XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport
nr. 4RAPPORT BIJ HET JAARVERSLAG 2008 VAN HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT (XVI)
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
’s-Gravenhage, 20 mei 2009
Hierbij bieden wij u het op 7 mei 2009 door ons vastgestelde «Rapport bij het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI)» aan.
Algemene Rekenkamer
| Samenvatting | 5 | |
| Kwaliteit van de publieke verantwoording | 5 | |
| Oordelen over jaarverslag en bedrijfsvoering | 7 | |
| Audit Actielijst 2009 | 8 | |
| Kwaliteitskaart bedrijfsvoering | 9 | |
| 1 | Inleiding | 13 |
| 1.1 | Over dit onderzoek | 13 |
| 1.1.1 | Wettelijke taak | 13 |
| 1.1.2 | Goede publieke verantwoording | 14 |
| 1.1.3 | Leeswijzer | 16 |
| 1.1.4 | Onderzoeksopzet | 16 |
| 1.2 | Over het Ministerie van VWS | 17 |
| 2 | Jaarverslag | 20 |
| 2.1 | Oordeel over de financiële informatie | 20 |
| 2.2 | Oordeel over de saldibalans en toelichting | 22 |
| 2.3 | Oordeel over de informatie over bedrijfsvoering | 23 |
| 2.4 | Oordeel over de informatie over het gevoerde beleid | 24 |
| 3 | Bedrijfsvoering | 25 |
| 3.1 | Oordeel over het financieel beheer en materieelbeheer | 25 |
| 3.2 | Ontwikkeling in de bedrijfsvoering | 29 |
| 3.1.1 | Subsidiebeheer kerndepartemen | 25 |
| 3.1.2 | Inkoopbeheer | 29 |
| 3.1.3 | Financieel beheer entadministraties RIVM | 29 |
| 3.3 | Departementsoverstijgende en overige onderwerpen | 30 |
| 3.3.1 | Risicomanagement | 30 |
| 3.3.2 | Beheersing realisatie beleidsdoel artikel 42 | 31 |
| 3.3.3 | ICT | 33 |
| 3.3.4 | Informatiebeveiliging | 33 |
| 3.3.5 | Personeelsbeheer | 34 |
| 3.3.6 | Sturing en toezicht op uitvoeringskosten van derden | 36 |
| 3.3.7 | Single information single audit | 38 |
| 4 | Informatie over beleid nader beschouwd | 41 |
| 4.1 | Beschikbaarheid van de beleidsinformatie | 42 |
| 4.1.1 | Begroting 2009 | 42 |
| 4.1.2 | Jaarverslag | 44 |
| 4.2 | Bruikbaarheid van de beleidsinformatie | 47 |
| 4.2.1 | Kabinetsdoelstelling 45a | 48 |
| 4.2.2 | Kabinetsdoelstelling 45b | 48 |
| 4.3 | Ontwikkelingen in de beleidsinformatie | 50 |
| 4.3.1 | Mantelzorg | 50 |
| 4.3.2 | Fondsbeheer CVZ | 52 |
| 5 | Reactie minister en nawoord Algemene Rekenkamer | 58 |
| 5.1 | Reactie minister | 58 |
| 5.2 | Nawoord Algemene Rekenkamer | 60 |
| Bijlage 1 | Overzicht fouten en onzekerheden in de financiële informatie in het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van VWS | 62 |
| Bijlage 2 | Gebruikte afkortingen | 69 |
| Literatuur | 71 | |
Voor u ligt ons rapport bij het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS, XVI). In dit rapport presenteren wij de resultaten van ons rechtmatigheidsonderzoek naar het jaarverslag en de bedrijfsvoering van dit ministerie.
In deze samenvatting gaan we in op onze belangrijkste bevindingen over de financiële informatie, de bedrijfsvoering en de beleidsinformatie van het Ministerie van VWS. We zetten deze bevindingen af tegen de beginselen van goede publieke verantwoording, om zo te komen tot aanbevelingen voor het verbeteren van het functioneren van het ministerie.
Ook geven wij aan het eind van deze samenvatting onze wettelijke oordelen over het Jaarverslag 2008 en de bedrijfsvoering van het Ministerie van VWS. Deze staan in beknopte vorm in een schema, waarin we verwijzen naar de plaats in dit rapport waar we dieper ingaan op deze oordelen en de achterliggende bevindingen presenteren.
Het Ministerie van VWS draagt verantwoordelijkheid voor het beleid op de terreinen gezondheidszorg, maatschappelijke zorg (welzijn) en sport.
De uitgaven van het ministerie bedroegen in 2008 € 14,2 miljard. De verplichtingen bedroegen € 14,8 miljard en de ontvangsten € 0,5 miljard. Het ministerie heeft vooral overdrachtsuitgaven. Van een groot deel van deze uitgaven vinden beheershandelingen plaats buiten het departement. Zo voert de Belastingdienst de Wet op de zorgtoeslag uit (uitgaven in 2008: € 3,7 miljard) en verstrekt het Ministerie van VWS jaarlijks een rijksbijdrage aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en aan het Zorgverzekeringsfonds. Deze rijksbijdragen bedroegen in 2008 respectievelijk € 4,8 miljard en € 2,1 miljard.
Het belangrijkste proces waarvoor het ministerie zelf beheershandelingen verricht, is het subsidieproces. Het ministerie heeft in 2008 € 1,8 miljard aan subsidies uitgegeven.
Kwaliteit van de publieke verantwoording
Wij constateren dat de minister van VWS transparant verantwoording aflegt over de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering, zijn bedrijfsvoering en de realisatie van zijn beleid.
Het ministerie heeft echter wel problemen met het subsidiebeheer. Deze problemen zijn ondanks de ambities van de minister ook in 2008 niet opgelost. Het ministerie heeft inmiddels nieuwe maatregelen getroffen. Om de problemen effectief en structureel op te lossen, vinden wij het nodig dat er voldoende capaciteit is in de interne controlefunctie, dat de werking van het subsidiebeheer op basis van de uitkomsten van de interne controle intensief wordt gemonitord en beheerst en dat de oorzaken van de problemen gericht aangepakt worden. Wij hebben afgesproken dat wij in 2009 met het ministerie periodiek de stand van zaken van het subsidiebeheer zullen bespreken. Voorts geven wij de minister in overweging persoonlijk aandacht te blijven schenken aan het verbeteren van het subsidiebeheer.
Een aandachtspunt dat in alle onderdelen van ons onderzoek naar voren komt betreft de dossiervorming, die niet altijd ordelijk is. Naast het beheersen van de werkdruk zou het ministerie op dit punt in ieder geval de discipline van betrokken medewerkers moeten versterken en moeten toezien op het naleven van de verantwoordelijkheden door de verschillende directies. Hierbij kan uiteraard zo doelmatig mogelijk gebruik worden gemaakt van geautomatiseerde ondersteuning.
Financiële informatie: tolerantiegrens overschreden door wetgevingsincident
In 2008 heeft de minister voor de academische functie subsidies toegekend van in totaal € 1 260,6 miljoen. Hij heeft deze subsidies niet via de begroting laten lopen (in technische termen: «niet binnen begrotingsverband verantwoord»), omdat het hier volgens hem gaat om premiegeld. Hiervoor is de Zorgverzekeringswet veranderd. De minister van Financiën heeft aangegeven dat deze constructie onacceptabel is, omdat deze in strijd is met het zogenoemde universaliteitsbeginsel in de Comptabiliteitswet (CW) 2001. Wij delen dit standpunt: omdat de minister subsidieverplichtingen aangaat is volgens de Algemene Rekenkamer sprake van begrotingsgeld. We hebben daarom het hele bedrag van de aangegane verplichtingen fout gerekend, waardoor de tolerantiegrens voor de financiële informatie in het jaarverslag als geheel wordt overschreden.
Naast de fout in de subsidies voor de academische functie hebben wij in de overige verplichtingen fouten en onzekerheden van in totaal € 30,2 miljoen (2007: € 51,2 miljoen) en in de uitgaven fouten en onzekerheden van in totaal € 143,7 miljoen (2007: € 80,8) miljoen) aangetroffen. Dit laatste betreft met name fouten in de zorgtoeslag van € 58,8 miljoen.
Bedrijfsvoering voor een groot deel onder controle, subsidiebeheer blijft achter bij ambities
Op grond van ons onderzoek naar de bedrijfsvoering constateren wij dat de bedrijfsvoering bij het Ministerie van VWS voor een groot deel onder controle is, maar dat de problemen in het subsidiebeheer nog niet zijn opgelost. De kwaliteit van het subsidiebeheer blijft ook achter bij de ambities van de minister zelf om te komen «tot een adequaat en zorgvuldig subsidiebeheer in 2008». Ondanks de vele investeringen is het subsidiebeheer in 2008 nog steeds een onvolkomenheid.
In de bedrijfsvoering is er ook nog steeds een probleem met het inkoopbeheer doordat Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Bovendien is er een nieuw probleem in het financieel beheer ontstaan doordat de entadministraties zijn geïntegreerd bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Beleidsinformatie: beleidsverslag verbeterd
Tijdens het Verantwoordingsdebat op 22 mei 2007 heeft de Tweede Kamer haar zorgen geuit over de kwaliteit van het verantwoordingsproces. Naar aanleiding daarvan heeft de minister van Financiën in overleg met de Algemene Rekenkamer en de Tweede Kamer eind 2007 besloten tot een experiment met de jaarverslagen van een aantal departementen. Het doel van het experiment is om de jaarverslagen meer focus en politieke zeggingskracht te geven en de verantwoordingslasten te verminderen. De betrokken ministers verantwoorden zich in het beleidsverslag van hun jaarverslag uitgebreid over de kabinetsdoelstellingen uit het coalitieakkoord en over enkele departementspecifieke beleidsprioriteiten. Over beleidsartikelen die niet onder deze prioriteiten vallen, nemen zij alleen een financiële verantwoording op in het jaarverslag. Het Ministerie van VWS is één van de departementen die aan het experiment meedoen.1
In het tweede jaar van het experiment jaarverslagen stellen wij vast dat de kwaliteit van het beleidsverslag van het Ministerie van VWS verbeterd is ten opzichte van 2007. De kabinetsdoelstellingen en de beleidsconclusies hebben hierin een prominentere plaats gekregen en het aantal prestatie-indicatoren is sterk toegenomen. Ook is er nu een «Financieel overzicht kabinetsdoelstellingen» in het beleidsverslag opgenomen, waarin de relatie is weergegeven tussen kabinetsdoelstelling, beleidsartikel/operationele doelstelling en het financieel belang. Wel merken wij daarbij op dat de in het overzicht opgenomen bedragen zowel realisaties als begrotingsmutaties betreffen. Het overzicht dat het Ministerie van Financiën in het kader van het experiment heeft voorgeschreven, vraagt niet om realisatiecijfers en een totaaltelling. Het Ministerie van VWS heeft hierin ook niet voorzien. Een soortgelijk financieel overzicht is gemaakt voor de departementspecifieke beleidsprioriteiten van het Ministerie van VWS.
Oordelen over jaarverslag en bedrijfsvoering
In onderstaand schema staan onze oordelen over het Jaarverslag 2008 en de bedrijfsvoering van het Ministerie van VWS, die wij krachtens de CW 2001 geven.
| Oordeel | Meer informatie in | ||
|---|---|---|---|
| Jaarverslag | Financiële informatie | Voldoet met uitzondering van overschrijding van de artikeltolerantie bij artikel 42 en de tolerantiegrens voor de jaarrekening als geheel | § 2.1 |
| Saldibalans | Voldoet | § 2.2 | |
| Informatie over bedrijfsvoering | Voldoet | § 2.3 | |
| Informatie over beleid | Voldoet | § 2.4 | |
| Bedrijfsvoering | Financieel beheer en materieelbeheer* | Voldoet met uitzondering van drie onvolkomenheden | § 3.1 |
* In de Audit Actielijst (AAL) achter in deze samenvatting staat een overzicht van alle onvolkomenheden.
De Audit Actielijst (AAL) laat zien op welke punten de Algemene Rekenkamer vindt dat het ministerie actie moet ondernemen. Dat zijn zowel de onvolkomenheden in het financieel beheer en materieelbeheer als de onvolkomenheden in de overige onderdelen van de bedrijfsvoering. De lijst meldt ook welke maatregelen de minister heeft aangekondigd om de onvolkomenheden die wij hebben geconstateerd op te lossen.1
| Eerste jaar constatering, artikel en bedrag | Stand van zaken en conclusie | Aanbeveling | Toezegging minister | Meer informatie |
|---|---|---|---|---|
| 1. Subsidiebeheer kerndepartement | ||||
| 1999Diverse artikelen | Belangrijkste beheersmaatregelen in opzet aanwezig, werking voldoet nog niet. | Zorg voor voldoende capa- citeit voor de IC-functie, zorg dat de bestuursraad de wer- king van het subsidiebeheer intensief monitort en beheerst en de oorzaken van de problemen gericht aanpakt. | Een gerichte set van maatregelen wordt getroffen om op dossierniveau onvolkomenheden in een vroeg stadium te signaleren en te herstellen. Daartoe wordt de signaalfunctie van de interne controle uitgebreid en worden uitkom- sten gemonitord. Daarnaast worden maatregelen getroffen voor een effi- ciëntere subsidie-uitvoering en een vermindering van het aantal subsidies. De minister zal de voortgang van de maatregelen en de uitkomsten intensief volgen. | § 3.1.1 |
| 2. Inkoopbeheer | ||||
| 2006Diverse artikelen | Niet naleven EU-aanbeste- dingsregels. | Beoordeel de noodzaak van aanbesteding zorgvuldiger en tijdiger. | – | § 3.1.2 |
| 3. Financieel beheer entadministraties RIVM | ||||
| 2008 | Financiële administraties nog niet geïntegreerd. | Geef prioriteit aan een adequate inrichting van de financiële administratie. | Acties zijn opgenomen in een controlplan dat met hoge prioriteit wordt uitgevoerd. De minister monitort de voort- gang van de uitvoering van het plan en bespreekt het periodiek met de directie FEZ en de Rijksauditdienst | § 3.1.3 |
Kwaliteitskaart bedrijfsvoering
De kwaliteitskaart bedrijfsvoering is een nieuw instrument van de Algemene Rekenkamer. Wij gebruiken de kaart dit jaar voor het eerst. Op basis van de ervaringen van dit jaar willen we de kwaliteitskaart de komende jaren verder ontwikkelen. De kwaliteitskaart plaatst de geconstateerde onvolkomenheden in het licht van de totale bedrijfsvoering van een ministerie en maakt zichtbaar welke artikelen worden geraakt door de onvolkomenheden die wij hebben geconstateerd. De kwaliteitskaart bestaat uit twee delen. Deel I van de kwaliteitskaart richt zich op de organisatieonderdelen van het Ministerie van VWS. Deel II van de kwaliteitskaart richt zich op de begrotingsartikelen van het ministerie.
Deel I van de kwaliteitskaart zet het aantal geconstateerde (ernstige) onvolkomenheden af tegen het totale aantal mogelijke onvolkomenheden. Dit deel van de kaart is gebaseerd op de Baseline financieel beheer en materieelbeheer van het Ministerie van Financiën. Deze baseline bevat de normen voor een goed financieel beheer en materieelbeheer. Het totale aantal mogelijke onvolkomenheden in de bedrijfsvoering bestaat uit alle beheerdomeinen die voor het ministerie voor een goed functioneren relevant respectievelijk kritisch zijn. Doordat de kwaliteitskaart een nieuw instrument is, zou de inschatting van het belang van de beheerdomeinen in de toekomst nog kunnen wijzigen.
Deel I van de kwaliteitskaart maakt ook zichtbaar aan welke beheerdomeinen wij en/of de departementale auditdienst (bij het Ministerie van VWS thans Rijksauditdienst) in de controle over 2008 extra aandacht hebben besteed en waar wij (ernstige) onvolkomenheden hebben geconstateerd. Met extra aandacht van de auditdienst bedoelen wij die aandacht voor de bedrijfsvoering die de reguliere aandacht uit hoofde van de jaarlijkse wettelijke controle overstijgt. Met extra aandacht van de Algemene Rekenkamer doelen wij op ons departementspecifiek, departementsoverstijgend en ons rijksbrede onderzoek (zie hoofdstuk 1 voor informatie over onze onderzoeksopzet). Extra aandacht van de Algemene Rekenkamer en van de auditdienst betekent niet per definitie dat alle aspecten van het desbetreffende beheersdomein in het onderzoek zijn betrokken, het kan ook betrekking hebben op een enkel aspect binnen het beheerdomein.
Deel II van de kwaliteitskaart maakt zichtbaar welke artikelen door de geconstateerde onvolkomenheden worden geraakt en waar gevolgen voor de rechtmatigheid zijn geconstateerd en of de geconstateerde fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid de kwantitatieve tolerantiegrenzen overschrijden.
In de AAL staat een korte beschrijving van de onvolkomenheden en in § 3.1 worden de onvolkomenheden toegelicht.
Voor de opzet van de kwaliteitskaart van het Ministerie van VWS hebben wij een vertaalslag gemaakt. Het Ministerie van VWS is namelijk functioneel ingericht en de interne controle is procesgericht.
Het ministerie is steeds meer een «systeembeheerder» waar flexibel en interdisciplinair gewerkt wordt. Daartoe zijn grote clusters geformeerd op portefeuillehouderniveau en worden processen gestandaardiseerd. Ook de Rijksauditdienst werkt volgens deze structuur. De controleaanpak is verschoven van directie naar proces (bijvoorbeeld het subsidieproces) en er wordt niet meer gerapporteerd op directieniveau maar op het niveau van portefeuillehouder (bijvoorbeeld directeur-generaal). De verwachting voor de komende jaren is dat deze ontwikkeling zich doorzet. Het ministerie zoekt naar een efficiëntere bedrijfsvoering om de taakstelling te realiseren en de controlelasten te verminderen.
Uit deel I van de kwaliteitskaart van het Ministerie van VWS blijkt dat er 101 beheersdomeinen van belang zijn voor de bedrijfsvoering bij het ministerie. Daarvan zijn er 30 als kritisch aan te merken. Van alle 101 beheerdomeinen die van belang zijn voor het goed functioneren van het Ministerie van VWS, hebben de Rijksauditdienst en wij ministeriebreed het subsidiebeheer en het beheer van specifieke uitkeringen nader onderzocht. Daarnaast zijn de administratiesystemen van het Ministerie van VWS extra onderzocht. Specifiek onderzoek is verricht bij de baten-lastendiensten en bepaalde toezichtsrelaties. Wij hebben drie onvolkomenheden geconstateerd. Eén onvolkomenheid heeft betrekking op een relevant beheerdomein. Het betreft het financieel beheer entadministraties RIVM. Twee onvolkomenheden, het subsidiebeheer en het inkoopbeheer, konden niet toegedeeld worden aan een beheerdomein.
Uit deel II van de kwaliteitskaart van het Ministerie van VWS blijkt dat alle artikelen van het Ministerie van VWS geraakt worden door de onvolkomenheden die wij bij dit ministerie hebben geconstateerd. Daarnaast hebben we een onvolkomenheid geconstateerd bij een ander ministerie die artikelen van het Ministerie van VWS raakt. Het gaat om de onvolkomenheid bij het Ministerie van Financiën, Belastingdienst, kantoor Toeslagen. Deze onvolkomenheid raakt artikel 42 van het Ministerie van VWS.


Ministers verantwoorden zich in hun jaarverslagen over de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van het ministerie (financiële informatie), over de manier waarop het ministerie heeft gefunctioneerd (informatie over de bedrijfsvoering) en over de vraag of de doelen en prestaties die in de begroting van het ministerie waren afgesproken, ook zijn gerealiseerd (informatie over het beleid).
De Algemene Rekenkamer doet jaarlijks rechtmatigheidsonderzoek bij het Rijk. Het doel van dit onderzoek is tweeledig. Ten eerste komen we ten behoeve van onze wettelijke taak tot oordelen over het al dan niet voldoen aan de eisen van de Comptabiliteitswet 2001 (CW 2001). Daarnaast zetten we onze bevindingen af tegen de beginselen van goede publieke verantwoording om te komen tot aanbevelingen ter verbetering van het functioneren van het Rijk.
Met ons onderzoek gaan we na of de jaarverslagen en de bedrijfsvoering van de ministeries voldoen aan de eisen die de CW 2001 stelt. Dit is onze wettelijke taak. We beoordelen of de informatie in de jaarverslagen over verplichtingen, uitgaven en ontvangsten, over bedrijfsvoering en over beleid tot stand gekomen is volgens de daarvoor geldende regels en of deze goed is weergegeven. Bij de bedrijfsvoering zelf van het ministerie beoordelen we of het financieel beheer en materieelbeheer voldoen aan de eisen van de CW 2001.
Met onze wettelijke oordelen ondersteunen we de Tweede Kamer bij het verlenen van decharge aan de ministers.
Figuur 1 laat zien wat wij uit hoofde van onze wettelijke taken wanneer onderzoeken en voor wie.
In onze rapporten bij de jaarverslagen melden we zowel de fouten en onzekerheden in de financiële informatie die de kwantitatieve tolerantiegrenzen overschrijden als de fouten en onzekerheden in de financiële informatie die de kwalitatieve tolerantiegrenzen overschrijden. Onder «fouten» verstaan we financiële informatie die niet rechtmatig tot stand is gekomen (het begrotingsgeld is niet volgens de regels uitgegeven) of niet deugdelijk is weergegeven (er is geen goede verantwoording afgelegd in het jaarverslag). We spreken van «onzekerheden» wanneer we, bijvoorbeeld door onvolkomenheden in het financieel beheer, niet kunnen vaststellen of er al dan niet sprake is van fouten.
1.1.2 Goede publieke verantwoording
Goed openbaar bestuur staat centraal in het werk van de Algemene Rekenkamer. Wij baseren ons daarbij op de kenmerken van goed openbaar bestuur zoals de Verenigde Naties deze hebben geformuleerd. Deze kenmerken hebben betrekking op de rechtsstaat, de democratie, het functioneren en het presteren van het openbaar bestuur. Uitgaande van onze wettelijke taak en missie richten wij ons vooral op de laatste twee aspecten. En in ons jaarlijkse rechtmatigheidsonderzoek concentreren wij ons vooral op het onderdeel «publieke verantwoording». Wij zijn van mening dat iedere overheid te allen tijde goede publieke verantwoording over haar functioneren en presteren moet kunnen afleggen. Met onze rapporten proberen we ministers te stimuleren om daarin zo nodig verbeteringen aan te brengen.
Figuur 2 geeft een overzicht van publieke verantwoording als onderdeel van goed openbaar bestuur. Voor een compleet overzicht van goed openbaar bestuur zie www.rekenkamer.nl.

De rechtmatigheid van de inning, het beheer en de besteding van publieke middelen, een van de beginselen van goede publieke verantwoording (zie figuur 2), onderzoeken wij krachtens onze wettelijke controletaak. Onze bevindingen staan beschreven in hoofdstuk 2.
Voor de andere beginselen van goede publieke verantwoording kijken we verder dan de eisen van de CW 2001.
In hoofdstuk 3, over de bedrijfsvoering, gaan we niet alleen in op onvolkomenheden in het financieel beheer en materieelbeheer maar ook op onvolkomenheden in andere onderdelen van de bedrijfsvoering. Verder geven we in dat hoofdstuk een beeld van hoe het ministerie omgaat met die aspecten van de bedrijfsvoering die wij van belang achten voor een goede publieke verantwoording. We onderzoeken in hoeverre de minister belangrijke bedrijfsprocessen in de greep houdt (is hij «in control»?) en we besteden aandacht aan de verschuivingen van taken en verantwoordelijkheden van de rijksoverheid.
Publieke verantwoording over de effectiviteit en efficiency van beleid en de behartiging van publieke taken geschiedt onder meer in de vorm van in het jaarverslag opgenomen beleidsinformatie over behaalde prestaties. In hoofdstuk 4 staan de bevindingen en conclusies uit ons onderzoek naar de beschikbaarheid en de bruikbaarheid van deze beleidsinformatie beschreven.
Op basis van een risicoanalyse hebben we een programma opgesteld voor het rechtmatigheidsonderzoek 2008 bij het Ministerie van VWS. Op grond van dit programma hebben we dit jaar onder meer aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:
• zorgtoeslag;
• subsidie academische functie;
• Europese aanbestedingen;
• bestuurskosten;
• subsidiebeheer;
• inkoopbeheer;
• ICT;
• informatiebeveiliging;
• integriteit;
• personeelsbeheer;
• taakstelling financiële functie;
• taakstelling Ministerie van VWS en vorming Rijksauditdienst;
• risicomanagement;
• sturing en toezicht op uitvoeringskosten van derden;
• single information single audit (sisa) specifieke uitkeringen;
• mantelzorg;
• overgang Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB);
• fondsbeheer College voor zorgverzekeringen (CVZ).
Als het onderzoek op een bepaald onderwerp voor dit jaar niet tot noemenswaardige bevindingen heeft geleid, rapporteren we niet over dit onderwerp.
Wij steunen bij ons onderzoek in belangrijke mate op de werkzaamheden van de Rijksauditdienst.
Op www.rekenkamer.nl kunt u meer lezen over hoe onze rapporten bij de jaarverslagen tot stand komen. Daar vindt u ook een verklarende woordenlijst met begrippen die veel voorkomen in onze rapporten bij de jaarverslagen. Afkortingen en begrippen die specifiek zijn voor dit rapport zijn opgenomen in bijlage 2.
1.2 Over het Ministerie van VWS
Wij rapporteren over de resultaten van ons onderzoek per jaarverslag. In totaal zijn er 27 jaarverslagen. Dit rapport gaat over het jaarverslag van het Ministerie van VWS (XVI).
Het Ministerie van VWS draagt verantwoordelijkheid voor het beleid op de terreinen gezondheidszorg, maatschappelijke zorg (welzijn) en sport.
In onderstaand overzicht beschrijven wij het ministerie aan de hand van een aantal kengetallen.
| Overzicht 1 Het Ministerie van VWS in kengetallen | |
|---|---|
| Totaal verplichtingen | € 14,8 miljard |
| Totaal uitgaven | € 14,2 miljard |
| Totaal ontvangsten | € 0,5 miljard |
| Transactie-uitgaven | € 1,3 miljard |
| waaronder personeelsuitgaven | € 0,1 miljard |
| Overdrachtsuitgaven | € 12,9 miljard |
| – waarvan rijksbijdragen | € 6,9 miljard |
| – waarvan zorgtoeslag | € 3,7 miljard |
| – waarvan subsidies | € 1,8 miljard |
| – waarvan specifieke uitkeringen | € 0,4 miljard |
| Aantal begrotingsartikelen | 8 |
| – waarvan beleidsartikel | 6 |
| – waarvan niet-beleidsartikel | 2 |
| Aantal personen werkzaam (in fte) per ultimo 2008 | Pm |
| Aantal directoraten-generaal | 4 |
| Aantal baten-lastendiensten | 4 (RIVM, NVI, CIBG, aCBG) |
| – bijdrage van moederdepartement | € 192,3 miljoen |
| – eigen vermogen | € 43,8 miljoen |
| Begrotingsfondsen | – |
| Rechtspersonen met wettelijke taak | |
| – Begrotingsgefinancierd | – ZonMw, Stichting Koppeling, Fonds PGO, SVB, PUR, NZa, CVZ, CBZ, CSZ |
| – Premiegefinancierd | – NTS, Stichting Uitvoering Omslagregelingen WTZ (SUO), zorgverzekeraars |
| – Begrotings- en premiegefinancierd | – Uitvoeringsorganen AWBZ |
| Recent onderzoek (vanaf 2006) van de Algemene Rekenkamer op het terrein van het Ministerie van VWS | – Afstemming in de Zorg (2006) – Kopzorgen (2007) – Opvang zwerfjongeren 2007 (2008) – Ketenbesef op de werkvloer (2008) – Op weg van aanbod naar vraag in zorg en onderwijs (2008) – Topsport in Nederland (2008) – Opvang zwerfjongeren 2008 (2008) |
Bron voor gegevens ministerie: Jaarverslag VWS 2008 en informatie directie Bedrijfsvoering.
Bron voor de rapporten van de Algemene Rekenkamer: www.rekenkamer.nl.
Uit dit overzicht blijkt dat het ministerie vooral overdrachtsuitgaven heeft. Van een groot deel van deze uitgaven vinden de beheershandelingen plaats buiten het departement. Zo voert de Belastingdienst de Wet op de zorgtoeslag uit (uitgaven in 2008: € 3,7 miljard) en draagt het Ministerie van VWS jaarlijks bij aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ) en het Zorgverzekeringsfonds (ZVF). Deze rijksbijdragen bedroegen in 2008 respectievelijk € 4,8 miljard en € 2,1 miljard.
In het jaarverslag van het Ministerie van VWS is ook informatie opgenomen over de premie-uitgaven in de zorg (financieel belang 2008: € 54,9 miljard). Door deze gegevens op te nemen, geeft het ministerie een beleidsmatige verantwoording over de uitgaven binnen het Budgettair Kader Zorg (BKZ).
Het betreft de uitgaven die worden gefinancierd via de rijksbijdragen en via de premies voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). De premie-uitgaven vallen niet onder het budgetrecht van de Tweede Kamer.
De minister stuurt overigens wel jaarlijks de rapportage van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de recht- en doelmatige uitvoering van de AWBZ door zorgkantoren en het Centraal Administratie Kantoor (CAK), met zijn commentaar, naar de Staten-Generaal. De meest recente is die over 2007 en dateert van januari 2009. Ook stuurt de minister de jaarlijkse rapportage van de NZa over de uitvoering van de Zvw door zorgverzekeraars naar de Staten-Generaal. Deze rapportage richt zich conform de uitgangspunten van de Zvw vooral op de naleving van de publieke randvoorwaarden, zoals acceptatieplicht, verbod op premiedifferentiatie en de zorgplicht. De meest recente rapportage gaat over 2007, maar bevat ook bevindingen over de eerste helft van 2008 en is in november 2008 aangeboden.
Het ZVF speelt een belangrijke rol in de financiering van de zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars worden door dit fonds gecompenseerd voor ongelijke risico’s.
Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) beheert het AFBZ en het ZVF en stuurt jaarlijks het Financieel Jaarverslag Fondsen aan de minister van VWS, waarin het CVZ zich verantwoordt over de recht- en doelmatigheid van de fondsen. De minister moet deze verantwoording goedkeuren en brengt zijn oordeel over het functioneren van het CVZ over aan de Staten-Generaal.
Omdat de informatie over de premie-uitgaven buiten het budgetrecht valt, maakt die geen deel uit van de financiële informatie in het jaarverslag. Wij onderzoeken deze uitgaven als beleidsinformatie.
De uitvoerders van AWBZ en Zvw zijn zogenoemde rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s). De Algemene Rekenkamer heeft dan ook controlebevoegdheden bij zorgkantoren en zorgverzekeraars. Bij de invoering van de Zvw zijn de Staten-Generaal akkoord gegaan met een inperking van deze bevoegdheden.1 De Algemene Rekenkamer heeft geen bevoegdheid wat betreft de controle op de rechtmatige en doelmatige besteding van premies en vereveningsbijdrage. De Algemene Rekenkamer heeft wel volledige bevoegdheden voor wat betreft de uitkeringen uit het ZVF en kan onderzoek doen naar de wijze waarop de zorgverzekeraars de in de Zvw geregelde publieke belangen borgen. We besteden regelmatig aandacht aan de recht- en doelmatige uitvoering van taken door dergelijke organisaties, zij het niet jaarlijks. Zo hebben wij in 2006 het rapport Verantwoording en toezicht bij rechtspersonen met een wettelijke taak, deel 5 gepubliceerd en hebben we in 2008 een verkennend onderzoek gedaan naar het fondsbeheer bij het CVZ (zie § 4.3.2).
Wij hebben van oudsher geen controlebevoegdheden bij de leveranciers van zorg (zorgaanbieders). Zorgaanbieders zijn private organisaties die in het algemeen werken op basis van vergunningen en contracten (onder andere huisartsen, ziekenhuizen, verpleeghuizen). De zorg die behoort tot het verzekerde pakket van de AWBZ of de Zvw, wordt betaald op basis van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar of zorgkantoor.
De Algemene Rekenkamer heeft het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van VWS beoordeeld. Wij hebben onderzocht of de minister het begrotingsgeld volgens de regels heeft uitgegeven en ontvangen en of hij daarover in het jaarverslag goede verantwoording heeft afgelegd. Ook hebben we onderzocht of de informatie in het jaarverslag over de bedrijfsvoering en over het gevoerde beleid deugdelijk tot stand is gekomen en voldoet aan de daaraan te stellen kwaliteitsnormen.
2.1 Oordeel over de financiële informatie
De financiële informatie in het jaarverslag bestaat uit de volgende onderdelen:
• de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten in de verantwoordingsstaat en de toelichting daarbij;
• de baten, lasten, kapitaaluitgaven, kapitaalontvangsten en balansposten in de samenvattende verantwoordingsstaat van de baten-lastendiensten en de toelichting daarbij.
De financiële informatie dient op grond van de CW 2001:
• rechtmatig tot stand te zijn gekomen;
• deugdelijk te zijn weergegeven;
• te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften.
| Oordeel | ||||
| De financiële informatie in het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van VWS voldoet aan de eisen die de CW 2001 stelt, met uitzondering van de volgende fouten en onzekerheden in de (samenvattende) verantwoordingsstaat: | ||||
| – artikel 42 Gezondheidszorg: een bedrag van € 1 266,3 miljoen in de verplichtingen dat onrechtmatig is. Dit is vooral een fout in de subsidies van de academische functie van € 1 260,6 miljoen. | ||||
| Het totaalbedrag van alle geconstateerde fouten en onzekerheden in de verplichtingen omvat € 1 290,8 miljoen en heeft daarmee de tolerantiegrens voor de financiële informatie in het jaarverslag als geheel overschreden. | ||||
Het bedrag aan verplichtingen en uitgaven omvat in totaal € 485,1 miljoen, respectievelijk € 287,9 miljoen aan overschrijdingen op de begrotingsartikelen 41 tot en met 46, respectievelijk 42, 43, 98 en 99. Gaan de Staten-Generaal niet akkoord met de hiermee samenhangende slotwetmutaties, dan moeten wij ons oordeel over de financiële informatie mogelijk herzien.
In bijlage 1 van dit rapport staat een overzicht van alle fouten en onzekerheden. Hieronder lichten we de overschrijding toe die bij het oordeel genoemd is. Wegens de aard en omvang van de fouten gaan we daarbij ook in op de zorgtoeslag en de naleving van Europese aanbestedingsregels.
Per 1 januari 2008 is de Subsidieregeling academische functie1 van kracht geworden. Hiervoor is de Zvw veranderd. Via deze regeling heeft de minister in 2008€ 631,8 miljoen toegekend voor 2008 en € 628,8 miljoen voor 2009. In totaal heeft hij € 1 260,6 miljoen subsidie toegekend aan de academische ziekenhuizen en een ander ziekenhuis dat de academische functie uitoefent. De subsidie wordt gefinancierd uit het ZVF.
Het CVZ, beheerder van dit fonds, voert de betalingen uit en administreert ze.
Volgens de minister van VWS is hier sprake van premiegeld. Het ministerie administreert de verplichtingen en uitgaven daarom extracomptabel en verantwoordt deze niet via de begroting (in technische termen: «niet binnen begrotingsverband»).
Het Ministerie van Financiën en de Algemene Rekenkamer vinden de verantwoordingswijze evenwel in strijd met het zogenoemde universaliteitsbeginsel in de CW 2001. Als de minister van VWS subsidie verstrekt aan derden, dan ontstaat een verplichting die hij via zijn eigen begroting moet afwikkelen. De minister van Financiën heeft aangegeven dat de constructie van het Ministerie van VWS onacceptabel is (Financiën, 2007a).
Omdat de minister van VWS toch voor deze verantwoordingswijze heeft gekozen, merken wij de in 2008 aangegane verplichtingen van € 1 260,6 miljoen als onrechtmatig aan.
Tussen het Ministerie van Financiën en het Ministerie van VWS zijn in 2008 besprekingen gevoerd. Dit heeft geleid tot een voorstel van het Ministerie van VWS om het rechtmatigheidsprobleem vanaf 2010 op te lossen. Deze oplossing houdt in dat de NZa een beschikbaarheidsbijdrage gaat vaststellen door middel van een wijziging op de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG). De ziekenhuizen kunnen dit bedrag declareren bij het CVZ. De Algemene Rekenkamer gaat hiermee akkoord, op voorwaarde dat de Zvw wordt aangepast (dat wil zeggen dat de eerdere wijziging ongedaan wordt gemaakt) en de subsidieregeling wordt ingetrokken. De minister heeft de Algemene Rekenkamer laten weten dat dit inderdaad zijn voornemen is.
Omdat de oplossing pas in 2010 gerealiseerd wordt, blijft er voor de jaren 2008 en 2009 nog steeds een onrechtmatigheid bestaan. Wij hebben van de minister een brief ontvangen waarin hij (VWS, 2009a):
1. aangeeft voornemens te zijn de academische functie vanaf 2010 via de WMG te financieren, de Zvw aan te passen en de huidige subsidieregeling te laten vervallen;
2. toezegt zich in de bedrijfsvoeringsparagraaf in het Jaarverslag 2008 en 2009 transparant te verantwoorden over de door het Ministerie van VWS gekozen constructie en over de bezwaren daartegen van het Ministerie van Financiën en de Algemene Rekenkamer;
3. toezegt in 2008 en 2009 de verplichtingen en uitgaven die betrekking hebben op de Subsidieregeling academische functie extracomptabel te verantwoorden in het Financieel Beeld Zorg (niet-financiële premie-informatie).
Bij dit laatste merkt de minister op dat de Rijksauditdienst een onderzoek uitvoert naar de rechtmatigheid van de verplichtingen en uitgaven die buiten begrotingsverband zijn verantwoord.
Het Ministerie van VWS is beleids- en begrotingsverantwoordelijk voor de Wet op de zorgtoeslag. Het kantoor Toeslagen van de Belastingdienst is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet. In 2007 heeft de Belastingdienst de zorgtoeslag voor het eerst definitief toegekend over het toeslagjaar 2006. Daarbij zijn achterstanden ontstaan. Door problemen in het financieel beheer bij het kantoor Toeslagen waren er veel onrechtmatigheden in de uitbetaalde voorschotten voor 2007 en 2008.
In 2008 bedroegen de uitgaven voor de zorgtoeslag € 3,7 miljard (2007: € 2,9 miljard). De omvang van de geconstateerde onrechtmatigheden is ten opzichte van 2007 zowel absoluut als relatief gedaald, van € 73,3 miljoen (2,5%) in 2007 naar € 58,8 miljoen (1,6%) in 2008. De fouten in 2008 werden vooral veroorzaakt doordat wijzigingsverzoeken niet of onjuist werden verwerkt. Behalve van fouten is er in 2008 sprake van een onzekerheid in de uitgaven van € 14,1 miljoen (0,4%).
In 2008 heeft de Belastingdienst nagenoeg alle toeslagen voor 2006 en 75% van de toeslagen voor 2007 definitief toegekend. De controle van het proces «Definitief beschikken» is redelijk verlopen. Van de definitieve toekenningen was 0,8% fout en 0,5% onzeker.
Het toezicht en het financieel beheer bij het kantoor Toeslagen van de Belastingdienst zijn ten opzichte van 2007 verbeterd. Zo heeft de Belastingdienst in het kader van het beleid ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) toezicht uitgeoefend op de zorgtoeslag volgens een toezichtplan dat met het Ministerie van VWS is afgestemd. Het financieel beheer is nog onvoldoende verbeterd om de onvolkomenheid bij het kantoor Toeslagen van de Belastingdienst te laten vervallen.
Naleving Europese aanbestedingsregels
De Tweede Kamer heeft de afgelopen jaren geïnformeerd in hoeverre de ministeries de Europese aanbestedingsregels naleven. Wij constateren dat het Ministerie van VWS in 2008 in 16 (2007: 12) gevallen met een totaalbedrag van € 8,0 miljoen (2007: € 8,7 miljoen) ten onrechte niet Europees heeft aanbesteed. In 9 (2007: 12) andere gevallen zijn voor een bedrag van € 5,9 miljoen (2007: € 8,4 miljoen) overige aanbestedingsregels niet nageleefd. Dit betreft bijvoorbeeld het ten onrechte niet aanvragen van offertes bij andere partijen binnen de bestaande raamovereenkomst. Verder bestaat voor een geval met een bedrag van € 2,2 miljoen geen zekerheid over de naleving van de Europese aanbestedingsregels. De aanbestedingen kunnen naar soort als volgt worden onderscheiden:
| Tabel 1 Niet naleven Europese aanbestedingsregels | ||||
| Ten onrechte niet Europees aanbesteed | Aantal fout | Aantal onzeker | Fouten in € mln. | Onzekerheden in € mln. |
| Diensten ICT | 4 | 2,4 | ||
| Projecten | 4 | 1,6 | ||
| Overige diensten | 1 | 0,3 | ||
| Materiaal | 7 | 1 | 3,7 | 2,2 |
| Totaal | 16 | 1 | 8,0 | 2,2 |
| Overige fouten Europese aanbestedingsregels | ||||
| Diensten ICT | 2 | 0,2 | ||
| Overige diensten | 7 | 5,7 | ||
| Totaal | 9 | 5,9 | ||
2.2 Oordeel over de saldibalans en toelichting
De saldibalans is een overzicht van de posten die aan het eind van het jaar nog openstaan en die naar het volgende jaar moeten worden meegenomen. Bij de saldibalans hoort een toelichting waarin nadere informatie wordt verstrekt over de afzonderlijke posten op deze balans.
Vanaf 2008 omvat de saldibalans van het Ministerie van VWS ook posten die betrekking hebben op Jeugd en Gezin.
De informatie in de saldibalans dient op grond van de CW 2001:
• rechtmatig tot stand te zijn gekomen;
• deugdelijk te zijn weergegeven;
• te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften.
| Oordeel | ||||
| De informatie in de saldibalans in het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van VWS voldoet aan de eisen die de CW 2001 stelt. Dit betekent dat wij geen belangrijke fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid en de deugdelijke weergave hebben geconstateerd die de tolerantiegrenzen overschrijden. | ||||
| In 2008 heeft het Ministerie van VWS voor een bedrag van € 9,0 miljard aan open- staande voorschotten afgerekend. | ||||
| Wij zijn van oordeel dat deze afrekeningen voldoen aan de daaraan te stellen eisen. | ||||
| Het totaalbedrag van alle geconstateerde fouten en onzekerheden in de saldibalansposten valt binnen de tolerantiegrenzen voor de saldibalans als geheel. | ||||
In bijlage 1 van het rapport staat een overzicht van alle fouten en onzekerheden.
2.3 Oordeel over de informatie over bedrijfsvoering
In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag van een ministerie verantwoordt de minister zich over de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering (of het begrotingsgeld volgens de regels is uitgegeven), over de totstandkoming van de beleidsinformatie, over het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer en over de overige aspecten van de bedrijfsvoering.
De informatie over de bedrijfsvoering dient op grond van de CW 2001:
• op deugdelijke wijze tot stand te zijn gekomen;
• te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften.
Deze twee aspecten betrekken wij in ons oordeel over de informatie over de bedrijfsvoering. We zeggen daarmee niets over de kwaliteit van de informatie zelf.
Om tot een oordeel te komen over de totstandkoming van de informatie hebben wij de volgende aspecten ervan onderzocht:
• Beschikt de minister over een procedure voor de totstandkoming van de bedrijfsvoeringsparagraaf waarin de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van alle actoren zijn vastgelegd?
• Heeft de minister vooraf criteria geformuleerd voor wat moet worden aangemerkt als opmerkelijke zaken en tekortkomingen in de bedrijfsvoering?
• Is het verloop van het totstandkomingsproces controleerbaar en is het afwegingsproces daarbij transparant vastgelegd?
| Oordeel | ||||
| De informatie over de bedrijfsvoering in het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van VWS is op deugdelijke wijze tot stand gekomen en voldoet aan de verslaggevingsvoorschriften. |
Wij merken hierbij op dat het Ministerie van VWS weliswaar een procedure volgt voor de totstandkoming van de bedrijfsvoeringsparagraaf, maar dat deze niet is vastgelegd. Ook de dossiervorming over de ontwikkelingen in de onderwerpen die mogelijk relevant zijn voor de bedrijfsvoeringsparagraaf, kan worden verbeterd. Het ministerie heeft inmiddels maatregelen getroffen om de bewaking van bedrijfsvoeringsrisico’s beter te borgen in de planning & controlcyclus (zie § 3.3.1).
De resultaten van ons onderzoek naar de bedrijfsvoering zelf staan beschreven in hoofdstuk 3.
2.4 Oordeel over de informatie over het gevoerde beleid
In het jaarverslag verstrekt de minister ook beleidsinformatie: informatie over de gerealiseerde effecten van het beleid, de daartoe geleverde prestaties en de daarvoor bestede middelen.
De Algemene Rekenkamer beoordeelt ieder jaar de totstandkoming van de beleidsinformatie en of deze informatie voldoet aan de verslaggevingseisen.
| Oordeel | ||||
| De informatie over het gevoerde beleid in het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van VWS is op deugdelijke wijze tot stand gekomen en voldoet aan de verslaggevingseisen. |
Wij merken op dat het proces van totstandkoming van het beleidsverslag nog niet geheel adequaat is. Dit heeft ertoe geleid dat de totstandkoming van het jaarverslag als geheel is vertraagd. Ook de dossiervorming is een aandachtspunt.
De resultaten van ons onderzoek naar de beschikbaarheid en de bruikbaarheid van de beleidsinformatie beschrijven we in hoofdstuk 4.
De Algemene Rekenkamer heeft de bedrijfsvoering van het Ministerie van VWS onderzocht. Onder de bedrijfsvoering vallen alle bedrijfsprocessen die ervoor zorgen dat een ministerie functioneert: het financieel beheer en het materieelbeheer en de processen op het gebied van personeel, informatievoorziening, administratie, communicatie en huisvesting.
In dit hoofdstuk geven we ons oordeel over het financieel beheer en materieelbeheer en gaan we in op onvolkomenheden die we daar hebben aangetroffen (§ 3.1). We schetsen vervolgens de ontwikkeling in de onvolkomenheden in de bedrijfsvoering (§ 3.2).
In dit hoofdstuk besteden we niet alleen aandacht aan onvolkomenheden. We schetsen ook de stand van zaken van een aantal departementsoverstijgende en overige onderwerpen (§ 3.3).
Op grond van ons onderzoek naar de bedrijfsvoering constateren wij dat de bedrijfsvoering bij het Ministerie van VWS voor een groot deel onder controle is, maar dat de problemen in het subsidiebeheer nog niet zijn opgelost. De kwaliteit van het subsidiebeheer blijft ook achter bij de ambities van de minister zelf om te komen «tot een adequaat en zorgvuldig subsidiebeheer in 2008». Ondanks de vele investeringen is het subsidiebeheer in 2008 nog steeds een onvolkomenheid.
In de bedrijfsvoering is er ook nog steeds een probleem met het inkoopbeheer omdat Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Bovendien is er een nieuw probleem in het financieel beheer ontstaan doordat de entadministraties zijn geïntegreerd bij het RIVM.
3.1 Oordeel over het financieel beheer en materieelbeheer
Het financieel beheer, het materieelbeheer en de daartoe bijgehouden administraties moeten op grond van de CW 2001 voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.
| Oordeel | ||||
| De onderzochte onderdelen van het financieel beheer, het materieelbeheer en de daartoe bijgehouden administraties van het Ministerie van VWS voldeden in 2008 aan de in de CW 2001 gestelde eisen, met uitzondering van: | ||||
| – het subsidiebeheer kerndepartement; | ||||
| – het inkoopbeheer; | ||||
| – het financieel beheer van de entadministraties bij het RIVM. |
Hieronder gaan we in op deze onvolkomenheden.
3.1.1 Subsidiebeheer kerndepartement
Het subsidieproces is een belangrijk primair proces voor het Ministerie van VWS. In 2008 gaf het ministerie € 1,8 miljard aan subsidies uit. Het subsidiebeheer is sinds 1999 aangemerkt als onvolkomenheid.1 In 2005 heeft de minister in een plan van aanpak maatregelen geformuleerd om het subsidiebeheer te verbeteren. Dit is gebeurd in reactie op het voornemen van de Algemene Rekenkamer om bezwaar te maken tegen het subsidiebeheer bij het ministerie.
In 2007 heeft het ministerie de verbetertrajecten uit eerdere jaren voortgezet en nieuwe maatregelen getroffen om de kwaliteit van het subsidiebeheer te verbeteren. In het Rapport bij het Jaarverslag 2007 concludeerden wij dat de verbetermaatregelen op een aantal punten nog niet het volledige effect hadden bereikt. Wij stelden vast dat de belangrijkste beheersmaatregelen voor een adequaat subsidiebeheer aanwezig waren, maar drongen erop aan erop toe te zien dat het subsidieproces ook echt volgens deze opzet zou verlopen. Ook adviseerden wij de minister om de onvolkomenheden van 2007 te analyseren en hierop gerichte actie te ondernemen.
De minister deed in zijn bestuurlijke reactie de toezegging het subsidiebeheer te blijven monitoren en waar nodig bij te sturen.
In 2007 speelde een specifiek probleem in de subsidieverlening aan een sportkoepel die verplichtingen aanging met derden, zonder dat de minister hiervoor een wettelijke basis had gegeven. De minister deed in het Jaarverslag 2007 de toezegging dat hij nog voor 1 juli 2008 maatregelen zou treffen om dit probleem op te lossen.
Begroting 2008 van het Ministerie van VWS, Bedrijfsvoeringsparagraaf, Financieel beheer en materieelbeheer
«Subsidiebeheer
VWS heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de verbetering van het subsidiebeheer. Deze maatregelen houden onder andere het volgende in:
• het opzetten en implementeren van een workflow-systeem (Subsidieplein);
• het opstellen van nieuwe subsidieregelgeving;
• werken met een intern expertisecentrum subsidies;
• het strikter toepassen van bestaande sanctieregels.
De focus ligt nu bij het verder inbedden van deze aangescherpte werkwijze binnen de organisatie en blijvende aandacht houden voor de uitvoering van het subsidiebeheer. We verwachten dat deze inspanningen leiden tot een adequaat en zorgvuldig subsidiebeheer in 2008.»
In 2008 zien we dat de verbetermaatregelen verder zijn ontwikkeld en uitgevoerd:
• Het Subsidieplein1 wordt steeds beter benut. Het beheer van het Subsidieplein en de webapplicatie van het Subsidieportaal behoeven nog wel verbetering. Dit is noodzakelijk zowel om transparant verantwoording af te kunnen leggen over dit beheer als om papieren subsidiedossiers te kunnen vernietigen. De mogelijkheid om het aantal geautomatiseerde interne controlemaatregelen in het Subsidieplein uit te breiden, is nog niet onderzocht.
• Met de publicatie van de Beleidsregels handhaving subsidiebepalingen VWS en JenG (VWS, 2008a) is het sanctiebeleid sinds 1 oktober 2008 aanzienlijk verscherpt en wordt het ook daadwerkelijk uitgevoerd.
• Het expertisecentrum subsidies, dat adviseert bij de totstandkoming van nieuwe of gewijzigde regelgeving en bij complexe subsidievraagstukken, heeft aantoonbare meerwaarde.
De verbetermaatregelen hebben echter ook in 2008 niet het gewenste effect gehad. De werking van het subsidiebeheer bij het kerndepartement is nauwelijks verbeterd. Uit de controle van de Rijksauditdienst blijkt dat er over 2008 meer onrechtmatigheden zijn geconstateerd dan in 2007 en dat het percentage gemiddelde en zware onvolkomenheden in het subsidiebeheer slechts in beperkte mate is afgenomen. De belangrijkste problemen zijn:
• Bevoorschotting voorafgaand aan verlening. De grootste post betreft de te vroeg verstrekte voorschotten aan het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) van € 31 miljoen.
• Het ontbreken van een wettelijke grondslag voor subsidiëring. Net als in 2007 gaat het om subsidieverleningen door de directie Sport. In 2008 heeft dit geleid tot een onrechtmatigheid van € 3,8 miljoen in de verplichtingen.
• Te hoge bevoorschotting, waarmee in strijd wordt gehandeld met de Regeling verlening voorschotten 2007.
• Het niet zichtbaar uitvoeren van de financiële toets en de rechtmatigheidstoets.
• Het vaststellen van de subsidie terwijl de noodzakelijke afrekenbescheiden ontbreken.
Verder stellen wij vast dat de toezegging van de minister om het subsidiebeheer te blijven monitoren en waar nodig bij te sturen, in 2008 nog te weinig concreet vorm heeft gekregen. Doordat het hoogste management vanuit de interne controlefunctie nog geen adequate informatie kreeg over de geconstateerde (en herstelde) onrechtmatigheden en onvolkomenheden, kon niet tijdig worden bijgestuurd. De minister had pas een volledig zicht op de werking van het subsidiebeheer nadat de werkzaamheden van de Rijksauditdienst waren afgerond.
Op grond van deze bevindingen merken wij het subsidiebeheer opnieuw aan als onvolkomenheid.
Inmiddels heeft het ministerie nieuwe maatregelen getroffen om de genoemde problemen het hoofd te bieden.
• De procedure van bevoorschotting is per 1 januari 2009 aangepast. Voor instellingssubsidies wordt gewerkt met een blokkering van de betaling. Voor projectsubsidies is de termijn van voorschotbetaling met twee weken verlengd, zodat meer zekerheid bestaat dat de verlening verzonden is. Het ministerie beziet nog of de beheersmaatregelen geautomatiseerd kunnen worden ingebouwd in het Subsidieplein.
• Voor het ontbreken van de wettelijke grondslag voor subsidiëring door de sportkoepel zijn deels maatregelen getroffen, maar het ministerie voert nog bestuurlijk overleg met de sportkoepel over een definitieve oplossing. Daarnaast zoekt het ministerie naar structurele maatregelen om soortgelijke gevallen in de toekomst te voorkomen.
• Om te hoge bevoorschotting te voorkomen heeft de minister in de bedrijfsvoeringsparagraaf toegezegd een normenkader te ontwikkelen voor de omvang van de liquiditeitsposities van zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) en baten-lastendiensten.
• Het ministerie heeft besloten de in 2008 opgetreden onvolkomenheden diepgaand te analyseren. Op grond van deze analyse zullen de oorzaken met de betreffende beleidsdirectie besproken worden en zal een gerichte reeks van maatregelen worden bepaald. Conform onze aanbeveling zal het ministerie ook een stap zetten om de informatievoorziening van de interne controlefunctie van de Directie Bedrijfsvoering (DBV) over onrechtmatigheden structureel te verbeteren en deze informatie te laten bespreken tussen DBV en de beleidsdirecties. Voor het meten van onvolkomenheden zal het ministerie een nieuw ontwikkeld normenkader gebruiken.
• In 2008 heeft het Ministerie van VWS een doorlichting van subsidies en het subsidiebeleid uitgevoerd. Een projectgroep heeft in zijn eindrapportage Gepast Subsidiëren, een verbeterplan voor de subsidiepraktijk voorstellen gedaan aan de bestuursraad om de subsidiepraktijk van het Ministerie van VWS aan te passen, zodanig dat de uitvoering van het subsidiebeleid na de invulling van de personele taakstelling mogelijk blijft. Om het beleid ook met minder mensen uitvoerbaar te houden is het volgens het ministerie nodig dat de organisatie van de subsidie-uitvoering efficiënter wordt en het aantal subsidies beheerst wordt.
• In de tweede helft van 2009 laat de minister de Rijksauditdienst een Business Process Analysis audit uitvoeren, waarin risico’s worden geïnventariseerd, beheersingsmaatregelen worden benoemd en restrisico’s worden ingeschat.
Wij vinden het belangrijk dat er, ondanks de taakstelling, rekening wordt gehouden met de werkzaamheden die nodig zijn voor een adequaat subsidiebeheer. Het kan noodzakelijk zijn de interne controlefunctie tijdelijk te versterken totdat de wet- en regelgeving is vereenvoudigd en het subsidieproces is gestroomlijnd. Dit zou een verdere impuls kunnen krijgen door het verbeterplan Gepast Subsidiëren en door het rijksbrede subsidiekader.
Verder dringen wij erop aan dat de informatie over de uitkomsten van de interne controle wordt doorgeleid naar de bestuursraad, zodat deze op basis daarvan de werking van het subsidiebeheer intensief kan monitoren en beheersen. Ook adviseren wij er zorg voor te dragen dat de bestuursraad de oorzaken van de problemen gericht aanpakt.
Wij hebben afgesproken dat wij in 2009 periodiek met het ministerie de stand van zaken van het subsidiebeheer zullen bespreken.
Wij geven de minister in overweging persoonlijk aandacht te blijven schenken aan het verbeteren van het subsidiebeheer.
In 2006 en 2007 hebben wij het inkoopbeheer bij het Ministerie van VWS aangemerkt als onvolkomenheid, vooral op grond van de problemen bij de naleving van de Europese aanbestedingsregels.
In 2008 heeft het ministerie naar aanleiding van het Rapport bij het Jaarverslag 2007 verbeteringen in het inkoopbeheer aangebracht. De voorlichting en communicatie over inkoopprocedures en de Europese aanbestedingen zijn beter gewaarborgd. De beschrijvingen van het inkoopproces zijn geactualiseerd. Bij het kerndepartement is de managementinformatie over de Europese aanbestedingen verder verbeterd. In de verplichtingenadministratie en in de Atlas voor de Bedrijfsvoering worden meer gegevens vastgelegd. Het ministerie registreert waarom de Europese aanbestedingsregels niet worden nageleefd. Ook wordt bijgehouden of de betreffende directeur-generaal (DG) of de plaatsvervangend secretaris-generaal (pSG) in deze gevallen heeft getekend voor het niet naleven van de Europese aanbestedingsregels. Dit maakt de verplichtingen overigens niet rechtmatig.
De managementinformatie strekt zich nog niet uit over de baten-lastendiensten.
Met de maatregelen die zijn getroffen in het inkoopbeheer, zijn de opzet en werking van dit beheer verder verbeterd. Dat geldt ook voor de informatievoorziening over het aantal gevallen waarin de Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Dit neemt niet weg dat dergelijke gevallen zich ook in 2008 over het hele ministerie hebben voorgedaan (zie § 2.1).
De fouten en onzekerheden zijn relatief beperkt ten opzichte van het totale inkoopvolume. Wij hebben de grootste fouten aangetroffen bij het directoraat-generaal Curatieve Zorg (CZ), het directoraat-generaal Langdurige Zorg (LZ) en bij het Nederlands Vaccin Instituut (NVI).
Wij merken het inkoopbeheer, vanwege de problemen in het naleven van de Europese aanbestedingsregels, als onvolkomenheid aan.
Wij adviseren het ministerie de noodzaak tot Europees aanbesteden zorgvuldiger en tijdiger te beoordelen.
3.1.3 Financieel beheer entadministraties RIVM
De entadministraties en hun koepelorganisatie de Landelijke Vereniging van Entadministraties (LVE) zijn per 1 januari 2008 onderdeel geworden van het RIVM. Het financieel belang van dit nieuwe onderdeel van het RIVM bedraagt circa € 100 miljoen. Hiermee zijn de landelijke regie en de regionale coördinatie van de uitvoering van de pre- en neonatale screening en het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) verenigd in één organisatie. Het doel is de kwaliteit van deze landelijke preventieprogramma’s ook in de toekomst te kunnen verzekeren.
De negen entadministraties zijn vanaf 1 januari 2008 vestigingen van het RIVM en blijven gehuisvest op hun huidige adressen in de regio. Wel is de structuur van de entadministraties per 1 januari 2009 teruggebracht van negen naar vijf regio’s.
De integratie van de entadministraties in 2008 is moeizaam verlopen. De regionale financiële processen van de negen entadministraties konden onvoldoende worden geüniformeerd. Pas aan het eind van 2008 was de openingsbalans 2008 geconsolideerd. Ook waren er leemten in de opzet en de werking van de AO/IC-procedures om het RVP en de pre- en neonatale screening uit te voeren. Het informatiesysteem voor de entadministraties, Praeventis, ondersteunt het financiële proces slechts in beperkte mate. Het RIVM heeft prioriteit gelegd bij het primaire proces, waardoor het financieel beheer te weinig aandacht heeft gekregen.
De kwaliteit van de financiële administratie is nog onvoldoende om er betrouwbare (geconsolideerde) jaarcijfers uit te kunnen genereren. Met aanzienlijke inspanning van betrokken partijen en met hulp van ingehuurde externen zijn de cijfers uiteindelijk wel tot stand gekomen.
Het RIVM heeft aangegeven structurele maatregelen te treffen om problemen in 2009 te voorkomen. Wij merken het financieel beheer van de entadministraties RIVM in 2008 als onvolkomenheid aan en adviseren om de financiële administratie met hoge prioriteit adequaat in te richten.
3.2 Ontwikkeling in de bedrijfsvoering
In figuur 3 hebben we de ontwikkeling van de onvolkomenheden in de bedrijfsvoering in de afgelopen drie jaar opgenomen. De figuur laat zien welke (ernstige) onvolkomenheden wij de laatste jaren hebben aangetroffen in het financieel beheer en materieelbeheer en in de overige onderdelen van de bedrijfsvoering, en welke onvolkomenheden zijn opgelost.

3.3 Departementsoverstijgende en overige onderwerpen
In deze paragraaf geven we een beeld van de aspecten van bedrijfsvoering die wij hebben onderzocht onder andere omdat we ze van belang achten voor een goede publieke verantwoording, en dan in het bijzonder voor het «in control» zijn van de minister. We hebben onderzoek gedaan naar risicomanagement (§ 3.3.1), naar de beheersing van de realisatie van een beleidsdoel (§ 3.3.2), naar de manier waarop het ministerie ICT toepast in zijn bedrijfsvoering (§ 3.3.3), naar de informatiebeveiliging (§ 3.3.4), naar het personeelsbeheer (§ 3.3.5), en naar de sturing en het toezicht op de uitvoeringskosten van derden (§ 3.3.6).
We staan in deze paragraaf ten slotte ook stil bij het verschuiven van taken en verantwoordelijkheden. De uitvoering van subsidies en de uitvoering van beleid verschuiven steeds meer van het Rijk naar uitvoeringsorganisaties en andere derden. Deze decentralisatie gaat vaak gepaard met de bundeling van verschillende geldstromen en leidt tot de vraag of en hoe de minister zijn verantwoordelijkheid voor het beleid en het begrotingsgeld waar kan (blijven) maken. We hebben daarom onderzoek gedaan naar het principe van single information single audit (sisa) (§ 3.3.7).
«Risicomanagement, verantwoordelijkheid en verantwoording», dat is een van de vier pijlers van het kabinetsstandpunt uit 2004 over regeldruk en controletoren (Ministerie van Financiën, 2004). Doel is de risico’s voor een rechtmatige en doelmatige besteding van rijksmiddelen af te wegen tegen het belang van minder regel- en controledruk.
In 2007 was bij het Ministerie van VWS nog geen sprake van een geïntegreerd risicomanagementsysteem. De risicoworkshops en de financiële risicoanalyse van de directie Financieel Economische Zaken (FEZ) vormden wel al een belangrijke basis voor een departementale risicoanalyse. Wij adviseerden deze risicoanalyse verder te ontwikkelen.
De bestuursraad heeft er in mei 2008 mee ingestemd de planning & controlcyclus aan te scherpen. Nieuw is de invoering van een jaarplan dat wordt geschreven door de pSG en de DG’s. De jaarplannen worden besproken met en vastgesteld door de SG. Deze schakel tussen enerzijds SG en anderzijds pSG en DG’s ontbrak voorheen.
De jaarplannen en de managementcontracten vormen instrumenten om de toepassing van risicomanagement binnen het Ministerie van VWS zichtbaar te maken en op het goede niveau te krijgen en te houden. De directie FEZ heeft de belangrijkste risico’s geïnventariseerd en beschreven, ook om de jaarplannen 2009 te kunnen opstellen. Hierbij zijn dossiers opgesteld voor onderwerpen uit zowel de begrotingskant als de premiekant. In elk dossier wordt voor het betreffende onderwerp onder meer aangegeven wat er speelt, wat de ingeschatte financiële en politieke risico’s zijn, en welke maatregelen zijn getroffen om de risico’s te beheersen.
Wij zijn positief over de ontwikkelingen over risicomanagement bij het Ministerie van VWS in 2008.
Directie FEZ heeft zich voorgenomen om in 2009 de aangescherpte planning & controlcyclus en de hierbij gebruikte jaarplannen en managementcontracten te evalueren. Wij adviseren om in deze evaluatie ook aandacht te besteden aan de manier waarop de bestuursraad risicomanagement geïntegreerd toepast, aan de monitorende rol van de directie FEZ en aan de vraag of de risico’s op zo’n manier worden beheerst, dat de minister in zijn bedrijfsvoeringsparagraaf kan verklaren dat hij «in control» is.
3.3.2 Beheersing realisatie beleidsdoel artikel 42
Om inzicht te krijgen in de mate waarin het Ministerie van VWS «in control» is bij het op rechtmatige wijze realiseren van een beleidsdoel hebben we onderzocht of voor operationele doelstelling 42.3.1 «De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt» de sturing, het beheer en de verantwoording en controle in overeenstemming zijn met het afgesproken beleid, en of deze op logische wijze samenhangen:
• Is de informatie over de niet-financiële doelstellingen op orde?
• Is er een op dit beleid logisch aansluitende planning & controlcyclus?
• Zijn de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten rechtmatig?
• Zijn in de saldibalans de juiste standen van de aan dit beleid gekoppelde verplichtingen, vorderingen en voorschotten opgenomen?
Operationele doelstelling 42.3.1 is een brede doelstelling, waarvoor diverse instrumenten en financiële middelen ingezet worden.
De instrumenten die het Ministerie van VWS inzet om de positie van de burger in het zorgstelsel te versterken, hebben allemaal hun eigen verantwoordingssystematiek, zowel inhoudelijk als financieel. De subsidieverlening en -vaststelling hebben een andere systematiek dan een kleine opdracht of een meerjarige instellingssubsidie. Voor een baten-lastendienst gelden weer andere sturingsmechanismen. Deze operationele doelstelling weerspiegelt in algemene zin de beleidssystematiek van het hele Ministerie van VWS.
Begroting 2008 van het Ministerie van VWS
Operationele doelstelling 42.3.1: De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt
Instrumenten voor transparante informatievoorziening
• Ontwikkeling indicatoren curatieve zorg: projectsubsidies en opdrachten
• Transparantie ggz: projectsubsidies
• Informatievoorziening Wet BOPZ: opdrachten
• Betrouwbare en vergelijkbare kwaliteitsinformatie: via beleidsartikel 43.3.1 opdrachten en subsidie (via ZonMw)
• Ontwikkeling keuze-informatie zorgaanbod voor de consument: via beleidsartikel 43.3.1 opdracht RIVM en subsidie (via ZonMw)
• Perinatale audit: opdracht RIVM
Instrumenten ter verbetering van de rechtspositie van de burger
• Regelgeving vanuit het perspectief cliënten en patiënten: wet- en regelgeving
• Versterken rechtspositie zorgconsument door toepassing geschilbeslechting: overleg en via beleidsartikel 43.3.1 instellingssubsidie
• Patiëntenorganisaties versterken: subsidies (via beleidsartikel 43.3.1) en programmaontwikkeling
Financiële middelen (afgeronde bedragen):
• Begroot: € 3,3 miljoen
• Overgeheveld: € 3 miljoen aan IGZ, beleidsartikel 41 en beleidsartikel 42.3.2
• Besteed € 0,4 miljoen
Wij constateren dat de sturing, het beheer, de verantwoording en de controle op het niveau van de operationele doelstelling transparant en consistent zijn. Doelen en financiële middelen kunnen gedurende het hele jaar gevolgd worden. Vooral in de periode van het opstellen van het jaarverslag en de begroting wordt gekeken hoe doelen en middelen op elkaar aansluiten. Tussentijds worden de beleidsmatige en de financiële kant afzonderlijk bewaakt. De beleidsmatige bewaking gebeurt met ingang van 2009 integraal door de jaarplannen en managementcontracten (zie § 3.3.1). De financiën worden bewaakt aan de hand van de bestedingsplannen en de voortgang daarvan.
Van het bedrag dat was begroot voor 2008 is 12% aan deze operationele doelstelling besteed. De overige middelen zijn overgeheveld naar andere operationele doelstellingen, omdat de instrumenten door anderen uitgevoerd zijn. Een voorbeeld hiervan is de overheveling van middelen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) voor het programma «Zichtbare Zorg». Alle middelen zijn rechtmatig besteed. In het kader van de bedrijfsvoering merken we op dat ook hier het subsidiebeheer en het inkoopbeheer onvolkomenheden zijn (zie § 3.1). Daarnaast noemen wij twee aandachtspunten. Het eerste is de dossiervorming bij de betrokken beleidsdirecties in het kader van het opstellen van het beleidsverslag. Het tweede is het ministeriebreed uniformeren van het relatiebeheer met (zorg)-zbo’s en andere instellingen (waaronder de IGZ), zowel voor bestuurlijke/beleidsmatige aspecten als voor beheersmatige. Wij constateren dat de beleidsinformatie transparant is en dat de geselecteerde prestatie-indicatoren een voldoende betrouwbaar beeld geven om op hoofdlijnen het operationele doel te bewaken (zie § 4.2).
Wij stellen vast dat operationele doelstelling 42.3.1 wordt beheerst volgens de vastgestelde kaders en procedures. Bij de uitvoering daarvan zijn de aandachtspunten die voor het Ministerie van VWS als geheel gelden, ook hier van belang.
Het kerndepartement wil behalve verdergaande efficiency in en concentratie van de bedrijfsvoering, ook veranderingen doorvoeren in de beleidsinformatievoorziening, inclusief het premiegefinancierde deel. Het Ministerie van VWS heeft voor de periode tot 2012 een informatiseringsagenda opgesteld met zes programma’s:
1. digitaal werken (project «Digitalisering Documenthuishouding» en project «Identity en Access Management»)
2. digitaal communiceren (project «Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl»)
3. informatie transparant (integratie van extern verkregen informatie met financiële informatie)
4. herinrichting financiële informatievoorziening (vervanging financiële administratie IFIS en administratie premiegelden FRITZ)
5. P-Direkt
6. facilitaire informatievoorziening
Onder voorzitterschap van de pSG is een stuurgroep informatiseringsagenda gevormd, waarin per DG een vertegenwoordiger op directeursniveau is aangesteld. In deze stuurgroep worden periodiek de verschillende programma’s besproken, alsmede de verdere ontwikkelingen op het terrein van informatievoorziening en ICT die van invloed zijn op de informatiseringsagenda.
Bij de vorming van DBV zijn alle strategische, tactische en operationele taken op het gebied van informatievoorziening en ICT in de bedrijfsvoering bij elkaar gebracht.
De veranderingen hebben grote invloed op de informatiestromen tussen het departement en zijn omgeving. Naar onze mening is het raadzaam om een programma op te stellen voor de cultuurverandering die nodig is voor de verdergaande digitalisering. Het succes van ICT-projecten heeft vaak te maken met cultuurverandering en draagvlak voor nieuwe ICT-voorzieningen.
In ons Rapport bij het Jaarverslag 2007 van dit ministerie constateerden wij bij het kerndepartement voortgang in de implementatie van het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 2007 (VIR) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Maar we stelden vast dat de planning om vijf essentiële beveiligingsmaatregelen1 in te voeren namelijk nog niet volledig was gehaald. Bij twee van de vier baten-lastendiensten, het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG) en het NVI, merkten wij de informatiebeveiliging als een onvolkomenheid aan, omdat de risico’s op het gebied van informatiebeveiliging nog onvoldoende werden beheerst.
In 2008 heeft het kerndepartement de primaire verantwoordelijkheid voor de implementatie van informatiebeveiliging verlegd naar de directies. Weliswaar hebben de departementale directies beveiligingsplannen opgesteld, maar deze zijn nog niet voldoende geïmplementeerd. Het merendeel van de directies van het kerndepartement geeft nog niet voldoende zelfstandig sturing aan het beheersen van de informatiebeveiliging. Daardoor kan de minister van VWS in 2008 niet verklaren dat hij op het gebied van informatiebeveiliging «in control» is.
Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 2007 van 20 juni 2007, toelichting
«Het VIR gaat niet meer uit van één voorgeschreven methodiek, zoals risicoanalyse of A&K-analyse. De kern is niet zozeer het hanteren van een methodiek, maar het bewust komen tot betrouwbaarheidseisen en maatregelen. Ministeries kunnen op deze wijze kiezen voor een methode of systematiek die past bij de interne risicoafwegingsmethodiek en daarmee dus aansluit op het risicodenken binnen het betreffende Ministerie.
Daarmee is er in het VIR geen noodzaak voor het element «comply or explain». In feite wordt aan het management een managementverantwoording (in control statement) wat betreft de informatiebeveiliging gevraagd.»
Het ministerie werkt nu aan een visie op informatiebeveiliging die de kaders en strategische richtlijnen aangeeft. Ook wordt een «compliance tool» ontwikkeld om informatiebeveiliging te implementeren op directieniveau. Met dit nieuwe instrument kunnen directies aantonen in hoeverre zij «in control» zijn. Wij vragen aandacht voor centrale coördinatie van de toepassing van het instrument, zodat de minister op basis daarvan in 2009 kan bepalen of hij al dan niet «in control» is.
De vier baten-lastendiensten hebben in 2008 veel gedaan om de Wbp en de voorschriften op het gebied van informatiebeveiliging na te leven. Het aCBG en het NVI hebben hierin voldoende voortgang gemaakt. Wij vinden blijvende aandacht op dit punt echter gewenst.
Op het gebied van personeelsbeheer hebben wij ons verdiept in twee actuele thema’s: de digitalisering van de personeelsdossiers en de inhuur van externen.
Op verzoek van de Tweede Kamer hebben wij onderzoek gedaan naar de vergoedingen aan ambtenaren die met buitengewoon verlof, zonder bezoldiging, tijdelijk werkzaam zijn bij internationale organisaties. Over de resultaten van dit onderzoek rapporteren wij in ons rapport Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren 2002–2008; Deel A: detacheringen zonder bezoldiging (Algemene Rekenkamer, 2009) dat wij op 9 april 2009 hebben uitgebracht.
Digitalisering van personeelsdossiers
Wij hebben bij alle ministeries onderzocht hoe de digitalisering van de personeelsdossiers verloopt (aanpak, voortgang, resultaten en mogelijke knelpunten). Bij de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Economische Zaken (EZ), Justitie en VWS hebben we ook gekeken naar de kwaliteit van de personeelsdossiers (juistheid, volledigheid en toegankelijkheid).
De digitalisering van de personeelsdossiers is bij het Ministerie van VWS gestart in 2004 en afgerond begin 2006. Het ging bij de digitalisering om 4 450 dossiers met gemiddeld 360 pagina’s per dossier. Uit ons onderzoek blijkt dat het ministerie het digitaliseringsproces planmatig heeft aangepakt. De voortgang werd bewaakt door rapportages aan de stuurgroep en de programmaraad. De digitalisering is met een beperkte vertraging uitgevoerd.
Voor het digitaliseringproces was een bedrag begroot van € 630 000. Een overkoepelende evaluatie na afloop van de digitalisering met een rapportage over de kosten, de knelpunten en de kwaliteit is niet uitgevoerd. Het departement wil dit doen zodra de digitale personeelsdossiers aan medewerkers en managers beschikbaar zijn gesteld, waarmee het project wordt afgerond.
De kwaliteit van de gedigitaliseerde personeelsdossiers was bij het Ministerie van VWS ultimo 2008 nog niet voldoende om ze via het zelfbedieningsportal P-loket ter beschikking te stellen aan medewerkers en managers. In het laatste kwartaal van 2008 en het eerste kwartaal van 2009 is een controle- en reparatieactie uitgevoerd. Verwacht wordt dat het ministerie in het tweede kwartaal van 2009 de digitale dossiers aan medewerkers en managers beschikbaar kan gaan stellen.
In het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende IV is onder meer afgesproken om het aantal rijksambtenaren te verminderen. De minister van BZK heeft namens het Rijk de regie over die operatie. Volgens de nota Externe inhuur (BZK, 2008) moeten ministers de gaten die in het personeelsbestand vallen door de vermindering van het aantal rijksambtenaren, niet automatisch opvullen door externen in te huren. Verder is volgens de nota terughoudendheid geboden bij inhuur van externen op reguliere functies of bij het vragen van extern advies voor bijvoorbeeld beleidsvraagstukken. De doelstelling van het kabinet is namelijk dat de uitgaven aan externe inhuur niet hoger worden dan in 2007 en waar mogelijk afnemen.
De ministeries treffen zelf de benodigde beheersmaatregelen. Sinds 2007 rapporteren de ministeries in hun departementale jaarverslag over hun externe inhuur en over de beheersmaatregelen die ze getroffen hebben.
Wij zijn bij alle ministeries nagegaan hoeveel zij hebben uitgegeven aan externe inhuur in 2008, welke beheersmaatregelen ze hebben getroffen en hoe zij hierover rapporteren in hun jaarverslagen.
Bij het Ministerie van BZK hebben we ook aandacht besteed aan de manier waarop het ministerie zijn coördinerende rol invult.
Uit ons onderzoek blijkt dat het Ministerie van VWS waarborgen heeft getroffen tegen draaideurconstructies en interne procedures heeft vastgelegd om de informatie over inhuur van externen deugdelijk tot stand te laten komen.
De directie FEZ heeft de externe inhuur in 2008 voor het kerndepartement gemonitord met de «Meetlat Indicatoren Bedrijfsvoering», die maandelijks wordt gepubliceerd in de departementale Atlas voor de Bedrijfsvoering. Daarnaast werden voor het hele departement zogenoemde stoplichtrapportages opgesteld voor het Ministerie van BZK.
Tot medio 2008 was het beeld dat het kerndepartement onder of op de ijklijn voor externe inhuur van het kabinet bleef. Het Ministerie van VWS heeft deze ijklijn uiteindelijk toch overschreden. Naast het feit dat de ijklijn niet was aangepast voor de integratie van de entadministraties bij het RIVM waren de oorzaken hiervan:
• extra inhuur voor het subsidieproces en voor de registratie van de toelating van zorginstellingen;
• inhuur voor de opzet van het Bureau Transparante Zorg (IGZ);
• inhuur van specifieke ICT-kennis voor het elektronisch patiëntendossier en het UZI-register, de vervanging van P-view en het Subsidieplein;
• inhuur voor de reparaties in de entadministraties bij het RIVM (zie § 3.1.3).
3.3.6 Sturing en toezicht op uitvoeringskosten van derden
De uitvoering van beleid wordt in toenemende mate op afstand van het Rijk geplaatst. De organisaties die het beleid uitvoeren rekenen daar uitvoeringskosten voor. De Algemene Rekenkamer is van mening dat de minister altijd aan de Tweede Kamer verantwoording moet kunnen afleggen over de uitvoering van publieke taken en de besteding van publieke middelen, ook wanneer de uitvoering in handen is van een organisatie buiten de rijksoverheid.
De Algemene Rekenkamer heeft bij vier ministeries onderzocht in hoeverre deze ministeries inzicht hebben in de uitvoeringskosten van organisaties die taken voor hen uitvoeren. Het gaat om de Ministeries van EZ, LNV, SZW en VWS. De organisaties ontvangen een bijdrage voor de uitvoeringskosten die hoofdzakelijk bestaan uit apparaatskosten (personele en materiële kosten). In ons onderzoek bij het Ministerie van VWS hebben wij gekeken naar de uitvoeringskosten en activiteiten van het CVZ en het CIZ.
Het CVZ is een zbo en een publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid krachtens artikel 58 van de Zvw. Op grond van artikel 91, eerste lid, onder d van de CW 2001 is het CVZ ook een rechtspersoon met een wettelijke taak (RWT).
Inzicht in onderbouwing en realisatie van uitvoeringskosten
In relatie tot de bestuursorganen hanteert het ministerie in de begroting het begrip «beheerskosten». Dit begrip is nader uitgewerkt in de Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid1 (in het vervolg Regeling bezoldiging en beheerskosten).
In aanvulling op de Zvw, het beoordelingskader zbo’s en de Regeling bezoldiging en beheerskosten, hebben het Ministerie van VWS en het CVZ hun onderlinge relatie en rolverdeling beschreven en werkafspraken vastgelegd in het Governance Arrangement (VWS en CVZ, 2007a). In dit arrangement is de planning & controlcyclus weergegeven, die het Ministerie van VWS en het CVZ overeengekomen zijn. In deze cyclus is zo veel mogelijk aangesloten bij de begrotingscyclus van het ministerie.
Op dit moment werkt het CVZ aan een systeem van kostprijsberekening om inzicht te verkrijgen in (de kosten van) de nieuwe taken van het CVZ. Het doel is om de middelen op de taken van het CVZ aan te laten sluiten en daarvoor de planning & controlcyclus te optimaliseren. Om te komen tot een realistische begroting wordt gezocht naar prestatie-indicatoren die een reële schatting van de kosten bevorderen. De systematiek van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording (VBTB) en het systeem van kostprijsberekening fungeren hierbij als leidraden. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over maandrapportages om te komen tot een «early warning»-mechanisme.
Hoewel het systeem van kostprijsberekening een belangrijke factor is in de aansturing door het ministerie, moet het Ministerie van VWS ook de afspraken in het kader van de personele taakstelling van de Rijksoverheid bewaken, die voor het CVZ gelden.
De Regeling bezoldiging en beheerskosten bevat voorschriften over de inhoud van de jaarrekening en de toelichting daarop. In zijn jaarverslag legt het CVZ ook verantwoording af over de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Per bedrijfsvoeringsaspect geeft het CVZ aan in hoeverre het «in control» is.
Wij stellen vast dat het inzicht van de minister van VWS in de totstandkoming en onderbouwing van de uitvoeringskosten van het CVZ nog niet verloopt volgens een kostprijsmodel. Hierover zijn wel afspraken gemaakt. Wij zien hierin een positieve ontwikkeling.
Informatie over prestaties in begroting en jaarverslag
De beheerskosten van zbo’s die zich bezighouden met de uitvoering van het zorgstelsel en het toezicht daarop, worden sinds 2006 gefinancierd uit begrotingsmiddelen. In de Begroting 2008 is onder artikel 98 (niet-beleidsartikel Algemeen) € 89,5 miljoen begroot voor zorg-zbo’s, waaronder het CVZ. Als gevolg van het experiment jaarverslagen is de gedetailleerde beleidsmatige toelichting in de beleidsartikelen en niet-beleidsartikel 98 in het jaarverslag komen te vervallen. Alleen de financiële informatie per artikel wordt weergegeven, waarbij bijzondere verschillen ten opzichte van de begroting worden toegelicht. In het Jaarverslag 2008 zijn de mutaties toegelicht. Deze zijn voornamelijk het gevolg van verschuiving van taken en werkzaamheden van het CVZ.
In de begroting en het jaarverslag van het Ministerie van VWS is geen informatie opgenomen over de prestaties van het CVZ als zodanig. De minister rapporteert conform de Rijksbegrotingsvoorschriften alleen over uitzonderingen in het functioneren van RWT’s.
In de begroting en het jaarverslag van het Ministerie van VWS wordt wel uitgebreide beleidsinformatie verstrekt op basis van gegevens van het CVZ. Omdat een groot deel van de collectieve zorguitgaven vanuit de fondsen die het CVZ beheert wordt gefinancierd, en omdat de taken die het CVZ uitvoert belangrijk zijn voor het uitvoeren van het beleid van het Ministerie van VWS, wordt hierover informatie gegeven op verschillende plaatsen in de begroting en het jaarverslag.
De stichting CIZ is een privaatrechtelijke rechtspersoon. Het CIZ is strikt genomen geen RWT en/of zbo omdat de indicatiestelling formeel nog steeds de verantwoordelijkheid is van burgemeesters en wethouders. In een aantal opzichten wordt de stichting door de minister wel behandeld als een RWT/zbo, bijvoorbeeld in de begroting en in het kader van de rijksbrede taakstelling.
Status CIZ
Aanvankelijk was het kabinet voornemens om het CIZ een positie te geven als tijdelijk privaatrechtelijke RWT/zbo. De staatssecretaris heeft het wetsvoorstel waarmee dit geregeld zou worden, eerst gedurende langere tijd aangehouden en uiteindelijk ingetrokken. Dat hing samen met de voornemens om de indicatiestelling te vereenvoudigen en met het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) om te kiezen voor een publieke verankering. De staatssecretaris gaf medio 2008 aan een nieuw wetsvoorstel in te zullen dienen waarin het CIZ een publieke verankering krijgt (VWS, 2008b). Op dit moment worden de voorbereidingen hiervoor getroffen.
Inzicht in onderbouwing en realisatie van uitvoeringskosten
De relatie tussen het CIZ en het Ministerie van VWS is primair een subsidierelatie. Tegelijkertijd is het CIZ gezien zijn taken een unieke organisatie die voor het Ministerie van VWS van belang is om het beleid van het Ministerie van VWS te realiseren, ook al is dit nog niet verankerd in wet- en regelgeving. De wettelijke grondslag voor de subsidies die het CIZ van het ministerie ontvangt, ligt in de Kaderwet Volksgezondheidssubsidies (Kaderwet VWS-subsidies).1 Het CIZ ontvangt een instellingssubsidie en projectsubsidies.
Centraal in de subsidieverlening aan het CIZ staat het meerjarenplan CIZ Financieel perspectief 2008–2011 AWBZ. Inmiddels is gebleken dat dit meerjarenplan aangepast moet worden, mede vanwege de pakketmaatregelen van het Ministerie van VWS. Het ministerie laat op dit moment een extern adviesbureau onderzoek doen naar de (voorgenomen) bedrijfsvoering van het CIZ, de haalbaarheid van het meerjarenplan en de informatievoorziening hierover.
Voor het totale subsidiebedrag richt het Ministerie van VWS zich nog maar ten dele op het eindproduct van het CIZ, in een pxq-constructie. De subsidieverlening is gebaseerd op het subsidiebedrag van het voorgaande jaar waarbij rekening wordt gehouden met het verwachte aantal indicatiebesluiten. Een volledige pxq-constructie zou naar de mening van het ministerie mogelijk kunnen zijn nadat voor de indicatiestelling AWBZ een stabiele situatie is ontstaan.
Wij stellen vast dat het inzicht van de minister van VWS in de totstandkoming en onderbouwing van de uitvoeringskosten van het CIZ nog niet verloopt volgens een kostprijsmodel. Hier wordt wel aan gewerkt en het resultaat zal mede afhankelijk zijn van de besluitvorming over de AWBZ.
Informatie over prestaties in begroting en jaarverslag
In de Begroting 2008 van het Ministerie van VWS zijn de instellingssubsidie en projectsubsidies aan het CIZ opgenomen onder artikel 43 Langdurige Zorg. Onder operationele doelstelling 43.3.2 «Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar» vormen «CIZ» en «uitvoering indicatiestelling» instrumenten voor toegankelijke zorg.
Het Ministerie van VWS heeft bij deze operationele doelstelling twee prestatie-indicatoren geformuleerd die (mede) betrekking hebben op het CIZ. Omdat het ministerie meedoet met het experiment jaarverslagen wordt in de artikelsgewijze toelichting in het jaarverslag geen informatie opgenomen over de realisatie van de prestaties. De realisatiecijfers 2007 zijn wel opgenomen in de Begroting 2009 van het Ministerie van VWS. Deze zijn daarbij niet geconfronteerd met de streefcijfers 2007. Deze cijfers moeten uit de Begroting 2007 worden gehaald. Dit levert het volgende beeld op:
| Streefwaarde 2008 (1) | Streefwaarde 2007 (2) | Realisatie 2007 (3) | |
|---|---|---|---|
| Cliënttevredenheid over indicatiestelling CIZ | 8,0 | n.v.t. | – |
| % indicatieaanvragen dat is afgedaan binnen de wettelijke termijn (0–6 weken) | 90% | >90% | 88% |
(1) Streefwaarde 2008 opgenomen in de Begroting 2008.
(2) Streefwaarde 2007 opgenomen in de Begroting 2007.
(3) Realisatie 2007 opgenomen in de Begroting 2009.
In de Begroting 2009 licht het ministerie toe dat de cliënttevredenheid over de indicatiestelling in 2007 niet is gemeten en dat het CIZ het streven heeft de klanttevredenheid vanaf 2008 jaarlijks te meten.
In de Begroting 2008 is aangekondigd dat het beleid voor de indicatiestelling zal worden doorgelicht. In 2009 wordt hier verder aan gewerkt.
3.3.7 Single information single audit
Specifieke uitkeringen zijn bestemd voor specifieke doelen die door gemeentes of provincies moeten worden gerealiseerd. Het kabinetsbeleid is gericht op een drastische reductie van deze uitkeringen en op het toepassen van het principe single information single audit (sisa), met als doel het verminderen van de administratieve lasten.
Sisa houdt in dat provincies en gemeenten zich niet over elke specifieke uitkering afzonderlijk hoeven te verantwoorden en dat de accountantscontrole van de specifieke uitkeringen onderdeel uitmaakt van de controle van de jaarlijkse financiële verantwoording.
Sisa is van toepassing sinds het verantwoordingsjaar 2006, gemeentes en provincies hebben dus voor het eerst in 2007 volgens dit principe hun verantwoording aangeleverd bij de departementen. Behalve sisa wordt ook single review toegepast door de departementale auditdiensten. Dat wil zeggen dat de accountant van een provincie of een gemeente slechts één keer wordt gereviewd door een accountant van het Rijk. Het Ministerie van BZK coördineert het beleid voor sisa en het Interdepartementaal Overlegorgaan Departementale Auditdiensten (IODAD) voor single review, om ervoor te zorgen dat alle departementen op adequate wijze voorzien worden van informatie over specifieke uitkeringen.
Wij hebben onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid en het financieel beheer van specifieke uitkeringen en naar de toepassing van sisa.
Rechtmatigheid en financieel beheer
We zijn nagegaan of de financiële informatie over de specifieke uitkeringen rechtmatig tot stand is gekomen en deugdelijk is weergegeven. Ook hebben we onderzocht of het beheer van de specifieke uitkeringen voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.
Wij hebben op basis van een risico-inschatting een selectie gemaakt van specifieke uitkeringen om te onderzoeken. Voor het Ministerie van VWS waren dit de uitkeringen Heroïnebehandeling en Maatschappelijke Opvang.
Bij ons onderzoek bleek de verantwoordingsinformatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) niet volledig in de dossiers te zitten, waardoor de specifieke uitkeringen niet konden worden vastgesteld. DBV heeft daarna een analyse gemaakt, waaruit bleek dat dit probleem zich voordeed bij verschillende uitkeringen. Uiteindelijk heeft het CBS de documenten opnieuw geleverd, waardoor de uitkeringen begin 2009 binnen de geldende termijnen alsnog konden worden vastgesteld. Deze vaststellingen vallen buiten het bestek van het Rapport bij het Jaarverslag 2008.
Bij specifieke uitkeringen kan het zo zijn dat een medeoverheid op haar beurt een derde subsidieert. Dit is het geval bij de Regeling heroïnebehandeling en de doeluitkering jeugdzorg. Bij deze uitkeringen kan het voorkomen dat er op het moment dat de accountantsverklaring bij de jaarrekening van de gemeente moet worden afgegeven, nog geen gecontroleerde opgave beschikbaar is van de instellingen (derden) die de regeling uitvoeren (de zogenoemde t+1-problematiek1 ). Uit de single review van de uitkering Heroïneregeling bleken in die gevallen ten onrechte de begrote kosten van het exploiteren van de behandeleenheid en het begrote aantal plaatsen in de behandeleenheid te worden verantwoord in plaats van de kosten die waren gemaakt. IODAD heeft de beleidsafdeling gewezen op dit risico en daarvoor aandacht gevraagd bij de vaststelling van de uitkeringen. De beleidsdirectie heeft naar aanleiding hiervan extra informatie verstrekt aan de gemeenten.
In 2008 hebben de departementale auditdiensten 26 reviews uitgevoerd bij accountants van gemeenten en provincies die uitkeringen ontvingen van de rijksoverheid. In vier gevallen zijn de rijksaccountants van mening dat de controle van de accountantskantoren ontoereikend was. Dit werd veroorzaakt doordat in deze gevallen de risicoanalyse niet toereikend was, de werkzaamheden van de accountants onvoldoende onderbouwd waren of de dossiers niet zelfstandig toegankelijk waren. Het risico bestaat dus dat onrechtmatigheden niet aan het licht zijn gekomen.
Over verantwoordingsjaar 2007 is sisa van toepassing voor alle 17 (2006: 4) specifieke uitkeringen van het Ministerie van VWS.1 In alle gevallen zijn ook indicatoren bepaald en is voor zover relevant aangegeven wat de «aard van de controle» was voor de accountantscontrole. Wel merken wij op dat het ministerie voor de specifieke uitkeringen met een meerjarige verantwoordingstructuur in de sisabijlage vergeten was de informatie cumulatief te laten verantwoorden over de periode voordat sisa was ingevoerd (2004 en 2005). Dit is hersteld in de sisabijlage 2008. Wij adviseren het ministerie er tijdig op toe te zien dat de meerjarige verantwoordingen die in 2009 ontvangen worden, voldoen aan de vereisten.
Wij stellen vast dat sisa voldoende is geïmplementeerd bij het Ministerie van VWS.
4 INFORMATIE OVER BELEID NADER BESCHOUWD
Jaarlijks doet de Algemene Rekenkamer aanvullend onderzoek naar de beleidsinformatie. Hierbij staan de volgende vragen centraal: is er in de begroting en in het jaarverslag concrete informatie beschikbaar over beleid (§ 4.1) en kan de Tweede Kamer die informatie gebruiken (§ 4.2)? Ten slotte staan we stil bij een aantal ontwikkelingen in de beleidsinformatie (§ 4.3).
Het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van VWS is onderdeel van een experiment waartoe de minister van Financiën in 2007 heeft besloten, in overleg met de Tweede Kamer en de Algemene Rekenkamer. Het doel van het experiment is om het jaarverslag meer focus en politieke zeggingskracht te geven en de verantwoordingslasten te verminderen. Het experiment houdt in dat de minister zich in het beleidsverslag in het jaarverslag uitgebreid verantwoordt over de kabinetsdoelstellingen uit het coalitieakkoord en over enkele departementspecifieke beleidsprioriteiten. Op basis van de verantwoording over deze prioriteiten trekt de minister beleidsconclusies. Ook wordt de koppeling tussen de middelen (in de beleidsartikelen) en het beleid (in het beleidsverslag) inzichtelijk gemaakt. Over beleidsartikelen die niet onder de prioriteiten vallen neemt de minister in het jaarverslag alleen een financiële verantwoording op en geen informatie over prestaties en doelen.
De Jaarverslagen 2008 van de Ministeries van LNV, van Buitenlandse Zaken (BuiZa), en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en de Jaarverslagen 2008 van Jeugd en Gezin en van Wonen, Wijken en Integratie (WWI) maken ook deel uit van het experiment.1
Bij de start van het experiment is afgesproken dat de ministers samen met het jaarverslag minimaal één beleidsdoorlichting meesturen naar de Tweede Kamer. Deze beleidsdoorlichting maakt geen deel uit van het jaarverslag en valt daarom buiten de reikwijdte van het jaarlijkse rechtmatigheidsonderzoek van de Algemene Rekenkamer.
In de Begroting 2009 heeft de minister van VWS de beleidsdoorlichting Voedselveiligheid aangekondigd. Deze valt onder operationele doelstelling 41.3.2 «Het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten» en niet onder een kabinetsdoelstelling. Opgemerkt wordt dat deze beleidsdoorlichting parallel uitgevoerd wordt met die van het Ministerie van LNV. Beide doorlichtingen hebben ieder vanuit de eigen invalshoek onder andere de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) tot onderzoeksobject.
In het tweede jaar van het experiment jaarverslagen stellen wij vast dat de kwaliteit van het beleidsverslag verbeterd is ten opzichte van 2007. De kabinetsdoelstellingen en de beleidsconclusies hebben in het beleidsverslag een prominentere plaats gekregen en het aantal prestatie-indicatoren is sterk toegenomen. Er is nu ook een «Financieel overzicht kabinetsdoelstellingen» in het beleidsverslag opgenomen. Dit is een conversietabel, waarin de relatie tussen kabinetsdoelstelling, beleidsartikel/operationele doelstelling en financieel belang is weergegeven. Per kabinetsdoelstelling is het financieel belang bepaald. De in het overzicht opgenomen bedragen betreffen zowel realisaties als begrotingsmutaties. Het overzicht dat het Ministerie van Financiën in het kader van het experiment heeft voorgeschreven vraagt niet om realisatiecijfers en een totaaltelling. Het Ministerie van VWS heeft hierin ook niet voorzien. Een soortgelijk financieel overzicht is gemaakt voor de departementspecifieke prioriteiten.
4.1 Beschikbaarheid van de beleidsinformatie
Wij onderzoeken ieder jaar hoe de minister zich in het jaarverslag verantwoordt over het realiseren van doelen, prestaties en de inzet van middelen die met de begroting zijn afgesproken. In overeenstemming met het experiment heeft de minister van VWS in het jaarverslag geen informatie opgenomen over de realisatie van doelen en prestaties op het niveau van beleidsartikelen. Daarom hebben we ons gebruikelijke onderzoek naar de beschikbaarheid van beleidsinformatie bij dit ministerie alleen uitgevoerd voor de Begroting 2009. We zijn nagegaan of de minister per operationele doelstelling informatie heeft opgenomen over doelen, prestaties en middelen en zo niet, of het ontbreken van die informatie uitgelegd wordt (het zogenoemde «comply or explain»-principe). Hierdoor wordt voor de Tweede Kamer inzichtelijk hoeveel beleidsinformatie beschikbaar was in de begroting en welke prestatiegegevens verzameld worden door de minister.
De resultaten van ons onderzoek zijn weergegeven in figuur 4. Om de ontwikkeling in de tijd te laten zien, hebben we de beschikbaarheid van informatie in de begroting 2009 vergeleken met de resultaten van het onderzoek naar de Begroting en het Jaarverslag 2006 en de Begrotingen 2007 en 2008.

Uit figuur 4 blijkt, dat de beschikbaarheid van beleidsinformatie in de Begroting 2009 van het Ministerie van VWS verder is verbeterd.
Het ministerie heeft de eerste vraag «Wat willen we bereiken?» net als in 2008 voor alle algemene doelstellingen beantwoord. De zes algemene doelstellingen en de 22 operationele doelstellingen zijn in onderlinge samenhang voldoende specifiek, meetbaar en tijdgebonden (SMT) geformuleerd. Dat neemt niet weg dat er meer effectindicatoren ontwikkeld zouden kunnen worden.
In de Begroting 2009 is verder betere informatie opgenomen over prestaties van de operationele doelstellingen. Bij de beantwoording van de vraag «Wat gaan we daarvoor doen?» past de minister ten opzichte van 2008 veel minder het principe van «explain» toe.
Voorbeelden waar vooruitgang is geboekt, zijn terug te vinden bij de operationele doelstellingen van artikel 41 Volksgezondheid. Er zijn meer prestatie- en effectindicatoren voor doelstellingen die betrekking hebben op een gezonde leefstijl, veilig voedsel en veilige producten en bescherming tegen vermijdbare ziekten. Ook bij artikel 43 Langdurige zorg heeft de minister nu een groot aantal prestatie-indicatoren beschikbaar voor de operationele doelstelling «Zorg is effectief en veilig».
Wel blijven er enkele aandachtspunten. Zo is voor innovatie de indicator «het percentage aansluitingen op het Landelijk Schakelpunt» geïntroduceerd bij de operationele doelstelling «Zorgaanbieders worden gestimuleerd om het door de burger gewenste aanbod te realiseren» van artikel 42 Gezondheidszorg. Deze indicator geeft beperkte informatie gezien de forse ambities die het kabinet heeft met innovatie in de zorg.
Bij operationele doelstelling 41.3.4 «Minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten» worden kengetallen gehanteerd als trend voor de lange termijn. De minister geeft aan dat hij het Nationaal Actieprogramma Diabetes wil inzetten om de groei van het aantal diabetespatiënten te verminderen. De minister zou ook voor deze operationele doelstelling prestatie- en effectindicatoren kunnen ontwikkelen.
De vraag «Wat mag het kosten?» is in de Begroting 2009 net als in de Begroting 2008 en de Begroting 2007 geheel beantwoord.
Als gevolg van het experiment wordt informatie over de realisatie van prestaties en doelen niet meer op het niveau van beleidsartikelen gegeven in het jaarverslag. Een deel van de beleidsinformatie (doelen en prestaties) over niet-prioritaire doelstellingen wordt hierdoor niet meer in het jaarverslag gepresenteerd. Deze informatie wordt volgens afspraak nog wel verzameld door het ministerie, in ieder geval ten behoeve van de volgende begroting. Bij het Ministerie van VWS wordt de beleidsinformatie bij de beleidsdirecties geadministreerd. Bij de verantwoordelijke beleidsdirecties worden dossiers bijgehouden waarin de relevante beleidsinformatie verzameld wordt.
Wij hebben ook onderzocht hoe de minister van VWS zich in het jaarverslag verantwoordt over het realiseren van de kabinetsdoelstellingen en de departementspecifieke beleidsprioriteiten. In het beleidsverslag worden deze prioriteiten de thematische beleidsprioriteiten van VWS genoemd.
Net als in 2008 doet de minister verslag van de kabinetsdoelstellingen waarvoor het ministerie «penvoerder» is. Deze worden, net als in het Jaarverslag 2007, maar wel prominenter en explicieter (in aparte paragrafen) beschreven onder de thematische beleidsprioriteiten van het Ministerie van VWS. In het hierna volgende overzicht is een samenvatting gegeven van de kabinetsdoelstellingen, de thematische beleidsprioriteiten van het Ministerie van VWS alsmede het aantal hiermee samenhangende prestatie-indicatoren die in het beleidsverslag van de minister van VWS zijn opgenomen.
| Thematische beleidsprioriteiten van VWS – inclusief kabinetsdoelstellingen in samenhang met aantal prestatie-indicatoren in het Beleidsverslag 2008 van het Ministerie van VWS | ||
| Thematische beleidsprioriteiten van VWS, inclusief kabinetsdoelstellingen (35, 45, 46, 47, 48) | Algemene of operationele doelstelling | Aantal prestatie-indicatoren |
| 1. Kwaliteit en veiligheid | ||
| 45. Kwaliteit van de zorg zichtbaar verhogen in 2011 t.o.v. 2006 door: | 42.3.2 | |
| 45a. De vermijdbare schade in de ziekenhuiszorg is in 2012 gehalveerd | 42.3.2 | 2 |
| 45b. Burgers kunnen op kiesBeter.nl voor 80 aandoeningen zien welke kwaliteit de ziekenhuizen bieden | 42.3.1 | 1 |
| 45c. Cliënten geven 90% van de zorgaanbieders in de AWBZ een voldoende voor de kwaliteit van de zorg | 43.3.2 | 1 |
| 45d. De rechten en plichten van patiënten en cliënten zijn in 2011 wettelijk vastgelegd en de informatie hierover is voor iedereen toegankelijk | 42.3.1/43.3.1 | Geen |
| 48. Verbeteren en versterken palliatieve zorg | 42.3.2/43.3.3 | Geen |
| Samen zorgen voor beter | 43.3.3 | 2 |
| Curatieve zorg | 42.3.2/42.3.3 | 5 |
| Langdurige zorg | 43.3.3/43.3.4 | 2 |
| 2. Preventie | 41.1 | 4 |
| Leefstijl | 41.3.1 | 3 |
| Infectieziektebestrijding | 41.3.1 | 2 |
| 3. Innovatie | ||
| 46. Meer patiëntgerichte zorg door vernieuwing zorgconcepten en innovatie | 42.3.2/43.3.3 | 3 |
| 4. Werken in de zorg | 43.3.4 | 1 |
| 5. Participatie | ||
| 35. Substantiële uitbreiding van het aantal vrijwilligers en behoud van het aantal mantelzorgers in 2011 | 44.3.2 | 2 |
| 47. Betere hulp en opvang voor tienermoeders | 44.3.4 | Geen |
| Aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties | 44.3.4 | 2 |
| Gelijke behandeling mensen met een handicap | 44.3.3 | 2 |
| Evaluatie Wet maatschappelijke ondersteuning | 44.3.1 | 1 |
| 6. Ethiek | 42.3.2 | 1 |
| 7. Oorlogsgetroffenen | Geen | |
| 8. Sport | 46.3.1/46.3.3 | 2 |
Wij constateren het volgende:
• In het beleidsverslag zijn twee kabinetsdoelstellingen (35 en 45a) geherformuleerd.
• In de Begroting 2008 zijn 22 operationele doelstellingen opgenomen. In het Beleidsverslag 2008 wordt over 14 van deze 22 operationele doelstellingen verantwoording afgelegd, zeven in het kader van de kabinetsdoelstellingen en tien in het kader van de thematische beleidsprioriteiten.
• In de Begroting 2008 zijn 72 prestatie-indicatoren opgenomen bij de afzonderlijke operationele doelstellingen. In het Beleidsverslag 2008 gaat het in totaal om 35 verschillende prestatie-indicatoren.1 Dat waren er in het Beleidsverslag 2007 zeven.
• Het aantal prestatie-indicatoren onder de kabinetsdoelstellingen is uitgebreid van vier in het Beleidsverslag 2007 naar negen in het Beleidsverslag 2008. Twee kabinetsdoelstellingen (47 en 48) hebben nog geen prestatie-indicatoren.
• In het beleidsverslag zijn vijf nieuwe, niet in de Begroting 2008 genoemde, prestatie-indicatoren opgenomen onder de kabinetsdoelstellingen en twee onder de thematische beleidsprioriteiten. Dit betekent dat van de 72 prestatie-indicatoren die zijn opgenomen in de Begroting 2008 er in het beleidsverslag 28 terugkomen.
• Voor de genoemde prestatie-indicatoren in het beleidsverslag is in 24 gevallen een realisatiewaarde voor 2008 opgenomen en in alle gevallen een streefwaarde voor de middellange termijn (2010, 2011 of 2012). Voor de overige elf prestatie-indicatoren ontbreekt de waarde voor 2008.
Beleidsconclusies in het jaarverslag
Een belangrijke afspraak in het kader van het experiment Jaarverslagen is dat er beleidsconclusies («Ligt het kabinet op koers?») worden opgenomen aan het eind van het beleidsverslag (Ministerie van Financiën, 2007b). In het Beleidsverslag 2007 kon het Ministerie van VWS deze afspraak nog beperkt invullen. In het Beleidsverslag 2008 is hierin duidelijk verandering zichtbaar, omdat voor alle thematische beleidsprioriteiten van VWS – waaronder de kabinetsdoelstellingen – consequent beleidsconclusies zijn opgenomen. Bij de stelligheid van een aantal beleidsconclusies in het Beleidsverslag 2008 kan een kanttekening geplaatst worden. Zo geeft de minister bij kabinetsdoelstelling 35 aan dat hij op koers ligt, terwijl er geen realisatiewaarden zijn opgenomen voor het aantal mantelzorgers en vrijwilligers en spreekt de minister een algemene verwachting uit voor de toekomst. Ook bij kabinetsdoelstelling 47 geeft de minister aan op koers te liggen, terwijl er geen indicatoren voor deze kabinetsdoelstelling zijn.
Voorbeelden van beleidsconclusies bij Kabinetsdoelstellingen zoals opgenomen in het Beleidsverslag 2008
Kabinetsdoelstelling 45
Voor kabinetsdoelstelling 45 liggen wij goeddeels op koers. Wij hebben voor alle opgenomen prestatie-indicatoren in 2008 bereikt wat wij hebben aangegeven. Voor kabinetsdoelstelling 45b hebben wij onze doelstelling bereikt om voor een tiental aandoeningen kwaliteitsinformatie van de ziekenhuiszorg op kiesBeter.nl te publiceren. Wel zullen wij een extra inzet moeten plegen om in de komende jaren voor de beoogde 80 aandoeningen kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen, te registreren en kwaliteitsinformatie op kiesBeter.nl in 2011 beschikbaar te stellen.
Kabinetsdoelstelling 48
Wij zijn op koers wat betreft de uitwerking van het Plan van Aanpak Palliatieve Zorg samen met het veld. Het veld zal zich hier wel voor moeten blijven inzetten. De toetsing van de voortgang vindt plaats in het Platform Palliatieve Zorg. De subsidieregeling Palliatieve Terminale Zorg zal de komende jaren worden aangepast teneinde het aanbod verder uit te breiden en de toegankelijkheid te waarborgen.
Kabinetsdoelstelling 35 en 47
Voor beide kabinetsdoelstellingen (35 en 47) liggen wij op koers. Met betrekking tot het mantelzorgcompliment hopen wij door een in 2008 doorgevoerde verbetering van de uitvoering meer mantelzorgers te bereiken.
Relatie beleidsdoelen en financiële middelen
Wij zijn ten slotte nagegaan of in het beleidsverslag de operationele doelstellingen, de vijf kabinetsdoelstellingen en de uitgaven die hiermee worden verantwoord, aan elkaar zijn gekoppeld.
Hiervoor heeft de minister conform afspraken met het Ministerie van Financiën aan het einde van het beleidsverslag het «Financieel overzicht kabinetsdoelstellingen» opgenomen. Dit is een conversietabel, waarin de relatie tussen kabinetsdoelstelling, beleidsartikel/operationele doelstelling en financieel belang is weergegeven. Zoals de minister toelicht in het beleidsverslag bevat de kolom «financieel belang» naast realisatiecijfers ook begrotingsmutaties. Het financieel belang dat per kabinetsdoelstelling genoemd wordt, geeft daarmee richting aan de omvang van het budget dat uitgegeven is. Het overzicht dat het Ministerie van Financiën in het kader van het experiment heeft voorgeschreven vraagt niet om realisatiecijfers en een totaaltelling. Het Ministerie van VWS heeft hierin ook niet voorzien.
Overigens heeft het ministerie in de Begroting 2009 een overzicht opgenomen met geraamde uitgaven per kabinetsdoelstelling voor 2009, 2010 en 2011. In de komende jaren kan daarmee het financieel belang afgezet worden tegen de geraamde uitgaven.
Een soortgelijk financieel overzicht is gemaakt voor de thematische beleidsprioriteiten van het Ministerie van VWS. Hierbij was het wél mogelijk om het financieel belang af te zetten tegen het geraamde budget 2008. Op de verschillen tussen het begrote bedrag en het financieel belang gaat de minister niet in. Daarvoor moeten de afzonderlijke financiële toelichtingen op de beleidsartikelen geraadpleegd worden. In het kader van het experiment is de afspraak gemaakt dat hierin belangrijke verschillen tussen begrote en gerealiseerde uitgaven worden toegelicht. De minister van VWS geeft deze toelichting als de afwijking groter is dan € 3 miljoen of 3% van het vastgestelde begrotingsbedrag op het niveau van de operationele doelstelling. Wij hebben geconstateerd dat de minister deze lijn volgt.
4.2 Bruikbaarheid van de beleidsinformatie
De Algemene Rekenkamer heeft niet alleen gekeken naar de beschikbaarheid van informatie over beleid in het Jaarverslag 2008 en de Begroting 2009. Wij hebben ook onderzocht of de informatie in het beleidsverslag bruikbaar is voor de Tweede Kamer. De Tweede Kamer moet zich met deze informatie een oordeel kunnen vormen over de mate waarin een minister de kabinetsdoelstellingen en thematische beleidsprioriteiten van het Ministerie van VWS heeft gerealiseerd met behulp van de daarvoor geleverde prestaties en ingezette middelen. Dit jaar hebben we een verdiepend onderzoek gedaan naar twee subdoelstellingen van kabinetsdoelstelling 45, namelijk subdoelstelling 45a en 45b.
Kabinetsdoelstelling 45: «Kwaliteit van de zorg zichtbaar verhogen in 2011 t.o.v. 2006»
45a: De vermijdbare schade in de ziekenhuiszorg is in 2012 gehalveerd.
Operationele doelstelling 42.3.2: Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod
Prestatie-indicator begroting: Vermijdbare schade in ziekenhuizen.
45b: Burgers kunnen op kiesBeter.nl voor 80 aandoeningen zien welke kwaliteit de ziekenhuizen bieden.
