Base description which applies to whole site

IIB Hoge Colleges van Staat

A ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.) Totaal € 182.743.000,-

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.) Totaal € 6.297.000,-

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M.Uitermark

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M.de Jonge

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M.Uitermark

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesJ.J.M.Uitermark

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M.de Jonge

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De tweede suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2024. De stand van de tweede suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2024 (Kamerstukken II 2023/24, 36410 IIB, nr. 1) opgebouwd.

De stand eerste suppletoire begroting laat de stand zien zoals deze bij eerste suppletoire begroting is gepresenteerd (Kamerstukken II 2023/24, 36550 IIB, nr. 1). Middels de suppletoire begroting september (Kamerstukken II 2024/25, 36613 IIB, nr. 1) is de stand na de 1e suppletoire begroting aangepast.

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, groter dan of gelijk aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

1 Leeswijzer

De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV 2025 (Stand begroting 2024)

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Raad van State

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

6. Kabinet Gouverneur van Aruba

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

7. Kabinet Gouverneur van Curaçao

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

8. Kabinet Gouverneur van Sint Maarten

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

1. Leeswijzer

Voor u ligt de suppletoire begroting september van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De suppletoire begroting september geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2024. De stand wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2024 opgebouwd.

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties worden toegelicht, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Ondergrenzen op basis van de RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

1 Leeswijzer

Voor u ligt de eerste suppletoire begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De eerste suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2024 (Kamerstukken II 2023/24, 36 410 IIB, nr. 1). De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2024 opgebouwd.

Vanaf de eerste suppletoire begroting 2024 wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid een extra kolom toegevoegd voor het presenteren van de extrapolatie voor het jaar 2029. Uitgangspunt bij de toelichting op de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

2 Beleidsartikelen

2 Beleidsartikelen

2 Beleidsartikelen

2. Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Raad van State

Op dit artikel is in 2024 circa € 3,7 mln. minder verplicht dan begroot. Verder is er € 1,1 mln. minder uitgegeven dan eerder begroot.

Toelichting

De onderschrijding op de verplichtingen (€ 3,9 mln.) en uitgaven (€ 3,8 mln.) wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in 2024 de Raad van State zich heeft ingespannen om meer juristen te werven. Dit is echter niet geheel geslaagd en heeft ervoor gezorgd dat het budget niet tot volledige uitputting is gekomen.

Verder is de realisatie van de gemeenschappelijke diensten hoger dan verwacht (€ 2,9 mln.) door hogere uitgaven aan projecten op het gebied van ICT en informatievoorziening en uitgaven voor de aanschaf van middelen voor beveiliging en ICT.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

91.136

0

91.136

     
 

Uitgaven

91.136

0

91.136

     

1.0

Raad van State

91.136

0

91.136

 

Institutionele inrichting

91.136

0

91.136

 

Advisering

7.982

0

7.982

 

Bestuursrechtspraak

43.005

0

43.005

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

40.149

0

40.149

     
 

Ontvangsten

1.950

0

1.950

     

Toelichting

Voor artikel 1 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2024 geen wijzigingen te melden.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

85.283

0

85.283

5.728

91.011

4.878

4.536

4.518

4.517

83.140

            
 

Uitgaven

85.283

0

85.283

5.728

91.011

4.878

4.536

4.518

4.517

83.140

            

1.0

Raad van State

85.283

0

85.283

5.728

91.011

4.878

4.536

4.518

4.517

83.140

 

Institutionele inrichting

85.283

0

85.283

5.728

91.011

4.878

4.536

4.518

4.517

83.140

 

Advisering

8.470

0

8.470

‒ 488

7.982

‒ 494

‒ 494

‒ 494

‒ 494

7.876

 

Bestuursrechtspraak

46.047

0

46.047

‒ 3.218

42.829

‒ 3.245

‒ 3.608

‒ 3.626

‒ 3.627

35.641

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

30.766

0

30.766

9.434

40.200

8.617

8.638

8.638

8.638

39.623

            
 

Ontvangsten

1.950

0

1.950

0

1.950

0

0

0

0

1.950

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Dit betreft een meerjarige reallocatie van Advisering (€ 1,0 mln.) en van Bestuursrechtspraak (€ 6,0 mln.) naar Raad van State gemeenschappelijke diensten voor de uitgaven voor informatievoorziening en ICT. Dit is het gevolg van de doorgevoerde digitalisering binnen de Raad van State.

Daarnaast betreft dit de toedeling naar dit artikel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2024 en de eindejaarsmarge. De colleges maken voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek gebruik van de eindejaarsmarge.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

91.011

125

91.136

     
 

Uitgaven

91.011

125

91.136

     

1.0

Raad van State

91.011

125

91.136

 

Institutionele inrichting

91.011

125

91.136

 

Advisering

7.982

0

7.982

 

Bestuursrechtspraak

42.829

176

43.005

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

40.200

‒ 51

40.149

     
 

Ontvangsten

1.950

0

1.950

     

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

47.055

70

47.125

     
 

Uitgaven

47.055

70

47.125

     

2.0

Algemene Rekenkamer

47.055

70

47.125

 

Institutionele inrichting

47.055

70

47.125

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

47.055

70

47.125

     
 

Ontvangsten

1.017

0

1.017

     

Toelichting

De mutaties op artikel 2 vallen onder de voorgeschreven ondergrens van de staffel en worden daarom niet toegelicht.

2.2 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Op dit artikel is in 2024 circa € 1,0 mln. minder uitgegeven dan begroot.

Toelichting

De onderuitputting van € 0,6 mln. op apparaat heeft te maken met een opgelopen vertraging voor het verder verbeteren van de ICT-infrastructuur en ook hebben vacatures lang(er) open gestaan.

De onderuitputting van € 0,4 mln op materiële uitgaven bij de decoraties is ontstaan doordat er minder staatsbezoeken in 2024 geweest zijn waarbij er sprake is geweest van decoratie-uitwisseling.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

44.341

0

44.341

2.787

47.128

2.505

2.360

2.855

2.373

44.644

            
 

Uitgaven

44.341

0

44.341

2.787

47.128

2.505

2.360

2.855

2.373

44.644

            

2.0

Algemene Rekenkamer

44.341

0

44.341

2.787

47.128

2.505

2.360

2.855

2.373

44.644

 

Institutionele inrichting

44.341

0

44.341

2.787

47.128

2.505

2.360

2.855

2.373

44.644

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

44.341

0

44.341

2.787

47.128

2.505

2.360

2.855

2.373

44.644

            
 

Ontvangsten

1.017

0

1.017

0

1.017

0

0

0

0

1.017

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Dit betreft de toedeling naar dit artikel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2024 en de eindejaarsmarge. De colleges maken voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek gebruik van de eindejaarsmarge.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

47.128

‒ 73

47.055

     
 

Uitgaven

47.128

‒ 73

47.055

     

2.0

Algemene Rekenkamer

47.128

‒ 73

47.055

 

Institutionele inrichting

47.128

‒ 73

47.055

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

47.128

‒ 73

47.055

     
 

Ontvangsten

1.017

0

1.017

     

2.3 Artikel 9. Kiesraad

Op dit artikel is in 2024 circa € 2,5 mln. meer verplicht dan begroot.

Toelichting

Er is een meerjarige negatieve bijstelling op een verplichting over de jaren 2024 t/m 2027, hierdoor loopt de verplichtingenstand in 2024 niet meer in de pas met de daadwerkelijk aangegane verplichtingen in het jaar 2024. Om die reden is er een overschrijding op het verplichtingenbudget

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

30.327

31

30.358

     
 

Uitgaven

30.327

31

30.358

     

3.0

De Nationale ombudsman

30.327

31

30.358

 

Institutionele inrichting

27.804

31

27.835

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

27.804

31

27.835

 

Materiële uitgaven

2.523

0

2.523

 

Taakuitoefening medeoverheden

2.523

0

2.523

     
 

Ontvangsten

2.796

0

2.796

     

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

30.358

966

31.324

     
 

Uitgaven

30.358

966

31.324

     

3.0

De Nationale ombudsman

30.358

966

31.324

 

Institutionele inrichting

27.835

‒ 200

27.635

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

27.835

‒ 200

27.635

 

Materiële uitgaven

2.523

1.166

3.689

 

Taakuitoefening medeoverheden

2.523

1.166

3.689

     
 

Ontvangsten

2.796

966

3.762

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

Uitgaven en ontvangsten

De desaldering op de uitgaven onder het instrument taakuitoefening medeoverheden en op de ontvangsten betreft de jaarlijkse indexatie op de tarieven die gesteld worden voor de medeoverheden. De middelen worden ingezet voor de taakuitoefening van de Nationale ombudsman voor de medeoverheden.

