Base description which applies to whole site

1.4 Begroting Baten-lastendiensten

1. Agentschap College ter beoordeling van Geneesmiddelen (ACBG)
1.1 Inleiding

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bestaat uit een College en een secretariaat dat is ondergebracht in een agentschap (ACBG). Het College is een organisatie met een zelfstandige bevoegdheid, een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De uitvoeringsorganisatie ter ondersteuning van het CBG is een agentschap van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Naast de taken voor het CBG ondersteunt het agentschap tevens het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) bij de uitvoering van veterinaire geneesmiddelenbeoordeling en -bewaking door de Commissie Registratie Diergeneesmiddelen (CRD) en het Ministerie van VWS bij de beoordeling van nieuwe voedingsmiddelen.

De belangrijkste taken op basis van de Nederlandse Geneesmiddelenwet (2007), de Diergeneesmiddelenwet en Europese Verordeningen zijn voor het ACBG:

  • Verstrekken, handhaven en schorsen van handelsvergunningen op basis van de beoordeling van werkzaamheid, risico’s en kwaliteit;

  • Vaststellen van de afleverstatus humaan, dus het bepalen of het geneesmiddel uitsluitend op recept, uitsluitend via de apotheek, via de drogist of in de vrije verkoop verkrijgbaar mag zijn;

  • Vaststellen van de afleverstatus veterinair, dus het bepalen of het diergeneesmiddel uitsluitend door een dierenarts mag worden toegediend, afgeleverd mag worden door dierenarts of apotheker, op recept afgeleverd mag worden door dierenarts, apotheker of vergunninghouder, of vrij verkrijgbaar is;

  • Geneesmiddelenbewaking;

  • Geven van wetenschappelijk advies in het kader van geneesmiddelontwikkeling.

De meest up-to-date informatie over de organisatiestructuur, college samenstelling en achtergrondinformatie over processen en procedures vindt men op de CBG-website: www.cbg-meb.nl.

1.2 Begroting van baten en lasten 2013
Begroting van baten en lasten ACBG voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

2011 stand slotwet

2012 vastgestelde begroting

2013

2014

2015

2016

2017

Baten

             

Omzet moederdepartement

178

178

178

178

178

178

178

Omzet overige departementen

617

612

612

612

612

612

612

Omzet derden

39 255

41 035

41 035

41 035

41 035

41 035

41 035

Rentebaten

123

80

80

80

80

80

80

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal baten

40 173

41 905

41 905

41 905

41 905

41 905

41 905

               

Lasten

             

Apparaatskosten

37 273

38 174

38 174

38 174

38 174

38 174

38 174

– Personele kosten

21 752

23 322

23 322

23 322

23 322

23 322

23 322

waarvan eigen personeel

16 690

20 990

20 990

20 990

20 990

20 990

20 990

waarvan externe inhuur

5 062

2 332

2 332

2 332

2 332

2 332

2 332

– Materiële kosten

15 521

14 852

14 852

14 852

14 852

14 852

14 852

waarvan apparaat ICT

1 851

2 125

2 125

2 125

2 125

2 125

2 125

waarvan bijdrage SSO’s

0

0

0

0

0

0

0

ZBO College

858

744

744

744

744

744

744

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

1 353

2 987

2 987

2 987

2 987

2 987

2 987

– Materieel

127

1 734

1 734

1 734

1 734

1 734

1 734

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

– Immaterieel

1 226

1 253

1 253

1 253

1 253

1 253

1 253

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

– Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal lasten

39 484

41 905

41 905

41 905

41 905

41 905

41 905

               

Saldo van baten en lasten

689

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting van baten en lasten

Baten

Het ACBG ontvangt van opdrachtgever VWS een bedrag van € 0,178 miljoen ter dekking van de kosten van het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen.

Het Bureau Diergeneesmiddelen van het ACBG verricht voor het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) beleidsondersteunende activiteiten. Hiervoor is een bedrag begroot van € 0,612 miljoen.

Het ACBG ontvangt rentebaten over deposito’s.

Wat betreft de opbrengst derden worden er geen veranderingen in de hoogte en samenstelling van de baten verwacht.

In onderstaande tabel wordt de omzet derden verdeeld naar productgroepen. De hierbij gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op de regeling Geneesmiddelenwet en de Diergeneesmiddelenregeling. De tarieven worden kostendekkend vastgesteld.

Opbrengst derden naar productgroepen (bedragen x € 1 000)

Productgroep

Omzet

Beoordelen van nationale aanvragen

2 308

Beoordelen van Europese aanvragen: centraal

5 241

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP

682

Beoordelen DCP's

14 293

Beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

176

Jaarvergoedingen

15 590

Bureau Diergeneesmiddelen

2 745

Totaal opbrengst derden

41 035

Onderstaand worden de productgroepen kort toegelicht.

Beoordelen van nationale aanvragen

Het beoordelingsproces van een nationale aanvraag betreft de aanvraag van een handelsvergunning voor een nieuw op de Nederlandse markt te brengen geneesmiddel. De handelsvergunning wordt door het ACBG afgegeven. Het betreffende geneesmiddel komt alleen in Nederland op de markt.

Beoordelen van Europese aanvragen: centraal

Om een Europese handelsvergunning voor een geneesmiddel van de Europese Commissie toegekend te krijgen, moet de fabrikant de centrale procedure volgen. De fabrikant kan dan een handelsvergunning krijgen die in alle EU-lidstaten geldig is. De coördinatie van de centrale procedure berust bij het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMEA).

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP (Mutual Recognition Procedure)

In een MRP-procedure heeft een andere EU-lidstaat een handelsvergunning verleend. Het ACBG beoordeelt of deze geneesmiddelen, op basis van het beoordelingsrapport van de andere lidstaat, toegelaten kunnen worden tot de Nederlandse markt.

