit verklaart de lage opbrengst in 2007.

Opbrengst derden

Het CIBG krijgt ook opbrengsten (baten) van burgers en bedrijven voor het verrichten van verschillende (wettelijke) registratieactiviteiten en verleende vergunningen en ontheffingen tegen door het departement vastgestelde tarieven:

• registratieheffing bij inschrijving in het BIG-register;

• verleende vergunningen en verloven (Farmatec);

• registratieheffing bij inschrijving Stichting Kwaliteitsregister Paramedici

• verkoop van medicinale cannabis

Tabel 2.3: Overzicht opbrengst derden (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
RIBIZ/BIG-regsiter616880880880880880880
RIBIZ/Assessment  150150150150150
Farmatec1 3441 2501 2501 2501 2501 2501 250
Kwaliteitsregister37353535353535
BMC256266266266266266266
Overigen40      
Totaal2 2932 4312 5812 5812 5812 5812 581

Lasten

Personele kosten

De opdrachtenportefeuille van het CIBG wordt vooral beïnvloed door toe- of afname van opdrachten van de opdrachtgevers (VWS).

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit algemene materiële kosten en huisvestingskosten. De algemene materiële kosten bestaan onder andere uit: bureaukosten, inhuur van derden (geen uitzendkrachten), exploitatie automatisering, drukwerk en voorlichting, porto- en telefoonkosten, vacatiegelden, reiskosten.

Het aandeel inhuur derden in de materiële lasten is bij het CIBG relatief hoog in verband met de uitbesteding van het delen van het onderhoud op ICT-systemen en ten behoeve van de voor VWS uit te voeren grootschalige ICT-opdrachten zoals UZI-register, SBVZ. Het gemiddelde uurtarief ligt rond de € 130 inclusief BTW.

Het CIBG is gehuisvest in huurpanden op meerdere locaties: Den Haag (hoofdlocatie), Kerkrade (donorregister) en uitvoeringsunits in Groningen, Zwolle, Eindhoven, Arnhem, Den Haag en Amsterdam. Het aandeel van de totale huisvestingskosten (inclusief service en onderhoud) in de materiële lasten bedraagt in 2008 ruim € 2 miljoen.

Rentelasten

De rentelasten bestaan uit de verschuldigde rente op de initiële en investeringsleningen bij het ministerie van Financiën.

Afschrijvingskosten

In het jaar van investeren wordt met ingang van de maand van ingebruikname afgeschreven. De specificatie van de verwachte afschrijvingen en investeringen en daarmee van het verloop van de boekwaarde in het jaar 2007 en 2008 is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 2.4: Verloopoverzicht activa (bedragen x € 1 000)
 Afschrij-vingstermijnBoekwaarde 31-12-06Invest 2007Afs 2007Boekwaarde 31-12-97Invest 2008Afs 2008Boekwaarde 31-12-08
Inventaris10659100100659100102657
Automatisering3255825242838100272666
Overige512220251172526116
Immaterieel52 7073 6505405 81701 3404 477
Vera 19720050347 100247
Geneur 688 180508 180328
Zorro 1 5675002501 817 4201 397
Odisys 255950601 145 240905
Genmid  2 000 2 000 4001 600
Totaal 3 7434 5959077 4312251 7405 916
Tabel 2.5: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
1. Rekening-courant RIC 1 januari (incl. deposito)3 6325 1564 4854 1993 9303 8843 839
        
2. Totaal operationele kasstroom2 2571 1541 1811 1981 2391 2401 241
        
3a. Totaal investeringen -/-– 2 403– 4 595– 225– 225– 225– 225– 225
3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen0000000
3. Totaal investeringskasstroom– 2 403– 4 595– 225– 225– 225– 225– 225
        
4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement -/-– 777      
4b. Eenmalige storting door moederdepartement       
4c. Aflossing op leningen -/-– 53– 555– 1 242– 1 242– 1 060– 1 060– 1 060
4d. Beroep op leenfaciliteit2 5003 325     
4. Totaal financieringskasstroom1 6702 770– 1 242– 1 242– 1 060– 1 060– 1 060
        
5. Rekening-courant RIC 31 december5 1564 4854 1993 9303 8843 8393 795

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De eenmalige storting aan het moederdepartement in 2006 heeft betrekking op de afroming van het eigen vermogen. In overleg met de eigenaar wordt een vordering op het moederdepartement afgeboekt ten laste van het onverdeelde resultaat.

3. Baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Sinds 1 januari 2004 is het RIVM een baten-lastendienst van het ministerie van VWS. Het RIVM is een kennisinstituut dat werkzaam is op de werkvelden volksgezondheid, voeding, milieu en veiligheid.

De primaire opdrachtgevers van het RIVM zijn de ministeries van VWS, VROM en LNV. Daarnaast voert het RIVM projecten uit die opgedragen en bekostigd worden door andere opdrachtgevers, m.n. andere ministeries, provincies en internationale organisaties. Naast onderzoeks- en adviesopdrachten voor departementen en regionale overheden vervult het RIVM ook regiefuncties en de landelijke coördinatie van preventie- en interventieprogramma’s. In het kader van de regie over het Rijksvaccinatieprogramma bestaat het voornemen om de landelijke en regionale eenheden (entadministraties) per 1 januari 2008 onder te brengen in het RIVM. De hiermee samenhangende apparaats- en programmakosten zullen in de RIVM-begroting worden opgenomen.

Tabel 3.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
Baten       
Opbrengst VWS eigenaar14 61715 31715 77419 77519 70319 55819 558
Opbrengst VWS opdrachtgevers75 81783 60567 07460 84758 68758 68758 687
Opbrengst VROM45 13646 59345 35137 69836 39836 39836 398
Opbrengst LNV1 5215001 3501 3501 3501 3501 350
Opbrengst overige ministeries2 6252 4432 6252 6252 6252 6252 625
Opbrengst derden37 40245 90929 00029 00029 00029 00029 000
Rentebaten1 369500500500500500500
Vrijval voorzieningen1 397000000
Buitengewone baten0000000
        
Totaal baten179 884194 867161 674151 795148 263148 118148 118
        
Lasten       
Apparaatkosten       
– personele kosten81 59888 79390 04489 51988 47086 37286 372
– materiële kosten92 427101 95767 89758 54356 06058 01358 013
Rentelasten268213213213213213213
Afschrijvingskosten       
– materieel2 7243 0563 0563 0563 0563 0563 056
– immaterieel244464464464464464464
Dotaties voorzieningen2 5025000000
Buitengewone lasten0000000
        
Totaal lasten179 763194 533161 674151 795148 263148 118148 118
        
Saldo van baten en lasten12233400000

Toelichting

De bedragen 2006 betreffen de gerealiseerde baten en lasten volgens de jaarrekening over 2006. De bedragen 2007 betreffen het vermoedelijk beloop. De bedragen voor 2008 en verder zijn gebaseerd op de opdrachtbrieven van de primaire opdrachtgevers VWS en VROM en betreffen – op verzoek van de primaire opdrachtgevers – voornamelijk de reguliere opdrachten. Uit ervaring is bekend dat de uiteindelijke realisatie hoger zal uitvallen doordat de primaire opdrachtgevers jaarlijks aanvullende opdrachten verstrekken. De overige omzet-bedragen zijn gebaseerd op lopende en naar verwachting nog aan te gane contracten met overige opdrachtgevers. In deze begroting zijn verwerkt de taakstellingen die het RIVM opgelegd heeft gekregen op grond van het coalitieakkoord Balkenende IV. De taakstellingen worden grotendeels ingevuld via efficiencymaatregelen waartoe de reële tarieven van het RIVM (dus los van algemene loon- en prijsontwikkelingen) worden verlaagd met 2% vanaf 2008, 4% vanaf 2009 en 6% vanaf 2010. Over de concrete invulling van het restant van de totale taakstelling van 10% in 2011 zal te zijner tijd nog besluitvorming plaatsvinden.

Baten

Opbrengst VWS-eigenaar

De geraamde baten van VWS-eigenaar worden begroot op artikel 98 van de VWS-begroting. Ze zijn hoofdzakelijk bestemd voor het strategisch onderzoek. Verder is een bedrag van € 3,6 miljoen beschikbaar als aanvullend huisvestingsbudget. Bij de stelselwijziging rijkshuisvesting is het RIVM een structurele compensatie toegekend. Deze compensatie is naar analogie van de stelselwijziging vastgesteld op een bedrag van in totaal € 11,6 miljoen structureel vanaf het jaar 2014. Dit bedrag is in de meerjarenramingen als volgt opgenomen:

– vanaf 2004 structureel € 3,6 miljoen per jaar;

– vanaf 2009 nogmaals structureel € 4 miljoen per jaar;

– vanaf 2014 nogmaals structureel € 4 miljoen per jaar.

Opbrengst VWS-opdrachtgevers

De geraamde baten van VWS-opdrachtgevers betreffen inkomsten die het RIVM op grond van de opdrachtbrief 2008 verwacht te verkrijgen door opdrachtverlening door beleidsdirecties VWS, IGZ en VWA. De hoogte van de inkomsten is afhankelijk van overeenstemming tussen opdrachtgevers en RIVM over aard en omvang van de te verrichten activiteiten en – daarmee samenhangend – de in rekening te brengen kosten (zijnde uren x tarief plus projectgebonden kosten). De budgetten van de VWS-opdrachtgevers worden geraamd op de beleidsartikelen 41 en 98 van de begroting van VWS.

Opbrengst VROM

De geraamde baten van VROM volgen uit werkzaamheden die op het taakveld milieu worden uitgevoerd. De budgetten van de VROM-opdrachtgevers zijn opgenomen in de begroting van het ministerie van VROM.

Opbrengst LNV

De geraamde baten van LNV volgen uit werkzaamheden die door het Ministerie van LNV worden opgedragen en betaald.

Opbrengst overige ministeries

De geraamde baten van overige ministeries hangen samen met werkzaamheden die diverse ministeries aan het RIVM ter uitvoering opdragen.

Opbrengst derden

De baten van derden verkrijgt het RIVM door het uitvoeren van werkzaamheden voor derden (waaronder de Europese Commissie, de WHO en provincies).

Rentebaten

Het positieve saldo op de rekening-courant genereert de rentebaten.

Lasten

Personele kosten

De personeelskosten zijn onder meer opgebouwd uit salariskosten en overige personeelskosten.

Tabel 3.2: Personeelskosten (bedragen x € 1 000)
 Raming 2008
Salarissen76 900
Overige personeelskosten2 990
Totaal79 890
  
Aantal fte’s o.b.v. verwachte gemiddelde bezetting1 319
Gemiddelde kosten per fte (in €)60 569

Daarboven is in de personeelskosten een bedrag van € 10,2 miljoen. opgenomen voor inhuur vervangende en extra capaciteit.

Materiële kosten

Het bedrag voor de materiële lasten ad € 67,9 miljoen kan als volgt worden onderverdeeld:

– laboratorium- en facilitaire kosten € 24,2 miljoen

– uitbesteed en ingekocht onderzoek en advies € 27,8 miljoen

– huurkosten huisvesting € 15,9 miljoen.

Rentelasten

De rentelasten worden veroorzaakt door de investeringen in activa.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingen zijn bepaald op basis van de in tabel 3.3 vermelde afschrijvingstermijnen.

Tabel 3.3: Afschrijvingen (bedragen x € 1 000)
 Afschrijvingstermijn in jaren2008
Software en licenties3464
Gebouwinstallaties en infrastructuur5491
Laboratoriumapparatuur51 439
Vervoermiddelen4140
IT + audiovisuele apparatuur3942
Facilitaire apparatuur344
 Totaal3 520

De afschrijvingskosten voor 2008 omvatten de kosten van afschrijvingen op de per balansdatum 31 december 2006 aanwezige activa, vermeerderd met de kosten van afschrijvingen op de in 2007 en 2008 aan te schaffen activa.

Tabel 3.4: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
1. Rekening-courant 1 januari49 86467 06152 89142 77138 91036 97436 664
        
2. Totaal operationele kasstroom23 567– 10 650– 6 600– 3411 5843 2102 999
        
3a. Totaal investeringen -/-– 3 612– 3 520– 3 520– 3 520– 3 520– 3 520– 3 520
3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen120000000
3. Totaal investeringskasstroom– 3 492– 3 520– 3 520– 3 520– 3 520– 3 520– 3 520
        
4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement -/-0000000
4b. Eenmalige storting door moederdepartement0000000
4c. Aflossing op leningen -/-– 2 878000000
4d. Beroep op leenfaciliteit0000000
4. Totaal financieringskasstroom– 2 878000000
        
5. Rekening-courant 31 december67 06152 89142 77138 91036 97436 66436 142

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De totale operationele kasstroom ad – € 6,6 miljoen bestaat uit het exploitatieresultaat, de afschrijvingen en de mutaties van het bedrijfskapitaal.

De investeringskasstroom bestaat uit de investeringen die zijn begroot op een bedrag van € 3,5 miljoen.

4. Baten-lastendienst Nederlands Vaccin Instituut (NVI)

Inleiding

Sinds 1 januari 2003 ressorteert het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) als baten-lastendienst onder onze verantwoordelijkheid. Per 1 januari 2006 is het NVI definitief baten-lastendienst geworden.

Het NVI heeft als missie: de Nederlandse bevolking beschermen tegen infectieziekten door vaccins te leveren voor vaccinatie onder normale en bijzondere omstandigheden.

Het NVI heeft een drietal kerntaken, te weten:

1. Levering van vaccins voor de NVV (Nederlandse Vaccin Voorziening)

2. Onderzoek en ontwikkeling op het terrein van vaccins voor de NVV.

3. Het voorhanden hebben van actuele kennis over vaccins en vaccinatie voor de professionele ondersteuning van het moederdepartement.

Het NVI kent een aantal aan de kerntaken gerelateerde activiteiten, te weten:

1. Het beschikbaar hebben van dieren ten behoeve van dierproeven binnen NVI/RIVM.

2. Dienstverlening aan het RIVM op het terrein van mediabereiding, sterilisatie en afvalverwerking.

3. Activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.

4. Activiteiten die voortvloeien uit benutting van de restcapaciteit die deel uitmaakt van de minimumcapaciteit.

Begroting van baten en lasten

Tabel 4.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
Baten       
opbrengst moederdepartement30 16153 57036 96340 51043 90832 12932 129
opbrengst derden93 94299 647103 282105 392108 616112 578112 506
rentebaten165233230416767
Totaal baten124 268153 240140 277145 932152 565144 774144 702
        
Lasten       
apparaatkosten       
– personele kosten20 87024 29524 25024 20624 11723 93823 938
– materiële kosten98 157122 760110 187113 073117 250106 870106 870
rentelasten5089601 2311 5021 8481 8091 715
Afschrijvingskosten       
– materieel3 5815 1355 5007 0008 50010 00010 000
– immaterieel       
dotaties voorzieningen       
buitengewone lasten0000000
Totaal lasten123 116153 150141 168145 781151 715142 617142 523
        
Saldo van baten en lasten1 15290– 8911518502 1572 179

De bedragen 2006 betreffen de realisatiecijfers conform het jaarverslag 2006. De bedragen 2007 betreffen de cijfers uit de ontwerpbegroting 2007. De begroting voor het jaar 2008 geeft een overzicht van de baten en lasten NVI op het prijspeil van het jaar 2007. Deze begroting is doorgezet tot en met 2012, waarbij rekening is gehouden met de taakstelling, te verwachten mutaties in investeringen, bijbehorende rentekosten en opbrengst derden. In 2008 stijgen de afschrijvingskosten en rentekosten harder dan de opbrengst derden waardoor een verlies ontstaat ten laste van het eigen vermogen. Vanaf 2009 stijgt de opbrengst harder dan de kosten waardoor het verlies wordt gecompenseerd ten gunste van het eigen vermogen.

Inzet is om het eerder in het kader van het instellingstraject baten-lastendienst overeengekomen kostprijsmodel per 1 januari 2008 te implementeren. In 2006 heeft een nacalculatie over 2004/2005 plaatsgevonden en een doorrekening met de cijfers uit de begroting 2006. Op basis van de uitkomsten daarvan en eerdere bevindingen van de Auditdienst is besloten tot herziening van het kostprijsmodel. De (budgetneutrale) doorwerking hiervan in de begrotingspresentatie voor 2008 zal dan bij eerste suppletore wet kunnen worden verwerkt.

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst van het moederdepartement wordt geraamd op artikel 41. In 2008 beloopt de opbrengst van het moederdepartement € 37 miljoen. Er is rekening gehouden met de taakstelling.

Tabel 4.2: Opbrengst moederdepartement (bedragen x € 1 000)
VWS opdrachtgever11 440
VWS eigenaar8 133
Bijdrage DKTP(HibHep)9 577
Bijdrage RSV3 700
Overig4 113
Totale bijdrage moederdepartement36 963

Opbrengst derden

Onder de opbrengst derden is € 61 miljoen opgenomen als inkomsten AWBZ. Dat zijn de vergoedingen die de provinciale entadministraties aan het NVI betalen voor de vaccins. Onder de opbrengsten derden is € 12 miljoen opgenomen voor het uitvoeren van de griepcampagne.

De post opbrengst derden omvat in 2008 verder € 30 miljoen aan exportomzet (Duitsland, Korea en India) en omzet voor het verkopen van technologie, het uitvoeren van kwaliteitstesten en (projectmatige) werkzaamheden voor bedrijven en instellingen (waaronder RIVM).

Rentebaten

Rentebaten ontstaan door positieve saldi op de rekening-courant.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten bestaan voor € 23,3 miljoen uit loonkosten. Hier is de personele taakstelling in verwerkt. De totale taakstelling is € 0,4 miljoen (6,5 fte’s). In 2008 is hiervan € 45 000 (0,8 fte) verwerkt. Daarnaast is € 1,1 miljoen opgenomen voor inhuur, € 0,4 miljoen voor dienstreizen, € 0,4 miljoen voor opleidingen en € 0,2 miljoen voor overige personele kosten. De inzet van eigen personeel ten behoeve van investeringsprojecten, wordt geactiveerd en drukt niet op de exploitatie, dit betreft een bedrag van € 1,2 miljoen.

Personele kosten (in € 1 000)23 349
Aantal FTE’s o.b.v. gemiddelde bezetting417
Gemiddelde kosten per FTE (in €)55 993

Materiële kosten

Het bedrag voor de materiële lasten ad € 110,2 miljoen kan als volgt worden onderverdeeld:

Tabel 4.3: Materiële kosten (bedragen x € 1 000)
 2008
Onderhoudskosten6 368
Huurkosten8 778
Overige kosten gebouwen5 684
Productiekosten8 399
Algemene kosten3 407
Advieskosten/uitbestedingen10 856
Kosten inhuur RIVM802
Aangekocht product65 894
Totaal110 188

De kosten van «aangekocht product» bestaan uit de aangekochte producten voor het RVP (DKTPHib(Hep), MenC, Pneumokokken, bulk aK en Hib) en de griepcampagne.

Rentelasten

De rentelasten stijgen door het aangaan van leningen voor de financiering van vaste activa. Vanaf 2006 valt hier ook de rente van de conversielening van de activa van NVI onder.

Afschrijvingskosten

Tabel 4.4: Investeringen en afschrijvingskosten (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
Inventaris/installaties3 67213 500120006 4005 0005 0005 000
Overig9 0966 6005 8003 1002 5002 5002 500
Totaal12 76820 10017 8009 5007 5007 5007 500
Afschrijvingskosten3 5815 1355 5007 0008 50010 00010 000

In 2008 wordt een investeringsniveau verwacht van € 17,8 miljoen. Dit zijn vooral vervangings- (Bioreactor Control Systeem) en kwaliteitsinvesteringen (Master Data Herstel/Manufacturing Execution System/Laboratorium Informatie Management Systeem).

Tabel 4.5: Afschrijvingstermijn (bedragen x € 1 000)
 Afschrijvingstermijn in jaren2008
Inventaris/installaties51 600
Inventaris/installaties103 900
Totaal 5 500
Tabel 4.6: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000)
 2006200720082009201020112012
1. Rekening courant RHB 1 januari44 39334 0555 0063 2272 3572 2943 962
        
2. Totaal operationele kasstroom– 34 751– 25 4494 1097 1519 35012 15712 179
        
3a. –/- Totaal investeringen– 12 768– 20 100– 17 800– 9 500– 7 500– 7 500– 7 500
3b. + Totaal boekwaarde desinvesteringen0000000
3. Totaal investeringskasstroom– 12 768– 20 100– 17 800– 9 500– 7 500– 7 500– 7 500
        
4a. –/- Eenmalige uitkering aan moederdepartement1 900000000
4b. + Eenmalige storting door moederdepartement25 809000000
4c. –/- Aflossing op leningen– 2 858– 3 600– 5 888– 8 021– 9 413– 10 489– 10 681
4d. + Beroep op leningsfaciliteit16 13020 10017 8009 5007 5007 5007 500
4. Totaal financieringskasstroom37 18116 50011 9121 479– 1 913– 2 989– 3 181
        
5. Rekening courant RHB 31 december34 0555 0063 2272 3572 2943 9625 460

De operationele kasstroom wordt in 2006 en 2007 beïnvloed door de aanschaf van antivirale middelen en de tijdelijke aanschaf van DKTPHib. Eind 2006 is een eenmalige opbrengst van het moederdepartement ontvangen voor de betaling in 2007, dit verklaart het hoge saldo op de rekening courant ultimo 2006.

BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt ingegaan op de onderwerpen in de bedrijfsvoering die specifiek in 2008 aan de orde zullen zijn. Deze paragraaf heeft uitdrukkelijk het karakter van een uitzonderingsrapportage.

Financieel en materieel beheer

Subsidiebeheer

VWS heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de verbetering van het subsidiebeheer. Deze maatregelen houden onder andere het volgende in:

• het opzetten en implementeren van een workflow-systeem (Subsidieplein);

• het opstellen van nieuwe subsidieregelgeving;

• werken met een intern expertisecentrum subsidies;

• het strikter toepassen van bestaande sanctieregels.

De focus ligt nu bij het verder inbedden van deze aangescherpte werkwijze binnen de organisatie en blijvende aandacht houden voor de uitvoering van het subsidiebeheer. We verwachten dat de effecten van deze inspanningen leiden tot een adequaat en zorgvuldig subsidiebeheer in 2008.

Zorgtoeslag

Het is de verwachting dat de Belastingdienst eind 2007 de verstrekte voorschotten over 2006 definitief heeft vastgesteld. De Minister van VWS is zowel beleidsinhoudelijk als budgettair verantwoordelijk voor de uitgaven die voortvloeien uit de Wet op de Zorgtoeslag. De minister van Financiën is wettelijk verantwoordelijk gesteld om de zorgtoeslag uit te voeren. Hij zal zich in 2008 verantwoorden over de stand en de mutaties in de openstaande voorschotten.

Overige bedrijfsvoeringsaspecten

Personeel en Organisatie

In 2008 zal de inspanning van de organisatie zich voor een groot deel richten op de invulling van de taakstelling. Het is de bedoeling dat VWS 941 fte inlevert in de periode tussen 2008 en 2011. De verdeling van deze taakstelling over de verschillende kolommen en/of onderdelen van VWS vindt plaats volgens onderstaande tabel.

CategorieUitgangspunt in fteTaakstelling in fteTaakstelling in budget (x € 1 000)
Beleid7651328 813
Staf en ondersteuning4221056 011
Adviesraden en planbureaus153312 098
Inspecties1 19918613 318
Uitvoering   
– Agentschappen1 058995 680
– Zbo’s2 93238920 682
Totaal6 52994156 602

Bron: plan van aanpak VWS Samen zorgen voor beter

VWS heeft zich tot doel gesteld deze taakstelling te realiseren door medewerkers zoveel mogelijk van werk naar werk te begeleiden, waardoor het aantal gedwongen ontslagen tot een minimum beperkt zal worden. Loopbaanontwikkeling en mobiliteit zijn hierbij de sleutelbegrippen. Er zal een cultuuromslag in gang gezet worden van «vast en zeker» naar «flexibel en veilig». De eerste concrete acties hiertoe zullen in 2008 in gang gezet worden. Zo zal in 2008 het zogenaamde 3-5-7-jaar model geïmplementeerd worden, waarbij de jaren in het model de momenten markeren dat de loopbaan van de medewerker nadrukkelijk aandacht krijgt in het functioneringsgesprek.

