Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
  

2021

2022

2023

2024

2025

2026

totaal uitgaven

8.895,40

8.057,60

7.399,80

7.330,20

7.445,70

7.528,10

totaal niet-belastingontvangsten

1.198,40

1.097,60

1.293,40

1.263,20

1.257,00

1.239,60

1

Openbaar bestuur en democratie

      
 

Uitgaven

119

86,6

78,5

78,6

70,3

70,8

 

Ontvangsten

24,8

24,8

24,8

24,8

24,8

24,8

2

Nationale veiligheid

      
 

Uitgaven

339

344,2

346,8

345

344,9

344,9

 

Ontvangsten

14,7

14,7

14,7

14,7

14,7

14,7

3

Woningmarkt

      
 

Uitgaven

5.523,30

4.632,10

4.666,60

4.805,30

4.947,00

5.076,80

 

Ontvangsten

420,1

354,1

358,9

346

339,8

332,6

4

Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

      
 

Uitgaven

603,4

445,5

262,8

217,1

235,1

179,1

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

5

Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

      
 

Uitgaven

151,3

122,5

86,4

82,9

81,9

76,8

 

Ontvangsten

4,7

3,8

3,8

3,8

3,8

3,8

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

      
 

Uitgaven

186

216,3

153,5

146,1

146,7

144,6

 

Ontvangsten

6,8

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

      
 

Uitgaven

105

193,6

188

161,3

160,6

157

 

Ontvangsten

0,3

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

      
 

Uitgaven

181,4

136,9

137

138,2

139,2

160,6

 

Ontvangsten

157,8

120,3

120,3

103

103

92,8

10

Groningen versterken en perspectief

      
 

Uitgaven

960,5

1.124,30

831,9

778,3

760,7

758,6

 

Ontvangsten

363,6

490

661

661

661

661

11

Centraal apparaat

      
 

Uitgaven

694,6

584

567

566,2

548,2

547,8

 

Ontvangsten

170,9

89,3

109,3

109,3

109,3

109,3

12

Algemeen

      
 

Uitgaven

31,9

171,6

81,2

11,2

11,1

11,1

 

Ontvangsten

34,6

     

13

Nog onverdeeld

      
 

Uitgaven

      

Artikel 1 Openbaar bestuur en democratie

Het budget in 2021 is hoger t.o.v. latere jaren. Dit is hoofdzakelijk vanwege de in 2021 beschikbare middelen voor het grenstesten in het kader van Covid-19, voor het borgen van de lokale en regionale culturele infrastructuur door provincies en voor het compensatiepakket Zeeland. Daarnaast zijn voor 2022 middelen toegevoegd aan de BZK-begroting om de continuïteit en onderhoud van een aantal maatregelen van de Verkiezingsagenda te borgen die al door dit kabinet in gang zijn gezet.

Artikel 2 Nationale veiligheid

Voor de afrekening van ontwikkelkosten als gevolg van de voortijdige beëindiging van een huisvestingsproject zijn middelen vanuit de jaren 2022-2026 naar 2021 geschoven. Het budget voor 2021 t.o.v. latere jaren valt hierdoor hoger uit. Het kabinet heeft daarnaast extra middelen vrijgemaakt ter versterking van de inlichtingen en veiligheidsdiensten. Deze zijn gelijkelijk verdeeld over betrokken begrotingen.

Artikel 3 Woningmarkt

Dit artikel bestaat grotendeels uit het budget voor de huurtoeslag. Dit budget neemt toe doordat de huurtoeslag in nominale prijzen wordt gepresenteerd. De ontvangsten betreffen voornamelijk de ontvangsten van de huurtoeslag. Daarnaast heeft het kabinet in 2019 besloten om € 1 mld. vrij te maken om de verschillende aspecten van het woningtekort aan te pakken. Deze middelen zijn in eerste instantie op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën geplaatst en inmiddels overgeheveld naar de BZK-begroting. Middels kasschuiven zijn de middelen in het juiste kasritme gezet, waarbij het merendeel van de middelen beschikbaar is in 2021. Het budget voor 2021 is eveneens verhoogd met de beschikbaar gestelde middelen voor het volkshuisvestingsfonds (€ 450 mln.), waarmee uitvoering is gegeven aan het amendement Smeulders en Nijboer .

