Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.5.2 Het inkomstenkader

In het inkomstenkader worden alle beleidsmatige wijzigingen in tarieven en grondslagen van de belastingen en premies vastgelegd. Dit in tegenstelling tot zogenoemde endogene ontwikkelingen: lagere of hogere overheidsinkomsten als gevolg van met name de economische ontwikkelingen (zie paragraaf 3.2).

Over de gehele kabinetsperiode daalt de lastenmutatie van 21,4 miljard euro naar 18,2 miljard euro. Het kabinet trekt onder meer 1 miljard euro uit voor lastenverlichting op arbeid. Ook zorgt het niet doorgaan van de huishoudentoeslag voor een lagere lastenstijging doordat de correctie van de ouderenkortingen vervalt. Dit heeft met name gevolgen voor de lastenstijging in 2015. Waar in de Najaarsnota 2013 nog sprake was van een lastenstijging van 7 miljard euro, bedraagt deze nu 2,3 miljard euro.

Een aantal maatregelen die komend jaar zorgen voor hogere lasten zullen door burgers en bedrijven niet als zodanig worden ervaren. De aanpassing van het Witteveenkader is een lastenverzwaring omdat over een langere periode minder fiscale subsidie naar pensioenopbouw gaat. Maar de maatregel leidt op korte termijn tot een daling van de pensioenpremies, waar zowel burgers als bedrijven van profiteren. Ook het afschaffen van de alleenstaande ouderkorting wordt geboekt als een lastenverzwaring. Deze belastingkorting wordt echter omgezet in een maatregel aan de uitgavenkant en heeft daarmee op zichzelf geen directe koopkrachtgevolgen. De verdere oploop van de verhuurdersheffing wordt primair betaald door woningcorporaties.

In tabel 3.5.5 wordt de stand van het inkomstenkader gepresenteerd.

Tabel 3.5.5 Inkomstenkader1

(in miljarden euro, – is lastenverlichting, jaar-op-jaar mutaties)

2013

2014

2015

2016

2017

Cumulatief

2013–2017

Stand Najaarsnota 2013

6,9

4,9

7,0

1,6

0,9

21,4

Arbeidskorting

   

– 0,5

0,0

0,0

– 0,5

Verlaging tarief eerste schijf

   

– 0,5

0,0

0,0

– 0,5

Aanpassingen na Najaarsnota

   

0,0

0,4

0,1

0,5

Dekking huishoudentoeslag

   

0,5

0,2

0,0

0,7

Correctie ouderenkorting

   

– 3,1

– 0,1

– 0,1

– 3,4

Augustusbesluitvorming

– 0,3

– 0,3

– 1,0

1,4

0,2

0,0

Stand Miljoenennota 2015

6,7

4,6

2,3

3,6

1,0

18,2

1

Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Lastenverlichting op arbeid

Het kabinet trekt 1 miljard euro uit voor verlichting van de lasten op arbeid. Hiervan wordt 500 miljoen euro besteed aan het later beginnen met het afbouwen van de arbeidskorting, en 475 miljoen euro wordt gebruikt voor de verlaging van het tarief eerste schijf. De lastenverlichting wordt gefinancierd uit ruimte onder het uitgavenkader en dit leidt tot een neerwaartse aanpassing van het inkomstenkader.

Aanpassingen na najaarsnota

Een aantal aanpassingen na de Najaarsnota leidt tot een bijstelling van het inkomstenkader. In het akkoord over de beperking van de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies is besloten tot aanpassing van de opbouw- en premiepercentages van het Witteveenkader. Dit leidt tot een bijstelling van het inkomstenkader.

Het verlaagde BTW-tarief in de bouw wordt met een half jaar verlengd en de parameters voor de WBSO worden in 2015 constant gehouden. Deze lastenverlichtingen worden gefinancierd uit ruimte onder het uitgavenkader en dit leidt tot aanpassing van het inkomstenkader.

Huishoudentoeslag

Het voornemen was om de huidige zorgtoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag en een nieuwe ouderencomponent te integreren tot één toeslag per huishouden met één uniform afbouwpercentage. Dit voorstel was opgenomen in de begroting 2014. Bij de uitwerking is gebleken dat de huishoudentoeslag juridisch opgedeeld zou moeten worden in componenten, om te voorkomen dat de export toe zou nemen. Deze vereiste vormgeving blijkt voor de Belastingdienst zo complex, dat dit tot een onverantwoorde stijging van de continuïteitsrisico’s ten aanzien van de belastingheffing en toeslagen zou leiden. Het kabinet heeft daarom gekozen de huishoudentoeslag af te stellen en stelt voor de ingeboekte besparing van 1,3 miljard euro alternatief in te vullen. Een compleet overzicht van de alternatieve dekking van de huishoudentoeslag is opgenomen in de begroting van SZW.

Aan de inkomstenkant leidt het niet doorgaan van de huishoudentoeslag tot het terugdraaien van de correctie ouderenkortingen. De alternatieve dekking voor de huishoudentoeslag wordt deels gevonden in maatregelen aan de inkomstenkant van de begroting. De maatregelen op de zorgtoeslag, de verlaging van de ouderenkortingen, verhoging van het verlaagde tarief voor de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) en het afschaffen van de ouderentoeslag in box 3 zijn verwerkt in het inkomstenkader. Deze maatregelen gaan in per 1 januari 2016. In 2015 wordt de dekking onder meer gevonden in de vrijval van de levensloopregeling en de inzet van de onderuitputting op de RDA. Het inkomstenkader wordt voor deze wijzigingen aangepast.

Augustusbesluitvorming

De nominale Zvw-premie en de IAB stijgen minder dan waar in de Miljoenennota 2014 vanuit werd gegaan. Dit zorgt voor een lastenverlichting. Conform de begrotingsregels wordt dit gecompenseerd met een lastenverzwaring. Voor werkgevers leidt dit tot een stijging van de premies voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Bij burgers zorgt deze lastenverzwaring voor het iets steiler afbouwen van de algemene heffingskorting. De incidentele lastenverlichting als gevolg van de zorgpremies wordt conform de begrotingsregels niet gecompenseerd. Dit zorgt voor een incidentele lastenverlichting in 2015 van circa 1 miljard euro. Als gevolg van de lagere werkloosheid dalen de sectorfondspremies. Deze daling wordt lastenneutraal gecompenseerd met een verhoging van de premies voor het Algemene Werkloosheidsfonds (Awf). Vanaf 2016 is een reservering van 0,3 miljard euro opgenomen binnen het inkomstenkader voor lastenverlichting voor bedrijven in het kader van de fiscale stelselherziening.

Na verwerking van de beleidsmatige wijzigingen en compenserende lastenmutaties sluit het inkomstenkader cumulatief over de kabinetsperiode.

Licence