Daarnaast zal in 2008 verder geïnvesteerd worden in de flexibilisering van de organisatie onder andere door de werkzaamheden meer horizontaal te organiseren. Ook kan kostenbesparing gerealiseerd worden door meer interdepartementale samenwerking op het gebied van de auditfunctie, ICT, HRM en communicatie.

Informatiebeleid

De veranderingen in de beleidsprocessen en de vernieuwing van de rijksdienst stellen nieuwe eisen aan de informatieverwerking binnen VWS en de hiervoor benodigde IT-middelen. Met het oog hierop is de «I- en IT-visie en informatiseringsagenda» van VWS ontwikkeld. De visie geeft een gemeenschappelijk toekomstbeeld op het gebied van informatie en IT en biedt inzicht in de samenhang tussen beleid en bedrijfsvoering op dit gebied. De visie zal gefaseerd worden gerealiseerd in zes programma’s tussen 2007 en 2012. Samen vormen deze programma’s de informatiseringsagenda van VWS.

Ten behoeve van de zes programma’s zal ook de ICT-infrastructuur van VWS in de komende jaren worden aangepast. Voor alle programma’s geldt dat zoveel mogelijk gestreefd zal worden naar interdepartementale samenwerking. Ook zal de verbinding met de baten-lastendiensten en inspecties bij de uitvoering betrokken worden.

Informatiebeveiliging en Wet bescherming persoonsgegevens

Op basis van het Plan van aanpak Informatiebeveiliging en Wbp 2007–2008 wordt het voor VWS vastgestelde gemeenschappelijke basisniveau voor informatiebeveiliging in 2008 ingevoerd. Het fundament van dit plan wordt gevormd door het VIR (Voorschrift Informatiebeveiliging rijksoverheid) dat per 1 juli 2007 in werking is getreden. Dit houdt onder andere in dat VWS in alle opzichten voldoet aan de Wet bescherming persoonsgegevens, er een beleidsdocument «Bijzondere informatie» gemaakt wordt, er afspraken gemaakt worden over een veilige uitwisseling van informatie tussen het kerndepartement en de VWS diensten, en er een incidentenregistratie tot stand komt.

FINANCIEEL BEELD ZORG

1. Inleiding

Voor de collectief gefinancierde zorguitgaven geldt een ander uitgavenplafond dan voor de meeste begrotingsgefinancierde uitgaven, namelijk het Budgettair Kader Zorg (BKZ). In deze bijlage bezien we het BKZ en de uitgaven die daaronder vallen in samenhang en totaliteit.

Paragraaf 2 beschrijft de definitie van het BKZ en de uitgavenbegrippen die daarbij van belang zijn. In paragraaf 3 komen het BKZ en de uitgaven onder het BKZ die in deze begroting zijn opgenomen aan de orde. Deze worden vergeleken met de uitgaventotalen in de begroting 2007. Ook de ontwikkeling van de zorguitgaven van jaar op jaar komt aan de orde. Een bijzonder deel van de uitgaven wordt vervolgens afzonderlijk behandeld, de kapitaallasten in de gezondheidszorg. Paragraaf 4 toont de financiering van de zorguitgaven en de ontwikkeling van de premies (AWBZ en Zvw).

2. BKZ, uitgavenbegrippen en definitie

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afspraken vastgelegd over de budgettaire ruimte die in de jaren tot en met 2011 beschikbaar is voor de collectieve zorguitgaven, het Budgettair Kader Zorg. Het uitgavenplafond dat in het coalitieakkoord is afgesproken wordt weergegeven in reële termen. Daarbij is de afspraak gemaakt dat het BKZ ieder jaar voor inflatie wordt aangepast op basis van de prijsontwikkeling Nationale Bestedingen (pNB). Ieder voorjaar wordt deze prijsaanpassing voor het dan lopende jaar definitief vastgesteld.

Uitgaven die vallen onder het Budgettair Kader Zorg zijn de zorguitgaven die behoren tot het verzekerde pakket van de AWBZ en de Zvw. Daarnaast vallen onder het BKZ ook de bedragen die in het Gemeentefonds beschikbaar zijn gesteld voor de zorgkosten die gemeenten door de invoering van de Wmo dragen en die voorheen door de AWBZ werden gedekt. Deze bedragen staan niet op de VWS-begroting, maar op de begroting van het Gemeentefonds. Verder vallen de opleidingskosten voor de erkende medische en tandheelkundige specialismen en voor een aantal medische specialisaties onder het BKZ. Deze opleidingskosten worden vanuit de begroting gefinancierd en onder artikel 42 van de VWS-begroting verantwoord. Ten slotte zijn er bedragen voor zorguitgaven gereserveerd op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën die vallen onder het BKZ. Het omvangrijkste onderdeel daarvan betreft bedragen die gereserveerd zijn voor de regeling die in de plaats zal komen van de huidige fiscale regeling voor compensatie van buitengewone uitgaven zorg. Al deze uitgaven samen worden de BKZ-uitgaven genoemd.

De BKZ-uitgaven die betrekking hebben op het verzekerde pakket van de AWBZ en de Zvw worden ook wel, naar de voornaamste financieringsbron, premiegefinancierde uitgaven of premie-uitgaven genoemd. In werkelijkheid worden deze uitgaven niet alleen gefinancierd uit de premieheffing AWBZ en Zvw, maar ook uit rijksbijdragen en eigen betalingen van de zorgconsumenten.

Een deel van de BKZ-uitgaven wordt niet uit collectieve middelen gefinancierd, maar door de zorgconsumenten zelf, de eigen betalingen. De BKZ-uitgaven verminderd met deze eigen betalingen worden de netto-BKZ-uitgaven genoemd. De netto BKZ-uitgaven zijn de collectief gefinancierde zorguitgaven. Het zijn deze netto-BKZ-uitgaven die worden getoetst aan het door het kabinet vastgestelde Budgettair Kader Zorg. Voor de BKZ-uitgaven inclusief de eigen betalingen wordt de term bruto BKZ-uitgaven gehanteerd. Figuur 1 geeft de relatie tussen deze twee uitgavenbegrippen en de bijbehorende (afgeronde) bedragen voor het jaar 2008.

Figuur 1 – De relatie tussen bruto en netto BKZ-uitgaven

kst-31200-XVI-2-2.gif

Bron: VWS

3. BKZ en BKZ-uitgaven

3.1 Vaststelling van het BKZ voor deze kabinetsperiode

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afspraken vastgelegd over de budgettaire ruimte die in de jaren tot en met 2011 beschikbaar is voor het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Het BKZ wordt weergegeven in tabel 1. Het BKZ is gebaseerd op de CPB-analyes over de budgettaire ontwikkelingen van de collectieve sector. Hiervoor heeft het CPB een scenario voor de zorguitgaven gemaakt voor de middellange termijn bij ongewijzigd beleid. In dit scenario wordt de volumegroei bepaald door de bevolkingsgroei, vergrijzing en door technologische vooruitgang, kwalitatief betere zorg en meer vraag naar zorg door een stijging van de welvaart. Daarnaast groeien de uitgaven van de zorg door de prijsstijging in de zorgsector. Die stijgen sneller dan de algemene inflatie in de economie. Dit komt doordat de arbeidsproductiviteit in de zorg minder snel groeit dan in de rest van de economie en de prijzen van nieuwe geneesmiddelen sneller stijgen dan de algemene inflatie.

Tabel 1 – Ontwikkeling Budgettair Kader Zorg 2008–2011
bedragen in € miljoen2008200920102011
Budgettair Kader Zorg51 321,455 493,058 680,662 163,4

3.2. Uitgavenontwikkeling na de begroting 2007

Tabel 2 laat de ontwikkeling van de netto BKZ-uitgaven zien vanaf de stand ontwerpbegroting 2007. Eerst worden de wijzigingen uit het Jaarverslag 2006 en de 1e Suppletore Wet 2007 weergegeven. Dan volgen de wijzigingen die daarna hebben plaatsgevonden.

Tabel 2 – Ontwikkeling netto BKZ-uitgaven in de jaren 2006 t/m 2012
bedragen in € miljoen2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 200744 058,646 375,049 172,751 706,154 300,357 085,2 
Uitgaven (bruto BKZ)47 915,550 086,952 948,855 588,758 290,861 184,7 
Ontvangsten3 856,93 711,93 776,13 882,63 990,54 099,5 
        
Mutaties Jaarverslag 2006/1e Suppletore Wet 2007       
Mutaties       
a. Voorlopige afrekening 2006394,91 066,51 067,21 067,21 067,21 067,2 
b. Niet-gerealiseerde korting ziekenhuizen 145,5145,5145,5145,5145,5 
c. Persoonsgebonden budgetten 60,060,060,060,060,0 
d. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2007) – 74,2– 107,7– 114,7– 128,7– 141,7 
e. Financieringsmutaties– 140,8107,9     
f. IJklijnmutaties34,5– 3,6– 2,6– 2,6– 6,0– 6,0 
g. Overige mutaties 52,253,659,759,759,7 
        
Stand Jaarverslag 2006/1e Suppletore Wet 200744 347,247 729,350 388,752 921,255 498,058 269,9 
wv uitgaven (bruto BKZ)48 194,451 441,254 164,856 803,859 488,562 369,4 
wv ontvangsten3 847,23 711,93 776,13 882,63 990,54 099,5 
        
Productieontwikkeling, mee- en tegenvallers       
h. Aanvullende afrekening 2006396,8146,6150,5150,5150,5150,5 
        
Maatregelen en beleidsaanpassingen       
i. Enveloppe Zorg  230,0210,0237,0268,0 
j. Pakketuitbreiding  204,0204,0204,0204,0 
k. Maatregel uurtarief medisch specialisten  – 175,0– 175,0– 175,0– 175,0 
l. Uitgavenbeperking ziekenhuizen  – 160,0– 160,0– 160,0– 160,0 
m. Maatstafconcurrentie ziekenhuizen   – 15,0– 90,0– 240,0 
n. Geneesmiddelen  – 340,0– 340,0– 340,0– 340,0 
o. Maatregelen care  – 350,0– 630,0– 700,0– 795,0 
wv schrappen grondslag somatisch/prijsmaatregel  – 120,0– 330,0– 330,0– 330,0 
wv best practices/efficiencykorting  – 115,0– 190,0– 265,0– 360,0 
wv klassemiddenmaatregel  – 115,0– 110,0– 105,0– 105,0 
p. Maatregel eigen betalingen AWBZ   – 80,0– 80,0– 80,0 
q. Maatregelen huisartsen – 23,8– 57,4– 57,5– 57,5– 57,5 
r. Incidentele meevaller kapitaallasten – 81,0     
s. Invoering eigen risico  761,4778,7731,2785,7 
t. OVA  56,9122,4199,9289,0 
        
Technische en macro-economische mutaties       
u. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2008) – 14,7495,71 160,91 774,22 394,8 
v. Financieringsmutaties– 53,265,9     
w. IJklijnmutaties – 11,4– 13,4– 13,4– 13,4– 13,4 
x. BKZ  – 45,6– 7,3132,3273,1 
y. Overige mutaties34,5105,5175,61 423,51 369,71 389,3 
        
Stand ontwerpbegroting 200844 725,347 916,451 321,455 493,058 680,962 163,465 868,9
wv uitgaven (bruto BKZ)48 572,551 631,254 349,758 727,362 057,465 698,669 543,1
wv ontvangsten3 847,23 714,83 028,33 234,33 376,53 535,23 674,2

Toelichting bij de mutaties in tabel 2:

a. Voorlopige afrekening 2006

Uit de voorlopige afrekening van de uitgaven 2006 blijkt dat de uitgaven in 2006 € 395 miljoen hoger uitkomen. Dit saldo wordt voornamelijk veroorzaakt door tegenvallers in de huisartsenzorg (€ 190 miljoen), AWBZ-convenantsectoren (€ 279 miljoen) en bij de PGB’s (€ 70 miljoen). Meevallers deden zich onder andere voor bij de hulpmiddelen (€ 70 miljoen), kraamzorg (€ 52 miljoen) en tandheelkundige zorg (€ 27 miljoen). De structurele doorwerking van deze voorlopige afrekening is naar verwachting € 1 067 miljoen. Het saldo van mee- en tegenvallers bij de gezondheidszorg bedraagt € 553 miljoen en wordt vooral veroorzaakt door tegenvallers bij de ziekenhuizen, medisch specialistische zorg en huisartsenzorg. Bij de langdurige zorg komt de tegenvaller van € 462 miljoen voort uit tegenvallers bij de AWBZ-convenantsectoren (€ 335 miljoen) en bij de PGB’s (€ 127 miljoen). De verwerking van de taakstelling vermindering ziekteverzuim zorgt voor een extra tegenvaller van € 52 miljoen bij de gebudgetteerde instellingen.

b. Ziekenhuizen

Naar aanleiding van de overschrijding van de beschikbare budgettaire ruimte die met de NVZ/NFU en ZN overeengekomen was in het prestatiecontract/convenant, heeft VWS een korting aan de ziekenhuizen opgelegd. Deze korting is aangekondigd in de begroting 2007. Hierop heeft de NVZ een kort geding tegen het ministerie van VWS aangespannen. De rechter bepaalde in het vonnis dat de schade evenwichtig tussen de partijen verdeeld moest worden. De overschrijding ziekenhuizen van € 291 miljoen in 2007 is vervolgens voor de helft opgelost door een structurele korting bij de ziekenhuizen. De andere helft van de overschrijding leidt tot hogere uigaven onder het BKZ (€ 145,5 miljoen vanaf 2007).

c. Persoonsgebonden budgetten

Voor 2007 wordt een verdere groei van het aantal houders van een persoonsgebonden budget verwacht. Dit leidt tot € 60 miljoen hogere uitgaven, waarvan € 51 miljoen in de AWBZ en € 9 miljoen in de Wmo.

d. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2007)

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van het Centraal Economisch Plan 2007 van het Centraal Planbureau (CPB).

e. Financieringsmutaties

De voorlopige afrekening 2006 leidt voor 2007 tot een (incidentele) financieringsmutatie van € 107,9 miljoen. Bij de preventieve zorg (€ 10,9 miljoen) en het ambulancevervoer (€ 19 miljoen) en de gehandicaptenzorg (€ 52 miljoen) is ultimo 2006 sprake van een financieringsvoorsprong. Voor de geestelijke gezondheidszorg (€ 32,4 miljoen) en de verpleging en verzorging (€ 157,4 miljoen) was er ultimo 2006 een financieringsachterstand. De financieringsmutaties hebben betrekking op de nacalculatie van de voorsprongen en achterstanden in 2007.

f. IJklijnmutaties

Dit betreft een saldo van diverse mutaties tussen de verschillende uitgavenkaders en het BKZ. Onder andere betreft dit overhevelingen van de AIV-preventiemiddelen voor het kennisprogramma Jeugd ZonMw (€ 5,5 miljoen), de subsidieregeling diensten bij wonen met zorg naar de begroting van maatschappelijke opvang (€ 11,4 miljoen), de toevoeging van het pneumokokkenbudget (€ 39,5 miljoen) aan het BKZ en het overboeken van de extra middelen voor het koppelingsfonds naar de VWS-begroting (€ 18,4 miljoen).

g. Overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties.

h. Aanvullende afrekening 2006

In juni zijn de zorguitgaven opnieuw afgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe (meer definitieve) cijfers van onder andere de NZa. De tegenvaller in 2006 valt voornamelijk hoger uit doordat de in de eerste suppletore wet gemelde structurele tegenvallers bij de ziekenhuizen (€ 202 miljoen) en medisch specialisten (€ 113 miljoen) nog niet waren verwerkt voor het jaar 2006. Uit deze herziene afrekening wordt het structurele beeld van de voorlopige afrekening in grote lijnen bevestigd, er blijkt een aanvullende tegenvaller van per saldo € 150,5 miljoen. Het saldo van mee- en tegenvallers bij de gezondheidszorg bedraagt € 25,5 miljoen en wordt veroorzaakt door tegenvallers bij de huisartsen, ambulances en overig curatieve zorg. Bij de langdurige zorg komt de tegenvaller van € 125 miljoen voort uit tegenvallers bij de AWBZ-convenantsectoren (€ 47 miljoen) en de PGB’s (€ 78 miljoen) .

i. Enveloppe Zorg

In het coalitieakkoord is afgesproken € 500 miljoen extra te investeren in de zorg. Een klein deel (€ 60 miljoen) is ingezet om de effecten van de pakketuitbreidingen op de zorgtoeslag te dekken. Van de resterende € 440 miljoen is € 340 miljoen bestemd voor de care en € 100 miljoen voor de preventie en de cure. Van de extra middelen voor de care wordt € 230 miljoen (2008) binnen de premie (AWBZ) besteed. Het geld is bestemd voor het aantrekken van 5 000 tot 6 000 extra verpleegkundigen en verzorgenden (€ 110 miljoen), de verzorging van gehandicapte kinderen (€ 10 miljoen), de dagbesteding van gehandicapten (€ 40 miljoen) en voor volumegroei (€ 70 miljoen). Voor care wordt € 110 miljoen binnen de begroting besteed. Voor een toelichting op de verdeling van de bedragen tussen preventie, cure en care wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij de beleidsartikelen 41 tot en met 44 en naar de paragraaf Financieel beleid op hoofdlijnen in de Beleidsagenda.

j. Pakketuitbreiding

Deze post is het saldo van de mutaties die samenhangen met de uitbreiding van het verzekerde pakket per 1 januari 2008. In het coalitieakkoord is afgesproken het aantal uren kraamzorg uit te breiden (€ 34 miljoen) en de anticonceptiepil (€ 70 miljoen) weer in het verplichte pakket van de Zvw op te nemen. Daarnaast heeft het kabinet besloten om de aanspraak op mondzorg voor de jeugd uit te breiden van 18 tot 22 jaar. Daarbij is tevens besloten dat deze aanspraak buiten het eigen risico wordt gehouden.

k. Maatregel uurtarief medisch specialisten

Begin 2007 is overeenstemming bereikt met de Orde van Medisch Specialisten over de hoogte van het per 2008 in te voeren uurtarief voor medisch specialisten. Het uurtarief is vastgesteld op € 132 (prijspeil 2006) en dat betekent een verlaging van € 15,50 ten opzichte van het macroneutrale uurtarief. Vrijgevestigde medisch specialisten en instellingen zijn vrij om binnen een bandbreedte van € 6,– onder en € 6,– boven het uurtarief afspraken te maken. Bovenop het uurtarief ontvangen de medisch specialisten ook een vergoeding van € 0,50 per uur voor kwaliteit. Deze vergoeding zal door middel van een subsidie aan de medisch specialisten ter beschikking worden gesteld.

l. Uitgavenbeperking ziekenhuizen

In 2008 zal een taakstellende efficiencybesparing van € 160 miljoen worden opgelegd. Deze taakstelling zal worden verwerkt in de vorm van een structurele budgetkorting.

m. Maatstafconcurrentie ziekenhuizen

Met de afschaffing van de functionele bekostiging (FB) per 2009 zal voor een deel van de zorg maatstafconcurrentie worden ingevoerd. Maatstafconcurrentie is een vorm van prijsregulering die zorgt voor een beheerste prijsontwikkeling door relatief ondoelmatige zorgaanbieders te stimuleren hun zorg efficiënter te leveren. Voor de jaren 2009 tot en met 2011 zal de maatstaf worden vastgesteld op basis van een taakstellende efficiencybesparing.

n. Geneesmiddelen

Sinds 2004 zijn convenanten van kracht om de overgang mogelijk te maken naar een geneesmiddelenvoorziening met marktconforme onderhandelingen, effectieve prikkels voor kwaliteitsverbetering en doelmatigheidsbevordering en meer keuzevrijheid voor de patiënt. Kern van de afspraken was het beperken van de ruimte voor het geven van kortingen en bonussen en de introductie van een op prestatiebekostiging gerichte tariefstructuur voor apotheekhoudenden. Waar mogelijk wordt centrale regelgeving buiten werking gesteld of afgeschaft. Bovenstaande uitgangspunten van beleid vragen om een transitie van de bestaande situatie naar een vanaf 2009 te bereiken meer normale marktsituatie. Deze transitie vergt een heldere langetermijnvisie en een stappenplan om die visie te kunnen verwezenlijken.

o. Maatregelen care

Als gevolg van de snel oplopende AWBZ-uitgaven, met name bij de persoonsgebonden budgetten en ondersteunende begeleiding (OB), wordt een aantal maatregelen doorgevoerd die een besparing genereren van € 350 miljoen in 2008, oplopend tot € 795 miljoen in 2011. Het betreft het schrappen van de somatische grondslag bij OB (€ 120 miljoen), vaste tarieven bij extramurale zorg (€ 115 miljoen) en een efficiencykorting ter voorbereiding op een systeem van kwaliteitsbeloning (best pactices) (per saldo € 115 miljoen).

p. Maatregel eigen betalingen AWBZ

In 2009 zullen de eigen bijdragen worden aangescherpt in de AWBZ. Met gebruik van inkomens- en vermogenstoetsen zullen van meer draagkrachtige cliënten hogere eigen bijdragen voor de AWBZ worden gevraagd. Waar mogelijk zullen prikkels worden ingebouwd om onbedoeld gebruik te verminderen.

q. Maatregelen huisartsen

Om overschrijdingen op onderdelen van de huisartsenzorg te compenseren, worden maatregelen getroffen.

r. Incidentele meevaller kapitaallasten

Een recente actualisatie van de kapitaallastenraming leidt tot een incidentele meevaller in 2007 van € 81 miljoen.

s. Invoering eigen risico

Met ingang van 2008 vervalt de no-claimteruggaveregeling. In de regeling betalen verzekerden € 255 no-claimpremie als onderdeel van de nominale premie. Afhankelijk van hun zorgkosten krijgen verzekerden dit bedrag geheel of gedeeltelijk na afloop van het jaar terug. Het bedrag dat verzekerden niet terug ontvangen kan beschouwd worden als een eigen betaling. Door de afschaffing van de no-claimteruggaveregeling vervalt in totaal een bedrag van € 2 065 miljoen aan eigen betalingen.

Tegenover het afschaffen van de no-claimregeling staat dat met ingang van 2008 een eigen risico wordt ingevoerd. Het eigen risico leidt tot eigen betalingen van € 1 380 miljoen. Bepaalde groepen met meerjarig onvermijdbare kosten ontvangen vanaf 2008 een specifieke compensatie. Deze compensatie vermindert de opbrengst van de eigen betalingen met € 77 miljoen. De totale bijstelling van de eigen betalingen komt daarmee voor 2008 uit op € 761 miljoen.

Vanaf 2009 zal het bedrag van het eigen risico geïndexeerd worden met de zorgkostenstijging.

t. OVA

De incidentele loonontwikkeling in de OVA is hoger vastgesteld dan waar eerder van was uitgegaan.

u. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2008)

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de Macro-Economische Verkenning 2008 van het Centraal Planbureau (CPB).

v. Financieringsmutaties

De aanvullende afrekening 2006 leidt voor 2007 tot een (incidentele) aanvullende financieringsmutatie van € 65,9 miljoen. Deze komt voort uit mutaties bij de geestelijke gezondheidszorg (€ 3,6 miljoen), de gehandicaptenzorg (€ 1,3 miljoen), de verpleging en verzorging (€ 55 miljoen) en het ambulancevervoer (€ 6 miljoen).

w. IJklijnmutaties

Deze post is het saldo van diverse mutaties tussen de verschillende uitgavenkaders en het BKZ. Het betreft voornamelijk een overheveling naar de VWS-begroting van middelen voor het koppelingsfonds.

x. BKZ

Het BKZ voor deze kabinetsperiode is gebaseerd op de CPB-analyses over de budgettaire ontwikkelingen van de collectieve sector. Hiervoor heeft het CPB een scenario voor de zorguitgaven gemaakt voor de middellange termijn bij ongewijzigd beleid. Dit leidt tot een aanpassing van de ontwikkeling die op basis van technische veronderstellingen voor de periode 2008–2011 in vorige begrotingen was toegevoegd.

y. Overige mutaties

Deze post is het saldo van verschillende mutaties. De meest omvangrijke daarvan betreft bedragen die gereserveerd zijn voor de regeling die in de plaats zal komen van de huidige fiscale regeling voor compensatie van buitengewone uitgaven zorg (€ 1,2 miljard).

