Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4 DE BELASTING - EN PREMIEONTVANGSTEN

4.1 Inleiding

Deze bijlage bevat een toelichting op de raming van de belasting- en premieontvangsten van het Rijk en de Sociale fondsen. Om inzicht te geven in de ontwikkeling van het totale ontvangstenbeeld worden de belastingen- en premieontvangsten gezamenlijk gepresenteerd.

Net als in hoofdstuk 2 van deze Miljoenennota wordt de ontwikkeling van de verschillende belastingsoorten op EMU-basis toegelicht. Vanzelfsprekend zijn voor het EMU-saldo de belastingen en premies volksverzekeringen op EMU-basis2 relevant. Daarnaast worden in overeenstemming met de Comptabiliteitswet de belastingontvangsten op kasbasis getoond in de tabel aan het einde van deze bijlage. In deze tabel wordt tevens de aansluiting van de ontvangsten op kasbasis naar EMU-basis gemaakt.

De ramingen voor de premieontvangsten komen overeen met de ramingen in de begrotingen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Begroting XV) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Begroting XVI). In de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een nadere toelichting opgenomen van de ramingen voor de WLZ en de ZVW. De overige fondsen worden toegelicht in de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In paragraaf 4.2 wordt de raming van de totale belastingen, premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen weergegeven. De ontwikkeling in 2021 en 2022 ten opzichte van het jaar ervoor wordt op hoofdlijnen besproken. Vervolgens worden in paragraaf 4.3 de ramingen van de belasting- en premieontvangsten van 2021 (de Vermoedelijke Uitkomsten) vergeleken met de stand van de Miljoenennota 2021, waarbij de belangrijkste ramingsbijstellingen worden toegelicht. Paragraaf 4.4 bevat vervolgens een toelichting op de raming van 2022 (de Ontwerpbegroting), onderverdeeld naar endogene ontwikkeling en beleidsmaatregelen. Paragraaf 4.5 gaat over de bijstellingen van het ramingsmodel (‘expert opinion’). Paragraaf 4.6 presenteert de meerjarige ontvangstenraming tot en met 2025. Tot slot geeft paragraaf 4.7 een gedetailleerd overzicht van de raming van de belastingen en premieontvangsten voor 2021 en 2022 op EMU-basis en op kasbasis. Voor een verdere toelichting op de raming van de belastingen wordt verwezen naar bijlage 5 van deze Miljoenennota.

4.2 Ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2021 en 2022

Het Rijk realiseert in 2021 naar verwachting in totaal 13,2 miljard euro meer belasting- en premieontvangsten dan in 2020. Dit is te zien in tabel 4.2.1. Deze tabel is op EMU-basis en bevat dus ook uitgestelde belasting die betrekking heeft op 2021, maar pas in latere jaren binnenkomt. In bijlage 5 van deze Miljoenennota wordt de raming van het uitstel toegelicht. De toename komt voor 9,1 miljard euro door de positieve endogene ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten. De endogene ontwikkeling hangt samen met de economische ontwikkelingen, zoals (het herstel na) de coronacrisis. Het economische herstel wordt zichtbaar in de ontwikkeling van de waarde van het bbp (6,2% in 2021). Daarnaast leiden beleidsmaatregelen – zowel van voor als van tijdens de coronacrisis - in totaal tot 4,1 miljard euro hogere belasting- en premieontvangsten vergeleken met 2020. Dit betreft vooral de doorwerking van de maatregel in de vennootschapsbelasting (vpb) uit 2020 waarmee bedrijven een fiscale coronareserve konden opnemen. Deze maatregel leidde in 2020 tot een daling van de verwachte vpb-opbrengsten en in 2021 juist tot een stijging daarvan. Dit vertaalt zich voor 2021 in een toename van de inkomsten als gevolg van beleidsmaatregelen.

Tabel 4.2.1 Ontwikkeling inkomsten op EMU-basis 2020-2022 (in miljoenen euro's)
 

2020

2021

2022

Belastingen en premies volksverzekeringen op EMU-basis

231,0

242,2

261,0

waarvan belastingen

194,3

202,5

222,8

waarvan premies volksverzekeringen

36,7

39,7

38,2

Premies Werknemersverzekeringen

69,6

71,6

73,1

Totaal

300,6

313,8

334,1

Mutatie

 

13,2

20,4

waarvan endogene groei

 

9,1

13,2

waarvan beleidsmaatregelen

 

4,1

7,2

    

Endogene mutatie (in %)

 

3,0%

4,2%

Waardeontwikkeling BBP (in %)

 

6,2%

5,3%

In 2022 groeien de belasting- en premieontvangsten met 20,4 miljard euro. De beleidsmatige mutatie is 7,2 miljard euro opwaarts. Deze mutatie wordt verklaard door het eenmalige, boekhoudkundige effect van de omvorming van ProRail tot zbo. Dit effect en de overige beleidsmatige mutaties in 2022 worden nader toegelicht in paragraaf 4.4.2. De economische ontwikkelingen hebben in 2022 een sterk opwaarts effect op de belasting- en premieontvangsten met 13,2 miljard euro. Deze groei is zichtbaar over de volle breedte van het belastingstelsel, vooral in de loon- en inkomensheffing, omzetbelasting, vennootschapsbelasting en dividendbelasting.

