V Buitenlandse Zaken
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:
1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V);
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Buitenlandse Zaken,S.A.Blok
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 en 2
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:
De departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V);
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
Wetsartikel 3
De Minister van Buitenlandse Zaken,S.A. Blok
A ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2020 vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten vormen samen de Rijksbegroting voor het jaar 2020. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2020 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:
1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Buitenlandse Zaken,S.A. Blok
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1 Voorstel van wet
Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de uitgaven op de begrotingsstaat 2020 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 168,1 miljoen te verlagen, de verplichtingen met EUR 288,0 miljoen te verlagen en de ontvangsten met EUR 20,1 miljoen te verlagen.
De belangrijkste mutaties worden hierna toegelicht per beleidsartikel.
1 Leeswijzer begroting
De voorliggende tweede suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2020 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.
In onderdeel 2 wordt een beknopte toelichting gegeven op de wijzigingen die zijn opgetreden binnen het totaal van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).
In onderdeel 3 worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht.
Onderdeel 4 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na deze tabellen wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de stand in de 1e suppletoire begroting op artikelniveau.
Tabel: Ondergrenzen conform Rijksbegrotingsvoorschriften
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 en < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
In onderdeel 5 staan de tabellen van de niet-beleidsmatige artikelen.
1 Leeswijzer
De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2020 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.
In de toelichting worden de wijzigingen welke zijn opgetreden in de omvang van de HGIS, alsook de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de extra maatregelen die genomen zijn als gevolg van de impact van het coronavirus (COVID 19). Het betreft zowel uitgaven welke bovenop het bestaande budget voor Buitenlandse Zaken zijn opgenomen maar ook binnen de bestaande kaders opgevangen. De mutatie voor bijzondere bijstand buitenland is per incidentele suppletoire begroting aan beide de Kamers gemeld.
Artikel | Naam maatregel | kamerstuk | bedrag verplichtingen | Bedrag uitgaven |
|---|---|---|---|---|
4 | Bijzondere bijstand buitenland | 32734-42 | 6.600 | 6.600 |
4 | Programma Ondersteuning Beleid | nvt | 5.000 | 5.000 |
Conform de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabili-teitswet dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het financiële instrument. Ook is omschreven welke ondergrens gehan-teerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Zie hiervoor onderstaande tabel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. Op verplichtingenniveau worden mutaties groter dan 10% ten opzichte van de vorige stand, op artikelniveau toegelicht.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
In onderdeel 6 staan de tabellen van de niet-beleidsmatige artikelen.
1. LEESWIJZER
Deze leeswijzer gaat in op de opbouw van de beleidsagenda, de beleidsartikelen en de overige onderdelen van de begroting.
Algemeen
Buitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Nederlanden: Nederland in Europa en in het Caribisch gebied (de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba), alsmede de Caribische Koninkrijkslanden Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Waar deze begroting spreekt over «Nederland» of «Nederlands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Nederlanden», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap, ontwikkelingssamenwerking, NAVO-lidmaatschap en Nederlandse beleidsuitvoering.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is een Koninkrijksministerie en de Minister is een Koninkrijksminister. Dat betekent dat niet alleen de belangen van Nederland behartigd dienen te worden, maar ook van de Caribische Koninkrijkslanden. Het is dan ook de inzet van Buitenlandse Zaken, inclusief het postennet, om de belangen van alle vier de autonome Koninkrijkslanden op het gebied van buitenlandse betrekkingen zo optimaal mogelijk te incorporeren in het bredere buitenlandbeleid van het Koninkrijk.
Beleidsagenda
De beleidsagenda bevat de politieke hoofdlijnen van het buitenlandbeleid van de regering. De beleidsagenda bevat een overzicht van de meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen en de belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van de Memorie van Toelichting 2019, inclusief de mutaties uit de eerste suppletoire begroting 2019.
Beleidsartikelen
In de beleidsartikelen staan de volgende onderdelen per begrotingsartikel verder uitgewerkt:
A: Algemene doelstelling
Elk beleidsartikel begint met de algemene doelstelling (titel van het beleidsartikel) met een korte toelichting.
B: Rol en verantwoordelijkheid
De rol en de verantwoordelijkheid van de Minister wordt beschreven aan de hand van de volgende categorieën: stimuleren, financieren, regisseren en uitvoeren.
Volgens het uitgangspunt van verantwoord begroten zijn er alleen kwantitatieve indicatoren bij resultaatverantwoordelijkheid. Een indicator onderbouwt de resultaatverantwoordelijkheid van de Minister voor een deel van de consulaire dienstverlening (beleidsartikel 4). Op de overige beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken heeft de Minister een stimulerende of financierende rol, en in sommige gevallen een regisserende rol. De mogelijkheden voor kwantitatieve effectmeting voor de meeste beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken zijn dan ook beperkt. Kenmerkend is de internationale context waarin veel spelers en factoren de doelbereiking beïnvloeden. Vaak is er een gezamenlijke inspanning waarbij het weinig zinvol is (een deel van) de resultaten toe te rekenen aan Nederland, dat een deel van de input heeft verzorgd. Kwaliteitsbewaking van de beleidsuitvoering vindt plaats door middel van periodieke beleidsdoorlichtingen.
C: Beleidswijzigingen
Dit is een overzicht van belangrijke wijzigingen als gevolg van nieuw regeringsbeleid, evaluatie of voortschrijdend inzicht. Daar waar sprake is van beleidswijzigingen die in beleidsnotities zijn verschenen, is verwezen naar de betreffende notitie met het Kamerstuk.
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
In het kader van «verantwoord begroten» presenteren departementen de financiële inzet op instrumentniveau. Het aantal activiteiten en het aantal financiële instrumenten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inclusief het postennet is aanzienlijk. In sommige gevallen zijn de instrumenten nog niet bekend, omdat de programma’s na het verschijnen van de begroting starten en dan duidelijk wordt hoe financiering plaatsvindt.
D2: Budgetflexibiliteit
Per begrotingsartikel is aangegeven welk percentage van de begroting juridisch is vastgelegd. Als onderdeel van verantwoord begroten wordt alleen de juridische verplichting voor het begrotingsjaar opgenomen. Ook wordt toegelicht hoe de juridische verplichting op artikelonderdeel is ingevuld. Aanvullend hierop is, in lijn met de rijksbrede begrotingsvoorschriften, gekozen om toe te lichten hoe de niet-juridisch verplichte middelen naar verwachting zullen worden ingezet. Dit overzicht staat onder hoofdstuk 2.2 van de begrotingstoelichting.
E: Toelichting op de financiële instrumenten
Deze toelichting geeft per artikelonderdeel inzicht in de financiële instrumenten, zoals in de tabel onder D zijn opgenomen.
Overige onderdelen van de begroting
Na de vier beleidsartikelen volgen de drie niet-beleidsartikelen en het verdiepingshoofdstuk. De niet-beleidsartikelen zijn het verplichte artikel 5 «geheim», artikel 6 «nominaal en onvoorzien» waarin de reserveringen voor loon- en prijsindexatie binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) staan opgenomen en artikel 7 «apparaat» waarin een splitsing is aangebracht tussen personele- en materiële uitgaven. Ten slotte volgen vijf bijlagen: het verdiepingshoofdstuk met informatie over andere nog niet toegelichte beleidsmatige mutaties onder de beleidsagenda, de lijst met moties en toezeggingen aan de Kamer, het subsidieoverzicht, de evaluatie- en onderzoekstabel en de lijst met afkortingen.
Groeiparagraaf
BZ werkt in Rijksbreed kader aan een betere aansluiting tussen de financiële systemen enerzijds en de begrotingstabellen anderzijds. Dat heeft in bepaalde gevallen in de tabellen tot aanpassingen geleid op instrument- en detailniveau. Op (sub-) artikelniveau zijn geen wijzigingen doorgevoerd. Ook de weergave van de gegevens van 2018 en 2019 is daarop aangepast.
De relatie met de HGIS-nota
Samen met de departementale begrotingen wordt ook de HGIS-nota aan de Staten-Generaal gepresenteerd. Deze omvat naast de HGIS uitgaven en ontvangsten van Buitenlandse Zaken ook buitenlanduitgaven en ontvangsten van de andere ministeries. Deze bundeling bevordert de samenhang en samenwerking die voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid van belang zijn. De nota over de HGIS bevat een overzicht van de belangrijkste programma’s en uitgaven voor het buitenlandbeleid, waaronder een overzicht van de begrotingsontwikkelingen binnen de HGIS en bijlagen die alle buitenlanduitgaven overzichtelijk presenteren, zoals een totaaloverzicht van de buitenlanduitgaven die als officiële ontwikkelingshulp (ODA) kwalificeren. In de HGIS-nota wordt daarnaast op hoofdlijnen inzicht gegeven in de internationale klimaatfinanciering 2019 en de internationale inspanningen op migratie in 2020.
2 Wijzigingen in de omvang van de HGIS
In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de Voorjaarsnota 2020. Zoals uit de hiernavolgende tabellen blijkt, nemen de uitgaven toe met EUR 111,2 miljoen en nemen de ontvangsten af met EUR 32,1 miljoen.
Uitgaven | Totaal | Wv. ODA |
|---|---|---|
Stand uitgaven VJN 2020 | 6.078,2 | 4.481,7 |
Totaal mutaties | 111,2 | 249,2 |
Stand uitgaven NJN 2020 | 6.189,3 | 4.752,2 |
De HGIS standen zijn inclusief EU- en asieltoerekening.
De toename is het gevolg van meerdere mutaties. In de hiernavolgende tabel zijn deze nader uitgesplitst.
Uitgaven | Totaal | Wv. ODA |
|---|---|---|
Macrobijstellingen BNI (ODA) en prijscomponent BBP (non-ODA) | ‒ 379,1 | ‒ 377,9 |
Overboekingen van en naar de HGIS | 459,7 | 500,0 |
Desaldering op ontvangsten | ‒ 32,0 | |
Kasschuif | 155,5 | 155,5 |
Toevoeging middelenafspraak huisvesting | ‒ 14 | |
Eindejaarsmarge (verwachte onderuitputting) | ‒ 78,8 | ‒ 28,4 |
Totaal | 111,2 | 249,2 |
Toelichting uitgaven:
– Macrobijstellingen BNI (ODA) en prijscomponent BBP (non-ODA): op basis van de wijzigingen zoals deze zijn opgenomen in de Macro Economische Verkenning voor het Bruto Nationaal Inkomen (ODA) en de prijscomponent van het Bruto Binnenlands Product is de omvang van de HGIS bijgesteld. Hierdoor wordt het ODA-budget met EUR 377,9 miljoen verlaagd en wordt het non-ODA-budget met EUR 1,2 miljoen verlaagd. Naar aanleiding van het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken heeft het kabinet EUR 350 miljoen ter beschikking gesteld om het budget voor ontwikkelingssamenwerking te stabiliseren, ondanks de effecten van de macrobijstellingen. Daarnaast heeft het kabinet EUR 150 miljoen beschikbaar gesteld ten behoeve van bestrijding van COVID-19 in de meest kwetsbare landen (Kamerstuk 33 625, nr. 320).
– Overboekingen van en naar de HGIS: er vindt verder nog een aantal overboekingen van en naar de HGIS plaats, waardoor het niet ODA-deel van het HGIS budget per saldo met EUR 40,3 miljoen afneemt. Het betreft overhevelingen met name op het gebied van Buitenlandse Zaken en Defensie.
– Desaldering op ontvangsten: de ontvangsten nemen af met EUR 32 miljoen. Dit is met name het gevolg van een afname in de ontvangsten van Buitenlandse Zaken.
– Kasschuif: een betaling aan de Wereldbank zal in 2020 worden verricht, in plaats van 2021. Daarnaast is budget op het gebied van ontwikkelingssamenwerking naar voren gehaald, als onderdeel van het pakket aan maatregelen van het kabinet (Kamerstuk 33 625 nr. 320).
– Toevoeging middelenafspraak huisvesting: het huisvestingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is gericht op het moderniseren, verduurzamen en rationaliseren van de vastgoedportefeuille. Om dit te bewerkstelligen is een middelenafspraak huisvesting gemaakt waarbij de opbrengst van de verkopen opnieuw kan worden ingezet in latere jaren. In dit kader wordt EUR 14 miljoen doorgeschoven naar volgend jaar. Vanwege COVID-19 hebben deze uitgaven op het gebied van huisvesting vertraging opgelopen.
– Eindejaarsmarge (verwachte onderuitputting): binnen de HGIS verwacht een aantal departementen lagere uitgaven dan geraamd. De belangrijkste mutaties zijn opgenomen in de begrotingen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Buitenlandse Zaken. Dit wordt via de eindejaarsmarge meegenomen naar volgende jaren.
Ontvangsten | Totaal | Wv. ODA |
|---|---|---|
Stand ontvangsten VJN 2020 | 186,2 | 29,2 |
Totaal mutaties | ‒ 32,2 | 0 |
Stand ontvangsten NJN 2020 | 154,1 | 29,2 |
Toelichting ontvangsten:
– De ontvangsten nemen af met EUR 32,2 miljoen. Hierbij wordt EUR 32 miljoen gedesaldeerd met de uitgaven.
– Op de begroting van Financiën nemen de geraamde ontvangsten voor de internationale financiële instellingen toe met EUR 2 miljoen. Deze raming betreft een stelpost en op basis van de ontwikkeling in 2020 wordt deze nu bijgesteld.
– Op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking nemen de ontvangsten en restituties op leningen af met EUR 2,2 miljoen. Deze mutatie is wel onderdeel van de HGIS, maar niet kaderrelevant.
2. BELEIDSAGENDA 2020
Voor Nederland, wereldwijd
Ons Koninkrijk is onlosmakelijk verbonden met de rest van de wereld. Een wereld die volop in beweging is. Een wereld van geopolitieke en economische machtsverschuivingen waarin onzekerheid en onvoorspelbaarheid ons werkveld bepalen. In de afgelopen jaren is China’s zelfvertrouwen op het wereldtoneel aanzienlijk toegenomen. Ook landen als Iran en Rusland nemen een steeds assertievere houding aan. De Trans-Atlantische relatie is aan verandering onderhevig. Het multilaterale stelsel staat onder druk. En duurzame oplossingen voor de conflicten in Jemen, Syrië, Libië, Venezuela en het Midden-Oosten Vredesproces blijven vooralsnog uit. Wat ver weg gebeurt, raakt ons dichtbij.
En ook dichterbij huis zijn er uitdagingen. De Brexit impasse en het onvermogen van de EU om een adequaat antwoord te formuleren op andere uitdagingen hebben de verhoudingen binnen de EU op scherp gezet. Daarnaast hebben we ervaren dat het einde van een conflict, zoals de militaire overwinning op ISIS in Syrië en Irak, nieuwe uitdagingen met zich meebrengt, zoals de omgang met zogeheten terugkeerders en de complexiteit van de berechting van IS-strijders. Brede internationale ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en veiligheid onderstrepen de wens op scherper toezicht met betrekking tot de bescherming van kennis. Binnenlandse aangelegenheden zijn niet los te koppelen van ontwikkelingen in het buitenland.
Er zijn ook lichtpunten. De ontwikkelingen van de laatste twaalf maanden in Ethiopië, Algerije en Armenië tonen aan dat democratie nog steeds een krachtige lokroep heeft, ook in samenlevingen die decennialang onder reactionair bewind gebukt zijn gegaan. Bovendien bieden onze open economie en onze rol op het wereldtoneel ook kansen. Kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven en het vormen van nieuwe allianties. Kansen voor studenten en het verbeteren van internationaal onderwijs. Kansen voor reizigers wereldwijd.
Nederland is goed geëquipeerd om in deze turbulente wereld zijn belangen en waarden veilig te stellen. Binnen de bondgenootschappen en organisaties waar wij lid van zijn heeft Nederland een goede positie en reputatie. We gelden als innovatief, betrouwbaar, goed geïnformeerd en zeer betrokken – ook bij ontwikkelingen ver van huis. We zijn een sterk gedigitaliseerd land, met goed opgeleide en mondige burgers. Onze kennis en expertise, op het gebied van water, landbouw, logistiek en recht, is wereldwijd gewild. Wij blazen onze partij mee als 17e economie in de wereld, 8e exportland met een groot internationaal opererend bedrijfsleven en bijdragen aan missies in Irak en Afghanistan. Maar we moeten ons blijven inspannen om binnen het verschuivende geopolitieke krachtenveld een weg zien te vinden om dringende vraagstukken het hoofd te bieden, zoals irreguliere migratie en terugkeerproblematiek, klimaatverandering, cyberaanvallen en diefstal van intellectueel eigendom, ongewenste buitenlandse inmenging en -financiering, mensenrechtenschendingen, instabiliteit en onveiligheid, terrorisme en nucleaire dreigingen.
Dit vergt een zorgvuldig en krachtig buitenlandbeleid dat onze Nederlandse belangen en waarden blijft waarborgen, overal ter wereld. Vanuit Den Haag en ons uitgebreide netwerk van 140 ambassades en posten zetten wij ons in voor Nederland en alle Nederlanders, waar en wanneer dan ook. Ons uitgangspunt blijft dan ook in 2020: voor Nederland, wereldwijd. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken werkt daarbij samen met veel verschillende partners, onder andere het bedrijfsleven, kennisinstituten en adviesraden, NGO’s, sociale partners, en culturele instellingen. Het ministerie streeft er daarbij enerzijds naar om de beschikbare kennis en expertise van deze partners zo effectief mogelijk te benutten, en anderzijds ook deze partners zo goed mogelijk te positioneren in het buitenland.
Waar we belangen of standpunten delen, gaan we actief op zoek naar samenwerking, om zo bredere coalities op deelterreinen te kunnen vormen en de Nederlandse belangen maximaal te behartigen. Dat is meer dan ooit noodzakelijk. Problemen zijn in toenemende mate grensoverschrijdend en vragen om een internationale aanpak. Om deze reden en tegen de achtergrond van het (aangekondigde) uittreden van het Verenigd Koninkrijk, zet Nederland binnen de EU meer in op het aangaan van brede coalities op deelterreinen om zo de Nederlandse belangen maximaal te behartigen. Nederland streeft daarbij naar een beter functionerende EU die de eigen belangen en waarden verdedigt. Naast de EU zijn ook andere multilaterale fora, zoals de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank, de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Verenigde Naties (VN) en de G20 van groot belang. Het beschermen en verbeteren van de multilaterale wereldorde is tegen het licht van de geopolitieke machtsverschuivingen noodzakelijk. Als middelgroot land is Nederland gebaat bij een op regels gebaseerde en goed functionerende multilaterale wereldorde. Handel en economie hebben grote baat bij de voorspelbaarheid die dit brengt. Als pleitbezorger van de internationale rechtsorde draagt Nederland tevens bij aan het huisvesten van internationale gerechtshoven, tribunalen, en instellingen ter bescherming van de internationale rechtsorde. Nederland maakt ook een bijdrage beschikbaar voor de renovatie van het Vredespaleis.
Het buitenlandbeleid heeft een sterk dynamisch en onvoorspelbaar karakter. Plotselinge versnellingen in democratisering zoals in Armenië, de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA) met Iran, de crisis in de Golf, cyberaanvallen, democratisch protest in Venezuela en mensenrechtenschendingen in Myanmar laten zich niet altijd goed voorspellen, maar vereisen wel een snelle reactie en anticipatievermogen. Als middelgrote mogendheid blijft een deel van het werk van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op het wereldtoneel noodgedwongen reactief. Dan moet Nederland snel op zoek naar coalities, ook in EU-verband, om onze positie kracht bij te zetten. Dan starten wij een dialoog, ook met nieuwe machthebbers, om onze belangen veilig te stellen. Dan gaan we – ook op onderwerpen als mensenrechten en respect voor internationaal recht – stevig het gesprek aan waar nodig. Dat vergt snelheid en flexibiliteit.
Het beheersen van conflicten vereist bovendien een lange adem en volharding, zonder dat vooraf goed te voorspellen is hoe snel dit tot de gewenste uitkomst leidt. Zo blijft de situatie in Syrië zeer zorgwekkend. Een inclusieve politieke oplossing blijft nodig – ook voor de bredere belangen van Nederland en Europa. De huidige situatie biedt geen oplossing voor de grondoorzaken van instabiliteit in de regio: vluchtelingen kunnen niet terugkeren; onvrede is een voedingsbodem voor radicalisering; en de deur staat open voor nieuwe conflicten tussen verschillende potentiële machthebbers. Ook straffeloosheid vormt nog altijd een groot probleem: het risico bestaat dat internationale normvervaging optreedt indien gebruik van chemische wapens en mensenrechtenschendingen door het Assad-regime en ISIS zonder gevolgen blijven. De Nederlandse inzet blijft daarom gericht op het ondersteunen van het politieke proces, het waarborgen van de internationale rechtsorde en het verzachten van het menselijk lijden door het verlenen van humanitaire hulp.
Ook in het Midden-Oosten vredesproces blijven concrete stappen vooralsnog uit. Het Amerikaanse vredesplan, de koers van het nieuwe Israëlische kabinet en de onopgeloste kwestie van de intra-Palestijnse verzoening zullen komend jaar in grote mate de haalbaarheid van de verwezenlijking van de twee-statenoplossing gaan bepalen. Het kabinet blijft zich met politieke dialoog, ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp inzetten voor het behoud en de verwezenlijking van een twee-statenoplossing. Ook hier zal het kabinet zich actief inzetten voor een eensgezinde EU-positie op de te verwachten ontwikkelingen, waarbij de bestaande EU-parameters voor een oplossing leidend zijn.
Nederland investeert in de bilaterale relaties met derde landen om zo dialoog te stimuleren en onze waarden en belangen te verdedigen. Dit gebeurt onder andere door middel van ons uitgebreide en geïntensiveerde postennet, en de verscheidene ministeriële bezoeken gedurende het jaar. Zo zet Nederland de in 2018 en 2019 geïntensiveerde bilaterale dialoog met Nigeria voort in de vorm van politieke consultaties en expertbijeenkomsten op het gebied van migratie, veiligheid en handel om zo bij te dragen aan oplossingen voor een stabieler en welvarender Nigeria. Dialoog stelt ons in staat om ook moeilijke zaken bespreekbaar te maken, zoals de zorgwekkende mensenrechtensituatie in onder andere Turkije, Egypte, China, Saoedi-Arabië en Rusland. Zonder dat we afbreuk doen aan onze waarden, zoekt Nederland tegelijkertijd met deze landen samenwerking daar waar er gedeelde belangen zijn, zoals op het gebied van terrorismebestrijding, het tegengaan van financieringsstromen die bijdragen aan de verspreiding van extremistisch gedachtengoed en diversificatie en verduurzaming van de wereldeconomie.
Diplomatie is helaas niet altijd voldoende. In het buitenlandbeleid deinst Nederland er dan ook niet voor terug om machtsmiddelen in te zetten om een krachtig politiek signaal af te geven. Punitief en preventief handelen is immers soms noodzakelijk wanneer de veiligheid en welvaart van onze burgers in het geding komen. Wanneer ons Koninkrijk bedreigd wordt door ongewenste buitenlandse inmenging, is enkel een ferme reactie adequaat. Wanneer onze cyberspace niet langer open en veilig is, zijn we genoodzaakt tot actie. Wanneer mensenrechtenschendingen voortduren, kunnen we niet zwijgzaam toekijken. Zo blijft Nederland zich in EU- en VN-verband inzetten voor een effectief gebruik van sanctieregimes en het plaatsen van personen en entiteiten op sanctielijsten, zodat hun tegoeden worden bevroren en zij de EU niet meer kunnen bezoeken. Het kabinet stuurt erop aan dat in 2020 een EU-mensenrechtenregime van kracht is1. Daarnaast pleit Nederland voor een EU die snel in staat is om mensenrechtenschendingen te veroordelen door middel van gezamenlijke verklaringen. Het kabinet acht het van belang mensenrechtenschendingen aan te kaarten en daarmee tevens de (mondiale) publieke opinie te mobiliseren.
We beschikken daarnaast over belangrijke financiële en militair-civiele instrumenten om ons beleid vorm te geven. Zo geven we via bilaterale en multilaterale fora, zoals het EU budget, steun aan projecten en programma’s in derde landen om onze doelstellingen (veiligheid, stabiliteit, welvaart en mensenrechten) tot uitvoering te brengen. Nederland neemt ook zijn internationale verantwoordelijkheid door in bondgenootschappelijk verband bij te dragen aan de veiligheid elders. Met onze kwalitatief hoogstaande bijdrage aan de zogeheten 3D-missies («Defense, Development, Diplomacy») in landen als Afghanistan en Irak ondersteunen wij capaciteitsontwikkeling, stabiliteit en veiligheid in deze landen.
Tot slot eigent Nederland zich een actieve rol toe bij de organisatie van relevante conferenties. Zo is met de Planetary Security Conferenties van 2019 en eerder, bijgedragen aan kennisvorming en oplossingsgericht denken over grensoverschrijdende problematiek. Met de resultaten die via het Planetary Security Initiative zijn behaald als vertrekpunt, zal het kabinet via multilaterale fora, eigen activiteiten en ondersteuning van kennisopbouw actief blijven bijdragen aan het verminderen van klimaat-gerelateerde veiligheidsrisico’s.
Beleidsprioriteiten in 2020
Voor een effectief en slagvaardig buitenlandbeleid is het van belang prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Deze keuzes zijn op hoofdlijnen vervat in het Regeerakkoord en verder uitgewerkt in de diverse beleidsnota’s, rapportages en belanghebbende brieven, in het bijzonder: de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie 2018–2022, de Mensenrechtenrapportage 2017 en 2018, de Staat van de Europese Unie, de Integrale Migratieagenda, de Staat van het Consulaire, de brieven2 inzake de versterking van het postennet, de China-notitie en de nog te verschijnen Rusland-brief. Deze nota’s, rapportages en brieven vormen de basis voor het werk van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in 2020. Binnen deze kaders streeft het kabinet in 2020 een aantal specifieke doelen en resultaten na, die hieronder nader worden uiteengezet.
Relatie met geopolitieke mogendheden
Juist in deze onzekere tijden waar geopolitieke spanningen zich voordoen én intensiveren, investeert Nederland in de samenwerking met onze Trans-Atlantische bondgenoot, de Verenigde Staten (VS), inclusief een eerlijke discussie daar waar standpunten uiteenlopen. In 2020 richt de Nederlandse inzet in relatie tot de VS zich op bestendiging van een positieve relatie met een van de belangrijkste bondgenoten van Nederland, onder meer door verdere invulling van de strategische dialoog over cyber en over kritieke technologie. Daarnaast zet Nederland in op een versterking van de Trans-Atlantische band door o.m. het ontwikkelen van een concrete EU-VS beleidsagenda in samenwerking met de EU, haar lidstaten, kennisinstituten en Amerikaanse partners.
In 2019 presenteerde het kabinet een China-notitie3. Kern van de China-notitie is dat Nederland streeft naar een nieuwe balans in de relatie met China, waarbij kansen moeten worden gegrepen waar het kan, maar ook bescherming moet worden geboden waar het moet. Nederland zet in op wederkerigheid. In 2020 werkt het kabinet verder aan de realisatie van de doelstellingen van de China-notitie. Een belangrijk element daarin is de opbouw van een kennisnetwerk, gericht op het vergroten van de kennis over China – zowel binnen de overheid als breder in Nederland. Daarnaast zal Nederland zich in Brussel en in Europese hoofdsteden inzetten voor grotere EU cohesie ten aanzien van China en zich met internationale gelijkgezinde partners inzetten voor behoud en versterking van de internationale rechtsorde. Een stevige dialoog over de mensenrechten in China is hierbij van belang.
De bilaterale relatie met Rusland staat al langere tijd onder druk. De door de Tweede Kamer verzochte Rusland-brief4 biedt de mogelijkheid om het tot op heden gevoerde beleid van druk en dialoog tegen het licht te houden. In deze brief wordt de beleidsinzet van Nederland ten aanzien van Rusland in zowel bilateraal als multilateraal verband voor de periode 2020–2024 uiteen gezet. Daar waar Rusland een destabiliserende rol speelt, en de veiligheid van Europa onder druk staat, zal Nederland binnen de EU en NAVO ook in 2020 bijdragen aan een eensgezind en stevig antwoord. Dit geldt bijvoorbeeld voor EU-sancties tegen Rusland zolang er geen voortgang is op de Minsk akkoorden inzake het conflict in het oosten van Oekraïne. Nederland zal in de omgang met Rusland het belang van waarheidsvinding, gerechtigheid en rekenschap voor het neerhalen van vlucht MH17 blijven benadrukken.
Nederland investeert ook in de relatie met India, door na het uitgaande Staatsbezoek in 2019 de hoge frequentie van politieke bezoeken te continueren. In geopolitiek opzicht groeit het belang van India als strategische partner voor Nederland. India is de grootste democratie ter wereld, zal voor 2025 de grootste bevolking van de wereld hebben en Nederland en India delen belangrijke waarden als democratie en respect voor de rechtsstaat en mensenrechten. In een tijd dat de internationale context verandert en de wereld complexer wordt, is India een gewichtige multilaterale partner in het beschermen van de internationale rechtsorde. Tegelijkertijd bevindt India zich in een volatiele regio waar Nederland handels- en veiligheidsbelangen heeft. Het is daarom van belang om te blijven engageren op politieke dossiers als veiligheid, vrijhandel en klimaat. Deze thema’s worden onder andere besproken in de jaarlijkse bilaterale consultaties. Naast onze bilaterale inzet, heeft de EU eind 2018 een EU-India strategie gepresenteerd waarin India als een strategische partner van de EU wordt benoemd. De strategie biedt een politiek raamwerk voor de EU om samen te werken met India. De strategie definieert gezamenlijke doelstellingen van de Europese instellingen en de EU lidstaten, die een solide uitgangspunt vormen voor de maatschappelijke uitdagingen waar de EU en India voor staan, zoals het behalen van de SDG’s.
Europese samenwerking
De Brexit impasse en verdeeldheid tussen Europese lidstaten over andere onderwerpen benadrukken het belang van een krachtige en meer toekomstbestendige EU. In 2020 zullen de gevolgen van veranderingen uit 2019 zichtbaarder worden: een nieuwe Europese Commissie zal haar eerste jaar in gaan en uitvoering geven aan een nieuw werkprogramma. Ook het nieuwe Europese Parlement zal als medewetgever op veel onderwerpen een belangrijke en dynamische speler zijn. Bovendien zal de EU de toekomstige relatie met het VK moeten vormgeven na de beoogde uittreding.
Nederland wil zich de komende jaren met andere lidstaten inspannen voor een sterk en duurzaam Europa, dat bovendien zijn mondiale belangen kan behartigen. Dat is in het belang van Nederland. Een EU die zich richt op het realiseren van concrete resultaten op onderwerpen waar samenwerking in Unie-verband meerwaarde heeft («big on big»). Een Europese waardengemeenschap vergt dat lidstaten de democratische rechtsstaat respecteren. In lijn met de Staat van de Europese Unie 2019, waarin het kabinet vooruit blikte op de komende vijf jaar, werden vijf prioriteiten geformuleerd: migratie, veiligheid, een sterke en duurzame economie die bescherming biedt, klimaat en een EU die de eigen belangen en waarden verdedigt in de wereld.
Een beter functionerende EU is daarvoor nodig. Een EU die respect toont voor basiswaarden zoals de rechtsstaat, met effectief functionerende instellingen, waar besluiten op transparante wijze worden genomen zodat besluiten legitimiteit en draagvlak hebben.
Voorts zullen lidstaten in 2020 naar verwachting een akkoord bereiken over de nieuwe EU-meerjarenbegroting, het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021–2027. Deze moet de EU in staat stellen gezamenlijke belangen te dienen en dus te investeren op terreinen als veilige en gereguleerde migratie, klimaat, veiligheid, onderzoek en innovatie. Scherpe keuzes en bezuinigingen zijn noodzakelijk. De begroting moet duurzamer, moderner en meer toekomstgericht zijn. Dat betekent substantiële hervormingen en bezuinigingen op traditionele terreinen als landbouw en cohesie. Nederland zet in op het voorkomen van een stijging van de afdrachten als gevolg van Brexit.
Brexit vormt een belangrijke waarschuwing: de EU is geen vanzelfsprekendheid. Het kabinet blijft zich inzetten voor een ordelijk vertrek met een terugtrekkingsakkoord. Indien het VK geen lid meer is van de EU na een vertrek zonder deal, dan zal het kabinet inzetten op onderhandelingen die alsnog de belangrijkste onderwerpen van de terugtrekking regelen en leiden tot een ambitieuze en diepgaande VK-EU relatie die naast handel ook sociaaleconomische onderwerpen en interne en externe veiligheid beslaat. Ook de bilaterale relatie dient op een nieuwe leest geschoeid te worden.
Effectieve Europese samenwerking beperkt zich niet tot de Brusselse vergaderzalen: Nederland blijft zoeken naar verdieping van de samenwerking met onze strategische partners Duitsland, Frankrijk en de Benelux. Ook blijven we investeren in verdieping van de goede relaties met alle overige EU-lidstaten waarmee op de diverse dossiers in wisselende coalities wordt samengewerkt. Bovendien is het essentieel dat de EU-lidstaten altijd met elkaar in gesprek moeten blijven over de volle breedte van de Europese samenwerking en bilaterale betrekkingen, ook over zaken waar we met elkaar van mening verschillen. Omdat de samenwerkingsverbanden met onze belangrijkste Europese partners Duitsland, Frankrijk en de Benelux-lidstaten breed zijn, zal Nederland strategisch blijven investeren in deze relaties, op alle niveaus en met coherente boodschappen.
Tot slot is een ring van veilige, stabiele en welvarende buurlanden in het directe belang van Nederland en Europa. Nederland zal daarom blijven inzetten op goede betrekkingen met de landen rondom de EU en in het oosten van Europa. Daarbij investeert Nederland in de rechtsstaat, in bestrijding van corruptie, het vergroten van veiligheid en in het bevorderen van economische groei. Het overgrote deel van die investering loopt via gezamenlijke inspanningen van de EU, OVSE, NAVO en Raad van Europa.
Internationale veiligheid
De mondiale machtsverhoudingen veranderen, waarbij de macht en het initiatief deels verschuiven naar landen die met een substantieel andere blik naar de wereld kijken. Als gevolg hiervan heeft Nederland te maken met een instabielere en minder voorspelbare veiligheidsomgeving. Na een periode van relatieve stabiliteit en voorspelbaarheid in Europa, investeert Nederland meer in haar eigen en bondgenootschappelijke veiligheid. Zoals beschreven in de defensienota investeert Nederland structureel in allianties en in militaire capaciteiten die agressie kunnen afschrikken en desnoods beantwoorden. Het kabinet investeert bij Voorjaarsnota ook extra in de krijgsmacht in lijn met de capaciteitsdoelstellingen van de NAVO. Een sterke NAVO en een zelfverzekerde Europese Unie, die op het gebied van buitenlands beleid en op het Veiligheids- en Defensiebeleid nauwer samenwerken, en geloofwaardige defensiecapaciteiten inbrengen, is daartoe een noodzaak.
De kabinetsinzet op het gebied van internationale veiligheid is neergelegd in de in 2018 gepresenteerde Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheids-strategie (GBVS) en aangevuld door de Kamerbrief over de veranderende veiligheidsomgeving van 19 oktober 2018 en de Kamerbrief over Statelijke Dreigingen (Kamerstuk 30 821, nr. 72). In maart 2020, twee jaar na het uitkomen van de GBVS, zal de eerste voortgangsrapportage aan de Kamer gezonden worden.
In lijn met de GBVS, zal in 2020 worden gewerkt aan de verdere vormgeving en implementatie van het beleid langs de drie pijlers: Voorkomen, Verdedigen en Versterken.
Voorkomen:
Om onveiligheid te voorkomen, zet het kabinet in op de aanpak van grondoorzaken en voedingsbodems van deze onveiligheid. Zo investeert het kabinet in Early Warning & Early Action: inzet op vroegtijdig identificeren van conflictrisico’s zodat preventieve actie ondernomen kan worden. Bijvoorbeeld in het duurzaam versterken van lokaal (politiek) bewustzijn, kennis en capaciteit van een land over hoe radicalisering en extremisme tegen te gaan. In het kader van de in het Regeerakkoord aangekondigde operatie Inzicht in Kwaliteit wordt tevens onderzocht hoe big data instrumenten de effectiviteit, efficiëntie en impact van Early Warning & Early Action kunnen vergroten.