3.3. Zorguitgaven per artikel

Tabel 3 geeft een overzicht van de (bruto) zorguitgaven per artikel, zoals ook gepresenteerd in de toelichting op de beleidsartikelen. De bruto zorguitgaven, die hier en in de beleidsartikelen zijn opgenomen, kunnen verschillen van de bruto BKZ-uitgaven. De zorguitgaven sluiten voor de instellingen aan bij de budgetten, terwijl bij de BKZ-uitgaven ook vertragingen en versnellingen in de financiering van de budgetten (de zogeheten mutaties financieringsachterstanden) meetellen. De verhouding tussen de verschillende sectoren wordt duidelijk in figuur 2.

Tabel 3 – Verdeling van de zorguitgaven per artikel
bedragen in € miljoen2008
Volksgezondheid104,2
Gezondheidszorg30 052,0
Langdurige zorg20 150,0
Maatschappelijke ondersteuning163,5
Nominaal en onvoorzien1 640,4
Wmo (gemeentefonds)1 439,0
Opleidingsfonds (begroting VWS)773,0
Aanvullende post – Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven27,6
Totaal bruto zorguitgaven54 349,7

Bron: VWS

Figuur 2 – Procentuele verdeling bruto zorguitgaven 2008 per artikel

kst-31200-XVI-2-3.gif

Tabel 4 geeft de ontwikkeling aan van de zorguitgaven op de beleidsartikelen. De ontwikkeling tussen 2006 en 2007 en tussen 2007 en 2008 is daarbij onderverdeeld naar de oorzaak van de ontwikkeling: volume, nominaal of technisch.

Tabel 4 – Horizontale uitgavenontwikkeling zorgsectoren
bedragen in € miljoenuitgaven 2006volumenominaaltechnischuitgaven 2007volumenominaaltechnischuitgaven 2008
Volksgezondheid78,31,00,125,3104, 7-2,00,41,1104,2
Gezondheidszorg25 723,51 035,2502,0– 607,826 652,9335,1145,42 918,630 052,0
Langdurige zorg22 747,8932,0599,2– 1 736,922 542,2482,9111,5– 2 986,620 150,0
Maatschappelijke ondersteuning162,3-5,83,60,0160,13,6– 0,20,0163,5
Nominaal en onvoorzien0,0-32,5– 70,976,8– 26,684,21 592,6– 9,81 640,4
Wmo(gemeentefonds)34,535,424,01 281,01 374,923,256,5– 15,61 439,0
Opleidingsfonds (begroting VWS)0,00,012,5636,7649,223,93,196,8773,0
Aanvullende post – Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven0,00,00,00,00,00,027,60,027,6
Totaal horizontale uitgaven48 746,51 965,21 070,5– 324,951 457,4950,91 936,94,554 349,7

Bron: VWS

De volumeontwikkeling 2007–2008 komt lager uit dan die in 2006–2007, omdat in 2007 overschrijdingen zijn opgetreden, waarvoor in 2008 compensatie wordt geboden. Daarnaast zijn de diverse kostenbeperkende maatregelen en intensiveringen in de volumeontwikkeling opgenomen. Voor Gezondheidszorg gaat het onder andere om, de pakketuitbreiding, maatregel uurtarief medisch specialisten, uitgavenbeperking ziekenhuizen, maatstafconcurrentie ziekenhuizen en het geneesmiddelenbeleid. Bij Langdurige zorg gaat het voornamelijk om de maatregelen (nader in te vullen) en de intensiveringen care; meer handen aan het bed, verbeterde opvoedkundige hulp van gehandicapte kinderen, ruimer zorgaanbod tot de dagbesteding van gehandicapten en de verwachte uitgavenontwikkelingen in de PGB’s en maatschappelijke opvang.

De nominale ontwikkeling betreft vooral de jaarlijkse aanpassing van de uitgaven aan de loon- en prijsontwikkeling en de exploitatiegevolgen van instandhoudingsbouw.

De technischeontwikkeling 2006–2007 is voor een groot deel te verklaren door de herschikking van BKZ-uitgaven naar de Wmo en het opleidingsfonds. De overheveling van geneeskundige GGZ uit de AWBZ naar de Zvw is terug te zien in de technische mutaties 2007–2008.

3.4 Ontwikkeling van de kapitaallasten in de zorg

De gebudgetteerde instellingen in de ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, verpleeghuiszorg en verzorgingshuiszorg ontvangen in het budget een vergoeding voor kapitaallasten. Deze vergoeding is momenteel grotendeels afhankelijk van het investeringsgedrag van de instelling. Dit investeringsgedrag is gereguleerd door de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi). Zorginstellingen die zorg willen aanbieden die op grond van de Zvw of AWBZ voor vergoeding in aanmerking komt, hebben een toelating nodig. Als een instelling gebouwd, uitgebreid of gerenoveerd moet worden, kan daarvoor een vergunning vereist zijn. Deze projecten vallen dan onder het bouwregime. De projecten die niet onder het bouwregime vallen, kunnen de zorginstellingen realiseren uit hun opgebouwde trekkingsrechten voor instandhoudingsinvesteringen.

De kapitaallasten die de instelling in het budget vergoed krijgt, nemen toe door nieuwe vergoedingen voor rente en afschrijving na voltooiing van een bouwproject. In de daaropvolgende jaren neemt de rentevergoeding in het budget geleidelijk af doordat leningen worden afgelost. De vergoeding voor afschrijvingen eindigt als de laatste afschrijving heeft plaatsgevonden.

In het huidige systeem lopen grootschalige intramurale instellingen geen risico over hun investeringen. Om te zorgen dat zorginstellingen hun investeringen afstemmen op de behoeften van cliënten, krijgen ze vanaf 1 januari 2009 de met de investeringen samenhangende kapitaallasten niet langer meer gegarandeerd vergoed. Door de kapitaallasten integraal onderdeel te maken van het tarief of de prijs van geleverde zorg gaan instellingen zelf het risico van hun investeringsbeslissingen dragen. Dit prikkelt tot meer klantgerichtheid, doelmatiger bedrijfsvoering en innovatief vastgoedbeheer. Een en ander is uitgebreider beschreven in de brief aan de Tweede Kamer Met zorg ondernemen, MC-U-2783995.

Voor de ziekenhuizen wordt met ingang van 1 januari 2009 een systeem ingevoerd van bekostiging op basis van integrale tarieven. Het jaar 2008 is een overgangsjaar, waarin de huidige FB-systematiek weliswaar gehandhaafd blijft, maar de vergoedingen die instellingen voor hun kapitaallasten ontvangen, worden bevroren. Omdat de eerstvolgende tweejaarlijkse prioriteringsronde onder de WTZi, die was voorzien voor 2009, door de nieuwe systematiek komt te vervallen, komen voor ziekenhuizen reeds in 2008 geen nieuwe bouwplannen meer in aanmerking voor nacalculatie. Met dit besluit wordt per 1 januari 2008 het bouwregime voor de ziekenhuizen afgeschaft. Naar verwachting zal dat per 1 januari 2009 ook gebeuren voor de psychiatrische ziekenhuizen en de AWBZ-instellingen. De regelgeving rond bouwprojecten zal hierdoor aanzienlijk worden gereduceerd.

In afwachting van de vormgeving van de nieuwe systematiek zijn in de onderstaande tabellen de exploitatiekaders, de exploitatiegevolgen van het huidige bouwprogramma en de geraamde exploitatiegevolgen van de benutting van trekkingsrechten opgenomen conform de huidige systematiek.

Instandhoudingsbouw

De instandhoudingsbouw bestaat uit twee groepen: vergunningsplichtige instandhoudingsbouw en meldingen. Binnen de meldingen maken we onderscheid tussen jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen (onderhoud) en incidentele instandhoudingsinvesteringen (renovatie). Voor de jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen ontvangen de instellingen elk jaar een vast bedrag in het budget. Voor de incidentele instandhoudingsinvesteringen bouwen de instellingen trekkingsrechten op. Op het moment dat een instelling instandhoudingsinvesteringen daadwerkelijk realiseert, wordt het investeringsbedrag van de trekkingsrechten afgeboekt en worden de bijbehorende exploitatielasten aan het budget van de instelling toegevoegd.

Eens in de twee jaar wordt het bouwprogramma vastgesteld (bestuurlijke actualisering). Daarbij wordt per project een raming gemaakt van de exploitatielasten. Ook wordt rekening gehouden met de trekkingsrechten die bij een instelling aanwezig zijn en die bij het vergunningsplichtige project dienen te worden ingebracht.

Tabel 5 geeft het huidige exploitatiekader weer per sector voor de vergunningsplichtige instandhoudingsbouw.

Tabel 5 – Exploitatiekader vergunningsplichtige instandhoudingsbouw (enkelvoudig) prijspeil 31 december 2006 bedragen in € miljoen
Sector200620072008200920102011
Ziekenhuizen20,629,828,922,832,723,3
Verpleging en verzorging59,587,1117,233,314,26,8
Geestelijke gezondheidszorg9,87,344,931,615,115,1
Gehandicaptenzorg9,313,515,29,59,59,5
Totaal99,3137,8206,197,171,554,6

Bron: VWS

De raming exploitatielasten van het actuele bouwprogramma voor de vergunningsplichtige instandhoudingsbouw zijn per sector weergegeven in tabel 6.

Tabel 6 – Raming exploitatielasten vergunningsplichtige instandhoudingsbouw(enkelvoudig) prijspeil 31 december 2006 bedragen in € miljoen
Sector200620072008200920102011
Ziekenhuizen20,629,828,922,832,752,7
Verpleging en verzorging59,587,1126,154,814,91,7
Geestelijke gezondheidszorg9,87,414,713,68,60,0
Gehandicaptenzorg9,313,520,811,012,419,5
Totaal99,3137,9190,5102,268,774,0

Bron: VWS

Meldingsregeling: Incidentele instandhoudingsinvesteringen (niet-vergunningsplichtig)

Bij invoering van de WTZi is de uitvoering door het College bouw zorginstellingen (CBZ) van de meldingsregeling komen te vervallen. Het systeem van trekkingsrechtenopbouw (WMG beleidsregel «Instandhoudingsinvesteringen») is vooralsnog gehandhaafd. Dit betekent dat de instellingen zelf beslissen over het moment van verzilveren van hun opgebouwde trekkingsrechten.

De raming van de exploitatielasten van de benutting van de trekkingsrechten is in tabel 7 opgenomen. Daarbij is verondersteld dat de huidige groei van de investeringen voor meldingsbouw zal doorzetten tot het niveau van maximale benutting is bereikt.

Tabel 7 – Raming exploitatielasten benutting trekkingsrechten enkelvoudig prijspeil 31 december 2006 bedragen in € miljoen
 200620072008200920102011
Geraamde benutting trekkingsrechten72,685,9105,088,078,169,0

Bron: VWS

Uitbreidingsbouw

De vergunningsplichtige uitbreidingsbouw maakt deel uit van de totale groeiruimte van een sector en vindt plaats om extra productie te kunnen realiseren.

In tabel 8 zijn de exploitatielasten van het actuele bouwprogramma voor de uitbreidingsbouw weergegeven.

Tabel 8 – Raming exploitatielasten vergunningsplichtige uitbreidingsbouw (enkelvoudig) prijspeil 31 december 2006 bedragen in € miljoen
Sector200620072008200920102011
Ziekenhuizen10,512,41,90,00,00,4
Verpleging en verzorging121,8121,586,043,19,6– 4,1
Geestelijke gezondheidszorg6,02,337,471,715,40,0
Gehandicaptenzorg30,616,926,228,70,512,6
Totaal168,9153,2151,5143,525,58,9

Bron: VWS

4. Financiering

De financiering van de bruto BKZ-uitgaven laat zich in een aantal categorieën uitsplitsen. Tabel 9 geeft deze verdeling voor het jaar 2008 in cijfers weer. Figuur 3 laat de verhouding tussen de verschillende financieringsbronnen zien.

Tabel 9 Financiering bruto BKZ-uitgaven
bedragen in € miljoen2008
AWBZ19 661
Zvw29 419
Particuliere verzekering1
Eigen betaling AWBZ1 725
Eigen betalingen Zvw1 304
Overheid (opleidingsfonds)801
Overheid (gemeentefonds)1 439
Totaal begroting 200854 350

Bron: VWS

Figuur 3 – Financiering zorguitgaven 2008 in percentages

kst-31200-XVI-2-4.gif

Zorgverzekeringswet

De belangrijkste uitgavenpost die resulteert uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) betreft het betalen van zorgkosten voor verzekerden door zorgverzekeraars (zie tabel 10). Daarnaast maken verzekeraars beheerskosten om de wet uit te voeren. Ook zijn er rechtstreekse betalingen van het zorgverzekeringsfonds (uitgaven in het kader van internationale verdragen en vanaf 2008 de academische component). In 2006 en 2007 is er tot slot ook een bedrag betaald aan het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten ter dekking van de kosten van kortdurende geestelijke gezondheidszorg.

Ter dekking van deze uitgaven worden er inkomensafhankelijke bijdrage geïnd, wordt er een nominale premie geheven, wordt er een rijksbijdrage verstrekt ter dekking van de fictieve premielast van kinderen en wordt er door burgers zelf bijgedragen aan de zorgkosten via de no-claimteruggaveregeling en het eigen risico. Ook zijn er nog overige baten van het zorgverzekeringsfonds. Dit betreft rentebaten en de premievervangende bijdrage van niet-ingezetenen.

Tabel 10 Uitgaven en inkomsten Zvw
bedragen in € miljard200620072008
Uitgaven ten laste van de macropremielast1   
– Zorguitgaven verzekeraars25,226,229,9
– Bijdrage voor GGZ aan AWBZ2,52,80,0
– Rechtstreeks uitgaven zorgverzekeringsfonds0,30,20,8
– Beheerskosten/saldi verzekeraars1,20,91,4
– Totaal29,230,032,1
    
Inkomsten   
– Inkomensafhankelijke bijdrage14,114,516,7
– Nominale premie9,810,713,4
– Rijksbijdrage kinderen1,91,92,1
– Eigen betalingen2,12,11,3
– Overige baten zorgverzekeringsfonds0,10,1– 0,1
– Totaal27,929,333,3

Bron: VWS

1 BKZ relevant zijn hiervan de zorguitgaven van de verzekeraars plus de uitgaven in verband met internationale verdragen (afgerond samen 30,7 miljard in 2008). Dit bedrag komt overeen met de optelling van de posten Zvw en eigen betaling Zvw uit tabel 9.

Het zorgverzekeringsfonds

De Zvw wordt uitgevoerd door verzekeraars. Naast de individuele verzekeraars is er een zorgverzekeringsfonds (ZVF). Dit fonds ontvangt de inkomensafhankelijke bijdrage en de rijksbijdrage voor kinderen (zie tabel 11). Uit het ZVF ontvangt elke verzekeraar een bedrag ter gedeeltelijke dekking van de zorguitgaven. Dit bedrag stijgt in 2008 flink in verband met de overheveling van de geneeskundige GGZ naar de Zvw. Het bedrag dat de verzekeraar ontvangt houdt rekening met het risicoprofiel van de verzekerden bij die verzekeraar. Daarnaast ontvangen verzekeraars uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten van kinderen. Uit het ZVF wordt verder in 2006 en 2007 een bijdrage aan de AWBZ ten behoeve van de GGZ voldaan en vinden rechtstreekse betalingen plaats op grond van internationale verdragen en subsidies. Vanaf 2008 wordt ook de academische component van academische ziekenhuizen (circa € 0,6 miljard) rechtstreeks betaald vanuit het ZVF. De bijdrage aan verzekeraars is met het zelfde bedrag verminderd.

In 2006 en 2007 leiden hogere uitgaven voor zorg bij verzekeraars via de nacalculatie tot hogere uitkeringen uit het ZVF aan verzekeraars. Daarnaast komen de inkomensafhankelijke bijdragen lager uit dan geraamd in de begroting van 2006 en 2007. Hierdoor ontstaat een tekort in het zorgverzekeringsfonds, dat in latere jaren moet worden weggewerkt. De uitgavenramingen voor met name 2007 zijn nog voorlopig van karakter. Daarom is besloten om in 2008 wel de vrij zekere tegenvallers bij de uitgaven in 2006 en de tegenvallers bij de inkomensafhankelijke bijdrage in 2006 en 2007 op te vangen via hogere premies. Een deel (€ 0,25 miljard) van de uitgaventegenvaller 2006 is al in 2007 opgevangen. De gevolgen voor het ZVF van de uitgaventegenvallers 2007 zullen worden weggewerkt via hogere premies nadat de eerste realisaties bekend zijn De gekozen beleidslijn vereist een overschot in het zorgverzekeringsfonds van € 1,3 miljard in 2008 (vanwege de uitgaventegenvaller van € 0,6 miljard en de inkomstentegenvaller van € 0,7 miljard). Daarnaast impliceert de huidige uitgavenraming 2007 een overschot van € 0,6 miljard in 2009.

Het saldo van het zorgverzekeringsfonds wordt incidenteel in 2008 met € 0,6 miljard belast door de introductie van DBC’s in de GGZ. Daardoor dienen verzekeraars – net als bij de ziekenhuiskosten vanaf 2005 gebeurt – ook bij de GGZ alle kosten samenhangend met activiteiten in 2009 behorend tot DBC’s geopend in 2008 te boeken in 2008. Deze systematiek heeft een incidenteel opwaarts effect op de zorguitgaven. Het gaat hierbij louter om een boekhoudkundig effect. Er vinden niet meer handelingen plaats en er wordt ook niet eerder betaald. De betaling in verband met de activiteiten in 2009 op in 2008 geopende DBC’s vindt pas plaats na afsluiting van de DBC. Het CBS beschouwt de hogere uitgaven ook als niet relevant voor het EMU-saldo. Om te voorkomen dat deze boekhoudkundige problematiek tot hogere premies leidt is besloten om het normvermogen van het ZVF met € 0,6 miljard neerwaarts bij te stellen. Dat heeft als gevolg dat het vermogenssaldo van het ZVF (het saldo van feitelijk vermogen en normvermogen) door deze operatie niet verandert. Omdat het doel is dat het vermogenssaldo nul is, hoeft de premie niet te wijzigen.

De verzekeraars

Verzekeraars ontvangen uit het ZVF een bijdrage ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten die zij moeten betalen. Verder ontvangen ze eigen betalingen van verzekerden. Het resterende deel dienen zij bij verzekerden te heffen via de zogenaamde nominale rekenpremie. Verzekeraars dienen echter ook hun beheerskosten en exploitatiesaldi1 te dekken. Dit kunnen zij alleen door een opslag te leggen op de rekenpremie. In die opslag kunnen verzekeraars ook winsten en verliezen uit het verleden, afwijkende inschattingen ten aanzien van de zorguitgaven of risico-opslagen verwerken. In de ramingen is verondersteld dat het tekort bij de verzekeraars van circa € 0,5 miljard in 2007 verbetert naar € 0,1 miljard in 2008 en omslaat in een overschot in 2009. De eigen betalingen veranderen in 2008 flink (in karakter en hoogte) door de omzetting van de no-claim-teruggaveregeling in een eigen risico met compensatie voor langdurig zieken. In 2006 en 2007 geldt het saldo tussen de no claimpremie en de no claimteruggave als eigen betaling. Vanaf 2008 gaat het daarbij om het eigen risico van verzekerden. De bijdrage die langdurig zieken ontvangen wordt ook aangemerkt als een (negatieve) eigen betaling.

Tabel 11 Exploitatie en premiestelling Zvw
bedragen in € miljoen200620072008
ZORGVERZEKERINGSFONDS   
Uitgaven17 345,617 192,417 838,2
– Uitkering aan verzekeraars voor zorg14 365,514 021,916 831,7
– Uitkering voor beheerskosten kinderen177,3178,1177,7
– Bijdrage aan AWBZ voor GGZ2 500,02 800,00,0
– Rechtstreeks uitgaven ZVF302,8192,4828,8
    
Inkomsten16 088,816 469,618 580,4
– Inkomensafhankelijke bijdrage14 107,614 531,616 666,1
– Rijksbijdrage kinderen1 863,91 857,52 071,7
– Bijdrage verz. Met meerjarig hoge kosten  – 76,8
– Overige baten117,380,5– 80,6
    
Exploitatiesaldo– 1 256,8– 722,8742,4
    
Vermogen Zorgverzekeringsfonds– 1 256,8– 1 979,5– 1 237,1
Vermogensnorm0,00,0– 600,0
Vermogenssaldo Zorgverzekeringsfonds– 1 256,8– 1 979,5– 637,1
    
INDIVIDUELE VERZEKERAARS   
Uitgaven26 425,427 043,031 845,7
– Zorg25 222,026 162,730 494,3
– Beheerskosten/exploitatiesaldi1 203,4880,31 351,3
    
Inkomsten26 425,427 043,031 845,7
– Uitkering van ZVF voor zorg14 365,514 021,916 831,7
– Uitkering voor beheerskosten kinderen177,3178,1177,7
– Nominale rekenpremie (excl no claim)9 044,810 068,612 282,6
– Nominale opslagpremie728,2651,21 103,6
– Nominale no claim premie3 225,83 223,5
– No claim teruggave– 1 166,1– 1 150,4
– Eigen risico1 380,0
– Overige baten50,050,070,0

Bron: VWS

De nominale premies en inkomensafhankelijke bijdragen

De omzetting van de no-claim-teruggaveregeling in een eigen risico met compensatie voor langdurig zieken is ook van invloed op de hoogte van de nominale premies. In de nominale premie zit in 2006 en 2007 ook € 255 no claimpremie. In die jaren ontving de gemiddelde verzekerde € 91 no claimteruggave. Vanaf 2008 is de nominale premie lager. Dit is enerzijds zo omdat verzekeraars de premie met € 91 kunnen laten dalen, omdat ze de no claimteruggave niet meer hoeven te betalen. Anderzijds kan de premie dalen omdat een deel van de kosten door de verzekerde wordt betaald via een eigen risico (van gemiddeld € 109). De nominale premie (exclusief de no claimteruggave en het eigen risico) daalt hierdoor met gemiddeld € 200.

De verhouding tussen de inkomensafhankelijke bijdrage en de nominale premie is vastgelegd in de wet; beide bedragen 50% van de macropremielast. De ene helft bevat louter de inkomensafhankelijke bijdrage. De andere helft bestaat uit de nominale premies, de rijksbijdrage ter vervanging van kinderpremies en de eigen betalingen. Dit laatste betreft de bijdrage die burgers via de no claimregeling dragen in de zorgkosten plus de eigen betalingen in verband met het eigen risico. Van het nominale deel wordt afgetrokken de compensatie voor langdurig zieken.

In de wet is ook vastgelegd dat er in een volgend jaar een correctie plaatsvindt indien de verhouding achteraf niet gelijk is verdeeld. In zowel 2006 als 2007 hebben de verzekeraars hun nominale premie duidelijk lager vastgesteld dan verwacht in de begroting 2006 respectievelijk 2007. De inkomensafhankelijke bijdrage heeft in zowel 2006 als 2007 ook minder opgebracht dan beoogd. Hierdoor maken de nominale premies in 2006 49% van de macropremielast uit, en in 2007 (afgerond) 50%. Voor 2008 wordt in eerste instantie de inkomensafhankelijke bijdrage zo vastgesteld dat deze naar verwachting weer 50% van de macropremielast van 2008 dekt. Daarnaast vindt er een correctie plaats die er voor zorgt dat de inkomensafhankelijke bijdrage gedurende de jaren 2008–2011 iets minder dan 50% van de macropremielast zal worden opgebracht, zodat uiteindelijk over de periode 2006–2011 het nominale en het inkomensafhankelijke deel in evenwicht zijn. De correctie heeft een licht opwaarts effect op de nominale premie (van een kleine € 5) en een neerwaarts effect op de inkomensafhankelijke bijdrage (van 0,02%-punt).

Ook het verbeteren van de exploitatiesaldi bij het ZVF en de individuele verzekeraars heeft een effect op de premie. Zoals hiervoor is toegelicht verbetert het saldo van zorgverzekeringsfonds van € – 0,7 naar € + 1,3 miljard. Dit vergt een premiestijging van € 2 miljard. Dat leidt tot een stijging van de nominale premie met circa € 65 en een stijging van de IAB met circa 0,4%-punt. Ook de veronderstelde verbetering van het saldo van de individuele verzekeraars met circa € 0,5 miljard leidt tot een stijging en wel van de nominale premie met ruim € 15 en van de IAB met circa 0,1%-punt.