4.3 De belasting- en premieontvangsten in 2021

In tabel 4.3.1 wordt de nieuwe raming voor 2021 vergeleken met de stand van de Miljoenennota 2021. De nieuwe raming voor 2021 is gebaseerd op het macro-economisch beeld conform de MEV 2022 van het CPB en de gerealiseerde belasting- en premieontvangsten tot en met juli 2021. Ten opzichte van de Miljoenennota 2021 is de raming van de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis per saldo 20,7 miljard euro opwaarts bijgesteld. Dat hangt in belangrijke mate samen met de doorwerking van de hoger dan verwachte belastingontvangsten in 2020, die de basis vormen van de raming voor 2021. Daarnaast is sprake van een beduidend positiever economisch beeld voor 2021 dan vorig jaar werd verwacht. Zo is de geraamde volumeontwikkeling van het bbp hoger dan bij de Miljoenennota 2021 (3,9% ten opzichte van 3,5%), terwijl er – door de gunstigere ontwikkelingen in 2020 - veel minder ruimte is voor inhaalgroei. Ook de werkloosheid is dit jaar met 3,4% fors lager dan vorig jaar verwacht (5,9%).

Tabel 4.3.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2021 op EMU-basis (in miljoenen euro's)
 

Miljoenennota 2021

Vermoedelijke uitkomsten 2021

Verschil

Indirecte belastingen

93.374

98.676

5.302

Invoerrechten

3.475

3.561

86

Omzetbelasting

58.440

62.913

4.473

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.471

1.665

194

Accijnzen

12.173

11.776

‒ 397

Overdrachtsbelasting

3.426

3.603

176

Assurantiebelasting

3.032

3.228

196

Motorrijtuigenbelasting

4.365

4.245

‒ 120

Belastingen op een milieugrondslag

4.355

4.647

292

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

274

277

3

Belasting op zware motorrijtuigen

204

211

7

Verhuurderheffing

1.468

1.880

411

Bankbelasting

690

672

‒ 18

    

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

127.291

143.214

15.922

Loon- en inkomensheffing

101.019

108.895

7.876

Dividendbelasting

4.067

4.170

104

Kansspelbelasting

525

250

‒ 275

Vennootschapsbelasting

19.737

27.451

7.714

Bronbelasting op rente en royalty's

0

0

0

Schenk- en erfbelasting

1.944

2.448

504

    

Overige belastingontvangsten

280

303

23

    

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

220.945

242.192

21.247

    

Premies werknemersverzekeringen

72.099

71.566

‒ 533

waarvan zorgpremies

45.174

46.269

1095

    

Totaal belasting- en premieontvangsten

293.044

313.758

20.714

De raming van de totale indirecte belastingen is met 5,3 miljard euro opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2021. De grootste bijdrage komt van de geraamde btw-ontvangsten (4,5 miljard euro). De nominale consumptie van huishoudens groeit jaar-op-jaar met 4,6%. De accijnzen zijn juist neerwaarts bijgesteld (-0,4 miljard euro). Dat hangt vooral samen met de accijnzen op minerale en lichte olie (voornamelijk benzine en diesel). Ook in 2021 is sprake van minder wegverkeer door bijvoorbeeld minder woon-werkverkeer.

De ontvangsten uit de directe belastingen en premies volksverzekeringen zijn voor 2021 met 15,9 miljard euro opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2021. De loon- en inkomensheffing leveren met 7,9 miljard euro de grootste bijdrage, als gevolg van een positievere ontwikkeling van de onderliggende economische grondslagen. Mede dankzij de steunpakketten is de werkgelegenheid op peil gebleven. De vpb is met 7,7 miljard euro ook fors opwaarts bijgesteld. Bedrijfswinsten zijn normaliter zeer conjunctureel gevoelig en daarom werd bij Miljoenennota 2021 een sterke daling van de opbrengst van de vpb voorzien. Die heeft zich in 2020 echter maar in beperkte mate voorgedaan, terwijl de vpb-inkomsten in 2021 juist weer toenemen. Hierbij spelen de successievelijke verlengingen van de economische steunpakketten een grote rol. De schenk- en erfbelasting neemt met 0,5 miljard euro toe. Dat hangt in belangrijke mate samen met een klein aantal zeer grote aangiften in 2021. Dit effect is dus deels incidenteel.

Ten slotte komt de raming voor de premies werknemersverzekeringen 0,5 miljard euro lager uit dan bij de Miljoenennota 2021. Hoewel de ontwikkeling van de arbeidsmarkt gunstiger is, dalen deze premies per saldo als gevolg van de beleidsmatige verlaging van de ww-premie.

De opwaartse bijstelling van de belasting- en premieontvangsten van 20,7 miljard euro had nog groter kunnen zijn. Ten opzichte van de Miljoenennota 2021 is namelijk een incidentele belastingontvangst van 7,1 miljard euro verschoven in de tijd. Dit betreft het effect van de omvorming van ProRail tot zbo, wat eenmalig tot een opbrengst van 4,5 miljard euro in de vpb, 2,0 miljard euro in de dividendbelasting en 0,7 miljard euro in de omzetbelasting leidt. Deze opbrengst is voornamelijk technisch van aard (omdat het gaat om een betaling van het Rijk aan het Rijk) en wordt nu verwacht in 2022 in plaats van 2021.

4.4 De belasting- en premieontvangsten in 2022

In figuur 4.4.1 zijn de geraamde belasting- en premieontvangsten voor 2022 opgenomen.

