Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5.1 Sociale fondsen SZW

Deze paragraaf beschrijft de financiering van de premie-uitgaven onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Hiertoe zijn de door de Minister van SZW vastgestelde premiepercentages voor de volks- en werknemersverzekeringen opgenomen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de exploitatiesaldi en vermogensposities van de sociale fondsen.

5.1.1 Premiepercentages 2021

Premievaststelling

Jaarlijks stelt de Minister van SZW de premiepercentages volks- en werknemersverzekeringen vast. De voorstellen hiertoe voor 2021 zijn in tabel 115 opgenomen. Deze premiestelling heeft het kabinet beoordeeld binnen het lastenkader voor huishoudens en bedrijven en de koopkrachtontwikkeling. Een aantal premiepercentages is nog onder voorbehoud van (definitieve) vaststelling. Het saldo van de premie-inkomsten en de premiegefinancierde uitgaven (het exploitatiesaldo van de fondsen) is onderdeel van het EMU-saldo van de overheid als geheel.

AOW

Het premiepercentage voor de Algemene ouderdomswet (AOW) wordt op hetzelfde niveau vastgesteld als in 2020. Bij het Ouderdomsfonds zijn de premieopbrengsten niet voldoende om de uitgaven te dekken. De inkomsten van het Ouderdomsfonds worden daarom aangevuld door middel van rijksbijdragen (zie ook artikel 12). De AOW-premie wordt gecombineerd geheven met de loon- en inkomstenbelasting. Uit het Ouderdomsfonds worden de uitgaven op grond van de AOW betaald. Die uitgaven bestaan zowel uit het ouderdomspensioen (de AOW-uitkering) als de inkomensondersteuning in aanvulling op het ouderdomspensioen (de IOAOW).

Anw

Het premiepercentage voor de Algemene Nabestaandenwet (Anw) wordt op hetzelfde niveau vastgesteld als in 2020.

Awf

Het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) financiert de WW-uitkeringen van marktwerkgevers. Als gevolg van de Wab zijn er vanaf 2020 twee premietarieven binnen het Awf: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden. Het lage tarief wordt voor 2021 geraamd op 2,70 procent en het hoge tarief op 7,70 procent. Het (gewogen) gemiddelde van de AWf-werkgeverspremie bedraagt dan 3,95 procent. Definitieve vaststelling van de AWf-premie vindt plaats in oktober.

Ufo

Alleen overheidswerkgevers betalen de Ufo-premie. De Ufo-premie wordt voor 2021 gelijk gehouden op 0,68 procent.

Uniforme opslag kinderopvang

De premieopslag kinderopvang voor 2020 blijft met 0,5 procent gelijk aan die in 2020. De premieopslag kinderopvang wordt door werkgevers betaald door middel van een opslag op de Aof-premie.

Aof

De Aof-premie is (voorlopig) vastgesteld op 7,03 procent. Definitieve vaststelling van de Aof-premie vindt plaats in oktober.

Whk

De premie voor de Werkhervattingskas (Whk), waaruit de uitkeringen voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) worden betaald, is door UWV voor 2021 vastgesteld op 1,36 procent.

Tabel 115 Premiepercentages sociale verzekeringen (%)

Premie

Fonds

Uitgaven

Betaald door

2020

2021

AOW

Ouderdomsfonds

AOW

Werknemer

17,90

17,90

Anw

Nabestaandenfonds

Anw

Werknemer

0,10

0,10

      

Awf

Algemeen Werkloosheidsfonds

WW, ZW

Werkgever

4,19

3,95

Awf-laag

Algemeen Werkloosheidsfonds

WW, ZW

Werkgever

2,94

2,70

Awf-hoog

Algemeen Werkloosheidsfonds

WW, ZW

Werkgever

7,94

7,70

Ufo

Uitvoeringsfonds voor de overheid

WW, ZW, WGA overheid

Werkgever

0,68

0,68

      

Aof

Arbeidsongeschiktheidsfonds

WGA, IVA, WAO, WAZ, WAZO, ZW

Werkgever

6,77

7,03

Aof

Uniforme opslag kinderopvang

Kinderopvang

Werkgever

0,50

0,50

Whk

Werkhervattingskas (rekenpremie)

WGA, ZW

Werkgever

1,28

1,36

5.1.2 Sociale fondsen

Exploitatiesaldi

De premiegefinancierde uitgaven worden vanuit de sociale fondsen gedaan. Op basis van de eerdergenoemde premiepercentages voor 2020 en 2021 en de verwachte ontwikkeling van de desbetreffende grondslagen zijn de ontvangsten van de sociale fondsen geraamd in tabel 116 en 117. Hierbij is rekening gehouden met de bijdragen aan de fondsen van het Rijk en de onderlinge betalingen van de fondsen. Het saldo tussen betaalde en ontvangen onderlinge betalingen is voor de sociale verzekeringen negatief, omdat uit enkele van deze fondsen premies voor de zorgverzekering worden betaald. Tegenover deze negatieve saldi staan dus positieve saldi bij de zorgfondsen.

