Base description which applies to whole site

C Provinciefonds

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2018 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat voor het provinciefonds.

Het in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 3

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet hebben de provincies gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering is opgenomen.

Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, hebben de provincies gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2018 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het provinciefonds.

Het in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie toegelicht.

Wetsartikel 3 (verplichtingenbedrag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Fvw)

Als gevolg van artikel 5, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) juncto artikel 6, vierde lid van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet (IFvw), hebben de provincies gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering is opgenomen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 3

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet hebben de provincies gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet hebben de provincies gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen is opgenomen.

De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in paragraaf 3.4. van deze memorie.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2018 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het provinciefonds.

Het in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B. van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 3

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet hebben provincies gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet hebben de provincies gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen is opgenomen.

De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in deze memorie van toelichting.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Inhoudsopgave

blz.

     
 

Leeswijzer

2

     

1.

Het beleid

2

 

Overzicht uitgavenmutaties

2

 

Toelichting op de beleidsmutaties

3

     

2.

Het beleidsartikel

5

 

Toelichting

6

     

3.

Integratie-uitkeringen

8

     

4.

Decentralisatie-uitkeringen

8

Leeswijzer

Bij de eerste suppletoire begroting ligt de nadruk niet op de beleidsprioriteiten, zoals in de ontwerpbegroting 2018, maar op de mutaties ten opzichte van deze ontwerpbegroting. De terugkoppeling over het gevoerde beleid in relatie tot de beleidsprioriteiten, zal centraal staan in de financiële verantwoording over 2018.

De indeling van deze suppletoire begroting is als volgt. Paragraaf 1 start met het beschrijven van de beleidsmutaties. Kort zal worden toegelicht wat de omvang en de reden van de uitgavenmutaties is. Vervolgens wordt in paragraaf 2 («het beleidsartikel»), ingegaan op de «budgettaire gevolgen van beleid». Deze paragraaf geeft inzicht in de integrale uitgaven die samenhangen met de hoofdbeleidsdoelstelling. Hierin worden de veranderingen op artikelonderdeel-niveau belicht. Tot slot, in paragraaf 3 en 4, een overzicht van de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen.

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Onderdeel uitgaven, verplichtingen en ontvangsten

Uitgaven

In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing gegeven van de totstandkoming van het uitgavenbedrag van het provinciefonds. Ten opzichte van de 2e suppletoire begroting 2018 is het uitgavenbedrag van het provinciefonds met € 0,4 mln. verlaagd. De in de tabel weergegeven mutaties worden onder de tabel nader verklaard.

Tabel 1: Totstandkoming uitgavenbedrag provinciefonds (Bedragen x € 1.000):

Stand uitgavenbedrag vastgestelde begroting 2018

 

2.187.740

Stand uitgavenbedrag 1e suppletoire begroting 2018

 

2.312.576

Stand uitgavenbedrag 2e suppletoire begroting 2018

 

2.454.729

     

Voorgestelde mutaties bij slotwet 2018:

   

1) Waterstofbussen

– 375

 

2) Bereikbaarheid Rotterdam – Den Haag

– 41

 

3) Agri meets design

41

 

4) Wijziging betalingsverloop Decentralisatie-Uitkering 2018

– 43

 
     

Totaal mutaties bij slotwet

 

– 418

     

Stand uitgavenbedrag slotwet 2018

 

2.454.311

Waarvan uitgavenbedrag Kosten Financiële-verhoudingswet

 

0

Waarvan uitgavenbedrag Algemene uitkeringen

 

2.051.980

Waarvan uitgavenbedrag Integratie-uitkeringen

 

0

Waarvan uitgavenbedrag Decentralisatie-uitkeringen

 

402.331

De wijziging van het uitgavenbedrag is het saldo van een aantal mutaties:

1) Waterstofbussen

Bij Ontwerpbegroting 2019 is door het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (I&W) per abuis te veel budget overgeboekt voor het onderwerp Waterstofbussen. Het restant budget wordt middels deze mutatie teruggeboekt naar I&W.

2) Bereikbaarheid Rotterdam – Den Haag

Bij Najaarsnota 2018 is door I&W per abuis te veel budget overgeboekt voor het onderwerp Bereikbaarheid Rotterdam – Den Haag. Het restant budget wordt middels deze mutatie teruggeboekt naar I&W.

3) Agri meets design

Bij Najaarsnota 2018 is door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) per abuis geen Mbudget overgeboekt voor het onderwerp Agri meets design. Het budget wordt middels deze mutatie alsnog overgeboekt van EZK naar het provinciefonds.

4) Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2018

Het blijkt dat bij deze uitkeringen lagere uitbetalingen zijn gedaan dan bij de 2e suppletoire begroting 2018 werd verwacht. Het gaat hierbij om een verschil van € 43.000 bij de decentralisatie-uitkeringen. In tabel 2 wordt een specificatie gegeven van deze bedragen. Deze onderdelen zullen bij 1e suppletoire begroting 2019 opwaarts worden bijgesteld. Deze mutaties in de uitgaven bij 1e suppletoire begroting 2019 hebben dus nog betrekking op het begrotingsjaar 2018.

Tabel 2: Specificatie Integratie- en decentralisatie-uitkeringen 2018 (Bedragen x € 1.000)
 

Budget na NJN

Slotwet

Budget totaal

Uitgegeven

Verschil

Integratie-uitkeringen

0

 

0

0

0

TOTAAl IU

0

0

0

0

0

           

Decentralisatie-uitkeringen

         

Aanpak problematiek vakantieparken

1.540

 

1.540

1.540

0

Aansluiting A6 Lelystad Airport

14.123

 

14.123

14.123

0

Agri meets design

0

41

41

0

– 41

Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag

82

– 41

41

41

0

Bestuursovereenkomst grondwaterbeschermingsgebieden

3.813

 

3.813

3.813

0

Beter Benutten

20.127

 

20.127

20.127

0

Bodemsanering

42.867

 

42.867

42.867

0

Brede Doeluitkering Verkeer en vervoer (projecten)

46.707

 

46.707

46.707

0

Clean Underground Sustainable Transport

25

 

25

25

0

Congres grondgebonden GLB

100

 

100

100

0

Connect-NL

75

 

75

75

0

DINGtiid

27

 

27

27

0

Dutch Techzone

2.500

 

2.500

2.500

0

Duurzaam Door

100

 

100

100

0

Duurzame mobiliteit

1.653

 

1.653

1.653

0

Eems-Dollard

181

 

181

180

– 1

Einstein telescope

10

 

10

10

0

Erfgoedprogramma aardbevingsgebied

3.950

 

3.950

3.950

0

Extra Sneltrein Groningen Leeuwarden

30.352

 

30.352

30.352

0

Faciliteit MKB

25

 

25

25

0

Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum

36.150

 

36.150

36.150

0

Green deal Marktordening warmtetransportnetten

273

 

273

273

0

Grensoverschrijdende spoorverbinding

667

 

667

667

0

Groningen

50.000

 

50.000

50.000

0

Hydrologische maatregelen

2.000

 

2.000

2.000

0

Interreg V

466

 

466

466

0

Jong leren eten

500

 

500

500

0

Klimaatslimme landbouw

3.200

 

3.200

3.200

0

MIRT-projecten

1.582

 

1.582

1.582

0

MKB innovatiestimulering

19.290

 

19.290

19.290

0

Monitoring in de Oostvaardersplassen

23

 

23

23

0

Monumenten

20.000

 

20.000

20.000

0

Mooiste Natuurgebied van Nederland

300

 

300

300

0

N62 Sloeweg

1.143

 

1.143

1.143

0

Na-ijlende effecten mijnbouw

1.958

 

1.958

1.958

0

Programma Ecologie & Economie in Balans

25

 

25

25

0

Programma Impuls Omgevingsveiligheid 2015–2018

14.507

 

14.507

14.507

0

Programma Rijke Waddenzee (Vismigratierivier Afsluitdijk)

1.653

 

1.653

1.653

0

Programmabureau warmte koude

170

 

170

170

0

Project Lelystad Airport aansluiting A6

620

 

620

620

0

Projectplan aardbevingen Groningen

1.000

 

1.000

1.000

0

Quickscan Bovenijssel Gelderland

37

 

37

37

0

Regio van de toekomst

150

 

150

150

0

Regiodeal Zeeland

7.600

 

7.600

7.600

0

Regionale Investeringssteun Groningen

5.000

 

5.000

5.000

0

Regioverbinder

372

 

372

372

0

SBIR Energietransitie

331

 

331

331

0

Smart industry HUB

2.100

 

2.100

2.100

0

SmartWayZ

413

 

413

413

0

Spoorzone Groningen

1.905

 

1.905

1.905

0

Techniekpact

45

 

45

45

0

Trekvogelvoorspellingen

75

 

75

75

0

Value data centre

60

 

60

60

0

Verduurzaming ketens Energie-Chemie Eemsdelta

35

 

35

35

0

Versnellingsagenda melkveehouderij Noord NL

60

 

60

60

0

Vijfheerenlanden

2.500

 

2.500

2.500

0

Waddenfonds

28.878

 

28.878

28.878

0

Waterstofbussen

2.675

– 375

2.300

2.300

0

Weidevogels

25

 

25

25

0

Werelderfgoed

85

 

85

85

0

Zeeland in stroomversnelling

1.800

 

1.800

1.800

0

Zoetwatermaatregelen

9.605

 

9.605

9.604

– 1

Zuiderzeelijn REP-middelen

15.213

 

15.213

15.213

0

Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2017

1

 

1

0

– 1

           

TOTAAL DU

402.749

– 375

402.374

402.331

– 43

           

TOTAAL

402.749

– 375

402.374

402.331

– 43

Verplichtingen

In de volgende tabel wordt per toelichting een nadere uitsplitsing gegeven van de totstandkoming van het verplichtingenbedrag van het provinciefonds. Ten opzichte van de 2e suppletoire begroting 2018 is het verplichtingenbedrag met € 0,4 mln. verlaagd.

