Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.1 Beleidsprioriteiten

Het begrotingsjaar 2022 staat in het teken van het herstel na het coronavirus. Ook is Nederland in afwachting van een nieuw kabinet na de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.

De gevolgen van het coronavirus hebben iedereen het afgelopen jaar geraakt. Mensen zijn dierbaren verloren, kwamen van de één op de andere dag thuis te zitten en waren lange tijd aangewezen op hun woning als directe werk- en leefomgeving. Jongeren kregen door het coronavirus te maken met onzekerheden over hun toekomst, studies en opleidingen. En niet voor iedereen was het vanzelfsprekend dat het dagelijks leven steeds meer digitaal verloopt.

Het is belangrijk dat mensen zich gehoord voelen en dat de overheid er voor hen is. Het Ministerie van BZK blijft zich in 2022 inzetten voor een duurzame leefomgeving waar iedereen prettig en betaalbaar kan wonen. We staan voor een sterke en levendige democratie waarin elke stem telt. Daarbij hebben we aandacht voor de betrokkenheid van jongeren. Ook zetten we ons in voor een digitale samenleving waarin iedereen mee kan doen.

2.1.1 Sterke en levendige democratie

Sterke democratie en toekomstbestendig bestuur

Het Ministerie van BZK is verantwoordelijk voor het stelsel waarbinnen het (decentraal) openbaar bestuur functioneert. We zorgen voor de continuïteit en kwaliteit in de vormgeving van ons (decentraal) openbaar bestuur. Democratische legitimatie en slagvaardigheid zijn in ons stelsel belangrijke waarden die we ook in 2022 blijven beschermen.

Vrije en eerlijke verkiezingen

De ruggengraat van onze democratie is het kiezen van volksvertegenwoordigers in vrije en toegankelijke verkiezingen. In het voorjaar van 2022 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Daarbij blijven we samen met de Kiesraad en gemeenten werken aan de robuustheid, toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van het verkiezingsproces.

Beschermen van het open publieke debat

Een veelheid aan opvattingen en meningen en een kritisch debat vormen de levensader van elke democratie. In onze democratische samenleving is de vrijheid van meningsuiting van essentieel belang. Maar het verspreiden van desinformatie, met als doel het open publieke debat te beïnvloeden, kan de democratie ondermijnen en het verloop van vrije en eerlijke verkiezingen verstoren. We werken daarom samen met andere betrokken partijen, zoals decentrale overheden, maatschappelijke organisaties, onafhankelijke media en politieke partijen. Dat doen we om te voorkomen dat desinformatie impact heeft, om onze informatiepositie te verstevigen en te reageren als het nodig is. Daarnaast ontwikkelen we op Europees niveau regels om te bevorderen dat sociale mediabedrijven voldoende verantwoordelijkheid nemen.

Ondersteunen en versterken politieke partijen

Voor het goed functioneren van de democratie is het ook belangrijk om het risico van onwenselijke buitenlandse beïnvloeding te beperken. Dit gebeurt onder andere in het voorstel tot wijziging van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) (Kamerstukken II 2020/21, 35657, nr. 2). Zo worden geldstromen van politieke partijen transparanter en wordt voorgesteld om giften van buiten de Europese Unie en Europese Economische Ruimte te verbieden. Daarbij is het belangrijk de onafhankelijke positie van politieke partijen te versterken. Dit doen we met het voorstel voor de Wet op de politieke partijen. Die wet gaat regels bevatten over de transparantie van digitale politieke campagnes, financiering van decentrale partijen en over specificering van het partijverbod. Dat bevordert de integriteit binnen politieke partijen.

Bescherming van de democratie en grondrechten tegen dreigingen

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) voert zijn taken uit in een constant veranderende wereld, waarin de druk op de nationale veiligheid toeneemt. Dit vraagt om een wendbare en toekomstbestendige AIVD, om ook in 2022 op adequate wijze gekende en ongekende dreigingen te kunnen onderkennen en te mitigeren. Een van de belangrijkste opgaven voor de AIVD de komende periode is de transformatie naar een datagedreven inlichtingen- en veiligheidsdienst. Technologische doorontwikkeling is een voorwaarde om te kunnen anticiperen op gekende en ongekende dreigingen en internationale politieke veiligheidsbelangen ten aanzien van onder andere China, cybersecurity en economische veiligheid.

(Digitale) spionage, cyberdreiging en ongewenste buitenlandse inmenging

Spionage – economisch en politiek – vindt steeds vaker plaats in het digitale domein. Statelijke actoren zetten steeds geavanceerdere spionagemiddelen in om hun belangen te behartigen. Ook constateert de AIVD dat statelijke actoren misbruik maken van de Nederlandse ICT-infrastructuur. Dergelijke aantasting van digitale processen en onze digitale autonomie leidt steeds vaker tot maatschappelijke ontwrichting. Digitale aanvallen, met name als ze gericht zijn tegen de Nederlandse vitale infrastructuur, kunnen ook worden gebruikt als voorbereidingshandelingen voor sabotage. De AIVD zet in 2022 in op een gecombineerde aanpak van detectie van digitale aanvallen en advies om overheden en vitale bedrijven te ondersteunen bij het vergroten van hun weerbaarheid op dit terrein.

Verder zet de AIVD ook in op de detectie van klassieke spionage en (overige vormen van) ongewenste buitenlandse inmenging, waaronder de beïnvloeding van diaspora gemeenschappen door statelijke actoren.

Terrorisme en extremisme

Er is sprake van toenemende emancipatie van groepen en individuen binnen de samenleving. Die is gekoppeld aan de bereidheid om in actie te komen voor de eigen belangen. Als deze ontwikkelingen extremistische vormen aannemen, is er een taak voor de AIVD om hier zicht op te krijgen en bij samenwerkingspartners aan te geven wat ze daartegen kunnen doen. Deze onderzoeken richten zich met name op wahhabi-salafistische aanjagers, links- en rechts-extremisme en anti-overheidsextremisme. Aanslagen in het buitenland hebben aangetoond dat rechts-extremisme kan overgaan in terrorisme (Kamerstukken II 2020/21, 30977, nr. 159). Om zicht te krijgen op de ongewenste buitenlandse financiering die wahhabi-salafistische aanjagers tot hun beschikking hebben, wil de AIVD ook in 2022 inzetten op verder onderzoek.

Weerbaar en integer bestuur

Volksvertegenwoordigers en bestuurders moeten zonder oneigenlijke druk of dwang van buitenaf hun democratisch ambt kunnen vervullen. Daarom zetten we samen met partners uit het Netwerk Weerbaar Bestuur in op het uitdragen van de grens wat niet meer toelaatbaar is bij (digitale) intimiderende en agressieve uitingen tegen politieke ambtsdragers. Daarmee streven we naar het verhogen van het percentage meldingen en aangiftes na incidenten. Lessen uit gemeenten die vooroplopen bij de aanpak van een weerbare organisatie verspreiden we actief onder andere gemeenten.

Om de bestuurlijke integriteit te bevorderen, wordt in de Gemeentewet vastgelegd dat een kandidaat-wethouder een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) moet overleggen. Ook wordt hij of zij, voorafgaand aan de benoeming door de raad, aan een risicoanalyse integriteit onderworpen. Verder krijgt de Commissaris der Koning (CdK) (als rijksorgaan) meer mogelijkheden om op te treden bij bestuurlijke problemen (Kamerstukken II 2020/21, 35546, nr. 2). De invoering hiervan gaat gepaard met voorlichting aan decentrale overheden, de beroepsverenigingen en politieke partijen. Ook zetten we in op het actief delen van goede voorbeelden en het ontsluiten van kennis over de aanpak van integriteitskwesties en bestuurlijke problemen. De aanbevelingen van de Group of States against Corruption (GRECO) over de integriteit van bewindspersonen worden uitgewerkt.

Levendige democratie

Door recente ontwikkelingen en gebeurtenissen, zoals de toeslagenaffaire en de aandacht voor macht en tegenmacht, verdient de relatie tussen burgers en inwoners extra aandacht. Het is belangrijk de democratie en het openbaar bestuur levendig te houden en te vernieuwen.

