Base description which applies to whole site

F Diergezondheidsfonds

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2010 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave blz.

A. Artikelsgewijze toelichting bij de wetsartikelen 2

B. Begrotingstoelichting 3

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat Diergezondheidsfonds)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2010 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2010. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2010.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2010 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

De vaststelling van de in artikel 1 bedoelde begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro’s.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Inhoudsopgave blz.

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen 4

Verdiepingsbijlage 11

Lijst met afkortingen 12

01 BEWAKING EN BESTRIJDING VAN DIERZIEKTEN EN VOORKOMEN EN VERMINDEREN VAN WELZIJNSPROBLEMEN

Algemene doelstelling

Het vermijden van de insleep van een dierziekte, het bewaken op de afwezigheid van een dierziekte en het bestrijden van een dierziekte als dat aan de orde is, zijn primair de verantwoordelijkheid van de houders van dieren. Consequentie van het houden van dieren is zorgplicht voor de dieren. Maar met name voor het effectief vermijden, opsporen en bestrijden van een dierziekte zijn in veel gevallen de mogelijkheden voor de individuele houder niet toereikend en is ondersteuning en/of de inzet van de overheid noodzakelijk. Voor zover de overheid en meer in het bijzonder het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hierbij betrokken is en die ondersteuning tot uitgaven leidt, worden deze uitgaven ten laste gebracht en verantwoord in het Diergezondheidsfonds.

Dierziekten maar in het bijzonder uitbraken van besmettelijke dierziekten, hebben niet alleen grote economische en financiële gevolgen voor de getroffen bedrijven, maar de uitbraak en of de bestrijding daarvan hebben veelal ook grote gevolgen voor de omliggende agrarische bedrijven alsmede voor de bedrijven in de vee- en vleessector en bedrijven in andere sectoren, zoals recreatie en toerisme. Ook particulieren in het betreffende gebied kunnen worden geconfronteerd met ingrijpende bestrijdingsmaatregelen. Afgezien van het inperken van de gevolgen van een uitbraak, dienen buurlanden en handelspartners verschoond te blijven van de export van een besmetting.

Het diergezondheidsbeleid is in de loop van de jaren geëvalueerd van een sector aangelegenheid naar een maatschappelijke aangelegenheid. De Nationale Agenda Diergezondheid 2007–2015 die op basis van een brede oriëntatie en consultatie tot stand is gekomen en op 12 oktober 2007 aan de Tweede Kamer is gezonden, is daar de exponent van.

Van groot belang is het tijdig signaleren van een besmetting en het adequaat bestrijden voor het inperken van de verdergaande besmettingen en de gevolgen daarvan. Het signaleren van (mogelijke) ziekteverschijnselen vindt vooral plaats door houders van dieren die deze verschijnselen in het geval van aangifteplichtige dierziekten moeten melden. In aanvulling daarop worden bewakings- en monitoringsprogramma’s uitgevoerd die deels door de EU verplicht zijn gesteld ter behoud van de dierziektevrij-status.

Het voorgaande leidt tot ondersteuning en inzet van de overheid bij:

• de bewaking van dierziekten;

• de verdenking en bestrijding;

• de welzijnsmaatregelen voor dieren bij een uitbraak.

De bestrijding van de zeer besmettelijke dierziekten vergt een organisatie die direct in staat is de noodzakelijke maatregelen te treffen. Deze organisatie voert het onderzoek uit bij meldingen van (vee)houders van mogelijke besmettingen. De kosten van het aanhouden van de crisisorganisatie bij LNV, worden verantwoord in de begroting van LNV (artikel U 25). De kosten van de voorzieningen en of faciliteiten die door bedrijven beschikbaar worden gehouden voor onmiddellijk gebruik door of in opdracht van LNV, worden ten laste van het Diergezondheidsfonds gebracht.

