V Buitenlandse Zaken
A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2019 wijzigingen aan te brengen in:
-
1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2
De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaat die onderdeel is van de rijksbegroting, wordt op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2019 wijzigingen aan te brengen in:
-
1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Buitenlandse Zaken, S. A. Blok
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2019 wijzigingen aan te brengen in:
1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2019 vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten vormen samen de Rijksbegroting voor het jaar 2019. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2019 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok
B. Begrotingstoelichting
B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGARTIKELEN
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1. Leeswijzer
De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2019 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.
In onderdeel 2 wordt een beknopte toelichting gegeven op de wijzigingen die zijn opgetreden binnen het totaal van de HGIS.
In onderdeel 3 staan tabellen met toelichting over de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken.
Onderdeel 4 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na de tabel «budgettaire gevolgen van beleid» wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de vorige stand op artikelniveau.
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
In onderdeel 5 staan de tabellen van de niet-beleidsmatige artikelen.
1. Voorstel van wet
Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de uitgaven op de begrotingsstaat 2019 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 678,8 miljoen te verhogen, de verplichtingen met EUR 859,9 miljoen te verhogen en de ontvangsten met EUR 631,8 miljoen te verhogen.
De belangrijkste mutaties worden hierna toegelicht per beleidsartikel.
1. LEESWIJZER
Deze leeswijzer gaat in op de opbouw van de beleidsagenda, de beleidsartikelen en de overige onderdelen van de begroting.
Algemeen
Buitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Nederlanden: Nederland in Europa en in het Caribisch gebied (de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba), alsmede de Caribische Koninkrijkslanden Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Waar deze begroting spreekt over «Nederland» of «Nederlands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Nederlanden», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap, ontwikkelingssamenwerking, NAVO-lidmaatschap en Nederlandse beleidsuitvoering.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is een Koninkrijksministerie en de Minister is een Koninkrijksminister. Dat betekent dat niet alleen de belangen van Nederland behartigd dienen te worden, maar ook van de Caribische Koninkrijkslanden. Het is dan ook de inzet van Buitenlandse Zaken, inclusief het postennet, om de belangen van alle vier de autonome Koninkrijkslanden op het gebied van buitenlandse betrekkingen zo optimaal mogelijk te incorporeren in het bredere buitenlandbeleid van het Koninkrijk.
Groeiparagraaf
De beleidsagenda wordt afgesloten met een risicoparagraaf bestaande uit een overzicht van de risicoregelingen en een toelichting daarop. Tot en met de begroting voor 2018 was deze uit praktische overwegingen opgenomen in de memorie van toelichting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Met ingang van de memorie van toelichting 2019 wordt een splitsing gemaakt tussen de regelingen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daarom zijn de garanties voor de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa nu afzonderlijk opgenomen in de risicoparagraaf van de memorie van toelichting bij de begroting van Buitenlandse Zaken.
Beleidsagenda
De beleidsagenda bevat de politieke hoofdlijnen van het buitenlandbeleid van de regering. De beleidsagenda bevat een overzicht van de meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen en de belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van de memorie van toelichting 2018, inclusief de mutaties uit de eerste suppletoire begroting 2018.
Beleidsartikelen
Aanpassing indeling BZ begroting aan de politieke ontwikkelingen
In de begroting 2019 hebben enkele aanpassingen plaatsgevonden in de beleidsartikelen om de doelstellingen van het buitenlands beleid in lijn te brengen met Regeerakkoord Rutte III. Hieronder een weergave wat er met ingang van deze begroting wijzigt:
| Artikel | Was (begroting 2018) | Wordt (begroting 2019 e.v.) |
|---|---|---|
| Beleidsartikel 1 | Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging mensenrechten en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties | Versterkte internationale rechtsorde |
| Subartikel 1.3 (voorheen art. 4.5) | Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland | Gastlandbeleid internationale organisaties |
| Subartikel 2.2 | Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en vormen van internationale criminaliteit | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme. |
| Subartikel 2.3 | Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing, bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en het voeren van een transparant en verwantwoord wapenexportbeleid | Wapenbeheersing |
| Beleidsartikel 3 | Effectieve Europese Samenwerking | Effectieve Europese Samenwerking (deze aanpassing is eerder dit jaar via wijziging HGIS doelstellingen bekend gemaakt) |
| Subartikel 3.1 | Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt | Afdrachten aan de Europese Unie |
| Subartikel 3.2 | Een effectief, efficient en cohorent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio's, inclusief ontwikkelingslanden | Europees Ontwikkelingsfonds |
| Subartikel 3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie van 28 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie |
| Beleidsartikel 4 | Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen | Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden |
| Subartikel 4.1 | Op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het Buitenland | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland |
| Subartikel 4.4 | Het inzetten van Publieks-diplomatie door het Postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het Buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen |
In de beleidsartikelen staan de volgende onderdelen per begrotingsartikel verder uitgewerkt:
A: Algemene doelstelling
Elk beleidsartikel begint met de algemene doelstelling (titel van het beleidsartikel) met een korte toelichting.
B: Rol en verantwoordelijkheid
De rol en de verantwoordelijkheid van de Minister wordt beschreven aan de hand van de volgende categorieën: stimuleren, financieren, regisseren en uitvoeren.
Volgens het uitgangspunt van verantwoord begroten zijn er alleen kwantitatieve indicatoren bij resultaatverantwoordelijkheid. Een indicator onderbouwt de resultaatverantwoordelijkheid van de Minister op het gebied van de consulaire dienstverlening (beleidsartikel 4). Op de overige beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken heeft de Minister een stimulerende of financierende rol, en in sommige gevallen een regisserende rol. De mogelijkheden voor kwantitatieve effectmeting voor de meeste beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken zijn dan ook beperkt. Kenmerkend is de internationale context waarin veel spelers en factoren de doelbereiking beïnvloeden. Vaak is er een gezamenlijke inspanning waarbij het weinig zinvol is (een deel van) de resultaten toe te rekenen aan Nederland, dat een deel van de input heeft verzorgd. Kwaliteitsbewaking van de beleidsuitvoering vindt plaats door middel van periodieke beleidsdoorlichtingen.
C: Beleidswijzigingen
Dit is een overzicht van belangrijke wijzigingen als gevolg van nieuw regeringsbeleid, evaluatie of voortschrijdend inzicht. Daar waar sprake is van beleidswijzigingen die in beleidsnotities zijn verschenen, is verwezen naar de betreffende notitie met het Kamerstuk.
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
In het kader van «verantwoord begroten» presenteren departementen de financiële inzet op instrumentniveau. Het aantal activiteiten en het aantal financiële instrumenten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inclusief het postennet is aanzienlijk. In sommige gevallen zijn de instrumenten nog niet bekend, omdat de programma’s na het verschijnen van de begroting starten en dan duidelijk wordt hoe financiering plaatsvindt.
D2: Budgetflexibiliteit
Per begrotingsartikel is aangegeven welk percentage van de begroting juridisch is vastgelegd. Als onderdeel van verantwoord begroten wordt alleen de juridische verplichting voor het begrotingsjaar opgenomen. Ook wordt toegelicht hoe de juridische verplichting op artikelonderdeel is ingevuld. Aanvullend hierop is, in lijn met de rijkbrede begrotingsvoorschriften, gekozen om toe te lichten hoe de niet-juridisch verplichte middelen naar verwachting zullen worden ingezet. Dit overzicht staat onder hoofdstuk 2.2 van de begrotingstoelichting.
E: Toelichting op de financiële instrumenten
Deze toelichting geeft per artikelonderdeel inzicht in de financiële instrumenten, zoals in de tabel onder D zijn opgenomen.
Overige onderdelen van de begroting
Na de vier beleidsartikelen volgen de drie niet-beleidsartikelen en het verdiepingshoofdstuk. De niet-beleidsartikelen zijn het verplichte artikel 5 «geheim», artikel 6 «nominaal en onvoorzien» waarin de reserveringen voor loon- en prijsindexatie binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) staan opgenomen en artikel 7 «apparaat» waarin een splitsing is aangebracht tussen personele- en materiële uitgaven. Ten slotte volgen vijf bijlagen: het verdiepingshoofdstuk met informatie over andere nog niet toegelichte beleidsmatige mutaties onder de beleidsagenda, de lijst met moties en toezeggingen aan de Kamer, het subsidieoverzicht, de evaluatie- en onderzoekstabel en de lijst met afkortingen.
De relatie met de HGIS-nota
Samen met de departementale begrotingen wordt ook de HGIS-nota aan de Staten-Generaal gepresenteerd. Deze omvat naast de HGIS uitgaven en ontvangsten van Buitenlandse Zaken ook buitenlanduitgaven en ontvangsten van de andere ministeries. Deze bundeling bevordert de samenhang en samenwerking die voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid van belang zijn. De nota over de HGIS bevat een overzicht van de belangrijkste programma’s en uitgaven voor het buitenlandbeleid, waaronder een overzicht van de begrotingsontwikkelingen binnen de HGIS en bijlagen die alle buitenlanduitgaven overzichtelijk presenteren, zoals een totaaloverzicht van de buitenlanduitgaven die als officiële ontwikkelingshulp (ODA) kwalificeren. In de HGIS-nota wordt daarnaast op hoofdlijnen inzicht gegeven in de internationale klimaatfinanciering 2019 en de internationale inspanningen op migratie in 2019.
2. Leeswijzer
De voorliggende Slotwet bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de tweede suppletoire begroting 2019 van Buitenlandse Zaken.
Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet 2016 dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van de financiële instrumenten. Ook is omschreven welke ondergrens gehanteerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. Op verplichtingenniveau worden mutaties groter dan 10% ten opzichte van de vorige stand, op artikelniveau toegelicht.
Toelichting per beleidsartikel
Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde
Verplichtingenmutaties:
Extra verplichtingsruimte was nodig voor het ophogen van het subsidieplafond en nieuwe meerjarige verplichtingen binnen het mensenrechtenfonds, zoals gemeld bij de decemberbrief. Deze verhoging van het verplichtingenbudget leidde in 2019 niet tot extra uitgaven op het terrein van mensenrechten.
Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit
Verplichtingenmutaties:
Het verplichtingenbudget voor veiligheid en stabiliteit is in totaal afgenomen, met name vanwege de lagere bijdrage aan de VN-crisisbeheersingsoperaties. Ook viel de realisatie van verplichtingen van NFRP-MATRA lager uit. Tevens is er op het gebied van inzet hoog-risico posten geen verplichting aangegaan, zoals gemeld in de decemberbrief. Hier staat tegenover dat er een stijging is vanwege een aantal verplichtingen dat is aangegaan voor projecten binnen het Shiraka fonds die sneller tot uitvoer konden worden gebracht dan verwacht. Binnen dit fonds is tevens een additionele verplichting aangegaan met het IMF ten behoeve van het Middle East Regional Technical Assistance Center (METAC), dat gericht is op institutionele capaciteitsopbouw in het Midden-Oosten.
Uitgavenmutaties:
Het budget voor veiligheid en stabiliteit is afgenomen. Dit kent een aantal oorzaken. De lagere uitgaven van EUR 2,4 miljoen voor bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme (artikelonderdeel 2.2) zijn het gevolg van vertraging van een bijdrage aan het Global Community Engagement and Resilience Fund, een fonds dat weerbaarheid tegen gewelddadig extremisme bevordert. De modaliteiten waren niet op tijd afgerond om de bijdrage in 2019 te realiseren. De bijdrage van EUR 1,5 miljoen die hiervoor gepland stond wordt doorgeschoven naar 2020. Hiernaast zijn er minder uitgaven gedaan aan UNDP Bangladesh vanwege vertraging in de uitvoering.
Daarnaast is er sprake van onderbesteding van EUR 7,5 miljoen op het onderdeel bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde (artikelonderdeel 2.4) onder andere bij de beveiligingsinzet op hoog risicoposten. De geraamde uitgaven zijn doorgeschoven naar 2020. Ook zijn er minder uitgaven gedaan binnen het Stabiliteitsfonds als gevolg van de langzamere realisatie van een aantal projecten. Ten slotte was de aanslag voor de verdragscontributie voor de OVSE lager dan geraamd en is er vanwege een nieuwe tijdsplanning van de organisatie minder uitgegeven aan het OVSE Junior Professional Officer Programma.
Artikel 3: Effectieve Europese samenwerking
Verplichtingenmutaties
De verplichtingen voor de EU-afdrachten (artikelonderdeel 3.1) muteren mee met de uitgaven. Daarnaast was tot en met de begroting voor 2018 de garantie voor de Raad van Europa uit praktische overwegingen opgenomen in de memorie van toelichting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII). Met ingang van de memorie van toelichting 2019 is een splitsing gemaakt tussen de regelingen van Buitenlandse Zaken (V) en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII). Daarom wordt de garantie voor de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa afzonderlijk opgenomen in de risicoparagraaf van het jaarverslag van Buitenlandse Zaken. Vanwege deze verschuiving is het bijbehorende verplichtingenbudget opgenomen op het artikelonderdeel «Een hechtere Europese waardengemeenschap» (artikelonderdeel 3.3). Dit verplichtingenbudget is verrekend door een verlaging van het verplichtingenbudget in de Slotwet van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking «Overige armoedebeleid» (artikelonderdeel. 5.2). Deze mutatie is pas bij de afsluiting van het lopend boekjaar verwerkt.
Uitgavenmutaties:
De realisatie van de Europese afdrachten is aan de uitgavenkant (artikel 3.1) ultimo 2019 EUR 711 miljoen hoger uitgekomen dan de raming bij tweede suppletoire begroting. Oorzaak hiervoor is de afdracht van invoerrechten, die EUR 157 miljoen hoger is uitgevallen dan eerder verwacht. Deze invoerrechten worden door Nederland in de kas ontvangen en na aftrek van administratieve kosten (de perceptiekostenvergoeding, artikel 3.10) wordt het overige deel aan de Europese begroting doorgegeven. De BNI-afdracht is EUR 95 miljoen lager uitgevallen dan geraamd, doordat de uitgaven van de EU lager zijn uitgevallen dan waarmee bij de raming rekening werd gehouden. Ook zijn de BTW afdrachten licht gestegen met EUR 4 miljoen. Dat de uiteindelijke uitgaven EUR 644 miljoen hoger zijn komt doordat op advies van de Auditdienst Rijk (ADR) ervoor gekozen is om de negatieve ontvangsten, die eerder zijn geboekt onder artikel 3.10, om te boeken naar het uitgavenartikel 3.1. Dit betreft een puur technische verschuiving die geen invloed heeft op de netto omvang van de afdrachten, maar alleen waar ze geboekt worden. De boeking van de Spring Forecast 2018, van DAB 6 2018 en van de nacalculatie zijn geboekt als onderdeel van de BNI- en BTW afdracht, de boeking uit de Decemberbrief van de compensatiebetaling n.a.v. de uitspraak van het Europese Hof van Justitie is omgeboekt naar de invoerrechten onder artikel 3.1.
Ontvangstenmutaties:
De realisatie aan de inkomstenkant (artikel 3.10) komt EUR 634 miljoen hoger uit dan bij tweede suppletoire begroting geraamd. In eerste instantie wordt dit verklaard door een negatieve ontvangst van EUR 18,5 miljoen. Dit betreft een compensatiebetaling van de hoofdsom aan de Europese Commissie naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie als gevolg van onterecht afgegeven oorsprongscertificaten door de autoriteiten van Curaçao en Aruba voor de invoer van melkpoeder en rijst, gries en griesmeel. Deze compensatiebetaling is reeds met de decemberbrief aan de Kamers gemeld. De perceptiekostenvergoeding valt daarentegen EUR 9 miljoen hoger uit. Dit komt doordat de invoerrechtenafdracht, op basis waarvan de perceptiekostenvergoeding wordt berekend, ook hoger uitvalt. Dat de uiteindelijke ontvangsten EUR 644 miljoen hoger zijn komt doordat op advies van de Auditdienst Rijk (ADR) ervoor gekozen is om de negatieve ontvangsten die eerder zijn geboekt onder artikel 3.10 om te boeken naar het uitgavenartikel 3.1. Dit betreft een puur technische verschuiving die geen invloed heeft op de netto omvang van de afdrachten, maar alleen waar ze geboekt worden. De boeking van de Spring Forecast 2018, van DAB 6 2018 en van de nacalculatie zijn geboekt als onderdeel van de BNI- en BTW afdracht, de boeking uit de Decemberbrief van de compensatiebetaling n.a.v. de uitspraak van het Europese Hof van Justitie is omgeboekt naar de invoerrechten onder artikel 3.1.
Artikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
Verplichtingenmutaties:
Per saldo is het verplichtingenbudget gedaald. De meest in het oog springende reden hiervoor is dat de subsidie voor gedetineerdenbegeleiding voor de periode 2020–2023 niet geformaliseerd is. Dit zal begin 2020 plaatsvinden. Een deel van het verplichtingenbudget voor loket buitenland is op andere artikelen gerealiseerd, onder meer voor personeel. Daarnaast kostte de voorbereiding van een aantal opdrachten voor loket buitenland meer tijd door de interdepartementale afstemming. De toekenning van de opdrachten zal in 2020 plaatsvinden.
Uitgavenmutaties:
De uitgaven voor consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden zijn per saldo afgenomen. Dit kent een aantal oorzaken. De lagere realisatie van EUR 3,8 miljoen bij consulaire dienstverlening Nederlanders (artikelonderdeel 4.1) kent een aantal oorzaken. Het nieuwe subsidiekader 2020–2023 Gedetineerden is pas eind december vastgesteld, waardoor de eerste betaling niet in 2019 heeft plaatsgevonden. Verder kan gemeld worden dat de implementatie van het Loket Buitenland volgens planning loopt. De onderbesteding op onderdelen van Loket Buitenland is onder meer veroorzaakt doordat kosten op een andere begrotingsonderdelen zijn gerealiseerd, zoals personeelskosten onder apparaat.
De onderbesteding bij consulaire dienstverlening aan vreemdelingen ligt voornamelijk bij de digitalisering: de uitgaven vallen mee onder andere door de lagere inzet en tarieven van de leveranciers en het doorschuiven van betalingen naar 2020. Voor het onderdeel «Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren» (artikelonderdeel 4.2) zijn de uitgaven lager uitgevallen.
Ontvangstenmutaties:
De ontvangsten consulair Nederlanders zijn hoger uitgevallen doordat er meer legalisaties en consulaire verklaringen, opties & naturalisaties zijn uitgevoerd. Verder zijn de consulaire ontvangsten vreemdelingen per saldo lager uitgevallen doordat de bijdrage van de IND voor het uitreiken van MVV’s en DNA-onderzoek op ambassades niet is ontvangen wegens verschil van inzicht over de verrekenmethodiek. Ook de subsidiebijdrage ISF, (Internal Security Fund) van de Europese Commissie voor IOB (informatie ondersteunend beslissen), wordt niet in 2019 maar in 2020 verantwoord aan de EU.
Niet-beleidsartikel 7: Apparaat
Verplichtingenmutaties:
Analoog aan de uitgaven zijn ook de verplichtingen gedaald met EUR 8,6 miljoen. Voor de verantwoording van de verplichtingen voor apparaatsuitgaven geldt namelijk de bepaling uit de Comptabiliteitswet 2016 waarbij het jaar waarin de kasbetaling is gedaan, kan worden aangemerkt als het begrotingsjaar waarin de met de kasbetaling samenhangende verplichting is aangegaan of is ontstaan (art. 2.14, lid 3), de zogenaamde k=v methode (kas is gelijk aan verplichtingen methode). In de praktijk betekent dit dat de totale aangegane verplichtingen binnen dit artikel, voor één specifiek jaar overeenkomen met de totale kasuitgaven voor dit jaar.
Uitgavenmutaties:
De uiteindelijke realisatie van het apparaatsbudget over 2019 is EUR 8,6 miljoen lager uitgevallen dan bij tweede suppletoire begroting 2019 geraamd. De per saldo afname kent een aantal oorzaken op het terrein van de personele en materiële uitgaven en koerseffecten.
Personeel:
De uitgaven voor uitgezonden- en lokaal personeel op de posten zijn in totaal met EUR 11 miljoen afgenomen. Dit is hoofdzakelijk te verklaren doordat functies, als onderdeel van de investering in het postennet, pas in de loop van 2019 zijn ingevuld. Hierdoor is het budget niet volledig ingezet. De corporate rate is ook van invloed geweest.
Materieel:
De materiële uitgaven zijn per saldo met EUR 15 miljoen afgenomen. Dit wordt hoofdzakelijk verklaard doordat de uitgaven voor huisvesting in het buitenland lager zijn uitgevallen. De belangrijkste oorzaak hiervoor is dat er minder geïnvesteerd is in het vastgoed, enkele aankopen niet door zijn gegaan (onder andere in Ankara, Turkije en Nairobi, Kenia) en de uitgaven voor huren van residenties en kanselarijen lager zijn uitgevallen. Dit geldt ook voor bedrijfsvoeringskosten op de posten.
Koersverschillen:
Buitenlandse Zaken werkt met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van buitenlandse valuta (de corporate rate). Deze koers wordt samen met de presentatie van de begroting vastgesteld. Omdat bij betalingen in buitenlandse valuta gedurende het jaar echter een verschil ontstaat als gevolg van de werkelijk geldende koers, ontstaat er een saldo. Dit saldo wordt verantwoord op het apparaatsartikel maar geldt voor de gehele BZ-begroting. Omdat met name de USD maar ook enkele valuta in Zuid-Amerika is gestegen ten opzichte van de vastgestelde koers is hierdoor in de laatste maanden, waarin veel betalingen zijn verricht, het effect groter geworden waardoor een mutatie is ontstaan van EUR 17 miljoen.
2. BELEIDSAGENDA 2019
Voor Nederland, wereldwijd
Ons Koninkrijk is nauw verbonden met de rest van de wereld. Wat ver weg gebeurt, raakt ons dichtbij. Denk aan terrorisme, vluchtelingenstromen en klimaatverandering. Maar de wereld biedt ook kansen. Voor bedrijven, reizigers en studenten bijvoorbeeld.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken draagt bij aan een veiliger en welvarender Koninkrijk en steunt Nederlanders waar ook ter wereld. Samen met onze partners in Nederland, Europa en het buitenland zetten we ons 24/7 in voor een eerlijke en duurzame wereld. We staan pal voor Nederlandse belangen en universele waarden. Dat doen we door samen te werken met andere landen en internationale organisaties, bijvoorbeeld om mensenrechten te waarborgen en de Sustainable Development Goals te halen.
Ieder uur van de dag zijn we wel ergens op de wereld actief voor Nederlanders in het buitenland. Of ze daar nu wonen, werken, studeren of op vakantie zijn: wij staan voor ze klaar. Ook in geval van nood. Dit doen we vanuit Den Haag en via ons wereldwijde netwerk van 140 ambassades en posten. Overal dichtbij. Voor Nederland, wereldwijd.
Een wereld in verandering – buitenland is binnenland
Het gaat goed met ons land. Nederland zit economisch in de lift en behoort op veel terreinen tot de wereldtop. Denk aan persvrijheid, innovatie, het sociale vangnet, concurrentiekracht en internetdichtheid. Nederlanders zijn de afgelopen jaren steeds positiever geworden over de ontwikkelingen in eigen land, onder andere op economisch terrein.
De kansen die het buitenland biedt zijn overduidelijk. Nederland is een handelsland bij uitstek. Veel Nederlandse ondernemers investeren en handelen met het buitenland. Nederland kent een sterke oriëntatie op de open Europese markt en traditionele handelspartners, en krijgt een steeds sterkere positie op de groeimarkten buiten Europa. Voor de Caribische delen van het Koninkrijk liggen kansen vooral op het Westelijk Halfrond. Nederlanders genieten van de diversiteit aan internationale producten en diensten, gaan op vakantie in het buitenland, studeren en werken internationaal en hebben wereldwijd contact via sociale media. Nederland is een innovatief en hoogwaardig kennisland en heeft veel te bieden aan het buitenland, onder andere op het gebied van digitalisering. Nederland heeft tegelijkertijd baat bij internationale innovatiesamenwerking met andere kenniseconomieën. De democratisering van informatiestromen biedt nieuwe mogelijkheden voor burgerparticipatie en internationale samenwerking. De verbeterde aansluiting op internationale onderwijssystemen maakt wetenschappelijke kennisuitwisseling steeds makkelijker. En zorgt ervoor dat studenten over de grens ervaringen op kunnen doen.
De verwevenheid tussen buitenlandse en binnenlandse ontwikkelingen komt ook naar voren bij de verschuivingen in het geopolitieke en economische krachtenveld. De positie van ons Koninkrijk in de wereld verandert. Verschuivende machtsverhoudingen zetten de traditionele naoorlogse verhoudingen onder druk. Dat geldt ook voor de rol van multilaterale organisaties. Er is sprake van veranderend Amerikaans leiderschap, terwijl grootmachten als Rusland en China zich assertiever opstellen. Daarnaast komen nieuwe regionale mogendheden op die wereldwijd invloed uitoefenen. Sommige buurlanden van de EU gedragen zich steeds assertiever en soms agressiever.
Ook in onze eigen samenleving is de «lange arm» van enkele landen soms ongemakkelijk dichtbij. Ongewenste inmenging vanuit het buitenland staat haaks op de integratiedoelstellingen van het kabinet en kan op gespannen voet staan met onze waarden. Ongewenste buitenlandse financiering van Nederlandse religieuze instellingen is een voorbeeld van dergelijke ongewenste buitenlandse beïnvloeding, net als de verspreiding van desinformatie door statelijke actoren. In de bilaterale betrekkingen die we met ons diplomatieke netwerk onderhouden, zoeken we actief de samenwerking waar sprake is van gedeelde belangen. Waar nodig gaan we de dialoog aan om verschillen van inzicht aan te kaarten. Ook binnen het multilaterale systeem schakelt Nederland op verschillende fronten, waaronder binnen de EU en de VN. Het Nederlandse lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in 2018 heeft het Koninkrijk op de kaart gezet als serieuze partner voor vrede, rechtvaardigheid en ontwikkeling wereldwijd.
De verschuiving van de economische macht richting het Verre Oosten zet door. Het aandeel van de EU en de VS in de wereldeconomie is de afgelopen jaren verder afgenomen. De EU moet intern de zaken op orde hebben en eensgezindheid bewaren om stand te houden in dit verschuivende speelveld. De Brexit krijgt een grote invloed op de interne dynamiek van de EU. Mogelijk vermindert het politiek en economische gewicht van de Unie. Nederland zoekt in deze veranderende context in toenemende mate naar samenwerking met wisselende coalities binnen de EU.
Nederlanders maken zich meer zorgen om hun veiligheid dan een aantal jaar geleden, ondanks afgenomen criminaliteitscijfers. Dit heeft te maken met buitenlandse veiligheidsdreigingen die ook in het binnenland doorwerken. Denk aan terroristische aanslagen, de gewelddadige conflicten in de ring rond Europa, militaire dreiging in het oosten van Europa, instabiliteit in de Caribische regio, ongewenste buitenlandse inmenging, cyberdreiging en de dreiging van chemische, biologische, radiologische en nucleaire wapens. Om de veiligheid van alle Nederlanders zo goed mogelijk te waarborgen, heeft het kabinet besloten intensiever in te zetten op veiligheid. Aan het begin van deze regeerperiode publiceerde het kabinet al een nieuwe Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS). De ontwikkelingen in onder andere Syrië, Rusland, Turkije, Iran, Jemen, Libië, Venezuela, het Midden-Oosten vredesproces en de kwestie MH17 vragen in 2019 onverminderd onze aandacht.
Effectieve Europese samenwerking
Europa gaat in 2019 een jaar van veranderingen tegemoet. Oorzaken zijn de Brexit, de verkiezingen voor het Europees parlement, de installatie van een nieuwe Europese Commissie en de onderhandelingen over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK).
Op 29 maart 2019 verlaat een lidstaat, zoals het er nu voor staat, voor het eerst in de geschiedenis de Europese Unie. Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) raakt ons allemaal: de Unie als geheel maar zeker ook Nederland als toegangspoort tot het continent. Samen met onze Europese partners zet Nederland zich in voor goede en brede afspraken over het terugtrekkingsakkoord, de overgangsperiode en de toekomstige relatie met het VK. Onder het motto «prepare for the worst, hope for the best» bereiden alle departementen zich voor op de uittreding. Daarbij houdt Nederland rekening met noodzakelijke voorbereidingen voor een cliff edge Brexit (contingency planning). Ook bereiden we ons voor op een nieuwe relatie met het VK (preparedness). De Minister van BZ treedt op als coördinerend bewindspersoon.
De Brexit laat zien dat draagvlak voor de Europese Unie niet vanzelfsprekend is. De EU wekt vaak hoge verwachtingen die ze niet altijd waarmaakt. De realiteit van het leven van Europese burgers is soms ver verwijderd van de besluitvormingsprocessen in Brussel. De verkiezingen voor het Europees Parlement in mei 2019 en de vorming van een nieuwe Commissie zijn een nieuwe kans om deze afstand te verkleinen. Tegelijkertijd blijft een stevige rol van nationale parlementen essentieel voor het draagvlak.
Nederland wil voortrekker zijn binnen een daadkrachtige Europese Unie. Een Unie die in staat is om gezamenlijke uitdagingen het hoofd te bieden. Om resultaten te boeken die lidstaten alleen niet kunnen bereiken. Een Unie die bijdraagt aan duurzame welvaart, veiligheid en stabiliteit.
Daarvoor is het nodig dat we met alle lidstaten gemaakte afspraken naleven en de interne markt – motor van de economische groei – blijven versterken en verdiepen. Dit kan bijvoorbeeld door voortgang te boeken bij de totstandkoming van de digitale interne markt. Nederland is daarnaast ook voorstander van een eerlijke interne markt. De interne markt moet sociale standaarden respecteren, zoals gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats. Lidstaten kunnen van elkaar leren als het gaat om effectief sociaal en arbeidsmarktbeleid. Afspraak is afspraak, geldt ook voor het doorvoeren van structurele economische hervormingen en gezond begrotingsbeleid. Dit is cruciaal voor gezonde, competitieve en schokbestendige Europese economieën.
De onderhandelingen voor het volgende Meerjarig Financieel Kader bepalen in 2019 in belangrijke mate de Europese agenda. De uitkomst heeft grote invloed op wat burgers van de EU kunnen verwachten en op wat de EU kan doen om gezamenlijke uitdagingen aan te pakken. De Nederlandse inzet is duidelijk: het volgende MFK moet duurzamer zijn, moderner en meer toekomstgericht. Dat betekent: een sterkere reflectie van nieuwe prioriteiten zoals onderzoek en innovatie, veiligheid, migratie en klimaat en substantiële bezuinigingen op traditionele beleidsterreinen als landbouw en cohesie. Omdat een goed functionerende rechtsstaat een bijdrage levert aan het voorkomen van misbruik van EU-fondsen, is het van belang dat er een koppeling is tussen ontvangst van EU-middelen en naleving van rechtsstaatbeginselen. Het is logisch dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, maar wel binnen de grenzen van redelijkheid. Nettobetalers als Nederland mogen niet dubbel opdraaien voor verhoging van de begroting én het wegvallen van het VK.
Een gezonde, daadkrachtige EU is ook bittere noodzaak voor de positie van Europa in de wereld. De EU is een wereldmacht in de internationale handel en dat moet zo blijven. Om de belofte van welvaart, veiligheid en stabiliteit waar te maken, is eensgezindheid binnen de EU nodig. Zonder eenheid, bijvoorbeeld over de kernwaarden van de Unie, kan de EU niet geloofwaardig optreden op het wereldtoneel. Nederland blijft zich inzetten voor een effectief Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid.
De uitdagingen voor de Europese Unie beginnen al direct aan de buitengrenzen. Het blijft onrustig ten zuiden en ten oosten van de EU. De relatie met Rusland is gespannen en samenwerking met de VS is niet altijd meer vanzelfsprekend. De EU moet zich blijven engageren met de landen ten zuiden en oosten van haar grenzen en daarmee bijdragen aan veiligheid, stabiliteit en welvaart. Het nabuurschapsbeleid en het toetredingsproces zijn hierin belangrijke instrumenten waarbij een strikte conditionaliteit voorop staat. Gezien de huidige ontwikkelingen in Turkije blijven de toetredingsonderhandelingen met dit land feitelijk stil liggen.
Effectieve Europese samenwerking beperkt zich niet tot de Brusselse vergaderzalen: Nederland blijft zoeken naar versterking van de samenwerking met Duitsland, Frankrijk en de Benelux. Ook willen we bruggen slaan richting lidstaten waarmee we belangen of standpunten delen.
Migratie
Gezien de complexiteit van het migratievraagstuk heeft het kabinet besloten tot het formuleren van een integrale migratieagenda. Deze agenda zal de komende jaren leidend zijn voor de Nederlandse inspanningen op het gebied van migratie. De integrale benadering is opgesteld vanuit de gedachte dat overheidshandelen vanuit verschillende beleidsterreinen in binnen- en buitenland een samenhangend geheel moet vormen. Het is noodzakelijk om beleid te ontwikkelen dat zich richt op alle delen van de migratieagenda, in samenwerking met alle relevante spelers.
De migratiedruk in Europa en in ons land heeft te maken met grondoorzaken in de landen van oorsprong. Denk aan instabiliteit en conflict, een onzekere politieke en economische situatie, mensenrechtenschendingen, grote bevolkingsgroei en urbanisering, de groeiende kloof tussen arm en rijk, en grondstoffen- en waterschaarste.
Het kabinet versterkt de komende jaren de diplomatieke inspanningen om de grondoorzaken van irreguliere migratie aan te pakken. Maar migratie is meer dan alleen irreguliere en asielmigratie. Arbeidsmigranten die naar Nederland komen leveren een waardevolle bijdrage aan de Nederlandse (kennis)economie, samenleving en welvaart.
Een coherent migratiebeleid is bij voorkeur Europees. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken draagt in nauwe afstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en andere betrokken departementen hieraan bij. De nadruk voor BZ ligt bij de externe dimensie van het migratiebeleid. Denk aan het maken van Europese of bilaterale afspraken met derde landen over migratie en terugkeer.
Instabiliteit en veiligheid
Het internationale veiligheidsbeleid is de ruggengraat van ons buitenlands beleid. Vanwege de directe raakvlakken met onze eigen veiligheid heeft het kabinet ervoor gekozen de internationale inzet voor veiligheid te intensiveren. Dit doen we door te investeren in diplomatie, defensie en ontwikkelingssamenwerking. De Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS) is daarbij leidend. Samenvattend is de strategie gebaseerd op de pijlers «voorkomen», «verdedigen» en «versterken». De GBVS staat voor een realistische aanpak: anticiperend en preventief waar mogelijk, robuust waar noodzakelijk. En met een duidelijke focus op de landen en regio’s die het meest relevant zijn voor de veiligheid van Nederland en de Caribische delen van het Koninkrijk. Bij deze geïntegreerde veiligheidsbenadering zet Nederland alle relevante beleidsinstrumenten en actoren in.
