Base description which applies to whole site

nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd.

Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2009 wijzigingen aan te brengen in: a. de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings

B. BEGROTINGSTOELICHTING

In dit wetsvoorstel zijn alleen technische uitvoeringsmutaties, mutaties van boekhoudkundige aard of mutaties voortvloeiend uit controlebevindingen opgenomen.

De absoluut of relatief kwantitatief omvangrijke mutaties zijn hieronder in tabelvorm opgenomen. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in uitgaven, ontvangsten en verplichtingen.

Overeenkomstig mijn toezegging tijdens het Wetgevingsoverleg Verkeer en Waterstaat van 24 juni 2009, is de informatievoorziening op projectniveau in deze suppletoire begroting verbeterd.

Hiertoe zijn projecttabellen met de realisatieprojecten opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt en waarvan de belangrijkste mutaties zijn voorzien van een toelichting.

Verder is per begrotingsartikel een tabel met de Budgettaire gevolgen van beleid opgenomen, waarin inzicht wordt verstrekt in de mutaties op financieel instrumentniveau. Ook hier worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Wat betreft deze verbeterde informatievoorziening wil ik verder graag verwijzen naar mijn brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal van 4 november 2009 (Kamerstukken II, 2009–2010, 32 123 A, nr. 8).

Overzicht belangrijkste uitgaven-, ontvangsten- en verplichtingenmutaties

Belangrijkste suppletore mutaties 2009 (slotwet) (in € mln.)

    Art. Uitgaven Ontvangsten Verplichtingen
Stand ontwerpbegroting 2009   7 753,6 7 753,6 8 675,7
Stand 1e suppletore begroting 2009   7 673,4 7 673,4 11 515,3
Stand 2e suppletore begroting 2009   7 363,7 7 564,5 8 595,3
– belangrijkste mutaties Slotwet:        
           
1. Hoofdwatersystemen 11 – 85,3 – 12,1 – 110,2
2. Hoofdwegennet 12 32,7 43,0 – 893,9
3. Spoorwegen 13 157,9 165,2 – 1 548,5
4. Regionale, lokale infrastructuur 14     – 190,4
5. Hoofdvaarwegennet 15 – 47,2 – 15,5 – 97,4
6. Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer 16 – 12,8   – 335,2
7. Megaprojecten Verkeer en Vervoer 17 – 46,1 13,9 – 180,0
8. Bijdragen andere begrotingen Rijk 19   – 34,3  
  Diversen   – 10,7 – 0,2 1,2
Realisatie 2009   7 352,2 7 724,5 5 240,9

Toelichting

11 Hoofdwatersystemen

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 + 4)
Verplichtingen 720 949 836 823 1 308 167 – 110 178 1 197 989
Uitgaven 813 582 897 904 1 072 003 –  85 313 986 690
11.01 Watermanagement 87 091 87 091 91 231 0 91 231
11.01.01 Basispakket watermanagement 87 091 87 091 91 231 0 91 231
11.02 Beheer en Onderhoud 200 123 243 015 352 410 – 25 372 327 038
11.02.01 Basispakket B&O waterkeren 117 016 137 016 209 779 0 209 779
11.02.05 Basispakket B&O integraal waterbeheren 51 156 51 156 105 028 40 105 068
11.02.08 Groot var.onderh.waterbeheer 31 951 54 843 37 603 – 25 412 12 191
11.03 Aanleg 466 706 502 570 619 399 – 60 028 559 371
11.03.01 Real.programma waterkeren 292 045 310 837 408 527 – 31 714 376 813
11.03.02 Real.programma waterbeheren 174 661 191 733 210 872 – 28 314 182 558
11.05 Verkenning en planstudie 59 662 65 228 8 963 87 9 050
11.05.01 Verkenn.progr.hoofdwatersystemen 622 5 624 6 821 – 110 6 711
11.05.02 Planstudieprogr.waterkeren 56 947 57 078 858 – 131 727
11.05.03 Planstudieprogr.waterbeheer 2 093 2 526 1 284 328 1 612
Van totale uitgaven:          
– Bijdrage aan baten-lastendienst         441 129
– Restant         545 561
11.09 Ontvangsten 33 065 39 917 40 317 – 12 133 28 184

11.02 Beheer en onderhoud

Het kasoverschot betreft de projecten Stuwen in de Lek en Masterplan Haringvliet. In verband met de mislukte aanbesteding bij Stuwen Lek wordt een nieuwe scope en planning voor dit project opgesteld. Bij Masterplan Haringvliet is er sprake van een gewijzigde planning van de aannemer doordat aanvankelijk niet aan de kwalitatieve verplichtingen was voldaan.

11.03 Aanleg

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Realisatieprojecten Waterkeren (11.03.01) Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
    (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 292 311 409 – 32 377  
  Deltaplan grote rivieren 16 16 20 – 1 19  
  Maatregelen i.r.t. rivierverruiming 17 13 12 – 2 10  
1 Dijkversterking en Herstel steenbekleding 60 56 78 – 6 72  
2 Hoogwaterbeschermingsprogramma 140 152 226 – 15 211  
3 Overige onderzoeken en kleine projecten 59 74 73 – 8 65  
  Afronding     0 0    

1. Met het voor 2009 beschikbare bedrag is cluster 1 (zeer urgente bestortingen: Westerschelde en Oosterschelde) van de bestortingen uitgevoerd. Wel is er voor ca. € 6 mln. aan naar 2010 overlopende betalingen.

2. Op het Hoogwaterbeschermingsprogramma is een kasoverschot van € 15 mln. door minder uitgaven op de projecten Middelharnis (€ 2 mln.), Enkhuizen/Hoorn (€ 6 mln.) en projecten <25 mln. (€ 12 mln.) en hogere uitgaven bij Zwakke Schakels Kust West Zeeuws Vlaanderen (€ 5 mln.). Het betreffen hier projecten in beheer en uitvoering bij waterschappen, waardoor RWS geen invloed heeft op de uitvoering.

3. In tegenstelling tot de verwachting tijdens het opstellen van de Najaarsnota, zijn ten behoeve van de projecten Nederland leeft met Water en Innovatie Delta technologie toch uitgaven verricht van respectievelijk € 1,9 mln. en € 3,7 mln.

  Anderzijds is er sprake van een lagere realisatie bij het project «Versterking Delftlandse kust icm PMR» (€ 12 mln.) en onderzoek SBW 2e fase (€ 1 mln.). Het laatst genoemde is het gevolg van een rekening voor meetpunten, die in 2009 te laat is ontvangen waardoor de betaling niet meer in dat jaar kon plaatsvinden.

  De lagere realisatie bij Versterking Delflandse Kust wordt veroorzaakt door vertraging in de uitvoering doordat a) de opdrachtnemer langer in Ter Heijde bezig is geweest met het opspuiten van zand dan gepland en b) door weersomstandigheden en averij aan schepen.

