Base description which applies to whole site

IIB Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.) Totaal € 191.980.000,-

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.) Totaal € 6.040.000,-

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M.Uitermark

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F.Rijkaart

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesF.Rijkaart

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M.Uitermark

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

Voor u ligt de eerste suppletoire begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De eerste suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 36 660 IIB, nr. 1). De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2025 opgebouwd.

In deze eerste suppletoire begroting wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid de cijfers van zes begrotingsjaren weergegeven. In de kolom van begrotingsjaar 2030 zijn de middelen in verband met de extrapolatie gepresenteerd.

Uitgangspunt bij de toelichting op de tabel is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

1. Leeswijzer

Voor u ligt de suppletoire begroting september van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De suppletoire begroting september geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2025. De stand wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2025 opgebouwd.

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties worden toegelicht, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Ondergrenzen op basis van de RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

1 Leeswijzer

De tweede suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2025. De stand van de tweede suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 36600 IIB, nr. 1) opgebouwd.

De stand eerste suppletoire begroting laat de stand zien zoals deze bij eerste suppletoire begroting is gepresenteerd (Kamerstukken II 2024/25, 36725 IIB, nr. 1). Middels de suppletoire begroting september (Kamerstukken II 2025/26, 36820 IIB, nr. 1) is de stand na de 1e suppletoire begroting aangepast.

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, groter dan of gelijk aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

2 Beleidsartikelen

2. Beleidsartikelen

2 Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Raad van State

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

100.022

6.554

106.576

     
 

Uitgaven

100.022

‒ 1.097

98.925

     

1.0

Raad van State

100.022

‒ 1.097

98.925

 

Institutionele inrichting

100.022

‒ 1.097

98.925

 

Advisering

8.283

0

8.283

 

Bestuursrechtspraak

48.257

‒ 1.175

47.082

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

43.482

78

43.560

     
 

Ontvangsten

1.950

0

1.950

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

Doordat er sprake is van een negatieve bijstelling van verplichtingen uit het verleden wordt middels deze mutatie het verplichtingenbudget opgehoogd voor 2025.

1.0 Raad van State

Institutionele inrichting

Bestuursrechtspraak

Het aantal zaken bij de Raad van State in hoger beroep vreemdelingenzaken (HBV) blijft achter ten opzichte van de prognoses. Hierdoor wordt ca. € 1,2 mln. minder uitgegeven dan begroot.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

96.089

3.933

100.022

     
 

Uitgaven

96.089

3.933

100.022

     

1.0

Raad van State

96.089

3.933

100.022

 

Institutionele inrichting

96.089

3.933

100.022

 

Advisering

7.876

407

8.283

 

Bestuursrechtspraak

48.178

79

48.257

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

40.035

3.447

43.482

     
 

Ontvangsten

1.950

0

1.950

     

Toelichting mutaties suppletoire begroting september

Institutionele inrichting

Bestuursrechtspraak

Bij de eerste suppletoire begroting 2025 zijn er middelen toegevoegd voor de Omgevingskamer, Algemene kamer en Vreemdelingenkamer. In de eerste suppletoire begroting is geen rekening gehouden met de verdeling van deze middelen over de verschillende financiële instrumenten. Met deze mutatie wordt dit bedrag meerjarig overgeboekt naar Raad van State gemeenschappelijke diensten.

Daarnaast betreft dit de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025.

Raad van State gemeenschappelijke diensten

Bij de eerste suppletoire begroting 2025 zijn er middelen toegevoegd voor de Omgevingskamer, Algemene kamer en Vreemdelingenkamer. In de eerste suppletoire begroting is geen rekening gehouden met de verdeling van deze middelen over de verschillende financiële instrumenten. Met deze mutatie wordt dit bedrag meerjarig overgeboekt van Bestuursrechtspraak.

Daarnaast betreft dit de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

89.537

0

89.537

6.552

96.089

19.456

10.540

12.010

12.010

95.326

            
 

Uitgaven

89.537

0

89.537

6.552

96.089

19.456

10.540

12.010

12.010

95.326

            

1.0

Raad van State

89.537

0

89.537

6.552

96.089

19.456

10.540

12.010

12.010

95.326

 

Institutionele inrichting

89.537

0

89.537

6.552

96.089

19.456

10.540

12.010

12.010

95.326

 

Advisering

7.876

0

7.876

0

7.876

0

0

0

0

7.876

 

Bestuursrechtspraak

42.478

0

42.478

5.700

48.178

19.456

10.540

12.010

12.010

47.827

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

39.183

0

39.183

852

40.035

0

0

0

0

39.623

            
 

Ontvangsten

1.950

0

1.950

0

1.950

0

0

0

0

1.950

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Bestuursrechtspraak

De Vreemdelingenkamer binnen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is sinds 2001 belast met de behandeling van Hoger Beroep Vreemdelingenzaken. Deze kamer wordt gefinancierd door middel van outputfinanciering. Het budget is tot en met 2025 vastgesteld. Voor 2026 is de raming met € 10,9 mln. naar boven bijgesteld, gezien het aantal zaken dat de Raad van State zal afdoen.

De Raad van State heeft een normtijdonderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoek toont aan dat een aantal ontwikkelingen, zoals Europeanisering van het recht, toegenomen complexiteit van zaken en beroepsschriften die uitgebreider gemotiveerd moeten worden, leiden tot meer werk. Daarnaast verwacht de RvS de komende jaren een hogere instroom van zaken. Met deze middelen kan de RvS stapsgewijs de hogere instroom van zaken verwerken.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

50.541

3.165

53.706

     
 

Uitgaven

50.541

‒ 760

49.781

     

2.0

Algemene Rekenkamer

50.541

‒ 760

49.781

 

Institutionele inrichting

50.541

‒ 760

49.781

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

50.541

‒ 760

49.781

     
 

Ontvangsten

1.017

0

1.017

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

Doordat er sprake is van een negatieve bijstelling van verplichtingen uit het verleden wordt middels deze mutatie het verplichtingenbudget opgehoogd voor 2025.

2.0 Algemene Rekenkamer

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Er waren middelen gereserveerd voor het inrichten van een dialoog tussen de staatsmachten op basis van een rechtsstaatagenda. In de praktijk bleken de kosten voor de ambtelijke ondersteuning en de inrichting van de dialoog beperkt en wordt ca. € 0,8 mln. minder uitgegeven dan begroot.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

48.438

2.103

50.541

     
 

Uitgaven

48.438

2.103

50.541

     

2.0

Algemene Rekenkamer

48.438

2.103

50.541

 

Institutionele inrichting

48.438

2.103

50.541

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

48.438

2.103

50.541

     
 

Ontvangsten

1.017

0

1.017

     

Toelichting mutaties suppletoire begroting september

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

48.868

0

48.868

‒ 430

48.438

1.500

0

0

0

44.595

            
 

Uitgaven

48.868

0

48.868

‒ 430

48.438

1.500

0

0

0

44.595

            

2.0

Algemene Rekenkamer

48.868

0

48.868

‒ 430

48.438

1.500

0

0

0

44.595

 

Institutionele inrichting

48.868

0

48.868

‒ 430

48.438

1.500

0

0

0

44.595

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

48.868

0

48.868

‒ 430

48.438

1.500

0

0

0

44.595

            
 

Ontvangsten

1.017

0

1.017

0

1.017

0

0

0

0

1.017

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Het pand van de Algemene Rekenkamer aan het Lange Voorhout wordt de komende jaren gerenoveerd. Daartoe is het nodig dat de Algemene Rekenkamer tijdelijk andere huisvesting betrekt. Op basis van de technische gebouwinformatie van de tijdelijke locatie met bijbehorende planning is besloten te koersen op verhuizing voor de zomer van 2026 (na het verantwoordingsonderzoek). Tegen deze achtergrond is een kasschuif nodig van € 1,5 mln. naar begrotingsjaar 2026 om zo de middelen in het juiste kasrimte te zetten.

