Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.1 Beleidsprioriteiten

De gevolgen van de COVID-19 pandemie zullen ook in 2022 nog merkbaar zijn in binnen- en buitenland. De pandemie heeft de internationale handel en daarmee het Nederlandse internationaal opererende bedrijfsleven zwaar geraakt. Het jaar 2022 zal in het teken staan van een duurzaam herstel van het internationale verdienvermogen van Nederland en een sterke internationale concurrentiepositie voor onze bedrijven. In ontwikkelingslanden en opkomende economieën is de crisis voorlopig nog niet ten einde. COVID-19 is daar niet alleen een gezondheidscrisis, maar ook een economische crisis met verstrekkende gevolgen. Eerder geboekte vooruitgang bij het terugdringen van armoede is deels verloren gegaan, mensenrechten en maatschappelijke ruimte staan in veel landen onder druk, en ook de schuldendruk stijgt.

Tegelijkertijd zijn er internationaal ook andere grote uitdagingen: de urgentie voor klimaatactie groeit, conflicten en ontheemding duren voort en de geopolitieke spanningen nemen verder toe, mede als gevolg van een steeds assertievere opstelling van China, met consequenties voor de positie van internationaal opererende Nederlandse bedrijven in internationale waardeketens. Preventie en weerbaarheid zijn daarom sleutelwoorden voor 2022.

Het kabinet blijft in deze uitdagende context inzetten op de drie hoofddoelen van de BHOS-nota Investeren in Perspectief: (1) verminderen van instabiliteit, armoede en ongelijkheid in ontwikkelingslanden; (2) bevorderen van duurzame economische groei en effectieve klimaatactie wereldwijd; (3) versterken van het internationaal verdienvermogen van Nederland. De nadruk ligt daarbij op groen en inclusief herstel in de nasleep van de pandemie, met aandacht voor het tegengaan van ongelijkheid, waarborgen van mensenrechten en het vergroten van de economische weerbaarheid van Nederland. Om impact te vergroten trekken we waar mogelijk op in EU- of multilateraal verband.

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) – gericht op preventie en het vergroten van weerbaarheid en de brede welvaart (hier en nu, later en elders) – blijven het kader voor de Nederlandse inzet, in samenwerking met andere overheden, partners uit het maatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven en internationale organisaties. Ook stelt het kabinet het perspectief van jongeren steeds meer centraal in het BHOS-beleid, en worden in 2022 verdere stappen gezet om het Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerkingsbeleid in lijn met het Akkoord van Parijs te brengen.

Focusgebieden Ontwikkelingssamenwerking

Gezondheid en keuzevrijheid voor vrouwen en meisjes

De COVID-19 pandemie onderstreept het belang van een sterke en veerkrachtige gezondheidssector. Nederland zal in 2022 extra aandacht besteden aan het veerkrachtiger maken van gezondheidszorgsystemen, bijvoorbeeld door met innovatieve financiering efficiëntie te vergroten, en de coördinatie op landenniveau en de samenwerking met eindgebruikers van gezondheidsdiensten te verbeteren.

Ook de basisgezondheidszorg staat in veel ontwikkelingslanden onder druk. Dit leidt tot meer ongeplande (tiener-)zwangerschappen en moeder- en kindsterfte, en tot verminderde toegang tot hiv- en aidspreventie en -behandeling. Om de doelstellingen voor Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) te behalen blijft Nederland in 2022 inzetten op het overeind houden en versterken van basisgezondheidszorg, door onder meer de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), UNFPA (United Nations Population Fund), GFF (Global Financing Facility for Every Woman, Every Child) en maatschappelijke organisaties te steunen. Daarbij ziet het kabinet lokaal eigenaarschap als fundament voor samenwerking tussen lokale overheden en de WHO en andere partijen.

Om de pandemie mondiaal te bedwingen is wereldwijde toegang tot vaccins, diagnostiek en beschermende middelen cruciaal. Nederland blijft zich dus inzetten voor een solidaire verdeling van deze middelen door het internationaal coördinatiemechanisme Access to COVID-19 Tools Accelerator (ACT-A) en het vaccinprogramma COVAX te steunen, ook via de EU.

Keuzevrijheid voor vrouwen en meisjes, goede informatievoorziening en toegang tot anticonceptie blijven onverminderd een pijler van het BHOS-beleid. Internationale afspraken over de SRGR-agenda staan echter onder druk. Samen met steeds meer gelijkgezinde landen bedrijft Nederland daarom stille en luide diplomatie om de pushback tegen vrouwenrechten, gendergelijkheid en SRGR tegen te gaan. Het kabinet is verheugd de VS op deze belangrijke agenda weer aan zijn zijde te vinden. Via het internationale SRHR Partnership Fund steunt Nederland lokale beleidsbeïnvloeding gericht op met name jongeren en achtergestelden.

Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes

Het Nederlandse internationale genderbeleid behoudt in 2022 de volgende doelstellingen: (1) het versterken van politieke participatie en leiderschap van vrouwen; (2) het versterken van economische participatie en empowerment van vrouwen; (3) het tegengaan van (seksueel) geweld tegen vrouwen en meisjes; en (4) het versterken van de rol van vrouwen in conflictpreventie en vredesopbouw. Nederland draagt hieraan bij via het derde EU Gender Actie Plan (GAP) en het vierde Nationaal Actieplan 1325 (NAP). Ook blijft Nederland zich in 2022 uitspreken voor ratificatie en implementatie van de Istanbul Conventie en tegen gender-gerelateerd geweld.

Daarnaast dragen de strategische partnerschappen onder het vorig jaar gelanceerde SDG 5 fonds in 2022 bij aan de doelen van de Generation Equality Forum Actiecoalitie van Feminist Movements and Leadership (2021-2026). Ook pleit het kabinet op internationale fora en via bilaterale contacten voor politieke en financiële steun aan (Zuidelijke) vrouwenrechtenorganisaties.

Versterking maatschappelijk middenveld

De pandemie heeft de (politieke) ruimte voor het maatschappelijk middenveld wereldwijd verder onder druk gezet. Nederland trekt daarom ook in 2022 samen met andere landen op om het maatschappelijk middenveld – een essentieel onderdeel van een goed functionerende democratie – te versterken. Het kabinet doet dit onder meer via de 42 in 2021 gestarte partnerschappen onder het Beleidskader Versterking Maatschappelijk Middenveld, gericht op het versterken van de positie van lokale maatschappelijke organisaties. Daarnaast zet het kabinet zich diplomatiek in voor meer ruimte voor het maatschappelijk middenveld, zowel binnen EU-, VN- als in OESO/DAC-verband. Organisaties als CIVICUS en het International Centre for Not for Profit Law dragen daar met Nederlandse steun aan bij.

Investeren in onderwijs, werk en jongeren

Het blijft voor het kabinet van belang om te werken aan perspectief voor jongeren in de focusregio’s, zoals uiteengezet in de strategie Youth at Heart. Investeringen in kwaliteitsonderwijs worden in 2022 gecontinueerd, onder andere via het Global Partnership for Education (GPE) en Education Cannot Wait (ECW). Onderwijs voor meisjes krijgt daarbij bijzondere aandacht.

Cruciaal blijft de aansluiting van (beroeps)onderwijs op de vraag vanuit de arbeidsmarkt. Om die aansluiting te verbeteren en jongeren meer kans te bieden op betekenisvol werk zet Nederland in 2022 het Nexus Skills and Jobs programma en de samenwerking met Generation Unlimited voort. Met het Prospects partnerschap draagt Nederland bij aan het perspectief op werk voor vluchtelingen, ontheemden en kwetsbare gemeenschappen. Vanaf 2022 zal dit programma zich nog meer richten op het vergroten van de stem en participatie van jongeren.

De ondersteuning van het MKB in ontwikkelingslanden met groeipotentieel wordt voortgezet, om werk te creëren voor jongeren en vrouwen. Ondernemerschap en fatsoenlijk werk en inkomen voor jongeren worden gesteund via het Challenge Fund for Youth Employment, Orange Corners, het Local Employment for Development in Africa (LEAD) programma, en het Youth Entrepreneurship and Innovation fonds van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Met FMO-programma’s als MASSIF en het Dutch Good Growth Fund (DGGF) wordt ook in 2022 de toegang tot financiering voor jongeren verder vergroot.

In 2022 zal het kabinet samenwerken met een Jongerenadviescommissie om het belang van de stem van jongeren in beleidsvorming te benadrukken en de stem van jongeren in de focusregio’s te versterken.

Opvang en bescherming in de regio 

Wereldwijd blijf het aantal vluchtelingen en ontheemden stijgen. Als gevolg van de pandemie zijn zij extra kwetsbaar en staan zelfredzaamheid en perspectief nog meer onder druk. Via het Prospects partnerschap met UNHCR, ILO, UNICEF, IFC, en de Wereldbank – dat in 2022 het vierde jaar ingaat – investeert Nederland in een duurzame aanpak van de langdurige crises van ontheemden in de Syrië-regio en de Hoorn van Afrika. De tussentijdse evaluatie van Prospects in 2021 zal leiden tot verbetering van programmering en van de beleidsdialoog met partners, donoren en autoriteiten van betreffende landen. De lessen van de COVID-19 pandemie worden in het programma meegenomen (bijv. online onderwijs voor vluchtelingen en gastgemeenschappen).

Migratiesamenwerking

Met de plannen voor een nieuw Pact voor Asiel en Migratie heeft de Europese Commissie een impuls gegeven aan internationale samenwerking inzake migratie, zowel binnen als buiten Europa. Meer dan voorheen is die samenwerking van belang om het Nederlandse migratiebeleid goed te kunnen uitvoeren.

