Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 35. Arbeidszaken overheid

35 Algemene doelstelling

Een beter presterende overheid door voldoende inzet van en de zorg voor een competent, divers samengesteld en integer personeelsbestand en bestand van politieke ambtsdragers.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Een beter presterende overheid werkt doeltreffend en doelmatig. Voldoende en ook goed geschoold personeel is hierbij van doorslaggevende betekenis. Naast het bepleiten van slimmer werken – waardoor het feitelijke beroep op de arbeidsmarkt wordt verkleind – wordt hier op twee manieren aan gewerkt. Met een gericht arbeidsmarkt- en arbeidsvoorwaardenbeleid wordt de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever bevorderd. De activiteiten die een veilige taakuitoefening garanderen moeten ook in dat perspectief worden gezien. Daarnaast wordt met participatiebevorderende maatregelen beoogd het potentieel aan werknemers te vergroten. De mate waarin burgers de overheid vertrouwen wordt onder andere bevorderd als overheidsorganisaties zich integer gedragen, divers zijn samengesteld en in hun functioneren nadrukkelijk aandacht besteden aan transparantie. Op al deze, ook arbeidsgerelateerde, aspecten wordt beleid ontwikkeld en geïmplementeerd.

Verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

  • het tegengaan van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak om ervoor te zorgen dat deze taak onafhankelijk en op een integere wijze kan worden uitgevoerd;

  • sectoren Rijk en Politie, als werkgever;

  • het vergroten van de diversiteit in het personeelsbestand van de overheid;

  • de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel tegen verantwoorde loonkosten;

  • het bevorderen van integriteit en transparantie binnen de overheid;

  • het scheppen van randvoorwaarden voor het functioneren van politieke ambtsdragers;

  • de normering en maximering met betrekking tot de topinkomens in de publieke en de semi-publieke sector.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 35 Arbeidszaken overheid

(x € 1 000)

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

59 240

56 462

52 954

52 872

52 868

52 868

       

Uitgaven

59 240

56 462

52 954

52 872

52 868

52 868

35.25 Apparaat

5 434

4 564

4 496

4 487

4 487

4 487

       

Programma-uitgaven

53 806

51 898

48 458

48 385

48 381

48 381

Waarvan juridisch verplicht

0

45 992

44 792

44 792

44 792

44 792

       

35.1 Overheid als werkgever

17 740

13 750

10 960

10 887

10 883

10 883

Waarvan juridisch verplicht

 

9 113

8 113

8 113

8 113

8 113

       

35.2 Politieke ambtsdragers

9 594

10 092

9 642

9 642

9 642

9 642

Waarvan juridisch verplicht

 

8 823

8 823

8 823

8 823

8 823

       

35.3 Uitkeringsregelingen voormalige gebiedsdelen

26 472

28 056

27 856

27 856

27 856

27 856

Waarvan juridisch verplicht

 

28 056

27 856

27 856

27 856

27 856

       

Ontvangsten

820

820

820

820

820

820

  • De loonontwikkeling in de markt.

  • De economische situatie.

  • De demografische ontwikkeling.

  • Het opleidingsniveau van werkzoekenden.

Externe factoren

Deze factoren beïnvloeden het arbeidsaanbod bij de overheid en het politieke ambt en daarmee de mate waarin voldoende en gekwalificeerd personeel kan worden aangenomen en behouden.

Meetbare gegevens

Op het niveau van de operationele doelstellingen worden meerdere meetbare gegevens geformuleerd, die goed weergeven wat de uitkomsten van de inspanningen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zijn.

35 Operationele doelstelling 1

Mede zorgen voor een voldoende aanbod van goed geschoold overheidspersoneel en voor een betrouwbare, herkenbare overheid door het bevorderen van integriteit, diversiteit, transparantie en kostenbewustzijn van overheidsorganisaties.

Motivering

Voor een adequate personeelsvoorziening is het noodzakelijk dat de overheid een aantrekkelijke werkgever is en blijft. Daarbij richt de aandacht zich op goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, op het bevorderen van een veilige publieke taakuitoefening en op het geven van voldoende ruimte aan de professionals bij de overheid.

