Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

9 FISCALE REGELINGEN

9.1 Inleiding

Deze bijlage besteedt aandacht aan fiscale regelingen. Het belastingstelsel kent verschillende soorten fiscale regelingen die de belastingopbrengst verminderen, zoals zoals aftrekposten, vrijstellingen, heffingskortingen en verlaagde tarieven.8 Het monitoren van de budgettaire kosten van fiscale regelingen is van belang voor transparante Rijks­financiën. De regelingen kosten immers geld in de vorm van lagere belastingontvangsten. Deze bijlage besteedt daarnaast aandacht aan de evaluaties die afgelopen jaren zijn uitgevoerd en de evaluaties die gepland staan voor komende jaren. Het evalueren van fiscale regelingen is essentieel om het beleid te kunnen verbeteren. Dit jaar is een tabel met de kern van de evaluatie-uitkomsten vanaf 2010 toegevoegd.

Dit jaar is een aantal regelingen toegevoegd aan het overzicht: de vrijstelling overdrachtsbelasting voor terugkoop VoV woningen, het lage vpb-tarief, de stakingsverliesregeling in de vpb, de stadsverwarmingsregeling, de inputvrijstelling energiebelasting voor elektriciteitsopwekking en de inputvrijstelling kolenbelasting voor elektriciteitsopwekking. De inputvrijstelling kolenbelasting voor duaal verbruik was eerder onderdeel van de vrijstellingen energie-intensieve processen, maar wordt nu afzonderlijk weergegeven. Meer informatie over deze en andere fiscale regelingen is te vinden in bijlage 10 "Toelichting op de fiscale regelingen." Fiscale regelingen die verplicht zijn op basis van Europese wet- en regelgeving of een budgettair belang van minder dan 5 miljoen euro hebben, worden niet in deze bijlage vermeld, maar worden wel benoemd in bijlage 10.

In paragraaf 9.2 worden de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van fiscale regelingen samengevat. Het budgettaire overzicht is opgenomen in paragraaf 9.3. De twee daaropvolgende paragrafen maken inzichtelijk welke factoren bijdragen aan opvallende ontwikkelingen in het budgettaire belang. Paragraaf 9.4 gaat in op de budgettaire effecten van de beleidsmaatregelen die in het pakket Belastingplan 2022 worden aangekondigd en andere maatregelen die zijn genomen sinds de vorige Miljoenennota. Paragraaf 9.5 presenteert de benchmarktoets en gaat in op de belangrijkste endogene ontwikkelingen en (technische) bijstellingen van het budgettaire belang. Paragraaf 9.6 besteedt aandacht aan de evaluaties van fiscale regelingen. Daarin wordt eerst ingegaan op de toezegging van de Minister van Financien om structureel meer aandacht te besteden aan evaluaties van fiscale regelingen. Vervolgens wordt in deze paragraaf een korte samenvatting gegeven van evaluaties die sinds de Miljoenennota 2021 zijn afgerond en de evaluaties die gepland staan voor de periode 2021-2025. Tot slot gaat paragraaf 9.7 in op de beleidsmatige evaluatie- en onderzoeksagenda op het terrein van belastingen en toeslagen.

9.2 Samenvatting

Over het algemeen is sprake van een beheerste groei van de budgettaire omvang van fiscale regelingen tussen 2017 en 2022. Dit jaar zijn van veel regelingen realisatiecijfers bekend tot en met 2019 op basis van aangiftegegevens (met name voor de inkomstenbelasting). Slechts bij enkele regelingen is er naar verwachting tussen 2018 en 2022 een sterke endogene (niet-beleidsmatige) ontwikkeling van het belang. Dit betreft met name de regelingen voor nulemissievoertuigen, de middelingsregeling, de verminderingen in de verhuurderheffing, en regelingen in de energiebelasting. Enkele beleidsmaatregelen op het terrein van de fiscale regelingen met een substantieel budgettair effect zijn de aanpassing van de verhuurderheffing, de verlaging van de IACK en de versobering van de korting in de bijtelling voor EV. Daarnaast is bij Koninklijk Besluit geregeld dat de aftrek voor scholingsuitgaven per 1 januari 2022 wordt afgeschaft, uitgezonderd bestaand overgangsrecht. Verder neemt het budgettaire belang van een aantal fiscale regelingen in de energiebelasting behoorlijk toe als gevolg van de stijging van ODE tarieven in met name de hogere verbruiksschijven voor gas.

9.3 Overzicht van het budgettaire belang van fiscale regelingen

Tabel 9.3.1 geeft inzicht in het budgettaire belang van fiscale regelingen van 2017 tot en met 2022. De laatste kolom geeft de gemiddelde jaarlijkse procentuele groei weer tussen 2017 en 2022. De groei kan zowel het gevolg zijn van beleidsmaatregelen als van endogene ontwikkelingen. Endogene ontwikkelingen zijn de ontwikkelingen die niet het directe gevolg zijn van beleidsmaatregelen, maar van andere factoren die het gebruik van een regeling beïnvloeden, zoals de economische ontwikkeling.

Tabel 9.3.1 Fiscale regelingen 2017-2022, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Gemiddeld % groei ‘17-‘222

Persoonsgebonden aftrek

       

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

233

246

224

238

253

23

‒ 37,1%

Giftenaftrek inkomstenbelasting

421

467

388

384

387

390

‒ 1,5%

Aftrek specifieke zorgkosten

274

282

266

260

257

257

‒ 1,3%

Onderhoudsverplichtingen aftrek

322

315

314

292

280

268

‒ 3,6%

Belaste ontvangen alimentatie

‒ 201

‒ 197

‒ 189

‒ 186

‒ 186

‒ 186

‒ 1,6%

Inkomensvoorzieningen

       

Pensioen niet-belaste premie

17.743

18.918

19.498

20.211

21.822

22.633

5,0%

Pensioen belaste uitkering

‒ 12.453

‒ 12.698

‒ 12.419

‒ 12.594

‒ 12.814

‒ 13.132

1,1%

Pensioen vrijstelling box 3

7.209

7.128

7.254

7.417

7.106

7.305

0,3%

Lijfrente premieaftrek

549

585

561

578

623

647

3,3%

Lijfrente belaste uitkering

‒ 395

‒ 400

‒ 360

‒ 365

‒ 372

‒ 381

‒ 0,7%

Lijfrente vrijstelling box 3

229

224

211

215

206

212

‒ 1,5%

Nettopensioen en nettolijfrente

4

5

6

6

8

9

20,6%

FOR aftrek

190

198

201

204

212

220

3,0%

FOR belaste afneming

‒ 96

‒ 102

‒ 103

‒ 104

‒ 108

‒ 112

3,2%

Arbeidsongeschiktheidsverzekering premieaftrek

525

526

538

545

564

578

2,0%

Arbeidsongeschiktheidsverzekering belaste uitkering

‒ 402

‒ 399

‒ 394

‒ 405

‒ 418

‒ 429

1,3%

Reisaftrek OV

9

9

9

5

6

7

‒ 4,6%

Middelingsregeling3

87

110

125

161

185

210

19,3%

(Eigen) woning

       

Hypotheekrenteaftrek

11.770

10.986

10.036

9.318

8.748

8.858

‒ 5,5%

Aftrek financieringskosten eigen woning

218

210

216

229

230

230

1,1%

Aftrek periodieke betalingen erfpacht, opstal en beklemming

30

31

31

31

31

31

0,9%

Aftrek rente en kosten van geldleningen over restschuld vervreemde eigen woning

26

21

16

15

14

13

‒ 12,7%

Eigenwoningforfait

‒ 3.346

‒ 3.328

‒ 3.086

‒ 3.129

‒ 2.873

‒ 3.110

‒ 1,5%

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

634

647

544

524

517

507

‒ 4,4%

Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling eigen woning

195

195

195

195

195

195

0,0%

OVB Verlaagd tarief woning niet-starters4

2.454

2.737

2.715

3.198

2.084

2.402

‒ 0,4%

OVB Vrijstelling woning starters

1.364

1.337

n.v.t.

