Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.2 Budgettaire maatregelen

2.2.1 Doorwerking coronabesluitvorming begroting 2022

In 2022 is er geen generiek steunpakket meer van kracht. Na een periode van circa anderhalf jaar van intensieve economische steun eindigt per 1 oktober 2021 het generieke deel van het steunpakket. Dit betekent dat de regelingen NOW, TVL, Tozo, TONK en diverse fiscale maatregelen niet zijn verlengd. Om de overgang naar de nieuwe structurele situatie te faciliteren, blijven nog een aantal ondersteunende regelingen van kracht zijn om de dynamiek op de arbeidsmarkt te bevorderen. Daarnaast lopen al ingevoerde coronasteunmaatregelen voor een deel door in 2022.

In 2022 zullen de coronagerelateerde uitgaven naar verwachting nog ruim 11 miljard euro bedragen. Deze 11 miljard euro betreft vooral doorloop van steun van de NOW-regeling (2,7 miljard euro), beschikbaar stellen van vaccins (0,6 miljard euro) en uitvoeringskosten van verschillende kleinere regelingen per begroting. Daarnaast hebben kinderen en jongeren tijdens de coronacrisis onderwijsachterstanden opgelopen. Om de gevolgen daarvan te beperken is het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) ingevoerd. In 2022 zal naar verwachting ongeveer 4 miljard euro hiervan worden ingezet. Tabel 2.2.1 geeft het overzicht.

Tabel 2.2.1 Coronagerelateerde uitgaven 2020-2022 (bedragen in miljoenen euro)

Begroting

2020

2021

2022

Koninkrijksrelaties en BES fonds

50

56

Buitenlandse Zaken

7

18

Justitie en Veiligheid

137

199

1

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

46

213

23

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

715

4.288

3.674

Nationaal Programma Onderwijs

3.169

3.636

Diversen

715

1.119

38

Financiën en Nationale Schuld

298

561

249

Defensie

43

28

7

Infrastructuur en Waterstaat

803

2.340

112

Beschikbaarheidsvergoeding OV

800

2.001

112

Diversen

3

339

Economische Zaken en Klimaat

2.507

8.121

832

TVL/TOGS

1.957

7.200

540

Diversen

550

921

292

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

245

254

1

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

16.541

8.490

2.926

NOW

13.219

7.701

2.650

TOZO

2.728

857

TOZO afrekening 2020

 

‒ 710

 

Diversen

594

643

276

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

5.557

12.614

2.153

Testcapaciteit RIVM en GGD

929

5.472

753

GGD'en en veiligheidsregio's

477

2.558

411

Vaccin ontwikkeling en medicatie

123

1.985

622

Zorgbonus

2.001

1.024

12

Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

1.810

7

51

Diversen

216

1.569

305

Gemeentefonds

848

1.034

103

Reserveringen Aanvullende post

1.176

1.285

Nationaal Programma Onderwijs

343

Diversen

1.176

943

Totaal EMU-relevante uitgaven

27.795

39.393

11.367

Bron: ministerie van Financiën

2.2.2 Budgettaire maatregelen kabinet

Het kabinet heeft de afgelopen regeerperiode belangrijke besluiten genomen op het vlak van klimaat. Het kabinet heeft samen met maatschappelijke partners het Klimaatakkoord gesloten. Ook is de Klimaatwet aangenomen. Uit het Klimaatakkoord vloeit onder andere voort dat er een CO2-heffing is ingevoerd voor de industrie. Daarnaast is het wetsvoorstel aangenomen om per 2030 te stoppen met het opwekken van elektriciteit door middel van kolen. Ook is de Hemwegcentrale reeds gesloten, waarbij het kabinet oog heeft voor de toekomst van het personeel van de centrale. Het kabinet heeft bij deze besluiten rekening gehouden met het feit dat de energietransitie haalbaar en betaalbaar moet zijn. Ook houdt het kabinet in de gaten in hoeverre het speelveld voor bedrijven gelijk blijft ten opzichte van het buitenland. Dit moet voorkomen dat de uitstoot zich verplaatst naar het buitenland. Om de doelstellingen uit het Parijsakkoord in zicht te houden en om te zorgen voor een gelijker speelveld, heeft het kabinet er in Europees verband (met succes) voor gepleit dat het Europese CO2-reductiedoel wordt opgehoogd naar 55 procent. Uitstoot houdt immers niet op bij de grens en het klimaatprobleem is een mondiaal probleem. In dat kader heeft de Europese Commissie recentelijk het voorstel voor de Green Deal gepresenteerd.