Mensen een stem geven

Het vernieuwen van de democratie begint bij mensen een stem geven. Door kennis te verspreiden en vaardigheden aan te leren, vergroten we de mogelijkheden voor burgers om hun stem te laten horen. Op lokaal niveau bieden we ondersteuning op het gebied van de (digitale) participatie en maatschappelijke initiatieven van inwoners en democratisch vakmanschap voor de ambtelijke organisatie. De komende Wet versterking participatie op decentraal niveau en de voorbeeldverordening participatie dragen daaraan bij. Die maken meer participatie van inwoners mogelijk bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van beleid.

Specifieke aandacht voor het vergroten van de stem van burgers gaat uit naar jongeren. Jongeren moeten grote offers brengen vanwege de coronacrisis, maar ze worden tegelijkertijd nog onvoldoende betrokken bij, en gehoord door, de politiek. In 2022 beginnen we met het ontwikkelen van een duurzame infrastructuur voor jongereninspraak. De kracht en kwaliteit van bestaande jongerenorganisaties en jongereninitiatieven vormen, samen met de inzet van gemeenten, het startpunt van deze infrastructuur.

Het geven van een stem gaat niet alleen over meedoen aan het democratisch proces. Ook op andere manieren wordt gewerkt aan het geven van een stem. Bijvoorbeeld voor het behoud en bevordering van het Fries, Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch, Romanes, Papiaments (op Bonaire) en de Nederlandse Gebarentaal. Ook gaat het er om hoe we omgaan met het verleden en hoe we daarover het gesprek aangaan, zoals in de dialoog over het slavernijverleden van Nederland. Komend jaar werken we verder aan het opvolgen van het advies van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden (Kamerstukken II 2020/21, 35570 VII, nr. 106).

Grondrechten en mensenrechten

Onze Grondwet vormt het fundament van onze samenleving. In de Grondwet zijn de grondrechten van burgers vastgelegd en zijn regels voor de inrichting van Nederland opgenomen, zoals het recht op een gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. In 2022 gaan we daarom door met het uitvoeren van maatregelen om de gecoördineerde aanpak van discriminatie te versterken. Ook coördineren we het beleid voor mensenrechten. Hiervoor is een actieplan opgesteld, dat ook in 2022 wordt uitgevoerd. Eén van de maatregelen is het opzetten van een platform mensenrechten (Kamerstukken II 2020/21, 33826, nr. 38).

Vernieuwen van het bestuur

Om democratie en bestuur sterk te houden, moet het bestuur in staat zijn in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. De maatschappelijke opgaven waar decentrale overheden aan werken zijn complex, terwijl de samenleving hoge verwachtingen heeft. We blijven in 2022 werken aan een decentraal bestuur dat slagvaardig en democratisch gelegitimeerd functioneert. Dat gebeurt bijvoorbeeld met het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Kamerstukken II 2020/21, 35513, nr. 2) om de legitimiteit van deze regelingen te versterken.

Handvatten voor omgaan met maatschappelijke onrust

Met een meerjarige, interbestuurlijke en programmatische aanpak ontwikkelen we handvatten voor bestuurders voor het omgaan met excessen die voortvloeien uit onrust in de samenleving. In 2022 voeren we maatregelen uit op vier fronten: bewustwording, monitoring en vroeg-signalering, preventie, en toezicht en handhaving. Speciale aandacht is er voor ondersteuning bij uitingen van onrust en protest die gepaard gaan met het overtreden van de wet, het inperken van de vrijheden van andere burgers of het ondermijnen van bijvoorbeeld de rechterlijke macht, de journalistiek of de overheid.

Inclusief en divers bestuur met een toegesneden rechtspositie

We bevorderen in 2022 een diverse samenstelling van het openbaar bestuur en dragen bij aan een inclusieve politieke cultuur. Immers: een divers en inclusief bestuur vergroot de kwaliteit en legitimiteit van onze besluitvorming. We bieden daarom politieke aspiranten uit ondervertegenwoordigde groepen netwerkevenementen en oriëntatieprogramma’s aan.

Bij een aantrekkelijk politiek ambt voor diverse groepen hoort ook een daarop toegesneden rechtspositie. Het adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers begint in 2022. Wij stellen een breed gedragen stappenplan op om de politieke pensioenen onder te brengen in het nieuwe pensioenstelsel.

Ondersteuning spelers in het lokaal bestuur

Goed toegeruste bestuurders en volksvertegenwoordigers zijn als dragers van een sterke democratie van groot belang. Daar dragen we aan bij via onder andere de beroeps- en belangenverenigingen in het decentraal openbaar bestuur en de instrumenten die met het programma Democratie in Actie zijn ontwikkeld. In 2022 is er speciale aandacht voor de inwerkprogramma’s van nieuwe raadsleden en wethouders.

De burgemeester vervult als hoeder van het lokaal bestuur een spilfunctie. Daarom geven we in 2022 uitvoering aan de agenda burgemeester (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VII, nr. 108). Daarmee wordt de ondersteuning van burgemeesters bij het uitoefenen van hun veelzijdige ambt verstevigd. In 2022 ondernemen we samen met de beroeps- en belangenverenigingen in het lokaal openbaar bestuur actie om de positie van gemeenteraden en provinciale staten te versterken. Er wordt onder andere ingezet op betere ondersteuning en het overdragen van kennis aan raden en staten. Ook is er een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer om de decentrale rekenkamers te versterken (Kamerstukken II 2019/20, 35298 nr. 2).

Informatievoorziening volksvertegenwoordigers

Goede informatievoorziening is belangrijk voor de positie van volksvertegenwoordigers. Op het gebied van het inrichten van de staat zijn regels vastgelegd in de Grondwet, waaronder de inlichtingenplicht uit artikel 68 van de Grondwet. Die vormt de basis voor de informatievoorziening aan het parlement. In 2022 gaan we door op de ingeslagen weg naar een ruimere informatievoorziening aan de Kamers (Kamerstukken II 2020/21, 28362, nr. 56).

Samenwerken aan één slagvaardige overheid

We ondersteunen overheden in de organisatie van de aanpak van maatschappelijke opgaven, om die zo veel mogelijk als één overheid, effectief en democratisch gelegitimeerd aan te pakken. De financiële positie van met name gemeenten vraagt hierbij om aandacht. De taken en beschikbare instrumenten om die taken uit te voeren zijn niet meer in balans. We blijven in 2022 dan ook in een breder perspectief werken aan de interbestuurlijke en financiële verhoudingen tussen Rijk en medeoverheden, in het bijzonder gemeenten.

Het sociaal domein blijft een thema waarop samenwerking tussen Rijk en medeoverheden noodzakelijk is. Met gemeenten maken we afspraken over het beter beheersbaar maken van de kosten in het sociaal domein. Ook signaleren we dat er steeds meer maatschappelijke opgaven worden opgepakt in de regio en dat er steeds meer verschillende regionale samenwerkingsverbanden ontstaan. We werken in 2022 aan voorstellen voor een goede balans tussen slagvaardigheid en democratische legitimiteit van het decentraal openbaar bestuur.

2.1.2 Duurzaam wonen en leven in heel Nederland

Het afgelopen jaar heeft veel van ons gevraagd. Mensen waren aangewezen op de eigen woning en leefomgeving. Onze leefomgeving zijn we meer gaan waarderen1. Met herstel in zicht is het tijd om door te pakken op de grote opgaven die randvoorwaardelijk zijn voor het economisch herstel2: verbetering van de leefomgeving, de energietransitie, de woningbouwopgave, leefbaarheid en ontwikkeling van gebieden en de betaalbaarheid van wonen. Deze vraagstukken komen samen in de fysieke leefomgeving omdat ze een claim leggen op onze schaarse ruimte. Om deze opgaven echt aan te pakken zijn structurele maatregelen nodig. Daarom vragen deze opgaven een brede en integrale aanpak waarbij Rijk, regio en sectoren samen gebiedsgericht aan de slag gaan.

Grote opgaves vragen om een integrale benadering

De roep om regie van de Rijksoverheid om de juiste integrale keuzes te maken neemt toe. Daarom pakken we de adviezen van het IBO Ruimtelijke Ordening op om deze rol te versterken (Kamerstukken II 2020/21, 34682, nr. 82). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft invulling aan die rol (Kamerstukken II 2020/21, 34682, nr. 83). In de NOVI stellen we de principes vast om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en te bewaken. In de regio’s met de meest complexe opgaves werken Rijk en regio aan een gezamenlijke strategie en maken we wederzijdse afspraken. We houden zicht op de effecten van het gevoerde beleid en we kijken waar aanpassing nodig is. Zo zorgen we voor een goede, gezamenlijke gebiedsgerichte uitwerking van de opgaven zoals versnelling van de woningbouw, de herinrichting van het landelijk gebied en de ruimtelijke weerslag van de energietransitie.