OVB Vrijstelling terugkoop VoV woningen

6

36

 

Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen

       

Vermindering verhuurderheffing3

47

76

177

172

197

603

66,6%

Kamerverhuurvrijstelling

11

11

10

10

10

11

‒ 0,1%

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen, waaronder KEW, box 3

949

857

855

780

808

747

‒ 4,7%

Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden box 3

27

25

26

25

27

27

0,0%

Vrijstelling groen beleggen box 3

45

40

45

44

50

54

3,6%

Heffingskorting groen beleggen box 3

27

26

29

30

31

35

5,2%

Heffingvrij vermogen box 3

1.182

963

944

888

1.280

1.288

1,7%

Fiscale faciliteiten Natuurschoonwet

37

37

37

37

38

39

1,2%

Verlaging lastendruk in de winstsfeer

       

Zelfstandigenaftrek

1.769

1.882

1.873

1.731

1.608

1.559

‒ 2,5%

Extra zelfstandigenaftrek starters

99

108

108

102

97

100

0,3%

Meewerkaftrek

8

8

8

7

8

7

‒ 1,5%

Stakingsaftrek

16

18

17

15

15

15

‒ 1,2%

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

5

5

5

5

5

5

‒ 1,6%

Willekeurige afschrijving starters

8

8

8

7

7

7

‒ 3,2%

Doorschuiving stakingswinst

264

274

278

283

295

307

3,1%

Doorschuifregelingen inkomen uit aanmerkelijk belang box 2

102

104

106

114

119

121

3,5%

Mkb-winstvrijstelling

1.864

2.031

2.145

1.894

2.081

2.165

3,0%

Terbeschikkingstellingsvrijstelling

18

21

21

20

20

20

1,7%

Laag vpb-tarief

1.082

1.089

1.392

1.992

2.829

3.425

25,9%

Innovatiebox

1.581

1.646

1.597

1.636

1.410

1.433

‒ 1,9%

Liquidatie- en stakingsverliesregeling

593

695

721

748

758

741

4,6%

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

393

429

443

400

412

410

0,9%

Energie-investeringsaftrek (EIA)

135

160

127

145

149

149

2,0%

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

114

139

126

75

114

144

4,8%

VAMIL

27

19

20

15

25

25

‒ 1,5%

Tonnageregeling winst uit zeescheepvaart

120

120

119

117

115

112

‒ 1,4%

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

951

854

769

664

598

538

‒ 10,8%

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

7

8

8

8

10

10

7,2%

OVB Vrijstelling cultuurgrond

118

123

128

133

184

191

10,1%

OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer

16

16

16

17

22

22

6,7%

Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

517

481

481

481

481

481

‒ 1,4%

Schenk- en erfbelasting Faciliteiten ANBI’s

211

215

219

223

228

232

1,9%

Giftenaftrek vennootschapsbelasting

8

7

8

8

9

9

3,0%

Loonbelasting

       

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

1.182

1.074

1.182

1.226

1.438

1.336

2,5%

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga’s van startups

0

0

0

0

0

0

0,0%

30%-regeling

968

1.056

1.062

1.100

702

703

‒ 6,2%

Afdrachtvermindering zeevaart

108

109

109

108

108

108

0,0%

Vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband

119

122

123

124

128

132

2,1%

Heffingskortingen

       

Algemene heffingskorting

19.389

19.915

21.778

23.746

24.604

24.914

5,1%

Arbeidskorting

18.564

19.834

19.427

21.817

24.519

25.030

6,2%

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

2.004

1.985

1.753

1.735

1.648

1.580

‒ 4,6%

Jonggehandicaptenkorting

178

179

180

182

184

186

0,9%

Alleenstaande ouderenkorting

484

454

432

457

449

463

‒ 0,9%

Ouderenkorting

3.008

3.330

3.788

3.910

4.115

4.216

7,0%

Energiebelasting

       

Verlaagd tarief glastuinbouw

127

115

114

138

136

131

0,7%

Teruggaaf kerkgebouwen en non-profit

29

30

34

37

37

37

5,2%

Teruggaaf energie-intensieve industrie5

6

8

8

9

0

0

‒ 100,0%

Salderingsregeling

156

215

252

303

330

355

17,9%

Vrijstellingen voor energie-intensieve processen

76

84

95

116

135

139

12,8%

Belastingvermindering per aansluiting

2.441

2.443

2.133

3.509

3.693

3.701

8,7%

Stadsverwarmingsregeling

45

49

59

67

71

74

10,2%

Inputvrijstelling energiebelasting voor elektriciteitsopwekking

290

310

388

687

729

741

20,7%

Inputvrijstelling kolenbelasting voor elektriciteitsopwekking

148

129

86

86

86

84

‒ 10,7%

Inputvrijstelling kolenbelasting voor duaal verbruik

27

26

25

25

26

26

‒ 0,6%

Omzetbelasting

       

Verlaagd tarief voedingsmiddelen en water

7.819

8.117

6.822

6.641

6.830

7.199

‒ 1,6%

Verlaagd tarief geneesmiddelen en hulpmiddelen

1.554

1.624

1.397

1.493

1.461

1.438

‒ 1,5%

Verlaagd tarief culturele goederen en diensten

1.017

1.052

984

708

708

942

‒ 1,5%

Verlaagd tarief arbeidsintensieve diensten

964

1.034

849

828

886

966

0,0%

Verlaagd tarief overig

2.055

2.180

1.821

1.268

1.382

1.728

‒ 3,4%

Kleineondernemersregeling

159

177

194

180

210

222

6,9%

Auto

       

BPM Vrijstelling nulemissievoertuigen

4

10

24

28

30

26

45,4%

MRB Vrijstelling nulemissievoertuigen

12

20

41

84

139

172

71,0%

IB/LB Korting op de bijtelling voor nulemissieauto's

84

149

283

416

504

495

42,6%

IB/LB Korting op de bijtelling voor zuinige auto's (overgangsrecht)

510

374

88

n.v.t.

BPM Teruggaaf taxi's en openbaar vervoer

90

74

136

n.v.t.

MRB Vrijstelling taxi's en openbaar vervoer

48

50

53

51

51

51

1,3%

BPM Teruggaaf diverse voertuigen

13

15

14

12

13

14

1,5%

MRB Vrijstelling diverse voertuigen

25

27

26

27

28

29

3,0%

BPM Vrijstelling bestelauto ondernemers

757

837

838

721

862

941

4,4%

MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers

826

873

924

959

998

1.038

4,7%

MRB Verlaagd tarief bestelauto gehandicapten

15

15

15

16

16

17

2,5%

MRB Vrijstelling motorrijtuigen ouder dan 40 jaar

58

64

69

75

81

87

8,3%

MRB Overgangsregeling motorrijtuigen vanaf bouwjaar 1988

19

17

15

13

12

11

‒ 10,4%

MRB Kwarttarieven

141

152

161

151

195

206

7,9%

MRB Halftarief plug-in hybride auto’s

37

38

35

35

40

46

4,5%

Assurantiebelasting

       

Vrijstelling Brede Weersverzekering

5

6

6

n.v.t.

1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

2

Als de regeling nog niet bestond in 2017 of het budgettair belang van 2017 is niet bekend, is de gemiddelde jaarlijkse groei gegeven vanaf het jaar dat de regeling bestaat.

3

Budgettair belang middelingsregeling en vermindering verhuurderheffing is op kasbasis.

4

Tot en met 2020 ook starters

5

Het budgettaire belang van de teruggaafregeling voor elektriciteit gebruikt door energie-intensieve ondernemingen is vanaf 2021 op nihil geraamd. Dit heeft ermee te maken dat de teruggaafregeling momenteel geen toepassing meer vindt. Dit is het gevolg van het aflopen van de energiebesparingsconvenanten MEE en MJA3 per 1 januari 2021. Deze convenanten gelden namelijk als voorwaarde voor toepassing van de teruggaafregeling.

De interpretatie van de gepresenteerde cijfers vergt aandacht. De recht gedrukte cijfers zijn schattingen van het budgettaire belang die gebaseerd zijn op concreet bronmateriaal over het gebruik van een regeling. Meestal betreft dit realisatiecijfers die volgen uit de aangiftegegevens van de Belastingdienst. Deze cijfers geven in redelijke mate een definitieve inschatting van het budgettaire belang. De cursieve cijfers zijn ramingen. Hierbij is (nog) geen (volledige) informatie beschikbaar voor dat jaar en is op basis van trendramingen of aannames het budgettaire belang bepaald. Over de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek zijn bijvoorbeeld tot en met 2018 aangiftegegevens beschikbaar, waarmee het budgettaire belang kan worden geschat – deze cijfers staan recht gedrukt. De groei van het gebruik van de regeling na 2018 wordt verondersteld gelijk te zijn aan de groei van de investeringen in vaste activa en op basis van deze aanname worden de ramingen voor de jaren vanaf 2019 gemaakt – deze cijfers staan cursief.