2.3 Artikel 3. de Nationale ombudsman

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

28.694

0

28.694

1.633

30.327

1.318

1.297

1.309

1.308

28.676

            
 

Uitgaven

28.694

0

28.694

1.633

30.327

1.318

1.297

1.309

1.308

28.676

            

3.0

De Nationale ombudsman

28.694

0

28.694

1.633

30.327

1.318

1.297

1.309

1.308

28.676

 

Institutionele inrichting

26.171

0

26.171

1.633

27.804

1.318

1.297

1.309

1.308

26.153

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

26.171

0

26.171

1.633

27.804

1.318

1.297

1.309

1.308

26.153

 

Materiële uitgaven

2.523

0

2.523

0

2.523

0

0

0

0

2.523

 

Taakuitoefening medeoverheden

2.523

0

2.523

0

2.523

0

0

0

0

2.523

            
 

Ontvangsten

2.796

0

2.796

0

2.796

0

0

0

0

2.539

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

Dit betreft de toedeling naar dit artikel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2024 en de eindejaarsmarge. De colleges maken voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek gebruik van de eindejaarsmarge.

2.3 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

6.547

0

6.547

     
 

Uitgaven

6.547

0

6.547

     

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

6.547

0

6.547

 

Institutionele inrichting

4.444

0

4.444

 

Apparaat

4.444

0

4.444

 

Materiële uitgaven

2.103

0

2.103

 

Decoraties

2.098

0

2.098

 

Riddertoelagen

5

0

5

     
 

Ontvangsten

199

0

199

     

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

6.547

0

6.547

     
 

Uitgaven

6.547

0

6.547

     

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

6.547

0

6.547

 

Institutionele inrichting

4.444

0

4.444

 

Apparaat

4.444

0

4.444

 

Materiële uitgaven

2.103

0

2.103

 

Decoraties

2.098

0

2.098

 

Riddertoelagen

5

0

5

     
 

Ontvangsten

199

0

199

     

Toelichting

Voor artikel 4 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2024 geen wijzigingen te melden.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

6.211

0

6.211

336

6.547

710

710

710

710

6.209

            
 

Uitgaven

6.211

0

6.211

336

6.547

710

710

710

710

6.209

            

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

6.211

0

6.211

336

6.547

710

710

710

710

6.209

 

Institutionele inrichting

4.167

0

4.167

277

4.444

220

220

220

220

4.323

 

Apparaat

4.167

0

4.167

277

4.444

220

220

220

220

4.323

 

Materiële uitgaven

2.044

0

2.044

59

2.103

490

490

490

490

1.886

 

Decoraties

2.039

0

2.039

59

2.098

490

490

490

490

1.881

 

Riddertoelagen

5

0

5

0

5

0

0

0

0

5

            
 

Ontvangsten

199

0

199

0

199

0

0

0

0

199

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Apparaat

Dit betreft de toedeling naar dit artikel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2024 en de eindejaarsmarge. De colleges maken voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek gebruik van de eindejaarsmarge.

2.3 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

2.816

0

2.816

     
 

Uitgaven

2.816

0

2.816

     

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.816

0

2.816

 

Institutionele inrichting

2.816

0

2.816

 

Kabinet Gouverneur Aruba

2.816

0

2.816

     
 

Ontvangsten

60

0

60

     

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

2.223

0

2.223

593

2.816

115

115

115

115

2.307

            
 

Uitgaven

2.223

0

2.223

593

2.816

115

115

115

115

2.307

            

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.223

0

2.223

593

2.816

115

115

115

115

2.307

 

Institutionele inrichting

2.223

0

2.223

593

2.816

115

115

115

115

2.307

 

Kabinet Gouverneur Aruba

2.223

0

2.223

593

2.816

115

115

115

115

2.307

            
 

Ontvangsten

60

0

60

0

60

0

0

0

0

60

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

Gezien de vastgestelde wisselkoers voor 2024 wordt er een tekort voorzien op de begroting. Daarom wordt er, net als voorgaande jaren, een compensatie verzocht voor deze wisselkoers.

Daarnaast betreft dit de toedeling naar dit artikel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2024 en de eindejaarsmarge. De colleges maken voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek gebruik van de eindejaarsmarge.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

2.816

0

2.816

     
 

Uitgaven

2.816

0

2.816

     

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.816

0

2.816

 

Institutionele inrichting

2.816

0

2.816

 

Kabinet Gouverneur Aruba

2.816

0

2.816

     
 

Ontvangsten

60

0

60

     

Toelichting

Voor artikel 6 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2024 geen wijzigingen te melden.

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

3.566

0

3.566

     
 

Uitgaven

3.566

0

3.566

     

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

3.566

0

3.566

 

Institutionele inrichting

3.566

0

3.566

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.566

0

3.566

     
 

Ontvangsten

200

0

200

     

Toelichting

Voor artikel 7 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2024 geen wijzigingen te melden.

2.3 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

3.566

0

3.566

     
 

Uitgaven

3.566

0

3.566

     

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

3.566

0

3.566

 

Institutionele inrichting

3.566

0

3.566

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.566

0

3.566

     
 

Ontvangsten

200

0

200

     

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

3.374

0

3.374

192

3.566

160

160

160

160

3.489

            
 

Uitgaven

3.374

0

3.374

192

3.566

160

160

160

160

3.489

            

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

3.374

0

3.374

192

3.566

160

160

160

160

3.489

 

Institutionele inrichting

3.374

0

3.374

192

3.566

160

160

160

160

3.489

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.374

0

3.374

192

3.566

160

160

160

160

3.489

            
 

Ontvangsten

200

0

200

0

200

0

0

0

0

200

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Curaçao

Dit betreft de toedeling naar dit artikel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2024 en de eindejaarsmarge. De colleges maken voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek gebruik van de eindejaarsmarge.

2.3 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

2.907

0

2.907

     
 

Uitgaven

2.907

0

2.907

     

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

2.907

0

2.907

 

Institutionele inrichting

2.907

0

2.907

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.907

0

2.907

     
 

Ontvangsten

75

0

75

     

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

2.907

0

2.907

     
 

Uitgaven

2.907

0

2.907

     

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

2.907

0

2.907

 

Institutionele inrichting

2.907

0

2.907

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.907

0

2.907

     
 

Ontvangsten

75

0

75

     

Toelichting

Voor artikel 8 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2024 geen wijzigingen te melden.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

2.453

0

2.453

454

2.907

116

116

116

116

2.536

            
 

Uitgaven

2.453

0

2.453

454

2.907

116

116

116

116

2.536

            

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

2.453

0

2.453

454

2.907

116

116

116

116

2.536

 

Institutionele inrichting

2.453

0

2.453

454

2.907

116

116

116

116

2.536

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.453

0

2.453

454

2.907

116

116

116

116

2.536

            
 

Ontvangsten

75

0

75

0

75

0

0

0

0

75

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Gezien de vastgestelde wisselkoers voor 2024 wordt er een tekort voorzien op de begroting. Daarom wordt er, net als voorgaande jaren, een compensatie verzocht voor deze wisselkoers.

Dit betreft de toedeling naar dit artikel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2024 en de eindejaarsmarge. De colleges maken voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek gebruik van de eindejaarsmarge.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

8.321

0

8.321

     
 

Uitgaven

10.249

0

10.249

     

9.0

Kiesraad

10.249

0

10.249

 

Institutionele inrichting

10.249

0

10.249

 

Kiesraad

10.249

0

10.249

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Toelichting

Voor artikel 9 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2024 geen wijzigingen te melden.

2.3 Artikel 9. Kiesraad

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

8.771

‒ 450

8.321

     
 

Uitgaven

10.699

‒ 450

10.249

     

9.0

Kiesraad

10.699

‒ 450

10.249

 

Institutionele inrichting

10.699

‒ 450

10.249

 

Kiesraad

10.699

‒ 450

10.249

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Toelichting mutaties suppletoire begroting september

Institutionele inrichting

Kiesraad

Dit betreft een overboeking van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In overleg met de Kiesraad zijn afspraken gemaakt over de benodigde middelen voor de transitie van de Kiesraad naar de verkiezingsautoriteit. De afspraak is dat er incidenteel € 2,0 mln. voor 2024 aan de begroting van de Kiesraad wordt toegevoegd.