In samenwerking tussen Rijk en regio werken we aan vijf omgevingsagenda’s waarmee we samen met de regio’s gebiedsgericht aan gedeelde ambities en opgaven werken. Er zijn acht NOVI-gebieden benoemd, waar de meeste complexe opgaven samenkomen. Hier gaan Rijk en regio gezamenlijk langdurige partnerschap aan. Door samen met de regio afspraken te maken hebben we een impuls gegeven aan de opgaves en transities die voor ons liggen. Daarnaast werken we in de gebieden met de grootste druk op de woningmarkt aan verstedelijkingsstrategieën. Hiermee pakken we de woningbouwopgaven versneld aan in samenhang met andere opgaves. Nu de uitwerkingen, afspraken en visies zijn gemaakt, moeten we de handen uit de mouwen steken en aan de slag gaan met de uitvoering.

Samen met departementen en andere uitvoeringsorganisaties onderzoekt het Rijkvastgoedbedrijf hoe rijksgronden kunnen worden ingezet voor maatschappelijke opgaven als: woningbouw, duurzame landbouw, natuurontwikkeling en de energietransitie. Inzet van rijksgronden voor woningbouw gebeurt al bij projecten als Valkenburg en Almere. In Flevoland kijken we of koppeling van gronden tot meer maatschappelijk resultaat leidt. Zoals aangegeven in de brief aan de Eerste Kamer van 23 februari 2021 (Kamerstukken I 2020/21, 35133, K) zal vooral ook het vergroten van het multifunctioneel grondgebruik een doel moeten zijn. Een voorbeeld is grondgebruik voor landbouw en hernieuwbare energie tegelijk. Daarnaast heeft het Kabinet in de Miljoenennota 2021 aangekondigd dat het inzet op meer regie vanuit het Rijk, onder meer door de besluitvorming rond enkele grootschalige woningbouwlocaties te versnellen en de noodzaak en mogelijkheden voor versterking van het bestuurlijk instrumentarium en actief grondbeleid door het Rijk te verkennen, inclusief een verkenning naar het inrichten van een mogelijk Rijksontwikkelbedrijf. Deze verkenning is inmiddels afgerond (Kamerstukken II 2020/21, 34682, nr. 85). Hierin is aangegeven dat een verdere uitwerking van een landelijke grondfaciliteit zal plaats gaan vinden zodat het volgend kabinet daarover kan besluiten. Hierin nemen we de lessen mee van het Regionaal Ontwikkelprogramma zoals aangegeven in de Kamerbrief van 18 december 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 31490, nr. 293).

In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet biedt de juiste instrumenten om samen met provincies, waterschappen en gemeenten te werken aan het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Bouw- en infrastructuurtrajecten kunnen worden versneld en de informatiepositie van burgers en bedrijven wordt verbeterd. Ook krijgen gemeenten meer ruimte om betaalbare koopwoningen te bouwen. Daarnaast vindt er een grote digitaliseringsslag plaats en komt de Omgevingswet op een moment dat er veel op het bord ligt bij lokale overheden. Daarom is een zorgvuldige invoering van belang, evenals voldoende ondersteuning van medeoverheden, om zo te kunnen profiteren van de positieve effecten van de nieuwe wet. Daarnaast investeren we in de geo-datainfrastructuur, waarin we alle informatie over leefomgeving samenbrengen in een openbare informatievoorziening. Met deze digitale kopie van de leefomgeving kunnen we ruimtelijke ontwikkelingen toetsen en ingrepen sneller voorbereiden.

Gebouwde omgeving verduurzamen om ook op lange termijn prettig te wonen

We hebben in het klimaatakkoord een belangrijke stap gezet om alle gebouwen richting 2050 te verduurzamen. Dit is een enorme transitie en vraagt een grote inzet en betrokkenheid van iedereen. Draagvlak is cruciaal. Bewoners en gebouweigenaren moeten bereid zijn om over te stappen van aardgas op andere warmtealternatieven. Voor bewoners en gebouweigenaren is het belangrijk dat de transitie haalbaar en betaalbaar is.

Om mensen mee te nemen in de transitie werken we dicht bij de mensen aan verduurzaming, in de wijk. Met het Programma Aardgasvrije Wijken doen we kennis en ervaring op met de wijkgerichte aanpak. Daarmee leren we hoe we de aanpak kunnen inrichten en opschalen. Dat doen we met proeftuinen en een kennis- en leerprogramma. Inmiddels zijn circa 65 proeftuinen begonnen. We hebben de ambitie om woningen en andere gebouwen in de proeftuinen ook daadwerkelijk aardgasvrij (ready) te maken. De geselecteerde gemeenten ontvangen een bijdrage om het onrendabele deel te financieren zodat bewoners een betaalbaar aanbod krijgen. Het geld is vooral voor isolatie en andere CO2-reducerende maatregelen. We willen bewoners goed betrekken en zoveel mogelijk synergie bereiken met andere opgaven in de wijk. We vinden het belangrijk om goed te kijken naar de voortgang. We maken de resultaten via een dashboard inzichtelijk en informeren de Tweede Kamer jaarlijks (Kamerstukken II 2020/21, 32847, nr. 739). In 2022 voeren we een brede onafhankelijke evaluatie uit.

Net als bij het aardgasvrij maken van wijken hebben gemeenten en andere medeoverheden ook bij andere delen van het klimaatbeleid een belangrijke rol. We ondersteunen medeoverheden om reeds gestarte werkzaamheden in 2022 door te zetten. Het gaat onder andere om kosten voor de Regionale Energiestrategieën (RES), nationaal programma RES, uitrol van laadpalen, energieloketten en uitvoeringsplannen (wijkgerichte aanpak).

Ook individuele gebouweigenaren kunnen bijdragen aan de transitie. In 2022 ondersteunen we dit individuele spoor met financierings- en ontzorgingsarrangementen en subsidie. Een groeiend aantal gebouweigenaren investeert zelf of samen met anderen in verduurzaming, om te besparen op de energierekening of om zich alvast voor te bereiden op verwarming zonder aardgas. Dit kan bijvoorbeeld al met hybride warmtepompen. We zetten ons in om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren. Zo kan iedereen een vorm vinden die in de eigen situatie past. Voor huiseigenaren is er een warmtefonds en zijn de drempels verlaagd om verduurzaming via de hypotheek te financieren. Van 2022 tot en met 2024 zal het kabinet middelen beschikbaar stellen voor het stimuleren van hybride warmtepompen, een nationaal isolatieprogramma en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. 

De huursector ondersteunen we met regelingen gericht op aansluiting van huurwoningen op warmtenetten (de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)) en op kostenreductie en opschaling door innovatie (de Renovatieversneller). Daarnaast geven we samen met partijen uit de utiliteitsector richting aan de verduurzaming via streefdoelen, routekaarten en eindnormen. Dit moet ertoe leiden dat op termijn alle gebouwen een lager energieverbruik hebben en van duurzame energie worden voorzien: via warmtenetten, via volledig elektrische oplossingen, of via hybride vormen met duurzaam gas.

Om te zorgen dat iedereen prettig kan wonen ligt er een grote bouwopgave

De opgave om meer woningen te bouwen is groot. Er is nu een tekort van 279.000 woningen en dat aantal neemt de komende jaren eerst toe. Om de bouwopgave van 900.000 woningen te realiseren in de periode tot 20303 zijn flinke investeringen nodig. Dit kabinet stelt de komende 10 jaar € 100 mln. per jaar beschikbaar om de woningbouw extra te stimuleren. We hebben nog veel werk voor de boeg om te zorgen voor voldoende goede betaalbare woningen op de juiste plek. Ondanks de stijgende lijn in de bouwproductie en het aantal verleende bouwvergunningen, zal het voor 2022 een uitdaging blijven om de woning­bouwproductie verder te verhogen, zodat het in de pas loopt met de almaar stijgende behoefte naar betaalbare woningen. Om de bouw van de 900.000 woningen te realiseren, zetten we in op drie pijlers: de veertien grootschalige woningbouwgebieden, de Woningbouwimpuls en door de randvoorwaarden op orde te krijgen.

