Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Economische Zaken en Klimaat (incl. NGF)

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT INCL. NGF

Netto uitgaven in miljoenen euro's (excl. HGIS)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

       

Stand Miljoenennota 2023

9.234

‒ 1.140

5.057

7.610

7.866

7.426

Oekraïne (-)

2.300

‒ 1.667

‒ 158

‒ 159

‒ 159

‒ 159

Corona (-)

4.420

305

32

‒ 176

16

62

ODE ontvangsten (-)

‒ 2.906

‒ 225

‒ 5

0

0

0

Totale stand excl. Corona, Oekraïne en ODE ontvangsten

5.420

446

5.188

7.944

8.008

7.522

       

w.v. Groningen uitgaven

11.018

4.490

2.635

1.319

1.024

775

w.v. Groningen ontvangsten

‒ 8.867

‒ 9.714

‒ 5.655

‒ 2.514

‒ 1.382

‒ 924

w.v. Mijnbouwheffing

0

‒ 2.021

‒ 714

‒ 52

0

0

w.v. SDE

2.633

3.495

3.871

3.927

4.048

4.267

w.v. Begrotingsreserve duurzame energie

‒ 770

‒ 454

‒ 404

‒ 154

‒ 304

‒ 304

w.v. Overig Klimaat

‒ 488

428

544

812

68

‒ 593

w.v. Subsidies voor bedrijven en kennisinstellingen en bijdragen aan organisaties

1.521

2.256

1.924

1.655

1.605

1.455

w.v. NGF

0

1.573

2.602

2.585

2.593

2.500

w.v. Diversen

372

395

385

365

356

346

Algemeen

De horizontale ontwikkeling van de EZK-begroting laat een daling van de uitgaven in 2022 zien. Dit komt voornamelijk door de ontvangstenraming voor de Opslag Duurzamen Energie (ODE), die op de EZK-begroting naar beneden wordt bijgesteld. Dit omdat de ODE vanaf 2023 in de Energiebelasting (EB) wordt geïncorporeerd. Ook nemen de corona-uitgaven af door het aflopen van steunregelingen (TVL etc). Vanaf 2023 nemen de uitgaven toe, dat wordt deels verklaard door de reeksen van de SDE en het NGF.

Groningen

De uitgaven voor Groningen zijn grotendeels bestemd voor de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie, alsmede de bestuurlijke afspraken en de vergoeding voor het Norg akkoord. In het coalitieakkoord 2022-2025 is besloten de Groningenmiddelen die op de BZK-begroting stonden over te hevelen naar EZK. De kosten voor de schadeafhandeling, uitgevoerd door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG), en de kosten voor de versterkingsoperatie, uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), worden betaald door het ministerie van EZK en daarna verhaald op de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Dit verklaart grotendeels de ontvangstenreeks in de bovenstaande tabel. In verband met de snelle afbouw van de gaswinning in Groningen en de daarmee samenhangende afname van schademeldingen dalen de uitgaven en bijbehorende ontvangsten richting 2027. Daarnaast zijn in 2020 bestuurlijke afspraken gemaakt met de provincie Groningen en de zeven gemeenten in het aardbevingsgebied. De middelen die hiervoor beschikbaar zijn, staan op de EZK-begroting en worden gefaseerd overgemaakt naar de medeoverheden. In het Norg akkoord is afgesproken dat de Staat een vergoeding betaalt voor de inzet van gasopslag Norg, waardoor de gaswinning in Groningen sneller naar nul kan. Dit verklaart een groot deel van de hogere uitgaven en ontvangsten tot en met 2024. Verder heeft de mijnbouwheffing effect op het beeld.