Tabel 3: Totstandkoming verplichtingenbedrag provinciefonds (Bedragen x € 1.000):

Stand verplichtingenbedrag vastgestelde begroting 2018

 

2.187.740

Stand verplichtingenbedrag 1e suppletoire begroting 2018

 

2.312.575

Stand verplichtingenbedrag 2e suppletoire begroting 2018

 

2.454.728

     

Voorgestelde mutaties bij slotwet 2018:

   

1) Waterstofbussen

– 375

 

2) Bereikbaarheid

– 41

 

3) Agri meets design

41

 
     

Totaal mutaties bij slotwet

 

– 375

     

Stand verplichtingenbedrag slotwet 2018

 

2.454.353

Waarvan verplichtingenbedrag Kosten Financiële-verhoudingswet

 

0

Waarvan verplichtingenbedrag Algemene uitkeringen

 

2.051.980

Waarvan verplichtingenbedrag Integratie-uitkeringen

 

0

Waarvan verplichtingenbedrag Decentralisatie-uitkeringen

 

402.373

De wijziging van het verplichtingenbedrag is het saldo van een aantal mutaties. Voor de verklaringen van de in de tabel weergegeven mutaties wordt verwezen naar de verklaringen bij de overeenkomende mutaties van de «uitgaven».

Ontvangsten

Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten op grond van artikel 4 van die wet over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de 2e suppletoire begroting 2018 worden de ontvangsten met € 0,4 mln. verlaagd.

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Inhoudsopgave

   

blz.

     
 

Leeswijzer

2

     

1.

Het beleid

2

 

Overzicht beleidsmutaties

2

 

Toelichting op de beleidsmutaties

3

     

2.

Het beleidsartikel

7

 

Toelichting

8

     

3.

Integratie-uitkeringen

9

     

4.

Decentralisatie-uitkeringen

9

LEESWIJZER

Bij een suppletoire begroting ligt de nadruk niet op de beleidsprioriteiten, zoals in de ontwerpbegroting 2018, maar op de mutaties ten opzichte van deze ontwerpbegroting. De terugkoppeling over het gevoerde beleid in relatie tot de beleidsprioriteiten, zal centraal staan in de financiële verantwoording over 2018.

De indeling van deze suppletoire begroting is als volgt. Paragraaf 1 start met het beschrijven van de beleidsmutaties. Kort zal worden toegelicht wat de omvang en de reden is van de beleidsmutaties die nog niet eerder zijn opgenomen in een begrotingshoofdstuk. Vervolgens wordt in paragraaf 2 («het beleidsartikel»), ingegaan op de «budgettaire gevolgen van beleid». Deze paragraaf geeft inzicht in de integrale uitgaven die samenhangen met de hoofdbeleidsdoelstelling. In deze paragraaf worden de mutaties in de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten weergegeven en toegelicht. Tot slot wordt in de paragrafen 3 en 4 ingegaan op respectievelijk de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen.

1. Het beleid

Overzicht beleidsmutaties

Tabel B1: Beleidsmutaties (x € 1.000)
   

2018

Mutaties reeds gemeld in de Miljoenennota 2019

 

Accres 2018 (algemene uitkering)

– 29.739

Ruimte onder plafond BTW compensatiefonds (algemene uitkering)

15.150

Clean Underground Sustainable Transport (decentralisatie-uitkering)

25

Na-ijlende effecten mijnbouw (decentralisatie-uitkering)

597

Faciliteit MKB (decentralisatie-uitkering)

25

Jong leren eten (decentralisatie-uitkering)

500

Green deal Marktordening warmtetransportnetten (decentralisatie-uitkering)

273

Waterstofbussen (decentralisatie-uitkering)

1.875

Duurzaam Door (decentralisatie-uitkering)

100

Bereikbaarheid Rotterdam-Den Haag (decentralisatie-uitkering)

41

MIRT onderzoek IJsselpoort (decentralisatie-uitkering)

37

N62 Sloeweg (decentralisatie-uitkering)

1.143

Programmabureau warmte koude (decentralisatie-uitkering)

170

Bestuursovereenkomst grondwaterbeschermingsgebieden (decentralisatie-uitkering)

3.813

Regiodeal Zeeland (decentralisatie-uitkering)

7.600

Totaal mutaties Miljoenennota 2019

1.610

     

Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk:

 

1)

Einstein telescope (decentralisatie-uitkering)

10

2)

Techniekpact (decentralisatie-uitkering)

45

3)

Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum (decentralisatie-uitkering)

543

4)

Quickscan Bovenijssel Gelderland (decentralisatie-uitkering)

37

5)

Spoorzone Groningen (decentralisatie-uitkering)

1.905

6)

Grensoverschrijdende spoorverbinding (decentralisatie-uitkering)

667

7)

Duurzame mobiliteit (decentralisatie-uitkering)

1.653

8)

Beter benutten (decentralisatie-uitkering)

4.161

9)

Connect-NL (decentralisatie-uitkering)

75

10)

Aanpak problematiek vakantieparken (decentralisatie-uitkering)

1.540

11)

DINGtiid (decentralisatie-uitkering)

27

12)

Trekvogelvoorspellingen (decentralisatie-uitkering)

75

13)

Klimaatslimme landbouw (decentralisatie-uitkering)

3.200

14)

Congres grondgebonden GLB (decentralisatie-uitkering)

100

15)

Dutch Techzone (decentralisatie-uitkering)

2.500

16)

Programma Ecologie & Economie in Balans (decentralisatie-uitkering)

25

17)

Innovatiebudget Handelsregister (algemene-uitkering)

14

18)

Eems-Dollard (decentralisatie-uitkering)

181

19)

MKB innovatiestimulering topsectoren (decentralisatie-uitkering)

16.100

20)

Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)

– 35

21)

SBIR Energietransitie (decentralisatie-uitkering)

331

22)

Extra Sneltrein Groningen Leeuwarden (decentralisatie-uitkering)

30.352

23)

Aansluiting A6 Lelystad Airport (decentralisatie-uitkering)

14.123

24)

Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag (decentralisatie-uitkering)

41

25)

SmartWayZ (decentralisatie-uitkering)

413

26)

Hydrologische maatregelen (decentralisatie-uitkering)

2.000

27)

Bodemsanering Stormpolderdijk (decentralisatie-uitkering)

342

28)

Smart Industry Hub (decentralisatie-uitkering)

750

29)

Regioverbinder (decentralisatie-uitkering)

372

30)

Monitoring in de Oostvaardersplassen (decentralisatie-uitkering)

23

31)

Projectplan aardbevingen Groningen (decentralisatie-uitkering)

1.000

32)

Vijfheerenlanden (decentralisatie-uitkering)

2.500

33)

Richtlijn EED (algemene-uitkering)

113

34)

GDI (algemene-uitkering)

125

35)

Groningen (decentralisatie-uitkering)

50.000

36)

Werelderfgoed (decentralisatie-uitkering)

85

37)

Regionale Investeringssteun Groningen (decentralisatie-uitkering)

5.000

38)

Regio van de toekomst (decentralisatie-uitkering)

150

39)

Onderzoeksbudget provinciefonds (algemene-uitkering)

100

40)

Onderzoeksbudget provinciefonds (onderzoeksartikel)

– 100

   

140.543

     

Totaal mutaties

142.153

Toelichting op de beleidsmutaties

1) Einstein telescope (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) geeft een bijdrage van € 10.000 aan de provincie Limburg voor een eerste verkennende impactstudie naar de vestiging van een Einstein telescope in de grensregio Zuid-Limburg.

2) Techniekpact (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van EZK geeft een bijdrage van € 45.000 aan de provincie Drenthe voor de organisatie van de jaarconferentie Techniekpact.

3) Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum (decentralisatie-uitkering)

De provincie Limburg ontvangt € 543.000 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) ten behoeve van de uitvoering van het project Ooijen Wanssum.

4) Quickscan Bovenijssel Gelderland (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van IenW geeft een bijdrage van € 35.000 aan de provincie Gelderland voor het uitvoeren van een Quickscan Bovenijssel.

5) Spoorzone Groningen (decentralisatie-uitkering)

De provincie Groningen ontvangt € 1,905 miljoen van het Ministerie van IenW voor het project Spoorzone Groningen.

6) Grensoverschrijdende spoorverbinding (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van IenW geeft een bijdrage van € 667.000 aan de provincie Limburg voor studiekosten aanvullende onderzoeken grensoverschrijdende spoorverbindingen tussen (Zuid) Nederland en Duitsland.

7) Duurzame mobiliteit (decentralisatie-uitkering)

Provincies ontvangen een bijdrage van € 1,653 miljoen van het Ministerie van IenW ten behoeve van het programma Duurzame mobiliteit.

8) Beter benutten (decentralisatie-uitkering)

Provincies ontvangen € 4,161 miljoen van het Ministerie van IenW voor het programma Beter Benutten.

9) Connect-NL (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft een bijdrage van € 75.000 aan de provincie Noord-Brabant voor het samenwerkingsplatform Connect-NL.

10) Aanpak problematiek vakantieparken (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geeft een bijdrage van € 1,720 miljoen aan provincies ten behoeve van de aanpak van de problematiek op vakantieparken

11) DINGtiid (decentralisatie-uitkering)

De provincie Friesland ontvangt € 27.000 van het Ministerie van BZK voor het adviesorgaan DINGtiid.

12) Trekvogelvoorspellingen (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van EZK levert een bijdrage van € 75.000 aan de provincie de provincie Groningen voor het onderzoeksvoorstel voor een trekvogelvoorspellingsmodel.

13) Klimaatslimme landbouw (decentralisatie-uitkering)

Provincies ontvangen € 3,2 miljoen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voor de pilot klimaatslimme Landbouw in de Veenweiden.

14) Congres grondgebonden GLB (decentralisatie-uitkering)

De provincie Friesland ontvangt € 100.000 van het Ministerie van LNV voor de organisatie van een internationaal congres voor het grondgebonden GLB.

15) Dutch Techzone (decentralisatie-uitkering)

De provincie Drenthe ontvangt € 2,5 miljoen van het Ministerie van EZK ten behoeve van Dutch Techzone.

16) Programma Ecologie & Economie in Balans (decentralisatie-uitkering)

Bijdrage van het Ministerie van IenW aan de provincie Groningen voor de financiering van het programma (bureau) van Ecologie & Economie in Balans.

17) Innovatiebudget Handelsregister (algemene-uitkering)

Omdat het niet gelukt is om de vaste vrijwillige bijdrage aan de innovatie van het Handelsregister afdoende van de grond te krijgen wordt de bijdrage van de provincies voor 2017 teruggestort in het provinciefonds.