Daar waar de overheid inzet pleegt worden de kosten in eerste instantie betaald door de overheid. Het feit dat de overheid betrokken is vormt echter geen argument om de kosten dan ook bij de overheid neer te leggen. Vanuit het uitgangspunt dat een houder verantwoordelijk is voor de gezondheid van zijn dieren is het gerechtvaardigd deze kosten door te berekenen aan de sector.

De middelen ter financiering van de uitgaven van het Diergezondheidsfonds zijn afkomstig van het bedrijfsleven, van de Europese Unie en van het Rijk. De bijdrage van het Rijk loopt over de LNV-begroting via U25.12 «Handhaving diergezondheidsniveau». De bijdrage van het bedrijfsleven aan het DGF wordt verkregen op basis van het convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten LNV – PVV – PPE – PZ en heeft betrekking op de kosten van de bestrijding voor zover deze bij veehouders wordt uitgevoerd. De kosten voor de bestrijding, tot een per diersoort afgesproken plafond, worden voor 100% doorberekend aan de sector. De kosten van de bestrijding bij particulieren en hobbydierhouders worden gedragen door het Rijk.

Met ingang van 1-1-2005 is het convenant op onderdelen aangepast (Kamerstuk 2004–2005, 29 800 F, nr. 6 Tweede Kamer). Het convenant bepaalt voor welke bewakings- en bestrijdingsactiviteiten de productschappen aan het DGF moeten betalen. Het convenant heeft een looptijd tot 1-1-2015 maar de partners (Rijk, Productschap Vee en Vlees, Productschap Pluimvee en Eieren en Productschap Zuivel) zijn momenteel in gesprek over aanpassingen die per 1-1-2010 doorgevoerd zullen worden.

Ook over de maxima per sector (rund, varken, pluimvee, schaap en geit) moet voor de periode van 1 januari 2010 tot januari 2015 voor 1 januari 2010 overeenstemming worden bereikt.

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000
01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen2008200920102011201220132014
VERPLICHTINGEN40 72829 7718 7008 7008 7008 7008 700
        
UITGAVEN40 72829 7718 7008 7008 7008 7008 700
Beginsaldo26 790      
Programma-uitgaven40 72829 7718 7008 7008 7008 7008 700
U0111 Bewaking van dierziekten5 1083 9803 6303 6303 6303 6303 630
U0112 Bestrijding van dierziekten23 41325 7915 0705 0705 0705 0705 070
U0113 Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen       
U0114 Overig12 207      
        
ONTVANGSTEN32 71110 9988 7008 7008 7008 7008 700
        
Eindsaldo018 77300000

Toelichting

Het lagere uitgaven bedrag ten opzichte van 2009 houdt verband met hogere uitgaven in 2009 voor blauwtong vaccinatie. Nadat in 2006 in Nederland blauwtong type 8 is gevonden, heeft dit serotype zich in 2007en 2008 over een groot gebied van Europa uitgebreid. Daarop is een passend vaccin ontwikkeld en in 2008 is in Nederland een vrijwillige vaccinatiecampagne uitgevoerd met Europese cofinanciering waarbij de financiering via het DGF is gelopen. In 2009 is besloten in dat jaar geen Europese cofinanciering aan te vragen en is de betaling niet via het DGF gelopen. Wel is, naar aanleiding van een dreiging met blauwtong type 1 vanuit Frankrijk een noodvoorraad vaccin voor dit type aangeschaft. Voor 2010 is vooralsnog geen rekening gehouden met nieuwe uitgaven in verband met blauwtongvaccinatie.

In 2008 en 2009 zijn voor het eerst uitgaven gedaan in verband met Q-koorts. Naar verwachting zal dat ook in 2010 aan de orde zijn. In de bovenstaande begroting zijn eventuele uitgaven voor Q-koorts nog niet geraamd. Dit is afhankelijk van een aantal onderzoeken die in 2009 nog zullen plaatsvinden.