Buiten deze bijzondere effecten stijgt de nominale premie van jaar op jaar ook omdat de zorguitgaven harder stijgen dan het aantal premiebetalers. Hierdoor neemt de nominale premie in 2008 circa € 60 toe. Ook de IAB stijgt als gevolg van de normale uitgavenstijging omdat de stijging van die uitgaven hoger ligt dan de stijging van het premieplichtig inkomen. Voor 2008 leidt dit tot een stijging van circa 0,2%-punt.

Rekening houdend met alle hiervoor genoemde zaken resulteert er voor 2008 een inkomensafhankelijke bijdrage van 7,2% en een gemiddelde nominale premie die thans wordt geraamd op € 1 057 (zie tabel 12). De nominale premie wordt echter vastgesteld door de verzekeraars en het gemiddelde kan dus ook anders uitkomen dan op de nu geraamde € 1 057.

Tabel 12 Premieoverzicht
 200620072008
Zvw   
Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %)6,506,507,20
Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %)4,404,405,10
Nominale rekenpremie (excl no claim)1715796970
Nominale opslagpremie (gemiddeld)2605287
Nominale premie no claim1255255
Nominale premie totaal (gemiddeld)21 0301 1031 057
No claim teruggave (gemiddeld)39191
Eigen risico (gemiddeld)2109
Nominale premie incl. no claim teruggave (gemiddeld)9391 0121 166
Nominale premie totaal 18-000
Compensatie verzekerden met meerjarig hoge kosten1  47

Bron: VWS

1 Jaarbedragen in Euro

2 Jaarbedragen in Euro; dit betreft een raming.

3 Jaarbedragen in Euro; dit betreft een raming. Dit bedrag wordt kasmatig uitbetaald in jaar t+1

De zorgtoeslag

Een van de instrumenten die wordt ingezet om de introductie van de Zorgverzekeringswet gepaard te laten gaan met aanvaardbare inkomenseffecten is de zorgtoeslag. De zorgtoeslag waarborgt dat niemand een groter deel van zijn inkomen aan ziektekostenpremie hoeft te betalen dan wat aan de hand van deze wet als aanvaardbaar wordt berekend. De lasten die daar boven uit stijgen komen in aanmerking voor compensatie via de zorgtoeslag.

Maatgevend voor de premielasten zijn in het kader van de zorgtoeslag niet de feitelijke, door de burger betaalde premies, maar de standaardpremie. Deze is bepaald als het gemiddelde van de premies die worden betaald in de markt, verminderd met het geraamde gemiddelde bedrag dat een verzekerde naar verwachting aan no-claim vergoeding terugontvangt, danwel het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt1. Voor de zorgtoeslag 2008 wordt uitgegaan van de raming van de standaardpremie zoals opgesteld door het CPB in de MEV 2008. Deze raming voor 2008 bedraagt € 1208. Dit komt overeen met de eerder genoemde raming van de nominale premie van € 1057 plus het geraamde gemiddelde eigen risico van € 103. Daarnaast wordt in de standaardpremie geen rekening gehouden met de premiekorting in collectieve polissen.

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Tabel 13 Exploitatie en premiestelling AWBZ
bedragen in € miljoen200620072008
ALGEMEEN FONDS   
Uitgaven123 162,823 250,221 385,7
– Zorgaanspraken en subsidies22 982,023 087,121 219,4
– Beheerskosten180,8163,1166,3
    
Inkomsten23 086,121 684,219 075,8
– Procentuele premie14 047,012 750,312 910,2
– Eigen bijdragen1 794,51 667,81 724,8
– Bijdrage van het ZVF voor GGZ2 500,02 800,0
– Rijksbijdrage10,810,910,9
– BIKK4 745,64 495,44 557,9
– Overige baten– 11,8– 40,2– 128,0
    
Exploitatiesaldo– 76,7– 1 566,0– 2 309,9
    
Vermogen Algemeen Fonds210,9– 1 355,1– 3 665,0
Vermogensnorm1 678,51 151,11 251,0
Vermogenssaldo– 1 467,6– 2 506,1– 4 916,0
    
Premieplichtig inkomen221 525,8230 655,8239 721,5
Procentuele premie (in %)12,5512,0012,00

Bron: VWS

1 De uitgaven van 21,4 miljard in 2008 in deze tabel betreft de optelling van de posten AWBZ plus Eigen betaling AWBZ uit tabel 9.

De uitgaven in het kader van de AWBZ worden gefinancierd uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ). Deze uitgaven worden gedekt door premie-inkomsten, eigen bijdragen, de «BIKK» en in 2006 en 2007 de bijdrage uit het zorgverzekeringsfonds voor GGZ. Een positief of negatief saldo beïnvloedt de hoogte van het vermogen van het AFBZ, dat wordt aangehouden in Rijks schatkist. Het exploitatiesaldo van het AFBZ telt mee in het EMU-saldo en vermogenssaldi beïnvloeden de hoogte van de overheidsschuld.

Onder uitgaven worden in tabel 13 verstaan de zorgaanspraken, de AWBZ-subsidies en de beheerskosten die worden gefinancierd uit het AFBZ. Het betreft dus ook uitgaven die gefinancierd worden uit eigen bijdragen.

Ten aanzien van de AWBZ-premie is niet besloten tot bijstellingen. De premie blijft dus op 12%. Omdat de uitgaven harder groeien dan het premieplichtig inkomen, leidt dit tot een oplopend exploitatietekort.

Via de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) worden de volksverzekeringsfondsen gecompenseerd voor een premiederving die resulteerde uit de herziening van het belastingstelsel in 2001. De BIKK volgt de ontwikkeling van de heffingskortingen en het aandeel van de AWBZ-premie in de eerste schijf.

In 2006 en 2007 wordt thans een negatief exploitatiesaldo voorzien van 0,1 respectievelijk 1,7 miljard. Dat is duidelijk lager dan voorzien in de Ontwerpbegroting 2007. Dit is het gevolg van lagere premieontvangsten en hogere uitgaven. In 2008 loopt het negatieve saldo nog op tot 2,1 miljard. De in de tijd oplopende vermogenstekorten leiden tot een eveneens oplopend vermogenstekort in het AFBZ.

VERDELING GROEIRUIMTE 2008–2011

Het BKZ voor deze kabinetsperiode is gebaseerd op de CPB-analyses over de budgettaire ontwikkelingen van de collectieve sector. Hiervoor heeft het CPB een scenario voor de zorguitgaven gemaakt voor de middellange termijn bij ongewijzigd beleid. Tabel 1 geeft aan hoe de resulterende beschikbare volumegroeiruimte bij ongewijzigd beleid voor de periode 2008–2011 over de zorgsectoren is verdeeld.

De bedragen in de tabel geven de mutatie weer ten opzichte van 2007. Indien de realisatie van het uitgavenniveau 2007 hoger of lager blijkt te zijn dan waar in deze begroting vanuit wordt gegaan, zal er minder dan wel meer beschikbaar zijn voor groei ten opzichte van 2007.

Tabel 1 Beschikbare volumegroeiruimte 2008–2011
bedragen in € miljoen2008200920102011
Volksgezondheid– 1– 2– 2– 3
Extramurale zorg296398136
Ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief4489371 4722 063
Ziekenvervoer5101521
Farmaceutische hulp2846149781 390
Hulpmiddelen algemeen3266103142
Geneeskundige GGZ92188291402
Grensoverschrijdende zorg16345374
Subsidies1234
Groeiruimte AWBZ inclusief PGB’s53911301 7462 419
MEE-instellingen371115
Wmo (gemeentefonds)326089119
Opleidingsfonds (begroting VWS)24304042
Totale volumegroei1 5053 1404 8976 823

Bron: VWS

VERDIEPINGSHOOFDSTUK

Leeswijzer

Het verdiepingshoofdstuk bestaat uit een cijfermatig overzicht (begroting en/of premie) per artikel. Bij ieder artikel wordt eerst de opbouw van de stand vanaf de ontwerpbegroting 2007 tot aan de stand ontwerpbegroting 2008 opgenomen. Daarna worden de belangrijkste mutaties toegelicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de mutaties in de eerste suppletore begroting 2007 en de mutaties die daarna hebben plaatsgevonden.

Begrotingsuitgaven

De mutaties begrotingsuitgaven zijn toegelicht voor zover de kasbedragen in enig jaar meer dan € 2 miljoen bedragen. Bij de toelichtingen op de mutaties is onderscheid gemaakt tussen extra middelen die op grond van het coalitieakkoord aan de begroting zijn toegevoegd en interne herschikkingen. De extra middelen die op grond van het coalitieakkoord zijn toegevoegd, zijn te herkennen aan de omschrijving van de enveloppe waar de middelen uit afkomstig zijn. De interne herschikkingen ten opzichte van de begroting 2007 zijn een gevolg van de prioriteiten van het nieuwe kabinet. Bij een overheveling tussen twee artikelen is daarbij volstaan met één toelichtende tekst. Deze toelichtende tekst is opgenomen bij het artikel dat bij deze overheveling wordt verhoogd. Bij het andere artikel is de toelichting beperkt tot de algemene tekst «Overheveling naar artikel».

Premie-uitgaven

Bij de premie-uitgaven geven de premietabellen voor de betreffende artikelen een overzicht van de premie-uitgaven en de financiering van die uitgaven.

Deze tabellen zijn verdeeld in drie blokken:

• De opbouw van de uitgavenstand sinds de VWS-begroting 2007 (A).

• Het financieringsblok (B).

• Het blok met de aansluiting tussen het financieringsniveau en het netto-BKZ (C).

De gegevens die in de verschillende blokken zijn vermeld, hebben betrekking op de uitgaven en financiering van het eerste en tweede compartiment.

A. De uitgaven in dit blok omvatten niet alleen mutaties die het resultaat zijn van politieke prioriteitenstelling (zowel intensiveringen als maatregelen) of autonome ramingsbijstellingen (bijv. loon- en prijsbijstellingen), herschikkingen en technische mutaties, maar ook mutaties die voortkomen uit de evaluatie van de uitgaven tot en met het jaar 2006.

B. Het financieringsblok geeft aan op welke wijze de uitgaven gefinancierd worden in het desbetreffende jaar. De financiering kan op diverse manieren plaatsvinden, namelijk via:

• De AWBZ;

• De Zvw;

• De eigen betalingen AWBZ;

• De eigen betalingen Zvw.

  In verschillende tabellen is sprake van een «mutatie financieringsachterstand». Deze mutatie is te verklaren uit het verschijnsel dat de uitgaven en de financiering niet gelijk behoeven te zijn. Bij een financiering die lager is dan de uitgaven is sprake van een financieringsachterstand. Is de financiering hoger dan de uitgaven, dan is sprake van een financieringsvoorsprong. Een financieringsachterstand kan ontstaan in gebudgetteerde sectoren, onder andere als het vastgestelde budget (de uitgaven) niet geheel gedekt is door declaraties (financiering). Bij een financieringsvoorsprong is het tegenovergestelde het geval. De achterstand of voorsprong wordt in volgende jaren ingelopen door aanpassing van de tarieven.

C. Voor de zorg is een budgettair uitgavenplafond vastgesteld, het Budgettair Kader Zorg. De uitgaven die aan dit kader worden getoetst, zijn de netto BKZ-uitgaven, dat wil zeggen de bruto BKZ-uitgaven verminderd met de BKZ-ontvangsten (eigen betalingen van cliënten).

Na deze onderdelen volgt een inhoudelijke toelichting op de (belangrijkste) nieuwe mutaties sinds het Jaarverslag 2006 en de 1e suppletore wet 2007. Indien nodig worden ook één of meer belangrijke mutaties uit het Jaarverslag 2006 en de 1e suppletore wet 2007 genoemd en inhoudelijk toegelicht.

Beleidsartikel 41: Volksgezondheid

Begroting
Uitgaven (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 785 045771 905780 310812 813816 342 
Mutatie 1e suppletore wet – 25 502– 45 300– 48 601– 49 959– 50 405 
Nieuwe mutaties 5 530– 160 313– 181 022– 179 564– 192 303 
Nieuwe nominale wijzigingen 10 7244 4064 4684 4514 585 
        
Stand ontwerpbegroting 2008743 004775 797570 698555 155587 741578 219578 161
Ontvangsten (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 13 12312 32316 72320 22315 623 
        
Stand ontwerpbegroting 200813 69613 12312 32316 72320 22315 623 
Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000)
 200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007
Overheveling naar het gemeentefonds. Via het gemeentefonds krijgen zeven geselecteerde gemeenten tijdelijk extra middelen om in te zetten voor hulp aan risicogezinnen. Het gaat om maatwerk per gezin.– 12 900– 12 900    
       
Overheveling naar de premiemiddelen.– 39 450– 39 450– 39 450– 39 450– 39 450– 39 450
       
Structurele overheveling naar artikel 42.– 3 630– 3 630– 3 630– 3 630– 3 630– 3 630
       
Overheveling van artikel 43 voor de integratie van het Deltaplan in het verbetertraject «Zorg voor Beter».2 016837579   
       
Overheveling van de in de premie geraamde AIV-preventiemiddelen voor het kennisprogramma Jeugd bij ZonMw.5 5005 5005 5005 5005 5005 500
       
Vanuit de eindejaarsmarge worden middelen beschikbaar gesteld voor het Elektronisch Kinddossier in 2007.15 061     
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties      
Overheveling naar artikel 42. – 6 302– 6 302– 6 302– 6 302– 6 302
       
Interne herschikking: Om de gereserveerde vaccins bij een grieppandemie toe te kunnen dienen, worden spuiten en flesjes aangeschaft. 5 400    
       
Enveloppe Zorg: In het kader van het verbinden van curatieve zorg en preventieworden de middelen aangewend voor het voorkomen van of beperken van chronische ziekten (met name diabetes en vroegtijdige signalering of het voorkomen van depressiviteit). 6 0002000   
       
Interne herschikking: Uitvoeren van in de preventienota «Langer gezond leven» opgenomen activiteiten in het kader van gezond leven, zoals alcoholmisbruik, roken en overgewicht. 2 6352 6352 635  
       
Overheveling van middelen uit de preventienota naar de programmabegroting voor Jeugd en Gezin. De gelden hebben betrekking op twee projecten. «Hallo Wereld», waarbij hulp wordt geboden tijdens zwangerschap door een persoonlijk leefstijladvies te geven. En het project «Alcohol en Opvoeding, waarbij advies wordt gegeven aan ouders om het alcoholgebruik bij kinderen op jonge leeftijd te voorkomen. – 1 900– 1 900– 1 900  
       
Enveloppe Zorg: De Gezondheidsraad heeft geadviseerd om de leeftijdgrens voor griepvaccinatie te verlagen van 65+ naar 60+. De middelen worden ingezet om het advies van de Gezondheidsraad uit te kunnen voeren. 10 00010 00010 00010 00010 000
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om interventies gericht op verantwoord eetgedrag te ontwikkelen en om de informatievoorziening over factoren die leiden tot overgewicht te verbeteren. Ook worden de middelen bestemd voor het voorzetten van het beleid gericht op de voedselinfecties, een van de belangrijkste oorzaken van vermijdbare zorgvraag. 5 0005 0005 5005 5005 500
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet ter beperking van de verkrijgbaarheid van alcohol en preventie van alcoholmisbruik onder jongeren (o.a. het voorkomen van bingedrinken). 5 7005 7005 2004 2004 200
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om tegelijk met de invoering van rookvrije horeca een invoeringscampagne te houden en om het rookverbod te handhaven. Om het aantal rokers verder zo veel mogelijk te verminderen wordt deze campagne gecombineerd met een evidence based minimale interventiestrategie (MIS) stoppen-met-rokencampagne. 8 00020001 000  
       
Overheveling naar artikel 99. – 22 806– 25 339– 25 339– 25 339– 25 339
       
Enveloppe Capaciteit, veiligheidsketen en preventie: De middelen zullen worden ingezet voor de continuering van de financiering van de heroïnebehandeling op medisch voorschrift. 10 00010 00010 00010 00010 000
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet voor onvoorziene kosten die de digitalisering van borstkankerscreening met zich meebrengt.   8 0008 0005 000
       
Overheveling van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering Jeugdgezondheidszorg naar de begroting voor Jeugd en Gezin. – 200 065– 200 065– 200 065– 200 065– 200 065
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen      
Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA 2007)10 72410 70810 77010 75310 88710 886
Premie
Uitgaven (x € 1 000 000)2006200720082009201020112012
A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007       
        
Uitgavenniveau stand Begroting 200761,152,252,252,352,252,252,2
Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 200718,150,850,850,850,850,850,8
Nieuwe mutaties– 0,9 – 0,9– 1,7– 2,2– 2,6– 2,6
Nieuwe nominale wijzigingen 1,72,12,12,12,12,1
Nieuwe bouwmutaties       
Uitgavenniveau stand Begroting 200878,3104,7104,2103,5102,9102,5102,5
        
B. Financiering       
AWBZ85,693,8104,2103,5102,9102,5102,5
Mutatie financieringsachterstand– 7,310,9     
        
C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg       
Bruto BKZ-uitgaven85,693,8104,2103,5102,9102,5102,5
BKZ-ontvangsten       
Netto BKZ-uitgaven85,693,8104,2103,5102,9102,5102,5
Toelichting (bedragen x € 1 000 000)
Omschrijving2006200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007  
Deze mutatie betreft de overheveling van de AIV preventiemiddelen (artikel 43) voor de uitvoering en uitbreiding van de hielprik.5,55,55,55,55,55,55,5
        
Deze mutatie betreft de overheveling van begrotingsmiddelen naar de premie per 1 april 2006 in verband met de toevoeging van het pneumokokkenvaccin aan het RVP.14,939,539,539,539,539,539,5
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties       
Uit de herziene afrekening blijkt ten opzichte van de afrekening in maart een meevaller van € 0,9 miljoen.– 0,9      
        
Toedeling groeiruimte 2008–2011 over de verschillende sectoren.  – 0,9– 1,7– 2,2– 2,6– 2,6
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen       
De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op niet-beleidsartikel 99. Daar staat de raming voor 2007–2012. De tranche 2007 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99). 1,72,12,12,12,12,1

Beleidsartikel 42: Gezondheidszorg

Begroting
Uitgaven (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 5 634 7725 798 4065 971 2776 293 8496 579 502 
Amendement Joldersma/Bussemaker (kamerstukken 30 800 XVI, nr. 68) – 20 000     
Mutatie 1e suppletore wet – 22 89429 94323 22226 94121 145 
Nieuwe mutaties 15 3431 064 0781 116 583981 9091 109 021 
Nieuwe nominale wijzigingen 15 87321 62626 58731 55736 562 
        
Stand ontwerpbegroting 20084 661 7455 623 0946 914 0537 137 6697 334 2567 746 2308 189 609
Ontvangsten (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 10 95411 0335 5662 9454 648 
Mutaties 1e suppletore wet 12 0333 175– 3 0583 363– 2 340 
Nieuwe mutaties 1 52032 09530 95830 813– 19 319 
Stand ontwerpbegroting 200870 05124 50746 30333 46637 12121 6276 806
Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000)
 200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007
Overheveling naar artikel 98– 5 200     
       
Overheveling naar het ministerie van BZK voor een bijdrage in de centrale exploitatiekosten voor C2000.– 8 530     
       
De uitgaven van de Stichting Koppeling worden voortaan geraamd en verantwoord op dit artikel. In verband hiermee vindt een structurele overboeking plaats vanuit artikel 41.3 6303 6303 6303 6303 6303 630
       
Vanuit de eindejaarsmarge worden middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van extra uitvoeringskosten van het CVZ (buitenlandtaak en risicoverevening) als gevolg van de invoering van de Zvw. Deze middelen zijn overgeheveld naar artikel 98.4 000     
       
Bijstelling van de raming van middelen uit het Fonds Economische Structuur (FES) in verband met voorziene kasuitgaven voor Top Instituut Pharma en BSIK projecten.10 000     
       
Er worden middelen beschikbaar gesteld voor een verdere verbetering van de infrastructuur rondom het zorgstelsel. In dit kader wordt geld beschikbaar gesteld voor de verbetering en vereenvoudiging van de DBC systematiek, voor de invoering van de woonlandfactor in het kader van de zorgtoeslag en voor de uitvoering van de risicoverevening.9 8756 1604 4601 7601 6601 660
       
Voor de uitbreiding van de reikwijdte van de Regeling Stichting Koppeling naar AWBZ-zorg zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Daarnaast worden op basis van de toename van de werkelijke kosten in de eerstelijnszorg hogere uitgaven verwacht.18 39218 39218 39218 39218 39218 392
       
Bijstelling Zorgtoeslag n.a.v. het CEP. De nominale premie in 2007 is lager uitgekomen dan geraamd in de begroting 2007, daarom valt ook de Zorgtoeslag lager uit.– 57 200     
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties
Bijstelling Zorgtoeslag n.a.v. het CEP. 319 126118 833218 167297 000297 000
       
Bijstelling Zorgtoeslag n.a.v. de MLT.– 300– 170 626154 067– 82 467– 57 700279 600
       
Bijstelling Zorgtoeslag n.a.v. de MEV van het CPG14 30039 400– 84 800– 61 000– 63 800– 66 700
       
Bijstelling van de Rijksbijdrage voor kinderen in de Zorgverzekeringswetn.a.v. het CEP. 67 4312200039 40057 40057 400
       
Bijstelling van de Rijksbijdrage voor kinderen in de Zorgverzekeringswet n.a.v. de MLT. – 15 33181 50046 90067 100185 600
       
Bijstelling van de Rijksbijdrage voor kinderen in de Zorgverzekeringswet n.a.v. de MEV. 5 400– 14 000– 6 000– 5 400– 4 800
       
Enveloppe Zorg: Om knelpunten in de arbeidsmarkt in de curatieve zorg aan te kunnen pakken is een stevige impuls nodig. Hiervoor worden voor de jaren 2008 t/m 2011 middelen beschikbaar gesteld. De middelen zullen worden ingezet voor het vergroten en het stimuleren van de instroom, het creëren van stageplaatsen, wervingscampagnes en onderzoek. 14 93714 93720 43719 687 
       
Interne herschikking van middelen voor het oplossen van algehele begrotingsproblematiek. – 24 677– 24 677– 24 677– 24 677 
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet ter versterking van de innovatie-impuls in de zorg. Prioriteit ligt onder andere bij het aanpakken van arbeidsmarktknelpunten via innovatieve producten en werkwijzen. 10 00015 00020 00025 00030 000
       
Deze mutatie betreft een aanpassing van projecten die bekostigd worden uit het Fonds Economische Structuurversterking. VWS is penvoerend departement voor vier Bsik-projec- ten binnen het thema «gezondheids,- voedings-, gen- en biotechnologische doorbraken». – 3 460 860  
       
In de ontwerpbegroting 2007 zijn de opleidingskosten 2007 voor de erkende medische en tandheelkundige specialismen en de erkende bètaberoepen (ziekenhuisapotheker, klinisch fysicus en klinisch chemicus) incidenteel overgeheveld naar de VWS-begroting. Met deze mutatie worden de budgetten structureel overgeheveld vanuit de premie-uitgaven op artikel 42. 649 200649 200649 200649 200649 200
       
De opleidingskosten voor gespecialiseerde verpleegkundigen, gespecialiseerde assistenten, laboranten, SEH-artsen, psychiaters, GGZ-specialisaties, verpleeg- huisartsen en artsen verstandelijk gehandicapten worden vanaf 2008 uit het opleidingsfonds betaald. Met deze zogeheten tweede tranche opleidingen is een structureel bedrag van € 98,6 mln (incl. OVA 2007) gemoeid. 98 60098 60098 60098 60098 600
       
Interne herschikking: In het verleden zijn afspraken gemaakt tussen OCW, het Nederlands Kanker Instituut (NKI) en VWS over de financiering van nieuwbouw. Deze mutatie is een uitvloeisel van deze afspraken. Het betreft middelen voor instandhoudingsinvesteringen en duurdere nieuwbouw in verband met het ordentelijk huisvesten van proefdieren. 3 0003 0003 0003 0003 000
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om transparantie over het zorgaanbod en over kwaliteit van zorg te vergroten. Voor de eerste- en tweedelijns zorg worden per voorziening prestatie-indicatoren ontwikkeld om zowel de professionele kwaliteit als het cliëntoordeel meetbaar te maken. Daarnaast wordt een set etalage-informatie ontwikkeld, die basale informatie bevat over voorzieningenaanbod. 2 2002 2002 2002 200 
       