In 2022 vult Nederland de relatie met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), de grootste uitvoerder van Nederlandse programma’s op het terrein van migratiesamenwerking, verder in. Dat betreft enerzijds hoe en waar IOM met Nederlandse steun programma’s uitvoert, en anderzijds de rol van Nederland bij het bepalen van de koers van de organisatie.

Samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Koninklijke Marechaussee, de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie blijft Nederland inzetten op het stroomlijnen van de internationale aanpak van mensenhandel en -smokkel, langs de voor Nederland belangrijke migratieroutes.

Noodhulp en humanitaire diplomatie

De verwachting is dat de noden in 2022 opnieuw toenemen als gevolg van de COVID-19 crisis, klimaatverandering en conflict. Nederland blijft zich committeren aan hulp voor mensen waar de nood het hoogst is, met flexibele en meerjarige financiering. Daarbij staan altijd en overal in de Nederlandse diplomatieke inspanningen rond humanitaire crises bescherming van burgers, ongehinderde toegang tot hulpverlening, en naleving van het internationale humanitaire recht centraal.

In navolging van de in 2021 gelanceerde Grand Bargain 2.0 richt het kabinet zich op meer betrokkenheid en zeggenschap van lokale spelers en getroffen gemeenschappen. Ook continueert het kabinet de inspanningen om geestelijke gezondheid en psychosociale steun (MHPSS) in noodhulp te integreren, en om grensoverschrijdend gedrag in de internationale hulpverlening tegen te gaan.

Meer effectiviteit en efficiëntie binnen het humanitaire systeem blijven van groot belang. Tijdens het Nederlandse voorzitterschap (t/m juni 2022) van de OCHA Donor Support Group (ODSG) zal de rol van het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken van de VN (OCHA) in het vergroten van de effectiviteit van humanitaire hulp een belangrijk punt zijn. Nederland richt zich op meer gezamenlijke programmering, uitvoering en financiering, in het bijzonder op het beter betrekken van lokale hulporganisaties en op gedegen verantwoording richting hulpontvangers.

Vanaf 2022 worden verschillende Nederlandse bijdragen (onder meer aan de VN, de Dutch Relief Alliance (DRA) en het Rode Kruis) vernieuwd, met specifieke aandacht voor lokalisering, integratie van MHPSS in crisisrespons en het tegengaan van seksuele exploitatie, misbruik en gender-gerelateerd geweld.

Rechtvaardige en vreedzame samenlevingen

Stabiliteit, vrede en rechtvaardigheid in de focusregio’s zijn ook in 2022 beleidsdoelen voor het kabinet. Nederland blijft zich hiervoor inspannen, onder meer door het versterken van de rechtsstaat, opruimen van explosieve oorlogsresten, hervormen van de veiligheidssector, voorkomen van gewelddadig extremisme, conflictbemiddeling en transitional justice, steun voor inclusieve vredesonderhandelingen, verbeteren van toegang tot recht en versterken van democratische instellingen. Ook op dit thema vormen de SDG’s, specifiek SDG 16 (rechtvaardige, vreedzame en inclusieve samenlevingen), het overkoepelende kader. Om deze doelen te realiseren is een geïntegreerde inzet van ontwikkelingssamenwerking, diplomatie en missies en operaties nodig.

Als lid van de VN Vredesopbouw Commissie richt het kabinet zich in 2022 op meer structurele aandacht voor geestelijke gezondheid en psychosociale steun bij internationale vredesopbouw, ook binnen de programmering van het VN Vredesopbouw Fonds.

Internationale klimaatactie

Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor mens, natuur en milieu en vraagt om een mondiale aanpak. Nederland blijft daarom in 2022 internationaal actieve klimaatdiplomatie voeren om de uitvoering van het Akkoord van Parijs te versnellen. De nadruk ligt op gebieden waar Nederland het grootste verschil kan maken, zoals klimaatweerbaarheid in Afrika, de energietransitie in Azië en bosbehoud in de tropen. Nederland zet daarom onder meer in op ambitieuze en effectieve EU-wetgeving, gericht op het voorkomen van ontbossing en bosdegradatie. Ook zorgen we dat Nederlandse vertegenwoordigingen, waar opportuun, concrete ondersteuning kunnen bieden voor een versnelde energietransitie. Daarnaast vraagt Nederland internationaal aandacht voor meer financiering voor klimaatadaptatie, private klimaatfinanciering en vergroening van het beleid van multilaterale banken.