Het kabinet investeert in totaal ruim 6,8 miljard euro extra in klimaatmaatregelen, bovenop het bestaande klimaatbeleid. Dit pakket is erop gericht om uitvoering te geven aan het Urgenda-vonnis, beoogt extra emissiereductie te realiseren en om te werken aan de energie-infrastructuur van de toekomst. Het kabinet is zich ervan bewust dat het Nederlandse klimaatbeleid de komende jaren verder moet worden aangescherpt. De maatregelen die het kabinet nu neemt, leveren hieraan een belangrijke bijdrage. Voor het volgende kabinet is het van belang om in aanvulling hierop een evenwichtig en integraal pakket samen te stellen. Dit moet een combinatie van normerend, beprijzend en subsidiërend beleid zijn om Nederland op koers te brengen om de doelen 2030 en 2050 te halen. Paragraaf 3.7 gaat hier verder op in met een schets van de opgave die hier voor het Nederlandse klimaatbeleid ligt.

Het grootste deel van de extra middelen die het kabinet reserveert, gaat naar een ophoging van de SDE++ in 2022. Dit draagt bij aan emissiereductie in 2030. Hiervoor reserveert het kabinet in totaal 3 miljard euro, die over meerdere jaren tot uitbetaling komt. Hoewel SDE-middelen doorgaans worden opgebracht via de Opslag Duurzame Energie, wordt de ophoging nu betaald uit de algemene middelen, zodat er door deze maatregel geen lastenverzwaring via de energierekening plaatsvindt. Het doel van de ophoging van de SDE++-regeling is om met meerdere technologieën bij te dragen aan de verduurzaming van onder andere de gebouwde omgeving, mobiliteit, glastuinbouw en industrie.

Het plafond voor CCS binnen de SDE++ wordt met maximaal 2,5 Mton verhoogd. Het plafond wordt daarbij zo vastgesteld dat er substantiële middelen beschikbaar blijven voor andere technologieën, waaronder warmte (afhankelijk van de toekenning van het budget in de komende openstelling). Het plafond van 35 TWh voor hernieuwbare elektriciteit blijft ongewijzigd. Na de openstelling van de SDE++ in 2022 is beoogd een effectieve stimulering van de verschillende technologieën te borgen. De komende periode wordt nader uitgewerkt hoe dat het meest effectief kan, zonder dat er technieken worden uitgesloten. Daarbij wordt de komende periode een systeem met minimale afbakening tussen (groepen van) technologieën uitgewerkt en zo snel mogelijk geïntroduceerd. Vanwege de benodigde wijzigingen in de regelgeving wordt het aangepaste systeem vanaf 2023 opengesteld voor aanvragen.

Het kabinet trekt 1,3 miljard euro uit voor subsidies voor infrastructuurprojecten op het terrein van waterstof en warmte. Hiervoor is een bijdrage van de overheid nodig en wordt op korte termijn een investeringsbesluit verwacht. Het kabinet reserveert 223 miljoen euro om te verzekeren dat de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid op tempo blijft. Dit is bedoeld voor de uitvoeringskosten van klimaatbeleid voor decentrale overheden in 2022 en onderzoek naar nieuwe gebieden voor wind op zee.

Het kabinet investeert 1,5 miljard euro in verduurzaming van de gebouwde omgeving en in uitbreiding en verbreding van de energiebesparingsplicht. Het kabinet zal onder andere de energiebesparingsplicht uitbereiden naar ETS-sectoren. Ook worden de fiscale voordelen voor ondernemers uitgebereid om in milieuvriendelijke technieken te investeren, door de steunpercentages in MIA/VAMIL op te hogen en tijdelijk extra budget beschikbaar te stellen voor de periode 2022-2024. Het kabinet neemt ook maatregelen voor de versnelde verduurzaming van koop- en huurwoningen en maatschappelijk vastgoed. Het kabinet reserveert daarnaast 600 miljoen euro extra voor het stimuleren van nulemissievoertuigen (zie paragraaf 2.2.4). Tenslotte zet het kabinet nog 203 miljoen euro in voor een aantal maatregelen die op korte termijn de uitstoot van broeikasgassen reduceren. Dit bedrag komt ten goede aan de uitrol van walstroom voor zeeschepen en havens, ophoging van de subsidieregeling circulaire ketenprojecten en de maatwerksubsidie CO2-levering glastuinbouw.