De veiligheid in Nederland wordt in grote mate bepaald door instabiliteit in de landen rond Europa. Bestrijding van de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatverandering is de beste manier om instabiliteit te voorkomen. Dit uitgangspunt komt nadrukkelijk naar voren in het regeerakkoord en de BHOS-nota («Investeren in perspectief. Goed voor de wereld, goed voor Nederland»). Het vormt de essentie van de Nederlandse inzet ten aanzien van early warning/early action. Om de grondoorzaken van instabiliteit aan te pakken, richt Nederland zich op de instabiele regio’s Noord-Afrika, het Midden-Oosten, West-Afrika/Sahel en de Hoorn van Afrika. Ook in EU-verband zet Nederland zich in om sluimerende conflicten tijdig te herkennen. Met een combinatie van diplomatie, defensie en ontwikkelingssamenwerking dragen we bij aan het voorkomen van escalatie.
De verwachte verdubbeling van de Afrikaanse bevolking tot 2,5 miljard inwoners in 2050 vergroot de druk op veel terreinen: politiek, economisch en op veiligheidsgebied. Daarom zet Nederland zich ook in 2019 in om veiligheidsuitdagingen aan te pakken die te maken hebben met toegang tot natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering. Denk aan conflict over toegang tot schaarse waterbronnen. Dit doen we onder andere met het Planetary Security Initiative.
Deelname aan militaire missies en operaties vormt een onlosmakelijk onderdeel van de internationale inzet van het kabinet voor een veilig Nederland. De Nederlandse inzet in vredesmissies en crisisbeheersingsoperaties richt zich met name op de regio’s rond Europa. Daarbij wil Nederland een betrouwbare partner zijn. Zoals ook gemeld in de Kamerbrief Toekomstige Inspanningen in Missies heeft het kabinet dan ook besloten om in 2019 de bijdrage aan de Resolute Support missie te intensiveren en voort te zetten tot en met 2021, de huidige bijdrage aan de vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in Litouwen voort te zetten tot en met 2020 en de intentie aangekondigd om een proportionele bijdrage te leveren aan de NAVO-capaciteitsopbouwmissie in Irak. Het kabinet heeft tevens besloten om de huidige bijdrage aan MINUSMA per 1 mei 2019 te beëindigen, gevolgd door afbouw. In de tweede helft van 2018 is het kabinet voornemens besluiten te nemen over een mogelijke hernieuwde maritieme inzet en de bijdrage aan de strijd tegen ISIS.
Ondanks resultaten in de strijd tegen ISIS in Syrië en Irak is de dreiging van deze en andere terroristische organisaties niet verdwenen. Een succesvolle inzet tegen ISIS vereist schaken op meerdere borden: een sterke nationale contra-terrorisme-aanpak, fors investeren in internationale samenwerking en het delen van expertise en informatie met derde landen. Daarom blijft Nederland het komende jaar internationaal een agendabepalende rol spelen via het co-voorzitterschap van het Global Counterterrorism Forum (GCTF). Ook blijft Nederland actief binnen de civiele sporen van de anti-ISIS-coalitie en draagt Nederland bij aan contraterrorisme programma’s in kwetsbare regio's. Een langetermijnaanpak is nodig: voorkomen is goedkoper dan bestrijden en bovendien duurzamer. Deze inzet wordt in 2018–2019 geïntensiveerd en is complementair aan de aanpak van de grondoorzaken van instabiliteit (de BHOS-nota). Een netwerk van uitgezonden experts signaleert dreigingen en mogelijkheden om deze nu en in de toekomst tegen te gaan. Bijvoorbeeld via de inzet van expertise of trainingen.
De snelle technologische ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie zijn een motor achter onze welvaart. Maar ze vormen ook een risico als kwaadwillenden hiermee onze veiligheid kunnen aantasten, bijvoorbeeld door cyberaanvallen of ongewenste beïnvloeding van het publieke debat. Nederland investeert daarom in een ambitieuze cybersecurityagenda. Ook maken we ons internationaal sterk voor de erkenning van het internationaal recht als regulerend kader voor het cyberdomein. Versterking van de cyberafschrikking en het achterhalen van daders van cyberaanvallen (attributie) zijn thema’s die ook in 2019 prominent op de agenda staan. Als onderdeel hiervan wordt het budget op de BZ-begroting voor cybersecurity stapsgewijs verhoogd tot structureel EUR 5,9 miljoen. BZ werkt bij de uitvoering van het internationale cyberbeleid samen met andere departementen.
Ondanks de druk op het naoorlogse multilaterale stelsel blijft het kabinet ervan overtuigd dat de traditionele multilaterale structuren de meest effectieve vorm zijn van internationale samenwerking op veiligheidsgebied. Daarom steunt Nederland de recente inspanningen om het Europese Gemeenschappelijk Veiligheid- en Defensiebeleid (GVDB) te versterken. Dit onder andere door de oprichting van Permanent Gestructureerde Samenwerking (PESCO), de oprichting van een Europees Defensiefonds en de versterking van het civiele GVDB. De impuls die dit geeft aan versterking van de defensiecapaciteiten van de lidstaten komt ook ten goede aan de NAVO. Die blijft de hoeksteen van onze collectieve verdediging.
Ook crisisbeheersingsoperaties in VN-kader vragen om investeringen, bijvoorbeeld in de kwaliteit van vredestroepen die grotendeels door niet-Westerse landen worden geleverd. Het Koninkrijk spant zich ervoor in om VN-vredesoperaties te moderniseren en om deelname door Westerse landen te vergroten. Dit onder meer door invoering van rotatieschema’s.
Realistische ontwapening, wapenbeheersing, vertrouwenwekkende maatregelen en non-proliferatie van massavernietigingswapens zijn processen van de lange adem. Ze vragen om een intensieve diplomatieke inspanning. Dit kan in het kader van de toetsingsconferentie van het non-proliferatieverdrag, maar ook in OVSE-kader en via de zogenoemde structured dialogue over conventionele wapenbeheersing. Een strikt wapenexportbeleid is cruciaal om te zorgen dat wapens niet worden misbruikt bij schendingen van humanitair oorlogsrecht of mensenrechten.
Internationale rechtsorde onder druk
Respect voor internationaal recht, multilaterale samenwerking en de democratische rechtsstaat zijn fundamenteel voor onze welvaart en veiligheid. Ze staan garant voor een stabiele internationale orde. Mensenrechten vormen niet voor niets een hoeksteen van het Nederlandse buitenlandbeleid.
Fundamentele rechten van het individu worden te vaak geofferd aan welvaartsgroei of stabiliteit voor de gemeenschap. Rule of Law wordt Rule by Law. Onwelgevallige informatie wordt bestempeld als nepnieuws of vervangen door een alternatief verhaal. De liberale wereldorde moet hierin eensgezind optreden met een sterk, inclusief en eerlijk verhaal waarin ontwikkeling, veiligheid en mensenrechten hand in hand gaan.
Ook binnen de EU zijn gedeelde waarden, respect voor de rechtsstaat, democratie en het naleven van regels en afspraken voor sommige lidstaten niet langer vanzelfsprekend. Wanneer de democratische rechtsstaat verder afbrokkelt, tast dit de kern van de Europese Unie aan. Dit leidt tot een gebrek aan eenheid en daadkracht die we juist nodig hebben om gezamenlijke uitdagingen het hoofd te bieden.
Dat internationale normen en waarden serieus onder druk staan, is pijnlijk zichtbaar door grootschalige mensenrechtenschendingen in sommige landen. Voorbeelden zijn Syrië en Myanmar. Nederland is voorvechter van accountability wereldwijd. Voor Syrië heeft Nederland het initiatief genomen om een mechanisme op te zetten (het International, Impartial and Independent Mechanism) om oorlogsmisdaden te documenteren, zodat daders uiteindelijk voor de rechter kunnen komen.
Een sterke internationale reactie op gruweldaden tegen onschuldige burgers is ook noodzakelijk. Actie in de VN-Veiligheidsraad om de situatie in Syrië te verbeteren en om de feiten vast te stellen wordt regelmatig geblokkeerd door Rusland. Effectief optreden op basis van een VN-Veiligheidsraadmandaat tegen aanvallen met chemische wapens blijft op die manier uit. De verspreiding van desinformatie en het tegenhouden van onafhankelijk onderzoek speelt bovendien een verstorende rol. Nederland heeft begrip voor het feit dat sommige van onze bondgenoten in coalitieverband optraden met een gerichte reactie, die in de huidige omstandigheden weloverwogen en proportioneel was. Ook in ons land speelt de discussie over de noodzaak om te kunnen ingrijpen bij grootschalig menselijk lijden, juist als de totstandkoming van een volkenrechtelijk mandaat wordt gefrustreerd. Gebruik van veto’s in de Veiligheidsraad ontslaat de internationale gemeenschap niet van de plicht iets te doen. We moeten blijven zoeken naar manieren om grootschalig menselijk lijden tegen te gaan, in lijn met het internationaal recht.
Ook in de rest van de wereld zet Nederland zich in voor de internationale rechtsorde, universele waarden en mensenrechten. Respect voor deze basisprincipes leidt tot een stabielere en meer welvarende wereld. Daar heeft ook het Koninkrijk baat bij. Nederland bevindt zich structureel in de mondiale voorhoede als voorvechter van mensenrechten. Denk aan vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, de bescherming van mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor LHBTI’s, de bevordering van internationale rechtsorde en de strijd tegen straffeloosheid. In de strijd tegen straffeloosheid speelt Nederland bovendien een belangrijke rol als gastland van internationale hoven en tribunalen. Deze prioriteit van het VN-Veiligheidsraad lidmaatschap van het Koninkrijk kan ook in 2019 rekenen op onze inspanning.
De Nederlandse inzet op specifieke landen vraagt telkens een zorgvuldige afweging van effectiviteit, proportionaliteit en bilaterale belangen. Onze inzet is steeds afhankelijk van de concrete situatie. Daarom bestaat er geen blauwdruk die Nederland toepast bij elke mensenrechtenschending of verstoring van de internationale rechtsorde. Wel heeft het kabinet Rutte III besloten om het budget van het Mensenrechtenfonds structureel te verhogen met EUR 9,6 miljoen.
Multilateralisme en coalities – een realistische en creatieve benadering
Nederland treedt bij voorkeur op in samenwerking met andere landen om zo effectief mogelijk te werken aan een veilige en welvarende wereld. Dit doet Nederland zowel in multilateraal als in coalitieverband. Nederland is voor zijn veiligheid en welvaart in grote mate afhankelijk van een voorspelbare wereldorde geregeerd door het internationaal recht. Dankzij coalitievorming en multilateralisme hebben we belangrijke diplomatieke successen kunnen boeken. De EU-Turkije-verklaring, het akkoord over het Iraanse nucleaire programma – dat de VS die eenzijdig heeft opgezegd doet daar niets aan af –, de totstandkoming van duurzame ontwikkelingsdoelen, het klimaatakkoord van Parijs, de succesvolle bestrijding van ISIS; het zijn allemaal voorbeelden van het nut en de noodzaak van gezamenlijk internationaal optreden. Hierbij blijft het belangrijk om ook met minder gelijkgestemde landen in gesprek te blijven. Zelfs als er fundamentele meningsverschillen bestaan.
Het akkoord van Parijs is een voorbeeld van een doorbraak waarvoor Nederland zich hard heeft gemaakt. Klimaatverandering en energiezekerheid wereldwijd hebben direct effect op de klimaat- en energiesituatie in ons land. Nederland neemt zijn verantwoordelijkheid en draagt ook internationaal substantieel bij aan het behalen van de doelstellingen van Parijs, bijvoorbeeld door klimaatfinanciering. Zo investeert Nederland in andere landen om hen te helpen om de doelstellingen van Parijs te behalen. Dankzij de binnenlandse transitie richting duurzame energie is Nederland op termijn minder afhankelijk van fossiele brandstoffen uit bijvoorbeeld het Midden-Oosten en Rusland. De Nederlandse klimaat- en energieambities bieden bovendien kansen wereldwijd voor innovaties van Nederlandse bedrijven, zoals op het gebied van windenergie op zee en elektrisch vervoer.
Het Nederlandse lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in 2018 heeft bijgedragen aan belangrijke resultaten van multilateralisme. Zo heeft het Koninkrijk zich samen met de secretaris-generaal van de VN Antonio Guterres hard gemaakt voor de verbetering van VN-vredesmissies. Een voorbeeld is het nieuwe mandaat voor de missie in Afghanistan, dat Nederland als penvoerder heeft versterkt met bepalingen over hervorming op het terrein van rechtsstaatontwikkeling, corruptiebestrijding en participatie van vrouwen in het vredesproces. In 2019 maakt Nederland zich hier onverminderd sterk voor. Daarnaast nam het Koninkrijk het initiatief om zes mensenhandelaren actief in Libië te plaatsen op een VN-sanctielijst, om op deze wijze schenders van mensenrechten aan te pakken.
Ondanks deze successen staat het multilateralisme onder druk. Tegen een achtergrond van ideologische tegenstellingen, geopolitieke spanningen en verschuivende machtsverhoudingen is een realistische en creatieve benadering noodzakelijk. Naast coalities met vertrouwde partners, zoekt Nederland ook de samenwerking met minder traditionele partners. Zo probeert Nederland de rechten van LHBTI’s te bevorderen binnen de zogenaamde Equal Rights Coalition met onder andere Uruguay, Mexico en Argentinië. En werkt Nederland aan nucleaire ontwapening binnen het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NDPI) met onder andere Japan, Nigeria en de Verenigde Arabische Emiraten.
Coalitiegenoten in het ene samenwerkingsverband kunnen tegengestelde belangen hebben op een ander dossier. Zo werkt Nederland samen met landen als Saoedi-Arabië in de strijd tegen terrorisme. Aan de andere kant is er ook ruimte voor kritiek, bijvoorbeeld op het optreden van de door Saudi-Arabië geleide coalitie in het conflict in Jemen. Ook de relaties met landen als Rusland en China kennen een dergelijke spanning. Lastige gesprekken over onderwerpen waar we het niet met elkaar eens zijn, moeten we blijven aangaan. Dit juist om onze waarden te beschermen en uit te dragen. Naast de traditionele diplomatie zijn handelsmissies, bezoekersprogramma’s en het internationale cultuurbeleid belangrijke instrumenten om die deur open te houden. Dat geldt in het bijzonder voor belangrijke samenwerkingspartners als Marokko en Indonesië: landen waarmee Nederland diepe banden onderhoudt.
Uiteraard blijven de goede betrekkingen met traditionele partners van groot belang, niet in de laatste plaats de trans-Atlantische samenwerking met de VS. De mondiale uitdagingen waar we voor staan, kunnen we niet alleen aan: Europa noch de VS. Trans-Atlantische samenwerking is afgelopen decennia cruciaal geweest voor onze wederzijdse veiligheid en welvaart. De trans-Atlantische relatie is wel minder vanzelfsprekend geworden. De regering blijft zich inzetten voor samenwerking met de VS waar de Nederlandse belangen dat vragen. Op de belangrijkste buitenlandpolitieke vraagstukken blijft samenwerking en actieve dialoog tussen Europa en de VS essentieel. Waar Amerikaanse besluitvorming indruist tegen de Nederlandse belangen, engageren we met Amerikaanse partners en spreken ons uit. Ook dat hoort bij goed partnerschap en eeuwenoude samenwerking.
Niet alleen de economische macht verschuift steeds meer naar Azië, ook geopolitiek neemt het belang van Azië toe. De vraag is hoe Nederland wil inspelen op de kansen en bedreigingen die dit met zich meebrengt, en dan met name in het geval van China. Waar China een allesomvattende langetermijn strategie uitrolt – onder andere door zijn Belt and Road Initiative – dient ook Nederland vooruit te denken over de relatie met China. Samen met het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en kennisinstellingen zet het ministerie in op een gecoördineerd en samenhangend beleid richting China. Nederland heeft ook hier groot belang bij effectief en gecoördineerd optreden van de EU of samenwerking binnen bredere coalities. Dat geldt ook voor nauwere samenwerking met de grote democratieën in de Aziatische regio, zoals India en Indonesië. En voor de verdieping van de economische relaties met ASEAN.
Consulaire Diplomatie: 24/7 staat BZ voor Nederlandse burgers klaar
Nederland streeft ernaar koploper te zijn in consulaire dienstverlening. Dit is een kerntaak van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Met bijna 20 miljoen buitenlandse reizen door Nederlanders en 1 miljoen Nederlanders wereldwijd groeit het belang van goede consulaire dienstverlening met de dag. Via publiekscampagnes, reisadviezen en het 24/7 BZ Contact Center bereikt het ministerie steeds meer Nederlanders die zich op een reis voorbereiden. Waar nodig biedt het ministerie consulair-maatschappelijke dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland. Denk aan informatievoorziening, reisadviezen, consulaire bijstand in nood, gedetineerdenbegeleiding, crises en evacuaties. Om duidelijk te maken welke dienstverlening wel en niet verwacht kan worden, stelt het ministerie met partners en burgers kaders vast. Vanaf 2019 wordt over deze kaders jaarlijks gerapporteerd en worden zij bijgesteld waar nodig.
Omgekeerd blijft Nederland een aantrekkelijke (zaken)reisbestemming. Nederland verstrekt steeds meer visa aan buitenlandse toeristen, studenten en zakenreizigers. Ook de komende jaren verwachten we een stijging van het aantal visaverstrekkingen van gemiddeld 8% per jaar. Dit is mede te danken aan de economische groei in grote visumlanden (zoals China en India). Om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden, sluit het ministerie haar dienstverlening nog meer aan bij de behoefte van de klant. In 2019 en 2020 wordt de overheveling en digitalisering van een breed takenpakket van het postennet naar de Consulaire Service Organisatie (CSO) in Den Haag afgerond. Daarnaast zet het ministerie zich in voor de uitrol van een moderne, digitale frontoffice waarin aanvragers laagdrempelig een visumaanvraag kunnen indienen.
Steeds meer contacten tussen burger en overheid verlopen via het internet. Voor Nederlanders in het buitenland is dat echter niet altijd het geval. Daarom begint in 2019 de inrichting van één Loket Buitenland, waar zo veel mogelijk digitale overheidsdiensten voor Nederlanders in het buitenland zijn gebundeld. Dit is een afspraak uit het regeerakkoord. Tot meer dienstverlening digitaal beschikbaar is, zet het ministerie verder in op uitbesteding waar mogelijk. De pilot voor uitbesteding van paspoortaanvragen in het buitenland wordt in 2019 naar vier tot vijf landen uitgebreid.
Gastland voor internationale organisaties
Nederland is een belangrijk gastland van internationale organisaties. Den Haag, als stad van Vrede en Recht, behoort met Brussel, Genève en Wenen tot de internationale top van vestigingsplaatsen. Inmiddels zijn bijna 40 internationale organisaties in Nederland gevestigd, waar in 2019 nog het Europees Medicijn Agentschap bij komt. Het gastlandschap voor internationale organisaties is een pijler van de invulling van artikel 90 van de Nederlandse Grondwet, die stelt dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert. Het draagt bij aan de reputatie van Nederland in het buitenland en aan het Nederlandse internationale netwerk. De aanwezigheid van internationale organisaties levert een positieve bijdrage aan de Nederlandse economie, zowel door directe uitgaven van deze organisaties in Nederland als via bedrijven die in het kielzog van internationale organisaties naar Nederland komen.
De toonaangevende internationale positie van Nederland brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Om concurrerend te kunnen blijven, werkt het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan een rijksbreed gedragen strategisch gastlandbeleid. Dit vergt permanente inspanning van het Ministerie van Buitenlandse Zaken als coördinerend ministerie voor gastlandzaken. Dit geldt voor in Nederland gevestigde internationale organisaties, maar ook voor de werving van nieuwe internationale organisaties. In 2019 zet het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich onder andere in voor de interdepartementale coördinatie van de uitvoering van zetelverdragen en de goede begeleiding van het Europees Medicijn Agentschap bij de vestiging in Nederland.
Departement en postennet – intensivering voor Nederlanders wereldwijd
Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de rijksbrede coördinatie van het buitenlands- en EU-beleid. Het ministerie heeft een effectief en kosten-efficiënt postennet dat paraat staat voor dienstverlening aan burgers en bedrijven uit het hele Koninkrijk. Het departement is het kenniscentrum in Den Haag, geworteld in de maatschappij, waar ook andere departementen van profiteren. De verscheidenheid van de inzet van Buitenlandse Zaken weerspiegelt de rijkheid van de Nederlandse samenleving en zijn belangen, variërend van het bevorderen van persvrijheid, het begeleiden van militaire missies, hulp aan landgenoten in nood, tot het ondersteunen van bedrijven op moeilijke markten en ontwikkelingssamenwerking.
Het Kabinet heeft met het Regeerakkoord in 2017 besloten het postennet uit te breiden naar aanleiding van het AIV-advies «De vertegenwoordiging van Nederland in de wereld». Het advies stelde dat het werk van ambassades en consulaten de afgelopen jaren steeds omvangrijker en complexer is geworden. Extra middelen oplopend tot EUR 40 miljoen worden gebruikt om het nieuwe beleid van het kabinet mogelijk te maken. Dit is onder meer vastgelegd in de GBVS-notitie, de BHOS-notitie en de migratiebrief.
Gekozen is voor extra personele inzet in de zogenoemde ring van instabiliteit en op de prioritaire thema’s migratie, veiligheid, economische groei en Europa. Er worden Consulaten-Generaal geopend in Bangalore (India) en Atlanta (VS), met in Atlanta handelsbevordering als voornaamste taak en in Bangalore handelsbevordering en innovatiesamenwerking. Tevens worden – na de opening van een ambassadekantoor in Tripoli (Libië) in 2017 en in Niamey (Niger) in 2018 – ambassadekantoren geopend in Ndjamena (Tsjaad) en Ouagadougou (Burkina Faso). Deze ambassadekantoren dragen bij aan een effectieve aanpak van grensoverschrijdend terrorisme, criminaliteit, irreguliere migratiestromen en het tegengaan van grondoorzaken van instabiliteit. Stabiliteit in deze regio is van groot belang nu onze interne en externe veiligheid steeds meer met elkaar zijn verweven. Ook wordt de inrichting van één Loket Buitenland voor consulaire dienstverlening aan Nederlanders uit deze middelen betaald. Deze intensiveringen worden nader toegelicht in een Kamerbrief over het Postennet die voor de begrotingsbehandeling van BZ aan de Kamer wordt gestuurd. De intensiveringen leiden tot een uitgebreid en versterkt postennet vanaf 2018. Een postennet dat in staat is vorm te geven aan het geïntegreerde buitenlandbeleid van het kabinet en dat extra kan bijdragen aan de nieuwe prioriteiten. Voor Nederland, wereldwijd.
2. Wijzigingen in de omvang van de HGIS
In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de HGIS-nota 2019. Zoals uit de hiernavolgende tabel blijkt, neemt de omvang van de HGIS voor 2019 toe met EUR 175 miljoen.
| Omvang van de HGIS (bedragen x EUR 1 miljoen) | MJN 2019 | VJN 2019 | Mutatie |
|---|---|---|---|
| HGIS-uitgaven | 6.133,9 | 6.333,4 | 199,5 |
| HGIS-ontvangsten | 147,6 | 172,1 | 24,5 |
| Omvang HGIS (uitgaven min ontvangsten) | 5.986,3 | 6.161,3 | 175,0 |
De per saldo toename van het budget kent een aantal oorzaken. Enerzijds ontstaat een stijging van het budget door o.a. een kasschuif voor de contributiebijdrage aan de Wereldbank van 2020/2024 naar 2019 en door de toevoeging van middelen voor de renovatie van het Vredespaleis. Anderzijds daalt het budget vanwege de doorwerking van de bijgestelde macrocijfers ten opzichte van eerdere raming zoals deze is opgesteld op Prinsjesdag 2018. Het beschikbare budget voor de HGIS beweegt mee met de economische ontwikkeling. Het non-ODA-deel met het prijsniveau van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en de omvang van de ODA met de ontwikkeling van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI). De meest recente CPB-cijfers laten een lager dan eerder verwachte raming zien van zowel BBP alsook BNI. In de hiernavolgende tabellen is een aantal categorieën opgenomen die per onderdeel beknopt worden toegelicht. Een meer uitgebreide toelichting is daarnaast ook in de verticale toelichting van de Voorjaarsnota 2019 opgenomen en op de respectievelijke departementale begrotingen weergegeven.
| HGIS-uitgaven (bedragen x EUR 1 miljoen) | Totaal |
|---|---|
| Stand HGIS-nota 2019 | 6.133,9 |
| 1 Aanpassing BNI/BBP-raming | – 91,7 |
| 2 Eindejaarsmarge | 2,5 |
| 3 Overboekingen van/naar HGIS 4 Kasschuif | 84,9 179,9 |
| 5 Desalderingen | 23,9 |
| Totaal mutaties Voorjaarsnota 2019 | 199,5 |
| Stand Voorjaarsnota 2019 | 6.333,4 |
| HGIS-ontvangsten (bedragen x EUR 1 miljoen) | Totaal |
| Stand HGIS-nota 2019 | 147,6 |
| Totaal mutaties Voorjaarsnota 2019 | 24,5 |
| Stand Voorjaarsnota 2019 | 172,1 |
Toelichting uitgavenmutaties:
De omvang van de HGIS neemt per saldo toe met EUR 199,5 miljoen ten opzichte van de stand die in de HGIS nota 2019 is gepresenteerd. Dit kent de navolgende oorzaken:
Ad 1
Op basis van wijzigingen in de CPB-ramingen voor het BNI (ODA) en de prijscomponent van het BBP (non-ODA) is de omvang van de HGIS op dit onderdeel afgenomen met EUR 91,7 miljoen. Deze betreft met name de ODA-middelen die hoofdzakelijk op de BHOS-begroting staan. Dit wordt binnen de begroting opgevangen. In de eerste suppletoire begroting van BHOS wordt hierop verder ingegaan.
Ad 2
De eindejaarsmarge, die over 2018 is aangevraagd, is in 2019 toegevoegd aan de HGIS en verdeeld over met name de begrotingen van Buitenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie, Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Ad 3
Er vinden meerdere overboekingen van en naar de HGIS plaats. Per saldo kent de HGIS op dit onderdeel daardoor een toename van EUR 84,9 miljoen. Een aantal in het oog springende mutaties betreft onder meer de toevoeging van budget aan de HGIS voor de renovatie van het Vredespaleis, de overheveling van middelen vanuit de JenV begroting ten behoeve van de onderwijskosten voor asielzoekerskinderen, die worden verrekend met OCW en de overheveling naar de begroting van Defensie voor de beveiligingsinzet van de hoog-risico posten.
Ad 4
Ter optimalisatie van het kasritme van de staat wordt de contributiebijdrage voor de Wereldbank, die in 2020 stond gepland, vooruitbetaald in 2019. Er wordt EUR 156,4 miljoen uit 2020 en EUR 23,5 miljoen uit 2024 betaald in 2019.
Ad 5
De extra ontvangsten, die met name komen uit de verkoop van onroerend goed, worden via een desaldering ingezet om de HGIS uitgaven te verhogen. Het betreft met name uitgaven voor investeringen in huisvesting in het buitenland.
Daarnaast zijn er binnen het bestaande HGIS-budget extra middelen ingezet voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid, extra inzet ter ondersteuning van de Chinastrategie en een aantal internationale bijeenkomsten in Nederland. In de eerste suppletoire begrotingen van VWS (voor de EMA) en Buitenlandse Zaken (bijdrage renovatie Vredespaleis en Kosovo Tribunaal) wordt de extra inzet op gastlandbeleid toegelicht, op de begrotingen van IenW en BHOS wordt extra inzet voor specifieke conferenties (waar onder Global Entrepeneurs Summit en aantal conferenties georganiseerd door IenW) toegelicht en op een aantal begrotingen wordt vanuit de HGIS extra bijgedragen om de, onlangs gepresenteerde, Chinastrategie kracht bij te zetten.
Toelichting ontvangstenmutaties:
De ontvangsten stijgen met EUR 24,5 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een bijstelling van de geraamde ontvangsten voor consulaire dienstverlening en apparaatsontvangsten op de begroting van Buitenlandse Zaken. De hogere consulaire ontvangsten hebben te maken met een toename van het aantal visumaanvragen. Daarnaast stijgen de ontvangsten binnen het apparaatsartikel vanwege de verkoop van onroerend goed. Deze middelen worden alternatief binnen de BZ-begroting op het terrein van vastgoed ingezet.
2.1 Belangrijkste beleidsmatige mutaties
Hieronder treft u een toelichting aan op de belangrijkste mutaties vanaf 2018 en verder ten opzichte van de Memorie van Toelichting 2018. Het merendeel van de mutaties is eerder toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2018.
| Bedragen x EUR 1.000 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 9.538.097 | 10.364.435 | 10.558.701 | 10.435.119 | 10.726.391 | |
| 1 Versterkte internationale rechtsorde | 11.009 | 14.582 | 12.532 | 6.632 | 6.732 | |
| 2 Veiligheid en stabiliteit | 43.166 | 42.222 | 40.268 | 41.668 | 41.668 | |
| 3 Effectieve Europese samenwerking | – 336.902 | – 472.587 | 417.066 | 258.775 | 206.524 | |
| 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden | 12.745 | 850 | – 250 | – 1.650 | – 1.650 | |
| 5 Geheim | ||||||
| 6 Nominaal en onvoorzien | – 65.817 | – 54.501 | – 80.497 | – 57.860 | – 57.633 | |
| 7 Apparaat | 125.599 | 81.655 | 87.751 | 97.469 | 97.134 | |
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 9.327.897 | 9.976.656 | 11.035.571 | 10.780.153 | 11.019.166 | 11.339.346 |
Waarvan mutaties die het gevolg zijn van de prioriteiten uit het Regeerakkoord Rutte III:
| Artikel | Omschrijving | Mutatie in EUR x 1 miljoen |
|---|---|---|
| 1 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | Structureel 9,6 per jaar |
| 2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme (deel contraterrorisme) | Structureel 4,1 per jaar |
| 2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme (deel cyber security) | Structureel 3,9 per jaar |
| 2 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden (MATRA en Shiraka; NFRP) | Structureel 7,0 per jaar |
| 7 (apparaat) | Postennet en uitvoeringskosten BHOS | Oplopend naar 60,0 per jaar |
Beleidsartikel 1:
Nederland heeft een internationaal toonaangevende positie als gastland van veel internationale organisaties en internationale hoven en tribunalen. Als gastland heeft Nederland de verantwoordelijkheid de in Nederland gevestigde instellingen te ondersteunen opdat deze onafhankelijk, veilig en efficiënt kunnen functioneren. De huidige inzet wordt verantwoord op beleidsartikel 4.5; Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen; Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland. Beleidsmatig gezien past dit onderdeel beter binnen het artikel «Versterkte internationale rechtsorde» (artikel 1). Het wordt daarom verplaatst en als een apart artikelonderdeel toegevoegd: Gastlandbeleid internationale organisaties. Deze wijziging heeft verder geen budgettaire consequenties. Ten slotte is de raming voor de afdrachten aan de VN naar beneden bijgesteld. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de ontwikkeling van de wisselkoers van de dollar ten opzichte van de euro.
Conform de afspraak in het Regeerakkoord, neemt het budget voor Mensenrechten meerjarig toe. Vanaf 2019 is dit structureel EUR 9,6 miljoen. Daarnaast is bij de behandeling van de BZ-begroting 2018 een tweetal moties ingediend (motie 34 775 V nr. 26 Sjoerdsma c.s. en motie 34 775 V nr. 29 Voordewind c.s.) waarin wordt gevraagd middelen vrij te maken binnen het Mensenrechtenfonds voor Nederlandse en buitenlandse journalisten in nood en voor extra inzet op godsdienstvrijheid. Deze uitvoering wordt binnen het verhoogde budget opgenomen.
Beleidsartikel 2:
Conform de beleidsreactie op de BIV-beleidsdoorlichting wordt het Budget Internationale Veiligheid (BIV) ontvlochten en structureel EUR 30 miljoen overgeheveld naar de begroting van BZ.
Conform het Regeerakkoord wordt het budget voor Bestrijding en terugdringing internationaal terrorisme structureel verhoogd. Het betreft een voortzetting van de inzet op het terrein van contraterrorisme-capaciteitsopbouw en gerichte preventie onder andere via (1) grootschaliger projecten en (2) intensivering van de politieke dialoog met andere landen en donoren. Deze extra inzet wordt binnen de BZ-begroting opgevangen.
Voorts wordt binnen de BZ-begroting conform het Regeerakkoord budget vrijgemaakt om in te zetten op cybersecurity. Deze middelen worden onder meer ingezet voor het bevorderen van een normatief internationaal kader voor cyberactiviteiten en versterking van de kennispositie van de medewerkers op het gebied van cyber.
Ten slotte wordt in lijn met het Regeerakkoord en de motie Ten Broeke c.s. het NFRP-budget vanaf 2019 structureel verhoogd met in totaal EUR 7 miljoen per jaar. Het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) richt zich op rechtsstaatsontwikkeling, goed bestuur en democratisering in de landen in de ring van instabiliteit. Het betreft de programma’s voor Oost-Europa (Matra) en Noordelijk Afrika en Midden-Oosten (Shiraka).
Beleidsartikel 3:
De Spring Forecast 2018 leidt per saldo voor Nederland tot structureel hogere afdrachten. Deze toename is het gevolg van enerzijds een verhoging van de raming van het Nederlandse BNI, die leidt tot hogere BNI-afdrachten en anderzijds een verlaging van de raming van de invoerrechten. Voor 2018 en 2019 wijken de effecten echter af van het structurele effect. Dit komt doordat in 2018 naar verwachting wel de verlaging van de invoerrechtenafdracht plaats zal vinden, maar dat de verhoging van de BNI-afdracht voor 2018 naar verwachting pas 2019 betaald zal worden. Hierdoor is er incidenteel sprake van een EUR 269 miljoen lagere afdracht in 2018 en een met EUR 432 miljoen verhoogde afdracht in 2019. Vanaf 2020 treedt het structurele effect op, oplopend van een EUR 198 miljoen hogere afdracht in 2020 tot EUR 277 miljoen hoger in 2023.