01.11 Bewaking van dierziekten

Het bewaken van de diergezondheidstatus is vooral een activiteit van de houder van dieren. De houder gaat in het algemeen dagelijks met de dieren om en is door zijn aanwezigheid in staat de eerste signalen op te merken die kunnen duiden op een dierziekte. Aanvullend op de activiteiten van de houder, is er sprake van extra maatregelen. De extra maatregelen hebben tot doel het risico te beperken dat een besmetting niet wordt en/of (nog) niet kan worden opgemerkt. De extra maatregelen zijn deels het gevolg van EU-verplichtingen. De EU en de OIE (Office Internationale des Epizoöties) verlenen onder bepaalde voorwaarden aan lidstaten officiële erkenningen voor het vrij zijn van bepaalde dierziekten. Met uitzondering van MKZ en runderpest verleent de OIE feitelijk geen erkenningen maar kan een land zich erop beroepen te voldoen aan de internationaal geaccepteerde standaarden van de OIE.

Streefwaarden

• Behoud van de huidige, officieel door de EU en OIE verleende, status vrij te zijn van een aantal dierziekten.

• Inperken van het risico van het (nog) niet (kunnen) opmerken van een besmetting.

Beleidsinstrumenten

Om de door de EU en de OIE verleende erkenningen te behouden moeten bepaalde bewakingsprogramma’s bij runderen, schapen en geiten worden uitgevoerd. Daarnaast richten de bewakingsonderzoeken zich ook op het terugdringen van het risico dat een dierziekte niet wordt opgemerkt dan wel nog niet kan worden opgemerkt door het ontbreken van klinische verschijnselen. Dit niet opmerken kan bij bepaalde dierziekten tot grote gevolgen leiden. Door met name onderzoek naar varkenspest bij sectiemateriaal, de early warning en monitoring op vogelpest bij pluimvee, onderzoek naar BSE bij runderen en scrapie bij schapen wordt dit risico van niet of niet tijdig opmerken gereduceerd. Het monitoringsprogramma naar blauwtong bij vee en onderzoek van de vector wordt in 2010 beperkt voortgezet en aangemeld voor co-financiering door de EU.

Voor zover de kosten van de bewakingsonderzoeken door of in opdracht van LNV niet rechtstreeks in rekening kunnen worden gebracht bij de betrokken veehouders, komen deze voor rekening van het DGF.

Bedragen x € 1 000
BewakingsprogrammaBedrijvenDierenUitgaven
Brucella (schaap/geit)1 70015 000470
Blauwtong (rund, schaap, geit)   
– Serologie100
– Vectornvt100
BSE rund, bij destructor en bij noodslachting* 47 0001 850
TSE schaap/geit, bij destructor en slacht 21 500400
KVP (varkens)   
– Veehouderij (tonsillen)1 2503 50085
– Wilde zwijnen450125
AI   
– Bedrijfsmatig pluimvee; early warning   
  – Insturen monsters (swabs) 1 400500
  – Melding (afw.) verschijnselen (bij GD)5 800**
– Bedrijfsmatig pluimvee: monitoring serologische testen3 000164 000**
– Wilde vogels   
  – Monitoring levende wilde vogels14 000**
  – Monitoring dode vogels3 000**
Totaal3 980

* De BSE testen op runderen bij slacht worden niet via het DGF gefinancierd maar rechtstreeks door de houders en zijn daarom niet in deze tabel opgenomen.

** De financiering van deze uitgaven loopt niet via het DGF maar rechtstreeks via de sector of LNV. Deze gegevens zijn in de tabel opgenomen om het volledige pakket aan bewakingsactiviteiten in hun onderlinge samenhang weer te geven.

Toelichting

Op de begrote uitgaven voor de bewaking bij de destructor en bij noodslachting is de EU bijdrage al in mindering gebracht.