Het kabinet stelt 100 miljoen euro per jaar beschikbaar voor 10 jaar om extra woningbouw te stimuleren. Dit komt incidenteel beschikbaar voor additionele woningbouw voor een periode van 10 jaar, niet voor de versnelling van al bestaande projecten. Deze middelen worden op de aanvullende post gezet. Het doel is dit bedrag zo effectief mogelijk in te zetten, op basis van de meest recente onderzoeken.

Het kabinet investeert in de rechtsstaat, door de bestrijding van ondermijnende criminaliteit en een goede toegang tot het recht. Om een stabiele en vitale rechtsstaat te blijven waarborgen zijn vergaande investeringen nodig. Allereerst is het dringend vereist dat de georganiseerde ondermijnende criminaliteit verder wordt teruggedrongen, na de extra inspanningen van de afgelopen jaren. De schokkende moordaanslag van afgelopen zomer staat niet op zichzelf. Deze staat in een lijn van gewelddadige, georganiseerde misdaad, die een langjarige stevige aanpak blijft vereisen, waarbij verdere intensivering geen uitstel duldt. In dat licht heeft het kabinet besloten om in 2022 554 miljoen euro te besteden. Enerzijds is dit voor de terugdringing van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Anderzijds is dit nodig voor de bescherming en beveiliging van iedereen die zich beter beschermd moet weten in het werk tegen ondermijning. Terugdringing en beheersing van ondermijning vergen een inzet op meerdere sporen, uiteenlopend van zichtbaar formeel gezag in de wijk tot regionale versterkingsprojecten en aanpak van criminele geldstromen. Daarnaast worden ondertussen in 2022 de vergoedingen van de sociale advocatuur verhoogd. Dit moet zorgen voor een laagdrempelige toegang tot het recht. Het doel is dat de vergoeding beter past bij de daadwerkelijke tijdsbesteding van de advocaat. Hiermee wordt gewaarborgd dat voldoende sociale advocaten actief blijven binnen het stelsel van rechtsbijstand. Dit is in lijn met de motie Klaver/Ploumen38 en het rapport van de Commissie Van der Meer.39 Met de stelselvernieuwing van de rechtsbijstand wordt ingezet op snellere en meer laagdrempelige oplossingen voor mensen met problemen. De verwachting is dat het beroep op de rechtsbijstand hierdoor in de toekomst enigszins afneemt. Daarnaast zet het kabinet in op een grotere (financiële) tegenprestatie van commerciële advocatenkantoren, bijvoorbeeld op het gebied van pro bono en pro deo werk. Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat met ingang van 2025 een lager structureel bedrag van 64 miljoen euro per jaar benodigd is voor een goede toegang tot het recht.

Het kabinet investeert structureel in de zorg voor veteranen en geoefendheid van militairen. Dit doet het door aanvullende middelen beschikbaar te stellen voor het Nationaal Fonds Ereschuld voor veteranen die als gevolg van missies fysieke of mentale schade hebben opgelopen. Daarnaast stelt het kabinet extra middelen beschikbaar voor munitie, opleiding en training van militairen. Hiermee investeert dit kabinet in een toename van de gereedheid van Defensie.

Het kabinet heeft nog aanvullende besluiten genomen ten aanzien van de lasten voor ondernemers, burgers en woningcorporaties. Het kabinet heeft besloten 1 miljard euro van de middelen die initieel waren gereserveerd voor de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) te gebruiken voor het verlichten van de werkgeverslasten. Het overige deel van de verlichting van de werkgeverslasten (0,8 miljard euro) heeft het kabinet op een andere manier ingezet. Zo verlaagt het kabinet structureel de lasten voor sociale minima, eenverdieners en gezinnen met 226 miljoen euro. Ook stelt het kabinet vanaf 2022 structureel geld beschikbaar om de verhuurderheffing met 30 miljoen euro te verlagen.40 Daarnaast wordt een nieuwe vrijstelling van de overdrachtsbelasting geïntroduceerd voor terugverkrijgingen van woningen in het kader van Verkoop onder Voorwaarden (Vov).41 In bijlage 3 van de Miljoenennota staat de volledige lijst aan maatregelen met budgettaire gevolgen voor het inkomstenkader.