Operationele doelstelling 42.3.1: De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt.
Prestatie-indicator begroting: Voor 80 aandoeningen kunnen burgers op wwww.kiesBeter.nl zien welke kwaliteit ziekenhuizen bieden.
Wij zijn voor de twee subdoelstellingen 45a en 45b nagegaan of de informatie over 2008 beschikbaar en betrouwbaar is. Ook hebben we onderzocht of de relatie tussen kabinetsdoelstelling, artikel en prestatie helder is verwoord.
4.2.1 Kabinetsdoelstelling 45a
Kabinetsdoelstelling 45a luidt: «De vermijdbare schade in de ziekenhuiszorg is in 2012 gehalveerd». Gerelateerd aan de Begroting 2008 van het Ministerie van VWS vindt deze doelstelling aansluiting bij de operationele doelstelling 42.3.2. Deze operationele doelstelling kent twee prestatie-indicatoren:
– percentage ziekenhuizen dat werkt met een veiligheidsmanagementsysteem (VMS);
– vermijdbare schade in ziekenhuizen.
Wij constateren dat de tweede prestatie-indicator van de operationele doelstelling een kabinetsdoelstelling is geworden. Wij hebben deze prestatie-indicator nader onderzocht. In de Begroting 2008 gaf de minister aan te streven naar een daling van de vermijdbare schade van 50% in 2011. Hij gaf daarbij niet aan ten opzichte van welk jaar deze daling bedoeld is. In de Begroting 2009 is de prestatie-indicator verder ontwikkeld. Er is een uitsplitsing gemaakt naar «vermijdbare incidenten in ziekenhuizen» en «vermijdbare sterfte in ziekenhuizen». Beide prestatie-indicatoren zijn voorzien van een zogenoemde «basiswaarde» en streefwaarden voor 2009 en 2012. Deze zijn nu uitgedrukt in absolute aantallen.
In 2007 is een nulmeting gedaan door middel van dossieronderzoek. Dit dossieronderzoek zal in drie tranches herhaald worden. De eerste tranche gaat over dossiers uit 2009 en zal in de loop van 2010 bekend worden. Er zullen daarom voor het eerst in de loop van 2010 realisatiegegevens bekend zijn. In het Beleidsverslag 2008 geeft de minister dit ook aan.
De gegevens worden, net als de nulmeting, gebaseerd op onderzoek van twee onafhankelijke onderzoeksinstituten, het Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek/Vumc en NIVEL. Een multidisciplinair onderzoeksteam alsmede een begeleidingscommissie en team van beoordelaars waarborgen een wetenschappelijke basis alsmede een zorgvuldige uitvoering.
In het «Financieel overzicht kabinetsdoelstellingen» is af te lezen dat deze kabinetsdoelstelling een financieel belang heeft van ruim € 3 miljoen in 2008.
Wij constateren dat de minister de onderzochte prestatie-indicator meer SMT – Specifiek, Meetbaar en Tijdgebonden – heeft gemaakt. Naast de nulmeting over 2004 komt er een realisatiewaarde in 2010 over 2009 beschikbaar. Dit betekent dat de minister in de tweede helft van 2010 weet of het kabinet op koers ligt. De minister heeft dan nog één jaar om zijn beleid, zo nodig, bij te sturen.
4.2.2 Kabinetsdoelstelling 45b
Kabinetsdoelstelling 45b luidt: «Burgers kunnen op kiesBeter.nl voor 80 aandoeningen zien welke kwaliteit de ziekenhuizen bieden». Gerelateerd aan de Begroting 2008 van het Ministerie van VWS vindt deze doelstelling aansluiting bij de operationele doelstelling 42.3.1. Deze indicator bestrijkt een deel van de doelstelling, omdat de doelstelling betrekking heeft op de gehele curatieve sector en de prestatie-indicator zich richt op de ziekenhuizen. Deze operationele doelstelling kent één prestatie-indicator, kabinetsdoelstelling 45b zelf. De prestatie-indicator van de operationele doelstelling is dus een kabinetsdoelstelling geworden.
Achtergrond ontwikkeling van kwaliteitsinformatie
De website KiesBeter.nl is een initiatief van het ministerie van VWS dat de voorwaarden schept voor een goed geïnformeerde, kiezende burger. Die speelt immers een steeds centralere rol in het beleid op dit gebied. De veranderingen in het zorgstelsel leggen de keuzes voor zorginstellingen en behandelingen steeds meer bij burgers (consument dan wel patiënt). Om deze keuzes verantwoord te kunnen maken, moeten zij over juiste informatie beschikken. KiesBeter.nl beoogt deze informatie op een onafhankelijke, betrouwbare en samenhangende wijze te presenteren.
De website KiesBeter.nl is in opdracht van het Ministerie van VWS gemaakt door het centrum voor Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV) van het RIVM. Dit centrum beheert de portal. Daarnaast heeft het ministerie de IGZ de opdracht gegeven om per sector indicatoren te ontwikkelen voor de kwaliteit van zorg. Deze indicatoren betreffen enerzijds zorginhoudelijke indicatoren en anderzijds cliëntervaringen. Daarbij wordt zicht gehouden op de betrouwbaarheid, de actualiteit en de tijdigheid van de indicatoren. De IGZ heeft hiertoe het programmabureau Zichtbare Zorg (ZIZO) opgericht.
In de Begroting 2008 is aangegeven dat de minister ernaar streeft om in 2011 80 aandoeningen op KiesBeter.nl te hebben staan. Er zijn geen tussentijdse streefwaarden aangegeven, ook niet voor 2008. In het Beleidsverslag 2008 doet de minister verslag van de stand van zaken. Daarbij is ook de prestatie-indicator opgenomen met een realisatiewaarde van tien aandoeningen voor 2008 en een streefwaarde van 80 aandoeningen voor 2011. De minister licht toe dat hij een nieuwe commissie heeft ingericht om onder andere de stuurgroep van ZIZO, die de indicatoren voor de ziekenhuiszorg ontwikkelt, te ondersteunen. Hiermee geeft de minister op indirecte wijze aan dat hij een extra middel inzet om zijn doelstelling te kunnen bereiken. Tegelijkertijd schrijft de minister dat in 2011 voor ruim 80 aandoeningen kwaliteitsinformatie beschikbaar zal zijn, terwijl de prestatie-indicator uitgaat van 80 in 2011. Op deze wijze laat de minister voortschrijdend inzicht in zijn beleid zien.
De relatie met de financiële middelen is zichtbaar in het «Financieel overzicht kabinetsdoelstellingen». Voor zowel kabinetsdoelstelling 45b als 45c is in totaal ruim € 14 miljoen beschikbaar.
De prestatie die geleverd moet worden, bestaat uit twee delen: de ontwikkeling van de zorginhoudelijke indicatorensets van een eerste set van tien aandoeningen alsmede de sectorbrede implementatie daarvan uitmondend in kwaliteitsinformatie op de website KiesBeter.nl. Wij constateren dat volgens de website van ZIZO inderdaad tien indicatorensets beschikbaar zijn. Deze worden in 2009 geïmplementeerd in alle ziekenhuizen. Momenteel is op deze website voor de afzonderlijke ziekenhuizen wel algemene kwaliteitsinformatie beschikbaar, zoals wachttijden, percentage heropnames of pijn na een operatie. De keuze-informatie voor de tien aandoeningen was ultimo 2008 echter nog niet op de website beschikbaar.1 De eerste kwaliteitsinformatie over deze tien aandoeningen komt voor de burger in 2010 beschikbaar.
De geselecteerde prestatie-indicator is gebaseerd op informatie die van het programmabureau ZIZO, dus van de IGZ afkomstig is. De kwaliteitsindicatoren worden ontwikkeld door een werkgroep waarin diverse deskundigen en belanghebbenden zitting hebben. De meting wordt verricht door de ziekenhuizen zelf. Gezien het belang van een betrouwbare prestatie-indicator zal er aandacht moeten zijn voor een onafhankelijke meting. Objectieve kwaliteitsinformatie kan immers op gespannen voet staan met belangen en/of strategische overwegingen van het individuele ziekenhuis. De komende jaren zal blijken of dit dilemma speelt.
Wij constateren dat de minister in zijn beleidsverslag afzonderlijk aandacht besteedt aan de kabinetsdoelstelling. In zijn verantwoording daarover wordt gebruik gemaakt van voortschrijdend inzicht. Het is een complex beleidsthema. Hierover moet in het beleidsverslag op hoofdlijnen verantwoording wordt afgelegd, waardoor specifieke beleidsinformatie verdwijnt. Daarnaast constateren wij dat de minister terughoudend is in het benoemen van de haalbaarheid van de kabinetsdoelstelling.
4.3 Ontwikkelingen in de beleidsinformatie
In deze paragraaf gaan we eerst in op een van de onderwerpen uit de Beleidsagenda 2008 van de minister (mantelzorg). Vervolgens rapporteren we over de uitkomsten van een verkennend onderzoek naar het fondsbeheer door het CVZ.
Kabinetsprioriteit 35 spreekt van een «Substantiële uitbreiding van het aantal vrijwilligers en behoud van het aantal mantelzorgers in 2011». Op 1 april 2007 is de Regeling waardering mantelzorgers van kracht geworden. Deze regeling werd echter door veel minder mensen gebruikt dan verwacht. In 2007 is daarop besloten van het begrote bedrag van € 65 miljoen eenmalig € 32 miljoen over te hevelen naar het Gemeentefonds. In een convenant met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) werden afspraken gemaakt om dit bedrag te besteden. De onderbenutting was voor het Ministerie van VWS aanleiding de regeling te laten evalueren door onderzoeksbureau Research voor Beleid. Bij deze evaluatie stonden twee mogelijkheden centraal:
• het verruimen van de toegangscriteria van de regeling;
• het intrekken van de regeling en de decentralisatie van taken.
Research voor Beleid concludeerde dat het verruimen van de toegangscriteria nadelen had voor de beheersbaarheid. Het onderzoeksbureau adviseerde het kabinet de regeling stop te zetten en samen met gemeenten een adequate vorm van waardering en ondersteuning voor mantelzorgers te zoeken. Wij zijn de ontwikkelingen nagegaan en hebben onderzocht of de gekozen oplossing risico’s oplevert voor de rechtmatigheid en doelmatigheid.
Beleidsverslag 2008, Participatie, kabinetsdoelstelling 35
«Met het amendement-Van der Vlies (TK 30 306, nr. 30) ontvangen mantelzorgers sinds 2007 een financieel blijk van waardering. Het zogenaamde mantelcompliment bestaat uit een jaarlijks bedrag van maximaal € 250,–. In 2008 is de uitvoering van het mantelzorgcompliment geëvalueerd (TK 30 169, nr. 17). Het is plezierig te constateren dat het compliment positief wordt gewaardeerd door de mantelzorgers. Met een verbeterde uitvoering van het compliment en een verruiming van de regeling willen we het compliment een grotere groep mantelzorgers laten bereiken. Met deze maatregelen liggen wij op koers bij het realiseren van een substantiële uitbreiding van het aantal vrijwilligers en behoud van het aantal mantelzorgers in 2011.»
In 2008 is het budget van € 65 miljoen net als in 2007 niet geheel uitgeput. Bij tweede suppletoire wet is het beschikbare bedrag op basis van de toen meest recente raming van de uitgaven die in 2008 voor het mantelzorgcompliment gedaan zouden worden, met € 34 miljoen naar beneden bijgesteld.
In 2008 maakten ruim 68 000 mantelzorgers gebruik van de regeling, over de negen maanden dat de regeling in 2007 van kracht was, was dit aantal 51 000.1
In reactie op de onderbenutting van de regeling in 2007 en de bevindingen uit de evaluatie heeft de staatsecretaris een traject in gang gezet om de huidige regeling te verruimen.
De staatssecretaris wil een beter gebruik van de regeling vooral bereiken door de eis te schrappen dat de mantelzorger «aantoonbaar professionele extramurale AWBZ-zorg moet vervangen» en dat «registratie bij het CIZ vooraf» plaatsvindt. Daarvoor in de plaats zal gelden dat iedere langdurige AWBZ-zorggeïndiceerde (langdurig wil zeggen vanaf 12 maanden) het recht heeft één mantelzorger per jaar voor te dragen voor het compliment.
De bedoelde verruiming wil de staatssecretaris realiseren via een wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Ministeriële regeling waardering mantelzorgers.
In de voorstellen blijft de uitvoering bij de SVB.De SVB betaalt de complimenten uit en legt er verantwoording over af.
In de bestaande regeling bedroeg het compliment € 250. Na de wijziging van de regeling wordt het compliment berekend op basis van het verwachte aantal mantelzorgers en het jaarlijks daarvoor beschikbare budget. Voor 2009 is het compliment via deze rekenmethode vooralsnog gecalculeerd op € 230.
Op 31 maart 2009 heeft de Eerste Kamer de wijziging van de Wmo goedgekeurd. De gewijzigde regeling treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 april 2007.
In de systematiek van de nieuwe regeling kan een M&O-risico worden onderkend. Iedere AWBZ-gerechtigde met een indicatie van twaalf maanden en langer, kan voor één mantelzorger het compliment ontvangen. De cliënt moet bij zijn AWBZ-aanvraag het rekeningnummer van de mantelzorger invullen, waarna de SVB de mantelzorger registreert.
Het risico bestaat dat de betaling plaatsvindt zonder dat de mantelzorg geleverd is.2 Ook als de mantelzorg wel is geleverd kan de betaling gaan naar een ander dan de mantelzorger die hier (het meest) recht op zou kunnen hebben.
In de begroting en het jaarverslag geeft de minister van VWS ook informatie over de premie-uitgaven. In de leeswijzer bij het Jaarverslag 2008 wordt toegelicht dat hiermee een beleidsmatige verantwoording wordt gegeven over alle zorguitgaven die worden gerekend tot het BKZ. Zoals aangegeven in § 2.1, vallen de premie-uitgaven niet onder het budgetrecht van de Tweede Kamer. Wij onderzoeken de informatie over de premie-uitgaven in het jaarverslag van het Ministerie van VWS niet als financiële informatie maar als beleidsinformatie.
Jaarverslag Ministerie van VWS 2008, Leeswijzer, Financieel Beeld Zorg
«Met het opnemen van de premie-uitgaven in het jaarverslag wordt geen verantwoording over de (uitkomst van het toezicht op de) rechtmatige uitvoering van wettelijke zorgverzekeringen gegeven, maar een beleidsmatige verantwoording over alle uitgaven die tot het Budgettair Kader Zorg (BKZ) gerekend worden. Voor het toezicht op de wettelijke zorgverzekeringen leggen wij apart verantwoording aan u af. Deze verantwoording ontvangt u naar verwachting eind 2009, namelijk nadat de NZa zijn wettelijk geregelde rechtmatigheidsonderzoek naar de Zvw en de AWBZ heeft afgerond.»
De (bruto-)BKZ-uitgaven1 bedroegen in 2008 € 54,9 miljard. Een belangrijk deel van deze uitgaven wordt gefinancierd uit het AFBZ en het ZVF. De minister verantwoordt zich hierover in het Financieel Beeld Zorg in het Jaarverslag 2008.
We hebben een verkennend onderzoek2 uitgevoerd naar het fondsbeheer van het AFBZ en het ZVF. Het doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in de manier waarop het fondsbeheer voor de financiering van de zorgsector is vormgegeven en wordt uitgevoerd.
Het CVZ voert het fondsbeheer uit.3 De taak van fondsbeheerder is een van de belangrijkste taken van het CVZ. Het CVZ vervult deze taak voor het AFBZ, het ZVF en tot 2010 voor de Algemene Kas Ziekenfondswet (AK ZFW)4.
Fondsbeheer
Onder fondsbeheer verstaat het CVZ het op doeltreffende en doelmatige wijze administreren van de ontvangsten, uitgaven en stand van de fondsen. In uitvoerende zin ziet het CVZ het fondsbeheer als een financieel logistiek proces. Interne borging van dit proces is vastgelegd en beschreven in het Fondsbeheerstatuut (CVZ, 2007).
Financieel Jaarverslag Fondsen
Het verantwoordingsdocument over het beheer is het wettelijke voorgeschreven Financieel Jaarverslag Fondsen. Dit verslag behoeft de goedkeuring van de minister van VWS. Over de inrichting van dit verslag hebben het departement en het CVZ begin 2008 afspraken vastgelegd in de Leidraad inrichting financieel jaarverslag (Ministerie van VWS, 2008c). Deze leidraad maakt deel uit van hetGovernance Arrangement, waarin het CVZ en het Ministerie van VWS hun onderlinge relatie hebben beschreven op bestuurlijk niveau. Een belangrijk uitgangspunt van deze leidraad is dat het jaarverslag per te onderscheiden fonds een jaarrekening bevat. Ook wordt per fonds een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen, waarin het CVZ een juiste weergave geeft van de rechtmatigheid van de geldstromen die in het jaarverslag zijn opgenomen. Bovendien moet de externe accountant van het CVZ bij zowel de jaarrekening van de fondsen als bij de rechtmatigheidsverantwoording van het CVZ een getrouwbeeldverklaring afleggen.
Voor de rechtmatigheidsverantwoording maakt het CVZ onderscheid tussen de directe en de indirecte verantwoordelijkheid van het CVZ voor de rechtmatigheid van de geldstromen. Het CVZ acht zich direct verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de geldstromen die het CVZ zelf aanstuurt en beheert. Indirect verantwoordelijk acht het CVZ zich voor geldstromen die het CVZ niet zelf beheert en aanstuurt en waarvoor de verantwoordingsplicht bij een andere instelling ligt.
Na de ministeriële goedkeuring stelt het CVZ het Financieel Jaarverslag Fondsen algemeen verkrijgbaar. Tot nu toe schreef de minister van VWS mede op basis van dit verslag zijn oordeel over het functioneren van de zorg-zbo’s, waaronder het CVZ, in een brief aan de Tweede Kamer. In zijn laatste brief van 23 september 2008 kondigde de minister echter aan dat deze jaarlijkse toezichtsbrief komt te vervallen, omdat de wettelijke verplichting hiervoor in de Kaderwet ZBO’s ontbreekt (Ministerie van VWS, 2008d).
Op 23 februari 2009 heeft de minister het Financieel Jaarverslag Fondsen 2007 (CVZ, 2008a) aan de Tweede Kamer aangeboden (Ministerie van VWS, 2009b). Wij hebben op basis van dit jaarverslag de geldstromen van de drie onderscheiden fondsen in kaart gebracht. De totaalbedragen zijn opgenomen in tabel 2.
| Tabel 2: Baten, lasten en cumulatief saldo 2007 fondsen | ||||
| Fonds (bedragen in € miljard) | Baten | Lasten | Saldo 2007 | Cumulatief saldo tot en met 2007 |
| ZVF | 16,8 | 17,9 | – 1,1 | – 2,3 |
| AFBZ | 23,3 | 22,9 | 0,4 | 0,6 |
| AK ZFW | 0,03 | 0,5 | – 0,5 | – 5,9 |
Zoals uit de tabel blijkt, bedroeg het cumulatieve tekort van de AK ZFW ultimo 2007 € 5,9 miljard. In de invoerings- en aanpassingswet Zvw (I&A-wet), artikel 2.1.11 is bepaald dat het tekort per 1 januari 2010 ten laste komt van «’s Rijksschatkist». Met het tekort is al rekening gehouden, omdat het net als de saldi van de andere fondsen deel uitmaakt van het EMU-saldo.1
Volgens de ramingen in het Financieel Beeld Zorg in de Begroting 2009 zullen ook in het AFBZ flinke tekorten ontstaan. De minister heeft de saldi van de fondsen ultimo 2008, met uitzondering van de AK ZFW toegelicht in het Financieel Beeld Zorg van het Jaarverslag 2008. Hieruit blijkt dat de vermogens van het ZVF en het AFBZ zich in 2008 positief hebben ontwikkeld. We hebben hier geen nader onderzoek naar gedaan. Ook hebben wij niet onderzocht hoe de fondssaldi op lange termijn worden beheerst en hoe daarbij gebruik wordt gemaakt van ramingen.
Uit het Financieel Jaarverslag Fondsen 2007 blijken onzekerheden in de verantwoordingscyclus. Figuur 5 laat zien voor welke baten en lasten van het ZVF (grijze pijlen) op het moment van verantwoording nog geen zekerheid bestaat over de rechtmatigheid.1
Figuur 5 Geldstromen Zorgverzekeringsfonds 2007 (bedragen in miljarden, afgerond op 1 decimaal)

De premies ZVW bestaan uit inkomensafhankelijke bijdragen die de Belastingdienst int via de loon- en inkomstenheffing en nominale premies die de zorgverzekeraars innen. Deze nominale premies lopen niet via het ZVF.
Figuur 6 laat de geldstromen zien voor het AFBZ.
Figuur 6 Geldstromen Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten 2007 (bedragen in miljarden, afgerond op 1 decimaal)

De figuren laten zien dat de onzekerheid aan de batenkant vooral zit in de inkomensafhankelijke bijdragen respectievelijk premies van de Belastingdienst (€ 14,7 miljard in het ZVF respectievelijk € 14,3 miljard in het AFBZ) en aan de lastenkant vooral in de aanspraken Zvw (ZVF: € 14,7 miljard) en de Zorgaanspraken CAK (AFBZ: € 20,9 miljard).
Als belangrijkste oorzaken van de onzekerheden noemt het CVZ in het Financieel Jaarverslag Fondsen 2007:
1. Diverse gegevensaanleverende partijen verantwoorden zich op basis van het kasstelsel in plaats van het baten-lastenstelsel.
2. Als de jaarrekeningen van de fondsen worden opgemaakt, zijn maar in beperkte mate door accountants gecertificeerde cijfers voorhanden.
3. Definitieve cijfers komen pas vele jaren later beschikbaar.
We gaan hierna in op deze oorzaken voor de onzekerheden, die het CVZ noemt.
Ad 1: Kasstelsel versus baten-lastenstelsel
De Belastingdienst legt verantwoording af aan de fondsen op kasbasis. Dit is het geval bij de baten van het ZVF (€ 14,7 miljard) en bij de baten van het AFBZ (€ 14,3 miljard). De fondsen hanteren echter het baten-lastenstelsel.
Ad 2: Beperkte beschikbaarheid gecertificeerde cijfers
Doordat de gecertificeerde jaarstukken van de zorgverzekeraars over het jaar t pas klaar zijn op 1 juni van het jaar t+1 en de NZa haar review daarop pas in november van het jaar t+1 afrondt, is de verantwoording in het Financieel Jaarverslag Fondsen voor een groot deel gebaseerd op ongecertificeerde data. De gecertificeerde verantwoording van de Belastingdienst is wel op tijd beschikbaar. Hierbij ontstaat echter onzekerheid doordat het tolerantiebedrag dat de Belastingdienst hanteert, vele malen groter is dan het gewenste tolerantiebedrag van 1% van de lasten van de beide fondsen.1
Ad 3: Definitieve cijfers komen pas vele jaren later beschikbaar
Voor de inkomensafhankelijke bijdragen Zvw en de premies volksverzekeringen worden verdeelsleutels gebruikt. Op basis van de heffingen die uiteindelijk worden geïnd, volgen nabetalingen. Dit kan enkele jaren duren.
Mede naar aanleiding van de geconstateerde onzekerheden in de verantwoordingscyclus van het zorgverzekeringsstelsel2 heeft de minister van VWS het CVZ gevraagd een onderbouwd voorstel te doen om de gesignaleerde knelpunten op te lossen. Het CVZ heeft daarop in een brief aan de minister van VWS op 29 augustus 2008 onder andere voorgesteld (CVZ, 2008b) om de huidige indieningstermijn van 15 april in jaar t+1 op te schuiven naar 31 december in jaar t+1. Dan zijn de rechtmatigheidsverantwoordingen van de diverse actoren beschikbaar.
In de brief gaf het CVZ ook aan dat het de kwaliteit en tijdigheid van de informatievoorziening van de Belastingdienst aan het CVZ niet voldoende vond voor de operationele taken en voor de verantwoording. Hieronder schaart het CVZ ook de harmonisatie van de toleranties.
De minister van VWS heeft op 4 december 2008 een reactie gegeven op de oplossingen die het CVZ heeft aangedragen om de knelpunten op te lossen (VWS, 2008e). In zijn brief gaf de minister aan:
• de indieningstermijn voor het Financieel Jaarverslag Fondsen van het jaar t op 31 december van het jaar t+1 te willen stellen;
• het door het CVZ gegeven signaal over de tijdigheid en kwaliteit van de door de Belastingdienst geleverde informatie door te spelen aan het Ministerie van Financiën;
• het knelpunt van de afwijkende tolerantiegrenzen door de Rijksauditdienst te laten bespreken met zowel het CVZ als de externe accountant van het CVZ, waarna hij in overleg met de Rijksauditdienst over deze kwestie een standpunt zal innemen.
Evaluatie door het Ministerie van VWS
Op dit moment evalueert het Ministerie van VWS zowel het CVZ als de NZa. Deze evaluatie vindt plaats in het kader van de evaluatie van de WMG, de Zvw en de Wet op de zorgtoeslag. Er bestaat weliswaar geen wettelijke verplichting om het CVZ te evalueren, maar het Ministerie van VWS leidt de grondslag hiervoor af uit de geest van de Kaderwet ZBO’s. Deze evaluatie is naar verwachting per 1 juni 2009 afgerond. Voor eind 2009 wil het Ministerie van VWS een kabinetsstandpunt over de uitkomsten van de wetsevaluaties aan de Tweede Kamer aanbieden.
Naar aanleiding van ons verkennend onderzoek trekken wij de volgende conclusies:
• Doordat de indieningstermijn is verlengd, wordt de onzekerheid voor het Financieel Jaarverslag Fondsen grotendeels opgelost. Overigens blijven in het Financieel Beeld Zorg in het jaarverslag van het ministerie de onzekerheden bestaan.
• Het handhaven van het kasstelsel bij de Belastingdienst leidt tot onzekerheden in de verantwoordingen van de fondsen.
• Het probleem in de tijdigheid en kwaliteit van de aanlevering van informatie door de Belastingdienst kan met meer ambitie worden aangepakt, dan alleen met het doorspelen van een signaal aan de minister van Financiën.
• Over de afwijkende tolerantiegrenzen zal het ministerie met het CVZ spreken. Wij denken dat de minister een goede afweging moet maken tussen enerzijds de behoefte van de Tweede Kamer om meer zekerheid te krijgen over de ontvangsten van de Belastingdienst en anderzijds de hogere controlelasten die een lagere controletolerantie met zich meebrengt.
• Het vervallen van de jaarlijkse toezichtsbrief van de minister waarin hij oordeelt over het functioneren van de zorg-zbo’s aan de Tweede Kamer, kan tot meer fragmentatie1 leiden in de informatievoorziening aan de Tweede Kamer.
Wij zullen de uitkomsten van de evaluatie en de implementatie van de verbetervoorstellen in 2009 volgen.
5 REACTIE MINISTER EN NAWOORD ALGEMENE REKENKAMER
De minister van VWS heeft op 21 april 2009 gereageerd op ons Rapport bij het Jaarverslag 2008 van het Ministerie van VWS (XVI). Hieronder volgt de integrale tekst van zijn reactie (§ 5.1). De brief staat ook op onze website: www.rekenkamer.nl. Zijn reactie gaf ons aanleiding tot een nawoord (§ 5.2).
«Naar aanleiding van uw conceptrapport «Rapport bij het Jaarverslag 2008» doe ik u hierbij, mede namens de staatssecretaris, mijn reactie toekomen. Met belangstelling heb ik kennis genomen van uw rapport. Het doet mij genoegen dat u in uw rapport constateert dat ik transparant verantwoording afleg over de realisatie van mijn beleid, de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering en de bedrijfsvoering. In mijn reactie ga ik in op de onvolkomenheden in de bedrijfsvoering (subsidiebeheer, Europese aanbestedingen en de entadministraties bij het RIVM) en de weergave hiervan op de door u geïntroduceerde «kwaliteitskaart». Verder sta ik stil bij de door u opgemerkte onrechtmatigheid bij de subsidieregeling academische functie en bij een aantal opmerkingen over de beleidsinformatie.
Subsidiebeheer
Met u constateer ik dat de problemen in het subsidiebeheer nog niet zijn opgelost, ondanks de in 2008 verder ontwikkelde verbetermaatregelen en intensieve monitoring. Op deze problemen aan te pakken heb ik inmiddels een aantal maatregelen genomen, die u ook in uw rapport heeft vermeld. In deze maatregelen zijn twee sporen te onderscheiden.
Enerzijds zal naar aanleiding van de analyse van de tekortkomingen in het subsidiebeheer een gerichte set van maatregelen getroffen worden om op dossierniveau onvolkomenheden in een vroeg stadium te signaleren en vervolgens te herstellen. Hiertoe wordt onder andere de signaalfunctie van de interne controle aangescherpt en worden de uitkomsten gemonitord.
Anderzijds zal ik maatregelen treffen die moeten leiden tot een efficiëntere subsidie-uitvoering en een vermindering van het aantal subsidies. Hiertoe worden de voorstellen uit het rapport «Gepast subsidiëren, een verbeterplan voor de subsidiepraktijk» en het kader financieel beheer rijkssubsidies geïmplementeerd. Bovendien wordt in 2009 uitvoering gegeven aan de subsidietaakstelling.
Bovendien zal ik in de tweede helft van 2009 de Rijksauditdienst vraaggestuurd onderzoek in de vorm van een procesanalyse van het heringerichte subsidieproces laten uitvoeren, waarin de risico’s worden geïnventariseerd, beheersmaatregelen worden benoemd en restrisico’s worden ingeschat.
De voortgang van deze maatregelen en de uitkomsten ervan op het subsidiebeheer zullen intensief gevolgd worden.
Naleving van de Europee aanbestedingsregels
In 2008 zijn er diverse verbeteringen in het inkoopbeheer aangebracht. Hierbij zijn de belangrijkste risico’s afgedekt. Desondanks zijn in een klein aantal gevallen de Europese aanbestedingsregels niet correct nageleefd. Om deze reden merkt u het inkoopbeheer als een onvolkomenheid aan. Ik merk hierbij op dat, hoewel afwijking van de regelgeving onrechtmatig blijft, een goed gemotiveerde en zorgvuldige afwijking vanwege bijvoorbeeld beleidsmatige redenen transparant is en acceptabel kan zijn.
Entadministraties Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Met ingang van 1 januari 2008 zijn de entadministraties en hun koepelorganisatie de Landelijke Vereniging van Entadministraties onderdeel geworden van het RIVM. Het RIVM heeft prioriteit gelegd bij het primaire proces, waardoor het financieel beheer minder aandacht heeft gekregen.
Mede naar aanleiding van de jaarafsluiting 2008 heeft het RIVM de acties geïnventariseerd die nog uitgevoerd moeten worden om het logistieke en financiële beheer van de entadministraties op het vereiste structurele niveau te brengen. Deze acties zijn vastgelegd in een controlplan dat met hoge prioriteit wordt uitgevoerd. De voortgang van de uitvoering van het controlplan wordt strak gemonitord en periodiek besproken met FEZ en de Rijksauditdienst.
De uitvoering van het controlplan is erop gericht, behoudens onverwachte nieuwe ontwikkelingen, het vereiste structurele niveau in het beheer in 2009 te bereiken.
Kwaliteitskaart
Met de introductie van de kwaliteitskaart bedrijfsvoering beoogt u de uitkomsten van uw onderzoek op een aansprekende manier te presenteren en de geconstateerde onvolkomenheden te plaatsen in het licht van de gehele bedrijfsvoering van het departement. Ik denk dat een dergelijk instrument zeer waardevol kan zijn en waardeer uw inzet bij de ontwikkeling van dit instrument. Ik signaleer echter een aantal beperkingen bij de huidige kaart, waardoor deze op een aantal onderdelen weinig gebruiks- en informatiewaarde heeft.
De belangrijkste beperking is dat de onvolkomenheden voor het subsidiebeheer en het inkoopbeheer betrekking hebben op het hele proces en niet op één of meerdere duidelijk aanwijsbare organisatie-onderdelen. Deze onvolkomenheden «exploderen» in deel II van de kaart. In deel II van de kwaliteitskaart geeft u aan welke beleidsartikelen door de onvolkomenheden subsidiebeheer en inkoopbeheer geraakt kunnen worden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de het feit of deze gevolgen daadwerkelijk geconstateerd zijn en met de relevantie van de (mogelijke) onvolkomenheid voor dit artikel. Hierdoor wordt het beeld van de bedrijfsvoering negatief vertekend. Ik constateer op dit punt een discrepantie in de mate waarin ik mij verantwoord over onrechtmatigheden op het niveau van een beleidsartikel (uitsluitend indien sprake is van een overschrijding van de tolerantie) en de wijze waarop u met deze kwaliteitskaart de Tweede Kamer informatie over (mogelijke) rechtmatigheidsgevolgen op het niveau van een beleidsartikel verstrekt.
Voor de overige gesignaleerde beperkingen verwijs ik u naar de reactie van de minister van Financiën in uw rapport Rijk Verantwoord 2008. Ik betreur het dat u de kwaliteitskaart niet eerst een jaar op proef wilt gebruiken, zodat door het uitwisselen van ervaringen er en betere basis voor de invoering van de kwaliteitskaart kan ontstaan.
Subsidie academische functie
In uw rapport merkt u de door mij extracomptabel verantwoorde uitgaven en verplichtingen in het kader van subsidieregeling academische functie als onrechtmatig aan. In overleg met het Ministerie van Financiën en de Algemene Rekenkamer is afgesproken om vanaf 2010 de financieringsconstructie van de academische functie te veranderen. Verder verantwoord ik mij in de bedrijfsvoeringsparagraaf bij de jaarverslagen 2008 en 2009 transparant over de door mij gekozen constructie. Bovendien zullen de verplichtingen en uitgaven extracomptabel worden verantwoord in het Financieel Beeld Zorg. De rechtmatigheid van de subsidieverlening wordt over 2008 en 2009 door de Rijksauditdienst met een specifiek vraaggestuurd onderzoek gecontroleerd.
Beleidsinformatie
Ik ben blij dat u in uw rapport constateert dat de kwaliteit van het beleidsverslag verbeterd is ten opzicht van 2007. Het aantal prestatie-indicatoren is toegenomen en de kabinetsdoelstellingen en beleidsconclusies hebben een prominentere plaats gekregen. Wel geeft u aan dat bij de stelligheid van een aantal conclusies een kanttekening geplaatst kan worden. In het kader van de delivery is geconcludeerd dat VWS op koers ligt bij het realiseren van de kabinetsdoelstellingen. De conclusies in het beleidsverslag zijn hierop gebaseerd.
Regeling mantelzorg
In het kader van ontwikkelingen in de mantelzorg gaat u in uw rapport specifiek in op de ontwikkelingen op het gebied van de mantelzorg. U hebt hierbij in het bijzonder onderzocht welke rechtmatigheid- en doelmatigheidsrisico’s de ontwikkelingen met zich meebrengen. U wijst erop dat de gekozen systematiek, waarbij iedere AWBZ-gerechtigde met een indicatie van 12 maanden en langer, voor één mantelzorger het compliment kan ontvangen, het risico van misbruik en oneigenlijk gebruik met zich meebrengt. Gezien de aard van het compliment en de hoogte van het bedrag wordt dit risico geaccepteerd. Bij het opstellen van de regeling is dit risico erkend en in de toelichting opgenomen. Daarmee is naar mij mening, de omstandigheden en mogelijkheden in aanmerking nemende, sprake van een toereikend M&O-beleid.«
5.2 Nawoord Algemene Rekenkamer
Wij danken de minister voor zijn reactie waarin hij onze conclusies bevestigt. In dit nawoord gaan we in op een aantal punten uit zijn reactie.
De minister constateert met ons dat de problemen in het subsidiebeheer nog niet zijn opgelost. Hij geeft een nadere uiteenzetting van de twee sporen in de maatregelen die eerder in de bedrijfsvoeringsparagraaf en ons rapport zijn genoemd. Wij zijn blij met de aanscherping van de signaalfunctie van de interne controle en met de monitoring van de uitkomsten. Ook zien wij de maatregelen voor een efficiëntere subsidie-uitvoering en voor vermindering van het aantal subsidies met belangstelling tegemoet. Wij hechten belang aan zijn toezegging om de voortgang van de maatregelen en de effecten ervan intensief te volgen. Zoals wij in ons rapport hebben aangegeven, verwachten wij dat dit op voldoende hoog niveau in de organisatie gebeurt. Wij zullen deze voortgang nauwlettend volgen en waar mogelijk een constructieve bijdrage leveren aan het verbeterproces.
Naleving Europese aanbestedingsregels
De minister is van mening dat een goed gemotiveerde en zorgvuldige afwijking van regelgeving om bijvoorbeeld beleidsmatige redenen transparant en acceptabel kan zijn. Wij onderschrijven deze algemene stelling van de minister niet. De minister doet geen concrete toezeggingen om het aantal gevallen, waarin de aanbestedingsregels niet zijn nageleefd, terug te dringen.
Wij onderkennen dat er uitvoeringsproblemen kunnen bestaan die de naleving van de Europese aanbestedingsregels bemoeilijken. Wij geven in overweging om samen met de andere ministers, in het bijzonder de minister van Economische Zaken, eventuele uitvoeringsproblemen te betrekken in de evaluatie van wet- en regelgeving.
Wij waarderen de toezegging van de minister dat het controlplan, waarin de acties zijn vastgelegd om het logistieke en financiële beheer van de entadministraties op het vereiste structurele niveau te brengen, met hoge prioriteit wordt uitgevoerd. Ook waarderen wij de bewaking van de voortgang en uitvoering van het controlplan door de directie FEZ. Wij worden hierover graag periodiek op de hoogte gesteld.
Kwaliteitskaart bedrijfsvoering
Wij danken de minister voor zijn waardering voor onze inzet bij de ontwikkeling van het instrument kwaliteitskaart.
De minister geeft aan dat de onvolkomenheden in subsidiebeheer en inkoopbeheer betrekking hebben op het volledige proces en niet opéén of meer duidelijk aanwijsbare organisatieonderdelen. Het gevolg hiervan is volgens hem dat de onvolkomenheden «exploderen» in deel II van de kwaliteitskaart.
Met deel II van de kaart willen we zichtbaar maken waar de risico’s van de onvolkomenheden in de bedrijfsvoering gevolgen kunnen hebben, ofwel welke artikelen ze «raken». Dit «raken» moet breed geïnterpreteerd worden. Het gaat dus niet alleen om geconstateerde gevolgen maar ook om mogelijke gevolgen. Bovendien gaat het niet alleen om gevolgen voor de rechtmatigheid, maar ook om andere gevolgen (bijvoorbeeld risico’s voor de betrouwbaarheid van de informatie, de realisatie van beleidsdoelstellingen of de integriteit van bestanden). In Rijk verantwoord 2008 gaan we in op de rijksbrede reactie op de introductie van de kwaliteitskaart bedrijfsvoering.
Wij stellen vast dat de reactie van de minister overeenkomt met de inhoud van ons rapport.
Wij nemen kennis van de opmerking van de minister dat in het kader van de delivery is geconcludeerd dat het Ministerie van VWS op koers ligt bij het realiseren van de kabinetsdoelstellingen. De delivery valt buiten de reikwijdte van ons onderzoek. Wij geven in overweging conclusies over de realisatie van kabinetsdoelstellingen in het beleidsverslag waar mogelijk met gerealiseerde prestaties te onderbouwen.
De feitelijke inhoud van de reactie is in overeenstemming met het de bevindingen in ons rapport. Op basis hiervan is de minister van mening dat, de omstandigheden en mogelijkheden in aanmerking genomen, sprake is van een toereikend M&O-beleid. Wij zullen bij de uitvoering van de gewijzigde regeling in 2009 onderzoeken of dit inderdaad het geval is.
nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING
| A. | ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL | 2 |
| Leeswijzer | 3 | |
| B. | DE BEGROTINGSTOELICHTING | 8 |
| Beleidsagenda 2008 | 8 | |
| Artikel 41 Volksgezondheid | 29 | |
| Artikel 42 Gezondheidszorg | 52 | |
| Artikel 43 Langdurige zorg | 75 | |
| Artikel 44 Maatschappelijke ondersteuning | 91 | |
| Artikel 46 Sport | 104 | |
| Artikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereld- oorlog II | 115 | |
| Niet-beleidsartikel 98: Algemeen | 122 | |
| Niet-beleidsartikel 99: Nominaal en onvoorzien | 131 | |
| Paragraaf voor de diensten die een baten-lasten administratie voeren | 132 | |
| Bedrijfsvoeringsparagraaf | 148 | |
| Financieel beeld zorg | 150 | |
| Verdeling groeiruimte 2008–2011 | 169 | |
| Verdiepingshoofdstuk | 170 | |
| Zbo’s en RWT’s | 203 | |
| Moties | 204 | |
| Toezeggingen | 210 | |
| Afkortingenlijst | 212 | |
| Trefwoordenregister | 216 |
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL
Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2008 vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2008. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2008.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2008 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)
Onder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ressorteren de diensten die een baten-lastenstelsel voeren het Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, het Nederlands Vaccin Instituut en het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de diensten die een baten-lastenstelsel voeren, het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, het Nederlands Vaccin Instituut en het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu voor het jaar 2008 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting in de paragraaf over de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.
Voor u ligt de Begroting 2008 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:
• de beleidsagenda;
• de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen;
• de diensten die een baten-lastenadministratie voeren;
• de bedrijfsvoeringsparagraaf; en
• diverse bijlagen, waaronder het Financieel Beeld Zorg en het verdiepingshoofdstuk.
De beleidsagenda geeft kort de beleidsprioriteiten voor 2008 weer. We werken deze prioriteiten verder uit in de zogenoemde beleidsartikelen. De beleidsartikelen bestaan uit:
• een algemene beleidsdoelstelling;
• een tabel budgettaire gevolgen van beleid;
• de operationele doelstellingen;
• een overzicht met het geplande onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.
Behalve beleidsartikelen bevat deze begroting ook zogenoemde niet-beleidsartikelen (artikel 98 en 99). De opbouw van deze niet-beleidsartikelen wijkt af van de hierboven genoemde beleidsartikelen. Artikel 98 bevat de uitgaven die niet specifiek aan een van de beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het gaat daarbij om ministerie- en zorgbrede apparaatsuitgaven, zoals voor het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), de adviesraden, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de zorg-Zbo’s. Daarnaast verantwoorden we in artikel 98 de uitgaven aan internationale samenwerking en de uitgaven aan het strategisch onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Vaccin Instituut (NVI). Artikel 99 is een technisch-administratief artikel.
De indeling van de begroting 2008 komt grotendeels overeen met die van 2007, al zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd. Zo is de structuur van artikel 42 en 43 aangepast, en is er in artikel 41 een extra operationele doelstelling bijgekomen die betrekking heeft op ethiek.
Met ingang van het begrotingsjaar 2008 wordt een aparte programmabegroting voor Jeugd en Gezin opgesteld. Artikel 45 Jeugdbeleid is daardoor vervallen in de begroting van VWS. De apparaatskosten van de directie Jeugdbeleid en die van de programmadirectie Jeugd en Gezin zijn opgenomen in artikel 98 Algemeen onder de post Personeel en materieel kernministerie. De apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg zijn onder een aparte post van datzelfde artikel opgenomen.
In de begroting 2008 geven wij u inzicht in de budgetflexibiliteit op het niveau van de operationele doelstellingen van de beleidsartikelen. Dit gebeurt in een aparte tabel die volgt na de tabel budgettaire gevolgen van beleid in de tweede paragraaf van ieder artikel. Daarbij worden de verplichtingen gekarakteriseerd aan de hand van de categorieën «Juridisch verplicht», «Bestuurlijk gebonden» en «Niet juridisch verplicht of niet bestuurlijk gebonden».
Onder de tabel met budgetflexibiliteit wordt per operationele doelstelling eveneens aangegeven wat de plannen/voornemens zijn die gedekt worden door het kopje «niet verplicht of niet bestuurlijk gebonden» voor zover de budgetflexibiliteit groter dan € 500 000,– is. Daarmee wordt invulling gegeven aan de motie Bakker (kamerstukken 30 391, nr. 3).
Onze begroting bevat een aantal grote inkomensregelingen, rijksbijdragen en specifieke uitkeringen die – bij ongewijzigd beleid – voor meerdere jaren vastliggen. U kunt hierbij denken aan de Zorgtoeslag. Daarnaast zijn er instellingen die een instellingssubsidie ontvangen en zijn er bijdragen aan baten-lastendiensten. In de begroting hebben wij deze posten als meerjarig verplicht aangemerkt.
Afspraken en convenanten met andere overheden, met Zbo’s en RWT’s en met private partijen zijn evenals toezeggingen aan de Tweede Kamer als bestuurlijk gebonden opgenomen.
De budgetflexibiliteit in het niet-beleidsartikel 98 hebben wij op dezelfde manier vormgegeven als in de begroting 2007. Dat betekent dat in artikel 98 de budgetflexibiliteit van de programma uitgaven gegeven wordt. De doelstellingen bij dit artikel zijn niet toegelicht met indicatoren. Gezien het karakter van deze uitgaven heeft dat geen toegevoegde waarde.
Artikel 99 is een technisch administratief artikel en bevat hoofdzakelijk nog onverdeelde posten. Het begrip budgetflexibiliteit is hierop niet van toepassing.
Geraamde uitgaven per operationele doelstelling
Sinds de begroting 2007 bevat de begroting van VWS een aantal brede beleidsartikelen. Mede daarom is bij iedere operationele doelstelling in de beleidsartikelen een meerjarige tabel opgenomen met een samenvatting van de belangrijkste voorgenomen uitgaven.
Deze zijn ingedeeld naar de volgende categorieën/instrumenten: inkomensregelingen, rijksbijdragen, specifieke uitkeringen, instellingssubsidies/structurele subsidies, projectsubsidies, opdrachten, bijdragen aan Zbo’s/RWT’s, bijdragen aan baten-lastendiensten en bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken.
Per categorie/instrument worden de belangrijkste voorgenomen uitgaven als voorbeeld genoemd. Met deze tabel per operationele doelstelling geven wij invulling aan de motie Schippers (kamerstukken 29 800, nr. 55).
Prestatie-indicatoren in de begroting
De motie-Douma (kamerstukken 29 949, nr. 11) spreekt uit dat de doelstellingen in de begroting zo veel mogelijk in termen van maatschappelijke effecten (outcome) en in daarbij passende indicatoren geformuleerd moeten worden.
In de begroting zijn daarom de algemene doelstellingen van de zes beleidsartikelen en de operationele doelstellingen binnen die artikelen zoveel geformuleerd in termen van maatschappelijke effecten (outcome). Het is echter niet mogelijk gebleken om ook alle prestatie-indicatoren in outcome-termen te formuleren. In dat geval zijn outputindicatoren opgenomen.
We merken op dat wat betreft de aard van de indicatoren in de begroting een verschil van inzicht bestaat met de Algemene Rekenkamer. De Rekenkamer is namelijk van mening dat de indicatoren bij de operationele doelstellingen in outputtermen geformuleerd zouden moeten zijn in plaats van in outcometermen. Bij de beoordeling van de begroting 2007 op de vraag «Wat gaan we daarvoor doen?» heeft de Rekenkamer daardoor een lage score geteld. We hebben dit verschil van inzicht aangekaart bij het ministerie van Financiën. Dat heeft nog niet tot een oplossing geleid.
De indicatoren bij de algemene doelstellingen geven, zoals gezegd, een gewenst maatschappelijk effect weer. Hierdoor hebben deze indicatoren een macrokarakter en kunnen wij ze maar gedeeltelijk beïnvloeden. De belangrijkste functie van de indicatoren is dat zij een positieve of negatieve trend kunnen weergeven. Een negatieve trend kan de aanleiding zijn om maatregelen te treffen. Inhoudelijk moeten de indicatoren overigens met enige terughoudendheid beoordeeld worden: zij geven een indicatie van de uitkomsten van het beleid weer.
Tijdens het AO verantwoording 2006 hebben wij toegezegd zoveel mogelijk tussenstreefwaarden op te nemen in de begroting. In de begroting 2008 hebben wij dit bij zoveel mogelijk indicatoren gerealiseerd. Soms is het echter niet mogelijk om tussenstreefwaarden op te nemen of weegt het jaarlijks verzamelen van de gegevens niet op tegen de te maken kosten. In een aantal gevallen betekent dit dat de indicatoren één keer in de twee tot vier jaar verzameld worden. Dit is bijvoorbeeld het geval als de indicator afkomstig is uit de Zorgbalans (die om de twee jaar verschijnt) of uit de VolksgezondheidsToekomst Verkenningen (VTV) (die om de vier jaar verschijnt). Ook een aantal rapportages van het SCP wordt niet jaarlijks opgesteld. In deze gevallen lichten wij de frequentie waarmee de indicator verzameld wordt, apart toe.
Hieronder hebben wij op verzoek van de Commissie van de Rijksuitgaven per artikel kort uitgelegd waarom bij enkele doelstellingen geen indicator geformuleerd is. Tevens is uitgelegd welke aanvullende informatie gebruikt wordt om de resultaten van het beleid te kunnen volgen.
Bij artikel 41 zijn als prestatie-indicatoren de Absolute levensverwachting en de Levensverwachting in goed ervaren gezondheid opgenomen. Daarbij hebben we uitgelegd dat we de volksgezondheid ook monitoren met de tweejaarlijkse Zorgbalans en de vierjaarlijkse Volksgezondheids ToekomstVerkenningen (VTV) van het RIVM. Onze monitor is dus breder dan de indicatoren in de begroting.
Alleen bij de zesde operationele doelstelling het bevorderen van ethisch handelen hebben we geen prestatie-indicator opgenomen. De resultaten op dit beleidsterrein kunnen namelijk niet in één of enkele indicatoren samengevat worden. Bij de overige vijf operationele doelstellingen zijn wel indicatoren geformuleerd.
Bij artikel 42 is geen indicator geformuleerd bij de algemene doelstelling. Het is namelijk niet goed mogelijk om het gehele stelsel van curatieve zorg in Nederland in een of enkele indicatoren samen te vatten. Het stelsel is daarvoor te omvangrijk. Voor inzicht in de werking van het gezondheidszorgstelsel in den brede wordt daarom verwezen naar geplande evaluaties van de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg) en de Wet op de Zorgtoeslag. Daarnaast monitoren wij de prestaties van het stelsel met de Zorgbalans (zie hiervoor ook www.zorgbalans.nl), het document dat eens per twee jaar verschijnt en waarin de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg worden weergegeven.
Bij artikel 43 hebben we evenmin indicatoren opgenomen bij de algemene doelstelling. Dit omdat ook voor het stelsel van langdurige zorg geldt dat het te omvangrijk is om het in een of enkele indicatoren samen te vatten. Bij de algemene doelstelling van dit artikel wordt daarom eveneens verwezen naar geplande beleidsevaluaties en de Zorgbalans.
Artikel 44 Maatschappelijke Ondersteuning:
Op dit moment bestaat nog geen goede algemene effectindicator voor maatschappelijke participatie. Wij hebben het Nivel daarom opdracht gegeven om een participatiemonitor te ontwikkelen. Hiermee willen wij de beleidsresultaten volgen. De eerste monitor zal in 2008 gepubliceerd worden. Tevens hebben we in de komende jaren een aantal beleidsevaluaties gepland die voor aanvullend inzicht in de resultaten van beleid zullen zorgen.
Bij de derde operationele doelstelling van dit artikel is nog geen indicator geformuleerd. Deze indicator is nog in ontwikkeling en zal gedurende 2008 van een waarde voorzien worden.
Artikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereldoorlog II:
Bij de algemene doelstelling is geen prestatie-indicator opgenomen omdat de doelstelling meerdere uiteenlopende elementen bevat die zich moeilijk in één indicator laten weergeven.
Artikeloverstijgende budgetten
Onze begroting bevat enkele uitgaven die betrekking hebben op meerdere artikelen, zoals programma-uitgaven aan Zorgonderzoek Nederland Medische wetenschappen (ZonMw) of het beleid ter versterking van de positie van de cliënt. Daarnaast speelt dit ook bij enkele apparaatskosten, zoals die van de zogeheten zorg-Zbo’s.
We hebben de artikeloverstijgende programma-uitgaven niet over de beleidsartikelen verdeeld, maar budgettair opgenomen onder de meest relevante operationele doelstelling van de beleidsartikelen, zoals artikel 41 Volksgezondheid (bijvoorbeeld ZonMw) of artikel 43 Langdurig zorg (bijvoorbeeld het beleid ter versterking van de positie van de cliënt).
De artikeloverstijgende apparaatsuitgaven van onder meer het kerndepartement, de IGZ, het SCP en de zorg-Zbo’s hebben we opgenomen in artikel 98.
Begrotingsuitgaven en premiegefinancierde zorguitgaven
In de begroting zijn zowel begrotings- als de premiegefinancierde uitgaven (hierna: premie-uitgaven) opgenomen. Beide uitgaven vallen onder de zogenoemde collectieve uitgaven. Er is een belangrijk verschil tussen beide uitgaven. Bij de begrotingsuitgaven voeren we zelf het beheer over de middelen die bij de begroting beschikbaar gesteld zijn. Dat wil zeggen: wij gaan alle verplichtingen aan en hebben alle uitgaven zelf gedaan. Bij de premie-uitgaven is dat anders; hieraan liggen individuele beslissingen ten grondslag van de partijen die bij de zorg betrokken zijn: patiënten/consumenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
Wij zijn bij de premie-uitgaven verantwoordelijk voor de randvoorwaarden en de regelgeving en zien toe op de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de gezondheidszorg. De Nederlandse gezondheidszorg is in belangrijke mate een zaak van het particuliere initiatief. Daarmee bedoelen we dat zorg verlenen de primaire verantwoordelijkheid is van private zorgaanbieders en dat voor die zorgverlening betaald wordt binnen privaatrechtelijke verhoudingen tussen patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
De premie-uitgaven maken geen deel uit van het wetslichaam en de begrotingsstaat. We hebben deze uitgaven als beleidsinformatie opgenomen in de toelichting bij de begrotingsartikelen. In de toelichting bij de artikelen 41 tot en met 44 hebben we bij de beschrijving van het instrumentarium daarom de premiegerelateerde instrumenten herkenbaar gemaakt door ze te coderen met een (P). De instrumenten in de overige artikelen zijn allemaal begrotingsgerelateerd. Verder hebben we de begrotingsuitgaven en de premie-uitgaven in aparte budgettaire tabellen opgenomen.
De tabellen met zorguitgaven geven een beeld van de verwachte premie-uitgaven op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) op het beleidsdomein van het betrokken beleidsartikel. Deze premie-uitgaven hebben we uitgesplitst naar de verschillende sectoren die binnen het beleidsartikel vallen. Voor diverse groepen van sectoren is daarnaast een bedrag als onverdeeld aangegeven. Deze bedrageng even het saldo aan van voor die groep van sectoren beschikbare middelen en maatregelen voorzover die nog niet over de sectoren verdeeld zijn.
Om een duidelijk beeld te krijgen van de totale uitgaven en financiering van de zorg in Nederland vindt u in een bijlage bij deze begroting «Het Financieel Beeld Zorg». De belangrijkste mutaties in de begrotingsuitgaven en premiegefinancierde zorguitgaven in het afgelopen jaar hebben we opgenomen in het verdiepingshoofdstuk.
Zorg is een waardevol goed. En op iets waardevols moet je zuinig zijn. Wij willen een gezond Nederland, met een goede en solidaire gezondheidszorg. Na de invoering van het nieuwe zorgstelsel is het nu tijd om meer aandacht aan de inhoudelijke kant van de zorg te besteden. Daarvoor zullen de randvoorwaarden moeten worden gecreëerd.
De komende jaren geven we prioriteit aan kwalitatief goede zorg, innovatie en preventie. De komende periode moeten de randvoorwaarden worden geschapen, zodat invulling gegeven kan worden aan de oorspronkelijke intenties die aan het zorgstelsel ten grondslag liggen. Het gaat hierbij zowel om de preventieve, de curatieve als de langdurige zorg. In onderlinge samenhang gaat het om: een betere kwaliteitsmeting, meer inzicht in de kosten van de zorgverlening, meer keuzevrijheid voor patiënten, het toerekenen van kapitaallasten aan de tarieven van de zorg, meer beleidsvrijheid voor zorginstellingen gekoppeld aan minder bureaucratie, meer ruimte voor nieuwe toetreders in de zorg en het beter integreren van preventie in de zorgverlening. We kiezen voor zorg waarbij de patiënt en de cliënt centraal staan. We willen een zorgsector waar mensen graag en met plezier werken. Een sector die niet wordt geplaagd door onnodige bureaucratie en overbodige regelgeving. Als we de juiste randvoorwaarden weten te creëren, ontstaat er ruimte voor dynamiek en innovatie van onderop; vanuit de sector zelf. Het gaat daarbij om kwaliteitsverbeteringen die tot betere zorg, minder medische fouten en uiteindelijk ook tot meer arbeidsproductiviteit in de zorg leiden. Dat laatste is weer van belang om de zorg ook in de toekomst betaalbaar te houden en om wachtlijsten vanwege personeelstekorten te vermijden.
Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en solidariteit zijn en blijven dan kernbegrippen in de moderne gezondheidszorg. Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid in de zin van meer keuzevrijheid vanuit een beter inzicht in de kwaliteit en prijs van de zorg, zelfstandigheid, mogelijkheden om mee te doen in de samenleving en zorg voor elkaar. Solidariteit in die zin dat we ook in de toekomst zorg kunnen blijven bieden aan mensen die nu al wel premie betalen en nog geen zorg vragen, maar die dat in de toekomst wel nodig hebben. Zeker nu de komende jaren meer mensen nodig zijn in de zorg vanwege de demografische ontwikkelingen.
We willen nu werken aan innovatie, zodat het zorgaanbod ook de uitdagingen van de toekomst kan aangaan. We moeten een antwoord geven op de maatschappelijke en demografische ontwikkelingen van de komende decennia, waarbij steeds meer mensen een beroep op de gezondheidszorg zullen doen. Innovatie is daarom ook belangrijk voor het vergroten van de zelfstandigheid van chronisch zieken, gehandicapten en ouderen.
Ook preventie zetten we hoog op de politieke agenda: handelen uit voorzorg om nazorg te voorkomen. Daarbij is het van belang dat we ons – ook beleidsmatig – meer gaan realiseren dat gezondheidswinst niet alleen een voordeel is voor het afzonderlijke individu. Ook derden hebben een gerechtvaardigd belang bij een goede gezondheidszorg. Om die reden letten veel (maar nog altijd te weinig ouders) op de eet- en drinkgewoonten van hun kinderen. Om die reden hebben scholen belang bij leerlingen die uit de buurt van verslavingsgedrag blijven. Dat tast schoolresultaten aan en leidt te snel tot schooluitval. De zorg onderhoudt bovendien het belangrijkste kapitaal van onze diensten- en kenniseconomie: het menselijk talent. Een gezonde bevolking draagt bij aan een gezonde economie en een beter functionerende arbeidsmarkt.
Nederland behoorde in het verleden tot de gezondste landen, maar is afgezakt naar de Europese middenmoot: de levensverwachting in andere landen stijgt sneller. Daarnaast zijn de gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen groter dan ooit tevoren. Dit is voor een groot deel te verklaren uit ongezond gedrag. De maatschappelijke en economische kosten van roken, overgewicht en bovenmatig alcoholgebruik zijn enorm. Bovendien verandert de zorgvraag. Ziekte bestaat minder en minder uit een incidentele kwaal of klacht die via een korte behandeling te verhelpen is. Chronische aandoeningen, zoals diabetes, hart- en vaatziekten en dementie, gaan meer en meer het ziektebeeld bepalen (zie figuur 1). Ook om die reden is preventie van het grootste belang.
| Figuur 1: Ontwikkeling in aantal en kosten van een aantal chronische ziekten Bron: bewerkte gegevens uit Nationaal Kompas Volksgezondheid | ||||
| Ziekte | prevalentie 2005 | prevalentie 2015 | % toename 2005–2015 | zorgkosten € in 2003 |
| Coronaire hartziekten | 699 700 | 840 300 | 20% | 1 380 |
| Artrose | 702 800 | 824 200 | 17% | 770 |
| Diabetes | 627 500 | 733 900 | 17% | 1 120 |
| Beroerte | 223 600 | 265 800 | 19% | 6 280 |
| Hartfalen | 185 200 | 220 500 | 19% | 1 950 |
| COPD | 326 500 | 386 600 | 18% | – |
| Dementie | 73 200 | 86 200 | 18% | 30 680 |
Maar ook de benadering van de zorg zal daardoor moeten veranderen. Een blijvende en geïntegreerde benadering en behandeling zijn nodig: aanpassing van de leefstijl, controle op medicatie en op complicaties, samenwerking tussen zorgverleners rond het ziektebeeld en niet minder belangrijk: samenwerking met de patiënt zelf. Bij veel chronische ziekten staat of valt de behandeling immers met het gedrag van de patiënt. Meer en meer raken zelfzorg en professionele zorg met elkaar verweven. Patiënten en aanbieders zijn gaandeweg partners in de zorgverlening. Gezamenlijk gaat men na hoe de ziekte optimaal kan worden behandeld. Het gaat daarbij ook om aanpassingen in het leefpatroon en het zoeken naar manieren om de nadelige gevolgen van de ziekte voor het sociale leven van de patiënt en diens omgeving te minimaliseren.
De patiënt komt meer centraal te staan: door hem of haar een beter inzicht te geven in de kwaliteit en de prijs van de zorg. Door zijn of haar competenties, kennis en zelfvertrouwen te versterken (onder andere via patiëntenorganisaties). En door rechten te preciseren. Het is noodzakelijk dat burgers actief deelnemen aan de maatschappij en dat zij meer macht in handen krijgen om naar eigen wens de benodigde zorg te organiseren. Zij moeten een derde partij vormen naast zorgaanbieders en verzekeraars.
Momenteel hebben we ook te maken met flink stijgende uitgaven. Dat is de reden dat het kabinet ook de komende vier jaar blijft investeren in de zorg, terwijl tevens maatregelen worden genomen om de kosten in de hand te houden. Wil de zorg voor de burgers betaalbaar blijven, dan is het cruciaal dat de premieontwikkeling beheerst blijft. Bij alle thema’s is het van belang dat er naast rechtvaardigheid ook wordt gelet op doelmatigheid en dat bijvoorbeeld de aanspraken op zorg tegen het licht worden gehouden. Het is hierbij onontkoombaar om fors in te grijpen om de groei van de zorguitgaven tot een acceptabel niveau terug te brengen. Er worden zowel in de curatieve als langdurige zorg ombuigingsmaatregelen genomen, waarbij geprobeerd wordt de gevolgen voor de burger zoveel mogelijk te beperken. Er wordt hierbij gestreefd naar een evenwicht tussen noodzakelijke, pijnlijke maatregelen enerzijds en kwaliteitsverbeteringen en investeringen anderzijds. We streven ernaar dat na 2010 bijvoorbeeld in zorghuizen niemand ongewild op een meerpersoonskamer hoeft te slapen.
De gezondheidszorg ontwikkelt zich tot een dynamische sector waarin verzekeraars en zorgaanbieders onderling concurreren op prijs én kwaliteit. Competitie en ondernemerschap zijn daarbij geen doelen, maar wel belangrijke middelen. Middelen om kosten inzichtelijk te maken, de arbeidsproductiviteit en innovatie te verhogen om daarmee de betaalbaarheid van de zorg en de solidariteit met toekomstige generaties te waarborgen.
De huisarts, fysiotherapeut, tandarts of kraamhulp is meestal de eerste zorgverlener met wie iemand in aanraking komt. Deze zorgverleners zijn goed op de hoogte van de achtergronden van de zorgvrager. Zij zijn zodoende een betrouwbare gids voor de patiënt die op zoek is naar de juiste behandeling.
In onze voornemens speelt deze eerstelijnszorg daarom een belangrijke rol, of het nu gaat om preventie, om behandeling en begeleiding van chronische ziek(t)en of om een indicatie voor langdurige zorg. Het programma De Nieuwe Praktijk is een gezamenlijk initiatief van huisartsen en VWS om de service en de zorg voor patiënten te verbeteren in een moderne samenleving die andere eisen stelt aan de zorgverlening.
In de ziekenhuissector zijn in de vorige kabinetsperiode grote veranderingen tot stand gebracht. Zo is het instrument van de diagnosebehandelingcombinatie (DBC) ingevoerd. Het DBC-declaratiesysteem wordt in 2008 vereenvoudigd en verbeterd, zodat ziekenhuizen worden betaald voor geleverde zorg. Mede door de DBC’s kunnen ziekenhuizen over een toenemend deel van de zorg vrije prijsafspraken gaan maken met zorgverzekeraars. In 2008 gaat het om 20 procent van de behandelingen. In het zogenaamde A-segment komt er per 1 januari 2009 ook meer ruimte voor vrije prijsafspraken, zij het met een instellingsspecifiek en mede van de zorgzwaarte afgeleid prijsplafond. In aanvulling op de 20 procent vrije prijsvorming zal dan voor ongeveer de helft van de behandelingen maatstafconcurrentie worden geïntroduceerd, als overgangsinstrument naar meer onderhandelingsruimte voor zorginstellingen en verzekeraars. Afhankelijk van de bevindingen bij de vrije prijsafspraken over kwaliteit en prijs van het zorgaanbod, zal de ruimte voor vrije prijsvorming zo snel mogelijk worden vergroot.
Met ingang van 1 januari 2008 beslissen ziekenhuizen zelf over investeringen in gebouwen, maar dragen daarvoor ook zelf de risico’s. Vanaf 2009 kunnen de huisvestingskosten worden verwerkt in de tarieven (DBC’s), zodat een ziekenhuis deze kan terugverdienen door het leveren van zorg. Met de maatregel krijgen ziekenhuizen meer ruimte om in te spelen op de zorgbehoefte van de patiënten. Bovendien is het ziekenhuis gedwongen zorgvuldig om te gaan met investeringen, omdat de instelling zelf opdraait voor de financiële consequenties. Ook verdwijnt de bureaucratie rond bouwvergunningen en subsidieaanvragen. Door de kapitaallasten te integreren in de tarieven, en in de toekomst een vorm van maatschappelijk ondernemen te introduceren, worden toetredingsdrempels voor nieuwe aanbieders weggenomen en neemt de druk om doelmatig en klantgericht te opereren toe.
Het basispakket van de zorgverzekering wordt per 1 januari 2008 uitgebreid met de anticonceptiepil, de tandartskosten van 18- tot 22-jarigen en het aantal kraamuren. De no-claim wordt per 1 januari 2008 afgeschaft en vervangen door de invoering van een eigen risico van 150 euro. Dit pakt rechtvaardiger uit voor chronisch zieken en gehandicapten. Het eerste jaar intramuraal verblijf in de GGZ en alle ambulante geneeskundige GGZ verdwijnt uit de AWBZ en wordt opgenomen in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Voor de psychotherapeutische behandelingen blijft in 2008 de eigen bijdrage gehandhaafd. Van eerstelijns psychologische zorg worden per 1 januari acht zittingen vergoed. Per keer komt er een eigen bijdrage van 10 euro.
In de langdurige zorg zijn compassie, aandacht, respect en eigenwaarde (samen «care») het uitgangspunt. Wie niet beter kan worden, verdient verzorging. Daarbij moeten we ons voor ogen houden dat de solidariteit van vandaag mede wordt bepaald door de perceptie van de dienstverlening van morgen. Mensen die vandaag netto-betaler zijn, willen ook kunnen vertrouwen op goede zorg wanneer zij zelf aan de beurt zijn. Juist dan zijn zij bereid bij te dragen aan het systeem. Om deze zorgvraag op te kunnen vangen, wordt deze kabinetsperiode een groeiruimte van circa 2,4 miljard euro beschikbaar gesteld. De kwaliteit van de samenleving wordt in grote mate bepaald door compassie met en aandacht voor mensen die zorg nodig hebben, met respect voor hun wensen en hun eigenwaarde.
De overheid is geen uitvoerder van betere zorg, maar zij moet wel de voorwaarden scheppen, zodat professionals in staat zijn goede zorg te verlenen. De samenleving mag verwachten dat de overheid een wenkend perspectief presenteert en de contouren schetst wat betere zorg concreet inhoudt op termijn. Nu door het echte begin van de vergrijzing de druk op het zorgsysteem zichtbaarder wordt, moeten we keuzes maken en prioriteiten stellen. Daarbij gaan we uit van een driedeling: beheersen op de korte termijn, verbeteren op de middellange termijn, (her)ordenen voor de lange termijn. Uitgangspunt is dat de AWBZ-middelen worden ingezet voor zorg die geloofwaardig en onbetwistbaar is. Hierbij staat wel steeds voorop dat de meest kwetsbaren er niet onder zullen lijden.
In het kader van de beheersing worden vanaf 2008 maatregelen in de AWBZ genomen. Het kabinet werd bij zijn aantreden namelijk geconfronteerd met forse overschrijdingen in de AWBZ. Zo zal het nodig zijn om de forse groei van de aanspraak op Ondersteunende Begeleiding (OB) in te perken. De afgelopen twee jaar was er sprake van een stijging met 40 procent. Onder OB vallen uiteenlopende taken, van het samen met de cliënt boodschappen doen tot het maken van een dag-/weekplanning. De vraag is of dergelijke taken ten principale wel onder de langdurig onverzekerbare zorg vallen en altijd tegen een tarief van 45 euro per uur moeten worden betaald. Als we de AWBZ ook op termijn voor goede, langdurige en onverzekerbare zorg willen houden voor degenen voor wie het is bedoeld, kunnen we er niet alles uit betalen. Verder kunnen bepaalde taken mogelijk ook op een andere manier worden georganiseerd. Zo zou lokaal een initiatief kunnen worden ontwikkeld, waarbij ouderen elkaar kunnen vergezellen bij activiteiten buitenhuis. Concreet wordt er geen OB meer toegekend indien sprake is van alleen een somatische grondslag. Hierbij wordt een overgangstermijn van een jaar toegepast. Tevens worden cliënten met deze grondslag en een intensieve zorgbehoefte (bijvoorbeeld palliatieve zorg) van deze maatregel uitgezonderd. Bij het terugdringen van de aanspraken op OB worden gehandicapten ontzien. Want voor hen kan die begeleiding het verschil maken tussen een geïsoleerd of een menswaardig bestaan.
Daarnaast worden de prestaties van instellingen vergeleken en goede voorbeelden worden de norm voor andere instellingen. Door doelmatige instellingen de norm te maken voor andere instellingen worden deze laatste aangezet om eveneens doelmatiger te werken en «best practices» in te voeren. Als een instelling niet goed presteert, moet dat financiële consequenties hebben. Vanaf 2008 wordt een efficiencykorting doorgevoerd. Instellingen krijgen, net als de ziekenhuizen, ruimte om zelf te beslissen over investeringen in gebouwen. Vanaf 1 januari 2009 dragen zij zelf de risico’s van die investeringen. In 2009 zullen de eigen bijdragen worden aangescherpt in de AWBZ. Met gebruik van inkomens en vermogenstoetsen zullen van meer draagkrachtige cliënten hogere eigen bijdragen voor de AWBZ worden gevraagd. Waar mogelijk zullen incentives worden ingebouwd om onbedoeld gebruik te verminderen.
Verder worden er maatregelen genomen die gericht zijn op het verbeteren van de huidige AWBZ. Een werkelijke verbetering in de positie van cliënten, gericht op de kwaliteit van het bestaan. Dat wil zeggen de keten tussen wonen, zorg en welzijn. We willen de zelfbeschikking vergroten; zelf keuzes kunnen maken en zelf kunnen oordelen over de kwaliteit van de geboden zorg. Om de invloed van de cliënt op de eigen zorg te vergroten wordt in de langdurige zorg bekostiging op grond van zorgzwaarte ingevoerd, de zogenoemde zorgzwaartepakketten. Dit betekent dat instellingen die goed presteren financieel worden beloond en dat slecht presteren wordt gestraft.
Tegelijk moet onnodige regelgeving en bureaucratie zo veel mogelijk worden uitgebannen. Op die manier wordt de administratieve last voor zorgverleners lichter en wordt het plezier in het werk vergroot. Eén van de maatregelen die in dat kader wordt genomen is het verbeteren van de indicatiestelling. Er lopen momenteel al enkele proefprojecten waarbij de huisarts of de wijkverpleegkundige de indicatie doet in plaats van het Indicatieorgaan. Verder hebben we met de betrokken partijen in de AWBZ afgesproken dat zij nauwkeurig zullen letten op begrijpelijk taalgebruik in contacten met en voorlichting aan de cliënt.
Tevens wordt er gewerkt aan een glasheldere AWBZ-polis met éénduidige voorwaarden, die kunnen rekenen op maatschappelijk draagvlak. Burgers moeten precies weten waar zij recht op hebben. Dit geldt zowel voor zorg in natura als zorg die in de vorm van PGB’s wordt verstrekt. En voor de uitvoerders van de AWBZ is het belangrijk dat er sprake is van een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling. Alleen zo kan een geloofwaardig stelsel in stand worden gehouden waarvoor de samenleving bereid is solidariteit op te brengen.
De resterende maatregelen, die zijn gericht op (her)ordening, worden uitgewerkt nadat begin 2008 het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) is uitgebracht. De SER adviseert over hoe de AWBZ ook op termijn onverzekerbare, langdurige zorg kan garanderen. Verder wordt bekeken hoe de relatie tussen de Zorgverzekeringswet, de AWBZ en de Wet maatschappelijke ondersteuning er in de toekomst uit moet zien.
Mensen hebben recht op veilige, eigentijdse zorg van goede kwaliteit, met voldoende keuzevrijheid en met duidelijke rechten en plichten voor alle partijen. Aandacht voor kwaliteit moet systematisch zijn verankerd in de preventieve, curatieve en langdurige zorg. Zo hebben met name chronisch zieken en ouderen vaak te maken met meerdere artsen en andere zorgaanbieders tegelijk. De komende periode willen we daarom veel nadruk gaan leggen op de kwaliteit en daarmee de samenhang van de zorgketen. We streven naar zorg die naadloos overloopt van de ene naar de andere zorgverlener. Transparantie is hierbij van groot belang.
Er komt structureel 10 miljoen euro extra beschikbaar voor belangenorganisaties van patiënten, gehandicapten en ouderen (pgo-organisaties). Het is de bedoeling dat deze organisaties – naast hun traditionele rol op het vlak van lotgenotencontact, belangenbehartiging en informatievoorziening – hun invloed meer bundelen. Patiëntenorganisaties en cliënten moeten een sterke «derde partij» worden naast zorgaanbieders en verzekeraars. Zij kunnen dan invloed uitoefenen op de inkoop van zorg of op kwaliteitstoetsing. Zij kunnen hun leden ondersteunen, de kennis en daarmee het zelfvertrouwen en het vermogen tot zelfzorg van patiënten versterken.
We streven ernaar de rechten van patiënten en cliënten vast te leggen in een Wet Cliënt en Kwaliteit van Zorg. In die wet wordt aangegeven hoe VWS de positie van de patiënt wil regelen, de publieke belangen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van het stelsel wil garanderen en tegelijk de benodigde ruimte, randvoorwaarden en plichten voor de zorgaanbieders benoemt. Het kabinet wil het wetsvoorstel in het voorjaar van 2008 klaar hebben.
VWS en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) helpen mee om de verschillen tussen zorgaanbieders zichtbaar en inzichtelijk te maken. Goede voorbeelden worden ondersteund en ten voorbeeld gesteld aan andere aanbieders. Zorgaanbieders worden geprikkeld om doelmatiger te werken.
Als het om de combinatie wonen en zorg gaat, moeten mensen maximale keuzevrijheid hebben. Daarom stimuleren we initiatieven op het terrein van wonen en zorg, zoals de ontwikkeling van voldoende toegankelijke woningen. Het kabinet streeft naar wijken waar de verschillende generaties samen wonen. In de wijken moeten servicepunten zijn voor zorg en wonen, zodat een menswaardig bestaan gegarandeerd is.
Verder komt er onder andere een stimuleringsregeling om het aantal plaatsen voor kleinschalig wonen te laten toenemen, te beginnen met 1 500 plaatsen in 2008. Ook streven we er naar dat na 2010 in zorghuizen (dat zijn de verpleeg- en de verzorgingshuizen samen), uit oogpunt van privacy, niemand ongewild op een meerpersoonskamer hoeft te slapen.
De sectoren verpleging, verzorging en thuiszorg leggen met ingang van dit jaar verantwoording af over de geleverde kwaliteitsprestaties. Dat gebeurt op basis van kwaliteitskenmerken, de zogeheten «indicatoren verantwoorde zorg». Het gaat overigens niet alleen om medische kwaliteitskenmerken, maar ook om objectieve persoonlijke ervaringen van cliënten (Consumer Quality Index). De gehandicaptensector en de GGZ volgen in de jaren erna. Uiteindelijk kan dan iedereen in 2011 op kiesBeter.nl voor bijna de gehele zorg inzicht krijgen in aanbod en kwaliteit (veiligheid, doelmatigheid en patiëntgerichtheid). Mensen kunnen daarnaast op kiesBeter.nl voor tachtig aandoeningen zien welke kwaliteit de ziekenhuizen te bieden hebben. Bij het kiezen voor een bepaalde zorgverlener kunnen zowel verzekeraars als hun klanten daarmee rekening houden.
We willen daarnaast een kwaliteitsimpuls aan de ouderenzorg geven. Aan zorginstellingen wordt financiële ruimte geboden om in totaal 5 000 tot 6 000 extra medewerkers aan te trekken. Dit onder de voorwaarde dat er meer uren aan directe zorgverlening worden besteed, zodat de kwaliteit van zorgverlening ook echt omhoog kan. De instellingen beslissen vervolgens zelf op welke wijze ze deze mensen gaan werven. Het gaat erom dat er een juiste balans is tussen de handen aan het bed en de sturing en organisatie door het management.
Er komt extra geld beschikbaar voor palliatieve zorg, zowel voor de opleiding als in de zorgverlening in verpleeghuizen, hospices en thuis. Het kabinet wil dat mensen in hun laatste levensfase goed worden verzorgd en met respect worden begeleid. Mensen moeten waardig kunnen sterven. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor professionele zorgverleners én vrijwilligers. De palliatieve zorg op het niveau van de wijk, dicht bij de mensen thuis, wordt versterkt.
Het verbeteren van de veiligheid in de zorg heeft voor ons de hoogste prioriteit. Het moet voor de patiënt vanzelfsprekend zijn dat de zorgaanbieder veilig werkt. Veiligheid is een belangrijke kwaliteitsnorm. In alle ziekenhuizen wordt in 2008 een systeem ingevoerd dat de veiligheid van de patiënt moet garanderen. Het gaat daarbij in het bijzonder om het melden en analyseren van incidenten door de mensen op de werkvloer en een structurele risicoanalyse.
Met de ziekenhuizen is afgesproken dat uiterlijk in 2011 het aantal vermijdbare fouten en het aantal vermijdbare doden met de helft is teruggebracht ten opzichte van 2006. Dat betekent concreet een vermindering van 15 000 gevallen van vermijdbare schade per jaar. Daartoe is onder meer het «programma veilige zorg» ontwikkeld. Het programma wordt ondersteund met afspraken over medicatieveiligheid, onderwijs en onderzoek.
Eind 2007 presenteert VWS het tweede deel van het «programma veilige zorg». Daarin worden afspraken over cliëntveiligheid gemaakt in de langdurige zorg, de geestelijke gezondheidszorg, de eerstelijns- en de ketenzorg. Het aantal valincidenten en gevallen van seksueel misbruik van gehandicapten moet aanzienlijk afnemen. Met gerichte programma’s moet het aantal gevallen van decubitus (doorligwonden) fors afnemen. Goede resultaten zijn geboekt bij het voorkomen van gewichtsverlies van patiënten. Deze programma’s worden voortgezet en uitgebreid.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de naleving van de afspraken binnen alle sectoren. Het toezicht sluit aan op zelfregulering en kwaliteitsbewaking bij de instellingen zelf. Instellingen die achterblijven en onvoldoende inzetten op verbetering, kunnen worden aangepakt. Ook zorgverzekeraars kunnen afspraken over veiligheid in de contracten opnemen.
Innovatie is een van de zes pijlers van dit kabinetsbeleid. Kennis en innovatie zijn nodig om knelpunten in de zorg te kunnen oplossen. Dat geldt voor de preventieve, curatieve en de langdurige zorg. Vernieuwende producten en diensten kunnen een bijdrage leveren aan het verlichten van de werkdruk en het vergroten van de kwaliteit.
In 2008 introduceren we een programma dat is bedoeld om door een versnelling van innovatie met minder mensen betere zorg te leveren. In een innovatieplatform voor de zorg werkt de overheid samen met het bedrijfsleven, de wetenschap, kennisinstituten en zorgaanbieders.
ICT kan, veel meer dan nu het geval is, bijdragen aan het verbeteren van de zorg en aan het verminderen van de werkdruk in de zorg. Zo kunnen diverse technologische toepassingen (domotica) er aan bijdragen dat mensen langer thuis kunnen wonen en dat tegelijkertijd arbeid wordt bespaard.
Komend jaar worden de voorbereidingen afgerond voor de invoering van het landelijke elektronisch patiëntendossier (EPD), dat in 2009 zijn beslag moet krijgen. Medio 2008 zullen alle huisartsenposten en de helft tot driekwart van de apotheken zijn aangesloten op het landelijke informatiesysteem. Het EPD garandeert een goede communicatie in de zorgsector en komt daarmee de kwaliteit en de veiligheid van de behandeling ten goede. Er moet een goede samenhang komen met het elektronisch kinddossier (EKD) in de jeugdgezondheidszorg en de Verwijsindex. Hier zullen wij samen met de minister voor Jeugd en Gezin voor zorgen.
In de zorg gaat jaarlijks 54 miljard euro om. De sector was met bijna 1,2 miljoen arbeidsplaatsen in 2006 de grootste werkgever van Nederland. Ruim 20 procent van de banen is de afgelopen zes jaar gecreëerd. De groei van banen in de zorg is groter dan in andere sectoren (zie figuur 2) en zet naar verwachting de komende jaren door. De groei van de vraag naar zorg wordt onder meer veroorzaakt door technologische ontwikkelingen en de zogenoemde dubbele vergrijzing: er komen steeds meer ouderen en ouderen leven ook nog eens langer.
Figuur 2: Ontwikkeling werkzame personen in vier sectoren (1987=100)
Bron: CBS

In 2006 is 14 procent werkzaam in Zorg en Welzijn (1987 11 procent). Aangezien ook de komende decennia de zorgvraag sterk blijft groeien, zal het aandeel van Zorg en Welzijn verder toenemen. Zonder verdere stijging van de arbeidsproductiviteit en beperking van de groei van de zorgvraag kan het aandeel van Zorg en Welzijn op de arbeidsmarkt stijgen tot boven de 20 procent. De knelpunten doen zich vooral voor bij de verzorgenden. De zorghuizen, de thuiszorg en (in mindere mate) de gehandicaptenzorg worden daar het meest mee geconfronteerd.
Een hoge prioriteit heeft ook het terugdringen van de administratieve lasten en bureaucratie en het verbeteren van het imago van werken in de zorg. De sector moet, nog meer dan nu het geval is, worden gekenmerkt door elan en beroepstrots. Plezier in het werk is belangrijk en zorgprofessionals verdienen erkenning en waardering voor hun inzet. De cliënt kan dan rekenen op een respectvolle, betrokken en betrouwbare zorgverlener.
In het najaar komt het kabinet met een arbeidsmarktbrief. Daarin gaat het kabinet in op de situatie in de zorgsector en zullen aanvullende maatregelen worden aangekondigd. Zo zal er, in overleg met de sector, worden gewerkt aan maatregelen om nieuwe mensen te werven voor de zorg. We denken daarbij met name aan jongeren, allochtonen, werklozen en herintreders. Samen met de sociale partners stelt VWS middelen voor stages beschikbaar om de instroom te verbeteren. Tegelijk moeten zo veel mogelijk mensen die nu in de zorg werken voor de sector worden behouden. Verbetering van de carrièremogelijkheden, scholing en actief personeelsbeleid zijn hierbij van belang. De zorgsector biedt vele mogelijkheden, ook voor werken in deeltijd of werken buiten kantooruren. Tegelijkertijd wordt gestimuleerd dat deeltijdwerkers langer gaan werken.
Er staan nog meer maatregelen op stapel om mensen voor de zorgsector te winnen. Zo begint VWS, samen met de ministeries van OCW en SZW, nog dit jaar met een aantal proefprojecten om lager opgeleiden te werven voor een baan in de langdurige zorg. Het gaat dan met name om mensen met een uitkering en niet-uitkeringsgerechtigden, onder wie ook allochtone vrouwen. De proefprojecten beginnen dit najaar in zeven regio’s en duren anderhalf jaar. VWS en SZW trekken gezamenlijk 1 miljoen euro uit om dit project te ondersteunen.
Preventiebeleid moet deels op een andere leest worden geschoeid. Want het toenemende aandeel van welvaartsziekten vraagt om nieuwe strategieën. Samen met scholen, werkgevers en verzekeraars proberen we mensen in hun directe leef- en werkomgeving te prikkelen of te verleiden tot gezonde keuzes. In het verlengde hiervan is samenwerking met de ministeries van OCW en SZW en met gemeenten van groot belang.
We willen preventie niet alleen inzetten voor het verhogen van de gemiddelde levensverwachting, maar ook voor een verbetering van de kwaliteit van het leven. Mensen moeten gezond oud kunnen worden; niet alleen omdat dit voor hen persoonlijk van belang is, maar ook uit een oogpunt van goed functionerende gezinnen, scholen, bedrijven en andere instellingen.
De zorgkosten van roken bedragen 2,5 miljard euro per jaar. De kosten van zorg door overgewicht bedragen nu al jaarlijks 1,5 miljard euro, terwijl de economische schade van overgewicht door verzuim en arbeidsongeschiktheid momenteel 2 miljard euro bedraagt. Zorgwekkend is ook de gezondheidsschade door alcohol, zeker bij onze jeugd. Dat levert bovendien veel overlast op. 40 procent van het politieoptreden in het weekeinde heeft te maken met drankmisbruik. Tegelijkertijd leiden deze factoren vaak ook nog tot chronische ziekten. Deze zullen in de toekomst de zorgvraag én de uitgaven, die zij nu al voor het grootste deel bepalen, nog sterker gaan domineren. Bij ongewijzigd beleid zullen de zorguitgaven volgens sommige berekeningen met meer dan 50 procent stijgen op grond van demografische en epidemiologische ontwikkelingen. Het is dan ook zaak om deze negatieve trends om te buigen. Op die manier is veel gezondheidswinst te boeken en maatschappelijk rendement te behalen. Daar waar het de jeugd betreft, zullen wij het beleid samen met de minister voor Jeugd en Gezin vormgeven.
Met het oog op het vermijden van gezondheidsschade bij werknemers in de horeca zal per 1 juli 2008 het roken in de horeca zijn verboden. Horecawerknemers krijgen hiermee gelijke bescherming als andere werknemers. De horeca kan wel afgesloten rookruimtes creëren, maar daar mag het personeel niet bedienen. Ook de gehele sportsector wordt rookvrij. De sportsector moet toegankelijk zijn voor iedereen en een gezonde omgeving bieden voor sporters, bezoekers en de jeugd. We nemen tegelijkertijd maatregelen voor een betere handhaving van bestaande wet- en regelgeving als het gaat om de verkoop en het gebruik van alcohol en tabak. Het beleid van VWS is er voornamelijk op gericht om de leeftijd waarop jongeren beginnen met drinken zoveel mogelijk uit te stellen, in ieder geval tot 16 jaar. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop onder jongeren te verhogen van 16 naar 18 jaar.
In een welvarend land als het onze moeten zo min mogelijk gezondheidsverschillen bestaan tussen de diverse bevolkingsgroepen. Nederland, dat op het gebied van gezondheid een Europese middenmoter is, moet terug naar de top vijf van Europa. Om dat te bereiken gaan we het preventiebeleid de komende jaren langs vier verschillende lijnen vormgeven.
De eerste lijn is het koesteren wat goed gaat en zoeken naar innovaties. We gaan natuurlijk door met «dijkbewaking» zoals screenen op borstkanker en het Rijksvaccinatieprogramma. We zullen de bestaande «dijkbewaking» vernieuwen, het beweegbeleid en letselpreventiebeleid krachtig voortzetten, een standpunt innemen over voorspellende geneeskunde en nieuwe preventieproducten. De leeftijd waarop een griepprik wordt verstrekt gaat van 65 naar 60 jaar.
Lijn twee: het voeren van een samenhangend gezondheidsbeleid. We zoeken actief de samenwerking met derden om mensen in hun directe leef- en werkomgeving te prikkelen en te verleiden tot gezond gedrag. De samenwerking met het ministerie van VROM op het gebied van milieu en gezondheid in steden wordt voortgezet. Het gaat dan onder meer om de school, de werkgever, sportverenigingen, bedrijven (de voedingsindustrie en de alcoholbranche; die immers een gerechtvaardigd belang hebben bij een goede reputatie) en om de gemeenten. Zij hebben allemaal hun eigen belangen bij gezondheid. Het zijn partners in preventie. Aanknopen bij die belangen werkt beter dan een opgeheven vingertje van de overheid. We gaan door met de uitvoering van de Preventienota «Kiezen voor gezond leven» uit 2006. De speerpunten zijn: (stoppen met) roken, overgewicht, schadelijk alcoholgebruik, diabetes en depressie.
De derde lijn is het beter verbinden van preventieve zorg en curatieve zorg. Daarbij zal de eerste lijn als schakelpunt fungeren. In 2008 wordt bekeken of «bewegen op recept» en «stoppen met roken» met ingang van 2009 kan worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekeraars. Alleen doeltreffende en kosteneffectieve interventies voor mensen die hulp zoeken om ongezond gedrag te veranderen, komen eventueel in aanmerking om in het verzekerde pakket onder te brengen.
Lijn vier houdt in: vernieuwingen doorvoeren in de bestuurlijke omgeving van de preventieve zorg. De infrastructuur van de openbare gezondheidszorg is nu nog erg versnipperd. Dat willen we doelmatiger gaan organiseren. Zo wordt de gezondheidsopvoeding van onze kinderen verstevigd in samenwerking met het ministerie voor Jeugd en Gezin en het ministerie van OCW. In tientallen plaatsen komen Centra voor Jeugd en Gezin waar kinderen en hun opvoeders terecht kunnen voor hulp.
In 2008 wil het kabinet bij het parlement de Wet publieke gezondheid indienen. Die wet maakt het mogelijk sneller in te grijpen bij mondiale bedreigingen van infectieziektecrises, zoals sars of vogelgriep. Deze wet regelt onder andere dat er voldoende voorzieningen komen om infectieziekten snel te kunnen opsporen en te bestrijden. De wet vervangt de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (WCPV), de Infectieziektewet en de Quarantainewet.
Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ingevoerd. Samen met de VNG ondersteunen we gemeenten bij de verdere invoering en de ontwikkeling van de wet.
Een belangrijk thema van de Wmo is «verbinden»: het stimuleren van maatschappelijke participatie en het leggen van verbindingen tussen mensen onderling, op lokaal niveau. Alle mensen moeten op hun eigen wijze kunnen meedoen aan de maatschappij. Daarvoor is onbetaalde en onbaatzuchtige hulp een uiterst waardevolle aanvulling op het reguliere zorgstelsel. Het aantal vrijwilligers en mantelzorgers in Nederland is nog altijd zeer groot1, maar zal de komende periode mogelijk onder druk komen te staan. Daarom willen we dat bijvoorbeeld ouderen een belangrijke rol gaan spelen. Ook onder allochtonen is nog veel onbenut talent.
Voor de verbetering van de positie van vrijwilligers en mantelzorgers wordt een taakgroep opgericht. Die heeft tot doel de positie van mantelzorgers door te lichten en met concrete voorstellen te komen. Verder wordt gewerkt aan een «bondgenootschap» met één of meer grote bedrijven met als doel gezamenlijk te werken aan een mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid binnen die bedrijven. Ook zullen gemeenten worden aangemoedigd om met bedrijven die binnen hun grenzen zijn gevestigd te overleggen over een mantelzorgvriendelijke bedrijfscultuur. Het beschikbare geld wordt ingezet voor ondersteuning, scholing of het regelen van respijtzorg, zodat de mantelzorger er zelf ook af en toe tussenuit kan.
We steunen de gemeenten bij de landelijk toegankelijke voorzieningen voor kwetsbare burgers op het terrein van maatschappelijke opvang en opvang van vrouwen. Het doel is met centrumgemeenten afspraken te maken over een sluitende aanpak voor kwetsbare burgers die gebruik maken van die opvang. We zorgen voor de opvang van slachtoffers van huiselijk geweld, eerwraak (m/v) en genitale verminking. Hiervoor komt extra geld beschikbaar. In 2008 gaat de Wet tijdelijk huisverbod in, waarin onder meer aandacht is voor uithuisplaatsing van daders van huiselijk geweld. Ook zullen we de hulpverlening en opvang van onbedoeld zwangere meisjes en tienermoeders een impuls geven.
De Wet gelijke behandeling laat, net als de Wmo, mensen meedoen. De rechtspositie van mensen met een handicap of chronische ziekte moet worden verbeterd. Om dit te bereiken wordt de uitbreiding van de Wet gelijke behandeling op basis van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) ter hand genomen op het terrein van primair en voortgezet onderwijs en wonen. Dit in nauwe samenwerking met de ministeries van OCW en VROM.
Het kabinet hecht groot belang aan sport. Sport is een bindende factor in de samenleving. Sport draagt bij aan gezondheid, veiligheid, de ontwikkeling van wederzijds respect, integratie en maatschappelijke binding. Bovendien is sport gewoon leuk om te doen en is het leuk om betrokken te zijn bij sportieve activiteiten als vrijwilliger of supporter.
Jongeren moeten dagelijks kunnen sporten en bewegen binnen en buiten schooluren. Daarom stellen we samen met het ministerie van OCW geld beschikbaar voor brede scholen, sport en cultuur. Dit geld gaat grotendeels naar de versterking van de sportverenigingen en combinatiefuncties op het terrein van school, naschoolse opvang en sport. Het kabinet wil de gemeenten hierbij om een structurele bijdrage vragen, zodat een gezamenlijke investering ontstaat. Door het aanstellen van de professionals worden 3 000 sportverenigingen versterkt met het oog op hun maatschappelijke functie in de wijk. De impuls komt in 2008 ten goede aan 31 grote en middelgrote steden (G31), met voorrang voor de 40 krachtwijken.
Sport en beweging dragen bij aan een actieve en gezonde leefstijl. In het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen stimuleren we sport en bewegen door de jeugd in de scholen, de wijken en in de zorgsector. Er komt een programma «Sportiviteit en respect», met aandacht voor gedragscodes, homo-emancipatie en de bestrijding van geweld, discriminatie en racisme op en rond het veld.
Onze talenten moeten de laatste stap naar de internationale top kunnen maken. Hiervoor investeren we extra in talentcoaches, een betere combinatie van toptraining en onderwijs en een hoogwaardig internationaal trainings- en wedstrijdprogramma. Het moet ertoe leiden dat het aantal succesvolle talenten in 2011 met 20 procent is toegenomen.
Voor het sportbeleid heeft het kabinet een intensivering van structureel 20 miljoen euro beschikbaar gesteld; 10 miljoen euro in 2008. In oktober 2007 wordt een beleidsbrief Sport naar de Kamer gestuurd.
Het kabinet beschouwt de menselijke waardigheid als leidraad voor (medisch-)ethische wetgeving en beleid. Deze waardigheid vindt haar weerslag in verschillende waarden, zoals autonomie, goede zorg en de beschermwaardig van het leven. Zij zijn in de loop der jaren onlosmakelijk verbonden geraakt met wetgeving en beleid over medisch-ethische onderwerpen. Het kabinet acht deze waarden ook voor de toekomst van groot belang.
Bij medische ethiek gaat het niet alleen om onderwerpen als abortus en euthanasie. Patiëntenrechten, de bescherming van mensen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek en andere onderwerpen die de bescherming van de persoon betreffen, behoren er eveneens toe. Ook nieuwe (bio)technologische vindingen, bijvoorbeeld op het gebied van genetisch onderzoek of vruchtbaarheidstechnieken, en allerlei maatschappelijke ontwikkelingen werpen nieuwe vragen op.
Mede onder invloed van internationale ontwikkelingen heeft de menselijke waardigheid concreter vorm gekregen in enkele mensenrechtenverdragen. In de loop der jaren zijn in internationaal verband de rechten van de mens en de ethiek nauwer met elkaar verweven geraakt. Deze rechten zijn normen waaraan we in onze rechtsstaat allen zijn gebonden. Het zijn dan ook deze normen die leidend zijn in het medisch-ethische beleid van de overheid. De beleidsbrief Ethiek die u onlangs heeft ontvangen, bevat de beleidsvoornemens op het terrein van de medische ethiek.
Om de belofte van ereschuld en bijzondere solidariteit met oorlogsgetroffenen bij een afnemend aantal ook in de toekomst gestalte te kunnen blijven geven, wordt het uitbetalingsverkeer voor bestaande cliënten in 2011 overgebracht naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Vanaf 2007 werken SVB, Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) en begeleidende instellingen samen.
Met het verstrijken van de tijd is het van groot belang het verhaal over de Tweede Wereldoorlog en zijn gevolgen te blijven vertellen aan nieuwe generaties. Met dit doel wordt het voorlichtingsbeleid en het programma Erfgoed van de Oorlog uitgevoerd. De ontwikkeling van educatief materiaal over onderbelichte aspecten van de Tweede Wereldoorlog heeft daarbij prioriteit. Het programma stimuleert organisaties om waardevol materiaal te behouden, toegankelijk te maken (meestal langs digitale weg) en voor een breed publiek onder de aandacht te brengen. Hiervoor is tot 2010 ruim 21 miljoen euro beschikbaar gesteld.
Najaar 2007 wordt apart beleid gepresenteerd voor «oral history», mondeling overgedragen geschiedenis. Organisaties kunnen subsidie aanvragen voor het vastleggen van getuigenissen van de steeds kleiner wordende generatie Nederlanders die nog bewust de oorlog hebben meegemaakt.
Financieel beleid op hoofdlijnen
Deze paragraaf beschrijft het financieel beleid op hoofdlijnen. Allereerst worden de doelstellingen van het kabinet, zoals verwoord in Samen werken, samen leven en een overzicht van de enveloppentoedeling op hoofdlijnen gepresenteerd.
Vervolgens wordt een totaaloverzicht gepresenteerd van de zorguitgaven, gevolgd door een totaaloverzicht van de begrotingsuitgaven.
Hierna worden de belangrijkste mutaties van de ontwikkeling van de zorg- en begrotingsuitgaven van de begroting 2007 tot de begroting 2008 gepresenteerd.
Doelstellingen van het kabinet in Samen werken, samen leven
Het kabinet heeft in Samen werken, samen leven 75 doelstellingen voor de kabinetsperiode geformuleerd. Vijf daarvan hebben direct betrekking op onze beleidsterreinen. Ze zijn opgenomen in onderstaande tabel. In de tabel is tevens opgenomen in welk artikel en onder welke operationele doelstelling het beleid verder is uitgewerkt.
| Nummer | Doelstelling | Artikel en operationele doelstelling |
| 35 | Substantiële uitbreiding van het aantal vrijwilligers en van het aantal mantelzorgers in 2011 | 44.3.2 |
| 45 | Kwaliteit van de zorg zichtbaar verhogen in 2011 ten opzichte van 2006, d.w.z.: | |
| • De vermijdbare schade in ziekenhuizen is in 2011 met 50% gedaald | 42.3.2 | |
| • Burgers kunnen op kiesBeter.nl voor 80 aandoeningen zien welke kwaliteit ziekenhuizenbieden | 42.3.1 | |
| • Cliënten geven 90% van de zorgaanbieders in de AWBZ een voldoende voor de kwaliteit van de zorg | 43.3.3 | |
| • De rechten en plichten van patiënten en cliënten zijn in 2011 wettelijk vastgelegd en de informatie hierover is voor iedereen toegankelijk | 42.3.1 43.3.1 | |
| 46 | Meer patiëntgerichte zorg door vernieuwing zorg- concepten en innovatie | 42.3.2 43.3.3 |
| 47 | Betere hulp en opvang voor tienermoeders | 41.3.4 |
| 48 | Verbeteren en versterken palliatieve zorg | 42.3.2 43.3.3 |
Toedeling enveloppen coalitieakkoord
Middelen toegevoegd aan begroting 2008
In onderstaande tabel zijn de extra middelen opgenomen die toegevoegd zijn aan de Ontwerpbegroting 2008 op grond van het coalitieakkoord. Een verdere toedeling van deze middelen aan onderwerpen en beleidsartikelen is opgenomen in de tabel met de ontwikkeling van de Ontwerpbegroting 2007 tot aan de Ontwerpbegroting 2008.
| Bedragen x € 1 000 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| PIJLER 4 | |||||
| Enveloppe Zorg, waarvan: | 500 000 | 500 000 | 500 000 | 500 000 | 500 000 |
| – Zorgtoeslageffect pakketuitbreiding | 60 000 | 60 000 | 60 000 | 60 000 | 60 000 |
| – Premie-uitgavencare | 230 000 | 210 000 | 190 000 | 200 000 | 300 000 |
| – Begrotingsuitgavencare | 110 000 | 130 000 | 150 000 | 140 000 | 40 000 |
| – Begrotingsuitgaven cure en preventie | 100 000 | 100 000 | 100 000 | 100 000 | 100 000 |
| Enveloppe Sport: | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 |
| PIJLER 5 | |||||
| Enveloppe Capaciteit veiligheidsketen en preventie, waarvan: | 11 000 | 11 000 | 11 000 | 11 000 | 11 000 |
| – Heroïnebehandeling op medisch voorschrift | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 |
| – Huiselijk geweld, Eergerelateerd geweld, Genitale verminking en Vrouwenopvang | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 |
* In totaal is er voor sport € 10 miljoen extra beschikbaar voor 2008 en structureel € 20 miljoen vanaf 2009.
** In totaal is er voor dit onderwerp in 2008 € 17,9 miljoen extra beschikbaar oplopend tot € 42,3 miljoen in 2012.
Naast de enveloppenmiddelen zijn ook middelen uit het FES-fonds toegekend. Dit betreft, gezamenlijk met het ministerie van EZ, het programma BioMedical Materials (€ 45 miljoen in de periode 2008–2012) en gezamenlijk met het ministerie van OCW het project Genomics (€ 245 miljoen in de periode 2008–2014).
Middelen gereserveerd op de aanvullende post
Nog niet alle extra middelen zijn al aan onze begroting toegevoegd. Een deel ervan staat gereserveerd voor onze beleidsterreinen op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën. De gereserveerde bedragen zijn opgenomen in de volgende tabel, inclusief het doel waar ze voor bedoeld zijn.
| Bedragen x € 1 000 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| PIJLER 2 | |||||
| Enveloppe innovatie, kennis en onderzoek (artikel 42): | 1 000 | 8 000 | 13 000 | 18 000 | 18 000 |
| Enveloppe ondernemerschap: Maatschappelijk innovatieprogramma zorg (artikel 42): | 3 000 | 6 000 | 9 000 | 12000 | 12000 |
| PIJLER 4 | |||||
| Enveloppe Sport* | |||||
| – Sporten en bewegen door jongeren en brede scholen in krachtwijken, alsmede talentontwikkeling (artikel 46) | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| Enveloppe Participatie, onderkant en armoede (besluitvorming over de toedeling van deze enveloppe aan de begrotingen van VWS, OCW en LNV is nog niet afgerond) | PM | PM | PM | PM | |
| PIJLER 5 | |||||
| Enveloppe Capaciteit veiligheidsketen en preventie | |||||
| – Huiselijk geweld, Eergerelateerd geweld, Genitale verminking en Vrouwenopvang (artikel 44)** | 4 000 | 6 000 | 10 000 | 10 000 |
* In totaal is er voor sport € 10 miljoen extra beschikbaar voor 2008 en structureel € 20 miljoen vanaf 2009.
** In totaal is er voor dit onderwerp in 2008 € 17,9 miljoen extra beschikbaar oplopend tot € 42,3 miljoen in 2012.
| Zorguitgaven (bedragen x € miljoen) | ||||
| 2008 | 2008 | |||
| 41 – Volksgezondheid | 104 | 43 – Langdurige zorg | 20 150 | |
| Preventieve zorg (uitvoeren Rijksvaccinatieprogramma) 99 | Geestelijke gezondheidszorg AWBZ | 1 191 | ||
| Ouder- en kindzorg | 6 | Gehandicaptenzorg | 5 136 | |
| Volksgezondheid onverdeeld | – 1 | Verpleging en verzorging | 11 547 | |
| Persoonsgebonden budgetten | 1 282 | |||
| 42 – Gezondheidszorg | 30 052 | Subsidies langdurige zorg | 68 | |
| Huisartsen | 1 987 | Beheerskosten/diversen AWBZ | 211 | |
| Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg 759 | Langdurige zorgonverdeeld | 717 | ||
| Paramedische hulp | 477 | |||
| Verloskunde en kraamzorg | 446 | 44 – Maatschappelijke ondersteuning | 164 | |
| Dieetadvisering | 31 | MEE-instellingen | 164 | |
| Extramurale zorg onverdeeld | 30 | |||
| Algemene en categorale ziekenhuizen | 10 068 | 99 – Nominaal en onvoorzien | 1 640 | |
| Academische ziekenhuizen | 3 117 | Nominaal en onvoorzien | 1 640 | |
| Medisch specialisten | 1 808 | |||
| Overig curatieve zorg | 465 | Overig | 2 240 | |
| Ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief onverdeeld 416 | Wmo (gemeentefonds) | 1 439 | ||
| Ambulancevervoer | 363 | Opleidingsfonds (begroting VWS) | 773 | |
| Overig ziekenvervoer | 125 | Aanvullende post – Begrotingsgefinancierde | 28 | |
| Ziekenvervoer onverdeeld | 4 | BKZ-uitgaven | ||
| Farmaceutische hulp | 5 078 | |||
| Hulpmiddelen | 1 332 | Totaal zorguitgaven | 54 350 | |
| Geneeskundige GGZ door instellingen | 2 750 | |||
| Geneeskundige GGZ door vrijgevestigden | 153 | |||
| Persoonsgebonden budgetten GGZ-Zvw | 39 | |||
| Geneeskundige GGZonverdeeld | 67 | |||
| Grensoverschrijdende zorg | 518 | |||
| Subsidies gezondheidszorg | 19 | |||
Het saldo van beschikbare middelen en maatregelen, voorzover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is per groep van sectoren opgenomen als onverdeeld.
Bron: VWS
| Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | ||||
| 2008 | 2008 | |||
| 41 – Volksgezondheid | 46 – Sport | |||
| Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl | 51 627 | Gezond door sport | 18 763 | |
| Voedsel- en productveiligheid | 78 859 | Meedoen door sport | 68 584 | |
| Voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen | 5 239 | Sport aan de top | 27 627 | |
| Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten | 279 551 | Personeel en materieel | 2 470 | |
| Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg | 132 119 | |||
| Ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg | 14 528 | 47 – Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II | ||
| Personeel en materieel | 8 775 | Wetten, regelingen en rechtsherstel WO II | 373 057 | |
| Herinnering en bewustzijn WO II | 14 072 | |||
| 42 – Gezondheidszorg | Personeel en materieel | 1 273 | ||
| Versterken positie burger in zorgstelsel | 3 332 | |||
| Realisatie gewenste zorgaanbod door zorgaanbieders | 1 157 929 | 98 – Algemeen | ||
| Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg | 5 744 661 | Beheer en toezicht stelsel | 88 300 | |
| Personeel en materieel | 8 131 | Internationale samenwerking | 11 998 | |
| Inspectie voor de Gezondheidszorg | 39 166 | |||
| 43 – Langdurige zorg | Sociaal en Cultureel Planbureau | 5 607 | ||
| Versterken positie burger in zorgstelsel | 68 732 | Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling | 124 | |
| Noodzakelijke zorg beschikbaar voor iedere cliënt | 138 324 | Raad voor de Volksgezondheid en Zorg | 2 941 | |
| Zorg is effectief en veilig | 148 777 | Gezondheidsraad | 3 314 | |
| Aanvaardbare maatschappelijke kostenzorg | 4 708 929 | Centrale Commissie Mensgebonden onderzoek | 1 476 | |
| Personeel en materieel | 4 106 | Raad voor Gezondheidsonderzoek | 355 | |
| Strategisch onderzoek RIVM | 15 774 | |||
| 44 – Maatschappelijke ondersteuning | Strategisch onderzoek NVI | 8 111 | ||
| Actieve participatie in maatschappelijke verbanden | 23 058 | Inspectie Jeugdzorg | 3 813 | |
| Vrijwillige ondersteuning door en voor burgers | 79 544 | Personeel en materieel kernministerie | 115 535 | |
| Prof. ondersteuning voor burgers met beperkingen | 85 438 | |||
| Tijdelijke ondersteuning van burgers met (psycho)sociale | 99 – Nominaal en onvoorzien | |||
| problemen | 343 567 | Loonbijstelling | 985 | |
| Personeel en materieel | 3 925 | Prijsbijstelling | 398 | |
| Onvoorzien | 2 | |||
| Taakstelling | – 43 503 | |||
| Totaal begrotingsuitgaven | 13 849 393 | |||
In de tabel hieronder worden de belangrijkste mutaties van de ontwikkeling van de zorgsuitgaven van de begroting 2007 tot de begroting 2008 gepresenteerd. Een toelichting op deze mutaties is opgenomen in de bijlage Financieel Beeld Zorg van dez begroting.
| Ontwikkeling netto BKZ-uitgaven in de jaren 2006 t/m 2012 | |||||||
| bedragen in € miljoen | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 44 058,6 | 46 375,0 | 49 172,7 | 51 706,1 | 54 300,3 | 57 085,2 | |
| Uitgaven (bruto BKZ) | 47 915,5 | 50 086,9 | 52 948,8 | 55 588,7 | 58 290,8 | 61 184,7 | |
| Ontvangsten | 3 856,9 | 3 711,9 | 3 776,1 | 3 882,6 | 3 990,5 | 4 099,5 | |
| Mutaties Jaarverslag 2006/1e Suppletore Wet 2007 | |||||||
| Mutaties | |||||||
| a. Voorlopige afrekening 2006 | 394,9 | 1 066,5 | 1 067,2 | 1 067,2 | 1 067,2 | 1 067,2 | |
| b. Niet-gerealiseerde korting ziekenhuizen | 145,5 | 145,5 | 145,5 | 145,5 | 145,5 | ||
| c. Persoonsgebonden budgetten | 60,0 | 60,0 | 60,0 | 60,0 | 60,0 | ||
| d. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2007) | – 74,2 | – 107,7 | – 114,7 | – 128,7 | – 141,7 | ||
| e. Financieringsmutaties | – 140,8 | 107,9 | |||||
| f. IJklijnmutaties | 34,5 | – 3,6 | – 2,6 | – 2,6 | – 6,0 | – 6,0 | |
| g. Overige mutaties | 52,2 | 53,6 | 59,7 | 59,7 | 59,7 | ||
| Stand Jaarverslag 2006/1e Suppletore Wet 2007 | 44 347,2 | 47 729,3 | 50 388,7 | 52 921,2 | 55 498,0 | 58 269,9 | |
| wv uitgaven (bruto BKZ) | 48 194,4 | 51 441,2 | 54 164,8 | 56 803,8 | 59 488,5 | 62 369,4 | |
| wv ontvangsten | 3 847,2 | 3 711,9 | 3 776,1 | 3 882,6 | 3 990,5 | 4 099,5 | |
| Productieontwikkeling, mee- en tegenvallers | |||||||
| h. Aanvullende afrekening 2006 | 396,8 | 146,6 | 150,5 | 150,5 | 150,5 | 150,5 | |
| Maatregelen en beleidsaanpassingen | |||||||
| i. Enveloppe Zorg | 230,0 | 210,0 | 237,0 | 268,0 | |||
| j. Pakketuitbreiding | 204,0 | 204,0 | 204,0 | 204,0 | |||
| k. Maatregel uurtarief medisch specialisten | – 175,0 | – 175,0 | – 175,0 | – 175,0 | |||
| l. Uitgavenbeperking ziekenhuizen | – 160,0 | – 160,0 | – 160,0 | – 160,0 | |||
| m. Maatstafconcurrentie ziekenhuizen | – 15,0 | – 90,0 | – 240,0 | ||||
| n. Geneesmiddelen | – 340,0 | – 340,0 | – 340,0 | – 340,0 | |||
| o. Maatregelen care | – 350,0 | – 630,0 | – 700,0 | – 795,0 | |||
| wv schrappen grondslag somatisch/prijsmaatregel | – 120,0 | – 330,0 | – 330,0 | – 330,0 | |||
| wv best practices/efficiencykorting | – 115,0 | – 190,0 | – 265,0 | – 360,0 | |||
| wv klassemiddenmaatregel | – 115,0 | – 110,0 | – 105,0 | – 105,0 | |||
| p. Maatregel eigen betalingen AWBZ | – 80,0 | – 80,0 | – 80,0 | ||||
| q. Maatregelen huisartsen | – 23,8 | – 57,4 | – 57,5 | – 57,5 | – 57,5 | ||
| r. Incidentele meevaller kapitaallasten | – 81,0 | ||||||
| s. Invoering eigen risico | 761,4 | 778,7 | 731,2 | 785,7 | |||
| t. OVA | 56,9 | 122,4 | 199,9 | 289,0 | |||
| Technische en macro-economische mutaties | |||||||
| u. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2008) | – 14,7 | 495,7 | 1 160,9 | 1 774,2 | 2 394,8 | ||
| v. Financieringsmutaties | – 53,2 | 65,9 | |||||
| w. IJklijnmutaties | – 11,4 | – 13,4 | – 13,4 | – 13,4 | – 13,4 | ||
| x. BKZ | – 45,6 | – 7,3 | 132,3 | 273,1 | |||
| y. Overige mutaties | 34,5 | 105,5 | 175,6 | 1 423,5 | 1 369,7 | 1 389,3 | |
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 44 725,3 | 47 916,4 | 51 321,4 | 55 493,0 | 58 680,9 | 62 163,4 | 65 868,9 |
| wv uitgaven (bruto BKZ) | 48 572,5 | 51 631,2 | 54 349,7 | 58 727,3 | 62 057,4 | 65 698,6 | 69 543,1 |
| wv ontvangsten | 3 847,2 | 3 714,8 | 3 028,3 | 3 234,3 | 3 376,5 | 3 535,2 | 3 674,2 |
Bron: VWS
Ontwikkeling begrotingsuitgaven 2008
In de tabel hieronder worden de belangrijkste mutaties van de ontwikkeling van de begrotingsuitgaven van de Ontwerpbegroting 2007 tot de Ontwerpbegroting 2008 gepresenteerd.
