Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1.2 Plafondtoetsen

Het kabinet stuurt in zijn begrotingsbeleid op uitgavenplafonds die voor de hele kabinetsperiode worden vastgesteld. Voor het overgrote deel van de rijksuitgaven geldt een uitgavenplafond. Het totale uitgavenplafond is onderverdeeld in drie deelplafonds: Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg. Het kabinet toetst in de plafondtoetsen het verwachte uitgavenniveau aan het vooraf afgesproken uitgavenplafond voor de jaren van de kabinetsperiode. Het uitgavenplafond geeft de maximale ruimte weer voor uitgaven binnen de kabinetsperiode en hoeft niet maximaal benut te worden.

Tabel 1.2 laat zien dat het niveau van de begrote uitgaven in 2020 en 2021 gelijk is aan het totale uitgavenplafond. De uitgaven onder het deelplafond Rijksbegroting en Sociale zekerheid zijn hoger dan in het regeerakkoord vastgelegd. Deze worden gecompenseerd door een onderschrijding van het deelplafond Zorg. Na deze kabinetsperiode nemen de uitgaven structureel toe als gevolg van tegenvallers op de beleidsterreinen onderwijs, justitie en sociale zekerheid. Het kabinet kiest ervoor deze tegenvallers niet te dekken om bezuinigingen op staand beleid te voorkomen. Dit zorgt voor een verslechtering van het EMU-saldo vanaf 2022.

De grootste mutaties per deelplafond worden in deze paragraaf verder toegelicht. In bijlage 16 en in de suppletoire begrotingen worden de mutaties ten opzichte van Miljoenennota 2020 in meer detail toegelicht. Een overzicht van de noodmaatregelen in kader van corona is opgenomen in paragraaf 1.3.

Tabel 1.2 Plafondtoetsing totaalplafond en deelplafonds

(in miljarden euro, - is onderschrijding)

2020

2021

Totaal uitgavenplafond

  

Uitgavenplafond

334,2

326,8

Uitgavenniveau

334,2

326,8

Over-/onderschrijding

0,0

0,0

   

Rijksbegroting

  

Uitgavenplafond

155,4

154,3

Uitgavenniveau

156,6

155,1

Over-/onderschrijding

1,1

0,8

   

Sociale zekerheid

  

Uitgavenplafond

104,0

96,0

Uitgavenniveau

104,1

96,4

Over-/onderschrijding

0,1

0,4

   

Zorg

  

Uitgavenplafond

74,7

76,5

Uitgavenniveau

73,5

75,3

Over-/onderschrijding

‒ 1,2

‒ 1,1

Ontwikkeling uitgaven deelplafond Rijksbegroting

Tabel 1.3 Ontwikkeling uitgaven plafond Rijksbegroting
 

(in miljoenen euro, - is onderschrijding)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2020

142.562

146.036

    
 

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van:

      

2

Noodmaatregelen corona

12.383

6.708

    

3

Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg

390

504

    

4

Loon- en prijsontwikkeling

387

‒ 82

    

5

Volumebesluit gaswinning

‒ 20

‒ 140

    

6

Versnellen investeringen

0

279

    

7

Woningmarkt

0

195

    

8

Bedrijvenpakket

0

388

    

9

Meerjarig financieel kader EU-afdrachten '21-'27

0

352

    

10

Inzet ruimte 2020 en in 2021

‒ 350

350

    

11

Valuta defensie

8

35

    

12

Overige plafondcorrecties

67

‒ 344

    

13

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (= 1 t/m 12)

155.426

154.281

    
        

14

Uitgaven bij Miljoenennota 2020

143.546

147.008

149.922

153.537

156.833

 
 

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond/zonder beslag op budgettaire ruimte:

      

15

Noodmaatregelen corona

12.383

6.708

674

269

65

21

16

Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg

390

504

420

340

354

151

17

Loon- en prijsontwikkeling (incl. GFPF)

387

‒ 82

‒ 581

‒ 1.134

‒ 1.604

‒ 1.914

18

Versnellen investeringen

0

279

382

536

67

58

19

Woningmarkt

0

195

100

100

100

100

20

Bedrijvenpakket

0

388

89

65

46

9

21

Meerjarig financieel kader EU-afdrachten '21-'27

0

352

‒ 30

‒ 267

‒ 199

‒ 194

22

Valuta defensie

8

35

51

51

31

26

23

Macro-economische mutaties na kabinetsperiode

0

0

‒ 1.126

‒ 1.838

‒ 2.317

‒ 2.629

24

Overige uitgavenmutaties zonder beslag budgettaire ruimte

67

‒ 344

‒ 156

‒ 155

‒ 128

‒ 85

        
 

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte:

      

25

HGIS-bijstelling a.g.v. bni-volume t/m 2021

‒ 370

‒ 254

‒ 254

‒ 254

‒ 254

‒ 254

26

Intensivering HGIS n.a.v. AIV-advies en mitigatie krimp

540

272

152

‒ 46

‒ 164

‒ 254

27

Gemeente-, Provincie- en BTW-Compensatiefonds

413

191

584

151

78

118

28

Overige EU-afdrachten

‒ 265

0

0

0

0

0

29

Rente

‒ 121

‒ 1.036

‒ 474

‒ 474

‒ 474

‒ 474

30

Winstafdracht DNB en dividend staatsdeelnemingen

‒ 223

497

387

335

311

‒ 96

31

Prognosemodel justitiële ketens

113

143

336

331

336

332

32

Asielketen

143

173

57

51

22

24

33

Dekking J&V

‒ 142

‒ 63

‒ 46

‒ 44

‒ 28

‒ 28

34

Extra middelen tegen ondermijning

‒ 22

141

150

150

150

150

35

Referentieraming en studiefinancieringsraming

42

270

303

390

464

510

36

Dekking OCW

‒ 129

‒ 36

‒ 49

‒ 54

‒ 59

‒ 61

37

Belasting- en invorderingsrente

‒ 100

‒ 150

‒ 150

‒ 150

‒ 150

‒ 150

38

Toeslagen: compensatie ouders en herstelacties

235

175

90

0

0

0

39

Borging stabiliteit en verbetering dienstverlening belastingdienst

252

450

451

451

415

374

40

Ramingsbijstelling SDE

0

‒ 680

0

0

0

0

41

ETS-compensatie

0

179

0

0

0

0

42

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie

‒ 63

‒ 236

0

0

0

0

43

Maatregelen Urgenda

63

236

0

0

0

0

44

Maatregelenpakket stikstof

125

657

936

635

404

534

45

Veranderingsopgave inburgering

16

41

86

98

102

102

46

Jeugdzorg

0

0

300

0

0

0

47

Maatregelen gericht op werken in de zorg

0

20

80

130

130

130

48

Korting beleidsartikelen VWS-begroting

‒ 133

‒ 97

‒ 97

‒ 97

‒ 97

‒ 97

49

Eindejaarsmarge (incl. GF/PF en HGIS)