18) Eems-Dollard (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van IenW draagt € 181.000 bij aan de provincie Groningen voor het programma Eems-Dollard.

19) MKB innovatiestimulering topsectoren (decentralisatie-uitkering)

Provincies ontvangen € 16,1 miljoen van het Ministerie van EZK voor de uitvoering van de MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT).

20) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)

Leeuwarden neemt als bevoegd gezag Wet Bodembescherming (Wbb) een deel van het grondgebied van de provincie Friesland over. Als uitvloeisel daarvan wordt de decentralisatie-uitkering Bodemsanering voor Friesland met een bedrag van € 35.000 verlaagd.

21) SBIR Energietransitie (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van EZK geeft een bijdrage van € 331.000 aan de provincie Zuid-Holland voor de uitvoering van de SBIR Energietransitie.

22) Extra Sneltrein Groningen Leeuwarden (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van IenW draagt € 30,352 miljoen bij aan de provincies Groningen en Friesland voor het project extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden.

23) Aansluiting A6 Lelystad Airport (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van IenW draagt € 14,123 miljoen bij aan de provincie Flevoland voor de aansluiting A6 Lelystad Airport.

24) Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van IenW draagt € 41.000 bij aan de provincie Zuid-Holland ten behoeve van het programma Bereikbaarheid Rotterdam-Den Haag.

25) SmartWayZ (decentralisatie-uitkering)

De provincie Brabant ontvangt € 413.000 van het Ministerie van IenW voor de programma-organisatie van SmartWayZ.

26) Hydrologische maatregelen (decentralisatie-uitkering)

Provincies ontvangen € 2 mln. van het Ministerie van BZK voor het uitvoeren van hydrologische maatregelen.

27) Bodemsanering terrein Stormpolderdijk (decentralisatie-uitkering)

De provincie Zuid-Holland ontvangt € 342.000 van het Ministerie van IenW ten behoeve van de Bodemsanering van het EMK terrein/Stormpolderdijk.

28) Smart Industry Hub (decentralisatie-uitkering)

Provincies ontvangen € 750.000 van het Ministerie van EZK voor de opzet van een Smart Industry Hub.

29) Regioverbinder (decentralisatie-uitkering)

Van het Ministerie van BZK ontvangen provincies een bijdrage van € 372.000 voor de bekostiging van regioverbinders.

30) Monitoring in de Oostvaardersplassen (decentralisatie-uitkering)

Bijdrage van € 23.000 aan de provincie Flevoland van het Ministerie van LNV voor de kosten van het onderzoek naar monitoring in de Oostvaardersplassen.

31) Projectplan Groningen (decentralisatie-uitkering)

Bijdrage van € 1 miljoen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aan de provincie Groningen voor het Projectplan opleiding, innovatie en duurzaamheid aardbevingen Groningen.

32) Vijfheerenlanden (decentralisatie-uitkering)

De provincie Utrecht ontvangt € 2,5 miljoen van het Ministerie van BZK voor de compensatie van de kosten die gepaard gaan met de nieuw te vormen gemeente Vijfheerenlanden.

33) Richtlijn EED (algemene-uitkering)

Ten behoeve van de implementatie van de EED-richtlijn ontvangen de provincies een bijdrage van € 113.000 van het Ministerie van EZK.

34) GDI (algemene-uitkering)

Omdat niet alle middelen voor het GDI zijn uitgegeven wordt het resterende budget door het Ministerie van BZK teruggestort in het Provinciefonds.

35) Groningen (decentralisatie-uitkering)

In het kader van het Nationaal programma Groningen ontvangt de provincie Groningen € 50 miljoen van het Ministerie van EZK.

36) Werelderfgoed (decentralisatie-uitkering)

De provincie Utrecht en Drenthe ontvangen van het Ministerie van OCW in totaal een bijdrage van € 85.000 vanuit de uitkering Erfgoed en ruimte.

37) Regionale Investeringssteun Groningen (decentralisatie-uitkering)

In het kader van de regeling Regionale Investeringssteun Groningen (RIG) ontvangt de provincie Groningen € 5 miljoen van het Ministerie van EZK.

38) Regio van de Toekomst (decentralisatie-uitkering)

De provincie Gelderland ontvangt € 150.000 van het Ministerie van BZK voor het project Regio van Toekomst.

37 en 38) Onderzoeksbudget provinciefonds (algemene-uitkering en onderzoeksartikel)

Het verplichtingenbedrag voor onderzoek en bijdragen in het kader van de Financiële verhoudingswet van € 100.000 komt in 2018 niet tot besteding. Om die reden wordt het gehele bedrag teruggeboekt naar de algemene-uitkering.

1. Het beleid

Overzicht uitgavenmutaties

In de onderstaande overzichtstabel B1 wordt een overzicht gegeven van de mutaties die zich in de periode vanaf de vastgestelde begroting 2018 tot en met de eerste suppletoire begroting 2018 hebben voorgedaan in de uitgaven. De weergegeven mutaties worden onder de tabel afzonderlijk toegelicht.

Tabel B1: Overzicht suppletoire begrotingsmutaties (Eerste suppletoire begroting; bedragen x € 1.000)
   

2018

Stand uitgavenbedrag vastgestelde begroting 2018

2.187.740

Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk:

 
     

1)

Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2017

1

2a)

Accres tranche 2017 (incidenteel)

– 3.500

2b)

Accres tranche 2017 (structureel)

– 3.500

3)

Accres tranche 2018

59.871

4)

Plafond BTW compensatiefonds 2017

– 750

5)

Na-ijlende effecten mijnbouw (decentralisatie-uitkering)

1.361

6)

Innovatiebudget handelsregister (algemene uitkering)

14

7)

Interreg V (decentralisatie-uitkering)

466

8)

Beter Benutten (decentralisatie-uitkering)

15.966

9)

Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum (decentralisatie-uitkering)

35.607

10)

Projecten Verkeer en Vervoer (algemene uitkering)

– 6.000

11)

Projecten Verkeer en Vervoer (decentralisatie-uitkering)

6.000

12)

Smart industry HUB (decentralisatie-uitkering)

1.350

13)

MKB innovatiestimulering (decentralisatie-uitkering)

3.190

14)

Zeeland in stroomversnelling (decentralisatie-uitkering)

1.800

15)

NUP (algemene uitkering)

500

16)

Value data centre (decentralisatie-uitkering)

60

17)

Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)

6.730

18)

Mooiste Natuurgebied van Nederland (decentralisatie-uitkering)

300

19)

Erfgoedprogramma aardbevingsgebied (decentralisatie-uitkering)

3.950

20)

Project Lelystad Airport aansluiting A6 (decentralisatie-uitkering)

620

21)

Waterstofbussen (decentralisatie-uitkering)

800

Totaal nieuwe mutaties

124.836

Stand 1e suppletoire begroting 2018

2.312.576

Toelichting op de beleidsmutaties

1) Wijziging betalingsverloop 2017 (decentralisatie-uitkeringen)

In de Slotwet 2017 van het provinciefonds is vastgesteld hoe de in 2017 gerealiseerde uitbetalingen voor de algemene uitkering en decentralisatie-uitkeringen aan de provincies zich verhouden tot het bedrag dat bij de 2e suppletoire begroting 2017 voor de uitbetalingen is geraamd. Daarbij is gebleken dat er bij de decentralisatie-uitkering lagere uitbetalingen zijn gedaan dan bij Najaarsnota 2017 werden verwacht. Het gaat hierbij om een verschil van € 1.000. Deze verschillen kunnen ontstaan doordat op het moment van uitbetaling nog niet alle verdeelmaatstaven, of uit te keren bedragen per provincie, definitief zijn. Zie ook de Slotwet 2017 van het provinciefonds (TK 34 950 C, nr. 4). In deze 1e suppletoire begroting 2018 van het provinciefonds worden de decentralisatie-uitkeringen met + € 1.000 bijgesteld.

2a en b) Accres tranche 2017 (algemene-uitkering)

Het definitieve accres over begrotingsjaar 2017 wordt berekend op basis van de stand van het Financieel jaarverslag van het Rijk en wordt verwerkt in deze 1e suppletoire begroting 2018 van het provinciefonds. Voor 2017 wordt het accres ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2017 verlaagd met € 3,5 miljoen. Het totale accres voor 2017 wordt daarmee € 24,8 miljoen. Daarnaast wordt de structurele doorwerking van het accres 2017 verwerkt in deze 1e suppletoire begroting 2018 van het provinciefonds.

3) Accres tranche 2018 (algemene-uitkering)

Het accres 2018 is onderdeel van de normeringssystematiek. Als gevolg van mutaties in de netto gecorrigeerde rijksuitgaven wordt het accres 2018, ten opzichte van de stand miljoenennota 2018, verhoogd met € 59,9 miljoen.

4) Plafond BTW compensatiefonds (algemene-uitkering)

De ontwikkeling van het BTW compensatiefonds en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG/IPO met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering van de fondsen. Bij ontwerpbegroting 2018 werd de ruimte onder het plafond voor 2017 geraamd op € 23,5 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte met € 0,75 miljoen afgenomen. Dit bedrag wordt verrekend met het BTW compensatiefonds.

5) Na-ijlende effecten mijnbouw (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat levert een bijdrage van € 1,36 miljoen aan de kosten die de Provincie Limburg maakt voor de na-ijlende effecten van de mijnbouw in Limburg.

6) Innovatiebudget Handelsregister (algemene-uitkering)

Het is niet gelukt om de vaste vrijwillige bijdrage aan de innovatie van het Handelsregister van de grond te krijgen. Om die reden stort het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de bijdrage van € 14.000 van de provincies terug in het provinciefonds.

7) Interreg V (decentralisatie-uitkering)

In het kader van de Rijkscofinancieringsregeling Interreg V en de Interreg Projectstimuleringsregeling V ontvangen de provincies Friesland en de provincie Drenthe een bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

8) Beter Benutten (decentralisatie-uitkering)

In het kader van het programma Beter Benutten ontvangen een aantal provincies een bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

9) Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat draagt € 35,6 miljoen bij aan de provincie Limburg voor de voorbereidings- en uitvoeringskosten van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum.

10–11) Projecten Verkeer en Vervoer (algemene- en decentralisatie- uitkering)

De Rijksbijdrage voor de provincie Gelderland voor het project openbaar vervoer Arnhem-Düsseldorf maakte per abuis onderdeel uit van de algemene uitkering in plaats van de decentralisatie-uitkering projecten Verkeer en Vervoer. Om die reden is de bijdrage voor Gelderland van € 6 miljoen van de algemene uikering overgeheveld naar de decentralisatie-uitkering Projecten Verkeer en Vervoer.

