Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1.5.4 De zorg

De betaalbaarheid van het Nederlandse zorgstelsel is verbeterd. De Nederlandse gezondheidszorg scoort op veel punten sterk. Onze zorg is in vergelijking met andere landen erg toegankelijk en de kwaliteit is hoog. De Nederlandse zorguitgaven stijgen echter jaar op jaar. In de periode tussen 2002 en 2012 namen de reële zorguitgaven met gemiddeld 3,3 procent per jaar toe, terwijl de economie met gemiddeld 1,2 procent per jaar groeide. Het kabinet zag het daarom als een belangrijke opdracht om de zorguitgaven te beheersen, door gepast gebruik van zorg te stimuleren en zorg dichter bij de mensen te organiseren. Om dit te bereiken, heeft het kabinet akkoorden gesloten met zorgaanbieders in de curatieve zorg en zorgverzekeraars. In de akkoorden zijn maximale jaarlijkse groeipercentages voor de zorgkosten opgenomen. Begin 2015 heeft het kabinet deze akkoorden extra ondersteund door aanvullende afspraken in het plan Kwaliteit loont. Daarnaast zet het kabinet in op preventie en innovatie, bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van digitale mogelijkheden.

Mensen ontvangen langdurige zorg zo veel mogelijk in hun eigen omgeving. Daarmee wordt het mogelijk langer thuis te blijven wonen en behouden mensen meer controle over hun eigen leven. Er wordt meer maatwerk geboden en het sociale netwerk rond de zorgbehoevende krijgt een belangrijkere rol. Om dit mogelijk te maken, zijn delen van de extramurale zorg ondergebracht bij gemeenten, in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze transitie verliep niet altijd vlekkeloos. Zo waren er in het begin problemen bij de uitbetaling van het persoonsgebonden budget, wat tot onrust leidde onder getroffen budgethouders. Deze problemen zijn inmiddels opgelost. De langdurige zorg wordt weer meer gericht op mensen met een zware zorgbehoefte, zoals ook ooit de bedoeling was. Door deze maatregelen is de stijging van de zorguitgaven afgeremd, en zet de trend dat ouderen langer thuis blijven wonen naar verwachting versneld door (zie figuur 1.5.5a). Ook heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld om de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen te vergroten en zijn de geplande bezuinigingen geschrapt.

De beheersing van de zorgkosten verdient blijvend aandacht. Vanaf 2018 wordt weer een snellere stijging van de zorguitgaven verwacht (zie figuur 1.5.5b). Dit wordt deels verklaard doordat de akkoorden uit de periode 2011–2017 aflopen. Ook speelt de verwachte hogere economische groei hierbij een rol. Zonder nieuwe maatregelen of nieuwe akkoorden wordt verwacht dat de reële zorguitgaven op de middellangetermijn opnieuw stijgen met 3,4 procent per jaar25. Ook voor de komende jaren is de stijging van de zorguitgaven dus een punt van aandacht. Om een volgend kabinet hiervoor handreikingen te bieden, heeft het kabinet de Technische werkgroep beheersinstrumentarium zorguitgaven ingesteld. Die presenteert in het voorjaar van 2017 haar resultaten26.

Figuur 1.5.5a en 1.5.5b Het aandeel personen vanaf 65 jaar dat langdurig in een zorginstelling verblijft (links) en de groei van de netto BKZ-uitgaven (%) ten opzichte van het bbp (rechts)

Figuur 1.5.5a en 1.5.5b Het aandeel personen vanaf 65 jaar dat langdurig in een zorginstelling verblijft (links) en de groei van de netto BKZ-uitgaven (%) ten opzichte van het bbp (rechts)

Bron: CBS en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Licence