Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

b. Het beleid

Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2018 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Artikelnummer

Uitgaven 2018

Vastgestelde begroting 2018

 

5.550.381

Belangrijkste suppletoire mutaties

   

1) Vergoeding raadsleden

1

10.000

2) Binnenstedelijke transformatie

3

28.000

3) Huurtoeslag

3

– 67.800

4) FEH

4

– 70.000

5) Omgevingswet

5

22.774

6) GDI

6

23.329

7) SSC-ICT

8

37.700

8) Doc-Direkt

11

23.000

9) Dienstverleningsafspraken 2018

11

13.700

10 Eindejaarsmarge

 

50.542

11) Overige mutaties

153.680

Stand 1e suppletoire begroting 2018

5.775.306

Toelichting

Uitgaven

1) Vergoeding raadsleden

BZK stelt € 10 mln. beschikbaar om de vergoeding van raadsleden in kleinere gemeenten gelijk te trekken met grotere gemeenten. Het doel is om raadsleden in kleine gemeenten in de gelegenheid te stellen meer tijd vrij te maken voor het raadswerk of het volgen van een opleiding.

2) Binnenstedelijke transformatie

De ontwikkeling van woningbouw in binnenstedelijke regio’s komt in veel gevallen niet tijdig van de grond door gebrek aan financiering in de voorfase. Dit gebrek aan financiering heeft te maken met hoge kosten voor saneren, verwerven of ontsluiten van de locaties en onzekerheid over doorgang van projecten. Het Rijk, gemeenten en marktpartijen verkennen de mogelijkheden van een fonds dat (voor)financiering en investeringen in binnenstedelijke locaties mogelijk maakt. BZK heeft hiervoor € 28 mln. in 2018 beschikbaar.

3) Huurtoeslag

De raming van de huurtoeslag laat op basis van de huidige demografische en economische inzichten (Centraal Economisch Plan 2018) in de periode 2018 – 2023 een meerjarige meevaller zien. De lagere werkloosheid, lagere asielinstroom, hogere inkomensontwikkeling en lagere huurprijsontwikkeling verklaren het grootste deel van deze meevaller. De uitgaven vallen in 2018 naar verwachting afgerond € 68 mln. lager uit.

4) Fonds Energiebesparing Huursector (FEH)

Het beschikbare budget voor FEH ad € 72,8 mln. is in 2017 niet tot uitbetaling gekomen en doorgeschoven naar 2018. Hiervan wordt € 70 mln. elders ingezet binnen de begroting BZK, waaronder voor het energielabel en het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF).

5) Omgevingswet

Bij 2e suppletoire begroting 2017 is € 22,7 mln. onderuitputting in het Infrastructuurfonds voor de Omgevingswet doorgeschoven naar 2018. Dit bedrag wordt nu door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat overgeheveld naar de begroting van BZK.

6) GDI

Vanaf de aanvullende post zijn middelen toegevoegd voor de GDI (Generieke Digitale Infrastructuur). Overeenkomstig besluitvorming hierover in het Nationaal Beraad, worden deze middelen ingezet voor innovaties binnen de digitale overheid, het Programmaplan Basisinfrastructuur en doorontwikkeling en innovatie van GDI-voorzieningen.

7) SSC-ICT

SSC-ICT behaalde in 2017 een negatief resultaat waardoor het eigen vermogen negatief is geworden. Dit wordt vooral verklaard door de boekhoudkundige verwerking van extra licenties die zijn aangeschaft voor inzet binnen de gehele rijksoverheid. Conform de regeling agentschappen wordt dit negatief eigen vermogen door de eigenaar aangevuld vanuit de begroting van BZK.

8) Doc-Direkt

Het betreft personele en materiële uitgaven voor Doc-Direkt, die samenhangen met de inkomsten gedurende het jaar van overige departementen en derden (notariaat).

9) Dienstverleningsafspraken 2018

De uitgaven naar aanleiding van de dienstverleningsopdrachten betreffen verrekeningen die voortvloeien uit de Dienstverleningsafspraken 2018 (DVA) van het kerndepartement aan de baten-lastenagentschappen.

10) Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging aan de begroting BZK van de eindejaarsmarges van 2017 van begrotingshoofdstuk 7 (BZK) en het voormalige begrotingshoofdstuk 18 (Wonen en Rijksdienst).

Overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2018 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Artikelnummer

Ontvangsten 2018

Vastgestelde begroting 2018

 

668.894

Belangrijkste suppletoire mutaties

   
     

1) Surplus eigen vermogen RVB

8

34.500

2) Incidentele verkoopopbrengst RVB

9

64.000

3) Verkoopopbrengsten vastgoed

9

– 12.000

4) Doc-Direkt

11

23.000

5) Dienstverleningsafspraken 2018

11

13.700

6) Overige mutaties

17.592

Stand 1e suppletoire begroting 2018

809.868

Toelichting

Ontvangsten

1) Surplus eigen vermogen RVB

Conform de Regeling Agentschappen dient het eigen vermogen van een agentschap binnen de daarvoor geldende bandbreedte (tussen nihil en 5% van de omzet) te worden gebracht. Conform deze regeling wordt het surplus eigen vermogen bij het Rijksvastgoedbedrijf ter grootte van € 34,5 mln. afgeroomd. Dit surplus wordt conform interdepartementale afspraken ingezet om het negatieve eigen vermogen bij andere shared-service organisaties (SSO’s), waaronder SSC-ICT, aan te vullen.

2) Incidentele verkoopopbrengst RVB

Het Rijksvastgoedbedrijf had een incidentele verkoopopbrengst. Deze opbrengst wordt binnen de begroting ingezet, onder andere om de raming voor verkoopopbrengsten van vastgoed meer in lijn te brengen met de omvang van de vastgoedportefeuille.

3) Verkoopopbrengsten vastgoed.

De raming voor verkoopopbrengsten van vastgoed is meer in lijn gebracht met de omvang van de vastgoedportefeuille.

4) Doc-Direkt

Doc-Direkt heeft gedurende het jaar inkomsten van overige departementen en derden (notariaat). Deze inkomsten zijn ter dekking van uitgaven.

5) Dienstverleningsafspraken 2018

De ontvangsten naar aanleiding van de dienstverleningsopdrachten betreffen verrekeningen die voortvloeien uit de Dienstverleningsafspraken 2018 (DVA) van het kerndepartement met de baten-lastenagentschappen.

Licence