Beoordelen van Europese aanvragen: DCP (Decentrale Procedure)

Een Decentrale Procedure kan door de fabrikant worden gebruikt om een handelsvergunning in meerdere lidstaten te verkrijgen als nog in geen enkel land een handelsvergunning is verkregen. De fabrikant kan een EU-lidstaat vragen om het beoordelingsproces te verrichten. Deze lidstaat wordt dan Referentieland (RMS). Na het beoordelingsproces starten de overige lidstaten een MRP-procedure.

Beoordeling van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

Het ACBG verricht beoordelingswerkzaamheden voor homeopathische geneesmiddelen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen. Nieuwe voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen of voedselingrediënten die voor 15 mei 1997 niet in significante mate in de Europese Gemeenschap voor de menselijke voeding zijn gebruikt.

Jaarvergoedingen

Voor het op de markt brengen van een geneesmiddel moet door de registratiehouder jaarlijks een vergoeding worden betaald.

Bureau Diergeneesmiddelen

Het Bureau Diergeneesmiddelen beoordeelt en verleent vergunningen voor de productie en distributie van diergeneesmiddelen.

Lasten

Er dient nog inhoud te worden gegeven aan de nieuwe wetgeving op het gebied van geneesmiddelenbewaking. Voor de verwachte meerkosten wordt er gestreefd naar gelijkblijvende totale lasten.

Onderdeel van de materiële lasten is de subsidie aan het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, ter waarde van € 2,1 miljoen.

De verhuizing van het ACBG naar Utrecht en de overgang naar het nieuwe werken brengen in 2012 investeringen met zich mee die ook voor 2013 tot hogere afschrijvingskosten zullen leiden. De totale afschrijvingslast komt voor 2013 op circa € 3 miljoen.

Kosten en niveau van externe inhuur blijven conform de huidige richtlijnen gehandhaafd.

1.3 Kasstroomoverzicht
Kasstroomoverzicht ACBG voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

Omschrijving

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

14 914

10 070

10 870

11 670

12 470

13 270

14 070

2.

Totaal operationele kasstroom

– 1 080

2 300

2 300

2 300

2 300

2 300

2 300

 

-/- totaal investeringen

– 2 819

– 1 500

– 1 500

– 1 500

– 1 500

– 1 500

– 1 500

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 2 819

– 1 500

– 1 500

– 1 500

– 1 500

– 1 500

– 1 500

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

– 945

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

– 945

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

10 070

10 870

11 670

12 470

13 270

14 070

14 870

Toelichting kasstroomoverzicht

De investeringen 2013 hebben betrekking op vervanging van kantoorautomatisering.

1.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Overzicht doelmatigheidsindicatoren ACBG voor het jaar 2013
 

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Omschrijving generiek deel

             

1. Tarieven/uur

90,0

96,0

95,0

95,0

95,0

95,0

95,0

2. Omzet per productgroep (p*q; bedragen x € 1 000)

             

– Boordelen van nationale aanvragen

1 967

2 308

2 308

2 308

2 308

2 308

2 308

– Beoordelen van Europese aanvragen: centraal

5 296

5 241

5 241

5 241

5 241

5 241

5 241

– Beoordelen van Europese aanvragen: MRP

342

682

682

682

682

682

682

– Beoordelen van Europese aanvragen: DCP

10 384

14 293

14 293

14 293

14 293

14 293

14 293

– Beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

86

176

176

176

176

176

176

– Bureau Diergeneesmiddelen

2 312

2 745

2 745

2 745

2 745

2 745

2 745

– Jaarvergoedingen

16 736

15 590

15 590

15 590

15 590

15 590

15 590

3. Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

233

273

292

292

292

292

292

4. Saldo van baten en lasten (%)

1,7%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

               

Omschrijving specifiek deel

             

1. Gegronde klachten

20

41

32

32

32

32

32

2. Zaken per fte

103

96

86

86

86

86

86

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tarieven/uur

Uurtarieven om de kostenefficiency aan te tonen. Deze indicator is een gemiddelde over alle functies waarbij naar het primaire proces exclusief onderzoekskosten wordt gekeken. Verwachting is dat het uurtarief in 2013 en verder beperkt daalt ten opzichte van het geraamde uurtarief voor 2012.

Omzet per productgroep

De omzet per productgroep geeft inzicht in de samenstelling van de totale omzet van het ACBG. De verwachting voor 2013 en daaropvolgende jaren is conform samenstelling en omvang 2012, maar een en ander wordt door de aanvragen vanuit de farmaceutische industrie bepaald. De samenstelling en omvang worden deels beïnvloed door internationaal opgelegde (EMA) tarieven.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij de baten-lastendienst per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur. De toename van het aantal vaste medewerkers houdt verband met het terugdringen van externe inhuur/uitbesteding bij gelijkblijvende werklast.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. Het ACBG streeft er naar kostenneutraal te opereren. De omzet wordt, zoals hierboven aangegeven, bepaald door de vraag en deels door de internationaal opgelegde (EMA) tarieven.

Aantal gegronde klachten

Het aantal gegronde klachten wordt bijgehouden om inzicht te krijgen in de geleverde kwaliteit van de productie. In verband met de toename van het totaal aantal afgewikkelde zaken werd er voor 2012 een toename van het totaal aantal klachten verwacht. Deze lijkt niet plaats te vinden en de verwachting voor 2013 en de daarop volgende jaren is daarom neerwaarts bijgesteld.

Aantal zaken per fte

Het aantal zaken per fte wordt bijgehouden om de efficiency van de productie inzichtelijk te maken. Deze indicator is ten opzichte van de begroting 2012 gedaald door de eerdergenoemde toename van het totaal aantal fte.

2. Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)
2.1 Inleiding

Sinds 1 januari 2003 is het CIBG een baten-lastendienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De kerntaken van het CIBG ten behoeve van zorgaanbieders, burgers en bedrijven zijn:

  • Het registreren, beheren, genereren, beoordelen en verstrekken van vertrouwelijke (zorg)gegevens die leiden tot besluiten, beschikkingen en vergunningen;

  • Hoogwaardig ondersteunen van onafhankelijke commissies en colleges;

  • Verstrekken van informatie over- en begeleiden bij implementatie van CIBG producten.