Door het wegvallen van het contract met de marktpartij is er gezocht naar alternatieve manieren om de gewenste functionaliteit van DHV (Digitaal Hulpmiddel Verkiezingen) te (laten)realiseren. Een gedeelte van deze functionaliteit zal in eigen beheer worden ontwikkeld en een deel door een andere marktpartij, na het doorlopen van een aanbestedingsprocedure. Door de omzetting van ontbinding van het oude contract naar een modulaire ontwikkeling van de programmatuur, schuift ook het tijdstip waarop het bijbehorende budget wordt uitgegeven op ten opzichte van de eerder voorziene tijdslijnen in het oude contract.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

8.236

0

8.236

535

8.771

245

190

190

190

1.926

            
 

Uitgaven

10.164

0

10.164

535

10.699

245

190

190

190

4.698

            

9.0

Kiesraad

10.164

0

10.164

535

10.699

245

190

190

190

4.698

 

Institutionele inrichting

10.164

0

10.164

535

10.699

245

190

190

190

4.698

 

Kiesraad

10.164

0

10.164

535

10.699

245

190

190

190

4.698

            
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Kiesraad

Dit betreft de toedeling naar dit artikel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2024 en de eindejaarsmarge. De colleges maken voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek gebruik van de eindejaarsmarge.

3. Niet-Beleidsartikelen

3 Niet-beleidsartikelen

3 Niet-beleidsartikelen

3.3 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 9 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

0

0

0

     
 

Uitgaven

0

0

0

     

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 10 Artikel 10. Nog onverdeeld (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

0

0

0

     
 

Uitgaven

0

0

0

     

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Toelichting

Voor artikel 10 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2024 geen wijzigingen te melden.

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

            
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

            

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

            
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

            

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt de begroting 2024 van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB).

Groeiparagraaf

Ten opzichte van de begroting 2023 zijn geen wijzigingen voorzien.

Coronamaatregelen

De extracomptabele tabel overzicht coronamaatregelen is niet opgenomen. Vanuit de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) zijn geen coronagerelateerde uitgaven gedaan.

Beleidsagenda

Een college dient, conform artikel 2.1 lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016, betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering weer te geven. Derhalve bevat deze niet-departementale begroting – in vergelijking met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen – geen beleidsagenda.

Beleidsartikelen

Deze begroting is opgebouwd uit de volgende beleidsartikelen:

  • artikel 1. Raad van State

  • artikel 2. Algemene Rekenkamer

  • artikel 3. De Nationale ombudsman

  • artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

  • artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

  • artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

  • artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

  • artikel 9. Kiesraad

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidswijzigingen

  • D. Tabel budgettaire gevolgen van beleid

  • E. Toelichting op de instrumenten

Budgetflexibiliteit

In de tabellen budgettaire gevolgen van beleid is geen informatie opgenomen over de budgetflexibiliteit, omdat het grotendeels apparaatsuitgaven betreft.

Niet-beleidsartikel

De begroting bevat het volgende niet-beleidsartikel:

  • artikel 10. Nog onverdeeld

De begroting IIB valt onder de niet-departementale begrotingen. Vanwege een afwijkend regime kent deze begroting geen centraal apparaatsartikel.

Bijlagen

Bijlage 1 betreft de bijlage Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een wettelijke taak.

Bijlage 2 betreft het verdiepingshoofdstuk van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. Het uitgangspunt is om daar de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2023 (RBV) is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen op basis van de RBV 2023

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

Bijlage 3 betreft de Rijksuitgaven Caribische Nederland en is vanaf de begroting 2022 aan deze begroting toegevoegd. Dit naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland aanzienlijk uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen. In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. In bijlage 3 is alleen de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begroting Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) weergegeven.

2. Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Raad van State

Als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bijdragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en daarbinnen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur in brede zin, alsmede aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

De Afdeling Advisering is belast met het onafhankelijk toezicht op de naleving van de (Europese) begrotingsregels, als bedoeld in het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) en artikel 5 van Verordening (EU) 473/2013.

De Afdeling advisering is krachtens de artikelen 5 en 7 van de Klimaatwet belast met de toetsing van het klimaatbeleid van de regering. Zij adviseert over de jaarlijkse Klimaatnota en het vijfjaarlijks Klimaatplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2024 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

75.528

85.210

85.283

84.483

78.951

78.623

78.623

         
 

Uitgaven

76.467

85.210

85.283

84.483

78.951

78.623

78.623

         

1.0

Raad van State

76.467

85.210

85.283

84.483

78.951

78.623

78.623

 

Institutionele inrichting

76.467

85.210

85.283

84.483

78.951

78.623

78.623

 

Advisering

6.978

8.270

8.470

8.370

8.370

8.370

8.370

 

Bestuursrechtspraak

32.724

40.818

46.047

45.547

39.596

39.268

39.268

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

36.765

36.122

30.766

30.566

30.985

30.985

30.985

         
 

Ontvangsten

1.699

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Advisering

De Afdeling advisering van de Raad van State is adviseur van regering en parlement voor wetgeving en bestuur. Zij adviseert over onder meer (initiatief) wetsvoorstellen, algemene maatregelen van bestuur, goedkeuringswetten voor internationale verdragen en de miljoenennota. Verder brengt zij gevraagde voorlichtingen en ongevraagde adviezen uit. Daarnaast heeft zij een taak als onafhankelijke begrotingsautoriteit en schrijft de Klimaatwet voor dat de Afdeling wordt gehoord over het Klimaatplan, de Klimaatnota en de Voortgangsrapportage. Het doel van deze laatste taak is het regeringsbeleid normatief te toetsen en bestuurlijk te wegen in het licht van het realiseren van de klimaatdoelstellingen.

De Afdeling werkt verder aan de ambitie om eerder, breder en scherper te adviseren en daarbij haar externe profiel te versterken. Dit betekent dat zij regelmatiger eerder in het proces van wetgeving betrokken zal zijn en vaker thematisch, los van concrete wetsvoorstellen, zal adviseren. Daartoe behoort ook dat de Afdeling advisering vaker en in een vroeger beleidsstadium door de regering of door één der Kamers kan worden gevraagd om voorlichting te verstrekken. Daarnaast zal zij meer aandacht schenken aan communicatie en toegankelijker taalgebruik.

In onderstaande tabel zijn de realisatie, de verwachte instroom en de planning van afhandeling van adviesaanvragen door de Afdeling advisering weergegeven.

Tabel 3 Instroom en afhandeling adviesaanvragen (in aantallen)
 

Realisatie

Prognose

     
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Instroom

396

400

400

400

400

400

400

Uitstroom

377

400

400

400

400

400

400

Bestuursrechtspraak

Taak van de Afdeling bestuursrechtspraak is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen zaken. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid en bruikbare rechtsvorming zijn daarbij belangrijke aspecten. De Afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit drie kamers: de Algemene kamer, de Vreemdelingenkamer en de Omgevingskamer.

In onderstaande tabel zijn de in het begrotingsjaar 2022 gerealiseerde uitstroom van zaken en de instroomverwachting voor de jaren 2023 ‒ 2028 weergegeven.

Tabel 4 Uitstroom en instroom van zaken Afdeling bestuursrechtspraak (in aantallen)
 

Realisatie

Prognose

     
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omgevingskamer

2.242

2.800

2.800

2.800

2.800

2.800

2.800

Algemene kamer

1.333

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

Vreemdelingenkamer

5.084

5.340

5.639

5.864

5.918

5.918

5.918

        

Totaal bestuursrechtspraak

8.659

10.240

10.539

10.764

10.818

10.818

10.818

Raad van State gemeenschappelijke diensten

De Raad en zijn Afdelingen advisering en bestuursrechtspraak worden ondersteund door een gemeenschappelijke ambtelijke organisatie. Dit wordt in de begroting inzichtelijk gemaakt met een separaat uitgavenartikel.

De gemeenschappelijke diensten omvatten functies die werken ten behoeve van de inhoudelijke en logistieke ondersteuning van de Raad als geheel en beide Afdelingen en zijn ondergebracht in verschillende directies. Ook verzorgen zij ieder jaar het Jaarverslag van de Raad van State en andere inhoudelijke publicaties.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Raad van State bestaan in hoofdzaak uit griffierechten.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Zij heeft als doel het rechtmatig, doelmatig, doeltreffend en integer functioneren van het Rijk en de daarmee verbonden organen te toetsen en te helpen verbeteren. Daarbij toetst zij ook de nakoming van verplichtingen die Nederland in internationaal verband is aangegaan.