01.12 Bestrijding van dierziekten

Onder de bestrijding van dierziekten vallen:

• Onderzoek naar verschijnselen die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte na een melding door een (vee)houder en/of door een dierenarts;

• Onderzoek van verdachte dieren;

• Treffen van voorzieningen om onmiddellijk te kunnen bestrijden;

• Bestrijding van besmettelijke dierziekten zoals tuberculose, brucellose en leukose;

• Bestrijding van zeer besmettelijk dierziekten zoals vogelpest, mond en klauwzeer en varkenspest.

Als veehouders verschijnselen signaleren bij hun dieren die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte, is melding daarvan verplicht. Het onderzoeken van deze meldingen is een belangrijke structurele taak. Naast dit structureel onderzoeken van verschijnselen bij dieren als gevolg van een melding, wordt structureel onderzoek uitgevoerd naar brucellose bij runderen als deze runderen binnen een bepaalde periode hun vrucht hebben verloren. In het geval een onderzoek leidt tot de bevinding dat sprake is van een besmetting of moet worden uitgegaan van een besmetting, wordt tot bestrijding overgegaan en worden de daartoe beschikbare voorzieningen benut.

De bestrijding van dierziekten omvat feitelijk twee fasen, de eerste fase (de verdenkingsfase) vangt aan als verschijnselen, informatie of resultaten van onderzoek worden gemeld die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte, de tweede fase (de bestrijdingsfase) vangt aan als een besmetting is vastgesteld of als er zodanige aanwijzingen zijn dat moet worden uitgegaan van een besmetting.

Zodra sprake is of moet worden uitgegaan van een besmetting, worden onmiddellijk bestrijdingsmaatregelen getroffen. Vertraging van de bestrijding leidt tot meer besmettingen en daarmede tot langduriger bestrijdingsmaatregelen. Om vertraging bij de aanvang van de bestrijding te vermijden zijn afspraken gemaakt en contracten gesloten met bedrijven voor de beschikbaarstelling van mensen en middelen die een kritische rol vervullen in het bestrijdingsproces.

Een belangrijk verschil in de aanpak van de bestrijding ten opzichte van het verleden is de inzet van vaccinatie bij bepaalde dierziekten. In plaats van het in grote aantallen ruimen van dieren kan de uitbraak tot staan worden gebracht door vaccinatie. Gezonde gevaccineerde dieren worden niet meer gedood. Deze aanpak is mogelijk bij dierziekten zoals mond en klauwzeer, klassieke varkenspest, etc. waarvoor een effectief vaccin beschikbaar is.

Streefwaarden

– Zo snel en effectief als mogelijk bestrijden van dierziekten.

Concreet houdt dit in dat bij een melding onderzoek wordt ingesteld. Voor zover de melding betrekking heeft op verschijnselen die duiden op een zeer besmettelijke dierziekte, moet binnen 3 uur een team ter plaatse een onderzoek instellen.

Beleidsinstrumenten

Voor de bestrijding van dierziekten staan de volgende instrumenten ter beschikking:

• wettelijke verplichting van houders van dieren en dierenartsen om verschijnselen die duiden op een aangifteplichtige dierziekte te melden;

• klinische inspectie door een team van dierenartsen op bedrijven waar mogelijk sprake is van aangifteplichtige dierziekten;

• monsternames door team;

• diagnostisch onderzoek van afgenomen monsters bij dieren;

• instellen van stand-still, vervoersverboden, compartimenten;

• vaccineren van dieren;

• onderzoek van dieren op buurtbedrijven en andere relevante bedrijven;

• tracering van een besmetting (van en naar);

• doden van besmette dieren;

• doden van dieren die een reëel gevaar zijn voor verspreiding van de besmetting;

• destructie (besmette) dieren;

• reinigen en ontsmetten van bedrijven;

• schadeloosstellen van houders voor gedode dieren.

De grondslag voor de inzet van bovenstaande instrumenten zijn:

• EU-richtlijnen en EU-verordeningen;

• Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren;

• draaiboeken;

• crisisorganisatie en voorzieningen.

