Base description which applies to whole site

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2025 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Art.

Uitgaven 2025

Vastgestelde begroting 2025

 

5.074.528

Stand 1e suppletoire begroting 2025

 

5.438.255

Stand suppletoire begroting september 2025

 

5.392.971

Belangrijkste suppletoire mutaties

  
   

1) Subsidie Oorlogsgravenstichting

1

1.900

2) Groeiopgave Almere

1

‒ 10.134

3) Verrekening bedrijfsvoeringskosten AIVD

2

18.366

4) Bijdrage FMH

11

8.560

5) Hogere uitgaven dienstverlening BLA's en SSO's

11

14.742

6) Minder uitgaven RIS

11

‒ 10.128

7) Hogere uitgaven DVA's

11

9.000

8) Kwijtschelden publieke schulden

12

‒ 30.000

9) Regionale uitvoeringskosten Nij Begun

15

‒ 36.315

10) Middelen Economische Agenda Groningen

15

‒ 41.951

11) Bijstelling duurzaam herstel

15

‒ 129.788

12) Bijstelling bijdrage RVO uitvoeringskosten

15

‒ 31.000

13) Bijstelling vergoeding fysieke schade

15

‒ 118.433

14) Bijstelling vergoeding immateriele schade

15

14.512

15) Bijstelling vergoeding waardedaling

15

‒ 87.396

16) Bijstelling verduurzaming bij versterken

15

‒ 12.500

17) Bijstelling versterkingsoperatie

15

‒ 38.500

18) Diverse mutaties

div

‒ 11.300

   

Stand 2e suppletoire begroting 2025

 

4.902.606

Toelichting

1) Subsidie Oorlogsgravenstichting

Er wordt € 1,9 mln. extra beschikbaar gesteld voor de subsidie van de kerntaken van de Oorlogsgravenstichting en incidenteel het onderhoud en de renovatie van de erevelden in Loenen.

2) Groeiopgave Almere

Dit betreft de overheveling van middelen naar het gemeentefonds vanwege de omzetting van de specifieke uitkering Groeiopgave Almere naar de decentralisatie-uitkering Almere. De gemeente Almere ontving sinds 2021 jaarlijks een specifieke uitkering voor de Groeiopgave Almere. Het doel van de uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen de overeenge­komen bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren.

3) Verrekening bedrijfsvoeringskosten AIVD

Dit betreft de verrekening tussen het ministerie van BZK en het ministerie van Defensie voor de jaarlijkse bedrijfsvoeringskosten van de diensten AIVD en MIVD. Voor 2025 ontvangt de AIVD € 18,4 mln. vanuit het ministerie van Defensie.

4) Bijdrage FMH

Van diverse departementen is de vergoeding voor FMH ontvangen, in totaal € 8,6 mln.

5) Hogere uitgaven dienstverlening BLA's en SSO's

Er zijn hogere uitgaven (€ 14,7 mln.) dan eerder geraamd voor de dienstverlening aan de baten-lastenagentschappen en SSO's die via het kerndepartement lopen voor het informatiepunt personeel, de HRM adviseurs en andere P&O dienstverlening. De uitgaven worden doorbelast aan de gebruikers. Dit leidt tot hogere ontvangsten. Deze worden gedesaldeerd waardoor het uitgavenbudget met hetzelfde bedrag wordt verhoogd.

6) Minder uitgaven RIS

Er zijn minder ontvangsten (€ 10,1 mln.) dan eerder geraamd voor de Rijksinkoopsamenwerking (RIS) door onder andere verminderde aanbestedingsactiviteiten als gevolg van de taakstelling van het kabinet Schoof. Hierdoor worden minder uitgaven doorbelast aan de gebruikers. Dit leidt tot lagere ontvangsten. Deze worden gedesaldeerd waardoor het uitgavenbudget met hetzelfde bedrag wordt verlaagd.

7) Hogere uitgaven DVA's

Er zijn hogere uitgaven (€ 9,0 mln.) dan eerder geraamd voor de dienstverlening aan de baten-lastenagentschappen die via het kerndepartement lopen voor de dienstverleningsovereenkomsten (DVA's). De uitgaven worden doorbelast aan de gebruikers. Dit leidt tot hogere ontvangsten. Deze worden gedesaldeerd waardoor het uitgavenbudget met hetzelfde bedrag wordt verhoogd.

8) Kwijtschelden publieke schulden

De verwachte realisatie van het kwijtschelden van publieke schulden valt lager uit dan aan het begin van 2025 werd verwacht. In het kader van realistisch ramen wordt € 30 mln. afgeboekt.

9) Regionale uitvoeringskosten Nij Begun

Dit betreft de overboeking naar het gemeentefonds van € 29,1 mln. en naar het provinciefonds van € 7,2 mln. In het kader van de uitvoering van ‘Nij Begun’ maken een deel van de gemeenten in Groningen en Noord-Drenthe en de provincie Groningen uitvoeringskosten voor het verder uitwerken van de maatregelen.

10) Middelen Economische Agenda Groningen

Om projecten te kunnen financieren in het kader van het startkapitaal van de Economische Agenda Groningen (EAG) is de provincie Groningen aan zet (in samenwerking met Samenwerkingsverband Noord Nederland SNN en investerings- en ontwikkelingsmaatschappij Noord Nederland NOM) om middelen uit te geven. Van het startkapitaal is in 2025 nog € 42 mln. beschikbaar. Dit bedrag wordt via een decentralisatie-uitkering overgeheveld aan de provincie Groningen.