Figuur 4.4.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2022 op EMU-basis

Tabel 4.4.1 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de geraamde belasting- en premieontvangsten in 2022. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het effect van fiscale beleidsmaatregelen op de ontwikkeling van de ontvangsten van 2021 naar 2022 en de endogene ontwikkeling. Dat is de ontwikkeling van de ontvangsten die vooral samenhangt met macro-economische ontwikkelingen.

Tabel 4.4.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2022 op EMU-basis (in miljoenen euro)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2021

Maatregelen

Endogeen

Endogeen in %

2022

Indirecte belastingen

98.676

851

4.906

5,0%

104.433

Invoerrechten

3.561

0

188

5,3%

3.749

Omzetbelasting

62.913

1.349

3.230

5,1%

67.492

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.665

‒ 5

340

20,4%

2.000

Accijnzen

11.776

‒ 98

433

3,7%

12.111

Overdrachtsbelasting

3.603

11

685

19,0%

4.298

Assurantiebelasting

3.228

0

181

5,6%

3.409

Motorrijtuigenbelasting

4.245

‒ 52

47

1,1%

4.240

Belastingen op een milieugrondslag

4.647

19

64

1,4%

4.729

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

277

0

3

0,9%

280

Belasting op zware motorrijtuigen

211

0

7

3,1%

218

Verhuurderheffing

1.880

‒ 148

‒ 271

‒ 14,4%

1.460

Bankbelasting

672

‒ 225

0

0,0%

447

      

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

143.214

6.443

6.617

4,6%

156.274

Loon- en inkomensheffing

108.895

1.712

4.454

4,1%

115.061

Dividendbelasting

4.170

2.259

678

16,3%

7.107

Kansspelbelasting

250

0

259

103,5%

509

Vennootschapsbelasting

27.451

2.472

1.198

4,4%

31.121

Bronbelasting op rente en royalty's

0

0

0

0%

0

Schenk- en erfbelasting

2.448

0

28

1,2%

2.476

      

Overige belastingontvangsten

303

0

0

0,0%

303

      

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

242.192

7.294

11.523

4,8%

261.010

      

Premies werknemersverzekeringen

71.566

‒ 137

1671

2,3%

73.099

waarvan zorgpremies

46.269

‒ 1024

1123

2,4%

46.368

      

Totaal belasting- en premieontvangsten

313.758

7.157

13.194

4,2%

334.108

In 2022 bedragen de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis naar verwachting 334,1 miljard euro. Ten opzichte van de geraamde ontvangsten voor 2021 stijgen de ontvangsten in 2022 daarmee met 20,4 miljard euro. De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten in 2022 bedraagt 13,2 miljard euro (4,2 procent). Beleidsmaatregelen zorgen voor 7,2 miljard euro hogere ontvangsten in 2022 ten opzichte van het jaar daarvoor. Het gaat zowel om maatregelen die het kabinet met deze Miljoenennota voorstelt als om maatregelen waartoe dit kabinet en vorige kabinetten eerder hebben besloten. In de volgende paragrafen wordt nader op zowel de endogene als de beleidsmatige ontwikkeling ingegaan. In bijlage 5 van deze Miljoenennota staat een uitgebreidere toelichting op de ramingsmethodiek en wordt ingegaan op de ramingen op transactiebasis zoals opgesteld voor de grootste belastingsoorten.

4.4.1 Endogene ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2022

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten wordt toegelicht aan de hand van de relevante economische indicatoren zoals deze geraamd zijn in de Macro Economische Verkenning 2022. Voor 2022 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een waardeontwikkeling van het bbp van 5,3 procent. De endogene groei van de totale belasting- en premieontvangsten in 2022 blijft daar met 4,2 procent wat bij achter.

De endogene groei van de ontvangsten uit de indirecte belastingen in 2022 bedraagt 5,0 procent. Deze ontwikkeling wordt voor een groot deel bepaald door de btw-ontvangsten, verreweg de grootste post bij de indirecte belastingen. De btw-ontvangsten hangen vooral af van de consumptieve bestedingen, de investeringen in woningen en de overheidsinvesteringen. De waardeontwikkeling van de particuliere consumptie groeit in 2022 met 7,8 procent. De consumptie van duurzame goederen groeit in 2022 met 8,8 procent. De investeringen in woningen nemen met 7,6 procent toe, terwijl de overheidsinvesteringen stijgen met 0,9 procent. Daarmee komt de endogene ontwikkeling van de btw-ontvangsten naar verwachting uit op 5,1 procent in 2022. De endogene ontwikkeling van de ontvangsten uit de bpm komt uit op 20,4 procent in 2022. De bpm-ontvangsten hangen af van het aantal autoverkopen en de CO2-uitstoot daarvan. In 2021 blijven de autoverkopen nog achter ten opzichte van het niveau van voor de coronacrisis. De verwachting is dat de verkoop van auto’s in 2022 herstel zal vertonen. De ontvangsten uit de motorrijtuigenbelasting – waarvoor het gewicht van de in Nederland geregistreerde auto’s de grondslag vormt – nemen naar verwachting endogeen met 1,1 procent toe in 2022. De ontvangsten uit de overdrachtsbelasting komen in 2022 19,0 procent hoger uit. Het CPB verwacht dat zowel de transacties als de verkoopprijzen toenemen. De totale WOZ-waarde van sociale huurwoningen vormt de grondslag van de verhuurderheffing. In 2022 nemen de ontvangsten uit de verhuurderheffing naar verwachting met 14,4 procent af. Dit heeft te maken met verminderingen op de verhuurderheffing die van toepassing worden zodra projecten gerealiseerd zijn. Een groei van zowel het volume als de prijs van ingevoerde goederen zorgen voor een toename van de ontvangsten uit invoerrechten met 5,3 procent. De ontvangsten uit de accijnzen nemen 3,7% toe in 2022. De verwachting is dat vooral de accijnzen op lichte en minerale oliën herstellen na 2021, waarin minder woon-werkverkeer plaatsvond vanwege de coronacrisis.