Bedragen x € 1 000
 BedrijvenDieren*Uitgaven
Verdenkingen   
– Brucellose (verwerpersonderzoek)11 60012 000900
– KVP15100
– MKZ (rund, schaap, geit)515
– AI (HPAI & LPAI)515
– BSE (rund)515
– TSE (schaap, geit)515
Bestrijding   
– BSE160
– TSE (schaap/geit)2 5
Voorzieningen   
– AUV550
– Crisisfaciliteit GD**
– Crisiscapaciteit Rendac2 200
– Voorziening MKZ vaccin250
– Voorziening KVP vaccin600
– Waakvlamcontracten320
– Overige voorzieningen25
Totaal  5 070

* Aantal dieren is sterk afhankelijk van de (bedrijfs)situatie.

** De financiering van de crisisfaciliteit bij GD loopt vanaf 2010 niet meer via het DGF loopt maar opgenomen wordt in de basismonitoring. Dit wordt rechtstreeks door LNV en Productschappen gefinancierd.

Toelichting

Onderzoek naar aanleiding van meldingen van verschijnselen die mogelijk betrekking hebben op een besmettelijke dierziekte zijn regelmatig aan de orde. Slechts in beperkte mate leidt dit tot een verdenking met als consequentie blokkering van het bedrijf tot nader onderzoek heeft plaatsgevonden. Voor een aantal zeer besmettelijke dierziekten worden verdenkingen ook geraamd. De hoogte van de daarbij aangegeven kosten zijn niet meer dan een indicatie die afhankelijk van de situatie en het noodzakelijke onderzoek sterk kan variëren.

Het hoge aantal verdenkingen bij brucellose vloeit voort uit de gekozen systematiek, elk rund dat kort voor de afkalfdatum aborteert is verdacht en noopt tot nader onderzoek. In hoeverre de verdenking een besmetting betreft waaruit een bestrijdingsactie voortvloeit, is in het algemeen niet op voorhand aan te geven. Voor BSE bij runderen en TSE bij schapen en geiten is wel met een zeer beperkt aantal bestrijdingsmaatregelen rekening gehouden.

Voorzieningen hebben betrekking op de levering van diensten en faciliteiten door bedrijven die direct beschikbaar moeten zijn in het geval van de uitbraak van een besmettelijke dierziekte. Voor dergelijke voorzieningen worden waakvlamcontracten gesloten.

01.13 Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Bij uitbraken van wettelijk te bestrijden dierziekten treden – op basis van het draaiboek – diverse veterinaire maatregelen in werking. Een van de maatregelen is het instellen van een vervoersverbod waardoor in bepaalde gebieden het vervoer van bepaalde diercategorieën niet meer is toegestaan dan wel aan stringente voorwaarden is gebonden. Als gevolg van het vervoersverbod kunnen in deze gebieden welzijns- en huisvestingsproblemen ontstaan (meer of grotere dieren dan de beschikbare hokcapaciteit toelaat, met als gevolg o.a. gezondheidsproblemen, agressiviteit, stress etc.). Ter vermindering van de meest urgente welzijnsproblemen kan worden besloten om dieren op te kopen en gecontroleerd af te voeren.

Streefwaarden

– Beperken van de welzijnsproblemen bij dieren in geval van een dierziekte uitbraak.

Beleidsinstrumenten

Opkoopregeling:

Toe te passen als sprake is of een situatie ontstaat van overvolle stallen als direct gevolg van de bestrijdingsmaatregelen. Bij het instellen van een opkoopregeling kunnen veehouders in een afgebakend gebied hun dieren op vrijwillige basis aan de overheid aanbieden. Hier staat een financiële bijdrage tegenover waarbij aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld.

Er worden geen uitgaven geraamd aangezien er geen indicatie is dat de regeling in 2010 zal worden toegepast.