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Realisatieprojecten Waterbeheren (11.03.02) Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
    (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 176 192 211 – 29 182  
  Proef Grootschalige Verwerking Baggerspecie (GVB) 4 3 1 0 1  
  Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie (SVB) 0 2 1 0 1  
1 Subsidie baggeren bebouwd gebied (SUBBIED) 19 21 16 – 6 10  
2 Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren 75 69 129 – 13 116  
  Tijdelijke regeling bestrijding regionale wateroverlast 24 34 8 1 9  
  Inrichting IJsselmonding 1 2 1 – 1 0  
  Natte natuurprojecten IJsselmeergebied 1 2 1 1 2  
  Natuurpilot IJmeer/Markermeer 0 0 2 – 1 1  
3 Integrale inrichting Veluwe randmeer (IIVR) 10 10 5 – 1 4  
  Depot Hollandsch Diep 1 2 6 0 6  
  Klein Profijt 0 0 0 0    
  Uitbreiding gemaalcapaciteit IJmuiden 0 0 0 0    
  Aanleg baggerdepots (voorheen Depot Koerogspolder) 0 0 0 0    
  Doorlaatmiddel Veerse Meer 0 0 0 0    
  Natuurcompensatie Perkpolder 3 3 5 – 1 4  
  Verruiming vaargeul Westerschelde 4 5 3 – 2 1  
4 Innovatie KRW/WB21 26 30 17 – 15 2  
5 Synergie KRW/WB21 8 10 13 8 21  
  Kleine projecten 0 0 5 0 5  
  Afronding 0 – 1 – 2 1 – 1  

1. De lagere gerealiseerde uitgaven worden verklaard doordat minder subsidieaanvragen zijn ingediend dan het subsidieplafond.

2. Naast enkele meevallers in de aanbesteding van saneringen, is op een aantal projecten binnen dit programma een kasoverschot ontstaan door vertraging in grondaankopen, vertraging bij partners in geval van mede-financieringsprojecten en capaciteitsproblemen.

3. Dit betreft diverse kleinere projecten met een groot aantal externe initiatiefnemers. Een aantal daarvan is doorgeschoven. Besloten is het programma met 2 jaar te verlengen.

4. De lagere realisatie is het gevolg van de lange doorlooptijd van de notificatieprocedure bij de Europese Commissie, die nodig was om ook ondernemingen ten volle van de regeling te kunnen laten profiteren. De oorspronkelijke planning was dat de regeling in het voorjaar van 2009 gepubliceerd zou kunnen worden. Uiteindelijk lukte dit niet eerder dan het afgelopen najaar.

5. De gesloten bestuursovereenkomsten voor projecten in het landelijk gebied en de afgegeven beschikkingen aan de susidianten op de tijdelijke regeling eenmalige uitkering stedelijke synergieprojecten, hebben geleid tot een voortvarende aanpak en daardoor een hogere realisatie.

Verplichtingen

Het overschot op de bij dit artikel behorende verplichtingenraming wordt verklaard door het in overeenstemming brengen van de raming met de uitvoeringsplanning, over het algemeen door het later aangaan van de betalingsverplichtingen dan in de begroting verwacht, bij de projecten:

– Stuwen in de Lek en Haringvliet;

– NURG (Nadere Uitwerking Rivierengebied), Steenbekleding Ooster- en Westerschelde, HWBP (Hoogwaterbeschermingsprogramma) en Zwakke Schakels;

– Herstel & Inrichting, Innovatie KRW (Kaderrichtlijn Water) en Synergie KRW.

Ontvangsten

Door complexiteit van het project VNK2 (Veiligheid Nederland in Kaart) moeten veel gegevens van verschillende partijen verzameld worden en een nieuwe innovatieve methode worden ontwikkeld. De met dit project verband houdende verwachte inkomsten voor 2009 zijn daardoor ook vertraagd.

12 Hoofdwegennet

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 + 4)
Verplichtingen 4 139 934 4 339 567 2 773 627 – 893 862 1 879 765
Uitgaven 2 680 965 2 142 155 2 875 926 32 680 2 908 606
12.01 Verkeersmanagement 55 171 55 171 56 527 0 56 527
12.01.01 Basispakket verkeersmanagement 55 171 55 171 56 527 0 56 527
12.01.02 Servicepakket verkeersmanagement 0 0 0 0 0
12.02 Beheer en onderhoud 806 215 525 153 816 700 10 511 827 211
12.02.01 Basispakket B&O 627 891 352 891 642 227 15 000 657 227
12.02.02 Service pakket B&O 99 624 99 624 102 253 0 102 253
12.02.04 Groot variabel onderhoud 78 700 72 638 72 220 – 4 489 67 731
12.03 Aanleg en planstudie na tracebesluit 1 152 223 883 304 1 609 716 43 216 1 652 932
12.03.01 Realisatie programma 977 519 793 149 1 581 900 28 336 1 610 236
12.03.02 Planstudie na tracebesluit 174 704 90 155 27 816 14 880 42 696
12.04 Geintegreerde contractvormen/PPS 327 253 331 110 261 433 – 368 261 065
12.05 Verkenn.en planst.voor tracebesluit 340 103 347 417 131 550 – 20 679 110 871
12.05.01 Verkenningen 0 1 932 5 800 – 464 5 336
12.05.02 Planstudieprogr. voor tracebesluit 340 103 345 485 125 750 – 20 215 105 535
Van totale uitgaven:          
– Apparaatsuitgaven         3 356
– Bijdrage aan baten-lastendienst         1 170 895
– Restant         1 734 355
12.09 Ontvangsten 78 246 74 747 79 993 43 026 123 019

12.02 Beheer en onderhoud

De hogere uitgaven op het Basispakket Beheer en Onderhoud van € 15 mln. is het gevolg van een versnelling. Hiervoor is een verschuiving uit het jaar 2011 aangebracht.

Het kasoverschot op Groot variabel onderhoud is een saldo van relatief kleine verschillen tussen de ramingen en de realisatie op de projecten Betonverhardingen A1 (– € 3,4 mln.), Stalen kunstwerken (+ € 1,2 mln.) en A23/N3 (– € 2,3 mln.).