Overheveling vanuit de premiemiddelen. De bestaande regelingen voor financiering van medisch noodzakelijke zorg aan illegalen worden gestroomlijnd. Er wordt naar gestreefd de nieuwe regeling per 1 januari 2008 in werking te laten treden. Ook ziekenhuizen zullen via die nieuwe regeling een vergoeding voor kosten aan illegalen kunnen ontvangen. Met het oog hierop vindt een overheveling van premiemiddelen vanuit artikel 42 plaats (lager gebruik van de beleidsregel dubieuze debiteuren in ziekenhuizen). 22 20022 20022 20022 20022 200
       
Enveloppe Zorg: Deze middelen zijn beschikbaar gesteld in het kader van de implementatie van het landelijk EPD. 15 00030 000   
       
Interne herschikking: Middelen worden ingezet voor invoering van prestatiebekostiging met integrale tarieven en uitbreiding van de vrije prijsvorming naar 20% in 2008 in de planbare ziekenhuiszorg. Tevens wordt het budget ingezet voor de instandhouding van de Stichting DBCOnderhoud, de exploitatie en beheer van het DBC Informatie Systeem (DIS) en de uitwerking van de vereenvoudiging en verbetering van het DBC-systeem voor de ziekenhuiszorg. 3 9203 9203 9201 4201 420
       
Interne herschikking: voor nieuwe en bestaande activiteiten t.b.v. orgaandonatie die zich richten op het voorlichten van de bevolking, het werven van meer registraties, het beter benutten van het donorpotentieel in ziekenhuizen en het ondersteunen van nieuwe oplossingen voor orgaandonatie. 6 0006 0006 0006 0006 000
       
Enveloppe Zorg: Er worden middelen beschikbaar gesteld voor de campagne patiëntveiligheid die samen met de IGZ wordt uitgevoerd. 2 0002 0002 0002 0002 000
       
Overheveling naar artikel 99. – 26 018– 28 910– 28 910– 28 910– 28 910
       
Overheveling naar het ministerie van Financiën voor een bijdrage aan extra uitvoeringskosten door wijziging Zorgtoeslag in verband met de invoering van deWoonlandfactor.– 3 000– 4 400– 2 700000
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen
Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA 2007).14 1013 5793 5503 5443 5443 544
Premie
Uitgaven (x € 1 000 000)2006200720082009201020112012
A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007       
        
Uitgavenniveau stand Begroting 200725 377,925 447,626 202,326 286,126 396,226 396,526 396,5
Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007– 17,1706,3701,7701,7701,7701,7701,7
Nieuwe mutaties362,793,32 704,23 690,34 700,45 769,15 769,1
Nieuwe nominale wijzigingen 405,7441,3432,2432,0430,8427,8
Nieuwe bouwmutaties  2,57,610,710,710,7
Uitgavenniveau stand Begroting 200825 723,526 652,930 052,031 117,932 241,033 308,833 305,8
        
B. Financiering       
AWBZ273,2279,3281,8290,9300,2308,1308,0
Zvw25 471,426 360,629 770,230 827,031 940,833 000,732 997,8
Mutatie financieringsachterstand– 21,113,0     
        
C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg       
Bruto BKZ-uitgaven25 744,626 639,930 052,031 117,932 241,033 308,833 305,8
BKZ-ontvangsten       
Netto BKZ-uitgaven25 744,626 639,930 052,031 117,932 241,033 308,833 305,8
Toelichting (bedragen x € 1 000 000)
Omschrijving2006200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007       
Op basis van gegevens van het CVZ en de NZa zijn de uitgaven 2006 voorlopig afgerekend. Uit deze afrekening komt voor 2006 een meevaller van € 17,1 miljoen, per saldo ontstaat vanaf 2007 een structurele tegenvaller van € 552,5 miljoen. Hogere uitgaven dan geraamd doen zich vooral voor bij de algemene en academische ziekenhuizen (€ 276 miljoen), medisch specialistische zorg (€ 250 miljoen), verloskundige zorg (€ 7 miljoen) en logopedie (€ 10,9 miljoen). Bij de huisartsenzorg is een tegenvaller opgenomen van € 89,9 miljoen. Daarbij is rekening gehouden met de afspraken tussen LHV, ZN en VWS. Verder zijn op basis van de gegevens over 2006 mee- vallers geboekt bij hulpmiddelen (€ 40 miljoen), overig ziekenvervoer (€ 17 miljoen), kraamzorg (€ 10 miljoen) en tandheelkundige zorg 2e compartiment (€ 17 miljoen).– 17,1552,5553,2553,2553,2553,2553,2
        
Naar aanleiding van de overschrijding van de beschikbare budgettaire ruimte die met de NVZ/NFU en ZN overeengekomen was in het prestatiecontract/convenant, heeft VWS een korting aan de ziekenhuizen opgelegd. Deze korting is aangekondigd in de begroting 2007. Hierop heeft de NVZ een kort geding tegen het ministerie van VWS aangespannen. De rechter bepaalde in het vonnis dat de schade evenwichtig tussen de partijen verdeeld moest worden. De overschrijding ziekenhuizen van € 291 miljoen in 2007 is vervolgens voor de helft opgelost door een structurele ophoging van het BKZ en voor de andere helft door een structurele korting bij de ziekenhuizen. Deze mutatie betreft de structurele ophoging van het BKZ met € 145,5 miljoen vanaf 2007. 145,5145,5145,5145,5145,5145,5
        
Deze mutatie betreft verschillende mutaties, onder andere van de medische zorg voor intensive carepatiënten goed te organiseren, voor de pilot inzet nacht- trauma-helikopters en de uitvoering van het amendement omtrent de ontwikkelcentra in de revalidatie. 8,83,03,03,03,03,0
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties       
In juni zijn de zorguitgaven 2006 opnieuw afgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe (meer definitieve) cijfers van onder andere de NZa. Uit deze herziene afrekening blijkt in 2006 een tegenvaller van per saldo € 362,7 miljoen waarvan € 21,6 miljoen structureel. De tegenvaller in 2006 valt voornamelijk hoger uit doordat de in de eerste suppletore wet gemelde structurele tegenvallers bij de ziekenhuizen (€ 202 miljoen) en medisch specialisten (€ 113 miljoen) nog niet waren verwerkt voor het jaar 2006. De structurele doorwerking wordt vooral veroorzaak door een tegenvaller bij de overige curatieve zorg (€ 11,4 miljoen), het ambulancevervoer (€ 6 miljoen) en de huisartsenzorg (va. 2008 € 8 miljoen).362,721,625,525,525,525,525,5
        
Om een adequate inzet van acute zorg in opgeschaalde situaties bij crises en rampen te verzekeren is afgesprokenom vanaf 2008 structureel geoormerkt geld beschikbaar te stellen teneinde zorgaanbieders in staat te stellen deze verantwoordelijkheid waar te maken en perso- neel hiervoor op te leiden, te trainen en in praktijksimulaties te oefenen. Daarbij hoort ook de opzet van een elfde traumacentrum. Het betreft de dekking voor de organisatie- en coördinatiekosten van 11 traumacentra, de coördinatiekosten en kosten voor opleiden, trainen en oefenen in 110 ziekenhuizen en in vervolg daarop instellingen in de acute GGZ, de thuiszorg en de huisartsenzorg.  11,011,011,011,011,0
        
Begin 2007 is overeenstemming bereikt met de Orde van Medisch Specialisten over de hoogte van het per 2008 in te voeren uurtarief voor medisch specialisten. Het uurtarief is vastgesteld op € 132 (prijspeil 2006) en dat betekent een verlaging van € 15,50 ten opzichte van het macroneutrale uurtarief. Vrijgeves- tigde medisch specialisten en instellingen zijn vrij om binnen een bandbreedte van € 6,– onder en € 6,– boven het uurtarief afspraken te maken. Bovenop het uur- tarief ontvangen de medisch specialisten ook een vergoeding van € 0,50 per uur voor kwaliteit. Deze vergoeding zal door middel van een subsidie aan de medisch specialisten ter beschikking worden gesteld.  – 175,0– 175,0– 175,0– 175,0– 175,0
        
In 2008 zal een taakstellende efficiencybesparing van € 160 miljoen worden opgelegd. Deze taakstelling zal worden verwerkt in de vorm van een structurele budgetkorting.  – 160,0– 160,0– 160,0– 160,0– 160,0
        
Met de afschaffing van de functionele bekostiging (FB) per 2009 zal voor een deel van de zorg maatstafconcurrentie worden ingevoerd. Maatstafconcurrentie is een vorm van prijsregulering die zorgt voor een beheerste prijsontwikkeling door relatief ondoelmatige zorgaanbieders te stimuleren hun zorg efficiënter te leveren. Voor de jaren 2009 tot en met 2011 zal de maatstaf worden vastgesteld op basis van een taakstellende efficiencybesparing.   – 15,0– 90,0– 240,0– 240,0
        
Overheveling naar de begrotingsuitgaven (artikel 42) ten behoeve van zorg aan illegalen (Stichting Koppeling).  – 22,2– 22,2– 22,2– 22,2– 22,2
        
Toedeling van de taakstelling aanpak ziekteverzuim. – 5,5– 5,5– 5,5– 5,5– 5,5– 5,5
        
Deze post is het saldo van de mutaties, die samenhangen met de uitbreiding van het verzekerde pakket per 01-01-2008. In het coalitieakkoord is afgesproken het aantal uren kraamzorg uit te breiden (€ 34 mln) en de anticonceptiepil (€ 70 mln) weer in het verplichte pakket van de Zvw op te nemen. Daarnaast heeft het kabinet besloten om de aanspraak op integrale mondzorg voor de jeugd uit te breiden van 18 tot 22 jaar. Daarbij is tevens besloten dat deze aanspraak buiten het eigen risico wordt gehouden.  204,0204,0204,0204,0204,0
        
De geneeskundige GGZ wordt per 1 januari 2008 overgeheveld uit de AWBZ naar de ZVW. In verband hiermee wordt dit bedrag structureel overgeheveld van artikel 43.  2 989,02 989,02 989,02 989,02 989,0
        
De opleidingskosten voor erkende medische en tandheelkundige specialismen en erkende bètaberoepen worden vanaf 2007 uit het opleidingsfonds betaald. Deze zogenaamde eerste tranche opleidingen is in 2007 vanuit de VWS-begroting bekostigd. Vanaf 2008 komen daar een aantal tweede tranche-oplei- dingen bij. De middelen voor de eerste en tweede tranche worden structureel naar de VWS-begroting overgeheveld.  – 699,0– 699,0– 699,0– 699,0– 699,0
        
Maatregelen farmaceutische zorg: Sinds 2004 zijn convenanten van kracht om de overgang mogelijk te maken naar een geneesmiddelenvoorziening met marktconforme onderhandelingen, effectieve prikkels voor kwaliteitsverbe- tering en doelmatigheidsbevordering en meer keuzevrijheid voor de patiënt. Kern van de afspraken was het beperken van de ruimte voor het geven van kortingen en bonussen en de introductie van een op prestatiebekostiging gerichte tariefstruc- tuur voor apotheekhoudenden. Waar mogelijk wordt centrale regelgeving buiten werking gesteld of afgeschaft. Bovenstaande uitgangspunten van beleid vragen om een transitie van de bestaande situatie naar een vanaf 2009 te bereiken meer normale marktsituatie. Deze transitie vergt een heldere langetermijnvisie en een stappenplan om die visie te kunnen verwezenlijken.  – 340,0– 340,0– 340,0– 340,0– 340,0
        
Om overschrijdingen op onderdelen van de huisartstenzorg te compenseren, worden maatregelen getroffen. – 23,8– 57,4– 57,5– 57,5– 57,5– 57,5
        
Toedeling groeiruimte 2008 – 2011 over de verschillende sectoren.  824,81 825,92 911,04 129,74 129,7
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen  
De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op niet-beleidsartikel 99. Daar staat de raming voor 2007–2012. De tranche 2007 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99). 405,7441,3432,2432,0430,0427,8
Toelichting nieuwe kapitaallasten mutaties  
Bij het prioriteren van bouwprojecten, eind 2005, is er volgens de bezwaarschriftencommissie onzorgvuldig afgewogen. Door een recente uitspraak van de beroepscommissie is het knelpunt juridisch onvermijdelijk geworden en is een aantal projecten alsnog geprioriteerd.  2,57,610,710,710,7

Beleidsartikel 43: Langdurende zorg

Begroting
Uitgaven (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 4 826 4704 892 9684 966 9235 044 8235 124 023 
Mutatie 1e suppletore wet – 4 43922 24421 35521 53621 536 
Nieuwe mutaties 52 759145 356174 409170 878189 453 
Nieuwe nominale wijzigingen 3 3918 30011 29914 7287 228 
        
Stand ontwerpbegroting 20085 086 9724 878 1815 068 8685 173 9865 251 9655 342 2405 339 778
Ontvangsten (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 14400000
        
Stand ontwerpbegroting 20083 61414400000
Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000)
 200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007
Overheveling van artikel 44 voor het Fonds PGO en de Regionale Patiënten Consumenten Platforms (RPCP’s). Op 1 januari 2007 is de Wet Maatschappelijke Onder- steuning (Wmo) in werking getreden. De cliëntpartici- patie op lokaal niveau is echter nog niet in heel Nederland goed georganiseerd. Bijzonder aandacht verdient de groep GGZ-cliënten. Om de participatie van de cliënten op lokaal niveau te ondersteunen heeft toenmalig Staatssecretaris Ross in de TK de toezegging gedaan om in de jaren 2006 t/m 2008 jaarlijks subsidiegelden toe te kennen aan het Fonds PGO en de RPCP’s.4 5004 0001 500   
       
Structurele overheveling van artikel 44 voor het kennisinstituut Vilansz. De 9 kennisinstituten in de maatschappelijke zorg die waren verbonden met VWS, zijn per 1 januari 2007 teruggebracht naar 3 kennisinstituten: Movisie (valt onder artikel 44), Vilansz en het Nederlands Jeugdinstituut (valt onder artikel 45). De budgetten van de 9 oude kenniscentra worden ingezet voor 3 nieuwe kennisinstituten.3 0553 0553 0553 0553 0553 055
       
Overheveling vanuit de premiemiddelen voor de stimulering van innovatie in de langdurige zorg. Doel is te komen tot een meer duurzame langdurige zorg.200020002000200020002000
       
Overheveling vanuit de premiemiddelen voor mentoren/cliëntondersteuning.3 0003 0003 0003 0003 0003 000
       
Overheveling naar artikel 41– 2 016– 837– 579   
       
Structurele overheveling naar de premiemiddelen– 3 200– 3 200– 3 200– 3 200– 3 200– 3 200
       
Structurele overheveling vanuit de premiemiddelen voor uitvoering van de subsidieregeling Palliatieve zorg (via de begroting)11 40011 40011 40011 40011 40011 400
       
Vanuit de eindejaarsmarge worden middelen beschikbaar gesteld voor het verkrijgen van meer inzicht in de zorgzwaarte van de zittende populatie AWBZ-cliënten. De instellingen ‘scoren’ hun cliënten aan de hand van een door het bureau HHM ontwikkeld programma.3 000     
       
Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) n.a.v. het CEP. Via de BIKK wordt het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten gecompenseerd voor de lagere premieontvangsten die resulteren uit de sinds 2001 geldende systematiek van heffingskortingen. Omdat de totale omvang van de heffingskortingen thans lager wordt geraamd dan ten tijde van de Begroting 2007, is de premiederving die daarvan het gevolg is ook lager. Daarom kan ook de compensatie via de BIKK lager uitvallen.– 25 500     
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties      
Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) n.a.v. het CEP. Via de BIKK wordt het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten gecompenseerd voor de lagere premieontvangsten die resulteren uit de sinds 2001 geldende systematiek van heffingskortingen. Omdat de totale omvang van de heffingskortingen thans lager wordt geraamd dan ten tijde van de Begroting 2007, is de premiederving die daarvan het gevolg is ook lager. Daarom kan ook de compensatie via de BIKK lager uitvallen. – 97 264– 85 972– 71 553– 57 300– 57 300
       
Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) n.a.v. de MLT.5 300– 118 236– 93 728– 86 54720 000228 700
       
Bijstelling raming van de Rijsbijdrage ind e kosten van kortingen (BIKK n.a.v. de MEV).2 300185 200168 900153 500138 60092 000
       
Met deze reeks wordt de geconstateerde verwachte stijging van het beroep op de TBU (tegemoetkoming buitengewone uitgaven) verwerkt in het budget. De vrijval van de middelen voor de TBU in 2011 en 2012 is gekoppeld aan de overheveling van de BU (buitengewone uitgaven) vanuit de premie (hoofdstuk 41) naar de gemeentes36 90050 20052 10027 800– 49 700–86 500
       
Enveloppe Zorg: Om de indicaties voortvarender te verstrekken wordt de indicatiestelling vereenvoudigd. Er wordt geëxperimenteerd met het indiceren door huisartsen en andere professionals. Professionals worden hiervoor geïnstrueerd. Daarnaast wordt er een centraal meldpunt opgericht voor cliënten en zullen expertsystemen worden ontwikkeld om cliëntprofielen op te leveren. 5 0008 0008 000500 
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om per 1 januari 2008 binnen de gehele zorgketen van verpleeg- en verzorgingshuizen een systeem van zorgzwaartebekostiging in te voeren. Instellingen worden hiermee gefinancierd op basis van de zorgzwaarte van de cliënten, waardoor er meer (financiële) ruimte is voor cliënten met een grote zorgbehoefte. 5 500    
       
Enveloppe Zorg: De langdurige zorg vertoont een sterke samenhang met de 1e en 2e lijnszorg. Onder andere via het programma kwetsbare ouderen wordt de ketenzorg geïntensiveerd. 10 00020 00030 00030 000 
       
Enveloppe Zorg: Er worden middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van patiëntveiligheid (actieplan veilige zorg) en transparantie (certificering maakt kwaliteitzichtbaar) in de zorg. 3 0003 0003 0003 0003 000
       
Enveloppe Zorg: Er worden middelen beschikbaar gesteld voor het meten van patiëntervaringen (CQ-index). Daarnaast worden middelen beschikbaar gesteld om de patiëntveiligheid te verbeteren. 2 4002 8002 9001 9001 900
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet voor palliatieve zorg. Een deel van de middelen wordt ingezet om de problemen met de huisvestingslasten van de hospices of bijna-thuis-huizen op te lossen. Het overige wordt ingezet bij het plan van aanpak palliatieve zorg, dat voorzien is voor dit najaar. 10 00010 00010 00010 00010 000
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om het inzicht in kwaliteit van zorg te vergroten en om bij patiënten en cliënten de kennis over hun rechten te verbeteren. Hiertoe wordt onder meer de Regeling Functiefinanciering (subsidieregeling PGO-organi- saties) aangepast, zodat de PGO-organisaties hun derdepartij-rol (naast zorgaanbieders en verzekeraars) beter kunnen waarmaken. Daarnaast worden middelen ingezet voor het mitigeren van herverdelingseffecten, die het resultaat zijn van de wijziging van de Regeling Functiefinanciering. 12 90011 50011 50011 50011 500
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om de zorgprofessional extra te ondersteunen. Onder voor- waarde dat meer uren aan directe zorgverlening wordt besteed, wordt een financiële impuls gegeven om 5 000 tot 6 000 extra mensen aan te trekken. Meerdere initiatieven worden ontplooid die de zorgprofessional zijn positie als deskundig weer moet terug geven. De professionalisering van verpleegkundigen en verzor- genden zal worden gestimuleerd door onder andere aandacht te besteden aan de dialoog op de werkvloer binnen het zorgteam en aandacht voor de dialoog tussen het zorgteam en cliënten. 2 5002 5002 5002 500 
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om gerichte activiteiten te ontplooien om de prevalentie van decubitus, valincidenten, ondervoedingen seksueel misbruik van bewoners in zorginstellingen substantieel af te laten nemen. 7 5007 5007 5007 5003 800
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet ter ondersteuning van cliënten in de verpleeg- en verzorgingshuizen, zodat deze tijdens contact met professionals beter in staat zijn om keuzes en wensen kenbaar te maken. 15 00010 000   
       
Enveloppe Zorg: Om knelpunten in de arbeidsmarkt in de langdurige zorg aan te kunnen pakken is een stevige impuls nodig. Hiervoor worden voor de jaren 2008 t/m 2011 middelen beschikbaar gesteld. De middelen zullen worden ingezet voor het vergroten en het stimuleren van de instroom, het creëren van stageplaatsen, wervingscampagnes en onderzoek. 44 81253 43761 31259 062 
       
Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet ter ondersteuning van vernieuwende projecten in het kader van domotica en kleinschalig wonen (in samenspraak met VROM). Er is nog onvoldoende sprake van behoorlijke keuzemogelijkheden voor cliënten. Het grootschalige intramurale aanbod is nog te vaak de enige optie. Daarom zal met een – tijdelijke – regeling aan de ontwikkeling van kleinschalige initiatieven een impuls worden gegeven. Goede voorbeelden zullen bredere aandacht krijgen. 15 00020 00030 00030 000 
       
Overheveling naar artikel 99 – 6 418– 7 130– 7 130– 7 130– 7 130
       
Overheveling vanuit de premiemiddelen met als doel innovatie in de langdurige zorg te vergroten. In dit kader doet Nederland mee aan een Europees programma (Ambiant Assisted diving AAL). Omdit te financieren worden premiemiddelen structureel naar de begroting overgeheveld.   3 4293 4293 429
       
Er worden middelen beschikbaar gesteld voor de verbetering van de AZR. Per 1 januari 2007 zijn zorgaanbieders verplicht (AO WMG) om de AZR te gebruiken. De AZR is bedoeld voor het gestandaardiseerd vastleggen en uitwisselen van informatie tussen indicatieorganen, zorgkantoren en zorgaanbieders. De AZR ‘matcht‘ de geïndiceerde en de geleverde zorg en geeft inzicht in de procesgang in de keten.2 1252 330200020002000 
       
Er worden additionele middelen beschikbaar gesteld als gevolg van een toegenomen aantal aanvragen bij CIZ om meer indicaties te stellen.7 000     
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen
Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA 2007)2 5222 5202 5252 5252 5252 525
Premie
Uitgaven (x € 1 000 000)2006200720082009201020112012
A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007       
        
Uitgavenniveau stand Begroting 200722 295,321 563,121 791,921 852,821 807,221 776,421 776,4
Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007417,5428,5436,2442,3438,9438,9406,9
Nieuwe mutaties58,0131,1– 2 500,4– 2 195,1– 1 619,2– 1 004,7– 972,7
Nieuwe nominale wijzigingen– 23,0419,5422,3422,2417,1413,0410,6
Nieuwe bouwmutaties       
Uitgavenniveau stand Begroting 200822 747,822 542,220 150,020 522,221 044,021 623,621 621,2
        
B. Financiering       
AWBZ22 477,622 738,120 148,720 522,221 044,021 623,621 621,2
Particuliere verzekering2,81,81,3    
Mutatie financieringsachterstand267,4– 197,7     
        
C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg       
Bruto BKZ-uitgaven22 480,422 739,920 150,020 522,221 044,021 623,621 621,2
BKZ-ontvangsten       
Netto BKZ-uitgaven22 480,422 739,920 150,020 522,221 044,021 623,621 621,2
Toelichting (bedragen x € 1 000 000)
Omschrijving2006200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007       
Op basis van gegevens van het CVZ en de NZa zijn de uitgaven 2006 voorlopig afgerekend. Uit deze afrekening komt voor 2006 een tegenvaller van € 361,5 miljoen, per saldo ontstaat er vanaf 2007 een structurele tegenvaller van € 461,4 miljoen. Hogere uitgaven dan geraamd doen zich voor bij de AWBZ-convenantsectoren (€ 335,0 miljoen) en PGB’s (€ 127,0 miljoen).361,5461,4461,4461,4461,4461,4461,4
        
Voor 2007 wordt een verdere groei van het aantal houders van een persoonsgebonden budget verwacht. Dit leidt tot structureel € 51 miljoen hogere uitgaven in de AWBZ. 51,051,051,051,051,051,0
        