De informatiebasis, ook wel ramingsgrond, verschilt van post tot post en staat per regeling vermeld in de bijlage «Toelichting op de fiscale regelingen». In het ene uiterste volgt het budgettaire belang direct uit de aangiften (zoals de afdrachtverminderingen voor de loonbelasting), in het andere uiterste is er geen kwantitatieve informatie over het feitelijke gebruik, omdat het gebruik niet hoeft te worden aangegeven (zoals bijvoorbeeld de doorschuifregeling voor stakingswinst) en ook cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en andere gegevensbronnen weinig aanknopingspunten bieden voor een benadering van het budgettaire belang. Tussen deze twee uitersten zitten regelingen waarvan het budgettaire belang is berekend op basis van rekenregels, zoals bijvoorbeeld de aftrekposten in de inkomstenbelasting. De aftrekpost blijkt uit de belastingaangiften en het budgettaire belang wordt berekend door de belastingheffing met en zonder de aftrekpost met elkaar te vergelijken. Deze rekenregel impliceert dat voor elke aftrekpost wordt aangenomen dat die aftrekpost de laatste is. Doordat belastingplichtigen meerdere aftrekposten kunnen hebben, is met deze wijze van berekenen het budgettaire belang van de aftrekposten feitelijk niet optelbaar.9 Er wordt ook op gewezen dat het hier vermelde budgettaire belang niet hetzelfde is als de opbrengst in het geval dat een regeling wordt afgeschaft. Het budgettaire belang geldt voor het feitelijke gebruik en houdt geen rekening met gedragseffecten als de regeling zou worden afgeschaft. Ook kan bij afschaffing sprake zijn van samenhang met andere regelingen.

9.4 Beleidsmaatregelen

Tabel 9.4.1 bevat een overzicht van de nieuwe beleidsmaatregelen die betrekking hebben op de fiscale regelingen. De genoemde bedragen hebben soms betrekking op meerdere regelingen binnen een domein. Zo heeft de verlaging van de cap in de bijtelling voor elektrische auto's invloed op zowel de bijtelling als de vrijstellingen in de BPM en MRB voor elektrische voertuigen. Voor een inhoudelijke uitleg van de maatregelen wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij de betreffende wetsvoorstellen.

Tabel 9.4.1 Fiscale beleidsmaatregelen, budgettair belang op transactiebasis in vaste prijzen (x € miljoen)1
 

2021

2022

2023

structureel

Pakket Belastingplan 2022

    

IACK buitenlandse belastingplichtigen

 

12

12

12

IACK dekking betaald ouderschapsverlof

 

130

130

130

Verlagen cap in de bijtelling van elektrische auto's

 

36

72

0

Verlagen afbouwpercentage arbeidskorting

 

‒ 100

‒ 100

‒ 100

Vrijstelling overdrachtsbelasting voor terugkoop van VoV-woningen

‒ 6

‒ 36

‒ 36

‒ 36

Wijziging bieraccijns en afschaffen verlaagde tarief kleine bierbrouwerijen

 

0

2

2

     

Overig

    

Tijdelijk ophogen budget MIA/VAMIL

 

30

30

0

1

[+] = opbrengst, het budgettaire belang van de regeling neemt af; [–] = derving, het budgettaire belang van de regeling neemt toe.

Naast de regelingspecifieke maatregelen kunnen ook algemene tariefsmaatregelen invloed hebben op het budgettaire belang van fiscale regelingen. Zo verandert het budgettaire belang van een aftrekpost in de inkomstenbelasting als het belastingtarief verandert. Het totale effect van specifieke en algemene beleidsmaatregelen op het budgettaire belang is terug te vinden in de bijlage "Toelichting op de fiscale regelingen".

9.5 Benchmarktoets en opvallende ontwikkelingen

Tabel 9.5.1 biedt inzicht in opvallende (endogene) ontwikkelingen in de ramingen van fiscale regelingen. De endogene ontwikkeling laat zien hoe het budgettair belang zich ontwikkelt zonder invloed van beleidsmaatregelen. De tabel presenteert de raming van het budgettaire belang dat voor 2017 werd geraamd bij de start van het huidige demissionaire kabinet in de Miljoenennota 2018 (de benchmark). Vervolgens wordt de bijstelling van de raming voor 2017 vermeld. Deze bijstelling werkt door in de raming voor de kabinetsjaren. Vervolgens wordt de absolute endogene groei en de gemiddelde procentuele endogene groei per jaar tussen 2017 en 2022 gegeven. De tabel bevat de fiscale regelingen waarbij de geraamde endogene ontwikkeling in die periode gemiddeld (absoluut) groter dan 8% per jaar is en/of de bijstelling voor 2017 (absoluut) groter dan 8% is. Bijstellingen en ontwikkelingen kleiner dan 5 miljoen euro zijn buiten beschouwing gelaten, evenals bijstellingen die zien op het verschil tussen realisatie en budget van een regeling. Hieronder wordt een aantal posten waarbij er een aanwijsbare oorzaak is voor de opvallende ontwikkeling, nader toegelicht.

9.5.1 Toelichting mutatie ten opzichte van benchmark 2017 (x € miljoen)1
 

Benchmark 2017

Bijstelling 2017

Bijstelling in %

Endogeen 2018-2022

Endogeen in % per jaar

Persoonsgebonden aftrek

     

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

212

21

9,9%

40

3,2%

Giftenaftrek inkomstenbelasting

362

59

16,4%

18

0,8%

Inkomensvoorzieningen

     

FOR aftrek

160

30

18,5%

41

4,0%

Arbeidsongeschiktheidsverzekering premieaftrek

574

‒ 50

‒ 8,7%

82

2,9%

Arbeidsongeschiktheidsverzekering belaste uitkering

‒ 460

58

‒ 12,7%

‒ 49

2,3%

Middelingsregeling

86

1

1,2%

123

19,3%

(Eigen) woning

     

Hypotheekrenteaftrek

10.648

1.123

10,5%

‒ 1.500

‒ 2,7%

Aftrek financieringskosten eigen woning

280

‒ 62

‒ 22,1%

31

2,7%

Aftrek rente en kosten van geldleningen over restschuld vervreemde eigen woning

27

‒ 1

‒ 5,3%

‒ 11

‒ 10,6%

OVB Verlaagd tarief woning niet-starters

2.944

‒ 490

‒ 16,6%

‒ 52

‒ 0,4%

Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen

     

Vermindering verhuurderheffing

23

24

104,3%

336

52,2%

Verlaging lastendruk in de winstsfeer

     

Extra zelfstandigenaftrek starters

108

‒ 9

‒ 8,2%

17

3,3%

Mkb-winstvrijstelling

1.635

229

14,0%

615

5,9%

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

1.109

‒ 158

‒ 14,3%

‒ 386

‒ 9,9%

Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

383

134

35,0%

‒ 36

‒ 1,4%

Loonbelasting

     

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga’s van startups

29

‒ 29

‒ 100,0%

0

0,0%

Energiebelasting

     

Verlaagd tarief glastuinbouw

121

6

4,7%

‒ 45

‒ 8,5%

Teruggaaf kerkgebouwen en non-profit

24

5

23,2%

0

0,0%

Salderingsregeling

120

36

30,1%

183

16,8%

Omzetbelasting

     

Verlaagd tarief geneesmiddelen en hulpmiddelen

1.830

‒ 276

‒ 15,1%

339

4,0%

Verlaagd tarief culturele goederen en diensten

1.568

‒ 551

‒ 35,2%

119

2,2%

Verlaagd tarief arbeidsintensieve diensten

660

304

46,1%

214

4,1%

Verlaagd tarief overig

1.877

178

9,5%

132

1,3%

Auto

     

BPM Vrijstelling nulemissievoertuigen

4

0

10,8%

18

40,8%

MRB Vrijstelling nulemissievoertuigen

12

0

0,0%

135

65,7%

IB/LB Korting op de bijtelling voor nulemissieauto's

86

‒ 2

‒ 2,3%

374

40,4%

IB/LB Korting op de bijtelling voor zuinige auto's (overgangsrecht)

529

‒ 19

‒ 3,6%

‒ 305

‒ 16,6%

BPM Teruggaaf taxi's en openbaar vervoer

51

39

78,1%

60

10,8%

MRB Vrijstelling motorrijtuigen ouder dan 40 jaar

58

0

0,0%

34

9,5%

MRB Overgangsregeling motorrijtuigen vanaf bouwjaar 1988

19

0

0,0%

‒ 8

‒ 10,4%

1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

Middelingsregeling

Het budgettaire belang van de middelingsregeling varieerde jarenlang tussen 80 en 90 miljoen euro, maar loopt sinds 2018 fors op. Dit bedrag (op kasbasis) is opgelopen tot 125 miljoen euro en 161 miljoen euro in 2020. In het eerste half jaar van 2021 is wederom een forse stijging zichtbaar. Naar verwachting bedraagt het budgettaire beslag in 2021 185 miljoen euro en stijgt dit in 2022 door tot 210 miljoen euro.