Hoewel de geopolitieke verhoudingen, het gebrek aan vooruitgang van nucleaire ontwapening en het wegvallen van belangrijke wapenbeheersingsmijlpalen- en verdragen in 2019, weinig aanleiding geven voor optimisme, zal Nederland blijven inzetten op het maken, verbeteren en afdwingen van internationale afspraken over nucleaire en andere massavernietigingswapens. Nederland zal zijn voortrekkersrol naar het doel van een kernwapenvrije wereld onverminderd voortzetten langs de «twee benen» van nucleaire wapenbeheersing: ontwapening en risicobeperking, maar ook van nucleaire afschrikking. In 2020 ligt de prioriteit bij het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) en de daaraan verbonden toetsingsconferentie waarvan Nederland vicevoorzitter is. Ook in de export van wapens zet Nederland in op effectieve internationale afspraken en een kritische uitvoering van het wapenexportbeleid.
Daarnaast blijft Nederland ook in 2020 gericht op voortzetting van de strikte verificatie van het Iraanse nucleaire programma, in eerste instantie door behoud van de JCPOA-afspraken. Nederland heeft steeds benadrukt dat het in 2015 met Iran gesloten nucleair akkoord van groot belang is voor de veiligheid van Europa, inclusief Nederland, omdat het voor Iran de weg naar de ontwikkeling van een kernwapen afsnijdt op basis van strikte verificatie door het Internationaal Atoomenergie Agentschap. Behalve over het nucleaire programma van Iran heeft Nederland grote zorgen over de mensenrechtensituatie in het land, over de rol die het land speelt in de regio, zoals in Syrië, Irak, Libanon en Jemen, en over het ballistisch raketprogramma van Iran. Nederland streeft naar een structurele dialoog over deze onderwerpen in 2020, in ieder geval op het niveau van de Europese Unie, die op termijn moet resulteren in afspraken die bijdragen aan het verminderen van zorgen op deze terreinen. Nederland zal deze zorgen ook bilateraal en in multilaterale fora blijven adresseren.
Verdedigen:
De NAVO blijft de hoeksteen van de verdediging van Nederlanders en ons grondgebied. Een sterke en verenigde NAVO waar alle bondgenoten de schouders onder zetten, is daarom voor Nederland van essentieel belang. Vandaar dat het kabinet bij Voorjaarsnota extra investeert in de krijgsmacht. Een stapsgewijze groei in het kader van de lange lijnen naar de toekomst, om de capaciteiten-doelstellingen van de NAVO te realiseren zijn nodig voor een stabiele groei en versterking van de krijgsmacht.
Nederland zet zich in om terrorisme zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen. Berechting van Foreign Terrorist Fighters die worden verdacht van terroristische daden, is hiervan een belangrijk element. De Nederlandse inzet richt zich daarom op het in internationaal verband zoeken naar mogelijkheden om Foreign Terrorist Fighters te berechten – zoals de Minister van Buitenlandse Zaken ook stelde in de VN-veiligheidsraad in mei 2019 – en de aanpak van terugkerende strijders.
De toegenomen dreiging manifesteert zich ook in het digitale domein. Nederland versterkt daarom de eigen digitale weerbaarheid. Door zich sterk te maken voor de bestendiging van de internationale rechtsorde in het digitale domein. Multilaterale samenwerking, bijvoorbeeld in de Group of Governmental Experts en Open Ended Working group van de VN, alsook multistakeholder inzet zoals in de Global Commission on the Stability of Cyberspace vormen de kern. Daarnaast probeert Nederland consequenties te verbinden aan normoverschrijdend gedrag, bijvoorbeeld door overtreders te plaatsen op sanctielijsten (visum restricties, bevriezing tegoeden) van het EU Cyber-sanctieregime.
Economische machts- en drukmiddelen spelen een steeds grotere rol in het veiligheidsbeleid. Nederland zet in op en geargumenteerde afweging van veiligheidsbelangen bij internationale economische besluitvorming en het voorkomen van afhankelijkheden, in het bijzonder in vitale sectoren. Daarnaast is het van belang zoveel mogelijk gezamenlijk op te trekken met gelijkgezinde landen om te voorkomen dat we uit elkaar gespeeld worden.
Versterken:
In Europees verband zet Nederland in op een effectieve veiligheidssamenwerking binnen het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). Nederland legt komend jaar het accent op de implementatie van reeds ingezette initiatieven en het bereiken van concrete resultaten, onder andere met betrekking tot PESCO en het Europees Defensiefonds. Binnen de context van een nieuw Meerjarig Financieel Kader 2021–2027, voorziet Nederland in 2020 tot een akkoord te komen over een Europese vredesfaciliteit. Door gezamenlijke financiering van operationele acties met militaire- of veiligheidsimplicaties, kan Nederland via deze vredesfaciliteit bijdragen aan conflictpreventie, vredeshandhaving en het versterken van de internationale veiligheid.
Conform Motie Koopmans (Kamerstuk 33 694, nr. 43) over de beheersing van de productie, plaatsing, verspreiding en inzet van nieuwe potentiële massavernietigingswapens, zet Nederland zich in voor het versterken van een internationaal normatief kader voor autonome wapens en bewapende Unmanned Aerial Vehicles (UAVs).
Gezien de druk op de internationale rechtsorde en de instabiliteit in de regio’s rond Europa blijft Nederland investeren in vredesmissies en crisisbeheersingsoperaties. Dit is tevens een vorm van forward defense. Deze inzet blijft zich primair richten op de instabiele regio’s rondom Europa en vooral daar waar de Nederlandse veiligheid en belangen in het geding zijn. Ook in 2020 zal deze inzet stoelen op geïntegreerde benadering – geïntegreerde inzet van ontwikkelingssamenwerking, diplomatieke activiteiten, en defensie en justitie- en politie-inspanningen van de civiele en militaire missies op het gebied van conflictpreventie en het bevorderen van duurzame vrede.
Om terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken, de terugkeer van de overheid en publieke diensten te bevorderen en de humanitaire toegang te verbeteren hebben landen in de Sahel een gezamenlijke troepenmacht opgericht. Begin 2020 organiseert Nederland samen met de G5 Sahel, de EU, Denemarken en Zweden de derde ministeriele bijeenkomst over het belang van civiel-militaire samenwerking, het respecteren van mensenrechten en de samenhang tussen veiligheid en rechtstaat. Nederland bereidt bovendien financiering voor van een programma ter verbetering van het functioneren van strafrechtketens in het grensgebied van Mali, Niger en Burkina Faso. In 2020 zal hierdoor ook de operationele samenwerking met veiligheidsactoren zoals de regionale G5 Sahel militaire troepenmacht kunnen worden versterkt.
Nederland zal Zuid-Sudan ondersteunen met een civiele bijdrage aan vredesmissie UNMISS, nu de militaire bijdrage augustus 2019 tot haar einde is gekomen. Door opnieuw bij te dragen aan deze VN-missie versterkt Nederland zijn informatiepositie en blijft Nederland ook in 2020 het mandaat om burgers te beschermen ondersteunen.
Mensenrechten en internationale rechtsorde
Mensenrechten vormen het fundament van menselijke waardigheid en vrijheid, en staan aan de basis van open en vrije samenlevingen overal ter wereld. Het bevorderen van mensenrechten is ook in ons eigen belang, omdat een democratische rechtsstaat de beste voedingsbodem is voor welvaart, stabiliteit, groei en ontwikkeling. Zoals uiteengezet in de Kamerbrief (Kamerstuk 32 735, nr. 227) over de intensivering van het mensenrechtenbeleid, kiest het kabinet voor een geïntegreerde aanpak, getuige ook het uitgangspunt van mensgerichte benadering (human security) van de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie en de mensenrechtenbenadering van de BHOS-nota, gespiegeld aan de mensenrechtenbenadering van de Sustainable Development Goals (SDGs). Het kabinet richt zich op de volgende zes prioriteiten:
-
▪ Vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid;
-
▪ Vrijheid van religie en levensovertuiging;
-
▪ Gelijke rechten voor vrouwen en meisjes;
-
▪ Mensenrechtenverdedigers;
-
▪ Gelijke rechten voor LHBTI’s;
-
▪ Internationale rechtsorde & strijd tegen straffeloosheid.
In het kader van de intensivering van het mensenrechtenbeleid is er nadrukkelijk aandacht voor vrijheid van meningsuiting en veiligheid van journalisten, vrijheid van religie en levensovertuiging en gelijke rechten voor LHBTI’s. Onder meer op deze prioriteiten worden de projecten uit de nieuwe cyclus van het vergrote mensenrechtenfonds in gang gezet. Daarnaast is Nederland in april 2020 gastland van de grote jaarlijkse UNESCO-conferentie ter gelegenheid van de World Press Freedom Day. Verder zet Nederland zich via de in 2019 ingestelde Speciaal Gezant ook specifiek in voor vrijheid van religie en levensovertuiging, onder meer in lijn met de internationale conferentie over de bestrijding van religieuze intolerantie die Nederland in november 2019 organiseerde in het kader van het Istanboel-Proces. De Equal Rights Coalition blijft een belangrijk instrument voor bescherming en bevordering van de gelijke rechten voor LHBTI’s, waarbij Nederland nauw zal optrekken met de nieuwe co-voorzitters Argentinië en het Verenigd Koninkrijk. Op gebied van de internationale rechtsorde blijft Nederland onverminderd inzetten op de hervorming van het Internationaal Strafhof.
In lijn met resolutie 2166 van de VN-Veiligheidsraad zet Nederland, samen met andere getroffen landen, zich onverminderd in voor waarheidsvinding, gerechtigheid en rekenschap ten behoeve van de slachtoffers van het neerhalen van vlucht MH17 en hun nabestaanden. Het begin van het strafproces tegen vier MH17 verdachten in maart 2020 zal brede internationale belangstelling trekken. Daarnaast voeren Nederland en Australië, in vervolg op het besluit om de Russische staat aansprakelijk te stellen voor zijn aandeel in het neerhalen van vlucht MH17, sinds begin 2019 vertrouwelijke besprekingen met Rusland met als doel tot een wederzijds acceptabele uitkomst te komen.
Nederland zal zich in 2020 ook specifiek richten op de VN-Mensenrechtenraad. Nederland heeft zich verkiesbaar gesteld voor het tijdelijk lidmaatschap van de VN-Mensenrechtenraad met als inzet het behoud en verbetering van het VN-instrumentarium, het reageren op schendingen en het samenwerken met het maatschappelijk middenveld en overheden. Daarbij geeft het lidmaatschap een forum voor inhoudelijke activiteiten op de zes beleidsprioriteiten.
Migratie
In 2020 zal de migratiesamenwerking met landen van herkomst-, transit en bestemming verder worden uitgewerkt conform de integrale migratieagenda. Deze samenwerking vindt bilateraal en in EU-verband plaats, bijvoorbeeld via de EU-Hoorn van Afrika migratiedialoog (het Khartoum-proces) waar Nederland in 2020 voorzitter van is. Nederland zal dit voorzitterschap gebruiken om voortgang te maken met afspraken met Afrikaanse landen onder andere ten aanzien van verbeterde migratiesamenwerking, het beperken van irreguliere migratie en het stimuleren van legale migratie. Daarnaast richt Nederland zich op het verbeteren van opvang en bescherming voor vluchtelingen en ontheemden in de regio.
Onder migratiesamenwerking wordt ook de internationale verplichting verstaan tot het terugnemen van onderdanen die niet voor verblijf in Nederland in aanmerking komen. Het beter benutten van legale routes en bilaterale samenwerking met landen kan worden ingezet om samenwerking op terugkeer te stimuleren. Ook het volgen van de situatie op de verschillende migratieroutes en het verlenen van assistentie aan vrijwillige terugkeer van gestrande migranten op hun route naar Europa maakt daar deel van uit.
In herkomst-, transit en bestemmingslanden buiten de EU blijft de inzet gericht op stabiliteit, capaciteitsopbouw, armoedebestrijding en duurzame, inclusieve groei mede met het oog op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio en voorkoming en beheersing van irreguliere migratie. Ook continueert Nederland de inzet op de bestrijding van mensensmokkel en -handel. Naleving van mensenrechten staat bij deze inzet centraal.
Ter bevordering van regionale veiligheid, grensbeheer en veilige en gereguleerde migratie in de West-Afrikaanse en Sahel-regio, zullen in 2020 de mobiele grensteams op de grens tussen Niger en Nigeria operationeel zijn. Nederland en Duitsland leveren een gezamenlijke financiële bijdrage aan EUCAP Sahel Niger, de trainingsmissie die de oprichting van de grensteams ondersteunt. Daarnaast levert Nederland een personele bijdrage aan de EU-missies in de Sahel en zullen Nederlandse experts bijdragen aan trainingen op onder andere het gebied van grensbeheer.
Ook wil Nederland de positie van UNCHR en IOM in Libië versterken om op die manier de positie van kwetsbare vluchtelingen en migranten in Libië te verbeteren en vrijwillige terugkeer naar landen van herkomst te bevorderen. Nederland blijft de ontwikkelingen in Libië nauwgezet volgen om te bezien waar Nederland in de toekomst verder kan bijdragen.
Venezuela/Koninkrijksaangelegenheden
De politieke en humanitaire crisis in Venezuela die in 2019 zorgelijke vormen aannam, zal ook in 2020 de volle aandacht vergen. Nederland zal in samenwerking met andere Koninkrijkslanden ook in 2020 multilaterale en bilaterale kanalen benutten ten behoeve van de veiligheid en stabiliteit van ons Koninkrijk alsook voor een stabiel en democratisch Venezuela. In EU-verband zal Nederland een voortrekkersrol blijven spelen en zich hardmaken voor verdere uitbreiding van de sanctielijsten. Ook zal het Koninkrijk zich blijven inzetten voor de verbetering van de humanitaire situatie in en rond Venezuela, onder meer door de meerjarige financiële bijdragen aan de Dutch Relief Alliance en het Rode Kruis en door het ter beschikking stellen van de humanitaire hub op Curaçao.
Consulair
Op consulair gebied wordt de inzet in 2020 grotendeels bepaald door de beleidsnota «de Staat van het Consulaire». Daarbinnen zal in 2020 specifiek worden ingezet op de verdere implementatie van het Loket Buitenland, met als doel om eind 2020 circa dertig rijksoverheidsdiensten bereikbaar te hebben via het Loket Buitenland. Voor het Loket Buitenland zal informatievoorziening (website) en communicatie (24/7 CC) naar de burger de primaire focus krijgen. Verder krijgen procesverbeteringen binnen het loket en/of binnen de backoffices van partnerorganisaties bijzondere aandacht.
Ook wordt in 2020 ingezet op gezamenlijke campagnevoering met de Belastingdienst en de Douane richting Nederlandse reizigers. Daarbij staat het belang van een goede reisvoorbereiding centraal. Doel is voorkomen dat Nederlanders tijdens hun verblijf in het buitenland of bij terugkeer naar Nederland in de problemen komen. Een gezamenlijke campagne past bij het streven naar een beter en efficiënter communicerende overheid: niet het belang van de afzender(s), maar het belang en de behoefte van de ontvanger is leidend.
Voorts treedt begin 2020 de nieuwe EU visumcode in werking. Deze bevat een groot aantal wijzigingen waarvoor Nederland zich de afgelopen jaren sterk heeft gemaakt en die belangrijk zijn voor de modernisering en verdere verbetering van de consulaire dienstverlening, zoals de inzet van externe dienstverleners (private partners), de mogelijkheid om visa digitaal aan te vragen en het gecentraliseerd beslissen op aanvragen. Het visumproces zal in 2020 – voor zover het wettelijk kader dat toelaat – volledig zijn gedigitaliseerd. In overleg met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zullen verdere stappen worden gezet met betrekking tot het digitaal aanvragen en verwerken van reisdocumenten.
Cultuur
2020 wordt het laatste jaar van het Internationaal Cultuurbeleid 2017–2020. Activiteiten en programma’s onder dit kader zullen worden afgerond. In samenwerking met het Ministerie van OCW wordt gewerkt aan de uitgangspunten voor een nieuw kader voor de periode 2021–2024. In 2020 viert het Erasmushuis, het culturele instituut in Jakarta, zijn 50-jarige bestaan.
Postennet
Het Regeerakkoord stelde EUR 40 miljoen structureel ter beschikking voor het postennet, het netwerk van ambassades, consulaten-generaal en permanente vertegenwoordigingen. Zoals weergegeven in diverse brieven5, heeft het kabinet besloten posten te versterken dan wel te openen die uitvoering geven aan de volgende prioriteiten in het regeerakkoord: economische groeikansen, veiligheid, stabiliteit en armoedebestrijding, migratie en versterkte inzet op Europa. Ambassadekantoren in Niamey (Niger), Ndjamena (Tsjaad) en Ouagadougou (Burkina) zijn geopend alsmede een consulaat-generaal in Atlanta (Verenigde Staten) en in Bangalore (India). Daarnaast zijn veel posten versterkt met extra personeel. In 2020 ligt de nadruk op de verdere tenuitvoerlegging van deze intensiveringen van het postennet. Ook zal het kabinet de bijdrage van de ambassadekantoren aan de hierboven genoemde prioriteiten, en de status ervan, evalueren. Hierover zal worden gerapporteerd in het Jaarverslag over 2019.
2 Leeswijzer
De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
2 Wijzigingen in de omvang van de HGIS
In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de HGIS-nota 2020. Zoals uit de hiernavolgende tabel blijkt, neemt de omvang van de HGIS voor 2020 toe met EUR 137,9 miljoen.
Omvang van de HGIS (bedragen x EUR 1 miljoen) | MJN 2020 | VJN 2020 | Mutatie |
HGIS-uitgaven | 5.918,3 | 6.078,2 | 159,9 |
HGIS-ontvangsten | 164,2 | 186,2 | 22,0 |
Omvang HGIS (uitgaven min ontvangsten) | 5.754,1 | 5.892,0 | 137,91 |
De per saldo toename van het budget kent een aantal oorzaken. Enerzijds stijgt het budget vanwege de doorwerking van de bijgestelde macrocijfers ten opzichte van eerdere raming zoals deze is opgesteld op Prinsjesdag 2019. Het beschikbare budget voor de HGIS beweegt mee met de economische ontwikkeling. Het non-ODA-deel met het prijsniveau van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en de omvang van de ODA met de ontwikkeling van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI). De meest recente CPB-cijfers laten een hoger dan eerder verwachte raming zien van zowel BBP alsook BNI. In deze cijfers is nog geen rekening gehouden met de economische effecten als gevolg van de COVID-19 pandemie. Deze worden pas in de loop van het jaar in de macrocijfers verwerkt. In de hiernavolgende tabellen is een aantal categorieën opgenomen die per onderdeel beknopt worden toegelicht. Een meer uitgebreide toelichting is daarnaast ook in de verticale toelichting van de Voorjaarsnota 2020 opgenomen en op de respectievelijke departementale begrotingen weergegeven.
HGIS-uitgaven (bedragen x EUR 1 miljoen) | Totaal |
Stand HGIS-nota 2020 | 5.918,3 |
1 Aanpassing BNI/BBP-raming | 30,1 |
2 Eindejaarsmarge | 123,7 |
3 Overboekingen van/naar HGIS 4 Kasschuif | ‒ 8,4 0 |
5 Desalderingen | 14,4 |
Stand Voorjaarsnota 2020 | 6.078,2 |
HGIS-ontvangsten (bedragen x EUR 1 miljoen) | Totaal |
Stand HGIS-nota 2020 | 164,2 |
Totaal mutaties Voorjaarsnota 2020 | 22,0 |
Stand Voorjaarsnota 2020 | 186,2 |
Toelichting uitgavenmutaties:
Het uitgavenkader van de HGIS neemt per saldo toe met EUR 159,9 miljoen ten opzichte van de stand die in de HGIS nota 2020 is gepresenteerd. Dit kent de navolgende oorzaken:
1) Op basis van wijzigingen in de CPB-ramingen voor het BNI (ODA) en de prijscomponent van het BBP (non-ODA) is de omvang van de HGIS op dit onderdeel gestegen met EUR 30 miljoen. Deze betreft met name de ODA-middelen die hoofdzakelijk op de BHOS-begroting staan. In de eerste suppletoire begroting van BHOS wordt hierop verder ingegaan.
2) De eindejaarsmarge, die over 2019 is aangevraagd, is in 2020 toegevoegd aan de HGIS en verdeeld over met name de begrotingen van Buitenlandse Zaken, Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
3) Er vinden meerdere overboekingen van en naar de HGIS plaats. Per saldo kent de HGIS op dit onderdeel daardoor een daling van ruim EUR 8 miljoen. Een aantal in het oog springende mutaties betreft onder meer de toevoeging van budget aan de HGIS voor de veiligheid van hoog-risico posten, de overheveling naar Defensie voor de inzet van de BSB op hoog-risico posten en de bijdrage die Defensie doet in het kader van gastlandbeleid voor de NATO Communications and Information Agency (NCIA)
4) Geen toelichting
5) De extra ontvangsten, die met name komen uit de verkoop van onroerend goed en verhoging van de consulaire ontvangsten, worden via een desaldering ingezet om de HGIS uitgaven te verhogen. Het betreft met name uitgaven voor investeringen in huisvesting in het buitenland en het verbeteren van de kostendekkendheid voor de afgifte van visa.
Daarnaast zijn er binnen het bestaande HGIS-budget extra middelen ingezet voor een aantal uitvoeringsknelpunten met name op het terrein van het gastlandbeleid (de NCIA, GNSS Bonaire en het Libanon Tribunaal), een bijdrage ten behoeve van de organisatie van een conferentie in Nederland (Climate Adaptation Summit) en de extra investeringen die nodig zijn voor de veiligheid van hoog-risicoposten.
Toelichting ontvangstenmutaties:
De ontvangsten stijgen met EUR 22 miljoen. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een bijstelling van de geraamde ontvangsten voor apparaatsontvangsten en consulaire dienstverlening op de begroting van Buitenlandse Zaken. De ontvangsten binnen het apparaatsartikel stijgen vanwege de verkoop van onroerend goed. Deze middelen worden alternatief binnen de BZ-begroting op het terrein van vastgoed ingezet. Daarnaast zijn de hogere consulaire ontvangsten het gevolg van een tariefstijging van visa ter verhoging van de kostendekkendheid in het visumafgifteproces., maar nemen aan de andere kant ook af vanwege de internationale reisbeperkingen die het gevolg zijn van de COVID-19 pandemie.
2.1 Belangrijkste beleidsmatige mutaties
Hieronder treft u een toelichting aan op de belangrijkste mutaties vanaf 2019 en verder ten opzichte van de memorie van toelichting 2019. Het merendeel van de mutaties is eerder toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2019.
| artikel | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 9.976.656 | 11.035.571 | 10.780.153 | 11.019.166 | 11.339.346 | ||
| Belangrijkste mutaties | |||||||
| Afdrachten aan de Europese Unie | 3.1 | – 50.862 | – 725.933 | 98.206 | 100.877 | 102.904 | |
| Europees ontwikkelingsfonds | 3.2 | 46.162 | 46.162 | ||||
| Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren | 4.2 | 11.570 | 5.550 | 4.690 | 4.590 | 4.590 | |
| Apparaat | 7.1 | 75.407 | 71.892 | 46.482 | 46.316 | 46.316 | |
| Overige mutaties | – 5.180 | – 35.078 | – 50.144 | – 47.728 | – 46.283 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 10.007.591 | 10.352.002 | 10.879.387 | 11.169.383 | 11.493.035 | 11.811.899 |
Beleidsartikel 3.1:
De Spring Forecast 2019 (Voorjaarsraming van de Europese Commissie) leidt per saldo voor Nederland tot incidenteel en structureel hogere afdrachten. In 2019 loopt eerst het incidentele effect van de Spring Forecast mee, waarbij de raming van de BNI- en BTW-afdracht toeneemt en de raming van de invoerrechten afneemt. Het structurele effect treedt op vanaf 2020 en wordt enerzijds verklaard door een verlaging van de raming van de BNI-afdracht en anderzijds een verhoging van de BTW-afdracht en de raming van de invoerrechten. De cijfers die voor 2019 en 2020 in de tabel af te lezen zijn, wijken echter af van het hierboven beschreven plaatje. Dit komt doordat in 2019 naar verwachting wel de incidentele verlaging van de invoerrechtenafdracht plaats zal vinden, maar de verhoging van de BNI- en BTW-afdracht voor 2019 zal naar verwachting pas in 2020 de afdrachten verwerkt zal worden. Hierdoor is er incidenteel sprake van een EUR 27 miljoen lagere afdracht in 2019 en een met EUR 150 miljoen verhoogde afdracht in 2019. Vanaf 2020 treedt het structurele stijgende effect op, oplopend van een EUR 80 miljoen hogere afdracht in 2021 tot een EUR 86 miljoen hogere afdracht in 2024.6
Met de Spring Forecast 2019 worden ook de structurele effecten van de nacalculatie over 2018 opgenomen in de raming van het BNI voor 2019 en verder. Voor deze effecten was EUR 100 miljoen structureel gereserveerd vanaf 2020 op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën, deze valt hiermee vrij.
In juni heeft de Europese Commissie tenslotte de Europese ontwerpbegroting voor 2020 gepresenteerd en hierover heeft de Raad op 10 juli een Raadscompromis bereikt. Deze begroting ligt circa EUR 19 miljoen onder het betalingsplafond. Reden hiervoor is dat er in 2019 nog geen sprake is van het inlopen van (een deel van) de vertragingen die eerder in het huidige MFK (2014–2020) waren opgelopen. De grote ruimte onder het betalingen-plafond betekent dat de raming van de Nederlandse afdrachten, die normaliter gebaseerd is op het betalingenplafond, neerwaarts wordt bijgesteld. Dit leidt tot een incidentele verlaging van de afdracht met EUR 810 miljoen in 2020. Het beleid wordt op een later moment wel uitgevoerd, maar gezien 2020 het laatste jaar is van het huidige MFK, zullen die betalingen pas in het volgende MFK plaatsvinden als onderdeel van de zogenaamde Reste à liquider (RAL). Dat is een totaalsom van alle overlopende verplichtingen die ingepast moet worden onder het plafond van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (2021–2027). Als gevolg daarvan zijn ze onderdeel van de onderhandelingen voor het volgende MFK, die in 2018 zijn begonnen.7
Beleidsartikel 4.2:
Zoals reeds in de eerste suppletoire begroting 2019 is toegelicht, zijn de mutaties op dit artikel onder meer een gevolg van de autonome groei van visa, waardoor de uitgaven van de dienstverlening structureel toenemen, zoals ICT kosten, vervoerskosten visumproces en aankoop stickers. Ook zal de modernisering van de consulaire diplomatie zal in 2019 en 2020 intensiveren om de digitaliseringsagenda conform planning en budget uit te voeren. En de verplichte Nederlandse bijdrage aan internationale organisaties op het gebied van asiel en migratie nemen structureel licht toe.
Niet-beleidsartikel 7:
In de eerste suppletoire begroting 2019 werd reeds toegelicht dat het apparaatsbudget bestaande uit personele en materiële uitgaven in 2019 met EUR 75 miljoen zal stijgen. Ook in latere jaren neemt het budget toe. Deze stijging kent een aantal oorzaken:
-
1) Voor wat betreft personele uitgaven zijn in de CAO Rijk 2018–2020 afspraken gemaakt over de invoering van een Individueel Keuze Budget (IKB). De overgang naar het IKB leidt in 2020 voor BZ tot extra uitgaven van circa EUR 12,5 miljoen.
-
2) Het materiële budget is voor 2019 en 2020 verhoogd vanuit extra ontvangsten die geraamd zijn. Het gaat daarbij om verwachte verkopen van onroerend goed van EUR 20 miljoen in 2019 en EUR 15 miljoen in 2020. Deze middelen worden geherinvesteerd om de huisvestingsportefeuille in het buitenland te rationaliseren, te moderniseren en te verduurzamen.
-
3) Een ander gevolg van de toename van het materiële budget is de inzet van de eindejaarsmarge uit 2018 op reguliere apparaatsuitgaven voor bedrijfsvoering, huisvesting buitenland, ICT en facilitaire kosten. Voorts wordt vanuit de HGIS-prijsbijstelling toegekend om inflatie gerelateerde kosten te kunnen opvangen.
| artikel | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 459.511 | 748.050 | 761.484 | 773.068 | 789.165 | ||
| Belangrijkste mutaties | |||||||
| Diverse ontvangsten EU | 3.10 | – 338.094 | 21.856 | 18.265 | 18.630 | 19.002 | |
| Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen | 4.20 | 3.875 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | |
| Diverse ontvangsten | 7.10 | 20.000 | 15.000 | ||||
| Overige mutaties | – 16 | – 16 | – 16 | – 16 | – 16 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 145.276 | 786.890 | 781.733 | 793.682 | 810.151 | 824.788 |
Beleidsartikel 3.10:
Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het CBS is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot een extra afdracht van EUR 318 miljoen onder Artikel 3.10 «overige ontvangsten». Eerder is hiervoor in de begroting een reservering getroffen welke daarmee vrij is komen te vallen. Deze nacalculatie over 2018 is nader toegelicht in de kamerbrief van 1 februari 2019 en reeds verwerkt bij Voorjaarsnota.
Beleidsartikel 4.20:
De consulaire dienstverlening aan vreemdelingen is sinds 2014 toegenomen. Naar verwachting zullen de visumaanvragen nog enigszins stijgen. Daarom is, zoals reeds in de eerste suppletoire begroting 2019 toegelicht, de raming van de ontvangsten structureel met EUR 2 miljoen naar boven bijgesteld. Voor de kosten van de Informatie Ondersteunend Beslissen software ontvangt de Directie consulaire dienstverlening in 2019 EUR 1,875 miljoen subsidie uit het ISF (Internal Security Fund) van de Europese Commissie.
Beleidsartikel 7.10:
In de eerste suppletoire begroting 2019 werd reeds toegelicht dat de raming op de apparaatsontvangsten naar wordt boven bijgesteld. Er wordt naar verwachting EUR 20 miljoen in 2019 en EUR 15 miljoen in 2020 meer ontvangen uit de verkoop van vastgoed in het buitenland. Met deze middelen worden de investeringen gedekt voor de modernisering en rationalisering van de huisvestingsportefeuille.
2.2 Overzicht niet-juridische verplichte uitgaven
Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven in 2020
In onderstaand overzicht wordt, conform de wens van de Tweede Kamer, per subartikel aangegeven welk deel van de geraamde uitgaven juridisch- en niet juridisch verplicht is en wat in grote lijnen de bestemming is van de niet-juridisch verplichte uitgaven. In de toelichting op de beleidsartikelen (hoofdstuk 3, onderdeel D2) wordt nader ingegaan op de juridisch verplichte uitgaven.
| Art.nr. | Naam artikel (€ tot. uitg.art.) | (Geraamde uitgaven) | Juridisch verplichte uitgaven | % | Niet – juridisch verplichte uitgaven | % | Bestemming van de niet – juridisch verplichte uitgaven |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Versterkte internationale rechtsorde | 125.788 | 79.069 | 63% | 46.719 | 37% | – Programma’s internationaal recht – Jaarlijkse bijdrage OHCHR – Centrale en decentrale mensenrechtenprogramma’s – Gastlanduitgaven voor tribunalen, waarvan twee gehuisvest in Vredespaleis |
| 2 | Veiligheid en stabiliteit | 283.826 | 241.568 | 85% | 42.258 | 15% | – Contraterrorsisme activeiten – Cybersecurity activiteiten – Programma’s op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling uit het Stabiliteitsfonds – Training voor buitenlandse diplomaten – Matra programma’s gefinancierd door posten in Matra doellanden – Shiraka programma’s |
| 3 | Effectieve Europese samenwerking | 9.069.744 | 9.068.883 | 100% | 862 | 0% | – Onderzoeks- programma’s gerelateerd aan gevolgen Brexit |
| 4 | Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden | 54.198 | 27.465 | 51% | 26.733 | 49% | – Kosten voor visumverlening Kosten voor reisdocumenten – Investeringen in consulaire informatiesystemen – Uitgaven ten behoeve van publieksdiplomatie op de posten en BZ. – Uitgaven voor de Bezoekersprogramma’s – Strategische beleidscommunicatie – Inkomende en uitgaande Staats- en werkbezoeken – Uitgaven ten behoeve van het Corps Diplomatique – Programma’s ten behoeve van Chinastrategie – Verbetering van bilaterale betrekkingen – Bevordering van multilaterale samenwerking mensenrechten, democratisering en goed bestuur en internationale juridische en justitiële samenwerking |
| Totaal aan niet verplichte uitgaven | 116.571 |
NB. In de tabel kunnen afrondingsverschillen voorkomen.
2.3 Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen
| Art | Naam artikel / beleidsdoelstelling | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | Geheel |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| realisatie | planning | Artikel? | |||||||
| 1 | Versterkte internationale rechtsorde | X | Ja | ||||||
| 1.1 | Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak | ||||||||
| 1.2 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | ||||||||
| 1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | ||||||||
| 2 | Veiligheid en stabiliteit | X1 | Ja | ||||||
| 2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | ||||||||
| 2.2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme | ||||||||
| 2.3 | Wapenbeheersing | X2 | |||||||
| 2.4 | Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband | ||||||||
| 2.5 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden | X3 | |||||||
| 3 | Effectieve Europese samenwerking | X | Ja | ||||||
| 3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | ||||||||
| 3.2 | Europees Ontwikkelingsfonds | X | |||||||
| 3.3 | Een hechtere Europese waardengemeenschap | ||||||||
| 3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie | ||||||||
| 4 | Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden | X | Ja | ||||||
| 4.1 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | ||||||||
| 4.2 | Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren | ||||||||
| 4.3 | Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur | ||||||||
| 4.4 | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen | ||||||||
De beleidsdoorlichtingen van beleidsdoelstelling 2.1 en 2.2 zijn omgezet in een beleidsdoorlichting voor het gehele beleidsartikel 2 in 2022.
2.4 Overzicht risico regelingen
Overzicht risicoregelingen
| Artikel | Omschrijving | Uitstaande | Geraamd te | Geraamd te | Uitstaande | Geraamd te | Geraamd te | Uitstaande | Garantie-plafond (jaarlijks) | Totaal plafond |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| garanties in 2018 | verlenen in 2019 | vervallen in 2019 | garanties in 2019 | verlenen in 2020 | vervallen in 2020 | garanties in 2020 | ||||
| Effectieve Europese samenwerking | Raad van Europa | 176.743 | 176.743 | 0 | 0 | 176.743 | 176.743 | |||
| Totaal | 176.743 | 0 | 0 | 176.743 | 0 | 0 | 176.743 | 0 | 176.743 |
| Artikel | Omschrijving | Uitgaven 2018 | Ontvangsten 2018 | Stand risico voorziening 2018 | Saldo 2018 | Uitgaven 2019 | Ontvangsten 2019 | Stand risico voorziening 2019 | Saldo 2019 | Uitgaven 2020 | Ontvangsten 2020 | Stand risico voorziening 2020 | Saldo 2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikel 3 | Raad van Europa | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Raad van Europa
De garanties voor de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa zijn vastgesteld in EUR en laten geen verandering zien. De Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa is in 1956 opgericht met het doel om de Raad van Europa eigen financiële middelen te geven om zelfstandig activiteiten te kunnen uitvoeren. De bank verstrekt leningen voor uitvoering van projecten aan overheden en andere instanties op de volgende drie gebieden: integratie van vluchtelingen en migranten, duurzame en inclusieve (economische) groei, en klimaat. Het vermogen van de bank is opgebouwd uit bijdragen van de eenenveertig lidstaten en de aandeelhouders. Per ultimo december 2019 bedraagt het totale aandelenkapitaal ruim EUR 5,5 miljard, het Nederlands aandeel hiervan bedraagt 3,633%. Het garantiekapitaal betreft het niet volgestorte gedeelte van het Nederlandse aandeel. Premieheffing is niet van toepassing.
3. BELEIDSARTIKELEN
3 Beleid
3 Beleid
3 Beleidsartikelen
3.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties in 2020
In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen die per saldo leiden tot een verhoging van de geraamde uitgaven op de begroting van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 212,2 miljoen en stijging van de ontvangsten met EUR 19,9 miljoen.
De belangrijkste uitgavenmutaties bij eerste suppletoire begroting worden in onderstaande tabel weergegeven en toegelicht. De uitgebreide toelichtingen zijn per beleidsartikel opgenomen in hoofdstuk 4.
