Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

BIJLAGE 2: BUDGETTAIR OVERZICHT INTERVENTIES FINANCIËLE SECTOR

Tabel 1. Budgettair overzicht crisismaatregelen (in miljoenen euro)

Sinds het najaar van 2008 heeft het kabinet interventies gepleegd om het financiële stelsel gezond te houden en de rust te helpen herstellen in de financiële wereld. Onderstaande tabel geeft een actueel overzicht van de budgettaire gevolgen van deze interventies.

NJN 2012 (bedragen in € mln.)

2008

2010

2011

2012

A. Verwerving Fortis/RFS/AA

     

1. ABN AMRO Group N.V. – ASR Verzekeringen

N.V. – RFS Holdings B.V. (incl. Z-share en residual

N-share)

27 971

27 955

27 955

2. Overbruggingskrediet (voormalig) Fortis

4 575

3 750

3 750

3. Aflossingen (voormalig) Fortis

 

– 825

0

4. Renteontvangsten overbruggingskredieten Fortis

– 1 374

– 169

– 152

5. Dividend ABN Amro Group N.V.

0

– 200

– 50

6. Dividend ASR Verzekeringen N.V.

0

0

– 71

7. Dividend RFS Holdings B.V.

– 6

0

0

       

Capital Relief Instrument ABN-AMRO

     

8. Garantieverlening (geëffectueerd)

32 611

 

 

9. Afname voorwaardelijke verplichting        

– 32 611

 

 

10. Premieontvangsten

– 193

0

0

       

Counter Indemnity ABN-AMRO

     

11. Garantieverlening (geëffectueerd)

950

   

12. Premieontvangsten

– 26

– 26

– 26

∆ Staatsschuld

30 844

– 1 236

– 299

B. Kapitaalverstrekkingsfaciliteit (€ 20 mld.)

     

13. Verstrekt kapitaal ING

10 000

   

14. Verstrekt kapitaal Aegon

3 000

   

15. Verstrekt kapitaal SNS Reaal

750

   

16. Aflossing ING

– 5000

– 2 000

– 750

17. Aflossing Aegon

– 1500

– 1 500

 

18. Aflossing SNS Reaal

– 185

   

19. Couponrente ING

– 684

 

– 34

20. Couponrente Aegon

– 177

   

21. Couponrente SNS Reaal

– 39

   

22. Repurchase fee ING

– 347

– 1 000

– 341

23. Repurchase fee Aegon

– 160

– 750

 

24. Repurchase fee SNS Reaal

0

   

∆ Staatsschuld

5 659

– 5 250

– 1 125

C. Back-up faciliteit ING EUR/USD>

1,34

1,29

1,27

25. Funding fee (rente + aflossing)

8 248

3 242

2 590

26. Management fee

106

39

33

27. Portefeuilleontvangsten

(rente + aflossing)

– 7 877

– 3 012

– 2 377

28. Garantiefee

– 232

– 85

– 73

29. Additionele garantiefee

– 154

– 128

– 110

30. Additionele fee

– 91

– 55

– 48

31. Verhandelbaarheidsfee

– 

– 

– 15

32. Saldo Back-up faciliteit ( 25 t/m 31)

0

0

0

33. Meerjarenverplichting aan ING

13 084

10 264

8 063

34. Alt-A portefeuille

16 376

13 934

11 691

∆ Staatsschuld = saldo Back-up faciliteit

0

0

0

D. Garantiefaciliteit bancaire leningen

     

35. Garantieverlening (geëffectueerd)

50 275

   

36. Afname voorwaardelijke verplichting

– 11 277

– 5 823

– 14 925

37. Stand openstaande garanties (cumulatief 35–36)

38 998

33 175

18 250

38. Premieontvangsten (gesaldeerd)

– 523

– 361

– 230

39. Schade-uitkeringen

0

0

0

       

∆ Staatsschuld (excl. nr. 35, 36 en 37)

– 523

– 361

– 230

       

E1. IJsland

     

40. Uitkering DGS Icesave

1 428

   

41. Uitvoeringskosten IJslandse DGS

door DNB

7

   

42. Vordering op IJsland

1 329

919

736

tussenrekening «recovery topping up»

 

33

21

43. Opbouw rente op vordering

51

42

27

Totale vordering (42 + reeks 43)

1 380

1 012

769

44. Ontvangsten aflossing lening

0

– 443

– 291

45. Renteontvangsten op lening

0

0

0

       

E2. Griekenland

     

46. Lening Griekenland

1 248

1 946

5

47. Vordering op Griekenland

1 248

3 194

3 199

48. Ontvangsten aflossing lening

0

0

0

49. Premieontvangsten incl. servicefee

– 30

– 115

– 35

50. DNB (niet-relevante-winst) compensatie              Griekenland

   

0

51. Rentevergoeding Griekenland

   

13

       

∆ Staatsschuld (excl. nr. 42, 43 en 47)

2 653

1 388

– 308

       

F. Europese instrumenten

     

52. Garantieverlening NL-aandeel

EU-begroting

2 946

– 120

 

53. Garantieverlening NL-aandeel EFSF (hoofdsom en rente)

25 872

71 910

 

54. Garantieverlening NL-aandeel ESM

   

35 445

55. Garantieverlening aan DNB

i.v.m. ophoging middelen IMF

 

13 610

 

56. Deelneming EFSF

1

1

 

57. Deelneming ESM

   

1 829

       

∆ Staatsschuld (56 en 57)

1

1

1 829

       

G. Overige gevolgen

     

