De hoofdvraag van dit verkennende onderzoek was: ‘Hoe ziet het landschap van revolverende fondsen van het Rijk eruit en hoe vindt sturing en verantwoording plaats over het publieke geld dat in deze fondsen is ondergebracht?’ Omdat een centraal overzicht ontbrak, heeft de Algemene Rekenkamer eerst onderzocht hoeveel revolverende fondsen, ook wel revolverende instrumenten genoemd, er op rijksniveau zijn en hoeveel publiek geld daarin is ondergebracht. Daarnaast besteden ze aandacht aan de vraag wat de specifieke kenmerken van revolverende fondsen voor consequenties hebben voor de sturing daarvan en de verantwoording over het publieke geld daarin.
Uit dit onderzoek blijkt dat revolverende fondsen wel eens de vorm van een stichting aan nemen. De Algemene Rekenkamer plaatst kritische kanttekeningen bij die praktijk.