Base description which applies to whole site

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

  Blz.
   
A.ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL2
   
B.DE BEGROTINGSTOELICHTING3
   
1.Leeswijzer3
   
2.Beleidsagenda5
   
3.Beleidsartikelen25
   
 Veiligheid 
3.1Artikel 2 Politie25
3.2Artikel 4 Partners in Veiligheid37
3.3Artikel 5 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst44
3.4Artikel 14 Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid49
3.5Artikel 15 Crisisbeheersing53
3.6Artikel 16 Brandweer en GHOR61
   
 Bestuur en democratie 
3.7Artikel 1 Grondwet en democratie69
3.8Artikel 6 Functioneren Openbaar Bestuur75
   
 Publieke dienstverlening en openbare sector 
3.9Artikel 7 Innovatie en Informatiebeleid Openbare Sector85
3.10Artikel 10 Arbeidszaken Overheid96
3.11Artikel 11 Kwaliteitrijksdienst103
   
4.Niet-beleidsartikelen114
4.1Artikel 12 Algemeen114
4.2Artikel 13 Nominaal en Onvoorzien116
4.3Artikel 17 VUT-fonds117
   
5.Bedrijfsvoeringparagraaf118
   
6.Begroting van baten-lastendiensten120
6.1Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten(BPR)120
6.2Centrale Archief Selectiedienst (CAS)125
6.3Korps Landelijke Politiediensten (KLPD)130
6.4Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR)134
6.5Tijdelijke Baten-lastendienst P-Direkt139
6.6Werkmaatschappij145
   
7.Verdiepingshoofdstuk151
   
8.Bijlagen175
8.1Moties en toezeggingen175
8.2ZBO’s en RWT’s196
8.3Afkortingen197
8.4Trefwoorden200

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2009 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2009. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2009.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2009 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. Begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), Basisadministratie Persoonsgegevens en reisdocumenten (BPR), Centrale Archief Selectiedienst (CAS), P-Direkt, Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR) en de Werkmaatschappij (WM) voor het jaar 2009 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Algemeen

In deze leeswijzer wordt kort ingegaan op de beleidsagenda, begrotingsstructuur en de baten-lasten diensten. Daarnaast wordt stilgestaan bij enkele specifieke onderwerpen zoals de budgetflexibiliteit en prestatiegegevens en kengetallen.

Beleidsagenda

In de beleidsagenda staan de ambities en doelstellingen voor het jaar 2009, alsmede enkele vergezichten naar het einde van de kabinetsperiode. Daarbinnen zijn de doelstellingen van het beleidsprogramma verwerkt. Ook is in de beleidsagenda een financieel overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige mutaties.

Begrotingsstructuur

In deze begroting zijn drie nieuwe artikelonderdelen opgenomen. Het gaat om artikel 11.11 inkoop, facilitaire zaken en huisvestingsbeleid Rijk, artikel 12.3 verzameluitkering en artikel 12.4 centrale kennisfunctie.

Diensten die een baten-lastenstelsel voeren

Het ministerie kent in 2009 6 baten-lastendiensten: de Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR), de Centrale Archief Selectiedienst (CAS), het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), de Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR), P-Direkt en de Werkmaatschappij. Beleidsmatig zijn de baten-lastendiensten terug te vinden bij de operationele doelstellingen van de verschillende beleidsartikelen (BPR op artikel 7.4, Cas op artikel 11.9, KLPD op artikel 2.3, LFR op artikel 16.4, P-Direkt op artikel 12.1 en de Werkmaatschappij op artikel 12.1). De paragraaf over de baten-lastendiensten presenteert de voorgeschreven financiële overzichten ter toelichting op de begrotingsstaat van deze diensten.

Budgetflexibiliteit

In de begroting is de informatie over de budgetflexibiliteit opgenomen in de tabellen betreffende de budgettaire gevolgen van beleid. In deze tabellen is aangegeven welk deel van de totale programma-uitgaven op een beleidsdoelstelling juridisch verplicht is, maar ook per operationele doelstelling welk deel juridisch verplicht is.

Prestatiegegevens en kengetallen

Voor zover mogelijk zijn bij de beleidsartikelen prestatiegegevens en/of kengetallen (meetbare gegevens) opgenomen die informatie geven over de mate waarin de algemene of operationele doelstelling wordt bereikt. Dit jaar zijn nieuwe meetbare gegevens opgenomen die betrekking hebben op de beleidsprioriteiten, een aantal minder relevante zijn komen te vervallen. Bij een aantal artikelonderdelen blijven meetbare gegevens gemotiveerd achterwege. Dit is het geval wanneer meerdere partijen betrokken zijn bij de verwezenlijking van de doelstelling. BZK is in deze gevallen slechts in beperkte mate betrokken en financiert in sommige gevallen alleen een onafhankelijke organisatie (artikel 1, 2, 4, 14 en 16). Ook wanneer er sprake is van uitvoering van specifieke wet- en regelgeving, zijn geen meetbare gegevens opgenomen (artikel, 6, 10, 11 en 16). Een uitgebreide motivatie is opgenomen bij het betreffende beleidsartikel. In sommige gevallen zijn meetbare gegevens zowel van toepassing op een algemene doelstelling als op een operationele doelstelling. In dat geval worden deze één keer vermeld en wordt op andere plekken verwezen.

Opbouw van de memorie van toelichting

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ BGROTINGSWETSVOORSTEL

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

2. Beleidsagenda

3. Beleidsartikelen

4. Niet-beleidsartikelen

5. Bedrijfsvoeringparagraaf

6. Begroting van baten-lastendiensten

7. Verdiepingshoofdstuk

8. Bijlagen

2. De Beleidsagenda

Inleiding

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) staat voor: een veiliger samenleving, een slagvaardig bestuur en goede publieke dienstverlening. Vorig jaar heeft BZK de koers en doelen voor deze regeerperiode bepaald. Nu komt het erop aan dat BZK – samen met gemeenten, provincies, de politie en andere organisaties – deze afspraken uitvoert.

Te vaak wordt de verantwoordelijkheid voor een veilige samenleving eenzijdig bij politie en justitie neergelegd. De gemeentelijke overheid dient het voortouw te nemen en een centrale rol te vervullen. In de eerste plaats door de regie te nemen ten opzichte van alle betrokken partijen en die partijen ook dwingend aan te spreken op hun verantwoordelijkheden. In de tweede plaats door de eigen instrumenten goed te benutten. BZK zal de positie van de gemeenten verder versterken door nieuwe instrumenten te creëren voor de bestuurlijke aanpak van de veiligheid en daarbij concrete ondersteuning te bieden. Een stevige en ambitieuze positie van het lokale bestuur wordt hiermee mogelijk gemaakt.

Een voorbeeld daarvan is het wetsvoorstel Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast. Hiermee krijgen burgemeesters de mogelijkheid mensen die voortdurend overlast veroorzaken en de openbare orde verstoren een gebiedsverbod op te leggen. Ook als het gaat om de aanpak van overlastgevende jongeren, uithuisplaatsing van asociale gezinnen of het alcoholbeleid zal BZK de positie van de gemeente versterken. De regierol van gemeenten op het gebied van veiligheid leggen we in de Gemeentewet vast.

Zonder uitvoering geen succes. Daarom biedt BZK lokale bestuurders bij de uitvoering op verschillende onderdelen ondersteuning. Met de komst van meer regionale expertisecentra zullen overheden en het bedrijfsleven beter kunnen samenwerken om georganiseerde criminaliteit tegen te gaan, bijvoorbeeld door een betere inzet van de wet BIBOB. Daarnaast zal BZK de bestuurlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en burgemeesters bij de aanpak van huiselijk geweld ondersteunen en de gemeenten ondersteunen bij de introductie van de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking in de nabije toekomst.

Een krachtig en effectief optreden van de overheid verwachten mensen ook op andere terreinen. Gemeenten, provincies en rijk vormen in de ogen van burgers samen één overheid en dienen in een goede onderlinge samenwerking de maatschappelijke problemen op te lossen.

De inzet van BZK blijft erop gericht gemeenten en provincies daarvoor maximaal de ruimte te bieden en de ingeslagen weg van decentralisatie door te zetten. Tegelijkertijd vereisen veel problemen juist een aanpak op Europese schaal. De combinatie van die beide ontwikkelingen kan op sommige terreinen de komende jaren aanleiding zijn tot een herbezinning op de rolverdeling tussen rijksoverheid, provincies en gemeenten.

Het kabinet heeft bij zijn aantreden uitgesproken grote prioriteit toe te kennen aan samenwerking in vertrouwen tussen de verschillende bestuurslagen. Dit uitgangspunt is de afgelopen anderhalf jaar ook waargemaakt. Er zijn bestuursakkoorden met de VNG en het IPO gesloten, er is voortgang geboekt met decentralisatie van taken en bevoegdheden, er wordt hard gewerkt om de financiële verhouding op meer decentrale leest te schoeien. En dat geldt ook voor het toezicht op decentrale overheden. Het komende jaar gaat het er vooral om de behaalde successen te verzilveren en hieraan een concrete en blijvende invulling te geven binnen de bestuurlijke organisatie. Daarnaast zal BZK – samen met de bestuurlijke partners – werken aan nieuwe initiatieven die moeten leiden tot een beter binnenlands bestuur. Hierbij moet vooral worden gedacht aan het versterken van de bestuurskracht van gemeenten en provincies en het ontwikkelen van een kwaliteitsbeleid (o.a. benchmarks en code good governance). Samen met de grensregio’s werkt BZK aan het oplossen van de belangrijkste knelpunten bij grensoverschrijdende samenwerking.

Een beter binnenlands bestuur is en blijft een prioriteit. In dat kader past ook het project Vernieuwing Rijksdienst, gericht op een kleinere én betere rijksoverheid. De samenwerking tussen de beleidskernen van de ministeries wordt verder versterkt en ook de bedrijfsvoering binnen het Rijk wordt op een nieuwe leest geschoeid waarbij een sterk accent gelegd wordt op rijksbrede belangen en samenwerken. BZK vervult op het gebied van organisatie en bedrijfsvoering steeds meer taken voor meerdere of alle ministeries.

Want alleen een overheid die efficiënt werkt en zichtbare prestaties levert zal erin slagen het vertrouwen van burgers te winnen en te behouden.

Een veiliger samenleving

Veiligheidsbeleid raakt het hart van de rechtsstaat, de opgave voor het bestuur is complex en uitdagend. Op lokaal niveau is de aanpak van overlast, verloedering, radicalisering en kleine en georganiseerde criminaliteit prioritair. Een bestuurlijke doorzettingsmacht voor deze veiligheidsvraagstukken is nodig. We brengen andere partners in positie, zodat deze de regievoering kunnen waarmaken. Het in positie brengen van het lokale bestuur gebeurt onder meer door het programma Bestuurlijke Aanpak van (georganiseerde) criminaliteit dat voorziet in de oprichting van tenminste zes regionale informatie- en expertisecentra. Zij vormen een platform waarin diverse overheden, en waar nodig het bedrijfsleven, informatie delen over de ontwikkeling van (georganiseerde) criminaliteit in een regio. Zes van deze centra zullen in 2009 – op proef – draaien. De centra informeren en adviseren het lokaal bestuur over criminaliteit en de meest adequate wijze van bestrijding. In 2009 wordt een landelijk convenant opgesteld dat een overheidsbrede uitwisseling van informatie ter bestrijding van criminaliteit mogelijk maakt. De regie van deze lokale aanpak ligt bij het bestuur, te weten de burgemeester. Dankzij deze regierol kan overheidsbreed actie worden ondernomen om de criminaliteit preventief en reactief te bestrijden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van instrumenten zoals de screening van vergunningaanvragen op grond van de wet Bevordering Integriteit Beoordelingen door het Openbaar Bestuur. Omdat georganiseerde criminaliteit vaak internationaal van aard is, zullen er op Europees niveau afspraken worden gemaakt om de samenwerking tussen de EU-landen te verbeteren. In 2009 zal ik daarom samen met de minister van Justitie afspraken maken die de internationale uitwisseling van informatie en de concrete samenwerking tussen de betrokken diensten moet verbeteren.

50) 25% minder criminaliteit in 2010

25% minder criminaliteit en overlast

Ruim eenvijfde van de burgers voelt zich wel eens onveilig en een kwart van de burgers komt in aanraking met criminaliteit. Dit kabinet streeft daarom naar 25% minder criminaliteit in 2010 ten opzichte van 2002.

Soort delictOverall doel 2010 t.o.v. 2002Doelstelling vanaf 2006Resultaat Begin 2008Nog te realiseren vanaf 2008
Geweld25%20%6%14%
Vermogen25%6%8%0%
Overlast25%17,5%0%17,5%
Verloedering25%18,5%0%18,5%
Fietsendiefstal100 000   
 tov 2006100 0007200028 000

Bron: Brief Veiligheidsmonitor 2008, 29 april 2008, TK 28 684, nr. 135

Project Veiligheid begint bij Voorkomen (VBBV)

De minister van Justitie (projectminister) heeft samen met de ministers van BZK, Onderwijs Cultuur en Wetenschap, Wonen Wijken en Integratie en Jeugd en Gezin het project Veiligheid begint bij Voorkomen gestart. De hoofddoelstelling van het project is een reductie van criminaliteit (gewelds- en vermogensdelicten), fysieke verloedering en ernstige sociale overlast met 25% in 2010 ten opzichte van 2002. Dit project, waarvan de minister van Justitie projectminister is, is een vervolg op het programma Naar een veiliger samenleving. Het kabinet werkt aan de aanpak van agressie en geweld, diefstal, criminaliteit tegen ondernemingen, overlast en verloedering en ernstige vormen van criminaliteit. Ook werkt het kabinet aan een persoonsgerichte aanpak van risicojongeren en recidivisten. Binnen het project neemt BZK het voortouw bij de aanpak van fietsendiefstal, het keurmerk veilig ondernemen, overlast en verloedering, wijkagenten, alcoholgebruik, wetgeving prostitutie, bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit en burgernet.

51) 100 000 minder fietsendiefstallen

Een veelvoorkomende vorm van criminaliteit is fietsendiefstal. In 2010 moeten er t.o.v. 2006 100 000 minder fietsendiefstallen gepleegd worden. In 2007 waren er al 72000 minder fietsendiefstallen dan in 2006 (TK 28 684, nr. 135). BZK gaat door op de ingeslagen weg. Zo is begin 2008 het fietsendiefstalregister geopend. Op dit moment wordt in slechts 15% van de gevallen aangifte gedaan van fietsendiefstal. Op www.fietsdiefstal.nl kunnen handelaren en eigenaren van fietsen het register raadplegen om vast te stellen of een aangeboden fiets als gestolen staat geregistreerd. Dit zijn belangrijke maatregelen maar dit is nog niet voldoende. Fietsendiefstal voorkomen is beter dat deze aan te pakken. Met de in juni 2008 gestarte publiekscampagne wordt aandacht gevraagd voor de bestrijding van fietsendiefstal. Het Centrum fietsendiefstal ondersteunt lokale initiatieven bij het tegengaan van fietsendiefstal. Gemeenten zetten zich in voor meer en goede fietsenstallingen. Met gemeenten en de politie worden afspraken gemaakt over toezicht en controle op gestolen fietsen. De vermindering van het aantal fietsendiefstallen (en diefstal in het algemeen) levert een belangrijke bijdrage aan de daling van het aantal vermogensdelicten. Deze daalde met 8% ten opzichte van 2006 (TK 28 684, nr. 135).

50) 500 extra forensisch mede-werkers

Om nog meer zaken op te lossen worden 500 extra forensisch medewerkers aangetrokken. De medewerkers zijn werkzaam bij de regionale korpsen en doen sporenonderzoek bij inbraken in woningen, bedrijven en auto’s. Doel is dat het door deze extra inzet mogelijk wordt om alle «standaard» (eenvoudige) plaatsendelict te bezoeken en hierdoor meer zaken op te lossen. Het budget voor de 500 fte komt in vier tranches van 125 (2008–2011) voor de korpsen beschikbaar. Om het proces te versnellen is eind 2007 al een bedrag van € 3,1 miljoen beschikbaar gesteld voor werving en opleiding. In 2008 volgt nogmaals € 3,1 miljoen. Dit bedrag loopt op naar 32,5 miljoen in 2012.

 Mei 2008 (realisatie)2008 (streef)2009 (streef)2010 (streef)2011 (streef)
Aantal extra forensisch assistenten (in fte)112125250375500

50) 25% minder criminaliteit tegen ondernemingen

De criminaliteit tegen ondernemingen moet met 25% dalen t.o.v. 2004. Veel ondernemers worden geconfronteerd met agressie, vandalisme of diefstal. Een instrument om dit te bestrijden is het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Dit is een aanpak, waarbij ondernemers, politie, gemeente en andere relevante partijen samenwerken om criminaliteit en overlast aan te pakken. Al 163 bedrijventerreinen en 170 winkelcentra hebben een Keurmerk verkregen. De resultaten zijn goed: er is aantoonbaar minder criminaliteit in deze gebieden. Om aan de grote hoeveelheid aanvragen te voldoen, is in 2008 extra geld beschikbaar gesteld voor de begeleiding van extra KVO-projecten. Hier gaan we mee door en daarbij staat ook de hercertificering van reeds behaalde keurmerken centraal.

52) Afname overlast en verloedering met 25%

Veel burgers worden geconfronteerd met asociaal gedrag, vernielingen en rommel op straat. We streven naar een afname van overlast en verloedering met 25%. De ervaren overlast en verloedering is tussen 2002 en 2007 al met 8 procent gedaald en mede daardoor voelen mensen zich veiliger dan in 2002. Met de maatregelen uit het Actieplan overlast en verloedering moet de overlast met 17,5% en de verloedering met 18,5% verminderd worden. Preventie, bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving en nazorg zijn hierbij sleutelwoorden, naast een multidisciplinaire aanpak. Aanvullende maatregelen zijn nodig voor het tegengaan van overlast van jongeren, uitgaansoverlast (bijv. door alcohol) en overlast en verloedering in de (fysieke) woon- en leefomgeving. Hier richt het Actieplan zich nadrukkelijk op. Met het gebiedsverbod – een onderdeel van het wetsvoorstel «Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast» – kunnen ernstige overlastgevers binnenkort sneller en effectiever aangepakt worden. Afhankelijk van de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer, kunnen deze maatregelen op korte termijn worden ingezet.

Op verzoek van de vier grote steden onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om de burgemeester doorzettingsmacht te geven asociale gezinnen die ernstige overlast in hun eigen wijk veroorzaken uit huis te kunnen plaatsen. Via een door de minister voor Jeugd en Gezin voorbereide wijziging van de Wet op de Jeugdzorg worden gemeenten verantwoordelijk voor sluitende afspraken tussen alle instellingen die te maken hebben met kinderen, jongeren en gezinnen over het leveren van snelle en passende ondersteuning (zorgcoördinatie). Het kabinet komt in het najaar 2008 met nadere voorstellen om ernstig probleemgedrag van kinderen onder de 12 jaar aan te pakken.

% meest voorkomende overlast in de buurt (in Nederland)

kst-31700-VII-2-1.gif

Bron: TK 2007–2008, 28 684, nr. 130, Actieplan overlast en verloedering. P. 5.

De wet Bestuurlijke boete zal in 2009 in werking treden. Dit geeft gemeenten de mogelijkheid om de veroorzakers van overlast direct te beboeten. Verder krijgen gemeenten ook een wettelijke plicht tot het opstellen van een integraal veiligheidsplan. Gemeenten kunnen makkelijker interveniëren bij extreme woonoverlast. Daarnaast wordt in 2009 een centraal registratiesysteem voor graffiti ontwikkeld waardoor beter zicht ontstaat op de daders en de locaties waar zij actief zijn. Dit ondersteunt de opsporing en vervolging: het betrappen op heterdaad wordt hiermee makkelijker, omdat de opsporing gerichter plaats kan vinden. De verloedering van de woon- en leefomgeving van burgers wordt ook tegengegaan door de introductie van een bestuurlijke boete voor onrechtmatige bewoning. De aanpak van de vier eerdergenoemde aandachtsgebieden van overlast en verloedering is gebaat bij het vergroten van het respect voor elkaar en de omgeving. Tot slot worden ook de knelpunten in de informatie-uitwisseling tussen partijen aangepakt.

55) Aanpak overmatig alcoholgebruik jongeren

Een deel van de overlast wordt veroorzaakt door jongeren die overmatig alcohol consumeren. De afgelopen jaren is het alcoholgebruik toegenomen. Jongeren drinken steeds meer en beginnen er ook steeds jonger mee. De helft van de scholieren drinkt op twaalfjarige leeftijd wel eens een glas alcohol. Op 15-jarige leeftijd drinkt meer dan de helft al wekelijks alcohol.

% jongeren dat wekelijks alcohol drinkt (12–15 jaar)

kst-31700-VII-2-2.gif

In 5 jaar tijd (2001–2006) is het aantal gevallen van jongeren onder de 16 die door overmatig alcoholgebruik in het ziekenhuis zijn beland, met 80% gestegen naar 428 (Nationale Drugmonitor 2008). BZK wil, samen met de ministers van VWS en Jeugd en Gezin, het overmatig drankgebruik onder jongeren tegengaan. Om ervoor te zorgen dat alcohol minder makkelijk verkrijgbaar is, is er strenger toezicht nodig op het verbod op verkoop aan minderjarigen. Het toezicht op de Drank- en Horecawet (waaronder de leeftijdsgrenzen) wordt in 2010 overgeheveld naar gemeenten. Dit gebeurt door een wetswijziging, waarvoor een voorstel in het voorjaar van 2009 naar de Tweede Kamer gaat. Vooruitlopend hierop zijn vijftien (regio’s van) gemeenten aan het proefdraaien met dit toezicht. Daarbij is er speciale aandacht voor de intensieve controle op de leeftijdsgrenzen. De aanpak van hokken en keten is een onderdeel van lokaal alcoholbeleid en verdient prioriteit. De overheveling van toezicht in 2010 betekent ook dat gemeentelijke toezichthouders zelf hokken en keten – die in strijd zijn met de Drank- en Horecawet – kunnen aanpakken. In de tussenliggende periode tot 2010 wil de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) samen met gemeenten best-practices en handhavingstrategieën ontwikkelen, die gemeenten ondersteunen bij de aanpak. Gemeenten worden actief benaderd om aan dit project mee te doen. Mocht blijken dat ondanks de inspanningen het project van de VWA onvoldoende van de grond komt, dan gaat de VWA eigenstandig de hokken en keten aanpakken. Daarnaast ontwikkelen we samen met de VNG een handreiking over de aanpak van hokken en keten.

BZK heeft afspraken gemaakt met de regio’s IJsselland en Noord-Holland Noord over de aanpak van jeugd en alcohol en bekijkt of er ondersteuning kan plaatsvinden voor alle regio’s die alcoholbeleid willen gaan opzetten. Gemeenten krijgen meer bevoegdheden op het gebied van alcoholbeleid. Zo wordt de burgemeester in staat gesteld om bij vergunningplichtige inrichtingen die de Drank- en Horecawet overtreden, de vergunning te schorsen. Ook krijgt de burgemeester de mogelijkheid om ondernemingen, zoals supermarkten en snackbars, stevig aan te pakken als zij bij herhaling drank verkopen aan jongeren onder de leeftijdsgrens van 16 of 18 jaar. Tenslotte onderzoekt BZK de mogelijkheden om alcoholbezit van jongeren onder de 16 strafbaar te stellen.

53) 500 extra wijkagenten

Het kabinet heeft in het kader van de wijkaanpak met de 18 gemeenten stevige afspraken gemaakt om de veiligheid in de 40 aandachtswijken te vergroten. Deze afspraken sluiten aan bij de doelstelling om de criminaliteit en overlast terug te brengen met 25%.

Wijkagenten dragen bij aan de bestrijding van overlast en criminaliteit, sociale rust en een gevoel van veiligheid in de wijken (o.a. in de aandachtswijken). Daarom streeft BZK ernaar dat er op 31 december 2011 500 extra wijkagenten zijn aangesteld. De politie-inzet kan hierdoor effectiever worden en de overlast en verloedering in de wijk kunnen dalen. In 2009 wordt € 16 miljoen verdeeld onder de korpsen om de extra wijkagenten te betalen, dit loopt op naar € 35,6 miljoen 2012, als alle 500 extra wijkagenten actief zullen zijn. Het werven, selecteren en opleiden van agenten is nu volop bezig en zal ook in 2009 worden voortgezet.

61) Samenwerking met burgers en tussen de politiekorpsen

Dankzij Burgernet – een telefonisch netwerk van de politie met bewoners en ondernemers – kunnen burgers vanuit hun eigen omgeving de politie helpen en kunnen zij door de politie over hun eigen omgeving worden geïnformeerd. De politie belt burgers wanneer een zoekactie wordt gestart en vraagt hen uit te kijken naar bijvoorbeeld een persoon of een voertuig. De positieve ervaringen van proeven met Burgernet in Nieuwegein zijn reden geweest om in het Regeerakkoord en het Beleidsprogramma op te nemen dat in 2008 vijf pilots worden gehouden. De pilots worden gehouden in vijf politieregio’s (Friesland, Haaglanden, Hollands Midden, Utrecht en Gelderland-Midden) en in totaal negen gemeenten. Na evaluatie wordt in 2009 besloten over gefaseerde landelijke invoering.

56) Nieuw identificatiesysteem in 2010 in gebruik

De strafrechtelijke sanctie dient de werkelijke dader te treffen. Justitie zet zich in voor een eenduidige vaststelling van de identiteit van personen in de strafrechtsketen. Doel is dat aan het begin van ieder strafrechtelijk traject de identiteit deugdelijk kan worden vastgesteld. Bij de politie wordt HAVANK vervangen. Parallel hieraan wordt vervolgens de tweede fase van de nieuwe systematiek uitgerold: het gebruik van foto’s en vingerafdrukken conform de nieuwe wetgeving.

De regionale politiekorpsen zetten in op meer efficiency, een betere bedrijfsvoering en een betere samenwerking. Het kabinet heeft voor 2008 met de regiokorpsen samenwerkingsafspraken gemaakt over ICT-, personeel en materieel ter verbetering van de samenwerking en het gemeenschappelijk functioneren van de regiokorpsen. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid zal eind 2008 haar bevindingen over de resultaten opleveren. Afhankelijk van de behaalde resultaten zal het kabinet eind 2008 besluiten of de behandeling van de Politiewet 200X wordt voortgezet. Vervolgend wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd.

57) Steviger aanpak georganiseerde misdaad, fraude, cybercrime

De bestrijding van georganiseerde misdaad, fraude en cybercrime staat ook hoog op de agenda van dit kabinet. De politie en het OM ontwikkelen programma’s die ervoor moeten zorgen dat de politie beter in staat is zware criminaliteit, financieel economische criminaliteit en cybercrime aan te pakken. Om fraude en cybercrime op te sporen moet de informatie-uitwisseling tussen politieregio’s en de private sector (o.a. banken, verzekeringsmaatschappijen, providers) sneller en beter. Een convenant hiervoor is inmiddels gesloten. De Wet Bevordering Integriteit Beoordelingen door het Openbaar Bestuur (BIBOB) zorgt ervoor dat bestuursorganen een instrument hebben om de integriteit van aanvragers van vergunningen en subsidies te toetsen.

58) Prostitutie onderwerpen aan scherper vergunningenbeleid

Prostitutie en mensenhandel, een ernstige vorm van georganiseerde misdaad, gaan vaak samen. Prostitutie wordt onderworpen aan een breed vergunningenbeleid. Er komt een vergunningplicht voor gemeenten waarin zaken als inrichtingseisen, werkomstandigheden en handhaving zijn vastgelegd. In 2009 wordt hiervoor een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Doel is dat de prostitutiewetgeving op 1 januari 2010 in werking treedt.

Professioneel georganiseerde veiligheidsregio’s, waarin de rampenbestrijding op orde is

63) Rampenbestrijding en crisisbeheersing

63) Professioneel georganiseerde veiligheidsrisico’s

Overheid en burgers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de veiligheid. Burgers verwachten van de overheid dat deze, onafhankelijk van de specifieke regio, adequaat kan optreden in het geval van crises en rampen. Het kabinet wil daarom dat de rampenbestrijding en crisisbeheersing eind 2009 aan de basisvereisten voldoen en komen tot professioneel georganiseerde veiligheidsregio’s in 2010. De eisen aan de organisatie van de brandweerzorg, de rampenbestrijding en crisisbeheersing op regionaal niveau worden daarom vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s en in de Besluiten veiligheidsregio’s die per 1 juli 2009 ingaan. In 2008 zijn door middel van convenanten afspraken gemaakt met 16 veiligheidsregio’s, die voortvarend aan de slag zijn om de rampenbestrijding en crisisbeheersing (versneld) op orde te krijgen en de brandweer te regionaliseren. Regio’s worden hiermee gestimuleerd om – vooruitlopend op de wet en de besluiten – het gewenste kwaliteitsniveau te bereiken. 2009 staat in het teken van het toetsen van uitvoering en naleving van de convenanten. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid zal deze toets doen.

59) Tegengaan radicalisering

Polarisatie en radicalisering lijken in Nederland in omvang, snelheid en intensiteit toe te nemen. Dit bedreigt de veiligheid en sociale samenhang in de samenleving. Sommige individuen en groepen zoeken de confrontatie met elkaar, keren zich af van de samenleving en kiezen mogelijk voor geweld. De aanpak van polarisatie en radicalisering is vooral een zaak van het lokaal bestuur, op lokaal niveau. Daar zetten wijkagenten, jeugd- en welzijnswerkers, leraren, WI-medewerkers en leerplichtambtenaren zich samen in om polarisatie en radicalisering te voorkomen, te signaleren of waar nodig tijdig te interveniëren. Op het nationale niveau wordt deze lokale aanpak ondersteund. In 2008 en 2009 levert BZK – samen met 6 andere ministeries en de VNG – concrete steun aan gemeenten en professionals. Inmiddels hebben 10 gemeenten ondersteuning aangevraagd. Daarnaast heeft de VNG in juli 2008 toolkits uitgebracht voor de lokale analyse van de problematiek en voor het vormen van de integrale lokale aanpak. Het is noodzakelijk de achtergronden en oorzaken van polarisatie en radicalisering te kennen. Daarom wordt het veld verkend en wordt een onderzoeksagenda gemaakt. In het najaar van 2008 is ook het kennis- en adviescentrum operationeel. Dit centrum biedt informatie aan een ieder die nadere informatie wenst over het tegengaan van polarisatie en radicalisering. In het najaar van 2008 informeert BZK de Tweede Kamer over de voortgang van de acties uit het actieplan Polarisatie en Radicalisering.

Op nationaal niveau speelt ook de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst een belangrijke rol in de bestrijding van radicalisering. Zij onderkent – op basis van onderzoek in binnen- en buitenland – tijdig dreigingen en risico’s voor de nationale veiligheid. Dit kunnen dreigingen zijn als gevolg van radicalisering, maar ook van terrorisme of van inmenging door vreemde mogendheden. Bestuurders, beleidsmakers en andere belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau kunnen de informatie en adviezen van de AIVD gebruiken om beleid te ontwikkelen of maatregelen te nemen. Een sterke informatiepositie van de AIVD is daarbij van groot belang.

60) Versterken verdediging tegen catastrofaal terrorisme

Een aanslag in Nederland met behulp van Chemische, Biologische, Radiologische, en Nucleaire middelen (CBRN-middelen) kan grote effecten hebben. In de bescherming hiertegen bleek een inhaalslag noodzakelijk, gegeven de taxatie van de kans op een dergelijke aanslag en de effecten hiervan. In 2008 is – onder aanvoering van de minister van Justitie – gestart met het treffen van preventieve maatregelen ter fysieke beveiliging in publieke onderzoeksinstellingen (laboratoria, ziekenhuizen en universiteiten). In 2009 wordt dit project voortgezet. Meer dan voorheen zal beveiliging een vast onderdeel van de bedrijfsvoering moeten zijn – hiervoor zal nadrukkelijk aandacht moeten zijn binnen de betrokken sectoren. Hiernaast is het nodig om voldoende gekwalificeerd personeel en materieel klaar te hebben staan, indien zich onverhoopt toch een aanslag zou voordoen. Daarnaast wordt met de in gang gezette aanpassing van de Kernenergiewet security op wettelijke basis vastgelegd. Daarnaast zal uitvoering worden gegeven aan het security-convenant dat in 2008 met de chemische sector is afgesloten. Verdere nadruk zal liggen op versterking van (forensisch) onderzoek naar CBRN-middelen en de opsporing daarvan. Instituten als RIVM en NFI investeren hiertoe in specifieke instrumenten. Tot slot wordt in 2009 gericht verder gegaan met het treffen van specifieke maatregelen ter bemoeilijking van de fabricage en inzet van zelfgemaakte explosieven.

Bestuurlijke verhoudingen en democratie

Verbeteren van de bestuurlijke verhoudingen, met meer beleidsvrijheid voor medeoverheden

68) Meer beleidsvrijheid voor mede-overheden

De rijksoverheid werkt met en voor burgers en bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. Rijk, provincies en gemeenten hebben samen de ambitie zich als één overheid op te stellen, een overheid die de burger centraal stelt in al haar beleid en optreden. Een overheid ook die past bij de huidige samenleving; dus een overheid die meer ruimte biedt aan burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Veel decentrale overheden ervaren de regie en regels vanuit Den Haag nog steeds als beklemmend en belemmerend voor een goede taakuitvoering. Het is druk in bestuurlijk Nederland. Maar al te vaak houden verschillende bestuurslagen elkaar onnodig bezig. Het kabinet wil dat deze medeoverheden meer beleidsvrijheid krijgen en dat om de bestuurlijke verhoudingen tussen het Rijk en de provincies en gemeenten verbeteren.

De verhoudingen zijn in 2007 en 2008 al verbeterd. Dit uit zich in het Bestuursakkoord Rijk en gemeenten van juni 2007 waarin afspraken zijn gemaakt over decentralisatie. Vervolgens heeft de Commissie d’Hondt in 2008 voorstellen geformuleerd voor de verdere uitwerking daarvan. Hiermee wordt onderstreept dat de gemeenten het dichtst bij de burger staan en daarom beter weten welke problemen er spelen. Daarom kunnen zij het beste werken aan een effectieve aanpak van die problemen. Als gemeenten meer beleidsvrijheid en bevoegdheden bezitten, zijn zij beter in staat de verwachtingen van de burgers waar te maken. Daarom is verdere decentralisatie op sommige beleidsterreinen een noodzakelijke stap. Verder willen we een herziening van het interbestuurlijk toezicht. Te veel wordt via specifieke wet- en regelgeving toezichtgehouden op gemeenten en provincies(specifiek toezicht) BZK wil meer verantwoording van het bestuur aan de volksvertegenwoordiging (horizontaal toezicht). Waar nodig kan het rijk met algemene instrumenten besluiten van medeoverheden schorsen en vernietigen (generiek toezicht).

Een aanpassing van de Financiële Verhoudingswet is nodig om onnodige bureaucratie tussen overheden verder te verminderen. Deze aanpassing moet in 2009 ingaan. De nieuwe wet geeft een wettelijke verankering van single information en single audit (het principe om via de jaarstukken van medeoverheden ook verantwoording over specifieke uitkeringen aan het Rijk af te leggen), regelt de wijze van verantwoording tussen medeoverheden en introduceert nieuwe instrumenten als de decentralisatie-uitkering voor gemeenten en provincies in de begrotingen van het gemeentefonds en provinciefonds en de zogenaamde verzameluitkering per departement. Minder specifieke uitkeringen betekent minder controle- en verantwoordingslasten. Het streven van het kabinet is het aantal specifieke uitkeringen (in 2007 134) te verminderen tot maximaal 45 in 2011. Begin 2008 waren er nog 101 specifieke uitkeringen. In 2009 resteren nog 65 specifieke uitkeringen.

Decentralisatie betekent differentiatie. Gemeenten en provincies zijn immers niet gelijk aan elkaar. De ene gemeente zal daarom andere keuzes maken bij het invullen van de beleidsvrijheid dan de andere. En dat is goed. De medeoverheden pakken daarmee de ruimte om lokaal maatwerk te bieden en in te spelen op de specifieke problemen waar zij mee geconfronteerd worden.

Decentralisatie betekent aan de andere kant een verzwaring van de maatschappelijke opgaven van gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden. Met het programma Krachtig Bestuur streven we naar de versterking van de bestuurskracht van gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden. Dit betekent dat zij het vermogen moeten hebben om de maatschappelijke opgaven te kunnen realiseren. Een grotere bestuurskracht vergemakkelijkt de decentralisatie van taken vanuit de rijksoverheid. Het belangrijkste is uiteraard dat de burger tevreden is over de wijze waarop de gemeente en provincie hun maatschappelijke opgaven vervullen. Vermindering van bestuurlijke drukte en toezichtlasten moeten deze opgaven vergemakkelijken. Er bestaat geen uniforme aanpak voor het realiseren van de optimale bestuurskracht. Verschillen tussen gemeenten en provincies maken maatwerk in de uitvoering onvermijdelijk. In het programma Krachtig Bestuur – dat we samen met gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden vormgeven – richten we ons op het stimuleren van de bestuurskracht bij gemeenten en provincies door bijvoorbeeld het verzamelen en verspreiden van goede voorbeelden. Voor een beperkt aantal gemeenten zijn deze algemene stimulansen niet afdoende om te verbeteren. Er zijn al instrumenten ontwikkeld voor gemeenten met bestuurlijke en financiële problemen. Voor gemeenten met gebrek aan schaal wordt zo nodig – als daarvoor voldoende draagvlak bestaat – herindeling gestimuleerd.

Met provincies is in 2007 een financieel akkoord gesloten met een looptijd tot en met 2008. Mede op basis van de decentralisatievoorstellen van de Gemengde Commissie Decentralisatievoorstellen provincies (commissie Lodders) hebben het Rijk en de provincies in 2008 een Bestuursakkoord gesloten. Doel is dat provincies hun specifieke rol als middenbestuur optimaal kunnen vervullen en tegelijkertijd maximaal bijdragen aan de nationale beleidsdoelstellingen van het kabinet. In het Coalitieakkoord is een bedrag van € 800 miljoen opgenomen (voor jaren 2008–2011), voor het inlopen van de vermogensoverschotten van de provincies. De provincies zullen, in plaats van het voorgestelde inlopen van de vermogensoverschotten, voor in totaal € 800 miljoen bijdragen aan de realisatie van een aantal belangrijke maatschappelijke prioriteiten. Over de invulling van de resterende € 600 miljoen (jaren 2009–2011) hebben het Rijk en de provincies afspraken gemaakt in het Bestuursakkoord. Afgesproken is dat de provincies een aantal taken van het Rijk overnemen. Zo gaat bijvoorbeeld het Faunafonds uiterlijk in 2010 over naar de provincies. Kabinet en IPO voeren gezamenlijk nader onderzoek uit naar de mogelijkheden voor een provinciale belasting, die nauw aansluit bij het provinciale takenpakket. Dit onderzoek start in het najaar van 2008 en wordt in 2009 afgerond .Op basis van dit onderzoek zal na gezamenlijk overleg tussen Rijk en provincies, een besluit worden genomen. Uitgangspunt is dat de provincies een eigen belastinggebied behouden.

67) Versterken van burgerschapsvorming

Burgers leveren een belangrijke eigen bijdrage aan de samenleving. Democratische normen, waarden en beginselen veronderstellen een actieve inbreng ten behoeve van de publieke zaak. Burgers organiseren zich in toenemende mate. Dit doen zij vaker in een ander soort organisaties dan de klassieke organisaties zoals politieke partijen. Veel Nederlanders vullen hun burgerschap op een eigentijdse manier in. Tegelijkertijd maken ze zich soms wel zorgen over een gebrek aan respect voor elkaar en voor elkaars mening. Een handvest voor verantwoordelijk burgerschap kan helpen bij het beantwoorden van vragen over hoe we met elkaar om moeten gaan. Dit Handvest omvat de belangrijkste democratische normen, waarden en beginselen en de bijbehorende verantwoordelijkheden voor individuele burgers. Doel is om te bevorderen dat burgers de verantwoordelijkheden die bij het burgerschap horen intensiever beleven en ook daadwerkelijk tot uiting brengen in hun handelen. In 2008 is een vooronderzoek gedaan naar de opinies over burgerschap en de rol van burgers bij een maatschappelijke dialoog over burgerschap. Tijdens het evenement Democratie in debat (eind september, begin oktober 2008), georganiseerd door het Platform democratie en burgerschap, dat bestaat uit veel instellingen en organisaties, is burgerschap een belangrijk thema. Resultaten van debatten tijdens het evenement kunnen een bijdrage leveren aan de dialoog over (een handvest over) verantwoordelijk burgerschap.

Voor een democratische rechtsstaat is actief burgerschap cruciaal. Ook politieke betrokkenheid en acceptatie van het politieke systeem zijn van belang. Kennis en vaardigheden spelen hierin een belangrijke rol Hieraan moet het Huis voor democratie en rechtsstaat bijdragen, onder meer door op jongeren gerichte educatieve activiteiten. Inmiddels zijn een project- en stuurgroep gevormd waarin de betrokken organisaties (Rijk, gemeente, Staten-Generaal) overleggen over de aanpak van het project. In het schooljaar 2008/2009 starten we – onder verantwoordelijkheid van een onafhankelijke stichting – met een programma waaraan jaarlijks een groot aantal scholieren deelneemt. Het programma bestaat uit activiteiten in de klas, ondersteund door digitaal lesmateriaal en via internet, een interactief dagprogramma in Den Haag en activiteitenprogramma’s van het Huis op locatie.

67) Versterken van de Grondwet

Voor het invullen van burgerschap is kennis van de Grondwet en grondrechten van belang. 94% van de burgers vindt de Grondwet belangrijk, maar 84% kent de inhoud ervan niet of niet goed. Om de Grondwet meer bekend te maken is er inmiddels al een symposium gehouden, zijn er scholierendebatten georganiseerd en is er een Nederlandse Grondwetsquiz geweest. In 2009 zullen meer van deze publieksactiviteiten worden georganiseerd. Meer bekendheid met de Grondwet draagt bij aan het versterken van de Grondwet. Hiervoor is echter meer nodig. Een in 2008 in te stellen Staatscommissie houdt zich bezig met de herziening van de grondwet. Deze commissie onderzoekt de toegankelijkheid van de Grondwet, de verhouding tussen de grondrechten die worden genoemd in de Grondwet, de rechten die voortkomen uit internationale verdragen en de voor- en nadelen van een preambule. Ook gaat de commissie na in hoeverre de Grondwet het democratisch bestel beter kan waarborgen. In 2009 komt het advies van deze commissie uit en zullen we een reactie hierop voorbereiden.

Nederland krijgt een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens. Het kabinet wil met het instituut onder meer overlap tussen bestaande instellingen voorkomen. Nu doen veel organisaties onderzoek op het gebied van mensenrechten, geven voorlichting, adviseren of behandelen klachten. Het kabinet vindt dat een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens dit beter en efficiënter kan. Het kabinet geeft hiermee gevolg aan een oproep van de Verenigde Naties en de Raad van Europa. Het instituut wordt verbonden aan het bureau van de Nationale ombudsman.

Een nieuwe inrichting van het verkiezingsproces

Betrouwbaarheid en transparantie dienen bij verkiezingen voorop te staan. Dat heeft de commissie Korthals Altes geadviseerd, die het huidige verkiezingsproces tegen het licht heeft gehouden. De stemvrijheid en het stemgeheim moeten gewaarborgd zijn bij de wijze waarop gestemd wordt. Op dit moment is dat alleen te realiseren door met papieren stembiljetten te stemmen in een stemlokaal waar een stembureau toezicht houdt op het verloop van de stemming en de stemming en de stemopneming openbaar zijn. Bij de verkiezing van het Europees parlement, in juni 2009, zal in Nederland dan ook met papieren stembiljetten worden gestemd.

Een dienstbare publieke sector

BZK streeft naar kwaliteit: minimaal een 7 voor dienstverlening van de overheid. Een gerichte inzet van de elektronische overheid is daarbij onmisbaar. Samen met de andere overheden maakt het Rijk dit in zes voorbeeldprojecten zichtbaar: de omgevingsvergunning, het digitale klantdossier, het landelijk digitaal loket schoolverlaten, de regelhulp WMO, de verwijsindex risicojongeren en het centraal elektronisch loket voor grensoverschrijdend dienstenverkeer. In 2007 gaven burgers, gemeten volgens de burgerservicecode, een ruime 6 voor publieke dienstverlening. In 2009 zal een nieuwe meting worden verricht naar de waardering van burgers over de publieke dienstverlening.

69) Oplossen 10 meest gevoelde knelpunten bij administratieve lasten

Oplossen van de 10 meest gevoelde administratieve lasten knelpunten

Het oordeel over de kwaliteit van dienstverlening wordt mede beïnvloed door de mate waarin burgers worden geconfronteerd met regels en rompslomp. Het vorige kabinet streefde naar een vermindering van de administratieve lasten met 25%. Het kabinet zet zich in dit doel in 2010 alsnog te bereiken. In 2007 zijn de administratieve lasten van burgers in tijd gemeten met 10% afgenomen In 2007 is het aanbod van e-dienstverleningsproducten gestegen tot 67%.

BZK streeft – naast de kwantitatieve doelstelling – samen met andere departementen naar het oplossen van de 10 meest gevoelde knelpunten administratieve lasten van burgers, professionals en mede-overheden op te lossen. Met het meldpunt «Last van de Overheid» hebben we een middel om inzicht te krijgen in de grootste of meest vervelende administratieve lasten. BZK heeft op basis van de inbreng van burgers een toptien van ergernissen en knelpunten opgesteld. Burgers kunnen de voortgang van het oplossen van deze knelpunten volgen. 59% van de burgers steunt deze aanpak (Uitkomsten burgerpanel juni 2008).

We zijn voortvarend aan de slag gegaan met het bestrijden van de 10 knelpunten, bijvoorbeeld op het terrein van e-overheidsdienstverlening, dat ervoor zorgt dat burgers snel en zeker zaken kunnen doen met de overheid. In 2007 is het aanbod van e-dienstverleningsproducten van de overheid verder gestegen van 60% naar 67% (TK 2007–2008, 31 444 VII, nr. 1, p. 83). Vanaf eind 2008 kunnen burgers op www.mijnoverheid.nl een eigen pagina openen waar ze hun gegevens kunnen inzien, berichten kunnen ontvangen en zaken kunnen doen. Een toenemend aantal overheidsdiensten wordt via die pagina beschikbaar. Nog dit jaar worden de RDW en SUWI hierop aangesloten. In 2009 volgt de Belastingdienst en sluiten nog meer gemeenten zich aan. Ook willen we dat de aanvraag en verantwoording van bijstand eenvoudiger wordt In 2008 is het Digitaal Klant Dossier verplicht gesteld voor gemeenten. Ook is een proef gestart met vereenvoudigde aanvraag. Bij een aantal gemeenten wordt al gewerkt met een vereenvoudigde aanvraag en verstrekking volgens het principe «binnen 24 uur bijstand».Doel is dat in 2009 alle gemeenten dit principe volgen.

Een grote ergernis voor burgers is dat zij telkens dezelfde gegevens moeten verstrekken. Dit moet beter: bij voorkeur verminderd tot 1 keer. In 2008 wordt geïnventariseerd welke inkomensafhankelijke regelingen er zijn. Op basis daarvan kan bepaald worden hoe meer gecoördineerde gegevensuitvraag vormgegeven kan worden.

In 2009 wordt het accent gelegd op een merkbare vermindering van de administratieve lasten bij gemeenten. Administratieve belemmeringen voor het verkrijgen van reisdocumenten moeten waar mogelijk verder worden teruggedrongen, bijvoorbeeld door het verruimen van openingstijden of het bieden van mogelijkheden om reisdocumenten aan te vragen op meer locaties. In januari 2008 zijn twee proefprojecten gestart bij de gemeenten Zoetermeer en Enschede. Mede afhankelijk van de uitkomsten wordt bepaald of en hoe hier een gevolg aan te geven in 2009 en verder. Doel is ook een vermindering van het aantal vergunningen. Alle modelverordeningen zijn in 2008 vereenvoudigd. Voor de meest gebruikte verordeningen zijn voorbeeldmodellen gemaakt. Ongeveer de helft van de modellen kan worden geschrapt of vereenvoudigd. Het aantal modelverordeningen is al van 147 naar 117 gedaald. Formulieren moeten in een begrijpelijke taal worden geschreven. Er is een formulierenwaaier gemaakt die andere overheden kunnen gebruiken bij het opstellen van formulieren. Een helpdesk kan assistentie verlenen aan overheden bij het opstellen van voor de burger begrijpelijke formulieren. De 25 meest gebruikte formulieren voor burgers worden in 2008 en 2009 vereenvoudigd. Dit zijn bijvoorbeeld het aanvraagformulieren voor zorg en de aanvraag voor een bouwvergunning.

BZK heeft een handleiding gemaakt voor gemeenten met daarin 10 best practices over hoe ze vrijwilligers meer ruimte kunnen geven. Ook worden proeven gedraaid met minder regels voor vrijwilligers. Ook de best-practices die uit deze experimenten voortkomen, zullen door BZK worden verspreid. Zo moeten vrijwilligers moeten meer ruimte krijgen om hun belangrijke werk uit te kunnen voeren.

Deze kabinetsperiode wordt gewerkt aan een betere afstemming tussen de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) en de burgerlijke stand (BS). Uitgangspunt is dat gegevens uit de GBA worden gebruikt om akten van de burgerlijke stand op te maken. Doordat in die gevallen het aanleveren van stukken door de burger aan de ambtenaar van de burgerlijke stand komt te vervallen, levert dit een vermindering op van de administratieve lasten van burgers.

Met behulp van een voucher (met daaraan verbonden budget) zijn 150 gemeenten in 2008 van start gegaan om de administratieve lasten terug te dringen. Verder starten in 2008 79 gemeenten als pioniergemeenten om experimenten uit te voeren op het terrein van de 10 knelpunten van burgers.

Ook de administratieve lasten die ervaren worden door mede-overheden en professionals zijn en worden in beeld gebracht. In mei 2008 is er een meldpunt professionals en een meldpunt medeoverheden administratieve lasten geopend. BZK ligt hiermee op koers. Professionals bij de politie ervaren administratieve lasten. Agenten en rechercheurs wensen een gebruiksvriendelijker automatiseringssysteem, minder ingewikkelde formulieren, minder lasten als gevolg van informatieverstrekking aan het Openbaar Ministerie. Ook ergeren zij aan wildgroei in informatie van de veiligheidspartners en een Ongerichte adressering (gevolgen) beleid. BZK brengt de knelpunten van overige professionals in het domein veiligheid en in de domeinen zorg, sociale zekerheid en onderwijs in kaart. Op basis van deze knelpunten worden actieplannen ontwikkeld. BZK stuurt eind 2008 een plan van aanpak naar de Tweede Kamer om de genoemde punten voor mede-overheden en professionals aan te pakken.

Een divers samengesteld personeelsbestand bij de overheid

Goede dienstverlening vereist een goed functionerende publieke sector en dus hardwerkende en kwalitatief hoogwaardige ambtenaren. Dit vereist het werven en behouden van goed personeel, ook bij een aantrekkende arbeidsmarkt. Daarbij moet een zo groot mogelijk arbeidspotentieel worden aangeboord. Vrouwen en allochtonen zijn in sommige functiegroepen ondervertegenwoordigd. Ook is er een grote uitstroom van oudere werknemers. Het doel is om een meer divers samengesteld personeelsbestand bij de overheid te krijgen.

Voor de overheid als geheel1 wensen we een stijging van het aandeel allochtonen van 5,5% in 2006 naar 7,8% in 2011. Dit is zeer ambitieus. We zijn daarbij immers sterk afhankelijk van voldoende aanbod van geschoolde allochtonen op de arbeidsmarkt.

kst-31700-VII-2-3.gif

Het kabinet streeft er naar dat minimaal 50% van de medewerkers die instromen vrouw is. In 2007 is dit doel gehaald. De instroom van vrouwen bedroeg 57%. Overigens verschillen de overheidssectoren qua samenstelling en dus qua diversiteit. In sommige sectoren, zoals het primair onderwijs, zijn mannen juist ondervertegenwoordigd. Afhankelijk van de situatie per sector verschilt de inzet. De uitstroom van ouderen naar inactiviteit is de afgelopen jaren sterk gedaald, vooral de uitstroom naar arbeidsongeschiktheid, van 9,6% (2005) naar 3,8% in 2006. Uiteindelijk is het doel dat deze uitstroom vanaf 2011 onder de 5% blijft.

We hebben in 2008 bestuurlijke afspraken gemaakt met zelfstandige publieke werkgevers (gemeenten, provincies, waterschappen en onderwijssectoren) over diversiteit en arbeidsparticipatie. Het is nu aan deze werkgevers zelf om deze afspraken uit te voeren en dus ook te zorgen voor een goed samengesteld personeelsbestand. We zullen dit waar mogelijk ondersteunen en de resultaten monitoren.

65) Meer divers samengesteld personelsbestand bij de rijksoverheid

BZK kan als werkgever voor de sectoren Rijk, Algemene Bestuursdienst en de Politie directer sturen op de gemaakte afspraken op het gebied van diversiteit, omdat zij hier als werkgever een directe invloed op kan uitoefenen. BZK monitort de uitvoering van de afspraken en de voortgang op de te behalen resultaten door de departementen. Ook worden er 1 000 structurele stageplaatsen bij het Rijk gecreëerd op HBO/WO-niveau, waarvan de helft moet worden ingevuld door allochtonen en vrouwen. Er is een recruiter diversiteit aangesteld om de instroom van jonge hoogopgeleiden te stimuleren. Ook de instroom van allochtonen via het Rijkstraineeprogramma, op dit moment 13%, moet groeien. Naast het aantrekken van allochtonen is ook de doorstroming en het voorkomen van uitstroom erg belangrijk. Daarom is er een onderzoek naar exitmotieven uitgevoerd.

65) Aandeel vrouwen in algemene Bestuursdienst minimaal 25%

Het aandeel vrouwen in topfuncties bij de rijksoverheid is de afgelopen jaren toegenomen (zie grafiek), toch zijn zij nog ondervertegenwoordigd. Doel is dat het aandeel vrouwen in de Algemene Bestuursdienst (ABD, salarissschalen 15–19) in 2011 minimaal 25% is.

kst-31700-VII-2-4.gif

(Sociaal Jaarverslag Rijk 2007, P. 45).

In 2008 en 2009 moet dit verder toenemen. De vakministers maken werkafspraken met hun topmanagers en BZK monitort of dit inderdaad gebeurt. In 2009 moet het aanbod vrouwen toenemen mede doordat er nu meer vrouwen in het ABD-kandidatenprogramma zitten. Het aandeel vrouwen en mannen in deze pool is gelijk. Ook voor allochtonen geldt dat zij zijn ondervertegenwoordigd in submanagement- en managementposities. Doel is dat er in 2011 minimaal 50 personen met een biculturele achtergrond ingestroomd zijn in managementposities. De ABD stimuleert de instroom van allochtonen op managementniveau door een ABD-schouw en via in- en externe search. In 2007 hebben we een pool voor allochtone kandidaten opgezet. Ministeries kunnen hieruit putten.

Bij de politie zijn – overigens wisselend per korps – vrouwen en allochtonen ondervertegenwoordigd, de instroom van de groepen moet worden verhoogd. Bij de politie is het doel om 50% van de kroonbenoemingen tussen 2008 en 2011 te laten bestaan uit vrouwen en/of allochtonen. Voor de hoogste schalen is dit 30%. In 2010 moet het aandeel allochtonen bij de politie zijn gestegen tot 8,5%. In 2009 worden het multicultureel vakmanschap bij alle politiemedewerkers en de leerlijn multicultureel vakmanschap bij de Politieacademie voor het initiële- en leiderschapsonderwijs ingevoerd. Ook wordt er in 2009 een diversiteitsprijs uitgereikt.

Een divers samengesteld personeelsbestand betekent niet alleen een goede verdeling tussen mannen en vrouwen en tussen jongeren en ouderen. De overheid heeft ook een opgave als het gaat om het «meedoen» van arbeidsgehandicapten en jonggehandicapten. Het kabinet spant zich daarom tenslotte ook in om deze kabinetsperiode 150 wajongers en 100 wsw-ers in dienst te nemen bij het Rijk.

In meer algemene zin verdienen ook de beloningen van bestuurders in de semi-publieke sector aandacht. Het kabinet zal, in het verlengde van de kabinetslijn op het advies van de Commissie Dijkstal (TK 2007–2008,28 479, nr. 36), in 2009 wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer sturen om de salarissen van bestuurders in de semi-publieke sector te normeren, waarbij per sector gedifferentieerd kan worden in de zwaarte van het beloningsregime.

49) Respect voor medewerkers met een publieke taak

Aanpakken van agressie tegen medewerkers met een publieke taak

In veel sectoren zetten werknemers met een publieke taak zich in voor de samenleving. Het merendeel (66% in 2007) van deze werknemers komt als gevolg van hun publieke taak in aanraking met agressie en geweld. Bijna een kwart (24%) zelfs met fysiek geweld, zoals slaan en schoppen. Daar waar veel direct contact is met burgers, zoals bij het openbaar vervoer, de sociale dienst, ambulancevervoer en de politie is het probleem het grootst. Maar ook burgemeesters en wethouders, de arbeidsinspectie en het primair onderwijs worden veelvuldig geconfronteerd met ongewenst gedrag door externen. Dit is onacceptabel. Het kabinet wil dat ongewenst gedrag tegen werknemers met een publieke taak vermindert met 15 procentpunt tot 51% in 2011.

 2007 (nulmeting)Streef 2009 (1-meting)Streef 2011 (2-meting)
% werknemers met publieke taak dat in aanraking met agressie of geweld66%56%51%

Bron: Ongewenst gedrag besproken. Ongewenst gedrag tegen werknemers met een publieke taak, DSP, 2007.

De aanpak van het programma Veilige publieke taak richt zich voornamelijk op de dader. Een dader moet weten en ervaren dat er grenzen zijn, agressie en geweld nooit loont, hij of zij geregistreerd wordt en er altijd een reactie volgt van de werknemer, werkgever en/of overheid. Een stevige aanpak van daders – bijvoorbeeld door het verbeteren van de mogelijkheden om schade en letsel te verhalen – is belangrijk. Uit onderzoek is in 2008 gebleken dat bestaande instrumenten weinig tot niet worden benut. In 2009 zullen – in overleg met de politie en het Openbaar Ministerie – daarop activiteiten worden ontplooid, voornamelijk in de communicatieve sfeer. Daarnaast moet aangiftebereidheid tegen de dader van geweld groter worden. Hierover stuurt BZK in het najaar 2008 een plan van aanpak naar de Tweede Kamer dat vanaf 2009 uitgevoerd wordt.

Belangrijk voor de dadergerichte aanpak is een effectief optreden van de werknemer, werkgever en overheid bij het voorkomen, beperken en afhandelen van agressie en geweld. Enerzijds door een eenduidig en daadkrachtig optreden van de werkgever en de overheid. Daarom is in mei 2008 een landelijke norm gepresenteerd voor acceptabel gedrag van burgers tegenover werknemers met een publieke taak: «Handen af van onze helpers». Deze norm wordt uitgedragen in een campagne die in 2008 is gestart en doorloopt in 2009. Een terugkerend onderdeel hiervan is een beeldmerk. Naast de landelijke norm verschijnt in november 2008) één landelijke richtlijn voor het optreden van de politie en het openbaar ministerie in dit soort geweldszaken. Anderzijds ondersteunt BZK de werkgevers met onderzoeken, kennis en instrumenten. Zo is een handreiking voor de aanpak van agressie en geweld gemaakt, die aan medewerkers met een publieke taak is verstrekt. Zodoende kunnen zij beter omgaan met agressie en voorkomen dat situaties uit de hand lopen. Ook zijn de reactiemogelijkheden op geweld en agressie in kaart gebracht zodat ambtenaren weten wat ze kunnen en mogen doen als ze slachtoffer worden, bijvoorbeeld hoe ze aangifte kunnen doen of de dader juist kunnen uitnodigen voor een gesprek (www.veiligepublieketaak.nl). De rijksoverheid, provincies en gemeenten hebben vanaf 2007 een Agressie Registratiesysteem ontwikkeld. Almere is de eerste gemeente waar vanaf begin mei 2008 wordt gewerkt met een dergelijk registratiesysteem. Dit systeem, waarin gevallen van agressie worden gemeld, geeft slachtoffers de mogelijkheid om iets met hun melding te doen, zorgt voor een betere informatie-uitwisseling en zicht op het probleem en de omvang hiervan. Het stelt de organisatie in staat om te zorgen voor een goede afhandeling van agressiegevallen, bijvoorbeeld door een toegangsverbod in te stellen voor de dader en sociale hulp te bieden aan het slachtoffer. Vanaf mei 2008 zullen ook andere overheden werken met het Agressie Registratiesysteem.

Ambtenaren verdienen respect door hard en integer te werken. Soms betekent dit dat ze problemen en misstanden aan de kaak moeten stellen. Deze zogenoemde klokkenluiders moeten worden beschermd. BZK zet zich in voor het verbeteren van de positie van klokkenluiders. Dat doen we door aanpassing van de betreffende regelgeving voor ambtenaren in de sectoren Rijk en Politie. Daardoor wordt bijvoorbeeld vertrouwelijk melden mogelijk en kan in meer gevallen en door meer melders van (de waarborgen van) de regelingen gebruik worden gemaakt. Voor diezelfde sectoren komt er ook een (versterkt) extern instituut waar ambtenaren na melding bij de eigen organisatie terecht kunnen. Tevens wordt voor de sectoren Rijk en Politie per 2009 op de begroting van BZK middelen gereserveerd voor vergoeding van kosten van juridische procedures als gevolg van een melding die niet anderszins worden vergoed.

64) Overheid die beter werk levert met minder mensen

Kwaliteit van de rijksdienst

De rijksoverheid moet worden vernieuwd. Het kabinet streeft naar een overheid die beter werk levert met minder mensen. In 2007 is de Nota Vernieuwing rijksdienst naar het parlement gestuurd. Deze omvat de plannen op het gebied van de verkleining en vernieuwing van de rijksdienst. Uiterlijk 2011 moet het aantal ambtenaren bij de rijksoverheid met 12 800 fte zijn verminderd ten opzichte van 2006 (exclusief de door het kabinet goedgekeurde intensiveringen). De taakstelling op het apparaat van de rijksdienst bedraagt in totaal € 630 miljoen, verdeeld over de departementen en de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s). In 2009 moet in totaal een kwart van de personele en financiële taakstelling zijn gerealiseerd. De voortgang van het programma Vernieuwing rijksdienst wordt tweemaal per jaar aan het parlement gerapporteerd. In juni 2007 ontving de Tweede Kamer al een voortgangsrapportage met daarin de ontwikkeling van het aantal ambtenaren (in fte’s) en een nulmeting voor externe inhuur.

Tussen 2008 en 2011 worden er meerdere projecten uitgevoerd om de rijksoverheid te verbeteren. Zo liggen er kansen voor samenwerking op het terrein van de bedrijfsvoering, beter beleid en in het verminderen van administratieve lasten bij de Rijksoverheid.

Het Rijk staat voor een belangrijke veranderopgave. BZK heeft een belangrijke rijksbrede rol bij het bevorderen van de kwaliteit van het personeel, het management en de organisatie van het Rijk, het inkoopmanagement, de informatievoorziening, facilitaire dienstverlening en huisvestingsbeleid. In de Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling is bovendien afgesproken dat de bedrijfsvoering duurzamer moet worden.