Een belangrijke pijler voor de Nederlandse inspanningen in ontwikkelingslanden is eerlijk, inclusief en groen herstel na de COVID-19 crisis. Nederland blijft in 2022 klimaatprojecten financieren in de armste en meest kwetsbare landen, onder andere via internationale fondsen zoals het Groene Klimaatfonds (GCF) en het nationale klimaatfonds (DFCD). Hierbij prioriteert Nederland versterking van weerbaarheid tegen de gevolgen van klimaatverandering, het tegengaan van ontbossing en het verbeteren van toegang tot hernieuwbare energie. Het kabinet besteedt extra aandacht aan arme en kwetsbare groepen, in het bijzonder vrouwen, bijvoorbeeld in multilaterale fora zoals de Commission on the Status of Women.

Voor een toekomstbestendige mondiale economie is de energietransitie cruciaal. Nederland geeft opvolging aan de UN High Level Dialogue on Energy door in 2022 in totaal 3,2 miljoen mensen toegang tot hernieuwbare energie te geven. Specifieke aandacht is er voor toegang tot schoon koken en elektriciteit voor de allerarmsten in de focusregio’s Sahel en de Hoorn van Afrika.

Betere voeding en klimaatslimme landbouw

Als gevolg van de COVID-19 pandemie, klimaatverandering en conflict is de mondiale voedselzekerheid in 2021 verder verslechterd. Ook de verwachtingen voor 2022 zijn negatief. Nederland zet daarom onverminderd in op SDG 2, het beëindigen van honger en het promoten van duurzame landbouw. De afspraken van de VN voedseltop van september 2021 moeten leiden tot een intensivering en versnelling van de internationale inzet om SDG 2 te halen. Nederland hanteert daarbij een integrale aanpak van duurzaam beheer van land, klimaat, landbouw en een gezonde voeding voor iedereen. Daarbij wordt onder andere via het Netherlands Food Partnership gebruik gemaakt van Nederlandse kennis en kunde voor meer impact in ontwikkelingslanden.

Waterbeheer, drinkwater en sanitaire voorzieningen

Ook in 2022 wil Nederland blijvende en inclusieve toegang tot drinkwater- en sanitaire voorzieningen en hygiëne (WASH) bevorderen. Deze voorzieningen dragen bij aan een goede gezondheid en bleken cruciaal om COVID-19 in ontwikkelingslanden in te dammen. Met publiek ontwikkelingsgeld als hefboom voor private en andere vormen van financiering neemt het financieringstekort voor SDG 6 (schoon water en sanitatie) af. Zo draagt Nederland bij aan het Global Acceleration Framework (GAP).

In 2023 vindt onder voorzitterschap van Nederland en Tajikistan de VN-Watertop plaats. Nederland zal samen met VN-lidstaten, internationale organisaties, de private sector en maatschappelijke organisaties een actiegerichte agenda en uitkomst van de Top nastreven.

Als vervolg op het High Level Panel on Water heeft het kabinet in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de periode 2019-2022 het Valuing Water initiatief vorm en inhoud gegeven. In 2022 wordt een externe partij aangewezen om het initiatief vanaf 2023 verder te ontwikkelen.

Investeringen in de focusregio’s

Nederland continueert de verschuiving van het zwaartepunt van de nationale ontwikkelingssamenwerking naar West-Afrika/Sahel, Hoorn van Afrika en Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA).

In de Sahel blijven de inspanningen gericht op armoedebestrijding en het verbeteren van het toekomstperspectief van de jeugd, met name meisjes. In 2022 is Nederland nauw betrokken bij de uitvoering van de EU-Sahel strategie en de internationale inzet ter ondersteuning van de G5-Sahel. Ook zet Nederland in op een eerlijke, effectieve politieke dialoog met autoriteiten in de regio over het belang van goed bestuur en van een geïntegreerde inzet op het bevorderen van veiligheid, rechtsstaat en ontwikkeling.

De steeds veranderende conflictdynamiek en de gevolgen daarvan voor vredesopbouw, humanitaire hulp en ontwikkeling maken de inzet in de Hoorn van Afrika complex. Binnen de EU-strategie voor de Hoorn van Afrika richt Nederland zich vooral op democratische transities, inclusieve ontwikkeling, het tegengaan van marginalisering van groepen en het bestrijden van corruptie en nepotisme.

Nederland en EU-ontwikkelingssamenwerking

Nederland werkt in 2022 samen met Europese partners verder aan uitvoering van de EU-Afrika strategie. Hierbij streeft de EU naar een gelijkwaardig partnerschap met Afrikaanse landen, gebaseerd op wederzijdse belangen en afspraken, wederkerigheid, gedeelde verantwoordelijkheid en gezamenlijk handelen. De prioriteiten hiervoor worden nader uitgewerkt in aanloop naar de zesde EU-AU Top, die door de COVID-19 pandemie is uitgesteld en naar verwachting begin zal 2022 plaatsvinden. Nederlandse prioriteiten voor die top zijn: banen en investeringen, klimaat, migratie, landbouw en voedselzekerheid, veiligheid en terrorisme.