11) Bijstelling duurzaam herstel

De maatregel Duurzaam herstel is erop gericht om de kans op terugkerende schade te verkleinen door de constructie van een woning te verbeteren of herstellen. In 2025 worden minder woningen duurzaam hersteld dan eerder verwacht en daarom wordt dit budget met € 129,8 mln. naar beneden bijgesteld. De totale verwachte kosten van duurzaam herstel zijn gelijk gebleven.

12) Bijstelling bijdrage RVO uitvoeringskosten

Op basis van de realisatiegegevens van het IMG worden de uitvoeringskosten van RVO naar beneden worden bijgesteld met € 31,0 mln. De uitvoeringskosten vallen lager uit omdat er minder aanvragen zijn ingediend en er in totaal minder beleidsgeld is uitgekeerd. Aangezien de uitvoeringskosten rechtstreeks samenhangen met het aantal aanvragen en uitbetalingen, leidt deze afname tot een bijstelling naar beneden.

13) Bijstelling vergoeding fysieke schade

Op basis van de realisatiegegevens van het IMG wordt het budget voor de regeling fysieke schade naar beneden bijgesteld met € 118,4 mln. Dit wordt onder andere veroorzaakt door gedragseffecten in de keuze voor schadeafhandeling door de bewoners. Dit zit hem met name in lagere aanvragen voor zowel de Vaste Eenmalige Schadevergoeding als de Aanvullende vaste vergoeding.

14) Bijstelling vergoeding immateriële schade

Het IMG is bezig de laatste wijzigingen van maatregel 8 uit PEGA te implementeren. Doordat sinds september niet-eigenaren gelijkgesteld worden aan eigenaren, wordt er meer gebruik gemaakt van de regeling dan voorheen gedacht. De prognose valt daardoor € 14,5 mln. hoger uit.

15) Bijstelling vergoeding waardedaling

Op basis van de realisatiegegevens van het IMG wordt het budget voor de regeling waardedaling naar beneden bijgesteld met € 87,4 mln. Dit wordt onder andere veroorzaakt door gedragseffecten in de keuze voor schadeafhandeling door de bewoners.

16) Bijstelling verduurzaming bij versterken

In 2025 hoeven er minder woningen zwaar versterkt te worden waardoor de verwachte uitgaven in 2025 voor verduurzaming bij zware versterking (Maatregel 28) ook lager zijn. Het budget wordt daarom met € 12,5 mln. naar beneden bijgesteld.

17) Bijstelling versterkingsoperatie

De verwachte uitgaven van de reguliere versterkingsoperatie zijn met € 38,5 mln. naar beneden bijgesteld. Dit komt omdat een deel van de woningen in de versterkingsoperatie lichter versterkt hoeven te worden dan eerder begroot (€ 10,0 mln.). Daarnaast vinden de uitgaven voor de zogenoemde Big Five projecten buiten de reguliere versterkingsoperatie later plaats dan eerder verwacht (€ 21,0 mln.). Verder vinden de uitgaven van de regeling maatwerk in de versterkingsoperatie plaats in latere jaren (€ 7,5 mln.).

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2025 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Art.

Ontvangsten 2025

Vastgestelde begroting 2025

 

1.771.618

Stand 1e suppletoire begroting 2025

 

1.756.983

Stand suppletoire begroting september 2025

 

1.869.204

Belangrijkste suppletoire mutaties

  
   

1) Meerontvangsten veiligheidsonderzoeken

2

2.000

2) Hogere uitgaven dienstverlening BLA's en SSO's

11

14.742

3) Minder uitgaven RIS

11

‒ 10.128

4) Hogere uitgaven DVA's

11

9.000

5) Diverse mutaties

div

6.381

   

Stand 2e suppletoire begroting 2025

 

1.891.199

Toelichting

1) Meerontvangsten veiligheidsonderzoeken

De realisatie tot en met de maand september 2025 op ontvangsten van veiligheidsonderzoeken loopt voor op de planning. Om beter aan te sluiten bij de realisatie worden de ontvangsten met € 2,0 mln. verhoogd. Deze worden gedesaldeerd waardoor het uitgavenbudget met hetzelfde bedrag wordt verhoogd.

2) Hogere uitgaven dienstverlening BLA's en SSO's

Er zijn hogere uitgaven (€ 14,7 mln.) dan eerder geraamd voor de dienstverlening aan de baten-lastenagentschappen en SSO's die via het kerndepartement lopen voor het informatiepunt personeel, de HRM adviseurs en andere P&O dienstverlening. De uitgaven worden doorbelast aan de gebruikers. Dit leidt tot hogere ontvangsten. Deze worden gedesaldeerd waardoor het uitgavenbudget met hetzelfde bedrag wordt verhoogd.

3) Minder uitgaven RIS

Er zijn minder ontvangsten (€ 10,1 mln.) dan eerder geraamd voor de Rijksinkoopsamenwerking (RIS) door onder andere verminderde aanbestedingsactiviteiten als gevolg van de taakstelling van het kabinet Schoof. De uitgaven worden doorbelast aan de gebruikers. Dit leidt tot lagere ontvangsten. Deze worden gedesaldeerd waardoor het uitgavenbudget met hetzelfde bedrag wordt verlaagd.

4) Hogere uitgaven DVA's

Er zijn hogere uitgaven (€ 9,0 mln.) dan eerder geraamd voor de dienstverlening aan de baten-lastenagentschappen die via het kerndepartement lopen voor de dienstverleningsovereenkomsten (DVA's). De uitgaven worden doorbelast aan de gebruikers. Dit leidt tot hogere ontvangsten. Deze worden gedesaldeerd waardoor het uitgavenbudget met hetzelfde bedrag wordt verhoogd.

Licence