Base description which applies to whole site

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties 2022 (Eerste Suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Art.

Uitgaven

Ontvangsten

Vastgestelde begroting 2022

 

7.201,3

7.201,3

    

Belangrijkste suppletoire mutaties

   

1. Saldo 2021

divers

414,4

414,4

2. Overboekingen HXII

divers

‒ 87,9

‒ 87,9

3. Programma actualisaties

divers

‒ 48,3

‒ 48,3

4. Overboekingen andere begrotingen

12/15/19

12,5

12,5

5. Bijdragen derden

divers

16,9

16,9

6. CA-middelen

 

379,5

379,5

a. NGF-middelen

11/19

300,0

300,0

b. Instandhouding

11/19

75,0

75,0

c. Lelylijn

11/19

4,5

4,5

7. Hoogwater Limburg

15/19

12,0

12,0

    

Overige mutaties

   

Stand 1e suppletoire begroting 2021

 

7.900,4

7.900,4

Toelichting

  • 1. Saldo 2021: De begroting van het Infrastructuurfonds vertoont over het jaar 2021 een voordelig saldo van € 241 miljoen. Dit saldo wordt gevormd door de saldering van de in dat jaar gerealiseerde uitgaven en ontvangsten. Het voordelig saldo wordt in 2022 toegevoegd aan artikelonderdeel 18.10, zodat de middelen beschikbaar blijven voor het Mobiliteitsfonds.

  • 2. Overboekingen Hoofdstuk XII: Voor de uitvoering van verschillende programma's is in 2022 in totaal € 87,8 miljoen overgeboekt naar de beleidsbegroting van IenW. Het gaat om diverse overboekingen. In de jaren 2023 en 2024 wordt respectievelijk € 56 miljoen en € 8,1 miljoen overgeboekt naar de beleidsbegroting. Deze overboekingen worden in de artikelsgewijze toelichting nader toegelicht.

  • 3. Programma actualisaties: In 2022 zijn zowel de uitgavenramingen als de ontvangstenramingen geactualiseerd. In totaal schuift € 48,3 miljoen ontvangsten door naar latere jaren. De voornaamste schuif vindt plaats op de concessie opbrengsten spoor (€ 37,8 miljoen). In de jaren 2023 t/m 2026 worden aanvullend de ontvangstenramingen aangepast (€ 101 miljoen). In de artikelsgewijze toelichting zullen de actualisaties van de ramingen nader toegelicht worden.

  • 4. Overboekingen andere begrotingen: Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken binnen de Rijksbegroting (€ 12,5 miljoen). De grootste overboeking betreft een bijdrage van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het Maritiem Informatiecentrum (€ 10,2 miljoen).

  • 5. Bijdragen derden: In 2022 wordt aan verschillende projecten binnen het Mobiliteitsfonds een bijdrage van derden toegevoegd (€ 16,9 miljoen). Het gaat om diverse kleine bijdragen. Zie de artikelsgewijze toelichting voor de nadere verwerking van de bijdragen derden. In de jaren 2023 t/m 2027 wordt vanuit derder € 21,3 miljoen toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds.

  • 6. CA-middelen: In het Coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV zijn voor verschillende doelen van het Mobiliteitsfonds middelen gereserveerd. Bij deze eerste suppletoire begroting wordt een deel van deze middelen overgeboekt voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwprojecten (€ 7,5 miljard), voor nieuwe infrastructuurprojecten uit de peiler infra van het NGF (€ 3,35 miljard), voor het onderhoud van het bestaande infrastructuur (€ 3,25 miljard) en voor een haalbaarheidsonderzoek voor de Lelylijn (€ 9 miljoen). Deze middelen worden centraal op artikel 11.03.03 gereserveerd. In 2022 gaat het om € 300 miljoen vanuit de NGF-middelen, € 75 miljoen voor instandhouding en € 4,5 miljoen voor de Lelylijn. Onderdeel 2.2 geeft een uitgebreider beeld van de CA-middelen.

  • 7. Hoogwater Limburg: Rijkswaterstaat heeft extra kosten gemaakt als gevolg van het Hoogwater Limburg in 2021. Voor dekking van deze kosten wordt € 12 miljoen toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds.

Licence