2.2.3 Budgettaire doorwerking reeds genomen kabinetsmaatregelen

Het kabinet streeft ernaar alle uitgestelde zorgbehandelingen in te halen in 2021, met een mogelijke uitloop naar de eerste maanden van 2022. Deze inhaalslag zal de komende periode hand in hand moeten gaan met het fysieke en mentale herstel van de zorgmedewerkers, op wie de coronacrisis een behoorlijke wissel heeft getrokken. Om patiënten met aanhoudende klachten na een covid-besmetting te ondersteunen is vanaf oktober 2020 C-support gestart, een steun- en adviespunt gericht op nazorg. In het Kader Passende Inhaalzorg42 zijn de acties, rollen en verantwoordelijkheden en randvoorwaarden beschreven die ervoor moeten zorgen dat patiënten zo snel als mogelijk geholpen worden. Het kabinet heeft financiële afspraken gemaakt met de verschillende zorgpartijen om ruimte te geven voor passende inhaalzorg.

Het Nationaal Programma Onderwijs herstelt zoveel mogelijk coronagerelateerde vertragingen. De maatregelen en middelen van het NPO stellen scholen en instellingen in staat om achterstanden weg te werken en het mentaal welzijn van leerlingen en studenten te verbeteren. Door het NPO kunnen scholen en instellingen hun eigen programma’s uitvoeren, gericht op de behoeften van hun leerlingen en studenten. Hierbij kiezen zij uit effectieve interventies. Ook zijn er middelen uitgetrokken om de stage- en leerbaankansen van studenten in het mbo en hoger onderwijs te bevorderen. Ook gemeenten hebben in aanvulling op de schoolprogramma’s eigen maatregelen genomen, die ze in 2022 voortzetten. Er is extra aandacht voor de overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs. Zo kunnen subsidie aanvragen om brede brugklassen te vormen of een capaciteitentoets uit te voeren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De inzet van het NPO is weliswaar gericht op het inlopen van vertragingen in het leer- en ontwikkelingsproces van leerlingen, die zijn ontstaan door de coronacrisis, maar kan een duurzaam effect op de onderwijskwaliteit hebben. Daarvoor is het nodig dat de aangelegde infrastructuur voor kennisdeling meer structureel wordt. In een landelijk kenniscentrum kan wetenschappelijke kennis over de onderwijspraktijk (ook over sectoren heen) worden gebundeld en geordend, zodat deze bruikbaar is voor lerarenteams en scholen. Ook doen de scholen ervaring op met het gebruik van effectieve interventies. Die kan na de looptijd van het programma van grote meerwaarde zijn.

Door in te zetten op betere ventilatie en goede huisvesting van scholen zorgt het kabinet voor een gezonde leer- en werkomgeving. Hoewel nog onbekend is in welke mate adequate ventilatie helpt om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, helpen ventileren en luchten in algemene zin om luchtweginfecties te beperken. Bovendien blijkt uit (wetenschappelijk) onderzoek dat leerlingen beter presteren in een omgeving met gezonde lucht. Uit een inventarisatie blijkt dat nog niet alle schoolgebouwen voldoen aan de wettelijke normen voor ventilatie.43 Daarom heeft het kabinet eerder 100 miljoen euro beschikbaar gesteld en haalt het nog eens 100 miljoen euro uit 2023 naar voren om met de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUViS) scholen te helpen de ventilatie op orde te krijgen.44 Hiermee kunnen schoolbesturen en gemeenten het ventilatiesysteem aanpassen. Er wordt ook een vervolgregeling gemaakt voor de jaren 2022 en 2023. Die wordt gebaseerd op de ervaringen met de SUViS en de uitkomsten van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Onderwijshuisvesting (2020).45 Hiervoor is 160 miljoen euro beschikbaar. Het kabinet werkt ook aan het optimaliseren van de bestaande wetgeving voor huisvesting.46 In de dit najaar verwachte beleidsreactie gaat het kabinet nader in op de aanbevelingen uit het IBO.