01.14 Overig

Dit artikel is voor de financiering van overige uitgaven, zoals de eventuele terugstorting van de voorfinanciering naar de begroting van LNV en uitgaven die o.a. betrekking hebben op de voedselveiligheid en daarmee samenhangend de diergezondheid. Omdat het karakter van dergelijke samenloop van voedselveiligheid en diergezondheid op voorhand niet is te voorspellen, kunnen geen streefwaarden worden opgenomen.

Evaluatie

Telkens na een uitbraak van een besmettelijke dierziekte vindt een evaluatie plaats op alle onderdelen van bestrijdingsmaatregelen, welzijnsmaatregelen en crisisorganisatie.

Verantwoordelijkheid LNV

LNV is direct verantwoordelijk voor het bestrijden van de wettelijk te bestrijden dierziekten. LNV is indirect verantwoordelijk voor welzijnsaspecten.

VERDIEPINGSBIJLAGE

Beleidsartikel 01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

A. Opbouw uitgaven beleidsartikel (x € 1 000)
 200920102011201220132014
Stand ontwerpbegroting 200910 99810 39810 39810 99810 39810 398
Mutatie 1e suppletore begroting 200918 773     
Nieuwe mutaties – 1 698– 1 698– 2 298– 1 698– 1 698
Stand ontwerpbegroting 201029 7718 7008 7008 7008 7008 700
B. Opbouw ontvangsten beleidsartikel (x € 1 000)
 200920102011201220132014
Stand ontwerpbegroting 200910 99810 39810 39810 99810 39810 398
Mutatie 1e suppletore begroting 2009      
Nieuwe mutaties – 1 698– 1 698– 2 298– 1 698– 1 698
Stand ontwerpbegroting 201010 9988 7008 7008 7008 7008 700

Toelichting:

Het uitgaven en ontvangstenbudget 2010 wordt verlaagd met € 1,7 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het streven naar een andere financieringswijze van de crisisfaciliteit bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Deze andere financieringswijze zal niet via het DGF lopen, maar rechtstreeks in de basismonitoring. Financiering hiervan vindt door LNV en Productschappen plaats.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaat die onderdeel is van de Rijksbegroting, wordt op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2010 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds.

Het in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaat die deel uitmaakt van de Rijksbegroting, wordt op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2010 wijzigingen aan te brengen in:

1. de begrotingsstaat voor het Diergezondheidsfonds.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Budgettaire gevolgen DGF

(bedragen x € 1 000)
 

(1)

(2)

(3)

(4)=(1)+(2)+(3)

(5)

(6)=(5)-(4)

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijns-problemen

Stand ontwerp-begroting 2010

Mutaties 1e suppletoire begroting 2010

Mutaties 2e suppletoire begroting 2010

Totaal geraamd

Realisatie

Slotwetmu-taties

VERPLICHTINGEN

8 700

55 172

4 100

67 972

55 266

– 12 706

UITGAVEN

8 700

55 172

4 100

67 972

55 266

– 12 706

       

Programma-uitgaven

8 700

55 172

4 100

67 972

55 266

– 12 706

U0111 Bewaking van dierziekten

3 630

  

3 630

3 207

– 423

U0112 Bestrijding van dierziekten

5 070

55 172

 

60 242

44 216

– 16 026

U0113 Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

      

U0114 Overig

  

4 100

4 100

7 843

3 743

       

ONTVANGSTEN

8 700

55 172

4 100

67 972

68 170

198

Toelichting:

De realisatie van de uitgaven valt € 12,7 mln. lager uit dan het geraamde budget. Dit is het gevolg van:

  • lagere uitgaven bewakingsprogramma’s (€ 0,4 mln.);

  • lagere uitgaven voor de bestrijding van dierziekten (€ 16 mln.). Dit wordt vnl. veroorzaakt doordat de uitgaven voor de bestrijding van Q-koorts € 18,8 mln. lager zijn uitgevallen. De realisatie van de uitgaven inzake de bestrijding van Q-koorts is nl. uitgekomen op € 36,4 mln. terwijl hiervoor beschikbaar was € 55,2 mln. Voor de bestrijdingsmaatregelen van overige dierziekten is sprake van een overschrijding van € 2,8 mln. en dit is vnl. het gevolg van extra uitgaven voor maatregelen bij verdenkingen van dierziekten.