De wettelijke taak van de Algemene Rekenkamer als Hoog College van Staat is vastgelegd in artikel 76 en artikel 105.3 van de Grondwet en in de Comptabiliteitswet 2016.

Hierin ligt enerzijds de basis van de wettelijke opdracht om jaarlijks de rechtmatigheid te onderzoeken van het financieel beheer van het Rijk en een goedkeurende verklaring te geven bij de Rijksrekening. Het wettelijk kader bevat naast de externe controle op rechtmatigheid ook de opdracht om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid te onderzoeken. De taken van de Algemene Rekenkamer vereisen een grondwettelijk geborgde, onafhankelijke positie ten opzichte van de regering en het parlement. Het vereist niet alleen een degelijke wettelijke basis, maar ook een bestendige basis, inrichting van het bestel en financiën teneinde recht te doen aan de deze onafhankelijkheid.

De Algemene Rekenkamer dient geen ander belang dan het goed en integer functioneren en presteren van het openbaar bestuur. De Algemene Rekenkamer oordeelt op onpartijdige wijze over hoe de Rijksoverheid, inclusief de daaraan verbonden organen, in de praktijk functioneert en presteert en welke verbeteringen mogelijk zijn, ongeacht de samenstelling van het parlement en het kabinet. Daarmee wil zij ook een bijdrage leveren aan het inzicht van burgers over hoe de overheid zorgvuldig, zuinig en zinnig omgaat met publiek geld.

De Algemene Rekenkamer voorziet de regering, de Staten-Generaal en degenen die verantwoordelijk zijn voor de aan het Rijk verbonden organen van informatie, aan de hand waarvan zij kunnen bepalen of het beleid van een minister rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. Deze informatie bestaat uit onderzoeksbevindingen, oordelen en aanbevelingen, webpublicaties, brieven en andere vormen van communicatie over organisatie, beheer en beleid en is in beginsel voor het publiek toegankelijk. De Algemene Rekenkamer bepaalt zelf welke informatie zij openbaar maakt en welke rapporten zij publiceert. Op de websitevan de Algemene Rekenkamer staat de actuele onderzoeksagenda.

Daarnaast rekent zij het tot haar verantwoordelijkheden om een bijdrage te leveren aan internationale vakkundigheid en governance op het gebied van Supreme Audit Institutions, o.a. door kennisuitwisseling en samenwerking in binnen- en buitenland. Hoofdstuk 7 van de Comptabiliteitswet 2016 verschaft een wettelijke basis voor het uitvoeren van internationale werkzaamheden die aansluiten bij de wettelijke taken van de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting, hun begrotingsdeel en de inrichting van hun organisatie. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

In haar strategie 2021-2025 ‘Vertrouwen in verantwoording’ kiest de Algemene Rekenkamer er niet alleen voor om publiek geld scherp te blijven volgen, maar ook om meer dan voorheen bij haar onderzoeken het perspectief van burgers en bedrijven te betrekken. Met name op het gebied van digitalisering van overheid(sdiensten) en het gebruik van data in bedrijfsvoering en op het gebied van governance continueert de Algemene Rekenkamer haar inspanningen om de Nederlandse praktijk in lijn te houden en brengen met internationale standaarden en ontwikkelingen. Daarbij ligt de focus op terreinen waar de functie van de Rekenkamer de meeste toegevoegde waarde heeft. De Algemene Rekenkamer geeft vaker een oordeel over de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid en  maakt steeds meer gebruik van nieuwe methoden en technieken. Verder continueert de Algemene Rekenkamer in 2024 de onderzoeksprogramma’s «Energietransitie» en «Digitalisering».

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

39.956

42.226

44.341

46.412

43.737

52.900

43.958

         
 

Uitgaven

37.601

42.226

44.341

46.412

43.737

52.900

43.958

         

2.0

Algemene Rekenkamer

37.601

42.226

44.341

46.412

43.737

52.900

43.958

 

Institutionele inrichting

37.601

42.226

44.341

46.412

43.737

52.900

43.958

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

37.601

42.226

44.341

46.412

43.737

52.900

43.958

         
 

Ontvangsten

1.092

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Toegevoegde waarde

Het versterken van de kwaliteit en impact van de werkzaamheden van de Algemene Rekenkamer, onder andere door meer capaciteit ten behoeve van de externe controle functie, door meer zichtbaarheid en slagkracht, alsmede een adequate invulling van de rol als onafhankelijke tegenmacht. In 2024 wordt nog meer nadruk gelegd op activiteiten die impact en doorwerking van het werk van de Algemene Rekenkamer bevorderen

Juiste mensen en methoden/technieken

Op basis van het strategische personeelsbeleid (SPP) wordt de organisatie versterkt, onder meer met meer expertise op nieuwe terreinen als data-analytics, algoritmes en geïntegreerde Financial & IT-audits.

Versterking interne bedrijfsvoering

In 2024 wordt extra nadruk gelegd op de verdere verbetering van de interne bedrijfsvoering, waaronder, maar niet uitsluitend, de ICT-voorziening en informatiebeveiliging.

Tijdelijke huisvestingEr is een besluit genomen omtrent de tijdelijke huisvesting van de Rekenkamer. Er zijn extra middelen hiervoor opgenomen in de begroting ten behoeve van de servicekosten.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Algemene Rekenkamer bestaan voornamelijk uit vergoedingen voor de ondersteuning van nationale rekenkamers in het buitenland in het kader van institutionele versterkingsprojecten en uit vergoedingen voor detacheringen.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman komt in beeld als burgers er niet in slagen om er uit te komen met de overheid. Als het misgaat tussen de burger en de overheid, kan de ombudsman tussenbeide komen, bemiddelen of een onderzoek instellen. Ook kan de ombudsman op eigen initiatief structurele problemen aandacht geven.

In het werk van de Nationale ombudsman staat de vraag centraal of burgers behoorlijk behandeld worden door de overheid. Handelt de overheid eerlijk, communiceert zij begripvol met burgers en is er voldoende oog voor de menselijke maat?

Enerzijds helpt de Nationale ombudsman burgers als het misgaat tussen hen en de overheid:

  • door burgers de weg te wijzen naar het juiste loket;

  • door ze te ondersteunen met adviezen en tools;

  • door op een effectieve manier onderzoek te doen.

Anderzijds wil de Nationale ombudsman overheden uitdagen anders te kijken naar diensten, processen en innovaties. Daarom kijkt de Nationale ombudsman naar wat de overheid doet. Denkt de Nationale ombudsman na over manieren waarop het anders en beter kan. Om overheden hier vervolgens op aan te spreken en ze te vragen om zaken te verbeteren en zich meer te verplaatsen in de burger.

De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman hebben tot doel te bevorderen dat de rechten van respectievelijk jeugdigen en veteranen worden nageleefd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties. De Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman worden door dezelfde organisatie ondersteund.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Door een nauwere samenwerking tussen de drie ombudsfuncties streeft de Nationale ombudsman ernaar om voor nog meer mensen iets te kunnen betekenen. Daarnaast zet de ombudsman in op de verdere ontwikkeling van de signaalfunctie, met als doel beter gebruik te maken van signalen vanuit de samenleving. Daarbij wil hij ook meer en slimmer gebruik maken van data. Ook wil de Nationale ombudsman zijn visie op dienstverlening verder vormgeven. Een onderdeel daarvan is de lokale nabijheid. En hij blijft inzetten op het beter bereiken van doelgroepen die de Nationale ombudsman niet makkelijk weten te vinden.

De Nationale ombudsman host in 2024, zoals aangekondigd in de 1e suppletoire, de 13e IOI wereldconferentie. De IOI is de International Ombudsman Institution, een internationale organisatie voor ombudsmannen wereldwijd. Elke vier jaar organiseert de IOI een conferentie voor circa 300 deelnemers vanuit de hele wereld. Dit is aangekondigd in de 1e suppletoire begroting van 2023.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

29.717

27.568

28.694

27.618

27.113

27.367

27.367

         
 

Uitgaven

26.988

27.568

28.694

27.618

27.113

27.367

27.367

         

3.0

De Nationale ombudsman

26.988

27.568

28.694

27.618

27.113

27.367

27.367

 

Institutionele inrichting

23.240

25.045

26.171

25.095

24.590

24.844

24.844

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

23.240

25.045

26.171

25.095

24.590

24.844

24.844

 

Materiële uitgaven

3.748

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

 

Taakuitoefening medeoverheden

3.748

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

         
 

Ontvangsten

2.952

3.102

2.796

2.539

2.539

2.539

2.539

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman behandelt op verzoek klachten over het optreden van de overheid. De organisatie doet dit onder andere door het plegen van interventies, het schrijven van rapporten, het doen van aanbevelingen en het uitvoeren van bemiddelingen.