Daarnaast betreft het een overboeking van hoofdlijnenakkoord middelen (€ 1 mln.) voor de staatscommissie rechtstaat om een dialoog tussen de staatsmachten te organiseren.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

30.258

773

31.031

     
 

Uitgaven

30.258

773

31.031

     

3.0

De Nationale ombudsman

30.258

773

31.031

 

Institutionele inrichting

26.749

773

27.522

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

26.749

773

27.522

 

Materiële uitgaven

3.509

0

3.509

 

Taakuitoefening medeoverheden

3.509

0

3.509

     
 

Ontvangsten

3.525

0

3.525

     

Toelichting mutaties suppletoire begroting september

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

31.031

134

31.165

     
 

Uitgaven

31.031

134

31.165

     

3.0

De Nationale ombudsman

31.031

134

31.165

 

Institutionele inrichting

27.522

‒ 8

27.514

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

27.522

‒ 8

27.514

 

Materiële uitgaven

3.509

142

3.651

 

Taakuitoefening medeoverheden

3.509

142

3.651

     
 

Ontvangsten

3.525

142

3.667

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

De mutaties op artikel 3 vallen onder de voorgeschreven ondergrens van de staffel en worden daarom niet toegelicht.

2.3 Artikel 3. de Nationale ombudsman

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

28.985

0

28.985

1.273

30.258

986

986

986

986

29.711

            
 

Uitgaven

28.985

0

28.985

1.273

30.258

986

986

986

986

29.711

            

3.0

De Nationale ombudsman

28.985

0

28.985

1.273

30.258

986

986

986

986

29.711

 

Institutionele inrichting

26.462

0

26.462

287

26.749

0

0

0

0

26.202

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

26.462

0

26.462

287

26.749

0

0

0

0

26.202

 

Materiële uitgaven

2.523

0

2.523

986

3.509

986

986

986

986

3.509

 

Taakuitoefening medeoverheden

2.523

0

2.523

986

3.509

986

986

986

986

3.509

            
 

Ontvangsten

2.539

0

2.539

986

3.525

986

986

986

986

3.525

            

Toelichting

Materiële uitgaven

Taakuitoefening medeoverheden

De Nationale ombudsman ontvangt op grond van het vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006 financiering voor de taakuitoefening medeoverheden. De bedragen worden jaarlijks bij ministeriële regeling aangepast. Hiervoor wordt het prijsindexcijfer van het CBS gebruikt. Het bedrag op de ontwerpbegroting is door de jaren heen niet verhoogd terwijl meer gemeentes zich hebben aangesloten bij de Ombudsman tijdens die jaren.

2.3 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

6.255

256

6.511

     
 

Uitgaven

6.255

256

6.511

     

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

6.255

256

6.511

 

Institutionele inrichting

4.382

202

4.584

 

Apparaat

4.382

202

4.584

 

Materiële uitgaven

1.873

54

1.927

 

Decoraties

1.868

59

1.927

 

Riddertoelagen

5

‒ 5

0

     
 

Ontvangsten

199

0

199

     

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

6.193

0

6.193

62

6.255

0

0

0

0

6.209

            
 

Uitgaven

6.193

0

6.193

62

6.255

0

0

0

0

6.209

            

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

6.193

0

6.193

62

6.255

0

0

0

0

6.209

 

Institutionele inrichting

4.320

0

4.320

62

4.382

0

0

0

0

4.323

 

Apparaat

4.320

0

4.320

62

4.382

0

0

0

0

4.323

 

Materiële uitgaven

1.873

0

1.873

0

1.873

0

0

0

0

1.886

 

Decoraties

1.868

0

1.868

0

1.868

0

0

0

0

1.881

 

Riddertoelagen

5

0

5

0

5

0

0

0

0

5

            
 

Ontvangsten

199

0

199

0

199

0

0

0

0

199

            

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

6.511

14

6.525

     
 

Uitgaven

6.511

14

6.525

     

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

6.511

14

6.525

 

Institutionele inrichting

4.584

0

4.584

 

Apparaat

4.584

0

4.584

 

Materiële uitgaven

1.927

14

1.941

 

Decoraties

1.927

14

1.941

     
 

Ontvangsten

199

0

199

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

De mutaties op artikel 4 vallen onder de voorgeschreven ondergrens van de staffel en worden daarom niet toegelicht.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

2.307

0

2.307

635

2.942

65

65

65

65

2.372

            
 

Uitgaven

2.307

0

2.307

635

2.942

65

65

65

65

2.372

            

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.307

0

2.307

635

2.942

65

65

65

65

2.372

 

Institutionele inrichting

2.307

0

2.307

635

2.942

65

65

65

65

2.372

 

Kabinet Gouverneur Aruba

2.307

0

2.307

635

2.942

65

65

65

65

2.372

            
 

Ontvangsten

60

0

60

65

125

65

65

65

65

125

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

Gezien de vastgestelde wisselkoers voor 2025 wordt er een tekort voorzien op de begroting. Met deze mutatie wordt, net als voorgaande jaren, compensatie geboekt voor de begrotingskoers.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

3.048

0

3.048

     
 

Uitgaven

3.048

0

3.048

     

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

3.048

0

3.048

 

Institutionele inrichting

3.048

0

3.048

 

Kabinet Gouverneur Aruba

3.048

0

3.048

     
 

Ontvangsten

125

0

125

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

Voor artikel 6 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 geen wijzigingen te melden.

2.3 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

2.942

106

3.048

     
 

Uitgaven

2.942

106

3.048

     

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.942

106

3.048

 

Institutionele inrichting

2.942

106

3.048

 

Kabinet Gouverneur Aruba

2.942

106

3.048

     
 

Ontvangsten

125

0

125

     

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

3.489

0

3.489

9

3.498

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

3.464

            
 

Uitgaven

3.489

0

3.489

9

3.498

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

3.464

            

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

3.489

0

3.489

9

3.498

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

3.464

 

Institutionele inrichting

3.489

0

3.489

9

3.498

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

3.464

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.489

0

3.489

9

3.498

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

3.464

            
 

Ontvangsten

200

0

200

‒ 25

175

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

175

            

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

3.647

0

3.647

     
 

Uitgaven

3.647

0

3.647

     

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

3.647

0

3.647

 

Institutionele inrichting

3.647

0

3.647

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.647

0

3.647

     
 

Ontvangsten

175

0

175

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

Voor artikel 7 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 geen wijzigingen te melden.

2.3 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

3.498

149

3.647

     
 

Uitgaven

3.498

149

3.647

     

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

3.498

149

3.647

 

Institutionele inrichting

3.498

149

3.647

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.498

149

3.647

     
 

Ontvangsten

175

0

175

     

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

2.536

0

2.536

718

3.254

0

0

0

0

2.536

            
 

Uitgaven

2.536

0

2.536

718

3.254

0

0

0

0

2.536

            

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

2.536

0

2.536

718

3.254

0

0

0

0

2.536

 

Institutionele inrichting

2.536

0

2.536

718

3.254

0

0

0

0

2.536

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.536

0

2.536

718

3.254

0

0

0

0

2.536

            
 

Ontvangsten

75

0

75

0

75

0

0

0

0

75

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Gezien de vastgestelde wisselkoers voor 2025 wordt er een tekort voorzien op de begroting. Met deze mutatie ( € 0,3 mln.) wordt, net als voorgaande jaren, compensatie geboekt voor de begrotingskoers.

Daarnaast betreft dit detacheringskosten (€ 0,4 mln.) bij het kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

3.366

0

3.366

     
 

Uitgaven

3.366

0

3.366

     

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

3.366

0

3.366

 

Institutionele inrichting

3.366

0

3.366

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

3.366

0

3.366

     
 

Ontvangsten

75

0

75

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

Voor artikel 8 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 geen wijzigingen te melden.

2.3 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

3.254

112

3.366

     
 

Uitgaven

3.254

112

3.366

     

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

3.254

112

3.366

 

Institutionele inrichting

3.254

112

3.366

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

3.254

112

3.366

     
 

Ontvangsten

75

0

75

     

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

9.102

0

9.102

2.102

11.204

0

0

0

0

6.948

            
 

Uitgaven

10.065

0

10.065

2.102

12.167

0

0

0

0

6.948

            

9.0

Kiesraad

10.065

0

10.065

2.102

12.167

0

0

0

0

6.948

 

Institutionele inrichting

10.065

0

10.065

2.102

12.167

0

0

0

0

6.948

 

Kiesraad

10.065

0

10.065

2.102

12.167

0

0

0

0

6.948

            
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

            

Toelichting

Institutionele inrichting

Kiesraad

In overleg tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Kiesraad zijn afspraken gemaakt over de benodigde middelen voor de transitie van de Kiesraad naar verkiezingsautoriteit. De afspraak is dat vanaf 2023 eerst incidenteel per jaar € 2 mln. aan de begroting van de Kiesraad wordt toegevoegd en op het moment dat het tweede wetsvoorstel, kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces, in werking treedt dit structureel wordt toegevoegd.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

11.517

110

11.627

     
 

Uitgaven

12.480

110

12.590

     

9.0

Kiesraad

12.480

110

12.590

 

Institutionele inrichting

12.480

110

12.590

 

Kiesraad

12.480

110

12.590

     
 

Ontvangsten

0

110

110

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

De mutaties op artikel 9 vallen onder de voorgeschreven ondergrens van de staffel en worden daarom niet toegelicht.

