Base description which applies to whole site

5.1 Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is de onafhankelijke nationale autoriteit voor de uitvoering van en het toezicht op marktinstrumenten die bijdragen aan een klimaatneutrale samenleving. De NEa ondersteunt de uitvoering van het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) en de systematiek Energie voor Vervoer (EV) in Nederland en houdt daar toezicht op. Dat doet de NEa door bedrijven te informeren, te adviseren en door toezicht te houden.

Daarnaast is de NEa onder andere de uitvoerder van de nationale CO2-heffing en de Inframarginale Elektriciteitsheffing (IME) en ziet NEa toe op het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. De uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap NEa valt onder de eindverantwoordelijkheid van het bestuur van de NEa dat een ZBO is.

Toelichting op de baten

In 2025 heeft NEa er een aantal taken bijgekregen waarvan de uit te voeren werkzaamheden en de omvang van de doelgroep zeer onzeker waren omdat wet- en regelgeving nog niet gereed was. NEa heeft toen in overleg met de opdrachtgevers begroot op het hoogste scenario. De kans op lagere baten en lasten was hierdoor groter dan normaal. De opdrachtgevers wilden echter niet het risico lopen dat er halverwege het jaar onvoldoende financiering was, in het geval het hoogste scenario werd gerealiseerd.

De lagere baten en lasten worden veroorzaakt doordat werkzaamheden minder bleken dan verwacht, deels omdat de doelgroep kleiner was en deels doordat werkzaamheden naar achteren zijn verschoven, omdat de wet- en regelgeving nog niet gereed was. Per opdracht wordt dit hieronder nader toegelicht.

Tabel 11 Exploitatieoverzicht baten-lastenagentschap NEa (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd (3) = (1) + (2)

Baten

   

-Omzet

36.827

‒ 8.396

28.431

waarvan omzet moederdepartement

24.338

‒ 5.827

18.511

waarvan omzet overige departementen

12.489

‒ 2.569

9.920

waarvan omzet derden

0

0

 

Rentebaten

0

299

299

Vrijval voorzieningen

0

0

 

Bijzondere baten

0

218

218

Totaal baten

36.827

‒ 7.879

28.948

    

Lasten

   

Apparaatskosten

31.449

‒ 6.844

24.605

-Personele kosten

24.487

‒ 5.824

18.663

waarvan eigen personeel

17.423

‒ 2.361

15.062

waarvan inhuur externen

5.897

‒ 3.590

2.307

waarvan overige personele kosten

1.167

127

1.294

-Materiële kosten

6.962

‒ 1.020

5.942

waarvan apparaat ICT

2.334

‒ 436

1.898

waarvan bijdrage aan SSO's

3.139

126

3.265

waarvan overige materiële kosten

1.489

‒ 710

779

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

3.948

‒ 1.218

2.730

Rentelasten

91

‒ 7

84

Afschrijvingskosten

1.339

‒ 29

1.310

-Materieel

0

0

 

waarvan apparaat ICT

0

0

 

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

 

-Immaterieel

1.339

‒ 29

1.310

Overige lasten

0

8

8

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

 

waarvan bijzondere lasten

0

8

8

Totaal lasten

36.827

‒ 8.090

28.737

    

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

211

211

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

    

Saldo van baten en lasten

0

211

211

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is de vergoeding voor de door de NEa gemaakte kosten (minus de rentebaten) voor taken in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei.

De omzet moederdepartement omvat ook een extra vergoeding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kindertoeslag (POK)/Werken aan Uitvoering (WaU) gelden voor gemaakte kosten voor een project voor verbetering van de dienstverlening (€ 0,1 mln).

De mutatie in de omzet moederdepartement is ‒ € 5,8 mln. Dit betreft enerzijds de POK/Wet open overheid (Woo) ontvangst van € 0,1 mln waarmee bij de 1e suppletoire begroting geen rekening was gehouden. De rest betreft de onderuitputting op de opdracht van KGG (- € 5,9 mln). Deze zit met name in het tijdelijke project IME en in nieuwe opdrachten ETS Zeevaart, groen gas, waterstof en methaan. De verklaring van de grootste verschillen is als volgt:

  • IME is een nieuwe en eenmalige regeling, voortvloeiend uit een Europese verordening. Doel van deze verordening is het afromen van excessieve winsten die producenten van elektriciteit hebben gemaakt ten tijde van de gestegen energieprijzen einde 2022. Het gaat om een complexe regeling die op korte termijn ingericht moest worden. Bij aanvaarding van deze taak constateerde de NEa veel onzekerheden ten aanzien van opzet, wettelijke verankering en mogelijke bezwaarprocedures. Daarom is bewust met opdrachtgever een ruim budget afgesproken zodat de NEa voldoende middelen zou hebben om deze regeling uit te voeren en bijvoorbeeld voldoende inspecteurs, accountants en handhavingsjuristen zouden kunnen inhuren. Uiteindelijk is de NEa in staat geweest de regeling zo in te richten dat uitvoering voor bedrijven relatief eenvoudig is en dat er weinig ruimte is voor alternatieve interpretaties. Hierdoor heeft de NEa heel weinig bezwaren gekregen van de bedrijven die onder deze heffing kwamen te vallen. Daardoor is de inhuur € 3 mln lager dan het beschikbare budget. 

  • De kosten van vast personeel zijn € 1,6 mln lager omdat vacatures voor diverse taken (ETS Zeevaart, groen gas, waterstof, methaan) niet zijn ingevuld, omdat werkzaamheden van die taken zijn uitgesteld en/of nog niet duidelijk is wat de werkzaamheden gaan worden die de NEa hiervoor moet uitvoeren.