Verder richt de aandacht zich op het vergroten van het arbeidsaanbod door het stimuleren van de arbeidsparticipatie en op het verminderen van de vraag naar arbeid door het verhogen van de arbeidsproductiviteit te stimuleren.

De herkenbaarheid en betrouwbaarheid van overheidspersoneel en politieke ambtsdragers dragen bij aan de legitimiteit van de overheid. Om de herkenbaarheid van de overheid te vergroten wordt gewerkt aan het realiseren van een divers samengesteld personeelsbestand. De aandacht richt zich daarbij op het bevorderen van de instroom, het behoud en de doorstroom van vrouwen en allochtonen en het beperken van de voortijdige uitstroom van oudere werknemers.

De betrouwbaarheid van de overheid wordt verbeterd door aandacht te besteden aan het bevorderen van integriteit en transparantie, het normeren van de topinkomens in de (semi-) publieke sector, het afleggen van rekenschap aan de politiek en de burgers en het kostenbewust en verantwoord omgaan met publieke middelen.

Voldoende aanbod van voldoende gekwalificeerd personeel

Instrumenten

  • Het toedelen van de arbeidsvoorwaardenruimte aan de sectoren.

  • Het maken van bestuurlijke afspraken met de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW).

  • Het in overleg met de betreffende sectoren bijdragen aan mogelijke oplossingen voor gesignaleerde specifieke arbeidsmarktknelpunten.

  • Het via het houden van rondetafelgesprekken vorm geven aan het arbeidsmarktbeleid voor de langere termijn.

  • Het voeren van overleg met de sectoren over het aantrekkelijk houden van het arbeidsvoorwaardenpakket.

  • Het in stand houden van een adequaat overlegstelsel door het subsidiëren van de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen, het Verbond Werkgevers Overheid en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel.

Een divers samengesteld personeelsbestand

  • Het aanjagen van diversiteit binnen de overheidssectoren.

  • Het monitoren van de resultaten van de door de sectoren gemaakte bestuurlijke afspraken op het terrein van diversiteit.

  • Het via de Trendnota 2011 inzichtelijk maken van de sectorale kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen op het terrein van de diversiteit in 2010.

  • Het behouden, benutten en verspreiden van de opgebouwde expertise door goede borging binnen de overheidssectoren.

  • Het doorontwikkelen van de diversiteitindex.

  • Het ondersteunen en gezamenlijk uitvoeren van de plannen van de AenO-fondsen gemeenten, provincies en waterschappen, de Vereniging van Gemeentesecretarissen en de mbo- en hbo-sectoren om diversiteit binnen deze sectoren en beroepsgroep te bevorderen.

  • Het uitvoeren van de aanvullende maatregelen culturele diversiteit (Kamerstukken II, 2008–2009, 31 701, nr. 20).

Het diversiteitbeleid van het Rijk treft u aan bij artikel 37. Voor politie betreft dit artikel 23.

Integriteit

  • Het bevorderen van het gebruik van integriteitprotocollen en integriteitscans, door het aanbieden van voorbeeldmodellen en best practises.

  • Voortzetting van de realisatie van een landelijk klokkenluidersinstituut en een klokkenluidersregeling; de voorbereiding hiervoor is in 2009 gestart.

  • Het onderhouden van het meldpunt integriteitsschendingen.

  • Het onderhouden van de uniforme registratie van integriteitsschendingen.

Transparantie/afleggen rekenschap

  • Het bevorderen van het gebruik van benchmarks.

  • De jaarlijkse rapportage aan de Tweede Kamer op basis van de Wet Openbaarheid Publieke Topinkomens over de hoogte van de publiek gefinancierde topinkomens.

  • Het bevorderen van het gebruik van codes door voorbeelden beschikbaar te stellen.

  • Het verspreiden van informatie over topinkomens, integriteit en benchmarks via diverse websites.

Bevordering van arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit mede in relatie tot kostenbeheersing/-beperking

  • Het voeren van bestuurlijk overleg met de sectorwerkgevers om hen te stimuleren voortijdige arbeidsuitval tegen te gaan, door het terugdringen van vervroegde uittreding en door het terugdringen van arbeidsongeschiktheid door leeftijdsbewust personeelsbeleid en het doelmatig gebruik maken van re-integratiemaatregelen.