2.3 Artikel 9. Kiesraad

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

11.204

313

11.517

     
 

Uitgaven

12.167

313

12.480

     

9.0

Kiesraad

12.167

313

12.480

 

Institutionele inrichting

12.167

313

12.480

 

Kiesraad

12.167

313

12.480

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

3 Niet-beleidsartikelen

3 Niet-beleidsartikelen

3. Niet-Beleidsartikelen

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 10 Artikel 10. Nog onverdeeld (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

0

0

0

     
 

Uitgaven

0

0

0

     

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting

Voor artikel 10 zijn er ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 geen wijzigingen te melden.

3.3 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 9 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

8.240

‒ 8.240

0

     
 

Uitgaven

8.240

‒ 8.240

0

     

10.0

Nog onverdeeld

8.240

‒ 8.240

0

 

Nog te verdelen

8.240

‒ 8.240

0

 

Loonbijstelling

7.253

‒ 7.253

0

 

Prijsbijstelling

987

‒ 987

0

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Toelichting mutaties suppletoire begroting september

Nog te verdelen

Loonbijstelling/Prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 naar de artikelen van de begroting van de Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Art.

Verplichtingen

0

0

0

8.240

8.240

7.686

8.029

7.650

7.547

7.617

            
 

Uitgaven

0

0

0

8.240

8.240

7.686

8.029

7.650

7.547

7.617

            

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

8.240

8.240

7.686

8.029

7.650

7.547

7.617

 

Nog te verdelen

0

0

0

8.240

8.240

7.686

8.029

7.650

7.547

7.617

 

Loonbijstelling

0

0

0

7.253

7.253

6.748

7.052

6.722

6.638

6.686

 

Prijsbijstelling

0

0

0

987

987

938

977

928

909

931

            
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

            

Toelichting

Loonbijstelling

Dit betreft de loonbijstelling tranche 2025 voor de Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De loonbijstelling is niet volledig uitgekeerd. Het kabinet heeft besloten om de loonbijstelling voor externe inhuur tranche 2025 in te houden. Dit wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.

Prijsbijstelling

Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2025 voor de Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De doorverdeling vindt later in 2025 plaats.

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt de begroting 2025 van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB).

Groeiparagraaf

Ten opzichte van de begroting 2024 zijn geen wijzigingen voorzien.

Beleidsagenda

Een college dient, conform artikel 2.1 lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016, betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering weer te geven. Derhalve bevat deze niet-departementale begroting – in vergelijking met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen – geen beleidsagenda.

Beleidsartikelen

Deze begroting is opgebouwd uit de volgende beleidsartikelen:

  • artikel 1. Raad van State

  • artikel 2. Algemene Rekenkamer

  • artikel 3. De Nationale ombudsman

  • artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

  • artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

  • artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

  • artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

  • artikel 9. Kiesraad

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidswijzigingen

  • D. Tabel budgettaire gevolgen van beleid

  • E. Toelichting op de instrumenten

Budgetflexibiliteit

In de tabellen budgettaire gevolgen van beleid is geen informatie opgenomen over de budgetflexibiliteit, omdat het grotendeels apparaatsuitgaven betreft.

Niet-beleidsartikel

De begroting bevat het volgende niet-beleidsartikel:

  • artikel 10. Nog onverdeeld

De begroting IIB valt onder de niet-departementale begrotingen. Vanwege een afwijkend regime kent deze begroting geen centraal apparaatsartikel.

Bijlagen

De begroting IIB bevat 3 bijlagen:

  • 1. De bijlage Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een wettelijke taak;

  • 2. De verdiepingsbijlage van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad;

  • 3. Rijksuitgaven Caribisch Nederland.

Het uitgangspunt voor de verdiepingsbijlage is om de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen op basis van de RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Raad van State

Als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bijdragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en daarbinnen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur in brede zin, alsmede aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

De Afdeling Advisering is belast met het onafhankelijk toezicht op de naleving van de (Europese) begrotingsregels, als bedoeld in het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) en artikel 5 van Verordening (EU) 473/2013.

De Afdeling advisering is krachtens de artikelen 5 en 7 van de Klimaatwet belast met de toetsing van het klimaatbeleid van de regering. Zij adviseert over de jaarlijkse Klimaatnota en het vijfjaarlijks Klimaatplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

In november 2021 publiceerde de Afdeling bestuursrechtspraak in het rapport ‘Lessen uit de kinderopvangtoeslagzaken’ de uitkomsten van haar reflectieprogramma. Na de reflectie is besloten om verder onderzoek uit te voeren, intern maar ook met hulp van anderen, met als doel om herhaling te voorkomen. Dat is het programma Betrokken Rechtspraak dat is gestart in 2022 en in de zomer van 2023 is afgrond. Het programma Betrokken Rechtspraak had als doel zorg te dragen voor het uitvoeren van de actiepunten en aanbevelingen die uit het reflectierapport voortkwamen.

Het programma Betrokken Rechtspraak heeft gevolgen voor de werkwijzen binnen de Afdeling bestuursrechtspraak. Op allerlei manieren wordt interne tegenspraak bevorderd. Twijfels over de rechtvaardigheid van rechtspraak worden geuit en besproken. Daarnaast zijn stappen genomen om eerder signalen op te vangen uit de samenleving die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van zaken.

Dit betekent dat de behandeling van zaken door de Afdeling bestuursrechtspraak bewerkelijker wordt.

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

83.372

91.136

89.537

83.663

83.317

83.316

83.316

         
 

Uitgaven

85.301

91.136

89.537

83.663

83.317

83.316

83.316

         

1.0

Raad van State

85.301

91.136

89.537

83.663

83.317

83.316

83.316

 

Institutionele inrichting

85.301

91.136

89.537

83.663

83.317

83.316

83.316

 

Advisering

7.189

7.982

7.876

7.876

7.876

7.876

7.876

 

Bestuursrechtspraak

36.140

43.005

42.478

36.164

35.818

35.817

35.817

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

41.972

40.149

39.183

39.623

39.623

39.623

39.623

         
 

Ontvangsten

1.486

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Advisering

De Afdeling advisering van de Raad van State is adviseur van regering en parlement voor wetgeving en bestuur. Zij adviseert over onder meer (initiatief) wetsvoorstellen, algemene maatregelen van bestuur, goedkeuringswetten voor internationale verdragen en de miljoenennota. Verder brengt zij gevraagde voorlichtingen en spontane adviezen uit. Daarnaast heeft zij een taak als onafhankelijke begrotingsautoriteit en schrijft de Klimaatwet voor dat de Afdeling wordt gehoord over het Klimaatplan, de Klimaatnota en de Voortgangsrapportage. Het doel van deze laatste taak is het regeringsbeleid normatief te toetsen en bestuurlijk te wegen in het licht van het realiseren van de klimaatdoelstellingen.

De Afdeling werkt verder aan de ambitie om aan de hand van het vastgestelde beoordelingskader eerder, breder en scherper te adviseren. Daarbij wordt expliciet aandacht geschonken aan de constitutionele beoordeling. Zij zal ook vaker thematisch, los van concrete wetsvoorstellen, adviseren. Ook kan de Afdeling advisering vaker door de regering of door één der Kamers worden gevraagd om voorlichting te verstrekken. Daarnaast zal zij meer aandacht schenken aan communicatie en toegankelijker taalgebruik.

In onderstaande tabel zijn de realisatie, de verwachte instroom en de planning van afhandeling van adviesaanvragen door de Afdeling advisering weergegeven.

Tabel 3 Instroom en afhandeling adviesaanvragen (in aantallen)
 

Realisatie

Prognose

     
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Instroom

342

400

400

400

400

400

400

Uitstroom

349

400

400

400

400

400

400

Bestuursrechtspraak

Taak van de Afdeling bestuursrechtspraak is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen zaken. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid en bruikbare rechtsvorming en rechtseenheid zijn daarbij belangrijke aspecten evenals individuele rechtsbescherming van partijen die bij geschillen betrokken zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit drie kamers: de Algemene kamer, de Vreemdelingenkamer en de Omgevingskamer.

