Base description which applies to whole site

XVIII Wonen & Rijksdienst

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

3.603,1

3.705,2

3.872,6

4.227,4

4.393,4

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Raming huurtoeslag

141,0

83,7

3,3

28,4

58,9

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

141,0

83,7

3,3

28,4

58,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Feh eindejaarsmarge

57,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif nef

25,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Overdracht monumenten aan nmo

35,8

– 4,3

– 4,3

– 4,3

– 4,3

   

Realisatie huurtoeslag 2014

258,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 9,3

– 1,5

– 7,0

– 6,8

– 6,8

     

367,6

– 5,8

– 11,3

– 11,1

– 11,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge huurtoeslag 2014

– 258,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

32,3

– 3,8

1,0

– 0,2

– 0,1

     

– 226,0

– 3,8

1,0

– 0,2

– 0,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

282,5

74,1

– 7,1

17,1

47,7

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

3.885,6

3.779,3

3.865,5

4.244,5

4.441,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

3.885,6

3.779,3

3.865,5

4.244,5

4.441,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

621,4

626,6

648,3

648,8

649,0

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Raming huurtoeslag

– 55,0

– 67,9

– 83,0

– 93,5

– 97,7

     

– 55,0

– 67,9

– 83,0

– 93,5

– 97,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,4

2,0

2,5

2,5

2,5

     

2,4

2,0

2,5

2,5

2,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

33,6

13,0

0,3

0,0

0,0

     

33,6

13,0

0,3

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 19,1

– 52,8

– 80,2

– 91,0

– 95,2

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

602,4

573,8

568,1

557,8

553,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

602,4

573,8

568,1

557,8

553,8

Huurtoeslag (raming en realisatie 2014)

Bij de huurtoeslag is sprake van een tegenvaller in 2014 van 258,3 mln. Het tekort in 2014 is met name veroorzaakt door een grotere dan verwachte toename van het aantal aanvragers, voornamelijk vanwege de slechte economische omstandigheden, en een afname van het niet-gebruik. De ramingen voor de periode 2015–2019 zijn bijgesteld. Het tekort 2014 en de bijstelling van de raming worden binnen het instrument huurtoeslag gedekt. De definitieve vormgeving van de dekking wordt betrokken bij de koopkrachtbesluitvorming.

Kasschuif NEF

Van de totale rijksbijdrage aan het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) is 25 mln. doorgeschoven naar 2015.

Overdracht monumenten aan NMO en diversen – technische mutaties uitgaven en ontvangsten

De overdracht van het beheer en onderhoud van 31 monumenten aan de NMO medio 2015 gaat gepaard met een eenmalige instandhoudingsbijdrage. Dit leidt tot een desaldering van ontvangsten en uitgaven van 12,7 mln.

Fonds Energiebesparing Huursector

De niet bestede middelen uit 2014 zijn meegenomen naar 2015.

Diversen (beleidsmatige en technische mutaties, uitgaven en ontvangsten)

Er zijn verschillende ramingsbijstellingen ingeboekt. De ramingen voor de uitgaven aan de beleidsprogramma’s energiebesparing en woon- en leefomgeving worden structureel verlaagd. De subsidieramingen voor de Wet Bevordering Eigenwoningbezit wordt herijkt en de ontvangstenraming van de RVOB wordt verhoogd.

Gemeentefonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

27.272,7

27.036,0

26.508,0

26.317,7

26.174,8

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
   

Herverdelingseffect jeugdzorg

0,0

– 132,8

– 135,9

– 136,8

– 136,8

   

Herverdelingseffect wmo

0,0

– 256,5

– 288,5

– 317,1

– 306,1

   

Wlz-indiceerbaren jeugdzorg

– 108,9

– 108,9

– 108,9

– 108,9

– 108,9

   

Wlz-indiceerbaren wmo

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

     

– 133,9

– 523,2

– 558,3

– 587,8

– 576,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Wijziging betalingsverloop

21,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

0,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg

         
   

Additionele kosten overgang pgb's gemeenten

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg

– 9,0

25,0

0,0

0,0

0,0

   

Correctie realisatie 2014

– 24,0

5,1

8,1

9,0

9,0

   

Extramuralisering tranche 2016

0,0

170,0

170,0

170,0

170,0

   

Extramuralisering tranche 2017

0,0

0,0

122,0

122,0

122,0

   

Huishoudelijke hulptoelage

13,5

66,0

0,0

0,0

0,0

   

Onvolkomenheid woonplaatsbeginsel jeugdzorg

20,0

– 20,0

0,0

0,0

0,0

   

Volumegroei 2016

0,0

28,4

28,4

28,4

28,4

   

Volumegroei 2017

0,0

0,0

110,0

110,0

110,0

   

Diversen

19,9

18,7

19,3

20,0

20,0

     

62,6

293,2

457,8

459,4

459,4

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

– 249,0

– 124,5

– 124,5

– 124,5

– 124,5

   

Accres tranche 2015

– 116,0

– 116,0

– 116,0

– 116,0

– 116,0

   