  • Het stimuleren van overheidswerkgevers tot het terugdringen van het ziekteverzuim.

  • Het bevorderen van de afstemming tussen de sectoren over een verantwoorde loonontwikkeling en op het terrein van de pensioenen, onder andere door het subsidiëren van het Verbond Sectorwerkgevers overheid.

  • Het bieden van instrumenten aan de overheidswerkgevers (zoals benchmarking en best practises), om de arbeidsproductiviteit te kunnen vergroten, bijvoorbeeld via «slimmer werken».

  • Het bevorderen van prestatievergelijking, bijvoorbeeld op het terrein van overhead.

  • Het verminderen van overbodig toezicht door concrete voorstellen ten aanzien van de af te leggen verantwoording.

Tegengaan en bestrijden agressie en geweld tegen de publieke taak

  • In 2010 is in een voor- en najaarcampagne van postbus 51 aandacht besteed aan wat burgers zelf kunnen doen aan een veilige leefomgeving. Voor 2011 is wederom voorzien in een postbus 51-campagne.

Aanpakken van daders van geweld tegen de publieke taak

  • De aanpak van daders start bij de werknemers in de organisatie en gaat vervolgens over in een aanpak door de werkgever. Sluitstuk hierop zijn de inspanningen van politie en Openbaar Ministerie. Deze keten is in het programma Veilige Publieke Taak gepresenteerd. De aanpak in 2011 kent:

    • voortzetting, evaluatie en afronding van de intensivering bij een kopgroep van vijf werkgevers en vijf ketenintensiveringsregio’s;

    • evaluatie van de eenduidige landelijke afspraken voor opsporing en vervolging door politie en Openbaar Ministerie. De essentiële afspraken hierover worden in 2011 verder uitgevoerd;

    • onderdeel van deze landelijke afspraken voor het Openbaar Ministerie zijn de zogenaamde Polaris-richtlijn. De uitvoering en invoering van de gemaakte afspraken op basis van de evaluatie van deze richtlijn worden gemonitord;

    • op basis van de evaluatie van de pilot camera’s bij politie en ambulances kunnen eventuele knelpunten of andere noodzakelijke aanpassingen in 2011 doorlopen;

    • het beleid inzake het daadwerkelijk verhalen van schade op de dader door de werkgevers wordt in 2011 gestimuleerd en gemonitord;

    • in 2011 wordt het Kennis- en expertisecentrum dat werkgevers adviseert en ondersteunt ten aanzien van schadeverhaal op de dader verder uitgebouwd. Het ligt in de planning om de jaarlijkse VPT-beurs vanuit dit centrum te laten organiseren.

Faciliteren en ondersteunen van werkgevers inzake geweld tegen de publieke taak

  • In navolging van 2007 en 2009 vindt in 2011 de 2-meting plaats om zicht te krijgen op de mate waarin werkgevers met een publieke taak uitvoering hebben gegeven aan een effectieve aanpak van agressie en geweld, waaronder de acht maatregelen zoals aanbevolen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op basis van deze resultaten hiervan zal de minister worden geadviseerd over de aanpak naar de toekomst toe.

  • Begin 2010 is begonnen met de uitvoeringen van de 16 maatregelen van de Taskforce Veilig Openbaar Vervoer. Deze uitvoering zal in 2011 doorlopen en waar mogelijk worden gemonitord.

  • De aanpak van agressie en geweld heeft de afgelopen periode laten zien dat er een groeiende behoefte is bij werkgevers aan financiële en fysieke ondersteuning. In 2011 zullen de lopende projecten uit de stimuleringsgelden worden afgerond.

  • In 2011 vindt de eindevaluatie van de Vertrouwenslijn voor politieke ambtdragers plaats. Op basis van deze evaluatie wordt besloten tot afbouw of voortzetting.

  • In 2011 vindt er een transitie plaats van het programma Veilige Publieke Taak naar het borgen van de aanpak en het monitoren ervan in de staande organisatie van werkgevers en ministeries.