In mei heeft de Europese Commissie de Europese ontwerpbegroting voor 2019 gepresenteerd en hierover heeft de Raad op 11 juli een Raadscompromis bereikt. Deze begroting ligt circa EUR 19 miljard onder het betalingsplafond. Reden hiervoor is dat er in 2019 nog geen sprake is van het inlopen van (een deel van) de vertragingen die eerder in het huidige MFK (2014–2020) waren opgelopen. De grote ruimte onder het betalingenplafond betekent dat de raming van de Nederlandse afdrachten, die normaliter gebaseerd is op het betalingenplafond, neerwaarts wordt bijgesteld. Dit leidt tot een incidentele verlaging van de afdracht met EUR 817 miljoen in 2019. Het beleid wordt op een later moment wel uitgevoerd, maar die betalingen zullen naar verwachting pas in het volgende MFK plaatsvinden als onderdeel van de zogenaamde Reste à liquider (RAL). Dat is een totaalsom van alle overlopende verplichtingen die ingepast moet worden onder het plafond van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader. Als gevolg daarvan zijn ze onderdeel van de onderhandelingen voor het volgende MFK, die in het najaar zullen beginnen.
Het CBS heeft in mei en juli de resultaten gepresenteerd van een bronnenrevisie, waardoor het Nederlandse BNI van de jaren 2010–2017 opwaarts is bijgesteld. Een opwaartse bijstelling van het BNI heeft ook gevolgen voor de Nederlandse BNI-afdracht aan de EU. Via de jaarlijkse nacalculatie die de Europese Commissie uitvoert worden de effecten van deze bijstellingen voor de afdracht van de lidstaten jaarlijks verrekend. Dat zal begin 2019 zijn. Vooruitlopend daarop is op de Aanvullende Post een reservering opgenomen van EUR 0,5 miljard voor 2019, EUR 0,15 miljard in 2020 en EUR 0,1 miljard structureel voor het verwachte bruto effect van de revisie op de Nederlandse afdrachten Naast de Nederlandse BNI-cijfers zijn ook de BNI-cijfers van de andere lidstaten van invloed op de omvang van de nacalculatie. Deze cijfers zijn op dit moment nog niet bekend, daarom kan ook nog geen precieze omvang van de nacalculatie worden bepaald.
Verder is de Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) geraamd op EUR 936 miljoen. Omdat er in de afgelopen jaren minder is afgedragen aan het fonds wordt de bijdrage voor de komende jaren opgehoogd om aan de totale verplichting voor het EOF te voldoen. Als onderdeel van het ODA-budget staat tegenover deze hogere bijdrage aan het EOF een verlaging op de begroting van BHOS.
Beleidsartikel 4:
Het budget voor consulaire informatiesystemen stijgt omdat BZ streeft naar een optimale consulaire dienstverlening. De modernisering van de consulaire diplomatie (back-office, digitalisering, vernieuwing) zal vanaf 2019 geleidelijk effect hebben de begroting. Dit traject loopt van 2017–2020. Daarnaast neemt in 2018 het budget voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland toe. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat het Speciaal Tribunaal Libanon (STL) Nederland formeel heeft verzocht om ook na 2017 in het huidige pand te blijven. Ten slotte kent het budget een meerjarig afnemend saldo. Dit wordt veroorzaakt doordat de uitgaven voor gastlandbeleid vanaf 2019 worden ondergebracht op beleidsartikel 1.
Beleidsartikel 6:
Dit is het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van BNI- en BBP-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2017, het verwerken van de loon- en prijs- en koersbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen conform de HGIS besluitvorming. Binnen de HGIS is budget vrijgemaakt voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid, water en circulaire economie en de Expo 2020 in Dubai.
Conform het Regeerakkoord wordt het postennet uitgebreid en versterkt. Voor het diplomatieke netwerk is extra geld beschikbaar, oplopend tot EUR 40 miljoen structureel. Deze middelen worden toegevoegd aan het apparaatsartikel. In de Postennetbrief wordt een beleidsmatige toelichting op de inzet van deze middelen gegeven.
Niet-beleidsartikel 7:
Naast de hierboven benoemde effecten van het Regeerakkoord op de apparaatsbegroting als gevolg van de intensiveringsmiddelen voor het postennet, neemt het budget ook toe als gevolg van extra uitvoeringskosten die verband houden met een structurele intensivering van het OS-budget. Bovendien wordt het personeels- en materieelbudget aangepast als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen wereldwijd. De materiële uitgaven stijgen onder meer als gevolg van extra kosten die gemaakt worden voor ICT, huisvesting en beveiliging en doordat een deel van de geplande uitgaven uit 2017 is doorgeschoven naar 2018. Ten slotte wordt het huisvestingsbudget verhoogd. Als onderdeel van de middelenafspraak huisvesting wordt vanuit 2017 een bedrag toegevoegd aan het apparaatsbudget.
2.2 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven in 2019
In onderstaand overzicht wordt, conform de wens van de Tweede Kamer, per subartikel aangegeven welk deel van de geraamde uitgaven juridisch – en niet juridisch verplicht is en wat in grote lijnen de bestemming is van de niet-juridisch verplichte uitgaven. In de toelichting op de beleidsartikelen (hoofdstuk 3, onderdeel D2) wordt nader ingegaan op de juridisch verplichte uitgaven.
| Subartikelnummer | naam sub artikel | Geraamde uitgaven | juridisch verplichte uitgaven | niet-juridisch verplichte uitgaven | bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven |
|---|---|---|---|---|---|
| 1.1 | Goed functionerende internationale instellingen | 56.035 | 45.600 (81%) | 10.435 (19%) | – Programma’s internationaal recht – Subsidie Carnegie stichting |
| 1.2 | Mensenrechten | 63.402 | 28.500 (45%) | 34.902 (55%) | – Jaarlijkse bijdrage OHCHR, – Centrale en decentrale mensenrechtenprogramma’s |
| 1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | 4.050 | 3.300 (81%) | 750 (19%) | – Internationale organisaties, logistieke ondersteuning van in Nederland gevestigde internationale organisaties |
| 2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | 11.015 | 8.900 (81%) | 2.115 (19%) | – POBB – Veiligheidsfonds |
| 2.2 | Bestrijding internationale criminialiteit en terrorisme | 14.351 | 2.200 (15%) | 12.151 (85%) | – Contraterrorisme activiteiten – Secretariaat Global Forum on Cyber Expertise – Programma’s op gebied van cybersecurity |
| 2.3 | Wapenbeheersing | 10.794 | 10.400 (96%) | 394 (4%) | |
| 2.4 | Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde; OVSE | 7.195 | 7.195 (100%) | – | |
| 2.4 | Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde; VN contributie voor crisisbeheersingsoperaties | 99.849 | 99.849 (100%) | – | |
| 2.4 | Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde; training voor buitenlandse diplomaten | 2.500 | 2.500 (100%) | – | |
| 2.4 | Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde; stabiliteitsfonds | 90.722 | 51.200 (56%) | 39.522 (44%) | – Programma’s op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling uit het Stabiliteitsfonds |
| 2.4 | Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde; Inzet hoog-risico posten | 20.000 | 20.000 (100%) | – | |
| 2.4 | Overige veiligheid, stabiliteit en rechtsorde | 6.533 | – | 6.533 (100%) | – Nieuwe activiteiten op terrein van veiligheid |
| 2.5 | Bevorderinge transitie in prioritaire gebieden | 28.130 | 15.100 (54%) | 12.913 (46%) | – Matra programma’s gefinancierd door posten in Matra doellanden – Shiraka programma’s |
| 3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | 8.496.427 | 8.496.427 (100%) | – | |
| 3.2 | Europees Ontwikkelingsfonds | 234.281 | 234.281 (100%) | – | |
| 3.3 | Een hechtere Europese waardegemeenschap | 9.720 | 9.720 (100%) | – | |
| 3.4 | Versterkte positie Nederland in de Unie | 4.827 | 4.300 (89%) | 527 (11%) | – Onderzoeksprogramma’s gerelateerd aan gevolgen Brexit |
| 4.1 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 13.945 | 8.400 (60%) | 5.545 (40%) | – Kosten voor reisdocumenten – Investeringen in consulaire informatiesystemen |
| 4.2 | Consulaire dientverlening voor vreemdelingen | 9.049 | 5.000 (55%) | 4.049 (45%) | – Kosten voor visumverlening – Investeringen in consulaire informatiesystemen |
| 4.3 | Nederlandse cultuur | 7.706 | 3.500 (45%) | 4.206 (55%) | – Landenprogramma’s ten behoeve van het internationaal cultuurbeleid. |
| 4.4 | Publieksdiplomatie | 12.482 | 7.200 (58%) | 5.282 (42%) | – Uitgaven ten behoeve van publieksdiplomatie op de posten en BZ. – Uitgaven voor de Bezoekersprogramma’s – Strategische beleidscommunicatie |
| 4.4 | Kosten voor de staats- en werkbezoeken (inkomend en uitgaand), bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven voor het Corps Diplomatique | 3.000 | 1.000 (33%) | 2.000 (67%) | – Inkomende en uitgaande Staats- en werkbezoeken – Uitgaven ten behoeve van het Corps Diplomatique |
| 4.4 | Programma ondersteuning buitenlands beleid | 4.124 | 1.400 (34%) | 2.724 (66%) | – Verbetering van bilaterale betrekkingen – Bevordering van multilaterale samenwerking mensenrechten, democratisering en goed bestuur en internationale juridische en justitiële samenwerking. |
| Totaal | Optelling 9.210.048 | optelling 8.953.058 (97%) | optelling 256.990 (3%) |
2.3 Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen1
| Art | Naam artikel / beleidsdoelstelling | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | Geheel |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| realisatie | planning | Artikel? | |||||||
| 1 | Versterkte internationale rechtsorde | X | Ja | ||||||
| 1.1 | Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak | ||||||||
| 1.2 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | ||||||||
| 1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | ||||||||
| 2 | Veiligheid en stabiliteit | X1 | Ja | ||||||
| 2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | ||||||||
| 2.2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme | ||||||||
| 2.3 | Wapenbeheersing | X2 | |||||||
| 2.4 | Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband | ||||||||
| 2.5 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden | X3 | |||||||
| 3 | Effectieve Europese samenwerking | X | Ja | ||||||
| 3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | ||||||||
| 3.2 | Europees Ontwikkelingsfonds | X3 | |||||||
| 3.3 | Een hechtere Europese waardengemeenschap | ||||||||
| 3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie | ||||||||
| 4 | Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden | X | Ja | ||||||
| 4.1 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | ||||||||
| 4.2 | Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren | ||||||||
| 4.3 | Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur | ||||||||
| 4.4 | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen |
De beleidsdoorlichtingen van beleidsdoelstelling 2.1 en 2.2 zijn omgezet in een beleidsdoorlichting voor het gehele beleidsartikel 2 in 2022.
2.4 Overzicht risicoregelingen
| Artikel | Omschrijving | Uitstaande | Geraamd te | Geraamd te | Uitstaande | Geraamd te | Geraamd te | Uitstaande | Garantie-plafond (jaarlijks) | Totaal plafond |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| garanties in 2017 | verlenen in 2018 | vervallen in 2018 | garanties in 2019 | verlenen in 2019 | vervallen in 2019 | garanties in 2019 | ||||
| Effectieve Europese samenwerking | Raad van Europa | 176.743 | 176.743 | 0 | 0 | 176.743 | 176.743 | |||
| Totaal | 176.743 | 0 | 0 | 176.743 | 0 | 0 | 176.743 | 0 | 176.743 |
| Artikel | Omschrijving | Uitgaven 2017 | Ontvangsten 2017 | Stand risico voorziening 2017 | Saldo 2017 | Uitgaven 2018 | Ontvangsten 2018 | Stand risico voorziening 2018 | Saldo 2018 | Uitgaven 2019 | Ontvangsten 2019 | Stand risico voorziening 2019 | Saldo 2019 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikel 3 | Raad van Europa | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Raad van Europa
De garanties voor de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa zijn vastgesteld in EUR en laten geen verandering zien. De Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa is in 1956 opgericht met het doel om de Raad van Europa eigen financiële middelen te geven om via het Europees Ontwikkelings Fonds (EOF) zelfstandig activiteiten te kunnen uitvoeren. De bank verstrekt leningen voor uitvoering van projecten aan overheden en andere instanties op de volgende drie gebieden: hulp aan vluchtelingen en migranten, milieubescherming en ontwikkeling van menselijk potentieel. Het vermogen van de bank is opgebouwd uit bijdragen van de veertig lidstaten en de aandeelhouders. Per ultimo december 2017 bedraagt het totale aandelenkapitaal ruim EUR 5,4 miljard, het Nederlands aandeel hiervan bedraagt 3,633%. Het garantiekapitaal betreft het niet volgestorte gedeelte van het Nederlandse aandeel. Premieheffing is niet van toepassing.
3. Overzicht belangrijkste mutaties in 2019
In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen die per saldo leiden tot een verlaging van de geraamde uitgaven 2019 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 27,5 miljoen. Deze incidentele afname wordt veroorzaakt door de EU-afdrachten. Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot ophoging van deze afdracht van EUR 318 miljoen. Het restant van de reservering valt vrij.
De overige begrotingswijzigingen (excl. EU-afdrachten) laten per saldo een structurele toename zien van EUR 76,5 miljoen in 2019. Dit is onder andere het gevolg van loon- en prijsontwikkelingen wereldwijd (inflatiecorrectie) en de inzet van de eindejaarsmarge op apparaatsuitgaven.
De mutaties van de 1e suppletoire begroting 2019 van BZ worden bij onderdeel 4 en 5, toelichting per beleidsartikel resp. niet-beleidsartikel, nader toegelicht.
Een aantal, in omvang grootste mutaties, is in dit onderdeel opgenomen en toegelicht.
Verplichtingen
De mutaties van de verplichtingen zijn overeenkomstig de mutaties bij uitgaven en worden bij onderdeel 4 en 5, toelichting per beleidsartikel resp. niet-beleidsartikel, nader toegelicht.
Uitgaven
| Artikelnummer | Uitgaven | |
|---|---|---|
| Vastgestelde begroting | 9.976.656 | |
| Belangrijkste suppletoire mutaties | ||
| 1) Afdrachten aan de Europese Unie | 3.1 | – 105.200 |
| 2) Samen met ketenpartners het personenverkeer regelen | 4.2 | 11.700 |
| 3) Apparaat | 7 | 75.100 |
| 4) overige mutaties | – 9.101 | |
| stand 1e suppletoire begroting | 9.949.155 |
Artikel 3.1
De afdracht aan de EU wordt incidenteel met EUR 105,2 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dit is het gevolg van het surplus dat de EU over 2018 overhield. Dit surplus wordt elk jaar aan de lidstaten teruggegeven via een lagere BNI-afdracht. Voor Nederland leidt het surplus tot een neerwaartse bijstelling van de BNI-afdracht met EUR 88 miljoen. Daarnaast is de raming van de BNI-afdracht met EUR 17 miljoen neerwaarts bijgesteld doordat de raming van de overige inkomsten van de EU in de Europese begroting voor 2019 opwaarts is bijgesteld.
Artikel 4.2
De mutaties op dit artikel zijn onder meer een gevolg van de autonome groei van visa, waardoor de uitgaven van de dienstverlening toenemen, zoals ICT kosten, vervoerskosten visumproces en aankoop visumstickers. De uitgaven voor modernisering van de consulaire diplomatie worden in 2019 en 2020 verhoogd om de digitaliseringsagenda conform planning en budget uit te voeren.
Artikel 7
De personele en materiele uitgaven van het apparaatsbudget laten een stijging zien van EUR 75,1 miljoen. Het budget neemt toe als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen wereldwijd. Verder neemt het materiele budget toe als gevolg van de inzet van de eindejaarsmarge op reguliere apparaatsuitgaven voor bedrijfsvoering, huisvesting buitenland, ICT en facilitaire kosten. Deze middelen zijn vanuit 2018 doorgeschoven.
De volgende mutaties zijn het gevolg van de uitvoering van het beleid:
Vredespaleis
De toonaangevende internationale positie van Nederland brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Om concurrerend te kunnen blijven, werkt het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan een rijksbreed gedragen strategisch gastlandbeleid. Dit vergt permanente inspanning van het Ministerie van Buitenlandse Zaken als coördinerend ministerie voor gastlandzaken. In deze hoedanigheid heeft BZ een gastlandverantwoordelijkheid voor het Vredespaleis. BZ heeft geen verantwoordelijkheid voor het Vredespaleis als Rijksmonument, maar meent vanuit zijn gastlandverantwoordelijkheid wel dat de twee Hoven (Internationaal Gerechtshof van de VN en Permanent Hof van Arbitrage) goed gehuisvest dienen te zijn. Daartoe dient het Vredespaleis te worden gerenoveerd. De benodigde middelen zijn vanaf 2021 gereserveerd in de 1e suppletoire begroting. Tevens is EUR 50 miljoen op de Aanvullende Post gereserveerd voor de renovatie. Dit bedrag is nog niet toegevoegd aan de BZ-begroting.
Chinastrategie
Het Nederlandse Chinabeleid raakt een groot aantal ministeries onder andere op het terrein van internationale rechtsorde, mensenrechten, handel, klimaat, energie, ontwikkelingssamenwerking en veiligheid. Voor de uitvoering van de Chinastrategie worden extra middelen (EUR 24 miljoen) vanuit de HGIS ter beschikking gesteld voor de periode 2019–2023. Deze middelen worden verdeeld over een aantal departementen en hoofdzakelijk ingezet om extra capaciteit vrij te maken.
Ontvangsten
| Artikelnummer | Ontvangsten | |
|---|---|---|
| Vastgestelde begroting | 459.511 | |
| Belangrijkste suppletoire mutaties | ||
| 1) EU overige ontvangsten | 3.10 | – 331.371 |
| 2) Diverse ontvangsten apparaat | 7.10 | 20.000 |
| 3) overige mutaties | 3.859 | |
| stand 1e suppletoire begroting | 151.999 |
Artikel 3.10
Het onderhavige wetsvoorstel leidt tot een verlaging van de geraamde ontvangsten 2019 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR -331,4 miljoen.
Artikel 7.10
De raming op de apparaatsontvangsten voor de verkoop van vastgoed wordt met EUR 20 miljoen naar boven bijgesteld. Met deze middelen worden de investeringen gedekt voor de modernisering en rationalisering van de huisvestingsportefeuille.
De ontvangsten worden per artikel nader toegelicht in onderdeel 4 en 5.
3. BELEIDSARTIKELEN
Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde
A: Algemene doelstelling
Het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde inclusief gastlandbeleid, met een blijvende inzet op mensenrechten, als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid.
Een sterke rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender. Dit vereist goed functionerende internationale instellingen en organisaties met een breed draagvlak en voortdurende inzet tegen straffeloosheid. De positie van Nederland als gastland voor Internationale Organisaties (IO’s) en diplomatieke missies, in het bijzonder organisaties met een mandaat op het gebied van vrede en recht, biedt een goed uitgangspunt voor de bevordering van de ontwikkeling van internationale rechtsorde. Deze rechtsorde is onlosmakelijk verbonden met universele mensenrechten. De bevordering van mensenrechten is een kernelement van het Nederlands buitenlandbeleid.
B: Rol en verantwoordelijkheid
De regering zet zich concreet in voor de volgende prioritaire thema’s: vrijheid van meningsuiting (off- en online), de vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender en intersekse personen, en de internationale rechtsorde/strijd tegen straffeloosheid. Daarnaast heeft Nederland de verantwoordelijkheid de in Nederland gevestigde instellingen te ondersteunen opdat deze onafhankelijke, veilig en efficient kunnen functioneren.
De Minister is verantwoordelijk voor:
Stimuleren
-
• Van een effectief stelsel van internationale organisaties, inclusief financiële bijdrage, om een stabiele internationale omgeving te scheppen en de internationale rechtsorde te versterken.
-
• Van een betere mensenrechtensituatie mede door het financieren en uitvoeren van projecten via bilaterale en multilaterale kanalen ter bevordering van prioritaire mensenrechtenthema’s.
-
• Van de internationaal toonaangevende positie van Nederland als gastland voor IO’s door het bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor IO’s alsmede voor het gastlandbeleid ten aanzien van in Nederland gevestigde diplomatieke missies.
Regisseren
-
• Interdepartementale coördinatie ten behoeve van een coherente en consistente Nederlandse inzet in internationale organisaties ter bevordering van de internationale rechtsorde en mensenrechten.
-
• Waarborgen van nauwe rijksbrede samenwerking bij de uitvoering van gastlandbeleid, inclusief de uitvoering van zetelverdragen; waarborgen van eenduidige en heldere communicatie vanuit de rijksoverheid met IO’s en diplomatieke missies.
Financieren
-
• Bijdragen ten behoeve van goed functionerende internationale instellingen.
-
• Bijdragen ter bescherming en bevordering van mensenrechten.
-
• Bijdragen ten behoeve van goed functioneren van in Nederland gevestigde IO’s en diplomatieke missies en aan de internationale zichtbaarheid van Nederland als gastland van IO’s
C: Beleidswijzigingen
-
• In de periode 2020–22, waarbij de Nederlandse inzet op de prioritaire onderwerpen, zal de strijd tegen straffeloosheid en het beter functioneren van de Mensenrechtenraad centraal staan.
-
• In 2019 zet Nederland additionele middelen in voor de vrijheid van meningsuiting (inclusief bescherming van journalisten), de vrijheid van religie en levensovertuiging en de gelijke rechten voor LHBTI’s.
-
• Bevordering internationale rechtsorde en strijd tegen straffeloosheid zijn geïntegreerd in mensenrechtenbeleid, onder meer zichtbaar door meerjarige steun aan de bewijzenbank van de VN voor de ernstigste misdaden in Syrië, het International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM).
-
• Beleidsmatig gezien past het gastlandbeleid beter binnen het artikel «Versterkte internationale rechtsorde» en zal daarom overgeheveld worden van beleidsartikel 4 («Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen») naar beleidsartikel 1 (artikelonderdeel 1.3).
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen in EUR 1.000 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 100.944 | 103.414 | 105.487 | 102.737 | 96.837 | 96.937 | 96.937 | ||
| Uitgaven: | |||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 114.819 | 120.814 | 123.487 | 121.537 | 115.637 | 115.737 | 115.737 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 63% | ||||||||
| 1.1 | Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak | 57.086 | 61.612 | 56.035 | 54.035 | 50.035 | 50.135 | 50.135 | |
| Subsidies | |||||||||
| Internationaal recht | 9.578 | 13.285 | 12.035 | 10.035 | 6.035 | 6.135 | 6.135 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Internationaal recht | 1.669 | ||||||||
| Verenigde Naties | 35.056 | 36.275 | 34.525 | 34.525 | 34.525 | 34.525 | 34.525 | ||
| OESO | 6.685 | 6.175 | 6.175 | 6.175 | 6.175 | 6.175 | 6.175 | ||
| Campagne VN veiligheidsraad | 288 | ||||||||
| VNVR projectkosten | 435 | 2.577 | |||||||
| Internationaal Strafhof | 3.375 | 3.300 | 3.300 | 3.300 | 3.300 | 3.300 | 3.300 | ||
| 1.2 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | 57.733 | 59.202 | 63.402 | 63.502 | 63.502 | 63.502 | 63.502 | |
| Subsidies | |||||||||
| Centrale mensenrechtenprogramma's | 270 | ||||||||
| Bevordering van het vrije woord | 2.800 | ||||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 25.321 | 30.052 | 34.252 | 34.252 | 34.252 | 34.252 | 34.252 | ||
| Opdrachten | |||||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 1.512 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | ||
| bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 20.330 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | ||
| Centrale mensenrechtenprogramma's | 7.500 | 7.650 | 7.650 | 7.750 | 7.750 | 7.750 | 7.750 | ||
| 1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | 0 | 0 | 4.050 | 4.000 | 2.100 | 2.100 | 2.100 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Speciaal Tribunaal Libanon | 1.900 | 1.900 | |||||||
| Internationaal Strafhof | 1.150 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | ||||
| Nederland Gastland | 900 | 900 | 900 | 900 | 900 | ||||
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | |||||||||
| Nederland Gastland | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | ||||
D2: Budgetflexibiliteit
De uitgaven voor het onderdeel goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak zijn nagenoeg volledig vastgelegd. De bijdragen aan internationale organisaties (verdragscontributies) zijn juridisch verplicht. Subsidies aan initiatieven in het kader van internationaal recht zijn voor ruim 81% juridisch verplicht. Voor het resterende deel worden in 2019 verplichtingen aangegaan. De centrale mensenrechtenprogramma’s van het onderdeel bescherming en bevordering van mensenrechten kennen een juridisch verplicht percentage van 45%. De hieruit te financieren jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) wordt begin 2019 juridisch vastgelegd. De landenprogramma’s mensenrechten zijn reeds voor 40% juridisch vastgelegd en voor de overige 60% zullen ofwel in 2018 verplichtingen worden aangegaan, ofwel zullen ze worden verplicht via de te houden tender naar aanleiding van de optopping van het budget voor mensenrechten. Voor het onderdeel gastlandbeleid is 80% van het geraamde budget juridisch verplicht. Dit betreft voornamelijk de uitgaven voor het Internationaal Strafhof en het Speciaal Tribunaal Libanon.
E: Toelichting op de financiële instrumenten
1.1 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak
-
• Verplichte bijdragen (verdragscontributies) aan de VN waarin de afdrachten aan het Restmechanisme voor Internationale Strafhoven (MICT) zijn inbegrepen alsmede de bijdragen aan de OESO en het Internationaal Strafhof (ICC).
-
• Jaarlijkse huurbijdrage aan het Permanente Hof van Arbitrage.
-
• Bijdrage aan het bewijsvergaringsmechanisme voor Syrië (IIIM).
-
• Bijdragen voor diverse initiatieven, op het gebied van draagvlakversterking voor het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven en tribunalen, op het gebied van Responsibility to Protect, een bijdrage aan het Trustfund for Victims van het ICC en andere kleinschalige initiatieven ter bevordering van de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.
-
• Bijdragen aan activiteiten in het kader van het lidmaatschap van de VNVR, zoals logistieke middelen bij actuele crises, activiteiten op het terrein van publiekdiplomatie en draagvlak; beleidsondersteunende bijdragen aan gespecialiseerde NGO’s.
-
• Bijdragen aan programmatische activiteiten in het kader en ter ondersteuning van het lidmaatschap van de VNVR.
1.2 Bescherming en bevordering van mensenrechten
-
• Inzet van het mensenrechtenfonds ter ondersteuning van de volgende prioritaire thema’s: vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid, vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender en intersekse personen (LHBTI) en bevordering internationale rechtsorde/strijd tegen straffeloosheid. Er is een verdeling in centrale en decentrale middelen. Centrale middelen zijn bestemd voor projecten die in meer dan één land worden uitgevoerd. De middelen worden ingezet voor prioritaire thema’s op basis van de ernst van de mensenrechtensituatie en de effectiviteit van de inzet.
-
• Bijdragen aan internationale organisaties ten behoeve van verdere bescherming en bevordering van mensenrechten, met name de jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) van de VN waarbij specifiek wordt ingezet op de ondersteuning van de speciale procedures en verdragscomités.
1.3 Gastlandbeleid internationale organisaties
-
• Bijdrage aan huisvesting van Internationale Organisaties (IO’s).
-
• Bijdragen aan campagnes en lobby-activiteiten bij acquisitie van IO’s.
-
• Bijdragen aan bijeenkomsten van in Nederland gevestigde IO’s en aan bezoeken van hoge functionarissen, voor zover die de internationale zichtbaarheid van Nederland als gastland van IO’s bevorderen.
-
• Financiering van activiteiten met als doel dat de in Nederland gevestigde IO’s en diplomatieke missies goed kunnen functioneren binnen de kaders van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten, alsmede de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.
Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit
A: Algemene doelstelling
Het bevorderen van de Nederlandse en internationale veiligheid en stabiliteit door doelgerichte bilaterale en multilaterale samenwerking en het bevorderen van democratische transitie in prioritaire gebieden, vooral in de ring rond Europa.
Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. De internationale omgeving verandert snel en ingrijpend. Wat er in de wereld om ons heen gebeurt, heeft direct gevolgen voor onze eigen veiligheid en voor onze welvaart. Veel van de grensoverschrijdende dreigingen waaraan Nederland bloot staat, zijn van een dusdanige omvang en complexiteit dat een geïntegreerde aanpak en samenwerking in internationaal verband geboden is. Voorbeelden zijn de proliferatie van massavernietigingswapens, terrorisme en gewelddadig extremisme, ongewenste buitenlandse inmenging door statelijke actoren, grensoverschrijdende criminaliteit en cyberdreigingen.
B: Rol en verantwoordelijkheid
De basis voor de inzet van het kabinet op internationaal veiligheidsbeleid ligt besloten in de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS) die in het voorjaar van 2018 aan de Tweede en Eerste Kamer is aangeboden. De GBVS aanpak beschrijft drie pijlers: onveiligheid voorkomen waar mogelijk, verdedigen tegen urgente dreigingen waar noodzakelijk en het versterken van ons veiligheidsfundament. Om de daarbij benoemde 13 doelen te behalen is de samenhangende inzet nodig van defensie, diplomatie, economie, ontwikkelingssamenwerking, politie, inlichtingendiensten, en justitie. Dit onderwerp strekt zich dus uit naar andere begrotingen, zoals Defensie, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking, Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Economische Zaken en Klimaat. Onze veiligheidsbelangen vergt een wereldwijde inzet voor de veiligheid van Nederlanders, Nederland en het Koninkrijk.
De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:
Stimuleren
Bevorderen en bewaken van de coherentie en consistentie van de Nederlandse inzet in bilateraal en multilateraal verband gericht op grotere veiligheid en duurzame stabiliteit, onder andere door:
-
○ Nederlandse bijdragen in het kader van de EU, de VN, de NAVO en de OVSE;
-
○ Deelname aan ad hoc coalities zoals het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI) en de Friends of the CTBT (Alomvattend Kernstopverdrag);
-
○ Een vooraanstaande rol te spelen op het gebied van de versterking van het internationaalrechtelijk en normatief kader betreffende cyberspace door middel van activiteiten gericht op zowel capaciteitsopbouw als op internationale consultatie;
-
○ Het Nederlandse co-voorzitterschap van het Global Counter Terrorist Forum en actieve rol binnen de Global Coalition to Counter/Defeat ISIS;
-
○ Preventie aan de bron, door in risicolanden samenwerking te zoeken om de dreiging van radicalisering en gewelddadig extremisme te verminderen.
-
○ Grote inzet op fysieke veiligheid van burgers via het Nederlandse humanitair ontmijnen en cluster munitie programma;
-
○ De veiligheidsbehoeftes van de bevolking centraal te stellen o.a. door conflictpreventie-benadering (early warning/early action), en het benadrukken van accountability en good governance via Security Sector Reform (SSR) programma’s; en
-
○ Deelname aan crisisbeheersingsoperaties in multilateraal verband en inzet voor verbetering van de effectiviteit van deze operaties.
Regisseren
-
• Artikel 100-procedures ter voorbereiding van besluitvorming betreffende wereldwijde inzet van de krijgsmacht in crisisbeheersingsoperaties conform het Toetsingskader 2014, in nauwe afstemming met de Ministers van Defensie, de Minister voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Justitie & Veiligheid.
-
• De toepassing van terrorismesancties/Sanctieregeling 2007 als onderdeel van het sanctiebeleid, uitgevoerd in overeenstemming met de Ministers van Financiën en Justitie & Veiligheid.
-
• In het kader van een zorgvuldig en transparant wapenexportbeleid draagt de Minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijkheid voor de buitenlandpolitieke toetsing van Nederlandse vergunningaanvragen voor wapenexporten. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is eindverantwoordelijk voor het afgeven van de wapenexportvergunningen.
Financieren
-
• Bijdragen aan goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid, waaronder aan de NAVO.
-
• Bijdragen ter bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit, waaronder aan het International Centre for Counter-Terrorism, het Global Counter Terrorism Forum, en de Regionale Veiligheidscoördinatoren binnen het BZ-postennet.
-
• Bijdragen ter bevordering van ontwapening en wapenbeheersing en bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens, waaronder aan het IAEA en de OPCW.
-
• Bijdragen ter bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband vanuit het Budget Internationale Veiligheid, in samenspraak met de Minister van Defensie, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor BHOS, waaronder bijdragen aan crisisbeheersingsoperaties van de VN, de EU, de NAVO en de OVSE en flankerende activiteiten gefinancierd uit het Stabiliteitsfonds.
-
• Bijdragen ter bevordering van transitie in prioritaire gebieden, met name in de ring rond Europa via het in 2016 ingestelde Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP). Het NFRP bestaat uit het Matra programma gericht op (Zuid)Oost-Europa en het Shiraka-programma, gericht op de Arabische regio. Ook vanuit het Stabiliteitsfonds worden programma’s in een aantal landen in deze regio’s gefinancierd.
-
• Bijdragen aan conflictpreventie via uitvoering Early Warning/Early Action beleid, mede gefinancierd vanuit het Stabiliteitsfonds.
-
• Bijdragen aan normstelling en internationaal recht, bevordering van mensenrechten en capaciteitsopbouw in cyber space.
-
• Bijdrage aan de fysieke veiligheid van mensen via meerjarig humanitair ontmijnen en cluster munitie programma.
-
• Bijdragen aan Security Sector Reform (SSR) programma’s ter bevordering van effectiviteit, legitimiteit, oversight en accountability van veiligheidsactoren vanuit het Stabiliteitsfonds.
-
• Bijdragen aan (NGO/ATT) programma’s, die regulering en transparantie van de internationale wapenhandel bevorderen.
C: Beleidswijzigingen
-
• De Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie uit 2018 (GBVS, zie hierboven) is het bepalende beleidskader voor de inzet de komende jaren. De GBVS onderstreept het belang te investeren in de Nederlandse inzet in het buitenland ten behoeve van de veiligheid van Nederland en het Koninkrijk. Die inzet is daarbij gericht op een meer anticiperend en preventief geïntegreerd veiligheidsbeleid: door een nauwere koppeling tussen internationale en nationale veiligheid, een duidelijke verbinding met aanpalende beleidsterreinen en -instrumenten en een geografische focus op gebieden dichter bij huis.