In 2008 komt het Regiebureau inkoop over van EZ naar BZK. Het kabinet wil de inkoop verder professionaliseren, bijvoorbeeld door het invoeren van categoriemanagement. Doel is dat departementen stap voor stap meer gaan samenwerken bij het inkopen. Een bijzondere vorm van inkoop is externe inhuur. De uitgaven aan externe inhuur moeten gelijkblijven of dalen ten opzichte van het niveau van 2007. In juni 2008 is de Nulmeting externe inhuur naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit betreft de uitgaven aan externe inhuur in 2007, gerelateerd aan de taakstelling, geordend per kolom beleid en advies, toezicht, uitvoering en staf. De Tweede Kamer wenst een plan van aanpak en een analyse van de omvang van externe inhuur. We hebben deze analyse in september 2008 naar de Tweede Kamer gestuurd. Namens het kabinet gaat BZK de uitgaven aan externe inhuur periodiek monitoren. Elk ministerie is zelf verantwoordelijk voor de beheersing van uitgaven aan externe inhuur. Jaarlijks nemen ze een overzicht van de uitgaven aan externe inhuur op in hun jaarverslag. Als coördinerend ministerie spreekt BZK departementen aan op het niveau van externe inhuur. Naast het monitoren van het niveau richten we ons op het verbeteren van de randvoorwaarden, bijvoorbeeld door het invoeren van categoriemanagement en het beter inzetten van de eigen medewerkers. Concrete uitwerkingen voor de categorieën beleidsadvies, ict-advies en uitzendkrachten kunnen als eerste worden aangepakt.

Ook op het terrein van ICT heeft het Rijk ambities. Het Kabinet streeft naar een digitale werkomgeving voor de rijksoverheid die het voor rijksambtenaren mogelijk moet maken om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken. We streven naar een vergroting van de beheersbaarheid van ict-projecten binnen het Rijk. Hiervoor ontwikkelen we een kwaliteits- en rapportagesysteem voor departementen. Naast het organiseren van rijksbrede samenwerking, verleent BZK ook veel diensten aan andere departementen en organisaties, die deze diensten dan niet meer zelf hoeven uit te voeren. Dit biedt schaalvoordelen. Zo levert de Werkmaatschappij – een batenlastendienst van BZK – diensten aan op het terrein van personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting.

Nr.Doel uit beleidsprogrammaRelevant ArtikelStatus
49Respect voor medewerkers met een publieke taak10in uitvoering
5025% minder criminaliteit in 20104, 2in uitvoering
51100 000 minder fietsendiefstallen4in uitvoering
52Afname overlast en verloedering met 25%4in uitvoering
53500 extra wijkagenten2in uitvoering
55Aanpak overmatig alcoholgebruik jongeren4in uitvoering
57Steviger aanpak georganiseerde misdaad, fraude, cybercrime2in uitvoering
58Prostitutie onderwerpen aan scherper vergunningenbeleid in voorbereiding
59Tegengaan radicalisering4, 5in uitvoering
61Samenwerking veiligheid: met burger en binnen politiebestel2in uitvoering
63Rampenbestrijding en crisisbeheersing op orde in 200915, 16in uitvoering
64Overheid die beter werk levert met minder mensen11in uitvoering
65Meer divers samengesteld personeels-bestand bij de rijksoverheid, aandeel vrouwen in ABD minimaal 25%11in uitvoering
67Versterken van burgerschapsvorming en van de grondwet1in uitvoering
68Meer beleidsvrijheid voor mede-overheden6in uitvoering
69Oplossen 10 meest gevoelde knelpunten bij administratieve lasten7in uitvoering

Belangrijkste uitgaven- en ontvangsten mutaties

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste beleidsmatige uitgaven- en ontvangstenmutaties.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties (bedragen in € 1000)
Art.omschrijving200820092010201120122013
  Intensiveringen Beleidsprogramma2007–2011      
         
  Pijler 2: Een innovatieve concurrerende en ondernemende economie      
         
  Innovatie, kennis en onderzoek      
42Maatschappelijk Innovatieprogramma Veiligheid1 0003 0003 0003 0003 000 
         
  Pijler 5: Veiligheid, stabiliteit en respect      
         
  Georganiseerde criminaliteit (tranche 2009)      
23Cybercrime 2 7002 7002 7002 7002 700
23Georganiseerde criminaliteit 3 0003 0003 0003 0003 000
         
  Terrorismeen radicalisering (tranche 2009)      
22Bewaken en beveiligen 1 8001 8001 8001 8001 800
51Versterking informatiepositie AIVD 1 7001 7001 7001 7001 700
         
  Effectieve veiligheidsorganisatie (tranche 2009)      
22Kwantiteit Politie 7 5007 5007 5007 5007 500
         
  Crisisbeheersingen rampenbestrijding      
162Veiligheidsregio’s 1 8001 8001 8001 8001 800
         
  Pijler 6: Overheid en dienstbare publieke sector      
div Diversiteit (bijdrage van SZW; pijler 4) 2 4002 4002 400  
         
  Taakstellingen Coalitieakkoord      
133Taakstelling Bestuurskosten – 11 200– 32 70049 10049 10049 100
133Taakstelling Bestuurskusten (negatieve loonbijstelling)   – 2 434– 2 434– 2 434
133Taakstelling Bestuurskosten (overheveling Gemeentefonds) 11 20011 20011 20011 20011 200
         
  Overige mutaties      
22Asieltaken Politie – 8001 5001 5001 5001 500
74Reisdocumenten 6 000    
22BasisregistratiesVROM – 1 619– 3 020– 3 086– 2 681– 2 681
         
  Ontvangsten      
60BestuursakkoordRijk – Provincies 171 300171 300171 300  

3. De beleidsartikelen

Veiligheid

3.1 Politie (artikel 2)

Algemene doelstelling 2

Een veiliger samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Veiligheid is een basisvoorwaarde voor een samenleving waarin mensen zich vertrouwd, vrij en verbonden voelen. Bevorderd moet worden dat de trend van afnemende criminaliteit wordt doorgezet. In 2010 moet de criminaliteit met 25% zijn afgenomen ten opzichte van 2002; dit is één van de doelstellingen van het project «Veiligheid begint bij Voorkomen» (VbbV) dat zich richt op een substantiële vermindering van criminaliteit en overlast door preventieve inspanningen in combinatie met repressie. De politie levert een belangrijke bijdrage aan de veiligheid. De politie opereert daarbij in een maatschappelijke omgeving die steeds meer wordt gekenschetst door een grote complexiteit en dynamiek; daarnaast heeft de politie zelf te maken met agressie tegen agenten. Hierdoor wordt de politie geconfronteerd met een grote variatie aan veiligheidsproblemen, van zowel strafrechtelijke, openbare orde of hulpverlenende aard, soms ook in crisissituaties. Bovendien doen de veiligheidsproblemen zich voor op lokaal, regionaal, bovenregionaal, landelijk of internationaal niveau en een combinatie daarvan. De samenwerking met korpsbeheerders en tussen de politiekorpsen moet verder worden versterkt om de veiligheidsproblemen adequaat te kunnen aanpakken, zodat nog beter kan worden bijgedragen aan een veiliger Nederland. De relatie tussen de politie en andere veiligheidspartners, waaronder burgers, het prestatievermogen en de professionaliteit van de politie blijven belangrijke punten. Dit vraagt een goed functionerende politieorganisatie die drie sporen volgt:

a. Gezamenlijke landelijke prioriteiten 2008–2011

De ministers van BZK en van Justitie stellen de gezamenlijke landelijke prioriteiten voor de politie vast in zogeheten «hoofdlijnen van beleid». De landelijke prioriteiten voor 2008–2011 zijn jeugdcriminaliteit, geweld, veilige wijken, opsporing en de aanpak van criminaliteit (zowel kwantitatief als kwalitatief). Deze prioriteiten sluiten aan op de prioriteiten uit het beleidsprogramma van het Kabinet. De landelijke prioriteiten zijn in nauw overleg met de veiligheidspartners politie, gemeenten en Openbaar Ministerie (OM) tot stand gekomen. Voor elk regiokorps hebben de ministers in zogeheten «landelijke doelstellingen op regionaal niveau» vastgesteld welk aandeel dat korps levert in de verwezenlijking van de landelijke prioriteiten. De voortgang op de landelijke doelstellingen op regionaal niveau worden elk jaar gemonitord. Jaarlijkse voortgangsgesprekken tussen vertegenwoordigers van de korpsen en de departementen van BZK en van Justitie maken hiervan deel uit. Een aantal doelstellingen is gekoppeld aan prestatiebekostiging; een korps dat deze doelstellingen realiseert, komt in aanmerking voor prestatiebekostiging.

b. Samenwerking en het als één politieorganisatie functioneren

De samenwerking en het functioneren als één politieorganisatie moet verder worden versterkt. Dit doel is opgenomen in het beleidsprogramma van het kabinet. In 2009 zal verder worden gewerkt aan het realiseren van een gemeenschappelijk beleid voor materieel, personeel en beheer. De ministers van BZK en Justitie hebben afspraken gemaakt met de korpsbeheerders. De Voorziening tot Samenwerking Politie Nederland (vts PN) zal concrete resultaten op het terrein van ICT, personeel, materieel en bovenregionale samenwerking moeten boeken. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) is gevraagd aan te geven of de korpsen eind 2008 de afspraken hebben gerealiseerd. De Algemene Rekenkamer wordt hierbij betrokken. Deze resultaten worden vervolgens geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie beziet het kabinet eind 2008 of het politiebestel wordt aangepast.

c. Samenwerking met andere veiligheidspartners

De politie is niet de enige partij die werkt aan veiligheid. Veiligheid is het resultaat van activiteiten van verschillende overheden, overheidsdiensten op internationaal, landelijk, provinciaal en lokaal niveau en van bedrijven, scholen, hulpverlening, maatschappelijke organisaties, mediaberichtgeving en burgers.

De politie heeft als taak de opsporing van strafbare feiten, de handhaving van de openbare orde en de noodhulp. In dit kader vervult de politie een rol bij de aanpak van grootschalige rampen en conflict- en crisissituaties. De politie heeft een signalerende en adviserende taak. Dit impliceert dat de politie aangeeft waar bestuur, OM en partners in haar optiek een bijdrage zou kunnen en moeten leveren aan het reduceren van onveiligheid.

BZK heeft als doel de ketensamenwerking te versterken waarmee concrete resultaten worden geboekt.

Verantwoordelijkheid

De minister van BZK is verantwoordelijk voor de beheersmatige kaders voor de regionale politiekorpsen, de vts PN (als eigendom van de 26 korpsen), het KLPD en de Politieacademie (beleidsmatig, financieel, juridisch, organisatorisch) en samen met de minister van Justitie (voor de strafrechtelijke rechtshandhaving) voor:

• het doelmatig en effectief beheer van de politieorganisatie;

• het bepalen van de hoofdlijnen van beleid ten aanzien van het beheer van en de taakuitvoering door de politie, door vooraf in de beleids- en beheerscyclus aan te geven aan welke concrete prestaties en inspanningen ieder individueel politiekorps moet voldoen.

Daarnaast is de minister van BZK de beheerder van het Korps landelijke politiediensten (KLPD).

Externe factoren

• Complexiteit uitvoeringsketen: de politie is slechts één van de organisaties die actief is om de veiligheid in Nederland te verbeteren. De politie is afhankelijk van veel partners in de veiligheidsketen. De minister van BZK en de minister van Justitie bepalen samen de beleidskaders van de politie; de uitvoering geschiedt door de politiekorpsen. Het is aan hen om een goede vertaling te maken van het landelijke beleid en dit op een adequate manier uit te voeren.

• Maatschappelijke complexiteit: Criminaliteit verandert veelvuldig. Naast wisseling van aanpak zijn ook lokale verschillen in aanpak noodzakelijk. De politie handhaaft en treedt waar mogelijk preventief op, maar kan gedrag van burgers en bedrijven maar voor een deel beïnvloeden.

Meetbare gegegevens

IndicatorenWaarde 2006Waarde 2007Streven 2008–2011
Jeugdcriminaliteit(Kalsbeeknorm)74,9%75,5%80,0%
Aantal verdachten van Politie naar OM243 073251 591250 909
Normering verdachtenratio geweldn.v.t.n.v.t.60%

Bron: Kerngegevens Nederlandse Politie 2006 en 2007, vastgesteldeLandelijke prioriteiten 2008–2011

Toelichting

• De indicator voor de aanpak van jeugdcriminaliteit is de zogenoemde «Kalsbeeknorm». Deze houdt in dat 80% van de zaken van misdrijven door jeugdigen binnen 30 dagen na het eerste verhoor door de politie aan het openbaar ministerie moet worden aangeboden. Bij de jeugdcriminaliteit en het aantal verdachten OM hebben de streefwaarden betrekking op de regionale politiekorpsen. Met het KLPD zijn afspraken gemaakt die beter passen bij de bijzondere taak van het KLPD.

• De aanpak van zaken met een bekende dader is de afgelopen jaren sterk verbeterd. De norm is in verband hiermee bijgesteld tot een redelijk niveau voor de toekomst. Teneinde een beter beeld te verkrijgen in de ontwikkeling van het aantal verdachten naar het OM zal ook het gemiddeld aantal celdagen per verdachte en de algemene verdachtenratio worden gevolgd. Dit is nu nog geen indicator omdat de meting in 2008 voor het eerst gedaan wordt.

• De definitie geweld in de verdachtenratio geweld heeft betrekking op de geweldscategorieën openlijke geweldpleging, bedreiging en mishandeling. Deze verdachtenratio geeft een maat voor de pakkans. Voor de categorieën bedreiging en mishandeling is een norm vastgesteld van 60%.

• In het Jaarverslag Nederlandse Politie en de Veiligheidsmonitor Rijk, die ieder jaar aan de Tweede Kamer worden aangeboden, wordt uitgebreider verslag gedaan van de resultaten die de politie heeft gerealiseerd (www.jaarverslagpolitie.nl).

Budgettaire gevolgen van beleid

2. Politie
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen4 725 2545 112 3755 060 5184 998 5724 983 6174 993 1554 685 975
Waarvan garantieverplichtingen 950 875950 875950 875950 875950 875950 875
        
Uitgaven4 432 9224 795 9954 744 1384 682 1924 683 5404 693 1554 685 975
2.1 apparaat11 87912 42811 55310 8529 4219 3589 380
        
Programma-uitgaven4 421 0434 783 5674 732 5854 671 3404 674 1194 683 7974 676 595
Waarvan juridisch verplicht*  4 608 1504 301 8614 293 3404 308 9164 308 855
        
2.2 politie op regionaal niveau3 554 5513 804 4263 788 3183 744 9163 765 7923 797 1053 807 519
Waarvan juridisch verplicht*  3 788 3183 673 9593 674 2313 679 4503 679 450
* Bijdrage baten-lastendienst LFR2 6002 6002 7002 7002 8002 9003 000
        
2.3 politie op bovenregionaal en landelijk niveau567 430628 719618 834617 818621 839623 448625 338
Waarvan juridisch verplicht*  607 188477 038468 319475 614475 553
* Bijdrage baten-lastendienst KLPD  513 800502 900501 300500 700500 700
        
2.4 prestatievermogen van de politie55 85368 50764 59963 06163 46333 63133 631
Waarvan juridisch verplicht*  60 06944 59044 03419 91219 912
        
2.5 adequaat niveau van politiepersoneel238 582267 362260 834245 545223 025229 613210 107
Waarvan juridisch verplicht*  152 575106 274106 755133 939133 939
        
2.6 geneeskundige verzorging politie4 62714 55300000
Waarvan juridisch verplicht*  00000
        
Ontvangsten5 7593 2153 2153 2153 215500500

* Enkel 2009 is juridisch verplicht; de jaren 2010 en verder zijn bestuurlijk gebonden.

Toelichting

De garantieverplichtingen betreffen de garantstellingen die door het vakdepartement voor de politieregio’s voor het geïntegreerd middelenbeheer bij het ministerie van Financiën zijn afgegeven. Dit legt geen beslag op het beschikbare kasbudget. Op 1 juli 2008 is een bedrag aan garanties afgegeven van afgerond € 651 mln., hiervan staat daadwerkelijk voor afgerond € 144 mln. aan leningen open. Volgens de raming wordt nog aanvullend voor afgerond € 236 mln. aan garanties afgegeven.

In onderstaande tabel zijn de VbbV-budgetten weergegeven die op het terrein van Politie liggen en waarbij BZK het voortouw heeft (bedragen x € 1 mln):

 20082009201020112012
500 forensisch assistenten6,212,521,230,032,5
Aanpak zichtbare aanwezigheid Politie (500 wijkagenten)8,016,024,132,135,6
Bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad/expertisecentra3,55,55,810,17,1
Burgernet0,30,10,10,10,1

Operationele doelstelling 2.2

Voorzien in middelen die nodig zijn voor adequate politiezorg door de regionale politiekorpsen.

Motivering

De politie is een belangrijke factor in het bieden van veiligheid en bescherming aan de burger. De politie houdt toezicht op straat en handhaaft de orde, in het uiterste geval met inzet van geweldsmiddelen, geeft hulp aan burgers en spoort strafbare feiten op. Voor een goede uitvoering van hun diverse en omvangrijke takenpakket dienen de regionale politiekorpsen over voldoende middelen te kunnen beschikken. De minister van BZK stelt hiertoe per regiokorps een algemene bijdrage en een aantal bijzondere bijdragen beschikbaar. In het verlengde hiervan houdt de minister van BZK toezicht op het financiële beheer van de regionale politiekorpsen. Dit om te voorkomen dat om financiële redenen een adequaat niveau van politiezorg in een regio in het gedrang kan komen.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende bijdragesoorten die de minister van BZK ter beschikking staan om de regionale politiekorpsen te kunnen voorzien van voldoende middelen.

Algemene bijdrage (BVS):Bijzondere bijdragen:Aanvullende bijdragen:
Algemeen budgetBijdrage Artikel 3 Bfrp (Politiewet)Bijdrage Artikel 4 Bfrp (Politiewet)
Specifiek budget  
Compensaties  
Asiel  

Totaal is voor de regionale politiekorpsen in 2009 € 3,67 mld beschikbaar aan algemene en bijzondere bijdragen De verdeling over de korpsen is in onderstaande grafiek weergegeven. Deze gegevens zijn gebaseerd op de junicirculaire 2008.

kst-31700-VII-2-5.gif

Instrumenten

Preventief toezicht

Preventief toezicht moet worden ingesteld wanneer de begroting van een regionaal politiekorps een tekort vertoont en het evenwicht in de drie daarop volgende jaren niet tot stand komt óf als de begroting op het oog sluitend is, maar na nadere bestudering blijkt dat er toch geen sprake van evenwicht is. Preventief toezicht kan worden ingesteld als er sprake is van een tekort in de jaarrekening of er sprake is van een termijnoverschrijding bij de inlevering van begroting en jaarrekening. Dat kan leiden tot een aantal bezuinigingen bij het regionale politiekorps, maar ook tot de gedeeltelijke besteding van het eigen vermogen binnen de gestelde grenzen.

Repressief toezicht

De minister houdt toezicht op het financiële beheer van de regionale politiekorpsen. Uitgangspunt is dat de begroting in principe niet aan preventief toezicht onderworpen is. Dus zolang een regionaal politiekorps een evenwichtig en verantwoord financieel beleid voert, behoeft de begroting geen goedkeuring van de Minister en kan worden volstaan met repressief toezicht.

De cyclus rondom landelijke prioriteiten, zoals beschreven onder de algemene doelstelling van dit artikel.

Meetbare gegevens

Kengetallen (x € 1 miljoen)Waarde 2008Waarde 2009Waarde 2010Waarde 2011Waarde 2012
Algemene bijdrage aan regionale politiekorpsen3 6773 5963 4913 4553 451
Bijzondere bijdragen aan regionale politiekorpsen1245278307344329

Bron:junicirculaire 2008

1 Exclusief de bijzondere bijdragen die onder operationele doelstellingen 2.3 (bovenregionale voorzieningen) en 2.4 (prestatiebekostiging) zijn opgenomen.

Operationele doelstelling 2.3

Voorzien in middelen die nodig zijn voor adequate politiezorg op het bovenregionaal en landelijk niveau.

Motivering

Vanuit het oogpunt van doelmatigheid is de politiezorg op een aantal terreinen op landelijke of bovenregionale wijze georganiseerd. Het gaat onder meer om het KLPD, de bovenregionale recherche voorzieningen, de arrestatie- en ondersteuningseenheden (AOE-en), het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) en het Financieel Expertisecentrum (FEC). Met de bekostiging hiervan stelt de minister van BZK deze onderdelen in staat om hun politietaken op een adequaat niveau uit te voeren. Voor specifieke informatie over het KLPD wordt verwezen naar de toelichting in het hoofdstuk baten-lastendiensten van deze begroting.

Instrumenten

Verdere (bestuurlijke) aanpak georganiseerde misdaad (€ 5,5 mln in 2009).

Om (georganiseerde) misdaad de voet dwars te zetten wordt er in aanvulling op de strafrechtelijke aanpak een preventief bestuurlijke aanpak gerealiseerd. Deze aanpak richt zich op het, onder regie van het bestuur op lokaal niveau, sluiten van de rijen van de bij de bestrijding van georganiseerde misdaad betrokken overheidspartijen. Ter ondersteuning van deze lokale overheidsbrede aanpak zijn er zes regionale (en wordt in 2009 een landelijk) informatie- en expertisecentra opgezet waarin de betrokken partijen informatie gaan delen en analyseren. Om deze deling van informatie mogelijk te maken sluiten betrokken partijen een landelijk convenant. Daarnaast wordt, onder meer via de regionale centra, ingezet op het versterken en aanvullen van de functies die de wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) biedt. Het kabinet verwacht overigens dat het aantal BIBOB aanvragen door gemeenten in deze kabinetsperiode zal toenemen; in het beleidsprogramma is afgesproken van 250 naar 500 in de periode 2007–2011. Hierover zal in de jaarverslagen worden gerapporteerd. Voorts wordt een Europees initiatief ontwikkeld en geïmplementeerd ter versterking van de Europese samenwerking op onderhavig terrein. Tenslotte worden jaarlijks minimaal drie seminars gehouden om de bewustwording van de partners bij de bestuurlijke aanpak (met name in gemeenten) te vergroten. Deze activiteiten worden ondersteund door middel van een landelijk implementatieteam en een landelijke website.

Intensiveren aanpak van cybercrime.

Deze kabinetsperiode vindt een stevige impuls van de aanpak van cybercrime plaats. Dit betekent versterking van de aanpak op regionaal en bovenregionaal niveau en verdere professionalisering op landelijk niveau. De minister van BZK bekostigt de unit Cybercrime bij het KLPD. Deze unit is volledig operationeel en bewijst haar meerwaarde voor de Nederlandse politie. Voor de bredere impuls hebben de betrokken partijen (politie, OM, Justitie en BZK) het versterkingsprogramma Cybercrime opgesteld. Dit programma wordt in 2009 verder uitgevoerd en zal leiden tot een stevige intensivering van de aanpak van cybercrime. Zo zijn in 2008 proeftuinen van start gegaan voor kinderporno en heling op internet. In de proeftuinen wordt ervaring opgedaan met alternatieve en innovatieve manieren van onderzoek en samenwerking in een gedigitaliseerde wereld. Ook worden in 2009 een fors aantal rechercheurs bijgeschoold.

Intensiveren aanpak financieel-economische criminaliteit.

De ministers van Justitie en van BZK, het OM en de politie hebben het versterkingsprogramma Finec (witwassen, ontnemen, fraude en corruptie) opgesteld. In 2009 zal de aanpak van financieel-economische criminaliteit worden geïntensiveerd en wordt de nationale- en bovenregionale recherche verder versterkt. Dit zal leiden tot een toename van de aanpak van fraudezaken en het afnemen van crimineel vermogen. Ook wordt in 2009 een groot aantal politie-medewerkers geschoold zodat het financieel rechercheren, nog meer dan nu het geval is, gemeengoed in de korpsen zal zijn.

Havank.

In 2009 is het vingerafdrukkensysteem Havank aanbesteed en naar verwachting opgeleverd. Het nieuwe systeem is technisch superieur aan het oude systeem en maakt het bijvoorbeeld mogelijk om automatisch met handpalmsporen te zoeken. Ook kan de nieuwe machine worden aangesloten op livescan apparatuur, waardoor het op termijn mogelijk wordt direct de identiteit van een verdachte te verifiëren.

Meetbare gegevens

Deze operationele doelstelling betreft met name de bekostiging van KLPD en recherche. Deze organisaties hebben een grote mate van vrijheid om beleid vorm te geven en uit te voeren. Dit maakt het niet zinvol om bij deze operationele doelstelling aparte meetbare gegevens op te nemen. Bij de algemene doelstelling zijn meetbare gegevens opgenomen over het functioneren van de politie; het beleid onder deze operationele doelstelling draagt hieraan bij.

Operationele doelstelling 2.4

Verhogen van het prestatievermogen van de politie.

Motivering

Het verhogen van het prestatievermogen van de politie (doelmatigheid en doeltreffendheid) vraagt om permanente aandacht. De minister van BZK ondersteunt dit door een aantal maatregelen en randvoorwaarden die bijdragen aan een hogere veiligheid in Nederland.

Instrumenten

• Sturen op prestaties via landelijke prioriteiten. Met de korpsbeheerders zijn voor de periode 2008–2011 landelijke prioriteiten vastgesteld op het terrein van jeugdcriminaliteit, geweld, veilige wijken, opsporing en de aanpak van criminaliteit kwantitatief en kwalitatief. De afspraken met de gemeenten zijn vastgelegd in het bestuursakkoord.

– Jeugdcriminaliteit: de politie intensiveert haar bijdrage aan de persoonsgerichte aanpak van criminele jeugd. Daarnaast intensiveert de politie het vroegtijdig signaleren van en adviseren over risicojeugd, waaronder 12-minners. Jeugdgroepen worden via een eenduidige methode in kaart gebracht.

– Geweld: de politie zal zowel de opsporing van geweldplegers verder versterken als een bijdrage leveren aan het voorkomen van geweldsmisdrijven.

– Veilige wijken: om de veiligheid in de wijk te vergroten zal de politie zorgdragen voor een versterkte inzet van gebiedsgebonden politiewerk. Het kabinet heeft afgesproken dat de politie hiervoor met 500 wijkagenten wordt uitgebreid. In de charter die het Rijk met 18 gemeenten heeft gesloten over de wijkaanpak heeft de minister van BZK afspraken gemaakt om de veiligheid in de betreffende 40 wijken te vergroten. De (mogelijke extra) inzet van wijkagenten is daarbij van belang. Jaarlijks zal de toename van de wijkagenten worden gemonitord en worden opgenomen in het jaarverslag; ultimo 2010 dienen er 500 extra wijkagenten te zijn ten opzichte van de nulmeting (stand 31 december 2007).

– Opsporing: in 2011 zullen 500 forensisch assistenten bij de politie werken, die vooral bij inbraken in woningen en bedrijven sporenonderzoek doen. Daardoor zullen meer daders worden gevonden, bijvoorbeeld wanneer zij DNA achterlieten op de plaats van het delict.

– Versterking criminaliteitsaanpak.

  De landelijke prioriteiten zijn voor elk korps nader uitgewerkt in – door de ministers vastgestelde – landelijke doelstellingen op regionaal niveau, Korpsen die de doelstellingen realiseren komen in aanmerking voor prestatiebekostiging. Hiervoor is in totaal ruim € 52 mln beschikbaar.

• Veiligheid Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES-eilanden). In het licht van de toekomstige staatkundige verhoudingen op de Nederlandse Antillen wordt een substantiële inspanning gepleegd om een verbetering in de organisatie van de veiligheidsketen op de BES-eilanden te faciliteren. Het kabinet heeft voor de veiligheid (voor BZK en Justitie tezamen) op de BES-eilanden zowel in 2009 als in 2010 extra geld uitgetrokken.

• Personele capaciteit van de politie. De landelijke sterktedoelstelling voor 2010 bedraagt circa 52 200 fte’s in 2010. Op basis van de definitieve sterktecijfers over 2007 blijkt dat dit aantal eind 2007 landelijk al nagenoeg gerealiseerd is. De onderwerpen waarvoor het kabinet in 2007 extra budget beschikbaar heeft gesteld zullen leiden tot een verdere groei van de politie. De Tweede Kamer is over de ontwikkeling van de politiesterkte nader geïnformeerd (sterktebrief). Naast méér medewerkers is het ook belangrijk dat de kwaliteit van het politiepersoneel verder verbeterd wordt zodat korpsen optimale resultaten kunnen bereiken. Door meer te sturen op prestatie wordt de focus gericht op waar het politiewerk echt om draait: een politie die goed presteert en zichtbaar is voor burgers. Korpsen hebben daarbij flexibiliteit nodig om eigen keuzes te maken: naast meer personeel kan ook gekozen worden voor bijvoorbeeld hoger opgeleid personeel, inzet van slimme technologieën of een andere werkwijze. Korpsen worden afgerekend op hun prestaties en minder op exacte aantallen fte’s. Met de Tweede Kamer en de korpsen is daarom afgesproken dat de personele capaciteit per korps binnen een afgesproken bandbreedte valt.

• De bewapening en uitrusting van de politie worden altijd bezien in relatie tot een proportioneel geweldgebruik. Hierbinnen past een verdergaande ontwikkeling op het gebied van de zogenaamde «less lethal» wapens. Daarnaast zullen bestaande wapens, waaronder het huidige dienstpistool, moeten worden vervangen.

• Stimuleren van de kwaliteitsontwikkeling van de Nederlandse politie, ondermeer door verdere ontwikkeling en toepassing van het INK-model.

• Bevorderen van de kwaliteit van de informatievoorziening binnen de politie, onder meer door implementatie van de Wet politiegegevens.

• Versterking opsporing. Het geld dat voor het programma versterking opsporing en vervolging door het kabinet beschikbaar is gesteld, wordt ondermeer besteed aan een verdere verbetering van de auditieve en audiovisuele registratie van verhoren, kwaliteitsverhoging van de forensisch-technische opsporing, het extra opleiden van het recherchepersoneel en de werving, selectie en opleiding van medewerkers van buiten de politie met een hbo of academische opleiding (zij-instroom) voor de opsporing.

Meetbare gegevens

Bij de algemene doelstelling zijn meetbare gegevens opgenomen over de effecten van het functioneren van de politie. Het beleid onder deze operationele doelstelling draagt hieraan bij.

 200520062007201020112014
Gerealiseerde sterkte1 korpsen50 50051 23352002   
Streefsterkte korpsen2   52 20053 20054 700
Streefsterkte korpsen (– 2,5% bandbreedte)3   50 90051 90053 300
Personeel CIP/ISC4   300  

1 Bron: Polbis en Jaarverslag Nederlandse Politie 2007

Toelichtingen

1. Bron: Polbis en Jaarverslag Nederlandse Politie 2007. Aantallen vanaf 2010 zijn afgerond.

2. Het sterktecijfer 2010 betreft het sterktecijfer zoals dat is gecommuniceerd in de brief over de politiesterkte van 29 juni 2007 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 28 824, nr. 33). Het verschil van 1 000 tussen sterktecijfer 2010 en 2011 betreft de extra 500 wijkagenten en de 500 forensisch assistenten. Het verschil van 1 500 tussen sterktecijfer 2014 en 2011 betreft de uitbreiding zoals voortvloeit uit de invoering van het nieuwe BVS, de uitbreiding van de Zeehavenpolitie bij de politieregio Rotterdam-Rijnmond, de invoering van het programma versterking opsporing en vervolging en de Dienst Speciale Interventies bij het KLPD (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 28 824, nr. 33).

3. Met de regiokorpsen en het KLPD is een bandbreedte afgesproken van +/- 2,5%.

4. Deze reeks betreft de ca. 300 fte’s die in 2005 naar CIP/ISC zijn overgegaan en waarvan is afgesproken dat deze worden meegeteld voor de realisatie van de landelijke sterkte doelstelling 2010.

Operationele doelstelling 2.5

Verhogen van de professionaliteit van de politie door het ontwikkelen van personeelsbeleid, arbeidsvoorwaardenbeleid en het faciliteren van politieonderwijs.

Motivering

De minister van BZK realiseert samen met de politiekorpsen, de politievakorganisaties en de Politieacademie een verhoging van de professionaliteit van de politie. Dit wordt bereikt door te investeren in voldoende, gekwalificeerd en gemotiveerd personeel.

Instrumenten

• De Politieacademie in staat stellen om het benodigd aantal aspiranten op te leiden, passend in de strategische personeelsvoorziening en -planning van de regionale politiekorpsen, zodat er voldoende aspiranten instromen om de beoogde streefsterkte voor 2014 te kunnen realiseren.

• Uitvoeren van de actiepunten naar aanleiding van de gezamenlijke werkgeversvisie, met als doel de kwaliteit van het politiepersoneel verder verhogen.

• De Politieacademie in staat stellen politiepersoneel op te leiden en bij te scholen, rekening houdend met de resultaten uit de «evaluatie politieonderwijs» en in lijn met de noties die voortkomen uit de «evaluatie bekostigingsstelsel Politieacademie».

• Het doorontwikkelen van de fitheidstest voor de politie en het capaciteitsmanagement.

• Uitvoering geven aan de afspraken uit het arbeidsvoorwaardenakkoord 2008–2010, waaronder het instellen van een overlegplatform «de Politietop» en het, geobjectiveerd en door alle betrokken partijen gedragen onderzoek op het gebied van functiewaardering en beloning.

• De korpsen stimuleren om integriteitbeleid te voeren conform de basisnormen uit de modelaanpak «Integriteitbeleid, openbaar bestuur en politie», zodat de politiemedewerkers weerbaarder worden voor schendingen.

• Politiekorpsen stimuleren de diversiteit van het personeel te vergroten. Specifiek voor de Kroonbenoemingen in de korpsleiding tot 2011 zal bij vacatures 50% door vrouwen en/of allochtonen worden ingevuld.

• Ontwikkelen van een talentenprogramma voor startende leidinggevenden met een diverse samenstelling van de cursistengroep.

• Het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit wordt in 2009 geëvalueerd.

• Het verbeteren van de positie van klokkenluiders door aanpassing van de betreffende regelgeving voor ambtenaren in de sector Politie en het reserveren van middelen op dit artikel voor vergoeding van kosten van juridische procedures als gevolg van een melding die niet anderszins wordt vergoed.

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2006Waarde 2007Streven 2008–2011
Percentage vrouwen en/of allochtonen in vacatures in Kroonbenoemingen met betrekking tot de korpsleiding, periode 2008–2011  50%
Percentage vrouwen en/of allochtonen in vacatures in Kroonbenoemingen in schalen 15 en 16, niet zijnde korpsleiding, periode 2008–2011  30%
Percentage allochtonen in personeelsbestand bij korpsen en politieondersteunende organisaties, peildatum 31 december 20106,4%6,5%8,5%

Bron:Kerngegevens Nederlandse politie 2007

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingVerhoging professionaliteit door toepassing van gericht personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid en politieonderwijs2.5A: 2011B: 2011 
 Voorzien in middelen die nodig zijn voor adequate politiezorg op het bovenregionaal en landelijk niveau en voor adequate politiezorg door de regionale politiekorpsen. 2.2 en 2.3A: 2012B: 2012 

3.2 Partners in Veiligheid (artikel 4)

Algemene doelstelling 4

Goed samenwerkende partners in veiligheid

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Politie, Koninklijke Marechaussee, brandweer, ambulancediensten, centrale overheid, gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven én burgers hebben ieder hun verantwoordelijkheden voor de openbare orde en veiligheid. Om goed te kunnen samenwerken, moeten de partners in veiligheid kunnen beschikken over voldoende kennis en expertise, zodat goed gehandeld kan worden onder wisselende maatschappelijke omstandigheden. De kerntaak is het aanpakken van maatschappelijke veiligheidsvraagstukken zoals het voorkomen van overlast en verloedering, het tegengaan van alcoholgebruik onder jongeren en het voorkomen van kleine criminaliteit zoals fietsendiefstal. Daarnaast spelen thema’s als de aanpak van georganiseerde misdaad (o.a. wet BIBOB) en polarisatie en radicalisering een belangrijke rol. De rol van het ministerie van BZK is om de andere partners in veiligheid in positie te brengen, zodat deze de regievoering inhoudelijk kunnen waarmaken. Hierbij is het ook van belang dat de afzonderlijke veiligheidspartners hun informatievoorziening zodanig op orde hebben dat zij hun veiligheidstaken op een juiste wijze kunnen uitvoeren. Samen met de partners zorgen we ervoor dat met innovatie in het gebruik van informatie en technologie de prestaties van de veiligheidspartners verbeteren.

Verantwoordelijkheid

De minister van BZK is verantwoordelijk voor samenhang in het veiligheidsbeleid. Met uitzondering van criminaliteitsbestrijding waarvoor de minister van Justitie verantwoordelijk is. Daartoe:

• geeft de minister van BZK richting aan de uitvoering van het veiligheidsbeleid op lokaal, regionaal, landelijk en internationaal niveau;

• stimuleert en ondersteunt de minister van BZK de veiligheidspartners om samen te werken en kwalitatief goede diensten te leveren.

Externe factoren

De steun en inzet van veiligheidspartners is noodzakelijk om de veiligheid van de samenleving te kunnen bevorderen. Actuele ontwikkelingen zijn van grote invloed op de veiligheid en het veiligheidsgevoel van burgers. De samenwerking kan onder druk komen te staan door een ramp of aanslag.

Meetbare gegevens

De goede samenwerking tussen de partners in veiligheid op zowel lokaal, regionaal en landelijk niveau is moeilijk in meetbare gegevens uit te drukken.

Budgettaire gevolgen van beleid

4. Partners in veiligheid
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen218 993117 571105 112139 615142 128136 087133 102
        
Uitgaven155 175149 561137 102139 615142 128136 087133 102
4.1 apparaat9 58210 4188 6938 2347 2987 2577 272
        
Programma-uitgaven145 593139 143128 409131 381134 830128 830125 830
Waarvan juridisch verplicht  94 30691 91691 30090 74090 690
        
4.2 veiligheidsbeleid op nationaal niveau37 33848 98448 89451 65055 10349 10346 103
Waarvan juridisch verplicht  34 80333 11532 60032 04031 990
* Bijdrage baten-lastendienst LFR1 0001 0009001 0001 0001 1001 100
        
4.3 ICT-infrastructuur103 85084 56673 88273 85873 85473 85473 854
Waarvan juridisch verplicht  56 81656 20056 20056 20056 200
        
4.6 veiligheidsbeleid op internationaal niveau4 4055 5935 6335 8735 8735 8735 873
Waarvan juridisch verplicht  2 6872 6012 5002 5002 500
        
Ontvangsten8 011265413149000

Operationele doelstelling 4.2

De bestuurlijke veiligheidspartners ondersteunen met kennis, instrumenten en expertise

Motivering

De partners in veiligheid hebben verschillende verantwoordelijkheden in het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Een geïntegreerde aanpak van de veiligheidsproblematiek op alle bestuurlijke niveaus is van belang om daadwerkelijk de veiligheid in Nederland te verbeteren, waardoor de veiligheid en veiligheidsgevoelens in Nederland vergroot worden. Goede samenwerking vereist dat veiligheidspartners goed zijn toegerust om adequaat te kunnen functioneren. Het delen van kennis en expertise zorgt ervoor dat partijen beter presteren en van elkaars ervaringen kunnen leren. Juist op lokaal niveau wordt de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de burger bepaald. De gemeenten vervullen hierbij een regierol en worden daarin ondersteund, zoals uit de onderstaande instrumenten en activiteiten blijkt.

Instrumenten

Het kabinet richt zich in het programma Veiligheid begint bij Voorkomen op het verbeteren van de objectieve en subjectieve veiligheid te weten: een reductie van de criminaliteit met 25% in 2010 ten opzichte van 2002. Voor de monitoring van deze landelijke verbetering in de veiligheidssituatie wordt gebruik gemaakt van al bestaande systematiek. Monitoring vindt plaats met een zestal indicatoren waarbij gebruik wordt gemaakt van de bronnen als de Veiligheidsmonitor en de monitor Criminaliteit Bedrijfsleven. De informatie over de actuele stand van zaken zal eenmaal per jaar (op of rond 1 oktober) met een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd.

Actieplan overlast en verloedering

Dit plan heeft tot doel een belangrijke bijdrage te leveren aan het realiseren van een kwart minder fysieke verloedering en overlast. Vooral het effectief aanpakken van overlast door jongeren, uitgaansoverlast en overlast en verloedering in de woon- en leefomgeving vraagt om aanvullende maatregelen. Preventie, bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving en nazorg zijn hierbij sleutelwoorden. Op verzoek van de vier grote steden onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om de burgemeester doorzettingsmacht te geven asociale gezinnen die ernstige overlast in hun eigen wijk veroorzaken uit huis te kunnen plaatsen. Via een door de minister voor Jeugd en Gezin voorbereide wijziging van de wet op de jeugdzorg worden gemeenten verantwoordelijk voor sluitende afspraken tussen alle instellingen die te maken hebben met kinderen, jongeren en gezinnen over het leveren van snelle en passende ondersteuning (zorgcoördinatie). Het kabinet zal in het najaar 2008 met nadere voorstellen komen om ernstig probleemgedrag van kinderen onder de 12 jaar aan te pakken. In 2009 treedt het wetsvoorstel integraal veiligheidsplan in werking en ligt de wijziging van de Drank- en Horecawet, waardoor gemeenten meer bevoegdheden krijgen om alcoholmisbruik aan te pakken, in de Tweede Kamer.

Aanpak fietsendiefstal

De aanpak zal grotendeels gestalte krijgen waar fietsendiefstal zich voordoet, namelijk op lokaal niveau. Medewerking en inzet van onder meer gemeenten en politie is daarvoor bepalend. Met betrokken partijen is in de Landelijke Stuurgroep Fietsdiefstal een aanpak van fietsdiefstal afgesproken die in 2009 verder tot uitvoering wordt gebracht. Dit wordt in een convenant vastgelegd. Met een publiekscampagne, regelgeving en het verzamelen en uitdragen van expertise en kennis ten behoeve van de lokale aanpak zal op landelijk niveau bijgedragen worden aan de terugdringing van het aantal fietsdiefstallen. Lokaal zal ultimo 2009 uitbreiding van het aantal veilige stallingsmogelijkheden en toezicht met behulp van het in gebruik genomen fietsdiefstalregister tot stand komen.

Inwerkingtreding wetgeving Prostitutie

De wetgeving heeft ten doel een landelijk uniform kader te stellen met betrekking tot de prostitutiebranche en zal een regeling bevatten met betrekking tot alle prostitutievormen. Hiervan maakt een verplicht gemeentelijk vergunningstelsel deel uit. Het wetsvoorstel zal begin 2009 naar de Tweede Kamer gezonden worden. Inwerkingtreding van de wet is voorzien 1-1-2010.

Uitvoeren actieplan veilig ondernemen III

Met het Actieplan Veilig Ondernemen werken overheid en bedrijfsleven samen aan een veiliger Nederland. Belangrijkst instrument van BZK op het terrein van veilig ondernemen is het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Binnen het actieplan veilig ondernemen III staat BZK aan de lat voor de projecten «Borging Keurmerk Veilig Ondernemen» en «Versterking lokale en bovenlokale veiligheid». Het project Borging KVO bevat acties waarmee partijen verder gestimuleerd en gefaciliteerd worden om lokaal samenwerken een meer structureel karakter te geven en de binnen KVO gemaakte afspraken te realiseren. De hercertificering van al behaalde keurmerken staat hierbij centraal. Uit diverse metingen van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel en het Centrum van Criminaliteitspreventie en Veiligheid is gebleken dat het Keurmerk Veilig Ondernemen een zeer succesvol instrument is. Om die reden zal de financiering voor de procesbegeleiding van KVO-trajecten de komende jaren gecontinueerd en waar mogelijk geïntensiveerd worden.

Actieplan polarisatie en radicalisering

Op 27 augustus 2007 is het vierjaren actieplan polarisatie en radicalisering 2007–2011 aan de Tweede Kamer aangeboden (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 29 754, nr. 103). Doel is het voorkomen en terugdringen van polarisatie en radicalisering in Nederland door de weerbaarheid van met name jongeren, ouders en professionals te versterken en door de sociale verbinding in de samenleving te vergroten. In samenwerking met betrokken departementen, het lokale bestuur en in samenwerking met maatschappelijke instellingen, (zelf)organisatie en andere intermediairen wordt in 2009 het tweede operationeel actieplan uitgevoerd. In dit plan wordt aangekondigd een overzicht van de concrete acties en activiteiten te realiseren. De activiteiten zijn merendeels meerjarig, effectmeting vindt aan het einde van de looptijd van het actieplan plaats.

Meetbare gegegevens

De minister van Justitie (projectminister) heeft samen met de ministers van BZK, OCW, WWI en Jeugd en Gezin het project Veiligheid begint bij Voorkomen gestart. De hoofddoelstelling van het project is een reductie van criminaliteit (geweld- en vermogensdelicten), fysieke verloedering en ernstige sociale overlast met 25% ten opzichte van 2002. Bij dit project horen de volgende indicatoren.

IndicatorenOverall doelstelling 2010 t.o.v. 2002Doelstelling vanaf 2006Resultaat begin 2008 Veiligheidsmonitor 2008Nog te realiseren 2008–2011
Geweld25%20%6%14%
Vermogen25%6%8%0%
Overlast25%17,5%0%17,5%
Verloedering25%18,5%0%18,5%
Fietsendiefstal100 000 t.o.v. 2006100 00072 00028 000

Bron: Brief Veiligheidsmonitor 2008, 29 april 2008,TK 28 684, nr. 135

Operationele doelstelling 4.3

Een samenhangende informatiehuishouding van de partners in veiligheid

Motivering

Het is cruciaal dat de juiste persoon op het juiste moment op de juiste plaats over de juiste informatie in de juiste vorm beschikt. De veiligheidspartners dienen bij de uitvoering van de veiligheidstaken de informatie te kunnen uitwisselen door middel van een samenhangend geheel van basisvoorzieningen. De afzonderlijke veiligheidspartners hebben hun eigen informatievoorziening zodanig op orde dat zij de veiligheidstaken op een juiste wijze kunnen uitvoeren.

Instrumenten

Veiligheid en technologie

In het meerjarige onderzoeksprogramma Veilig door innovatie worden de onderzoeksbehoeften van de veiligheidspartners gebundeld, geprogrammeerd en uitgevoerd. Hierbij is sprake van interdepartementale samenwerking. Kennisinstellingen zijn tevens betrokken zodat de vragen van de veiligheidspartners en het aanbod op elkaar zijn afgestemd. Onderzoeken die in 2009 lopen zijn de detectie van gevaarlijke stoffen in grote objecten zoals vrachtwagens (in het kader van terrorismebestrijding), methoden om sneller sporen van criminele delicten veilig te stellen, technieken om een plaats delict te reconstrueren en systemen voor het opleiden en oefenen van multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing in een virtuele omgeving. Resultaten die in 2009 worden verwacht, zijn onder andere een model voor het monitoren van afwijkend gedrag (in het kader van terrorismebestrijding), modellen voor de verhoging van de participatiegraad van burgers bij de aanpak van onveiligheid, het prototype van een virtuele modelwijk voor het doorrekenen van veiligheidsaspecten van inrichtingsvarianten en inventarisatie van technieken voor automatische gezichtsherkenning.

Informatie Beleid veiligheid (IBV)

IBV is gericht op een gezamenlijke informatiehuishouding van de veiligheidspartners. De lopende trajecten en activiteiten worden gericht op het realiseren van deze samenwerking. Beoogd resultaat hierbij is de doorontwikkeling van de architectuur voor IBV, zodat de veiligheidspartners weten hoe ze hun informatievoorziening moeten inrichten om onderling goed te kunnen communiceren en gegevens uit te kunnen wisselen. Standaardisatie en uniformering van ontsluiting, distributie en gebruik van geografische informatie worden verder ingevuld. Een multidisciplinair domein zal worden ingericht waarin onder andere de meldkamers en de crisiscommunicatie een plaats krijgen.

Versnelling verbetering informatievoorziening crisisbeheersing en rampenbestrijding

Voor een open en gemeenschappelijke communicatie en informatievoorziening wordt in 2009 gewerkt aan: de ontwikkeling van een multidisciplinair ICT-bestek, het implementeren van het netcentrisch werken (dat tracht te komen tot een gedeeld beeld van informatie), de implementatie van de toegang tot landelijk kaartmateriaal, de verdere ontwikkeling van standaarden, de uitwerking van eisen aan de informatievoorziening omschreven in het Besluit veiligheidsregio’s, de ontwikkeling van beveiligde communicatienetwerken, de vervanging van Nationaal Noodnet en de implementatie van referentiekader Crisisplan.

Stimuleren van uniforme ICT-infrastructuur en informatiehuishouding voor de politie

Als ondersteuning van de processen voor taakuitvoering en beheer, opdat de korpsen onderling en met ketenpartners informatie kunnen uitwisselen en over dezelfde informatie kunnen beschikken. In 2009 zal het «monitoren van de uitvoering van de samenwerkingsafspraken 2008 op het gebied van ICT» plaatsvinden voor zover de bijbehorende planning doorloopt tot in 2009 (zie brief met bijlage over samenwerking tussen politiekorpsen van ministers van BZK en Justitie, Tweede Kamer 2007–2008, 30 880, nr. 6).

Samenhangende informatievoorziening voor de brandweer

Gebaseerd op het Landelijk Informatie Beleidsplan dat is opgesteld in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding.

Versterken van de samenhang en standaardisatie binnen de informatievoorziening van de GHOR

Er is een landelijke vraagorganisatie ingericht die ertoe bijdraagt dat de keten van acute zorg en openbaar bestuur nog meer als eenheid gaat werken. Eén van de activiteiten die worden gefaciliteerd, is de invoering van een landelijk Slachtoffervolgsysteem. Hiermee wordt het eenvoudiger om slachtoffers te volgen vanaf het rampterrein tot in de opvanglocatie, het ziekenhuis of het mortuarium.

Informatie-uitwisseling tussen Europese rechtshandhavingsautoriteiten

Implementatie van Europese besluiten en intergouvernementele verdragen.

C2000 en Geïntegreerd Meldkamersysteem (GMS)

Het beheer van deze systemen is belegd bij de Voorziening tot samenwerking Politie Nederland (VtsPN). Met het oog op het verbeteren van de toekomstvastheid van het systeem zal in 2009 een nieuwe softwareversie, inclusief de daarvoor noodzakelijke hardware in het netwerk, worden geïmplementeerd. Het veld zal in 2009 verdere uitwerking geven aan de voorbereiding van de vervanging van het huidige Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS).

Meetbare gegevens

KengetalNormWaarde 2007
C2000 (uniform communicatiesysteem voor hulpverleningsdiensten)  
1) Tijdige afhandeling incidenten binnen C2000infrastructuur95–98%= 95%
2) Beschikbaarheid systeem98%= 99,8%
3) Radiodekking95%= 97,4%
Bron: Voorziening tot Samenwerking Politie Nederland (VtsPN)
1-1-2 Netwerk  
Beschikbaarheid 1-1-2 netwerk99,8%= 99,9%
Bron: cijfers Korps Landelijke Politiediensten (KLPD)
Misbruik 112 terugbrengen  
Mobiel 70%
Bron: cijfers Korps Landelijke Politiediensten (KLPD)

Operationele doelstelling 4.6

Onderhouden en uitbreiden van internationale relaties op het gebied van bestuur en veiligheid

Motivering

Veiligheid is niet aan landsgrenzen gebonden. Internationale samenwerking op het gebied van veiligheid vraagt om een tijdige en adequate betrokkenheid bij Europese en internationale ontwikkelingen en verbanden, het ontplooien van samenwerkingsinitiatieven en het uitvoeren van internationale afspraken en Europese besluiten. Het effectief opereren in een divers en dynamisch internationaal krachtenveld draagt bij aan de nationale veiligheidsinspanningen en de daarvoor geformuleerde doelstellingen. Een krachtig bestuur en een goed functionerende overheid versterken de positie van Nederland in Europees en internationaal verband. Door een goede samenwerking tussen overheden te bevorderen kan de Europese subsidiariteitsregel tijdig en adequaat door Nederland worden toegepast, wordt Europese regelgeving effectief voorbereid en geïmplementeerd en kunnen constructieve (bestuurlijke) samenwerkingsverbanden worden aangegaan en onderhouden met buurlanden.

Instrumenten

Internationale en Europese processen

Coördinatie/voorbereiding van de Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) en ondersteuning minister; coördinatie internationale bezoeken en ontvangsten. Opstellen, en (mede) implementeren van besluiten, programma’s en projecten in het kader van de samenwerking binnen de Europese Unie en met de NAVO, ontwikkelen en coördineren van de uitvoering ten aanzien van de informatie-uitwisseling, Schengen Informatie Systeem II, politiële samenwerking, Europol, terrorismebestrijding, crisisbeheersing en drugs.

Bilaterale samenwerking en projecten

Het (doen) uitvoeren van landenprogramma’s; via het onderhandelen, implementeren en evalueren van verdragen en beleidsmatige c.q. politieke afspraken (MoU’s); het ondersteunen van samenwerkingsprojecten; het plaatsen van ambassaderaden en het faciliteren en organiseren van ter zake relevante activiteiten en bijeenkomsten.

Internationale vredesmissies

Het voorbereiden en effectueren van de inzet van politiefunctionarissen voor vredesmissies. Uitvoeren van nieuw beleidskader gericht op de intensivering van de politie-inzet (met een maximum van 100 fte in 2009) op de beheersing van crises.

Meetbare gegevens

Er zijn geen meetbare gegevens opgenomen omdat de uitkomsten van internationale samenwerking moeilijk meetbaar zijn. Het is een dynamische wereld waarin de specifieke bijdrage van Nederland – of zelfs BZK – niet altijd exact is na te gaan.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingDe bestuurlijke veiligheidspartners ondersteunen met kennis, instrumenten en expertise4.2A: 2009B: 2009 
     
Overig evaluatieonderzoekEvaluatie cameratoezicht openbare plaats driemeting4.2A: 2009B: 2009 

3.3 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (artikel 5)

Algemene doelstelling 5

Een veiliger samenleving door tijdig dreigingen en risico’s te onderkennen voor de nationale veiligheid en de daaraan rakende internationale invloeden die niet direct waarneembaar zijn. De AIVD voorziet belangendragers en samenwerkingspartners van informatie om hen in staat te stellen gepaste maatregelen te nemen.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

De AIVD doet in binnen- en buitenland onderzoek om tijdig dreigingen en risico’s te onderkennen voor de nationale veiligheid. Dergelijke dreigingen en risico’s kunnen gericht zijn tegen de Nederlandse samenleving als geheel maar ook tegen individuele burgers. Daarbij kan het gaan om geweldsdreigingen, met als doel fundamentele maatschappelijke veranderingen te veroorzaken of om de democratische besluitvorming onder druk te zetten. Ook kan maatschappelijke ontwrichting dreigen, of beperking van de grondwettelijke vrijheden van bepaalde personen of groepen. Tot slot richt de AIVD zijn onderzoek op risico’s voor en dreigingen tegen vitale maatschappelijke processen (bijvoorbeeld energie- en drinkwatervoorziening, transport en telecommunicatie) en risico’s die ontstaan als kwetsbare overheidsinformatie in handen komt van onbevoegden.

De AIVD informeert en adviseert bestuurders, beleidsmakers en andere belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau, en stelt hen daarmee in staat op basis van deze informatie beleid te ontwikkelen of maatregelen te nemen. AIVD-producten kunnen aanleiding geven tot beleidsmaatregelen of feitelijk optreden. Daarbij kan gedacht worden aan repressief optreden (bijvoorbeeld aanhoudingen op basis van een ambtsbericht van de AIVD), maar ook aan preventieve maatregelen – zoals verscherping van beveiligingsmaatregelen. De AIVD heeft dus zowel een signalerende als een mobiliserende rol. Onder bepaalde omstandigheden en als andere effectieve mogelijkheden ontbreken, kan de AIVD vastgestelde risico’s ook door middel van eigen optreden verkleinen. In het kader van het inmiddels afgesloten Ontwikkelprogramma Prospect 20071 is hiertoe een missie geformuleerd die richting geeft aan de vier kernvermogens van de AIVD (onderzoeken, duiden, mobiliseren en handelen).

De AIVD wil zich tussen nu en drie jaar verder ontwikkelen tot een dienst die gezaghebbend, invloedrijk en offensief is en die excelleert in de uitvoering van (operationeel) onderzoek, het duiden van de verzamelde informatie, het mobiliseren van anderen en het handelen in het voorkomende geval dat zelfstandig risico’s moeten worden gereduceerd. De AIVD heeft hiertoe voor de komende jaren strategische doelstellingen vastgesteld die voor de dienst leidend en bepalend zijn voor alle processen en activiteiten. De strategische doelstellingen betreffen het voorkomen van aanslagen, het tijdig onderkennen van relevante ontwikkelingen op de werkterreinen van de dienst, het nog beter aanzetten van ketenpartners tot handelen, het nog beter zichtbaar maken van de toegevoegde waarde van de dienst voor de nationale veiligheid en om tot de kopgroep van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Europa te behoren. De doorontwikkeling van de AIVD blijft de komende jaren prioriteit.

Verantwoordelijkheid

De minister van BZK is verantwoordelijk voor een goede taakuitvoering van de AIVD en de vaststelling van de prioriteiten van de AIVD. Deze prioriteiten worden bepaald in overleg met de samenwerkingspartners en belangendragers en opgenomen in het (geheime) Jaarplan AIVD.

De minister van BZK en de minister van Justitie zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. In de brief van 5 oktober 2007 (Kamerstukken II 29 754, nr. 105) is de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de ministers van Justitie en BZK voor terrorismebestrijding uiteengezet.

Externe factoren

Het realiseren van de algemene doelstelling wordt mede bepaald door:

Omvang en diepgang productvraag

De versterkte externe oriëntatie van de AIVD en het beter duiden van informatie aan belangendragers en samenwerkingspartners heeft, met name binnen het lokale bestuur, tot gevolg dat de vraag naar informatie en handelingsperspectief van belangendragers sterk toeneemt.

Internationale samenwerking

Het vervagen van nationale grenzen versterkt de trend van intensivering van internationale samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Het behouden en uitbouwen van de gerespecteerde positie van de AIVD in internationaal verband is essentieel voor de informatiepositie in zijn algemeenheid en voor de behartiging van de Nederlandse belangen in de internationale arena.

Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen

Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen stellen hoge eisen aan het innoverend vermogen van de dienst. Het blijvend kunnen aansluiten bij deze ontwikkelingen is noodzakelijk om ook op de (middel) lange termijn de taakuitoefening op orde te houden.

Algemene dreigingsbeeld

Veranderingen in het algemene dreigingsbeeld vragen om bijstelling van prioriteiten en het hierop afstemmen van de beschikbare middelen. Bij de uitvoering van de taken van de AIVD luistert die afstemming bijzonder nauw.

Meetbare gegevens

Het uitvoeren van de Wet veiligheidsonderzoeken om te waarborgen dat vertrouwensfuncties worden vervuld door personen waartegen uit het oogpunt van de nationale veiligheid geen bedenkingen bestaan.

KengetallenWaarde 2005Waarde 2006Waarde 2007
Totaal aantal vertrouwensfuncties:   
Rijksoverheid5 9606 2596 499
Defensieorderbedrijven18 50018 50020 800
Burgerluchtvaart31 33035 43744 369
Politie17 00016 14716 608
Koninklijk Huis240269269
Vitale bedrijven1 2351 5471 547
Totaal74 26578 15990 092

Bron: AIVD

IndicatorenBasiswaarde 2008*Streefwaarde 2009
Aantal door de AIVD uitgevoerd veiligheidsonderzoeken binnen wettelijke termijn:  
1. Aantal uitgevoerde onderzoeken12 983 (aantal onder- zoeken in behandeling genomen in 2007)12 000 (voornamelijk afhankelijk van arbeidsmarkt- ontwikkelingen)
2. Uitgevoerd binnen wettelijke termijn (8 weken) 95 % binnen wettelijke termijn
Bron: AIVD

* Meerjarige prognose van het aantal veiligheidsonderzoeken is niet zinvol vanwege de fluctuatie in het aantal aanvragen naar veiligheidsonderzoeken en vanwege de toenemende vraag naar veiligheidsonderzoeken.

Budgettaire gevolgen van beleid

5. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen180 355167 254169 026165 778165 946165 604165 620
        
Uitgaven174 617167 254169 026165 778165 946165 604165 620
5.1 apparaat170 494163 066164 852161 558161 726161 384161 400
5.2 geheime uitgaven4 1234 1884 1744 2204 2204 2204 220
        
Ontvangsten8633 19139191919191

Operationele doelstellingen

Nadere operationalisering van de algemene beleidsdoelstelling heeft betrekking op de uitvoering van de wettelijke taken van de AIVD conform de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de Wet veiligheidsonderzoeken, als bedoeld in de Rijksbegrotingvoorschriften. Voor wat betreft de operationele doelstellingen van de AIVD wordt verwezen naar de brief aan de Tweede Kamer over de hoofdlijnen van het AIVD Jaarplan 2009 en het AIVD Jaarverslag.

In dit beleidsartikel zijn daarom ten aanzien van de AIVD slechts de operationele doelstellingen «apparaat» en «geheime uitgaven» opgenomen. Over de geheime uitgaven kunnen verder geen mededelingen worden gedaan. Wel worden de prioriteiten voor de AIVD onder de operationele doelstelling apparaat nader toegelicht.

Toelichting apparaatuitgaven.

In 2009 zal de AIVD zowel kwantitatief als kwalitatief verder worden versterkt tot een omvang van 1504 fte (dit is het formatieplafond van de dienst na de taakstelling in het kader van de Vernieuwing Rijksdienst). De kwantitatieve en kwalitatieve versterking van de omvang van de dienst is gebaseerd op onder andere het rapport van de commissie bestuurlijke evaluatie AIVD en intensiveringen op het gebied van terrorismebestrijding (Kamerstukken II, vergaderjaar 2004–2005, 29 876, nr. 3 en 29 754, nr. 5).

De AIVD kent in 2009 de volgende prioriteiten:

a. Versterking informatievoorziening

b. Versterking internationale positie

c. Kwantitatieve en kwalitatieve versterking van de AIVD

a. Versterking informatievoorziening

De kernactiviteiten van een Inlichtingen- en Veiligheidsdienst bestaan uit het vergaren (verzamelen), het veredelen (analyseren, duiden) en exploiteren (verspreiden) van informatie. Als gevolg van het proces van digitalisering en virtualisering in de samenleving krijgt de AIVD bij het vergaren van informatie steeds meer te maken met grote, digitale gegevensbestanden, zowel in binnen- als buitenland, en met een toenemend gebruik van hoogwaardige (informatie-, communicatie- en wapen-)technologieën door onderzoekssubjecten. Daarom worden steeds hogere eisen gesteld aan het vergaren van informatie, het verwerken en het duiden (te herleiden tot identificatie van personen, tijd en plaats). De AIVD moet op deze ontwikkelingen inspelen door te investeren in zijn technologische competenties. Daarbij wordt vooral gedacht aan de versterking van het onderzoek op internet en aan datamining. De toename van de hoeveelheid te verwerken en verwerkte digitale informatie stelt ook hogere eisen aan de interne informatiehuishouding, gericht op het detecteren, duiden en terugvindbaar en herleidbaar maken van de geëxploiteerde informatie (zie mijn brief d.d. 8 juli 2008 hierover aan de Kamer). Ook in deze context is effectieve datamining van belang. Dit vergt de komende jaren maar vooral ook het komende jaar een forse investering. Hiertoe zijn extra structurele middelen, oplopend tot € 12 mln in 2011 uit het beleidsprogramma (pijler V: veiligheid, stabiliteit en respect) uitgetrokken.

b. Versterking internationale positie

Op velerlei terrein in de samenleving zien we een nog immer toenemende internationale verwevenheid. Daardoor ontstaan steeds sneller en meer dreigingen voor de nationale veiligheid in een internationale context. Veiligheidsinstanties, waaronder inlichtingen- en veiligheidsdiensten werken dan ook steeds meer over de landsgrenzen en in internationaal verband. De (bereidheid tot) internationale samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten neemt verder toe en wordt breder en dynamischer. Zo vereisen technologische ontwikkelingen, digitalisering en virtualisering internationale samenwerking en in de toekomst mogelijk specialisatie en taakverdeling. De AIVD speelt hier de komende jaren op in door middel van gerichte investeringen.

c. Kwantitatieve en kwalitatieve versterking AIVD

De AIVD zal tot eind 2009 tot een omvang van 1504 fte groeien. Daarbij is aandacht voor een evenwichtige samenstelling (geslacht, leeftijd, afkomst) van het personeelsbestand en voor een competentiemix die aansluit bij de gesignaleerde trends, ontwikkelingen en organisatiebehoeften voor de komende jaren. De AIVD investeert daarom verder in strategisch P&O-beleid.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is eindverantwoordelijk voor de adequate taakuitvoering van de AIVD, waaronder de doeltreffendheid en de doelmatigheid daarvan. De AIVD rapporteert geregeld over deze aspecten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze legt hierover verantwoording af aan de Tweede Kamer, zo veel mogelijk in het openbaar, en waar dat niet kan via de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

De Algemene Rekenkamer onderzoekt onder andere (de rechtmatigheid van) de bestedingen, de bedrijfsvoering en de jaarverslagen van de ministeries en de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid. In zijn onderzoeksprogrammering met betrekking tot dat laatste terrein is het onderwerp veiligheid/terrorismebestrijding al jaren een speerpunt.