Bij de invoering van Verblijfzorg thuis treden meerkosten op. 3,410,616,716,716,716,7
        
Het Wmo-budget is naar aanleiding van de septembercirculaire 2006 bijgesteld voor de reële en nominale ontwikkeling 2006 en voor de reële ontwikkeling 2007. Deze bedragen zijn naar de begroting van BZK overgeheveld. – 52,4– 52,4– 52,4– 52,4– 52,4– 52,4
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties       
In juni zijn de zorguitgaven 2006 opnieuw afgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe (meer definitieve) cijfers van onder andere de NZa. Uit deze herziene afrekening blijkt een tegenvaller van € 58 miljoen. De tegenvaller wordt in zijn geheel veroorzaakt door een tegen- valler bij de AWBZ-convenant sectoren (€ 70 milljoen) en een meevaller bij de beheerskosten van verzekeraars en uitvoeringsorganen (€ 12 milljoen). Het structurele effect van deze afrekening ontstaat door de tegenvallers bij de AWBZ-convenantsectoren van € 70 milljoen en de PGB’s van € 78 miljoen.58,0148,0148,0148,0148,0148,0148,0
        
De eigen betalingen in de AWBZ nemen toe door de invoering van het volledig pakket thuis met ingang van 1 juli 2007. 2,99,114,414,414,414,4
        
Deze mutatie betreft de naltrexonbehandelingen, een betere methoden om verslaafden te laten afkicken.  2,02,02,02,02,0
        
Per 1 januari 2008 wordt volgens planning de Verblijfzorg thuis (voorheen full package) mogelijk gemaakt. Er is een groep van 10 000 mensen met een verblijfsindicatie die niet in een instelling verblijven. Zij hebben gekozen voor een andere oplossing dan opname in een intramurale instelling. Deze groep zal een beroep doen op de Verblijfzorg thuis. Voor deze groep zal de huishoudelijke verzorging ten laste van de AWBZ komen. HV valt sinds 1 januari jl. onder de verant- woordelijkheid van de gemeenten (Wmo). Afgesproken is dat de middelen die vrijvallen bij de gemeenten als gevolg van de invoering van VPT zullen worden overgeheveld van het GF naar de AWBZ.  22,335,135,135,135,1
        
OB-aanpassingen Ingezet wordt op het beheersen van de uitgaven voor (extra-murale) ondersteunende begeleiding. Bij ondersteunende begeleiding gaat het om activiteiten die de cliënt ondersteunen bij zijn dagindeling en zijn participatie in de maatschappij. Tot 2003 werd er vooral begeleiding geboden aan zelfstandig wonende gehandicapten. In de laatste twee jaar wordt er ook veelvuldig geïndiceerd bij de Verpleging en verzorging en de GGZ. Om de uitgaven voor ondersteunende begeleiding beter te kunnen beheersen wordt voorgesteld om de volgende aanpassingen te plegen: a) schrappen van de grondslag somatisch en verlaging van het tarief met € 10 voor de huidige zorgontvangers; b) schrappen van de grondslag psychosociaal  – 120,0– 330,0– 330,0– 330,0– 330,0
        
Invoeren best practices/efficiencykorting Het is gewenst dat de sector gedwongen wordt zich te spiegelen aan best practices. Uitgaande van het prijs/kwaliteitsniveau van de beste zorgleveranciers moet een bekos- tigingssysteem worden ontwikkeld waarbij goed presterende zorgaanbieders worden beloond en minder presenterende zorgaanbieders worden gekort. Vooruitlopend hierop wordt via een integrale tariefkorting doorgevoerd.  – 115,0– 190,0– 265,0– 360,0– 360,0
        
Aanpassing extramurale bekostiging In de huidige situatie wordt zorg geïndiceerd in klassen en bekostigd in uren. Dit geeft ruimte om bij een gelijke indicatie meer of minder uren zorg te verlenen. Is de indicatie bijvoorbeeld 2–4 uur (klasse), dan kan zowel 2 uur als 4 uur zorg worden geleverd. Levering aan de top levert dus een verdubbeling van kosten op ten opzichte van levering op het minimum, omdat de zorgverlener wordt bekostigd op basis van de daadwerkelijk geleverde uren. Voorgesteld wordt om de speelruimte te beperken door voor de relevante functies – ondersteunende begeleiding en persoonlijke verzorging – over te stappen op een vaste bekostiging per klasse.  – 115,0– 110,0– 105,0– 105,0– 105,0
        
Correctie op het reeds overgehevelde budget Wmo, voor de voormalige AWBZ subsidieregeling diensten bij wonen met zorg (€ 6,7 miljoen) en voor zorgvernieu- winsprojecten GGZ (€ 1 miljoen) – 7,7     
        
De komende jaren dient het mogelijk te worden gemaakt om 5 000 tot 6 000 extra verpleegkundigen en verzorgenden aan te trekken. Aan deze impuls wordt de voor- waarde verbonden dat meer zorg aan het bed wordt geleverd.  110,0110,0187,0218,0250,0
        
In de toekomstagenda langdurige zorg wordt opgemerkt dat er een ruimer aanbod moet komen rondom de verzorging van gehandicapte kinderen. Een verbeterde opvoedkundige hulp draagt bij aan het verminderen van de knelpunten in de AWBZ-zorg.  10,010,010,010,010,0
        
Er moet een ruimer zorgaanbod komen met betrekking tot de dagbesteding van gehandicapten. In de toekomstagenda langdurige zorg is een intensivering in de dagbesteding van gehandicapten aange- merkt als speerpunt in het oplossen van de knelpunten binnen de AWBZ-zorg.  40,040,040,040,040,0
        
De komende jaren staat de groeiruimte van de AWBZonder grote druk. In 2008 en 2009 wordt de groeiruimte tijdelijk opgehoogd.  70,050,0   
        
Toedeling van de taakstelling aanpak ziekteverzuim. – 12,1– 12,1– 12,1– 12,1– 12,1– 12,1
        
De geneeskundige GGZ wordt per 1 januari 2008 overgeheveld uit de AWBZ naar de ZVW. In verband hiermee wordt dit bedrag structureel overgeheveld naar artikel 42.  – 2 989,0– 2 989,0– 2 989,0– 2 989,0– 2 989,0
        
De opleidingskosten voor psychiaters, SEH-artsen en erkende opleidingen met betrekking tot collectieve preventie in de care worden vanaf 2008 uit het oplei- dingsfonds betaald. Deze zogenaamde tweede tranche opleidingen wordt vanuit de VWS-begroting bekostigd. De betref- fende middelen worden structureel naar de VWS-begroting overgeheveld.  – 28,2– 28,2– 28,2– 28,2– 28,2
        
Toedeling groeiruimte 2008 – 2011 over de verschillende sectoren.  467,51 054,71 673,62 350,12 350,1
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen       
De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op niet- beleidsartikel 99. Daar staat de raming voor 2007–2012. De tranche 2007 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99). Daarnaast valt de realisatie 2006 voor de loon- en prijsbijstelling mee met € 23 miljoen. Dit betekend dat de gehanteerde loonsom bij de verdeling van de middelen in de begroting 2007 voor deze sector te hoog is geweest.– 23,0419,5422,3422,2417,1413,0410,6

Beleidsartikel 44: Maatschappelijke ondersteuning

Begroting
Uitgaven (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 485 110481 012480 601480 866479 773 
Amendement Joldersma/Bussemaker (kamerstukken 30 800 XVI, nr. 68) 20 000     
Mutatie 1e suppletore wet 49 61329 00026 94023 29618 685 
Nieuwe mutaties 3 02418 18021 90223 93926 151 
Nieuwe nominale wijzigingen 7 3897 3407 3347 3357 335 
        
Stand ontwerpbegroting 2008392 638565 136535 532536 777535 436531 944530 503
Ontvangsten (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 000000
        
Stand ontwerpbegroting 20083 8787000000
Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000)
 200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007
Overheveling naar artikel 43– 4 500– 4 000– 1 500   
       
Overheveling van het ministerie van BZK voor het innen van eigen bijdragen Wmo. De middelen worden betaald aan het CAK voor centrale inning.11 900– 2 500– 2 500– 2 500– 2 500– 2 500
       
Structurele overheveling naar artikel 43– 3 055– 3 055– 3 055– 3 055– 3 055– 3 055
       
Overheveling vanuit de premiemiddelen voor de Wmo. De subsidieregeling diensten bij wonen met zorg was bestemd om het thuis blijven wonen te faciliteren. Nu gemeenten vanaf 2007 verantwoordelijk zijn voor de huishoudelijke hulp thuis, de WVG en de voormalige welzijnstaken is de subsidie per 1 januari 2007 opge- heven en zijn de middelen per die datum ondergebracht in de Wmo.5 0005 0005 0005 0005 0005 000
       
Valys Bovenregionaal Vervoer WVG. Mensen die hiervoor zijn geïndiceerd, hebben recht op bovenregionaal vervoer. Steeds meer mensen met beperkingen (pashouders) maken hiervan gebruik. Ter compen- satie van de toegenomen kosten zijn extra middelen beschikbaar gesteld.20 00020 00020 00020 00020 00020 000
       
Voorfinanciering verdeelsleutel MO. Om te komen tot een volledig objectieve verdeling van de specifieke uitkering maatschappelijke opvang wordt de verdeelsleutel aangepast. De meerjarige overgangstermijn van de aanpassing van de verdeelsleutel wordt voorgefinancierd.22 00018 00013 0009 0004 000 
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties      
Interne herschikking: Middelen voor de implementatie, vernieuwing en evaluatie van de Wmo en voor vrijwillige inzet en mantelzorg. 8 0008 0008 0008 0008 000
       
Enveloppe Zorg: Middelen voor het voorkomen van (vrouwelijke) genitale verminking, eergerelateerd geweld, huiselijk geweld en uitbreiding van het aantal opvangplaatsen voor vrouwen. 3 0005 5008 00010 50013 000
       
Enveloppe Capaciteit, veiligheidsketen en preventie: Middelen voor het voorkomen van (vrouwelijke) genitale verminking, eergerelateerd geweld, huiselijk geweld en uitbreiding van het aantal opvangplaatsen voor vrouwen. 1 0001 0001 0001 0001 000
       
Door de invoering van de Wet Tijdelijk Huisverbod zijn middelen noodzakelijk voor versterking van de advies- en steunpunten huiselijk geweld, interventieteams en voor daderopvang. 11 32515 72515 72515 72515 725
       
Overheveling naar artikel 99– 9 100– 8 921– 9 912– 9 912– 9 912– 9 912
       
Extra middelen om gemeenten te kunnen ondersteunen bij een goede uitvoering van de Wmo zijn middelen nodig voor monitoren, evaluatie, handreikingen en onderzoek.5 7001 700    
       
Extra middelen voor transitiekosten in verband met terugbrenging van het aantal kenniscentra.6 000     
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen      
Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA 2007)7 3897 3407 3347 3357 3357 335
Premie
Uitgaven (x € 1 000 000)2006200720082009201020112012
A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007       
        
Uitgavenniveau stand Begroting 2007156,5156,5156,5156,5156,5156,5156,5
Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 20075,8      
Nieuwe mutaties  3,67,311,115,215,2
Nieuwe nominale wijzigingen 3,63,43,43,43,43,4
Nieuwe bouwmutaties       
Uitgavenniveau stand Begroting 2008162,3160,1163,5167,2171,0175,1175,1
        
B. Financiering       
AWBZ162,3160,1163,5167,2171,0175,1175,1
Mutatie financieringsachterstand       
        
C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg       
Bruto BKZ-uitgaven162,3160,1163,5167,2171,0175,1175,1
BKZ-ontvangsten       
Netto BKZ-uitgaven162,3160,1163,5167,2171,0175,1175,1
Toelichting (bedragen x € 1 000 000)
Omschrijving2006200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007       
Op basis van gegevens van het CVZ zijn de uitgaven 2006 voorlopig afgerekend. Uit deze afrekening blijkt bij de MEE-instellingen een tegenvaller van € 5,8 miljoen. 5,8      
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties       
Toedeling groeiruimte 2008–2011 over de verschillende sectoren.  3,67,311,115,215,2
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen       
De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op niet- beleidsartikel 99. Daar staat de raming voor 2007–2012. De tranche 2007 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99). 3,63,43,43,43,43,4

Beleidsartikel 46: Sport

Begroting
Uitgaven (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 100 81698 364105 988108 34498 109 
Mutatie 1e suppletore wet 1 842– 4– 2– 1– 1 
Nieuwe mutaties – 2 26917 16513 27811 18514 942 
Nieuwe nominale wijzigingen 1 9201 9192 0332 0541 901 
        
Stand ontwerpbegroting 2008118 546102 309117 444121 297121 582114 951114 951
Ontvangsten (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 00000 
Nieuwe mutaties 870870870870870 
        
Stand ontwerpbegroting 2008999870870870870870870
Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000)
 200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007
Enveloppe Sport: De middelen worden ingezet om ervoor te zorgen dat jongeren dagelijks kunnen sporten en bewegen, binnen en buiten de schooluren. Tevens wordt gewerkt aan een dekkend aanbod van brede scholen in de krachtwijken en aan extra brede scholen in de rest van Nederland. 7 5007 5007 5007 5007 500
       
Enveloppe Sport: De middelen worden ingezet voor een extra impuls voor talentontwikkeling. Daarbij zal voornamelijk worden ingezet op verbetering van de combinatie van toptrainingen en onderwijs- en studiefaciliteiten voor talenten, de ontwikkeling en inrichting van enkele extra Centra voor Topsport en Onderwijs, een extra impuls voor talent-coaching, evenals op het leveren van een duurzame bijdrage aan hoogwaardige (internationale) trainings- en wedstrijdprogramma’s. 2 5002 5002 5002 5002 500
       
Enveloppe Zorg: In het kader van het verbinden van curatieve zorg en preventie worden de middelen aangewend voor het voorkomen van of beperken van chronische ziekten. Onder meer bewegen op recept (een minimale interventiestrategie gericht op het verschaffen van de medisch noodzakelijke beweging, zoals groepsgewijze bewegingslessen en coaching) wordt in 2008 uitgerold. 3 0001 000   
       
Intertemporele compensatie in verband met de latere start van InnoSportNL. De projectperiode is verschoven van 2007 naar 2011.– 3 000   3 000 
       
Overheveling naar artikel 99 – 84– 8 584– 13 584– 13 584– 18 584
       
Interne herschikking: Om ervoor te zorgen dat jongeren dagelijks kunnen sporten en bewegen wordt er binnen en buiten de schooluren geïnvesteerd in combinatiefuncties sport, onderwijs en naschoolse opvang. Sportverenigingen worden versterkt, zodat ze beter toegerust zijn voor de uitvoering van maatschappelijke taken. Tevens wordt gewerkt aan een dekkend aanbod van brede scholen in de krachtwijken en aan extra brede scholen in de rest van Nederland.  4 6098 3348 33413 334
       
Interne herschikking: Intensivering van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen voor jeugdigen i.h.k.v. de Brede Preventievisie. 1 8753 9755 2505 2505 250

Beleidsartikel 47: Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II

Begroting
Uitgaven (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 404 348393 178380 442362 471349 844 
Mutatie 1e suppletore wet 9 612– 7 329– 6 229– 6 629– 5 929 
Nieuwe mutaties 311 7321 587845– 2 938 
Nieuwe nominale wijzigingen 817821821751751 
        
Stand ontwerpbegroting 2008398 636414 808388 402376 621357 438341 728328 528
Ontvangsten (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 000000
        
Stand ontwerpbegroting 20083 518000000
Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000)
 200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007
Vanuit de eindejaarsmarge worden middelen beschikbaar gesteld voor de aanschaf van een nieuw pand voor het Indisch Huis. De middelen betreffen de opbrengst uit verkoop in 2006 van het oude pand van deze stichting.2 700     
       
Neerwaartse bijstelling van de ramingen voor de uitvoering van het wettelijk stelsel van pensioenen, uitkeringen en bijzondere voorzieningen ten behoeve van oorlogsgetroffenen. Dat heeft te maken met een lagere reguliere instroom en een lagere instroom bij het project Gerichte benadering. Voorts zijn er lagere uitgaven voor de compensatieregeling ziektekostentoeslag en de bijzondere voorzieningen.– 14 300– 16 000– 14 600– 14 500– 13 500– 26 300
       
Jaarlijkse wettelijke bijstelling van de uitgaven voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van het wettelijk stelsel van pensioenen, uitkeringen en bijzondere voorzieningen ten behoeve van oorlogsgetroffenen.21 2008 6008 3007 8007 5007 100
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties      
Interne herschikking: Bijdrage aan het programma «Erfgoed van de oorlog». Dit programma heeft een looptijd van bijna vier jaar (tot en met 2010). Na afloop van deze termijn moet het belangrijkste materiaal uit en over WOII in goede staat zijn behouden, is de ’collectie WOII’ digitaal ontsloten en zijn er diverse toepassingen gerealiseerd die laten zien wat de mogelijkheden zijn van een breed gebruik van dit erfgoedmateriaal. 2 0752 3002 300  

Niet Beleidsartikel 98: Algemeen

Begroting
Uitgaven (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 279 269278 110281 923279 205280 756 
Mutatie 1e suppletore wet 11 3884 8334 5264 5964 484 
Nieuwe mutaties 9 0278 9267 494– 2 620– 13 120 
Nieuwe nominale wijzigingen 5 5824 6451 5554 7024 818 
        
Stand ontwerpbegroting 2008315 569305 226296 514295 498285 883276 938277 198
Ontvangsten (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 3 3803 3803 3803 3803 3803 380
Nieuwe mutaties 97100000
        
Stand ontwerpbegroting 20083 1304 3513 3803 3803 3803 3803 380
Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000)
 200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007
Overheveling van artikel 42 ter dekking van extra uitvoeringskosten CVZ in verband met de buitenlandtaak en de risicoverevening als gevolg van de invoe- ring van de Zvw.5 200     
       
Verhoging van het budget van de NZa als gevolg van de taakuitbreiding in het kader van het nieuwe zorgstelsel.3 1003 1003 1003 1003 1003 100
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties      
Interne herschikking ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek. – 3 000– 3 000– 3 000– 3 000– 3 000
       
Interne herschikking: Bij de invoering van de ZVW zijn voor de uitvoering van de buitenlandtaak alleen voor het jaar 2007 incidenteel middelen beschikbaar gesteld. Nu worden structureel middelen beschikbaar gesteld. 4 2614 2434 2434 2434 243
       
Overheveling naar het ministerie van VROM voor strategisch onderzoek van het Milieu en Natuur Planbureau (MNP).– 3 625– 3 625– 3 625– 3 625– 3 625– 3 625
       
Overheveling van de apparaatsgelden van voormalig artikel 45 (Jeugdbeleid) 6 7296 6476 5366 3346 334
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen      
Loonbijstelling3 0953 0803 1173 1143 2333 233

Niet-beleidsartikel 99: Nominaal en onvoorzien

Begroting
Uitgaven (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 – 16 756– 16 822– 17 180– 16 644– 14 541 
Mutatie 1e suppletore wet 57 41141 28041 41442 26542 374 
Nieuwe mutaties – 1 288– 2 50314076 041514 
Nieuwe nominale wijzigingen – 76 760– 64 073– 64 189– 64 334– 64 381 
        
Stand ontwerpbegroting 20080– 37 393– 42 118– 38 548– 32 672– 36 034– 8 507
Ontvangsten (x € 1000)2006200720082009201020112012
Stand ontwerpbegroting 2007 000000
        
Stand ontwerpbegroting 20080000000
Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000)
 200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007
Loonbijstelling tranche 2007.68 85157 17457 23357 34457 52457 540
       
Aanpassing van de Overheidsbijdrage voor Arbeidskosten (OVA).– 2 179– 2 158– 2 163– 2 165– 2 166– 2 166
       
Prijsbijstelling tranche 2007.10 8198 2828 2978 5598 5088 510
       
De prijsbijstelling tranche 2006 wordt ingezet ter dekking algehele begrotingsproblematiek.– 3 308– 5 473– 5 573– 5 910– 5 287– 5 287
       
Er worden structureel middelen beschikbaar gesteld voor het rijksbrede project Burger Service Nummer (BSN). Tevens is vastgelegd dat alle departementen bijdragen aan het fysieke en digitale depot bij het Nationaal Archief (OCW) voor het wegwerken van achterstanden. De kosten worden gelijkmatig over de departementen verdeeld. Verder dragen alle departementen bij aan het rijksbrede communicatiebeleid.2 6492 0972 0972 0972 0972 097
       
Taakstellende onderuitputting ter dekking van algehele begrotingsproblematiek.– 15 000– 15 000– 15 000– 15 000–  15 000– 15 000
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties      
Subsidietaakstellinguit het coalitieakkoord. – 5 430– 10 948– 21 896– 21 896– 21 896
       
Invulling van de Subsidietaakstelling uit het coalitieakkoord. 5 43010 94821 89621 89621 896
Subsidietaakstelling uit de Augustusbrief.  – 2 100– 4 261– 8 401– 8 401
       
Personele taakstelling uit het coalitieakkoord. – 7 051– 14 103– 28 205– 56 411– 56 411
       
Huisvesting taakstelling uit het coalitieakkoord. – 1 742– 1 742– 1 742– 1 742– 1 742
       
Invulling van diverse taakstellingen waaronder de personele taakstelling en de huisvesting taakstelling. 8 79315 84529 94858 10058 046
       
De middelen uit de enveloppe Zorg worden overgeheveld naar de artikelen 41, 42, 43 en 44 ter dekking van begrotingsproblematiek. – 109 409– 126 749– 147 014– 139 679– 34 225
       
De middelen uit de enveloppe Zorg worden overgeheveld naar de artikelen 41, 42, 43, 46 en 98 ter dekking van begrotingsproblematiek. – 97 683– 106 293– 90 708– 93 166– 78 498
       
De bij interne herschikking vrijgemaakte middelen worden overgeheveld naar art 41 t/m 98. – 57 283– 57 822– 61 361– 56 200– 53 760
       
De middelen uit de enveloppe Preventie worden toegevoegd aan de VWS begroting. 10 00010 00010 00010 00010 000
       
De middelen uit de enveloppe Sport worden toegevoegd aan de VWS begroting. 10 00010 00010 00010 00010 000
       
De middelen uit de enveloppe Sport worden overgeheveld naar artikel 46. – 10 000– 10 000– 10 000– 10 000– 10 000
       
De middelen uit de enveloppe capaciteit veiligheidsketen en preventie worden toegevoegd aan de VWS begroting. 10 00010 00010 00010 00010 000
       
De middelen uit de enveloppe capaciteit veiligheidsketen en preventie worden overgeheveld naar artikel 41. – 10 000– 10 000– 10 000– 10 000– 10 000
       
Overheveling vanuit de premiemiddelen van een deel van enveloppe Zorg ter dekking van begrotingsproblematiek in de Care. 110 000130 000150 000140 00040 000
       
Overheveling vanuit de premiemiddelen van enveloppe Zorg ter dekking van begrotingsproblematiek in de Cure. 100 000100 000100 000100 000100 000
       
Interne herschikking in verband met VWS-brede begrotingsproblematiek. 71 28888 26393 26393 26398 263
       
Door middel van een intertemporele compensatie uit 2008, 2009 en 2010 wordt algehele begrotingsproble- matiek in 2007 gedekt.8 803– 4 925– 2 806– 1 072  
       
De vrijgekomen middelen uit de intertemporele compensatie worden worden overgeheveld naar artikel 41 t/m 98.– 8 803      
       
Overheveling naar de programmabegroting voor Jeugd en Gezin. – 6 558– 7 615– 7 167– 7 167– 7 167
       
Overheveling van de enveloppe J&G naar de programmabegroting voor Jeugd en Gezin. Deze gelden bevatten zowel de gelden voor de Centra voor Jeugd en Gezin als de gelden voor o.a. kindermishandeling en jeugdzorg. – 70 000– 95 000– 120 000– 145 000– 145 000
       
Overheveling van een deel van de enveloppe Preventie naar de programmabegroting voor Jeugden Gezin. Dit deel bevat de gelden voor Campussen en onwillige jeugd. – 3 000– 3 000– 3 000– 3 000– 3 000
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen      
Toedeling loonbijstelling tranche 2007 over diverse artikelen.– 68 061– 56 189– 56 339– 56 493– 56 561– 56 560
       