1.336

17

5

0

0

0

50

In=uit-taakstelling

‒ 1.236

‒ 17

‒ 5

0

0

0

51

Taakstellende onderuitputting

0

‒ 950

0

0

0

0

52

Kasschuiven

‒ 865

‒ 96

15

44

‒ 54

441

53

Extrapolatie

0

0

0

0

0

160.067

54

Diversen

183

206

‒ 286

89

14

56

55

Uitgaven bij Miljoenennota 2021 (= 14 t/m 54)

156.573

155.096

152.317

153.241

154.397

156.968

        

56

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2020 (=14-1)

985

972

    

57

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (=55-13)

1.147

815

    

De toets op het deelplafond Rijksbegroting laat een verwachte overschrijding van het plafond zien van 1.147 miljoen euro in 2020 en 815 miljoen euro in 2021. In de Miljoenennota 2020 werd de overschrijding voor deze jaren nog ingeschat op 985 en 972 miljoen euro. De huidige overschrijding is een gevolg van zowel aanpassingen van de uitgaven als van het uitgavenplafond. Deze worden hieronder toegelicht. De uitgaven onder plafond Rijksbegroting zijn ten opzichte van de vorige Miljoenennota gestegen met grofweg 13 miljard euro in 2020 en 8 miljard euro in 2021. Het merendeel van deze uitgavenstijging wordt verklaard door de corona-noodmaatregelen die het kabinet getroffen heeft.

Aanpassingen van het uitgavenplafond

Het plafond Rijksbegroting wordt aangepast voor een aantal soorten mutaties. Op plafond Rijksbegroting zijn dit, conform de begrotingsregels, onder andere de overboekingen met de plafonds Sociale Zekerheid en Zorg, en de loon- en prijsbijstelling. Deze uitgavenmutaties waarvoor het plafond wordt aangepast worden verder uitgesplitst in de tabel onder ‘uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond’ en worden onder dat kopje verder toegelicht.

Ook is in de begrotingsregels opgenomen dat besluiten over het volume van gaswinning onder het uitgavenplafond gedekt worden. De technische uitwerking hiervan is dat het uitgavenplafond neerwaarts wordt bijgesteld waardoor er minder ruimte resteert onder het uitgavenplafond.

Daarnaast heeft het kabinet besloten om eenmalig het uitgavenplafond in 2020 te verlagen en het plafond 2021 met het gelijke bedrag te verhogen. Dit is gedaan om meer ruimte voor uitgaven in 2021 te creëren.

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

15. Noodmaatregelen corona

Het kabinet heeft sinds de uitbraak van corona verschillende noodmaatregelen genomen. Het kabinet acht het niet wenselijk om voor deze noodmaatregelen andere uitgaven te verminderen, daarom gaan deze maatregelen buiten het reguliere uitgavenplafond om. In de technische verwerking wordt dit gerealiseerd via een plafondcorrectie. In paragraaf 1.3 van deze bijlage worden de coronamaatregelen verder uitgesplitst.

16. Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg

Overboekingen van de deelplafonds Sociale Zekerheid en Zorg leiden tot een opwaartse bijstelling van de uitgaven onder het deelplafond Rijksbegroting. Deze bijstelling van het plafond is gelijk aan de grootte van de overboekingen. Het betreft hier onder andere de overboeking van aanvullende middelen voor dak- en thuislozen van deelplafond Zorg naar het Gemeentefonds en een overboeking van een reservering voor sectoraal maatwerk van deelplafond Sociale Zekerheid naar plafond Rijksbegroting

17. Loon- en prijsontwikkeling (incl. GFPF)

De uitgavenraming voor loon- en prijsontwikkeling is geactualiseeerd op basis van de economische ramingen van het CPB. De loon- en prijsontwikkeling 2020 is opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2020 en de loon- en prijsontwikkeling 2021 is neerwaarts bijgesteld. De bijstellingen van de loon- en prijsontwikkeling zijn gelijk aan de aanpassing van het uitgavenplafond.

18. Versnellen investeringen

Het kabinet versnelt verschillende investeringen op de beleidsterreinen van IenW en BZK. Het gaat om een totaalbedrag van circa 1,5 miljard euro. Het betreft investeringen zoals onderhoud aan het spoor en (water)wegen, de veiligheid van (fiets)infrastructuur, versnelling van de woningbouwimpuls en verduurzaming van Rijksvastgoed. Hiervoor wordt het uitgavenplafond aangepast met een totaalbedrag van 1,3 miljard euro in de periode tot 2025.

19. Woningbouw

Het kabinet heeft besloten om meerjarig de uitgaven en het uitgavenplafond te verhogen voor de woningbouw. Tegelijkertijd wordt de overdachtsbelasting verhoogd voor bepaalde groepen en wordt de verhuurderheffing verlaagd. Aan de uitgavenkant wordt een eenmalige intensivering van 95 miljoen gedaan in 2021. Ook wordt er een reeks van 100 miljoen jaarlijks tot en met 2030 op de aanvullende post gereserveerd voor bronmaatregelen om een drempelwaarde voor de bouw in te kunnen voeren als onderdeel van de stikstofwet. Verder worden bestaande plannen voor de woningbouwimpuls versneld (zie «versnellen investeringen» onder punt 18).

20. Bedrijvenpakket

Voor het bedrijvenpakket worden meerjarig de uitgaven en het uitgavenplafond verhoogd. Tegelijkertijd wordt het tarief voor de vennootschapsbelasting bevroren. Als onderdeel van het pakket aan de uitgavenkant wordt een nationale scale-up faciliteit ingericht, met behulp van Europese middelen en bijdragen van private investeerders. Ook wordt uitgewerkt hoe startups en scale-ups lokaal beter gesteund kunnen worden. Voor het bedrijfsleven wordt ook gebruik gemaakt van Europese middelen voor cofinanciering bij nationale programma’s en kunnen gemeenten uitwerken hoe met behulp van een Rijksbijdrage bedrijventerreinen en winkelcentra te herstructureren.

21. Meerjarig Financieel Kader EU-afdrachten '21-'27

Het MFK-akkoord vanaf 2021 is in deze Miljoenennota budgettair verwerkt. Binnen het MFK worden Europese investeringen naar voren gehaald. Daarom heeft het kabinet besloten de budgettaire effecten hiervan te corrigeren op het uitgavenplafond, zoals ook voor de investeringsversnelling van het kabinet gedaan is (zie punt 18).

22. Valuta defensie

De nieuwe raming van de euro/dollarkoers uit het CEP van het Centraal Planbureau leidt tot een budgettaire tegenvaller op de uitgaven in dollars op het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Conform kabinetsafspraak komen budgettaire mee- en tegenvallers als gevolg van valutaschommelingen direct ten gunste of ten laste van het EMU-saldo. De verwerking vindt plaats via een correctie van het uitgavenplafond.