Het kabinet is het met de Europese Commissie eens dat sterke politieke, economische en culturele banden tussen EU en Afrika cruciaal zijn om de wederzijdse belangen te dienen. De EU voert daarom een intensieve politieke dialoog met veel Afrikaanse landen en trekt, waar opportuun, multilateraal op. De EU is tevens de grootste investeerder in Afrika. Dit leidt onder meer tot werkgelegenheid, en draagt zo bij aan een van de Nederlandse beleidsdoelen.

In 2022 worden programma’s uitgevoerd onder het nieuwe instrument voor Nabuurschap, Ontwikkeling en Internationale Samenwerking (NDICI), waarmee ontwikkeling buiten de EU wordt gefinancierd. Het NDICI bevat ook een garantiefonds, het European Fund for Sustainable Development+ (EFSD+). Nederland zal bij de uitvoering van het NDICI en bij de beoordeling van projectvoorstellen onder meer het belang van een ambitieuze inzet op het behalen van de afgesproken gender- en klimaatdoelstellingen benadrukken. Waar relevant neemt Nederland actief deel aan Team Europe initiatieven met de EU-instellingen en andere lidstaten, om in derde landen gezamenlijk effectiever te zijn in het behalen van de SDG’s en het realiseren van groen en inclusief herstel na de COVID-19 pandemie. 

Duurzame en inclusieve groei wereldwijd

Mobiliseren van de private sector voor de SDG’s

Het internationale verdienvermogen van Nederland draagt significant bij aan de Nederlandse economie en aan de economische ontwikkeling van de landen waarin Nederlandse bedrijven actief zijn. Het midden- en kleinbedrijf is de motor van de economie en creëert banen, in Nederland en in ontwikkelingslanden. Met hun investerings-, markt-, en innovatiekracht zijn zij een belangrijke partner voor duurzame economische ontwikkeling. Samenwerking met de private sector is daarom essentieel om de SDG’s en doelstellingen van het Akkoord van Parijs te bereiken.

Het kabinet werkt daarom actief samen met de private sector om in ontwikkelingslanden werkgelegenheid te creëren en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Daarnaast richt het zich op het verbeteren van het ondernemingsklimaat, het vergroten van toegang tot financiële diensten en op meer en eerlijke handel. Door middel van Innovatieve Financiering voor Ontwikkeling (IFO) worden publieke middelen als hefboom ingezet voor het aantrekken en opschalen van private investeringen, die gebruikt worden om in ontwikkelingslanden werkgelegenheid te stimuleren. In 2022 is ook de FMO, met onder meer de fondsen die de Ontwikkelingsbank namens de staat beheert, weer een belangrijke innovatieve speler bij het aantrekken van dergelijke financiering. Via het Innovatiefonds steunt het kabinet Nederlandse en lokale bedrijven bij het ontwikkelen van digitale en circulaire toepassingen die bijdragen aan de SDG’s.

Van publieke zijde wordt de inzet van Nederlandse bedrijven voor de SDG’s ondersteund via de brede economische diplomatie, de handelsinstrumenten van RVO en het financieren en verzekeren van buitenlandse investeringen en exporten. In de prioriteitsmarkten uit de handelsagenda richt deze steun zich vooral op (dwarsverbanden tussen) sectoren die voor het bereiken van de SDG’s relevant zijn, en voor het Nederlandse bedrijfsleven verdienkansen bieden in het buitenland.

Integrale aanpak mondiale ketenverduurzaming

De COVID-19 pandemie heeft zwaktes in wereldwijde handelsketens blootgelegd en de noodzaak tot verduurzaming van waardeketens en verantwoord ondernemen onderstreept. Nederland blijft daarom wereldwijd streven naar duurzame en verantwoorde productie van goederen en diensten. Daarbij ziet het kabinet een rol voor zowel de private sector en maatschappelijke organisaties als voor overheden. Bijzondere aandacht blijft uitgaan naar specifieke ketens als textiel, cacao en palmolie. Hierin zet Nederland in op het bevorderen van leefbaar loon en het tegengaan van kinderarbeid en ontbossing. Het kabinet blijft diverse organisaties steunen om verder te werken aan de transitie naar duurzame ketens. In 2022 wordt het in 2021 herziene Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten verder ingevuld en uitgevoerd.

Nederlandse bedrijven hebben een significant aandeel in het verduurzamen van waardeketens via internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). Hieraan wordt een verdere impuls gegeven via het 5V-model, dat zich richt op voorlichten, verleiden, vergemakkelijken, stellen van voorwaarden en verplichten. Een belangrijk element hiervan is de invoering van een verplichting voor bedrijven om gepaste zorgvuldigheid toe te passen en IMVO-standaarden na te leven. Deze verplichting wordt bij voorkeur in Europees verband verankerd op basis van het voorstel van de Europese Commissie. Komt een Europese verplichting echter niet van de grond, dan is Nederland ook voorbereid op het invoeren van nationale dwingende maatregelen. Daarnaast wordt bedrijven hulp geboden bij het toepassen van gepaste zorgvuldigheid via een ‘steunpunt IMVO’, dat verder uitgerold zal worden. Tegelijkertijd moet de overheid het goede voorbeeld geven, onder meer door voorwaarden te stellen aan de toegang tot het bedrijfsleveninstrumentarium en met het eigen inkoopbeleid, om zodoende bedrijven aan te moedigen om maatschappelijk verantwoord te ondernemen.