Meetbare gegevens

Tabel 35.2 Indicatoren
 

Waarde 2006

Waarde 2007

Waarde 2008

Waarde 2009

Streefwaarde 2010

Streefwaarde 2011

1. Agressie en geweld tegen werknemers met publieke taak

n.v.t.

66%

51%

2. 50% van de nieuwe instroom bij de overheid is vrouw 1

57%

58%

58%

55%

50%

50%

3. 30% van de nieuwe instroom in topfuncties bij de overheid is vrouw1

31%

31%

41%

42%

31%

30%

4. 50% meer niet-westerse allochtonen bij de overheid t.o.v. 2007

5,5%

5,6%

5,9%

6,1%

7,7%

8,4%

5. 2%-punt minder uitstroom van 50-plussers bij de overheid t.o.v. 2006 2

4,4%

3,8%

3,6%

3,3%

6%

5%

6. Het percentage organisaties in de openbare sector dat cf. de WOPT melding maakt over topinkomens

50

90

97

94

94

95

Bron: Programma Veilige Publieke Taak (TK 2007–2008, 28 684, nr. 117) nr.1.

Bron: trendnota arbeidszaken overheid 2010 (ABP, GBA en UWV) nr. 2–4.

Bron: jaarlijkse rapportage topinkomens aan de Tweede Kamer nr. 5.

1

De cijfers instroom van vrouwen en instroom van vrouwen in topfuncties kunnen niet met elkaar worden vergeleken. Bij de instroom van vrouwen gaat het om instroom van buiten de sector, terwijl het bij de instroom in topfuncties ook gaat om de instroom vanuit andere functielagen.

2

Voor 2006 en 2007 is sprake van een neerwaartse vertekening, doordat in 2004 en 2005 extra vroegtijdige uitstroom heeft plaatsgevonden door de taakstellingen van het vorige kabinet en vooruitlopend op de versobering van de pensioenregeling per 1 januari 2006. Dit effect loopt in een reeks van jaren langzaam weg.

Tabel 35.3 Kengetallen
 

Waarde 2006

Waarde 2007

Waarde 2008

Waarde 2009

1. Aantal onvervulde vacatures in de sectoren Rijk, Provincies, Gemeenten, Rechterlijke Macht, Waterschappen, Onderwijs, Politie en Defensie.

12 500

14 300

18 400

19 200

2. Bevorderen van aantrekkelijk werkgeverschap: Aandeel werknemers, dat tevreden is met de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden

58%

3. Driejarig gemiddelde afwijking in loonontwikkeling overheid t.o.v. de markt

0,4%

0,4%

0,9%

0,3%

Bron 1: CBS

Bron 2: Tweejaarlijks Personeelsontwikkeling en mobiliteitsonderzoek 2008

Bron 3: CPB

35 Operationele doelstelling 2

Het scheppen van voorwaarden voor een brede toegang tot politieke en bestuurlijke functies en voor het verbeteren van de kwaliteit van de functie-vervulling van politieke ambtsdragers.

Motivering

Het realiseren van een zo breed mogelijke toegang tot de bestuursorganen draagt bij aan de herkenbaarheid en daarmee aan de legitimiteit van de overheid en aan het goed functioneren van het politieke en bestuurlijke systeem.

Voor een slagvaardig openbaar bestuur is de kwaliteit van de functievervulling door politieke ambtsdragers een belangrijke factor.

In deze functies is sprake van een achterblijvend aandeel van vrouwen en allochtonen. Bevordering van diversiteit is dan ook vooral gericht op burgemeesters en commissarissen van de Koningin.

Rechtspositie en voorstellen Dijkstal

Instrumenten

  • Onderzoek naar de inrichting van een pensioenfonds voor politieke ambtsdragers en aansluiting bij het ABP.

  • Invoeren van een transparante en goed te handhaven normeringssystematiek voor de inkomens van bestuurders in de publieke, maar ook in de semi-publieke sector, met een maximum dat is afgeleid van de Dijkstaladviezen.

  • Moderniseren en harmoniseren van de rechtspositieregelingen voor de verschillende groepen politieke ambtsdragers in het verlengde van de Dijkstalvoorstellen.