De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) doet onderzoek naar de rechtmatigheid van de taakuitvoering van de AIVD. Als de CTIVD in zijn rechtmatigheidonderzoek bemerkingen heeft ten aanzien van het doelmatig functioneren, dan kan de CTIVD de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarover informeren en haar verzoeken deze informatie ter kennis van het parlement te brengen.

In 2009 zal een beleidsdoorlichting uitgevoerd worden naar terrorismebestrijding (NCTb) in samenwerking met Justitie en Buitenlandse Zaken. De exacte betrokkenheid van BZK zal nog nader worden bepaald.

3.4 Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid (artikel 14)

Algemene doelstelling 14

Een bijdrage leveren aan een veilige samenleving en het vertrouwen van de burger in de overheid vergroten door onafhankelijk toezicht en onafhankelijk onderzoek en het doen van aanbevelingen die verantwoordelijken in staat stellen de veiligheid te verbeteren

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (14.1)

Toezicht en onderzoek zijn essentiële schakels tussen beleid en regelgeving enerzijds en uitvoering anderzijds. Op basis van informatie die het toezicht levert over de uitvoering, kan bestaand beleid worden aangepast of nieuw beleid worden geïnitieerd. Daarnaast kan de uitvoering worden verbeterd met de informatie die een toezichthouder beschikbaar stelt.

De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) is er op gericht effectief en efficiënt toezicht te houden op het domein openbare orde en veiligheid. Het oordeel van de Inspectie OOV komt onafhankelijk tot stand. De minister van BZK heeft geen invloed op de werkwijze, de inhoud en de uitkomst van de beoordeling van de Inspectie OOV.

De Onderzoeksraad voor veiligheid (14.2)

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op grond daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OvV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe. Een uitzondering hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OvV worden verricht (waar onder luchtvaart en scheepvaart).

Verantwoordelijkheid

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (14.1):

De minister van BZK is, waar nodig in overeenstemming met de minister van Justitie, verantwoordelijk voor het rijkstoezicht ten aanzien van openbare orde en veiligheid (op grond van artikelen 53 a van de Politiewet 1993, de Wet op het LSOP en het politieonderwijs en artikelen 19 en 19a van de Brandweerwet 1985). De minister van BZK vult haar verantwoordelijkheid voor het toezicht in door onderzoek te laten verrichten naar en te rapporteren over de kwaliteit waarmee politie, brandweer, GHOR, rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsorganisaties hun publieke taken invullen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (14.2):

De Onderzoeksraad voor Veiligheid is een zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid en is gelet op de onafhankelijke positie op afstand geplaatst van de minister van BZK. De minister van BZK draagt geen verantwoordelijkheid voor de individuele onderzoeken en aanbevelingen die daaruit mogelijk voortvloeien. De minister heeft wel een toezichthoudende rol als het gaat om het verplicht onderzoeken van voorvallen. In de Rijkswet Onderzoeksraad voor Veiligheid is een aantal bevoegdheden opgenomen die het mogelijk maken invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid. De wet bevat met het oog op het toezicht op de raad nagenoeg gelijke bepalingen als de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Externe factoren

Het behalen van de doelstelling van de Inspectie OOV hangt af van:

• (brede) opvolging van de aanbevelingen van de Inspectie OOV door de eerstverantwoordelijke bestuurders en betrokken organisaties.

• de mate waarin de politiek-bestuurlijke omgeving signalen van de Inspectie OOV opneemt die het debat voeden.

Meetbare gegegevens

Meetbare gegevens ten aanzien van de resultaten van het toezicht door de Inspectie OOV zijn vooraf moeilijk te formuleren. Het daadwerkelijke effect van toezicht is niet gelegen in het aantal rapporten, maar in kwaliteitsverbetering van de taakuitvoering in de praktijk. Daarom investeert de Inspectie OOV in effectmeting van haar toezichtactiviteiten door middel van «follow-up»-onderzoek (naar opvolging van aanbevelingen) en evaluaties van toezichtmethoden. Over de uitkomsten van deze onderzoeken wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid besluit op eigen gezag en volledige onafhankelijkheid welk voorval de raad in onderzoek neemt en op welke wijze de raad dat onderzoek doet. Daarom worden in de begroting van BZK geen meetbare gegevens opgenomen.

Budgettaire gevolgen van beleid

14. Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen15 83615 81715 11214 94214 60614 36414 371
        
Uitgaven15 38715 81715 11214 94214 60614 36414 371
14.1 Inspectie Openbare Orde en Veiligheid5 2245 4364 7314 5614 2253 9833 990
14.2 Onderzoeksraad voor Veiligheid10 16310 38110 38110 38110 38110 38110 381
        
Ontvangsten1315800000

Operationele doelstelling 14.1

Het vergroten van de kwaliteit van de organisatie van politie, brandweer, Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsorganisaties en de wijze waarop zij hun taken uitvoeren.

Motivering

De Inspectie OOV levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving. Zij oefent daartoe toezicht uit op de besturen en organisaties die verantwoordelijk zijn voor de openbare orde en veiligheid. De Inspectie OOV toetst of wet- en regelgeving en geformuleerd beleid in de praktijk daadwerkelijk tot de gewenste resultaten leiden. Op basis van professioneel en onafhankelijk uitgevoerde inspecties stelt de Inspectie OOV de verantwoordelijken in staat de veiligheid te verbeteren.

Instrumenten

De Inspectie OOV verricht:

• Systematisch toezicht op de veiligheidsregio’s op de voorbereiding van de rampenbestrijding.

• Thematisch onderzoek binnen de verschillende domeinen van openbare orde en veiligheid.

• Incidenteel onderzoek naar aanleiding van politieke of maatschappelijke actualiteiten of incidenten.

Bij haar toezicht zoekt de Inspectie OOV actief samenwerking met andere partijen van beleid, uitvoering en toezicht, zowel op het OOV-domein als op aanverwante terreinen. Daarnaast adviseert de Inspectie OOV, als onderdeel van de beleidscyclus, over de mate waarin beleidsdoelen toetsbaar en publieke taken uitvoerbaar zijn.

In de periode tot en met 2011 richt de Inspectie OOV zich met name op de volgende thema’s:

Rampenbestrijding op orde

Eén van prioriteiten van de minister van BZK is het op orde brengen van de rampenbestrijding in Nederland. In het beleidsprogramma van het kabinet is vastgelegd dat de Inspectie OOV periodiek zal toetsen in hoeverre de organisatie van de crisisbeheersing en rampenbestrijding voldoet aan de basisvereisten en eind 2009 beoordelen of de doelstelling is bereikt.

Veiligheidsregio’s op orde

In 2010 zal de Inspectie OOV de regio’s toetsen op nog resterende onderwerpen uit de Wet veiligheidsregio’s in het algemeen en uit de kwaliteits-AMvB (basisvereisten) in het bijzonder. Aan de hand van deze resultaten en de resultaten uit de afgeronde Algemene Doorlichting Rampenbestrijding zal de Inspectie OOV eind 2010 de minister van BZK informeren en rapporteren over de stand van zaken in de regio’s.

Gezamenlijke landelijke prioriteiten politie 2008–2011

De Inspectie OOV zal in de periode tot en met 2011 de thema’s van de Landelijke prioriteiten met nadruk volgen en een aantal daarvan toetsen.

Daarnaast hanteert de Inspectie OOV een risicoanalyse als instrument om keuzes te maken, binnen de kaders van de vigerende wet- en regelgeving en de te realiseren beleidsdoelen. De Inspectie OOV betrekt haar omgeving bij de uitvoering van de risicoanalyse en de totstandkoming van het Werkplan. Het Werkplan 2009 zal op deze wijze tot stand komen en eind 2008 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Meetbare gegevens

Zie toelichting bij de Algemene Doelstelling.

Operationele doelstelling 14.2

Onderzoeksraad voor Veiligheid

De Onderzoeksraad voor Veiligheid fungeert als onafhankelijk onderzoeksorgaan, dat op eigen gezag kan besluiten tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe. De aanbevelingen van de OvV zijn gericht aan overheden en bedrijfsleven om een bijdrage te leveren aan het vergroten van de structurele veiligheid binnen het Koninkrijk.

Meetbare gegevens

Zie toelichting bij de Algemene Doelstelling.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

Er zal geen beleidsdoorlichting plaatsvinden aangezien de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid geen beleid ontwikkelt, maar toezicht uitoefent. Mede naar aanleiding van haar toezichtactiviteiten kan bestaand beleid worden aangepast of nieuw beleid worden geïnitieerd. Dit geldt ook voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid die onderzoek doet en aanbevelingen geeft.

3.5 Crisisbeheersing (artikel 15)

Algemene doelstelling 15

Het voorkomen van en prepareren op dreigingen tegen de nationale veiligheid en het goed voorbereid zijn op mogelijke crises

Omschrijving van de samenhang in beleid

Het nationale veiligheidsbeleid is gericht op het kunnen identificeren, beoordelen en omgaan met de dreigingen die onze maatschappij kunnen ontwrichten. Doel van het beleid is om te voorkomen dat crises zich voordoen en te borgen dat de maatschappij goed voorbereid is áls een crisis zich voordoet. De minister van BZK heeft in geval van crisis een coördinerende verantwoordelijkheid voor de nationale veiligheid en de crisisbeheersing op nationaal niveau.

De nationale veiligheid is in het geding als de Nederlandse vitale belangen zodanig worden bedreigd of uitvallen, dat sprake is van potentiële maatschappelijke ontwrichting. Kenmerkend voor deze dreigingen is dat ze een bovenregionaal karakter hebben en de nationale veiligheid aantasten. De aanpak van deze dreigingen vereist daarom eenheid in visie en optreden in de verschillende regio’s en op het nationale niveau. Een aantal vragen staat hierbij centraal:

Wat komt er mogelijk aan dreigingen op Nederland af? Wat moeten we doen om dreigingen te voorkomen en hoe gaan we er mee om mocht een dreiging zich manifesteren?

Specifiek van belang hierbij is dat de bescherming van de vitale infrastructuur regionaal en lokaal nog verder moet worden ingevuld. De bescherming van de vitale infrastructuur en het omgaan met de bedreigingen van de vitale infrastructuur is van nationaal belang. Niet alleen de rijksoverheid heeft hierbij een belangrijke taak, maar ook de burgers en het bedrijfsleven hebben een verantwoordelijkheid in het kader van de nationale veiligheid. Verwacht mag worden dat zij zich bewust zijn van de risico’s die hier aan de orde zijn en dat zij beschikken over een zeker vermogen tot zelfredzaamheid.

Verantwoordelijkheid

Als coördinerend minister voor de nationale veiligheid en de nationale crisisbeheersing is de minister van BZK verantwoordelijk voor:

• de agendering van thema’s op het terrein van de nationale veiligheid;

• de regie op de uitvoering van de strategie nationale veiligheid;

• de kwaliteit en effectiviteit van de crisisbeheersing op nationaal niveau;

• de bestuurlijke en operationele coördinatie, regie en aansturing van de crisisbeheersing op nationaal niveau en de zorg voor de aansluiting van de nationale op de decentrale verantwoordelijkheden en bevoegdheden;

• de kwaliteit van de informatievoorziening vóór, ten tijde en ná een crisis of tijdens de dreiging van een crisis.

Externe factoren

Het realiseren van een samenleving waarin de burgers goed worden beschermd tegen grootschalige dreigingen en die goed is voorbereid op crises hangt af van:

• inzicht in de dreigingen die kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting;

• goed functionerende (inter-)nationale veiligheidsstructuren en organisaties;

• structurele en actieve betrokkenheid van de bestuurlijke partners;

• het vermogen tot (tijdelijke) zelfredzaamheid van de bevolking;

• het treffen van adequate veiligheidsmaatregelen door het bedrijfsleven;

• de ontwikkeling van technologie die van invloed is op het beheersen van crises;

• de continuïteit van vitale producten en diensten;

• de feitelijke totstandkoming van de veiligheidsregio’s.

Meetbare gegevens

Om te komen tot een samenleving die goed is voorbereid op een crisis is van deze algemene doelstelling een doorwerking gemaakt naar operationele doelstellingen. Om deze doelstellingen te bereiken zullen instrumenten worden gehanteerd en activiteiten worden uitgevoerd zoals deze hierna zijn beschreven. Deze leiden tot resultaten, waarvan eenvoudiger is vast te stellen dat deze zijn bereikt dan het vaststellen of de algemene doelstelling is bereikt. Om deze reden zijn bij de algemene doelstelling geen en bij de operationele doelstelling wel prestatie-indicatoren opgenomen.

Budgettaire gevolgen van beleid

15. Crisisbeheersing
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen45 83135 65031 15829 95529 01930 30930 324
        
Uitgaven40 11237 01432 52231 31930 35330 30930 324
15.1 apparaat8 4618 3138 0267 5536 5916 5476 562
        
Programma-uitgaven31 65128 70124 49623 76623 76223 76223 762
Waarvan juridisch verplicht*  19 25511 4183 00000
        
15.2 Nationale veiligheid/BVI1 4687 7464 3083 5903 5883 5883 588
Waarvan juridisch verplicht  710000
        
15.3 functioneren crisisbeheersingsorganisatie17 22613 31011 99811 99811 99811 99811 998
Waarvan juridisch verplicht*  16 00811 3543 00000
* Bijdrage baten-lastendienst LFR600600700700700700700
        
15.4 aansturen crisisbeheersing9 9666 1056 3726 3606 3586 3586 358
Waarvan juridisch verplicht*  11949000
        
15.5 crisiscommunicatie2 9911 5401 8181 8181 8181 8181 818
Waarvan juridisch verplicht*  3 05715000
        
Ontvangsten4003 9877000000

* Enkel 2009 is juridische verplicht; de jaren 2010 en verder zijn bestuurlijk gebonden.

Operationele doelstelling 15.2

Het systematisch identificeren en beoordelen van mogelijke dreigingen voor de nationale veiligheid waarmee de bescherming van de vitale infrastructuur wordt versterkt

Motivering

Om dreigingen te voorkomen en adequate voorbereidingen te treffen is inzicht nodig in de aard en omvang van potentiële dreigingen voor Nederland.

Niet alles kan worden gedaan, er moeten keuzes worden gemaakt bij de inzet van mensen en middelen. Daarom is het belangrijk te weten (voor overheid, bedrijfsleven, maar ook in het licht van de internationale samenwerking) welke dreigingen prioritaire aandacht verdienen.

In nauwe samenspraak met de veiligheidsregio’s, het bedrijfsleven, de burgers en vakdepartementen worden eisen geformuleerd voor het veiligstellen van de nationale belangen en de belangen van de burgers. De nationale eisen aan rampen- en crisisbeheersing moeten aansluiten op de regionale eisen en behoefte. Veiligheidsregio’s worden bij het veiligstellen van de nationale belangen ondersteund door het rijk. Er moet een goede aansluiting zijn tussen het regionale en het nationale niveau. Voor bedrijven en burgers moet het helder zijn wanneer zij op hulp kunnen rekenen. Tegelijkertijd moeten bedrijven en burgers weten wat er van hen wordt verwacht.

Instrumenten

Dreigingen en risico’s in beeld.

• Begin 2009 wordt de (tweede) nationale risicobeoordeling aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierin wordt systematisch in kaart gebracht hoe mogelijke dreigingen worden beoordeeld op kans en impact, inclusief een advies waar extra inzet op plaats moet vinden. Vanaf 2009 wordt gewerkt aan een rijksbrede analyse en nationale risicobeoordeling op alle dreigingen (all hazard) voor de nationale veiligheid zoals vastgesteld in de Strategie Nationale Veiligheid. (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 821, nr. 3).

• BZK ontwikkelt scenario’s van de verschillende dreigingen op de nationale veiligheid, die tevens als input dienen voor de ontwikkeling van het beleid op aan de nationale veiligheid gerelateerde beleidsterreinen, zoals crisisbeheersing, vitale infrastructuur en lokale voorbereiding op bovenregionale dreigingen.

• In 2009 vindt de tweejaarlijkse risicosignalering korte termijn (0–6 maanden) plaats op de dreigingen van de nationale veiligheid. De nationale risicobeoordeling beoordeelt dreigingen qua kans en effect op de middellange termijn. De risicosignalering korte termijn beoordeelt de dreigingen voor de nationale veiligheid voor een periode van nu tot 6 maanden.

• Bij het analyseren en beoordelen van de dreigingen wordt systematisch samengewerkt met bedrijfsleven, lokale overheden, kennisinstituten en internationale partners.

Bescherming vitale infrastructuur (BVI).

• In 2009 wordt BVI verder geïmplementeerd door bedrijfsleven en medeoverheden binnen de crisisbeheersing op nationaal niveau.

• In nauw overleg met de onderdelen van het bedrijfsleven die van vitaal belang zijn, wordt de continuïteit van de vitale infrastructuur bij bepaalde dreigingtypes (bijvoorbeeld grieppandemie, overstroming en elektriciteituitval) bepaald. Daarmee moet voor vitale partijen en overheidsorganisaties preciezer in beeld zijn welke onderdelen van de vitale infrastructuur bij het voordoen van dit type calamiteiten nog zullen functioneren en daarmee waar men zich op moet voorbereiden.

• De relatie en samenwerking tussen vitale bedrijven en veiligheids- en politieregio’s wordt versterkt, bijvoorbeeld door BVI mee te nemen in de planvorming.

• Het securitybeleid rond vitale infrastructuur wordt verder vorm gegeven. Hierbij gaat het om bescherming tegen moet moedwillige verstoringen.

• Het EU programma Vitale Infrastructuur (EPCIP) zal in Nederland worden geïmplementeerd. Centraal hierbij staat de richtlijn EPCIP die tot doel heeft Europese vitale infrastructuur te identificeren en beschermen.

• De tweede integrale rapportage over de kwaliteit van de bescherming van de vitale infrastructuur zal in 2009 worden opgesteld en aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur (NAVI).

Het NAVI is aan het eind van 2007 opgericht en ondersteunt vitale sectoren bij het verkleinen van hun kwetsbaarheid door het verbeteren van hun securitybeleid en stimuleert het uitwisselen van informatie op dit terrein. De bescherming van de vitale infrastructuur wordt daarmee op een hoger niveau gebracht. Het gaat om een publiek-private samenwerkingsvorm, die tijdelijk is ondergebracht bij het ministerie van BZK. Het is de bedoeling met ingang van 2010 te komen tot een zelfstandige vraaggestuurde organisatie. Daartoe wordt eind 2008 een evaluatie uitgevoerd. Op basis van de evaluatie wordt begin 2009 wordt een besluit genomen over de definitieve organisatievorm, de plaatsing en de financiering.

Het NAVI richt zich in 2009 op:

• De opbouw van een centrale kennispositie op het terrein van security.

• De ontwikkeling van producten, diensten en activiteiten op basis van de noden en behoeften van publieke en private partijen in de vitale infrastructuur. Het gaat onder andere om risico- en dreigingsanalyses, beveiligingsadviezen en allerlei handreikingen.

• Het uitoefenen van een vraagbaakfunctie.

• Het inrichten van kennis- en informatieknooppunten, waar publieke en private partners securityonderwerpen kunnen bespreken.

Meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2007Streven 2008Streven 2009
Door partijen in de 12 vitale sectoren zijn afspraken gemaakt over de consequenties van hun afhankelijkheden van andere sectoren1 sector6 sectoren12 sectoren
Bron: Tweede rapportage vitaal

Toelichting

In 2007 is het in kaart brengen van de afhankelijkheden gestart. In 2009 is dit proces door alle vitale sectoren doorlopen.

Operationele doelstelling 15.3

Het in kaart brengen van benodigde strategische capaciteiten om dreigingen te voorkomen dan wel om er mee om te gaan ten behoeve van een goed functionerende crisisbeheersingsorganisatie

Motivering

Op basis van de uitkomsten van de nationale risicobeoordeling wordt voor de belangrijkste maatschappelijke capaciteiten inzichtelijk gemaakt waar en hoe concreet versterking moet plaats vinden. Dit gebeurt in samenwerking met bedrijfsleven, lokale overheden, maatschappelijke organisaties en internationale partners. Maatschappelijke capaciteiten worden hierbij in de breedte bezien: mensen, middelen, kennis en expertise, wetgeving en/of plannen en procedures.

Instrumenten

Strategische capaciteiten

• Met het bedrijfsleven worden afspraken gemaakt over de continuïteit van de levering van producten en diensten en waar nodig worden waakvlamovereenkomsten (gericht op het waarborgen van de levering van producten en diensten) met het bedrijfsleven afgesloten. Waar nodig gebeurt dit met instemming van vakdepartementen.

• De burger wordt geïnformeerd over de handelingsperspectieven bij de verschillende typen van dreigingen van de nationale veiligheid. Ook wordt onderzocht hoe burgerparticipatie verder kan worden uitgewerkt.

• Het opstellen van een continuïteitsplanning voor de situatie waarbij sprake is van een grieppandemie. Dit geschiedt in samenwerking met bedrijfsleven, medeoverheden en andere ministeries. In de planning wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat essentiële processen doorgang kunnen vinden onder bepaalde crisisomstandigheden.

• Het ontwikkelen van landelijke strategieën voor de verdeling van schaarste op het terrein van bewaken en beveiligen, (drink)water en energie.

• Op basis van de dreigingen die zijn geïdentificeerd met de Nationale Risicobeoordeling zullen nationale crisisplannen worden opgesteld.

• Een netcentrische (open en gemeenschappelijke) wijze van informatie-uitwisseling tussen crisispartners op nationaal en regionaal niveau wordt ingevoerd. De informatie wordt gedeeld door alle betrokken partijen, zodat alle partijen op hetzelfde moment over dezelfde informatie beschikken.

• Het verder implementeren van de rol van Defensie als structurele veiligheidspartner, onder andere door het uitwerken van de rol bij de beveiliging van vitale objecten. Bezien wordt of andere onderdelen van de krijgsmacht dan de KMar een rol kunnen spelen bij de handhaving van de openbare orde in het geval van grootschalige crises.

• Het herzien van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en ongevallen, zodat de tegemoetkoming beter is toegesneden op de mogelijke schade bij incidenten.

• Het samen met de verzekeringsbranche uitwerken van de mogelijkheden om de private verzekerbaarheid van rampen en crises te vergroten.

• Het actualiseren van de wetgeving inzake rampen en crises op nationaal niveau, inclusief het waar nodig aanpassen van noodwetgeving.

Het programma Crisisbeheersing op nationaal niveau op orde heeft tot doel de interdepartementale crisisbeheersing verder te verbeteren. Het programma haakt aan op de beleidsprioriteit om rampenbestrijding en crisisbeheersing op decentraal niveau in 2009 op orde te brengen. In de convenanten met de veiligheidsregio’s worden daar afspraken over gemaakt. De Inspectie OOV zal periodiek toetsen in hoeverre de organisatie van de crisisbeheersing en rampenbestrijding voldoet aan de basisvereisten en eind 2009 beoordelen of de doelstelling is bereikt.

Instrumenten zijn:

• Het verder implementeren van de basisvereisten inzake de nationale crisisbeheersing en het ontwerpen van een toetsingskader dienaangaande.

• Het verbeteren van de aansturing en regie bij nationale crises, bijvoorbeeld door duidelijke afspraken met de crisispartners op nationaal en decentraal niveau, die belangrijke spelers zijn bij het crisismanagement. Het kan gaan om waterschappen, het bedrijfsleven, maar ook om rijksheren (vertegenwoordigers van verschillende ministers, die in tijden van crises een rol kunnen spelen, bijvoorbeeld directeuren van de Kamer van Koophandel).

• Het verder professionaliseren van de crisisbesluitvormingsstructuur. Interdepartementale crisisbesluitvorming vergt onder andere uniforme procedures voor de informatie-uitwisseling (tijdigheid van informatie, gelijksoortige formats) en heldere afspraken over de (ambtelijke) voorbereiding van de besluitvorming. De verdere professionalisering moet dit verder versterken.

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2007Streven 2008Streven 2009Streven 2010Streven 2011
Regionaal beleidsplan. De veiligheidsregio heeft het beheersplan rampenbestrijding omgevormd naar een meerjarig beleidsplan veiligheid. (Meeteenheid: % regio’s)2080100100100
Regionaal crisisplan. De regio beschikt over een actueel operationeel crisisplan ter vervanging van de gemeentelijke rampenplannen. (Meeteenheid: % regio’s)2080100100100
Basisvereisten crisismanagement. De regio heeft de basisvereisten crisismanagement geïmplementeerd (Meeteenheid: % regio’s)4080100100100
Bron: jaarverslag regio’s, CBS verzamelt en levert informatie
Civiel-militaire samenwerking Aantal militairen dat gegarandeerd inzetbaar is bij civiele crisissituaties (ICMS) (Meeteenheid: aantal manschappen)3 0004 6004 6004 6004 600
Bron: Ministerie van Defensie     

Operationele doelstelling 15.4

Een effectieve nationale crisisresponsorganisatie voor de aansturing van de crisisbeheersing

Motivering

De minister van BZK draagt zorg voor een effectieve crisisrespons op het nationale niveau en schept de noodzakelijke voorwaarden daarvoor. Wanneer er een crisis plaatsvindt is de respons daarop goed georganiseerd. Meer specifiek is de minister van BZK in deze verantwoordelijk voor het openbaar bestuur en de openbare orde en veiligheid. Dit brengt met zich mee dat bijstandsprocedures goed worden afgehandeld, dat Defensie bij rampen en crises kan worden ingezet, dat er een goede structurele civiel-militaire samenwerking is en dat de coördinatie op het rijksniveau op het terrein van informatievoorziening en crisiscommunicatie goed geregeld is.

Om die diensten te kunnen leveren is een goede voorbereiding noodzakelijk. Daartoe worden oefeningen gehouden, wordt expertise verder ontwikkeld en is planvorming en informatie-uitwisseling noodzakelijk. Er wordt gestreefd naar verdere integratie van de verschillende onderdelen van de crisisresponsorganisatie.

Instrumenten

• Het faciliteren van de interdepartementale crisisbesluitvorming door middel van het aanbieden van een crisisinformatiestructuur, inclusief ICT- en logistieke dienstverlening. Het zorg dragen voor inhoudelijk en bestuurlijk afgestemde adviezen aan het Ambtelijk Crisisoverleg, Het Interdepartementaal Beleidsteam en het Ministerieel Beleidsteam. Het maken van situatierapporten voor de minister van BZK of voor meerdere ministers, indien zich crisissituaties of dreigende crisissituaties voordoen.

• Het organiseren van interdepartementale opleidingen, trainingen en oefeningen ten behoeve van de rijksoverheid.

• Operationele afstemming over de inzet van de hulpdiensten, capaciteiten van Defensie en het beschikbaar stellen van rijksmiddelen en expertise (inclusief Defensie).

Meetbare gegevens

De aansturing van de crisisbeheersing draagt bij aan een goed functionerende crisisbeheersingsorganisatie. Dit wordt in meerdere indicatoren uitgedrukt die zijn opgenomen onder operationele doelstelling 15.3.

Operationele doelstelling 15.5

Het bieden van open en realistische informatie voor, tijdens en na crises

Motivering

Zeker in crisissituaties verwachten burgers van de overheid dat zij tijdig en goed worden geïnformeerd. Dat vraagt om een overheid die voorbereid is, de beschikking heeft over de benodigde middelen en ook bereid is snel en adequaat de burgers te informeren. Een proactieve houding naar de burgers en de media is daarbij van wezenlijk belang. Het ontwikkelen van gedegen crisiscommunicatieplannen, het systematisch oefenen zowel op bestuurlijk als voorlichtingsniveau zijn voorwaardenscheppend voor een effectievere crisiscommunicatie. Een gedegen risicocommunicatie vormt een opmaat voor vertrouwenwekkende crisiscommunicatie.

Instrumenten

• Het verzamelen van kennis en expertise op het terrein van crisis- en risicocommunicatie voor het verhogen van de eigen deskundigheid. De kennis beschikbaar stellen (via internet) aan andere overheden en bedrijfsleven. Het ondersteunen van gemeenten en veiligheidsregio’s bij het opstellen en uitvoeren van plannen voor risico- en crisiscommunicatie.

• De «Denk Vooruit» campagne richt zich op de bewustwording van de bevolking van de risico’s in de samenleving, hun eigen rol en verantwoordelijkheid daarbij.

• Cell Broadcast: In 2008 wordt Cell Broadcast Europees aanbesteed. Op basis van deze aanbesteding zal een besluit worden genomen over de eventuele uitrol van Cell Broadcast in 2009.

Meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2006Waarde 2007Streven 2008Streven 2009Streven 2010Streven 2011
Percentage van de bevolking, dat bekend is met boodschap van de campagne «Denk Vooruit». 48%75%90%90%90%90%
Bron: Bereik en effectonderzoek RVD

Toelichting

De bevolking die hier gemeten wordt is het Nederlandse publiek van 13 jaar en ouder.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingBeleidsplan crisisbeheersingAd 15A: 2008B: 2008 

3.6 Brandweer en GHOR (artikel 16)

Algemene doelstelling 16

Een goed georganiseerde hulpverlening die staat voor de veiligheid van de burger.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Veiligheid is niet meer alleen een kerntaak van de overheid maar wordt ook steeds meer een samenwerking tussen overheid, burgers en bedrijven. De overheid zal aan moeten geven hoe zij deze samenwerking in veiligheid ziet en daarbij ook handelingsperspectieven voor partijen schetsen.

Veiligheid is ook een basisvoorwaarde voor een samenleving waarin mensen zich vertrouwd, vrij en verbonden voelen. De veiligheidsuitdagingen van de toekomst vergen een steeds grotere samenhang in aanpak en operationele uitvoering van «veiligheid». Iedere Nederlander heeft daarbij recht op een minimumniveau aan hulpverlening. De risico’s in ieders leefomgeving en de mate waarin men is voorbereid op dergelijke risico’s bepalen in hoge mate het werk van de politie, brandweer en andere hulpverleners.

De brandweer, politie en geneeskundige hulpverlening (GHOR) moeten het gevoel van veiligheid van de burgers en bedrijven versterken. Het gemeentebestuur en het bestuur van de veiligheidsregio’s stellen de voorwaarden vast waaronder dat gebeurt.

BZK helpt de gemeenten, regio’s en hulpverleners, gericht op het verbeteren van het presterend vermogen van de partners in de veiligheidsketen. BZK doet dat vanuit de besturingsfilosofie «decentraal wat kan, centraal wat moet» en ondersteunt door middel van geld, onderzoek etc. Op de voortgang hiervan worden de besturen van de veiligheidsregio’s, het regionaal college politie en het bestuur van brandweer en GHOR aangesproken.

Verantwoordelijkheid

De minister van BZK heeft de verantwoordelijkheid om alle burgers een zo gelijkwaardig mogelijk niveau van veiligheid te (helpen) bieden. De minister van BZK stelt daartoe kaders en faciliteert. Daarbij stimuleert de minister van BZK de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven. De minister van BZK ondersteunt, maar stuurt ook bijvoorbeeld door het stellen van normen. De minister van BZK zet ontwikkelingen in gang en geeft ook directe steun. De minister is verantwoordelijk voor:

• het onder een regionale bestuurlijke aansturing (de veiligheidsregio) brengen van de zorg voor fysieke veiligheid en samenhang te waarborgen met de zorg voor sociale veiligheid;

• het borgen van een kwalitatief hoogwaardige brandweerzorg en GHOR;

• het via wet- en regelgeving zorgen voor beleidsuitvoering en standaardisering/normering in de hulpverlening;

• het borgen en ontwikkelen van kennis en expertise;

• een zoveel mogelijk op risico’s gebaseerde verdelingssystematiek van de rijksmiddelen ter gedeeltelijke financiering van de kosten (het andere deel loopt via het Gemeentefonds);

• zonodig aanvullende voorzieningen voor bijzonder optreden;

• normering en standaardisering van de informatie- en communicatievoorziening;

• internationale samenwerking op het terrein van de hulpverlening.

Externe factoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van:

Bestuurders die zorgdragen voor:

• het welslagen van de totstandkoming van de veiligheidsregio’s;

• het welslagen van de regionalisering van de brandweer;

• het op termijn welslagen van de integratie van het regionaal veiligheidsbestuur en het bestuur van de politieregio;

• het welslagen van de trajecten die zijn ingezet om de bekwaamheid van het Brandweer- en GHOR-personeel te vergroten;

• draagvlak voor het wetsvoorstel veiligheidsregio’s;

• de ontwikkeling en inbedding van meer op prestaties en kwaliteit gerichte bestuurlijke verhoudingen;

• de mate van samenwerking tussen de betrokken overheden.

Brandweer-, GHOR- en politieorganisaties die:

• bereid zijn tot medewerking en onderlinge samenwerking om te komen tot krachtige veiligheidsregio’s;

• inspelen op technologische ontwikkelingen op het gebied van veiligheid.

Burgers en bedrijven die:

• bereid zijn te adviseren/participeren op het terrein van brandveiligheid en zelfredzaamheid.

Meetbare gegegevens

KengetallenWaarde 2003Waarde 2004Waarde 2005Waarde 2006
Meldingen brand53 90043 10043 20049 700
Meldingen hulpverlening36 30040 20036 90040 000
Meldingen loos alarm56 20058 60063 60068 800
Opkomsttijd < 8 min35,2%33,9%31,4%29,6%
Doden bij brand85746780
Gewonden bij brand1 1391 0851 0131 073
Reddingen bij brand1 107920567586
Vrijwillig operationeel personeel22 06122 03921 96021 644
Waarvan vrouwen1 0241 1071 1401 188
Beroeps operationeel personeel5 3525 2605 4135 440
Waarvan vrouwen222251238313
Niet operationeel personeeln.v.t.3 3253 3013 396

Bron:CBS brandweerstatistiek

Toelichting

• Algemeen: de cijfers voor 2007 komen in november 2008 ter beschikking.

• Niet operationeel personeel is personeel met een functie op het terrein van pro-actie en/of preventie en personeel in een ondersteunende functie.

Budgettaire gevolgen van beleid

16. Brandweeren GHOR
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen221 146157 173161 737171 600180 066180 165180 181
        
Uitgaven150 057157 200161 764171 627180 093180 165180 181
16.1 apparaat4 0573 4063 0362 7772 2362 2122 221
        
Programma-uitgaven146 000153 794158 728168 850177 857177 953149 370
Waarvan juridisch verplicht*  118 874116 224128 117127 973125 473
        
16.2 bestuurlijke organisatie113 760119 916124 421134 750144 665144 665144 665
Waarvan juridisch verplicht*  92 502115 173127 973127 973125 473
        
16.3 taken6 1325 1655 2075 2064 7054 7054 705
Waarvan juridisch verplicht*  3 0110000
        
16.4 kwaliteit26 10828 71329 10028 89428 48728 58328 590
Waarvan juridisch verplicht*  23 3611 05120400
Bijdrage baten-lastendienst LFR15 60015 60016 10016 60017 10017 60018 100
        
Ontvangsten892502502502502500

* Enkel 2009 is juridisch verplicht; de jaren 2010 en verder zijn bestuurlijk gebonden.

Toelichting

Aan gemeenten wordt conform het Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006, het BKRE (Staatsblad 2006, nr. 711) een bijdrage verstrekt in de kosten ter grootte van ca. € 21 mln. Aan de partners in de rampenbestrijding (brandweer- en GHOR-regio’s) wordt conform het Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en ongevallen, BDUR (Staatsblad 2001, nr. 113), een financiële bijdrage verstekt in de kosten van de organisatie van de rampenbestrijding en hulpverlening ter grootte van ca € 65 mln.

Operationele doelstelling 16.2

Een goede operationele en bestuurlijke organisatie voor een slagvaardige, regionale aanpak van rampen- en crisissituaties

Motivering

Voor een adequate voorbereiding op en aanpak van rampen- en crisissituaties op regionaal niveau zal het kabinet de totstandkoming van veiligheidsregio’s voortzetten. Samenwerkingsverbanden van gemeenten ten behoeve van de organisatie van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale, bestuurlijke regie. Hiertoe is het wetsvoorstel veiligheidsregio’s bij de Kamer ingediend. De streefdatum voor de invoering van de Wet is 1 juli 2009.

De basisvereisten waaraan de veiligheidsregio’s moeten voldoen worden in het Besluit veiligheidregio’s wettelijk vastgelegd. Het zijn eisen die aan de organisatie en prestaties van de veiligheidsregio’s worden gesteld. Een goede informatievoorziening, ondersteund door een gezamenlijke meldkamer op regionaal niveau, maakt daarvan ook deel uit. De eisen zijn noodzakelijk om een minimumniveau van veiligheid voor alle burgers te realiseren. Het Besluit zal tegelijkertijd met de Wet in werking treden.

Instrumenten

De minister van BZK wil het niveau van veiligheid in 2009 verder omhoog brengen tot een meer verantwoord niveau. Om dit te bereiken wordt:

• een wettelijk kader met AMvB’s voor het inrichten van veiligheidsregio’s opgesteld. De AMvB is in 2008 in concept gereed gemaakt en zal met de wet van kracht worden;

• een bijzondere positie in de organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing voor de GHOR bedacht. De positie van de GHOR ten opzichte van de ketenpartners in de witte kolom (de medische ketensamenwerking) wordt in de wet verstevigd;

• de implementatie van de regelgeving, zoals vastgelegd in de Wet en het Besluit veiligheidsregio gerealiseerd;

• het proces van regionalisering van de brandweer gestimuleerd;

• op grond van het Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog aan gemeenten bijdragen in de kosten voor opsporing en ruiming van explosieven verstrekt ter grootte van ca. 21 mln. (hierop is reeds een korting toegepast van € 5,0 mln. ter financiering van de CAO Politie 2008–2010 en een aanvullende subsidiekorting van € 0,2 mln). De Dienst Regelingen van het ministerie van LNV voert het bijdragebesluit uit. De toekomst van de regeling wordt onderzocht;

• een nieuw verdeelsysteem voor het rijksaandeel in de bekostiging van de veiligheidsregio’s, dat per 1 januari 2008 is ingevoerd, opgenomen in de Brede Doeluitkering Veiligheidsregio’s op grond van het concept Besluit veiligheidsregio’s. De actualiteit en effectiviteit van het bekostigingsstelsel worden in samenhang met het aandeel van de gemeenten, dat via het gemeentefonds loopt, gemonitord. Voor gegevens hierover en voor meer informatie over producten en prestaties van de veiligheidsregio’s zal in samenspraak met de regio’s gezocht worden naar een goed systeem van informatieverzameling;

• de functie van aanspreekpunt voor regio-aangelegenheden voor BZK ingericht (front office voor en van het veld);

• beleidsmatige ontwikkelingen gesignaleerd en wordt geadviseerd op basis van de contacten met het veld (veiligheidsregio’s); in 2009 in overleg met de regio’s zorgvuldig aandacht besteed aan de vorderingen met betrekking tot de gemaakte afspraken over kwaliteitsverbetering en regionalisering. Deze afspraken zijn vooruitlopend op de wet- en regelgeving vastgelegd in convenanten. De afspraken zijn opgenomen om te komen tot een geregionaliseerde brandweer en om de rampenbestrijding eind 2009 op orde te hebben.

Meetbare gegevens

Brandweer en GHOR zijn lokaal georganiseerde, (via de gemeenten) gefinancierde en bestuurde taken. BZK financiert op regionaal niveau additioneel in beperkte mate. Van het eenzijdig formuleren van outputindicatoren door het Rijk kan daarom geen sprake zijn. Daarbij heeft het terrein van de fysieke veiligheid een hoog abstractieniveau en het is daarmee moeilijk SMART te formuleren.

Het wetsvoorstel Veiligheidsregio’s zal een nadere uitwerking hebben op veel terreinen, waaruit basisvereisten, kwaliteitseisen en -normen kunnen worden afgeleid. Op basis van het wetsvoorstel en de uitwerking in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen worden afspraken met de besturen van de veiligheidsregio’s voorbereid over landelijke doelstellingen die kunnen leiden tot het benoemen van kengetallen die vervolgens worden gemonitord.

Operationele doelstelling 16.3

Een goede operationele en bestuurlijke organisatie voor een slagvaardige brandweer en GHOR op landelijk en bovenregionaal niveau.

Motivering

Risico’s en de bijbehorende zorgvraag zijn van invloed op de inzet van de brandweer, de GHOR en geneeskundige organisaties. Voor de veiligheid van de burgers is het van groot belang dat deze diensten optimaal en efficiënt hun taken kunnen uitvoeren. De overheid kan dit echter niet alleen. Naast andere hulpverleningsorganisaties moeten ook burgers en bedrijven een steeds belangrijkere rol gaan vervullen in de totale veiligheid(sketen) van ons land.

Voorkomen is beter dan genezen, dus wordt het steeds belangrijker om de brandweer en de GHOR vroegtijdig als adviseurs vanuit de regio’s te betrekken bij veiligheidsvraagstukken waar het gaat om gezondheid in relatie tot aspecten van bijvoorbeeld Ruimtelijke Ordening, Infrastructuur, Transport en Milieu. De rol van de Brandweer en GHOR hierbij is dat zij adviseur zijn van het bevoegd gezag op het gebied van de vergunningverlening (proactie en preventie) De adviezen hebben zowel betrekking op de kwaliteit en capaciteit van de hulpverlening als op de wijze waarop risico’s beheersbaar gehouden kunnen worden.

Naast proactie- en preventietaken blijft de kern van de activiteiten van de brandweer, de GHOR en geneeskundige diensten de repressieve inzet en de preparatie daarop. Dit geldt zowel voor kleinschalige incidenten (dagelijkse spoedeisende hulpverlening) tot en met rampen en crises (grootschalige en multidisciplinaire inzet).

De nazorgfase (herstelfase) in de hulpverlening is eveneens belangrijk. Dat geldt voor psychosociale nazorg wat betreft geneeskundige hulpverlening, maar ook voor herstelwerkzaamheden, terugkeer naar de oude situatie en onderzoek en evaluatie van de inzet.

Instrumenten

Om de uiteindelijk gewenste versterking van de hulpverlening te bereiken zal:

• de in 2008 ingezette structurele regionale versterking van Kennemerland en de structurele interregionale versterking tussen Kennemerland en Amsterdam-Amstelland in 2009 worden voortgezet op basis van de door de regio’s opgestelde plannen. De voortgang wordt in 2009 gemonitord;

• de realisatie van gebiedscongruentie van de GGD-regio’s met de politie- en veiligheidsregio’s, op initiatief van het ministerie van VWS, worden verkend;

• worden gestreefd naar implementatie van het kwaliteitszorgmodel voor zowel brandweer als GHOR waarbij voor deze sectoren wordt aangesloten bij het INK model (Instituut Nederlandse Kwaliteit) resp. de HKZ certificering (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector);

• in het Programma Modernisering Brandweer en GHOR een meerjaren-beleidsvisie worden ontwikkeld die door middel van haalbare en concrete oplossingen en voorstellen bijdraagt aan de verder ontwikkeling van een toekomstvaste en robuuste organisatie van de brandweer en GHOR in een multidisciplinaire context;

• het bewustzijn wordt verhoogd ten aanzien van brandveiligheid bij burgers, bedrijven en overheden onder andere door:

– het realiseren van een communicatiestrategie;

– het realiseren van een (lange termijn) visie op de brandveiligheid in afstemming en overleg met externe partners;

– het inrichten van een kennisinfrastructuur;

– het inbrengen van brandveiligheid in opleidingen.

• de versterking van de (aandacht voor) externe veiligheid. Externe veiligheid, waarvoor VROM het coördinerend ministerie is, betreft het beheersen van de risico’s voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. De versterking verloopt onder meer via de inrichting van platforms voor inrichtingen, transportrisico’s en ondergrondse risico’s, die als aanspreekpunt voor de verantwoordelijke sectordepartementen zullen optreden. Op termijn kunnen deze platforms functioneren onder verantwoordelijkheid van het Veiligheidsberaad;

• de verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid, bedrijven en burgers worden heroverwogen. Bedrijven en burgers moeten meer zelfredzaam worden. Het thema zelfredzaamheid wordt versterkt door de ontwikkeling van een visie op zelfredzaamheid en het ontwikkelen van een integraal beleidskader voor het thema waardoor mogelijkheden ontstaan tot het aanpassen van functie en taken van hulpverleningsorganisaties op zodanige wijze dat zij rekening houden met (zelf)redzame burgers tijdens een incident of crisis.

Meetbare gegevens

Zie toelichting bij meetbare gegevens onder operationele doelstelling 16.2.

Operationele doelstelling 16.4

Het zeker stellen van de kwaliteit van het personeel en het materieel binnen de organisatie van de brandweer en de GHOR.

Motivering

Inzet van de brandweer en GHOR bij ongevallen, branden, rampen en crises is een vitaal belang voor de Nederlandse samenleving. Landelijke, uniforme (minimum)eisen aan de kwaliteit van personeel en materieel zijn nodig om intergemeentelijke en interregionale bijstand mogelijk te maken en om een basisniveau van hulpverlening voor iedere inwoner te kunnen bieden. Het vaststellen van de (minimum)eisen geschiedt in overleg met de hulpverleningssector en werkgevers. Tevens is het van belang dat de kwaliteit wordt geborgd en dat de kennis op het gebied van de brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing gemakkelijk toegankelijk is voor de hulpverleningssector. Ten slotte is het van belang dat de personeelsvoorziening ook in de toekomst geborgd is.

Instrumenten

Om de kwaliteit zeker te stellen wordt in 2009:

• een lange-termijnvisie ontwikkeld op de kwaliteit van het personeel van de veiligheidsregio’s (brandweer, GHOR en multidisciplinair). Deel hiervan maakt uit de ontwikkeling van een visie op het (brandweer-) onderwijs, waarbij een nauwere aansluiting met het reguliere onderwijs wordt verkend;

• beleid ontwikkeld over- en eisen gesteld aan de kwaliteit van het personeel van de veiligheidsorganisaties. In 2009 zijn de (minimum-)kwaliteitseisen geformuleerd voor het personeel van de brandweer, GHOR én multidisciplinair personeel. Deze multidisciplinairiteit is vereist vanwege de noodzaak om alle betrokken disciplines (politie, brandweer en GHOR) gezamenlijk te laten oefenen. Op grond van het Besluit personeel veiligheidsregio’s worden, per functie, kerntaken en -competenties beschreven. De regio’s zijn er verantwoordelijk voor dat het personeel in staat is de kerntaken uit te voeren met de vereiste competenties door middel van opleiden, bijscholen en oefenen;

• een kwaliteitsimpuls gegeven aan het opleiden, oefenen en trainen van het personeel van de brandweer, GHOR én multidisciplinair personeel door het programma CENS2 (Center of Excellence for National Safety en Security). CENS2 is een landelijke multidisciplinaire infrastructuur van het Nifv (Nederlands instituut fysieke veiligheid), de Politieacademie en de Nederlandse Defensieacademie voor kennis, opleiden en oefenen;

• een strategisch onderzoek gedaan naar de veranderde demografische samenstelling van de Nederland in de toekomst. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zullen samen met de hulpverleningssector strategieën worden ontwikkeld om de personeelsvoorziening voor de brandweer ook in de toekomst te borgen. Hierbij zal ook een meer diverse samenstelling van het personeelsbestand worden betrokken en zal bij de brandweer specifieke aandacht worden geschonken aan vrijwilligheid;

• de overdracht van de verantwoordelijkheid inzake het rampbestrijdings-materieel van het Rijk naar de besturen van de veiligheidsregio’s ingezet. Dit heeft gevolgen voor de huidige beheerder, het agentschap Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR);

• vanuit een visie op het materieel, in samenwerking met de veiligheidsregio’s, beleid ten aanzien van CBRN (Chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair) en NPK (Nationaal Plan Kernongevallen) opgepakt en uitgevoerd en materieel aangepast qua aantallen en samenstelling op basis van de visie grootschalig optreden brandweer en GHOR;

• om de verdediging tegen catastrofaal terrorisme te verstevigen bleek een inhaalslag noodzakelijk. In 2008 is gestart met het treffen van preventieve maatregelen ter fysieke beveiliging tegen CBRN-aanvallen in publieke onderzoeksinstellingen (laboratoria, ziekenhuizen en universiteiten). In 2009 wordt dit project voortgezet;

• de modernisering van het Nbbe (Nederlands bureau voor brandweerexamens) vorm gegeven;

• de verantwoordelijkheid van de ontwikkeling, verspreiding en beheer van kennis (documentenbeheer) overgedragen aan het Veiligheidsberaad. De uitvoering van kennisontwikkeling en- verspreiding kan door het Nifv worden uitgevoerd. In het kader van de vernieuwing rijksdienst is echter ook voor het Nifv een personele taakstelling van 10% opgelegd. In overleg met het Nifv zal bekeken worden hoe de personele taakstelling wordt ingevuld; daarbij rekening houdend met de bijdrage van het Nifv op het terrein van fysieke veiligheid;

• door middel van het Nationaal Informatie Beleidsplan, zoals door de NVBR (Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding) in 2008 opgesteld, het management van de brandweer kaders gegeven waarbinnen de brandweer haar regionale informatievoorziening moet ontwikkelen en een gedegen informatiebeleid voor de toekomst kan opzetten. Het plan biedt, met door het Veiligheidsberaad vastgestelde hoofdlijnen, een basis voor de ontwikkeling van een landelijke vraagarticulatie van de brandweer. De vraagorganisatie, conform de uitkomsten van de ASE bijeenkomst maart 2008 (Accelerated Solutions Environment), moet de verdere uitwerking van de projecten uit het landelijk informatiebeleidsplan organiseren. Het thema «Ondersteuning van de voorbereidingen op het aansluiten op de basisregistraties» is een inhoudelijk thema dat hierbinnen prioriteit krijgt;

• door de GHOR Nederland het volledig gedigitaliseerde ambulancebijstandsplan geimplementeerd en wordt het Slachtoffervolgsysteem na de pilotfase gereed gemaakt voor nationale uitrol.

Meetbare gegevens

Zie toelichting bij meetbare gegevens onder operationele doelstelling 16.2.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingBrandweeren GHORADA: 2010B: 2010Brief aan Tweede Kamer
     
Overig evaluatieonderzoekTotstandkoming van de veiligheidsregio’s16.2A; 2008B: 2008Brief aan Tweede Kamer

Bestuur en democratie

3.7 Grondwet en democratie (artikel 1)

Algemene doelstelling 1

Een samenleving waarin de grondrechten van de burgers, zoals vrijwaring van discriminatie, de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, de privacy en de godsdienstvrijheid zijn verzekerd en het vertrouwen in en de deelname aan een goed functionerende democratische rechtsstaat toenemen.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Het kabinet hecht grote waarde aan een duurzame samenleving waarin mensen zich onderling verbonden voelen en vertrouwen hebben in elkaar en in een dienende overheid. Een levende democratie is daarbij onmisbaar. BZK stelt daarbij de Grondwet als een samenbindend document centraal, naast het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en internationale en Europese verdragen. Het kabinet streeft daarom naar verantwoordelijk burgerschap, waarbij de vertegenwoordigende democratie leeft bij de burgers en waar de Grondwet gekend en begrepen wordt.

Een actueel constitutioneel bestel is onmisbaar voor de duurzame ontwikkeling van onze samenleving. Onze huidige pluriforme samenleving maakt de vraag actueel hoe de Grondwet meer als samenbindend document kan functioneren. Het beleven en uitdragen van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat vragen daarom voortdurend de aandacht. De klassieke en sociale grondrechten en de manier waarop de democratie gestalte krijgt in de staatsinstellingen, de organisatie, de inrichting en het functioneren van bestuursorganen evenals de invloed van de burger op de overheidsorganisatie verdienen het om brede bekendheid te hebben, zowel bij burgers als bij degenen die in en rondom het politieke bestel werkzaam zijn. Vertrouwen tussen de burger en de overheid is essentieel. Het uitgangspunt is daarom herstel van vertrouwen waar dat ontbreekt, zodat burger en de overheid dichter bij elkaar worden gebracht. Voldoende kennis en begrip vormen een belangrijke voorwaarde voor dit vertrouwen.

Verantwoordelijkheid

De minister en staatssecretaris zijn elk op hun eigen terrein verantwoordelijk voor:

• het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;

• de Grondwet en daarmee samenhangende beleid en wetgeving;

• de inrichting van het staatsbestel;

• grondwettelijke aspecten van internationale en Europese verdragen;

• deugdelijke BZK wetgeving.

Externe factoren

Het behalen van de beleidsdoelstelling hangt af van een aantal factoren. De minister en staatssecretaris kunnen het goed functioneren van de democratische rechtsstaat en het constitutioneel bestel bevorderen door op nationaal niveau kennis van en de discussie over constitutionele ontwikkelingen te bevorderen en daar burgers actief bij te betrekken. Daarnaast is iedere burger zelf verantwoordelijk voor zijn bijdrage aan het functioneren van de democratische rechtsstaat. Betrokkenheid van burgers kan immers niet worden afgedwongen door de overheid, maar wel gestimuleerd.

Meetbare gegegevens

Er zijn tal van rapporten waarin informatie is terug te vinden over aspecten van het functioneren van onze democratische rechtsstaat, bijvoorbeeld de Staat van het Bestuur (www.staatvanh etbestuur.nl), waarvan in het najaar van 2008 een nieuwe versie is uitgekomen en deStaat van onze democratie uit 2006 (www.minbzk.nl). Eén duidelijke meetbare indicator voor het functioneren van de democratische rechtsstaat is er echter niet.

Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2008 blijkt wel dat burgers de vrijheid van meningsuiting als het belangrijkste grondrecht zien. Ook in de afweging met godsdienstvrijheid of het verbod op discriminatie kiest men in meerderheid voor de vrije meningsuiting. Er worden zorgen geuit over het feit dat Nederlanders elkaars mening niet respecteren. In het onderzoek werd de volgende vraag voorgelegd:

Heeft u het gevoel dat u in Nederland kunt uitkomen voor uw meningen, overtuigingen en gevoelens? (N=967)

KengetallenWaarde 2007Waarde 2008
Kengetallen%%
Percentage van de bevolking dat  
Altijd:710
Meestal:5753
soms wel/niet:3031
meestal niet:56
of nooit:11
het gevoel heeft voor de eigen mening meningen, overtuigingen en gevoelens uit te kunnen komen  

Bron:Nationaal Vrijheidsonderzoek 2008

Toelichting

Van de ondervraagden heeft 64% het gevoel dat zij altijd of meestal wel voor hun meningen, overtuigingen en gevoelens uit kunnen komen. Anderzijds zegt 35% soms niet of meestal niet voor meningen, overtuigingen en gevoelens uit te kunnen komen en zegt 1% dit nooit te kunnen. Dit is vrijwel exact hetzelfde beeld als gevonden in het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2007. Hoger opgeleiden vinden vaker dat zij altijd of meestal voor hun mening kunnen uitkomen dan lager opgeleiden.

Budgettaire gevolgen van beleid

1. Grondwet en democratie
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen14 41013 15812 28212 56112 3018 9589 463
        
Uitgaven13 79013 15812 28212 56112 3018 9589 463
1.1 apparaat4 6034 9744 3533 9963 6563 4503 455
        
Programma-uitgaven9 1878 1847 9298 5658 6455 5086 008
Waarvan juridisch verplicht  6 2906 6306 7303 2823 754
        
1.2 programma8 0715 7425 8876 5736 6533 7164 016
Waarvan juridisch verplicht  4 3814 7694 8691 5931 893
        
1.3 kiesraad1 1162 4422 0421 9921 9921 7921 992
Waarvan juridisch verplicht  1 9091 8611 8611 6891 861
        
Ontvangsten27730000000

Operationele doelstelling 1.2

Het zorgen voor een actueel constitutioneel bestel en daarmee samenhangende wetgeving en het verbeteren van de politieke participatie.

Motivering

Het vergroten van het vertrouwen in en de betrokkenheid bij onze democratische instituties en procedures is van belang. Daarom moeten democratie en rechtsstaat goed worden onderhouden. Dit onderhoud geldt zowel voor het functioneren van de democratische instituties en de kwaliteit van wetgeving als voor de constitutionele basis waar de Nederlandse staat op rust, zoals onder meer verankerd in de Grondwet. Burgers moeten zich erin blijven herkennen en zich verzekerd weten in de bescherming van hun grondrechten. Het kabinet acht daarom het actualiseren en herijken van het constitutioneel bestel noodzakelijk. Het kabinet kiest er tevens voor accenten te leggen op het versterken van de vertegenwoordigende democratie, burgerparticipatie en verantwoordelijk burgerschap. BZK onderneemt in dit verband diverse activiteiten, die hieronder in een aantal aandachtsgebieden zijn geclusterd.

Instrumenten

Versterking Grondwet

Het kabinet kiest voor een versterking van de Grondwet. Dat kan op verschillende manieren. In de eerste plaats door de Grondwet zelf inhoudelijk te versterken. Daarvoor wordt in 2008 een staatscommissie geïnstalleerd die eind 2009 een advies uitbrengt over mogelijke aanpassingen van de inhoud van de Grondwet. Dat betreft in ieder geval de vraag naar de wenselijkheid van een preambule en een hoofdstuk algemene bepalingen, de toegankelijkheid van de Grondwet, en het toevoegen van enkele grondrechten (recht op leven, recht op eerlijk proces) die nu nog niet in de Grondwet staan. Daarnaast komt de vraag aan de orde naar een institutionele versterking van de Grondwet. Daarna zal het kabinet zijn standpunt bepalen over het advies en zo nodig met wetgeving voor een eerste lezing komen.

In de tweede plaats kan de Grondwet worden versterkt door in de samenleving en bij politiek en bestuur een proces van bewustwording (meer kennis van en begrip voor) de Grondwet en het constitutioneel bestel in bredere zin op gang te brengen. Onderzoek in 2008 wees immers uit dat veel mensen het belang van de Grondwet inzagen, maar geen idee hadden van de inhoud.

Nederlands in de grondwet

Het kabinet bereidt een voorstel voor herziening van de grondwet voor waarin de positie van de Nederlandse taal wordt geregeld.

Verkiezingsproces

De doelstelling is het verkiezingsproces zo in te richten dat voldaan wordt aan de waarborgen die door de Adviescommissie inrichting verkiezingsproces zijn benoemd en die door het kabinet zijn overgenomen. Hiertoe wordt een wet op het verkiezingsproces gemaakt. De planning is erop gericht het wetsvoorstel begin 2009 in te dienen bij het parlement. Bij de verkiezing van de leden van het Europees parlement in juni 2009 wordt geëxperimenteerd met het stemmen in een willekeurig stemlokaal binnen de eigen gemeente. Bij de verkiezing van de leden van het Europees parlement wordt in alle gemeenten in Nederland met papieren stembiljetten gestemd. De kiezers die vanuit het buitenland mogen stemmen voor de leden van het Europees parlement zullen per brief stemmen.

Handvest verantwoordelijk burgerschap

Het is de bedoeling dat in dit Handvest een uitwerking wordt gegegeven aan de belangrijkste democratische waarden en beginselen, een en ander toe te spitsen op de verantwoordelijkheden van individuele burgers en maatschappelijke instellingen. Aldus dient het Handvest bij te dragen aan een versterking van het democratisch burgerschap en de sociale samenhang in onze samenleving. Het Handvest dient breed gedragen te zijn, omdat het iedere burger moet aanspreken, ongeacht levensbeschouwing of culturele achtergrond. Het kabinet hecht daarom aan een zorgvuldige procedure voor de totstandkoming van het Handvest. Er heeft inmiddels een vooronderzoek plaatsgevonden. Een concrete aanpak zal worden vastgesteld.

Nationaal mensenrechteninstituut/mensenrechteneducatie

In 2005 adviseerde een consortium van het College bescherming persoonsgegevens (Cbp), de Commissie gelijke behandeling (Cgb), de Nationale ombudsman en het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM) tot oprichting van een Nationaal mensenrechteninstituut (NIRM) in Nederland. In vervolg daarop heeft BZK een onderzoek gefaciliteerd naar de concrete uitwerking, waarvan de minister van BZK het resultaat in 2007 in ontvangst heeft genomen. De minister van BZK ontving in november 2007 tevens een nader voorstel van het Consortium tot realisatie van het NIRM bij de Nationale Ombudsman op basis van een twinning/shared-services-model. Het kabinet heeft positief op dit voorstel besloten. Nadere uitwerking wordt thans onder interdepartementale coördinatie, in samenwerking met de Consortiumpartners, voorbereid.

Huis voor democratie en rechtsstaat

Het kabinet heeft besloten dit Huis op te richten. Er wordt in 2008 een plan van aanpak opgesteld en een uitgewerkt voorstel voor de uitvoeringsorganisatie aan de Tweede Kamer voorgelegd. Intussen worden inhoudelijke activiteiten voorbereid en wordt voorzien in voorlopige huisvesting voor de komende jaren, in samenwerking met het gemeentebestuur van Den Haag. Met dit Huis wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het versterken van de kennis over en begrip (en draagvlak) voor de kernwaarden van onze democratische rechtsstaat. Het Huis levert daarmee ook een bijdrage aan het bevorderen van actief burgerschap en burgerparticipatie. In 2009 zullen de bestaande educatieve activiteiten op dit terrein zijn opgeschaald enonder de vlag van het Huis voor democratie en rechtsstaat worden aangeboden aan schoolklassen van o.a. het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.

Bevorderen burgerparticipatie

In de visie van het kabinet dient burgerparticipatie in de publieke zaak plaats te vinden binnen het kader van de vertegenwoordigende democratie. Initiatieven van onderop in dat kader worden in beginsel positief beantwoord en waar mogelijk gefaciliteerd en gestimuleerd. In dat verband verdienen de volgende activiteiten vermelding:

– het programma «omgaan met maatschappelijke initiatieven»;

– de proeftuinen burgerparticipatie, met subsidie van BZK en VNG uitgevoerd door het Actieprogramma Lokaal Bestuur;

– het netwerk voor initiatievenmakelaars bij lokale overheden;

– de leerkring, handreiking en toolkit burgerinitiatieven, met subsidie van BZK uitgevoerd door het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP).

  Daarnaast wordt door middel van het Rijksnetwerk burgerparticipatie gewerkt aan de kennisverspreiding tussen departementen, hetgeen gestalte krijgt in een aantal concrete activiteiten (netwerkbijeenkomsten, interdepartementale site, nieuwsbrief).

Regelgeving Nederlandse Antillen met betrekking tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba

De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) zullen als openbaar lichaam onderdeel van het Nederlandse staatsbestel worden. BZK dient in 2009 een pakket aan wetsvoorstellen in bij de Tweede Kamer. Hiermee wordt de overgang vorm gegeven. Belangrijke onderdelen van dit pakket zijn de Wet openbare lichamen BES en de Wet financiële verhoudingen BES. Eerstgenoemde wet regelt de bestuurlijke hoofdinrichting en de bevoegdheid van de besturen van de openbare lichamen, terwijl laatstgenoemde onder meer de financiële verhouding van de openbare lichamen tot het Rijk regelt. De Kieswet zal gewijzigd worden om het kiesrecht voor de Tweede en Eerste Kamer, het Europees Parlement en de eilandsraden te regelen. Ook zal er een Invoeringswet BES komen waarin regels worden gesteld over het toepasselijke recht en het algemene overgangsrecht. Uitgangspunt van deze wet is dat het Nederlands-Antilliaanse recht van toepassing blijft op de BES. In een Rijksbrede aanpassingswet worden alle wijzigingen van de bestaande regelgeving opgenomen. BZK voert hierbij de coördinatie.