Uitgaven
Artikelnummer | Uitgaven 2020 | |
|---|---|---|
Vastgestelde begroting 2020 | 10.358.509 | |
Belangrijkste suppletoire mutaties | ||
1) Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde | 2.4 | ‒ 7.465 |
2) Afdrachten aan de Europese Unie | 3.1 | 122.682 |
3) Europees Ontwikkelingsfonds | 3.2 | ‒ 9.553 |
4) Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 4.1 | 7.435 |
5) Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren | 4.2 | 8.457 |
6) Uitdragen Nederlandse waarden en belangen | 4.4 | 6.173 |
6) Apparaat; personeel | 7.1.1 | 20.333 |
7) Apparaat; materieel | 7.1.2 | 57.069 |
8) Overige mutaties | div | 7.067 |
Stand 1ste suppletoire begroting 2020 | 10.570.707 |
Toelichting uitgaven
1) Het budget voor bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband daalt als gevolg van de overheveling van een deel van het budget voor de inzet hoog-risicoposten naar het ministerie van Defensie voor de beveiliging van een aantal hoog-risico posten.
2) Voor de afdrachten aan de Europese Unie heeft een correctie in de afrekening van het surplus plaatsgevonden. Bij ontwerpbegroting 2020 was de verwachting dat het surplus voor de Europese begroting over 2018 in de Nederlandse afdrachten voor 2020 zou meelopen. Het surplus is echter reeds in 2019 ontvangen en bij Najaarsnota 2019 verwerkt. Voor 2020 vindt nu de correctie plaats. Daarnaast wordt de vertragingsrente verwerkt die hoort bij de hoofdsom die reeds in 2019 aan de Europese Commissie is betaald.
3) De raming voor het Europees Ontwikkelingsfonds wordt verlaagd.
4) Het budget voor consulaire dienstverlening neemt toe. De belangrijkste reden hiervoor is dat de in 2019 niet bestede middelen voor het loket buitenland en uitgaven voor consulaire ICT-systemen in 2020 worden opgenomen. Ook wordt er extra budget opgenomen voor consulaire ICT systemen.
5) Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen vanaf 1 februari 2020. Dit betekent dat de totale visumopbrengsten vanaf 2020 toenemen. Hiermee worden de extra kosten voor informatiseringsystemen gefinancierd.
6) Het budget voor het uitdragen van Nederlandse waarden en belangen neemt in 2020 toe door de toevoeging van de eindejaarsmarge uit 2019 en een intensivering op het terrein van programma’s voor ondersteuning buitenlands beleid (POBB) voor Corona gerelateerde uitgaven.
7) De uitgaven voor personeel nemen meerjarige toe. Deze mutatie bestaat uit een aantal onderdelen en wordt onder meer veroorzaakt door de budgettaire verwerking van twee ingediende amendementen en als gevolg van de loon- en prijsontwikkeling, zowel voor het personeel in Nederland als op de posten. Ook wordt vanuit de extra consulaire opbrengsten aanvullend personeel ingezet om de autonome groei van de visumafgifte te financieren en wordt de kostendekkendheid van het visumproces verbeterd. Ten slotte worden extra uitgaven verricht voor andere ministeries, waarvan de medewerkers op ambassades werkzaam zijn.
8) De materiële uitgaven stijgen als gevolg van de investeringen in vastgoed die in 2020 verricht zullen worden. Om daarnaast het postennet in zijn huidige vorm te kunnen behouden is het vanwege verhoogde veiligheidsrisico’s noodzakelijk om op korte termijn de beveiliging van een aantal hoog-risico posten te versterken. Ten slotte stijgt het budget als gevolg van prijsontwikkelingen op het terrein van bedrijfsvoering, ICT en huisvesting. Deze middelen worden vanuit de reservering binnen de HGIS ingezet.
Ontvangsten
Artikelnummer | Ontvangsten t | |
|---|---|---|
Vastgestelde begroting t | 787.390 | |
Belangrijkste suppletoire mutaties | ||
1) Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 4.20 | 9.375 |
2) Diverse ontvangsten apparaat | 7.10 | 12.800 |
3) Overige mutaties | ‒ 2.300 | |
Stand 1ste suppletoire begroting t | 807.265 |
Toelichting ontvangsten
1) Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen van EUR 60,- naar EUR 80,- vanaf 1 februari 2020. Dit leidt tot hogere ramingen van de totale consulaire opbrengsten. Hier staat tegenover dat als gevolg van de COVID-19 pandemie en de wereldwijde reisrestricties het daarom de verwachting is dat dit jaar het aantal af te geven visa zal dalen. Vooralsnog wordt daarom de oorspronkelijke verwachte stijging verlaagd met EUR 15 miljoen waardoor per saldo voor 2020 de visuminkomsten geraamd worden op EUR 9,4 miljoen.
2) Vanwege de hogere doorbelasting van kosten aan andere departementen nemen de apparaatsontvangsten toe. Daarnaast is er ook verkoop van vastgoed in het buitenland voorzien. Een deel van deze extra ontvangsten kunnen in hetzelfde jaar opnieuw worden ingezet om investeringen te doen binnen de kaders van de huisvestingsstrategie.
3.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
Zomer 2020
In de zomer van 2020 is besloten om vanuit generale middelen een pakket van EUR 150 miljoen beschikbaar te stellen om, langs de lijnen van het AIV advies 'Nederland en de wereldwijde aanpak van COVID-19', in te zetten voor een effectieve, gepaste Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen de impact van het coronavirus. Hiervan werd een bedrag van EUR 8 miljoen aanvullend op de BZ-begroting opgenomen, bedoeld voor medische interventies in internationaal (met name EU- en NAVO) verband. Op de begroting van het Ministerie van Defensie werd EUR 3 miljoen opgenomen. De resterende middelen zijn opgenomen op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. In de kabinetsreactie is toegelicht op welke wijze de middelen worden ingezet op een aantal specifieke onderdelen (Kamerstuk 2020Z13824).
Artikel | Naam maatregel | bedrag uitgaven 2020 | Relevante Kamerstukken |
|---|---|---|---|
2.1 | Programma Ondersteuning Beleid1 | 2.500 | |
4.1 | Bijzondere bijstand buitenland | 6.600 | |
4.4 | Programma Ondersteuning Beleid | 5.000 | |
4.4 | Programma Ondersteuning Beleid; o.a. Steunverzoeken EU/NAVO2 | 6.250 | |
Uitgaven
In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen dat leidt tot een verhoging van de geraamde uitgaven van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 748,2 miljoen in 2020.
De belangrijkste mutaties ten opzichte van de eerste suppletoire begroting worden onder de tabel toegelicht. Een uitgebreidere toelichting is opgenomen onder de desbetreffende beleidsartikelen.
Art. | Uitgaven 2020 | |
|---|---|---|
Vastgestelde begroting 2020 | 10.358.509 | |
Stand 1e suppletoire begroting 2020 | 10.570.707 | |
Belangrijkste suppletoire mutaties | ||
1) Bescherming en bevordering van mensenrechten | 1.2 | 7.460 |
2) Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde | 2.4 | ‒ 33.200 |
3) Afdrachten aan de Europese Unie | 3.1 | 829.234 |
4) Apparaat | 7.1 | ‒ 49.175 |
6) Overige mutaties | ‒ 6.066 | |
Stand 2e suppletoire begroting 2020 | 11.318.960 |
Toelichting
1. Artikel 1.2 Bescherming en bevordering van mensenrechten
Het budget voor de bescherming en bevordering van mensenrechten stijgt per saldo met EUR 7,5 miljoen. Deze verhoging is voor EUR 6 miljoen het gevolg van extra bijdragen aan OHCHR en UNESCO op het terrein van godsdienstvrijheid, persvrijheid en accountability. Dit bestaat uit een bijdrage van EUR 1 miljoen aan UNESCO, EUR 2 miljoen aan OHCHR voor godsdienstvrijheid, EUR 1 miljoen aan OHCHR voor vrijheid van meningsuiting/persvrijheid en EUR 2 miljoen aan OHCHR voor accountability. Deze bijdrage ondersteunt direct de accountability/bewijsgaringmechanismen in o.a. Jemen, Myanmar en Libië.
2. Artikel 2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband
De uitgaven voor de bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband worden met EUR 33,2 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit komt met name doordat de Nederlandse contributie aan de VN-crisisbeheersingsoperaties lager uitvalt dan geraamd. Binnen het Stabiliteitsfonds zijn er activiteiten vertraagd in verband met COVID-19, waardoor de uitgaven EUR 5 miljoen lager uitvallen. Daarnaast wordt er EUR 9,9 miljoen overgeheveld naar het ministerie van Defensie voor de beveiliging van hoog-risico posten.
3. Artikel 3.1 Afdrachten aan de Europese Unie
Op artikel 3.1 heeft een aantal mutaties plaatsgevonden, die per saldo leiden tot een opwaartse bijstelling van het budget. Deze mutaties zijn het gevolg van aanvullende begrotingen van de Europese Commissie voor 2020: Draft Amending Budget (DAB) 3, 7, 8, en 9. Daarnaast is een technische herberekening van de Britse korting van de afgelopen jaren verwerkt in de raming. Tot slot wordt een uitgave verwerkt die een afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie betreft, vanwege een geschil met de Commissie over de verschuldigdheid van Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen, waarover al dan niet anti-dumpingsheffingen en compenserende rechten geheven moesten worden.
4. Artikel 7 Apparaat
De uitgaven op apparaat dalen per saldo met EUR 49,2 miljoen. De personele uitgaven dalen per saldo met EUR 21,4 miljoen. Door de coronacrisis zijn de beoogde intensiveringen niet gerealiseerd. De materiële uitgaven dalen per saldo met EUR 26,6 miljoen. Dit is het gevolg van een overheveling naar FMHaaglanden (EUR 10,2 miljoen) ten behoeve van de facilitaire dienstverlening op de Rijnstraat 8 en lagere ontvangsten op het gebied van huisvesting (EUR 7 miljoen) en het doorschuiven van middelen voor veiligheid en huisvesting. In de Miljoenennota zijn extra investeringen in de veiligheid van hoog-risico posten opgenomen (EUR 28 miljoen) en deze schuiven deels door naar komende jaren via eindejaarsmarge (EUR 22 miljoen). Ook wordt een bedrag van EUR 14 miljoen meegenomen via de middelenafspraak huisvesting naar komende jaren.
Ontvangsten
De ontvangsten zijn gedurende 2020 per saldo EUR 75,6 miljoen hoger uitgevallen. De belangrijkste mutaties worden onder de tabel toegelicht.
Art. | Ontvangsten 2020 | |
|---|---|---|
Vastgestelde begroting 2020 | 787.390 | |
Stand 1e suppletoire begroting 2020 | 807.265 | |
Belangrijkste suppletoire mutaties | ||
1) Diverse ontvangsten EU | 3.10 | 107.690 |
2) Consulaire dienstverlening | 4.10 en 4.20 | ‒ 28.100 |
6) Overige mutaties | ‒ 4.010 | |
Stand 2e suppletoire begroting 2020 | 882.845 |
Toelichting
1. Artikel 3.10 Afdrachten aan de Europese Unie
De ontvangsten nemen per saldo toe met EUR 107,7 miljoen. De verlaging van de invoerrechten als gevolg van Draft Amending Budget 7 leidt tot een lagere vergoeding voor het innen van de perceptiekostenvergoeding van EUR 74 miljoen in 2020. Daarnaast heeft de Europese Commissie in juni de nacalculatie 2019 van de BTW en BNI-afdrachten over de periode 2015-2018 in de afdrachten verwerkt. Voor Nederland leidt dit tot een eenmalige toename van de overige ontvangsten van EUR 17 miljoen in 2020. Tot slot wordt een ontvangst verwerkt van EUR 164,8 miljoen. Dit betreft de perceptiekostenvergoeding van 20% voor de inningskosten van de afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie vanwege een geschil met de Commissie over de verschuldigdheid van Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen, waarover al dan niet anti-dumpingsheffingen en compenserende rechten geheven moesten worden.
2. Artikel 4.10 en 4.20 Consulaire dienstverlening
De ontvangsten nemen per saldo af met EUR 28,1 miljoen. Dit is het gevolg van COVID-19. Hierdoor is de vraag naar visa en reisdocumenten nagenoeg stil gevallen. Na de zomer is de vraag geleidelijk weer op gang gekomen, maar deze blijft lager dan oorspronkelijk geraamd. De kostendekkendheid van de consulaire dienstverlening is hierdoor afgenomen. Dit is opgevangen door de onderuitputting op de apparaatsbegroting.
Artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde
Toelichting
Verplichtingen
De afname is grotendeels te verklaren door een verlaging van het verplichtingenbudget van het mensenrechtenfonds. Deze verplichtingen zijn doorgaans kortlopend en vanwege de coronacrisis zijn de budgetten niet volledig uitgegeven.
Uitgaven
De verlaging van het uitgavenbudget komt voornamelijk door lagere uitgaven op mensenrechten, daar het vanwege de coronacrisis enkele ambassades niet is gelukt hun budgetten volledig te besteden. Een deel van het subsidiebudget voor de Carnegie Stichting is in 2020 niet uitgekeerd, maar wordt via de eindejaarsmarge doorgeschoven naar het volgend jaar en in 2021 betaald.
Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde
A: Algemene doelstelling
Het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde inclusief gastlandbeleid, met een blijvende inzet op mensenrechten, als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid.
Een sterke rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender. Dit vereist goed functionerende internationale instellingen en organisaties met een breed draagvlak en voortdurende inzet tegen straffeloosheid. De positie van Nederland als gastland voor Internationale Organisaties (IO’s) en diplomatieke missies, in het bijzonder organisaties met een mandaat op het gebied van vrede en recht, biedt een goed uitgangspunt voor de bevordering van de ontwikkeling van internationale rechtsorde. Deze rechtsorde is onlosmakelijk verbonden met universele mensenrechten. De bevordering van mensenrechten is een kernelement van het Nederlands buitenlandbeleid.
B: Rol en verantwoordelijkheid
De regering zet zich concreet in voor de volgende prioritaire thema’s: vrijheid van meningsuiting (off- en online), de vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender en intersekse personen, en de internationale rechtsorde/strijd tegen straffeloosheid.
Daarnaast heeft Nederland de verantwoordelijkheid de in Nederland gevestigde instellingen te ondersteunen opdat deze onafhankelijke, veilig en efficient kunnen functioneren.
De Minister is verantwoordelijk voor:
Stimuleren
-
– Van een effectief stelsel van internationale organisaties, inclusief financiële bijdrage, om een stabiele internationale omgeving te scheppen en de internationale rechtsorde te versterken.
-
– Van een betere mensenrechtensituatie mede door het financieren en uitvoeren van projecten via bilaterale en multilaterale kanalen ter bevordering van prioritaire mensenrechtenthema’s.
-
– Van de internationaal toonaangevende positie van Nederland als gastland voor IO’s door het bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor IO’s alsmede voor het gastlandbeleid ten aanzien van in Nederland gevestigde diplomatieke missies.
Regisseren
-
– Interdepartementale coördinatie ten behoeve van een coherente en consistente Nederlandse inzet in internationale organisaties ter bevordering van de internationale rechtsorde en mensenrechten.
-
– Waarborgen van nauwe rijksbrede samenwerking bij de uitvoering van gastlandbeleid, inclusief de uitvoering van zetelverdragen; waarborgen van eenduidige en heldere communicatie vanuit de rijksoverheid met IO’s en diplomatieke missies.
Financieren
-
– Bijdragen ten behoeve van goed functionerende internationale instellingen.
-
– Bijdragen ter bescherming en bevordering van mensenrechten.
-
– Bijdragen ten behoeve van goed functioneren van in Nederland gevestigde IO’s en diplomatieke missies en aan de internationale zichtbaarheid van Nederland als gastland van IO’s
C: Beleidswijzigingen
Vrede en recht
In 2020 wordt in VN-stad Den Haag het 75-jarig bestaan van de VN gebruikt om bekendheid en draagvlak voor het werken aan vrede en recht te bevorderen. Inhoudelijk zal het Kabinet zich richten op hervorming van het werk van het Internationaal Strafhof, waarbij de inzet van het Kabinet is gezamenlijk met andere verdragspartijen maatregelen te identificeren die via de Assembly of States Parties van het Internationaal Strafhof kunnen worden doorgevoerd, en tegelijkertijd te streven naar een onafhankelijke review door experts. Belangrijke aandachtspunten zijn de samenwerking van lidstaten met en interne organisatie van het Strafhof.
VN-Mensenrechtenraad
Naar verwachting is Nederland in 2020 lid van de VN-Mensenrechtenraad. Dit gaat gepaard met een extra verantwoordelijkheid om de VN-mechanismen op dit terrein effectief te houden. Het gaat daarbij onder meer om (diplomatieke) inspanningen ter ondersteuning van het werk van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten.
Doorpakken na het lidmaatschap van de Veiligheidsraad
In 2020 wordt verder vorm gegeven aan het opvolgen van de prioriteiten uit het lidmaatschap van het Koninkrijk van de Veiligheidsraad en het borgen van de werkmethoden. Naast voortgezette internationale samenwerking betekent dit ook inzet van inhoudelijke capaciteit.
Vredespaleis
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een verantwoordelijkheid voor goede huisvesting van de twee hoven (Internationaal Gerechtshof van de VN en Permanent Hof van Arbitrage) die gevestigd zijn in het Vredespaleis. Omdat het Vredespaleis verouderd is en bovendien asbest bevat, dient het Vredespaleis te worden gerenoveerd. Voor de financiering van deze renovatie van het Vredespaleis zijn binnen de Rijksbegroting middelen gereserveerd voor de komende jaren.
Polair
De Nederlandse inzet ten aanzien van poolgebieden richt zich op duurzaamheid, internationale samenwerking en wetenschappelijk onderzoek, zoals vastgelegd in de Nederlandse Polaire Strategie 2016–2020 (Kamerstuknummer 34300 V.nr. 58) en de Kamerbrief Arctische veiligheid van 5 juli 2019 (Kamerstuk 2019D30121). In 2020 zullen de voorbereidingen starten voor vormgeving van het polaire beleid in de periode na 2020.
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen in EUR 1.000 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 125.729 | 126.435 | 111.696 | 102.449 | 124.074 | 112.653 | 112.547 | ||
| Uitgaven: | |||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 124.557 | 130.281 | 125.788 | 122.106 | 122.082 | 122.015 | 121.952 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 63% | ||||||||
| 1.1 | Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak | 58.720 | 49.909 | 48.879 | 48.779 | 48.179 | 48.179 | 48.179 | |
| Subsidies | |||||||||
| Internationaal recht | 6.193 | 4.565 | 3.535 | 3.435 | 2.835 | 2.835 | 2.835 | ||
| VNVR projectkosten | 635 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Verenigde Naties | 32.867 | 34.525 | 34.525 | 34.525 | 34.525 | 34.525 | 34.525 | ||
| OESO | 6.629 | 7.219 | 7.219 | 7.219 | 7.219 | 7.219 | 7.219 | ||
| Internationaal Strafhof | 3.631 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | ||
| Internationaal recht | 4.242 | ||||||||
| VNVR projectkosten | 4.523 | ||||||||
| 1.2 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | 61.450 | 64.402 | 63.502 | 63.502 | 63.502 | 63.502 | 63.502 | |
| Subsidies | |||||||||
| Mensenrechtenfonds | 27.902 | 25.775 | 25.646 | 24.950 | 25.447 | 25.647 | 25.647 | ||
| bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Mensenrechtenfonds | 24.313 | 29.977 | 30.106 | 30.802 | 30.305 | 30.105 | 30.105 | ||
| Mensenrechten multilateraal | 9.235 | 8.650 | 7.750 | 7.750 | 7.750 | 7.750 | 7.750 | ||
| 1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | 4.387 | 15.970 | 13.407 | 9.825 | 10.401 | 10.334 | 10.271 | |
| Subsidies | |||||||||
| Carnegiestichting | 4.400 | 4.400 | 4.400 | 4.400 | 4.400 | 4.400 | |||
| Bijdragen aan agentschappen | |||||||||
| Vredespaleis | 6.000 | 5.500 | 3.550 | 4.550 | 4.550 | 4.550 | |||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Internationaal Strafhof | 1.213 | 1.101 | 1.038 | 989 | 901 | 834 | 771 | ||
| Speciaal Tribunaal Libanon | 1.919 | 1.919 | 1.919 | 336 | 0 | 0 | 0 | ||
| Nederland Gastland | 1.255 | 2.550 | 550 | 550 | 550 | 550 | 550 | ||
D2: Budgetflexibiliteit
De uitgaven voor het onderdeel goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak zijn nagenoeg voor een belangrijk deel vastgelegd. De bijdragen aan internationale organisaties (verdragscontributies) zijn juridisch verplicht. Subsidies aan initiatieven in het kader van internationaal recht zijn voor ruim 92% juridisch verplicht. Voor het resterende deel worden in 2020 verplichtingen aangegaan. De programma’s van het onderdeel bescherming en bevordering van mensenrechten kennen een juridisch verplicht percentage van 40%. De hieruit te financieren jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) wordt begin 2020 juridisch vastgelegd. Verder zijn de verplichtingen uit het mensenrechtenfonds vaak kortlopend en zullen in 2020 worden aangegaan. Voor het onderdeel gastlandbeleid is 64% van het geraamde budget strikt gecommiteerd. Het betreft de gastlanduitgaven voor het Internationaal Strafhof, het Speciaal Tribunaal Libanon en het Vredespaleis, waarin het internationaal Gerechtshof en het Permanente Hof van Arbitrage zijn gehuisvest.
E: Toelichting op de financiële instrumenten
1.1 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak
-
– Verplichte bijdragen (verdragscontributies) aan de VN waarin de afdrachten aan het Restmechanisme voor Internationale Strafhoven (MICT) zijn inbegrepen alsmede de bijdragen aan de OESO en het Internationaal Strafhof (ICC).
-
– Jaarlijkse huurbijdrage aan het Permanente Hof van Arbitrage.
-
– Bijdrage aan het bewijsvergaringsmechanisme voor Syrië (IIIM).
-
– Bijdragen voor diverse initiatieven, op het gebied van draagvlakversterking voor het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven en tribunalen, op het gebied van Responsibility to Protect, een bijdrage aan het Trustfund for Victims van het ICC en andere kleinschalige initiatieven ter bevordering van de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.
1.2 Bescherming en bevordering van mensenrechten
-
– Inzet van het mensenrechtenfonds ter ondersteuning van de volgende prioritaire thema’s: vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid, vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender en intersekse personen (LHBTI) en bevordering internationale rechtsorde/strijd tegen straffeloosheid. Er is een verdeling in centrale en decentrale middelen. Centrale middelen zijn bestemd voor projecten die in meer dan één land worden uitgevoerd. De middelen worden ingezet voor prioritaire thema’s op basis van de ernst van de mensenrechtensituatie en de effectiviteit van de inzet.
-
– Bijdragen aan internationale organisaties ten behoeve van verdere bescherming en bevordering van mensenrechten, met name de jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) van de VN waarbij specifiek wordt ingezet op de ondersteuning van de speciale procedures en verdragscomités.
1.3 Gastlandbeleid internationale organisaties
-
– Bijdrage aan huisvesting van Internationale Organisaties (IO’s) zoals het Libanon Tribunaal, Het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en het Permanente Hof van Arbitrage.
-
– Bijdragen aan campagnes en lobby-activiteiten bij acquisitie van IO’s.
-
– Bijdragen aan bijeenkomsten van in Nederland gevestigde IO’s en aan bezoeken van hoge functionarissen, voor zover die de internationale zichtbaarheid van Nederland als gastland van IO’s bevorderen.
-
– Financiering van activiteiten met als doel dat de in Nederland gevestigde IO’s en diplomatieke missies goed kunnen functioneren binnen de kaders van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten, alsmede de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.
-
– Bijdrage aan de renovatie van het Vredespaleis.
Artikel 2 Veiligheid en stabiliteit
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor veiligheid en stabiliteit is in totaal afgenomen. Dit is te verklaren door een afname van de verplichtingen binnen het Stabiliteitsfonds. De verplichtingen binnen het Stabiliteitsfonds namen af vanwege een decommitering van een deel van de bijdrage aan het Law and Order Trust Fund Afghanistan (LOTFA). Daarnaast viel de realisatie van verplichtingen van NFRP-Shiraka lager uit.
Uitgaven
Geen toelichting
Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit
A: Algemene doelstelling
Het bevorderen van de Nederlandse en internationale veiligheid en stabiliteit door doelgerichte bilaterale en multilaterale samenwerking en het bevorderen van democratische transitie in prioritaire gebieden, vooral in de ring rond Europa.
Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. De internationale omgeving verandert snel en ingrijpend. Wat er in de wereld om ons heen gebeurt, heeft direct gevolgen voor onze eigen veiligheid en voor onze welvaart. Veel van de grensoverschrijdende dreigingen waaraan Nederland bloot staat, zijn van een dusdanige omvang en complexiteit dat een geïntegreerde aanpak en samenwerking in internationaal verband geboden is. Voorbeelden zijn de proliferatie van massavernietigingswapens, terrorisme en gewelddadig extremisme, ongewenste buitenlandse inmenging door statelijke actoren, grensoverschrijdende criminaliteit en cyberdreigingen.
B: Rol en verantwoordelijkheid
De basis voor de inzet van het kabinet op internationaal veiligheidsbeleid ligt besloten in de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS) die in het voorjaar van 2018 aan de Tweede en Eerste Kamer is aangeboden. De GBVS aanpak beschrijft drie pijlers: onveiligheid voorkomen waar mogelijk, verdedigen tegen urgente dreigingen waar noodzakelijk en het versterken van ons veiligheidsfundament. Om de daarbij benoemde dertien doelen te behalen is de samenhangende inzet nodig van defensie, diplomatie, economie, ontwikkelingssamenwerking, politie, inlichtingendiensten en justitie. Dit onderwerp strekt zich dus uit naar andere begrotingen, zoals Defensie, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking, Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Economische Zaken en Klimaat. Onze veiligheidsbelangen vergen een wereldwijde inzet voor de veiligheid van Nederlanders, Nederland en het Koninkrijk.
De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:
Stimuleren
Bevorderen en bewaken van de coherentie en consistentie van de Nederlandse inzet in bilateraal en multilateraal verband gericht op grotere veiligheid en duurzame stabiliteit, onder andere door:
-
– Nederlandse bijdragen in het kader van de EU, de VN, de NAVO en de OVSE;
-
– Deelname aan ad hoc coalities zoals het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI) en de Friends of the CTBT (Alomvattend Kernstopverdrag);
-
– Een vooraanstaande rol te spelen op het gebied van de versterking van het internationaalrechtelijk en normatief kader betreffende cyberspace door middel van activiteiten gericht op zowel capaciteitsopbouw als op internationale consultatie;
-
– De Nederlandse actieve rol binnen het Global Counter Terrorist Forum en de Global Coalition to Counter/Defeat ISIS;
-
– Preventie aan de bron, door in risicolanden samenwerking te zoeken om de dreiging van radicalisering, gewelddadig extremisme en terrorisme te verminderen.
-
– Grote inzet op fysieke veiligheid van burgers via het Nederlandse humanitair ontmijnen en cluster munitie programma;
-
– De veiligheidsbehoeftes van de bevolking centraal te stellen o.a. door conflictpreventie-benadering (Early Warning & Early Action), en het benadrukken van accountability en good governance via Security Sector Reform (SSR) programma’s; en
-
– Deelname aan crisisbeheersingsoperaties in multilateraal verband en inzet voor verbetering van de effectiviteit van deze operaties.
Regisseren
-
– Artikel 100-procedures ter voorbereiding van besluitvorming betreffende wereldwijde inzet van de krijgsmacht in crisisbeheersingsoperaties conform het Toetsingskader 2014, in nauwe afstemming met de Minister van Defensie, de Minister voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Justitie & Veiligheid.
-
– De toepassing van terrorismesancties/Sanctieregeling 2007 als onderdeel van het sanctiebeleid, uitgevoerd in overeenstemming met de Ministers van Financiën en Justitie & Veiligheid.
-
– In het kader van een zorgvuldig en transparant wapenexportbeleid draagt de Minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijkheid voor de buitenlandpolitieke toetsing van Nederlandse vergunningaanvragen voor wapenexporten. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is eindverantwoordelijk voor het afgeven van de wapenexportvergunningen.
Financieren
-
– Bijdragen aan goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid, waaronder aan de NAVO.
-
– Bijdragen ter bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit, waaronder aan het International Centre for Counter-Terrorism, het Global Counter Terrorism Forum, en de Regionale Veiligheidscoördinatoren binnen het BZ-postennet.
-
– Bijdragen ter bevordering van ontwapening en wapenbeheersing en bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens, waaronder aan het IAEA en de OPCW.
-
– Bijdragen ter bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband vanuit het Budget Internationale Veiligheid, in samenspraak met de Minister van Defensie, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor BHOS, waaronder bijdragen aan crisisbeheersingsoperaties van de VN, de EU, de NAVO en de OVSE en flankerende activiteiten gefinancierd uit het Stabiliteitsfonds.
-
– Bijdragen ter bevordering van transitie in prioritaire gebieden, met name in de ring rond Europa via het in 2016 ingestelde Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP). Het NFRP bestaat uit het programma voor Maatschappelijke Transformatie (Matra), gericht op (Zuid)Oost-Europa, en het Shiraka-programma, gericht op de Arabische regio. Ook vanuit het Stabiliteitsfonds worden programma’s in een aantal landen in deze regio’s gefinancierd.
-
– Bijdragen aan conflictpreventie via uitvoering Early Warning & Early Action beleid, mede gefinancierd vanuit het Stabiliteitsfonds.
-
– Bijdragen aan normstelling en internationaal recht, bevordering van mensenrechten en capaciteitsopbouw in cyber space.
-
– Bijdrage aan de fysieke veiligheid van mensen via meerjarig humanitair ontmijnen en cluster munitie programma.
-
– Bijdragen aan Security Sector Reform (SSR) programma’s ter bevordering van effectiviteit, legitimiteit, oversight en accountability van veiligheidsactoren vanuit het Stabiliteitsfonds.
-
– Bijdragen aan (NGO/ATT) programma’s, die regulering en transparantie van de internationale wapenhandel bevorderen.
C: Beleidswijzigingen
De Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie uit 2018 is het bepalende beleidskader voor de inzet de komende jaren. Ten opzichte van de begroting 2019 zijn in dit kader geen beleidswijzigingen voorzien in 2020.
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen in EUR 1.000 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 233.786 | 264.869 | 270.933 | 270.753 | 278.253 | 270.753 | 270.753 | ||
| Uitgaven: | |||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 238.286 | 289.971 | 283.826 | 285.893 | 284.517 | 285.384 | 284.397 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 85% | ||||||||
| 2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | 12.038 | 13.205 | 12.545 | 12.465 | 12.465 | 12.465 | 12.465 | |
| Subsidies | |||||||||
| Atlantische Commissie | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | ||
| Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 1.150 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| NAVO | 7.628 | 7.200 | 7.200 | 7.200 | 7.200 | 7.200 | 7.200 | ||
| WEU | 609 | 565 | 565 | 565 | 565 | 565 | 565 | ||
| Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 851 | 2.700 | 2.700 | 2.700 | 2.700 | 2.700 | 2.700 | ||
| Veiligheidsfonds | 1.300 | 2.240 | 1.580 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | ||
| 2.2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme | 17.150 | 14.302 | 13.751 | 13.541 | 13.751 | 13.751 | 13.751 | |
| Subsidies | |||||||||
| Anti-terrorisme instituut | 444 | 1.624 | 451 | 341 | 551 | 551 | 551 | ||
| Contra-terrorisme | 5.406 | 7.700 | 7.920 | 7.920 | 7.920 | 7.920 | 7.920 | ||
| Cyber security | 1.832 | 4.148 | 2.800 | 3.080 | 3.080 | 3.080 | 3.080 | ||
| Opdrachten | |||||||||
| Global Forum on Cyber Expertise | 231 | 330 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Contra-terrorisme | 1.080 | 500 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Contra-terrorisme | 7.068 | 0 | 880 | 880 | 880 | 880 | 880 | ||
| Cyber security | 1.089 | 0 | 1.200 | 1.320 | 1.320 | 1.320 | 1.320 | ||
| 2.3 | Wapenbeheersing | 9.749 | 13.138 | 10.873 | 10.882 | 10.794 | 10.794 | 10.794 | |
| Subsidies | |||||||||
| OPCW en andere ontwapeningsorganisaties | 106 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| IAEA | 6.551 | 7.317 | 7.317 | 7.317 | 7.317 | 7.317 | 7.317 | ||
| OPCW en andere ontwapeningsorganisaties | 1.392 | 3.901 | 1.636 | 1.645 | 1.557 | 1.557 | 1.557 | ||
| CTBTO | 1.700 | 1.920 | 1.920 | 1.920 | 1.920 | 1.920 | 1.920 | ||
| 2.4 | Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband | 172.089 | 220.136 | 216.835 | 219.183 | 217.685 | 218.552 | 217.565 | |
| Subsidies | |||||||||
| Nederland Helsinki Comité | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | ||
| Stabiliteitsfonds | 22.965 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | ||
| Training buitenlandse diplomaten | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | ||
| Regionale stabiliteit | 200 | ||||||||
| Opdrachten | |||||||||
| Stabiliteitsfonds | 2 839 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| OVSE | 5.376 | 6.000 | 6.000 | 6.000 | 6.000 | 6.000 | 6.000 | ||
| Stabiliteitsfonds | 50.257 | 63.400 | 63.400 | 63.400 | 63.400 | 63.400 | 63.400 | ||
| VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties | 80.479 | 109.919 | 99.849 | 99.849 | 99.849 | 99.849 | 99.849 | ||
| Regionale stabiliteit | 5.093 | 2.000 | |||||||
| Overige | 6.546 | 58 | 2.406 | 908 | 1.775 | 788 | |||
| Bijdragen aan ander begrotingshoofdstuk | |||||||||
| Inzet hoog-risico posten | 4.743 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | |||
| Stabiliteitsfonds | 2.352 | ||||||||
| 2.5 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden | 27.260 | 29.190 | 29.822 | 29.822 | 29.822 | 29.822 | 29.822 | |
| Subsidies | |||||||||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA | 5.015 | 13.522 | 11.822 | 11.822 | 11.822 | 11.822 | 11.822 | ||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka | 3.176 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka | 11.471 | 15.668 | 18.000 | 18.000 | 18.000 | 18.000 | 18.000 | ||
| Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA | 7.598 | ||||||||
| Ontvangsten | 3.226 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | ||
| 2.10 | Doorberekening Defensie diversen | 212 | 242 | 242 | 242 | 242 | 242 | 242 | |
| 2.40 | Restituties programma’s | 3.014 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | |
D2: Budgetflexibiliteit
Binnen het artikelonderdeel «Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid» is ruim 90% juridisch verplicht. Het betreft de uitgaven voor de NAVO, Atlantische Commissie en verplichtingen richting de (inmiddels opgeheven) West-Europese Unie (WEU). Uitzondering hierop is het Programma Ondersteunig Buitenlands Beleid (POBB) waarvan 70% juridisch is verplicht. Binnen het artikel «Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme» is het budget voor Contra-terrorisme en Cyber security voor 90% juridisch verplicht. Het artikelonderdeel «Wapenbeheersing» is volledig juridisch verplicht. Het betreft verdragsrechtelijke contributies. Het stabiliteitsfonds is voor ruim de helft van het budget juridisch verplicht. Begin 2020 wordt voor humanitair ontmijnen nog een subsidiebeleidskader gepubliceerd. Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies) en beveiliging hoog-risico posten zijn volledig juridisch verplicht. Op het artikelonderdeel «Bevordering van transitie in prioritaire gebieden» zijn de voorziene uitgaven voor het Shiraka-programma’s grotendeels verplicht. Voor het niet-juridische verplichte deel van het Matra-programma zal nog gedurende 2019 een tender worden uitgeschreven voor de toekenning van nieuwe Matra projecten gericht op de ondersteuning van overheden in de Matra-doellanden. Deze toekenningen zullen in 2020 juridisch worden verplicht.
E: Toelichting op de financiële instrumenten
2.1. Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid
-
– Jaarlijkse verplichte bijdrage aan de NAVO.
-
– Jaarlijkse bijdrage aan het EU-Satellietcentrum en het Institute for Security Studies ten behoeve van de financiële verplichtingen (uitkering pensioengelden ex-WEU personeel) van de in juli 2011 opgeheven WEU.
-
– Jaarlijkse subsidie aan de Atlantische Commissie, ter ondersteuning van het maatschappelijk debat over de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid.