12.03.01 Realisatie programma

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Realisatieprojecten hoofdwegennet (12.03.01) Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
    (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 978 794 1 582 28 1 610  
  A7 Rondweg Sneek 18 18 21 – 2 19  
  A7 Zuidelijke ringweg Groningen, fase 1 16 12 0 0    
  N31 Zurich–Harlingen 8 7 0 0    
1 A2 Everdingen–Deil–Zaltbommel–Empel 141 73 132 34 166  
  N34 omleiding om Ommen 12 14 17 0 17  
  N35 Zwolle–Almelo (traverse Nijverdal) 14 19 18 – 2 16  
  A12 Utrecht west benutting, aansluitingen Woerden–Linschoten en Woerden-Oost 30 13 16 0 16  
  A28 Utrecht–Amersfoort 0 0 6 – 1 5  
2 A2 Holendrecht–Oudenrijn 311 237 274 48 322  
  A4 Burgerveen–Leiden 0 0 83 6 89  
3 A12 Den Haag–Gouda benutting 46 29 82 12 94  
  N9 Koedijk–De Stolpen 0 0 6 – 2 4  
4 N50 Ramspol–Ens 0 0 0 7 7  
  N14 Wassenaar–L’dam (incl.aansl.Hubertusviaduct) 15 20 0 0    
5 A2 Rondweg Den Bosch 91 90 92 19 111  
  A2 Tangenten Eindhoven 170 89 206 – 4 202  
  A2/A76 Maatregelenpakket Limburg 17 29 2 0 2  
  A57 Veersedam–Middelburg 57 57 53 7 60  
6 A73/74 Venlo–Maasbracht ism A74, N68 en OTR 19 39 85 – 22 63  
  A10 Amsterdam praktijkproef FES 30 30 6 – 1 5  
  Dynamisch verkeersmanagement 75 141 41 0 41  
7 Kleine projecten/Afronding projecten 30 25 109 – 20 89  
  Verkeersveiligheid infrastructuurpakket hwn 2 6 0 0    
  Quick Wins FES 4 6 1 0 1  
  Afronding 1 1 1 0 1  
8 Realisatieuitg.op IF 12.03.01 mbt planstudieuitg. 112 287 331 – 51 280
  Egalisatiereeks – 241 – 448 0 0    

1. Op het deeltraject knooppunt Everdingen – aansluiting Everdingen is de uitvoering versneld ten opzichte van eerdere verwachtingen.

2. Het verschil wordt met name verklaard door een aangepaste betalingsregeling met de aannemer en enkele kleine contractwijzigingen.

3. Er is één termijn meer betaald dan geprognosticeerd.

4. Tegen het eind van 2009 kon sneller dan verwacht een drietal grote betalingen worden verricht, die ten tijde van de T2-rapportage niet zeker waren. Het betroffen betalingen op de deelprojecten: reconstructie hoogspanningsleidingen Tennet (90% betaling), grondaankoop gemeente Kampen en grondaankoop perceel Koomen.

5. De uitvoering is versneld waardoor rond de jaarwisseling het project is opengesteld voor het verkeer.

6. De lagere realisatie wordt verklaard door de uitloop van de afhandeling van contractuele items.

7. De oorzaak van de lagere realisatie kan worden gevonden in aanpassingen van de planning bij de diverse kleine projecten.

8. De onderuitputting is voornamelijk veroorzaakt bij de volgende projecten:

– A1 Muiderbrug (de gereserveerde versnellingsbonus ten behoeve van de aannemer is niet uitgekeerd en 2 termijnen zijn niet betaald omdat door de aannemer onvoldoende informatie was verstrekt);

– A12 Veenendaal–Ede (te optimistische prognose afgegeven);

– A12 Utrecht–Maarsbergen (door vertraging in de minnelijke grondverwerving is minder uitgegeven);

– A 28 Leusden–Hoevelaken (de realisatie van dit onderdeel van de A28 is vertraagd doordat de aannemer een verplichting niet is nagekomen);

– Packagedeal ZSM (door een aanbestedingsmeevaller op het project Geluidschermen A1 fase 2. Daarnaast is door het besluit om het project Holendrecht–Diemen onder het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit te laten vallen, in plaats van een luchtonderzoek uit te laten voeren, de bekendmaking van het Wegaanpassingsbesluit een kwartaal doorgeschoven en is in december de uitvoering gestart in plaats van in september.)

– N61 Hoek–Schoondijk (de grondaankoop nabij de Braakman is niet doorgegaan).

12.03.02 Planstudie na tracébesluit

De hogere uitgaven worden grotendeels veroorzaakt door de hogere kosten van de spoedaanpak (Spoedwet wegverbreding).

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Geintegreerde contractvorem (12.04) Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
  (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 327 331 262 – 1 261  
N31 Leeuwarden–Drachten (excl B&O) 36 37 7 – 1 6  
Aflossing tunnels 49 51 49 – 2 47  
N11 Alphen ad Rijn–Bodegraven, betaling PPS-constr. 17 17 21 0 21  
A10 2e Coentunnel 160 164 109 1 110  
A59 Rosmalen–Geffen, PPS 15 14 15 0 15  
Exploitatie Westerscheldetunnel 50 48 61 1 62  

12.05 Verkenningen en planstudie voor tracébesluit

De lagere uitgaven op het planstudie-onderdeel betreffen met name het saldo van de diverse kasschuiven die samenhangen met de programmering van infrastructuur en de toedeling van het voordelig saldo over 2008 aan de verschillende jaren.

Ontvangsten

De hogere realisatie op de ontvangsten wordt met name verklaard door een saldering van enerzijds hogere regionale ontvangsten ten behoeve van de Rijksweg 2 Holendrecht en de A4 Burgerveen–Leiden en lagere ontvangsten op het project Rijksweg 12 Den Haag–Gouda anderzijds.

Verplichtingen

Per saldo kan de verplichtingenraming bij dit artikel met bijna € 900 mln. neerwaarts worden bijgesteld. De belangrijkste mutaties die tot deze aanpassing leiden worden verklaard door:

– de gunning aan het eind van 2009 van twee grote projecten. Voor de Rijksweg 2 passage Maastricht en Rijksweg 2 Maasbracht–Geleen zijn verplichtingen vastgelegd voor een bedrag van respectievelijk € 413 mln. en € 124 mln.;

– de afboeking van de (meerjarige) betalingsverplichting op de exploitatie van de Westerscheldetunnel ter grootte van € 1,331 mlrd. Dit in verband met de overdracht aan de provincie Zeeland;

– dat om redenen van bestuurlijke aard nog geen fasewisseling heeft plaatsgevonden voor de projecten N31 Leeuwarden, A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere en A15 Maasvlakte–Vaanplein. Voor deze projecten zijn dan ook nog geen betalingsverplichtingen vastgelegd.