Mijnbouwheffing

Door een cijns-tarief van 65% op prijzen boven de 50 cent per m3 kan een opbrengst van circa 2,8 miljard euro gerealiseerd worden. Op lagere prijzen wordt geen extra cijns geheven t.o.v. de huidige situatie. Voor deze raming wordt uitgegaan van dezelfde gasprijzen als de gasbatenraming. Het kabinet voert overleg met gas- en olie-exploitanten over een solidariteitsbijdrage van deze partijen. Indien het mogelijk blijkt om voorafgaand aan de stemming over het pakket Belastingplan 2023 te komen tot bindende afspraken met de gas- en olie-exploitanten die per saldo tenminste gelijk zijn aan de in de Miljoenennota ingeboekt opbrengst van de cijnsverhoging van 2,8 miljard euro, kan deze bijdrage als een vervanging dienen van de cijnsverhoging voor 2023 en 2024. In het geval dat partijen deze afspraken zijn nagekomen zal de cijnsverhoging geen toepassing vinden in 2023 en 2024.

Stimulering Duurzame Energieproductie  (SDE)

Deze reeks is een som van de kasuitgaven aan de SDE, de SDE+ en SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie). Deze uitgaven bedragen in totaal 4,5 miljard euro. Tegelijkertijd nemen de uitgaven aan de eerdere regelingen, de SDE en de SDE+, vanaf 2023 gestaag af. Daarnaast ontstaat door het intrekken van de productiebeperking bij kolencentrales incidentele ruimte in de begrotingsreserve duurzame energie.

Ontwikkeling begrotingsreserve duurzame energie

Deze reeks is het saldo van de onttrekkingen uit en stortingen in de begrotingsreserve duurzame energie. Onder de streep worden er elk jaar middelen onttrokken uit de reserve en toegevoegd aan de beschikbare middelen voor de SDE(++). In het Coalitieakkoord is afgesproken om 1,57 miljard euro uit de reserve toe te voegen aan de beschikbare SDE-kasmiddelen. Tegelijkertijd wordt er in 2022 en 2023 naar verwachting geld in de reserve gestort. Dit komt door lagere uitgaven aan de SDE(+), onder andere door hogere energie- en ETS-prijzen.

Overig Klimaatuitgaven

De overige klimaatuitgaven bestaan voornamelijk uit subsidies, leningen en opdrachten voor het stimuleren van een doelmatige en duurzame energievoorziening en het beperken van de CO2- uitstoot. De uitgaven kennen een piek in de jaren 2022-2025 door incidentele uitgaven aan de IPCEI Waterstof van in totaal 1,6 miljard euro. Tegelijkertijd nemen de uitgaven aan een aantal bestaande regelingen af, zoals de DEI+ (Demonstratieregeling Klimaat- en Energieinnovatie) en de ISDE (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing).

Subsidies voor bedrijven en kennisinstellingen en bijdragen aan organisaties

Deze reeks bestaat uit subsidies ter stimulering van innovatie en ondernemen en de bijdragen aan agentschappen (Agentschap Telecom en RVO), ZBO’s/RWT’S (Metrologie en CBS) en (inter)nationale organisaties. Daarnaast bevat deze reeks de uitgaven aan het Toekomstfonds. In het Toekomstfonds worden middelen geheel of gedeeltelijk revolverend ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toegepast onderzoek. De piek in de uitgaven in 2023 komt voornamelijk voort uit hoge uitgaven aan IPCEI- en NGF-projecten. Het totaal aan NGF- projecten is 1,5 miljard euro en voor IPCEI-projecten 300 miljoen euro.

Nationaal Groeifonds

Artikel 6 is toegevoegd aan de EZK-begroting (Hoofdstuk XIII) om het Nationaal Groeifonds (Hoofdstuk L) van middelen te voorzien. De reeks komt overeen met de middelen in het begrotingsfonds; dit telt op tot 11,8 miljard euro voor de periode 2022-2027.

Diversen

Deze reeks bestaat uit personele en materiële uitgaven. De reeks is aflopend vanwege de tijdelijke aard van een aantal posten die hieronder vallen, zoals het Nationaal Groeifonds, de Corona Unit, de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en de Parlementaire Enquête Groningen Aardgaswinning.

Licence