-
– Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) en Veiligheidsfonds, voor kleinschalige activiteiten met een katalyserende werking die het Nederlandse veiligheidsbeleid ondersteunen.
2.2. Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme
-
– Jaarlijkse bijdrage aan het in Den Haag gevestigde onafhankelijke International Centre for Counter-Terrorism (ICCT).
-
– Nederlandse inspanningen in multilateraal verband, met name als lid van het Global Counterterrorism Forum en Global Coalition to Counter/Defeat ISIS uit het Stabiliteitsfonds (verantwoording onder 2.4) en middelen die voortkomen uit het besluit tot versterking van de inspanningen op het gebied van contraterrorisme worden activiteiten gefinancierd. De projecten en programma’s op dit artikelonderdeel zijn gericht op de versterking van capaciteit in voor Nederland prioritaire regio’s om terrorisme, gewelddadig extremisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden.
-
– Daarnaast wordt budget vrijgemaakt om in te zetten op cybersecurity. Deze middelen worden onder meer ingezet voor het bevorderen van een normatief internationaal kader voor cyberactiviteiten en versterking van de kennispositie van de medewerkers op het gebied van cyber.
-
– Capaciteitsopbouw op het gebied van cyber security, cyber crime, data protectie en e-governance door middel van financiering van Nederlandse initiatieven onder het Global Forum on Cyber Expertise.
-
– Jaarlijkse bijdrage aan het in Finland gevestigde European Centre of Excellence Countering Hybrid Threats.
2.3 Wapenbeheersing
-
– Jaarlijkse bijdragen aan het IAEA, de OPCW en de CTBTO.
-
– Ondersteuning van kleinschalige initiatieven gericht op uitvoering van het Biologische en Toxische Wapens Verdrag (BTWC), Non-Proliferatie Verdrag (NPV) en de Ottawa Conventie.
-
– Bijdrage aan activiteiten onder auspiciën van het G7 Global Partnership against the Spread of Weapons and materials of Mass Destruction op het gebied van het tegengaan van proliferatie van radiologische en nucleaire bronnen en bio-security, en het bevorderen van implementatie sanctieprogramma’s.
2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband
-
– Verbetering van de inzet van civiele expertise door modernisering van de civiele missiepool.
-
– Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies).
-
– Bijdragen uit het Stabiliteitsfonds voor de inzet op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling. Het fonds kan o.a. worden ingezet om activiteiten te financieren op gebied van oude en nieuwe dreigingen, zoals aanpak van wapen- en drugssmokkel en grensoverschrijdende criminaliteit, ontmijning en piraterijbestrijding. Daarnaast worden een aantal lopende activiteiten uit het fonds gefinancierd, zoals ontmijningsactiviteiten, training voor Afrikaanse peacekeepers (ACOTA), en bijdragen aan de VN op specifieke thema’s.
-
– Er is structureel EUR 20 miljoen beschikbaar voor de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden met een hoog-risicoprofiel.
-
– Bijdragen ten behoeve van de trainingen van buitenlandse diplomaten in Nederland.
2.5 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden
-
– Het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) wordt gebruikt om organisaties en mensen te ondersteunen bij het verbeteren en versterken van democratische processen, institutionele capaciteit en de rechtsstaat. Het NFRP bestaat uit het Matra programma (Matra: maatschappelijke transformatie) gericht op het Oostelijk Partnerschap en Pre-accessie regio (de Westelijke Balkan en Turkije) en het Shiraka-programma, gericht op het Midden-Oosten en Noord-Afrika, elk met eigen beleidsaccenten. Met ingang van 2018 is het budget voor het NFRP structureel verhoogd, zowel vanwege de relevantie van de Matra- en Shiraka-programma’s als om uitvoering te geven aan de motie Servaes/Ten Broeke (Kamerstuk, 34 300-V, nr. 26).
Artikel 3 Effectieve Europese Samenwerking
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen voor de EU-afdrachten (artikelonderdeel 3.1) muteren mee met de uitgaven, zoals hieronder toegelicht. Daarnaast heeft een decommitering plaatsgevonden voor het EOF, als gevolg van een eerdere negatieve bijstelling van de uitgavenraming.
Uitgaven
De realisatie van de Europese afdrachten is aan de uitgavenkant (artikel 3.1) EUR 105,8 miljoen lager uitgekomen dan de raming bij de tweede suppletoire begroting.
De BNI-afdracht is EUR 113,5 miljoen lager doordat de uitgaven van de EU lager zijn uitgevallen dan waarmee bij de raming rekening werd gehouden. Dit komt deels doordat de betalingen uit de negende aanvullende EU-begroting (DAB9 2020) over de jaargrens heen zijn geschoven en het budgettaire effect daardoor niet in 2020 maar in 2021 neerslaat. De BTW-afdracht is nagenoeg uitgekomen op de raming, met een afwijking van EUR 0,5 miljoen. De realisatie op de invoerrechten is EUR 8 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd. Deze invoerrechten worden door Nederland in de kas ontvangen en na aftrek van administratieve kosten (de perceptiekostenvergoeding, artikel 3.10) wordt het overige deel aan de Europese begroting doorgegeven. De invoerrechten zijn bijgewerkt voor de laatste inzichten van het onderzoek van de taskforce Douane, wat nog doorloopt in 2021. Op basis van de tussenstand van de taskforce is de overgemaakte afdracht onder voorbehoud aan Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen in december 2020 met EUR 25 miljoen verlaagd ten opzichte van de raming in de 2e suppletoire begroting tot in totaal netto EUR 634 miljoen.
Ontvangsten
De realisatie aan de inkomstenkant (artikel 3.10) komt 14,4 miljoen euro lager uit dan bij tweede suppletoire begroting geraamd, op een totale realisatie van EUR 787 miljoen.
Artikel 3: Effectieve Europese samenwerking
A: Algemene doelstelling
De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om de Europese Unie en haar lidstaten zo vreedzaam, welvarend en sterk mogelijk de toekomst in te loodsen. Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Een actieve opstelling van Nederland in het Europese besluitvormingsproces en in de bilaterale relaties met Europese partners is dan ook in het directe belang van Nederlandse burgers en bedrijven. Door consequent en constructief optreden kan Nederland zijn invloed binnen de Europese Unie vergroten. Zo kan Nederland mede vorm geven aan ontwikkelingen in Europa die direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.
B: Rol en verantwoordelijkheid
Binnen de Europese Unie wordt gewerkt aan economische groei, werkgelegenheid, gezonde overheidsfinanciën van de lidstaten en toekomstbestendige Europese samenwerking gericht op hoofdzaken en toegevoegde waarde. Daarnaast zullen het uittredingsproces van het Verenigd Koninkrijk, de Europese migratieproblematiek en de (aanloop naar) onderhandelingen over een nieuw meerjarig financieel kader de aandacht vragen. Tot slot zet Nederland zich in voor effectief extern beleid, inclusief een versterkt gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.
De Staat van de Unie bevat de geïntegreerde visie van de regering op de Europese samenwerking en de rol van Nederland daarbij.
De Minister is verantwoordelijk voor:
Regisseren
-
– Het bevorderen en bewaken van de coherentie en de consistentie van het Nederlandse Europabeleid, inclusief de voorbereiding van de Europese Raad en horizontale dossiers.
-
– Het interdepartementaal afstemmen van de Nederlandse inzet in de verschillende, afzonderlijke Raadsformaties.
-
– Het vormgeven van het Europese externe beleid ten opzichte van derde landen, inclusief uitbreiding van de EU, uittreding uit de EU, regio’s en ontwikkelingslanden.
-
– De gedachtenvorming over de institutionele structuur van de EU.
-
– Het onderhouden en intensiveren van de bilaterale relaties met andere Europese landen en het bevorderen van een Europese waardengemeenschap.
Financieren
-
– Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting en aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF).
-
– Bijdragen aan een hechtere Europese waardengemeenschap middels een bijdrage aan de Raad van Europa.
-
– Bijdragen ter versterking van de Nederlandse positie in de Unie van 28, waaronder aan de Benelux.
C: Beleidswijzigingen
Ten opzichte van de begroting 2019 zijn in dit kader geen beleidswijzigingen voorzien in 2020.
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen in EUR 1.000 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 7.771.324 | 8.470.754 | 8.825.395 | 9.372.269 | 9.614.909 | 9.917.888 | 10.188.186 | ||
| Uitgaven: | |||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 7.985.994 | 8.695.649 | 9.069.744 | 9.601.794 | 9.862.830 | 10.147.413 | 10.437.151 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 100% | ||||||||
| 3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | 7.757.339 | 8.445.565 | 8.820.041 | 9.348.175 | 9.609.211 | 9.893.794 | 10.183.532 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| BNI-afdracht | 4.080.678 | 4.630.326 | 4.787.631 | 5.227.578 | 5.401.774 | 5.581.515 | 5.775.804 | ||
| BTW-afdracht | 539.019 | 556.114 | 584.284 | 603.509 | 630.607 | 653.101 | 675.367 | ||
| Invoerrechten | 3.137.642 | 3.259.125 | 3.448.126 | 3.517.088 | 3.576.830 | 3.659.178 | 3.732.361 | ||
| 3.2 | Europees ontwikkelingsfonds | 214.252 | 234.281 | 234.281 | 238.897 | 238.897 | 238.897 | 238.897 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Europees Ontwikkelingsfonds | 214.252 | 234.281 | 234.281 | 238.897 | 238.897 | 238.897 | 238.897 | ||
| 3.3 | Een hechtere Europese waardengemeenschap | 9.966 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | |
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Raad van Europa | 9.966 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | 9.720 | ||
| 3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie | 4.437 | 6.083 | 5.702 | 5.002 | 5.002 | 5.002 | 5.002 | |
| Subsidies | |||||||||
| EIPA | 418 | 348 | 348 | 348 | 348 | 348 | 348 | ||
| Opdrachten | |||||||||
| Programmatische ondersteuning: Brexit | 1.081 | 700 | |||||||
| Programmatische ondersteuning: CECP | 675 | 675 | 675 | 675 | 675 | 675 | |||
| EU voorzitterschap | 66 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Benelux bijdrage | 3.953 | 3.979 | 3.979 | 3.979 | 3.979 | 3.979 | 3.979 | ||
| Ontvangsten | 1.084.905 | 45.835 | 693.824 | 703.667 | 715.616 | 732.085 | 746.722 | ||
| 3.10 | Diverse ontvangsten EU | 1.084.647 | 45.585 | 693.574 | 703.417 | 715.366 | 731.835 | 746.472 | |
| Invoerrechten | 620.843 | 651.825 | 689.624 | 703.417 | 715.366 | 731.835 | 746.472 | ||
| Overige ontvangsten EU | 463.804 | – 606.240 | 3.950 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| 3.30 | Restitutie Raad van Europa | 258 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | |
D2: Budgetflexibiliteit
De uitgaven op dit artikel zijn geheel juridisch verplicht. De belangrijkste uitgaven betreffen de afdracht aan de EU en de Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en bijdragen aan de Benelux en Raad van Europa.
E: Toelichting op de financiële instrumenten
3.1 Afdrachten aan de Europese Unie
De EU-begroting wordt grotendeels gefinancierd door middel van afdrachten van lidstaten (90–95%). Daarnaast ontvangt de EU overige inkomsten, zoals bijdragen van derden, rente- en boete-inkomsten. De afdrachten van de lidstaten in de vorm van de douanerechten, de BTW-afdracht en de BNI-afdracht zijn vastgelegd in het Eigen Middelenbesluit (EMB). In het EMB zijn ook de kortingen op de afdrachten opgenomen en de zogenoemde perceptiekostenvergoeding – dit is de vergoeding voor de kosten die lidstaten maken voor het innen van de douanerechten. De Nederlandse douanerechten, BTW-afdrachten en BNI-afdrachten zijn opgenomen op artikel 3.1, de perceptiekostenvergoeding op artikel 3.10.
Het uitgangspunt voor de vaststelling van de raming voor de Nederlandse afdrachten is de omvang van het uitgavenplafond uit het Meerjarig Financieel Kader. Dit plafond maximeert de uitgaven uit hoofde van de EU-begroting en daarmee de afdrachten van de lidstaten. De omvang van de Nederlandse afdrachten komt dan als volgt tot stand:
-
– Alle douanerechten die door de EU-landen worden geheven op producten die afkomstig zijn van landen buiten de EU, worden afgedragen aan de EUtwee maanden na inning door de Nederlandse douane, en na aftrek van de perceptiekostenvergoeding (20%) voor de inningskosten. De Europese Commissie (Eurostat) maakt op basis van de eerder ontvangen douanerechten een raming voor het komend jaar voor lidstaten (extrapolatie op basis van historische gegevens).
-
– De BTW-afdracht bedraagt een vast percentage van de geharmoniseerde btw-grondslag.8 De geharmoniseerde grondslag voor het komend jaar wordt geraamd en vastgesteld door de Europese Commissie (Eurostat). Nederland krijgt een korting op de BTW-afdracht en betaalt 0,15% over de geharmoniseerde grondslag (in plaats van de reguliere 0,30%). De bijdrage aan de korting voor Verenigd Koninkrijk wordt opgeteld bij de BTW-afdracht.
-
– De BNI-afdracht is het sluitstuk van de financiering van de EU-begroting. Het deel van de Europese uitgaven dat niet gefinancierd kan worden door de overige inkomsten, douanerechten en de BTW-afdracht wordt gefinancierd door BNI-afdrachten van de lidstaten. De totale BNI-afdracht van de lidstaten wordt bepaald door de bovengenoemde inkomsten in mindering te brengen op het betalingenplafond. Het aandeel van een lidstaat hierin wordt vervolgens bepaald op basis van het eigen BNI ten opzichte van het Europese BNI. Dit zogeheten relatieve BNI-aandeel in de totale BNI-afdracht komt tot stand door het tarief van 0,76%9 (totale BNI afdracht/Europees BNI) te vermenigvuldigen met het Nederlands BNI. Nederland ontvangt vervolgens een jaarlijkse korting op de BNI-afdracht van EUR 695 miljoen (in prijzen 2011); voor Nederland komt dit uiteindelijk neer op een netto-korting in 2020 van EUR 771 miljoen. Deze korting wordt gedurende het jaar met de maandelijkse BNI-afdracht verrekend.
In jaren dat de Europese begroting ver onder het betalingenplafond wordt vastgesteld, wordt deels afgeweken van deze systematiek. Er wordt in deze jaren (zoals het geval was in 2017, 2018, 2019 en nu voor 2020) uitgegaan van een niveau onder het betalingenplafond omdat het niet te verwachten is dat wanneer het voorstel voor de Europese begroting zo ver onder het betalingenplafond ligt, de daadwerkelijke Europese uitgaven in 2020 daar nog op uitkomen. Zoals toegelicht in de Kamerbrief over de EU-begroting 202010 zullen de vertraagde betalingen meelopen in de reste á liquider (RAL) en ingepast moeten worden onder de betalingenplafonds van het volgende MFK.
| Omschrijving | Grondslag | Tarief | 2020 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Artikel 3.1 | |||||
| Douanerechten | 3.488 | 100,00% | 3.448 | ||
| BTW-afdracht | 584 | ||||
| waarvan bruto BTW-afdracht | 344.755 | 0,30% | 1.034 | ||
| waarvan korting BTW-afdracht | 344.755 | – 0,15% | – 517 | ||
| waarvan bijdrage korting VK | 71 | – | 71 | ||
| BNI-afdracht | 4.788 | ||||
| waarvan bruto BNI-afdracht | 833.754 | 0,67% | 5.559 | ||
| waarvan korting BNI-afdracht | – | – | – 771 | ||
| Artikel 3.10 | |||||
| Perceptiekostenvergoeding | 3.448 | 20% | 690 | ||
| Overige inkomsten | – | – | – | ||
De onderstaande overzichtstabellen tonen de cijfers over de EU-afdrachten, ontvangsten en de netto betalingsposities over 2018.
| AFDRACHTEN | |
|---|---|
| Douanerechten/landbouwheffingen | 3.130 |
| BTW-middel (inclusief bijdrage aan de korting voor het VK) | 556 |
| BNI-middel | 4.289 |
| Perceptiekostenvergoeding | – 627 |
| TOTAAL afdrachten | 7.348 |
Om de nettobetalingspositie in absolute getallen te berekenen wordt gebruik gemaakt van de Nederlandse definitie van de nettopositie in plaats van de Commissiedefinitie. Volgens de Nederlandse definitie worden ook o.a. de douanerechten (en overeenkomstig de perceptiekostenvergoeding) en de administratieve uitgaven van de EU meegenomen in de nettopositie.
| ONTVANGSTEN | |
|---|---|
| 1a Concurrentiekracht | 1.090 |
| 1b Cohesie/structuurfondsen | 172 |
| 2 Landbouw en natuurbehoud | 878 |
| 3 JBZ en burgerschap | 236 |
| 4 Extern beleid | 0 |
| 5 Administratieve uitgaven | 94 |
| TOTAAL ontvangsten | 2.470 |
| NETTO POSITIE | 4.877 |
| 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|
| DE | – 0,43% | – 0,40% | – 0,32% | – 0,39% |
| D|K | – 0,26% | – 0,28% | – 0,24% | – 0,39% |
| AT | – 0,29% | – 0,23% | – 0,25% | – 0,35% |
| SE | – 0,41% | – 0,33% | – 0,29% | – 0,32% |
| NL | – 0,39% | – 0,30% | – 0,19% | – 0,31% |
| UK | – 0,46% | – 0,24% | – 0,23% | – 0,29% |
| IT | – 0,20% | – 0,14% | – 0,21% | – 0,29% |
| FR | – 0,28% | – 0,36% | – 0,20% | – 0,26% |
| IER | – 0,15% | – 0,16% | – 0,07% | – 0,12% |
| BE | – 0,37% | – 0,28% | – 0,16% | – 0,11% |
Toelichting:
Voor de vergelijkbaarheid met andere lidstaten wordt gebruik gemaakt van de cijfers van de Europese Commissie. De kortingen over 2014–2016 zijn in 2017 in de kas ontvangen door Nederland, maar in deze cijfers zijn ze door de Commissie toegerekend naar het jaar waarop ze van toepassing waren. De nettoposities van lidstaten zijn over de jaren niet constant, omdat deze sterk afhankelijk zijn van het implementatieritme van de programma’s onder het MFK, dat per programma en per lidstaat verschilt.
3.2 Europees Ontwikkelingsfonds
-
– Bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Dit fonds is het instrument waarmee de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking met de landen in Afrika, het Carïbisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de landen en gebieden overzee (LGO) uitvoert. Het budget en programma van het 11e EOF (2014–2020) is voor een periode van zeven jaar vastgesteld. Het grootste deel van het EOF is bestemd voor de financiering van de steun aan nationale, regionale en lokale projecten en programma’s gericht op de economische en sociale ontwikkeling van die gebieden.
3.3 Een hechtere Europese waardegemeenschap
-
– Raad van Europa: Nederland beschouwt de Raad van Europa als een belangrijke hoeder van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in heel Europa. Ook wil Nederland bijdragen aan verdergaande hervorming van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en aan een zorgvuldig voorbereide toetreding van de EU tot het EVRM. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Straatsburg speelt daarbij een centrale rol door goede betrekkingen en, indien opportuun, regelmatig overleg met het secretariaat van de Raad van Europa, permanente vertegenwoordigingen van andere lidstaten en met de Nederlandse delegatie in de Parlementaire Assemblee (PACE) van de Raad van Europa.
3.4 Versterkte Nederlandse positie in de Unie
-
– Jaarlijkse bijdrage aan de Benelux Unie. De Benelux Unie dient twee doelen: het vervullen van een voortrekkersrol binnen de Europese Unie en grensoverschrijdende samenwerking, vooral op het gebied van economie, duurzame ontwikkeling en justitie/binnenlandse zaken. Daarnaast werkt Nederland in Benelux-verband ook samen op buitenlandspolitiek terrein.
-
– Subsidie aan European Institute for Public Administration (EIPA). Het EIPA heeft als doel het ontwikkelen van de capaciteiten van ambtenaren in het omgaan met EU-aangelegenheden.
-
– Brexit-programma’s gericht op simulaties onderhandelingsdynamiek, geschillenbeslechting, monitoring en toezicht, en hoe om te gaan met verschillen in regelgeving («dynamische equivalentie»). Daarnaast mogelijke studies op gebied van geschillenbeslechting in een nieuwe relatie EU-VK en /of regelgeving, in algemene zin of in bepaalde sectoren, en onderzoek en modelering ten behoeve van de coalitievormingonderhandelingen gericht op de toekomstige relatie. Alsook diverse activiteiten op het gebied van voorlichting en publieksonderzoek.
-
– De programmagelden Cöordinatie Eenheid Contingency Planning (CECP) zullen besteed worden aan concrete mitigerende maatregelen, zoals voorbereidingen crisismanagement en rijksbrede communicatie naar burgers en ondernemers, die in voorbereidingen op een no-deal Brexit-scenario door verschillende departementen en uitvoeringsorganisaties Rijksbreed worden genomen. Hierbij heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken het mandaat om een operatiecentrum op te zetten ten behoeve van een gecoördineerde contintengy planning Brexit waarbij ook samenwerking en afstemming wordt gezocht met het bedrijfsleven.
3.10 Ontvangsten
-
– De ontvangsten onder dit beleidsartikel betreffen de zogenaamde perceptiekostenvergoeding die Nederland ontvangt voor de kosten die gemaakt worden bij de inning van de douanerechten en bedragen 20% van de geïnde douanerechten. Deze ontvangsten zijn begrotingstechnisch niet gekoppeld aan de begroting van de Nederlandse Douane.
Artikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
A: Algemene Doelstelling
Het verlenen van goede consulaire diensten aan Nederlanders in nood in het buitenland, evenals het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland. Daarnaast levert het Kabinet een bijdrage aan een gereguleerd personenverkeer door de Nederlandse inbreng in het Europese visumbeleid en is verantwoordelijk voor de visumverlening kort verblijf.
Het versterken van de Nederlandse cultuursector door internationale uitwisseling en presentatie; verbindingen leggen met economische diplomatie en andere prioriteiten van geïntegreerd buitenlandbeleid, zoals het mensenrechtenbeleid en veiligheidsbeleid.
B: Rol en verantwoordelijkheid
De Minister is verantwoordelijk voor de volgende zaken:
Consulaire dienstverlening
Uitvoeren
-
– Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden;
-
– Afgifte van machtigingen voorlopig verblijf (MVV’s) op de posten;
-
– Afname van inburgeringsexamens buitenland;
-
– Orange Carpet-beleid, ter bevordering van het Nederlandse bedrijfsleven;
-
– Bijstand aan Nederlanders in nood in het buitenland;
-
– Begeleiding van Nederlanders die in het buitenland gedetineerd zijn;
-
– Uitbrengen van reisadviezen;
-
– Crisisrespons;
-
– Afgifte van Nederlandse reisdocumenten in het buitenland en van diplomatieke en dienstpaspoorten;
-
– Afgifte van consulaire verklaringen en legalisaties.
Indicator als uitvoeringsverantwoordelijke:
| Indicator | Streefwaarde 2019 | Streefwaarde 2020 |
|---|---|---|
| Percentage visumaanvragen kort verblijf dat binnen 15 dagen wordt afgehandeld | 85% | 85% |
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
De norm voor de doorlooptijd van visumaanvragen (Schengen) bedraagt 15 dagen conform de EU Visumcode (in werking getreden per 5.4.2010). Deze periode kan in bijzondere gevallen worden verlengd tot 60 dagen.
NB: De doorlooptijd is het aantal dagen dat zit tussen het indienen van een ontvankelijke visumaanvraag tot aan het moment van bekendmaken of uitreiken van de beslissing op de aanvraag.
Regisseren
-
– Europees visum- en migratiebeleid en Caraïbisch visumbeleid;
-
– Bilaterale dimensie van visum- en migratiebeleid.
Nederlandse cultuur en publieksdiplomatie
De uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid (ICB) is een gedeelde verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken (bij wie ook de coördinatie ligt), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het beleidskader voor het ICB wordt steeds voor een periode van vier jaar vastgesteld (beleidskader internationaal cultuurbeleid 2017–2020). De inzet op het gebied van Publieksdiplomatie valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken.
Stimuleren
-
– Promotie van Nederlandse kunst en cultuur in het buitenland en identificatie van internationale kansen en ontwikkelingen voor de Nederlandse culturele sector en creatieve industrie.
-
– Behoud, beheer en ontsluiting van gedeeld cultureel erfgoed.
-
– Buitenlandse bezoekersprogramma’s.
-
– Het inzetten van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen.
Regisseren
-
– Beleidsvorming en uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid.
-
– Afstemming met culturele fondsen en ondersteunende instellingen over internationale activiteiten.
-
– Ondersteuning van het buitenlandpolitieke- en economische beleid door publieksdiplomatie en cultuur in te zetten, bijvoorbeeld als instrument in de dialoog over mensenrechten.
Financieren
-
– Ondersteuning van culturele fondsen, instellingen en activiteiten binnen het beleidskader Internationaal Cultuurbeleid (2017–2020).
-
– Nederlands-Vlaamse samenwerking (via ondersteuning van Huis DeBuren in Brussel).
-
– Bezoekersprogramma’s.
-
– Gedelegeerde activiteiten Publieksdiplomatie en Cultuur door Nederlandse ambassades.
-
– Subsidieregeling voor programma’s gericht op jeugd en sociale innovatie in de ring van landen grenzend aan de EU.
C: Beleidswijzigingen
Consulaire Zaken en Visumbeleid
Het beleid is op hoofdlijnen hetzelfde, maar – mede naar aanleiding van de IOB-evaluatie11 – is in de beleidsbrief «de Staat van het Consulaire» geëxpliciteerd wat het Ministerie van Buitenlandse Zaken verstaat onder goede en klantgerichte dienstverlening. Ook ligt bij de consulaire dienstverlening meer nadruk op zelfredzaamheid en besteedt BZ tegelijkertijd meer aandacht aan kwetsbare groepen.
Internationaal Cultuurbeleid
De doorlichting door IOB die in 2019 werd afgerond, vormt geen aanleiding het huidige beleidskader aan te passen, maar levert wel inzichten op voor het opvolgende, vierjarig beleidskader dat met ingang van 2021 van start gaat. In 2020 worden enerzijds programma’s en activiteiten onder het huidige kader afgerond en anderzijds voorbereidingen getroffen ter uitvoering van het opvolgend kader.
Publieksdiplomatie
Er is een nieuwe visuele identiteit van Nederland ontwikkeld om de reputatie van Nederland te versterken en de beleidsmatige doelstellingen concreet te ondersteunen. Het nieuwe verhaal van Nederland en de visuele weergave in een beeldmerk – alles ontwikkeld in nauwe samenspraak met relevante departementen en het bedrijfsleven – onderscheidt Nederland als open, vindingrijk en inclusief. Er komt er een uitgebreide toolkit voor het vertellen van dit verhaal, die vanaf begin 2020 publiekelijk zal worden uitgerold. De implementatie vanaf 2020 versterkt de reputatie van Nederland en ondersteunt de huidige beleidsdoelstellingen, conform huidig beleid op publieksdiplomatie.
D1: Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen in EUR 1.000 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 55.902 | 68.575 | 51.873 | 44.871 | 50.871 | 44.571 | 46.821 | ||
| Uitgaven: | |||||||||
| Programma-uitgaven totaal | 55.790 | 70.218 | 54.198 | 49.271 | 49.171 | 49.171 | 49.671 | ||
| waarvan juridisch verplicht | 51% | ||||||||
| 4.1 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 13.962 | 17.312 | 12.462 | 9.657 | 9.657 | 9.657 | 12.457 | |
| Subsidies | |||||||||
| Gedetineerdenbegeleiding | 1.524 | 1.560 | 1.560 | 1.560 | 1.560 | 1.560 | 1.560 | ||
| Inkomensoverdrachten | |||||||||
| Gedetineerdenbegeleiding | 540 | 540 | 540 | 540 | 540 | 540 | |||
| Opdrachten | |||||||||
| Consulaire bijstand | 527 | 409 | 409 | 409 | 409 | 409 | 409 | ||
| Reisdocumenten en verkiezingen | 4.992 | 2.900 | 2.550 | 2.550 | 2.550 | 2.550 | 5.350 | ||
| Consulaire opleidingen | 146 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | ||
| Consulaire informatiesystemen | 6.386 | 7.003 | 7.003 | 4.198 | 4.198 | 4.198 | 4.198 | ||
| Loket buitenland | 3.500 | ||||||||
| Gedetineerdenbegeleiding | 387 | ||||||||
| Bijdragen aan agentschappen | |||||||||
| Loket buitenland | 1.000 | ||||||||
| 4.2 | Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren | 14.840 | 20.619 | 13.449 | 11.189 | 11.089 | 11.089 | 9.339 | |
| Opdrachten | |||||||||
| Ambtsberichtenonderzoek | 18 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | ||
| Visumverlening | 2.857 | 2.900 | 2.950 | 3.050 | 3.050 | 3.050 | 3.050 | ||
| Legalisatie en verificatie | 49 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 | ||
| Consulaire informatiesystemen | 10.886 | 14.586 | 9.241 | 6.881 | 6.781 | 6.781 | 5.031 | ||
| Informatie ondersteunend beslissen | 1.875 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Bijdragen asiel en migratie | 920 | 1.028 | 1.028 | 1.028 | 1.028 | 1.028 | 1.028 | ||
| Bijdragen aan ander begrotingshoofdstuk | |||||||||
| Bijdragen asiel en migratie | 110 | ||||||||
| 4.3 | Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur | 7.023 | 9.898 | 7.706 | 8.794 | 8.794 | 8.794 | 8.794 | |
| Subsidies | |||||||||
| Internationaal cultuurbeleid | 1.564 | 7.075 | 5.236 | 8.794 | 8.794 | 8.794 | 8.794 | ||
| Opdrachten | |||||||||
| Internationaal cultuurbeleid | 4.118 | ||||||||
| Bijdragen aan agentschappen | |||||||||
| Internationaal cultuurbeleid | 1.341 | ||||||||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Internationaal cultuurbeleid | 2.823 | 2.470 | |||||||
| 4.4 | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen | 19.965 | 22.389 | 20.581 | 19.631 | 19.631 | 19.631 | 19.081 | |
| Subsidies | |||||||||
| Instituut Clingendael | 800 | 820 | 820 | 2.420 | 2.420 | 2.420 | 2.420 | ||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 4.545 | 5.958 | 4.058 | 3.058 | 3.058 | 3.058 | 3.058 | ||
| Internationale manifestaties en diverse bijdragen | 49 | 99 | 99 | 99 | 99 | 99 | 99 | ||
| Publieksdiplomatie | 2.833 | 2.329 | 3.399 | 3.399 | 3.399 | 3.399 | 3.399 | ||
| Onderzoeksprogramma | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | ||
| Opdrachten | |||||||||
| Adviesraad Internationale vraagstukken | 376 | 525 | 525 | 525 | 525 | 525 | 525 | ||
| Instituut Clingendael | 1.600 | 1.600 | |||||||
| Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties | 382 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | ||
| Algemene voorlichting | 2.333 | 4.448 | 2.290 | 2.290 | 4.490 | 4.490 | 4.490 | ||
| Koninklijk Huis – inkom. en uitg. bezoeken, off. ontvangsten | 1.500 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | ||
| China-strategie | 250 | 500 | 550 | 550 | 550 | ||||
| Onderzoeksprogramma | 2.000 | 320 | 220 | 220 | 220 | 220 | 220 | ||
| Programma ondersteuning buitenlands beleid | 480 | ||||||||
| Bijdragen aan agentschappen | |||||||||
| Algemene voorlichting | 2.056 | 2.200 | 2.200 | ||||||
| Bijdragen aan ZBO's/ RWT's | |||||||||
| Verkeersnotificaties | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | |||
| Bijdragen (inter)nationale organisaties | |||||||||
| Europese bewustwording | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | |||
| Publieksdiplomatie | 2.943 | 2.340 | 1.170 | 1.170 | 1.170 | 1.170 | 1.170 | ||
| Ontvangsten | 64.894 | 51.749 | 50.374 | 50.374 | 50.374 | 50.374 | 50.374 | ||
| 4.10 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 20.407 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | |
| 4.20 | Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen | 44.413 | 41.375 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | |
| 4.40 | Doorberekening Defensie diversen | 74 | 874 | 874 | 874 | 874 | 874 | 874 | |
| 4.41 | Ontvangsten verkeersnotificaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
D2: Budgetflexibiliteit
De uitgaven van subsidies en opdrachten voor gedetineerdenbegeleiding en overige consulaire dienstverlening, op basis van eigen verantwoordelijkheid, aan Nederlanders in het buitenland zijn volledig juridisch verplicht. Voor de consulaire informatiesystemen zijn de verplichtingen nog niet juridisch vastgelegd, maar dat wordt gedurende het jaar gedaan. De inkoop van de te verstrekken reisdocumenten alsmede de geplande uitgaven voor het samen met (keten-)partners reguleren van het personenverkeer zijn nog niet juridisch verplicht en worden aan de hand van de afgifte van paspoorten van visa bepaald. Hiervoor worden wel aan het begin van het begrotingsjaar verplichtingen aangegaan. Binnen het artikelonderdeel grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur zijn de uitgaven voor de specifieke landenprogramma’s nog niet juridisch verplicht, de verplichtingen worden in het begrotingsjaar zelf aangegaan. Voor het inzetten van publieksdiplomatie om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen door het postennetwerk en het ministerie zelf zijn ramingen opgenomen die nog niet juridisch vastliggen. Het gaat dan om activiteiten op het gebied van voorlichting, landenprogramma’s, bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven voor het Corps Diplomatique en internationale organisaties. Het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) is voor 39% juridisch verplicht en wordt gedurende het jaar verder ingevuld. De subsidie voor Clingendael is geheel juridisch vastgelegd. De uitgaven ten behoeve van het Koninklijk Huis worden in de loop van 2020 ingevuld. Dit geldt ook voor de Chinastrategie.
E: Artikelonderdelen
4.1: Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland
-
– Verlenen van financiële- en niet financiële consulaire bijstand aan Nederlanders in nood en/of schrijnende gevallen;
-
– (Stille) diplomatie met oog op eerlijke rechtsgang voor Nederlandse gedetineerden;
-
– Verstrekken van reisadviezen;
-
– Bijstaan van Nederlanders in geval van crises; als dat noodzakelijk en mogelijk is, organiseren, waar mogelijk met partnerlanden, van evacuaties;
-
– Verstrekken van reisdocumenten en opmaken van consulaire akten en verklaringen;
-
– Adviseren en ondersteunen van Nederlandse gedetineerden door gedifferentieerde bezoekfrequentie, in bepaalde landen maandelijkse giften aan gedetineerden, en subsidies ten behoeve van resocialisatie, extra zorg en juridisch advies;
-
– Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen;
-
– Organiseren van opleidingen gericht op optimalisatie van consulaire werkprocessen.
4.2 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren
-
– Behandelen van aanvragen voor visa kort verblijf en het beleid op dit terrein;
-
– Inname van aanvragen voor MVV’s;
-
– Afnemen van inburgeringsexamens;
-
– Verrichten van legalisaties en uitvoeren van verificatieonderzoeken;
-
– Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen;
-
– Op verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden algemene en individuele ambtsberichten opgesteld, waarop door J&V mede het toelatings- en terugkeerbeleid wordt gebaseerd;
-
– Diplomatie voor het bemiddelen bij terugkeer van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf;
-
– Samenwerking met instanties in en buiten Nederland, de EU en internationale organisaties;
-
– In het kader van versterkte Europese samenwerking maken van afspraken over wederzijdse visumvertegenwoordiging.
4.3 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur
-
– Subsidieverlening via de posten en aan DutchCulture voor internationale culturele activiteiten.
-
– Ondersteuning van initiatieven in vier landen in de ring rondom Europa die de lokale cultuursector versterken, cultuurparticipatie vergroten, de leefomgeving in steden verbeteren en behoud van lokaal cultureel erfgoed verduurzamen.
4.4 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen
-
– Via strategische beleidscommunicatie richt Buitenlandse Zaken zich op doelgroepen die van belang zijn bij het ontwikkelen, bereiken en uitdragen van beleidsdoelstellingen op het terrein van buitenlandbeleid. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de media en via persoonlijke contacten zoals bijeenkomsten. Daarnaast worden online kanalen ingezet, zoals Facebook en twitter.