13 Spoorwegen

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 en 4)
Verplichtingen 2 195 375 3 821 461 2 319 839 – 1 548 479 771 360
Uitgaven 2 741 843 2 877 844 1 919 446 157 879 2 077 325
13.02 Onderhoud en vervanging 1 633 831 1 889 166 1 275 242 135 092 1 410 334
13.02.01 Regulier onderhoud 656 453 900 926 719 616 99 371 818 987
13.02.02 Grote onderhoudsprojecten 485 932 485 933 326 054 57 114 383 168
13.02.03 Rentelasten 124 150 124 151 124 150 0 124 150
13.02.04 Betuweroute 34 316 43 992 29 542 9 526 39 068
13.02.05 Kleine infra en overige projecten 332 980 334 164 75 880 – 30 919 44 961
13.03 Aanleg 668 918 762 534 494 833 21 226 516 059
13.03.01 Real.progr.personenvervoer 644 209 728 886 470 670 19 957 490 627
13.03.02 Real.progr.goederenvervoer 24 709 33 648 24 163 1 269 25 432
13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS 138 383 140 874 133 952 – 192 133 760
13.05 Verkenningen en planstudies 300 711 85 270 15 419 1 753 17 172
13.05.01 Planstudieprogr. personenvervoer 274 256 51 157 14 864 1 560 16 424
13.05.02 Planstudieprogr. goederenvervoer 26 455 34 113 555 193 748
13.05.03 Verkenningenprogramma 0 0 0 0 0
Van totale uitgaven:          
– Apparaatsuitgaven         2 651
– Bijdrage aan baten-lastendienst         0
– Restant         2 074 674
13.09 Ontvangsten 179 448 142 797 19 048 165 207 184 255
– HSA 72 329 – 3 999 1 – 1 0
– Overige 17 119 26 796 19 047 165 208 184 255
– Mandje spoor 90 000 120 000 0 0 0

13.02 Onderhoud en vervanging

Bij de subsidievaststelling (beheer en onderhoud van het spoorwegnet) voor het jaar 2007 is een bedrag van € 137 mln. teruggevorderd in verband met gerealiseerde efficiency. Dit bedrag is verrekend met de betaling van de subsidie voor 2009.

Hiermee was netto reeds rekening gehouden in de beschikbare middelen voor de uitgaven in 2009. Deze verrekening moet echter bruto worden verantwoord, waardoor de realisatie van zowel de uitgaven als de ontvangsten € 137 mln. hoger is dan begroot.

13.03 Aanleg

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Realisatieprojecten Personenvervoer (13.03.01) Stand ontwerpbegroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
  (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 644 729 471 20 491  
  BB21 (ontw. Bev21, VPT+,VPT2) 5 11 6 – 0 6  
  Geluid (empl. en innovatieve ontwikkelingen) 12 16 – 0 1 1  
1 Kleine projecten 11 16 6 5 11  
2 HSA Claim 13 5 18 – 12 6  
3 Integrale spooruitbreiding Amsterdam–Utrecht 15 16 2 11 13  
  Kleine stations 11 12 1 0 1  
  Afdekking risico’s spoorprogramma’s 6 76 0 0    
  AKI-plan en veiligheidsknelpunten 27 28 23 – 0 23  
4 Intensivering Spoor in steden (I) 15 15 15 – 7 8  
  Intensivering Spoor in steden (II) 10 10 0 0    
  Nazorg gereedgekomen lijnen/halten 6 8 3 0 3  
5 Ontsnippering 9 16 3 0 3  
  Traject Oost (perronverbredingen) 0 2 1 – 1 0  
  Traject Oost uitv. convenant DMB 15 19 0 0    
6 Sporen in Arnhem 43 55 20 3 23  
  Arnhem Centraal (t.b.v. NSP) 21 23 8 1 9  
7 Vleuten–Geldermalsen 4/6 sp. (incl. RSS) 54 36 57 14 71  
  Amsterdam CS spoor 10/15 0 0 0 0    
  Den Haag Centraal (t.b.v. NSP) 18 24 – 0 0    
  Den Haag emplacement 0 0 0 – 0    
  Den Haag CS: terugbouwen sporen 11/12 1 1 – 0 1 1  
  Fietsenstalling Amsterdam CS 1 5 1 – 1 0  
  Rotterdam Centraal (t.b.v. NSP) 30 27 21 – 0 21  
  OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP) 41 61 23 – 0 23  
  OV Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad 0 0 0 0    
  Enveloppe extra NSP kwaliteit 0 0 0 0    
  Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol) 42 35 23 – 1 22  
  Rijswijk–Schiedam incl. spoorcorridor Delft 66 30 26 1 26  
  Extra perroncapaciteit A’dam Zuid (2e eilandperron) 0 0 0 – 0    
8 Hanzelijn 164 170 208 4 212  
  Breda Centraal (t.b.v. NSP) 8 12 5 – 0 5  
  Amsterdam CS Cuypershal 0 0 0 0    
9 Ede spoorzone oost 0 0 0 2 2  
  Geluidsaneringsprogramma – spoor 0 0 1 0 1  

1. De gerealiseerde hogere uitgaven zijn het gevolg van een aanvullende beschikking voor het project Hilversum Larenseweg.

2. De lagere uitgaven komen voort uit de nog lopende onderhandelingen met HSA omtrent de vaststelling van de hoogte van de aan HSA te verlenen vergoeding. Eerst bij een definitief akkoord zal algehele uitbetaling plaats vinden, onder verrekening van het verleende voorschot.

3. Het verschil moet gezien worden in samenhang met de ontvangst met betrekking tot dit project, dit in het kader van bruto/netto boeken (zie ook de toelichting onder de ontvangsten).

4. De in de begroting opgenomen raming is een inschatting met betrekking tot de te declareren bedragen door de gemeenten. Deze raming is voor 2009 te optimistisch ingeschat.

5. Bij dit project gaat het om een gebiedsgerichte aanpak waarbij spoor slechts een deel van de werkzaamheden betreft. Het gevolg hiervan is dat er veel afstemming is alvorens projecten kunnen worden gestart. Deze afstemming heeft meer tijd gekost dan vooraf ingeschat.

6. Door intensieve samenwerking met de aannemer lopen de engineering- en voorbereidende bouwwerkzaamheden voorspoediger dan gepland, waardoor een aanvullend voorschot over het 4e kwartaal 2009 is verstrekt.

7. De afronding van het onderbouwcontract was voorzien voor begin 2010 maar verliep voorspoediger dan gedacht. Hierdoor bleek een aanvullend voorschot over het 4e kwartaal 2009 gerechtvaardigd met een hogere realisatie tot gevolg.

8. De hogere kasrealisatie wordt veroorzaakt door een aanvullend voorschot over het 4e kwartaal 2009 in verband met het voorspoediger realiseren van de werkzaamheden.

9. Tijdens overleg tussen VenW, ProRail, NS-Poort en de gemeente Ede is overeengekomen om met deze partijen een samenwerkingspilot te starten om door een andere wijze van samenwerken tot een betere risicobeheersing te komen voor het project Spoorzone Ede. Daar deze pilot mede als voorbeeld zal kunnen dienen voor andere spoor(zone-)projecten, was voor VenW de weg vrij om nog voor de MIRT-behandeling 2010 de bijbehorende beschikking ad € 40,9 mln. (prijspeil 2009) af te geven. In 2009 is ook een eerste betaling van ca. € 2 mln verricht.