Na een reorganisatietraject in 2009, waarbij een nieuw besturingsmodel is ingevoerd, bestaat de organisatie sinds 1 mei 2010 uit drie productiekolommen; twee ondersteunende kolommen en een organisatiebrede frontoffice.

Meer informatie over de organisatie en taken van het CIBG is te vinden op de CIBG-website: www.cibg.nl.

2.2 Begroting van baten en lasten 2013
Begroting van baten en lasten CIBG voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

2011 stand slotwet

2012 vastgestelde begroting

2013

2014

2015

2016

2017

Baten

             

Omzet moederdepartement

35 327

33 993

21 030

20 720

20 120

20 750

20 750

Omzet overige departementen

401

186

610

1 010

1 510

1 510

1 510

Omzet derden

3 835

3 291

14 560

14 071

14 071

14 071

14 071

Rentebaten

10

10

10

10

10

10

10

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

631

0

0

0

0

0

0

               

Totaal baten

40 204

37 480

36 210

35 811

35 711

36 341

36 341

               

Lasten

             

Apparaatskosten

38 005

35 430

34 523

34 544

34 350

35 080

35 080

– Personele kosten

21 959

20 822

19 523

19 244

19 630

19 980

19 980

waarvan eigen personeel

13 422

17 812

18 023

18 244

18 630

18 980

18 980

waarvan externe inhuur

8 537

3 010

1 500

1 000

1 000

1 000

1 000

– Materiële kosten

16 046

14 608

15 000

15 300

14 720

15 100

15 100

waarvan apparaat ICT

0

3 323

3 323

3 400

3 500

3 600

3 700

waarvan bijdrage SSO’s

0

3 000

3 000

3 100

3 200

3 300

3 400

Rentelasten

59

150

120

110

110

110

110

Afschrijvingskosten

2 651

1 900

1 567

1 157

1 155

1 145

1 145

– Materieel

157

101

157

157

155

145

145

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

– Immaterieel

2 494

1 799

1 410

1 000

1 000

1 000

1 000

Overige kosten

139

0

0

0

0

0

0

– Dotaties voorzieningen

16

0

0

0

0

0

0

– Bijzondere lasten

123

0

0

0

0

0

0

               

Totaal lasten

40 854

37 480

36 210

35 811

35 615

36 335

36 335

               

Saldo van baten en lasten

– 650

0

0

0

96

6

6

Toelichting begroting van baten en lasten

Baten

Naast de opbrengsten op basis van opdrachten vanuit de beleidsdirecties van VWS ontvangt het CIBG ook opbrengsten van derden (burgers en bedrijven) voor het verrichten van verschillende (wettelijke) registratieactiviteiten, voor verleende vergunningen en ontheffingen tegen door het departement vastgestelde tarieven alsmede voor de verkoop van medicinale cannabis.

De stijging van opbrengsten derden ten opzichte van 2012 is het gevolg van invoering van een tariefheffing bij het UZI-register en een aanpassing van de tarieven bij IGZ/Opiaten en Medische hulpmiddelen.

Omzet per opdrachtgever (bedragen x € 1 000)
 

2013

Moederdepartement

 

Directie Macro-economische verkenningen en arbeidsvoorwaardenbeleid (Meva)

6 730

Directie Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT)

4 240

Directie Publieke Gezondheid (PG)

3 190

Directie Langdurige Zorg (LZ)

2 480

Directie Jeugd

1 070

Directie Markt en Consument (MC)

2 540

IGZ Medische hulpmiddelen en Opiaten

780

Totaal omzet moederdepartement

21 030

Overige departementen

 

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

300

Ministerie van Economie, Landbouw en Infrastructuur (EL&I)

310

Totaal omzet overige departementen

610

Derden

 

Stichting Kwaliteitsregister Paramedici

40

BIG-registratie en Vakbekwaamheid

1 030

UZI-register

10 750

Vergunningen en Medicinale Cannabis

2 000

Medische hulpmiddelen en Opiaten

740

Totaal omzet derden

14 560

Een deel van de financiële taakstelling die het kabinet voor de periode 2012 t/m 2016 aan VWS heeft opgelegd, is toebedeeld aan het CIBG.

Taakstelling CIBG (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Taakstelling 2012–2016

17

606

1 104

1 587

1 983

2 104

De taakstelling wordt gerealiseerd door verhoging van de doelmatigheid, wat tot uitdrukking komt in een verlaging van de kostprijzen die aan de opdrachtgevers in rekening worden gebracht.

Het CIBG gaat ook in 2013 verder met het verbeteren en doelmatiger inrichten van processen (mede naar aanleiding van een in 2012 gehouden onderzoek) en met de toepassing van het managementprincipe LEAN.

2.3 Kasstroomoverzicht
Kasstroomoverzicht CIBG voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

Omschrijving

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

11 741

6 203

5 703

2 800

2 848

2 716

2 584

2.

Totaal operationele kasstroom

– 4 261

130

– 1 283

868

868

868

868

 

-/- totaal investeringen

– 209

– 2 100

– 2 000

– 1 000

– 1 000

– 1 000

– 1 000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 209

– 2 100

– 2 000

– 1 000

– 1 000

– 1 000

– 1 000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

– 1 068

– 530

– 620

– 820

– 1 000

– 1 000

– 1 000

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

2 000

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

4.

Totaal financieringskasstroom

– 1 068

1 470

380

180

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

6 203

5 703

2 800

2 848

2 716

2 584

2 452

Toelichting kasstroomoverzicht

Vanaf 2013 staat de vervanging (herbouw) van bestaande ICT-applicaties gepland.