23. Macro-economische mutaties na kabinetsperiode

Volgens de begrotingsregels worden macro-economische uitgavenmutaties na de kabinetsperiode niet betrokken in de besluitvorming. Zo wordt voorkomen dat deze beslag leggen op de budgettaire ruimte van het volgende kabinet. Het betreft hier de macro-economische doorwerking op de middelen voor de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) en de rente.

24. Overige uitgavenmutaties zonder beslag budgettaire ruimte

Deze post bevat de overige mutaties waarvoor het plafond is gecorrigeerd. Dit zijn onder meer het uitstel van de omzetting van de scholingsaftrek naar een subsidiemaatregel en de verwerking van Design, Build, Finance and Maintain-contracten (DBFM). Bij het aangaan van een DBFM-contract worden (kas)budgetten omgezet in meerjarige beschikbaarheidsbudgetten. Hiervoor worden zowel de uitgaven als het plafond gecorrigeerd.

Uitgavenmutatie met beslag op budgettaire ruimte

25. HGIS-bijstelling a.g.v. bni-volume t/m 2021

Conform de reguliere systematiek is het ODA-budget van de HGIS bijgesteld op basis van de verlaagde groeiverwachting van het BNI in de MEV van het Centraal Planbureau.

26. Intensivering HGIS n.a.v. AIV-advies en mitigatie krimp

De wereldwijde crisis is zo ingrijpend dat het kabinet ervoor kiest 500 miljoen extra beschikbaar te maken uit algemene middelen om de coronacrisis in de meest kwetsbare landen te bestrijden en het grootste deel van de terugval vanwege de BNI-daling eenmalig te compenseren op de BHOS-begroting.

27. Gemeente-, Provincie en BTW-Compensatiefonds

Deze post bestaat uit het accres voor de fondsen, voor zover dit beslag legt op de budgettaire ruimte en de overboekingen naar de fondsen vanaf andere begrotingen onder het plafond Rijksbegroting. In bijlage 11 'Normeringssystematiek' wordt het accres verder toegelicht.

28. Overige EU-afdrachten

De overige EU-afdrachten omvatten de bijstelling van de begroting voor 2020.

29. Rente

De raming van de rentelasten wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de MEV-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

30. Winstafdracht DNB en dividend staatsdeelnemingen

De raming winstafdracht DNB en dividend staatsdeelnemingen is aangepast naar aanleiding van de meest recente winstramingen.

31. Prognosemodel justitiële keten (PMJ)

Het Prognosemodel Justitiële Keten (PMJ) van het WODC geeft de capaciteitsbehoefte aan van de justitiële keten. Binnen de justitiële keten worden de komende jaren fors oplopende uitgaven geraamd, vooral voor het gevangeniswezen, de forensische zorg, TBS en de justitiële jeugdinrichtingen. Hiervoor worden middelen beschikbaar gesteld.

32. Asielketen

Als gevolg van de hoger dan verwachte asielinstroom en een langere verblijfsduur in de asielopvang loopt de bezetting in het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) op. De kosten van de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen (Development Assistance Committee) worden toegerekend aan official development assistance (ODA). Het overige deel van de opvangkosten wordt generaal ingepast. Dit geldt ook voor de tegenvallers bij de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND), de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en de Raad voor de Rechtspraak (RvdR).

33. Dekking JenV

Deze post betreft meerdere maatregelen ter dekking van problematiek op de J&V-begroting Hieronder vallen ramingsbijstellingen, gedeeltelijke inzet van de prijsbijstelling, het afromen van exploitatieoverschotten bij uitvoeringsorganisaties, inzet van het surplus aan eigen vermogen van het COA, inzet van de asielreserve, inzet van een voorziening van de IND en meevallers uit de afrekeningen over 2019 bij COA en Nidos.

34. Extra middelen tegen ondermijning

Het kabinet stelt aanvullende middelen beschikbaar voor de aanpak van ondermijning. Voor deze aanpak komt vanaf 2022 structureel 150 miljoen euro beschikbaar.

35. Referentieraming en studiefinancieringsraming

Uit de Referentieraming 2020 bleek dit voorjaar dat de aantallen leerlingen en studenten hoger uitvallen dan de aantallen die in de OCW-begroting in 2019 zijn verwerkt. De voornaamste oorzaak van de tegenvaller is de nieuwe bevolkingsprognose van het CBS. Ook op de aanvullende bekostiging voor nieuwkomers in het primair en voortgezet onderwijs is er een tegenvaller. Bij studiefinanciering is sprake van hogere uitgaven vanwege meer studenten, onder andere bij het studentenreisproduct.

36. Dekking OCW

OCW levert structureel 61 mln. als dekking voor de hogere uitgaven die voortkomen uit de nieuwe referentieraming en studiefinancieringsraming. Deze dekking bestaat uit een deel van de eindejaarmarge, het stopzetten van het experiment vraagfinanciering in het hoger onderwijs, de loon- en prijsbijstelling (LPO) over regeerakkoordreeksen op de Aanvullende Post, een deel LPO buiten de bekostiging en een ramingsbijstelling op subsidies in het primair onderwijs.

37. Belasting- en invorderingsrente

Bij de belasting- en invorderingsrente (BIR) wordt een structurele ramingsbijstelling verwerkt van de ontvangsten. Dit wordt met name veroorzaakt door de stijging in de afgelopen jaren van het aantal (belastingplichtige) bedrijven en burgers en de gewijzigde verdeelsleutels van de BIR. Daarnaast wordt er voor de uitgavenkant een autonome tegenvaller verwacht als gevolg van hogere belastingteruggaven waarover rente moet worden betaald en vanwege de gewijzigde verdeelsleutels van de BIR.

38. Toeslagen: compensatie ouders en herstelacties

In de «Kabinetsreactie op het eindrapport van de Advies-commissie Uitvoering Toeslagen, het rapport van de Auditdienst Rijk (ADR) en het Zwartboek» worden middelen beschikbaar gesteld om de gevolgen van een onredelijk hard toeslagenstelsel zo veel mogelijk te repareren. Dit betreft cumulatief over de jaren 2020, 2021 en 2022 390 miljoen euro voor compensatie aan ouders en cumulatief 110 miljoen euro voor de uitvoeringskosten ervan door Toeslagen.

39. Borgen stabiliteit cruciale processen belastingdienst

De Belastingdienst wil nieuwe problemen voorkomen door de druk op cruciale processen te verlagen en door de uitvoeringscapaciteit op gelijk niveau te houden. Het betreft met name middelen voor de belastinginning en de ICT-dienstverlening.

40. Ramingsbijstelling SDE

De kasuitgaven van de SDE+ worden 680 miljoen euro neerwaarts bijgesteld om bij te dragen aan Rijksbrede problematiek. Dit is mogelijk omdat het geheel van de resterende meerjarig beschikbare middelen, inclusief de begrotingsreserve duurzame energie toereikend is voor het bereiken van de klimaatdoelstellingen.