Investeren in een toekomstbestendig handels- en investeringssysteem

Internationale handel is essentieel voor post-COVID economisch herstel. Nederland blijft zich bilateraal, in EU-verband en multilateraal inzetten voor versterking van het op regels gebaseerde internationale handelssysteem, onder meer via hervorming van de WTO. Daarnaast zal handelspolitiek in 2022 in het teken staan van het vergroten van de weerbaarheid van de EU, het creëren van een internationaal gelijk speelveld voor het bedrijfsleven, meer toezicht op de naleving van EU-handelsakkoorden (zowel bilateraal als multilateraal) en verdere verduurzaming van het EU-handelsbeleid.

In 2021 heeft de Europese Commissie een herziening van het EU-handelsbeleid gepubliceerd, waarin Nederland veel van de eigen prioriteiten terugziet. In 2022 zal de implementatie van deze herziening verder vorm krijgen, onder meer door het ontwikkelen van handelsgerelateerde wetgeving zoals een nieuw overheidsaanbestedingeninstrument, een nieuw anti-coercion instrument, nieuwe regels om buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren aan te pakken, wetgeving op het terrein van ontbossing, wetgeving op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen en een carbon border adjustment mechanism. Hoewel deze instrumenten niet allemaal primair handelspolitieke instrumenten zijn, zal dit pakket (voorgenomen) wetgeving grote gevolgen hebben voor de EU-handelsrelaties met derde landen. Voor Nederland is belangrijk dat deze maatregelen bijdragen aan een gelijker speelveld en een duurzamer EU-handelsbeleid, zonder dat de EU vervalt in protectionisme of in meerdere bilaterale handelsgeschillen belandt.

De relatie tussen handel en duurzaamheid zal verder versterkt worden, onder andere door verdere verduurzaming van toekomstige EU-handelsakkoorden waar Nederland zich voor inzet. Samen met Frankrijk heeft Nederland hiervoor ideeën aangedragen die de Europese Commissie deels heeft overgenomen. De Commissie werkt in 2021 en 2022 aan de herziening van het «15-punten actieplan voor handel en duurzame ontwikkeling», waarbij Nederland zich zal inspannen om die ideeën daarin op te nemen. Multilateraal kan verduurzaming van handel gerealiseerd worden door een sterkere focus hierop binnen de WTO, onder andere door een discussie te entameren over productiestandaarden in relatie tot handelspolitiek en door het lanceren van een handel & klimaat initiatief.

Nederland zal blijven werken aan een duurzaam internationaal investeringssysteem door in te zetten op de voortgaande modernisering en hervorming van investeringsakkoorden en van investeerder-staat geschillenbeslechting.

Ons handelsbeleid bestaat ook uit exportcontrole op goederen en diensten voor tweeërlei gebruik (dual-use). Begin juni 2021 is de herziene EU dual-use verordening gepubliceerd en na 90 dagen officieel in werking getreden. Het jaar 2022 zal in het teken staan van een efficiënte en effectieve implementatie van de herziene verordening. Een belangrijke wijziging betreft cybersurveillancetechnologie en de mogelijkheid deze nationaal onder exportcontrole te brengen als er zorgen zijn over mensenrechtenschendingen. Daarnaast verbetert de herziening het gelijke speelveld binnen de EU en de transparantie en onderlinge samenwerking tussen lidstaten, en worden de administratieve drempels in geval van laag-risico export van bepaalde goederen verlaagd.

Mede door de snelheid van technologische ontwikkelingen op het gebied van cybersurveillance, is de definitie van cybersurveillancetechnologie nog niet volledig ingevuld. De Europese Commissie zal in 2022 samen met de EU-lidstaten richtlijnen opzetten over de reikwijdte van het begrip. Nederland zal zich blijven inzetten voor het toezicht op technologie met potentiele cybersurveillance toepassingen die het risico van mensenrechtenschendingen met zich meebrengen.

Economische veiligheid

Door geopolitieke spanningen, waaronder de competitie tussen de VS en China, en technologische ontwikkelingen zijn economie, politiek en veiligheid sterker verweven geraakt. De COVID-19 crisis en de toenemende geopolitisering van de internationale economie hebben aanleiding gegeven om onderzoek te doen naar strategische afhankelijkheden in waardeketens en het behoud van toegang tot strategische goederen en diensten. De uitkomsten hiervan zullen onder meer worden gebruikt voor de Nederlandse inzet in de discussie over open strategische autonomie die nu in EU-verband plaatsvindt.