De Nationale ombudsman wacht niet tot mensen aankloppen met een klacht, maar gaat in gesprek met burgers en overheden. Dat doet de Nationale ombudsman tijdens de provincietour, maar ook tijdens werkbezoeken aan (overheids-)instanties, en door met bestuurders te spreken. De Nationale ombudsman geeft gevraagd en ongevraagd advies aan overheden om de dienstverlening te verbeteren. Daarnaast geeft de Nationale Ombudsman ook workshops en presentaties op het gebied van professionele klachtbehandeling.

Steeds meer burgers zijn actief op sociale media en daarmee is het een belangrijk communicatiemiddel om burgers te bereiken en hen te helpen met vragen en klachten over de overheid. De Nationale ombudsman monitort de reacties en legt contact om hun signalen of klachten te behandelen.

Een voor de Nationale ombudsman belangrijke manier van proactief werken, is het uitvoeren van onderzoek uit eigen beweging. De aanleiding hiervoor kan zijn dat de Nationale ombudsman over een bepaald onderwerp veel klachten ontvangt. Of er kan maatschappelijke onrust zijn over een onderwerp. Vaak is het een combinatie van beide. De conclusies en aanbevelingen op basis van een dergelijk onderzoek gaan niet over een enkel geval, maar richten zich op uitvoering in algemene zin. Om focus aan te brengen in de onderzoeken die uit eigen beweging worden gedaan, wordt jaarlijks een ombudsagenda opgesteld. Deze agenda bestaat uit thema's, die aansluiten bij de signalen en klachten van burgers over overheden.

De Kinderombudsman bevordert dat de rechten van jeugdigen worden nageleefd door overheidsinstanties en door privaatrechtelijke organisaties, door middel van het voorlichten en geven van informatie over de rechten van jeugdigen, het gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regering en de Tweede Kamer over wetgeving en beleid dat rechten van jeugdigen raakt, het doen van onderzoek naar eerbiediging van de rechten van jeugdigen naar aanleiding van klachten of uit eigen beweging. Ook houdt de Kinderombudsman toezicht op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties worden behandeld.

De Veteranenombudsman bevordert dat de rechten van veteranen worden nageleefd door overheidsinstanties en door privaatrechtelijke organisaties. Naast de behandeling van klachten van veteranen, voert de Veteranenombudsman ook onderzoeken uit eigen beweging uit bij structurele aandachtspunten. Daarnaast heeft de Veteranenombudsman ook de taak om regering en Tweede Kamer te informeren over zijn bevindingen. De Veteranenombudsman adviseert gevraagd én ongevraagd de regering en Tweede Kamer over de uitvoering van de Veteranenwet en over beleid dat een behoorlijke behandeling van veteranen raakt.

Tabel 7 Klachtenbehandeling rijksoverheid (in aantallen)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Ontwerp begroting

 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Nationale ombudsman

23.230

28.390

25.640

29.920

24.020

27.520

27.520

Kinderombudsman

2.000

2.100

1.990

2.170

1.690

2.110

2.110

Veteranenombudsman

200

280

280

290

270

300

300

        

Totaal

25.430

30.770

27.910

32.380

25.980

29.930

29.930

Materiële uitgaven

Taakuitoefening medeoverheden

Naast de provincies, de waterschappen en bijna alle gemeenschappelijke regelingen is 78% van de 342 (stand per 1 januari 2023) gemeenten aangesloten bij de Nationale ombudsman voor hun klachtbehandeling. Mede door deze hoge dekkingsgraad fungeert de Nationale ombudsman als kenniscentrum voor klachtbehandeling door medeoverheden.

Tabel 8 Percentage aangesloten gemeenten bij de Nationale ombudsman
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Ontwerp begroting

 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Percentage aangesloten gemeenten

73%

73%

75%

75%

74%

74%

78%

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de activiteiten van de Nationale ombudsman in opdracht van provincies, waterschappen en gemeenten en voor de uitvoering van internationale projecten.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

De Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) is bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 juni 1844 ingesteld. De Kanselarij der Nederlandse Orden is de organisatie die:

  • het Kapittel der Militaire Willems-Orde en het Kapittel voor de Civiele Orden huisvest en ambtelijk ondersteunt in hun advisering over de voorstellen tot decoratieverlening;

  • zorg draagt voor het beheer van de versierselen van de onderscheidingen en voor de correcte verzending ervan aan de betrokken ministeries;

  • zorgt dat registers worden aangehouden van in het Koninkrijk der Nederlanden onderscheiden personen.

Kapittel der Militaire Willems-Orde

De taken van het Kapittel der Militaire Willems-Orde behelzen:

  • het adviseren van het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur over de voordrachten voor benoeming of bevordering in en ontslag uit de Orde dan wel over aanvragen om in de Orde te worden opgenomen of bevorderd;

  • het verstrekken van inlichtingen aan het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur alsmede het geven van inzage in alle zakelijke gegevens en bescheiden aan deze departementen;

  • het aanhouden van registers voor elk der vier klassen van ridders;

  • het houden van aantekening van verlening van het ordeteken aan onderdelen van de krijgsmacht.

Kapittel voor de Civiele Orden

Het Kapittel voor de Civiele Orden heeft als adviescollege op landelijk niveau tot taak Onze Minister wie het aangaat te adviseren over het verlenen van onderscheidingen in één van de Civiele Orden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Met ingang van 2024 zal de Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) de inkoop en het beheer van Trouwe Dienst Medailles en Officiersdienstkruizen niet meer verzorgen voor het ministerie van Defensie. Het ministerie van Defensie zal vanaf 2024 de inkoop en het beheer zelf verzorgen.

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

4.880

5.966

6.211

5.483

5.486

5.486

5.486

         
 

Uitgaven

5.264

5.966

6.211

5.483

5.486

5.486

5.486

         

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

5.264

5.966

6.211

5.483

5.486

5.486

5.486

 

Institutionele inrichting

3.476

4.157

4.167

4.100

4.103

4.103

4.103

 

Apparaat

3.476

4.157

4.167

4.100

4.103

4.103

4.103

 

Materiële uitgaven

1.788

1.809

2.044

1.383

1.383

1.383

1.383

 

Decoraties

1.788

1.804

2.039

1.378

1.378

1.378

1.378

 

Riddertoelagen

0

5

5

5

5

5

5

         
 

Ontvangsten

352

199

199

199

199

199

199

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Apparaat

De afdeling Decoratie & Advies (D&A) van de Kanselarij der Nederlandse Orden is belast met de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden ontleend aan de taken van het Kapittel voor de Civiele Orden. Alle voorstellen voor decoratie met betrekking tot de Civiele Orden worden voorzien van een inhoudelijk pré-advies.

De afdeling Bedrijfsvoering (BV) is belast met de aanschaf, het beheer en de verstrekking van de versierselen en met de reguliere piofach-taken van de Kanselarij der Nederlandse Orden inclusief de facilitaire ondersteuning van het kapittel voor de Civiele Orden en het Kapittel der Militaire Willems-Orde.

Materiële uitgaven

Decoraties

Dit budget betreft de middelen voor de aanschaf, beheer en de verstrekking van de versierselen, de oorkondes behorende bij de Orde van Oranje-Nassau, de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Militaire Willems-Orde. Daarnaast worden Erepenningen Menslievend Hulpbetoon, Erepenningen voor Verdiensten jegens Openbare Verzamelingen, De Ruytermedailles, medailles en oorkondes van de Nationale Politie, Vrijwilligersmedailles, medailles ten behoeve van Buitenlandse staatsbezoeken en een aantal dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie door de Kanselarij der Nederlandse Orden aangeschaft, beheerd en uitgegeven. Vanaf 2024 zal er structureel budget worden overgeboekt van de KNO naar het ministerie van Defensie voor de inkoop en het beheer van Trouwe Dienst Medailles en Officiersdienstkruizen.