-
– Bijdrage aan publieksdiplomatie, waarmee Nederlandse ambassades activiteiten kunnen ondersteunen of opstarten op het gebied strategische beleidscommunicatie, beeldvorming over Nederland en internationaal cultuurbeleid;
-
– Subsidie ten behoeve van Instituut Clingendael;
-
– Vanuit het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) worden eenmalige katalyserende activiteiten gefinancierd ter ondersteuning van de doelstellingen van het Nederlandse buitenlandbeleid;
-
– Ondersteuning van de diplomatieke missies, in Nederland: het faciliteren van ambassades en hun medewerkers, maar ook het toepassen, interpreteren, handhaven en implementeren van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten en de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.
-
– Voor bezoeken, ontvangsten en overige uitgaven hoogwaardigheidsbekleders, Corps Diplomatique en internationale organisaties wordt EUR 1 miljoen geraamd.
-
– Voor uitgevan ten behoeve van staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis wordt EUR 2 miljoen geraamd.
Ontvangsten
-
– De ontvangsten onder dit artikel bestaan hoofdzakelijk uit leges voor de afgifte van reisdocumenten, visa en de legalisatie van documenten. Een deel van de consulaire ontvangsten wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan de kosten van het consulaire werkproces.
Artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
Verplichtingen
Per saldo is het verplichtingenbudget gedaald. In principe volgen de verplichtingen de lagere uitgaven. Voor 2020 zijn de verplichtingen voor ICE (artikel 4.3) EUR 2,8 miljoen lager door een uitstel van een commitering voor het Nederlands Vlaams Huis DeBuren.
Uitgaven
De uitgaven voor consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden zijn EUR 5,8 miljoen lager uitgekomen dan de raming bij de tweede suppletoire begroting. Voor artikel 4.2 komt dit door COVID-19 en de uitgaven voor informatiesystemen vreemdelingen EUR 1 miljoen lager.
De lagere uitgaven voor Uitdragen Nederlandse waarden en belangen (artikel 4.4) komen onder meer doordat er door COVID-19 minder staatsbezoeken zijn geweest. Verder zijn de bestedingen van het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB-COVID) deels vertraagd.
Ontvangsten
De ontvangsten consulaire dienstverlening aan vreemdelingen (artikel 4.20) zijn veel lager uitgevallen door de reisbeperkingen. De opbrengsten van de consulaire dienstverlening Nederlanders (artikel 4.10) zijn gestegen doordat enkele opbrengsten nu op dit artikel geboekt zijn die in het verleden op artikel 4.20 geboekt werden. Per saldo lager zijn de totale opbrengsten veel lager uitgevallen.
4. NIET-BELEIDSARTIKELEN
4 Beleidsartikelen
4 Beleidsartikelen
4 Niet-Beleidsartikelen
Artikel 5: Geheim
| Bedragen in EUR 1 000 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Op dit artikel worden geheime uitgaven verantwoord.
4.1 Beleidsartikel 1: Versterkte internationale rechtsorde
Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB | Vastgestelde begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
(1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
Verplichtingen | 111 696 | 0 | 111 696 | 810 | 112 506 | 2 927 | 38 | 938 | 138 | |
Uitgaven: | ||||||||||
Programma-uitgaven totaal | 125 788 | 0 | 125 788 | 1 153 | 126 941 | 4 343 | 770 | 870 | 96 | |
waarvan juridisch verplicht | 63% | 80% | ||||||||
1.1 | Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak | 48 879 | 48 879 | 189 | 49 068 | 166 | ‒ 84 | ‒ 84 | ‒ 84 | |
Subsidies | ||||||||||
Internationaal Strafhof | 3 535 | 3 535 | 250 | 3 785 | 250 | |||||
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
Verenigde Naties | 34 525 | 34 525 | 23 | 34 548 | ||||||
OESO | 7 219 | 7 219 | ‒ 84 | 7 135 | ‒ 84 | ‒ 84 | ‒ 84 | ‒ 84 | ||
Internationaal Strafhof | 3 600 | 3 600 | 0 | 3 600 | ||||||
1.2 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | 63 502 | 0 | 63 502 | ‒ 100 | 63 402 | ‒ 100 | ‒ 100 | 0 | 0 |
Subsidies | ||||||||||
Mensenrechtenfonds | 25 646 | 0 | 25 646 | ‒ 3 001 | 22 645 | 507 | 957 | 857 | 857 | |
bijdragen (inter) nationale organisaties | ||||||||||
Mensenrechtenfonds | 30 106 | 30 106 | 0 | 30 106 | ||||||
Mensenrechten multilateraal | 7 750 | 7 750 | 2 901 | 10 651 | ‒ 607 | ‒ 1 057 | ‒ 857 | ‒ 857 | ||
1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | 13 407 | 0 | 13 407 | 1 064 | 14 471 | 4 277 | 954 | 954 | 180 |
Subsidies | ||||||||||
Carnegiestichting | 4 400 | 4 400 | 0 | 4 400 | ||||||
Bijdragen aan agentschappen | ||||||||||
Vredespaleis | 5 500 | 5 500 | 1 000 | 6 500 | 3 279 | |||||
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
Internationaal Strafhof | 1 038 | 1 038 | 23 | 1 061 | 23 | 24 | 24 | 25 | ||
Speciaal Tribunaal Libanon | 1 919 | 1 919 | 41 | 1 960 | 775 | 930 | 930 | 155 | ||
Nederland Gastland | 550 | 550 | 0 | 550 | 200 | |||||
Toelichting
Verplichtingen
Geen toelichting
Uitgaven
Artikel 1.1
Geen toelichting
Artikel 1.2
Geen toelichting
Artikel 1.3
Het budget voor gastlandbeleid internationale organisaties neemt in 2020 en 2021 toe vanwege de toevoeging van de eindejaarsmarge uit 2019 voor de renovatie van het Vredespaleis. Daarnaast wordt vanaf 2021 extra budget ingezet vanuit de HGIS voor het Speciaal Tribunaal Libanon. De werkzaamheden van het Speciaal Tribunaal Libanon zijn nog niet afgerond. Later dit jaar zal in VN-verband over de toekomst van het tribunaal besloten worden. Eerst na deze besluitvorming zal duidelijk worden of en hoeveel door Nederland bijgedragen zal worden. Om als gastland te kunnen inspelen op een VN-besluit dient echter thans een reservering gemaakt te worden in opvolging van de Nederlandse huurbijdrage tot nu toe.
Niet-beleidsartikel 7: Apparaat
Toelichting
Verplichtingen
Analoog aan de uitgaven zijn ook de verplichtingen gedaald. Voor de verantwoording van de verplichtingen voor apparaatsuitgaven geldt namelijk de bepaling uit de Comptabiliteitswet 2016 waarbij het jaar waarin de kasbetaling is gedaan, kan worden aangemerkt als het begrotingsjaar waarin de met de kasbetaling samenhangende verplichting is aangegaan of is ontstaan (art. 2.14, lid 3), de zogenaamde k=v methode (kas is gelijk aan verplichtingen methode). In de praktijk betekent dit dat de totale aangegane verplichtingen binnen dit artikel, voor één specifiek jaar overeenkomen met de totale kasuitgaven voor dit jaar.
Uitgaven
De uiteindelijke realisatie van het apparaatsbudget is lager uitgevallen dan bij de tweede suppletoire begroting 2020 geraamd. Deze afname heeft een aantal oorzaken op het terrein van de personele en materiële uitgaven en koerseffecten. Deze mutaties worden hieronder nader toegelicht.
7.1.13 Personeel
Per saldo is er slechts een kleine mutatie in de personele uitgaven ten opzichte van de tweede suppletoire begroting. De uitgaven worden integraal begroot en zijn voor de realisatie gespecificeerd. De gerealiseerde inhuurbudgetten zijn hoger dan begroot.
7.1.14 Materieel
De materiële uitgaven zijn per saldo afgenomen ten opzichte van de tweede suppletoire begroting. Dit komt onder meer doordat bedrijfsvoeringsuitgaven niet tot besteding zijn gekomen vanwege COVID-19. Daarnaast is het grootste gedeelte van het budget voor de veiligheid van hoogrisico-posten nog niet tot besteding gekomen. Deze middelen worden doorgeschoven naar 2021 en 2022.
Ontvangsten
7.10 Diverse ontvangsten
De ontvangsten zijn lager uitgevallen dan bij tweede suppletoire begroting gemeld. Dit komt doordat de verkoop van vastgoed vertraging heeft opgelopen vanwege COVID-19. Het is de verwachting dat deze verkopen in 2021 wel doorgang zullen vinden.
7.11 Koersverschillen
Buitenlandse Zaken werkt met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van buitenlandse valuta (de corporate rate). Deze koers wordt samen met de presentatie van de begroting vastgesteld en kan onder voorwaarden worden bijgesteld. Omdat bij betalingen in buitenlandse valuta gedurende het jaar echter toch een verschil ontstaat als gevolg van de werkelijk geldende koers, ontstaat er een saldo. Dit saldo wordt verantwoord op het apparaatsartikel maar geldt voor de gehele BZ-begroting. In 2020 zorgt dit voor een mutatie van EUR 12,7 miljoen.
Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde
Budgettaire gevolgen van beleid
Stand ontwerp begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | ||
(1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
Verplichtingen | 111 696 | 112 506 | 0 | 8 778 | 121 284 | |
Uitgaven: | ||||||
Programma-uitgaven totaal | 125 788 | 126 941 | 0 | 4 753 | 131 694 | |
waarvan juridisch verplicht | 80% | 100% | ||||
1.1 | Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak | 48 879 | 49 068 | 0 | 722 | 49 790 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Internationaal recht | 3 535 | 3 785 | 0 | 500 | 4 285 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Verenigde Naties | 34 525 | 34 548 | 0 | 107 | 34 655 | |
OESO | 7 219 | 7 135 | 0 | 110 | 7 245 | |
Internationaal Strafhof | 3 600 | 3 600 | 0 | 5 | 3 605 | |
1.2 | Bescherming en bevordering van mensenrechten | 63 502 | 63 402 | 0 | 7 460 | 70 862 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Mensenrechtenfonds | 25 646 | 22 645 | 0 | 1 801 | 24 446 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Mensenrechtenfonds | 30 106 | 30 106 | 3 001 | 659 | 33 766 | |
Mensenrechten multilateraal | 7 750 | 10 651 | ‒ 3 001 | 5 000 | 12 650 | |
1.3 | Gastlandbeleid internationale organisaties | 13 407 | 14 471 | 0 | ‒ 3 429 | 11 042 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Carnegiestichting | 4 400 | 4 400 | 0 | 194 | 4 594 | |
Bijdrage aan agentschappen | ||||||
Vredespaleis | 5 500 | 6 500 | 0 | ‒ 4 000 | 2 500 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Internationaal Strafhof | 1 038 | 1 061 | 0 | 0 | 1 061 | |
Speciaal Tribunaal Libanon | 1 919 | 1 960 | 0 | 102 | 2 062 | |
Nederland Gastland | 550 | 550 | 0 | 275 | 825 | |
Toelichting
Verplichtingen
Geen toelichting.
Uitgaven
Artikel 1.2
Het budget voor de bescherming en bevordering van mensenrechten stijgt per saldo met EUR 7,5 miljoen. Deze verhoging is onder meer het gevolg van extra bijdragen aan OHCHR en UNESCO op het terrein van godsdienstvrijheid, persvrijheid en accountability. Dit bestaat uit een bijdrage van EUR 1 miljoen aan UNESCO, EUR 2 miljoen aan OHCHR voor godsdienstvrijheid, EUR 1 miljoen aan OHCHR voor vrijheid van meningsuiting/persvrijheid en EUR 2 miljoen aan OHCHR voor accountability. Deze bijdrage ondersteunt direct de accountability/bewijsgaringmechanismen in o.a. Jemen, Myanmar en Libië. Ook zijn er extra middelen voor het organiseren van de World Press Freedom Conference ingezet.
In de Miljoenennota is EUR 3 miljoen van Mensenrechten multilateraal naar Mensenrechtenfonds overgeheveld. Dit bedrag was in de memorie van toelichting op de eerste suppletoire begroting abusievelijk verkeerd opgenomen. Deze correctie is toegelicht in de Kamervragen (Kamerstuk 35450-V, nr. 3).
Artikel 1.3
Het budget voor gastlandbeleid internationale organisaties neemt per saldo af met EUR 3,4 miljoen. Dit komt voornamelijk doordat de uithuizing van de huurders van het Vredespaleis vertraging heeft opgelopen waardoor de middelen niet meer in 2020 worden uitgegeven.
4.2 Beleidsartikel 2: Veiligheid en stabiliteit
Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB | Vastgestelde begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
(1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
Verplichtingen | 270 933 | ‒ 3 500 | 267 433 | 7 998 | 275 431 | ‒ 1 780 | ‒ 1 550 | ‒ 1 500 | ‒ 1 500 | |
Uitgaven: | ||||||||||
Programma-uitgaven totaal | 283 826 | ‒ 3 500 | 280 326 | ‒ 8 989 | 271 337 | ‒ 1 705 | ‒ 2 720 | ‒ 3 638 | ‒ 3 639 | |
waarvan juridisch verplicht | 85% | 87% | ||||||||
2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | 12 545 | 12 545 | 941 | 13 486 | ‒ 24 | 6 | 56 | 56 | |
Subsidies | ||||||||||
Atlantische Commissie | 500 | 500 | 56 | 556 | 56 | 56 | 56 | 56 | ||
Bijdragen (inter) nationale organisaties | ||||||||||
NAVO | 7 200 | 7 200 | 840 | 8 040 | ‒ 80 | ‒ 50 | ||||
WEU | 565 | 565 | 45 | 610 | ||||||
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 2 700 | 2 700 | 0 | 2 700 | ||||||
Veiligheidsfonds | 1 580 | 1 580 | 0 | 1 580 | ||||||
2.2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme | 13 751 | ‒ 500 | 13 251 | 954 | 14 205 | ‒ 500 | ‒ 500 | ‒ 500 | ‒ 500 |
Subsidies | ||||||||||
Anti-terrorisme instituut | 451 | 451 | 34 | 485 | ||||||
Contra-terrorisme | 7 920 | ‒ 500 | 7 420 | 1 250 | 8 670 | ‒ 500 | ‒ 500 | ‒ 500 | ‒ 500 | |
Cyber security | 2 800 | 2 800 | ‒ 330 | 2 470 | ||||||
Opdrachten | ||||||||||
Global Forum on Cyber Expertise | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Contra-terrorisme | 500 | 500 | 0 | 500 | ||||||
Bijdragen (inter) nationale organisaties | ||||||||||
Contra-terrorisme | 880 | 880 | 0 | 880 | ||||||
Cyber security | 1 200 | 1 200 | 0 | 1 200 | ||||||
2.3 | Wapenbeheersing | 10 873 | 10 873 | 0 | 10 873 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdragen (inter) nationale organisaties | ||||||||||
IAEA | 7 317 | 7 317 | 0 | 7 317 | ||||||
OPCW en andere ontwapeningsorganisaties | 1 636 | 1 636 | 0 | 1 636 | ||||||
CTBTO | 1 920 | 1 920 | 0 | 1 920 | ||||||
2.4 | Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband | 216 835 | ‒ 3 000 | 213 835 | ‒ 10 665 | 203 170 | ‒ 1 181 | ‒ 2 226 | ‒ 3 194 | ‒ 3 195 |
Subsidies | ||||||||||
Nederland Helsinki Comité | 28 | 28 | 0 | 28 | ||||||
Stabiliteitsfonds | 25 000 | 25 000 | 0 | 25 000 | ||||||
Training buitenlandse diplomaten | 2 500 | 2 500 | 250 | 2 750 | ||||||
Bijdragen (inter) nationale organisaties | ||||||||||
OVSE | 6 000 | 6 000 | 0 | 6 000 | ||||||
Stabiliteitsfonds | 63 400 | ‒ 1 500 | 61 900 | ‒ 2 000 | 59 900 | ‒ 6 250 | ‒ 6 250 | ‒ 6 250 | ‒ 6 250 | |
VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties | 99 849 | ‒ 1 500 | 98 349 | 0 | 98 349 | 1 162 | ‒ 532 | ‒ 1 500 | ‒ 1 500 | |
Overige | 58 | 58 | ‒ 58 | 0 | ‒ 1 293 | ‒ 644 | ‒ 644 | ‒ 645 | ||
Bijdragen aan ander begrotingshoofdstuk | ||||||||||
Inzet hoog-risico posten | 20 000 | 20 000 | ‒ 8 857 | 11 143 | 5 200 | 5 200 | 5 200 | 5 200 | ||
2.5 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden | 29 822 | 29 822 | ‒ 219 | 29 603 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Subsidies | ||||||||||
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA» | 11 822 | 11 822 | 804 | 12 626 | ||||||
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka» | 0 | 0 | 9 131 | 9 131 | 9 754 | 9 854 | 9 854 | 9 854 | ||
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka» | 18 000 | 18 000 | ‒ 10 154 | 7 846 | ‒ 9 754 | ‒ 9 854 | ‒ 9 854 | ‒ 9 854 | ||
Ontvangsten | 1 242 | 1 242 | 0 | 1 242 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
2.10 | Doorberekening Defensie diversen | 242 | 242 | 0 | 242 | |||||
2.40 | Restituties programma's | 1 000 | 1 000 | 0 | 1 000 | |||||
Toelichting
Verplichtingen
Het totaal van de verplichtingen voor 2020 neemt toe als gevolg van een tweetal mutaties. Ten eerste is het subsidieplafond van het MATRA-programma «Overheid tot Overheid» verhoogd. Ten tweede is de bijdrage aan de NAVO als deel van de verdragsverplichting meerjarig verhoogd waardoor het verplichtingenbudget in 2020 is bijgesteld. Vanaf 2021 daalt het verplichtingenbudget omdat een deel van de amendementen Sjoerdsma/Koopmans en Voordewind vanaf 2021 meerjarig is verwerkt op dit artikel waarbij deze budgetten overgeheveld zijn naar het apparaatsartikel (art. 7).
Uitgaven
Artikel 2.1
De uitgaven voor goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid zijn toegenomen vanwege een stijging van de bijdrage aan de NAVO. Het betreft hier een verdragsverplichting.
Artikel 2.2
De verhoging van de uitgaven binnen dit artikelonderdeel is het gevolg van het doorschuiven van de niet bestede middelen uit 2019 voor contra-terrorisme naar 2020. Het betreft budget voor de bijdrage aan de GCERF (Global Community Engagement and Resilience Fund).
Artikel 2.3
Geen toelichting
Artikel 2.4
Het budget voor bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband neemt structureel af. De afname is het gevolg van een aantal mutaties.
Vanwege de structurele verwerking van twee aangenomen amendementen (Voordewind, en Sjoerdsma/Koopmans) aangaande de opening van een ambassade in Jerevan en de versterking van het postennet op terrein van mensenrechten, migratie en veiligheidsdreigingen binnen het postennet, daalt het budget voor het Stabiliteitsfonds en VN-crisisbeheersingsoperaties. Beide amendementen hebben meerjarige budgettaire gevolgen. Ook neemt het budget voor 2020 van het stabiliteitsfonds af om hiermee bij te dragen aan de extra middelen, die in het kader van de COVID-19 pandemie, worden opgenomen onder de programma's voor ondersteuning beleid binnen beleidsartikel 4.4.
Daarnaast wordt een deel van het budget voor de inzet hoog-risicoposten conform de geldende systematiek overgeheveld naar het ministerie van Defensie voor de beveiliging van personeel van een aantal hoog-risico posten.
Vanaf 2021 wordt het budget van dit subartikel verlaagd ten behoeve van een aantal veiligheidsinvesteringen in het apparaat. Om het postennet in zijn huidige vorm te kunnen behouden is het vanwege verhoogde veiligheidsrisico’s noodzakelijk om de (fysieke) beveiliging van een aantal hoog-risico posten te versterken. Hiervoor wordt extra budget vrijgemaakt door een deel van de middelen voor het Stabiliteitsfonds in te zetten voor deze investering. Daar het hier een investering in het apparaat betreft zijn de fondsen overgeheveld naar artikel 7. Het betreft incidentele uitgaven voor de periode 2020-2024 voor maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het personeel op deze posten te waarborgen.
Artikel 2.5
Geen toelichting
Ontvangsten
Artikel 2.10 en 2.40
Geen toelichting
Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit
Budgettaire gevolgen van beleid
Stand ontwerp begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | ||
(1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
Verplichtingen | 267 433 | 275 431 | ‒ 5 900 | ‒ 8 579 | 260 952 | |
Uitgaven | ||||||
Programma-uitgaven totaal | 280 326 | 271 337 | ‒ 5 900 | ‒ 23 999 | 241 438 | |
waarvan juridisch verplicht | 87% | 99% | ||||
2.1 | Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid | 12 545 | 13 486 | 4 000 | ‒ 1 477 | 16 009 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Atlantische Commissie | 500 | 556 | 0 | 0 | 556 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
NAVO | 7 200 | 8 040 | 0 | 0 | 8 040 | |
WEU | 565 | 610 | 0 | 23 | 633 | |
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 2 700 | 2 700 | 4 000 | ‒ 1 500 | 5 200 | |
Veiligheidsfonds | 1 580 | 1 580 | 0 | 0 | 1 580 | |
2.2 | Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme | 13 251 | 14 205 | 0 | 2 790 | 16 995 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Anti-terrorisme instituut | 451 | 485 | 0 | 130 | 615 | |
Contra-terrorisme | 7 420 | 8 670 | 0 | ‒ 550 | 8 120 | |
Cyber security | 2 800 | 2 470 | 0 | 325 | 2 795 | |
Opdrachten | ||||||
Global Forum on Cyber Expertise | 0 | 0 | 0 | 2 000 | 2 000 | |
Contra-terrorisme | 500 | 500 | 0 | 0 | 500 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Contra-terrorisme | 880 | 880 | 0 | 1 210 | 2 090 | |
Cyber security | 1 200 | 1 200 | 0 | ‒ 325 | 875 | |
2.3 | Wapenbeheersing | 10 873 | 10 873 | 0 | ‒ 273 | 10 600 |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
IAEA | 7 317 | 7 317 | 0 | ‒ 317 | 7 000 | |
OPCW en andere ontwapeningsorganisaties | 1 636 | 1 636 | 0 | 44 | 1 680 | |
CTBTO | 1 920 | 1 920 | 0 | 0 | 1 920 | |
2.4 | Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband | 213 835 | 203 170 | ‒ 9 900 | ‒ 23 314 | 169 956 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Nederland Helsinki Comité | 28 | 28 | 0 | 0 | 28 | |
Stabiliteitsfonds | 25 000 | 25 000 | 0 | 0 | 25 000 | |
Training buitenlandse diplomaten | 2 500 | 2 750 | 0 | ‒ 250 | 2 500 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
OVSE | 6 000 | 6 000 | 0 | ‒ 250 | 5 750 | |
Stabiliteitsfonds | 61 900 | 59 900 | 0 | ‒ 5 000 | 54 900 | |
VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties | 98 349 | 98 349 | 0 | ‒ 18 000 | 80 349 | |
Overige | 58 | 0 | 0 | 186 | 186 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | ||||||
Inzet hoog-risico posten | 20 000 | 11 143 | ‒ 9 900 | 0 | 1 243 | |
2.5 | Bevordering van transitie in prioritaire gebieden | 29 822 | 29 603 | 0 | ‒ 1 725 | 27 878 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA» | 11 822 | 12 626 | 0 | ‒ 1 004 | 11 622 | |
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka» | 0 | 9 131 | 0 | ‒ 964 | 8 167 | |
Opdrachten | ||||||
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka» | 0 | 0 | 0 | 965 | 965 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka» | 18 000 | 7 846 | 0 | ‒ 722 | 7 124 | |
Ontvangsten | 1 242 | 1 242 | 0 | 0 | 1 242 | |
2.10 | Doorberekening Defensie diversen | 242 | 242 | 0 | 0 | 242 |
2.40 | Restituties programma's | 1 000 | 1 000 | 0 | 0 | 1 000 |
Beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) |
Beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000) |
Toelichting
Verplichtingen
Geen toelichting.
Uitgaven
Artikel 2.1
De uitgaven binnen het subartikel goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid stijgen per saldo met EUR 2,5 miljoen. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van een verhoging van het budget voor Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid. Deze middelen worden ingezet voor bescherming en bestrijding in het kader van COVID-19 (Kamerstuk 2020Z13824).
Artikel 2.2
Het budget voor de bestrijding van internationale criminaliteit en terrorisme neemt per saldo met EUR 2,8 miljoen toe. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van een bijdrage aan het Global Forum on Cyber Expertise.
Artikel 2.4
De uitgaven voor de bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband worden met EUR 33,2 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit is het gevolg van een lagere Nederlandse contributie aan de VN voor crisisbeheersingsoperaties. Binnen het Stabiliteitsfonds zijn er activiteiten vertraagd in verband met COVID-19 waardoor de uitgaven dit jaar EUR 5 miljoen lager uitvallen. Daarnaast wordt er EUR 9,9 miljoen overgeheveld naar het ministerie van Defensie voor de beveiliging van hoog-risico posten.
Artikel 2.5
De uitgaven binnen bevordering van transitie in prioritaire gebieden vallen EUR 1,7 miljoen lager uit dan begroot als gevolg van COVID-19. Hiervan betreft EUR 0,9 miljoen uitgaven die worden doorgeschoven naar 2021.
Ontvangsten
Geen toelichting.
Artikel 6: Nog onverdeeld
| Bedragen in EUR 1.000 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 0 | 5.270 | 3.027 | 20.871 | 51.686 | 88.154 | 120.346 | |
| Uitgaven: | ||||||||
| Uitgaven totaal | 0 | 5.270 | 3.027 | 20.871 | 51.686 | 88.154 | 120.346 | |
| 6.1 | nog onverdeeld (HGIS) | 0 | 5.270 | 3.027 | 20.871 | 51.686 | 88.154 | 120.346 |
Op dit artikel worden uitgaven verantwoord die samenhangen met de HGIS-indexering en HGIS-besluitvorming bij Voorjaarsnota. Op basis van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt het HGIS non-ODA budget geindexeerd en uitgekeerd via het artikel nog onverdeeld. De reeks binnen dit artikel is met name bedoeld om ten behoeve van de HGIS jaarlijks de loon- en prijsbijstelling voor het eigen apparaat te kunnen uitkeren en incidentele initiatieven of tegenvallers mee te dekken.
Artikel 7. Apparaat
A: Personele en materiële uitgaven
Dit artikel betreft de apparaatsuitgaven van zowel het postennetwerk in het buitenland als het departement in Den Haag, exclusief de personele uitgaven voor de politieke leiding en attachés van andere ministeries. Het omvat de verplichtingen voor en uitgaven aan het ambtelijk personeel, de overige personele uitgaven en het materieel.
Personeel:
De personele uitgaven vallen uiteen in de volgende categorieën: (1) Uitgaven voor het ambtelijk personeel; Dit betreft de algemene ambtelijke leiding van het departement (met uitzondering van de secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal12), de beleidsdirecties en de ondersteunende diensten. (2) Uitgaven voor het uitgezonden personeel op de ambassades (zoals salaris, vergoedingen en dienstreizen). (3) Uitgaven voor het lokaal aangenomen personeel op de buitenlandse vertegenwoordigingen van Nederland.
Materieel:
De materiële uitgaven hebben betrekking op de uitgaven voor de exploitatie van en investeringen in het departement in Den Haag en de vertegenwoordigingen in het buitenland. Hieronder vallen onder andere de verplichtingen en uitgaven voor (1) huisvesting zoals huur van kanselarijen, residenties, personeelswoningen en het kantoor in Den Haag, klein onderhoud en bouwkundige projecten, (2) beveiligingsmaatregelen, (3) ICT uitgaven zoals automatisering en communicatiemiddelen en (4) bedrijfsvoeringsuitgaven. Specifiek wordt van de materiële uitgaven aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op ICT-uitgaven en hoeveel van de uitgaven via een Rijksbrede shared service organisatie (SSO) worden verricht. De ICT uitgaven die door een SSO worden verricht staan opgenomen onder de categorie» bijdragen aan SSO’s».
Budgettaire gevolgen:
| Bedragen in EUR 1.000 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 769.414 | 816.147 | 814.826 | 799.452 | 799.097 | 800.898 | 798.382 | |
| Uitgaven | 769.414 | 816.147 | 814.826 | 799.452 | 799.097 | 800.898 | 798.382 | |
| 7.1.1 | Personeel | 489.013 | 532.997 | 535.114 | 539.044 | 543.934 | 543.934 | 541.761 |
| waarvan eigen personeel | 477.003 | 521.997 | 523.114 | 527.044 | 531.934 | 531.934 | 529.761 | |
| waarvan Inhuur extern | 12.010 | 11.000 | 12.000 | 12.000 | 12.000 | 12.000 | 12.000 | |
| waarvan overige personele uitgaven | ||||||||
| 7.1.2 | Materieel | 280.401 | 283.150 | 279.712 | 260.408 | 255.163 | 256.964 | 256.621 |
| waarvan ICT | 53.435 | 62.813 | 60.000 | 60.000 | 60.000 | 60.000 | 60.000 | |
| waarvan bijdragen aan SSO's | 61.061 | 65.000 | 65.091 | 60.391 | 60.391 | 60.632 | 60.632 | |
| waarvan overige materieel | 165.905 | 155.337 | 154.621 | 140.017 | 134.772 | 136.332 | 135.989 | |
| 7.2 | Koersverschillen | 0 | pm | pm | pm | pm | pm | pm |
| Ontvangsten | 47.702 | 46.450 | 41.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | |
| 7.10 | Diverse ontvangsten | 41.703 | 46.450 | 41.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 |
| 7.11 | Koersverschillen | 5.999 | pm | pm | pm | pm | pm | pm |
B: Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten Buitenlandse Zaken
| 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| departement (uitgaven) | 769.414 | 816.147 | 814.826 | 799.452 | 799.097 | 800.898 | 798.382 |
Buitenlandse Zaken heeft geen baten-lastendienst of ZBO.
C: Verdeling apparaatsuitgaven naar beleid
De Minister van Financiën heeft de Kamer, in het kader van «verantwoord begroten», toegezegd de apparaatsuitgaven indicatief te verdelen over de beleidsartikelen. Omdat de apparaatsuitgaven niet specifiek toe te rekenen zijn aan beleidsartikelen, kiest Buitenlandse Zaken ervoor een splitsing te maken naar uitgaven op het kerndepartement en op de posten. Van de totale apparaatskosten van EUR 815 miljoen in 2020 kan circa EUR 292 miljoen (circa 36%) worden toegerekend aan het kerndepartement. Bij de verdeling van de kosten hieronder is het aantal fte’s per directoraat generaal als uitgangspunt genomen. Het restant (EUR 523 miljoen, circa 64%) zijn uitgaven die toegerekend worden aan het postennetwerk. Verder is op basis van een inventarisatie van de thematische invulling van de personele inzet in het postennetwerk een schatting gegeven van de kosten op een aantal terreinen. Deze terreinen zijn: economische diplomatie, cultuur, politiek, ontwikkelingssamenwerking, management, consulair en beheer, waarbij de categoriën beheer en management uiteindelijk ingezet worden voor de vijf overige thema’s. In onderstaande overzichten is de verdeling schematisch opgenomen.

D: Actuele ontwikkelingen
Bundeling ondersteunende diensten door taakspecialisatie
In 2010 heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken besloten om consulaire, financiële en bedrijfsvoeringstaken, die op de verschillende posten werden uitgevoerd en waarvan het niet noodzakelijk was deze ter plekke uit te voeren, onder te brengen in Regionale Service Organisaties. Deze regionalisering van werkzaamheden vond plaats tussen 2010 en 2014 en heeft bijgedragen aan een kwaliteitsverbetering en het realiseren van de taakstelling waar het Ministerie voor stond. Daarnaast is in 2016 de financiële dienstverlening op het departement gebundeld in de Financiële Service Organisatie (FSO).
In januari 2018 is het ministerie begonnen met de uitvoer van het taakspecialisatieproject. Dit project streeft ernaar de kwaliteit, doelmatigheid en continuïteit van de wereldwijde consulaire diensten en bedrijfsvoering verder te verbeteren.
Tussen januari 2018 en december 2019 zullen de huidige zeven Regionale Service Organisaties formeel ophouden te bestaan en voor het grootste deel hun werkzaamheden overhevelen naar Den Haag. De financiële dienstverlening voor de posten zal worden belegd bij de recent opgerichte Financiële Service Organisatie (FSO). De niet-financiële bedrijfsvoering bij de interdepartementale Shared Service Organisatie 3W. Ten slotte is voor de consulaire backofficetaken de Consulaire Service Organisatie (CSO) opgericht. Eind 2020 zullen ook alle consulaire backoffice taken naar de CSO zijn overgeheveld. Doelstelling is een optimale, doelmatige en klantgerichte ondersteuning van het postennet.
Digitalisering
Digitale informatievoorziening is een essentiële factor voor het internationaal functioneren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de samenwerking met partners en de dienstverlening aan burgers en bedrijven. Vanuit de «Digitaliseringsvisie voor BZ 2019–2022» richt BZ zich in 2020 op hoe het ministerie, ondersteund met de juiste digitale middelen, wereldwijd diplomatiek, beleidsmatig en in de consulaire dienstverlening het verschil kan blijven maken. In 2020 is er aandacht voor het op orde houden van de huidige informatiesystemen en de vernieuwing van het wereldwijde netwerk. Daarnaast wordt ingezet op noodzakelijke innovaties zoals met bigdata-analyse en kunstmatige intelligentie, met aandacht voor zowel de kansen als de risico’s die digitalisering biedt. Op die manier groeit BZ mee met de (inter)nationale omgeving die snel digitaal verandert (maatschappij, internationale diplomatie, ketenpartners, rijksdienst etc.).
In 2020 wordt een deel van de meerjarige visie m.b.t. digitalisering gerealiseerd:
-
1. Digitalisering in het buitenlandbeleid
Informatietechnologie is een geopolitiek en wereldeconomisch onderwerp en instrument geworden. BZ kan door zijn positie in het buitenland een belangrijke bijdrage leveren aan de ambitie van toonaangevende diplomatie. Digitalisering wordt steeds meer meegenomen als onderdeel van het BZ-beleid.
-
2. Informatiegestuurd werken
Voor BZ is informatie een belangrijke grondstof. Voor een internationaal opererende diplomatie is het cruciaal om altijd goed, tijdig en snel geïnformeerd te zijn over ontwikkelingen in de wereld. BZ past in toenemende mate data-analyse toe in buitenlandbeleid, consulaire dienstverlening en bedrijfsvoering en investeert in een moderne informatiehuishouding waar het optimaal zoeken, vinden, bewerken en beveiligen van informatie voorop staat.
-
3. Digitaal veilig en vaardig BZ
Digitalisering biedt BZ grote kansen om effectiever en efficiënter te werken. Maar digitale spionage en cybercrime geven ook risico’s. BZ investeert in voorlichting, opleiding en training van medewerkers om I-bewust en digitaal vaardig te kunnen netwerken, communiceren en samenwerken. Ook dit levert een belangrijke bijdrage aan het verhelpen van eerder geconstateerde tekortkomingen in de informatiebeveiliging.
-
4. Optimale digitale werkomgeving BZ
De voortdurende opkomst van nieuwe informatietechnologieën biedt BZ de kans om steeds effectiever en efficiënter te kunnen werken. Op dit moment zijn er nog dagelijkse problemen met de robuustheid en stabiliteit van de basis-ICT bij BZ. BZ heeft in samenwerking met ICT-leveranciers de komende jaren daarmee nog de nodige stappen te zetten. BZ blijft uitgebalanceerd en gedoseerd digitaal moderniseren met investeringen in mensen, organisatie en technologie.
Rijnstraat 8
In 2017 verhuisde het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bezuidenhoutseweg naar de Rijnstraat 8. Het Ministerie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is in samenwerking met de bewoners (waaronder Buitenlandse Zaken) bezig om de werkomstandigheden in de Rijnstraat 8 te verbeteren. Met betrekking tot de reeds genomen en nog voorziene maatregelen, zal één en ander geëvalueerd worden met medeneming van de bevindingen uit het ADR onderzoek Rijnstraat 8 en de ADR mid-term review van het Rijkshuisvestingsstelsel.
Meerjarenplan huisvesting
Het huisvestingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse zaken is gericht op het moderniseren, verduurzamen en rationaliseren van de vastgoedportefeuille. Hierbij moet veiligheid van de ambassadekantoren en de medewerkers altijd gegarandeerd zijn. Ambassadekantoren worden functioneel en doelmatig ingericht conform Het Nieuwe Werken (HNW) en ter ondersteuning van de modernisering van diplomatie, tenzij de omstandigheden (bijvoorbeeld vanwege de veiligheid of politieke situatie) dit niet toelaten.
