Base description which applies to whole site

5. Niet-beleidsartikelen

Artikel 5

Niet-beleidsartikel 5 Geheim

Bedragen in EUR 1.000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

     

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 
 

2019

2019

2019

2019

2019

   

(1)

(2)

   

(4)=(2+3)

Verplichtingen

0

0

0

0

0

             

Uitgaven

0

0

0

0

0

             

Ontvangsten

0

0

0

3.003

3.003

             

5.10

Geheim

0

0

0

3.003

3.003

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Geen toelichting.

Artikel 6

Niet-beleidsartikel 6 Nog onverdeeld

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

       

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 
   

2019

2019

2019

2019

2019

   

(1)

(2)

   

(4)=(2+3)

Verplichtingen

25.868

1.379

3.891

– 5.270

0

             

Uitgaven

         
             

Uitgaven totaal

25.868

1.379

3.891

– 5.270

0

             

6.1

Nog onverdeeld (HGIS)

25.868

1.379

3.891

– 5.270

0

Verplichtingen en uitgaven

Als gevolg van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product is het HGIS-budget afgelopen najaar gestegen met EUR 3,9 miljoen. Aan het eind van dit jaar valt dit bedrag vrij binnen de HGIS en wordt het via de eindejaarsmarge van de HGIS meegenomen naar 2020.

Artikel 7

Niet-beleidsartikel 7 Apparaat

Bedragen in EUR 1.000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

     

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 
 

2019

2019

2019

2019

2019

   

(1)

(2)

   

(4)=(2+3)

Verplichtingen

763.776

818.895

– 2.748

– 2.550

813.597

             

Uitgaven

740.740

815.895

252

– 2.550

813.597

             

7.1.1

Personeel

510.711

531.972

279

– 34.012

498.239

 

Eigen personeel

500.711

521.972

279

– 42.916

479.335

 

Inhuur extern

10.000

10.000

0

75

10.075

 

overige personeel

0

0

0

8.829

8.829

             

7.1.2

Materieel

230.029

283.923

– 27

27.058

310.954

 

waarvan ICT

45.000

62.813

0

330

63.143

 

waarvan bijdragen aan SSO's

63.891

65.000

– 27

– 1.931

63.042

 

waarvan overige materieel

121.138

156.110

0

28.659

184.769

             

7.2

Koersverschillen

pm

0

0

4.404

4.404

             
             

Ontvangsten

26.450

46.450

0

21.226

67.676

             

7.10

Diverse ontvangsten

26.450

46.450

0

21.226

67.676

             

7.11

Koersverschillen

pm

pm

0

0

0

Verplichtingen

Voor de verantwoording van de verplichtingen voor apparaatsuitgaven geldt de bepaling uit de Comptabiliteitswet 2016 waarbij het jaar waarin de kasbetaling is gedaan, kan worden aangemerkt als het begrotingsjaar waarin de met de kasbetaling samenhangende verplichting is aangegaan of is ontstaan (art. 2.14, lid 3), de zgn. k=v methode. In de praktijk betekent dit dat de totale aangegane verplichtingen binnen dit artikel, voor één specifiek jaar overeenkomen met de totale kasuitgaven voor dit jaar. In dat kader wordt het verplichtingenbudget daarom verlaagd met EUR 5,3 miljoen en komt hiermee overeen met het kasbudget.

Uitgaven

Op het apparaatsartikel vindt een aantal mutaties plaats, waarbij het budget per saldo afneemt met EUR 2,6 miljoen.

7.1.1 Personeel:

  • Conform het Regeerakkoord is onder meer geïntensiveerd op het terrein van ontwikkelingssamenwerking (OS). Een deel van deze middelen is ingezet voor de versterking van beleids- en beheerscapaciteit binnen het ministerie. Alle apparaatsmiddelen zijn opgenomen in de BZ-begroting. Omdat in 2019 nog niet alle vacatures zijn ingevuld valt dit budget vrij en wordt het alternatief ingezet op het terrein van OS. Een bedrag van EUR 10,6 miljoen wordt derhalve overgeheveld naar de BHOS-begroting.

  • Een bedrag van EUR 1 miljoen wordt doorgeschoven naar 2020. Vanwege de vertraging rondom de Brexit-besluitvorming wordt een deel van de fte kosten voor de taskforce volgend jaar verwacht. Daarnaast wordt een deel van de gereserveerde middelen aan het Global Evaluation Initiative (kosten voor evaluaties) pas in 2020 betaald.

  • Vanuit Economische Zaken en Klimaat wordt een bedrag van EUR 2,2 miljoen overgeheveld ter verrekening van loonkosten voor personeel van dit ministerie dat werkzaam is op Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.

  • Binnen de apparaatsuitgaven vindt een aantal verschuivingen plaats. Een deel van de personeelsuitgaven wordt opgenomen onder materiële uitgaven. Het betreft kosten voor dienstreizen, representatie en honoraire consulaten. Bij het opstellen van de begroting zijn deze kosten onder de categorie personeel geboekt. In lijn met de begrotingsvoorschriften zijn deze uitgaven verschoven naar materieel. Ook is een deel van uitgaven geboekt onder overig personeel in plaats van eigen personeel. Deze wijziging volgt daarmee de begrotingsvoorschriften daar het algemene uitgaven voor personeel betreft.

7.1.2 Materieel:

  • EUR 2 miljoen van de hoger dan geraamde inkomsten uit de verkoop van vastgoed in het buitenland wordt ingezet voor investeringen in huisvesting ter rationalisering van de vastgoedportefeuille (desaldering).

7.2 Koersverschillen:

  • Buitenlandse Zaken werkt met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van buitenlandse valuta (de corporate rate). Deze koers wordt samen met de presentatie van de begroting vastgesteld. Omdat bij betalingen in buitenlandse valuta gedurende het jaar echter een verschil ontstaat als gevolg van de werkelijk geldende koers, ontstaat er een saldo. Deze kosten worden verantwoord op dit apparaatsartikel.

Ontvangsten

De ontvangsten nemen toe met EUR 21,2 miljoen vanwege de verkoop van onroerend goed in Khartoem en Londen. Een deel van dit bedrag (EUR 2 miljoen) wordt dit jaar opnieuw geïnvesteerd. Het restant wordt toegevoegd aan de reservering conform de middelenafspraak huisvesting. Deze wordt ingezet om de huisvestingsportefeuille te moderniseren en te rationaliseren.

Licence