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Realisatieprojecten Goederenvervoer (13.03.02) Stand ontwerpbegroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
  (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 25 34 25 1 26  
Aslasten Cluster II 1 0 0 – 0    
PAGE risico reductie 6 9 3 0 3  
Geluidspilot Goederenvervoer 1 3 1 0 1  
Uitv.progr.Goed.route Elst–Deventer–Twente (NaNov) 0 0 4 2 6  
Electr.empl. Maasvlakte West en passeerspoor Botlek 0 0 7 – 1 6  
Sloelijn/geluidmaatregelen Zeeuwselijn 17 22 8 0 8  
Kleine projecten   0 1 0 1  
Nazorg gereedgekomen lijnen-halten   0 1 0 1  

Ontvangsten

Ten opzichte van de raming in de Najaarsnota is ruim € 165 mln. meer aan ontvangsten gerealiseerd dan werd verwacht.

Dit wordt veroorzaakt door enerzijds hogere ontvangsten op Beheer en Vervanging (zie ook de toelichting onder 13.02) alsmede een aantal bruto/netto boekingen op diverse projecten (waaronder spooruitbreiding Amsterdam–Utrecht ad ca. € 11 mln.). Verder zijn niet geraamde inkomsten gerealiseerd van de provincie Overijssel (Hanzelijn), de NS (Concessieprijs) en ontvangsten conform een afspraak tussen Rijk en provincie inzake het Openbaar Vervoer Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad (OV SAAL). Anderzijds zijn inkomsten (€ 8,1 mln) op de projecten Corridor Amsterdam–Utrecht en de Sloelijn achter gebleven bij de verwachting.

Verplichtingen

Als gevolg van nader overleg over het Beheerplan 2010 van ProRail kon pas in de loop van januari 2010 worden ingestemd met de betreffende onderdelen van het Beheerplan en is tevens de subsidie voor 2010 pas in januari van dat jaar verleend.

Normaliter vindt de instemming en de subsidieverlening voorafgaand aan het jaar van uitvoering plaats. Hierdoor schuift het voor dit doel bestemde maar niet in 2009 vastgelegde verplichtingenbudget door naar 2010. Voor het uitgavenbudget heeft dit overigens geen effect.

Voorts is enerzijds op het project Ontsnippering (zie ook de toelichting onder 13.03.01 ad 5.) ca. € 26 mln. minder en anderzijds op het project spoorwegovergang Soestdijkseweg meer (ca. € 29 mln.) aan betalings-verplichtingen vastgelegd. Het laatst genoemde project was gepland te worden beschikt in 2010, maar doordat de beschikkingsaanvraag echter nog eind 2009 is binnengekomen, bleek het mogelijk nog in december 2009 de aanlegbeschikking te verlenen.

14 Regionale, lokale infrastructuur

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 en 4)
Verplichtingen 116 247 339 699 383 613 – 190 414 193 199
Uitgaven 273 355 375 023 190 659 – 7 683 182 976
14.01 Grote regionaal/lokale projecten 227 838 269 858 158 492 – 16 643 141 849
14.01.01 Verkenningen 0 0 0 0 0
14.01.02 Planstudieprogr.reg./lok 7 378 37 996 6 552 – 5 463 1 089
14.01.03 Real.progr.reg./lok. 220 460 231 862 151 940 – 11 180 140 760
14.02 Regionale mob fondsen 0 59 648 31 733 8 858 40 591
14.03 RSP – ZZL: rijksbijdrage 45 517 45 517 434 102 536
14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten 15 222 15 222 0 536 536
14.03.02 RSP – ZZL: RB mob.fondsen 20 295 20 295 434 – 434 0
14.03.03 RSP – ZZL: REP projecten 10 000 10 000 0 0 0
Van totale uitgaven:          
– Apparaatsuitgaven         0
– Bijdrage aan baten-lastendienst         668
– Restant         182 308
14.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0

14.01 Grote regionale/lokale projecten

De voornaamste reden voor het kasoverschot op hoofdproduct 14.01.02 is een overboeking van het budget (en uitgaven) voor de Kanaalkruising Sluiskil naar de operationele doelstelling 14.02 (Regionale Mobiliteitsfondsen).

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Real.progr.reg .lok. (14.01.03) Stand ontwerpbegroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
    (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 220 232 152 – 11 141  
1 Noord Zuidlijn Noord-WTC 153 111 92 9 101  
2 N201 41 51 41 – 1 40  
3 Randstadrail (incl. voorbereidingskosten en aanlanding) 25 51 18 – 18 0  
  Experimenteerprojecten 1 7 0 0    
  Beneluxmetro VINEX) 0 5 1 – 1 0  
  Duurzaam Veilig W-Zeeuws Vlaanderen 0 3 0 0    
  Afr.decentr. GDU 0 4 0 0    

1. Door de gemeente Amsterdam zijn meer subsidiemijlpalen gereed gemeld, waardoor méér is betaald dan waarmee tijdens het opstellen van de Najaarsnota rekening werd gehouden.

2. Het kasoverschot wordt veroorzaakt door het niet halen van een afgesproken mijlpaal.

3. De gemeente Den Haag is bezig een plan op te stellen voor de aanlanding RandstadRail op Den Haag Centraal. Dit plan is begin 2010 definitief geworden, waardoor de mijlpaal, waaraan de betaling is gekoppeld, niet in 2009 is behaald.

  Deze vertraagde mijlpaal betreft «aanleg noodspoor en tijdelijk perron».

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

De hogere uitgaven op deze operationele doelstelling zijn veroorzaakt doordat de provincie Gelderland alsnog haar aandeel heeft gestort, waardoor VenW ook heeft meebetaald. Verder zijn de uitgaven (en het budget) voor de Kanaalkruising Sluiskil, die in eerste instantie ten laste van 14.01 Grote regionale/lokale projecten zouden komen, naar dit onderdeel overgeboekt.

Verplichtingen

De afwijking in de verplichtingrealisatie is ontstaan doordat:

– de voor 2009 geraamde af te geven beschikking voor het project Eindhoven (BOSE) niet in 2009 is gerealiseerd (Nadere uitwerking van het project heeft vertraging opgeleverd);

– er geen verkenningen zijn gestart. De verkenningen voor regionale/lokale projecten worden geïnitieerd door de decentrale overheden. Voor integrale gebiedsverkenningen (zoals Holland Rijnland en Rotterdam VooRuit) worden de verkenningen gezamenlijk door regio en Rijk gestart;

– in tegenstelling tot de verwachting, door vertragingen geraamde betalingsverplichtingen voor de Noord-Zuidlijn Noord-WTC, Experimenteerprojecten en de Boulevard Scheveningen, niet in 2009 zijn vastgelegd;

– betalingen ten behoeve van de N62 Kanaalkruising Sluiskil via artikelonderdeel 14.02 Regionale Mobiliteitsfondsen worden verricht;

– betalingsverplichtingen ten behoeve van de Sluiskiltunnel ad ca. € 135 mln. zijn vastgelegd.