2.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Overzicht doelmatigheidsindicatoren CIBG voor het jaar 2013
 

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Omschrijving generiek deel

             

1. Kostprijzen per product1 (in €)

             

– Beschikking BIG-register

153

170

170

170

170

170

170

– Vakbekwaamheidsverklaring

6 347

6 295

6 295

6 295

6 295

6 295

6 295

– Oordeel RTE

565

654

654

654

654

654

654

– Wilsbeschikking donorregister

16

14

14

14

14

14

14

– Vergunning Farmatec

2 837

2 538

2 538

2 538

2 538

2 538

2 538

2. Omzet per productgroep (bedragen x € 1 000)

             

– BIG-register

1 759

1 956

1 956

1 956

1 956

1 956

1 956

– Vakbekwaamheidsverklaring

2 787

2 336

2 350

2 350

2 350

2 350

2 350

– Oordeel RTE

1 966

2 288

2 833

2 833

2 833

2 833

2 833

– Wilsbeschikking donorregister

3 481

1 903

2 667

2 667

2 667

2 667

2 667

– Vergunning Farmatec

1 614

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

3. Aantal fte totaal (excl. externe inhuur)

224

206

206

206

206

206

206

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

– 1,6%

0,0%

0,0%

0,0%

0,3%

0,0%

0,0%

               

Omschrijving specifiek deel

             

1. Aantallen

             

– Beschikkingen BIG register

11 801

11 000

11 000

11 000

11 000

11 000

11 000

– Vakbekwaamheidsverklaringen

393

400

400

400

400

400

400

– Oordelen RTE

2 897

3 000

4 000

4 500

5 000

5 000

5 000

– Wilsbeschikkingen donorregister

193 766

200 000

200 000

200 000

200 000

200 000

200 000

– Vergunningen Farmatec

611

500

500

500

500

500

500

2. Aantal klachten / bezwaar en beroep

             

– Vakbekwaamheidsverklaring

42

15

15

15

15

15

15

– Wilsbeschikkingen donorregister

0

0

0

0

0

0

0

3. Doorlooptijden

             

– Oordeel RTE in dagen (wettelijke norm is 42 dagen)

119

42

42

42

42

42

42

– Wilsbeschikking donorregister (wettelijk norm is 42 dagen)

15

20

20

20

20

20

20

1

Betreft voorlopige cijfers, exclusief de taakstelling.

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Het overzicht doelmatigheidsindicatoren bevat een selectie van de vijf belangrijkste p*q- producten uit het takenpakket van het CIBG.

Kostprijzen per product

De kostprijs per product.

Omzet per productgroep

De totale omzet per product(groep) inclusief opbrengst derden.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij de baten-lastendienst per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Aantallen

Het productievolume is redelijk stabiel met uitzondering van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie die vooralsnog een structurele stijging laat zien.

Doorlooptijden

De doorlooptijd van de oordelen bij de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie lag in 2011 boven de norm, omdat de personele bezetting niet evenredig was toegenomen met de stijging van het aantal meldingen. Er wordt gewerkt aan een oplossing om weer binnen de wettelijke termijn te komen.

3. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
3.1 Inleiding

Sinds 1 januari 2004 is het RIVM een baten-lastendienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het RIVM bevordert door onderzoek, uitvoering en ondersteuning de publieke gezondheid en een schoon en veilig leefmilieu. Kerntaak van het RIVM is het verrichten van onderzoek en het wereldwijd verzamelen van kennis. De uitkomsten daarvan dienen als beleidsondersteuning voor de overheid. Het RIVM voert onderzoek uit voor de Ministeries van VWS, IenM, EL&I en SZW, voor diverse inspecties en voor internationale organisaties zoals de Europese Unie, de WHO en de Verenigde Naties. Informatie over de resultaten van het RIVM-onderzoek is te vinden via de thematische ingangen van de website www.rivm.nl. Het RIVM vervult ook regiefuncties en verzorgt de landelijke coördinatie van preventie- en interventieprogramma’s, zoals het Rijksvaccinatieprogramma (RVP).

3.2 Begroting van baten en lasten
Begroting van baten en lasten RIVM voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

2011 stand slotwet

2012 vastgestelde begroting

2013

2014

2015

2016

2017

Baten

             

Omzet moederdepartement

160 060

151 916

144 809

147 171

145 935

145 417

145 417

Omzet overige departementen

60 686

52 371

47 587

42 849

42 227

42 134

42 040

Omzet derden

167 632

187 772

180 870

180 870

180 870

180 870

180 870

Rentebaten

294

50

50

50

50

50

50

Vrijval voorzieningen

1 990

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal baten

390 662

392 109

373 316

370 940

369 082

368 471

368 377

               

Lasten

             

Apparaatskosten

360 518

384 776

367 486

365 110

363 252

362 641

362 547

– Personele kosten

122 658

118 308

113 042

113 042

113 042

113 042

113 042

waarvan eigen personeel

110 072

106 477

101 738

101 738

101 738

101 738

101 738

waarvan externe inhuur

12 586

11 831

11 304

11 304

11 304

11 304

11 304

– Materiële kosten

237 860

266 468

254 444

252 068

250 210

249 599

249 505

waarvan apparaat ICT

9 646

9 300

10 950

10 950

10 950

10 950

10 950

waarvan bijdrage SSO’s

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

278

447

225

225

225

225

225

Afschrijvingskosten

5 836

6 886

5 605

5 605

5 605

5 605

5 605

– Materieel

5 254

6 170

5 305

5 305

5 305

5 305

5 305

waarvan apparaat ICT

0

0

953

953

953

953

953

– Immaterieel

582

716

300

300

300

300

300

Overige kosten

3 396

0

0

0

0

0

0

– Dotaties voorzieningen

3 396

0

0

0

0

0

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal lasten

370 028

392 109

373 316

370 940

369 082

368 471

368 377

               

Saldo van baten en lasten

20 634

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting van baten en lasten

De omzetbedragen voor 2013 voor de primaire opdrachtgevers (VWS-eigenaar, VWS-opdrachtgevers, IenM, EL&I en SZW) zijn ramingen op grond van de verwachte opdrachtvolumes bij ongewijzigd beleid voor de komende jaren, waarin thans bekende ontwikkelingen zijn meegenomen. De overige omzetbedragen zijn gebaseerd op lopende en naar verwachting nog aan te gane contracten met overige opdrachtgevers.