Bodemsanering

38,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

13,5

– 1,6

– 2,0

– 1,9

– 1,2

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

5,7

2,1

– 14,0

– 14,1

– 16,2

 

Zorg

         
   

Huishoudelijke hulptoelage

40,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

0,4

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 266,6

– 240,0

– 256,5

– 256,5

– 257,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 337,9

– 469,9

– 356,8

– 384,8

– 375,2

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

26.934,8

26.566,1

26.151,2

25.932,9

25.799,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

26.934,8

26.566,1

26.151,2

25.932,9

25.799,6

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Herverdelingseffect jeugdzorg/Wmo

In februari 2015 zijn de realisatiecijfers 2014 AWBZ binnengekomen voor zowel de zorg in natura als het pgb. Op basis van deze cijfers vindt er een herverdeling plaats over de verschillende domeinen binnen de hervorming langdurige zorg. Per saldo komen de uitgaven voor de jeugdzorg en de Wmo lager uit. In 2015 vindt geen herverdeling plaats met gemeenten.

Wlz-indiceerbaren jeugdzorg/Wmo

Met deze mutatie wordt (cf. decembercirculaire 2014) vanaf 2015 het gemeentefonds verlaagd. De middelen worden ingezet binnen de Wlz.

Wijziging betalingsverloop

In 2014 is een gedeelte van het gemeentefonds niet uitbetaald aan gemeenten. Dit is veroorzaakt doordat de verdeelmaatstaven niet allemaal in 2014 definitief konden worden vastgesteld, waardoor niet kon worden overgegaan tot betaling aan gemeenten. Het resterende bedrag wordt in 2015 uitbetaald. Hiertoe wordt de begroting van het gemeentefonds verhoogd.

Additionele kosten overgang pgb’s gemeenten

Er worden middelen aan het gemeentefonds toegevoegd om het knelpunt bij de pgb’s op te lossen.

Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg

Dit betreft het toevoegen van middelen in 2016 voor de regeling capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg. In 2015 is de verwachting dat er minder wordt uitgegeven.

Correctie realisatie 2014

In 2015 wordt dat deel van het macrobudget bijgesteld dat toeslagen betreft. Hier staat geen te leveren zorg tegenover. Voor 2016 en verder betreft het de meerjarige doorwerking van de realisatiecijfers uit 2014.

Extramuralisering tranche 2016/2017

Dit betreft het uitdelen van de gereserveerde middelen voor extramuralisering aan de Wmo.

Huishoudelijke hulptoelage

Er is een tekort ontstaan door het schrappen van het budgetplafond waarvoor nu middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds.

Onvolkomenheid woonplaatsbeginsel jeugdzorg

In de bestuurlijke afspraken rond de bovenregionale jeugdhulp is onderkend dat een kleine groep gemeenten, met relatief zeer veel residentiële jeugdhulpcapaciteit, te weinig budget heeft gekregen voor de jeugdhulp die door hen geleverd moet worden. De oorzaak hiervan is het feit dat de toerekening van het woonplaatsbeginsel bij deze groep niet optimaal werkt. De VNG inventariseert op dit moment de omvang van de problematiek en selecteert de gemeenten die in aanmerking komen voor een ophoging van het budget. Omdat het hier om een verdelingsvraagstuk binnen het macrobudget gaat wordt 20 mln. geschoven van 2016 naar 2015.

Volumegroei 2016/2017

Dit betreft het uitdelen van de groeimiddelen voor 2016 en 2017 aan de Wmo en de jeugdzorg.

Accres tranche 2014

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten namelijk 1) de Voorjaarsnota en 2) de Miljoenennota. Daarnaast is er één vaststellingsmoment namelijk bij het Financieel Jaarverslag Rijk (FJR). Het definitieve accrespercentage over 2014 is, na afloop van dat jaar, op basis van de FJR-realisatiestanden uitgekomen op 2,02 procent. Dat betekent een neerwaartse aanpassing van 124,5 mln. ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015. Omdat het jaar 2014 al is afgesloten, vindt de afrekening plaats in 2015.

Accres tranche 2015

Dit betreft het uitkeren van de tranche 2015 op basis van de uitkomsten van de normeringssystematiek.

Bodemsanering

2015 is het laatste jaar van het Convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties. In de brief van 4 september 2014 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de indicatieve budgetten voor 2015 bekend gemaakt. Deze budgetten worden met één uitzondering overgenomen: Sittard-Geleen is geen budgethouder in het kader van Wbb, hun budget gaat over naar de provincie Limburg.

Huishoudelijke hulptoelage

Het kabinet heeft besloten om voor 2015 incidenteel 40 mln. extra toe te voegen aan de decentralisatie-uitkering huishoudelijke hulp toelage zodat gemeenten extra ruimte hebben om plannen in te dienen met als doel het behoud van arbeidsplaatsen in de huishoudelijke hulp sector. Dit besluit is nader toegelicht in een gezamenlijke brief van de Minister van SZW en de Staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer.

Provinciefonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

952,2

1.123,4

1.126,9

1.011,1

1.006,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

– 23,5

– 11,8

– 11,8

– 11,8

– 11,8

   

Bodemsanering

44,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Decentralisatie dlg

34,2

41,0

41,0

41,0

41,0

   

Diversen

– 4,1

– 10,1

– 10,0

– 9,9

– 9,8

     

51,0

19,1

19,2

19,3

19,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

50,9

19,2

19,2

19,3

19,5

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.003,1

1.142,6

1.146,1

1.030,4

1.025,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.003,1

1.142,6

1.146,1

1.030,4

1.025,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accres tranche 2014

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten namelijk 1) de Voorjaarsnota en 2) de Miljoenennota. Het definitieve accrespercentage over 2014 is, na afloop van dat jaar, op basis van de FJR-realisatiestanden uitgekomen op 2,02 procent. Dat betekent een neerwaartse aanpassing van 11,7 mln. ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015. Omdat het jaar 2014 al is afgesloten, vindt de afrekening plaats in 2015.

Bodemsanering

2015 Is het laatste jaar van het Convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties. In de brief van 4 september 2014 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de indicatieve budgetten voor 2015 bekend gemaakt. Deze budgetten worden met één uitzondering overgenomen: Sittard-Geleen is geen budgethouder in het kader van Wbb, hun budget gaat over naar de provincie Limburg.

Decentralisatie DLG

In het kader van het Decentralisatieakkoord Natuur van september 2011 gaan 400 fte’s van de Dienst Landelijk Gebied (DLG) over naar de provincies. Het provinciefonds wordt in dit verband verhoogd.

Diversen (technische mutaties)

Dit betreft onder meer het uitkeren van de tranche 2015 op basis van de uitkomsten van de normeringssystematiek.

Infrastructuurfonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

6.163,1

5.911,0

6.350,1

5.847,8

6.059,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2014

57,1

0,0

0,0

0,0

0,0

     

57,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bdu beter benutten

– 54,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif if (versnelde ontvangsten)

– 250,0

100,0

0,0

75,0

75,0

   

Phs: bijdrage provincie noord-brabant

5,5

0,0

0,0

0,0

44,1

   

Versnelde ontvangst kgt: vlaanderen

120,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versnelde ontvangst n35 nijverdal-wierden bijdrage regio

71,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versnelde ontvangst zty: provincie noord-holland

56,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Zuidas: bijdragen derden

6,6

31,6

– 0,6

0,0

0,0

   

Diversen

39,1

– 23,1

– 3,8

– 11,0

9,2

     

– 4,7

108,5

– 4,4

64,0

128,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

52,4

108,5

– 4,4

64,0

128,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

6.215,5

6.019,5

6.345,7

5.911,8

6.187,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

6.215,5

6.019,5

6.345,7

5.911,8

6.187,6

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

6.163,1

5.911,0

6.350,1

5.847,8

6.059,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2014

32,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

32,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bdu beter benutten

– 54,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif if (versnelde ontvangsten)

– 250,0

100,0

0,0

75,0

75,0

   

Phs: bijdrage provincie noord-brabant

5,5

0,0

0,0

0,0

44,1

   

Versnelde ontvangst kgtl: vlaanderen

120,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versnelde ontvangst n35: nijverdal-wierden bijdrage regio

71,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versnelde ontvangst zty: provincie noord-holland

56,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Zuidas: bijdragen derden

6,6

31,6

– 0,6

0,0

0,0

   

Diversen

39,1

– 23,1

– 3,8

– 11,0

9,2

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

24,2

0,0

0,0

0,0

0,0

     

19,5

108,5

– 4,4

64,0

128,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

52,4

108,5

– 4,4

64,0

128,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

6.215,5

6.019,5

6.345,7

5.911,8

6.187,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

6.215,5

6.019,5

6.345,7

5.911,8

6.187,6

Saldo 2014

Het voordelig saldo (uitgaven – ontvangsten: 24,2 mln.) wordt toegevoegd aan de begroting van het Infrastructuurfonds (IF).

BDU Beter Benutten

Dit betreft een overboeking naar de begroting Hoofdstuk HXII artikel 25 Brede Doeluitkering voor het project Beter Benutten.

Kasschuif IF (versnelde ontvangsten)

Voor een drietal projecten is er in 2015 versneld bijdragen van derden ontvangen (250 mln.). Het betreft de projecten Kanaal Gent-Terneuzen, Zeetoegang IJmond en N35 Nijverdal-Wierden. De projectuitgaven zijn pas in latere jaren voorzien. Om het budget meer in lijn te brengen met de programmering vindt er een kasschuif plaats op het Infrastructuurfonds.

PHS: bijdrage Provincie Noord-Brabant

Dit betreft de bijdrage van provincie Noord-Brabant aan het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) op basis van de bestuursovereenkomst.

Versnelde ontvangst KGT: Vlaanderen

De bijdrage van Vlaanderen aan het project Kanaal Gent-Terneuzen is versneld ontvangen.

Versnelde ontvangst ZTY: provincie Noord-Holland

De bijdrage van de provincie Noord-Holland aan het project Zeetoegang IJmond is versneld ontvangen.

Versnelde ontvangst N35 Nijverdal-Wierden: bijdrage regio

De bijdrage van de regio aan het project N35 Nijverdal-Wierden is versneld ontvangen.