Toedeling van de prijsbijstelling over diverse artikelen.– 3 289– 1 305– 1 305– 1 305– 1 305– 1 305
       
De prijsbijstelling tranche 2007 wordt deels ingezet ter dekking van algehele begrotingsproblematiek.– 5 410– 6 579– 6 545– 6 536– 6 515– 6 515
Premie
Uitgaven (x € 1 000 000)2006200720082009201020112012
A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007       
        
Uitgavenniveau stand Begroting 20074,6951,53 466,15 961,28 598,911 523,311 523,3
Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007– 4,6– 28,1– 49,1– 56,1– 70,1– 83,1– 72,3
Nieuwe mutaties – 0,8– 1 365,0– 2 872,9– 4 548,9– 6 220,8– 4 506,6
Nieuwe nominale wijzigingen – 868,2– 411,6328,21 028,31 751,33 850,2
Nieuwe bouwmutaties – 81,0     
Uitgavenniveau stand Begroting 2008 – 26,61 640,43 360,45 008,26 970,710 794,6
        
B. Financiering       
AWBZ– 1 794,5– 1 688,9– 1 037,3– 430,1158,7921,12 439,1
Eigen betaling AWBZ1 794,51 667,81 724,81 869,31 919,21 980,32 030,0
Eigen betalingen Zvw2 052,72 047,01 303,51 365,01 457,31 554,91 644,2
Zvw– 1 987,7– 2 052,5– 350,6556,21 473,02 514,44 681,3
Mutatie financieringsachterstand– 65,0      
        
C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg       
Bruto BKZ-uitgaven65,0– 26,61 640,43 360,45 008,26 970,710 794,6
BKZ-ontvangsten3 847,23 714,83 028,33 234,33 376,53 535,23 674,2
Netto BKZ-uitgaven– 3 782,2– 3 741,4– 1 387,9126,11 631,73 435,57 120,4
Toelichting (bedragen x € 1 000 000)
Omschrijving2006200720082009201020112012
Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007       
De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan 2007 van het Centraal Planbureau (CPB). – 86,7– 107,7– 114,7– 128,7– 141,7– 130,9
        
De taakstelling ziekteverzuim is in de instellingsbudgetten verwerkt. 52,052,052,052,052,052,0
        
Naar aanleiding van de motie Mosterd en voor correctie van evidente foutenregistratie is er € 10 miljoen beschikbaar gesteld. 10,010,010,010,010,010,0
        
Het Wmo budget wordt naar aanleiding van de septembercirculaire bijgesteld. Deze bijstelling betreft de nominale indexatie 2007. De indexatie is naar de begroting van BZK overgeheveld. – 24,0– 24,0– 24,0– 24,0– 24,0– 24,0
Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties       
Voor de vaststelling van het BKZ 2008 -2011 is uitgegaan van de doorrekening van het Coalitieakkoord door het CPB. Dit leidt tot deze volumemutatie.  – 45,817,0139,5376,4376,4
        
Toedeling van de taakstelling aanpak ziekteverzuim. 17,617,617,617,617,617,6
        
Toedeling groeiruimte 2008 – 2011 over de verschillende sectoren.  – 1 346,9– 2 944,6– 4 661,0– 6 561,9– 6 561,9
        
Voor de jaren na afloop van deze kabinetsperiode wordt 2,5% volumegroei per jaar gereserveerd. Voor 2012 is hiervoor een reservering opgenomen.      1 714,2
Toelichting nieuwe nominale wijzigingen       
Uitdeling van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling aan de beleidsartikelen (tranche 2007). – 853,5– 964,2– 955,1– 949,8– 944,5– 939,1
        
De incidentele loonontwikkeling in de OVA is hoger vastgesteld dan waar eerder van was uitgegaan.  56,9122,4199,9289,0289,0
        
De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de Macro-Economische Verkenning 2008 van het Centraal Planbureau (CPB). – 14,7495,71 160,91 774,22 394,84 488,3
        
Voor de vaststelling van het BKZ 2008 -2011 is uitgegaan van de doorrekening van het Coalitieakkoord door het CPB. Dit leidt tot deze nominale mutatie.    4,012,012,0
Toelichting nieuwe kapitaalasten mutaties       
Actualisatie van de kapitaallastenraming 2007. – 81,0     

ZBO’S EN RWT’S

Bedragen x € 1 000 000
ArtikelNaam 2008
 Uit begrotingsmiddelen  
41Zorg Onderzoek Nederland/Medische Wetenschappen (ZonMW)RWT2,0
42Registratiecommissies en opleidingscolleges KNMG, KNMP en NMT 0,6
43Stichting Fonds Patiënten Gehandicapten en Ouderen (PGO)RWT1,8
43Centrum voor Indicatiestelling Zorg (CIZ)RWT128,0
47Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)RWT26,0
47Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië en zbo’s «Rechtsherstel» (Het Gebaar en Sinti en Roma) 1,8
98Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO) 1,5
98Zorg-zbo’s (NZa, CVZ, CBZ en CSZ)RWT89,5
98Commissies voor de Gebiedsaanwijzing 0,04
    
 Uit premiemiddelen  
42Nederlandse Transplantatie Stichting 18
43Stichting Uitvoering Omslagregelingen (SUO) WTZRWT1,3
43Uitvoeringsorganen AWBZinclusief CAKRWT156,4

Alle hierboven genoemde organisaties zijn zbo. Indien een zbo daarnaast ook een RWT is, is dit expliciet opgenomen.

MOTIES

AANGENOMEN MOTIESKAMERSTUKSTAND VAN ZAKEN
Motie-Arib over aanpassing van de pakketmaatregel psychotherapie30 300 XVI, nr. 148AFGEHANDELD Zie het Besluit tot wijziging van het Besluit zorgverzekering, wijziging van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, Staatsblad 2006, 464.
   
Gewijzigde motie-Van Miltenburg/Smits over een plan van aanpak waarin het bevorderen van scheiden van wonen en zorg centraal staat27 659, nr. 63AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 20 juli 2006 (27 659, nr. 78)
   
Motie-Van Miltenburg/Bakker over onafhankelijke financiering van cliëntenraden30 131, nr. 96AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 18 oktober 2006 (30 131, nr. 111)
   
Motie-Atsma c.s. over een collectieve aansprakelijkheidsverzekering en/of andere verzekeringen voor vrijwilligers en hun organisaties30 300 XVI, nr. 73AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 2 november 2006 (30 169, nr. 5)
   
Motie-Azough c.s. over extra middelen voor ondersteuning van mantelzorgers30 131, nr. 88AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 2 november 2006 (30 169, nr. 5)
   
Motie-Kant c.s. over de extra kosten voor rolstoelvoorzieningen in de gemeente Arnhem30 131, nr. 78AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 16 augustus 2006 (30 131, nr. 109)
   
Motie-Rouvoet over het betrekken van maatschappelijke instellingen en organisaties bij de invoering van de Wmo30 131, nr. 84AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 14 juni 2007 (29 538 nr. 53)
   
Motie-Van Miltenburg c.s. over vertegenwoordiging van het Centrum Indicatiestelling Zorg bij alle zorgloketten30 131, nr. 95AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 14 juni 2007 (29 538 nr. 53)
   
Motie-Omtzigt c.s. over een plan voor regelvrije zones30 186, nr. 47AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 18 juli 2007 (30 186, nr. 63)
   
Motie-Verbeet c.s. over het investeren in good practises30 131, nr. 82AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 14 juni 2007 (29 538 nr. 53)
   
Motie-Rouvoet c.s. over ondersteuning van en training aan lokale initiatieven ter mobilisering van vrijwillige inzet30 131, nr. 85AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 2 november 2006 (30 169, nr. 5)
   
Motie-Dittrich c.s. over een registratiesysteem voor delicten met een homofobe achtergrond27 017, nr. 20AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 13 december 2006 (27 017, nr. 30)
   
Motie-Dittrich c.s. over het homovriendelijker maken van de zorg27 017, nr. 21AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 13 december 2006 (27 017, nr. 30)
   
Motie-Schippers c.s. over het in de begroting van 2007 voldoen aan de VBTB-systematiek30 300-XVI, nr. 50AFGEHANDELD Zie Begroting VWS 2007 d.d. 19 september 2006 (30 800 XVI)
   
Motie-Arib over scheiding van taken van de apotheker29 359/28 494, nr. 69AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 8 september 2006 (29 359/28 494, nr. 93)
   
Motie-Vendrik c.s. over het omlaag brengen van het aantal doden als gevolg van verkeerd medicijngebruik29 359/28 494, nr. 71AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 29 augustus 2006 (29 359, nr. 91/27 529)
   
Motie-Heemskerk over een onderzoek door de CTG-ZAio naar de praktijkvoering van orthodontisten30 300 XVI, nr. 39AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 26 april 2007 (30 186/30 800 XVI, nr. 62)
   
Motie-Heemskerk/Omtzigt over gelijkwaardige positionering van de Inspectie voor de gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit30 186, nr. 48AFGEHANDELD Zie Algemeen Overleg IGZ van 13 september 2006
   
Motie-Arib over uitleg bij afwijking van de Good Governance Code27 659, nr. 75AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 24 november 2006 (27 659, nr. 83)
   
Motie-Kant c.s. over een maximumsalaris in de zorg27 659, nr. 74AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 24 november 2006 (27 659, nr. 83)
   
Motie-Verbeet c.s. over de ontwikkeling van jeugdsportfondsen30 300-XVI, nr. 81AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 30 augustus 2006 (30 300 XVI, nr. 171)
   
Motie-Van der Sande c.s. over een notitie over de mogelijkheden van fiscale maatregelen die sport ondersteunen30 300-XVI, nr. 82AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 30 augustus 2006 (30 300 XVI, nr. 168)
   
Motie-Verbeet over het structureel maken van de regeling voor het bevorderen van het zwemmen30 300-XVI, nr. 70AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 20 november 2006 (30 800 XVI, nr. 28)
   
Motie-Voordewind c.s. over een plan van aanpak voor verbetering van de medicatieveiligheid30 800-XVI, nr. 99AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 6 juli 2007 («Koers op kwaliteit»)
   
Motie-Bussemaker c.s. over beperking van administratieve lasten door een scherpe normstelling30 800-XVI, nr. 77AFGEHANDELDZie brief aan de Tweede Kamer d.d. 28 augustus 2007 (Actieplan AWBZ «Naar eenvoud in uitvoering»; MC-4-2794261)
   
Motie-Van Miltenburg/Smits over diagnostiek en behandeling van dyslexie29 200-XVI, nr. 98CVZ-advies wordt medio juli 2007 verwacht. Daarna wordt reactie aan de Kamer gezonden.
   
Motie-Hermann over duidelijke vermelding alcoholpercentage en leeftijdsgrens op verpakking en intensivering leeftijdscontrole bij verkoop27 565, nr. 5Aan de Kamer zal een alcoholbrief worden gezonden. Planning: najaar 2007
   
Motie Arib c.s. over aanscherping van de aanrijtijden29 835, nr. 32De uitvoering van deze motie is afhankelijk van de behandeling van de Wet Ambulancezorg (Waz) in de Eerste Kamer. Naar verwachting kan de Tweede Kamer hier pas in decem- ber over worden geïnformeerd.
   
Motie Koser Kaya over de maximale aanrijtijd29 835, nr. 33De uitvoering van deze motie is afhankelijk van de behandeling van de Wet Ambulancezorg (Waz) in de Eerste Kamer. Naar verwachting kan de Tweede Kamer hier pas in december over worden geïnformeerd.
   
Motie-Mosterd c.s. over zorg en ondersteuning van mensen die niet voor de functie verblijf zijn geïndiceerd, maar wel blijvend veel AWBZ-zorg nodig hebben30 131, nr. 75Motie zal waarschijnlijk worden meegenomen in de eerst volgende Wmobrief. Planning: augustus 2007
   
Motie-Mosterd/Bakker over de eigen bijdrage voor extramurale AWBZ-zorg30 131, nr. 76Zal worden betrokken bij de reactie op het SER-advies. Planning: februari 2008
   
Motie-Kant c.s. over een plan voor de implementatie van de Perinatale Audit29 323, nr. 24Is verwerkt in de begroting.
   
Motie-Atsma c.s. over een herkenbaar anti-dopingbeleid voor sportscholen en fitnesscentra en een kwaliteitskeurmerk voor deze sector30 300 XVI, nr. 72Overleg met de branche en anti-dopingautoriteit Nederland is gaande. Het komende najaar worden nadere afspraken over de aanpak gemaakt. De Kamer zal hier te zijner tijd over worden geïnformeerd. Planning: eind 2007
   
Motie-Bussemaker c.s. over een effectieve aanpak van stages en praktijkbegeleiding in de zorgopleidingen30 800-XVI, nr. 75Wordt meegenomen in actieplan. Sociale partners komen in september 2007 met een voorstel. In oktober gaat er een brief richting de Kamer.
   
Motie-Bussemaker/Omtzigt over het aantrekkelijker maken van werken in de zorg30 800-XVI, nr. 76Wordt meegenomen in actieplan. Sociale partners komen in september 2007 met een voorstel. In oktober gaat er een brief richting de Kamer.
   
Motie-Van der Veen over het verruimen van de leeftijdsgrens voor tandheelkundige zorg voor jeugdigen van 18 naar 21 jaar29 689, nr. 141 Is verwerkt in de begroting.
   
Motie-Buijs c.s. over inzicht in nieuwe criteria voor het GVS29 359/28 494, nr. 86Het standpunt loopt mee in de integrale visie op het geneesmiddelenbeleid inzake kostenbeheersing en financiën. De Kamer zal hier te zijner tijd over geïnformeerd worden. Planning: najaar 2007
   
Motie-Schippers/Van Heteren over beter toezicht op de geestelijke gezondheidszorg30 800-XVI, nr. 16Reactie op de motie zal voor de begrotingsbehandeling van VWS naar de Kamer worden gestuurd
   
Motie-Spies/Nijs over de plaats van de RMO binnen de rijksdienst28 101, nr. 5Besluit is afhankelijk van het herzie- ningstraject Rijksdienst.
   
Motie-Kraneveldt c.s. over aandacht voor kwaliteiten kwantiteit van gemeentelijke ondersteuning van het vrijwilligerswerk30 131, nr. 93Wordt opgenomen in tweede voort- gangsrapportage Wmo. Planning: september 2007
   
Motie-Ouwehand c.s. over openbaarmaking van de jaarverslagen van Dierexperimentencommissies30 800-XVI, nr. 108Wordt afgedaan met brief aan de Kamer over bottom-up proces. Planning: september 2007
   
Gewijzigde motie-Heerts/Omtzigt over het niet verstrekken van de zorgtoeslag aan wanbetalers30 918, nr. 20Het overleg met Financiën is gestart. De planning is om de Kamer daar- over in november 2007 te informeren.
   
Motie-Omtzigt/Heerts over een masterplan voor Nederlandse verzekerden in het buitenland en buitenlandse verzekerden in Nederland30 918, nr. 16Wordt meegenomen in een brief aan de Kamer inzake knelpunten buitenland. Planning: november 2007
   
Motie-Omtzigt/Heerts over een oplossing voor mensen met een betalingsachterstand30 918, nr. 15Motie wordt meegenomen in het Wetsvoorstel structurele oplossing wanbetalers. De planning is om de Kamer daarover in november 2007 te informeren.
   
Motie-Omtzigt/Heerts over het individueel benaderen van mensen zonder zorgverzekering30 918, nr. 14Er komt een brief met plan van aanpak over actieve opsporing onverzekerden. Planning: november 2007
   
Motie-Kant over georganiseerde jeugdtandzorg30 800-XVI, nr. 84Zal worden meegenomen in een brief die naar verwachting eind augustus 2007 aan de Kamer zal worden gezonden.
   
Motie-Van Miltenburg over de hoogte van nieuwe PGB’s voor mensen met een verblijfsindicatie26 631, nr. 218Wordt meegenomen in de eerst volgende voortgangsrapportage Zorgzwaartebekostiging. Planning: september 2007
   
Motie-Joldersma over een nadere omschrijving van de rookruimte in de horeca30 800 XVI, nr. 161Zal worden meegenomen tijdens de behandeling van het wetsvoorstel rookvrije horeca. De Kamer zal hier te zijner tijd over geïnformeerd worden. Planning: voorjaar 2008
   
Motie-Timmer/Van der Staaij over afspraken over maatregelen op het gebied van happy hours en stunten met alcoholprijzen29 894, nr. 5Aan de Kamer zal een alcoholbrief worden gezonden. Planning: najaar 2007
   
Motie-Joldersma c.s. over onderbrenging van verse paddo’s en qat in de Opiumwet30 515, nr. 12Zie brief aan de Reactie op standpunt Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM) rapport zal begin augustus aan de Kamer worden gestuurd.
   
Motie-Schippers/Agema over een regeling van tijdelijke toelating tot het pakket van veelbelovende innovaties30 800-XVI, nr. 92CVZ en ZonMw zijn bezig met het schrijven van een voorstel voor een regeling van tijdelijke toelating tot pakket van veelbelovende innovaties. Kabinet beslist op basis van dit voorstel. De Kamer zal in september 2007 hierover worden geïnformeerd.
   
Motie-Van der Veen c.s. over opname van preventie in het basispakket30 800-XVI, nr. 74In september 2007 ontvangt de Kamer de preventievisie, in samenhang met het CVZ-advies.
   
Motie-Schermers c.s. over het achter de toonbank plaatsen van zelfzorggeneesmiddelen in de UAD-categorie30 800-XVI, nr. 151De Kamer zal medio november 2007 worden geïnformeerd.
   
Motie-Ouwehand c.s. over inventarisatie van doelen waarvoor onderzoek met primaten wordt verricht30 800-XVI, nr. 110Wordt afgedaan met standpunt op onderzoek Voedsel en Waren Autoriteit. \ Planning: december 2007
   
Motie-Ouwehand c.s. over inventarisatie van proeven op ongewervelde dieren30 800-XVI, nr. 111Wordt afgedaan met standpunt op onderzoek Voedsel en Waren Autoriteit. Planning: december 2007
   
Gewijzigde motie-Bouwmeester c.s. over de invulling van de nieuwe norm voor dwangbehandeling30 492, nr. 22 (gewijzigd)Aan de IGZ wordt gevraagd zich hierover uit te spreken, tevens ook contact met NvVP hierover. Planning: eind december 2007
   
Motie-Joldersma c.s. over een familievertrouwenspersoon in elke GGZ-instelling30 492, nr. 23Is uitgezet bij stichting Patiëntenver- trouwenspersoon, wordt ook nog uitgezet bij patiënten- en familieorganisaties. Hierover gaat eind december 2007 een brief naar de Kamer.
   
Motie-Voordewind c.s. over dwangmedicatie versus noodmedicatie in relatie tot de bijwerkingen30 492, nr. 25Aan de IGZ wordt gevraagd zich hierover uit te spreken. Naar verwachting kan de Kamer eind december 2007 worden geïnformeerd.
   
Motie-Van der Veen c.s. over onderzoek naar een eenduidige indicatiestelling voor de AWBZ30 800-XVI, nr. 73Na afronding van het in de motie bedoelde onderzoek zullen de uitkomsten aan de Kamer worden gestuurd. Planning: december 2007
   
Motie-Van der Veen c.s. over een onderzoek naar een zodanige vormgeving van de AWBZ dat het recht op zorg kan worden gegarandeerd en cliëntenstops worden voorkomen30 800, nr. 55Wordt meegenomen in de reactie op het SER advies. Planning: februari 2008
   
Motie-Kant c.s. over het verbeteren van de rechtspositie en inkomenspositie van alfahulpen29 538, nr. 44Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage WmoPlanning september 2007.
   
Motie-Wiegman-van Meppelen Scheppink c.s. over het vormgeven van de aanbesteding van huishoudelijke zorg als een toelatingsmodel29 538, nr. 48Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage Wmo Planning september 2007.
   
Motie-Willemse-Van der Ploeg c.s. over het daadwerkelijk leveren van HH2 bij een gecombineerde indicatie HH1 en HH229 538, nr. 49Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage WmoPlanning september 2007.
   
Motie-Wolbert c.s. over de positie van alfahulpen29 538, nr. 47Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage WmoPlanning september 2007.
   
Motie-Joldersma c.s. over een landelijk dekkende en continue registratie van alcohol- en drugsgerelateerde incidenten23 760, nr. 22Planning: eind 2007
   
Motie-Verbeet c.s. over de huishoudelijke verzorging aan cliënten met een ernstige verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperking30 131, nr. 80Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage Wmo Planning: september 2007
   
Motie-Verbeet/Bakker over de mediatiecommissie30 131, nr. 81Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage Wmo Planning: september 2007

TOEZEGGINGEN

WAT IS TOEGEZEGD?VINDPLAATSSTAND VAN ZAKEN
Uitkomsten overleggen met vrijwilligersorganisaties over knelpunten bij vrijwilligersorganisaties en vervoerAO Valys d.d. 29 maart 2006Wordt opgenomen in voortgangsrapportage vrijwillige inzet en mantelzorg. Planning: september 2007
   
Voortgangsrapportage diagnostiek en behandeling van dyslexiePlanningsbrief voorjaar 2005 d.d. 24 maart 2005Advies CVZ wordt medio juli 2007 verwacht. Na ontvangst met stand- punt naar Kamer. Planning: september 2007
   
Beleidsbrief chronische ziektenPlanningsbrief voorjaar 2005 d.d. 24 maart 2005Planning: november 2007
   
Integrale nota allergiePlanningsbrief voorjaar 2005 d.d. 24 maart 2005Voedingsnota zal medio december 2007 naar de Kamer worden gestuurd.
   
Brief over het versterken van de rechtspositie van patiënten en cliëntenWetgevingsoverleg inzake jaarverslag 2006 d.d. 13 juni 2007Planning: november 2007
   
Beleidsbrief over ethische kwestiesAO Uitgangspunten van het beleid VWS d.d. 12 april 2007Planning: eind september 2007
   
Brief over de (verdere) implementatie van de onderzoeksagenda medische biotechnologieAO Biotechnologie d.d. 18 april 2007Planning: augustus 2007
   
Berichten over actieve opsporing van onverzekerdenVoortzetting behandeling Wijz. van de Zorgverzekeringswet en andere wetten (verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering, 30 918) d.d. 20 juni 2007Brief met plan van aanpak wordt medio november 2007 naar de Kamer gestuurd.
   
Naast het in het regeerakkoord toegezegde onderzoek naar de psychosociale gevolgen van abortus, vindt er ook onderzoek plaats naar de psychosociale gevolgen van adoptieDebat over de Regeringsverklaring d.d. 1 maart 2007ZonMw gaat vooronderzoek verrich- ten. Naar verwachting medio oktober 2007 gereed.
   
Brief over de koers met betrekking tot de overgangsperiode Zorgverzekeringswet en structurele maatregelen (zorgtoeslag, bronheffing etc)Voortzetting behandeling Wijz. van de Zorgverzekeringswet en andere wetten (verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering, 30 918) d.d. 20 juni 2007De Kamer wordt hierover per brief in oktober 2007 geïnformeerd.
   
Integrale visie op het geneesmiddelen beleid inzake kostenbeheersingen financiënAO Geneesmiddelenbeleid d.d. 24 mei 2007Planning: september 2007
   
Brief over mensen met een machtiging voor voorlopig verblijfVoortzetting behandeling Wijz. van de Zorgverzekeringswet en andere wetten (verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering, 30 918) d.d. 20 juni 2007Toezegging wordt meegenomen in een brief aan de Kamer over knel- punten in het buitenland. Planning: november 2007
   
Brief over vrouwenopvangAO Maatschappelijke opvang d.d. 7 juni 2007Planning: 15 oktober 2007
   
Brief over de voortgang van de borging en kennisverbreding van de risicoverevening inzake ZorgverzekeringswetBehandeling VWS-begroting 2007 d.d. 17 januari 2007Begin september 2007 wordt er een brief naar de TK gezonden met de stand van zaken.
   
Brief met plannen inzake alcoholbeleid (happy hours, bevoegdheid gemeenten om leeftijdsgrens voor de verkoop te verhogen naar 18 jaar, strafbaarstelling van het bezit van alcoholhoudende dranken voor minderjarigen, hulp aan jongeren met verslavingsproblemen)Mondelinge vragenuur over alcohol d.d. 12 juni 2007Brief zal in najaar van 2007 worden gezonden.
   