De hoogte van de inkomsten is afhankelijk van overeenstemming tussen opdrachtgevers en het RIVM over aard en omvang van de te verrichten activiteiten en – daarmee samenhangend – de in rekening te brengen kosten (zijnde uren x tarief plus directe projectgebonden kosten). De geraamde baten van VWS-eigenaar zijn hoofdzakelijk bestemd voor het strategisch onderzoek van het RIVM en als aanvullend huisvestingsbudget.

De geraamde baten van VWS-opdrachtgevers betreffen inkomsten die het RIVM op grond van lopende werkprogramma’s en thans bekende ontwikkelingen verwacht te verkrijgen door opdrachtverlening door de beleidsdirecties van VWS, de IGZ en de NVWA.

De geraamde baten van IenM, EL&I en SZW volgen uit werkzaamheden die op het taakveld milieu in relatie tot volksgezondheid worden uitgevoerd in opdracht van de beleidsdirecties van IenM, de Inspectie Leefomgeving en Transport (IenM), EL&I en SZW.

Baten van derden verkrijgt het RIVM door het uitvoeren van werkzaamheden voor derden in Nederland en in internationaal verband.

Uit de baten worden de lasten bestreden. De personele kosten bedragen in 2013 circa € 113 miljoen, waarvan € 102 miljoen voor ambtelijk personeel en € 11 miljoen voor inhuur. De materiële kosten bedragen in 2013 circa € 257 miljoen. Een groot deel betreft uitvoeringskosten voor het Rijksvaccinatieprogramma (€ 103 miljoen).

In deze begroting is de bezuinigingstaakstelling van het Kabinet-Rutte-Verhagen verwerkt, waarbij het RIVM te maken heeft met een financiële reductie van 1,5% ingaande 2012 tot 6% structureel vanaf 2015. Deze bezuiniging werkt door in de opdrachtgeversbudgetten van VWS en IenM en in de eigenaarsbijdrage van VWS aan het RIVM. De taakstelling moet voor 3/4 worden ingevuld als efficiencytaakstelling (en werkt daarmee door in de RIVM-tarieven) en voor 1/4 als volumetaakstelling. Tevens is de taakstelling uit het Begrotingsakkoord 2013 verwerkt. Structureel betekent dit een reductie van € 1,0 miljoen in de VWS-opdrachtgeversbudgetten en € 1,8 miljoen in de eigenaarsbijdrage ten behoeve van strategisch onderzoek. Het RIVM gaat de programmering hierop aanpassen en verkent de mogelijkheden voor het verkrijgen van vervangende advies- en onderzoeksopdrachten.

Taakstellingen RIVM in % (verwerkt in uurtarief)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

P&M-taakstelling Kabinet-Rutte-Verhagen

– 1,5%

– 3%

– 4,5%

– 6%

– 6%

– 6%

3.3 Kasstroomoverzicht
Kasstroomoverzicht RIVM voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

Omschrijving

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

28 943

55 048

54 075

54 457

54 259

54 104

54 053

2.

Totaal operationele kasstroom

45 846

5 913

5 987

5 407

5 450

5 554

5 597

 

-/- totaal investeringen

– 8 789

– 6 886

– 5 605

– 5 605

– 5 605

– 5 605

– 5 605

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

47

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 8 742

– 6 886

– 5 605

– 5 605

– 5 605

– 5 605

– 5 605

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

– 11 000

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

– 11 000

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

55 048

54 075

54 457

54 259

54 104

54 053

54 045

Toelichting kasstroomoverzicht

Het RIVM investeert jaarlijks in software en licenties, gebouwinstallaties en infrastructuur, laboratoriumapparatuur, vervoermiddelen, IT en audiovisuele apparatuur en facilitaire apparatuur. Dit betreft vervangingsinvesteringen, nodig om de continuïteit te waarborgen.

3.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Overzicht doelmatigheidsindicatoren RIVM voor het jaar 2013
 

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Omschrijving generiek deel

             

1. Uurtarieven:

             

– Gewogen uurtarief in €

109,0

93,0

93,0

93,0

93,0

93,0

93,0

– Labtarief in €

42,0

42,0

42,0

42,0

42,0

42,0

– Ontwikkeling uurtarief (2003 = 100)

 100

85

85

85

85

85

85

2. Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

 1 434

1 516

1 491

1 491

1 491

1 491

1 491

3. Saldo van baten en lasten (%)

5,3%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

               

Omschrijving specifiek deel

             

1. Liquiditeit (current ratio; norm: > 1,5)

 1,46

1,51

1,51

1,51

1,51

1,51

1,51

2. Solvabiliteit (debt ratio)

 0,76

0,94

0,73

0,73

0,73

0,73

0,73

3. Rentabiliteit eigen vermogen

 98%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

4. Percentage externe inhuur ten opzichte van totale personele kosten

 11%

10%

10%

10%

10%

10%

10%

5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

 97,2%

97,5%

97,5%

97,5%

97,5%

97,5%

97,5%

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Uurtarieven

Het RIVM hanteert als indicator voor de doelmatigheid het gewogen uurtarief. De uurtarieven worden jaarlijks door de eigenaar vastgesteld. De hoogte van de tarieven wordt onder meer bepaald door de ontwikkeling van de loonkosten, de materiële kosten (waaronder de huren die de Rijksgebouwendienst in rekening brengt) en het aantal te declareren uren per medewerker alsmede efficiencytaakstellingen.

Met ingang van 1-1-2012 is het kostprijsmodel van het RIVM herzien. Dit heeft er toe geleid dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen een basis uurtarief en een specifiek labtarief. Tevens is de norm voor het aantal te realiseren declarabele uren verhoogd van 1 250 uur naar 1 350 uur. Hierdoor vindt er in de tarieven per uur een trendbreuk per 1-1-2012 plaats.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij de baten-lastendienst per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Specifieke indicatoren

Voor wat betreft de specifieke doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren, zoals vermeld in bovenstaande tabel. Over de geleverde prestaties legt het RIVM systematisch verantwoording af richting de opdrachtgevers. Voor de primaire opdrachtgevers VWS en IenM gebeurt dat in periodieke voortgangsrapportages die door deze opdrachtgevers worden vastgesteld. Voor de overige opdrachtgevers gebeurt dat via de tijdige levering van de afgesproken producten en diensten en de daarop volgende tijdige betaling door de opdrachtgevers van de overeengekomen opdrachtsom.