Allereerst via de veertien grootschalige woningbouwlocaties4. Deze gebieden zijn essentieel om continuïteit en de benodigde schaal van de woningbouw te garanderen en innovatie te stimuleren. Ze zijn belangrijk voor de steden en voor marktpartijen om te blijven investeren. Het zijn stuk voor stuk complexe, grootschalige gebiedsontwikkelingen, vaak binnenstedelijk, een aantal buitenstedelijk en sluiten aan bij de verstedelijkingsvisie van de gemeenten, provincies en het Rijk. Met deze locaties kunnen de komende tien jaar circa 200.000 woningen worden gebouwd (in totaal 440.000 tot aan 2040). In 2022 werken we verder aan plannen van aanpak en de benodigde voorbereidingen.

Ten tweede zetten we met de Woningbouwimpuls in op het sneller bouwen van meer betaalbare woningen door heel Nederland. Door de inzet van de Woningbouwimpuls en cofinanciering van medeoverheden worden er de komende jaren vanuit de eerste twee tranches 96.000 woningen sneller en betaalbaarder gebouwd. Dat is ruim tien procent van de opgave voor de komende tien jaar. Er zijn nog veel meer woningbouwontwikkelingen waarbij de publieke kosten de opbrengsten overtreffen. In 2022 resteert nog € 100 mln. die is gereserveerd voor ouderenhuisvesting en Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-afspraken met (gemeente) Utrecht over woningbouw.

Ten derde zorgen we ervoor dat de woningbouw snel en onder de juiste condities kan plaatsvinden, door het creëren van de juiste (rand)voorwaarden voor de woningbouw. In 2022 gaan we verder met de al genomen besluiten om belemmeringen zoals stikstof en beperkte capaciteit bij medeoverheden te verminderen. We maken wederkerige afspraken met medeoverheden, corporaties en marktpartijen en bewaken de voortgang. We blijven met provincies in gesprek over de plancapaciteit voor woningbouw en hoe provincies deze de komende jaren met gemeenten willen realiseren. Daarmee versterken we de regie vanuit het Rijk. Die rol willen we samen met de medeoverheden verder uitwerken.

Investeren in de leefbaarheid en ontwikkeling

Grensregio’s en regio’s met bevolkingsdaling hebben veel onbenut potentieel om prettig te wonen en leven. De opgebouwde samenwerking met de buurlanden heeft tijdens de coronacrisis haar waarde bewezen. Samen met onze partners in de regio versterken we in een interbestuurlijk programma de leefbaarheid en economische structuur van die regio’s. Daarin stimuleren we gebiedsgerichte grensoverschrijdende initiatieven, pakken we knelpunten aan en verbeteren we de samenwerking via grenslandagenda’s en conferenties. Acht grensregio’s hebben in de afgelopen kabinetsperiode een Regio Deal gesloten met het Rijk.

In 2020 en 2021 zijn belangrijke stappen gezet om de versterkingsoperatie in Groningen te versnellen. We hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over de versterking en een pakket gevormd van € 1,5 mld. om woningen te verbeteren en ongewenste verschillen tussen wijken te voorkomen. Ook is gewerkt aan de typologie benadering waardoor niet alle gebouwen meer individueel hoeven te worden beoordeeld en doorgerekend en zijn de kosten voor versterking geactualiseerd. In 2022 gaan we verder met de uitvoering van de versterkingsoperatie. We brengen en de bestuurlijke afspraken in de praktijk en voeren de projecten op gebied van perspectief en sociaaleconomische ontwikkeling uit via het Nationaal Programma Groningen.

In 2022 gaan we ook voortvarend verder met de uitvoering van het pakket 'Wind in de zeilen'. In 2020 zijn afspraken gemaakt in een bestuursakkoord tussen de Zeeuwse overheden en het Rijk. De eerste resultaten zijn in 2021 al geboekt en het pakket leidt tot een verdere sociale en economische versterking van Zeeland.

In verschillende steden en gebieden zien we een stapeling van maatschappelijke opgaven op het gebied van leefbaarheid en veiligheid, die nog verder zijn versterkt door de coronacrisis. Met Agenda Stad zetten steden, regio’s en rijksoverheid zich ook in 2022 samen met maatschappelijke partners in voor innovatie, leefbaarheid en economische groei. Verschillende regionale partijen hebben gevraagd deze aanpak te verbreden tot Agenda Stad en Regio. In 2022 werken we dit verder uit. In bepaalde wijken veroorzaakt de stapeling van opgaven maatschappelijke onrust en kan een voedingsbodem ontstaan voor ondermijning door georganiseerde criminaliteit. In zestien stedelijke vernieuwingsgebieden werken we in het kader van het Nationaal herstel- en perspectiefprogramma leefbaarheid en veiligheid aan een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Deze aanpak bouwt voort op de aanpak Rotterdam-Zuid en vraagt om een bestuurlijk vernieuwende werkwijze (onder regie van de burgemeester). Zo kunnen doorbraken tussen verschillende sectoren worden gerealiseerd.

Het Volkshuisvestingsfonds geeft in 2021 een aanzienlijke impuls aan de verbetering van de fysieke leefbaarheid in kwetsbare gebieden. Door woningen en wijken te herstructureren (sloop/nieuwbouw, renovatie en transformatie) geven we een kwaliteitsimpuls aan de particuliere woningvoorraad. In 2022 blijven we samen met de betrokken gemeenten en corporaties aan de slag om de leefbaarheid te verbeteren. In samenwerking met de desbetreffende gebieden gaan we na of onze inzet de gewenste verbeteringen in gang zet en versterken we de kennisontwikkeling.

De huisvesting van mensen met een bijzondere woonbehoefte blijft een uitdaging. Om geschikte huisvesting voor verschillende aandachtsgroepen, zoals daklozen, en arbeidsmigranten, spoedzoekers en woonwagenbewoners te realiseren, stimuleren we de bouw van betaalbare en passende woningen en brengen we met gemeenten meer samenhang in de huisvesting van diverse aandachtgroepen. Specifiek voor ouderen is ook in 2022 € 20 mln. beschikbaar voor het stimuleren van geclusterde woningen voor ouderen. Tevens komt er € 10 mln. beschikbaar voor kwetsbare groepen.

Prettig wonen betekent ook een betaalbare woning

Het terugdringen van het woningtekort kost tijd, terwijl het voor mensen met een laag of middeninkomen of starters op de woningmarkt, lastig is om een betaalbare woning te vinden en voor sommige mensen knellen de maandlasten. Daarom zetten we in op maatregelen om de betaalbaarheid en toegankelijkheid te verbeteren. De huren in de sociale huursector zijn tot 30 juni 2022 bevroren. Om corporaties en grote particuliere verhuurders tegemoet te komen voor deze huurbevriezing verlagen we de verhuurderheffing. Voor andere particuliere verhuurders stellen we regelingen open voor verduurzaming en onderhoud (Kamerstukken II 2020/21, 27926, nr. 338). De regelingen voor particuliere verhuurders lopen vier jaar en worden daarna geëvalueerd.

Doordat we de inkomensgrenzen om een sociale huurwoning te krijgen de komende drie jaar aanpassen, krijgen meer gezinnen toegang tot de corporatiesector. Er zijn nog steeds wachtlijsten voor corporatie woningen. Met Aedes en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben we afspraken gemaakt om de nieuwbouw te versnellen. We streven ernaar dat de bouw van 150.000 gereguleerde huurwoningen, die corporaties dankzij de heffingsvermindering nieuwbouw kunnen bouwen, in 2022 kan beginnen. Verder worden corporaties en andere aanbieders van woningen met verkoop onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Deze woningen zijn bedoeld voor starters op de woningmarkt. Corporaties hebben onvoldoende geld om de grote nieuwbouw- en verduurzamingsopgave geheel op te pakken. Het volgende kabinet zal keuzes moeten maken om de structurele balans tussen opgaven en middelen te herstellen.

De woonlasten in Caribisch Nederland blijken voor veel huishoudens een grote opgave en ook daar is sprake van wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Om de woonlasten te verlagen reguleren we huurprijzen en subsidiëren we verhuurders in de sociale huursector, zodat zij een lagere huur kunnen vragen aan mensen met een laag inkomen. We verkennen of deze verhuurdersubsidie is uit te breiden naar particuliere verhuurders. Om het aanbod sociale huurwoningen te vergroten zijn bouw- en renovatieprogramma’s gestart op de drie eilanden. Er is een vijfjarige pilot hypotheekgarantie Bonaire (HGB) gestart om koopwoningen beter betaalbaar te maken.