Uit een nadere analyse blijkt dat niet zozeer het aantal middelingsverzoeken oploopt, maar vooral het gemiddelde bedrag per middelingsverzoek. Dit was in 2016 nog circa 1600 euro, maar in 2020 al circa 3100 euro. Uit de evaluatie van deze regeling bleek onder andere dat het budgettaire beslag van deze regeling vier keer zo groot zou kunnen zijn bij volledige benutting. Het is dus waarschijnlijk dat burgers die recht hebben op een hoog middelingsbedrag, de afgelopen jaren vaker de regeling ook daadwerkelijk benut hebben.

Aftrek rente en kosten van geldleningen over restschuld vervreemde eigen woning

De aftrek voor rente en kosten van geldleningen over restschuld vervreemde eigen woning betreft een tijdelijke crisismaatregel die afliep in 2017. Het budgettaire belang vanaf 2018 betreft de gevallen die gebruik maken van de mogelijkheid om na 2017 voor een periode van maximaal vijftien jaar verkoopkosten (zoals makelaarskosten) en renten van geldleningen voor een restschuld van een verkochte eigen woning af te trekken. Dit budgettair belang neemt geleidelijk af tot 0 in 2033.

Vermindering verhuurderheffing

De heffingsverminderingen worden pas na realisatie definitief toegekend. Hierdoor zijn de kosten van de oude heffingsverminderingen op kasbasis in de eerste jaren vanaf invoering in 2014 gering en gemiddeld veel lager dan ingeboekt. Vanaf 2018 zijn de kosten juist gemiddeld veel hoger dan ingeboekt. Dit verklaart de hoge endogene groei over de jaren 2018-2021. In 2022 wordt een grote realisatie verwacht van de heffingsvermindering nieuwbouw.

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

Reguliere waardestijgingen van landbouwgrond (WEVAB) zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting door de landbouwvrijstelling. Door veel gebruik van herwaardering van gronden naar de WEVAB-waarde was er tot en met 2015 sprake van een hoog budgettair belang. Cijfers over 2016-2018 laten een aanzienlijke daling van het budgettaire belang zien, vermoedelijk omdat de bulk aan herwaarderingen achter de rug is. Voorlopige cijfers over 2019 suggereren dat die trend doorzet. Aangenomen wordt dat het budgettaire belang na 2018 met 10% per jaar daalt. Na enkele jaren zal een nieuw min of meer structureel niveau van het budgettaire belang zijn bereikt.

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga's van startups

De kosten van de gebruikelijkloonregeling innovatieve start-ups zijn bij invoering in 2017 geraamd op structureel 29 miljoen euro per jaar. Uit nader onderzoek blijkt dat sinds de invoering slechts heel beperkt gebruik wordt gemaakt van de regeling. De kosten worden nu vanaf invoering geraamd op jaarlijks 0 miljoen euro, afgerond op miljoenen.

Energiebelasting

De budgettaire omvang van de salderingsregeling in de energiebelasting blijft net als voorgaande jaren hard groeien. Het budgettaire belang van de regeling stijgt doordat op basis van de prognose uit de Klimaat- en Energieverkenning 2020 blijkt dat jaarlijks meer zonne-energie wordt opgewekt door kleinverbruikers.

Auto

Door de opkomst van elektrisch rijden in Nederland, loopt het budgettaire belang van de fiscale regelingen op dit gebied ten opzichte van 2017 elk jaar op. In 2020 zijn, ondanks corona, met name aan het einde van het jaar nog veel volledig elektrische auto’s verkocht in anticipatie op de verlaging van de korting op de bijtelling en de aanscherping van de cap in de bijtelling voor volledig elektrische auto’s per 2021. Dit werkt voor de bijtelling ook door in de jaren na 2020 doordat auto’s gemiddeld circa vier jaar in de bijtelling zitten. Het kabinet kiest ervoor om de stimulering van elektrische auto’s meer te richten op de goedkopere personenauto’s in de bijtelling door de cap in de bijtelling te verlagen. Daarnaast wordt de stimulering meer gericht op de particuliere markt door extra aanschafsubsidie (SEPP) beschikbaar te stellen. Hierdoor wordt in anticipatie hierop in 2021 een iets hoger aantal nieuwverkopen van zakelijke elektrische auto’s verwacht, maar lagere aantallen (en daarmee ook een lager budgettair belang) in de periode erna dan zonder deze aanpassing. De extra SEPP leidt tot extra particuliere nieuwverkopen. Daardoor neemt het budgettaire belang van de bpm- en mrb-vrijstelling verder toe. Voor zuinige auto’s is de korting op de bijtelling afgeschaft per 2016 met overgangsrecht, waardoor het budgettaire belang geleidelijk afneemt. De teruggaaf van bpm voor taxi’s en openbaar vervoer kende een uitschieter naar boven in 2017 door met name de verkoop van bestelauto’s op aardgas die een hoge bpm hebben. Het budgettaire belang is weer terugzakt naar een lager niveau in 2018 dan in 2017, maar is nog wel hoger dan in 2016. De teruggaafregeling bpm voor taxi’s is afgeschaft per 2020. De teruggaafregeling bpm voor taxi’s wordt gerespecteerd voor voertuigen die vóór 2020 gekocht zijn, waardoor met name in 2019 extra aankopen (anticipatie-effecten) hebben plaatsgevonden. Door corona zijn in 2020 minder nieuwe conventionele auto’s verkocht. Hierdoor loopt het budgettair belang van de betreffende bpm-posten in 2020 terug. In 2021 wordt voor deze bpm-posten een herstel verwacht van het aantal nieuwverkopen.

9.6 Evaluaties

In deze paragraaf wordt verslag gedaan van evaluaties van fiscale regelingen. Bij evaluaties van fiscale regelingen dient het toetsingskader fiscale regelingen te worden doorlopen, waarbij de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) van toepassing is. Dit betekent onder meer dat de instrumentkeuze voor een fiscale regeling opnieuw tegen het licht moet worden gehouden, de doeltreffendheid en doelmatigheid moet worden onderzocht en worden bepaald of een horizonbepaling aan de orde is. Op hoofdlijnen wordt aandacht geschonken aan de conclusies en eventuele beleidsconsequenties die het kabinet heeft getrokken op basis van de uitgevoerde evaluaties. Eerst wordt kort aandacht besteed aan de beleidsdoorlichting, het verantwoordingsonderzoek 2020 van de Algemene Rekenkamer en evaluaties in de periode 2010-2021. Daarna volgt een samenvatting van de evaluaties die sinds de vorige Miljoenennota zijn uitgebracht. In de bijlage «Toelichting op de fiscale regelingen» is per regeling de vindplaats van de evaluatie vermeld. Tot slot komt de evaluatieprogrammering voor de periode 2021-2025 aan bod.

Evaluaties 2010-2021

In 2019 is een beleidsdoorlichting uitgevoerd van alle evaluaties in de periode 2010-2018. Het rapport biedt inzicht in de toegevoegde waarde van het evalueren van fiscale regelingen. In de doorlichting wordt aan de hand van de 31 evaluaties van fiscale regelingen tussen 2010 en 2018 geïnventariseerd welke informatie de evaluaties opleveren en wat hiermee wordt gedaan in de beleidsvorming. Uit de doorlichting blijkt dat de meeste evaluaties pogen de doeltreffendheid en doelmatigheid vast te stellen, maar onder andere door gebrek aan data en variatie vaak alleen voorzichtige conclusies kunnen worden getrokken. De oorspronkelijke gemaakte keuze voor een fiscale regeling als instrument om het gewenste doel te bereiken, wordt zelden tegen het licht gehouden in de evaluaties. Aanbevelingen in onderzoeks­rapporten ontbreken mede daardoor vaak of blijven tamelijk veilig, waardoor de toegevoegde waarde niet groot is. De kabinetsreacties gaan soms verder dan de aanbevelingen, maar doen in andere gevallen juist weinig met de bevindingen. Uiteindelijk is het aan de politiek de afweging te maken, waarbij een evaluatie als basis kan dienen. In de onderzoeksperiode zijn slechts enkele regelingen fundamenteel gewijzigd naar aanleiding van een evaluatie.

In het verantwoordingsonderzoek Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2020 heeft de Algemene Rekenkamer onderzoek gedaan naar fiscale regelingen. De Algemene Rekenkamer concludeert dat fiscale regelingen te vaak en te makkelijk worden ingezet. Op grond van de analyse pleit de Algemene Rekenkamer fiscale regelingen alleen in te zetten als dit onvermijdelijk is (bijvoorbeeld als zij onlosmakelijk verbonden zijn aan de heffingsstructuur) of wanneer ministers aantonen dat fiscale regelingen evident de voorkeur verdienen boven alternatieve regelingen.