Audits en benchmarkonderzoeken vinden periodiek plaats. Over de (wetenschappelijke) audits op onderdelen van de primaire processen wordt gerapporteerd aan de Commissie van Toezicht.

4. JeugdzorgPlus-instelling Almata Ossendrecht
4.1 Inleiding

De Rijksinstellingen voor JeugdzorgPlus Lindenhorst en Almata zijn sinds 2009 tijdelijke baten-lastendiensten van het Ministerie van VWS.

In april 2011 (TK 31 839, nr. 100) is het besluit genomen om De Lindenhorst per 2013 te laten fuseren met de locatie Den Dolder van Almata onder de voorlopige werknaam Lindenhorst/Almata. De vestiging Ossendracht zal onder de naam Almata Ossendrecht apart verder gaan. De planning is dat deze fusie per 1 januari 2013 in werking treedt.

Naast deze fusie zal de nieuwe instelling dan ook gaan afslanken van 82 capaciteitsplaatsen naar 70 capaciteitsplaatsen. Deze afslanking is nodig vanwege het in evenwicht brengen van vraag en aanbod in de regio/sector. Door de fusie en inkrimping zal er een bedrijfseconomische gezonde organisatie ontstaan.

Tevens zal de instelling in 2013 starten met tien trajecten, waarbij de ambitie is jongeren korter te laten verblijven in geslotenheid en langer te volgen na hun verblijf binnen de instelling. Dit is in lijn met de invoering van trajectzorg in de gehele sector. Na de fusie worden beide nieuwe agentschappen geprivatiseerd. Het is de bedoeling dat dit proces eind 2013 is afgerond.

In onderstaande begroting wordt uitgegaan van de nieuwe situatie per 2013 waar Almata Ossendrecht zelfstandig verder gaat. De cijfers in de jaren 2011 en 2012 hebben betrekking op de huidige instelling Almata en zijn bijgevolg niet vergelijkbaar met de latere jaren.

De privatisering is voorzien in 2013. Er is echter wel gekozen om voor de jaren 2014 en verder bedragen op te nemen. Dit bedrag is gelijk aan die van 2013. Indien de privatisering conform schema verloopt zal de instelling per 2014 niet meer als baten-lastendienst onder het Ministerie van VWS vallen. Deze wijziging zal bij de begroting voor 2014 zichtbaar worden.

Almata heeft als missie jongeren met ernstige gedragsproblemen te behandelen. Doel van de behandeling is het verminderen van probleemgedrag, het vergroten van competenties en het creëren van een realistisch toekomstperspectief, zodat jongeren zo snel mogelijk en beter toegerust terug kunnen keren in de samenleving.

Meer informatie over de organisatie en taken van het Almata vindt men op de website: www.almata.nl.

4.2 Begroting van baten en lasten 2013
Begroting van baten en lasten Almata Ossendrecht voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

2011 stand slotwet

2012 vastgestelde begroting

2013

2014

2015

2016

2017

Baten

             

Omzet moederdepartement

31 993

28 907

9 561

9 561

9 561

9 561

9 561

Omzet overige departementen

955

0

0

0

0

0

0

Omzet derden

604

570

0

0

0

0

0

Rentebaten

24

5

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

191

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal baten

33 767

29 482

9 561

9 561

9 561

9 561

9 561

               

Lasten

             

Apparaatskosten

32 327

27 568

9 337

9 337

9 337

9 337

9 337

– Personele kosten

19 833

18 188

5 959

5 959

5 959

5 959

5 959

waarvan eigen personeel

17 425

16 688

5 221

5 221

5 221

5 221

5 221

waarvan externe inhuur

2 408

1 500

738

738

738

738

738

– Materiële kosten

12 494

9 380

3 378

3 378

3 378

3 378

3 378

waarvan apparaat ICT

586

411

30

30

30

30

30

waarvan bijdrage SSO’s

346

295

222

222

222

222

222

Rentelasten

– 11

70

44

44

44

44

44

Afschrijvingskosten

351

950

180

180

180

180

180

– Materieel

327

931

180

180

180

180

180

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

– Immaterieel

24

19

0

0

0

0

0

Overige kosten

890

894

0

0

0

0

0

– Dotaties voorzieningen

890

894

0

0

0

0

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal lasten

33 557

29 482

9 561

9 561

9 561

9 561

9 561

               

Saldo van baten en lasten

210

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting van baten en lasten

De cijfers in de jaren 2011 en 2012 hebben betrekking op de huidige instelling. Almata bestond uit twee locaties met een capaciteit van 202 respectievelijk 190 behandelplaatsen.

De bedragen 2013 en verder zijn gebaseerd op de verwachtingen voor de komende jaren. Vanaf 2013 wordt uitgegaan van 70 capaciteitsplaatsen. In de begroting is rekening gehouden met tien zorgtrajecten per jaar.

De opbrengst voor het moederdepartement bestaat uit een bijdrage per behandelplaats en een vaste bijdrage voor kapitaallasten. Voor Almata Ossendrecht is geen sprake van frictiekosten. Voor de transitiekosten zijn bij VWS reeds middelen gereserveerd.

Opbrengst moederdepartement 2013 Almata Ossendrecht (bedragen x € 1 000)

Exploitatiebijdrage op basis van 70 plaatsen * € 115 000

8 050

Bijdrage voor kapitaallasten

1 510

Totaal

9 560

Voor omzet derden is geen bedrag geraamd, omdat nog niet duidelijk is of er inkomsten uit ESF-projecten (Europees Sociaal Fonds) zullen zijn.

4.3 Kasstroomoverzicht
Kasstroomoverzicht Almata Ossendrecht voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

Omschrijving

2011 stand slotwet

2012 vastgestelde begroting

2013

2014

2015

2016

2017

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

7 189

7 432

6 382

4 632

4 632

4 632

4 632

2.