Kwaliteit van de rijksdienstverlening

De versterking van de privaatrechtelijke en de publiekrechtelijke rol van de rijksdienst wordt ook dit begrotingsjaar voortgezet. De Interdepartementale Werkgroep Contracten (IWC) buigt zich na de voltooiing van de Algemene Rijksinkoopvoorwaarden 2008 (ARIV) en de Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten 2008 (ARVODI) over de herziening van de Algemene rijksvoorwaarden bij ICT-overeenkomsten.

Bij de publiekrechtelijke rol trekt BZK in 2009 het interdepartementale project tot verbetering van de klachtprocedures bij de rijksoverheid. Het verbeteren van de afhandeling van klachten en deze te benutten voor de verbetering van het optreden of het beleid van de overheid vormt een belangrijk onderdeel daarvan. Door middel van het in kaart brengen van de «best practices» zal een menukaart worden samengesteld, vergelijkbaar met de menukaart bezwaarschriften.

Meetbare gegevens

Voor deze operationele doelstelling zijn voor 2009 geen specifieke indicatoren en kengetallen voorhanden. Bij de algemene doelstelling worden twee rapporten aangegeven die informatie bieden met betrekking tot deze operationele doelstelling

Operationele doelstelling 1.3

Een zodanige toerusting van de Kiesraad dat een goede organisatie en begeleiding van het verkiezingsproces en een kwalitatief hoogwaardige advisering over het kiesrecht en de verkiezingen zijn gewaarborgd.

Motivering

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede en de Eerste Kamer en het Europese Parlement en biedt daarnaast gemeenten, provincies, politieke partijen en burgers ondersteuning bij de verkiezingen voor algemeen vertegenwoordigende organen. Deze ondersteuning geschiedt vooral in de vorm van het verstrekken van informatie. Daarnaast is de Kiesraad adviesorgaan op het terrein van verkiezingen en kiesrecht.

Instrumenten

De Kiesraad voert in 2009 zijn adviestaak uit en brengt de nodige adviezen uit. In juni 2009 vinden de Europese Parlementsverkiezingen plaats, waarbij de Kiesraad als centraal stembureau zal fungeren. De wijze waarop de Kiesraad zijn taken uitoefent, is gelet op zijn onafhankelijkheid ter beoordeling aan de Kiesraad zelf, vanzelfsprekend binnen de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld.

Meetbare gegevens

De werking en doelstelling van het secretariaat van de Kiesraad laat zich niet in meetbare gegevens of kengetallen uitdrukken.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
Overig evaluatieonderzoekevaluatie algemene wet bestuursrechtOD 1.2A: 2007B: 2008 

3.8 Functioneren Openbaar Bestuur (artikel 6)

Algemene doelstelling 6

Een democratisch, doeltreffend en doelmatig openbaar bestuur met optimale interbestuurlijke verhoudingen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Eén van de beleidsprioriteiten van BZK in deze kabinetsperiode is het herstel van de interbestuurlijke verhoudingen. De met de gemeenten en provincies gesloten bestuursakkoorden en het advies van de Interbestuurlijke taakgroep gemeenten is daar een goede aanzet voor gegeven, maar we zijn er nog niet. Het komt nu aan op de uitvoering van de bestuursakkoorden en het uitvoeren van de kabinetsreactie op het advies van de Interbestuurlijke taakgroep gemeenten, dat dit najaar verschijnt. Voor de samenleving is daarnaast een slagvaardig openbaar bestuur van groot belang. Voorwaarden daarvoor zijn een duidelijke taakverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten en goede onderlinge verhoudingen. In goed overleg met de VNG en het IPO beheert en vernieuwt BZK in dat kader de bestuurlijke en financiële randvoorwaarden voor het openbaar bestuur en de interbestuurlijke verhoudingen. BZK richt zich daarbij op de decentrale overheden, de verhouding tussen het Rijk en de decentrale overheden en de verhouding tussen de Europese Unie, het Rijk en de decentrale overheden. Voor een democratische samenleving is ook een goed functionerend politiek systeem essentieel. BZK draagt in dit kader zorg voor de subsidiëring van politieke partijen en de rechtspositie van politieke ambtsdragers.

Verantwoordelijkheid

• De bewindspersonen van BZK zijn verantwoordelijk voor het bevorderen van een goed functioneren van het openbaar bestuur en van de interbestuurlijke samenwerking.

• De staatssecretaris is daarbinnen verantwoordelijk voor het beleid en de wetgeving aangaande de inrichting en werking van provincies en gemeenten en de financiële verhoudingen.

Externe factoren

Het behalen van de hierboven omschreven algemene doelstelling hangt af van een goede samenwerking met andere betrokken bewindspersonen, gemeenten, provincies, waterschappen en hun koepelorganisaties (VNG, IPO, Unie van Waterschappen). Leidraad daarbij zijn de spelregels uit de Code Interbestuurlijke Verhoudingen en de bestuursakkoorden.

Meetbare gegegevens

Door het grote aantal activiteiten en instrumenten in dit beleidsartikel en de vaak beperkte (directe) stuurbaarheid hierop door BZK (in verband met de samenwerking met andere partijen), is het lastig om (overkoepelende) meetbare gegevens op te nemen. Wel is na de eerste editie in 2006 in het najaar van 2008 de tweede editie van de tweejaarlijkse trendnota «Staat van het binnenlands bestuur» uitgebracht. Deze trendnota bevat een grote hoeveelheid informatie op het gebied van het binnenlands bestuur, waaronder diverse kengetallen. Deze nota is te vinden op:http://www.staatvanhetbestuur.nl.

Budgettaire gevolgen van beleid

6. Functioneren Openbaar Bestuur
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen39 51745 44242 40136 04270 76039 86140 279
        
Uitgaven40 85845 21842 17740 54939 96739 86140 279
6.1 apparaat9 62210 37110 0469 6628 8868 8778 880
        
Programma-uitgaven31 23634 84732 13130 88731 08130 98431 399
Waarvan juridisch verplicht  28 65128 04426 88826 23826 088
        
6.2 inrichting en werking openbaar bestuur6 1978 9576 5165 8756 2776 6307 045
Waarvan juridisch verplicht  3 4563 4532 6532 4532 453
        
6.3 rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers8 97210 07310 13310 13410 1329 6829 682
Waarvan juridisch verplicht  9 7139 7139 5639 1138 963
        
6.4 faciliteren politieke partijen16 06715 81715 48214 87814 67214 67214 672
Waarvan juridisch verplicht  15 48214 87814 67214 67214 672
        
Ontvangsten1 6741 555193 777193 777193 77722 47722 477

Toelichting

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid is in artikel 6.2 een bedrag opgenomen van € 2 479 850 aan subsidieverplichtingen voor de Oorlogsgravenstichting (OGS). Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de subsidie aan de OGS.

Als gevolg van het met de provincies gesloten bestuursakkoord wordt de eerdere uitname uit het Provinciefonds in de jaren 2009–2011 (€ 200 mln per jaar) ongedaan gemaakt. De provincies leveren op een andere wijze bij aan verlichting van de rijksbegroting voor hetzelfde bedrag:

• de acht niet-Randstadprovincies dragen € 130 mln per jaar (2009–2011) bij door betaling aan het ministerie van BZK. Om die reden wordt de ontvangstenbegroting met dit bedrag verhoogd;

• de vier Randstadprovincies dragen bij door het overnemen van een aantal rijksprojecten van het programma Randstad Urgent met een totaalbedrag van € 70 mln per jaar (2009–2011). Dit zal budgettair worden verwerkt op de begrotingen van de desbetreffende vakdepartementen. Omdat de besluitvorming over een aantal projecten uit de Nota Ruimte (zoals de Hollandse Waterlinie en Haarlemmermeer) niet is afgerond, worden deze bijdragen van de Randstadprovincies voorlopig geraamd op de ontvangstenbegroting van BZK. Na afronding van de besluitvorming over deze projecten worden de budgettaire gevolgen alsnog verwerkt op de begroting van LNV, onder gelijktijdige correctie van de ontvangstenbegroting van BZK. Dit wordt voorzien bij eerste suppletoire begroting 2009.

Operationele doelstelling 6.2

De bestuurskracht van decentrale overheden vergroten en de onderlinge verhoudingen tussen bestuurslagen verbeteren.

Motivering

Voor de burger moet duidelijk zijn welke bestuurslaag waarvoor verantwoordelijk is. Een transparant en slagvaardig openbaar bestuur veronderstelt een duidelijke kaderstelling door middel van wetgeving en andere beleidsinstrumenten. Het gaat hierbij in de kern om het tot uitdrukking brengen van heldere bestuurlijke verantwoordelijkheden en daarbij passende financiële verhoudingen. BZK draagt bij aan een slagvaardig openbaar bestuur door te zorgen voor een voor alle bestuurslagen werkbare kaderstelling en verantwoordelijkheidsverdeling. Daarbij zal de komende jaren extra nadruk worden gelegd op de bestuurskracht van gemeenten. Centraal hierbij staat hoe BZK eraan kan bijdragen dat gemeenten en provincies zo goed mogelijk hun takenpakket kunnen uitvoeren.

Ook zorgt BZK ervoor dat de algemene middelen voor gemeenten en provincies op een rechtvaardige manier via het Gemeente- en Provinciefonds worden verdeeld. Voor het goed functioneren van het openbaar bestuur is het van groot belang dat er goede onderlinge verhoudingen tussen de verschillende bestuurslagen zijn. BZK wil deze onderlinge verhoudingen verbeteren, waarbij het de komende jaren vooral van belang is de afspraken uit het Bestuursakkoord Rijk-gemeenten uit 2007 het bestuursakkoord Rijk-provincies uit 2008 uit te voeren. Het Nederlands openbaar bestuur wordt bovendien steeds meer beïnvloed door het beleid van de Europese Unie. Wie zich een oordeel wil vormen over de kwaliteit van het Nederlands openbaar bestuur, kan niet om Europa heen, zo stelt de Raad van State. Het Nederlands openbaar bestuur is met de EU verknoopt. Dat vereist informatie over en kennis van het functioneren van de EU, haar regels en beleid. BZK ondersteunt decentrale overheden bij de naleving van Europese regelgeving en zet zich in om ongewenste effecten van Europese regelgeving te voorkomen.

Instrumenten

Interbestuurlijke verhoudingen

Decentralisatie/uitwerking bestuursakkoorden VNG-IPO

In 2007 is een bestuursakkoord tussen Rijk en gemeenten gesloten, waarin onder meer een Taakgroep is aangekondigd. Deze Taakgroep heeft in de zomer van 2008 haar rapport opgeleverd. Tevens is in 2008 een bestuursakkoord met provincies gesloten. In het najaar van 2008 zal er een kabinetsstandpunt op het rapport van de Taakgroep komen en wordt er een begin gemaakt met de uitvoering van het bestuursakkoord met provincies. In 2009 wordt hier verder aan gewerkt. Daarnaast wordt doorgewerkt aan de uitvoering van het bestuursakkoord met gemeenten uit 2007, zoals ondermeer blijkt uit de vermindering van het aantal specifieke uitkeringen waarop hieronder wordt ingegaan.

Administratieve lasten interbestuurlijk

Tijdens deze kabinetsperiode moeten de interbestuurlijke administratieve lasten dalen met 25%. Voor het ontstaan van interbestuurlijke administratieve lasten kunnen verschillende bronnen worden aangewezen: de financiële stromen tussen Rijk en medeoverheden, in het bijzonder de specifieke uitkeringen, interbestuurlijk toezicht, beleidsmonitors vanuit het Rijk en overige bronnen. Om de overbodige lasten uit deze bronnen in kaart te brengen wordt in 2008 een nulmeting uitgevoerd. De uitkomsten van de nulmeting zullen inzichtelijk maken of een extra inspanning in deze kabinetsperiode nodig is om de 25% te halen. De bestaande inspanning bestaat onder meer uit het toetsen bij de vaststelling van nieuw Rijksbeleid en regelgeving van het Rijk op het ontstaan van onnodige interbestuurlijke administratieve lasten. BZK blijft verder werken aan het waar mogelijk verminderen van (de lasten rond) specifieke uitkeringen en monitors. Zo zal het aantal specifieke uitkeringen worden teruggebracht tot 45 in 2011. Naar de monitors is in 2008 onderzoek gedaan. Als dat onderzoek aanleiding geeft monitors aan te passen, zullen in 2009 acties ondernomen worden. Over interbestuurlijk toezicht wordt de inzet hieronder nog beschreven.

Randstad Urgent (RU)

BZK zal de minister van V&W, die coördinerend bewindspersoon is voor RU, ondersteunen bij de verdere vormgeving van de bestuurlijke inrichting van het RU. Binnen RU wordt gewerkt met verantwoordelijke bestuurlijke duo’s per RU-project: een bestuurlijke trekker van Rijkszijde en een bestuurlijke trekker uit de regio. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de voortgang van het project. Deze werkwijze van verantwoordelijke bestuurlijke duo’s is gericht op het verminderen van bestuurlijke drukte, slagvaardiger opereren, heldere besluitvorming en afrekenbaarheid.

Specifieke uitkeringen/single information single audit (sisa)

Het beleid ter vergroting van de gemeentelijke beleidsvrijheid en ter vermindering van de administratieve lasten zal worden voortgezet. Afgeleide doelen zijn de vermindering van het aantal specifieke uitkeringen, verantwoording volgens het principe single information en single audit en de uniformering en vermindering van voorwaarden en informatie-eisen. Een aanpassing van de Financiële verhoudingswet, met ingang van 2009, zal deze doelen ondersteunen. De nieuwe wet geeft een wettelijke verankering aan single information en single audit, regelt de wijze van verantwoording tussen medeoverheden en introduceert nieuwe instrumenten als de decentralisatie-uitkering en de verzameluitkering. De decentralisatie-uitkering, onderdeel van het Gemeentefonds, maakt een afwijkende verdeling van de bestaande verdeelsleutel mogelijk, ook als het om tijdelijke middelen gaat of om structurele middelen zonder vaststaand tijdstip van overheveling naar de algemene uitkering. De verzameluitkering, een bijzondere vorm van specifieke uitkering, bundelt kleine thema’s per departement op een onbureaucratische manier. Er geldt een gering aantal voorwaarden en de verantwoording is uitsluitend financieel en gericht op de doelen van het departement.

Financiële verhoudingen

BZK zorgt, samen met medefondsbeheerder het Ministerie van Financiën, ervoor dat de algemene middelen via het Gemeente- en Provinciefonds worden verdeeld, dat gemeenten en provincies daarover adequaat worden geïnformeerd en dat de verdeelsystematiek permanent wordt onderhouden. In het bestuursakkoord met de VNG en IPO zijn belangrijke afspraken gemaakt in het kader van de financiële verhoudingen. Daarbij gaat het onder andere om het continueren van de normering systematiek, het onderstrepen van artikel 2 van de Financiële verhoudingswet, het continueren van het bestuurlijk overleg Financiële Verhouding met de VNG en het IPO en de afspraken met betrekking tot het eigen inkomstengebied van gemeenten en provincies. Al deze punten dragen bij aan goede verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten en provincies.

Verhouding tussen het binnenlands bestuur en Europa.

De minister van BZK heeft op 18 september 2007 de beleidsvisie Binnenlandse bestuurskracht in Europa (Kamerstukken II, 2007–2008, 31 200 VII, nr. 4) naar de Tweede Kamer gezonden. Deze beleidsvisie bevat tien actiepunten die in 2009 verdere implementatie vereisen. Het gaat dan onder meer om:

– Het wetsvoorstel, dat ten doel heeft – in het uiterste geval – vanuit het Rijk naleving van EU-regelgeving door medeoverheden te borgen.

– Uitwerking van het interbestuurlijke actieplan om – met andere betrokken partners – beter en eerder in Europese beleidsontwikkeling de gevolgen voor decentrale overheden te analyseren. Zo kan voorkomen worden dat die bij de uitoefening van hun publieke taken worden geconfronteerd met onvoorziene, ongewenste en onevenredig grote neveneffecten van Europese regels.

– Aan de invoering van de Europese dienstenrichtlijn door gemeenten, provincies en waterschappen, die op 28 december 2009 een feit moet zijn. BZK werkt hierbij nauw samen met het ministerie van Economische Zaken, dat trekker is van de interdepartementale projectgroep Implementatie Dienstenrichtlijn.

– Het oplossen van de knelpunten op het terrein van grensoverschrijdende samenwerking in de grensregio’s die worden veroorzaakt door verschillen in beleid en/of regels aan beide kanten van de grens. Op basis van een gezamenlijke intentieverklaring van 24 januari 2008 zal BZK hier in nauwe samenwerking met de betrokken ministeries, provincies en gemeenten aan werken. De aanpak richt zich op door de regio’s gesignaleerde knelpunten als gevolg van Rijksregelgeving of Rijksbeleid en moet praktisch en concreet zijn; waar nodig moeten afspraken worden gemaakt met buurlanden om wederzijds beleid of regelgeving aan te passen. Goede voorbeelden in een (proef)regio kunnen benut worden voor de andere grensregio’s met vergelijkbare problematiek. BZK zal zich in nauwe samenwerking met BuZa inzetten voor draagvlak om een blijvende aandacht voor grensregio’s in Nederland en andere lidstaten binnen Europa te borgen.

Voorts zal BZK in nauwe samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken in 2009 de 16e Conferentie van de Raad van Europa voor de ministers met lokaal en regionaal bestuur in hun portefeuille organiseren.

Krachtig bestuur

Het programma Krachtig Bestuur heeft als doel de versterking van de bestuurskracht van gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden. Bestuurskracht wordt hier breed opgevat als het vermogen om de maatschappelijke opgaven te kunnen realiseren. Een sterkere bestuurskracht vergemakkelijkt de decentralisatie van taken vanuit de vakministeries. Het belangrijkste is uiteraard dat de burger tevreden is over de wijze waarop de gemeente en provincie hun maatschappelijke opgaven vervullen. Vermindering van bestuurlijke drukte en toezichtlasten moeten deze opgave vergemakkelijken.

Het programma Krachtig Bestuur wordt in samenwerking tussen gemeenten, provincies, samenwerkingsverbanden en het Rijk vormgegeven. Een programmadirectie is van start gegaan om inhoud en vorm van het programma samen met de decentrale partners verder te kunnen bepalen.

Versterking van decentraal beleid en taakuitvoering

Het programma Krachtig Bestuur verzamelt profielen van bestuurskrachtige gemeenten en goede voorbeelden van beleid en taakuitvoering. Een goed voorbeeld werkt vaak effectiever dan wijzen op tekortkomingen. In het programma wordt bevorderd dat gemeenten en provincies zelf onderzoeken hoe de goede voorbeelden kunnen helpen bij de verbetering van de eigen situatie. Intergemeentelijke samenwerking is een belangrijk instrument voor decentraal beleid en taakuitvoering. Vanuit Krachtig Bestuur zal samen met gemeenten de huidige samenwerkingspraktijk tegen het licht worden gehouden, met het doel verbetermogelijkheden te formuleren. De Wet Gemeenschappelijke Regelingen wordt aangepast om de gemeentelijke samenwerkingspraktijk te vereenvoudigen.

Meer transparantie en betere verantwoording

Inzicht in de eigen bestuurkracht is een essentieel onderdeel van de versterking van de kwaliteit van gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden. Cruciaal hierbij is dat bestuurskrachtmetingen helpen bij het gesprek tussen bestuur, volksvertegenwoordigers en burgers over de vraag of gemeenten en provincies voldoende kwaliteit leveren. In 2009 zullen daarom in samenwerking tussen gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus inhoud, onderzoeksmethode en gebruik van het onderzoek nader worden uitgewerkt. Daarnaast is het van belang dat voortgang wordt geboekt met het verminderen van het interbestuurlijk toezicht. In mei 2008 is het kabinetsstandpunt verschenen over het rapport van de Commissie Doorlichting Interbestuurlijke Toezichtarrangementen, de Commissie Oosting (Kamerstukken II, 31 200 VII, nr. 61). De beoogde maatregelen worden in 2008 en 2009 uitgevoerd. Hierbij kan gedacht worden aan het herijken van het generieke instrumentarium als taakverwaarlozing, een doorlichting van nog niet bekeken wetten waarin wel (specifiek) interbestuurlijk toezicht voorkomt en het feitelijke saneren van het specifieke interbestuurlijke toezicht zoals aangekondigd in het eerder genoemde kabinetsstandpunt. De implementatie is een verantwoordelijkheid van de verschillende vakministeries. Eind 2009 zal het kabinet aan de Tweede Kamer rapporteren over de tot dan toe gerealiseerde maatregelen.

Professionalisering

Besturen is mensenwerk. Daarom is het cruciaal dat bestuurders de competenties verder ontwikkelen die nodig zijn om als bestuurder resultaat te boeken en in de dagelijkse praktijk bestuurlijke drukte te verminderen. Samen met bestuurders en hun koepelorganisaties zal worden gewerkt aan een gemeenschappelijke professionaliseringsagenda, die vervolgens zal uitmonden in gerichte activiteiten die aan de ontwikkeling van de competenties zullen bijdragen. Als het gaat om burgemeesters, is daarmee inmiddels ervaring opgebouwd. Het gaat hierbij ook om de versterking van het ondersteunend ambtelijk apparaat. Het Actieprogramma lokaal bestuur speelt reeds een belangrijke rol in de versterking van de professionalisering. Ook hier kan door het programma Krachtig Bestuur worden bevorderd dat het goede voorbeeld van de ene overheid de ander helpt de eigen kwaliteit te versterken.

Meetbare gegevens

Antidiscriminatiebeleid

De minister voor WWI draagt, vanuit de gedachte dat er meer samenhang dient te komen in het Rijksbeleid ten aanzien van het antidiscriminatiebeleid, de beleidsverantwoordelijkheid voor het wetsvoorstel antidiscriminatievoorzieningen over aan de minister van BZK. De daarmee gepaard gaande formatie wordt overgeheveld vanuit WWI en het budget volgt bij 1e suppletore wet 2009.

IndicatorenWaarde 2006Waarde 2007Streven 2011
Aantal specifieke uitkeringen13613445

Bron: overzicht specifieke uitkeringen 2008 (TK 31 200 B, nr. 19)

NB Het streven is om aan het einde van de kabinetsperiode het aantal specifieke uitkeringen teruggebracht te hebben tot 45. Het verwachte verloop is: 101 (2008) 65 (2009), 43 (2010), 39 (2011), 37 (2012) (bron: Overzicht specifieke uitkeringen 2008).

Operationele doelstelling 6.3

Goede randvoorwaarden scheppen voor (voormalige) politieke ambtsdragers.

Motivering

Voor een goed functionerend politiek systeem en een slagvaardig openbaar bestuur zijn capabele politieke ambtsdragers nodig. Inzet van BZK is optimale randvoorwaarden te scheppen om de toegang tot het openbaar bestuur en de volksvertegenwoordiging te waarborgen en de kwaliteit van de functievervulling te garanderen. Daarnaast is één van de beleidsprioriteiten van het kabinet het bevorderen van diversiteit ook onder politieke ambtdragers. Het kabinet vindt het noodzakelijk dat het openbaar bestuur gebruik maakt van al het talent dat beschikbaar is. Vanwege het achterblijvende aantal vrouwelijke en allochtone burgemeesters wordt aan de instroom van deze groepen in het burgemeestersambt extra aandacht besteed. In het kader van deze operationele doelstelling draagt BZK ten slotte ook zorg voor een aantal rechtspositionele regelingen voor (voormalige) politieke ambtsdragers.

Instrumenten

Adviezen commissie Dijkstal I en II

Naar aanleiding van de adviezen van de Adviescommissie beloning en rechtspositie ambtelijke en politieke topstructuur («commissie Dijkstal») zijn in 2006 vier wetsvoorstellen aan de Kamer gezonden. In die voorstellen wordt enerzijds een versobering van de rechtspositie voorgesteld. Anderzijds worden de salarisniveaus aangepast en wordt de door de commissie Dijkstal voorgestelde salaristabel voor politieke ambtsdragers geïntroduceerd. In het Coalitieakkoord is gesteld dat de inkomens in de publieke en semi-publieke sfeer aan de hand van het nieuwe ministerssalaris worden genormeerd respectievelijk gemaximeerd zoals door de commissie Dijkstal is voorgesteld. Verder is aangegeven dat het inkomen van bewindspersonen door een in te stellen commissie van wijzen wordt aangepast. Inmiddels is met twee nota’s van wijziging voor de politieke ambtsdragers uitvoering gegeven aan deze passage in het Coalitieakkoord. De parlementaire behandeling van de voorstellen wordt in 2008 voorgezet. In 2009 volgt de implementatie.

Advies commissie Dijkstal III en overige rechtspositionele voorzieningen

De commissie Dijkstal heeft geadviseerd voor politieke ambtsdragers te streven naar deelname aan het pensioenfonds voor overheidspersoneel. Een kabinetsstandpunt op dit advies is in voorbereiding en wordt in 2009 afgerond. Verder wordt in 2009 een wetsvoorstel voorbereid dat ziet op de invoering van een tijdelijke vervangingsregeling bij zwangerschap, bevalling of ziekte voor gedeputeerden, wethouders en de leden van het dagelijks bestuur van een waterschap.

Diversiteit

In de komende periode is er bijzondere aandacht voor een divers samengesteld burgemeesterscorps. De interesse en beschikbaarheid van vrouwelijke en allochtone kandidaten voor het burgemeestersambt moet worden vergroot. In 2008 is voor dit doel een vaste groep «scouts« samengesteld die gericht mogelijke burgemeesterskandidaten benadert en ervoor zorgt dat die kansrijk naar een functie als burgemeester kunnen solliciteren. Deze activiteiten lopen in 2009 door, inclusief een in 2009 te houden werkconferentie.

Personele zorg burgemeesters

De jaarlijkse bijdrage aan het Professionaliseringsfonds voor burgemeesters zal tot en met 2011 worden gecontinueerd. De personele zorg zal zich ook in 2009 verder toespitsen op de professionalisering van burgemeesters, het ondersteunen van raadsgriffiers die betrokken zijn bij het benoemingsproces, het stimuleren van functioneringsgesprekken in de jaren na de benoeming, gericht op goede samenwerking en zo mogelijk op het voorkomen van bestuurlijk crisissituaties waarbij burgemeesters zijn betrokken en het bieden van goede nazorg aan burgemeesters die voortijdig het ambt moeten verlaten. De ervaringen met burgemeesters kunnen gebruikt worden bij activiteiten gericht op professionalisering van andere politieke ambtdragers.

Meetbare gegevens

Dit artikelonderdeel betreft voornamelijk de uitvoering van specifieke wet- en regelgeving. Hierover zijn geen zinvolle meetbare gegevens op te nemen.

Operationele doelstelling 6.4

Het faciliteren van politieke partijen door uitvoering van de Wet subsidiering politieke partijen.

Motivering

Politieke partijen zijn voor de democratie van groot belang. Ze vormen de schakel tussen de overheid en de samenleving. Om politieke partijen beter te kunnen faciliteren is in 1999 de Wet subsidiëring politieke partijen tot stand gebracht. Doel van deze wet is de intermediaire positie van landelijke politieke partijen in ons democratisch bestel te versterken. Op grond van de wet wordt op basis van duidelijke criteria subsidie verstrekt aan politieke partijen die in de Staten-Generaal zijn vertegenwoordigd. BZK zorgt ervoor dat deze wet wordt uitgevoerd en dat deze aansluit bij de maatschappelijke ontwikkelingen.

Instrumenten

Subsidieverstrekking

Jaarlijks wordt subsidie verstrekt aan politieke partijen die zetels hebben behaald in de Eerste en/of Tweede Kamer. In het Coalitieakkoord en de Miljoenennota 2008 is een subsidietaakstelling opgenomen. In totaal worden de Rijkssubsidies met € 350 mln. verlaagd. Deze verlaging is doorvertaald naar de verschillende subsidieontvangers. Dat geldt ook voor politieke partijen. Voor de verlaging van de subsidies van de politieke partijen moet de Wet subsidiëring politieke partijen worden aangepast. Hiervoor is een wetsvoorstel in voorbereiding. Uitgangspunt daarbij is dat de besparing stapsgewijs wordt gerealiseerd. Elk jaar worden de subsidies steeds met een voor alle partijen gelijk percentage verminderd. Het wetsvoorstel wordt in 2008 aan de Tweede Kamer gezonden, waarna in 2009 de parlementaire behandeling en implementatie kan plaatsvinden.

De Wet subsidiëring politieke partijen bevat in hoofdzaak subsidievoorschriften. De voorschriften over ontvangen giften en bijdragen zijn zeer beperkt en worden ontoereikend geacht. Voornemen is dan ook een nieuwe Wet financiering politieke partijen tot stand te brengen, waarin naast subsidievoorschriften ook regels over giften aan politieke partijen en hun neveninstellingen zijn opgenomen. Het wetsvoorstel wordt in 2009 bij de Tweede Kamer ingediend.

Meetbare gegevens

Overzicht van de subsidies verstrekt op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen over de jaren 2005 en 2006, bedragen (afgerond) in euro’s

Kengetal

PartijVerstrekte subsidie 2005*Verstrekte subsidie 2006*
VVD2 331 7862 502 640
CDA3 641 7723 761 816
PvdA3 515 7163 667 250
D66792 917834 813
GL957 2371 008 608
SGP784 550787 602
SP1 239 7271 304 141
LPF705 011804 357
CU704 947775 734
OSF365 344372 855
PvdD26 373

Bron:BZK/AOS.

* Inclusief subsidie voor politiek-wetenschappelijk instituut en politieke jongerenorganisatie.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
Overig evaluatieonderzoekEvaluatie van de dualisering «Staat van de dualisering»OD 6.2A; 2008B: 2008 

Publieke dienstverlening en openbare sector

3.9 Innovatie en Informatiebeleid Openbare Sector (artikel 7)

Algemene doelstelling 7

Het verbeteren van de overheidsdienstverlening door het verminderen van regeldruk en door het bevorderen van de inzet van informatie- en communicatietechnologie.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

In het Coalitieakkoord en in het Beleidsprogramma stelt het kabinet dienstverlening aan burgers en bedrijven centraal. De aanpak richt zich op de politieke prioriteit om knelpunten voor burgers en professionals op te lossen, als ook op een gerichte inzet van e-overheid. BZK spant zich in om regeldruk en administratieve lasten die de overheid veroorzaakt voor burgers, voor professionals en voor andere overheden te reduceren.

Ook streeft BZK naar een snelle, eenvoudige en transparante levering van diensten door overheden. De innovatieve inzet van ICT en de bevordering van het veilig gebruik van ICT-toepassingen draagt bij aan de vereenvoudiging van de relatie overheid-burger, maar ook aan de stroomlijning van gegevensuitwisseling tussen overheden. Hierbij speelt het Actieprogramma Betere dienstverlening een centrale rol. Daarnaast spant BZK, met behulp van het departementale reductieprogramma, zich in om de eigen administratieve lasten te reduceren en de nalevingskosten zo laag mogelijk te houden.

Het beheer van een aantal basisvoorzieningen van de e-overheid is ondergebracht in de gemeenschappelijke beheerorganisatie GBO.Overheid en bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR).

Verantwoordelijkheid

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is coördinerend bewindspersoon voor betere dienstverlening aan de burger en e-overheid. De hoofddoelstellingen zijn:

• de verbetering van dienstverlening van de openbare sector (deze scoort minimaal een 7);

• de vermindering van de regeldruk en administratieve lasten voor burgers, professionals en medeoverheden;

• de regie, ontwikkeling, toepassing en samenhang van basisvoorzieningen van de elektronische overheid;

• het stimuleren en ondersteunen van overheidsorganisaties bij de innovatie van dienstverlening en bij de toepassing van ICT voor complexe (sectordoorsnijdende) vraagstukken;

• het in stand houden en optimaliseren van het stelsel van basisregistraties, de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), de reisdocumentenketen en de basisvoorzieningen e-overheid.

Externe factoren

BZK werkt nauw samen met andere departementen, zelfstandige bestuursorganen, provincies, gemeenten en waterschappen om de algemene beleidsdoelstelling te behalen. Het regisseren van deze samenwerking is een verantwoordelijkheid van BZK. Onder het kopje «brede aanpak en regie» wordt nader op deze rol van BZK ingegaan.

Meetbare gegevens

Binnen dit beleidsdomein zijn doelstellingen geformuleerd zoals het verminderen van de administratieve lasten voor burgers bij gemeenten met 25%, het verminderen van de specifieke uitkeringen met 50% en het verminderen van de rijksmonitors met 25%. Daarnaast wil de overheid voor haar dienstverlening minimaal een 7 scoren. De inzet van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de innovatie van werkprocessen zorgen uiteindelijk voor een beter opererende overheid. Het beleid wordt verder uitgewerkt en geconcretiseerd in operationele doelstellingen.

Budgettaire gevolgen van beleid

7. Innovatie- en informatiebeleid Openbare Sector
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen188 251173 646123 639108 137101 81298 97198 506
        
Uitgaven140 937173 814123 807108 137101 81298 97198 506
7.1 apparaat4 8554 7494 4554 2903 9612 6612 661
        
Programma-uitgaven136 082169 065119 352103 84797 85196 31095 845
Waarvan juridisch verplicht  47 97242 54817 09613 52113 462
        
7.2 verbeteren ICT-voorzieningen65 67259 46534 36625 07919 32418 93018 935
Waarvan juridisch verplicht  23 23119 3153 00000
* Bijdrage baten-lastendiensten BPR  3 2673 2673 2673 2673 267
        
7.3 instandhouden en optimaliseren ICT-voorzieningen48 93861 46251 87251 69553 36253 34153 349
Waarvan juridisch verplicht  13 37911 8712 7342 1592 100
        
7.4 reisdocumenten en GBA-stelsel21 47248 13833 11427 07325 16524 03923 561
Waarvan juridisch verplicht  11 36211 36211 36211 36211 362
* Bijdrage baten-lastendiensten BPR  20 42114 69813 42812 43011 929
        
Ontvangsten16 566000000

Operationele doelstelling 7.2

Het verbeteren van de kwaliteit van de publieke dienstverlening, het verminderen van de administratieve lasten voor burgers, professionals en medeoverheden, het realiseren van een adequate en betrouwbare ICT infrastructuur voor de openbare sector en het stimuleren en ondersteunen van overheidsorganisaties bij het innoveren van hun dienstverlening.

Motivering

Om betere dienstverlening aan burgers met minder administratieve lasten te realiseren, richt BZK de aandacht primair op de 10 knelpunten die burgers het sterkst ervaren. Doel is om uiterlijk in 2011 de knelpunten op te lossen, de administratieve lasten voor burgers door gemeenten met 25% te verminderen en minimaal een zeven te scoren voor overheidsbrede dienstverlening. Verder pakt BZK de regeldruk op voor burgers, professionals en medeoverheden waarbij niet alleen een top 10 voor burgers wordt gehanteerd, maar ook een top 5 voor professionals en een top 5 voor medeoverheden. Professionals en medeoverheden krijgen zo meer tijd om de burger daadwerkelijk van dienst te zijn. Ook de arbeidsvreugde van de professionals zal toenemen. Voor het bereiken van betere dienstverlening met minder administratieve lasten werkt BZK nauw samen met andere overheden. Het Bestuursakkoord met gemeenten en de uitvoeringsagenda geven invulling aan deze ambities. De Interbestuurlijke Taskforce vermindering regeldruk draagt bij aan de versnelde vermindering van regeldruk voor burgers en bedrijven op lokaal niveau. De startbrief «Betere dienstverlening aan burgers met minder administratieve lasten» (29 362, nr. 125) geeft inzicht in de aanpak om te komen tot een betere dienstverlening aan burgers met minder administratieve lasten. Ieder najaar informeert BZK de Tweede Kamer per voortgangsrapportage over de voortgang ten aanzien van de betere dienstverlening met minder administratieve lasten.

Het Actieprogramma Betere Dienstverlening (TK 2007–2008, 29 362, nr. 137) brengt focus aan bij de inzet van de e-overheid In het programma Elektronische gemeenten (EGEM) werkt BKZ samen met de VNG aan verbetering van de gemeentelijke dienstverlening. Ieder voorjaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de e-overheid.

Instrumenten

Direct contact met de doelgroepen

• Naast burgers kunnen ook professionals in de domeinen zorg, onderwijs, sociale zekerheid en veiligheid en medeoverheden knelpunten en oplossingen melden bij het meldpunt www.regeldruk.nl. Op basis van deze meldingen boekt BZK, samen met gemeenten, VNG, NVVB, uitvoeringsorganisaties en departementen merkbare resultaten.

• BZK ziet actieve participatie van burgers via het internet als een belangrijk onderwerp binnen het e-overheidsbeleid voor de komende jaren. De activiteiten van BZK zijn vooral gericht op het agenderen en benutten van de kansen voor eParticipatie door kennisoverdracht tussen experts en financiële steun voor experimenten met concrete internettoepassingen voor participatie, die door burgers en/of gemeenten ontwikkelen en implementeren.

Merkbaar betere dienstverlening met minder administratieve lasten voor burgers

• Op de persoonlijke internetpagina MijnOverheid.nl kan de burger eenvoudiger zaken doen met de overheid en overheidsdiensten afnemen die passen bij de persoonlijke behoefte. In 2009 vindt, uitgaande van een positieve evaluatie van de lopende pilot en nadat aan de gestelde randvoorwaarden is voldaan, de grootschalige landelijke uitrol plaats en wordt een verdere uitbreiding van de aangeboden functionaliteiten gerealiseerd. Hierbij wordt het tonen van de inkomensafhankelijke regelingen via deze voorziening voorbereid.

• De administratieve lasten voor de burger zullen verder afnemen door een nieuwe tranche veelgebruikte formulieren begrijpelijk te maken, waaronder de e-formulieren die worden gecombineerd in het kader van levensgebeurtenissen.

• Het programma Overheid heeft Antwoord realiseert met het project Antwoord (voorheen Contactcenter Overheid) de standaarden en specificaties voor een stelsel van telefonische loketten waar burgers en bedrijven via herkenbare telefoonnummers terecht kunnen met al hun overheidsgerelateerde vragen over producten van de rijksoverheid. De langetermijnvisie is een Multichannelconcept: een overheid die benaderbaar is via verschillende kanalen: internet, post, telefoon én de balie. In 2009 ligt de nadruk op het implementeren van de herkenbare telefoonnummers voor de overheid (de 1400-nummers) en uitbreiding en implementatie van de kennisbank.

• Steeds meer publieke organisaties formuleren servicenormen als beloften over de kwaliteit van de dienstverlening in publieke organisaties. Door inbedding in een kwaliteitshandvest krijgen servicenormen duurzaam betekenis. Het door de staatssecretaris van BZK opgerichte programma Burgerlink (www.burgerlink.nl) zal overheidsorganisaties actief ondersteunen om kennis over de wensen en behoeften van burgers en ondernemers te verwerven en deze om te zetten naar betekenisvolle servicenormen.

• In 2009 staan alle wettelijke bekendmakingen, decentrale regelgeving en omgevingsvergunningen bij minimaal de helft van alle gemeenten, provincies en waterschappen op internet. Een rechtsgeldig elektronische versie van Staatsblad, Staatscourant en Tractatenblad, die kosteloos voor iedereen toegankelijk is, vervangt de gedrukte versie.

• Ter voorbereiding op het wetsvoorstel hergebruik overheidsinformatie sluit BZK met gemeenten en waterschappen een convenant met afspraken over het kostenregime bij verstrekking en hergebruik van overheidsinformatie. Met de provincies bestaat al een vergelijkbaar convenant. Daarna ontvangt de Tweede Kamer het wetsvoorstel.

Brede aanpak en regie

• In 2009 verbetert de dienstverlening verder door het uitvoeren van het Actieprogramma Betere Dienstverlening. Dit Actieprogramma beoogt meer samenhang en focus aan te brengen tussen alle projectinitiatieven van departementen, het verplichte gebruik van e-bouwstenen (basisregistraties en centraal ontwikkelde nationale basisvoorzieningen) en de implementatie ervan bij gemeenten, provincies en waterschappen.

• De Regiegroep Dienstverlening en e-overheid speelt ook in 2009 een belangrijke rol in de versterking van de regie en besluitvorming over e-overheidsdienstverlening.

• Het kabinet heeft in de Visie op dienstverlening (TK 2007–2008, 29 362, nr. 137) en de Lange Termijn Strategie Nederland Ondernemend Innovatieland (TK 2007–2008, 27 406, nr. 120) vastgesteld dat een innovatieve overheid nodig is om dienstverlening aan burgers en bedrijven blijvend te kunnen verbeteren. Een vernieuwde ICT-infrastructuur, een externe oriëntatie op burger en bedrijf en ketenvorming zijn de kernbegrippen voor de vormgeving van deze innovatie. In overleg met onder andere medeoverheden en uitvoeringsorganisaties zal BZK een top 10 van bewezen succesvolle innovaties op het terrein van overheidsdienstverlening opstellen. In 2009 zal BZK actie ondernemen om deze innovaties zo breed mogelijk toe te passen.

• Het Bestuursakkoord met gemeenten geeft inhoudelijk invulling aan de 25% administratieve lastenverlichting bij gemeenten. In het kader van het Uitvoeringsprogramma «Vermindering regeldruk gemeenten» worden de doorgelichte modelverordeningen geïmplementeerd. In 2009 wordt verder gewerkt aan het oplossen van zogenaamde blokkades in rijksregelgeving die gemeenten belemmeren bij de vermindering van regeldruk. Het aanpakken van administratieve lasten bij gemeenten gebeurt in nauwe samenwerking met de VNG.

• De i-Teams ondersteunen de andere overheden bij de invoering van de elektronische overheid (e-overheid). Zij dragen bij aan de convergentie van informatie over invoering van de elektronische overheid aan gemeenten en geven een onomkeerbare impuls door het opstellen van bestuurlijk geaccordeerde realisatieplannen. In 2009 zullen de realisatieplannen van alle aangemelde gemeenten zijn vastgesteld.

• In het programma Elektronische gemeenten (EGEM) werkt BZK samen met de VNG aan verbetering van de vraaggerichte gemeentelijke dienstverlening. EGEM ontwikkelt voor de realisatie hiervan onder andere de noodzakelijke gemeentelijke referentiemodellen en standaarden.

• Het door BZK opgezette Europese netwerk rond het verminderen van administratieve lasten voor burgers richt zich op betere uitwisseling van kennis op het gebied van betere dienstverlening en minder regeldruk. Dit netwerk draagt bij aan een betere bewustwording van het thema op Europees niveau.

• Voor het project administratieve lastenvermindering voor professionals wordt 2009 een belangrijk jaar, omdat de nulmetingen in de domeinen veiligheid en onderwijs eind 2008 zijn afgerond en de nulmeting zorg en sociale zekerheid medio maart 2009 wordt afgerond. De resultaten zullen leiden tot sectorale verbeterinitiatieven met behulp van succesvolle instrumenten als het meldpunt en begrijpelijke formulieren. In maart 2009 zal het boek «Beroepstrots, samen werken aan de publieke zaak» uitkomen. De publicatie levert een bijdrage aan het maatschappelijk debat over de achterliggende oorzaken van regeldruk voor professionals en geeft inzicht in de actuele dilemma’s waar professionals en overheidsorganisaties mee te maken hebben.

• Voor de aanpak van interbestuurlijke lasten, zie operationele doelstelling 6.2 onder de paragrafen administratieve lasten interbestuurlijk, specifieke uitkeringen en interbestuurlijk toezicht.

Persoonsinformatiebeleid

• Gelet op de maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van veiligheid, de verdergaande digitalisering van de samenleving en de opkomst van nieuwe technologieën, actualiseert BZK het persoonsinformatiebeleid. Het beleid behelst de zorg voor een doelmatige en doeltreffende persoonsinformatievoorziening voor overheidsorganisaties en de persoonlijke levenssfeer (privacy) van de burger. In 2009 zal BZK een beleidsnota over het persoonsinformatiebeleid aan de Kamer sturen.

• Op basis van ervaringen met de pilot meldpunt ID-fraude zal begin 2009 het meldpunt worden ingericht en beschikbaar zijn voor de burger, zodat er een eenduidig aanspreek- en informatiepunt zal ontstaan waar de aanpak van ID-fraude beter geïnstitutionaliseerd kan worden.

• Informatiebeveiliging blijft een continue inzet vragen. De nadruk zal komen te liggen op de ketenproblematiek, waarbij de verbetering van informatie-uitwisseling tussen ketenpartners steeds belangrijker wordt. In 2009 zal de focus mede liggen op Cybercrime en de uitvoering van het ICT-veiligheidsprogramma.

• Voor personen die niet zijn ingezeten in Nederland, maar die wel een relatie onderhouden met de Nederlandse overheid zal het Register Niet-ingezetenen (RNI) als basisregistratie worden opgezet. RNI zal samen met de gemoderniseerde Gemeentelijke Basisadministratie een registratie van personen vormen die in het bezit zijn van een BSN. BZK ontwikkelt systeem voor de RNI. Het streven is om in 2009 het wetsvoorstel RNI aan de Tweede Kamer aan te bieden.

• De toepassing en het gebruik van elektronische hulpmiddelen voor identiteitsmanagement, zoals DigiD, zijn beperkt tot het overheidsdomein. In 2009 worden de mogelijkheden voor het breder toepassen en gebruiken van deze bouwstenen van de e-overheid nader onderzocht. Hierover rapporteert BZK aan de Tweede Kamer.

• Verder zal BZK werken aan het tot stand brengen van een kader voor elektronische identificatiemiddelen en onderzoeken op welke wijze de volwaardige elektronische handtekening ter beschikking kan komen van de burger. Tevens participeert BZK in de grootschalige pilot van de EU teneinde de interoperabiliteit van elektronische identificatiemiddelen van de lidstaten te bevorderen.

• Steeds meer overheidsorganisaties – maar ook steeds meer zorginstellingen – zullen aansluiten op de authenticatievoorziening DigiD. Doel is om ook als Nederlanders woonachtig zijn in het buitenland, zij een DigiD aan kunnen vragen.

• Om het mogelijk te maken dat iemand namens een ander elektronische dienstverlening van de overheid kan afhandelen (bijvoorbeeld een kind dat namens zijn vader of moeder elektronisch aangifte van inkomsten doet; of een accountantsbureau dat namens een bedrijf handelt), werkt BZK samen met de ministeries van EZ, Financiën en LNV aan een zogeheten Gemeenschappelijke Machtigings- en Vertegenwoordigingsvoorziening (GMV). Medio 2009 zal een eerste versie van de GMV gereed zijn.

• Het onderzoek naar het gebruik van het Burgerservicenummer is in 2009 gereed BZK zal de implicaties hiervan voor de inzet van overheidsvoorzieningen waaronder ook DigiD voor het bedrijfsleven, aan het parlement rapporteren.

Informatie-infrastructuur

• Met het operationeel worden van diverse basisregistraties zal meer dan in voorgaande jaren de nadruk en de inzet gaan liggen op het daadwerkelijk realiseren van eenmalige gegevensverstrekking en het verbeteren van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. Als infrastructurele voorziening zal de Overheidsservicebus (OSB) worden gerealiseerd, waardoor het aansluiten op basisregistraties aanmerkelijk wordt vereenvoudigd en versneld. Voor het verbeteren van de kwaliteit van gegevens wordt de Terugmeldfaciliteit (TMF) ingevoerd. Om gemeenschappelijke aspecten van de basisadministraties efficiënter aan te pakken, richt BZK het Servicepunt voor gemeenschappelijke ontsluiting van de basisregistraties in.

• Producten en diensten van de overheid worden steeds meer burgergericht ontsloten. Dit gebeurt ondermeer door diensten die te maken hebben met een levensgebeurtenis (zoals geboorte en trouwen) in samenhang aan te bieden. Hiervoor ontwikkelt BZK een standaard binnen het project Samenwerkende Catalogi die ook zal worden toegepast bij het centrale elektronische loket voor grensoverschrijdend dienstenverkeer in het kader van de Dienstenrichtlijn. Eind 2009 maken alle overheden hiervan gebruik.

• Geo-informatie is een steeds belangrijkere motor van de economie en biedt veel mogelijkheden voor innovatie. In 2009 wordt geo-informatie ingezet in de (elektronische) dienstverlening van de overheid aan burgers, bedrijven en andere overheden. BZK geeft samen met VROM invulling aan de afspraken zoals deze zijn uitgewerkt in de visie en implementatiestrategie voor de basisvoorziening geo-informatie Nederland (GIDEON).

• BZK zal de Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA) in 2009 doorontwikkellen en inzetten als sturingsinstrument ter bevordering van interoperabiliteit en inrichting van digitale dienstverlening. In 2009 zal BZK bevorderen dat de NORA een toonaangevende positie inneemt bij de Europese ontwikkelingen ten aanzien van het European Interoperability Framework.

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2007Streven 2008Streven 2009Streven 2010Streven 2011
Aantal gemeenten, provincies en waterschappen dat decentrale regelingen publiceert conform de landelijke standaard56 240482 
Bron:overheid.nl monitor
Bestuurlijk geaccordeerde realisatieplannen (i-teams)75225345385 
Vermindering van de administratieve lasten gemeenten(netto)0%   25%
Bron: voortgangsrapportage regeldruk BZK
Ooordeel over overheidsdienstverlening i.v.m. een levensgebeurtenis6,7   7
Bron: Onderzoek naar de kwaliteit van de overheidsdienstverlening, Amsterdam, april 2008 (http://www.minbzk.nl/)
Oplossen 10 knelpunten0 uit 10   10 uit 10
Bron: voortgangsrapportage regeldruk BZK
Reductie administratieve lasten burger in out-of-pocket kosten en tijd in procenten t.o.v. ultimo 2002. 17% in tijd; 21% in kosten   25% in tijd; 25% in kosten
Bron: voortgangsrapportage regeldruk BZK
Oplossen Top 5 professionals binnen domeinen veiligheid, zorg, sociale zekerheid en onderwijs0 uit 5   5 uit 5
Vermindering interbestuurlijke lasten0%   25%
Bron: Voortgangsrapportage regeldruk BZK     

Operationele doelstelling 7.3

Het beschikbaar stellen, optimaliseren en stimuleren van het gebruik van overheidsbrede infrastructurele ICT-voorzieningen.

Motivering

De overheidsbrede infrastructurele voorzieningen die beheerd worden door GBO.Overheid zijn bedoeld als instrument om de dienstverlening aan burgers en bedrijven te verbeteren. Met deze voorzieningen zorgt de overheid voor een efficiënte uitwisseling van gegevens tussen overheidsorganisaties, burgers en bedrijven. De toepassing van generieke ICT-voorzieningen draagt bij aan de verlaging van de administratieve lasten. En de overheid bespaart kosten doordat beheer centraal (in gemeenschappelijkheid) plaatsvindt. Naast de voorzieningen van GBO.Overheid wordt het beheer van overheidsinformatie (de (elektronische) wettenbank, officiële publicaties en de (samenwerkende) productencatalogi) in opdracht van BZK uitgevoerd door het programma overheid.nl van de stichting ICTU.

Instrumenten

De voorzieningen die GBO.Overheid beheert, betreffen Toegang, Gegevensuitwisseling, Informatiebeveiliging en Standaardisatie.

Toegang

DigiD is hét authenticatiesysteem waarmee overheidsinstellingen de identiteit kunnen verifiëren van burgers en bedrijven die gebruik maken van haar elektronische diensten. De Public Key Infrastructure voor de overheid stelt overheidsorganisaties in staat betrouwbaar elektronisch te kunnen communiceren met burgers, bedrijven en andere overheidsorganisaties.

Gegevensuitwisseling

Overheidstransactiepoort (OTP) verzorgt berichtenuitwisseling, op basis van eenmalig aan te leveren informatie, tussen enerzijds burgers en bedrijven en anderzijds overheidsorganisaties. Het Nederlands Taxonomie project (NTP) heeft de procesinfrastructuur gerealiseerd. Leveranciers van financiële pakketten en accountants- en administratiekantoren kunnen met behulp van deze infrastructuur jaarrekeningen, belastingaangiften en statistiekopgaven elektronisch samenstellen en uitwisselen. Koppelnet Publieke Sector (KPS) voorziet in een koppeling tussen de bedrijfsnetwerken van publieke organisaties, waardoor er één virtueel overheidsnetwerk ontstaat. De Haagse Ring is het eerste netwerk dat gebruik maakt van de standaarden van KPS. De Overheidsservicebus realiseert een efficiënte berichtenuitwisseling tussen overheidsorganisaties door standaarden voor de logistiek te leveren. De Terugmeldfaciliteit maakt het mogelijk om eventuele onjuistheden in gegevens afkomstig van een basisregistratie terug te melden.

Informatiebeveiliging

GOVCERT.NL, het Computer Emergency Response Team van de Nederlandse overheid, ondersteunt de overheid bij preventie en afhandeling van ICT-gerelateerde veiligheidsincidenten.

Standaardisatie

Het Bureau Forum Standaardisatie ondersteunt het Forum en College Standaardisatie in het bevorderen van het gebruik van (open) standaarden voor de gegevensuitwisseling tussen overheden, burgers en bedrijven.

Nieuwe voorzieningen

In 2009 zal GBO.Overheid naar verwachting op het gebied van Toegang de Gemeenschappelijke Machtigings- en Vertegenwoordigingsvoorziening (GMV) en MijnOverheid.nl in beheer nemen, nadat onder andere aan de gestelde randvoorwaarden is voldaan.

GBO.Overheid optimaliseert haar voorzieningen door wensen van afnemers zo mogelijk te verwerken in nieuwe releases. GBO.Overheid stimuleert het gebruik van haar voorzieningen onder meer door afnemers voor te lichten in persoonlijke gesprekken, op haar Jaarvergadering, in diverse workshops en door actief deel te nemen aan andere evenementen.

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2007Streven 2008Streven 2009Streven 2010Streven 2011Streven 2012
Klanttevredenheid GOVCERT.NL777777
Klanttevredenheid Overheid.nl777777
TPM DigiD voor Burgers JaJaJaJaJa
TPM PKIoverheid JaJaJaJaJa
TMP Overheidstransactiepoort JaJaJaJaJa

Bron: kwaliteitsindex GBO.Overheid

Toelichting

Voor de voorziening GOVCERT.NL is een kwaliteitsindex ontwikkeld waarbij onder andere gebruik en klanttevredenheid jaarlijks worden gemeten. Het streven is voor deze voorziening een constant kwaliteitsniveau te realiseren van ten minste 7 op een schaal van 10.

Voor de voorzieningen DigiD voor Burgers, PKIoverheid en Overheidstransactiepoort is het de bedoeling jaarlijks een zogeheten Third Party Mededeling (TPM) te verkrijgen. Een TPM is een goedkeurende verklaring van een onafhankelijke certificerende instantie dat de processen in een organisatie voldoen aan vooraf opgestelde criteria.

In de tweede helft van 2008 formuleert GBO.Overheid (overige) indicatoren op basis waarvan zij vanaf 2009 kan rapporteren. Zo maakt de tevredenheid van afnemers zeker onderdeel uit van het INK-model dat GBO.Overheid aanhangt.

KengetallenWaarde 2005Waarde 2006Waarde 2007
Totaal aantal overheidsorganisaties aangesloten op DigiD voor Burgers38130333
Totaal aantal burgers met een DigiD-inlogcode140 0002,6 mln. 6,1 mln.
Aantal DigiD-authenticaties per jaar430 0002,4 mln. 12,4 mln.
Totaal aantal Certificaatverstrekkers dat PKIoverheid certificaten mag uitreiken344
Totaal aantal overheidsorganisaties dat is aangesloten op Overheidstransactiepoort   
Aantal berichten uitgewisseld via de Overheidstransactiepoort per jaar 3,0 mln. 13,5 mln.
Totaal aantal overheidsorganisaties dat een abonnement heeft op GOVCERT.NL 5059

Bron: GBO.Overheid

Toelichting

GBO.Overheid stimuleert overheidsorganisaties gebruik te maken van haar voorzieningen onder andere door (potentiële) afnemers te bezoeken, voorlichtingsmiddagen te organiseren, evenementen te bezoeken. Overheidsorganisaties zijn echter niet verplicht tot aansluiting. GBO.Overheid kan derhalve slechts beperkt invloed uitoefenen op het behalen van de streefgetallen.

Operationele doelstelling 7.4

Het in stand houden en optimaliseren van de reisdocumentenketen en het stelsel van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA), zoals neergelegd in de Paspoortwet en de Wet GBA.

Motivering

In het kader van het functioneren van de overheid en de relatie van de overheid met de burger is het van belang dat de overheid de burgers voorziet van een administratieve identiteit. De burger kan daarmee op goede wijze deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en de rechten en plichten die daarmee samenhangen uitvoeren.

Het stelsel van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (de GBA) en de reisdocumentenketen zijn daarvan de belangrijkste maatschappelijke basisvoorzieningen.

De GBA, waarin de persoonsgegevens van ingezetenen worden vastgelegd, is nodig om het openbaar bestuur te kunnen laten functioneren. De gegevens worden beschikbaar gesteld aan gebruikers die deze nodig hebben voor het uitvoeren van hun wettelijke of maatschappelijke taak. Centraal aandachtspunt voor 2009 is een optimale kwaliteit van de GBA.

De reisdocumentenketen biedt burgers de mogelijkheid te reizen en zich te identificeren door middel van het voorzien in paspoorten en identiteitskaarten.

Instrumenten

GBA

• De modernisering van de GBA heeft als doel om beter aan te sluiten bij de wensen van gebruikers en de ontwikkeling van de GBA tot de basisregistratie voor authentieke persoonsgegevens. De Wet GBA wordt mede in verband hiermee vernieuwd. Het streven is erop gericht een voorstel tot herziening van de Wet GBA in 2009 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

• Het verbeteren van de kwaliteit van de GBA. Het actieplan kwaliteit GBA heeft als doel de betrouwbaarheid van de GBA op een beter niveau te brengen in samenwerking met VNG en gemeenten (motie Heijnen en Bilder, Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 200 VII, nr. 34). In 2009 wordt die kwaliteit gemeten met een inmiddels verbeterde auditsystematiek. Het actieplan bevat maatregelen om deze systematiek nog verder aan te scherpen en af te stemmen op de modernisering van de GBA.

• Betere afstemming tussen de GBA en de Burgerlijke Stand in samenwerking met het Ministerie van Justitie. Uitgangspunt is dat de gegevens die zijn opgenomen in de GBA worden gebruikt om akten van de Burgerlijke Stand op te maken. De minister van Justitie zal daartoe bevorderen dat in 2009 een wetsvoorstel tot een wijziging van het Burgerlijk Wetboek wordt ingediend. Waar nodig zal in verband daarmee ook de Wet GBA worden aangepast.

• In navolging van de afspraken die Nederland heeft gemaakt met Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) als beoogde openbare lichamen van het land Nederland wordt onderzocht of en op welke wijze de drie eilanden aansluiting krijgen bij het gemoderniseerde GBA-stelsel en hoe wordt omgegaan met de op de eilanden bestaande identiteitskaart.

Reisdocumenten

• Het blijven aanpakken van misbruik van reisdocumenten. Concreet betekent dit uitvoering van de aanbevelingen uit de dreiging- en risicoanalyse naar mogelijke zwakke plekken in de informatieketens van het GBA- en het reisdocumentenstelsel. Daarnaast worden maatregelen ontwikkeld die noodzakelijk zijn om meervoudige vermissing, diefstal en beschadiging van reisdocumenten door dezelfde persoon tegen te gaan. Deze maatregelen zullen worden neergelegd in een voorstel tot wijziging van de Paspoortwet. BZK streeft ernaar dit wetsvoorstel in 2009 in te dienen.

• In 2009 worden, als onderdeel van het reisdocumentenprogramma, vingerafdrukken in de Nederlandse reisdocumenten opgenomen. De vingerafdrukken moeten op grond van de verordening van de Europese Unie voor 28 juni 2009 worden ingevoerd. Tevens wordt de vernieuwing in gang gezet van de voorzieningen die de uitgevende instanties nodig hebben voor de aanvraag en uitgifte van de reisdocumenten. Begin 1 januari 2009 wordt gestart met de uitrol van deze voorzieningen.

Meetbare gegevens

KengetallenBasiswaarde 2008Streefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011Streefwaarde 2012Streefwaarde 2013
Percentage van de gemeenten dat in één keer slaagt voor GBA-audit (Basiswaarde is 33% in 2004; streefwaarde is 65%)65%65%65%65%65%65%

Bron: BZK/BPR

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingInformatiebeleid Openbare Sector en administratieve lasten reductie voor burgersOD 7.2 en 7.3A; 2010B: 2010 
     
 Stelsel van reisdocumenten en GBAOD 7.4A: 2010B: 2010 

3.10 Arbeidszaken Overheid (artikel 10)

Algemene doelstelling 10

Ervoor zorgen dat de inzet van arbeid in de openbare sector bijdraagt aan betere prestaties van en mede daardoor aan meer legitimiteit van en meer respect voor overheidsorganisaties en hun werknemers.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Betere prestaties van overheidsorganisaties moeten direct merkbaar zijn voor de burgers, bijvoorbeeld door een snellere en vriendelijker behandeling aan het – elektronische – loket, voldoende politieagenten op straat, genoeg handen aan het bed en gediplomeerde en gemotiveerde onderwijzers voor de klas. Het personeel in de publieke sector vormt daarbij een zeer belangrijke factor. Aandacht voor en beleid ten aanzien van arbeidsvoorwaardenvorming en arbeidsmarkt draagt bij aan het aantrekken van voldoende en goed geschoolde werknemers en aan een divers samengesteld personeelsbestand. Divers samengestelde overheidsorganisaties, die in hun functioneren nadrukkelijk waarden hanteren als transparantie, integriteit en kostenbewustzijn, dragen bij aan de legitimiteit van het overheidshandelen en aan meer respect voor overheidsorganisaties en hun werknemers. Meer aandacht voor de kwaliteit van de arbeidsorganisatie van overheidsorganisaties (waaronder de vermindering van de interne bureaucratie) draagt bij aan zowel betere publieke prestaties als aan een efficiënter gebruik van belastinggelden.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

• het voeren van overleg en het maken van afspraken met werkgevers in de openbare sector over een zo divers mogelijk samengesteld personeelsbestand en het tegengaan en bestrijden van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak;

• het vaststellen van de arbeidsvoorwaardelijke ruimte;

• het formuleren van prioriteiten voor het arbeidsvoorwaardenoverleg;

• het onderhouden van het overlegstelsel binnen de openbare sector;

• het bevorderen van integriteit en transparantie binnen de openbare sector;

• de minister van BZK is systeemverantwoordelijk voor de topinkomens, de vakminister is aanspreekbaar op de inhoud van het topinkomensbeleid in zijn sector (zie ook Tweede Kamer, 28 479, nr. 36);

• de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel tegen verantwoorde loonkosten.

Externe factoren

Het kunnen behalen van deze algemene doelstelling wordt mede beïnvloed door

• de loonontwikkeling in de markt;

• het opleidingsniveau van werkzoekenden, waaronder het aanbod van voldoende gekwalificeerde mensen van allochtone afkomst;

• de bereidheid binnen de publieke sector tot het maken en uitvoeren van afspraken met betrekking tot diversiteit en het tegengaan van agressie en geweld jegens werknemers in de publieke sector;

• de financieringsmethodieken of andere prikkels tot beperking arbeidsvraag; zoals opgelegde productiviteitskortingen;

• de imago-ontwikkeling van de overheid als gevolg van politiek/media.

Meetbare gegegevens

Op het niveau van de operationele doelstellingen worden meerdere meetbare gegevens geformuleerd, die goed weergeven wat de uitkomsten van de inspanningen van BZK zijn.