41. ETS-compensatie

De subsidieregeling indirecte emissiekosten ETS biedt specifieke bedrijven die gevoelig zijn voor carbon leakage een subsidie ter compensatie voor hogere elektriciteitskosten als gevolg van de EU-emissiehandel. De raming voor 2021 is opwaarts bijgesteld. Hiervoor is 179 miljoen euro uit de algemene middelen aan de EZK-begroting toegevoegd.

42. Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie en 43. Maatregelen Urgenda

Met een onttrekking aan de begrotingsreserve duurzame energie komen de middelen beschikbaar voor de Urgenda-maatregelen waarvan financiering bij Voorjaarsnota is verwerkt.

44. Maatregelenpakket stikstof

De structurele stikstofaanpak versterkt de natuur en biedt perspectief op ruimte voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Hiertoe is dit voorjaar een omvangrijk maatregelenpakket geformuleerd. Voor het maatregelenpakket is ruim 5 miljard euro beschikbaar gesteld in de periode tot en met 2030.

45. Veranderingsopgave inburgering (VOI)

Per medio 2021 wordt het nieuwe inburgeringsstelsel VOI (Veranderopgave Inburgering) van kracht, waarbij gemeenten de regie krijgen over inburgering. Voor het nieuwe stelsel maakt SZW structureel extra middelen vrij op de eigen begroting. Een deel van deze middelen valt onder deelplafond Sociale Zekerheid, het overige deel valt onder het deelplafond Rijksbegroting.

46. Jeugdzorg

Het kabinet is eerder gemeenten voor de periode tot en met 2021 tegemoetgekomen met extra budget om te compenseren voor de extra groei in de jeugdzorg in combinatie met afspraken om de transitie- en transformatiedoelen van de decentralisatie van de jeugdhulp te realiseren. Deze periode wordt verlengd door eenmalig aanvullend 300 miljoen euro beschikbaar te stellen voor het jaar 2022.

47. Maatregelen gericht op werken in de zorg

Het kabinet trekt 130 miljoen euro structureel uit om werken in de zorg aantrekkelijker te maken. Dit gebeurt door het verminderen van werkdruk door meer zij-instromers en het verminderen van administratieve lasten, door meer loopbaanperspectief te bieden, door contracten te verbeteren en door de zeggenschap van professionals te vergroten.

48. Korting op beleidsartikelen VWS-begroting

Ter dekking van problematiek op de VWS-begroting wordt, vooruitlopend op de jaarlijkse onderuitputting, reeds een korting verwerkt op diverse beleidsartikelen. Daarmee wordt beoogd om gedurende het jaar minder onderuitputting op te laten treden.

49. Eindejaarsmarge en 50. In=uit-taakstelling

Departementen kunnen een deel van de middelen die in 2019 niet zijn besteed via de eindejaarsmarge meenemen naar 2020. Bij Voorjaarsnota 2020 is de eindejaarsmarge toegevoegd aan de departementale begrotingen. Als tegenhanger van de eindejaarsmarge is toen ook een in=uittaakstelling geboekt op de aanvullende post. Het inboeken van een in=uittaakstelling voorkomt dat het uitkeren van de eindejaarsmarge leidt tot belasting van het uitgavenplafond. De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat er aan het einde van dit jaar naar verwachting weer in min of meer dezelfde mate als in 2019 sprake zal zijn van onderbesteding op de begrotingen. Bij Miljoenennota 2021 is de in=uittaakstelling reeds met 100 miljoen euro ingevuld. De resterende in=uittaakstelling van 1236 miljoen euro dient gedurende 2020 te worden ingevuld.

51. Taakstellende onderuitputting

Bij Voorjaarsnota 2020 is, bovenop de jaarlijkse in=uittaakstelling, een taakstellende onderuitputting ingeboekt op de aanvullende post van 500 miljoen euro in 2020 en 950 miljoen euro in 2021. De taakstelling van 500 miljoen in 2020 is inmiddels bij Miljoenennota 2021 volledig ingevuld. Voor 2021 staat de taakstelling van 950 miljoen euro nog open. Deze taakstelling wordt gedurende 2021 ingevuld met onderuitputting en per saldo meevallers op de begrotingshoofdstukken. De reden voor het inboeken van taakstellende onderuitputting is dat in de afgelopen drie jaar sprake was van forse onderuitputting op de departementale begrotingen. Om te voorkomen dat ruimte onder het uitgavenplafond die gedurende de resterende kabinetsperiode ontstaat niet meer (doelmatig) kan worden ingezet, heeft het kabinet besloten hierop te anticiperen door een taakstellende onderuitputting te verwerken. Het kabinet creëert zo eenmalig maximale ruimte voor extra uitgaven in 2021.

52. Kasschuiven

Ten opzichte van de laatste Miljoenennota zijn een aantal middelen vanuit 2019 doorgeschoven naar 2020. Ook zijn middelen geschoven tussen 2020 en latere jaren. Het gaat onder andere om kasschuiven van middelen voor de Veranderopgave Inburgering, warme sanering van de varkenshouderij en de Rijksbijdrage voor de Woningbouw.

53. Extrapolatie

Onder deze post zijn de uitgaven voor het jaar 2025 vastgesteld.

54. Diversen

De post diversen bevat het saldo van de resterende uitgavenmutaties op de departementale begrotingen. Deze post bevat onder andere de in 2020 extra beschikbaar gestelde middelen voor veiligheid en defensie en de meerjarige aanvullende middelen voor de aanpak van het lerarentekort

Ontwikkeling uitgaven deelplafond Sociale Zekerheid

Tabel 1.4 Ontwikkeling uitgaven plafond Sociale Zekerheid
 

(in miljoenen euro, - is onderschrijding)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2020

84.916

87.606

    
 

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van:

      

2

Noodmaatregelen corona

18.245

5.497

    

3

Overboekingen met Rijksbegroting en Zorg

‒ 157

‒ 239

    

4

Loon- en prijsontwikkeling

178

‒ 50

    

5

Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

828

3.053

    

6

Betaald ouderschapsverlof

0

0

    

7

Wet kindgebonden budget (WKB)

0

150

    

8

Overige plafondcorrecties

‒ 1

‒ 1

    

9

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (= 1 t/m 7)

104.008

96.016

    
        

10

Uitgaven bij Miljoenennota 2020

85.204

87.847

90.257

93.153

96.309

 
 

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond/zonder beslag op budgettaire ruimte:

      

11

Noodmaatregelen corona

18.245

5.497

237

‒ 6

‒ 13

‒ 7

12

Overboekingen met Rijksbegroting en Zorg

‒ 157

‒ 239

‒ 276

‒ 280

‒ 280

‒ 76

13

Loon- en prijsontwikkeling

178

‒ 50

‒ 752

‒ 1.430

‒ 1.908

‒ 2.147

14

Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

828

3.053

3.342

2.306

1.296

620

15

Betaald ouderschapsverlof

0

0

155

375

375

375

16

Wet kindgebonden budget (WKB) verhoging

0

150

150

150

150

150

17

Overige mutaties zonder beslag op budgettaire ruimte

‒ 1

‒ 1

149

25

4

2

        
 

