Base description which applies to whole site

3.2 De rol van de markt en de rol van de overheid

Het steunbeleid tijdens de coronacrisis wordt soms onterecht aangegrepen om een grotere regierol van de overheid te bepleiten. De aanvankelijke onzekerheid rond het coronavirus was heel uitzonderlijk; grenzen gingen dicht, steden en fabrieken sloten en werkenden en scholieren verdwenen achter hun voordeuren. Deze ongekende situatie zou zonder ingrijpen door de overheid veel baanverlies hebben veroorzaakt, met permanente schade voor de economie tot gevolg. Vanuit stabilisatie van de economie was het dus goed economisch beleid om de economie te stutten. Gedurende de twee jaren na de eerste uitbraak raakte het ingrijpen door de overheid echter in toenemende mate de gezonde dynamiek van de economie, geïllustreerd door het nog steeds extreem lage aantal faillissementen. Wat in een uitzonderlijke situatie werkt, kan dus schadelijk zijn als het structureel wordt toegepast.

Scherp afgewogen keuzes over de rol van de overheid zijn onmisbaar voor een beter werkende markt en een doelmatige overheid. Momenteel klinkt steeds vaker en op meer beleidsterreinen de roep om meer overheidsregie of meer overheidsingrijpen. Dit gebeurt na enkele decennia waarin marktwerking, decentralisatie en het verzelfstandigen van overheidstaken wezenlijk onderdeel van het kabinetsbeleid werden. Het verleden leert dat er geen uniforme oplossingsrichting is die in alle gevallen goed werkt. Per thema moet weloverwogen gekozen worden waar welke verantwoordelijkheid het best kan worden neergelegd. De keuzes die hierin gemaakt worden hebben vaak langjarige gevolgen en beïnvloeden de vormgeving van de samenleving en de markt.

De rol van de overheid bij economische schokken is het stabiliseren van de economie en het stimuleren van aanpassing. Het beroemde antwoord van de Britse premier Macmillan op de vraag wat de grootste uitdaging is voor de overheid, luidde niet voor niets: ‘Events, dear boy, events. De coronacrisis en de Russische inval in Oekraïne laten zien dat de maakbaarheid van de economie zijn grenzen kent. Door de belastinginkomsten en uitgaven aan sociale zekerheid mee te laten meebewegen met de economie, de automatische stabilisatie, dempt de overheid schokken zonder dat dit ten koste gaat van het aanpassingsvermogen. Dit aanpassingsvermogen is cruciaal voor latere brede welvaart. Alleen in extreme gevallen is verdergaand beleid nodig om economische schade te voorkomen. De overheid kan niet voorkomen dat private partijen met kosten te maken krijgen. Daarom is het van belang om de weerbaarheid te verhogen, onder andere door het verkleinen van de private schulden en het vergroten van buffers.

Het is daarnaast een politieke vraag wanneer verdere compensatie voor onverwachte kosten gerechtvaardigd is, maar terughoudendheid is op zijn plaats. Compensatie heeft immers ook een schaduwzijde. Gratis geld bestaat niet, dus de compensatie voor de één is een belasting voor de ander, nu of in de toekomst.80 Daar komt bij dat het uit de wind houden van private partijen op termijn kan leiden tot een lagere productiviteit of overmatig risicovol gedrag. De overheid kan en moet niet compenseren zonder een heel scherpe afweging te maken. Een minimum in dat kader is dat er telkens een integrale afweging van belangen plaatsvindt, wanneer compensatie wordt overwogen. De geijkte manier om dit te doen, is door te zorgen dat compensatie ingepast moet worden binnen de reguliere budgettaire kaders. Op deze manier wordt goed duidelijk wie de rekening betaalt en kan daar debat over plaatsvinden. In zeer uitzonderlijke situaties kan worden overwogen hiervan af te wijken. Een voorbeeld van zo’n uitzonderlijke situatie was het begin van de uitbraak van het coronavirus. Als er te vaak voor wordt gekozen om te compenseren voor onverwachte kosten of negatieve consequenties van beleidskeuzes, dan dreigt Nederland steeds meer een ‘compensatiemaatschappij’ te worden.81 Omdat de financiële houdbaarheid van de overheidsfinanciën op korte termijn niet direct in het geding is (zie paragraaf 1.2), bestaat het risico dat kosten van het huidige ingrijpen veelal worden afgewenteld op toekomstige generaties, zonder dat zij daar per se iets voor terugkrijgen.

80

Pieter Hasekamp (2022). De compensatiesamenleving gaat niet werken, CPB column.

81

Idem.

Licence