In onderstaande tabel zijn de in het begrotingsjaar 2023 gerealiseerde uitstroom van zaken en de instroomverwachting voor de jaren 2024 ‒ 2029 weergegeven.

Tabel 4 Uitstroom en instroom van zaken Afdeling bestuursrechtspraak (in aantallen)
 

Realisatie

Prognose

     
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Omgevingskamer

2.262

2.800

2.800

2.800

2.800

2.800

2.800

Algemene kamer

1.599

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

Vreemdelingenkamer

5.450

5.755

6.441

6.156

6.055

6.055

6.055

        

Totaal bestuursrechtspraak

9.311

10.655

11.341

11.056

10.955

10.955

10.955

Raad van State gemeenschappelijke diensten

De Raad en zijn Afdelingen advisering en bestuursrechtspraak worden ondersteund door een gemeenschappelijke ambtelijke organisatie. Dit wordt in de begroting inzichtelijk gemaakt met een separaat uitgavenartikel.

De gemeenschappelijke diensten omvatten functies die werken ten behoeve van de inhoudelijke en logistieke ondersteuning van de Raad als geheel en beide Afdelingen en zijn ondergebracht in verschillende directies. Ook verzorgen zij ieder jaar het Jaarverslag van de Raad van State en andere inhoudelijke publicaties.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Raad van State bestaan in hoofdzaak uit griffierechten.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Zij heeft als doel het rechtmatig, doelmatig, doeltreffend en integer functioneren van het Rijk en de daarmee verbonden organen te toetsen en te helpen verbeteren. Daarbij toetst zij ook de nakoming van verplichtingen die Nederland in internationaal verband is aangegaan.

De wettelijke taak van de Algemene Rekenkamer als Hoog College van Staat is vastgelegd in artikel 76 en artikel 105.3 van de Grondwet en in de Comptabiliteitswet 2016.

Hierin ligt de basis van de wettelijke opdracht om jaarlijks de rechtmatigheid te onderzoeken van het financieel beheer van het Rijk en een goedkeurende verklaring te geven bij de Rijksrekening. Daarnaast bevat het wettelijk kader de opdracht om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid te onderzoeken. De taken van de Algemene Rekenkamer vereisen dat zij een grondwettelijk geborgde, onafhankelijke positie heeft ten opzichte van de regering en het parlement. Behalve een degelijke wettelijke basis, vraagt dat om een bestendige financiële basis, die de ruimte om in onafhankelijkheid keuzes te kunnen maken ondersteunt.

De Algemene Rekenkamer dient geen ander belang dan het goed en integer functioneren en presteren van het openbaar bestuur. De Algemene Rekenkamer laat op onpartijdige wijze zien hoe de rijksoverheid, inclusief de daaraan verbonden organen, in de praktijk functioneert en presteert. Zij laat bovendien zien welke verbeteringen mogelijk zijn, ongeacht de samenstelling van het parlement en het kabinet. Daarmee wil zij ook een bijdrage leveren aan het vertrouwen van burgers dat de overheid zorgvuldig, zuinig en zinnig omgaat met publiek geld.

De Algemene Rekenkamer voorziet de regering, de Staten-Generaal en degenen die verantwoordelijk zijn voor de aan het Rijk verbonden organen van bruikbare en relevante informatie. Aan de hand daarvan kunnen deze bepalen of het beleid van een minister rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. Deze informatie bestaat uit onderzoeksbevindingen, oordelen en aanbevelingen over organisatie, beheer en beleid. Zij is in principe voor het publiek toegankelijk. De Algemene Rekenkamer bepaalt zelf welke informatie zij openbaar maakt en welke rapporten zij publiceert. Op de website van de Algemene Rekenkamer staat de actuele onderzoeksagenda.

Daarnaast rekent zij het tot haar verantwoordelijkheden om een bijdrage te leveren aan goed openbaar bestuur door kennisuitwisseling en samenwerking in binnen- en buitenland. Hoofdstuk 7 van de Comptabiliteitswet 2016 verschaft een wettelijke basis voor het uitvoeren van internationale werkzaamheden die aansluiten bij de wettelijke taken van de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

In haar tot en met 2025 lopende strategie ‘Vertrouwen in verantwoording’ kiest de Algemene Rekenkamer er nadrukkelijk voor publiek geld scherp te blijven volgen en meer dan voorheen bij haar onderzoeken het perspectief van burgers en bedrijven te betrekken. Daarbij ligt de focus op terreinen waar de functie van de Rekenkamer de meeste toegevoegde waarde heeft. De Algemene Rekenkamer geeft ook vaker een oordeel over de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Bovendien krijgen IT en databeheer een steeds prominentere plek in de onderzoeksprogrammering van de Rekenkamer. Daarbij maakt de Rekenkamer steeds meer gebruik van nieuwe methoden en technieken van onderzoek.

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

41.139

47.055

48.868

46.048

55.706

46.282

44.595

         
 

Uitgaven

41.875

47.055

48.868

46.048

55.706

46.282

44.595

         

2.0

Algemene Rekenkamer

41.875

47.055

48.868

46.048

55.706

46.282

44.595

 

Institutionele inrichting

41.875

47.055

48.868

46.048

55.706

46.282

44.595

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

41.875

47.055

48.868

46.048

55.706

46.282

44.595

         
 

Ontvangsten

1.709

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

De Algemene Rekenkamer heeft voor 2025 de volgende ambitie:

De Algemene Rekenkamer staat midden in de samenleving en draagt met haar onafhankelijke controle van inkomsten en uitgaven substantieel bij aan een beter presterende en functionerende overheid. De Algemene Rekenkamer kan weliswaar de overheid niet dwingen te leren, maar zij wil zeker bijdragen aan een overheid en een maatschappij waarin leren centraal staat. Door haar onafhankelijkheid en externe controle op de publieke euro kan zij vertrouwen bieden in het staatsbestel. Daarmee is ze een van de pijlers van de democratische rechtsorde.

Deze ambitie wordt in 2025 als volgt geoperationaliseerd:

  • 1. Meer inzicht in publiek geld door versterking van de financial audit in lijn met de brief van de Eerste en Tweede Kamer aan de minister van Financiën d.d. 30 mei 2022 en de nog te maken afspraken in het vervolgtraject. Daarnaast investeren we in data-analyse: nieuwe technologische mogelijkheden en data-analyse zullen verder worden toegepast.

  • 2. Meer inzicht in resultaten van publiek geld door uitbreiding op doeltreffendheid/doelmatigheid audits en door brede welvaart in audits te integreren. Zoals in de strategie is vastgelegd wordt het doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek, als bedoeld in artikel 7.16 van de CW 2016, geïntensiveerd.

  • 3. Grotere bijdrage aan een lerende overheid die beter functioneert en presteert. Dit doen we door maatschappelijk relevante onderzoeksprogrammering, door te focussen op impact en doorwerking en door onze externe oriëntatie te versterken. Dat laatste, daar waar het passend is.

  • 4. Meer wendbaarheid om flexibeler in te spelen op de opgaven en transities waar ons land voor staat. Hiertoe versterken wij de personele organisatie. Op basis van het strategische personeelsbeleid (SPP) wordt de onderzoekcapaciteit en de organisatie verder kwalitatief versterkt, onder meer met personele expertise op de diverse terreinen (bijvoorbeeld Data-expertise).

Daarnaast wordt in 2025 extra nadruk gelegd op de verdere verbetering van de interne bedrijfsvoering, waaronder de ICT-voorziening en informatiebeveiliging.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Algemene Rekenkamer bestaan voornamelijk uit vergoedingen voor de ondersteuning van nationale rekenkamers in het buitenland in het kader van institutionele versterkingsprojecten en uit vergoedingen voor detacheringen.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman is er voor burgers als zij er niet uit komen met de overheid. Als het misgaat tussen de burger en de overheid, kan de ombudsman tussenbeide komen, bemiddelen of een onderzoek instellen. Ook kan de ombudsman op eigen initiatief structurele problemen aandacht geven.

In het werk van de Nationale ombudsman staat de vraag centraal of burgers behoorlijk behandeld worden door de overheid. Handelt de overheid eerlijk, communiceert zij begripvol met burgers en is er voldoende oog voor de menselijke maat?