Onder het kopje Mutaties na de eerste suppletore wet zijn de extra middelen op grond van het coalitieakkoord opgenomen. Deze bedragen zijn inclusief extra middelen die wij door herschikking van onze begroting voor deze intensiveringen beschikbaar stellen. Daarbij is tevens de operationele doelstelling (OD) vermeld waarin het beleid verder is uitgewerkt. Daarnaast worden de mutaties ook toegelicht in het Verdiepingshoofdstuk.
Voor een toelichting op de belangrijkste mutaties in de eerste suppletore wet, en alle overige mutaties na de eerste suppletore wet wordt verwezen naar het Verdiepingshoofdstuk van deze begroting.
| Bedragen x € 1 000 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 13 589 474 | 13 732 429 | 13 983 341 | 14 399 041 | 14 747 122 | 14 747 122 |
| Moties en amendementen | ||||||
| Mutaties 1e Suppletore Wet 2007 | 84 416 | 305 816 | 135 649 | 266 123 | 367 090 | 352 248 |
| Waarvan belangrijkste beleidsmatige mutaties: | ||||||
| Infrastructuur zorgstelsel | 9 875 | 6 160 | 4 460 | 1 760 | 1 660 | 1 660 |
| Verdeelsleutel Maatschappelijke opvang | 22 000 | 18 000 | 13 000 | 9 000 | 4 000 | |
| Valys bovenregionaal vervoer | 20 000 | 20 000 | 20 000 | 20 000 | 20 000 | 20 000 |
| Koppelingsfonds | 18 392 | 18 392 | 18 392 | 18 392 | 18 392 | 18 392 |
| FES Topinstituut Pharma en BSIK projecten | 10 000 | |||||
| Pneumokokken in Rijksvaccinatieprogramma (overheveling naar de premiemiddelen) | – 39 450 | – 39 450 | – 39 450 | – 39 450 | – 39 450 | – 39 450 |
| Stand 1e Suppletore Wet 2007 | 13 673 890 | 14 038 245 | 14 118 990 | 14 665 164 | 15 114 212 | 15 099 370 |
| Toedeling middelen coalitieakkoord | ||||||
| Enveloppe Zorg: | ||||||
| Verbinden preventiemet curatieve zorg (gericht op chronische zieken en depressiviteit; OD 41.3.4) | 6 000 | 2 000 | ||||
| Verlaging leeftijdsgrens griepvaccinatie van 65+ naar 60+ (OD 41.3.4) | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| Activiteiten in het kader van de preventienota Kiezen voor gezond leven (OD 41.3.1) | 5 000 | 5 000 | 5 500 | 5 500 | 5 500 | |
| Beperking verkrijgbaarheid alcohol en preventie alcoholmisbruik (OD 41.3.1) | 5 700 | 5 700 | 5 200 | 4 200 | 4 200 | |
| Invoering(campagne) rookvrije horeca en aanpak stoppen met roken (OD 41.3.1) | 8 000 | 2 000 | 1 000 | |||
| Arbeidsmarktbeleid curatieve zorg (OD 42.3.2) | 14 937 | 14 937 | 20 437 | 19 687 | ||
| Innovatieimpuls in de zorg (OD 42.3.2) | 10 000 | 15 000 | 20 000 | 25 000 | 30 000 | |
| Transparantie zorgaanbod (42 en 43: OD1) | 2 200 | 2 200 | 2 200 | 2 200 | ||
| Elektronisch medicatiedossier (EMD) en Waarneemdossier huisartsen (WDH) (OD 42.3.2) | 15 000 | 30 000 | ||||
| Campagne patiëntveiligheid (OD 42.3.2) | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | |
| Vereenvoudiging indicatiestelling (OD 43.3.2) | 5 000 | 8 000 | 8 000 | 500 | ||
| Invoering zorgzwaartebekostiging (OD 43.3.3) | 5 500 | |||||
| Intensivering ketenzorg (o.a. programma kwetsbare ouderen; OD 43.3.3) | 10 000 | 20 000 | 30 000 | 30 000 | ||
| Verbeteren patiëntveiligheid en transparantie (OD 43.3.3) | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | |
| Meten patiëntervaringen (CQ index; OD 43.3.3) | 2 400 | 2 800 | 2 900 | 1 900 | 1 900 | |
| Kleinschalig wonen (OD 43.3.3) | 15 000 | 20 000 | 30 000 | 30 000 | ||
| Palliatieve zorg (OD 43.3.3) | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| Verbeteren inzicht in kwaliteit zorg en rechten van patiënten (42 en 43: OD 1) | 12 900 | 11 500 | 11 500 | 11 500 | 11 500 | |
| Ondersteuning zorgprofessional (OD 43.3.3) | 2 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 | ||
| Vermindering prevalentie decubitus, valincidenten, ondervoeding en seksueel misbruik in verpleeg- en verzorgingshuizen (OD 43.3.3) | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 3 800 | |
| Ondersteuning cliënten in verpleeg- en verzorgingshuizen (OD 43.3.3) | 15 000 | 10 000 | ||||
| Arbeidsmarktbeleid langdurige zorg (OD 43.3.3) | 44 812 | 53 437 | 61 312 | 59 062 | ||
| Voorkomen (vrouwelijke) genitale verminking, eergerelateerd geweld, huiselijk geweld en uitbreiding plaatsen vrouwenopvang (OD 44.4.4) | 3 000 | 5 500 | 8 000 | 10 500 | 13 000 | |
| Verbinden preventie met curatieve zorg (Bewegen op recept; OD 46.3.1) | 3 000 | 1 000 | ||||
| Enveloppe Sport:* | ||||||
| Sporten en bewegen door jongeren en brede scholen in krachtwijken (OD 46.3.2) | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 | |
| Talentontwikkeling (OD 46.3.3) | 2 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 | |
| Enveloppe Capaciteit veiligheidsketen en preventie: | ||||||
| Heroïnebehandeling op medisch voorschrift (OD 41.3.1) | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| Huiselijk geweld, Eergerelateerd geweld, Genitale verminking en Vrouwenopvang (OD 44.4.4)** | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | |
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 12 627 198 | 13 849 393 | 14 158 455 | 14 441 629 | 14 896 216 | 15 350 221 |
* In totaal is er voor sport € 10 miljoen extra beschikbaar voor 2008 en structureel € 20 miljoen vanaf 2009.
** In totaal is er voor dit onderwerp in 2008 € 17,9 miljoen extra beschikbaar oplopend tot € 42,3 miljoen in 2012.
41.1 Algemene Beleidsdoelstelling
Een goede volksgezondheid, waarbij mensen gezond leven en zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid.
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
In de preventievisie die in de tweede helft van 2007 verschijnt en waar onze reactie op het IBO preventie onderdeel van uitmaakt, zetten wij uiteen hoe we de volksgezondheid willen verbeteren. Daarbij zijn wij op zoek naar partners in preventie. Wij willen samenwerken met gemeenten, het onderwijs, zorgverzekeraars, de sportsector, werkgevers en andere partijen en sectoren die parallelle belangen hebben bij gezonde burgers. De hoofdlijnen van ons vernieuwde preventiebeleid luiden als volgt:
• bestaande preventiemaatregelen (gezondheidsbescherming en ziektepreventie) in stand te houden («dijkbewaking») en te innoveren. Zo gaat in 2008 de leeftijdsgrens voor griepvaccinatie omlaag van 65 naar 60;
• met andere ministeries gezond leven stimuleren en de omgeving van de burger gezonder maken. Dit betekent onder meer dat horeca en sportkantines wettelijk rookvrij worden per 1 juli 2008;
• preventie via de zorg te versterken. Het is van groot belang preventie en zorg meer met elkaar te verbinden. We onderzoeken of bewegen op recept en stoppen met roken in het basispakket kunnen worden opgenomen;
• bestuurlijke vernieuwing realiseren waar dit nodig is: gebiedscongruentie tussen GGD- en GHOR-regio’s, modernisering van het Rijksvaccinatieprogramma en effectiever VWA-toezicht.
In de verschillende operationele doelstellingen van dit artikel komen deze lijnen terug.
In het vervolg op de preventievisie komen er onder meer een Voedingsnota, een hoofdlijnenbrief over alcoholbeleid, een drugspreventieplan en een beleidsnota over de aanpak van overgewicht.
Ook gaan de landelijke acties ter uitvoering van de Preventienota «Kiezen voor gezond leven» uit 2006 door. De speerpunten uit deze nota zijn: roken, overgewicht, schadelijk alcoholgebruik, diabetes en depressie.
De beleidsbrief Ethiek die in de tweede helft van 2007 verschijnt, zal de beleidsuitgangspunten en activiteiten van ethiek in de komende periode bevatten. Belangrijke onderwerpen zijn:
• Evaluatie en wetswijziging van de Wet afbreking Zwangerschap (WAZ), de Embryowet en de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL);
• Evaluatie en wetswijziging van de Wet afbreking zwangerschap (WAZ), de Embryowet en de WTL;
• Het verbeteren van de abortushulpverlening;
• Programma wetsevaluatie naar met name het hanteren van juridische begrippen, zoals toestemming, in de verschillende zorgterreinen;
• Onderzoeksprogramma Ethiek en Gezondheid bij ZonMw.
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministeriële verantwoordelijkheid
Wij zijn verantwoordelijk voor het:
• Bevorderen dat mensen gezonder gaan leven;
• Beschermen van consumenten tegen onveilige consumentenproducten en levensmiddelen;
• Bevorderen van veilig gedrag en een veilige omgeving ter voorkoming van letsels door ongevallen in de privésfeer;
• Beschermen van burgers tegen (de gevolgen van) infectieziekten en rampen;
• Zorgdragen voor een doelmatige en effectieve openbare gezondheidszorg;
• Scheppen van de randvoorwaarden voor meer preventie via de zorg;
• Bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek.
Veel ziekte overkomt mensen. Maar ziekte is ook vaak te voorkomen. Door burgers zelf, en via de wijken, op scholen, in de sport, op het werk en in de zorg. Vaak is er sprake van een parallellie van belangen. Om onze beleidsdoelen te bereiken, gaan we daarom aan de slag met andere ministeries, gemeenten, het bedrijfsleven, scholen, werkgevers en werknemers, zorgverzekeraars en -aanbieders (beroepsgroepen), maatschappelijke organisaties en de sportsector. Overigens dragen diverse ministeries nu ook al vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bij aan de preventie van gezondheidsschade. Voorbeelden zijn Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (coffeeshopbeleid in gemeenten), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (gezondheidsbescherming werknemers), Verkeer en Waterstaat (verkeersveiligheid), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (voedselkwaliteit) en Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (blootstelling en normstelling van stoffen, milieu en gezondheid in steden).
Er is een aantal actoren werkzaam op het terrein van de volksgezondheid:
• Gemeenten staan voor de collectieve preventie op lokaal niveau. Elke vier jaar brengen gemeenten een nota lokaal gezondheidsbeleid uit. GGD-en voeren de wettelijke preventietaken van gemeenten grotendeels uit.
• Het RIVM ontwikkelt zich tot een expertise- en regiecentrum voor landelijke overheidstaken op het gebied van de publieke gezondheid. Daartoe is een aantal centra opgericht: het Centrum Infectieziektebestrijding, het Centrum voor Bevolkingsonderzoek, het Centrum Jeugdgezondheid en onlangs het Centrum Gezond Leven en het Centrum Gezondheid en Milieu. Het RIVM krijgt bovendien een grotere rol bij de voorlichting aan het publiek.
• De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) handhaaft de wettelijke regels voor alcohol, tabak, eet- en drinkwaren en consumentenproducten. Voor alle activiteiten van de VWA geldt dat er met name in de uitvoering naar gestreefd wordt om discontinuït van de bedrijfsvoering als gevolg van de Efficiëntie operatie van de Rijksdienst zoveel mogelijk te voorkomen.
• De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt onder meer toezicht op de volksgezondheid en de openbare gezondheidszorg. Daarnaast inspecteert de IGZ de infectiepreventie door zorginstellingen.
Het nationale preventiebeleid is deels afhankelijk van ontwikkelingen in EU-verband of op mondiaal niveau. Zo is er bij de infectieziektebestrijding meer internationale afstemming en samenwerking met het European Center for Disease Control and Prevention en de WHO. En door de harmonisatie via EU-richtlijnen zijn er regelmatig aanpassingen in de nationale wetgeving.
We meten het volksgezondheidsbeleid op effectniveau met de indicatoren absolute levensverwachting en levensverwachting in goed ervaren gezondheid. Daarnaast brengt het RIVM vierjaarlijks de Volksgezondheid Toekomst Verkenning en tweejaarlijks de Zorgbalans uit, die inzicht bieden in de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid.
| Prestatie-indicatoren | ||||
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| 1. Absolute levensverwachting in jaren: | ||||
| mannen | 76,2 | 2003 | – | >76,2 (2011) |
| vrouwen | 80,9 | 2003 | – | >80,9 (2011) |
| 2. Levensverwachting in goed ervaren gezondheid in jaren: | ||||
| mannen | 83,4% | 2006 | – | > 83,4% (2011) |
| vrouwen | 77,8% | 2006 | – | > 77,8% (2011) |
Bron:CBS/Doodsoorzakenstatistiek en POLS (Voor het berekenen van de levensverwachting in goede ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van het percentage mensen dat op de vraag naar ervaren gezondheid «goed» of «zeer goed» antwoordde). Het gaat hier dus om de verhouding tussen de levensverwachting en het aantal jaren dat deze in goede gezondheid wordt ervaren.
Toelichting:
Wij streven ernaar Nederland terug te brengen naar de top vijf van Europese landen met de hoogste levensverwachting, door de burger gezonder te laten leven. Op dit moment staat Nederland voor mannen op het gemiddelde van de 15 «oude» EU-landen en voor vrouwen op het gemiddelde van de EU-25. Wij hebben geen streefwaardes voor 2008 opgenomen, maar hebben gekozen voor een streefwaarde op langere termijn (2011). De reden hiervoor is dat de effecten van het beleid pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn.
41.2 Budgettaire gevolgen van beleid
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Verplichtingen | 727 176 | 560 344 | 554 507 | 540 831 | 584 375 | 575 055 | 574 549 |
| Uitgaven | 743 004 | 775 797 | 570 698 | 555 155 | 587 741 | 578 219 | 578 161 |
| Programma-uitgaven | 734 848 | 766 521 | 561 923 | 546 813 | 579 716 | 570 896 | 570 838 |
| Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl | 31 536 | 30 735 | 51 627 | 43 707 | 42 757 | 37 591 | 37 591 |
| Voedsel- en productveiligheid | 84 744 | 81 085 | 78 859 | 77 376 | 74 407 | 68 454 | 68 454 |
| Voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen | 0 | 5 498 | 5 239 | 4 456 | 4 456 | 4 456 | 4 456 |
| Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten | 271 313 | 269 992 | 279 551 | 279 873 | 324 690 | 327 391 | 328 682 |
| Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg | 334 501 | 364 801 | 132 119 | 127 055 | 119 202 | 119 065 | 118 716 |
| Ethisch verantwoord handelen in de gezondheiszorg | 12 754 | 14 410 | 14 528 | 14 346 | 14 204 | 13 939 | 12 939 |
| Apparaatsuitgaven | 8 156 | 9 276 | 8 775 | 8 342 | 8 025 | 7 323 | 7 323 |
| Ontvangsten | 13 696 | 13 123 | 12 323 | 16 723 | 20 223 | 15 623 | 15 623 |
Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |||
| 1. Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl | 51 627 | 43 707 | 42 757 | 37 591 | 37 591 | ||
| – Juridisch verplicht | 47 226 | 31 173 | 28 735 | 26 624 | 26 624 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 2 666 | 2 666 | 2 666 | 0 | 0 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 1 735 | 9 868 | 11 356 | 10 967 | 10 967 | ||
| 2. Voedsel- en productveiligheid | 78 859 | 77 376 | 74 407 | 68 454 | 68 454 | ||
| – Juridisch verplicht | 77 992 | 75 610 | 71 873 | 65 206 | 65 206 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 567 | 1 466 | 2 234 | 2 948 | 2 948 | ||
| 3. Voorkomen gezondheidsschade door ongevallen | 5 293 | 4 456 | 4 456 | 4 456 | 4 456 | ||
| – Juridisch verplicht | 5 239 | 4 456 | 4 334 | 3 294 | 3 164 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 122 | 1 162 | 1 292 | ||
| 4. Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten | 279 551 | 279 873 | 324 690 | 327 391 | 328 682 | ||
| – Juridisch verplicht | 278 455 | 276 354 | 320 053 | 320 371 | 319 487 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 1 050 | 1 050 | 800 | 800 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 1 096 | 2 469 | 3 587 | 6 220 | 8 395 | ||
| 5. Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg | 132 119 | 127 056 | 119 203 | 119 056 | 118 716 | ||
| – Juridisch verplicht | 131 293 | 30 651 | 28 826 | 27 571 | 26 440 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 94 563 | 87 985 | 87 760 | 87 411 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 826 | 1 842 | 2 392 | 3 734 | 4 865 | ||
| 6. Ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg | 14 528 | 14 346 | 14 204 | 13 939 | 12 939 | ||
| – Juridisch verplicht | 13 920 | 2 339 | 1 741 | 1 662 | 1 871 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 10 882 | 10 882 | 10 882 | 10 882 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 608 | 1 125 | 1 581 | 1 395 | 186 | ||
De bedragen die «niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden» zijn opgenomen zijn beleidsmatig gereserveerd voor uitgaven op het terrein van:
– OD 1 Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl: uitvoeren preventienota Kiezen voor gezond leven, preventie van schadelijk alcoholgebruik en preventie van overgewicht.
– OD 2 Voedsel- en productveiligheid: onderzoek naar veroorzakers van voedselinfecties veiligheid van producten.
– OD 4 Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten: de voorbereidende activiteiten grieppandemie, verminderen van de problematiek bij allochtonen op het gebied van seksuele gezondheid, interventiestrategieën chronische ziekten en voorlichting en implementatie International Health Regulations.
– OD 5 Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg: programmatische aanpak van depressie (grip op je dip), de verbetering van de paraatheid van zorgvoorzieningen voor grootschalig optreden bij crises en rampen en het verminderen van gezondheidsproblemen in de aandachtswijken.
– OD 6 Ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg: de verplichte evaluatie van ethische wetten en het uitvoeren van het standpunt op de evaluatie van de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (euthanasiepraktijk).
De bovengenoemde onderwerpen liggen voor een groot deel al vast in het coalitieakkoord en er liggen concrete voorstellen aan ten grondslag.
Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Preventieve zorg (uitvoeren Rijksvaccinatieprogramma) | 70,4 | 98,7 | 99,2 | 99,2 | 99,2 | 99,2 | 99,2 |
| Ouder- en kindzorg | 7,9 | 6,0 | 5,9 | 5,9 | 5,9 | 5,9 | 5,9 |
| Volksgezondheid onverdeeld | – 0,9 | – 1,6 | – 2,2 | – 2,6 | – 2,6 | ||
| Totaal | 78,3 | 104,7 | 104,2 | 103,5 | 102,9 | 102,5 | 102,5 |
| Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar | 33,7% | – 0,5% | – 0,7% | – 0,6% | 0,4% | 0,0% |
In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van volksgezondheid. In deze beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de eerste suppletore wet 2007 en de miljoenennota 2008 verwerkt. Voor 2007 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2008 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd. Het saldo van beschikbare middelen en maatregelen, voorzover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is opgenomen als onverdeeld.
41.3 Operationele doelstellingen
Er zijn zes operationele doelstellingen op het gebied van volksgezondheid:
1. meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl;
2. het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten;
3. het voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen;
4. de vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten;
5. er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid.
6. het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek.
41.3.1 Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl
De burger is primair zélf verantwoordelijk voor zijn leefstijl, maar ook gemeenten, scholen, werkgevers, sportverenigingen, zorgverzekeraars en zorgaanbieders vervullen een belangrijke rol. Gezondheidsbevorderende instituten ondersteunen deze partijen in samenwerking met het Centrum Gezond Leven (CGL) bij het RIVM door informatie en voorlichting te geven en leefstijlinterventies te doen. We willen gezond leven bevorderen door het roken te ontmoedigen, beweging te bevorderen, gezonde voeding te bevorderen, overgewicht te voorkomen, en door preventie van schadelijk alcohol- en drugsgebruik.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| 1. Percentage Niet-rokers stijgt | 72% | 2006 | 74% | 80% (2011) |
| 2. Percentage van de Nederlandse bevolking (vanaf 18 jaar) dat voldoet aan de beweegnorm of de fitnorm (zie art. 46 Sport). | 63% | 2005 | – | 65% (2011) |
| 3. Percentage mensen dat gezond eet neemt toe: | ||||
| a. Percentage borstgevoede kinderen: | ||||
| 1e dag | 79% | 2005 | – | 85% (2011) |
| 1 mnd | 54% | 2005 | – | 60% (2011) |
| 6 mnd | 25% | 2005 | – | 25% (2011) |
| b. Consumptie gemiddeld per dag van | ||||
| groente (2 ons) | 2% | 2003 | – | 10% (2011) |
| fruit (2 stuks) | 7% | 2003 | – | 10% (2011) |
| c. Consumptie in energieprocenten1 in de totale inname energie per dag van: | ||||
| verzadigde vetzuren | 12,9 | 2003 | – | 10,0 (2011) |
| Transvetzuren | 1,1 | 2003 | 1,0 (2011) | |
| d. Consumptie zout (in grammen per dag) | 10 | 2006 | – | 6 (2011) |
| 4. Percentage volwassenen zonder overgewicht stabiliseert en het percentage kinderen zonder overgewichtstijgt. | ||||
| mannen: | 55% | 1993–1997 | – | 55% (2011) |
| vrouwen: | 65% | 1993–1997 | – | 65% (2011) |
| kinderen: | 87% | 1993–1997 | – | 90% (2011) |
| 5. Het percentage mensen in de algemene bevolking (16 tot 69 jaar) zonder problemen als gevolg van alcoholgebruik stijgt | 90,7% | 2004 | – | 92,5% (2011) |
| 6. Aantal problematische verslaafden per 1 000 inwoners | 3,1 | 2005 | – | 3,1 (2011) |
1 Aandeel dat de voedingsstof levert aan de totale inname energie per dag.
Bronnen:
1. TNS NIPO; Nota «Langer gezond leven»(kamerstukken 22 894, nr. 20); Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006–2010 (kamerstukken 22 894, nr. 78); STIVORO jaarverslag 2006 (http://www.stivoro.nl/getbijlage.jsp)
3. TNO, Peiling melkvoeding van zuigelingen, 2005 Verwijzingen/TNO_peiling_2005.pdf; RIVM, Resultaten van de voedselconsumptiepeiling 2003 bij jongvolwassenen (19–30 jaar) in Nederland Verwijzingen/VCP 2003 Jongvolwassenen.pdf.
4. Advies Gezondheidsraad «Overgewicht en Obesitas», 2003. Begroting op internet/Overgewicht.pdf De prevalentie van probleemdrinken in Nederland: een algemeen bevolkingsonderzoek, Universiteit Maastricht, februari 2005 Verwijzingen feb. 2005 – Rapport Prevalentie van probleemdrinken in Nederland.pdf. Recent herberekend door G. J. Meerkerk, M. Derickx, e.a.: Het meten van probleemdrinken.
5. HBSC 2005: Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Trimbos-instituut, 2007.
6. Jaarbericht 2005, Nationale Drug MonitorProductbeschrijving.
Toelichting
In de meeste gevallen hebben we geen streefwaardes voor 2008 opgenomen, maar hebben we gekozen voor een streefwaarde op langere termijn (2011). De reden hiervoor is dat de effecten van het beleid pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn en dat rechtvaardigt het niet om gegevens over tussenwaardes jaarlijks te verzamelen. De streefwaardes zijn ambitieus, maar realistisch gesteld wanneer de voorgenomen interventies ook worden uitgevoerd. Ook sluit de ambitie aan bij de motivatie van andere partijen die in de verschillende programma’s participeren.
In de tweede helft van 2007 komt de voedingsnota uit. Hierin zullen de doelstellingen van gezonde voeding (indicator 3) verder worden toegelicht en mogelijk verfijnd en/of uitgebreid. Er is (nog) geen algemene indicator te geven. Het RIVM stelt een voedingsindex op die hier meer inzicht in geeft. Het beoogde ontwikkeltraject voor de voedingsindex is twee jaar, van medio 2006 tot medio 2008.
Instrumenten te behoeve van het ontmoedigen van roken
• Uitvoeren van het Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006–2010 (kamerstukken 22 894, nr. 78)
We hebben dit programma in 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden, mede namens de Nederlandse Hartstichting, het Astma Fonds en KWF Kankerbestrijding. De genoemde partijen maken jaarlijks een actieplan, met daarin de concrete activiteiten voor het daaropvolgende jaar. Het Actieplan 2008 zal naar verwachting eind 2007 gereed zijn.
• Rookvrije horeca
Het kabinet heeft, volgend op de afspraken in het coalitieakkoord, besloten om de rookvrije horeca per 1 juli 2008 in te voeren. Hieraan voorafgaand zal een invoeringscampagne plaatsvinden. Ook zal de handhavingscapaciteit worden uitgebreid om toe te zien op de naleving van de rookvrije horeca. Een dergelijke maatregel werkt het beste als tegelijkertijd ook wordt geïnvesteerd in het stoppen-met-roken. Zo vindt in 2008 onder andere het vervolg plaats van de in 2007 gestarte proefimplementatie ondersteuning bij stoppen met roken. Deze proef vloeit voort uit de nota «Kiezen voor gezond leven». Voor de invoerings- en stoppen-met-roken activiteiten is in totaal € 8 miljoen beschikbaar.
Instrumenten ter bevordering van beweging
• Uitvoeren van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB)
Dit wordt verder uitgewerkt in artikel 46 Sport onder OD 46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid.
• Bewegen op recept (BOR)
In 2008 zal bewegen op recept via de zorg gestimuleerd worden. Zie hiervoor ook artikel 46 Sport onder OD 46.3.1.
Instrumenten ter bevordering van gezonde voeding en gezond leven:
• Verbeteren van de regelgeving van etikettering en logo’s
Door het voortzetten van de actieve Nederlandse inbreng in de herzieningen van EU-regelgeving wordt bevorderd dat de informatie over levensmiddelen helder is, zodat consumenten kunnen kiezen voor gezonde (en veilige, zie operationele doelstelling 41.3.2) levensmiddelen en de administratieve lasten voor het bedrijfsleven beperkt blijven (brief aan TK:kamerstukken 29 515, nr. 150 en Administratieve lasten in de voedselketen). Daarnaast willen we het gebruik van de beschikbare gegevens vanuit de Consumentendatabank bij het Voedingscentrum Nederland (VCN), de wetenschappelijke databank bij het RIVM (voorheen Allergenendatabank) en de Nederlandse Voedingsmiddelentabel en de koppeling met de Voedselconsumptiepeiling (VCP) verbeteren. Door de koppeling zijn we beter in staat om te zien welke voedingsstoffen consumenten binnenkrijgen en daar beleid op te ontwikkelen (€ 2,2 miljoen).
• Subsidie verstrekken aan Stichting Voedingscentrum Nederland (€ 1,4 miljoen)
Deze subsidie is bedoeld voor voorlichtings- en preventieactiviteiten op het gebied van gezonde voeding en voedselveiligheid (zie operationele doelstelling 41.3.2) en belangrijke projecten zoals Verborgen vetten, Borstvoeding verdient tijd en Groente en Fruit.
• Integratie smaaklessen en schoolgruiten
Integratie afzonderlijke pakketten smaaklessen en schoolgruiten tot één gezamenlijk lespakket voor gezonde voeding van VWS en LNV (€ 0,4 miljoen). Daarnaast worden activiteiten ontplooid op de terreinen borstvoeding, vetten, groete en fruit, zout en het voedingsbeleid gericht op ouderen (€ 1,5 miljoen).
• Centrum Gezond Leven
Het Centrum Gezond Leven van het RIVM coördineert landelijk gezonde leveninterventies en -programma’s in gemeenten, op scholen, bij sportverenigingen, op de werkplek en in de zorg (€ 2 miljoen).
• Subsidies verstrekken aan gezondheidsbevorderende instellingen
Deze subsidies zijn bedoeld voor voorlichting en preventieprojecten ter bevordering van gezond leven (€ 7 miljoen).
• Programma Landelijke Leefstijlcampagnes uitvoeren via ZonMw
Doel is om geïntegreerd, effectief en doelmatig voorlichting te geven (€ 9,5 miljoen).
Instrumenten ter voorkoming van overgewicht:
• Convenant Overgewicht
Uitvoeren en monitoren van acties uit het Convenant Overgewicht (Staatscourant nr. 53, 2005) (€ 0,4 miljoen).
• Actieplan Energie in balans
Uitvoeren van het actieplan Energie in Balans (kamerstukken 22 894, nr. 70) in het kader van hetConvenant Overgewicht (€ 0,4 miljoen).
• De Gezonde school en Genotmiddelen
Door middel van het schoolpreventieprogramma «De Gezonde school en Genotmiddelen» wordt ter bevordering van een gezonde leefstijl van kinderen en jongeren op scholen voorlichting gegeven over onder andere de genotmiddelen alcohol, drugs en tabak en de risico’s daarvan (€ 0,3 miljoen).
Instrumenten ten behoeve van preventie van schadelijk alcoholgebruik:
• Voorbereiden wijzigingsvoorstellen Drank- en Horecawet (DHW)
Hiermee willen we het vergunningenstelsel aanpassen, de handhaving verbeteren (introductie gemeentelijke toezichthouders/politie), het alcoholbeleid gericht op jongeren versterken en gemeenten krijgen de mogelijkheid de leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol aan jongeren te verhogen van 16 naar 18 jaar.
• Verscherpen toezicht controle leeftijdsgrenzen Drank en Horecawet (DHW)
Zoals in het coalitieakkoord en bestuursakkoord met de VNG is vastgelegd zal op langere termijn het toezicht overgaan naar gemeenten en politie. In samenwerking met BZK zal een pilot worden opgezet om te bezien hoe het toezicht dan het beste verdeeld kan worden. Door het (tijdelijk) intensiveren van het toezicht door de VWA willen we bereiken dat verstrekkers van alcohol op de korte termijn al de wettelijk vastgestelde leeftijdsgrenzen van de DHW beter gaan naleven. Voor beide trajecten is in totaal € 3,9 miljoen beschikbaar naast de financiële middelen die BZK aan de pilot toezicht Drank- en Horecawet zal bijdragen.
• Regionale vroegopstap-gesprekken (sluitingstijden)
In het Beleidsprogramma 2007–2011 staat aangegeven dat gesprekken gevoerd zullen worden met de branche, gemeenten, ouders en jongeren over de sluitingstijden van de horeca. Deze gesprekken zullen naar verwachting in het najaar van 2007 en het voorjaar van 2008 plaatsvinden (€ 0,1 miljoen).
• Monitoren van alcoholbeleid
Doel is onder meer inzicht te krijgen in de effecten van reclame voor alcoholhoudende dranken, de naleving van de zelfreguleringsafspraken en de implementatie van lokaal alcoholbeleid (€ 0,3 miljoen).
Instrumenten ter voorkoming van drugsgebruik en ten behoeve van het laten afnemen van gezondheidsschade door drugsgebruik
• Continueren van het kwaliteits- en innovatieprogramma Resultaten Scoren
Hiermee willen we bewezen effectieve behandeling en best practices in de verslavingszorg doelmatig invoeren (€ 0,35 miljoen). De effectiviteit van de verslavingszorg zal hierdoor toenemen.
• Continueren van het programma Risicogedrag en Afhankelijkheid via ZonMw
Doel is om de komende jaren meer zicht te krijgen op de omvang en achterliggende factoren van risicogedrag en afhankelijkheid ten behoeve van preventie en behandeling (€ 2 miljoen).
• Subsidies verstrekken
Subsidies verstrekken aan diverse instellingen die actief zijn op het terrein van het drugsbeleid of hulp aan verslaafden en aan het Trimos instituut Deze subsidies zijn bedoeld voor voorlichtings- en preventieactiviteiten, onderzoek en monitoring van de drugsproblematiek (€ 3,8 miljoen).
• Internationaal
Positieve en negatieve ervaringen uitwisselen over onderzoek, monitoring, preventie, voorlichting en behandeling op het gebied van het voorkomen van drugsgebruik en het beperken van de gezondheidsrisico’s. De nadruk hierbij ligt op Frankrijk en de Verenigde Staten en internationale organisaties als de Verenigde Naties en de Raad van Europa (€ 0,2 miljoen). Daarnaast verstrekken we proactief informatie aan andere landen over het Nederlandse drugsbeleid en versterken van internationale samenwerking. Hiermee willen we meer begrip kweken voor een benadering die op wetenschappelijke bewijzen gebaseerd is (0,2 miljoen).
• Heroïnebehandeling
Subsidies verstrekken aan de gemeentes voor de behandeling met heroïne. Zoals in het coalitieakkoord is overeengekomen wordt de heroïnebehandeling op medisch voorschrift voor therapieresistente verslaafden in de steden gecontinueerd (€ 15,2 miljoen).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Specifieke uitkeringen | 15 172 | 15 172 | 15 172 | 15 172 | 15 172 |
| Heroïnebehandeling op medisch voorschrift | 15 172 | 15 172 | 15 172 | 15 172 | 15 172 |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 9 452 | 9 452 | 9 452 | 9 452 | 9 452 |
| Onder andere: | |||||
| NIGZ | 2 425 | 2 425 | 2 425 | 2 425 | 2 425 |
| Trimbos | 3 769 | 3 769 | 3 769 | 3 769 | 3 769 |
| Stivoro | 817 | 817 | 817 | 817 | 817 |
| Jellinek | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 |
| Stichting Informatie Voorziening Zorg (IVZ) | 981 | 981 | 981 | 981 | 981 |
| Projectsubsidies | 24 003 | 16 883 | 16 933 | 10 767 | 10 767 |
| Onder andere | |||||
| Ontmoedigen roken | 7 200 | 2000 | 1 000 | ||
| CCBH | 1 300 | ||||
| Uitvoering preventienota Kiezen voor gezond leven | 735 | 635 | 735 | ||
| Preventie van schadelijk alcohol- en drugsgebruik | 6 000 | 6 000 | 5 500 | 4 500 | 4 200 |
| Overgewicht en voeding | 6 000 | 6 000 | 6 500 | 5 500 | 5 500 |
| Opdrachten | 1 000 | 200 | 200 | 200 | 200 |
| Onder andere: | |||||
| Ontmoedigen roken | 800 | ||||
| Bijdragen aan baten-lastendiensten | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
| RIVM: Centrum Gezond Leven | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
| Totaal | 51 627 | 43 707 | 42 757 | 37 591 | 37 591 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
41.3.2 Het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten
We willen de consument beschermen tegen gezondheidsschade als gevolg van onveilig voedsel en onveilige producten. Daartoe nemen we een aantal initiatieven op het terrein van:
• Het bevorderen van voedselveiligheid;
• Het bevorderen van produktveiligheid.
Burgers hebben vanzelfsprekend een eigen verantwoordelijkheid om zich te beschermen tegen risico’s die ze zelf kunnen beperken, zoals zorg te dragen voor een goede hygiëne bij de bereiding van levensmiddelen en producten op een veilige en daartoe bestemde manier te gebruiken. Wij beschermen de consument tegen gezondheidsrisico’s waarop hij zelf weinig of geen invloed heeft om ze te voorzien en te voorkomen. De Europese en nationale productwetgeving bepalen dat producenten en verhandelaren primair verantwoordelijk zijn voor het produceren en in de handel brengen van uitsluitend veilige producten en levensmiddelen.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| 1. Aantal voedselinfecties gerelateerd aan Salmonella neemt af. | 19 250 | 2004 | 14 000 | 10 000 (2011) |
| 2. Aantal voedselinfecties gerelateerd aan Campylobacter stabiliseert en neemt na 2008 langzaam af. | 24 500 | 2004 | 24 000 | 21 000 (2011) |
Bron: RIVM
Toelichting
1. en 2. Op dit moment wordt middels onderzoek door het RIVM gewerkt aan een nadere integratie van de monitoringsactiviteiten.
Een indicator voor productveiligheid ontbreekt hierbij. Anders dan bij voedselinfecties is het zeer moeilijk een precieze relatie aan te geven tussen gezondheidschade en de onveiligheid van een product. Zo zijn letsels vaak het gevolg van een combinatie van factoren waaronder de onveiligheid, maar ook slijtage van het product. Vaak spelen daarbij onjuist gebruik of onveilig gedrag tevens een zeer belangrijke rol. Gezondheidschade ten gevolge van chemische onveiligheid van producten is tevens zeer problematisch in kaart te brengen. Het streven is om in de begroting van 2009 wel een prestatie-indicator op te nemen die betrekking zal hebben op de mate waarin ondernemers invulling geven aan het beschikken over een eigen kwaliteitssysteem. Hiermee wordt geborgd dat uitsluitend veilige producten worden verhandeld.
Instrumenten ter bevordering van de voedselveiligheid
• Het voorkomen van de aanwezigheid van salmonella- en campylobacterbacteriën in rauw pluimveevlees
Hiermee willen we besmetting met deze bacteriën bij consumenten voorkomen. Hiertoe bereiden wij nationale en internationale regelgeving voor (kamerstukken 26 991, nr. 148).
• Vaststellen van maximum toelaatbare gehaltes verontreinigingen in Europees verband
Met Europese normstelling willen we voorkomen dat consumenten via voedsel te veel agrarische en industriële verontreinigingen en milieu- en procesverontreinigingen innemen. De inname door kwetsbare groepen, zoals kinderen, krijgt speciale aandacht. In 2008 continueren we het beleid van 2007 en besteden we met name aandacht aan de Europese harmonisatie van regelgeving voor acrylamide, furanen en pcb’s in levensmiddelen. Ook werken we aan verdere harmonisatie van regelgeving voor maximaal toelaatbare residugehaltes van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit.
• Onderzoek laten doen naar veroorzakers van voedselinfecties
Doel is inzicht te krijgen in de belangrijkste veroorzakers, langdurende gezondheidseffecten en kostenaspecten van voedselinfecties en effectieve interventiemaatregelen. In 2008 wordt effectiviteit van onderzoek vergroot door onderzoek dat loopt via VWS, VWA en LNV te bundelen.
Instrumenten te bevordering van produktveiligheid
• Bijdragen aan vaststelling en implementeren van de Europese Global Hamonized System Verordening voor de indeling en etikettering van stoffen en preparaten (EU GHS Verordening) voor bedrijfsleven en consumenten.
Hierin wordt samengewerkt met het bedrijfsleven en de ministeries van SZW, EZ, BZK, V&W en VROM. De EU GHS Verordening is de eerste schakel in de keten van de bescherming van de consument tegen risico’s van chemische stoffen en stelt de consument en het bedrijfsleven in staat veilig om te gaan met de chemische risico’s van producten. Het voorstel voor de verordening is in juni 2007 door de Commissie ingediend bij de Raad en het Europees Parlement (€ 0,3 miljoen).
• Bijdragen aan rijksbrede voorlichting over de nieuwe Europese verordening voor chemische stoffen (REACH: Registration, Evaluation and Authorisation of Chemicals)
Doel is bedrijfsleven voor te lichten over de verplichtingen in de verordening en de consumenten beter te beschermen tegen risico’s van chemische stoffen in producten. (€ 0,1 miljoen). De voorlichting vindt plaats van 2007 tot 2009.
• Vereenvoudigen van Europese productveiligheidsrichtlijnen en -verordeningen
Doel is het veiligheidsniveau van producten waar nodig verder te verhogen en consumenten te beschermen tegen fysisch mechanische, chemische, elektrische en microbiële risico’s van producten waaraan zij kunnen worden blootgesteld. Doel hierbij is ook de (voelbare) lasten voor het bedrijfsleven te verminderen (€ 0,2 miljoen).
• Voortzetten van het programma Dierproeven begrensd via ZonMw
Met dit programma willen we dierproeven verminderen, vervangen en verfijnen. Dierproeven leveren een belangrijke bijdrage aan de veiligheid van consumentenproducten en levensmiddelen. Mogelijkheden van het ASAT (Achieving Safety without Animal Testing)-initiatief zullen worden onderzocht (kamerstukken 30 168, nr. 2). Er zal een trendanalyse naar de ontwikkelingen op het terrein van dierproeven worden uitgevoerd (€ 0,4 miljoen).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 1 475 | 1 475 | 1 475 | 1 475 | 1 475 |
| Onder andere: | |||||
| Stichting Voedingscentrum Nederland | 1 434 | 1 434 | 1 434 | 1 434 | 1 434 |
| Projectsubsidies | 2 462 | 2 887 | 2 878 | 2 848 | 2 848 |
| Onder andere: | |||||
| Consumentendatabank | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 |
| Voedselinfecties/Voedselveiligheid(waaronder salmonella/campylobacter) | 820 | 820 | 595 | 595 | 595 |
| Implementatie EU-regelgeving productveiligheid | 550 | 550 | 1 050 | 1 050 | 1 050 |
| Dierproeven | 400 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Opdrachten | 621 | 202 | 202 | 200 | 200 |
| Bijdragen aan baten-lastendiensten | 74 001 | 72 512 | 69 552 | 63 631 | 63 631 |
| Voedsel en Warenautoriteit (VWA) | 74 001 | 72 512 | 69 552 | 63 631 | 63 631 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| Bijdrage College Toelating Bestrijdingsmiddelen | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| Totaal | 78 859 | 77 376 | 74 407 | 68 454 | 68 454 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
41.3.3 Het voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen
We willen de consument beschermen tegen gezondheidsschade als gevolg van ongevallen.
Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich te beschermen tegen risico’s die ze zelf kunnen beperken. Dat neemt niet weg dat we door gerichte voorlichting en gedragsbeïnvloeding onnodig letsel kunnen beperken.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicator:
| Prestatie-indicatoren | ||||
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen door privé-ongevallen en sportblessures daalt. | 700 000 600 000 600 000 660 000 | 2001 2004 2005 2006 | 640 000 | 610 000 (2012) |
Bron: Letsel Informatie Systeem 2001–2004 (Consument en Veiligheid) Consument en Veiligheid Bevolkingsstatistieken en- prognoses 2001, 2006, 2008(CBS)CBS - Home
Hier is het peiljaar 2012 i.p.v. 2011 opgenomen i.v.m. de tweejaarlijkse reeks peilingen.
Toelichting
De genoemde indicator omvat in deze begroting ook ongevallen in het bewegingsonderwijs. De opgegeven aantallen wijken hierdoor af van eerdergenoemde aantallen waarin bewegingsonderwijs niet was meegenomen. De doelstelling van 10 procent reductie in de periode van 2001 tot 2008, na correctie voor bevolkingsgroei, is echter ongewijzigd. De opgegeven waarde voor 2006 is de streefwaarde; de voorlopige schatting van de gerealiseerde waarde is 600 000. De definitieve gerealiseerde waarde zal in het Jaarverslag 2007 worden opgenomen.
De streefwaarde voor de lange termijn voor privé-ongevallen is gebaseerd op de doelstelling álle letsel (dus inclusief geweld, zelfverwonding en ongevallen op werk en in het verkeer) met 5% te laten dalen in 2012 ten opzichte van 2005, na demografische correctie en voor sportblessures na correctie voor sportparticipatie. Zie daarvoor onder beleidsprioriteiten, tweede bullet.
Instrumenten ter voorkoming van gezondheidsschade
• Subsidie verstrekken aan de Stichting Consument en Veiligheid (C&V)
Doel is veilig gedrag van consumenten te bevorderen. Om dit te realiseren ontwikkelt C&V maatregelen die ongevallen in de privésfeer moeten voorkomen. Ook onderzoekt de stichting het effect hiervan. Het gaat daarbij om monitoring, analyse van verzamelde data, ontwikkelen van interventiemaatregelen, uitvoeren van interventies en evaluaties van genomen maatregelen (€ 3,2 miljoen).
• Voortzetten van kosteneffectief beleid en versterken intersectorale aanpak.
Doel is een verdere daling van letsels door ongevallen, zelfverwonding en geweld in 2012 met 5%. Door middel van subsidies wordt de public health aanpak verder geïntroduceerd in de domeinen van verkeer, arbeid en geweld en worden intersectorale interventies ontwikkeld. Subsidies worden tevens ingezet voor het ondersteunen van lokaal beleid en het uitbreiden van de toepassingsmogelijkheden van registraties en monitoring (€ 1,3 miljoen).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 3 164 | 3 164 | 3 164 | 3 164 | 3 164 |
| Stichting Consument en Veiligheid | 3 164 | 3 164 | 3 164 | 3 164 | 3 164 |
| Projectsubsidies | 1 973 | 1 292 | 1 292 | 1 292 | 1 292 |
| Ondere andere: | |||||
| Voortzetting preventieactiviteiten | 1 300 | 1 292 | 1 170 | 130 | 0 |
| Opdrachten | 102 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 5 239 | 4 456 | 4 456 | 4 456 | 4 456 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
41.3.4 Minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten
We willen de gevolgen van ziekten vermijden door ziekten te voorkomen, tijdig op te sporen en complicaties tegen te gaan. De aandacht ligt hierbij op (toekomstige) grote gezondheidsproblemen die veel lijden en kosten met zich meebrengen. Met de vergrijzing neemt het aantal mensen dat leidt aan chronische ziekten verder toe. In het kader van het verbinden van curatieve zorg en preventie wordt ingezet op het voorkomen van of het verder verergeren van deze chronische ziekten. Dat doen wij door:
• Te zorgen voor een goede landelijke structuur ter bestrijding van infectieziekten, diverse activiteiten te financieren en te zorgen voor voorbereiding op grote uitbraken van ziekten;
• Het inrichten van een goede organisatie van en deelname aan vaccinatieprogramma’s;
• Het zorgen voor een goede structuur rondom de preventie van chronische ziekten; en
• Het bevorderen van een goede organisatie van en deelname aan bevolkingsonderzoeken.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| 1 Aantal opgespoorde seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s)1 | 23 500 | 2003 | > 23 500 | > 23 500 (2011) |
| 2 Percentage deelname aan | ||||
| a. griepvaccinatieprogramma2 en | 76,9% | 2005 | 75% | 75% (2011) |
| b. rijksvaccinatieprogramma(RVP) | 95% | 2005 | 95% | 95% (2011) |
| 3 Toename aantal diabetespatiënten (exclusief stijging op grond van vergrijzing en vervroegde opsporing) | 44 800 | 2005 | ≤ 20% | ≤ 20% (2011) |
| 4 Percentage deelname aan bevolkingsonderzoeken en screeningen: | ||||
| a. bevolkingsonderzoek borstkanker | 80% | 2006 | = 80% | = 80% (2011) |
| b. bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker | 65,4% | 2005 | >65,6% | >65,6% (2011) |
| c. hielprik: PKU. CHT, AGS | 99% | 2003 | 99% | 99%(2011) |
Bronnen:
1 RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding
2a Het Landelijk InformatieNetwerk Huisartsenzorg: Monitoring griepvaccinatiecampagne 2005
2b RIVMVaccinatietoestand Nederland per 1 januari 2005)
3 RIVM/Centrum Volksgezondheid Toekomst Verkenningen
4 RIVM/Centrum voor Bevolkingsonderzoek
Toelichting
1. Het aantal opgespoorde seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s, indicator 1) zal voorlopig toenemen. De reden hiervoor is dat er meer testen worden uitgevoerd en daardoor dus meer gevallen gevonden worden. Er is (nog) geen exacte opgave te geven door onderrapportage over de omvang van het aantal geslachtsziekten. (Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa): SOA samengevat- Nationaal Kompas Volksgezondheid).
2. We handhaven het deelnamepercentage voor de griepvaccinatieprogramma op 75%. Door de uitbreiding van de doelgroep is onzeker of dit percentage gehaald wordt.
3. De toename van het aantal diabetespatiënten is 70 000 per jaar, daarvan wordt 36% veroorzaakt door vergrijzing. Na deze correctie is de toename 44 800 per jaar. De streefwaarde voor 2008 is 35 800 per jaar. De inspanning van de overheid is dus om de toename van het aantal diabetes patiënten in 2008 met 9000 te verminderen inclusief de stijging ten gevolge van vroegtijdige opsporing.
Instrumenten ten behoeve van een goede structuur voor infectieziektebestrijding
• Opdrachtverlening aan het RIVM/Centrum voor infectieziektebestrijding
Doel is de coördinatie van de uitvoering op het gebied van infectieziektebestrijding en -onderzoek (€ 27,5 miljoen).
• Financiering van (gezondheidsbevorderende) instellingen die op dit terrein werken
Doel is soa en hiv in Nederland via een mix van preventiemaatregelen aan te pakken (€ 9,6 miljoen).
• Financiering van soa-centra
Hiermee maken we opsporing en behandeling en van soa laagdrempelig door het waarborgen van anonimiteit (€ 14,9 miljoen).
• Voorlichting en implementatie International Health Regulations (IHR)
Ter uitvoering van de nieuwe IHR van de WHO dient per 2008 de Nederlandse wetgeving te zijn aangepast. Doel hiervan is om internationale verspreiding van infectieziekten te voorkomen en/of te beperken. Wij vinden het tevens onze verantwoordelijkheid om de lokale uitvoering goed te informeren over de gewijzigde wet (€ 1,8 miljoen).
• Gedwongen opname Tuberculose-patiënten
Financiering van het gedwongen opnemen van TB-patiënten die weigeren een behandeling te ondergaan maar die wel besmettelijk zijn voor de omgeving, voor zover deze kosten niet ten laste van de zorgverzekering komen (maximaal € 1 miljoen).
• Bevorderen seksuele gezondheid
Om de seksuele gezondheid te bevorderen verlenen we subsidie aan diverse instellingen (€ 6,9 miljoen) en voeren we een vijfjarig programma Seks onder je 25e uit bij ZonMw (€ 0,9 miljoen).
• Aanvullende eerstelijns seksualiteitshulpverlening
In 2008 start een nieuwe structuur en financieringssystematiek voor aanvullende eerstelijns seksualiteitshulpverlening (€ 3,9 miljoen).
• Allochtonen en seksuele gezondheid
Doel is het verminderen van de problematiek bij allochtonen op het gebied van seksuele gezondheid door middel van seksuele vorming gericht op risicogroepen en preventieve interventies m.b.t. tienerzwangerschappen en seksueel geweld (€ 1,0 miljoen).
Instrumenten te behoeve van een goede organisatie van en deelname aan vaccinatieprogramma’s:
• Nationaal Programma Grieppreventie
Doel is kwetsbare groepen te beschermen tegen (de gevolgen van) verschillende infectieziekten. Op advies van de Gezondheidsraad is de leeftijd om in aanmerking te komen voor de griepvaccinatie verlaagd van 65 naar 60 jaar (€ 49,4 miljoen).
• (P) Rijksvaccinatieprogramma (RVP) uitvoeren
Doel is kwetsbare groepen te beschermen tegen (de gevolgen van) verschillende infectieziekten, zoals Hib en meningokokken C (€ 99,2 miljoen).
• Uitvoeren van het onderzoeksprogramma Infectieziektebestrijding via ZonMw
Doel is de versterking van de infrastructuur voor de infectieziekte bestrijding en onderzoek mogelijk maken om te komen tot een meer wetenschappelijk onderbouwde aanpak van preventie en bestrijding van infectieziekten (€ 1,4 miljoen).
• Opdracht verlenen aan het Nederlands Vaccin Instituut
Hiermee willen we vaccins laten leveren voor de nationale vaccinatieprogramma’s en de beschikbaarheid borgen van vaccins en antivirale middelen in het geval van calamiteiten (€ 36,9 miljoen).
Instrumenten te behoeve van een goede structuur rondom de preventie van chronische ziekten:
• Preventieprogramma uitvoeren via ZonMw
Hiermee willen we kennis over (kosten)effectieve preventie en de toepassing ervan vergroten en vernieuwende en kansrijke (kosten)effectieve preventiemogelijkheden ontwikkelen (€ 14,9 miljoen).
• Participeren in het Nationaal Programma Kankerbestrijding 2005–2010 (NPK)
Hiermee willen we de bestrijding van kanker op integrale wijze aanpakken door een combinatie van maatregelen, samen met veldorganisaties (CVZ-themasite/CVZ-professional) (€ 0,3 miljoen).
• Uitvoeren van het programma Diabeteszorg Beter (2005–2009)
Doel is goede diabeteszorg te leveren. In de toekomst verwachten we dat het aantal mensen met diabetes flink stijgt. Om goede zorg te kunnen leveren is het nodig dat de organisatie van diabeteszorg verandert (kamerstukken 22 894, nr. 50) (€ 4,1 miljoen).
• Interventiestrategieën chronische ziekten
Het aantal mensen met chronische ziekten zal in de komende jaren fors toenemen.
In 2008 worden daarom de volgende preventieve interventies (verder) ontwikkeld:
– Bewegen op recept. Deze interventie moet medisch noodzakelijke beweging stimuleren (zie artikel 46, onder de eerste OD).
– Grip op je dip. Deze interventie is bedoeld om mensen met depressieve klachten via ICT en/of in groepsverband op een laagdrempelige manier vroegtijdig te helpen om te voorkómen dat deze mensen in een depressie terecht komen (€ 3 miljoen).
– Zelfmanagement chronische ziekten. Het gaat hier om een programmatisch aanbod om chronische patiënten beter in staat te stellen hun eigen ziekte te managen (€ 3 miljoen).
In 2008 wordt bekeken of de drie hierboven genoemde interventiestrategieën met ingang van 2009 kunnen worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekeraars. Alleen doeltreffende en kosteneffectieve interventies komen eventueel in aanmerking om in het verzekerde pakket onder te brengen.
Instrumenten ten behoeve van een goede organisatie en het bevorderen van deelname aan bevolkingsonderzoeken:
• Uitvoeren van bevolkingsonderzoeken en screeningsprogramma’s
Het financieren en bewaken van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borst- en baarmoederhalskanker, screening op familiaire hypercholesterolemie en pré- en postnatale screening bij zwangeren en pasgeborenen (€ 95,6 miljoen).
• Verkennen van (kosten)effectiviteit voor grootschalig bevolkingsonderzoek darmkanker
Het doel is om te bezien of een bevolkingsonderzoek darmkanker moet worden ingevoerd (kamerstukken 22 894, nr. 85).
• Herijken van de Wet op het bevolkingsonderzoek
Hiermee willen we een goed kader beschikbaar hebben waaraan toekomstige onderwerpen voor bevolkingsonderzoeken kunnen worden getoetst. Adviezen zijn inmiddels gevraagd aan de Gezondheidsraad en de RVZ.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 9 493 | 9 493 | 9 493 | 9 493 | 9 493 |
| Instellingen op het terrein van de preventie van chronische ziekten | 1 496 | 1 496 | 1 496 | 1 496 | 1 496 |
| Instellingen die de seksuele gezondheidbevorderen | 7 129 | 7 129 | 7 129 | 7 129 | 7 129 |
| WHO Kopenhagen: Contributie IARC | 868 | 868 | 868 | 868 | 868 |
| Projectsubsidies | 10 118 | 7 858 | 6 893 | 8 106 | 8 395 |
| Preventie en bestrijding van infectieziekten | 6 506 | 6 343 | 6 378 | 7 128 | 7 417 |
| Preventie Chronische ziekten | 3 612 | 1 515 | 515 | 978 | 978 |
| Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s | 1 050 | 1 050 | 1 050 | 800 | 800 |
| ZonMw-programmering | 1 050 | 1 050 | 1 050 | 800 | 800 |
| Bijdragen aan baten-lastendiensten | 258 890 | 261 472 | 307 254 | 308 992 | 309 994 |
| RIVM: Opdrachtverlening Centra | 48 573 | 48 979 | 56 384 | 54 840 | 55 733 |
| RIVM: Uitvoering subsidieregeling Publieke Gezondheid | 163 824 | 167 117 | 171 715 | 179 781 | 179 890 |
| RIVM: Uitvoering subsidieregeling VWS-subsidies | 9 645 | 9 735 | 9 735 | 9 735 | 9 735 |
| Nederlands Vaccin Instituut (NVI) | 36 848 | 35 641 | 69 420 | 64 636 | 64 636 |
| Totaal | 279 551 | 279 873 | 324 690 | 327 391 | 328 682 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
41.3.5 Een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid
We willen bijdragen aan een goede volksgezondheid en anticiperen op (dreigende) volksgezondheidsproblemen door een goed systeem voor openbare gezondheidszorg (OGZ) te creëren en in stand te houden, evenals een keten van preventie en zorg die goed op elkaar aansluit. Wij vullen deze verantwoordelijkheid in door:
• Het bevorderen van effectieve landelijke, regionale en lokale voorzieningen van OGZ;
• Het bevorderen van goede preventie en zorg voor specifieke bevolkingsgroepen;
• Het verbeteren van de paraatheid van zorgvoorzieningen voor grootschalig optreden bij crises en rampen.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| 1. Percentage gemeenten met een nota gezondheidsbeleid niet ouder dan 4 jaar | 98% | 2005 | 99% | 100% (2011) |
| 2. Percentage GGD’en dat HKZ gecertificeerd is | 0% | 2006 | 25% | 60% (2011) |
| 3. Percentage GHOR-bureaus dat HKZ gecertificeerd is | 54% | 2006 | 100% | 100% (2011) |
| 4. Congruentie GGD’en/GHOR met veiligheidsregio’s | 68% | Medio 2007 | 75% | 100% (2011) |
Bronnen:
1 Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
2 Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector
3 Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector
4 SGBO
Toelichting 4. de territoriale congruentie van de GGD met die van de veiligheidsregio houdt in dat in een veiligheidsregio er minimaal en maximaal een GGD is. Het aantal GGD’s is dan dus maximaal 25.
Instrumenten ten behoeve van effectieve landelijke, regionale en lokale voorzieningen van OGZ
• Programma Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid uitvoeren via ZonMw
Het doel is de samenhang en samenwerking tussen wetenschap, onderwijs en praktijk te versterken. Daarvoor zijn op verschillende plaatsen in Nederland academische werkplaatsen ingericht (€ 2,6 miljoen).
• Gemeenten staan voor de collectieve preventie op lokaal niveau.
Elke vier jaar brengen gemeenten een nota lokaal gezondheidsbeleid uit. GGD’en voeren de wettelijke preventietaken van gemeenten grotendeels uit.
• Kwaliteit GGD’en
Doel is kwaliteitsborging binnen de GGD’en transparant te laten zijn. Door de HKZ certificering maken de GGD’en naar buiten toe zichtbaar dat het interne kwaliteitssysteem op orde is, en dat ze systematisch werken aan kwaliteitsverbetering en borging.
Instrumenten ter bevordering van goede preventie en zorg voor specifieke bevolkingsgroepen
• Uitvoeren van het Convenant Beleidskader Grotestedenbeleid
Hiermee willen we via activiteiten in de grote steden de sociaal-economische gezondheidsverschillen verminderen. (kamerstukken 21 062, nr. 116) (€ 5 miljoen). Zie ook artikel Maatschappelijke ondersteuning onder operationele doelstelling 44.3.1.
• Actieplan Krachtwijken
Het verminderen van gezondheidsproblemen in de aandachtswijken is opgenomen in het actieplan Krachtwijken. Daarbij gaan we via overleg gemeenten stimuleren om samen met de eerstelijnszorg en de GGD’en een programmatische aanpak voor de concrete gezondheidsproblemen in de wijk te ontwikkelen.
• Financiering van tolk- en vertaalcentrum voor gezondheidszorg
Hiermee willen we tolken en vertalers beschikbaar kunnen stellen wanneer dat nodig is (€ 10,2 miljoen).
• Financiering Pharos
Hiermee willen we de kwaliteit van zorg voor vluchtelingen borgen (€ 2,9 miljoen).
Instrumenten ten behoeve van een verbeterde paraatheid van zorgvoorzieningen voor grootschalig optreden bij crises en rampen
• De Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR)
De GHOR is een instrument van het bestuur van de veiligheidsregio op het gebied van veiligheid teneinde een doelmatige en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij zware ongevallen, rampen en crisis te bewerkstelligen. De GHOR slaat de brug tussen de veiligheidsorganisaties en de zorgketen. In de uitvoering is de GHOR onderdeel van de openbare gezondheidszorg.
• Kwaliteit GHOR bureaus
Doel is kwaliteitsborging binnen de GHOR bureaus transparant te laten zijn. Door de HKZ certificering maken de GHOR bureaus naar buiten toe zichtbaar dat het interne kwaliteitssysteem op orde is, en dat ze systematisch werken aan kwaliteitsverbetering en borging.
• Opleiden, trainen en oefenen van de gezondheidszorgsector
De zorgsector wil zich goed voorbereiden op rampen en ongevallen. Bij de samenwerking in dit kader wordt aangesloten bij ontwikkelingen in de acute zorgketens. De traumacentra spelen hierbij, ondersteund door de GHOR-bureau’s, een belangrijke rol in de coördinatie. Ten behoeve van het opleiden, trainen en oefenen in de zorg wordt vanaf 2008 vanuit de zorgfinanciering geoormerkt geld beschikbaar gesteld (€ 10 miljoen).
• Slagvaardige crisisbeheersingsorganisatie
Bij VWS is een slagvaardige crisisbeheersingsorganisatie noodzakelijk, met goede (werk)relaties naar andere departementen en de GHOR-bureau’s in de regio, maar ook naar internationale crisisbeheersingsorganisaties, bijvoorbeeld bij de WHO en EU. Van belang is deze organisatie up to date te houden (€ 0,7 miljoen).
• Opdrachtverlening aan het RIVM/Centrum voor Gezondheid en Milieu
Hiermee willen we de vereiste kennis voor de volksgezondheid bij medische milieukundige aangelegenheden en gezondheidszorgonderzoek en -advisering bij crises en rampen borgen en ontsluiten(€ 2,4 miljoen).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies (totaal) | 3 264 | 3 264 | 3 264 | 3 264 | 3 264 |
| Onder andere: | |||||
| Stichting Pharos | 2 819 | 2 819 | 2 819 | 2 819 | 2 819 |
| GGD Nederland | 366 | 366 | 366 | 366 | 366 |
| Projectsubsidies (totaal) | 8 414 | 6 242 | 4 977 | 5 065 | 5 065 |
| Onder andere: | |||||
| Algemeen en stategisch gezondheidsbeleid | 4 453 | 2 367 | 1 332 | 755 | 755 |
| Preventie en zorg voor Specifieke doelgroepen | 510 | 424 | 194 | 859 | 859 |
| Voorbereid zijn op crisis en rampen | 3 451 | 3 451 | 3 451 | 3 451 | 3 451 |
| Opdrachten (totaal) | 10 200 | 10 200 | 10 200 | 10 200 | 10 200 |
| Financiering tolk- en vertaalcentrum gezondheidszorg | 10 200 | 10 200 | 10 200 | 10 200 | 10 200 |
| Bijdragen aan agentschappen (totaal) | 12 825 | 12 787 | 12 776 | 12 776 | 12 776 |
| RIVM: Opdrachtverlening programma’s volksgezondheid | 12 825 | 12 787 | 12 776 | 12 776 | 12 776 |
| Bijdragen aan zbo’s (totaal) | 97 416 | 94 563 | 87 985 | 87 760 | 87 411 |
| ZonMw: Programmering | 97 416 | 94 563 | 87 985 | 87 760 | 87 411 |
| Totaal | 132 119 | 127 055 | 119 202 | 119 065 | 118 716 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
41.3.6 Het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek
Met deze operationele doelstelling willen we patiënten/cliënten en proefpersonen beschermen bij de voortschrijding van ontwikkelingen in de gezondheidszorg. De beleidsbrief Ethiek bevat de beleidsuitgangspunten en activiteiten van ethiek in de komende periode.
• Parlementaire behandeling van verschillende standpunten naar aanleiding van evaluaties.
Het gaat hier om evaluaties van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek, de Wet afbreking zwangerschap en de Embryowet.
• Uitvoeren van het standpunt op de evaluatie van de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (euthanasiepraktijk) (€ 0,4 miljoen)
Hiermee willen we noodzakelijk onderzoek, uitbreiding Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland, en intensieve voorlichting financieren.
• Verbeteren van abortushulpverlening.
Doel is de verbetering van hulpverlening aan ongewenst zwangere vrouwen, o.a. door het verbeteren van de opleiding van hulpverleners, het ondersteunen van de richtlijnontwikkeling abortusartsen en een onderzoeksprogramma bij ZonMw (€ 0,7 miljoen.)
• Uitvoering wetsevaluaties ethische wetgeving (€ 0,4 miljoen)
Doel is het periodiek (verplicht) evalueren van de ethische wetten en onderzoek naar het hanteren van begrippen die in diverse wetten op medisch-ethisch gebied voorkomen.
• Bijdrage aan de baten-lastendienst Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) (€ 1,2 miljoen)
Deze bijdrage is nodig voor het beheer van regionale toetsingscommissies euthanasie, die meldingen van artsen beoordelen, Het CIBG fungeert verder als aanspreekpunt voor k.i.d.-kinderen (kunstmatige inseminatie met donorzaad), ouders en artsen, die vragen hebben over het register donorgegevens kunstmatige bevruchting. Daarnaast is de bijdrage bestemd voor het beheer van de centrale deskundigencommissie Late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen om meldingen van artsen te beoordelen.
• Rijksbijdrage aan het CVZ
Hierbij leveren we een bijdrage aan de financiering van abortusklinieken (€ 10,8 miljoen).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Projectsubsidies | 2 432 | 2 250 | 2 108 | 1 843 | 843 |
| Beleid Medische Ethiek | 2 432 | 2 250 | 2 108 | 1 843 | 843 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1 214 | 1 214 | 1 214 | 1 214 | 1 214 |
| CIBG: Uitvoeringstaken Medische Ethiek | 1 214 | 1 214 | 1 214 | 1 214 | 1 214 |
| Bijdragen aan zbo’s | 10 882 | 10 882 | 10 882 | 10 882 | 10 882 |
| CVZ: Rijksbijdrage financiering abortusklinieken | 10 882 | 10 882 | 10 882 | 10 882 | 10 882 |
| Totaal | 14 528 | 14 346 | 14 204 | 13 939 | 12 939 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
41.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
| Overzicht beleidsonderzoeken | |||
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD of OD | A Start B Afgerond | |
| Beleidsdoorlichting | IBO preventie | AD | A 2006 B 2007 |
| Effectonderzoek ex post | Effectmetingen van interventies m.b.t. overgewicht | 41.3.1 | A 2006 B 2010 |
| Evaluatieonderzoek naar de effecten van de versterking geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (in samenwerking met ministerie van BZK) | 41.3.5 | A 2007 B 2008 | |
| Overig evaluatieonderzoek | Peilstationsonderzoek alcohol, drugs en roken | 41.3.1 | A 2007 B 2008 |
| Peiling uitgaansdrugs | 41.3.1 | A 2007 B 2008 | |
| Evaluatie MDFT in verband met cannabisverslaving | 41.3.1 | A 2006 B 2010 | |
| Evaluatie naar effect van campagnes voor gebruik van foliumzuur | 41.3.2 | A 2006 B 2008 | |
42.1 Algemene beleidsdoelstelling
Een goed werkend en innoverend zorgstelsel gericht op een optimale combinatie van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid voor de burger.
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
In dit artikel wordt ons beleid voor de curatieve zorg toegelicht. In lijn met het coalitieakkoord en de kabinetsbrede beleidsvisie (proloogbrief) zijn de speerpunten waar wij op inzetten: versnelling en verbetering van transparantie over de prestaties van zorgaanbieders in het algemeen en over de kwaliteit, patiëntveiligheid en het terugdringen van vermijdbare fouten en complicaties in het bijzonder. We willen bevorderen dat patiënten en cliënten invloed hebben op het inkoopbeleid van verzekeraars en de rechten van patiënten en cliënten versterken. Daarnaast hebben het verminderen van administratieve lasten en het bevorderen van innovaties en ICT die de werkdruk van de werkers in de zorg kunnen verminderen hoge prioriteit.
Ook bij bovenstaande agenda zal kostenbeheersing voortdurend aandacht blijven vragen. Wil de zorg voor de burgers van Nederland betaalbaar blijven dan is het cruciaal dat de premieontwikkeling beheerst blijft. Efficiencyverbetering, meer doelmatigheid, het kritisch doorlichten van aanspraken en een grotere verantwoordelijkheid van burgers zijn belangrijke thema’s.
We hebben deze prioriteiten ingericht naar de volgende onderwerpen: patiënt, kwaliteit, innovatie en versterking van het stelsel.
• Transparante informatieverstrekking over en door zorgverzekeraars (OD 42.3.1);
• Versterken van de positie van de consument (OD 42.3.1).
Kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van het zorgaanbod:
• Actieprogramma veilige zorg (OD 42.3.2);
• Kwaliteits- en kennisprogramma spoedzorg (OD 42.3.2);
• Arbeidsmarktbeleid (OD 42.3.2).
• ICT in de zorg (OD 42.3.2);
• Innovatie in de eerstelijnszorg (OD 42.3.2);
• Innovatie in de revalidatiesector en GGZ (OD 42.3.2);
• Stimuleringsprogramma innovatie (OD 42.3.2 – enveloppe pijler 2 innovatie; de middelen hiervoor staan gereserveerd op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën).
• Aanpak onverzekerden/wanbetalers (OD 42.3.3);
• Overheveling curatieve GGZ van de AWBZ naar de Zvw (OD 42.3.3);
• Pakketuitbreidingen (OD 42.3.3);
• Prestatiebekostiging in de ziekenhuiszorg (OD 42.3.3).
In deze kabinetsperiode is tevens een aantal ombuigingsmaatregelen noodzakelijk gebleken. Deze worden toegelicht in OD 42.3.3, onder Instrumenten voor de bekostiging/het bekostigingssysteem (uurtarief medisch specialisten, taakstelling en maatstafconcurrentie ziekenhuizen, farmaceutische zorg).
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministeriële verantwoordelijkheid
Wij zijn verantwoordelijk voor:
• Het versterken van de positie van de burger, zodat hij in staat is zijn rol als zorgconsument waar te maken;
• Het waarborgen van de randvoorwaarden voor de kwaliteit, toegankelijkheid, veiligheid en het innoverend vermogen van de gezondheidszorg;
• Een goed werkend stelsel, waarin zorgverzekeraars in staat worden gesteld een betaalbaar verzekerd pakket aan te bieden.
Burgers hebben recht op veilige, eigentijdse zorg van goede kwaliteit naar eigen keuze. Verbetering van kwaliteit vergt een goed samenspel van veel actoren: zorgprofessionals, patiënten en cliënten, zorginstellingen en zorgverzekeraars. Zij kunnen, ieder vanuit hun eigen achtergrond en kennis, aangeven hoe de zorg beter kan. Ten slotte kunnen toezichthouders bevorderen dat kwaliteitsgrenzen worden bewaakt en dat de verschillende partijen evenwichtige posities innemen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zorgen hiervoor.
Bij de algemene doelstelling van dit artikel is geen prestatie-indicator opgenomen. Het is namelijk niet mogelijk om de goede werking van het gehele stelsel van curatieve zorg in Nederland in een of enkele indicatoren samen te vatten. Het stelsel is daarvoor te omvangrijk. Voor inzicht in de werking van het gezondheidszorgstelsel evalueren wij onder andere de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet op de Zorgtoeslag. Daarnaast monitoren wij de prestaties van het stelsel met de Zorgbalans (zie hiervoor ookwww.zorgbalans.nl), het document dat eens per twee jaar verschijnt en waarin de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg worden weergegeven. In 2008 wordt de tweede Zorgbalans opgeleverd, waarmee inzicht wordt verkregen in de ontwikkeling van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en de kwaliteit van het Nederlandse zorgstelsel. Ten opzichte van de eerste Zorgbalans zal deze versie meer trendgegevens en internationale vergelijkingen bevatten en is er veel aandacht voor het verbeteren van de zeggingskracht voor het beleid.
42.2 Budgettaire gevolgen van beleid
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Verplichtingen | 5 288 134 | 5 737 240 | 6 903 315 | 7 136 177 | 7 335 497 | 7 748 463 | 8 189 609 |
| Uitgaven | 4 661 745 | 5 623 094 | 6 914 053 | 7 137 669 | 7 334 256 | 7 746 230 | 8 189 609 |
| Programma-uitgaven | 4 653 857 | 5 614 652 | 6 905 922 | 7 129 913 | 7 326 705 | 7 739 081 | 8 182 460 |
| Versterken positie burger in het zorgstelsel | 0 | 0 | 3 332 | 3 182 | 3 112 | 3 120 | 930 |
| Realisatie gewenste zorgaanbod | 241 581 | 968 289 | 1 157 929 | 1 168 905 | 1 162 571 | 1 152 340 | 1 145 159 |
| Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg | 4 412 276 | 4 646 363 | 5 744 661 | 5 957 826 | 6 161 022 | 6 583 621 | 7 036 371 |
| Apparaatsuitgaven | 7 888 | 8 442 | 8 131 | 7 756 | 7 551 | 7 149 | 7 149 |
| Ontvangsten | 70 051 | 24 507 | 46 303 | 33 466 | 37 121 | 21 627 | 6 806 |
Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| 1. Versterken positie van de burger in het zorgstelsel | 3 332 | 3 182 | 3 112 | 3 120 | 930 |
| – Juridisch verplicht | 102 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| – Niet juridisch verplicht of niet bestuurlijk gebonden | 3 230 | 3 182 | 3 112 | 3 120 | 930 |
| 2. Realisatie gewenste zorgaanbod | 1 157 929 | 1 168 905 | 1 162 571 | 1 152 340 | 1 145 159 |
| – Juridisch verplicht | 1 073 978 | 1 056 880 | 1 064 440 | 1 048 082 | 1 028 508 |
| – Bestuurlijk gebonden | 73 144 | 98 019 | 78 144 | 83 507 | 88 497 |
| – Niet juridisch verplicht of niet bestuurlijk gebonden | 10 807 | 14 006 | 19 987 | 20 751 | 28 154 |
| 3. Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijke zorg | 5 744 661 | 5 957 826 | 6 161 022 | 6 583 621 | 7 036 371 |
| – Juridisch verplicht | 5 736 655 | 5 947 932 | 6 151 883 | 6 574 715 | 7 027 965 |
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| – Niet juridisch verplicht of niet bestuurlijk gebonden | 8 006 | 9 894 | 9 139 | 8 906 | 8 406 |
Het niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden bedrag van operationele doelstelling 1 is gereserveerd voor uitgaven ten behoeve van Transparantie Curatieve Zorg en Perinatale audit.
• transparantie in de curatieve zorg: in 2012 willen we dat voor alle voorzieningen in de brede eerstelijns zorg, de tweedelijns ggz en de ziekenhuiszorg prestatie-indicatoren beschikbaar zijn, dat er een CQ-index bestaat en dat er etalage-informatie is die geschikt is voor plaatsing op onder meer KiesBeter.nl.
• Perinatale audit: voor 2008 is een reservering opgenomen voor de uitvoering van de perinatale audit en het opstellen van richtlijnen, scholingsmateriaal en voorlichtingsmateriaal om de perinatale audit te implementeren.
Het niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden bedrag van operationele doelstelling 2 is gereserveerd voor onder meer de volgende programma’s:
• Kwaliteit Patiëntveiligheid: in 2008 is een reservering opgenomen voor de uitwerking van het Actieplan Veilige Zorg, waaronder invoering van veiligheidsmanagementsystemen, campagnes patiëntveiligheid samen met de IGZ, mediactieveiligheid, onderwijs en onderozek, o.a. bij ZonMW.
• Prenatale Screening: er is een bedrag gereserveerd voor het RIVM voor de landelijke coördinatie ten behoeve van de ondersteuning van de beroepsgroepen en de regionale WBO-vergunninghouders, voor voorlichting aan het publiek. Voorts zal het instrument van registratie, monitoring en evaluatie verder worden vormgegeven.
• Wet BOPZ (voorlichting): er is geld gereserveerd voor het inrichten van een Bopz-website en het oprichten van een centraal informatiepunt Wet Bopz.
• Kwaliteit, Innovatie Patiënt ggz: in 2008 wordt een plan van aanpak voor een versnellingsprogramma kwaliteit, veiligheid en innovatie opgestart voor de (curatieve) ggz. Doel is zichtbaar maken van best practicies, delen van kennis en ervaringen, vergroten van transparantie en bevorderen van structurele verbeteringen op de thema’s patiëntveiligheid, logistiek en klantgerichtheid.
• Medicatieveiligheid: naar aanleiding van het HARM-rapport is een bedrag gereserveerd om daarin aangegeven knelpunten tegen te gaan. Een deel daarvan zal op 1 januari nog niet zijn verplicht (€ 0,3 miljoen).
• Verantwoord medicijngebruik: voor projecten en activiteiten die een bijdrage leveren aan het verbeteren van de veiligheid, kwaliteit en doelmatigheid van medicijngebruik is een bedrag gereserveerd. Een deel daarvan zal op 1 januari nog niet zijn verplicht (€ 0,4 miljoen).
Het niet-verplicht of bestuurlijk gebonden bedrag van operationele doelstelling 3 is gereserveerd voor o.a. de volgende programma’s:
• Zachte landing DBC-ggz: Op 1 januari 2008 start de DBC declaratie in de GGZ en wordt de geneeskundige ggz overgeheveld naar de Zvw. Er is budget gereserveerd voor monitoring en helpteams om instellingen en vrijgevestigden te helpen – indien nodig – bij het op gang krijgen van de declaratiestroom. Tevens krijgt de projectorganisatie opdracht zorg te dragen voor overdracht van expertise en kennis en het bijspringen in voorlichting en het opzetten van een helpdesk.
• Invoeren prestatiebekostiging ziekenhuiszorg: In 2008–2012 zullen activiteiten zoals beschreven in het coalitieakkoord worden uitgevoerd en gerealiseerd: invoering van prestatiebekostiging met integrale tarieven en uitbreiding van de vrije prijsvorming naar 20% in 2008 in de planbare ziekenhuiszorg. Tevens zullen activiteiten worden gerealiseerd ten behoeve van invoering prestatiebekostiging met integrale tarieven, op het gebied van communicatie, monitoring/onderzoek, kwaliteit en DBC’s.
Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Extramurale zorg | 3 397,5 | 3 541,2 | 3 729,8 | 3 783,3 | 3 819,2 | 3 857,0 | 3 857,0 |
| Huisartsen | 1 938,2 | 1 959,9 | 1 987,0 | 2008,9 | 2 010,8 | 2 011,4 | 2 011,4 |
| Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg | 632,2 | 658,4 | 758,6 | 758,6 | 758,6 | 758,6 | 758,6 |
| Paramedische hulp | 434,6 | 476,5 | 477,1 | 477,1 | 477,1 | 477,1 | 477,1 |
| Verloskunde en kraamzorg | 361,8 | 411,4 | 446,3 | 446,3 | 446,5 | 446,5 | 446,5 |
| Dieetadvisering | 30,7 | 30,7 | 30,7 | 30,7 | 30,7 | 30,7 | 30,7 |
| Extramurale zorgonverdeeld | 4,3 | 30,1 | 61,7 | 95,5 | 132,7 | 132,7 | |
| Ziekenhuizen, medisch specialistenen overig curatief | 15 569,8 | 15 727,1 | 15 874,7 | 16 422,9 | 16 982,3 | 17 424,0 | 17 421,1 |
| Algemene en categorale ziekenhuizen | 10 068,9 | 10 134,0 | 10 068,4 | 10 139,7 | 10 238,3 | 10 238,3 | 10 238,3 |
| Academische ziekenhuizen | 3 207,5 | 3 148,7 | 3 117,4 | 3 120,3 | 3 120,6 | 3 120,9 | 3 120,9 |
| Medisch specialisten | 1 848,5 | 1 980,2 | 1 807,5 | 1 806,2 | 1 806,5 | 1 806,6 | 1 806,6 |
| Overig curatieve zorg | 444,9 | 464,2 | 465,1 | 465,1 | 465,4 | 465,4 | 465,4 |
| Ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief onverdeeld | 416,3 | 891,6 | 1 351,5 | 1 792,8 | 1 789,9 | ||
| Ziekenvervoer | 451,2 | 491,7 | 492,1 | 497,2 | 502,4 | 508,0 | 508,0 |
| Ambulancevervoer | 348,8 | 366,9 | 362,8 | 362,9 | 362,9 | 362,9 | 362,9 |
| Overig ziekenvervoer | 102,4 | 124,8 | 125,1 | 125,1 | 125,1 | 125,1 | 125,1 |
| Ziekenvervoer onverdeeld | 4,2 | 9,2 | 14,4 | 20,0 | 20,0 | ||
| Genees- en hulpmiddelen | 5 792,2 | 6 362,9 | 6 409,6 | 6 774,0 | 7 174,7 | 7 625,8 | 7 625,7 |
| Farmaceutische hulp | 4 653,2 | 5 062,9 | 5 078,1 | 5 407,7 | 5 771,2 | 6 183,8 | 6 183,7 |
| Hulpmiddelen | 1 139,0 | 1 300,0 | 1 331,5 | 1 366,3 | 1 403,5 | 1 442,0 | 1 442,0 |
| Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg | 3 009,1 | 3 104,9 | 3 207,9 | 3 318,7 | 3 318,7 | ||
| Geneeskundige GGZ door instellingen | 2 750,1 | 2 750,1 | 2 750,1 | 2 750,1 | 2 750,1 | ||
| Geneeskundige GGZ door vrijgevestigden | 153,3 | 153,3 | 153,3 | 153,3 | 153,3 | ||
| Persoonsgebonden budgetten GGZ-Zvw | 38,7 | 38,7 | 38,7 | 38,7 | 38,7 | ||
| Geneeskundige GGZonverdeeld | 67,0 | 162,8 | 265,8 | 376,6 | 376,6 | ||
| Grensoverschrijdende zorg | 446,0 | 501,2 | 517,7 | 535,6 | 554,5 | 575,3 | 575,3 |
| Subsidies gezondheidszorg | 66,8 | 28,8 | 19,0 | ||||
| Totaal | 25 723,5 | 26 652,9 | 30 052,0 | 31 117,9 | 32 241,0 | 33 308,8 | 33 305,8 |
| Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar | 3,6% | 12,8% | 3,5% | 3,6% | 3,3% | 0,0% |
In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van gezondheidszorg. Hierin zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de eerste suppletore wet 2007 en de miljoenennota 2008 verwerkt. Voor 2007 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2008 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd. Het saldo van beschikbare middelen en maatregelen, voorzover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is per groep van sectoren opgenomen als onverdeeld.
In dit hoofdstuk is de Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) nieuw, deze is overgeheveld van artikel 43 Langdurige zorg in verband met het onderbrengen van de curatieve ggz onder de Zvw. De jeugd-ggz valt onder de inhoudelijke verantwoordelijkheid van de minister voor Jeugd & Gezin.
42.3 Operationele doelstellingen
Er zijn drie operationele doelstellingen op het gebied van gezondheidszorg:
1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;
2. Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod;
3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan.
42.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt
We willen de burger door transparante informatievoorziening, wetgeving en ondersteuningsstructuren in staat stellen te kiezen op de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar. Dit prikkelt de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars veilige, effectieve en klantgerichte zorg te leveren/in te kopen. Wij realiseren dit door in te zetten op:
• Transparante informatievoorziening voor burgers;
• Verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicator:
| Prestatie-indicatoren | ||||
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde 2011 |
| 1. Voor 80 aandoeningen kunnen burgers op kiesbeter.nl zien welke kwaliteitziekenhuizen bieden | – | – | – | 80 aandoeningen |
Bron: IGZ
Toelichting
– In verschillende andere sectoren (bijvoorbeeld huisartsen, ggz) worden nog afspraken gemaakt via stuurgroepen over het tempo waarmee en de periode waarover kwaliteit en transparantie in de betreffende sector wordt gemeten.
– Doelstelling nr. 45d uit Samen werken, samen leven «De rechten en plichten van patiënten en cliënten zijn in 2011 wettelijk vastgelegd en de informatie hierover is voor iedereen toegankelijk» is uitgewerkt onder het kopje Instrumenten voor het verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.
Instrumenten voor een transparante informatievoorziening
• Ontwikkeling indicatoren curatieve zorg (€ 1,8 miljoen)
We willen de transparantie in de eerstelijns- en tweedelijns zorg in samenwerking met het veld vergroten. Hiervoor is het noodzakelijk dat:
– per voorziening prestatie-indicatoren worden ontwikkeld om de professionele kwaliteit meetbaar te maken;
– er een consumer quality (CQ) index komt om de mening van patiënten en consumenten in kaart te brengen; en
– er een set etalage-informatie wordt ontwikkeld. In 2008 worden ook voor ketenzorg diabetes prestatie-indicatoren ontwikkeld.
• Transparantie ggz
In de curatieve ggz wordt de transparantie vergroot door de bestaande registraties te verbeteren en de prestatie-indicatoren te ontwikkelen. Onderdeel hiervan vormen de psychiatrische casusregisters waar gegevens worden samengebracht voor de totale ggz-keten (€ 0,4 miljoen).
• Informatievoorziening Wet Bopz
Op 25 mei 2007 verscheen de derde evaluatie van de «Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen» (wet Bopz). In het najaar van 2007 verschijnt de kabinetsvisie op deze evaluatie. Uit de evaluatie blijkt, evenals uit de eerste en tweede evaluatie, een onverminderde behoefte aan voorlichting over de wet en diens toepassing. Hiervoor wordt in 2008 € 0,4 miljoen uitgetrokken. Dit bedrag wordt ingezet voor het inrichten van een website, voor oprichten van een centraal informatiepunt en voor voorbereiding van nieuwe wetgeving (congres, folders etc.).
• Betrouwbare en vergelijkbare kwaliteitsinformatie
Zorgaanbieders bieden betrouwbare en vergelijkbare kwaliteitsinformatie over de zorgverlening en geven daarbij ook inzicht in de ervaringen van de consument zelf. Concrete producten hierbij zijn case-mix-correcties, databases, vergelijkend onderzoek en het ontwikkelen van CQ-index-vragenlijsten. Hiervoor is € 2,4 miljoen beschikbaar. Dit betreft zorgbreed beleid. De middelen zijn geraamd bij artikel 43, onder OD 1.
• Ontwikkeling keuze informatie zorgaanbod voor de consument
Een sterke consument vindt zijn weg in de keuzes ten aanzien van het zorgaanbod, heeft invloed op de levering van zorg door zorgaanbieders en op het inkopen van zorg door verzekeraars. Er worden bruikbare producten ontwikkeld die de consument in de praktijk in staat stellen om beter te kiezen en meer invloed uit te oefenen op de zorgverlening. Voorbeelden van deze producten zijn CQ-index-vragenlijsten en kwaliteits-informatie op het gebied van prestatie-indicatoren en presentatie hiervan opwww.kiesbeter.nl. Hiervoor is 4,2 miljoen beschikbaar. Dit betreft zorgbreed beleid. De middelen zijn geraamd bij artikel 43, onder OD 1.
• Perinatale Audit
We streven naar meer inzicht in het cijfer van de perinatale sterfte – babysterfte die plaatsvindt vanaf de 24ste week van de zwangerschap tot en met in de eerste week na de geboorte – door eenduidige registratie, actuele gegevens en onderzoek naar mogelijke doodsoorzaken (€ 1,1 miljoen).
Instrumenten ter verbetering van de rechtspositie van de burger
• Regelgeving vanuit het perspectief cliënten en patiënten
Deze kabinetsperiode worden de rechten en plichten van patiënten en cliënten wettelijk vastgelegd. Daarnaast wordt overige relevante regelgeving voor zorgaanbieders deze kabinetsperiode herijkt en ingericht vanuit het perspectief van de consument, waarmee de bij de nieuwe situatie horende rechten en plichten van consumenten en zorgaanbieders eveneens wettelijk worden verankerd en het toezicht modern en sober wordt ingericht.
• Versterken rechtspositie zorgconsument door toepassing geschilbeslechting
Geschilbeslechting biedt de consument een toegankelijk alternatief voor juridische procedures. Daardoor wordt het voor de burger makkelijker om in voorkomende gevallen zijn of haar gelijk te halen. In de gezondheidszorg wordt geschilbeslechting tot op heden enkel toegepast in de ziekenhuiszorg. Het streven is in overleg met zorgaanbieders en consumentenorganisaties te komen tot verbreding van geschilbeslechting naar andere zorgsectoren.
• Patiëntenorganisaties versterken
Organisaties van patiënten, gehandicapten en ouderen (PGO) vervullen belangrijke taken op het vlak van lotgenotencontact, belangenbehartiging en informatievoorziening. We willen de positie van deze organisaties versterken zodat zij in de nieuwe stelsels van zorg en maatschappelijke ondersteuning volwaardige gesprekspartners kunnen zijn van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere maatschappelijke organisaties. Wij stellen daarvoor bovenop de reguliere middelen (€ 28 miljoen) structureel € 10 miljoen extra beschikbaar. Tevens beogen wij met een nieuwe subsidiesystematiek beter aan te sluiten bij de diversiteit van het pgo-veld en meer samenwerking te stimuleren. Belangrijk onderdeel van deze nieuwe systematiek worden meerjarige programma’s die samenwerking stimuleren en organisaties ondersteunen bij hun ontwikkeling. Wij willen vier programma’s instellen: kwaliteit en transparantie, versterking en ondersteuning, maatschappelijke participatie en kennis, en informatie over het zorgaanbod en over de rechten en plichten van de zorgconsument. Dit betreft zorgbreed beleid. De middelen zijn geraamd bij artikel 43, onder OD 1.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Projectsubsidies | 2 332 | 2 182 | 2 112 | 2 120 | 930 |
| Perinatale registratie | 60 | ||||
| NIVEL LIPZ | 42 | ||||
| Transparantie curatieve zorg | 1 098 | 1 200 | 1 200 | 1 200 | |
| Perinatale Audit St. PRN | 1 132 | 982 | 912 | 920 | 930 |
| Opdrachten | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | |
| Transparantie curatieve zorg | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | |
| Totaal | 3 332 | 3 182 | 3 112 | 3 120 | 930 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
42.3.2 Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod
Om te zorgen dat de burger de zorg krijgt waar hij conform het verzekerde pakket recht op heeft, bevat het zorgstelsel prikkels die zorgaanbieders moeten aanzetten tot het leveren van een kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg. Een kwalitatief hoogwaardige zorg is veilig en toegankelijk. Om het zorgaanbod, ook op de langere termijn, aan te laten sluiten op de behoefte van de burger en op de demografische en technologische ontwikkelingen, vinden wij het beschikbaar krijgen van nieuwe en het verbeteren van bestaande medische producten en processen via innovatie noodzakelijk. Daarnaast kan innovatie van zorg leiden tot een verbetering van de arbeidsproductiviteit, waardoor werkers in de zorg meer tijd kunnen besteden aan de patiënt.
Hiervoor zetten wij in op:
• De kwaliteit van het zorgaanbod;
• De veiligheid van het zorgaanbod;
• De toegankelijkheid van het zorgaanbod;
• De innovatie van de zorg.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde 2011 |
| 1. Percentage ziekenhuizen dat werkt met een veiligheidsmanagementsysteem (VMS) | – | – | 100% | 100% |
| 2. Vermijdbare schade in ziekenhuizen | – | – | – | 50% daling |
| 3. Percentage ambulances dat binnen 15 minuten ter plaatse is bij spoed/levensbedreigende situaties | 91% | 2006 | 95% | 95% |
| 4. Gemiddelde responstijd van ambulances bij spoedeisende en/of levensbedreigende situaties | 10 min. | 2006 | ≤15 minuten | ≤15 minuten |
| 5. Percentage bevolking dat binnen 45 minuten een SEH afdeling kan bereiken Bron: RIVM | 98,8% | 2005 | 98,8% | 98,8% |
| 6. Percentage burgers dat binnen drie weken een afspraak heeft bij een ziekenhuis | 63% | eind 2006 | 80% | 80% |
| 7. Aantal donoren (exclusief levende nierdonoren) | 200 | 2006 | 250 | >250 |
| 8. Percentage huisartsenposten aangesloten op het Landelijk Schakelpunt (LSP) | 1 huisartsenpost | 1 juni 2007 | 100% | 100% (2009) |
| 9. Percentage huisartsenpraktijken aangesloten op het LSP | 5 huisartsenpraktijken | 1 juni 2007 | Circa 50% | 100% (2009) |
| 10. Percentage ziekenhuizen aangesloten op het LSP | 0 | 1 juni 2007 | Circa 50% | 100% (2009) |
| 11. Percentage apothekers aangesloten op het LSP | 0 | 1 juni 2007 | 50% to 75% | 100% (2009) |
Bronnen:
1. en 2. IGZ
3. en 4. Ambulancezorg Nederland (AZN)
5. RIVM
6. DBC Informatie Systeem (DIS)
7. Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)
8 t/m 11. Voortgangsrapportage ICT inzake de invoering van het Ekektronisch Patiënten Dossier (EPD) (Kamerstukken 27 529, nr. 29)
Toelichting:
3. Als landelijke norm geldt dat 95% van de ambulances binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn.
4. De Nederlandse capaciteitsberekening voor ambulancezorg gaat ervan uit dat een ambulance gemiddeld genomen binnen 15 minuten na een melding ter plaatse is. Dit resulteert in een planningsnorm die er naar streeft dat 95% van alle spoedritten binnen 15 minuten aanwezig is.
6. Bij deze indicator wordt uitgegaan van de wachttijd voor poliklinieken. De Treeknorm hiervoor is dat 80% binnen drie weken in het ziekenhuis wordt geholpen (polikliniek)
Instrumenten ter verbetering van de kwaliteit van het aanbod
• Kwaliteits- en kennisprogramma spoedzorg
Het kwaliteits- en kennisprogramma spoedzorg heeft als doel het verbeteren van de kwaliteit, veiligheid, doelmatigheid en patiëntgerichtheid van de (regionale) acute ketenzorg. Hierbij staan de drie functies van acute ketenzorg, toegang, behandeling en vervoer, centraal. (€ 1 miljoen).
• (P) MICU transport
We geven een impuls aan de kwaliteit van het interklinisch transport van Intensive Care-patiënten met de financiering van MICU-transporten (Mobile Intensive Care Unit) (€ 3 miljoen).
• Palliatieve zorg
Op basis van het coalitieakkoord wordt in 2008 het plan van aanpak palliatieve zorg uitgewerkt. Dit plan is in samenwerking met betrokken veldpartijen opgesteld en wordt het najaar van 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd. Vanuit de invalshoeken inhoud, kwaliteit en organisatie van de zorg worden verbeteringen in gang gezet, daarbij ondersteund door onderzoek en ontwikkeling.
Instrumenten ten behoeve van een veilig aanbod
• Programma veilige zorg
Wij investeren de komende periode meer in patiëntveiligheid. Op 6 juli 2007 is het programma veilige zorg, deel I, aangeboden aan de Tweede Kamer (bijlage 1 bij kamerstukken 28 439, nr. 98). We spannen ons in om het onderwerp hoog op de agenda te zetten van professionals en bestuurders in de zorg, van verzekeraars en van patiënten. Samen met veldpartijen werken we het Actieprogramma Veilige Zorg uit. Het programma bestaat uit een aantal pijlers voor de ziekenhuissector, en uit de invoering van veiligheidsmanagementsystemen (VMS), gerichte campagnes op inhoudelijke thema’s, medicatieveiligheid, onderwijs en onderzoek (€ 4 miljoen). De overige sectoren komen later aan bod. Voor wat betreft de ziekenhuissector is het doel dat alle ziekenhuisinstellingen in 2008 een VMS hebben ingevoerd. Het is onze ambitie in de ziekenhuiszorg de vermijdbare schade in de periode 2008–2011 te halveren.
• Medicatieveiligheid
Zoals hierboven vermeld, is in juli 2007 het programma veilige zorg aan u aangeboden. In dit programma is een plan van aanpak neergelegd om medicatieveiligheid te verbeteren, in reactie op de motie Voordewind. Een van de voorgestelde maatregelen betreft het standaard invoeren van een opname- en ontslaggesprek met de patiënt over gebruikte en te gebruiken geneesmiddelen in de ziekenhuizen, het stimuleren van een periodieke beoordeling van de medicatie (medication review) van de oudere patiënt en het onderzoeken op welke wijze een model voor (medicatie)fouten in de eerstelijnszorg kan worden ontwikkeld en uitgerold. Met betrekking tot een vijftal specifieke risicovolle geneesmiddelengroepen zal een expertgroep ons in het najaar nader adviseren over concrete verbetermogelijkheden op de korte termijn.
• Reclamebeleid geneesmiddelen
Medio 2008 wordt de evaluatie van het Reclamebesluit Geneesmiddelen verwacht. De uitkomst van de evaluatie kan leiden tot wijzigingen in het beleid en/of de wet- en regelgeving.
Instrumenten voor een toegankelijk aanbod
• Arbeidsmarktbeleid Zorg en Welzijn
Om ervoor te zorgen dat er nu en in de toekomst voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is voor de zorgsector is het noodzakelijk dat er maatregelen worden genomen op verschillende terreinen. Voor het bereiken van een positieve kentering worden in de jaren 2008 tot en met 2011 extra middelen beschikbaar gesteld (€ 14,9 miljoen in 2008 oplopend tot € 19,7 miljoen in 2011).
In overleg met het zorgveld wordt toegewerkt naar een actieplan met concrete maatregelen. Deze maatregelen zijn onder te verdelen in drie thema’s te weten: het vergroten van de instroom in opleiding en beroep, de verbetering van de organisatie van personele inzet en het verminderen van de uitstroom/het behoud van medewerkers. Concrete maatregelen op dit terrein kunnen zijn: het aanbieden van scholings- en begeleidingstrajecten, maatregelen gericht op de kwaliteit en beschikbaarheid van stageplaatsen, maatregelen gericht op het vergroten van de arbeidsparticipatie van specifieke doelgroepen, het vergroten van de arbeidsproductiviteit en het innovatieve vermogen van instellingen, taakherschikking en functiedifferentiatie, het vergroten van de deeltijdfactor, het terugdringen van administratieve lasten, leeftijdsbewust personeelsbeleid en maatregelen gericht op het vergroten van de carrièremogelijkheden.
• Monitoren arbeidsmarkt zorg
Wij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en toegankelijkheid van het zorgaanbod en zijn daarom alert op de korte- en lange termijn ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Wij hebben hiervoor behoefte aan regelmatig geactualiseerde cijfers over de arbeidsmarkt in zorg en welzijn. Het meerjarige onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn komt hieraan tegemoet. Dit zorgbrede onderzoeksprogramma wordt betaald door het ministerie van VWS, het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en sociale partners in zorg en welzijn (€ 0,5 miljoen).
• Wijk/buurtgerichte Eerstelijnszorg
Met wijk/buurtgericht werken kunnen zorg en voorzieningen beter worden afgestemd op de behoeftes van de lokale populatie. Wij zullen nauwere banden stimuleren tussen curatieve eerstelijnszorg (huisarts, verloskundigen, apotheker, fysiotherapie ed.), AWBZ-zorg, centra voor jeugd en gezin, en loketten voor Wmo.
• Jeugd geestelijke gezondheidszorg
Samen met de Minister voor jeugd en Gezin blijven we het nieuwe aanbod en de belangrijke knelpunten in de jeugd ggz, zoals de wachtlijsten en de orthopsychiatrie, monitoren (€ 0,3 miljoen).
• Heroriëntatie hulpmiddelen
Een project dat de toegankelijkheid wil verbeteren van de verschillende regelingen waaruit de burger een hulpmiddel kan krijgen (Zvw, AWBZ, Wmo, WIA). In 2007 is een interactief proces opgezet waaraan hulpmiddelengebruikers en vrijwel alle relevante veldpartijen, patiëntenverenigingen en koepels meewerken. Het cliëntperspectief staat hierin centraal. Het doel is te komen tot een beleidsvoorstel met verbetermaatregelen. De op korte termijn meest haalbare maatregelen worden zoveel mogelijk in 2008 opgepakt en uitgevoerd. Eventuele meer fundamentelere maatregelen zullen in 2009 tot uitvoering komen.
• Orgaandonatie
NIGZ-donorvoorlichting krijgt een subsidie voor het geven van publieksvoorlichting over orgaandonatie om op die manier de bewustwording en het aantal registraties te verhogen. De Nederlandse Transplantatie Stichting ontvangt subsidie voor het optimaliseren van de donorwerving in ziekenhuizen, zodat het donorpotentieel zo goed mogelijk wordt benut. Het CIBG krijgt financiering voor het beheren van het Donorregister, waar de burger zijn keuze omtrent donorschap kan later registreren. De totale kosten hiervan zijn € 5 miljoen.
We hebben reeds toegezegd met een vervolgplan voor orgaandonatie te komen. Dat plan wordt opgesteld in samenwerking met het veld, verenigd in de Coördinatiegroep Orgaandonatie. In dat plan worden activiteiten voor 2008 en verder beschreven.
• Capaciteit, opleidingen- en beroepenstructuur optimaliseren
Met het opleidingsfonds is vanaf 1 januari 2007 een nieuwe financiering voor de zorgopleidingen ingevoerd. Met ingang van 1 januari 2008 wordt de nieuwe financiering ook voor de zogenaamde 2e tranche zorgopleidingen ingevoerd. Op verzoek van de sector en het College Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg (CBOG) is echter de opneming van verpleegkundige en medische ondersteunende beroepen naar een later tijdstip verschoven. Voor 2008 is met het opleidingsfonds, inclusief de huisartsenopleiding, een bedrag van € 870 miljoen gemoeid. Om met het opleidingsfonds te komen tot een moderne en samenhangende besturingsstructuur vervult het CBOG de volgende taken: het ramen van de opleidingsplaatsen, het doen van voorstellen aan de minister voor toewijzing van opleidingsplaatsen en het ontwikkelen en/of implementeren van voorstellen voor de innovatie van beroepen en opleidingen.
• Doelmatig geneesmiddelengebruik
In een projectmatige aanpak zijn diverse maatregelen in gang gezet om de doelmatigheid te bevorderen op het terrein van het voorschrijven, afleveren en gebruiken van geneesmiddelen. In 2007 zal een aantal van deze maatregelen aflopen en in 2008 zal het effect ervan worden geëvalueerd door het Nivel. Daarnaast wordt DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik, gesubsidieerd om in het veld de doelmatigheid en de kwaliteit van geneesmiddelengebruik te bevorderen. In totaal is hiervoor in 2008 € 2,1 miljoen beschikbaar.
Daarnaast vinden ook in 2008 in diverse ziekenhuizen pilots plaats waarbij, om doelmatig gebruik van geneesmiddelen te bevorderen, poliklinische geneesmiddelen in DBCs opgenomen worden. Deze pilots moeten inzicht geven in de vraag of het mogelijk en wenselijk is poliklinische geneesmiddelen te incorporeren in het DBC systeem.
• Nurse practitioner (NP) en Physician assistant (PA)
We hebben besloten om vanaf 1 september 2007 structureel financiële middelen te reserveren voor een jaarlijkse instroom van 325 eerstejaarsstudenten in de opleidingen PA en NP (€ 17 miljoen). Uit onderzoek blijkt dat deze vormen van taakherschikking leiden tot aanzienlijke kwaliteitswinst, in termen van toegankelijkheid, kortere wachttijden en betere begeleiding. Daarnaast blijkt uit onderzoek van de HBO-raad dat de arbeidsmarkt voor de PA en NP zich gunstig ontwikkelt. Wij hebben per brief d.d. 1 mei 2007 dan ook gemeld, dat indien de behoefte daartoe zou blijken wij zullen overwegen met ingang van het studiejaar 2008/2009 een stijging van 325 naar 400 plaatsen te realiseren (hiervoor is in 2008 een bedrag van maximaal € 0,5 miljoen gereserveerd).
• ICT in de zorg ontwikkelen en implementeren
Doel is de kwaliteit in de zorg te verbeteren. Dat willen we bereiken door ICT in de zorg te ontwikkelen en te implementeren. Hierbij gaat het om het landelijk werkend Elektronisch Medicatiedossier (EMD), beschikbaarheid van de waarneeminformatie van huisartsen en elektronische afhandeling van het declaratieverkeer. In 2008 richt het ICT beleid zich op de invoering van het burgerservicenummer in de zorg, de landelijke uitrol van het Waarneemdossier Huisartsen (WDH) en van het EMD zodat invoering van beide onderdelen in 2009 een feit is. Daarnaast wordt verder gewerkt aan nieuwe toepassingen, zoals de uitbreiding van het EMD met bijvoorbeeld informatie over contra-indicaties, het dossier spoedeisende hulp en het diabetesdossier. Verder worden in 2008 de applicaties getoetst waarmee de patiënt toegang krijgt tot het eigen elektronisch patiëntendossier (zie ook voortgangsrapportage ICT en EPDkamerstukken 27 529, nr. 29).
• Innovatie in de eerste lijn
In het Landelijk Overleg Versterking Eerstelijnszorg (LOVE) werken wij samen met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) aan het innovatieprogramma «De nieuwe praktijk». Door goede voorbeelden uit te dragen, ervaringen uit te wisselen en het ondersteunen van pilot-projecten, worden huisartsen bijgestaan bij het doorvoeren van vernieuwingen (€ 0,9 miljoen).
• (P) Praktijkondersteuner
Per 1 januari 2008 wordt de functie praktijkondersteuner huisartsenzorg ggz (poh ggz) geïntroduceerd. Deze functie richt zich op het ondersteunen van huisartsen bij de zorg aan mensen met psychische problemen en is een middel om een sterkere en meer samenhangende eerstelijns ggz te realiseren (€ 38,2 miljoen).
• Innovatie in de ggz en revalidatiesector
Een versnellingsprogramma voor kwaliteit, veiligheid en innovatie in de curatieve ggz heeft als doel het zichtbaar maken, implementeren, verspreiden en borgen van best practices. Hierbij vergroten we de transparantie en doen we structurele verbeteringen op de thema’s patiëntveiligheid, logistiek en klantgerichtheid. Verder wordt de preventie en behandeling van suicidaal gedrag versterkt. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid voor het introduceren van een kwaliteitsinstrument voor e-mental health (€ 0,3 miljoen). De revalidatiesector start in 2008 met een op het Sneller Beter programma geïnspireerd project, waar ambitieuze doelstellingen voor verbetering van patiëntenlogistiek (instroom en doorstroom) en patiëntveiligheid gerealiseerd gaan worden en waarbij deze innovatiekracht in de organisatie blijvend geborgd wordt (€ 0,3 miljoen).
• Stimuleringsprogramma innovatie
De uitdagingen voor de toekomst van de zorg zijn niet gering. De vraag naar zorg neemt onverminderd toe terwijl bovendien de aard van de zorgvraag verandert. Ook wijzigen de eisen die de samenleving stelt aan de zorg. Daarom is innovatie belangrijk. Medische innovaties in diagnose en behandeling dragen bij aan genezing en maken zelfs voorheen levensbedreigende ziektes chronisch. Daarnaast wordt gewerkt aan het vinden (en toepassen) van nieuwe organisatiemodellen om de zorg aan kwaliteit en doelmatigheid te laten winnen. Een aanpalend terrein is dat van de arbeidsproductiviteit. Aangezien een van de grootste uitdagingen voor de komende periode voor de zorg is om over voldoende menskracht te beschikken, is innoveren van werkprocessen van groot belang zodat met minder menskracht meer werk gedaan kan worden. Voor veel innovaties is informatie- en communicatietechnologie (ICT) een voorname voorwaarde. Om de innovatie in preventie en zorg (cure en care) te versterken zal een Innovatieplatform voor de zorg worden opgericht en zal al in 2007 een preventie- en zorgbreed innovatieprogramma van start gaan.