De endogene ontwikkeling van de directe belastingen en de premies volksverzekeringen - de belastingen op inkomen en vermogen - bedraagt 4,6 procent in 2022. De qua omvang belangrijkste directe belastingsoort is de loon- en inkomensheffing.3 Voor de ontwikkeling van de ontvangsten uit deze belastingsoort zijn vooral de verwachte loonontwikkeling, de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de ontwikkeling van winsten van zelfstandigen van belang. De grondslag van de loon- en inkomensheffing wordt daarnaast ook beïnvloed door de omvang van de hypotheekrenteaftrek en pensioenpremies. De ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing stijgen in 2022 met 4,1 procent, wat lager is dan de groei van het nominale bbp. De contractloonstijging bedraagt 2,1% voor 2022 en het arbeidsvolume neemt met 0,4 procent licht toe. Bij de inkomensheffing leiden toenemende bedrijfswinsten van ondernemers in box 1 en de vermogenstoename in box 3 tot een opwaarts effect. De raming van de dividendbelasting laat een forse toename van 16,3 procent zien in 2022. Ondernemingen keren in 2021 minder dividend uit door lagere winsten en doordat bij het ontvangen van NOW-steun een verbod geldt op het uitkeren van dividend. Dit effect zal in 2022 veel beperkter zijn en bij sommige ondernemingen zal mogelijk sprake zijn van een inhaaleffect.

De ontvangsten uit de premies werknemersverzekeringen – waar ook de zorgpremies onder vallen – nemen endogeen met 2,3 procent toe in 2022. Onderliggend gaat het om een positieve ontwikkeling van de grondslag door met name hogere lonen, net zoals bij de loonheffing.

4.4.2 Het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten

In 2022 nemen de belasting- en premieontvangsten met 7,2 miljard euro toe als gevolg van beleidsmaatregelen. In tabel 4.4.1 wordt het effect van de beleidsmaatregelen op de ontvangsten in 2022 per belastingsoort getoond. Dit is zowel beleid van vorige kabinetten met in 2022 nog een op- of neerwaarts effect op de inkomsten ten opzichte van 2021, als (nieuw) beleid van het huidige kabinet dat in 2022 effect heeft.

Bij de indirecte belastingen is de beleidsmatige toename per saldo 0,9 miljard euro. Onderliggend nemen de btw-ontvangsten beleidsmatig met 1,3 miljard euro toe ten opzichte van 2021. Dit is een combinatie van extra opbrengst door btw op e-commerce, door het aflopen van de incidentele coronamaatregelen, zoals de btw-verlaging op mondkapjes en inhuur van zorgpersoneel, en de omvorming van ProRail tot zbo in 2022. Daarnaast neemt de opbrengst van de bankbelasting beleidsmatig af met 0,2 miljard euro. Dit volgt uit de incidentele verhoging van de bankbelasting in 2021 ter compensatie van de verruimde aftrekbaarheid van AT1-kapitaal. De opbrengst van de overige indirecte belastingsoorten verandert beleidsmatig slechts beperkt.

Als gevolg van beleidsmaatregelen nemen de ontvangsten uit de directe belastingen en premies volksverzekeringen met 6,4 miljard euro toe in 2022. Dit hangt vooral samen met de in paragraaf 4.3 toegelichte omvorming van ProRail tot zbo. De mutatie bij de loon- en inkomensheffing hangt samen met een groot aantal verschillende maatregelen. Onder andere de verdere afbouw van het aftrektarief voor aftrekposten en de beëindiging van het fiscale coronasteunpakket spelen hierbij een rol.

Tabel 4.4.2 splitst de totale beleidsmatige mutatie in 2022 van 7,2 miljard euro uit naar de opeenvolgende momenten waarop tot beleidsmaatregelen is besloten en wanneer deze in de begroting zijn verwerkt en/of de ramingen zijn geüpdatet. Dit noemen we ook wel de «verticale mutaties» van de beleidsmatige ontwikkeling van de ontvangsten in 2022. Ook wordt zo inzichtelijk dat ook beleid van vóór deze kabinetsperiode in 2022 nog budgettaire effecten heeft.