Digitaliseringsagenda BHOS

In 2022 gaat het kabinet verder met de implementatie van de Digitale Agenda voor BHOS en de verdere integratie van digitalisering in beleid en uitvoering. Net als voorgaande jaren is het benutten van kansen voor de SDG’s de leidraad, met daarbij ook oog voor de risico’s van digitalisering. Nederland zet de lokale context centraal en richt zich op de toekomst van werk, digitalisering voor duurzame voedselproductie, versterking van het maatschappelijk middenveld en digitalisering bij noodhulp. Nederland stimuleert ook digitale inclusie in ontwikkelingslanden, om te voorkomen dat vrouwen, ouderen en mensen op het platteland minder profiteren van technologische innovatie of zelfs worden uitgesloten van belangrijke dienstverlening. Deze thema’s zijn ook leidend bij Nederlandse deelname aan internationale en regionale beleidsdialogen over digitalisering. Het kabinet zet daarbij ook in op internationalisering van Nederlandse kennis, kunde en technologie op het gebied van digitalisering ten behoeve van het Nederlands verdienvermogen.

Proactieve handels- en investeringsagenda

Markttoegang

De EU zal in 2022 de onderhandelingen met derde landen over bilaterale handelsakkoorden voortzetten. Dergelijke handelsakkoorden leiden tot nauwere politieke relaties en intensievere economische betrekkingen door verbeterde onderlinge markttoegang voor goederen en diensten. Ze bieden een platform voor samenwerking en dialoog, onder andere over handel en duurzaamheid, en verminderen het risico op handelsconflicten en schadelijk protectionisme. De EU zal verder onderhandelen met Indonesië en Australië over nieuwe EU-handelsakkoorden. De onderhandelingen met Chili over een gemoderniseerd associatieakkoord en met Nieuw-Zeeland over een handelsakkoord worden mogelijk nog in 2021 afgerond, zodat in 2022 kan worden toegewerkt naar besluitvorming in de Raad.

Handelsbetrekkingen met het VK post-Brexit

In 2022 wordt het in 2021 in werking getreden Handels- en Samenwerkingsakkoord tussen de EU en het VK verder geïmplementeerd. Het kabinet zal de implementatie van het akkoord en de gevolgen voor de Europese interne markt, voor de bilaterale handelsrelatie met het VK en voor Nederlandse bedrijven die actief zijn in het VK nauwlettend blijven monitoren. Het kabinet blijft inzetten op goede informatievoorziening aan exporterende bedrijven, bijvoorbeeld over de procedures rond grenscontroles en de gevolgen voor markttoegang.

Het kabinet wil de belangrijke handelsrelatie met het VK behouden en veiligstellen en focus houden op Nederland als ‘Gateway to Europe’. Nederland zal zich in de nieuwe relatie met het VK positioneren als betrouwbare partner om samen te werken aan oplossingen voor wereldwijde uitdagingen. Met publieke en private stakeholders wordt de meerjarige inzet op de bilaterale relatie met het VK geformuleerd.

In de multilaterale relatie met het VK zet Nederland in op samenwerking op thema’s waarop beide landen een vergelijkbare positie innemen, zoals IMVO, exportcontrole en hervormingen binnen de WTO en de G20. In EU-verband dringt Nederland aan op EU-samenwerking met het VK op de voor Nederland belangrijke thema’s (duurzaamheid, dierenwelzijn).

Maatwerk in de economische diplomatie

Het jaar 2022 zal in het teken staan van herstel na de COVID-pandemie die de internationale handel zwaar heeft geraakt. Hoewel de handelscijfers voor Nederland zich nog op redelijk niveau handhaven. De kwetsbare positie van het Nederlandse exporterende bedrijfsleven is vooral zichtbaar in de slechte liquiditeitspositie van ondernemingen. Voor export gerelateerde activiteiten wordt intensief gebruik gemaakt van het door de Nederlandse overheid beschikbaar gestelde instrumentarium.

Ook in 2022 zet Nederland in op een gedifferentieerde benadering van markten waar kansen liggen voor Nederlandse ondernemers (top-9, top 25-markten, OS-focusmarkten en overige markten). Daarbij worden de Nederlandse kennis en kunde optimaal gepositioneerd op de strategische markten voor ons internationale verdienvermogen.

Met een internationale positioneringsstrategie zet het kabinet in op het uitdragen van een sterk en eenduidig beeld van Nederland als betrouwbare samenwerkingspartner bij het ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor wereldwijde uitdagingen.

Fysieke handelsbevorderende activiteiten zoals missies, beurzen en evenementen zullen weer opgestart worden als de situatie dat toelaat. Digitale activiteiten waar positieve ervaringen mee zijn opgedaan, worden voortgezet, maar voor het onderhouden en ontwikkelen van een sterke exportrelatie blijft fysieke aanwezigheid in landen nodig.

