Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1.5.2 Genomen maatregelen

De schokbestendigheid van huishoudens kan langs verschillende wegen versterkt worden. Hierbij bestaat een belangrijke verantwoordelijkheid voor individuen. Zij moeten zorgen dat zij flexibel in kunnen spelen op schokken die zich voordoen en via besparingen buffers opbouwen om schokken waar nodig te kunnen absorberen. Voor de overheid is een belangrijke taak weggelegd om individuen hierbij te ondersteunen en verzekeringen of voorzieningen te bieden als dit nodig is. De mogelijkheden hiertoe zijn de komende jaren echter beperkt door de noodzaak om zelf de buffers te vergroten door de overheidsfinanciёn op orde te brengen. Hieronder worden vijf manieren geschetst waarop de schokbestendigheid en veerkracht van huishoudens wordt vergroot.

Moderniseren arbeidsmarkt vermindert kans langdurige werkloosheid

Het bevorderen van werkgelegenheid en een goed onderwijsstelsel vergroten de kans op een inkomen voor huishoudens. Worden mensen werkloos, dan ondersteunt de WW mensen om de inkomensachteruitgang op te vangen. Het resterende inkomensverlies is tijdelijk op te vangen door het aanspreken van spaargeld en steun van anderen, maar wordt op langere duur problematisch. Goede scholing en een soepel werkende arbeidsmarkt vergroten de kans dat mensen snel weer een baan kunnen vinden. De modernisering van het ontslagrecht, zoals afgesproken in het Begrotingsakkoord 2013, dynamiseert de arbeidsmarkt, spoort werknemers en werkgevers aan om in te zetten op duurzame inzetbaarheid en verdeelt de kans op werkloosheid meer gelijkmatig. Ook de vormgeving van de inkomstenbelasting en de toeslagen kan in meer of mindere mate activerend zijn. Momenteel kijkt de commissie-Van Dijkhuizen in breder verband specifiek naar de vormgeving van de inkomstenbelasting en het stelsel van toeslagen.

Overheid vangt schokken op

Daarnaast beschermt de overheid huishoudens tegen de gevolgen van financiёle schokken. Hiervoor hebben we bijvoorbeeld de sociale zekerheid, de collectieve ziektekostenverzekering en de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De mogelijkheden zijn echter niet onbeperkt, er zal moeten worden gekozen. Zo wordt de NHG-grens in stappen weer verlaagd naar het niveau van vóór het uitbreken van de financiёle crisis. Bij onbegrensde ondersteuning lopen huishoudens het risico dat de overheid op papier veel zekerheid biedt, maar dat er achteraf – als de crisis voortduurt – niet altijd (volledig) aan de verwachtingen kan worden voldaan. Bovendien werken te veel garanties moral hazard (roekeloos gedrag) in de hand.

Verhogen pensioenleeftijd maakt stelsel schokbestendiger

Een derde maatregel is dat werkgevers en werknemers samen collectieve arrangementen betalen, zoals de pensioenen. Hiermee worden schokken gespreid tussen individuele deelnemers (mensen die langer leven dan verwacht, komen niet in de problemen omdat zij meer pensioen krijgen uitgekeerd) en tussen generaties (als beleggingenresultaten tegenvallen, hoeven niet direct de pensioenen omlaag, maar kan ook de premie omhoog). Ook hieraan zijn echter grenzen. Bij de AOW is te zien dat het aantal gepensioneerden ten opzichte van het aantal werkenden fors verschuift: van 1 op 7 in 1950, naar 1 op 4 in 2010 naar 1 op 2 straks in 2040. Ook pensioenfondsen hebben met deze vergrijzingsgolf te maken. Deze ontwikkeling beperkt de mogelijkheden tot risicodeling tussen generaties. Door het verhogen van de pensioenleeftijd en deze ook te gaan koppelen aan de levensverwachting, zoals in het Begrotingsakkoord 2013 is besloten, verbetert deze ratio weer.

Vergroten vertrouwen financiёle adviseurs

Ten vierde verzekeren huishoudens zichzelf via private partijen. Hierbij is essentieel dat huishoudens de mogelijkheid hebben om goed geïnformeerd tot keuzes te komen. Helaas heeft het hier in het verleden wel eens aan ontbroken. Sinds 1 juni 2011 gelden er nieuwe wettelijke regels voor duidelijke informatie aan de consument en zijn er voorwaarden gesteld aan reclames voor financiële producten. Om er zeker van te zijn dat adviseurs en tussenpersonen volledig in het belang van de klant handelen (en niet worden beïnvloed door de provisie die zij krijgen), worden provisies met ingang van 1 januari 2013 helemaal verboden. Iedere financiële adviseur moet bovendien een diploma halen, ongeacht bij welke onderneming hij werkt. Zo is een consument er zeker van dat hij altijd vakbekwaam wordt geadviseerd. Om te voorkomen dat onduidelijke producten worden ontwikkeld, waarbij het belang van de klant te weinig wordt gediend, krijgt de AFM de bevoegdheid om toezicht te houden op de ontwikkeling van de producten.

Afremmen schuldopbouw voor woning of consumptie

Tot slot maakt het spaargedrag de huishoudens schokbestendig. Dit gebeurt in Nederland al op zeer grote schaal, vooral via (verplichte) pensioenbesparingen. Wel kan bekeken worden of er bepaalde groepen zijn waarvoor het opbouwen van meer (liquide) vermogen, deels via het afremmen van meer schulden, zinnig kan zijn. Een belangrijke risicogroep vormen de huishoudens die als gevolg van de prijsdaling op de woningmarkt «onder water» komen te staan. Om dit in de toekomst te vermijden is besloten dat huizenkopers op termijn niet meer dan 100 procent van de waarde van hun huis kunnen lenen. Daarnaast is de mogelijkheid om hypotheekrente te kunnen aftrekken voor nieuwe hypotheken beperkt tot leningen die in 30 jaar helemaal (annuïtair) worden afgelost. Om te voorkomen dat huishoudens andere schulden aangaan die ze niet kunnen betalen, is bij het verlenen van een lening of krediet een kredietwaardigheidtoets verplicht gesteld. De aanbieder moet toetsen of het krediet of de lening past bij de financiële positie van de consument. Daarnaast geldt dat er vooraf transparante informatie wordt gegeven over onder meer de jaarlijkse kosten.

Licence