In de vrije huursector zijn huurverhogingen de komende drie jaar gemaximeerd op inflatie + 1 procentpunt. Bovendien wordt het voor huurders in de vrije sector duidelijker waarop de hoogte van hun huur is gebaseerd. We komen we met een wetsvoorstel waarmee gemeenten voorschriften aan verhuurders kunnen stellen en een verhuurdervergunning in kunnen voeren om malafide verhuurders aan te pakken. Dit wetsvoorstel helpt ook bij het bestrijden van discriminatie op de woningmarkt. Om discriminatie op de woningmarkt aan te pakken vergroten we de bewustwording en voorlichting, waaronder herhaaldelijk onderzoek met mysterycalls en praktijktesten. Verder verwachten we dat gemeenten in 2022 meer gebruik maken van de Wet toeristische verhuur van woonruimte om toeristische verhuur van woonruimte in goede banen te leiden en zullen we deze wet verder verduidelijken en verbeteren. Daarnaast kunnen gemeenten straks dankzij de opkoopbescherming ongewenste opkoop van goedkope en middeldure koopwoningen tegen gaan.

De huidige krapte op de woningmarkt zet ook het koopproces onder druk. Daarmee ontstaat het risico dat ook de integriteit van makelaars onder druk komt te staan. Om de woningmarkt toegankelijk te houden voor alle potentiële kopers moet het koopproces en vooral de werkwijze van makelaars transparanter worden. Met hen gaan we aan de slag om verkopers beter te informeren over de keuzes die zij hebben in de vormgeving van het koopproces. Verder maken we afspraken met makelaars over de manier waarop zij inzicht (moeten) geven in het biedingsproces en over de manier waarop nieuwbouwwoningen worden toegewezen.

2.1.3 Een waardegedreven digitale samenleving

De pandemie wees ons nog eens op het grote belang van een goed functionerende digitale overheid. Die is, zeker in crisistijd, essentieel om de maatschappij draaiende te houden.

Een inclusieve digitale samenleving

Wij streven naar een (digitale) samenleving waarin iedereen mee kan doen. Daarvoor moet de digitale dienstverlening toegankelijk, begrijpelijk, gebruikersvriendelijk en voor iedereen zijn.

Toegankelijk en begrijpelijk

De mens staat in de digitale dienstverlening centraal. Het belang van digitale vaardigheden om mee te kunnen blijven doen, is door de pandemie nogmaals benadrukt. Wij blijven ons met ondersteunende instrumenten inzetten voor digitale toegankelijkheid, begrijpelijkheid en gebruiksvriendelijkheid. Daarnaast blijven we overheidswebsites en apps monitoren met de inzet van DigiToegankelijk.nl. De digitale toegankelijkheid resultaten rapporteren we aan de Europese Commissie en we maken afspraken met provincies en het Rijk over de inrichting van het interbestuurlijk toezicht (IBT).

In 2022 gaat Gebruiker Centraal door met het organiseren van bijeenkomsten en masterclasses over begrijpelijke, duidelijke en voor iedereen toegankelijke dienstverlening. Het NL Design System en de kennisbank beeldtaal worden verder doorontwikkeld. De Direct Duidelijk Brigade werkt met gemeenten, provincies, waterschappen, uitvoeringsorganisaties en andere overheidsorganisaties aan het begrijpelijker maken van overheidsteksten.

Regeldruk

We ontwikkelen hulpmateriaal voor jongeren (18-jarigen) ter preventie van schulden en problemen met overheidsdienstverlening. Zoals het lesmateriaal voor (v)mbo ‘Doe je DIGIding’ en de online leermethode ‘Prettig Contact Met de Overheid’. En we onderzoeken de effectiviteit van de interventies.

Digitale vaardigheden en zelfredzaamheid

Met het Landelijk actieprogramma Tel mee met Taal (TmmT) helpen we mensen om hun digitale vaardigheden te verbeteren. Hiervoor worden landelijke campagnes ingericht voor een betere doorgeleiding van deelnemers aan cursussen. We helpen mensen met digitalisering om te gaan. Samen met start-ups proberen we het vraagstuk digitale inclusie op een innovatieve wijze aan te pakken. De DigiKwis app die we ontwikkelen is een verzamelplatform vol korte, activerende lessen om laagdrempelig nieuwe digitale vaardigheden aan te leren.

Mensen die moeite hebben met (digitale) dienstverlening van de overheid kunnen bij het Informatiepunt Digitale Overheid dichtbij huis persoonlijke hulp krijgen. De Digihulplijn (0800-1508) is er voor minder digitaalvaardige mensen die graag persoonlijk op weg worden geholpen via telefonisch contact. Vooral onder ouderen is de behoefte groot om op deze manier geholpen te worden. We zetten ons in voor een hoogwaardige overheidsdienstverlening waar voor iedere vraag een begrijpelijk hulp- of overheidsloket beschikbaar is.

Digitaal bewustzijn

Binnen de Alliantie Digitaal Samenleven werken publieke en private partijen samen aan het bevorderen van digitale inclusie. De Alliantie Digitaal Samenleven spitst de activiteiten toe op vier doelgroepen: (Jong)werkenden met Technostress, 18-jarigen en Digitaal Gedoe, Opvoeders en kinderen en Ouderen Online.

Machtigen

Voor burgers en bedrijven die niet zelf digitaal zaken kunnen, willen of mogen doen werken wij aan machtigingsvoorzieningen. Het programma Vertegenwoordigen maakt het mogelijk dat iemand vrijwillig een ander machtigt of wettelijk wordt vertegenwoordigd voor alle digitale diensten van de overheid. In 2022 werken wij verder aan oplossingen voor bewindvoering (Belastingdienst, CJIB), nabestaandenmachtiging (Belastingdienst) en zaakmachtiging (Digitaal Stelsel Omgevingswet), die in 2021 gefaseerd beschikbaar komen. Hierdoor zullen ook bewindvoerders, curatoren, ouders, voogden en vertegenwoordigers van erfgenamen digitaal diensten kunnen afnemen voor de personen die zij vertegenwoordigen.

Een veilige digitale informatiesamenleving

In een veilige informatiesamenleving kan de maatschappij erop vertrouwen dat de dienstverlening van de overheid op een veilige manier verloopt. Digitale veiligheid is een randvoorwaarde voor een kwalitatief goede informatievoorziening van de overheid, evenals echtheid en toegankelijkheid van informatie.

Daarom gaat de overheid in 2022 onverminderd door met de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en actualiseren we de BIO zodat ook aansluiting bij internationale standaarden behouden blijft. In dit kader treffen wij in 2022 eveneens voorbereidingen om de BIO voor de volgende tranche van de Wet Digitale Overheid wettelijk te verankeren. We stimuleren onder andere het gebruik van een online instrument (Inkoopeisen Cybersecurity Overheid) bij de inkoop van ICT-producten en -diensten om te voldoen aan de vereiste informatieveiligheid en privacy. Ook voor overheidswebsites en mailverkeer werken we aan de verhoging van de informatieveiligheid.

Met de toenemende digitalisering groeit ook de invloed van digitale incidenten. Om adequaat te reageren in digitale noodsituaties is goede voorbereiding cruciaal. Om vooraf te leren inspelen en voorbereid te zijn als het mis gaat, organiseren we de Overheidsbrede Cyberoefening, elk jaar in oktober, de Europese maand van de cybersecurity. Naast de jaarlijkse oefening ligt de nadruk voortdurend op kennis delen en regelmatig testen van ICT-systemen binnen de gehele overheid.

Een overheid die de potentie van data op verantwoorde wijze benut en publieke waarden en grondrechten borgt in de digitale samenleving

Steeds vaker gebruiken we data om tot oplossingen te komen voor maatschappelijke opgaven en om de dienstverlening van de overheid te verbeteren. Bij de coronamaatregelen is gebleken dat de inzet van data cruciaal is voor het besturen van Nederland, bijvoorbeeld voor het maken van prognoses en het traceren van risico’s.