Of het nu gaat om preventie, cure of care, innoveren gaat in drie stappen. De eerste stap is die van het nieuwe idee. Door te dromen over een betere diagnose en andere manieren om een zorgvrager te helpen of om de doelmatigheid te vergroten ontstaan nieuwe ideeën. De droom moet worden doordacht, aangevuld, versterkt, praktisch toepasbaar gemaakt. De derde stap is die van de feitelijke invoering (doen), niet bij een enkele aanbieder, maar breed zodat alle burgers/patiënten/cliënten kunnen profiteren. Op elk van deze stappen zullen activiteiten plaatsvinden. Ten behoeve van het «dromen» zullen bijvoorbeeld ontmoetingsplaatsen worden gecreëerd om nieuwe ideeën tot stand te brengen. Voor wat betreft het «denken» gaat het onder meer om het richten van Research & Development op maatschappelijke prioriteiten. Bij «denken» zal de brede invoering van innovaties worden bevorderd door deze meer transparant te maken. De middelen voor het Stimuleringsprogramma staan gereserveerd op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/structurele subsidies | 924 811 | 931 370 | 940 470 | 942 470 | 942 470 |
| Onder andere: | |||||
| Opleidingsfonds, inclusief huisartsenopleiding | 870 003 | 875 952 | 885 602 | 886 702 | 884 602 |
| Opleidingen verloskunde | 15 672 | 15 672 | 15 672 | 15 672 | 15 672 |
| CBOG | 1 376 | 1 376 | 1 376 | 1 376 | 1 376 |
| Ramingen capaciteitsorgaan | 1 112 | 1 112 | 1 112 | 1 112 | 1 112 |
| Nictiz | 11 318 | 11 318 | 11 318 | 11 318 | 11 318 |
| Donorvoorlichting | 1 728 | 1 728 | 1 728 | 1 728 | 1 728 |
| Donorwerving | 3 301 | 3 301 | 3 301 | 3 301 | 3 301 |
| Normalisatie medische hulpmiddelen | 113 | 113 | 113 | 113 | 113 |
| Doelmatige GeneesmiddelenVoorziening | 2 232 | 2 232 | 2 232 | 2 232 | 2 232 |
| Projectsubsidies | 109 092 | 111 582 | 98 073 | 87 126 | 93 648 |
| Onder andere: | |||||
| Arbeidsmarktbeleid | 15 116 | 15 305 | 21 637 | 21 202 | 26 269 |
| Innovatie en ICT | 20 769 | 31 355 | 18 940 | 21 828 | 24 328 |
| Opleiding PA/NP | 9 100 | 15 925 | 17 062 | 17 062 | 17 062 |
| Uibreiding opleiding PA/NP | 525 | 2 100 | 3 675 | 3 938 | 3 938 |
| Verpleegkundigen en verzorgenden | 2 332 | ||||
| Modernisering eerste lijn (LAK) | 30 | ||||
| Subs St. Ex6 | 100 | ||||
| KwaliteitPatiëntveiligheid | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 |
| WBMV | 280 | 50 | |||
| Topinstitute Pharma | 34 433 | 30 388 | 30 135 | 19 501 | |
| Bsik-projecten | 7 920 | 4 680 | 2 340 | ||
| Uitnameteams orgaandonatie | 563 | ||||
| Medical priority devices | 245 | ||||
| Transplantatie bij leven | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 |
| Masterplan Trimbos Instituut | 343 | 343 | 343 | 343 | 343 |
| Trimbos inst.: Monitor ouderen | 259 | 259 | 259 | 259 | 259 |
| Prenatale Screening | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 |
| Opdrachten | 25 084 | 24 073 | 37 246 | 36 268 | 23 015 |
| Onder andere: | |||||
| Innovatie en ICT | 10 385 | 15 678 | 9 470 | 10 914 | 12 164 |
| ggz informatiebeleid | 339 | 483 | 512 | 512 | 512 |
| Actieprogramma veiligheid en logistiek intramuraal | 510 | 650 | |||
| Wet BOPZ door veldpartijen | 405 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| K.I.P. ggz | 350 | 820 | 820 | 250 | |
| Jeugdggz | 310 | 310 | 160 | 60 | 60 |
| KwaliteitPatiëntveiligheid | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 |
| Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s | 71 807 | 73 276 | 65 727 | 65 574 | 65 124 |
| Onder andere: | |||||
| Koppelingsfonds/CVZ | 44 222 | 44 222 | 44 222 | 44 222 | 44 222 |
| Stuurgroep weesgeneesmiddelen / ZonMw | 450 | 450 | 450 | 450 | |
| Bijdragen aan baten-lastendiensten | 27 135 | 28 604 | 21 055 | 20 902 | 20 902 |
| Bijdrage aan agentschap CIBG | 27 135 | 28 604 | 21 055 | 20 902 | 20 902 |
| Totaal | 1 157 929 | 1 168 905 | 1 162 571 | 1 152 340 | 1 145 159 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
42.3.3 Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan
Zorgverzekeraars concurreren om de gunst van de verzekerden door polissen aan te bieden met een goede prijs-kwaliteitsverhouding. Dit realiseren zij door scherp en prestatiegericht zorg in te kopen bij zorgaanbieders.
Ons beleid is gericht op:
• Een goed werkend stelsel;
• Een pakket van verzekerde aanspraken;
• Een op het stelsel aansluitend bekostigingssysteem.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| 1. Beheerste ontwikkeling gemiddelde nominale premie Zvw in euro’s | 1 103 | 2007 | 1 057 | n.v.t. |
| 2. Beheerste ontwikkeling bruto schadelast | € 26,7 miljard | 2007 | < € 30,1 miljard | € 33,3 miljard |
| 3. Aantal onverzekerden | 241 000 | 2006 | < 250 000 | 200 000 |
Bronnen:
1. MEV 2007
2. CVZ
3. CBS
Toelichting:
De indicator gemiddelde nominale premie is een afgeleide van de ontwikkeling van de schadelast van verzekeraars, zoals geraamd als actuele stand voor de ontwerpbegroting 2007
Instrumenten voor een goede werking van het stelsel
• Monitoren Zorgverzekeringswet (Zvw)
Wij volgen de ontwikkelingen met betrekking tot de zorgverzekeringsmarkt op de voet. In juni 2007 heeft de NZa in de monitor het oordeel gegeven dat de Zvw in het algemeen goed werkt en dat dit positieve oordeel over 2006 kan worden doorgetrokken naar 2007. Ook andere bronnen geven geen aanleiding tot belangrijke bijsturing. De NZa zet zich in om het voor verzekeringsplichtigen gemakkelijker te maken zorgverzerkeringen goed met elkaar te kunnen vergelijken.
• Onverzekerden
Het aantal onverzekerden is door het CBS geschat op 241 000. Dit is de stand van zaken van 31 december 2006. Dat aantal is lager dan het aantal onverzekerden ten tijde van de Ziekenfondswet. Doelstelling is het aantal nog verder omlaag te brengen. Dit geschiedt langs verschillende wegen. De voorlichting aan specifieke groepen onverzekerden wordt geïntensiveerd en er wordt onderzocht of door middel van bestandsvergelijking onverzekerde verzekeringsplichtigen kunnen worden getraceerd en door middel van nader te treffen maatregelen tot het afsluiten van een verzekering kunnen worden gebracht.
• Wanbetalers
Het aantal wanbetalers is door het CBS geschat op 190 000. Dit is de stand van 31 december 2006 volgens opgave van de verzekeraars. Het gaat om mensen met een basisverzekering die minimaal zes maanden geen premie hebben betaald. Dit aantal is lager dan het eerder door zorgverzekeraars gerapporteerde aantal van 240 000. Er wordt een aantal maatregelen getroffen om tegen te gaan dat mensen de verschuldigde premie niet betalen en als gevolg daarvan onverzekerd raken. Er is al sprake van het uitvoeren van een verzwaard incassoregime. Daarnaast ligt er een wetsvoorstel in de Eerste Kamer die regelt dat een wanbetaler zijn verzekering niet kan opzeggen. Ten slotte is de mogelijkheid van een bronheffing voor de nominale premie in onderzoek.
• Financieren van medisch noodzakelijke zorg aan illegalen
Voor de compensatie van bovenmatige kosten voor eerstelijnszorgverleners stelt VWS jaarlijks € 7 miljoen beschikbaar aan de Stichting Koppeling. Het is de bedoeling hiermee knelpunten in de gezondheidszorg aan illegalen op te lossen en te voorkomen. Voorts zijn we op grond van een rechterlijke uitspraak aansprakelijk voor de vergoeding van zorg samenhangend met de wet BOPZ die is verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen. Daarvoor is vanaf 2008 structureel € 15 miljoen begroot. Een wetsvoorstel is in voorbereiding dat regelt dat zorgaanbieders ingeval zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen, in aanmerking kunnen komen voor compensatie uit collectieve middelen onder door de wet aangegeven voorwaarden. Er wordt naar gestreefd de nieuwe regeling op 1 januari 2008 in werking te laten treden. Na de stroomlijning zullen de hierboven genoemde bedragen jaarlijks beschikbaar gesteld worden voor eerstelijnszorg en AWBZ-zorg in de nieuwe regeling. Ook ziekenhuizen zullen na de stroomlijning een vergoeding voor de kosten van zorg aan illegalen via het CVZ kunnen ontvangen, waardoor er minder oninbare vorderingen zullen resteren. Hiervoor wordt een structureel bedrag van € 22 miljoen beschikbaar gesteld.
• Vaststellen verdragsbijdrage voor verdragsgerechtigden
Op basis van gegevens van het CVZ wordt per land (waar de verdragsgerechtigden wonen) de woonlandfactor vastgesteld. De woonlandfactor vormt de basis voor het vaststellen van de verdragsbijdrage die verdragsgerechtigden verschuldigd zijn voor hun aanspraak op zorg. De zorg wordt overeenkomstig internationale regelgeving ten laste van Nederland verleend.
• Bestrijden van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik door verzekerden
Zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de bestrijding van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik door verzekerden. Onderzoek naar fraude door zorgaanbieders wordt op 1 oktober 2007 overgeheveld van de FIOD-ECD naar de NZa. Zonodig kan, bijvoorbeeld naar aanleiding van onvoorziene ontwikkelingen, naast de bestaande toezichtstructuur extra fraudeonderzoek worden verricht op risicogebieden.
• Uitvoering zorgtoeslag
Ook in 2008 betaalt de Belastingdienst als tegemoetkoming in de kosten van de nominale premie de zorgtoeslag uit aan alle burgers die daar recht op hebben (€ 3,6 miljard). Met de zorgtoeslag wordt bewerkstelligd dat niemand een groter dan aanvaardbaar deel van zijn inkomen aan de premie voor de Zvw betaalt. In 2008 vindt geen betaling van zorgtoeslag meer plaats aan verzekerden die een betalingsachterstand van meer dan zes maandpremies bij hun zorgverzekeraar hebben opgebouwd. Deze bespaarde zorgtoeslag wordt gestort in het Zorgverzekeringsfonds. Uit het Zorgverzekeringsfonds worden zorgverzekeraars gecompenseerd voor gederfde premie-inkomsten veroorzaakt door wanbetaling.
• Risicoverevening
Het systeem van risicoverevening moet jaarlijks worden aangepast aan de gewijzigde omstandigheden in de zorg, daarnaast worden er jaarlijks verbeteringen aangebracht. Om de noodzakelijke/gewenste aanpassingen mogelijk te maken wordt elk jaar een onderzoeksprogramma uitgevoerd. Een onderdeel van dit programma vormt een evaluatie van de werking van het verdeelmodel (stabiliteit). De mate van risicodragendheid voor verzekeraars zal in de komende jaren vergroot worden door een geleidelijke afbouw van de ex post compensatie mechanismen.
• Maatschappelijke Verantwoording
Vanaf 2008 zijn alle zorginstellingen (cure en care) verplicht om via het Jaardocument zorg verantwoording af te leggen over het voorgaande jaar. Het jaardocument bundelt de verplichte jaarlijkse gegevensstromen zoals het jaarverslag, de jaarrekening, het kwaliteitsjaarverslag, het klachtjaarverslag en het sociaal jaarverslag. In het verlengde van dit traject zal worden gekeken hoe de informatie-uitvraag tussen VWS, toezichthouders en zorg-zbo’s nog beter is af te stemmen, zodat een dubbele uitvraag wordt vermeden. Het jaardocument (exclusief jaarrekening) zorgt voor een reductie in administratieve lasten voor de ziekenhuizen van 39%.
• (P) Afstemmen informatie uitvraag
Bij het opstellen van de werkprogramma’s van VWS, Toezichthouders en zorg-zbo’s wordt de informatie uitvraag afgestemd en wordt waar mogelijk de informatie gedeeld, waardoor dubbele uitvraag wordt vermeden. De loketfunctie die is ingericht voor het jaardocument maatschappelijke verantwoording zal verder worden uitgebreid. De websitewww.zorggegevens.nlhelpt als wegwijzer naar bestaande registraties en brengt overlappende verzamelingen in beeld. In 2008 wordt actief gestuurd op verantwoording over het gebruik van de aan het veld gevraagde informatie.
Instrumenten op het terrein van het verzekerd pakket
• Vervanging no-claim teruggave door verplicht eigen risico
Overeenkomstig de afspraak in het coalitieakkoord wordt de no-claimteruggave in de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2008 vervangen door een verplicht eigen risico. Bepaalde groepen verzekerden met meerjarige onvermijdbare zorgkosten worden gecompenseerd voor het verplichte eigen risico. Het wetsvoorstel om deze wijziging door te voeren is in juni ingediend bij de Tweede Kamer.
• (P) Overheveling ggz
De curatieve ggz wordt met ingang van 1 januari 2008 onderdeel van het verzekerd pakket van de Zvw. De langdurige intramurale ggz en de niet-curatieve ggz blijven onderdeel van de AWBZ. Voor het Zvw-deel van de ggz zijn DBCs ontwikkeld als bekostigingssysteem, de overige ggz maakt gebruik van de AWBZ breed in te voeren zorgzwaartepakketten.
• Evaluatie pakket
Het CVZ heeft in maart 2007 zijn eerste pakketadvies uitgebracht gericht op een passend en duidelijk pakket. Omdat de doorlichting van het pakket een doorlopend proces is, zal het CVZ in beginsel jaarlijks een pakketadvies opstellen. Begin 2008 zal het CVZ zijn volgende pakketadvies uitbrengen. In het Pakketadvies 2007 komt het CVZ tot enkele in- en uitstroom adviezen. Naar aanleiding van het advies worden de volgende pakketmaatregelen per 1 januari 2009 genomen: schrappen van de vergoeding van intracaverneus fentolamine/papaverine (middel ter behandeling van erectiestoornissen) en beperking van de vergoeding van benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen) (kamerstukken 30 300 XVI, nr. 168). Op basis van aanvullend onderzoek van het CVZ zal worden bezien hoe deze maatregel het best kan worden ingevoerd.
• Preventie
Op 16 juli heeft het CVZ het rapport «Van preventie verzekerd» vastgesteld. In dat rapport wordt verduidelijkt hoe preventieve zorg zich verhoudt tot de Zvw en AWBZ. De hoofdboodschap is dat individuele preventieve zorg in aanleg onder de dekking van de zorgverzekering valt. Het gaat daarbij zowel om preventieve zorg voor mensen bij wie ziekte al is vastgesteld alswel om mensen die nog niet ziek zijn maar een verhoogd risico lopen ziek te worden. Enerzijds wordt deze ruimte binnen de Zvw/AWBZ in de praktijk nog onvoldoende benut door zorgverleners, anderzijds komen niet alle preventieve interventies voor vergoeding in aanmerking omdat ze niet beantwoorden aan de eis van voldoende werkzaamheid op basis van stand van de medische wetenschap. Het CVZ gaat met vervolgrapportages komen om aan de hand van de vijf speerpunten uit de Preventienota 2006 (roken, overgewicht, schadelijk alcoholgebruik, diabetes en depressie) de (kosten)effectiviteit van preventieve zorg nog eens nader onder de loep te nemen. In 2008 wordt bekeken of deze interventiestrategieën met ingang van 2009 kunnen worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekeraars. Alleen doeltreffende en kosteneffectieve interventies komen eventueel in aanmerking om in het verzekerde pakket onder te brengen.
• (P) Eerstelijnspsychologische zorg in verzekerd pakket
Met het onderbrengen van de curatieve ggz onder de aanspraken van de Zvw per 1 januari 2008 maken ook acht zittingen eerstelijnspsychologische zorg onderdeel uit van het verzekerde pakket van de Zvw. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Buijs (2002).
• (P) Tandartscontrole in verzekerd pakket
Het kabinet heeft besloten om de aanspraak op mondzorg voor de jeugd uit te breiden van 18 tot 22 jaar. Daarbij is voorts besloten om deze aanspraak buiten het eigen risico te houden. Met deze uitbreiding van het pakket beoogt het kabinet de tandheelkundige zorg voor jongvolwassenen te optimaliseren (€ 100 miljoen).
• (P) Kraamzorg
Per 2008 zijn er meer middelen beschikbaar voor de kraamzorg (€ 34 miljoen). Dit naar aanleiding van afspraken in het coalitieakkoord. Hierin is aangegeven dat het aantal uren kraamzorg zal worden uitgebreid. De vormgeving van de uitbreiding is onderwerp van discussie binnen de bij de kraamzorg betrokken veldpartijen. Onder verantwoordelijkheid van het CVZ wordt momenteel een monitor naar het landelijk indicatieprotocol kraamzorg uitgevoerd. De resultaten van deze monitor worden bij de discussie betrokken. Bekeken wordt in hoeverre de uitbreiding van het aantal uren in het landelijk indicatieprotocol kraamzorg kan worden ingepast.
• (P) Anticonceptiepil in verzekerd pakket
Ter uitvoering van de afspraken in het coalitieakkoord worden het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering aangepast om de anticonceptiepil met ingang van 1 januari 2008 weer in het verplichte pakket van de Zvw op te nemen (€ 70 miljoen).
Instrumenten voor de bekostiging/het bekostigingssysteem
(P) Prestatiebekostiging in de ziekenhuiszorg
– In 2008 wordt een start gemaakt met de transitieperiode voor de komende vier jaar, om stapsgewijs te komen tot een bekostigingssysteem waarin geleverde zorg (DBCs) centraal staat en waarin de prijzen van DBCs primair worden vastgesteld door onderhandelingen tussen ziekenhuizen en verzekeraars. Daartoe wordt het B-segment uitgebreid naar 20% van de ziekenhuiszorg. De systematiek van functiegerichte budgettering blijft in 2008 in het A-segment nog gehandhaafd om het eindperspectief goed te kunnen voorbereiden en het DBC systeem verder te verbeteren.
– Het nieuwe uurtarief van medisch specialisten van € 132 (prijspeil 2006) wordt in 2008 ingevoerd en de «lumpsum» van medisch specialisten wordt afgeschaft.
– In 2009 worden verder stappen gezet. Zo wordt o.a. per 2009 de functiegerichte budgettering afgeschaft en zal voor een deel van de zorg maatstafconcurrentie worden ingevoerd. Maatstafconcurrentie is een vorm van prijsregulering dat zorgt voor een beheerste prijsontwikkeling door relatief ondoelmatige zorgaanbieders te stimuleren hun zorg efficiënter te leveren. Een en ander is nader uitgewerkt in de brieven over prestatiebekostiging ziekenhuizen (kamerstukken 29 248, nr. 37) en kapitaallasten (kamerstukken 27 569, nr. 84).
– Zorgaanbieders krijgen in 2009 tevens meer ruimte om de zorg die de consument vraagt te leveren en ruimte om investeringen te doen die nodig zijn om de zorg conform de vraag te organiseren. De kosten die verband houden met investeringsbeslissingen zullen vanaf 1 januari 2008 voor eigen rekening en risico van ziekenhuizen komen, waarbij vanaf 2009 sprake is van integrale prijzen en tarieven inclusief kapitaallastenvergoeding. Zorgaanbieders die goed presteren krijgen meer inkomsten om investeringen te bekostigen, terwijl slecht presterende instellingen een belangrijke financiële prikkel hebben om zich te verbeteren. Een groot deel van de administratieve lasten als gevolg van bouw en investeringsprocedures komt hiermee te vervallen.
(P) Taakstelling en maatstafconcurrentie ziekenhuizen
– In lijn met het coalitieakkoord is gezocht naar mogelijkheden om te komen tot besparingen en deze in te zetten voor de algehele budgettaire problematiek. Dat heeft voor de ziekenhuissector geleid tot een structurele taakstellende efficiencybesparing van € 160 miljoen in 2008 oplopend tot € 400 miljoen in 2011.
– In 2008 zal bovenstaande korting geëffectueerd worden door middel van een structurele budgetkorting van € 160 miljoen. Voor de jaren 2009 tot en met 2011 zal bij de vaststelling van de maatstaf rekening worden gehouden met het restant van de taakstellende efficiencybesparing waarvan de opbrengst € 15 miljoen bedraagt in 2009, € 90 miljoen in 2010 en met ingang van 2011 structureel € 240 miljoen. Met de sector is besproken dat de taakstelling beperkt wordt tot de genoemde omvang, onder de voorwaarde dat er nadere afspraken gemaakt kunnen worden over een ICT-impuls van de sector.
• DBCs eenvoudig beter
Door de Stichting DBC Onderhoud (SDO) en door de exploitatie en het beheer van het DBC Informatie Systeem (DIS) wordt gewerkt aan verdere vereenvoudiging en verbetering van het DBC-systeem voor de ziekenhuiszorg (€ 9,4 miljoen). Voor communicatie, monitoring en onderzoek ter ondersteuning voor de verdere vereenvoudiging en verbetering van het DBC-stelsel is circa € 1,7 miljoen beschikbaar.
• (P) Subsidieregeling academische component
Sinds 2005 worden academische ziekenhuizen voor hun topreferente zorg en innovatie en ontwikkeling apart gefinancierd door middel van een vrijwillige bijdrage van zorgverzekeraars. Omdat die constructie niet voldoende waarborgen kent voor de financiering van deze activiteiten, wordt met een wetswijziging mogelijk gemaakt dat VWS vanaf 1 januari 2008 hiervoor subsidies kan toekennen. Zo dragen we bij aan een voldoende aanbod aan topreferente zorg en innovatie en ontwikkeling (ca. € 614 miljoen).
• (P) Transitie in de farmaceutische zorg 2008
Sinds 2004 zijn convenanten van kracht om de overgang mogelijk te maken naar een geneesmiddelenvoorziening met marktconforme onderhandelingen, effectieve prikkels voor kwaliteitsverbetering en doelmatigheidsbevordering en meer keuzevrijheid voor de patiënt. Kern van de afspraken was het beperken van de ruimte voor het geven van kortingen en bonussen en de introductie van een op prestatiebekostiging gerichte tariefstructuur voor apotheekhoudenden. Naast een cultuuromslag en gedragsaanpassingen is het wegnemen van bovenmatige kortingen en bonussen een belangrijke voorwaarde om de overgang te kunnen realiseren naar een meer normale marktsituatie. De overheidsregulering zal zich dan kunnen richten op het beschermen van de publieke belangen (kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg) en verder slechts nodig zijn om eventuele marktimperfecties en marktfalen te kunnen helpen corrigeren. Waar mogelijk wordt centrale regelgeving dan ook buiten werking gesteld of afgeschaft volgens het motto «dereguleren waar het kan, reguleren waar het moet». Bovenstaande uitgangspunten van beleid vragen om een transitie van de bestaande situatie naar de vanaf 2009 te bereiken meer normale marktsituatie. Deze transitie vergt een heldere langetermijnvisie en een stappenplan om die visie te kunnen verwezenlijken. De uitvoering van dit stappenplan zal leiden tot € 340 miljoen structureel lagere uitgaven voor farmaceutische zorg.
• (P) Tariefstructuur apotheekhoudenden
In de met de ziektekostenverzekeraars, apothekers en de farmaceutische industrie afgesloten geneesmiddelenconvenanten is afgesproken dat er een nieuwe tariefsystematiek komt voor apotheekhoudenden (apothekers en apotheekhoudende huisartsen). Deze nieuwe tariefsystematiek gaat uit van prestatiebekostiging (er wordt betaald voor wat wordt geleverd) en benadrukt het zorgverlenerschap van de apotheekhoudende. Tevens wordt daarmee beoogd de kwaliteit en doelmatigheid van de zorgverlening en de prijsconcurrentie te bevorderen. De nieuwe systematiek zal in 2008 ingevoerd worden.
• Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en Wet geneesmiddelenprijzen (WGP)
Voor beide instrumenten geldt dat geen grootschalige wijzigingen zullen worden doorgevoerd in 2008. Wel geldt voor de WGP dat één van de toegepaste prijslijsten voor de berekening van de maximumprijs wordt gewijzigd. Het resultaat van deze wijziging is naar verwachting een bescheiden extra opbrengst van dit instrument.
We werken wel toe naar minder centrale kostenbeheersingsregelgeving in de farmaceutische zorg, maar 2008 is te vroeg voor verregaande deregulering van deze instrumenten.
• Rijksbijdrage zorgverzekeringsfonds
Met de rijksbijdrage voorkomen we dat huishoudens met kinderen jonger dan achttien jaar te hoge zorglasten hebben (€ 2,07 miljard). Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie. De rijksbijdrage voorziet in de financiering van de premie van deze kinderen.
• (P) Vrije prijsvorming fysiotherapie
Het experiment met vrije prijsvorming in de fysiotherapie gaf een positieve impuls aan kwaliteitsverbetering en productinnovatie en er zijn evenwichtige marktconforme tarieven ontstaan. Het experiment wordt daarom vanaf 2008 omgezet in een systeem van vrije prijsvorming. De fysiotherapie blijft onder het toezicht van de NZa vallen.
• (P) Huisartsenzorg
Het kabinet wenst vast te houden aan de uitgangspunten die zijn afgesproken in het Vogelaar-akkoord. De geraamde uitgaven op het terrein van de huisartsenzorg voor 2008 zijn gebaseerd op deze afspraken. VWS is in overleg met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) over de precieze wijze waarop aan de afspraken in het Vogelaar-akkoord uitvoering zal worden gegeven.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Inkomensregelingen | 5 717 600 | 5 930 400 | 6 134 700 | 6 557 900 | 7 011 400 |
| Rijksbijdrage 18- | 2 071 700 | 2 158 300 | 2 232 000 | 2 345 400 | 2 464 500 |
| Zorgtoeslag | 3 645 900 | 3 772 100 | 3 902 700 | 4 212 500 | 4 546 900 |
| Instellingssubsidies/structurele subsidies | 4 425 | 4 425 | 4 425 | 4 425 | 4 425 |
| Stichting DBCOnderhoud | 4 425 | 4 425 | 4 425 | 4 425 | 4 425 |
| Opdrachten | 14 106 | 14 471 | 13 367 | 12 766 | 12 016 |
| Onder andere: | |||||
| Risicoverevening | 1 203 | 1 203 | 1 203 | 1 103 | 1 103 |
| Stelselherziening | 661 | 661 | 557 | 557 | 507 |
| Landelijke Meldkamer Ambulancezorg KLPD | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
| DBCprojecten | 3 052 | 4 262 | 3 262 | 3 261 | 3 261 |
| Zachte landing DBCGGZ | 1 150 | 500 | 500 | ||
| DBCZorg | 5 090 | 4 895 | 4 895 | 4 895 | 4 895 |
| Kwaliteitsprogramma spoedzorg | 950 | 950 | 950 | 950 | 250 |
| Bijdragen andere begrotingshoofdstukken: | 8 530 | 8 530 | 8 530 | 8 530 | 8 530 |
| bijdrage exploitatie C2000 (BZK) | 8 530 | 8 530 | 8 530 | 8 530 | 8 530 |
| Totaal | 5 744 661 | 5 957 826 | 6 161 022 | 6 583 621 | 7 036 371 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
42.4 Overzicht Beleidsonderzoeken
| Overzicht beleidsonderzoeken | |||
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD of OD | A Start B Afgerond | |
| Beleidsdoorlichting | Zorgverzekeringswet(Zvw) 2006 | 42.3.3 | A 2007 B 2009 |
| Wet Marktordening Gezondheidszorg | 42.3.3 | A 2007 B 2009 | |
| Effectonderzoek ex post | Doelmatiger geneesmiddelengebruik | 42.3.2 | A 2008 B 2009 |
| Reclamebesluit geneesmiddelen | 42.3.2 | A 2007 B 2008 | |
| Evaluatie uitbreiding B-segment | 42.3.3 | A 2008 B 2008 | |
| Overig evaluatieonderzoek | Beleidsrapportages ggz | 42.3.2 | A 2007 B 2010 |
| Monitor zorgverzekeringsmarkt | 42.3.3 | Jaarlijks | |
| Monitor overheveling ggz en invoering DBC’s | 42.3.3 | A 2008 B 2009 | |
| Monitor huisartsenzorg | 42.3.3 | A 2007 B 2008 | |
43.1 Algemene beleidsdoelstelling
Zorgen dat voor mensen met een langdurige of chronische aandoening van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard zorg van goede kwaliteit beschikbaar is en dat deze zorg tegen voor de samenleving aanvaardbare maatschappelijke kosten wordt geleverd.
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
De komende periode werken wij aan vernieuwing en het voor de toekomst houdbaar maken van de langdurige zorg. In de kabinetsbrede beleidsvisie (proloogbrief) zijn hiervoor speerpunten rond «Kwaliteit», «Patiënt en cliënt» en «Innovatie» benoemd. Voor de langdurige zorg hebben we deze ambities uitgewerkt in een aantal concrete actieplannen. In de brief «Zorg voor ouderen: Om de kwaliteit van het bestaan» (kamerstukken 30 800 XVI, nr. 146) zijn visie en voorgenomen acties om de kwaliteit van leven voor de cliënten van zorghuizen te vergroten bekend gemaakt. Vermindering van bureaucratie en zorgen voor meer werkplezier in de sector zijn andere speerpunten in het beleid. In het «Actieplan minder bureaucratie en meer werkplezier AWBZ» is voor deze vraagstukken een aantal directe maatregelen aangekondigd.
In lijn met de hiervoor geschetste plannen willen wij de komende periode op de volgende speerpunten concrete resultaten boeken.
Positie cliënt versterken door meer zeggenschap en keuzemogelijkheden:
• Betere informatie voor eigen oordeelsvorming van cliënten en patiënten over kwaliteit (OD 43.3.1)
• Vergroten van transparantie van zorgaanbieders (OD 43.3.1)
• Rechten van cliënten en patiënten versterken (OD 43.3.1)
Meer ruimte voor cliënt en professional door vermindering bureaucratie:
• Vereenvoudigen en uniformeren van het proces van indicatiestelling (OD 43.3.2)
• Ruimte voor investeringen (OD 43.3.4)
Kwaliteitsverbetering AWBZ-zorg:
• Extra financiële prikkel voor innovaties op het gebied van kwaliteit (OD 43.3.3)
• Implementatie-indicatoren voor verantwoorde zorg (OD 43.3.3)
• Verplicht stellen van het zorgplan (OD 43.3.3)
• Innovatieprogramma’s op het gebied van veiligheid in de zorg (OD 43.3.3)
• Bekostiging van instellingen naar de geïndiceerde zorgzwaarte (OD 43.3.3)
• Verbeteren en versterken van palliatieve zorg (OD 43.3.3)
Optimale benutting van de arbeidsmarkt:
• Aanpak bureaucratie (OD 43.3.1)
• Arbeidsmarktbeleid Langdurige zorg (OD 42.3.2)
Een zorgpakket tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten:
• Formuleren van heldere aanspraken op zorg (AWBZ-polis) (43.3.4)
• Heroriëntatie op de inhoud en omvang van de AWBZ-aanspraken (43.3.4)
In deze kabinetsperiode is tevens een aantal ombuigingsmaatregelen noodzakelijk gebleken. Deze worden toegelicht in OD 43.3.4, onder Instrumenten met betrekking tot de verzekerde aanspraken.
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministeriële verantwoordelijkheid
Wij zijn verantwoordelijk voor:
• Het scheppen van randvoorwaarden voor de toegankelijkheid, de kwaliteit, de veiligheid en de betaalbaarheid van de zorg voor mensen met een langdurige of chronische beperking van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard;
• Het versterken van de positie van de burger – in dit begrotingsartikel in het bijzonder voor cliënten en/of hun vertegenwoordigers met een langdurige of chronische aandoening of beperking.
Mensen met een langdurige of chronische aandoening of beperking hebben recht op toegankelijke zorg van goede kwaliteit. Dit vergt een samenspel van professionals, patiënten en cliënten, zorgaanbieders en zorgkantoren. Naast deze actoren zijn de volgende partijen van groot belang voor een toegankelijke en kwalitatief goede zorg:
• Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voert onafhankelijk de indicatiestelling uit op een wijze die voor cliënten helder en begrijpelijk is;
• De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is belast met markttoezicht, marktontwikkeling en tarief- en prestatieregulering op het terrein van de gezondheidszorg. Daarnaast houdt zij toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ;
• De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) handhaaft normen voor verantwoorde zorg zoals deze door de sectoren zijn, of binnenkort worden vastgesteld;
• Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) handhaaft een doelmatige inrichting van het systeem van prikkels en verantwoordelijkheden, adviseert over AWBZ-aanspraken en de toepassing daarvan, en beheert de AWBZ brede zorgregistratie (AZR).
Bij deze algemene doelstelling is geen prestatie-indicator opgenomen. Het is namelijk niet mogelijk om de goede werking van het gehele stelsel van Langdurende zorg in Nederland in een of enkele indicatoren samen te vatten. Het stelsel is daarvoor te omvangrijk. Voor inzicht in de werking van het gezondheidszorgstelsel evalueren wij onder andere de Wmg. Tevens is de SER om een richtinggevend advies gevraagd over de ontwikkeling van de AWBZ op langere termijn en de daaruit voortvloeiende stappen voor de korte termijn. Daarnaast monitoren wij de prestaties van het stelsel met de Zorgbalans (zie hiervoor ookwww.zorgbalans.nl), het document dat eens per twee jaar verschijnt en waarin de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg worden weergegeven. In 2008 wordt de tweede Zorgbalans opgeleverd, waarmee inzicht wordt verkregen in de ontwikkeling van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en de kwaliteit van het Nederlandse zorgstelsel. Ten opzichte van de eerste Zorgbalans zal deze versie meer trendgegevens en internationale vergelijkingen bevatten en is er veel aandacht voor het verbeteren van de zeggingskracht voor het beleid.
43.2 Budgettaire gevolgen van beleid
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Verplichtingen | 5 233 690 | 4 884 898 | 5 062 998 | 5 171 960 | 5 250 754 | 5 341 775 | 5 339 778 |
| Uitgaven | 5 086 972 | 4 878 181 | 5 068 868 | 5 173 986 | 5 251 965 | 5 342 240 | 5 339 778 |
| Programma-uitgaven | 5 082 304 | 4 873 970 | 5 064 762 | 5 170 029 | 5 248 306 | 5 339 177 | 5 336 715 |
| Versterkte positie burger in het zorgstelsel | 58 163 | 55 495 | 68 732 | 63 129 | 61 526 | 60 356 | 60 356 |
| Noodzakelijke zorg is beschikbaar | 171 135 | 141 925 | 138 324 | 140 128 | 137 227 | 123 926 | 123 426 |
| Zorg is effectief en veilig (kwalitatief goed) | 19 040 | 41 850 | 148 777 | 160 124 | 183 109 | 180 859 | 53 597 |
| Aanvaardbare maatschappelijke kostenzorg | 4 833 966 | 4 634 700 | 4 708 929 | 4 806 648 | 4 866 444 | 4 974 036 | 5 099 336 |
| Apparaatsuitgaven | 4 668 | 4 211 | 4 106 | 3 957 | 3 659 | 3 063 | 3 063 |
| Ontvangsten | 3 614 | 144 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |||
| 1. Versterkte positie burger in het zorgstelsel | 68 732 | 63 129 | 61 526 | 60 356 | 60 356 | ||
| – Juridisch verplicht | 13 357 | 11 547 | 11 550 | 10 550 | 10 550 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 52 300 | 48 430 | 46 810 | 46 640 | 46 640 | ||
| – Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden | 3 075 | 3 152 | 3 166 | 3 166 | 3 166 | ||
| 2. Noodzakelijke zorg is beschikbaar | 138 324 | 140 128 | 137 227 | 123 926 | 123 426 | ||
| – Juridisch verplicht | 128 000 | 128 000 | 128 000 | 120 000 | 120 000 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 10 200 | 4 200 | 2 900 | 2 900 | 2 900 | ||
| – Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden | 124 | 7 928 | 6 327 | 1 026 | 526 | ||
| 3. Zorg is effectief en veilig (kwalitatief goede zorg) | 148 777 | 160 124 | 183 109 | 180 859 | 53 597 | ||
| – Juridisch verplicht | 28 215 | 27 369 | 27 369 | 27 369 | 27 369 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 120 492 | 132 667 | 150 542 | 148 292 | 22 230 | ||
| – Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden | 170 | 88 | 5 198 | 5 198 | 3 998 | ||
| 4. Aanvaardbare maatschappelijke kosten zorg | 4 708 929 | 4 806 648 | 4 866 444 | 4 974 036 | 5 099 336 | ||
| – Juridisch verplicht | 4 708 600 | 4 806 500 | 4 866 300 | 4 973 900 | 5 099 200 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| – Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden | 329 | 148 | 144 | 136 | 136 | ||
Toelichting budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:
Het niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden bedrag voor operationele doelstelling 1 in 2008 is grotendeels geraamd voor het terugdringen van administratieve lasten in de zorg. Onderdeel hiervan vormt een vliegende brigade die zorgaanbieders, zorgverzekeraars en uitvoeringsorganisaties in de zorg gaat ondersteunen met een betere uitvoering en slimmere administratieve processen. Daarnaast is € 1 miljoen geraamd voor het vergroten van de invloed van de burger op de zorgverlening. Het bedrag met ingang van 2009 is nagenoeg geheel (€ 3 miljoen) beschikbaar voor het terugdringen van administratieve lasten in de zorg.
Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Geestelijke gezondheidszorg AWBZ | 3 864,7 | 3 925,8 | 1 190,6 | 1 207,2 | 1 221,0 | 1 221,0 | 1 221,0 |
| TBS-en | 148,7 | ||||||
| Vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten | 83,4 | 88,2 | |||||
| Gehandicaptenzorg | 4 937,9 | 5 064,1 | 5 135,7 | 5 174,8 | 5 160,1 | 5 160,1 | 5 160,1 |
| Verpleging en verzorging | 12 177,4 | 11 378,2 | 11 546,6 | 11 576,6 | 11 557,4 | 11 534,6 | 11 601,9 |
| Persoonsgebonden budgetten | 1 125,0 | 1 319,6 | 1 281,7 | 1 281,7 | 1 281,7 | 1 281,7 | 1 281,7 |
| Subsidies langdurige zorg | 194,8 | 75,2 | 68,2 | 68,2 | 68,2 | 68,2 | 68,2 |
| Beheerskosten/diversen AWBZ | 216,0 | 214,4 | 210,6 | 210,9 | 212,6 | 212,7 | 212,7 |
| Langdurige zorgonverdeeld | 476,7 | 716,6 | 1 002,8 | 1 543,0 | 2 145,3 | 2 075,6 | |
| Totaal | 22 747,8 | 22 542,2 | 20 150,0 | 20 522,2 | 21 044,0 | 21 623,6 | 21 621,2 |
| Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar | – 0,9% | – 10,6% | 1,8% | 2,5% | 2,8% | 0,0% |
In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van langdurige zorg. In deze beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de eerste suppletore wet 2007 en de miljoenennota 2008 verwerkt. Voor 2007 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2008 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd. Het saldo van beschikbare middelen en maatregelen, voorzover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is opgenomen als onverdeeld.
De middelen die betrekking hebben op de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg zijn naar artikel 42 gezondheidszorg verplaatst. Onder artikel 43 blijft de Langdurige geestelijke gezondheidszorg verantwoord. De vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten zijn vanaf 2008 terug te vinden als geneeskundige ggz 2e lijn door vrijgevestigden.
De minister voor Jeugd & Gezin draagt de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de jeugd-ggz en de jeugd-lvg (artikel 3 «Zorg en bescherming» van de begroting van Jeugd & Gezin).
In de premie-uitgaven voor gehandicaptenzorg is circa 5% toewijsbaar aan de zorg voor jeugdige licht verstandelijk gehandicapten (jeugd-lvg). In de premie-uitgaven voor geestelijke gezondheidszorg is in de jaren 2006 en 2007 circa 10% toewijsbaar aan de zorg voor kinderen en jeugdigen (jeugd-ggz). Vanaf 2008 valt de kortdurende jeugd-ggz onder de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg.
43.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 4 operationele doelstellingen op het terrein van de Langdurige zorg:
1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;
2. Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar;
3. De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatieve goede zorg);
4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar.
43.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt
Door informatie over zorgaanbieders toegankelijk en vergelijkbaar te maken, kan de cliënt bewust kiezen tussen de zorgaanbieders. De zeggenschap van burgers/cliënten wordt op die manier vergroot. Zorgaanbieders worden daardoor gestimuleerd te concurreren op kwaliteit en prijs. Wij realiseren dit door instrumenten in te zetten die leiden tot:
• Meer transparante informatievoorziening over de zorg;
• Het verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.
| Prestatie-indicatoren | ||||
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde Lange termijn (2011) |
| 1. Voor de sectoren Verpleging, verzorging en thuiszorg is inzicht in aanbod en kwaliteit beschikbaar op kiesbeter.nl | – | – | 100% | 100% |
Toelichting:
1. Naast deze doelstelling voor de sectoren Verpleging, Verzorging en Thuiszorg bevordert het kabinet ook dat in 2010 voor alle zorgsectoren in de AWBZ de kwaliteitsinformatie op kiesbeter.nl verschijnt.
Doelstelling nr. 45d «De rechten en plichten van patiënten en cliënten zijn in 2011 wettelijk vastgelegd en de informatie hierover is voor iedereen toegankelijk» is uitgewerkt onder het kopje Instrumenten voor het verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.
Instrumenten voor een transparante informatievoorziening
• Betere informatie voor oordeelsvorming van cliënten en patiënten over kwaliteit
Zorgaanbieders bieden betrouwbare en vergelijkbare kwaliteitsinformatie over de zorgverlening en geven daarbij ook inzicht in de ervaringen van de cliënt zelf (CQ-index). De informatie over instellingen zal voor de sector Verpleging en Verzorging en thuiszorg in 2008 openbaar worden gemaakt via www.kiesbeter.nl. De overige sectoren volgen later (zie ook bovenstaande prestatie-indicator).
• Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording (vergroten transparantie zorgaanbieders)
Vanaf 2008 zijn alle zorginstellingen (cure en care) verplicht om via het jaardocument verantwoording af te leggen over het voorgaande jaar. Het jaardocument bundelt de verplichte jaarlijkse gegevensstromen zoals het jaarverslag, de jaarrekening, het kwaliteitsjaarverslag, het klachtjaarverslag en het sociaal jaarverslag. In het verlengde van dit traject zal worden gekeken hoe de informatie-uitvraag tussen VWS, toezichthouders en zorg-zbo’s nog beter is af te stemmen, zodat een dubbele uitvraag wordt vermeden.
• Aanpak van bureaucratie, administratieve lasten en regeldruk
Voor burgers en cliënten van de AWBZ wordt de communicatie over de AWBZ verbeterd. Daarnaast worden de bureaucratische lasten beperkt voor mensen die voorzieningen aanvragen bij meerdere instanties en regelingen.
• AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) verder ontwikkelen
De AZR is een uniforme systematiek waarmee (66) indicatieorganen, (32) zorgkantoren en (3 000) zorgaanbieders elektronisch informatie over cliënten kunnen uitwisselen. Daarmee wordt inzicht verkregen in ontwikkelingen in de zorgvraag en het zorgaanbod en eventuele fricties daartussen (wachtlijsten). In 2007 is een traject in gang gezet dat gericht is op een inhoudelijke verbetering van de kwaliteit van de gegevens in de AZR en worden de specificaties aangepast voor de intramurale zorgzwaartebekostiging. In de loop van 2008 moet de AZR gereed zijn om financiële processen te ondersteunen, zoals de zorgzwaartebekostiging, de verantwoording van de productie (de geleverde zorg) en de heffing van de eigen bijdrage voor de AWBZ-verblijfszorg. Zie ook Modernisering AWBZ,kamerstukken 26 631, nr. 181 (€ 2,3 miljoen).
Instrumenten ter verbetering van de rechtspositie van burger
• Rechten van cliënten en patiënten
Deze kabinetsperiode worden de rechten en plichten van patiënten en cliënten wettelijk vastgelegd. Daarnaast wordt overige relevante regelgeving voor zorgaanbieders deze kabinetsperiode herijkt en ingericht vanuit het perspectief van de consument, waarmee de bij de nieuwe situatie horende rechten en plichten van consumenten en zorgaanbieders eveneens wettelijk worden verankerd en het toezicht modern en sober wordt ingericht.
• Versterken rechtspositie cliënten en patiënten door toepassing geschilbeslechting
Geschilbeslechting biedt de patiënt/cliënt een toegankelijk alternatief voor de burgerlijke rechten. Daardoor wordt het voor de burger makkelijker om in voorkomende gevallen zijn of haar gelijk te halen. In de gezondheidszorg wordt geschilbeslechting tot op heden enkel toegepast in de ziekenhuiszorg. Het streven is in overleg met zorgaanbieders en patiënten-/cliëntenorganisaties te komen tot verbreding van geschilbeslechting naar andere zorgsectoren.
• Patiëntenorganisaties versterken
Organisaties van patiënten, gehandicapten en ouderen (PGO) vervullen belangrijke taken op het vlak van lotgenotencontact, belangenbehartiging en informatievoorziening. We willen de positie van deze organisaties versterken zodat zij in de nieuwe stelsels van zorg en maatschappelijke ondersteuning volwaardige gesprekspartners kunnen zijn van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere maatschappelijke organisaties. Wij stellen daarvoor bovenop de reguliere middelen (€ 28 miljoen) nog structureel € 10 miljoen extra beschikbaar. Tevens beogen wij met een nieuwe subsidiesystematiek beter aan te sluiten bij de diversiteit van het pgo-veld en meer samenwerking te stimuleren. Belangrijk onderdeel van deze nieuwe systematiek worden meerjarige programma’s die gericht samenwerking stimuleren en organisaties ondersteunen bij hun ontwikkeling. Wij willen vier programma’s instellen: kwaliteit en transparantie, versterking en ondersteuning, maatschappelijke participatie en kennis en informatie over het zorgaanbod en over de rechten en plichten van cliënten en patiënten.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 7 143 | 7 147 | 7 150 | 7 150 | 7 150 |
| Onder andere: | |||||
| NIVEL | 4 321 | 4 332 | 4 335 | 4 335 | 4 335 |
| Fonds PGO (exploitatiesubsidie) | 1 842 | 1 842 | 1 842 | 1 842 | 1 842 |
| Projectsubsidies | 38 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 9 298 | 6 652 | 6 666 | 5 666 | 5 666 |
| Onder andere: | |||||
| Uitgaven voor opdrachten in het kader van het terugdringen van administratieve lasten, de vliegende brigade in de zorg, het vergroten van de invloed van de burger op zorgverlening en het vergroten van transparantie in de zorg. | |||||
| Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s | 45 568 | 42 468 | 41 068 | 41 068 | 41 068 |
| Onder andere: | |||||
| Verstrekken van subsidies via Fonds PGO | 32 243 | 29 743 | 28 243 | 28 243 | 28 243 |
| Versterking PGO-organisatis | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 |
| Bijdragen aan baten-lastendiensten | 6 685 | 6 862 | 6 642 | 6 472 | 6 472 |
| Dit betreft voor het grootste deel middelen die via RIVM in het kader van informatievoorziening (bijvoorbeeld www.kiesbeter en de zorgbalans) worden ingezet. | |||||
| Totaal | 68 732 | 63 129 | 61 526 | 60 356 | 60 356 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
43.3.2 Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar
Wij zijn verantwoordelijk voor de toegang van de zorg. Zorg is toegankelijk als:
• De cliënt snel weet waar hij aan toe is;
• De cliënt kan kiezen voor zorg in natura of voor een persoonsgebonden budget;
• De cliënt binnen een redelijke termijn de noodzakelijke zorg ontvangt.
Om de toegankelijkheid van de zorg te verbeteren worden instrumenten ingezet die gericht zijn op de kwaliteit, de organisatie en de uitvoeringspraktijk van de indicatiestelling. Of en in welke mate de toegankelijkheid daadwerkelijk verbetert meten we aan de hand van indicatoren die betrekking hebben op de cliënttevredenheid.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde Lange termijn (2011) |
| 1. cliënttevredenheid over indicatiestelling CIZ | 7,5 | 2006 | 8,0 | 8,5 |
| 2. % tevreden cliënten over zorgtoeleiding zorgkantoor | 74% | 2004 | 85% | 90% |
| 3. % cliënten dat binnen de Treeknormen zorg ontvangt | 89% | 2006 | 90% | 95% |
| 4. % indicatie-aanvragen dat is afgedaan binnen de wettelijke termijn (0 tot 6 weken) | 89% | 2006 | 90% | 2010>95% |
Bronnen:
1. Jaarverslag CIZ
2. NZa/CTG (2005): «Zorginkoop zorgkantoren»
3. CVZ AZR
4. Jaarverslag CVZ en CIZ
Toelichting:
1. De cliënttevredenheid bij de indicatiestelling wordt gemeten aan de hand van vragen over de bekendheid met het CIZ, de behandeltermijn en de begrijpelijkheid van de indicatie.
2. De cliënttevredenheid over de zorgtoeleiding wordt gemeten aan de hand van vragen over de bekendheid met zorginstellingen en de hulp van het zorgkantoor dat ook de PGB-regeling uitvoert. Zowel ten aanzien van het proces van indicatiestelling als van zorgtoeleiding stelt de zorgaanbieder bij de intake enkele vragen aan de cliënt. Daarbij komt ook de bekendheid met de websitewww.kiesbeter.nl aan de orde.
3. Bij het percentage cliënten dat wordt geholpen binnen de Treeknormen worden de cijfers geschoond van cliënten die kiezen voor een PGB of kiezen voor het wachten op een specifieke aanbieder van voorkeur.
4. De genoemde termijn vloeit voort uit de wettelijke termijn van maximaal 6 weken waarbinnen het CIZ op grond van de Awb een besluit moet nemen.
Instrumenten voor toegankelijke zorg
• Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
Het CIZ wordt op basis van een activiteitenplan gesubsidieerd. Voor het jaar 2007 is aan het CIZ een instellingssubsidie in het vooruitzicht gesteld van € 128 miljoen, opgehoogd met € 7 miljoen in relatie tot de productiecijfers. In 2008 is het bedrag van € 128 miljoen opnieuw vertrekpunt. Het uiteindelijke bedrag kan/zal lager zijn als gevolg van vereenvoudigingen in de uitvoering, en de beoogde efficiencyverbetering (efficiency taakstelling uit het coalitie-akkoord) en kan voorts variëren op basis van het noodzakelijk aantal indicatiebesluiten. In 2006 zijn 933 275 AWBZ indicaties gesteld. De prognose voor 2007 is 959 040 indicatiebesluiten.
In 2008 en volgende jaren wordt het functioneren van het CIZ als landelijke uitvoerende organisatie geëvalueerd.
• Uitvoering indicatiestelling
De uitvoering van de indicatiestelling moet nog verder verbeteren. De uitvoeringsorganisatie en de werkwijze zullen worden aangepast (innovatietraject) aan de bestuurlijke maatregelen en inhoudelijke beleidswijzigingen. De uitkomsten van het onderzoek ter uitvoering van de motie van der Veen (kamerstukken 30 800 XVI, nr. 73) worden hierbij betrokken. In de uitvoeringspraktijk zal een duidelijker onderscheid worden gemaakt tussen het objectief en deskundig vaststellen van de beperking of aandoening enerzijds en anderzijds het bepalen van de daaraan verbonden omvang van de te leveren zorg. De objectieve en deskundige vaststelling van de aandoening of beperking kan, mits geprotocolleerd, ook geschieden door deskundigen buiten het CIZ (huisartsen, wijkverpleegkundigen, CCE’s, indicatiestellers voor onderwijs of arbeid voor gehandicapten). In 2006 is 10,9% van de indicaties uitgevoerd door zorgaanbieders onder mandaat van het CIZ, dat altijd zelf verantwoordelijk blijft voor het publiekrechtelijke indicatiebesluit.
• (P) Andere leveringsvormen dan zorg in natura
Mensen met een indicatie voor AWBZ zorg kunnen kiezen voor een pgb. Ultimo 2006 maakten 94 700 cliënten gebruik van een pgb (inclusief de functie huishoudelijke verzorging). Het gebruik van pgb’s groeit sterk, met name bij jeugdigen met ggz indicatie. In 2 jaar is het aantal nieuwe budgethouders gestegen van 900 naar 1 900 per maand.
Er zijn pilots in voorbereiding met een zogenaamd participatiebudget. Samen met SZW en OCW wordt bekeken of cliënten die zowel zorg nodig hebben als voorzieningen op het werk of op school gebaat zijn bij een samenvoeging van budgetten.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 130 350 | 130 350 | 130 350 | 122 350 | 122 350 |
| Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) | 128 000 | 128 000 | 128 000 | 120 000 | 120 000 |
| Uitvoering TOG-regeling | 2 350 | 2 350 | 2 350 | 2 350 | 2 350 |
| Projectsubsidies | 6 000 | 6 000 | 3 000 | 1 000 | 500 |
| Programma innovatieindicatiestelling | 5 000 | 5 000 | |||
| Invoering indicatiestelling in zorgzwaarte | 1 000 | 1 000 | |||
| Opdrachten | 1 974 | 3 778 | 3 877 | 576 | 576 |
| Onder andere | |||||
| Ontwikkeling en evaluatie PGB | 650 | 250 | 250 | ||
| Beleidsevaluatie indicatiestelling | 650 | 450 | 450 | ||
| Totaal | 138 324 | 140 128 | 137 227 | 123 926 | 123 426 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
43.3.3 De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatief goede zorg)
Cliënten – meestal kwetsbaar – moeten er op kunnen rekenen dat de zorg goed is. Wij vinden de kwaliteit in orde als:
• de (keten van) zorg naar professionele maatstaven effectief is, wat zich onder meer uit in minder prevalentie van decubitus en ondervoeding;
• de (keten van) zorg en de omgeving waarin deze geleverd wordt naar professionele maatstaven veilig zijn;
• de cliënt de (keten van) zorg en de omgeving waarin die geleverd wordt positief ervaart;
• de cliënt uit voldoende verschillende aanbieders kan kiezen;
• de cliënt gelet op zijn omstandigheden voldoende privacy behoudt.
Om de kwaliteit van de zorg te verbeteren worden instrumenten ingezet die gericht zijn op de effectiviteit en de veiligheid in de langdurige zorg. Of en in welke mate de kwaliteit van zorg daadwerkelijk verbetert meten we aan de hand van de eerste drie onderstaande indicatoren. Door middel van de vierde indicator monitoren we de afbouw van meerbedskamers in verpleeghuizen.
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde Lange termijn (2011) |
| 1. prevalentie decubitus | 24,2% | 2006 | – | 15% |
| 2. prevalentie ondervoeding | 41% | 2006 | – | 20% |
| 3. Percentage instellingen dat volgens oordelen van cliënten/bewoners een voldoende scoort voor de kwaliteitvan zorg. | 72% | 2004 | 80% | 90% |
| 4. Aantal kamers voor meer dan twee personen | 16 200 | 2006 | – | 0 |
Bronnen:
1. en 2. LPZ-meting
3. Zorgbalans 2004
4. CBS en VWS
Toelichting
1. en 2. Prevalentie van decubitus en ondervoeding zijn belangrijke thema’s in het kwaliteitsbeleid voor de komende periode. Wij hebben gekozen voor streefwaarden voor de langere termijn omdat de effecten pas op langere termijn voldoende meetbaar zijn.
3. De genoemde indicator is in 2008 opgebouwd uit de meting naar cliënttevredenheid volgens de CQ-index en tot die tijd wordt de informatie verkregen van de Stichting Cliënt en kwaliteit
4. Wij formuleren van deze prestatie-indicatoren geen tussenwaarde gelet op de relatie tussen resultaten op termijn en de benodigde investeringen voor tussentijds onderzoek.
Instrumenten voor kwalitatief goede zorg
• (P) Extra financiële prikkel kwaliteitsverbeteringen
We willen de komende jaren 5 000 tot 6 000 extra verzorgenden en verpleegkundigen laten aantrekken voor verbetering van de kwaliteit van de zorg. Voorwaarde voor zorgaanbieders voor het verkrijgen van extra middelen is toename van het aantal contacturen (met 1% ten opzichte van 2004). Hiervoor is € 250 miljoen structureel beschikbaar.
• Implementatie indicatoren verantwoorde zorg
De implementatie van indicatoren voor verantwoorde zorg in elke sector is van groot belang om verdere stappen in de verbetering van kwaliteit te zetten. In 2008 wordt voor het eerst door de hele sector van verpleging, verzorging en thuiszorg verslag gedaan van de stand van de kwaliteit via het Jaardocument maatschappelijke verantwoording over 2007. In de gehandicaptensector zullen de uitkomsten van een pilot met de indicatoren bezien worden en zal verdere implementatie vorm moeten krijgen. Die verdere implementatie is ook aan de orde in de (langdurige) ggz. Voor dit project is € 1,1 miljoen beschikbaar.
• Zorgplan
Met ingang van 2008 zal een AMvB op basis van de Kwaliteitswet van kracht worden die het zorgplan verplicht stelt. Het zorgplan omvat de concrete uitwerking van de manier waarop de cliënt de voor hem geïndiceerde zorg krijgt. De IGZ zal toezien op de naleving van deze verplichting.
• Innovatieprogramma’s op het gebied van veiligheid van de zorg (o.a. programma veilige zorg)
De sinds 2006 lopende verbetertrajecten ten aanzien van decubitus, valpreventie, verantwoord eten en drinken en medicatieveiligheid in het kader van «Zorg voor beter» worden door ZonMW geëvalueerd. Daarnaast wordt het programma veilige zorg voor de langdurige zorg verder uitgewerkt. Dit programma wordt in het najaar van 2007 gepresenteerd.
• Zorgzwaartebekostiging
De bekostiging van instellingen naar zorgzwaarte van de cliënt wordt met ingang van 1 januari 2008 volledig ingevoerd. Voor de extramurale zorg zullen eveneens zorgpakketten worden voorbereid met het oog op invoering per 1 januari 2009. Om patiënten keuzemogelijkheden te bieden en zorg op maat te bevorderen en daarbij onnodige bureaucratie te vermijden zijn wij van plan te komen tot indicatie in zorgpakketten die aansluiten bij de behoefte van de cliënt. De bekostiging zal daar op worden afgestemd. Voor het project Zorgzwaartebekostiging is in 2008 € 6,3 miljoen beschikbaar gesteld.
• Palliatieve zorg en vrijwillige inzet
Om de palliatieve zorg te versterken ondersteunen wij de coördinatie van vrijwilligersactiviteiten. Hiervoor zetten wij ook in 2008 een subsidieregeling in. Deze regeling zal in aansluiting op onze visie op palliatieve zorg worden herzien. Daarnaast zal de NZa met een integraal advies komen (€ 21,9 miljoen).
• Geriatrische zorg
Door de vergrijzing neemt het belang van een goede geriatrische discipline in de eerste lijn toe. Het actieplan dat in 2007 is ontwikkeld, wordt in 2008 geïmplementeerd, onder meer via een programma bij ZonMW (€ 10 miljoen).
• (P) Opvoedkundige ondersteuning gericht op kinderen met een handicap
Het ondersteuningsaanbod bij de opvoeding en verzorging van kinderen met een handicap wordt verruimd. Een verbeterde opvoedkundige hulp draagt namelijk bij aan het verminderen van de knelpunten in de AWBZ-zorg. Voor nieuwe initiatieven is een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar.
• (P) Intensivering dagbesteding gehandicapten
In de toekomstagenda langdurige zorg die wij samen met het veld samenstellen is een intensivering in de dagbesteding van gehandicapten aangemerkt als speerpunt voor het oplossen van de knelpunten binnen de AWBZ-zorg. Het aanbod van dagbesteding voor gehandicapten wordt daarom verruimd. Daarvoor is een bedrag van € 40 miljoen beschikbaar.
• Centra voor Consultatie en Expertise
Wij continueren de ondersteuning voor de Centra voor Consultatie en Expertise. Via hen kan specifieke kennis en behandel- en ondersteuningsmethoden ingezet worden bij cliënten met complexe aandoeningen waar de eigen hulpverleners vastlopen in hun behandel- en ondersteuningsmogelijkheden (€ 13,1 miljoen).
• Rechtszekerheid cliënten
Begin 2008 zal een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend om de rechtszekerheid van cliënten met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking te borgen ten aanzien van vrijheidsbeneming en -beperking in niet-BOPZ situaties.
• Stimuleringsregeling kleinschalig wonen
Om de keuzemogelijkheden in woonvormen te vergroten komt er een stimuleringsregeling voor kleinschalig wonen. Samen met het ministerie van Wonen, Wijken en Integratie zal met de corporaties gesproken worden over hun inspanningen. De toepassing van het bouwregime zal worden beperkt zodat het eenvoudiger wordt om kleinschalige initiatieven te ontplooien (€ 15 miljoen).
• Integrale zorg thuis
Het is het voornemen om het ook voor thuiszorginstellingen mogelijk te maken om verblijfszorg thuis (ook wel: integrale zorg thuis) te leveren. Het ingezette traject wordt in 2008 voortgezet. Hierdoor zal het eenvoudiger worden om ook zwaardere zorg thuis te blijven ontvangen. Daarnaast zal hiervan een verdere impuls uitgaan voor ontwikkeling van interessante woon-zorg combinaties buiten de bestaande AWBZ-instellingen om.
• (P) Kamers verpleeghuizen
In 2010 worden er geen cliënten meer verplicht om in meerpersoonskamers te wonen. Door middel van een uitvoerings- en monitorprogramma van de daartoe noodzakelijke maatregelen wordt er op toegezien dat ultimo 2010 de kamers voor meer dan 2 personen zijn of worden afgeschaft.
• Ondersteuning van de zorgprofessional
Meerdere initiatieven worden ontplooid om de zorgprofessional zijn positie als deskundige terug te geven. De professionalisering van verpleegkundigen en verzorgenden wordt onder andere gestimuleerd door projecten gericht op het verbeteren van de dialoog op de werkvloer binnen het zorgteam en de contacten tussen het zorgteam en cliënten zoals aangekondigd in de brief «Zorg voor Ouderen; om de kwaliteit van het bestaan». Dit is te meer van belang gelet op de functie van het zorgplan (€ 2,5 miljoen)
• Ondersteuning van cliënten en patiënten in verpleeg- en verzorgingshuizen.
Cliënten en patiënten moeten in staat worden gesteld om hun wensen en keuzes kenbaar te maken in hun contacten met zorgprofessionals in de zorginstellingen; zeker in het vooruitzicht van de zorgzwaartefinanciering. De middelen worden ingezet voor projecten gericht op het ontwikkelen van vormen van begeleiding, informatievoorziening en versterking van de ondersteuningsstructuren (€ 15 miljoen).
• Monitor arbeidsmarkt zorg
Vanuit de verantwoordelijkheid voor kwaliteit en toegankelijkheid moet VWS alert blijven op zowel korte als lange termijnontwikkelingen op de arbeidsmarkt. VWS heeft hiervoor behoefte aan regelmatige geactualiseerde cijfers over de arbeidsmarkt in de zorg en welzijn. Hieraan wordt tegemoet gekomen door het meerjarige Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn.
• Arbeidsmarktbeleid Langdurige zorg
In overleg met het zorgveld wordt toegewerkt naar een actieplan arbeidsmarkt. Voor het bereiken van een positieve kentering worden in de jaren 2008 tot en met 2011 extra middelen beschikbaar gesteld (€ 44,8 miljoen in 2008 oplopend tot € 59,1 miljoen in 2011). In het actieplan zullen de volgende thema’s worden opgenomen:
– Het vergroten van de instroom in opleiding en beroep;
– De verbetering van de organisatie van de personele inzet;
– Het verminderen van de uitstroom, het behoud van medewerkers;
– Het stimuleren van de professionalisering van verpleegkundigen en verzorgenden; aandacht voor dialoog op de werkvloer binnen het zorgteam en aandacht voor de relatie tussen verzorgende en cliënt is hierbij van belang;
– Het verspreiden van goede voorbeelden van het verhogen van contacturen tussen cliënt en verzorgende/verpleegkundige;
– Het toepassen van ICT en domotica om de (administratieve) lasten voor zorgmedewerkers te beperken en zo het werk doelmatiger te maken.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 29 690 | 29 673 | 29 673 | 29 673 | 29 673 |
| Hersenletselteams | 469 | 469 | 469 | 469 | 469 |
| Landelijk Centrum CCE | 13 100 | 13 100 | 13 100 | 13 100 | 13 100 |
| Projecten palliatieve zorg | 16 121 | 16 104 | 16 104 | 16 104 | 16 104 |
| Projectsubsidies | 104 257 | 112 737 | 130 612 | 128 362 | 15 424 |
| Project zorgzwaartebekostiging | 10 145 | ||||
| Kwaliteitsverbetering palliatieve zorg | 5 800 | 5 800 | 5 800 | 5 800 | 5 800 |
| Mentorprojecten | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 |
| Kleinschalig wonen, domotica | 15 000 | 20 000 | 30 000 | 30 000 | |
| ZonMW programma Ouderenzorg | 8 000 | 18 000 | 28 000 | 28 000 | |
| Programma ondersteuning cliënten | 15 000 | 10 000 | |||
| Professional | 2 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 | |
| ArbeidsmarktbeleidLangdurige zorg | 44 812 | 53 437 | 61 312 | 59 062 | |
| Opdrachten | 12 500 | 15 714 | 20 824 | 20 824 | 8 500 |
| Onder andere: | |||||
| Zorg voor Beter | 3 700 | 3 600 | 3 100 | 3 100 | |
| Zorg voor Beter academie | 1 000 | 1 200 | 1 200 | 1 200 | 2 300 |
| Indicatorentrajecten | 1 900 | 1 900 | 1 900 | 1 900 | 600 |
| Deltaplan GZ en GGZ | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 500 |
| Opdrachtgeverschap WTZi | 1 900 | 1 900 | 1 900 | 1 900 | 1 900 |
| Bijdragen aan Zbo’s/RWT’s | 2 330 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 0 |
| Beheer AZR door CVZ | 2 330 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 0 |
| Totaal | 148 777 | 160 124 | 183 109 | 180 859 | 53 597 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
43.3.4 De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar
De maatschappelijke aanvaardbaarheid van de kosten voor de langdurige zorg bepaalt de mate waarin de samenleving duurzaam bereid is solidariteit op te brengen voor voldoende zorg van goede kwaliteit. Door de vergrijzing neemt de druk op deze solidariteit flink toe. Wij vinden de maatschappelijke kosten aanvaardbaar als:
• de premie niet te hoog is in relatie tot kwaliteit en capaciteit;
• het beroep op de arbeidsmarkt in overeenstemming is met de mogelijkheden gelet op de concurrentie met andere sectoren in de economie;
• mantelzorgers niet overmatig worden belast;
• de uitvoering van de AWBZ doelmatig is.
Daartoe zetten we instrumenten in voor:
• Herijken van het pakket van verzekerde aanspraken;
• Een goed werkend stelsel.
We meten de voortgang van het beleid aan de hand van de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| 1. Beroepsbevolking werkzaam in de AWBZ-zorg | 5,6% | 2005 | 6,2% | <8% (2011) |
| 2. Beheerste ontwikkeling AWBZ-uitgaven langdurige zorg (prijspeil 2007) | € 22,5 miljard | 2007 | € 20,2 miljard | € 21,6 miljard (2011) |
Bronnen:
1. Prismant RegioMarge (excl. GGZ en HV)
2. VWS
Toelichting:
2. De streefwaarden komen overeen met de bruto uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg.
Instrumenten met betrekking tot de verzekerde aanspraken
• (P) Besluit Zorgaanspraken
De aanspraken op AWBZ-zorg zoals geformuleerd in het Besluit Zorgaanspraken AWBZ en de beleidsregels en uitvoeringsprotocollen van het CIZ waarin de wijze van toekennen van die aanspraken is vastgelegd worden duidelijker geformuleerd. Doel is dat de zorg ook daadwerkelijk terecht komt bij degenen die daarop werkelijk zijn aangewezen.
• (P) Afspraken zorgaanbieders AWBZ
Met de branches van zorgaanbieders in de AWBZ is een gezamenlijke agenda voor de komende jaren afgesproken. Het gaat daarbij om meer keuzevrijheid voor de cliënten en om meer handelingsvrijheid voor de aanbieders als basis voor individueel maatwerk in het zorgplan. Ook wordt gestreefd naar een scherpe afbakening van de aanspraken en de toekenningscriteria. De ijklijnen van het beschikbaar gestelde budget bepalen daarvoor de randvoorwaarden. De rol van cliënten is binnen dat kader bepalend en vormt het uitgangspunt in het relatiebeheer. Daarnaast gelden als uitgangspunten: de verantwoordelijkheden van het Rijk (kaderstellend, innoverend, faciliterend en controlerend), van het CIZ (bepalen van zorgbehoefte, toegangsbewaking), de verzekeraars (zorgplicht, bewaken van de doelmatigheid) en de zorgaanbieders (kwaliteit leveren, cliëntgerichte en doeltreffende zorg)
• (P) Maatregelen care
Vanaf 2006 is sprake van en sterke toename van het zorggebruik met betrekking tot de ondersteunende begeleiding. Om deze groei af te remmen zullen in 2008 de aanspraken in het kader van de ondersteunende begeleiding worden aangescherpt.
Concreet wordt geen OB meer toegekend indien sprake is van een alleen somatische grondslag. Hierbij wordt een overgangstermijn van 1 jaar toegepast, waarbij het tarief voor deze groep met € 10 wordt verlaagd. Tevens worden cliënten met deze grondslag en een intensieve zorgbehoefte (bijvoorbeeld palliatieve zorg) van deze maatregel uitgezonderd (besparing in 2008: € 120 miljoen). Voor de extramurale tarieven wordt een vast tarief per klasse gehanteerd (besparing in 2008: € 115 miljoen). Tevens wordt vanaf 2008 een efficiencykorting doorgevoerd (netto opbrengst 2008: € 115 miljoen). Vanaf 2009 wordt een systeem van Best Practices ingevoerd. Het is gewenst dat de sector gedwongen wordt zich te spiegelen aan best practices. Uitgaande van het prijs/kwaliteitsniveau van de beste zorgleveranciers moet een bekostigingssysteem worden ontwikkeld waarbij goed presterende zorgaanbieders worden beloond en minder presterende zorgaanbieders worden gekort.
Om ongewenste verschuivingen van verantwoordelijkheden tussen de verschillende bestuurslagen tegen te gaan wordt bij de functie OB de grondslag psychosociaal geschrapt.
In 2009 zullen de eigen bijdragen worden aangescherpt in de AWBZ. Met gebruik van inkomens- en vermogenstoetsen zullen van meer draagkrachtige cliënten hogere eigen bijdragen voor de AWBZ worden gevraagd (opbrengst vanaf 2009: € 80 miljoen per jaar). Waar mogelijk worden incentives ingebouwd om onbedoeld gebruik te verminderen.
Instrumenten voor een goede werking van het stelsel
• Ruimte voor investeringen
Zorgaanbieders krijgen in 2009 meer ruimte om de zorg die de consument vraagt te leveren en ruimte om investeringen te doen die nodig zijn om de zorg conform de vraag te organiseren. De kosten die verband houden met investeringsbeslissingen zullen vanaf 1 januari 2009 voor eigen rekening en risico van de intramurale AWBZ-instellingen en ggz-instellingen komen. Vanaf 2009 zijn er integrale prijzen en tarieven (inclusief kapitaallastenvergoeding). Zorgaanbieders die goed presteren krijgen daardoor meer inkomsten om investeringen te bekostigen. Voor slecht presterende instellingen vormt dat een belangrijke financiële prikkel om zich te verbeteren. Een groot deel van de administratieve lasten als gevolg van bouw- en investeringsprocedures komt hiermee te vervallen.
• Advies Sociaal Economische Raad (SER) inzake de ontwikkelingen van de AWBZ
Aan de SER is een richtinggevend advies gevraagd over de ontwikkeling van de AWBZ op langere termijn en de daaruit voortvloeiende stappen voor de korte termijn. Dit advies wordt eind 2007 verwacht. Op basis daarvan zal beslist worden over de te nemen stappen om de inhoud en uitvoering van de AWBZ rechtvaardiger en doelmatiger te maken, in het bijzonder met het oog op de toekomst.
• Voorkomen extra administratieve lasten
De aanpak van bureaucratie, administratieve lasten en regeldruk wordt geïntensiveerd. Het jaar 2008 staat in het teken van het uitvoeren van actieplannen voor de cure- en de care-sector, zoals die in de zomer 2007 aan de Tweede Kamer zijn gestuurd. De aanpak richt zich op die zaken die volgens betrokkenen de meeste lasten met zich meebrengen. Over één tot twee jaar wordt onder professionals in de zorg gemeten of zij merken dat de bureaucratie is verminderd. Hiervoor is € 3 miljoen beschikbaar.
• Rijksbijdrage AWBZ (bijdrage in de kosten van kortingen, BIKK).
Doel is om de lagere premie-opbrengst als gevolg van de grondslagverkleining van de AWBZ bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel 2003 te compenseren (€ 4,6 miljard).
Tabel geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 5 300 | 5 300 | 5 300 | 5 300 | 5 300 |
| Onder andere: | |||||
| Landelijke kennisinstituten | 5 237 | 5 237 | 5 237 | 5 237 | 5 237 |
| Bejaardenpensions | 37 | 37 | 37 | 37 | 37 |
| Projectsubsidies | 329 | 148 | 144 | 136 | 136 |
| Rijksbijdragen | 4 703 300 | 4 801 200 | 4 861 000 | 4 968 600 | 5 093 900 |
| Rijksbijdrage BIKK | 4 557 900 | 4 653 600 | 4 737 700 | 4 922 800 | 5 084 900 |
| Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven (TBU) | 145 400 | 147 600 | 123 300 | 45 800 | 9 000 |
| Totaal | 4 708 929 | 4 806 648 | 4 866 444 | 4 974 036 | 5 099 336 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
43.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
| Overzicht beleidsonderzoeken | |||
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD of OD | A Start B Afgerond | |
| Beleidsdoorlichting | Indicatiestelling | 43.3.2 | A 2008 B 2010 |
| Wet Marktordening Gezondheidszorg | 43.3.4 | A 2007 B 2009 | |
| Effectonderzoek ex post | Verbetertrajecten in het kader van «Zorg voor beter» | 43.3.3 | A 2008 B 2009 |
| Update evaluatieonderzoek PGB 2006–2007 | 43.3.2 | A 2008 B 2008 | |
| Overig evaluatieonderzoek | Patiëntenwetgeving | 43.3.1 | A 2007 B 2010 |
| WTZi | 43.3.3 | A 2007 B 2010 | |
Artikel 44 Maatschappelijke ondersteuning
44.1 Algemene beleidsdoelstelling
Alle burgers participeren in de samenleving
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Het coalitieakkoord, in het bijzonder de pijler «Sociale samenhang», en het beleidsprogramma «Samen werken, samen leven» benadrukken het belang van participatie, zelfredzaamheid, wederkerigheid en sociale samenhang. Dit zijn ook belangrijke elementen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) waarin het aangaan van verbindingen en participatie in de samenleving voor alle burgers centraal staan.
Voor 2008 richten wij ons, mede in het licht van het coalitieakkoord en het beleidsprogramma, op het behalen van concrete resultaten op onderstaande thema’s:
Actieve participatie van burgers in maatschappelijke verbanden:
• Vernieuwingsprogramma Wmo (OD 44.3.1)
• Monitoren en evalueren van het gemeentelijk Wmo-beleid (OD 44.3.1)
• Verbeteren van de maatschappelijke participatie en sociale samenhang (OD 44.3.1)
Optimale benutting en inzet van vrijwilligers en mantelzorgers (Enveloppe Participatie, onderkant en armoede, hiervoor staat nog een bedrag van € 5 miljoen in 2008 gereserveerd op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën. Besluitvorming over de toedeling van deze middelen over de begrotingen van VWS, LNV en OCW is nog niet afgerond):
• Vergroten van het aantal vrijwilligers (OD 44.3.2)
• Behoud van vrijwilligers en mantelzorgers (OD 44.3.2)
Verbeteren van de toegankelijkheid van algemene voorzieningen en realiseren van professionele ondersteuning:
• Uitbreiding Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) (OD 44.3.3)
• Voorbereiding goedkeurings- en uitvoeringswet VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap (OD 44.3.3)
• Verbeteren cliëntondersteuning door samenwerking MEE en gemeenten (OD 44.3.3)
Verbeteren tijdelijke ondersteuning (Enveloppe Capaciteit Veiligheidsketen en Preventie, hiervoor staat nog een bedrag gereserveerd op de aanvullende post van de begroting het ministerie van Financiën):
• Betere opvang en hulpverlening van slachtoffers van eergerelateerd geweld, genitale verminking en huiselijk geweld (OD 44.3.4)
• Uitbreiding van het aantal opvangplaatsen in de vrouwenopvang en verbeteren van de hulpverlening (OD 44.3.4)
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministeriële verantwoordelijkheid
Wij zijn verantwoordelijk voor de randvoorwaarden waarbinnen een kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare maatschappelijke ondersteuning kan worden gerealiseerd, zowel voor als door burgers.
Het realiseren van een kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare maatschappelijke ondersteuning vergt een samenspel van gemeenten, burgers en anderen, zoals zorgleveranciers, kennisinstituten, organisaties voor vrijwilligers, mantelzorgers, mensen met beperkingen of (psycho)sociale problemen. Wij stimuleren hen deze rol in te vullen onder meer door het verlenen van subsidies, het verspreiden van goede voorbeelden, en het verrichten van onderzoek.
Op dit moment bestaat geen goede algemene effectindicator voor maatschappelijke participatie. Wij hebben het NIVEL daarom subsidie gegeven om een participatiemonitor te ontwikkelen. Hiermee willen wij de beleidsresultaten volgen. De eerste monitor zal in 2008 gepubliceerd worden. Tevens hebben we in de komende jaren een aantal beleidsevaluaties gepland die voor aanvullend inzicht in de resultaten van beleid zullen zorgen.
44.2 Budgettaire gevolgen van beleid
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Verplichtingen | 363 016 | 579 689 | 533 556 | 536 812 | 535 901 | 532 409 | 530 503 |
| Uitgaven | 392 638 | 565 136 | 535 532 | 536 777 | 535 436 | 531 944 | 530 503 |
| Programma-uitgaven | 388 553 | 561 050 | 531 607 | 532 924 | 531 726 | 528 615 | 527 174 |
| Actieve participatie in maatschappelijke verbanden | 40 769 | 70 971 | 23 058 | 23 732 | 24 323 | 24 323 | 24 323 |
| Vrijwillige ondersteuning door en voor burgers | 21 083 | 85 861 | 79 544 | 80 149 | 80 427 | 80 427 | 80 427 |
| Prof. ondersteuning voor burgers met beperkingen | 87 641 | 71 781 | 85 438 | 84 355 | 84 043 | 83 043 | 83 043 |
| Tijdelijke ondersteuning van burgers met (psycho) sociale problemen | 239 060 | 332 437 | 343 567 | 344 688 | 342 933 | 340 822 | 339 381 |
| Apparaatsuitgaven | 4 085 | 4 086 | 3 925 | 3 853 | 3 710 | 3 329 | 3 329 |
| Ontvangsten | 3 878 | 70 | – | – | – | – | – |
Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |||
| Actieve participatie in maatschappelijke verbanden | 23 058 | 23 732 | 24 323 | 24 323 | 24 323 | ||
| juridisch verplicht | 11 158 | 10 860 | 10 854 | 10 854 | 10 854 | ||
| bestuurlijk gebonden | 11 400 | 12 240 | 12 340 | 12 340 | 12 340 | ||
| niet verplicht/bestuurlijk gebonden | 500 | 632 | 1 129 | 1 129 | 1 129 | ||
| Vrijwillige ondersteuning voor en door burgers | 79 544 | 80 149 | 80 427 | 80 427 | 80 427 | ||
| juridisch verplicht | 75 837 | 70 216 | 70 205 | 70 205 | 70 205 | ||
| bestuurlijk gebonden | 3 507 | 9 700 | 9 850 | 9 850 | 9 850 | ||
| niet verplicht/bestuurlijk gebonden | 200 | 233 | 372 | 372 | 372 | ||
| Prof. ondersteuning voor burgers met beperkingen | 85 438 | 84 355 | 84 043 | 83 043 | 83 043 | ||
| juridisch verplicht | 83 729 | 82 523 | 82 411 | 82 408 | 82 408 | ||
| bestuurlijk gebonden | 1 487 | 994 | 732 | 135 | 135 | ||
| niet verplicht/bestuurlijk gebonden | 222 | 838 | 900 | 500 | 500 | ||
| Tijdelijke ondersteuning van burgers met (psycho) sociale problemen | 343 567 | 344 688 | 342 933 | 340 822 | 339 381 | ||
| juridisch verplicht | 340 777 | 342 173 | 340 353 | 337 853 | 336 353 | ||
| bestuurlijk gebonden | 2 690 | 2 300 | 2 270 | 2 250 | 2000 | ||
| niet verplicht/bestuurlijk gebonden | 100 | 215 | 310 | 719 | 1 028 | ||
Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MEE-instellingen | 162,3 | 160,1 | 163,5 | 167,2 | 171,0 | 175,1 | 175,1 |
| Totaal | 162,3 | 160,1 | 163,5 | 167,2 | 171,0 | 175,1 | 175,1 |
| Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar | – 1,4% | 2,1% | 2,3% | 2,3% | 2,4% | 0,0% |
In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van maatschappelijke ondersteuning. In de beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming van de eerste suppletore wet 2007 en de miljoenennota 2008 verwerkt. Voor 2007 is de loon-prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2008 en latere jaren de loon-prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd.
44.3 Operationele doelstellingen
Er zijn vier operationele doelstellingen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning:
1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden;
2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning;
3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning;
4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning.
44.3.1 Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden
Wij hebben als primair doel om er samen met gemeenten er voor zorg te dragen dat de participatie van burgers in de samenleving wordt gestimuleerd. Burgers gaan verbindingen met elkaar aan en er ontstaan sociale verbanden. Gemeenten worden ondersteund om op vernieuwende wijze integraal beleid te ontwikkelen en uit te voeren en waarbij verbindingen gelegd worden tussen prestatievelden van de Wmo en aanpalende beleidsvelden.
In 2007 heeft het accent vooral gelegen op het ondersteunen van het beleid gericht op individuele voorzieningen voor burgers met beperkingen, zoals de hulp bij het huishouden. In 2008 willen wij meer recht doen aan de kern van ons beleid, namelijk gemeenten ondersteunen bij de verbreding van de Wmo tot een echte participatiewet. Op deze wijze leveren wij een bijdrage aan de doelstellingen van het Coalitieakkoord en het beleidsprogramma en in het bijzonder aan de pijler «Sociale samenhang».
Hiertoe zetten we een aantal instrumenten in ten behoeve van:
• het ondersteunen en stimuleren van gemeentelijk Wmo beleid;
• het verbeteren van de maatschappelijke participatie van burgers.
We meten de voortgang van ons beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde Lange termijn (2011) |
| 1. Aantal gemeenten waar één of meerdere Wmo beleidsplannen zijn vastgesteld | – | – | 443 | 443 (2011) |
| 2. Aantal wijkplannen in het actieplan krachtwijken dat specifiek ingaat op versterken van «sociale samenhang» | – | – | 10 | 20 (2011) |
Bronnen
1. Onderzoek Sociaal Cultureel Planbureau in kader van monitoring en evaluatie Wmo
2. Wijkactieplannen Krachtwijken
Instrumenten voor het ondersteunen en stimuleren van (vernieuwing van) gemeentelijke Wmo-beleid
• Vernieuwingsprogramma
Om gemeenten te ondersteunen bij de vernieuwing van het Wmo-beleid worden trends onderzocht en scenario’s beschreven van maatschappelijke en economische ontwikkelingen die op de middellange termijn de participatie van burgers beïnvloeden en die relevant zijn voor het uit te voeren beleid. Tevens worden nieuwe aanpakken van inhoudelijke en bestuurlijke thema’s ontwikkeld die bruikbaar zijn voor het beleid gericht op maatschappelijke participatie.
Verder laten we sociale interventies wetenschappelijk toetsen op effectiviteit. Gemeenten hebben daarmee een instrument in handen om de kwaliteit van de uitvoerder en de voorgenomen interventies te toetsen.
Tenslotte worden kwaliteitsstandaarden ontwikkeld voor de wijze waarop veel voorkomende maatschappelijke vraagstukken het meest succesvol kunnen worden aangepakt. Om ervoor te zorgen dat die effectieve interventies en kwaliteitsstandaarden ook daadwerkelijk worden toegepast zullen ze worden opgenomen in de opleidingsprogramma’s van onderwijsinstellingen en gebruikt bij de deskundigheidsbevordering van professionals.
Voor het vernieuwingsprogramma geven we subsidie aan Verwey Jonkerinstituut, ZonMw en Movisie (€ 2,8 miljoen).
• Verspreiden kennis Wmo
Movisie ontvangt een subsidie (€ 8 miljoen) voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis op het terrein van de Wmo en aanpalende terreinen.
• Monitoring en evaluatie Wmo
De Wet maatschappelijke ondersteuning bepaalt dat gemeenten jaarlijks gegevens verzamelen over de resultaten van het gevoerde beleid en de tevredenheid van hun burgers. Eind 2008 zullen wij deze prestaties van gemeenten landelijk publiceren. In 2008 zullen ook activiteiten plaatsvinden in het kader van de eerste evaluatie van de Wmo, die in 2009 zal verschijnen en door het SCP zal worden uitgevoerd (€ 1,5 miljoen). Zo worden in 2008 de beleidsontwikkelingen bij gemeenten periodiek gemonitord. Tevens wordt informatie verzameld over de maatschappelijke participatie van burgers door onderzoek te doen onder diverse doelgroepen van het Wmo-beleid en via landelijke cliëntenpanels.
• Ondersteuning gemeenten
Ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering van het Wmo-beleid. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en deskundigen op het gebied van de Wmo worden met elkaar in contact gebracht voor informatie-uitwisseling over goede praktijkvoorbeelden. Er wordt praktische ondersteuning geboden, er wordt informatie verspreid via onder meer de websitewww.invoeringwmo.nlen er worden bijeenkomsten georganiseerd. Daarbij is het van belang op welke manier er in het gemeentelijk Wmo-beleid aandacht wordt besteed aan de toegankelijkheid van algemene voorzieningen voor mensen met beperkingen en de opbouw van PGB-tarieven (€ 1,5 miljoen).
Instrumenten voor het verbeteren van de maatschappelijke participatie van burgers
• Leefbaarheid en sociale samenhang
Subsidie voor een aantal programma’s over leefbaarheid en sociale samenhang, zoals de Wmo-wijkenaanpak waarin 9 wijken op de voet worden gevolgd in hun aanpak. De opgedane ervaringen worden via nieuwsbrieven en handreikingen overgedragen aan andere gemeenten (€ 0,45 miljoen).
Daarnaast werken wij samen met WWI aan het WWI-actieplan Krachtwijken en onderzoeken we de kosten en baten van een gebiedsgerichte aanpak.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies | 10 854 | 10 854 | 10 854 | 10 854 | 10 854 |
| Onder andere: | |||||
| Movisie | 8 050 | 8 050 | 8 050 | 8 050 | 8 050 |
| Stimulans | 865 | 865 | 865 | 865 | 865 |
| Projectsubsidies | 5 364 | 5 738 | 6 329 | 6 329 | 6 329 |
| Onder andere: | |||||
| Leefbaarheid | 450 | 350 | 350 | 350 | 350 |
| Aktieplan krachtwijken | 600 | 800 | 600 | ||
| Vernieuwingsprogramma Wmo | 2 800 | 2 700 | 2 700 | 2 700 | 2 700 |
| Ondersteuning gemeenten | 1 500 | 860 | 860 | 760 | 760 |
| Opdrachten | 1 800 | 2 100 | 2 100 | 2 100 | 2 100 |
| Onder andere: | |||||
| CBS | 60 | ||||
| Evaluatie Wmo | 1 500 | 1 500 | 1 500 | 1 500 | 1 500 |
| Monitoring Wmo | 200 | 500 | 500 | 500 | 500 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 5 040 | 5 040 | 5 040 | 5 040 | 5 040 |
| Naar BVK (gezond in de stad + kenniscentrum GSB) | 5 040 | 5 040 | 5 040 | 5 040 | 5 040 |
| Totaal | 23 058 | 23 732 | 24 323 | 24 323 | 24 323 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
44.3.2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning
Mensen die er niet voldoende in slagen om voor zichzelf te zorgen of te participeren, moeten gebruik kunnen maken van ondersteuning door vrijwilligers of mantelzorgers. Op basis van de Wmo is dit primair de taak van gemeenten. Voor een toekomstbestendig rijksbeleid op het terrein van mantelzorg en vrijwillige inzet voor de komende jaren is het SCP gevraagd twee toekomstverkenningen uit te voeren. Op basis van deze toekomstverkenningen is een meerjarenaanpak vrijwillige inzet en mantelzorg ontwikkeld. Deze zal in oktober naar de Tweede Kamer worden gezonden.
Doel hiervan is het vergroten van het aantal vrijwilligers en – gezien een aantal door het SCP geconstateerde onzekere factoren – het behoud van het aantal mantelzorgers. Dit doen we via twee wegen:
• verspreiden van kennis over mantelzorg en vrijwillige inzet
• versterken lokale ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers(organisaties)
We meten de voortgang van ons beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde Lange termijn (2011) |
| 1. Aantal mantelzorgers | 2,4 miljoen | 2,4 miljoen | 2,4 miljoen | |
| 2. Deelname aan vrijwillige inzet | 31% | 31% | > 31% | |
Bronnen
1. en 2. SCP
Toelichting:
Over de inzet van de enveloppe voor maatschappelijke stages en vrijwillerswerk om het aantal vrijwilligers en mantelzorgers substantieel uit te breiden (doelstelling 35 Samen werken samen leven) wordt nog overleg gevoerd met de Minister van OCW.
Instrumenten voor het vergroten van het aantal vrijwilligers en het behoud van het aantal mantelzorgers door het bieden van ondersteuning
• Verspreiden van kennis over mantelzorg en vrijwillige inzet
Subsidie aan Movisie/NOV (zie OD1), Expertisecentrum Informele Zorg (EIZ) en Mezzo met als doel informatie te verzamelen en goede voorbeelden verspreiden om het aantal mantelzorgers en vrijwilligers te vergroten. EIZ en Mezzo geven advies en stellen handreikingen op, bijvoorbeeld voor het verbeteren en verminderen van wet- en regelgeving voor mantelzorgers, voor de wijze van het aanboren van nieuwe groepen, voor het verbinden van vrijwilligers- en mantelzorgbeleid met wijkaanpak, voor het vergroten van de mogelijkheden van het combineren van arbeid en mantelzorg/vrijwilligersbeleid en het vergroten van de bekendheid van respijtzorg. Mezzo ontvangt tevens subsidie voor het ondersteunen van netwerken van mantelzorgers (Mezzo € 3,2 miljoen). In 2008 ontvangen de VTA-instituten voor de laatste maal subsidie van VWS voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. In 2008 wordt de deskundigheidsbevordering vrijwilligers geëvalueerd in het licht van het nieuwe model deskundigheidsbevordering dat zich kenmerkt door decentralisatie en vraaggerichtheid.
• Versterken lokale ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers (organisaties)
Het kabinet zet in de periode 2008 tot en met 2011 jaarlijks € 4 miljoen in om de lokale ondersteuning van mantelzorgers en van vrijwilligers te versterken. Dit geld zal onder meer worden ingezet voor activiteiten die erop zijn gericht de kwaliteit van de ondersteuning te verhogen, voor activiteiten die zijn bedoeld om de combinatie van arbeid en zorg te faciliteren, voor het versterken van het vrijwilligerswerk in zorginstellingen. Om de doelstellingen van het beleid te kunnen realiseren is samenwerking met anderen noodzakelijk. Daartoe zullen we verbindingen leggen met andere overheden en bedrijven.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies | 9 348 | 4 104 | 4 104 | 4 104 | 4 104 |
| Onder andere: | |||||
| Mezzo, Rode Kruis, Zonnebloem en VIA-instellingen | 9 348 | 4 104 | 4 104 | 4 104 | 4 104 |
| Stimuleringsregeling Mantelzorgers | 65 000 | 65 000 | 65 000 | 65 000 | 65 000 |
| Vergoeding aan mantelzorgers | 65 000 | 65 000 | 65 000 | 65 000 | 65 000 |
| Projectsubsidies | 5 196 | 11 045 | 11 323 | 11 323 | 11 323 |
| Onder andere: | |||||
| Kennisverwerken/verspreiden mbt mantelzorg | 600 | 600 | 600 | 600 | 600 |
| Deskundigheidsbevordering vrijwillige inzet | 5 000 | 5 000 | 5 000 | 5 000 | |
| Vergroten aantal en versterken vrijwillige inzet en mantelzorg | 4 000 | 4 000 | 4 000 | 4 000 | 4 000 |
| Totaal | 79 544 | 80 149 | 80 427 | 80 427 | 80 427 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
44.3.3 Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning
In het coalitieakkoord legt het kabinet de nadruk op participatie door alle doelgroepen en op de uitbreiding van de werkingsfeer van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz). Mensen met een beperking, die er niet in slagen om voor zichzelf te zorgen of maatschappelijk te participeren en die geen gebruik kunnen of willen maken van vrijwilligers of mantelzorgers, moeten gebruik kunnen maken van professionele ondersteuning, vooral op lokaal niveau. Tevens moeten zij, op voet van gelijkheid, gebruik kunnen maken van specifieke en algemene voorzieningen om de deelname aan het maatschappelijk verkeer mogelijk te maken. Om de ambities uit het coalitieakkoord te verwezenlijken richten wij ons op:
• Het verbeteren van de bruikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen
• Het verbeteren van de positie van mensen met een beperking
• Het verbeteren van de lokale belangenbehartiging en inspraak van (kwetsbare) burgers
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| 1. Klanttevredenheid over Valys | 8,1 | 2005 | > 8,1 | > 8,1 |
| 2. Aantal Valyspashouders dat daadwerkelijk reist | 60% | 2005 | 70% | >70% |
| 3. Aantal gemeenten dat samenwerking aangaat met MEE | – | – | 250 | 250 |
Bronnen
1. Jaarlijks tevredenheidsonderzoek
2. Managementinformatie Valys
Instrumenten voor verbetering van de bruikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen
• Bovenregionaal vervoer gehandicapten (Valys)
Valys is bedoeld om bovenregionaal vervoer per (deel)taxi te bieden aan mensen met een mobiliteitsbeperking. Dit is een aanvulling op het (minder toegankelijke) openbaar vervoer en het gemeentelijke Wmo-vervoer. In 2008 besteden we bijzondere aandacht aan de kwaliteit van het vervoer en de beheersbaarheid van de uitgaven (€ 56,8 miljoen).
• Doelgroepenvervoer
Doel is te komen tot één loket, een eenvoudiger en klantvriendelijker indicatiestelling en een doelmatiger organisatie en uitvoering van het doelgroepenvervoer. Daartoe verkennen we de bundeling van specifiek doelgroepenvervoer op lokaal niveau. Dit doen we samen met het ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W), gemeenten, stadsregio’s en provincies. Samen met V&W ondersteunen we bovendien pilots gericht op doelmatige organisatie en uitvoering binnen de gemeenten en op samenwerking bij doelgroepenvervoer en openbaar vervoer. (€ 0,3 miljoen).
• Wonen met zorg en welzijn
In 2008 werken we samen met de minister van WWI en partijen in het veld het actieplan Wonen met welzijn en zorg uit. We stimuleren variatie in woonvormen voor mensen met een zorgvraag, de totstandkoming van voldoende geschikte woningen en zorg en ondersteuning op maat. Daarnaast stimuleren we dat in wijkservicecentra informatieuitwisseling, ontmoeting en serviceverlening plaatsvindt. Hierdoor kan de samenwerking tussen de verschillende beroepsbeoefenaren binnen de eerste lijn (gemeente, GGD en eerstelijnsgezondheidszorg) worden bevorderd. Tevens levert het een bijdrage aan de generatiebestendigheid van wijken (€ 0,62 miljoen).
Instrumenten om de positie van mensen met een beperking te verbeteren
• Uitbreiding Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz)
In 2008 evalueren we de Wgbh/cz en bereiden we het kabinetsstandpunt voor over uitbreiding van de Wgbh/cz met het terrein van het openbaar vervoer en het gehele terrein van het aanbieden van goederen en diensten. Daarnaast werken we aan de uitbreiding van de wet met primair en voortgezet onderwijs, en met wonen.
Tevens geven we voorlichting, stimuleren we zelfregulering en voegen we een landelijke kennisfunctie over gelijke behandeling van handicap en chronische ziekte toe aan bestaande kennisstructuren (€ 0,9 miljoen).
• VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap
De goedkeuringswet en de uitvoeringswet van het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap wordt in 2008 voorbereid (€ 0,1 miljoen).
• Gelijke behandeling op lokaal niveau
Om de werkzaamheden en kennis van de Taskforce Handicap en Samenleving (TFHS) te borgen organiseren we een debatreeks tussen gehandicaptenplatforms en gemeentebesturen. Deze debatten bieden gemeentebesturen inzicht in de positie van mensen met beperkingen en wijzen hen op verbetermogelijkheden (€ 0,5 miljoen).
• Financiële ondersteuning chronische zieken en gehandicapten
Ontwerpen van een regeling voor tegemoetkoming van chronische zieken en gehandicapten. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de fiscale regeling Buitengewone uitgaven (BU) en de tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU) worden beëindigd. De uitwerking is opgenomen in het belastingplan 2008 van het ministerie van Financiën.
Instrumenten om de lokale belangenbehartiging en inspraak van (kwetsbare) burgers te verbeteren
• (P) Cliëntondersteuning mensen met beperking
MEE-organisaties bieden cliëntondersteuning aan mensen met een beperking. Daarvoor ontvangen zij subsidie van het College voor Zorgverzekeringen op basis van de AWBZ (budget € 163,5 miljoen). Vanaf 2008 is in de subsidievoorwaarden opgenomen dat MEE-organisaties moeten samenwerken met gemeenten.
• Lokale cliëntenparticipatie
Het verbeteren van de lokale inspraak van (kwetsbare) burgers in het gemeentelijke Wmo-beleid loopt via het fonds PGO. De middelen hiervoor worden geraamd op artikel 43, onder de eerste doelstelling. Van het daar genoemde budget is in 2008 € 2 miljoen bestemd voor de GGZ en € 2 miljoen voor de Regionale Patiënten en Consumenten Platforms (RPCP’s).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Projectsubsidies | 85 438 | 84 355 | 84 043 | 83 043 | 83 043 |
| Onder andere: | |||||
| doelgroepenvervoer | 300 | 200 | 100 | ||
| VN-verdrag | 75 | 75 | 75 | 75 | 75 |
| Bovenregionaal vervoer (Valys) | 56 803 | 56 803 | 56 803 | 56 803 | 56 803 |
| Woningaanpassingen | 24 993 | 24 993 | 24 993 | 24 993 | 24 993 |
| Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken | 912 | 662 | 612 | 612 | 612 |
| Wonen met zorg en welzijn | 620 | 540 | 540 | 540 | 540 |
| Taskforce handicap en samenleving | 500 | ||||
| Totaal | 85 438 | 84 355 | 84 043 | 83 043 | 83 043 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Toelichting:
De middelen voor woningaanpassingen maken sinds 1 januari 2007 onderdeel uit van het Wmo budget. VWS moet lopende declaraties nog afhandelen. Daarom is nog budget gereserveerd.
44.3.4 Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning
Mensen die al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten of dreigen te verliezen en die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving hebben soms tijdelijk onderdak nodig of individuele ondersteuning, begeleiding, informatie of advies, of een combinatie daarvan. Deze mensen kunnen terecht in de maatschappelijke opvang of de vrouwenopvang.
In de afgelopen jaren is een grote uitdaging ontstaan op dit dossier. De diversiteit en de complexiteit van de problematiek van slachtoffers van huiselijk en eergerelateerd geweld is onder meer toegenomen door internationalisering, de multiculturele samenleving en de verharding van de maatschappij. Slachtoffers zijn naast vrouwen ook mannen en kinderen. Door toenemende aandacht voor deze problematiek neemt ook de vraag naar opvang en hulp toe. Daarnaast zijn de slachtoffers kwetsbaarder dan vroeger doordat sprake is van multiproblematiek: slachtoffers zijn veelal laag opgeleid, hebben schulden, psychische en andere problemen. De opvang en hulpverlening is hier nog niet goed op toegesneden. Dit maakt dat we flink gaan investeren in de kwantiteit en de kwaliteit van de opvang. Het betreft een sterke financiële impuls in de uitbreiding van het aantal plaatsen in de opvang, veiliger plaatsen, en betere hulpverlening aan slachtoffers van eergerelateerd geweld, genitale verminking en huiselijk geweld.
Voor het bovenstaande worden daarom instrumenten ingezet op de volgende terreinen:
• Voorkomen van genitale verminking;
• Het verbeteren van opvang en hulpverlening aan slachtoffers van eergerelateerd geweld, genitale verminking en huiselijk geweld;
• Het uitvoeren en uitbreiden van het Plan van aanpak Maatschappelijke Opvang Rijk-G4 en het uitbreiden ervan naar overige centrumgemeenten.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren
| Prestatie-indicatoren | ||||
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn (2011) |
| 1. Uitbreiding van het aantal opvangplaatsen (alle doelgroepen) | + 100 | + 500 structureel | ||
| 2. Aantal centrumgemeenten met een Plan van aanpak maatschappelijke opvang | 4 | 2006 | 43 | 43 |
Bronnen:
1. De nog te maken afspraken met centrumgemeenten
2. De door de centrumgemeenten ingediende plannen van aanpak
Instrument ter voorkoming van genitale verminking
• (Internationale) preventie
Ter voorkoming van genitale verminking, besteden we in 2008 specifieke aandacht aan internationale agendering van het feit dat genitale verminking een zeer ernstige vorm van kindermishandeling en eergerelateerd geweld is en actief dient te worden bestreden. Internationale preventie staat hierbij centraal; vooral omdat het delict veelal plaatsvindt in het land van herkomst. Daarnaast continueren we de pilots op het gebied van voorkomen van genitale verminking (€ 1,1 miljoen).
Instrumenten ter verbetering van opvang en hulpverlening aan slachtoffers van eergerelateerd geweld en huiselijk geweld (€ 17,9 miljoen)
• Betere hulpverlening
We bieden slachtoffers betere hulp door verbetering van de kwaliteit van de hulpverlening. Hiervoor ontwikkelen we een kwaliteitskader voor centrumgemeenten en vrouwenopvang en komt er een gestandaardiseerde intake voor het bepalen van een hulpverleningsplan. Hier gaat het ook om een goede afstemming tussen de vrouwenopvang en de jeugd- en zorgsector.
• Eerdere en snellere hulpverlening
We bieden slachtoffers eerdere en snellere hulpverlening door versterking van de ASHG’s voor vroegsignalering, 24-uurs bereikbaarheid en de inzet van interventieteams voor hulpverlening bij huisverboden.
• Tijdelijk Huisverbod
In het kader van de Wet Tijdelijk Huisverbod versterken we de opvang van daders. Ook hier gaat het zowel om investeringen in opvangplaatsen voor daders als om hulpverlening.
• Opvang van slachtoffers
In 2008 breiden we het aantal opvangplaatsen voor slachtoffers (mannen, vrouwen en kinderen) van eergerelateerd geweld, huiselijk geweld en mensenhandel uit. Het gaat om 100 plaatsen per jaar, zodat er structureel 500 opvangplaatsen extra komen. Deze opvangplaatsen zijn bestemd voor slachtoffers van eerwraak, huiselijk geweld en mensenhandel (minderjarige jongens en meisjes, vrouwen en mannen).
Instrumenten ten behoeve van het uitvoeren van het plan van aanpak Maatschappelijke Opvang Rijk-G4 en het uitbreiden ervan naar overige centrumgemeenten.
• Plan van aanpak Maatschappelijke opvang
We monitoren de uitvoering van het Plan van aanpak Maatschappelijke Opvang Rijk-G4 en ondersteunen de uitvoering van het plan van aanpak door overige centrumgemeenten voor, in samenwerking met de VNG. Doelstelling is dat de 43 centrumgemeenten uiterlijk in april 2008 een plan van aanpak hebben om in zeven jaar alle daklozen in hun verzorgingsgebied in een traject te hebben.
Daarnaast wordt een besluit genomen over de verdeelsleutel voor de maatschappelijke opvang.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies | 864 | 864 | 864 | 864 | 864 |
| Onder andere: | |||||
| Stg.Korrelatie | 634 | 634 | 634 | 634 | 634 |
| SOS telefonische Hulpdiensten | 220 | 220 | 220 | 220 | 220 |
| Projecten | 1 050 | 620 | 300 | 300 | 300 |
| Vrouwelijke Genetale Verminking | 1 050 | 620 | 300 | 300 | 300 |
| Opdrachten | 600 | 600 | 600 | 600 | 600 |
| Eergerelateerd geweld | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Kwetsbare groepen in de opvang | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 |
| Specifieke Uitkeringen | 341 053 | 342 604 | 341 169 | 339 058 | 337 617 |
| Onder andere: | |||||
| MO/VZ en VO GSB en overige steden | 297 477 | 297 477 | 297 477 | 297 477 | 297 477 |
| Voorkomen eerwraak, genitale verminking, huiselijk geweld, vrouwenopvang, Wet tijdelijk huisverbod en middelen enveloppe Capaciteit veiligheidsketen en preventie | 17 925 | 24 825 | 27 325 | 29 825 | 32 325 |
| Verdeelsleutel MO | 18 000 | 13 000 | 9 000 | 4 000 | |
| Totaal | 343 567 | 344 688 | 342 933 | 340 822 | 339 381 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
44.4 Overzicht beleidsonderzoeken
| Overzicht beleidsonderzoeken | |||
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD of OD | A Start B Afgerond | |
| Beleidsdoorlichting | Evaluatie Wmo | Alle doelstellingen | A. 2008 B. 2010 |
| Effectonderzoek ex post | Evaluatie Kennisbeleid | 44.3.1 | A. 2007 B. 2010 |
| Evaluatie mantelzorgregeling | 44.3.2 | A. 2008 B. 2008 | |
| Evaluatie deskundigheidsbevordering vrijwilligers | 44.3.2 | A. 2008 B. 2008 | |
| Evaluatie Wgbh/cz | 44.3.3 | A. 2008 B. 2008 | |
46.1 Algemene beleidsdoelstelling
Een sportieve samenleving waarin zowel veel aan sport wordt gedaan als van sport wordt genoten.
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Het Kabinet ziet sport als een bindende factor in de samenleving, omdat het bijdraagt aan belangrijke doelen op het terrein van gezondheid, veiligheid, ontwikkeling van wederzijds respect, integratie en maatschappelijke binding. We willen de grote maatschappelijke waarde van de sport nog beter benutten. Sport heeft daar bovenop ook een belangrijke intrinsieke waarde: het is leuk om te doen en om bij betrokken te zijn als vrijwilliger of supporter. Investeren in de sport achten we daarom van essentieel belang. Daarbij bouwen we voort op de beleidsplannen uit de nota Tijd voor sport, Bewegen, Meedoen, Presterenkamerstukken 30 234, nr. 2.
In de brief Samen zorgen voor beter, proloog VWS-beleid 2007–2010kamerstukken 30 800 XVI, nr. 138 en in het Beleidsprogramma Samen werken samen leven lichten we de belangrijke positie van de sport(verenigingen) verder toe. In deze begroting geven we op hoofdlijnen aan wat we willen bereiken en wat we daarvoor in 2008 gaan doen. In oktober van dit jaar werken we onze beleidsvoornemens en ambities voor de Kabinetsperiode uit in een Beleidsbrief Sport.
De belangrijkste beleidsonderwerpen in 2008 zijn:
• Stimuleren van beweging en tegengaan van inactiviteit, met speciale aandacht voor de jeugd (46.3.1);
• Zorgen dat jongeren dagelijks kunnen sporten en bewegen, binnen en buiten de schooluren (46.3.2);
• Mogelijk maken dat talenten kunnen excelleren op internationaal niveau (46.3.3).
Daarnaast zullen we in de Beleidsbrief Sport nieuw beleid uitwerken voor:
• Het stimuleren dat gehandicapten meer sporten en bewegen (46.3.2).
• Het bevorderen van sportiviteit en respect door middel van sport (46.3.2).
• Het benutten van de sport voor het realiseren van de Millennium Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) (46.3.2). In oktober 2007 doen wij u over dit onderwerp eveneens een gezamenlijke beleidsnotitie van ons en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking toekomen.
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministeriële verantwoordelijkheid
Wij zijn verantwoordelijk voor:
• het bevorderen van een actieve en daarmee gezonde leefstijl van de burger door voorlichting te geven en kennis te verspreiden;
• het aanzetten van partijen in verschillende sectoren van de maatschappij tot het ontwikkelen van activiteiten die ertoe leiden dat mensen (meer) gaan sporten en bewegen en dat minder mensen inactief zijn;
• het ontwikkelen van programma’s en het stimuleren van activiteiten die ertoe leiden dat mensen door middel van sport meedoen aan maatschappelijke activiteiten en zich daarbij sportief gedragen;
• het scheppen van voorwaarden voor topsporters in Nederland waardoor zij op verantwoorde en professionele wijze aan topsport kunnen doen.
Voor een succesvolle uitvoering van het beleid is de inzet van veel verschillende partijen essentieel. Met deze partijen werken we dan ook intensief samen op de verschillende beleidsdoelstellingen. De sportsector zelf bestaat uit een wijd vertakt netwerk van zeer diverse organisaties, opgericht en in stand gehouden door burgers zelf. De sportbeoefening, zowel in de top als op recreatief niveau, wordt voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door deze private organisaties. Een belangrijke positie wordt ingenomen door de gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor het lokale sportbeleid, waaronder het accommodatiebeleid. Een steeds belangrijker rol is weggelegd voor scholen en organisaties in de naschoolse opvang. Ook maken we gebruik van kennisinstituten en onderzoeksinstellingen bij de uitvoering van het beleid. Tot slot werken we bij de uitvoering van het beleid samen met andere departementen, waaronder de ministeries van OCW en BZK.
We meten de voortgang van het beleid met de hieronder opgenomen prestatie-indicator. Daarnaast monitoren we de uitvoering van de nota Tijd voor sport, Bewegen, Meedoen, Presteren (kamerstukken 30 234, nr. 2).
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde lange termijn |
| Percentage van de Nederlandse bevolking dat minimaal twaalf keer per jaar aan sport doet. | 60% | 2003 | 65% | 65% (2010) |
Toelichting
Deze indicator geeft aan hoe sportief de Nederlandse samenleving is.
De bron van deze indicator is het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar.
Overigens hebben alle indicatoren in dit artikel een lange termijn streefwaarde voor 2010. Bij het opstellen van de Beleidsbrief Sport, die in oktober zal verschijnen, wordt bezien of de lange termijn streefwaarde aangepast moet worden en of de termijn met één jaar verlengd moet worden, zodat deze aansluit op de huidige Kabinetsperiode.
Omdat er sprake is van lange termijn doelstellingen, zijn geen tussen streefwaarden voor 2008 opgenomen. De reden hiervoor is dat de effecten van het beleid pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn. Tussenwaardes voegen niet veel toe of rechtvaardigen niet de uitgaven voor het jaarlijks verzamelen van deze gegevens.
46.2 Budgettaire gevolgen van beleid
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Verplichtingen | 203 893 | 94 516 | 74 068 | 81 691 | 84 249 | 109 158 | 114 951 |
| Uitgaven | 118 546 | 102 309 | 117 444 | 121 297 | 121 582 | 114 951 | 114 951 |
| Programma-uitgaven | 116 207 | 99 770 | 114 974 | 119 173 | 119 563 | 113 141 | 113 141 |
| Gezond door sport | 6 636 | 10 087 | 18 763 | 22 330 | 23 503 | 24 672 | 24 772 |
| Meedoen door sport | 71 300 | 68 251 | 68 584 | 69 216 | 68 433 | 60 892 | 63 292 |
| Sport aan de top | 38 271 | 21 432 | 27 627 | 27 627 | 27 627 | 27 577 | 25 077 |
| Apparaatsuitgaven | 2 339 | 2 539 | 2 470 | 2 124 | 2 019 | 1 810 | 1 810 |
| Ontvangsten | 999 | 870 | 870 | 870 | 870 | 870 | 870 |
Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |||
| 1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid | 18 763 | 22 330 | 23 503 | 24 672 | 24 772 | ||
| – Juridisch verplicht | 17 480 | 19 741 | 20 250 | 20 700 | 1 950 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 1 283 | 2 589 | 3 253 | 3 972 | 22 822 | ||
| 2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om | 68 584 | 69 216 | 68 433 | 60 892 | 63 292 | ||
| – Juridisch verplicht | 54 583 | 47 742 | 45 123 | 19 164 | 15 214 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 12 540 | 14 629 | 15 834 | 15 834 | 20 834 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 1 461 | 6 845 | 7 476 | 25 894 | 27 244 | ||
| 3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland | 27 627 | 27 627 | 27 627 | 27 577 | 25 077 | ||
| – Juridisch verplicht | 25 842 | 20 022 | 18 591 | 12 988 | 8 982 | ||
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 1 785 | 7 605 | 9 036 | 14 589 | 16 095 | ||
De bedragen opgenomen op de regels «Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden» zijn voor een deel gereserveerd voor het beleid dat uitgewerkt zal worden in de Beleidsbrief Sport die in oktober zal verschijnen.
Voor een deel zijn deze bedragen ook bestemd voor het honoreren van projecten die zich in de loop van het begrotingsjaar aandienen en die passen binnen het beleid.