  • hogere uitgaven (€ 3,7 mln.) op het artikel U 1.14 «overig». Deze overschrijding wordt veroorzaakt doordat de kosten ad € 5 mln. inzake de forfaitaire vergoedingen van € 100 per dier thans op het artikel U 0 114 «Overig» zijn verantwoord. In de 1e suppletoire begroting werden deze kosten geraamd onder U 0 112 «Bestrijding van dierziekten».

Als gevolg van de lagere uitgaven (€ 12,7 mln.) en de extra ontvangsten (€ 0,2 mln.) komt het eindsaldo 2010 uit op € 12,9 mln.

BIJLAGE

LIJST MET AFKORTINGEN

AIAviaire Influenza
AUVAd Usum Veterinarium (de Nederlandse coöperatie van dierenartsen)
AVPAfrikaanse Varkenspest
BSEBovine Spongiforme Encephalopathy
BTBlue Tongue
DGFDiergezondheidsfonds
DRDienst Regelingen
EUEuropese Unie
GDGezondheidsdienst voor Dieren
GWWDGezondheids- en welzijnswet voor dieren
HPAIHoog pathogeen AI
IBRInfectueuze Bovine Rhinotracheïtis (koeiengriep)
KVPKlassieke Varkenspest
LPAILaag pathogeen AI
MKZMond- en Klauwzeer
NCDNew Castle’s Desease (pseudo vogelpest)
OIEOffice Internationale des Epizoöties
PPEProductschap voor Pluimvee en Eieren
PVVProductschap voor Vee en Vlees
PZProductschap Zuivel
VWAVoedsel en Waren Autoriteit
SVDSwine Vesicular Disease (Blaasjesziekte)
TSETransmissible Spongiforme Encephalopathies

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Budgettaire gevolgen DGF (bedragen x € 1 000)
 

(1)

(2)

(3)

(4)

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijns-problemen

Stand ontwerpbegroting 2010

Stand 1e suppletoire begroting 2010

Mutaties 2e suppletoire begroting 2010

Stand 2e suppletoire begroting 2010

Verplichtingen

8 700

63 872

4 100

67 972

Uitgaven

8 700

63 872

4 100

67 972

Beginsaldo

 

8 172

 

8 172

Programma-uitgaven

8 700

63 872

4 100

67 972

     

U0111 Bewaking van dierziekten

3 630

3 630

 

3 630

U0112 Bestrijding van dierziekten

5 070

60 242

60 242

U0113 Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

    

U0114 Overig

  

4 100

4 100

     

Ontvangsten

8 700

55 700

4 100

59 800

Toelichting

OD 01.14

Op de met Q-koorts besmette bedrijven geldt voor de -na ruiming- achtergebleven dieren een levenslang fokverbod. Bij besmette bedrijven is sprake een grote variatie in het percentage achtergebleven dieren. De besmette bedrijven waar tijdens de ruiming weinig drachtige dieren aanwezig waren lijden onevenredig veel schade in vergelijking met besmette bedrijven waar relatief veel drachtige dieren zijn geruimd. De eerstgenoemde bedrijven hebben namelijk een veel lager bedrag aan ruimingsvergoedingen ontvangen, dat niet volledig gecompenseerd wordt door de hogere inkomsten uit het melken van de achtergebleven dieren. De schade die ontstaat door het opleggen van een levenslang fokverbod, is afhankelijk van het moment van ruiming, waarop de houder geen invloed heeft. Daarom is besloten om aan de bedrijven, waarop naar verhouding veel dieren een levenslang fokverbod hebben, en waar dus weinig dieren zijn geruimd, een tegemoetkoming in de schade toe te kennen (Kamerbrief 28 286 nr. 426 d.d. 20-8-2010). De geraamde kosten hiervan bedragen naar verwachting circa  € 4,1 mln. en worden door de ministeries van EL&I en VWS voor beide 50% gedragen.

