Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 3

Bij het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën en de begrotingsstaat van Nationale Schuld voor het jaar 2021 wordt de Comptabiliteitswet 2016 gewijzigd. De in die wet onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën voorgestelde wijziging houdt in dat de begroting van het Nationaal Groeifonds als niet-departementale begroting wordt toegevoegd aan de rijksbegroting, waarbij de Minister van Economische Zaken en Klimaat verantwoordelijk is voor het beheer van de begroting van het Nationaal Groeifonds. Aangezien de wijziging van de Comptabiliteitswet 2016 voorziet in de juridische grondslag voor het Nationaal Groeifonds, kan het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Nationaal Groeifonds alleen in werking treden nadat de wijziging van de Comptabiliteitswet 2016 met terugwerkende kracht in werking is getreden. Daartoe ziet deze samenloopbepaling.

Als de genoemde wijziging van de Comptabiliteitswet 2016 in werking is getreden, treedt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Nationaal Groeifonds voor het jaar 2021 in beginsel in werking met ingang van 1 januari 2021. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst wordt uitgegeven op of na 1 januari 2021, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte en werkt zij terug tot en met 1 januari 2021.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Licence