– Binnen het operationeel doel «Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid» gaat het met name om subsidies voor het Nationaal Actieplan Sport en bewegen, Sportgeneeskunde en Blessurepreventie en kennisverzameling op het terrein van sport en bewegen.
– Binnen het operationeel doel «Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om» gaat het met name om subsidies voor de stimulering van de sportdeelname van mensen met een beperking, Meedoen Allochtone Jongeren, kaderbeleid en Masterplan Arbitrage.
– Binnen het operationeel doel «De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland» gaat het met name om subsidies voor talentontwikkeling en dopingbestrijding.
46.3 Operationele doelstellingen
Er zijn drie operationele doelstellingen voor sport:
1. mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid;
2. via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om;
3. de topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland.
46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid
In het gewone dagelijkse leven zijn flinke lichamelijke inspanningen vrijwel verdwenen. Bewegingsarmoede en verkeerde voedingspatronen leiden tot gezondheidsproblemen. Sport en beweging dragen bij aan een actieve en gezonde leefstijl van het individu en zijn daardoor in het belang van een gezonde samenleving waaraan mensen zo lang mogelijk actief blijven meedoen.
Om burgers op grote schaal tot een actieve leefstijl te verleiden, is een omslag nodig: dagelijks bewegen wordt de norm. Het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) geeft daaraan een grote impuls. Partijen in verschillende sectoren van de maatschappij worden ertoe aangezet activiteiten te ontwikkelen waardoor mensen meer gaan sporten en bewegen en minder mensen inactief zijn.
Het NASB past in het kabinetsbeleid op het gebied van preventieve gezondheidszorg: het vormt het onderdeel «bewegen» uit het Convenant Overgewicht, dat in januari 2005 tussen overheid en bedrijfsleven is afgesloten, en van de Preventiebrief,kamerstukken 22 894, nr. 110, die in oktober 2006 aan de Kamer is aangeboden. In aansluiting hierop is vanuit het coalitieakkoord een Visie op Gezondheid en Preventie geformuleerd die rond Prinsjesdag 2007 zal verschijnen.
Het NASB kent vijf aandachtsgebieden (settings): Wijk, School, Werk, Zorg en Sport. Vanaf 2008 wordt, in samenwerking met de minister voor Jeugd en Gezin, extra aandacht geschonken aan de doelgroep Jeugd, omdat de aanzet tot een leven lang sporten en bewegen op jeugdige leeftijd wordt gegeven. Daartoe wordt extra geïnvesteerd in de settings Wijk, School en Zorg. Verder zal bewegen op recept via de zorg gestimuleerd worden.
We willen bereiken dat:
• Mensen meer sporten en bewegen en minder mensen inactief zijn; en
• Mensen op een gezonde en verantwoorde manier aan sport doen.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | |||
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde lange termijn |
| Percentage van de Nederlandse bevolking (vanaf 18 jaar) dat voldoet aan de beweegnorm of de fitnorm | 63% | 2005 | 65% (2010) |
Toelichting
Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders voldoende bewegen voor hun gezondheid. Dit geeft een indicatie van de behaalde gezondheidswinst door sport. De gegevens maken onderdeel uit van het standaardonderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), uitgevoerd door onder meer TNO.
De «beweegnorm» (officieel de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, NNGB) is: op minstens vijf dagen per week minstens dertig minuten matig intensief bewegen. De «fitnorm» is: op minstens drie dagen per week minstens twintig minuten intensief bewegen.
De realisatie van deze indicator wordt jaarlijks gemeten.
Instrumenten ten behoeve van het stimuleren van lichaamsbeweging en het tegengaan van inactiviteit
• Nationaal Actieplan Sport en Bewegen
Deze subsidies en bijdragen zijn onder meer bedoeld om gezonde lichaamsbeweging te stimuleren en inactiviteit tegen te gaan bij verschillende specifieke doelgroepen, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan de jeugd. Wij richten ons met deze subsidies en bijdragen op alle relevante aandachtsgebieden van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen: wijk, school, werk, zorg en sport (€ 10,3 miljoen).
Daarnaast zijn deze subsidies en bijdragen bedoeld om de sportmedische begeleiding van topsporters uit te voeren (€ 1 miljoen), projecten uit te voeren die gericht zijn op blessurepreventie (€ 0,8 miljoen), om de kwaliteit van de sportgeneeskunde verder te verbeteren (€ 2,5 miljoen) en om de kennis van en informatie over sport en bewegen te vergroten (€ 1,1 miljoen).
• Bewegen op recept (BOR)
Verder zal bewegen op recept via de zorg gestimuleerd worden. Hiertoe zal in overleg met betrokken partijen (onder andere de LHV, GGD-NL, LVG, KNGF, NISB en CVZ) in de tweede helft van 2007 en in 2008 verdere ervaring op worden gedaan met proefimplementaties van beweeginterventies om zo informatie beschikbaar te krijgen over kosteneffectiviteit en voorwaarden voor succesvolle verspreiding en ondersteuning (€ 3 miljoen).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 450 | 450 | 450 | 450 | 450 |
| Diverse sportmedische instellingen | 450 | 450 | 450 | 450 | 450 |
| Projectsubsidies | 18 313 | 21 880 | 23 053 | 24 222 | 24 322 |
| Nationaal Actieplan Sport en Bewegen | 10 326 | 15 706 | 17 981 | 18 881 | 18 881 |
| Bewegen op recept | 3 000 | 1 000 | |||
| Diverse sportmedische instellingen | 3 882 | 4 008 | 4 043 | 4 047 | 4 047 |
| Onderzoeksinstituten | 1 105 | 1 166 | 1 029 | 1 294 | 1 394 |
| Totaal | 18 763 | 22 330 | 23 503 | 24 672 | 24 772 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
46.3.2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om
Sport is van grote maatschappelijke betekenis. Sport is een bindende factor in de samenleving. In het coalitieakkoord onderschrijven we dat in (breedte)sport aspecten als gezondheid, veiligheid, ontwikkelen van wederzijds respect, integratie en maatschappelijke binding bijeen komen. De sport levert dan ook een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen en pijlers van het kabinetsbeleid:
• onderwijs/jeugd: betere schoolprestaties, minder schooluitval, beter school- en leerklimaat, ontwikkeling van wederzijds respect;
• wijkaanpak: positieve bijdrage aan integratie, leefbaarheid, sociale samenhang, waarden en normen;
• gezondheid en preventie: minder overgewicht, versterking actieve en gezonde leefstijl;
• excelleren van talentvolle jeugd: meer kansen voor talenten.
Om dit te kunnen blijven realiseren dient de sport wel in voldoende mate te zijn toegerust om die maatschappelijke taken goed te kunnen vervullen. Investeren in de sport(vereniging) is daartoe van essentieel belang in combinatie met een impuls voor brede scholen. In samenwerking met het ministerie van OCW, de sportsector en gemeenten wordt daarom geïnvesteerd in combinatiefuncties sport, onderwijs en naschoolse opvang. Daardoor worden sportverenigingen versterkt. Tevens wordt gewerkt aan een dekkend aanbod van brede scholen in de krachtwijken en aan extra brede scholen in de rest van Nederland. Uiteindelijk moet daarmee bereikt worden dat 90 procent van de leerlingen op scholen dagelijks kunnen sporten en bewegen binnen en buiten de schooluren in combinatie met sportverenigingen en andere partners. Meer aandacht wordt gericht op het vergroten van de sportdeelname van gehandicapten, op de bijdrage van sport aan de Millennium Ontwikkelingsdoelen en aan de rol van de sportsector op het terrein van sportiviteit en respect.
We willen bereiken dat:
• Mensen meedoen aan sportactiviteiten op lokaal niveau;
• Verenigingen aantrekkelijk zijn voor grote groepen sporters en vrijwilligers en hun maatschappelijke taken kunnen uitoefenen;
• Allochtone jongeren meedoen in de samenleving door middel van sport; en
• Mensen zich sportief gedragen en (spel)regels respecteren.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | |||
|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde lange termijn |
| 1. Percentage van de Nederlandse bevolking dat lid is van een sportvereniging | 36% | 2003 | 38% (2010) |
| 2. Percentage van de Nederlandse bevolking dat als vrijwilliger in de sport actief is | 11% | 2003 | 13% (2010) |
Toelichting
Ad 1. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders lid zijn van een sportvereniging. Dat is een indicatie van «meedoen in de maatschappij».
Ad 2. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders als vrijwilliger actief zijn binnen de sport. Dat is een indicatie van «meedoen in de maatschappij».
De bron van deze beide indicatoren is het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar.
Instrumenten ter bevordering van deelname aan sportactiviteiten op lokaal niveau
• Decentralisatie-uitkeringen
Via convenanten of prestatie-afspraken verstrekken wij decentralisatie-uitkeringen aan gemeenten, in samenwerking met OCW en de sportsector, om 3000 sportverenigingen te versterken en een impuls te geven aan brede scholen door het aanstellen van professionals in combinatiefuncties sport, onderwijs en naschoolse opvang (€ 7,5 miljoen). Hiermee wordt voor een belangrijk deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.
• Specifieke uitkeringen verstrekken aan gemeenten en provincies
Deze uitkeringen zijn onder meer bedoeld voor het stimuleren van samenwerking op lokaal niveau tussen buurt, onderwijs en sport (BOS) om door middel van sport achterstanden van jeugdigen op het gebied van gezondheid, sport en participatie tegen te gaan (€ 11,7 miljoen). Deze uitkeringen zijn ook bedoeld om het lokale sportaanbod structureel te verbeteren door middel van de Breedtesportimpuls (€ 4 miljoen).
Deze specifieke uitkeringen worden de komende jaren afgebouwd. De vrijvallende middelen worden ingezet voor de decentralisatie-uitkering sport, onderwijs, naschoolse opvang en het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen.
Instrumenten ten gehoeve van het aantrekkelijk maken van verenigingen voor grote groepen sporters en vrijwilligers
• Subsidies verlenen aan sportorganisaties en instellingen
– Ten eerste zijn er subsidies voor activiteiten om het sportaanbod en de sportverenigingen te vernieuwen. Dat moet gebeuren via een gericht programma met proefprojecten (€ 3,8 miljoen).
– Ten tweede zijn er subsidies om sportdeelname van gehandicapten te bevorderen (€ 2 miljoen).
– Ten derde zijn er subsidies om kennis van, informatie over en samenwerking in de sport te vergroten (€ 4,3 miljoen).
• Compensatie «ecotax»
Bijdragen verstrekken aan sportorganisaties om de kosten van sportverenigingen als gevolg van de regulerende energieheffing, de «ecotax», gedeeltelijk te compenseren (€ 9,3 miljoen).
Instrumenten ter bevordering van deelname van allochtone jongeren in de samenleving door middel van sport
• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties (€ 12 miljoen) en bijdragen verstrekken aan andere overheden (€ 5 miljoen)
Deze subsidies en bijdragen zijn bedoeld om de sportdeelname van allochtone jongeren te bevorderen en om met sport extra begeleiding en zorgtrajecten voor allochtone jongeren uit te voeren.
Instrument ten behoeve van het sportieve gedrag van mensen en het respecteren van (spel)regels
• Subsidies aan landelijke (sport)organisaties
– We verlenen subsidies om het bestand aan goed opgeleide trainers en coaches uit te breiden, om opleidingstrajecten te moderniseren en om innovatie en ontwikkeling van opleidingen, bijscholingen en kennisuitwisseling mogelijk te maken (€ 2,6 miljoen).
– We verlenen subsidies om een «masterplan arbitrage» uit te voeren om het tekort aan gekwalificeerde scheidsrechters terug te dringen, en om projecten uit te voeren die verruwing, geweld, discriminatie en onheus gedrag naar scheidsrechters op de velden en langs de lijn aanpakken (€ 1 miljoen).
– We verlenen subsidies om de Koninkrijksband en de internationale samenwerking en kennisuitwisseling te versterken, daarbij zal in samenwerking met het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking ook gewerkt worden om de Millennium Ontwikkelingsdoelen dichterbij te brengen (€ 1,3 miljoen).
• Samenwerking met betrokken partijen
Het doel is om te komen tot een programma «Sportiviteit en respect». Met de sportsector wordt overlegd over enkele specifieke aandachtspunten, zoals gedragscodes, bestrijding van geweld op en rond het veld, bestrijding van discriminatie en racisme en de ontwikkeling van homo-emancipatie in de sport (€ 0,8 miljoen).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Specifieke uitkeringen | 14 706 | 14 107 | 12 443 | 2 257 | 257 |
| Breedtesportimpuls | 3 000 | 750 | |||
| BOS-regeling | 11 706 | 13 357 | 12 443 | 2 257 | 257 |
| Decentralisatie uitkeringen | 7 500 | 12 109 | 15 834 | 15 834 | 20 834 |
| Combinatiefuncties | 7 500 | 12 109 | 15 834 | 15 834 | 20 834 |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 5 500 | 4 500 | 4 500 | 4 500 | 4 500 |
| Onder andere: | |||||
| Bijzondere landelijke sportorganisaties | 4 500 | 4 500 | 4 500 | 4 500 | 4 500 |
| Projectsubsidies | 35 838 | 35 980 | 35 656 | 38 301 | 37 701 |
| Onder andere: | |||||
| Compensatie Ecotax | 9 357 | 9 357 | 9 357 | 9 357 | 9 357 |
| Breedtesportimpuls | 1 096 | 355 | |||
| Meedoen Allochtone Jongeren | 12 750 | 12 691 | 12 632 | ||
| Trainers en coaches | 1 607 | 2 549 | 2 587 | 2 587 | 2 687 |
| Arbitrage en sportiviteit | 1 844 | 1 843 | 1 844 | 1 844 | 1 844 |
| Koninkrijksband en Internationale Samenwerking | 1 350 | 1 350 | 1 350 | 1 350 | 1 350 |
| Sportdeelname gehandicapten | 998 | 998 | 998 | 998 | 1 098 |
| Nieuwe sportmogelijkheden | 3 824 | 3 823 | 3 823 | 1 750 | |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 5 040 | 2 520 | |||
| Meedoen Allochtone Jongeren (GSB) | 5 040 | 2 520 | |||
| Totaal | 68 584 | 69 216 | 68 433 | 60 892 | 63 292 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
46.3.3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland
Het kabinet ondersteunt de ambitie van de sport om Nederland een plaats te laten verwerven in de internationale top tien landenklassering. Daarvoor moeten Nederlandse sporters goed presteren op Wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen en op de Olympische en Paralympische Spelen. Om in de top tien te komen, maakt de overheid duidelijke keuzes. De rijksoverheid investeert niet langer in alle topsportprogramma’s, maar concentreert de beschikbare middelen op die topsportonderdelen waarbij Nederlandse sporters nu of in de (nabije) toekomst goed presteren.
Om te kunnen concurreren met en te presteren binnen de internationale top zijn internationaal kwalitatief hoogwaardige sporttechnische programma’s essentieel voor het succes van onze sporters. Sporters moeten in staat gesteld worden om voltijds met hun sport bezig te zijn en moeten hierin goed begeleid worden. De rijksoverheid mag hierbij de maatschappelijke carrière van de sporter niet uit het oog verliezen maar beseft dat de ontwikkelingen in de internationale arena niet stil staan. Uit internationaal vergelijkend onderzoek1 en gesprekken met onderzoekers en NOC*NSF blijkt dat voor Nederland kansen liggen op het terrein van talentontwikkeling. Om te zorgen dat Nederland zich kan meten met de internationale top zetten we middelen in voor de verbetering van de combinatie toptraining en onderwijs, de ontwikkeling van Centra voor Topsport en Onderwijs, een extra impuls aan talentcoaching, en het leveren van een bijdrage aan hoogwaardige internationale trainings- en wedstrijdprogramma’s. De inzet is een toename van 20% van het aantal talenten in 2011. Hiermee wordt voor een deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.
Daarnaast wordt het beleid ten aanzien van coaching, stipendia, de organisatie van topsportevenementen, het tegen gaan van dopinggebruik en het ontwikkelen van innovatieve toepassingen voortgezet.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | |||
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde lange termijn |
| Positie van Nederland in de topsportlandenklassering | n.b. | n.b. | Positie bij de eerste tien (2010) |
Toelichting
Deze prestatie-indicator geeft aan in hoeverre Nederland erin slaagt om zich te scharen bij de top tien van topsportlanden.
Deze indicator is in ontwikkeling door NOC*NSF en het Mulier Instituut en zal in de loop van 2008 gereed zijn.
Instrumenten ter bevordering van de topsport
• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties voor talentontwikkeling
Het doel van deze subsidies is om het ontwikkelen van talenten te verbeteren en om talenten ook de laatste stap te laten zetten: het excelleren in internationale wedstrijden en competities. Dat gebeurt door projectplannen door de sportbonden uit te laten voeren, door meer specifieke talentcoaches in te zetten, door facilitaire ondersteuning door Olympische netwerken, door de combinatie van toptraining en onderwijs te verbeteren, door Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO’s) en Nationale Trainingscentra (NTC’s) op te zetten en door een bijdrage te leveren aan hoogwaardige internationale trainings- en wedstrijdprogramma’s in voorbereiding op de Olympische Spelen (€ 7,3 miljoen). Hiermee wordt voor een deel invulling gegeven aan de Intensivering Sport uit het coalitieakkoord.
• Coaches aan de top
Bijdrage verstrekken aan het programma Coaches aan de top van de sportsector. Het doel is topcoaches vrij te maken voor hun trainerscarrière en te kunnen behouden voor de Nederlandse topsport (€ 4,5 miljoen).
• Fonds voor de Topsporter
Bijdrage verstrekken aan het Fonds voor de Topsporter. Deze bijdrage is bedoeld voor het uitkeren van een stipendium aan A-topsporters en nationale toptalenten met een inkomen dat lager is dan het minimumloon, zodat zij zich vrij kunnen maken voor hun sportcarrière (€ 5,3 miljoen).
• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties voor de organisatie van topsportevenementen in Nederland (€ 4,7 miljoen).
• Subsidies verlenen aan (inter)nationale antidopingorganisaties om het dopinggebruik tegen te gaan(€ 1,6 miljoen).
• Bijdrage verstrekken aan de Stichting InnoSportNL voor de ontwikkeling voor grensverleggende innovatieve toepassingen voor de sport (€ 3 miljoen).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde uitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 6 482 | 6 482 | 6 482 | 6 482 | 6 482 |
| Fonds voor de topsporter | 5 281 | 5 281 | 5 281 | 5 281 | 5 281 |
| Nationale anti-dopingorganisatie | 1 201 | 1 201 | 1 201 | 1 201 | 1 201 |
| Projectsubsidies en opdrachten | 21 145 | 21 145 | 21 145 | 21 095 | 18 595 |
| Onder andere: | |||||
| Talentontwikkeling | 7 297 | 7 297 | 7 297 | 7 297 | 7 297 |
| Coaches | 4 584 | 4 584 | 4 584 | 4 584 | 4 584 |
| Topsportevenementen | 4 695 | 4 695 | 4 695 | 4 695 | 4 695 |
| Innosport | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | |
| Totaal | 27 627 | 27 627 | 27 627 | 27 577 | 25 077 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
46.4 Overzicht beleidsonderzoeken
| Overzicht beleidsonderzoeken | |||
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD of OD | A Start B Afgerond | |
| Effectonderzoek ex post | Uitvoering sportprogramma | 46.1 | A 03-2011 B 09-2011 |
| Evaluatieonderzoek Breedtesportimpuls | 46.3.2 | A 01-2009 B 12-2009 | |
| Overig evaluatieonderzoek | Onderzoek naar de sportparticipatie van mensen met een beperking | 46.3.2 | A 06-2007 B 02–2008 |
| Onderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN) | 46.3.1 | Doorlopend | |
| Topsportklimaat onderzoek | 46.3.3 | Doorlopend | |
Artikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereldoorlog II
47.1 Algemene beleidsdoelstelling
De erfenis van WO II is afgewikkeld en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2008
Op dit beleidsterrein is continuïteit belangrijk. Het blijven vertellen van het verhaal van WO II aan nieuwe generaties en aansluiten bij actuele thema’s die mensen nu bezighouden, is essentieel om het verhaal betekenis te laten houden voor vandaag. Bij brief van 11 juni 2007 hebben wij de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van het beleid ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog.
Voor 2008 ligt de nadruk op de volgende beleidsimpulsen:
• Vereenvoudiging van de oorlogswetten (47.3.1). De uitgangspunten van deze vereenvoudiging zijn uiteengezet in mijn brief aan de Tweede Kamer van 26 maart 2007. De vereenvoudiging zal de administratieve lastendruk voor de cliënten van de Pensioen- en uitkeringsraad (PUR) verminderen en de overgang van een deel van de werkzaamheden van de PUR naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) faciliteren.
• Voortzetting van het programma Erfgoed van de oorlog (47.3.2). Dit programma, dat loopt van 2007 t/m 2009, is gericht op behoud, toegankelijkheid en publieksgerichte toepassing van bijzonder of kwetsbaar erfgoedmateriaal dat betrekking heeft op de Tweede Wereldoorlog. In juni 2007 is het beleidskader voor subsidiëring van het programma Erfgoed van de oorlog bekend gemaakt. In de periode 2007 t/m 2009 zullen subsidie-aanvragen op het terrein van Erfgoed aan dit kader getoetst worden.
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministeriële verantwoordelijkheid
We zijn verantwoordelijk voor:
• het actueel houden van de wet- en regelgeving voor oorlogsgetroffenen. Wijzigingen zijn met name nodig in verband met wijziging van wetgeving op andere terreinen.
• het toezicht op vier zelfstandige bestuursorganen (zbo’s): de PUR, de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (CAOR), de Stichting Het Gebaar (voor de Indische gemeenschap) en de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma;
• de (financiering van de) infrastructuur die het mogelijk maakt de herinnering van WO II in stand te houden.
Om de erfenis van WO II af te wikkelen (dat wil zeggen, de materiële en immateriële hulpverlening bij een dalend aantal oorlogsgetroffenen goed te laten verlopen) is het nodig dat uitvoeringsorganen zoals de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) in de laatste fase doelmatig en effectief blijven functioneren.
Bewustwording van de betekenis van het woord «vrijheid» wordt ondersteund door WO II als referentiepunt te nemen. Daarvoor is het belangrijk de herinnering levend te houden door instandhouding van herinneringscentra, conservering, ontsluiting en het stimuleren van gebruik van waardevol erfgoedmateriaal alsmede de vertaling van gebeurtenissen tijdens WO II naar deze tijd (jeugdvoorlichting). Werken aan bewustwording van (met name) de jeugd over de betekenis van vrijheid in relatie tot WOII is een complexe aangelegenheid. Het resultaat is onder meer afhankelijk van actuele maatschappelijke ontwikkelingen.
Bij de algemene doelstelling is geen prestatie-indicator opgenomen omdat de doelstelling meerdere, uiteenlopende elementen bevat die zich moeilijk in één indicator laten weergeven.
47.2 Budgettaire gevolgen van beleid
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Verplichtingen | 398 514 | 416 870 | 387 470 | 375 780 | 357 438 | 341 728 | 328 528 |
| Uitgaven | 398 636 | 414 808 | 388 402 | 376 621 | 357 438 | 341 728 | 328 528 |
| Programma-uitgaven | 397 445 | 413 449 | 387 129 | 375 386 | 356 581 | 341 024 | 327 824 |
| Wetten, regelingen en rechtsherstel WO II | 390 671 | 401 795 | 373 057 | 361 089 | 346 989 | 333 732 | 320 532 |
| Herinnering en bewustzijn WO II | 6 774 | 11 654 | 14 072 | 14 297 | 9 592 | 7 292 | 7 292 |
| Apparaatsuitgaven | 1 191 | 1 359 | 1 273 | 1 235 | 857 | 704 | 704 |
| Ontvangsten | 3 518 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| 1. Wetten, regelingen en rechtsherstel WO II | 373 057 | 361 089 | 346 989 | 333 732 | 320 532 |
| – Juridisch verplicht | 344 047 | 332 411 | 318 977 | 307 050 | 293 850 |
| – Bestuurlijk gebonden | 29 010 | 28 678 | 28 012 | 26 682 | 26 682 |
| – Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Herinnering en bewustzijn WO II | 14 072 | 14 297 | 9 592 | 7 292 | 7 292 |
| – Juridisch verplicht | 4 731 | 4 731 | 4 732 | 4 732 | 4 732 |
| – Bestuurlijk gebonden | 9 341 | 9 566 | 4 860 | 2 560 | 2 560 |
| – Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
47.3 Operationele doelstellingen
Er zijn twee operationele doelstellingen voor dit beleidsterrein:
1. een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw;
2. de herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II.
47.3.1 Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw
Het aantal oorlogsgetroffenen neemt om demografische redenen geleidelijk af. De kerncijfers van de PUR (www.pur.nl onder algemeen/organisatie) laten zien dat het aantal uitkeringen ingevolge de oorlogswetten daalt van 36 526 in 2006 naar 30 977 in 2011. Gezien deze ontwikkeling zullen ook de organisaties die de materiële en immateriële hulpverlening verzorgen, geleidelijk moeten afbouwen. Het is belangrijk dat dit op een verantwoorde manier gebeurt, zodat de ondersteuning kwantitatief en kwalitatief op peil blijft. Het ministerie van VWS begeleidt en faciliteert deze afbouw. Dat gebeurt bijvoorbeeld door samenwerking te stimuleren tussen de instellingen waar het draagvlak van de afzonderlijke instellingen te smal dreigt te worden. In dat kader zal een belangrijk deel van de werkzaamheden van de PUR (het berekenen en betalen van de pensioenen en uitkeringen en de verstrekking van bijzondere voorzieningen) per 1 januari 2011 worden overgedragen aan de SVB.
Onderstaande prestatie-indicatoren hebben betrekking op de doelmatigheid (indicator 1) en de kwaliteit van dienstverlening (indicatoren 2 en 3) van de PUR. Indicator 1 laat de apparaatskosten van de PUR zien in verhouding tot de uitgaven voor pensioenen en uitkeringen. Dit verhoudingspercentage geeft een globale indicatie van de doelmatigheid van de PUR. Directe sturing op dit percentage is niet goed mogelijk, mede door de afbouwfase waarin de PUR zich bevindt. Het streven is erop gericht een (sterke) stijging van dit percentage zoveel mogelijk te voorkomen. De indicatoren 2 en 3 tonen de percentages eerste aanvragen en vervolgaanvragen (om een uitkering of voorziening) die binnen de wettelijke termijn zijn afgehandeld. Dit is een belangrijke indicator voor de kwaliteit van dienstverlening van de PUR. Het percentage schommelde in 2005 rond de negentig procent. Gestreefd wordt in 2008 dit percentage minimaal te handhaven.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren:
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indicator | Waarde | Peildatum | Streefwaarde 2008 | Streefwaarde Lange termijn (2011) |
| Percentage apparaatskosten PUR in verhouding tot de uitgaven voor pensioenen en uitkeringen | 5% | 2006 | 5% | 5,5% (2011) |
| Percentage eerste aanvragen die door de PUR binnen de (verlengde) wettelijke termijn zijn afgehandeld | 89% | 2005 | 90% | 92% (2011) |
| Percentage vervolgaanvragen die door de PURbinnen de (verlengde) wettelijke termijn zijn afgehandeld | 90% | 2005 | 90% | 92% (2011) |
Bron: PUR
Toelichting:
Prestatie-indicatoren 2 en 3: de basiswaarden en streefwaarden van de afhandeling van eerste aanvragen en vervolgaanvragen betreffen een gewogen gemiddelde van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (WUV), de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940–1945 (WUBO) en de Wetten buitengewoon pensioen (WBP). Deze prestatie-indicatoren worden jaarlijks gemeten.
Instrumenten ter verlening van hulp aan oorlogsgetroffenen
• Bijdragen verlenen aan ZBO’s
Het doel van deze bijdragen is materiële hulp te kunnen verlenen aan oorlogsgetroffenen. Hiertoe stellen we in 2008 bijdragen ter beschikking aan twee zbo’s, namelijk de PUR en de CAOR voor hun uitvoeringskosten (in totaal € 27,8 miljoen). De liquidaties van de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de Stichting Het Gebaar waren voorzien per 1 januari 2008. Aangezien de werkzaamheden van de Stichting Rechtsherstel nog niet zijn afgerond is het liquidatietijdstip verschoven naar 2010. In de brief aan de Tweede Kamer van 11 juni 2007wordt dit nader toegelicht. Over de liquidatie van de Stichting Het Gebaar zullen wij de Tweede Kamer eind 2007 informeren.
• Subsidies verlenen
Het doel van deze subsidies is immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen mogelijk te maken. De subsidies worden verleend aan gespecialiseerde instellingen, waaronder de begeleidende instellingen: Stichting Pelita, Joods Maatschappelijk Werk (JMW) en Stichting 1940–1945 (€ 6,2 miljoen).
• Wet- en regelgeving bijstellen
We stellen de wetten en regelingen voor oorlogsgetroffenen bij, als wijzigingen in aanpalende wetten dat noodzakelijk maken. In 2008 zal een vereenvoudiging van de wetten worden doorgevoerd ter voorbereiding van een overgang van het cliëntbeheer van de PUR naar de SVB.
• Toezicht houden op de zbo’s
Het doel van dit toezicht op de zbo’s is de verantwoordelijkheid voor een rechtmatige, doelmatige en goede uitvoering van het wettelijk stelsel voor oorlogsgetroffenen en het naoorlogs rechtsherstel te kunnen waarmaken. In een brief van 26 maart 2007hebben wij de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken rond de uitvoering van de wetten voor oorlogsgetroffenen. Onderwerpen die in deze brief aan de orde komen, zijn het project Gerichte Benadering, de vereenvoudiging van de uitkeringsverzorging en de territorialiteitseis in de Wubo.
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Wetten en regelingen oorlogsgetroffenen | 334 498 | 322 862 | 309 428 | 297 501 | 284 301 |
| Onder andere: | |||||
| Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv) | 178 800 | 171 700 | 163 900 | 157 300 | 150 300 |
| Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 40–45 (Wubo) | 65 900 | 66 100 | 65 100 | 64 100 | 62 700 |
| Wetten buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp) | 80 400 | 74 700 | 69 300 | 64 400 | 59 700 |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 8 598 | 8 497 | 8 473 | 8 460 | 8 443 |
| Onder andere: | |||||
| Subsidies immateriële dienstverlening | 6 211 | 6 110 | 6 086 | 6 073 | 6 056 |
| Projectsubsidies | 1 836 | 1 937 | 1 961 | 1 974 | 1 991 |
| Onder andere: | |||||
| Projecten Immateriële hulpverlening | 366 | 441 | 418 | 429 | 429 |
| Opdrachten | 321 | 321 | 321 | 321 | 321 |
| Bijdragen aan zbo’s | 27 804 | 27 472 | 26 806 | 25 476 | 25 476 |
| Onder andere: | |||||
| Pensioen- en uitkeringsraad | 26 032 | 25 700 | 25 034 | 23 704 | 23 704 |
| Totaal | 373 057 | 361 089 | 346 989 | 333 732 | 320 532 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
47.3.2 De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II
Het is belangrijk de herinnering aan WO II levend te houden. Dit geldt niet alleen voor de mensen die deze oorlog hebben meegemaakt, maar ook voor jeugdigen vanwege de lessen die daaruit getrokken kunnen worden, mede in relatie tot actuele vraagstukken rond oorlog en vrede. Onderstaande prestatie-indicatoren meten het belang dat de Nederlandse bevolking hecht aan 4 en 5 mei. Het deel van de Nederlandse bevolking dat (veel) belang hecht aan 4 en 5 mei, schommelt de laatste jaren tussen de 70 en 80 procent. Het is niet ondenkbaar dat de belangstelling voor 4 en 5 mei zal dalen, naarmate WO II verder achter ons ligt. Als deze in 2011 minder dan 70 procent bedraagt, kan dat aanleiding zijn om het beleid bij te stellen. Overigens is de mening van de Nederlandse bevolking over 4 en 5 mei maar beperkt beleidsmatig te sturen.
We meten de voortgang van het beleid met de volgende indicatoren
| Prestatie-indicatoren | |||||||
| Indicator | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | Streefwaarde 2011 |
| (veel) belang aan 4 mei | 86% | 78% | 81% | 80% | 80% | 82% | >70% |
| (veel) belang aan 5 mei | 81% | 71% | 76% | 75% | 77% | 72% | >70% |
Bron: Nationaal Comité 4 en 5 mei. Deze prestatie-indicatoren worden jaarlijks gemeten.
In de inleiding bij dit beleidsartikel is al opgemerkt dat continuïteit op dit terrein belangrijk is. In het kader van deze operationele doelstelling betekent het dat de in het verleden geformuleerde prioriteiten zullen worden gehandhaafd. Dat betreft:
• het voorlichtingsbeleid aan de jeugd; en
• het behoud en de toegankelijkheid van waardevol erfgoedmateriaal WO II (het programma Erfgoed van de Oorlog)
Instrumenten inzake het voorlichtingsbeleid WO II
Bij het voorlichtingsbeleid is zowel het aspect van kennisoverdracht als de bewustwording van belang. Het beleid richt zich met name op jongeren in de leeftijdscategorie van 10 tot 18 jaar. Belangrijk is dat ze bekend zijn met de Tweede Wereldoorlog en zich daardoor meer bewust worden van de betekenis van het woord «vrijheid». Het onderwijs is voor het voorlichtingsbeleid de voornaamste ingang om jongeren van 10 tot 18 jaar en hun opvoeders te bereiken. Het beleid sluit aan bij de leerdoelen in het onderwijs en de Canon van de Nederlandse Geschiedenis. In onze brief van11 juni 2007 aan de Tweede Kamer wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot het voorlichtingsbeleid WO II geschetst. We zetten hierbij de volgende instrumenten in:
• Subsidies verlenen
Doel van deze subsidies is de herinnering aan WO II levend te houden en de betekenis ervan te vertalen naar deze tijd. We verlenen onder andere subsidies voor het houden van nationale manifestaties (4 en 5 mei; 15 augustus). Verder houden we vier nationale herinneringscentra in stand en laten we voorlichtingsprojecten uitvoeren die verband houden met WO II. In totaal is hiermee een bedrag gemoeid van € 6,6 miljoen. De subsidie aan de Stichting Het Indisch Huis is in 2006 beëindigd vanwege ernstige financiële problematiek. Ik zal in 2008 subsidie verlenen aan een nieuw op te richten Stichting Indisch Herinneringscentrum. Bij brief van 26 juli 2007 bent u daarover geïnformeerd.
• Onderzoek laten verrichten
Doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de gedachtevorming en bewustwording rond 4 en 5 mei en de achterliggende actuele thema’s (grondrechten, democratie, oorlog, vrijheid en verantwoordelijkheid). Het onderzoek wordt verricht in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en bekostigd uit de instellingssubsidie die dit Comité van VWS ontvangt. Het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2007 is te vinden ophttp://www.herdenkenenvieren.nl.
Instrumenten ten behoeve van het erfgoed van de Oorlog
Het programma Erfgoed van de Oorlog loopt van 2007 tot en met 2009. Het is een eenmalige, krachtige impuls om ervoor zorg te dragen dat het meest waardevolle erfgoedmateriaal van WO II beschikbaar blijft en toegankelijk is (of wordt gemaakt) voor huidige en toekomstige generaties. In een brief aan de Tweede Kamer van 7 december 2006is het beleid inzake Erfgoed WO II beschreven en bij brief van20 juni 2007 heb ik u het beleidskader voor subsidiëring doen toekomen.
Zoals in het beleidskader staat vermeld worden subsidies verleend, die gericht zijn op behoud, toegankelijkheid en publieksgerichte toepassing van bijzonder of kwetsbaar erfgoedmateriaal dat betrekking heeft op WO II. Op elk van deze drie genoemde terreinen komen de volgende materialen in aanmerking voor subsidie: Voorwerpen, foto’s, beeld- en geluidmateriaal, persoonlijke verzamelingen, drukwerk, archieven, monumenten, gedenktekens en persoonlijke getuigenissen. Naar verwachting zal een bedrag van € 4,7 miljoen aan subsidies worden verleend en € 2,7 miljoen aan opdrachten worden verstrekt (zie onderstaande tabel).
Tabel met geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 4 092 | 4 092 | 4 092 | 4 092 | 4 092 |
| Onder andere: | |||||
| Nationaal Comité 4 en 5 mei | 2 738 | 2 738 | 2 738 | 2 738 | 2 738 |
| Projectsubsidies | 7 242 | 7 377 | 4 580 | 3 200 | 3 200 |
| Onder andere: | |||||
| Projecten jeugdvoorlichting | 1 184 | 1 184 | 1 184 | 1 184 | 1 184 |
| Projecten Erfgoed van de oorlog | 4 718 | 4 853 | 2 055 | 675 | 675 |
| Opdrachten | 2 738 | 2 828 | 920 | ||
| Erfgoedvan de oorlog | 2 738 | 2 828 | 920 | ||
| Totaal | 14 072 | 14 297 | 9 592 | 7 292 | 7 292 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
47.4 Overzicht beleidsonderzoeken
| Overzicht beleidsonderzoeken | ||||
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD of OD | A Start B Afgerond | Vindplaats | |
| Overig evaluatieonderzoek | Programmacie. Voorlichting WOII | 47.3.2 | A december 2007 B februari 2008 | |
Niet-beleidsartikel 98 Algemeen
In dit niet-beleidsartikel ramen we de ministerie- en zorgbrede uitgaven die niet specifiek zijn toe te rekenen aan een van de doelstellingen in de voorgaande beleidsartikelen.
98.2 Budgettaire gevolgen van beleid
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Verplichtingen | 415 714 | 292 190 | 285 199 | 290 331 | 283 245 | 276 873 | 277 198 |
| Uitgaven | 315 569 | 305 266 | 296 514 | 295 498 | 285 883 | 276 938 | 277 198 |
| Programma-uitgaven | 97 590 | 102 840 | 100 298 | 98 919 | 94 958 | 89 536 | 89 796 |
| Beheer en toezicht stelsel | 90 158 | 90 606 | 88 300 | 86 921 | 85 460 | 82 538 | 82 538 |
| Internationale samenwerking | 7 432 | 12 234 | 11 998 | 11 998 | 9 498 | 6 998 | 7 258 |
| Apparaatsuitgaven | 217 979 | 202 426 | 196 216 | 196 579 | 190 925 | 187 402 | 187 402 |
| Inspectie Gezondheidszorg | 35 637 | 40 228 | 39 166 | 38 651 | 36 764 | 35 920 | 35 920 |
| Sociaal en Cultureel Planbureau | 8 511 | 6 366 | 5 607 | 5 383 | 5 130 | 4 449 | 4 449 |
| Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling | 1 107 | 822 | 124 | 111 | 85 | 33 | 33 |
| Raad voor de Volksgezondheid en Zorg | 2 807 | 2 956 | 2 941 | 2 903 | 2 827 | 2 675 | 2 675 |
| Gezondheidsraad | 4 680 | 3 349 | 3 314 | 3 025 | 2 854 | 2 512 | 2 512 |
| Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek | 1 066 | 1 476 | 1 476 | 1 476 | 1208 | 1 208 | 1 208 |
| Raad voor Gezondheidsonderzoek | 372 | 355 | 355 | 355 | 355 | 355 | 355 |
| Strategisch onderzoek RIVM | 22 861 | 15 810 | 15 774 | 19 775 | 19 703 | 19 558 | 19 558 |
| Strategisch onderzoek NVI | 26 197 | 8 419 | 8 111 | 8 104 | 8 090 | 8 063 | 8 063 |
| Inspectie Jeugdzorg | 3 542 | 3 986 | 3 813 | 3 763 | 3 717 | 3 644 | 3 644 |
| Personeel en materieel kernministerie | 111 122 | 118 609 | 115 535 | 113 033 | 110 192 | 108 985 | 108 985 |
| Ontvangsten | 17 586 | 4 351 | 3 380 | 3 380 | 3 380 | 3 380 | 3 380 |
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| 1. Beheer en Toezicht stelsel: | 88 300 | 86 921 | 85 460 | 82 538 | 82 538 |
| – Juridisch verplicht | 88 300 | 86 921 | 85 460 | 82 538 | 82 538 |
| – Bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| – Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Internationale Samenwerking: | 11 998 | 11 998 | 9 498 | 6 998 | 7 258 |
| – Juridisch verplicht | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| – Bestuurlijk gebonden | 11 988 | 11 988 | 9 498 | 6 998 | 7 258 |
| – Niet-verplicht of niet-bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
98.3 Operationele doelstellingen
In deze paragraaf bespreken we wat VWS concreet doet in het kader van dit niet-beleidsartikel. Eerst gaan we in op beheer en het toezicht van het zorgstelsel en op het beleid voor internationale samenwerking. Dan volgen zes subparagrafen over respectievelijk de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ), het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), de Gezondheidsraad (GR) en de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO). Vervolgens wordt ingegaan op het strategisch onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) en de apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg. Ten slotte volgen de apparaatsuitgaven van het kernministerie die niet aan de beleidsartikelen zijn toe te rekenen.
De vier hierboven genoemde Raden worden betrokken bij de herziening van het adviesstelsel.
98.3.1 Beheer en toezicht stelsel
De beheerkosten van de zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) die zich bezig houden met de uitvoering van en het toezicht op het huidige zorgstelsel worden sinds 2006 uit begrotingsmiddelen gefinancierd. Het gaat hierbij om de volgende organen: de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), het College voor zorgverzekeringen (CVZ), het College bouw zorginstellingen (CBZ) en het College sanering zorginstellingen (CSZ).
Voor 1 oktober dienen genoemde zbo’s een werkplan en begroting bij VWS in voor het daaropvolgende jaar. Deze stukken behoeven de goedkeuring van de minister van VWS. De onderzoeksbegroting van het CVZ maakt met ingang van 2006 structureel onderdeel uit van deze beheerskosten.
Het CVZ heeft de volgende taken bij het beheer van het stelsel:
• Pakketbeheer
• Vaststellen verdragsbijdrage voor verdragsgerechtigden
• Administreren verdragsgerechtigden en innen verdragsbijdragen bij verdragsgerechtigden
• Opleggen en innen bestuurlijke boetes
• Administreren gemoedsbezwaarden
• Beheer van zorgverzekeringsfonds en het algemeen fonds bijzondere ziektekosten.
De NZa heeft tot taak:
• Vaststellen van tarieven van zorgaanbieders
• Toezicht houden op de recht- en doelmatige uitvoering van de AWBZ door de uitvoeringsorganen
• Toezicht houden op de goede werking van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
• Toezicht houden op zowel zorgaanbieders als verzekeraars, op zowel curatieve markten als op de markten voor langdurige zorg.
De veranderingen in het zorgstelsel in de vorige kabinetsperiode hebben direct gevolg gehad voor de taken en werkzaamheden van CVZ en NZa.
De kosten die verband houden met investeringsbeslissingen in de zorg komen voor eigen rekening en risico van de zorgaanbieders. Hierdoor komen de huidige taken van het CBZ en CSZ grotendeels te vervallen. Als gevolg hiervan zullen zij naar verwachting in 2010 als zbo verdwijnen.
98.3.2 Internationale samenwerking bevorderen
Vrijwel alle beleidsterreinen bij VWS hebben een internationale dimensie. Het is om een aantal redenen belangrijk om goede internationale samenwerking te bevorderen: de kwaliteit van het beleid wordt er hoger door, we kunnen internationale wet- en regelgeving beïnvloeden, en internationale afspraken nakomen.
Wij zijn verantwoordelijk voor afstemming van internationale samenwerking op de beleidsterreinen Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op specifieke gebieden wordt hiertoe nadrukkelijk samengewerkt met andere ministeries. Zo valt de «Commission on Narcotic Drugs» van de VN onder de minister van Buitenlandse Zaken, en is de minister voor Ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk voor de bilaterale ontwikkelingssamenwerking op het gebied van gezondheid.
Internationale samenwerking wordt bevorderd met behulp van de volgende instrumenten en activiteiten:
• Samenwerking op Europees en mondiaal niveau
Het vertegenwoordigen van Nederland voor de voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport relevante onderwerpen bij internationale organisaties als de Europese Unie, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Verenigde Naties (VN). We stimuleren contacten met een beperkt aantal voor VWS en J&G belangrijke landen en we behartigen de noodzakelijke reguliere contacten met de andere landen.
• Financiële bijdrage aan de WHO
We dragen in het kader van een strategisch partnerschap € 6 miljoen bij aan de WHO. Via het partnerschap worden ook de contacten tussen de WHO en aan VWS gelieerde organisaties bevorderd.
• Bijdragen aan mondiale gezondheid
In het kader van de bevordering van mondiale gezondheid werken we nauw samen met andere ministeries en diverse veldorganisaties. Met Buitenlandse Zaken (Ontwikkelingssamenwerking) trekken we samen op om de millenniumdoelen op het gebied van gezondheid in 2015 te bereiken, en werken we samen op thema’s als gezondheidssystemen, infectieziekten, toegang tot essentiële medicijnen, intellectueel eigendom en sport en OS. VWS (en ook veldorganisaties) brengen daarbij vooral Nederlandse ervaring en kennis in. Verder werken we mee aan de preventie van hiv/aids in Rusland en andere landen in Oost-Europa. Dit doen we onder meer door ondersteuning van programma’s van het «Office on Drugs and Crime» (UNODC) van de Verenigde Naties (€ 5 miljoen).
• Internationaal personeels- en detacheringsbeleid
Om internationaal goed samen te kunnen werken hebben we medewerkers uitgezonden naar en gedetacheerd op de volgende plekken:
– Attachés in Brussel (EU), Washington, Parijs en Beijing;
– Detacheringen bij de Europese Commissie en bij de WHO (via het strategisch partnerschap);
– Stimuleren dat veldorganisaties internationaal samenwerken.
We verstrekken subsidies (totaal ongeveer € 1,2 miljoen) voor het stimuleren van internationale samenwerking, ook via veldorganisaties. Hierbij gaat het onder meer om voorlichting voor deelname aan Europese onderzoeksprogramma’s, deelname aan Europese en nationale programma’s voor ondersteuning aan nieuwe lidstaten/nieuwe buurlanden en samenwerking met belangrijke landen.
98.3.3 Inspectie Gezondheidszorg (IGZ)
De IGZ is een handhavingsorganisatie die toezicht houdt op de volksgezondheid en zorg en overtredingen van wet- en regelgeving opspoort. Zij opereert tussen politiek, professie en publiek. Zij werkt aan veilige, effectieve en patiëntgerichte zorg vóór burgers door zorgaanbieders. Vanuit haar wettelijke taakopdracht, verantwoordelijkheden en bevoegdheden draagt ze bij aan bescherming en bevordering van de volksgezondheid. Veilige zorg is daar een heel belangrijke component van. Door te waken over de kwaliteit van zorg maakt de IGZ zich sterk voor een gerechtvaardigd vertrouwen van de zorgconsument in de kwaliteit van zorg. De IGZ hanteert de methodiek van het gelaagd en gefaseerd toezicht (GGT). Met deze systematiek krijgt de IGZ onder andere aan de hand van prestatie-indicatoren informatie over de kwaliteit van geleverde zorg en maakt op basis daarvan een risico-inschatting en prioriteert haar toezicht.
De IGZ heeft haar activiteiten ondergebracht in acht integrale inspectieprogramma’s.
1. Gezondheidsbevordering
2. Gezondheidsbescherming
3. Eerstelijnszorg
4. Specialistische somatische en psychiatrische zorg
5. Gehandicaptenzorg
6. Ouderenzorg
7. Zorg thuis
8. Productveiligheid
Vanuit de gedachte dat transparantie over geleverde zorgkwaliteit een hefboom is voor kwaliteitsverbetering in de zorginstellingen, zet de IGZ in 2008 het project zorgbrede transparantie voort waarmee zij de regie voert over bestuurlijke- en uitvoeringstrajecten gericht op het realiseren van transparantie in de zorg.
De IGZ gaat de vorderingen meten van de afspraken die de veldpartijen in de ziekenhuiszorg hebben gemaakt over het terugdringen van vermijdbare incidenten.
Op het terrein van de publieke gezondheidzorg kijkt de IGZ vooral naar de publieksveiligheid en de jeugdgezondheidszorg.
De IGZ intensiveert het project samenwerkende rijksinspecties op het domein gezondheidszorg door naast het reeds ingezette traject op het subdomein ziekenhuizen ook de samenwerking op het subdomein care te verdiepen. Het betreft een intensieve samenwerking tussen betrokken toezichthouders in de zorg met één loket voor het toezichtobject waarbij de IGZ als coördinator optreedt. Doel van de samenwerking is toezichtlasten te verminderen en de effectiviteit en efficiëntie van toezicht te vergroten.
Ook brengt de IGZ evenals voorgaande jaren «De staat van de gezondheidszorg» uit. Centraal thema in 2008 is «Health technology».
De IGZ licht haar voornemens nader toe in het Meerjarenbeleidsplan 2008–2011 en het IGZ-werkplan 2008 die beiden in oktober 2007 verschijnen.
98.3.4 Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)
Het SCP heeft tot taak de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland te beschrijven en op basis hiervan gevraagd en ongevraagd adviezen uit te brengen over het overheidsbeleid. Het bureau verricht daartoe sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de leefsituatie en de opvattingen van de burger en naar de doelmatigheid en kwaliteit van de institutionele arrangementen die op enigerlei wijze van overheidswege worden georganiseerd om iedere burger in Nederland een menswaardig bestaan te bieden.
Eens per jaar geeft het SCP een overzicht van de voorgenomen activiteiten in een werkprogramma. De Ministerraad stelt het Werkprogramma 2008 vast. Het werkprogramma wordt na goedkeuring gepubliceerd op de website van het bureau (www.scp.nl).
| Tabel 98.1: kengetallen 2008 | ||
| Output | Input | Kosten (x € 1 000) |
| (uren wetenschappelijk onderzoek) | ||
| a. Rapporten en adviezen (40 rapporten) | 43 969 uur | 4 514 |
| b. Surveys en modellen | 4 435 uur | 455 |
| c. Presentaties/artikelen | 4 344 uur | 446 |
| d. Commissiewerkzaamheden | 1 259 uur | 129 |
| Totaal | 54 007 uur | 5 544 |
1. Het publiceren van onderzoeksrapporten en adviezen in de publicatiereeksen van het SCP
2. Het uitvoeren van surveys en het ontwikkelen van (ramings)modellen
3. Het schrijven van wetenschappelijke en algemene artikelen in vaktijdschriften en algemene media en het verzorgen van presentaties
4. Het verrichten van advies- en commissiewerkzaamheden
1. In overeenstemming met de opdracht in de instellingsbeschikking zet het SCP een substantieel deel van zijn capaciteit in voor rapportages over de leefsituatie van bevolkingsgroepen, zoals minderheden en mensen met beperkingen. Voorts wordt gerapporteerd over de ontwikkeling van mediagebruik, sport, de voortgang van de emancipatie, trends in tijdsbesteding, over de sociale gevolgen van ICT, over armoede en over de rol van religie in de samenleving. In 2008 verschijnt een nieuwe editie van het Sociaal en Cultureel Rapport. Een vast onderwerp in het werkprogramma van het SCP is ook de beschrijving en analyse van de productie in de publieke sector. Thema’s daarbij zijn (arbeids)productiviteitsontwikkelingen en kwaliteit.
In aanvulling op genoemde periodieke rapporten verricht het SCP in 2008 een aantal beleidsgerichte en thematische studies die aansluiten op de prioriteiten van het kabinetsbeleid en op enkele grote stelselwijzigingen. Belangrijke onderzoeken in 2008 zijn onder andere de Integratiemonitor, de Armoedemonitor, de Emancipatiemonitor, de Sociale staat van het platteland en het Culturele draagvlak.
Het bureau is ook voornemens veranderingen op de terreinen van maatschappelijke ondersteuning intensief te volgen en te evalueren vanuit het perspectief van de burger.
2. De ramingsmodellen voor de diverse onderdelen van de quartaire sector worden geactualiseerd. Dit is noodzakelijk vanwege systeemveranderingen en vanwege de beschikbaarheid van meer recente en betere (registratie)gegevens. Een knelpunt blijft de informatievoorziening. Het SCP verkrijgt de cijfers van het CBS, dat bezuinigt op sociale statistieken. In aanvulling daarop verwerft het bureau met (financiële) steun van de departementen zelf data via uitbesteding van enquêtes, de participatie in onderzoeken van andere (internationale) organisaties en via aankoop van reeds beschikbare (registratie)gegevens.
98.3.5 Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) is de adviesraad van het Kabinet en de Staten Generaal voor de sociale verhoudingen in Nederland. De wetgever heeft de RMO de taak gegeven te adviseren over «participatie van burgers en stabiliteit van de samenleving». De RMO adviseert zowel gevraagd als ongevraagd over de hoofdlijnen van beleid.
De begroting van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling is afgeleid van zijn door het kabinet vastgestelde werkprogramma. Het werkprogramma voor 2008 is nog niet vastgesteld zodat op dit moment geen nadere informatie over de begroting beschikbaar is. Het formeel vastgestelde begrotingsbedrag voor de RMO bedraagt € 1,2 miljoen.
98.3.6 Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ)
Het adviesdomein van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) is de curatieve zorg, de langdurende zorg, de publieke gezondheid en de maatschappelijke ondersteuning. Het kabinet stelt in de zomer van 2007 het definitieve werkprogramma 2008 van de RVZ vast. Thema’s in het werkprogramma voor 2008 zijn:
• Van gezondheid naar services
• Intersectoraal gezondheidsbeleid
• Uitgavenmanagement (briefadvies)
• Innovatief vermogen zorg (briefadvies)
• Schaal en zorg (briefadvies)
Daarnaast verzorgt de RVZ een debatreeks over farmaceutische zorg bij het advies «Goed patiëntschap» in samenhang met het advies «Vertrouwen in de arts».
De RVZ voert samen met de Gezondheidsraad het secretariaat van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG). Het CEG publiceert elk jaar een aantal ongevraagde signalementen over ethische thema’s. De volgende onderwerpen staan voor 2008 op de agenda:
1. Rol van de farmaceutische industrie bij de kennisproductie
2. Patiënten en artsen in de media
3. Toegang tot het elektronische patiëntendossier
Ook heeft het CEG de taak om de verwijs- en informatiefunctie te versterken. De RVZ neemt deze functie volledig voor zijn rekening aangezien deze functie beter past bij de RVZ dan bij de Gezondheidsraad.
DeGezondheidsraadals onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan heeft tot taak «Onze Ministers en de beide kamers der Staten-Generaal voor te lichten over de stand van de wetenschap ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid» (Art. 22Gezondheidswet). Specifieke taken zijn geregeld in deWet op de orgaandonatie (WOD) en deWet bevolkingsonderzoek (WBO).
Het werkterrein van de Gezondheidsraad is breed en multisectoraal: van curatieve en preventieve gezondheidszorg, voeding, milieu en gezondheid, arbeidsomstandigheden en aandacht voor ethische en maatschappelijke aspecten van wetenschappelijke ontwikkelingen. De raad werkt niet alleen voor VWS maar ook voor VROM, LNV en SZW. Ook het parlement kan opdrachtgever zijn. De raad brengt gevraagd en ongevraagd adviezen uit.
In september 2007 stelt de minister van VWS het werkprogramma voor 2008 vast. De raad verwacht in 2007/2008 in totaal 25 à 30 adviezen uit te brengen op het brede terrein van de volksgezondheid, voorbeelden zijn:
• HPV vaccinatie i.v.m baarmoederhalskanker
• infectieziekten waaronder grieppandemie
• radiotherapie
• voedingslogo’s
• foliumzuur
• elektromagnetische velden
• asbest
• diverse stoffen op de werkplek.
98.3.8 Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek
De CCMO is een bij wet ingestelde commissie (Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensenen de Embryowet). Zij is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Sinds de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen op 1 maart 2006, treedt de CCMO tevens op als bevoegde instantie.
98.3.9 Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO)
De RGO is een sectorraad en brengt adviezen uit aan de ministers van VWS, OCW en EZ over prioriteiten in het gezondheids(zorg)onderzoek, de daarbij behorende kennisinfrastructuur en de technologieontwikkeling in de gezondheidssector. De RGO gaat deel uitmaken van de Gezondheidsraad (GR). Een wettelijk traject hiervoor is gestart. De secretariaten zijn op 1-1-2007 al formeel samengevoegd.
De RGO heeft een eigen onderdeel in het werkprogramma dat gezamenlijk met de GR wordt uitgebracht. In september 2007 stelt de minister van VWS dit gezamenlijke werkprogramma voor 2008 vast. De Raad verwacht in 2008 ondermeer adviezen uit te brengen over «kennis ontwikkelen voor een betere gezondheidszorg» en over «meer halen uit monitoring, cohortstudies en biobanken». Voorts zal de RGO waar nodig bijdragen leveren aan de adviezen van de GR.
98.3.10 Strategisch onderzoek RIVM
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een baten-lastendienst en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de ministeries van VWS, VROM en LNV. Daarnaast doet het RIVM ook zogenoemd strategisch onderzoek. Dit is onderzoek om de expertise te ontwikkelen die nodig is voor de continuïteit van het instituut. Zo kan het RIVM zijn toekomstige taken voor de opdrachtgevers adequaat uitvoeren, op zowel de middellange als de lange termijn. Dit strategisch onderzoek wordt daarom zo gepland dat enerzijds actuele lacunes in kennis worden gevuld en dat anderzijds wordt ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen op de werkterreinen van het instituut. Projectresultaten en projecten vanuit het strategisch onderzoek horen continu door te stromen in de activiteiten voor de opdrachtgevende departementen. Het strategisch onderzoek is ook bedoeld om de positie van het RIVM in het wetenschappelijke veld te behouden en te versterken.
De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het strategisch onderzoek dat dit instituut uitvoert. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM jaarlijks een programma van onderzoek opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Dit programma is openbaar. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het strategisch onderzoek voor de toekomstige kennispositie van het RIVM is het budget voor het strategisch onderzoek belegd bij de secretaris-generaal van VWS, als «eigenaar» van de baten-lastendienst RIVM.
98.3.11 Strategisch onderzoek NVI
Het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) is een baten-lastendienst die projecten uitvoert voor zijn primaire opdrachtgever VWS. Net als het RIVM verricht ook het NVI daarnaast strategisch onderzoek om wetenschappelijke kennis en expertise te verwerven. Met die kennis en expertise kan het NVI zijn kerntaken uitvoeren en kan de continuïteit van het NVI op de langere termijn worden bestendigd.
Het strategisch onderzoek van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) kan niet direct gekoppeld worden aan een specifiek product (vaccin, onderzoeksopdracht). Het NVI ontwikkelt onder meer onderzoeksmethoden, analyses van en oplossingen voor vaccinatieproblematiek, en verbreedt vaccinkennis. De projecten binnen het strategisch onderzoeksprogramma zijn geen zelfstandige, externe producten, maar interne projecten die de continuïteit waarborgen op de langere termijn. Die projecten moeten dus ook vanuit het NVI worden aangestuurd. Daarom is het budget voor het strategisch onderzoek niet ondergebracht bij de opdrachtgever maar bij de secretaris-generaal van VWS, als «eigenaar» van de baten-lastendienst NVI.
Onder deze doelstelling worden de apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg verantwoord. De Inspectie Jeugdzorg valt met ingang van de begroting 2008 beleidsmatig onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Jeugd en Gezin. De apparaatskosten blijven conform afspraak in het coalitieakkoord geraamd worden op de begroting van VWS.
98.3.13 Personeel en materieel kernministerie
Onder deze doelstelling tenslotte worden de personele en materiële uitgaven voor de stafdiensten, de facilitaire diensten en de zorgbrede directies verantwoord. De geraamde uitgaven zijn opgenomen in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.
Niet-beleidsartikel 99: Nominaal en onvoorzien
Dit artikel heeft een technisch-administratief karakter. Op het begrotingsdeel van dit niet-beleidsartikel worden middelen voor loon- en prijsbijstelling geraamd, voordat die middelen worden verdeeld over de beleidsartikelen. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegedeeld.
Bij de 1e suppletore wet 2007 is een structurele ramingsbijstelling opgelegd. Gezien de ervaringen van voorgaande jaren wordt er namelijk op voorhand van uitgegaan dat op de begroting van VWS € 15 miljoen niet zal worden uitgegeven. De begroting van VWS wordt daarom structureel met een bedrag van € 15 miljoen naar beneden bijgesteld. Het bedrag van € 15 miljoen is «geparkeerd» op dit artikel omdat van tevoren niet bekend is waar de onderuitputting zich zal voordoen.
Op het premiedeel van dit artikel zijn verschillende bedragen opgenomen die nog niet aan de afzonderlijke beleidsartikelen zijn toegedeeld. Daarbij gaat het eveneens om de loon- en prijsbijstelling voor 2008 en latere jaren. Daarnaast zijn er bedragen gereserveerd voor bouw en is de groeiruimte geëxtrapoleerd tot het jaar 2012.
99.2 Budgettaire gevolgen van beleid
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Verplichtingen | 0 | – 41 955 | – 37 689 | – 38 545 | – 32 672 | – 34 934 | – 8 507 |
| Uitgaven | 0 | – 37 393 | – 42 118 | – 38 548 | – 32 672 | – 36 034 | – 8 507 |
| Programma-uitgaven | 0 | – 37 393 | – 42 118 | – 38 548 | – 32 672 | – 36 034 | – 8 507 |
| Loonbijstelling | 0 | 790 | 985 | 894 | 851 | 963 | 980 |
| Prijsbijstelling | 0 | 4 102 | 398 | 447 | 932 | 2 985 | 2 987 |
| Onvoorzien | 0 | 3 | 2 | 6 033 | 14 048 | 15 158 | 42 720 |
| Taakstelling | 0 | – 42 288 | – 43 503 | – 45 922 | – 48 503 | – 55 140 | – 55 194 |
Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nominaal en onvoorzien | – 26,6 | 1 640,4 | 3 360,4 | 5 008,2 | 6 970,7 | 10 794,6 | |
| Totaal | – 26,6 | 1 640,4 | 3 360,4 | 5 008,2 | 6 970,7 | 10 794,6 |
PARAGRAAF VOOR DE DIENSTEN DIE EEN BATEN-LASTEN ADMINISTRATIE VOEREN
1. Baten-lastendienst College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)
Het aCBG voert werkzaamheden uit voor een drietal opdrachtgevers:
College ter Beoordeling van Geneesmiddelen:
Het aCBG ondersteunt de taken van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, een zelfstandig bestuursorgaan. Het aCBG is de uitvoeringsorganisatie van het college en functioneert als zijn secretariaat. De taken van het College zijn neergelegd in artikel 29, lid 1 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (wordt artikel 9, lid 1, van de Geneesmiddelenwet). Deze taken bestaan uit de beoordeling, de registratie en de bewaking van humane geneesmiddelen in zowel nationaal als internationaal verband. Bij het inzetten van de expertise staat het belang van de geneesmiddelengebruiker centraal. Het College dient geneesmiddelen te beoordelen op louter wetenschappelijke gronden, zonder rekening te houden met politieke en economische gronden. Bij de beoordeling staan de de kwaliteit en de werkzaamheid van het geneesmiddel – en de mogelijke schadelijkheid – voor de gezondheid van de geneesmiddelengebruiker centraal. Het aCBG verricht zijn werkzaamheden in nauw overleg met zijn wettelijke opdrachtgever.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
Het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen maakt formeel per 1 januari 2005 deel uit van het aCBG. Het BNV ondersteunt de Minister van VWS bij de beoordeling van voedingsmiddelen met een gezondheidsclaim. Een nieuw voedingsmiddel is een voedingsmiddel of voedselingrediënt dat vóór 15 mei 1997 niet in significante mate in Europa werd geconsumeerd. Een aanvraag moet worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van één van de Europese lidstaten en moet tegelijkertijd worden aangemeld bij de Europese Commissie. In Nederland is de bevoegde autoriteit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De Minister vraagt het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen van het CBG om een wetenschappelijke beoordeling van de veiligheid voor de consument. Bij zijn werkzaamheden maakt het bureau gebruik van de expertise van een onafhankelijke commissie van deskundigen: de commissie Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen (VNV).
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:
Het Bureau Diergeneesmiddelen (BD) maakt formeel per 1 maart 2005 onderdeel uit van het aCBG. Het BD ondersteunt de Minister van LNV bij de beoordeling, registratie en bewaking van diergeneesmiddelen in nationaal en internationaal verband.
| Tabel 1.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000) | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Baten | |||||||
| opbrengst moederdepartement | 0 | 225 | 225 | 225 | 225 | 225 | 225 |
| opbrengst overige departementen | 0 | 0 | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| opbrengst derden | 26 821 | 30 635 | 32 798 | 33 295 | 33 798 | 34 310 | 34 829 |
| rentebaten | 230 | 80 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 |
| buitengewone baten | 2 738 | 1 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal baten | 29 789 | 31 940 | 33 523 | 34 020 | 34 523 | 35 035 | 35 554 |
| Lasten | |||||||
| apparaatskosten | |||||||
| – personele kosten | 12 176 | 14 253 | 16 157 | 16 480 | 16 809 | 17 146 | 17 488 |
| – materiële kosten | 13 032 | 15 973 | 16 082 | 16 230 | 16 378 | 16 527 | 16 675 |
| ZBO College | 435 | 360 | 580 | 592 | 603 | 616 | 628 |
| rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| afschrijvingskosten | |||||||
| – materieel | 405 | 354 | 704 | 718 | 732 | 747 | 762 |
| – immaterieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| buitengewone lasten | 2 738 | 1 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal lasten | 28 786 | 31 940 | 33 523 | 34 020 | 34 522 | 35 036 | 35 553 |
| Saldo van baten en lasten | 1 003 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Het aCBG ontvangt een bedrag van € 225 000 ter dekking van de kosten van het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen.
Opbrengst overige departementen
Het BD verricht voor het Ministerie van LNV beleidsondersteunende activiteiten. Hiervoor is een bedrag begroot van € 300 000.
Het aCBG verwacht voor 2008 in navolging van de productiegroei van voorgaande jaren een substantiële groei. Deze groei zal blijven doorgaan naar 2011, zij het in mindere mate. In algemene termen wordt de groei in productie veroorzaakt door een groeiende vraag vanuit de Europese farmaceutische industrie en wijzigingen in de Europese wet- en regelgeving.
Voor het op de markt brengen van een geneesmiddel moet door de registratiehouder jaarlijks een vergoeding worden betaald. Voor 2008 is € 12,8 miljoen begroot voor allopatisch geregistreerde geneesmiddelen. Daarnaast zijn jaarvergoedingen van de EMEA (European Medicines Agency) voor Europees geregistreerde geneesmiddelen die het aCBG voor EMEA heeft beoordeeld, begroot op € 0,5 miljoen. Naast de jaarvergoedingen verwacht het aCBG voor 2008 een vergoeding voor de beoordeling van nationale aanvragen ad € 4,5 miljoen, een vergoeding voor de beoordeling van de Europese aanvragen ad € 4,1 miljoen en een vergoeding voor de beoordeling van EMEA aanvragen ad € 6,8 miljoen.
Voor de beoordeling van diergeneesmiddelen is in totaal een vergoeding van € 3,8 miljoen begroot (inclusief bovengenoemde € 300 000 voor beleidsondersteuning LNV).
De tarieven zijn gebaseerd op het Besluit registratie geneesmiddelen (BRG) en het Besluit vergoedingen wet op de geneesmiddelenvoorziening. Gezien de wettelijke regel dat het CBG geen winst mag behalen, zijn deze kostendekkend vastgesteld.
Het aCBG ontvangt rentebaten over de hem ter beschikking staande middelen.
* Personeel
Om de verwachte productiegroei te realiseren is extra personeel nodig. Het CBG wil deze uitbreiding voorzichtig realiseren door de komende jaren geleidelijk het directe personeel uit te breiden. Het CBG gaat er vanuit dat ondanks forse productiegroei ook een efficiency-slag gemaakt kan worden. Voor 2008 is daarom een formatie begroot van 235 fte. Daarnaast zijn onder de personele kosten tevens de kosten van scholing, reiskosten, wachtgelden en overige personeelskosten opgenomen. In totaal gaat het om een bedrag van € 16,2 miljoen. Verder heeft het aCBG bij diverse ziekenhuizen specialisten in dienst, die specifieke kennis hebben op bepaalde terreinen (inhuur externen € 0,6 miljoen).
* Materiële kosten
Een productiegroei betekent eveneens een stijging van de kosten van inzet van externen zoals het RIVM, het Centraal Instituut voor Dierziekte-Controle (CIDC), RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid en de stichting Landelijke Registratie en Evaluatie Bijwerkingen (Lareb). In het kader van de registratie van humane geneesmiddelen verricht het RIVM beoordelingswerkzaamheden op chemisch-farmaceutisch en farmacologisch-toxicologisch gebied (€ 6 miljoen). De stichting Lareb registreert meldingen van bijwerkingen in het kader van geneesmiddelenbewaking (€ 1,8 miljoen).
In het kader van de registratie van diergeneesmiddelen verrichten het RIVM, CIDC en RIKILT beoordelingswerkzaamheden. De kosten hiervan bedragen op dit moment € 1,1 miljoen.
Het aCBG heeft in 2007 zijn logistieke processen vergaand gedigitaliseerd. Dit brengt additionele kosten met zich mee voor onderhoud en optimalisatie. Daarnaast heeft het aCBG dringend behoefte aan nieuwe huisvesting. Dit zal naar verwachting eind 2008 worden gerealiseerd. Hiervoor is een bedrag begroot van € 1,5 miljoen.
De kosten van het Zbo College ter Beoordeling van Geneesmiddelen bedragen € 0,6 miljoen.
De afschrijvingskosten bedragen € 0,7 miljoen. De afschrijvingstermijnen bedragen voor software 3 jaar, automatiseringsapparatuur 3 jaar, kantoorapparatuur 7 jaar en meubilair 5 tot 10 jaar.
| Tabel 1.2: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000) | ||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | |
| 1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) | 10 694 | 11 632 | 11 786 | 12 086 | 12 386 | 12 686 |
| 2. Totaal operationele kasstroom | 3 347 | 354 | 500 | 500 | 500 | 500 |
| 3a. -/- totaal investeringen | – 844 | – 200 | – 200 | – 200 | – 200 | – 200 |
| 3b. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | – | – | – | – | – | |
| 3. Totaal investeringskasstroom | – 844 | – 200 | – 200 | – 200 | – 200 | – 200 |
| 4a. -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | – 1 565 | – 5 623 | – | – | – | – |
| 4b. +/+ eenmalige storting door moederdepartement | – | 5 623 | – | – | – | – |
| 4c. -/- aflossingen op leningen | – | – | – | – | – | – |
| 4d. +/+ beroep op leenfaciliteit | – | – | – | – | – | – |
| 4. Totaal financieringskasstroom | – 1 565 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 5. Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito)(=1+2+3+4) (maximale roodstand 0,5 miljoen euro) | 11 632 | 11 786 | 12 086 | 12 386 | 12 686 | 12 986 |
2. Baten-lastendienst Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)
Het CIBG is een uitvoeringsorganisatie opgericht in 2000 en vloeit voort uit het kabinetsbesluit (1996) tot scheiding van beleid, uitvoering en toezicht. Sinds 1 januari 2003 is het CIBG een agentschap. De organisatie bestaat uit een centrale organisatie en tien uitvoerende eenheden.
Het CIBG bedient zorgaanbieders, burgers en bedrijven.
De kerntaak van het CIBG is het registreren, beheren, genereren, beoordelen en verstrekken van vertrouwelijke (zorg)informatie, zoals:
• registratie, erkenning en informatie voor beroepsbeoefenaren in de Nederlandse gezondheidszorg
• registratie en bedrijfsvoering tuchtcolleges
• registratie en bedrijfsvoering donoren kunstmatige bevruchting
• ambtelijke ondersteuning en bedrijfsvoering toetsingscommissies euthanasie
• ambtelijke ondersteuning en bedrijfsvoering deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging pasgeborenen
• verwerking van aanvraag, productie en uitgifte UZI-passen
• het faciliteren van opvragen en verifiëren van het Burger Service Nummer (BSN)
• registratie en informatie wilsbeschikkingen m.b.t. orgaan- en weefseldonatie
• vaststellen vergoedingslimieten en maximumprijzen van geneesmiddelen
• verlenen van vergunningen en ontheffingen voor farmacie en opiumwet
• verlenen van toelatingen aan zorginstellingen
| Tabel 2.1 Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Baten | |||||||
| opbrengst moederdepartement | 6 880 | 13 576 | 22 968 | 22 968 | 22 968 | 22 968 | 22 968 |
| opbrengst derden | 2 293 | 2 431 | 2 581 | 2 581 | 2 581 | 2 581 | 2 581 |
| rentebaten | 54 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 |
| buitengewone baten | 827 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| exploitatiebijdrage | 11 922 | ||||||
| Totaal baten | 21 976 | 16 017 | 25 559 | 25 559 | 25 559 | 25 559 | 25 559 |
| Lasten | |||||||
| apparaatkosten | 20 961 | 14 907 | 23 693 | 23 710 | 23 761 | 23 760 | 23 760 |
| – personele kosten | 9 038 | 7 907 | 11 544 | 11 544 | 11 544 | 11 544 | 11 544 |
| – materiële kosten | 10 234 | 7 000 | 10 111 | 10 128 | 10 179 | 10 178 | 10 178 |
| – huisvestingskosten | 1 689 | 2 038 | 2 038 | 2 038 | 2 038 | 2 038 | |
| rentelasten | 60 | 113 | 76 | 59 | 43 | 44 | 44 |
| afschrijvingskosten | 431 | 907 | 1 740 | 1 740 | 1 705 | 1 705 | 1 705 |
| – materieel | 259 | 367 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 |
| – immaterieel | 172 | 540 | 1 340 | 1 340 | 1 305 | 1 305 | 1 305 |
| dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| buitengewone lasten | 877 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal lasten | 22 329 | 15 927 | 25 509 | 25 509 | 25 509 | 25 509 | 25 509 |
| Saldo van baten en lasten | – 353 | 90 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
De baten worden grotendeels gevormd door de opdrachten voor:
• RIBIZ (Registratie en Informatie Beroepen In de Zorg),
• Secretariaten Regionale Toetsingcommissies Euthanasie,
• Secretariaat Deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging pasgeborenen,
• Secretariaat Register van Donoren kunstmatige bevruchting
• Tuchtcolleges,
• UZI-register,
• SBVz (Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg).
• Farmatec
• Donorregister,
• Toelating Zorginstellingen.
In 2008 zal het CIBG mogelijk worden uitgebreid met nieuwe taken. Omdat de financiële omvang van deze taken nog onvoldoende bekend is, zijn zij nog niet als zodanig in de begroting 2008 opgenomen, maar worden onderstaand als PM vermeld.
• De databank Maatschappelijke Verantwoording
• Basisregister zorgaanbieders
| Tabel 2.2: Overzicht opbrengst moederdepartement (bedragen x € 1 000) | |||||||
| Realisatie 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| RIBIZ | 2 119 | 2 486 | 3 167 | 3 167 | 3 167 | 3 167 | 3 167 |
| Regionale toetsingscie Euthanasie | 761 | 772 | 1 057 | 1 057 | 1 057 | 1 057 | 1 057 |
| Donorregister | 3 449 | 3 157 | 3 699 | 3 699 | 3 699 | 3 699 | 3 699 |
| Farmatec | 551 | 636 | 1 109 | 1 109 | 1 109 | 1 109 | 1 109 |
| Tuchtcolleges | 2 925 | 3 179 | 3 179 | 3 179 | 3 179 | 3 179 | |
| UZI-register | 3 600 | 4 300 | 4 300 | 4 300 | 4 300 | 4 300 | |
| SBVZ | 4 229 | 4 229 | 4 229 | 4 229 | 4 229 | ||
| Toelating zorginstellingen | 1 918 | 1 918 | 1 918 | 1 918 | 1 918 | ||
| DKB | 98 | 98 | 98 | 98 | 98 | ||
| LZALP | 82 | 82 | 82 | 82 | 82 | ||
| Exploitatiebijdragen | |||||||
| UZI-register | 3 942 | ||||||
| SBVZ | 2 906 | ||||||
| Tuchtcolleges | 3 179 | ||||||
| Toelating zorginstellingen | 300 | ||||||
| BMC | 170 | 130 | 130 | 130 | 130 | 130 | |
| Overige | 1 425 | ||||||
| Totaal | 18 802 | 13 5761 | 22 968 | 22 968 | 22 968 | 22 968 | 22 968 |
1 Voor 2007 zijn de geraamde opbrengsten uit de begroting 2007 opgenomen, exclusief de geraamde inkomsten uit de exploitatiebijdragen. Dit verklaart de lage opbrengst in 2007.
Het CIBG krijgt ook opbrengsten (baten) van burgers en bedrijven voor het verrichten van verschillende (wettelijke) registratieactiviteiten en verleende vergunningen en ontheffingen tegen door het departement vastgestelde tarieven:
• registratieheffing bij inschrijving in het BIG-register;
• verleende vergunningen en verloven (Farmatec);
• registratieheffing bij inschrijving Stichting Kwaliteitsregister Paramedici
• verkoop van medicinale cannabis
| Tabel 2.3: Overzicht opbrengst derden (bedragen x € 1 000) | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| RIBIZ/BIG-regsiter | 616 | 880 | 880 | 880 | 880 | 880 | 880 |
| RIBIZ/Assessment | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | ||
| Farmatec | 1 344 | 1 250 | 1 250 | 1 250 | 1 250 | 1 250 | 1 250 |
| Kwaliteitsregister | 37 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 |
| BMC | 256 | 266 | 266 | 266 | 266 | 266 | 266 |
| Overigen | 40 | ||||||
| Totaal | 2 293 | 2 431 | 2 581 | 2 581 | 2 581 | 2 581 | 2 581 |
De opdrachtenportefeuille van het CIBG wordt vooral beïnvloed door toe- of afname van opdrachten van de opdrachtgevers (VWS).
De materiële kosten bestaan uit algemene materiële kosten en huisvestingskosten. De algemene materiële kosten bestaan onder andere uit: bureaukosten, inhuur van derden (geen uitzendkrachten), exploitatie automatisering, drukwerk en voorlichting, porto- en telefoonkosten, vacatiegelden, reiskosten.
Het aandeel inhuur derden in de materiële lasten is bij het CIBG relatief hoog in verband met de uitbesteding van het delen van het onderhoud op ICT-systemen en ten behoeve van de voor VWS uit te voeren grootschalige ICT-opdrachten zoals UZI-register, SBVZ. Het gemiddelde uurtarief ligt rond de € 130 inclusief BTW.
Het CIBG is gehuisvest in huurpanden op meerdere locaties: Den Haag (hoofdlocatie), Kerkrade (donorregister) en uitvoeringsunits in Groningen, Zwolle, Eindhoven, Arnhem, Den Haag en Amsterdam. Het aandeel van de totale huisvestingskosten (inclusief service en onderhoud) in de materiële lasten bedraagt in 2008 ruim € 2 miljoen.
De rentelasten bestaan uit de verschuldigde rente op de initiële en investeringsleningen bij het ministerie van Financiën.
In het jaar van investeren wordt met ingang van de maand van ingebruikname afgeschreven. De specificatie van de verwachte afschrijvingen en investeringen en daarmee van het verloop van de boekwaarde in het jaar 2007 en 2008 is weergegeven in onderstaande tabel.
| Tabel 2.4: Verloopoverzicht activa (bedragen x € 1 000) | ||||||||
| Afschrij-vingstermijn | Boekwaarde 31-12-06 | Invest 2007 | Afs 2007 | Boekwaarde 31-12-97 | Invest 2008 | Afs 2008 | Boekwaarde 31-12-08 | |
| Inventaris | 10 | 659 | 100 | 100 | 659 | 100 | 102 | 657 |
| Automatisering | 3 | 255 | 825 | 242 | 838 | 100 | 272 | 666 |
| Overige | 5 | 122 | 20 | 25 | 117 | 25 | 26 | 116 |
| Immaterieel | 5 | 2 707 | 3 650 | 540 | 5 817 | 0 | 1 340 | 4 477 |
| Vera | 197 | 200 | 50 | 347 | 100 | 247 | ||
| Geneur | 688 | 180 | 508 | 180 | 328 | |||
| Zorro | 1 567 | 500 | 250 | 1 817 | 420 | 1 397 | ||
| Odisys | 255 | 950 | 60 | 1 145 | 240 | 905 | ||
| Genmid | 2 000 | 2 000 | 400 | 1 600 | ||||
| Totaal | 3 743 | 4 595 | 907 | 7 431 | 225 | 1 740 | 5 916 | |
| Tabel 2.5: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000) | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| 1. Rekening-courant RIC 1 januari (incl. deposito) | 3 632 | 5 156 | 4 485 | 4 199 | 3 930 | 3 884 | 3 839 |
| 2. Totaal operationele kasstroom | 2 257 | 1 154 | 1 181 | 1 198 | 1 239 | 1 240 | 1 241 |
| 3a. Totaal investeringen -/- | – 2 403 | – 4 595 | – 225 | – 225 | – 225 | – 225 | – 225 |
| 3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Totaal investeringskasstroom | – 2 403 | – 4 595 | – 225 | – 225 | – 225 | – 225 | – 225 |
| 4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement -/- | – 777 | ||||||
| 4b. Eenmalige storting door moederdepartement | |||||||
| 4c. Aflossing op leningen -/- | – 53 | – 555 | – 1 242 | – 1 242 | – 1 060 | – 1 060 | – 1 060 |
| 4d. Beroep op leenfaciliteit | 2 500 | 3 325 | |||||
| 4. Totaal financieringskasstroom | 1 670 | 2 770 | – 1 242 | – 1 242 | – 1 060 | – 1 060 | – 1 060 |
| 5. Rekening-courant RIC 31 december | 5 156 | 4 485 | 4 199 | 3 930 | 3 884 | 3 839 | 3 795 |
Toelichting op het kasstroomoverzicht
De eenmalige storting aan het moederdepartement in 2006 heeft betrekking op de afroming van het eigen vermogen. In overleg met de eigenaar wordt een vordering op het moederdepartement afgeboekt ten laste van het onverdeelde resultaat.
3. Baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Sinds 1 januari 2004 is het RIVM een baten-lastendienst van het ministerie van VWS. Het RIVM is een kennisinstituut dat werkzaam is op de werkvelden volksgezondheid, voeding, milieu en veiligheid.
De primaire opdrachtgevers van het RIVM zijn de ministeries van VWS, VROM en LNV. Daarnaast voert het RIVM projecten uit die opgedragen en bekostigd worden door andere opdrachtgevers, m.n. andere ministeries, provincies en internationale organisaties. Naast onderzoeks- en adviesopdrachten voor departementen en regionale overheden vervult het RIVM ook regiefuncties en de landelijke coördinatie van preventie- en interventieprogramma’s. In het kader van de regie over het Rijksvaccinatieprogramma bestaat het voornemen om de landelijke en regionale eenheden (entadministraties) per 1 januari 2008 onder te brengen in het RIVM. De hiermee samenhangende apparaats- en programmakosten zullen in de RIVM-begroting worden opgenomen.
| Tabel 3.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000) | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Baten | |||||||
| Opbrengst VWS eigenaar | 14 617 | 15 317 | 15 774 | 19 775 | 19 703 | 19 558 | 19 558 |
| Opbrengst VWS opdrachtgevers | 75 817 | 83 605 | 67 074 | 60 847 | 58 687 | 58 687 | 58 687 |
| Opbrengst VROM | 45 136 | 46 593 | 45 351 | 37 698 | 36 398 | 36 398 | 36 398 |
| Opbrengst LNV | 1 521 | 500 | 1 350 | 1 350 | 1 350 | 1 350 | 1 350 |
| Opbrengst overige ministeries | 2 625 | 2 443 | 2 625 | 2 625 | 2 625 | 2 625 | 2 625 |
| Opbrengst derden | 37 402 | 45 909 | 29 000 | 29 000 | 29 000 | 29 000 | 29 000 |
| Rentebaten | 1 369 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 |
| Vrijval voorzieningen | 1 397 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Buitengewone baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal baten | 179 884 | 194 867 | 161 674 | 151 795 | 148 263 | 148 118 | 148 118 |
| Lasten | |||||||
| Apparaatkosten | |||||||
| – personele kosten | 81 598 | 88 793 | 90 044 | 89 519 | 88 470 | 86 372 | 86 372 |
| – materiële kosten | 92 427 | 101 957 | 67 897 | 58 543 | 56 060 | 58 013 | 58 013 |
| Rentelasten | 268 | 213 | 213 | 213 | 213 | 213 | 213 |
| Afschrijvingskosten | |||||||
| – materieel | 2 724 | 3 056 | 3 056 | 3 056 | 3 056 | 3 056 | 3 056 |
| – immaterieel | 244 | 464 | 464 | 464 | 464 | 464 | 464 |
| Dotaties voorzieningen | 2 502 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Buitengewone lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal lasten | 179 763 | 194 533 | 161 674 | 151 795 | 148 263 | 148 118 | 148 118 |
| Saldo van baten en lasten | 122 | 334 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
De bedragen 2006 betreffen de gerealiseerde baten en lasten volgens de jaarrekening over 2006. De bedragen 2007 betreffen het vermoedelijk beloop. De bedragen voor 2008 en verder zijn gebaseerd op de opdrachtbrieven van de primaire opdrachtgevers VWS en VROM en betreffen – op verzoek van de primaire opdrachtgevers – voornamelijk de reguliere opdrachten. Uit ervaring is bekend dat de uiteindelijke realisatie hoger zal uitvallen doordat de primaire opdrachtgevers jaarlijks aanvullende opdrachten verstrekken. De overige omzet-bedragen zijn gebaseerd op lopende en naar verwachting nog aan te gane contracten met overige opdrachtgevers. In deze begroting zijn verwerkt de taakstellingen die het RIVM opgelegd heeft gekregen op grond van het coalitieakkoord Balkenende IV. De taakstellingen worden grotendeels ingevuld via efficiencymaatregelen waartoe de reële tarieven van het RIVM (dus los van algemene loon- en prijsontwikkelingen) worden verlaagd met 2% vanaf 2008, 4% vanaf 2009 en 6% vanaf 2010. Over de concrete invulling van het restant van de totale taakstelling van 10% in 2011 zal te zijner tijd nog besluitvorming plaatsvinden.
De geraamde baten van VWS-eigenaar worden begroot op artikel 98 van de VWS-begroting. Ze zijn hoofdzakelijk bestemd voor het strategisch onderzoek. Verder is een bedrag van € 3,6 miljoen beschikbaar als aanvullend huisvestingsbudget. Bij de stelselwijziging rijkshuisvesting is het RIVM een structurele compensatie toegekend. Deze compensatie is naar analogie van de stelselwijziging vastgesteld op een bedrag van in totaal € 11,6 miljoen structureel vanaf het jaar 2014. Dit bedrag is in de meerjarenramingen als volgt opgenomen:
– vanaf 2004 structureel € 3,6 miljoen per jaar;
– vanaf 2009 nogmaals structureel € 4 miljoen per jaar;
– vanaf 2014 nogmaals structureel € 4 miljoen per jaar.
De geraamde baten van VWS-opdrachtgevers betreffen inkomsten die het RIVM op grond van de opdrachtbrief 2008 verwacht te verkrijgen door opdrachtverlening door beleidsdirecties VWS, IGZ en VWA. De hoogte van de inkomsten is afhankelijk van overeenstemming tussen opdrachtgevers en RIVM over aard en omvang van de te verrichten activiteiten en – daarmee samenhangend – de in rekening te brengen kosten (zijnde uren x tarief plus projectgebonden kosten). De budgetten van de VWS-opdrachtgevers worden geraamd op de beleidsartikelen 41 en 98 van de begroting van VWS.
De geraamde baten van VROM volgen uit werkzaamheden die op het taakveld milieu worden uitgevoerd. De budgetten van de VROM-opdrachtgevers zijn opgenomen in de begroting van het ministerie van VROM.
De geraamde baten van LNV volgen uit werkzaamheden die door het Ministerie van LNV worden opgedragen en betaald.
De geraamde baten van overige ministeries hangen samen met werkzaamheden die diverse ministeries aan het RIVM ter uitvoering opdragen.
De baten van derden verkrijgt het RIVM door het uitvoeren van werkzaamheden voor derden (waaronder de Europese Commissie, de WHO en provincies).
Het positieve saldo op de rekening-courant genereert de rentebaten.
De personeelskosten zijn onder meer opgebouwd uit salariskosten en overige personeelskosten.
| Tabel 3.2: Personeelskosten (bedragen x € 1 000) | |
| Raming 2008 | |
| Salarissen | 76 900 |
| Overige personeelskosten | 2 990 |
| Totaal | 79 890 |
| Aantal fte’s o.b.v. verwachte gemiddelde bezetting | 1 319 |
| Gemiddelde kosten per fte (in €) | 60 569 |
Daarboven is in de personeelskosten een bedrag van € 10,2 miljoen. opgenomen voor inhuur vervangende en extra capaciteit.
Het bedrag voor de materiële lasten ad € 67,9 miljoen kan als volgt worden onderverdeeld:
– laboratorium- en facilitaire kosten € 24,2 miljoen
– uitbesteed en ingekocht onderzoek en advies € 27,8 miljoen
– huurkosten huisvesting € 15,9 miljoen.
De rentelasten worden veroorzaakt door de investeringen in activa.
De afschrijvingen zijn bepaald op basis van de in tabel 3.3 vermelde afschrijvingstermijnen.
| Tabel 3.3: Afschrijvingen (bedragen x € 1 000) | ||
| Afschrijvingstermijn in jaren | 2008 | |
| Software en licenties | 3 | 464 |
| Gebouwinstallaties en infrastructuur | 5 | 491 |
| Laboratoriumapparatuur | 5 | 1 439 |
| Vervoermiddelen | 4 | 140 |
| IT + audiovisuele apparatuur | 3 | 942 |
| Facilitaire apparatuur | 3 | 44 |
| Totaal | 3 520 | |
De afschrijvingskosten voor 2008 omvatten de kosten van afschrijvingen op de per balansdatum 31 december 2006 aanwezige activa, vermeerderd met de kosten van afschrijvingen op de in 2007 en 2008 aan te schaffen activa.
| Tabel 3.4: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000) | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| 1. Rekening-courant 1 januari | 49 864 | 67 061 | 52 891 | 42 771 | 38 910 | 36 974 | 36 664 |
| 2. Totaal operationele kasstroom | 23 567 | – 10 650 | – 6 600 | – 341 | 1 584 | 3 210 | 2 999 |
| 3a. Totaal investeringen -/- | – 3 612 | – 3 520 | – 3 520 | – 3 520 | – 3 520 | – 3 520 | – 3 520 |
| 3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen | 120 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Totaal investeringskasstroom | – 3 492 | – 3 520 | – 3 520 | – 3 520 | – 3 520 | – 3 520 | – 3 520 |
| 4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement -/- | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4b. Eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4c. Aflossing op leningen -/- | – 2 878 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4d. Beroep op leenfaciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Totaal financieringskasstroom | – 2 878 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 5. Rekening-courant 31 december | 67 061 | 52 891 | 42 771 | 38 910 | 36 974 | 36 664 | 36 142 |
Toelichting op het kasstroomoverzicht
De totale operationele kasstroom ad – € 6,6 miljoen bestaat uit het exploitatieresultaat, de afschrijvingen en de mutaties van het bedrijfskapitaal.
De investeringskasstroom bestaat uit de investeringen die zijn begroot op een bedrag van € 3,5 miljoen.
4. Baten-lastendienst Nederlands Vaccin Instituut (NVI)
Sinds 1 januari 2003 ressorteert het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) als baten-lastendienst onder onze verantwoordelijkheid. Per 1 januari 2006 is het NVI definitief baten-lastendienst geworden.
Het NVI heeft als missie: de Nederlandse bevolking beschermen tegen infectieziekten door vaccins te leveren voor vaccinatie onder normale en bijzondere omstandigheden.
Het NVI heeft een drietal kerntaken, te weten:
1. Levering van vaccins voor de NVV (Nederlandse Vaccin Voorziening)
2. Onderzoek en ontwikkeling op het terrein van vaccins voor de NVV.
3. Het voorhanden hebben van actuele kennis over vaccins en vaccinatie voor de professionele ondersteuning van het moederdepartement.
Het NVI kent een aantal aan de kerntaken gerelateerde activiteiten, te weten:
1. Het beschikbaar hebben van dieren ten behoeve van dierproeven binnen NVI/RIVM.
2. Dienstverlening aan het RIVM op het terrein van mediabereiding, sterilisatie en afvalverwerking.
3. Activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.
4. Activiteiten die voortvloeien uit benutting van de restcapaciteit die deel uitmaakt van de minimumcapaciteit.
| Tabel 4.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000) | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Baten | |||||||
| opbrengst moederdepartement | 30 161 | 53 570 | 36 963 | 40 510 | 43 908 | 32 129 | 32 129 |
| opbrengst derden | 93 942 | 99 647 | 103 282 | 105 392 | 108 616 | 112 578 | 112 506 |
| rentebaten | 165 | 23 | 32 | 30 | 41 | 67 | 67 |
| Totaal baten | 124 268 | 153 240 | 140 277 | 145 932 | 152 565 | 144 774 | 144 702 |
| Lasten | |||||||
| apparaatkosten | |||||||
| – personele kosten | 20 870 | 24 295 | 24 250 | 24 206 | 24 117 | 23 938 | 23 938 |
| – materiële kosten | 98 157 | 122 760 | 110 187 | 113 073 | 117 250 | 106 870 | 106 870 |
| rentelasten | 508 | 960 | 1 231 | 1 502 | 1 848 | 1 809 | 1 715 |
| Afschrijvingskosten | |||||||
| – materieel | 3 581 | 5 135 | 5 500 | 7 000 | 8 500 | 10 000 | 10 000 |
| – immaterieel | |||||||
| dotaties voorzieningen | |||||||
| buitengewone lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal lasten | 123 116 | 153 150 | 141 168 | 145 781 | 151 715 | 142 617 | 142 523 |
| Saldo van baten en lasten | 1 152 | 90 | – 891 | 151 | 850 | 2 157 | 2 179 |
De bedragen 2006 betreffen de realisatiecijfers conform het jaarverslag 2006. De bedragen 2007 betreffen de cijfers uit de ontwerpbegroting 2007. De begroting voor het jaar 2008 geeft een overzicht van de baten en lasten NVI op het prijspeil van het jaar 2007. Deze begroting is doorgezet tot en met 2012, waarbij rekening is gehouden met de taakstelling, te verwachten mutaties in investeringen, bijbehorende rentekosten en opbrengst derden. In 2008 stijgen de afschrijvingskosten en rentekosten harder dan de opbrengst derden waardoor een verlies ontstaat ten laste van het eigen vermogen. Vanaf 2009 stijgt de opbrengst harder dan de kosten waardoor het verlies wordt gecompenseerd ten gunste van het eigen vermogen.
Inzet is om het eerder in het kader van het instellingstraject baten-lastendienst overeengekomen kostprijsmodel per 1 januari 2008 te implementeren. In 2006 heeft een nacalculatie over 2004/2005 plaatsgevonden en een doorrekening met de cijfers uit de begroting 2006. Op basis van de uitkomsten daarvan en eerdere bevindingen van de Auditdienst is besloten tot herziening van het kostprijsmodel. De (budgetneutrale) doorwerking hiervan in de begrotingspresentatie voor 2008 zal dan bij eerste suppletore wet kunnen worden verwerkt.
De opbrengst van het moederdepartement wordt geraamd op artikel 41. In 2008 beloopt de opbrengst van het moederdepartement € 37 miljoen. Er is rekening gehouden met de taakstelling.
| Tabel 4.2: Opbrengst moederdepartement (bedragen x € 1 000) | |
| VWS opdrachtgever | 11 440 |
| VWS eigenaar | 8 133 |
| Bijdrage DKTP(HibHep) | 9 577 |
| Bijdrage RSV | 3 700 |
| Overig | 4 113 |
| Totale bijdrage moederdepartement | 36 963 |
Onder de opbrengst derden is € 61 miljoen opgenomen als inkomsten AWBZ. Dat zijn de vergoedingen die de provinciale entadministraties aan het NVI betalen voor de vaccins. Onder de opbrengsten derden is € 12 miljoen opgenomen voor het uitvoeren van de griepcampagne.
De post opbrengst derden omvat in 2008 verder € 30 miljoen aan exportomzet (Duitsland, Korea en India) en omzet voor het verkopen van technologie, het uitvoeren van kwaliteitstesten en (projectmatige) werkzaamheden voor bedrijven en instellingen (waaronder RIVM).
Rentebaten ontstaan door positieve saldi op de rekening-courant.
De personele kosten bestaan voor € 23,3 miljoen uit loonkosten. Hier is de personele taakstelling in verwerkt. De totale taakstelling is € 0,4 miljoen (6,5 fte’s). In 2008 is hiervan € 45 000 (0,8 fte) verwerkt. Daarnaast is € 1,1 miljoen opgenomen voor inhuur, € 0,4 miljoen voor dienstreizen, € 0,4 miljoen voor opleidingen en € 0,2 miljoen voor overige personele kosten. De inzet van eigen personeel ten behoeve van investeringsprojecten, wordt geactiveerd en drukt niet op de exploitatie, dit betreft een bedrag van € 1,2 miljoen.
| Personele kosten (in € 1 000) | 23 349 |
| Aantal FTE’s o.b.v. gemiddelde bezetting | 417 |
| Gemiddelde kosten per FTE (in €) | 55 993 |
Het bedrag voor de materiële lasten ad € 110,2 miljoen kan als volgt worden onderverdeeld:
| Tabel 4.3: Materiële kosten (bedragen x € 1 000) | |
| 2008 | |
| Onderhoudskosten | 6 368 |
| Huurkosten | 8 778 |
| Overige kosten gebouwen | 5 684 |
| Productiekosten | 8 399 |
| Algemene kosten | 3 407 |
| Advieskosten/uitbestedingen | 10 856 |
| Kosten inhuur RIVM | 802 |
| Aangekocht product | 65 894 |
| Totaal | 110 188 |
De kosten van «aangekocht product» bestaan uit de aangekochte producten voor het RVP (DKTPHib(Hep), MenC, Pneumokokken, bulk aK en Hib) en de griepcampagne.
De rentelasten stijgen door het aangaan van leningen voor de financiering van vaste activa. Vanaf 2006 valt hier ook de rente van de conversielening van de activa van NVI onder.
| Tabel 4.4: Investeringen en afschrijvingskosten (bedragen x € 1 000) | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Inventaris/installaties | 3 672 | 13 500 | 12000 | 6 400 | 5 000 | 5 000 | 5 000 |
| Overig | 9 096 | 6 600 | 5 800 | 3 100 | 2 500 | 2 500 | 2 500 |
| Totaal | 12 768 | 20 100 | 17 800 | 9 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 |
| Afschrijvingskosten | 3 581 | 5 135 | 5 500 | 7 000 | 8 500 | 10 000 | 10 000 |
In 2008 wordt een investeringsniveau verwacht van € 17,8 miljoen. Dit zijn vooral vervangings- (Bioreactor Control Systeem) en kwaliteitsinvesteringen (Master Data Herstel/Manufacturing Execution System/Laboratorium Informatie Management Systeem).
| Tabel 4.5: Afschrijvingstermijn (bedragen x € 1 000) | ||
| Afschrijvingstermijn in jaren | 2008 | |
| Inventaris/installaties | 5 | 1 600 |
| Inventaris/installaties | 10 | 3 900 |
| Totaal | 5 500 | |
| Tabel 4.6: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000) | |||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| 1. Rekening courant RHB 1 januari | 44 393 | 34 055 | 5 006 | 3 227 | 2 357 | 2 294 | 3 962 |
| 2. Totaal operationele kasstroom | – 34 751 | – 25 449 | 4 109 | 7 151 | 9 350 | 12 157 | 12 179 |
| 3a. –/- Totaal investeringen | – 12 768 | – 20 100 | – 17 800 | – 9 500 | – 7 500 | – 7 500 | – 7 500 |
| 3b. + Totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Totaal investeringskasstroom | – 12 768 | – 20 100 | – 17 800 | – 9 500 | – 7 500 | – 7 500 | – 7 500 |
| 4a. –/- Eenmalige uitkering aan moederdepartement | 1 900 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4b. + Eenmalige storting door moederdepartement | 25 809 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4c. –/- Aflossing op leningen | – 2 858 | – 3 600 | – 5 888 | – 8 021 | – 9 413 | – 10 489 | – 10 681 |
| 4d. + Beroep op leningsfaciliteit | 16 130 | 20 100 | 17 800 | 9 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 |
| 4. Totaal financieringskasstroom | 37 181 | 16 500 | 11 912 | 1 479 | – 1 913 | – 2 989 | – 3 181 |
| 5. Rekening courant RHB 31 december | 34 055 | 5 006 | 3 227 | 2 357 | 2 294 | 3 962 | 5 460 |
De operationele kasstroom wordt in 2006 en 2007 beïnvloed door de aanschaf van antivirale middelen en de tijdelijke aanschaf van DKTPHib. Eind 2006 is een eenmalige opbrengst van het moederdepartement ontvangen voor de betaling in 2007, dit verklaart het hoge saldo op de rekening courant ultimo 2006.
In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt ingegaan op de onderwerpen in de bedrijfsvoering die specifiek in 2008 aan de orde zullen zijn. Deze paragraaf heeft uitdrukkelijk het karakter van een uitzonderingsrapportage.
Financieel en materieel beheer
VWS heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de verbetering van het subsidiebeheer. Deze maatregelen houden onder andere het volgende in:
• het opzetten en implementeren van een workflow-systeem (Subsidieplein);
• het opstellen van nieuwe subsidieregelgeving;
• werken met een intern expertisecentrum subsidies;
• het strikter toepassen van bestaande sanctieregels.
De focus ligt nu bij het verder inbedden van deze aangescherpte werkwijze binnen de organisatie en blijvende aandacht houden voor de uitvoering van het subsidiebeheer. We verwachten dat de effecten van deze inspanningen leiden tot een adequaat en zorgvuldig subsidiebeheer in 2008.
Het is de verwachting dat de Belastingdienst eind 2007 de verstrekte voorschotten over 2006 definitief heeft vastgesteld. De Minister van VWS is zowel beleidsinhoudelijk als budgettair verantwoordelijk voor de uitgaven die voortvloeien uit de Wet op de Zorgtoeslag. De minister van Financiën is wettelijk verantwoordelijk gesteld om de zorgtoeslag uit te voeren. Hij zal zich in 2008 verantwoorden over de stand en de mutaties in de openstaande voorschotten.
Overige bedrijfsvoeringsaspecten
In 2008 zal de inspanning van de organisatie zich voor een groot deel richten op de invulling van de taakstelling. Het is de bedoeling dat VWS 941 fte inlevert in de periode tussen 2008 en 2011. De verdeling van deze taakstelling over de verschillende kolommen en/of onderdelen van VWS vindt plaats volgens onderstaande tabel.
| Categorie | Uitgangspunt in fte | Taakstelling in fte | Taakstelling in budget (x € 1 000) |
| Beleid | 765 | 132 | 8 813 |
| Staf en ondersteuning | 422 | 105 | 6 011 |
| Adviesraden en planbureaus | 153 | 31 | 2 098 |
| Inspecties | 1 199 | 186 | 13 318 |
| Uitvoering | |||
| – Agentschappen | 1 058 | 99 | 5 680 |
| – Zbo’s | 2 932 | 389 | 20 682 |
| Totaal | 6 529 | 941 | 56 602 |
Bron: plan van aanpak VWS Samen zorgen voor beter
VWS heeft zich tot doel gesteld deze taakstelling te realiseren door medewerkers zoveel mogelijk van werk naar werk te begeleiden, waardoor het aantal gedwongen ontslagen tot een minimum beperkt zal worden. Loopbaanontwikkeling en mobiliteit zijn hierbij de sleutelbegrippen. Er zal een cultuuromslag in gang gezet worden van «vast en zeker» naar «flexibel en veilig». De eerste concrete acties hiertoe zullen in 2008 in gang gezet worden. Zo zal in 2008 het zogenaamde 3-5-7-jaar model geïmplementeerd worden, waarbij de jaren in het model de momenten markeren dat de loopbaan van de medewerker nadrukkelijk aandacht krijgt in het functioneringsgesprek.
Daarnaast zal in 2008 verder geïnvesteerd worden in de flexibilisering van de organisatie onder andere door de werkzaamheden meer horizontaal te organiseren. Ook kan kostenbesparing gerealiseerd worden door meer interdepartementale samenwerking op het gebied van de auditfunctie, ICT, HRM en communicatie.
De veranderingen in de beleidsprocessen en de vernieuwing van de rijksdienst stellen nieuwe eisen aan de informatieverwerking binnen VWS en de hiervoor benodigde IT-middelen. Met het oog hierop is de «I- en IT-visie en informatiseringsagenda» van VWS ontwikkeld. De visie geeft een gemeenschappelijk toekomstbeeld op het gebied van informatie en IT en biedt inzicht in de samenhang tussen beleid en bedrijfsvoering op dit gebied. De visie zal gefaseerd worden gerealiseerd in zes programma’s tussen 2007 en 2012. Samen vormen deze programma’s de informatiseringsagenda van VWS.
Ten behoeve van de zes programma’s zal ook de ICT-infrastructuur van VWS in de komende jaren worden aangepast. Voor alle programma’s geldt dat zoveel mogelijk gestreefd zal worden naar interdepartementale samenwerking. Ook zal de verbinding met de baten-lastendiensten en inspecties bij de uitvoering betrokken worden.
Informatiebeveiliging en Wet bescherming persoonsgegevens
Op basis van het Plan van aanpak Informatiebeveiliging en Wbp 2007–2008 wordt het voor VWS vastgestelde gemeenschappelijke basisniveau voor informatiebeveiliging in 2008 ingevoerd. Het fundament van dit plan wordt gevormd door het VIR (Voorschrift Informatiebeveiliging rijksoverheid) dat per 1 juli 2007 in werking is getreden. Dit houdt onder andere in dat VWS in alle opzichten voldoet aan de Wet bescherming persoonsgegevens, er een beleidsdocument «Bijzondere informatie» gemaakt wordt, er afspraken gemaakt worden over een veilige uitwisseling van informatie tussen het kerndepartement en de VWS diensten, en er een incidentenregistratie tot stand komt.
Voor de collectief gefinancierde zorguitgaven geldt een ander uitgavenplafond dan voor de meeste begrotingsgefinancierde uitgaven, namelijk het Budgettair Kader Zorg (BKZ). In deze bijlage bezien we het BKZ en de uitgaven die daaronder vallen in samenhang en totaliteit.
Paragraaf 2 beschrijft de definitie van het BKZ en de uitgavenbegrippen die daarbij van belang zijn. In paragraaf 3 komen het BKZ en de uitgaven onder het BKZ die in deze begroting zijn opgenomen aan de orde. Deze worden vergeleken met de uitgaventotalen in de begroting 2007. Ook de ontwikkeling van de zorguitgaven van jaar op jaar komt aan de orde. Een bijzonder deel van de uitgaven wordt vervolgens afzonderlijk behandeld, de kapitaallasten in de gezondheidszorg. Paragraaf 4 toont de financiering van de zorguitgaven en de ontwikkeling van de premies (AWBZ en Zvw).
2. BKZ, uitgavenbegrippen en definitie
Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afspraken vastgelegd over de budgettaire ruimte die in de jaren tot en met 2011 beschikbaar is voor de collectieve zorguitgaven, het Budgettair Kader Zorg. Het uitgavenplafond dat in het coalitieakkoord is afgesproken wordt weergegeven in reële termen. Daarbij is de afspraak gemaakt dat het BKZ ieder jaar voor inflatie wordt aangepast op basis van de prijsontwikkeling Nationale Bestedingen (pNB). Ieder voorjaar wordt deze prijsaanpassing voor het dan lopende jaar definitief vastgesteld.
Uitgaven die vallen onder het Budgettair Kader Zorg zijn de zorguitgaven die behoren tot het verzekerde pakket van de AWBZ en de Zvw. Daarnaast vallen onder het BKZ ook de bedragen die in het Gemeentefonds beschikbaar zijn gesteld voor de zorgkosten die gemeenten door de invoering van de Wmo dragen en die voorheen door de AWBZ werden gedekt. Deze bedragen staan niet op de VWS-begroting, maar op de begroting van het Gemeentefonds. Verder vallen de opleidingskosten voor de erkende medische en tandheelkundige specialismen en voor een aantal medische specialisaties onder het BKZ. Deze opleidingskosten worden vanuit de begroting gefinancierd en onder artikel 42 van de VWS-begroting verantwoord. Ten slotte zijn er bedragen voor zorguitgaven gereserveerd op de aanvullende post van de begroting van het ministerie van Financiën die vallen onder het BKZ. Het omvangrijkste onderdeel daarvan betreft bedragen die gereserveerd zijn voor de regeling die in de plaats zal komen van de huidige fiscale regeling voor compensatie van buitengewone uitgaven zorg. Al deze uitgaven samen worden de BKZ-uitgaven genoemd.
De BKZ-uitgaven die betrekking hebben op het verzekerde pakket van de AWBZ en de Zvw worden ook wel, naar de voornaamste financieringsbron, premiegefinancierde uitgaven of premie-uitgaven genoemd. In werkelijkheid worden deze uitgaven niet alleen gefinancierd uit de premieheffing AWBZ en Zvw, maar ook uit rijksbijdragen en eigen betalingen van de zorgconsumenten.
Een deel van de BKZ-uitgaven wordt niet uit collectieve middelen gefinancierd, maar door de zorgconsumenten zelf, de eigen betalingen. De BKZ-uitgaven verminderd met deze eigen betalingen worden de netto-BKZ-uitgaven genoemd. De netto BKZ-uitgaven zijn de collectief gefinancierde zorguitgaven. Het zijn deze netto-BKZ-uitgaven die worden getoetst aan het door het kabinet vastgestelde Budgettair Kader Zorg. Voor de BKZ-uitgaven inclusief de eigen betalingen wordt de term bruto BKZ-uitgaven gehanteerd. Figuur 1 geeft de relatie tussen deze twee uitgavenbegrippen en de bijbehorende (afgeronde) bedragen voor het jaar 2008.