Riddertoelagen

Aan de weduwen van de Ridders Militaire Willems-Orde-4e klasse wordt van rechtswege een jaarlijkse riddertoelage uitgekeerd.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Kanselarij bestaan voornamelijk uit borgsommen gestort door gedecoreerden of nabestaanden van gedecoreerden. Als na overlijden van een gedecoreerde de nabestaanden besluiten het versiersel niet terug te sturen, maar in bruikleen te houden staat daar een borgsomvergoeding tegenover.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba heeft tot taak het ondersteunen van de Gouverneur van Aruba in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van Aruba en in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk. Gezien deze ondersteunende rol zijn de taken van het Kabinet een afgeleide van de taken en bevoegdheden van de Gouverneur, die voornamelijk zijn geregeld in het Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Aruba en het Reglement voor de Gouverneur van Aruba. Het kabinet heeft ook tot taak het behandelen van consulaire aangelegenheden aangezien de gouverneur tevens bevoegdheden heeft in het kader van de verkrijging van het Nederlanderschap en de verstrekking van paspoorten en visa aan personen die woonachtig zijn in Aruba.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor het handelen van de gouverneur als landsorgaan leggen de Ministers van Aruba verantwoording af aan de Staten van Aruba. De gouverneur is als Koninkrijksorgaan verantwoordelijk aan de regering van het Koninkrijk.

De gouverneur onderhoudt contacten met de minister-president en overige Ministers van Aruba, de Staten, maatschappelijke organisaties en met ministers en andere bestuurders van de andere landen van het Koninkrijk. De gouverneur onderhoudt ook contacten met ambassadeurs van het Koninkrijk en van andere staten in de regio. De relaties met de Gouverneurs van Sint Maarten en Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Het kabinet onderhoudt contacten met andere organen van de overheid, zowel binnen als buiten het Koninkrijk. Bij de uitvoering van rijksregelgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten van Nederland.

Voor 2024 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

2.480

2.882

2.223

2.192

2.192

2.192

2.192

         
 

Uitgaven

2.480

2.882

2.223

2.192

2.192

2.192

2.192

         

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.480

2.882

2.223

2.192

2.192

2.192

2.192

 

Institutionele inrichting

2.480

2.882

2.223

2.192

2.192

2.192

2.192

 

Kabinet Gouverneur Aruba

2.480

2.882

2.223

2.192

2.192

2.192

2.192

         
 

Ontvangsten

93

60

60

60

60

60

60

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet informeert de Gouverneur inzake politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen, doch vormt geen beleid. Het draagt tevens zorg voor de doorgeleiding aan de Gouverneur gerichte correspondentie en handelt deze af. Voorts bereidt het kabinet de binnen- en buitenlandse bezoeken van de Gouverneur voor en begeleidt deze hierin.

Landsbesluiten en landsverordeningen

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het kabinet zorgt namens de Gouverneur voor afkondigingen van rijkswetten en algemene maatregelen van bestuur. Ingevolge rijkswetten en verdragen is vastgesteld dat de Gouverneur is belast met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en met de registratie, beoordeling en indien nodig van doorgeleiding van naturalisatieverzoeken. Het kabinet draagt hier namens de Gouverneur de zorg voor. Ook beoordeelt het kabinet aanvragen voor toestemming aan vreemde (militaire) schepen en vliegtuigen, die Aruba willen aandoen of de Arubaanse wateren respectievelijk het Arubaanse luchtruim wensen te doorkruisen.

Paspoortafgifte aan ingezetenen van Aruba

De Gouverneur heeft de afgifte van paspoorten aan ingezetenen van Aruba gemandateerd aan de Directie Bevolking (Censo) van Aruba, echter het kabinet heeft (namens de Gouverneur) de eindverantwoordelijkheid voor de afgifte van reisdocumenten.

Ontvangsten

De ontvangsten van het kabinet bestaan uit leges in verband met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en uit ingediende verzoeken om optie en naturalisatie.

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao is het optimaal ondersteunen van de gouverneur in de uitoefening van zijn taken in zijn beide hoedanigheden: als het hoofd van de regering van het land Curaçao en als orgaan van het Koninkrijk. De taken van het kabinet zijn afgeleid van de wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Curaçao zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Curaçao, verschillende (organieke) Curaçaose landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement van de Gouverneur van Curaçao.

Aan het feit dat de gouverneur het bevoegde orgaan is in de uitvoeringsregelingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur dienstverlenende, uitvoerende consulaire werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2024 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

2.804

3.618

3.374

3.329

3.329

3.329

3.329

         
 

Uitgaven

2.804

3.618

3.374

3.329

3.329

3.329

3.329

         

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

2.804

3.618

3.374

3.329

3.329

3.329

3.329

 

Institutionele inrichting

2.804

3.618

3.374

3.329

3.329

3.329

3.329

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

2.804

3.618

3.374

3.329

3.329

3.329

3.329

         
 

Ontvangsten

147

200

200

200

200

200

200

         

Institutionele Inrichting

Kabinet Gouverneur Curaçao

Het kabinet analyseert maatschappelijke, politieke, juridische, bestuurlijke, economische, sociale en financiële ontwikkelingen en adviseert de gouverneur hierover. Het kabinet is geen beleidsvormend orgaan. De informatieverwerving en analyses zijn uitsluitend bedoeld ter advisering aan de gouverneur. De ambtelijke ondersteuning van de gouverneur is erop gericht dat de gouverneur zijn taken als Lands- en Koninkrijksorgaan op adequate wijze kan vervullen. Gegeven de brede bestuurlijke rol die de gouverneur vervult, zowel als landsorgaan als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan, onderhoudt het kabinet contact met – onder andere – de Staten van Curaçao, met ministeries en andere instituties binnen het Koninkrijk, Curaçao en Nederland. Verder zijn de relaties met de collega Gouverneurs van Aruba en Sint-Maarten geïnstitutionaliseerd.

Bekrachtiging Landsverordeningen en Landsbesluiten

De gouverneur is belast met het toezicht op de naleving van rijkswetten, algemene maatregelen van rijksbestuur en verdragen. In verband hiermee bereidt het kabinet de toetsing voor van de aan de gouverneur voorgelegde Curaçaose (concept-) regelgeving aan het hoger wettelijk kader, Koninkrijksbelangen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Uitvoeringstaken

Uit enkele verdragen en rijkswetten vloeit voort, dat de gouverneur de uitvoering van onderdelen daarvan verzorgt. Hierbij gaat het met name om de Rijkswet op het Nederlanderschap, de Paspoortwet en de vigerende visumregelgeving. In verband hiermee werkt het kabinet samen met verschillende ministeries. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het kabinet bereidt de afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur voor, behandelt de aanvragen voor overvliegvergunningen en havenbezoeken alsook verzoekschriften en voorstellen voor Koninklijke onderscheidingen. Ook behandelt het kabinet aanvragen voor naturalisatie en optie, paspoorten en visa. Op de aan de landsdienst Burgerzaken(Kranshi) gemandateerde bevoegdheid voor de uitgifte van paspoorten wordt door het kabinet actief toezicht gehouden.

Bedrijfsvoering

Toezicht op doelmatigheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven vormen een belangrijk onderdeel van het bedrijfsvoeringsproces. Daarnaast wordt het personeelsbeleid nageleefd, de huisvesting (inclusief het paleis) beheerd en de organisatie en formatie op een dusdanige wijze ingevuld dat het kabinet zijn inhoudelijke taken naar behoren kan uitoefenen.

Ontvangsten

De ontvangsten van het kabinet bestaan uit leges in verband met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en uit optie- en naturalisatiegelden.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten is het ondersteunen van de gouverneur in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van het land Sint Maarten en als vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk.

De taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Sint Maarten zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Sint Maarten, verschillende (organieke) Sint Maartense landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten.

Aan het feit dat de gouverneur bevoegd orgaan is tot uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur veel dienstverlenende, uitvoerende werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

De bestuurlijke rol van de gouverneur zowel binnen Sint Maarten als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden met de Staten van Sint Maarten, met ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Sint Maarten en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Aruba en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van (rijks-)wetgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Sint Maarten heeft het kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Sint Maarten heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Sint Maarten deels gemandateerd aan de landsdienst voor Burgerzaken (Census Office).

Er zijn voor 2024 geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

10.423

3.132

2.453

2.420

2.420

2.420

2.420

         
 

Uitgaven

10.423

3.132

2.453

2.420

2.420

2.420

2.420

         

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

10.423

3.132

2.453

2.420

2.420

2.420

2.420

 

Institutionele inrichting

10.423

3.132

2.453

2.420

2.420

2.420

2.420

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

10.423

3.132

2.453

2.420

2.420

2.420

2.420

         
 

Ontvangsten

86

75

75

75

75

75

75

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet verzamelt informatie aangaande politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen en informeert de Gouverneur daarover. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. Het Kabinet voert de correspondentie namens de Gouverneur en begeleidt deze bij binnenlandse en buitenlandse bezoeken. Voorts behandelt en geleidt het Kabinet de aan de Gouverneur verrichte verzoekschriften door.

