Voor het oprichten van een stichting moeten deze 6 stappen worden doorlopen. Klik op de stap voor nadere uitleg
Procedure - Algemeen
De oprichting van een stichting is een omvangrijke procedure waarbij rekening moet worden gehouden met lange doorlooptijden en omvangrijke documentatie. In dit proces dient het beleidsverantwoordelijke aannemelijk te maken waarom het oprichten van een stichting noodzakelijk is voor het bereiken van de gewenste beleidsdoelen. Let hierbij ook op de aandachtspunten bij oprichtingsmotivaties.
In het plan van oprichting moet het aangeven hoe ze voldoet aan de normen uit het stichtingenkader en ten minste beargumenteren:
-
waarom publiek rechtelijke alternatieven niet volstaan;
-
waarom een incidentele, specifieke subsidieregeling dus noodzakelijk is en waarom de bestaande algemene, generieke subsidieregelingen niet volstaan (en);
-
en de specifieke afspraken met de oprichters
Voor te starten met deze procedure, doorloop eerst het afwegingskader
Het ministerie dat van plan is een stichting op te richten moet de onderliggende stukken voor de procedure voorbereiden:
- Een plan van oprichting met een duidelijke beleidswens waaruit de noodzakelijkheid van een stichting blijkt met de beoogde ministeriële verantwoordelijkheden en financiële afspraken
- Concept statuten
- Onderbouwd voorstel inclusief ingevuld formulier (zie bijlage bij deze handreiking)
- Advies van Toetsingscommissie Verzelfstandigingen van het ministerie van Financiën
- Brief van de Algemene Rekenkamer
- Een positief principebesluit van de ministerraad
- Aanbiedingsbrief aan het parlement
- Positieve (of ten minste geen negatieve) reactie van beide Kamers der Staten-Generaal
Tussen stappen 1-4 kunnen de onderliggende stukken wijzigen. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat de concept statuten worden aangepast na advisering door Financiën (stap 2) of na overleg met de Algemene Rekenkamer (stap 3). Het is dan raadzaam om in het onderbouwde voorstel expliciet te maken welke wijzigingen er zijn gemaakt om duidelijk te maken hoe men met de advisering door Financiën en/of aandachtspunten van de Algemene Rekenkamer is omgegaan. Vanaf dat de stukken naar de Ministerraad gaan zouden ze niet meer moeten wijzigen: het parlement moet geen andere concept statuten krijgen voorgehangen dan waar de Ministerraad een principebesluit over heeft gemaakt en de definitieve statuten zoals opgesteld door een notaris zouden niet anders moeten zijn dan de concept statuten die zijn voorgehangen aan het parlement (tenzij daar natuurlijk expliciet door het parlement om is gevraagd tijdens de voorhangprocedure).
De totale doorlooptijd van de procedure kost ten minste 5 maanden, hierbij zijn de voorbereidingstijd en de doorlooptijd bij de notaris niet meegerekend.