Middelenafspraak
De modernisering van de vastgoed portefeuille van BZ blijft op koers volgens planning. De komende jaren vinden bij een aantal grote posten – te weten Moskou, Peking, Paramaribo, Ankara, Londen en Washington – huisvestingsprojecten plaats. Een deel van de nieuw te openen posten in het kader van de intensiveringsmiddelen zijn opgeleverd 2019, de andere posten zullen worden naar verwachting geopend in 2020 of 2021.
| Bedragen in € miljoen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 20191 | 20201 | |
| Stand fonds aanvang begrotingsjaar | 0 | 14,4 | 27,5 | 31,3 | 24,4 | 11,6 | 3,6 | 13,1 |
| Opbrengsten door verkopen | 14,4 | 13,2 | 3,8 | 7,4 | 0,4 | 6 | 47 | 40 |
| Regulier budget investeringen | 11,5 | 12,5 | 13 | |||||
| Investeringen in onroerend goed | 0 | 0 | 0 | 14,3 | 13,2 | 25,4 | 50 | 60 |
| Stand fonds eind van het jaar | 14,4 | 27,5 | 31,3 | 24,4 | 11,6 | 3,6 | 13,1 | 6,1 |
Hieronder volgt per jaar nog een toelichting waaruit de opbrengsten en investeringen bestaan.
| 2013: | Inkomsten uit verkopen van panden in Managua, Dakar, Abidjan, Lusaka, Jakarta, Guatemala-Stad, Kaapstad, Kaboel en Harare. |
| 2014: | Inkomsten uit verkopen van panden in Kaapstad, Kaboel, La Paz, Boedapest en Brussel. |
| 2015: | Inkomsten uit verkopen van panden in Kopenhagen en Pretoria. |
| 2016: | Inkomsten uit verkopen van panden in Harare, Boedapest en Parijs. Investering in vastgoed (verbouwing/ aanschaf) in onder andere Zagreb, Islamabad, Seoul en San Jose. Daarnaast is een deel in andere apparaatsuitgaven geïnvesteerd (circa EUR 5,4 miljoen). |
| 2017: | Inkomsten uit verkoop van pand in Harare. Investeringen in o.a. Ankara, Paramaribo, Peking, Hong Kong en Jakarta. |
| 2018: | Inkomsten uit verkoop van panden in Bogota, Port of Spain en Rabat. Investeringen in o.a. Bamako, Kabul, Juba en Tunis |
| 20191: | Geraamde verkopen en geraamde investeringen in diverse panden conform Masterplan. Verwachte verkopen in o.a. Londen, Khartoum. Investeringen in Jakara, Juba, Bagdad en Kabul |
| 20201: | Geraamde verkopen en geraamde investeringen in diverse panden conform Masterplan. Vewachten verkopen o.a. in Santiago de Chili en Lima. Investering o.a. Washington, Rabat en Tokyo. |
Het bovenstaande overzicht is, zoals aan de Kamer toegezegd, op hoofdlijnen om de onderhandelingspositie bij aankoop en verkoop niet te schaden. Met name over 2019 en 2020 kan vanwege de onderhandelingspositie geen, of slechts in beperkte mate over individuele transacties informatie worden verschaft.
4.3 Beleidsartikel 3: Effectieve Europese samenwerking
Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB | Vastgestelde begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
(1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
Verplichtingen | 8 825 395 | 0 | 8 825 395 | 123 632 | 8 949 027 | 1 560 | 0 | 1 560 | 0 | |
Uitgaven: | ||||||||||
Programma-uitgaven totaal | 9 069 744 | 0 | 9 069 744 | 114 571 | 9 184 315 | ‒ 12 499 | ‒ 13 199 | ‒ 13 199 | ‒ 13 199 | |
waarvan juridisch verplicht | 100% | 100% | ||||||||
3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | 8 820 041 | 0 | 8 820 041 | 122 682 | 8 942 723 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
BNI-afdrachten | 4 787 631 | 4 787 631 | 87 991 | 4 875 622 | ||||||
BTW-afdrachten | 584 284 | 584 284 | 0 | 584 284 | ||||||
Invoerrechten | 3 448 126 | 3 448 126 | 34 691 | 3 482 817 | ||||||
3.2 | Europees Ontwikkelingsfonds | 234 281 | 0 | 234 281 | ‒ 9 553 | 224 728 | ‒ 14 169 | ‒ 14 169 | ‒ 14 169 | ‒ 14 169 |
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
Europees Ontwikkelingsfonds | 234 281 | 234 281 | ‒ 9 553 | 224 728 | ‒ 14 169 | ‒ 14 169 | ‒ 14 169 | ‒ 14 169 | ||
3.3 | Een hechtere Europese waardengemeenschap | 9 720 | 0 | 9 720 | 780 | 10 500 | 780 | 780 | 780 | 780 |
Bijdragen (internationale organisaties | ||||||||||
Raad van Europa | 9 720 | 9 720 | 780 | 10 500 | 780 | 780 | 780 | 780 | ||
3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie | 5 702 | 0 | 5 702 | 662 | 6 364 | 890 | 190 | 190 | 190 |
Subsidies | ||||||||||
EIPA | 348 | 348 | 0 | 348 | ||||||
Opdrachten | ||||||||||
Programmatische ondersteuning: Brexit | 700 | 700 | 300 | 1 000 | 700 | |||||
Programmatische ondersteuning: CECP | 675 | 675 | 172 | 847 | ||||||
Europa College beurzenprogamma | 0 | 0 | 190 | 190 | 190 | 190 | 190 | 190 | ||
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
Benelux bijdrage | 3 979 | 3 979 | 0 | 3 979 | ||||||
Ontvangsten | 693 824 | 0 | 693 824 | 0 | 693 824 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3.10 | Diverse ontvangsten EU | 693 574 | 0 | 693 574 | 0 | 693 574 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Invoerrechten | 689 624 | 689 624 | 0 | 689 624 | ||||||
Overige ontvangsten EU | 3 950 | 3 950 | 0 | 3 950 | ||||||
3.30 | Restitutie Raad van Europa | 250 | 0 | 250 | 0 | 250 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor 2020 voor het artikel Europese samenwerking neemt toe. De mutaties op de verplichtingen houden verband met de mutaties zoals onder de uitgaven toegelicht.
Uitgaven
Artikel 3.1
Voor de afdrachten aan de Europese Unie heeft een correctie in de afrekening van het surplus plaatsgevonden. Bij ontwerpbegroting 2020 was de verwachting dat het surplus voor de Europese begroting over 2018, EUR 88 miljoen, in de Nederlandse afdrachten voor 2020 zou meelopen. Het surplus is echter reeds in 2019 ontvangen en bij Najaarsnota 2019 verwerkt. Voor 2020 vindt nu de correctie plaats.
Daarnaast wordt de vertragingsrente verwerkt die hoort bij de hoofdsom die reeds in 2019 aan de Europese Commissie is betaald, naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie als gevolg van onterecht afgegeven oorsprongscertificaten door de autoriteiten van Curaçao en Aruba voor de invoer van melkpoeder en rijst, gries en griesmeel. De betaling van de hoofdsom van EUR 18,5 miljoen is in de Decemberbrief 2019 vermeld.
De ontwikkelingen omtrent het COVID-19 virus en de verschillende voorstellen voor crisismaatregelen vanuit de Europese Commissie zullen naar verwachting in 2020 een substantieel opwaarts effect hebben op de Nederlandse afdrachten. Op dit moment is er nog onvoldoende informatie om de ramingen hiervoor aan te passen. Daarentegen is de Nederlandse afdrachtenraming, normaliter gebaseerd op het betalingenplafond, voor 2020 incidenteel met EUR 810 miljoen naar beneden bijgesteld omdat toentertijd de verwachting was dat het onderliggende beleid en dus de betalingen pas op een later moment zou worden uitgevoerd. Door de crisismaatregelingen die de Commissie naar verwachting zal gaan nemen, zal de ruimte tussen de Nederlandse raming en het betalingsplafond in 2020 alsnog (grotendeels) benut worden. Het surplus over het voorgaande jaar dat de Europese Unie normaliter in juni 2020 teruggeeft aan de lidstaten (meevaller), zal naar alle verwachting in elk geval nodig zijn om de hogere uitgaven vanwege COVID-19 te financieren. Daarom wordt deze nu niet in de Nederlandse afdrachtenraming verwerkt, zodat er alvast een (kleine) buffer is voor te verwachten tegenvallers later dit jaar. Op het moment dat er meer concrete informatie beschikbaar komt over de te verwachten toename van de afdrachten zullen deze in de raming worden verwerkt.
Artikel 3.2
De raming voor het Europees Ontwikkelingsfonds wordt verlaagd. Dit is gebaseerd op de totale omvang van het budget van het EOF, de vastgestelde verdeelsleutel voor de bijdrage per lidstaat en de nog niet bestede middelen uit eerder jaren. Het betreft ODA middelen en deze worden binnen de BHOS begroting alternatief ingezet via het verdeelartikel 5.4.
Artikel 3.3
Geen toelichting
Artikel 3.4
Geen toelichting
Ontvangsten
Artikel 3.10 en 3.30
Geen toelichting
Artikel 3: Effectieve Europese samenwerking
Budgettaire gevolgen van beleid
Stand ontwerp begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | ||
(1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
Verplichtingen | 8 825 395 | 8 949 027 | ‒ 409 967 | 1 265 086 | 9 804 146 | |
Uitgaven | ||||||
Programma-uitgaven totaal | 9 069 744 | 9 184 315 | ‒ 409 967 | 1 237 176 | 10 011 524 | |
waarvan juridisch verplicht | 100% | 100% | ||||
3.1 | Afdrachten aan de Europese Unie | 8 820 041 | 8 942 723 | ‒ 409 967 | 1 239 201 | 9 771 957 |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
BNI-afdrachten | 4 787 631 | 4 875 622 | 14 650 | 392 112 | 5 282 384 | |
BTW-afdrachten | 584 284 | 584 284 | ‒ 53 617 | 23 339 | 554 006 | |
Invoerrechten | 3 448 126 | 3 482 817 | ‒ 371 000 | 823 750 | 3 935 567 | |
3.2 | Europees Ontwikkelingsfonds | 234 281 | 224 728 | 0 | 0 | 224 728 |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Europees Ontwikkelingsfonds | 234 281 | 224 728 | 0 | 0 | 224 728 | |
3.3 | Een hechtere Europese waardengemeenschap | 9 720 | 10 500 | 0 | ‒ 300 | 10 200 |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Raad van Europa | 9 720 | 10 500 | 0 | ‒ 300 | 10 200 | |
3.4 | Versterkte Nederlandse positie in de Unie | 5 702 | 6 364 | 0 | ‒ 1 725 | 4 639 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
EIPA | 348 | 348 | 0 | 0 | 348 | |
Opdrachten | ||||||
Programmatische ondersteuning: Brexit | 700 | 1 000 | ‒ 980 | ‒ 20 | 0 | |
Programmatische ondersteuning: CECP | 675 | 847 | ‒ 817 | ‒ 30 | 0 | |
Europa College beurzenprogamma | 0 | 190 | 0 | ‒ 190 | 0 | |
Programmatische ondersteuning: Taskforce Verenigd Koninkrijk | 0 | 0 | 1 797 | ‒ 1 547 | 250 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Benelux bijdrage | 3 979 | 3 979 | 0 | 62 | 4 041 | |
Ontvangsten | 693 824 | 693 824 | ‒ 57 060 | 164 660 | 801 424 | |
3.10 | Diverse ontvangsten EU | 693 574 | 693 574 | ‒ 57 060 | 164 750 | 801 264 |
Invoerrechten | 689 624 | 689 624 | ‒ 74 200 | 164 750 | 780 174 | |
Overige ontvangsten EU | 3 950 | 3 950 | 17 140 | 0 | 21 090 | |
3.30 | Restitutie Raad van Europa | 250 | 250 | 0 | ‒ 90 | 160 |
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor artikel 3: Effectieve Europese samenwerking neemt toe. De mutaties op de verplichtingen houden verband met de mutaties zoals onder de uitgaven toegelicht.
Uitgaven
Artikel 3.1
Sinds de publicatie van de Voorjaarsnota 2020 is er een aantal wijzigingen op de Europese begroting gepresenteerd die leiden tot het bijstellen van de Nederlandse afdrachtenraming bij Najaarsnota. Hoewel het Europees betalingsniveau voor 2020 door deze mutaties toeneemt, blijft het niveau onder het plafond dat in het akkoord over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2014-2020 is vastgelegd.
• De Europese Commissie heeft in april 2020 de derde aanvullende begroting voor 2020 Draft Amending Budget 3 (DAB3) gepresenteerd.1 Met DAB3 verwerkt de Europese Commissie het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven (het surplus) van de Europese begroting van 2019 in de Europese begroting voor 2020. Voor Nederland leidt dit tot een incidentele verlaging van de BNI-afdracht van EUR 156 miljoen in 2020.
• De Europese Commissie heeft in juli 2020 DAB7 gepresenteerd.2 In DAB7 actualiseert de Commissie conform het Financieel Reglement de raming van de afdrachten van de lidstaten aan de Europese begroting op basis van nieuwe economische ramingen, in dit geval de Lenteraming. DAB7 leidt in 2020 tot een incidentele stijging van de BNI-afdrachten van EUR 171 miljoen, een verlaging van de BTW-afdrachten van EUR 54 miljoen en een verlaging van de invoerrechten van EUR 371 miljoen.
• De Europese Commissie heeft in augustus 2020 DAB8 gepresenteerd. Hierin stelt de Commissie voor om het betalingenniveau op de Europese begroting met in totaal EUR 6,2 miljard te verhogen om overeenkomsten met producenten te financieren voor de ontwikkeling en aanschaf van COVID-19 vaccins binnen het Emergency Support Instrument (ESI) en voor extra betalingen als gevolg van het Corona Response Investment Initiative Plus (CRII+)3. Voor Nederland leidt dit tot een incidenteel hogere BNI-afdracht van EUR 369 miljoen in 2020.
• De Europese Commissie heeft in oktober 2020 DAB9 gepresenteerd. In DAB9 stelt de Europese Commissie voor om het betalingenniveau op de Europese begroting met in totaal EUR 735 miljoen te verhogen voor de inzet van het Europees Solidariteitsfonds. Dit fonds kan worden ingezet bij natuurrampen of gezondheidscrises. Voor Nederland leidt dit tot een incidenteel hogere BNI-afdracht van EUR 24 miljoen in 2020.
• Verder is een technische herberekening van de Britse korting van de afgelopen jaren verwerkt in de raming. Dit leidt voor Nederland tot een incidenteel hogere BTW-afdracht van EUR 23 miljoen in 2020.
• Tevens wordt een uitgave verwerkt van EUR 823,8 miljoen aan invoerrechten. Over deze afdracht wordt een perceptiekostenvergoeding van 20% ontvangen voor de inningskosten onder artikel 3.10, waardoor de netto verwerking EUR 659 miljoen bedraagt. Dit betreft een afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie vanwege een geschil met de Commissie over de verschuldigdheid van Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen, waarover al dan niet anti-dumpingsheffingen en compenserende rechten geheven moesten worden. Dit is afhankelijk van het land van oorsprong en/of land van verzending van de zonnecellen op deze panelen. Nederland draagt onder voorbehoud af om de oploop van de potentiële renterekening tegen te gaan en een constructieve dialoog met de Europese Commissie op te starten. Mocht de dialoog niet tot herziening van het standpunt van de Commissie leiden dan zal Nederland voor het onder voorbehoud betaalde bedrag een procedure aanhangig maken bij het Hof van Justitie. Over deze afdracht wordt een perceptiekostenvergoeding van 20% ontvangen voor de inningskosten onder artikel 3.10.
Artikel 3.4
Het budget voor artikel 3.4 is naar beneden bijgesteld, als gevolg van een aantal mutaties. Ten eerste worden door de onvoorspelbaarheid van de ontwikkelingen rondom de Brexit middelen via de eindejaarsmarge overgeheveld naar 2021. Daarnaast wordt er budget overgeheveld naar artikel 4.4 ten behoeve van communicatie over de Brexit. Ten slotte wordt het budget voor het Europa College beurzenprogramma doorgeschoven naar 2021 via de eindejaarsmarge, omdat dit programma wegens COVID-19 pas in 2021 van start gaat.
Ontvangsten
Artikel 3.10
• De verlaging van de invoerrechten als gevolg van DAB 7 leidt tot een lagere vergoeding voor het innen van de perceptiekostenvergoeding van EUR 74 miljoen in 2020.
• De Europese Commissie heeft in juni de nacalculatie 2019 van de BTW- en BNI-afdrachten over de periode 2015-2018 in de afdrachten verwerkt. Voor Nederland leidt dit tot een eenmalige toename van de overige ontvangsten van EUR 17 miljoen in 2020.
• Tot slot wordt een ontvangst verwerkt van EUR 164,8 miljoen. Dit betreft de perceptiekostenvergoeding van 20% voor de inningskosten van de afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie vanwege een geschil met de Commissie over de verschuldigdheid van Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen, waarover al dan niet anti-dumpingsheffingen en compenserende rechten geheven moesten worden.
Artikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
Budgettaire gevolgen van beleid
Stand ontwerp begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | ||
(1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
Verplichtingen | 57 473 | 76 137 | 3 529 | 2 834 | 82 500 | |
Uitgaven | ||||||
Programma-uitgaven totaal | 59 798 | 85 886 | 3 529 | ‒ 3 164 | 86 251 | |
waarvan juridisch verplicht | 65% | 99% | ||||
4.1 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 19 062 | 26 497 | 0 | ‒ 3 600 | 22 897 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Gedetineerdenbegeleiding | 1 560 | 1 560 | 0 | 0 | 1 560 | |
Inkomensoverdrachten | ||||||
Gedetineerdenbegeleiding | 540 | 540 | 0 | 0 | 540 | |
Opdrachten | ||||||
Consulaire bijstand | 7 109 | 7 109 | 0 | 0 | 7 109 | |
Reisdocumenten en verkiezingen | 2 550 | 2 550 | 0 | ‒ 1 000 | 1 550 | |
Consulaire opleidingen | 400 | 550 | 0 | ‒ 400 | 150 | |
Consulaire informatiesystemen | 6 903 | 7 903 | 0 | ‒ 2 000 | 5 903 | |
Loket buitenland | 0 | 5 285 | 0 | ‒ 200 | 5 085 | |
Bijdrage aan agentschappen | ||||||
Loket buitenland | 0 | 1 000 | 0 | 0 | 1 000 | |
4.2 | Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren | 13 449 | 21 906 | 0 | ‒ 950 | 20 956 |
Opdrachten | ||||||
Ambtsberichtenonderzoek | 150 | 150 | 0 | 0 | 150 | |
Visumverlening | 2 950 | 2 958 | 0 | ‒ 150 | 2 808 | |
Legalisatie en verificatie | 80 | 80 | 0 | 0 | 80 | |
Consulaire informatiesystemen | 9 241 | 17 690 | 0 | ‒ 800 | 16 890 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Asiel en migratie | 1 028 | 1 028 | 0 | 0 | 1 028 | |
4.3 | Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur | 7 706 | 8 529 | 0 | ‒ 1 335 | 7 194 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Internationaal Cultuurbeleid | 5 236 | 5 859 | 0 | ‒ 334 | 5 525 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Internationaal cultuurbeleid | 2 470 | 2 670 | 0 | ‒ 1 001 | 1 669 | |
4.4 | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen | 19 581 | 28 954 | 3 529 | 2 721 | 35 204 |
Subsidies (regelingen) | ||||||
Instituut Clingendael | 820 | 786 | 0 | 0 | 786 | |
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 4 058 | 5 559 | 1 529 | ‒ 1 620 | 5 468 | |
Internationale manifestaties en diverse bijdragen | 99 | 99 | 0 | 0 | 99 | |
Publieksdiplomatie | 2 899 | 1 749 | 0 | 315 | 2 064 | |
Onderzoeksprogramma | 50 | 50 | 0 | 0 | 50 | |
Opdrachten | ||||||
Adviesraad Internationale vraagstukken | 525 | 525 | 0 | 0 | 525 | |
Instituut Clingendael | 1 600 | 2 116 | 0 | 539 | 2 655 | |
Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties | 1 000 | 1 000 | 0 | ‒ 600 | 400 | |
Algemene voorlichting | 2 290 | 1 290 | 0 | 1 798 | 3 088 | |
Koninklijk Huis - inkom. en uitg. bezoeken, off. ontvangsten | 2 000 | 2 000 | 0 | ‒ 800 | 1 200 | |
China-strategie | 500 | 600 | 0 | ‒ 363 | 237 | |
Onderzoeksprogramma | 220 | 300 | 0 | 0 | 300 | |
Programma ondersteuning buitenlands beleid | 0 | 0 | 3 000 | 1 750 | 4 750 | |
Kennisplatform Oost-Europa | 0 | 0 | 0 | 70 | 70 | |
Bijdrage aan agentschappen | ||||||
Algemene voorlichting | 2 200 | 2 400 | 0 | ‒ 798 | 1 602 | |
Publieksdiplomatie | 0 | 0 | 0 | 900 | 900 | |
Bijdrage aan ZBO's/ RWT's | ||||||
Verkeersnotificaties | 400 | 400 | 0 | ‒ 145 | 255 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | ||||||
Europese bewustwording | 250 | 250 | 0 | 400 | 650 | |
Publieksdiplomatie | 670 | 1 820 | 0 | ‒ 225 | 1 595 | |
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid | 0 | 8 010 | ‒ 1 000 | 1 500 | 8 510 | |
Ontvangsten | 50 874 | 57 949 | 0 | ‒ 28 120 | 29 829 | |
4.10 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 9 500 | 7 000 | 0 | ‒ 2 920 | 4 080 |
4.20 | Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen | 40 500 | 49 875 | 0 | ‒ 24 500 | 25 375 |
4.40 | Doorberekening Defensie diversen | 874 | 874 | 0 | ‒ 800 | 74 |
4.41 | Ontvangsten verkeersnotificaties | 0 | 200 | 0 | 100 | 300 |
Toelichting
Verplichtingen
Geen toelichting.
Uitgaven
Artikel 4.1
Het budget voor consulaire dienstverlening neemt af met EUR 3,6 miljoen. Dit met name als gevolg van de coronapandemie. Consulaire voorlichtingscampagnes werden (deels) stopgezet en er vonden minder consulaire opleidingen plaats. Daarnaast vielen de kosten voor reisdocumenten lager uit dan geraamd.
Artikel 4.4
Het budget voor het uitdragen van Nederlandse waarden en belangen neemt in 2020 toe. De stijging is het gevolg van extra inzet ten behoeve van internationale samenwerking in het kader van de coronapandemie. Het budget van het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) is verhoogd met EUR 6,3 miljoen, waarvan EUR 471.000 overgeheveld is naar VWS.
Naast de stijgingen van de budgetten waren er ook onderdelen met minder uitgaven. Door de coronapandemie vonden er minder staatsbezoeken plaats en waren er minder bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders. Dat leidde tot lager dan voorziene uitgaven.
Ontvangsten
De ontvangsten nemen per saldo af met EUR 28,1 miljoen. Dit is het gevolg van COVID-19. De vraag naar visa en reisdocumenten is veel lager dan oorspronkelijk begroot. Deze lagere ontvangsten worden gedesaldeerd op artikel 7.
4.4 Beleidsartikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB | Vastgestelde begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
(1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
Verplichtingen | 51 873 | 5 600 | 57 473 | 18 664 | 76 137 | 6 329 | 4 509 | 6 129 | 4 154 | |
Uitgaven: | ||||||||||
Programma-uitgaven totaal | 54 198 | 5 600 | 59 798 | 26 088 | 85 886 | 4 539 | 3 589 | 3 589 | 3 614 | |
waarvan juridisch verplicht | 51% | 65% | ||||||||
4.1 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 12 462 | 6 600 | 19 062 | 7 435 | 26 497 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 |
Subsidies | ||||||||||
Gedetineerdenbegeleiding | 1 560 | 1 560 | 0 | 1 560 | ||||||
Inkomensoverdrachten | ||||||||||
Gedetineerdenbegeleiding | 540 | 540 | 0 | 540 | ||||||
Opdrachten | ||||||||||
Consulaire bijstand | 409 | 6 700 | 7 109 | 0 | 7 109 | |||||
Reisdocumenten en verkiezingen | 2 550 | 2 550 | 0 | 2 550 | ||||||
Consulaire opleidingen | 400 | 400 | 150 | 550 | ||||||
Consulaire informatiesystemen | 7 003 | ‒ 100 | 6 903 | 1 000 | 7 903 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | |
Loket buitenland | 0 | 0 | 5 285 | 5 285 | ||||||
Bijdragen aan agentschappen | ||||||||||
Loket buitenland | 0 | 0 | 1 000 | 1 000 | ||||||
4.2 | Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren | 13 449 | 13 449 | 8 457 | 21 906 | 4 208 | 4 208 | 4 208 | 4 208 | |
Opdrachten | ||||||||||
Ambtsberichtenonderzoek | 150 | 150 | 0 | 150 | ||||||
Visumverlening | 2 950 | 2 950 | 8 | 2 958 | 8 | 8 | 8 | 8 | ||
Legalisatie en verificatie | 80 | 80 | 0 | 80 | ||||||
Consulaire informatiesystemen | 9 241 | 9 241 | 8 449 | 17 690 | 4 200 | 4 200 | 4 200 | 4 200 | ||
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
Asiel en migratie | 1 028 | 1 028 | 0 | 1 028 | ||||||
4.3 | Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur | 7 706 | 0 | 7 706 | 823 | 8 529 | 81 | 81 | 81 | 106 |
Subsidies | ||||||||||
Internationaal Cultuurbeleid | 5 236 | 0 | 5 236 | 623 | 5 859 | ‒ 2 144 | ‒ 2 144 | ‒ 2 144 | ‒ 2 119 | |
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
Internationaal cultuurbeleid | 2 470 | 0 | 2 470 | 200 | 2 670 | 2 225 | 2 225 | 2 225 | 2 225 | |
4.4 | Uitdragen Nederlandse waarden en belangen | 20 581 | ‒ 1 000 | 19 581 | 9 373 | 28 954 | ‒ 750 | ‒ 1 700 | ‒ 1 700 | ‒ 1 700 |
Subsidies | ||||||||||
Instituut Clingendael | 820 | 820 | ‒ 34 | 786 | ‒ 2 000 | ‒ 2 000 | ‒ 2 000 | |||
Programma ondersteuning buitenlands beleid | 4 058 | 4 058 | 1 501 | 5 559 | 750 | |||||
Internationale manifestaties en diverse bijdragen | 99 | 99 | 0 | 99 | ||||||
Publieksdiplomatie | 3 399 | ‒ 500 | 2 899 | ‒ 1 150 | 1 749 | ‒ 1 135 | ‒ 1 135 | ‒ 1 135 | ‒ 1 135 | |
Onderzoeksprogramma | 50 | 50 | 0 | 50 | ||||||
Opdrachten | ||||||||||
Adviesraad Internationale vraagstukken | 525 | 525 | 0 | 525 | ||||||
Instituut Clingendael | 1 600 | 1 600 | 516 | 2 116 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | |||
Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties | 1 000 | 1 000 | 0 | 1 000 | ||||||
Algemene voorlichting | 2 290 | 2 290 | ‒ 1 000 | 1 290 | ‒ 1 700 | ‒ 1 700 | ‒ 1 700 | ‒ 1 700 | ||
Koninklijk Huis - inkom. en uitg. bezoeken, off. ontvangsten | 2 000 | 2 000 | 0 | 2 000 | ||||||
China-strategie | 500 | 500 | 100 | 600 | ||||||
Onderzoeksprogramma | 220 | 220 | 80 | 300 | ||||||
Bijdragen aan agentschappen | ||||||||||
Algemene voorlichting | 2 200 | 2 200 | 200 | 2 400 | 200 | |||||
Bijdragen aan ZBO's/ RWT's | ||||||||||
Verkeersnotificaties | 400 | 400 | 0 | 400 | ||||||
Bijdragen (inter)nationale organisaties | ||||||||||
Programma ondersteuning buitenlands beleid | 0 | 0 | 8 010 | 8 010 | ||||||
Europese bewustwording | 250 | 250 | 0 | 250 | ||||||
Publieksdiplomatie | 1 170 | ‒ 500 | 670 | 1 150 | 1 820 | 1 135 | 1 135 | 1 135 | 1 135 | |
Ontvangsten | 50 374 | 500 | 50 874 | 7 075 | 57 949 | 20 700 | 20 700 | 20 700 | 23 200 | |
4.10 | Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland | 9 500 | 9 500 | ‒ 2 500 | 7 000 | ‒ 2 500 | ‒ 2 500 | ‒ 2 500 | ||
4.20 | Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen | 40 000 | 500 | 40 500 | 9 375 | 49 875 | 23 000 | 23 000 | 23 000 | 23 000 |
4.40 | Doorberekening Defensie diversen | 874 | 874 | 0 | 874 | |||||
4.41 | Ontvangsten verkeersnotificaties | 0 | 0 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 | |
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor het onderdeel Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden stijgt omdat aanvullende middelen voor het Loket Buitenland zijn opgenomen. Dit betreft verplichtingen voor de website voor loket buitenland, waardoor de dienstverlening van de agentschappen (o.a. UWV, belastingdienst, SVB) opgenomen kunnen worden. Verder stijgt het verplichtingenbudget als gevolg van de autonome groei van de consulaire dienstverlening welke vraagt om investeringen in het kwaliteitsbehoud van de consulaire IT-systemen. Ten slotte een stijging voor programma’s voor ondersteuning buitenlands beleid (POBB) op het terrein van Coronamaatregelen.
Uitgaven
Artikel 4.1
Het budget voor consulaire dienstverlening neemt meerjarig toe. De belangrijkste reden hiervoor is dat de in 2019 niet bestede middelen voor het loket buitenland en uitgaven voor consulaire ICT systemen in 2020 worden opgenomen. Ook wordt budget voor het loket buitenland, wat is opgenomen op het apparaatsartikel, toegevoegd aan artikel 4.1. Dit omdat het ICT uitgaven betreft en deze staan binnen dit artikel opgenomen. Ten slotte wordt meerjarig extra budget opgenomen voor ICT. Dit ook in lijn met de digitale ambities die binnen het consulaire domein zijn uitgesproken. Deze middelen worden via de extra ontvangsten gefinancierd.
Artikel 4.2
Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen vanaf 1 februari 2020. Dit betekent dat de totale consulaire opbrengsten vanaf 2020 toenemen. Dit bedrag wordt binnen de BZ-begroting ingezet om het consulaire proces meer kostendekkend te maken en ook de meerkosten die ontstaan als gevolg van autonome groei van het aantal te verstrekken visa op te vangen. Als gevolg hiervan nemen de uitgaven voor consulaire informatiesystemen structureel toe.
Artikel 4.3
Geen toelichting
Artikel 4.4
Het budget voor het uitdragen van Nederlandse waarden en belangen neemt in 2020 toe door de toevoeging van de eindejaarsmarge uit 2019 en een intensivering op het terrein van programma’s voor ondersteuning buitenlands beleid (POBB) ten behoeve van internationale ondersteuning in het kader van de bestrijding van Corona. Hier staat tegenover dat vanaf 2021 het budget structureel afneemt doordat uitgaven voor algemene voorlichting worden opgenomen binnen het apparaatsartikel. Het betreft inzet van personeel op het terrein van communicatie en voorlichting.
Ontvangsten
Artikel 4.10
Betreft een neerwaartse bijstelling op de ontvangsten uit de afgifte van paspoorten in verband met de verlenging van de geldigheid van de paspoorten waardoor er minder reisdocumenten verstrekt zullen worden.
Artikel 4.20
Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen van EUR 60,- naar EUR 80,- vanaf 1 februari 2020. Op basis van de huidige ramingen betekent dit dat de totale consulaire opbrengsten zullen stijgen. Dit bedrag wordt binnen de BZ-begroting ingezet om het consulaire proces meer kostendekkend te maken en ook de meerkosten die ontstaan als gevolg van autonome groei van het aantal te verstrekken visa, op te vangen.
Hier staat tegenover dat als gevolg van de COVID-19 pandemie en de wereldwijde reisrestricties het daarom de verwachting is dat dit jaar het aantal af te geven visa zal dalen. Vooralsnog wordt daarom de oorspronkelijke verwachte stijging verlaagd met EUR 15 miljoen waardoor per saldo voor 2020 de visuminkomsten geraamd worden op EUR 9,4 miljoen.
Artikel 4.40
Geen toelichting
Artikel 4.41
Vanaf 1 mei 2019 worden buitenlandse diplomaten en medewerkers van Internationale organisaties in Nederland aangesproken op verkeersovertredingen. Vanaf dat moment krijgen zij bij een geconstateerde verkeersovertreding een notificatiebrief van het ministerie van Buitenlandse Zaken met een betaalverzoek ter hoogte van het boetebedrag dat geldt voor de betreffende overtreding. Op basis van een conservatieve inschatting is hiervoor een meerjaren raming opgenomen.
5 Niet-beleidsartikelen
5 Niet-beleidsartikelen
5. BIJLAGEN
5.1 Niet-beleidsartikel 5: Geheim
Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB | Vastgestelde begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
(1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | |||||||
Uitgaven | 0 | 0 | 0 | |||||||
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
5.10 | Geheim | 0 | 0 | 0 |
Artikel 5: Geheim
Stand ontwerp begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | ||
(1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
5.10 | Geheim | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten
Geen toelichting.
BIJLAGE 1: VERDIEPINGSHOOFDSTUK
Het verdiepingshoofdstuk geeft informatie over andere nog niet toegelichte beleidsmatige mutaties.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 123.487 | 121.537 | 115.637 | 115.737 | 115.737 | |
| mutatie nota van Wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | 5.094 | 4.251 | 4.919 | 4.795 | 4.728 | |
| nieuwe mutaties | 1.700 | 0 | 1.550 | 1.550 | 1.550 | |
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 130.281 | 125.788 | 122.106 | 122.082 | 122.015 | 121.952 |
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 291.000 | 288.063 | 289.463 | 289.463 | 290.263 | |
| mutatie nota van Wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | 1.831 | – 4.237 | – 2.020 | – 3.396 | – 3.329 | |
| nieuwe mutaties | – 2.860 | 0 | – 1.550 | – 1.550 | – 1.550 | |
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 289.971 | 283 826 | 285.893 | 284.517 | 285.384 | 284.397 |
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | |
| mutatie nota van Wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| nieuwe mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 | 1.242 |
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 8.745.255 | 9.794.302 | 9.502.913 | 9.715.116 | 9.997.672 | |
| mutatie nota van wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | – 103.984 | 1.375 | 675 | 46.837 | 46.837 | |
| nieuwe mutaties | 54.378 | – 725.933 | 98.206 | 100.877 | 102.904 | |
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 8.695.649 | 9.069.744 | 9.601.794 | 9.862.830 | 10.147.413 | 10.437.151 |
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 383.929 | 671.968 | 685.402 | 696.986 | 713.083 | |
| mutatie nota van wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | – 331.371 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| nieuwe mutaties | – 6.723 | 21.856 | 18.265 | 18.630 | 19.002 | |
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 45.835 | 693.824 | 703.667 | 715.616 | 732.085 | 746.722 |
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 50.306 | 49.198 | 47.886 | 47.886 | 47.886 | |
| mutatie nota van wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | 18.892 | 5.172 | 1.557 | 1.457 | 1.457 | |
| nieuwe mutaties | 1.020 | – 172 | – 172 | – 172 | – 172 | |
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 70.218 | 54.198 | 49.271 | 49.171 | 49.171 | 49.671 |
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 47.890 | 48.390 | 48.390 | 48.390 | 48.390 | |
| mutatie nota van wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | 3.859 | 1.984 | 1.984 | 1.984 | 1.984 | |
| nieuwe mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 51.749 | 50.374 | 50.374 | 50.374 | 50.374 | 50.374 |
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie nota van wijziging 2019 | ||||||
| mutatie amendement 2019 | ||||||
| mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| nieuwe mutaties | ||||||
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 25.868 | 39.537 | 71.284 | 98.183 | 133.206 | |
| mutatie nota van wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | – 24.489 | – 35.614 | – 48.365 | – 44.491 | – 42.947 | |
| nieuwe mutaties | 3.891 | – 896 | – 2.048 | – 2.006 | – 2.105 | |
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 5.270 | 3.027 | 20.871 | 51.686 | 88.154 | 120.346 |
| 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 740.740 | 742.934 | 752.970 | 752.781 | 754.582 | ||
| mutatie nota van wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | 75.155 | 60.199 | 46.309 | 46.343 | 46.343 | ||
| nieuwe mutaties | 252 | 11.693 | 173 | – 27 | – 27 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 769.414 | 816.147 | 814.826 | 799.452 | 799.097 | 800.898 | 798.382 |
| 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2019 | 26.450 | 26.450 | 26450 | 26.450 | 26.450 | ||
| mutatie nota van wijziging 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| mutatie amendement 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Mutatie 1e suppletoire begroting 2019 | 20.000 | 15.000 | 0 | 0 | 0 | ||
| nieuwe mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2020 | 47.702 | 46.450 | 41.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 | 26.450 |
5.2 Niet-beleidsartikel 6: Nog onverdeeld
Toelichting
Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB | Vastgestelde begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
(1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
Verplichtingen | 3 027 | 0 | 3 027 | 1 973 | 5 000 | ‒ 11 808 | ‒ 25 094 | ‒ 28 075 | ‒ 27 208 | |
Uitgaven: | ||||||||||
Uitgaven totaal | 3 027 | 0 | 3 027 | 1 973 | 5 000 | ‒ 11 808 | ‒ 25 094 | ‒ 28 075 | ‒ 27 208 | |
6.1 | Nog onverdeeld (HGIS) | 3 027 | 0 | 3 027 | 1 973 | 5 000 | ‒ 11 808 | ‒ 25 094 | ‒ 28 075 | ‒ 27 208 |
Toelichting
Artikel 6.1
Het budget voor het artikel -Nog onverdeeld- heeft betrekking op de HGIS en dit neemt structureel af. De reeks binnen dit artikel is met name bedoeld om jaarlijks de loon- en prijsbijstelling te kunnen uitkeren en incidentele initiatieven of tegenvallers mee te dekken. De mutatie betreft het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van Bbp-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2019, het verwerken van de loon- en prijsbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen zoals binnen de HGIS is overeengekomen. Binnen de HGIS is budget vrijgemaakt voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid (de NCIA, GNSS Bonaire en het Libanon Tribunaal), bijdragen ten behoeve van de organisatie van een conferentie in Nederland (Climate Adaptation Summit), investeringen in de veiligheid en beveiliging van hoog-risico posten en een aantal kleinere incidentele knelpunten.