Enerzijds helpt de Nationale ombudsman burgers als het misgaat tussen hen en de overheid door:

  • burgers de weg te wijzen naar het juiste loket;

  • burgers te ondersteunen met adviezen en tools;

  • op een effectieve manier onderzoek te doen.

Anderzijds wil de Nationale ombudsman overheden uitdagen anders te kijken naar diensten, processen en innovaties. Daarom kijkt de Nationale ombudsman naar wat de overheid doet. Denkt de Nationale ombudsman na over manieren waarop het anders en beter kan. Om overheden vervolgens aan te spreken en ze te vragen om zaken te verbeteren en zich meer te verplaatsen in de burger.

De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman hebben tot doel te bevorderen dat de rechten van respectievelijk jeugdigen en veteranen worden nageleefd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties. De Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman worden door dezelfde organisatie ondersteund.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

De organisatie van de Nationale ombudsman is een multidisciplinaire organisatie: één organisatie voor drie ombudsfuncties. Door nauwe samenwerking kan nog meer impact worden gemaakt voor burgers, kinderen en veteranen. Daarbij gaat ook veel aandacht uit naar het borgen van de signaalfunctie waardoor signalen uit de samenleving vroegtijdig worden herkend en kunnen worden omgezet in passende acties. De ombudsman wil lokaal aanwezig en toegankelijk zijn en blijft inzetten op het beter bereiken van doelgroepen die de Nationale ombudsman niet makkelijk weten te vinden.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

25.291

30.358

28.985

28.459

28.725

28.724

28.725

         
 

Uitgaven

25.954

30.358

28.985

28.459

28.725

28.724

28.725

         

3.0

De Nationale ombudsman

25.954

30.358

28.985

28.459

28.725

28.724

28.725

 

Institutionele inrichting

21.872

27.835

26.462

25.936

26.202

26.201

26.202

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

21.872

27.835

26.462

25.936

26.202

26.201

26.202

 

Materiële uitgaven

4.082

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

 

Taakuitoefening medeoverheden

4.082

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

         
 

Ontvangsten

3.790

2.796

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman zet zich in voor en draagt bij aan een overheid die de belangen van burgers respecteert, niet alleen door klachten te behandelen maar ook door proactief bij te dragen aan een betere dienstverlening van de overheid. De Nationale ombudsman behandelt op verzoek klachten over het optreden van de overheid. De organisatie doet dit onder andere door het plegen van interventies, het schrijven van rapporten, het doen van aanbevelingen en het bemiddelen in conflictsituaties. Naast het behandelen van klachten speelt de Nationale ombudsman een cruciale rol in het signaleren van structurele problemen en het bevorderen van een overheid die dichtbij en toegankelijk is voor iedereen.

De Kinderombudsman bevordert dat de rechten van jeugdigen worden nageleefd door overheidsinstanties en door privaatrechtelijke organisaties, door middel van het voorlichten en geven van informatie over de rechten van jeugdigen, het gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regering en de Tweede Kamer over wetgeving en beleid dat rechten van jeugdigen raakt, het doen van onderzoek naar eerbiedigen van de rechten van jeugdigen naar aanleiding van klachten of uit eigen beweging. Ook houdt de Kinderombudsman toezicht op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties worden behandeld.

De Veteranenombudsman bevordert dat de rechten van veteranen worden nageleefd door overheidsinstanties en door privaatrechtelijke organisaties. Naast de behandeling van klachten van veteranen, voert de Veteranenombudsman ook onderzoeken uit eigen beweging uit bij structurele aandachtspunten. Daarnaast heeft de Veteranenombudsman ook de taak om regering en Tweede Kamer te informeren over zijn bevindingen. De Veteranenombudsman adviseert gevraagd én ongevraagd de regering en Tweede Kamer over de uitvoering van de Veteranenwet en over beleid dat een behoorlijke behandeling van veteranen raakt.

Het is van belang dat de mensen die de ombudsman nodig hebben deze weten te vinden. Daarom wordt inzicht verkregen in de naamsbekendheid en reputatie van de drie ombudsfuncties.

De ombudsmannen en de medewerkers wachten niet tot mensen aankloppen met een klacht, maar gaan actief in gesprek met burgers, kinderen, veteranen, overheden en andere instanties. Dat doen ze tijdens de provincietour, maar ook tijdens de vele werkbezoeken aan (overheids-) instanties, en door met bestuurders te spreken. Een belangrijke manier van proactief werken is het uitvoeren van onderzoek uit eigen beweging. De aanleiding hiervoor kan zijn dat de  ombudsman over een bepaald onderwerp veel klachten ontvangt. Of er kan maatschappelijke onrust zijn over een onderwerp. Vaak is het een combinatie van beide. De conclusies en aanbevelingen op basis van een dergelijk onderzoek gaan niet over een enkel geval, maar richten zich op uitvoering in algemene zin. Om focus aan te brengen in de onderzoeken die uit eigen beweging worden gedaan, wordt jaarlijks een ombudsagenda opgesteld. Deze agenda bestaat uit thema's die nauw aansluiten bij de actuele signalen en klachten van burgers over overheden en vormt zo een strategisch kompas voor het werk van de ombudsman

Materiële uitgaven

Taakuitoefening medeoverheden

Naast de provincies, de waterschappen en bijna alle gemeenschappelijke regelingen is 83,3 % van de 342 (stand per 1 januari 2024) gemeenten aangesloten bij de Nationale ombudsman voor hun klachtbehandeling. Mede door deze hoge dekkingsgraad fungeert de Nationale ombudsman als kenniscentrum voor klachtbehandeling door medeoverheden.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de activiteiten van de Nationale ombudsman in opdracht van provincies, waterschappen en gemeenten en voor de uitvoering van internationale projecten.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

De Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) is bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 juni 1844 ingesteld. De Kanselarij der Nederlandse Orden is de organisatie die:

  • het Kapittel der Militaire Willems-Orde en het Kapittel voor de Civiele Orden faciliteert en ambtelijk ondersteunt in hun advisering over de voorstellen tot decoratieverlening;

  • zorg draagt voor het beheer van de versierselen van de onderscheidingen en voor de correcte verzending ervan aan de betrokken gemeenten;

  • zorgt dat door het Koninkrijk der Nederlanden koninklijk onderscheiden personen in registers worden opgenomen.

Kapittel der Militaire Willems-Orde

Het Kapittel der Militaire Willems-Orde doet onderzoek naar en adviseert de minister van Defensie over de voordrachten voor benoeming of bevordering in of ontslag uit de Orde. Daarnaast houdt het registers aan voor elk der vier klassen van ridders alsmede de aantekening van verlening van het ordeteken aan onderdelen van de krijgsmacht.

Kapittel voor de Civiele Orden

Het Kapittel voor de Civiele Orden beoordeelt de voordrachten voor een Koninklijke onderscheiding in de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau. Tevens beoordeelt het voordrachten voor de Erepenning Menslievend Hulpbetoon. Uit de beoordeling volgt een advies aan de minister die het aangaat. Daarnaast geeft het Kapittel voorlichting over de werking van het decoratiestelsel.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Er zijn geen beleidswijzigingen.

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

5.287

6.547

6.193

6.196

6.196

6.196

6.209

         
 

Uitgaven

5.703

6.547

6.193

6.196

6.196

6.196

6.209

         

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

5.703

6.547

6.193

6.196

6.196

6.196

6.209

 

Institutionele inrichting

3.562

4.444

4.320

4.323

4.323

4.323

4.323

 

Apparaat

3.562

4.444

4.320

4.323

4.323

4.323

4.323

 

Materiële uitgaven

2.141

2.103

1.873

1.873

1.873

1.873

1.886

 

Decoraties

2.141

2.098

1.868

1.868

1.868

1.868

1.881

 

Riddertoelagen

0

5

5

5

5

5

5

         
 

Ontvangsten

346

199

199

199

199

199

199

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Apparaat

De afdeling Decoratie & Advies (D&A) van de Kanselarij der Nederlandse Orden is belast met de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden ontleend aan de taken van het Kapittel voor de Civiele Orden. Alle voorstellen voor decoratie met betrekking tot de Civiele Orden worden voorzien van een inhoudelijk pré-advies.

De afdeling Bedrijfsvoering (BV) is belast met de aanschaf, het beheer en de verstrekking van de versierselen en met de reguliere piofach-taken van de Kanselarij der Nederlandse Orden inclusief de facilitaire ondersteuning van het kapittel voor de Civiele Orden en het Kapittel der Militaire Willems-Orde.