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen in EUR 1.000 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 219.236 | 274.649 | 275.449 | 275.499 | 275.899 | 275.899 | 275.899 | ||
| Uitgaven: | |||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 253.968 | 292.536 | 291.000 | 288.063 | 289.463 | 289.463 | 290.263 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 83% | ||||||||
| 2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | 17.493 | 13.215 | 11.015 | 11.015 | 11.015 | 11.015 | 11.015 | |
| Subsidies | |||||||||
| Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 1.671 | 2.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | ||
| Atlantische Commissie | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | ||
| Veiligheidsfonds | 118 | 100 | |||||||
| Opdrachten | |||||||||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 435 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | ||
| Veiligheidsfonds | 82 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| NAVO | 11.645 | 7.200 | 7.200 | 7.200 | 7.200 | 7.200 | 7.200 | ||
| Veiligheidsfonds | 1.099 | 1.000 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | ||
| WEU | 616 | 565 | 565 | 565 | 565 | 565 | 565 | ||
| Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 372 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | ||
| Overige | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | |||
| Bijdragen aan ander begrotingshoofdstuk | |||||||||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 31 | ||||||||
| Veiligheidsfonds | 924 | 600 | |||||||
| 2.2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme | 8.477 | 15.018 | 14.351 | 13.851 | 14.251 | 14.251 | 14.251 | |
| Subsidies | |||||||||
| Contra-terrorisme | 5.550 | 1.953 | 4.000 | 4.600 | 4.600 | 4.600 | 4.600 | ||
| Anti-terrorisme instituut | 313 | 665 | 551 | 551 | 551 | 551 | 551 | ||
| Opdrachten | |||||||||
| Contra-terrorisme | 924 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | ||
| Cyber security | 3.300 | 4.700 | 4.000 | 4.400 | 4.400 | 4.400 | |||
| Global Forum on Cyber Expertise | 229 | 400 | 400 | ||||||
| Overige | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | |||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Contra-terrorisme | 1.461 | 7.200 | 3.200 | 3.200 | 3.200 | 3.200 | 3.200 | ||
| 2.3 | Wapenbeheersing | 10.176 | 10.955 | 10.794 | 10.794 | 10.794 | 10.794 | 10.794 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| IAEA | 7.144 | 7.317 | 7.317 | 7.317 | 7.317 | 7.317 | 7.317 | ||
| OPCW en andere ontwapeningsorganisaties | 1.514 | 1.718 | 1.557 | 1.557 | 1.557 | 1.557 | 1.557 | ||
| CTBTO | 1.518 | 1.920 | 1.920 | 1.920 | 1.920 | 1.920 | 1.920 | ||
| 2.4 | Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband | 192.645 | 225.062 | 226.827 | 222.581 | 223.581 | 223.581 | 224.381 | |
| Subsidies | |||||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds) | 27.470 | 38.350 | 31.000 | 31.000 | 31.000 | 31.000 | 31.000 | ||
| Nederland Helsinki Comité | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | ||
| Opdrachten | |||||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds) | 15.139 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | 15 000 | 15 000 | 15 000 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds) | 55.094 | 44.250 | 44.722 | 40.868 | 41.868 | 41 868 | 42 668 | ||
| OVSE | 5.552 | 7.195 | 7.195 | 7.195 | 7.195 | 7 195 | 7 195 | ||
| VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties | 85.819 | 106.349 | 99.849 | 99.849 | 99.849 | 99 849 | 99 849 | ||
| Training buitenlandse diplomaten | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | ||
| Inzet hoog-risico posten | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | ||||
| Overige | 11.390 | 6.533 | 6.141 | 6.141 | 6.141 | 6.141 | |||
| Bijdragen aan ander begrotingshoofdstuk | |||||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds) | 1.043 | ||||||||
| 2.5 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden | 25.177 | 28.286 | 28.013 | 29.822 | 29.822 | 29.822 | 29.822 | |
| Subsidies | |||||||||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA» | 11.882 | 11.822 | 11.822 | 11.822 | 11.822 | 11.822 | 11.822 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka» | 13.295 | 16.464 | 16.191 | 18.000 | 18.000 | 18.000 | 18 000 | ||
| Ontvangsten | 0 | 1.227 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | ||
| 2.10 | Doorberekening Defensie diversen | 0 | 227 | 242 | 242 | 242 | 242 | 242 | |
| 2.40 | Restituties programma's | 0 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | |
D2: Budgetflexibiliteit
Binnen het artikelonderdeel goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid is 80% juridisch verplicht. Het betreft de uitgaven voor de NAVO, Atlantische Commissie en verplichtingen richting de (inmiddels opgeheven) West-Europese Unie (WEU). Uitzondering hierop is het Programma Ondersteunig Buitenlands Beleid (POBB) waarvan slechts 50% juridisch is verplicht, gelet op het vraaggestuurde karakter van het fonds. Binnen de Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van criminaliteit is het budget voor Contra-terrorisme en Cyber security voor het merendeel nog niet juridisch verplicht. Het artikelonderdeel Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing, bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en het voeren van een transparant en verantwoord wapenexportbeleid is volledig juridisch verplicht. Het betreft verdragsrechtelijke contributies.
Het stabiliteitsfonds is voor ruim de helft van het budget juridisch verplicht en verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies) en beveiliging hoog-risico posten zijn volledig juridisch verplicht. Op het artikelonderdeel Bevordering van transitie in prioritaire gebieden zijn de voorziene uitgaven voor het Shiraka en Matra programma grotendeels juridisch verplicht. Het niet-juridisch verplichte deel van Matra zal gedurende 2019 door de posten in de Matra doellanden aangewend worden voor de toekenning van nieuwe Matra projecten aan het lokale maatschappelijk middenveld.
E: Toelichting op de financiële instrumenten
2.1. Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid
-
• Jaarlijkse verplichte bijdrage aan de NAVO.
-
• Jaarlijkse bijdrage aan het EU-Satellietcentrum ten behoeve van de financiële verplichtingen (uitkering pensioengelden ex-WEU personeel) van de in juli 2011 opgeheven WEU.
-
• Jaarlijkse subsidie aan de Atlantische Commissie, ter ondersteuning van het maatschappelijk debat over de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid.
-
• Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) en Veiligheidsfonds, voor kleinschalige activiteiten met een katalyserende werking die het Nederlandse veiligheidsbeleid ondersteunen.
2.2. Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme
-
• Jaarlijkse bijdrage aan het in Den Haag gevestigde onafhankelijke International Centre for Counter-Terrorism (ICCT).
-
• Nederlandse inspanningen in multilateraal verband, met name als co-voorzitter van het Global Counterterrorism Forum en lid van Global Coalition to Counter/Defeat ISIS uit het Stabiliteitsfonds (verantwoording onder 2.4) en middelen die voortkomen uit het besluit tot versterking van de inspanningen op het gebied van contraterrorisme worden activiteiten gefinancierd. De projecten en programma’s op dit artikelonderdeel zijn gericht op de versterking van capaciteit in voor Nederland prioritaire regio’s om gewelddadig extremisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden.
-
• Conform het regeerakkoord worden extra middelen ingezet op het terrein van contra-terrorisme. De middelen zullen worden ingezet voor voor projecten gericht op het voorkomen en bestrijden van gewelddadig extremisme in risicolanden.
-
• Daarnaast wordt budget vrijgemaakt om in te zetten op cybersecurity. Deze middelen worden onder meer ingezet voor het bevorderen van een normatief internationaal kader voor cyberactiviteiten en versterking van de kennispositie van de medewerkers op het gebied van cyber.
-
• Capaciteitsopbouw op het gebied van cyber security, cyber crime, data protectie en e-governance door middel van financiering van Nederlandse initiatieven onder het Global Forum on Cyber Expertise.
-
• Jaarlijkse bijdrage aan het in Finland gevestigde European Centre of Excellence Countering Hybrid Threats.
2.3 Wapenbeheersing
-
• Jaarlijkse bijdragen aan het IAEA, de OPCW en de CTBTO.
-
• Ondersteuning van kleinschalige initiatieven gericht op uitvoering van het Biologische en Toxische Wapens Verdrag (BTWC), Non-Proliferatie Verdrag (NPV) en de Ottawa Conventie.
-
• Bijdrage aan activiteiten onder auspiciën van het G7 Global Partnership against the Spread of Weapons and materials of Mass Destruction op het gebied van het tegengaan van proliferatie van radiologische en nucleaire bronnen en bio-security, en het bevorderen van implementatie sanctieprogramma’s.
2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband
-
• Verbetering van de inzet van civiele expertise door modernisering van de civiele missiepool.
-
• Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies).
-
• Bijdragen uit het Stabiliteitsfonds voor de inzet op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling. Het fonds kan o.a. worden ingezet om activiteiten te financieren op gebied van oude en nieuwe dreigingen, zoals aanpak van wapen- en drugssmokkel en grensoverschrijdende criminaliteit, ontmijning en piraterijbestrijding. Daarnaast worden een aantal lopende activiteiten uit het fonds gefinancierd, zoals ontmijningsactiviteiten, training voor Afrikaanse peacekeepers (ACOTA), en bijdragen aan de VN op specifieke thema’s.
-
• Er is structureel EUR 20 miljoen beschikbaar voor de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden met een hoog-risico profiel.
-
• Bijdragen ten behoeve van de trainingen van buitenlandse diplomaten in Nederland.
2.5 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden
-
• Het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) wordt gebruikt om organisaties en mensen te ondersteunen bij het verbeteren en versterken van democratische processen, institutionele capaciteit en de rechtsstaat. Het NFRP bestaat uit het Matra programma (Matra: maatschappelijke transformatie) gericht op het Oostelijk Partnerschap en Pre-accessie regio (de Westelijke Balkan en Turkije) en het Shiraka-programma, gericht op het Midden-Oosten en Noord-Afrika, elk met eigen beleidsaccenten. Met ingang van 2018 is het budget voor het NFRP structureel verhoogd, zowel vanwege de relevantie van de Matra- en Shiraka-programma’s als om uitvoering te geven aan de motie Servaes/Ten Broeke (2015–2016, 34 300-V, nr. 26).
Artikel 3: Effectieve Europese samenwerking
A: Algemene doelstelling
De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om de Europese Unie en haar lidstaten zo vreedzaam, welvarend en sterk mogelijk de toekomst in te loodsen. Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Een actieve opstelling van Nederland in het Europese besluitvormingsproces en in de bilaterale relaties met Europese partners is dan ook in het directe belang van Nederlandse burgers en bedrijven. Door consequent en constructief optreden kan Nederland zijn invloed binnen de Europese Unie vergroten. Zo kan Nederland mede vorm geven aan ontwikkelingen in Europa die direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.
B: Rol en verantwoordelijkheid
Binnen de Europese Unie wordt gewerkt aan economische groei, werkgelegenheid, gezonde overheidsfinanciën van de lidstaten en toekomstbestendige Europese samenwerking gericht op hoofdzaken en toegevoegde waarde. Daarnaast zullen het uittredingsproces van het Verenigd Koninkrijk, de Europese migratieproblematiek en de (aanloop naar) onderhandelingen over een nieuw meerjarig financieel kader de aandacht vragen. Tot slot zet Nederland zich in voor effectief extern beleid, inclusief een versterkt gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.
De Staat van de Unie bevat de geïntegreerde visie van de regering op de Europese samenwerking en de rol van Nederland daarbij.
De Minister is verantwoordelijk voor:
Regisseren
-
• Het bevorderen en bewaken van de coherentie en de consistentie van het Nederlandse Europabeleid, inclusief de voorbereiding van de Europese Raad en horizontale dossiers.
-
• Het interdepartementaal afstemmen van de Nederlandse inzet in de verschillende, afzonderlijke Raadsformaties.
-
• Het vormgeven van het Europese externe beleid ten opzichte van derde landen, inclusief uitbreiding van de EU, uittreding uit de EU, regio’s en ontwikkelingslanden.
-
• De gedachtenvorming over de institutionele structuur van de EU.
-
• Het onderhouden en intensiveren van de bilaterale relaties met andere Europese landen en het bevorderen van een Europese waardengemeenschap.
Financieren
-
• Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting en aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF).
-
• Bijdragen aan een hechtere Europese waardengemeenschap middels een bijdrage aan de Raad van Europa.
-
• Bijdragen ter versterking van de Nederlandse positie in de Unie van 28, waaronder aan de Benelux.
C: Beleidswijzigingen
-
• Nederland zal een actieve rol spelen in de verschillende discussies en onderhandelingen die bepalend zijn voor de toekomst van de EU, inclusief de onderhandelingen over een nieuw meerjarig financieel kader en de Brexit-onderhandelingen (zie beleidsagenda).
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen in EUR 1.000 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 7.005.735 | 7.812.766 | 8.520.360 | 9.549.953 | 9.273.388 | 9.512.313 | 9.814.309 | ||
| Uitgaven: | |||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 7.197.507 | 8.052.303 | 8.745.255 | 9.794.302 | 9.502.913 | 9.715.116 | 9.997.672 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 100% | ||||||||
| 3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | 6.990.950 | 7.807.287 | 8.496.427 | 9.545.974 | 9.249.969 | 9.508.334 | 9.790.890 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| BNI-afdracht | 3.403.187 | 4.162.798 | 4.647.575 | 5.617.394 | 5.241.574 | 5.416.025 | 5.596.317 | ||
| BTW-afdracht | 506.337 | 546.899 | 556.114 | 569.986 | 582.630 | 608.628 | 630.407 | ||
| Invoerrechten | 3.081.426 | 3.097.590 | 3.292.738 | 3.358.594 | 3.425.765 | 3.483.681 | 3.564.166 | ||
| 3.2 | Europees ontwikkelingsfonds | 192.480 | 229.469 | 234.281 | 234.281 | 238.897 | 192.735 | 192.735 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Europees Ontwikkelingsfonds | 192.480 | 229.469 | 234.281 | 234.281 | 238.897 | 192.735 | 192.735 | ||
| 3.3 | Een hechtere Europese waardengemeenschap | 9.800 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Raad van Europa | 9.800 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | ||
| 3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie | 4.277 | 5.827 | 4.827 | 4.327 | 4.327 | 4.327 | 4.327 | |
| Opdrachten | |||||||||
| EU-voorzitterschap | 108 | ||||||||
| programmatische ondersteuning | 0 | 1.500 | 500 | ||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Benelux bijdrage | 3.890 | 3.979 | 3.979 | 3.979 | 3.979 | 3.979 | 3.979 | ||
| EIPA | 279 | 348 | 348 | 348 | 348 | 348 | 348 | ||
| Ontvangsten | 3.772.261 | 1.083.572 | 383.929 | 671.968 | 685.402 | 696.986 | 713.083 | ||
| 3.10 | Diverse ontvangsten EU | 3.771.920 | 1.083.322 | 383.679 | 671.718 | 685.152 | 696.736 | 712.833 | |
| Invoerrechten | 616.570 | 619.519 | 658.548 | 671.718 | 685.152 | 696.736 | 712.833 | ||
| Overige ontvangsten EU | 3.155.350 | 463.803 | – 274.869 | ||||||
| 3.30 | Restitutie Raad van Europa | 341 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | |
D2: Budgetflexibiliteit
De uitgaven op dit artikel zijn geheel juridisch verplicht. De belangrijkste uitgaven betreffen de afdracht aan de EU en de Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en bijdragen aan de Benelux en Raad van Europa.
E: Toelichting op de financiële instrumenten
3.1 Afdrachten aan de Europese Unie
De EU-begroting wordt grotendeels gefinancierd door middel van afdrachten van lidstaten (90–95%). Daarnaast ontvangt de EU overige inkomsten, zoals bijdragen van derden, rente- en boete-inkomsten. De afdrachten van de lidstaten in de vorm van de douanerechten, de BTW-afdracht en de BNI-afdracht zijn vastgelegd in het Eigen Middelenbesluit (EMB). In het EMB zijn ook de kortingen op de afdrachten opgenomen en de zogenoemde perceptiekostenvergoeding – dit is de vergoeding voor de kosten die lidstaten maken voor het innen van de douanerechten. De Nederlandse douanerechten, BTW-afdrachten en BNI-afdrachten zijn opgenomen op artikel 3.1, de perceptiekostenvergoeding op artikel 3.10.
Het uitgangspunt voor de vaststelling van de raming voor de Nederlandse afdrachten is de omvang het uitgavenplafond uit het Meerjarig Financieel Kader. Dit plafond maximeert de uitgaven uit hoofde van de EU-begroting en daarmee de afdrachten van de lidstaten. De omvang van de Nederlandse afdrachten komt vervolgens als volgt tot stand:
-
• Alle douanerechten die door de EU-landen worden geheven op producten die afkomstig zijn van landen buiten de EU, worden afgedragen aan de EUtwee maanden na inning door de Nederlandse douane, en na aftrek van de perceptiekostenvergoeding (20%) voor de inningskosten. De Europese Commissie (Eurostat) maakt op basis van de eerder ontvangen douanerechten een raming voor het komend jaar voor lidstaten (extrapolatie op basis van historische gegevens).
-
• De BTW-afdracht bedraagt een vast percentage van de geharmoniseerde btw-grondslag.2 De geharmoniseerde grondslag voor het komend jaar wordt geraamd en vastgesteld door de Europese Commissie (Eurostat). Nederland krijgt een korting op de BTW-afdracht en betaalt 0,15% over de geharmoniseerde grondslag (in plaats van de reguliere 0,30%). De bijdrage aan de korting voor Verenigd Koninkrijk wordt opgeteld bij de BTW-afdracht.
-
• De BNI-afdracht is het sluitstuk van de financiering van de EU-begroting. Het deel van de Europese uitgaven dat niet gefinancierd kan worden door de overige inkomsten, douanerechten en de BTW-afdracht wordt gefinancierd door BNI-afdrachten van de lidstaten. De totale BNI-afdracht van de lidstaten wordt bepaald door de bovengenoemde inkomsten in mindering te brengen op het betalingenplafond. Het aandeel van een lidstaat hierin wordt vervolgens bepaald op basis van het eigen BNI ten opzichte van het Europese BNI. Dit zogeheten relatieve BNI-aandeel in de totale BNI-afdracht komt tot stand door het tarief van 0,67%3 (totale BNI afdracht/Europees BNI) te vermenigvuldigen met het Nederlands BNI. Nederland ontvangt vervolgens een jaarlijkse korting op de BNI-afdracht van EUR 695 miljoen (in prijzen 2011); voor Nederland komt dit uiteindelijk neer op een netto-korting in 2019 van EUR 757 miljoen. Deze korting wordt gedurende het jaar met de maandelijkse BNI-afdracht verrekend
In jaren dat de Europese begroting ver onder het betalingenplafond wordt vastgesteld, wordt deels afgeweken van deze systematiek. Er wordt in deze jaren (zoals het geval was in 2017, 2018 en nu voor 2019) uitgegaan van een niveau onder het betalingenplafond omdat het niet te verwachten is dat wanneer het voorstel voor de Europese begroting zo ver onder het betalingenplafond ligt, dat de daadwerkelijke Europese uitgaven daar nog op uitkomen.
Onderstaande tabel geeft de omvang van de Nederlandse afdrachten 2019 per afdrachtsoort weer, opgebouwd vanuit een raming van de grondslag vermenigvuldigd met het tarief van de afzonderlijke afdracht (en in het geval van de BNI-afdracht een raming van het tarief).
| Omschrijving | Grondslag | Tarief | 2019 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Artikel 3.1 | |||||
| Douanerechten | 3.293 | 100,00% | 3.293 | ||
| BTW-afdracht | 556 | ||||
| waarvan bruto BTW-afdracht | 325.601 | 0,30% | 977 | ||
| waarvan korting BTW-afdracht | 325.601 | – 0,15% | – 488 | ||
| waarvan bijdrage korting VK | 68 | – | 68 | ||
| BNI-afdracht | 4.648 | ||||
| waarvan bruto BNI-afdracht | 802.620 | 0,67% | 5.404 | ||
| waarvan korting BNI-afdracht | – | – | – 757 | ||
| Artikel 3.10 | |||||
| Perceptiekostenvergoeding | 3.293 | 20% | 659 | ||
| Overige inkomsten | – | – | – | ||
De onderstaande drie overzichtstabellen tonen de cijfers over de EU-afdrachten, ontvangsten en de netto betalingsposities over 2017.
| AFDRACHTEN | |
|---|---|
| Douanerechten/landbouwheffingen | 3.081 |
| BTW-middel (inclusief bijdrage aan de korting voor het VK) | 530 |
| BNI-middel | 2.855 |
| Perceptiekostenvergoeding | – 616 |
| TOTAAL afdrachten | 5.849 |
| ONTVANGSTEN | |
| 1a Concurrentiekracht | 941 |
| 1b Cohesie/structuurfondsen | 192 |
| 2 Landbouw en natuurbehoud | 902 |
| 3 JBZ en burgerschap | 266 |
| 4 Extern beleid | 0 |
| 5 Administratieve uitgaven | 116 |
| TOTAAL ontvangsten | 2.417 |
| NETTO POSITIE | 3.431 |
Netto betalingsposities 10 grootste netto-betalers (% Bruto Nationaal Inkomen). Definitie Europese Commissie, landen gesorteerd van grootste naar kleinste nettobetalingspositie voor het jaar 2017.
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|
| DE | – 0,49% | – 0,43% | – 0,40% | – 0,32% |
| SE | – 0,45% | – 0,41% | – 0,33% | – 0,29% |
| AT | – 0,41% | – 0,29% | – 0,23% | – 0,25% |
| DK | – 0,29% | – 0,26% | – 0,28% | – 0,24% |
| UK | – 0,25% | – 0,46% | – 0,24% | – 0,23% |
| IT | – 0,30% | – 0,20% | – 0,14% | – 0,21% |
| FR | – 0,36% | – 0,28% | – 0,36% | – 0,20% |
| NL | – 0,56% | – 0,39% | – 0,30% | – 0,19% |
| BE | – 0,40% | – 0,37% | – 0,28% | – 0,16% |
| FI | – 0,43% | – 0,27% | – 0,14% | – 0,12% |
Toelichting:
Voor de vergelijkbaarheid met andere lidstaten wordt gebruik gemaakt van de cijfers van de Europese Commissie. De kortingen over 2014–2016 zijn in 2017 in de kas ontvangen door Nederland, maar in deze cijfers zijn ze door de Commissie toegerekend naar het jaar waarop ze van toepassing waren.
3.2 Europees Ontwikkelingsfonds
-
• Bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Dit fonds is het instrument waarmee de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking met de landen in Afrika, het Caraibisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de landen en gebieden overzee (LGO) uitvoert. Het budget en programma van het 11e EOF (2014–2020) is voor een periode van zeven jaar vastgesteld. Het grootste deel van het EOF is bestemd voor de financiering van de steun aan nationale, regionale en lokale projecten en programma’s gericht op de economische en sociale ontwikkeling van die gebieden.
3.3 Een hechtere Europese waardegemeenschap
-
• Raad van Europa: Nederland beschouwt de Raad van Europa als een belangrijke hoeder van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in heel Europa. Ook wil Nederland bijdragen aan verdergaande hervorming van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en aan een zorgvuldig voorbereide toetreding van de EU tot het EVRM. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Straatsburg speelt daarbij een centrale rol door goede betrekkingen en, indien opportuun, regelmatig overleg met het secretariaat van de Raad van Europa, permanente vertegenwoordigingen van andere lidstaten en met de Nederlandse delegatie in de Parlementaire Assemblee (PACE) van de Raad van Europa.
3.4 Versterkte Nederlandse positie in de Unie
-
• Jaarlijkse bijdrage aan de Benelux Unie. De Benelux Unie dient twee doelen: het vervullen van een voortrekkersrol binnen de Europese Unie en grensoverschrijdende samenwerking, vooral op het gebied van economie, duurzame ontwikkeling en justitie/binnenlandse zaken. Daarnaast werkt Nederland in Benelux-verband ook samen op buitenlandspolitiek terrein.
-
• Subsidie aan European Institute for Public Administration (EIPA). Het EIPA heeft als doel het ontwikkelen van de capaciteiten van ambtenaren in het omgaan met EU-aangelegenheden.
-
• Brexit-programma’s gericht op simulaties onderhandelingsdynamiek, geschillenbeslechting, monitoring en toezicht, en hoe om te gaan met verschillen in regelgeving («dynamische equivalentie»). Daarnaast mogelijke studies op gebied van geschillenbeslechting in een nieuwe relatie EU-VK en /of regelgeving, in algemene zin of in bepaalde sectoren. Alsook diverse activiteiten op het gebied van voorlichting en publieksonderzoek.
3.10 Ontvangsten
-
• De ontvangsten onder dit beleidsartikel betreffen de zogenaamde perceptiekostenvergoeding die Nederland ontvangt voor de kosten die gemaakt worden bij de inning van de douanerechten en bedragen 20% van de geïnde douanerechten. Deze ontvangsten zijn begrotingstechnisch niet gekoppeld aan de begroting van de Nederlandse Douane.
-
• Voor 2019 wordt naast de perceptiekostenvergoeding ook een incidentele, negatieve overige ontvangst verwacht van EUR 274,9 miljoen. Dit is het gevolg van de Spring Forecast 2018. De Spring Forecast verhoogt de Nederlandse BNI-afdracht voor 2018 met EUR 274,9 miljoen. Echter, omdat op dit moment de verwachting is dat aanname van de Spring Forecastcijfers in een aanvullende Europese begroting niet op tijd zal zijn om budgettair ook in 2018 verwerkt te worden, zal deze betaling naar 2019 verschuiven.
Artikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
A: Algemene Doelstelling
Het verlenen van excellente consulaire diensten aan Nederlanders in nood in het buitenland, evenals het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland. Daarnaast levert het Kabinet een bijdrage aan een gereguleerd personenverkeer door de Nederlandse inbreng in het Europese visumbeleid en is verantwoordelijk voor de visumverlening kort verblijf.
Het versterken van de Nederlandse cultuursector door internationale uitwisseling en presentatie; verbindingen leggen met economische diplomatie en andere prioriteiten van geïntegreerd buitenlandbeleid, zoals het mensenrechtenbeleid en veiligheidsbeleid.
B: Rol en verantwoordelijkheid
De Minister is verantwoordelijk voor de volgende zaken:
Consulaire dienstverlening
Uitvoeren
-
• Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden;
-
• Afgifte van machtigingen voorlopig verblijf (MVV’s) op de posten;
-
• Afname van inburgeringsexamens buitenland;
-
• Orange Carpet-beleid, ter bevordering van het Nederlandse bedrijfsleven;
-
• Bijstand aan Nederlanders in nood in het buitenland;
-
• Begeleiding van Nederlanders die in het buitenland gedetineerd zijn;
-
• Uitbrengen van reisadviezen;
-
• Crisisrespons;
-
• Afgifte van Nederlandse reisdocumenten in het buitenland en van diplomatieke en dienstpaspoorten;
-
• Afgifte van consulaire verklaringen en legalisaties.
Indicator als uitvoeringsverantwoordelijke:
Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden
| Indicator | Realisatie 01.01.17 t/m 31.12.17 | Streefwaarde 2017 | Streefwaarde 2018 | Streefwaarde 2019 | Streefwaarde 2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| Percentage visumaanvragen kort verblijf dat binnen 15 dagen wordt afgehandeld | 87,6% | 85% | 85% | 85% | 85% |
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
De norm voor de doorlooptijd van visumaanvragen (Schengen) bedraagt 15 dagen conform de EU Visumcode (in werking getreden per 5.4.2010). Deze periode kan in bijzondere gevallen worden verlengd tot 60 dagen. Het percentage visumaanvragen dat binnen 15 dagen is afgehandeld komt in 2017 uit op 87,6%. Dit is boven de streefwaarde, zie tabel.
NB: De doorlooptijd is het aantal dagen dat zit tussen het indienen van een ontvankelijke visumaanvraag tot aan het moment van bekendmaken of uitreiken van de beslissing op de aanvraag.
Regisseren
-
• Europees visum- en migratiebeleid en Caraïbisch visumbeleid;
-
• Bilaterale dimensie van visum- en migratiebeleid.
Nederlandse cultuur en publieksdiplomatie
De uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid (ICB) is een gedeelde verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken (bij wie ook de coördinatie ligt), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het beleidskader voor het ICB wordt steeds voor een periode van vier jaar vastgesteld (beleidskader internationaal cultuurbeleid 2017–2020). De inzet op het gebied van Publieksdiplomatie valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken.
Stimuleren
-
• Promotie van Nederlandse kunst en cultuur in het buitenland en identificatie van internationale kansen en ontwikkelingen voor de Nederlandse culturele sector en creatieve industrie.
-
• Behoud, beheer en ontsluiting van gedeeld cultureel erfgoed.
-
• Buitenlandse bezoekersprogramma’s.
-
• Het inzetten van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen.
Regisseren
-
• Beleidsvorming en uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid.
-
• Afstemming met culturele fondsen en ondersteunende instellingen over internationale activiteiten.
-
• Ondersteuning van het buitenlandpolitieke- en economische beleid door publieksdiplomatie en cultuur in te zetten, bijvoorbeeld als instrument in de dialoog over mensenrechten.
Financieren
-
• Ondersteuning van culturele fondsen, instellingen en activiteiten binnen het beleidskader Internationaal Cultuurbeleid (2017–2020).
-
• Nederlands-Vlaamse samenwerking (via ondersteuning van Huis DeBuren in Brussel).
-
• Bezoekersprogramma’s.
-
• Gedelegeerde activiteiten Publieksdiploma en Cultuur door Nederlandse ambassades.
-
• Subsidieregeling voor programma’s gericht op jeugd en sociale innovatie in de ring van landen grenzend aan de EU.
C: Beleidswijzigingen
-
• Beleidsmatig gezien past het gastlandbeleid beter bij de doelstellingen van het artikel «Versterkte internationale rechtsorde» en zal daarom verplaatst worden naar beleidsartikel 1 (artikelonderdeel 1.3).
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen in EUR 1.000 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 46.182 | 66.086 | 51.762 | 44.612 | 39.695 | 45.995 | 39.695 | ||
| Uitgaven: | |||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 49.067 | 62.838 | 50.306 | 49.198 | 47.886 | 47.886 | 47.886 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 53% | ||||||||
| 4.1 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 13.607 | 17.750 | 13.945 | 13.945 | 13.945 | 13.945 | 13.945 | |
| Subsidies | |||||||||
| Gedetineerdenbegeleiding | 1.686 | 1.917 | 1.900 | 1.900 | 1.900 | 1.900 | 1.900 | ||
| Consulaire bijstand | 25 | ||||||||
| Opdrachten | |||||||||
| Consulaire bijstand | 208 | 1.659 | 259 | 259 | 259 | 259 | 259 | ||
| Gedetineerdenbegeleiding | 232 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 | ||
| Reisdocumenten en verkiezingen | 4.603 | 4.620 | 4.320 | 4.320 | 4.320 | 4.320 | 4.320 | ||
| Consulaire opleidingen | 246 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | ||
| Consulaire informatiesystemen | 6.607 | 8.954 | 6.866 | 6.866 | 4.061 | 4.061 | 4.061 | ||
| Overige | 2.805 | 2.805 | 2.805 | ||||||
| 4.2 | Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren | 6.681 | 9.829 | 9.049 | 7.899 | 6.499 | 6.499 | 6.499 | |
| Opdrachten | |||||||||
| Visumverlening | 1.236 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | ||
| Ambtsberichtenonderzoek | 13 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | ||
| Legalisatie en verificatie | 46 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 | ||
| Consulaire informatiesystemen | 4.535 | 7.636 | 6.856 | 5.706 | 3.506 | 3.506 | 3.506 | ||
| Overige | 800 | 800 | 800 | ||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Bijdragen asiel en migratie | 851 | 863 | 863 | 863 | 863 | 863 | 863 | ||
| 4.3 | Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur | 6.567 | 7.856 | 7.706 | 7.706 | 8.794 | 8.794 | 8.794 | |
| Subsidies | |||||||||
| Internationaal Cultuurbeleid | 6.192 | 7.856 | 7.706 | 7.706 | 8.794 | 8.794 | 8.794 | ||
| Erfgoed | 375 | ||||||||
| 4.4 | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen | 18.770 | 21.136 | 19.606 | 19.648 | 18.648 | 18.648 | 18.648 | |
| Subsidies | |||||||||
| Instituut Clingendael | 800 | 1.600 | 800 | 800 | 800 | 800 | 800 | ||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 4.590 | 4.558 | 4.124 | 4.058 | 3.058 | 3.058 | 3.058 | ||
| overige subsidies | 40 | ||||||||
| Opdrachten | |||||||||
| Onderzoeksprogramma's | 2.756 | 1.620 | 1.620 | 1.620 | 1.620 | 1.620 | 1.620 | ||
| Bezoeken hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven Corps Diplomatique en internationale Organisaties | 2.276 | 3.000 | 3.000 | 3.000 | 3.000 | 3.000 | 3.000 | ||
| waarvan kosten Koninklijk Huis o.a. Staatsbezoeken | 1.906 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | ||
| Adviesraad Internationale vraagstukken | 338 | 525 | 525 | 525 | 525 | 525 | 525 | ||
| Internationale manifestaties en diverse bijdragen | 159 | 96 | |||||||
| landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's | 3.547 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | ||
| Europese bewustwording | 299 | ||||||||
| Verkeersnotificaties | |||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's | 3.880 | 6.717 | 6.517 | 6.625 | 6.625 | 6.625 | 6.625 | ||
| Europese bewustwording | 85 | 520 | 520 | 520 | 520 | 520 | 520 | ||
| 4.5 | Gastlandbeleid internatinale organisaties | 3.442 | 6.267 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Speciaal Tribunaal Libanon | 1.893 | 2.220 | |||||||
| Internationaal Strafhof | 1.006 | 1.200 | |||||||
| Nederland Gastland | 528 | 2.367 | |||||||
| Overige | 480 | ||||||||
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | |||||||||
| Nederland Gastland | 15 | ||||||||
| Ontvangsten | 55.206 | 57.390 | 47.890 | 48.390 | 48.390 | 48.390 | 48.390 | ||
| 4.10 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 22.337 | 22.000 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | |
| 4.20 | Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen | 31.569 | 34.500 | 37.500 | 38.000 | 38.000 | 38.000 | 38.000 | |
| 4.40 | Doorberekening Defensie diversen | 1.300 | 890 | 890 | 890 | 890 | 890 | 890 | |
| 4.41 | Ontvangsten verkeersnotificaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
D2: Budgetflexibiliteit
De uitgaven van subsidies voor het op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland zijn volledig juridisch verplicht. Voor de consulaire informatiesystemen zijn de verplichtingen nog niet juridisch vastgelegd, maar die worden gedurende het jaar verplicht. Daarnaast worden uitgaven gedaan om de inkoop van de te verstrekken reisdocumenten te financieren. De geplande uitgaven voor het samen met (keten-)partners reguleren van het personenverkeer zijn nog niet juridisch verplicht en worden aan de hand van de afgifte van visa bepaald. Hiervoor worden aan het begin van het begrotingsjaar verplichtingen aangegaan. Binnen het artikelonderdeel grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur zijn de uitgaven voor de landenprogramma’s nog niet juridisch verplicht. Deze verplichtingen worden in het begrotingsjaar zelf aangegaan. Voor het onderdeel het inzetten van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen zijn ramingen opgenomen die nog niet juridisch vastliggen. Het gaat dan om activiteiten op het gebied van voorlichting, landenprogramma’s, bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven voor het Corps Diplomatique en internationale organisaties. Het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) is voor 30% juridisch verplicht en wordt gedurende het jaar verder ingevuld. De subsidie voor Clingendael is geheel juridisch vastgelegd.