Budgettaire gevolgen van beleid

10. Arbeidszaken Overheid
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen191 133107 94787 40951 23049 49247 04047 058
        
Uitgaven115 423107 94787 40951 23049 49247 04047 058
10.1 apparaat10 84511 5695 1194 8213 7313 7063 706
        
Programma-uitgaven104 57896 37882 29046 40945 76143 33443 352
Waarvan juridisch verplicht  76 36839 72839 20133 00833 008
        
10.5 uitkeringsregelingen95 40178 33467 57933 00833 00833 00833 008
Waarvan juridisch verplicht  67 57933 00833 00833 00833 008
        
10.7 vergroten aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever6 0508 6658 5808 4918 4166 0166 016
Waarvan juridisch verplicht  4 2053 8363 80900
        
10.8 verbeteren kwaliteitdienstverklening2 7779 3796 1314 9104 3374 3104 328
Waarvan juridisch verplicht  4 5842 8842 38400
        
10.9 verbeteren kwaliteitbedrijfsvoering350000000
Waarvan juridisch verplicht       
        
Ontvangsten2 976820820820820820820

Operationele doelstelling 10.7

Voldoende aanbod van goed gekwalificeerd overheidspersoneel en een divers samengesteld overheidsapparaat door het (binnen de gestelde financiële grenzen) bevorderen van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever, de arbeidsproductiviteit en de arbeidsparticipatie.

Motivering

Mede als gevolg van de vergrijzing neemt de arbeidsmarktkrapte toe. Dat kan al op vrij korte termijn leiden tot productieproblemen en daarmee tot een overheid die haar taken niet meer optimaal kan vervullen. De openbare sector is van oudsher zeer arbeidsintensief. Door de toenemende vraag naar kwalitatief hoogwaardige diensten is een gericht arbeidsmarktbeleid noodzakelijk om de voorziene – kwantitatieve en kwalitatieve – problemen het hoofd te kunnen bieden. De overheid dient zich op de krapper wordende arbeidsmarkt te onderscheiden als een aantrekkelijke werkgever, zonder daarbij de gestelde financiële grenzen uit het oog te verliezen. Arbeidsinhoud en arbeidsvoorwaarden (primaire en secundaire) zijn daarbij sleutelbegrippen.

Om de kwaliteit en de aanvaardbaarheid van het overheidsbeleid te verhogen, is het van belang om ook de diversiteit in het personeelsbestand overheidsbreed te vergroten. Tevens wordt hiermee de herkenbaarheid van de overheid vergroot. Belangrijke aspecten daarbij zijn een grotere instroom, behoud en doorstroom van vrouwen en allochtonen en het beperken van de voortijdige uitstroom van oudere werknemers.

Instrumenten

Voldoende en voldoende gekwalificeerd personeel

• het toedelen van de arbeidsvoorwaardenruimte aan de sectoren;

• het maken van bestuurlijke afspraken met de ZPW (Zelfstandige Publieke Werkgevers) met betrekking tot de prioriteiten van het kabinet in het kader van het arbeidsvoorwaardenoverleg; bijvoorbeeld het verminderen van de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen.

• het op basis van gesignaleerde specifieke arbeidsmarktknelpunten in overleg met de betrokken overheidswerkgevers faciliteren van sectoren door het aandragen van mogelijke oplossingen en/of instrumenten;

• het voeren van overleg met de sectoren over het aantrekkelijk maken en houden van het arbeidsvoorwaardenpakket, bijvoorbeeld door rekening te houden met individuele voorkeuren en prestaties;

• het voeren van overleg met de overheidswerkgevers en overheidswerknemers over mogelijkheden met betrekking tot het tegengaan van arbeidsuitval bijvoorbeeld door het vergroten van functieflexibiliteit, het voeren van een leeftijdsbewust personeelsbeleid en het benadrukken van de activerende werking van de sociale zekerheidsarrangementen;

• het in stand houden van een adequaat overlegstelsel door de subsidiëring van de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel.

Een divers samengesteld personeelsbestand

• het volgen van de uitwerking van de bestuurlijke afspraken met de ZPW over de ontwikkeling van het aantal in dienst zijnde vrouwen, de ontwikkeling van het aantal in dienst zijnde allochtonen en van hun doorstroommogelijkheden naar hogere posities en het langer in dienst houden van oudere werknemers;

• het op sectoraal niveau inzichtelijk maken van de ontwikkelingen in de openbare sector, via onder meer de Trendnota Arbeidszaken Overheid;

• het faciliteren van de sectorwerkgevers ten behoeve het halen van de doelstellingen via kenniskringen en via de diversiteitsindex.

Kostenbeheersing/-beperking

• het bevorderen van de afstemming tussen de sectoren met betrekking tot een verantwoorde loonontwikkeling en op het terrein van de pensioenen, onder andere door het subsidiëren van het Verbond Sector Werkgevers Overheid;

• het via bestuurlijk overleg en overreding stimuleren van de overheidswerkgevers tot het beperken van de arbeidsuitval door het terugdringen van het ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid, vervroegde uittreding en door een doelmatige toepassing van re-integratiemaatregelen en van de overheidsorganisaties tot minder ondoelmatigheid door bijvoorbeeld het waar mogelijk terugdringen van overhead;

• het bieden van instrumenten zoals benchmarking en best practices aan sectoren om de arbeidsproductiviteit te vergroten, bijvoorbeeld in het kader van «slimmer werken».

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2007Streven 2008Streven 2009Streven 2010Streven 2011Streven 2012
Percentage allochtonen in het personeelsbestand van de publieke sector. Doel: stijging van 50% tussen 2007 en 20115,66,26,77,37,88,4
Percentage vrouwen in de instroom in topfuncties in de publieke sector30 30 30**
Percentage instroom vrouwen in de publieke sector157 50 50**
Percentage uitstroom naar inactiviteit in groep50+ werknemers23,866654

* het betreft doorberekeningen op basis van die cijfers

** projecten lopen vooralsnog door tot 2011

1 Het gemiddelde bedraagt 56% (2006) voor alle sectoren binnen de publieke sector. Er is echter sprake van zeer grote verschillen per sector. De sectoren kennen alle hun eigen doelstelling. Waar Defensie streeft naar een hoger percentage vrouwen, streeft het Primaire Onderwijs juist naar een hoger aandeel van mannen.

2 De uitstroom naar inactiviteit ligt in 2007 lager dan het streefcijfer voor 2007 (6%). Voor 2007 is sprake van een neerwaartse vertekening, doordat in 2004 en 2005 extra voortijdige uistroom heeft plaatsgevonden door de taakstelling van het vorige kabinet en vooruitlopend op de versobering van de pensioenregeling per 1 januari 2006.

Toelichting

Deze doelstellingen zijn gebaseerd op het gesloten Coalitieakkoord

KengetallenWaarde 2006Waarde 2007
Driejarig gemiddelde afwijking loonontwikkeling overheid ten opzichte van de markt in procenten;– 0,4%– 0,1
Bron: CPB
Verhouding actieven/inactieven Indexcijfer ontwikkeling verhouding inactieven (arbeidsongeschikt, ziek werkeloos)10096
Bron: UWV, VUT-fonds, Kerngegevens Overheid

Operationele doelstelling 10.8

Het bevorderen van integriteit, transparantie/rekenschap en kostenbewustzijn van overheidsorganisaties en het bevorderen van een meer respectvolle behandeling van werknemers in de publieke sector.

Motivering

De legitimiteit van de overheid is de afgelopen jaren sterk onder druk komen te staan. Naast de impulsen die op dit beleidsterrein worden gegeven ter versterking van de democratische legitimering, werken de organisaties binnen de openbare sector zelf actief mee aan het herstel van dit vertrouwen door:

• integer te handelen;

• transparant te zijn en rekenschap af te leggen aan de politiek en de burgers;

• kostenbewust te handelen en daardoor verantwoord om te gaan met publieke middelen (beperking bureaucratie).

Burgers verwachten van werknemers in de publieke sector een bereidwillige, integere en respectvolle houding. Diezelfde werknemers worden in het maatschappelijke verkeer te vaak te weinig respectvol behandeld. Dit is de afgelopen jaren tot uiting gekomen in een toename van het aantal meldingen van agressie tegen werknemers met een publieke taak. Er is een programma gestart om dit onacceptabele gedrag tegen te gaan.

Instrumenten

Integriteit binnen de publieke sector

• het bevorderen van het gebruik van integriteitsprotocollen en van integriteitscans door het beschikbaar stellen van voorbeeldmodellen en best practices;

• het verder verbeteren van de positie c.q. de bescherming van klokkenluiders door het ondersteunen van de sectoren Rijk en Politie door middel van het aanpassen van bestaande regelgeving;

• het onderhouden van het meldpunt integriteitsschendingen;

• het verder uitbouwen van de uniforme registratie van integriteitsschendingen.

Transparantie/rekenschap

• het bevorderen van het gebruik van benchmarks;

• het op basis van de WOPT rapporteren over de hoogte van de publiek gefinancierde topinkomens in de (semi-)publieke sector. Voor de semipublieke sector geldt dat de kabinetslijn aan de Kamer gezonden is (TK, 28 479, nr. 36). De lijn is om de salarissen van bestuurders en de semi-publieke sector te normeren, waarbij per sector gedifferentieerd kan worden in de zwaarte van het beloningsregime. Naar verwachting zal het kabinet in 2009 hiertoe strekkende wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer sturen;

• het bevorderen van het gebruik van codes door het beschikbaar stellen van best practices en voorbeeldcodes;

• kennis- en informatieoverdracht via diverse internetsites onder andere met betrekking tot topinkomens, benchmarks en integriteit.

Bureaucratie, kostenbewustzijn en «slimmer» werken

• het bevorderen van prestatievergelijking op thema’s als overhead;

• het verminderen van overbodig toezicht door het op basis van een nulmeting doen van concrete voorstellen met betrekking tot de af te leggen verantwoording.

Tegengaan en bestrijden agressie en geweld

Voortgaan met de uitvoering van het programma Veilige Publieke Taak:

• het afstemmen van beleid en activiteiten van sectorwerkgevers en beleidsmakers in het kader van opsporing en handhaving met betrekking tot agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak;

• het opnieuw meten van het aantal meldingen van agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak als vervolg op de nulmeting in 2007;

• het ontwikkelen van sectorbrede instrumenten voor een effectieve aanpak van agressie en geweld;

• het stimuleren en faciliteren van door (sector-)werkgevers zelf te ontwikkelen instrumenten, onder andere. door financiële ondersteuning;

• het voortzetten van de publiekscampagne voor het uitdragen van de landelijke normstelling;

• het evalueren van de eenduidige afspraken tussen politie en OM;

• het verder verbeteren van de mogelijkheden van verhaal van schade en letsel op daders;

• het opzetten van een kennisbank Veilige Publieke taak.

Meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2006Waarde 2007Streven 2008Streven 2009Streven 2010Streven 2011Streven 2012
Afname van het aantal meldingen van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak 66% 56% 51%*
Bron: 0-meting 2007, Personeelsontwikkeling en mobiliteitsonderzoek (POMO) 2008
Percentage organisaties in de openbare sector (cf WOPT) dat melding maakt over topinkomens50909294949595
Bron:jaarlijkse topinkomens rapportage aan de Kamer
Percentage van het aantal organisaties in het openbare sector dat integriteitschendingen registreert 546372819090
Bron:«Inventarisatie integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie2008», Ministerie van BZK, april 2008
Toename in procentpunten van het aantal organisaties in de openbare sector dat haar medewerkertevredenheid meet  1010101010
Bron: website Interspiegel(http://www.internetspiegel.nl)

* Project eindigt in 2011

Operationele doelstelling 10.5

Uitvoeren van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen en het uitvoeren van een tijdelijke maatregel in verband met het koopkrachtverlies als gevolg van het afbouwen of afkopen van de tegemoetkoming in de ziektekosten van gepensioneerden van 65 jaar en ouder.

Motivering

De verantwoordelijkheid voor de pensioenen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen liggen van oudsher bij het ministerie van BZK. Het gaat hierbij om de verantwoordelijkheid voor het onderhoud en het beheer van de regelingen en het adequaat uitbetalen van de uitkeringen. Het uitkeren van de pensioenen zelf is uitbesteed aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP). Met de inwerkingtreding van de zorgverzekeringswet (ZVW) is het onderscheid tussen ziekenfonds en particulier verzekerden komen te vervallen. Daarmee verviel voor het kabinet en de sociale partners de ratio om gepensioneerde ambtenaren tegemoet te komen in de ziektekosten. De Tweede Kamer en het kabinet zijn van mening dat de afbouw geleidelijker en evenwichtiger vorm gegeven moet worden. Met het Besluit tijdelijke compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet wordt beoogd de inkomenseffecten geleidelijker en evenwichtiger te laten verlopen.

Instrumenten

• Inhoudelijke en beleidsmatige ondersteuning van de SAIP.

• Het beschikbaar stellen van voldoende middelen voor het kunnen uitvoeren van de betreffende werkzaamheden en voor het kunnen uitbetalen van de uitkeringen.

• De tijdelijke compensatiemaatregel voor het geleidelijker en evenwichtiger laten verlopen van de inkomenseffecten als gevolg van de afbouw of afkoop van de tegemoetkoming in de ziektekosten voor 65 plussers.

Meetbare gegevens

Voor deze operationele doelstelling zijn geen meetbare gegevens beschikbaar. Het betreft hier alleen de uitvoering van een regeling op basis waarvan bepaalde groepen mensen aanspraak kunnen maken op een geldsom.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingHet bevorderen van integriteit en transparantie van publieke diensten t.b.v. het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening door overheidsorganisaties10.7 en 10.8A: 2011B: 2011 
     
Overig evaluatieonderzoekSectorenmodel10.7A: 2008B: 2008 
     
 Subsidie CAOP10.7A: 2008B: 2008 

3.11 Kwaliteit Rijksdienst (artikel 11)

Artikel 11 Kwaliteit Rijksdienst

Algemene beleidsdoelstelling 11

Het bevorderen van de kwaliteit van het personeel, het management en de organisatie van het Rijk, het inkoopmanagement, de informatievoorziening, facilitaire dienstverlening en huisvestingsbeleid binnen het Rijk.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Niet stelsels en systemen, maar mensen en hun mogelijkheden dienen centraal te staan in het denken van de overheid. De overheid moet vertrouwen geven, ruimte laten, en mensen toerusten om volwaardig te participeren en verantwoordelijkheden te dragen. De menselijke maat is daarbij leidraad en kwaliteit staat centraal1. De bedrijfsvoering van de overheid moet dienstbaar zijn aan de gekozen beleidsrichtingen en een optimale beleidsvoorbereiding en -uitvoering makkelijker maken. Een zo groot mogelijke efficiency en soberheid horen daarbij2. In verband hiermee is een nieuwe visie nodig op de bedrijfsvoering, waarbij recht wordt gedaan aan de wens om tot de beste wijze van beheer te komen en eenheid aan te brengen en efficiencywinst te incasseren. In die nieuwe visie hoort ook dat de diverse elementen van bedrijfsvoering op alle niveaus met elkaar in verband worden bezien en niet los van elkaar zoals nu vaak het geval is.3 Verdere verbeteringen en besparingen zijn mogelijk met een ambitieus programma4. Doel van het programma is het realiseren van een rijksdienst die:

• snel, adequaat en ontkokerd reageert op nieuwe maatschappelijke uitdagingen;

• minder (complexe) regels en administratieve lasten produceert;

• resultaten laat zien en optreedt waar nodig;

• efficiënt en competent werkt en geen geld verspilt;

• een goede werkgever is voor ambitieuze, competente, integere en loyale ambtenaren5.

Om de doelstellingen van het programma Vernieuwing Rijksdienst te realiseren is bij BZK een directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk opgericht. De rol van deze nieuwe DG is in zekere zin te vergelijken met die van de DG Rijksbegroting6. Deze hanteert de volgende prioriteiten voor de hervorming van de bedrijfsvoering:

1. Flexibilisering van organisatie en personeel van het Rijk

2. Bevorderen van de ambtelijke professionaliteit.

3. Realisatie van de fysieke en digitale uniforme rijkswerkplek

4. Verbetering van de sturing op informatievoorziening en technologie van het Rijk.

5. Vergroten van de externe toegankelijkheid en vindbaarheid van informatie van de rijksoverheid.

6. Bevordering van efficiënt beheer van rijksbrede ICT

7. Verbetering van het inkoopproces bij het Rijk.

8. Interdepartementale samenwerking en bundeling op facilitair terrein.

9. Concernvisie huisvesting.

Verantwoordelijkheid

De minister van BZK is verantwoordelijk voor:

• het rijksbrede personeelsbeleid;

• de primaire arbeidsvoorwaarden van de sector Rijk;

• de uitvoering van het werkgeverschap van de topmanagementgroep;

• het rijksbrede organisatie- en informatiseringbeleid;

• het rijksbrede beleid op de terreinen huisvesting,1 inkoop, facilitaire dienstverlening en beveiliging

• de uitvoering van rijksbrede dienstverlening op bovengenoemde terreinen, met uitzondering van de Rijksgebouwendienst.

• daarnaast is de staatssecretaris van BZK verantwoordelijk voor de rijksoverheidsinformatie en de archiefselectie

Externe factoren

De ambities die spreken uit de nota Vernieuwing Rijksdienst vergen een daadkrachtige aanpak. De komende periode zullen concrete voorstellen worden gepresenteerd. Daarnaast blijft het behalen van deze doelstelling afhangen van het volgende:

• doorzettingsvermogen en draagvlak binnen de rijksoverheid;

• adequate ondersteuning van de beleidsontwikkeling en de uitvoering van publieke taken door flexibele en ontkokerde bedrijfsvoering;

• het voeren van een integrale bedrijfsvoering binnen de rijksoverheid;

• ontwikkeling van professioneel opdrachtgeverschap binnen de rijksoverheid;

• positie van het Rijk op de arbeidsmarkt, waar schaarste aan talent ontstaat;

• ontwikkelingen in de taken van de rijksoverheid.

Meetbare gegevens

De kwaliteit van de Rijksdienst betreft in sterke mate het interne functioneren. Onder de operationele doelstellingen wordt het brede begrip kwaliteit nader geoperationaliseerd. Daar zijn diverse gegevens opgenomen over concrete prestaties op dit terrein.

Budgettaire gevolgen van beleid

11. kwaliteitRijksdienst
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen144 77366 10966 15464 37562 44256 68056 248
Waarvan garantieverplichtingen7005934783712757453
        
Uitgaven121 03066 10966 15464 37562 44256 68056 248
11.1 apparaat11 93310 29016 10115 28514 05614 02613 770
        
Programma-uitgaven109 09752 31948 54547 58246 87841 14640 970
Waarvan juridisch verplicht  37 8234 2224 20400
        
11.2 professioneel topmanagement14 26317 46917 09917 07716 34515 13514 962
Waarvan juridisch verplicht  13 6650000
        
11.5 garantieregelingen0000000
Waarvan juridisch verplicht       
        
11.6 goed functionerend personeel19 79120 46813 28012 77112 94011 91011 910
Waarvan juridisch verplicht  12 5015032  
        
11.7 goed functionerende organisatie58 78710 9086 1705 8035 8032 3032 303
Waarvan juridisch verplicht  00000
        
11.8 goed functionerende informatie voorziening en HRM-functie0000000
Waarvan juridisch verplicht       
        
11.9 kwaliteit informatievoorzieningRijk7 9076 63511 65711 59211 45111 45911 456
Waarvan juridisch verplicht  11 6574 1724 17200
* Bijdrage baten-lastendiensten CAS4 6364 8684 8314 7594 6104 6104 610
        
11.10 bevorderen kwaliteitHRM-functie8 349339339339339339339
Waarvan juridisch verplicht0000000
        
11.11 Inkoop, facilitaire zaken en huisvestingsbeleid Rijk 01 5081 5081 5081 5081 508
Waarvan juridisch verplicht       
        
Ontvangsten68 5227 5422672676346340

Operationele doelstelling 11.2

Het bevorderen van de kwaliteit van het management van het Rijk

Motivering

Voor vernieuwing van de overheid én voor het borgen van haar kwaliteit is de ontwikkeling van een compacte en bevlogen ambtelijke leiding van wezenlijk belang. De ambtelijke leiding heeft een toonaangevende rol bij het realiseren van resultaten en bij het geven van richting in maatschappelijke vraagstukken. In een uitgestrekt netwerk van betrokkenen komt de rol van ambtelijk leidinggevenden neer op het kwaliteit organiseren, dialoog regisseren en daadkracht optimaliseren: met oog voor diversiteit, voor samenwerking over grenzen heen en voor de toekomst.

De ambtelijk leidinggevenden zelf, de management development (MD) professionals op de departementen en bij Bureau ABD werken samen aan de kwaliteit van het management in dienst van het Rijk. Dat betekent investeren in het concernbrede zicht op talent en in specifieke ontwikkeltrajecten voor managers. Maatwerk is daarin leidend: kwaliteit ontstaat uit de unieke match tussen opdracht en individu. Daarnaast zijn er op systeemniveau drie perspectieven in MD:

1. diversiteit: de ambtelijke leiding is een evenredige afspiegeling van de arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden;

2. samenwerking over grenzen heen: leidinggevenden worden vrij van organisatiegrenzen ingezet binnen het concern Rijk en er is een vruchtbare uitwisseling met andere sectoren in binnen- en buitenland;

3. toekomstgerichtheid: managementtalenten volgen goed afgestemde leerlijnen en ontwikkelprogramma’s.

In 2009 zullen Bureau ABD en de departementen de samenwerking in het rijksbrede MD verder intensiveren. Doel is een centraal afgestemde werving en selectie van managers op strategische posities bij het Rijk en de optimale ontwikkeling van leidinggevende kwaliteiten in alle fasen van een loopbaan: van trainee tot topmanager, en van topmanager tot het «verzilveren» van ervaring.

Instrumenten

• In het licht van organisatieontwikkelingen en hervormingen van de rijksoverheid adviseren bij de werving, selectie en ontwikkeling van managers op strategische posities. Basis is de ABD-schouw 2009: de inventarisatie van de behoefte aan managers en de kwaliteit en het ontwikkelingspotentieel van aanwezige managers.

• Uitvoeren van het diversiteitbeleid: evenredige vertegenwoordiging van vrouwen en leidinggevenden met een multiculturele achtergrond.

• Uitvoeren van de rol van werkgever voor de topmanagementgroep, daar waar het gaat om benoeming, arbeidsvoorwaarden en ontslag.

• Coördineren programma managementleerlijnen: verbinden van departementale MD-programma’s, verbeteren MD-kennisinfrastructuur en organiseren talentinfrastructuur voor schalen 10 t/m 15.

• Uitvoeren van programma verzilvering: het langer en op flexibele wijze benutten van mensen met managementervaring.

• Intensiveren van de samenwerking met o.a. de vier grote gemeenten en de ZBO’s van de handvestgroep.

• Coördineren en bevorderen van de plaatsing van Nederlanders op (top-)posities in Europese instellingen. Samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken zal Bureau ABD de uitvoering van het Europees personeelsbeleid coördineren en bewaken.

• Bevorderen van politiek-ambtelijk samenspel, door bijeenkomsten en publicaties.

Meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2002Streven 2008Streven 2009Streven 2010Streven 2011
Percentage vrouwen in de ABD12%(>20%)(>20%)(>20%)25%
Bron: ABD     

Toelichting

Aantal vrouwen in de ABD als percentage van het totaal; met dit prestatiegegevens wordt nog meer aandacht gegeven aan het streven om het aantal vrouwen in de ABD te vergroten.

KengetallenWaarde 2006Waarde 2007Waarde 2008Waarde 2009
ratio voor doorstroom, instroom van onderen en instroom van buiten6-3-16-3-16-3-16-3-1
Bron: ABD    

Toelichting

De verhouding van het aantal benoemingen vanuit de ABD, van onder de ABD en instroom in de ABD van buiten de rijksoverheid.

Operationele doelstelling 11.5

De uitvoering van de Garantieregelingen

Motivering

In 1974 is door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid geschapen om een hypotheekgarantie te verlenen. Voor het burgerlijk rijkspersoneel is deze met ingang van 8 december 1990 ingetrokken, zodat deze regeling in principe geen uitvoeringskosten meer met zich meebrengt. Wel is sprake van een theoretisch risico op de reeds toegekende garanties. Daarom wordt de voortgang van de aflossingen van de hypotheken en het uitstaan nog gevolgd. Aangenomen wordt dat indien niet aan een aflossingsverplichting wordt voldaan, de opbrengst van gedwongen verkoop voldoende is om de resterende schuld te voldoen. Daarom wordt bijna € 0,5 miljoen als totaal theoretisch risico beschouwd per 1-1-2009.

Instrumenten:

N.v.t.

Operationele doelstelling 11.6

Het bevorderen van de kwaliteit van het personeel van het Rijk.

Motivering

Voor zijn dienstverlening aan de burger en de politiek dient het Rijk voortdurend te beschikken over hoogwaardig en flexibel inzetbaar personeel. Het programma Vernieuwing Rijksdienst voorziet een forse reductie van rijkspersoneel. Parallel hieraan voert het Rijk een personeelsbeleid op basis van maatschappelijk verantwoord werkgeverschap op onderdelen als diversiteit, stages, integriteit en arbeidsomstandigheden.

Instrumenten

Personele gevolgen programma Vernieuwing Rijksdienst

• De afspraken in de CAO 2007–2011 bieden een goede basis om medewerkers, van wie taken in deze kabinetsperiode verdwijnen, van werk naar werk te begeleiden;

• De (rijksbrede) Mobiliteitsorganisatie ondersteunt de mobiliteit van medewerkers;

• Het plan «eenduidig werkgeverschap ten behoeve van flexibele en ontkokerde beleidstaven» wordt gecontinueerd;

• Met de bonden zijn afspraken gemaakt over het rijksbrede Sociaal Flankerend Beleid (SFB). In 2009 worden deze afspraken uitgevoerd.

Diversiteit

De beleidsprioriteit Diversiteit wordt voor de sector Rijk als volgt uitgewerkt:

• Rijksbrede benchmarking van prestaties op het terrein van doorstroom van vrouwen en allochtonen met het oog op het uitwisselen van «best practises»;

• Zorgen voor goede registratie en monitoring;

• Aanpassen van reguliere personeelsinstrumenten, zoals arbeidsmarktcampagne en traineeprogramma, op de specifieke doelgroepen;

• Ondersteunen van het kennisnetwerk Diversiteit;

• Investeren in de bewustwording van het management (niveau directeuren en afdelingshoofden) via communicatie en agendering;

• Het ontwikkelen van een strategie om meer vrouwen in topposities te benoemen en te behouden (uitvoering charter «Talent naar de Top», als mede het jaarlijks rapporteren.

Stages

• Realiseren van 1000 structurele werkervaringsplaatsen voor doelgroepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, zoals wajong-gerechtigden en gedeeltelijk-arbeidsongeschikten. Onderdeel van deze werkervaringsplaatsen is een rijksbreed brugbanenproject voor 100 WSW-ers/Wajong-ers.1

• Continuering van de afspraken over reguliere stageplaatsen voor MBO-ers, HBO-ers en WO-ers. Deze stageplaatsen moeten worden gezien als onderdeel van het arbeidsmarktbeleid en het daarbij behorende instrumentarium. Een minimum van 1000 stageplaatsen moet worden gerealiseerd. Bij deze stageplaatsen is een evenredige verdeling man – vrouw, allochtoon – autochtoon verplicht.

Integriteit en Arbeidsomstandigheden

Op basis van de landelijke normstelling veilige publieke taak, die de minister van BZK ín 2008 heeft gepresenteerd, ligt het accent op:

• Signaleren en adresseren van de oorzaken, gevolgen en omvang van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak.

• Inventariseren en verspreiden van praktijkvoorbeelden van aanpak en oplossingen.

• Aanbieden van instrumenten die werkgevers binnen hun organisatie kunnen implementeren.

• Het verbeteren van de positie van klokkenluiders door aanpassing van de betreffende regelgeving voor ambtenaren in de sector Rijk en het reserveren van middelen op dit artikel voor vergoeding van kosten van juridische procedures als gevolg van een melding die niet anderszins wordt vergoed.

Meetbare gegevens

Indicatoren(basis) 20062007 realisatie2008200920102011
1a. Percentage allochtone medewerkers totaal9,5%10,0%11,1%12,1%13,214,2%
1b. Percentage allochtonen schaal 9–116,8%7,1%7,9%8,7%9,4%10,2%
1c. Percentage allochtonen schaal 12–145,0%4,8%5,5%6,2%6,8%7,5%
1d. Percentage allochtonen schaal 15 en hoger3,1%3,6%3,9%4,1%4,4%4,7%
2. Ziekteverzuim (incl.> 1 jaar) – % medewerkers, dat ziek is geweest5,5%5,6%5,5%5,5%5,5%5,5%
3. % medewerkers dat een Functioneringsgesprek heeft gehad.68%71,3%72%75%77%80%
4. Werkgeverstevredenheids-onderzoek – % medewerkers dat tevreden is met hun baan69,3%Geen meting69,3%Geen meting69,3%Geen meting
5. Werkgeverstevredenheids-onderzoek – % medewerkers dat tevreden is met hun werkgever49%Geen meting49%Geen meting49%Geen meting
6a. % vrouwen in hogere functies (schaal 10–13)34,9%35,6%36,0%36,5%37,0%37,5%
6b. % vrouwen in hogere functies (schaal 14–16)20,8%21,6%22,0%22,5%23,0%23,5%
6c. % vrouwen in hogere functies (schaal 17 en hoger)14,9%16,1%18,3%20,6%22,8%25,0%
7. Stages,: totaal aantal 1 000  1 0001 0001 0001 000
Waarvan allochtone mannen  250250250250
Waarvan allochtone vrouwen  250250250250
Waarvan autochtone mannen  250250250250
Waarvan autochtone vrouwen  250250250250
Bron: Indicatoren 1,2,3,6, Sociaal Jaarverslag 2005,20 06,20 07 (2008)
Bron: Indicatoren 4 & 5: Personeels- en Mobiliteitsonderzoek
Bron: Indicator 7: gegevens verzameld door stagebureau o.b.v. stagevergoedingen

Toelichting

Op gebied van werkgeverstevredenheid wordt gestreefd naar behoud van het bestaande niveau omdat dit al hoog is ten opzichte van andere sectoren. Voor de overige indicatoren vormt het Coalitieakkoord de basis voor de streefcijfers.

Operationele doelstelling 11.7

Het bevorderen van de kwaliteit van de organisatie van het Rijk

Motivering

In het Coalitieakkoord staat dat het Rijk een andere wijze van regelgeving, toezicht en controle en een meer geïntegreerde en meer projectmatige wijze van beleidsvorming nastreeft. Dit is een noodzakelijke voorwaarde om minder bureaucratische drukte op rijksniveau te bewerkstelligen. Het doel is de toezichtlast te verminderen – met minimaal behoud van effectiviteit – en de dienstverlening aan burgers en bedrijven te optimaliseren. De genoemde vraagstukken hebben alles te maken met een goede inrichting en werking van de rijksoverheid.

Instrumenten

Kaderstellende Visie op Toezicht (KVoT)

Het programma Vernieuwing Toezicht heeft als doel de toezichtlast bij bedrijven en instellingen te verminderen.

• BZK bewaakt de norm van goed toezicht, neergelegd in de KVoT.

• Door deelname aan de Inspectieraad bewaakt BZK de samenhang tussen het toezichtdomein en de bredere organisatie van de Rijksdienst.

• BZK helpt de ministeries de principes van goed toezicht (selectief, slagvaardig, samenwerkend, onafhankelijk, transparant en professioneel) uit de KVoT te implementeren.

Kaderwet Zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s)

De Kaderwet creëert duidelijkheid over de reikwijdte voor de ministeriële verantwoordelijkheid voor de (verzelfstandigde) publieke taken. Daarnaast voorziet de wet in voorwaarden voor een optimale publieke dienstverlening aan burgers en bedrijven.

• BZK en Financiën begeleiden de ministeries bij het onderbrengen van hun ZBO’s onder de Kaderwet ZBO’s.

• BZK beheert het ZBO-register.

Kennis- en adviesstelsel

In het kader van de Vernieuwing Rijksdienst werkt BZK verder aan de vereenvoudiging van het kennis- en adviesstelsel.

• BZK toetst voorstellen van ministeries voor het instellen van adviescolleges.

• BZK toetst de personele samenstelling van de colleges op diversiteit.

Beleidskader Topstructuren

Een goede inrichting van de topstructuur van ministeries is randvoorwaarde voor een goede uitoefening van publieke taken. Het beleidskader Topstructuren ondersteunt ministeries hierin.

• Jaarlijks toetst BZK de departementale topstructuren aan dit kader.

Efficiënte interdepartementale bedrijfsvoering

Het belangrijkste doel is bedrijfsvoeringstaken te bundelen en rijksbreed uit te voeren.

• BZK bundelt hiertoe interdepartementale samenwerkingsverbanden.

• In samenwerking met de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) wordt een studie uitgevoerd naar de mogelijkheden van collegiaal bestuur op rijksniveau

Meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2006Waarde 2007Streefwaarde 2008Streefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011Streefwaarde 2012
Percentage ministeries dat hun topstructuur en topformatie heeft getoetst aan Beleidskader topstructuren0%39%100%100%100%100%100%
bron: Gegevens aan te leveren door betrokken organisaties en de ministeries

Operationele doelstelling 11.9

Het bevorderen van de kwaliteit van de informatievoorziening binnen het Rijk

Motivering

Om efficiënt, doelmatig en kwalitatief hoogwaardig te kunnen werken en de burger tegemoet te kunnen treden als «één overheid» is het voor het Rijk steeds belangrijker dat op het vlak van de informatievoorziening departement- en onderdeeloverstijgend wordt samengewerkt. Informatie (I) en Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) zijn hiervoor belangrijke stimulatoren. Het verbeteren van de informatievoorziening voor de rijksoverheid is een ambitie van BZK en ook onderdeel van het programma Vernieuwing Rijksdienst. Hierbij wordt ICT als belangrijk instrument gezien. Daarnaast is een sterke sturing nodig om meer grip te krijgen op ICT-projecten en de daarmee samenhangende kosten. Tenslotte is van belang dat het Rijk dienstverlenend en op een transparante manier optreedt naar van burgers en bedrijven.

Instrumenten

Wegwerken archiefachterstanden

Omdat de rijksoverheid in gebreke is gebleven de papieren archieven tijdig over te dragen aan het Nationaal Archief is in 2005 een projectorganisatie opgericht deze versneld over te brengen.1 Daarnaast heeft het kabinet in 2006 op initiatief van BZK en OCW besloten dat de departementen met plannen moeten komen om de archieven van na 1975 aan te pakken.2 Op 1 januari 2009 is de achterstand in de bewerking en overdracht van archieven van vóór 1975 (74 kilometer) weggewerkt.

• Alle departementen leveren plannen op voor het wegwerken van hun papieren werkvoorraden uit de periode 1976–1996 (circa: 250 kilometer archief). Dit vertaalt zich in 2009 tot de inrichting van een gemeenschappelijke organisatie: de Samenwerkings Projecten Archieforganisaties Rijksdienst (SPAR)

Informatiebeveiliging

BZK stelt de rijksbrede kaders voor de informatiebeveiliging.

• In 2009 maken de departementen een gemeenschappelijke set van afspraken op basis van het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 2007;

• BZK beziet of het mogelijk is rijksbrede instrumenten in te zetten op het terrein van bewustwording.

• In 2009 wordt het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst – Bijzondere Informatie (VIR-BI) vervangen door het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst – Gerubriceerde Informatie (VIR-GI).

Meetbare gegevens

IndicatorenBasis waarde 2005Realisatiewaarde 2006Realisatiewaarde 2007Streefwaarde 2008Streefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011
1. papieren werkvoorra- den in kilometers van vóór 1975747450250nvtnvt
Bron: projectorganisatie WAA
2. samenwerkruimtes Rijksweb40190290350400  
3. Aantal GOUD werkplekken    VenW: 3200 VWS: 4200 SZW: 3100  
Bron: ICTU/Rijksweb

Toelichting

2005 is opgenomen omdat dat jaar het basisjaar was voor het wegwerken van de papieren werkvoorraden.

Operationele doelstelling 11.10

Het bevorderen van de kwaliteit van de Human Resources Management (HRM)-functie van het Rijk

Motivering

Voor de gehele rijksdienst wordt een nieuwe uitvoering van de personeels- en salarisadministratie gerealiseerd. Doel van deze nieuwe uitvoering is meer doelmatigheid en een betere informatievoorziening voor de HR-functie van het Rijk.

Eind 2008 zijn de ICT-standaarden gerealiseerd. De departementen kunnen deze producten vervolgens implementeren in eigen huis en introduceren daarmee zelfbediening en gecentraliseerde eerste en tweedelijns ondersteuning op het gebied van personeels- en salarisvragen;

Medio 2008 heeft het kabinet een besluit genomen over Fase 2 van het project, het daadwerkelijk rijksbreed bundelen van de gebruikersondersteuning naar één contact center en het realiseren van één HR-administratie (Kamerstuk 2007–2008, 30 146, nr. 21). Deze fase zal stapsgewijs, vanaf 2009 tot en met 2011, verlopen.

Instrumenten

In 2009 zijn de ICT-producten klaar en kunnen worden geïmplementeerd op de ministeries.

• Naast technische ondersteuning wordt door BZK waar dat gewenst is veranderkundige en organisatorische ondersteuning geboden aan de departementen;

• BZK werkt met de ministeries drie scenario’s voor gegevensintegratie verder uit. Hiermee moeten de (tot dan toe) meest slimme verbindingen tussen departementale systemen en één centraal rijksbreed HR-systeem gerealiseerd worden;

• In 2009 is het dienstverleningsmodel helder. Vragen als: wat gaat P-Direkt straks bieden en welke taken blijven (voorlopig) achter op de ministeries worden beantwoord. Ook de condities waaronder ministeries kunnen aansluiten op P-Direkt en hun personeel naar het rijksbrede contact center kunnen overhevelen zijn dan duidelijk.

Meetbare gegevens

Met het opzetten van P-direkt voor de uitvoering van de personeels- en salarisadministratie van de rijksdienst, en met het kabinetsbesluit Fase 2 voor de rijksbrede aansluiting op P-direkt kan deze operationele doelstelling vrijwel als afgerond worden beschouwd. Er zijn voor dit jaar dan ook geen meetbare gegevens opgenomen. Vanaf de begroting 2010 wordt deze operationele doestelling niet meer opgenomen.

Operationele doelstelling 11.11

Het bevorderen van het inkoopmanagement, de facilitaire dienstverlening en het huisvestingsbeleid binnen het Rijk

Motivering

De ambitie van BZK is de bundeling van beleid op het gebied van de bedrijfsvoering. Dit omvat onder andere de domeinen inkoop, huisvesting en facilitaire dienstverlening. Streven is via regievoering op alle elementen van de beleidscyclus:

• een kader te scheppen voor al lopende professionaliseringsacties, zoals bundeling op facilitair gebied en gezamenlijk inkopen en aanbesteden;

• beter in te spelen op de integraliteit van de bedrijfsvoering door over de onderdelen heen te kijken en te werken en domeinoverstijgende projecten als Rijkswerkplek, duurzame bedrijfsvoering en organisatieverandering/categoriemanagement uit te voeren;

• te voorzien in de behoefte bij de rijksoverheid aan flexibiliteit en (rijksbrede) managementinformatie en de daarvoor benodigde standaardisatie;

• een antwoord te bieden op het toegenomen belang van en interesse in een goede bedrijfsvoering (bijv. ten aanzien van inkoop tijdelijk personeel, duurzaamheid).

Instrumenten

Duurzame bedrijfsvoering

Het doel zoals bevestigd in de voor de zomer aan de kamer gezonden Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling, is het rijk te positioneren als koploper in duurzame bedrijfsvoering. Dit heeft naast ecologische, ook sociale aspecten (zoals diversiteit). Daarnaast bespaart het energie. In 2009 wordt onder andere meegewerkt aan:

• verdere realisatie van de doelstelling om in 2010 als rijksoverheid duurzaam in te kopen en in 2012 qua energieverbruik klimaatneutraal te zijn;

• mogelijkheden om huisvesting in meer duurzame varianten aan te bieden;

• duurzaamheid te maken tot iets waarmee ambtenaren zich vereenzelvigen; diversiteit van het overheidspersoneel.

Onder regie van de minister van BZK wordt hiertoe interdepartementaal samengewerkt. De minister van VROM verleent hierbij ondersteuning, vanwege haar coördinerende verantwoordelijkheid voor duurzaamheid, in het bijzonder voor duurzaam inkopen.

Organisatieverandering

De bundeling van het beleid op het gebied van de bedrijfsvoering is slechts één stap op weg naar verdere professionalisering. Andere onderdelen van de gewenste organisatieverandering zijn onder meer de bundeling op facilitair terrein en de invoering van categoriemanagement. Op facilitair gebied zal in 2009 vooral visievorming op een doelmatige organisatie van de facilitaire samenwerkingsverbanden aan de orde zijn. In 2009 wordt voor een aantal (facilitaire)categorieën daadwerkelijk met categorie management gestart.

Meetbare gegevens

Deze doelstelling omvat een aantal nieuwe taken die in de loop van 2008 aan het ministerie van BZK zijn toegevoegd. Het beleid op deze terreinen is nog volop in ontwikkeling en krijgt in 2009 verder gestalte. Er zijn derhalve nog geen meetbare gegevens beschikbaar.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingDiversiteit11.6A: 2007B: 2008Kamerstuknummer 2007–2008,30 958, nr. 3
     
 Het bevorderen van de kwaliteit van de organisatie van het Rijk11.7A: 2012B: 2012 
     
 onderwerp Het bevorderen van de kwaliteit van de informatievoorziening binnen het Rijk11.9A: 2011B: 2011 
     
 Het bevorderen van de kwaliteit van de HRM-functie van het Rijk11.10A: 2009B: 2009 
     
 Inkoopmanagement en huisvesting11.11A: 2010B: 2010 
     
Overig evaluatieonderzoekJaarlijkse arbeidsmarktmonitor11.6A: 2009B: 2009 
     
 Periodieke Evaluatie Kaderwet Adviescolleges11.7A: 2008B: 2009 
     
 Evaluatieonderzoek naar het Rijkshuisvestingsstelsel11,9A: 2010B: 2011 

4. De niet-beleidsartikelen

4.1 Algemeen (artikel 12)

Algemene doelstelling 12

Op dit artikel worden de apparaatuitgaven begroot van de beheersmatige ondersteuning van het BZK-beleid door de ambtelijke staf. Tevens wordt op dit artikel de bijdrage van BZK aan de functionele kosten Koninklijk Huis begroot.

Toelichting

Omdat het hier een zogenaamd niet-beleidsartikel betreft, gaat deze toelichting niet in op de samenhang van het beleid, verantwoordelijkheid van de minister, externe factoren en meetbare gegevens.

Budgettaire gevolgen van beleid

12. Algemeen
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
verplichtingen106 059105 87595 55496 331103 217108 52392 277
        
Uitgaven100 310105 87595 55496 331103 217108 52392 277
12.1 apparaat90 11995 63477 34878 12585 01090 31674 070
* Bijdrage baten-lastendienst WM  23 04626 11128 55028 55028 550
* Bijdrage baten-lastendiensten P-Direkt  3 2083 9384 2184 1694 066
12.2 bijdrage functionele kosten Koninklijk Huis10 19110 24111 09811 09811 09911 09911 099
12.3 Verzameluitkering0000000
12.4 Centrale kennisfunctie007 1087 1087 1087 1087 108
        
Ontvangsten11 4799 39500000

Operationele doelstelling 12.1

De staf wil op professionele wijze diensten verlenen aan de BZK-organisatie. Deze dienstverlening kenmerkt zich door een integrale, vraaggerichte aanpak waarbij resultaatgericht en kostenbewust opereren centraal staan.

Enkele van de stafdiensten richten zich tevens op de beleidsaspecten en nemen zodoende een bijzondere positie in. De Auditdienst (AD) en de directie Financieel-Economische Zaken (FEZ) zijn hiervan voorbeelden, mede door hun wettelijk vastgelegde positie.

De staf heeft een aantal speerpunten voor 2009, die een bijdrage leveren aan bovenstaande doelstelling:

1. uitvoer van het programma «Werken aan BZK»; In het kader van de reorganisatie en vernieuwing van BZK, wordt geïnvesteerd in een verbetertraject dat zich richt op cultuur en werkwijze. Het programma omvat de volgende deel projecten.

• Leiderschapsontwikkeling

• Projectmatig en programmatisch werken

• Investeren in medewerkers

2. integrale beveiliging

Operationele doelstelling 12.2

Op grond van de Wet van 10 december 1970, Stb. 573, houdende herziening van het financieel statuut voor het Koninklijk Huis, komt een aantal uitgaven van het Koninklijk Huis ten laste van de begroting van BZK. Het betreft een bijdrage in de functionele kosten Koninklijk Huis. Het gaat hier om personele en materiële kosten.

Operationele doelstelling 12.3

Nieuw in de tabel is de regel Verzameluitkering VII. De verzameluitkering kent zijn wettelijke grondslag in de Financiële-verhoudingswet. Hij keert uit aan de decentrale overheden. In de verzameluitkering zijn de beleidsthema’s gebundeld die maximaal 10 miljoen euro voor de medeoverheden beslaan. Aanleiding voor de invoering van de verzameluitkering is de behoefte aan een wijze van middelenverstrekking aan de medeoverheden die ruimte biedt voor lokaal maatwerk en onnodige administratieve lasten voorkomt. Dit te meer gezien de geringe omvang van de middelen.

Operationele doelstelling 12.4

De keuze voor een centraal georganiseerde kennisfunctie, die eindverantwoordelijk is voor alle onderzoeken bij BZK, brengt met zich mee dat er onderzoeksbudget is samengevoegd van decentrale en centrale onderzoeksbudgetten. Het budget wordt aangewend voor strategisch, beleidsondersteunend en evaluatief onderzoek.

4.2 Nominaal en onvoorzien (artikel 13)

13. Nominaal en onvoorzien
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen01 004– 1 015– 22 599– 33 270– 33 270– 33 270
        
Uitgaven01 004– 1 015– 22 599– 33 270– 33 270– 33 270
13.1 loonbijstelling0000000
13.2 prijsbijstelling0000000
13.3 onvoorzien01 004– 1 015– 22 599– 33 270– 33 270– 33 270

4.3 VUT-Fonds (artikel 17)

In de zomer van 2005 hebben de sociale partners bij de overheid een akkoord gesloten over VUT/prepensioen/levensloop (VPL). De Staat der Nederlanden verstrekt een rentedragende lening van € 2 miljard aan het VUT-fonds voor overheidspersoneel om het kastekort, voortvloeiende uit het akkoord, in de jaren 2007–2009 op te lossen. In de jaren 2014–2016 zal het VUT-fonds deze lening aflossen. Over de lening wordt door het VUT-fonds vanaf 2008 rente betaald. Op 18 april 2006 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitvoering van het VPL-akkoord en over de budgettaire gevolgen daarvan voor de begroting van BZK (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 29 760, nr. 70).

In 2009 zal de laatste tranche (€ 900 miljoen) aan het VUT-fonds worden uitgekeerd.

17. VUT-fonds
(x € 1 000)2007200820092010201120122013
Verplichtingen0000000
        
Uitgaven800 000300 000900 0000000
17.1 VUT-fonds800 000300 000900 0000000
        
Ontvangsten022 37238 24072 02271 43471 43471 630

5. De bedrijfsvoeringsparagraaf

De bedrijfsvoeringparagraaf heeft conform de Comptabiliteitswet het karakter van een uitzonderingenrapportage. In de bedrijfsvoeringparagraaf melden wij relevante kwaliteitsverbeteringen in de bedrijfsvoering van het ministerie van BZK.

Reorganisatie

Om aan de kabinetsbrede doelstelling «een kleinere en betere overheid» te voldoen is BZK in 2008 gereorganiseerd. In 2009 moet de nieuwe organisatie zich in de praktijk waarmaken. BZK heeft een nieuwe hoofdstructuur met drie nieuwe directoraten-generaal: Veiligheid, Bestuur en Koninkrijksrelaties, en Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk. Hiernaast heeft BZK een nieuwe staforganisatie waarin de financiële functie verder is gecentraliseerd. Naast een nieuwe structuur is ook de werkwijze aangepast. Zo wordt er meer gewerkt in projecten en programma’s. Het flexibel inzetten van personeel binnen de directoraten-generaal staat hierbij centraal. Voor het gedeelte «kleiner» gaan wij verder met de invulling van de taakstelling die uiterlijk in 2011 moet zijn ingevuld. Een monitor taakstelling houdt ons op de hoogte van de voortgang van de invulling van de taakstelling.

Externe inhuur

De doelstelling «kleinere overheid» moet in 2009 niet leiden tot meer externe inhuur. De minister van BZK heeft aan de Tweede Kamer toegezegd dat de externe inhuur, uitgedrukt in euro’s en gecorrigeerd voor inflatie, niet boven de omvang van de externe inhuur in 2007 uit komt. Een extra monitor moet in 2009 de control op de uitgaven aan externe inhuur bevorderen. Sinds 2007 is de omvang externe inhuur terug te vinden in het jaarverslag van BZK.

Diversiteit

Wij zetten ons in voor een diverser personeelsbestand bij BZK om de legitimiteit van overheidshandelen en vertrouwen in de overheid te bevorderen, kwaliteit dienstverlening te verbeteren en participatie te verhogen. Wij sturen in 2009 dan ook op een verdere toename van de instroom van vrouwen, allochtonen en arbeidsgehandicapten en het creëren van stageplaatsen voor deze doelgroepen.

Wijziging begrotingsindeling 2010

Om de nieuwe organisatie tot uitdrukking te brengen in de begroting zijn wij voornemens om per begroting 2010 te werken met een nieuwe begrotingsindeling. Zo worden de artikelen 1. Grondwet en democratie en 16. Brandweer en GHOR opgeheven en samengevoegd met andere artikelen. Bij voorjaarsnota 2009 doen wij een formeel voorstel tot wijziging van de artikelindeling per begroting 2010.

Burgerbrieven

Een goede overheid is er in de eerste plaats voor de burger. Wij hebben de doelstelling geformuleerd om binnen 10 dagen na binnenkomst minimaal 90% van de burgerbrieven te hebben beantwoord. Wij hebben in 2008 de nodige aandacht aan dit proces gegeven waardoor de resultaten zijn verbeterd. In 2009 blijft de 90% doelstelling gehandhaafd.

Duurzaam inkopen

Het ministerie van BZK draagt bij aan de realisatie van de kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling (KADO) door de criteria uit het Duurzaam Inkopen beleid voor inkopen, zoals beschreven in de begroting van het ministerie van VROM, te implementeren.

6. De baten-lastendiensten

6.1 Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR)

Inleiding

Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) is de spil in de identiteitsinfrastructuur voor het vastleggen, beheren, verstrekken en gebruiken van persoonsgegevens voor burgers en organisaties met een publieke taak. BPR is een professionele beheerorganisatie. De belangrijkste producten zijn het beheer van het GBA-stelsel (Gemeentelijke Basisadministratie), het beheer van de reisdocumentenketen en de beheervoorziening voor het Burger Service Nummer (BSN).

Voor deze producten voert BPR onder andere de volgende taken uit:

• het inrichten en uitvoeren van het beheer voor het GBA-netwerk, de beheervoorziening BSN en de reisdocumentenketen;

• het bijhouden van een basisregister en signaleringsregister voor reisdocumenten;

• het autoriseren van afnemers voor het gebruik van gegevens uit de GBA;

• het geven van voorlichting en ondersteuning aan burgers en overheden over GBA, BSN en reisdocumenten.

Daarnaast worden bij BPR drie vernieuwingsprojecten uitgevoerd:

• de modernisering van de GBA naar aanleiding van het rapport van de Commissie Snellen;

• de invoering van de generatie elektronische reisdocumenten, waarvan de invoering van de biometrische kenmerken onderdeel uitmaakt, en de vervanging van de infrastructuur voor de aanvraag en uitgifte van reisdocumenten;

• de zorg voor het gebruik van de stemmachines, sinds 2007.

De kosten voor het beheren van de GBA worden doorberekend aan de gebruikers (gemeenten en afnemers) in de vorm van een kostendekkend tarief. Vanaf 2008 worden als gevolg van het overgaan op een systeem van budgetfinanciering de kosten van het gebruik binnen het merendeel van de overheid betaald via de begroting van BZK en niet meer direct door de gebruikers zelf. BSN wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van BZK. De kosten komen voor rekening van de begroting van BZK. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen en de kosten van de productie en distributie van de reisdocumenten worden gedekt uit het tarief dat BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties. Als onderdeel van de vernieuwing van BZK worden met ingang van september 2008 de taken voor de beleidsontwikkeling en wet- en regelgeving overgeheveld van BPR naar BZK.

De kosten van de projecten worden deels door de opdrachtgever betaald uit de begroting van BZK en deels gefinancierd uit een lening bij het ministerie van Financiën. Het deel dat met een lening wordt gefinancierd, wordt als materiële activa op de balans opgenomen en in de komende jaren afgeschreven. De rente en afschrijving op de materiële activa worden doorberekend in de prijs van de reisdocumenten en het tarief van de GBA.

Vermogensontwikkeling

Het eigen vermogen van BPR blijft in absolute termen in de komende jaren gelijk doordat er wordt uitgegaan van een sluitende exploitatie. In 2009 daalt het eigen vermogen ten opzichte van de gemaximeerde omvang omdat de gemiddelde jaaromzet is toegenomen. De activiteiten voor BSN en de invoering van biometrie op de reisdocumenten leiden tot de hogere jaaromzet en lasten. Vanaf 2010 neemt het eigen vermogen t.o.v. de gemaximeerde omvang weer toe. In 2009 zijn de biometrische gegevens op het reisdocument ingevoerd en eindigt het reisdocumentenprogramma. Hierdoor vervallen de baten en lasten van het reisdocumentenprogramma; de gemiddelde jaaromzet daalt hierdoor.

Met uitzondering van de inventaris worden alle materiële vaste activa (voor de modernisering GBA, de RAAS en de ORRA) gefinancierd met een lening. Vanaf 2009 daalt het percentage van de activa dat is gefinancierd met een lening omdat de activa in de komende jaren worden afgeschreven. BPR heeft geen voorzieningen op de balans opgenomen.

Weerstandsvermogen 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst BPR
 2007200820092010201120122013
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)100837880889296
Materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)96969898 969483 
Verloop voorzieningen (x € 1000)

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA]* 100.

Investeringen

In 2009 wordt € 19 mln. geïnvesteerd in het ontwerp en de bouw van de Online Raadpleegbare Reisdocumentenadministratie (ORRA, voorheen CRA). De investering wordt als materiële activa opgenomen op de balans op het moment van ingebruikname van de ORRA. De afschrijvingstermijn van de ORRA is vijf jaar. Daarnaast is er in 2008 en voorgaande jaren geïnvesteerd in de vervanging van de infrastructuur voor de aanvraag en uitgifte van reisdocumenten (RAAS) en de modernisering van de GBA. In 2009 wordt ook nog geïnvesteerd in de modernisering GBA. Deze investeringen worden in de komende jaren afgeschreven. De investeringen in de modernisering GBA zijn in 2012 en de investeringen in de RAAS in 2011 volledig afgeschreven.

Voor de financiering van deze investeringen wordt gebruik gemaakt van de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën. Deze leningen worden in de komende jaren afgelost. Voor de eigen organisatie wordt jaarlijks € 0,4 mln. geïnvesteerd in kantoorautomatisering. Deze investeringen worden uit het eigen vermogen gefinancierd. Dit leidt tot het volgende kasstroomoverzicht voor de periode 2009 tot en met 2012.

Kasstroomoverzicht 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst BPR
 2007200820092010201120122013
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)26 33537 37132 48029 94730 35529 48728 669
2. Totaal operationele kasstroom13 6465 0028 78511 9028 3566 2675 900
  -/- totaal investeringen– 8 378– 12 900– 21 600– 400– 400– 400– 400
  +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen0000000
3. Totaal investeringskasstroom– 8 378– 12 900– 21 600– 400– 400– 400– 400
  -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement– 2 104000000
  +/+ eenmalige storting door moederdepartement2 104000000
  -/- aflossingen op leningen– 3 732– 5 493– 8 718– 11 093– 8 824– 6 685– 3 225
  +/+ beroep op leenfaciliteit9 5008 50019 0000000
4. Totaal financieringskasstroom5 7683 00710 282– 11 093– 8 824– 6 685– 3 225
5. Rekening courant RHB 31 december (inc. deposito) (=1+2+3+4)37 37132 48029 94730 35529 48728 66930 944

Exploitatie

Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van BPR is een kostendekkende exploitatie. De baten en lasten bedragen in 2009 € 105,5 mln. Het grootste gedeelte van de lasten betreft materiële kosten (€ 87,2 mln.). Dit betreft kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten, het in stand houden van het GBA-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingsvoorziening van de GBA (GBA-V) en de beheervoorziening BSN. De personele lasten bedragen € 8,3 mln. Hierin is rekening gehouden met de personele taakstelling die aan BPR is opgelegd en met het overhevelen van de beleidsfunctie van het agentschap naar het moederdepartement (in totaal 11 FTE). De rentelasten bedragen in 2009 € 1,1 mln. Doordat in 2008 en 2009 gebruik wordt gemaakt van de leenfacilititeit voor de financiering van de investering in de ORRA nemen de rentelasten toe. Op de materiële activa wordt in 2009 € 8,8 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de investeringen in de modernisering GBA, de RAAS en de ORRA.

Vanaf 2010 dalen de lasten en daarmee ook de baten. Dit heeft een aantal oorzaken:

• Na 2009 vervallen de baten en lasten van het reisdocumentenprogramma omdat de aanschaf van de aanvraagstations is afgerond;

• Vanaf 2011 is een besparing ingeboekt op de kosten van het berichtenverkeer door de invoering van de moderne interfaces als onderdeel van de modernisering van de GBA.

• De afschrijvingskosten voor de investeringen in de modernisering van de GBA en de RAAS komen na 2011 resp. 2012 te vervallen.

• De taakstelling leidt tot lagere personele kosten.

De opbrengst van het moederdepartement (€ 23,7 mln.) bestaat uit:

• de vergoeding van de kosten voor het gebruik van de GBA door de afnemers die met ingang van 1 januari 2008 onder de budgetfinanciering vallen (€ 5,8 mln.);

• de vergoeding voor de verstrekking van gratis identiteitskaarten aan 14-jarigen (€ 8,6 mln.);

• de bijdrage in de kosten van de beheervoorziening BSN (€ 3,3 mln.);

• de bijdrage in de kosten van het reisdocumentenprogramma (€ 6,0 mln.).

De opbrengsten van derden (€ 81,4 mln.) bestaat uit:

• de opbrengsten van de afnemers van de GBA die niet onder budgetfinanciering vallen (€ 17,1 mln.);

• de leges voor de reisdocumenten die de uitgevende instanties aan BPR afdragen (€ 64,3 mln.).

Begroting van baten en lasten 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst BPR
 2007200820092010201120122013
Baten       
opbrengst moederdepartement22 60941 99423 68817 96516 69515 69715 196
opbrengst overige departementen0000000
opbrengst derden86 21575 67081 37784 37279 58875 65373 921
rentebaten1 025400400400400400400
bijzondere baten0000000
Totaal baten109 849118 064105 465102 73896 68391 75089 517
        
Lasten       
apparaatskosten89 704112 32795 53989 62787 54485 04483 544
– personele kosten8 8389 6378 3367 5337 4507 4507 450
– materiële kosten80 866102 69087 20382 09480 09477 59476 094
rentelasten5387351 1411 20978343973
afschrijvingskosten2 9655 0028 78511 9028 3566 2675 900
– inventaris en installaties379400400400400400400
– modernisering GBA4752 4913 5243 8911 4003670
– ORRA002 7505 5005 5005 5005 500
– RAAS2 1112 1112 1112 1111 05600
Overige kosten0000000
– dotaties voorzieningen0000000
– bijzondere lasten0000000
Totaal lasten93 207118 064105 465102 73896 68391 75089 517
        
Saldo van baten en lasten16 642000000

Doelmatigheid

De doelmatigheid van BPR wordt inzichtelijk gemaakt door het opnemen van de tarieven voor de reisdocumenten en de GBA en indicatoren m.b.t. de kwaliteit van deze producten.

Reisdocumenten

De kostprijs van de documenten is gelijk aan de leges die BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten en de buitenlandse posten, Nederlandse Antillen en Aruba. De gepresenteerde kostprijs is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen. Een indicator voor de kwaliteit van het proces van aanvraag, productie en distributie van de reisdocumenten is het aantal geretourneerde documenten per 1 000 uitgegeven documenten. Een document wordt geretourneerd indien de kwaliteit niet voldoet aan de gestelde normen, bijvoorbeeld omdat de foto niet voldoet aan de eis, er fouten zijn gemaakt bij het invoeren van de aanvraag of het document is beschadigd tijdens de productie. Voor 2008 en 2009 wordt uitgegaan van 3 mln. uitgegeven documenten per jaar. Het tarief van het paspoort en de NIK is in 2008 2,3% toegenomen t.o.v. 2007. De verwachting is dat het tarief voor het paspoort en de identiteitskaart per 1 januari 2009 als gevolg van prijsindexering met 2,5% resp. 2,3% zal toenemen. Het streven is om het aantal geretourneerde documenten onder het niveau van 2007 te houden. De voorschriften en procedures voor de uitgevende instanties en de controles daarop als onderdeel van de kwaliteitszorg dragen daaraan bij.

IndicatorRealisatie 2007Raming 2008Raming 2009
Tarief paspoort (in euro’s)21,4221,9222,40
Tarief NIK (in euro’s)16,6417,0117,37
Aantal uitgegeven documenten (x € 1 mln.) 3,53,03,0
Aantal geretourneerde paspoorten per 1 000 uitgegeven documenten1,861,861,86

GBA

Het GBA-tarief is in 2008 gelijk gebleven ten opzichte van 2007. Ook voor 2009 wordt geen tariefstijging verwacht. Het aantal raadplegingen van de GBA dat online wordt afgehandeld, neemt toe. Voor de eerste maanden van 2008 ligt dat percentage op 27%. De doelstelling voor de beschikbaarheid van het GBA netwerk is het halen van de gestelde norm (99,9%).

IndicatorRealisatie 2007Raming 2008Raming 2009
Tarief GBA (in eurocenten)181818
Totaal berichten en bevragingen (x € 1 mln.) 141120130
On line bevragingen als percentage van totaal berichten en bevragingen24%27%27%
Beschikbaarheid netwerk (norm=99,9%)100%99,9%99,9%

6.2 Centrale Archief Selectiedienst (CAS)

Inleiding

De Centrale Archief Selectiedienst (CAS) waardeert, verrijkt en beheert overheidsinformatie en draagt eraan bij dat de overheid voldoet aan archiefwettelijke verplichtingen. De CAS is hiermee de belangrijkste archiefbewerker voor de rijksoverheid en heeft als taak in opdracht van de zorgdragers, zijnde alle ministeries en Hoge Colleges van Staat, «werkzaamheden te verrichten in verband met archiefbewerking» (KB CAS 12 december 1996).

Vermogensontwikkeling

Weerstandsvermogen 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst CAS
 2007200820092010201120122013
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)121%100%100%100%100%100%100%
Materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)6%30%64%56% 46%37%29%
Verloop voorzieningen (x € 1000)n.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA]* 100.

Het te hoge eigen vermogen 2007 van ca. € 0,081 mln. zal worden verrekend met het moederdepartement.

Investeringen

De investeringen van de CAS zijn gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering. Zij richten zich vooral op inventaris- en automatiseringbehoefte.

Kasstroomoverzicht 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst CAS
 2007200820092010201120122013
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)1 0091 637148– 13– 47– 172– 223
2. Totaal operationele kasstroom1 336– 1 3291450402390345
  -/- totaal investeringen509318975268328272272
  +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen       
3. Totaal investeringskasstroom– 509– 318– 975– 268– 328– 272– 272
  -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement14880     
  +/+ eenmalige storting door moederdepartement       
  -/- aflossingen op leningen5180162216199169134
  +/+ beroep op leenfaciliteit 318975    
4. Totaal financieringskasstroom– 199158813– 216– 199– 169– 134
5. Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4)1 637148– 13– 47– 172– 223– 284

Toelichting

De opgenomen investeringen bestaan voor het grootste deel uit (al dan niet uitgestelde) vervangingsinvesteringen.