Bekrachtigen landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het Kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het Kabinet draagt zorgt voor afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. In diverse verdragen en rijkswetten is bepaald dat de Gouverneur belast is met de uitvoering daarvan. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de Paspoortwet, het Verdrag van Schengen en de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zo geeft het Kabinet paspoorten, laissez-passers en visa uit, beoordeelt en besluit op optieverklaringen, registreert en geleidt naturalisatieverzoeken door en organiseert de naturalisatieceremonies. Ook behandelt het Kabinet aanvragen voor militaire bijstand van de landsregering en aanvragen voor toestemming van vreemde militaire schepen en militaire luchtvaartuigen die de Sint Maartense wateren respectievelijk het luchtruim willen bezoeken dan wel willen doorkruisen.

Paspoortuitgifte aan ingezetenen Sint Maarten

De Voortgangscommissie Sint Maarten heeft zich in haar rapporten opeenvolgend positief uitgelaten over de bereikte resultaten bij de Burgeradministratie. Dit heeft ertoe geleid dat de Gouverneur de uitgifte van paspoorten aan ingezeten van Sint Maarten met ingang van 10 oktober 2011 heeft gemandateerd aan het Hoofd van de Burgeradministratie. Tegelijkertijd blijft het op 10-10-‘10 gesloten convenant, en het daarin opgenomen toezichtinstrument, onverkort van kracht. Op basis daarvan vindt, aan de hand van maandrapportages, maandelijks overleg plaats tussen het hoofd Burgeradministratie en de directeur van het Kabinet van de Gouverneur.

Ontvangsten

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten heeft ontvangsten uit consulaire producten, naturalisaties en opties, nationale paspoorten, nooddocumenten en visa.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

De Kiesraad stelt uitslagen van landelijke verkiezingen vast en is een onafhankelijk adviesorgaan én kenniscentrum op het gebied van kiesrecht en het verkiezingsproces. De Kiesraad maakt zich daarbij sterk voor een robuust verkiezingsproces en betrouwbare verkiezingsuitslagen.

Het gaat om de volgende wettelijke taken. De Kiesraad:

  • is het centraal stembureau bij de verkiezingen van de Eerste Kamer en Tweede Kamer en van de Nederlandse leden van het Europees Parlement. De Kiesraad:

    • registreert de namen (aanduidingen) en logo’s van politieke partijen;

    • beoordeelt en nummert de ingeleverde kandidatenlijsten;

    • stelt de officiële verkiezingsuitslagen vast en voert hierbij controles uit;

    • benoemt nieuwe leden van de Eerste Kamer, Tweede Kamer en het Europees Parlement wanneer er vacatures ontstaan.

  • adviseert de regering en het parlement over uitvoeringstechnische zaken op het gebied van kiesrecht en verkiezingen. Hierbij gaat het vooral om conceptwetsvoorstellen tot wijziging van Kieswetgeving. Een enkele keer adviseert de Kiesraad ongevraagd. Tevens verstrekt de Kiesraad aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zienswijze over kiesrechtelijke geschillen waarbij de Kiesraad niet zelf partij is;

  • beheert de Databank Verkiezingsuitslagen waarin (historische) verkiezingsuitslagen zijn opgenomen;

  • stelt voor alle verkiezingen verschillende controle-protocollen op die aan de robuustheid van het proces en de betrouwbaarheid van de daarbij gebruikte programmatuur moeten bijdragen.

Verder ontwikkelt en beheert de Kiesraad de verkiezingssoftware die in de hele verkiezingsketen gebruikt wordt voor de kandidaatstelling en vaststelling van verkiezingsuitslagen en is de Raad het kennis- en informatiepunt over kiesrecht en verkiezingen. Gemeenten, provinciale griffies, politieke partijen, kiezers en media kunnen het gehele jaar vragen over het verkiezingsproces stellen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Het kabinet is voornemens de Kiesraad enkele nieuwe taken en verantwoordelijkheden te geven, met het oog op toekomstbestendige robuuste verkiezingen. De wetgeving die de grondslag van deze nieuwe taken vormt bestaat uit 2 delen, het Wetsvoorstel programmatuur verkiezingsuitslagen, dat in juni 2022 bij de Tweede Kamer is ingediend1. En het Wetsvoorstel kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces, dat in de loop van het 1e kwartaal van 2024 bij de Kamer wordt ingediend2.

De Kiesraad krijgt een instruerende, ondersteunende en beoordelende rol bij de uitvoering van de verkiezingen en de uitslagvaststelling. Daarnaast krijgt de Kiesraad aanvullende taken en bevoegdheden op het gebied van doorlopende kwaliteitsbevordering van de onderdelen van het verkiezingsproces.

De nieuwe kwaliteitsbevorderende rol van de Kiesraad is gebaseerd op de volgende drie pijlers:

  • 1. Ondersteunen van de organisatie van verkiezingen (middels ondersteuning, instructies, kwaliteitsstandaarden en het vaststellen van modellen) voorafgaand aan een verkiezing.

  • 2. Waarnemen en indien nodig bijsturen (om de kwaliteit te bevorderen) tijdens een verkiezing.

  • 3. Beoordelen van het verloop van de verkiezing (via een rapportage en advies aan het vertegenwoordigend orgaan) na een verkiezing.

Transitie naar verkiezingsautoriteit

Om de onpartijdigheid en de kwaliteit van het verkiezingsproces en de betrouwbaarheid van de verkiezingsuitslag ook in de toekomst boven elke twijfel verheven te laten zijn, wordt de rol van de Kiesraad in het verkiezingsstelsel verzwaard en zijn positie versterkt. In 2024 zal de Kiesraad, na de inwerkingtreding van de hierboven genoemde wetgeving de laatste voorbereidingen treffen en de eerste ervaringen opdoen als verkiezingsautoriteit.

Beheer programmatuur verkiezingsuitslagen

De Kiesraad wordt verantwoordelijk voor het beheer en de beveiliging van de programmatuur die in de hele verkiezingsketen wordt gebruikt bij het berekenen en vaststellen van verkiezingsuitslagen. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe programmatuur waarin de nieuwe wetgeving moet worden geïncorporeerd.

Het is belangrijk dat diegenen die de uitslagen invoeren duidelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden krijgen voor het beheer, de aansluiting en het gebruik van de programmatuur. Dat geldt ook voor de Kiesraad en de gemeenten, die zorgen voor de ICT-voorzieningen. Eén en ander wordt geregeld in het Wetsvoorstel programmatuur verkiezingsuitslagen. Met de invoering van het wetsvoorstel kan de Kiesraad als beheerder voorschriften opstellen voor de aansluiting en het gebruik, en zorgen voor de naleving van die voorschriften. Het gebruik van de programmatuur die de Kiesraad ter beschikking stelt wordt verplicht. In 2024 worden verder voorbereidingen hiervoor getroffen.

Verkiezingsagenda, kandidaatstellingsprocedure

In het kader van de Verkiezingsagenda 2030, een gezamenlijk initiatief waarin BZK, VNG, NVVB en Kiesraad, wordt aangeven welke maatregelen nodig zijn aan onderhoud en vernieuwing in het verkiezingsproces (bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 35165, nr. 40). De Kiesraad zal in 2024 voorstellen uitwerken voor de digitale ondersteuning van verbeteringen in de kandidaatstellingsprocedure en voor de verdere ontsluiting van verkiezingsuitslagen, o.a. door het bevorderen van een uniforme en centrale publicatie van processen-verbaal met uitslagen van verschillende verkiezingen.

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

25.354

7.411

8.236

4.820

4.508

1.736

1.736

         
 

Uitgaven

13.240

12.031

10.164

5.783

4.508

4.508

4.508

         

9.0

Kiesraad

13.240

12.031

10.164

5.783

4.508

4.508

4.508

 

Institutionele inrichting

13.240

12.031

10.164

5.783

4.508

4.508

4.508

 

Kiesraad

13.240

12.031

10.164

5.783

4.508

4.508

4.508

         
 

Ontvangsten

2

0

0

0

0

0

0

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kiesraad

De Kiesraad is belast met uitgaven die betrekking hebben op vaste en verplichte zaken zoals de personele exploitatie, externe inhuur, materieel en loonkosten voor het bureau van de Kiesraad. Doelmatigheid, juistheid, tijdigheid en rechtmatigheid zijn daarbij belangrijke kernbegrippen.

