Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.1. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties

De belangrijkste mutaties (uitgaven en ontvangsten groter of gelijk aan € 20 mln.) worden in onderstaande tabellen weergegeven en daarna toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij het betreffende artikel.

2.1.1. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties
Tabel: overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties (x € 1.000)
 

Art. nr.

Uitgaven 2016

Vastgestelde begroting 2016

 

6.831.138

Stand eerste suppletoire 2016

 

7.384.990

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   
     

1) Personeel belastingdienst

1

51.534

2) Overgenomen schuld Propertize

3

2.386.461

3) Afdrachten staatsloterij

3

98.700

4) Uitkering aan Griekenland

4

– 85.265

5) Storting begrotingsreserve EKV

5

123.698

6) Schade-uitkering EKV

5

– 34.900

7) Bijdrage aan medeoverheden

6

77.674

8) Onvoorzien

10

– 53.725

9) Loonbijstelling

10

– 46.586

10) Overige uitgaven (saldo)

 

– 5.141

Stand 2e suppletoire begroting 2016

 

9.897.440

Toelichting

  • Deze mutatie bestaat voor het merendeel (€ 43,3 mln.) uit de toegekende loon- en prijsbijstelling. De Investeringsagenda-projecten waarvoor reeds verplichtingen aangegaan zijn zonder advies van het Investment Committee, zullen worden gefinancierd uit de reguliere begroting van de Belastingdienst.

  • Op 28 juni 2016 heeft de Nederlandse Staat een koopovereenkomst getekend met Lone Star voor de verkoop van de aandelen van Propertize. De staat neemt daarbij de staatsgegarandeerde schuld over.

  • Deze mutatie betreft alleen een verrekening voor de afdrachten Staatsloterij die is opgenomen als technische post bij de uitgaven en ontvangsten (beide € 98,7 mln.).

  • Op 24 mei 2016 is de Eurogroep een pakket schuldmaatregelen voor Griekenland overeengekomen. Een van de afspraken is dat vanaf begrotingsjaar 2017 de toekomstige SMP- en ANFA-winsten, weer kunnen worden doorgegeven aan Griekenland. Dit betekent dat in 2016 geen SMP- en ANFA-winsten zullen worden uitgekeerd aan Griekenland.

  • Het positieve saldo van de mutaties van premies, schade en schaderestituties wordt volledig opgenomen in de begrotingsreserve.

  • De raming op de schade-uitgaven wordt naar beneden bijgesteld omdat bepaalde schadedreigingen zich (nog) niet hebben gematerialiseerd.

  • Dit betreffen technische mutaties.

  • Uit de post onvoorzien is de bijdrage aan BZK voor de doorbelastingsopgave GDI betaald. Tevens is de reservering BIR als gevolg van afgenomen risico's verkleind. Daarnaast wordt de schuldconversie m.b.t. KNM (€ 15,9 mln.) hiermee gefinancierd. (zie artikel 2 en 3).

  • De mutatie wordt veroorzaakt doordat de loonbijstelling is doorverdeeld naar de beleidsartikelen.

Tabel: overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties (x € 1.000)
 

Art. nr

Ontvangsten 2016

Vastgestelde begroting 2016

 

121.473.987

Stand eerste suppletoire 2016

 

122.501.753

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   
     

1) Belastingontvangsten

1

3.887.100

2) Opbrengst verkoop vermogenstitels

3

3.232.803

3) Overgenomen schuld Propertize

3

2.386.461

4) Afdrachten Staatsloterij

3

98.700

5) Dividend en afdrachten staatsdeelnemingen

3

70.650

6) Premies EKV

5

50.000

7) Schaderestituties EKV

5

38.798

8) Ontvangsten BTW-compensatiefonds

6

77.674

9) Overige ontvangsten (saldo)

 

161

Stand 2e suppletoire begroting 2016

 

132.344.100

Toelichting

  • In de Najaarsnota 2016 wordt de mutatie op de belastingontvangsten toegelicht.

  • De opbrengst verkoop vermogenstitels bestaat uit de opbrengst van de beursgang ASR (€ 1,1 mld.) en de verkoop van Propertize (€ 0,8 mld.) en de opbrengst van de beursgang 2e tranche ABN AMRO (€ 1,3 mld.).

  • Op 28 juni 2016 heeft de Nederlandse Staat een koopovereenkomst getekend met Lone Star voor de verkoop van de aandelen van Propertize. De staat neemt daarbij de staatsgegarandeerde schuld over.

  • Deze mutatie betreft alleen een verrekening voor de afdrachten Staatsloterij die is opgenomen als technische post bij de uitgaven en ontvangsten (beide € 98,7 mln.).