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte:

      

18

Kinderopvangtoeslag (KOT)

109

57

68

78

89

105

19

Ziektewet (ZW)

132

172

178

169

154

139

20

Amendement 16/17-jarigen kinderbijslag (AKW)

57

57

56

56

55

55

21

Dekking amendement 16/17-jarigen kinderbijslag (AKW)

‒ 53

‒ 68

‒ 69

‒ 70

‒ 72

‒ 73

22

Arbeidsongeschiktheid

‒ 1

68

92

95

152

226

23

Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)

10

1

13

37

55

60

24

Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers (IOAW)

‒ 19

‒ 16

5

13

5

‒ 7

25

Algemene Ouderdomswet (AOW)

‒ 73

‒ 19

6

5

1

‒ 4

26

Veranderopgave Inburgering (VOI)

‒ 43

‒ 57

‒ 32

‒ 49

‒ 67

‒ 73

27

Transitievergoeding na twee jaar ziekte

‒ 64

‒ 12

0

0

0

0

28

Wet kindgebonden budget (WKB)

‒ 167

‒ 48

‒ 42

‒ 77

‒ 129

‒ 182

29

Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl)

‒ 80

‒ 53

‒ 83

‒ 85

‒ 63

‒ 72

30

Toeslagenwet (TW)

12

47

54

45

36

31

31

Intensivering uitvoering

0

0

98

98

99

99

32

Eindejaarsmarge

47

0

0

0

0

0

33

In=uittaakstelling

‒ 47

0

0

0

0

0

34

WKB herstelactie

133

0

0

0

0

0

35

Kasschuiven

‒ 64

81

0

‒ 9

‒ 7

1

36

Extrapolatie uitgaven

0

0

0

0

0

99.550

37

Diversen

‒ 118

‒ 81

‒ 141

‒ 132

‒ 100

‒ 82

38

Uitgaven bij Miljoenennota 2021 (= 10 t/m 37)

104.067

96.385

93.466

94.467

96.142

98.687

        

39

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2020 (= 10-1)

288

241

    

40

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (= 38-9)

59

368

    

De toets op het deelplafond Sociale Zekerheid laat een verwachte overschrijding van het plafond zien van 59 miljoen euro in 2020 en van 368 miljoen euro in 2021. Bij Miljoenennota 2020 was er sprake van een verwachte overschrijding van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid van 288 miljoen euro in 2020 en van 241 miljoen euro in 2021. Ten opzichte van de Miljoenennota 2020 wordt in 2021 naar verwachting grofweg 8,5 miljard euro meer uitgegeven aan sociale zekerheid. Wanneer de uitgaven voor de coronamaatregelen hiervan worden uitgezonderd zijn de verwachte uitgaven grofweg 3 miljard euro hoger. Voor het uitgavenplafond Sociale Zekerheid geldt dat deze met de nieuwe plafondaanpassingen in 2021 naar boven wordt bijgesteld met 8.410 mln. ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2020. Gecorrigeerd voor de coronamaatregelen is dit 2.913 mln.

Aanpassingen van het uitgavenplafond

Het plafond Sociale Zekerheid wordt, conform de begrotingsregels, aangepast voor een aantal soorten mutaties. Dit zijn onder andere de overboekingen met de plafonds Rijksbegroting en Zorg en de geraamde loon- en prijsbijstelling. Deze uitgavenmutaties waarvoor het plafond wordt aangepast worden verder uitgesplitst in de tabel onder ‘uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond' en worden onder dat kopje verder toegelicht.

Ook is in de begrotingsregels opgenomen dat het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt aangepast voor niet-beleidsmatige mutaties in de WW en bijstand. Hierdoor hebben deze mutaties geen invloed op de ruimte onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

11. Noodmaatregelen corona

Het kabinet heeft sinds de uitbraak van corona verschillende noodmaatregelen genomen. Deze maatregelen gaan buiten het reguliere uitgavenplafond om. Het kabinet acht het niet wenselijk om voor deze noodmaatregelen andere uitgaven te verminderen, daarom gaan deze maatregelen buiten het reguliere uitgavenplafond om. In de technische verwerking wordt dit gerealiseerd via een plafondcorrectie. In paragraaf 1.3 van deze bijlage worden de coronamaatregelen verder uitgesplitst.

12. Overboekingen met Rijksbegroting en Zorg

Overboekingen van de plafonds Rijksbegroting en Zorg leiden tot een neerwaartse bijstelling van de uitgaven onder plafond Sociale Zekerheid. Deze bijstelling van het plafond is gelijk aan de grootte van de overboekingen. Het betreft onder andere de overboeking van een reservering voor sectoraal maatwerk naar plafond Rijksbegroting.

13. Loon- en prijsontwikkeling

De uitgavenraming voor loon- en prijsontwikkeling is geactualiseerd op basis van de economische ramingen van het CPB. De loon- en prijsontwikkeling 2020 is opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2020 en de loon- en prijsontwikkeling 2021 is neerwaarts bijgesteld. De bijstelling en van de loon- en prijsontwikkeling zijn gelijk aan de aanpassing van het uitgavenplafond.

14. Niet-beleidsmatige mutaties WW en bijstand 

In de begrotingsregels is afgesproken dat het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt aangepast voor niet-beleidsmatige mutaties in de WW en bijstand. Hierdoor hebben deze mutaties geen invloed op de ruimte onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV en gemeenten en de werkloosheidsraming van het CPB zijn de ramingen aangepast. Ook voor de uitvoeringskosten van het UWV die gerelateerd zijn aan de stijgende WW-instroom door de oplopende werkloosheid is het uitgavenplafond aangepast. Het CPB raamt dat we in korte tijd van een hoogtepunt van de conjunctuur naar een dieptepunt gaan. De verwachting is dat het aantal WW- en bijstandsuitkeringen gaat toenemen. Dit leidt tot een forse opwaartse bijstelling van de WW- en de bijstandsuitgaven.

15. Betaald ouderschapsverlof

Naar aanleiding van het IBO Deeltijdwerk en Richtlijn (EU) 2019/1158 voert het kabinet vanaf 2 augustus 2022 betaald ouderschapsverlof in. Werknemers krijgen bij opname van ouderschapsverlof een vergoeding van 50% van het laatstverdiende loon (gemaximeerd op 50% van het maximum dagloon). Middels een aanpassing van de Aof-premie en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) wordt het ouderschapsverlof via het inkomstenkader gedekt. Hiervoor word het uitgavenplafond en het inkomstenkader gecorrigeerd.

16. Wet kindgebonden budget (WKB) verhoging

Vorig jaar is 150 miljoen euro gereserveerd aan de lastenkant voor het verkleinen van het verschil tussen alleenverdieners en tweeverdieners. Dit wordt nu aangewend voor een verhoging van het bedrag in het kindgebonden budget (WKB) vanaf het derde kind. De kans op armoede onder kinderen in grote gezinnen wordt hierdoor verlaagd.