Het kabinet zorgt voor begeleiding naar nieuw werk en stimuleert scholing en ontwikkeling. Gemeenten, UWV en sociale partners hebben extra geld gekregen om meer begeleiding te kunnen geven. In het aanvullend sociaal pakket zijn ook middelen beschikbaar gesteld met als doel dat werkzoekenden zich kunnen heroriënteren en hun competenties kunnen aanpassen en/of uitbreiden. Hiermee worden mensen ondersteund richting nieuw werk. De subsidieregeling ‘NL leert door’ maakt het mogelijk voor werkenden, werkzoekenden en zelfstandigen om kosteloos een ontwikkeladviestraject te volgen bij een loopbaanadviseur. In totaal hebben loopbaanadviseurs 72 duizend ontwikkeladviestrajecten geregistreerd. Op dit moment is er voor ruim 45 duizend afgeronde trajecten subsidie aangevraagd, wat neerkomt op ongeveer 32 miljoen euro.

Het kabinet ondersteunt jongeren op zoek naar werk. Met de Aanpak Jeugdwerkloosheid zetten gemeenten, scholen en andere partners zich in om jongeren te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk. De centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s hebben extra geld gekregen voor nazorg en ondersteuning naar werk van schoolverlaters uit het mbo van afgelopen jaar, die een grote kans op werkloosheid hebben. Ook is subsidie verstrekt aan 54 mbo-instellingen om deze groep te ondersteunen. Met deze middelen verwachten de scholen aan 28.604 studenten extra begeleiding te bieden en aan 16.115 schoolverlaters nazorg te leveren. Het kabinet heeft ook aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor het ondersteunen van jongeren uit het praktijkonderwijs en voortgezet special onderwijs en voor voortijdige schoolverlaters. Ook centrumgemeenten hebben extra geld ontvangen voor ondersteuning van voortijdige schoolverlaters.

Het kabinet ondersteunt de continuering van het openbaar vervoer. Aan openbaar vervoerbedrijven is tot nu toe voor bijna 2 miljard euro toegekend aan ov-beschikbaarheidsvergoeding, zodat de vervoerders ondanks de teruggelopen reizigersaantallen kunnen blijven rijden volgens een dienstregeling.

In de vorige kabinetsperiode is besloten de gaswinning in Groningen zo snel als mogelijk af te bouwen. Vanaf medio 2022 is er in een gemiddeld jaar geen gas uit het Groningenveld meer nodig. Het veld blijft daarna tijdelijk, en alleen voor uitzonderlijke situaties, beschikbaar als reservemiddel om de leveringszekerheid te waarborgen. Ook na het beëindigen van de gaswinning uit het Groningenveld blijft het van onverminderd belang om recht te doen aan de Groningers die getroffen zijn door de aardbevingen. De schade moet zo snel mogelijk worden vergoed en onveilige huizen moeten worden versterkt, zodat Groningers weer veilig kunnen wonen. In de Voorjaarsnota 2021 is tot en met 2027 een bedrag van 8,8 miljard euro geraamd voor de uitgaven aan schadeherstel, versterking en uitvoeringskosten. Deze kosten worden grotendeels doorbelast aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Daarnaast heeft het kabinet, in aanvulling op de 1,2 miljard euro voor het Nationaal Programma Groningen, 1,5 miljard euro beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het Bestuursakkoord Groningen. Hiermee kunnen het Rijk en de regio de inwoners van Groningen beter tegemoetkomen en de versterkingsoperatie versnellen en beheersbaar maken. In totaal is daarmee voor Groningen ruim 11 miljard euro aan uitgaven geraamd. Zie bijlage 20.2 voor de uitgaven aan schadeherstel, versterking en uitvoeringskosten.