  • Diverse andere kosten (uitbesteding, overige inhuur, materiele kosten, afschrijvingen) zijn in totaal om dezelfde redenen ook € 1 mln lager dan verwacht.

  • Tot slot zijn er extra ontvangsten van € 0,3 mln die aan de opdracht worden toegerekend waardoor de bekostiging naar beneden is bijgesteld.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen bestaat uit een vergoeding voor de door de NEa gemaakte kosten (minus de rentebaten) voor taken in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, € 6,8 mln) en voor taken vanuit het ministerie van Financiën (€ 3,1 mln).

De omzet IenW daalt met € 0,1 mln. Dit is met name het gevolg van extra ontvangsten die aan de opdracht van IenW worden toegerekend waardoor de bekostiging naar beneden is bijgesteld.

De omzet van Financiën daalt ten opzicht van de eerste suppletoire begroting met € 2,5 mln. In totaal is er € 4,7 mln onderuitputting op de opdracht. Dit betreft uitvoering van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM): het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de Europese buitengrens. De wet- en regelgeving hieromheen is in de loop van 2025 aangepast, waardoor de kosten uiteindelijk lager uitvielen dan waar in de eerste suppletoire begroting rekening mee werd gehouden. De kosten zijn lager geworden onder andere doordat minder bedrijven uiteindelijk onder de CBAM-regeling vallen dan oorspronkelijk was bedacht.

Rentebaten

De rentebaten zijn het gevolg van de hoge stand van de rekening courant met het ministerie van Financiën. De hoge stand is grotendeels te verklaren doordat er meer inkomsten dan uitgaven zijn, met name vanwege de onderuitputting van € 10,7 mln.

Bijzondere baten

De bijzondere baten betreffen:

  • Een eindafrekening van een leverancier in 2025 over 2024 waarbij NEa geld terug heeft ontvangen (€ 0,05 mln);

  • Vrijval van gereserveerde kosten uit 2021 en 2023 omdat de betreffende departementen hiervoor besloten hebben geen facturen te sturen (€ 0,14 mln);

  • Overige positieve verschillen tussen reserveringen in 2024 en ontvangen facturen in 2025 (€ 0,03 mln).

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De kosten van vast personeel zijn lager, omdat een aantal vacatures niet is ingevuld. Dit is bij de omzet toegelicht.

De inhuur is lager dan begroot, wat voor een groot deel ter verklaren is door minder inhuur voor het tijdelijke project IME. Dit is hierboven toegelicht bij de omzet moederdepartement. Daarnaast is er minder inhuur nodig voor de uitvoering van nieuwe taken. Dit is te verklaren door minder werkzaamheden dan oorspronkelijk begroot, enerzijds omdat ze uitgesteld zijn, anderzijds omdat in sommige gevallen nog niet duidelijk is wat de werkzaamheden gaan worden die de NEa moet uitvoeren voor nieuwe taken. Door deze ontwikkelingen konden de NEa medewerkers meer werkzaamheden zonder inhuur oppakken.

De overige personele kosten zijn iets hoger dan begroot. Per abuis zijn de kosten voor reservering vakantiedagen (€ 0,88 mln) niet in de begroting meegenomen. Afgezien daarvan dalen de overige personele kosten, aangezien er ook minder vast personeel in dienst is.

Materiële kosten

De ICT-kosten zijn lager dan begroot. De grootste verklaring is dat er in het kader van een sociaal project twee medewerkers worden ingehuurd die onder meer de onderhoudswerkzaamheden voor de applicaties uitvoeren, waardoor deze kosten nu onder de inhuurkosten vallen.

De stijging van de bijdragen aan SSO’s is te verklaren doordat de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor deze kosten was ontvangen na de eerste suppletoire begroting. Deze kosten waren om die reden niet begroot.

De daling van de overige materiele kosten hangt samen met de vermindering van inzet voor nieuwe taken, die bij de omzet is toegelicht.

Kosten uitbesteed werk

De daling van de kosten van uitbesteding ten opzichte van de ontwerpbegroting betreft met name CBAM (zie omzet overige departementen).

Tabel 12 Kasstroomoverzicht baten-lastenagentschap NEa (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd (3) = (1) + (2)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

9.943

0

9.943

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

36.827

2.839

39.666

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 38.485

8.061

‒ 30.424

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 1.658

10.900

9.242

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 2.836

1.351

‒ 1.485

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

 

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 2.836

1.351

‒ 1.485

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

‒ 1.007

0

‒ 1.007

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

 
 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 1.348

0

‒ 1.348

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

 

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 2.355

0

‒ 2.355

5.

Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

3.094

12.251

15.345

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen en gecorrigeerd voor mutaties van de overlopende posten.

De verwachte operationele kasstroom is per saldo € 10,9 mln hoger dan begroot. Dit wordt grotendeels (€ 10,7 mln) veroorzaakt doordat NEa minder heeft uitgegeven dan begroot. Dit is met name het gevolg van wet- en regelgeving die bij diverse taken anders uitpakt dan verwacht en die later is en nog wordt vastgesteld. In 2026 volgt een eindafrekening en wordt die € 10,7 mln terug betaald aan de drie opdrachtgevende ministeries.

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom is lager dan begroot, omdat investeringen voor CBAM, waterstof en groen gas naar latere jaren worden geschoven.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom blijft gelijk aan de eerste suppletoire begroting.

Licence