Figuur 1 – De relatie tussen bruto en netto BKZ-uitgaven

Bron: VWS
3.1 Vaststelling van het BKZ voor deze kabinetsperiode
Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afspraken vastgelegd over de budgettaire ruimte die in de jaren tot en met 2011 beschikbaar is voor het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Het BKZ wordt weergegeven in tabel 1. Het BKZ is gebaseerd op de CPB-analyes over de budgettaire ontwikkelingen van de collectieve sector. Hiervoor heeft het CPB een scenario voor de zorguitgaven gemaakt voor de middellange termijn bij ongewijzigd beleid. In dit scenario wordt de volumegroei bepaald door de bevolkingsgroei, vergrijzing en door technologische vooruitgang, kwalitatief betere zorg en meer vraag naar zorg door een stijging van de welvaart. Daarnaast groeien de uitgaven van de zorg door de prijsstijging in de zorgsector. Die stijgen sneller dan de algemene inflatie in de economie. Dit komt doordat de arbeidsproductiviteit in de zorg minder snel groeit dan in de rest van de economie en de prijzen van nieuwe geneesmiddelen sneller stijgen dan de algemene inflatie.
| Tabel 1 – Ontwikkeling Budgettair Kader Zorg 2008–2011 | ||||
| bedragen in € miljoen | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
| Budgettair Kader Zorg | 51 321,4 | 55 493,0 | 58 680,6 | 62 163,4 |
3.2. Uitgavenontwikkeling na de begroting 2007
Tabel 2 laat de ontwikkeling van de netto BKZ-uitgaven zien vanaf de stand ontwerpbegroting 2007. Eerst worden de wijzigingen uit het Jaarverslag 2006 en de 1e Suppletore Wet 2007 weergegeven. Dan volgen de wijzigingen die daarna hebben plaatsgevonden.
| Tabel 2 – Ontwikkeling netto BKZ-uitgaven in de jaren 2006 t/m 2012 | |||||||
| bedragen in € miljoen | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 44 058,6 | 46 375,0 | 49 172,7 | 51 706,1 | 54 300,3 | 57 085,2 | |
| Uitgaven (bruto BKZ) | 47 915,5 | 50 086,9 | 52 948,8 | 55 588,7 | 58 290,8 | 61 184,7 | |
| Ontvangsten | 3 856,9 | 3 711,9 | 3 776,1 | 3 882,6 | 3 990,5 | 4 099,5 | |
| Mutaties Jaarverslag 2006/1e Suppletore Wet 2007 | |||||||
| Mutaties | |||||||
| a. Voorlopige afrekening 2006 | 394,9 | 1 066,5 | 1 067,2 | 1 067,2 | 1 067,2 | 1 067,2 | |
| b. Niet-gerealiseerde korting ziekenhuizen | 145,5 | 145,5 | 145,5 | 145,5 | 145,5 | ||
| c. Persoonsgebonden budgetten | 60,0 | 60,0 | 60,0 | 60,0 | 60,0 | ||
| d. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2007) | – 74,2 | – 107,7 | – 114,7 | – 128,7 | – 141,7 | ||
| e. Financieringsmutaties | – 140,8 | 107,9 | |||||
| f. IJklijnmutaties | 34,5 | – 3,6 | – 2,6 | – 2,6 | – 6,0 | – 6,0 | |
| g. Overige mutaties | 52,2 | 53,6 | 59,7 | 59,7 | 59,7 | ||
| Stand Jaarverslag 2006/1e Suppletore Wet 2007 | 44 347,2 | 47 729,3 | 50 388,7 | 52 921,2 | 55 498,0 | 58 269,9 | |
| wv uitgaven (bruto BKZ) | 48 194,4 | 51 441,2 | 54 164,8 | 56 803,8 | 59 488,5 | 62 369,4 | |
| wv ontvangsten | 3 847,2 | 3 711,9 | 3 776,1 | 3 882,6 | 3 990,5 | 4 099,5 | |
| Productieontwikkeling, mee- en tegenvallers | |||||||
| h. Aanvullende afrekening 2006 | 396,8 | 146,6 | 150,5 | 150,5 | 150,5 | 150,5 | |
| Maatregelen en beleidsaanpassingen | |||||||
| i. Enveloppe Zorg | 230,0 | 210,0 | 237,0 | 268,0 | |||
| j. Pakketuitbreiding | 204,0 | 204,0 | 204,0 | 204,0 | |||
| k. Maatregel uurtarief medisch specialisten | – 175,0 | – 175,0 | – 175,0 | – 175,0 | |||
| l. Uitgavenbeperking ziekenhuizen | – 160,0 | – 160,0 | – 160,0 | – 160,0 | |||
| m. Maatstafconcurrentie ziekenhuizen | – 15,0 | – 90,0 | – 240,0 | ||||
| n. Geneesmiddelen | – 340,0 | – 340,0 | – 340,0 | – 340,0 | |||
| o. Maatregelen care | – 350,0 | – 630,0 | – 700,0 | – 795,0 | |||
| wv schrappen grondslag somatisch/prijsmaatregel | – 120,0 | – 330,0 | – 330,0 | – 330,0 | |||
| wv best practices/efficiencykorting | – 115,0 | – 190,0 | – 265,0 | – 360,0 | |||
| wv klassemiddenmaatregel | – 115,0 | – 110,0 | – 105,0 | – 105,0 | |||
| p. Maatregel eigen betalingen AWBZ | – 80,0 | – 80,0 | – 80,0 | ||||
| q. Maatregelen huisartsen | – 23,8 | – 57,4 | – 57,5 | – 57,5 | – 57,5 | ||
| r. Incidentele meevaller kapitaallasten | – 81,0 | ||||||
| s. Invoering eigen risico | 761,4 | 778,7 | 731,2 | 785,7 | |||
| t. OVA | 56,9 | 122,4 | 199,9 | 289,0 | |||
| Technische en macro-economische mutaties | |||||||
| u. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2008) | – 14,7 | 495,7 | 1 160,9 | 1 774,2 | 2 394,8 | ||
| v. Financieringsmutaties | – 53,2 | 65,9 | |||||
| w. IJklijnmutaties | – 11,4 | – 13,4 | – 13,4 | – 13,4 | – 13,4 | ||
| x. BKZ | – 45,6 | – 7,3 | 132,3 | 273,1 | |||
| y. Overige mutaties | 34,5 | 105,5 | 175,6 | 1 423,5 | 1 369,7 | 1 389,3 | |
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 44 725,3 | 47 916,4 | 51 321,4 | 55 493,0 | 58 680,9 | 62 163,4 | 65 868,9 |
| wv uitgaven (bruto BKZ) | 48 572,5 | 51 631,2 | 54 349,7 | 58 727,3 | 62 057,4 | 65 698,6 | 69 543,1 |
| wv ontvangsten | 3 847,2 | 3 714,8 | 3 028,3 | 3 234,3 | 3 376,5 | 3 535,2 | 3 674,2 |
Toelichting bij de mutaties in tabel 2:
Uit de voorlopige afrekening van de uitgaven 2006 blijkt dat de uitgaven in 2006 € 395 miljoen hoger uitkomen. Dit saldo wordt voornamelijk veroorzaakt door tegenvallers in de huisartsenzorg (€ 190 miljoen), AWBZ-convenantsectoren (€ 279 miljoen) en bij de PGB’s (€ 70 miljoen). Meevallers deden zich onder andere voor bij de hulpmiddelen (€ 70 miljoen), kraamzorg (€ 52 miljoen) en tandheelkundige zorg (€ 27 miljoen). De structurele doorwerking van deze voorlopige afrekening is naar verwachting € 1 067 miljoen. Het saldo van mee- en tegenvallers bij de gezondheidszorg bedraagt € 553 miljoen en wordt vooral veroorzaakt door tegenvallers bij de ziekenhuizen, medisch specialistische zorg en huisartsenzorg. Bij de langdurige zorg komt de tegenvaller van € 462 miljoen voort uit tegenvallers bij de AWBZ-convenantsectoren (€ 335 miljoen) en bij de PGB’s (€ 127 miljoen). De verwerking van de taakstelling vermindering ziekteverzuim zorgt voor een extra tegenvaller van € 52 miljoen bij de gebudgetteerde instellingen.
Naar aanleiding van de overschrijding van de beschikbare budgettaire ruimte die met de NVZ/NFU en ZN overeengekomen was in het prestatiecontract/convenant, heeft VWS een korting aan de ziekenhuizen opgelegd. Deze korting is aangekondigd in de begroting 2007. Hierop heeft de NVZ een kort geding tegen het ministerie van VWS aangespannen. De rechter bepaalde in het vonnis dat de schade evenwichtig tussen de partijen verdeeld moest worden. De overschrijding ziekenhuizen van € 291 miljoen in 2007 is vervolgens voor de helft opgelost door een structurele korting bij de ziekenhuizen. De andere helft van de overschrijding leidt tot hogere uigaven onder het BKZ (€ 145,5 miljoen vanaf 2007).
Voor 2007 wordt een verdere groei van het aantal houders van een persoonsgebonden budget verwacht. Dit leidt tot € 60 miljoen hogere uitgaven, waarvan € 51 miljoen in de AWBZ en € 9 miljoen in de Wmo.
d. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2007)
De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van het Centraal Economisch Plan 2007 van het Centraal Planbureau (CPB).
De voorlopige afrekening 2006 leidt voor 2007 tot een (incidentele) financieringsmutatie van € 107,9 miljoen. Bij de preventieve zorg (€ 10,9 miljoen) en het ambulancevervoer (€ 19 miljoen) en de gehandicaptenzorg (€ 52 miljoen) is ultimo 2006 sprake van een financieringsvoorsprong. Voor de geestelijke gezondheidszorg (€ 32,4 miljoen) en de verpleging en verzorging (€ 157,4 miljoen) was er ultimo 2006 een financieringsachterstand. De financieringsmutaties hebben betrekking op de nacalculatie van de voorsprongen en achterstanden in 2007.
Dit betreft een saldo van diverse mutaties tussen de verschillende uitgavenkaders en het BKZ. Onder andere betreft dit overhevelingen van de AIV-preventiemiddelen voor het kennisprogramma Jeugd ZonMw (€ 5,5 miljoen), de subsidieregeling diensten bij wonen met zorg naar de begroting van maatschappelijke opvang (€ 11,4 miljoen), de toevoeging van het pneumokokkenbudget (€ 39,5 miljoen) aan het BKZ en het overboeken van de extra middelen voor het koppelingsfonds naar de VWS-begroting (€ 18,4 miljoen).
Deze post is het saldo van verschillende mutaties.
h. Aanvullende afrekening 2006
In juni zijn de zorguitgaven opnieuw afgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe (meer definitieve) cijfers van onder andere de NZa. De tegenvaller in 2006 valt voornamelijk hoger uit doordat de in de eerste suppletore wet gemelde structurele tegenvallers bij de ziekenhuizen (€ 202 miljoen) en medisch specialisten (€ 113 miljoen) nog niet waren verwerkt voor het jaar 2006. Uit deze herziene afrekening wordt het structurele beeld van de voorlopige afrekening in grote lijnen bevestigd, er blijkt een aanvullende tegenvaller van per saldo € 150,5 miljoen. Het saldo van mee- en tegenvallers bij de gezondheidszorg bedraagt € 25,5 miljoen en wordt veroorzaakt door tegenvallers bij de huisartsen, ambulances en overig curatieve zorg. Bij de langdurige zorg komt de tegenvaller van € 125 miljoen voort uit tegenvallers bij de AWBZ-convenantsectoren (€ 47 miljoen) en de PGB’s (€ 78 miljoen) .
In het coalitieakkoord is afgesproken € 500 miljoen extra te investeren in de zorg. Een klein deel (€ 60 miljoen) is ingezet om de effecten van de pakketuitbreidingen op de zorgtoeslag te dekken. Van de resterende € 440 miljoen is € 340 miljoen bestemd voor de care en € 100 miljoen voor de preventie en de cure. Van de extra middelen voor de care wordt € 230 miljoen (2008) binnen de premie (AWBZ) besteed. Het geld is bestemd voor het aantrekken van 5 000 tot 6 000 extra verpleegkundigen en verzorgenden (€ 110 miljoen), de verzorging van gehandicapte kinderen (€ 10 miljoen), de dagbesteding van gehandicapten (€ 40 miljoen) en voor volumegroei (€ 70 miljoen). Voor care wordt € 110 miljoen binnen de begroting besteed. Voor een toelichting op de verdeling van de bedragen tussen preventie, cure en care wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij de beleidsartikelen 41 tot en met 44 en naar de paragraaf Financieel beleid op hoofdlijnen in de Beleidsagenda.
Deze post is het saldo van de mutaties die samenhangen met de uitbreiding van het verzekerde pakket per 1 januari 2008. In het coalitieakkoord is afgesproken het aantal uren kraamzorg uit te breiden (€ 34 miljoen) en de anticonceptiepil (€ 70 miljoen) weer in het verplichte pakket van de Zvw op te nemen. Daarnaast heeft het kabinet besloten om de aanspraak op mondzorg voor de jeugd uit te breiden van 18 tot 22 jaar. Daarbij is tevens besloten dat deze aanspraak buiten het eigen risico wordt gehouden.
k. Maatregel uurtarief medisch specialisten
Begin 2007 is overeenstemming bereikt met de Orde van Medisch Specialisten over de hoogte van het per 2008 in te voeren uurtarief voor medisch specialisten. Het uurtarief is vastgesteld op € 132 (prijspeil 2006) en dat betekent een verlaging van € 15,50 ten opzichte van het macroneutrale uurtarief. Vrijgevestigde medisch specialisten en instellingen zijn vrij om binnen een bandbreedte van € 6,– onder en € 6,– boven het uurtarief afspraken te maken. Bovenop het uurtarief ontvangen de medisch specialisten ook een vergoeding van € 0,50 per uur voor kwaliteit. Deze vergoeding zal door middel van een subsidie aan de medisch specialisten ter beschikking worden gesteld.
l. Uitgavenbeperking ziekenhuizen
In 2008 zal een taakstellende efficiencybesparing van € 160 miljoen worden opgelegd. Deze taakstelling zal worden verwerkt in de vorm van een structurele budgetkorting.
m. Maatstafconcurrentie ziekenhuizen
Met de afschaffing van de functionele bekostiging (FB) per 2009 zal voor een deel van de zorg maatstafconcurrentie worden ingevoerd. Maatstafconcurrentie is een vorm van prijsregulering die zorgt voor een beheerste prijsontwikkeling door relatief ondoelmatige zorgaanbieders te stimuleren hun zorg efficiënter te leveren. Voor de jaren 2009 tot en met 2011 zal de maatstaf worden vastgesteld op basis van een taakstellende efficiencybesparing.
Sinds 2004 zijn convenanten van kracht om de overgang mogelijk te maken naar een geneesmiddelenvoorziening met marktconforme onderhandelingen, effectieve prikkels voor kwaliteitsverbetering en doelmatigheidsbevordering en meer keuzevrijheid voor de patiënt. Kern van de afspraken was het beperken van de ruimte voor het geven van kortingen en bonussen en de introductie van een op prestatiebekostiging gerichte tariefstructuur voor apotheekhoudenden. Waar mogelijk wordt centrale regelgeving buiten werking gesteld of afgeschaft. Bovenstaande uitgangspunten van beleid vragen om een transitie van de bestaande situatie naar een vanaf 2009 te bereiken meer normale marktsituatie. Deze transitie vergt een heldere langetermijnvisie en een stappenplan om die visie te kunnen verwezenlijken.
Als gevolg van de snel oplopende AWBZ-uitgaven, met name bij de persoonsgebonden budgetten en ondersteunende begeleiding (OB), wordt een aantal maatregelen doorgevoerd die een besparing genereren van € 350 miljoen in 2008, oplopend tot € 795 miljoen in 2011. Het betreft het schrappen van de somatische grondslag bij OB (€ 120 miljoen), vaste tarieven bij extramurale zorg (€ 115 miljoen) en een efficiencykorting ter voorbereiding op een systeem van kwaliteitsbeloning (best pactices) (per saldo € 115 miljoen).
p. Maatregel eigen betalingen AWBZ
In 2009 zullen de eigen bijdragen worden aangescherpt in de AWBZ. Met gebruik van inkomens- en vermogenstoetsen zullen van meer draagkrachtige cliënten hogere eigen bijdragen voor de AWBZ worden gevraagd. Waar mogelijk zullen prikkels worden ingebouwd om onbedoeld gebruik te verminderen.
Om overschrijdingen op onderdelen van de huisartsenzorg te compenseren, worden maatregelen getroffen.
r. Incidentele meevaller kapitaallasten
Een recente actualisatie van de kapitaallastenraming leidt tot een incidentele meevaller in 2007 van € 81 miljoen.
Met ingang van 2008 vervalt de no-claimteruggaveregeling. In de regeling betalen verzekerden € 255 no-claimpremie als onderdeel van de nominale premie. Afhankelijk van hun zorgkosten krijgen verzekerden dit bedrag geheel of gedeeltelijk na afloop van het jaar terug. Het bedrag dat verzekerden niet terug ontvangen kan beschouwd worden als een eigen betaling. Door de afschaffing van de no-claimteruggaveregeling vervalt in totaal een bedrag van € 2 065 miljoen aan eigen betalingen.
Tegenover het afschaffen van de no-claimregeling staat dat met ingang van 2008 een eigen risico wordt ingevoerd. Het eigen risico leidt tot eigen betalingen van € 1 380 miljoen. Bepaalde groepen met meerjarig onvermijdbare kosten ontvangen vanaf 2008 een specifieke compensatie. Deze compensatie vermindert de opbrengst van de eigen betalingen met € 77 miljoen. De totale bijstelling van de eigen betalingen komt daarmee voor 2008 uit op € 761 miljoen.
Vanaf 2009 zal het bedrag van het eigen risico geïndexeerd worden met de zorgkostenstijging.
De incidentele loonontwikkeling in de OVA is hoger vastgesteld dan waar eerder van was uitgegaan.
u. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2008)
De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de Macro-Economische Verkenning 2008 van het Centraal Planbureau (CPB).
De aanvullende afrekening 2006 leidt voor 2007 tot een (incidentele) aanvullende financieringsmutatie van € 65,9 miljoen. Deze komt voort uit mutaties bij de geestelijke gezondheidszorg (€ 3,6 miljoen), de gehandicaptenzorg (€ 1,3 miljoen), de verpleging en verzorging (€ 55 miljoen) en het ambulancevervoer (€ 6 miljoen).
Deze post is het saldo van diverse mutaties tussen de verschillende uitgavenkaders en het BKZ. Het betreft voornamelijk een overheveling naar de VWS-begroting van middelen voor het koppelingsfonds.
Het BKZ voor deze kabinetsperiode is gebaseerd op de CPB-analyses over de budgettaire ontwikkelingen van de collectieve sector. Hiervoor heeft het CPB een scenario voor de zorguitgaven gemaakt voor de middellange termijn bij ongewijzigd beleid. Dit leidt tot een aanpassing van de ontwikkeling die op basis van technische veronderstellingen voor de periode 2008–2011 in vorige begrotingen was toegevoegd.
Deze post is het saldo van verschillende mutaties. De meest omvangrijke daarvan betreft bedragen die gereserveerd zijn voor de regeling die in de plaats zal komen van de huidige fiscale regeling voor compensatie van buitengewone uitgaven zorg (€ 1,2 miljard).
Tabel 3 geeft een overzicht van de (bruto) zorguitgaven per artikel, zoals ook gepresenteerd in de toelichting op de beleidsartikelen. De bruto zorguitgaven, die hier en in de beleidsartikelen zijn opgenomen, kunnen verschillen van de bruto BKZ-uitgaven. De zorguitgaven sluiten voor de instellingen aan bij de budgetten, terwijl bij de BKZ-uitgaven ook vertragingen en versnellingen in de financiering van de budgetten (de zogeheten mutaties financieringsachterstanden) meetellen. De verhouding tussen de verschillende sectoren wordt duidelijk in figuur 2.
| Tabel 3 – Verdeling van de zorguitgaven per artikel | |
| bedragen in € miljoen | 2008 |
| Volksgezondheid | 104,2 |
| Gezondheidszorg | 30 052,0 |
| Langdurige zorg | 20 150,0 |
| Maatschappelijke ondersteuning | 163,5 |
| Nominaal en onvoorzien | 1 640,4 |
| Wmo (gemeentefonds) | 1 439,0 |
| Opleidingsfonds (begroting VWS) | 773,0 |
| Aanvullende post – Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven | 27,6 |
| Totaal bruto zorguitgaven | 54 349,7 |
Bron: VWS
Figuur 2 – Procentuele verdeling bruto zorguitgaven 2008 per artikel

Tabel 4 geeft de ontwikkeling aan van de zorguitgaven op de beleidsartikelen. De ontwikkeling tussen 2006 en 2007 en tussen 2007 en 2008 is daarbij onderverdeeld naar de oorzaak van de ontwikkeling: volume, nominaal of technisch.
| Tabel 4 – Horizontale uitgavenontwikkeling zorgsectoren | |||||||||
| bedragen in € miljoen | uitgaven 2006 | volume | nominaal | technisch | uitgaven 2007 | volume | nominaal | technisch | uitgaven 2008 |
| Volksgezondheid | 78,3 | 1,0 | 0,1 | 25,3 | 104, 7 | -2,0 | 0,4 | 1,1 | 104,2 |
| Gezondheidszorg | 25 723,5 | 1 035,2 | 502,0 | – 607,8 | 26 652,9 | 335,1 | 145,4 | 2 918,6 | 30 052,0 |
| Langdurige zorg | 22 747,8 | 932,0 | 599,2 | – 1 736,9 | 22 542,2 | 482,9 | 111,5 | – 2 986,6 | 20 150,0 |
| Maatschappelijke ondersteuning | 162,3 | -5,8 | 3,6 | 0,0 | 160,1 | 3,6 | – 0,2 | 0,0 | 163,5 |
| Nominaal en onvoorzien | 0,0 | -32,5 | – 70,9 | 76,8 | – 26,6 | 84,2 | 1 592,6 | – 9,8 | 1 640,4 |
| Wmo(gemeentefonds) | 34,5 | 35,4 | 24,0 | 1 281,0 | 1 374,9 | 23,2 | 56,5 | – 15,6 | 1 439,0 |
| Opleidingsfonds (begroting VWS) | 0,0 | 0,0 | 12,5 | 636,7 | 649,2 | 23,9 | 3,1 | 96,8 | 773,0 |
| Aanvullende post – Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 27,6 | 0,0 | 27,6 |
| Totaal horizontale uitgaven | 48 746,5 | 1 965,2 | 1 070,5 | – 324,9 | 51 457,4 | 950,9 | 1 936,9 | 4,5 | 54 349,7 |
Bron: VWS
De volumeontwikkeling 2007–2008 komt lager uit dan die in 2006–2007, omdat in 2007 overschrijdingen zijn opgetreden, waarvoor in 2008 compensatie wordt geboden. Daarnaast zijn de diverse kostenbeperkende maatregelen en intensiveringen in de volumeontwikkeling opgenomen. Voor Gezondheidszorg gaat het onder andere om, de pakketuitbreiding, maatregel uurtarief medisch specialisten, uitgavenbeperking ziekenhuizen, maatstafconcurrentie ziekenhuizen en het geneesmiddelenbeleid. Bij Langdurige zorg gaat het voornamelijk om de maatregelen (nader in te vullen) en de intensiveringen care; meer handen aan het bed, verbeterde opvoedkundige hulp van gehandicapte kinderen, ruimer zorgaanbod tot de dagbesteding van gehandicapten en de verwachte uitgavenontwikkelingen in de PGB’s en maatschappelijke opvang.
De nominale ontwikkeling betreft vooral de jaarlijkse aanpassing van de uitgaven aan de loon- en prijsontwikkeling en de exploitatiegevolgen van instandhoudingsbouw.
De technischeontwikkeling 2006–2007 is voor een groot deel te verklaren door de herschikking van BKZ-uitgaven naar de Wmo en het opleidingsfonds. De overheveling van geneeskundige GGZ uit de AWBZ naar de Zvw is terug te zien in de technische mutaties 2007–2008.
3.4 Ontwikkeling van de kapitaallasten in de zorg
De gebudgetteerde instellingen in de ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, verpleeghuiszorg en verzorgingshuiszorg ontvangen in het budget een vergoeding voor kapitaallasten. Deze vergoeding is momenteel grotendeels afhankelijk van het investeringsgedrag van de instelling. Dit investeringsgedrag is gereguleerd door de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi). Zorginstellingen die zorg willen aanbieden die op grond van de Zvw of AWBZ voor vergoeding in aanmerking komt, hebben een toelating nodig. Als een instelling gebouwd, uitgebreid of gerenoveerd moet worden, kan daarvoor een vergunning vereist zijn. Deze projecten vallen dan onder het bouwregime. De projecten die niet onder het bouwregime vallen, kunnen de zorginstellingen realiseren uit hun opgebouwde trekkingsrechten voor instandhoudingsinvesteringen.
De kapitaallasten die de instelling in het budget vergoed krijgt, nemen toe door nieuwe vergoedingen voor rente en afschrijving na voltooiing van een bouwproject. In de daaropvolgende jaren neemt de rentevergoeding in het budget geleidelijk af doordat leningen worden afgelost. De vergoeding voor afschrijvingen eindigt als de laatste afschrijving heeft plaatsgevonden.
In het huidige systeem lopen grootschalige intramurale instellingen geen risico over hun investeringen. Om te zorgen dat zorginstellingen hun investeringen afstemmen op de behoeften van cliënten, krijgen ze vanaf 1 januari 2009 de met de investeringen samenhangende kapitaallasten niet langer meer gegarandeerd vergoed. Door de kapitaallasten integraal onderdeel te maken van het tarief of de prijs van geleverde zorg gaan instellingen zelf het risico van hun investeringsbeslissingen dragen. Dit prikkelt tot meer klantgerichtheid, doelmatiger bedrijfsvoering en innovatief vastgoedbeheer. Een en ander is uitgebreider beschreven in de brief aan de Tweede Kamer Met zorg ondernemen, MC-U-2783995.
Voor de ziekenhuizen wordt met ingang van 1 januari 2009 een systeem ingevoerd van bekostiging op basis van integrale tarieven. Het jaar 2008 is een overgangsjaar, waarin de huidige FB-systematiek weliswaar gehandhaafd blijft, maar de vergoedingen die instellingen voor hun kapitaallasten ontvangen, worden bevroren. Omdat de eerstvolgende tweejaarlijkse prioriteringsronde onder de WTZi, die was voorzien voor 2009, door de nieuwe systematiek komt te vervallen, komen voor ziekenhuizen reeds in 2008 geen nieuwe bouwplannen meer in aanmerking voor nacalculatie. Met dit besluit wordt per 1 januari 2008 het bouwregime voor de ziekenhuizen afgeschaft. Naar verwachting zal dat per 1 januari 2009 ook gebeuren voor de psychiatrische ziekenhuizen en de AWBZ-instellingen. De regelgeving rond bouwprojecten zal hierdoor aanzienlijk worden gereduceerd.
In afwachting van de vormgeving van de nieuwe systematiek zijn in de onderstaande tabellen de exploitatiekaders, de exploitatiegevolgen van het huidige bouwprogramma en de geraamde exploitatiegevolgen van de benutting van trekkingsrechten opgenomen conform de huidige systematiek.
De instandhoudingsbouw bestaat uit twee groepen: vergunningsplichtige instandhoudingsbouw en meldingen. Binnen de meldingen maken we onderscheid tussen jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen (onderhoud) en incidentele instandhoudingsinvesteringen (renovatie). Voor de jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen ontvangen de instellingen elk jaar een vast bedrag in het budget. Voor de incidentele instandhoudingsinvesteringen bouwen de instellingen trekkingsrechten op. Op het moment dat een instelling instandhoudingsinvesteringen daadwerkelijk realiseert, wordt het investeringsbedrag van de trekkingsrechten afgeboekt en worden de bijbehorende exploitatielasten aan het budget van de instelling toegevoegd.
Eens in de twee jaar wordt het bouwprogramma vastgesteld (bestuurlijke actualisering). Daarbij wordt per project een raming gemaakt van de exploitatielasten. Ook wordt rekening gehouden met de trekkingsrechten die bij een instelling aanwezig zijn en die bij het vergunningsplichtige project dienen te worden ingebracht.
Tabel 5 geeft het huidige exploitatiekader weer per sector voor de vergunningsplichtige instandhoudingsbouw.
| Tabel 5 – Exploitatiekader vergunningsplichtige instandhoudingsbouw (enkelvoudig) prijspeil 31 december 2006 bedragen in € miljoen | ||||||
| Sector | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
| Ziekenhuizen | 20,6 | 29,8 | 28,9 | 22,8 | 32,7 | 23,3 |
| Verpleging en verzorging | 59,5 | 87,1 | 117,2 | 33,3 | 14,2 | 6,8 |
| Geestelijke gezondheidszorg | 9,8 | 7,3 | 44,9 | 31,6 | 15,1 | 15,1 |
| Gehandicaptenzorg | 9,3 | 13,5 | 15,2 | 9,5 | 9,5 | 9,5 |
| Totaal | 99,3 | 137,8 | 206,1 | 97,1 | 71,5 | 54,6 |
Bron: VWS
De raming exploitatielasten van het actuele bouwprogramma voor de vergunningsplichtige instandhoudingsbouw zijn per sector weergegeven in tabel 6.
| Tabel 6 – Raming exploitatielasten vergunningsplichtige instandhoudingsbouw(enkelvoudig) prijspeil 31 december 2006 bedragen in € miljoen | ||||||
| Sector | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
| Ziekenhuizen | 20,6 | 29,8 | 28,9 | 22,8 | 32,7 | 52,7 |
| Verpleging en verzorging | 59,5 | 87,1 | 126,1 | 54,8 | 14,9 | 1,7 |
| Geestelijke gezondheidszorg | 9,8 | 7,4 | 14,7 | 13,6 | 8,6 | 0,0 |
| Gehandicaptenzorg | 9,3 | 13,5 | 20,8 | 11,0 | 12,4 | 19,5 |
| Totaal | 99,3 | 137,9 | 190,5 | 102,2 | 68,7 | 74,0 |
Bron: VWS
Meldingsregeling: Incidentele instandhoudingsinvesteringen (niet-vergunningsplichtig)
Bij invoering van de WTZi is de uitvoering door het College bouw zorginstellingen (CBZ) van de meldingsregeling komen te vervallen. Het systeem van trekkingsrechtenopbouw (WMG beleidsregel «Instandhoudingsinvesteringen») is vooralsnog gehandhaafd. Dit betekent dat de instellingen zelf beslissen over het moment van verzilveren van hun opgebouwde trekkingsrechten.
De raming van de exploitatielasten van de benutting van de trekkingsrechten is in tabel 7 opgenomen. Daarbij is verondersteld dat de huidige groei van de investeringen voor meldingsbouw zal doorzetten tot het niveau van maximale benutting is bereikt.
| Tabel 7 – Raming exploitatielasten benutting trekkingsrechten enkelvoudig prijspeil 31 december 2006 bedragen in € miljoen | ||||||
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | |
| Geraamde benutting trekkingsrechten | 72,6 | 85,9 | 105,0 | 88,0 | 78,1 | 69,0 |
Bron: VWS
De vergunningsplichtige uitbreidingsbouw maakt deel uit van de totale groeiruimte van een sector en vindt plaats om extra productie te kunnen realiseren.
In tabel 8 zijn de exploitatielasten van het actuele bouwprogramma voor de uitbreidingsbouw weergegeven.
| Tabel 8 – Raming exploitatielasten vergunningsplichtige uitbreidingsbouw (enkelvoudig) prijspeil 31 december 2006 bedragen in € miljoen | ||||||
| Sector | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
| Ziekenhuizen | 10,5 | 12,4 | 1,9 | 0,0 | 0,0 | 0,4 |
| Verpleging en verzorging | 121,8 | 121,5 | 86,0 | 43,1 | 9,6 | – 4,1 |
| Geestelijke gezondheidszorg | 6,0 | 2,3 | 37,4 | 71,7 | 15,4 | 0,0 |
| Gehandicaptenzorg | 30,6 | 16,9 | 26,2 | 28,7 | 0,5 | 12,6 |
| Totaal | 168,9 | 153,2 | 151,5 | 143,5 | 25,5 | 8,9 |
Bron: VWS
De financiering van de bruto BKZ-uitgaven laat zich in een aantal categorieën uitsplitsen. Tabel 9 geeft deze verdeling voor het jaar 2008 in cijfers weer. Figuur 3 laat de verhouding tussen de verschillende financieringsbronnen zien.
| Tabel 9 Financiering bruto BKZ-uitgaven | |
| bedragen in € miljoen | 2008 |
| AWBZ | 19 661 |
| Zvw | 29 419 |
| Particuliere verzekering | 1 |
| Eigen betaling AWBZ | 1 725 |
| Eigen betalingen Zvw | 1 304 |
| Overheid (opleidingsfonds) | 801 |
| Overheid (gemeentefonds) | 1 439 |
| Totaal begroting 2008 | 54 350 |
Bron: VWS
Figuur 3 – Financiering zorguitgaven 2008 in percentages

De belangrijkste uitgavenpost die resulteert uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) betreft het betalen van zorgkosten voor verzekerden door zorgverzekeraars (zie tabel 10). Daarnaast maken verzekeraars beheerskosten om de wet uit te voeren. Ook zijn er rechtstreekse betalingen van het zorgverzekeringsfonds (uitgaven in het kader van internationale verdragen en vanaf 2008 de academische component). In 2006 en 2007 is er tot slot ook een bedrag betaald aan het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten ter dekking van de kosten van kortdurende geestelijke gezondheidszorg.
Ter dekking van deze uitgaven worden er inkomensafhankelijke bijdrage geïnd, wordt er een nominale premie geheven, wordt er een rijksbijdrage verstrekt ter dekking van de fictieve premielast van kinderen en wordt er door burgers zelf bijgedragen aan de zorgkosten via de no-claimteruggaveregeling en het eigen risico. Ook zijn er nog overige baten van het zorgverzekeringsfonds. Dit betreft rentebaten en de premievervangende bijdrage van niet-ingezetenen.
| Tabel 10 Uitgaven en inkomsten Zvw | |||
| bedragen in € miljard | 2006 | 2007 | 2008 |
| Uitgaven ten laste van de macropremielast1 | |||
| – Zorguitgaven verzekeraars | 25,2 | 26,2 | 29,9 |
| – Bijdrage voor GGZ aan AWBZ | 2,5 | 2,8 | 0,0 |
| – Rechtstreeks uitgaven zorgverzekeringsfonds | 0,3 | 0,2 | 0,8 |
| – Beheerskosten/saldi verzekeraars | 1,2 | 0,9 | 1,4 |
| – Totaal | 29,2 | 30,0 | 32,1 |
| Inkomsten | |||
| – Inkomensafhankelijke bijdrage | 14,1 | 14,5 | 16,7 |
| – Nominale premie | 9,8 | 10,7 | 13,4 |
| – Rijksbijdrage kinderen | 1,9 | 1,9 | 2,1 |
| – Eigen betalingen | 2,1 | 2,1 | 1,3 |
| – Overige baten zorgverzekeringsfonds | 0,1 | 0,1 | – 0,1 |
| – Totaal | 27,9 | 29,3 | 33,3 |
Bron: VWS
1 BKZ relevant zijn hiervan de zorguitgaven van de verzekeraars plus de uitgaven in verband met internationale verdragen (afgerond samen 30,7 miljard in 2008). Dit bedrag komt overeen met de optelling van de posten Zvw en eigen betaling Zvw uit tabel 9.
De Zvw wordt uitgevoerd door verzekeraars. Naast de individuele verzekeraars is er een zorgverzekeringsfonds (ZVF). Dit fonds ontvangt de inkomensafhankelijke bijdrage en de rijksbijdrage voor kinderen (zie tabel 11). Uit het ZVF ontvangt elke verzekeraar een bedrag ter gedeeltelijke dekking van de zorguitgaven. Dit bedrag stijgt in 2008 flink in verband met de overheveling van de geneeskundige GGZ naar de Zvw. Het bedrag dat de verzekeraar ontvangt houdt rekening met het risicoprofiel van de verzekerden bij die verzekeraar. Daarnaast ontvangen verzekeraars uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten van kinderen. Uit het ZVF wordt verder in 2006 en 2007 een bijdrage aan de AWBZ ten behoeve van de GGZ voldaan en vinden rechtstreekse betalingen plaats op grond van internationale verdragen en subsidies. Vanaf 2008 wordt ook de academische component van academische ziekenhuizen (circa € 0,6 miljard) rechtstreeks betaald vanuit het ZVF. De bijdrage aan verzekeraars is met het zelfde bedrag verminderd.
In 2006 en 2007 leiden hogere uitgaven voor zorg bij verzekeraars via de nacalculatie tot hogere uitkeringen uit het ZVF aan verzekeraars. Daarnaast komen de inkomensafhankelijke bijdragen lager uit dan geraamd in de begroting van 2006 en 2007. Hierdoor ontstaat een tekort in het zorgverzekeringsfonds, dat in latere jaren moet worden weggewerkt. De uitgavenramingen voor met name 2007 zijn nog voorlopig van karakter. Daarom is besloten om in 2008 wel de vrij zekere tegenvallers bij de uitgaven in 2006 en de tegenvallers bij de inkomensafhankelijke bijdrage in 2006 en 2007 op te vangen via hogere premies. Een deel (€ 0,25 miljard) van de uitgaventegenvaller 2006 is al in 2007 opgevangen. De gevolgen voor het ZVF van de uitgaventegenvallers 2007 zullen worden weggewerkt via hogere premies nadat de eerste realisaties bekend zijn De gekozen beleidslijn vereist een overschot in het zorgverzekeringsfonds van € 1,3 miljard in 2008 (vanwege de uitgaventegenvaller van € 0,6 miljard en de inkomstentegenvaller van € 0,7 miljard). Daarnaast impliceert de huidige uitgavenraming 2007 een overschot van € 0,6 miljard in 2009.
Het saldo van het zorgverzekeringsfonds wordt incidenteel in 2008 met € 0,6 miljard belast door de introductie van DBC’s in de GGZ. Daardoor dienen verzekeraars – net als bij de ziekenhuiskosten vanaf 2005 gebeurt – ook bij de GGZ alle kosten samenhangend met activiteiten in 2009 behorend tot DBC’s geopend in 2008 te boeken in 2008. Deze systematiek heeft een incidenteel opwaarts effect op de zorguitgaven. Het gaat hierbij louter om een boekhoudkundig effect. Er vinden niet meer handelingen plaats en er wordt ook niet eerder betaald. De betaling in verband met de activiteiten in 2009 op in 2008 geopende DBC’s vindt pas plaats na afsluiting van de DBC. Het CBS beschouwt de hogere uitgaven ook als niet relevant voor het EMU-saldo. Om te voorkomen dat deze boekhoudkundige problematiek tot hogere premies leidt is besloten om het normvermogen van het ZVF met € 0,6 miljard neerwaarts bij te stellen. Dat heeft als gevolg dat het vermogenssaldo van het ZVF (het saldo van feitelijk vermogen en normvermogen) door deze operatie niet verandert. Omdat het doel is dat het vermogenssaldo nul is, hoeft de premie niet te wijzigen.
Verzekeraars ontvangen uit het ZVF een bijdrage ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten die zij moeten betalen. Verder ontvangen ze eigen betalingen van verzekerden. Het resterende deel dienen zij bij verzekerden te heffen via de zogenaamde nominale rekenpremie. Verzekeraars dienen echter ook hun beheerskosten en exploitatiesaldi1 te dekken. Dit kunnen zij alleen door een opslag te leggen op de rekenpremie. In die opslag kunnen verzekeraars ook winsten en verliezen uit het verleden, afwijkende inschattingen ten aanzien van de zorguitgaven of risico-opslagen verwerken. In de ramingen is verondersteld dat het tekort bij de verzekeraars van circa € 0,5 miljard in 2007 verbetert naar € 0,1 miljard in 2008 en omslaat in een overschot in 2009. De eigen betalingen veranderen in 2008 flink (in karakter en hoogte) door de omzetting van de no-claim-teruggaveregeling in een eigen risico met compensatie voor langdurig zieken. In 2006 en 2007 geldt het saldo tussen de no claimpremie en de no claimteruggave als eigen betaling. Vanaf 2008 gaat het daarbij om het eigen risico van verzekerden. De bijdrage die langdurig zieken ontvangen wordt ook aangemerkt als een (negatieve) eigen betaling.
| Tabel 11 Exploitatie en premiestelling Zvw | |||
| bedragen in € miljoen | 2006 | 2007 | 2008 |
| ZORGVERZEKERINGSFONDS | |||
| Uitgaven | 17 345,6 | 17 192,4 | 17 838,2 |
| – Uitkering aan verzekeraars voor zorg | 14 365,5 | 14 021,9 | 16 831,7 |
| – Uitkering voor beheerskosten kinderen | 177,3 | 178,1 | 177,7 |
| – Bijdrage aan AWBZ voor GGZ | 2 500,0 | 2 800,0 | 0,0 |
| – Rechtstreeks uitgaven ZVF | 302,8 | 192,4 | 828,8 |
| Inkomsten | 16 088,8 | 16 469,6 | 18 580,4 |
| – Inkomensafhankelijke bijdrage | 14 107,6 | 14 531,6 | 16 666,1 |
| – Rijksbijdrage kinderen | 1 863,9 | 1 857,5 | 2 071,7 |
| – Bijdrage verz. Met meerjarig hoge kosten | – 76,8 | ||
| – Overige baten | 117,3 | 80,5 | – 80,6 |
| Exploitatiesaldo | – 1 256,8 | – 722,8 | 742,4 |
| Vermogen Zorgverzekeringsfonds | – 1 256,8 | – 1 979,5 | – 1 237,1 |
| Vermogensnorm | 0,0 | 0,0 | – 600,0 |
| Vermogenssaldo Zorgverzekeringsfonds | – 1 256,8 | – 1 979,5 | – 637,1 |
| INDIVIDUELE VERZEKERAARS | |||
| Uitgaven | 26 425,4 | 27 043,0 | 31 845,7 |
| – Zorg | 25 222,0 | 26 162,7 | 30 494,3 |
| – Beheerskosten/exploitatiesaldi | 1 203,4 | 880,3 | 1 351,3 |
| Inkomsten | 26 425,4 | 27 043,0 | 31 845,7 |
| – Uitkering van ZVF voor zorg | 14 365,5 | 14 021,9 | 16 831,7 |
| – Uitkering voor beheerskosten kinderen | 177,3 | 178,1 | 177,7 |
| – Nominale rekenpremie (excl no claim) | 9 044,8 | 10 068,6 | 12 282,6 |
| – Nominale opslagpremie | 728,2 | 651,2 | 1 103,6 |
| – Nominale no claim premie | 3 225,8 | 3 223,5 | – |
| – No claim teruggave | – 1 166,1 | – 1 150,4 | – |
| – Eigen risico | – | – | 1 380,0 |
| – Overige baten | 50,0 | 50,0 | 70,0 |
Bron: VWS
De nominale premies en inkomensafhankelijke bijdragen
De omzetting van de no-claim-teruggaveregeling in een eigen risico met compensatie voor langdurig zieken is ook van invloed op de hoogte van de nominale premies. In de nominale premie zit in 2006 en 2007 ook € 255 no claimpremie. In die jaren ontving de gemiddelde verzekerde € 91 no claimteruggave. Vanaf 2008 is de nominale premie lager. Dit is enerzijds zo omdat verzekeraars de premie met € 91 kunnen laten dalen, omdat ze de no claimteruggave niet meer hoeven te betalen. Anderzijds kan de premie dalen omdat een deel van de kosten door de verzekerde wordt betaald via een eigen risico (van gemiddeld € 109). De nominale premie (exclusief de no claimteruggave en het eigen risico) daalt hierdoor met gemiddeld € 200.
De verhouding tussen de inkomensafhankelijke bijdrage en de nominale premie is vastgelegd in de wet; beide bedragen 50% van de macropremielast. De ene helft bevat louter de inkomensafhankelijke bijdrage. De andere helft bestaat uit de nominale premies, de rijksbijdrage ter vervanging van kinderpremies en de eigen betalingen. Dit laatste betreft de bijdrage die burgers via de no claimregeling dragen in de zorgkosten plus de eigen betalingen in verband met het eigen risico. Van het nominale deel wordt afgetrokken de compensatie voor langdurig zieken.
In de wet is ook vastgelegd dat er in een volgend jaar een correctie plaatsvindt indien de verhouding achteraf niet gelijk is verdeeld. In zowel 2006 als 2007 hebben de verzekeraars hun nominale premie duidelijk lager vastgesteld dan verwacht in de begroting 2006 respectievelijk 2007. De inkomensafhankelijke bijdrage heeft in zowel 2006 als 2007 ook minder opgebracht dan beoogd. Hierdoor maken de nominale premies in 2006 49% van de macropremielast uit, en in 2007 (afgerond) 50%. Voor 2008 wordt in eerste instantie de inkomensafhankelijke bijdrage zo vastgesteld dat deze naar verwachting weer 50% van de macropremielast van 2008 dekt. Daarnaast vindt er een correctie plaats die er voor zorgt dat de inkomensafhankelijke bijdrage gedurende de jaren 2008–2011 iets minder dan 50% van de macropremielast zal worden opgebracht, zodat uiteindelijk over de periode 2006–2011 het nominale en het inkomensafhankelijke deel in evenwicht zijn. De correctie heeft een licht opwaarts effect op de nominale premie (van een kleine € 5) en een neerwaarts effect op de inkomensafhankelijke bijdrage (van 0,02%-punt).
Ook het verbeteren van de exploitatiesaldi bij het ZVF en de individuele verzekeraars heeft een effect op de premie. Zoals hiervoor is toegelicht verbetert het saldo van zorgverzekeringsfonds van € – 0,7 naar € + 1,3 miljard. Dit vergt een premiestijging van € 2 miljard. Dat leidt tot een stijging van de nominale premie met circa € 65 en een stijging van de IAB met circa 0,4%-punt. Ook de veronderstelde verbetering van het saldo van de individuele verzekeraars met circa € 0,5 miljard leidt tot een stijging en wel van de nominale premie met ruim € 15 en van de IAB met circa 0,1%-punt.
Buiten deze bijzondere effecten stijgt de nominale premie van jaar op jaar ook omdat de zorguitgaven harder stijgen dan het aantal premiebetalers. Hierdoor neemt de nominale premie in 2008 circa € 60 toe. Ook de IAB stijgt als gevolg van de normale uitgavenstijging omdat de stijging van die uitgaven hoger ligt dan de stijging van het premieplichtig inkomen. Voor 2008 leidt dit tot een stijging van circa 0,2%-punt.
Rekening houdend met alle hiervoor genoemde zaken resulteert er voor 2008 een inkomensafhankelijke bijdrage van 7,2% en een gemiddelde nominale premie die thans wordt geraamd op € 1 057 (zie tabel 12). De nominale premie wordt echter vastgesteld door de verzekeraars en het gemiddelde kan dus ook anders uitkomen dan op de nu geraamde € 1 057.
| Tabel 12 Premieoverzicht | |||
| 2006 | 2007 | 2008 | |
| Zvw | |||
| Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %) | 6,50 | 6,50 | 7,20 |
| Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %) | 4,40 | 4,40 | 5,10 |
| Nominale rekenpremie (excl no claim)1 | 715 | 796 | 970 |
| Nominale opslagpremie (gemiddeld)2 | 60 | 52 | 87 |
| Nominale premie no claim1 | 255 | 255 | – |
| Nominale premie totaal (gemiddeld)2 | 1 030 | 1 103 | 1 057 |
| No claim teruggave (gemiddeld)3 | 91 | 91 | – |
| Eigen risico (gemiddeld)2 | – | – | 109 |
| Nominale premie incl. no claim teruggave (gemiddeld) | 939 | 1 012 | 1 166 |
| Nominale premie totaal 18- | 0 | 0 | 0 |
| Compensatie verzekerden met meerjarig hoge kosten1 | 47 | ||
Bron: VWS
1 Jaarbedragen in Euro
2 Jaarbedragen in Euro; dit betreft een raming.
3 Jaarbedragen in Euro; dit betreft een raming. Dit bedrag wordt kasmatig uitbetaald in jaar t+1
Een van de instrumenten die wordt ingezet om de introductie van de Zorgverzekeringswet gepaard te laten gaan met aanvaardbare inkomenseffecten is de zorgtoeslag. De zorgtoeslag waarborgt dat niemand een groter deel van zijn inkomen aan ziektekostenpremie hoeft te betalen dan wat aan de hand van deze wet als aanvaardbaar wordt berekend. De lasten die daar boven uit stijgen komen in aanmerking voor compensatie via de zorgtoeslag.
Maatgevend voor de premielasten zijn in het kader van de zorgtoeslag niet de feitelijke, door de burger betaalde premies, maar de standaardpremie. Deze is bepaald als het gemiddelde van de premies die worden betaald in de markt, verminderd met het geraamde gemiddelde bedrag dat een verzekerde naar verwachting aan no-claim vergoeding terugontvangt, danwel het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt1. Voor de zorgtoeslag 2008 wordt uitgegaan van de raming van de standaardpremie zoals opgesteld door het CPB in de MEV 2008. Deze raming voor 2008 bedraagt € 1208. Dit komt overeen met de eerder genoemde raming van de nominale premie van € 1057 plus het geraamde gemiddelde eigen risico van € 103. Daarnaast wordt in de standaardpremie geen rekening gehouden met de premiekorting in collectieve polissen.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
| Tabel 13 Exploitatie en premiestelling AWBZ | |||
| bedragen in € miljoen | 2006 | 2007 | 2008 |
| ALGEMEEN FONDS | |||
| Uitgaven1 | 23 162,8 | 23 250,2 | 21 385,7 |
| – Zorgaanspraken en subsidies | 22 982,0 | 23 087,1 | 21 219,4 |
| – Beheerskosten | 180,8 | 163,1 | 166,3 |
| Inkomsten | 23 086,1 | 21 684,2 | 19 075,8 |
| – Procentuele premie | 14 047,0 | 12 750,3 | 12 910,2 |
| – Eigen bijdragen | 1 794,5 | 1 667,8 | 1 724,8 |
| – Bijdrage van het ZVF voor GGZ | 2 500,0 | 2 800,0 | – |
| – Rijksbijdrage | 10,8 | 10,9 | 10,9 |
| – BIKK | 4 745,6 | 4 495,4 | 4 557,9 |
| – Overige baten | – 11,8 | – 40,2 | – 128,0 |
| Exploitatiesaldo | – 76,7 | – 1 566,0 | – 2 309,9 |
| Vermogen Algemeen Fonds | 210,9 | – 1 355,1 | – 3 665,0 |
| Vermogensnorm | 1 678,5 | 1 151,1 | 1 251,0 |
| Vermogenssaldo | – 1 467,6 | – 2 506,1 | – 4 916,0 |
| Premieplichtig inkomen | 221 525,8 | 230 655,8 | 239 721,5 |
| Procentuele premie (in %) | 12,55 | 12,00 | 12,00 |
Bron: VWS
1 De uitgaven van 21,4 miljard in 2008 in deze tabel betreft de optelling van de posten AWBZ plus Eigen betaling AWBZ uit tabel 9.
De uitgaven in het kader van de AWBZ worden gefinancierd uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ). Deze uitgaven worden gedekt door premie-inkomsten, eigen bijdragen, de «BIKK» en in 2006 en 2007 de bijdrage uit het zorgverzekeringsfonds voor GGZ. Een positief of negatief saldo beïnvloedt de hoogte van het vermogen van het AFBZ, dat wordt aangehouden in Rijks schatkist. Het exploitatiesaldo van het AFBZ telt mee in het EMU-saldo en vermogenssaldi beïnvloeden de hoogte van de overheidsschuld.
Onder uitgaven worden in tabel 13 verstaan de zorgaanspraken, de AWBZ-subsidies en de beheerskosten die worden gefinancierd uit het AFBZ. Het betreft dus ook uitgaven die gefinancierd worden uit eigen bijdragen.
Ten aanzien van de AWBZ-premie is niet besloten tot bijstellingen. De premie blijft dus op 12%. Omdat de uitgaven harder groeien dan het premieplichtig inkomen, leidt dit tot een oplopend exploitatietekort.
Via de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) worden de volksverzekeringsfondsen gecompenseerd voor een premiederving die resulteerde uit de herziening van het belastingstelsel in 2001. De BIKK volgt de ontwikkeling van de heffingskortingen en het aandeel van de AWBZ-premie in de eerste schijf.
In 2006 en 2007 wordt thans een negatief exploitatiesaldo voorzien van 0,1 respectievelijk 1,7 miljard. Dat is duidelijk lager dan voorzien in de Ontwerpbegroting 2007. Dit is het gevolg van lagere premieontvangsten en hogere uitgaven. In 2008 loopt het negatieve saldo nog op tot 2,1 miljard. De in de tijd oplopende vermogenstekorten leiden tot een eveneens oplopend vermogenstekort in het AFBZ.
VERDELING GROEIRUIMTE 2008–2011
Het BKZ voor deze kabinetsperiode is gebaseerd op de CPB-analyses over de budgettaire ontwikkelingen van de collectieve sector. Hiervoor heeft het CPB een scenario voor de zorguitgaven gemaakt voor de middellange termijn bij ongewijzigd beleid. Tabel 1 geeft aan hoe de resulterende beschikbare volumegroeiruimte bij ongewijzigd beleid voor de periode 2008–2011 over de zorgsectoren is verdeeld.
De bedragen in de tabel geven de mutatie weer ten opzichte van 2007. Indien de realisatie van het uitgavenniveau 2007 hoger of lager blijkt te zijn dan waar in deze begroting vanuit wordt gegaan, zal er minder dan wel meer beschikbaar zijn voor groei ten opzichte van 2007.
| Tabel 1 Beschikbare volumegroeiruimte 2008–2011 | ||||
| bedragen in € miljoen | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
| Volksgezondheid | – 1 | – 2 | – 2 | – 3 |
| Extramurale zorg | 29 | 63 | 98 | 136 |
| Ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief | 448 | 937 | 1 472 | 2 063 |
| Ziekenvervoer | 5 | 10 | 15 | 21 |
| Farmaceutische hulp | 284 | 614 | 978 | 1 390 |
| Hulpmiddelen algemeen | 32 | 66 | 103 | 142 |
| Geneeskundige GGZ | 92 | 188 | 291 | 402 |
| Grensoverschrijdende zorg | 16 | 34 | 53 | 74 |
| Subsidies | 1 | 2 | 3 | 4 |
| Groeiruimte AWBZ inclusief PGB’s | 539 | 1130 | 1 746 | 2 419 |
| MEE-instellingen | 3 | 7 | 11 | 15 |
| Wmo (gemeentefonds) | 32 | 60 | 89 | 119 |
| Opleidingsfonds (begroting VWS) | 24 | 30 | 40 | 42 |
| Totale volumegroei | 1 505 | 3 140 | 4 897 | 6 823 |
Bron: VWS
Het verdiepingshoofdstuk bestaat uit een cijfermatig overzicht (begroting en/of premie) per artikel. Bij ieder artikel wordt eerst de opbouw van de stand vanaf de ontwerpbegroting 2007 tot aan de stand ontwerpbegroting 2008 opgenomen. Daarna worden de belangrijkste mutaties toegelicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de mutaties in de eerste suppletore begroting 2007 en de mutaties die daarna hebben plaatsgevonden.
De mutaties begrotingsuitgaven zijn toegelicht voor zover de kasbedragen in enig jaar meer dan € 2 miljoen bedragen. Bij de toelichtingen op de mutaties is onderscheid gemaakt tussen extra middelen die op grond van het coalitieakkoord aan de begroting zijn toegevoegd en interne herschikkingen. De extra middelen die op grond van het coalitieakkoord zijn toegevoegd, zijn te herkennen aan de omschrijving van de enveloppe waar de middelen uit afkomstig zijn. De interne herschikkingen ten opzichte van de begroting 2007 zijn een gevolg van de prioriteiten van het nieuwe kabinet. Bij een overheveling tussen twee artikelen is daarbij volstaan met één toelichtende tekst. Deze toelichtende tekst is opgenomen bij het artikel dat bij deze overheveling wordt verhoogd. Bij het andere artikel is de toelichting beperkt tot de algemene tekst «Overheveling naar artikel».
Bij de premie-uitgaven geven de premietabellen voor de betreffende artikelen een overzicht van de premie-uitgaven en de financiering van die uitgaven.
Deze tabellen zijn verdeeld in drie blokken:
• De opbouw van de uitgavenstand sinds de VWS-begroting 2007 (A).
• Het financieringsblok (B).
• Het blok met de aansluiting tussen het financieringsniveau en het netto-BKZ (C).
De gegevens die in de verschillende blokken zijn vermeld, hebben betrekking op de uitgaven en financiering van het eerste en tweede compartiment.
A. De uitgaven in dit blok omvatten niet alleen mutaties die het resultaat zijn van politieke prioriteitenstelling (zowel intensiveringen als maatregelen) of autonome ramingsbijstellingen (bijv. loon- en prijsbijstellingen), herschikkingen en technische mutaties, maar ook mutaties die voortkomen uit de evaluatie van de uitgaven tot en met het jaar 2006.
B. Het financieringsblok geeft aan op welke wijze de uitgaven gefinancierd worden in het desbetreffende jaar. De financiering kan op diverse manieren plaatsvinden, namelijk via:
• De AWBZ;
• De Zvw;
• De eigen betalingen AWBZ;
• De eigen betalingen Zvw.
In verschillende tabellen is sprake van een «mutatie financieringsachterstand». Deze mutatie is te verklaren uit het verschijnsel dat de uitgaven en de financiering niet gelijk behoeven te zijn. Bij een financiering die lager is dan de uitgaven is sprake van een financieringsachterstand. Is de financiering hoger dan de uitgaven, dan is sprake van een financieringsvoorsprong. Een financieringsachterstand kan ontstaan in gebudgetteerde sectoren, onder andere als het vastgestelde budget (de uitgaven) niet geheel gedekt is door declaraties (financiering). Bij een financieringsvoorsprong is het tegenovergestelde het geval. De achterstand of voorsprong wordt in volgende jaren ingelopen door aanpassing van de tarieven.
C. Voor de zorg is een budgettair uitgavenplafond vastgesteld, het Budgettair Kader Zorg. De uitgaven die aan dit kader worden getoetst, zijn de netto BKZ-uitgaven, dat wil zeggen de bruto BKZ-uitgaven verminderd met de BKZ-ontvangsten (eigen betalingen van cliënten).
Na deze onderdelen volgt een inhoudelijke toelichting op de (belangrijkste) nieuwe mutaties sinds het Jaarverslag 2006 en de 1e suppletore wet 2007. Indien nodig worden ook één of meer belangrijke mutaties uit het Jaarverslag 2006 en de 1e suppletore wet 2007 genoemd en inhoudelijk toegelicht.
Beleidsartikel 41: Volksgezondheid
| Begroting | |||||||
| Uitgaven (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 785 045 | 771 905 | 780 310 | 812 813 | 816 342 | ||
| Mutatie 1e suppletore wet | – 25 502 | – 45 300 | – 48 601 | – 49 959 | – 50 405 | ||
| Nieuwe mutaties | 5 530 | – 160 313 | – 181 022 | – 179 564 | – 192 303 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | 10 724 | 4 406 | 4 468 | 4 451 | 4 585 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 743 004 | 775 797 | 570 698 | 555 155 | 587 741 | 578 219 | 578 161 |
| Ontvangsten (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 13 123 | 12 323 | 16 723 | 20 223 | 15 623 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 13 696 | 13 123 | 12 323 | 16 723 | 20 223 | 15 623 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007 | ||||||
| Overheveling naar het gemeentefonds. Via het gemeentefonds krijgen zeven geselecteerde gemeenten tijdelijk extra middelen om in te zetten voor hulp aan risicogezinnen. Het gaat om maatwerk per gezin. | – 12 900 | – 12 900 | ||||
| Overheveling naar de premiemiddelen. | – 39 450 | – 39 450 | – 39 450 | – 39 450 | – 39 450 | – 39 450 |
| Structurele overheveling naar artikel 42. | – 3 630 | – 3 630 | – 3 630 | – 3 630 | – 3 630 | – 3 630 |
| Overheveling van artikel 43 voor de integratie van het Deltaplan in het verbetertraject «Zorg voor Beter». | 2 016 | 837 | 579 | |||
| Overheveling van de in de premie geraamde AIV-preventiemiddelen voor het kennisprogramma Jeugd bij ZonMw. | 5 500 | 5 500 | 5 500 | 5 500 | 5 500 | 5 500 |
| Vanuit de eindejaarsmarge worden middelen beschikbaar gesteld voor het Elektronisch Kinddossier in 2007. | 15 061 | |||||
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | ||||||
| Overheveling naar artikel 42. | – 6 302 | – 6 302 | – 6 302 | – 6 302 | – 6 302 | |
| Interne herschikking: Om de gereserveerde vaccins bij een grieppandemie toe te kunnen dienen, worden spuiten en flesjes aangeschaft. | 5 400 | |||||
| Enveloppe Zorg: In het kader van het verbinden van curatieve zorg en preventieworden de middelen aangewend voor het voorkomen van of beperken van chronische ziekten (met name diabetes en vroegtijdige signalering of het voorkomen van depressiviteit). | 6 000 | 2000 | ||||
| Interne herschikking: Uitvoeren van in de preventienota «Langer gezond leven» opgenomen activiteiten in het kader van gezond leven, zoals alcoholmisbruik, roken en overgewicht. | 2 635 | 2 635 | 2 635 | |||
| Overheveling van middelen uit de preventienota naar de programmabegroting voor Jeugd en Gezin. De gelden hebben betrekking op twee projecten. «Hallo Wereld», waarbij hulp wordt geboden tijdens zwangerschap door een persoonlijk leefstijladvies te geven. En het project «Alcohol en Opvoeding, waarbij advies wordt gegeven aan ouders om het alcoholgebruik bij kinderen op jonge leeftijd te voorkomen. | – 1 900 | – 1 900 | – 1 900 | |||
| Enveloppe Zorg: De Gezondheidsraad heeft geadviseerd om de leeftijdgrens voor griepvaccinatie te verlagen van 65+ naar 60+. De middelen worden ingezet om het advies van de Gezondheidsraad uit te kunnen voeren. | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om interventies gericht op verantwoord eetgedrag te ontwikkelen en om de informatievoorziening over factoren die leiden tot overgewicht te verbeteren. Ook worden de middelen bestemd voor het voorzetten van het beleid gericht op de voedselinfecties, een van de belangrijkste oorzaken van vermijdbare zorgvraag. | 5 000 | 5 000 | 5 500 | 5 500 | 5 500 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet ter beperking van de verkrijgbaarheid van alcohol en preventie van alcoholmisbruik onder jongeren (o.a. het voorkomen van bingedrinken). | 5 700 | 5 700 | 5 200 | 4 200 | 4 200 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om tegelijk met de invoering van rookvrije horeca een invoeringscampagne te houden en om het rookverbod te handhaven. Om het aantal rokers verder zo veel mogelijk te verminderen wordt deze campagne gecombineerd met een evidence based minimale interventiestrategie (MIS) stoppen-met-rokencampagne. | 8 000 | 2000 | 1 000 | |||
| Overheveling naar artikel 99. | – 22 806 | – 25 339 | – 25 339 | – 25 339 | – 25 339 | |
| Enveloppe Capaciteit, veiligheidsketen en preventie: De middelen zullen worden ingezet voor de continuering van de financiering van de heroïnebehandeling op medisch voorschrift. | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet voor onvoorziene kosten die de digitalisering van borstkankerscreening met zich meebrengt. | 8 000 | 8 000 | 5 000 | |||
| Overheveling van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering Jeugdgezondheidszorg naar de begroting voor Jeugd en Gezin. | – 200 065 | – 200 065 | – 200 065 | – 200 065 | – 200 065 | |
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | ||||||
| Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA 2007) | 10 724 | 10 708 | 10 770 | 10 753 | 10 887 | 10 886 |
| Premie | |||||||
| Uitgaven (x € 1 000 000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007 | |||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2007 | 61,1 | 52,2 | 52,2 | 52,3 | 52,2 | 52,2 | 52,2 |
| Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | 18,1 | 50,8 | 50,8 | 50,8 | 50,8 | 50,8 | 50,8 |
| Nieuwe mutaties | – 0,9 | – 0,9 | – 1,7 | – 2,2 | – 2,6 | – 2,6 | |
| Nieuwe nominale wijzigingen | 1,7 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | |
| Nieuwe bouwmutaties | |||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2008 | 78,3 | 104,7 | 104,2 | 103,5 | 102,9 | 102,5 | 102,5 |
| B. Financiering | |||||||
| AWBZ | 85,6 | 93,8 | 104,2 | 103,5 | 102,9 | 102,5 | 102,5 |
| Mutatie financieringsachterstand | – 7,3 | 10,9 | |||||
| C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg | |||||||
| Bruto BKZ-uitgaven | 85,6 | 93,8 | 104,2 | 103,5 | 102,9 | 102,5 | 102,5 |
| BKZ-ontvangsten | |||||||
| Netto BKZ-uitgaven | 85,6 | 93,8 | 104,2 | 103,5 | 102,9 | 102,5 | 102,5 |
| Toelichting (bedragen x € 1 000 000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | |||||||
| Deze mutatie betreft de overheveling van de AIV preventiemiddelen (artikel 43) voor de uitvoering en uitbreiding van de hielprik. | 5,5 | 5,5 | 5,5 | 5,5 | 5,5 | 5,5 | 5,5 |
| Deze mutatie betreft de overheveling van begrotingsmiddelen naar de premie per 1 april 2006 in verband met de toevoeging van het pneumokokkenvaccin aan het RVP. | 14,9 | 39,5 | 39,5 | 39,5 | 39,5 | 39,5 | 39,5 |
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | |||||||
| Uit de herziene afrekening blijkt ten opzichte van de afrekening in maart een meevaller van € 0,9 miljoen. | – 0,9 | ||||||
| Toedeling groeiruimte 2008–2011 over de verschillende sectoren. | – 0,9 | – 1,7 | – 2,2 | – 2,6 | – 2,6 | ||
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | |||||||
| De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op niet-beleidsartikel 99. Daar staat de raming voor 2007–2012. De tranche 2007 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99). | 1,7 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | |
Beleidsartikel 42: Gezondheidszorg
| Begroting | |||||||
| Uitgaven (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 5 634 772 | 5 798 406 | 5 971 277 | 6 293 849 | 6 579 502 | ||
| Amendement Joldersma/Bussemaker (kamerstukken 30 800 XVI, nr. 68) | – 20 000 | ||||||
| Mutatie 1e suppletore wet | – 22 894 | 29 943 | 23 222 | 26 941 | 21 145 | ||
| Nieuwe mutaties | 15 343 | 1 064 078 | 1 116 583 | 981 909 | 1 109 021 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | 15 873 | 21 626 | 26 587 | 31 557 | 36 562 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 4 661 745 | 5 623 094 | 6 914 053 | 7 137 669 | 7 334 256 | 7 746 230 | 8 189 609 |
| Ontvangsten (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 10 954 | 11 033 | 5 566 | 2 945 | 4 648 | ||
| Mutaties 1e suppletore wet | 12 033 | 3 175 | – 3 058 | 3 363 | – 2 340 | ||
| Nieuwe mutaties | 1 520 | 32 095 | 30 958 | 30 813 | – 19 319 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 70 051 | 24 507 | 46 303 | 33 466 | 37 121 | 21 627 | 6 806 |
| Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007 | ||||||
| Overheveling naar artikel 98 | – 5 200 | |||||
| Overheveling naar het ministerie van BZK voor een bijdrage in de centrale exploitatiekosten voor C2000. | – 8 530 | |||||
| De uitgaven van de Stichting Koppeling worden voortaan geraamd en verantwoord op dit artikel. In verband hiermee vindt een structurele overboeking plaats vanuit artikel 41. | 3 630 | 3 630 | 3 630 | 3 630 | 3 630 | 3 630 |
| Vanuit de eindejaarsmarge worden middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van extra uitvoeringskosten van het CVZ (buitenlandtaak en risicoverevening) als gevolg van de invoering van de Zvw. Deze middelen zijn overgeheveld naar artikel 98. | 4 000 | |||||
| Bijstelling van de raming van middelen uit het Fonds Economische Structuur (FES) in verband met voorziene kasuitgaven voor Top Instituut Pharma en BSIK projecten. | 10 000 | |||||
| Er worden middelen beschikbaar gesteld voor een verdere verbetering van de infrastructuur rondom het zorgstelsel. In dit kader wordt geld beschikbaar gesteld voor de verbetering en vereenvoudiging van de DBC systematiek, voor de invoering van de woonlandfactor in het kader van de zorgtoeslag en voor de uitvoering van de risicoverevening. | 9 875 | 6 160 | 4 460 | 1 760 | 1 660 | 1 660 |
| Voor de uitbreiding van de reikwijdte van de Regeling Stichting Koppeling naar AWBZ-zorg zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Daarnaast worden op basis van de toename van de werkelijke kosten in de eerstelijnszorg hogere uitgaven verwacht. | 18 392 | 18 392 | 18 392 | 18 392 | 18 392 | 18 392 |
| Bijstelling Zorgtoeslag n.a.v. het CEP. De nominale premie in 2007 is lager uitgekomen dan geraamd in de begroting 2007, daarom valt ook de Zorgtoeslag lager uit. | – 57 200 | |||||
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | ||||||
| Bijstelling Zorgtoeslag n.a.v. het CEP. | 319 126 | 118 833 | 218 167 | 297 000 | 297 000 | |
| Bijstelling Zorgtoeslag n.a.v. de MLT. | – 300 | – 170 626 | 154 067 | – 82 467 | – 57 700 | 279 600 |
| Bijstelling Zorgtoeslag n.a.v. de MEV van het CPG | 14 300 | 39 400 | – 84 800 | – 61 000 | – 63 800 | – 66 700 |
| Bijstelling van de Rijksbijdrage voor kinderen in de Zorgverzekeringswetn.a.v. het CEP. | 67 431 | 22000 | 39 400 | 57 400 | 57 400 | |
| Bijstelling van de Rijksbijdrage voor kinderen in de Zorgverzekeringswet n.a.v. de MLT. | – 15 331 | 81 500 | 46 900 | 67 100 | 185 600 | |
| Bijstelling van de Rijksbijdrage voor kinderen in de Zorgverzekeringswet n.a.v. de MEV. | 5 400 | – 14 000 | – 6 000 | – 5 400 | – 4 800 | |
| Enveloppe Zorg: Om knelpunten in de arbeidsmarkt in de curatieve zorg aan te kunnen pakken is een stevige impuls nodig. Hiervoor worden voor de jaren 2008 t/m 2011 middelen beschikbaar gesteld. De middelen zullen worden ingezet voor het vergroten en het stimuleren van de instroom, het creëren van stageplaatsen, wervingscampagnes en onderzoek. | 14 937 | 14 937 | 20 437 | 19 687 | ||
| Interne herschikking van middelen voor het oplossen van algehele begrotingsproblematiek. | – 24 677 | – 24 677 | – 24 677 | – 24 677 | ||
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet ter versterking van de innovatie-impuls in de zorg. Prioriteit ligt onder andere bij het aanpakken van arbeidsmarktknelpunten via innovatieve producten en werkwijzen. | 10 000 | 15 000 | 20 000 | 25 000 | 30 000 | |
| Deze mutatie betreft een aanpassing van projecten die bekostigd worden uit het Fonds Economische Structuurversterking. VWS is penvoerend departement voor vier Bsik-projec- ten binnen het thema «gezondheids,- voedings-, gen- en biotechnologische doorbraken». | – 3 460 | 860 | ||||
| In de ontwerpbegroting 2007 zijn de opleidingskosten 2007 voor de erkende medische en tandheelkundige specialismen en de erkende bètaberoepen (ziekenhuisapotheker, klinisch fysicus en klinisch chemicus) incidenteel overgeheveld naar de VWS-begroting. Met deze mutatie worden de budgetten structureel overgeheveld vanuit de premie-uitgaven op artikel 42. | 649 200 | 649 200 | 649 200 | 649 200 | 649 200 | |
| De opleidingskosten voor gespecialiseerde verpleegkundigen, gespecialiseerde assistenten, laboranten, SEH-artsen, psychiaters, GGZ-specialisaties, verpleeg- huisartsen en artsen verstandelijk gehandicapten worden vanaf 2008 uit het opleidingsfonds betaald. Met deze zogeheten tweede tranche opleidingen is een structureel bedrag van € 98,6 mln (incl. OVA 2007) gemoeid. | 98 600 | 98 600 | 98 600 | 98 600 | 98 600 | |
| Interne herschikking: In het verleden zijn afspraken gemaakt tussen OCW, het Nederlands Kanker Instituut (NKI) en VWS over de financiering van nieuwbouw. Deze mutatie is een uitvloeisel van deze afspraken. Het betreft middelen voor instandhoudingsinvesteringen en duurdere nieuwbouw in verband met het ordentelijk huisvesten van proefdieren. | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om transparantie over het zorgaanbod en over kwaliteit van zorg te vergroten. Voor de eerste- en tweedelijns zorg worden per voorziening prestatie-indicatoren ontwikkeld om zowel de professionele kwaliteit als het cliëntoordeel meetbaar te maken. Daarnaast wordt een set etalage-informatie ontwikkeld, die basale informatie bevat over voorzieningenaanbod. | 2 200 | 2 200 | 2 200 | 2 200 | ||
| Overheveling vanuit de premiemiddelen. De bestaande regelingen voor financiering van medisch noodzakelijke zorg aan illegalen worden gestroomlijnd. Er wordt naar gestreefd de nieuwe regeling per 1 januari 2008 in werking te laten treden. Ook ziekenhuizen zullen via die nieuwe regeling een vergoeding voor kosten aan illegalen kunnen ontvangen. Met het oog hierop vindt een overheveling van premiemiddelen vanuit artikel 42 plaats (lager gebruik van de beleidsregel dubieuze debiteuren in ziekenhuizen). | 22 200 | 22 200 | 22 200 | 22 200 | 22 200 | |
| Enveloppe Zorg: Deze middelen zijn beschikbaar gesteld in het kader van de implementatie van het landelijk EPD. | 15 000 | 30 000 | ||||
| Interne herschikking: Middelen worden ingezet voor invoering van prestatiebekostiging met integrale tarieven en uitbreiding van de vrije prijsvorming naar 20% in 2008 in de planbare ziekenhuiszorg. Tevens wordt het budget ingezet voor de instandhouding van de Stichting DBCOnderhoud, de exploitatie en beheer van het DBC Informatie Systeem (DIS) en de uitwerking van de vereenvoudiging en verbetering van het DBC-systeem voor de ziekenhuiszorg. | 3 920 | 3 920 | 3 920 | 1 420 | 1 420 | |
| Interne herschikking: voor nieuwe en bestaande activiteiten t.b.v. orgaandonatie die zich richten op het voorlichten van de bevolking, het werven van meer registraties, het beter benutten van het donorpotentieel in ziekenhuizen en het ondersteunen van nieuwe oplossingen voor orgaandonatie. | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | |
| Enveloppe Zorg: Er worden middelen beschikbaar gesteld voor de campagne patiëntveiligheid die samen met de IGZ wordt uitgevoerd. | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | |
| Overheveling naar artikel 99. | – 26 018 | – 28 910 | – 28 910 | – 28 910 | – 28 910 | |
| Overheveling naar het ministerie van Financiën voor een bijdrage aan extra uitvoeringskosten door wijziging Zorgtoeslag in verband met de invoering van deWoonlandfactor. | – 3 000 | – 4 400 | – 2 700 | 0 | 0 | 0 |
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | ||||||
| Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA 2007). | 14 101 | 3 579 | 3 550 | 3 544 | 3 544 | 3 544 |
| Premie | |||||||
| Uitgaven (x € 1 000 000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007 | |||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2007 | 25 377,9 | 25 447,6 | 26 202,3 | 26 286,1 | 26 396,2 | 26 396,5 | 26 396,5 |
| Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | – 17,1 | 706,3 | 701,7 | 701,7 | 701,7 | 701,7 | 701,7 |
| Nieuwe mutaties | 362,7 | 93,3 | 2 704,2 | 3 690,3 | 4 700,4 | 5 769,1 | 5 769,1 |
| Nieuwe nominale wijzigingen | 405,7 | 441,3 | 432,2 | 432,0 | 430,8 | 427,8 | |
| Nieuwe bouwmutaties | 2,5 | 7,6 | 10,7 | 10,7 | 10,7 | ||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2008 | 25 723,5 | 26 652,9 | 30 052,0 | 31 117,9 | 32 241,0 | 33 308,8 | 33 305,8 |
| B. Financiering | |||||||
| AWBZ | 273,2 | 279,3 | 281,8 | 290,9 | 300,2 | 308,1 | 308,0 |
| Zvw | 25 471,4 | 26 360,6 | 29 770,2 | 30 827,0 | 31 940,8 | 33 000,7 | 32 997,8 |
| Mutatie financieringsachterstand | – 21,1 | 13,0 | |||||
| C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg | |||||||
| Bruto BKZ-uitgaven | 25 744,6 | 26 639,9 | 30 052,0 | 31 117,9 | 32 241,0 | 33 308,8 | 33 305,8 |
| BKZ-ontvangsten | |||||||
| Netto BKZ-uitgaven | 25 744,6 | 26 639,9 | 30 052,0 | 31 117,9 | 32 241,0 | 33 308,8 | 33 305,8 |
| Toelichting (bedragen x € 1 000 000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | |||||||
| Op basis van gegevens van het CVZ en de NZa zijn de uitgaven 2006 voorlopig afgerekend. Uit deze afrekening komt voor 2006 een meevaller van € 17,1 miljoen, per saldo ontstaat vanaf 2007 een structurele tegenvaller van € 552,5 miljoen. Hogere uitgaven dan geraamd doen zich vooral voor bij de algemene en academische ziekenhuizen (€ 276 miljoen), medisch specialistische zorg (€ 250 miljoen), verloskundige zorg (€ 7 miljoen) en logopedie (€ 10,9 miljoen). Bij de huisartsenzorg is een tegenvaller opgenomen van € 89,9 miljoen. Daarbij is rekening gehouden met de afspraken tussen LHV, ZN en VWS. Verder zijn op basis van de gegevens over 2006 mee- vallers geboekt bij hulpmiddelen (€ 40 miljoen), overig ziekenvervoer (€ 17 miljoen), kraamzorg (€ 10 miljoen) en tandheelkundige zorg 2e compartiment (€ 17 miljoen). | – 17,1 | 552,5 | 553,2 | 553,2 | 553,2 | 553,2 | 553,2 |
| Naar aanleiding van de overschrijding van de beschikbare budgettaire ruimte die met de NVZ/NFU en ZN overeengekomen was in het prestatiecontract/convenant, heeft VWS een korting aan de ziekenhuizen opgelegd. Deze korting is aangekondigd in de begroting 2007. Hierop heeft de NVZ een kort geding tegen het ministerie van VWS aangespannen. De rechter bepaalde in het vonnis dat de schade evenwichtig tussen de partijen verdeeld moest worden. De overschrijding ziekenhuizen van € 291 miljoen in 2007 is vervolgens voor de helft opgelost door een structurele ophoging van het BKZ en voor de andere helft door een structurele korting bij de ziekenhuizen. Deze mutatie betreft de structurele ophoging van het BKZ met € 145,5 miljoen vanaf 2007. | 145,5 | 145,5 | 145,5 | 145,5 | 145,5 | 145,5 | |
| Deze mutatie betreft verschillende mutaties, onder andere van de medische zorg voor intensive carepatiënten goed te organiseren, voor de pilot inzet nacht- trauma-helikopters en de uitvoering van het amendement omtrent de ontwikkelcentra in de revalidatie. | 8,8 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | |
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | |||||||
| In juni zijn de zorguitgaven 2006 opnieuw afgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe (meer definitieve) cijfers van onder andere de NZa. Uit deze herziene afrekening blijkt in 2006 een tegenvaller van per saldo € 362,7 miljoen waarvan € 21,6 miljoen structureel. De tegenvaller in 2006 valt voornamelijk hoger uit doordat de in de eerste suppletore wet gemelde structurele tegenvallers bij de ziekenhuizen (€ 202 miljoen) en medisch specialisten (€ 113 miljoen) nog niet waren verwerkt voor het jaar 2006. De structurele doorwerking wordt vooral veroorzaak door een tegenvaller bij de overige curatieve zorg (€ 11,4 miljoen), het ambulancevervoer (€ 6 miljoen) en de huisartsenzorg (va. 2008 € 8 miljoen). | 362,7 | 21,6 | 25,5 | 25,5 | 25,5 | 25,5 | 25,5 |
| Om een adequate inzet van acute zorg in opgeschaalde situaties bij crises en rampen te verzekeren is afgesprokenom vanaf 2008 structureel geoormerkt geld beschikbaar te stellen teneinde zorgaanbieders in staat te stellen deze verantwoordelijkheid waar te maken en perso- neel hiervoor op te leiden, te trainen en in praktijksimulaties te oefenen. Daarbij hoort ook de opzet van een elfde traumacentrum. Het betreft de dekking voor de organisatie- en coördinatiekosten van 11 traumacentra, de coördinatiekosten en kosten voor opleiden, trainen en oefenen in 110 ziekenhuizen en in vervolg daarop instellingen in de acute GGZ, de thuiszorg en de huisartsenzorg. | 11,0 | 11,0 | 11,0 | 11,0 | 11,0 | ||
| Begin 2007 is overeenstemming bereikt met de Orde van Medisch Specialisten over de hoogte van het per 2008 in te voeren uurtarief voor medisch specialisten. Het uurtarief is vastgesteld op € 132 (prijspeil 2006) en dat betekent een verlaging van € 15,50 ten opzichte van het macroneutrale uurtarief. Vrijgeves- tigde medisch specialisten en instellingen zijn vrij om binnen een bandbreedte van € 6,– onder en € 6,– boven het uurtarief afspraken te maken. Bovenop het uur- tarief ontvangen de medisch specialisten ook een vergoeding van € 0,50 per uur voor kwaliteit. Deze vergoeding zal door middel van een subsidie aan de medisch specialisten ter beschikking worden gesteld. | – 175,0 | – 175,0 | – 175,0 | – 175,0 | – 175,0 | ||
| In 2008 zal een taakstellende efficiencybesparing van € 160 miljoen worden opgelegd. Deze taakstelling zal worden verwerkt in de vorm van een structurele budgetkorting. | – 160,0 | – 160,0 | – 160,0 | – 160,0 | – 160,0 | ||
| Met de afschaffing van de functionele bekostiging (FB) per 2009 zal voor een deel van de zorg maatstafconcurrentie worden ingevoerd. Maatstafconcurrentie is een vorm van prijsregulering die zorgt voor een beheerste prijsontwikkeling door relatief ondoelmatige zorgaanbieders te stimuleren hun zorg efficiënter te leveren. Voor de jaren 2009 tot en met 2011 zal de maatstaf worden vastgesteld op basis van een taakstellende efficiencybesparing. | – 15,0 | – 90,0 | – 240,0 | – 240,0 | |||
| Overheveling naar de begrotingsuitgaven (artikel 42) ten behoeve van zorg aan illegalen (Stichting Koppeling). | – 22,2 | – 22,2 | – 22,2 | – 22,2 | – 22,2 | ||
| Toedeling van de taakstelling aanpak ziekteverzuim. | – 5,5 | – 5,5 | – 5,5 | – 5,5 | – 5,5 | – 5,5 | |
| Deze post is het saldo van de mutaties, die samenhangen met de uitbreiding van het verzekerde pakket per 01-01-2008. In het coalitieakkoord is afgesproken het aantal uren kraamzorg uit te breiden (€ 34 mln) en de anticonceptiepil (€ 70 mln) weer in het verplichte pakket van de Zvw op te nemen. Daarnaast heeft het kabinet besloten om de aanspraak op integrale mondzorg voor de jeugd uit te breiden van 18 tot 22 jaar. Daarbij is tevens besloten dat deze aanspraak buiten het eigen risico wordt gehouden. | 204,0 | 204,0 | 204,0 | 204,0 | 204,0 | ||
| De geneeskundige GGZ wordt per 1 januari 2008 overgeheveld uit de AWBZ naar de ZVW. In verband hiermee wordt dit bedrag structureel overgeheveld van artikel 43. | 2 989,0 | 2 989,0 | 2 989,0 | 2 989,0 | 2 989,0 | ||
| De opleidingskosten voor erkende medische en tandheelkundige specialismen en erkende bètaberoepen worden vanaf 2007 uit het opleidingsfonds betaald. Deze zogenaamde eerste tranche opleidingen is in 2007 vanuit de VWS-begroting bekostigd. Vanaf 2008 komen daar een aantal tweede tranche-oplei- dingen bij. De middelen voor de eerste en tweede tranche worden structureel naar de VWS-begroting overgeheveld. | – 699,0 | – 699,0 | – 699,0 | – 699,0 | – 699,0 | ||
| Maatregelen farmaceutische zorg: Sinds 2004 zijn convenanten van kracht om de overgang mogelijk te maken naar een geneesmiddelenvoorziening met marktconforme onderhandelingen, effectieve prikkels voor kwaliteitsverbe- tering en doelmatigheidsbevordering en meer keuzevrijheid voor de patiënt. Kern van de afspraken was het beperken van de ruimte voor het geven van kortingen en bonussen en de introductie van een op prestatiebekostiging gerichte tariefstruc- tuur voor apotheekhoudenden. Waar mogelijk wordt centrale regelgeving buiten werking gesteld of afgeschaft. Bovenstaande uitgangspunten van beleid vragen om een transitie van de bestaande situatie naar een vanaf 2009 te bereiken meer normale marktsituatie. Deze transitie vergt een heldere langetermijnvisie en een stappenplan om die visie te kunnen verwezenlijken. | – 340,0 | – 340,0 | – 340,0 | – 340,0 | – 340,0 | ||
| Om overschrijdingen op onderdelen van de huisartstenzorg te compenseren, worden maatregelen getroffen. | – 23,8 | – 57,4 | – 57,5 | – 57,5 | – 57,5 | – 57,5 | |
| Toedeling groeiruimte 2008 – 2011 over de verschillende sectoren. | 824,8 | 1 825,9 | 2 911,0 | 4 129,7 | 4 129,7 | ||
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | |||||||
| De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op niet-beleidsartikel 99. Daar staat de raming voor 2007–2012. De tranche 2007 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99). | 405,7 | 441,3 | 432,2 | 432,0 | 430,0 | 427,8 | |
| Toelichting nieuwe kapitaallasten mutaties | |||||||
| Bij het prioriteren van bouwprojecten, eind 2005, is er volgens de bezwaarschriftencommissie onzorgvuldig afgewogen. Door een recente uitspraak van de beroepscommissie is het knelpunt juridisch onvermijdelijk geworden en is een aantal projecten alsnog geprioriteerd. | 2,5 | 7,6 | 10,7 | 10,7 | 10,7 | ||
Beleidsartikel 43: Langdurende zorg
| Begroting | |||||||
| Uitgaven (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 4 826 470 | 4 892 968 | 4 966 923 | 5 044 823 | 5 124 023 | ||
| Mutatie 1e suppletore wet | – 4 439 | 22 244 | 21 355 | 21 536 | 21 536 | ||
| Nieuwe mutaties | 52 759 | 145 356 | 174 409 | 170 878 | 189 453 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | 3 391 | 8 300 | 11 299 | 14 728 | 7 228 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 5 086 972 | 4 878 181 | 5 068 868 | 5 173 986 | 5 251 965 | 5 342 240 | 5 339 778 |
| Ontvangsten (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 144 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 3 614 | 144 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007 | ||||||
| Overheveling van artikel 44 voor het Fonds PGO en de Regionale Patiënten Consumenten Platforms (RPCP’s). Op 1 januari 2007 is de Wet Maatschappelijke Onder- steuning (Wmo) in werking getreden. De cliëntpartici- patie op lokaal niveau is echter nog niet in heel Nederland goed georganiseerd. Bijzonder aandacht verdient de groep GGZ-cliënten. Om de participatie van de cliënten op lokaal niveau te ondersteunen heeft toenmalig Staatssecretaris Ross in de TK de toezegging gedaan om in de jaren 2006 t/m 2008 jaarlijks subsidiegelden toe te kennen aan het Fonds PGO en de RPCP’s. | 4 500 | 4 000 | 1 500 | |||
| Structurele overheveling van artikel 44 voor het kennisinstituut Vilansz. De 9 kennisinstituten in de maatschappelijke zorg die waren verbonden met VWS, zijn per 1 januari 2007 teruggebracht naar 3 kennisinstituten: Movisie (valt onder artikel 44), Vilansz en het Nederlands Jeugdinstituut (valt onder artikel 45). De budgetten van de 9 oude kenniscentra worden ingezet voor 3 nieuwe kennisinstituten. | 3 055 | 3 055 | 3 055 | 3 055 | 3 055 | 3 055 |
| Overheveling vanuit de premiemiddelen voor de stimulering van innovatie in de langdurige zorg. Doel is te komen tot een meer duurzame langdurige zorg. | 2000 | 2000 | 2000 | 2000 | 2000 | 2000 |
| Overheveling vanuit de premiemiddelen voor mentoren/cliëntondersteuning. | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 |
| Overheveling naar artikel 41 | – 2 016 | – 837 | – 579 | |||
| Structurele overheveling naar de premiemiddelen | – 3 200 | – 3 200 | – 3 200 | – 3 200 | – 3 200 | – 3 200 |
| Structurele overheveling vanuit de premiemiddelen voor uitvoering van de subsidieregeling Palliatieve zorg (via de begroting) | 11 400 | 11 400 | 11 400 | 11 400 | 11 400 | 11 400 |
| Vanuit de eindejaarsmarge worden middelen beschikbaar gesteld voor het verkrijgen van meer inzicht in de zorgzwaarte van de zittende populatie AWBZ-cliënten. De instellingen ‘scoren’ hun cliënten aan de hand van een door het bureau HHM ontwikkeld programma. | 3 000 | |||||
| Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) n.a.v. het CEP. Via de BIKK wordt het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten gecompenseerd voor de lagere premieontvangsten die resulteren uit de sinds 2001 geldende systematiek van heffingskortingen. Omdat de totale omvang van de heffingskortingen thans lager wordt geraamd dan ten tijde van de Begroting 2007, is de premiederving die daarvan het gevolg is ook lager. Daarom kan ook de compensatie via de BIKK lager uitvallen. | – 25 500 | |||||
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | ||||||
| Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) n.a.v. het CEP. Via de BIKK wordt het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten gecompenseerd voor de lagere premieontvangsten die resulteren uit de sinds 2001 geldende systematiek van heffingskortingen. Omdat de totale omvang van de heffingskortingen thans lager wordt geraamd dan ten tijde van de Begroting 2007, is de premiederving die daarvan het gevolg is ook lager. Daarom kan ook de compensatie via de BIKK lager uitvallen. | – 97 264 | – 85 972 | – 71 553 | – 57 300 | – 57 300 | |
| Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) n.a.v. de MLT. | 5 300 | – 118 236 | – 93 728 | – 86 547 | 20 000 | 228 700 |
| Bijstelling raming van de Rijsbijdrage ind e kosten van kortingen (BIKK n.a.v. de MEV). | 2 300 | 185 200 | 168 900 | 153 500 | 138 600 | 92 000 |
| Met deze reeks wordt de geconstateerde verwachte stijging van het beroep op de TBU (tegemoetkoming buitengewone uitgaven) verwerkt in het budget. De vrijval van de middelen voor de TBU in 2011 en 2012 is gekoppeld aan de overheveling van de BU (buitengewone uitgaven) vanuit de premie (hoofdstuk 41) naar de gemeentes | 36 900 | 50 200 | 52 100 | 27 800 | – 49 700 | –86 500 |
| Enveloppe Zorg: Om de indicaties voortvarender te verstrekken wordt de indicatiestelling vereenvoudigd. Er wordt geëxperimenteerd met het indiceren door huisartsen en andere professionals. Professionals worden hiervoor geïnstrueerd. Daarnaast wordt er een centraal meldpunt opgericht voor cliënten en zullen expertsystemen worden ontwikkeld om cliëntprofielen op te leveren. | 5 000 | 8 000 | 8 000 | 500 | ||
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om per 1 januari 2008 binnen de gehele zorgketen van verpleeg- en verzorgingshuizen een systeem van zorgzwaartebekostiging in te voeren. Instellingen worden hiermee gefinancierd op basis van de zorgzwaarte van de cliënten, waardoor er meer (financiële) ruimte is voor cliënten met een grote zorgbehoefte. | 5 500 | |||||
| Enveloppe Zorg: De langdurige zorg vertoont een sterke samenhang met de 1e en 2e lijnszorg. Onder andere via het programma kwetsbare ouderen wordt de ketenzorg geïntensiveerd. | 10 000 | 20 000 | 30 000 | 30 000 | ||
| Enveloppe Zorg: Er worden middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van patiëntveiligheid (actieplan veilige zorg) en transparantie (certificering maakt kwaliteitzichtbaar) in de zorg. | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | |
| Enveloppe Zorg: Er worden middelen beschikbaar gesteld voor het meten van patiëntervaringen (CQ-index). Daarnaast worden middelen beschikbaar gesteld om de patiëntveiligheid te verbeteren. | 2 400 | 2 800 | 2 900 | 1 900 | 1 900 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet voor palliatieve zorg. Een deel van de middelen wordt ingezet om de problemen met de huisvestingslasten van de hospices of bijna-thuis-huizen op te lossen. Het overige wordt ingezet bij het plan van aanpak palliatieve zorg, dat voorzien is voor dit najaar. | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om het inzicht in kwaliteit van zorg te vergroten en om bij patiënten en cliënten de kennis over hun rechten te verbeteren. Hiertoe wordt onder meer de Regeling Functiefinanciering (subsidieregeling PGO-organi- saties) aangepast, zodat de PGO-organisaties hun derdepartij-rol (naast zorgaanbieders en verzekeraars) beter kunnen waarmaken. Daarnaast worden middelen ingezet voor het mitigeren van herverdelingseffecten, die het resultaat zijn van de wijziging van de Regeling Functiefinanciering. | 12 900 | 11 500 | 11 500 | 11 500 | 11 500 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om de zorgprofessional extra te ondersteunen. Onder voor- waarde dat meer uren aan directe zorgverlening wordt besteed, wordt een financiële impuls gegeven om 5 000 tot 6 000 extra mensen aan te trekken. Meerdere initiatieven worden ontplooid die de zorgprofessional zijn positie als deskundig weer moet terug geven. De professionalisering van verpleegkundigen en verzor- genden zal worden gestimuleerd door onder andere aandacht te besteden aan de dialoog op de werkvloer binnen het zorgteam en aandacht voor de dialoog tussen het zorgteam en cliënten. | 2 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 | ||
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet om gerichte activiteiten te ontplooien om de prevalentie van decubitus, valincidenten, ondervoedingen seksueel misbruik van bewoners in zorginstellingen substantieel af te laten nemen. | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 3 800 | |
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet ter ondersteuning van cliënten in de verpleeg- en verzorgingshuizen, zodat deze tijdens contact met professionals beter in staat zijn om keuzes en wensen kenbaar te maken. | 15 000 | 10 000 | ||||
| Enveloppe Zorg: Om knelpunten in de arbeidsmarkt in de langdurige zorg aan te kunnen pakken is een stevige impuls nodig. Hiervoor worden voor de jaren 2008 t/m 2011 middelen beschikbaar gesteld. De middelen zullen worden ingezet voor het vergroten en het stimuleren van de instroom, het creëren van stageplaatsen, wervingscampagnes en onderzoek. | 44 812 | 53 437 | 61 312 | 59 062 | ||
| Enveloppe Zorg: De middelen worden ingezet ter ondersteuning van vernieuwende projecten in het kader van domotica en kleinschalig wonen (in samenspraak met VROM). Er is nog onvoldoende sprake van behoorlijke keuzemogelijkheden voor cliënten. Het grootschalige intramurale aanbod is nog te vaak de enige optie. Daarom zal met een – tijdelijke – regeling aan de ontwikkeling van kleinschalige initiatieven een impuls worden gegeven. Goede voorbeelden zullen bredere aandacht krijgen. | 15 000 | 20 000 | 30 000 | 30 000 | ||
| Overheveling naar artikel 99 | – 6 418 | – 7 130 | – 7 130 | – 7 130 | – 7 130 | |
| Overheveling vanuit de premiemiddelen met als doel innovatie in de langdurige zorg te vergroten. In dit kader doet Nederland mee aan een Europees programma (Ambiant Assisted diving AAL). Omdit te financieren worden premiemiddelen structureel naar de begroting overgeheveld. | 3 429 | 3 429 | 3 429 | |||
| Er worden middelen beschikbaar gesteld voor de verbetering van de AZR. Per 1 januari 2007 zijn zorgaanbieders verplicht (AO WMG) om de AZR te gebruiken. De AZR is bedoeld voor het gestandaardiseerd vastleggen en uitwisselen van informatie tussen indicatieorganen, zorgkantoren en zorgaanbieders. De AZR ‘matcht‘ de geïndiceerde en de geleverde zorg en geeft inzicht in de procesgang in de keten. | 2 125 | 2 330 | 2000 | 2000 | 2000 | |
| Er worden additionele middelen beschikbaar gesteld als gevolg van een toegenomen aantal aanvragen bij CIZ om meer indicaties te stellen. | 7 000 | |||||
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | ||||||
| Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA 2007) | 2 522 | 2 520 | 2 525 | 2 525 | 2 525 | 2 525 |
| Premie | |||||||
| Uitgaven (x € 1 000 000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007 | |||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2007 | 22 295,3 | 21 563,1 | 21 791,9 | 21 852,8 | 21 807,2 | 21 776,4 | 21 776,4 |
| Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | 417,5 | 428,5 | 436,2 | 442,3 | 438,9 | 438,9 | 406,9 |
| Nieuwe mutaties | 58,0 | 131,1 | – 2 500,4 | – 2 195,1 | – 1 619,2 | – 1 004,7 | – 972,7 |
| Nieuwe nominale wijzigingen | – 23,0 | 419,5 | 422,3 | 422,2 | 417,1 | 413,0 | 410,6 |
| Nieuwe bouwmutaties | |||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2008 | 22 747,8 | 22 542,2 | 20 150,0 | 20 522,2 | 21 044,0 | 21 623,6 | 21 621,2 |
| B. Financiering | |||||||
| AWBZ | 22 477,6 | 22 738,1 | 20 148,7 | 20 522,2 | 21 044,0 | 21 623,6 | 21 621,2 |
| Particuliere verzekering | 2,8 | 1,8 | 1,3 | ||||
| Mutatie financieringsachterstand | 267,4 | – 197,7 | |||||
| C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg | |||||||
| Bruto BKZ-uitgaven | 22 480,4 | 22 739,9 | 20 150,0 | 20 522,2 | 21 044,0 | 21 623,6 | 21 621,2 |
| BKZ-ontvangsten | |||||||
| Netto BKZ-uitgaven | 22 480,4 | 22 739,9 | 20 150,0 | 20 522,2 | 21 044,0 | 21 623,6 | 21 621,2 |
| Toelichting (bedragen x € 1 000 000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | |||||||
| Op basis van gegevens van het CVZ en de NZa zijn de uitgaven 2006 voorlopig afgerekend. Uit deze afrekening komt voor 2006 een tegenvaller van € 361,5 miljoen, per saldo ontstaat er vanaf 2007 een structurele tegenvaller van € 461,4 miljoen. Hogere uitgaven dan geraamd doen zich voor bij de AWBZ-convenantsectoren (€ 335,0 miljoen) en PGB’s (€ 127,0 miljoen). | 361,5 | 461,4 | 461,4 | 461,4 | 461,4 | 461,4 | 461,4 |
| Voor 2007 wordt een verdere groei van het aantal houders van een persoonsgebonden budget verwacht. Dit leidt tot structureel € 51 miljoen hogere uitgaven in de AWBZ. | 51,0 | 51,0 | 51,0 | 51,0 | 51,0 | 51,0 | |
| Bij de invoering van Verblijfzorg thuis treden meerkosten op. | 3,4 | 10,6 | 16,7 | 16,7 | 16,7 | 16,7 | |
| Het Wmo-budget is naar aanleiding van de septembercirculaire 2006 bijgesteld voor de reële en nominale ontwikkeling 2006 en voor de reële ontwikkeling 2007. Deze bedragen zijn naar de begroting van BZK overgeheveld. | – 52,4 | – 52,4 | – 52,4 | – 52,4 | – 52,4 | – 52,4 | |
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | |||||||
| In juni zijn de zorguitgaven 2006 opnieuw afgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe (meer definitieve) cijfers van onder andere de NZa. Uit deze herziene afrekening blijkt een tegenvaller van € 58 miljoen. De tegenvaller wordt in zijn geheel veroorzaakt door een tegen- valler bij de AWBZ-convenant sectoren (€ 70 milljoen) en een meevaller bij de beheerskosten van verzekeraars en uitvoeringsorganen (€ 12 milljoen). Het structurele effect van deze afrekening ontstaat door de tegenvallers bij de AWBZ-convenantsectoren van € 70 milljoen en de PGB’s van € 78 miljoen. | 58,0 | 148,0 | 148,0 | 148,0 | 148,0 | 148,0 | 148,0 |
| De eigen betalingen in de AWBZ nemen toe door de invoering van het volledig pakket thuis met ingang van 1 juli 2007. | 2,9 | 9,1 | 14,4 | 14,4 | 14,4 | 14,4 | |
| Deze mutatie betreft de naltrexonbehandelingen, een betere methoden om verslaafden te laten afkicken. | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | ||
| Per 1 januari 2008 wordt volgens planning de Verblijfzorg thuis (voorheen full package) mogelijk gemaakt. Er is een groep van 10 000 mensen met een verblijfsindicatie die niet in een instelling verblijven. Zij hebben gekozen voor een andere oplossing dan opname in een intramurale instelling. Deze groep zal een beroep doen op de Verblijfzorg thuis. Voor deze groep zal de huishoudelijke verzorging ten laste van de AWBZ komen. HV valt sinds 1 januari jl. onder de verant- woordelijkheid van de gemeenten (Wmo). Afgesproken is dat de middelen die vrijvallen bij de gemeenten als gevolg van de invoering van VPT zullen worden overgeheveld van het GF naar de AWBZ. | 22,3 | 35,1 | 35,1 | 35,1 | 35,1 | ||
| OB-aanpassingen Ingezet wordt op het beheersen van de uitgaven voor (extra-murale) ondersteunende begeleiding. Bij ondersteunende begeleiding gaat het om activiteiten die de cliënt ondersteunen bij zijn dagindeling en zijn participatie in de maatschappij. Tot 2003 werd er vooral begeleiding geboden aan zelfstandig wonende gehandicapten. In de laatste twee jaar wordt er ook veelvuldig geïndiceerd bij de Verpleging en verzorging en de GGZ. Om de uitgaven voor ondersteunende begeleiding beter te kunnen beheersen wordt voorgesteld om de volgende aanpassingen te plegen: a) schrappen van de grondslag somatisch en verlaging van het tarief met € 10 voor de huidige zorgontvangers; b) schrappen van de grondslag psychosociaal | – 120,0 | – 330,0 | – 330,0 | – 330,0 | – 330,0 | ||
| Invoeren best practices/efficiencykorting Het is gewenst dat de sector gedwongen wordt zich te spiegelen aan best practices. Uitgaande van het prijs/kwaliteitsniveau van de beste zorgleveranciers moet een bekos- tigingssysteem worden ontwikkeld waarbij goed presterende zorgaanbieders worden beloond en minder presenterende zorgaanbieders worden gekort. Vooruitlopend hierop wordt via een integrale tariefkorting doorgevoerd. | – 115,0 | – 190,0 | – 265,0 | – 360,0 | – 360,0 | ||
| Aanpassing extramurale bekostiging In de huidige situatie wordt zorg geïndiceerd in klassen en bekostigd in uren. Dit geeft ruimte om bij een gelijke indicatie meer of minder uren zorg te verlenen. Is de indicatie bijvoorbeeld 2–4 uur (klasse), dan kan zowel 2 uur als 4 uur zorg worden geleverd. Levering aan de top levert dus een verdubbeling van kosten op ten opzichte van levering op het minimum, omdat de zorgverlener wordt bekostigd op basis van de daadwerkelijk geleverde uren. Voorgesteld wordt om de speelruimte te beperken door voor de relevante functies – ondersteunende begeleiding en persoonlijke verzorging – over te stappen op een vaste bekostiging per klasse. | – 115,0 | – 110,0 | – 105,0 | – 105,0 | – 105,0 | ||
| Correctie op het reeds overgehevelde budget Wmo, voor de voormalige AWBZ subsidieregeling diensten bij wonen met zorg (€ 6,7 miljoen) en voor zorgvernieu- winsprojecten GGZ (€ 1 miljoen) | – 7,7 | ||||||
| De komende jaren dient het mogelijk te worden gemaakt om 5 000 tot 6 000 extra verpleegkundigen en verzorgenden aan te trekken. Aan deze impuls wordt de voor- waarde verbonden dat meer zorg aan het bed wordt geleverd. | 110,0 | 110,0 | 187,0 | 218,0 | 250,0 | ||
| In de toekomstagenda langdurige zorg wordt opgemerkt dat er een ruimer aanbod moet komen rondom de verzorging van gehandicapte kinderen. Een verbeterde opvoedkundige hulp draagt bij aan het verminderen van de knelpunten in de AWBZ-zorg. | 10,0 | 10,0 | 10,0 | 10,0 | 10,0 | ||
| Er moet een ruimer zorgaanbod komen met betrekking tot de dagbesteding van gehandicapten. In de toekomstagenda langdurige zorg is een intensivering in de dagbesteding van gehandicapten aange- merkt als speerpunt in het oplossen van de knelpunten binnen de AWBZ-zorg. | 40,0 | 40,0 | 40,0 | 40,0 | 40,0 | ||
| De komende jaren staat de groeiruimte van de AWBZonder grote druk. In 2008 en 2009 wordt de groeiruimte tijdelijk opgehoogd. | 70,0 | 50,0 | |||||
| Toedeling van de taakstelling aanpak ziekteverzuim. | – 12,1 | – 12,1 | – 12,1 | – 12,1 | – 12,1 | – 12,1 | |
| De geneeskundige GGZ wordt per 1 januari 2008 overgeheveld uit de AWBZ naar de ZVW. In verband hiermee wordt dit bedrag structureel overgeheveld naar artikel 42. | – 2 989,0 | – 2 989,0 | – 2 989,0 | – 2 989,0 | – 2 989,0 | ||
| De opleidingskosten voor psychiaters, SEH-artsen en erkende opleidingen met betrekking tot collectieve preventie in de care worden vanaf 2008 uit het oplei- dingsfonds betaald. Deze zogenaamde tweede tranche opleidingen wordt vanuit de VWS-begroting bekostigd. De betref- fende middelen worden structureel naar de VWS-begroting overgeheveld. | – 28,2 | – 28,2 | – 28,2 | – 28,2 | – 28,2 | ||
| Toedeling groeiruimte 2008 – 2011 over de verschillende sectoren. | 467,5 | 1 054,7 | 1 673,6 | 2 350,1 | 2 350,1 | ||
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | |||||||
| De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op niet- beleidsartikel 99. Daar staat de raming voor 2007–2012. De tranche 2007 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99). Daarnaast valt de realisatie 2006 voor de loon- en prijsbijstelling mee met € 23 miljoen. Dit betekend dat de gehanteerde loonsom bij de verdeling van de middelen in de begroting 2007 voor deze sector te hoog is geweest. | – 23,0 | 419,5 | 422,3 | 422,2 | 417,1 | 413,0 | 410,6 |
Beleidsartikel 44: Maatschappelijke ondersteuning
| Begroting | |||||||
| Uitgaven (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 485 110 | 481 012 | 480 601 | 480 866 | 479 773 | ||
| Amendement Joldersma/Bussemaker (kamerstukken 30 800 XVI, nr. 68) | 20 000 | ||||||
| Mutatie 1e suppletore wet | 49 613 | 29 000 | 26 940 | 23 296 | 18 685 | ||
| Nieuwe mutaties | 3 024 | 18 180 | 21 902 | 23 939 | 26 151 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | 7 389 | 7 340 | 7 334 | 7 335 | 7 335 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 392 638 | 565 136 | 535 532 | 536 777 | 535 436 | 531 944 | 530 503 |
| Ontvangsten (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 3 878 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007 | ||||||
| Overheveling naar artikel 43 | – 4 500 | – 4 000 | – 1 500 | |||
| Overheveling van het ministerie van BZK voor het innen van eigen bijdragen Wmo. De middelen worden betaald aan het CAK voor centrale inning. | 11 900 | – 2 500 | – 2 500 | – 2 500 | – 2 500 | – 2 500 |
| Structurele overheveling naar artikel 43 | – 3 055 | – 3 055 | – 3 055 | – 3 055 | – 3 055 | – 3 055 |
| Overheveling vanuit de premiemiddelen voor de Wmo. De subsidieregeling diensten bij wonen met zorg was bestemd om het thuis blijven wonen te faciliteren. Nu gemeenten vanaf 2007 verantwoordelijk zijn voor de huishoudelijke hulp thuis, de WVG en de voormalige welzijnstaken is de subsidie per 1 januari 2007 opge- heven en zijn de middelen per die datum ondergebracht in de Wmo. | 5 000 | 5 000 | 5 000 | 5 000 | 5 000 | 5 000 |
| Valys Bovenregionaal Vervoer WVG. Mensen die hiervoor zijn geïndiceerd, hebben recht op bovenregionaal vervoer. Steeds meer mensen met beperkingen (pashouders) maken hiervan gebruik. Ter compen- satie van de toegenomen kosten zijn extra middelen beschikbaar gesteld. | 20 000 | 20 000 | 20 000 | 20 000 | 20 000 | 20 000 |
| Voorfinanciering verdeelsleutel MO. Om te komen tot een volledig objectieve verdeling van de specifieke uitkering maatschappelijke opvang wordt de verdeelsleutel aangepast. De meerjarige overgangstermijn van de aanpassing van de verdeelsleutel wordt voorgefinancierd. | 22 000 | 18 000 | 13 000 | 9 000 | 4 000 | |
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | ||||||
| Interne herschikking: Middelen voor de implementatie, vernieuwing en evaluatie van de Wmo en voor vrijwillige inzet en mantelzorg. | 8 000 | 8 000 | 8 000 | 8 000 | 8 000 | |
| Enveloppe Zorg: Middelen voor het voorkomen van (vrouwelijke) genitale verminking, eergerelateerd geweld, huiselijk geweld en uitbreiding van het aantal opvangplaatsen voor vrouwen. | 3 000 | 5 500 | 8 000 | 10 500 | 13 000 | |
| Enveloppe Capaciteit, veiligheidsketen en preventie: Middelen voor het voorkomen van (vrouwelijke) genitale verminking, eergerelateerd geweld, huiselijk geweld en uitbreiding van het aantal opvangplaatsen voor vrouwen. | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | |
| Door de invoering van de Wet Tijdelijk Huisverbod zijn middelen noodzakelijk voor versterking van de advies- en steunpunten huiselijk geweld, interventieteams en voor daderopvang. | 11 325 | 15 725 | 15 725 | 15 725 | 15 725 | |
| Overheveling naar artikel 99 | – 9 100 | – 8 921 | – 9 912 | – 9 912 | – 9 912 | – 9 912 |
| Extra middelen om gemeenten te kunnen ondersteunen bij een goede uitvoering van de Wmo zijn middelen nodig voor monitoren, evaluatie, handreikingen en onderzoek. | 5 700 | 1 700 | ||||
| Extra middelen voor transitiekosten in verband met terugbrenging van het aantal kenniscentra. | 6 000 | |||||
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | ||||||
| Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA 2007) | 7 389 | 7 340 | 7 334 | 7 335 | 7 335 | 7 335 |
| Premie | |||||||
| Uitgaven (x € 1 000 000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007 | |||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2007 | 156,5 | 156,5 | 156,5 | 156,5 | 156,5 | 156,5 | 156,5 |
| Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | 5,8 | ||||||
| Nieuwe mutaties | 3,6 | 7,3 | 11,1 | 15,2 | 15,2 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | 3,6 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | |
| Nieuwe bouwmutaties | |||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2008 | 162,3 | 160,1 | 163,5 | 167,2 | 171,0 | 175,1 | 175,1 |
| B. Financiering | |||||||
| AWBZ | 162,3 | 160,1 | 163,5 | 167,2 | 171,0 | 175,1 | 175,1 |
| Mutatie financieringsachterstand | |||||||
| C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg | |||||||
| Bruto BKZ-uitgaven | 162,3 | 160,1 | 163,5 | 167,2 | 171,0 | 175,1 | 175,1 |
| BKZ-ontvangsten | |||||||
| Netto BKZ-uitgaven | 162,3 | 160,1 | 163,5 | 167,2 | 171,0 | 175,1 | 175,1 |
| Toelichting (bedragen x € 1 000 000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | |||||||
| Op basis van gegevens van het CVZ zijn de uitgaven 2006 voorlopig afgerekend. Uit deze afrekening blijkt bij de MEE-instellingen een tegenvaller van € 5,8 miljoen. | 5,8 | ||||||
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | |||||||
| Toedeling groeiruimte 2008–2011 over de verschillende sectoren. | 3,6 | 7,3 | 11,1 | 15,2 | 15,2 | ||
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | |||||||
| De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op niet- beleidsartikel 99. Daar staat de raming voor 2007–2012. De tranche 2007 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99). | 3,6 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | |
| Begroting | |||||||
| Uitgaven (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 100 816 | 98 364 | 105 988 | 108 344 | 98 109 | ||
| Mutatie 1e suppletore wet | 1 842 | – 4 | – 2 | – 1 | – 1 | ||
| Nieuwe mutaties | – 2 269 | 17 165 | 13 278 | 11 185 | 14 942 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | 1 920 | 1 919 | 2 033 | 2 054 | 1 901 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 118 546 | 102 309 | 117 444 | 121 297 | 121 582 | 114 951 | 114 951 |
| Ontvangsten (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Nieuwe mutaties | 870 | 870 | 870 | 870 | 870 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 999 | 870 | 870 | 870 | 870 | 870 | 870 |
| Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007 | ||||||
| Enveloppe Sport: De middelen worden ingezet om ervoor te zorgen dat jongeren dagelijks kunnen sporten en bewegen, binnen en buiten de schooluren. Tevens wordt gewerkt aan een dekkend aanbod van brede scholen in de krachtwijken en aan extra brede scholen in de rest van Nederland. | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 | |
| Enveloppe Sport: De middelen worden ingezet voor een extra impuls voor talentontwikkeling. Daarbij zal voornamelijk worden ingezet op verbetering van de combinatie van toptrainingen en onderwijs- en studiefaciliteiten voor talenten, de ontwikkeling en inrichting van enkele extra Centra voor Topsport en Onderwijs, een extra impuls voor talent-coaching, evenals op het leveren van een duurzame bijdrage aan hoogwaardige (internationale) trainings- en wedstrijdprogramma’s. | 2 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 | |
| Enveloppe Zorg: In het kader van het verbinden van curatieve zorg en preventie worden de middelen aangewend voor het voorkomen van of beperken van chronische ziekten. Onder meer bewegen op recept (een minimale interventiestrategie gericht op het verschaffen van de medisch noodzakelijke beweging, zoals groepsgewijze bewegingslessen en coaching) wordt in 2008 uitgerold. | 3 000 | 1 000 | ||||
| Intertemporele compensatie in verband met de latere start van InnoSportNL. De projectperiode is verschoven van 2007 naar 2011. | – 3 000 | 3 000 | ||||
| Overheveling naar artikel 99 | – 84 | – 8 584 | – 13 584 | – 13 584 | – 18 584 | |
| Interne herschikking: Om ervoor te zorgen dat jongeren dagelijks kunnen sporten en bewegen wordt er binnen en buiten de schooluren geïnvesteerd in combinatiefuncties sport, onderwijs en naschoolse opvang. Sportverenigingen worden versterkt, zodat ze beter toegerust zijn voor de uitvoering van maatschappelijke taken. Tevens wordt gewerkt aan een dekkend aanbod van brede scholen in de krachtwijken en aan extra brede scholen in de rest van Nederland. | 4 609 | 8 334 | 8 334 | 13 334 | ||
| Interne herschikking: Intensivering van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen voor jeugdigen i.h.k.v. de Brede Preventievisie. | 1 875 | 3 975 | 5 250 | 5 250 | 5 250 | |
Beleidsartikel 47: Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II
| Begroting | |||||||
| Uitgaven (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 404 348 | 393 178 | 380 442 | 362 471 | 349 844 | ||
| Mutatie 1e suppletore wet | 9 612 | – 7 329 | – 6 229 | – 6 629 | – 5 929 | ||
| Nieuwe mutaties | 31 | 1 732 | 1 587 | 845 | – 2 938 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | 817 | 821 | 821 | 751 | 751 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 398 636 | 414 808 | 388 402 | 376 621 | 357 438 | 341 728 | 328 528 |
| Ontvangsten (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 3 518 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007 | ||||||
| Vanuit de eindejaarsmarge worden middelen beschikbaar gesteld voor de aanschaf van een nieuw pand voor het Indisch Huis. De middelen betreffen de opbrengst uit verkoop in 2006 van het oude pand van deze stichting. | 2 700 | |||||
| Neerwaartse bijstelling van de ramingen voor de uitvoering van het wettelijk stelsel van pensioenen, uitkeringen en bijzondere voorzieningen ten behoeve van oorlogsgetroffenen. Dat heeft te maken met een lagere reguliere instroom en een lagere instroom bij het project Gerichte benadering. Voorts zijn er lagere uitgaven voor de compensatieregeling ziektekostentoeslag en de bijzondere voorzieningen. | – 14 300 | – 16 000 | – 14 600 | – 14 500 | – 13 500 | – 26 300 |
| Jaarlijkse wettelijke bijstelling van de uitgaven voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van het wettelijk stelsel van pensioenen, uitkeringen en bijzondere voorzieningen ten behoeve van oorlogsgetroffenen. | 21 200 | 8 600 | 8 300 | 7 800 | 7 500 | 7 100 |
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | ||||||
| Interne herschikking: Bijdrage aan het programma «Erfgoed van de oorlog». Dit programma heeft een looptijd van bijna vier jaar (tot en met 2010). Na afloop van deze termijn moet het belangrijkste materiaal uit en over WOII in goede staat zijn behouden, is de ’collectie WOII’ digitaal ontsloten en zijn er diverse toepassingen gerealiseerd die laten zien wat de mogelijkheden zijn van een breed gebruik van dit erfgoedmateriaal. | 2 075 | 2 300 | 2 300 | |||
Niet Beleidsartikel 98: Algemeen
| Begroting | |||||||
| Uitgaven (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 279 269 | 278 110 | 281 923 | 279 205 | 280 756 | ||
| Mutatie 1e suppletore wet | 11 388 | 4 833 | 4 526 | 4 596 | 4 484 | ||
| Nieuwe mutaties | 9 027 | 8 926 | 7 494 | – 2 620 | – 13 120 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | 5 582 | 4 645 | 1 555 | 4 702 | 4 818 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 315 569 | 305 226 | 296 514 | 295 498 | 285 883 | 276 938 | 277 198 |
| Ontvangsten (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 3 380 | 3 380 | 3 380 | 3 380 | 3 380 | 3 380 | |
| Nieuwe mutaties | 971 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 3 130 | 4 351 | 3 380 | 3 380 | 3 380 | 3 380 | 3 380 |
| Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007 | ||||||
| Overheveling van artikel 42 ter dekking van extra uitvoeringskosten CVZ in verband met de buitenlandtaak en de risicoverevening als gevolg van de invoe- ring van de Zvw. | 5 200 | |||||
| Verhoging van het budget van de NZa als gevolg van de taakuitbreiding in het kader van het nieuwe zorgstelsel. | 3 100 | 3 100 | 3 100 | 3 100 | 3 100 | 3 100 |
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | ||||||
| Interne herschikking ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek. | – 3 000 | – 3 000 | – 3 000 | – 3 000 | – 3 000 | |
| Interne herschikking: Bij de invoering van de ZVW zijn voor de uitvoering van de buitenlandtaak alleen voor het jaar 2007 incidenteel middelen beschikbaar gesteld. Nu worden structureel middelen beschikbaar gesteld. | 4 261 | 4 243 | 4 243 | 4 243 | 4 243 | |
| Overheveling naar het ministerie van VROM voor strategisch onderzoek van het Milieu en Natuur Planbureau (MNP). | – 3 625 | – 3 625 | – 3 625 | – 3 625 | – 3 625 | – 3 625 |
| Overheveling van de apparaatsgelden van voormalig artikel 45 (Jeugdbeleid) | 6 729 | 6 647 | 6 536 | 6 334 | 6 334 | |
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | ||||||
| Loonbijstelling | 3 095 | 3 080 | 3 117 | 3 114 | 3 233 | 3 233 |
Niet-beleidsartikel 99: Nominaal en onvoorzien
| Begroting | |||||||
| Uitgaven (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | – 16 756 | – 16 822 | – 17 180 | – 16 644 | – 14 541 | ||
| Mutatie 1e suppletore wet | 57 411 | 41 280 | 41 414 | 42 265 | 42 374 | ||
| Nieuwe mutaties | – 1 288 | – 2 503 | 1407 | 6 041 | 514 | ||
| Nieuwe nominale wijzigingen | – 76 760 | – 64 073 | – 64 189 | – 64 334 | – 64 381 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 0 | – 37 393 | – 42 118 | – 38 548 | – 32 672 | – 36 034 | – 8 507 |
| Ontvangsten (x € 1000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Stand ontwerpbegroting 2007 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stand ontwerpbegroting 2008 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toelichting belangrijkste mutaties (bedragen x € 1000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Toelichting belangrijkste mutaties 1e SW 2007 | ||||||
| Loonbijstelling tranche 2007. | 68 851 | 57 174 | 57 233 | 57 344 | 57 524 | 57 540 |
| Aanpassing van de Overheidsbijdrage voor Arbeidskosten (OVA). | – 2 179 | – 2 158 | – 2 163 | – 2 165 | – 2 166 | – 2 166 |
| Prijsbijstelling tranche 2007. | 10 819 | 8 282 | 8 297 | 8 559 | 8 508 | 8 510 |
| De prijsbijstelling tranche 2006 wordt ingezet ter dekking algehele begrotingsproblematiek. | – 3 308 | – 5 473 | – 5 573 | – 5 910 | – 5 287 | – 5 287 |
| Er worden structureel middelen beschikbaar gesteld voor het rijksbrede project Burger Service Nummer (BSN). Tevens is vastgelegd dat alle departementen bijdragen aan het fysieke en digitale depot bij het Nationaal Archief (OCW) voor het wegwerken van achterstanden. De kosten worden gelijkmatig over de departementen verdeeld. Verder dragen alle departementen bij aan het rijksbrede communicatiebeleid. | 2 649 | 2 097 | 2 097 | 2 097 | 2 097 | 2 097 |
| Taakstellende onderuitputting ter dekking van algehele begrotingsproblematiek. | – 15 000 | – 15 000 | – 15 000 | – 15 000 | – 15 000 | – 15 000 |
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | ||||||
| Subsidietaakstellinguit het coalitieakkoord. | – 5 430 | – 10 948 | – 21 896 | – 21 896 | – 21 896 | |
| Invulling van de Subsidietaakstelling uit het coalitieakkoord. | 5 430 | 10 948 | 21 896 | 21 896 | 21 896 | |
| Subsidietaakstelling uit de Augustusbrief. | – 2 100 | – 4 261 | – 8 401 | – 8 401 | ||
| Personele taakstelling uit het coalitieakkoord. | – 7 051 | – 14 103 | – 28 205 | – 56 411 | – 56 411 | |
| Huisvesting taakstelling uit het coalitieakkoord. | – 1 742 | – 1 742 | – 1 742 | – 1 742 | – 1 742 | |
| Invulling van diverse taakstellingen waaronder de personele taakstelling en de huisvesting taakstelling. | 8 793 | 15 845 | 29 948 | 58 100 | 58 046 | |
| De middelen uit de enveloppe Zorg worden overgeheveld naar de artikelen 41, 42, 43 en 44 ter dekking van begrotingsproblematiek. | – 109 409 | – 126 749 | – 147 014 | – 139 679 | – 34 225 | |
| De middelen uit de enveloppe Zorg worden overgeheveld naar de artikelen 41, 42, 43, 46 en 98 ter dekking van begrotingsproblematiek. | – 97 683 | – 106 293 | – 90 708 | – 93 166 | – 78 498 | |
| De bij interne herschikking vrijgemaakte middelen worden overgeheveld naar art 41 t/m 98. | – 57 283 | – 57 822 | – 61 361 | – 56 200 | – 53 760 | |
| De middelen uit de enveloppe Preventie worden toegevoegd aan de VWS begroting. | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| De middelen uit de enveloppe Sport worden toegevoegd aan de VWS begroting. | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| De middelen uit de enveloppe Sport worden overgeheveld naar artikel 46. | – 10 000 | – 10 000 | – 10 000 | – 10 000 | – 10 000 | |
| De middelen uit de enveloppe capaciteit veiligheidsketen en preventie worden toegevoegd aan de VWS begroting. | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | 10 000 | |
| De middelen uit de enveloppe capaciteit veiligheidsketen en preventie worden overgeheveld naar artikel 41. | – 10 000 | – 10 000 | – 10 000 | – 10 000 | – 10 000 | |
| Overheveling vanuit de premiemiddelen van een deel van enveloppe Zorg ter dekking van begrotingsproblematiek in de Care. | 110 000 | 130 000 | 150 000 | 140 000 | 40 000 | |
| Overheveling vanuit de premiemiddelen van enveloppe Zorg ter dekking van begrotingsproblematiek in de Cure. | 100 000 | 100 000 | 100 000 | 100 000 | 100 000 | |
| Interne herschikking in verband met VWS-brede begrotingsproblematiek. | 71 288 | 88 263 | 93 263 | 93 263 | 98 263 | |
| Door middel van een intertemporele compensatie uit 2008, 2009 en 2010 wordt algehele begrotingsproble- matiek in 2007 gedekt. | 8 803 | – 4 925 | – 2 806 | – 1 072 | ||
| De vrijgekomen middelen uit de intertemporele compensatie worden worden overgeheveld naar artikel 41 t/m 98. | – 8 803 | |||||
| Overheveling naar de programmabegroting voor Jeugd en Gezin. | – 6 558 | – 7 615 | – 7 167 | – 7 167 | – 7 167 | |
| Overheveling van de enveloppe J&G naar de programmabegroting voor Jeugd en Gezin. Deze gelden bevatten zowel de gelden voor de Centra voor Jeugd en Gezin als de gelden voor o.a. kindermishandeling en jeugdzorg. | – 70 000 | – 95 000 | – 120 000 | – 145 000 | – 145 000 | |
| Overheveling van een deel van de enveloppe Preventie naar de programmabegroting voor Jeugden Gezin. Dit deel bevat de gelden voor Campussen en onwillige jeugd. | – 3 000 | – 3 000 | – 3 000 | – 3 000 | – 3 000 | |
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | ||||||
| Toedeling loonbijstelling tranche 2007 over diverse artikelen. | – 68 061 | – 56 189 | – 56 339 | – 56 493 | – 56 561 | – 56 560 |
| Toedeling van de prijsbijstelling over diverse artikelen. | – 3 289 | – 1 305 | – 1 305 | – 1 305 | – 1 305 | – 1 305 |
| De prijsbijstelling tranche 2007 wordt deels ingezet ter dekking van algehele begrotingsproblematiek. | – 5 410 | – 6 579 | – 6 545 | – 6 536 | – 6 515 | – 6 515 |
| Premie | |||||||
| Uitgaven (x € 1 000 000) | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| A. Opbouw uitgaven vanaf Begroting 2007 | |||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2007 | 4,6 | 951,5 | 3 466,1 | 5 961,2 | 8 598,9 | 11 523,3 | 11 523,3 |
| Mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | – 4,6 | – 28,1 | – 49,1 | – 56,1 | – 70,1 | – 83,1 | – 72,3 |
| Nieuwe mutaties | – 0,8 | – 1 365,0 | – 2 872,9 | – 4 548,9 | – 6 220,8 | – 4 506,6 | |
| Nieuwe nominale wijzigingen | – 868,2 | – 411,6 | 328,2 | 1 028,3 | 1 751,3 | 3 850,2 | |
| Nieuwe bouwmutaties | – 81,0 | ||||||
| Uitgavenniveau stand Begroting 2008 | – 26,6 | 1 640,4 | 3 360,4 | 5 008,2 | 6 970,7 | 10 794,6 | |
| B. Financiering | |||||||
| AWBZ | – 1 794,5 | – 1 688,9 | – 1 037,3 | – 430,1 | 158,7 | 921,1 | 2 439,1 |
| Eigen betaling AWBZ | 1 794,5 | 1 667,8 | 1 724,8 | 1 869,3 | 1 919,2 | 1 980,3 | 2 030,0 |
| Eigen betalingen Zvw | 2 052,7 | 2 047,0 | 1 303,5 | 1 365,0 | 1 457,3 | 1 554,9 | 1 644,2 |
| Zvw | – 1 987,7 | – 2 052,5 | – 350,6 | 556,2 | 1 473,0 | 2 514,4 | 4 681,3 |
| Mutatie financieringsachterstand | – 65,0 | ||||||
| C. Aansluiting op Budgettair Kader Zorg | |||||||
| Bruto BKZ-uitgaven | 65,0 | – 26,6 | 1 640,4 | 3 360,4 | 5 008,2 | 6 970,7 | 10 794,6 |
| BKZ-ontvangsten | 3 847,2 | 3 714,8 | 3 028,3 | 3 234,3 | 3 376,5 | 3 535,2 | 3 674,2 |
| Netto BKZ-uitgaven | – 3 782,2 | – 3 741,4 | – 1 387,9 | 126,1 | 1 631,7 | 3 435,5 | 7 120,4 |
| Toelichting (bedragen x € 1 000 000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
| Toelichting belangrijkste mutaties Jaarverslag 2006/1e SW 2007 | |||||||
| De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan 2007 van het Centraal Planbureau (CPB). | – 86,7 | – 107,7 | – 114,7 | – 128,7 | – 141,7 | – 130,9 | |
| De taakstelling ziekteverzuim is in de instellingsbudgetten verwerkt. | 52,0 | 52,0 | 52,0 | 52,0 | 52,0 | 52,0 | |
| Naar aanleiding van de motie Mosterd en voor correctie van evidente foutenregistratie is er € 10 miljoen beschikbaar gesteld. | 10,0 | 10,0 | 10,0 | 10,0 | 10,0 | 10,0 | |
| Het Wmo budget wordt naar aanleiding van de septembercirculaire bijgesteld. Deze bijstelling betreft de nominale indexatie 2007. De indexatie is naar de begroting van BZK overgeheveld. | – 24,0 | – 24,0 | – 24,0 | – 24,0 | – 24,0 | – 24,0 | |
| Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties | |||||||
| Voor de vaststelling van het BKZ 2008 -2011 is uitgegaan van de doorrekening van het Coalitieakkoord door het CPB. Dit leidt tot deze volumemutatie. | – 45,8 | 17,0 | 139,5 | 376,4 | 376,4 | ||
| Toedeling van de taakstelling aanpak ziekteverzuim. | 17,6 | 17,6 | 17,6 | 17,6 | 17,6 | 17,6 | |
| Toedeling groeiruimte 2008 – 2011 over de verschillende sectoren. | – 1 346,9 | – 2 944,6 | – 4 661,0 | – 6 561,9 | – 6 561,9 | ||
| Voor de jaren na afloop van deze kabinetsperiode wordt 2,5% volumegroei per jaar gereserveerd. Voor 2012 is hiervoor een reservering opgenomen. | 1 714,2 | ||||||
| Toelichting nieuwe nominale wijzigingen | |||||||
| Uitdeling van de vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling aan de beleidsartikelen (tranche 2007). | – 853,5 | – 964,2 | – 955,1 | – 949,8 | – 944,5 | – 939,1 | |
| De incidentele loonontwikkeling in de OVA is hoger vastgesteld dan waar eerder van was uitgegaan. | 56,9 | 122,4 | 199,9 | 289,0 | 289,0 | ||
| De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de Macro-Economische Verkenning 2008 van het Centraal Planbureau (CPB). | – 14,7 | 495,7 | 1 160,9 | 1 774,2 | 2 394,8 | 4 488,3 | |
| Voor de vaststelling van het BKZ 2008 -2011 is uitgegaan van de doorrekening van het Coalitieakkoord door het CPB. Dit leidt tot deze nominale mutatie. | 4,0 | 12,0 | 12,0 | ||||
| Toelichting nieuwe kapitaalasten mutaties | |||||||
| Actualisatie van de kapitaallastenraming 2007. | – 81,0 | ||||||
| Bedragen x € 1 000 000 | |||
| Artikel | Naam | 2008 | |
| Uit begrotingsmiddelen | |||
| 41 | Zorg Onderzoek Nederland/Medische Wetenschappen (ZonMW) | RWT | 2,0 |
| 42 | Registratiecommissies en opleidingscolleges KNMG, KNMP en NMT | 0,6 | |
| 43 | Stichting Fonds Patiënten Gehandicapten en Ouderen (PGO) | RWT | 1,8 |
| 43 | Centrum voor Indicatiestelling Zorg (CIZ) | RWT | 128,0 |
| 47 | Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) | RWT | 26,0 |
| 47 | Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië en zbo’s «Rechtsherstel» (Het Gebaar en Sinti en Roma) | 1,8 | |
| 98 | Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO) | 1,5 | |
| 98 | Zorg-zbo’s (NZa, CVZ, CBZ en CSZ) | RWT | 89,5 |
| 98 | Commissies voor de Gebiedsaanwijzing | 0,04 | |
| Uit premiemiddelen | |||
| 42 | Nederlandse Transplantatie Stichting | 18 | |
| 43 | Stichting Uitvoering Omslagregelingen (SUO) WTZ | RWT | 1,3 |
| 43 | Uitvoeringsorganen AWBZinclusief CAK | RWT | 156,4 |
Alle hierboven genoemde organisaties zijn zbo. Indien een zbo daarnaast ook een RWT is, is dit expliciet opgenomen.