In het verantwoordingsdebat is toegezegd om de Kamer meer systematisch te informeren over de uitkomsten van evaluaties. Het kabinet stuurt uitgevoerde evaluaties naar de Kamer, vergezeld van een kabinetsstandpunt. Aanvullend daarop bevat deze bijlage een korte samenvatting van alle uitgevoerde evaluaties sinds de voorgaande Miljoenennota. Nieuw is dat in bijlage 10 een toelichting van alle fiscale regelingen, naast een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie, ook een korte duiding wordt gegeven van de resultaten van de evaluatie op een zestal punten. Ten eerste de conclusies van de evaluatie betreffende de doeltreffendheid en doelmatigheid, voorts of sprake is van een horizonbepaling en de vraag of aandacht is geschonken aan de argumentatie voor de fiscale regelingen als instrumentkeus en tot slot de beleidsaanbevelingen en de beleidsconclusies die het kabinet daar aan verbonden heeft. Een gecomprimeerde weergave hiervan staat in tabel 9.6.1. De uitkomsten bij de evaluaties t/m 2018 zijn zoals gepresenteerd in de beleidsdoorlichting fiscale regelingen en zijn aangevuld met de nadien gereedgekomen evaluaties 2019-2021. Op deze wijze zal voortaan elk jaar in de bijlagen van de Miljoenennota integraal de informatie beschikbaar van alle uitgevoerde evaluaties vanaf 2010. Conform de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer zal worden bezien of de uitkomsten van evaluaties op dezelfde wijze aan de begrotingen van de vakdepartementen kan worden toegevoegd, waar de fiscale regelingen op hun beleidsterrein nu al extracomptabel worden vermeld. Zoals de Algemene Rekenkamer stelt: «Daarmee worden fiscale regelingen nadrukkelijker onderwerp van gesprek tussen het parlement en de vakminister over de verantwoording. Daarin kunnen de ‘kosten’ van het beleid worden afgewogen tegen de maatschappelijke resultaten ervan. Dit kan een gedegen afweging van de inzet van het instrument en de kritische evaluatie ervan ten goede komen.»

Tabel 9.6.1 Overzicht resultaten evaluaties 2010-2021

Jaar

Evaluatie

Doeltreffend

Doelmatig

Instrumentkeuze

Aanbevelingen

Beleids-uitwerking

2011

Fiscale stimulering (zeer) zuinige auto's

Ja

Nee

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2012

Evaluatie WBSO 2006–2010

Ja

Ja

Nee

Vervolgonderzoek

Verbetering binnen regeling

2012

Evaluatie van de afdrachtvermindering onderwijs 2006-2012

Deels

Nee

Nee

Verbetering binnen regeling

Omzetting naar uitgavenkant

2013

Evaluatie Energie Investeringsaftrek 2006 ‒ 2011

Ja

Deels

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2013

Evaluatie MIA en VAMIL 2005 ‒ 2010 + Onderdeel effectiviteit

Ja

Ja

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2014

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht

Deels

Deels

Nee

Vervolgonderzoek

Vervolgonderzoek

2014

Beleidsevaluatie van de Natuurschoonwet 1928

Ja

Deels

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2014

Evaluatie autogerelateerde belastingen 2008–2013 en vooruitblik automarktontwikkelingen tot 2020

Ja

Nee

Nee

Geen aanbevelingen

Verbetering binnen regeling

2014

Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid

Deels

Deels

Nee

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2014

Evaluatie van de verhoging van het btw-tarief op podiumkunsten

Geen uitspraak

Geen uitspraak

Nee

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2015

Budgettaire opbrengst van de oldtimermaatregel

Geen uitspraak

Geen uitspraak

Nee

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2016

Evaluatie verhuurderheffing

Niet onderzocht

Niet onderzocht

Nee

Geen aanbevelingen

Intensivering

2016

Evaluatie energiebelastingtarief glastuinbouw

Ja

Geen uitspraak

Ja

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2016

Evaluatie innovatiebox 2010 tot 2012

Deels

Deels

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2016

Onderzoek naar gebruik aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten

Deels

Nee

Deels

Geen aanbevelingen

Nieuwe evaluatie 2022

2016

Onderzoek efficiencyverbetering van de fiscale regelingen MIA en VAMIL

Geen uitspraak

Geen uitspraak

Ja

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2016

Evaluatie aftrekpost scholingsuitgaven

Nee

Nee

Deels

Geen aanbevelingen

Omzetting naar uitgavenkant

2017

Evaluatie vrijstelling wegenbouw

Nee

Deels

Ja

Afschaffen

Geen wijzigingen

2017

Evaluatie kamerverhuurvrijstelling

Geen uitspraak

Geen uitspraak

Nee

Vervolgonderzoek

Vervolgonderzoek

2017

Evaluatie WOM-regeling

Deels

Geen uitspraak

Nee

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2017

De historische impact van salderen

Ja

Nee

Nee

Geen aanbevelingen

Uitwerking is nog bezig

2017

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen

Geen uitspraak

Geen uitspraak

Nee

Vervolgonderzoek

Geen wijzigingen

2017

Evaluatie fiscale vrijstellingen bos en natuur

Ja

Geen uitspraak

Deels

Verbetering binnen regeling

Geen wijzigingen

2017

Evaluatie 30%-regeling

Ja

Ja

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2017

Evaluaties giftenaftrek en de evaluatie van de praktijk rondom ANBI's en SBBI's

Deels

Nee

Ja

Verbetering binnen regeling

Intensivering

2018

Beleidsevaluatie Energie Investeringsaftrek (EIA) 2012-2017

Ja

Deels

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2018

Evaluatie regeling verlaagd tarief lokaal opgewekte duurzame energie

Ja

Nee

Nee

Omzetten naar uitgavenkant

Omzetting naar uitgavenkant

2018

Evaluatie teruggaafregeling LNG in de accijnzen

Deels

Deels

Deels

Geen aanbevelingen

Afschaffen

2018

Evaluatie Wet uitwerking Autobrief II

Niet onderzocht

Niet onderzocht

Nee

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2018

Evaluatie Middelingsregeling

Deels

Deels

Nee

Afschaffen

Geen wijzigingen

2018

Beleidsevaluatie van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil)

Ja

Ja

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2019

Evaluatie WBSO

Ja

Ja

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2019

Evaluatie Eigenwoningregelingen hypotheekrenteaftrek

Deels

Nee

Nee

Afschaffen/verbetering binnen regeling

Voor nieuw kabinet

2019

Evaluatie Eigenwoningregelingen eigenwoningforfait

Deels

Nee

Nee

Afschaffen/verbetering binnen regeling

Voor nieuw kabinet

2019

Evaluatie Eigenwoningregelingen Hillen

Deels

Nee

Nee

Geen aanbeveling

Geen wijzigingen/werd al afgeschaft

2019

Evaluatie Eigenwoningregelingen bijleenregeling

Geen uitspraak

Geen uitspraak

Nee

Geen aanbevelingen

Voor nieuw kabinet

2019

Evaluatie Eigenwoningregelingen toptarief

Ja

Ja

Nee

Geen aanbevelingen

Voor nieuw kabinet

2019

Evaluatie Eigenwoningregelingen aflossingseis

Ja

Ja

Nee

Overgangsrecht versneld uitfaseren

Voor nieuw kabinet

2019

Evaluatie Eigenwoningregelingen tariefsmaatregel

Deels

Ja

Nee

Geen aanbevelingen

Voor nieuw kabinet

2020

Evaluatie Assurantiebelasting

Deels

Ja

Nee

Geen aanbevelingen

Voor nieuw kabinet

2020

Evaluatie van de vrijstelling en de heffingskorting in box 3 voor groen beleggen

Ja

Ja

Nee

Verbetering binnen regeling

Verbetering binnen regeling

2020

Evaluatie heffingsverminderingen verhuurderheffing’