In 2021 wordt de Interbestuurlijke Datastrategie Nederland gelanceerd. Dit is het richtinggevende databeleid van de Nederlandse overheid, om verantwoord datagebruik te stimuleren. In 2022 zetten we op meerdere vlakken stappen vooruit. We ondersteunen verschillende dataprojecten, bijvoorbeeld rondom stikstofmonitoring voor N2000-gebieden in Zuid-Holland en de bouwopgave in Flevoland. De uitdagingen en geleerde lessen binnen deze projecten gebruiken we als inbreng voor de ontwikkeling van structurele oplossingen en toekomstig databeleid. Ook publiceren we een datamanifest met basisprincipes voor datagebruik door de overheid en versterken we de kennispositie met betrekking tot data-initiatieven en instrumenten voor verantwoord innoveren.

We zorgen voor het waarborgen van publieke waarden en grondrechten in de informatiesamenleving. Digitale technologie biedt veel kansen voor een persoonlijkere, adequatere en efficiëntere overheid. In breder opzicht bieden technologieën kansen om belangrijke uitdagingen aan te gaan, zoals het tegengaan van klimaatverandering en het indammen van een pandemie. Bij de inzet van technologieën moeten publieke waarden en grondrechten, zoals non-discriminatie, privacy, menselijke waardigheid en autonomie, altijd gewaarborgd zijn. Dat doen we ook door de digitale transformatie in internationaal perspectief te plaatsen.

Daarom ontwikkelen wij beleid dat helpt om kansen van digitale technologie te benutten en risico’s voor publieke waarden en grondrechten te adresseren. In 2022 blijven we maatschappelijke dialoog en voorlichting stimuleren, concrete beleidsinstrumenten ontwikkelen, onderzoek doen en internationaal agenderen. Ook zullen we met concrete voorlichtingsprojecten (zoals lesmateriaal of trainingen) bewustwording over de effecten van technologie bij burgers en een verantwoorde inzet van technologie door organisaties stimuleren.

Ook werken we in 2022 aan handvatten voor overheden om op een verantwoorde manier technologie in te zetten. Voorbeelden zijn instrumenten om de transparantie over de inzet van technologie door organisaties te vergroten, zoals een standaard voor het opzetten van een algoritmeregister of een standaard voor inkoopvoorwaarden om te zorgen dat leveranciers van digitale systemen publieke waarden in hun systemen borgen. In 2022 helpen we de publieke en private organisaties met instrumenten om op een verantwoorde wijze te innoveren. Denk bijvoorbeeld aan de handreiking om non-discriminatiewetgeving beter toepasbaar te maken in de praktijk, of aan een onderzoeksmethode die risico’s voor de mensenrechten in beeld brengt.

De Wet open overheid (Woo) is een initiatiefwet, die tot doel heeft om overheden transparanter te maken en overheidsinformatie actief te openbaren. De verwachting is dat de wet in de eerste helft van 2022 in werking zal treden. Bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 4) zijn financiële middelen vrijgemaakt voor de implementatie en uitvoering van de Woo. In 2022 werken wij interbestuurlijk aan onder andere de oprichting van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding, het verbeteren van de informatiehuishouding door middel van het opstellen en uitvoeren van het meerjarenplan informatiehuishouding en –voorziening (Art. 6.2 Woo) en het actief openbaar maken van categorieën overheidsinformatie via het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI). Daarmee komt er op één centrale vindplaats een overzicht van alle openbare overheidsinformatie.

Een betrouwbare digitale overheid

Een robuuste Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) is gebaat bij een meerjarige programmering en een financieringsarrangement dat rust en overzicht biedt. In 2022 werken wij in de nieuwe structuur van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Digitale Overheid (MIDO). Met het MIDO maken we een betere integrale, meerjarige afweging op het gebied van beheer, exploitatie, onderhoud, doorontwikkeling en vernieuwing van de GDI. De nieuwe manier van samenwerking ondersteunt een effectieve afstemming tussen beleid en uitvoering. Zodat er vanuit een visie op digitale dienstverlening een realistische meerjarenplanning ontstaat voor de vernieuwing van de GDI. Met als doel om de GDI maakbaarder, kostenefficiënter en effectiever te maken.

De verbetering van het stelsel van basisregistraties zetten we in 2022 voort, door het stelsel juridisch, organisatorisch en technisch zo in te richten dat de gegevens eenvoudig bij de bron kunnen worden opgehaald en vervolgens gecombineerd en gebruikt kunnen worden. Alleen dan kunnen deze gegevens optimaal worden benut om burgers en ondernemers digitale diensten te bieden en maatschappelijke opgaven op te pakken. De departementen, uitvoeringsorganisaties en medeoverheden die betrokken zijn bij het stelsel van basisregistraties stemmen onderling hun verbeteracties op elkaar af. Wij financieren monitoring, onderzoek en ondersteuning en het meldpunt voor fouten in overheidsregistraties. Dit is afgesproken in het interbestuurlijk programmaplan voor de verbetering van het stelsel van basisregistraties (Kamerstukken II 2020/21, 27859, nr. 140).

In 2022 zetten we de lijn voort om burgers meer regie over hun eigen gegevens te geven. Met nieuwe regelgeving introduceren we nadere rechten, kaders en spelregels voor het digitaal delen van persoonsgegevens met organisaties buiten de overheid. In 2022 bereiden we de implementatie daarvan voor. Wij maken daarbij gebruik van de resultaten van pilots en experimenten die in 2021 worden afgerond, zoals met de Blauwe Knop en de inkomenstoets voor sociale huur. Het op basis van toestemming van de burger verstrekken van persoons- en adresgegevens uit de Basisregistraties Personen (BRP) aan organisaties buiten de overheid, maken we in 2022 mogelijk.

De BRP verbeteren we op basis van een meerjarige ontwikkelagenda. In 2022 starten we met een experiment met het registreren en bijhouden van tijdelijke verblijfsadressen van niet-ingezetenen in de BRP. Het doel is onder andere beter zicht op verblijf van arbeidsmigranten in Nederland.

De toegang tot de digitale overheid wordt verder verbeterd door een inlogmiddel op hogere betrouwbaarheidsniveaus conform de eIDAS-verordening. De internationale digitale toegang van Nederlanders bij buitenlandse overheden en voor Europeanen bij Nederlandse overheden krijgt verder vorm.

Om privacy, veiligheid en betrouwbaarheid te borgen bij de toegang tot overheidsdienstverlening werken publieke en private partijen aan het verhogen van het betrouwbaarheidsniveau bij het inloggen. Het beschermen van de digitale identiteit en het voorkomen van oneigenlijk gebruik vormt een belangrijke uitdaging in de digitale samenleving, zowel in het publieke als private domein. Wij onderzoeken de rol van de overheid. Het dilemma is de zorgplicht van de overheid, bijvoorbeeld voor een gezaghebbende bron (de digitale bronidentiteit), ten opzichte van de zelfbeschikking van de burger over zijn of haar identiteit. De Europese eIDAS-verordening wordt herzien. Dat leidt in 2022 tot ontwikkelingen op het domein van toegang en digitale identiteit.

Digitalisering houdt niet bij de grenzen op. De Europese wet- en regelgeving en de bouwstenen van de digitale infrastructuur worden doorontwikkeld. Het Europese herstelfonds bevat plannen voor de versnelling van de digitalisering door de Single Digital Gateway (SDG) en het Digital Europe Programme (DEP). Programma’s die wij daarbij co-financieren zijn de publieke European Digital Innovation Hub, de Dutch Societal Innovation Hub van VNG en IPO en de GovTech incubator. Wij werken in de Coalition of the Willing samen met Europese partners aan thema’s zoals Artificial Intelligence, data, open source, en digitale identiteit.

2.1.4 Versnelling naar een grenzeloos samenwerkende overheid

Maatschappelijke opgaven doorsnijden de departementale en de interbestuurlijke indeling. Dit vereist een samenwerkende en responsieve overheid met meer oog voor gedrag en initiatieven van burgers en samenleving. We zien dat dit meer vraagt van de uitvoering van beleid: een (Rijks-)overheid die zich richt op maatschappelijke opgaven, over de grenzen van het eigen ministerie heen kijkt, de menselijke maat richting de burger vooropzet en altijd de echte bedoeling van beleid in ogenschouw neemt bij de uitvoering. De Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en het ongevraagd advies van de afdeling Advisering van de Raad van State over ministeriele verantwoordelijkheid5 onderstrepen het belang daarvan.