E: Artikelonderdelen
4.1: Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland
-
• Verlenen van financiële- en niet financiële consulaire bijstand aan Nederlanders in nood en/of schrijnende gevallen;
-
• (Stille) diplomatie met oog op eerlijke rechtsgang voor Nederlandse gedetineerden;
-
• Verstrekken van reisadviezen;
-
• Bijstaan van Nederlanders in geval van crises; als dat noodzakelijk en mogelijk is, organiseren, waar mogelijk met partnerlanden, van evacuaties;
-
• Verstrekken van reisdocumenten en opmaken van consulaire akten en verklaringen;
-
• Adviseren en ondersteunen van Nederlandse gedetineerden door gedifferentieerde bezoekfrequentie, in bepaalde landen maandelijkse giften aan gedetineerden, en subsidies ten behoeve van resocialisatie, extra zorg en juridisch advies;
-
• Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen;
-
• Organiseren van opleidingen gericht op optimalisatie van consulaire werkprocessen.
4.2 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren
-
• Verstrekken van visa kort verblijf;
-
• Inname van aanvragen voor MVV’s;
-
• Afnemen van inburgeringsexamens;
-
• Verrichten van legalisaties en uitvoeren van verificatieonderzoeken;
-
• Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen;
-
• Op verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden algemene en individuele ambtsberichten opgesteld, waarop door V&J mede het toelatings- en terugkeerbeleid wordt gebaseerd;
-
• Diplomatie voor het bemiddelen bij terugkeer van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf;
-
• Samenwerking met instanties in en buiten Nederland, de EU en internationale organisaties;
-
• In het kader van versterkte Europese samenwerking maken van afspraken over wederzijdse visumvertegenwoordiging.
4.3 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur
-
• Subsidieverlening via de posten en aan DutchCulture voor internationale culturele activiteiten.
-
• Ondersteuning van initiatieven in vier landen in de ring rondom Europa die de lokale cultuursector versterken, cultuurparticipatie vergroten, de leefomgeving in steden verbeteren en behoud van lokaal cultureel erfgoed verduurzamen.
4.4 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen
-
• Via strategische beleidscommunicatie richt Buitenlandse Zaken zich op doelgroepen die van belang zijn bij het ontwikkelen, bereiken en uitdragen van beleidsdoelstellingen op het terrein van buitenlandbeleid. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de media en via persoonlijke contacten zoals bijeenkomsten. Daarnaast worden online kanalen ingezet, zoals Facebook en twitter.
-
• Bijdrage aan publieksdiplomatie, waarmee Nederlandse ambassades activiteiten kunnen ondersteunen of opstarten op het gebied strategische beleidscommunicatie, beeldvorming over Nederland en internationaal cultuurbeleid;
-
• Subsidie ten behoeve van Instituut Clingendael;
-
• Vanuit het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) worden eenmalige katalyserende activiteiten gefinancierd ter ondersteuning van de doelstellingen van het Nederlandse buitenlandbeleid;
-
• Ondersteuning van de diplomatieke missies, in Nederland: het faciliteren van ambassades en hun medewerkers, maar ook het toepassen, interpreteren, handhaven en implementeren van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten en de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.
-
• Voor uitgaven Koninklijk Huis aan staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken, inkomende bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders en ontvangsten Corps Diplomatique wordt EUR 2 miljoen geraamd.
Ontvangsten
-
• De ontvangsten onder dit artikel bestaan hoofdzakelijk uit leges voor de afgifte van reisdocumenten, visa en de legalisatie van documenten. Een deel van de consulaire ontvangsten wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan de kosten van het consulaire werkproces.
-
• Er is recent een analyse gemaakt van de volledig toegerekende kosten voor paspoortverstrekking in het buitenland. Het voornemen zal worden uitgewerkt om deze kosten te betrekken bij de prijsstelling van de paspoortverstrekking in het buitenland. Dit kan een significante stijging van de leges tot gevolg kan hebben, die van invloed kan zijn op de consulaire opbrengsten.
4. NIET-BELEIDSARTIKELEN
4. De beleidsartikelen
Beleidsartikel 1
| Beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerp begroting 2019 | Mutaties via amendement 2019 | Vastgestelde begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2019 | Stand 1e suppletoire begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2020 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2022 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | |||||||
| Verplichtingen | 105.487 | 0 | 105.487 | 17.668 | 123.155 | 8.959 | 4.062 | 25.587 | 14.166 | ||
| Uitgaven: | |||||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 123.487 | 0 | 123.487 | 5.094 | 128.581 | 4.251 | 4.919 | 4.795 | 4.728 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 63% | 69% | |||||||||
| 1.1 | Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak | 56.035 | 56.035 | 5.574 | 61.609 | 4.744 | 3.144 | 5.444 | 5.444 | ||
| Subsidies | |||||||||||
| Internationaal recht | 12.035 | 12.035 | 4.230 | 16.265 | 3.400 | 1.800 | 1.100 | 1.100 | |||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||||
| Verenigde Naties | 34.525 | 34.525 | 0 | 34.525 | |||||||
| OESO | 6.175 | 6.175 | 1.044 | 7.219 | 1.044 | 1.044 | 1.044 | 1.044 | |||
| Internationaal Strafhof | 3.300 | 3.300 | 300 | 3.600 | 300 | 300 | 300 | 300 | |||
| Vredespaleis | 3 000 | 3 000 | |||||||||
| 1.2 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | 63.402 | 0 | 63.402 | 0 | 63.402 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Subsidies | |||||||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 34.252 | 34.252 | 0 | 34.252 | |||||||
| Opdrachten | |||||||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 1.500 | 1.500 | 0 | 1.500 | |||||||
| bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 20.000 | 20.000 | 0 | 20.000 | |||||||
| Centrale mensenrechtenprogramma's | 7.650 | 7.650 | 0 | 7.650 | |||||||
| 1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | 4.050 | 0 | 4.050 | – 480 | 3.570 | – 493 | 1.775 | – 649 | – 716 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||||
| Speciaal Tribunaal Libanon | 1.900 | 1.900 | 19 | 1.919 | 19 | 336 | |||||
| Internationaal Strafhof | 1.150 | 1.150 | – 49 | 1.101 | – 62 | – 111 | – 199 | – 266 | |||
| Nederland Gastland | 900 | 900 | – 450 | 450 | – 450 | 1.550 | – 450 | – 450 | |||
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | |||||||||||
| Nederland Gastland | 100 | 100 | 0 | 100 | |||||||
Verplichtingen
In het kader van een actieve Nederlandse inzet op internationale veiligheid werd besloten tot een eenmalige Nederlandse bijdrage aan de totstandkoming van een nieuwe OPCW-laboratorium in Pijnacker. Dit besluit past en ondersteunt eveneens het gastlandbeleid van Nederland.
In lijn met de afspraken uit het Regeerakkoord in het kader van de Nederlandse inzet op de bescherming en bevordering van mensenrechten zijn meerjarige verplichtingen aangegaan die leiden tot een structurele ophoging van het verplichtingenbudget.
In het kader van het Nederlandse gastlandbeleid voor internationale organisaties werd in 2018 een nieuwe meerjarige afspraak afgesproken met de Carnegiestichting (de eigenaar van het Vredespaleis) die leidde tot een toename in het verplichtingenbudget. Vanaf 2022 is met de Voorjaarsnota structureel extra middelen vanuit de HGIS toegekend voor de renovatie (asbestsanering) van het Vredespaleis.
In het kader van een aanspraak op een in 2015 afgegeven garantie voor de financiële uitvoeringsrisico’s voor de verbouwing van het Kosovo Tribunaal toegekend vanuit de HGIS.
Uitgaven
Artikel 1.1
In 2019 worden hogere bijdrages toegekend aan de OESO en het ICC (International Criminal Court). Deze zijn het gevolg van een verhoging van de verplichte verdragscontributies. Tevens wordt een bijdrage gedaan aan de organisatie van de HCCH-conferentie (Haagse conferentie voor internationaal privaatrecht) die plaatsvindt in 2019. Besluitvorming omtrent bijdrages aan de organisaties ICMP (International Commission on Missing Persons), UNITAD (United Nations Investigative Team for the Accountability of Da’esh), alsook aan het project van de ICC geleid door de PILPG (Public International Law & Policy Group) in samenwerking met de VU (Vrije Universiteit) in Afrika en een bijdrage aan de IIIM (Bewijzenbank Syrië) leiden samen met eindejaarsmarge voor de tijdelijke uithuizing van twee Hoven (gevestigd in het Vredespaleis) tot de verhoging van het uitgavenbudget van artikel 1.1.
Beleidsartikel 2
| Beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerp begroting 2019 | Mutaties via amendement 2019 | Vastgestelde begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2019 | Stand 1e suppletoire begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2020 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2022 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | |||||||
| Verplichtingen | 275.449 | 0 | 275.449 | – 12.255 | 263.194 | – 4.566 | – 5.146 | 2.354 | – 5.146 | ||
| Uitgaven: | |||||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 291.000 | 0 | 291.000 | 1.831 | 292.831 | – 4.237 | – 2.020 | – 3.396 | – 3.329 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 75% | 78% | |||||||||
| 2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | 11.015 | 11.015 | 1.590 | 12.605 | 1.530 | 1.450 | 1.450 | 1.450 | ||
| Subsidies | |||||||||||
| Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 1.000 | 1.000 | 450 | 1.450 | 450 | 450 | 450 | 450 | |||
| Atlantische Commissie | 500 | 500 | 0 | 500 | |||||||
| Opdrachten | |||||||||||
| Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 500 | 500 | 0 | 500 | |||||||
| Bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||||||
| NAVO | 7.200 | 7.200 | 0 | 7.200 | |||||||
| Veiligheidsfonds | 500 | 500 | 1.140 | 1.640 | 1.080 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | |||
| WEU | 565 | 565 | 0 | 565 | |||||||
| Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 250 | 250 | 0 | 250 | |||||||
| Overige | 500 | 500 | 0 | 500 | |||||||
| 2.2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme | 14.351 | 14.351 | – 49 | 14.302 | – 100 | – 710 | – 500 | – 500 | ||
| Subsidies | |||||||||||
| Contra-terrorisme | 4.000 | 4.000 | 0 | 4.000 | |||||||
| Anti-terrorisme instituut | 551 | 551 | 1 073 | 1.624 | – 100 | – 210 | |||||
| Opdrachten | |||||||||||
| Contra-terrorisme | 1.000 | 1.000 | 0 | 1.000 | |||||||
| Cyber security | 4.700 | 4.700 | – 552 | 4.148 | |||||||
| Global Forum on Cyber Expertise | 400 | 400 | – 70 | 330 | |||||||
| Overige | 500 | 500 | – 500 | 0 | – 500 | – 500 | – 500 | – 500 | |||
| Bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||||||
| Contra-terrorisme | 3.200 | 3.200 | 0 | 3 200 | 500 | ||||||
| Cyber security | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||||
| 2.3 | Wapenbeheersing | 10.794 | 10.794 | 2.344 | 13.138 | 79 | 88 | 0 | 0 | ||
| Bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||||||
| IAEA | 7.317 | 7.317 | 0 | 7.317 | |||||||
| OPCW en andere ontwapeningsorganisaties | 1.557 | 1.557 | 2.344 | 3.901 | 79 | 88 | |||||
| CTBTO | 1.920 | 1.920 | 0 | 1.920 | |||||||
| 2.4 | Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband | 226.827 | 226.827 | – 2.156 | 224.671 | – 5.746 | – 2.848 | – 4.346 | – 4.279 | ||
| Subsidies | |||||||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds) | 31.000 | 31.000 | 0 | 31.000 | |||||||
| Nederland Helsinki Comité | 28 | 28 | 0 | 28 | |||||||
| Opdrachten | |||||||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds) | 15.000 | 15.000 | 0 | 15.000 | |||||||
| Bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds) | 44.722 | 44.722 | 0 | 44.722 | |||||||
| OVSE | 7.195 | 7.195 | – 1.195 | 6.000 | – 1.195 | – 1.195 | – 1.195 | – 1.195 | |||
| VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties | 99.849 | 99.849 | 10.070 | 109.919 | |||||||
| Training buitenlandse diplomaten | 2.500 | 2.500 | 0 | 2.500 | |||||||
| Inzet hoog-risico posten | 20.000 | 20.000 | – 15.257 | 4.743 | |||||||
| Overige | 6.533 | 6.533 | 4.226 | 10.759 | – 4.551 | – 1.653 | – 3.151 | – 3.084 | |||
| 2.5 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden | 28.013 | 28.013 | 102 | 28 115 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Subsidies | |||||||||||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA» | 11.822 | 11.822 | 625 | 12.447 | |||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka» | 16.191 | 16.191 | – 523 | 15.668 | |||||||
| Ontvangsten | 1.242 | 1.242 | 0 | 1.242 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
| 2.10 | Doorberekening Defensie diversen | 242 | 242 | 0 | 242 | ||||||
| 2.40 | Restituties programma's | 1.000 | 1.000 | 0 | 1.000 | ||||||
Verplichtingen
Het totaal van de verplichtingen voor 2019 t/m 2023 neemt af vanwege een technische correctiemutatie. Dit heeft geen gevolgen voor de daadwerkelijke verplichtingen.
Uitgaven
Geen toelichting conform ondergrenzen Rijksbegrotingsvoorschriften.
Beleidsartikel 3
| Beleidsartikel 3 Effectieve Europese samenwerking Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerp begroting 2019 | Mutaties via amendement 2019 | Vastgestelde begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2019 | Stand 1e suppletoire begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2020 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2022 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | |||||||
| Verplichtingen | 8.520.360 | 0 | 8.520.360 | – 103.984 | 8.416.376 | 1.375 | 675 | 1.719 | 675 | ||
| Uitgaven: | |||||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 8.745.255 | 0 | 8.745.255 | – 103.984 | 8.641.271 | 1.375 | 675 | 46.837 | 46.837 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 100% | 100% | |||||||||
| 3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | 8.496.427 | 0 | 8.496.427 | – 105.240 | 8.391.187 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||||
| BNI-afdracht | 4.647.575 | 4.647.575 | – 105.240 | 4.542.335 | |||||||
| BTW-afdracht | 556.114 | 556.114 | 0 | 556.114 | |||||||
| Invoerrechten | 3.292.738 | 3.292.738 | 0 | 3.292.738 | |||||||
| 3.2 | Europees ontwikkelingsfonds | 234.281 | 0 | 234.281 | 0 | 234.281 | 0 | 0 | 46.162 | 46.162 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||||
| Europees Ontwikkelingsfonds | 234.281 | 234.281 | 0 | 234.281 | 46 162 | 46 162 | |||||
| 3.3 | Een hechtere Europese waardengemeenschap | 9.720 | 0 | 9.720 | 0 | 9.720 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Bijdragen (internationale organisaties | |||||||||||
| Raad van Europa | 9.720 | 9.720 | 0 | 9.720 | |||||||
| 3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie | 4.827 | 0 | 4.827 | 1.256 | 6.083 | 1.375 | 675 | 675 | 675 | |
| Opdrachten | |||||||||||
| programmatische ondersteuning | 500 | 500 | 581 | 1.081 | 700 | ||||||
| CECP | 0 | 0 | 675 | 675 | 675 | 675 | 675 | 675 | |||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||||
| Benelux bijdrage | 3.979 | 3.979 | 0 | 3.979 | |||||||
| EIPA | 348 | 348 | 0 | 348 | |||||||
| Ontvangsten | 383.929 | 0 | 383.929 | – 331.371 | 52.558 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| 3.10 | Diverse ontvangsten EU | 383.679 | 0 | 383.679 | – 331.371 | 52.308 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Invoerrechten | 658.548 | 658.548 | 0 | 658.548 | |||||||
| Overige ontvangsten EU | – 274.869 | – 274.869 | – 331.371 | – 606.240 | |||||||
| 3.30 | Restitutie Raad van Europa | 250 | 0 | 250 | 0 | 250 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Verplichtingen
De mutatie wordt veroorzaakt door de neerwaartse bijstelling van de BNI-afdracht in 2019, zoals vermeld in artikel 3.1 onder uitgaven.
Uitgaven
De raming voor de afdrachten aan de Europese Unie kent een aantal mutaties. In onderstaande tabel zijn deze geclusterd opgenomen. Hieronder is de toelichting op elk van deze bijstelling opgenomen.
| Artikel 3.1 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. Dab 1 2019: surplus EU-begroting 2018 | – 87.991 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Begrotingsakkoord 2019: overige inkomsten EU begroting | – 17.249 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
DAB 1 2019: surplus EU-begroting 2018
De Commissie heeft in april 2019 de eerste aanvullende begroting gepresenteerd met daarin het surplus voor de Europese begroting over 2018. Het surplus valt in totaal uit op EUR 1,8 miljard wat voor Nederland incidenteel een lagere BNI-afdracht van EUR 88 miljoen in 2019 tot gevolg heeft.
Begrotingsakkoord 2019: overige inkomsten EU begroting
De raming van de BNI-afdracht in 2019 wordt met EUR 17 miljoen neerwaarts bijgesteld doordat de raming van de overige inkomsten op de Europese begroting voor 2019 opwaarts is bijgesteld.
Ontvangsten
Artikel 3.10:
De ontvangsten nemen per saldo af. In onderstaande tabel is opgenomen uit welke onderdelen deze wijziging bestaat:
| Art 3.10 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. Nacalculatie 2018 incl. bronnenrevisie | – 318,450 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. DAB 6 2018: BNI effect herziening invoerrechten | – 12.921 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
1. Nacalculatie 2018 incl. bronnenrevisie
Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het CBS is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot een extra BNI-afdracht van EUR 318 miljoen onder artikel 3.10 «overige ontvangsten», Eerder is hiervoor in de begroting een reservering getroffen. Deze nacalculatie over 2018 is nader toegelicht in de kamerbrief van 1 februari 2019.
2. DAB 6 2018: BNI effect herziening invoerrechten
De raming van het effect van de Spring Forecast 2018 op de invoerrechten van 2018 is op basis van nieuwe cijfers naar beneden bijgesteld. Een daling van de ontvangst van invoerrechten door de Europese begroting moet gecompenseerd worden door hogere BNI-afdrachten door de lidstaten. Voor Nederland leidt dit tot een toename van de afdracht met EUR 13 miljoen. Door de late aanname van de 6e aanvullende begroting 2018 is dat effect naar 2019 doorgeschoven en wordt deze geboekt onder art 3.10
Beleidsartikel 4
| Beleidsartikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerp begroting 2019 | Mutaties via amendement 2019 | Vastgestelde begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2019 | Stand 1e suppletoire begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2020 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2022 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | |||||||
| Verplichtingen | 51.762 | 0 | 51.762 | 15.793 | 67.555 | 7.433 | 5.348 | 5.048 | 5.048 | ||
| Uitgaven: | |||||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 50.306 | 0 | 50.306 | 18.892 | 69.198 | 5.172 | 1.557 | 1.457 | 1.457 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 53% | 80% | |||||||||
| 4.1 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 13.945 | 0 | 13.945 | 3.367 | 17.312 | – 1.483 | – 4.288 | – 4.288 | – 4.288 | |
| 0 | |||||||||||
| Subsidies | |||||||||||
| Gedetineerdenbegeleiding | 1.900 | 1.900 | 0 | 1.900 | |||||||
| Opdrachten | |||||||||||
| Consulaire bijstand | 259 | 259 | 150 | 409 | 150 | 150 | 150 | 150 | |||
| Gedetineerdenbegeleiding | 200 | 200 | 0 | 200 | |||||||
| Reisdocumenten en verkiezingen | 4.320 | 4.320 | – 1.420 | 2.900 | – 1.770 | – 1.770 | – 1.770 | – 1.770 | |||
| Consulaire opleidingen | 400 | 400 | 0 | 400 | |||||||
| Consulaire informatiesystemen | 6.866 | 6.866 | 137 | 7.003 | 137 | 137 | 137 | 137 | |||
| Loket buitenland | 3.500 | 3.500 | |||||||||
| Overig | – 2.805 | – 2.805 | – 2.805 | ||||||||
| Bijdrage aan agentschappen | |||||||||||
| Loket buitenland | 1.000 | 1.000 | |||||||||
| 4.2 | Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren | 9.049 | 9.049 | 11.742 | 20.791 | 5.722 | 4.862 | 4.762 | 4.762 | ||
| Opdrachten | |||||||||||
| Visumverlening | 1.100 | 1.100 | 1.800 | 2.900 | 1.850 | 1.950 | 1.950 | 1.950 | |||
| Ambtsberichtenonderzoek | 150 | 150 | 0 | 150 | |||||||
| Legalisatie en verificatie | 80 | 80 | 0 | 80 | |||||||
| Consulaire informatiesystemen | 6.856 | 6.856 | 7.730 | 14.586 | 3.535 | 3.375 | 3.275 | 3.275 | |||
| Informatie Ondersteunend Beslissen | 1.875 | 1.875 | |||||||||
| Overig | – 800 | – 800 | – 800 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||||
| Asiel en migratie | 863 | 863 | 337 | 1.200 | 337 | 337 | 337 | 337 | |||
| 4.3 | Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur | 7.706 | 0 | 7.706 | 1.000 | 8.706 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Subsidies | |||||||||||
| Internationaal Cultuurbeleid | 7.706 | 0 | 7.706 | 1.000 | 8.706 | ||||||
| 4.4 | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen | 19.606 | 0 | 19.606 | 2.783 | 22.389 | 933 | 983 | 983 | 983 | |
| Subsidies | |||||||||||
| Instituut Clingendael | 800 | 800 | 0 | 800 | |||||||
| Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 4.124 | 4.124 | 1.353 | 5.477 | 3 | 3 | 3 | 3 | |||
| Opdrachten | |||||||||||
| Onderzoeksprogramma's | 1.620 | 1.620 | 0 | 1.620 | |||||||
| Bezoeken hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven Corps Diplomatique en internationale Organisaties | 3.000 | 3.000 | 0 | 3.000 | |||||||
| waarvan kosten Koninklijk Huis o.a. Staatsbezoeken | 2.000 | 2.000 | 0 | 2.000 | |||||||
| Adviesraad Internationale vraagstukken | 525 | 525 | 0 | 525 | |||||||
| landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's | 2.500 | 2.500 | 530 | 3.030 | 30 | 30 | 30 | 30 | |||
| Verkeersnotificaties | 0 | 0 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | |||
| Chinastrategie | 250 | 250 | 500 | 550 | 550 | 550 | |||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||||
| Landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's | 6.517 | 6.517 | 0 | 6.517 | |||||||
| Europese bewustwording | 520 | 520 | 250 | 770 | |||||||
| Ontvangsten | 47.890 | 47.890 | 3.859 | 51.749 | 1.984 | 1.984 | 1.984 | 1.984 | |||
| 4.10 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 9.500 | 9.500 | 0 | 9.500 | ||||||
| 4.20 | Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen | 37.500 | 37.500 | 3.875 | 41.375 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | ||
| 4.40 | Doorberekening Defensie diversen | 890 | 890 | – 16 | 874 | – 16 | – 16 | – 16 | – 16 | ||
| 4.41 | Ontvangsten verkeersnotificaties | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||||
Verplichtingen
De ambitie in het regeerakkoord om een one-stop shop (loket buitenland) voor Nederlanders woonachtig in het buitenland op te zetten wordt verder ontwikkeld in 2019. Daarvoor is dit jaar EUR 4,5 miljoen gebudgetteerd van de intensiveringsmiddelen uit het Regeerakkoord voor het postennet.
Overeenkomstig het bedrag aan mutaties bij de uitgaven 2019 worden ook nieuwe verplichtingen aangegaan voor de versnelling van de digitaliseringsagenda consulair, vervoerskosten in het kader van het visumproces, ICT kosten (extra licenties software) en stickerkosten, beide het gevolg van toename visumaanvragen.
Uitgaven
Artikel 4.1
De mutaties in de uitgaven voor consulaire dienstverlening zijn te splitsen in een structurele bijdrage voor de bestrijding van huwelijksdwang, een structurele bijdrage voor loket buitenland (one-stop shop) en een tijdelijke verlaging van de uitgaven van reisdocumenten door de paspoortdip van 2019 t/m 2023 door de overgang van een 5-jarig naar 10-jarig paspoort.
Zoals opgenomen in het Regeerakkoord zijn er middelen beschikbaar gesteld om te komen tot één loket buitenland (one-stop shop) voor dienstverlening aan Nederlanders woonachtig in het buitenland. De hiervoor beschikbaar gestelde middelen zijn het afgelopen jaar structureel toegevoegd aan de apparaatsbegroting van Buitenlandse Zaken. Omdat de uitgaven voor consulaire dienstverlening binnen beleidsartikel 4 Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland staan opgenomen, wordt het beschikbare bedrag voor 2019 (EUR 4,5 miljoen) overgeheveld naar beleidsartikel 4. Jaarlijks vindt de overheveling plaats van de middelen voor het loket op basis van de verwachte inzet.
Artikel 4.2
De mutaties op dit artikel zijn onder meer een gevolg van de autonome groei van visa, waardoor de uitgaven van de dienstverlening structureel toenemen, zoals ICT kosten, vervoerskosten visumproces en aankoop stickers.
De modernisering van de consulaire diplomatie zal in 2019 en 2020 intensiveren om de digitaliseringsagenda conform planning en budget uit te voeren.
De verplichte Nederlandse bijdrage aan internationale organisaties op het gebied van asiel en migratie nemen structureel licht toe.
Artikel 4.4
De mutaties op artikel 4.4 voor het uitdragen van Nederlandse waarden en belangen zijn divers, waaronder de kosten voor de Chinastrategie en verkeersnotificaties. De uitgaven voor notificaties zijn een vergoeding aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) voor het genereren van begane verkeersovertredingen door medewerkers van Corps Diplomatique en Internationale organisaties.
Ontvangsten
Artikel 4.20
De consulaire dienstverlening aan vreemdelingen is sinds 2014 toegenomen. Naar verwachting zullen de visumaanvragen nog enigszins stijgen. Daarom is de raming van de ontvangsten structureel met EUR 2 miljoen naar boven bijgesteld. Voor de kosten van de Informatie Ondersteunend Beslissen software ontvangt de Directie consulaire dienstverlening in 2.019 EUR 1,875 miljoen subsidie uit het ISF (Internal Security Fund) van de Europese Commissie.
Artikel 5: Geheim
Niet-beleidsartikel 5 Geheim
| Bedragen in EUR 1.000 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Op dit artikel worden geheime uitgaven verantwoord.
Artikel 6: Nominaal en Onvoorzien
| Bedragen in EUR 1.000 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 0 | 6.194 | 25.868 | 39.537 | 71.284 | 98.183 | 133.206 | |
| Uitgaven: | ||||||||
| Uitgaven totaal | 0 | 6.194 | 25.868 | 39.537 | 71.284 | 98.183 | 133.206 | |
| 6.1 | Nominaal en onvoorzien | 0 | 6.194 | 25.868 | 39.537 | 71.284 | 98.183 | 133.206 |
Op dit artikel worden uitgaven verantwoord die samenhangen met de HGIS-indexering en HGIS-besluitvorming bij Voorjaarsnota. Door middel van BBP wordt het HGIS non-ODA budget geindexeerd en uitgekeerd via het artikel nominaal en onvoorzien.
Artikel 7. Apparaat
A: Personele en materiële uitgaven
Dit artikel betreft de apparaatsuitgaven van zowel het postennetwerk in het buitenland als het departement in Den Haag, exclusief de personele uitgaven voor de politieke leiding en attachés van andere ministeries. Het omvat de verplichtingen voor en uitgaven aan het ambtelijk personeel, de overige personele uitgaven en het materieel.
Personeel:
De personele uitgaven vallen uiteen in de volgende categorieën: (1) Uitgaven voor het ambtelijk personeel; Dit betreft de algemene ambtelijke leiding van het departement (met uitzondering van de secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal4), de beleidsdirecties en de ondersteunende diensten. (2) Uitgaven voor het uitgezonden personeel op de ambassades (zoals salaris, vergoedingen en dienstreizen). (3) Uitgaven voor het lokaal aangenomen personeel op de ambassades.
Materieel:
De materiële uitgaven hebben betrekking op de uitgaven voor de exploitatie van en investeringen in het departement in Den Haag en de vertegenwoordigingen in het buitenland. Hieronder vallen onder andere de verplichtingen en uitgaven voor (1) huisvesting zoals huur van kanselarijen, residenties, personeelswoningen en het kantoor in Den Haag, klein onderhoud en bouwkundige projecten, (2) beveiligingsmaatregelen, (3) ICT uitgaven zoals automatisering en communicatiemiddelen en (4) bedrijfsvoeringsuitgaven. Specifiek wordt van de materiële uitgaven aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op ICT-uitgaven en hoeveel van de uitgaven via een Rijksbrede shared service organisatie (SSO) worden verricht. De ICT uitgaven die door een SSO worden verricht staan opgenomen onder de categorie» bijdragen aan SSO’s».
Budgettaire gevolgen:
| Bedragen in EUR 1 000 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 769.969 | 790.400 | 763.776 | 759.972 | 769.690 | 769.501 | 769.742 | |
| Uitgaven | 748.472 | 793.212 | 740.740 | 742.934 | 752.970 | 752.781 | 754.582 | |
| 7.1.1 | Personeel | 477.859 | 506.286 | 510.711 | 513.270 | 519.371 | 524.461 | 524.461 |
| waarvan eigen personeel | 465.921 | 495.786 | 500.711 | 503.270 | 509.371 | 514.461 | 514.461 | |
| waarvan Inhuur extern | 11.938 | 10.500 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | |
| waarvan overige personele uitgaven | ||||||||
| 7.1.2 | Materieel | 266.720 | 286.926 | 230.029 | 229.664 | 233.599 | 228.320 | 230.121 |
| waarvan ICT | 44.758 | 50.000 | 45.000 | 45.000 | 45.000 | 45.000 | 45.000 | |
| waarvan bijdragen aan SSO's | 74.017 | 63.891 | 63.891 | 63.891 | 58.891 | 58.891 | 59.132 | |
| waarvan overige materieel | 147.945 | 173.035 | 121.138 | 120.773 | 129.708 | 124.429 | 125.989 | |
| 7.2 | Koersverschillen | 0 | pm | pm | pm | pm | pm | pm |
| Ontvangsten | 38.146 | 44.950 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | |
| 7.10 | Diverse ontvangsten | 30.041 | 44.950 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 |
| 7.11 | Koersverschillen | 8.105 | pm | pm | pm | pm | pm | pm |
B: Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten Buitenlandse Zaken
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| departement (uitgaven) | 748.472 | 793.212 | 740.740 | 742.934 | 752.970 | 752.781 | 754.528 |
Buitenlandse Zaken heeft geen baten-lastendienst of ZBO.
C: Verdeling apparaatsuitgaven naar beleid
De Minister van Financiën heeft de Kamer, in het kader van «verantwoord begroten», toegezegd de apparaatsuitgaven indicatief te verdelen over de beleidsartikelen. Omdat de apparaatsuitgaven niet specifiek toe te rekenen zijn aan beleidsartikelen, kiest Buitenlandse Zaken ervoor een splitsing te maken naar uitgaven op het kerndepartement en op de posten. Van de totale apparaatskosten van EUR 793 miljoen in 2019 kan circa EUR 275 miljoen (circa 35%) worden toegerekend aan het kerndepartement. Bij de verdeling van de kosten hieronder is het aantal fte’s per directoraat generaal als uitgangspunt genomen. Het restant (EUR 518 miljoen, circa 65%) zijn uitgaven die toegerekend worden aan het postennetwerk. Verder is op basis van een inventarisatie van de thematische invulling van de personele inzet in het postennetwerk een schatting gegeven van de kosten op een aantal terreinen. Deze terreinen zijn: economische diplomatie, cultuur, politiek, ontwikkelingssamenwerking, management, consulair en beheer. In onderstaande overzichten is de verdeling schematisch opgenomen.

D: Actuele ontwikkelingen
Bundeling ondersteunende diensten door taakspecialisatie
In 2010 heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken besloten om consulaire, financiële en bedrijfsvoeringstaken, die op de verschillende posten werden uitgevoerd en waarvan het niet noodzakelijk was deze ter plekke uit te voeren, onder te brengen in Regionale Service Organisaties. Deze regionalisering van werkzaamheden vond plaats tussen 2010 en 2014 en heeft bijgedragen aan een kwaliteitsverbetering en het realiseren van de taakstelling waar het Ministerie voor stond. Daarnaast is in 2016 de financiële dienstverlening op het departement gebundeld in de Financiële Service Organisatie (FSO).
In januari 2018 is het ministerie begonnen met de uitvoer van het taakspecialisatieproject. Dit project streeft ernaar de kwaliteit, doelmatigheid en continuïteit van de wereldwijde consulaire diensten en bedrijfsvoering verder te verbeteren.
Tussen januari 2018 en december 2019 zullen de huidige zeven Regionale Service Organisaties hun werkzaamheden overhevelen naar Den Haag. De financiële dienstverlening voor de posten zal worden belegd bij de recent opgerichte Financiële Service Organisatie (FSO). De niet-financiële bedrijfsvoering bij de interdepartementale Shared Service Organisatie 3W. Ten slotte wordt voor de consulaire backofficetaken de Consulaire Service Organisatie (CSO) opgericht. Doelstelling is een optimale, doelmatige en klantgerichte ondersteuning van het postennet.
Digitalisering
In 2019 zet Buitenlandse Zaken verdere stappen op de integratie van ICT in de primaire processen. De eerste belangrijke pijler is informatiegestuurd werken. BZ bereidt zich hiermee voor op een internationale omgeving waarin ontwikkelingen zich steeds sneller opvolgen. Want in een wereld die steeds sneller verandert, moet BZ zelf ook wendbaar zijn, nieuwe ontwikkelingen zo vroeg mogelijk kunnen identificeren, plannen en haar beleid continue kunnen bijstellen. Met de inzet van data-analyse en het definiëren van heldere resultaten maakt BZ de omslag naar een innovatieve diplomatie met effectieve antwoorden en een passend buitenlandbeleid.
De tweede belangrijke pijler is de digitalisering van dienstverlening. De interactie met burgers (waaronder de moderne consulaire dienstverlening), bedrijfsleven en de internationale partners vraagt om een digitaal platform dat de informatie uitwisseling ondersteunt, voldoende beveiligd is en tegelijkertijd zo flexibel is dat aanpassingen als gevolg van veranderende vraag of internationale regelgeving snel kunnen worden doorgevoerd.
De derde pijler is het vergroten van de digitale weerbaarheid van BZ als gevolg van de almaar toenemende cyberdreiging, in het bijzonder spionage en de aangescherpte privacyregelgeving. Naast technische ICT-aanpassingen wordt ingezet op het vergroten van de digitale vaardigheden en verhoging van het bewustzijn van medewerkers. Uitgangspunt waarop het geheel aan maatregelen wordt vormgegeven is: data en informatie binnen BZ is open wanneer het kan, maar afgeschermd en veilig wanneer het moet.