Integriteit

  • Uitvoering plan van aanpak bestuurlijke integriteit: congres 2011.

Diversiteit

Er is in de afgelopen vier jaar in het bijzonder aandacht besteed aan de deelname van vrouwen en biculturele kandidaten aan het burgemeesterschap. Op basis van de resultaten en ervaringen die hierbij zijn opgedaan wordt in 2011 voortgeborduurd. Element daarvan is de ontwikkeling van een oriëntatieprogramma waarmee potentials zich kunnen voorbereiden op een eventuele sollicitatie naar een burgemeestersfunctie. Het programma zal in 2011 in uitvoering worden genomen.

Personele zorg

  • De jaarlijkse bijdrage aan het Professionaliseringsfonds voor burgemeesters wordt gecontinueerd. Dit fonds is gericht op professionalisering van burgemeesters, maar ook op mogelijkheden van mobiliteit.

  • Het ondersteunen van raadsgriffiers die betrokken zijn bij het benoemingsproces.

  • Het stimuleren van functioneringsgesprekken in de jaren na de benoeming, gericht op goede samenwerking en op het voorkomen van bestuurlijk crisissituaties waarbij burgemeesters zijn betrokken.

  • In relatie tot de sollicitatieplicht die in de Appa wordt opgenomen, worden de mogelijkheden tot ondersteuning bij re-integratie uitgewerkt voor de burgemeester en alle politieke ambtsdragers die het ambt op enig moment moeten verlaten.

  • Verbreden van de ervaringen met personele zorg naar andere groepen politieke ambtsdragers binnen de context van die functies.

Meetbare gegevens

Tabel 35.4 Kengetallen
 

Waarde 2006

Waarde 2007

Waarde 2008

Waarde 2009

percentage vrouwelijke burgemeesters

19%

19%

20%

19%

Bron: Database BZK en VNG. Gepubliceerd op de website en o.a. in de Emancipatiemonitor 2008 (CBS en SCP).

35 Operationele doelstelling 3

Uitvoeren van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

Motivering

De verantwoordelijkheid voor de pensioenen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen liggen van oudsher bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het gaat hierbij om de verantwoordelijkheid voor het onderhoud en het beheer van de regelingen, de financiering en de controle op de uitvoering ervan. Het uitkeren van de pensioenen zelf is uitbesteed aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP).

  • Inhoudelijke en beleidsmatige ondersteuning aan de SAIP.

  • Het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen voor het kunnen uitvoeren van de betreffende uitkeringsregelingen.

Instrumenten

Meetbare gegevens

Voor deze operationele doelstelling zijn geen meetbare gegevens beschikbaar. Het betreft hier alleen de uitvoering van een regeling op basis waarvan bepaalde groepen mensen aanspraak kunnen maken op een geldsom.

35.1 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
Tabel 35.5
 

Onderzoek onderwerp

AD of OD

A. Start

Vindplaats

B Afgerond

Beleidsdoorlichting

Mede zorgen voor een voldoende aanbod van goed geschoold overheidspersoneel en voor een betrouwbare, herkenbare overheid door het bevorderen van integriteit, diversiteit, transparantie en kostenbewustzijn van overheidsorganisaties.

OD 35.1

A: 2011

 

B: 2011

Beleidsdoorlichting

Het scheppen van voorwaarden voor een brede toegang tot politieke en bestuurlijke functies en voor het verbeteren van de kwaliteit van de functievervulling van politieke ambtsdragers.

OD 35.2

A: 2013

 

B: 2013

Toelichting

In 2011 wordt voor een deel van de activiteiten onder de operationele doelstelling 35.1 bezien in hoeverre er voor de komende jaren nieuwe activiteiten nodig zijn. Dit is een goed moment terug te blikken op de activiteiten van de afgelopen jaren en om op basis van dat overzicht van resultaten en nog te behalen punten keuze te maken voor de toekomst.

Onder de operationele doelstelling 35.3 valt het uitvoeren van een pensioenregeling van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen. Een beleidsdoorlichting op deze doelstelling heeft dan ook weinig zin.

Licence