Wij stimuleren het werken als één overheid die maatschappelijke vraagstukken gezamenlijk op de kaart zet en aanpakt. De bedoeling achter de regelgeving wordt centraal gezet. Een rijksdienst die transparant is en altijd een open deur heeft voor haar burgers, de menselijke maat vooropzet en die niet discrimineert. Ook hebben we aandacht voor ambtelijk vakmanschap, zodat ambtenaren op basis van openheid te werk kunnen gaan en met tegenspraak om kunnen gaan. Hiertoe is een bewustwordings- en cultuurveranderingsproces nodig. Het Ministerie van BZK heeft in die beweging een aanjagende functie.

Dat kan alleen als de overheid een aantrekkelijke werkgever blijft en de rijksbrede bedrijfsvoering de Rijksoverheid maximaal ondersteunt. De kwaliteit van de dienstverlening staat daarbij voorop en die verbeteren we continu. De Rijksoverheid heeft ook een voorbeeldrol en draagt zelf bij aan het aanpakken van maatschappelijke opgaven, onder andere met een inclusieve organisatie en duurzame oplossingen in vastgoed en inkoop. Zo dragen wij met de rijksbrede bedrijfsvoering bij aan een overheid die maatschappelijke opgaven gezamenlijk adresseert en aanpakt. We maken het voor de medewerkers mogelijk om hybride te kunnen samenwerken. We werken aan een nieuwe balans tussen werken thuis, onderweg en op kantoor. Door bewust hybride te werken kunnen collega’s op verschillende regionale locaties in het land makkelijker op afstand samenwerken, worden vervoersbewegingen beperkt en wordt onderzocht op welke wijze het rijksvastgoed anders en beter ingezet kan worden.

Samenwerken aan goede dienstverlening

Wij helpen met het ontwikkelen van een overheidsbrede visie op dienstverlening, het zetten van verdere stappen in de digitale agenda en het doorlichten van wet- en regelgeving. Ook organiseren we een goede bestuurlijke samenwerking tussen eigenaar, opdrachtgever en uitvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) door het gesprek aan te gaan over gedeelde problemen en risico’s en gezamenlijk op zoek te gaan naar oplossingen. Op basis van de brede evaluatie van de kaders van organisaties met een zelfstandige positie binnen de centrale overheid (zbo’s, planbureaus, rijksinspecties, stichtingen, agentschappen en adviescolleges) worden in 2022 verbeteringen ontwikkeld.

Goed werkgeverschap is essentieel

Door het coronavirus is het werken bij de Rijksdienst blijvend veranderd. We hebben aandacht voor hybride werken, het flexibeler combineren van thuiswerken en het werken op kantoor of op andere locaties. Dit uit zich onder meer in verbeterde voorzieningen om op afstand te werken, maar ook in aandacht voor de wijze waarop het werk wordt georganiseerd en wordt (samen)gewerkt binnen teams met behoud van sociale cohesie. Aandacht hiervoor is belangrijk om aantrekkelijk te blijven als werkgever. Met goede collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) met daarin moderne arbeidsvoorwaarden is en blijft de overheid een aantrekkelijke werkgever. Dit is essentieel voor een goed functionerende en toekomstbestendige publieke sector. Goed werkgeverschap betekent niet alleen aandacht voor maatwerk en keuzevrijheid, maar ook voor het stimuleren van duurzame inzetbaarheid. Daarnaast worden in de cao Rijk ook afspraken gemaakt over hybride werken. In 2022 werken we verder, samen met andere departementen, aan de randvoorwaarden om hybride werken mogelijk te maken. En binnen de rijksbedrijfsvoering onder andere aan het ondersteunen van thuiswerkplekken en het herinrichten van rijkskantoren.

Uitvoering van het Strategische Personeelsbeleid (SPB) 2025 heeft ook in 2022 prioriteit. Onder meer de visie op publiek leiderschap en het meerjarenplan arbeidsmarktcommunicatie 2021-2023 zijn hierin belangrijke elementen. Om een aantrekkelijk werkgever te blijven voor alle groepen wordt extra aandacht besteed aan studenten en recent afgestudeerden. Dit is een groep die het door de pandemie lastig heeft. Zo brengen we in overleg tussen ministeries het aantal stageplekken bij de Rijksdienst weer op peil en bezien we of er meer startersplekken kunnen worden gecreëerd voor deze groep (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 128). Daarnaast ondersteunen we overheidswerkgevers bij het maken en behouden van een veilige werkomgeving en het tegengaan van agressie en geweld tegen hun medewerkers.

Het wijzigingswetsvoorstel ter implementatie van de Europese klokkenluidersrichtlijn is 1 juni 2021 ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2020/21, 35851, nr. 2). De invoering van deze wetswijziging is voorzien voor eind 2021. De website www.wetbeschermingklokkenluiders.nl is ingericht om werkgevers te informeren over deze wetswijziging. Naar aanleiding van de evaluatie van de Wet Huis voor klokkenluiders (Kamerstukken 2020/21, 33258, nr. 48) gaan we aan de slag om de ondersteuning voor klokkenluiders te verbeteren. In 2022 starten we met een pilot en onderzoeken we de meldingsprocedures bij werkgevers met ten minste vijftig werknemers.

Een goed werkgever is inclusief

We streven naar een rijksdienst met divers samengestelde teams en een inclusieve werkcultuur, waarin ieders talent tot zijn recht kan komen, waar medewerkers zich veilig voelen en integriteit hoog in het vaandel staat. Daarvoor treffen we verschillende maatregelen. Zo geven we trainingen om zonder vooroordelen selectiegesprekken te voeren, letten we bij inkoop van diensten op de sociale doelstellingen van leveranciers en zijn er tal van campagnes en gesprekken gericht op bewustwording. Ook blijven we stimuleren dat de Rijksdienst passend werk biedt voor mensen met een arbeidsbeperking, zowel binnen de eigen organisatie als ook binnen inkoopopdrachten bij externe dienstverleners.

Maatschappelijk verantwoord omgaan met vastgoed en inkoop

Er is een ambitieus klimaat- en duurzaamheidsbeleid met een voorbeeldrol voor de Rijksoverheid. De opdracht aan alle ministeries is verduurzamen en inkoop benutten voor de duurzame transitie van Nederland, de inzet van kwetsbare groepen en het duurzaam economisch herstel. De doelen en afspraken hiervoor zijn vastgelegd en uitgewerkt in onder andere het Klimaatakkoord en de inkoopstrategie Inkopen met Impact6. Het Ministerie van BZK helpt de verduurzamingsopgave van alle ministeries vooruit en ondersteunt met een nieuw meerjarig duurzaamheidsprogramma. Het programma geeft inzicht in de voortgang van de duurzaamheidsprestaties en helpt ministeries bij het verkrijgen van een CO2-prestatieladder certificaat, een methode die leidt tot aantoonbare en daadwerkelijk CO2-reductie. Ook bieden we inkoopcriteria aan die helpen bij een duurzame uitvraag richting marktpartijen. De ministeries hebben afgesproken dat de duurzaamheidsdoelen in 2022 onderdeel worden van de jaarplannen en managementafspraken, ook daarbij zal het programma hulp bieden.

Voor de verduurzaming van de Rijksoverheid volgen we de routekaarten voor de verduurzaming van rijksvastgoed, transitie naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfraprojecten en de rijksbrede inkoopstrategie7. Het Rijk vult haar voorbeeldrol ook in door middel van vooruitstrevende projecten, zoals EnergieRijk Den Haag (ERDH). In een uniek samenwerkingsverband met de gemeente Den Haag en de provincie Zuid-Holland werken we aan de verduurzaming van de belangrijkste dertig (semi-) overheidsgebouwen in het centrum van Den Haag. Het Rijksvastgoedbedrijf voert het Programma Zon op Dak uit waarmee de daken van rijksgebouwen versneld worden voorzien van zonnepanelen. Dit pilotprogramma loopt tot 2022 waarna wordt besloten over verdere opschaling. Ook stimuleert het Rijksvastgoedbedrijf circulair- en biobased bouwen en realiseren zij laadpalen voor elektrische auto’s. De Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk (Kamerstukken II, 2020/21, 31490, nr. 301) biedt jaarlijks inzicht in de voortgang op het gebied van energiebesparing en andere doelstellingen. Innovatie speelt een belangrijke rol bij de verduurzamingsopgave. Daarom heeft het Rijksvastgoedbedrijf een innovatieagenda en –portfolio opgesteld, en wordt het Programma Groene Innovaties uitgevoerd. De lessen die we in pilotprojecten leren, worden vanaf 2022 nader geïmplementeerd.