Totaal operationele kasstroom

797

– 200

– 1 200

0

0

0

0

 

-/- totaal investeringen

– 242

– 500

– 400

0

0

0

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

40

   

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 202

– 500

– 400

0

0

0

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

– 352

– 350

– 150

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

– 352

– 350

– 150

0

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

7 432

6 382

4 632

4 632

4 632

4 632

4 632

Toelichting kasstroomoverzicht

De kasstroom gaat verder vanuit de stand van Almata per eind 2011 (TK 33 240 XVI, nr. 1). Vervolgens is de stand 2012 berekend. Het saldo loopt in 2013 verder terug, omdat de reserves gebruikt worden voor de dekking van een deel van de transitiekosten en omdat de leningen afgelost zullen worden in verband met de privatiseringsplannen. Bij privatisering zal er volledig afgerekend moeten worden.

De investeringen bestaan uit de aanpassingen van de leefgroepen en kamers van de jongeren in verband met veiligheid, comfort en klimaat.

4.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Overzicht doelmatigheidsindicatoren Almata Ossendrecht voor het jaar 2013
 

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Omschrijving generiek deel

             

1. Kostprijzen per behandelplaats (€)

140 840

139 000

137 000

137 000

137 000

137 000

137 000

2. Bijdrage per behandelplaats

141 882

139 000

137 000

137 000

137 000

137 000

137 000

3. Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

278

272

89

89

89

89

89

4. Saldo van baten en lasten (%)

0,6%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

               

Omschrijving specifiek deel

             

1. Gemiddelde verblijfsduur in maanden

6

7

7

7

7

7

7

2. Geregistreerde klachten

270

350

50

50

50

50

50

3. Klachten gegrond verklaard

13,7%

5,0%

5,0%

5,0%

5,0%

5,0%

5,0%

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Kostprijzen per product(groep)

De (gemiddeld gewogen) kostprijs per behandelplaats bestaat uit een regulier deel ad € 115 000 (exclusief doorlopende kostendeel) en kapitaallasten € 22 000.

De kostprijs per product is niet vergelijkbaar met voorgaande jaren als gevolg van de opsplitsing van Almata. De cijfers van de vestiging Almata Ossendrecht waren altijd lager dan de totale kosten voor Almata vanwege goedkopere huisvestingsituatie.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij de baten-lastendienst per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur.

Het aantal fte van 89 fte is gebaseerd op de toekomstige lagere capaciteit van de nieuwe organisatie. Voor boventallig personeel zal naar herplaatsing worden gezocht.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Gemiddelde verblijfsduur

De vermelde verblijfstermijn van zeven maanden betreft het gesloten deel. Het verlengde totale zorgtraject kan doorlopen tot anderhalf jaar.

Geregistreerde klachten

De verwachte afname van het aantal klachten vindt zijn oorzaak in de opsplitsing van Almata.

5. JeugdzorgPlus-instelling De Lindenhorst / Almata
5.1 Inleiding

De Rijksinstellingen voor JeugdzorgPlus Lindenhorst en Almata zijn sinds 2009 tijdelijke baten-lastendiensten van het Ministerie van VWS.

In april 2011 (TK 31 839, nr. 100) is het besluit genomen om De Lindenhorst per 2013 te laten fuseren met de locatie Den Dolder van Almata onder de voorlopige werknaam Lindenhorst/Almata. De planning is dat deze fusie per 1 januari 2013 in werking treedt.

Naast deze fusie zal de nieuwe instelling dan ook gaan afslanken van 174 capaciteitsplaatsen naar 96 capaciteitsplaatsen. Deze afslanking is nodig vanwege het in evenwicht brengen van vraag en aanbod in de regio/sector. Door de fusie en inkrimping zal er een bedrijfseconomische gezonde organisatie ontstaan.

Tevens zal de instelling in 2013 starten met 16 trajecten, waarbij de ambitie is jongeren korter te laten verblijven in geslotenheid en langer te volgen na hun verblijf binnen de instelling. Dit is in lijn met de invoering van trajectzorg in de gehele sector. Na de fusie worden beide nieuwe agentschappen geprivatiseerd. Het is de bedoeling dat dit proces eind 2013 is afgerond.

In onderstaande begroting wordt uitgegaan van de nieuwe situatie per 2013 waar De Lindenhorst gefuseerd is met Almata locatie Den Dolder. De cijfers in de jaren 2011 en 2012 hebben betrekking op de huidige instelling De Lindenhorst en zijn bijgevolg niet vergelijkbaar met de latere jaren.

De privatisering is voorzien in 2013. Er is echter wel gekozen om voor de jaren 2014 en verder bedragen op te nemen. Dit bedrag is gelijk aan die van 2013, maar exclusief de frictiekosten die in 2013 voorzien zijn. Indien de privatisering conform schema verloopt, zal de instelling per 2014 niet meer als baten-lastendienst onder het Ministerie van VWS vallen. Deze wijziging zal bij de begroting voor 2014 zichtbaar worden.

De Lindenhorst is een gespecialiseerde JeugdzorgPlus-instelling en heeft als kerntaak het bieden van individuele zorgtrajecten voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar, tijdelijk in een gesloten setting waarbij de gesloten fase zo kort als mogelijk en zo lang als nodig duurt. De organisatie biedt orthopedische basiszorg, onderwijs en specialistische interventies aan jongeren met ernstige gedragsproblemen op een of meerdere leefgebieden. Dit met als doel jongeren beter toegerust te laten terugkeren in de samenleving.