Deze pijlers staan op een verandertraject, dat voorziet in een nieuwe architectuur met inzet van moderne technologieën en beveiligingsmaatregelen. In 2019 worden de eerste resultaten, waar internationale clouddiensten onderdeel van uitmaken, opgenomen in het ICT-portfolio van BZ. Hierin worden de benodigde moderniseringen in ICT en ICT-expertise voor het postennet integraal meegenomen. Voorbeeld hiervan is de vernieuwing van het wereldwijde communicatienetwerk van BZ.
Meerjarenplan huisvesting
Het huisvestingsbeleid van Buitenlandse zaken is gericht op het moderniseren, verduurzamen en rationaliseren van de vastgoedportefeuille. Hierbij moet veiligheid van de ambassadekantoren en de medewerkers altijd gegarandeerd zijn. Ambassadekantoren worden functioneel en doelmatig ingericht conform Het Nieuwe Werken (HNW) en ter ondersteuning van de modernisering van diplomatie, tenzij de omstandigheden (bijvoorbeeld vanwege de veiligheid of politieke situatie) dit niet toelaten.
Taakstelling
Mede door de modernisering en rationalisering wordt invulling gegeven aan de in 2014 opgelegde bezuiniging van EUR 20 miljoen (te realiseren vanaf 2021). Panden worden in de komende jaren afgestoten, aangekocht of verbouwd conform een op functionaliteit gericht bestedingsplan. Op deze manier kan BZ de taakstelling van EUR 20 miljoen realiseren en haar medewerkers in het buitenland optimaal faciliteren.
Huisvestingsfonds
In 2013 is een middelenafspraak tussen Buitenlandse Zaken en Financiën (het «Huisvestingsfonds») overeengekomen met als doel de taakstelling op het terrein van huisvesting te kunnen realiseren. Met het Ministerie van Financiën is afgesproken dat ontvangsten uit de verkoop van onroerend goed in het buitenland in latere jaren kunnen worden ingezet voor investeringen die samenhangen met de voorgenomen besparingen op de huisvesting in het buitenland.
Zoals toegezegd tijdens het Wetgevingsoverleg over het jaarverslag 2016 van Buitenlandse Zaken op 12 juni 2017 wordt vanaf de begroting 2018 een overzicht opgenomen van de onroerend goed mutaties die gemoeid zijn met de middelenafspraak. Verder is in het overzicht een raming opgenomen van de verwachte opbrengsten en investeringen in 2019.
| Bedragen in € mln | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 20181 | 20191 | |
| Stand fonds aanvang begrotingsjaar | 0 | 14,4 | 27,5 | 31,3 | 24,4 | 11,6 | 4,6 |
| Opbrengsten door verkopen | 14,4 | 13,2 | 3,8 | 7,4 | 0,4 | 18 | 36 |
| Investeringen in onroerend goed | 0 | 0 | 0 | 14,3 | 13,2 | 25 | 31,5 |
| Stand fonds eind van het jaar | 14,4 | 27,5 | 31,3 | 24,4 | 11,6 | 4,6 | 9,1 |
Hieronder volgt per jaar nog een toelichting waaruit de opbrengsten en investeringen bestaan.
| 2013: | Inkomsten uit verkopen van panden in Managua, Dakar, Abidjan, Lusaka, Jakarta, Guatemala-Stad, Kaapstad, Kaboel en Harare. |
| 2014: | Inkomsten uit verkopen van panden in Kaapstad, Kaboel, La Paz, Boedapest en Brussel. |
| 2015: | Inkomsten uit verkopen van panden in Kopenhagen en Pretoria. |
| 2016: | Inkomsten uit verkopen van panden in Harare, Boedapest en Parijs. Investering in vastgoed (verbouwing/ aanschaf) in onder andere Zagreb, Islamabad, Seoul en San Jose. Daarnaast is een deel in andere apparaatsuitgaven geïnvesteerd (circa € 5,4 miljoen). |
| 2017: | Inkomsten uit verkoop van pand in Harare. Investeringen in o.a. Ankara, Paramaribo, Peking, Hong Kong en Jakarta. |
| 2018/2019: | Geraamde verkopen en geraamde investeringen in diverse panden conform Masterplan. Verwachte verkopen in o.a. Santiago de Chile, San Jose en Bogota. Investeringen in Bamako, Nairobi, Kuala Lumpur, New Delhi. |
Het bovenstaande overzicht is, zoals aan de Kamer toegezegd, op hoofdlijnen om de onderhandelingspositie bij aankoop en verkoop niet te schaden. Met name over 2018 en 2019 kan vanwege de onderhandelingspositie geen, of slechts in beperkte mate over individuele transacties informatie worden verschaft.
5. BIJLAGEN
5. Niet-beleidsartikelen
Artikel 5
| Niet-beleidsartikel 5 Geheim Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerp begroting 2019 | Mutaties via amendement 2019 | Vastgestelde begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2019 | Stand 1e suppletoire begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2020 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2022 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
| Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | |||||||
| Uitgaven | 0 | 0 | 0 | |||||||
Verplichtingen en uitgaven
Geen toelichting
Artikel 6
| Niet-beleidsartikel 6 Nog onverdeeld Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerp begroting 2019 | Mutaties via Amendement 2019 | Vastgestelde begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2019 | Stand 1e suppletoire begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2020 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2022 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
| Verplichtingen | 25.868 | 0 | 25.868 | – 24.489 | 1.379 | – 35.614 | – 48.365 | – 44.491 | – 42.947 | |
| Uitgaven: | ||||||||||
| Uitgaven totaal | 25.868 | 0 | 25.868 | – 24.489 | 1.379 | – 35.614 | – 48.365 | – 44.491 | – 42.947 | |
| 6.1 | Nog onverdeeld (HGIS) | 25.868 | 0 | 25.868 | – 24.489 | 1.379 | – 35.614 | – 48.365 | – 44.491 | – 42.947 |
Uitgaven en verplichtingen:
Artikel 6.1:
Het budget voor het artikel -Nog onverdeeld- heeft betrekking op de HGIS en dit neemt structureel af. De reeks binnen dit artikel is met name bedoeld om jaarlijks de loon- en prijsbijstelling te kunnen uitkeren en incidentele initiatieven of tegenvallers mee te dekken. De mutatie betreft het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van BNI- en bbp-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2018, het verwerken van de loon- en prijsbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen zoals binnen de HGIS is overeengekomen. Binnen de HGIS is budget vrijgemaakt voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid (EMA, Kosovo tribunaal en renovatie Vredespaleis), extra inzet ter ondersteuning van de Chinastrategie en een aantal internationale bijeenkomsten in Nederland zoals de Global Entrepeneurs Summit en aantal conferenties georganiseerd door IenW.
Artikel 7
| Niet-beleidsartikel 7 Apparaat Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerp begroting 2019 | Mutaties via amendement 2019 | Vastgestelde begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2019 | Stand 1e suppletoire begroting 2019 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2020 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2022 | Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
| Verplichtingen | 763.776 | 763.776 | 55.119 | 818.895 | 43.161 | 29.589 | 29.623 | 31.183 | ||
| Uitgaven | 740.740 | 740.740 | 75.155 | 815.895 | 60.199 | 46.309 | 46.343 | 46.343 | ||
| 7.1.1 | Personeel | 510.711 | 510.711 | 21.261 | 531.972 | 17.900 | 29.500 | 29.500 | 29.500 | |
| waarvan eigen personeel | 500.711 | 500.711 | 21.261 | 521.972 | 17.900 | 29.500 | 29.500 | 29.500 | ||
| waarvan Inhuur extern | 10.000 | 10.000 | 0 | 10.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| waarvan overige personele uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| 7.1.2 | Materieel | 230.029 | 230.029 | 53.894 | 283.923 | 42.299 | 16.809 | 16.843 | 16.843 | |
| waarvan ICT | 45.000 | 45.000 | 17.813 | 62.813 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | ||
| waarvan bijdragen aan SSO's | 63.891 | 63.891 | 1.109 | 65.000 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | ||
| waarvan overige materieel | 121.138 | 121.138 | 34.972 | 156.110 | 25.799 | 309 | 343 | 343 | ||
| 7.2 | Koersverschillen | pm | pm | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Ontvangsten | 26.450 | 26.450 | 20.000 | 46.450 | 15.000 | 0 | 0 | 0 | ||
| 7.10 | Diverse ontvangsten | 26.450 | 26.450 | 20.000 | 46.450 | 15.000 | 0 | 0 | 0 | |
| 7.11 | Koersverschillen | pm | pm | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget wordt in lijn gebracht met het uitgavenkader als gevolg van de hieronder geschetste mutaties.
Uitgaven
Het apparaatsbudget bestaat uit personele en materiele uitgaven. In 2019 stijgt het budget hiervoor met EUR 75 miljoen. Ook in latere jaren neemt het budget toe. Deze stijging kent een aantal oorzaken:
Personeel
Via de eindejaarsmarge 2018 wordt budget toegevoegd aan de begroting voor 2019. Het betreft specifieke personeelsuitgaven die eind 2018 niet meer konden worden verwerkt. Dit heeft begin 2019 plaatsgevonden. Daarnaast neemt het budget toe als gevolg van de reguliere loonontwikkeling. Hierdoor worden de salarissen en hieraan gerelateerde uitgaven van het BZ-personeel bijgesteld. Dit wordt vanuit de HGIS -nog onverdeeld- gefinancierd. Het betreft een structurele reeks. Ten slotte stijgt het budget vanwege de implementatie van de onlangs gepresenteerde Chinastrategie. Hiervoor worden extra fte’s ingezet. Vanuit de HGIS is hiervoor budget beschikbaar gesteld.
Materieel
Het materiele budget neemt toe als gevolg van de inzet van de eindejaarsmarge uit 2018 op reguliere apparaatsuitgaven voor bedrijfsvoering, huisvesting buitenland, ICT en facilitaire kosten. Ook wordt vanuit de HGIS-prijsbijstelling toegekend om inflatie gerelateerde kosten te kunnen opvangen. Verder wordt het budget voor 2019 en 2020 verhoogd vanuit de extra ontvangsten die geraamd worden. Het gaat daarbij om verwachte verkopen van onroerend goed van EUR 20 miljoen in 2019 en EUR 15 miljoen in 2020. Deze middelen worden geherinvesteerd om de huisvestingsportefeuille in het buitenland te rationaliseren, te moderniseren en te verduurzamen.
Ten slotte wordt – zoals in de toelichting bij artikel 4 is toegelicht – in 2.019 EUR 4,5 miljoen overgeheveld naar het beleidsartikel consulaire dienstverlening (artikel 4).
Ontvangsten
De raming op de apparaatsontvangsten wordt naar boven bijgesteld. Er wordt naar verwachting EUR 20 miljoen in 2019 en EUR 15 miljoen in 2020 meer ontvangen uit de verkoop van vastgoed in het buitenland. Met deze middelen worden de investeringen gedekt voor de modernisering en rationalisering van de huisvestingsportefeuille.
Bijlage 1: Verdiepingshoofdstuk
Het verdiepingshoofdstuk geeft informatie over andere nog niet toegelichte beleidsmatige mutaties.
| Opbouw uitgaven (EUR 1000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 109.805 | 108.905 | 109.005 | 109.005 | 109.005 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 11.109 | 10.632 | 8.632 | 4.632 | 4.632 | ||
| nieuwe mutaties | – 100 | 3.950 | 3.900 | 2.000 | 2.100 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 114.819 | 120.814 | 123.487 | 121.537 | 115.637 | 115.737 | 115.737 |
Toelichting uitgaven artikel 1:
Zoals toegelicht in de belangrijkste beleidsmatige mutaties, is het budget voor gastlandbeleid met ingang van 2019 overgeheveld van beleidsartikel 4 naar beleidsartikel 1. Hierdoor onstaat een toename van het budget zoals onder nieuwe mutaties opgenomen.
| Opbouw uitgaven (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 249.370 | 248.778 | 247.795 | 247.795 | 247.795 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 43.166 | 10.522 | 8.568 | 9.968 | 9.968 | ||
| nieuwe mutaties | 0 | 31.700 | 31.700 | 31.700 | 31.700 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 253.968 | 292.536 | 291.000 | 288.063 | 289.463 | 289.463 | 290.263 |
Toelichting uitgaven artikel 2:
Zoals toegelicht in de belangrijkste beleidsmatige mutaties stijgt het budget, zoals opgenomen onder nieuwe mutaties, als gevolg van de overheveling van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) van Defensie naar Buitenlandse Zaken.
| Opbouw ontvangsten (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 1.227 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| nieuwe mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 0 | 1.227 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 |
| Opbouw uitgaven (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 8.389.205 | 9.217.842 | 9.377.236 | 9.244.138 | 9.508.592 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 25.205 | 229.078 | 231.534 | 45.250 | 0 | ||
| nieuwe mutaties | – 362.107 | – 701.665 | 185.532 | 213.525 | 206.524 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 7.197.507 | 8.052.303 | 8.745.255 | 9.794.302 | 9.502.913 | 9.715.116 | 9.997.672 |
Toelichting uitgaven artikel 3:
Door het surplus over 2017 is de raming van de Europese afdrachten voor 2019 neerwaarts bijgesteld. Het surplus over 2017 wordt in mindering gebracht op de BNI-middelen die de lidstaten moeten opbrengen. Het Europese surplus over 2017 bedroeg EUR 556 miljoen, voor Nederland leidt dit tot een EUR 26 miljoen incidentele lagere BNI-afdracht in 2018.
| Opbouw ontvangsten (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 686.901 | 700.633 | 714.640 | 728.928 | 741.382 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 463.803 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| nieuwe mutaties | – 67.132 | – 316.704 | – 42.672 | – 43.526 | – 44.396 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 3.772.261 | 1.083.572 | 383.929 | 671.968 | 685.402 | 696.986 | 713.083 |
Toelichting ontvangsten artikel 3
De ontvangsten zijn bijgesteld als gevolg van de effecten van de nieuwe Spring Forecast/ACOR raming van de Commissie.
| Opbouw uitgaven (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 50.093 | 49.456 | 49.448 | 49.536 | 49.536 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 11.957 | 5.050 | 3.900 | 600 | 600 | ||
| nieuwe mutaties | 788 | – 4.200 | – 4.150 | – 2.250 | – 2.250 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 49.067 | 62.838 | 50.306 | 49.198 | 47.886 | 47.886 | 47.886 |
Toelichting uitgaven artikel 4:
Onder nieuwe mutaties is de overheveling van de budgetten voor Nederland gastland van artikel 4 naar artikel 1 opgenomen, zoals ook toegelicht in de belangrijkste beleidsmatige mutaties.
| Opbouw ontvangsten (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 42.090 | 42.090 | 42.090 | 42.090 | 42.090 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 15.300 | 5.800 | 6.300 | 6.300 | 6.300 | ||
| nieuwe mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 55.206 | 57.390 | 47.890 | 48.390 | 48.390 | 48.390 | 48.390 |
| Opbouw uitgaven (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | |||||||
| mutatie amendement 2018 | |||||||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| nieuwe mutaties | |||||||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opbouw uitgaven (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 68.329 | 64.824 | 109.494 | 121.830 | 148.415 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 3.682 | 15.545 | 10.540 | 7.314 | 7.401 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | – 68.027 | – 55.485 | – 69.528 | – 55.153 | – 61.053 | ||
| nieuwe mutaties | 2.210 | 984 | – 10.969 | – 2.707 | 3.420 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 0 | 6.194 | 25.868 | 39.537 | 71.284 | 98.183 | 133.206 |
Toelichting artikel 6
De mutaties zijn het gevolg van de bijstelling van de raming van het Bruto Binnenlands Product (BBP) zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Hierdoor stijgt het beschikbare budget voor 2018 en vanaf 2020 en neemt het af in de overige jaren.
| Opbouw uitgaven (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 667.613 | 659.085 | 655.183 | 655.501 | 655.647 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 126.042 | 82.322 | 88.425 | 98.190 | 97.940 | ||
| nieuwe mutaties | – 443 | – 667 | – 674 | – 721 | – 806 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 748.472 | 793.212 | 740.740 | 742.934 | 752.970 | 752.781 | 754.582 |
| Opbouw ontvangsten (EUR 1.000) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2018 | 21.450 | 21.450 | 21.450 | 21.450 | 21.450 | ||
| mutatie nota van wijziging 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2018 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 | 23.500 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | ||
| nieuwe mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 38.146 | 44.950 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 |
Bijlage 2: Moties en toezeggingen in het vergaderjaar 2017/2018
| Datum | Omschrijving | Herkomst | Stand van zaken |
|---|---|---|---|
| 09-03-2018 | 21 501-02, nr. 1839, motie-Verhoeven over het onderzoek van het Europees Parlement naar de benoeing van de heer Selmayr | VAO Raad Algemene Zaken d.d. 15 maart 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 23 maart 2018 |
| 15-03-2018 | 21 501-02, nr. 1840, motie-Van Nispen en Leijten over de benoemingsprocedures voor topambtenaren van de Europese Commissie | VAO Raad Algemene Zaken d.d. 15 maart 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 23 maart 2018 |
| 15-03-2018 | 21 501-02, nr. 1843, motie-Becker c.s. over veroordelen van de gevolgen van de aanval door Turkije op Afrin | VAO Raad Algemene Zaken d.d. 15 maart 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 20 maart 2018 |
| 15-03-2018 | 21 501-02, nr. 1844, motie-Van Ojik over het nucleair akkoord met Iran | VAO Raad Algemene Zaken d.d. 15 maart 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 20 maart 2018 |
| 15-03-2018 | 21 501-02, nr. 1848, motie-Ploumen over agenderen van misstanden tegen het vrije woord | VAO Raad Algemene Zaken d.d. 15 maart 2018 | In behandeling |
| 23-02-2018 | 21 501-20, nr. 1298, motie-Asscher/Van Ojik over duidelijkheid over compromissen | Debat over de informele Europese Top van 23 februari 2018 | In behandeling |
| 23-02-2018 | 21 501-20, nr. 1302 (gewijzigde), motie-Bisschop/Leijten over de omvang van het nieuwe MFK | Debat over de informele Europese Top van 23 februari 2018 | In behandeling |
| 23-02-2018 | 21 501-20, nr. 1303, motie Van der Graaf c.s. over een laagdrempelige toegang voor partijen | Debat over de informele Europese Top van 23 februari 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 19 maart 2018 |
| 23-02-2018 | 21 501-20, nr. 1304, motie-Omtzigt c.s. over het rapport «Opening up closed doors» | Debat over de informele Europese Top van 23 februari 2018 | Aan voldaan per brief 27 februari 2018 |
| 23-02-2018 | 21 501-20, nr. 1305, motie-Verhoeven over een Europese Commissie met minder Commissarissen | Debat over de informele Europese Top van 23 februari 2018 | In behandeling |
| 16-05-2018 | 21 501-20, nr. 1331 (gewijzigde), motie-Buitenweg/Asscher over koppeling van de uitkering van Europees geld aan het respect voor de rechtstaat | Debat over de informele Europese Top van 17 mei 2018 | In behandeling |
| 18-05-2018 | 21 501-20, nr. 1335 (gewijzigde), motie-Asscher/Buitenweg over dat lidstaten daar waar relevant nog EU-subsidies kunnen ontvangen als zij democratie en rechtsstaat in woord en daad verdedigen en corruptie tegengaan | Debat over de informele Europese Top van 17 mei 2018 | In behandeling |
| 28-03-2018 | 21 501-20, nr. 1314, motie-Omtzigt over het agenderen van het initiatief over transparantie | Debat over de informele Europese Top van 20 maart 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 30 maart 2018 |
| 21-02-2018 | 32 623, nr. 197, motie-Van Helvert/Ten Broeke/Sjoerdsma/Voordewind over de veroordeling van de Turkse aanval op Afrin | Debat over de Turkse aanval op Syrië d.d. 15 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 14 maart 2018 |
| 21-11-2017 | 34 775-V, nr. 16, motie-Ten Broeke c.s. over de ombuiging van het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP-)budget | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 9 juli 2018 |
| 21-11-2017 | 34 775-V, nr. 20, motie-Van Helvert c.s. over de bestrijding van ISIS | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 13 april 2018 |
| 21-11-2017 | 34 775-V, nr. 22 (gewijzigde), motie-Karabulut c.s. over de oorlog in Jemen als prioriteit | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa 2018 | Aan voldaan per brieven d.d. 19 december 2017 en 9 april 2018 |
| 21-11-2017 | 34 775-V, nr. 24, motie-Karabulut/Van Ojik over de vrijlating van de voorzitter van Amnesty International in Turkije | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa 2018 | In behandeling |
| 21-11-2017 | 34 775-V, nr. 26, motie-Sjoerdsma c.s. over een noodfonds voor journalisten | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa 2018 | In behandeling |
| 21-11-2017 | 34 775-V, nr. 29, motie-Voordewind c.s. over de inzet voor de godsdienstvrijheid | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa 2018 | In behandeling |
| 21-11-2017 | 34 775-V, nr. 31, motie-Kuzu over de Oeigoeren in China | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 11 december 2017 |
| 21-11-2017 | 34 775-V, nr. 23 (gewijzigde), motie-Karabulut c.s. over eerlijke processen tegen demonstranten | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 22 januari 2018 |
| 23-02-2018 | 34 775-V, nr. 56, motie-Voordewind c.s. over erkenning van de Armeense genocide | VAO Advies inzake gebruik door politici van term genocide d.d. 22 februari 2018 | Het kabinet neemt nota van de uitspraak van de Kamer |
| 23-02-2018 | 34 775-V, nr. 57, motie-Voordewind c.s. over de herdenking van de Armeense genocide in Jerevan | VAO Advies inzake gebruik door politici van term genocide d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 17 april 2018 |
| 23-02-2018 | 34 775-V, nr. 60, motie-Karabulut/Ploumen over van genocide verdachte ISIS-strijders vervolgen | VAO Advies inzake gebruik door politici van term genocide d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 13 april 2018 |
| 23-02-2018 | 34 775-V, nr. 63, motie-Van Helvert c.s. over het onderzoeksteam naar de misdrijven van ISIS in Irak | VAO Advies inzake gebruik door politici van term genocide d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 13 april 2018 |
| 15-05-2018 | 34 899, nr. 3 (gewijzigde), motie-Paternotte/Amhaouch over een versterkt verdragennetwerk | VSO Verdrag inzake luchtdiensten tussen regering Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curacao, Qatar, Colombo d.d. 6 december 2017 – Stemmingen d.d. 15 mei 2018 | In behandeling |
| 13-12-2017 | 21 501-20, nr. 1265, motie-Verhoeven/Groothuizen over het EU-monitoringsmechanisme voor de Libische kustwacht | Debat over de Europese Top d.d. 14 en 15 december 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 20 december 2017 |
| 13-12-2017 | 21 501-20, nr. 1266, motie-Ploumen/Asscher over de Europese coalitie tegen sociale dumping | Debat over de Europese Top d.d. 14 en 15 december 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 23 februari 2018 |
| 13-12-2017 | 21 501-20, nr. 1267, motie-Ploumen c.s. over de belastingtarieven voor bedrijven | Debat over de Europese Top d.d. 14 en 15 december 2017 | Aan voldaan per brief MinFin d.d. 23 februari 2018 |
| 13-12-2017 | 21 501-20, nr. 1268, motie-Van Haersma Buma c.s. over geen benadeling door een specifieke Ierse regeling | Debat over de Europese Top d.d. 14 en 15 december 2017 | In behandeling |
| 06-07-2018 | 21 501-20, nr. 1351, motie-Omtzigt c.s. over de draaiboeken voor het no-deal scenario | Notaoverleg Europese Raad d.d. 4 juli 2018 | In behandeling |
| 03-04-2018 | 22 112, nr. 2529, gewijzigde motie-Omtzigt over de Magnitsky-wet | Notaoverleg over de Staat van de EU en het werkprogramma van de Europese Commissie d.d. 26 maart 2018 | In behandeling |
| 03-04-2018 | 22 112, nr. 2516, motie-Asscher/Van Ojik over belastbaarheid van internetgiganten | Notaoverleg over de Staat van de EU en het werkprogramma van de Europese Commissie d.d. 26 maart 2018 | In behandeling |
| 03-04-2018 | 22 112, nr. 2517, motie-Van der Graaf c.s. over een peerreview voor rechtsstatelijkheid binnen de EU | Notaoverleg over de Staat van de EU en het werkprogramma van de Europese Commissie d.d. 26 maart 2018 | In behandeling |
| 03-04-2018 | 22 112, nr. 2520, motie-Bisschop over het politieke karakter van de Europese Commissie | Notaoverleg over de Staat van de EU en het werkprogramma van de Europese Commissie d.d. 26 maart 2018 | In behandeling |
| 22-12-2017 | 22 831, nr. 132, motie-Sjoerdsma/Azmani over sluiten van de Eritrese Ambassade | VSO De Hoorn van Afrika d.d. 20 december 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 17 januari 2018 |
| 22-12-2017 | 22 831, nr. 133, motie-Karabulut/Van Ojik over een verbod op de diasporabelasting | VSO Hoorn van Afrika d.d. 20 december 2017 | In behandeling |
| 05-06-2018 | 23 432, nr. 455, motie-Karabulut over de rechten van Palestijnse minderjarige gevangenen | VAO Midden Oosten Vredesproces d.d. 31 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 16 juli 2018 |
| 05-06-2018 | 23 432, nr. 460, motie-Kuzu over het behoud van de tweestatenoplossing | VAO Midden Oosten Vredesproces d.d. 31 mei 2018 | In behandeling |
| 12-06-2018 | 23 432, nr. 468. Motie-Van der Staaij c.s. over heldere afspraken met Iran over nucleaire non-proliferatie | Debat terugtrekken van de VS uit het nucleaire akkoord met Iran d.d. 6 juni 2018 | In behandeling |
| 22-12-2017 | 27 925, nr. 622, gewijzigde motie-Sjoerdsma c.s. over rapporteren over militaire wapeninzet | Debat verlenging Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS d.d. 20 december 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 13 april 2018 |
| 22-12-2017 | 27 925, nr. 623, motie-Voordewind/Van Helvert over kwetsbare minderheden in Irak | Debat verlenging Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS d.d. 20 december 2017 | In behandeling |
| 06-07-2018 | 28 676, nr. 294, motie-Van Helvert c.s. over de Turkse toenadering tot Rusland en de aanschaf van de S-400 aan de orde te stellen | VAO NAVO d.d. 5 juli 2018 | In behandeling |
| 05-06-2018 | 29 614, nr. 82, motie-Sjoerdsma/Segers over een nieuw onafhankelijk onderzoek naar buitenlandse financiering | Debat buitenlandse financiering van moskeeën d.d. 30 mei 2018 | In behandeling |
| 05-06-2018 | 29 614, nr. 86, motie-Becker over een centraal informatiepunt | Debat buitenlandse financiering van moskeeën d.d. 30 mei 2018 | In behandeling |
| 05-06-2018 | 29 614, nr. 99, motie-Karabulut/Segers over delen van informatie over buitenlandse financiering | Debat buitenlandse financiering van moskeeën d.d. 30 mei 2018 | In behandeling |
| 21-06-2018 | 30 573, nr. 141, motie-Van Ojik over plannen toetsen aan het VN-vluchtelingenverdrag, het VN verdrag inzake Zeerecht en Europese richtlijnen | Debat Informele Top van 24 juni 2018 d.d. 21 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d.2 juli 2018 |
| 21-06-2018 | 30 573, nr. 143, motie-Asscher/Pechtold over bescherming van vluchtelingen in overeenstemming met relevante internationale standaarden | Debat Informele Top van 24 juni 2018 d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 21-06-2018 | 30 753, nr. 144, motie-Jasper van Dijk/Leijten over migratie-overeenkomsten ter instemming voorleggen aan de Kamer | Debat Informele Top van 24 juni 2018 d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 21-06-2018 | 30 573, nr. 149, gewijzigde motie-Jasper van Dijk/Leijten over het politiek akkoord tussen Duitsland en Frankrijk | Debat Informele Top van 24 juni 2018 d.d. 21 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 27 juni 2018 |
| 25-04-2018 | 32 623, nr. 204, motie-Karabulut/Van Ojik over communicatieapparatuur uit Nederland in tanks van Saudi-Arabië | VAO Jemen d.d. 18 april 2018 | Deels aan voldaan met brief d.d. 1 juni 2018 |
| 25-04-2018 | 32 623, nr. 205, gewijzigde motie-Sjoerdsma over een kritische houding aannemen tegenover Iran en Saudi-Arabië | VAO Jemen d.d. 18 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 15 juni 2018 |
| 25-04-2018 | 32 623, nr. 206, motie-Becker/Van Helvert over zo snel mogelijk dekken van het tekort door andere landen | VAO Jemen d.d. 18 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 15 juni 2018 |
| 25-04-2018 | 32 623, nr. 207, gewijzigde motie-Van Ojik/Karabulut over opschorten van wapenleveranties aan Saudi-Arabië | VAO Jemen d.d. 18 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 17 mei 2018 |
| 25-04-2018 | 32 623, nr. 208, motie-Kuzu over de toegang tot hulpgoederen in Jemen | VAO Jemen d.d. 18 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 15 juni 2018 |
| 21-02-2018 | 32 623, nr. 193, motie Voordewind/Ten Broeke/Van Helvert/Sjoerdsma over de erkenning van genocide door ISIS-strijders | Debat Turkse aanval op Syrië d.d. 15 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 13 april 2018 |
| 21-02-2018 | 32 623, nr. 196, motie-Van Ojik/Ploumen over de verbetering van de situatie in Syrië | Debat Turkse aanval op Syrië d.d. 15 februari 2018 | In behandeling |
| 14-06-2018 | 32 735, nr. 191, gewijzigde motie-Karabulut c.s. over directe vrijlating van parlementariërs die ten onrechte gevangen zijn gezet | AO RAZ van 26 juni 2018 d.d. 21 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 29 juni 201806-07-2018 |
| 06-07-2018 | 32 735, nr. 200, motie-Ploumen over een VN- missie in Myanmar | AO Myanmar d.d. 27 juni 2018 | In behandeling |
| 06-07-2018 | 32 735, nr. 201, motie-Sjoerdsma c.s. over pleiten voor uitbreiding van de EU-sanctielijst | AO Myanmar d.d. 27 juni 2018 | In behandeling |
| 22-05-2018 | 33 694, nr. 13, motie-Voordewind c.s. over het bevorderen van godsdienstvrijheid | Notaoverleg Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie 2018–2022 d.d. 15 mei 2018 | In behandeling |
| 22-05-2018 | 33 694, nr. 15, motie-Sjoerdsma c.s. over het bevorderen van nucleaire ontwapening | Notaoverleg Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie 2018–2022 d.d. 15 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 21 juni 2018 |
| 22-05-2018 | 33 694, nr. 16, motie-Becker c.s. over de toenemende invloed van China | Notaoverleg Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie 2018–2022 d.d. 15 mei 2018 | In behandeling |
| 05-06-2018 | 33 997, nr. 119, motie-Ten Broeke c.s. over de staatsaansprakelijkheid van de Russische Federatie voor het neerhalen van vlucht MH17 | Debat over Staatsaansprakelijkheid van Rusland inzake MH17 d.d. 1 juni 2018 | In behandeling |
| 03-11-2017 | 34 775, nr. 44, motie Van der Staaij om in VN-verband actief stelling te nemen tegen lidstaten in VN-organisaties, die disproportioneel agenderen tegen Israël | Nota over toestand van ’s Rijks Financiën d.d. 2 november 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 15 november 2017 |
| 18-04-2018 | 34 775-V, nr. 18, gewijzigde motie-Van Ojik over dezelfde voorwaarden voor gasleidingen buiten de EU als voor gasleidingen tussen lidstaten | Vaststelling Begrotingsstaat BuZa (V) voor 2018. Stemmingen d.d. 17 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 1 juni 2018 |
| 26-06-2018 | 34 884, nr. 4, motie-Leijten/Stoffer over versterking van de rol van nationale parlementen | Notaoverleg Initiatiefnota «De lidstaten weer aan het roer» d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 25-04-2018 | 34 899, nr. 4, motie-Remco Dijkstra over geen oneerlijke concurrentie | VSO Verdrag inzake luchtdiensten tussen regering Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curacao, Qatar, Colombo d.d. 6 december 2017 – Stemmingen d.d. 24 april 2018 | In behandeling (bij MinIenW) |
| 25-04-2018 | 34 899, nr. 5, motie-Graus c.s. over onderzoek naar oneerlijke concurrentie | VSO Verdrag inzake luchtdiensten tussen regering Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curacao, Qatar, Colombo d.d. 6 december 2017 – Stemmingen d.d. 24 april 2018 | In behandeling (bij MinIenW) |
| 25-04-2018 | 34 899, nr. 6, motie-Graus/Remco Dijkstra over voorkomen van marktverstoring en concurrentievervalsing | VSO Verdrag inzake luchtdiensten tussen regering Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curacao, Qatar, Colombo d.d. 6 december 2017 – Stemmingen d.d. 24 april 2018 | In behandeling (bij MinIenW) |
| 10-10-2017 | 26 614, nr. 64, gewijzigde motie-Jasper van Dijk over een overzicht van geldstromen van de Golfstaten naar Nederlandse religieuze organisaties | Dertigleden debat over Financiering Moskeeën d.d. 5 oktober 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 19 juni 2018 |
| 10-10-2017 | 22 054, nr. 290, motie-Kuzu over de noodzaak van een wapenembargo tegen Myanmar | VAO Wapenexportbeleid d.d. 5 oktober 2017 | In behandeling |
| Datum | Omschrijving | Herkomst | Stand van zaken |
|---|---|---|---|
| 15-12-2017 | De Minister zal brief over ratificatie van het VN-verdrag tot afschaffing van kernwapens in afschrift aan Eerste Kamer zenden | Algemene Politieke Beschouwingen Eerste Kamer d.d. 4 en 5 december 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 18 december 2017 |
| 15-12-2017 | De Minister zegt toe de financiering van de OVSE en Raad van Europa te bezien en daarover te rapporteren in de reguliere rapportages | Algemene Politieke Beschouwingen Eerste Kamer d.d. 4 en 5 december 2017 | In behandeling |
| 06-07-2018 | De Minister zegt toe de Eerste Kamer te informeren over Nederlandse inzet voor transparantieagenda | Algemene Europese Beschouwingen Eerste Kamer d.d. 10 april 2018 | In behandeling |
| 06-07-2018 | De Minister zal de Eerste Kamer informeren over de stand van zaken en juridische analyse van de toetreding van de EU tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) | Algemene Europese Beschouwingen Eerste Kamer d.d. 10 april 2018 | In behandeling |
| 06-07-2018 | De Minister zal via Kopenhagenverklaring landen oproepen tot extra bijdragen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) | Algemene Europese Beschouwingen Eerste Kamer d.d. 10 april 2018 | In behandeling |
| 23-02-2018 | De Minister zegt Kamerbrief toe over criteria toepassing art. 100 procedure bij kleine bijdragen aan missies, zoals de Nederlandse bijdrage aan de UNMISS-missie in Zuid-Soedan | AO RBZ d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 26 februari 2018 |
| 23-02-2018 | De Minister sondeert tijdens de RBZ bij zijn Duitse collega naar de berichten over samenwerking tussen Duitsland en Turkije bij bouw van tanks | AO RBZ d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 6 maart 2018 |