Deels

Deels

Nee

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2020

Evaluatie van de vrijstelling voor nettopensioen en nettolijfrente

Ja

Grotendeels

Nee

Verbeteringen binnen regeling

Verbetering binnen regeling en verbetering door brede pensioenhervorming

2021

Evaluatie Energiebelasting teruggaaf kerken & nonprofit

Redelijk

Ja

Nee

Zorgvuldig uitfaseren

Momenteel geen beleidsuitwerking

2021

Evaluatie Energiebelasting teruggaaf intensieve industrie

Beperkt

Ja

Nee

Zorgvuldig uitfaseren

Momenteel geen beleidsuitwerking

2021

Evaluatie Energiebelasting vrijstellingen intensieve industrie

Waarschijnlijk

Beperkt

Nee

Verbetering binnen regelingen en zorgvuldig uitfaseren

Momenteel geen beleidsuitwerking

2021

Evaluatie Energiebelasting stadsverwarmingsregeling

Ja

Grotendeels

Nee

Verbetering binnen regeling

Momenteel geen beleidsuitwerking

2021

Evaluatie Energiebelasting WKK-inputvrijstelling

Neemt af

Grotendeels

Nee

Zorgvuldig uitfaseren

Momenteel geen beleidsuitwerking

2021

Evaluatie Energiebelasting verlaagd tarief GTB

Ja

Ja

Nee

Zorgvuldig uitfaseren

Momenteel geen beleidsuitwerking

2021

Evaluatie Energiebelasting belastingvermindering

Redelijk

Beperkt

Nee

Geen aanbevelingen

Geen wijzigingen

2021

Evaluatie schenkingsvrijstelling

Niet of beperkt

Nee

Nee

Geen aanbevelingen

Uitwerking is nog bezig

Gerealiseerde evaluaties sinds de Miljoenennota 2021

In april 2021 heeft de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst de evaluatie Energiebelasting aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze evaluatie is door onderzoeksbureau CE Delft uitgevoerd. Er is in deze evaluatie met name aandacht besteed aan het onderzoeken van de fiscale regelingen in de energiebelasting (EB) en de tariefstructuur. Beide onderdelen zijn op doeltreffendheid en doelmatigheid onderzocht. Daarnaast is de interactie van de energiebelasting met de energietransitie onderzocht. De evaluatie richt zich op de periode van de introductie van de EB (1996) tot en met 2019. Voor de relatie van de EB met de energietransitie is de zichtperiode 2020-2030 aangehouden. De uitkomsten van de evaluatie EB dienen in samenhang te worden bezien met die van de evaluatie en toekomstverkenning van de Opslag Duurzame Energie (ODE) alsmede de resultaten van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Financiering Energietransitie. Deze onderzoeken zijn tevens in het voorjaar door de minister van Economische Zaken en Klimaat bij de Tweede Kamer aangeboden.

Een belangrijk inzicht uit de evaluatie EB is volgens CE Delft dat de EB een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de daling van het gasverbruik en dat de EB de stijging van het elektriciteitsverbruik heeft geremd. De inschatting van de onderzoekers is dat zonder de EB en ODE het aardgasverbruik gemiddeld zo’n 9% hoger zou hebben gelegen en het elektriciteitsverbruik zo’n 8% hoger. Zij geven daarbij aan dat de EB met name doeltreffend is bij huishoudens en kleine ondernemingen met een laag energiegebruik. Het effect is minder sterk bij grootverbruikers door de lagere schijftarieven en specifieke regelingen. Ook bij een laag tarief draagt de EB nog bij aan het besparen van energie, maar die prikkel is in de hogere verbruiksschijven minder groot. In de evaluatie van de EB zijn de verschillende fiscale regelingen in de EB getoetst op doeltreffendheid en doelmatigheid. De regelingen blijken in veel gevallen doeltreffend, met name omdat ze bijdragen aan een meer gelijk speelveld met de ons omringende landen waar veelal vergelijkbare vrijstellingen gelden. Tegelijkertijd zijn ze in veel gevallen niet doelmatig vanuit het perspectief van de energietransitie, aangezien meerdere regelingen de inzet van fossiele energiedragers stimuleren. Verder constateren de onderzoekers dat de doelmatigheid van de EB zou kunnen verbeteren door de tarieven op gas en elektriciteit beter in balans te brengen in relatie tot de externe kosten. Dat zou betekenen dat de EB voor aardgas omhoog moet ten opzichte van elektriciteit en de tarieven in de hogere schijven stijgen ten opzichte van in de lagere schijven. Vanwege de koppeling tussen de EB en de ODE is het daarbij van belang om een eventuele aanpassing van de tarieven in samenhang te bezien. Daarnaast wordt geconcludeerd dat het met het oog op de energietransitie wenselijk is zoveel mogelijk energiegebruikers te beprijzen met gelijke tarieven per eenheid CO₂ en meerdere specifieke regelingen stapsgewijs uit te faseren. Daarbij geldt volgens CE Delft wel dat uitfasering van regelingen en vermindering van de degressiviteit van de tarieven bij voorkeur gezamenlijk en zorgvuldig met de andere lidstaten op Europees niveau plaatsvindt met het oog op mogelijke weglekeffecten. Naar aanleiding van deze evaluatie is besloten om in deze bijlage van de Miljoenennota voortaan van een tweetal extra regelingen in de EB het budgettaire belang structureel te gaan monitoren. Het betreft hier de inputvrijstelling in de EB voor elektriciteitsopwekking en de stadsverwarmingsregeling.

In 2021 is de evaluatie schenkingsvrijstelling eigen woning afgerond. De evaluatie is uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek en richt zich op de verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning van € 100.000 (geïndexeerd) zoals deze geldt vanaf 2017. De vraagstelling die in het onderzoek centraal staat is: in hoeverre is de verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning doeltreffend en doelmatig. De vrijstelling is in 2017 structureel verruimd met als doel het verminderen van de eigenwoningschuld en het verlagen van het percentage onderwaterhypotheken. Uit het onderzoek blijkt ten aanzien van de doeltreffendheid van de verruimde schenkingsvrijstelling dat de regeling hoogstens een beperkt effect heeft op de totale hypotheekschuld in Nederland. Ontvangers die al een woning hebben, hebben hun hypotheekschuld maar in beperkte mate verkleind ten opzichte van vergelijkbare huishoudens die geen schenking ontvangen. Een deel gaat duurder wonen. Starters gebruiken de schenking deels om minder te lenen dan op basis van hun inkomen had gekund, maar ook om een duurdere woning te kopen dan starters zonder schenking. Bovendien is de financiële uitgangspositie van huishoudens die een schenking ontvangen al relatief gunstig ten opzichte van huishoudens zonder schenking. Dit vergroot de vermogensongelijkheid binnen generaties.

Daarnaast zijn volgens de onderzoekers de oorspronkelijke beleidsdoelen van de schenkingsvrijstelling eigen woning minder relevant geworden. De hypotheekschuld is de afgelopen jaren gedaald ten opzichte van het nationale inkomen en het percentage onderwaterhypotheken nam sterk af. Dit komt met name door verlaging van de maximale Loan-to-Value naar 100 procent, invoering van de fiscale aflossingseis en de gestegen huizenprijzen. Met betrekking tot de doelmatigheid stelt SEO dan ook dat er al ander beleid gevoerd wordt dat beter aansluit bij de doelstellingen van de regeling en minder nadelige neveneffecten met zich meebrengt.

Eind 2020 is de evaluatie verlaging overdrachtsbelasting 2011-2012 uitgevoerd door het Centraal Planbureau (CPB). Volgens de onderzoekers is het niet mogelijk om het effect van de verlaging van de overdrachtsbelasting in 2011 op het aantal woningtransacties te bepalen. Het belangrijkste probleem is dat een controlegroep ontbreekt. Een andere complicerende factor is dat er in dezelfde periode veel meer wijzigingen in het woningmarktbeleid werden ingevoerd, waardoor het effect van de verlaging van de overdrachtsbelasting niet geïsoleerd kan worden. Huishoudens lijken in juni 2012 wel het moment van aankoop van een huis te hebben verschoven om nog gebruik te maken van, het toen tijdelijk, verlaagde tarief. In die maand waren er twee keer zoveel transacties dan verwacht, in de maanden erna juist minder.

Evaluatieprogrammering 2021-2025

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de evaluaties van fiscale regelingen die gepland staan voor de periode 2021-2025. Deze programmering is erop gericht om met een gerichte inzet van de beschikbare capaciteit relevante evaluaties af te leveren die voorzien in de informatiebehoefte van het parlement. De evaluaties van fiscale regelingen zijn ook onderdeel van de Strategische Evaluatieagenda (SEA), die in de begrotingen van de verschillende ministeries terug te vinden is.

Uitgangspunt is dat evaluaties voldoen aan de eisen van de Regeling Periodiek Onderzoek (RPE). Voor fiscale regelingen geldt bovendien dat bij evaluaties het Toetsingskader fiscale regelingen wordt doorlopen. In het licht van de onvolkomendheid die de Algemene Rekenkamer heeft geconstateerd, namelijk dat het toetsingskader onvoldoende wordt toegepast, zal bij komende evaluaties beter worden toegezien op het doorlopen van het toetsingskader. Voor evaluaties van fiscale regelingen zijn het Ministerie van Financiën en het betreffende vakdepartement beide verantwoordelijk en altijd samen betrokken. Het ministerie van Financiën bezien vanuit de verantwoordelijkheid voor het belastingstelsel en de begroting, het beleidsdepartement bezien vanuit de (specifieke) beleidsdoelen.

In de bijlage «Toelichting op de fiscale regelingen» bij deze Miljoenennota is per regeling aangegeven wanneer de volgende evaluatie gepland staat.