17. Overige uitgavenmutaties zonder beslag op budgettaire ruimte

Het uitgavenplafond wordt gecorrigeerd voor mutaties in het aandeel eigenrisicodragers in de Ziektewet (ZW). Er is een opwaartse bijstelling doordat minder werkgevers eigenrisicodrager zijn. Daarnaast vallen onder deze mutatie de middelen voor een intensivering in de uitvoering, waarbij budget beschikbaar wordt gesteld voor knelpunten in de uitvoering bij UWV, SVB en BKWI.

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte

18. Kinderopvangtoeslag (KOT)

Het gebruik van kinderopvang is in 2019 en begin 2020 sterker gestegen dan eerder werd verwacht. Hoewel het gebruik daarna licht is afgenomen vanwege de coronacrisis, komt het gebruik van kinderopvang per saldo hoger uit dan eerder geraamd. Voor 2021 is er een dempend effect door een lager gebruik van kinderopvang als gevolg van de coronacrisis. Verwachting is dat de conjunctuur zich in latere jaren geleidelijk herstelt. Daarnaast sluiten de voorschotten KOT naar verwachting beter aan bij het bedrag waar ouders uiteindelijk recht op hebben. Dit leidt in alle jaren tot minder nabetalingen en vooral tot minder ontvangsten uit terugvorderingen. 

19. Ziektewet (ZW)

De verwachte uitgaven aan de Ziektewet zijn opwaarts bijgesteld door een stijging van het volume. Dit komt door een sterke toename van het aantal WW-gerechtigden. Daarnaast valt de stijging van het aantal flexkrachten met een ZW-uitkering in 2020 hoger uit dan werd verwacht. Door de verslechterde economische omstandigheden neemt de instroom van flexwerkers in latere jaren juist af, doordat naar verwachting minder mensen met een uitzendcontract of tijdelijk dienstverband aan het werk zijn. 

20. Amendement 16/17-jarigen kinderbijslag (AKW)

De eisen die in de kinderbijslag (AKW) werden gesteld aan 16- en 17-jarigen zijn per 1 januari 2020 vervallen. Het gaat om verlies van het recht op kinderbijslag boven de bijverdiengrens en wanneer het kind gaat studeren in het hoger onderwijs. Hierdoor hebben meer ouders recht op AKW. Daarnaast hebben meer ouders recht op kindgebonden budget (WKB), omdat het recht op AKW een voorwaarde is voor het recht op WKB.

21. Dekking amendement 16-17-jarigen kinderbijslag (AKW)

Ter dekking van het amendement 16-17 jarigen wordt het kinderbijslag bedrag voor 2020 niet aangepast met de ontwikkeling van de consumentenprijsindex.

22. Arbeidsongeschiktheid

De tegenvaller op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (WAO, WGA en IVA) wordt met name veroorzaakt door verwerking van nieuwe inzichten over de ontwikkeling van de beroepsbevolking. De update van de beroepsbevolkingsprognose van het CPB van eind 2019 laat naast een stijging van het aantal werkenden een verschuiving in de samenstelling zien richting vrouwen en ouderen ten opzichte van de vorige prognose uit 2014.

23. Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW)Er is een tegenvaller op de IOW-uitgaven vanaf 2022 als gevolg van de coronacrisis. Het CPB verwacht dat we in korte tijd van een hoogtepunt van de conjunctuur naar een dieptepunt gaan. De verwachting is dat het aantal ouderen met een WW-uitkering gaat toenemen. Een deel van deze groep stroomt na twee jaar WW de IOW in.

24. Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers (IOAW)

De IOAW is in 2020 en 2021 neerwaarts bijgesteld. Dat is het saldo van een neerwaartse bijstelling door de verwerking van realisaties 2019 en een opwaartse bijstelling vanwege de verwachte doorstroom van oudere werklozen vanuit de WW naar de IOAW. Vanaf 2022 zorgt deze verhoogde doorstroom voor een tegenvaller op de IOAW-uitgaven.

25. Algemene Ouderdomswet (AOW)

De raming van de AOW-uitkeringslasten is neerwaarts bijgesteld. De hoger dan verwachte sterfte in de eerste helft van 2020 leidt naar verwachting tot een lager aantal AOW-gerechtigden in 2020 en 2021. Na 2021 is de bijstelling van de raming beperkt.

26. Veranderopgave Inburgering (VOI)

Per medio 2021 treedt het nieuwe inburgeringsstelsel VOI in werking, waarbij gemeenten de regie krijgen over inburgering. Voor het nieuwe stelsel maakt SZW structureel middelen vrij. Een deel van deze middelen valt onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, het overige deel valt onder het plafond Rijksbegroting. 

27. Transitievergoeding na twee jaar ziekte

De raming op de compensatie transitievergoeding is naar beneden bijgesteld. Dit komt onder andere doordat er eerder nog geen rekening mee was gehouden dat transitievergoedingen die in 2020 door de werkgever betaald worden niet allemaal in 2020 door het UWV gecompenseerd worden (werkgever moet aanvragen, UWV moet beoordelen en uitbetalen).

27. Wet kindgebonden budget (WKB)

Er is een meevaller op de WKB door een afname van de uitgaven als gevolg van een positievere inkomensontwikkeling dan verwacht. Daar staat tegenover dat de coronacrisis in 2020 leidt tot een slechtere inkomenspositie van huishoudens en daarmee meer uitgaven aan de WKB. Deze impact is naar verwachting pas zichtbaar in de WKB-uitgaven in 2021; de meevaller is in dat jaar minder groot. In de jaren daarna herstelt de economie naar verwachting gestaag en wordt de WKB-meevaller weer groter.

28. Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

Binnen de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) laten de realisatiecijfers een meevaller zien op de loonkostenvoordelen (LKV), een tegenvaller op het lage-inkomensvoordeel (LIV) en een meevaller op het jeugd-LIV. Op basis van deze realisaties zijn de verwachte uitgaven aan de LKV meerjarig neerwaarts bijgesteld. 

29. Toeslagenwet (TW)

Er is een tegenvaller op de TW-uitgaven als gevolg van de coronacrisis. Dit komt voor het grootste deel door een stijging van het aantal aanvullingen op WW-uitkeringen. Het CPB verwacht dat we in korte tijd van een hoogtepunt van de conjunctuur naar een dieptepunt gaan. De verwachting is dat het aantal mensen met een WW-uitkering gaat toenemen. Een deel van deze groep heeft recht op een aanvulling vanuit de Toeslagenwet.

30. Intensivering uitvoering

Vooruitlopend op de uitkomsten van Werk aan Uitvoering (WAU) heeft het kabinet structureel 100 miljoen beschikbaar gesteld voor knelpunten in de uitvoering bij UWV, SVB en BKWI. Deze knelpunten hebben te maken met het onderhoud en modernisering van ICT, het verbeteren en maatwerk bieden in de dienstverlening en voor artsen- en handhavingscapaciteit. Het grootste gedeelte valt onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid en is terug te zien in bovenstaande tabel. Het restant van de 100 miljoen valt onder plafond Rijksbegroting.