De jeugdzorg moet worden hervormd voor de houdbaarheid van de gemeentefinanciën. Sinds 2015 is het stelsel voor de jeugdzorg flink gewijzigd. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor goede zorg voor de jeugd. Deze transformatie van de jeugdzorg is nog onvoldoende gerealiseerd en het huidige stelsel is door sterk stijgende uitgaven en oplopende wachtlijsten onhoudbaar. Alle kinderen, jongeren en gezinnen verdienen het om op tijd passende hulp te krijgen wanneer zij die nodig hebben. Het kabinet stelt naar aanleiding van de uitspraak van de Commissie van Wijzen voor de jeugdzorg in 2022 1,3 miljard euro extra beschikbaar aan gemeenten. De oplossing voor de lange termijn is echter niet alleen een kwestie van geld, er zijn ook maatregelen nodig. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel, zoals een betere afbakening van de jeugdhulpplicht en doelmatigere inkoop en organisatie van de zorg. Hiertoe bereiden het Rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) samen met zorgorganisaties, cliëntenorganisaties en professionals een Hervormingsagenda voor.

Het kabinet investeert met het Nationaal Groeifonds in het Nederland van morgen. Het Nationaal Groeifonds (NGF) is opgericht om bij te dragen aan de welvaart van toekomstige generaties. Dat gebeurt door te investeren in kennisontwikkeling, R&D en innovatie en infrastructuur. Het kabinet heeft in april bekendgemaakt welke eerste projecten geld ontvangen uit het NGF. In totaal gaat het om 646 miljoen euro aan toekenningen en voorwaardelijke toekenningen. Zo wordt er bijvoorbeeld geld geïnvesteerd in de toepassing van kunstmatige intelligentie om maatschappelijke problemen op te lossen. Verder wordt onder andere geld gestoken in de ontwikkeling van regeneratieve geneeskunde en in onderzoek naar kwantumtechnologie. Ook is 3,5 miljard euro gereserveerd voor kansrijke projecten die verdere uitwerking behoeven, waaronder 2,5 miljard voor de gedeeltelijke financiering (50 procent) van twee infrastructuurprojecten. In het najaar gaat de beoordeling van start van voorstellen die worden ingediend voor de tweede investeringsronde. Voor de gehele looptijd van het fonds (tot en met 2025) stelt het kabinet in totaal 20 miljard beschikbaar om te investeren in onze structurele economische groei. Verplichtingenruimte die in 2021 niet is benut, schuift door naar 2022. Daarom is er 7,3 miljard euro aan verplichtingenbudget opgenomen in de begroting voor 2022. De hoogte van de daadwerkelijke toekenning hangt af van het advies van de onafhankelijke adviescommissie.

Het afgelopen jaar heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld voor mensen die gedupeerd zijn door de problemen met de toeslagen. Het doel hiervan is het herstellen van wat er in het verleden is fout gegaan en de gedupeerde ouders zo goed mogelijk helpen. Wat hun is aangedaan, had nooit mogen gebeuren. Het kabinet wil hen compenseren, alle hulp bieden die realistisch gezien beschikbaar is en hen op weg helpen om deze ingrijpende periode voor zover mogelijk af te sluiten en een nieuwe start te maken. Ook de komende periode zet het kabinet zich hiervoor in. In de Kamerbrief bij de 7e voortgangsrapportage Kinderopvangtoeslag47 heeft het kabinet oplossingsrichtingen gedeeld voor gedupeerden waarin (nog) geen aanpak was voorzien: kinderen, ex-partners van gedupeerde ouders en gedupeerden van vergelijkbare fouten bij andere toeslagen. Daarbij is ook aangegeven dat het kabinet zal werken aan een herijking van de aanpak en de programma-en apparaatskosten. Op de Aanvullende Post van deze Miljoenennota is daarom, in afwachting van besluitvorming hierover, een aanvullende reservering van 2,2 miljard euro opgenomen. Deze is nodig voor de financiering van de nieuwe compensatie-onderdelen en voor de gedupeerden. Het aantal gedupeerden dat zich meldt is namelijk groter dan eerder werd verwacht. Hiermee komt het totaal geraamde bedrag voor herstel toeslagengedupeerden op 5,2 miljard euro. In bijlage 20.1 staat een uitsplitsing van de ramingen per regeling. Hiernaast is naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)48 structureel 0,8 miljard euro extra beschikbaar gesteld voor verbetering van de informatiehuishouding en de dienstverlening rijksbreed. De uitvoering is het gezicht van de overheid naar de burger. Een goed functionerende uitvoering is van groot belang voor het vertrouwen van de burger in de overheid.