Overigens hebben de minister van VWS en de staatssecretaris van EL&I onlangs besloten, conform de wens van de Tweede Kamer, het levenslang fokverbod voor een bepaalde groep jonge geiten op te heffen. De financiële gevolgen van deze beleidswijziging op de geraamde kosten van de compensatieregeling worden verwerkt bij slotwet 2010/1e suppletoire wet 2011.

Correctie sub en totaaltellingen mutaties 1e suppletoire begrotingswet (Voorjaarsnota)

In de Voorjaarsnota 2010 van het DGF zijn de verplichtingen en de uitgaven van het artikel «Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen» verhoogd met € 55 172 000,–. Dit houdt verband met een storting van € 47 000 000,– vanuit de LNV-begroting voor de bestrijding van de Q-koorts en de toevoeging van het voordelig eindsaldo 2009 van het Diergezondheidsfonds ad € 8 172 000,– 

De totaaltelling van de mutaties in de 1e suppletoire begrotingsstaat voor verplichtingen en uitgaven behoorden derhalve uit te komen op € 55 172 000,– en niet op € 8 172 000 voor de verplichtingen en uitgaven zoals abusievelijk vermeld was in de 1e suppletoire begrotingsstaat.

In deze 2e suppletoire begrotingswet zijn deze onjuiste sub- en totaaltellingen van de 1e suppletoire begrotingswet aangepast

Budgettaire gevolgen DGF

(bedragen x € 1 000)

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Stand ontwerp-begroting 2010

Mutaties via NvW en

amendenten

Mutaties 1e suppletore

Begroting 2010

Stand 1e suppletore

begroting 2010

Mutaties 2011

Mutaties 2012

Mutaties

2013

Mutaties

2014

 

(1)

(2)

(3)

(4)=(1+2+3)

    

VERPLICHTINGEN

8 700

 

55 172

63 872

    

UITGAVEN

8 700

 

55 172

63 872

    

Beginsaldo

        

Programma-uitgaven

8 700

 

55 172

63 872

    

U0111 Bewaking van dierziekten

3 630

  

3 630

    

U0112 Bestrijding van dierziekten

5 070

 

55 172

60 242

    

U0113 Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

 

     

U0114 Overig

 

     

ONTVANGSTEN

8 700

 

47 000

55 700

    

Toelichting:

OD 01.12

Bij Voorjaarsnota 2009 is het voordelig eindsaldo 2008 van het DGF van € 18,8 mln. aan het uitgavenbudget bestrijding dierziekten toegevoegd. Hiervan is slechts een deel aan uitgaven gerealiseerd, met name voor laboratoriumonderzoek en vaccinaties in het kader van de dierziekten Aviaire Influenza (AI) en Blauwtong (BT). Dit heeft geleid tot een lagere uitgavenrealisatie in 2009. Het saldo van € 8,2 mln. wordt thans bij onderhavig wetsvoorstel aan het uitgavenbudget 2010 toegevoegd voor financiering en voorfinanciering van uitgaven inzake monitoring, verdenking en bestrijding van dierziekten.

Om verdergaande verspreiding van de Q-koorts tegen te gaan worden besmette drachtige melkschapen en melkgeiten geruimd. Hiertoe stort LNV € 36 mln. in het DGF voor de ruimings- en uitvoeringskosten, € 11 mln voor vergoeding aan besmette bedrijven voor inkomensverliezen als gevolg van moeilijkheden bij het herbevolken van het bedrijf en vaccinatiekosten. Als gevolg vindt hiervan worden zowel de uitgaven als de ontvangsten met € 47 mln. verhoogd.

Licence