Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1. LEESWIJZER

Structuur

De opzet en de structuur van de begroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. Het DMF is als volgt opgebouwd:

  • De begrotingsstaat voor het DMF voor het jaar 2022 is opgenomen.

  • De Defensiematerieelagenda behandelt de prioritaire projecten, waarbij zoveel mogelijk de samenhang met de beleidsdoelstellingen uit de Defensiebegroting is aangegeven.

  • De begroting van het fonds kent zeven artikelen. Deze worden onderstaand nader toegelicht.

  • Het DMF sluit af met drie bijlagen:

    • Instandhoudingsbijlage vastgoed

    • Verdiepingshoofdstuk

    • Afkortingenlijst

Opzet DMF

Om het inzicht in de investeringsplanning te vergroten, worden per artikel in de tabel "budgettaire gevolgen van beleid" de verplichtingen, uitgaven en eventuele ontvangsten met betrekking tot investeringen en instandhouding voor een periode van vijftien jaar gepresenteerd.

Instandhoudingsuitgaven zijn de uitgaven die nodig zijn om materieel operationeel te houden. De instandhoudingsuitgaven in de begrotingsartikelen zijn de instandhoudingsuitgaven die door een Defensieonderdeel gedaan worden. Deze uitgaven kunnen ook uitgaven ten behoeve van andere Defensieonderdelen bevatten, als gevolg van het assortimentsgewijs werken (AGW). Het AGW beoogt de logistieke keten van een aantal artikelen centraal te beleggen, dus bij één Defensieonderdeel. Dat Defensieonderdeel wordt dan ook budgettair belast met de uitgaven van voor andere Defensieonderdelen verworven artikelen.

Om meer inzicht te geven in de instandhoudingsuitgaven van grote wapensystemen worden deze uitgaven in de toelichtingen van de verschillende artikelen weergegeven. Deze informatie is - met de komst van het DMF in 2021 - nieuw ten opzichte van voorgaande reguliere begrotingen. Daarnaast zal het DMF 2022 voor het eerst een instandhoudingsbijlage vastgoed kennen, zie hiervoor de Groeiparagraaf.

Personele uitgaven verbonden aan de ontwikkeling, verwerving, instandhouding en afstoting van materieel, infrastructuur en vastgoed en IT vallen ook binnen de reikwijdte van het fonds (wetsvoorstel DMF, artikel 5). Op 22 april 2020 is de motie (Motie Diks, Kamerstuk 35 280, nr. 11) aangenomen, met het verzoek om uiterlijk in 2022 personele uitgaven (vallend binnen de reikwijdte van het DMF) op te nemen. Opname van relevante personele uitgaven sluit aan bij de doelstellingen van het DMF om te komen tot een meer schokbestendige en voorspelbare begroting. Daarnaast maakt het een meer integrale afweging tussen inbesteden en uitbesteden mogelijk. Het opnemen van personele uitgaven is echter een grote en ingewikkelde operatie. Zo moeten budgetten ontvlochten worden in de administratie en dit heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering van alle defensieonderdelen. Om de gevolgen van de ontvlechting goed in te kunnen schatten, wordt in 2021 en 2022 proefgedraaid. Het proefdraaien geeft de mogelijkheid te bezien wat de gevolgen van het opnemen van personele uitgaven in het DMF zijn voor bijvoorbeeld het herschikken van budgetten. Daarnaast kunnen eventuele onbedoelde effecten op tijdig worden waargenomen en kan bepaald worden wat de meest voor de hand liggende mogelijkheid is om deze uitgaven in het DMF te presenteren. Deze werkwijze maakt het mogelijk in de eerste helft van 2023 een goed onderbouwd besluit te nemen over het opnemen van de personele uitgaven in het DMF.

