Base description which applies to whole site

4.2 Apparaat Kerndepartement

Tabel 19 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB, NvW en amendementen) (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

   

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 

Verplichtingen

277.396

291.755

‒ 3.085

‒ 4.919

283.751

       

Uitgaven

277.396

291.755

‒ 3.085

‒ 4.919

283.751

      

Personele uitgaven

210.166

221.109

‒ 565

‒ 963

219.581

waarvan eigen personeel

200.632

210.362

‒ 665

‒ 963

208.734

waarvan inhuur externen

5.749

6.519

100

0

6.619

waarvan overige personele uitgaven

3.785

4.228

 

0

4.228

Materiële uitgaven

 

67.230

70.646

‒ 3.926

‒ 3.956

62.764

waarvan ICT

26.274

24.563

‒ 150

‒ 1.508

22.905

waarvan bijdrage aan SSO's

22.973

16.583

109

‒ 173

16.519

waarvan overige materiële uitgaven

17.983

29.500

‒ 3.885

‒ 2.275

23.340

Begrotingsreserve schatkistbankieren

0

0

1.406

 

1.406

       

Ontvangsten

567

567

1.406

0

1.973

In de kolom «Mutaties tweede suppletoire begroting 2020» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand eerste suppletoire begroting 2020» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Personele uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 1,5 miljoen verlaagd. De verlaging wordt veroorzaakt door:

  • diverse kasschuiven (-/- € 3,1 miljoen): de geplande vervanging van werkplekmonitoren is vertraagd en doorgeschoven van 2020 naar 2021. Daarnaast worden de middelen die jaarlijks worden gereserveerd voor de vervanging van andere hardware geschoven naar de jaren waarin de uitgaven daadwerkelijk worden verwacht;

  • diverse interne en interdepartementale overboekingen (€ 1,6 miljoen), zoals de bijdrage van het ministerie van EZK aan de AWTI en de bijdrage van het ministerie van SZW aan de uitvoering van de taak Vertrouwensinspectie Kinderopvang door de Inspectie van het Onderwijs.

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 7,9 miljoen verlaagd. Deze verlaging wordt veroorzaakt door:

  • diverse kasschuiven (-/- € 6,2 miljoen): Een aantal projecten heeft vertraging opgelopen onder andere door corona. Het gaat dan bijvoorbeeld om de geplande vervanging van de beveiligingsoftware van mobiele devices en de overdracht van bepaalde ICT-taken naar een nieuwe ICT-dienstverlener. Hierdoor zijn deze uitgaven doorgeschoven van 2020 naar 2021;

  • diverse interne en interdepartementale overboekingen (-/- € 1,7 miljoen), zoals een overboeking naar beleidsartikel 3 (Voortgezet onderwijs) voor beheer en ontwikkeling van het schoolleidersregisters en een overboeking naar het ministerie van SZW betreffende de exploitatiekosten voor het ICT-beheer door het FDC.

Begrotingsreserve schatkistbankieren

Het budget voor Begrotingsreserve schatkistbankieren wordt per saldo met € 1,4 miljoen verhoogd.

Het ministerie van OCW staat garant voor onderwijsinstellingen die bij de Staat lenen (schatkistbankieren). Voor het risico dat het ministerie hierdoor loopt, ontvangt het ministerie van OCW een vergoeding (risicopremie). Deze premie wordt (via een desaldering) toegevoegd aan de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

Ontvangsten

Het budget wordt per saldo met € 1,4 miljoen verhoogd. Zie hiervoor de toelichting bij de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

Licence