Meer informatie over de organisatie en taken van De Lindenhorst vindt men op de website: www.delindenhorst.nl

5.2 Begroting van baten en lasten 2013
Begroting van baten en lasten De Lindenhorst /Almata voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

2011 stand slotwet

2012 vastgestelde begroting

2013

2014

2015

2016

2017

Baten

             

Omzet moederdepartement

10 819

9 407

18 849

14 130

14 130

14 130

14 130

Omzet overige departementen

0

0

0

0

0

0

0

Omzet derden

511

687

0

0

0

0

0

Rentebaten

3

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

140

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal baten

11 473

10 094

18 849

14 130

14 130

14 130

14 130

               

Lasten

             

Apparaatskosten

11 159

9 949

13 518

13 518

13 518

13 518

13 518

– Personele kosten

7 923

6 785

8 573

8 573

8 573

8 573

8 573

waarvan eigen personeel

7 611

6 464

8 242

8 242

8 242

8 242

8 242

waarvan externe inhuur

312

321

331

331

331

331

331

– Materiële kosten

3 236

3 164

4 945

4 945

4 945

4 945

4 945

waarvan apparaat ICT

65

160

42

42

42

42

42

waarvan bijdrage SSO’s

252

251

297

297

297

297

297

Frictiekosten

0

0

4 719

0

0

0

0

Rentelasten

7

15

63

63

63

63

63

Afschrijvingskosten

78

130

252

252

252

252

252

– Materieel

78

130

202

202

202

202

202

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

– Immaterieel

0

0

50

50

50

50

50

Overige kosten

38

0

297

297

297

297

297

– Dotaties voorzieningen

0

0

297

297

297

297

297

– Bijzondere lasten

38

0

0

0

0

0

0

               

Totaal lasten

11 282

10 094

18 849

14 130

14 130

14 130

14 130

               

Saldo van baten en lasten

191

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting van baten en lasten

De cijfers in de jaren 2011 en 2012 hebben betrekking op de huidige instelling De Lindenhorst. De bedragen 2013 en verder zijn gebaseerd op de verwachtingen voor de komende jaren.

De opbrengst voor het moederdepartement bestaat uit een regulier deel voor de reguliere bedrijfsvoering een aanvullend deel voor noodzakelijke frictiekosten. Voor de overige transitiekosten zijn bij VWS reeds middelen gereserveerd.

Opbrengst moederdepartement 2013 De Lindenhorst /Almata (bedragen x € 1 000)

Regulier deel

 

Exploitatiebijdrage op basis van 96 capaciteitsplaatsen * € 115 000

11 040

Bijdrage voor kapitaallasten

2 790

Bijdrage voor Rijksspecifieke kosten (deelname aan SBF)

300

   

Aanvullend deel

 

Doorlopende (huur)kosten voor gebouw

3 710

Doorlopende ICT-kosten (contract)

149

Kosten bewaking leegstaand gebouw

550

Kosten in verband met afbouwen capaciteit 1e kwartaal

310

   

Totaal

18 849

Voor omzet derden is geen bedrag geraamd, omdat nog niet duidelijk is of er inkomsten uit ESF-projecten (Europees Sociaal Fonds) zullen zijn.

5.3 Kasstroomoverzicht
Kasstroomoverzicht De Lindenhorst /Almata voor het jaar 2013 (bedragen x € 1 000)
 

Omschrijving

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

1 566

719

407

122

122

122

122

2.

Totaal operationele kasstroom

– 715

– 200

– 200

0

0

0

0

 

-/- totaal investeringen

– 30

– 55

– 25

0

0

0

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 30

– 55

– 25

0

0

0

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

– 102

– 57

– 60

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

         

4.

Totaal financieringskasstroom

– 102

– 57

– 60

0

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

719

407

122

122

122

122

122

Toelichting kasstroomoverzicht

De kasstroom gaat verder vanuit de stand van De Lindenhorst per eind 2011 (TK 33 240 XVI, nr. 1). Vervolgens is de stand 2012 berekend. Het saldo loopt in 2013 verder terug, omdat de reserves gebruikt worden voor de dekking van een deel van de transitiekosten en omdat de leningen afgelost zullen worden in verband met de privatiseringsplannen. Bij privatisering zal er volledig afgerekend moeten worden.

De investeringen zijn in verband met de privatiseringsplannen gering. Er zal alleen geïnvesteerd moeten worden in beveiligingsvoorzieningen in verband met het samenbrengen van jongens en meisjes op één locatie.

5.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Overzicht doelmatigheidsindicatoren De Lindenhorst /Almata voor het jaar 2013
 

2011 stand slotwet

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Omschrijving generiek deel

             

1. Kostprijzen per behandelplaats1 (€)

143 000

141 000

147 000

147 000

147 000

147 000

147 000

2. Bijdrage per behandelplaats

146 000

141 000

147 000

147 000

147 000

147 000

147 000

3. Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

107

116

135

135

135

135

135

4. Saldo van baten en lasten (%)

1,7%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

               

Omschrijving specifiek deel

             

1. Gemiddelde verblijfsduur in maanden

7

7

7

7

7

7

7

2. Geregistreerde klachten

56

29

100

100

100

100

100

3. Klachten gegrond verklaard

0%

0%

10%

10%

10%

10%

10%

1

Kostprijs behandelplaats exclusief frictiekosten.

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Kostprijzen per product(groep)

De (gemiddeld gewogen) kostprijs per behandelplaats bestaat uit een regulier deel ad € 115 000 (exclusief doorlopende kostendeel) en kapitaallasten € 32 000. De instelling zit qua regulier deel van de kosten (exploitatiekosten) op het gemiddelde van de sector. De kapitaallasten zijn hoger dan gemiddeld in de sector (panden worden gehuurd van de Rijksgebouwendienst).

De fusie van de twee rijksinstellingen, de voorbereidingen op privatisering en de invoering van trajectzorg zorgen voor een andere kostenverdeling in de begroting van de instelling dan in voorgaande jaren.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij de baten-lastendienst per 31 december van een jaar, exclusief externe inhuur.

Het aantal fte van 135 is gebaseerd op de toekomstige lagere capaciteit van de nieuwe organisatie. Voor boventallig personeel zal naar herplaatsing worden gezocht.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Gemiddelde verblijfsduur

De vermelde verblijfstermijn van zeven maanden betreft het gesloten deel. Het verlengde totale zorgtraject kan doorlopen tot anderhalf jaar.

Geregistreerde klachten

De verwachte toename van het aantal klachten vindt zijn oorzaak in de fusie met Almata Den Dolder.

Licence