Base description which applies to whole site

2.5 Overzicht van Risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2017

Geraamd te verlenen 2018

Geraamd te vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Totaal plafond

Artikel 71

(Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid)

Rijkshypotheekgaranties

29

0

6

23

0

6

17

170

                   

Totaal

 

29

0

6

23

0

6

17

170

1

Tot en met 2017 viel dit onder artikel 3 van begrotingshoofdstuk 18 – Wonen en Rijksdienst. In 2018 viel dit onder artikel 8 van begrotingshoofdstuk 7 – Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Toelichting

Het betreft de aflopende regeling Rijkshypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid gecreëerd om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Er zijn nog 2 garanties geldig. De laatste garantie vervalt in 2024. Het theoretische risico bedraagt € 17.000. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

Overzicht achterborgstellingen

Achterborgstelling Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

2019

Achterborgstelling

81.000

82.800

85.700

Bufferkapitaal (Fondsvermogen)

407

351

290

Obligo

3,1 mld.

3,1 mld.

3,1 mld.

Stand risicovoorziening

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bron: WSW

Toelichting

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) staat borg voor de leningen die deelnemende woningcorporaties aantrekken voor de bouw van sociale huurwoningen. Het WSW zorgt er op die manier voor dat deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten.

De borgstelling is ingebed in een zekerheidsstructuur waarbij verliezen opgevangen worden door de sector zelf (sanering, obligo of eigen risicovermogen van het WSW). Indien deze zekerheden niet toereikend zijn, dan kan het WSW aanspraak doen op het Rijk en de gemeenten – als achterborg – voor renteloze leningen (ieder voor 50%). Deze situatie heeft zich nog nooit voorgedaan en wordt op basis van de huidige prognose ook niet verwacht. Het WSW betaalt geen achtervangvergoeding aan het Rijk en gemeenten.

Het WSW stuurt op een zekerheidsniveau van 99%. Dit betekent dat het WSW in een bepaald jaar met 99% zekerheid geen beroep hoeft te doen op de achtervang. Uit de prognoses volgt dat het obligo de komende jaren ongeveer op hetzelfde niveau blijft. De achterborgstelling neem iets toe. Voor het bufferkapitaal wordt in 2019 net als in 2018 een daling voorzien. Dit heeft te maken met de uitgaven die WSW voorziet op basis van de verplichtingen die zij is aangegaan voor woningcorporaties die niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

De cijfers in de tabel betreffen voorlopige cijfers die (nog) geen onderdeel uitmaken van de jaarrekeningverantwoording van het WSW.

Achterborgstelling Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

2019

Gegarandeerd vermogen

198.000

202.350*

208.600*

Risicodragend gegarandeerd vermogen

10.300

Geen prognose beschikbaar

Geen prognose beschikbaar

Bufferkapitaal (Fondsvermogen)

1.104

1.248*

1.381*

Obligo

n.v.t.

n.v.t

n.v.t.

Stand risicovoorziening

106,9

137,6*

164,6*

Bron: WEW Jaarverslag 2017, WEW Liquiditeitsprognose 2018–2023 en gegevens WEW en BZK (* = prognose)

Toelichting

Het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) staat borg voor hypothecaire leningen afgesloten met een Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Het Rijk is de achtervanger bij het WEW. Dit betekent dat het Rijk zich verplicht heeft gesteld om zodra het fondsvermogen van het WEW onder de grens van 1,5 keer het vijfjaarsgemiddelde van het verliesniveau valt, een achtergestelde renteloze lening te verschaffen. Voor gevallen tot 2011 is het Rijk samen met de gemeenten voor 50% achtervanger, vanaf 1 januari 2011 is alleen het Rijk achtervanger. Een geldnemer betaalt voor een hypothecaire lening met NHG een eenmalige premie aan het WEW, waarvan het WEW een deel afdraagt aan het Rijk als vergoeding voor diens rol als achtervanger. Deze achtervangvergoeding wordt gestort in de in de tabel genoemde risicovoorziening waaruit een eventuele aanspraak op de achtervang allereerst zal worden opgevangen.

Het gegarandeerd vermogen is het bedrag aan hypotheken waarop een NHG-garantie is afgegeven verminderd met het bedrag aan garanties dat is vervallen door volledige aflossing, oversluiting of gedwongen verkoop en verminderd met de annuïtaire daling van de garantie. Het door WEW gegarandeerde vermogen groeit de komende jaren. Deze toename komt door het hoge aantal transacties en de stijgende prijzen op de koopmarkt en de hieruit volgende groei van het aantal nieuwe NHG garanties. Het gegarandeerd vermogen is geen weergave van het risico dat het WEW en de overheid (als achtervang van het fonds) lopen. Tegenover de hypothecaire leningen staat de actuele waarde van de desbetreffende woningen. Ook heeft de borgstelling enkel betrekking op een eventuele restschuld bij gedwongen verkoop. Het risicodragend gegarandeerd vermogen is het vermogen gecorrigeerd voor deze factoren en is daarmee een inschatting van de maximale schadelast voor het WEW als alle lopende hypotheekgaranties uitmonden in een gedwongen verkoop. Eind 2017 bedroeg het risicodragend gegarandeerd vermogen € 10,3 mld.

Het bufferkapitaal van het WEW neemt de komende jaren naar verwachting toe en verbetert zo de solvabiliteit van het fonds. Hierdoor ontstaat een buffer voor toekomstige aanspraken op het waarborgfonds.

Licence