Materiële uitgaven

Decoraties

Dit budget betreft de middelen voor de aanschaf, beheer en de verstrekking van de versierselen, de oorkondes behorende bij de Orde van Oranje-Nassau, de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Militaire Willems-Orde. Daarnaast worden Erepenningen Menslievend Hulpbetoon, Erepenningen voor Verdiensten jegens Openbare Verzamelingen, De Ruytermedailles, medailles en oorkondes van de Nationale Politie, Vrijwilligersmedailles en medailles ten behoeve van Buitenlandse staatsbezoeken door de Kanselarij der Nederlandse Orden aangeschaft, beheerd en uitgegeven.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Kanselarij bestaan voornamelijk uit borgsommen gestort door gedecoreerden of nabestaanden van gedecoreerden. Als na overlijden van een gedecoreerde de nabestaanden besluiten het versiersel niet terug te sturen, maar in bruikleen te houden staat daar een borgsomvergoeding tegenover.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba heeft tot taak het ondersteunen van de Gouverneur van Aruba in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van Aruba en in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk. Gezien deze ondersteunende rol zijn de taken van het Kabinet een afgeleide van de taken en bevoegdheden van de Gouverneur, die voornamelijk zijn geregeld in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Aruba en het Reglement voor de Gouverneur van Aruba. Het kabinet heeft ook tot taak het behandelen van consulaire aangelegenheden aangezien de gouverneur tevens bevoegdheden heeft in het kader van de verkrijging van het Nederlanderschap en de verstrekking van paspoorten en visa aan personen die woonachtig zijn in Aruba.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor het handelen van de gouverneur als landsorgaan leggen de Ministers van Aruba verantwoording af aan de Staten van Aruba. De gouverneur is als Koninkrijksorgaan verantwoordelijk aan de regering van het Koninkrijk.

De gouverneur onderhoudt contacten met de minister-president en overige Ministers van Aruba, de Staten, maatschappelijke organisaties en met ministers en andere bestuurders van de andere landen van het Koninkrijk. De gouverneur onderhoudt ook contacten met ambassadeurs van het Koninkrijk en van andere staten in de regio. De relaties met de Gouverneurs van Sint Maarten en Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Het kabinet onderhoudt contacten met andere organen van de overheid, zowel binnen als buiten het Koninkrijk. Bij de uitvoering van rijksregelgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten van Nederland.

Voor 2025 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

2.582

2.816

2.307

2.307

2.307

2.307

2.307

         
 

Uitgaven

2.582

2.816

2.307

2.307

2.307

2.307

2.307

         

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.582

2.816

2.307

2.307

2.307

2.307

2.307

 

Institutionele inrichting

2.582

2.816

2.307

2.307

2.307

2.307

2.307

 

Kabinet Gouverneur Aruba

2.582

2.816

2.307

2.307

2.307

2.307

2.307

         
 

Ontvangsten

128

60

60

60

60

60

60

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet informeert de Gouverneur inzake politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen, doch vormt geen beleid. Het draagt tevens zorg voor de doorgeleiding aan de Gouverneur gerichte correspondentie en handelt deze af. Voorts bereidt het kabinet de binnen- en buitenlandse bezoeken van de Gouverneur voor en begeleidt deze hierin.

Landsbesluiten en landsverordeningen

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het kabinet zorgt namens de Gouverneur voor afkondigingen van rijkswetten en algemene maatregelen van bestuur. Ingevolge rijkswetten en verdragen is vastgesteld dat de Gouverneur is belast met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en met de registratie, beoordeling en indien nodig van doorgeleiding van naturalisatieverzoeken. Het kabinet draagt hier namens de Gouverneur de zorg voor. Ook beoordeelt het kabinet aanvragen voor toestemming aan vreemde (militaire) schepen en vliegtuigen, die Aruba willen aandoen of de Arubaanse wateren respectievelijk het Arubaanse luchtruim wensen te doorkruisen.

Paspoortafgifte aan ingezetenen van Aruba

De Gouverneur heeft de afgifte van paspoorten aan ingezetenen van Aruba gemandateerd aan de Directie Bevolking (Censo) van Aruba, echter het kabinet heeft (namens de Gouverneur) de eindverantwoordelijkheid voor de afgifte van reisdocumenten.

Ontvangsten

De ontvangsten van het kabinet bestaan uit leges in verband met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en uit ingediende verzoeken om optie en naturalisatie.

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao is het optimaal ondersteunen van de gouverneur in de uitoefening van zijn taken in zijn beide hoedanigheden: als het hoofd van de regering van het land Curaçao en als orgaan van het Koninkrijk. De taken van het kabinet zijn afgeleid van de wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Curaçao zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Curaçao, verschillende (organieke) Curaçaose landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement van de Gouverneur van Curaçao.

Aan het feit dat de gouverneur het bevoegde orgaan is in de uitvoeringsregelingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur dienstverlenende, uitvoerende consulaire werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2025 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

2.924

3.566

3.489

3.489

3.489

3.489

3.489

         
 

Uitgaven

2.924

3.566

3.489

3.489

3.489

3.489

3.489

         

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

2.924

3.566

3.489

3.489

3.489

3.489

3.489

 

Institutionele inrichting

2.924

3.566

3.489

3.489

3.489

3.489

3.489

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

2.924

3.566

3.489

3.489

3.489

3.489

3.489

         
 

Ontvangsten

246

200

200

200

200

200

200

         

Uitgaven

Institutionele Inrichting

Kabinet Gouverneur Curaçao

Het Kabinet analyseert maatschappelijke, politieke, juridische, bestuurlijke, economische, sociale en financiële ontwikkelingen en adviseert de Gouverneur hierover. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. De informatieverwerving en analyses zijn uitsluitend bedoeld ter advisering aan de Gouverneur. De ambtelijke ondersteuning van de Gouverneur is erop gericht dat de gouverneur zijn taken als Lands- en Koninkrijksorgaan op adequate wijze kan vervullen. Gegeven de brede bestuurlijke rol die de Gouverneur vervult, zowel als landsorgaan als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan, onderhoudt het kabinet contact met – onder andere – de Staten van Curaçao, met ministeries en andere instituties binnen het Koninkrijk, Curaçao en Nederland. Verder zijn de relaties met de collega Gouverneurs van Aruba en Sint-Maarten geïnstitutionaliseerd. Eind 2025 vindt er een Gouverneurswissel plaats op Curaçao.

Bekrachtiging Landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur is belast met het toezicht op de naleving van rijkswetten, algemene maatregelen van rijksbestuur en verdragen. In verband hiermee bereidt het Kabinet de toetsing voor van de aan de Gouverneur voorgelegde Curaçaose (concept-) regelgeving aan het hoger wettelijk kader, Koninkrijksbelangen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Uitvoeringstaken

Uit enkele verdragen en rijkswetten vloeit voort, dat de Gouverneur de uitvoering van onderdelen daarvan verzorgt. Hierbij gaat het met name om de Rijkswet op het Nederlanderschap, de Paspoortwet en de vigerende visumregelgeving. In verband hiermee werkt het kabinet samen met verschillende ministeries. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het Kabinet bereidt de afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur voor, behandelt de aanvragen voor overvliegvergunningen en havenbezoeken alsook verzoekschriften en voorstellen voor Koninklijke onderscheidingen. Ook behandelt het kabinet aanvragen voor naturalisatie en optie, paspoorten en visa. Op de aan de landsdienst Burgerzaken ('Kranshi') gemandateerde bevoegdheid voor de uitgifte van paspoorten wordt door het kabinet actief toezicht gehouden.

Bedrijfsvoering

Toezicht op doelmatigheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven vormen een belangrijk onderdeel van het bedrijfsvoeringsproces. Daarnaast wordt het personeelsbeleid nageleefd, de huisvesting (inclusief het Gouverneurspaleis) beheerd en de organisatie en formatie op een dusdanige wijze ingevuld dat het kabinet zijn inhoudelijke taken naar behoren kan uitoefenen.

Ontvangsten

De ontvangsten van het kabinet bestaan uit leges in verband met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en uit optie- en naturalisatiegelden.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten is het ondersteunen van de gouverneur in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van het land Sint Maarten en als vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk.

De taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Sint Maarten zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Sint Maarten, verschillende (organieke) Sint Maartense landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten.