Exploitatie

De CAS werkt met een kostendekkende exploitatie. Financiering van de exploitatie vindt voor ca. 55% plaats door het moederdepartement. De zorgdragers hebben trekkingsrecht op het door het moederministerie beschikbaar gestelde budget. Hieraan wordt invulling gegeven door middel van het stelsel van raamconvenanten. Naast de reeds lopende, meerjarige projecten wordt de beschikbare capaciteit, in overleg met het moederministerie en de zorgdragers, nader ingevuld. De definitieve invulling voor 2009 wordt rond oktober 2008 verwacht. Het resterende deel van de exploitatie genereert de CAS door middel van activiteiten, die niet onder het raamconvenantenstelsel vallen. Deze activiteiten richten zich hoofdzakelijk op opslag en beheer van archiefbescheiden van alle departementen en het verrichten van archiefbewerkingactiviteiten, die buiten het raamconvenantenstelsel om worden aangenomen.

Begroting van baten en lasten 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst CAS
 2007200820092010201120122013
Baten       
opbrengst moederdepartement4 6364 8684 8314 7594 6104 6104 610
opbrengst overige departementen2 9274 8674 0763 0482 9922 9732 923
opbrengst derden       
rentebaten18      
bijzondere baten143      
Exploitatiebijdrage248      
Totaal baten7 9729 7358 9077 8077 6027 5837 533
        
Lasten       
apparaatskosten       
– personele kosten5 2897 1315 7855 1314 9824 9824 982
– materiële kosten2 1552 1912 7472 1912 1912 1912 191
rentelasten643035272015
afschrijvingskosten       
– materieel413409345450402390345
– immaterieel       
Overige kosten       
– dotaties voorzieningen       
– bijzondere lasten       
Totaal lasten7 8639 7358 9077 8077 6027 5837 533
        
Saldo van baten en lasten109000000

Productiecapaciteit en tarifering

De capaciteit bij de CAS is voor 2009 vastgesteld op een formatieve bezetting van 91 fte, waarvan 17,4 fte ondersteuning en 73,6 fte productief personeel, aangevuld met ca. 25 fte tijdelijke inhuurkrachten. De gemiddelde productiviteit wordt begroot op 1400 uur per direct productieve formatieplaats, dan wel 1700 uur per inhuur fte. De inhuur, die hoofdzakelijk plaatsvindt op basis van een tweejarig contract, dat is ingegaan in het laatste kwartaal van 2007 en derhalve doorgaat tot en met het derde kwartaal van 2009, is gebaseerd op aangegane verplichtingen buiten de raamconvenanten om. Tegelijk zal door de levering van dit meerwerk de opgebouwde verplichting voor nog niet gehonoreerde trekkingsrechten uit hoofde van de raamconvenanten per 31-12-2009 gereduceerd zijn tot nihil.

De CAS hanteert vanaf 2007 drie verschillende tarieven voor haar te verrichten bedrijfsactiviteiten, afhankelijk van de aard van de werkzaamheden.

Productiecapaciteit en tarifering voor het jaar 2009Baten-lastendienst CAS
7,00formatieplaatsen a 1 500/1 400 uur per jaar10 400
61,57formatieplaatsen a 1 400 uur per jaar86 196
5,06formatieplaatsen a 1 000 uur per jaar5 056
 totaal 73,62 fte productiepersoneel101 652
 inhuurkrachten41 516
 totale productiecapaciteit143 168
 tariefgroep specialisten€ 85,00
 tariefgroep archiefbewerking€ 52,00
 tariefgroep uitlening€ 45,50

N.B. van de groep formatieplaatsen a 1 400 uur maken 2 medewerkers gebruik van de Regeling Arbeidsparticipatie Senioren (PAS-regeling), vandaar minder dan 61,57 x 1 400 uur bij deze groep.

Budget in relatie tot productiecapaciteit voor het jaar 2009

Het convenantenstelsel impliceert een relatie tussen het budget van de CAS en de beschikbare productiecapaciteit ten behoeve van het moederministerie. Voor het jaar 2009 is een budget beschikbaar ter hoogte van € 4,8 mln. Afgezet tegen de verschillende tariefgroepen, op basis van de verwachte complexiteit van de aan te leveren archieven, vertaalt dit zich in een beschikbaar productievolume van in totaal ruim 90 000uur. Verder zal ca. 6000 uur worden ingezet voor de verdere afbouw van de convenantsverplichting naar het moederdepartement.

Budget bij BZK in relatie tot productiecapaciteit voor het jaar 2009Baten-lastendienst CAS
Opbrengst moederministerie € 4 831 000
Verantwoord als exploitatiebijdrage € 0
Totaal te besteden € 4 831 000
Besteding:  
Tariefgroep specialisten€ 85,004 523 uur
Tariefgroep archiefbewerking€ 52,0085 510 uur
Totaal 90 033 uur

Doelmatigheid

Hoewel archiefbewerking schijnbaar is uit te drukken in homogene eenheden, blijkt geen project gelijk te zijn. Derhalve is een bewerkingssnelheid per meter archief niet eenduidig te benoemen. Volstaan zal moeten worden met het benoemen van productiviteit op basis van te declareren uren en een uurtarief.

  200720082009
Uurtarieven       
        
Specialisten  85,00 85,00 85,00
Archiefbewerking  52,00 52,00 52,00
Opslag & Beheer  45,50 45,50 45,50
        
Productie Uren%Uren%Uren%
        
Totaal 127 434100,0155 070100,0143 168100,0
Formatief 109 85286,2103 61166,8101 65271,0
Inhuur 17 58213,851 45933,241 51629,0
        
Bezetting formatief UrenfteUrenfteUrenfte
        
Specialisten 5 6945,15 0565,15 0565,1
Archiefbewerking 92 99464,888 15563,086 19661,6
Opslag & Beheer 11 1647,010 4007,010 4007,0
        
Productie per fteNormUren%Uren%Uren%
        
Specialisten49,2%1 116,554,9%1 00049,2%1 00049,2%
Archiefbewerking68,9%1 434,670,6%1 40068,9%1 40068,9%
Opslag & Beheer73,8%1 594,978,5%1 50073,8%1 50073,8%
  2010201120122013
Uurtarieven        
         
Specialisten 91,00 92,00 92,00 92,00
Archiefbewerking 60,00 61,00 61,00 61,00
Opslag & Beheer 51,00 52,00 52,00 52,00
         
Productie %Uren%Uren%Uren%
         
Totaal 100,0105 772100,0105 772100,0105 772100,0
Formatief 86,590 97286,090 97286,090 97286,0
Inhuur 13,514 80014,014 80014,014 80014,0
         
Bezetting formatief fteUrenfteUrenfteUrenfte
         
Specialisten 5,15 0565,15 0565,15 0565,1
Archiefbewerking 56,975 51653,975 51653,975 51653,9
Opslag & Beheer 7,010 4007,010 4007,010 4007,0
         
Productie per fteNorm%Uren%Uren%Uren%
         
Specialisten49,2%49,2%1 00049,2%1 00049,2%1 00049,2%
Archiefbewerking68,9%68,9%1 40068,9%1 40068,9%1 40068,9%
Opslag & Beheer73,8%73,8%1 50073,8%1 50073,8%1 50073,8%

Toelichting

De invloed van de taakstelling op basis van het verminderen van het aantal fte laat zich vertalen in een stijging van de uurtarieven, aangezien de vaste lasten, die niet op korte termijn zijn te beïnvloeden, slechts verdeeld kunnen worden over minder uren.

6.3 Korps Landelijke politiediensten (KLPD)

Inleiding

Sinds 1998 heeft het Korps landelijke politiediensten (KLPD) de status van agentschap. Sinds 2000 maakt zij als zodanig onderdeel uit van de begroting van het ministerie van BZK. Het KLPD is onderdeel van de Nederlandse politie.

Het KLPD heeft een positie als landelijk politiekorps binnen het totale politiebestel. Het landelijke korps voert zelfstandige taken op nationaal, internationaal en expertise gebied uit. In de uitvoering van deze zelfstandige taken werkt het KLPD samen met de politieregio’s.

Op hoofdlijnen houden de diensten van het KLPD zich bezig met veiligheid op het water (Dienst Waterpolitie), in de lucht (Dienst Luchtvaartpolitie) en in het verkeer (Dienst Verkeerspolitie). De diensten Nationale Recherche, Dienst Specialistische Interventie houden zich bezig met de bestrijding van terrorisme. De beveiligingsaspecten worden uitgevoerd door de Dienst Koninklijkhuis en diplomatieke beveiliging. Verder beslaat het werkterrein de (inter) nationale inlichtingen en informatievoorzieningsdiensten.

De taken worden benaderd vanuit vijf thema’s (Informatie & Intelligence, ZWACRI, Transport Security, Operationele Ondersteuning en Bewaken & Beveiligen) die de verbinding van de verschillende korpsonderdelen bewerkstelligt.

In het kader van deze meerjarenbegroting zijn de volgende ontwikkelingen van belang:

taakstellingen coalitieakkoord

Aan het KLPD is meerjarig een tweetal taakstellingen opgelegd, namelijk:

• taakstelling huisvesting van € 1,2 mln per jaar ingaande het jaar 2009;

• taakstelling efficiency in 2010 € 2,7 mln en vanaf 2011 € 5,4 mln per jaar.

sterkte-afspraak

Conform de politiesterkte-afspraak dient het KLPD voor de jaren 2009–2013 op dit moment een sterkte van 4883 fte’s te realiseren. Toedeling van sterkte op basis van ondermeer het Coalitie-akkoord zijn hierin nog niet verwerkt evenals de opgelegde taakstelling ter grootte van 116 fte’s.

Dienst Logistiek

De dienst Logistiek, die de verstrekkingen van kleding, wapens en munitie verzorgt voor de Nederlandse Politie, zal per 1 januari 2009 worden ingebracht in de vts Politie Nederland. Derhalve maakt deze dienst geen onderdeel meer uit van deze (meerjaren-)begroting.

CAO 2008–2010

In de onderliggende begroting zijn de tot nu toe bekende consequenties van de CAO 2008–2010 verwerkt.

Vermogensontwikkeling

Weerstandsvermogen 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst KLPD
 2007200820092010201120122013
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)54%46,9%47,0%47,0%47,1%47,1%47,1%
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)22%53,5%64,7%63,8%65,3%67,2%69,2%
Verloop voorzieningen (x € 1 000)4,80,90,3    

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA]* 100.

Het eigen vermogen bedraagt circa € 13,6 miljoen. Het eigen vermogen mag maximaal 5% bedragen van de omzet over de afgelopen drie jaren. Hiermee kunnen jaarlijkse fluctuaties in het exploitatieresultaat worden opgevangen.

De voorzieningen dalen in verband met het aanwenden van de gevormde voorzieningen voor de migratie van ICT naar vts Politie Nederland en de voorziening voor reorganisatiekosten Nationale Recherche.

De materiële vaste activa gefinancierd met leningen stijgen in verband met de vervanging van de vaartuigen en de helikopters. De overige materiële vaste activa worden zoveel mogelijk gefinancierd uit de jaarlijkse afschrijvingen.

Financiële risico’s

ICT-kosten en vts Politie Nederland (vts PN)De ICT-kosten zijn taakstellend opgenomen. Door middel van voortdurende monitoring zullen deze kosten bewaakt worden.

De BVS-systematiek van de Nederlandse politie heeft een wijziging in de verdeling van de bijdrage aan de vts PN tot gevolg. Hierdoor zal naar verwachting het aandeel van het KLPD aan de vts PN toenemen. Deze stijging is in voorliggende begroting niet opgenomen.

De invoering van de BVS-systematiek voor de Nederlandse politie heeft een wijziging in de verdeling van de kosten van de vts PN tot gevolg. Hierdoor is het aandeel van het KLPD in de kosten van de vts PN toegenomen. Deze stijging is in onderliggende begroting verwerkt.

Rekening is gehouden met het huidige BTW-percentage van 19%.

Investeringen

Kasstroomoverzicht 2009 (x € 1 000)Baten-lastendienst KLPDRealisatie 2007200820092010201120122013
1. Rekening courant RHC 1 januari (incl. deposito)91 17120 57438 82331 15224 9553 03823 211
        
2. Totaal operationele kasstroom8 28322 07532 30035 69836 53439 20739 988
        
3a. -/- totaal investeringen– 64 955– 58 437– 87 529– 33 886– 36 459– 39 400– 39 400
3b. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen325200020002000200020002000
3. Totaal investeringskasstroom– 64 630– 56 437– 85 529– 31 886– 34 459– 37 400– 37 400
        
4a. -/- eenmalige uitkering aan moederministerie
4b. +/+ eenmalige storting door moederministerie
4c. -/- aflossingen op leningen– 14 250– 7 825– 14 947– 16 895– 13 451– 14 034– 14 034
4d. +/+ beroep op leenfaciliteit060 43660 5056 8869 45912 40012 400
4. Totaal financieringskasstroom– 14 25052 61145 558– 10 009– 3 992– 1 634– 1 634
        
5. Rekening courant RHC 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln)20 57438 82331 15224 95523 03823 21124 165

Toelichting

Voor de aanschaffingen van vaartuigen en helikopters in de komende jaren, de zgn. kapitaalintensieve investeringen, wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit van Financiën.

Exploitatie

Baten-lastenstaat (x € 1 000)Baten-lastendienst KLPDRealisatie 2007200820092010201120122013
Baten       
Opbrengst moederministerie504 559526 406529 984519 049517 412516 832516 832
Opbrengst overige ministeries22 68430 53936 35547 57548 13248 13248 132
Opbrengst derden19 80921 36410 95510 95510 95510 95510 955
Rentebaten1 855500500500500500500
Buitengewone baten4 701
Totaal baten553 608578 809577 794578 079576 999576 419576 419
        
Lasten       
Personele kosten365 163375 936364 051364 965365 758365 951365 770
Materiele kosten152 637164 801167 075165 204163 983163 620164 203
Rentelasten1 4202 9035 9295 8055 5545 3045 053
Afschrijvingskosten30 10335 16940 73942 10541 70441 54441 393
* materieel30 10335 16940 73942 10541 70441 54441 393
* immaterieel
Dotaties voorzieningen924
Buitengewone lasten677
Totaal lasten550 924578 809577 794578 079576 999576 419576 419
        
Saldo van baten en lasten2 684

Toelichting

De opbrengst moederministerie (BZK) bestaat uit de algemene bijdrage en de bijzondere bijdragen (tezamen € 513,8 mln voor het jaar 2009) ten laste van hoofdstuk VII. Daarnaast komt vanuit Hoofdstuk IV een bijdrage ter grootte van € 16,1 mln vanaf het jaar 2009.

De opbrengst van de overige ministeries is gebaseerd op met de betreffende instanties gesloten convenanten. De opbrengsten derden bestaat uit de door het KLPD doorbelaste kosten voor uitgevoerde werkzaamheden.

De daling van de personele kosten in 2009 ten opzichte van 2008 wordt met name veroorzaakt door de beëindiging van de activiteiten van Plan Veiligheid Nederlandse Antillen en de overgang van de dienst Logistiek naar vts PN.

De structurele afschrijvingskosten zijn begroot op circa € 41 miljoen voor jet jaar 2009 oplopend tot € 44 mln voor de jaren erna. Hierbij is rekening gehouden met het (meerjarige) afleverschema van de vervanging van vaartuigen en helikopters.

Bij de afschrijvingskosten is rekening gehouden met de temporele vervanging van vaartuigen en helikopters. De toename van de rentelasten wordt met name veroorzaakt door het beroep op de leenfaciliteit van Financiën als gevolg van de vervanging van de vaartuigen en de helikopters.

Doelmatigheid

Door het kabinet en de veiligheidspartners wordt de komende vier jaar een extra impuls gegeven aan het veiliger maken van Nederland. Het kabinet heeft als doelstelling aan het eind van deze kabinetsperiode (2010) een daling van de criminaliteit en overlast met 25% ten opzichte van 2002 te realiseren.

Met het oog op de bovenstaande doelstelling is aangegeven aan welke prioriteiten het KLPD de komende vier jaar een extra impuls zal geven.

De prioriteiten en doelstellingen zijn hieronder beknopt weergegeven.

• Aanpak criminaliteit kwalitatief – Zware en Georganiseerde criminaliteit door kwalitatieve versterking van de criminaliteitsaanpak.

• Verbetering van de Informatie en Intelligence huishouding op (inter)nationaal gebied.

• Versterking van de executieve samenwerking van politie op internationaal gebied. Daarnaast worden de structurele mogelijkheden onderzocht voor opsporingsonderzoeken en internationale informatie-uitwisseling en samenwerking.

• Verbetering van de informatiepositie en de samenwerking met ketenpartners en andere korpsen op het gebied van informatie-uitwisseling.

6.4 Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR)

Inleiding

Per 1 januari 2007 is het agentschap Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding opgericht. Het agentschap valt onder de verantwoordelijkheid van BZK. De LFR is beleidsmatig ondergebracht bij het directoraat generaal Veiligheid (DGV).

De missie van de LFR is een landelijke faciliteit te zijn voor de partners in de veiligheid met als centrale rol de multidisciplinaire ondersteuning, waaronder bijstand en operationele logistiek.

De LFR verleent diensten op het gebied van verwerving van materieel Daarnaast beheert zij het materieel van de bijstandteams ten behoeve van de brandweer, politie, geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (GHOR) en andere en hulpverleningsorganisaties. De missie is ruim geformuleerd om het agentschap in de gelegenheid te stellen haar takenpakket mogelijk in de toekomst naar een bredere klantenkring tot nut te brengen, zoals de brandweerkorpsen, politiekorpsen, lagere overheden en derden.

De LFR heeft de volgende algemene doelstellingen:

• Het uitvoering geven aan het BZK-beleid op het gebied van rampenbeheersing (in het bijzonder de discipline brandweer) naar benodigd materieel, communicatie- en informatiesystemen (CIS), geneeskundige uitrustingen, logistiek, voorzieningen voor de waarschuwing van de bevolking en eisen ten aanzien van arbeidsveiligheid, voor zover dit aan het agentschap is opgedragen.

• Het verwerven, beheren, registreren en distribueren van materieel en materialen ten behoeve van het grootschalige optreden bij de rampenbestrijding of ten behoeve van de fysieke veiligheid.

• Het ontwikkelen, ondersteunen en faciliteren van bovenregionale activiteiten ter bevordering van de kwaliteit van bijstandteams.

• Het vormgeven aan shared-services voor operationele diensten.

De LFR voert hiervoor taken uit op het gebied van uitvoering en beheer en formuleert operationele richtlijnen en standaards op dit terrein. Het agentschap is er voor de brandweer & GHOR-regio’s, de politie en andere partners in de veiligheid en draagt dit in de communicatie met deze operationele partners uit.

Vermogensontwikkeling

De ontwikkeling van het eigen vermogen over 2009 tot en met 2013 is in onderstaand overzicht opgenomen. Hierbij gaat de LFR uit van een start per 1 januari 2009 met een eigen vermogen van € 345, dat is opgebouwd uit het onverdeelde saldo van baten en lasten over 2007 en 2008.

Weerstandsvermogen 2009 e.v.Baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding
 2007200820092010201120122013
Eigen vermogen tov gemaximeerde omvang (%)29,9%33,5%41,0%48,7%56,1%63,3%70,2%
Materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)0%0%0%0% 0%0%0% 
Verloop voorzieningen (x € 1 000)

Eigen vermogen tov gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100.

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF (en eventueel het eigen ministerie)/boekwaarde MVA] * 100

Investeringen

De investeringen bij het LFR bestaan voornamelijk uit computers en vervoermiddelen. Besloten is dat de LFR haar bedrijfsmiddelen zal leasen of af zal nemen via BZK. Hierdoor worden er voor de komende jaren geen investeringen verwacht.

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten vermeerderd met de afschrijvingscomponent. In 2008 is de operationele kasstroom verhoogd met bedragen die verrekend worden met de opdrachtgevers.

Door stijging van het rekening courant wordt verklaard uit de ontvangst van de afschrijvingscomponent in de opbrengsten en door het verwachte positieve saldo van baten en lasten.

Kasstroomoverzicht 2009 (x € 1 000)Baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding
 2007200820092010201120122013
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)09671 1401 3221 4701 6241 781
        
2. Totaal operationele kasstroom1 030173181148154157159
        
3a. -/- totaal investeringen– 63
3b. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen
3. Totaal investeringskasstroom– 63
        
4a. -/- eenmalige uitkering aan moederministerie 
4b. +/+ eenmalige storting door moederministerie
4c. -/- aflossingen op leningen
4d. +/+ beroep op leenfaciliteit
4. Totaal financieringskasstroom
        
5. Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln)9671 1401 3221 4701 6241 7811 940

Exploitatie

De begroting van baten en lasten over de periode 2009 tot en met 2013 is in het volgende overzicht weergegeven.

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2009 (x € 1 000)Baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding
 2007200820092010201120122013
Baten       
Opbrengst moederministerie19 79619 79620 39021 00221 63222 28122 949
Opbrengst overige ministeries124125129133137141145
Opbrengst derden690700721743765788811
Rentebaten  2534363634
Buitengewone baten       
Exploitatiebijdrage       
Totaal baten20 61020 62121 26421 91122 56923 24523 940
        
Lasten       
Apparaatskosten19 29020 46921 08321 76322 41523 08823 780
* Personele kosten4 2894 4184 5504 6874 8274 9725 121
* Materiële kosten15 00116 05116 53317 07617 58818 11618 659
Rentelasten2715     
Afschrijvingskosten9610010057575757
* materieel9610010057575757
* immaterieel       
Overige kosten889      
* Dotaties voorzieningen889      
* Buitengewone lasten       
Totaal lasten20 30220 58421 18321 82022 47223 14523 838
        
Saldo van baten en lasten30837819197100102

Bij de opstelling van de begroting is uitgegaan van een aantal aannames en inschattingen ten aanzien van de verwachte ontwikkelingen voor het komende jaar in de producten- en dienstenportfolio:

• Belangrijkste aanname is dat de omvang van de opdrachtenportefeuille van de diverse opdrachtgevende directies binnen DGV niet substantieel zal wijzigen. Met een eventuele verschuiving van opdrachten van het departement naar opdrachten vanuit het veld, als gevolg van de regiovorming en de verwachte decentralisatie van beheersverantwoordelijkheden en -bevoegdheden is in de voorliggende cijfers nog geen rekening gehouden, omdat niet duidelijk is hoe en in welke omvang dit plaats zal vinden.

• Er wordt uitgegaan dat de verwervingen (aanschaf materieel) geen onderdeel uit maken van de omzet van de LFR. Het financieel economische en juridische risico is niet voor rekening van de LFR maar voor de opdrachtgevers. De in deze begroting opgenomen omzetten zijn geheel toe te schrijven aan de gefactureerde directe uren van medewerkers, verhuurde opslagruimte in het magazijn en diensten van derden ten behoeve van de projecten en beheerproducten (onderhoud, ICT kosten en diverse onderzoeken).

De verschillen tussen de diverse jaren laten zich als volgt verklaren:

• De afschrijvingskosten nemen af omdat zo mogelijk wordt over gegaan tot lease.

• Zowel de baten als de lasten stijgen met 3%. De stijging van de baten is onder de verwachting dat de prijsstijgingen volledig kunnen worden doorbelast aan de opdrachtgevers.

Baten

De baten zijn onder te verdelen naar de producten (langlopend), projecten en naar overige baten. Vanwege het grote aandeel beheerwerkzaamheden van LFR is het aandeel producten het grootst. Hierbij valt te denken aan bijstandsteams en het beheer van de middelen voor:

Brandweercompagnie, politie, Geneeskundige Kombinatie (witte kolom), Nationaal Noodnet, het Nationaal Crisis Centrum, het Waarschuwingsstelsel (WAS) en het beheer van het Internet Materieel Systeem (IMS).

De rente baten worden veroorzaakt door de positieve ontwikkeling van de Rekening Courant bij Financiën. Uitgegaan is van een percentage van 2,5%.

Lasten

Personele kosten.

De personele lasten die in de begroting zijn opgenomen omvatten de interne personele kosten en de kosten van externe inhuur. Ten aanzien van de kosten externe inhuur is een inschatting gemaakt van het aantal benodigde uren. Deze uren zijn omgerekend met een gemiddeld all-in uurtarief. Daarnaast vormt het terugdringen van verloop een belangrijk aandachtspunt om het beroep op externe inhuur te kunnen minimaliseren.

Materiële kosten.

De materiële kosten omvatten grotendeels de lasten die samenhangen met het beheer van onderhoudsopdrachten. De opdrachten worden verricht voor rekening en risico’s van de opdrachtgever.

Rentelasten.

De rentelasten worden begroot voor het beroep op de rekening courant. Het percentage wordt door Financiën vastgesteld.

Afschrijvingskosten.

De afschrijvingskosten omvatten voornamelijk de kosten van afschrijving op het wagenpark en de gebouwgebonden verbeteringen.

Doelmatigheid

KengetallenBaten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding
 200820092010201120122013
Directe uren intern42 96243 29343 62343 95444 28444 615
       
Directe uren per directe medewerker intern1 193,41 202,61 211,81 220,91 230,11 239,3
Directe uren per medewerker intern914,1921,1928,2935,2942,2949,2
       
Productiviteitspercentage directe medewerker intern65,0%65,5%66,0%66,5%67,0%67,5%
Productiviteitspercentage medewerker intern49,8%50,2%50,6%50,9%51,3%51,6%

Toelichting:

Het aantal declarabele uren omvat het aantal uren dat vanuit de productieve afdelingen wordt toegerekend aan de producten en projecten. Met zo’n 1 200 productieve uren gemiddeld per directe voltijdsmedewerker per jaar, haalt LFR ruim 65% declarabiliteit over het directe personeel.

In 2007 zijn de tarieven door de eigenaar, DGV, vastgesteld. Voor het jaar 2008 is er geen aanleiding om deze tarieven te verhogen.

In 2007 zijn maatregelen genomen om het aantal externen op formatieplaatsen te beperken. Als gevolg van de reorganisatie binnen het Rijk en de herpositionering van taken bestaat de mogelijkheid dat interne medewerkers de LFR zullen gaan verlaten. Het streven blijft om ondanks deze situatie het aantal externen op formatieplaatsen niet verder op te laten lopen.

Personele kosten (x € 1 000)Baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding
 2007200820092010201120122013
Personele kosten intern3 0213 1123 2053 3013 4003 5023 607
Personele kosten extern1 2681 3061 3451 3861 4271 4701 514
Totaal personele kosten4 2894 4184 5504 6874 8274 9725 121
        
Aantal FTE intern45,545,545,545,545,545,545,5
Aantal FTE extern8,48,48,48,48,48,48,4
Totaal aantal FTE53,953,953,953,953,953,953,9
        
Verhouding intern: extern5,425,425,425,425,425,425,42

6.5 Tijdelijke baten-lastendienst P-Direkt

Inleiding

P-Direkt vormt een kennis en beheernetwerk op het gebied van personeels- en organisatiesystemen met departementen en daarmee verbonden diensten in haar omgeving. De toegevoegde waarde voor alle partijen bestaat er uit de basisvoorzieningen; de Rijkssalarisservice, de Personeels-administratieservice, de Zelfbedieningsportal en de digitale Personeelsdossiersservice zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten ten behoeve van de eigen dienstverlening van de departementen. Wij zijn primair ondersteunend en gericht op HRM-dienstverlening en focussen ons op het gemeenschappelijk belang van de samenwerkende overheidsorganisaties.

Met onze activiteiten richten wij ons op de ontwikkeling van gemeenschappelijke toepassingen en op het functioneel beheer. Het technisch beheer wordt of door een departement zelf uitgevoerd of middels P-Direkt bij een departementale uitvoeringsorganisatie inbesteed of aan de markt uitbesteed. P-Direkt is dan ook geen puur uitvoerende organisatie, maar een intermediaire organisatie die vraag en aanbod op het punt van gemeenschappelijke elektronische diensten op P en S-gebied wil samenbrengen en afstemmen.

Dienstverlening

Het is onze ambitie om op alle departementen een centraal beheerde zelfbediening te realiseren én één Shared Service Center te zijn, waarin we eerste- en tweedelijns ondersteuning (en back-office) leveren aan de gehele Rijksdienst (excl Defensie).

Om de invoering van P-Direkt te laten slagen zijn een goede fasering en heldere afspraken nodig tussen P-Direkt en de ministeries. De invoering is verdeeld in twee fasen. In Fase I (2007–2009) levert P-Direkt de ICT- en processtandaarden, personele zelfbedieningsvoorzieningen voor medewerkers in de Rijksdienst, functioneel beheer van de personeelsregistratieve en administratieve voorzieningen, waaronder P-informatiesystemen en RMA voor P-dossiers, functioneel beheer van salarissystemen en het functioneel beheer en toegankelijkheid van wet- en regelgeving voor P-processen. In deze fase voeren de ministeries zelfbediening en een eerste- en tweedelijns ondersteuning in hun eigen organisatie in.

In Fase II (2009–2011) kunnen ministeries hun HR-taken gebundeld laten uitvoeren bij P-Direkt waarmee ook de personeels- en salarisadministraties onderdeel gaan uitmaken van P-Direkt. Over de uitvoering van deze fase valt medio 2008 een kabinetsbesluit.

Vermogensontwikkeling

Weerstandsvermogen 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst P-Direkt
 2007200820092010201120122013
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)05255075100100
Materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)92,4999999999999
Verloop voorzieningen (x € 1000)54108418688818818818

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA]* 100.

Om eventuele risico’s uit de normale bedrijfsuitoefening op te kunnen vangen wordt weerstandsvermogen opgebouwd. Vanaf 2008, wanneer de nieuwe dienstverlening grotendeels is ontwikkeld en vanaf wanneer departementen gefaseerd gaan afnemen, wordt een opslag op de tarieven gedaan om de exploitatiebuffer op te bouwen tot de toegestane maximale omvang, te bereiken in 2011. De voorziening betreft de verplicht gestelde opbouw van de voorziening voor jubileumrechten van het personeel.

Investeringen

Kasstroomoverzicht 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst P-Direkt
 2007200820092010201120122013
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)4 48110 147524181 0191 9952 880
2. Totaal operationele kasstroom3 781– 8 2347 6167 8518 2268 1357 290
  -/- totaal investeringen– 24 923– 37 250     
  +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen       
3. Totaal investeringskasstroom– 24 923– 37 250     
  -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement– 1 290      
  +/+ eenmalige storting door moederdepartement7 490      
  -/- aflossingen op leningen– 1 322– 1 861– 7 250– 7 250– 7 250– 7 250– 7 250
  +/+ beroep op leenfaciliteit21 93037 250     
4. Totaal financieringskasstroom26 80835 389– 7 250– 7 250– 7 250– 7 250– 7 250
5. Rekening courant RHB 31 december (inc. deposito) (=1+2+3+4)10 147524181 0191 9952 8802 920

P-Direkt is voornemens om in 2009 investeringen te doen in de dienstverleningscomponenten voor de gebundelde Personeels- en Salarisadministraties. De leenaanvraag hiervan zal bij voorjaarsnota 2009 bij Financiën worden ingediend. De investeringen in materiele activa ten behoeve van het apparaat, voor zover deze niet worden afgenomen van BZK, worden gefinancierd uit de operationele kasstroom.

Exploitatie

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst P-Direkt
 2007200820092010201120122013
Baten       
opbrengst moederdepartement7222 3643 2083 9384 2184 1694 066
opbrengst overige departementen12 54119 43042 42952 08055 78755 13353 783
opbrengst derden
rentebaten201
bijzondere baten
Exploitatebijdrage9 444
Totaal baten22 90821 79445 63756 01860 00559 30257 850
        
Lasten       
apparaatskosten       
– personele kosten4 4876 43916 90525 43628 66528 66528 665
– materiele kosten3511 0114 6576 9007 9007 9007 900
– herhuisvestingskosten4 990      
– inkoop ICT10 9698 94612 99412 73412 48012 23011 985
rentelasten4711 4403 4653 0962 7342 3712009
afschrijvingskosten       
– materieel1 6623 7727 2507 2507 2507 2507 250
– immaterieel
Overige kosten       
– dotaties voorzieningen
– bijzondere lasten
Totaal lasten22 93021 60845 27155 41759 02955 41757 810
        
Saldo van baten en lasten– 2218636660197688540

Baten en lasten van de dienstverlening

De baten uit de dienstverlening bestaan uit de baten van het beheer van de digitale personeelsdossiers, het zelfbedieningsportaal, het beheer van de rijksbreed geharmoniseerde en vereenvoudigde HR-processen, de salarisverwerking en -betaling en het functioneel beheer van de personele informatiesystemen. Naar mate het volume van de dienstverlening de komende jaren toeneemt, stijgen tevens de lasten voor het onderhoud en beheer voor de ICT infrastructuur van de dienstverlening.

Apparaatskosten

De personele en materiele lasten nemen de komende jaren in omvang toe door de uitbreiding van de dienstverlening van de P-Direkt organisatie.

Als beginnende en snel groeiende organisatie was veel aandacht noodzakelijk voor organisatie- en personeelsontwikkeling. Begin 2007 is P-Direkt gestart met de indienstneming van bij P-Direkt werkzame gedetacheerde ambtenaren. Na de eerste formele aanstellingen per 1 januari 2007 is het aantal medewerkers in vaste dienst geleidelijk gegroeid tot 24 fte ultimo 2007. In 2008 zet de groei door: per 1 januari 2008 zijn de 13 Payroll-medewerkers in Zwolle en per 1 februari de 17 PeRCC-medewerkers in Den Haag aan de formatie toegevoegd. In 2009 zal door het verder vormgeven van beheeractiviteiten bij de afdeling Dienstverleningsystemen en de opbouw van de dienstverlening rond de P&S-administraties uit fase ll de formatie groeien. De groei wordt gerealiseerd door toestroom vanuit de ministeries. Volgens het principe mens volgt werk vindt er een overheveling van taken plaats vanuit de ministeries naar P-Direkt. Deze aanwas zal «schoon» overkomen, dat wil zeggen dat de departementen de overgang niet kunnen gebruiken om aan hun taakstellingseis te voldoen.

Afschrijvingskosten

Dit betreffen de afschrijvingslasten uit hoofde van de investering in licenties en de ICT-dienstverleningscomponenten en de bedrijfsvoeringactiva. In 2009 worden de laatste ICT-dienstverleningscomponenten geactiveerd.

Rentelasten

De rentelasten hebben betrekking op de financieringslasten voor de bij Financiën aangegane leningen. Deze worden in de ontwikkelfase geactiveerd en in de beheerfase ten laste van de exploitatie gebracht.

Doelmatigheid

P-Direkt is opgericht om de doelmatigheid in de HR-kolom van de Rijksoverheid te verbeteren waarbij een bijdrage wordt geleverd aan het slagvaardiger maken van de rijksdienst. Naast deze «macro-doelmatigheid» streeft P-Direkt naar doelmatigheid van de eigen bedrijfsvoering. Door bundeling van taken van de bestaande dienstverlening uit de verschillende departementen binnen P-Direkt wordt een efficiencyslag gemaakt. P-Direkt stelt zich tot doel in deze groeiperiode het huidige overheadpercentage van 20% te verbeteren naar 17,5% waardoor de uurtarieven jaarlijks met reëel 0,5% kunnen worden verlaagd (totaal een verlaging met ca 7%). Tevens zal de oorspronkelijke doelstelling om de dienstverleningstarieven aan de afnemers met jaarlijks 2% te verlagen na de nulmeting in 2009 worden ingezet.

Nieuwe dienstverlening

Om de nieuwe dienstverlening per 2008 qua bedrijfsvoering doelmatig in te richten wordt momenteel het beheer op een gestandaardiseerde wijze opgezet en de planning en control vormgegeven. In het kader van planning en control worden prestatieafspraken gemaakt en worden zogenaamde Key Performance Indicators (KPI’s) opgesteld. Deze zijn «hard» in de betekenis van het afleggen van verantwoording over het eventueel niet halen er van; de KPI’s fungeren als indicator over het functioneren opdat tijdig kan worden bijgestuurd. In 2008 worden door P-Direkt deze KPI’s vastgesteld, waarna deze de basis vormen voor afspraken met de klanten. Ten aanzien van de volgende onderwerpen worden prestatieafspraken dan wel KPI’s vastgesteld en vervolgens in de planning en controlproducten opgenomen.

Klantgerichtheid

De dienstverlening van P-Direkt is er op gericht de medewerkers van de departementen te ondersteunen bij het uitvoeren van de personeelsprocessen. Vanuit deze externe focus worden afspraken gemaakt met de departementen over de kwaliteit van de diensten.

Kwaliteit en kostenefficiency

Naast de klantgerichte sturing is sturing op kwaliteit en kostenefficiency het middel om doelmatiger werken te bevorderen. Door afspraken te maken over de hoeveelheid en de kwaliteit van de te leveren diensten worden doelmatigheidsprikkels geïntroduceerd.

Naast de planning en control zijn er nog andere instrumenten die P-Direkt benut om haar doelmatigheid te vergroten. De belangrijkste zijn Benchmarking, Audits, Gebruikerstevredenheidsonderzoek en Periodiek evaluatieonderzoek.

Periodiek evaluatieonderzoek

Met betrekking tot de bijdrage van P-Direkt aan de doelmatigheid op rijksniveau wordt binnen vier jaar na de start een onafhankelijk evaluatieonderzoek uitgevoerd. De eigenaar van de baten-lastendienst P-Direkt (DGOBR) is opdrachtgever voor het evaluatieonderzoek waarbij hij de contracthoudersraad zal raadplegen over de exacte onderzoeksvraag. Onderdeel van deze evaluatie is het uitvoeren van een kosten-batenanalyse. Hierbij wordt gekeken of de besparingen die vooraf voor reëel werden gehouden ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd. De uitkomsten van de evaluatie moeten er toe leiden dat op zowel het niveau van P-Direkt als het niveau van de individuele contracthouder voorstellen voor doelmatigheid en kwaliteit worden vastgesteld.

Bestaande dienstverlening

Met betrekking tot de bestaande dienstverlening geldt dat P-Direkt deze heeft overgenomen met alle lusten en lasten, dus ook met bestaande contracten. Dat beperkt de sturing op doelmatigheid. Eenheid in beheer wordt hier ook bemoeilijkt. Enerzijds omdat dit afspraken met onderaannemers vereist en die zijn contractueel reeds – zoals gesteld – vastgelegd. Anderzijds omdat investeren in standaardisatie gezien de beperkte doorlooptijd van de dienstverlening slechts beperkt rendeert. Binnen dit kader geeft P-Direkt uitvoering aan de doelmatigheidseis door bij een kwalitatief goede dienstverlening:

• te sturen op een optimaal contractmanagement binnen de dienstverlening met leveranciers en afnemers;

• binnen een in opbouw zijnde organisatie een efficiënte inzet van personeel te realiseren om hiermee de overhead op een laag niveau te houden. Onder andere door functies die nog geen volledige capaciteit vergen te bundelen en door de inzet van externen in de bedrijfsvoeringfuncties te beperken;

• te sturen op het niveau van kostprijzen om inzichtelijkheid te bieden in het kostenverloop en de resultaten van de dienstverlening.

Daarnaast participeert P-Direkt in het benchmarkonderzoek voor baten-lastendiensten die de overheadcijfers van de baten-lastendiensten binnen het rijk in kaart moet brengen en vergelijken. P-Direkt heeft ex ante in 2007 gestuurd op een percentage van 24,5% overhead en zal in 2008 sturen op 20%. In de opvolgende jaren zal P-Direkt dit percentage verder verlagen naar het Rijksbrede percentage voor baten-lastendiensten van 17,5%.

Het jaar 2007 is het eerste jaar geweest dat P-Direkt met de P&C-cyclus, startend met een jaarplan, is gestart. Het jaarplan omvat een goede basis om op kostprijs en de doelmatigheid verder te sturen.

Kengetallen

P-Direkt is bezig met de transitie van projectenorganisatie naar een beheer- en dienstverleningsorganisatie. De beheerorganisatie is gestart met de overname van een aantal werkelijke HRM-oplossingen bij ministeries (o.a. Emplaza en PeRCC) en neemt in 2008 de meeste nieuwe HRM-oplossingen vanuit de 1e fase in beheer (o.a. de Payroll, het HRM-informatie en transactieportaal en de Personeelsdossierservice). In 2007 is een aanzet gemaakt met het opzetten van een organisatiestructuur die dat beheer ook op een efficiënte wijze uitvoert. Onderdeel daarvan is het op eenduidige wijze vastleggen en administreren van afspraken met de leveranciers en de klanten. Dat laatste vindt plaats in een zogenaamd Service Charter waarin ook performance-indicatoren worden opgenomen. Begin 2009 zal een nulmeting worden uitgevoerd die de basis zal vormen voor de doelmatigheidsmeting in de jaren 2009 en verder.

Bij P-Direkt wordt de basisdienstverlening doorberekend middels een individuele arbeidsrelatie(iar)-tarief per maand. Momenteel is er nog sprake van een mix van oude en nieuwe producten en additionele verrekeningen waardoor de financiële impact per departement zeer verschillend is. Met ingang van 2009 zal er echter veelal sprake zijn van een integrale afname van de basisdienstverlening door alle departementen. Het gaat dan in eerste instantie (Fase I) om het transactieportaal, het personeelsinformatiesysteem, de salarisverwerking, het elektronisch personeelsdossier en op iets langere termijn (Fase II) de personeels- en salarisadministratie. Door de betreffende iar-tarieven op jaarbasis bij elkaar op te tellen wordt een zogenaamde P-Direktpakketprijs vastgesteld!

Om de doelmatigheid van P-Direkt aan te tonen zal sprake moeten zijn van een dalende kostprijs bij een (minstens) gelijk blijvende kwaliteit. Naast beschikbaarheid en betrouwbaarheid wordt ook gerapporteerd over de reactiesnelheid (calls, incidenten en serviceverzoeken opgelost binnen streeftijd voor alle (per product) klanten samen).

P-direktRealisatieRaming
 200720082009
kostprijs in € per IAR57185288
gewogen kostprijs producten Fase I
gewogen kostprijs producten Fase II   
    
Kwaliteit   
Beschikbaarheid 98%98%
Betrouwbaarheid 95%95%
Reactiesnelheid 80%80%

Toelichting: Medio 2007 is gestart met de productie van het Centrale Personeelsdossier, in 2008 (gefaseerd) aangevuld met de Salarisverwerking, het HRM- en Transactieportaal waarna in 2009 Fase 1 wordt gecompleteerd met het Personeelsregistratiesysteem.

NB. Hier is dus sprake van een uitbreiding van dienstverlening (meer productaanbod) over de jaren waarbij het jaar 2009 het eerste jaar zal zijn dat sprake is van een volledig productaanbod (Fase I) zodat pas voor het jaar 2010 vastgesteld kan worden of er sprake is van doelmatiger produceren.

6.6 Werkmaatschappij (WM)

Inleiding

De Werkmaatschappij faciliteert interdepartementale samenwerkingsverbanden binnen de Rijksoverheid op het terrein van hun bedrijfsvoering en begeleidt deze naar een optimale dienstverlening en een zo groot mogelijke zelfstandigheid. De Werkmaatschappij stimuleert ondernemerschap, creëert een omgeving waarbinnen kansrijke initiatieven tot wasdom kunnen komen en helpt aangesloten organisaties een zakelijke aanpak te realiseren. De Werkmaatschappij stuurt op het managen van de onderlinge afspraken en het waarmaken van overeengekomen resultaten.

De Werkmaatschappij ondersteunt en begeleidt twee typen organisaties:

Bedrijfseenheden die op baten-lastenbasis opereren en naar eigen inzicht van de facilitaire dienstverlening en managementondersteuning van De Werkmaatschappij gebruik maken. Toetreding vindt eens per jaar plaats, per 1 januari. Bij toetreding worden met opdrachtgevend bestuur en eigenaar meerjarige afspraken gemaakt over structurele inbedding, management, verantwoordelijkheden en risico’s. Jaarlijks wordt geëvalueerd in hoeverre bedrijfseenheden zich blijven ontwikkelen en rendabel zijn. Indien dat niet of onvoldoende het geval blijkt, is opheffing nadrukkelijk aan de orde. Bedrijfseenheden maken integraal onderdeel uit van de Werkmaatschappij.

Samenwerkingsprojecten die (nog) niet volledig zelfstandig kunnen of willen functioneren. Aan deze samenwerkingsverbanden levert De Werkmaatschappij service en ondersteuning op maat zonder dat sprake is van overplaatsing van personeel en het werken in een baten-lastenstelsel. Als de wens bestaat om door te groeien tot een bedrijfseenheid worden producten en diensten omschreven en een integrale kostprijs berekend. De spelregels op dat gebied zijn vastgelegd, waarbij als uitgangspunt geldt dat de organisatie zichzelf moet kunnen en willen kwalificeren en dat De Werkmaatschappij waar nodig gerichte hulp biedt om tenminste aan de minimale toetredingseisen te voldoen.

Om bij De Werkmaatschappij als bedrijfseenheid aan te kunnen sluiten, moet tenminste aan onderstaande vier centrale criteria worden voldaan:

• het betreft een interdepartementale samenwerking tussen twee of meer departementen, die bij voorkeur Rijksbreed opereert;

• het opdrachtgevend bestuur moet via een intentieverklaring expliciet aangeven het onderbrengen bij De Werkmaatschappij te ondersteunen;

• de potentiële bedrijfseenheid moet voldoen aan de minimale toetredingseisen van De Werkmaatschappij. Een belangrijk punt hierbij vormt het uitgangspunt dat aansluiting bij de Werkmaatschappij ertoe leidt dat het totale aantal fte’s in dat kader binnen de Overheid als gevolg afneemt.

• de potentiële bedrijfseenheid moet een reële kans maken – en bereid zijn zich volledig in te zetten – om aan de voorwaarden voor het behalen van de baten-lasten status te voldoen.

In 2008 zijn twaalf bedrijfseenheden en vier samenwerkingsverbanden bij De Werkmaatschappij aangesloten. Verdere groei lijkt gewaarborgd, want voor het jaar 2009 zullen naast Casusadoptie als samenwerkingsverband, vijf nieuwe potentiële bedrijfseenheden de Werkmaatschappij komen versterken. Te weten: Fasam (Facilitaire Samenwerking tussen Justitie en BZK), Rijksweb, IPB (Interdepartementaal Project Beveiliging), Inspraakpunt en de Mobiliteitsorganisatie,

Eind 2008 vindt besluitvorming plaats over hun toetreding. De daaruit voortkomende wijzigingen zullen worden opgenomen in de eerste suppletore begroting 2009.

Vermogensontwikkeling

Weerstandsvermogen 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst Werkmaatschappij
 2007200820092010201120122013
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)172942516580
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)867752000
Verloop voorzieningen0000000

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA]* 100).

Toelichting

De Werkmij. beoogt eigen vermogen op te bouwen om incidentele risico’s op te vangen zonder tussentijdse bijstelling van tarieven tijdens de uitvoering. Tariefsverlagingen zijn aan de orde zodra het eigen vermogen de gemaximeerde omvang nadert.

Investeringen

Kasstroomoverzicht 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst Werkmaatschappij
 2007200820092010201120122013
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) 0– 184– 59161241601
2. Totaal operationele kasstroom – 184641736598760208
  -/- totaal investeringen – 1 550   – 400 
  +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen       
3. Totaal investeringskasstroom – 1 550000– 4000
  -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement       
  +/+ eenmalige storting door moederdepartement       
  -/- aflossingen op leningen  – 516– 516– 518  
  +/+ beroep op leenfaciliteit 1 550     
4. Totaal financieringskasstroom 1 550– 516– 516– 51800
5. Rekening courant RHB 31 december (inc. deposito) (=1+2+3+4) – 184– 59161241601809

Toelichting

De lening van € 1,550 mln in 2008 is verstrekt aan Flexchange om hun applicatie Native Job aan te (doen) sluiten op Rijkswebportal, HRM-systemen en de financiële administratie en voor aanschaf van extra modules en WPT om de klimaatbeheersing en stroomvoorziening locatie Diepenhorstlaan aan te passen. De leningen worden in 3 jaar afgelost. Verder is in 2012 een bedrag van € – 0,400 opgenomen in verband met vervanging van vaste activa die om niet zijn verkregen en waarvoor een wettelijke reserve is gevormd.

 200920102011Totaal
WPT183183184550
Flexchange3333333341 000

Exploitatie

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2009 (x € 1000) Baten-lastendienst Werkmaatschappij
 200820092010201120122013
Baten      
opbrengst moederdepartement17 56723 04626 11128 55028 55028 550
opbrengst overige departementen117 419140 509163 610188 613188 613188 613
opbrengst derden4 0174 1484 1744 2044 2044 204
rentebaten203039505050
Bijzondere baten/exploitatiebijdragen761470415200200200
Totaal baten139 784168 203194 349221 617221 617221 617
       
Lasten      
apparaatskosten138 692166 305192 241219 407219 407219 407
– personele kosten20 01325 55929 68134 92834 92834 928
– materiele kosten118 679140 746162 560184 479184 479184 479
rentelasten130191177157157157
afschrijvingskosten525805895786161
– materieel525805895786161
– immaterieel      
Overige kosten      
– dotaties voorzieningen      
– bijzondere lasten      
Totaal lasten138 874167 076193 007220 142219 625219 625
       
Saldo van baten en lasten9101 1271 3421 4751 9921 992

Toelichting

Baten

Opbrengst moederdepartementHet overgrote deel van deze opbrengst 2009 komt voor rekening van Flexchange (inhuur uitzendkrachten; ca € 10 mln) en het expertisecentrum Arbeidsmarktcommunicatie (werven van personeel in opdracht van het Rijk, ca € 7,2 mln). De stijging in 2009 ten opzichte van 2008 is het gevolg van een verwachte toename van de BZK vraag naar producten/diensten van de Werkmaatschappij.

Opbrengst overige departementenDeze post bestaat voornamelijk uit de opbrengst van Flexchange (ca € 100 mln), het expertisecentrum Arbeidsmarktcommunicatie (ca € 12,2 mln), het expertisecentrum Arbeidsjuridisch (geven van arbeidsjuridische ondersteuning aan departementen, ca € 6,9 mln) en We print together (documentverwerking voor de overheid, ca € 5,1 mln). De stijging in 2009 ten opzichte van 2008 is het gevolg van een verwachte toename van de vraag naar producten/diensten van de Werkmij., ondermeer door aansluiting van departementen als nieuwe klant van één of meerdere bedrijfseenheden.

Opbrengst derdenDeze post bestaat voornamelijk uit de opbrengst van Flexchange (ca € 3,1 mln).

Bijzondere batenHet betreft voor het merendeel baten in verband met door opdrachtgevend besturen afgegeven (tijdelijke) garanties in verband met de mogelijk tegenvallende omzetcijfers en/of financiering van incidentele aanloopkosten.

Lasten

Personele kosten

ambtelijk personeel in FTEJaarplan 2008Begroting 2009Gem.sal.*
Houdster5,005,0083 204
Bhuro8,538,5376 581
Expertisecentrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk (EC-BMW)39,7048,558 241
Buitenhuis8,0710,271 318
Arbeidsmarktcommunicatie (AMC)38,4838,4859 532
Arbeids-Juridisch expertisecentrum (EC-AJ)55,4376,4567 839
We print together (WPT)36,0053,7837 358
Intercoach3,613,6167 867
Flexchange18,2118,2153 487
Expertisecentrum Rijksadvies (EC-RA)21,2629,5677 878
Expertisecentrum Formatie advies (EC-FA)28,1528,1566 204
Interdepartementale Post en Koeriersdienst (IPKD)18,0018,0036 745
Expertisecentrum Arbeid en Gezondheid (EC-A&G)35,0060,0063 558
Totaal WM315,43398,4660 161

* Bij de berekening is uitgegaan van de rijkbreed gehanteerd DAR-tarieven (prijspeil 2008).

• Materiële lasten

Deze post bestaat voornamelijk uit inkoopkosten in verband met de PIOFACH dienstverlening die de (houdster van) Werkmaatschappij bij BZK inkoopt (ca. € 6,3 mln), Tevens worden hieronder de directe inkoopkosten ten behoeve van de productie van bedrijfseenheden (ca. € 129 mln) verantwoord. Flexchange als intermediair voor de inhuur van uitzendkrachten door departementen heeft hier met ca € 113 mln het grootse aandeel in. Verder is een gering bedrag aan huurlasten opgenomen van ca € 0,75 mln in verband met externe huisvesting van het Buitenhuis, WPT en dependances Flexchange. De stijging ten opzichte van 2008 is het gevolg van een verwachte toename van de vraag ondermeer als gevolg van aansluiting van departementen als nieuwe klant.

Afschrijvingen

Deze post betreft vooral afschrijvingen op investeringen die zijn gedaan in de ontwikkeling van een grafische tak bij WPT en de doorontwikkeling van Native Job (ten behoeve van digitale afwikkeling van inhuur) bij Flexchange. Verder wordt door enkele bedrjfseenheden afgeschreven op hun specifieke ICT voorzieningen.

Rente

Het betreft rentelasten die samenhangen met de wijze van verrekening door EC AMC met de departementen en daardoor veroorzaakte «rood stand». Verder zijn de rentelasten voor de lening van Flexchange en WPT hier verantwoord.

Doelmatigheid

Voor de Werkmaatschappij als totaal en voor de daaronder ressorterende onderdelen zijn de volgende doelmatigheidsindicatoren benoemd.

 Werkmijbrede indicatorenjaarplan 2008begr. 2009
 Klanttevredenheid departementen77,1
 Medewerkertevredenheid77,1
 % fte overhead*20%19%
 % fte primaire proces (obv benchmark)80%81%
 Omzet (in €)139 784 816 
 Gemiddeld aantal fte**315398
 Omzet per fte in €443 1800
 * overhead inclusief verkoop  
 ** fte inclusief tijdelijk IF/detachering  
 Indicatoren per BE  
  jaarplan 2008begr. 2009
houdster*Inkooptarief GD (in €)18 85018 850
 kostprijs uitgedrukt in opslag % op directe inkoop108,7%107,4%
 klanttevredenheid Bedrijfseenheden77,1
WPTopslag printen zwart/wit (in €)0,01290,0129
 volume zwart/wit45 000 00060 950 000
 opslag printen kleur (in €)0,02970,0297
 volume kleur17 500 00020 650 000
Intercoachontwikkeling kostprijs coachtrajecten (in €)839839
 deelnemers coachtrajecten160180
Flexchangekostprijs uitgedrukt in opslag % op directe inkoop103%103%
 directe inkoopkosten uitzendkrachten (in €)89 320 388110 413 730
AJ*ontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)91,2491,24
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren65,0%65,8%
FA*ontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)100,38100,38
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren59,0%59,0%
RA*ontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)*131,74131,74
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren49,1%49,1%
AMC***ontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)81,5381,53
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren67,9%67,9%
A&Gontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)94,6794,67
 aandeel declarabele uren direct personeel*52,96%54,06%
BMW*ontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)76,0676,06
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren62,8%62,8%
Bhuroontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)87,4687,46
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren57,2%57,2%
Buitenhuisontwikkeling kostprijs/uur GDR (in €)191,5191,5
 ontw. Kostprijs per uur sessie alg184,7184,7
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren37,9%42,3%
IPKDkostprijs basis/plusronde per adres (in €)649,56649,56
 aantal adressen361361

* exclusief aanloopkosten

** kostprijzen obv prijspeil 2008

*** kostprijs AMC exclusief directe inkoopkosten

Toelichting

Jaarlijks stelt de eigenaar van de baten-lastendienst Werkmij, DGOBR, in december (vóór aanvang van het nieuwe) uitvoeringsjaar de tarieven vast. De meerjarenraming van baten en lasten opgenomen in de begroting 2009 is daarom gebaseerd op het prijspeil 2008. Eind 2008 worden de tarieven voor 2009 vastgesteld. De (ontwikkeling van) de kostprijzen in 2009 zullen worden gepresenteerd in de begroting 2010.

Qua (aantonen van) doelmatigheid wordt opgemerkt dat de Werkmaatschappij nog in ontwikkeling is, waardoor nog niet voor alle bedrijfseenheden een toename van de doelmatigheid zichtbaar is in de voor 2009 gepresenteerde indicatoren.

7. Verdiepingshoofdstuk

Veiligheid

7.1 Politie (artikel 2)

2. Politie200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 20084 537 1394 562 4744 597 0724 603 7124 613 7914 617 645
2.1 apparaat10 57610 2749 6848 4878 4878 487
2.2 politie op regionaal niveau3 614 3193 632 1213 634 6433 641 9223 664 7153 685 091
2.3 politie op bovenregionaal en landelijk niveau589 002596 373606 324613 376615 029616 863
2.4 prestatievermogen van de politie74 86986 969101 769116 569122 569122 569
2.5 adequaat niveau van politiepersoneel241 073236 737244 652223 358202 991184 635
2.6 geneeskundige verzorging politie7 30000000
       
NVW motie van Geel      
2.3 politie op bovenregionaal en landelijk niveau7 5007 5000000
       
Mutatie 1e suppletore 2008215 191135 25244 54740 51840 00839 136
2.1 apparaat11738– 25– 149– 212– 190
2.2 politie op regionaal niveau175 649140 47493 351108 014116 129116 167
2.3 politie op bovenregionaal en landelijk niveau30 9288 9025 4062 3042 2602 316
2.4 prestatievermogen van de politie– 6 362– 20 309– 36 717– 51 128– 86 960– 86 960
2.5 adequaat niveau van politiepersoneel7 6066 147– 17 468– 18 5238 7917 803
2.6 geneeskundige verzorging politie7 25300000
       
Nieuwe mutaties36 16538 91240 57339 31039 35629 194
2.1 apparaat1 7351 2411 1931 0831 0831 083
a. Herschikking personele programmakosten (van art 2.3)1 3961 3771 3481 2771 2771 277
b. Loon- en prijsbijstelling339330311272272272
c. Herschikking apparaatskosten als gevolg van reorganisatie (naar art 12.1)0– 466– 466– 466– 466– 466
2.2 politie op regionaal niveau14 45815 72316 92215 85616 2616 261
a. Grootschalige Basiskaart Nederland (naar art 13.3)0– 1 619– 3 020– 3 086– 2 681– 2 681
b. Projectbureau programma Veiligheid begint bij Voorkomen (naar Jus)– 20000000
c. Onderzoek criminele investeringen in vastgoed (naar Fin)– 2500000
d. Tapkosten(van art 5.1)01 0001 000000
e. Programma Veilige Publieke Taak (naar art 10.8)0– 3000000
f. Asieltaken politie0– 8001 5001 5001 5001 500
g. Bewaken en beveiligen01 8001 8001 8001 8001 800
h. Kwantiteit politie07 5007 5007 5007 5007 500
i. Afbouw compensatie budgetverdeelsysteem00000– 10 000
j. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)14 6838 2028 2028 2028 2028 202
k. Overhevelen budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 60– 60– 60– 60– 60
2.3 politie op bovenregionaal en landelijk niveau1 2896 0596 0886 1596 1596 159
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)2 6031 4541 4541 4541 4541 454
b. Cybercrime02 7002 7002 7002 7002 700
c. Financieel-economische criminaliteit03 0003 0003 0003 0003 000
d. Projectbureau programma Veiligheid begint bij Voorkomen (naar Jus)– 20000000
e. Herschikking personele programmakosten (naar art 2.1)– 1 396– 1 377– 1 348– 1 277– 1 277– 1 277
f. Herschikking huisvestingsbudget (van WWI)282282282282282282
2.4 prestatievermogen van de politie0– 2 061– 1 991– 1 978– 1 978– 1 978
a. Overhevelen budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 2 061– 1 991– 1 978– 1 978– 1 978
2.5 adequaat niveau van politiepersoneel18 68317 95018 36118 19017 83117 669
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)18 68317 95018 36118 19017 83117 669
2.6 geneeskundige verzorging politie000000
Stand ontwerpbegroting 20094 795 9954 744 1384 682 1924 683 5404 693 1554 685 975
2.1 apparaat12 42811 55310 8529 4219 3589 380
2.2 politie op regionaal niveau3 804 4263 788 3183 744 9163 765 7923 797 1053 807 519
2.3 politie op bovenregionaal en landelijk niveau628 719618 834617 818621 839623 448625 338
2.4 prestatievermogen van de politie68 50764 59963 06163 46333 63133 631
2.5 adequaat niveau van politiepersoneel267 362260 834245 545223 025229 613210 107
2.6 geneeskundige verzorging politie14 55300000

2.1.a/2.3.e Herschikking personele programmakosten

De personele kosten van projecten/programma’s worden geboekt op het artikelonderdeel apparaatskosten. Het gedeelte van de budgetten dat de personeelskosten betreft worden naar het artikelonderdeel apparaatskosten overgeheveld zodat budget en verantwoording op hetzelfde artikelonderdeel plaatsvinden.

2.2.a Grootschalige basiskaart Nederland

Dit betreft de bijdrage van BZK aan enkele basisregistraties van het ministerie van VROM, te weten de basisregistraties voor adressen en gebouwen, topografie en de grootschalige basiskaart Nederland. Doel van het stelsel van basisregistraties dat overheidsbreed wordt opgesteld is om enerzijds de regeldruk van en de dienstverlening aan burgers te verbeteren en anderzijds een efficiënte en effectieve overheid te bewerkstelligen

2.2.d Tapkosten (zie ook 5.1.c)

Bijdrage van de AIVD in de tapkosten.

2.2.f Asieltaken politie

In verband met wijzigingen van de geraamde asielinstroom wordt het budget voor de asielgerelateerde taken van de politie aangepast.

2.2.g Bewaken en beveiligen

Dit betreft de overheveling van de middelen op de aanvullende post van Financiën (tranche 2009) naar de BZK-begroting voor bewaken en beveiligen (pijler 5: veiligheid stabiliteit en respect). De politiecapaciteit voor bewaken en beveiligen wordt geïntensiveerd waardoor beter aan de toenemende eisen hiervoor kan worden voldaan. Het gaat hierbij om lokale aangelegenheden zoals de bewaking van risicovolle objecten, de beveiliging van lokale bestuurders en (rijdend) toezicht op diplomatieke objecten en internationale organisaties.

2.2.h Kwantiteit politie

Dit betreft de overheveling van de middelen op de aanvullende post van Financiën (tranche 2009) naar de BZK-begroting voor het op sterkte houden van de kwantiteit politie (pijler 5: veiligheid stabiliteit en respect). In de komende jaren wordt een grote uitstroom verwacht bij de politie als gevolg van vergrijzing. Om een sterktedaling te voorkomen worden additionele investeringen gedaan op het gebied van opleidingen, begeleiding, salaris en uitrusting van aspiranten.

2.2.i Afbouw compensatie budgetverdeelsysteem

De politiebegroting wordt verlaagd met € 10 mln, aangezien vanaf 2013 minder middelen nodig zijn voor de budgettaire compensatie aan de 25 regiokorpsen voor de herverdelingseffecten van het herziene budgetverdeelsysteem in 2007.

2.3.b Cybercrime

Dit betreft de overheveling van de middelen op de aanvullende post van Financiën (tranche 2009) naar de BZK-begroting voor cybercrime (pijler 5: veiligheid stabiliteit en respect). Door politie, OM en de ministers van Justitie en BZK wordt een gezamenlijk meerjarenprogramma uitgevoerd.

2.3.c Financieel-economische criminaliteit

Dit betreft de overheveling van de middelen op de aanvullende post van Financiën (tranche 2009) naar de BZK-begroting voor financieel economische criminaliteit (pijler 5: veiligheid stabiliteit en respect). Dit budget wordt ingezet ter uitvoering van het versterkingsprogramma Finec (tegengaan witwassen, ontnemen, fraude en corruptie) dat de ministers van BZK, Justitie, het OM en de politie hebben in 2007 opgesteld.