  • De meevaller wordt deels veroorzaakt door het interim-dividend van ABN Amro. Daarnaast wordt de raming bijgesteld omdat ingecalculeerde risico’s zich niet voor hebben gedaan.

  • Door een nieuwe grote exporttransactie zijn de premie-inkomsten hoger dan geraamd. De raming wordt daarom naar boven bijgesteld.

  • De schaderestituties uit hoofde van terugbetalingsregelingen zijn hoger dan geraamd. De raming wordt daarom naar boven bijgesteld.

  • Dit betreffen technische mutaties.

2.1.2 Overzicht belangrijkste mutaties schuldfinanciering en kasbeheer

In onderstaande tabel worden de belangrijkste mutaties in kosten voor schuldfinanciering en kasbeheer weergegeven. De mutaties in deze posten zijn ook opgenomen in de tabellen in paragraaf 2.2. In die tabellen worden ook de overige mutaties gepresenteerd. Hieronder vallen de aflossingen en uitgiften van de staatsschuld en mutaties in de schuldverhouding van de Staat met de deelnemers aan het schatkistbankieren.

Tabel: overzicht belangrijkste mutaties schuldfinanciering en kasbeheer (x € 1 mln.)
     

2016

Mutaties netto rentelasten (EMU-saldo relevant) (+ is uitgave / – is ontvangst)

 
 

Stand ontwerpbegroting 2016

7.769

   

Bijstelling 1e suppletoire begroting

– 537

 

Stand 1e suppletoire begroting 2016

7.232

   

1. Bijstelling financieringsbehoefte

26

   

2. Bijstelling rekenrente

– 107

   

3. Effect schulduitgifte

6

   

4. Bijstelling rente interne schuldverhoudingen

– 5

 

Stand 2e suppletoire begroting 2016 (alleen EMU-saldo relevante rentelasten en -baten)

7.152

       

Overige mutaties (niet EMU-saldo relevant)

 
 

Stand ontwerpbegroting 2016

– 1.622

   

Bijstelling rentederivaten 1e suppletoire begroting

– 731

 

Stand 1e suppletoire begroting 2016

– 2.353

   

5. Bijstelling rentederivaten 2e suppletoire begroting

– 3.462

 

Stand 2e suppletoire begroting 2016 (niet EMU-saldo relevante rentelasten en -baten)

– 5.815

       
 

Stand 2e suppletoire begroting 2016 (rentelaten en -baten incl. kasstromen a.g.v. derivaten)

1.337

Toelichting

  • De raming van het kastekort is t.o.v. de 1e suppletoire begroting naar beneden bijgesteld. Omdat het kastekort in het lopende jaar op de geldmarkt wordt gefinancierd, en de rente op de geldmarkt negatief is, leidt dit niet tot een daling van de rentelasten maar tot een daling van de rentebaten en daarmee per saldo tot een hogere raming van de rentelasten (€ 26 mln).

  • De korte en lange rentevoet zijn bij de kMEV en de MEV van het CPB verder neerwaarts bijgesteld waardoor de geraamde rentelasten dalen met € 107 mln.

  • Nieuwe schulduitgiften zijn gemiddeld genomen gefinancierd tegen een rentetarief dat iets hoger was dan de geraamde rente van het CPB. Dit leidt tot een tegenvaller op de rentelasten van € 6 mln.

  • De netto rentelasten vanwege interne schuldverhoudingen zijn per saldo met € 5 mln. afgenomen. Enerzijds zijn de rentelasten gedaald met € 7 mln. Daarnaast zijn de rentebaten gedaald met € 3 mln. Deze mutaties worden o.a. veroorzaakt door een daling van de rente.

  • De bijstelling van de rentederivaten is een samengestelde post die uit twee onderdelen bestaat: de ontvangsten als gevolg van voortijdige beëindigingen en de bijstelling van de raming van de reguliere renteontvangsten op de derivatenportefeuille.

    Door de huidige lage rentestanden kent een aantal rentederivaten een hoge marktwaarde. De voortijdige beëindiging van rentederivaten heeft sinds de 1e suppletoire begroting geleid tot extra ontvangsten van € 3,4 mld. De voortijdige beëindiging zorgt voor eenmalige ontvangsten. Het zijn de contant gemaakte waarden van de rentebaten die in de komende jaren zouden worden ontvangen. Met deze voortijdige beëindiging is de gemiddelde looptijd van de schuld verlengd. Daarnaast kennen de renteontvangsten op de derivatenportefeuille een meevaller van € 0,1 mld. In de vorige raming ten tijde van de 1e suppletoire begroting werd nog rekening gehouden met het afsluiten van payerswaps om het renterisico bij te sturen. Dit bleek echter niet nodig te zijn.

    De baten en lasten als gevolg van rentederivaten zijn niet relevant voor de bepaling van het EMU-saldo.

Licence