Naast duurzaamheid kunnen er meer maatschappelijke doelen bereikt worden door het inzetten van rijksvastgoed en rijksgronden. Het gaat onder meer om woningbouw, de huisvesting van aandachtsgroepen, het opwekken van hernieuwbare energie en natuurontwikkeling ten behoeve van de aanpak van de stikstofproblematiek. In 2022 wordt dit verder uitgebouwd.

ICT, informatievoorziening en informatiebeveiliging binnen de rijksdienst

Wij zetten in op het op orde brengen en houden van informatievoorziening (IV) en ICT binnen het Rijk en uitvoeringsorganisaties, zodat onze informatie beschikbaar en correct is en de vertrouwelijkheid ervan beschermd wordt. We versterken de informatiebeveiliging en ICT bij het Rijk door het bestendigen van ons ICT-landschap inclusief de bijbehorende voorzieningen. We investeren in het I-vakmanschap van onze medewerkers en zorgen ervoor dat kennis en kunde op het gebied van digitalisering op peil is. Dat doen wij in samenwerking met andere overheden, het bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap.

Naar aanleiding van de Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (POK) is in 2021 een regeringscommissaris aangesteld met als opdracht het verbeteren van de informatiehuishouding van de rijksoverheid. In 2022 coördineert de regeringscommissaris diverse maatregelen uit het actieplan ‘Open op orde’ (Kamerstukken II 2020/21, 29362, nr 291). Met het oog op actieve openbaarmaking en informatieverstrekking aan parlement en samenleving versnellen en verbeteren we de informatievoorziening binnen en vanuit de rijksoverheid. Het meerjarige Rijksprogramma voor Duurzame Digitale Informatiehuishouding (RDDI) is geïntegreerd in het programma Open op Orde.

In 2022 zetten wij een volgende stap in het versterken van de digitale weerbaarheid en stimuleren we samenwerking en kennisdeling tussen diverse lagen van de rijksoverheid op het gebied van informatiebeveiliging. We zetten gericht in op preventie, detectie en respons. Ook zetten we een eerste stap naar de uitwerking van de Nationale Cryptostrategie (Kamerstukken II 2018/19, 26643, nr. 614).

In 2022 versterken we de sturing op het IV- en ICT-domein door uitvoering te geven aan het Besluit CIO-stelsel Rijkdienst. Dat doen we onder andere door de rol van de CIO binnen de Rijksdienst steviger en aan de bestuurstafel te positioneren. Aan meer transparantie over ICT werken we via het Kwaliteitskader voor departementale Informatieplannen. Dat gaat zorgen voor meer eenheid en onderlinge vergelijkbaarheid van de IV-plannen van de ministeries en het jaarlijks informeren van het parlement over de belangrijkste onderwerpen en speerpunten op het rijksbrede informatiedomein. En omdat ook voor het informatiedomein het leren centraal staat, creëren we een veilige omgeving om dat te kunnen doen.

In 2022 beginnen we met de transformatie van het Rijks ICT-dashboard met de nadruk op de maatschappelijk toegevoegde waarde van ICT en IV. De uitbreiding van het ICT-dashboard met inzicht in beheer- en onderhoudsaspecten van ICT-projecten is daarbij een eerste stap.

Overzicht coronamaatregelen

De afgelopen maanden zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronapandemie. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de pandemie het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van BZK zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op www.rijksfinancien.nl/corona-visual

Tabel 2 Coronamaatregelen op de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1 mln.)

Art.

Omschrijving maatregel

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Vindplaats

1

Lokale culturele voorzieningen

8

4,1

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2019/20, 35823, nr. 1

1

Verkiezingen 2021

0

4,9

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2020/21, 35570 VII, nr. 73

1

Grenstesten

0

12

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2020/21, 35823, nr. 1

Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1175

3

Lagere terugontvangsten huurtoeslag door verlaging terugvorderingsrente

7,8

7,2

8,1

1,8

0

0

0

Kamerstukken II 2019/20, 35553, nr. 1

3

Flexpools

20

0

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1

4

Investeringsimpuls maatschappelijk vastgoed

10

0

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1

4

Specifieke uitkering ventilatie in scholen

0

185

15

0

0

0

0

Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1

Kamerstukken II 2020/21, 35570 VII, nr. 73

Kamerstukken II 2020/21, 32846, nr. 703

 

Totaal

45,8

213,2

23,1

1,8

0

0

0

 

Lokale culturele voorzieningen

ter compensatie voor de gevolgen van de coronacrisis krijgen de provincies in 2021 voor de periode 1 juni 2020 tot en met 31 dcember 2020 € 4,1 mln. beschikbaar voor de borging van de lokale en regionale infrastructuur.

Verkiezingen 2021

In verband met het coronavirus zijn maatregelen genomen om de Tweede Kamerverkiezingen op een veilig manier te laten verlopen, zodat risico's voor de gezondheid konden worden voorkomen. Dit betroffen onder andere maatregelen in het stemlokaal, het mogelijk maken van briefstemmen voor personen van 70 jaar en ouder en van vervroegd stemmen in het stemlokaal. Daarnaast werden ook middelen beschikbaar gesteld voor de communicatie, voorlichting en ondersteuning voor gemeenten over de maatregelen en procedures.

Grenstesten

Nederlanders die vanwege werk, zorg en onderwijs naar Duitsland reizen, moesten vanaf dinsdag 6 april 2021 een negatief testbewijs hebben. Dit vormde een belemmering voor veel inwoners van de grensregio met Duitsland. Dit geldt in het bijzonder voor grensgangers die vanwege werk, opleiding of zorg de grens met Duitsland moeten oversteken. Hiervoor is ook door de Tweede Kamer aandacht gevraagd. Het kabinet heeft voor die mensen die wonen in Nederland maar werken of fysiek onderwijs volgen in Duitsland, of de grens over moeten voor het verlenen van mantelzorg of bezoek aan een arts en die in Nederland alleen aangewezen zijn op commerciële teststraten, in de Nederlandse grensregio’s die grenzen aan Duitsland een extra testvoorziening gecreëerd voor een periode van acht weken.

Lagere terugontvangsten huurtoeslag door verlaging terugvorderingsrente

Het kabinet heeft de invorderingsrente tijdelijk van 4 procent naar 0,01 procent verlaagd. Dit leidt op de begroting van BZK tot lagere ontvangsten op de huurtoeslag. De generale compensatie voor deze lagere ontvangsten is verwerkt in de begroting van BZK.

Specifieke uitkering ventilatie in scholen

Op 1 oktober 2020 kwam het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen met de eindrapportage waarin de ventilatiesituatie op scholen in beeld is gebracht. Het rapport is samen met een beleidsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2020/21, 31293, nr. 555). Het kabinet heeft naar aanleiding van dit rapport extra middelen beschikbaar gesteld voor de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) gericht op de verbetering van het binnenklimaat van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II 2019/20, 32847, nr. 650). In 2021 is er € 100 mln. beschikbaar voor voor de verbetering van het binnenklimaat van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs. Daarnaast is naar aanleiding van de motie van de Tweede Kamerleden Westerveld en Kuiken van 14 juli 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1368) additioneel € 100 mln. vanuit de aanvullende post toegevoegd aan de begroting van BZK voor ventilatie in scholen. Het gaat om € 85 mln. in 2021 en € 15 mln. in 2022. Hiermee worden alle tot 1 juli 2021 ingediende aanvragen gehonoreerd en kan er eenvullend een tweede tijdvak worden opengesteld.

1

CBS monitor brede welvaart

2

https://www.cpb.nl/economische-aandachtspunten-kabinetsformatie

3

ABF Primos 2020/Staat van de woningmarkt

4

De 14 gebieden zijn: Metropoolregio Amsterdam (Havenstad, MRA West, MRA Oost), Zuidelijke Randstad (Rotterdam Oostflank, Den Haag CID, Oude Lijn Leiden-Dordrecht), Regio Utrecht (Utrecht Zuidwest), Stedelijk Gebied Eindhoven (Eindhoven Knoop XL), Brabantse Stedenrij (ntb), Gemeente Groningen (Suikerunieterrein, Eemskanaalzone), Regio Arnhem/Nijmegen (Nijmegen Kanaalzone, Stationsgebied), Zwolle (Spoorzone).

Licence