Zuidas: bijdragen derden

Naar aanleiding van de bestuurlijke overeenkomst van het najaar 2014 worden de ontvangsten en uitgaven van het project verhoogd. Het betreft de bijdragen van de gemeente Amsterdam, de stadsregio Amsterdam en de NS. Daarnaast worden de ontvangsten van alle partijen in de begroting opgenomen. Dit betekent ook dat de Rijksmiddelen die in 2013 en 2014 via de BDU aan de gemeente Amsterdam zijn verstrekt weer als ontvangst en uitgaven van het Rijk worden opgenomen.

Diversen (technische mutaties, uitgaven en ontvangsten)

Dit betreft onder andere de Regiospecifiek Pakketbijdrage Zuiderzeelijn aan de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen en de verwerking van de bestaande afspraak met betrekking tot Infraspeed. Infraspeed is de railinfrastructuurbeheerder van de Hogesnelheidslijn Zuid. In het contract uit 2001 tussen de Staat en Infraspeed is een clausule opgenomen met betrekking tot de aftrekbaarheid van de rente op de aandeelhoudersleningen. Daarnaast is de vergoeding voor het project Breda-Antwerpen verwerkt evenals de bijdrage van de gemeente Vught aan PHS op basis van de bestuursovereenkomst. Tevens is de bijdrage van Defensie in het Search and Rescue (SAR)-contract verwerkt.

Diversen (niet tot een ijklijn behorend)

Het voordelig saldo van het Infrastructuurfonds over 2014 bedraagt 24,2 mln. en wordt toegevoegd aan de begroting van het IF.

Diergezondheidsfonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

21,9

21,9

21,9

21,9

21,9

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Toevoeging eindsaldo 2014

19,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

1,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

42,8

21,9

21,9

21,9

21,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

42,8

21,9

21,9

21,9

21,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

21,9

21,9

21,9

21,9

21,9

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Toevoeging eindsaldo 2014

19,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

1,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

42,8

21,9

21,9

21,9

21,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

42,8

21,9

21,9

21,9

21,9

Toevoeging eindsaldo 2014

De niet bestede middelen van 2014 worden toegevoegd aan de begroting voor 2015.

Accres Gemeentefonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

223,0

562,8

742,5

828,8

1133,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

– 249,0

– 124,5

– 124,5

– 124,5

– 124,5

   

Accres tranche 2015

– 220,9

– 220,9

– 220,9

– 220,9

– 220,9

   

Accres tranche 2016

0,0

347,3

347,3

347,3

347,3

   

Accres tranche 2017

0,0

0,0

– 203,6

– 203,6

– 203,6

   

Accres tranche 2018

0,0

0,0

0,0

24,8

24,8

   

Accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

33,7

   

Bcf plafond accres tranche 2016

0,0

60,7

60,7

60,7

60,7

   

Bcf plafond accres tranche 2017

0,0

0,0

– 34,9

– 34,9

– 34,9

   

Bcf plafond accres tranche 2018

0,0

0,0

0,0

4,4

4,4

   

Bcf plafond accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

6,2

   

Bcf plafondbijstelling accres tranche 2015

– 34,8

– 34,9

– 34,9

– 34,9

– 34,9

   

Mutatie plafond bcf agv accresontwikkeling

– 1,7

– 2,3

– 2,6

– 2,6

0,0

     

– 506,4

25,4

– 213,4

– 184,2

– 141,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

249,0

124,5

124,5

124,5

124,5

   

Accres tranche 2015

116,0

116,0

116,0

116,0

116,0

     

365,0

240,5

240,5

240,5

240,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 141,5

265,9

27,0

56,2

98,7

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

81,5

828,8

769,5

885,1

1232,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

81,5

828,8

769,5

885,1

1232,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Afrekening 2014 en accresontwikkeling tranche 2015–2019

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten namelijk 1) de Voorjaarsnota en 2) de Miljoenennota. Daarnaast is er één vaststellingsmoment namelijk bij het Financieel Jaarverslag Rijk (FJR). Het definitieve accrespercentage over 2014 is, na afloop van dat jaar, op basis van de FJR-realisatiestanden uitgekomen op 2,02 procent. Dat betekent een neerwaartse aanpassing van 124,5 mln. ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015. Omdat het jaar 2014 al is afgesloten, vindt de afrekening plaats in 2015.

Daarnaast zijn op basis van de integrale voorjaarsbesluitvorming de accrestranches voor 2015 en verder aangepast op basis van de ontwikkeling van de gecorrigeerde netto rijksuitgaven. De tranches voor 2014 en 2015 zijn overgeboekt naar het Gemeentefonds (technische mutaties).

Mutatie plafond BCF agv accresontwikkeling

Met ingang van 2015 wordt de ontwikkeling van het btw-compensatiefonds (BCF) gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze voortvloeien uit de normeringssystematiek. Alle declaraties van gemeenten en provincies bij het BCF worden vergoed mits voldaan aan de declaratievoorwaarden. De budgettering wordt vormgegeven via het Gemeentefonds / Provinciefonds (GF/PF). Overschrijdingen op het vastgestelde BCF-plafond worden verhaald op het GF/PF. Onderschrijdingen van het BCF-plafond worden gestort in het GF/PF. Op basis van de accresraming op stand Voorjaarsnota is het plafond met 34,8 mln. neerwaarts aangepast ten opzichte van de stand van de miljoenennota 2015.