| 23-02-2018 | De Minister zal de Kamer informatie sturen over uitkomst van besprekingen met Marokkaanse autoriteiten over behandeling arrestanten | AO RBZ d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 21 juni 2018 |
| 23-02-2018 | De Minister stuurt brief over onderbouwing door Turkije van beroep op artikel 51 VN ter verdediging van inval in Noord-Syrië | AO RBZ d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 14 maart 2018 |
| 23-02-2018 | De Minister zal de Kamer ter informatie het met Saudi-Arabië afgesloten Memorandum of Understanding toesturen | AO RBZ d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 22 maart 2018 |
| 06-09-2017 | De Minister zegt toe dat de art. 100 brief over strijd tegen ISIS ook informatie bevat over de wijze van inzet van F16s in Syrië in relatie tot effecten voor Assad regime | AO RBZ/Gymnich d.d. 5 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 11 september 2017 |
| 06-09-2017 | De Minister zal de Kamer informeren over EU-mensenrechtenbeleid ten aanzien van natuurbeschermers | AO RBZ/Gymnich d.d. 5 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 15 september 2017 |
| 15-03-2018 | De Minister zal nagaan hoe/wanneer het COSAC-rapport geagendeerd kan worden met het oog op bespreking in een Europese Raad | AO RAZ d.d. 15 maart 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 23 maart 2018 |
| 27-10-2017 | De Minister zegt toe dat het nieuwe Kabinet de Kamer zal informeren over de mogelijkheid en de timing van eventuele sancties | AO Myanmar d.d. 25 oktober 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 17 november 2017 |
| 27-10-2017 | De Minister zal een overzicht sturen van de bijdragen die verschillende landen leveren | AO Myanmar d.d. 25 oktober 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 3 november 2017 |
| 27-10-2017 | De Minister zegt toe dat er met Oekraïne overleg zal zijn over de vraag of er wapenleveranties plaatsvinden | AO Myanmar d.d. 25 oktober 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 20 december 2017 |
| 27-10-2017 | De Minister zegt toe dat er nagekeken zal worden of Nederlandse wapens doorgeleverd zijn via India | AO Myanmar d.d. 25 oktober 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 20 december 2017 |
| 27-10-2017 | De Minister zegt toe dat er zal worden nagegaan of andere (EU-) landen nog militaire contacten hebben | AO Myanmar d.d. 25 oktober 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 1 december 2017 |
| 29-09-2017 | De Minister zal de Kamer informeren zodra er informatie beschikbaar is over redenen voor afwijzing Nederlandse Ambassadeur | AO Suriname d.d. 13 september 2017 | In behandeling |
| 29-09-2017 | De Minister zegt toe de Kamer op de hoogte te houden van overdracht archieven Buitenlandse Zaken | AO Suriname d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 30 januari 2018 |
| 27-02-2018 | De Minister zal Kamerbrief sturen over hoe de in Syrië en Irak gevangen genomen Nederlandse IS strijders in Nederland vervolgd kunnen worden | AO «gebruik term Genocide door politici d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 13 april 2018 |
| 26-01-2018 | De Minister zal de Kamer informeren, nadat informatie is verkregen van de Europese Commissie, over de (controle op) besteding van Europese gelden die via de Turkse overheid lopen | AO Brexit en evaluatie instrument pretoetredingssteun d.d. 24 januari 2018 | In behandeling |
| 01-06-2018 | De Minister zal Kamer informeren over mogelijkheden tot aanvullend onderzoek naar rol Oekraïne bij het neerhalen van vlucht MH17 | Plenair debat MH17-verdrag d.d. 31 mei 2018 | In behandeling |
| 15-12-2017 | De Minister zal Kamer informeren over resultaten van onderzoek naar misstanden in het zogenaamde AJACS-programma, naar aanleiding van de aantijgingen in het BBC-programma «Panorama» | AO IS d.d. 14 december 2017 | In behandeling |
| 13-04-2018 | De Minister stuurt Kamerbrief inzake Nederlandse inzet Track II in Jemen | AO Jemen d.d. 12 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 25 juni 2018 |
| 02-07-2018 | De Minister stuurt Kamerbrief met informatie over een volmacht voor vastgoed | Wetgevingsoverleg d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 02-07-2018 | De Minister stuurt de Kamer informatie over maatregelen om de informatiebeveiliging te verbeteren | Wetgevingsoverleg d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 27-06-2018 | De Minister zal schriftelijk informeren over vraag over de oefening/trainingsactie in Vught | AO RBZ d.d. 20 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 26 juni 2018 |
| 02-07-2018 | De Minister stuurt Kamerbrief met informatie over de voor de Westelijke Sahara geldende tarieven | AO Marokko d.d. 28 juni 2018 | In behandeling |
| 02-07-2018 | De Minister zegt toe dat Nederland bij de Europese Commissie zal aandringen om economische instrumenten vooral in te zetten op achtergebleven gebieden | AO Marokko d.d. 28 juni 2018 | In behandeling |
| 02-07-2018 | De Minister zegt toe dat de consulaire afdeling van de ambassade ook bij piekbelasting adequaat zal worden bemenst | AO Marokko d.d. 28 juni 2018 | In behandeling |
| 02-07-2018 | De Minister zegt toe dat ook in hoger beroep de Nederlandse Ambassade de (Rif) processen zal bijwonen | AO Marokko d.d. 28 juni 2018 | In behandeling |
| 02-07-2018 | De Minister zal na ontvangst onderbouwing vonnis een schriftelijke appreciatie daarvan aan de Kamer aanbieden | AO Marokko d.d. 28 juni 2018 | In behandeling |
| 08-11-2017 | De Minister zegt toe dat de Kamer zo vroeg mogelijk zal worden betrokken bij de voorbereidingen van de Europese toppen genoemd in de Leader’s Agenda | AO RAZ d.d. 7 november 2017 | In behandeling |
| 15-09-2017 | De Minister zegt toe dat individuele voorstellen die voortvloeien uit de State of the Union of uit de «Letter of Intent» voor het Commissie-werkprogramma t.z.t. voorzien van kabinetsappreciatie aan de Kamer zullen worden voorgelegd | AO RAZ d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan conform staand beleid |
| 22-11-2017 | De Minister zal de Kamer nader informeren over de casus van de Israëlische supermarktketen «Shufersal», in illegale nederzettingen en steun heeft gekregen van de Nederlandse overheid voor zijn Hollandse Maand | Begrotingsbehandeling BZ | Aan voldaan per brief d.d. 4 december 2017 |
| 15-09-2017 | De Minister zal de Kamer informeren over de bezoldiging van de heer Bos als pleitbezorger voor het Europees Geneesmiddelen agentschap (EMA) in Nederland | AO RAZ d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 2 oktober 2017 |
| 13-09-2017 | De Minister zal de visie van de regering op de postmissiebeoordeling Uruzgan zo spoedig mogelijk aan de Kamer doen toekomen | AO Evaluatie Ned. bijdrage aan missies en operaties in 2016 d.d. 12 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 14 september 2017 |
| 13-09-2017 | De Minister stuurt een Kamerbrief zo snel mogelijk en indien mogelijk voor het VAO, over de berichten over de aankoop van raketsystemen door Turkije van Rusland | AO Wapenexportbeleid d.d. 12 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 26 september 2017 |
| 15-12-2017 | De Minister (en de Minister van Defensie) zullen de Kamer informeren bij eventuele wijziging volkenrechtelijk mandaat voor acties boven Syrië | AO IS d.d. 14 december 2017 | In behandeling |
| 15-12-2017 | De Minister (en de Minister van Defensie) zullen de Kamer informeren wanneer fase 4 in de strijd tegen IS ingaat | AO IS d.d. 14 december 2017 | In behandelling |
| 06-10-2017 | De Minister zal in het verslag van de VN Mensenrechtenraad de laatste stand van zaken geven met betrekking tot de mensenrechtensituatie in Venezuela | AO Venezuela d.d. 5 oktober 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 25 oktober 2017 |
| 08-09-2017 | De Minister zal in een nadere brief ingaan op de juridische mogelijkheden om staten aansprakelijk te stellen | Plenair over het besluit vervolgingsmechanisme MH17 d.d. 6 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 9 maart 2018 |
| 27-06-2018 | De Minister zal na zomer 2018 de Kamer informeren over voortgang Israëlisch onderzoek naar geweld in de Gazastrook | AO RBZ d.d. 20 juni 2018 | In behandeling |
| 20-06-2018 | De Minister stuurt Kamer voor het Eurasia Partnership Foundation (EPF) een BNC-fiche toe (binnen 5 weken vanaf 20 juni 2018) | AO RBZ d.d. 20 juni 2018 | In behandeling |
| 08-06-2018 | De Minister zal de Kamer schriftelijk informeren of Europese oproep tot onmiddellijke vrijlating van Turkse presidentskandidaat e.a. parlementsleden opportuun danwel kansrijk is | AO Turkije d.d. 6 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 13 juni 2018 |
| 21-06-2018 | De Minister stuurt Kamerbrief over hoeveelheid IPA-fondsen die de landen van Westelijke Balkan tot dusver hebben ontvangen per land | AO/VAO RAZ/Westelijke Balkan d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 30-05-2018 | De Minister zal de Kamer informeren of hulpbijdragen voldoende worden gehonoreerd | AO Venezuela d.d. 30 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 18 juli 2018 |
| 20-04-2018 | De Minister zal de Kamer informeren over de NAVO-missie in Irak, op een daartoe gelegen moment | AO NAVO d.d. 19 april 2018 | In behandeling |
| 18-05-2018 | De Minister stuurt Kamerbrief toe in 2019 met een update van de Arctische Strategie (2016–2020) met aandacht voor flow security | Notaoverleg GBVS d.d. 15 mei 2018 | In behandeling |
| 18-05-2018 | De Minister zal de Kamer een notitie sturen over samenhangend beleid ten aanzien van China | Notaoverleg GBVS d.d. 15 mei | In behandeling |
| 18-05-2018 | De Minister zal de Kamer informeren over voortgang ten aanzien van een mogelijke Magnitsky-wet | Notaoverleg GBVS d.d. 15 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 5 juli 2018 |
| 18-05-2018 | De Minister zal voor de zomer een Kamerbrief over het postennet sturen | Notaoverleg GBVS d.d. 15 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 2 juli 2018 |
| 11-04-2018 | De Minister zegt toe Turkije aan te spreken op de toegang voor humanitaire hulp aan vluchtelingen in Afrin | AO RBZ d.d. 11 april 2018 | In behandeling |
| 11-04-2018 | De Minister zal de Kamer informeren over de uitvoering van motie ten aanzien van Magnitsky-sancties | AO RBZ d.d. 11 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 5 juli 2018 |
| 11-04-2018 | De Minister zegt toe dat Nederland in Europees verband bondgenoten zal zoeken voor de Europese Magnitsky-wetgeving en de Kamer hierover informeren | AO RBZ d.d. 11 april 2018 | In behandeling |
| 06-06-2018 | De Minister zal beoordeling visumliberalisatie-criteria van de Europese Commissie met de Kamer delen zodra beschikbaar en de Kamer informeren bij elke vervolgstap | AO Turkije d.d. 6 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 13 juni 2018 |
| 13-04-2018 | De Minister stuurt een Kamerbrief over verlenging van (bestaande) EU-sancties tegen Iran op 12 april jl. | AO Jemen d.d. 12 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 16 april 2018 |
| 31-05-2018 | De Minister zegt toe om consulaire problemen van Venezolanen in Nederland aan te kaarten bij de Venezolaanse autoriteiten | AO Venezuela d.d. 30 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 18 juni 2018 |
| 19-04-2018 | De Minister zal de Kamer een overzicht sturen van mensenrechtenorganisaties die door Nederland gesteund worden | AO MOVP d.d. 19 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 30 mei 2018 |
| 20-06-2018 | De Minister stuurt de Kamer in juli een brief over de trans-Atlantische relaties | AO RBZ d.d. 22 mei 2018 – herhaald in AO RBZ d.d. 20 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 10 juli 2018 |
| 06-06-2018 | De Minister zegt toe om de ontwikkeling van de militaire capaciteit van China mee te nemen in de China-strategie | AO Wapenexportbeleid d.d. 6 juni 2018 | In behandeling |
| 12-04-2018 | De Minister zal de oproep van het belang van tijdige toezending van BNC-fiches aan Kamer doorgeleiden naar alle ministeries | AO Informatievoorziening d.d. 12 april 2018 | In behandeling |
| 12-04-2018 | De Minister zegt toe een vertrouwelijke technische briefing te organiseren over het Europese krachtenveld met betrekking tot transparantie | AO Informatievoorziening d.d. 12 april 2018 | Aan voldaan middels technische briefing op 14 juni 2018 |
| 31-05-2018 | De Minister zal in een Kamerbrief opheldering geven over wanneer de eerste informatie van Koeweit werd ontvangen | Debat Buitenlandse Financiering Moskeeën d.d. 30 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 19 juni 2018 |
| 20-06-2018 | De Minister zegt toe om in verslag RBZ d.d. 25 juni verslag te doen van zijn gesprek met Iraanse vicepresident | AO RBZ d.d. 25 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 26 juni 2018 |
| 15-09-2017 | De Minister zegt toe om in de geannoteerde agenda voor de Europese Raad d.d. 19 en 20 oktober 2017 de Kamer te informeren over stand van zaken onderhandelingen over de positie van EU-burgers in het VK | AO RAZ d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 9 oktober 2017 |
| 13-09-2017 | De Minister zegt toe om in de volgende evaluatie meer visuals (infographics) op te nemen | AO Evaluatie Nederlandse bijdrage aan missies en operaties in 2016 d.d. 12 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 8 mei 2018 |
| 02-07-2018 | De Minister zegt toe in reeds eerder toegezegde brief over consulaire bijstand ook aandacht te geven aan de reisadviezen | AO Marokko d.d. 28 juni 2018 | In behandeling |
| 02-07-2018 | De Minister zegt toe om in de geannoteerde agenda RBZ ook de Nederlandse standpuntbepaling op te nemen ten aanzien van het Commissievoorstel voor aanpassing EU-Marokko Landbouwakkoord | AO Marokko d.d. 28 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 7 juli 2018 |
| 02-07-2018 | De Minister zegt toe om in het najaar een Kamerbrief te sturen over de invulling van de 30 miljoen en daar nader op in te gaan | Wetgevingsoverleg d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 02-07-2018 | De Minister zal in overleg met MinBZK na het zomerreces een Kamerbrief sturen met mogelijkheden voor wat in de motie Sjoerdsma nr. 11 wordt gevraagd | Wetgevingsoverleg d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 20-06-2018 | De Minister zal in september 2018 terugkomen op het voorstel van het lid Ploumen inzake thematische gerichte sancties tegen personen die zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel geweld (in conflictsituaties) | AO RBZ d.d. 26 juni 2018 | In behandeling |
| 23-02-2018 | De Minister zegt toe om in het verslag van de RBZ antwoord te geven op de vragen over de procedure rondom het aannemen van conclusies door de Raad over Myanmar | AO RBZ d.d. 22 februari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 6 maart 2018 |
| 20-06-2018 | De Minister zegt toe om met EU collega’s aan te dringen bij de Nicaraguaanse regering op hervatting van de bespreking met de oppositie | AO RBZ d.d. 20 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 26 juni 2018 |
| 16-05-2018 | De Minister zal de mogelijkheden bespreken met Egypte om de grens met Gaza open te stellen | AO MOVP d.d. 16 mei 2018 | In behandeling |
| 12-04-2018 | De Minister zal met het Oostenrijks EU-Voorzitterschap bespreken of de agenda’s van de trilogen gepubliceerd kunnen worden | AO Informatievoorziening d.d. 12 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 20 april 2018 en 9 mei 2018 |
| 12-04-2018 | De Minister zal navragen wanneer het Bulgaars EU-Voorzitterschap de aanbevelingen van de Europese Ombudsman zal gaan agenderen | AO Informatievoorziening d.d. 12 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 18 mei 2018 |
| 12-04-2018 | De Minister zal terugkomen met nadere beantwoording op de reeds gestelde schriftelijke vragen als het gaat om de tijdsverdeling tussen Minister en de Kamers bij de implementatie van regelgeving | AO Informatievoorziening d.d. 12 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 25 mei 2018 |
| 12-04-2018 | De Minister zal voor de zomer, na overleg met zijn collega’s, de Kamer per brief informeren over de mogelijkheden tot tussentijdse rapportages (d.w.z. niet beperkt tot enkele prioritaire dossiers) | AO Informatievoorziening d.d. 12 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 18 juli 2018 |
| 12-04-2018 | De Minister zegt toe, in overleg met collega’s, de vindbaarheid van documenten in het «Delegates Portal» makkelijker te maken | AO Informatievoorziening d.d. 12 april 2018 | In behandeling |
| 21-06-2018 | De Minister zal nader kijken naar de invoering van een Europese memorie van toelichting op Europese wetgeving indien er een Europese verdragswijziging voorligt | Notaoverleg Initiatiefnota van het lid Bisschop «De lidstaten weer aan het roer» d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 30-05-2018 | De Minister zal ontvangen informatie van Saoedi-Arabië en Koeweit openbaar met de Kamer delen | Debat Buitenlandse Financiering Moskeeen d.d. 30 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 19 juni 2018 |
| 02-07-2018 | De Minister zal helder maken in volgende rapportage over bezoeken aan gedetineerden hoeveel geld is uitgegeven en wat het verschil is tussen bestede en beschikbaar gestelde subsidies | Wetgevingsoverleg d.d. 21 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 19 juli 2018 |
| 02-07-2018 | De Minister zal rond Prinsjesdag schriftelijk terugkomen op het voorstel voor het opstellen van een witboek | Wetgevingsoverleg d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 29-09-2017 | De Minister zal proactief de visumplicht Suriname bespreken met Europese Commissie; behoudens eigen verantwoordelijkheid van de Surinaamse regering in deze | AO Suriname d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 29 januari 2018 |
| 29-09-2017 | De Minister zegt toe om twinningsprojecten te bezien op verdeling tussen stad en platteland | AO Suriname d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 29 januari 2018 |
| 29-09-2017 | De Minister zal de vragen over de AOW- kwestie doorgeleiden aan MinSZW | AO Suriname d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief SZW d.d. 5 oktober 2017 |
| 29-09-2017 | De Minister zal de vragen over gezinshereniging schriftelijk beantwoorden | AO Suriname d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief J&V d.d. 5 oktober 2017 |
| 29-09-2017 | De Minister zal vragen doorgeleiden aan MinSZW, o.a. vragen over AOW-kwestie, en deze zal in afschrift aan VKC BZ worden verzonden | AO Suriname d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief SZW d.d. 5 oktober 2017 |
| 29-09-2017 | De Minister zal schriftelijke informatie over mogelijke multilaterale steun aan de Kamer toesturen | AO Suriname d.d. 13 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 29 januari 2018 |
| 26-01-2018 | De Minister zal terugkomen op de implicaties van de Brexit voor de verdragen van de EU in de vertaling naar het uittredingsakkoord en de nieuwe relatie met het VK | AO Brexit d.d. 24 januari 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 16 februari 2018 |
| 08-11-2017 | De Minister zegt toe zich ervoor in te zetten dat de conceptpapers van de Eurocommissaris Oettinger over het MFK openbaar gemaakt worden | AO RAZ d.d. 7 november 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 16 februari 2018 |
| 24-04-2018 | De Minister zal nog deze week een Kamerbrief sturen over welke informatie op moment van onderzoek door Rand beschikbaar was en door onderzoekers is ingezien | Vragenuurtje d.d. 24 april 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 26 april 2018 |
| 15-05-2018 | De Minister zal Kamerbrief sturen over concrete bestedingen en resultaten van het Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) Community Policing project in Indonesië | Vragenuurtje d.d. 15 mei 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 18 juni 2018 |
| 06-09-2017 | De Minister zal de Kamer op de hoogte houden van ontwikkelingen rondom Noord-Korea inclusief nucleaire capaciteit | AO RBZ/Gymnich d.d. 5 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 15 september 2017 |
| 15-12-2017 | De Minister zal naleving humanitair oorlogsrecht aankaarten bij VS Secretary of State Tillerson en de Kamer hierover informeren | AO IS d.d. 14 december 2017 | Aan voldaan d.m.v. mondelinge beantwoording Minister tijdens plenaire afronding AO ISIS |
| 05-10-2017 | De Minister zal dialoog met 4 Golflanden over buitenlandse financiering blijven aangaan, financieringsstromen zo volledig mogelijk in kaart brengen en is bereid deze informatie, waar mogelijk, openbaar en in ieder geval vertrouwelijk met de Kamer te delen | Dertigleden debat Financiering Moskeeen in Nederland d.d. 5 oktober 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 19 juni 2018 |
| 26-09-2017 | De Minister zal de Kamer informeren over de vraag of/hoe de Koerdische regio voldoet aan de Montevideo-criteria | Vragenuurtje d.d. 26 september 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 24 oktober 2017 |
| 09-11-2017 | De Minister informeert de Kamer bij aanwijzingen voor oneigenlijk gebruik van sociale media door buitenlandse mogendheden | AO RBZ d.d. 9 november 2017 | In behandeling |
| 09-11-2017 | De Minister informeert de Kamer over het verloop van de besprekingen in de situatie van zowel Spanje als Polen | AO RBZ d.d. 9 november 2017 | In behandeling |
| 15-03-2018 | De Minister rapporteert Kamer hoe de interne Commissie-procedures zijn wanneer regels worden overtreden die niet in aanmerking komen voor de strafbaarstelling onder Belgisch recht | AO RAZ d.d. 15 maart 2018 | In behandeling |
| 14-12-2017 | De Minister zal in het verslag van de Europese Raad opnemen hoe zorgen over opvangomstandigheden in Griekenland met Grieken zijn opgebracht | Debat Europese Top 14 en 15 december 2017 | Aan voldaan per brief d.d. 20 december 2018 |
| 21-06-2018 | De Minister zal de Kamer voor het reces informeren over de invulling van de 10 miljoen voor het postennetwerk | Wetgevingsoverleg d.d. 21 juni 2018 | Aan voldaan per brief d.d. 2 juli 2018 |
Bijlage 3: Overzicht subsidies Buitenlandse Zaken
Bedragen x 1.000 euro
Bedragen zijn gebaseerd op de kasramingen per individuele verplichting geregistreerd in het managementinformatiesysteem per 1 juni 2018. De toerekening van de geregistreerde subsidieverplichtingen aan de relevante subsidieregelingen is handmatig tot stand gekomen. Het managementinformatiesysteem registreert geen subsidieregelingen waardoor de koppeling van individuele susbsidies aan de van toepassing zijnde subsidieregeling vanuit het managementinformatiesysteem niet mogelijk is. Er wordt een voorbehoud gemaakt omtrent de juistheid en volledigheid van de gegevens opgenomen in onderstaand subsidieoverzicht.
| Begrotingsartikel | Naam subsidieregeling | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink vindplaats) | Volgende evaluatie (jaartal) | Einddatum subsidie (regeling jaartal) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1.1. | 9.901 | 982 | 884 | 535 | 45 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 1.2. | 277 | 138 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2020 | 2015 | ||
| 1.2. | 6.365 | 4.923 | 2.852 | 1.916 | 100 | 257 | 0 |
| 2020 | 2021 | |
| 1.2. | 3.801 | 1.777 | 99 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2014 | |||
| 1.2. | 964 | 865 | 102 | 20 | 0 | 0 | 0 | 2020 | 2016 | ||
| 1.2. | 17.168 | 12.915 | 10.378 | 6.956 | 2.008 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.1. | 1.316 | 1.305 | 590 | 155 | 17 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.2. | 6.718 | 4.779 | 1.795 | 152 | 10 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.3. | 111 | 101 | 101 | 48 | 48 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.4 | 12.146 | 8.342 | 3.227 | 0 | 862 | 0 | 0 | 2021 | 2020 | ||
| 2.4 | 2.566 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | Is hetzelfde beleidsterrein als Mine Action en Clustermunitie, daar vervolgevaluatie. | 2016 | ||
| 2.4 | 20.119 | 12.037 | 5.075 | 1.132 | 150 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.5. | 2.288 | 3.261 | 2.948 | 918 | 277 | 222 | 0 | 2021 | 2020 | ||
| 2.5. | 166 | 897 | 660 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2020 | 2019 | ||
| 2.5. | 4.707 | 1.179 | 213 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 3.4. | 278 | 418 | 348 | 348 | 348 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 4.1. | 1.684 | 1.566 | 588 | 181 | 0 | 0 | 0 | 2019 Beleidsdsdoor-lichting Consulaire belangen- behartiging | 2016 | ||
| 4.1 | 25 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 4.3. | 2.428 | 1.814 | 1.113 | 876 | 207 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 4.4. | 5.317 | 3.569 | 2.291 | 1.931 | 432 | 198 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 7.1. | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| Totaal | 98.415 | 60.868 | 33.263 | 15.168 | 4.503 | 677 | 0 |
Bijlage 4: Evaluatie en overig onderzoek
| 1 | Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van de mensenrechten en Gastlandbeleid internationale organisaties | Doelstelling | Titel | Start | Afronding |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1a | Beleidsdoorlichtingen | ||||
| 1 | Beleidsdoorlichting beleidsartikel 1: Versterkte internationale rechtsorde | 2022 | |||
| 1b | Ander ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1.2 | Mensenrechtenbeleid | 2021 | |||
| b | 1.2 | Mensenrechtenfonds | 2020 | ||
| 1.3 | NL Gastland2 | 2018 | |||
| 3 | Overig onderzoek | ||||
| 1.1 | Bevordering internationale rechtsorde (zie ook 2.4) | 2022 | |||
| 2 | Veiligheid en stabiliteit | Doelstelling | Titel | Start | Afronding |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1a | Beleidsdoorlichtingen | ||||
| 2 | Beleidsdoorlichting beleidsartikel 2: Veiligheid en stabiliteit | 2022 | |||
| 2.3 | Nederlandse inzet op non-proliferatie, wapenbeheersing en exportcontrole van strategische goederen | 2018 | |||
| 2.5 | Europees Nabuurschapsbeleid (zie ook 3.2)1 | 2018 | |||
| 1b | Ander ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 2.1 | NL inzet via EU (GVDB) en NAVO | 2019 | |||
| 2.2 | Bestrijding Terrorisme | 2019 | |||
| 2.2 | Cybersecurity | 2020 | |||
| 2.4 | Bevordering internationale rechtsorde (zie ook. 1.1) | 2022 | |||
| 2.5 | Shiraka overheidssamenwerking | 2019 | |||
| 2.5 | Regio/landenstudie Stabiliteitsfonds en Shiraka | 2020 | |||
| 2.5 | MENA beurzenprogramma | 2018 | |||
| 2.5 | Matra Oost | 2022 | |||
| 3 | Overig onderzoek | ||||
| 3 | Effectieve Europese samenwerking | Doelstelling | Titel | Start | Afronding |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1a | Beleidsdoorlichtingen | ||||
| 3 | Beleidsdoorlichting beleidsartikel 3: Effectieve Europese samenwerking | 2021 | |||
| 3.2 | Europees nabuurschapbeleid (zie ook 2.5) 1 | 2018 | |||
| 1b | Ander ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 3.1, 3.4 | Coalitievorming & multi-bi diplomatie | 2020 | |||
| 3.2 | Matra oost | 2022 | |||
| 3.4 | Evaluatie van de verdragsmatige Benelux-samenwerking (Benelux Unie) | 2019 | |||
| 3 | Overig onderzoek | ||||
| 3.1 | Coördinatie Nederlands EU-beleid | 2019 | |||
| 4 | Consulaire dienstverlening en uitdragen van Nederlandse waarden | Doelstelling | Titel | Start | Afronding |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1a | Beleidsdoorlichtingen | ||||
| 4 | Beleidsdoorlichting beleidsartikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden | 2019 | |||
| 1b | Ander ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 4.1, 4.2 | Consulaire dienstverlening | 2018 | |||
| 4.3 | Prins Claus Fonds | 2019 | |||
| 4.3 | Creative twinning programma | 2021 | |||
| 4.3 | Culturele diplomatie | 2018 | |||
| 3 | Overig onderzoek | ||||
Bijlage 5: Lijst van afkortingen
| 3W | Wereld Wijd Werken |
| ACS-landen | Groep van landen uit Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. |
| ACOR | Advisory Committee on the Communities» own Resources |
| ACOTA | Africa Contingency Operations Training & Assistance |
| ADR | Audit Dienst Rijk |
| AIV | Adviesraad Internationale Vraagstukken |
| AP | Aanvullende Post |
| ASEAN | Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties |
| ATT | Arms Trade Treaty |
| BBP | Bruto Binnenlands Product |
| BHOS | Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking |
| BIV | Budget Internationale Veiligheid |
| BNI | Bruto Nationaal Inkomen |
| Brexit | Uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie |
| BTW | Omzetbelasting |
| BTWC | Biologisch en Toxische Wapens Verdrag |
| BUZA of BZ | Ministerie van Buitenlandse Zaken |
| CBS | Centraal Bureau voor de Statistiek |
| CPB | Centraal Planbureau |
| CPT | European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment |
| CSO | Consulaire Service Organisatie |
| CTBT(O) | Comprehensive Nuclear Test-Ban Treaty (Organization) |
| DGBEB | Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen |
| ECHO | European Civil Protection and Humanitarian Aid Operations |
| EHRM | Europees Hof voor de Rechten van de Mens |
| EIPA | European Institute of Public Administration |
| EMB | Eigen Middelen Besluit |
| EOF | Europees Ontwikkelingsfonds |
| ESC-verdrag | Economische, Sociale en Culturele rechten verdrag |
| EU | Europese Unie |
| EUROSTAT | Het statische bureau van de Europese Unie |
| EVRM | Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens |
| EZK | Ministerie van Economische Zaken en Klimaat |
| FSO | Financiële Service Organisatie |
| GCTF | Global Counterterrorism Forum |
| GBVS | Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie |
| GVDB | Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid |
| HGIS | Homogene Groep Internationale Samenwerking |
| HNW | Het Nieuwe Werken |
| IAEA | International Atomic and Energy Agency |
| ICB | Internationaal Cultuurbeleid |
| ICC | International Criminal Court |
| ICT | Informatie- en Communicatietechnologie |
| ICCT | International Centre for Counter-Terrorism |
| IIIM | International, Impartial and Independent Mechanism |
| IO’s | Internationale Organisaties |
| ISIS | Islamitic State of Iraq and Syria |
| JBZ | Raad Justitie en Binnenlandse Zaken |
| LGO | Landen en Gebieden Overzee |
| LHBTI | Lesbiennes, Homo’s, Bi- en Transseksuelen en Interseksuelen |
| MATRA | Maatschappelijke Transformatie |
| MENA | Midden-Oosten en Noord-Afrika |
| MFK | Meerjarig Financieel Kader |
| MICT | Restmechanisme voor Internationale Strafhoven |
| MINUSMA | United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali |
| MVV | Machtiging tot Voorlopig Verblijf |
| NAVO | Noord-Atlantische Verdrags Organisatie |
| RAZNFRP | Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen |
| NGO | Non-Gouvernementele Organisatie |
| NPDI | Non-proliferation and Disarment Initiative |
| NPV | Non-Proliferatie Verdrag (189) |
| ODA | Official Development Assistance (officiële ontwikkelingshulp) |
| OESO | Organisatie Economische Samenwerking en Ontwikkeling |
| OHCHR | Hoge commissaris voor de Rechten van de Mens |
| OS | Ontwikkelingssamenwerking |
| OVSE | Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa |
| OPCW | Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons |
| PACE | Parliamentary Assembly of the Council of Europe |
| PESCO | Permanent Gestructureerde Samenwerking |
| POBB | Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid |
| RAL | Reste à Liquider |
| RAZ | Raad Algemene Zaken |
| RBZ | Raad Buitenlandse Zaken |
| RvE | Raad van Europa |
| SGVN | Secretaris Generaal van de Verenigde Naties |
| Shiraka | Partnerschappen voor ondersteuning democratische transitie in de Arabische regio |
| SSO | Shared Service Organisatie |
| SSR | Security Sector Reform |
| STL | Speciaal Tribunaal Libanon |
| V&J | Het Ministerie van Veiligheid en Justitie |
| VAO | Verslag Algemeen Overleg |
| VK | Verenigd Koninkrijk |
| VN | Verenigde Naties |
| VNVR | Veiligheidsraad van de Verenigde Naties |
| VS | Verenigde Staten |
| WEU | West-Europese Unie |
| ZBO | Zelfstandig Bestuursorgaan |
1. Leeswijzer begroting
De voorliggende Tweede suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Eerste suppletoire begroting 2019 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.
In onderdeel 2 wordt een beknopte toelichting gegeven op de wijzigingen die zijn opgetreden binnen het totaal van de HGIS.
In onderdeel 3 worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht.
Onderdeel 4 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na deze tabellen wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de vorige stand op artikelniveau.
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
In onderdeel 5 staan de tabellen van de niet-beleidsmatige artikelen.
2. Wijzigingen in de omvang van de HGIS
In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de Voorjaarsnota 2019. Zoals uit de hiernavolgende tabellen blijkt, nemen de uitgaven af met EUR 57,5 miljoen en nemen de ontvangsten toe met EUR 31,8 miljoen.
| Uitgaven | Totaal | Wv. ODA |
|---|---|---|
| Stand uitgaven VJN 2019 | 6.287,8 | 4.675,6 |
| Totaal mutaties | – 57,5 | 31,5 |
| Stand uitgaven NJN 2019 | 6.230,3 | 4.707,1 |
De HGIS Standen zijn inclusief EU- en asieltoerekening
De afname van de uitgaven is het gevolg van meerdere mutaties. In de hiernavolgende tabel zijn deze nader uitgesplitst.
| Totaal | Wv. ODA | |
|---|---|---|
| Bijstellingen BNI (ODA) en prijscomponent BBP (non-ODA) | 35,6 | 31,5 |
| Overboekingen van en naar de HGIS | 1,4 | |
| Desalderingen op ontvangsten | 30,1 | |
| Kasschuif | – 53,0 | |
| Toevoeging middelenafspraak huisvesting | – 19,3 | |
| Verwachte onderuitputting | – 52,3 | |
| TOTAAL | – 57,5 | 31,5 |
Toelichting uitgaven:
-
– Op basis van de wijzigingen zoals deze zijn opgenomen in de Macro Economische Verkenning voor het Bruto Nationaal Inkomen (ODA) en de prijscomponent van het Bruto Binnenlands Product is de omvang van de HGIS bijgesteld. Hierdoor wordt het ODA-budget met EUR 31,5 miljoen verhoogd en wordt het non-ODA-budget met EUR 4,1 miljoen verhoogd.