Aan het feit dat de gouverneur bevoegd orgaan is tot uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur veel dienstverlenende, uitvoerende werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

De bestuurlijke rol van de gouverneur zowel binnen Sint Maarten als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden met de Staten van Sint Maarten, met ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Sint Maarten en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Aruba en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van (rijks-)wetgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Sint Maarten heeft het kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Sint Maarten heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Sint Maarten deels gemandateerd aan de landsdienst voor Burgerzaken (Census Office).

Er zijn voor 2025 geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

2.879

2.907

2.536

2.536

2.536

2.536

2.536

         
 

Uitgaven

2.879

2.907

2.536

2.536

2.536

2.536

2.536

         

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

2.879

2.907

2.536

2.536

2.536

2.536

2.536

 

Institutionele inrichting

2.879

2.907

2.536

2.536

2.536

2.536

2.536

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.879

2.907

2.536

2.536

2.536

2.536

2.536

         
 

Ontvangsten

231

75

75

75

75

75

75

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet verzamelt informatie aangaande politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen en informeert de Gouverneur daarover. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. Het Kabinet voert de correspondentie namens de Gouverneur en begeleidt deze bij binnenlandse en buitenlandse bezoeken. Voorts behandelt en geleidt het Kabinet de aan de Gouverneur verrichte verzoekschriften door.

Bekrachtigen landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het Kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het Kabinet draagt zorgt voor afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. In diverse verdragen en rijkswetten is bepaald dat de Gouverneur belast is met de uitvoering daarvan. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de Paspoortwet, het Verdrag van Schengen en de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zo geeft het Kabinet paspoorten, laissez-passers en visa uit, beoordeelt en besluit op optieverklaringen, registreert en geleidt naturalisatieverzoeken door en organiseert de naturalisatieceremonies. Ook behandelt het Kabinet aanvragen voor militaire bijstand van de landsregering en aanvragen voor toestemming van vreemde militaire schepen en militaire luchtvaartuigen die de Sint Maartense wateren respectievelijk het luchtruim willen bezoeken dan wel willen doorkruisen.

Paspoortuitgifte aan ingezetenen Sint Maarten

De Voortgangscommissie Sint Maarten heeft zich in haar rapporten opeenvolgend positief uitgelaten over de bereikte resultaten bij de Burgeradministratie. Dit heeft ertoe geleid dat de Gouverneur de uitgifte van paspoorten aan ingezeten van Sint Maarten met ingang van 10 oktober 2011 heeft gemandateerd aan het Hoofd van de Burgeradministratie. Tegelijkertijd blijft het op 10-10-‘10 gesloten convenant, en het daarin opgenomen toezichtinstrument, onverkort van kracht. Op basis daarvan vindt, aan de hand van maandrapportages, maandelijks overleg plaats tussen het hoofd Burgeradministratie en de directeur van het Kabinet van de Gouverneur.

Ontvangsten

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten heeft ontvangsten uit consulaire producten, naturalisaties en opties, nationale paspoorten, nooddocumenten en visa.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Voor onze democratie is het van groot belang dat het verkiezingsproces betrouwbaar, transparant en controleerbaar is ingericht en in stand wordt gehouden.

De Kiesraad is de onafhankelijke autoriteit in Nederland op het gebied van verkiezingen. De missie van de Kiesraad is dat iedereen de uitslag van de verkiezingen kan vertrouwen.

De Kiesraad adviseert de regering en het parlement over (de organisatie en uitvoering van) verkiezingen en het kiesrecht. Dit doet de Kiesraad gevraagd en ongevraagd. De Kiesraad evalueert iedere verkiezing en adviseert de minister over mogelijke verbeteringen. De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de Nederlandse leden van het Europees Parlement. Dit omvat onder andere taken ten aanzien van de registratie van aanduidingen en logo’s van politieke groeperingen, de kandidaatstelling en de vaststelling van de verkiezingsuitslag.

In het verkiezingsproces wordt digitalisering ingezet als hulpmiddel. De Kiesraad is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van de ondersteunende software die gebruikt wordt bij de kandidaatstelling en de vaststelling van de uitslagen van verkiezingen. Als informatie- en expertisecentrum over verkiezingen beheert de Kiesraad een verkiezingsdatabank die de uitslagen van de verkiezingen bevat teruggaand tot 1848. De Kiesraad is benaderbaar voor iedereen die uitleg wil over het verkiezingsproces en ondersteunt gemeenten bij hun taken.

De Kiesraad werkt samen met de andere partijen in de verkiezingsketen, zoals het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Nederlandse Vereniging Voor Burgerzaken, de gemeenten en leveranciers.

Het uitgangspunt van het werk van de Kiesraad zijn negen waarborgen van het verkiezingsproces: transparantie, controleerbaarheid, integriteit, kiesgerechtigheid, stemvrijheid, stemgeheim, uniciteit, toegankelijkheid en onafhankelijkheid.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Nieuwe taken en bevoegdheden als verkiezingsautoriteit

Met een aantal wetsvoorstellen wordt de onafhankelijke en kwaliteitsbevorderende rol van de Kiesraad versterkt. De Kiesraad krijgt met de inwerkingtreding van de Wet programmatuur verkiezingsuitslagen per 2025 nieuwe taken en bevoegdheden rond beheer en onderhoud van de programmatuur voor de vaststelling van verkiezingsuitslagen en de zetelverdeling (Wetsvoorstel programmatuur verkiezingsuitslagen, Kamerstukken II 2022/23, 36150). De regering heeft het Wetsvoorstel kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces bij de Tweede Kamer ingediend (Wetsvoorstel kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces).De kwaliteitsbevorderende rol die de Kiesraad krijgt ziet op het instrueren en ondersteunen van de organisatie van verkiezingen, en het beoordelen van het verloop er van. De nieuwe kwaliteitsbevorderende rol van de Kiesraad is gebaseerd op de volgende drie pijlers:

  • Ondersteunen van de organisatie van verkiezingen (middels ondersteuning, instructies, kwaliteitsstandaarden en het vaststellen van modellen) voorafgaand aan een verkiezing;

  • Waarnemen en indien nodig bijsturen (om de kwaliteit te bevorderen) tijdens een verkiezing;

  • Beoordelen van het verloop van de verkiezing (via een rapportage en advies aan het vertegenwoordigend orgaan) na een verkiezing.

In 2025 bereidt de Kiesraad zich inhoudelijk en organisatorisch verder voor op deze nieuwe taken en bevoegdheden en voert deze uit.

Evaluatie Nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen

De in 2023 in werking getreden nieuwe wetgeving rond het vaststellen van verkiezingsuitslagen versterkt de transparantie en controleerbaarheid van de stemopneming en vaststelling van de verkiezingsuitslag. De Kiesraad stelt voor elke verkiezing een controleprotocol vast voor de betrouwbaarheid van de stemopneming en de daarbij gebruikte programmatuur. De te volgen procedure heeft impact op de werkzaamheden van de verkiezingsketen, zowel voor die van gemeentelijke als centrale stembureaus. In 2025 draagt de Kiesraad bij aan de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegezegde evaluatie.

Beheer programmatuur verkiezingsuitslagen

De Kiesraad is vanaf 2025 wettelijk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de programmatuur die in de hele verkiezingsketen wordt gebruikt bij het berekenen en vaststellen van verkiezingsuitslagen en de zetelverdeling. Met de Wet programmatuur verkiezingsuitslagen zijn duidelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden gedefinieerd voor het beheer en het gebruik van de programmatuur. Het gebruik van de programmatuur die de Kiesraad ter beschikking stelt wordt verplicht. De Kiesraad kan als beheerder voorschriften opstellen voor de aansluiting en het gebruik, en zorgen voor de naleving van die voorschriften. Dit wordt uitgewerkt in een samenwerkingsprotocol (voor samenwerking tussen gemeenten en de Kiesraad) dat de Kiesraad na overleg vaststelt.

In 2024 en 2025 wordt er nieuwe programmatuur ontwikkeld, de ter beschikking gestelde middelen worden hiervoor gebruikt, tegelijkertijd zal de huidige programmatuur (OSV2020) ondersteund moeten blijven tot de nieuwe programmatuur definitief beschikbaar is.