Accres Provinciefonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

21,5

45,1

59,2

66,2

91,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

– 23,5

– 11,8

– 11,8

– 11,8

– 11,8

   

Accres tranche 2015

– 16,9

– 16,9

– 16,9

– 16,9

– 16,9

   

Accres tranche 2016

0,0

24,1

24,1

24,1

24,1

   

Accres tranche 2017

0,0

0,0

– 14,9

– 14,9

– 14,9

   

Accres tranche 2018

0,0

0,0

0,0

2,2

2,2

   

Accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

3,3

   

Bcf plafond accres tranche 2015

– 4,6

– 4,6

– 4,6

– 4,6

– 4,6

   

Bcf plafond accres tranche 2016

0,0

8,0

8,0

8,0

8,0

   

Bcf plafond accres tranche 2017

0,0

0,0

– 4,6

– 4,6

– 4,6

   

Bcf plafond accres tranche 2018

0,0

0,0

0,0

0,6

0,6

   

Bcf plafond accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

0,8

   

Mutatie plafond bcf agv accresontwikkeling

1,7

2,3

2,6

2,6

0,0

     

– 43,3

1,1

– 18,1

– 15,3

– 13,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

23,5

11,8

11,8

11,8

11,8

   

Accres tranche 2015

9,1

9,1

9,1

9,1

9,1

     

32,6

20,9

20,9

20,9

20,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 10,6

22,0

2,9

5,7

7,2

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

10,9

67,1

62,1

71,9

99,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

10,9

67,1

62,1

71,9

99,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Afrekening 2014 en accresontwikkeling tranche 2015–2019

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten namelijk 1) de Voorjaarsnota en 2) de Miljoenennota. Daarnaast is er één vaststellingsmoment namelijk bij het Financieel Jaarverslag Rijk (FJR). Het definitieve accrespercentage over 2014 is, na afloop van dat jaar, op basis van de FJR-realisatiestanden uitgekomen op 2,02 procent. Dat betekent een neerwaartse aanpassing van 11,7 mln. ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015. Omdat het jaar 2014 al is afgesloten, vindt de afrekening plaats in 2015.

Daarnaast zijn op basis van de integrale voorjaarsbesluitvorming de accrestranches voor 2015 en verder aangepast op basis van de ontwikkeling van de gecorrigeerde netto rijksuitgaven. De tranches voor 2014 en 2015 zijn uitgekeerd aan het Provinciefonds (technische mutaties).

Mutatie plafond BCF agv accresontwikkeling

Met ingang van 2015 wordt de ontwikkeling van het btw-compensatiefonds (BCF)gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze voortvloeien uit de normeringssystematiek. Alle declaraties van gemeenten en provincies bij het BCF worden vergoed mits voldaan aan de declaratievoorwaarden. De budgettering wordt vormgegeven via het Gemeentefonds / Provinciefonds (GF/PF). Overschrijdingen op het vastgestelde BCF-plafond worden verhaald op het GF/PF. Onderschrijdingen van het BCF-plafond worden gestort in het GF/PF. Op basis van de accresraming op stand Voorjaarsnota is het plafond met 4,6 mln. neerwaarts aangepast ten opzichte van de stand van de miljoenennota 2015.

BES fonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

31,9

31,9

31,9

32,0

32,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

1,7

1,5

0,8

0,8

0,4

     

1,7

1,5

0,8

0,8

0,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

1,7

1,5

0,8

0,8

0,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

33,6

33,4

32,7

32,7

32,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

33,6

33,4

32,7

32,7

32,8

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Deltafonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

1.374,6

1.275,8

1.161,0

1.055,2

1.007,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2014

– 53,2

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 53,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Kasschuif deltafonds

– 75,0

0,0

0,0

0,0

75,0

   

Diversen

0,4

0,8

0,8

0,7

0,4

     

– 74,6

0,8

0,8

0,7

75,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 127,8

0,8

0,8

0,7

75,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.246,8

1.276,6

1.161,8

1.056,0

1.083,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.246,8

1.276,6

1.161,8

1.056,0

1.083,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

1.374,6

1.275,8

1.161,0

1.055,2

1.007,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2014

– 15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Kasschuif deltafonds

– 75,0

0,0

0,0

0,0

75,0

   

Diversen

0,4

0,8

0,8

0,7

0,4

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Saldo 2014

– 37,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 112,5

0,8

0,8

0,7

75,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 127,8

0,8

0,8

0,7

75,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.246,8

1.276,6

1.161,8

1.056,0

1.083,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.246,8

1.276,6

1.161,8

1.056,0

1.083,0

Saldo 2014

Het nadelig saldo 2014 (uitgaven – ontvangsten: – 37,9 mln.) wordt onttrokken aan de begroting van het Deltafonds.