15 Hoofdvaarwegennet

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 + 4)
Verplichtingen 764 508 958 646 971 435 – 97 430 874 005
Uitgaven 746 958 716 083 839 757 – 47 223 792 534
15.01 Verkeersmanagement 88 935 88 935 91 120 0 91 120
15.01.01 Basispakket verkeersmanagement 82 793 82 793 84 827 0 84 827
15.01.02 Servicepakket verkeersmanagement 6 142 6 142 6 293 0 6 293
15.02 Beheer en onderhoud 497 213 422 635 578 552 – 2 397 576 155
15.02.01 Basispakket B&O hoofdvaarwegen 307 097 212 097 427 840 0 427 840
15.02.02 Servicepakket B&O hoofdvaarwegen 29 908 36 786 28 861 – 1 802 27 059
15.02.04 Groot var.onderhoud hoofdvaarwegen 160 208 173 752 121 851 – 595 121 256
15.03 Aanleg en planstudie na tracebesluit 126 443 145 947 104 625 – 1 892 102 733
15.03.01 Realisatieprogr. hoofdvaarwegen 126 443 145 947 104 625 – 1 892 102 733
15.03.02 Planstudieprogr. na tracebesluit 0 0 0 0 0
15.05 Verkenningen en planstudies voor tracebesluit 34 367 58 566 65 460 – 42 934 22 526
15.05.01 Verkenningen 8 069 13 069 12 988 – 5 000 7 988
15.05.02 Planstudieprogramma voor tracebesluit 26 298 45 497 52 472 – 37 934 14 538
Van totale uitgaven:          
– Apparaatsuitgaven         0
– Bijdrage aan baten-lastendienst         598 109
– Waarvan 15.03 Aanleg en planst. na tb.         14 125
– Restant         194 425
15.09 Ontvangsten 32 413 48 009 28 142 – 15 515 12 627

15.03 Aanleg en planstudie na tracébesluit

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Realisatieprojecten hoofdvaarwegen (15.03.01) Stand ontwerpbegroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
    (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 126 146 104 – 1 103  
  Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 1; verbetering tot klasse Va 10 11 10 – 1 9  
  Twentekanalen, verruiming (fase 1) 0 – 7 2 1 3  
  Lekkanaal, verbreding kanaalzijde en uitbreiding ligplaatsen 5 6 0 0    
  Verbeteren vaargeul IJsselmeer (Amsterdam-Lemmer) 1 2 1 0 1  
  Renovatie Noordzeesluizen IJmuiden 2 2 0 0    
  Vaarroute Ketelmeer (excl. EU-bijdrage) 6 4 2 0 2  
1 Walradar Noordzeekanaal 16 20 0 2 2  
2 Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis 0 0 0 1 1  
  Maasroute fase 1, brugverhogingen Roosteren en Echt 0 0 1 0 1  
  Maasroute fase 1, voorhavens en wachtplaatsen 0 1 1 – 1 0  
3 Maasroute, modernisering fase 2 34 33 23 8 31  
  Tweede Sluis Lith 1 2 0 1 1  
  Zuid-Willemsvaart; renovatie middendeel klasse II 3 3 3 – 2 1  
4 Zuid-Willemsvaart, omleggen en opwaarderen (Maas-Veghel) 0 4 13 3 10  
5 Wilhelmina kanaal 6 11 4 – 1 3  
  Zuid-Willemsvaart; vervanging sluizen 4, 5 en 6 22 22 29 – 2 27  
  Burgemeester Delenkanaal Oss 0 2 0 0    
  Walradarsystemen 5 5 3 – 2 1  
  Kleine projecten 2 4 3 0 3  
  Ligplaatsvoorzieningen 0 1 1 0 1  
6 Quick Wins binnenhavens (incl.amendement Anker) 15 22 10 – 4 6  
  Afronding – 2 – 2 – 2 2 0  

1. De mutatie heeft betrekking op voorbereidingskosten walradarsysteem VTS en de aanleg van glasvezelkabel. De aanbesteding in zomer 2009 is niet goed verlopen en heeft onlangs opnieuw plaatsgevonden.

2. Dit betreffen voorbereidingskosten (onder andere grond- en woningaankoop).

3. De overschrijding wordt verklaard door de snellere uitvoering van de maatregel Born–Heel–Maasbracht.

4. De aankoop van grond heeft vertraging opgelopen omdat het tracébesluit nog niet definitief is (de bereidheid tot verkoop door eigenaren is minder dan verwacht).

5. De gemeente Tilburg, die als opdrachtgever voor het project fungeert, heeft in tegenstelling tot eerdere planningen besloten dat er een wijziging van het bestemmingsplan nodig is, inclusief een Milieu Effect Rapportage. Door dit besluit van de gemeente zal de huidige planning naar verwachting enkele jaren vertraging oplopen.

6. Het verloop van de uitgaven bij Quick Wins binnenhavens is afhankelijk van de mate waarin de regionale plannen klaar zijn voor uitvoering.

15.05 verkenningen en planstudies voor tracébesluit

Ten behoeve van de verdieping van de regionale vaarweg de Boontjes is door middel van een amendement van het lid Cramer (Kamerstukken II, 2007–2008, 31 474A, nr. 7) € 5 mln. aan de begroting van het Hoofdvaarwegennet toegevoegd als basis voor bestuurlijke afspraken met de regio en vooruitlopend op de uitvoeringsplanning. Op basis van dit amendement zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de planstudie en de uitvoering van de Boontjes. Die afspraken zijn uitgewerkt in een bestuursovereenkomst die op 19 juni 2009 door VenW en de regio is ondertekend. De provincie is nu bezig met de planstudie/MER. Start van de uitvoering is voorzien in 2011

Het kasoverschot op Planstudie voor tracébesluit wordt enerzijds veroorzaakt door vertragingen bij de projecten Verruiming Eemsgeul en Waal (toekomstvisie) als gevolg van ingewikkeld natuuronderzoek in het kader van MER/Natura 2000-regelgeving en interactie met belanghebbenden. Anderzijds zijn deze het gevolg van de door middel van een amendement van de leden Cramer en Van Hijum (Kamerstukken II, 2007–2008, 31 474A, nr. 9) aan de begroting van het Hoofdvaarwegennet toegevoegde € 10 mln. voor het project Vaarweg Meppel–Ramspol (Keersluis Zwartsluis), vooruitlopend op de daadwerkelijke planning van het project.