Tabel 9.6.2 Evaluaties fiscale regelingen 2021-20251

Evaluaties per departement

Begrotingsartikel

2021

2022

2023

2024

2025

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

      

Eenmalige vrijstelling schenk- en erfbelasting t.b.v. de eigen woning*

3: Woningmarkt

X

    

Fiscale regelingen eigen woning

3: Woningmarkt

   

X

 

Vermindering verhuurderheffing

3: Woningmarkt

    

X

Differentiatie OVB starters

3: Woningmarkt

    

X

Financiën

      

Fiscale regelingen energiebelasting*

1: Belastingen

X

    

Wijziging kleine ondernemersregeling btw

1: Belastingen

X

    

Fiscale regelingen bedrijfsopvolging

1: Belastingen

X

    

Fiscale regelingen BPM en MRB

1: Belastingen

X

    

Btw verlaagd tarief alle goederen en diensten

1: Belastingen

 

X

   

Tussenevaluatie Klimaatakkoord (mobiliteit)

1: Belastingen

 

X

   

Heffingskortingen/tariefsstructuur box 1

1: Belastingen

  

X

  

Middelingsregeling

1: Belastingen

   

X

 

Werkkostenregeling

1: Belastingen

  

X

  

Giftenaftrek

1: Belastingen

  

X

  

Faciliteiten ANBI's

1: Belastingen

  

X

  

30%-regeling

1: Belastingen

   

X

 

Vrijstelling wegens 25- of 40-jarig dienstverband

1: Belastingen

    

X

Vrijstelling vergoeding extraterritoriale kosten

1: Belastingen

 

X

   

Infrastructuur en Waterstaat

      

Fiscale regelingen zeeschepen

18: Scheepvaart en Havens

X

    

Tussenevaluatie Klimaatakkoord (mobiliteit)

  

X

   

Reisaftrek OV

16: Openbaar vervoer en Spoor

 

X

   

Millieu investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving millieu-investeringen (Vamil)

21: Duurzaamheid

  

X

  

Economische Zaken en Klimaat

      

Verlaagd gebruikelijk loon dga's startups

2: Bedrijvenbeleid

X

    

Fiscale regelingen energiebelasting*

4: Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

X

    

Fiscale regelingen bedrijfsopvolging

2: Bedrijvenbeleid

X

    

Fiscale regelingen ondernemerschap

2: Bedrijvenbeleid

 

X

   

Energie investeringsaftrek (EIA)

4: Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

  

X

  

Fiscale regelingen speur- en ontwikkelingswerk

2: Bedrijvenbeleid

   

X

 

Innovatiebox

2: Bedrijvenbeleid

  

X

  

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

      

Heffingskortingen/tariefsstructuur box 1

1: Arbeidsmarkt

  

X

  

Btw verlaagd tarief alle goederen en diensten

1: Arbeidsmarkt

 

X

   

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

      

Fiscale regelingen energiebelasting*

21: Land- en tuinbouw

X

    

Btw verlaagd tarief alle goederen en diensten

21: Land- en tuinbouw

 

X

   

Landbouwvrijstelling

21: Land- en tuinbouw

 

X

   

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

      

Aftrek specifieke zorgkosten

8: Tegemoetkoming specifieke kosten

 

X

   

Btw verlaagd tarief alle goederen en diensten

Financieel Beeld Zorg

 

X

   

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

      

Btw verlaagd tarief alle goederen en diensten

14: Cultuur

 

X

   
1

Evaluaties met een * zijn reeds afgerond en aangeboden aan de Kamer

9.7 Beleidsmatige evaluatie- en onderzoeksagenda belasting- en toeslagenstelsel

Deze paragraaf bevat een overzicht van de onderzoeken en evaluaties op fiscaal terrein, naast de in voorgaande paragraaf behandelde evaluaties van fiscale regelingen. Naast deze evaluaties worden vanaf deze Miljoenennota alle andere onderzoeken en evaluaties op fiscaal terrein die de komende jaren zijn gepland in de SEA gepresenteerd. De relevante overkoepelende thema's worden hieronder geduid en toegelicht. Daarop volgt het overzicht met de evaluatie- en onderzoeksagenda voor de komende jaren.

De onderzoeken en evaluaties voor de komende jaren zijn ingedeeld naar voor het belastingstelsel relevante aandachtspunten. Deels zijn de thema’s bestaande knelpunten van het belastingstelsel zoals die ook in de Bouwstenen voor een beter belastingstelsel aan de orde komen. In die gevallen is vervolgonderzoek wenselijk. Tevens is het de moeite waard om de toegevoegde waarde van een impact assessment van meer fundamentele stelselwijzigingen voor substantiële beleids- of stelselwijzigingen te onderzoeken met oog op doelmatigheid en doeltreffendheid. Het doenvermogen van burgers en bedrijven en uitvoerbaarheid door belastingdienst en andere instanties zijn daarbij belangrijke aspecten. Ten slotte vormen de Evaluaties van fiscale regelingen een belangrijk deel van deze agenda. Hierna wordt elk thema kort toegelicht.

Meer aandacht voor de belastingplichtige en toeslaggerechtigde

Het belasting en toeslagenstelsel is complex. Burgers en ondernemers zijn niet altijd volledig rationeel of wilskrachtig. Daaraan toegevoegd dat het belastingstelsel complex is, kan ertoe leiden dat ze niet of verkeerd gebruikmaken van fiscaleregelingen, aftrekposten en/of toeslagen. Hierbij spelen zowel persoonskenmerken en situationele factoren zoals armoede, stress en life events zoals baanverlies en echtscheidingen een rol. Inzichten en onderzoeksmethoden uit de gedragswetenschappen kunnen helpen om ons belasting- en toeslagenstelsel beter hierop te laten aansluiten. Dit raakt nadrukkelijk ook aan de uitvoering van beleid. Er zal onder andere onderzoek gedaan worden naar de complexiteit van het belastingstelsel vanuit particulieren en ondernemers bezien alsmede het niet-gebruik van toeslagen. In 2022 vind een evaluatie plaats van de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen(AWIR) en de dienstverlening toeslagen.

Aanpak van belastingontwijking

De afgelopen jaren is nationaal en internationaal de aandacht toegenomen voor belastingontwijking door multinationals en extreem rijke particulieren. Nederland heeft een open en exportgerichte economie wat een belangrijk uitgangspunt vormt voor ons belastingstelsel. De ruimte voor nationaal beleid neemt daarbij steeds verder af. De Europese Unie is één markt en belastingstelsels in Europa zijn zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Dit is nog niet voldoende om belastingontwijking, belastingconcurrentie en het verschuiven van activiteiten tussen landen aan te kunnen pakken. Nader onderzoek kan het inzicht in welke bedrijven wel of juist geen vennootschapsbelasting betalen vergroten en meer licht werpen op de effectiviteit van de huidige aanpak van belastingontwijking. Dat laatste staat centraal in deze subcategorie: meer inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de aanpak van belastingontwijking. Er wordt daarbij nog nader gekeken naar de coherentie en de voortschrijdende inzichtbehoefte.

Vergroening belastingstelsel

De schade aan klimaat en milieu door vervuiling en opwarmen van de aarde worden op dit moment onvoldoende beprijsd. Consumenten en bedrijven houden daardoor te weinig rekening met de maatschappelijke kosten van uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof. Dit geldt tevens voor de maatschappelijke kosten rond mobiliteit zoals filevorming. Belastingen kunnen zorgen voor andere keuzes en bijdragen aan het ‘de vervuiler betaalt’-principe. Ook groeit de aandacht voor een internationale aanpak van klimaatproblemen en het belasten van milieuvervuilende activiteiten van bedrijven. De komende jaren zullen verschillende onderdelen van het klimaatakkoord worden geëvalueerd. Bezien wordt of gestelde doelen op een doeltreffende en doelmatige wijze zijn bereikt. Daarnaast wordt op deelterreinen verdiepend onderzoek gedaan naar effectieve vergroening van het belastingstelsel.

Beter belasten vermogen

De wijze waarop Nederland vermogen belast is zeer divers en pakt daarmee niet neutraal uit. Verschillend belasten van verschillende (inkomen uit) vermogens en vermogensoverdrachten draagt bij aan belastingontwijking en een ongelijkere vermogensverdeling. Het gaat hier om alle vormen van vermogen zoals spaar- en beleggingstegoeden, de eigen woning, overig vastgoed, het aanmerkelijk belang en ander (ondernemings)vermogen en pensioenen. Tevens gaat het over het belasten van vermogensoverdrachten en dus om de schenk- en erfbelasting. Vanuit de maatschappij is er steeds breder aandacht voor de verdeling van vermogens over huishoudens. Vanuit de Kamer komt daarbij ook de roep om meer te doen met vermogensongelijkheid in de jaarlijkse begrotingsbesluitvorming. Ook internationaal neemt de aandacht voor vermogensongelijkheid toe, zoals recente OESO-rapporten laten zien. De data over vermogen wordt steeds beter. Recent heeft het CBS met een verbeterde methodiek de omvang van ab-vermogen aanzienlijk hoger vastgesteld waardoor de verdeling van het ab-vermogen nog schever is dan eerder gedacht. Er zijn nog steeds verbeteringen mogelijk om tot een beter integraal vermogensbeeld en de verdeling daarvan te komen. Nader onderzoek zorgt voor gedetailleerder inzicht in vermogens en vermogensvorming, hoe de fiscaliteit daarin een rol speelt en welke verbeteringen mogelijk zijn.