Kasschuif Deltafonds

Op het Deltafonds lopen een aantal uitvoeringsprogramma’s af. Daarnaast zijn de deltabeslissingen genomen en is het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma opgestart. Om de programmering meer in lijn te brengen met het budget vindt er een kasschuif plaats.

Prijsbijstelling

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

520,1

1075,2

1516,5

1946,2

2391,4

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Nominale ontwikkeling

– 372,8

– 427,6

– 406,9

– 383,5

– 364,6

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

– 3,1

– 4,4

– 4,7

– 4,6

– 5,2

 

Zorg

         
   

Diversen

– 2,2

– 5,1

– 9,7

– 12,0

– 14,4

     

– 378,1

– 437,1

– 421,3

– 400,1

– 384,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Uitkeren tranche 2015

– 94,4

– 93,3

– 94,1

– 92,0

– 92,7

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

– 2,3

– 2,2

– 2,1

– 2,1

– 2,1

 

Zorg

         
   

Diversen

– 0,3

– 0,2

– 0,3

– 0,3

– 0,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Nominale ontwikkeling

– 15,2

– 44,3

– 58,4

– 55,8

– 49,3

   

Uitkeren tranche 2015

– 29,9

– 29,4

– 30,4

– 30,8

– 30,9

     

– 142,1

– 169,4

– 185,3

– 181,0

– 175,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 520,1

– 606,5

– 606,6

– 581,2

– 559,6

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

468,7

910,0

1365,0

1831,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

468,7

910,0

1365,0

1831,8

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkeling

De prijsbijstelling is naar beneden bijgesteld als gevolg van de lagere prijsontwikkeling in de CEP-raming van het CPB. Vanwege de kleine omvang van de bijstelling valt deze op de kaders Zorg en Sociale Zekerheid onder de post «diversen».

Uitkeren tranche 2015

De prijsbijstelling tranche 2015 is uitgekeerd aan de departementen. Vanwege de kleine omvang van de uitkering valt deze op de kaders Zorg en Sociale Zekerheid onder de post «diversen» (technische mutaties).

Arbeidsvoorwaarden

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

590,2

1140,2

1740,4

2302,0

2875,6

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Nominale ontwikkeling

– 372,8

49,7

32,9

32,2

22,8

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Sociale zekerheid

         
   

Nominale ontwikkeling

– 20,6

4,9

0,3

– 4,3

– 8,7

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg

         
   

Nominale ontwikkeling

– 3,9

– 5,4

– 12,1

– 15,1

– 19,4

     

– 397,3

49,2

21,1

12,8

– 5,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Loonbijstelling tranche 2015

– 189,1

– 186,4

– 184,8

– 183,7

– 183,0

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

– 2,5

– 2,3

– 2,1

– 2,0

– 1,9

 

Zorg

         
   

Diversen

– 0,3

– 0,2

– 0,4

– 0,3

– 0,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

– 1,0

– 0,2

– 0,4

– 0,5

– 0,4

     

– 192,9

– 189,1

– 187,7

– 186,5

– 185,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 590,2

– 139,9

– 166,6

– 173,8

– 190,9

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

1000,3

1573,7

2128,2

2684,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

1000,3

1573,7

2128,2

2684,7

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkeling

Ten opzichte van de vorige Miljoenennota wordt de loonontwikkeling voor 2015 en 2019 nu lager geraamd en voor 2016 tot en met 2018 hoger. Deze ontwikkeling volgt uit de macro-bijstellingen van het CPB.

Loonbijstelling tranche 2015

De loonbijstelling tranche 2015 bestaat uit een vergoeding voor de contractloonstijging en sociale lasten voor de werkgever en is overgeboekt naar de departementale begrotingen.

Koppeling uitkeringen

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

115,9

305,4

513,1

701,8

867,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Nominale ontwikkeling

– 30,6

– 45,8

– 47,3

– 59,0

– 61,0

     

– 30,6

– 45,8

– 47,3

– 59,0

– 61,0

Technische mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Brutering

2,1

– 23,0

– 23,9

– 34,1

– 33,8

     

2,1

– 23,0

– 23,9

– 34,1

– 33,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 28,5

– 68,8

– 71,2

– 93,1

– 94,8

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

87,4

236,6

441,9

608,7

772,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

87,4

236,6

441,9

608,7

772,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

5,1

9,8

14,5

19,3

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

0,0

– 4,1

– 4,2

– 4,3

– 4,3

     

0,0

– 4,1

– 4,2

– 4,3

– 4,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

– 4,1

– 4,2

– 4,3

– 4,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

1,0

5,6

10,3

15,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

1,0

5,6

10,3

15,0

Nominale ontwikkeling

De mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van CPB-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

Brutering

Diverse uitkeringen zijn netto gekoppeld aan het netto minimumloon, maar kennen een ander brutonetto traject dan het minimumloon. Wijzigingen in het brutonetto traject van het minimumloon leiden tot aanpassing van het netto minimumloon. De uitkeringen die netto zijn gekoppeld, worden evenredig aangepast maar door het andere brutonetto traject kan de bruto uitkering een afwijkende ontwikkeling vertonen dan die van het bruto mimimumloon. Het effect hiervan op de uitkeringslasten wordt het bruteringseffect genoemd. Het uitgavenkader SZA is voor dit effect gecorrigeerd.