Tabel 4.4.2 Verticale toelichting beleidsmutaties 2022 op EMU-basis (in miljoenen euro)

Beleid vorige kabinetten

1.892

zorgpremies

1.545

overig

347

Beleid Startnota 2017

203

beperken aftrekposten

371

vpb-tarieven

‒ 411

box 2-tarief

‒ 101

zorgpremies

‒ 40

overig

384

Beleid Miljoenennota 2019

262

BP2019 en augustusbesluitvorming (incl. update ramingen Startnota)

986

- rekening-courant-maatregel

648

- box 2-tarief

328

- vpb-tarieven

‒ 45

- overig

55

zorgpremies

‒ 722

overig

‒ 2

Beleid Miljoenennota 2020

‒ 1.147

Klimaatakkoord

‒ 81

Pensioenakkoord

‒ 143

vpb-tarieven

‒ 328

hogere arbeidskorting i.c.m. lagere zelfstandigenaftrek

‒ 501

zorgpremies

‒ 20

overig

‒ 74

Beleid Miljoenennota 2021

‒ 8.303

coronapakketten

‒ 3.569

omvorming ProRail

‒ 7.170

BP2021 en augustusbesluitvorming (incl. update ramingen)

2.899

- vpb-tarieven

445

- vpb-grondslag en tariefgrenzen

757

- hogere arbeidskorting i.c.m. lagere zelfstandigenaftrek

553

- uitspraak Sofina en tegenmaatregel

1.102

- overig

42

zorgpremies

‒ 415

overig

‒ 46

Beleid Miljoenennota 2022

14.245

coronapakketten

1.261

omvorming ProRail

14.466

BP2022 en augustusbesluitvorming (incl. update ramingen)

533

- niet doorgaan BIK i.c.m. lagere WW-premie

800

- lastenverlichting huishoudens

‒ 100

- overig

‒ 167

uitspraak Sofina en tegenmaatregel

‒ 780

zorgpremies

‒ 1.373

overig

‒ 390

Totaal

7.157

Het in de Startnota verwerkte beleid heeft, op basis van de geboekte beleidsramingen bij de start van het kabinet, in 2022 een lastenverzwarend effect van 0,2 miljard euro. Beleidsbeleidsmaatregelen uit de Miljoenennota 2019 en Miljoenennota 2020 leiden per saldo tot lastenverlichting in 2022 ten opzichte van 2021. De Miljoenennota 2021 en Miljoenennota 2022 hebben echter een veel grotere impact. Dit hangt vooral samen met de budgettaire gevolgen van het fiscale deel van de steunpakketten tijdens de coronacrisis, die grotendeels na 2021 vervallen, en met de omvorming van ProRail. Maatregelen uit de steunpakketten met een budgettair effect in 2022 zijn onder meer de verlaging van het gebruikelijk loon van directeur-grootaandeelhouders, de mogelijkheid tot vorming van een fiscale coronareserve in de vpb, diverse btw-verlagingen in het zorgdomein en uitstel van de rekening-courant-maatregel.

Tabel 4.4.3 Budgettair effect van belasting- en premiemaatregelen 2022 (in miljoenen euro)
 

Beleidsmatige lastenontwikkeling

Effect op belastingen en premies op EMU-basis

Omzetbelasting

161

161

BPM

‒ 5

‒ 5

Accijnzen

‒ 99

‒ 98

Overdrachtsbelasting

11

11

Motorrijtuigenbelasting

‒ 41

‒ 52

Afvalstoffenbelasting

‒ 16

‒ 16

Energiebelasting

35

35

Opslag duurzame energie

46

0

Bankbelasting

‒ 225

‒ 225

Verhuurderheffing

‒ 108

‒ 148

Vennootschapsbelasting

1.267

969

Dividendbelasting

15

521

Loon- en inkomensheffing

1.227

1.237

Premies werknemersverzekeringen

801

801

Zorgpremies

‒ 1.026

‒ 1.026

Coronapakketten

1.133

‒ 2.309

Overig

72

4

Subtotaal

3.249

‒ 139

Omvorming ProRail

0

7.296

Totaal

3.249

7.157

In tabel 4.4.3 wordt een relatie gelegd tussen het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten op EMU-basis4 en het effect daarvan op de lastenontwikkeling. In het overzicht zijn de omvorming van ProRail en de coronapakketten apart weergegeven. Het verschil tussen het effect op EMU-basis en op de lastenontwikkeling zit bij de coronapakketten voornamelijk in de afwikkeling van de fiscale coronareserve in de VPB. Deze is niet lastenrelevant maar wel EMU-relevant. Hetzelfde geldt in het geheel voor de omvorming van ProRail tot zbo. De overige verschillen ontstaan vooral binnen de vennootschapsbelasting en dividendbelasting. In de vennootschapsbelasting geldt dat op EMU-basis het kasbegrip relevant is, terwijl voor de beleidsmatige lastenontwikkeling het transactiebegrip leidend is. In het bijzonder bij de vennootschapsbelasting zijn verschillen hierbij eerder regel dan uitzondering. Bij de dividendbelasting ontstaat onderscheid door het effect rondom de uitspraak over Sofina en de genomen tegenmaatregel. Het EMU-effect van de incidentele derving is volledig toegerekend aan 2021, waardoor in 2022 een opwaarts effect volgt. Op lastenbasis is de derving juist toegerekend aan de onderliggende transactiejaren waarop eventuele claims betrekking hebben.

4.5 Bijstellingen van het ramingsmodel

Net zoals in de vorige Miljoenennota maakt het ministerie van Financiën ook in deze Miljoenennota de handmatige bijstellingen bij het ramingsproces inzichtelijk. Onderstaande tabel 4.5.1 toont het effect dat deze ramingsbijstellingen (‘expert opinion’) hebben op de ramingen in 2021. Het werkelijke transactiebegrip is als uitgangspunt genomen voor de ontvangsten op EMU-basis. Dat betekent dat een deel van de ontvangsten en teruggaven in de kas van een bepaald jaar worden toegerekend aan het voorgaande jaar op EMU-basis als percentage van de desbetreffende belastingontvangst. Dat is immers relevant voor het EMU-saldo. Daarbij is expert opinion gedefinieerd als de handmatige bijstellingen van de ramingen op kas- of transactiebasis. Daarnaast kan de raming ook nog beïnvloed worden door aanpassing van de kas-transparameters of in het geval van de raming op EMU-basis via de omvang van het kas/EMU-verschil.