Verplichtingen

De planning was dat een aantal (deel)projecten op dit artikel al in het verslagjaar zou worden beschikt. Door met name vertragingen is dit niet in alle gevallen gerealiseerd. Het gaat dan voornamelijk om de volgende (deel)projecten, waarvan de verwachte betalingsverplichtingen in overeenstemming zijn gebracht met de voorziene uitvoering:

– Fries-Groningse kanalen;

– Maas: baggeren en kunstwerken;

– Rotterdam-België/Zeeland: renovatie o.a. Volkeraksluizen en baggeren;

– Amsterdam-Rijnkanaal; baggeren en renovatie sluizen/oevers;

– Walradar Noordzeekanaal;

– Vaarweg Lemmer–Delfzijl;

– Walradarsystemen;

– Zuid Willemsvaart: vervanging sluizen 4, 5, 6;

– Vaarweg Meppel–Ramspol (Keersluis Zwartsluis);

– Waal, toekomstvisie;

– Verruiming Eemsgeul.

16 Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 + 4)
Verplichtingen 532 103 864 235 547 639 – 335 152 212 487
Uitgaven 288 105 287 828 249 974 – 12 830 237 144
16.01 Project Mainportontwikkeling R’dam 31 441 29 013 55 733 – 6 186 49 547
16.01.01 Planstudie PMR 0 0 0 0 0
16.01.02 Realisatieprogramma PMR 31 441 29 013 55 733 – 6 186 49 547
16.02 Ruimte voor de rivier 197 184 202 542 136 677 12 760 149 437
16.03 Maaswerken 59 480 56 273 57 564 – 19 404 38 160
Van totale uitgaven:          
– Apparaatsuitgaven         282
– Bijdrage aan baten-lastendienst         26 786
– Restant         210 076
16.09 Ontvangsten 0 0 798 – 468 330

Slotwetmutaties (Bedragen x EUR 1 mln.)

Realisatie Megaprojecten niet VenV (16) Stand ontwerpbegroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutatie slotwet Realisatie Gevolgen MIRT-budget
    (1) (2) (3) (4) (5)  
Uitgaven 288 287 249 – 12 237  
Project Mainport Rotterdam            
  Uitvoeringsorganisatie 2 4 3 0 3  
  750 ha 0 0 0 0    
  Groene verbinding 8 8 8 0 8  
  Bestaand Rotterdams Gebied (BRG) 0 0 0 0    
  Voorfinanciering FES monitoringsprogramma 0 0 0 0    
1 Voorfinanciering FES natuurcompensatie 22 17 45 – 6 39  
  Landaanwinning 0 0 0 0    
  BTW Buitencontour 0 0 0 0    
  Aan- en ontsluitende infrastructuur 0 0 0 0    
  Onvoorzien 0 0 0 0    
  Ruimte voor de rivier            
2 Uitvoeringskosten 179 181 106 17 123  
3 Planstudiekosten 8 11 16 – 5 11  
  Projectorganisatie en projectmanagement 10 10 15 – 0 15  
  Maaswerken            
4 Zandmaas 50 42 42 – 15 27  
4 Grensmaas 9 14 14 – 3 11  

1. De raming van het uitgavenniveau ten tijde van de najaarsnota is te optimistisch gebleken, reden waarom de begrotingsrealisatie is achtergebleven bij de raming. Dit heeft zich met name op het deelproject Duincompensatie voorgedaan.

2. Per saldo is ten behoeve van het project Ruimte voor de Rivier € 12 mln. meer uitgegeven voor de aankoop van vastgoed dan tijdens het opstellen van de Najaarsnota werd geraamd.

3. De projectbeslissing van enkele maatregelen (Munnikenland en beide Deventer-maatregelen) is doorgeschoven vanuit 2009 naar begin 2010. De financiële afrekening daarvan volgt daardoor ook later.

  Voorts is Veessen vertraagd door het voortijdig beëindigen van het contract met het ingenieursbureau wegens nalatige kwaliteit. De beslissing en mijlpaalbetaling vindt daardoor niet in 2009 maar begin 2010 plaats.

4. De lagere gerealiseerde uitgaven worden verklaard door een aanbestedingsmeevaller en door het niet (tijdig) indienen van declaraties door Waterschappen.

Ontvangsten

In de begroting over 2009 is een geraamde bijdrage opgenomen van het Hoogheemraadschap Delfland ter grootte van ca. € 0,8 mln.

Dit bedrag maakt deel uit van een (meerjarige) bijdrage van in totaal ca. € 1,2 mln. Dit gehele bedrag zal om reden van administratieve eenvoud in zijn geheel bij de afsluiting van het project in het jaar 2012 ten gunste van de ontvangsten worden geboekt.

Verplichtingen

Wat betreft de Ruimte voor de Rivier start de feitelijke uitvoering van enkele maatregelen later doordat de projectbeslissing later genomen wordt. De raming van de betalingsverplichtingen zijn daardoor in overeenstemming gebracht met de uitvoeringsplanning. Dit heeft overigens niet een directe doorwerking in de oplevering.

De verplichtingenraming voor de projecten Gensmaas en Zandmaas was niet in overeenstemming met de uitvoeringsplanning van het projectbureau Maaswerken. Derhalve wordt de raming in overeenstemming gebracht met de realisatie en wordt het niet bestede verplichtingenbudget doorgeboekt naar 2010. In de begrotingsvoorbereiding 2011 zal ook voor de volgende jaren de verplichtingenramingen in overeenstemming worden gebracht met de uitvoeringsplanning van het projectbureau Maaswerken.

17 Megaprojecten Verkeer en vervoer

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 + 4)
Verplichtingen 140 025 288 792 248 546 – 180 031 68 515
Uitgaven 140 010 289 652 167 655 – 46 136 121 519
17.01 Westerscheldetunnel 0 6 740 6 740 – 5 600 1 140
17.02 Betuweroute 10 76 777 54 065 – 9 311 44 754
17.03 Hoge snelheidslijn 0 106 509 51 851 – 18 970 32 881
17.03.01 Realisatie HSL-zuid 0 99 116 44 458 – 11 577 32 881
17.03.02 Realisatie HSL-zuid spoorwegen 0 2 168 2 168 – 2 168 0
17.03.03 Realisatie HSL-zuid hoofdwegen 0 5 225 5 225 – 5 225 0
17.04 Anders betalen voor mobiliteit 140 000 99 626 54 999 – 12 273 42 726
17.05 Zuiderzeelijn 0 0 0 18 18
Van totale uitgaven:          
– Apparaatsuitgaven         32 407
– Bijdrage aan baten-lastendienst         5 716
– Restant         83 396
17.09 Ontvangsten 0 812 812 13 902 14 714

17.01 Westerscheldetunnel

De exploitatie van de Westerscheldetunnel is in 2009 overgeheveld naar het ministerie van Financiën in het kader van de overdracht aan de Provincie Zeeland.