12) Smart industry HUB (decentralisatie-uitkering)

De provincies Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland ontvangen elk een bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor de opzet van een Smart Industry Hub.

13) MKB innovatiestimulering (decentralisatie-uitkering)

Negen provincies ontvangen in totaal een bijdrage van € 3,19 miljoen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ten behoeve van de MKB innovatiestimulering Topsectoren (MIT).

14) Zeeland in stroomversnelling (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat draagt € 1,8 miljoen bij ten behoeve van de financiering van het project Tidal Test center uit het Investeringsprogramma Zeeland in Stroomversnelling.

15) NUP (algemene-uitkering)

Sinds 2010 dragen provincies via een uitname uit de algemene uitkering van het Provinciefonds een vast bedrag bij aan NUP. De afgelopen jaren is deze bijdrage specifiek ingezet voor MijnOverheid. Nu de kosten van MijnOverheid vanaf 2018 op basis van gebruik in rekening worden gebracht bij de provincies, wordt de vaste bijdrage van € 500.000 teruggestort in het provinciefonds.

16) Value data centre (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat draagt € 60.000 bij aan de provincie Noord-Brabant voor de kwartiermaker van het Value data centre.

17) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)

Vijf provincies ontvangen in totaal een bijdrage van € 6,73 miljoen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de decentralisatie-uitkering Bodemsanering.

18) Mooiste Natuurgebied van Nederland (decentralisatie-uitkering)

De provincie Gelderland ontvangt als aanspreekpunt voor de Veluwe van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het prijzengeld van € 300.000 in het kader van de publieksverkiezing voor het «Mooiste natuurgebied van Nederland».

19) Erfgoedprogramma aardbevingsgebied (decentralisatie-uitkering)

In het kader van het Erfgoedprogramma ontvangt de provincie Groningen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een bijdrage van € 3,95 miljoen.

20) Project Lelystad Airport aansluiting A6 (decentralisatie-uitkering)

De provincie Flevoland ontvangt van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat € 620.000 voor het project Lelystad Airport aansluiting A6.

21) Waterstofbussen (decentralisatie-uitkering)

De provincie Groningen ontvangt een bijdrage van € 800.000 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het kader van de Pilot Waterstof (OV) bussen.

1. LEESWIJZER

Voor u ligt de begroting 2018 van het Provinciefonds. Ten opzichte van de begroting 2017 zijn er geen belangrijke wijzigingen opgenomen.

De provinciefondsbegroting maakt onderdeel uit van de Rijksbegroting maar heeft daarbinnen een eigen karakter. Zo kent de provinciefondsbegroting in tegenstelling tot een departementale begroting slechts één beleidsartikel: het provinciefonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. Voorts zijn de fondsbeheerders systeemverantwoordelijk voor het provinciefonds en niet voor de resultaten die provincies met hun budget uit dit fonds realiseren. Provincies zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit het provinciefonds. De begroting van het provinciefonds bevat geen output- en/of outcomegegevens. Deze worden door de provincies in hun begrotingen gepresenteerd.

De voorliggende toelichting bij de begroting 2018 van het provinciefonds kent de volgende indeling.

Na dit hoofdstuk met de leeswijzer start hoofdstuk 2 met de beleidsagenda van het provinciefonds, waarin onder meer de belangrijkste beleidsmutaties worden beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingezoomd op het beleidsartikel: het provinciefonds. Hierin komen de met het beleid samenhangende algemene beleidsdoelstelling, de rol en verantwoordelijkheid van de Minister, de beleidswijzigingen, de budgettaire gevolgen van beleid en de toelichting op de uitgavencategorieën aan bod.

Hoofdstuk 4 is het verdiepingshoofdstuk. In dit hoofdstuk wordt de opbouw aangegeven van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van het provinciefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2017 naar de stand ontwerpbegroting 2018. In hoofdstuk 4 wordt ook ingegaan op de ontwikkeling van de decentralisatie-uitkeringen. In hoofdstuk 5 wordt het provinciefonds in een breder kader geplaatst, waarbij nader wordt ingegaan op de inkomstenbronnen van de provincies, zoals de specifieke uitkeringen en de motorrijtuigenbelasting. Daarna volgen in hoofdstuk 6 de bijlagen.

Tot slot van deze leeswijzer verdienen de apparaatuitgaven enige aandacht. De apparaatuitgaven in de zin van materiële en personele uitgaven van de medewerkers bij de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën die betrokken zijn bij het fondsbeheer, zijn niet in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid opgenomen. Deze kosten worden in de respectievelijke departementale begrotingen verantwoord. Dit geldt eveneens voor het algemene beleid inzake decentrale overheden, waarbij deze uitgaven zijn terug te vinden in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. Het beleidsartikel

In onderstaande tabel worden voor de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het provinciefonds weergegeven. Hiermee worden de integrale uitgaven die samenhangen met de samengestelde beleidsdoelstelling (het nastreven van een adequate omvang van het provinciefonds en het nastreven van een adequate verdeling van de middelen over de provincies) inzichtelijk gemaakt.

Tabel B2: Budgettaire gevolgen van beleid: beleidsartikel 1 provinciefonds (x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

     

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 

Verplichtingen

2.187.740

2.312.575

1.610

140.543

2.454.728

           

Uitgaven

2.187.740

2.312.576

1.610

140.543

2.454.729

waarvan juridisch verplicht (percentage)

       

100%

           

Opdrachten

         

Kosten Financiële-verhoudingswet

100

100

0

– 100

0

           

Bijdragen aan medeoverheden

         

Algemene uitkeringen

2.019.582

2.066.217

– 14.589

352

2.051.980

Integratie-uitkeringen

0

0

0

0

0

Decentralisatie-uitkeringen

168.058

246.259

16.199

140.291

402.749

           

Ontvangsten

2.187.740

2.312.576

1.610

140.543

2.454.729

Toelichting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de verplichtingen van het provinciefonds voor het jaar 2018 met € 140.543.000 te muteren en te brengen op € 2.454.728.000. Een specificatie van de mutaties 2e suppletoire begroting 2018 is opgenomen in Tabel B1. De toelichting op de nieuwe mutaties is eveneens opgenomen in paragraaf 1.

Tabel B3: Opbouw verplichtingenbedrag 2018 (x € 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2018

2.187.740

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

124.835

Stand 1e suppletoire begroting 2018

2.312.575

Mutaties reeds gemeld in de Miljoenennota 2019

1.610

Nieuwe mutaties 2e suppletoire begroting 2018

140.543

Totaal mutaties verplichtingen 2e suppletoire begroting 2018

142.153

Stand verplichtingen 2e suppletoire begroting 2018

2.454.728

Waarvan verplichtingenbedrag Kosten Financiële-verhoudingswet

0

Waarvan verplichtingenbedrag Algemene uitkering

2.051.980

Waarvan verplichtingenbedrag Integratie-uitkeringen

0

Waarvan verplichtingenbedrag Decentralisatie-uitkeringen

402.748

Uitgaven

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de uitgaven van het provinciefonds voor het jaar 2018 met € 140.543.000 te muteren en te brengen op € 2.454.729.000. Een specificatie van de mutaties 2e suppletoire begroting 2018 is opgenomen in Tabel B1. De toelichting op de nieuwe mutaties is eveneens opgenomen in paragraaf 1.

Tabel B4: Opbouw uitgavenbedrag 2018 (x € 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2018

2.187.740

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

124.836

Stand 1e suppletoire begroting 2018

2.312.576

Mutaties reeds gemeld in de Miljoenennota 2019

1.610

Nieuwe mutaties 2e suppletoire begroting 2018

140.543

Totaal mutaties uitgaven 2e suppletoire begroting 2018

142.153

Stand uitgaven 2e suppletoire begroting 2018

2.454.729

Waarvan uitgavenbedrag Kosten Financiële-verhoudingswet

0

Waarvan uitgavenbedrag Algemene uitkering

2.051.980

Waarvan uitgavenbedrag Integratie-uitkeringen

0

Waarvan uitgavenbedrag Decentralisatie-uitkeringen

402.749

Ontvangsten

Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten op grond van artikel 4 van die wet over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de eerste suppletoire begroting van het provinciefonds voor 2018 worden de ontvangsten, analoog aan de uitgaven, met € 140.543.000 gemuteerd en gebracht op € 2.545.729.000.

2. BELEIDSAGENDA

2. Het beleidsartikel

In onderstaande tabel B2 worden voor de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het provinciefonds weergegeven. Hiermee worden de integrale uitgaven die samenhangen met de samengestelde beleidsdoelstelling (het nastreven van een adequate omvang van het provinciefonds en het nastreven van een adequate verdeling van de middelen over de provincies) inzichtelijk gemaakt.

Tabel B2: Budgettaire gevolgen van beleid provinciefonds (Eerste suppletoire begroting; bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2018 (1)

Mutaties via NvW, moties en amendementen (2)

Vastgestelde begroting 2018 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018 (4)

Stand 1e suppletoire begroting 2018 (5=3+4)

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Verplichtingen

2.187.740

0

2.187.740

124.835

2.312.575

93.194

95.423

67.691

57.518

                     

Uitgaven:

2.187.740

0

2.187.740

124.836

2.312.576

93.194

95.423

67.691

57.518

 

Waarvan juridisch verplicht

100%

     

100%

       
                   

Opdracht

                 

1.

Kosten Financiële-verhoudingswet

100

0

100

0

100

0

0

0

0

                     

Bijdragen aan medeoverheden

                 

1.

Algemene uitkering

2.019.582

0

2.019.582

46.635

2.066.217

50.885

50.871

50.871

50.871

2.

Integratie-uitkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3.

Decentralisatie-uitkeringen

168.058

0

168.058

78.201

246.259

42.309

44.552

16.820

6.647

                   

Ontvangsten:

2.187.740

0

2.187.740

124.836

2.312.576

93.194

95.423

67.691

57.518

Toelichting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Verplichtingen

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de verplichtingen van het provinciefonds voor het jaar 2018 met € 124.835.000 te muteren en te brengen op € 2.312.575.000. De mutaties worden hieronder in tabel B3 opgesomd. De toelichting bij de mutaties die onderdeel vormen van het totaalbedrag dat in deze tabel is vermeld is reeds gegeven in § 1.