| AANGENOMEN MOTIES | KAMERSTUK | STAND VAN ZAKEN |
| Motie-Arib over aanpassing van de pakketmaatregel psychotherapie | 30 300 XVI, nr. 148 | AFGEHANDELD Zie het Besluit tot wijziging van het Besluit zorgverzekering, wijziging van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, Staatsblad 2006, 464. |
| Gewijzigde motie-Van Miltenburg/Smits over een plan van aanpak waarin het bevorderen van scheiden van wonen en zorg centraal staat | 27 659, nr. 63 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 20 juli 2006 (27 659, nr. 78) |
| Motie-Van Miltenburg/Bakker over onafhankelijke financiering van cliëntenraden | 30 131, nr. 96 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 18 oktober 2006 (30 131, nr. 111) |
| Motie-Atsma c.s. over een collectieve aansprakelijkheidsverzekering en/of andere verzekeringen voor vrijwilligers en hun organisaties | 30 300 XVI, nr. 73 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 2 november 2006 (30 169, nr. 5) |
| Motie-Azough c.s. over extra middelen voor ondersteuning van mantelzorgers | 30 131, nr. 88 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 2 november 2006 (30 169, nr. 5) |
| Motie-Kant c.s. over de extra kosten voor rolstoelvoorzieningen in de gemeente Arnhem | 30 131, nr. 78 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 16 augustus 2006 (30 131, nr. 109) |
| Motie-Rouvoet over het betrekken van maatschappelijke instellingen en organisaties bij de invoering van de Wmo | 30 131, nr. 84 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 14 juni 2007 (29 538 nr. 53) |
| Motie-Van Miltenburg c.s. over vertegenwoordiging van het Centrum Indicatiestelling Zorg bij alle zorgloketten | 30 131, nr. 95 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 14 juni 2007 (29 538 nr. 53) |
| Motie-Omtzigt c.s. over een plan voor regelvrije zones | 30 186, nr. 47 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 18 juli 2007 (30 186, nr. 63) |
| Motie-Verbeet c.s. over het investeren in good practises | 30 131, nr. 82 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 14 juni 2007 (29 538 nr. 53) |
| Motie-Rouvoet c.s. over ondersteuning van en training aan lokale initiatieven ter mobilisering van vrijwillige inzet | 30 131, nr. 85 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 2 november 2006 (30 169, nr. 5) |
| Motie-Dittrich c.s. over een registratiesysteem voor delicten met een homofobe achtergrond | 27 017, nr. 20 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 13 december 2006 (27 017, nr. 30) |
| Motie-Dittrich c.s. over het homovriendelijker maken van de zorg | 27 017, nr. 21 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 13 december 2006 (27 017, nr. 30) |
| Motie-Schippers c.s. over het in de begroting van 2007 voldoen aan de VBTB-systematiek | 30 300-XVI, nr. 50 | AFGEHANDELD Zie Begroting VWS 2007 d.d. 19 september 2006 (30 800 XVI) |
| Motie-Arib over scheiding van taken van de apotheker | 29 359/28 494, nr. 69 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 8 september 2006 (29 359/28 494, nr. 93) |
| Motie-Vendrik c.s. over het omlaag brengen van het aantal doden als gevolg van verkeerd medicijngebruik | 29 359/28 494, nr. 71 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 29 augustus 2006 (29 359, nr. 91/27 529) |
| Motie-Heemskerk over een onderzoek door de CTG-ZAio naar de praktijkvoering van orthodontisten | 30 300 XVI, nr. 39 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 26 april 2007 (30 186/30 800 XVI, nr. 62) |
| Motie-Heemskerk/Omtzigt over gelijkwaardige positionering van de Inspectie voor de gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit | 30 186, nr. 48 | AFGEHANDELD Zie Algemeen Overleg IGZ van 13 september 2006 |
| Motie-Arib over uitleg bij afwijking van de Good Governance Code | 27 659, nr. 75 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 24 november 2006 (27 659, nr. 83) |
| Motie-Kant c.s. over een maximumsalaris in de zorg | 27 659, nr. 74 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 24 november 2006 (27 659, nr. 83) |
| Motie-Verbeet c.s. over de ontwikkeling van jeugdsportfondsen | 30 300-XVI, nr. 81 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 30 augustus 2006 (30 300 XVI, nr. 171) |
| Motie-Van der Sande c.s. over een notitie over de mogelijkheden van fiscale maatregelen die sport ondersteunen | 30 300-XVI, nr. 82 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 30 augustus 2006 (30 300 XVI, nr. 168) |
| Motie-Verbeet over het structureel maken van de regeling voor het bevorderen van het zwemmen | 30 300-XVI, nr. 70 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 20 november 2006 (30 800 XVI, nr. 28) |
| Motie-Voordewind c.s. over een plan van aanpak voor verbetering van de medicatieveiligheid | 30 800-XVI, nr. 99 | AFGEHANDELD Zie brief aan de Tweede Kamer d.d. 6 juli 2007 («Koers op kwaliteit») |
| Motie-Bussemaker c.s. over beperking van administratieve lasten door een scherpe normstelling | 30 800-XVI, nr. 77 | AFGEHANDELDZie brief aan de Tweede Kamer d.d. 28 augustus 2007 (Actieplan AWBZ «Naar eenvoud in uitvoering»; MC-4-2794261) |
| Motie-Van Miltenburg/Smits over diagnostiek en behandeling van dyslexie | 29 200-XVI, nr. 98 | CVZ-advies wordt medio juli 2007 verwacht. Daarna wordt reactie aan de Kamer gezonden. |
| Motie-Hermann over duidelijke vermelding alcoholpercentage en leeftijdsgrens op verpakking en intensivering leeftijdscontrole bij verkoop | 27 565, nr. 5 | Aan de Kamer zal een alcoholbrief worden gezonden. Planning: najaar 2007 |
| Motie Arib c.s. over aanscherping van de aanrijtijden | 29 835, nr. 32 | De uitvoering van deze motie is afhankelijk van de behandeling van de Wet Ambulancezorg (Waz) in de Eerste Kamer. Naar verwachting kan de Tweede Kamer hier pas in decem- ber over worden geïnformeerd. |
| Motie Koser Kaya over de maximale aanrijtijd | 29 835, nr. 33 | De uitvoering van deze motie is afhankelijk van de behandeling van de Wet Ambulancezorg (Waz) in de Eerste Kamer. Naar verwachting kan de Tweede Kamer hier pas in december over worden geïnformeerd. |
| Motie-Mosterd c.s. over zorg en ondersteuning van mensen die niet voor de functie verblijf zijn geïndiceerd, maar wel blijvend veel AWBZ-zorg nodig hebben | 30 131, nr. 75 | Motie zal waarschijnlijk worden meegenomen in de eerst volgende Wmobrief. Planning: augustus 2007 |
| Motie-Mosterd/Bakker over de eigen bijdrage voor extramurale AWBZ-zorg | 30 131, nr. 76 | Zal worden betrokken bij de reactie op het SER-advies. Planning: februari 2008 |
| Motie-Kant c.s. over een plan voor de implementatie van de Perinatale Audit | 29 323, nr. 24 | Is verwerkt in de begroting. |
| Motie-Atsma c.s. over een herkenbaar anti-dopingbeleid voor sportscholen en fitnesscentra en een kwaliteitskeurmerk voor deze sector | 30 300 XVI, nr. 72 | Overleg met de branche en anti-dopingautoriteit Nederland is gaande. Het komende najaar worden nadere afspraken over de aanpak gemaakt. De Kamer zal hier te zijner tijd over worden geïnformeerd. Planning: eind 2007 |
| Motie-Bussemaker c.s. over een effectieve aanpak van stages en praktijkbegeleiding in de zorgopleidingen | 30 800-XVI, nr. 75 | Wordt meegenomen in actieplan. Sociale partners komen in september 2007 met een voorstel. In oktober gaat er een brief richting de Kamer. |
| Motie-Bussemaker/Omtzigt over het aantrekkelijker maken van werken in de zorg | 30 800-XVI, nr. 76 | Wordt meegenomen in actieplan. Sociale partners komen in september 2007 met een voorstel. In oktober gaat er een brief richting de Kamer. |
| Motie-Van der Veen over het verruimen van de leeftijdsgrens voor tandheelkundige zorg voor jeugdigen van 18 naar 21 jaar | 29 689, nr. 141 | Is verwerkt in de begroting. |
| Motie-Buijs c.s. over inzicht in nieuwe criteria voor het GVS | 29 359/28 494, nr. 86 | Het standpunt loopt mee in de integrale visie op het geneesmiddelenbeleid inzake kostenbeheersing en financiën. De Kamer zal hier te zijner tijd over geïnformeerd worden. Planning: najaar 2007 |
| Motie-Schippers/Van Heteren over beter toezicht op de geestelijke gezondheidszorg | 30 800-XVI, nr. 16 | Reactie op de motie zal voor de begrotingsbehandeling van VWS naar de Kamer worden gestuurd |
| Motie-Spies/Nijs over de plaats van de RMO binnen de rijksdienst | 28 101, nr. 5 | Besluit is afhankelijk van het herzie- ningstraject Rijksdienst. |
| Motie-Kraneveldt c.s. over aandacht voor kwaliteiten kwantiteit van gemeentelijke ondersteuning van het vrijwilligerswerk | 30 131, nr. 93 | Wordt opgenomen in tweede voort- gangsrapportage Wmo. Planning: september 2007 |
| Motie-Ouwehand c.s. over openbaarmaking van de jaarverslagen van Dierexperimentencommissies | 30 800-XVI, nr. 108 | Wordt afgedaan met brief aan de Kamer over bottom-up proces. Planning: september 2007 |
| Gewijzigde motie-Heerts/Omtzigt over het niet verstrekken van de zorgtoeslag aan wanbetalers | 30 918, nr. 20 | Het overleg met Financiën is gestart. De planning is om de Kamer daar- over in november 2007 te informeren. |
| Motie-Omtzigt/Heerts over een masterplan voor Nederlandse verzekerden in het buitenland en buitenlandse verzekerden in Nederland | 30 918, nr. 16 | Wordt meegenomen in een brief aan de Kamer inzake knelpunten buitenland. Planning: november 2007 |
| Motie-Omtzigt/Heerts over een oplossing voor mensen met een betalingsachterstand | 30 918, nr. 15 | Motie wordt meegenomen in het Wetsvoorstel structurele oplossing wanbetalers. De planning is om de Kamer daarover in november 2007 te informeren. |
| Motie-Omtzigt/Heerts over het individueel benaderen van mensen zonder zorgverzekering | 30 918, nr. 14 | Er komt een brief met plan van aanpak over actieve opsporing onverzekerden. Planning: november 2007 |
| Motie-Kant over georganiseerde jeugdtandzorg | 30 800-XVI, nr. 84 | Zal worden meegenomen in een brief die naar verwachting eind augustus 2007 aan de Kamer zal worden gezonden. |
| Motie-Van Miltenburg over de hoogte van nieuwe PGB’s voor mensen met een verblijfsindicatie | 26 631, nr. 218 | Wordt meegenomen in de eerst volgende voortgangsrapportage Zorgzwaartebekostiging. Planning: september 2007 |
| Motie-Joldersma over een nadere omschrijving van de rookruimte in de horeca | 30 800 XVI, nr. 161 | Zal worden meegenomen tijdens de behandeling van het wetsvoorstel rookvrije horeca. De Kamer zal hier te zijner tijd over geïnformeerd worden. Planning: voorjaar 2008 |
| Motie-Timmer/Van der Staaij over afspraken over maatregelen op het gebied van happy hours en stunten met alcoholprijzen | 29 894, nr. 5 | Aan de Kamer zal een alcoholbrief worden gezonden. Planning: najaar 2007 |
| Motie-Joldersma c.s. over onderbrenging van verse paddo’s en qat in de Opiumwet | 30 515, nr. 12 | Zie brief aan de Reactie op standpunt Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM) rapport zal begin augustus aan de Kamer worden gestuurd. |
| Motie-Schippers/Agema over een regeling van tijdelijke toelating tot het pakket van veelbelovende innovaties | 30 800-XVI, nr. 92 | CVZ en ZonMw zijn bezig met het schrijven van een voorstel voor een regeling van tijdelijke toelating tot pakket van veelbelovende innovaties. Kabinet beslist op basis van dit voorstel. De Kamer zal in september 2007 hierover worden geïnformeerd. |
| Motie-Van der Veen c.s. over opname van preventie in het basispakket | 30 800-XVI, nr. 74 | In september 2007 ontvangt de Kamer de preventievisie, in samenhang met het CVZ-advies. |
| Motie-Schermers c.s. over het achter de toonbank plaatsen van zelfzorggeneesmiddelen in de UAD-categorie | 30 800-XVI, nr. 151 | De Kamer zal medio november 2007 worden geïnformeerd. |
| Motie-Ouwehand c.s. over inventarisatie van doelen waarvoor onderzoek met primaten wordt verricht | 30 800-XVI, nr. 110 | Wordt afgedaan met standpunt op onderzoek Voedsel en Waren Autoriteit. \ Planning: december 2007 |
| Motie-Ouwehand c.s. over inventarisatie van proeven op ongewervelde dieren | 30 800-XVI, nr. 111 | Wordt afgedaan met standpunt op onderzoek Voedsel en Waren Autoriteit. Planning: december 2007 |
| Gewijzigde motie-Bouwmeester c.s. over de invulling van de nieuwe norm voor dwangbehandeling | 30 492, nr. 22 (gewijzigd) | Aan de IGZ wordt gevraagd zich hierover uit te spreken, tevens ook contact met NvVP hierover. Planning: eind december 2007 |
| Motie-Joldersma c.s. over een familievertrouwenspersoon in elke GGZ-instelling | 30 492, nr. 23 | Is uitgezet bij stichting Patiëntenver- trouwenspersoon, wordt ook nog uitgezet bij patiënten- en familieorganisaties. Hierover gaat eind december 2007 een brief naar de Kamer. |
| Motie-Voordewind c.s. over dwangmedicatie versus noodmedicatie in relatie tot de bijwerkingen | 30 492, nr. 25 | Aan de IGZ wordt gevraagd zich hierover uit te spreken. Naar verwachting kan de Kamer eind december 2007 worden geïnformeerd. |
| Motie-Van der Veen c.s. over onderzoek naar een eenduidige indicatiestelling voor de AWBZ | 30 800-XVI, nr. 73 | Na afronding van het in de motie bedoelde onderzoek zullen de uitkomsten aan de Kamer worden gestuurd. Planning: december 2007 |
| Motie-Van der Veen c.s. over een onderzoek naar een zodanige vormgeving van de AWBZ dat het recht op zorg kan worden gegarandeerd en cliëntenstops worden voorkomen | 30 800, nr. 55 | Wordt meegenomen in de reactie op het SER advies. Planning: februari 2008 |
| Motie-Kant c.s. over het verbeteren van de rechtspositie en inkomenspositie van alfahulpen | 29 538, nr. 44 | Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage WmoPlanning september 2007. |
| Motie-Wiegman-van Meppelen Scheppink c.s. over het vormgeven van de aanbesteding van huishoudelijke zorg als een toelatingsmodel | 29 538, nr. 48 | Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage Wmo Planning september 2007. |
| Motie-Willemse-Van der Ploeg c.s. over het daadwerkelijk leveren van HH2 bij een gecombineerde indicatie HH1 en HH2 | 29 538, nr. 49 | Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage WmoPlanning september 2007. |
| Motie-Wolbert c.s. over de positie van alfahulpen | 29 538, nr. 47 | Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage WmoPlanning september 2007. |
| Motie-Joldersma c.s. over een landelijk dekkende en continue registratie van alcohol- en drugsgerelateerde incidenten | 23 760, nr. 22 | Planning: eind 2007 |
| Motie-Verbeet c.s. over de huishoudelijke verzorging aan cliënten met een ernstige verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperking | 30 131, nr. 80 | Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage Wmo Planning: september 2007 |
| Motie-Verbeet/Bakker over de mediatiecommissie | 30 131, nr. 81 | Wordt meegenomen in de 2e voortgangsrapportage Wmo Planning: september 2007 |
| WAT IS TOEGEZEGD? | VINDPLAATS | STAND VAN ZAKEN |
| Uitkomsten overleggen met vrijwilligersorganisaties over knelpunten bij vrijwilligersorganisaties en vervoer | AO Valys d.d. 29 maart 2006 | Wordt opgenomen in voortgangsrapportage vrijwillige inzet en mantelzorg. Planning: september 2007 |
| Voortgangsrapportage diagnostiek en behandeling van dyslexie | Planningsbrief voorjaar 2005 d.d. 24 maart 2005 | Advies CVZ wordt medio juli 2007 verwacht. Na ontvangst met stand- punt naar Kamer. Planning: september 2007 |
| Beleidsbrief chronische ziekten | Planningsbrief voorjaar 2005 d.d. 24 maart 2005 | Planning: november 2007 |
| Integrale nota allergie | Planningsbrief voorjaar 2005 d.d. 24 maart 2005 | Voedingsnota zal medio december 2007 naar de Kamer worden gestuurd. |
| Brief over het versterken van de rechtspositie van patiënten en cliënten | Wetgevingsoverleg inzake jaarverslag 2006 d.d. 13 juni 2007 | Planning: november 2007 |
| Beleidsbrief over ethische kwesties | AO Uitgangspunten van het beleid VWS d.d. 12 april 2007 | Planning: eind september 2007 |
| Brief over de (verdere) implementatie van de onderzoeksagenda medische biotechnologie | AO Biotechnologie d.d. 18 april 2007 | Planning: augustus 2007 |
| Berichten over actieve opsporing van onverzekerden | Voortzetting behandeling Wijz. van de Zorgverzekeringswet en andere wetten (verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering, 30 918) d.d. 20 juni 2007 | Brief met plan van aanpak wordt medio november 2007 naar de Kamer gestuurd. |
| Naast het in het regeerakkoord toegezegde onderzoek naar de psychosociale gevolgen van abortus, vindt er ook onderzoek plaats naar de psychosociale gevolgen van adoptie | Debat over de Regeringsverklaring d.d. 1 maart 2007 | ZonMw gaat vooronderzoek verrich- ten. Naar verwachting medio oktober 2007 gereed. |
| Brief over de koers met betrekking tot de overgangsperiode Zorgverzekeringswet en structurele maatregelen (zorgtoeslag, bronheffing etc) | Voortzetting behandeling Wijz. van de Zorgverzekeringswet en andere wetten (verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering, 30 918) d.d. 20 juni 2007 | De Kamer wordt hierover per brief in oktober 2007 geïnformeerd. |
| Integrale visie op het geneesmiddelen beleid inzake kostenbeheersingen financiën | AO Geneesmiddelenbeleid d.d. 24 mei 2007 | Planning: september 2007 |
| Brief over mensen met een machtiging voor voorlopig verblijf | Voortzetting behandeling Wijz. van de Zorgverzekeringswet en andere wetten (verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering, 30 918) d.d. 20 juni 2007 | Toezegging wordt meegenomen in een brief aan de Kamer over knel- punten in het buitenland. Planning: november 2007 |
| Brief over vrouwenopvang | AO Maatschappelijke opvang d.d. 7 juni 2007 | Planning: 15 oktober 2007 |
| Brief over de voortgang van de borging en kennisverbreding van de risicoverevening inzake Zorgverzekeringswet | Behandeling VWS-begroting 2007 d.d. 17 januari 2007 | Begin september 2007 wordt er een brief naar de TK gezonden met de stand van zaken. |
| Brief met plannen inzake alcoholbeleid (happy hours, bevoegdheid gemeenten om leeftijdsgrens voor de verkoop te verhogen naar 18 jaar, strafbaarstelling van het bezit van alcoholhoudende dranken voor minderjarigen, hulp aan jongeren met verslavingsproblemen) | Mondelinge vragenuur over alcohol d.d. 12 juni 2007 | Brief zal in najaar van 2007 worden gezonden. |
| Brief over lokale ontwikkelingen in de eerste lijn, o.a. bij de ketenzorg | AO Eerstelijnszorg/huisartsenzorg d.d. 18 oktober 2006 | Brief over visie eerstelijnszorg wordt eind november 2007 naar de Kamer gestuurd. |
| Tussenrapportage Maatschappelijke opvang waarin o.m. wordt ingegaan op hoe ver het staat met de in het AO uitgesproken voornemens, stand van zaken plan van aanpak, zwerfjongeren (i.s.m. Minister J&G), incassobureaus/CJIB en schuldhulpverlening | AO Maatschappelijke opvang d.d. 7 juni 2007 | Planning: december 2007 |
| Evaluatie Wet foetaal weefsel | Plenaire behandeling wetsvoorstel Foetaal weefsel (26 639) d.d. 6 november 2001 | Evaluatieplan is klaar. ZonMw stelt onderzoeksprogramma op. Planning: eind 2008 |
| Monitoring 2005–2006–2007–2008 Stappenplan rookvrije horeca | AO Alcohol en Tabak d.d. 8 juni 2006 | Evaluatie Stappenplan 2007 zal naar verwachting juni 2008 aan de Kamer worden gestuurd. |
| AD | Algemene beleidsdoelstelling |
| ags | adrenogenitaal syndroom |
| AIV | Advies Instructie Voorlichting |
| aK | acellulair kinkhoestvaccin |
| AMvB | Algemene Maatregel van Bestuur |
| ao | algemeen overleg |
| ASAT | Achieving Safety without Animal Training |
| A-topsporters | topsporters op wereldniveau en olympisch niveau |
| AWBZ | Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten |
| AZR | AWBZ-brede zorgregistratie |
| BIKK | Bijdrage in de kosten van kortingen |
| BKZ | Budgettair Kader Zorg |
| BOPZ (Wet -) | Wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen |
| BOR | Bewegen op recept |
| BOS | Regeling buurt, onderwijs en sport |
| BZK | Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ministerie van - |
| CAK | Centraal Administratie Kantoor |
| CAOR | Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië |
| CBG | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen |
| CBOG | College Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg |
| CBS | Centraal Bureau voor de Statistiek |
| CBZ | College bouw zorginstellingen |
| CCE | Centra voor Consultatie en Expertise |
| CCMO | Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek |
| CEG | Centrum voor Ethiek en Gezondheid |
| CEP | Centraal Economisch Plan |
| CGL | Centrum Gezond Leven |
| CHT | congenitale hypothyreoïdie |
| CIBG | Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, agentschap |
| CIZ | Centrum IndicatiestellingZorg |
| CPB | Centraal Planbureau |
| CQ | Consumer Quality Index |
| CSZ | Commissie sanering zorginstellingen |
| CTO | Centrum voor Topsport en Onderwijs |
| C&V | Consument en Veiligheid, Stichting |
| CVZ | College voor zorgverzekeringen |
| CW | Comptabiliteitswet |
| CWI | Centrum voor Werk en Inkomen |
| dbc | diagnose-behandelcombinatie |
| DGV | Doelmatige Geneesmiddelenvoorziening, stichting - |
| DHW | Drank- en Horecawet |
| DIS | DBC Informatie Systeem |
| DKTP-Hibhep | difterie-, kinkhoest-, tetanus-, polio-, Haemophilus influenzae type b-vaccin Hepatitis |
| emd | elektronisch medicatiedossier |
| epd | elektronisch patiëntendossier |
| EU | Europese Unie |
| EZ | Economische Zaken, ministerie van - |
| FB | Functionele bekostiging |
| FES | Fonds Economische Structuur |
| FIOD-ECD | Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst en de Economische controledienst |
| fte | fulltime equivalent |
| GGD | Gemeentelijke Gezondheidsdienst |
| GGT | gelaagd en gefaseerd toezicht |
| GGZ | geestelijke gezondheidszorg |
| GHOR | Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen |
| GHS | Globally harmonized system |
| CIZ | Centrum voor Indicatiestelling Zorg |
| GR | Gezondheidsraad |
| gvs | geneesmiddelenvergoedingssysteem |
| HBO | Hoger Beroepsonderwijs |
| HBSC | Health Behaviour of School Children |
| Hib | haemophilus influenza type b |
| HKZ | Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector |
| HPV | Humaan Papilloma Virus |
| HRM | Human Resource Management |
| HV | Huishoudelijke Verzorging |
| IBO | Interdepartementaal Beleidsonderzoek |
| ICT | informatie- en communicatietechnologie |
| IF | Inspectieformulier |
| IGZ | Inspectie voor de Gezondheidszorg |
| IHR | International Health Regulations |
| JMW | Joods Maatschappelijk Werk |
| KNMG | Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst |
| KNMP | Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie |
| KWF | Koningin Wilhelmina Fonds |
| LHV | Landelijke Huisartsen Vereniging |
| LNV | Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, ministerie van - |
| LOVE | Landelijk Overleg Versterking Eerstelijnszorg |
| LPZ | Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen |
| MDFT | Multi Dimensional Family Therapy |
| MenC | meningokokken type C |
| MEV | Macro Economische Verkenning |
| MICU | Mobile Intensive Care Unit |
| NASB | Nationaal Actieplan Sport en Bewegen |
| NEVO | Nederlandse Voedingsmiddelentabel |
| NFU | Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra |
| NHG | Nederlands Huisartsen Genootschap |
| NIGZ | Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie |
| NIVEL | Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg |
| NMT | Maatschappij ter bevordering der Tandheelkunde |
| NNGB | Nederlandse Norm Gezond Bewegen |
| NOC*NSF | Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie |
| NP | Nurse practitioner |
| NPK | Nationaal Programma Kankerbestrijding |
| NTC | Nationaal Trainingscentrum |
| NTS | Nederlandse Transplantatie Stichting |
| NVI | Nederlands Vaccin Instituut |
| NVV | Nationale Vaccin Voorziening |
| NVZ | Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen |
| NZa | Nederlandse Zorgautoriteit |
| OBiN | Ongevallen en Bewegen in Nederland |
| OCW | Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ministerie van - |
| OD | Operationele doelstelling |
| OESO | Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling |
| OGZ | Openbare gezondheidszorg |
| OVA | Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling |
| PA | Physician assistant |
| pgb | persoonsgebonden budget |
| PGO, Fonds - | Fonds voor Patiënten-, Gehandicaptenorganisaties en Ouderenbonden |
| pku | phenylketonurie |
| pNB | prijsontwikkeling Nationale Bestedingen |
| POH | Praktijkondersteuner huisartsenzorg |
| POLS | Permanent Onderzoek LeefSituatie |
| PUR | Pensioen- en Uitkeringsraad |
| RAK-ratio | Reserve Aanvaardbare Kosten |
| REACH | Registration, Evaluation and Autorisation of Chemicals |
| RGO | Raad voor Gezondheidsonderzoek |
| rhb | rijkshoofdboekhouding |
| RIVM | Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu |
| RMO | Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling |
| RSV | respiratoir syncytieel virus |
| RVP | Rijksvaccinatieprogramma |
| RVZ | Raad voor de Volksgezondheid en Zorg |
| RWT | rechtspersoon met een wettelijke taak |
| SCP | Sociaal Cultureel Planbureau |
| SDO | Stichting DBC onderhoud |
| seh | spoedeisende hulp |
| SER | Sociaal Economische Raad |
| soa | seksueel overdraagbare aandoening |
| Stivoro | Stichting Volksgezondheid en Roken |
| SUO | Stichting Uitvoering Omslagregelingen |
| SVB | Sociale Verzekeringsbank |
| SZW | Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van - |
| TB | Tuberculose |
| TBU | Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven |
| TK | Tweede Kamer |
| TNO | Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek |
| TNS NIPO | Nederlands Instituut voor de Publieke Opinie en het Marktonderzoek |
| UK | United Kingdom |
| UNODC | United Nations Office on Drugs and Crime |
| VCN | Voedingscentrum Nederland |
| VCP | Voedselconsumptiepeiling |
| PVCP | Programma Versterking CliëntenPositie |
| vms | veiligheidsmanagementsysteem |
| VN | Verenigde Naties |
| VROM | Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, ministerie van - |
| VTV | Volksgezondheid Toekomst Verkenningen |
| VU | Vrije Universiteit |
| V&W | Verkeer en Waterstaat, ministerie van - |
| VWA | Voedsel en Waren Autoriteit |
| VWS | Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ministerie van - |
| Waz | Wet Ambulancezorg |
| WBP | Wet bescherming persoonsgegevens |
| WDH | Waarneemdossier Huisartsen |
| WGP | Wet geneesmiddelenprijzen |
| WHO | World Health Organisation – Wereldgezondheidsorganisatie |
| WIA | Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen |
| Wmg | Wet marktordening gezondheidszorg |
| Wmo | Wet maatschappelijke ondersteuning |
| wo | wereldoorlog |
| WOD | Wet op de orgaandonatie |
| WTG | Wet tarieven gezondheidszorg |
| WTL | Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding |
| WTZ | Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen |
| WTZi | Wet toelating zorginstellingen |
| WUBO | Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 |
| WUV | Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 |
| Zbo | Zelfstandig bestuursorgaan |
| ZN | Zorgverzekeraars Nederland |
| ZonMw | Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen |
| Zvw | Zorgverzekeringswet |
Abortus 20, 29, 49, 50, 210
Administratieve lasten 16, 35, 52, 62, 69, 71, 77, 78, 80, 81, 89, 115
Alcohol 9, 17, 18, 27, 29, 30, 32, 33, 34, 36, 37, 38, 51, 70, 173, 206, 207, 209, 211
Ambulance 24, 56, 60, 74, 153, 154, 156, 180, 206
Anticonceptiepil 11, 71, 154, 181
Arbeidsmarktbeleid 52, 61, 66, 75, 87
Arbeidsmarkt 9, 16, 62, 63, 75, 86, 87, 88, 176, 186
Arbeidsproductiviteit 8, 10, 16, 59, 62, 64, 151
AWBZ 7, 11, 12, 13, 21, 24, 26, 52, 62, 68, 69, 70, 75, 76, 78, 79, 80, 82, 83, 85, 86, 88, 89, 90, 100, 123, 145, 150, 152, 153, 154, 155, 158, 159, 161, 163, 164, 165, 168, 170, 174, 175, 178, 181, 184, 187, 188, 189, 190, 193, 201, 203, 204, 206, 208, 212
Begrotingsuitgaven 6, 7, 21, 22, 25, 27, 31, 32, 38, 40, 42, 46, 49, 50, 54, 59, 66, 74, 77, 81, 83, 87, 90, 92, 93, 96, 98, 100, 103, 119, 121, 170, 181
Betaalbaarheid 7, 10, 13, 52, 53, 57, 72, 76
Beweging 20, 33, 41, 45, 104, 107, 108, 195
Biotechnologie 210
BKZ 26, 150, 151, 152, 153, 154, 156, 157, 158, 161, 163, 170, 171, 174, 178, 179, 187, 193, 201, 202, 212
BOS 110, 112, 212
Bouw 11, 12, 71, 84, 86, 89, 95, 123, 131, 155, 158, 159, 160, 161, 170, 174, 177, 178, 187, 193, 201, 212
Breedtesportimpuls 110, 112, 114
Budgettair Kader Zorg 150, 151, 171, 174, 178, 187, 193, 201, 212
Bureaucratie 8, 11, 12, 16, 75, 80, 85, 89, 90
Burger 9, 10, 12, 19, 21, 25, 29, 30, 31, 33, 38, 41, 52, 53, 54, 55, 57, 58, 59, 60, 62, 63, 64, 65, 67, 68, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 98, 100, 101, 104, 105, 107, 117, 119, 125, 126, 127, 135, 137, 162, 165, 167, 199, 215
Care 11, 22, 26, 61, 65, 69, 79, 89, 125, 152, 154, 155, 158, 179, 190, 200, 213
Centrum Gezond Leven 30, 33, 36, 38, 212
Chronische ziekten 9, 17, 25, 31, 32, 33, 42, 45, 46, 172, 195, 210
CIZ 76, 82, 83, 88, 186, 203, 212, 213
Consumenten 6, 29, 30, 35, 39, 40, 41, 57, 58, 80, 100, 183
Crisis 48, 49
Cure 22, 65, 69, 79, 89, 154, 200
DBC 10, 60, 63, 70, 71, 72, 74, 163, 164, 175, 177, 212, 214
Depressie 18, 29, 32, 45, 70
Diabetes 9, 18, 29, 43, 45, 57, 64, 70, 172
Dierproeven 40, 143
Donor 50, 60, 62, 63, 66, 135, 136, 137, 138
Doping 107, 113, 114, 206
Drugs 29, 33, 36, 37, 51, 124, 207, 209, 214
Ecotax 111, 112
Eerstelijnszorg 10, 48, 52, 61, 62, 64, 68, 125, 175, 211, 213
Efficiency 26, 52, 71, 72, 82, 89, 134, 140, 152, 155, 180, 181
Embryowet 29, 49, 128
Erfgoed 21, 115, 120, 121, 197
Ethiek 3, 20, 29, 49, 50, 127, 212
Euthanasie 20, 32, 49, 50, 135, 136, 137
Extramurale zorg 24, 56, 85, 155
Financieel Beeld Zorg 3, 7
Fraude 68
Geestelijke gezondheidszorg 14, 56, 62, 78, 153, 156, 158, 162, 207, 213
Gehandicapten 8, 11, 12, 13, 14, 59, 78, 80, 83, 84, 85, 99, 100, 104, 109, 111, 112, 158, 176, 189, 190, 203, 214
Gehandicaptenzorg 16, 24, 78, 125, 153, 156, 158, 160, 161
Geneesmiddelen 2, 26, 61, 63, 66, 72, 73, 74, 132, 133, 134, 135, 151, 152, 155, 158, 182, 206, 208, 210, 212, 213, 215
Gezonde voeding 33, 34, 35, 36
Gezondheidsraad 25, 34, 44, 46, 122, 123, 127, 128, 173, 213
Gezondheidsschade 17, 25, 30, 31, 32, 33, 37, 38, 41
GGZ 11, 14, 24, 52, 56, 57, 62, 66, 69, 70, 74, 78, 84, 87, 88, 89, 100, 158, 163, 164, 165, 168, 176, 180, 181, 183, 189, 190, 208, 213
Grotestedenbeleid 47
Heroïne 22, 28, 37, 38, 173
Homo-emancipatie 20, 111
Huisartsenzorg 43, 64, 73, 74, 153, 155, 179, 180, 211, 214
Hygiëne 38
ICT 15, 45, 52, 60, 64, 65, 66, 72, 87, 126, 138, 149, 213
IGZ 3, 6, 13, 15, 30, 38, 47, 53, 57, 60, 62, 76, 85, 123, 125, 126, 141, 177, 205, 208, 213
Indicatiestelling 12, 27, 75, 76, 81, 82, 83, 90, 99, 184, 203, 204, 208, 212, 213
Infectieziekten 18, 30, 33, 42, 44, 46, 124, 128, 143
Informatiebeveiliging 149
Innovatie 8, 10, 15, 18, 21, 23, 27, 37, 52, 59, 62, 63, 64, 65, 66, 72, 73, 75, 82, 83, 85, 111, 113, 114, 127, 159, 176, 183, 186, 208
Intensivering Sport 110, 113
Internationale samenwerking 3, 37, 111, 112, 123, 124, 125
Intramurale instellingen 159
Jeugdgezondheid 15, 30, 125, 173
Jeugd 3, 17, 18, 20, 25, 56, 62, 66, 70, 78, 83, 102, 104, 107, 108, 109, 110, 115, 116, 119, 120, 121, 122, 123, 130, 153, 154, 172, 173, 181, 183, 198, 200, 205, 206, 207
Kanker 18, 35, 43, 45, 128, 173, 177, 213
Kapitaallasten 8, 11, 26, 71, 89, 150, 152, 155, 158, 159, 202
Kennisoverdracht 120
Klantgerichtheid 64, 159
Kostenbeheersing 52, 73, 206, 210
Kraamzorg 24, 56, 70, 71, 153, 154, 179, 181
Kwaliteit 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 21, 28, 37, 39, 45, 47, 48, 52, 53, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 66, 67, 69, 72, 73, 74, 75, 76, 79, 80, 81, 83, 84, 86, 87, 88, 89, 94, 95, 97, 99, 101, 102, 108, 117, 124, 125, 126, 132, 137, 145, 146, 155, 177, 180, 182, 185, 189, 205, 206, 207, 213
Langdurige zorg 6, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 24, 75, 78, 83, 85, 87, 123, 153, 154, 183, 185, 186, 190
Leefstijl 9, 20, 25, 31, 32, 33, 36, 104, 107, 109, 173
Levensverwachting 5, 9, 17, 31
Maatschappelijke kosten 25, 75, 77, 88
Maatschappelijke Verantwoording 69, 79, 84, 136
Medicatieveiligheid 14, 61, 85, 205
Medisch specialisten 24, 26, 53, 56, 71, 152, 154, 155, 158, 180
Medisch wetenschappelijk onderzoek 30, 33, 49, 128
Milieu 2, 3, 30, 39, 48, 123, 128, 129, 139, 141, 198, 214, 215
Motivering 33, 38, 41, 42, 46, 49, 57, 59, 67, 79, 81, 83, 87, 94, 96, 98, 101, 107, 109, 112, 117, 119
Naschoolse opvang 19, 105, 109, 110, 196
NZa 53, 67, 68, 73, 76, 82, 85, 123, 154, 179, 180, 187, 188, 198, 203, 214
Ongevallen 25, 30, 31, 32, 33, 41, 48, 51, 108, 114, 115, 203, 212, 213, 214
Onverzekerden 52, 67, 207, 210
Oorlog 6, 21, 115, 117, 118, 119, 120, 121, 197, 203, 212, 215
Oorlogsgetroffenen 6, 20, 25, 115, 116, 117, 118, 119, 197
Orgaandonatie 62, 63, 66, 128, 215
Ouderen 8, 12, 13, 14, 15, 19, 27, 59, 66, 75, 80, 86, 87, 125, 185, 203, 214
Overgewicht 9, 17, 18, 29, 32, 33, 34, 36, 38, 51, 70, 107, 109, 173
Palliatieve zorg 12, 14, 21, 61, 75, 85, 87, 89, 185
Paralympische Spelen 112
Patiënt 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 20, 21, 27, 28, 43, 44, 45, 49, 52, 53, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 64, 65, 66, 72, 75, 76, 79, 80, 81, 85, 86, 90, 100, 125, 127, 155, 177, 179, 182, 183, 185, 203, 208, 210, 212, 214
Perinatale Audit 58, 59, 206
Persoonsgebonden budgetten 155
Premie-uitgaven 6, 7, 22, 33, 56, 78, 93, 131, 150, 170, 176
Prenatale Screening 66
Preventie 8, 9, 10, 17, 18, 22, 23, 24, 25, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 35, 36, 37, 38, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 49, 51, 64, 65, 70, 85, 101, 102, 103, 106, 107, 108, 109, 124, 139, 153, 172, 173, 174, 190, 193, 195, 200, 208, 213
Produktveiligheid 38, 39
PUR 20, 115, 117, 118, 203, 214
Raad voor de Volksgezondheid en Zorg 25, 122, 123, 127, 214
Raad voor Gezondheidsonderzoek 25, 122, 123, 128, 214
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling 25, 122, 123, 127, 214
Rampen 30, 32, 46, 48, 49, 51, 180, 213
Rechtspositie 19, 57, 58, 79, 80, 208, 210
Reclame 37, 61, 74
Respect 11, 14, 16, 19, 20, 104, 106, 107, 109, 110, 111, 123, 166, 168
Rijksvaccinatieprogramma 18, 24, 27, 29, 33, 43, 44, 214
Risicogedrag 37
Risicoverevening 69, 74, 175, 198, 210
Roken 9, 17, 18, 27, 29, 33, 35, 38, 51, 70, 150, 154, 173, 180, 181, 188, 214
Rookvrij 17, 27, 29, 35, 173, 207, 211
Salmonella 39, 40
SCP 3, 5, 6, 95, 96, 97, 123, 126, 127, 214
Seksualiteit 44
Seksuele gezondheid 32, 44, 46
Sneller Beter 64
Soa 43, 214
Sociaal Cultureel Planbureau 94, 105, 110, 123, 214
Sport 1, 2, 3, 6, 17, 18, 19, 20, 22, 23, 25, 28, 29, 30, 33, 34, 35, 36, 41, 61, 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 113, 114, 124, 126, 132, 195, 196, 200, 205, 206, 212, 213, 215
Stelsel 2, 5, 6, 12, 13, 25, 36, 52, 53, 59, 67, 72, 74, 76, 80, 88, 89, 90, 116, 117, 118, 122, 123, 127, 140, 168, 197
Subsidiebeheer 148
Taakstelling 25, 53, 71, 72, 82, 131, 140, 144, 145, 148, 149, 153, 155, 180, 181, 190, 199, 201, 202
Tabak 17, 30, 34, 35, 36, 211
Tandarts 10, 11, 70
TBU 90, 100, 214
Topsport 105, 106, 107, 108, 112, 113, 114, 195, 212
Transparant 13, 27, 47, 48, 52, 57, 59, 64, 65, 75, 79, 80, 81, 125, 177, 185
Tuberculose 44, 214
Tweede Wereldoorlog 21, 115, 120
Vaccinatie 27, 29, 42, 43, 44, 128, 129, 143, 173
Veiligheid 14, 15, 19, 22, 23, 25, 27, 28, 30, 31, 32, 35, 38, 39, 40, 41, 42, 47, 48, 52, 53, 59, 60, 61, 64, 66, 75, 76, 83, 85, 103, 104, 109, 125, 132, 134, 139, 173, 177, 185, 193, 200, 212, 214
Vereenvoudiging 27, 72, 82, 115, 118, 175, 177
Verpleeghuiszorg 158
Verpleging 14, 24, 78, 79, 84, 153, 156, 160, 161, 189
Verslavingszorg 37
Verzorging 11, 13, 14, 24, 28, 78, 79, 83, 84, 85, 86, 102, 118, 153, 156, 160, 161, 184, 185, 188, 189, 190, 209, 213
Verzorgingshuiszorg 158
Voeding 18, 28, 29, 34, 35, 38, 40, 83, 84, 85, 107, 128, 132, 133, 139, 173, 176, 185, 210, 213, 214
Voedselkwaliteit 30, 132, 213
Voedsel 25, 30, 31, 32, 33, 35, 38, 39, 40, 132, 134, 173, 208, 214, 215
Voorlichtingsbeleid 21, 120
Vrijheid 8, 13, 72, 86, 88, 115, 116, 120, 155, 182
Vrijwilliger 14, 19, 21, 85, 91, 92, 96, 97, 98, 103, 104, 110, 111, 204, 207, 210
VTV 5, 215
Wachttijd 60, 63
Wet maatschappelijke ondersteuning 13, 18, 91, 95, 215
WHO 30, 44, 46, 48, 124, 141, 215
Wmo 18, 19, 24, 62, 91, 94, 95, 96, 99, 100, 103, 150, 153, 157, 158, 183, 187, 188, 189, 192, 202, 204, 206, 207, 208, 209, 215
WO II 25, 115, 116, 117, 119, 120, 197
Zelfbeschikking 12
Zelfdoding 32, 49, 215
Ziekenhuiszorg 52, 58, 61, 71, 72, 125, 158, 177
Ziekenhuizen 10, 12, 14, 21, 24, 26, 41, 53, 56, 57, 58, 60, 61, 62, 63, 68, 69, 71, 72, 125, 134, 152, 153, 154, 155, 158, 159, 160, 161, 163, 177, 179, 180, 212, 214
Zieken 80
ZonMw 6, 29, 36, 37, 40, 44, 45, 46, 47, 49, 66, 95, 153, 172, 208, 215
Zorgaanbieder 6, 7, 9, 10, 13, 14, 15, 21, 25, 52, 57, 58, 59, 67, 68, 71, 75, 76, 77, 79, 80, 82, 83, 84, 88, 89, 123, 125, 135, 136, 155, 180, 181, 185, 186, 189
Zorgaanbod 8, 10, 25, 27, 52, 57, 58, 59, 62, 80, 81, 158, 177, 190
Zorgautoriteit 53, 76, 123, 205, 214
Zorgbalans 5, 6, 31, 53, 76, 81, 84
Zorgconsument 53, 58, 59, 125, 150
Zorginstelling 8, 10, 14, 30, 53, 69, 79, 82, 86, 97, 123, 125, 135, 136, 137, 158, 159, 160, 185, 212, 215
Zorgkantoor 82
Zorgpakket 75, 85
Zorgplan 75, 84, 86, 88
Zorgstelsel 5, 8, 19, 25, 27, 52, 53, 54, 55, 57, 59, 76, 77, 78, 79, 123, 175, 198
Zorgtoeslag 4, 5, 53, 68, 69, 74, 148, 154, 167, 175, 176, 177, 207, 210
Zorgverzekeraar 6, 7, 10, 15, 18, 29, 30, 33, 45, 52, 53, 57, 59, 67, 68, 69, 70, 72, 73, 77, 80, 162, 215
Zorgverzekeringswet 5, 7, 11, 13, 53, 67, 69, 74, 123, 162, 164, 167, 176, 210, 215
Zorgvoorziening 32, 46, 48
nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Bij een wetsvoorstel tot een begrotingswijziging wordt geen algemene toelichting opgenomen. De beleidsinhoudelijke toelichting bij de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting).
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2008 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).
Tevens wordt in onderdeel B een actueel beeld gegeven van de uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg (BKZ).
De mutaties in deze suppletore wet bestaan uit herschikkingen binnen de begrotingsuitgaven of binnen de premie-uitgaven, uit overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken, uit financieringsverschuivingen tussen premiemiddelen en begrotingsmiddelen en uit middelen die generaal aan de VWS-begroting zijn toegevoegd, dan wel middelen die generaal ten gunste komen van het EMU-saldo. De gepresenteerde cijfers sluiten aan bij de Najaarsnota 2008, die de Minister van Financiën aan de Tweede Kamer aanbiedt.
Om de leesbaarheid van de toelichting op de beleidsartikelen te bevorderen zijn de volgende beginselen toegepast:
1. Naast de beleidsmatig relevante mutaties worden de mutaties toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag voor de programma-uitgaven op doelstellingsniveau hoger is dan 3% van de stand vastgestelde begroting of groter dan € 3 miljoen.
2. De apparaatsuitgaven in de beleidsartikelen zijn in relatie tot de beleidsuitgaven gering van omvang. Daarom worden alleen verschillen die groter zijn dan 10% van de vastgestelde begroting toegelicht.
3. Mutaties die afzonderlijk lager zijn dan deze criteria en/of die betrekking hebben op interne verrekeningen binnen de administratie van VWS, staan gesaldeerd toegelicht met de algemene tekst Overige mutaties. Hierdoor kan dat saldo uiteindelijk hoger zijn dan de bovengenoemde criteria.
4. Voor wat betreft de verplichtingenmutaties wordt per artikel enkel het saldo weergegeven.
5. Mutaties binnen en tussen beleidsartikelen worden toegelicht bij het «ontvangende» artikel.
Voor wat betreft de premie-uitgaven en -ontvangsten worden in principe alleen mutaties die groter zijn dan € 10 miljoen toegelicht. In enkele gevallen is om beleidsmatige redenen van deze regel afgeweken en zijn ook kleinere mutaties toegelicht.
Doel van bovenstaande criteria is om alle relatief grote mutaties toe te lichten. Zoals vermeld onder het eerste criterium kunnen echter ook kleinere mutaties toegelicht zijn. Dat geschiedt dan om beleidsmatige redenen.
In paragraaf 2 wordt het beleid met betrekking tot de begrotingsuitgaven- en ontvangsten besproken.
In paragraaf 3 wordt een artikelsgewijze toelichting per (niet-)beleidsartikel gepresenteerd.
In paragraaf 4 wordt het beleid met betrekking tot de premie-uitgaven en premie-ontvangsten besproken.
2. HET BELEID MET BETREKKING TOT DE BEGROTINGSUITGAVEN EN -ONTVANGSTEN
In paragraaf 2.1 wordt een overzicht gegeven van de tijdens de 1e suppletore begrotingsbehandeling aangenomen amendementen en de moties met een directe relatie tot de begroting.
In paragraaf 2.2 worden de belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties op de begroting toegelicht.
Tijdens de behandeling van de 1e suppletore begroting 2008 is het volgende amendement aangenomen:
• Amendement 31 474 XVI, nr. 7 van het lid Wiegman-Van Meppelen Scheppink:
Dit amendement strekt ertoe om een eenmalige impuls te geven aan preventie, onderzoek, hulpverlening en opvang gericht op ongewenste zwangerschap bij tieners. Deze impuls draagt bij aan de ontwikkeling en de realisatie van een laagdrempelig hulpaanbod op maat aan tienermoeders en/of -vaders.
De budgettaire consequenties van dit amendement zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Tabel 1: Budgettaire consequenties amendementen (bedragen x € 1 000)
| Artikel | Bijstelling (Kas = Verplichting) | Toelichting dekking | Amendement | Omschrijving |
|---|---|---|---|---|
| 44 | 10 000 | De dekking van dit amendement komt uit de beleidsreserve bij het ministerie van Financiën. | 7. Wiegman-Van Meppelen Scheppink | Eenmalige inpuls aan preventie, onderzoek, hulpverlening en opvang gericht op ongewenste zwangerschap bij tieners. |
2.2. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
Onderstaand overzicht geeft inzicht in de belangrijkste beleidsmatige mutaties. Hierbij is een ondergrens van € 5 miljoen gehanteerd. In dit overzicht worden alleen de mutaties vermeld die tussen artikelen of begrotingskaders plaatsvinden. Voor de overige mutaties verwijs ik u door naar paragraaf 3 artikelsgewijze toelichting.
Tabel 2: Belangrijkste begrotingsuitgavenmutaties (bedragen x € 1 000)
| Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | 14 194 207 | |
|---|---|---|
| Artikel | Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 41 | 1. Huisvestingskosten VWA a.g.v. fusie | 14 800 |
| 41 | 2. Overboeking naar het ministerie van LNV t.b.v. VWA | – 14 800 |
| 41 | 3. Enveloppe middelen CBRN | 5 700 |
| 42 | 4. Overheveling naar de premie-middelen m.b.t. zorg aan illegalen | – 23 000 |
| 42 | 5. Stagefonds | 9 000 |
| 42 | 6. Medisch noodzakelijke zorg aan illegalen | – 8 300 |
| 42 | 7. Aanpassing raming 2008 subsidieregeling Landelijk Schakelpunt | – 12 000 |
| 42 | 8. Beroepen en opleidingenstructuur | – 8 700 |
| 42 | 9. Ontsluiting medicatiegegevens | 6 000 |
| 42 | 10. Opleidingsfonds | – 18 300 |
| 42 | 11. Ramingsbijstelling Zorgtoeslag | – 101 923 |
| 43 | 12. Marktposities partijen | – 7 550 |
| 43 | 13. Herindicatie ondersteunende en activerende begeleiding (OB/AB) | 10 991 |
| 43 | 14. Kwaliteit | – 31 800 |
| 43 | 15. Ramingsbijstelling BIKK | 28 800 |
| 44 | 16. Stagefonds | – 9 000 |
| 44 | 17. Mantelzorgcompliment | – 34 000 |
| 47 | 18. Ramingsbijstelling wetten oorlogsgetroffenen | – 6 000 |
| 99 | 19. Enveloppe-middelen CBRN | – 5 700 |
| 99 | 20. Taakstellende onderuitputting VJN 2006 | 23 700 |
| 99 | 21. Taakstellende onderuitputting VJN 2007 | 15 000 |
| 22. Overige mutaties | – 28 890 | |
| Stand 2e suppletore begroting | 13 998 235 | |
Hieronder worden mutaties toegelicht:
1. en 2. In het kader van de fusie van VWA met de Algemene Inspectie Dienst (AID) en de Plantenziektenkundige Dienst (PD) vindt concentratie van huisvesting plaats. VWS draagt bij in de kosten die gemoeid zijn met doorlopende huurcontracten. VWS reserveert hiervoor € 14,8 miljoen. VWS stelt dit aandeel in de huisvestingskosten door middel van een overboeking beschikbaar aan het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.
3. Dit betreft een overheveling van artikel 99.3 van de enveloppe-middelen die bestemd zijn voor CBRN weerstandsverhoging. Het doel is het nemen van weerstandsverhogende maatregelen gericht op het verminderen of voorkomen van de kans dat personen of groeperingen zich ongewenst toegang verschaffen tot chemische, biologische, radioactieve en/ of nucleaire agentia.
4. Bij het opstellen van de VWS-begroting 2008 werd er vanuit gegaan dat het wetsvoorstel medisch noodzakelijke zorg aan in betalingsonmacht verkerende illegalen, reeds in 2008 in werking zou treden. Nu de inwerkingtreding per 1 januari 2009 zal zijn, worden de voor ziekenhuiszorg beschikbare middelen (afkomstig uit de beleidsregel dubieuze debiteuren) incidenteel teruggeboekt naar de ziekenhuiszorg.
5. Dit betreft een overheveling van artikel 44 van een eenmalige bijdrage van € 9 miljoen ten behoeve van het stagefonds, waarmee de beschikbaarheid van voldoende stageplaatsen – waaronder ook veel aanbieders van huishoudelijke hulp i.h.k.v. de Wmo – wordt gestimuleerd. De middelen komen ten laste van de uit hoofde van de motie Van Geel (kamerstuk 31 200, nr. 16) beschikbare middelen voor het behoud van thuiszorgmedewerkers voor de zorg.
6. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel medisch noodzakelijke zorg aan in betalingsonmacht verkerende illegalen is uitgesteld tot 1 januari 2009. Mede als gevolg daarvan blijft een deel van de beschikbare middelen voor AWBZ-zorg aan illegalen onbesteed (€ 12 miljoen). Hiervan wordt € 3,7 miljoen ingezet als VWS-bijdrage aan het bij CVZ te ontwikkelen Programma Ontwikkeling Uitvoeringstaken (POU). Hiermee worden de verschillende aan het CVZ opgelegde taken met betrekking tot bijzondere regelingen (illegalen, gemoedsbezwaarden, wanbetalers, buitenlandtaak) door één standaard ICT-programma ondersteund, waardoor een efficiënte uitvoering bevorderd wordt.
7. Het kabinet heeft een bedrag van € 45 miljoen beschikbaar gesteld voor stimulering van zorgaanbieders die deelnemen aan het EPD. Dit gebeurt via de subsidieregeling Landelijk Schakelpunt (LSP). De verwachting is dat in 2008 circa € 3 miljoen zal worden besteed aan deze subsidieregeling. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
8. De uitgaven voor een moderne beroepen- en opleidingenstructuur zijn lager dan geraamd als gevolg van vertraagde opstart van een aantal projecten. Verder zijn subsidies verleend voor lagere bedragen dan eerder geraamd c.q. aangevraagd. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
9. In het transitieakkoord is afgesproken dat er in het jaar 2008 € 10 miljoen beschikbaar komt voor een snelle en complete invoering van het landelijke informatie-uitwisseling. Nu blijkt dat in totaal niet € 10 miljoen maar € 8,6 miljoen nodig is, waarvan € 6 miljoen in 2008. De financiering hiervan vindt plaats binnen de begroting van VWS. In 2009 is € 1,8 miljoen en in 2010 is € 0,8 miljoen nodig. Hiervoor wordt voorgesteld geld over te hevelen van de premie naar de begroting.
10. De uitgaven voor de subsidies voor met name de opleidingen tot medisch-specialist vallen lager uit dan geraamd, doordat de subsidies niet volledig worden bevoorschot, maar tot het niveau van de gemiddelde verwachte subsidievaststellingen over 2008. Via een aanvulling op de eindejaarsmarge van de VWS-begroting wordt € 8,4 miljoen van dit bedrag toegevoegd aan de begroting 2009.
11. Dit betreft een ramingsbijstelling van de Zorgtoeslag n.a.v. de Macro Economische Verkenning (MEV).
12. De uitgaven zijn lager dan geraamd, omdat de tijdelijke regeling ontwikkelingssubsidies PGO-organisaties pas later tot stand is gekomen dan gepland. Daarnaast is een aantal projecten niet of vertraagd gestart of vielen de kosten lager uit (zoals: meten patiëntenervaringen, portal Kiesbeter en patiëntveiligheid). Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
13. Het kabinet heeft in zijn reactie op het SER-advies over de toekomst van de AWBZ maatregelen aangekondigd om de kwaliteit van de langdurige zorg en de solidariteit met langdurig zieken te behouden voor de toekomst. Deze pakketmaatregelen zijn uitgewerkt in een brief van de Staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer op 16 september 2008 (Kamerstuk 30 597, nr. 29). De AWBZ-zorgfuncties ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding en behandeling worden vervangen door twee zorgfuncties: begeleiding en behandeling. Om de verwachte besparingen te realiseren zal het CIZ ongeveer 200 000 herindicaties moeten uitvoeren bovenop de reguliere werklast. Dit leidt tot inzet van extra personeel, scholingskosten en kosten voor het aanpassen van ICT-systemen en gestandaardiseerde protocollen. De kosten voor de voorbereidingen en de start van deze operatie in 2008 zijn begroot op € 10,9 miljoen.
14. Er zijn minder initiatieven op het gebied van mentorschap voor subsidiëring aangemeld en enkele projecten zijn verlaat van start gegaan (ca. € 2,5 miljoen). Ook op het gebied van cliëntondersteuning zijn minder aanvragen ontvangen dan aanvankelijk was ingeschat (ca. € 1,5 miljoen). De uitgaven voor de pilots dementie zijn lager uitgevallen (€ 2,7 miljoen) door een andere organisatorische invulling van de pilots. Verder heeft het ontwerpen van een geschikte regeling voor kleinschalig wonen meer tijd gekost door overleg met veldpartijen over de invulling van de activiteiten en het (laten) uitvoeren van onderzoek (€ 15 miljoen). Ongeveer € 7,5 miljoen heeft betrekking op verschillende onderzoeksprojecten van ZonMw waarvoor ZonMw een aangepaste planning heeft ingediend. Het restant betreft lagere uitgaven voor verschillende kleinere projecten (€ 2,6 miljoen). Deze middelen (in totaal € 31,8 miljoen) worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
15. Dit betreft een ramingsbijstelling van € 28,8 miljoen van de BIKK n.a.v. de Macro Economische Verkenning (MEV).
16. Dit betreft een overheveling naar artikel 42 en is bestemd voor het Stagefonds.
17. De uitgaven worden op basis van de meest recente ramingen over het aantal te verstrekken mantelzorgcomplimenten met € 34 miljoen lager. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
18. De Wet buitengewoon pensioen verzetsdeelnemers 1940–1945 wordt naar beneden bijgesteld met € 1,1 miljoen door het eerder afronden van de definitiefstelling van oude jaren. Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv) wordt naar beneden bijgesteld met € 4,5 miljoen. De verwachte lagere uitgaven worden veroorzaakt door een lager aantal periodieke uitkeringen. Tenslotte wordt de Wet uitkeringen burgerslachtoffers 1940–1945 (Wubo) naar beneden bijgesteld met€ 0,4 miljoen.
19. Dit betreft een overheveling naar artikel 41 voor CBRN.
20. Dekking van de taakstelling onderuitputting die is opgelegd bij voorjaarsnota 2006.
21. Dekking van de taakstelling onderuitputting die is opgelegd bij voorjaarsnota 2007.
In deze paragraaf wordt door deze begrotingswet de wettelijke basis voor een aantal uitgaven geregeld.
Bijdrage aan de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO/OECD) ten behoeve van verdere uitwerking van een tweetal projecten, te weten: het project «Knowledge Markets» (stroomlijning geneesmiddelenontwikkelingsproces) (€ 33 206,–) en het project «Synthetic Biology» (€ 20 244,–).
Doseringsaanbevelingen tuberculose-medicijnen voor kinderen en tegengaan vervalsing medische producten
Er is een bedrag beschikbaar gesteld van € 225 000,– aan de projecten «Better Medicines for TB (tuberculose) for children» (€ 120 000,–) en «Counterfeit Medical Products» (vervalste medische producten, € 105 000),– van de World Health Organization (WHO).
Uitvoering akkoord B3-instellingen Ambulancezorg
In september van dit jaar is een akkoord gesloten met de vier B3-instellingen Ambulancezorg. Met deze instellingen zijn afspraken gemaakt over de financiële tegemoetkoming voor het overgangsrecht Functioneel leeftijdsontslag (FLO). Voor de technische uitwerking, die in het laatste kwartaal plaatsvindt, van deze afspraken is het noodzakelijk dat er een budgetoverheveling (€ 10,1 miljoen) wordt gerealiseerd van de premie naar de begroting. Deze overheveling zal in de Slotwet worden verwerkt.
Dit budget wordt ingezet om de volgende instellingen op basis van de gemaakte afspraken schadeloos te stellen:
– Ambulance Oost
– Regionale ambulancevoorziening Utrecht
– Regionale ambulancevoorziening Zeeland
– Ambulancezorg Noordoost Gelderland.
Elektronisch patiëntendossier (EPD)
Op 1 november 2008 is een brief gestuurd aan alle huishoudens in Nederland over de invoering van het landelijk EPD. Deze brief bevatte ook een formulier om bezwaar aan te tekenen tegen het uitwisselen van medische gegevens. Voor jongeren tot 16 jaar geldt dat indien zij bezwaar willen maken, de ouders of voogd het formulier dienen te ondertekenen. Om zeker te zijn dat het hierbij gaat om een rechtmatig verzoek dient samen met het bezwaarformulier een uittreksel uit het geboorteregister of GBA te worden meegestuurd. Gemeenten brengen kosten in rekening voor het verstrekken van deze uittreksels. Een vast bedrag per uittreksel zal worden uitbetaald ter vergoeding van de kosten van de uittreksels. Vergoeding vindt plaats op verzoek van de indieners van het bezwaar. Zij zullen actief worden gewezen op de mogelijkheid een vergoeding te ontvangen.
De middelen voor het mantelzorgcompliment 2008 zijn verstrekt op basis van de begrotingswet, aangezien de Stimuleringsregeling Mantelzorg nog niet is goedgekeurd.
In 2008 is, evenals in 2007, een overbruggingsfinanciering beschikbaar gesteld voor de Nederlandse Sport Alliantie (NSA). Door het beschikbaar stellen van een overbruggingskrediet, van € 0,73 miljoen, is een verantwoorde overgang van de levensbeschouwelijke koepels tijdens de transitiefase naar de gezamenlijke organisatie NSA mogelijk.
Beleidsartikel 41 Volksgezondheid
Een goede volksgezondheid, waarbij mensen gezond leven en zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid.
41.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting | Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | Mutaties 2e suppletore begroting | Stand 2e suppletore begroting | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 = 2 + 3 | |
| Verplichtingen | 555 007 | 564 861 | 42 533 | 607 394 |
| Uitgaven | 571 198 | 581 052 | 21 008 | 602 060 |
| Programma-uitgaven | 562 423 | 572 131 | 20 897 | 593 028 |
| 1. Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl | 51 627 | 47 335 | – 3 830 | 43 505 |
| 2. Het voorkómen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten | 78 859 | 80 053 | 1 861 | 81 914 |
| 3. Het voorkómen van gezondheidsschade door ongevallen | 5 239 | 5 216 | – 111 | 5 105 |
| 4. Minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten | 280 051 | 284 965 | 8 258 | 293 223 |
| 5. Een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid | 132 119 | 140 034 | 14 712 | 154 746 |
| 6. Het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek | 14 528 | 14 528 | 7 | 14 535 |
| Apparaatsuitgaven | 8 775 | 8 921 | 111 | 9 032 |
| Ontvangsten | 12 323 | 12 323 | 947 | 13 270 |
41.3 Operationele doestellingen
Er zijn 6 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl;
2. het voorkómen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten;
3. het voorkómen van gezondheidsschade door ongevallen;
4. minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten;
5. een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid;
6. het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek.
41.3.1 Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 47 335 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Overheveling naar operationele doelstelling 41.3.5 t.b.v. activiteiten ZonMw | – 3 825 |
| 2. Overige mutaties | – 5 |
| Stand 2e suppletore begroting | 43 505 |
41.3.2 Het voorkómen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 80 053 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Huisvestingskosten VWA a.g.v. fusie t.b.v. VWA | 14 800 |
| 2. Overboeking naar het ministerie van LNV | – 14 800 |
| 3. Overige mutaties | 1 861 |
| Stand 2e suppletore begroting | 81 914 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. en 2. In het kader van de fusie van VWA met de Algemene Inspectie Dienst (AID) en de Plantenziektenkundig Dienst (PD) vindt concentratie van huisvesting plaats. VWS draagt bij in de kosten die gemoeid zijn met doorlopende huurcontracten. VWS reserveert hiervoor € 14,8 miljoen. VWS stelt dit aandeel in de huisvestingskosten door middel van een overboeking beschikbaar aan LNV.
41.3.3 Het voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
41.3.4 De vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 284 965 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Loonbijstelling | 7 135 |
| 2. Invoering landelijk systeem perinatale audit | 521 |
| 3. Overige mutaties | 602 |
| Stand 2e suppletore begroting | 293 223 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Loonbijstelling.
2. Overheveling van artikel 42.3.1. Dit bedrag is bestemd voor invoering van een landelijk systeem van perinatale audit en de oprichting van een «Landelijk Bureau Perinatale Audit». Perinatale audit is een belangrijk instrument om de kwaliteit van zorg tijdens de zwangerschap en rond de geboorte te bewaken en te verbeteren.
41.3.5 Er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieninen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 140 034 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Activiteiten t.b.v. ZonMw | 3 825 |
| 2. Enveloppe-middelen CBRN | 5 700 |
| 3. Loonbijstelling | 3 970 |
| 4. Rampen en crises | – 3 483 |
| 5. Programma «Alledaagse ziekten in de huisartsenpraktijk» | 300 |
| 6. Kwartiermakerschap/oprichting Landelijk Bureau Perinatale audit | 247 |
| 7. Overige mutaties | 4 153 |
| Stand 2e suppletore begroting | 154 746 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Dit betreft een technische overheveling van operationele doelstelling 41.3.1 naar het budget voor ZonMw in verband met het uitvoeren van opdrachten door ZonMw. Het gaat onder meer om de campagne stoppen met roken, de opvoedingscampagne roken en ondersteuning van veelbelovende OGZ projecten.
2. Dit betreft een overheveling van artikel 99.3 van de enveloppe-middelen die bestemd zijn voor CBRN weerstandsverhoging. Het doel is het nemen van weerstandsverhogende maatregelen gericht op het verminderen of voorkomen van de kans dat personen of groeperingen zich ongewenst toegang verschaffen tot chemische, biologische, radioactieve en/ of nucleaire agentia.
3. Loonbijstelling.
4. Vrije ruimte op deze operationele doelstelling betreft voornamelijk het budget voor het opvangen van rampen en crises. Dit waakvlambudget wordt jaarlijks bij tweede suppletore wet opnieuw gealloceerd indien niet nodig voor crises. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
5. Overheveling van artikel 42.3.1. Dit bedrag is bestemd voor de uitvoering van het programma Alledaagse ziekten in de huisartsenpraktijk. Dit programma is waardevol voor het versterken van de eerstelijns gezondheidszorg en wordt door ZonMw uitgevoerd.
6. Overheveling van artikel 42.3.1. Dit bedrag is bestemd voor het kwartiermakerschap en de oprichting van het «Landelijk Bureau Perinatale Audit».
41.3.6 Het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 14 528 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Medische ethiek | – 504 |
| 2. Overige mutaties | 511 |
| Stand 2e suppletore begroting | 14 535 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. De uitgaven voor de uitvoering van het standpunt op de evaluatie van de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (euthanasiepraktijk) zijn lager dan verwacht. Verder is sprake van latere opstart van evaluaties van ethische wetgeving. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
Er hebben zich geen beleidsmatig relevante ontvangstenmutaties voorgedaan.
Beleidsartikel 42 Gezondheidszorg
Een goed werkend en innoverend zorgstelsel, gericht op een optimale combinatie van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid voor de burger.
42.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting | Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | Mutaties 2e suppletore begroting | Stand 2e suppletore begroting | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 = 2 + 3 | |
| Verplichtingen | 6 907 315 | 7 101 416 | – 80 535 | 7 020 881 |
| Uitgaven | 6 918 053 | 6 859 257 | – 126 333 | 6 732 924 |
| Programma-uitgaven | 6 909 922 | 6 851 099 | – 126 143 | 6 724 956 |
| 1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt | 3 332 | 1 792 | – 867 | 925 |
| 2. Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod | 1 161 929 | 1 163 429 | – 26 443 | 1 136 986 |
| 3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijk zorg aan | 5 744 661 | 5 685 878 | – 98 833 | 5 587 045 |
| Apparaatsuitgaven | 8 131 | 8 158 | – 190 | 7 968 |
| Ontvangsten | 46 303 | 44 062 | 23 200 | 67 262 |
42.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 3 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;
2. Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod;
3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijk zorg aan.
42.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 1 792 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Project Consumenteninformatie: etalage + bij 18 aandoeningen | 201 |
| 2. Overheveling naar artikel 41.3.5 t.b.v. Programma Alledaagse ziekten in de huisartsenpraktijk | – 300 |
| 3. Overheveling naar artikel 41.3.5 t.b.v. oprichting Landelijk Bureau Perinatale Audit | – 247 |
| 4. Overheveling naar artikel 41.3.4 t.b.v. Landelijk systeem Perinatale Audit | – 521 |
| Stand 2e suppletore begroting | 925 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Overheveling van artikel 98.4. Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van het project consumenteninformatie: etalage + bij 18 aandoeningen. Dit project stelt consumenten/patiënten in staat om geïnformeerde keuzes te maken voor wat betreft ziekenhuiszorg.
42.3.2 Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 1 163 429 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Loonbijstelling | 31 353 |
| 2. Overheveling naar de premie-middelen m.b.t. zorg aan illegalen | – 23 000 |
| 3. Stagefonds | 9 000 |
| 4. Prijsbijstelling tranche 2008 Opleidingsfonds | 5 974 |
| 5. Enveloppe-middelen maatschappelijke innovatie | 4 000 |
| 6. Orde van Medisch Specialisten (OMS) en Heideheuvel | – 4 000 |
| 7. Medisch noodzakelijke zorg aan illegalen | – 8 300 |
| 8. Aanpassing raming 2008 subsidieregeling Landelijk Schakelpunt (LSP) | – 12 000 |
| 9. Beroepen en opleidingenstructuur | – 8 700 |
| 10. Ontsluiting medicatiegegevens | 6 000 |
| 11. Financiering van medisch noodzakelijke zorg aan illegalen | – 3 700 |
| 12. Opleidingsfonds | – 18 300 |
| 13. Overige mutaties | – 4 770 |
| Stand 2e suppletore begroting | 1 136 986 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Loonbijstelling
2. Bij het opstellen van de VWS-begroting 2008 werd er vanuit gegaan dat het wetsvoorstel medisch noodzakelijke zorg aan in betalingsonmacht verkerende illegalen, reeds in 2008 in werking zou treden. Nu de inwerkingtreding per 1 januari 2009 zal zijn, worden de voor ziekenhuiszorg beschikbare middelen (afkomstig uit de beleidsregel dubieuze debiteuren) incidenteel teruggeboekt naar de ziekenhuissectoren (premie).
3. Dit betreft een overheveling van artikel 44.3.1 van een eenmalige bijdrage van € 9 miljoen ten behoeve van het stagefonds, waarmee de beschikbaarheid van voldoende stageplaatsen – waaronder ook veel aanbieders van huishoudelijke hulp i.h.k.v. de Wmo – wordt gestimuleerd. De middelen komen ten laste van de uit hoofde van de motie Van Geel (kamerstuk 31 200, nr. 16) beschikbare middelen voor het behoud van thuiszorgmedewerkers voor de zorg.
4. Overheveling van artikel 99.2. Prijsbijstelling tranche 2008 Opleidingsfonds.
5. Overheveling van het ministerie van Financiën. Dit betreft een overheveling van de enveloppe-middelen voor maatschappelijke innovatie agenda gezondheid die op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën stonden gereserveerd.
6. Uit overleg met de Orde van Medisch Specialisten (OMS) bleek dat van de € 10 miljoen die vanuit de premie naar de begroting van VWS is overgeheveld in 2008 een bedrag van € 7 miljoen besteed kon worden aan kwaliteitsbeleid voor medisch specialisten. Met de OMS is afgesproken dat het restant in 2009 (€ 3 miljoen) tot besteding zal komen. Voor het amendement Heideheuvel geldt dat vanwege de late totstandkoming van de projectaanvraag een bedrag van € 1 miljoen niet tot besteding is gekomen. De kosten worden over meerdere jaren uitgefinancierd waardoor het amendement wel volledig wordt uitgevoerd. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
7. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel medisch noodzakelijke zorg aan in betalingsonmacht verkerende illegalen is uitgesteld tot 1 januari 2009. Mede als gevolg daarvan blijft een deel van de beschikbare middelen voor AWBZ-zorg aan illegalen onbesteed (€ 12 miljoen). Hiervan wordt € 3,7 miljoen ingezet als VWS-bijdrage aan het bij CVZ te ontwikkelen plan Programma ontwikkeling uitvoeringstaken (POU). Hiermee worden de verschillende aan het CVZ opgelegde taken met betrekking tot bijzondere regelingen (illegalen, gemoedsbezwaarden, wanbetalers, buitenlandtaak) door één standaard ICT-programma ondersteund, waardoor een efficiënte uitvoering bevorderd wordt.
Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
8. Het kabinet heeft een bedrag van € 45 miljoen beschikbaar gesteld voor stimulering van zorgaanbieders die deelnemen aan het EPD. Dit gebeurt via de subsidieregeling LSP. De verwachting is dat in 2008 circa € 3 miljoen zal worden besteed aan deze subsidieregeling. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
9. De uitgaven voor een moderne beroepen- en opleidingenstructuur zijn lager dan geraamd als gevolg van vertraagde opstart van een aantal projecten. Verder zijn subsidies verleend voor lagere bedragen dan eerder geraamd c.q. aangevraagd. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
10. In het transitieakkoord is afgesproken dat er in het jaar 2008 € 10 miljoen beschikbaar komt voor een snelle en complete invoering van het landelijke informatie-uitwisseling. Nu blijkt dat in totaal niet € 10 miljoen maar € 8,6 miljoen nodig is, waarvan € 6 miljoen in 2008. De financiering hiervan vindt plaats binnen de begroting van VWS. In 2009 is € 1,8 miljoen en in 2010 is € 0,8 miljoen nodig. Hiervoor wordt voorgesteld geld over te hevelen van de premie naar de begroting.
11. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel medisch noodzakelijke zorg aan illegalen is uitgesteld tot 1 januari 2009. Mede als gevolg daarvan blijft een deel van de voor AWBZ-zorg beschikbare middelen onbesteed. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
12. De uitgaven voor de subsidies voor met name de opleidingen tot medisch-specialist vallen lager uit dan geraamd, doordat de subsidies niet volledig worden bevoorschot, maar tot het niveau van de gemiddelde verwachte subsidievaststellingen over 2008. Via een aanvulling op de eindejaarsmarge van de VWS-begroting wordt € 8,4 mln van dit bedrag toegevoegd aan de begroting 2009.
42.3.3 Zorgverzekeraar bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijk zorg aan
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 5 685 878 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Bijstelling raming Zorgtoeslag n.a.v. MEV | – 101 923 |
| 2. Overheveling naar artikel 98.3.2 | – 4 000 |
| 3. ICT project t.b.v. diverse uitvoeringstaken CVZ | 3 700 |
| 4. Overige mutaties | 3 390 |
| Stand 2e suppletore begroting | 5 587 045 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Bijstelling raming Zorgtoeslag n.a.v. Macro Economische Verkenning (MEV)
2. Met het oog op een efficiente uitvoering van diverse aan het CVZ toebedeelde uitvoeringstaken is het Programma Ontwikkeling Uitvoeringstaken (POU) ontwikkeld. Hiermee worden de bijzondere regelingen door één standaard ICT-programma ondersteund. Hier worden vanuit de begroting van VWS middelen beschikbaar voor gesteld.
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 44 062 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Ontvangstenmeevaller Opleidingsfonds | 23 200 |
| Stand 2e suppletore begroting | 67 262 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Hogere ontvangsten als gevolg van vaststelling van subsidies voor opleidingen tot medisch-specialist. In 2007 zijn de verleende subsidies volledig bevoorschot. Op basis van subsidievaststellingen hebben de opleidingsziekenhuizen in 2008 tot nog toe € 23,2 miljoen terugbetaald.
Beleidsartikel 43 Langdurige zorg
Zorgen dat voor mensen met een langdurige of chronische aandoening van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard zorg van goede kwaliteit beschikbaar is en dat deze zorg tegen voor de samenleving aanvaardbare maatschappelijke kosten wordt geleverd.
43.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting | Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | Mutaties 2e suppletore begroting | Stand 2e suppletore begroting | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 = 2 + 3 | |
| Verplichtingen | 5 062 998 | 5 274 621 | 41 479 | 5 316 100 |
| Uitgaven | 5 068 868 | 5 279 846 | 11 353 | 5 291 199 |
| Programma-uitgaven | 5 064 762 | 5 275 740 | 11 471 | 5 287 211 |
| 1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt | 68 732 | 66 086 | – 6 994 | 59 092 |
| 2. Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar | 138 324 | 164 847 | 34 843 | 199 690 |
| 3. De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren | 148 777 | 147 896 | – 44 967 | 102 929 |
| 4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar | 4 708 929 | 4 896 911 | 28 589 | 4 925 500 |
| Apparaatsuitgaven | 4 106 | 4 106 | – 118 | 3 988 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 |
43.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 4 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;
2. Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar;
3. De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren;
4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar.
43.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 66 086 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Marktposities partijen | – 7 550 |
| 2. Overige mutaties | 556 |
| Stand 2e suppletore begroting | 59 092 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. De uitgaven zijn € 7,6 miljoen lager dan geraamd, omdat de tijdelijke regeling ontwikkelingssubsidies PGO-organisaties pas later tot stand is gekomen dan gepland. Daarnaast is een aantal projecten niet of vertraagd gestart of vielen de kosten lager uit (zoals: meten patiëntenervaringen, portal Kiesbeter en patiëntveiligheid). Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
43.3.2 Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 164 847 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Loonbijstelling | 5 112 |
| 2. Ondersteuning cliënten CIZ | 9 900 |
| 3. CIZ Indicatiestelling | 8 000 |
| 4. Herindicatie ondersteunende- en activerende begeleiding OB/AB | 10 991 |
| 5. Overige mutaties | 840 |
| Stand 2e suppletore begroting | 199 690 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Loonbijstelling.
2. Overheveling van operationele doelstelling 43.3.3. Dit betreft een technische mutatie tussen operationele doelstellingen twee en drie, respectievelijk «Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar» en «De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren». De mutatie heeft betrekking op middelen die gereserveerd waren voor de ondersteuning van cliënten. Het betreft werkzaamheden die uitgevoerd worden door het CIZ. Daarom worden deze middelen overgeheveld naar de operationele doelstelling waaronder de werkzaamheden van het CIZ zijn ondergebracht.
3. Overheveling van operationele doelstelling 43.3.3. Deze mutatie van € 8 miljoen betreft de kosten van verschillende eenmalige activiteiten die het CIZ in opdracht van VWS heeft uitgevoerd. Hierdoor worden de voorwaarden geschapen om in de reductie van de kosten van de indicatiestelling in latere jaren te realiseren. Het gaat bijvoorbeeld om activiteiten gericht op kwaliteitsverbetering, het opzetten van een kennis- en informatie-eenheid (o.a. ten behoeve van VWS) en het uitvoeren van pilots in het kader van de vereenvoudiging van de indicatiestelling. In de begroting van het CIZ voor 2008 was hierin niet voorzien.
4. Het kabinet heeft in zijn reactie op het SER-advies over de toekomst van de AWBZ maatregelen aangekondigd om de kwaliteit van de langdurige zorg en de solidariteit met langdurig zieken te behouden voor de toekomst. Deze pakketmaatregelen zijn uitgewerkt in een brief van de Staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer op 16 september 2008 (Kamerstuk 30 597, nr. 29). De AWBZ-zorgfuncties ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding en behandeling worden vervangen door twee zorgfuncties: begeleiding en behandeling. Om de verwachte besparingen te realiseren zal het CIZ ongeveer 200 000 herindicaties moeten uitvoeren bovenop de reguliere werklast. Dit leidt tot inzet van extra personeel, scholingskosten en kosten voor het aanpassen van ICT-systemen en gestandaardiseerde protocollen. De kosten voor de voorbereidingen en de start van deze operatie in 2008 zijn begroot op € 10,9 miljoen.
43.3.3 De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 147 896 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Loonbijstelling | 4 563 |
| 2. Kwaliteit | – 31 800 |
| 3. Overheveling naar operationele doelstelling 43.3.2 t.b.v. ondersteuning cliënten | – 9 900 |
| 4. Overheveling naar operationele doelstelling 43.3.2 t.b.v. CIZ indicatiestelling | – 8 000 |
| 5. Overige mutaties | 170 |
| Stand 2e suppletore begroting | 102 929 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Loonbijstelling
2. Er zijn minder initiatieven op het gebied van mentorschap voor subsidiëring aangemeld en enkele projecten zijn verlaat van start gegaan (ca. € 2,5 miljoen). Ook op het gebied van cliëntondersteuning zijn minder aanvragen ontvangen dan aanvankelijk was ingeschat (ca. € 1,5 miljoen). De uitgaven voor de pilots dementie zijn lager uitgevallen (€ 2,7 miljoen) door een andere organisatorische invulling van de pilots. Verder heeft het ontwerpen van een geschikte regeling voor kleinschalig wonen meer tijd gekost door overleg met veldpartijen over de invulling van de activiteiten en het (laten) uitvoeren van onderzoek (€ 15 miljoen). Ongeveer € 7,5 miljoen heeft betrekking op verschillende onderzoeksprojecten van ZonMw waarvoor ZonMw een aangepaste planning heeft ingediend. Het restant betreft lagere uitgaven voor verschillende kleinere projecten (€ 2,6 miljoen). Deze middelen (in totaal € 31,8 miljoen) worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
43.3.4 De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 4 896 911 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Bijstelling raming BIKK n.a.v.MEV | 28 800 |
| 2. Overige mutaties | – 211 |
| Stand 2e suppletore begroting | 4 925 500 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Bijstelling raming BIKK n.a.v. de Macro Economische Verkenning (MEV)
Er hebben zich geen ontvangstenmutaties voorgedaan.
Beleidsartikel 44 Maatschappelijke ondersteuning
Alle burgers participeren in de samenleving.
44.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting | Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | Mutaties 2e suppletore begroting | Stand 2e suppletore begroting | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 = 2 + 3 | |
| Verplichtingen | 573 556 | 583 860 | – 35 558 | 548 302 |
| Uitgaven | 575 532 | 586 710 | – 46 854 | 539 856 |
| Programma-uitgaven | 571 607 | 582 773 | – 46 850 | 535 923 |
| 1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden; | 63 058 | 64 223 | – 9 437 | 54 786 |
| 2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning; | 79 544 | 78 165 | – 32 954 | 45 211 |
| 3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning; | 85 438 | 86 818 | – 10 009 | 76 809 |
| 4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning. | 343 567 | 353 567 | 5 550 | 359 117 |
| Apparaatsuitgaven | 3 925 | 3 937 | – 4 | 3 933 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 |
44.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 4 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden;
2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning;
3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning;
4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning.
44.3.1 Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 64 223 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Diverse projecten | – 724 |
| 2. Overheveling naar artikel 42.3.2 t.b.v. het Stagefonds | – 9 000 |
| 3. Overige mutaties | 287 |
| Stand 2e suppletore begroting | 54 786 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. De uitgaven zijn lager dan geraamd ondermeer omdat een aantal projecten (Interventie kwaliteit organisatie MO-groep € 0,2 miljoen, WMO ICT-projecten € 0,1 miljoen en leefbaarheid krachtwijken € 0,1 miljoen) in 2009 zullen starten in plaats van in 2008. De middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
44.3.2 Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 78 165 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Mantelzorgcompliment | – 34 000 |
| 2. Overige mutaties | 1 046 |
| Stand 2e suppletore begroting | 45 211 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. De uitgaven worden lager op basis van de meest recente ramingen over het aantal te verstrekken mantelzorgcomplimenten. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
44.3.3 Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 86 818 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Overboeking naar het Gemeentefonds m.b.t. dure woonaanpassingen | – 9 000 |
| 2. Overige mutaties | – 1 009 |
| Stand 2e suppletore begroting | 76 809 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Een deel van het budget 2008 is niet nodig voor het afhandelen van lopende verplichtingen voor woningaanpassingen over de jaren vóór 2007. Deze middelen ter hoogte van € 9 miljoen worden toegevoegd aan het Wmo-budget 2008, zoals reeds eerder in het kader van de overheveling van de WMO is besloten en ook is gecommuniceerd met gemeenten via de circulaires.
44.3.4 Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 353 567 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Loonbijstelling | 11 544 |
| 2. Project Wet huisverbod en overige projecten | – 5 494 |
| 3. Overige mutaties | – 500 |
| Stand 2e suppletore begroting | 359 117 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Loonbijstelling
2. De Wet tijdelijk huisverbod treedt in 2009 in werking. Dit betekent dat in 2008 € 2,6 miljoen niet wordt uitgegeven. Vervolgens is er bij een aantal projecten op het terrein van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang vertraging opgelopen. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
Er hebben zich geen ontvangstenmutaties voorgedaan.
Een sportieve samenleving waarin zowel veel aan sport wordt gedaan als van sport wordt genoten.
46.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting | Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | Mutaties 2e suppletore begroting | Stand 2e suppletore begroting | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 = 2 + 3 | |
| Verplichtingen | 74 068 | 60 189 | 19 831 | 80 020 |
| Uitgaven | 117 444 | 106 399 | – 320 | 106 079 |
| Programma-uitgaven | 114 974 | 103 887 | – 277 | 103 610 |
| 1. Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid | 18 763 | 14 263 | – 951 | 13 312 |
| 2. Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om | 68 584 | 62 647 | 2 362 | 65 009 |
| 3. De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen-en buitenland | 27 627 | 26 977 | – 1 688 | 25 289 |
| Apparaatsuitgaven | 2 470 | 2 512 | – 43 | 2 469 |
| Ontvangsten | 870 | 1 025 | 0 | 1 025 |
46.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 3 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid;
2. Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om;
3. De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen -en buitenland.
46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 14 263 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Vertraging projecten en minder aanvragen | – 1 100 |
| 2. Overige mutaties | 149 |
| Stand 2e suppletore begroting | 13 312 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Vertraging bij de opstart van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen. Daarnaast zijn minder aanvragen binnengekomen voor het programma Kennis en informatie en Gezonde sportbeoefening. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
46.3.2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
46.3.3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 26 977 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Vertraging projecten en minder aanvragen | – 2 500 |
| 2. Overige mutaties | 812 |
| Stand 2e suppletore begroting | 25 289 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Er zijn minder subsidieaanvragen binnengekomen voor de organisatie van topsportevenementen in Nederland. Daarnaast is er sprake van vertraging bij enkele programma’s (aanleg topsportaccommodatie, talentontwikkeling en dopingpreventie). Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
Er hebben zich geen ontvangstenmutaties voorgedaan.
Beleidsartikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereldoorlog II
De erfenis van WO II is afgewikkeld en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.
47.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting | Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | Mutaties 2e suppletore begroting | Stand 2e suppletore begroting | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 = 2 + 3 | |
| Verplichtingen | 387 470 | 408 954 | – 413 | 408 541 |
| Uitgaven | 388 402 | 411 086 | – 4 502 | 406 584 |
| Programma-uitgaven | 387 129 | 409 875 | – 4 631 | 405 244 |
| 1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiele en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw | 373 057 | 393 803 | – 4 826 | 388 977 |
| 2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II | 14 072 | 16 072 | 195 | 16 267 |
| Apparaatsuitgaven | 1 273 | 1 211 | 129 | 1 340 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 |
47.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 2 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiele en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw;
2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II.
47.3.1 Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiele en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 393 803 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Bijstelling raming wetten oorlogsgetroffenen | – 6 000 |
| 2. Overige mutaties | 1 174 |
| Stand 2e suppletore begroting | 388 977 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Wet buitengewoon pensioen verzetsdeelnemers 1940–1945 wordt naar beneden bijgesteld met € 1,1 miljoen door het eerder afronden van de definitiefstelling van oude jaren. Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv) wordt naar beneden bijgesteld met € 4,5 miljoen. De verwachte lagere uitgaven worden veroorzaakt door een lager aantal periodieke uitkeringen. Tenslotte wordt de Wet uitkeringen burgerslachtoffers 1940–1945 (Wubo) naar beneden bijgesteld met € 0,4 miljoen.
47.3.2 De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
Er hebben zich geen ontvangstenmutaties voorgedaan.
Niet-beleidsartikel 98 Algemeen
In dit niet-beleidsartikel worden de uitgaven beschreven die niet specifiek aan een van de beleidsdoelstellingen uit de voorgaande beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het gaat hierbij om ministeriebrede programma- en apparaatsuitgaven.
98.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting | Stand 1e suppletore begroting | Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | Stand 2e suppletore begroting | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 = 2 + 3 | |
| Verplichtingen | 285 199 | 294 638 | 89 843 | 384 481 |
| Uitgaven | 296 514 | 308 371 | 11 822 | 320 193 |
| Programma-uitgaven | 100 298 | 103 679 | 8 633 | 112 312 |
| 1. Internationale samenwerking | 11 998 | 13 998 | 144 | 14 142 |
| 2. Beheer en toezicht stelsel | 88 300 | 89 681 | 8 489 | 98 170 |
| Apparaatsuitgaven | 196 216 | 204 692 | 3 189 | 207 881 |
| Ontvangsten | 3 380 | 3 380 | 1 026 | 4 406 |
98.3 Operationele doelstellingen op programma-uitgaven
Er zijn 2 operationele doelstellingen op dit niet-beleidsartikel:
1. Internationale samenwerking;
2. Beheer en toezicht stelsel.
Daarnaast worden op dit artikel de apparaatsuitgaven van de inspecties (IGZ en IJZ), het SCP, de Raden (RMO, RVZ, GR en RGO), het strategisch onderzoek van het RIVM en het NVI, en de departementsbrede PenM uitgaven geraamd.
98.3.1 Internationale samenwerking
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
98.3.2 Beheer en toezicht stelsel
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 89 681 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Overheveling van artikel 42.3.3 voor uitvoering werkzaamheden CVZ | 4 000 |
| 2. Loonbijstelling | 2 967 |
| 3. Overige mutaties | 1 522 |
| Stand 2e suppletore begroting | 98 170 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Overheveling van artikel 42.3.3 voor door het CVZ uit te voeren werkzaamheden tegen wanbetalers. Bij voorjaarsnota is € 4 miljoen overgeheveld van de premie-middelen naar artikel 42. Deze middelen worden nu overgeheveld naar artikel 98 vanwaar het CVZ wordt bekostigd.
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 204 692 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Overheveling van Jeugd en Gezin, bijdrage toezicht Jeugdzaken | 1 651 |
| 2. Overheveling van SZW, bijdrage werkprogramma Gezondheidsraad | 854 |
| 3. P&M Inspectie Jeugdzorg | – 800 |
| 4. Verrekening P&M TBU | – 3 320 |
| 5. Overheveling naar artikel 42.3.1 t.b.v. Project Consumenteninformatie | – 201 |
| 6. Overige mutaties | 5 005 |
| Stand 2e suppletore begroting | 207 881 |
Toelichting mutaties 2e suppletore begroting:
1. Betreft een bijdrage van Jeugd en Gezin aan het toezicht op Jeugdzaken. (De apparaatskosten van Jeugd en Gezin staan op de begroting van VWS)
2. Betreft een bijdrage van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan het werkprogramma van de Gezondheidsraad.
3. In verband met invulling vacatures is er ruimte in het budget ontstaan. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
4. Dit budget betreft de uitvoeringskosten die samenhangen met de TBU. In 2008 is hier slechts beperkt aanspraak op gemaakt, waardoor incidenteel € 3,3 miljoen resteert. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de algehele begrotingsproblematiek.
Er hebben zich geen relevante ontvangstenmutaties voorgedaan die vermeld worden.
Niet-beleidsartikel 99 Nominaal en Onvoorzien
Dit is een technisch, administratief artikel, waarop middelen voor de loon en prijsbijstelling worden geparkeerd voordat ze worden overgeheveld naar de desbetreffende beleidsartikelen. Daarnaast worden op dit artikel de taakstellingen geboekt, voordat deze verder worden verdeeld over de beleidsartikelen. Ook worden hierop de onvoorziene uitgaven geplaatst die aan de beleidsartikelen worden toegedeeld.