17.02 Betuweroute

De uitvoering van de werkzaamheden ligt over het algemeen goed op schema, zo is bijvoorbeeld ERTMS level 1 op de gehele Havenspoorlijn ingeschakeld en is 25KV ook op het westelijke deel van de Havenspoorlijn beschikbaar gekomen. De lagere realisatie komt met name voort uit ramingsverschillen.

17.03 Hoge snelheidslijn

De lagere realisatie op HSL-zuid wordt veroorzaakt doordat uitgaven die waren voorzien in 2009, zijn doorgeschoven naar 2010. De grootste post hiervan is een schadevergoeding van € 6 mln., die in oktober 2009 zou worden uitbetaald maar die nu begin 2010 zal worden afgerekend.

In het verleden zijn ten laste van HSL-Zuid spoorwegen de uitgaven geboekt voor de aansluitingen van de HSL-Zuid op bestaand spoor, maar omdat deze aansluitingen inmiddels zijn afgerond vindt er op dit artikelonderdeel geen realisatie meer plaats.

Het hoofdproduct HSL-Zuid hoofdwegen betreft uitgaven voor het rijkswegendeel van de gecombineerde contracten HSL/A4 en HSL/A16. Deze onderdelen zijn gereed waardoor hierop geen uitgaven meer geboekt zullen worden.

17.04 Anders betalen voor mobiliteit

Van met name de publieke partijen is een aantal facturen later ontvangen. Daarnaast heeft de uitbreiding van inhuur later plaats gevonden dan voorzien

Verplichtingen

Gebleken is dat de beschikbare budgetten ten behoeve van de realisatie van de Betuweroute in 2009 voldoende waren om alle in 2009 door ProRail aan derden te verstrekken nieuwe en aanvullende opdrachten te financieren. Bezien vanuit Voortgangsrapportage 26 over de eerste helft van 2009 (Kamerstukken II, 2009–2010, 22 589, nr. 300) blijkt overigens wel dat de verplichtingenruimte van ProRail ten behoeve van het aangaan van verplichtingen met derden bijna geheel besteed is en dat op basis van de prognose eindstand het niet in 2009 aangewende verplichtingenbudget van ca. € 94 mln. benodigd is om vanaf 2010 alsnog de resterende verplichtingen aan te gaan.

Op de verplichtingenraming ten behoeve van de HSL is een administratieve correctie (negatieve bijstelling) aangebracht waardoor bijna € 20 mln verplichtingenruimte is vrijgevallen. Daarnaast is er voor een bedrag van ca. € 48 mln. aan niet-gebruikte verplichtingenruimte doorgeschoven naar 2010 en volgende jaren in verband met de doorloop van het project (o.a. ERTMS). Ten laste van de hoofdproducten Spoorwegen en Hoofdwegen zullen geen verplichtingen meer worden aangegaan.

Ten behoeve van Anders Betalen voor Mobiliteit is voorts ca. € 5 mln. minder verplichtingenbudget nodig voor de verlenging van inhuurcontracten.

Artikel 18 Overige uitgaven

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 + 4)
Verplichtingen 51 552 66 120 42 458 1 106 43 564
Uitgaven 53 754 86 900 48 277 – 2 860 45 417
18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0
18.03 Intermodaal vervoer 2 219 2 665 1 818 – 505 1 313
18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) 1 737 4 005 4 053 – 1 883 2 170
18.05 Railinfrabeheer 35 142 35 142 35 142 0 35 142
18.06 Externe veiligheid 7 912 20 488 0 0 0
18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expert. 6 744 24 600 7 264 – 472 6 792
18.07.01 Natl.basisinfo.voorziening en ov.uitgaven 6 744 6 962 7 126 – 334 6 792
18.07.02 Subsidies algemeen 0 17 638 138 – 138 0
Van totale uitgaven:          
– Apparaatsuitgaven         1 237
– Bijdrage aan baten-lastendienst         6 792
– Restant         37 388
18.09 Ontvangsten 35 142 34 908 34 908 234 35 142
18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen 0 248 723 248 723 0 248 723

18.03 Intermodaal vervoer

Ten behoeve van de Openbare Inlandterminals is ca. € 0,9 mln. meer uitgegeven dat ten tijde van het opstellen van de Najaarsnota werd verwacht. Anderzijds zijn voor de Rail Service Center Maasvlakte geen declaraties ontvangen en daardoor ook geen betalingen verricht.

18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

De looptijd van het programma is verlengd waardoor het budget over een langere periode wordt gerealiseerd. Dit verklaart de lagere uitgavenrealisatie.

19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Budgettaire gevolgen van beleid: Slotwet 2009 (Bedragen in EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting Stand 1e suppletore begroting Stand 2e suppletore begroting Mutaties 3e suppletore begroting Stand 3e suppletore begroting
  (1) (2) (3) (4) (5)=(3 + 4)
Ontvangsten 7 380 258 7 083 476 7 111 728 – 34 255 7 077 473
19.09 Ten laste van begroting VenW 6 202 356 6 235 404 6 276 290 14 464 6 290 754
19.10 Ten laste van het FES 1 177 902 848 072 835 438 – 48 719 786 719

19.09 Bijdragen ten laste van de begroting van VenW

De hogere ontvangsten op deze operationele doelstelling zijn het gevolg van

– bijdragen van het ministerie van Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (ten behoeve van ICES natte infrastructuur, verkenning Zuidwestelijk Deltaprogramma, eindafrekening Proses en onderzoeksrapport ecologische monitoring Wind op Zee)

– een overboeking uit artikel 34 in de begroting van hoofdstuk XII in verband met de inzet van subsidie ten behoeve van concessiefee NS (afspraak in het kader van Mandje Spoor).

19.10 Bijdragen ten laste van het FES

Uit de begroting van het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is per saldo ca. € 49 mln. minder gedeclareerd. Dit heeft te maken met het in 2009 niet meer volledig kunnen uitgeven van gelden die bestemd waren voor de projecten:

– Anders Betalen voor Mobiliteit;

– Slimmere Benuttingsmaatregelen Spoor (Benutting Spoor Moordrecht);

– BSIK proces/systeeminnovatie (Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur);

– Haaglanden;

– Quick Wins Wegen/aanpak knooppunten;

– Praktijkproef verbetering doorstroming A10 Amsterdam;

– Scheveningen Boulevard.

Anderzijds zijn meer gelden opgevraagd ten behoeve van de projecten:

– Compartimentering dijken;

– Benutting Hoofdwegennet: programma filevermindering;

– Synergie KRW/WB21 (pijler 3).

De gelden voor de projecten waarop in 2009 minder is uitgegeven, zullen weer uit het FES worden opgevraagd in de jaren waarin deze benodigd zijn.

Licence