Na de herziening uit 2024 besteedt het Stichtingenkader meer aandacht aan de relatie tussen ministerie en stichting gedurende de levensloop van een stichting na oprichting. Zo verplicht het Stichtingenkader om bij nieuwe stichtingen de statutair vast te leggen dat de minister minimaal geïnformeerd ofwel om goedkeuring gevraagd moet worden bij substantiële wijzigingen, fusies en opheffingen (p. 12). Daarnaast is ook het statutair vastleggen van een periodieke evaluatie nu verplicht (p. 12). Dit zijn de minimale vereisten. Maar naast evaluatie en grote gebeurtenissen, is het ook belangrijk om tijdens de levensloop van een stichting aandacht te houden voor reguliere governance en samenwerking. Hieronder staan enkele inspiratiebronnen hoe dat invulling kan krijgen.
Inspiratie uit Deelnemingenbeleid
Vennootschappen en stichtingen (en verenigingen) zijn verschillende typen privaatrechtelijke rechtspersonen, de relatie die een ministerie heeft tot een deelneming verschilt dan ook per type organisatie. Daarom zijn er ook verschillende kaders van toepassing: de Nota Deelnemingenbeleid het Stichtingenkader respectievelijk. Toch zijn er ook gelijkenissen en kan een ministerie inspiratie putten uit deelnemingenbeleid, met name op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en het evalueren van de rechtspersoon.
De Staat verwacht dat deelnemingen verantwoordelijkheid nemen voor de effecten van hun activiteiten op de samenleving en hun omgeving. De Staat, als aandeelhouder, verwacht daarom van deelnemingen dat zij: standaarden en transparantie op het gebied van MVO na leven, MVO-doelstellingen opstellen, een voorbeeldrol vervullen en aantoonbaar voorlopers zijn in hun sector. Voor de uitwerking hiervan is een handboek opgesteld waarin (internationale) standaarden op het gebied van MVO worden toegelicht, op welke thema’s de overheid extra focus legt, hoe een rechtspersoon dit tot beleid kan uitwerken en op welke wijze het beleid (door de overheid) gemonitord kan worden. Stichtingen vallen buiten het toepassingsbereik, bovendien zijn stichtingen soms erg klein van omvang, maar delen van het MVO-beleid kunnen alsnog een belangrijke inspiratievormen bij het vormgeven van (de relatie met) een overheidsstichting, zowel inhoudelijk als de wijze waarop het beleid van de rechtspersoon wordt gemonitord door een ministerie.
Daarnaast is er ook een handboek ontwikkeld voor de evaluatie van deelnemingen, waarbij twee vragen centraal staan: Is er nog steeds een publiek belang en is een deelneming nog steeds het beste instrument om dit te borgen? En, is er aanleiding om de omvang van het aandelenbelang, of de belegging van de aandeelhoudersrol aan te passen? De vragen, de afwegingen en het proces dat in dit handboek is beschreven, zijn een goede inspiratie voor het evalueren van stichtingen.
Risicoanalyse voor ministeries ten aanzien van stichtingen
In de evaluatie van het Stichtingenkader uit 2021, raden de onderzoekers aan om als ministerie een periodieke analyse van overheidsstichtingen uit te voeren waar controle op ministeriële bevoegdheden en ministeriële verantwoordelijkheden onderdeel van uitmaakt.
Specifiek adviseren de onderzoekers om als ministerie te evalueren of er sprake is van een passende governance- of samenwerkingsrelatie met de stichtingen die het desbetreffende ministerie heeft opgericht:
Evalueer daarbij of er een passende governance- en samenwerkingsrelatie bestaat met de stichting, gelet op de actuele stand van zaken van de stichting. Aandachtspunten daarbij kunnen bijvoorbeeld zijn de omvang van het beleidsmatig belang van de stichting en de inschatting van de politieke risico’s. Een vraag daarbij is bijvoorbeeld of de juridische vorm van de stichting nog passend is. Zo nee, dan kan een ministerie een alternatieve vorm overwegen. Zo ja, dan kan het ministerie overwegen of de samenwerkingsafspraken nog adequaat zijn of dat actualisatie nodig is. Zo kan het ministerie nauwer contact organiseren met het bestuur of de raad van toezicht.
Het voert te ver om dit jaarlijks centraal voor alle overheidsstichtingen te doen, maar een dergelijke risicoanalyse kan voor ministeries een nuttig instrument zijn om meer zicht te houden op de overheidsstichtingen met wie zij een oprichtingsrelatie hebben. Dit is dus een vrijblijvende aanbeveling naar aanleiding van de evaluatie van het Stichtingenkader (2006), ministeries zijn niet verplicht om een dergelijke analyse uit te voeren.
Overzicht van bestaande overheidsstichtingen
Het ministerie van Financiën houdt een openbare lijst van overheidsstichtingen bij. Hierin staat informatie zoals de naam van de stichting, het oprichtingsjaar en het betrokken ministerie. Hiervoor is Financiën afhankelijk van de informatie van ministeries. Beleidsverantwoordelijke departementen worden gevraagd relevante informatie bij opheffing of fusies van overheidsstichtingen door te geven aan algemeenBBE@minfin.nl. Het overzicht is onderdeel van het Register Overheidsorganisaties (ROO).