31. Eindejaarsmarge en 32. In=uit-taakstelling ↵

Departementen kunnen een deel van de in 2019 niet-bestede middelen via de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2020. Als tegenhanger van de eindejaarsmarge wordt een in=uittaakstelling geboekt op de aanvullende post. De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat er aan het einde van dit jaar weer in dezelfde mate als in 2019 sprake zal zijn van onderbesteding op de begrotingen. Door hiervoor alvast een taakstelling in te boeken zorgt het uitkeren van de eindejaarsmarge 2019 niet voor een belasting van het uitgavenplafond.

33. WKB herstelactie

De verdeling van de uitgaven voor de WKB-herstelactie verloopt iets anders over de jaren dan oorspronkelijk geraamd. Dit leidt tot een verschuiving van 55,2 miljoen van 2019 naar 2020. Daarnaast is tijdens de uitvoering een extra groep in beeld gekomen die in aanmerking komt voor herstel. De meerkosten hiervan zijn 78,0 miljoen. 

34. Kasschuiven bij Najaarsnota 2019

Dit betreft een kasschuif van de middelen voor de herstelactie Wet kindgebonden budget (WKB). Door vertraging van de uitvoering van de herstelactie werd het beoogde kasritme niet gehaald en zijn de middelen naar 2020 geschoven.

35. Kasschuiven

Er zijn verschillende kasschuiven onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder kasschuiven voor Breed Offensief, Veranderopgave Inburgering (VOI) en uitvoeringskosten van het EU-ouderschapsverlof.

36. Extrapolatie uitgaven

Onder deze post zijn de uitgaven voor het jaar 2025 vastgesteld.

37. Diversen

Hieronder vallen onder andere herschikkingen binnen de begroting om verschillende moties te dekken, diverse mutaties op de uitvoeringskosten van het UWV en de SVB en de verwerking van het Beeld van de Uitvoering (BvdU) van gemeenten in de raming van de bijstand voor zelfstandigen (BBZ).

Ontwikkeling uitgaven deelplafond Zorg

Tabel 1.5 Ontwikkeling uitgaven plafond Zorg
 

(in miljoenen euro, - is onderschrijding)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2020

74.713

78.364

    
 

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van:

      

2

Noodmaatregelen corona

263

58

    

3

Schadelastdip ggz

 

‒ 1.247

    

4

Doorwerking aanpassing box 3 op eigen betalingen Wlz

 

3

    

5

Overboekingen met Rijksbegroting en Sociale Zekerheid

‒ 233

‒ 265

    

6

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 17

‒ 444

    

7

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (= 1 t/m 6)

74.727

76.468

    
        

8

Uitgaven bij Miljoenennota 2020

73.443

77.154

80.692

85.047

89.566

 
 

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond/zonder beslag op budgettaire ruimte:

      

9

Noodmaatregelen corona

263

58

    

10

Schadelastdip ggz

 

‒ 1.247

    

11

Doorwerking aanpassing box 3 op eigen betalingen Wlz

 

3

3

11

11

11

12

Overboekingen met Rijksbegroting en Sociale Zekerheid

‒ 233

‒ 265

‒ 144

‒ 60

‒ 74

‒ 75

13

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 17

‒ 444

‒ 279

‒ 250

‒ 431

‒ 327

14

Verwerking mlt 2022-2025

  

‒ 987

‒ 2.525

‒ 3.740

‒ 4.987

        
 

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte:

      

15

Actualisatie Wijkverpleging (VJN)

‒ 341

‒ 341

‒ 341

‒ 341

‒ 341

‒ 341

16

Actualisatie overige Zvw-uitgaven (niet HLA-sectoren; VJN)

56

‒ 144

‒ 144

‒ 144

‒ 144

‒ 144

17

Actualisatie Zvw o.b.v. Q2 2020 (MN)

‒ 79

     

18

Ramingsbijstelling apotheekzorg en hulpmiddelen

‒ 168

‒ 100

‒ 100

‒ 100

‒ 100

‒ 100

19

Besparingsverlies vertraging WGP

88

     

20

Standaardisatie inkoop- en verantwoordingseisen in aantal Zvw-sectoren

 

7

7

‒ 100

‒ 100

‒ 100

21

Tegenvaller Wlz-kader

480

480

480

480

480

480

22

Ramingsbijstellingen overige Wlz-uitgaven

‒ 11

‒ 121

‒ 138

‒ 138

‒ 138

‒ 138

23

Sociaal domein

134

184

54

54

54

54

24

Kasschuif SectorplanPlus

‒ 62

20

42

   

25

Extrapolatie uitgaven

     

94.090

26

Diversen

‒ 22

81

19

13

15

40

27

Uitgaven bij Miljoenennota 2021 (= 8 t/m 26)

73.532

75.324

79.164

81.947

85.058

88.463

        

28

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2020 (= 8-1)

‒ 1.270

‒ 1.210

    

29

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2021 (= 27-7)

‒ 1.195

‒ 1.144

    

De toets op het deelplafond Zorg laat een een onderschrijding zien van 1,2 miljard euro in 2020 en 1,1 miljard euro in 2021. Bij Miljoenennota 2020 was er sprake van een onderschrijding van uitgavenplafond Zorg van 1,3 miljard euro in 2020 en 1,2 miljard euro in 2021. De huidige onderschrijding is een gevolg van zowel aanpassingen van de uitgaven als van het uitgavenplafond. Deze worden hieronder toegelicht. De uitgaven onder plafond Zorg zijn ten opzichte van de vorige Miljoenennota gedaald met 1,8 miljard euro in 2021.

Aanpassing van het uitgavenplafond

Het plafond Zorg wordt, conform de begrotingsregels, aangepast voor een aantal soorten mutaties. Op plafond Zorg zijn dit overboekingen met de plafonds Rijksbegroting en Sociale Zekerheid en de loon- en prijsbijstelling. Deze uitgavenmutaties waarvoor het plafond wordt aangepast worden verder uitgesplitst in de tabel onder ‘uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond’ en worden onder dat kopje verder toegelicht.

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond

9. Noodmaatregelen corona

Het kabinet heeft sinds de uitbraak van corona verschillende noodmaatregelen genomen. Het kabinet acht het niet wenselijk om voor deze noodmaatregelen andere uitgaven te verminderen, daarom gaan deze maatregelen buiten het reguliere uitgavenplafond om. In de technische verwerking wordt dit gerealiseerd via een plafondcorrectie. In paragraaf 1.3 van deze bijlage worden de coronamaatregelen verder uitgesplitst.

