Base description which applies to whole site

Accres Provinciefonds

ACCRES PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

31,5

138,3

221

304,9

403,5

      
      
      

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

31,5

138,3

221

304,9

403,5

Totaal Internationale samenwerking

     

Stand Voorjaarsnota 2021

31,5

138,3

221

304,9

403,5

ACCRES PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

      

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

      

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accresontwikkeling tranche 2022–2025

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten, namelijk de Voorjaarsnota en de Miljoenennota. Daarnaast is er één vaststellingsmoment van het definitieve accres: het Financieel Jaarverslag Rijk (FJR). Na het uitbreken van de coronacrisis is besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de Voorjaarsnota/Meicirculaire 2020. Hierdoor leidt het accres niet tot een afrekening over 2020 of budgettaire wijzigingen in 2021.

Voor de jaren 2022-2025 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van het accres vanaf 2022 ten opzichte van de bevroren stand. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2020 verwacht het CPB in het CEP 2021 dat lonen en prijzen in de economie minder hard stijgen in de periode 2022-2025. Hierdoor stijgen de uitgaven van het Rijk minder hard en dat werkt door in een lager accres 2022-2025. Daarnaast stijgt de volumecomponent van de rijksuitgaven minder hard in de jaren vanaf 2023. Dit draagt bij aan de neerwaartse bijstelling van het accres in 2023-2025.

Mutatie plafond BCF a.g.v. accresontwikkeling

De ontwikkeling van het Btw-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze voortvloeien uit de normeringssystematiek van het gemeentefonds en het provinciefonds (GF/PF). Ook voor het BCF geldt dat de accresontwikkeling in 2020 en 2021 is vastgezet op de stand uit de Voorjaarsnota/Meicirculaire 2020. Alle declaraties van gemeenten en provincies bij het BCF worden vergoed mits voldaan aan de declaratievoorwaarden. De budgettering wordt vormgegeven via het GF/PF. Overschrijdingen op het vastgestelde BCF-plafond worden verhaald op het GF/PF en onderschrijdingen van het BCF-plafond worden gestort in het GF/PF. Bij Voorjaarsnota 2020 vindt de afrekening van het BCF-plafond 2020 plaats.

Licence