Informatie dient duurzaam toegankelijk, vindbaar, juist en volledig bewaard te worden. Het kabinet wil een overheid waar de basis van de informatiehuishouding op orde is. Daarnaast wordt meer informatie actief openbaar gemaakt richting het parlement. In de dienstverlening van de overheid aan de burger zijn ook verbeteringen nodig. De burger dient makkelijk (laagdrempelig) contact te kunnen zoeken met de overheid, zowel fysiek als digitaal. De rapporten van de POK, de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties en Werk aan Uitvoering wijzen in dezelfde richting: structurele verbeteringen binnen de overheid zijn noodzakelijk om passende dienstverlening aan burgers en bedrijven te bieden. Daarvoor is een meerjarige Werkagenda voor de publieke dienstverlening49 geformuleerd door het demissionaire kabinet, uitvoeringsorganisaties, gemeenten en provincies. Deze partijen richten zich de komende jaren gezamenlijk op het oplossen van grote vraagstukken als overheidsbrede dienstverlening, maatwerk en digitalisering, doenlijke en uitvoerbare wet- en regelgeving en het samenspel tussen politiek, beleid en uitvoering. De ambities zijn niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Er wordt ingezet op duurzame verbetering van het overheidshandelen in de volle breedte, met een horizon van tien jaar. Daarvoor zijn investeringen nodig. Met de structurele middelen vanuit POK is deels invulling gegeven aan de handelingsperspectieven die voortkwamen uit Werk aan Uitvoering. Het is aan het volgende kabinet om aanvullende financiële middelen beschikbaar te stellen voor de overige handelingsperspectieven van Werk aan Uitvoering.

Dit kabinet heeft verschillende maatregelen genomen om knelpunten in het toeslagenstelsel op te lossen. Er blijft echter ruimte voor verdere verbeteringen (zie paragraaf 3.3). Het rapport van de POK laat zien hoe belangrijk het is om niet alleen te werken aan een stelselherziening die in de toekomst verlichting geeft, maar in de tussentijd al zoveel mogelijk knelpunten aan te pakken. Als reactie op de motie Lodders/Van Weyenberg50 heeft het kabinet dit jaar korte termijnverbeteringen in het huidige toeslagenstelsel geïnventariseerd om schrijnende situaties en terugvorderingen te voorkomen.51 De verbetervoorstellen waarvan de uitvoeringstechnische, juridische consequenties en budgettaire gevolgen beperkt zijn worden nog door dit demissionaire kabinet uitgevoerd. De uitwerking van de motie Lodders/Van Weyenberg ligt in het verlengde van een al langer lopend traject om het huidige toeslagenstelsel te verbeteren. De afgelopen jaren zijn meerdere maatregelen genomen om de menselijke maat in het toeslagensysteem te vergroten en de positie van de toeslaggerechtigde te versterken, bijvoorbeeld door hardheden uit het stelsel te halen (zoals met de op 1 juli 2020 aangenomen Wet hardheidsaanpassing Awir).

2.2.4 Samenvatting maatregelen Belastingplan 2022

Het kabinet introduceert in de loonbelasting een gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten. De verwachting is dat ook na versoepeling van de maatregelen als gevolg van covid-19 weliswaar een grote groep werknemers weer deels op kantoor gaat werken, maar dat er ook een substantieel deel van de werknemers nog steeds een deel van de week thuis zal werken. Veel werkgevers hebben aangegeven een vergoeding aan de werknemer te willen geven voor de extra kosten verbonden aan het thuiswerken. Met de introductie van een zogenoemde gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling voor de vergoeding van bepaalde thuiswerkkosten, maakt het kabinet het mogelijk dat deze vergoeding vrij van loonheffingen door de werkgever kan worden toegekend. Tegenover de kosten van de invoering van een gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten, staat een daling van de kosten van de gerichte vrijstelling voor reiskosten.