Verkiezingsagenda, kandidaatstellingsprocedure

In het kader van de Verkiezingsagenda 2030, een gezamenlijk initiatief van BZK, VNG, NVVB en Kiesraad, wordt gewerkt aan maatregelen voor onderhoud en vernieuwing in het verkiezingsproces (Evaluatieadvies Tweede Kamerverkiezing 2023 | Advies | Kiesraad.nl - bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 35165, nr. 40). De Kiesraad adviseert hierover en maakt voorstellen die de kandidaatstellingsprocedure vernieuwen en digitaal ondersteunen (Hoofdlijnenakkoord kandidaatstellingsprocedure, Kamerstukken II 2024/25, 2024D15452). De Kiesraad draagt tevens zorg voor een goede vindbaarheid van verkiezingsuitslagen.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

5.318

8.321

9.102

6.948

1.926

2.889

1.926

         
 

Uitgaven

8.679

10.249

10.065

6.948

4.698

5.661

4.698

         

9.0

Kiesraad

8.679

10.249

10.065

6.948

4.698

5.661

4.698

 

Institutionele inrichting

8.679

10.249

10.065

6.948

4.698

5.661

4.698

 

Kiesraad

8.679

10.249

10.065

6.948

4.698

5.661

4.698

         
 

Ontvangsten

76

0

0

0

0

0

0

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kiesraad

De Kiesraad is belast met uitgaven die betrekking hebben op vaste en verplichte zaken zoals de personele kosten, externe inhuur, materieel en loonkosten voor het bureau van de Kiesraad.

De Kiesraad is belast met uitgaven in directe relatie tot de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, het Europees Parlement en het kennis- en informatiepunt,  de ontwikkel- en beheerkosten van programmatuur voor de kandidaatstelling en vaststelling van de uitslag, communicatiemiddelen, en de uitvoering van de nieuwe taken en bevoegdheden.

3. Niet-beleidsartikelen

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 12 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

         

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

4. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 13 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Naam organisatie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen (bedragen x € 1.000)

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Kiesraad

ZBO

artikel 9

6.028

2019

2025

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

Uitgaven

Tabel 14 Uitgaven beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

85.283

84.483

78.951

78.623

78.623

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

5.728

4.878

4.536

4.518

4.517

83.140

Nieuwe mutaties

125

176

176

176

176

176

Stand ontwerpbegroting 2025

91.136

89.537

83.663

83.317

83.316

83.316

Ontvangsten

Tabel 15 Ontvangsten beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

1.950

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Uitgaven

Tabel 16 Uitgaven beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

44.341

46.412

43.737

52.900

43.958

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

2.787

2.505

2.360

2.855

2.373

44.644

Nieuwe mutaties

‒ 73

‒ 49

‒ 49

‒ 49

‒ 49

‒ 49

Stand ontwerpbegroting 2025

47.055

48.868

46.048

55.706

46.282

44.595

Ontvangsten

Tabel 17 Ontvangsten beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

1.017

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Uitgaven

Tabel 18 Uitgaven beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

28.694

27.618

27.113

27.367

27.367

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

1.633

1.318

1.297

1.309

1.308

28.676

Nieuwe mutaties

31

49

49

49

49

49

Stand ontwerpbegroting 2025

30.358

28.985

28.459

28.725

28.724

28.725

Ontvangsten

Tabel 19 Ontvangsten beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

2.796

2.539

2.539

2.539

2.539

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

2.539

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

2.796

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

Uitgaven

Tabel 20 Uitgaven beleidsartikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

6.211

5.483

5.486

5.486

5.486

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

336

710

710

710

710

6.209

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

6.547

6.193

6.196

6.196

6.196

6.209

Ontvangsten

Tabel 21 Ontvangsten beleidsartikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

199

199

199

199

199

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

199

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

199

199

199

199

199

199

Uitgaven

Tabel 22 Uitgaven beleidsartikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

2.223

2.192

2.192

2.192

2.192

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

593

115

115

115

115

2.307

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

2.816

2.307

2.307

2.307

2.307

2.307

Ontvangsten

Tabel 23 Ontvangsten beleidsartikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

60

60

60

60

60

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

60

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

60

60

60

60

60

60

Uitgaven

Tabel 24 Uitgaven beleidsartikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

3.374

3.329

3.329

3.329

3.329

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

192

160

160

160

160

3.489

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

3.566

3.489

3.489

3.489

3.489

3.489

Ontvangsten

Tabel 25 Ontvangsten beleidsartikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

200

200

200

200

200

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

200

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

200

200

200

200

200

200

Uitgaven

Tabel 26 Uitgaven beleidsartikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

2.453

2.420

2.420

2.420

2.420

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

454

116

116

116

116

2.536

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

2.907

2.536

2.536

2.536

2.536

2.536

Ontvangsten

Tabel 27 Ontvangsten beleidsartikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

75

75

75

75

75

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

75

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

75

75

75

75

75

75

Uitgaven

Tabel 28 Uitgaven beleidsartikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

10.164

5.783

4.508

4.508

4.508

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

535

245

190

190

190

4.698

Nieuwe mutaties

‒ 450

4.037

2.250

0

‒ 1.287

‒ 2.250

Waarvan:

      

1. Transitie Kiesraad

2.000

     

2. Kassschuif DHV

‒ 2.632

3.919

2.250

0

‒ 1.287

‒ 2.250

Stand ontwerpbegroting 2025

10.249

10.065

6.948

4.698

3.411

2.448

Toelichting

Transitie Kiesraad

Dit betreft een overboeking van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In overleg met de Kiesraad zijn afspraken gemaakt over de benodigde middelen voor de transitie van de Kiesraad naar de verkiezingsautoriteit. De afspraak is dat er eerst incidenteel € 2,0 mln. voor 2024 aan de begroting van de Kiesraad wordt toegevoegd en op het moment dat het tweede wetsvoorstel, kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces, in werking treedt dit structureel wordt toegevoegd.

Kasschuif Digitaal Hulpmiddel Verkiezingen (DHV)

Door het wegvallen van het contract met de marktparij is er gezocht naar alternatieve manieren om de gewenste functionaliteit van DHV te (laten)realiseren. Een gedeelte van deze functionaliteit zal in eigen beheer worden ontwikkeld en een deel door een andere marktpartij, na het doorlopen van een aanbestedingsprocedure. Door de omzetting van ontbinding van het oude contract naar een modulaire ontwikkeling van de programmatuur, schuift ook het tijdstip waarop het bijbehorende budget wordt uitgegeven op ten opzichte van de eerder voorziene tijdslijnen in het oude contract. Om het budget toereikend te houden is deze kasschuif, over meerdere jaren, noodzakelijk.

Ontvangsten

Tabel 29 Ontvangsten beleidsartikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

Tabel 30 Uitgaven artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Stand ontwerpbegroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2024

Mutatie amendement 2024

Mutaties incidentele begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2024

0

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2025

0

0

0

0

0

0

Bijlage 3: Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Naar aanleiding van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33000 IV, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties (IV).

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.

In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. Hieronder is de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begroting overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) weergegeven. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken of rijkstaken, of er sprake is van incidentele of structurele bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.

Tabel 31 Overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2025

   

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totaal uitgaven

  

447

400

400

400

400

400

400

          

Artikel 3 Nationale ombudsman

447

400

400

400

400

400

400

Institutionele inrichting

R

S

447

400

400

400

400

400

400

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 3 Nationale Ombudsman

Institutionele inrichting

De Nationale ombudsman is sinds 2010 bevoegd klachten te behandelen over overheidsinstanties van het Rijk in Caribisch Nederland en sinds 2012 ook over de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Voor de openbare lichamen is de Nationale ombudsman eerstelijns klachtbehandelaar. Dat betekent dat burgers een klacht over de openbare lichamen ook direct aan de Nationale ombudsman kunnen voorleggen. Het betreft daarmee een structurele rijkstaak.

Mei 2018 is een plan van aanpak met een missie en visie vastgesteld. Daarin is teruggekeken op het werk van de Nationale ombudsman in Caribisch Nederland sinds 10 oktober 2010 en vooruit gekeken naar de periode 2018-2026. In het plan van aanpak zijn twee doelstellingen neergelegd. De eerste is dat de Nationale ombudsman zichtbaar moet zijn voor de burgers in Caribisch Nederland en hen op weg moet kunnen helpen. De tweede doelstelling is dat de Nationale ombudsman wil bijdragen aan goed bestuur op de eilanden door de beginselen van het klachtrecht onder de aandacht te brengen bij de overheid.

De Nationale ombudsman heeft voor het uitvoeren van haar werkzaamheden, die rijkstaken betreffen, op Caribisch Nederland vanaf 2018 een structureel budget beschikbaar van € 0,4 mln.

Licence