De eerste kolom toont de raming voor 2021 zoals eerder toegelicht in miljoenen euro’s. De tweede kolom bevat de verwerkte bijstelling als percentage van de raming in de eerste kolom. Per saldo komt de ontvangstenraming 2,4 procent hoger uit door expert opinion. De belangrijkste verklaring voor deze bijstellingen zijn de gerealiseerde kasontvangsten tot en met de maand juli. Ook speelt het effect van de coronacrisis en de gelieerde steunpakketten een rol: de coëfficiënten van het ramingsmodel zijn namelijk geschat op langjarige data en zijn daarmee indicatief voor een gemiddeld effect van een macro-economische variabele op de ontvangst van een belastingsoort over verschillende stadia van de economische conjunctuur. Dit leidt in uitzonderlijke jaren zoals 2021 tot minder nauwkeurige uitkomsten.

Bij de indirecte belastingen vallen de relatieve bijstellingen in de bpm (+8,5%) en overdrachtsbelasting (-16,3%) op. De bpm hangt in het ramingsmodel samen met de ‘duurzame consumptie’. De autoverkopen zijn in 2020 echter sterker gedaald dan de duurzame consumptie, die nominaal zelfs 0,5 procent steeg. Hierdoor is er binnen de bpm meer ruimte voor herstel dan bij de duurzame consumptie als geheel. De neerwaartse bijstelling in 2021 van de overdrachtsbelasting hangt samen met een anticipatie-effect op nieuwe regelgeving bij deze belastingsoort. Als gevolg hiervan waren er in de eerste maanden van 2021 minder transacties dan gebruikelijk. De kasrealisaties tot en met juli laten hierdoor een beperktere groei zien dan op basis van de stijging van de huizenprijzen te verwachten is. In algemene zin zijn ramingsbijstellingen bij een aantal indirecte belastingsoorten op basis van de kasontvangsten mede toe te schrijven aan de keuze om meer algemene economische variabelen te gebruiken. De ramingsvergelijking van de bpm is daar een voorbeeld van. Ontwikkelingen specifiek op het terrein van autoverkopen zullen daardoor per definitie via bijstellingen in de raming verwerkt moeten worden.

Bij de directe belastingen, die een bijstelling hebben van 2,1 procent op het totaal, vallen de kansspelbelasting (-65,6%) en de dividendbelasting (-36,0%) op. Casino’s zijn langere tijd gesloten of slechts beperkt geopend geweest en dat drukt de kansspelbelasting. Bij de dividendbelasting spelen twee effecten een rol. Ten eerste is een correctie nodig vanwege het grote, incidentele anticipatie-effect van directeur-grootaandeelhouders op de verhoging van het box-2-tarief aan het begin van 2020. Ten tweede bestaat bij het ontvangen van NOW-steun een verbod op het uitkeren van dividend, waardoor de dividendbelasting minder snel toeneemt dan normaal gesproken het geval zou zijn. Dat de bijstelling voor de directe belastingen als geheel toch positief is, hangt samen met de bijstelling van 4,2 procent bij de loon- en inkomensheffing, met afstand de grootste post binnen deze categorie.

Tabel 4.5.1 bijstellingen ramingsmodel 2021
 

Raming 2021

Bijstelling (% van raming)

Indirecte belastingen

98.676

2,7%

Invoerrechten

3.561

2,7%

Omzetbelasting

62.913

4,5%

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.665

8,5%

Accijnzen

11.776

0,7%

Overdrachtsbelasting

3.603

‒ 16,3%

Assurantiebelasting

3.228

1,1%

Motorrijtuigenbelasting

4.245

‒ 3,5%

Belastingen op een milieugrondslag

4.647

5,5%

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

277

0,0%

Belasting op zware motorrijtuigen

211

4,2%

Verhuurderheffing

1.880

0,0%

Bankbelasting

672

0,0%

   

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

143.214

2,1%

Loon- en inkomensheffing

108.895

4,2%

Dividendbelasting

4.170

‒ 36,0%

Kansspelbelasting

250

‒ 65,6%

Vennootschapsbelasting

27.451

1,1%

Bronbelasting op rente en royalty's

0

0%

Schenk- en erfbelasting

2.448

‒ 8,2%

   

Overige belastingontvangsten

303

0,0%

   

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

242.192

2,4%

Omdat voor de raming van 2022 de raming van 2021 - en niet de gerealiseerde kasontvangsten – het uitgangspunt vormt, werkt de expert opinion in 2021 één-op-één door naar 2022. Dat geldt in principe voor alle belastingsoorten. Bij de ramingen op transactiebasis kan het belang van een bijstelling afnemen door een verschil tussen de kas/transparameters waarmee de aansluiting tussen de raming op transactie- en kasbasis wordt gemaakt. Bij een deel van de belastingen loopt de bijstelling in 2022 verder op ten opzichte van 2021, in lijn met de bijstellingen in 2021 op basis van de kasontvangsten. Bij andere belastingen daalt de omvang van de bijstelling juist, bijvoorbeeld omdat in 2021 sprake is van een incidenteel effect.