2.4.a Overhevelen budget naar centrale kennisfunctie

Zie toelichting 12.4.a

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
2. Politie200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 20083 2153 2153 2153 215500500
Mutatie 1e suppletore 2008      
       
Nieuwe mutaties      
Stand ontwerpbegroting 20093 2153 2153 2153 215500500

7.2 Partners in Veiligheid (Artikel 4)

4. Partners in veiligheid200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008109 398100 072100 627103 40597 40597 405
4.1 apparaat10 94110 61510 2139 3919 3919 391
4.2 veiligheidsbeleid op nationaal niveau49 10747 36348 08051 68045 68045 680
4.3 ICT-infrastructuur43 75736 46136 46136 46136 46136 461
4.6 veiligheidsbeleid op internationaal niveau5 5935 6335 8735 8735 8735 873
       
Mutatie 1e suppletore 200838 66435 63536 41536 18236 14136 156
4.1 apparaat– 822– 876– 919– 1 003– 1 044– 1 029
4.2 veiligheidsbeleid op nationaal niveau– 822– 674149000
4.3 ICT-infrastructuur40 30837 18537 18537 18537 18537 185
4.6 veiligheidsbeleid op internationaal niveau      
       
Nieuwe mutaties1 4991 3952 5732 5412 541– 459
4.1 apparaat299– 1 046– 1 060– 1 090– 1 090– 1 090
a. Loon-en prijsbijstelling (van art 13)299287273243243243
b. Herschikking apparaatskosten als gevolg van reorganisatie (naar art 12.1)0– 1 333– 1 333– 1 333– 1 333– 1 333
4.2 veiligheidsbeleid op nationaal niveau6992 2053 4213 4233 423423
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)001 1411 1411 1411 141
b. Programma Veiligheid begint bij Voorkomen (naar jus)– 10000000
c. Subsidietaakstelling (naar art 13)0– 17– 34– 68– 68– 68
d. Veiligheid(Pijler 2)1 0003 0003 0003 0003 000 
e. Pilot toezicht drank- en horecawet (naar VWS)– 201– 128– 36000
f. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 650– 650– 650– 650– 650
4.3 ICT-infrastructuur501236212208208208
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)501369369369369369
b. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar 12.4)0– 133– 157– 161– 161– 161
4.6 veiligheidsbeleid op internationaal niveau000000
Stand ontwerpbegroting 2009149 561137 102139 615142 128136 087133 102
4.1 apparaat10 4188 6938 2347 2987 2577 272
4.2 veiligheidsbeleid op nationaal niveau48 98448 89451 65055 10349 10346 103
4.3 ICT-infrastructuur84 56673 88273 85873 85473 85473 854
4.6 veiligheidsbeleid op internationaal niveau5 5935 6335 8735 8735 8735 873

4.1.b Herschikking apparaatskosten als gevolg van reorganisatie (zie ook 12.1)

Reallocatie van apparaatsbudget (P&M) in verband met het centraliseren van de rode draden Kennis, Internationaal en Financiën (zie ook art 2, 4 en 16). Deze taken en het budget vallen voortaan onder de staf.

4.2.d Veiligheid

Deze mutatie vloeit voort uit het coalitieakkoord en wordt gefinancierd uit de middelen van pijler een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie (pijler 2). Het gaat hierbij om de maatschappelijke innovatieagenda veiligheid (MIA-V). De MIA-V is opgesteld door de interdepartementale programmadirectie Kennis en Innovatie in het kader van het project Nederland Ondernemend Innovatieland. De hoofdlijnen van de MIA-V zijn:

1. Opereren in netwerken: de juiste personen beschikken op het juiste moment over de juiste informatie (onder andere door het inzetten van sensortechnologie)

2. Simulatie en training: de kwaliteit van het personeel versterken door goede opleiding en training (onder andere door het inzetten van virtuele training).

3. Fysieke bescherming: verbetering van de (fysieke) bescherming van gezondheid en veiligheid eigen personeel (onder andere door de benutting van de mogelijkheden die nanotechnologie en materiaalkunde bieden).

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
4. Partners in veiligheid200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008000000
Mutatie 1e suppletore 2008265413149000
Stand ontwerpbegroting 2009265413149000

7.3 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (artikel 5)

5. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008159 116163 070162 437161 690161 690161 690
5.1 apparaat154 928158 896158 217157 470157 470157 470
5.2 geheime uitgaven4 1884 1744 2204 2204 2204 220
       
Mutatie 1e suppletore 20083 878– 222– 712– 772– 1 114– 1 098
5.1 apparaat3 878– 222– 712– 772– 1 114– 1 098
5.2 geheime uitgaven000000
       
Nieuwe mutaties4 2606 1784 0535 0285 0285 028
5.1 apparaat4 2606 1784 0535 0285 0285 028
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)3 6923 3143 2893 2643 2643 264
b. Versterking informatiepositie01 7001 7001 7001 7001 700
c. Tapkosten (naar art 2.2)0– 1 000– 1 000000
d. Herschikking huisvestingsbudget (van WWI)646464646464
e. Bijdrage NBV5042 100    
5.2 geheime uitgaven000000
Stand ontwerpbegroting 2009167 254169 026165 778165 946165 604165 620
5.1 apparaat163 066164 852161 558161 726161 384161 400
5.2 geheime uitgaven4 1884 1744 2204 2204 2204 220

5.1.b Versterking informatiepositie

Deze mutatie vloeit voort uit het coalitieakkoord en wordt gefinancierd uit de middelen van de pijler veiligheid, stabiliteit en respect (pijler 5). De investeringen in de informatiehuishouding van de AIVD, zoals gestart naar aanleiding van de commissie Havermans, worden geïntensiveerd om de informatiepositie en daarmee de operationaliteit van de AIVD op peil te houden.

5.1.c Tapkosten

Zie toelichting bij 2.2.d.

5.1.e Bijdrage NBV

Door de toenemende digitalisering en het snel kunnen vinden en uitwisselen van informatie wordt de kwetsbaarheid van de overheid en daarmee het risico op incidenten steeds groter. Dor de intensivering van het NBV worden de departementen in staat gesteld hun ICT-beveiligingsrisico’s terug te dringen. Het NBV ondersteunt met beveiligingsoplossingen, producten en ondersteuning. In 2009 vindt nadere besluitvorming plaats over de periode vanaf 2010.

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
5. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 20083919191919191
Mutatie 1e suppletore 20082 8003000000
Stand ontwerpbegroting 20093 19139191919191

7.4 Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid (artikel 14)

14. Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200815 27314 62914 42914 03114 03114 031
14.1 inspectie Openbare Orde en Veiligheid5 1224 4784 2783 8803 8803 880
14.2 Onderzoeksraad voor de Veiligheid10 15110 15110 15110 15110 15110 151
       
Mutatie 1e suppletore 20081582062433207885
14.1 inspectie Openbare Orde en Veiligheid1582062433207885
14.2 Onderzoeksraad voor de Veiligheid      
       
Nieuwe mutaties386277270255255255
14.1 inspectie Openbare Orde en Veiligheid1564740252525
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)170147140125125125
b. Inspectieraad (naar art 11.7)– 1400000
c. Herschikking apparaatskosten (naar art 12.1)0– 100– 100– 100– 100– 100
14.2 Onderzoeksraad voor de Veiligheid230230230230230230
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)230230230230230230
Stand ontwerpbegroting 200915 81715 11214 94214 60614 36414 371
14.1 inspectie Openbare Orde en Veiligheid5 4364 7314 5614 2253 9833 990
14.2 Onderzoeksraad voor de Veiligheid10 38110 38110 38110 38110 38110 381
Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
14. Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008000000
Mutatie 1e suppletore 20085800000
Stand ontwerpbegroting 20095800000

7.5 Crisisbeheersing (artikel 15)

15. Crisisbeheersing200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200836 38035 34834 22533 37933 37933 379
15.1 apparaat7 9547 7337 3176 4716 4716 471
15.2 programma uitgaven5 7594 4453 7383 7383 7383 738
15.3 functioneren crisisbeheersingsorganisatie12 39812 39812 39812 39812 39812 398
15.4 aansturen crisisbeheersing8 9518 9548 9548 9548 9548 954
15.5 crisiscommunicatie1 3181 8181 8181 8181 8181 818
       
Mutatie 1e suppletore 2008– 1 162– 2 461– 2 503– 2 592– 2 636– 2 621
15.1 apparaat9739– 3– 92– 136– 121
15.2 Nationale veiligheid/BVI1 98700000
15.3 functioneren crisisbeheersingsorganisatie– 34600000
15.4 aansturen crisisbeheersing– 2 900– 2 500– 2 500– 2 500– 2 500– 2 500
15.5 crisiscommunicatie      
       
Nieuwe mutaties1 796– 365– 403– 434– 434– 434
15.1 apparaat262254239212212212
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)262254239212212212
15.2 programma uitgaven0– 137– 148– 150– 150– 150
a. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 137– 148– 150– 150– 150
15.3 functioneren crisisbeheersingsorganisatie1 258– 400– 400– 400– 400– 400
a. Herschikking budget Preparatie Centraal (van art 16.4)60000000
b. Bijdrage projectplan griep en maatschappij (naar VWS)– 22500000
c. Waakvlamovereenkomst (naar VROM– 21700000
d. Landelijke oefenweek waterproef (naar V&W)– 90000000
e. Taskforce management overstromingen (van V&W)200000000
f. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 400– 400– 400– 400– 400
15.4 aansturen crisisbeheersing54– 82– 94– 96– 96– 96
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)545454545454
b. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 136– 148– 150– 150– 150
15.5 crisiscommunicatie22200000
a. Formatieplaatsen ERC (van AZ)22200000
Stand ontwerpbegroting 200937 01432 52231 31930 35330 30930 324
15.1 apparaat8 3138 0267 5536 5916 5476 562
15.2 programma uitgaven7 7464 3083 5903 5883 5883 588
15.3 functioneren crisisbeheersingsorganisatie13 31011 99811 99811 99811 99811 998
15.4 aansturen crisisbeheersing6 1056 3726 3606 3586 3586 358
15.5 crisiscommunicatie1 5401 8181 8181 8181 8181 818

15.3.e Taskforce management overstromingen

Op basis van het kabinetsstandpunt Rampenbeheersing Overstromingen (TK 2006–2007, 27 625, nr. 77), waarin voorstellen zijn gedaan om goed voorbreid te zijn op overstromingen, is een tijdelijke bijdrageregeling opgezet ter verbetering van de regionale organisatorische voorbereiding op de gevolgen van een overstroming. In totaal is hiervoor € 6 mln voor 2007 en 2008 uitgetrokken. Deze mutatie betreft de bijdrage hiervoor van het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor 2008.

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
15. Crisisbeheersing200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200820007000000
Mutatie 1e suppletore 20081 98700000
Stand ontwerpbegroting 20093 9877000000

7.6 Brandweer en GHOR (artikel 16)

16. Brandweeren GHOR200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008155 629168 747171 298181 004181 004181 004
16.1 apparaat3 2203 0972 8692 3962 3962 396
16.2 bestuurlijke organisatie117 756131 093134 031145 031145 031145 031
16.3 taken5 4915 4725 4714 9704 9704 970
16.4 kwaliteit29 16229 08528 92728 60728 60728 607
       
Mutatie 1e suppletore 2008– 300– 10 206– 2 277– 2 415– 2 343– 2 327
16.1 apparaat835229– 22– 46– 37
16.2 bestuurlijke organisatie0– 10 000– 2000– 2000– 2000– 2000
16.3 taken– 381– 220– 220– 220– 220– 220
16.4 kwaliteit– 2– 38– 86– 173– 77– 70
       
Nieuwe mutaties1 8713 2232 6061 5041 5041 504
16.1 apparaat103– 113– 121– 138– 138– 138
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)1039890737373
b. Herschikking apparaatskosten als gevolg van reorganisatie (naar art 12.1)0– 211– 211– 211– 211– 211
16.2 bestuurlijke organisatie2 1603 3282 7191 6341 6341 634
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)2 1602 4502 5032 7012 7012 701
b. Veiligheidsregio’s01 8001 8001 8001 8001 800
c. Subsidietaakstelling0– 639– 1 278– 2 556– 2 556– 2 556
d. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 283– 306– 311– 311– 311
16.3 taken55– 45– 45– 45– 45– 45
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)555555555555
b. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie0– 100– 100– 100– 100– 100
16.4 kwaliteit– 4475353535353
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)144144144144144144
b. Herschikking budget Preparatie Centraal (naar art 15.3)– 600     
c. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie0– 100– 100– 100– 100– 100
d. Herschikking huisvestingsbudget (van WWI)999999
Stand ontwerpbegroting 2009157 200161 764171 627180 093180 165180 181
16.1 apparaat3 4063 0362 7772 2362 2122 221
16.2 bestuurlijke organisatie119 916124 421134 750144 665144 665144 665
16.3 taken5 1655 2075 2064 7054 7054 705
16.4 kwaliteit28 71329 10028 89428 48728 58328 590

16.2.b Veiligheidsregio’s

Dit betreft de overheveling van de middelen op de aanvullende post van Financiën (tranche 2009) naar de BZK-begroting voor veiligheidsregio’s (pijler 5: veiligheid stabiliteit en respect). Het budget wordt ingezet om de veiligheidsregio’s te versterken zodat de crisis- en rampenbestrijding verbetert. Daarnaast wordt een deel van dit geld gebruikt voor het treffen van noodzakelijke voorzieningen als gemeenten of provincies niet over budget daarvoor beschikken.

16.2.c Subsidietaakstelling

Betreft de aanvullende subsidietaakstelling voor Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen (BDUR) en het Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog (BKRE).

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
16. Brandweer en GHOR200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 20082502502502502500
Mutatie 1e suppletore 2008      
Stand ontwerpbegroting 20092502502502502500

Bestuur en democratie

7.7 Grondwet en democratie (artikel 1)

1. Grondweten democratie200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 20086 7887 1238 1717 8695 3635 663
1.1 Apparaat4 2444 0573 9203 6183 6183 618
1.2 Programma2 1172 6393 8243 8241 3181 618
1.3 Kiesraad427427427427427427
       
AMENDEMENT SCHINKELSHOEK/HEIJNEN HUIS DER DEMOCRATIE50000000
1.2 Programma50000000
       
Mutatie 1e suppletore 20085 4854 1323 1672 8191 5831 788
1.1 Apparaat43613211789– 117– 112
1.2 Programma3 0492 4001 5001 180350350
1.3 Kiesraad20001 6001 5501 5501 3501 550
       
Nieuwe mutaties3851 0271 2231 6132 0122 012
1.1 Apparaat294164– 41– 51– 51– 51
a. Wetgevingscapaciteit CZW (van KR)1451450000
b. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)133126121111111111
c. Wetgevingscapaciteit CZW (van art 6.2)55550000
d. Overdracht dossier democratie (naar art 6.1)– 39– 39– 39– 39– 39– 39
e. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 123– 123– 123– 123– 123
1.2 Programma768481 2491 6492 0482 048
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)764849494848
b. Huis van de democratie (bijdrage van AZ en Justitie)08001 2001 60020002000
1.3 Kiesraad151515151515
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)151515151515
Stand ontwerpbegroting 200913 15812 28212 56112 3018 9589 463
1.1 Apparaat4 9744 3533 9963 6563 4503 455
1.2 Programma5 7425 8876 5736 6533 7164 016
1.3 Kiesraad2 4422 0421 9921 9921 7921 992

1.2.b Huis van de democratie

Bijdrage van AZ en Justitie voor het realiseren van het Huis van de democratie.

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
1. Grondwet en democratie200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008000000
Mutatie 1e suppletore 200830000000
       
Nieuwe mutaties      
Stand ontwerpbegroting 200930000000

7.8 Functioneren Openbaar Bestuur (artikel 6)

6. Functioneren openbaar bestuur200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200842 55040 10539 73940 48241 47342 073
6.1 apparaat9 4909 0468 6847 9477 9477 947
6.2 inrichting en werking openbaar bestuur7 8076 0166 5037 9868 9779 577
6.3 rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers9 7139 7319 7329 7309 7309 730
6.4 faciliteren politieke partijen15 54015 31214 82014 81914 81914 819
       
Mutatie 1e suppletore 2008327262215128– 364– 347
6.1 apparaat– 133– 188– 235– 322– 364– 347
6.2 inrichting en werking openbaar bestuur10000000
6.3 rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers36045045045000
6.4 faciliteren politieke partijen      
       
Nieuwe mutaties2 3411 810595– 643– 1 248– 1 447
6.1 apparaat1 0141 1881 2131 2611 2941 280
a. Herschikking apparaatskosten0– 421– 421– 421– 421– 421
b. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)623604587556552554
c. Herschikking beleidstaken BPR (van art 7.4)281845845845845845
d. Taakstelling71121163242279263
e. Overdracht dossier democratie (van art 1.1)393939393939
6.2 inrichting en werking openbaar bestuur1 050500– 628– 1 709– 2 347– 2 532
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)1 2271 22786868686
b. Gekozen burgemeester000– 1 000– 1 600– 1 800
c. Wetgevingscapaciteit CZW (naar art 1.1)– 55– 550000
d. Taakstelling– 122– 173– 215– 296– 334– 319
e. WOZ-kostenregeling waterschappen (naar GF)0– 21 022– 21 022– 21 022– 21 022– 21 022
f. WOZ-kostenregeling waterschappen021 02221 02221 02221 02221 022
g. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 499– 499– 499– 499– 499
6.3 rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers0– 48– 48– 48– 48– 48
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)101419252927
b. Taakstelling– 10– 14– 19– 25– 29– 27
c. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 48– 48– 48– 48– 48
6.4 faciliteren politieke partijen27717058– 147– 147– 147
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)277273264264264264
b. Subsidietaakstelling (naar art 13)0– 103– 206– 411– 411– 411
Stand ontwerpbegroting 200945 21842 17740 54939 96739 86140 279
6.1 apparaat10 37110 0469 6628 8868 8778 880
6.2 inrichting en werking openbaar bestuur8 9576 5165 8756 2776 6307 045
6.3 rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers10 07310 13310 13410 1329 6829 682
6.4 faciliteren politieke partijen15 81715 48214 87814 67214 67214 672

6.2.b Gekozen burgemeester

De vrijvallende middelen voor gekozen burgemeester zijn ingezet voor versterking kiesproces.

6.2.e/6.2.f WOZ-kostenregeling waterschappen

Betalingen van waterschappen voor de WOZ-kostenregeling naar gemeenten, liepen tot op heden buiten begrotingsverband. Deze worden nu via de begroting geleid. Ontvangsten komen binnen op artikel 6 en worden gedesaldeerd met de uitgaven en vandaaruit overgeboekt naar het gemeentefonds.

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
6. Functioneren openbaar bestuur200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 20081 451 4551 4551 4551 4551 455
Mutatie 1e suppletore 200810000000
       
Nieuwe mutaties0192 322192 322192 32221 02221 022
a. WOZ-kostenregeling waterschappen021 02221 02221 02221 02221 022
b. Bestuursakkoorden provincies0171 300171 300171 30000
Stand ontwerpbegroting 20091 555193 777193 777193 77722 47722 477

Ontvangsten a. WOZ-kostenregeling waterschappen

Zie toelichting bij 6.1.a/6.2.e

Ontvangsten b. bestuursakkoorden provincies.

Als gevolg van het met de provincies gesloten bestuursakkoord wordt de eerdere uitname uit het Provinciefonds in de jaren 2009–2011 (€ 200 mln per jaar) ongedaan gemaakt. De provincies leveren op een andere wijze bij aan verlichting van de rijksbegroting voor hetzelfde bedrag:

• de acht niet-Randstadprovincies dragen € 130 mln per jaar (2009–2011) bij door betaling aan het ministerie van BZK. Om die reden wordt de ontvangstenbegroting met dit bedrag verhoogd;

• de vier Randstadprovincies dragen bij door het overnemen van een aantal rijksprojecten van het programma Randstad Urgent met een totaalbedrag van € 70 mln per jaar (2009–2011). Dit zal budgettair worden verwerkt op de begrotingen van de desbetreffende vakdepartementen. Omdat de besluitvorming over een aantal projecten uit de Nota Ruimte (zoals de Hollandse Waterlinie en Haarlemmermeer) niet is afgerond, worden deze bijdragen van de Randstadprovincies voorlopig geraamd op de ontvangstenbegroting van BZK. Na afronding van de besluitvorming over deze projecten worden de budgettaire gevolgen alsnog verwerkt op de begroting van LNV, onder gelijktijdige correctie van de ontvangstenbegroting van BZK. Dit wordt voorzien bij eerste suppletoire begroting 2009.

Publieke dienstverlening en openbare sector

7.9 Innovatie en Informatiebeleid Openbare Sector (artikel 7)

7. Innovatie en informatiebeleid openbare sector200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200889 22289 43887 91582 28081 95881 958
7.1 apparaat3 2343 1542 9942 6762 6762 676
7.2 verbeteren ICT-voorzieningen44 87343 22342 02737 68237 68237 682
7.3 instandhouden en optimaliseren ICT-voorzieningen22 83623 28623 16022 91622 91622 916
7.4 reisdocumenten en GBAstelsel18 27919 77519 73419 00618 68418 684
       
Mutatie 1e suppletore 200878 46128 43720 74120 70018 40018 321
7.1 apparaat– 49– 69– 88– 120– 137– 132
7.2 verbeteren ICT-voorzieningen15 686– 6 597– 14 155– 15 624– 17 732– 17 732
7.3 instandhouden en optimaliseren ICT-voorzieningen38 52333 50733 39335 169 35 15635 161 
7.4 reisdocumenten en GBAstelsel24 3011 5961 5911 2751 1131 024
       
Nieuwe mutaties6 1315 932– 519– 1 168– 1 387– 1 773
7.1 apparaat1 5641 3701 3841 405122117
a. Correctie apparaatskosten (van art 7.2)1 3001 3001 3001 30000
b. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)109106101909090
c. Herschikking apparaatskosten (van art 7.2)106106106106106106
d. Taakstelling496988120137132
e. Herschikking apparaatskosten0– 211– 211– 211– 211– 211
7.2 verbeteren ICT-voorzieningen– 1 094– 2 260– 2 793– 2 734– 1 020– 1 015
a. ACTAL361192– 322– 23100
b. e-NIK0000200200
c. Taakstelling– 49– 69– 88– 120– 137– 132
d. Herschikking apparaatskosten (naar art 7.1)– 106– 106– 106– 106– 106– 106
e. Correctie apparaatskosten (naar art 7.1)– 1 300– 1 300– 1 300– 1 30000
f. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie0– 977– 977– 977– 977– 977
7.3 instandhouden en optimaliseren ICT-voorzieningen103– 4 921– 4 858– 4 723– 4 731– 4 728
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)8900000
b. Herschikking budget als gevolg van reorganisatie (naar art 11.9)0– 4 935– 4 872– 4 737– 4 745– 4 742
c. Herschikking huisvestingsbudget (van WWI)1414141414 14 
7.4 reisdocumenten en GBAstelsel5 55811 7435 7484 8844 2423 853
a. Taakstelling616671798483
b. Budgetfinanciering GBA (van diverse departementen)5 7696 5136 5135 6414 9944 606
c. Reisdocumenten06 0000000
d. Herschikking beleidstaken BPR (naar art 7.1)– 281– 845– 845– 845– 845– 845
e. Herschikking huisvestingsbudget (van WWI)999999
Stand ontwerpbegroting 2009173 814123 807108 137101 81298 97198 506
7.1 apparaat4 7494 4554 2903 9612 6612 661
7.2 verbeteren ICT-voorzieningen59 46534 36625 07919 32418 93018 935
7.3 instandhouden en optimaliseren ICT-voorzieningen61 46251 87251 69553 36253 34153 349
7.4 reisdocumenten en GBAstelsel48 13833 11427 07325 16524 03923 561

7.1.a/7.2.d Correctie apparaatskosten

Bij voorjaarsnota 2008 is abusievelijk meerjarig € 1,3 mln. geboekt op art 7.2. Het betreft budget in verband met tijdelijke versterking voor het programma Administratieve Lasten Burgers.

7.3.b Herschikking budget als gevolg van reorganisatie

Bij de herschikking van taken binnen BZK is het budget van CAS ondergebracht bij art 11.9.

7.4.b Budgetfinanciering GBA

Betreft bijdragen in de budgetfinanciering voor overheidsgebruik van de GBA door diverse departementen.

7.4.c Reisdocumenten

De aanbesteding van het project Biometrie (bouw en implementatie van aanvraagstations) was voorzien in 2007. Door een uitspraak van de voorzieningenrechter is de aanbesteding vertraagd. De hiervoor gereserveerde middelen (32,5 min.) zijn naar 2008 en 2009 doorgeschoven.

7.10 Arbeidszaken overheid (artikel 10)

10. Arbeidszaken overheid200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200899 30088 28753 21752 20152 20152 201
10.1 apparaat10 44810 1869 6778 6618 6618 661
10.5 uitkeringsregelingen77 20366 53132 02632 02632 02632 026
10.7 vergroten aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever6 5656 4866 4306 4306 4306 430
10.8 verbeteren kwaliteitdienstverlening5 0845 0845 0845 0845 0845 084
10.9 verbeteren kwaliteitbedrijfsvoering000000
       
Mutatie 1e suppletore 20087 1471 710755– 386– 438– 420
10.1 apparaat– 156– 223– 280– 386– 438– 420
10.5 uitkeringsregelingen      
10.7 vergroten aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever2 10000000
10.8 verbeteren kwaliteitdienstverlening5 2031 9331 035000
10.9 verbeteren kwaliteitbedrijfsvoering      
       
Nieuwe mutaties1 500– 1 721– 1 875– 1 457– 4 723– 4 723
10.1 apparaat1 277– 4 844– 4 576– 4 544– 4 517– 4 535
a. Herschikking programma Veilige Publieke Taak (van art 10.8)514514514   
b. Herschikking apparaatskosten (van art 10.8)342342342342342342
c. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)304143133113113113
d. Taakstelling117151171223250232
e. Herschikking budget als gevolg van reorganisatie (naar art 11.1)0– 5 994– 5 736– 5 222– 5 222– 5 222
10.5 uitkeringsregelingen1 1311 048982982982982
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)1 1311 048982982982982
10.7 vergroten aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever02 9612 9282 852– 414– 414
a. Subsidietaakstelling0– 31– 64– 139– 139– 139
b. Diversiteit (pijler 4) (van SZW)02 4002 4002 40000
c. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 275– 275– 275– 275– 275
10.8 verbeteren kwaliteitdienstverlening– 908– 886– 1 209– 747– 774– 756
a. Loon- en pijsbijstelling (van art 13)656259595959
b. Programma Veilige Publieke Taak (van art 2.2)03000000
c. Taakstelling– 117– 151– 171– 223– 250– 232
d. Herschikking apparaatskosten (naar art 10.1)– 342– 342– 342– 342– 342– 342
e. Herschikking programma Veilige Publieke Taak (naar art 10.1)– 514– 514– 514000
f. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 241– 241– 241– 241– 241
10.9 verbeteren kwaliteitbedrijfsvoering000000
Stand ontwerpbegroting 2009107 94787 40951 23049 49247 04047 058
10.1 apparaat11 5695 1194 8213 7313 7063 706
10.5 uitkeringsregelingen78 33467 57933 00833 00833 00833 008
10.7 vergroten aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever8 6658 5808 4918 4166 0166 016
10.8 verbeteren kwaliteitdienstverlening9 3796 1314 9104 3374 3104 328
10.9 verbeteren kwaliteitbedrijfsvoering000000

10.1.e Herschikking budget als gevolg van reorganisatie

In verband met de reorganisatie van BZK worden de budgetten die onder DG OBR vallen geconcentreerd binnen artikel 11.

10.7.b Diversiteit

BZK ondersteunt de overheidssectoren bij het invoeren en vormgeven van diversiteitsbeleid. Aan alle sectoren wordt een ondersteunend pakket aangeboden, onder andere bestaande uit een internetplatform en kenniskringen waarin zowel de kennis van experts over diversiteit en diversiteitsbeleid worden ingebracht als ervaringen deelnemers worden uitgewisseld. Daarnaast kunnen sectoren rekenen op ondersteuning van Dio-management. Hierbij is de afspraak gemaakt dat het kabinet zich inspant om in 2009 en 2010 150 wajongers en 100 wsw-ers in dienst te nemen bij het Rijk.

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
10. Arbeidszaken overheid200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008820820820820820820
Mutatie 1e suppletore 2008      
Stand ontwerpbegroting 2009820820820820820820

7.11 Kwaliteit Rijksdienst (artikel 11)

11. KwaliteitRijksdienst200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200848 80248 53748 03047 21847 21847 218
11.1 apparaat10 17010 1039 6108 6368 6368 636
11.2 professioneel topmanagement15 13014 77714 77714 77714 77714 777
11.6 goed functionerend personeel13 46014 31314 36614 52814 52814 528
11.7 goed functionerende organisatie3 0682 3702 3032 3032 3032 303
11.8 goed functionerende organisatie voorziening en HRM-functie000000
11.9 kwaliteitinformatievoorzieningRijk6 6356 6356 6356 6356 6356 635
11.10 bevorderen kwaliteitHRM-functie339339339339339339
11.11 inkoop, facilitaire zaken en huisvestingsbeleid Rijk000000
       
Mutatie 1e suppletore 20089 7954 5203 6083 195– 2 575– 3 004
11.1 apparaat– 188– 225– 2604919– 237
11.2 professioneel topmanagement1 9221 9701 9481 2166– 167
11.6 goed functionerend personeel3 508– 1 025– 1 580– 1 570– 2 600– 2 600
11.7 goede functionerende organisatie4 5533 8003 5003 50000
11.8 goede functionerende organisatie voorziening en HRM-functie000000
11.9 kwaliteitinformatievoorzieningRijk000000
11.10 bevorderen kwaliteit HRM-functie000000
11.11 inkoop, facilitaire zaken en huisvestingsbeleid Rijk000000
       
Nieuwe mutaties7 51213 09712 73712 02912 03712 034
11.1 apparaat3086 2235 9355 3715 3715 371
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)308440410360360360
b. Herschikking budget als gevolg van reorganisatie (van art 10.1)05 7835 5255 0115 0115 011
11.2 professioneel topmanagement417352352352352352
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)417404404404404404
b. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 52– 52– 52– 52– 52
11.6 goed functionerend personeel3 500– 8– 15– 18– 18– 18
a. Subsidietaakstelling0– 8– 15– 18– 18– 18
b. Ramingsbijstelling EC AMC3 50000000
11.7 goed functionerende organisatie3 28700000
a. Ontvangsten Baten-Lastendiensten voor Inspectieraad92500000
b. Bijdrage Inspectieraad (van VWS)10600000
c. Bijdrage Inspectieraad (van art 14.1)1400000
d. Bijdrage Inspectieraad (van Jus)200000
e. PWAA2 24000000
11.8 goed functionerende organisatie voorziening en HRM-functie000000
11.9 kwaliteit informatievoorzieningRijk05 0224 9574 8164 8244 821
a. Herschikking budget als gevolg van reorganisatie (van art 7.3)04 9354 8724 7374 7454 742
b. Loon- en prijsbijstellig (van art 13)08785797979
11.10 bevorderen kwaliteit HRM-functie000000
11.11 Inkoop, facilitaire zaken en huisvestingsbeleid Rijk01 5081 5081 5081 5081 508
a. Bundeling activiteiten (van div departementen)01 5081 5081 5081 5081 508
Stand ontwerpbegroting 200966 10966 15464 37562 44256 68056 248
11.1 apparaat10 29016 10115 28514 05614 02613 770
11.2 professioneel topmanagement17 46917 09917 07716 34515 13514 962
11.6 goed functionerend personeel20 46813 28012 77112 94011 91011 910
11.7 goed functionerende organisatie10 9086 1705 8035 8032 3032 303
11.8 goed functionerende organisatie voorziening en HRM-functie000000
11.9 kwaliteitinformatievoorzieningRijk6 63511 65711 59211 45111 45911 456
11.10 bevorderen kwaliteitHRM-functie339339339339339339
11.11 inkoop, facilitaire zaken en huisvestingsbeleid Rijk01 5081 5081 5081 5081 508

11.1.b Herschikking budget als gevolg van reorganisatie

Zie toelichting bij 10.1.e

11.6.b Ontvangsten Ramingsbijstelling EC AMC

Technische bijstelling van ontvangsten en uitgaven in verband met de overgang van EC AMC (als directie binnen DGOBR) naar de werkmaatschappij en de daarmee samenhangende overgang van een kas-verplichtingenstelsel naar een baten-lastenstelsel.

11.7.e PWAA

Betreft kosten die nog gefactureerd worden voor het project wegwerken archiefachterstanden.

11.9.a Herschikking budget als gevolg van reorganisatie

Zie toelichting bij 7.3.b

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
11. KwaliteitRijksdienst200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 20083673673673673670
Mutatie 1e suppletore 2008510– 100– 100267267 
       
Nieuwe mutaties6 66500000
a. Ontvangsten bld’s voor inspectieraad925     
b. PWAA2 240     
c. Ramingsbijstelling EC AMC3 500     
Stand ontwerpbegroting 20097 5422672676346340

Ontvangsten b. PWAA

Zie toelichting 11.7.e.

Niet-beleidsartikelen

7.12 algemeen (artikel 12)

12. Algemeen200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200891 90389 61090 38697 462100 84284 542
12.1 apparaat81 95679 66380 43987 51490 89474 874
12.2 bijdrage functionele kosten Koninklijk Huis9 9479 9479 9479 9489 9489 948
12.3 verzameluitkering000000
12.4 Centrale kennisfunctie000000
       
AMENDEMENT SCHINKELSHOEK/HEIJNEN HUIS DER DEMOCRATIE– 50000000
12.1 apparaat– 50000000
       
Mutatie 1e suppletore 200812 729– 3 070– 3 162– 3 509– 1 883– 1 809
12.1 apparaat12 729– 3 070– 3 162– 3 509– 1 883– 1 809
12.2 bijdrage functionele kosten Koninklijk Huis000000
12.3 verzameluitkering000000
12.4 Centrale kennisfunctie000000
       
Nieuwe mutaties1 7431 9061 9992 1562 4562 156
12.1 apparaat1 4497558481 0051 3051 005
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)1 4491 4131 3421 1991 1991 199
b. Uitzendregeling RBNA (van Fin)505050505050
c. Herschikking apparaatskosten als gevolg van reorganisatie02 0102 0102 0102 0102 010
d. Herschikking apparaatskosten (van art 14.1)0100100100100100
e. Overdracht budgetten auditdienst (naar Fin)0– 2 731– 2 567– 2 267– 2 267– 2 267
f. Salarisadministratie (van AZ)10100000
g. Overheveling budget naar centrale kennisfunctie (naar art 12.4)0– 833– 833– 833– 833– 833
h. Correctie ramingsbijstelling ontvangsten00003000
i. Bundeling activiteiten0– 175– 175– 175– 175– 175
j. Herschikking apparaatskosten0843843843843843
k. Herschikking huisvesting787878787878
l. Aanbesteding OT 2006 (naar VROM)– 22900000
12.2 bijdrage functionele kosten Koninklijk Huis2941 1511 1511 1511 1511 151
a. Loon- en prijsbijstelling (van art 13)294294294294294294
b. Functionele kosten Koninklijk Huis0657657657657657
c. Overgang personeel DKH0200200200200200
12.3 verzameluitkering000000
12.4 Centrale kennisfunctie07 1087 1087 1087 1087 108
a. Overheveling budget voor centrale kennisfunctie (van diverse art.)07 1087 1087 1087 1087 108
Stand ontwerpbegroting 2009105 87595 55496 331103 217108 52392 277
12.1 apparaat95 63477 34878 12585 01090 31674 070
12.2 bijdrage functionele kosten Koninklijk Huis10 24111 09811 09811 09911 09911 099
12.3 verzameluitkering000000
12.4 Centrale kennisfunctie07 1087 1087 1087 1087 108

12.1.c Herschikking apparaatskosten als gevolg van reorganisatie

Reallocatie van apparaatsbudget (P&M) in verband met het centraliseren van de rode draden Kennis, Internationaal en Financiën (zie ook art 2, 4 en 16). Deze taken en het budget vallen voortaan onder de staf.

12.1.e Overdracht budgetten auditdienst

Overdracht personele budgetten auditdienst tbv de rijksauditdienst

12.4.a Overheveling budget voor centrale kennisfunctie

De keuze voor een centraal georganiseerde kennisfunctie, die eindverantwoordelijk is voor alle onderzoeken bij BZK, brengt met zich mee dat er onderzoeksbudget is samengevoegd van decentrale en centrale onderzoeksbudgetten. Het budget wordt aangewend voor strategisch, beleidsondersteunend en evaluatief onderzoek.

Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
12. Algemeen200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008983983983983683683
Mutatie 1e suppletore 20088 412– 983– 983– 983– 983– 683
       
Nieuwe mutaties00003000
a. Correctie ramingsbijstelling ontvangsten00003000
Stand ontwerpbegroting 20099 39500000

7.13 Nominaal en onvoorzien (artikel 13)

13. Nominaal en onvoorzien200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008– 2 060– 3 710– 6 187– 99 883– 100 712– 100 712
13.1 loonbijstelling000000
13.2 prijsbijstelling000000
13.3 onvoorzien– 2 060– 3 710– 6 187– 99 883– 100 712– 100 712
       
Mutatie 1e suppletore 200852 78943 03844 79644 03544 50444 342
13.1 loonbijstelling32 07731 09131 22628 37028 01027 848
13.2 prijsbijstelling18 40010 00010 00010 00010 00010 000
13.3 onvoorzien2 3121 9473 5705 6656 4946 494
       
Nieuwe mutaties– 49 725– 40 343– 61 20822 57822 93823 100
13.1 loonbijstelling– 32 077– 31 091– 31 226– 28 370– 28 010– 27 848
a. Loon- en prijsbijstelling (naar diverse artikelen)– 32 077– 31 592– 31 727– 28 871– 28 511– 28 349
b. Loon- en prijsbijstelling0501501501501501
13.2 prijsbijstelling– 18 400– 10 000– 10 000– 10 000– 10 000– 10 000
a. Loon- en prijsbijstelling– 18 400– 10 000– 10 000– 10 000– 10 000– 10 000
13.3 onvoorzien752748– 19 98260 94860 94860 948
a. Bestuurskosten0– 11 200– 32 70049 10049 10049 100
b. Bestuurskosten (van GF)011 20011 20011 20011 20011 200
c. Negatieve loonbijstelling taakstelling bestuurskosten   – 2 434– 2 434– 2 434
d. Loon- en prijsbijstelling– 28– 50– 79– 110– 110– 110
e. Subsidietaakstelling07981 5973 1923 1923 192
f. Verdeling SFB-gelden 2008780     
Stand ontwerpbegroting 20091 004– 1 015– 22 599– 33 270– 33 270– 33 270
13.1 loonbijstelling000000
13.2 prijsbijstelling000000
13.3 onvoorzien1 004– 1 015– 22 599– 33 270– 33 270– 33 270

13.3.a/13.3b Bestuurskosten

De oorspronkelijk beoogde invulling van de taakstelling «bestuurskosten» ad 90 miljoen vanaf 2011 blijkt niet in volle omvang haalbaar; derhalve is de taakstelling vanaf dat jaar met € 49,1 mln. verlaagd. De resterende taakstelling wordt ingevuld door een korting van € 11,2 mln. op het gemeentefonds vanwege de efficiencywinst die behaald is met het invoeren van Single Information en Single Audit (SiSa). Voor de resterende € 29,7 mln. aan taakstelling wordt nader onderzocht hoe deze kan worden ingevuld. Hierover wordt ook nog gesproken met IPO en VNG.

13.3.d Subsidietaakstelling

De subsidietaakstelling stond op artikel 13.3 en is doorverdeeld naar de betreffende artikelen.

7.14 VUT-fonds (artikel 17)

17. VUT-fonds200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 2008300 000900 0000000
17.1 VUT-fonds300 000900 0000000
       
Mutatie 1e suppletore 2008000000
17.1 VUT-fonds      
       
Nieuwe mutaties000000
17.1 VUT-fonds      
Stand ontwerpbegroting 2009300 000900 0000000
17.1 VUT-fonds300 000900 0000000
Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
17. VUT-fonds200820092010201120122013
Stand ontwerpbegroting 200822 37238 24072 02271 43471 43471 630
Mutatie 1e suppletore 2008      
       
Nieuwe mutaties      
Stand ontwerpbegroting 200922 37238 24072 02271 43471 43471 630

8. Bijlagen

8.1 Moties en Toezeggingen(per 15 juli 2008)

Veiligheid

In behandeling zijnde moties

Omschrijving motieVindplaatsStand van Zaken
Motie Çörüz/Kuiken over het uitdragen van de waarden van de Nederlandse democratische rechtsstaat.11-10-2007 Actieplan Polarisatie en Radicalisering (29 754, nr. 118)Actieplan is oktober 2008 gereed. Enkele activiteiten (project grondrechten op school, reizende tentoonstelling over Respect) zijn in gang gezet.
   
Motie Van Raak over het herkennen van de façadepolitiek van salafistische moslims.11-10-2007 Actieplan Polarisatie en Radicalisering (29 754, nr. 113)Aanpak is in ontwikkeling in samenwerking met gemeenten en naar verwachting eind 2008 gereed en aan de Tweede Kamer aangeboden.
   
Motie Joldersma over experiment met leeftijdsgrenzen in een aantal gemeenten. De Kamer verzoekt een klein aantal gemeenten die dat willen in aanmerking te laten komen voor een experiment met o.a. leeftijdsgrenzen, het experiment binnen 2 jaar systematisch te evalueren en daaruit conclusies te trekken voor effectieve beleidsmaatregelen.18-12-2007 Alcoholbeleid (27 565, nr. 36)Er komt een experimenteerartikel in de Drank- en Horecawet. Het wetsvoorstel wijziging Drank- en horecawet wordt in het voorjaar 2009 aan de Tweede Kamer aangeboden.
   
Motie Brinkman over de verstrekking van 28 miljoen buiten het gemeentefonds om t.b.v. polarisatie en radicalisering. De kamer verzoekt afspraken met de VNG te maken over jaarlijkse rapportages over de resultaten van deze verstrekte gelden en deze resultaten terug te koppelen naar de Kamer.11-10-2007 Polarisatie en Radicalisering (29 754, nr. 110)De Tweede Kamer wordt hierover bericht in de periodieke voortgangsrapportage die eind 2008 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.
   
Motie Haverkamp over het benadrukken van politiespecifieke elementen in een nieuwe functiewaardering27-02-2008 Spoeddebat CAO-onderhandelingen politie (29 628, nr. 77)De eerste resultaten van het beloningsonderzoek worden voor 1 november 2008 aan de Tweede Kamer aangeboden.
   
Motie Çörüz over de uitvoering van taakstraffen door jongeren in de buurt.19-6-2008 Actieplan overlast en verloedering (28 684, nr. 158)De Tweede Kamer wordt hierover naar verwachting geïnformeerd in de jaarlijkse voortgangsrapportage, die in het najaar wordt aangeboden.
   
Motie Çörüz over vordering van OTS bij een derde politiecontact door 12-minners.19-6-2008 Actieplan overlast en verloedering (28 684, nr. 157)Wordt meegenomen in de notitie aanpak overlast 12-minners die het kabinet najaar 2008 aan de Tweede Kamer zal aanbieden.
   
Motie Van Raak over onnodige financiële risico’s bij aanbestedingen van risicovolle projecten bij de politie. Bij volgende risicovolle aanbestedingen moet een exitstrategie worden opgenomen.15-04-2008 Politie (29 628, nr. 87)Bij aanbesteding van risicovolle politie-projecten onder directe verantwoordelijkheid van de minister van BZK wordt een mogelijke exit uit het contract (ontbinden) als risico in het project benoemd en gemanaged. In de contracten worden ook afspraken gemaakt over de consequenties van het niet nakomen van de contractueel overeengekomen prestaties.
   
Motie Bouwmeester over een landelijke gedragscode voor veilig alcoholgebruik in buurt- en huiskamerketen. De Kamer verzoekt de VNG opdracht te geven om gedragscodes te ontwikkelen over veilig alcoholgebruik in niet-commerciële keten.18-12-2007 Het alcoholbeleid (27 565, nr. 37)Motie wordt voor een deel (inhoudelijk) uitgevoerd. Minister BZK heeft de toezegging gedaan om een handreiking uit te geven voor ouders over hokken en keten. Het Trimbos Instituut gaat deze handreiking maken en heeft in juli 2008 een projectplan opgesteld over de vorm van de handreiking en hoe deze kan aansluiten bij andere lopende voorlichtingsprojecten. In augustus wordt de planning van het traject met hen besproken.
   
Motie Joldersma over het vasthouden aan de landelijke leeftijdsnorm van 16 jaar. De Kamer verzoekt de regering de lokale overheid geen bevoegdheid te geven om de alcoholleeftijd naar 18 jaar te verhogen en de leeftijdsnorm op 16 jaar te houden18-12-2007 Het alcoholbeleid (27 565, nr. 41)Er komt geen algemene bevoegdheid voor gemeenten om de leeftijdsgrens te verhogen. Het wetsvoorstel wijziging DHW wordt in het voorjaar 2009 door VWS aan de Tweede Kamers aangeboden.
   
Motie Toorenburg over het in samenwerking met de AIVD te onderzoeken: a) wat en hoe groot de risico’s zijn van buitenlandse financieringen van en invloeden op in Nederland gevestigde moskeeën; b) of en zo ja, welke maatregelen hiertegen kunnen worden genomen; en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te berichten.1-11-2007 Project Westermoskee (31 200XI, nr. 65).Motie is overgenomen van WWI. De Tweede Kamer wordt over de voortgang bericht in de voortgangsrapportage van het Actieplan Polarisatie en Radicalisering die eind 2008 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.
   
Motie Voordewind over verzoek om indien de pilot van de VWA na de zomer niet tot scherpe maatregelen heeft geleid om illegale keten te sluiten: a) te bevorderen dat de VWA en de gemeenten het in de praktijk onmogelijk maken dat drankketen zonder vergunning alcohol tegen betaling verstrekken; b) Inzichtelijk te maken hoeveel niet-commerciële drankketen er in de pilotgemeenten zijn; c) Te bevorderen dat gemeenten met betrokkenen tot afspraken komen om overmatig alcoholgebruik onder de wettelijk toegestane leeftijd tegen te gaan; d) De (brand)veiligheid op orde te maken, met gebruik van de gedragscode voor huisregels rond veilig alcoholgebruik in buurt- en huiskamerketen (motie Joldersma cs., 27 565, nr. 37); en de Kamer hiervan op de hoogte te stellen.22-5-2008 Het alcoholbeleid (27 565, nr. 73)Eind september wordt een gezamenlijke beleidsreactie BZK/VWS aan de Tweede Kamer aangeboden.

Afgedane moties

Omschrijving motieVindplaatsStand van Zaken
Motie Schijndel over het creëren van een bevoegdheid voor de burgemeester om een bijzondere gedragsaanwijzing te geven. 15-02-06 Overlast en criminaliteit in steden (28 684, nr. 76)Het wetsvoorstel is in het najaar van 2007 aan de Kamer aangeboden.
   
Motie Schinkelshoek over verkorting van de wacht- en doorlooptijden van veiligheidsonderzoeken.31-05-06 Wet op de Veiligheidsonderzoeken (30 805, nr. 8)De brief is na het zomerreces van 2007 aan de Tweede Kamer aangeboden.
   
Motie Van Haersma Buma/Van der Staaij over uitbreiding van de handhaving van snelheidslimieten in woongebieden.14-06-06 Wet bestuurlijke boete overlast in openbare ruimte (30 101) en boete fout parkeren en andere lichte overtredingen (30 098)Zie bijlage bij AO brief d.d. 15 september, pag. 13/14 (29 398, nr. 43). Het eerste deel van de motie (handhaving van snelheidslimieten) ligt op het terrein van Justitie. Het laatste deel van de motie (met gemeenten heldere afspraken maken over de fysieke eisen waaraan de infrastructuur op striktere handhaving moet voldoen) ligt op het terrein van V&W. De Tweede Kamer heeft op 20 maart 2007 met het wetsvoorstel ingestemd. Het voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Het bedoelde overleg met gemeenten wordt meegenomen bij de implementatie van het wetsvoorstel.
   
Motie Weekers over bestrijding van illegale cannabisteelt, met name vanuit woningen.22-06-06 Drugs (24 077, nr. 188)De eerste rapportage naar aanleiding van de motie Weekers is voor het zomerreces aan de Tweede Kamer aangeboden.
   
Motie Gerkens/Wagner over een projectregisseur voor hightech crime.04-10-06 Veiligheidsprogramma (28 684, nr. 94)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 17 december 2007 (26 643 nr. 103).
   
Motie Wagner/Gerkens over een loket voor aangiftes van internetcriminaliteit.04-10-06 Veiligheidsprogramma (28 684, nr. 96)Afgedaan
   
Motie Weekers/Van Haersma Buma over een extra investering in de ontneming van crimineel geld.04-10-06 Veiligheidsprogramma (28 684, nr. 97)Afgedaan
   
Motie Brinkman c.s. over een bod in de onderhandelingen van ten minste € 200 netto in de maand.27-02-08 Spoeddebat CAO-onderhandelingen politie (29 628, nr. 75)Afgedaan
   
Motie Brinkman c.s. over het verzoek aan het kabinet, zich met het allerhoogste respect over de politieuit te laten.27-02-08 Spoeddebat CAO-onderhandelingen politie (29 628, nr. 74)Afgedaan
   
Motie Van Raak/ Brinkman over het bestemmen van de voorgenomen verhoging van de vergoedingen voor politieke ambtsdragers aan de inkomens van politieagenten.27-02-08 Spoeddebat CAO-onderhandelingen politie (29 628, nr. 76)Afgedaan
   
Motie Griffith over screening bij subsidieverstrekking voor het stimuleren van interpretaties van de islam.11-10-07 Actieplan Polarisatie en Radicalisering 2007–2011 (29 754, nr. 114)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 19 november 2007 (29 754, nr. 122).
   
Motie over het bevorderen van onafhankelijk onderzoek naar vestiging van woonvormen van bijzondere doelgroepen vanuit veiligheidsperspectief, rekening houdend met behoorlijkheids- en zorgvuldigheidsvereisten van de besluitvorming daaromtrent. Plenaire afronding van begrotingsbehandeling H VIIDe Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 18 januari 2008 (31 200 XVIII, nr. 50).
   
Motie over het verzoek concrete initiatieven tot ontwikkeling van bioscienceparken te ondersteunen. Bioscience-onderzoek levert een belangrijke bijdrage aan de innovatieve kracht van Nederland. Het is niet acceptabel dat radicale dierenactivisten door bedreigingen de ontwikkeling van een hoogwaardig bedrijvenpark als Science Link in Venray kunnen blokkeren.22-04-08 Stopzetten ontwikkeling bedrijventerrein in Venray (31 200 VI, nr. 133)De Tweede Kamer is bij brief van 17 juni 2008 geïnformeerd (31 200, nr. 69).
   
Motie over onwenselijkheid van hoofddoeken bij politieagenten in Nederland, overwegende dat de «Commissie gelijke behandeling» geen goede argumenten heeft gevonden om hoofddoekjes voor islamitische politieagentes te verbieden.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200VII, nr. 38)De Tweede Kamer is bij brief van 11 juli 2008 over de voortgang geïnformeerd (31 200, nr. 73).
   
Motie over het verzoek bij een begrotingsbehandeling BZK te komen met een visie en concrete voorstellen over het behoud van de beschikbaarheid van brandweervrijwilligers.26-09-07 Wijziging Brandweerwet 1985; verzekeren kwaliteit van brandweerpersoneel (30 875, nr. 7)De Tweede Kamer is bij brief van 13 februari 2008 geïnformeerd (30 875, nr. 13).

In behandeling zijnde toezeggingen

Omschrijving toezeggingVindplaatsStand van Zaken
Toezegging over de definitieve toekenning en besteding van FEZ-gelden in het aandachtsgebied Mobiliteit, Ruimte en Monumenten, onderdeel bescherming vitale infrastructuur; en hier de Kamer over te informeren.05-10-05 Jaarverslagen 2004 AIVD (29 876), commissie van toezicht. Commissie IVD (30 122)De besluitvorming over de FEZ-gelden is nog niet afgerond. Het NCTb coördineert de claims en de allocatie van FEZ-gelden. De AIVD heeft uit FEZ-gelden de zoekschil CT-Infobox gefinancierd.
   
Toezegging te informeren over de uitkomsten van de pilots Cell broadcasting.15-03-06 Voortgangsrapportage implementatie veiligheidsregio(29 517), uitvoering kabinetsstandpunt ACIR-december 2005 en bestuurlijke verantwoordelijkheid reguliere rampenbestrijding Schiphol De Tweede Kamer wordt na de zomer geïnformeerd over de voortgang.
Toezegging over het verzenden van het nieuwe Nationaal handboek Crisisbesluitvorming.15-03-06 Voortgangsrapportage implementatie veiligheidsregio (29 517, nr. 8), uitvoering kabinetsstandpunt ACIR-december 2005 en bestuurlijke verantwoordelijkheid reguliere rampenbestrijding Schiphol (29 668, nr. 8)De Tweede Kamer zal over de voortgang geïnformeerd worden.
Toezegging over het stoppen met de zogenoemde sms-bombardementen in geval van gestolen mobieltjes.04-10-06 Veiligheidsprogramma (28 684, nr. 97)Met providers is een principe-akkoord gesloten over de vergoeding van de door grote providers geleverde diensten. Dit akkoord wordt nu uitgewerkt in een vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt na zomerreces getekend. Onderdeel van de afspraken is een nieuwe wijze van samenwerking. Het thema SMS-bombardement zal in deze nieuwe samenwerking worden geagendeerd.
Toezegging over a) het herijken van het gelieerdenbeleid; b) het meenemen van de stand van zaken van C2000 in de informatievoorziening over ACIR; c) de uitbetalingen van schadevergoedingen rond de vuurwerkramp in Enschede; d) het rapporteren van de voortgang van de acties die voortvloeien uit het kabinetsstandpunt over het rapport van de CTRC in de reguliere voortgangsrapportage crisisbeheersing; e) de organisatie van een technische briefing organiseren m.b.t. ACIR en CRTC; en het informeren van de Kamer hiervan.31-01-07 Uitvoering kabinetstandpunt ACIR (26 956), eindrapportage commissie tegemoetkomingen bij rampen en calamiteiten (29 668)a) Een concept herijkt gelieerdenbeleid is voorgelegd aan de Raad MIV. Na ontvangst van het advies wordt de Tweede Kamer geïnformeerd.b) De taken van ACIR zijn overgenomen door de Raad Multidisciplinaire Informatievoorziening Veiligheid. In het kader van de BZK-begroting wordt jaarlijks over C2000gerapporteerd.c) De Kamer is geïnformeerd bij brief van 4 april jl. (27 157, nr. 65).d) De Kamer is geïnformeerd in het Beleidsplan Crisisbeheersing 2004-2007 van 11 juli jl. (29 668, nr. 23).e) Technische briefing heeft inmiddels plaatsgevonden
Toezegging over intensivering van beleid op basis van de de bevindingen in de evaluatie door Clingendael in 2006 over de inzet van de politie voor vredesmissies door a) meer politie uit te zenden, ook in executieve functies en in minder veilige landen; b) de inzet zoveel mogelijk te koppelen aan de operationele belangen van de politie; c) meer samenwerking te zoeken met Defensie en met name met de KMAR; en het informeren van de Kamer hiervan. 21-05-08 Nederlandse deelname aan de EVDB-missie in KosovoDe brief aan de Tweede Kamer is in voorbereiding en wordt naar verwachting kort na de zomer aangeboden.
Toezegging over het in beeld brengen van de kosten van cameratoezicht wat betreft het deel dat het rijk betaalt. 11-06-08 jaarverslagen BZKDe Tweede Kamer wordt hierover na het zomerreces geïnformeerd.
Toezegging over een jaarlijkse aparte rapportage over voortgang uitvoering actieplan Overlast en Verloedering.20-05-08 Het actieplan Overlast en Verloedering (28 684, nr. 130)De jaarlijkse rapportage wordt in het najaar aan de Tweede Kamer aangeboden.
Toezegging over het bezien van project Utrecht (stages) en een mogelijke uitrol van project Utrecht naar andere gemeenten; en het informeren van de Kamer hiervan.20-05-08 Het actieplan Overlast en Verloedering (28 684, nr. 130)Op basis van ingewonnen informatie vindt na de zomer overleg plaats met de gemeenten.
Toezegging over het bezien van een veelplegeraanpak voor overlastgevers (o.a. stapelen overtredingen) (samen met Justitie); en het informeren van de Kamer hiervan.20-05-08 Het actieplan Overlast en Verloedering (28 684, nr. 130)De Tweede Kamer wordt hierover naar verwachting geïnformeerd in de jaarlijkse voortgangsrapportage, die in het najaar wordt aangeboden.
Toezegging over het bezien of APV-blowverbod in de toolkit onveiligheidsgevoelens kan worden meegenomen.20-05-08 Het actieplan Overlast en Verloedering (28 684, nr. 130)De Tweede Kamer wordt hierover naar verwachting geïnformeerd in de jaarlijkse voortgangsrapportage, die in het najaar wordt aangeboden.
Toezegging over het betrekken de uitkomsten van het onderzoek van het NIFV over zelfredzaamheid bij de in het kader van het Actieprogramma Brandveiligheid te ontwikkelen visie op de brandveiligheid door de minister van BZK en WWI.22-01-08 Gebruiksbesluit: reductie administratieve lastenDe uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen in de ontwikkeling van de brandveiligheidsvisie en van het benodigde instrumentarium. Naar verwachting zijn beide trajecten tweede helft 2008 gereed.
Toezegging over de ontwikkeling van een visie op openbare orde met betrekking tot de bevoegdheden van burgemeesters29-11-07 Begrotingsbehandeling hoofdstuk IIA, Staten-GeneraalDe Tweede Kamer wordt hierover in het najaar geïnformeerd.
Toezegging over het voor advies verzenden van wetsvoorstel regierol gemeenten aan de Raad van State.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Het wetsvoorstel is in juni voor advies aan de Raad van State voorgelegd.
Toezegging over het rapporteren over de uitkomsten van overleg met de veiligheidspartners over de prioriteiten binnen de te ontwikkelen informatiehuishouding voor het veiligheidsdomein.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Een brief aan de Tweede Kamer wordt thans voorbereid.
Toezegging over het ontwikkelen van een integrale beleidsvisie op de wijze waarop de informatiestromen in het kader van veiligheid door organisaties als de politie, de inlichtingen en Veiligheidsdienst en het NcTB worden gedeeld.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200, nr. 30)Er is een concept-visie opgesteld. De definitieve versie zal in het najaar van 2008 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
Toezegging over een overzicht van de stand van zaken van BIBOB in de EU lidstaten en van andere maatregelen die op het gebied van Bestuurlijke aanpak in de EU bestaan.JBZ-Raad d.d. 7 en 8-7-2008 (23 490, nr. 509)Aan een aantal EU-staten is informatie gevraagd. Het overzicht is naar verwachting in augustus gereed.
Toezegging over het informeren over aanhoudingen van relschoppers en vernielers tijdens en na de afgelopen jaarwisseling ten aanzien van branden.29-01-08 VuurwerkOp basis van een rapport van de Politieacademie kan de gevraagde informatie niet worden geleverd. Er vindt daarom op korte termijn overleg plaats met de politie.
Toezegging over het inzetten van het instrument van de bestuurlijke boete bij veroorzakers van overlast (met vuurwerk).29-01-08 VuurwerkDe Tweede Kamer wordt hierover geïnformeerd in de beleidsreactie op het rapport van de Commissie overlast jaarwisseling, dat in het najaar wordt aangeboden.
Toezegging over het verkennen van mogelijkheden voor aanhoudingen als deelnemer (of in groepsverband) aan een vernielende groep.29-01-08 VuurwerkDe Tweede Kamer wordt hierover geïnformeerd in de beleidsreactie op het rapport van de Commissie overlast jaarwisseling, dat in het najaar wordt aangeboden.
Toezegging over a) het overnemen van drie TNO-aanbevelingen over munitie; b) het bezien van vier andere aanbevelingen in overleg met de politieorganisatie; c) en de Kamer hieover te informeren. 15-04-08 Politie (29 628, nr.1)De Tweede Kamer is bij brief van 11 juni 2008 over de voortgang geïnformeerd (29 628, nr. 93).
Toezegging over a) een onderzoek naar de betrokkenheid en het gebruik van wapens en munitie bij het doden of verdoven van dieren door de politie; b) waarin de opleiding en de betrokkenheid van dierenartsen en jagers wordt meegenomen; c) en de Kamer hierover te informeren 15-04-08 Politie (29 628, nr.1)De Tweede Kamer is bij brief van 11 juni 2008 over de voortgang geïnformeerd (29 628, nr. 93).
Toezegging over a) het in september rapporteren door de politie over het aantal keren dat sprake is geweest van geweld tegen homo’s; b) het hanteren van de term discriminatie in plaats van hatecrimes; en de Kamer hierover te informeren.15-04-08 Politie (29 628, nr.1)De Tweede Kamer wordt na ontvangst van de politierapportage geïnformeerd.
Toezegging over het bezien van a) mogelijkheden om stelselmatig informatie in te winnen van de RID; b) hiervoor een wettelijke basis te scheppen; c) en deKamer hierover te informeren.16-04–08 CTIVD-rapport nr. 16 inzake onderzoek naar de samenwerking tussen de AIVD en de RID respectievelijk de KMarDe Tweede Kamer zal na het zomerreces worden geïnformeerd.
Toezegging over het in november 2008 aanbieden van de voortgangsrapportage Bescherming Vitale Infrastructuur in plaats van december 2008.03-04-08 Voortgangsbrief Bescherming Vitale Infrastructuur, ICT en Veiligheid en calamiteitenfunctie regionale omroep (29 668, nr. 18)De voortgangsrapportage wordt in november aan de Kamer aangeboden.
Toezegging over het verrichten van een internationale verkenning naar een meldplicht hackpogingen voor de vitale infrastructuur.03-04-08 Voortgangsbrief Bescherming Vitale Infrastructuur, ICT en Veiligheid en calamiteitenfunctie regionale omroep (29 668, nr. 18)De Tweede Kamer is bij brief van 9 juli 2008 over de voortgang geïnformeerd (29 668, nr. 22).
Toezegging over de inventarisering van lokale projecten op het terrein van veiligheid en beschrijving van de effectieve factoren daarvan.31-01-08 Project Veiligheid begint bij voorkomenAan een inventarisatie wordt gewerkt. De Tweede kamer wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd.
Toezegging over het informeren van de Kamer over de resultaten van de uitbreiding van de werkingssfeer van de Wet BIBOB.31-01-08 Project Veiligheid begint bij voorkomenNaar verwachting wordt de Tweede Kamer in het najaar van 2008 geïnformeerd.
Toezegging over het bij de Kamer indienen van het wetsvoorstel Kaderwet prostitutie eind 2008.31-01-08 Project Veiligheid begint bij voorkomenHet wetsvoorstel wordt in 2008 bij de Tweede Kamer ingediend.
Toezegging over het samenstellen van de monitor en de indicatoren door tien specialisten en de Kamer hierover na voltooiing in november te informeren.11-10-08 Actieplan Polarisatieen Radicalisering 2007–2011 (29 754, nr. 119)De Tweede Kamer wordt in het najaar geïnformeerd.
Toezegging over het in overleg met burgemeesters en politie bezien of er behoefte is aan een landelijk meldpunt radicalisering en polarisatie.11-10-07 Actieplan Polarisatie en Radicalisering 2007–2011 (29 754, nr. 119)Het Kennis- en Adviescentrum is in november operationeel.
Toezegging over het in 2008 oppakken van het thema digitale verlamming in het kader van de uitvoering van de strategie Nationale Veiligheid.31-10-07 Strategie Nationale veiligheid (30 821, nr. 3)In 2008 worden op het thema ICT-verstoring scenario’s uitgewerkt die worden meegenomen in de nationale risicobeoordeling. De Tweede Kamer wordt in het voorjaar 2009 geïnformeerd.
Toezegging over het in 2008 uitwerken van alle 16 incidentcategorieën zoals genoemd in de Strategie Nationale Veiligheid.31-10-07 Strategie Nationale veiligheid (30 821, nr. 3)In 2008 wordt een beperkt aantal categorieën uitgewerkt. De Tweede Kamer wordt hierover in het voorjaar 2009 geïnformeerd. Vanaf 2009 worden de overige categorieën uitgewerkt.
Toezegging over het eind 2007 indienen van voorstellen voor optimalisering van de aansturing en regie bij crisisbeheersing bij het kabinet.31-10-07 Strategie Nationale veiligheid (30 821, nr. 3)Het beleidsvoorstel is gereed voor bespreking in de Ministerraad.
Toezegging over het uitrusten van noodhulpvoertuigen van politie met defibrilatoren en de dekking binnen hetzelfde begrotingsartikel te zoeken.23-01-07 Begroting BZK H VIINaar verwachting zullen de voertuigen in de loop van september zijn uitgerust met een defillibrator.