De Kiesraad is belast met uitgaven in directe relatie tot de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, het Europese parlement en het kennis- en informatiepunt, zoals de ontwikkel- en beheerkosten van programmatuur voor de kandidaatstelling en vaststelling van de uitslag, communicatieadvies en communicatiemiddelen.

3. Niet-beleidsartikelen

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 14 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

         

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

4. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 15 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Naam organisatie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen (bedragen x € 1.000)

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Kiesraad

ZBO

artikel 9

5.783

sinds 2013

transitie Kiesraad nader te bepalen

Bijlage 2: Verdiepingshoofdstuk

Uitgaven

Tabel 16 Uitgaven beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

80.664

79.885

79.885

74.652

74.342

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

5.346

4.577

4.577

4.278

4.260

4.260

Extrapolatie

74.363

Nieuwe mutaties

‒ 800

821

21

21

21

Waarvan:

      

1. Kasschuif CAO-middelen

‒ 800

800

       

Stand ontwerpbegroting 2024

85.210

85.283

84.483

78.951

78.623

78.623

Toelichting

1. CAO-middelen

De kabinetsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling 2023 is hoger dan eerder geraamd. Daarnaast zijn de premielasten gedaald. Het incidentele verschil t.o.v. CEP 2022 blijft, voor zover nog niet in nieuwe arbeidsvoorwaardelijke afspraken opgenomen, beschikbaar voor arbeidsvoorwaarden door middel van een kasschuif naar 2024.

Ontvangsten

Tabel 17 Ontvangsten beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie

1.950

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Uitgaven

Tabel 18 Uitgaven beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

39.286

42.636

39.309

39.332

47.042

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

3.147

2.998

2.803

2.805

3.258

2.776

Extrapolatie

41.182

Nieuwe mutaties

‒ 207

‒ 1.293

4.300

1.600

2.600

Waarvan:

      

1. Tijdelijke huisvesting

 

1.200

1.600

1.600

1.600

1.600

2. Kasschuif tijdelijke huisvesting

 

‒ 2.700

2.700

   

3. Informatiehuishouding

    

1.000

1.000

       

Stand ontwerpbegroting 2024

42.226

44.341

46.412

43.737

52.900

43.958

Toelichting

1. Tijdelijke huisvesting

Dit betreft een overheveling van budget van de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën. Voor de tijdelijke huisvesting van de Algemene Rekenkamer (AR) maakt ook de AR zelf kosten (zogenaamde gebruikerskosten). Die lopen door gedurende de periode van de tijdelijke huisvesting. Dat loopt door tot in 2029, de kosten zijn in dat jaar € 0,4 mln.

2. Kasschuif tijdelijke huisvesting

De tijdelijke huisvesting van de AR zal niet volgend jaar gereed zijn, maar pas het jaar daarop. De budgetten die die geraamd waren voor onder andere de fysieke verhuizing moeten daarom een jaar schuiven.

3. Informatiehuishouding

Naar aanleiding van de kabinetsreactie POK zijn middelen beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuishouding. Voor de Algemene Rekenkamer was hiervoor tot en met 2026 (meerjarig) budget overgeboekt, maar nog niet structureel (voor de jaren daarna). Dit gebeurt nu alsnog.

Ontvangsten

Tabel 19 Ontvangsten beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie

1.017

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Uitgaven

Tabel 20 Uitgaven beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

25.625

25.618

25.591

25.586

25.826

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

1.520

1.828

1.369

1.369

1.383

1.383

Extrapolatie

25.984

Nieuwe mutaties

423

1.248

658

158

158

       

Stand ontwerpbegroting 2024

27.568

28.694

27.618

27.113

27.367

27.367

Ontvangsten

Tabel 21 Ontvangsten beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

200

257

0

0

0

0

Extrapolatie

2.539

Nieuwe mutaties

363

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

3.102

2.796

2.539

2.539

2.539

2.539

Uitgaven

Tabel 22 Uitgaven beleidsartikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

5.412

5.360

4.882

4.885

4.885

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

771

698

665

665

665

665

Extrapolatie

4.821

Nieuwe mutaties

‒ 217

153

‒ 64

‒ 64

‒ 64

       

Stand ontwerpbegroting 2024

5.966

6.211

5.483

5.486

5.486

5.486

Ontvangsten

Tabel 23 Ontvangsten beleidsartikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

199

199

199

199

199

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie

199

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

199

199

199

199

199

199

Uitgaven

Tabel 24 Uitgaven beleidsartikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

2.067

2.067

2.067

2.067

2.067

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

846

125

125

125

125

125

Extrapolatie

2.067

Nieuwe mutaties

‒ 31

31

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

2.882

2.223

2.192

2.192

2.192

2.192

Ontvangsten

Tabel 25 Ontvangsten beleidsartikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

60

60

60

60

60

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie

60

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

60

60

60

60

60

60

Uitgaven

Tabel 26 Uitgaven beleidsartikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

3.136

3.136

3.136

3.136

3.136

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

527

193

193

193

193

193

Extrapolatie

3.136

Nieuwe mutaties

‒ 45

45

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2024

3.618

3.374

3.329

3.329

3.329

3.329

Ontvangsten

Tabel 27 Ontvangsten beleidsartikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

200

200

200

200

200

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie

200

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

200

200

200

200

200

200

Uitgaven

Tabel 28 Uitgaven beleidsartikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

2.279

2.279

2.279

2.279

2.279

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

886

0

0

0

0

0

Extrapolatie

2.279

Nieuwe mutaties

‒ 33

33

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

3.132

2.453

2.420

2.420

2.420

2.420

Ontvangsten

Tabel 29 Ontvangsten beleidsartikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

75

75

75

75

75

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie

75

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

75

75

75

75

75

75

Uitgaven

Tabel 30 Uitgaven beleidsartikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

10.440

6.697

5.469

4.264

4.264

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

5.486

384

314

244

244

244

Extrapolatie

4.264

Nieuwe mutaties

‒ 2.978

3.083

0

0

0

Waarvan:

      

1. Kasschuif DHV

‒ 3.000

3.000

       

Stand ontwerpbegroting 2024

12.948

10.164

5.783

4.508

4.508

4.508

Toelichting

1. Kasschuif Digitaal Hulpmiddel Verkiezingen (DHV)

Door het opzeggen van het contract met Paragon zullen er naar planning dit jaar geen werkzaamheden meer plaatsvinden. Naar verwachting wordt de uitvoering hiervan volgend jaar weer tot uitvoering gebracht. De budgetten worden doorgeschoven naar 2024.

Ontvangsten

Tabel 31 Ontvangsten beleidsartikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

Tabel 32 Uitgaven artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2023

Mutatie amendement 2023

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

0

0

0

0

0

0

Bijlage 3: Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Naar aanleiding van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33000 IV, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties (IV).

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.

In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. Hieronder is de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begroting overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) weergegeven. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken of rijkstaken, of er sprake is van incidentele of structurele bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.

Tabel 33 Overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (bedragen x € 1.000)
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal uitgaven

  

404

400

400

400

400

400

400

          

Artikel 3 Nationale ombudsman

404

400

400

400

400

400

400

Institutionele inrichting

R

S

404

400

400

400

400

400

400

Toelichting

Artikel 3 Nationale Ombudsman

Institutionele inrichting

Dit betreft een rijkstaak voor het uitvoeren van een eerstelijns klachtbehandeling voor Caribisch Nederland.

De Nationale ombudsman is sinds 2010 bevoegd klachten te behandelen over overheidsinstanties van het Rijk in Caribisch Nederland en sinds 2012 ook over de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Voor de openbare lichamen is de Nationale ombudsman eerstelijns klachtbehandelaar. Dat betekent dat burgers een klacht over de openbare lichamen ook direct aan de Nationale ombudsman kunnen voorleggen. Het betreft daarmee een structurele rijkstaak.

Mei 2018 is een plan van aanpak met een missie en visie vastgesteld. Daarin is teruggekeken op het werk van de Nationale ombudsman in Caribisch Nederland sinds 10-10-10 en vooruit gekeken naar de periode 2018-2026. In het plan van aanpak zijn twee doelstellingen neergelegd. De eerste is dat de Nationale ombudsman zichtbaar moet zijn voor de burgers in Caribisch Nederland en hen op weg moet kunnen helpen. De tweede doelstelling is dat de Nationale ombudsman wil bijdragen aan goed bestuur op de eilanden door de beginselen van het klachtrecht onder de aandacht te brengen bij de overheid.

Licence