Aanvullende Post

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

761,4

703,8

856,1

1121,8

1095,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Belastingdienst

38,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Bni revisie

– 2,0

– 48,0

– 79,0

– 79,0

– 79,0

   

Contraterrorisme

24,9

104,4

114,7

119,9

126,4

   

In=uit taakstelling

– 912,3

– 194,7

– 186,7

0,0

0,0

   

Invullen in=uit taakstelling

0,0

194,7

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 45,1

– 7,3

– 8,0

– 8,9

– 6,2

 

Sociale zekerheid

         
   

In=uit taakstelling

– 48,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg

         
   

Harmoniseren duur vervolgopleiding medisch specialisten

– 20,3

– 10,1

– 10,1

0,0

0,0

   

Overheveling umc's

– 17,2

– 17,2

– 17,2

– 17,2

– 17,2

     

– 982,5

21,8

– 186,3

14,8

24,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Gdi

78,7

94,8

85,4

75,8

67,0

   

Toekomstfonds

– 50,0

– 25,0

0,0

0,0

0,0

   

Uitkeren middelen contraterrorisme

– 24,9

– 84,1

– 94,6

– 98,3

– 103,3

   

Uitkeren middelen vastgoed dji

– 34,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 8,1

1,1

1,8

2,9

2,8

 

Zorg

         
   

Huishoudelijke hulptoelage

– 40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

0,1

0,1

0,3

0,3

0,3

     

– 78,2

– 13,1

– 7,1

– 19,3

– 33,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 1060,8

8,7

– 193,4

– 4,6

– 9,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

– 299,4

712,4

662,7

1117,2

1085,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

– 299,4

712,4

662,7

1117,2

1085,8

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Belastingdienst

Er zijn middelen gereserveerd voor pilotprojecten bij de Belastingdienst voor de uitvoering van de Brede Agenda. Hiervoor wordt nog een business case uitgewerkt.

Bni-revisies CBS

Vorig jaar is een reservering voor de gevolgen van de revisie van de Nationale Rekeningen van het CBS aangemaakt. Deze reservering wordt in eerste instantie verlaagd met 110 mln. structureel. Aangezien het effect van deze revisie voor 2014 zich pas voordoet in 2015, wordt de reservering in 2015 met cumulatief 220 mln. verlaagd. Daarnaast wordt de reservering aangepast naar aanleiding van de recente aankondiging van het CBS over de tussentijdse bijstelling van het Nederlandse bni. De opwaartse bijstellingen van het bni en het bbp voor de jaren 2011 en 2012 leiden op basis van de huidige inzichten tot een bruto nabetaling van 218 mln. in de EU-afdrachten. Het netto-effect is afhankelijk van de ontwikkeling van het bni in de andere EU-lidstaten en zal bekend worden in het najaar als ook de meest actuele cijfers van het bni in de andere EU-lidstaten bekend zijn.

Contraterrorisme & uitkeren middelen contraterrorisme

Op 27 februari jl heeft het kabinet besloten de veiligheidsketen op een aantal punten substantieel te versterken. Hiermee kunnen de betrokken diensten en organisaties, ook bij voortzetting van het huidige dreigingsbeeld, de komende jaren doen wat nodig is om de jihadistische dreiging tegen te gaan. Het gaat om een pakket van in totaal 128,8 mln. structureel, dat in een vanaf 2015 oplopende reeks wordt gerealiseerd. De middelen zijn op de aanvullende post geplaatst en worden grotendeels uitgekeerd.

In=uit taakstelling (Rbg-eng en SZA) & invullen in=uit taakstelling

Bij Voorjaarsnota zijn de eindejaarsmarges uitgekeerd aan de departementale begrotingen. Als tegenhanger hiervan is de ramingstechnische veronderstelling in=uit op de aanvullende post verwerkt (in=uit-taakstelling). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de onderuitputting die zich in 2014 heeft voortgedaan ook in 2015 zal optreden. De eindejaarsmarge voor de HGIS-middelen en de daarmee corresponderende in=uit-taakstelling is over drie jaren verspreid. De in=uit-taakstelling voor 2016 is volledig ingevuld.

Harmoniseren duur vervolgopleiding medisch specialisten

Dit betreft vrijvallende middelen die waren gereserveerd om het harmoniseren van de duur van medische vervolgopleidingen te faciliteren.

Overheveling UMC’s

Dit betreft middelen die waren gereserveerd voor de UMC’s als gevolg van het inhouden van de ILO als onderdeel van de afspraken uit het Zorgakkoord. Deze overgang gaat niet door en daarmee vallen de middelen vrij voor alternatieve aanwending.

GDI

Er is besloten om de financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) te verdelen over de departementen. Deze middelen worden van de departementale begrotingen overgeboekt naar de Aanvullende Post. De middelen worden beschikbaar gesteld aan de opdrachtgevers voor de verschillende voorzieningen op basis van daartoe ingediende bestedingsplannen.