10. Schadelastdip ggz

In de ggz wordt per 2022 een nieuw bekostigingsmodel ingevoerd, dit leidt eenmalig tot een boekhoudkundige verlaging van de uitgaven in 2021 en een even grote afname van het (norm)vermogen van het Zorgverzekeringfonds. Bij de invoering van het huidige bekostigingsmodel zagen we eenzelfde stijging. In de praktijk verandert er niks voor zorgaanbieders, zij krijgen op kasbasis dezelfde vergoeding van de zorgverzekeraar. Net als bij eerdere vergelijkbare wijzigingen in de bekostiging van de Zvw die geen effect hebben op het EMU-saldo, wordt voor deze uitgavenmutatie het uitgavenplafond gecorrigeerd.

11. Doorwerking aanpassing box 3 op eigen betalingen Wlz

De aanpassingen in box 3 hebben effect op de eigen bijdrage Wlz. Omdat voor de eigen bijdrage volgens de Wlz het toetsinkomen een vertraging kent van twee jaar, treedt dit deel van het effect op in 2023.

12. Overboekingen met Rijksbegroting en Sociale zekerheid

Overboekingen naar de deelplafonds Rijksbegroting en Sociale Zekerheid leiden tot een opwaartse bijstelling van de uitgaven onder het deelplafond Rijksbegroting. Deze bijstelling van de uitgaven is gelijk aan de plafondaanpassing hiervoor. Dit betreft onder andere 75 miljoen euro in 2020 en 125 miljoen euro in 2021 voor dak- en thuislozen, én 53 miljoen euro structureel voor vrouwenopvang.

13. Loon- en prijsontwikkeling

De loon- en prijsontwikkeling is in 2020 hoger dan geraamd in de Miljoenennota 2020, in 2021 is deze lager. Dit leidt tot een bijstelling van de uitgaven aan deze post. Om te voorkomen dat verandering in de loon- en prijsontwikkeling leidt tot budgettaire ruimte of problematiek, wordt het uitgavenplafond samen met de uitgaven aangepast.

14. Verwerking MLT 2022-2025

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellangetermijnverkenning (MLT) 2022-2025 van het CPB. De bijstelling wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere volumegroei voor de jaren vanaf 2022 dan waar eerder, op basis van de mlt voor de periode 2018-2021, van uit werd gegaan.

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte

15. Actualisatie wijkverpleging en 16. Actualisatie overige Zvw-uitgaven

Op basis van de voorlopige realisatiecijfers over 2019 van het Zorginstituut Nederland zijn de uitgaven van niet HLA-sectoren geactualiseerd bij de Voorjaarsnota 2020. De uitgaven aan wijkverpleging zijn in 2019 441 miljoen euro lager uitgevallen dan geraamd. Vanaf 2020 wordt een neerwaartse bijstelling van 341 miljoen euro structureel verwerkt in de begroting. De budgettaire afspraken uit het hoofdlijnenakkoord worden in stand gehouden. Daarnaast zijn de uitgaven aan diverse niet-HLA-sectoren in 2019 lager uitgevallen dan geraamd. Vanaf 2020 wordt een deel van deze lagere uitgaven structureel verwerkt in de begroting. Het gaat onder meer om aanpassingen van 58 miljoen euro bij genees- en hulpmiddelen, 53 miljoen euro bij tweedelijnszorg en 30 miljoen euro bij ziekenvervoer. Bij de Miljoenennota 2020 is voor 2020 al 200 miljoen euro actualisatie verwerkt op nominaal en onverdeeld Zvw, per saldo resteert nu een overschrijding van 56 miljoen euro in 2020 (-144 miljoen euro + 200 miljoen euro).

17. Actualisatie Zvw o.b.v. Q2 2020

Op basis van de meest recente inschatting van zorgverzekeraars van de verwachte uitgaven inclusief de effecten van COVID-19 zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd. De ramingen van zorgverzekeraars zijn voor een deel gebaseerd op daadwerkelijke declaraties van de eerste twee kwartalen, maar voor een groter deel op bijschattingen op basis van trends en contracten tussen verzekeraars en aanbieders.

18. Ramingsbijstelling genees- en hulpmiddelen en 19. Besparingsverlies vertraging WGP

De uitgaven aan apotheekzorg zijn in 2020 en verder op basis van een raming van Zorginstituut Nederland naar verwachting lager dan eerder geraamd. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de uitgaven aan apotheekzorg van 88 miljoen euro in 2020 oplopend tot 100 miljoen euro in 2021 en verder. Daarnaast ontstaat in 2020 door uitstel van de aanpassing van Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) een besparingsverlies (zie reeks 15). Deze kosten worden opgevangen binnen de raming voor apotheekzorg en hulpmiddelen.

20. Standaardisatie inkoop- en verantwoordingseisen in aantal Zvw-sectoren

In een aantal Zvw-sectoren worden de inkoop- en verantwoordingseisen gestandaardiseerd. Hierdoor zijn zorgaanbieders minder tijd kwijt aan administratieve lasten. Dit leidt tot een besparing van 100 miljoen euro structureel.

21. Tegenvaller Wlz-kader

De NZa heeft in de Maartbrief een tekort van 550 miljoen euro geraamd voor de Wlz als gevolg van extra volumegroei en de groei van wachtlijsten. Na inzet van de resterende herverdeelmiddelen in het Wlz-kader resteert een knelpunt van 480 miljoen euro

22. Ramingsbijstelling overige Wlz-uitgaven

Voor het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg is in totaal 300 miljoen euro geraamd voor de aanzuigende werking. Per 2021 komt de laatste plak van 110 miljoen euro hiervoor beschikbaar en wordt deze overgeheveld naar het Wlz-kader. Daarnaast wordt de raming voor zorginfrastructuur vanaf 2022 met 20 miljoen euro naar beneden bijgesteld.

23. Sociaal domein

Voor het sociaal domein gaan er extra middelen naar gemeenten. Ten eerste 39 miljoen euro structureel voor de uitbreiding van diverse taken voor Veilig Thuis. Ten tweede 16 miljoen euro structureel om 35 centrumgemeenten te ondersteunen in hun verantwoordelijk voor Vrouwenopvang. Als laatste incidentele middelen voor dak- en thuislozen voor preventie, vernieuwing van de opvang en het wonen met begeleiding (75 miljoen euro in 2020 en 125 miljoen euro in 2021). Volgens schattingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telt ons land namelijk bijna 40.000 dak- en thuislozen.

24. Kasschuif SectorplanPlus

Het kasritme van de regeling SectorplanPlus wordt op basis van de aanvragen voor het volgende en laatste tijdvak aangepast.

25. Extrapolatie

Onder deze post zijn de uitgaven voor het jaar 2025 vastgesteld.

26. Diversen

De diversen post betreft onder meer de structurele doorwerking van de laatste uitvoeringscijfers in de Zvw over 2019 (14 miljoen euro structureel), en een besparingsverlies van 40 miljoen euro in 2021 door het uitstellen van de modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem met een half jaar, en er worden middelen toegevoegd voor de bekostiging van ggz-opleidingen (17 miljoen euro structureel) en voor de herijking van de tarieven voor de kraamzorg (10 miljoen euro structureel).

Licence