Brief over lokale ontwikkelingen in de eerste lijn, o.a. bij de ketenzorgAO Eerstelijnszorg/huisartsenzorg d.d. 18 oktober 2006Brief over visie eerstelijnszorg wordt eind november 2007 naar de Kamer gestuurd.
   
Tussenrapportage Maatschappelijke opvang waarin o.m. wordt ingegaan op hoe ver het staat met de in het AO uitgesproken voornemens, stand van zaken plan van aanpak, zwerfjongeren (i.s.m. Minister J&G), incassobureaus/CJIB en schuldhulpverleningAO Maatschappelijke opvang d.d. 7 juni 2007Planning: december 2007
   
Evaluatie Wet foetaal weefselPlenaire behandeling wetsvoorstel Foetaal weefsel (26 639) d.d. 6 november 2001Evaluatieplan is klaar. ZonMw stelt onderzoeksprogramma op. Planning: eind 2008
   
Monitoring 2005–2006–2007–2008 Stappenplan rookvrije horecaAO Alcohol en Tabak d.d. 8 juni 2006Evaluatie Stappenplan 2007 zal naar verwachting juni 2008 aan de Kamer worden gestuurd.

AFKORTINGENLIJST

ADAlgemene beleidsdoelstelling
agsadrenogenitaal syndroom
AIVAdvies Instructie Voorlichting
aKacellulair kinkhoestvaccin
AMvBAlgemene Maatregel van Bestuur
aoalgemeen overleg
ASATAchieving Safety without Animal Training
A-topsporterstopsporters op wereldniveau en olympisch niveau
AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AZRAWBZ-brede zorgregistratie
BIKKBijdrage in de kosten van kortingen
BKZBudgettair Kader Zorg
BOPZ (Wet -)Wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen
BORBewegen op recept
BOSRegeling buurt, onderwijs en sport
BZKBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ministerie van -
CAKCentraal Administratie Kantoor
CAORCommissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië
CBGCollege ter Beoordeling van Geneesmiddelen
CBOGCollege Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg
CBSCentraal Bureau voor de Statistiek
CBZCollege bouw zorginstellingen
CCECentra voor Consultatie en Expertise
CCMOCentrale Commissie Mensgebonden Onderzoek
CEGCentrum voor Ethiek en Gezondheid
CEPCentraal Economisch Plan
CGLCentrum Gezond Leven
CHTcongenitale hypothyreoïdie
CIBGCentraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, agentschap
CIZCentrum IndicatiestellingZorg
CPBCentraal Planbureau
CQConsumer Quality Index
CSZCommissie sanering zorginstellingen
CTOCentrum voor Topsport en Onderwijs
C&VConsument en Veiligheid, Stichting
CVZCollege voor zorgverzekeringen
CWComptabiliteitswet
CWICentrum voor Werk en Inkomen
dbcdiagnose-behandelcombinatie
DGVDoelmatige Geneesmiddelenvoorziening, stichting -
DHWDrank- en Horecawet
DISDBC Informatie Systeem
DKTP-Hibhepdifterie-, kinkhoest-, tetanus-, polio-, Haemophilus influenzae type b-vaccin Hepatitis
emdelektronisch medicatiedossier
epdelektronisch patiëntendossier
EUEuropese Unie
EZEconomische Zaken, ministerie van -
FBFunctionele bekostiging
FESFonds Economische Structuur
FIOD-ECDFiscale inlichtingen- en opsporingsdienst en de Economische controledienst
ftefulltime equivalent
GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst
GGTgelaagd en gefaseerd toezicht
GGZgeestelijke gezondheidszorg
GHORGeneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen
GHSGlobally harmonized system
CIZCentrum voor Indicatiestelling Zorg
GRGezondheidsraad
gvsgeneesmiddelenvergoedingssysteem
HBOHoger Beroepsonderwijs
HBSCHealth Behaviour of School Children
Hibhaemophilus influenza type b
HKZStichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector
HPVHumaan Papilloma Virus
HRMHuman Resource Management
HVHuishoudelijke Verzorging
IBOInterdepartementaal Beleidsonderzoek
ICTinformatie- en communicatietechnologie
IFInspectieformulier
IGZInspectie voor de Gezondheidszorg
IHRInternational Health Regulations
JMWJoods Maatschappelijk Werk
KNMGKoninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst
KNMPKoninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie
KWFKoningin Wilhelmina Fonds
LHVLandelijke Huisartsen Vereniging
LNVLandbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, ministerie van -
LOVELandelijk Overleg Versterking Eerstelijnszorg
LPZLandelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen
MDFTMulti Dimensional Family Therapy
MenCmeningokokken type C
MEVMacro Economische Verkenning
MICUMobile Intensive Care Unit
NASBNationaal Actieplan Sport en Bewegen
NEVONederlandse Voedingsmiddelentabel
NFUNederlandse Federatie van Universitair Medische Centra
NHGNederlands Huisartsen Genootschap
NIGZNederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie
NIVELNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg
NMTMaatschappij ter bevordering der Tandheelkunde
NNGBNederlandse Norm Gezond Bewegen
NOC*NSFNederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie
NPNurse practitioner
NPKNationaal Programma Kankerbestrijding
NTCNationaal Trainingscentrum
NTSNederlandse Transplantatie Stichting
NVINederlands Vaccin Instituut
NVVNationale Vaccin Voorziening
NVZNederlandse Vereniging van Ziekenhuizen
NZaNederlandse Zorgautoriteit
OBiNOngevallen en Bewegen in Nederland
OCWOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, ministerie van -
ODOperationele doelstelling
OESOOrganisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OGZOpenbare gezondheidszorg
OVAOverheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling
PAPhysician assistant
pgbpersoonsgebonden budget
PGO, Fonds -Fonds voor Patiënten-, Gehandicaptenorganisaties en Ouderenbonden
pkuphenylketonurie
pNBprijsontwikkeling Nationale Bestedingen
POHPraktijkondersteuner huisartsenzorg
POLSPermanent Onderzoek LeefSituatie
PURPensioen- en Uitkeringsraad
RAK-ratioReserve Aanvaardbare Kosten
REACHRegistration, Evaluation and Autorisation of Chemicals
RGORaad voor Gezondheidsonderzoek
rhbrijkshoofdboekhouding
RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RMORaad voor Maatschappelijke Ontwikkeling
RSVrespiratoir syncytieel virus
RVPRijksvaccinatieprogramma
RVZRaad voor de Volksgezondheid en Zorg
RWTrechtspersoon met een wettelijke taak
SCPSociaal Cultureel Planbureau
SDOStichting DBC onderhoud
sehspoedeisende hulp
SERSociaal Economische Raad
soaseksueel overdraagbare aandoening
StivoroStichting Volksgezondheid en Roken
SUOStichting Uitvoering Omslagregelingen
SVBSociale Verzekeringsbank
SZWSociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van -
TBTuberculose
TBUTijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven
TKTweede Kamer
TNOToegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
TNS NIPONederlands Instituut voor de Publieke Opinie en het Marktonderzoek
UKUnited Kingdom
UNODCUnited Nations Office on Drugs and Crime
VCNVoedingscentrum Nederland
VCPVoedselconsumptiepeiling
PVCPProgramma Versterking CliëntenPositie
vmsveiligheidsmanagementsysteem
VNVerenigde Naties
VROMVolkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, ministerie van -
VTVVolksgezondheid Toekomst Verkenningen
VUVrije Universiteit
V&WVerkeer en Waterstaat, ministerie van -
VWAVoedsel en Waren Autoriteit
VWSVolksgezondheid, Welzijn en Sport, ministerie van -
WazWet Ambulancezorg
WBPWet bescherming persoonsgegevens
WDHWaarneemdossier Huisartsen
WGPWet geneesmiddelenprijzen
WHOWorld Health Organisation – Wereldgezondheidsorganisatie
WIAWerk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
WmgWet marktordening gezondheidszorg
WmoWet maatschappelijke ondersteuning
wowereldoorlog
WODWet op de orgaandonatie
WTGWet tarieven gezondheidszorg
WTLWet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
WTZWet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen
WTZiWet toelating zorginstellingen
WUBOWet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945
WUVWet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945
ZboZelfstandig bestuursorgaan
ZNZorgverzekeraars Nederland
ZonMwZorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen
ZvwZorgverzekeringswet

TREFWOORDENREGISTER

Abortus 20, 29, 49, 50, 210

Administratieve lasten 16, 35, 52, 62, 69, 71, 77, 78, 80, 81, 89, 115

Alcohol 9, 17, 18, 27, 29, 30, 32, 33, 34, 36, 37, 38, 51, 70, 173, 206, 207, 209, 211

Ambulance 24, 56, 60, 74, 153, 154, 156, 180, 206

Anticonceptiepil 11, 71, 154, 181

Arbeidsmarktbeleid 52, 61, 66, 75, 87

Arbeidsmarkt 9, 16, 62, 63, 75, 86, 87, 88, 176, 186

Arbeidsproductiviteit 8, 10, 16, 59, 62, 64, 151

AWBZ 7, 11, 12, 13, 21, 24, 26, 52, 62, 68, 69, 70, 75, 76, 78, 79, 80, 82, 83, 85, 86, 88, 89, 90, 100, 123, 145, 150, 152, 153, 154, 155, 158, 159, 161, 163, 164, 165, 168, 170, 174, 175, 178, 181, 184, 187, 188, 189, 190, 193, 201, 203, 204, 206, 208, 212

Begrotingsuitgaven 6, 7, 21, 22, 25, 27, 31, 32, 38, 40, 42, 46, 49, 50, 54, 59, 66, 74, 77, 81, 83, 87, 90, 92, 93, 96, 98, 100, 103, 119, 121, 170, 181

Betaalbaarheid 7, 10, 13, 52, 53, 57, 72, 76

Beweging 20, 33, 41, 45, 104, 107, 108, 195

Biotechnologie 210

BKZ 26, 150, 151, 152, 153, 154, 156, 157, 158, 161, 163, 170, 171, 174, 178, 179, 187, 193, 201, 202, 212

BOS 110, 112, 212

Bouw 11, 12, 71, 84, 86, 89, 95, 123, 131, 155, 158, 159, 160, 161, 170, 174, 177, 178, 187, 193, 201, 212

Breedtesportimpuls 110, 112, 114

Budgettair Kader Zorg 150, 151, 171, 174, 178, 187, 193, 201, 212

Bureaucratie 8, 11, 12, 16, 75, 80, 85, 89, 90

Burger 9, 10, 12, 19, 21, 25, 29, 30, 31, 33, 38, 41, 52, 53, 54, 55, 57, 58, 59, 60, 62, 63, 64, 65, 67, 68, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 98, 100, 101, 104, 105, 107, 117, 119, 125, 126, 127, 135, 137, 162, 165, 167, 199, 215

Care 11, 22, 26, 61, 65, 69, 79, 89, 125, 152, 154, 155, 158, 179, 190, 200, 213

Centrum Gezond Leven 30, 33, 36, 38, 212

Chronische ziekten 9, 17, 25, 31, 32, 33, 42, 45, 46, 172, 195, 210

CIZ 76, 82, 83, 88, 186, 203, 212, 213

Consumenten 6, 29, 30, 35, 39, 40, 41, 57, 58, 80, 100, 183

Crisis 48, 49

Cure 22, 65, 69, 79, 89, 154, 200

DBC 10, 60, 63, 70, 71, 72, 74, 163, 164, 175, 177, 212, 214

Depressie 18, 29, 32, 45, 70

Diabetes 9, 18, 29, 43, 45, 57, 64, 70, 172

Dierproeven 40, 143

Donor 50, 60, 62, 63, 66, 135, 136, 137, 138

Doping 107, 113, 114, 206

Drugs 29, 33, 36, 37, 51, 124, 207, 209, 214

Ecotax 111, 112

Eerstelijnszorg 10, 48, 52, 61, 62, 64, 68, 125, 175, 211, 213

Efficiency 26, 52, 71, 72, 82, 89, 134, 140, 152, 155, 180, 181

Embryowet 29, 49, 128

Erfgoed 21, 115, 120, 121, 197

Ethiek 3, 20, 29, 49, 50, 127, 212

Euthanasie 20, 32, 49, 50, 135, 136, 137

Extramurale zorg 24, 56, 85, 155

Financieel Beeld Zorg 3, 7

Fraude 68

Geestelijke gezondheidszorg 14, 56, 62, 78, 153, 156, 158, 162, 207, 213

Gehandicapten 8, 11, 12, 13, 14, 59, 78, 80, 83, 84, 85, 99, 100, 104, 109, 111, 112, 158, 176, 189, 190, 203, 214

Gehandicaptenzorg 16, 24, 78, 125, 153, 156, 158, 160, 161

Geneesmiddelen 2, 26, 61, 63, 66, 72, 73, 74, 132, 133, 134, 135, 151, 152, 155, 158, 182, 206, 208, 210, 212, 213, 215

Gezonde voeding 33, 34, 35, 36

Gezondheidsraad 25, 34, 44, 46, 122, 123, 127, 128, 173, 213

Gezondheidsschade 17, 25, 30, 31, 32, 33, 37, 38, 41

GGZ 11, 14, 24, 52, 56, 57, 62, 66, 69, 70, 74, 78, 84, 87, 88, 89, 100, 158, 163, 164, 165, 168, 176, 180, 181, 183, 189, 190, 208, 213

Grotestedenbeleid 47

Heroïne 22, 28, 37, 38, 173

Homo-emancipatie 20, 111

Huisartsenzorg 43, 64, 73, 74, 153, 155, 179, 180, 211, 214

Hygiëne 38

ICT 15, 45, 52, 60, 64, 65, 66, 72, 87, 126, 138, 149, 213

IGZ 3, 6, 13, 15, 30, 38, 47, 53, 57, 60, 62, 76, 85, 123, 125, 126, 141, 177, 205, 208, 213

Indicatiestelling 12, 27, 75, 76, 81, 82, 83, 90, 99, 184, 203, 204, 208, 212, 213

Infectieziekten 18, 30, 33, 42, 44, 46, 124, 128, 143

Informatiebeveiliging 149

Innovatie 8, 10, 15, 18, 21, 23, 27, 37, 52, 59, 62, 63, 64, 65, 66, 72, 73, 75, 82, 83, 85, 111, 113, 114, 127, 159, 176, 183, 186, 208

Intensivering Sport 110, 113

Internationale samenwerking 3, 37, 111, 112, 123, 124, 125

Intramurale instellingen 159

Jeugdgezondheid 15, 30, 125, 173

Jeugd 3, 17, 18, 20, 25, 56, 62, 66, 70, 78, 83, 102, 104, 107, 108, 109, 110, 115, 116, 119, 120, 121, 122, 123, 130, 153, 154, 172, 173, 181, 183, 198, 200, 205, 206, 207

Kanker 18, 35, 43, 45, 128, 173, 177, 213

Kapitaallasten 8, 11, 26, 71, 89, 150, 152, 155, 158, 159, 202

Kennisoverdracht 120

Klantgerichtheid 64, 159

Kostenbeheersing 52, 73, 206, 210

Kraamzorg 24, 56, 70, 71, 153, 154, 179, 181

Kwaliteit 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 21, 28, 37, 39, 45, 47, 48, 52, 53, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 66, 67, 69, 72, 73, 74, 75, 76, 79, 80, 81, 83, 84, 86, 87, 88, 89, 94, 95, 97, 99, 101, 102, 108, 117, 124, 125, 126, 132, 137, 145, 146, 155, 177, 180, 182, 185, 189, 205, 206, 207, 213

Langdurige zorg 6, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 24, 75, 78, 83, 85, 87, 123, 153, 154, 183, 185, 186, 190

Leefstijl 9, 20, 25, 31, 32, 33, 36, 104, 107, 109, 173

Levensverwachting 5, 9, 17, 31

Maatschappelijke kosten 25, 75, 77, 88

Maatschappelijke Verantwoording 69, 79, 84, 136

Medicatieveiligheid 14, 61, 85, 205

Medisch specialisten 24, 26, 53, 56, 71, 152, 154, 155, 158, 180

Medisch wetenschappelijk onderzoek 30, 33, 49, 128

Milieu 2, 3, 30, 39, 48, 123, 128, 129, 139, 141, 198, 214, 215

Motivering 33, 38, 41, 42, 46, 49, 57, 59, 67, 79, 81, 83, 87, 94, 96, 98, 101, 107, 109, 112, 117, 119

Naschoolse opvang 19, 105, 109, 110, 196

NZa 53, 67, 68, 73, 76, 82, 85, 123, 154, 179, 180, 187, 188, 198, 203, 214

Ongevallen 25, 30, 31, 32, 33, 41, 48, 51, 108, 114, 115, 203, 212, 213, 214

Onverzekerden 52, 67, 207, 210

Oorlog 6, 21, 115, 117, 118, 119, 120, 121, 197, 203, 212, 215

Oorlogsgetroffenen 6, 20, 25, 115, 116, 117, 118, 119, 197

Orgaandonatie 62, 63, 66, 128, 215

Ouderen 8, 12, 13, 14, 15, 19, 27, 59, 66, 75, 80, 86, 87, 125, 185, 203, 214

Overgewicht 9, 17, 18, 29, 32, 33, 34, 36, 38, 51, 70, 107, 109, 173

Palliatieve zorg 12, 14, 21, 61, 75, 85, 87, 89, 185

Paralympische Spelen 112

Patiënt 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 20, 21, 27, 28, 43, 44, 45, 49, 52, 53, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 64, 65, 66, 72, 75, 76, 79, 80, 81, 85, 86, 90, 100, 125, 127, 155, 177, 179, 182, 183, 185, 203, 208, 210, 212, 214

Perinatale Audit 58, 59, 206

Persoonsgebonden budgetten 155

Premie-uitgaven 6, 7, 22, 33, 56, 78, 93, 131, 150, 170, 176

Prenatale Screening 66

Preventie 8, 9, 10, 17, 18, 22, 23, 24, 25, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 35, 36, 37, 38, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 49, 51, 64, 65, 70, 85, 101, 102, 103, 106, 107, 108, 109, 124, 139, 153, 172, 173, 174, 190, 193, 195, 200, 208, 213

Produktveiligheid 38, 39

PUR 20, 115, 117, 118, 203, 214

Raad voor de Volksgezondheid en Zorg 25, 122, 123, 127, 214

Raad voor Gezondheidsonderzoek 25, 122, 123, 128, 214

Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling 25, 122, 123, 127, 214

Rampen 30, 32, 46, 48, 49, 51, 180, 213

Rechtspositie 19, 57, 58, 79, 80, 208, 210

Reclame 37, 61, 74

Respect 11, 14, 16, 19, 20, 104, 106, 107, 109, 110, 111, 123, 166, 168

Rijksvaccinatieprogramma 18, 24, 27, 29, 33, 43, 44, 214

Risicogedrag 37

Risicoverevening 69, 74, 175, 198, 210

Roken 9, 17, 18, 27, 29, 33, 35, 38, 51, 70, 150, 154, 173, 180, 181, 188, 214

Rookvrij 17, 27, 29, 35, 173, 207, 211

Salmonella 39, 40

SCP 3, 5, 6, 95, 96, 97, 123, 126, 127, 214

Seksualiteit 44

Seksuele gezondheid 32, 44, 46

Sneller Beter 64

Soa 43, 214

Sociaal Cultureel Planbureau 94, 105, 110, 123, 214

Sport 1, 2, 3, 6, 17, 18, 19, 20, 22, 23, 25, 28, 29, 30, 33, 34, 35, 36, 41, 61, 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 113, 114, 124, 126, 132, 195, 196, 200, 205, 206, 212, 213, 215

Stelsel 2, 5, 6, 12, 13, 25, 36, 52, 53, 59, 67, 72, 74, 76, 80, 88, 89, 90, 116, 117, 118, 122, 123, 127, 140, 168, 197

Subsidiebeheer 148

Taakstelling 25, 53, 71, 72, 82, 131, 140, 144, 145, 148, 149, 153, 155, 180, 181, 190, 199, 201, 202

Tabak 17, 30, 34, 35, 36, 211

Tandarts 10, 11, 70

TBU 90, 100, 214

Topsport 105, 106, 107, 108, 112, 113, 114, 195, 212

Transparant 13, 27, 47, 48, 52, 57, 59, 64, 65, 75, 79, 80, 81, 125, 177, 185

Tuberculose 44, 214

Tweede Wereldoorlog 21, 115, 120

Vaccinatie 27, 29, 42, 43, 44, 128, 129, 143, 173

Veiligheid 14, 15, 19, 22, 23, 25, 27, 28, 30, 31, 32, 35, 38, 39, 40, 41, 42, 47, 48, 52, 53, 59, 60, 61, 64, 66, 75, 76, 83, 85, 103, 104, 109, 125, 132, 134, 139, 173, 177, 185, 193, 200, 212, 214

Vereenvoudiging 27, 72, 82, 115, 118, 175, 177

Verpleeghuiszorg 158

Verpleging 14, 24, 78, 79, 84, 153, 156, 160, 161, 189

Verslavingszorg 37

Verzorging 11, 13, 14, 24, 28, 78, 79, 83, 84, 85, 86, 102, 118, 153, 156, 160, 161, 184, 185, 188, 189, 190, 209, 213

Verzorgingshuiszorg 158

Voeding 18, 28, 29, 34, 35, 38, 40, 83, 84, 85, 107, 128, 132, 133, 139, 173, 176, 185, 210, 213, 214

Voedselkwaliteit 30, 132, 213

Voedsel 25, 30, 31, 32, 33, 35, 38, 39, 40, 132, 134, 173, 208, 214, 215

Voorlichtingsbeleid 21, 120

Vrijheid 8, 13, 72, 86, 88, 115, 116, 120, 155, 182

Vrijwilliger 14, 19, 21, 85, 91, 92, 96, 97, 98, 103, 104, 110, 111, 204, 207, 210

VTV 5, 215

Wachttijd 60, 63

Wet maatschappelijke ondersteuning 13, 18, 91, 95, 215

WHO 30, 44, 46, 48, 124, 141, 215

Wmo 18, 19, 24, 62, 91, 94, 95, 96, 99, 100, 103, 150, 153, 157, 158, 183, 187, 188, 189, 192, 202, 204, 206, 207, 208, 209, 215

WO II 25, 115, 116, 117, 119, 120, 197

Zelfbeschikking 12

Zelfdoding 32, 49, 215

Ziekenhuiszorg 52, 58, 61, 71, 72, 125, 158, 177

Ziekenhuizen 10, 12, 14, 21, 24, 26, 41, 53, 56, 57, 58, 60, 61, 62, 63, 68, 69, 71, 72, 125, 134, 152, 153, 154, 155, 158, 159, 160, 161, 163, 177, 179, 180, 212, 214

Zieken 80

ZonMw 6, 29, 36, 37, 40, 44, 45, 46, 47, 49, 66, 95, 153, 172, 208, 215

Zorgaanbieder 6, 7, 9, 10, 13, 14, 15, 21, 25, 52, 57, 58, 59, 67, 68, 71, 75, 76, 77, 79, 80, 82, 83, 84, 88, 89, 123, 125, 135, 136, 155, 180, 181, 185, 186, 189

Zorgaanbod 8, 10, 25, 27, 52, 57, 58, 59, 62, 80, 81, 158, 177, 190

Zorgautoriteit 53, 76, 123, 205, 214

Zorgbalans 5, 6, 31, 53, 76, 81, 84

Zorgconsument 53, 58, 59, 125, 150

Zorginstelling 8, 10, 14, 30, 53, 69, 79, 82, 86, 97, 123, 125, 135, 136, 137, 158, 159, 160, 185, 212, 215

Zorgkantoor 82

Zorgpakket 75, 85

Zorgplan 75, 84, 86, 88

Zorgstelsel 5, 8, 19, 25, 27, 52, 53, 54, 55, 57, 59, 76, 77, 78, 79, 123, 175, 198

Zorgtoeslag 4, 5, 53, 68, 69, 74, 148, 154, 167, 175, 176, 177, 207, 210

Zorgverzekeraar 6, 7, 10, 15, 18, 29, 30, 33, 45, 52, 53, 57, 59, 67, 68, 69, 70, 72, 73, 77, 80, 162, 215

Zorgverzekeringswet 5, 7, 11, 13, 53, 67, 69, 74, 123, 162, 164, 167, 176, 210, 215

Zorgvoorziening 32, 46, 48

Licence