58. Uitvoeringskosten en inhuur externen

62

3

6

59. Terug te vorderen kosten

0

0

0

60. Ontvangen teruggevorderde kosten

– 19

– 5

– 1

∆ Staatsschuld (excl. rente)

38 634

– 5 458

– 133

Staatsschuld cumulatief (excl. rente)

38 634

33 176

33 043

+ schuldeffect garantiebenutting EFSF

+ meerjarenverplichting aan ING (op transactiebasis)

= aandeel interventies in EMU schuld

 

993

10 055

44 224

13 674

8 063

54 780

toerekenbare rentelasten

3 979

1 280

1 209

Tabel 2: Overzicht uitstaande interventies – prognose 2012

In de onderstaande tabel staan de vorderingen en verplichtingen welke vanwege de crisis zijn aangegaan. Balansonderdelen zijn hierbij opgenomen tegen historische aankoopprijs conform de bepalingen van de Rijksbegrotingsvoorschriften met betrekking tot departementale jaarverslagen.

(bedragen in € mln.)

Activa

2012

Passiva

2012

A. Verwerving Fortis/RFS/AA

 

I: Financiering staatsschuld (excl. rentelasten)

33 043

1. ABN AMRO Group N.V. – ASR     Verzekeringen N.V. – RFS     Holdings B.V.(incl. Z- en residual N-share)

27 955

II: Financiering uit resultaat

659

2. Overbruggingskrediet Fortis

3 750

III: Financiering overig

46

B. Kapitaalverstrekkingsfaciliteit

 

toerekenbare rentelasten

6 468

13. Verstrekt kapitaal ING (+16.)

2 250

C. Back-up faciliteit ING

 

15. Verstrekt kapitaal SNS Reaal

565

33. Meerjarenverplichting aan  ING

8 063

C. Back-up faciliteit ING

 

Voorziening & incl.  onverdeeld resultaat

3 628

34. Alt-A portefeuille

11 691

Technische correctie

103

E1. IJsland

     

42. Vordering op IJsland

769

   

E2. Griekenland

     

47. Vordering op Griekenland

3 199

   

F. Europese instrumenten

     

56. Deelneming EFSF

2

   

57. Deelneming ESM

1 829

   

Totale activa:

52 010

Totale passiva:

52 010

Tabel 3: Overzicht toerekenbare kosten en opbrengsten (in miljoenen euro)

In deze tabel vindt een toerekening plaats van kosten en opbrengsten van interventies. Op basis van een grove toerekening is een resultaat op interventies opgenomen.

Tabel 3: Resultaat op interventies – prognose 2012 (bedragen in € mln.)

Toerekenbare kosten

2012

Toerekenbare opbrengsten

2012

Toerekenbare rentelasten

1 209

A. Verwerving Fortis/RFS/AA

 

E1. IJsland

 

4. Rente overbruggingskrediet     Fortis

152

Kosten i.v.m. topping up (netto)

– 21

5. Dividend ABN Amro Group  N.V.

50

E2. Griekenland

 

6. Dividend ASR Verzekeringen N.V.

71

51. Rentevergoeding Griekenland

13

12. Premieontvangsten counter indemnity

26

G. Overige gevolgen

 

B. Kapitaalverstrekkingsfaciliteit

 

58. Uitvoeringskosten en inhuur externen

6

22. Repurchase fee ING

375

60. Ontvangen teruggevorderde kosten

– 1

D. Garantiefaciliteit bancaire leningen

 
   

38. Premieontvangsten (gesaldeerd)

230

   

E1. IJsland

 
   

43. Opbouw rente op vordering

27

   

E2. Griekenland

 
   

49. Premieontvangsten incl. servicefee

35

Toerekenbare kosten:

1 206

Toerekenbare opbrengsten:

966

Resultaat

– 240

   
Tabel 4: Overzicht uitstaande garanties – prognose 2012

(bedragen in € mln.) – update MJN 2013

2008–2010

2011

2012

A. Verwerving Fortis/RFS/AA

     

Counter indemnity

950

950

950

D. Garantiefaciliteit bancaire leningen

     

Stand openstaande garanties

38 998

33 175

18 250

F. Europese instrumenten

     

Stand openstaande garanties EU begroting

2 946

2 826

2 826

       

Stand openstaande garanties EFSF1,2

25 872

97 782

97 782

waarvan benut en verwerkt in EMU-schuld:

     

– Ierland

 

498

309

– Portugal

 

495

655

– Griekenland

   

6 893

Totaal benut en in EMU-schuld:

 

993

7 858

       

Stand openstaande garanties ESM

     

Garantie DNB i.v.m. IMF

 

13 610

35 445

13 610

Saldo openstaande garanties

68 766

148 343

168 863

1

In deze raming is de transitie van het Spaanse programma voor de financiële sector van het EFSF naar het ESM verwerkt. Op 28 november 2012 is door de Raad van gouverneurs van het ESM de transitie van het Spaanse programma voor de financiële sector van het EFSF naar het ESM aangenomen. Door de transitie van het Spaanse programma van het EFSF naar het ESM hoeft Nederland geen garanties meer af te geven aan het EFSF ten behoeve van het Spaanse programma voor de financiële sector. Eurostat heeft bepaald dat garanties van lidstaten aan het ESM in tegenstelling tot garanties aan het EFSF geen effect heeft op de EMU-schuldquote.

2

Voor de raming van de schuld van de leningen die het EFSF aan Griekenland zal verstrekken is uitgegaan van de huidige beschikbare informatie. Dit wil zeggen dat in de raming ervan uit gegaan wordt dat Griekenland zich houdt aan de afspraken en de tranches worden uitgekeerd conform de Memorandum of Understanding van maart 2012.

Licence