Toekomstfonds

De middelen voor het Toekomstfonds zijn overgeheveld naar de begroting van EZ (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 11.). De middelen worden ingezet voor fundamenteel onderzoek.

Uitkeren middelen vastgoed DJI

Voor de uitvoering van het Masterplan DJI worden er middelen (t.b.v. frictiekosten vastgoed) van de aanvullende post overgeheveld naar de begroting van VenJ.

Huishoudelijke hulptoelage

Het kabinet heeft besloten om voor 2015 incidenteel 40 mln. extra toe te voegen aan de decentralisatie-uitkering huishoudelijke hulp toelage zodat gemeenten extra ruimte hebben om plannen in te dienen met als doel het behoud van arbeidsplaatsen in de huishoudelijke hulp sector. Dit besluit is nader toegelicht in een gezamenlijke brief van de Minister van SZW en de Staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015

4.646,7

4.636,3

4.548,6

4.325,1

4.338,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Asiel

0,0

– 65,6

– 67,3

– 69,1

– 70,8

   

Asiel dekking

– 400,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Asiel problematiek

400,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Biv

60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Biv trekkingsrecht bz/bhos

– 60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Biv trekkingsrecht def

– 59,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Bnp aanpassing oda

35,0

65,6

67,3

69,1

70,8

   

Eindejaarsmarge

216,4

178,0

158,2

0,0

0,0

   

Financiering brigade speciale bev. opdrachten (bsb)

– 15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif oijk

– 20,0

0,0

0,0

20,0

0,0

   

Missie isis

100,0

23,0

– 64,0

– 37,0

– 22,0

   

Motie van ojik

0,0

8,0

16,0

0,0

0,0

   

Diversen

15,6

8,9

20,2

8,6

5,9

     

272,2

217,9

130,4

– 8,4

– 16,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,6

2,2

2,2

2,3

2,3

     

2,6

2,2

2,2

2,3

2,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

274,9

220,2

132,7

– 6,1

– 13,8

Stand Voorjaarsnota 2015

4.921,6

4.856,4

4.681,3

4.319,0

4.324,4

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015

130,2

251,3

153,4

124,9

124,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,7

– 5,4

0,0

0,0

0,0

     

0,7

– 5,4

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,6

2,2

2,2

2,3

2,3

     

2,6

2,2

2,2

2,3

2,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

3,4

– 3,2

2,2

2,3

2,3

Stand Voorjaarsnota 2015

133,6

248,1

155,6

127,1

127,1

Asiel

De raming voor de asielinstroom voor 2015 is naar boven bijgesteld. Dit leidt tot hogere asielopvangkosten bij het COA. De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ODA. Door de verhoogde raming van de asielinstroom neemt de toerekening aan ODA in 2015 ook toe. Dekking wordt gevonden door het aanwenden van een deel van de eindejaarsmarge, het aanwenden van de BNP-macromeevaller (zie eerste regel «asiel» in de tabel) en het inzetten van niet juridisch verplichte ruimte binnen ODA.

BIV

Het betreft de overheveling van middelen uit het BIV naar de begrotingen van Defensie, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het financieren van uitgaven van deze departementen gerelateerd aan de internationale veiligheid.

BNP aanpassing ODA

Het ODA budget is opwaarts bijgesteld als gevolg van de meest recente BNP-ramingen van het CPB. Deze BNP-macromeevaller wordt grotendeels aangewend ter dekking van de verhoogde kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers in het jaar 2015 en deels voor de nog resterende BNP-korting op het ODA-budget in 2015.

Eindejaarsmarge

Aan de HGIS wordt de eindejaarsmarge toegevoegd, welke nagenoeg geheel wordt doorverdeeld naar de HGIS departementen. De HGIS eindejaarsmarge kan over maximaal drie jaar aangewend worden. Dit jaar is de omvang van de HGIS eindejaarsmarge hoger, omdat onder andere de in 2014 niet bestede middelen voor het Noodhulpfonds en het Dutch Good Growth Fund aanvullend zijn meegenomen naar 2015.

Financiering brigade speciale beveiligingsopdrachten

Defensie voert in opdracht van Buitenlandse Zaken de beveiliging van ambassades uit.

Kasschuif Van Ojik

Met de motie Van Ojik (Kamerstuk 34 000, nr. 22) is verzocht om de diplomatieke capaciteit van het Ministerie van Buitenlandse Zaken te versterken. Dekking volgt deels uit de HGIS-eindejaarsmarge en deels van het artikel HGIS-onvoorzien. Om de dekking in het juiste jaar te boeken is een kasschuif nodig.

Missie ISIS

Met Kamerstuk 27 925, nr. 506 heeft het Kabinet aangegeven deel te nemen aan de strijd tegen ISIS in Irak. De financiering van de missie vindt plaats uit de HGIS onvoorzien. Middels een kasschuif worden middelen uit de jaren 2017 tot en met 2019 naar voren gehaald ter dekking van de jaren 2015 en 2016. De kasschuif bedraagt 123 mln., deze middelen zijn overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Defensie (X).

Licence