Artikel 6: Nog onverdeeld
Stand ontwerp begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | ||
(1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
Verplichtingen | 3 027 | 5 000 | ‒ 1 400 | ‒ 3 600 | 0 | |
Uitgaven | ||||||
Uitgaven totaal | 3 027 | 5 000 | ‒ 1 400 | ‒ 3 600 | 0 | |
6.1 | Nog onverdeeld (HGIS) | 3 027 | 5 000 | ‒ 1 400 | ‒ 3 600 | 0 |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Als gevolg van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product is het HGIS-budget afgelopen najaar gedaald met EUR 1,4 miljoen. Aan het eind van dit jaar valt het bedrag op artikel 6 vrij binnen de HGIS en wordt het via de eindejaarsmarge van de HGIS meegenomen naar 2021.
BIJLAGE 2: MOTIES EN TOEZEGGINGEN IN HET VERGADERJAAR 2018/2019
| Datum | Omschrijving motie | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|---|
| 13-12-2017 | Motie 21 501-20, nr. 1268 lid Van Haersma Buma c.s. over geen benadeling door een specifieke Ierse regeling | Debat over de Europese Top van 14 en 15 december 2017 | In behandeling |
| 21-02-2018 | Motie 32 623, nr. 196 leden Van Ojik en Ploumen over de verbetering van de situatie in Syrië | Debat over de Turkse aanval op Syrië 15 februari 2018 | In behandeling |
| 23-02-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1298 motie Asscher/Van Ojik over duidelijkheid over compromissen | Debat over de informele Europese Top van 23 februari 2018 | In behandeling |
| 23-02-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1302 (gewijzigde) motie Bisschop/Leijten over de omvang van het nieuwe MFK | Debat over de informele Europese Top van 23 februari 2018 | In behandeling |
| 03-04-2018 | Motie 22 112, nr. 2511, gewijzigde motie-Omtzigt over de Magnitskiwet | Notaoverleg over de Staat van de EU en het werkprogramma van de Europese Commissie d.d. 26 maart 2018 | In behandeling |
| 03-04-2018 | Motie 22 112, nr. 2516, motie-Asscher/Van Ojik over belastbaarheid van internetgiganten | Notaoverleg over de Staat van de EU en het werkprogramma van de Europese Commissie d.d. 26 maart 2018 | In behandeling |
| 03-04-2018 | Motie 22 112, nr. 2517, motie-Van der Graaf c.s. over een peerreview voor rechtsstatelijkheid binnen de EU | Notaoverleg over de Staat van de EU en het werkprogramma van de Europese Commissie d.d. 26 maart 2018 | In behandeling |
| 18-05-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1331 – motie Buitenweg en Asscher over koppeling van de uitkering van Europees geld aan het respect voor de rechtsstaat | Debat over de informele Europese Top van 17 mei 2018 | In behandeling |
| 18-05-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1335, gewijzigde motie – Asscher/Buitenweg over dat lidstaten daar waar relevant nog EU-subsidies kunnen ontvangen als zij democratie en rechtsstaat in woord en daad verdedigen en corruptie tegengaan | Debat over de informele Europese Top van 17 mei 2018 | In behandeling |
| 05-06-2018 | Motie 29 614, nr. 82 Sjoerdsma / Segers over een nieuw onafhankelijk onderzoek naar buitenlandse financiering | Debat over buitenlandse financiering van moskeeën d.d. 30 mei 2018 | In behandeling |
| 05-06-2018 | Motie 33 997, nr. 119 Ten Broeke c.s. over de staatsaansprakelijkheid van de Russische Federatie voor het neerhalen van vlucht MH17 | Debat over staatsaansprakelijkheid van Rusland inzake MH17 d.d. 31 mei 2018 | In behandeling |
| 12-06-2018 | Motie 23 432, nr. 468 Van der Staaij c.s. over heldere afspraken met Iran over nucleaire non-proliferatie | Debat over het terugtrekken van de VS uit het nucleaire akkoord met Iran d.d. 6 juni 2018 | In behandeling |
| 26-06-2018 | Motie 34 884, nr. 4 Leijten/Stoffer over versterking van de rol van nationale parlementen | Nota-overleg Initiatiefnota van het lid Bisschop getiteld «De lidstaten weer aan het roer!» d.d. 21 juni 2018 | In behandeling |
| 05-07-2018 | Motie 34 808, nr. 19 Motie-Van der Lee over de transparantie rond de implementatie van richtlijnen en dan m.n. de lidstaatopties | AO Informatievoorziening d.d. 12 april 2018 | In behandeling |
| 21-09-2018 | Motie 21 501–20, nr. 1361 motie-Van Ojik/Voordewind over een gezamenlijke oplossing voor de opvang van asielzoekers in Griekenland | Europese Raad d.d. 13 september 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 24 september 2018 |
| 09-10-2018 | Motie 32 623, nr. 231 Motie-Omtzigt c.s. over een gezamenlijk advies van de CAVV en de ATV over een toetsingskader | Plenair debat over Nederlandse steun aan de gewapende oppositie in Syrië d.d. 2 oktober 2018 | In behandeling |
| 17-10-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1368 Motie-Van Ojik c.s. over stoppen met leveren van wapens aan Saoedi-Arabië | Plenair debat over Europese Top van 17 en 18 oktober 2018, d.d. 17 oktober 2018 | In behandeling |
| 17-10-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1374 Motie-Omtzigt c.s. over een onafhankelijk en diepgaand onderzoek naar de verdwijning van Jamal Khashoggi | Plenair debat over Europese Top van 17 en 18 oktober 2018, d.d. 17 oktober 2018 | In behandeling |
| 18-10-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1373 motie-Ploumen c.s. over duidelijkheid over de betrokkenheid van Saoedi-Arabië bij de verdwijning van journalist Khashoggi | Plenair debat over Europese Top van 17 en 18 oktober 2018, d.d. 17 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 30 oktober 2018 |
| 08-11-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1920 Motie van het lid Maeijer c.s. over niet afstappen van besluitvorming bij unanimiteit op gebied van belastingheffing en sociaal beleid | VAO Raad Algemene Zaken van 12 november 2018, d.d. 8 november 2018 | In behandeling |
| 13-11-2018 | 32 735, nr. 214 Motie Karabulut/Ploumen over de mensenrechtensituatie in Saudi-Arabië | Notaoverleg mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | In behandeling |
| 13-11-2018 | 32 735, nr. 217 Motie Koopmans/Van Helvert over geen geld voor mensenrechten naar OESO-landen met een functionerende rechtsstaat | Notaoverleg mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | Aan voldaan met brief 29 mei 2019 |
| 13-11-2018 | 32 735, nr. 218 Motie Buitenweg/Ploumen over een Europees gezant voor vrouwenrechten | Notaoverleg mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | In behandeling |
| 13-11-2018 | 32 735, nr. 219 Motie Buitenweg c.s. over stellingname tegen antisemitische uitlatingen van regeringsleiders | Notaoverleg mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | In behandeling |
| 13-11-2018 | 32 735, nr. 222 Motie Van der Staaij over de mogelijkheid van interveniëren in geschillen | Notaoverleg mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | In behandeling |
| 13-11-2018 | 32 735, nr. 225 Motie De Roon over islamkritiek als onderdeel van de vrijheid van meningsuiting | Notaoverleg mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | In behandeling |
| 13-11-2018 | 32 735, nr. 226 Motie Voordewind c.s. over alles in het werk stellen om Asia Bibi vrij te krijgen | Notaoverleg mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | Gesloten omdat Asia Bibi vrijgelaten is |
| 15-11-2018 | Motie 21 501-02, nr. 1924 Motie van het lid Sjoerdsma c.s. over een staakt-het-vuren in Jemen en een wapenembargo tegen Saudi-Arabië | VAO Raad Buitenlandse Zaken en Peace Facility d.d. 14 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 27 november 2018 |
| 20-11-2018 | Motie 33 694, nr. 24, gewijzigde motie Ploumen c.s. over alomvattende en verifieerbare uitbanning van kernwapens | VAO Nederlandse inzet inzake nucleaire ontwapening d.d. 15-11-2018 | In behandeling |
| 20-11-2018 | Motie 33 694, nr. 30, motie Voordewind c.s. over behoud van het INF-verdrag | VAO Nederlandse inzet inzake nucleaire ontwapening d.d. 15-11-2018 | In behandeling |
| 20-11-2018 | Motie 33 694, nr. 31, motie Voordewind over draagvlak voor het VN-verdrag | VAO Nederlandse inzet inzake nucleaire ontwapening d.d. 15-11-2018 | Aan voldaan met brief d.d. 30 januari 2019 |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 22, motie Koopmans/Sjoersma over reisdocumenten voor Nederlanders in het buiteland | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 4 januari 2019 |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 24, motie Van Ojik over ondersteuning van mensenrechtenverdedigers | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | In behandeling |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 26, motie Van Helvert c.s. over een speciaal gezant voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 29 mei 2019 |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 27, gewijzigde motie Karabulut c.s. over uithongering als oorlogswapen in Jemen | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 12 december 2018 |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 28, motie Karabulut over exportcriteria voor militair materieel | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | In behandeling |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 29, motie Sjoerdsma/Koopmans over kosten voor paspoortaanvragen voor Nederlanders in het buitenland | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 4 januari 2019 |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 30, motie Ploumen/Sjoerdsma over het jaarlijkse UNESCO-congres in 2020 in Nederland | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 29 mei 2019 |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 32, motie Ploumen over een wereldwijd sanctieregime tegen seksueel geweld tegen vrouwen | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 29 mei 2019 |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 33, motie Voordewind c.s. over de mensonterende situatie in de kampen op de Griekse eilanden | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief 4 maart 2019 |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 36, motie Van der Staaij c.s. over activiteiten ter ondersteuning van de klassieke vrijheidsrechten | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | In behandeling |
| 20-11-2018 | Motie 35 000-V, nr. 42, motie Kuzu over het per direct sluiten van Chinese heropvoedingskampen | Begrotingsbehandeling BuZa (V) voor het jaar 2019 d.d. 14 en 15 november 2018 | In behandeling |
| 23-11-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1384, motie Asscher over voorkomen van oneerlijke concurrentie en een race naar de bodem op het gebied van werk, belastingen, milieu en klimaat | Notaoverleg over de Europese Raad van 5 november 2018 inzake Brexit | In behandeling |
| 23-11-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1387, motie Omtzigt c.s. over geen aanpassing in de visserijpassages die de Nederlandse visserijsector op enige manier schaden | Notaoverleg over de Europese Raad van 5 november 2018 inzake Brexit | Aan voldaan met brief d.d. 29 november 2018 |
| 23-11-2018 | Motie 21 501-20, nr. 1396 Motie van het lid Van Ojik over per departement inzichtelijk maken welke de gevolgen zijn van een harde Brexit | Notaoverleg over de Europese Raad van 5 november 2018 inzake Brexit | Aan voldaan met brief d.d. 18 januari 2019 |
| 20-12-2018 | Motie 33 694, nr. 35 Motie van het lid Verhoeven/Bruins Slot over internationale overeenstemming over de praktische toepassing van het bestaande internationale recht op het digitale domein | Plenair debat over spionage door Rusland d.d. 20 december 2018 | In behandeling |
| 20-12-2018 | Motie 33 694, nr. 37 (gewijzigd, was nr. 36) Gewijzigde Motie van het lid Stoffer/Verhoeven over opstellen van een Ruslandstrategie | Plenair debat over spionage door Rusland d.d. 20 december 2018 | In behandeling |
| 29-01-2019 | Motie 35 084, nr. 21 Motie-Van der Graaf/Omtzigt over het online plaatsen van alle beschikbare brexitplannen | Plenair debat Verzamelwet Brexit d.d. 24-1-2019 | Aan voldaan met brief d.d. 22 februari 2019 |
| 29-01-2019 | Motie 35 084, nr. 29 Motie-Omtzigt/Van der Graaf over toepassing van artikel X van de Verzamelwet Brexit | Plenair debat Verzamelwet Brexit d.d. 24-1-2019 | Aan voldaan met brief d.d. 5 februari 2019 |
| 29-01-2019 | Motie 35 084, nr. 28 Motie-Omtzigt over een extra geldigheidsduur voor de Britse rijbewijzen van Nederlandse chauffeurs | Plenair debat Verzamelwet Brexit d.d. 24-1-2019 | Aan voldaan met brief d.d. 12 februari 2019 |
| 29-01-2019 | Motie 35 084, nr. 27 Motie-Omtzigt/Geurts over een door de Europese Commissie erkende inspectiepost levende dieren | Plenair debat Verzamelwet Brexit d.d. 24-1-2019 | Aan voldaan met brief d.d. 7 februari 2019 |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 3, motie Anne Mulder/Omtzigt over het korten van landen die zich niet aan de begrotingsregels houden | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 4, motie Anne Mulder over scheiding van taken van de Europese Commissie | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 8, motie Omtzigt over een externe check op de rechtsstatelijke aspecten van de Unie | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 9, motie Omtzigt/Van den Berg over voorkomen dat a.g.v. een no-deal Brexit tekorten ontstaan aan kritieke medicijnen en medische hulpmiddelen | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 19 maart 2019 |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 10, motie Jetten/Anne Mulder over het recht van het Europees Parlement om een individuele Eurocommissaris weg te sturen | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 12, motie Buitenweg c.s. over het agenderen van een hoorzitting met Hongarije | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 15, motie Buitenweg/Jetten over een zo hoog mogelijke opkomst bij de Europese verkiezingen | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 10 april 2019 |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 17, motie Asscher/Jetten over een overkoepelende EU-strategie voor de duurzame ontwikkelingsdoelen | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 10 april 2019 |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 21, motie Asscher/Buitenweg over volledige transparantie over de afzenders van politieke advertenties op Facebook | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 19 februari 2019 |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 22, motie Van der Graaf/Omtzigt over de verlenging van het madaat van de speciaal gezant voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 35 078, nr. 23 gewijzigde motie Van der Graaf over inzet voor de Nederlandse kottervisserijsector | Debat over de Staat van de Europese Unie d.d. 7 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 19 april 2019 |
| 12-02-2019 | Motie 28 676, nr. 311, motie Leijten c.s. over geen plaats voor INF-kernwapens in Europa | VAO NAVO Defensie Ministeriële d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 28 676, nr. 313, motie Van Ojik/Karabulut over concrete stappen in NAVO-verband voor de-escalatie van de nucleaire wapenwedloop | VAO NAVO Defensie Ministeriële d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 21 501-07, nr. 1577, motie Slootweg c.s. over tegen de PEPP-verordening stemmen | VAO Eurogroep/Ecofinraad d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 12-02-2019 | Motie 28 676, nr. 314 gewijzigde motie Leijten c.s. over zich in de NAVO-Defensieraad uitspreken voor behoud van het INF-verdrag | VAO NAVO Defensie Ministeriële d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 19-02-2019 | Motie 30 821, nr. 56 – Motie van het lid Becker c.s. over een contrastrategie ten aanzien van ongewenste diasporapolitiek | Debat over een door Turkije gedicteerde jihadpreek in Nederland d.d. 14 februari 2019 | In behandeling |
| 21-02-2019 | Motie 21 501-02, nr. 1963 (gewijzigd) – gewijzigde motie-Van Helvert/Voordewind over berechting van gevangengenomen ISIS-strijders | VAO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 20 februari 2019 | In behandeling |
| 21-02-2019 | Motie 22 112, nr. 2774 – motie-Omtzigt c.s. over democratische controle en transparantie bij Europese besluitvormingsprocessen | VAO EU-informatievoorziening en transparantie d.d. 20 februari 2019 | Mondeling door M afgedaan tijdens VAO |
| 05-03-2019 | Motie 22 054, nr. 307, Karabulut over corruptiebestrijding als aparte bepaling bij wapenexportcriteria opnemen | VAO Wapenexportbeleid d.d. 20 februari 2019 | In behandeling |
| 05-03-2019 | Motie 21 501-33, nr. 750, Van Ojik/Sjoerdsma over het bevorderen van de diversificatie van gasleveranciers | Debat over de oproep van de Amerikaanse ambassadeur om Russisch gas te boycotten d.d. 20 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 20 mei 2019 |
| 05-03-2019 | Motie 22 054, nr. 308 – Van Haga over harmonisering van wapenexportbeleid in de EU | VAO Wapenexportbeleid d.d. 20 februari 2019 | In behandeling |
| 05-03-2019 | Motie 22 054, nr. 310 – Van Ojik/Diks over meewegen of eerdere leveringen zijn gebruikt in overeenstemming met het mensenrechtencriterium | VAO Wapenexportbeleid d.d. 20 februari 2019 | In behandeling |
| 21-03-2019 | Motie 21 501-20, nr. 1419 (gewijzigd) – motie-Verhoeven c.s. over open houden van de optie van lang uitstel zonder al te dwingende voorwaarden | VSO Europese Raad van 21 en 22 maart 2019 dd 21 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 26 maart 2019 |
| 21-03-2019 | Motie 21 501-20, nr. 1422 – motie-Van der Graaf/Omtzigt over aandacht vragen voor de mensenrechtensituatie in China | VSO Europese Raad van 21 en 22 maart 2019 dd 21 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 26 maart 2019 |
| 02-04-2019 | Motie 23 987, nr. 335, gewijzigde motie Omtzigt/Van Dam over garanderen van uitwisseling van informatie | Debat over de Europese Top en de Brexit d.d. 28 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 5 april 2019 |
| 02-04-2019 | Motie 23 987, nr. 337, motie Asscher c.s. over een internationaal onderzoek naar de situatie van de Oeigoeren | Debat over de Europese Top en de Brexit d.d. 28 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 13 mei 2019 |
| 02-04-2019 | Motie 23 987, nr. 339, motie Ran Rooijen/Van Brenk over maatregelen tegen de export van WW | Debat over de Europese Top en de Brexit d.d. 28 maart 2019 | In behandeling |
| 02-04-2019 | Motie 23 987, nr. 340, motie Verhoeven/Buitenweg over een Europese strategische technologieagenda | Debat over de Europese Top en de Brexit d.d. 28 maart 2019 | Door MinEZK overgenomen |
| 02-04-2019 | Motie 23 987, nr. 341 gewijzigde motie Verhoven/Omtzigt over loskoppeling van het burgerrechtengedeelte | Debat over de Europese Top en de Brexit d.d. 28 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 10 april 2019 |
| 10-04-2019 | Motie 23 987, nr. 349 motie-Verhoeven c.s. over ruimhartig maar functioneel uitstel bepleiten | Debat over de Europese Top en de Brexit d.d. 28 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 10 april 2019 |
| 10-04-2019 | Motie 23 987, nr. 352 motie-Omtzigt c.s. over zorgen dat nieuwe gremia onder de transparantierichtlijn of equivalente regels vallen | Debat over de Europese Top en de Brexit d.d. 28 maart 2019 | In behandeling |
| 16-04-2019 | Motie 21 501-02, nr. 1991 nader gewijzigde motie Sjoerdsma over niet verlenen van medewerking aan militaire acties tegen Venezuela | VAO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 11 april 2019 | In behandeling |
| 16-04-2019 | Motie 21 501-02, nr. 1993 – motie Ploumen/Karabulut over een oproep aan de Saudische autoriteiten om de mensenrechtenverdedigers onmiddellijk vrij te laten | VAO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 11 april 2019 | In behandeling |
| 16-04-2019 | Motie 21 501-02, nr. 1996 – motie Karabulut/Ploumen over vrijlating van een Iraanse mensenrechtenverdediger | VAO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 11 april 2019 | In behandeling |
| 16-04-2019 | Motie 29 911, nr. 239 – motie Van Toorenburg c.s. over opschorting van de visumliberalisatie voor Albanië via de noodremprocedure | Debat over Albanese bendes in het criminele circuit in Nederland d.d. 11 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 31 mei 2019 |
| 23-04-2019 | Motie 32 735, nr. 233 motie Kuzu/Van den Hul over verwijzing van misdaden tegen Rohingya naar het Internationaal Strafhof | Dertigleden debat over het VN-rapport over vervolging van de legertop in Myanmar voor oorlogsmisdaden d.d. 17 april 2019 | In behandeling |
| 23-04-2019 | Motie 32 735, nr. 236 – motie Karabulut c.s. over directe vrijlating van twee Myanmarese journalisten | Dertigleden debat over het VN-rapport over vervolging van de legertop in Myanmar voor oorlogsmisdaden d.d. 17 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 13 mei 2019 |
| 23-04-2019 | Motie 32 735, nr. 238 – motie Van Ojik c.s. over de mogelijkheid van het aanklagen van de Myanmarese staat bij het Internationaal Gerechtshof | Dertigleden debat over het VN-rapport over vervolging van de legertop in Myanmar voor oorlogsmisdaden d.d. 17 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 13 mei 2019 |
| 26-04-2019 | Motie 21 501-20, nr. 1436 – Asscher/Jetten over beëindigen van het verhuiscircus tussen Brussel en Straatsburg | Debat over de informele Europese Top van 9 mei 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 14 mei 2019 |
| 26-04-2019 | Motie 21 501-20, nr. 1440 – Jetten/De Groot over inzet voor ambitieuze en bindende doelstellingen in Beijing | Debat over de informele Europese Top van 9 mei 2019 | In behandeling |
| 26-04-2019 | Motie 21 501-20, nr. 1443 – Bisschop/Leijten over een ontwerp tot herziening van de Verdragen voorleggen | Debat over de informele Europese Top van 9 mei 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 14 mei 2019 |
| 26-04-2019 | Gewijzigde motie 21 501-20, nr. 1448 – Ouwehand over zich uitspreken tegen de verhoging van het quotum voor kippenvlees uit Oekraine | Debat over de informele Europese Top van 9 mei 2019 | In behandeling |
| 14-05-2019 | Motie 29 653, nr. 52 (gewijzigd) motie-Drost over een individuele toetsing voor personen die worden teruggestuurd naar Venezuela | Debat over de crisissituatie in Venezuela en de gevolgen daarvan voor de Benedenwindse Eilanden, Curaçao, Aruba en Bonaire d.d. 23 april 2019 | In behandeling |
| 14-05-2019 | Motie 33 694, nr. 41 – motie-Van Ojik c.s. over pogingen om in de komende 100 dagen het INF-verdrag te redden | Debat over het bericht dat de VS en Rusland hebben aangekondigd het INF-verdrag op te zeggen, d.d. 24 april 2019 | In behandeling |
| 14-05-2019 | Motie 33 694, nr. 43 – motie-Koopmans c.s. over beheersing van de productie, plaatsing, verspreiding en inzet van nieuwe potentiële massavernietigingswapens | Debat over het bericht dat de VS en Rusland hebben aangekondigd het INF-verdrag op te zeggen, d.d. 24 april 2019 | In behandeling |
| 14-05-2019 | Motie 35 000-VI, nr. 103 – motie-Buitenweg c.s. over een actieplan consulaire en juridische steun bij scheiding in het buitenland | Debat over huwelijkse gevangenschap, d.d. 24 april 2019 | In behandeling |
| 14-05-2019 | Motie 35 000-VI, nr. 106 – motie-Bergkamp over het erkenningsbeleid van Marokko als voorbeeld voor andere landen | Debat over huwelijkse gevangenschap, d.d. 24 april 2019 | In behandeling |
| 21-05-2019 | Motie 21 501-02, nr. 2008 – motie-Sjoerdsma c.s. over grootschalige corruptie en corruptie binnen overheden onder de sanctiewet laten vallen | VSO RBZ d.d. 13 mei 2019 | In behandeling |
| 11-06-2019 | Motie 32 623, nr. 260 – Karabulut c.s. over inspanningen voor vrijlating van Nederlandse politieke gevangenen in Turkije | VAO Turkije d.d. 6-6-2019 | In behandeling |
| 11-06-2019 | motie 32 623, nr. 261 – Karabulut over beëindigen van de EU-toetredingsgesprekken met Turkije | VAO Turkije d.d. 6-6-2019 | In behandeling |
| 11-06-2019 | motie 32 623, nr. 262 – De Roon over terugdringen van de invloed van de Turkse overheid in Nederland | VAO Turkije d.d. 6-6-2019 | In behandeling |
| 11-06-2019 | motie 32 623, nr. 263 – Voordewind c.s. over astand nemen van de uitspraken van de Turkse president over de Armeense genocide | VAO Turkije d.d. 6-6-2019 | In behandeling |
| 11-06-2019 | motie 32 623, nr. 265 – Omtzigt/Koopmans over het formeel stoppen met de EU-toetredingsonderhandelingen | VAO Turkije d.d. 6-6-2019 | In behandeling |
| 12-06-2019 | Motie 21 501-02, nr. 2019 – motie-Omtzigt c.s. over geen onderhandelingen over toetreding van Albanië tot de EU | VAO Raad Algemene Zaken d.d. 18 juni 2019 | In behandeling |
| 18-06-2019 | Gewijzigde motie 33 694, nr. 42 Sjoerdsma c.s. over voorkomen dat er INF-raketten in Europa geplaatst worden | Debat over het bericht dat de VS en Rusland hebben aangekondigd het INF-verdrag op te zeggen d.d. 24 april 2019 | In behandeling |
| 19-06-2019 | Motie 21 501-20, nr. 1460 Asscher/Van Ojik over een gemeenschappelijke inzet om extremisme tegen te gaan | Debat over de Europese top van 20 en 21 juni 2019 d.d. 18 juni 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 25 juni 2019 |
| 19-06-2019 | Motie 21 501-20, nr. 1463 Van Ojik Drost over middelen voor het steunen van het prodemocratische middenveld | Debat over de Europese top van 20 en 21 juni 2019 d.d. 18 juni 2019 | In behandeling |
| 19-06-2019 | Motie 21 501-20, nr. 1465 motie Stoffer/Leijten over een voorzitter van de Europese Commissie die oog heeft voor de zorgen van burgers over bemoeienis van Brussel | Debat over de Europese top van 20 en 21 juni 2019 d.d. 18 juni 2019 | In behandeling |
| 02-07-2019 | Motie 29 754, nr. 512 -Laan-Geselschap over geen onomkeerbare stappen ten aanzien van het terughalen van Syriëgangers | Debat over de problematiek rondom de terugkeer van jihadi's d.d. 25 juni 2019 | In behandeling |
| 02-07-2019 | Motie 29 754, nr. 513 – Laan-Geselschap c.s. over mogelijkheden van berechting van Syriëgangers door lokale autoriteiten | Debat over de problematiek rondom de terugkeer van jihadi's d.d. 25 juni 2019 | In behandeling |
| 02-07-2019 | Motie 29 754, nr. 514 – Sjoerdsma c.s. over de capaciteit aan het Team Internationale Misdrijven | Debat over de problematiek rondom de terugkeer van jihadi's d.d. 25 juni 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 248 – Koopmans c.s. over een mogelijkheid om Myanmar aan te brengen bij het Internationaal Gerechtshof | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 249 – Van Ojik/Sjoerdsma over met maatregelen onderstrepen dat de moord op Khashoggi onacceptabel is | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 250 – Van Ojik/Karabulut over versterking van de rol van de VN in het tegengaan van straffeloosheid | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 264 (gewijzigd, was nr. 251) – de gewijzigde motie- Van Ojik/Ploumen over bescherming van vrouwelijke journalisten tegen online bedreigingen | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 253 – Sjoerdsma/Van Ojik over de politieke verantwoordelijkheid met betrekking tot nevenfuncties van leden van het Koninklijk Huis | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 254 – Sjoerdsma c.s. over persoonsgerichte sancties tegen sleutelpersonen van het Sudanese leger | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 255 – Voordewind c.s. over een internationale campagne tegen de doodstraf op godsdienst, levensovertuiging of homoseksualiteit | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 256 – Voordewind c.s. over wereldwijde afschaffing van blasfemie | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 257 (gewijzigd en nader gewijzigd) – de nader gewijzigde motie – Van der Staaij c.s. over ondersteuning van projecten ter bevordering van de vrijheid van religie en levensovertuiging in het Midden-Oosten | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 258 – Karabulut/Van Ojik over verlenging van de regeling voor weduwen van geëxecuteerde Indonesiërs | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 3 juli 2019 |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 260 – Karabulut/Van Ojik over een nieuw onafhankelijk onderzoek naar de moord op Khashoggi | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 262 – Van Helvert/Van der Staaij over de voorgenomen landonteigening van blanke boeren in Zuid-Afrika | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 04-07-2019 | Motie 32 735, nr. 263 – Van Helvert/Koopmans over de internationale inspanningen van de Koningin | Notaoverleg over mensenrechtenbeleid d.d. 1 juli 2019 | In behandeling |
| 05-07-2019 | Motie 33 625, nr. 281 Voordewind c.s. over verbeteren van de humanitaire opvang en begeleiding van migranten op de Griekse eilanden | VAO Noodhulp d.d. 4 juli 2019 | In behandeling |
| 05-07-2019 | Motie 33 625, nr. 282 Bouali c.s. over ondersteunen van Colombia in de opvang van Venezolaanse vluchtelingen/migranten | VAO Noodhulp d.d. 4 juli 2019 | In behandeling |
| 05-07-2019 | Motie 33 625, nr. 284 Diks over psecifieke aandacht in noodhulpprogramma's voor mensen met een beperking | VAO Noodhulp d.d. 4 juli 2019 | In behandeling |
| Datum | Omschrijving van de toezegging | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|---|
| 24-09-2018 | Toezegging door Minister President: PVEU zal zich inspannen voor een uitspraak door het Europees Parlement of zijn voorzitter tegen de Hongaarse lastercampagne tegen Sargentini | Algemene Politieke Beschouwingen d.d. 21 september 2018 | In behandeling |
| 02-10-2018 | Toezegging door Minister om schriftelijk de openbare informatie te delen op basis waarvan NL bewijs ziet dat SUM niet schuldig is aan oorlogsmisdaad Sheikh Maksoud (CDA) | Plenair debat over Nederlandse steun aan de gewapende oppositie in Syrië d.d. 2 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 11 oktober 2018 |
| 02-10-2018 | Toezegging door Minister inzake motie White Helmets: schriftelijke reactie volgt n.a.v. ruggenspraak en overleg met Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking | Plenair debat over Nederlandse steun aan de gewapende oppositie in Syrië d.d. 2 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 19 november 2018 |
| 02-10-2018 | Toezegging door Minister: welwillend kijken naar aanpassing contract EVA in 2019 o.b.v. bevindingen onderzoek motie CDA | Plenair debat over Nederlandse steun aan de gewapende oppositie in Syrië d.d. 2 oktober 2018 | In behandeling |
| 04-10-2018 | Toezegging door Minister om binnen een jaar de Kamer te informeren over de NLse inzet inz. nucleaire risicobeperking op basis van het Clingendael-papier hierover, en daarbij de mogelijkheid overwegen van een stappenplan | AO Nederlandse inzet inzake nucleaire ontwapening d.d. 4 oktober 2018 | In behandeling |
| 04-10-2018 | Toezegging door Minister: Na publicatie van het AIV-advies over de toekomstige rol van kernwapens de Kamer informeren over het voortzetten van de nucleaire taak door de F35 | AO Nederlandse inzet inzake nucleaire ontwapening d.d. 4 oktober 2018 | In behandeling |
| 04-10-2018 | Toezegging door Minister: komt over een half jaar terug op de vraag of controle op nieuw vormen van massavernietigingswapens mogelijk is, na gesproken te hebben met de AIV en/of andere experts over dit onderwerp | AO Nederlandse inzet inzake nucleaire ontwapening d.d. 4 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 13 mei 2019 |
| 04-10-2018 | Toezegging door Minister om z.s.m. de Kamer de juridische onderbouwing doen toekomen over het Nederlandse besluit het Kernwapenverbod niet te ondertekenen | AO Nederlandse inzet inzake nucleaire ontwapening d.d. 4 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 16 oktober 2018 |
| 04-10-2018 | Toezegging door Minister om in 2020 tijdens de NPV Toetsingsconferentie actief in te zetten op het thema «nucleaire transparantie' | AO Nederlandse inzet inzake nucleaire ontwapening d.d. 4 oktober 2018 | In behandeling |
| 11-10-2018 | Toezegging: Minister zegt toe terug te komen voor de volgende RAZ op de delegatiebepaling die door de Europese Commissie inzake brexit wordt voorbereid en de democratische waarborgen bij dit voorstel | AO Raad Algemene Zaken van 16 oktober 2018 d.d. 11 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 2 november 2018 |
| 11-10-2018 | Toezegging: Minister zegt toe bij een volgende raz in 2018 waar het onderwerp van de rechtsstaat op de agenda staat en de moord op de Bulgaarse journaliste Viktoria Marinova op te brengen | AO Raad Algemene Zaken van 16 oktober 2018 d.d. 11 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 16 november 2018 |
| 11-10-2018 | Toezegging: Minister zegt toe schriftelijk terug te komen op de precieze procedure van de werking van artikel 7 | AO Raad Algemene Zaken van 16 oktober 2018 d.d. 11 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 16 november 2018 |
| 11-10-2018 | Toezegging: Minister zal contact opnemen met StasBZK om te spreken over de mensenrechtensituatie in de Caribische delen van het Koninkrijk | Toezegging AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 11 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 27 november 2018 |
| 11-10-2018 | Toezegging Minister: BZ neemt contact op met TUR om navraag te doen of publieke steun kan helpen bij de kwestie van de verdwenen Saoudische journalist en gerapporteerd wordt in het verslag van de RBZ | Toezegging AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 11 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 16 oktober 2018 |
| 11-10-2018 | Toezegging Minister: Verslag Arria inzake sexueel geweld in conflict situaties door NL georganiseerd naar Kamer | Toezegging AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 11 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 9 november 2018 |
| 11-10-2018 | Toezegging Minister: Overdracht van NL initiatieven ten aanzien sexueel geweld in conflict situaties en inclusief streven naar een sanctie instrument aan inkomende nieuwe Europese VNVR-leden | Toezegging AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 11 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 9 november 2018 |
| 16-10-2018 | Toezegging Minister tijdens vragenuurtje d.d. 16 oktober 2018 om een brief over Israëlisch besluit waarbij niet is overgegaan tot destructie van Palestijnse goederen dan wel het bouwen van nederzettingen | Vragenuur d.d. 16 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 1 november 2018 |
| 26-10-2018 | Toezegging Minister om in Kamerbrief «Staat van het Consulaire» komen de uitkomsten van een onderzoek naar mogelijkheden/onmogelijkheden en kosten om een EDV bij mensen thuis langs te laten gaan om een paspoort aan te vragen. | AO Postennet en Consulaire Diensten d.d. 17 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 7 december 2018 |
| 26-10-2018 | Toezegging Minister: Bij het openen van een EDV tbv paspoortdienstverlening is het aantal mogelijke aanvragen een van de criteria | AO Postennet en Consulaire Diensten d.d. 17 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 7 december 2018 |