-
– Er vindt een aantal overboekingen van en naar de HGIS plaats. Per saldo neemt het HGIS-budget hierdoor met EUR 1,4 miljoen toe. Het betreft een aantal overhevelingen tussen Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Buitenlandse Zaken en Defensie.
-
– Desalderingen op ontvangsten: Een deel van de meerontvangsten op de begrotingen van Buitenlandse Zaken en Defensie wordt ingezet om de uitgaven van het HGIS-kader te verhogen (desaldering). Het gaat om hogere ontvangsten uit de verkoop van vastgoed in het buitenland (EUR 21,3 miljoen). Deze worden ingezet om herinvesteringen te doen binnen het huisvestingsdomein. Daarnaast stijgen de programma-ontvangsten op de BZ-begroting per saldo met EUR 3,9 miljoen hoofdzakelijk vanwege de extra consulaire ontvangsten. Deze worden ingezet om de hiermee gepaard gaande kosten op te vangen. Ten slotte nemen de ontvangsten bij Defensie toe vanwege een hogere bijdrage vanuit de VN voor de missie in Mali (MINUSMA).
-
– Kasschuif: De middelen die bij de Voorjaarsnota zijn toegevoegd aan de aanvullende post ten behoeve van de renovatie van het Vredespaleis (EUR 50 miljoen) worden doorgeschoven naar 2022, omdat deze naar verwachting niet eerder tot besteding komen. Ook de resterende EUR 3 miljoen van de middelen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bestemd voor de renovatie worden doorgeschoven naar 2022. Hierdoor neemt het budget voor de HGIS in 2019 af.
-
– Toevoeging middelenafspraak huisvesting: Het huisvestingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is gericht op het moderniseren, verduurzamen en rationaliseren van de vastgoedportefeuille. Om dit te bewerkstelligen is een middelenafspraak huisvesting gemaakt waarbij de opbrengst van de verkopen opnieuw kan worden ingezet in latere jaren. In dit kader wordt EUR 19,3 miljoen doorgeschoven naar volgend jaar. Het restant van de verkopen (EUR 2 miljoen) uit 2019 wordt dit jaar geherinvesteerd.
-
– Verwachte onderuitputting: Binnen de HGIS verwacht een aantal departementen lagere uitgaven dan geraamd. De belangrijkste mutaties zijn opgenomen in de begrotingen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken.
| Ontvangsten | Totaal | Wv. ODA |
|---|---|---|
| Stand ontvangsten VJN 2019 | 172,1 | 34,18 |
| Totaal mutaties | 31,7 | |
| Stand ontvangsten NJN 2019 | 203,8 | 34,18 |
Toelichting ontvangsten:
De ontvangsten binnen de HGIS nemen met EUR 31,7 miljoen toe. Deze toename kent een aantal oorzaken.
-
– Op de begroting van Defensie worden extra ontvangsten verwacht van EUR 5 miljoen vanuit de VN voor vredesmissies waaraan Nederland een bijdrage levert. Deze middelen worden binnen het Budget Internationale Veiligheid (artikel 1) ingezet.
-
– Op de begroting van Buitenlandse Zaken worden per saldo de programma-ontvangsten verhoogd met EUR 6,9 miljoen als gevolg van een nabetaling van de KMAR voor visaleges 2013–2018 en een vergoeding van de IND voor consulaire dienstverlening.
-
– Op de begroting van Financiën nemen de geraamde ontvangsten voor de internationale financiële instellingen af met EUR 1,4 miljoen. Deze raming betreft een stelpost en op basis van de ontwikkeling in 2019 wordt deze nu bijgesteld.
-
– Ten slotte zijn er extra ontvangsten (EUR 21,9 miljoen) op de begroting van Buitenlandse Zaken vanwege de verkoop van onroerend goed in het buitenland. Hiervan wordt EUR 2 miljoen via een desaldering ingezet om extra huisvestingsuitgaven mee te financieren. Het restant wordt toegevoegd aan het huisvestingsbudgetbudget voor 2020, wat in het kader van de middelenafspraak huisvesting voor dit doel beschikbaar blijft.
Voor een verdere toelichting op de diverse uitgaven- en ontvangstenmutaties wordt verwezen naar de begrotingsartikelen op de respectievelijke suppletoire begrotingen.
3. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
Uitgaven
In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen dat leidt tot een verlaging van de geraamde uitgaven van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 75,5 miljoen in 2019.
De meest in het oog lopende mutaties ten opzichte van de eerste suppletoire begroting worden hieronder toegelicht.
Artikel 2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband
De uitgaven worden met EUR 32,5 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit is vooral het gevolg van een verlaging van de Nederlandse contributie aan de VN voor crisisbeheersingsoperaties als gevolg van een daling van de werkelijke uitgaven. Daarnaast is het aantal aanvragen voor middelen vanuit het Stabiliteitsfonds lager dan geraamd.
Artikel 3.1 Afdrachten aan de Europese Unie
De Commissie heeft in april 2019 de eerste aanvullende begroting gepresenteerd met daarin het surplus voor de Europese begroting over 2018. Het surplus valt in totaal uit op EUR 1,8 miljard, wat voor Nederland incidenteel een lagere BNI-afdracht van EUR 88 miljoen in 2019 tot gevolg heeft. In tegenstelling tot de verwachting bij de ontwerpbegroting voor 2020, is de aanvullende Europese begroting met daarin het surplus toch voldoende tijdig in 2019 aangenomen door het EP, zodat deze alsnog in de Nederlandse afdrachten van 2019 meeloopt. Met deze mutatie wordt het effect op de begroting voor 2019 verwerkt, bij de Voorjaarsnota van 2020 wordt het effect hiervan voor 2020 verwerkt. Hiernaast zijn de uitgaven voor invoerrechten in 2019 met EUR 33,6 miljoen naar beneden bijgesteld.
Ontvangsten
De ontvangsten zijn gedurende 2019 per saldo EUR 21,4 miljoen hoger uitgevallen. Naast een aantal kleine mutaties zijn de drie grootste mutaties:
Artikel 3.1 Afdrachten aan de Europese Unie
De ontvangsten voor invoerrechten zijn in 2019 met EUR 6,7 miljoen naar beneden bijgesteld.
Artikel 4.1 en 4.2 Consulaire dienstverlening
De vergoedingen voor consulaire dienstverlening over voorgaande jaren (EUR 5,7 miljoen) zijn door de IND en de KMAR in 2019 betaald.
Artikel 7 Apparaat
De ontvangsten nemen toe met EUR 21,2 miljoen vanwege de verkoop van onroerend goed in Khartoem en Londen.
De mutaties worden bij onderdeel 5 nader toegelicht.
4. Beleidsartikelen
Artikel 1
| Beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerpbegroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | ||||||
| 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | |||
| (1) | (2) | (4)=(2+3) | |||||
| Verplichtingen | 105.487 | 123.155 | 3.280 | 3.701 | 130.136 | ||
| Uitgaven: | |||||||
| Programma-uitgaven totaal | 123.487 | 128.581 | 1.700 | – 1.048 | 129.233 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 69% | 100% | |||||
| 1.1 | Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak | 56.035 | 61.609 | – 11.700 | 160 | 50.069 | |
| Subsidies | |||||||
| Internationaal recht | 12.035 | 16.265 | – 11.700 | 1.500 | 6.065 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||
| Verenigde Naties | 34.525 | 34.525 | 0 | – 1.383 | 33.142 | ||
| OESO | 6.175 | 7.219 | 0 | 3 | 7.222 | ||
| Internationaal Strafhof | 3.300 | 3.600 | 0 | 3.600 | |||
| Lidmaatschap VNVR | 0 | 0 | 0 | 40 | 40 | ||
| 1.2 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | 63.402 | 63.402 | 1.000 | 2.700 | 67.102 | |
| Subsidies | |||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 34.252 | 34.252 | 0 | 0 | 34.252 | ||
| Opdrachten | |||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 1.500 | 1.500 | 0 | 0 | 1.500 | ||
| bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||
| Landenprogramma's mensenrechten | 20.000 | 20.000 | 0 | 0 | 20.000 | ||
| Centrale mensenrechtenprogramma's | 7.650 | 7.650 | 1.000 | 2.000 | 10.650 | ||
| Press Freedom Day 2020 | 700 | 700 | |||||
| 1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | 4.050 | 3.570 | 12.400 | – 3.908 | 12.062 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||
| Speciaal Tribunaal Libanon | 1.900 | 1.919 | 0 | 40 | 1.959 | ||
| Internationaal Strafhof | 1.150 | 1.101 | 0 | 22 | 1.123 | ||
| Nederland Gastland | 900 | 450 | 2.000 | 30 | 2.480 | ||
| Carnegiestichting | 4.400 | 4.400 | |||||
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | |||||||
| Nederland Gastland | 100 | 100 | 0 | 0 | 100 | ||
| Bijdragen aan agentschap | |||||||
| Vredespaleis | 6.000 | – 4.000 | 2.000 | ||||
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget op dit artikel neemt per saldo met EUR 7 miljoen toe ten opzichte van de eerste suppletoire begroting. De stijging wordt veroorzaakt doordat er extra bijdrages worden gedaan aan het VN-secretariaat, analoog aan de uitgavenmutaties. Verder stijgt het budget als gevolg van het aangaan van verplichtingen die verband houden met het organiseren van de World Press Freedom Day 2020 in Nederland en twee bijdragen aan het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor Mensenrechten (OHCHR).
Uitgaven
Artikel 1.1
Per saldo is sprake van een verlaging van EUR 11,5 miljoen. Deze daling wordt grotendeels veroorzaakt doordat het budget voor de renovatie van het Vredespaleis en de jaarlijkse bijdrage aan de Carnegiestichting wordt overgeheveld naar het beleidsartikel 1.3 Gastlandbeleid internationale organisaties. Tevens daalt de bijdrage aan de Verenigde Naties. Hier staat tegenover dat er een bijdrage aan het trustfund van het VN-secretariaat voor het project The Future We Want, The UN We Need wordt gedaan en Nederland ook een bijdrage levert aan de uitbreiding van de database voor het opslaan en monitoren van de opvolging van meldingen van grensoverschrijdend gedrag binnen de VN.
Artikel 1.2
Het budget voor de bescherming en bevordering van mensenrechten stijgt met EUR 3,7 miljoen. Deze verhoging is het gevolg van de inzet van extra middelen voor het organiseren van de World Press Freedom Day 2020 in Nederland en twee bijdragen aan het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor Mensenrechten (OHCHR). Eén van de bijdragen betreft een aanvulling op een reeds bestaande overeenkomst inzake onderzoek naar mensenrechtenschendingen via accountability-mechanisms, terwijl de andere een intensivering in het kader van het LHBTI-beleid betreft.
Artikel 1.3
Het budget voor gastlandbeleid internationale organisaties neemt per saldo toe met EUR 8,5 miljoen. Enerzijds ontstaat de mutatie doordat het budget voor de renovatie van het Vredespaleis en de jaarlijkse bijdrage aan de Carnegiestichting wordt overgeheveld vanuit het beleidsartikel 1.1 Goed functionerende internationale instellingen. Hier staat tegenover dat een deel van het budget voor het grootschalig onderhoud van het Vredespaleis wordt doorgeschoven naar volgende jaren via de eindejaarsmarge. Het betreft hier een reservering van middelen voor alternatieve huisvesting van het Internationaal Gerechtshof en het Permanent Hof van Arbitrage.
Artikel 2
| Beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerpbegroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | ||||||
| 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | |||
| (1) | (2) | (4)=(2+3) | |||||
| Verplichtingen | 275.449 | 263.194 | 1.675 | – 8.225 | 256.644 | ||
| Uitgaven | |||||||
| Programma-uitgaven totaal | 291.000 | 292.831 | – 2.860 | – 28.120 | 261.851 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 78% | 100% | |||||
| 2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | 11.015 | 12.605 | 600 | 439 | 13.644 | |
| Subsidies | |||||||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 1.000 | 1.450 | 0 | 0 | 1.450 | ||
| Atlantische Commissie | 500 | 500 | 0 | – 25 | 475 | ||
| Opdrachten | |||||||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 500 | 500 | 0 | 0 | 500 | ||
| Bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||
| NAVO | 7.200 | 7.200 | 0 | 420 | 7.620 | ||
| Veiligheidsfonds | 500 | 1.640 | 600 | 0 | 2.240 | ||
| WEU | 565 | 565 | 0 | 44 | 609 | ||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 250 | 250 | 0 | 0 | 250 | ||
| Overige | 500 | 500 | 0 | 0 | 500 | ||
| 2.2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme | 14.351 | 14.302 | 0 | 1.345 | 15.647 | |
| Subsidies | |||||||
| Contra-terrorisme | 4.000 | 4.000 | 0 | 1.500 | 5.500 | ||
| Anti-terrorisme instituut | 551 | 1.624 | 0 | – 125 | 1.499 | ||
| Opdrachten | |||||||
| Contra-terrorisme | 1.000 | 1.000 | 0 | 0 | 1.000 | ||
| Cyber security | 4.700 | 4.148 | 0 | – 200 | 3.948 | ||
| Global Forum on Cyber Expertise | 400 | 330 | 0 | 170 | 500 | ||
| Overige | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||
| Contra-terrorisme | 3.200 | 3.200 | 0 | 0 | 3.200 | ||
| 2.3 | Wapenbeheersing | 10.794 | 13.138 | 0 | – 469 | 12.669 | |
| Bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||
| IAEA | 7.317 | 7.317 | 0 | – 317 | 7.000 | ||
| OPCW en andere ontwapeningsorganisaties | 1.557 | 3.901 | 0 | 68 | 3.969 | ||
| CTBTO | 1.920 | 1.920 | 0 | – 220 | 1.700 | ||
| 2.4 | Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband | 226.827 | 224.671 | – 4.535 | – 27.911 | 192.225 | |
| Subsidies | |||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (stabiliteitsfonds) | 31.000 | 31.000 | 0 | – 5.161 | 25.839 | ||
| Nederland Helsinki Comité | 28 | 28 | 0 | 0 | 28 | ||
| Opdrachten | |||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (stabiliteitsfonds) | 15.000 | 15.000 | 0 | 0 | 15.000 | ||
| Bijdragen (inter) nationale organisaties | |||||||
| Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds) | 44.722 | 44.722 | 0 | – 5.161 | 39.561 | ||
| OVSE | 7.195 | 6.000 | 0 | 0 | 6.000 | ||
| VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties | 99.849 | 109.919 | 0 | – 14.619 | 95.300 | ||
| Training buitenlandse diplomaten | 2.500 | 2.500 | 0 | – 250 | 2.250 | ||
| Inzet hoog-risico posten | 20.000 | 4.743 | 0 | 0 | 4.743 | ||
| Regionale Stabiliteit | 2.000 | 0 | 2.000 | ||||
| Overige | 6.533 | 10.759 | – 6.535 | – 2.720 | 1.504 | ||
| 2.5 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden | 28.013 | 28.115 | 1.075 | – 1.524 | 27.666 | |
| Subsidies | |||||||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA» | 11.822 | 12.447 | 1.075 | – 1.469 | 12.053 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka» | 16.191 | 15.668 | 0 | – 55 | 15.613 | ||
| Ontvangsten | 1.242 | 1.242 | 0 | – 1.015 | 227 | ||
| 2.10 | Doorberekening Defensie diversen | 242 | 242 | 0 | – 15 | 227 | |
| 2.40 | Restituties programma's | 1.000 | 1.000 | 0 | – 1.000 | 0 | |
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor het artikel veiligheid en stabiliteit neem per saldo met EUR 6,5 miljoen af in vergelijking met de eerste suppletoire begroting. Deze daling wordt in grote mate veroorzaakt door een verlaging van de Nederlandse contributie aan de VN voor crisisbeheersingsoperaties als gevolg van lagere werkelijke uitgaven op het aantal missies vanuit de VN. Daarnaast worden de verplichtingen van het Stabiliteitsfonds verlaagd vanwege minder aanvragen.
Uitgaven
Artikel 2.1
De uitgaven binnen het subartikel goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid stijgen per saldo met EUR 1 miljoen. Deze stijging is grotendeels te wijten aan een Nederlandse bijdrage aan het Peacekeeping Intelligence Framework van het United Nations Department of Peacekeeping Operations (UNDPKO), dat beoogt fact-based besluitvorming binnen VN-missies effectiever te maken. Daarnaast stijgt de Nederlandse bijdrage aan het civiele budget van de NAVO conform de verdragsverplichtingen.
Artikel 2.2
Het budget voor de bestrijding van internationale criminaliteit en terrorisme neemt per saldo met EUR 1,3 miljoen toe. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van een intensivering van de Nederlandse bijdrage aan de internationale bestrijding van terrorisme en de berechting van voormalig IS-strijders in derde landen. Tevens wordt er een eerste bijdrage gedaan aan het nieuwe, in Den Haag gevestigde, Global Forum on Cyber Expertise.
Artikel 2.4
De uitgaven voor de bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorden in internationaal verband worden met EUR 32,5 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit is met name het gevolg van het feit dat de Nederlandse contributie aan de VN voor crisisbeheersingsoperaties lager uitvalt dan geraamd. De uitgaven voor het Stabiliteitsfonds worden verlaagd, omdat er minder een beroep op het fonds werd gedaan dan oorspronkelijk voorzien. Dit betrof ODA-middelen, die terugvloeien naar de BHOS-begroting. De ruimte die ontstond is benut voor activiteiten op het gebied van contra-terrorisme, mensenrechten en internationale rechtsorde.
Ontvangsten
Het naar beneden bijstellen van de ontvangsten houdt verband met lager dan geraamde restituties op (af)lopende programma’s.
Artikel 3
| Beleidsartikel 3 Europese samenwerking Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerpbegroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | ||||||
| 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | |||
| (1) | (2) | (4)=(2+3) | |||||
| Verplichtingen | 8.520.360 | 8.416.376 | 54.378 | – 87.951 | 8.382.803 | ||
| Uitgaven | |||||||
| Programma-uitgaven totaal | 8.745.255 | 8.641.271 | 54.378 | – 98.676 | 8.596.973 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 100% | 100% | |||||
| 3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | 8.496.427 | 8.391.187 | 54.378 | – 87.991 | 8.357.574 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||
| BNI-afdracht | 4.647.575 | 4.542.335 | 87.991 | – 87.991 | 4.542.335 | ||
| BTW-afdracht | 556.114 | 556.114 | 0 | 0 | 556.114 | ||
| Invoerrechten | 3.292.738 | 3.292.738 | – 33.613 | 0 | 3.259.125 | ||
| 3.2 | Europees ontwikkelingsfonds | 234.281 | 234.281 | 0 | – 9.553 | 224.728 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||
| Europees Ontwikkelingsfonds | 234.281 | 234.281 | 0 | – 9.553 | 224.728 | ||
| 3.3 | Een hechtere Europese waardengemeenschap | 9.720 | 9.720 | 0 | 483 | 10.203 | |
| Bijdragen (internationale organisaties | |||||||
| Raad van Europa | 9.720 | 9.720 | 0 | 483 | 10.203 | ||
| 3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie | 4.827 | 6.083 | 0 | – 1.615 | 4.468 | |
| Opdrachten | |||||||
| Programmatische ondersteuning | 500 | 1.081 | 0 | – 1.060 | 21 | ||
| CECP | 0 | 675 | 0 | – 657 | 18 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||
| Benelux bijdrage | 3.979 | 3.979 | 0 | 70 | 4.049 | ||
| EIPA | 348 | 348 | 0 | 32 | 380 | ||
| Ontvangsten | 383.929 | 52.558 | – 6.723 | 0 | 45.835 | ||
| 3.10 | Diverse ontvangsten EU | 383.679 | 52.308 | – 6.723 | 0 | 45.585 | |
| Invoerrechten | 658.548 | 658.548 | – 6.723 | 0 | 651.825 | ||
| Overige ontvangsten EU | – 274.869 | – 606.240 | 0 | 0 | – 606.240 | ||
| 3.30 | Restitutie Raad van Europa | 250 | 250 | 0 | 0 | 250 | |
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor 2019 voor het artikel Europese samenwerking neemt af met EUR 34 miljoen. De mutaties op de verplichtingen houden verband met de mutaties zoals onder de uitgaven is toegelicht.
Uitgaven
Het Europees hof heeft op 31 oktober 2019 een uitspraak gedaan in de zaak van de Europese Commissie tegen het Koninkrijk der Nederlanden inzake de financiële aansprakelijkheid van Nederland voor fouten gemaakt door haar landen en gebieden overzee (LGO). Deze uitspraak wordt op dit moment nader onderzocht. Indien dit nog in 2019 leidt tot budgettaire consequenties zult u hierover via de veegbrief voor het Kerstreces worden geïnformeerd.
Artikel 3.1
De Commissie heeft in april 2019 de eerste aanvullende begroting gepresenteerd met daarin het surplus voor de Europese begroting over 2018. Het surplus valt in totaal uit op EUR 1,8 miljard, wat voor Nederland incidenteel een lagere BNI-afdracht van EUR 88 miljoen in 2019 tot gevolg heeft. In tegenstelling tot de verwachting bij de ontwerpbegroting voor 2020, is de aanvullende Europese begroting met daarin het surplus toch voldoende tijdig in 2019 aangenomen door het EP, zodat deze alsnog in de Nederlandse afdrachten van 2019 meeloopt. Met deze mutatie wordt het effect op de begroting voor 2019 verwerkt, bij de Voorjaarsnota van 2020 wordt het effect hiervan voor 2020 verwerkt. Hiernaast zijn de uitgaven voor invoerrechten in 2019 met EUR 33,6 miljoen naar beneden bijgesteld.
Artikel 3.2
De Nederlandse afdrachten aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) voor 2019 zijn met EUR 9,5 miljoen neerwaarts bijgesteld. De jaarlijkse vaststelling van het plafond in oktober door de Europese Commissie heeft ertoe geleid dat de bijdrage vanwege een verminderde liquiditeitsbehoefte lager uitviel dan eerder begroot.
Artikel 3.4
Door de onvoorspelbaarheid van de ontwikkelingen rondom de Brexit worden de toegewezen programmamiddelen op dit subartikel via de eindejaarsmarge overgeheveld naar 2020.
Ontvangsten
Geen toelichting.
Artikel 4
| Beleidsartikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden Bedragen in EUR 1 000 | Stand ontwerpbegroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | 2e suppletoire begroting | |||||
| 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | |||
| (1) | (2) | (4)=(2+3) | |||||
| Verplichtingen | 51.762 | 67.555 | 1.020 | 6.574 | 75.149 | ||
| Uitgaven | |||||||
| Programma-uitgaven totaal | 50.306 | 69.198 | 1.020 | 1.712 | 71.930 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 80% | 100% | |||||
| 4.1 | Op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland | 13.945 | 17.312 | 0 | 627 | 17.939 | |
| Subsidies | |||||||
| Gedetineerdenbegeleiding | 1.900 | 1.900 | 0 | 0 | 1.900 | ||
| Opdrachten | |||||||
| Consulaire bijstand | 259 | 409 | 0 | – 100 | 309 | ||
| Gedetineerdenbegeleiding | 200 | 200 | 0 | 0 | 200 | ||
| Reisdocumenten en verkiezingen | 4.320 | 2.900 | 0 | 0 | 2.900 | ||
| Consulaire opleidingen | 400 | 400 | 0 | – 300 | 100 | ||
| Consulaire informatiesystemen | 6.866 | 7.003 | 0 | 4.027 | 11.030 | ||
| Loket buitenland | 3.500 | 0 | – 2.000 | 1.500 | |||
| Bijdrage aan agentschappen | |||||||
| Loket buitenland | 0 | 1.000 | 0 | – 1.000 | 0 | ||
| 4.2 | Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren | 9.049 | 20.791 | – 172 | 480 | 21.099 | |
| Opdrachten | |||||||
| Visumverlening | 1.100 | 2.900 | 0 | 500 | 3.400 | ||
| Ambtsberichtenonderzoek | 150 | 150 | 0 | 0 | 150 | ||
| Legalisatie en verificatie | 80 | 80 | 0 | – 20 | 60 | ||
| Consulaire informatiesystemen | 6.856 | 14.586 | 0 | 0 | 14.586 | ||
| Informatie Ondersteunend Beslissen | 0 | 1.875 | 0 | 0 | 1.875 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||
| Asiel en migratie | 863 | 1.200 | – 172 | 0 | 1.028 | ||
| 4.3 | Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur | 7.706 | 8.706 | 1 192 | – 25 | 9.873 | |
| Subsidies | |||||||
| Internationaal Cultuurbeleid | 7.706 | 8.706 | 1 192 | – 25 | 9.873 | ||
| 4.4 | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen | 19.606 | 22.389 | 0 | 630 | 23.019 | |
| Subsidies | |||||||
| Instituut Clingendael | 800 | 800 | 0 | 44 | 844 | ||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 4.124 | 5.477 | 150 | 645 | 6.272 | ||
| Opdrachten | |||||||
| Onderzoeksprogramma's | 1.620 | 1.620 | 0 | 972 | 2.592 | ||
| Bezoeken hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven Corps Diplomatique en internationale Organisaties | 3.000 | 3.000 | 0 | 0 | 3.000 | ||
| waarvan kosten Koninklijk Huis o.a. Staatsbezoeken | 2.000 | 2.000 | 0 | 0 | 2.000 | ||
| Adviesraad Internationale vraagstukken | 525 | 525 | 0 | 0 | 525 | ||
| landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's | 2.500 | 3.030 | 0 | 0 | 3.030 | ||
| Verkeersnotificaties | 0 | 400 | 0 | – 184 | 216 | ||
| Chinastrategie | 0 | 250 | 0 | – 150 | 100 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||
| landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's | 6.517 | 6.517 | – 361 | 6.156 | |||
| Europese bewustwording | 520 | 770 | – 150 | – 336 | 284 | ||
| Ontvangsten | 47.890 | 51.749 | 0 | 4.907 | 56.656 | ||
| 4.10 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 9.500 | 9.500 | 0 | 392 | 9.892 | |
| 4.20 | Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen | 37.500 | 41.375 | 0 | 5.315 | 46.690 | |
| 4.40 | Doorberekening Defensie diversen | 890 | 874 | 0 | – 800 | 74 | |
| 4.41 | Ontvangsten verkeersnotificaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Verplichtingen
De verplichtingen voor artikel 4 nemen toe met EUR 7,6 miljoen, waarvan EUR 1,8 miljoen voor het jaarlijks af te sluiten contract met Clingendael en de overige verplichtingen zijn analoog aan de uitgaven zoals hieronder zijn toegelicht.
Uitgaven
Artikel 4.1
Het budget voor consulaire dienstverlening aan Nederlanders is met EUR 1,2 miljoen verhoogd om de noodzakelijke kosten voor digitalisering van de paspoortaanvragen en uitgifte te dekken. Deze uitgave stond gepland voor 2020, maar wordt versneld uitgevoerd. Daartegenover staat een verlaging van EUR 3 miljoen voor het Loket Buitenland, omdat de ontwikkeling van het digitale platform voor het Loket Buitenland door de rijksbrede samenwerking meer tijd vergt dan was voorzien.
Artikel 4.3
De uitgaven voor grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur stijgen per saldo met EUR 1,1 miljoen door onder andere een interdepartementale overheveling van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor designevents in Milaan, de bijdrage voor het digitaliseren van de Fagel bibliotheekcollectie in Dublin en bijdragen aan een diversiteit van cultuurprojecten wereldwijd.
Ontvangsten
De ontvangsten nemen per saldo toe met EUR 4,9 miljoen. Dit betreft de nabetaling van de KMAR voor visaleges 2013–2018, die door administratieve redenen nog niet had plaats gevonden, en de vergoeding van de IND voor consulaire dienstverlening met betrekking tot MVV’s en DNA-onderzoek.
5. Niet-beleidsartikelen
Artikel 5
| Niet-beleidsartikel 5 Geheim Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerpbegroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
| 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | ||
| (1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
| Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 3.003 | 3.003 | |
| 5.10 | Geheim | 0 | 0 | 0 | 3.003 | 3.003 |
Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten
Geen toelichting.
Artikel 6
| Niet-beleidsartikel 6 Nog onverdeeld Bedragen in EUR 1 000 | Stand ontwerpbegroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
| 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | ||
| (1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
| Verplichtingen | 25.868 | 1.379 | 3.891 | – 5.270 | 0 | |
| Uitgaven | ||||||
| Uitgaven totaal | 25.868 | 1.379 | 3.891 | – 5.270 | 0 | |
| 6.1 | Nog onverdeeld (HGIS) | 25.868 | 1.379 | 3.891 | – 5.270 | 0 |
Verplichtingen en uitgaven
Als gevolg van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product is het HGIS-budget afgelopen najaar gestegen met EUR 3,9 miljoen. Aan het eind van dit jaar valt dit bedrag vrij binnen de HGIS en wordt het via de eindejaarsmarge van de HGIS meegenomen naar 2020.
Artikel 7
| Niet-beleidsartikel 7 Apparaat Bedragen in EUR 1.000 | Stand ontwerpbegroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
| 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | 2019 | ||
| (1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
| Verplichtingen | 763.776 | 818.895 | – 2.748 | – 2.550 | 813.597 | |
| Uitgaven | 740.740 | 815.895 | 252 | – 2.550 | 813.597 | |
| 7.1.1 | Personeel | 510.711 | 531.972 | 279 | – 34.012 | 498.239 |
| Eigen personeel | 500.711 | 521.972 | 279 | – 42.916 | 479.335 | |
| Inhuur extern | 10.000 | 10.000 | 0 | 75 | 10.075 | |
| overige personeel | 0 | 0 | 0 | 8.829 | 8.829 | |
| 7.1.2 | Materieel | 230.029 | 283.923 | – 27 | 27.058 | 310.954 |
| waarvan ICT | 45.000 | 62.813 | 0 | 330 | 63.143 | |
| waarvan bijdragen aan SSO's | 63.891 | 65.000 | – 27 | – 1.931 | 63.042 | |
| waarvan overige materieel | 121.138 | 156.110 | 0 | 28.659 | 184.769 | |
| 7.2 | Koersverschillen | pm | 0 | 0 | 4.404 | 4.404 |
| Ontvangsten | 26.450 | 46.450 | 0 | 21.226 | 67.676 | |
| 7.10 | Diverse ontvangsten | 26.450 | 46.450 | 0 | 21.226 | 67.676 |
| 7.11 | Koersverschillen | pm | pm | 0 | 0 | 0 |
Verplichtingen
Voor de verantwoording van de verplichtingen voor apparaatsuitgaven geldt de bepaling uit de Comptabiliteitswet 2016 waarbij het jaar waarin de kasbetaling is gedaan, kan worden aangemerkt als het begrotingsjaar waarin de met de kasbetaling samenhangende verplichting is aangegaan of is ontstaan (art. 2.14, lid 3), de zgn. k=v methode. In de praktijk betekent dit dat de totale aangegane verplichtingen binnen dit artikel, voor één specifiek jaar overeenkomen met de totale kasuitgaven voor dit jaar. In dat kader wordt het verplichtingenbudget daarom verlaagd met EUR 5,3 miljoen en komt hiermee overeen met het kasbudget.
Uitgaven
Op het apparaatsartikel vindt een aantal mutaties plaats, waarbij het budget per saldo afneemt met EUR 2,6 miljoen.
7.1.1 Personeel:
-
– Conform het Regeerakkoord is onder meer geïntensiveerd op het terrein van ontwikkelingssamenwerking (OS). Een deel van deze middelen is ingezet voor de versterking van beleids- en beheerscapaciteit binnen het ministerie. Alle apparaatsmiddelen zijn opgenomen in de BZ-begroting. Omdat in 2019 nog niet alle vacatures zijn ingevuld valt dit budget vrij en wordt het alternatief ingezet op het terrein van OS. Een bedrag van EUR 10,6 miljoen wordt derhalve overgeheveld naar de BHOS-begroting.
-
– Een bedrag van EUR 1 miljoen wordt doorgeschoven naar 2020. Vanwege de vertraging rondom de Brexit-besluitvorming wordt een deel van de fte kosten voor de taskforce volgend jaar verwacht. Daarnaast wordt een deel van de gereserveerde middelen aan het Global Evaluation Initiative (kosten voor evaluaties) pas in 2020 betaald.
-
– Vanuit Economische Zaken en Klimaat wordt een bedrag van EUR 2,2 miljoen overgeheveld ter verrekening van loonkosten voor personeel van dit ministerie dat werkzaam is op Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.
-
– Binnen de apparaatsuitgaven vindt een aantal verschuivingen plaats. Een deel van de personeelsuitgaven wordt opgenomen onder materiële uitgaven. Het betreft kosten voor dienstreizen, representatie en honoraire consulaten. Bij het opstellen van de begroting zijn deze kosten onder de categorie personeel geboekt. In lijn met de begrotingsvoorschriften zijn deze uitgaven verschoven naar materieel. Ook is een deel van uitgaven geboekt onder overig personeel in plaats van eigen personeel. Deze wijziging volgt daarmee de begrotingsvoorschriften daar het algemene uitgaven voor personeel betreft.
7.1.2 Materieel:
-
– EUR 2 miljoen van de hoger dan geraamde inkomsten uit de verkoop van vastgoed in het buitenland wordt ingezet voor investeringen in huisvesting ter rationalisering van de vastgoedportefeuille (desaldering).
7.2 Koersverschillen:
-
– Buitenlandse Zaken werkt met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van buitenlandse valuta (de corporate rate). Deze koers wordt samen met de presentatie van de begroting vastgesteld. Omdat bij betalingen in buitenlandse valuta gedurende het jaar echter een verschil ontstaat als gevolg van de werkelijk geldende koers, ontstaat er een saldo. Deze kosten worden verantwoord op dit apparaatsartikel.
Ontvangsten
De ontvangsten nemen toe met EUR 21,2 miljoen vanwege de verkoop van onroerend goed in Khartoem en Londen. Een deel van dit bedrag (EUR 2 miljoen) wordt dit jaar opnieuw geïnvesteerd. Het restant wordt toegevoegd aan de reservering conform de middelenafspraak huisvesting. Deze wordt ingezet om de huisvestingsportefeuille te moderniseren en te rationaliseren.