Artikel 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Dit artikel bestaat grotendeels uit Klimaatmiddelen. De afloop in het budget komt doordat de budgetten voor een aantal regelingen voornamelijk in 2021 beschikbaar zijn, waaronder middelen voor het Programma Aardgasvrije Wijken, het Programma Reductie Energieverbruik en de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) . Daarnaast zijn de middelen voor de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) tot en met 2022 beschikbaar. Om de uitvoering van reeds gestarte werkzaamheden voor het bestaande klimaatbeleid in 2022 voort te zetten wordt daarnaast € 73 mln. toegevoegd aan de begroting ten behoeve van uitvoeringskosten decentrale overheden (RES aanpak en lokale energietransitie). 

Artikel 5 Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

Het budget voor ruimtelijke ordening is in 2021 hoger t.o.v. latere jaren. Dit komt door in de 2021 beschikbare middelen voor de ontwikkeling van de Kenniswerf in Vlissingen, een van de compensatiemaatregelen die zijn opgenomen in het bestuursakkoord Zeeland. Voor de Omgevingswet stabiliseert het budget eveneens op een lager niveau na 2022. Voor de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet zijn met name in 2021 en 2022 middelen beschikbaar.

Artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Het budget op dit artikel is in 2021 en 2022 hoger t.o.v. latere jaren. Dit komt hoofdzakelijk doordat de middelen voor de GDI (Generieke Digitale Infrastructuur van de overheid) tot en met 2022 op de begroting van BZK staan. Overeenkomstig besluitvorming in het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid worden deze middelen ingezet voor innovaties binnen de digitale overheid, het Programmaplan Basisinfrastructuur en doorontwikkeling en innovatie van GDI-voorzieningen. Voor de jaren 2023 en verder staan de middelen op de aanvullende post en deze kunnen worden overgeheveld naar de begroting van BZK na een evaluatie van de Investeringspost.

Artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

De uitgaven op dit artikel hebben grotendeels betrekking op het op orde brengen van de informatiehuishouding en actieve openbaarmaking bij het Rijk. Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport ‘ongekend onrecht’ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) zijn hiervoor middelen vrijgemaakt. BZK heeft een coördinerende rol in de verdeling en monitoring van deze middelen over andere departementen, uitvoeringsorganisaties en ZBO’s. Een deel van de voor 2021 beschikbare middelen is reeds overgeheveld naar andere (departementale) begrotingen. De resterende middelen worden op een later moment doorverdeeld naar andere (departementale) begrotingen.

Artikel 9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

In 2021 zijn de uitgaven hoger t.o.v. latere jaren. Dit komt hoofdzakelijk door de bijdrage aan het RVB voor het herstelprogramma van pachtboerderijen. De ontvangsten bestaan uit ingebruikgeving en vervreemding van onroerende zaken van de Staat, zakelijke lasten, de verkoop van bodemmaterialen en de veiling van huurrechten van benzinestations langs rijkswegen.

Artikel 10 Groningen Versterken en Perspectief

De uitgaven op dit artikel hebben betrekking op de versterkingsoperatie Groningen en het Nationaal Programma Groningen (NPG). De hogere uitgaven in de eerste jaren hebben onder meer betrekking op het NPG en de compensatie aan gemeenten en provincie voor aardbevingsgerelateerde kosten. Daarnaast heeft het kabinet voor de periode 2021-2026 in totaal circa € 1,5 mld. beschikbaar gesteld voor het Bestuursakkoord Groningen. De middelen zijn in eerste instantie op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën geplaatst. Voor 2021 en 2022 zijn de beschikbare middelen reeds (deels) overgeheveld naar de begroting van BZK. De ontvangsten betreffen de raming voor de versterkingskosten die in rekening gebracht zullen worden bij de NAM en de bijdrage van de NAM aan het NPG.

Artikel 11 Centraal apparaat

In 2021 zijn de uitgaven en ontvangsten op dit artikel hoger t.o.v. latere jaren. Dit komt onder meer vanwege de jaarlijkse desalderingen voor de dienstverleningsafspraken tussen Shared Service organisaties (SSO’s) onderling en de inkomsten van overige departementen en derden voor het gebruik van diensten van DocDirekt. Daarnaast zijn er voor de invoering van de Omgevingswet vooral middelen beschikbaar in 2021 en 2022.

Artikel 12 Algemeen

De uitgaven op dit artikel betreffen voornamelijk de uitgaven voor het kwijtschelden van publieke schulden, waarvoor de beschikbare middelen in 2022 en 2023 staan. Daarnaast betreft het uitgaven voor vennootschapsbelasting (VPB). Over een deel van de generale en specifieke ontvangsten op artikel 9 moet vennootschapsbelasting worden betaald.

Licence