In de onderstaande tabellen worden de arbeidsongeschiktheidsfondsen (het Aof en de Whk) samen weergegeven.

Het exploitatiesaldo van de fondsen is het verschil tussen de premie-inkomsten en de premiegefinancierde uitgaven van de fondsen. In 2021 bedraagt dit saldo naar verwachting € 4,2 miljard voor alle fondsen samen. Het positieve saldo wordt met name veroorzaakt door de arbeidsongeschiktheidsfondsen. Het exploitatiesaldo van de fondsen maakt onderdeel uit van het totale EMU-saldo.

Het exploitatiesaldo van het Anw-fonds is negatief doordat de rijksbijdrage op nul is vastgesteld. Hierdoor wordt het vermogensoverschot in het Anw-fonds langzaam teruggebracht (zie ook tabel 118).

Tabel 116 Overzicht sociale verzekeringen 2020 (bedragen x € 1 mln)
 

AOW

Anw

AO

WW

Totaal

Premies

23.246

137

17.959

8.550

49.891

Bijdragen van het Rijk

19.881

0

234

127

20.242

Ontvangen onderlinge betalingen

0

0

1.349

890

2.239

Saldo Interest

38

‒ 1

39

35

110

Totaal Ontvangsten

43.164

135

19.581

9.602

72.483

      

Uitkeringen/ Verstrekkingen

41.282

339

12.736

5.080

59.437

Uitvoeringskosten

140

9

455

1.213

1.817

Betaalde onderlinge betalingen

519

21

2.149

1.050

3.739

Totaal Uitgaven

41.941

370

15.340

7.343

64.994

      

Exploitatiesaldo

1.223

‒ 234

4.241

2.259

7.489

Bron: SZW en CPB (MEV 2021).

Tabel 117 Overzicht sociale verzekeringen 2021 (bedragen x € 1 mln)
 

AOW

Anw

AO

WW

Totaal

Premies

21.054

146

18.932

8.262

48.392

Bijdragen van het Rijk

22.498

0

233

130

22.861

Ontvangen onderlinge betalingen

0

0

1.560

553

2.114

Saldo Interest

40

‒ 4

80

47

164

Totaal Ontvangsten

43.592

142

20.805

8.991

73.531

      

Uitkeringen/ Verstrekkingen

43.157

318

13.094

7.098

63.667

Uitvoeringskosten

129

9

471

1.159

1.768

Betaalde onderlinge betalingen

541

21

2.252

1.108

3.922

Totaal Uitgaven

43.827

347

15.817

9.365

69.356

      

Exploitatiesaldo

‒ 235

‒ 205

4.989

‒ 374

4.175

Bron: SZW en CPB (MEV 2021).

In tabel 118 wordt voor de jaren 2020 en 2021 de verwachte vermogenspositie van de verschillende fondsen weergegeven. De vermogens van de fondsen worden vergeleken met de normen. Een vermogen gelijk aan de norm geeft aan dat het fonds gemiddeld genomen over het jaar over voldoende liquiditeiten beschikt om de uitkeringen te financieren. De middelen van de fondsen worden aangehouden op een rekening-courant bij het Rijk. Indien er sprake is van een vermogenstekort zal het Rijk niet alleen tijdelijk gedurende het jaar maar ook langduriger deze tekorten moeten aanvullen via de rekening-courant.

Het vermogensoverschot van de fondsen stijgt naar verwachting in 2021 naar bijna € 16 miljard. Dat overschot is vooral te danken aan de overschotten in het Anw-fonds en in de arbeidsongeschiktheidsfondsen. Zoals hierboven beschreven daalt het vermogen in het Anw-fonds doordat de rijksbijdrage is afgeschaft. Het vermogensoverschot van de arbeidsongeschiktheidsfondsen stijgt. Na jaren van positieve exploitatiesaldi, en dus een stijgend vermogen, daalt de vermogenspositie van het werkloosheidsfonds in 2021. Dat komt voornamelijk door de sterke geraamde stijging van de WW-uitkeringen, die uit het werkloosheidsfonds worden betaald. Dankzij de rijksbijdrage aan het vermogenstekort in het Ouderdomsfonds blijft het vermogen in het Ouderdomsfonds positief.

Tabel 118 Vermogens sociale fondsen 2020 en 2021 (bedragen x € 1 mln)
 

ultimo 2020

ultimo 2021

 

Feitelijk vermogen

Normvermogen

Vermogens-overschot

Feitelijk vermogen

Normvermogen

Vermogens-overschot

Ouderdomsfonds

1.729

1.095

634

1.494

1.147

347

Anw-fonds

3.166

47

3.119

2.961

45

2.916

Arbeidsongeschiktheidsfondsen

16.626

653

15.973

21.615

673

20.942

WW-fondsen

‒ 6.084

1.879

‒ 7.963

‒ 6.458

1.879

‒ 8.336

Totaal sociale fondsen

15.438

3.675

11.763

19.613

3.744

15.869

Bron: CPB, MEV 2021.

Licence