Tabel 4.5.2 bijstellingen ramingsmodel 2022
 

Raming 2022

Bijstelling (% van raming)

Indirecte belastingen

104.433

1,1%

Invoerrechten

3.749

3,9%

Omzetbelasting

67.492

2,1%

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.000

4,6%

Accijnzen

12.111

2,3%

Overdrachtsbelasting

4.298

‒ 9,4%

Assurantiebelasting

3.409

‒ 0,9%

Motorrijtuigenbelasting

4.240

‒ 6,3%

Belastingen op een milieugrondslag

4.729

6,2%

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

280

0,0%

Belasting op zware motorrijtuigen

218

4,1%

Verhuurderheffing

1.460

‒ 21,7%

Bankbelasting

447

0,0%

   

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

156.274

2,7%

Loon- en inkomensheffing

115.061

5,7%

Dividendbelasting

7.107

‒ 23,6%

Kansspelbelasting

509

13,6%

Vennootschapsbelasting

31.121

‒ 0,9%

Bronbelasting op rente en royalty's

0

0%

Schenk- en erfbelasting

2.476

‒ 17,8%

   

Overige belastingontvangsten

303

0,0%

   

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

261.010

2,1%

4.6 Meerjarige ontvangstenontwikkeling en raming

De ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten voor de periode 2021-2026 is weergegeven in tabel 4.6.1. De ramingen voor 2021 en 2022 zijn in voorgaande paragrafen toegelicht. Voor 2023 tot en met 2025 betreft dit verwerking van de recentste MLT-raming van het CPB (MEV).

Tabel 4.6.1. Meerjarige belasting- en premieraming (in miljarden euro)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

313,8

334,1

337,9

349,0

360,9

waarvan belastingen op kasbasis

199,8

223,1

223,5

231,5

236,4

Tabel 4.6.2. bevat - in aanvulling op de ramingen voor 2021 en 2022 die reeds besproken zijn – de vertaling van de MLT-raming van het CPB in een raming per belastingsoort voor 2023 tot en met 2025.

Tabel 4.6.2 Raming belasting- en premieontvangsten 2021-2025 op EMU-basis (in miljoenen euro)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Indirecte belastingen

98.676

104.433

106.377

109.849

113.313

Invoerrechten

3.561

3.749

3.884

4.022

4.153

Omzetbelasting

62.913

67.492

68.883

71.118

73.215

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.665

2.000

1.879

1.857

1.925

Accijnzen

11.776

12.111

12.203

12.323

12.489

Overdrachtsbelasting

3.603

4.298

4.655

4.910

5.052

Assurantiebelasting

3.228

3.409

3.549

3.683

3.816

Motorrijtuigenbelasting

4.245

4.240

4.261

4.258

4.318

Belastingen op een milieugrondslag

4.647

4.729

4.891

4.986

5.044

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

277

280

284

289

293

Belasting op zware motorrijtuigen

211

218

221

223

226

Verhuurderheffing

1.880

1.460

1.220

1.734

2.335

Bankbelasting

672

447

447

447

447

      

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

143.214

156.274

153.602

157.855

163.095

Loon- en inkomensheffing

108.895

115.061

117.816

121.416

125.736

Dividendbelasting

4.170

7.107

5.609

5.783

6.247

Kansspelbelasting

250

509

532

565

606

Vennootschapsbelasting

27.451

31.121

26.974

27.280

27.628

Bronbelasting op rente en royalty's

0

0

0

0

0

Schenk- en erfbelasting

2.448

2.476

2.671

2.810

2.878

      

Overige belastingontvangsten

303

303

303

303

303

      

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

242.192

261.010

260.282

268.007

276.711

      

Premies werknemersverzekeringen

71.566

73.099

77.650

80.967

84.175

waarvan zorgpremies

46.269

46.368

48.969

51.170

53.571

      

Totaal belasting- en premieontvangsten

313.758

334.108

337.932

348.974

360.886

4.7 De complete belastingraming 2021-2022 op EMU- en kasbasis

Tabel 4.7.1 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belastingen premieontvangsten 2021 en 2022 op EMU-basis.

Tabel 4.7.1 Overzicht van belasting- en premieontvangsten 2021-2022 op EMU-basis (in miljoenen euro)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2021

Ontwerpbegroting 2022

Indirecte belastingen

98.676

104.433

Invoerrechten

3.561

3.749

Omzetbelasting

62.913

67.492

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.665

2.000

Accijnzen

11.776

12.111

- Accijns van lichte olie

4.152

4.268

- Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.672

3.826

- Tabaksaccijns

2.809

2.850

- Alcoholaccijns

361

362

- Bieraccijns

419

448

- Wijnaccijns

363

356

Belastingen van rechtsverkeer

6.831

7.707

- Overdrachtsbelasting

3.603

4.298

- Assurantiebelasting

3.228

3.409

Motorrijtuigenbelasting

4.245

4.240

Belastingen op een milieugrondslag

4.647

4.729

- co2-heffing

0

0

- Afvalstoffenbelasting

245

241

- Energiebelasting

4.013

4.048

- Waterbelasting

308

315

- Brandstoffenheffingen

1

1

- Vliegbelasting

80

125

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten

277

280

Belasting op zware motorrijtuigen

211

218

Verhuurderheffing

1.880

1.460

Bankbelasting

672

447

   

Directe belastingen

103.513

118.060

Inkomstenbelasting

5.676

12.057

Loonbelasting

63.518

64.790

Dividendbelasting

4.170

7.107

Kansspelbelasting

250

509

Vennootschapsbelasting

27.451

31.121

Bronbelasting op rente en royalty's

0

0

Schenk- en erfbelasting

2.448

2.476

   

Overige Belastingontvangsten

303

303

waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

146

151

   

Totaal belastingen

202.492

222.795

   

Premies volksverzekeringen

39.701

38.214

Premies werknemersverzekeringen

71.566

73.099

waarvan zorgpremies

46.269

46.368

   

Totaal belasting- en premieontvangsten

313.758

334.108

Tabel 4.7.2 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2021 en 2022 op kasbasis met op de laatste regels de aansluiting naar de totaalraming op EMU-basis.