Een goed toegankelijk handelsinstrumentarium en een aanbod van economische dienstverlening dat past bij de behoefte van bedrijven heeft onverminderd de aandacht van het kabinet. Met de start van Invest International wordt een belangrijk nieuw onderdeel aan het financieringsaanbod voor internationaal actieve bedrijven toegevoegd. Invest International zal – aanvullend op de markt – het Nederlandse bedrijfsleven gaan helpen om projecten in het buitenland te ontwikkelen en te financieren en overheden in lage- en middeninkomenslanden te ondersteunen bij infrastructuurprojecten. De nieuwe instelling zal zich richten op projecten in het buitenland die goed zijn voor de Nederlandse economie en bijdragen aan belangrijke maatschappelijke opgaven zoals de SDG’s (bestaande uit economische, sociale en ecologische opgaven).

De wereldtentoonstelling Expo 2020 Dubai is door de COVID-19 crisis een jaar uitgesteld. Nederland neemt in 2021 en 2022 deel met een circulair paviljoen onder het thema Uniting Water, Energy and Food. De Expo is een van de eerste grootschalige semi-fysieke economische activiteiten sinds de crisis en biedt een uitstekende kans om het Nederlands bedrijfsleven internationaal te positioneren op een mondiaal platform.

Herinrichten van het publieke en private handels- en investeringsbevorderende netwerk

De inzet op het publiek-private netwerk (2017-2022) bestaande uit NLinBusiness (NLiB), Trade and Innovate NL (TINL) en NLWorks, gericht op het versterken van de economische belangen, wordt gecontinueerd. In 2022 worden de bereikte resultaten beoordeeld en lessen voor de toekomst getrokken. Het Internationaal Strategisch Overleg (ISO NL) ondersteunt deze inzet en ziet toe op de samenhang.

De vijftien in 2021 ontwikkelde meerjarige strategieën voor kansrijke markt-thema combinaties worden in 2022 in het publiek-private netwerk verder uitgewerkt en uitgevoerd. BZ, EZK, het postennet en RVO trekken daarbij samen op met TINL, NL Works, NLiB, topsectoren en brancheorganisaties.

NLiB ondersteunt mkb ondernemers die internationaal willen groeien door kennis, contacten en marktexpertise te delen en het bereik van ondernemers te vergroten. Via verdere digitalisering van het platform en samenwerking met lokale groepen ondernemers in het buitenland wordt het aantal NL Business Hubs wereldwijd uitgebreid.

TINL realiseert een landelijk dekkend netwerk van regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROMS) die zich gezamenlijk inzetten voor internationalisering van de regio’s. Tegelijkertijd verdiept het netwerk de onderlinge relaties. Alle provinciale en stedelijke partners worden ingezet om het bereik van ondernemers in het buitenland te vergroten en te versterken via workshops, seminars, in- en uitgaande missies en bedrijfsadvisering.

NL Works ondersteunt de ontwikkeling van consortia van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen met nieuwe programma’s op het gebied van water, gezondheidszorg, landbouw, duurzame ketens en natuurbescherming, landbouwlogistiek en havengebied ontwikkeling en smart cities. Deze programma’s zijn innovatief en dragen bij aan oplossingen voor mondiale maatschappelijke uitdagingen in het kader van de SDG-agenda.

Excellente dienstverlening voor het mkb en start-ups

De impact van de COVID-19 crisis op het internationale actieve bedrijfsleven en internationale handelsstromen zal ook in 2022 groot zijn. Het kabinet zet in 2022 in op ondersteuning van bedrijven bij opbouw en herstel. Bezien wordt of de reeds genomen steunmaatregelen voortgezet kunnen worden. Het doel is om sterker en groener uit de crisis te komen.

Ook in 2022 richt het kabinet zich daarbij in het bijzonder op internationale ambities van Nederlandse mkb’ers en start-ups, met specifieke aandacht voor kansen voor vrouwelijke ondernemers.

De publiek-private samenwerking richt zich in 2022 onder andere op innovatie. Twee pilotprojecten worden opgezet om inzicht te bieden in manieren om de verbinding tussen Research & Development samenwerking en handelsbevordering te versterken. BHOS werkt hierbij samen met RVO en het ministerie van EZK. De pilotprojecten zijn ontwikkeld naar aanleiding van het amendement Weverling (Kamerstuk 35 300 XVII, nr. 25).

Coronamaatregelen

2020 en 2021 zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Een uitgebreid overzicht hiervan is te vinden op https://www.rijksfinancien.nl/corona-visual. In dit overzicht zijn alleen EMU-relevante corona-uitgaven opgenomen. Voor BHOS zijn er geen EMU-relevante corona-uitgaven. De niet EMU-relevante corona-uitgaven zijn terug te vinden onder de belangrijkste beleidsmatige mutaties en de toelichting op de financiële instrumenten.

Licence