Tabel B3: Mutaties verplichtingenbedrag provinciefonds 2018 (bedragen x € 1.000)

Stand verplichtingenbedrag vastgestelde begroting 2018

 

2.187.740

Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk:

   

Accres tranche 2017 (incidenteel)

– 3.500

 

Accres tranche 2017 (structureel)

– 3.500

 

Accres tranche 2018

59.871

 

Plafond BTW compensatiefonds 2017

– 750

 

Na-ijlende effecten mijnbouw (decentralisatie-uitkering)

1.361

 

Innovatiebudget handelsregister (algemene uitkering)

14

 

Interreg V (decentralisatie-uitkering)

466

 

Beter Benutten (decentralisatie-uitkering)

15.966

 

Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum (decentralisatie-uitkering)

35.607

 

Projecten Verkeer en Vervoer (algemene uitkering)

– 6.000

 

Projecten Verkeer en Vervoer (decentralisatie-uitkering)

6.000

 

Smart industry HUB (decentralisatie-uitkering)

1.350

 

MKB innovatiestimulering (decentralisatie-uitkering)

3.190

 

Zeeland in stroomversnelling (decentralisatie-uitkering)

1.800

 

NUP (algemene uitkering)

500

 

Value data centre (decentralisatie-uitkering)

60

 

Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)

6.730

 

Mooiste Natuurgebied van Nederland (decentralisatie-uitkering)

300

 

Erfgoedprogramma aardbevingsgebied (decentralisatie-uitkering)

3.950

 

Project Lelystad Airport aansluiting A6 (decentralisatie-uitkering)

620

 

Waterstofbussen (decentralisatie-uitkering)

800

 

Totaal nieuwe mutaties:

 

124.835

Stand verplichtingenbedrag bij 1e suppletoire begroting 2018

 

2.312.575

Waarvan verplichtingenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet

 

100

Waarvan verplichtingenbedrag algemene uitkering

 

2.066.217

Waarvan verplichtingenbedrag integratie-uitkeringen

 

0

Waarvan verplichtingenbedrag decentralisatie-uitkeringen

 

246.258

Uitgaven

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de uitgaven van het provinciefonds voor het jaar 2018 met € 124.836.000 te muteren en te brengen op € 2.312.576.000. De mutaties worden in tabel B4 opgesomd. De mutaties die plaatsvinden met betrekking tot de verplichtingen zijn ook van toepassing op de uitgaven. Er is echter nog één mutaties die wel effect heeft op het uitgavenbedrag 2018, maar niet op het verplichtingenbedrag 2018. Het gaat om de «wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2017». De toelichting bij deze mutaties, die onderdeel vormt van het totaalbedrag dat in deze tabel is vermeld, is reeds gegeven in § 1.

Tabel B4: Mutaties uitgavenbedrag provinciefonds 2018 (bedragen x € 1.000)

Stand uitgavenbedrag vastgestelde begroting 2018

 

2.187.740

Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk:

   

Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2017

1

 

Accres tranche 2017 (incidenteel)

– 3.500

 

Accres tranche 2017 (structureel)

– 3.500

 

Accres tranche 2018

59.871

 

Plafond BTW compensatiefonds 2017

– 750

 

Na-ijlende effecten mijnbouw (decentralisatie-uitkering)

1.361

 

Innovatiebudget handelsregister (algemene uitkering)

14

 

Interreg V (decentralisatie-uitkering)

466

 

Beter Benutten (decentralisatie-uitkering)

15.966

 

Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum (decentralisatie-uitkering)

35.607

 

Projecten Verkeer en Vervoer (algemene uitkering)

– 6.000

 

Projecten Verkeer en Vervoer (decentralisatie-uitkering)

6.000

 

Smart industry HUB (decentralisatie-uitkering)

1.350

 

MKB innovatiestimulering (decentralisatie-uitkering)

3.190

 

Zeeland in stroomversnelling (decentralisatie-uitkering)

1.800

 

NUP (algemene uitkering)

500

 

Value data centre (decentralisatie-uitkering)

60

 

Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)

6.730

 

Mooiste Natuurgebied van Nederland (decentralisatie-uitkering)

300

 

Erfgoedprogramma aardbevingsgebied (decentralisatie-uitkering)

3.950

 

Project Lelystad Airport aansluiting A6 (decentralisatie-uitkering)

620

 

Waterstofbussen (decentralisatie-uitkering)

800

 

Totaal nieuwe mutaties:

 

124.836

Stand uitgavenbedrag bij 1e suppletoire begroting 2018

 

2.312.576

Waarvan uitgavenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet

 

100

Waarvan uitgavenbedrag algemene uitkering

 

2.066.217

Waarvan uitgavenbedrag integratie-uitkeringen

 

0

Waarvan uitgavenbedrag decentralisatie-uitkeringen

 

246.259

Ontvangsten

Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de ontvangsten op grond van artikel 4 van die wet over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting van het provinciefonds voor 2018 worden de ontvangsten, analoog aan de uitgaven, met € 124.836.000 gewijzigd en gebracht op € 2.312.576.000.

2.1. Beleidsprioriteiten

Herziening provinciefonds

De wijziging van de Financiële verhoudingswet die nodig was om de verdeling van het provinciefonds te vereenvoudigen is in 2017 in werking getreden. Vanaf het uitkeringsjaar 2017 wordt er verdeeld met behulp van een nieuw verdeelmodel. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is een motie aangenomen van Veldman en Fokke die verzoekt om binnen twee jaar te komen tot een plan van aanpak gericht op het binnen drie jaar herzien van de grondslagen van de verdeling van het provinciefonds.

2.2. Belangrijkste beleidsmatige mutatie

Door wijzigingen in beleid van verschillende departementen kan worden overgegaan tot het beleggen of juist weghalen van taken bij provincies. Soms gaat dit gepaard met een toevoeging aan of een uitname uit het provinciefonds. In tabel 2.2.1. worden de mutaties per uitgavencategorie weergegeven als gevolg van de beleidsmutaties. Voor een overzicht van de beleidsmatige mutaties vanaf ontwerpbegroting 2017 wordt verwezen naar bijlage 1. In tabel 4.1.2. wordt vanaf de stand ontwerpbegroting 2017 een aansluiting gegeven naar de stand ontwerpbegroting 2018. De weergegeven mutaties worden in het verdiepingshoofdstuk 4 afzonderlijk toegelicht voor zover dit nog niet gebeurd is in een eerder begrotingsstuk.

Tabel 2.2.1 Beleidsmutaties (x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Opdrachten

           

1. Kosten Financiële-verhoudingswet

0

0

0

0

0

0

             

Bijdragen aan medeoverheden

           

1. Algemene uitkering ca en de aanvullende uitkeringen

1.791.780

1.411.623

1.411.568

1.410.213

1.410.184

1.410.184

2. Decentralisatie-uitkeringen

– 1.581.268

– 1.256.465

– 1.269.818

– 1.280.733

– 1.279.449

– 1.279.449

             

Totaal mutaties (inclusief meerjarige doorwerking 1e suppletoire 2017)

210.512

155.158

141.750

129.480

130.735

130.735

3. Integratie-uitkeringen

Het provinciefonds bevat momenteel geen integratie-uitkeringen. Dientengevolge is tabel B5 (overzicht integratie-uitkeringen provinciefonds) niet opgenomen.

3. BELEIDSARTIKEL

3. Integratie-uitkeringen

Als een toevoeging aan de algemene uitkering van het provinciefonds in één keer bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten wordt normaliter gesproken een integratie-uitkering toegepast. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang van specifieke uitkering of eigen inkomsten naar de algemene uitkering. Het provinciefonds bevat momenteel geen integratie-uitkeringen. Dientengevolge is tabel B5 (overzicht integratie-uitkeringen provinciefonds) niet opgenomen.

3.1. Algemene beleidsdoelstelling

Via het provinciefonds wordt bewerkstelligd dat de provincies middelen krijgen toebedeeld om hun taken naar behoren uit te voeren. Deze doelstelling valt uiteen in twee beleidsthema’s:

  • 1. de provincies via het provinciefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor het uitvoeren van hun taken;

  • 2. een verdeling van de beschikbare financiële middelen over provincies die elk van de provincies in staat stelt om hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lastendruk te kunnen leveren.

3.2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De fondsbeheerders, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Financiën – i.c. de Staatssecretaris van Financiën – zijn op basis van de Financiële-verhoudingswet verantwoordelijk voor de financiële verhoudingen tussen Rijk, provincies en gemeenten. Zij dragen daarbij zorg voor een adequate omvang alsmede een goede werking van de verdeelsystematiek van het provinciefonds. Provincies zijn verantwoordelijk voor de resultaten die ze met hun bijdrage uit dit fonds realiseren. Met inachtneming van de wet- en regelgeving, zijn provincies autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit het provinciefonds.

Van tijd tot tijd kunnen vragen opkomen of de provincies als collectiviteit geen andere prioriteiten zouden moeten stellen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van gezamenlijk onderschreven prioriteiten van het Rijk. In een dergelijk geval kunnen het Rijk en de provincies bestuurlijke afspraken maken over de accenten in de bestedingsrichting van de provincies. De desbetreffende vakministers spelen hier naast de fondsbeheerders een belangrijke rol. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor resultaten blijft bij de provincies.

Op grond van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) moet elk afzonderlijk begrotingsartikel periodiek (tenminste eens in de 7 jaar) worden geëvalueerd (Artikel 3.1 RPE: Al het beleid dat valt onder de beleidsartikelen in de begroting). In de doorlichting van artikel 1.1 van de begroting van BZK (H7), gepland in 2018, wordt ingegaan op de bestuurlijke en financiële verhoudingen met de decentrale overheden die ten grondslag liggen aan de geldstromen die via de fondsen lopen. Er vindt geen afzonderlijke beleidsdoorlichting plaats van het gemeentefonds en provinciefonds.

Voor de realisatie van de in paragraaf 3.1. beschreven beleidsthema’s zijn er een aantal instrumenten en activiteiten.

Beleidsthema 1: De provincies via het provinciefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor het uitvoeren van hun taken.