| 26-10-2018 | Toezegging Minister In de Kamerbrief met de evaluatie van de Eenheid Huwelijksdwang zal ook informatie opgenomen worden over het beleid t.a.v. huwelijksdwang in andere landen. | AO Postennet en Consulaire Diensten d.d. 17 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 13 november 2018 |
| 26-10-2018 | Toezegging Minister: BZ inventariseert de mogelijkheden en onmogelijkheden van het stemmen op ambassades en in grensgemeenten en informeert de Kamer per brief. | AO Postennet en Consulaire Diensten d.d. 17 oktober 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 13 november 2018 |
| 05-11-2018 | Toezegging Minister om schriftelijke informatie te sturen v.w.b. de afweging stille of openlijke diplomatie (m.n. omtrent LHBTI's) aan de Kamer | Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 29 mei 2019 |
| 05-11-2018 | Toezegging Minister om de uitkomst van de verkenning rond de Mensenrechtentulp aan de Kamer te sturen | Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | In behandeling |
| 05-11-2018 | Toezegging Minister om bij de begrotingsbehandeling terug te komen of Pakistan (Asia Bibi) in de VN aan de orde gesteld wordt | Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | Aan voldaan tijdens begrotingsbehandeling d.d. 14 en 15 november 2018 |
| 05-11-2018 | Toezegging Minister om de Kamer tijdens de begrotingsbehandeling te informeren of de 2,5 miljoen die o.g.v. intensiveringsbrief aan vrijheid van religie en levensovertuiging wordt besteed een limiterende werking heeft voor toekomstige bestedingen uit het MRF | Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 29 mei 2019 |
| 05-11-2018 | Toezegging Minister om te onderzoeken of het mogelijk is om via de EU landonteigening op de agenda te zetten voor de aankomende Zuid-Afrika/EU-top op 15 november 2018 | Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 5 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 12 december 2018 |
| 06-11-2018 | Toezegging Minister: Onderhandelingsdocument van het Oostenrijks EU-Voorzitterschap inzake het Meerjarig Financieel Kader vertrouwelijk aan de Kamer te sturen, zodra dat gereed is | AO Raad Algemene Zaken d.d. 6 november 2018 | In behandeling |
| 06-11-2018 | Toezegging Minister: Schriftelijk terug te komen op de Europese procedure inzake de contingency planning | AO Raad Algemene Zaken d.d. 6 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 7 december 2018 |
| 08-11-2018 | Toezeggingen Minister i.h.k.v. AO MFK en verzoek inzicht in effecten no deal Brexit | AO MFK d.d. 8 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 10 december 2018 |
| 08-11-2018 | Toezegging Minister: Schriftelijke (vertrouwelijke) informatieverstrekking aan TK over (financiële) consequenties NL in geval VK verplichtingen niet nakomt (no deal scenario) | AO MFK d.d. 8 november 2018 | In behandeling |
| 08-11-2018 | Toezegging Minister: Schriftelijke informatieverstrekking over seminars van CIE over contingency ihkv Brexit | AO MFK d.d. 8 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 7 december 2018 |
| 15-11-2018 | Toezegging Minister om over een maand schriftelijk terug te komen op de uitstaande punten in de onderhandelingen over Nord Stream 2 en het behouden van Oekraine als transitland | Begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 14 december 2018 |
| 15-11-2018 | Toezegging Minister om schriftelijk terug te komen op de voorwaarden voor verschillende financieringsbronnen in het subsidiekader (in samenhang met motie Van der Staaij) | Begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken d.d. 14 en 15 november 2018 | Motie is verworpen, toezegging ook vervallen |
| 15-11-2018 | Toezegging Minister om de hoofdpunten uit de ESA-notitie over «religie en buitenlands beleid» schriftelijk met de Kamer te delen | Begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 21 december 2018 |
| 15-11-2018 | Toezegging Minister om het ESI-rapport aan de orde te stellen bij het seminar over Magnitsky-sancties | Begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken d.d. 14 en 15 november 2018 | Aan voldaan met brief d.d. 26 november 2018 |
| 16-01-2019 | Toezegging Minister: Tijdlijn over Iran aanslagen in RBZ | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 16 januari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 24 januari 2019 |
| 16-01-2019 | Toezegging Minister: NCTV informeren dat Minister heeft toegezegd de Kamer te informeren over hoe familie Nissi geinformeerd is | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 16 januari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 24 januari 2019 |
| 16-01-2019 | Toezegging Minister om de Kamer te informeren over vraag Koopmans over «verplaatsbare» OS (na overleg met Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 16 januari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 24 januari 2019 |
| 22-01-2019 | Toezegging Minister om de Kamer een technologische reactie te sturen over eisen aan leveranciers die in vitale infrastructuur komen en over het screenen van bedrijven die diensten leveren | Mondeling vragenuur d.d. 22 januari 2019 | In behandeling |
| 23-01-2019 | EK – Toezegging Minister en Minister van Defensie: Maximale inzet om INF-verdrag te behouden | Algemene Politieke Beschouwingen d.d. 30 oktober 2018 | In behandeling |
| 23-01-2019 | EK – Toezegging Minister dat Nederland zijn best doet de artikel 7 procedure tegen Hongarije en Polen in de Raad in werking te zetten | Algemene Politieke Beschouwingen d.d. 30 oktober 2018 | In behandeling |
| 23-01-2019 | Toezegging Minister om de uitkomsten van de simulaties in het Rotterdamse havengebied ter voorbereiding op Brexit volgende week met de Kamer te delen | AO Brexit d.d. 23 januari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 6 februari 2019 |
| 24-01-2019 | Toezegging Minister: Delen van overzicht AMvB's m.b.t. Brexit die in voorbereiding zijn | Plenair debat Verzamelwet Brexit d.d. 24 januari 2019 | Aan voldaan met brief d.d.5 februari 2019 |
| 29-01-2019 | Toezegging Minister om schriftelijk terug te komen op de vraag of Levant Front actief heeft deelgenomen aan de inval in Afrin voor 9 februari | Plenair debat over «Nederlandse niet-letale steun aan de gewapende oppositie in Syrië» d.d. 29 januari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 18 februari 2019 |
| 30-01-2019 | Toezegging Minister: Kamer wordt op de hoogte gehouden van het vervolg inzake INF-verdrag | AO RBZ Gymnich d.d. 30 januari 2019 | In behandeling |
| 30-01-2019 | Toezegging Minister: Brief Venezuela: Informatie over voortgang na ultimatum Maduro | AO RBZ Gymnich d.d. 30 januari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 4 februari 2019 |
| 30-01-2019 | Toezegging Minister: Kamer wordt geinformeerd over eventuele aanwezigheid Russische huurlingen en eventuele Russische legerbasis in Venezuela | AO RBZ Gymnich d.d. 30 januari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 6 februari 2019 |
| 13-02-2019 | Toezegging Minister om in Europees verband te verzoeken om een Europees overzicht te maken van lidstaatopties zoals verzocht in de motie Van der Lee (Kst 34 808 nr.19) en daarover schriftelijk te rapporteren voor het volgende AO EU-Informatievoorziening | AO Transparantie en informatievoorziening d.d. 13 februari 2019 | In behandeling |
| 13-02-2019 | Toezegging Minister om de vraagstelling voor de uitvoering van de aangenomen motie Omtzigt (Kst 35 078 nr. 8) over de check op rechtsstatelijkheid en transparantie aan de Kamer voor te leggen en daarbij ook de Eurogroep te betrekken | AO Transparantie en informatievoorziening d.d. 13 februari 2019 | In behandeling |
| 14-02-2019 | Toezegging Minister om in het verslag van de RBZ een overzicht op te nemen van de hulpprogramma's (specifiek van de EU) aan Soedan en doelmatigheid daarvan | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 14 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 22 februari 2019 |
| 14-02-2019 | Toezegging Minister om een verslag van de Midden-Oosten Conferentie in Warschau | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 14 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 22 februari 2019 |
| 15-02-2019 | Toezegging Minister dat de reactie op de motie Omtzigt over rijbewijzen in de week van 11 februari naar de Kamer gestuurd wordt | Staat van de Unie d.d. 7 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 12 februari 2019 |
| 15-02-2019 | Toezegging Minister een schriftelijke appreciatie te geven van het rapport Captured States | Staat van de Unie d.d. 7 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 11 maart 2019 |
| 15-02-2019 | Toezegging Minister schriftelijk terug te komen op de beoordeling van de motie Asscher/Buitenweg inzake de detacheringsrichtlijn | Staat van de Unie d.d. 7 februari 2019 | In behandeling |
| 15-02-2019 | Toezegging Minister schriftelijk terug te komen op de beoordeling van de motie Asscher/Buitenweg inzake een belastingkloof | Staat van de Unie d.d. 7 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 26 februari 2019 |
| 15-02-2019 | Toezegging Minister in een review aan de Kamer informatie te sturen over verbetering van de visumprocedure | AO Consulaire dienstverlening d.d. 13 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 5 juli 2019 |
| 15-02-2019 | Toezegging Minister het nieuwe subsidiekader over juridische bijstand aan gedetineerden in het buitenland nadat het dit jaar wordt gepubliceerd te sturen | AO Consulaire dienstverlening d.d. 13 februari 2019 | In behandeling |
| 15-02-2019 | Toezegging Minister de Kamer te informeren over hoe gevolg wordt gegeven aan het vonnis van de Rechtbank Rotterdam over de zes vrouwen in Koerdistan | AO Consulaire dienstverlening d.d. 13 februari 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 21 februari 2019 |
| 15-02-2019 | Toezegging Minister de uitkomst te delen van het onderzoek naar de wenselijkheid van een verbod op verkiezeingscampagnes door politici uit niet-EU landen voor het zomerreces | Debat over Turkije / Jihadpreek d.d. 14 februari 2019 | In behandeling |
| 06-03-2019 | Toezegging Minister reactie op rapport Brexit-rapporteurs tijdig voor het plenaire debat over de Europese Raad op 19 maart as aan de Kamer toe te zenden | AO Informele Raad Algemene Zaken d.d. 5 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 14 maart 2019 |
| 06-03-2019 | Toezegging Minister het verslag Informele RAZ voor AO over formele RAZ op 14 maart aan te Kamer toe te zenden | AO Informele Raad Algemene Zaken d.d. 5 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 14 maart 2019 |
| 06-03-2019 | Toezegging Minister reactie op aangenomen motie Omtzigt over adviesaanvraag aan de AIV inzake rechtsstatelijkheid, incl. de vraagstelling vlg week aan de Kamer toe te sturen | AO Informele Raad Algemene Zaken d.d. 5 maart 2019 | In behandeling |
| 11-03-2019 | Toezegging Minister om vanaf mei/juni 2020 verslag te doen van de effecten van het notificatie systeem van verkeersovertredingen | Toezegging gedaan in Kamerbrief DPG-125 d.d. 11 maart 2019 | In behandeling |
| 14-03-2019 | Toezegging Minister: In de GA van de Europese top van 21/22 maart zal ingaan op NL appreciatie EU-China strategie/beleid | AO RAZ d.d. 14 maart 2019 en AO RBZ d.d. 14 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 15 maart 2019 |
| 14-03-2019 | Toezegging Minister: In oktober 2019 volgt een nieuw ambtsbericht over Turkije | AO RBZ d.d. 14 maart 2019 | In behandeling |
| 14-03-2019 | Toezegging: Minister zegt toe een schriftelijke reactie op het rapporteursverslag en de daarin opgenomen aanbevelingen aan de Kamer toe te zenden | AO Rechtsstatelijkheid in de Europese Unie d.d. 14 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 2 juli 2019 |
| 19-03-2019 | EK- Toezegging Minister om evaluatie Verzamelwet en gang van zaken Brexit na 1 jaar | (EK)Behandeling Verzamelwet Brexit d.d. 19 maart 2019 | In behandeling |
| 20-03-2019 | Toezegging Minister Kamer te informeren over de wijze waarop de evaluatie van de EU-steun aan politie en grensbewaking in Soedan geregeld is | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 14 maart 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 11 april 2019 |
| 03-04-2019 | Toezegging Minister om in geannoteerde agenda voor de Europese Raad op 10 april terug te komen op de net (2 april) door premier May gepubliceerde voorstellen (aan Commissie) | AO Raad Algemene Zaken d.d. 2 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 10 april 2019 |
| 03-04-2019 | Toezegging Minister om schriftelijk terug te komen op het voorstel van VNO-NCW om een overgangstermijn voor bedrijven na de brexitdatum i.v.m. de mogelijke wijzigingen in regelgeving | AO Raad Algemene Zaken d.d. 2 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 5 april 2019 |
| 03-04-2019 | Toezegging Minister om een kabinetsappreciatie te sturen van de te verwachten nieuwe documenten inzake transparantie van de Euopese besluitvorming van het Raadssecretariaat | AO Raad Algemene Zaken d.d. 2 april 2019 | In behandeling |
| 03-04-2019 | Toezegging Minister om een vertrouwelijke briefing te verzorgen inzake het krachtenveld op het transparantiedossier | AO Raad Algemene Zaken d.d. 2 april 2019 | In behandeling |
| 03-04-2019 | Toezegging door Minister om bij de volgende Raad Algemene Zaken (9 april) de rol van de Europese Commissie aan de orde te stellen | AO Raad Algemene Zaken d.d. 2 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 10 april 2019 |
| 03-04-2019 | Toezegging Minister om in het verslag van de Raad Algemene Zaken d.d. 9 april terug te komen op de gesloten akkoorden op de deelverordeningen inhet Meerjarig Financieel Kader 2021–2027 | AO Raad Algemene Zaken d.d. 2 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 10 april 2019 |
| 03-04-2019 | Toezegging Minister om in het verslag van RBZ inzicht te geven in de aard, omvang en effectiviteit van het steunprogramma voor het Oostelijk Partnerschap | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 2 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 11 april 2019 |
| 03-04-2019 | Toezegging Minister om te reflecteren op de bevindingen in het bij de Universiteit Leiden gepresenteerde rapport over de inzet van Noord-Koreaanse dwangarbeiders in China | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 2 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 11 april 2019 |
| 03-04-2019 | Toezegging Minister om in een brief terug te komen op rapport externe accountant van de NAVO voor de volgende NAVO ministeriële | AO NAVO d.d. 2 april 2019 | In behandeling |
| 10-04-2019 | Toezegging Minister om reactie op brief van Bill Cash aan Tusk | ER debat d.d. 10 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 11 april 2019 |
| 10-04-2019 | Toezegging Minister: Kamerbrief over mogelijke aansprakelijkheid Oekraine | AO MH17 d.d. 10 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 2 mei 2019 |
| 18-04-2019 | Toezegging Minister: Een week of twee met een brief komen die M bespreekt met collega's van LNV en Onderwijs, waar de organisaties genoemd waren, Minister geeft oordeel over beide moties | Dertigledendebat over Myanmar d.d. 17 april 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 13 mei 2019 |
| 15-05-2019 | Toezegging Minister: Kamerbrief met appreciatie van Turkije als uitvalsbasis voor IS | AO Turkije d.d. 15 mei 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 28 mei 2019 |
| 03-06-2019 | Toezegging Minister dat de informatievoorziening op verschillende overheidswebsites wordt geupdatet | dertigledendebat Myanmar d.d. 13 mei 2019 | In behandeling |
| 03-06-2019 | Toezegging Minister: Kamer ontvangt een notificatie als het verzoek van de VS voor een Nederlandse bijdrage aan het veiligheidsmechanisme concreter is (als er iets te notificeren is) | AO Voortgangsrapportage NL bijdrage anti-ISIS coalitie en brede veiligheidsinzet Irak 2019 d.d. 28 mei 2019 | Aan voldaan met brief d.d. 21 juni 2019 |
| 27-06-2019 | Toezegging Minister om een Kamerbrief te sturen over omgang met dubbele nationaliteit in Turkije en over bemoeienis Nederlandse handhavingsautoriteiten met lopende consulaire casuistiek | Plenaire debat over bericht dat de fractievoorzitter van de SP Eindhoven wordt vastgehouden in Turkije, d.d. 26 juni 2019 | In behandeling |
| 08-07-2019 | Toezegging Minister aan EK om naar de positie van Russische PACE-leden die op sanctielijst van EU staan te kijken | Kennismakingsgesprek M met de Vaste Commissie van EUZA in de Eerste Kamer d.d. 2 juli 2019 | In behandeling |
| 10-07-2019 | Toezegging Minister: zal samen met MinJenV nagaan of er andere plekken in Libië/Tripoli zijn waar vluchtelingen een veilig heenkomen kunnen vinden naar aanleiding van recente bombardementen en zal daar de Kamer schriftelijk over informeren | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 3 juli 2019 | In behandeling |
| 10-07-2019 | Toezegging Minister om de Kamer een appreciatie te sturen over de civiele missie CAR zodra daarover meer bekend is. | AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 3 juli 2019 | In behandeling |
Artikel 7: Apparaat
Stand ontwerp begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting (3) | Stand 2e suppletoire begroting | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties Miljoenennota | Overige mutaties 2e suppletoire begroting | |||||
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | ||
(1) | (2) | (4)=(2+3) | ||||
Verplichtingen | 819 826 | 897 228 | 26 529 | ‒ 75 704 | 848 053 | |
Uitgaven | 819 826 | 897 228 | 26 529 | ‒ 75 704 | 848 053 | |
7.1.13 | Personele uitgaven | 539 269 | 559 602 | ‒ 1 200 | ‒ 21 404 | 536 998 |
7.1.13.1 | Eigen personeel | 527 269 | 547 602 | ‒ 1 200 | ‒ 21 404 | 524 998 |
7.1.13.2 | Inhuur extern | 12 000 | 12 000 | 0 | 0 | 12 000 |
7.1.13.3 | overige personeel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
7.1.14 | Materiele uitgaven | 280 557 | 337 626 | 27 729 | ‒ 54 300 | 311 055 |
7.1.14.1 | ICT | 60 200 | 60 200 | 0 | ‒ 70 | 60 130 |
7.1.14.2 | Bijdragen aan SSO's | 65 091 | 65 048 | 0 | ‒ 10 244 | 54 804 |
7.1.14.3 | Overige materieel | 155 266 | 212 378 | 27 729 | ‒ 43 986 | 196 121 |
7.2 | Koersverschillen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Ontvangsten | 41 450 | 54 250 | 0 | ‒ 3 900 | 50 350 | |
7.10 | Diverse ontvangsten | 41 450 | 54 250 | 0 | ‒ 3 900 | 50 350 |
7.11 | Koersverschillen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Verplichtingen
Binnen het apparaatsartikel zijn de verplichtingen gelijk aan de uitgaven.
Uitgaven
7.1.13 Personele uitgaven
De personele uitgaven dalen per saldo met EUR 21,4 miljoen. Op uitgezonden personeel houden we in totaal EUR 14,4 miljoen over. Dit komt door lagere uitgaven op permanente vergoeding buitenland en een teruggave op overige vergoedingen uitgezonden personeel. Ook wordt voor lokaal personeel minder uitgegeven dan eerder geraamd doordat de beoogde intensiveringen niet zijn gerealiseerd. Voor ambtelijk personeel is met name sprake van onderuitputting op de uitgaven vanwege het feit dat niet alle openstaande vacatures in het kader van de intensiveringen vervuld zijn (EUR 7,1 miljoen). Vanuit Economische Zaken en Klimaat wordt een bedrag van EUR 2,7 miljoen overgeheveld ter verrekening van loonkosten voor personeel van dit ministerie dat werkzaam is op Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.
7.1.14 Materiële uitgaven
– Bijdragen aan SSO's:
• Er wordt EUR 10,2 miljoen overgeheveld naar FMHaaglanden ten behoeve van de facilitaire dienstverlening op de Rijnstraat 8. Voorheen werd dit jaarlijks gefactureerd.
– Overige materieel:
• Er zijn middelen toegevoegd bij Miljoenennota 2020 aan de overige materiële uitgaven ten behoeve van investeringen in de veiligheid van hoog-risico posten (EUR 28 miljoen). Deze middelen worden vervolgens grotendeels (EUR 22 miljoen) doorgeschoven naar komende jaren via eindejaarsmarge, om beter aan te sluiten bij het kasritme van de uitgaven.
• Er wordt een bedrag van EUR 14 miljoen meegenomen via de middelenafspraak huisvesting naar komende jaren ten behoeve van het moderniseren, verduurzamen en rationaliseren van de vastgoedportefeuille. Hiernaast wordt EUR 1,3 miljoen meegenomen naar komend jaar via de eindejaarsmarge vanwege vertraagde onderhoudskosten.
Ontvangsten
– Door COVID-19 is de verkoop van een aantal panden vertraagd. Dit leidt tot EUR 7 miljoen lagere ontvangsten op het gebied van huisvesting. Dit wordt gedesaldeerd met de uitgaven. Tegelijkertijd vallen de ontvangsten van o.a. huren op co-locaties lager uit dan gebudgetteerd (EUR 1,4 miljoen). Tot slot is er meer gerealiseerd op de verrekening van de loonkosten lokaal personeel (EUR 4,5 miljoen). Dit betreft deels ontvangsten op uitgaande facturen van 2019.
5.3 Niet-beleidsartikel 7: Apparaat
Stand ontwerp begroting | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB | Vastgestelde begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | Mutaties 1e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
(1) | (2) | (3)=(1+2) | (4) | (5)=(3+4) | ||||||
Verplichtingen | 814 826 | 5 000 | 819 826 | 77 402 | 897 228 | 59 254 | 65 290 | 60 290 | 62 790 | |
Uitgaven | 814 826 | 5 000 | 819 826 | 77 402 | 897 228 | 59 254 | 65 290 | 60 290 | 62 790 | |
7.1.1 | Personele uitgaven | 535 114 | 4 155 | 539 269 | 20 333 | 559 602 | 26 871 | 26 871 | 26 871 | 26 871 |
Eigen personeel | 523 114 | 4 155 | 527 269 | 20 333 | 547 602 | 26 871 | 26 871 | 26 871 | 26 871 | |
Inhuur extern | 12 000 | 12 000 | 0 | 12 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Overige personele uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
7.1.2 | Materiele uitgaven | 279 712 | 845 | 280 557 | 57 069 | 337 626 | 32 383 | 38 419 | 33 419 | 35 919 |
ICT | 60 000 | 200 | 60 200 | 0 | 60 200 | |||||
Bijdragen aan SSO's | 65 091 | 65 091 | ‒ 43 | 65 048 | ||||||
Overige materieel | 154 621 | 645 | 155 266 | 57 112 | 212 378 | 32 383 | 38 419 | 33 419 | 35 919 | |
7.2 | Koersverschillen | pm | pm | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 41 450 | 41 450 | 12 800 | 54 250 | 5 300 | 5 300 | 5 300 | 5 300 | ||
7.10 | Diverse ontvangsten | 41 450 | 41 450 | 12 800 | 54 250 | 5 300 | 5 300 | 5 300 | 5 300 | |
7.11 | Koersverschillen | pm | pm | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
verplichtingen
Binnen het apparaatsartikel zijn de verplichtingen gelijk aan de uitgaven. Het verplichtingenbudget wordt daarmee gelijkgetrokken.
Uitgaven
Artikel 7.1.1
De uitgaven voor personeel nemen meerjarig toe. Deze mutatie bestaat uit een aantal onderdelen en wordt onder meer veroorzaakt door de budgettaire verwerking van twee ingediende amendementen: (1) opening van een ambassade in Jerevan en (2) versterking van het postennet op terrein van mensenrechten, migratie en veiligheidsdreigingen. In de Kamerbrief «Weging Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland» van 15 december 2019 wordt nader uiteengezet hoe de beide amendementen worden ingevuld. Verder stijgt het budget als gevolg van de loon- en prijsontwikkeling, zowel voor het personeel in Nederland als op de posten. Deze uitgaven worden vanuit de voorziening binnen de HGIS gefinancierd. Ook wordt vanuit de extra consulaire opbrengsten aanvullend personeel ingezet om de autonome groei van de visumafgifte te financieren en wordt ook de kostendekkendheid van het visumproces verbeterd. Daarbij wordt voor 2020 wel rekening gehouden met tegenvallende visumontvangsten vanwege COVID-19 en de daarmee samenhangende reisrestricties. Ten slotte worden extra uitgaven verricht voor andere ministeries, waarvan de medewerkers op ambassades werkzaam zijn. Dit wordt via de extra ontvangsten verrekend.
Artikel 7.1.2
De materiële uitgaven stijgen als gevolg van de investeringen in vastgoed die in 2020 verricht zullen worden. Deze middelen zijn nodig ter rationalisering van de vastgoedportefeuille. Een deel wordt opgebracht uit de verkoop van onroerend goed in 2020 en een deel is afkomstig uit de reservering die is gemaakt als onderdeel van de middelenafspraak huisvesting. Om daarnaast het postennet in zijn huidige vorm te kunnen behouden is het vanwege verhoogde veiligheidsrisico’s noodzakelijk om op korte termijn de beveiliging van een aantal hoog-risico posten te versterken. Hiervoor wordt extra budget vrijgemaakt door een gedeelte van de eindejaarsmarge van Buitenlandse Zaken, Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in te zetten en door een aantal programma-uitgaven binnen het artikel veiligheid en stabiliteit te verlagen. Het betreft incidentele uitgaven voor de periode 2020-2024 voor maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het personeel op deze posten te waarborgen. Ten slotte stijgt het budget als gevolg van prijsontwikkelingen op het terrein van bedrijfsvoering, ICT en huisvesting. Deze middelen worden vanuit de reservering binnen de HGIS ingezet.
Ontvangsten
Artikel 7.1.0
Vanwege de hogere doorbelasting van kosten aan andere departementen nemen de apparaatsontvangsten toe. Daarnaast is verkoop vastgoed buitenland voorzien. Een deel van deze extra ontvangsten kunnen in hetzelfde jaar opnieuw worden ingezet om investeringen te doen binnen de kaders van de huisvestingsstrategie.
BIJLAGE 3: OVERZICHT SUBSIDIES BUITENLANDSE ZAKEN
Bedragen x 1.000 euro
Bedragen zijn gebaseerd op de kasramingen per individuele verplichting geregistreerd in het managementinformatiesysteem per 26 juni 2019. De toerekening van de geregistreerde subsidieverplichtingen aan de relevante subsidieregelingen is handmatig tot stand gekomen. Er wordt een voorbehoud gemaakt omtrent de juistheid en volledigheid van de gegevens opgenomen in onderstaand subsidieoverzicht. De huidige subsidieregeling voor het mensenrechtenfonds loopt tot en met 2021. De evaluatie van deze subsidieregeling zal in samenhang met de evaluatie van het mensenrechtenbeleid worden uitgevoerd in 2021 en aan de Tweede Kamer worden aangeboden in 2022.
| Begrotingsartikel | Naam subsidieregeling | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink vindplaats) | Volgende evaluatie (jaartal) | Einddatum subsidie (regeling jaartal) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1.1. | 7.497 | 4.212 | 532 | 444 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 1.2. | 138 | 2022 | 2015 | ||||||||
| 1.2. | 6.795 | 4.900 | 2.690 | 270 | 314 | 0 | 0 | 2022 | 2021 | ||
| 1.2. | 1.126 | 219 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2014 | ||
| 1.2. | 865 | 106 | 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2016 | ||
| 1.2. | 15.500 | 12.897 | 8.734 | 2.345 | 85 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.1. | 1.590 | 1.325 | 334 | 99 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.2. | 7.532 | 4.848 | 2.577 | 1.219 | 470 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.3. | 106 | 100 | 48 | 48 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.4. | 9.352 | 939 | 0 | 291 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2020 | ||
| 2.4. | 16.341 | 12.046 | 3.064 | 649 | 204 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 2.5. | 3.261 | 2.584 | 918 | 277 | 222 | 0 | 0 | 2021 | 2020 | ||
| 2.5. | 1.290 | 267 | 916 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2019 | 2019 | ||
| 2.5. | 461 | 467 | 27 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2021 | 2018 | ||
| 2.5. | 3.178 | 2.388 | 197 | 13 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 3.4. | 418 | 348 | 348 | 348 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 4.1. | 1.034 | 294 | 108 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2019 Beleidsdsdoorlichting Consulaire belangenbehartiging | 2016 | ||
| 4.1. | 490 | 572 | 41 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2020 | 2019 | ||
| 4.3. | 1.564 | 1.820 | 1.382 | 207 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 4.4. | 6.206 | 2.098 | 2.123 | 459 | 198 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| 7.1. | 80 | 99 | 28 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||
| Totaal subsidieregelingen | 84.823 | 52.529 | 24.084 | 6.669 | 1.494 | 0 | 0 | ||||
BIJLAGE 4: OVERZICHT EVALUATIE EN OVERIG ONDERZOEK
| 1 | Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van de mensenrechten en Gastlandbeleid internationale organisaties | Doelstelling | Titel/onderwerp | Start | Afronding |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1a | Beleidsdoorlichtingen | ||||
| 1 | Beleidsdoorlichting beleidsartikel 1: Versterkte internationale rechtsorde | 2023 | |||
| 1b | Ander ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1.1 | Bevordering internationale rechtsorde (zie ook 2.4) | 2022 | |||
| 1.2 | Mensenrechtenbeleid en mensenrechtenfonds1 | 2022 | |||
| 3 | Overig onderzoek | ||||
| 1.2 | Contributie RNW | 2021 | |||
| 2 | Veiligheid en stabiliteit | Doelstelling | Titel | Start | Afronding |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1a | Beleidsdoorlichtingen | ||||
| 2 | Beleidsdoorlichting beleidsartikel 2: Veiligheid en stabiliteit | 2022 | |||
| 2.3 | Nederlandse inzet op non-proliferatie, wapenbeheersing en exportcontrole van strategische goederen1 | 2019 | |||
| 2.5 | Europees Nabuurschapsbeleid (zie ook 3.2)2 | 2019 | |||
| 1b | Ander ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 2.1 | NL inzet GVDB | 2020 | |||
| 2.4 | Bevordering internationale rechtsorde (zie ook. 1.1) | 2022 | |||
| 2.5 | Shiraka overheidssamenwerking | 2021 | |||
| 2.5 | Landenstudie Stabiliteitsfonds en Shiraka (samen met BHOS art 4.3) | 2021 | |||
| 2.5 | MENA beurzenprogramma | 2019 | |||
| 2.5 | NFRP: Matra en Shiraka | 2024 | |||
| 2.5 | NFRP politieke partijen programma | 2020 | |||
| 3 | Overig onderzoek | ||||
| 2.2 | Buitenlands beleid counter terrorisme | 2021 | |||
| 2.2 | Cybersecurity | 2020 | |||
| 2.5 | Humanitair ontmijnen | 2019 | |||
De beleidsdoorlichting «Nederlandse inzet op non-proliferatie, wapenbeheersing en exportcontrole van strategische goederen» is op 22 januari aan de Tweede Kamer aangeboden (zie 33 694-38).
| 3 | Effectieve Europese samenwerking | Doelstelling | Titel | Start | Afronding |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1a | Beleidsdoorlichtingen | ||||
| 3 | Beleidsdoorlichting beleidsartikel 3: Effectieve Europese samenwerking | 2022 | |||
| 3.2 | Europees nabuurschapbeleid (zie ook 2.5)1 | 2019 | |||
| 1b | Ander ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 3.1, 3.4 | Coördinatie en coalitievorming EU beleid aan de hand van cases | 2021 | |||
| 3.4 | Evaluatie van de verdragsmatige Benelux-samenwerking (Benelux Unie) | 2020 | |||
| 3 | Overig onderzoek | ||||
| 4 | Consulaire dienstverlening en uitdragen van Nederlandse waarden | Doelstelling | Titel | Start | Afronding |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 1a | Beleidsdoorlichtingen | ||||
| 4 | Beleidsdoorlichting beleidsartikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden | 2018 | 2019 | ||
| 1b | Ander ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid | ||||
| 4.1, 4.2 | Consulaire dienstverlening | 2019 | |||
| 4.3 | Prins Claus Fonds | 2021 | |||
| 4.3 | Creative twinning programma | 2021 | |||
| 3 | Overig onderzoek | ||||
BIJLAGE 5: LIJST VAN AFKORTINGEN
| 3W | Wereld Wijd Werken |
| ACS-landen | Groep van landen uit Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. |
| ACOR | Advisory Committee on the Communities» own Resources |
| ACOTA | Africa Contingency Operations Training & Assistance |
| AIV | Adviesraad Internationale Vraagstukken |
| ATT | Arms Trade Treaty |
| BBP | Bruto Binnenlands Product |
| BHOS | Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking |
| BNI | Bruto Nationaal Inkomen |
| Brexit | Uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie |
| BTW | Omzetbelasting |
| BTWC | Biologisch en Toxische Wapens Verdrag |
| BUZA of BZ | Ministerie van Buitenlandse Zaken |
| CBS | Centraal Bureau voor de Statistiek |
| CSO | Consulaire Service Organisatie |
| CTBT(O) | Comprehensive Nuclear Test-Ban Treaty (Organization) |
| EIPA | European Institute of Public Administration |
| EMB | Eigen Middelen Besluit |
| EOF | Europees Ontwikkelingsfonds |
| EU | Europese Unie |
| EUROSTAT | Het statische bureau van de Europese Unie |
| EVRM | Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens |
| EZK | Ministerie van Economische Zaken en Klimaat |
| FSO | Financiële Service Organisatie |
| GBVS | Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie |
| GVDB | Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid |
| HGIS | Homogene Groep Internationale Samenwerking |
| HNW | Het Nieuwe Werken |
| IAEA | International Atomic and Energy Agency |
| ICB | Internationaal Cultuurbeleid |
| ICC | International Criminal Court |
| ICT | Informatie- en Communicatietechnologie |
| ICCT | International Centre for Counter-Terrorism |
| IIIM | International, Impartial and Independent Mechanism |
| IO’s | Internationale Organisaties |
| IOM | International Organisation for Migration |
| ISIS | Islamitic State of Iraq and Syria |
| JBZ | Raad Justitie en Binnenlandse Zaken |
| J&V | Het Ministerie van Justitie en Veiligheid |
| LGO | Landen en Gebieden Overzee |
| LHBTI | Lesbiennes, Homo’s, Bi- en Transseksuelen en Interseksuelen |
| MATRA | Maatschappelijke Transformatie |
| MENA | Midden-Oosten en Noord-Afrika |
| MFK | Meerjarig Financieel Kader |
| MICT | Restmechanisme voor Internationale Strafhoven |
| MVV | Machtiging tot Voorlopig Verblijf |
| NAVO | Noord-Atlantische Verdrags Organisatie |
| NGO | Non-Gouvernementele Organisatie |
| NPDI | Non-proliferation and Disarment Initiative |
| NPV | Non-Proliferatie Verdrag (189) |
| ODA | Official Development Assistance (officiële ontwikkelingshulp) |
| OESO | Organisatie Economische Samenwerking en Ontwikkeling |
| OHCHR | Hoge commissaris voor de Rechten van de Mens |
| OS | Ontwikkelingssamenwerking |
| OVSE | Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa |
| OPCW | Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons |
| PACE | Parliamentary Assembly of the Council of Europe |
| PESCO | Permanent Gestructureerde Samenwerking |
| POBB | Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid |
| RAZ | Raad Algemene Zaken |
| RBZ | Raad Buitenlandse Zaken |
| RvE | Raad van Europa |
| Shiraka | Partnerschappen voor ondersteuning democratische transitie in de Arabische regio |
| SSO | Shared Service Organisatie |
| SSR | Security Sector Reform |
| UNHCR | Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen |
| VAO | Verslag Algemeen Overleg |
| VK | Verenigd Koninkrijk |
| VN | Verenigde Naties |
| VNVR | Veiligheidsraad van de Verenigde Naties |
| VS | Verenigde Staten |
| WEU | West-Europese Unie |
| ZBO | Zelfstandig Bestuursorgaan |