Fiscale steunmatregelen Coronacrisis

De steunmaatregelen vanwege de Coronacrisis betreffen een interdepartementaal evaluatiethema. In deze onderzoeks- en evaluatiekalender zijn deze geclusterd als Fiscale Steunmaatregelen Coronacrisis. De tijdelijke maatregelen hebben als doel om (1) werkgelegenheid te behouden en (2) ondernemers en zelfstandigen in getroffen sectoren te ondersteunen door op het peil houden van liquiditeit. De fiscale maatregelen zijn snel te nemen maatregelen om in liquiditeit te voorzien. Bekeken wordt in hoeverre de maatregelen aan dit doel hebben bijgedragen en of deze effectief en efficiënt zijn geweest.

Betere beleidsvoorbereiding

Dit thema betreft onder andere onderzoek naar nut en noodzaak van impact assessments van meer fundamentelere stelselwijzigingen. Dat onderzoek kan ook plaatsvinden in de vorm van een pilot. Daarnaast staan hier onderzoek naar efficiënte crisismaatregelen en onderzoek naar het terugdringen van fiscale regelingen in de planning. Tot slot valt ook de (rijksbrede) herziening van het integraal afwegingskader binnen deze categorie. Onderzoeken genoemd onder het betreffende subthema zorgen voor meer aandacht voor doelmatig en doeltreffend beleid gedurende de beleidsvoorbereiding. Daarbij gaat het ook nadrukkelijk om het doenvermogen van burgers en bedrijven en uitvoerbaarheid.

Overig Belastingstelsel

Dit subthema bestaat uit verschillende onderzoeken op fiscaalterrein die voorzien in een kennisbehoefte of evaluatie van een onderdeel van de uitgebreide belastingwetgeving en zich niet laten scharen onder de andere thema’s.

Tabel 9.7.1 Evaluatie- en onderzoeksagenda1

Thema

Jaartal

Onderzoek/evaluatie

Meer aandacht voor de belastingplichtige

2021*

Commissie praktische rechtsbescherming

 

2021*

Toepassing witte loontabel op uitkeringen van structureel bezwarende functies

 

2021

Evaluatie van artikel 17, tweede lid, van de Invorderingswet

 

2022

Eenvoud in het belastingstelsel vanuit perspectief burger

 

2022

Evaluatie AWIR, uitvoering en dienstverlening toeslagen

 

2022

Onderzoek niet-gebruik toeslagen

 

2024

Monitoring van de openbaarmaking fiscale vergrijpboetes

 

2025

Evaluatie hersteloperatie toeslagen

Aanpak van belastingontwijking

Jaarlijks

Monitoring royalty, dividend en rentestromen FDI

 

2021*

Onderzoek vermogensaftrek/beperking aftrekbaarheid vreemd vermogen Vpb

 

2021

Adviescommissie doorstroomvennootschappen (Ter Haar 2)

 

2021

Analyse Country-by-country reporting NL (CbCR)

 

2021

Nader onderzoek belastingdruk multinationals: structureel verlieslatende bedrijven en betaalde belasting

 

2021

Nader onderzoek belastingdruk multinationals: verschillen tussen fiscale en commerciële winstbepaling

 

2021

Nader onderzoek belastingdruk multinationals: het beperken van de aftrekbaarheid van aandeelhouders/-hoofdkantoorkosten en/of royalty's

 

2021

Nader onderzoek effecten (OESO-) voorstellen belasten digitale onderdelen economie

 

2022

Vervolgonderzoek structureel verliesgevende bedrijven

 

2023

Effectmeting bronbelasting

 

2023

Onderzoek belang verdragennetwerk

 

2023

Monitoring van het overtredersbegrip (art. 67o AWR)

 

2024

Onderzoek naar effecten maatregelen tegen belastingontwijking: generieke renteaftrekbeperking, aanvullende CFC-maatregel en maatregelen tegen hybride mismatches.

Vergroening belastingstelsel

Jaarlijks

Monitoring stimulering elektrische auto’s ‘hand aan de kraan’

 

2021*

Keuzewijzer autobelastingen

 

2021*

Onderzoek belasting op plastic

 

2021*

Onderzoek uitsplitsing bedrijfsmatig energieverbruik

 

2021*

Ex-ante onderzoek carbon border adjustment mechanism

 

2021*

Onderzoek autonome vergroening BPM 2022-2025

 

2021

Onderzoeken normenkader in de BPM en actualisatie forfaits

 

2021

Onderzoek gedragseffecten WLTP-implementatie

 

2021

Onderzoek onbelaste reiskostenvergoeding

 

2022

Tussenevaluatie klimaatakkoord mobiliteit

 

2022

Vervolgonderzoek elasticiteiten energiebelasting (effect vlakkere tariefsstructuur)

 

2022

Onderzoek naar prikkels in de energiebelasting bij de overstap van bedrijven van fossiele energiebronnen naar een schonere en meer duurzame economie’

 

2023

Evaluatie afvalstoffenbelasting

 

2024

Eindevaluatie klimaatakkoord mobiliteit

 

2024

Evaluatie CO2-heffing industrie

 

2025

Evaluatie vliegbelasting

 

2025

Evaluatie Co2-minimumprijs

Beter belasten vermogen

2021*

Onderzoek box 3 heffen werkelijk rendement

 

2021*

Onderzoek box 3 tegenbewijsregeling

 

2021*

Onderzoek neutrale behandeling van ondernemers in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting

 

2021

Nader onderzoek vermogensstatistieken en aanmerkelijk belang

 

2021

Verkenning naar vrijstellingen overdrachtsbelasting

 

2022

Evaluatie Vpb vrijgestelde en fiscale beleggingsinstelling

 

2022

Onderzoek naar brede vermogensbelasting incl vastgoed (relatie met IBO)

 

2022

Toekomst schenk- en erfbelasting

 

2022

Evaluatie gebruikelijkloonregeling

 

2022

IBO vermogensverdeling

 

2022

Onderzoek actualisatie leegwaarderatio verhuurde woningen

 

2025

Evaluatie box 3 (vermogensparameters)

Fiscale steunmaatregelen Coronacrisis

2021

Monitoring crisismaatregelen Corona

 

2023

Evaluatie fiscale crisismaatregelen Corona

Betere beleidsvoorbereiding

2021*

Onderzoek actualisatie forfaits in belastingwetgeving

 

2021

Herziening integraal afwegingskader (IAK)

 

2022

Onderzoek actualisatie forfaits op basis van rekenrente en levensverwachting

 

2022

Nader onderzoek fiscale regelingen

 

2022

Pilot toegevoegde waarde nationale impact assessment

 

2023

Onderzoek fiscaal crisis- en stimuleringsbeleid

Overig

2021*

Commissie draagkracht

 

2021*

Onderzoek (grens)effecten verhoging tabaksaccijns

 

2021*

Onderzoek investeringsklimaat (motie Lodders c.s.)

 

2021

Evaluatie Bankenbelasting

 

2022

Vervolgonderzoek (grens)effecten verhoging tabaksaccijns

 

2024

Evaluatie KOA (kansspelen op afstand)

 

2026

Evaluatie artikelen 3:4 en 3:5 van de Algemene douanewet

 

2026

Monitor opbrengst minimumkapitaalregel banken en verzekeraars

1

Onderzoeken en evaluaties met een * zijn reeds afgerond

8

Er zijn ook enkele regelingen opgenomen die de belastingopbrengst verhogen, als deze de keerzijde zijn van een belastingverminderende regeling. Bijvoorbeeld op het gebied van pensioenen worden zowel de niet-belaste premie als de belaste uitkering gekwantificeerd, om een compleet beeld van de fiscale regelingen op dit gebied te geven.

9

Als voor twee regelingen afzonderlijk het verschil in belastingheffing wordt berekend met en zonder deze aftrekposten, is het berekende budgettaire belang kleiner dan als voor de twee samen het budgettaire belang wordt berekend, omdat in het tweede geval de aftrek groter is en daardoor een groter deel van de aftrek aan een hogere schijf wordt toegerekend.

Licence