A) Normeringssystematiek

De jaarlijkse ontwikkeling van de omvang van de algemene uitkering van het provinciefonds wordt – naast taakmutaties – bepaald door de normeringssystematiek. De normeringssystematiek houdt in dat de ontwikkeling van het fonds gekoppeld is aan de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, dit wordt ook wel aangeduid als het principe «samen de trap op, samen de trap af». De jaarlijkse toe- of afname van het provinciefonds die voortvloeit uit de koppeling aan de rijksuitgaven, wordt het accres genoemd. De normeringssystematiek is in werking sinds 1995 en berust op een bestuurlijke afspraak tussen het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO).

B) Artikel 2 Financiële-verhoudingswet

Er zijn jaarlijks diverse specifieke taakmutaties die tot toevoegingen en/of onttrekkingen aan het provinciefonds kunnen leiden. Uitgangspunt hierbij is artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet. Dit artikel geeft aan dat indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen wordt omkleed en met kwantitatieve gegevens wordt gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies of gemeenten zijn. Tevens wordt aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen.

C) Bestuurlijk overleg financiële verhouding

Het Bestuurlijk overleg financiële verhouding (Bofv) tussen de fondsbeheerders, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen (UvW) zal twee keer per jaar plaats vinden, rond het verschijnen van de Voorjaarsnota en de Miljoenennota. Iedere partij kan agendapunten inbrengen. Zo nodig kunnen ook andere bewindslieden dan de fondsbeheerders aan het overleg deelnemen. De uitkomst van de normeringsystematiek (vgl. A) kan – indien beschikbaar – in het Bofv bestuurlijk worden gewogen.

Beleidsthema 2: Een verdeling van de beschikbare financiële middelen over provincies die elk van de provincies in staat stelt om hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lastendruk te kunnen leveren.

D) Verdeelmaatstaven

Het budget van de algemene uitkering van het provinciefonds wordt over de provincies verdeeld via een verdeelsysteem van verdeelmaatstaven. De fondsbeheerders zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen en onderhouden van het systeem van verdeelmaatstaven dat de verdeling tot stand brengt. Dit verdeelsysteem heeft als doel provincies in staat te stellen hun voorzieningen op een onderling gelijkwaardig niveau te brengen tegen globaal gelijke lastendruk en rekening houdend met de structuurkenmerken van de provincies.

Zolang voor een uitkeringsjaar de voor de verdeelmaatstaven noodzakelijke statistische gegevens nog niet bekend of definitief zijn, worden de provincies bevoorschot op basis van voorlopige cijfers. Hierbij wordt ernaar gestreefd de voorschotten zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de algemene uitkering waarop een provincie uiteindelijk recht heeft, zoals deze vastgesteld wordt nadat de statistische gegevens definitief zijn vastgesteld. Dit streven geldt ook voor integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Het gedurende en na afloop van het uitkeringsjaar beschikbaar komen van bepaalde definitieve volumegegevens leidt tot bijstellingen in de bevoorschotting. Aangezien voor het provinciefonds de verplichtingen leidend zijn, zullen deze altijd tot uitkering komen.

3.3. Beleidswijzigingen

De relevante beleidswijzigingen zijn beschreven in de beleidsagenda (hoofdstuk 2). De financiële consequenties van deze beleidswijzigingen staan vermeld in de tabellen 2.2.1. en 4.1.2 en bijlage 1. De toelichting staat in paragraaf 4.1.

3.4. Budgettaire gevolgen van beleid

In onderstaande tabel worden voor zowel de verplichtingen, de uitgaven als de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het provinciefonds weergegeven.

Tabel 3.4.1. Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen:

2.493.652

2.410.098

2.187.740

2.166.927

2.148.141

2.074.840

2.064.840

               

Uitgaven:

2.493.504

2.410.097

2.187.740

2.166.927

2.148.141

2.074.840

2.064.840

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       
               

Opdrachten

             

1. Kosten Financiële-verhoudingswet

0

100

100

100

100

100

100

               

Bijdragen aan medeoverheden

             

1. Algemene uitkering ca en de aanvullende uitkeringen

229.520

2.004.151

2.019.582

2.014.662

2.008.313

2.003.284

1.993.284

2. Decentralisatie-uitkeringen

2.263.984

405.846

168.058

152.165

139.728

71.456

71.456

               

Ontvangsten:

2.493.504

2.410.097

2.187.740

2.166.927

2.148.141

2.074.840

2.064.840

               

Ontvangsten ex art. 4 Fvw

2.493.504

2.410.097

2.187.740

2.166.927

2.148.141

2.074.840

2.064.840

In tegenstelling tot een departementale begroting zijn bij een fonds als het provinciefonds de verplichtingen leidend. Dit houdt in dat zij, eenmaal geaccordeerd, altijd geheel tot uitbetaling komen. Geld dat in enig jaar nog niet aan provincies wordt uitgekeerd, wordt automatisch aan het volgende begrotingsjaar toegevoegd.

Op basis van de Financiële-verhoudingswet (voor de uitkeringen aan de gemeenten en provincies) is het percentage juridisch verplicht bijna 100%. Alleen een deel van de «Kosten Financiële-verhoudingswet» is op voorhand niet juridisch verplicht.

Ontvangsten

Wetsartikel 4, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet regelt dat bij (begrotings)wet voor ieder uitkeringsjaar een bedrag aan middelen voor het Rijk wordt afgezonderd ten behoeve van het provinciefonds. Op grond van het tweede lid zijn de uitgaven en de inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het provinciefonds een post Ontvangsten ex artikel 4 van de Financiële-verhoudingswet geraamd (zie in tabel 3.4.1.).

Ter informatie geeft figuur 3.4.2. het verloop van de uitkering uit het provinciefonds (totaal Bijdragen aan medeoverheden) per inwoner van 2004–2022 weer. De bedragen 2004 tot en met 2016 zijn op basis van de jaarverslagen. De bedragen 2017 tot en met 2022 zijn op basis van de cijfers in de voorliggende begroting.

Figuur 3.4.2.Uitkering provinciefonds in euro’s per inwoner

Figuur 3.4.2.Uitkering provinciefonds in euro’s per inwoner

De provincies ontvangen in 2018 uit het provinciefonds € 2.187.640.000. Per inwoner komt de uitkering uit op een landelijk gemiddelde van € 127. Ten opzichte van 2017 betekent dit een mutatie van € – 14 per inwoner.

3.5. Toelichting op de uitgavencategorieën

In tabel 3.4.1. Budgettaire gevolgen van beleid staan een aantal uitgavencategorieën. Deze worden hier nader toegelicht.

Kosten Financiële-verhoudingswet

Dit betreft het budget dat elk jaar is gereserveerd voor de uitvoering van onderzoeken op het vlak van de omvang en verdeling van het provinciefonds en het onderhoud van het betaalsysteem.

Algemene uitkering ca en de aanvullende uitkeringen

Dit betreft de uitkering aan alle provincies, die ten goede komt aan de algemene middelen van de provincies. De uitkering is gebaseerd op de artikelen 5 en 6 van de Financiële-verhoudingswet.

Integratie-uitkeringen

Dit betreft de uitkering die wordt toegepast als overheveling van een specifieke uitkering of andere middelen naar de algemene uitkering bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang naar de algemene uitkering. De uitkering is gebaseerd op artikel 5 lid 2 van de Financiële-verhoudingswet.

De fondsbeheerders zijn een traject gestart om het uitkeringenstelsel te vereenvoudigen. Onderdeel hiervan is het beëindigen van de integratie-uitkering; hiervoor is een wijziging van de Financiële-verhoudingswet noodzakelijk. Voor meer informatie wordt verwezen naar de Kamerbrief over dit onderwerp (TK 34 000-B, nr. 24).

Het provinciefonds bevat momenteel geen integratie-uitkeringen. Dientengevolge zijn de integratie-uitkeringen niet opgenomen in hoofdstuk 4.

Decentralisatie-uitkeringen

Sinds 2008 bestaat binnen het provinciefonds naast de algemene uitkering en de integratie-uitkering ook de decentralisatie-uitkering. De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het provinciefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. Voor een overzicht van de decentralisatie-uitkeringen wordt verwezen naar paragraaf 4.2.

4. VERDIEPINGSHOOFDSTUK

In paragraaf 4.1. wordt de opbouw van de verplichtingen en uitgaven vanaf de stand ontwerpbegroting provinciefonds 2017 naar de stand van de voorliggende ontwerpbegroting 2018 beschreven. In paragraaf 4.2. wordt een overzicht van de decentralisatie-uitkeringen gegeven.

4. Decentralisatie-uitkeringen

In tabel B6 is een overzicht opgenomen van de decentralisatie-uitkeringen.

Tabel B6: Overzicht decentralisatie-uitkeringen provinciefonds 2018 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2018

Decentralisatie-uitkeringen begroting 2018:

 

Bodemsanering

35.830

Brede Doeluitkering Verkeer en vervoer (projecten)

40.707

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT-projecten)

17

MIRT-project IJsseldelta Fase 2

1.528

Monumenten

20.000

Programma Impuls Omgevingsveiligheid

14.507

Programma Rijke Waddenzee (Vismigratierivier Afsluitdijk)

1.653

Verduurzaming ketens Energie-Chemie Eemsdelta

35

Versnellingsagenda melkveehouderij Noord NL

60

Waddenfonds

28.878

Weidevogels

25

Zoetwatermaatregelen

9.605

Zuiderzeelijn REP-middelen

15.213

Subtotaal

168.058

   

Nog niet eerder opgenomen in een begroting:

 

Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2017

1

Na-ijlende effecten mijnbouw

1.361

Interreg V

466

Beter Benutten

15.966

Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum

35.607

Projecten Verkeer en Vervoer

6.000

Smart industry HUB

1.350

MKB innovatiestimulering

3.190

Zeeland in stroomversnelling

1.800

Value data centre

60

Bodemsanering

6.730

Mooiste Natuurgebied van Nederland

300

Erfgoedprogramma aardbevingsgebied

3.950

Project Lelystad Airport aansluiting A6

620

Waterstofbussen

800

Subtotaal

78.201

Totaal:

246.259

4. Decentralisatie-uitkeringen

Binnen het provinciefonds bestaat naast de algemene uitkering en de integratie-uitkering ook de decentralisatie-uitkering. De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het provinciefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. In tabel B6 is een overzicht opgenomen van de decentralisatie-uitkeringen in 2018.