Het kabinet reserveert extra middelen voor het stimuleren van emissievrije personenauto’s en bestelauto’s en richt de stimulering meer op de verkoop in de particuliere markt. In de periode 2022 tot en met 2025 worden naar verwachting circa 77 duizend emissievrije personenauto’s meer verkocht dan verwacht in het Klimaatakkoord. Hierdoor komen de budgettaire kosten naar verwachting over deze periode in totaal 572 miljoen euro hoger uit dan ten tijde van het Klimaatakkoord was voorzien. Met ingang van 1 januari 2022 wordt daarom de cap in de bijtelling (de catalogusprijs waarover de maximale korting op de bijtelling voor emissievrije personenauto’s van toepassing is) in twee stappen verlaagd. Door het verlagen van de cap wordt de vraag in de zakelijke markt meer gestuurd naar goedkopere emissievrije automodellen uit de lagere marktsegmenten. Dit verbetert de aansluiting op de (particuliere) tweedehands markt. De budgettaire opbrengst van 330 miljoen euro wordt gebruikt om een deel van de meerkosten van de EV-ingroei (572 miljoen euro) te dekken. Tegelijkertijd is de klimaatopgave urgent en deelt het kabinet het belang van de transitie naar elektrisch rijden. Het kabinet reserveert daarom 600 miljoen euro extra om het resterend deel van de hogere kosten van de EV-stimulering te dekken (242 miljoen euro) en om de subsidiebudgetten voor de subsidieregeling emissievrije bestelauto’s (SEBA) en de subsidieregeling voor particuliere emissievrije personenauto’s (SEPP) te verhogen. De precieze invulling van de hoogte van de subsidiebedragen zal het kabinet in de komende periode uitwerken.

Het kabinet heeft besloten om de huren in de sociale sector te bevriezen.52 Dit betekent dat in 2021 geen huurverhoging mag worden toegepast. Daarom heeft het kabinet aangegeven dat woningcorporaties en grotere particuliere verhuurders tegemoetgekomen worden via een tariefsverlaging van de verhuurderheffing.53 Een tariefsverlaging beperkt de lasten van verhuurders die belastingplichtig zijn voor de verhuurderheffing. Op deze manier blijven de kasstroom en het vermogen, en daarmee de investeringscapaciteit, van de sector voor de korte en voor de lange termijn op peil. Deze tariefsverlaging wordt met dit wetsvoorstel geregeld. Concreet betekent dit dat de verhuurderheffing structureel met 150 miljoen euro54 wordt verlaagd per 1 januari 2022.

Tot slot beperkt het kabinet naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie het verrekenen van dividendbelasting en kansspelbelasting. Dit geldt voor vennootschappen die in Nederland (fiscaal) zijn gevestigd. Deze maatregel voorkomt een structurele derving van 20 miljoen euro per jaar.

38

Kamerstukken II, 2020-2021, 28 362, nr. 44.

39

Kamerstukken II, 2017-2018, 31 753, nr. 142.

40

Het kabinet voert hiermee de motie Grinwis/Van Dijk uit. Zie Kamerstukken II, 2020-2021, 35 850, nr. 10.

41

Om een woning beter betaalbaar te maken voor kopers, verleent een verkoper soms korting. In ruil voor de korting wordt de waardeontwikkeling gedeeld bij toekomstige verkoop. Dit heet Verkoop onder Voorwaarden.

43

Inventarisatie van het Landelijke Coördinatieteam Ventilatie op Scholen.

44

Kamerstukken II, 2020-2021, 25 295, nr. 1368.

47

Kamerstukken II, 2020/21, 35 510, nr. 59.

48

Kamerstukken II, 2020/21, 35 510, nr. 4.

49

Kamerstukken II, 2020/21, 29 362, nr. 295.

50

Kamerstukken II, 2020/21, 35 572, nr. 49.

51

Reactie op motie Lodders/Van Weyenberg, Kamerstukken 2020-2021, 35572 nr. 49.

52

Dit naar aanleiding van motie Beckerman c.s. Zie Kamerstukken II 2020/21, 35 488, nrs. 13 en 17.

53

Kamerstukken II 2020/21, 27 926, nr. 338.

54

In totaal met de hierboven genoemde 30 miljoen euro als gevolg van het opvolgen van de motie Grinwis/Van Dijk wordt de verlaging dus 180 miljoen euro.

Licence