Afgedane toezeggingen

Omschrijving toezeggingVindplaatsStand van Zaken
Toezegging om als onderdeel van het integriteitstraject bij de politie, alle korpsen opmerkzaam te maken dat er geen processen-verbaal onder ambtseed kunnen worden opgemaakt die onvolledig en suggestief zijn.11-04-06 Programma versterking opsporing en vervolging (30 300 VI), Schiedammer parkmoordDe politiekorpsen zijn zelf actief bezig met integriteit. Het punt hoeft derhalve niet specifiek onder de aandacht te worden gebracht.
Toezegging de kamer te informeren over hoeveel politiecapaciteit en geld nodig zijn voor de aanpak van hennepteelt. Hetzelfde geldt voor de ontwikkelingen van het blowverbod.22-06-06 Drugs (24 077, nr. 188)Hierover wordt de Tweede Kamer geïnformeerd in het kader van het Project «Veiligheid begint bij Voorkomen» en de programma’s «Versterking aanpak georganiseerde misdaad» en «Bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad».
Toezegging het eindrapport taskforce met betrekking tot grote uitstroom bij politie(vergrijzingsproblematiek) toe te sturen.23-01-07 Begroting BZK H VIIDe Tweede Kamer is bij brief van 7 november 2007 geïnformeerd (29 628, nr. 63).
Toezegging te informeren over de voortgang van de afhandeling van aangiften en meldingen door de politie, in het kader van huiselijk geweld.23-01-07 Begroting BZK H VIIDe Tweede Kamer is bij brief van 12 maart 2007 geïnformeerd (30 800, nr. 41).
Toezegging periodiek middels een voortgangsrapportage te informeren.01-02-07 Actieprogramma aanpak agressie en geweld tegen werknemers met publieke taken (28 684, nr. 110)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 18 oktober 2007 (28 684, nr. 117).
Toezegging de nieuwe versie van het onderzoeksrapport van het onderzoek «aard en omvang geweld en agressie» toe te sturen. 01-02-07 Actieprogramma aanpak agressie en geweld tegen werknemers met publieke taken (28 684, nr. 110)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 18 oktober 2007 (28 684, nr. 117).
Toezegging te informeren over de uitspraak in hoger beroep over de zaak verbaal geweld tegen de politie.01-02-07 Actieprogramma aanpak agressie en geweld tegen werknemers met publieke taken (28 684, nr. 110)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 18 oktober 2007 (28 684, nr. 117).
Toezegging te informeren over de financiële opzet voor de besteding van gelden voor Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuren.06-02-07 Aanpak Nationale veiligheid, bescherming vitale infrastructuurDe Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 11 juli 2008 (29 668, nr. 23).
Toezegging de samenhang tussen het programma nationale veiligheid en het programma Vitaal nader aan te geven in de brief aan de Kamer over de strategie voor de Nationale Veiligheid en in de voortgangsrapportage Vitaal.06-02-07 Aanpak Nationale veiligheid, bescherming vitale infrastructuurDe Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 8 mei 2007 (30 821, nr. 3).
Toezegging over het toesturen van een evaluatie van het functioneren van het Nationaal Crisiscentrum (NCC) en crisis.nl tijdens de storm op 18 januari 2007.06-02-07 Aanpak Nationale veiligheid, bescherming vitale infrastructuurDe Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 6 juli 2007 (29 668, nr. 15).
Toezegging in het vervolg explicieter aan te geven welke aanbevelingen uit de onderzoeksrapporten van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten worden overgenomen.01-02-07 Jaarverslag 2005 AIVD, cie. v. toezicht en cie. IVDDeze toezegging wordt nageleefd.
Toezegging om na te gaan wanneer éénduidige vorm (landelijke standaard) van internetaangifte een feit is.23-05-07 VeiligheidsprogrammaDe Tweede Kamer is over de voortgang geïnformeerd bij brief van 30 juli 2008 (30 880, nr. 8).
Toezegging de Kamer jaarlijks te voorzien van een tussenstand m.b.t. toepassing van bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid.13-03-07 Wet bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid (30 566, nr. 1)De Tweede Kamer kan dit jaarlijks verwachten.
Toezegging de belangenvereniging voor brandweervrijwilligers a) informeel te laten deelnemen aan het overleg; b) representativiteit te bezien en sneller formeel te betrekken bij overleg dan volgens de regels; c) in oktober 2007 ambtelijk overleg te voeren en de tekst AMvB (art. 14 en 15) te bespreken.26-09-07 Wijziging Brandweerwet 1985; verzekeren kwaliteit van brandweerpersoneel (30 875, nr. 7)Mede n.a.v. overleg met de Vakvereniging voor Brandweer Vrijwilligers wordt het Besluit overleg brandweerpersoneel gewijzigd. Het besluit wordt opgenomen in het Besluit veiligheidsregio’s en zal naar verwachting 1 januari 2009 in werking treden.
Toezegging a) te overleggen met de belangenorganisatie van brandweervrijwilligers; b) de gevoelens van de Kamer over WIA en WAO in een brief aan VNG onder aandacht te brengen; c) in de brief naar Bochove de resultaten van het overleg met VNG over WAO-kwestie te vermelden; d) te melden op welke datum de problematiek volgens de VNG opgelost zal zijn.26-09-07 Wijziging Brandweerwet 1985; verzekeren kwaliteitvan brandweerpersoneel (30 875, nr. 7)Deze toezeggingen zijn uitgevoerd.
Toezegging om a) n.a.v. de Wet over de maatschappelijke onderneming te bekijken wat dit voor de rechtspositie van het Nifv betekent; b) een overzicht van kenniscentra voor de hulpverleningssector, inclusief informatie over hun verantwoordelijkheden en taken naar de Kamer te sturen; c) hierbij aan te geven welke maatregelen BZK neemt om te voorkomen dat men in elkaars vaarwater terecht komt.26-09-07 Wijziging Brandweerwet 1985; verzekeren kwaliteit van brandweerpersoneel (30 875, nr. 7)De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 3 maart 2008 (30 875, nr. 14).
Toezegging over de evaluatie van de brandweeropleidingen (stelsel) 1 x in de 5 jaar.26-09-07 Wijziging Brandweerwet 1985; verzekeren kwaliteit van brandweerpersoneel (30 875, nr. 7)Het nieuwe stelsel voor het borgen van de kwaliteitvan het brandweeronderwijs wordt in september trapsgewijs ingevoerd. Om de vijf jaar vindt een evaluatie plaats.
Toezegging over a) het samen met de VNG monitoren van ontwikkelingen t.a.v. instroom, uitstroom en doorstroom van brandweermensen; b) het monitoren van het effect van de regeling op de door- en instroom bij repressieve dienst; c) het aanbieden van de resultaten van het project «handleiding relatiebeheer van werkgevers in het hoofdberoep van brandweervrijwilligers aan de Kamer; d) het ondernemen van gezamelijke acties met de VNG indien er tekorten aan personeel zijn. 26-09-07 Wijziging Brandweerwet 1985; verzekeren kwaliteit van brandweerpersoneel (30 875, nr. 7)Het onderzoek Personeelsvoorziening is gestart. De handleiding relatiebeheer van werkgevers in het hoofdberoep van brandweervrijwilligers is bij brief van 13 februari 2008 aan de Tweede Kamer aangeboeden (30 875, nr. 13).
Toezegging uitleg te geven waarom overlegverplichting in artikel 14 is opgenomen en niet in artikel 15 en om in de wetswijziging van artikel 14 en 15 een overlegverplichting op te nemen. 26-09-07 Wijziging Brandweerwet 1985; verzekeren kwaliteit van brandweerpersoneel (30 875, nr. 7)De Tweede Kamer is in september 2007 geïnformeerd.
Toezegging de suggestie van de Anker (ChristenUnie) voor het opstellen van een mandaatformulier te betrekken bij de afspraken die met de VNG worden gemaakt in relatie tot de uitwerking van het bestuursakkoord.12-09-07 Wetsvoorstel tijdelijk huisverbod (30 657, nr. 1–6)Memorie van antwoord is begin april aan de Eerste kamer aangeboden. Wanneer de wet van kracht wordt is er een «toolkit» voor gemeenten beschikbaar waar het mandaatformulier een onderdeel van is.
Toezegging te bezien of de aanbevelingen uit het VWS rapport «Een noodzakelijk kwaad» kunnen worden uitgevoerd.22-04-08 Stopzetten ontwikkeling bedrijventerrein in Venray (31 800, nr. 1260)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 19 juni 2008 (31 200, nr. 69).
Toezegging het rapport over de kwaliteit van FUWAPOL van het bureau Eprom zo mgelijk voor juli 2008 aan de Kamer aan te bieden.27-02-08 Spoeddebat CAO-onderhandelingen politie (29 628, nr. 1)De Tweede Kamer is bij brief van 11 maart 2008 geïnformeerd (29 628 nr. 78).
Toezegging de brief van de korpsbeheerder van Zeeland over de CAO onderhandelingen naar de Kamer te sturen.27-02-08 Spoeddebat CAO-onderhandelingen politie (29 628, nr. 10)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 11 maart 2008 (29 628 nr. 78).
Toezegging de doorrekening van de maatmanberekeningen door het CPB zo spoedig mogelijk naar de Kamer te sturen.27-02-08 Spoeddebat CAO-onderhandelingen politie (29 628, nr. 1)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 11 maart 2008 (29 628 nr. 78).
Toezegging om in het onderzoek naar de risico’s van gelaatsbedekkende kleding voor openbare orde en veiligheidde Kamer te informeren of er aanvullende maatregelen op gemeentelijk niveau nodig zijn.18-10-07 Radicale dawa in verandering (29 754, nr. 123)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 8 februari 2008.
Toezegging te informeren of de Nederlandse overheid bij conflicten in de samenleving advies heeft gevraagd aan leden van de radicale dawa.18-10-2007 Radicale dawa in verandering (29 754, nr. 123)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 19 november 2007 (30 977, nr. 7).
Toezegging te informeren over de benoeming van Korpsbeheerders29-11-07 Begrotingsbehandeling hoofdstuk IIA, Staten-GeneraalAfgedaan.
Toezegging te informeren over de CAO besprekingen.29-11-07 Begrotingsbehandeling hoofdstuk IIA, Staten-GeneraalBegin 2008 afgedaan.
Toezegging een internetsite in te richten waar politiemensen kunnen melden welke processen onnodige administratieve lasten meebrengen.29-11-07 Begrotingsbehandeling hoofdstuk IIA, Staten-GeneraalDe Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 13 februari 2008.
Toezegging een eenmalige startsubsidie van €200 000 toe te kennen aan de Vakvereniging Brandweervrijwilligers.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VIIDe Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 4 juli 2008.
Toezegging een integrale beleidsvisie op te stellen over het delen van informatiebronnen bij veiligheid.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Afgedaan
Toezegging de voorstellen uit «Vat op vandalisme» te betrekken bij uitwerking van het actieplan «Overlast en verloedering».26-11-07Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)De voorstellen zijn betrokken bij het actieplan dat bij brief van 13 maart 2008 aan de Tweede Kamer aangeboden (28 684, nr. 130).
Toezegging te informeren over de kwalitatieve ontwikkelingen van CT-infobox26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)De Tweede Kamer is geïnformeerd (29 754, nr. 156).
Toezegging te informeren over de resultaten van het werk van taskforce Bestrijding Geweld Oud en Nieuw en de aanbevelingen van de PvdA-fractie onder de aandacht van de taskforce te brengen.29-01-08 VuurwerkAfgedaan.
Toezegging de rapportage van de Politie Academie over de jaarwisseling 2007–2008 naar de Kamer te sturen.29-01-08 VuurwerkHet rapport is bij brief van 17 april 2008 aan de Tweede Kamer aangeboden (31 200, nr. 63).
Toezegging het rapport over prestatiesturing van Politie en Wetenschap naar de Kamer te sturen.15-04-2008 Politie (29 628, nr. 1)Het rapport is bij brief van 2 juni 2008 aan de Tweede Kamer aangeboden (29 628, nr. 91).
Toezegging te informeren over hoe Nederland aanspraak maakt en heeft gemaakt op de EPCIP-gelden, en voor welk bedrag.03-04-08 Voortgangsbrief Bescherming Vitale Infrastructuur, ICT en Veiligheid en calamiteitenfunctie regionale omroep (29 668, nr. 18)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 25 april 2008 (69 668, nr. 20).
Toezegging in mei 2008 de voortgangsrapportage Nationale Veiligheid naar de Kamer te sturen.03-04-08 Voortgangsbrief Bescherming Vitale Infrastructuur, ICT en Veiligheid en calamiteitenfunctie regionale omroep (28 684, nr. 18)De voortgangsrapportage is bij brief van 30 mei 2008 aan de Tweede Kamer aangeboden (30 821, nr. 6).
Toezegging de Kamer te informeren over de Rijkspas en of het Bedrijf dat de chips maakt aanspraakelijk gesteld kan worden. 19-03-08 (Toegangs-) passen (31 200 VII, nr. 50)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 11 juli 2008.
Toezegging de Kamer te informeren over de oorzaken van de vertraging van het Schengen Informatiesysteem van de tweede generatie (SIS II).27-02-08 JBZ-Raad d.d. 28 en 29 februari 2008 (23 490, nr. 491)Het verslag is bij brief van 20 maart 2008 aan de Tweede kamer aangeboden (23 490, nr. 495).
Toezegging in het kader van het plan van aanpak fietsendiefstal (voor de zomer) te inventariseren wat de mogelijkheden zijn voor het invoeren van een verplichting voor het inslaan van framenummers.31-01-08 Project Veiligheid begint bij voorkomenDe Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 4 juli 2008 (28 684, nr. 163).
Toezegging het actieplan «Overlast en Verloedering» aan de Kamer aan te bieden.31-01-08 Project Veiligheid begint bij voorkomenBij brief van 13 maart 2008 aan de Tweede Kamer aangeboden (28 684, nr. 130).
Toezegging te informeren over de initiatieven die in de afgelopen jaren zijn genomen.11-10-07 Het actieplan Polarisatie en Radicalisering 2007–2011 (29 754, nr. 119)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 26 november 2007 (29 754, nr. 120).
Toezegging na te gaan of bij de registratie van geweld in de politiesystemen onderscheid te maken is tussen huiselijk geweld en andere soorten geweld.23-05-07 Achtste Voortgangsrapportage Veiligheidsprogramma (28 684, nr. 92), Project Hector 2005 (24 077, nr.194)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 17 december 2007.
Toezegging te informeren over welke taken er verdwijnen bij de provincies en worden neergelegd bij de veiligheidsregio’s. 10-10-07 Crisisbeheersing algemeen (29 668, nr. 14)Is opgenomen in de Memorie van Toelichting.
Toezegging de consequenties van de brief over de verdeling van verantwoordelijkheden terrorismebestrijding aan de regio’s te communiceren.31-10-07 Strategie Nationale veiligheid(30 821, nr. 3)Afgedaan
Toezegging te informeren hoe de uitvoering van de diversiteitafspraken politie nu precies werkt (in het bijzonder bij de kroonbenoemingen).11-06-08 Jaarverslagen BZKEen brief aan de Tweede Kamer is in voorbereiding.
Toezegging te informeren over de ontwikkeling van het aantal wijkagenten20-05-08 Het actieplan Overlast en Verloedering (28 684, nr. 130)De Tweede Kamer is tijdens het wetgevingsoverleg van 11 juni 2008 geïnformeerd.

Bestuur en Democratie

In behandeling zijnde moties

Omschrijving motieVindplaatsStand van Zaken
Motie Schinkelshoek over het in de ambtsinstructie van de commissarissen van de Koningin opnemen dat de beëdiging van de burgemeester door de commissaris van de Koningin plaatsvindt in een openbare bijeenkomst van de gemeenteraad.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII, nr. 32)De minister heeft met de commissarissen van de Koningin besproken om al dienovereenkomstig te handelen. Bezien wordt in welk wetsvoorstel de maatregel zal worden geëffectueerd.
Motie Van de Pater over het beter regelen van de positie van klokkenluiders die te goeder trouw melding maken van een misstand in het arbeidsrecht.28-05-08 Evaluatie klokkenluidersregelingen publieke sector (28 844, nr. 19).Najaar 2008 ontvangt de Tweede Kamer een brief over de stand van zaken.
Motie Schinkelshoek, verzoekt a) De ontwikkeling van «proeftuinen» voor burgerparticipatie te stimuleren; b) de Kamer bij de BZK begroting 2009 te rapporteren over burgerschap, burgerinitiatieven en burgerparticipatie in de praktijk.26-11-2008 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII, nr. 31)In het Actieprogramma Lokaal Bestuur (VNO/BZK) is inmiddels een programma «in actie met burgers» opgenomen. Dit najaar wordt begonnen met de feitelijke start van het programma.

Afgedane moties

Omschrijving motieVindplaatsStand van Zaken
Motie over intrekken van de wettelijke regeling over burgemeestersreferenda.Begrotingsbehandeling BZK H VIIHet wetsvoorstel is op 20 maart 2008 bij de Tweede Kamer ingediend.
Motie een actieprogramma op te stellen en uit te voeren dat de toegankelijkheid tot E-overheid voor alle burgers bevordert, onder andere door training en voorlichting.Begrotingsbehandeling BZK H VIIBrief is voorjaar 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Motie een fonds voor klokkenluiders in het leven te roepen.Begrotingsbehandeling BZK H VIIDe aan de Kamer toegezegde brief is op 21 december 2007 verzonden.
Motie af te zien van het voornemen tot het laten maken van gezichtsopnamen voor identiteitsbewijzen en reisdocumenten op gemeentehuizen.01-11-07 gezichtopname voor reisdocumentenDe uitgevende instanties van de reisdocumenten zijn geïnformeerd over het feit dat het maken van de gezichtsopname (vanaf medio 2009) aan de balie niet doorgaat. Ook de veldtesten die in 2008 waren gepland gaan niet door. Het aanvraagstation voor het opnemen van biometrische gegevens wordt niet voorzien van apparatuur en programmatuur voor het maken van een gezichtsopname. De foto zal net als nu gescand worden waarna de gescande foto wordt omgezet in het door de EU voorgeschreven technische formaat.
Motie Bilder verzoekt voorstellen te doen om de regeling voor tijdelijke vervanging van leden van provinciale staten en gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte uit te breiden met uitzending in het kader van een vredesmissie. 26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 vii, nr. 33)Afgedaan
Motie de begroting IIA Staten-Generaal te baseren op de raming van de Kamer.Begrotingsbehandeling hoofdstuk IIA, Staten-GeneraalDe ontwerpbegroting 2009 is gebaseerd op de raming van de Staten-Generaal. Ook is de Comptabiliteitswet aangepast.
Motie Heijnen verzoekt in overleg met de VNG een GBA-actieplan op te stellen teneinde de betrouwbaarheid van de GBA op het gewenste niveau te brengen.26-11-2008 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII, nr. 34)De Tweede Kamer is geïnformeerd bij brief van 11 juni 2008.

In behandeling zijnde toezeggingen

Omschrijving toezeggingVindplaatsStand van Zaken
Toezegging a) eind 2009 te informeren over de effecten van de wetswijziging in de praktijk (evaluatie); b) hierbij aandacht te besteden aan de gendereffecten en de woonplaats van griffiers en secretarissen; c) het aantal wethouders met ontheffing te volgen en hierover jaarlijks te berichten aan de Kamer.13-09-06 Wijziging verruiming Gemeentewet en Provinciewet i.v.m. verruiming van het vereiste van ingezetenschap voor wethouders en gedeputeerden (30 480, nr. 1)De evaluatie zal eind 2009 starten. De rapportage aan de Kamers over het aantal wethouders met ontheffing van het woonplaatsvereiste zal dit jaar (2008) worden meegenomen in de Trendnota.
Toezegging de Cie.-Dijkstal te vragen te adviseren over ontslagvergoedingen en dit advies aan de Kamer aan te bieden. 24-01-07 Begrotingsbehandeling H VII (30 800 VII)De commissie werkt aan het advies.
Toezegging periodiek te rapporteren over de ontwikkeling betreffende dubbelbenoemingen bij staatsraden.14-02-07 Wijziging Wet Raad van State (30 585)Hangende de plenaire afhandeling van het wetsvoorstel is uitvoering van deze toezegging opgeschort. Na afhandeling van het wetsvoorstel zal de Kamer geïnformeerd worden.
Toezegging de criteria «oud» te zien als een extra criterium bij de beoordeling of er wel of niet sprake is van afwijking van de Grondwet03-04-07 Kabinetsstandpunt rapport «De constitutionele bepalingen over verdragen die van de Grondwet afwijken en de opdracht van bevoegdheid aan internationale organisaties (27 484) (Advies commissie Besselink)De staatscommissie versterking Grondwet zal gaan kijken naar de verhouding tussen internationale verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties tot de Nederlandse constitutie.
Toezegging de verantwoordingslasten van decentrale overheden aan het rijk met 25% trachten te verminderen.15-05-07 Jaarverslag Nationale ombudsman (30 990, nr. 1)Verantwoordingen gemeenten (15 juli binnengekomen) zijn volop in bewerking conform SiSa methodiek. Dit jaar 79 SPUK’s (vorig jaar 29).
Toezegging a) de Kamer te informeren over uitkomsten van het overleg met vakcentrales over het opstellen van beroepscodes voor ambtenaren en mogelijkheden tot verdere harmonisatie; b) te informeren wat het bijzondere aan de positie van ambtenaren is; c) in de Trendnota 2009 de gezette stappen te melden om tot beroepscodes te komen en tot verdere harmonisatie/modernisering rechtspositie ambtenaren.04-07-07 Brief van 27 april jl. over motie ontslagrecht ambtenaren (30 311, nr. 3)Naar verwachting wordt de Kamer najaar 2008 geïnformeerd.
Toezegging het in te richten BSN-punt vier jaar na oprichting te evalueren.09-07-07 (30 312)Het BSN-punt wordt in de tweede helft van 2011 geëvalueerd.
Toezegging te informeren over een visie op de functie van ambtenaar en de ambtelijke status en op de modernisering van het ambt.22-11-07 Nota vernieuwing Rijksdienst 30 311, nr. 4)Brief zal naar verwachting najaar 2008 naar de TK worden gestuurd.
Toezegging in de Trendnota Staat van het Bestuur in te gaan op aftredende burgemeesters en wethouders en achtergronden hiervan. 26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200VII)De Trendnota zal verschijnen bij de begroting van BZK voor het jaar 2009.
Toezegging de mogelijkheden te bezien het percentage bijgewoonde vergaderingen door Raadsleden tbv de vergoeding te verhogen (nu 20%).26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200VII)Wordt betrokken bij uitwerking Dijkstal (medio 2009).
Toezegging te informeren in hoeverre het eigenrisicodragerschap van de overheid voor werknemersverzekeringen belemmeringen oplevert voor het aannemen van oudere werknemers uit het bedrijfsleven.12-12-07 Trendnota Arbeidszaken Overheid 2008 (Kamerstuk 31 201, nr. 1)Onderzoek zal naar verwachting eind 2008 zijn afgerond. Daarna wordt Tweede Kamer geïnformeerd.
Toezegging in samenwerking met EZ, Financiën en CPB onderzoeken te laten uitvoeren naar de arbeidsproductiviteit bij de overheid12-12-07 Trendnota Arbeidszaken Overheid 2008 (Kamerstuk 31 201, nr. 1)Met EZ, Financiën en CPB wordt gewerkt aan een onderzoekmethodiek die in verschillende delen van de collectieve sector toe te passen valt. De eerste onderzoeken gaan 2008/2009 volgens de nieuwe methodiek van start.
Toezegging te informeren over het verloop van de experimenten met anoniem solliciteren.12-12-07 Trendnota Arbeidszaken Overheid 2008 (Kamerstuk 31 201, nr. 1)In de TrendnotaArbeidszaken Overheid 2009 wordt de Kamer nader geïnformeerd over de resultaten van de proef geanonimiseerd solliciteren in de gemeente Nijmegen.
Toezegging voor het zomerreces een kwalitatieve rapportage over diversiteit in het personeelsbeleid van de politie te sturen. Na de zomer volgt een kwantitatieve rapportage.12-12-07 Trendnota Arbeidszaken Overheid 2008 (Kamerstuk 31 201, nr. 1)De kwalitatieve rapportage wordt na het zomerreces aan de Kamer aangeboden.
Toezegging het aspect level playing field te verwerken in het wetsvoorstelsubsidiëring/financiering politieke partijen. 05-03-08 het kabinetsstandpunt eindrapport Nationale conventie «Hart voor de publieke zaak» (30 184, nr. 14) Wetsvoorstel is in voorbereiding en naar verwachting najaar 2008 gereed.
Toezegging een «Handvest verantwoordelijk burgerschap» op te stellen.05-03-08 het kabinetsstandpunt eindrapport Nationale conventie «Hart voor de publieke zaak» (30 184, nr. 14)Het vooronderzoek is gereed. De Tweede Kamer ontvangt naar verwachting najaar 2008 het plan van aanpak.
Toezegging de concept-opdracht aan de Staatscommissie GW-herziening met de Kamer te bespreken.05-03-08 het kabinetsstandpunt eindrapportNationale conventie «Hart voor de publieke zaak» (30 184, nr. 14). De opdracht zal in augustus 2008 aan de Kamer worden aangeboden.
Toezegging de AMvB over mate van opschorting bevoorschotting algemene uitkering aan de Kamer voor te leggen.25-05-08 Financiële verhoudingenwet (31 327, nr. 2)AMvB wordt najaar 2008 voorbereid.
Toezegging met SZW, Justitie en EZ te spreken over het klokkenluiders-dossier in den brede, inclusief private sector over betere arbeidsrechtelijke bescherming, een onafhankelijk onderzoeksinstituut (meldpunt) en scenario 3 uit het Evaluatieverslag USBO25-05-08 evaluatie klokkenluidersregeringen publieke sector (28 844, nr. 13)Er is contact gelegd met de betrokken ministers om te bezien hoe uitvoering kan worden gegeven aan de moties Heijnen en De Pater-Van der Meer (resp. Kamerstukken II, 2007-2008, 28 844, nrs. 17 en 19). De gesprekken zijn gaande.
Toezegging in de BZK begroting 2009 geld te reserveren t.b.v. compensatie van kosten juridische bijstand van klokkenluiders in de sectoren Rijk en Politie en de kamer hier voor de zomer over te informeren.25-05-08 evaluatie klokkenluidersregeringen publieke sector (28 844, nr. 13)In de begroting 2009 is budget opgenomen, zie artikel 2 en 11. Na de zomer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd.
Toezegging de modernisering van Hoofdstuk 7 van de Grondwet alsnog aan de taakopdracht van de Staatscommissie Grondwet toe te voegen indien de Staat van de dualisering en/of het grondwetsevaluatieve onderzoek daartoe aanleiding geeft17-06-08 Grondwetsherzieningen (31 013)In de Staat van de dualisering zal ook worden stilgestaan bij de constitutionele aspecten, dit naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer in het debat over wetsvoorstel 30 902 op 26 juni 2008. Na de zomer wordt gestart met een grondwetsevaluatief onderzoek i.o.m. project versterking Grondwet. Het onderzoek zal medio 2009 voltooid zijn.
Toezegging om in de Staat van de dualisering een analyse op te nemen of de wijzigingen in de structuur hebben geleid tot veranderingen in de cultuur.26-06-08 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualiseringvan het gemeente- en provinciebestuur (30 902, nr. 2)Staat van de dualisering is in voorbereiding en zal naar verwachting najaar 2008 verschijnen.
Toezegging in de Staat van de dualisering aan te geven wat de kosten van de dualisering zijn geweest.26-06-08 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur (30 902, nr. 2)Staat van de dualisering is in voorbereiding en zal naar verwachting najaar 2008 verschijnen.
Toezegging met een afzonderlijke beschouwing over bestuurlijke drukte te komen, met daarin concrete maatregelen in de meest ruime zin, zowel kwalitatief als kwantitatief, ter terugdringing van de bestuurlijke drukte, bijv. het onderbrengen van de waterschappen bij de provincies of herindeling.26-06-08 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualiseringvan het gemeente- en provinciebestuur (30 902, nr. 2)Dit zal worden meegenomen in de uitvoering van het Programma Krachtig Bestuur.
Toezegging de mogelijkheid van tussentijdse raadsontbinding nader te bezien in samenhang met andere aspecten H 7 Grondwet. 26-06-08 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualiseringvan het gemeente- en provinciebestuur (30 902, nr. 2)In de Staat van de dualisering zal worden stilstaan bij constitutionele aspecten. Deze zal naar verwachting verschijnen in najaar 2008. Tegelijkertijd wordt gestart met een grondwetsevaluatief onderzoek. Oplevering hiervan is medio 2009 voorzien.
Toezegging maximaal een jaar na de verkiezingen het verloop van de verkiezingen op de Antillen en Aruba te evalueren.26-06-08 Wijziging Kieswet; verlenen van kiesrecht voor verkiezing van leden van het Europees Parlement aan alle Nederlanders woonachtig in de Nederlandse Antillen en Aruba (31 392, nr. 3)Uit te voeren na juni 2009.
Toezegging te informeren over a) de voortgang van het project en haalbaarheid van de beoogde invoeringsdatum van 1-1-2009; b) de baten van het project en de besteding hiervan; c) de eventuele voortzetting van het redactionele deel van de Staatscourant door een particuliere uitgever; Het beleid om in de toekomst bij bijzondere gelegenheden drukwerk te blijven uitgeven; en met de VNG te overleggen over de invoeringsdatum van de verplichtingen uit de wet voor gemeenten.26-06-08 Wet elektronische bekendmaking en wijziging Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen i.v.m. de elektronische bekendmaking (31 084, nr. 2)De benodigde informatie wordt verzameld. Naar verwachting wordt de Tweede Kamer voor 1 januari 2009 geïnformeerd.
Toezegging om voor het debat van 11 september 2008 vijf concrete voorbeelden van verbetering van de ketenproblematiek aan de Kamer te presenteren. 01-07-08 Jaarverslag van de Nationale ombudsman (31 363, nr.1)Conceptbrief is in ontwikkeling

Afgedane toezegging

Omschrijving toezeggingVindplaatsStand van Zaken
Toezegging voor het einde van 2005 te informeren over de aard en betekenis van de Grondwet in relatie tot de criteria voor Grondwetsherziening.24-02-05 Nota grondrechten in pluriforme samenleving (GPS) (29 614)In augustus 2008 is het advies van de Raad van State inzake de opdrachtverlening aan de Staatscommissie Grondwet en het nader rapport aan de Tweede Kamer aangeboden.
   
Toezegging te onderzoeken waarom kiezers op de lijsttrekker stemmen.28-06-06 Wijziging Kieswet: verlaging voorkeursdrempel (30 418)Dit punt is opgenomen in het nationaal verkiezingsonderzoek 2006.
Toezegging het advies van de Kiesraad over de problematiek van stemmen bij volmacht aan de Eerste Kamer worden te zenden. 14-11-06 Vervallen Grondwetsbepaling inzake kiesrechtuitsluiting van wilsonbekwamen (30 471)Afgehandeld met Kamerstuk 31 200 VII, nr. 45.
Toezegging het vraagstuk inzake opname van EU en doorwerking EG-regelgeving in Grondwet mee te nemen in de opdrachtformulering aan de Staatscommissie-GrondwetParlementaire betrokkenheid bij de gedelegeerde regelgeving (30 800 VI, C) en folluw-up debat van 14 maart 2006 over versnelde implementatie van EU-richtlijnen (21 109, nr 159)Adviesaanvraag is aan de Raad van State is verstuurd.
Toezegging de vraag of in het contract betreffende de eigendoms overdracht van de Sdu iets is opgenomen over de NewVote stemcomputers aan de minister van Financiën door te geleiden.08-02-07 Toekomst verkiezingsproces en stemmachines (30 800 VII)Doorgeleiding is gebeurd.
Toezegging de procedure van benoeming van leden van de Raad van State te evalueren en bezien of er nog andere wijzigingen wenselijk zijn.14-02-07 Wijziging Wet Raad van State (30 585)Kort voor de Kamerbehandeling had het vorige kabinet al aangegeven wijzigingen te willen aanbrengen in de selectieprocedure, met name voor wat betreft de openbaarheid (zie 2006-2007 30 800 VII, nr 25).
Toezegging om in te zetten voor het toerusten van het Cbp opdat het Cbp haar (extra) taak kan doen.09-07-07 (30 312)Met Justitie is overeengekomen dat de eventuele extra werklast i.v.m. de invoering en het gebruik van het BSN voor het CBP wordt gemonitord, zodat waar nodig achteraf compensatie kan worden verzorgd.
Toezegging de startbrief dienstverlening, de visie op samenhang en de herijking van de verklaring aan de Kamer toe te zenden.05-09-07 Vijfde Voortgangsrapportage Elektronische Overheid (29 362, nr. 120 / 29 515)Eind mei brief aan de Tweede Kamer gestuurd (kamerstukken 29 362, nr. 137).
Toezegging een standpunt te ontwikkelen op OECD review. 05-09-07 Vijfde Voortgangsrapportage Elektronische Overheid (29 362, nr. 120 / 29 515)Eind mei brief aan de Tweede Kamer gestuurd (kamerstukken 29 362, nr. 137).
Toezegging te informeren over de samenstelling en bevoegdheden van de regiegroep.05-09-07 Vijfde Voortgangsrapportage Elektronische Overheid (29 362, nr. 120 / 29 515)Informatie is in zomer 2007 aan de Tweede Kamer aangeboden.
Toezegging voor Prinsjesdag te informeren over OSSOS. 05-09-07 Vijfde Voortgangsrapportage Elektronische Overheid (29 362, nr 120 / 29 515)Afgedaan.
Toezegging te informeren over a) de kostenvan eJure; b) de reden waarom het niet is geaccepteerd door ICTU; c) de reden waarom BZK niet mee financiert.05-09-07 Vijfde Voortgangsrapportage Elektronische Overheid (29 362, nr 120 / 29 515)Informatie is in oktober 2007 aan de Tweede Kamer aangeboden (29 362, nr. 130).
Toezegging te informeren over de financiën van e-overheid projecten BZK en andere departementen.05-09-07 Vijfde Voortgangsrapportage Elektronische Overheid (29 362, nr 120 / 29 515)Informatie is in maart 2007aan de Tweede Kamer aangeboden (29 362, nr. 134)
Toezegging te informeren over Algemene Lastenverlichting. 05-09-07 Vijfde Voortgangsrapportage Elektronische Overheid (29 362, nr 120 / 29 515)Afgedaan
Toezegging te informeren over burgemeesters waarnemingen (aantal en duur, inclusief omstandigheden per geval).26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Afgedaan
Toezegging na te gaan of het advies van de Kiesraad over de afdrachtregeling politieke partijen openbaar is en indien mogelijk deze te verzenden aan de Kamer.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Afgedaan
Toezegging de ingezetenenplicht wethouders in de eigen gemeente in de Trendnota Staat van Bestuur op te nemen.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Afgedaan
Toezegging aandacht te besteden aan de toegankelijkheid van (e-) overheid en benodigde digitale vaardigheden (bijv. ouderen)26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Afgedaan
Toezegging openingstijden als onderwerp mee te nemen in de visienota op dienstverlening.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Openingstijden is niet meegenomen in de visienota, maar in de brief aan de Kamer over toegankelijkheid overheid en digitale vaardigheden (zie vorige toezegging).
Toezegging burgerservicecode te gebruiken als basis voor een meting burgertevredenheid. 26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)Onderzoek naar kwaliteit van dienstverlening, waarvoor de BurgerServicecode als basis dient, is 19 mei gepubliceerd en te vinden opwww.minbzk.nl.
Toezegging WOB-verzoeken op websites van departementen te publiceren.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 VII)De Tweede Kamer is schriftelijk geïnformeerd bij brief van 29-1-2008 kenmerk 2007-538 302
Toezegging toe te werken naar 99% betrouwbaarheid van het GBA en de invoering van de bestuurlijke boete voor te bereiden.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200VII)Op 20 juni 2008 is de brief actieplan Kwaliteit aan de Kamer aangeboden.
Toezegging het spiegelbeeld van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens te betrekken bij de agenda voor het Handvest Verantwoord Burgerschap.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200VII, nr. 2)Afgedaan
Toezegging het kabinetsvoorstel voor de Staatscommissie Grondwet in december aan de Kamer aan te bieden.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200VII, nr. 2)Afgedaan
Toezegging een kabinetsreactie op het advies van de Nationale Conventie op te stellen.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200VII, nr. 2)Brief is verstuurd aan de Tweede Kamer op 6 december 2007.
Toezegging het kabinetsstandpunt over het Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens aan de Kamer aan te bieden.26-11-07 Begrotingsbehandeling BZK H VII (31 200 Begrotingsbehandeling BZK H VIIKabinetsstandpunt is op 18 juli 2008 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Toezegging het kabinetsstandpunt over de Balkenende-norm aan de Kamer aan te bieden.12-12-07 Trendnota Arbeidszaken Overheid 2008 (Kamerstuk 31 201, nr. 1)Op 27 juni 2008 is de kabinetslijn, met uitzondering van de onderdelen «toezicht en handhaving» aan de Tweede Kamer aangeboden.
Toezegging elk half jaar te rapporteren over het programma met inbegrip van de strafverhogende richtlijn.13-12-07 programma Veilige Publieke Taak 28 684, nr. 123)De eerste rapportage is juli 2008 aan de Tweede Kamer aangeboden. Vervolgens zal doorlopend elk halfjaar een rapportage worden opgesteld.
Toezegging de notitie verkiezing t.b.v. de Eerste Kamer ook aan de Tweede Kamer aan te bieden.05-03-08 het kabinetsstandpunt eindrapport Nationale conventie «Hart voor de publieke zaak» (30 184, nr. 14)Afgedaan
Toezegging een brief te sturen naar mijn collega’s waarin zij worden gewezen op het bestaan van de leidraad, met het verzoek daar op een uniforme manier mee om te gaan, en de Kamer hierover te informeren.12-03-08 VAO Nationale conventie (30 184, nr. 15)De brief is mede namens de Minister-President aan de Tweede Kamer gestuurd.
Toezegging te informeren over de voortgang met betrekking tot de drie individuele (oude) klokkenluiderszaken waarin de minister heeft geïntervenieerd.25-05-08 evaluatie klokkenluidersregeringen publieke sector (28 844, nr. 13)Afgedaan
Toezegging donderdag 10 juli vóór 18 uur te informeren over stand van zaken rondom de klokkenluidersregeling.01-07-08 Jaarverslag van de Nationale ombudsman (31 363, nr.1)3 juli 2008 is de brief over individuele zaken aan de Tweede Kamer aangeboden.
Toezegging jaarlijks een reactie te geven op het jaarverslag van de Nationale ombudsman namens het Kabinet.01-07-08 Jaarverslag van de Nationale ombudsman (31 363, nr.1)Over het jaarverslag 2007 is voor de eerste keer een reactie gegeven. Voortaan zal dit jaarlijks gebeuren.

Kwaliteit Openbare Sector

In behandeling zijnde moties

Omschrijving motieVindplaatsStand van Zaken
Motie Dittrich over het publiek inzichtelijk maken van aan overheidsorganen opgelegde dwangsommen.18-05-06 Initiatief wetsvoorstelWolfsen/Luchtenveld Wet Dwangsom bij niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan (29 934, nr. 17)Motie vraagt regering om bestuursorganen te attenderen op deze wens van de Tweede Kamer. Dat zal pas gebeuren als de betrokken wet bekrachtigd wordt en in werking treedt, wat vermoedelijk per 1-1-2009 zal gebeuren.
Motie Van der Ham verzoekt de regering te bevorderen dat mensen die in de praktijk met de eventuele gevolgen van het uit te brengen advies te maken krijgen, een grotere rol krijgen in de samenstelling van de adviesorganen en de adviescommissies.12-03-08 Nationale conventie (30 184, nr. 16)Wordt meegenomen in de evaluatie Kaderwet ZBO in 2009.

Afgedane moties

Omschrijving motieVindplaatsStand van Zaken
Motie Aptroot over één inspectie- en controledienst voor het bedrijfsleven, uiterlijk per 1 januari 2009. Eerste grote stap per 1 januari 2007. Plan van aanpak uiterlijk juni 2006.21-02-06 Motie Aptroot c.s. over de realisatie van één inspectie- en controledienst (29 362, nr. 77)De motie is afgehandeld per brief met de kabinetsreactie met kenmerk 29 362 nr. 107.
Motie Brinkman over een onderverdeling in gegronde en ongegronde klachten.24-04-07 Jaarverslag Nationale Ombudsman (30 990, nr. 7)Afgehandeld middels jaarverslag 2007. In het jaarverslag over 2007, (dat op 19 maart jl. aan de Tweede Kamer is aangeboden en op 1 juli jl. in de Tweede Kamer is behandeld) is in bijlage 2 «Verzoekschriften per beleidsterrein» per onderdeel t.a.v. de uitgebrachte rapporten een onderverdeling gemaakt in gegrond, deels gegrond, niet gegrond of geen oordeel.
Motie Koser Kaya over het jaarlijks afleggen van verantwoording in de Kamer door de Nationale Ombudsman.24-04-07 Jaarverslag Nationale Ombudsman (30 990, nr. 9)Het Presidium heeft bij brief van 13 september 2007 gereageerd (Kamerstukken II 2006-07, 30 990, nr. 10). Dit heeft er toe geleid dat is de Nationale ombudsman zijn jaarverslag in de plenaire vergadering van de Tweede Kamer mag aanbieden, hetgeen op 19 maart jl. ook voor het eerst is gebeurd.
Motie Gerkens over een onderzoek door de Algemene Rekenkamer.13-06-07 Software uitgaven overheid (26 643, nr. 92)Motie Gerkens is uitgevoerd door de Rekenkamer, Kamerstuknummer 26 643, nr. 130 en nr. 100
Motie Hessels over een overzicht van alle grootschalige ICT projecten bij de overheid.13-06-07 Software uitgaven overheid (26 643, nr. 93)Motie Hessels is uitgevoerd met brief van minister van BZK aan Tweede Kamer (26 643, nr. 121)

In behandeling zijnde toezeggingen

Omschrijving toezeggingVindplaatsStand van Zaken
Toezegging bij de evaluatie van de WOPT (in 2009) te bezien of een uitbreiding van de werkingssfeer naar bijvoorbeeld privaatrechtelijke rechtspersonen (zoals energiebedrijven) toch niet geboden is. Criteria bij de evaluatie zijn afhankelijk van de situatie ten tijde van de evaluatie.07-02-06 Wet Openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (WOPT) (30 189)Minister van BZK heeft commissie Dijkstal per brief van 20 december 2007 gevraagd om de WOPT te evalueren. 15 januari 2008 heeft de cie. de taakopdracht aanvaard. Moties van en toezeggingen aan de Tweede Kamer worden meegenomen bij de evaluatie.
Toezegging over een half jaar een voorstel over een basisregistratie voor niet-ingezetenen aan de Kamer aan te bieden.28-06-06 Andere overheid (29 362)Naar verwachting zal de startbrief over het Register Niet Ingezetenen (RNI) eind dit jaar naar de Tweede Kamer worden verzonden.
Toezegging in de eerste helft van 2007 een voorstel van wet over de elektronische handtekening (eNIK) aan de Kamer aan te bieden.25-01-07 Programma Andere Overheid, voortgangsrapportage (29 362)De eNik verloopt niet volgens planning. Dit jaar wordt besloten of en op welke wijze dit project wordt voortgezet. Vervolgens zal de Tweede Kamer geïnformeerd worden.
Toezegging begin 2008 een overzicht van het aantal WSW in dienst van de rijksoverheid aan de Kamer aan te bieden.12-12-07 Trendnota Arbeidszaken Overheid 2008 (31 201, nr. 1), Sociaal Jaarverslag Rijk 2006 (30 801, nr. 7), Emancipatiebeleid 2008-2011 (30 420, nr. 54)Registratieverplichtingen van het aantal in dienstzijnde WSW’ers bij het Rijk ontbreken. In kader van 1000 werkervarings-plaatsen (incl. WSW-ers) start in 2008 registratie. Begin 2009 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd.
Toezegging om in de volgende evaluatie van de Kaderwet adviescolleges het beoogde grotere aantal «uitvoerders» expliciet aandacht te geven.05-03-08 Kabinetsstandpunt eindrapport Nationale conventie «Hart voor de publieke zaak» (30 184, nr. 14)Begin 2009 vindt de evaluatie plaats, de jaren 2005 tot en met 2008 worden geëvalueerd.

Afgedane toezeggingen

Omschrijving toezeggingVindplaatsStand van Zaken
Toezegging om in het voorjaar van 2007 aan de Kamer een kadernotitie te zenden inzake het bredere gebruik van het BSN. Daarbij in te gaan op het gebruik i.v.m. verhuisde klanten en i.v.m. gegevensoverdracht tussen markt en overheid.06-09-06 Wet Algemene bepalingen burgerservicenummer (30 312, nr. 16)De kadernotitie is aan de Tweede Kamer verstuurd.
Toezegging de klokkenluidersregeling in de openbare sector te evalueren.24-01-07 Begrotingsbehandeling H VII (30 800 VII)Het onderzoeksrapport is voorjaar 2008 opgeleverd. Zie brief minister Ter Horst aan VC BZK d.d. 13 februari 2008.
Toezegging eind 2007 de Kamer een rapportage over de cultuuromslag die de inspecties op dat moment hebben bereikt en in de toekomst willen bereiken te sturen.31-01-07 Kabinetsstandpunt Interbestuurlijk Toezicht, vermindering bestuurlijke drukteAfgedaan met de brief van 25 januari 2008 over het programma vernieuwing toezicht.
Toezegging te informeren over een tijdplanning per beleidssector inzake de realisatie van de lastenverlichting bij het toezicht door inspecties.31-01-07 Kabinetsstandpunt Interbestuurlijk Toezicht, vermindering bestuurlijke drukteAfgedaan met de brief van 25 januari 2008 over het programma vernieuwing toezicht.
Toezegging een sluitende definiëring van het begrip ZBO te doen toekomen die kan worden gebruikt als nulmeting voor verder onderzoek van het personeelsvolume en voor de beleidsbepaling ten aanzien van ZBO’s op dat punt.07-02-07 Polemiek cijfers die REA hanteert en kabinetstandpunt rapport Lof der RedeDe Kamer is geïnformeerd middels brief met kenmerk 2007–0000345423.
Toezegging te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het interdepartementale actieplan burgerbrieven.15-05-07 Jaarverslag Nationale Ombudsman (30 990)Afgedaan (29 362, nr. 122).
Toezegging te informeren over de uitvoering van motie Van der Staaij (30 300VII, nr. 33).15-05-07 Jaarverslag Nationale Ombudsman (30 990)VROM heeft een handreiking gemaakt die mede namens de minister van BZK aan de Tweede Kamer is aangeboden.
Toezegging een totaalvisie op kwaliteitsmanagement op te stellen.01-11-07 voortgangsrapportage P-Direkt juli 2007 (30 146, nr. 18), aanbesteding van ICT-component P-Direkt (31 027, nr. 2)Is als bijlage bij kamerstuk nr. 30 146, nr. 19 meegegaan.
Toezegging om bij de top van de departementen onder de aandacht te brengen dat bij de verdeling van bijzondere beloningen bij de rijksoverheid aangegeven moet worden wat de oorzaak hiervan is.12-12-07 TrendnotaArbeidszaken Overheid 2008 (31 201, nr. 1), Sociaal Jaarverslag Rijk 2006 (30 801, nr. 7), Emancipatiebeleid 2008–2011 (30 420, nr. 54)In het Sociaal Jaarverslag 2007 is een nadere toelichting gegeven. Deze is verzonden aan de Tweede Kamer, met kenmerk 2007–2008, 31 201, nr. 34 met bijlage.

8.2 ZBO’s en RWT’s

In deze bijlage is een overzicht opgenomen met de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en de rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s) waarop BZK toezicht houdt. In geval een ZBO of RWT gefinancierd wordt vanuit de BZK-begroting, wordt het betreffende beleidsartikel en het bijbehorende geraamde budgettaire bedrag voor 2009 aangegeven.

(bedragen x € 1 miljoen)
Naam organisatieRWTZBOFunctieBeleids artikelRaming 2009URL
Kiesraad x 1. Grondwet en Democratie2,0 
Politieregio’sx  2. Politie3 500 
Politieacademie (PA) x 2. Politie122 
Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)x Uitvoering pensioenregelingenArtikel 10.510. Arbeidszaken overheid34,5 
Onderzoeksraad voor veiligheid x 14. Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid10,2 
Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (Nibra) x 16. Brandweer en GHOR6,7 
Nederlands Bureau Brandweerexamens (Nbbe) x 16. Brandweer en GHOR0 

8.3 Lijst met afkortingen

ABDAlgemene Bestuurs Dienst
ACIRAdvies Commissie ICT Rampenbestrijding
ADAuditdienst
AIVDAlgemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
AOEArrestatie- en ondersteuningseenheid
AppaAlgemene pensioenwet Politieke Ambtsdragers
ARIVAlgemene Rijksinkoopvoorwaarden
ARVODIAlgemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten
ASEAccelerated Solutions Environment
BBEBinnenlands bestuur en Europa
BDURBesluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen
BESBonaire, Sint Eustatius en Saba
BfrpBesluit financiën regionale politiekorpsen
BIBOBBevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur
BKREBijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog
BPRBasisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten
BSNBurger Service Nummer
BVIBescherming Vitale Infrastructuur
BVSBudgetverdeelsysteem
BZKBinnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
CAOCollectieve Arbeidsovereenkomst
CAOPCentrum Arbeidsverhoudingen Overheids Personeel
CASCentrale Archief Selectiedienst
CBACriminaliteitsbeeldanalyse
CbpCollege bescherming persoonsgegevens
CBRNChemisch biologisch radioactief en nucleair
CCOContactcenter overheid
CCVCentrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
CENSCenter of Excellence for National Safety en Security
CgbCommissie gelijke behandeling
CIScommunicatie- en informatiesystemen
CIVCentraal Informatiepunt Voetbalvandalisme
CTIVDCommissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
DGBKDirectoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties
DGOBRDirectoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk
DGVDirectoraat-generaal Veiligheid
DigiDDigitale identificatie
ECExpertisecentra
EGEMElektronische gemeenten
eNIKElektronische Nederlandse Identiteitskaart
EPCIPEU programma Vitale Infrastructuur
ERCExpertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie
EUEuropese Unie
EZEconomische Zaken
FECFinancieel Expertisecentrum
FEZFinancieel-economische Zaken
FSCFacilitair Salaris Centrum
FteFulltime-equivalent
GBAGemeentelijke Basisadministratie
GBOGemeenschappelijke Beheerorganisatie voor de overheid
GHORGeneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen
GMSGeïntegreerd Meldkamersysteem
GMVGemeenschappelijke machtigings- en vertegenwoordigingsvoorziening
HBOHoger Beroepsonderwijs
HKZHarmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector
HRMHuman Resources Management
IBVInformatie Beleid Veiligheid
ICTInformatie- en communicatietechnologie
ICTUICT-uitvoeringorganisatie
ICVInterdepartementale commissie voor de veiligheid
IMSInternet Materieel Systeem
INKInstituut Nederlandse Kwaliteit
IOOVInspectie Openbare Orde en Veiligheid
IPBInterdepartementaal project beveiliging
IPOInterprovinciaal Overleg
IPPInstituut voor Publiek en Politiek
IWCInterdepartementale Werkgroep Contracten
JBZJustitie en Binnenlandse Zaken
KLPDKorps Landelijke Politie Diensten
KPIKey Performance Indicators
KPSKoppelnet Publieke Sector
KVOKeurmerk Veilig Ondernemen
KVoTKaderstellende Visie op Toezicht
LFRLandelijke Faciliteit Rampenbestrijding
LNVLandbouw natuur en voedselkwaliteit
LOCCLandelijk Operationeel Crisis Centrum
MBOMiddelbaar Beroepsonderwijs
MCSManagement control systeem
MDManagement Development
MIVMultidisciplinaire Informatievoorziening Veiligheid
MoUMemorandum of Understanding
NAVINationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur
NbbeNederlands bureau voor brandweerexamens
NCCNationaal Crisis Centrum
NibraNederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding
NifvNederlands instituut fysieke veiligheid
NIKNederlandse identiteitskaart
NIRMNationaal mensenrechteninstituut
NORANederlandse Overheids Referentie Architectuur
NVBRNederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding
OCOntwikkelcentrum
OGSOorlogsgravenstichting
OMOpenbaar Ministerie
OOVOpenbare Orde en Veiligheid
ORRAOnline Raadpleegbare Reisdocumentenadministratie
OTPOverheidsTransactiePoort
OvVOnderzoeksraad voor Veiligheid
PeRCCpersoneelsinformatie systeem
PIOFACHPersoneel, Informatie, Organisatie, Financiën, Administratie, Communicatie en Huisvesting
PIPPersoonlijke internetpagina
PKIPublic Key Infrastructure
PMBPolitiemonitor Bevolking
P&OPersoneel & Organisatie
PWAAProject Wegwerken Archief Achterstanden
RAASInfrastructuur voor de aanvraag en uitgifte van reisdocumenten
RIDRegionale Inlichtingendiensten
RIKRegionale Informatieknooppunt
RMARecord management Applicatie
RNIRegister Niet-ingezetenen
ROBRaad voor het Openbaar Bestuur
RURandstad urgent
RWTRechtspersoon wettelijke taak
SAIPStichting Administratie Indonesische Pensioenen
SFBSociaal Flankerend Beleid
SIMStudie- en Informatiecentrum Mensenrechten
SISIISchengen Informatie Systeem II
SISASingle Information Single Audit
SPARSamenwerkingsProjecten Archieforganisaties Rijksdienst
TMFTerugmeldfaciliteit
TPMThird Party Mededeling
VbbVVeiligheid begint bij voorkomen
VIR-BIVoorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst – Bijzondere Informatie
VIR-GIVoorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst – Gerubriceerde Informatie
VMVeiligheidsmonitor
VMRVeiligheidsmonitor Rijk
VNGVereniging van Nederlandse gemeenten
VPLVut/Prepensioen/Levensloop
VROMVolkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
VSOVerbond Sectorwerkgevers Overheid
vts PNVoorziening tot samenwerking Politie Nederland
WaboWet algemene bepalingen omgevingsrecht
WASWaarschuwingsstelsel
WFPPWetsvoorstel Financiering Politieke Partijen
WGRWet gemeenschappelijke regelingen
WOWetenschappelijk Onderwijs
WOPTWet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens
WTSWet tegemoetkoming Schade
ZBOZelfstandig bestuursorgaan
ZPWZelfstandige Publieke Werkgevers
ZvwZorgverzekeringswet

8.4 Trefwoordenlijst

Administratieve lasten 16, 17, 18, 22, 23, 77, 78, 85, 86, 87, 88, 89, 91, 95, 103, 115, 179, 184

Adviescolleges 110, 113, 194

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst 1, 44, 46, 156

Algemene Rekenkamer 26, 48, 193

Arbeidsmarkt 18, 46, 96, 97, 98, 104, 106, 108, 113, 147, 148

Arbeidsvoorwaardenbeleid 34, 36, 76, 163

Arbeidsvoorwaarden 35, 96, 97, 98, 103, 106

Asiel 24, 29, 151, 152

Authentieke persoonsgegevens 94

Basisregister 120

Basisregistraties 24, 67, 85, 88, 90, 152

Basisvoorzieningen 40, 85, 88, 93, 139

Beleidsprioriteit 3, 57, 75, 82, 107

Beleidsprogramma 3, 11, 23, 24, 25, 47, 51, 85

Bestuurlijke drukte 14, 78, 79, 80, 189, 194

Bestuursakkoord 5, 13, 14, 15, 24, 32, 75, 76, 77, 78, 86, 88, 164, 183

Biometrie 121, 166

Bovenregionaal 25, 28, 31, 36, 53, 65, 151, 152

BPR 1, 2, 3, 85, 86, 95, 120, 121, 122, 123, 163, 165

Brandweer 1, 12, 37, 41, 49, 50, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 118, 134, 137, 160, 161, 178, 183, 184, 196

BSN 89, 120, 121, 122, 188, 190, 194

Burgerservicenummer 90, 194

C2000 41, 42, 179

Commissie Snellen 120

Constitutioneel bestel 69, 71

Convenan 127

Convenanten 12, 57, 64, 126, 127, 133

CRA 121, 162, 171

Crisisbeheersing 1, 12, 23, 24, 40, 41, 42, 49, 50, 51, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 63, 64, 66, 158, 159, 179, 181, 185

Crisiscommunicatie 41, 54, 58, 59, 158

Cybercrime 11, 23, 24, 31, 32, 89, 151, 153

Decentralisatie 5, 13, 14, 77, 78, 79, 136

Democratische rechtsstaat 15, 69, 70, 72, 175

Dienstenrichtlijn 79, 90

Diversiteitbeleid 106

DNA 33

Dualisering 84, 189

Elektronische overheid 16, 85, 88

Elektronische reisdocumenten 120

E-overheid 17, 85, 87, 88, 89, 186, 191

Financiële verhoudingswet 78

GBA-netwerk 120, 122

GBA 17, 18, 85, 93, 94, 95, 120, 121, 122, 123, 124, 165, 166, 187, 192

GBA-stelsel 86, 94, 120

Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 17

Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens 93

Gemeenten 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 17, 18, 19, 21, 25, 31, 32, 37, 38, 39, 59, 61, 63, 64, 72, 74, 75, 77, 78, 79, 80, 85, 86, 87, 88, 91, 94, 95, 106, 120, 123, 160, 163, 175, 176, 177, 179, 183, 187, 190

Gemeentewet 5, 187

GMS 41, 42

Grond 71

Grondrechten 15, 16, 69, 71, 175, 190

Grondwet 1, 15, 16, 23, 44, 69, 71, 72, 118, 162, 187, 189, 190, 192, 196

Herindeling 14, 189

Hulpdiensten 59

Informatiebeveiliging 89, 91, 92, 111

Informatiehuishouding 40, 41, 47, 156, 180

Informatievoorziening 22, 34, 37, 40, 41, 46, 47, 53, 58, 63, 67, 89, 103, 105, 110, 111, 113, 130, 169, 170, 179

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid 11, 12, 26, 49, 50, 51

Integraal veiligheidsplan 9, 39

Integriteit 6, 11, 31, 35, 96, 99, 100, 101, 102, 107, 108, 182

Interbestuurlijk toezicht 13, 77, 78, 80, 89

Internationale samenwerking 42, 43, 45, 47, 55, 61

Internet 15, 32, 47, 59, 87, 88, 100, 101, 137, 177, 183, 184

IOOV 26

I-teams 91

Jeugdcriminaliteit 25, 27, 32

Jeugd 27

Justitie 5, 6, 7, 11, 13, 25, 26, 32, 33, 40, 41, 42, 49, 94, 146, 153, 162, 177, 179, 189, 190

Kiesraad 71, 74, 162, 190, 191, 196

Kieswet 73, 189, 190

Kwaliteit 1, 6, 12, 16, 22, 23, 33, 34, 35, 49, 50, 51, 53, 56, 62, 63, 64, 65, 66, 71, 73, 77, 80, 82, 86, 87, 90, 91, 92, 93, 94, 96, 97, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 109, 110, 111, 113, 118, 123, 134, 142, 143, 144, 155, 160, 167, 169, 170, 178, 183, 184, 191, 192, 193, 195

Kwaliteitseisen 64, 66

Leenfaciliteit 121, 122, 125, 132, 133, 135, 140, 146

Levensloop 117

Meldkamer 41, 42, 63

Mensenrechten 16, 72

Middenbestuur 14

Nationale Conventie 192

OM 11, 24, 25, 26, 27, 32, 100, 153, 195

Overlast 5, 6, 7, 8, 9, 11, 23, 25, 37, 38, 40, 133, 175, 177, 179, 180, 184, 185, 186

OvV 49, 51

Paspoort 93, 123, 124

Paspoortwet 93, 94

Pensioen 82, 98, 99, 101, 117, 196

Personeelsbeleid 34, 98, 103, 106, 107, 188

Polarisatie 12, 37, 39, 175, 176, 177, 181, 185

Politiebestel 23, 26, 130

Politieke ambtsdragers 75, 76, 82, 163, 177

Politieke partijen 15, 74, 75, 76, 83, 163, 188, 191

Politieonderwijs 34, 35, 36, 49

Politie 1, 2, 3, 5, 7, 8, 11, 15, 18, 19, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 39, 41, 42, 43, 45, 49, 50, 51, 55, 61, 62, 64, 65, 66, 67, 96, 100, 101, 130, 131, 133, 134, 137, 151, 152, 153, 175, 177, 178, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 188, 189, 196

Politiesterkte 33, 34, 130

Politiewet 11, 29, 49

Prestatievermogen 25, 28, 32, 151, 152

Preventie 6, 8, 13, 25, 39, 44, 62, 65, 92

Programma Andere Overheid 194

Programma versterking opsporing en vervolging 34, 182

Provincies 5, 6, 13, 14, 15, 19, 21, 24, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 85, 88, 91, 160, 164, 185, 189

RAAS 121, 122, 123

Radicalisering 6, 12, 23, 24, 37, 39, 175, 176, 177, 181, 185

Rampenbestrijding 1, 2, 3, 12, 23, 24, 40, 41, 49, 50, 51, 57, 58, 63, 64, 66, 67, 134, 135, 136, 137, 138, 160, 178

Reisdocumentenketen 85, 93, 120

Reisdocumenten 1, 2, 3, 17, 24, 85, 86, 94, 95, 120, 121, 122, 123, 165, 166, 186

Samenwerkingsafspraken 11, 41

Signaleringsregister 120

Specifieke uitkeringen 14, 77, 78, 81, 86, 89

Statuut 69, 115

Sterktedoelstelling 33

Terrorismebestrijding 40, 42, 46, 48, 185

Terrorisme 12, 13, 24, 130

Topinkomens 100, 101, 194

Transparantie 16, 80, 96, 99, 100, 102

Trendnota 75, 98, 187, 188, 191, 192, 194, 195

Veilige wijken 25, 32, 33

Veiligheid 1, 5, 6, 7, 11, 12, 18, 23, 24, 25, 26, 29, 32, 33, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 57, 58, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 87, 89, 91, 92, 118, 130, 133, 134, 151, 152, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 160, 175, 176, 177, 179, 180, 181, 182, 183, 184, 185, 196

Veiligheidsmonitor 7, 27, 38, 40

Veiligheidsonderzoeken 45, 46, 177

Veiligheidsprogramma 89, 177, 178, 183, 185

Veiligheidsregio 12, 24, 41, 50, 51, 54, 55, 57, 58, 59, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 160, 178, 183, 185

Veilig 62

Verkiezing 16, 72, 74, 189, 190, 192

Verloedering 6, 7, 8, 9, 11, 23, 37, 38, 40, 175, 179, 184, 185, 186

Vitale infrastructuur 53, 54, 55, 56, 178, 181, 182

Voorziening tot Samenwerking Politie Nederland 26, 42

VUT 1, 99, 117, 174

Werkafspraken 20

Wet GBA 93, 94

Wetsvoorstel 2, 5, 8, 12, 39, 62, 63, 64, 72, 73, 79, 82, 83, 88, 89, 94, 175, 176, 177, 179, 181, 183, 186, 187, 188, 189, 193

Wijkagenten 7, 11, 12, 23, 28, 33, 34, 186

Licence