Tabel B6: Overzicht decentralisatie-uitkeringen provinciefonds (x € 1.000)
 

2018

Aanpak problematiek vakantieparken

1.540

Aansluiting A6 Lelystad Airport

14.123

Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag

82

Bestuursovereenkomst grondwaterbeschermingsgebieden

3.813

Beter Benutten

20.127

Bodemsanering

42.867

Brede Doeluitkering Verkeer en vervoer (projecten)

46.707

Clean Underground Sustainable Transport

25

Congres grondgebonden GLB

100

Connect-NL

75

DINGtiid

27

Dutch Techzone

2.500

Duurzaam Door

100

Duurzame mobiliteit

1.653

Eems-Dollard

181

Einstein telescope

10

Erfgoedprogramma aardbevingsgebied

3.950

Extra Sneltrein Groningen Leeuwarden

30.352

Faciliteit MKB

25

Gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum

36.150

Green deal Marktordening warmtetransportnetten

273

Grensoverschrijdende spoorverbinding

667

Groningen

50.000

Hydrologische maatregelen

2.000

Interreg V

466

Jong leren eten

500

Klimaatslimme landbouw

3.200

MIRT-projecten

1.582

MKB innovatiestimulering

19.290

Monitoring in de Oostvaardersplassen

23

Monumenten

20.000

Mooiste Natuurgebied van Nederland

300

N62 Sloeweg

1.143

Na-ijlende effecten mijnbouw

1.958

Programma Ecologie & Economie in Balans

25

Programma Impuls Omgevingsveiligheid 2015–2018

14.507

Programma Rijke Waddenzee (Vismigratierivier Afsluitdijk)

1.653

Programmabureau warmte koude

170

Project Lelystad Airport aansluiting A6

620

Projectplan aardbevingen Groningen

1.000

Quickscan Bovenijssel Gelderland

37

Regio van de toekomst

150

Regiodeal Zeeland

7.600

Regionale Investeringssteun Groningen

5.000

Regioverbinder

372

SBIR Energietransitie

331

Smart industry HUB

2.100

SmartWayZ

413

Spoorzone Groningen

1.905

Techniekpact

45

Trekvogelvoorspellingen

75

Value data centre

60

Verduurzaming ketens Energie-Chemie Eemsdelta

35

Versnellingsagenda melkveehouderij Noord NL

60

Vijfheerenlanden

2.500

Waddenfonds

28.878

Waterstofbussen

2.675

Weidevogels

25

Werelderfgoed

85

Zeeland in stroomversnelling

1.800

Zoetwatermaatregelen

9.605

Zuiderzeelijn REP-middelen

15.213

Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2017

1

Stand 2e suppletoire begroting 2018

402.749

4.1. Opbouw verplichtingen en uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting

Verplichtingen

Onderstaande tabel geeft de opbouw aan van de verplichtingen van het provinciefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2017 naar de stand ontwerpbegroting 2018.

Tabel 4.1.1. Opbouw verplichtingen provinciefonds (x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

2.199.585

2.032.582

2.025.177

2.018.661

1.944.105

1.934.105

             

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

85.640

15.203

13.640

13.654

14.909

14.909

             

Stand 1e suppletoire begroting 2017

2.285.225

2.047.785

2.038.817

2.032.315

1.959.014

1.949.014

             

Nieuwe mutaties

124.873

139.955

128.110

115.826

115.826

115.826

             

Stand ontwerpbegroting 2018

2.410.098

2.187.740

2.166.927

2.148.141

2.074.840

2.064.840

Waarvan verplichtingenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet

100

100

100

100

100

100

Waarvan verplichtingenbedrag algemene uitkering

2.004.151

2.019.582

2.014.662

2.008.313

2.003.284

1.993.284

Waarvan verplichtingenbedrag integratie-uitkeringen

0

0

0

0

0

0

Waarvan verplichtingenbedrag decentralisatie-uitkeringen

405.847

168.058

152.165

139.728

71.456

71.456

Uitgaven

Onderstaande tabel geeft de opbouw aan van de uitgaven van het provinciefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2017 naar de stand ontwerpbegroting 2018.

Tabel 4.1.2. Opbouw uitgaven provinciefonds (x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

2.199.585

2.032.582

2.025.177

2.018.661

1.944.105

1.934.105

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

85.639

15.203

13.640

13.654

14.909

14.909

               

Stand 1e suppletoire begroting 2017

2.285.224

2.047.785

2.038.817

2.032.315

1.959.014

1.949.014

               

Mutaties nog niet eerder opgenomen in een begrotingsstuk:

           

1)

Nieuw verdeelmodel provinciefonds (algemene-uitkering)

1.791.931

1.280.902

1.280.847

1.279.478

1.279.449

1.279.449

2)

Nieuw verdeelmodel provinciefonds (decentralisatie-uitkering)

– 1.791.931

– 1.280.902

– 1.280.847

– 1.279.478

– 1.279.449

– 1.279.449

3)

Uitvoering agrarisch natuurbeheer (algemene-uitkering)

 

9.500

9.500

9.500

9.500

9.500

4)

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT-projecten) (decentralisatie-uitkering)

12.028

17

       

5)

Zoetwatermaatregelen (decentralisatie-uitkering)

9.373

9.605

12.284

     

6)

Groei op het spoor (decentralisatie-uitkering)

717

         

7)

Restauratie Domtoren (decentralisatie-uitkering)

4.000

         

8)

Innovatie landbouw Veenkoloniën (decentralisatie-uitkering)

65

         

9)

Regionale verkenning Utrecht (decentralisatie-uitkering)

29

         

10)

RSP Zuiderzeelijn (decentralisatie-uitkering)

105.104

         

11)

Vierkant voor Werk (decentralisatie-uitkering)

3.500

         

12)

Erfgoed en Ruimte (decentralisatie-uitkering)

165

         

13)

Programma Impuls Omgevingsveiligheid 2015–2018 (decentralisatie-uitkering)

 

14.507

       

14a)

Accres tranche 2017 (algemene uitkering)

– 10.108

– 10.108

– 10.108

– 10.108

– 10.108

– 10.108

14b)

Accres tranche 2018 (algemene uitkering)

 

116.434

116.434

116.434

116.434

116.434

               

Totaal nieuwe mutaties

124.873

139.955

128.110

115.826

115.826

115.826

               

Stand ontwerpbegroting 2018

2.410.097

2.187.740

2.166.927

2.148.141

2.074.840

2.064.840

Waarvan uitgavenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet

100

100

100

100

100

100

Waarvan uitgavenbedrag algemene uitkering

2.004.151

2.019.582

2.014.662

2.008.313

2.003.284

1.993.284

Waarvan uitgavenbedrag integratie-uitkeringen

0

0

0

0

0

0

Waarvan uitgavenbedrag decentralisatie-uitkeringen

405.846

168.058

152.165

139.728

71.456

71.456

Toelichting op de nieuwe mutaties

Onderstaand worden de mutaties toegelicht voor zover nog niet eerder toegelicht in een begrotingsstuk. De «Mutaties 1e suppletoire begroting 2017» zijn toegelicht in de 1e suppletoire begroting 2017 (TK 34 730-C, nr. 1) en (TK 34 730-C, nr. 2)

1) en 2) Nieuw verdeelmodel provinciefonds (algemene- en decentralisatie-uitkering)

Met ingang van 2017 is sprake van een nieuwe verdeling voor de algemene uitkering. Aanleiding is de door de provincies ervaren complexiteit van het huidige verdeelmodel en het door diverse decentralisaties relatief klein geworden aandeel van de algemene uitkering ten opzichte van de decentralisatie-uitkeringen. In opdracht van het IPO heeft de commissie Jansen op 10 december 2015 in het rapport «Redelijk Verdeeld» een advies uitgewerkt voor een nieuw verdeelmodel. De fondsbeheerders hebben het advies van de commissie verwerkt in een wetsvoorstel dat door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. Met de nieuwe verdeling zijn de decentralisatie-uitkeringen Verkeer en vervoer (€ 924,9 miljoen voor 2018), Natuur (€ 346 miljoen voor 2018), Besluit Zware Risico Ongevalleninrichtingen (€ 10,1 miljoen voor 2018) en de Ontwikkel/OEM variabel (€ 406,4 miljoen voor 2017) vanaf 2017 onderdeel van de algemene uitkering. Het nieuwe verdeelmodel brengt geen herverdeeleffecten met zich mee.

3) Uitvoering agrarisch natuurbeheer (algemene uitkering)

Vanuit het Ministerie van Economische Zaken worden de middelen voor natuur per 2018 verhoogd met € 8,9 miljoen voor de uitvoering van het agrarisch natuurbeheer en met € 0,6 miljoen voor kleine natuurbeheerders.

4) Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT-projecten) (decentralisatie-uitkering)

Dit betreft een exploitatiebijdrage van € 9,458 miljoen vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Mileu aan de provincie Overijssel voor de verbinding Hengelo–Bad Bentheim. Dit project heeft als doel de belemmeringen voor grensoverschrijdend vervoer en de verknoping van de nationale netwerken weg te nemen. Daarnaast ontvangt de provincie Gelderland een bijdrage van € 2,502 miljoen voor de MIRT-verkenning Rivierklimaatpark IJssselpoort en Varik-Heesselt. Tot slot is er sprake van prijsbijstelling aan de provincie Overijssel voor het MIRT-project IJsseldelta Fase 2.

5) Zoetwatermaatregelen (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu stelt voor de jaren 2017 tot en met 2019 middelen beschikbaar voor het uitvoeren van de zoetwatermaatregelen uit het Deltaplan Zoetwater. Het doel is het verminderen van de huidige knelpunten in de zoetwatervoorziening en bij te dragen aan het opvangen van mogelijke gevolgen van klimaatverandering.

6) Groei op het spoor (decentralisatie-uitkering)

De provincie Limburg ontvangt van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een bijdrage ten behoeve van Groei op het spoor.

7) Restauratie Domtoren (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt aanvullende middelen beschikbaar voor de restauratie van de Domtoren aan de provincie Utrecht. Deze aanvulling is noodzakelijk omdat het (provinciale) budget bestemd voor de restauratie van rijksmonumenten niet toereikend is.

8) Innovatie Landbouw Veenkoloniën (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Economische Zaken heeft de provincies Groningen en Drenthe toegezegd om voor 1/3e bij te dragen aan projecten die voortkomen uit het programma innovatie Veenkoloniën en betrekking hebben op het groeiseizoen 2017. De bijdrage van het ministerie komt neer op € 65.000.