De reguliere Defensiebegroting (hoofdstuk X) bevat het voorgenomen Defensiebeleid. De begroting van het DMF bevat de uitwerking van dat beleid in concrete projecten en de instandhouding van het materieel, infrastructuur en vastgoed en IT en heeft daardoor een meer uitvoerend karakter. In het DMF worden alle investeringsprojecten benoemd met een projectbudget van meer dan € 100 miljoen, per categorie onderverdeeld naar voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. Het projectbudget bestaat uit de onderzoekskosten, de basisraming en de risicoreservering. Deze werkwijze komt overeen met het Defensieprojectenoverzicht (DPO). De systematiek wijkt in de kern niet af van de werkwijze die de afgelopen jaren in de reguliere begroting is gehanteerd, maar de toelichtingen zijn uitgebreider:

  • Voor projecten in voorbereiding worden de projecten toegelicht waarvan verwacht wordt dat in deze begrotingsperiode een behoeftestellingsbrief (A-brief) verstuurd wordt. Hierbij worden per project de bandbreedtes volgens het Defensie Materieelproces (DMP) gepresenteerd:­

    € 100 ‒ € 250 miljoen, € 250 miljoen ‒ € 1 miljard,

    € 1 miljard ‒ € 2,5 miljard en meer dan € 2,5 miljard.

  • Bij projecten in onderzoeksfase wordt per project de bandbreedte en de planning van de DMP-brieven gepresenteerd.

  • Bij projecten in realisatiefase worden de verwachte uitgaven per jaar gepresenteerd, tenzij dit commercieel vertrouwelijke informatie betreft. In dat geval wordt de bandbreedte weergegeven.

Informatie over investeringsprojecten die jaarlijks in het DPO wordt gepubliceerd, is op hoofdlijnen geïntegreerd in het DMF. De Kamer ontvangt het DPO – gelijktijdig met het DMF – op Prinsjesdag. Het DPO omvat meer gedetailleerde informatie over alle projecten gelijk aan of boven de € 25 miljoen die in onderzoek of realisatie zijn.

Groeiparagraaf

De ervaring van eerdere jaren leert dat het risico op projectvertragingen groot is, onder andere als gevolg van onvoorziene externe factoren. Om die reden worden in de eerste jaren meer projecten gepland dan totaal aan budget beschikbaar is in een jaar. Door met deze overprogrammering te werken wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat vertragingen bij individuele projecten leiden tot onderrealisatie van het beschikbare budget. Naar aanleiding van de voorjaarsbesluitvorming is in overleg met het ministerie van Financiën afgesproken dat in gezamenlijkheid de doelmatigheid en omvang van de overprogrammering wordt onderzocht. Indien de uitkomsten van deze analyse aanleiding geven tot wijzigingen wordt dit verwerkt in de komende begrotingsproducten. Vooruitlopend op de afronding van dit onderzoek is met het ministerie van Financiën afgesproken op dit moment een maximum van dertig procent aan overprogrammering te hanteren voor de komende begrotingsjaren. Over de gehele looptijd sluit het fonds op nul, doordat de overprogrammering in eerdere jaren wordt gecompenseerd door onderprogrammering in latere jaren.

Vorig jaar heeft de Kamer (Kamerstuk 35 280, nr. 7) geïnformeerd naar de mogelijkheid om – conform het Mobiliteitsfonds – een instandhoudingsbijlage in het DMF op te nemen. Dit om eventuele tekorten zichtbaar te maken. Immers, de instandhoudingsbudgetten voor zowel het materieel, voor de infrastructuur en de IT zijn alle onvoldoende voor de instandhouding van het Defensieapparaat. Ten eerste wordt voor de ernstigste knelpunten investeringsbudget ingezet. Dit gaat ten koste van onze investeringsmogelijkheden in de toekomst. Ten tweede worden incidentele meevallers ingezet voor incidentele reparaties van het budget. Ten derde worden prioriteiten gesteld voor zowel de instandhouding van het materieel, de infrastructuur en de IT. Als gevolg daarvan is de continuïteit van de Defensieorganisatie verstoord. In overleg met de Kamer is in DMF 2022 voor het eerst een instandhoudingsbijlage vastgoed opgenomen.

Omdat dit het tweede jaar is dat het DMF aan de Kamer wordt aangeboden, is het verdiepingshoofdstuk als bijlage opgenomen. Het verdiepingshoofdstuk geeft, in tabelvorm, per beleidsartikel en niet-beleidsartikel de opbouw van de begrotingsstanden vanaf de vorige ontwerpbegroting aan. De belangrijkste nieuwe mutaties worden van een toelichting voorzien.

Licence