99.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting | Stand vastgestelde 1e suppletore begroting | Mutaties 2e suppletore begroting | Stand 2e suppletore begroting | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 = 2 + 3 | |
| Verplichtingen | – 42 198 | 65 906 | – 66 656 | – 750 |
| Uitgaven | – 46 618 | 61 486 | – 62 146 | – 660 |
| Programma-uitgaven | – 46 618 | 61 486 | – 62 146 | – 660 |
| 1. Loonbijstelling | 985 | 87 557 | – 88 055 | – 498 |
| 2. Prijsbijstelling | 398 | 6 817 | – 6 817 | 0 |
| 3. Onvoorzien | 2 | 7 486 | – 6 000 | 1 486 |
| 4. Taakstelling | – 48 003 | – 40 374 | 38 726 | – 1 648 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 4 399 | 4 399 |
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 87 557 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Loonbijstelling toedeling restant tranche 2007 en 2008, kader Zorg (Opleidingsfonds) | – 22 650 |
| 2. Loonbijstelling toedeling restant tranche 2007 en 2008 naar de beleidsartikelen | – 62 121 |
| 3. Loonbijstelling toedeling restant ter dekking van algehele begrotingsproblematiek | – 3 284 |
| Stand 2e suppletore begroting | – 498 |
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 6 817 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Overheveling naar artikel 42.3.2 t.b.v. Prijsbijstelling tranche 2008, kader Zorg (Opleidingsfonds) | – 5 974 |
| 2. Overige mutaties | – 843 |
| Stand 2e suppletore begroting | 0 |
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 7 486 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Overheveling naar artikel 41.3.5 t.b.v. enveloppe-middelen CBRN | – 5 700 |
| 2. Overige mutaties | – 300 |
| Stand 2e suppletore begroting | 1 486 |
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | – 40 374 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Taakstellende onderuitputting VJN 2006 | 23 700 |
| 2. Taakstellende onderuitputting VJN 2007 | 15 000 |
| 3. Overboeking van het ministerie van VWS naar het programma-ministerie J&G in verband met de pleegzorg | – 600 |
| 4. Overboeking naar het ministerie van BZK voor de bijdrage NBV (Nationaal Bureau Verbindingsbeveiliging). | – 56 |
| 5. Overige mutaties | 682 |
| Stand 2e suppletore begroting | – 1 648 |
| Stand 1e suppletore begroting (bedragen x € 1 000) | 0 |
|---|---|
| Mutaties 2e suppletore begroting: | |
| 1. Saldo ontvangsten mee- en tegenvallers | 4 399 |
| Stand 2e suppletore begroting | 4 399 |
4 HET BELEID MET BETREKKING TOT DE ZORGUITGAVEN
Deze paragraaf geeft een overzicht van de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten in de zorgsector in het lopende jaar. De gepresenteerde cijfers sluiten aan bij de Najaarsnota 2008, die de Minister van Financiën aan de Kamer aanbiedt.
De gepresenteerde mutaties zijn bijstellingen ten opzichte van de standen die zijn opgenomen in de 1e suppletore begroting 2008 en de VWS-begroting 2009.
Voor de beoordeling in hoeverre bijstellingen nodig zijn ten opzichte van de VWS-begroting 2009, is mede gebruik gemaakt van de informatie van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), het Centraal Administratie Kantoor (CAK) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Met betrekking tot de AWBZ is informatie van het CVZ beschikbaar, welke voornamelijk is gebaseerd op een extrapolatie van de tot en met juli aan zorginstellingen betaalde voorschotten. Daarnaast is van het CAK informatie ontvangen over de nabetalingen over voorgaande jaren als gevolg van bijstellingen van instellingsbudgetten in die jaren. Voor wat betreft de Zvw gaat het om de opgaven van de uitgaven Zvw van de zorgverzekeraars over het eerste half jaar van 2008. De opgaven van de kosten met betrekking tot de Zvw over het eerste half jaar bevatten nog voor een belangrijk deel schattingen van de zorgverzekeraars inzake de tot nog te ontvangen declaraties met betrekking tot het eerste half jaar. De kostencijfers en de extrapolatie daarvan naar een jaar zijn dan ook met onzekerheden omgeven. Van de NZa zijn gegevens ontvangen over de instellingsbudgetten. De gegevens van het CVZ, CAK en NZa geven op dit moment geen aanleiding om de raming van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) bij te stellen.
4.1 Bijstellingen van de uitgaven en ontvangsten in 2008
De netto-BKZ-uitgaven zijn de (bruto)-BKZ-uitgaven verminderd met de ontvangsten ook wel bekend als eigen betalingen Zvw/AWBZ en overige ontvangsten. De netto-BKZ-uitgaven nemen ten opzichte van de VWS ontwerpbegroting 2009 toe met € 23,6 miljoen. Dit betreft het saldo van verschillende mutaties. De ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten wordt in tabel 1 toegelicht.
Tabel 1 Mutaties in de bruto- en netto-BKZ-uitgaven 2008 (bedragen x € 1 000 000)
| 2008 | |
|---|---|
| Bruto-BKZ-uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 54 349,7 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 262,5 |
| Bruto-BKZ-uitgaven stand 1e suppletore begroting 2008 | 54 612,2 |
| Mutaties gemeld in de VWS ontwerpbegroting 2009 | – 176,8 |
| Bruto-BKZ-uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2009 | 54 435,4 |
| Nieuwe mutaties | 46,8 |
| IJklijnmutaties | 32,0 |
| Opleidingsfonds | – 18,3 |
| Correctie opleidingscomponent ziekenhuizen | 13,4 |
| Actualisatie 2008 | 19,7 |
| Bruto-BKZ-uitgaven stand 2e suppletore begroting 2008 | 54 482,2 |
| BKZ-ontvangsten stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 3 028,3 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 6,4 |
| BKZ-ontvangsten stand 1e suppletore begroting 2008 | 3 034,7 |
| Mutaties gemeld in de VWS ontwerpbegroting 2009 | 7,6 |
| BKZ-ontvangsten stand VWS ontwerpbegroting 2009 | 3 042,3 |
| Nieuwe mutaties | 23,2 |
| Terugontvangsten opleidingsfonds | 23,2 |
| BKZ-ontvangsten stand 2e suppletore begroting 2008 | 3 065,5 |
| Netto-BKZ-uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 51 321,4 |
| Netto-BKZ-uitgaven stand 1e suppletore begroting 2008 | 51 577,5 |
| Netto-BKZ-uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2009 | 51 393,1 |
| Netto-BKZ-uitgaven stand 2e suppletore begroting 2008 | 51 416,7 |
| Mutatie netto-BKZ-uitgaven t.o.v. stand VWS ontwerpbegroting 2009 | 23,6 |
Ontwikkeling in de bruto-BKZ-uitgaven
Dit betreft een saldo van diverse mutaties tussen de verschillende uitgavenkaders en het BKZ.
Het wetsvoorstel stroomlijning financiering medisch noodzakelijke zorg aan illegalen zou oorspronkelijk in 2008 in werking treden. Dit blijkt nu per 1 januari 2009 het geval te zijn. In verband hiermee worden de met de beleidsregel dubieuze debiteuren samenhangende middelen voor medisch noodzakelijke zorg aan illegalen (€ 23 miljoen) incidenteel teruggeboekt van de VWS begroting naar het BKZ.
Een deel van het budget 2008 is niet nodig voor het afhandelen van lopende verplichtingen voor woningaanpassingen over de jaren vóór 2007. Deze middelen (€ 9 miljoen) zijn afkomstig van de VWS-begroting en worden toegevoegd aan het Wmo-budget 2008, zoals reeds eerder in het kader van de overheveling van de Wmo is besloten en ook is gecommuniceerd met gemeenten via de circulaires.
De uitgaven voor de subsidies voor met name de opleidingen tot medisch-specialist vallen lager uit dan geraamd, doordat de subsidies niet volledig worden bevoorschot, maar tot het niveau van de gemiddelde verwachte subsidievaststellingen over 2008. Van de onderuitputting wordt € 8,4 miljoen aan de begroting 2009 toegevoegd.
Correctie opleidingscomponent ziekenhuizen
Van de meevaller van het opleidingsfonds (uitgaven en ontvangsten) wordt € 13,4 miljoen overgeheveld naar het ziekenhuiskader. Deze mutatie betreft een correctie op de schoning van de ziekenhuisbudgetten voor de opleidingscomponenten. De schoning vond plaats in verband met de overheveling van de uitgaven van opleidingen voor medisch-specialisten van het ziekenhuiskader naar het opleidingsfonds.
Het restant van de meevaller van het opleidingsfonds (uitgaven en ontvangsten) 2008 (€ 19,7 miljoen) wordt voor mogelijke dreigingen 2008 naar nominaal en onvoorzien overgeheveld. In het voorjaar 2009 worden op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ de zorguitgaven geactualiseerd.
Ontwikkeling in de BKZ-ontvangsten
Terugontvangsten opleidingsfonds
De hogere ontvangsten zijn het gevolg van vaststelling van subsidies voor opleidingen tot medisch-specialist. In 2007 zijn de verleende subsidies volledig bevoorschot. Op basis van subsidievaststellingen hebben de opleidingsziekenhuizen in 2008 tot nog toe € 23,2 miljoen terugbetaald.
Tabel 2 geeft een overzicht van de bijstelling in het BKZ-plafond. Sinds de VWS ontwerpbegroting 2009 is het BKZ-plafond met € 32 miljoen opwaarts bijgesteld. Dit komt door de eerder genoemde ijklijnmutaties van € 32 miljoen.
Tabel 2 Mutaties in het BKZ-plafond 2008 (bedragen x € 1 000 000)
| 2008 | |
|---|---|
| BKZ-plafond stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 51 321,4 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 106,2 |
| BKZ-plafond stand 1e suppletore begroting 2008 | 51 427,6 |
| IJklijnmutaties gemeld in de VWS ontwerpbegroting 2009 | – 61,8 |
| BKZ-plafond stand VWS ontwerpbegroting 2009 | 51 365,8 |
| IJklijnmutaties | 32,0 |
| BKZ-plafond stand 2e suppletore begroting 2008 | 51 397,8 |
Tabel 31 geeft de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het BKZ weer.
Tabel 3 Ontwikkeling van het BKZ (bedragen x € 1 000 000)
| Bruto BKZ uitgaven | BKZ ontvangsten | Netto BKZ uitgaven | BKZ | Overschrijding (+) / onderschrijding (–) | |
|---|---|---|---|---|---|
| (Bruto) | (Eigen betalingen) | (Netto) | |||
| a | b | c=a-b | d | e=c-d | |
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 54 350 | 3 028 | 51 321 | 51 321 | 0 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 54 612 | 3 035 | 51 578 | 51 428 | 150 |
| Stand VWS ontwerpbegroting 2009 | 54 435 | 3 042 | 51 393 | 51 366 | 27 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 54 482 | 3 066 | 51 417 | 51 398 | 19 |
| Mutatie t.o.v. stand VWS ontwerpbegroting 2009 | 47 | 23 | 24 | 32 | – 8 |
Bij de stand 2e suppletore begroting 2008 doet zich een overschrijding voor van € 19 miljoen. De overschrijding is € 8 miljoen lager dan de bij VWS begroting 2009 gemelde overschrijding. Dit wordt veroorzaakt doordat € 8 miljoen van de totale meevaller van het opleidingsfonds aan de begroting 2009 wordt toegevoegd.
4.2 Toelichting mutaties per artikel
De onderstaande tabellen geven een cijfermatig overzicht per artikel. Tabel 4 geeft de mutaties vanaf de stand ontwerpbegroting 2008 tot aan de 2e suppletore begroting 2008 op artikelniveau weer. Relevante mutaties worden in tabel 5 verder toegelicht.
Tabel 4 Premiegefinancierde zorguitgaven per artikel (bedragen x € 1 000 000)
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | Stand 1e suppletore begroting 2008 | Mutaties 2e suppletore begroting 2008 | Stand 2e suppletore begroting 2008 | |
|---|---|---|---|---|
| a | b | c | d=b+c | |
| 41 Volksgezondheid | 104,2 | 97,8 | 3,9 | 101,7 |
| 42 Gezondheidszorg | 30 052,0 | 30 060,7 | 686,5 | 30 747,2 |
| 43 Langdurige zorg | 20 150,0 | 20 441,0 | 649,8 | 21 090,8 |
| 44 Maatschappelijke ondersteuning | 163,5 | 166,1 | 6,1 | 172,2 |
| 99 Nominaal en onvoorzien | 1 640,4 | 1 582,6 | – 1 469,9 | 112,7 |
| Wmo (gemeentefonds) | 1 439,0 | 1 462,6 | 12,0 | 1 474,6 |
| Opleidingsfonds (begroting VWS) | 773,0 | 772,7 | 10,3 | 783,0 |
| Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven | 27,6 | 28,7 | – 28,7 | 0,0 |
| Totaal | 54 349,7 | 54 612,2 | – 130,0 | 54 482,2 |
Tabel 5 Toelichting financiële mutaties per artikel
41 Volksgezondheid (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 104,2 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | – 6,4 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 97,8 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Toedeling OVA | 0,1 |
| 2. Nominaal tranche 2008 | 3,8 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 101,7 |
1. Toedeling van een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd. Dit betreft de jaren 2008 e.v.
2. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onvoorzien. Daar staat de raming voor 2008–2013. De tranche 2008 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99).
42 Gezondheidszorg (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 30 052,0 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 8,7 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 30 060,7 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Doorwerking zorguitgaven 2007 | – 194,4 |
| wv Financieringsachterstand | – 19,8 |
| 2. Forensische zorg | – 38,7 |
| 3. Actualisering ggz AWBZ/Zvw | 17,3 |
| 4. Toedeling OVA | 11,4 |
| 5. Nominaal tranche 2008 | 846,8 |
| 6. Uitvoeringskosten CAK | 7,8 |
| 7. Wetsvoorstel stroomlijning financiering medisch noodzakelijke zorg aan illegalen | 23,0 |
| 8. Correctie opleidingscomponent ziekenhuizen | 13,4 |
| Overige mutaties | – 1,8 |
| Technische mutaties | 1,7 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 30 747,2 |
1. Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven, het bouwprogramma en de kapitaallastenraming 2007 geactualiseerd. Uit deze actualisatie volgt per saldo een meevaller van € 194,4 mln in 2008, dit is inclusief een financieringsachterstand van – € 19,8 mln. Een financieringsachterstand betreft betalingen van zorgverzekeraars en zorgkantoren voor verplichtingen die in voorgaande jaren zijn aangegaan.
2. Aanvullende overheveling naar de begroting van het ministerie van Justitie in verband met de overgang van forensische zorg. Deze aanvulling betreft o.a. de middelen voor instelling Tactus (verslavingszorg) die bij de vaststelling van de oorspronkelijke overheveling niet waren meegenomen, een aanvulling op basis van nader onderzoek naar forensische zorg en de exploitatiegevolgen in de komende jaren van door VWS vóór 1 januari 2007 goedgekeurde bouwplannen.
3. Per 1 januari 2008 is de geneeskundige GGZ overgeheveld uit de AWBZ naar de Zvw. Op basis van onlangs van de NZa ontvangen gegevens met betrekking tot realisatiecijfers 2007 is de in de GGZ aangebrachte afbakening tussen Zvw en AWBZ geactualiseerd. Als gevolg hiervan vindt een additionele verschuiving plaats van artikel 43 (AWBZ) naar artikel 42 (Zvw).
4. Toedeling van een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd. Dit betreft de jaren 2008 e.v.
5. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onvoorzien. Daar staat de raming voor 2008–2013. De tranche 2008 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99).
6. Het CAK voert de compensatieregeling voor het verplicht eigen risico in de Zvw uit. Ten behoeve van de daarmee samenhangende uitvoeringskosten van het CAK vindt een overheveling plaats vanuit artikel 43. Deze kosten zijn voor 2008 geraamd op € 7,8 mln (inclusief incidentele projectkosten).
7. Bij het opstellen van de VWS-begroting 2008 werd er vanuit gegaan dat het wetsvoorstel dat regelt dat zorgaanbieders ingeval zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen, in aanmerking komen voor compensatie, reeds in 2008 in werking zou treden. Nu de inwerkingtreding niet eerder dan per 1 januari 2009 zal zijn, worden de voor ziekenhuiszorg beschikbare middelen (afkomstig uit de beleidsregel dubieuze debiteuren) teruggeboekt naar de ziekenhuissectoren.
8. Er vindt een overheveling plaats van € 13,4 mln van het opleidingsfonds naar het ziekenhuiskader. De mutatie betreft een correctie op de schoning van de ziekenhuisbudgetten voor de opleidingscomponenten. Deze schoning vond plaats in verband met de overheveling van de uitgaven van opleidingen voor medisch-specialisten van het ziekenhuiskader naar het opleidingsfonds.
43 Langdurige zorg (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 20 150,0 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 291,0 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 20 441,0 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Doorwerking zorguitgaven 2007 | – 43,2 |
| wv Financieringsachterstand | 77,2 |
| 2. Forensische zorg | – 19,1 |
| 3. PGB’s | 31,0 |
| 4. Besparingsverlies Best Practices | – 35 |
| 5. Gewenningsregeling op de overgangsregeling ZmV | 3,8 |
| 6. Actualisering ggz AWBZ/Zvw | – 17,3 |
| 7. Toedeling OVA | 14,8 |
| 8. Nominaal tranche 2008 | 723,1 |
| 9. Uitvoeringskosten CAK | – 7,8 |
| Overige mutaties | – 0,5 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 21 090,8 |
1. Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven, het bouwprogramma en de kapitaallastenraming 2007 geactualiseerd. Uit deze actualisatie volgt per saldo een meevaller van € 43,2 mln in 2008, dit is inclusief een financieringsacherstand van € 77,2 mln. Een financieringsachterstand betreft betalingen van zorgverzekeraars en zorgkantoren voor verplichtingen die in voorgaande jaren zijn aangegaan.
2. Aanvullende overheveling naar de begroting van het ministerie van Justitie in verband met de overgang van forensische zorg. Deze aanvulling betreft o.a. de middelen voor instelling Hoeve Boschoord (gehandicaptenzorg) die bij de vaststelling van de oorspronkelijke overheveling niet waren meegenomen, een aanvulling op basis van nader onderzoek naar forensische zorg en de exploitatiegevolgen in de komende jaren van door VWS vóór 1 januari 2007 goedgekeurde bouwplannen.
3. De PGB-regeling kent een sterke groei. Volgens de huidige inzichten zal de instroom in de regeling groter zijn dan waarmee in de ramingen rekening is gehouden.
4. Invoering van een systeem van best practices is volgens de NZa niet mogelijk per 1 januari 2009. Invoering is nu voorzien per 2010. Dit leidt tot een incidentele meevaller in 2008.
5. Gewenningsregeling op de overgangsregeling ZmV. De kosten van het CAK ten behoeve van de uitvoering van de gewenningsbijdrage in de eerste maanden van 2008 bedragen € 3,8 mln, dit onder gelijkmatige verhoging van de ontvangsten.
6. Per 1 januari 2008 is de geneeskundige GGZ overgeheveld uit de AWBZ naar de Zvw. Op basis van onlangs van de NZa ontvangen gegevens met betrekking tot realisatiecijfers 2007 is de in de GGZ aangebrachte afbakening tussen Zvw en AWBZ geactualiseerd. Als gevolg hiervan vindt een additionele verschuiving plaats van artikel 43 (AWBZ) naar artikel 42 (Zvw).
7. Toedeling van een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd. Dit betreft de jaren 2008 e.v.
8. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onvoorzien. Daar staat de raming voor 2008–2013. De tranche 2008 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99).
9. Het CAK voert de compensatieregeling voor het verplicht eigen risico in de Zvw uit. Ten behoeve van de daarmee samenhangende uitvoeringskosten van het CAK vindt een overheveling plaats vanuit artikel 43. Deze kosten zijn voor 2008 geraamd op € 7,8 mln (inclusief incidentele projectkosten).
44 Maatschappelijke ondersteuning (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 163,5 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 2,6 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 166,1 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Toedeling OVA | 0,1 |
| 2. Nominaal tranche 2008 | 6,0 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 172,2 |
1. Toedeling van een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd. Dit betreft de jaren 2008 e.v.
2. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onvoorzien. Daar staat de raming voor 2008–2013. De tranche 2008 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99).
99 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 1 640,4 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | – 57,8 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 1 582,6 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Doorwerking zorguitgaven 2007 | 119,3 |
| 2. Toedeling OVA | – 28,1 |
| 3. Nominaal tranche 2008 | – 1 579,7 |
| 4. Actualisatie 2008 | 19,7 |
| Overige mutaties | 0,5 |
| Technische mutaties | – 1,6 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 112,7 |
1. Deze reeks is het resultaat van de actualisatie van het bouwprogramma en de kapitaallastenraming, mede op basis van nieuwe realisatiecijfers, en verwerking van op de aanvullende post gereserveerde middelen.
2. Toedeling van een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd. Dit betreft de jaren 2008 e.v.
3. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onvoorzien. Daar staat de raming voor 2008–2013. De tranche 2008 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99).
4. Het restant van de meevaller van het opleidingsfonds (uitgaven en ontvangsten) 2008 (€ 19,7 mln) wordt voor mogelijke dreigingen 2008 naar nominaal en onvoorzien overgeheveld. In het voorjaar 2009 worden op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ de zorguitgaven geactualiseerd.
99 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1 000 000)
| Ontvangsten | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 3 028,3 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 6,4 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 3 034,7 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Verrekening eigen bijdragen Wmo | 3,0 |
| 2. Gewenningsregeling op de overgangsregeling ZmV | 3,8 |
| Overige mutaties | 0,8 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 3 042,3 |
1. Door verschillen in de uitvoering bij het CAK van de regeling eigen bijdrage Wmo en de regeling eigen bijdrage intramuraal verblijf AWBZ zijn gemeenten € 3 mln aan eigen bijdragen misgelopen. De geraamde eigen bijdragen AWBZ worden hiervoor in 2008 en 2009 met € 3 mln verhoogd; de geraamde eigen bijdragen Wmo wordt met € 3 mln verlaagd en de integratieuitkering Wmo stijgt met € 3 mln. Vanaf 2010 is door het advies van de onafhankelijke derde, aparte verrekening van de geïnde eigen bijdrage niet meer noodzakelijk.
2. Gewenningsregeling op de overgangsregeling ZmV. De kosten van het CAK ten behoeve van de uitvoering van de gewenningsbijdrage in de eerste maanden van 2008 bedragen € 3,8 mln. In verband daarmee vindt een overheveling plaats naar artikel 43 (beheerskosten AWBZ).
Wmo (gemeentefonds, op de begroting van BZK) (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 1 439,0 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 23,6 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 1 462,6 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Verrekening eigen bijdragen Wmo | 3,0 |
| 2. Dure woningaanpassingen | 9,0 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 1 474,6 |
1. Door verschillen in de uitvoering bij het CAK van de regeling eigen bijdrage Wmo en de regeling eigen bijdrage intramuraal verblijf AWBZ zijn gemeenten € 3 mln aan eigen bijdragen misgelopen. De geraamde eigen bijdragen AWBZ worden hiervoor in 2008 en 2009 met € 3 mln verhoogd; de geraamde eigen bijdragen Wmo wordt met € 3 mln verlaagd en de integratieuitkering Wmo stijgt met € 3 mln. Vanaf 2010 is door het advies van de onafhankelijke derde, aparte verrekening van de geïnde eigen bijdrage niet meer noodzakelijk.
2. Een deel van het budget 2008 is niet nodig voor het afhandelen van lopende verplichtingen voor woningaanpassingen over de jaren vóór 2007. Deze middelen zijn afkomstig van de VWS-begroting en worden toegevoegd aan het Wmo-budget 2008, zoals reeds eerder in het kader van de overheveling van de Wmo is besloten en ook is gecommuniceerd met gemeenten via de circulaires.
Opleidingsfonds (op de begroting van VWS) (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 773,0 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | – 0,3 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 772,7 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Toedeling OVA | 0,6 |
| 2. Nominaal tranche 2008 | 28,0 |
| 3. Uitgaven van opleidingsplaatsen | – 18,3 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 783,0 |
1. Toedeling van een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd. Dit betreft de jaren 2008 e.v.
2. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onvoorzien. Daar staat de raming voor 2008–2013. De tranche 2008 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99).
3. De uitgaven voor de subsidies voor met name de opleidingen tot medisch-specialist vallen lager uit dan geraamd, doordat de subsidies niet volledig worden bevoorschot, maar tot het niveau van de gemiddelde verwachte subsidievaststellingen over 2008. Van de onderuitputting wordt € 8,4 mln aan de begroting 2009 toegevoegd.
Opleidingsfonds (op de begroting van VWS) (bedragen x € 1 000 000)
| Ontvangsten | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 0,0 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 0,0 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 0,0 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Terugontvangsten | 23,2 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 23,2 |
1. De hogere ontvangsten zijn het gevolg van vaststelling van subsidies voor opleidingen tot medisch-specialist. In 2007 zijn de verleende subsidies volledig bevoorschot. Op basis van subsidievaststellingen hebben de opleidingsziekenhuizen in 2008 tot nog toe € 23,2 mln terugbetaald.
Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven (o.a. op de begroting van Financiën) (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 27,6 |
| Mutaties gemeld in de 1e suppletore begroting 2008 | 1,1 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 28,7 |
| Mutaties tot en met de 2e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Toedeling OVA | – 0,6 |
| 2. Nominaal tranche 2008 | – 28,0 |
| Technische mutaties | – 0,1 |
| Stand 2e suppletore begroting 2008 | 0,0 |
1. Toedeling van een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd. Dit betreft de jaren 2008 e.v.
2. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op nominaal en onvoorzien. Daar staat de raming voor 2008–2013. De tranche 2008 wordt nu toebedeeld aan de sectoren (onder gelijkmatige verlaging van artikel 99).
nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Bij een wetsvoorstel tot een begrotingswijziging wordt geen algemene toelichting opgenomen. De beleidsinhoudelijke toelichting bij de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting).
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Compatibiliteitswet elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de departementale begrotingsstaat van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2008 te wijzigen.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).
Tevens wordt in onderdeel B een actueel beeld gegeven van de uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg (BKZ) en van de financiering van de zorgsector in het jaar 2008.
In deze suppletore begroting zijn de wijzigingen van de begroting 2008 van VWS opgenomen, inclusief de wijzigingen van de premie-uitgaven. De gepresenteerde cijfers sluiten aan bij de Voorjaarsnota 2008, die de Minister van Financiën aan de Tweede Kamer aanbiedt.
Dit jaar hebben we de criteria voor het toelichten van de wijzigingen aangepast. Voorheen gaven we alleen een toelichting op mutaties tussen begrotingsartikelen. Met ingang van deze suppletore begroting lichten we ook de mutaties tussen de operationele doelstellingen binnen de artikelen toe. Doel hiervan is om een goede aansluiting tussen de begroting, de suppletore begrotingen en het jaarverslag aan te brengen.
Voor het opstellen van de toelichting op de beleidsartikelen zijn de volgende criteria toegepast:
1. Naast de beleidsmatig relevante mutaties worden de mutaties toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag voor de programma-uitgaven op doelstellingsniveau hoger is dan 3% van de stand vastgestelde begroting of groter dan € 3 miljoen.
2. De apparaatsuitgaven in de beleidsartikelen zijn in relatie tot de beleidsuitgaven gering van omvang. Daarom worden alleen verschillen die groter zijn dan 10% van de vastgestelde begroting toegelicht.
3. Mutaties die afzonderlijk lager zijn dan deze criteria en/of die betrekking hebben op interne verrekeningen binnen de administratie van VWS, staan gesaldeerd toegelicht met de algemene tekst Overige mutaties. Hierdoor kan dat saldo uiteindelijk hoger zijn dan de bovengenoemde criteria.
4. Voor wat betreft de verplichtingenmutaties wordt per artikel enkel het saldo weergegeven;
Voor wat betreft de premie-uitgaven en -ontvangsten worden in principe alleen mutaties die groter zijn dan € 10 miljoen toegelicht. In enkele gevallen is om beleidsmatige redenen van deze regel afgeweken en zijn ook kleinere mutaties toegelicht.
Doel van bovenstaande criteria is om alle relatief grote mutaties toe te lichten. Zoals vermeld onder het eerste criterium kunnen echter ook kleinere mutaties toegelicht zijn. Dat geschiedt dan om beleidsmatige redenen.
In paragraaf 2 wordt het beleid met betrekking tot de begrotingsuitgaven- en ontvangsten besproken. In paragraaf 3 volgt de artikelsgewijze toelichting van de begrotingsmutaties, en paragraaf 4 ten slotte bevat het beleid met betrekking tot de premie-uitgaven en de wijzigingen daarvan.
2. HET BELEID MET BETREKKING TOT DE BEGROTINGSUITGAVEN EN -ONTVANGSTEN
In paragraaf 2.1 wordt een overzicht gegeven van de tijdens de begrotingsbehandeling aangenomen amendementen en de moties met een directe relatie tot de begroting.
In paragraaf 2.2 worden de belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties op de begroting toegelicht.
Tijdens de behandeling van de begroting 2008 zijn de volgende amendementen aangenomen:
• Amendement 31 200 XVI, nr. 25 van de leden Schermers en van der Veen. Dit amendement beoogt een verbetering in de organisatie en werkwijze van de ambulancediensten te bewerkstelligen. Daartoe wordt het budget voor artikel 42 Gezondheidszorg verhoogd met € 1,5 miljoen. Als dekking is het niet verplichte en niet bestuurlijk gebonden budget van hetzelfde artikel aangewezen.
• Amendement 31 200 VXI, nr. 27 van de leden Schippers, van der Veen en Kant. Dit amendement beoogt de financiering van het behandeltraject overgewicht van het behandelcentrum Heideheuvel (behandel- en revalidatiecentrum KBCZ- de Trappenberg) gedurende de onderzoeksfase te bewerkstelligen. Daartoe was in het amendement het budget 2008 van artikel 42 Gezondheidszorg verhoogd met € 4 miljoen. Als dekking was artikel 99 Nominaal en onvoorzien aangewezen. Tevens stelt het amendement dat in de begroting 2009 nogmaals € 2 miljoen voor deze behandeling moet worden uitgetrokken.
Bij de uitvoering van dit amendement is gebleken dat het niet mogelijk is om de financiering over 2007 met terugwerkende kracht in werking te laten treden. In deze suppletore begroting is daarom het budget voor 2008 verlaagd met € 2 miljoen. Daarnaast is de in het amendement genoemde verhoging van het budget 2009 met € 2 miljoen opgenomen. Als dekking hiervoor is artikel 99 opgenomen.
• Amendement 31 200 XVI, nr. 29 van de leden van Miltenburg en Koşer Kaya. Dit amendement beoogt de financiering van de hiv preventie onder homomannen door Stichting Schorer niet te korten en daarbovenop een intensivering voor deze stichting te bewerkstelligen. Daartoe is artikel 41 Volksgezondheid verhoogd met € 0,5 miljoen en is tevens als dekking artikel 99 Nominaal en onvoorzien verlaagd met hetzelfde bedrag.
• Amendement 31 200 XVI, nr. 36 van de leden Koşer Kaya, Schermers en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Dit amendement beoogt de financiering van de ontwikkelcentra in de revalidatie te verlengen. Daartoe is artikel 42 Gezondheidszorg verhoogd met € 1,5 miljoen, en is als dekking hetzelfde artikel 42 verlaagd met € 1,5 miljoen. Dit amendement wordt uitgevoerd door verlenging met een jaar van de aanwijzing op grond van artikel 8 van de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen (WBMV). Financiering vindt daarmee plaats uit de premiemiddelen.
• Amendement 31 200 XVI, nr. 37 van de leden Schermers, Wiegman-van Meppelen Scheppink, en van der Veen. Dit amendement beoogt de financiering van de pijncentra in de palliatieve zorg te verlengen. Daartoe is artikel 42 Gezondheidszorg verhoogd met € 1,8 miljoen, en is als dekking hetzelfde artikel 42 verlaagd met € 1,8 miljoen. Dit amendement wordt uitgevoerd door de financiering van de pijncentra nog een jaar op gelijke voet voort te zetten, dat wil zeggen door verlenging van de betreffende beleidsregel in de functiegerichte budgettering voor academische ziekenhuizen. Financiering vindt daarmee plaats uit de premiemiddelen.
• Amendement 31 200 XVI, nr. 96 van de leden Arib en Schermers. Dit amendement beoogt vruchtbaarheidsbehandelingen zoals ovulatie inductie en intra uteriene inseminatie (IUI) – na een positief advies van het CVZ – in het basispakket van de Zorgverzekeringswet op te nemen. Daartoe is artikel 42 Gezondheidszorg verhoogd met € 1 miljoen en is tevens als dekking artikel 42 verlaagd met hetzelfde bedrag. Na een positief advies van het CVZ zullen de betrokken behandelingen in het basispakket worden opgenomen. Financiering vindt daarmee plaats uit de premiemiddelen.
De budgettaire consequenties van deze amendementen zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Tabel 1: Budgettaire consequenties amendementen (bedragen x € 1 000)
| Artikel | Bijstelling (Kas = Verplichting) | Toelichting dekking | Amendement | Omschrijving |
|---|---|---|---|---|
| 42 | Dekking (€ 1,5 miljoen) binnen artikel 42 | 25. Schermers, Van der Veen | Verbetering in de organisatie en werkwijze van de ambulancediensten | |
| 42 | 4 000 | Dekking ten laste van artikel 99 | 27. Schippers, Van der Veen, Kant | Preventie/bestrijding overgewicht (Heideheuvel) |
| 41 | 500 | Dekking ten laste van artikel 99 | 29. van Miltenburg, Koşer Kaya | HIV preventie Stichting Schorer |
| 42 | Dekking (1,5 miljoen) binnen artikel 42 via de premiemiddelen | 36. Koşer Kaya, Schermers, Wiegman-van Meppelen Scheppink | Verlenging financiering ontwikkelcentra revalidatie | |
| 42 | Dekking (1,8 miljoen) binnen artikel 42 via de premiemiddelen | 37. Schermers, Wiegman-van Meppelen Scheppink, Van der Veen | Verlenging financiering pijncentra in de palliatieve zorg | |
| 42 | Dekking (1 miljoen) binnen artikel 42 via de premiemiddelen | 96 Arib, Schermers | Financiering van vruchtbaarheidsbehandelingen |
Tevens is een motie aangenomen met een directe relatie tot de begroting, namelijk de motie van Geel (kamerstukken 31 200, nr. 16). Naar aanleiding van deze motie hebben wij een Nota van Wijziging ingediend (kamerstukken 31 200 XVI, nr. 19). Met deze Nota van Wijziging is het budget van artikel 44 Maatschappelijke ondersteuning voor het jaar 2008 verhoogd met € 40 miljoen t.o.v. de stand Ontwerpbegroting (kamerstukken 31 200 XVI, nr. 1).
In deze suppletore begroting is op grond van dezelfde motie van Geel het budget van artikel 44 met ingang van het jaar 2009 structureel verhoogd met € 10 miljoen. Het extra budget is bedoeld voor het behouden van (thuis)zorgmedewerkers voor de zorg. De middelen zijn primair bedoeld voor scholings-, herplaatsings- en mobiliteitsbevorderende maatregelen.
Volledigheidshalve vermelden wij hier dat de motie van Geel eveneens voorstellen bevatte met consequenties voor het Budgettair Kader Zorg (BKZ) dat in de begroting van VWS wordt gepresenteerd. In de eerste suppletore begroting van Jeugd en Gezin is naar aanleiding van de motie van Geel namelijk € 26 miljoen toegevoegd aan premie-uitgaven die vallen onder het BKZ, waarvan € 13 miljoen bestemd is voor bestrijding van de wachtlijsten Jeugd GGZ en € 13 miljoen voor de wachtlijsten Jeugd LVG.
2.2. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
Onderstaand overzicht geeft inzicht in de belangrijkste beleidsmatige mutaties. Hierbij is een ondergrens van € 5 miljoen gehanteerd.
Tabel 2: Belangrijkste begrotingsuitgavenmutaties (bedragen x € 1 000)
| Artikel | Bedrag | |
|---|---|---|
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting 2008 | 13 889 393 | |
| 1. Overboeking naar het ministerie van OCW in het kader van overdracht opleidingen verloskunde | 42.3.2 | – 5 375 |
| 2. Desaldering actualisatie raming Top Instituut Pharma (FES) | 42.3.2 | – 5 995 |
| 3. Overboeking van het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven) | 42.3.2 | 10 000 |
| 4. Opleidingsfonds aanvullende schoning 2e tranche | 42.3.2 | 6 730 |
| 5. Bijstelling raming van de Zorgtoeslag naar aanleiding van het CEP | 42.3.3 | – 57 477 |
| 6. Overboeking naar het ministerie van BZK | 42.3.3 | – 8 530 |
| 7. Overheveling vanuit het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven) m.b.t. aanpak wanbetalers (€ 4 miljoen) en onverzekerden (€ 2,4 miljoen). | 42.3.3 | 6 400 |
| 8. Kasschuif CIZ | 43.3.2 | 24 000 |
| 9. Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten voor kortingen (BIKK) | 43.3.4 | 187 600 |
| 10. Overboeking naar het Gemeentefonds in het kader van de integratie-uitkering «Impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur» | 46.3.2 | – 7 500 |
| 11. Indexering wetten, regelingen en rechtsherstel WO II | 47.3.1 | 21 400 |
| 12. Overige mutaties | 123 561 | |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 14 184 207 |
Hieronder worden mutaties toegelicht:
1. Overboeking naar het ministerie van OCW in verband met de formele overdracht van de opleidingen verloskunde naar het ministerie van OCW per 1 september 2008. De betreffende opleidingen hebben inmiddels aansluiting gevonden bij bestaande hogescholen en worden per 1 september 2008 ondergebracht onder het wettelijke kader van de WHW. De WHW is aangepast in verband met de erkenning van de beroepskwalificaties.
2. Desaldering actualisatie raming Top Instituut Pharma (FES): de raming wordt voor 2008 met € 6 miljoen naar beneden bijgesteld.
3. Overboeking van het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven) in verband met de subsidie voor kwaliteitsbeleid medisch specialisten.
4. Opleidingsfonds aanvullende schoning 2e tranche: dit betreft een overboeking vanuit de premiemiddelen. Aangezien in de zogenaamde tweede tranche opleidingen meer opleidingsplaatsen omgaan dan eerder was aangenomen, vindt een aanvullende schoning van de instellingsbudgetten plaats.
5. Bijstelling raming van de Zorgtoeslag naar aanleiding van het CEP: de nominale premie in 2008 is lager uitgekomen dan geraamd in de begroting 2008, daarom valt ook de Zorgtoeslag lager uit.
6. Overboeking naar het ministerie van BZK voor een bijdrage in de centrale exploitatiekosten voor C2000.
7. Overheveling vanuit het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven): er wordt € 4 miljoen overgeheveld voor de aanpak van wanbetalers in de Zvw en € 2,4 miljoen voor de aanpak van onverzekerden in de Zvw.
8. Kasschuif CIZ: op de begroting is in 2008 € 128 miljoen beschikbaar voor de indicatiestelling AWBZ. Dit bedrag is bedoeld voor het verwerken van 850 000 indicaties. Uit de kwartaalrapportages van het CIZ is gebleken, dat het aantal indicatieaanvragen sterk is gestegen. In 2008 wordt uitgegaan van 950 000 indicaties met een bijbehorende kostenpost van circa € 152 miljoen. Voorgesteld wordt het tekort in 2008 te dekken uit de ruimte die zich voordoet in de jaren 2010 (€ 8,6 miljoen) en 2011 (€ 15,4 miljoen) als gevolg van toekomstige besparingen bij het CIZ.
9. Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten voor kortingen (BIKK) naar aanleiding van het CEP.
10. Overboeking naar het Gemeentefonds in het kader van de integratie-uitkering «Impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur»: dit betreft het VWS-deel van de rijksbijdrage voor 2008 in het kader van de realisering van combinatiefuncties, d.w.z. werknemers die in dienst zijn bij één werkgever maar werkzaam zijn ten behoeve van twee sectoren. Op 10 december 2007 hebben OCW, VWS, VNG, NOC*NSF, de Cultuurformatie en de gezamenlijke onderwijsorganisaties hierover bestuurlijke afspraken gemaakt. Met de aanstelling van combinatiefuncties wordt beoogd een impuls te geven aan de ontwikkeling van brede scholen, de versterking van sportverenigingen en de sport- en cultuurparticipatie van de schoolgaande jeugd (Primair en Voortgezet Onderwijs). Vanaf 2008 investeren OCW, VWS en gemeenten een oplopend bedrag waarmee in 2012 in totaal 2500 fte’s kunnen worden gerealiseerd. De rijksbijdrage is circa 40% en de gemeentelijke bijdrage circa 60% van het totaal.
11. Indexering wetten, regelingen en rechtsherstel WO II: dit betreft de jaarlijkse indexering voor de wetten en regelingen oorlogsgetroffenen aan het prijspeil van het lopende jaar.
3. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Beleidsartikel 41 Volksgezondheid
Een goede volksgezondheid, waarbij mensen gezond leven en zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid.
41.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW en amendementen1 | Mutaties 1e suppletore wet | Stand 1e suppletore begroting | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | (4)=(1+2+3) | |||||
| Verplichtingen | 554 507 | 500 | 9 854 | 564 861 | 10 576 | 6 450 | 8 142 | 7 735 |
| Uitgaven | 570 698 | 500 | 9 854 | 581 052 | 10 576 | 6 450 | 8 142 | 7 735 |
| Programma-uitgaven | 561 923 | 500 | 9 708 | 572 131 | 10 499 | 6 302 | 7 892 | 7 485 |
| 1. Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl | 51 627 | 0 | – 4 292 | 47 335 | – 648 | 325 | 320 | 320 |
| 2. Het voorkómen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten | 78 859 | 0 | 1 194 | 80 053 | 895 | 1 010 | 1 015 | 1 015 |
| 3. Het voorkómen van gezondheidsschade door ongevallen | 5 239 | 0 | – 23 | 5 216 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten | 279 551 | 500 | 4 914 | 284 965 | 7 064 | 2 564 | 2 754 | 2 800 |
| 5. Een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid | 132 119 | 0 | 7 915 | 140 034 | 3 188 | 2 403 | 3 803 | 3 350 |
| 6. Het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek | 14 528 | 0 | 0 | 14 528 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Apparaatsuitgaven | 8 775 | 0 | 146 | 8 921 | 77 | 148 | 250 | 250 |
| Ontvangsten | 12 323 | 0 | 0 | 12 323 | 4 500 | 0 | 0 | 0 |
1 De amendementen zijn toegelicht in paragraaf 2 van deze suppletore begroting.
41.3 Operationele doestellingen
Er zijn 6 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl;
2. het voorkómen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten;
3. het voorkómen van gezondheidsschade door ongevallen;
4. minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten;
5. een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid;
6. het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek.
41.3.1 Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 51 627 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. RIVM-Centrum Gezond Leven | – 1 993 |
| 2. Aanpassing Voedselveiligheid en Alternatieven voor dierproeven | – 1 565 |
| 3. Overige mutaties | – 734 |
| Stand 1e suppletore begroting | 47 335 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. RIVM-Centrum Gezond Leven: dit betreft een overboeking naar operationele doelstelling 41.3.4 voor de uitvoering van activiteiten door het Centrum Gezond Leven bij het RIVM. De opdrachtverlening aan de centra van het RIVM wordt namelijk op die doelstelling geraamd en verantwoord.
2. Aanpassing Voedselveiligheid en Alternatieven voor dierproeven: dit betreft een overboeking naar operationele doelstelling 41.3.2 van middelen voor overgewicht en voeding die in de begroting 2008 op doelstelling 41.3.1 waren geraamd maar ten dele betrekking hebben op voedselveiligheid (€ 1,3 miljoen). Voor een klein deel betreft het tevens een overboeking naar doelstelling 41.3.5 in verband met hoger dan geraamde uitgaven aan het ZonMw-programma Alternatieven voor dierproeven (€ 0,3 miljoen).
41.3.2 Het voorkómen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
41.3.3 Het voorkomen van gezondheidsschade door ongevallen
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
41.3.4 De vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 280 051 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Nationaal Programma Diabetes PRODIA | 800 |
| 2. Overige mutaties | 4 114 |
| Stand 1e suppletore begroting | 284 965 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Nationaal Programma Diabetes PRODIA: er wordt in 2008 € 0,8 miljoen beschikbaar gesteld voor het nationaal programma Diabetes PRODIA met als doel een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de groei van het aantal diabetespatiënten en het verminderen van de complicaties. Het programma kent 5 hoofdlijnen: voorkomen van diabetes, vroegtijdig opsporen, voorkomen en uitstel van complicaties, organiseren van ketenzorg op basis van een zorgstandaard.
41.3.5 Er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 132 119 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Doelmatigheidsonderzoek dure geneesmiddelen ZonMw | 3 400 |
| 2. Overige mutaties | 4 515 |
| Stand 1e suppletore begroting | 140 034 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Doelmatigheidsonderzoek dure geneesmiddelen ZonMw: overheveling van artikel 42.3.2 in verband met de opdracht aan ZonMw voor het uitvoeren van een onderzoeksprogramma naar doelmatigheid van dure geneesmiddelen.
41.3.6 Het bevorderen van ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en bij het medisch wetenschappelijk onderzoek
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen mutaties voorgedaan.
Beleidsartikel 42 Gezondheidszorg
Een goed werkend en innoverend zorgstelsel, gericht op een optimale combinatie van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid voor de burger.
42.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW en amendementen1 | Mutaties 1e suppletore wet | Stand 1e suppletore begroting | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | (4)=(1+2+3) | |||||
| Verplichtingen | 6 903 315 | 4 000 | 194 101 | 7 101 416 | 14 110 | 20 371 | 16 849 | 11 775 |
| Uitgaven | 6 914 053 | 4 000 | – 58 796 | 6 859 257 | 11 821 | 19 972 | 16 394 | 11 775 |
| Programma-uitgaven | 6 905 922 | 4 000 | – 58 823 | 6 851 099 | 11 821 | 19 972 | 16 394 | 11 775 |
| 1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt | 3 332 | 0 | – 1 540 | 1 792 | – 1 500 | – 1 500 | – 1 500 | 0 |
| 2. Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod | 1 157 929 | 4 000 | 1 500 | 1 163 429 | – 554 | 6 947 | 8 869 | 4 150 |
| 3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijk zorg aan | 5 744 661 | 0 | – 58 783 | 5 685 878 | 13 875 | 14 525 | 9 025 | 7 625 |
| Apparaatsuitgaven | 8 131 | 0 | 27 | 8 158 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 46 303 | 0 | – 2 241 | 44 062 | – 524 | 3 663 | 5 232 | 0 |
1 De amendementen zijn toegelicht in paragraaf 2 van deze suppletore begroting.
42.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 3 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;
2. Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod;
3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijk zorg aan.
42.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 3 332 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Programma zorgbrede transparantie | – 1 500 |
| 2. Overige mutaties | – 40 |
| Stand 1e suppletore begroting | 1 792 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Programma zorgbrede transparantie: dit betreft een overheveling naar de IGZ in verband met het programma «zichtbare kwaliteit zorgbrede transparantie». Om de kwaliteit in de gezondheidszorg transparant te maken, werken verschillende deelnemende organisaties samen om dit zichtbaar te maken. Zij bepalen gezamenlijk van welk aanbod de kwaliteit transparant moet zijn en zien hierop toe dat dit ook daadwerkelijk gebeurt.
42.3.2 Zorgaanbieders realiseren het door de burger gewenste zorgaanbod
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 1 161 929 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Overboeking naar het ministerie van OCW in het kader van overdracht opleidingen verloskunde | – 5 375 |
| 2. Desaldering actualisatie raming Top Instituut Pharma (FES) | – 5 995 |
| 3. Overboeking van het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven) | 10 000 |
| 4. Opleidingsfonds aanvullende schoning 2e tranche | 6 730 |
| 5. Overheveling naar artikel 41 | – 3 400 |
| 6. Desaldering voor de onderuitputting 2007 BSIK project (FES) | 3 997 |
| 7. Opleidingen in de Zorg | – 4 011 |
| 8. Actieplan Veilige Zorg | 1 450 |
| 9. Desaldering actualisatie raming project BSIK (FES) | – 1 757 |
| 10. Overige mutaties | – 139 |
| Stand 1e suppletore begroting | 1 163 429 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Overboeking naar het ministerie van OCW in verband met de formele overdracht van de opleidingen verloskunde naar het ministerie van OCW per 1 september 2008. De betreffende opleidingen hebben inmiddels aansluiting gevonden bij bestaande hogescholen en worden per 1 september 2008 ondergebracht onder het wettelijke kader van de WHW. De WHW is aangepast in verband met de erkenning van de beroepskwalificaties.
2. Desaldering actualisatie raming Top Instituut Pharma (FES): de raming wordt voor 2008 met € 6 miljoen naar beneden bijgesteld.
3. Overboeking van het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven) in verband met de subsidie voor kwaliteitsbeleid medisch specialisten.
4. Opleidingsfonds aanvullende schoning 2e tranche: dit betreft een overboeking vanuit de premiemiddelen. Aangezien in de zogenaamde tweede tranche opleidingen meer opleidingsplaatsen omgaan dan eerder was aangenomen, vindt een aanvullende schoning van de instellingsbudgetten plaats.
5. Overheveling naar artikel 41: betreft een technische overheveling naar artikel 41.3.5 i.v.m. onderzoek ZonMW dure geneesmiddelen.
6. Desaldering voor de onderuitputting 2007 BSIK project (FES): de onderuitputting van € 4 miljoen die in 2007 is ontstaan op de BSIK projecten wordt meegenomen naar 2008. De raming wordt hierdoor verhoogd d.m.v. een desaldering.
7. Opleidingen in de zorg: vertraging bij het moderniseren van opleidingen in de zorg leidt ertoe dat de daarvoor gereserveerde middelen in 2008 niet tot besteding komen.
8. Actieplan Veilige Zorg: er wordt € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor het programma Veilige Zorg. Doel is om binnen een aantal jaren de vermijdbare doden/schade in de ziekenhuissector te halveren en hierover ook met andere sectoren tot afspraken te komen. Om dit te bereiken is het programma Veilige Zorg ontwikkeld. Doel van het programma Veilige Zorg is de veiligheid van patiënten en cliënten in de zorg te vergroten door:
– versterking van het veiligheidsbewustzijn bij instellingen en zorgprofessionals;
– invoering van een veiligheidsmanagementsysteem;
– interventies op een aantal thema’s met als doel de risico’s voor patiënten en cliënten te vergroten.
9. Desaldering actualisatie raming project BSIK (FES): dit betreft een desaldering van de uitgaven van de door het Fonds Economische Structuurversterking gefinancierde BSIK projecten «Carim» en «Cyttron» die verschuiven naar 2008 en 2010 i.v.m. afrekensystematiek. Dit wordt verwerkt d.m.v. een desaldering van de ontvangsten en de uitgaven.
42.3.3 Zorgverzekeraar bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 5 744 661 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Bijstelling raming van de Zorgtoeslag naar aanleiding van het CEP | – 57 477 |
| 2. Overboeking naar het ministerie van BZK | – 8 530 |
| 3. Overheveling vanuit het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven) m.b.t. aanpak wanbetalers (€ 4 miljoen) en onverzekerden (€ 2,4 miljoen). | 6 400 |
| 4. Overige mutaties | 824 |
| Stand 1e suppletore begroting | 5 685 878 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Bijstelling raming van de Zorgtoeslag naar aanleiding van het CEP: de nominale premie in 2008 is lager uitgekomen dan geraamd in de begroting 2008, daarom valt ook de Zorgtoeslag lager uit.
2. Overboeking naar het ministerie van BZK voor een bijdrage in de centrale exploitatiekosten voor C2000.
3. Overheveling vanuit het Budgettair Kader Zorg (premie-uitgaven): er wordt € 4 miljoen overgeheveld voor de aanpak van wanbetalers in de Zvw en € 2,4 miljoen voor de aanpak van onverzekerden in de Zvw.
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 46 303 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Desaldering actualisatie raming project BSIK (FES) | – 1 757 |
| 2. Desaldering actualisatie raming Top Instituut Pharma (FES) | – 5 995 |
| 3. Desaldering voor de onderuitputting 2007 BSIK project (FES) | 3 997 |
| 4. Overige mutaties | 1 514 |
| Stand 1e suppletore begroting | 44 062 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Desaldering actualisatie raming project BSIK (FES): dit betreft een desaldering van de uitgaven van de door het Fonds Economische Structuurversterking gefinancierde BSIK projecten «Carim» en«Cyttron» die verschuiven naar 2008 en 2010 i.v.m. afrekensystematiek. Dit wordt verwerkt d.m.v. een desaldering van de ontvangsten en de uitgaven.
2. Desaldering actualisatie raming Top Instituut Pharma (FES): de raming wordt voor 2008 met € 6 miljoen naar beneden bijgesteld.
3. Desaldering voor de onderuitputting 2007 BSIK project (FES): de onderuitputting van € 4 miljoen die in 2007 is ontstaan op de BSIK projecten wordt meegenomen naar 2008. De raming wordt hierdoor verhoogd d.m.v. een desaldering.
Beleidsartikel 43 Langdurige zorg
Zorgen dat voor mensen met een langdurige of chronische aandoening van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard zorg van goede kwaliteit beschikbaar is en dat deze zorg tegen voor de samenleving aanvaardbare maatschappelijke kosten wordt geleverd.
43.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW en amendementen | Mutaties 1e suppletore wet | Stand 1e suppletore begroting | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | (4)=(1+2+3) | |||||
| Verplichtingen | 5 062 998 | 0 | 211 623 | 5 274 621 | – 678 | – 9 307 | – 16 556 | 845 |
| Uitgaven | 5 068 868 | 0 | 210 978 | 5 279 846 | – 678 | – 9 307 | – 16 556 | 845 |
| Programma-uitgaven | 5 064 762 | 0 | 210 978 | 5 275 740 | – 678 | – 9 307 | – 16 556 | 845 |
| 1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt | 68 732 | 0 | – 2 646 | 66 086 | – 2 081 | – 1 950 | – 1 950 | – 2 000 |
| 2. Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar | 138 324 | 0 | 26 523 | 164 847 | 1 293 | – 7 607 | – 14 856 | 545 |
| 3. De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren | 148 777 | 0 | – 881 | 147 896 | – 443 | – 307 | – 315 | 1 685 |
| 4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar | 4 708 929 | 0 | 187 982 | 4 896 911 | 553 | 557 | 565 | 615 |
| Apparaatsuitgaven | 4 106 | 0 | 0 | 4 106 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
43.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 4 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;
2. Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar;
3. De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren;
4. De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar.
43.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
43.3.2 Voor iedere cliënt is de voor hem of haar noodzakelijke zorg beschikbaar
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 138 324 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Kasschuif CIZ | 24 000 |
| 2. Overige mutaties | 2 523 |
| Stand 1e suppletore begroting | 164 847 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Kasschuif CIZ: op de begroting is in 2008 € 128 miljoen beschikbaar voor de indicatiestelling AWBZ. Dit bedrag is bedoeld voor het verwerken van 850 000 indicaties. Uit de kwartaalrapportages van het CIZ is gebleken, dat het aantal indicatieaanvragen sterk is gestegen. In 2008 wordt uitgegaan van 950 000 indicaties met een bijbehorende kostenpost van circa € 152 miljoen. Voorgesteld wordt het tekort in 2008 te dekken uit de ruimte die zich voordoet in de jaren 2010 (€ 8,6 miljoen) en 2011 (€ 15,4 miljoen) als gevolg van toekomstige besparingen bij het CIZ.
43.3.3 De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
43.3.4 De kosten van de zorg zijn maatschappelijk aanvaardbaar
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 4 708 929 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten voor kortingen (BIKK) | 187 600 |
| 2. Overige mutaties | 382 |
| Stand 1e suppletore begroting | 4 896 911 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Bijstelling raming van de Rijksbijdrage in de kosten voor kortingen (BIKK) naar aanleiding van het CEP.
Beleidsartikel 44 Maatschappelijke ondersteuning
Alle burgers participeren in de samenleving.
44.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW en amendementen1 | Mutaties 1e suppletore wet | Stand 1e suppletore begroting | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | (4)=(1+2+3) | |||||
| Verplichtingen | 533 556 | 40 000 | 304 | 573 860 | – 84 | – 4 | 46 | 71 |
| Uitgaven | 535 532 | 40 000 | 1 178 | 576 710 | 85 | 71 | 71 | 71 |
| Programma-uitgaven | 531 607 | 40 000 | 1 166 | 572 773 | 144 | 144 | 144 | 144 |
| 1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden; | 23 058 | 40 000 | 1 165 | 64 223 | 178 | 178 | 178 | 178 |
| 2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning; | 79 544 | 0 | – 1 379 | 78 165 | – 1 414 | – 1 414 | – 1 414 | – 1 414 |
| 3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning; | 85 438 | 0 | 1 380 | 86 818 | 1 380 | 1 380 | 1 380 | 1 380 |
| 4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning. | 343 567 | 0 | 0 | 343 567 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Apparaatsuitgaven | 3 925 | 0 | 12 | 3 937 | – 59 | – 73 | – 73 | – 73 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
1 De amendementen zijn toegelicht in paragraaf 2 van deze suppletore begroting.
44.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 4 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden;
2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning;
3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning;
4. Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning.
44.3.1 Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
44.3.2 Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
44.3.3 Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen mutaties voorgedaan.
44.3.4 Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
Een sportieve samenleving waarin zowel veel aan sport wordt gedaan als van sport wordt genoten.
46.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW en amendementen | Mutaties 1e suppletore wet | Stand 1e suppletore begroting | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | (4)=(1+2+3) | |||||
| Verplichtingen | 74 068 | 0 | – 13 879 | 60 189 | – 337 | – 84 | 1 000 | 0 |
| Uitgaven | 117 444 | 0 | – 11 045 | 106 399 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 0 |
| Programma-uitgaven | 114 974 | 0 | – 11 087 | 103 887 | 850 | 850 | 850 | 0 |
| 1. Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid | 18 763 | 0 | – 4 500 | 14 263 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om | 68 584 | 0 | – 5 937 | 62 647 | 1 500 | 1 500 | 1 500 | 500 |
| 3. De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland | 27 627 | 0 | – 650 | 26 977 | – 650 | – 650 | 650 | – 500 |
| Apparaatsuitgaven | 2 470 | 0 | 42 | 2 512 | 150 | 150 | 150 | 0 |
| Ontvangsten | 870 | 0 | 155 | 1 025 | 0 | 0 | 0 | 0 |
46.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 3 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid;
2. Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om;
3. De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland.
46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 18 763 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Overboeking naar het Gemeentefonds in het kader van de integratie uitkering Sport en Bewegen | – 4 500 |
| 2. Overige mutaties | 0 |
| Stand 1e suppletore begroting | 14 263 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Overboeking naar het Gemeentefonds in het kader van de integratie uitkering Sport en Bewegen: dit betreft de bijdrage in verband met de impuls Nationaal Actieplan Sport en Bewegen. Op 3 april jl. hebben VWS, VNG en NOC*NSF kaderstellende afspraken over deze impuls ondertekend. Met deze impuls worden honderdduizenden mensen in nagenoeg honderd gemeenten gestimuleerd meer te gaan bewegen. VWS investeert de komende periode € 38 miljoen in de impuls NASB. Gemeenten, die de sport- en beweegactiviteiten gaan opzetten, zullen een zelfde bedrag investeren.
46.3.2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 68 584 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Overboeking naar het Gemeentefonds in het kader van de integratie-uitkering «Impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur» | – 7 500 |
| 2. Overige mutaties | 1 563 |
| Stand 1e suppletore begroting | 62 647 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Overboeking naar het Gemeentefonds in het kader van de integratie-uitkering «Impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur»: dit betreft het VWS-deel van de rijksbijdrage voor 2008 in het kader van de realisering van combinatiefuncties, d.w.z. werknemers die in dienst zijn bij één werkgever maar werkzaam zijn ten behoeve van twee sectoren. Op 10 december 2007 hebben OCW, VWS, VNG, NOC*NSF, de Cultuurformatie en de gezamenlijke onderwijsorganisaties hierover bestuurlijke afspraken gemaakt. Met de aanstelling van combinatiefuncties wordt beoogd een impuls te geven aan de ontwikkeling van brede scholen, de versterking van sportverenigingen en de sport- en cultuurparticipatie van de schoolgaande jeugd (Primair en Voortgezet Onderwijs). Vanaf 2008 investeren OCW, VWS en gemeenten een oplopend bedrag waarmee in 2012 in totaal 2500 fte’s kunnen worden gerealiseerd. De rijksbijdrage is circa 40% en de gemeentelijke bijdrage circa 60% van het totaal.
46.3.3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
Beleidsartikel 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering Wereldoorlog II
De erfenis van WO II is afgewikkeld en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.
47.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW en amendementen | Mutaties 1e suppletore wet | Stand 1e suppletore begroting | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | (4)=(1+2+3) | |||||
| Verplichtingen | 387 470 | 0 | 21 484 | 408 954 | 11 282 | 11 479 | 10 425 | 10 315 |
| Uitgaven | 388 402 | 0 | 22 684 | 411 086 | 11 782 | 11 479 | 10 425 | 10 315 |
| Programma-uitgaven | 387 129 | 0 | 22 746 | 409 875 | 11 782 | 11 479 | 10 425 | 10 315 |
| 1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiele en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw | 373 057 | 0 | 20 746 | 393 803 | 11 782 | 11 479 | 10 425 | 10 315 |
| 2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II | 14 072 | 0 | 2000 | 16 072 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Apparaatsuitgaven | 1 273 | 0 | – 62 | 1 211 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
47.3 Operationele doelstellingen
Er zijn 2 operationele doelstellingen op dit beleidsartikel:
1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiele en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw;
2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II;
47.3.1 Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiele en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 373 057 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Indexering wetten, regelingen en rechtsherstel WO II | 21 400 |
| 2. Overige mutaties | – 654 |
| Stand 1e suppletore begroting | 393 803 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Indexering wetten, regelingen en rechtsherstel WO II: dit betreft de jaarlijkse indexering voor de wetten en regelingen oorlogsgetroffenen aan het prijspeil van het lopende jaar.
47.3.2 De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 14 072 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Eindejaarsmarge: Inrichting presentatie Indisch Herinneringscentrum Bronbeek | 1 000 |
| 2. Eindejaarsmarge: Webportal Indisch Erfgoed van de Oorlog | 1 000 |
| 3. Overige mutaties | 0 |
| Stand 1e suppletore begroting | 16 072 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Eindejaarsmarge: Inrichting presentatie Indisch Herinneringscentrum Bronbeek. Het inmiddels opgerichte Indisch Herinneringscentrum Bronbeek ontvangt vanuit de eindejaarsmarge € 1 miljoen voor de inrichting van een tentoonstelling en alles wat daarmee samenhangt. Dit bedrag is toegezegd in de brief van 26 juli 2007 aan de Tweede Kamer. Aan de tentoonstelling moet een uitgewerkt en voor VWS aanvaardbaar plan ten grondslag liggen. Verwacht werd dat het plan in 2007 bij VWS zou worden ingediend. Door vertraging in de totstandkoming van het Indisch Herinneringscentrum zal dit in 2008 worden gerealiseerd.
2. Eindejaarsmarge: Webportal Indisch Erfgoed van de Oorlog. Omdat de groep mensen die de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt steeds kleiner wordt, zijn de volgende generaties aangewezen op hun nalatenschap. Het ministerie van VWS heeft het initiatief genomen tot het programma Erfgoed van de oorlog, dat zich richt op het behoud en de toegankelijkheid van waardevol materiaal uit en over de Tweede Wereldoorlog. Een onderdeel daarvan binnen het deeltraject Indisch Erfgoed van de Oorlog is de ontwikkeling en realisatie van een digitale webportal «Indisch Erfgoed van de Oorlog». Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de website in 2007 tot stand zou komen. Door vertraging is dit echter niet gelukt. Daarom wordt uit de eindejaarsmarge € 1 miljoen beschikbaar gesteld.
Niet-beleidsartikel 98 Algemeen
In dit niet-beleidsartikel worden de uitgaven beschreven die niet specifiek aan een van de beleidsdoelstellingen uit de voorgaande beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het gaat hierbij om ministeriebrede programma- en apparaatsuitgaven.
98.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW en amendementen | Mutaties 1e suppletore wet | Stand 1e suppletore begroting | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | (4)=(1+2+3) | |||||
| Verplichtingen | 285 199 | 0 | 9 439 | 294 638 | 5 299 | 1 796 | 609 | – 5 093 |
| Uitgaven | 296 514 | 0 | 11 857 | 308 371 | 5 331 | 1 828 | 641 | – 5 093 |
| Programma-uitgaven | 100 298 | 0 | 3 381 | 103 679 | – 13 | – 1 141 | – 1 898 | – 4 398 |
| 1. Internationale samenwerking | 11 998 | 0 | 2000 | 13 998 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Beheer en toezicht stelsel | 88 300 | 0 | 1 381 | 89 681 | – 13 | – 1 141 | – 1 898 | – 4 398 |
| Apparaatsuitgaven | 196 216 | 0 | 8 476 | 204 692 | 5 344 | 2 969 | 2 539 | – 695 |
| Ontvangsten | 3 380 | 0 | 0 | 3 380 | 0 | 0 | 0 | 0 |
98.3 Operationele doelstellingen op programma-uitgaven
Er zijn 2 operationele doelstellingen op dit niet-beleidsartikel:
1. Internationale samenwerking;
2. Beheer en toezicht stelsel.
Daarnaast worden op dit artikel de apparaatsuitgaven van de inspecties (IGZ en IJZ), het SCP, de Raden (RMO, RVZ, GR en RGO), het strategisch onderzoek van het RIVM en het NVI, en de departementsbrede PenM uitgaven geraamd.
98.3.1 Internationale samenwerking
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 11 998 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Eindejaarsmarge Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) | 2000 |
| 2. Overige mutaties | 0 |
| Stand 1e suppletore begroting | 13 998 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Eindejaarsmarge Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS): door vertragingen van het programma United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) is in 2007 € 2 miljoen van de beschikbare middelen niet tot besteding gekomen. Inmiddels is het project in volle gang. De verwachting is dat het programma in 2008 een inhaalslag zal gaan maken en qua financiële uitputting in lijn zal gaan lopen met de oorspronkelijke raming.
98.3.2 Beheer en toezicht stelsel
Op deze operationele doelstelling hebben zich geen grote mutaties in relatie tot de omvang van de doelstelling voorgedaan. Zie hiervoor ook de criteria in de leeswijzer van deze suppletore begroting.
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 196 216 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Eindejaarsmarge: instandhouding Raad Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) | 1 126 |
| 2. Eindejaarsmarge: verander- en strategietraject Nederlands Vaccin Instituut (NVI) | 1 000 |
| 3. Landelijke campagne Patiëntveiligheid | 2 067 |
| 4. Overige mutaties | 4 283 |
| Stand 1e suppletore begroting | 204 692 |
Toelichting mutaties 1e suppletore begroting:
1. Eindejaarsmarge: instandhouding Raad Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO): voor de instandhouding van de RMO wordt vanuit de eindejaarsmarge € 1,1 miljoen beschikbaar gesteld.
2. Eindejaarsmarge: verander- en strategietraject Nederlands Vaccin Instituut (NVI): vanuit de eindejaarsmarge wordt € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor het verander- en strategietraject bij het NVI.
3. Landelijke campagne Patiëntveiligheid: voor de landelijke campagne patiëntveiligheid wordt ruim € 2 miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is € 1,8 miljoen bestemd voor een personele uitbreiding van 20 fte en € 0,8 miljoen voor het wetenschappelijke programma. De Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) neemt € 0,5 miljoen van de totale kosten voor haar rekening.
Niet-beleidsartikel 99 Nominaal en Onvoorzien
Dit is een technisch, administratief artikel, waarop middelen voor de loon en prijsbijstelling worden geparkeerd voordat ze worden overgeheveld naar de desbetreffende beleidsartikelen. Daarnaast worden op dit artikel de taakstellingen geboekt, voordat deze verder worden verdeeld over de beleidsartikelen. Ook worden hierop de onvoorziene uitgaven geplaatst die aan de beleidsartikelen worden toegedeeld.
99.2 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
| Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW en amendementen | Mutaties 1e suppletore wet | Stand 1e suppletore begroting | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | (4)=(1+2+3) | |||||
| Verplichtingen | – 37 698 | – 4 500 | 108 104 | 65 906 | 113 716 | 109 935 | 109 205 | 100 602 |
| Uitgaven | – 42 118 | – 4 500 | 108 104 | 61 486 | 113 716 | 109 935 | 109 205 | 100 602 |
| Programma-uitgaven | – 42 118 | – 4 500 | 108 104 | 61 486 | 113 716 | 109 935 | 109 205 | 100 602 |
| 1. Loonbijstelling | 985 | 0 | 86 572 | 87 557 | 87 735 | 88 092 | 86 787 | 84 054 |
| 2. Prijsbijstelling | 398 | 0 | 6 419 | 6 817 | 6 420 | 6 005 | 3 968 | 3 966 |
| 3. Onvoorzien | 2 | 0 | 7 484 | 7 486 | 13 313 | 10 370 | 10 178 | 8 256 |
| 4. Taakstelling | – 43 503 | – 4 500 | 7 629 | – 40 374 | 6 248 | 5 468 | 8 272 | 4 326 |
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 985 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Loonbijstelling restant tranche 2007, kader Zorg (Opleidingsfonds) | 647 |
| 2. Loonbijstelling restant tranche 2007, kader Rijksbegroting | 2 779 |
| 3. Loonbijstelling tranche 2008, kader Zorg (Opleidingsfonds) | 22 003 |
| 4. Loonbijstelling tranche 2008, kader Rijksbegroting | 60 343 |
| 5. Overige mutaties | 800 |
| Stand 1e suppletore begroting | 87 557 |
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 398 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Prijsbijstelling tranche 2008, kader Zorg (Opleidingsfonds) | 5 974 |
| 2. Overige mutaties | 445 |
| Stand 1e suppletore begroting | 6 817 |
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | 2 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Overboeken resterende middelen eindejaarsmarge | 15 682 |
| 2. Inzet eindejaarsmarge ter dekking algehele begrotingsproblematiek | – 10 462 |
| 3. Overboeking van het ministerie van Financiën van de enveloppenmiddelen Participatie | 2 350 |
| 4. Overboeking naar het Gemeentefonds van de enveloppenmiddelen Participatie | – 2 350 |
| 5. Overboeking van het ministerie van Financiën van de enveloppenmiddelen Innovatie CBRN (weerstandsverhoging) | 5 500 |
| 6. Overige mutaties | – 3 236 |
| Stand 1e suppletore begroting | 7 486 |
Toelichting doelstelling Onvoorzien
Algemeen: de mutaties die op deze post plaatsvinden hebben betrekking op de middelen in verband met de eindejaarsmarge en de verdeling van de enveloppen uit het coalitieakkoord. Het betreft budgetten die nog doorgeboekt moeten worden naar de beleidsartikelen. Dit geschiedt bij de 2e suppletore begroting 2008.
3. en 4. Enveloppenmiddelen participatie: in het beleidsprogramma van het kabinet zijn er middelen beschikbaar gesteld voor vrijwillige inzet en maatschappelijke stages. De middelen worden voor 50% verdeeld over gemeenten met scholen voor voortgezet onderwijs (via de begroting van het ministerie van OCW) en voor 50% verdeeld over alle 443 gemeenten via dit begrotingshoofdstuk. De middelen worden rechtstreeks aan het Gemeentefonds toegevoegd.
5. Enveloppenmiddelen innovatie CBRN: de middelen worden beschikbaar gesteld voor inspanningen op het gebied van weerstandverhoging tegen (en respons op) chemisch, biologisch, radiologisch of nucleair (CBRN)-terrorisme. VWS is belast met de weerstandverhoging van een aantal, op grond van de NCTb-lijst, aangewezen diensten/instellingen.
| Stand vastgestelde begroting 2008 (bedragen x € 1 000) | – 48 003 |
|---|---|
| Mutaties 1e suppletore begroting: | |
| 1. Overboeking naar het ministerie van AZ i.v.m. de bijdrage aan het rijkslogo | – 306 |
| 2. Aandeel van Jeugd en Gezin in een bij de 1e suppletore begroting 2006 op de VWS-begroting doorgevoerde taakstellende onderuitputting ter dekking van algehele begrotingsproblematiek | 1 300 |
| 3. Overige mutaties | 6 635 |
| Stand 1e suppletore begroting | – 40 374 |
4. HET BELEID MET BETREKKING TOT DE ZORGUITGAVEN
Deze paragraaf geeft een actueel beeld van de uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Naast de doorwerking van de voorlopige zorguitgaven 2007 (zoals gepresenteerd in het Jaarverslag 2007, dat op de derde woensdag in mei verschijnt), geeft deze paragraaf de mutaties weer die voortkomen uit in gang gezet beleid en onvermijdelijke knelpunten, die in 2008 voorzien worden.
De netto BKZ relevante uitgaven nemen ten opzichte van de VWS ontwerpbegroting toe met € 256 miljoen. Dit is het saldo1 van de mutaties in de bruto BKZ relevante uitgaven en in de BKZ relevante ontvangsten (eigen betalingen). Ten opzichte van de VWS ontwerpbegroting nemen de bruto BKZ relevante uitgaven en de BKZ relevante ontvangsten toe, met respectievelijk€ 263 miljoen en € 6 miljoen. Paragraaf 4.1 geeft een nadere specificatie van de uitgaven en ontvangsten mutaties. Het BKZ-plafond is als gevolg van nominale ontwikkelingen en technische ijklijnmutaties met € 106 miljoen verhoogd. De netto BKZ relevante uitgaven komen volgens de huidige stand € 150 miljoen boven het BKZ-plafond uit. Paragraaf 4.2 geeft een nadere toelichting van de verhoging van het BKZ-plafond en de vergelijking met de netto BKZ relevante uitgaven.
4.1 Ontwikkelingen in uitgaven en ontvangsten 2008
Tabel 1 geeft een overzicht van de mutaties in bruto BKZ relevante uitgaven 2008. De belangrijkste mutaties worden vervolgens kort toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting van de BKZ-mutaties op de VWS-artikelen wordt verwezen naar paragraaf 4.3.
Tabel 1 Mutaties in de bruto BKZ relevante uitgaven 2008 (bedragen x € 1 000 000)
| 2008 | |
|---|---|
| Bruto BKZ relevante uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 54 349,7 |
| Mutaties: | |
| Doorwerking voorlopige zorguitgaven 2007 | 173,3 |
| wv financieringschuif | 150,0 |
| PGB’s | 25,0 |
| Tegenvaller FLO regeling ambulancezorg | 43,0 |
| Besparingsverlies huisartsen | 33,6 |
| Onverzekerden | 2,4 |
| Wanbetalers | 4,0 |
| Macro loon- en prijsbijstelling (CEP tranche 2008) | – 60,5 |
| Ova correctie | 28,1 |
| IJklijnmutaties | 6,4 |
| Overige mutaties | 7,2 |
| Totaal mutaties | 262,5 |
| Bruto BKZ relevante uitgaven stand 1e suppletore begroting 2008 | 54 612,2 |
Doorwerking voorlopige zorguitgaven 2007
Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de zorguitgaven 2007 geactualiseerd, dit betreft echter nog een voorlopig en incompleet beeld. In juni/juli worden de budgetgegevens van de ziekenhuissectoren en de ambulances ontvangen, tevens worden dan de voorlopige realisatiecijfers 2007 van de AWBZ-convenantsectoren verwacht.
Uit de huidige actualisatie komt per saldo een tegenvaller van € 173,3 miljoen. Dit is inclusief een (incidentele) financieringschuif van € 150 miljoen. Hier wordt een aanvullende tegenvaller verwacht, de omvang hiervan wordt duidelijk bij de – in juni/juli te ontvangen – nieuwe realisatiegegevens over 2007 van de NZa en het CVZ. Een financieringschuif betreft betalingen van zorgkantoren voor verplichtingen die in voorgaande jaren zijn aangegaan.
Op basis van de realisatiegegevens 2007 is de raming 2008 bijgesteld met € 25 miljoen.
Tegenvaller FLO regeling ambulancezorg
Deze tegenvaller is het gevolg van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Het CBB heeft het besluit van de NZa, om de meerkosten die voortkomen uit CAO-afspraken rondom het functioneel leeftijdsontslag (FLO) niet in de tarieven te verwerken, ongeldig verklaard.
Om overschrijdingen op onderdelen van de huisartsenzorg te compenseren was VWS voornemens om de totale overschrijding (exclusief de overschrijding op de modules POH en M&I) te dekken middels een tariefmaatregel voor huisartsenzorg. In bestuurlijk overleg met betrokken partijen is echter overeengekomen om de overschrijding deels te dekken middels het niet indexeren van de tarieven in 2007 en 2008.
Volgens gegevens van het CBS zijn zo’n 240 000 mensen onverzekerd voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). In de brief inzake de aanpak van deze onverzekerden (TK 2007–2008, 29 689, nr. 180) is aangegeven welke maatregelen worden voorbereid om dit aantal terug te dringen. Tot die maatregelen behoren doelgroepgerichte voorlichting, actieve opsporing, boete-oplegging en ambtshalve verzekeren. Met het oog op de door de SVB, het CVZ en het CJIB te maken kosten wordt de uitgavenraming 2008 verhoogd met € 2,4 miljoen. Tegenover deze hogere uitgaven staan hogere ontvangsten.
Naast de groep onverzekerden zijn er ongeveer 200 000–250 000 verzekerden die hun nominale premie voor de Zorgverzekering (Zvw) al meer dan 6 maanden niet hebben betaald. Teneinde dit aantal terug te dringen wordt een wetsvoorstel voorbereid waarbij wanbetalers worden verplicht tot betaling van een bestuursrechtelijke premie (incl. 30% opslag van de zorgpremie) aan het CVZ en de mogelijkheid van bronheffing door de overheid. Met het oog op de door het CVZ te maken kosten wordt de uitgavenraming 2008 verhoogd met € 4 miljoen. Tegenover deze hogere uitgaven staan hogere ontvangsten.
Macro loon- en prijsbijstelling (CEP tranche 2008)
De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan 2008 van het Centraal Planbureau (CPB).
Deze mutatie betreft een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd.
Dit betreft een saldo van diverse mutaties tussen de verschillende uitgavenkaders en het BKZ. Onder andere betreft dit de overheveling van de begroting J&G voor wachtlijsten jeugdzorg (€ 26 miljoen) naar het BKZ, de overheveling van middelen voor de subsidie kwaliteit medisch specialisten naar de VWS-begroting (€ 10 miljoen) en een overheveling voor de uitgaven die gemoeid zijn met de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zvw die plaatsvinden op de VWS-begroting (€ 6,4 miljoen).
Tabel 2 geeft een overzicht van de BKZ relevante ontvangsten.
Tabel 2 Mutaties in de BKZ relevante ontvangsten 2008 (bedragen x € 1 000 000)
| 2008 | |
|---|---|
| BKZ relevante ontvangsten stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 3 028,3 |
| Onverzekerden/wanbetalers | 6,4 |
| BKZ relevante ontvangsten stand 1e suppletore begroting 2008 | 3 034,7 |
Zoals reeds gemeld in de toelichting bij tabel 1 wordt de uitgavenraming verhoogd in verband met de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zvw. Tegenover deze extra uitgaven staan extra ontvangsten die in het Zorgverzekeringsfonds vloeien.
Tabel 3 geeft een overzicht van de bijstellingen in het BKZ-plafond. In totaal is het BKZ-plafond met € 106,2 miljoen opwaarts bijgesteld.
Tabel 3 Mutaties in het BKZ-plafond 2008 (bedragen x € 1 000 000)
| 2008 | |
|---|---|
| BKZ-plafond stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 51 321,4 |
| Bijstelling op basis van deflator Nationale Bestedingen | 99,8 |
| IJklijnmutaties begrotingsgefinancierde uitgaven | 6,4 |
| BKZ-plafond stand 1e suppletore begroting 2008 | 51 427,6 |
Bijstellingen op basis van de deflator Nationale Bestedingen
Het BKZ-plafond wordt conform de afgesproken systematiek aangepast aan de ontwikkelingen van de prijs Nationale Bestedingen (pNB). Bij de opstelling van de VWS-begroting is de Macro Economische Verkenning (MEV) 2007 als basis gebruikt. Omdat het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal Economisch Plan 2008 de prijsontwikkeling van de NB hoger raamt dan in de MEV is het BKZ-plafond opwaarts bijgesteld.
IJklijnmutaties begrotingsgefinancierde uitgaven
Zie de toelichting bij de uitgavenmutaties in paragraaf 4.1.
Tabel 4 geeft de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het BKZ1 sinds de VWS-begroting 2008 weer.
Tabel 4 Ontwikkeling van het BKZ (bedragen x € 1 000 000)
| BKZ uitgaven | BKZ ontvangsten | BKZ uitgaven | BKZ-plafond | Overschrijding (+)/onderschrijding (-) | |
|---|---|---|---|---|---|
| (Bruto) | (Eigen betalingen) | (Netto) | |||
| a | b | c=a-b | d | e=c-d | |
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 54 350 | 3 028 | 51 321 | 51 321 | 0 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 54 612 | 3 035 | 51 578 | 51 428 | 150 |
| Mutatie t.o.v. stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 263 | 6 | 256 | 106 | 150 |
Bij de stand 1e suppletore wet doet zich een overschrijding voor van € 150 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de doorwerking van de voorlopige zorguitgaven 2007. De uitgaven- en ontvangstenmutaties leiden per saldo tot een verhoging van de netto BKZ relevante uitgaven met € 256 miljoen. Het BKZ-plafond wordt met € 106 miljoen verhoogd.
4.3 Toelichting mutaties per artikel
De onderstaande tabellen geven een cijfermatig overzicht per artikel. Tabel 5 geeft de mutaties vanaf de stand ontwerpbegroting 2008 tot aan de 1e suppletore begroting 2008 op artikelniveau weer. Relevante mutaties worden in tabel 6 verder toegelicht.
Tabel 5 Premiegefinancierde zorguitgaven per artikel (bedragen x € 1 000 000)
| Artikel | Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | Mutaties 1e suppletore begroting 2008 | Stand 1e suppletore begroting 2008 | Mutaties 2009 | Mutaties 2010 | Mutaties 2011 | Mutaties 2012 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| a | b | c=a+b | |||||
| 41 Volksgezondheid | 104,2 | – 6,4 | 97,8 | 6,0 | 6,0 | 6,0 | 6,0 |
| 42 Gezondheidszorg | 30 052,0 | 8,7 | 30 060,7 | – 4,9 | 35,9 | 51,6 | 51,2 |
| 43 Langdurige zorg | 20 150,0 | 291,0 | 20 441,0 | 80,6 | 80,6 | 80,6 | 80,6 |
| 44 Maatschappelijke ondersteuning | 163,5 | 2,6 | 166,1 | – 1,1 | – 4,9 | – 9,0 | – 9,0 |
| 99 Nominaal en onvoorzien | 1 640,4 | – 57,8 | 1 582,6 | 83,4 | 44,7 | – 133,6 | 164,8 |
| Wmo (gemeentefonds) | 1 439,0 | 23,6 | 1 462,6 | 1,3 | 1,3 | 1,3 | 1,3 |
| Opleidingsfonds (begroting VWS) | 773,0 | – 0,3 | 772,7 | 3,2 | 6,7 | 6,7 | 6,7 |
| Aanvullende post- Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven | 27,6 | 1,1 | 28,7 | – 243,2 | – 241,6 | – 241,9 | – 240,2 |
| Totaal | 54 349,7 | 262,5 | 54 612,2 | – 74,7 | – 71,3 | – 238,3 | 61,4 |
Tabel 6 Toelichting financiële mutaties per artikel
41 Volksgezondheid (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 104,2 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Doorwerking voorlopige zorguitgaven 2007 | – 6,4 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 97,8 |
1. Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven 2007 van het Rijksvaccinatieprogramma geactualiseerd. Uit deze actualisatie komt per saldo een meevaller van € 6,4 mln, dit is het resultaat van een tegenvaller bij de budgetten (€ 6,0 mln) en een financieringschuif van 2006 en 2007 naar 2008 (€ -12,4 mln).
42 Gezondheidszorg (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 30 052,0 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Doorwerking voorlopige zorguitgaven 2007 | – 54,5 |
| 2. Correctie PGB’s | – 39,7 |
| 3. Wachtlijsten jeugdzorg | 13,0 |
| 4. Subsidie kwaliteit medisch specialisten | – 10,0 |
| 5. Overheveling opleidingsfonds | – 6,6 |
| 6. Tegenvaller FLO regeling ambulancezorg | 43,0 |
| 7. Besparingsverlies huisartsen | 33,6 |
| 8. Verbetering methadonbehandeling | 7,5 |
| 9. Overige mutaties | 9,9 |
| 10. Technische mutatie | 12,5 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 30 060,7 |
1. Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven 2007 geactualiseerd. Uit deze actualisatie komt per saldo een meevaller van € 54,5 mln. Hogere uitgaven dan geraamd doen zich vooral voor bij huisartsenzorg (€ 117,9 mln), medisch specialisten (€ 35,6 mln) en dieetadvisering (€ 9,1 mln). Lagere uitgaven dan geraamd doen zich met name voor bij tandheelkundige specialistische zorg (€ 37,1 mln), kraamzorg (€ 33,6 mln), ziekenvervoer (€ 17,5 mln), hulpmiddelen (€ 80 mln) en grensoverschrijdende zorg (€ 53,2 mln).
2. Overheveling middelen van PGB’s Zvw naar PGB’s AWBZ, vanwege het handhaven van de activerende begeleiding onder de AWBZ.
3. Overheveling van de begroting J&G voor de wachtlijsten jeugdzorg (jeugd ggz), voortvloeiend uit de motie Van Geel c.s.. Dit betrof een motie bij de Algemene poltieke beschouwingen over begroting 2008.
4. Overheveling naar de VWS-begroting in verband met de subsidie voor kwaliteitsbeleid medisch specialisten.
5. Overheveling naar het opleidingsfonds. Aangezien in de zgn. tweede tranche opleidingen meer opleidingsplaatsen omgaan dan eerder aangenomen, vindt een aanvullende schoning van de instellingsbudgetten plaats.
6. Deze tegenvaller is het gevolg van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Het CBB heeft het besluit van de NZa, om de meerkosten die voortkomen uit CAO-afspraken rondom het functioneel leeftijdsontslag (FLO) niet in de tarieven te verwerken, ongeldig verklaard. De tegenvaller van € 43 mln betreft de hiermee samenhangende extra kosten voor de jaren 2006, 2007 en 2008. Het structurele effect is een tegenvaller van € 16 mln.
7. Om overschrijdingen op onderdelen van de huisartsenzorg te compenseren was VWS voornemens om de totale overschrijding (exclusief de overschrijding op de modules POH en M&I) te dekken middels een tariefmaatregel voor huisartsenzorg. In bestuurlijk overleg met betrokken partijen is echter overeengekomen om de overschrijding deels te dekken middels het niet indexeren van de tarieven in 2007 en 2008.
8. Betreft verbetering van de verslavingszorg, door de diagnostiek en zorg bij methadonbehandeling te versterken met inzet van extra verpleegkundigen bij de methadonposten. De maatregel is een uitvloeisel van een behandelrichtlijn die is opgesteld op advies van de IGZ.
43 Langdurige zorg (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 20 150,0 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Doorwerking voorlopige zorguitgaven 2007 | 185,6 |
| 2. PGB’s | 114,7 |
| 3. Wachtlijsten jeugdzorg | 13,0 |
| 4. Wmo | – 22,3 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 20 441,0 |
1. Op basis van de gegevens van de NZa en het CVZ zijn de uitgaven 2007 geactualiseerd. Uit deze actualisatie komt per saldo een tegenvaller van € 185,6 mln, het resultaat van een tegenvaller bij de uitgaven van de bovenbudgettaire vergoedingen (€ 21,0 mln), subsidies gehandicaptenzorg (€ 2,2 mln) en een financieringschuif van 2003–2007 naar 2008 (€ 162,4 mln) bij de AWBZ-convenantsectoren.
2. De mutaties bij de PGB’s betreffen een herschikking van € 50 mln ten behoeve van de financiering van het subsidieplafond, een overheveling van € 39,7 mln van de Zvw vanwege het handhaven van de activerende begeleiding onder de AWBZ en een ramingbijstelling van € 25 mln van het subsidieplafond 2008.
3. Overheveling van de begroting J&G voor de wachtlijsten jeugdzorg (jeugd lvg), voortvloeiend uit de motie Van Geel c.s.. Dit betrof een motie bij de Algemene poltieke beschouwingen over begroting 2008.
4. Terugboeking naar de Wmo voor de levering van huishoudelijke zorg aan thuiswonende verblijfsgeïndiceerden (het volledig pakket thuis). In 2008 wordt huishoudelijke zorg voor verblijfsgeïndiceerden nog door gemeenten geleverd en gefinancierd.
44 Maatschappelijke ondersteuning (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 163,5 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Doorwerking voorlopige zorguitgaven 2007 | 2,6 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 166,1 |
1. Op basis van de gegevens van het CVZ zijn de uitgaven 2007 van de MEE-subsidies geactualiseerd. Uit deze actualisatie komt per saldo een tegenvaller van € 2,6 mln.
99 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 1 640,4 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Doorwerking voorlopige zorguitgaven 2007 | 46,0 |
| 2. Aanpassing raming loon- en prijsbijstelling | – 61,6 |
| 3. Ova correctie | 28,1 |
| 4. Bijstelling Wmo budget | – 1,3 |
| 5. Overheveling PGB’s | – 50,0 |
| 6. Onverzekerden | 2,4 |
| 7. Wanbetalers | 4,0 |
| 8. Onverzekerden/wanbetalers | – 6,4 |
| 9. Overige mutaties | – 6,5 |
| 10. Technische mutatie | – 12,5 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 1 582,6 |
1. Op basis van de gegevens van het CVZ zijn de uitgaven 2007 geactualiseerd. Uit deze actualisatie blijken uitgaven van € 46,0 mln voor overige kosten (o.a. kosten voor de beleidsregels «Geïntegreerde eerstelijnszorg en innovatie», «Innovatie ten behoeve van nieuwe zorgproducten» en «Samenwerking ten behoeve van geïntegreerde eerstelijnszorgproducten»).
2. De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan 2008 van het Centraal Planbureau (CPB).
3. Ova correctie. Deze mutatie betreft een correctie op de middelen die eerder voor de jaarlijkse indexering van budgetten en tarieven voor de loonkostenstijging, de ova, waren gereserveerd.
4. Het Wmo budget wordt bijgesteld. Correctie betreft aantoonbare registratiefouten in 2005 voor 7 gemeenten in de regio ZW-Friesland en de nominale indexatie 2007 en 2008.
5. Overheveling naar artikel 43 voor de PGB’s, ten behoeve van de financiering van het subsidieplafond.
6. In verband met door het CVZ, de SVB en het CJIB te maken kosten die samenhangen met de aanpak van onverzekerden Zvw wordt de uitgavenraming met € 2,4 mln verhoogd. De ontvangstenraming wordt eveneens verhoogd.
7. Met het oog op de voorgenomen maatregelen in het kader van de aanpak van wanbetalers Zvw (verzekerden die langer dan zes maanden hun Zvw-premie niet hebben betaald) wordt de uitgavenraming met € 4,0 mln verhoogd. De ontvangstenraming wordt eveneens verhoogd.
8. Aangezien de met de aanpak van onverzekerden en wanbetalers gemoeide uitgaven worden gedaan via de VWS-begroting vindt een overheveling plaats van premiegefinancierde uitgaven naar de VWS-begroting.
99 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1 000 000)
| Ontvangsten | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 3 028,3 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Onverzekerden/wanbetalers | 6,4 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 3 034,7 |
1. In verband met de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zvw wordt de raming verhoogd. Zie ook de toelichting bij de uitgaven.
Wmo (gemeentefonds, op de begroting van BZK) (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 1 439,0 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Terugboeking | 22,3 |
| 2. Bijstelling | 1,3 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 1 462,6 |
1. Terugboeking naar de Wmo voor de levering van huishoudelijke zorg aan thuiswonende verblijfsgeïndiceerden (het volledig pakket thuis). In 2008 wordt huishoudelijke zorg voor verblijfsgeïndiceerden nog door gemeenten geleverd en gefinancierd.
2. Het Wmo budget wordt bijgesteld. Correctie betreft aantoonbare registratiefouten in 2005 voor 7 gemeenten in de regio ZW-Friesland en de nominale indexatie 2007 en 2008.
Opleidingsfonds (op de begroting van VWS) (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 773,0 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Aanvullende schoning 2e tranche | 6,7 |
| 2. Modernisering van opleidingen | – 4,0 |
| 3. Orgaandonaties | – 3,0 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 772,7 |
1. Overheveling naar het opleidingsfonds. Aangezien in de zgn. tweede tranche opleidingen meer opleidingsplaatsen omgaan dan eerder aangenomen, vindt een aanvullende schoning van de instellingsbudgetten plaats.
2. Vertraging bij de modernisering van opleidingen in de zorg. Hierdoor verschuift de implementatiefase naar 2009. De daarvoor gereserveerde middelen komen daardoor niet tot besteding.
3. Overheveling naar de VWS-begroting in verband met de orgaandonaties; voor nieuwe en bestaande activiteiten die zich richten op het voorlichten van de bevolking, het werven van meer registraties, het beter benutten van het donorpotentieel in ziekenhuizen en het ondersteunen van nieuwe oplossingen voor orgaandonatie.
Aanvullende post – Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven (o.a. op de begroting van Financiën) (bedragen x € 1 000 000)
| Uitgaven | 2008 |
|---|---|
| Stand VWS ontwerpbegroting 2008 | 27,6 |
| Mutaties tot en met 1e suppletore begroting 2008 | |
| 1. Aanpassing raming loon- en prijsbijstelling | 1,1 |
| Stand 1e suppletore begroting 2008 | 28,7 |
1. De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan 2008 van het Centraal Planbureau (CPB).
BIJLAGE 1
OVERZICHT FOUTEN EN ONZEKERHEDEN IN DE FINANCIËLE INFORMATIE IN HET JAARVERSLAG 2008 VAN HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT (XVI)
| Art. nr. | Omschrijving | Verantwoord bedrag | Fout | Onzekerheid | Totaal F + O | Tolerantie overschreden? | Onzekerheid over volledig-heid | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | ||||||
| Beleidsartikelen | |||||||||
| 41* | Volksgezondheid | 705 758 | 1 700 | – | – | – | 1 700 | nee | – |
| 42* | Gezondheidszorg | 7 276 310 | 1 266 201 | – | 186 | – | 1 266 387 | ja | – |
| 43* | Langdurige zorg | 5 384 995 | 415 | – | 662 | – | 1 077 | nee | – |
| 44* | Maatschappelijke ondersteuning | 594 076 | 15 472 | – | – | – | 15 472 | nee | – |
| 46* | Sport | 95 900 | 5 725 | – | – | – | 5 725 | nee | – |
| 47* | Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II | 402 844 | 321 | – | – | – | 321 | nee | – |
| Niet-beleidsartikelen | |||||||||
| 98 | Algemeen | 370 582 | 100 | – | – | – | 100 | nee | – |
| 99 | Nominaal en onvoorzien | – | – | – | – | – | – | – | |
| Totaal | 14 830 465 | 1 289 934 | – | 848 | – | – | |||
* De fouten worden (deels) veroorzaakt door onvolkomenheden in de bedrijfsvoering
Individuele fouten in de deugdelijke weergave die de tolerantie overschrijden
| Art. nr. | Post | Fout | |
|---|---|---|---|
| Totaal individuele fouten | 0 | ||
| Totaal verplichtingen | 14 830 465 | ||
| Procentuele fout | 8,70% | ||
| Procentuele onzekerheid | 0,01% |
B/C. Uitgaven + ontvangsten (€ x 1000)
| Art. nr. | Omschrijving | Verantwoord bedrag | Fout | Onzekerheid | Totaal F + O | Tolerantie overschreden? | Onzekerheid over volledig-heid | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | ||||||
| Beleidsartikelen | |||||||||
| 41* | Volksgezondheid | 615 494 | 1 461 | – | 232 | – | 1 693 | nee | – |
| 42* | Gezondheidszorg | 7 346 970 | 67 587 | – | 21 827 | – | 89 414 | nee | – |
| 43* | Langdurige zorg | 5 396 046 | 40 080 | – | 7 | – | 40 087 | nee | – |
| 44* | Maatschappelijke ondersteuning | 512 219 | 242 | – | 7 | – | 249 | nee | – |
| 46* | Sport | 106 028 | 1 873 | – | 584 | – | 2 457 | nee | – |
| 47* | Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II | 400 573 | 12 | – | 508 | – | 520 | nee | – |
| Niet-beleidsartikelen | |||||||||
| 98 | Algemeen | 336 130 | 8 927 | – | 345 | – | 9 272 | nee | – |
| 99 | Nominaal en onvoorzien | – | – | – | – | – | – | – | |
| Totaal | 14 713 460 | 120 182 | – | 23 510 | – | – | |||
| * De fouten worden (deels) veroorzaakt door onvolkomenheden in de bedrijfsvoering | |||||||||
| (1) | Totaal Uitgaven en Ontvangsten | 14 713 460 | Omvangsbasis uitgaven + ontvangsten | ||||||
| Procentuele fout | 0,82% | Tolerantiegrens niet overschreden | |||||||
| Procentuele onzekerheid | 0,16% | Tolerantiegrens niet overschreden | |||||||
| (2) | Totaal | 15 058 507 | Omvangsbasis uitgaven + ontvangsten + bijdrage(n) van derden baten-lastendiensten | ||||||
| Procentuele fout | 0,87% | Tolerantiegrens niet overschreden | |||||||
| Procentuele onzekerheid | 0,17% | Tolerantiegrens niet overschreden | |||||||
| Art. nr. | Omschrijving | Verantwoord bedrag | Fout | Onzekerheid | Totaal F + O | Tolerantie overschreden? | Onzekerheid over volledig-heid | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | ||||||
| Beleidsartikelen | |||||||||
| 41* | Volksgezondheid | 601 294 | 1 461 | – | 232 | – | 1 693 | nee | – |
| 42* | Gezondheidszorg | 6 911 427 | 67 587 | – | 21 827 | – | 89 414 | nee | – |
| 43* | Langdurige zorg | 5 394 615 | 40 080 | – | 7 | – | 40 087 | nee | – |
| 44* | Maatschappelijke ondersteuning | 510 288 | 242 | – | 7 | – | 249 | nee | – |
| 46* | Sport | 104 548 | 1 873 | – | 584 | – | 2 457 | nee | – |
| 47* | Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II | 399 788 | 12 | – | 508 | – | 520 | nee | – |
| Niet-beleidsartikelen | |||||||||
| 98 | Algemeen | 325 494 | 8 927 | – | 345 | – | 9 272 | nee | – |
| 99 | Nominaal en onvoorzien | – | – | – | – | – | – | – | |
| Totaal | 14 247 454 | 120 182 | – | 23 510 | – | – | |||
* De fouten worden (deels) veroorzaakt door onvolkomenheden in de bedrijfsvoering
Individuele fouten in de deugdelijke weergave die de tolerantie overschrijden
| Art. nr. | Post | Fout | |
|---|---|---|---|
| Totaal individuele fouten | 0 | ||
| Totaal uitgaven | 14 247 454 | ||
| Procentuele fout | 0,84% | ||
| Procentuele onzekerheid | 0,17% |
| Art. nr. | Omschrijving | Verantwoord bedrag | Fout | Onzekerheid | Totaal F + O | Tolerantie overschreden? | Onzekerheid over volledig-heid | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | ||||||
| Beleidsartikelen | |||||||||
| 41 | Volksgezondheid | 14 200 | – | – | – | – | – | – | |
| 42 | Gezondheidszorg | 435 543 | – | – | – | – | – | – | |
| 43 | Langdurige zorg | 1 431 | – | – | – | – | – | – | |
| 44 | Maatschappelijke ondersteuning | 1 931 | – | – | – | – | – | – | |
| 46 | Sport | 1 480 | – | – | – | – | – | – | |
| 47 | Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II | 785 | – | – | – | – | – | – | |
| Niet-beleidsartikelen | |||||||||
| 98 | Algemeen | 10 636 | – | – | – | – | – | – | |
| 99 | Nominaal en onvoorzien | – | – | – | – | – | – | – | |
| Totaal | 466 006 | – | – | – | – | – | |||
Individuele fouten in de deugdelijke weergave die de tolerantie overschrijden
| Art. nr. | Post | Fout | |
|---|---|---|---|
| Totaal individuele fouten | 0 | ||
| Totaal ontvangsten | 466 006 | ||
| Procentuele fout | 0,00% | ||
| Procentuele onzekerheid | 0,00% |
D. Baten-lastendiensten (€ x 1000)
| Art. nr. | Omschrijving | Verantwoord bedrag | Fout | Onzekerheid | Totaal F + O | Onzekerheid over volledigheid | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | |||||
| College ter Beoordeling van Geneesmiddelen | ||||||||
| * | Baten | 35 806 | 300 | – | – | – | 300 | |
| Bijdrage moederdepartement | 178 | – | – | – | – | – | ||
| Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg | ||||||||
| * | Baten | 31 914 | 2 100 | – | 179 | – | 2 279 | |
| Bijdrage moederdepartement | 27 955 | – | – | – | – | – | ||
| Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu | ||||||||
| * | Baten | 329 747 | 2 870 | – | – | – | 2 870 | |
| Bijdrage moederdepartement | 121 102 | – | – | – | – | – | ||
| Nederlands Vaccin Instituut (tijdelijk) | ||||||||
| * | Baten | 139 901 | 5 400 | – | 2 200 | – | 7 600 | |
| Bijdrage moederdepartement | 43 086 | – | – | – | – | – | ||
| Totaal baten | 537 368 | 10 670 | – | 2 379 | – | |||
| * De fouten worden (deels) veroorzaakt door onvolkomenheden in de bedrijfsvoering | ||||||||
| Totale baten baten-lastendiensten | 537 368 | |||||||
| Procentuele fout | 1,99% | Tolerantiegrens niet overschreden | ||||||
| Procentuele onzekerheid | 0,44% | Tolerantiegrens niet overschreden | ||||||
| Art. nr. | Omschrijving | Verantwoord bedrag | Fout | Onzekerheid | Totaal F +O | Onzekerheid over volledig-heid | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | |||||
| 3 | Liquide middelen | – | – | – | – | – | – | – |
| 5 | Uitgaven buiten begrotingsverband | 516 | – | – | – | – | – | – |
| 6 | Ontvangsten buiten begrotingsverband | 9 971 | – | – | – | – | – | – |
| 7 | Openstaande rechten | – | – | – | – | – | – | – |
| 8 | Extra-comptabele vorderingen | 38 002 | – | – | – | – | – | – |
| 9 | Extra-comptabele schulden | – | – | – | – | – | – | – |
| 10 | Voorschotten | 4 769 885 | – | – | – | – | – | – |
| 11 | Garantieverplichtingen | 1 080 695 | – | – | – | – | – | – |
| 12 | Openstaande verplichtingen | 4 869 671 | – | – | – | – | – | – |
| 13 | Deelnemingen | – | – | – | – | – | – | – |
| Totaal beoordeeld | 10 768 740 | – | – | – | – | – | ||
| (De tolerantiegrens wordt afgeleid van totaal beoordeeld) | ||||||||
| Totaal saldibalans | 10 768 740 | |||||||
| Procentuele fout | 0,00% | |||||||
| Procentuele onzekerheid | 0,00% | |||||||
F. Afgerekende voorschotten (€ x 1000)
| Omschrijving | Verantwoord bedrag | Fout | Onzekerheid | Totaal F + O | Tolerantie overschreden? | Onzekerheid over volledig-heid | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | Rechtmatigheid | Deugdelijke weergave | ||||||
| Voorschotten | 9 005 900 | – | – | – | – | – | – | ||
| Totaal afgerekende voorschotten | 9 005 900 | – | – | – | – | – | |||
BIJLAGE 2
Op www.rekenkamer.nl staat een verklarende woordenlijst met begrippen die veel voorkomen in onze rapporten bij de jaarverslagen.
| A&K | Afhankelijkheids – en Kwetsbaarheid, – analyses |
| AAL | Audit Actielijst |
| aCBG | Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen |
| AFBZ | Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten |
| AK ZFW | Algemene Kas Ziekenfondswet |
| AWBZ | Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten |
| BIKK | Bijdrage in de kosten van kortingen |
| BKZ | Budgettair Kader Zorg |
| BOPZ (Wet-) | Wet Bijzondere Opnemingen psychiatrische ziekenhuizen |
| BuiZa | Buitenlandse Zaken, Ministerie van – |
| BZK | Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van – |
| CAK | Centraal Administratie Kantoor |
| CBS | Centraal Bureau voor de Statistiek |
| CBZ | College bouw zorginstellingen |
| CIBG | Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, agentschap |
| CIZ | Centrum Indicatiestelling Zorg |
| CSZ | Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen |
| CVZ | College voor zorgverzekeringen |
| CW 2001 | Comptabiliteitswet 2001 |
| CZ | Curatieve Zorg |
| DBV | Directie Bedrijfsvoering |
| DG | Directeur-generaal |
| EU | Europese Unie |
| EZ | Economische Zaken, ministerie van – |
| FEZ | Financieel Economische Zaken |
| ggz | geestelijke gezondheidszorg |
| IB | informatiebeveiliging |
| IODAD | Interdepartementaal overlegorgaan departementale auditdiensten |
| ICT | informatie- en communicatietechnologie |
| IGZ | Inspectie voor de Gezondheidszorg |
| LNV | Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van – |
| LVE | Landelijke Vereniging van Entadministraties |
| LZ | Langdurige Zorg |
| M&O | Misbruik en oneigenlijk gebruik |
| NTS | Nederlandse Transplantatie Stichting |
| NVI | Nederlands Vaccin Instituut |
| NZa | Nederlandse Zorgautoriteit |
| p&c | Planning & Control |
| PGO, Fonds - | Fonds voor Patiënten-, Gehandicaptenorganisaties en Ouderenbonden |
| pSG | plaatsvervangend secretaris-generaal |
| PUR | Pensioen- en Uitkeringsraad |
| RAD | Rijksauditdienst |
| RIVM | Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu |
| RWT | Rechtspersoon met een wettelijke taak |
| SER | Sociaal-Economische Raad |
| sisa | Single information single audit |
| SG | Secretaris-generaal |
| SM(AR)T | Specifiek, meetbaar, (afgestemd, realistisch) en tijdgebonden |
| SUO | Stichting Uitvoering Omslagregeling WTZ |
| SVB | Sociale Verzekeringsbank |
| VBTB | Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording |
| VIR | Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 2007 |
| VIR-BI | Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst-Bijzondere Informatie |
| VMS | Veiligheidsmanagementsysteem |
| VNG | Vereniging Nederlandse Gemeenten |
| VROM | Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer – Ministerie van |
| VTV | Centrum voor Volksgezondheid Toekomstverkenningen |
| VWA | Voedsel en Waren Autoriteit |
| VWS | Volksgezondheid, Welzijn en Sport – Ministerie van |
| Wbp | Wet bescherming persoonsgegevens |
| WMG | Wet marktordening gezondheidszorg |
| Wmo | Wet maatschappelijke ondersteuning |
| WTZ | Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen |
| WWI | Wonen, Wijken en Integratie |
| zbo | Zelfstandige bestuursorgaan |
| ZIZO | Zichtbare Zorg |
| ZonMw | Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen |
| ZVF | Zorgverzekeringsfonds |
| Zvw | Zorgverzekeringswet |
Algemene Rekenkamer (1995). Fondsbeheer in de sociale zekerheid. Tweede Kamer, vergaderjaar 1994–1995, 24 065, nrs. 1–2. Den Haag: Sdu.
Algemene Rekenkamer (2008a). Rapport bij het Jaarverslag 2007. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI). Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 444 XVI, nr. 4. Den Haag: Sdu
Algemene Rekenkamer (2008b). Kaders voor toezicht en verantwoording. Uitgangspunten, redeneerlijnen en handreikingen van de Algemene Rekenkamer. Den Haag: Algemene Rekenkamer
Algemene Rekenkamer (2009). Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren 2002–2008; Deel A: detacheringen zonder bezoldiging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 910, nr. 1. Den Haag: Sdu.
CVZ (2007). Fondsbeheerstatuut Fondsen. Diemen: CVZ.
CVZ (2008a). Financieel Jaarverslag Fondsen 2007. Over de verantwoording van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, het Zorgverzekeringsfonds en de Algemene Kas. Diemen: CVZ.
CVZ (2008b). Brief aan de minister van VWS d.d. 29 augustus 2008 betreffende het vergroten van zekerheid in het Financieel Jaarverslag Fondsen. Diemen: CVZ.
Ministerie van Financiën (2004), Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer betreffende Interdepartementaal beleidsonderzoek: Regeldruk en controletoren. Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 29 950, nr. 1. Den Haag: Sdu.
Ministerie van Financiën (2007a). Brief van 10 december 2007 van de minister van Financiën aan de minister van VWS. BZ 2007690M. Den Haag: Ministerie van Financiën.
Ministerie van Financiën (2007b). Brief van de minister van Financiën over het begrotings- en verantwoordingsproces, de toleranties en de uitvoerings van subsidies. Financieel jaarverslag van het Rijk 2006, Evaluatie VBTB. Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 031 en 29 949, nr. 19. Den Haag: Sdu.
Ministerie van VWS en CVZ (2007a). Governance arrangement tussen het College voor zorgverzekeringen en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Samenwerking en afstemming op het gebied van sturing, verantwoording en toezicht. Den Haag: Ministerie van VWS. Diemen: CVZ.
Ministerie van VWS (2007b). Slotwet en Jaarverslag van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2007. Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 444 XVI, nrs. 1–3. Den Haag: Sdu.
Ministerie van VWS (2007c), Tweede Kamer, Kamerstuk 31 792 XV, nr. 2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van VWS, voor het jaar 2008 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota). Den Haag: Sdu.
Ministerie van VWS (2008a). Beleidsregels handhaving subsidiebepalingen VWS en JenG. Staatscourant 30 september 2008, nr. 189/pag. 12
Ministerie van VWS (2008b). Brief van 7 juli 2008 van de staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer betreffende vereenvoudiging indicatiestelling AWBZ. Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 26 631 en 30 597, nr. 268. Den Haag: Sdu.
Ministerie van VWS (2008c). Leidraad inrichting financieel jaarverslag fondsen (onderdelen zorgverzekeringsfonds en algemeen fonds bijzondere ziektekosten (versie 21 februari 2008). Den Haag: Ministerie van VWS.
Ministerie van VWS (2008d). Oordeel functioneren zorg-zbo’s in 2007. Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 25 268, nr. 70. Den Haag: Sdu.
Ministerie van VWS (2008e). Brief van 4 december 2008 van het Ministerie van VWS aan het CVZ betreffende de vergroting zekerheid Financieel Jaarverslag Fondsen.
Ministerie van VWS (2008f). Begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2008, Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 200 hoofdstuk XVI, nr. 1. Den Haag: Sdu.
Ministerie van VWS (2009a). Brief van 23 februari 2009 van de minister van VWS aan de Tweede Kamer betreffende Financieel Jaarverslag Fondsen 2007. Z/F-2909857/Z/F-2909843. Den Haag: Ministerie van VWS.
Ministerie van VWS (2009b). Brief van 2 april 2009 van de minister van VWS aan de Algemene Rekenkamer betreffende subsidieregeling academische functie. CZ/FBI-2920012. Den Haag: Ministerie van VWS.
Comptabiliteitswet 2001, 01-09-2002, Stb. 2002, 413
Ministerie van Financiën (2006). Regeling prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek Rijksoverheid
Minister van Algemene Zaken. Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst 2007. Staatscourant 28 juni 2007, nr. 122/ pag 11.
Minister van Algemene Zaken. Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst- bijzondere informatie. Staatscourant 9 maart 2004, nr. 47/pag. 11
Minister van VWS. Subsidieregeling academische functie, Regeling van de minister van VWS van 14 december 2007, nr. CZ/FBI-2183467, houdende vaststelling van regels voor subsidiëring van de academische functie.
Minister van VWS. Regeling van de Minister van VWS van 13 december 2005, nr. MC/T&B-2642630 houdende regels voor de bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid.
Minister van VWS. Besluit houdende vaststelling van de Beleidsregels handhaving subsidiebepalingen VWS en JenG. Staatscourant 30 september 2008, nr. 189/pag. 12