Tabel 4.7.2 Overzicht van belasting- en premieontvangsten 2021-2022 op kasbasis (in miljoenen euro)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2021

Ontwerpbegroting 2022

Indirecte belastingen

98.322

103.083

Invoerrechten

3.546

3.738

Omzetbelasting

62.475

66.140

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.650

2.007

Accijnzen

11.760

12.166

- Accijns van lichte olie

4.167

4.291

- Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.676

3.837

- Tabaksaccijns

2.807

2.867

- Alcoholaccijns

337

362

- Bieraccijns

421

453

- Wijnaccijns

352

356

Belastingen van rechtsverkeer

6.952

7.660

- Overdrachtsbelasting

3.746

4.267

- Assurantiebelasting

3.206

3.393

Motorrijtuigenbelasting

4.246

4.238

Belastingen op een milieugrondslag

4.654

4.730

- co2-heffing

0

0

- Afvalstoffenbelasting

246

241

- Energiebelasting

4.020

4.049

- Waterbelasting

308

314

- Brandstoffenheffingen

1

1

- Vliegbelasting

80

125

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten

277

279

Belasting op zware motorrijtuigen

210

217

Verhuurderheffing

1.880

1.460

Bankbelasting

672

447

   

Directe belastingen

101.205

119.740

Inkomstenbelasting

4.729

12.644

Loonbelasting

62.116

65.700

Dividendbelasting

4.170

7.107

Kansspelbelasting

227

523

Vennootschapsbelasting

27.514

31.289

Bronbelasting op rente en royalty's

0

0

Schenk- en erfbelasting

2.448

2.476

   

Overige Belastingontvangsten

303

303

waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

146

151

   

Totaal belastingen

199.830

223.126

   

Premies volksverzekeringen

39.389

37.571

Premies werknemersverzekeringen

70.763

73.719

   

Aansluiting naar EMU-basis

3.777

‒ 308

   

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

313.758

334.108

2

De belasting en premies volksverzekeringen op EMU-basis zijn voor de meeste ontvangstensoorten gelijk aan de kasontvangsten van februari van dat jaar tot en met januari van het daaropvolgende jaar, de zogenoemde 1-maands- verschoven-kas. Omdat deze belastingen binnen een maand na afloop van de periode waarop de belastingaangifte betrekking heeft moeten worden betaald, wordt zo goed mogelijk de opbrengst benaderd die samenhangt met de economische transacties uit het lopende jaar. Voor de schenk- en erfbelasting, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de inkomensheffing geldt dat EMU-basis gelijk is aan kasbasis, omdat voor deze belastingsoorten de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis geen betere aansluiting vormt met de onderliggende economische transacties van het betreffende belastingjaar. Tot slot wordt voor de btw het werkelijke transactiebegrip als uitgangspunt genomen voor de ontvangsten op EMU-basis. Dat betekent dat een deel van de ontvangsten en teruggaven in de kas van een bepaald jaar worden toegerekend aan het voorgaande jaar.

3

De loonheffing is een voorheffing van de inkomensheffing. Inhoudingsplichtigen dragen voor hun werknemers/uitkeringsgerechtigden maandelijks loonheffing af op basis van het inkomen uit arbeid. Op basis van de belastingaangifte na afloop van het jaar wordt bepaald hoeveel belasting en premies volksverzekeringen een belastingplichtige in totaal verschuldigd is. Bij de inkomensheffing voor belastingplichtigen waarvoor al loonheffing is afgedragen hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet al via de loonheffing zijn verrekend. Bij zelfstandigen wordt de ontwikkeling van de inkomensheffing daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.

4

De belasting en premie volksverzekeringen op EMU-basis zijn voor de meeste ontvangstensoorten gelijk aan de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis. Dit betekent dat de ontvangsten op EMU-basis voor een bepaald jaar worden bepaald door de kasontvangsten van februari van dat jaar tot en met januari van het daaropvolgende jaar. Op deze wijze wordt zo goed mogelijk de opbrengst benaderd die samenhangt met de economische transacties uit het lopende jaar. Voor de erf- en schenkbelasting, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de inkomensheffing geldt dat EMU-basis gelijk is aan kasbasis, omdat voor deze belastingsoorten de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis geen betere aansluiting vormt met de onderliggende economische transacties. Tot slot wordt voor de btw vanaf de CBS-revisie nationale rekeningen in 2018 het werkelijke transactiebegrip als uitgangspunt genomen voor de ontvangsten op EMU-basis. Dat betekent dat een deel van de ontvangsten en teruggaven in de kas van een bepaald jaar worden toegerekend aan het voorgaande jaar.

Licence