9) Regionale verkenning Utrecht (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft de provincie Utrecht toegezegd om voor 1/3e bij te dragen aan de regionale verkenning Utrecht, onderdeel van de gebiedsverkenning Utrecht Oost. De bijdrage komt neer op € 29.000.

10) RSP Zuiderzeelijn (decentralisatie-uitkering)

In het convenant RSP-ZuiderZeeLijn is een Rijksbijdrage afgesproken voor het regionale deel van het Ruimtelijk Economisch Programma. De provincies gebruiken die om de economie te versterken. De bijdrage vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu betreft de tranche voor 2017 en wordt verdeeld over de 4 betrokken provincies (Drenthe: € 2,701 mln., Flevoland: € 2,593 mln., Fryslân: € 5,186 mln. en Groningen: € 5,726 mln.). Daarnaast is in het convenant RSP-ZuiderZeeLijn een bijdrage afgesproken voor concrete bereikbaarheidsprojecten. Deze bijdrage is beschikbaar voor de provincie Groningen (€ 27,692 mln.) en de provincie Fryslân (€ 61,206 mln.).

11) Vierkant voor Werk (decentralisatie-uitkering)

Ter stimulering van het werkgelegenheidsprogramma Vierkant voor Werk draagt het Ministerie van Economische zaken € 3,5 miljoen bij aan de provincie Drenthe.

12) Erfgoed en Ruimte (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap draagt eenmalig € 165.000 bij aan de decentralisatie uitkering Erfgoed en Ruimte. Dit betreft € 25.000 aan de provincie Utrecht voor het nominatiedossier Limes Unesco Werelderfgoed, € 80.000 aan de provincie Limburg voor het project Vraag en aanbodsturing nationaal landschap Zuid-Limburg en € 60.000 aan de provincie Drenthe voor het project Energielandschappen en cultuurhistorie Drenthe.

13) Programma Impuls Omgevingsveiligheid 2015–2018 (decentralisatie-uitkering)

Provincies ontvangen voor 2018 een bedrag van in totaal € 14,507 miljoen voor het Programma Impuls Omgevingsveiligheid 2015–2018. De Impuls Omgevingsveiligheid bestaat uit een aantal deelprogramma’s van de gezamenlijke overheden. Het betreft de deelprogramma’s: Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO), Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS), Informatie-Kennisinfrastructuur en Lokaal externe veiligheidbeleid. De provincie Zuid Holland voert het secretariaat en is er verantwoordelijk voor dat alle uitvoerende partijen de beschikbare middelen voor de deelprogramma’s ontvangen. Voor het deelprogramma Lokaal EV-beleid krijgen de diverse provincies middelen voor hun bijdrage aan dit deelprogramma en verzorgt de provincie Zuid-Holland daarnaast de toedeling aan de veiligheidsregio’s.

14) Accres tranche 2017 en 2018 (algemene uitkering)

Het gemeentefonds en het provinciefonds ontwikkelen zich evenredig met de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU). Nemen de NGRU van jaar op jaar toe, dan neemt ook de algemene uitkering van de fondsen toe. Bij een afname van de NGRU geldt het omgekeerde. De groei of krimp van de fondsen als gevolg van deze normeringsystematiek wordt accres genoemd. Het accres van tranche 2017 bedraagt € 28,3 miljoen positief. Dat is een negatieve bijstelling van € 10,1 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2017 van het provinciefonds. Het accres van tranche 2018 bedraagt € 116,4 miljoen.

4.2. Decentralisatie-uitkeringen

De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het provinciefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. In tabel 4.2.1. is een overzicht opgenomen van de decentralisatie-uitkeringen.

Tabel 4.2.1. Overzicht decentralisatie-uitkeringen provinciefonds (x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Ontwerpbegroting 2017:

           

Besluit Risico Zware Ongevallen-inrichtingen

10.050

10.050

10.050

10.050

10.050

10.050

Bodemsanering

38.150

35.830

35.997

35.925

   

Brede Doeluitkering Verkeer en vervoer

1.001.925

966.814

965.760

964.395

945.977

945.977

DU Ontwikkel/OEM variabel

406.438

         

Monumenten

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

Natuur

446.000

346.000

346.000

346.000

346.000

346.000

Programma Impuls Omgevingsveiligheid

14.286

         

Programma Rijke Waddenzee (Vismigratierivier Afsluitdijk)

1.240

1.653

       

Versnellingsagenda melkveehouderij Noord NL

60

60

60

     

Waddenfonds

28.878

28.878

28.878

28.878

28.878

28.878

Weidevogels

25

25

25

     

Zuiderzeelijn REP-middelen

20.062

15.213

15.213

15.213

   
             

Stand ontwerpbegroting 2017

1.987.114

1.424.523

1.421.983

1.420.461

1.350.905

1.350.905

             

1e suppletoire begroting 2017:

           

Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2016

– 1

         

Programma Rijke Waddenzee (Vismigratie Afsluitdijk)

2.893

         

Verduurzaming ketens Energie-Chemie Eemsdelta

35

35

       

BDU Verkeer en vervoer Maaslijn Electrificatie

– 1.483

– 1.255

– 1.255

– 1.255

   

Hydrologische Maatregelen

5.900

         

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

1.515

         

Meerjarenprogramma Eems-Dollard

248

         

MIRT-project IJsseldelta Fase 2

5.890

1.528

       

Beter benutten

44.594

         

Erfgoed en ruimte

562

         

Ontwikkelingsbedrijf NOM

2.000

         

Monumenten (Eusebius)

4.000

         

Interreg V Projectstimuleringsregeling

24

         

Innovatie Landbouw Veenkoloniën

5

         

Natuur

9.500

         
             

Stand 1e suppletoire begroting 2017

2.062.796

1.424.831

1.420.728

1.419.206

1.350.905

1.350.905

             

Nog niet eerder opgenomen in een begroting:

           

Besluit Risico Zware Ongevallen-inrichtingen (nieuw verdeelmodel)

– 10.050

– 10.050

– 10.050

– 10.050

– 10.050

– 10.050

Brede Doeluitkering Verkeer en vervoer (nieuw verdeelmodel)

– 919.943

– 924.852

– 924.797

– 923.428

– 923.399

– 923.399

DU Ontwikkel/OEM variabel (nieuw verdeelmodel)

– 406.438

         

Natuur (nieuw verdeelmodel)

– 455.500

– 346.000

– 346.000

– 346.000

– 346.000

– 346.000

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT-projecten)

12.028

17

       

Zoetwatermaatregelen

9.373

9.605

12.284

     

Groei op het spoor

717

         

Monumenten (Restauratie Domtoren)

4.000

         

Innovatie landbouw Veenkoloniën

65

         

Regionale verkenning Utrecht

29

         

RSP Zuiderzeelijn

105.104

         

Vierkant voor Werk

3.500

         

Erfgoed en Ruimte

165

         

Programma Impuls Omgevingsveiligheid 2015–2018

 

14.507

       
             

Stand ontwerpbegroting 2018

405.846

168.058

152.165

139.728

71.456

71.456

In artikel 13, lid 5, van de Financiële-verhoudingswet wordt bepaald dat jaarlijks, in overleg met de ministers die het aangaat, wordt bezien of een decentralisatie-uitkering kan worden gewijzigd in een integratie-uitkering of een algemene uitkering. In de volgende alinea’s wordt hiervan verslag gedaan.

In het licht van het traject dat de fondsbeheerders gestart zijn om het uitkeringsstelsel te vereenvoudigen (zie de toelichting bij de integratie-uitkeringen in paragraaf 3.5), zullen geen nieuwe integratie-uitkeringen meer worden gecreëerd. Voor de decentralisatie-uitkeringen betekent dit dat alleen een mogelijke omzetting naar de algemene uitkering aan de orde kan zijn.

In tabel 4.2.1. zien we dat de meeste bij ontwerpbegroting 2017 en 1e suppletoire begroting 2017 opgenomen decentralisatie-uitkeringen niet structureel zijn. Van omzetting naar de algemene uitkering is voor die decentralisatie-uitkeringen dan ook vooralsnog geen sprake. Voor de decentralisatie-uitkeringen «Monumenten» en «Waddenfonds» geldt dat deze niet aan alle provincies worden uitgekeerd en/of nu nog niet kunnen worden verdeeld via de maatstaven van de algemene uitkering.

Vanaf 2017 is het nieuwe verdeelmodel voor het provinciefonds van kracht (zie in paragraaf 4.1 de toelichting op de nieuwe mutaties). Een belangrijk gevolg van deze herziening is dat de decentralisatie-uitkeringen Verkeer en Vervoer (met uitzondering van het projectdeel), Natuur, Besluit Risico Zware Ongevallen-inrichtingen en de Ontwikkel/OEM (Overige Eigen Middelen) variabel onderdeel zijn geworden van de algemene uitkering.

5. PROVINCIEFONDS IN BREDER PERSPECTIEF

In dit hoofdstuk wordt het provinciefonds in een breder perspectief geplaatst. Daarbij wordt een overzicht gegeven van de (overige) inkomstenbronnen van provincies en hoe die zich verhouden tot de uitkering uit het provinciefonds (paragraaf 5.1). Daarnaast wordt nader ingegaan op de specifieke uitkeringen (paragraaf 5.2) en de motorrijtuigenbelasting (paragraaf 5.3).

5.1. Inkomstenbronnen van provincies

De uitgaven van provincies worden uit verschillende inkomstenbronnen bekostigd. In tabel 5.1.1. staat een overzicht van de verschillende inkomstenbronnen van de provincies voor de periode 2011–2017. De cijfers tot en met 2015 zijn op basis van de jaarrekeningen. De cijfers 2016 en 2017 zijn op basis van de begrotingen.

Tabel 5.1.1. Inkomsten provincies (in miljoenen euro’s)
 

2011

2012

2013

2014

20151

2016

20171

 

rekening

rekening

rekening

rekening

rekening

begroting

begroting

Provinciefonds

1.268

1.686

1.553

1.296

952

2.160

2.199

Specifieke uitkeringen

2.451

2.336

2.299

2.138

1.945

47

53

Motorrijtuigenbelasting

1.439

1.438

1.415

1.534

1.537

1.533

1.566

Heffingen en rechten

25

25

25

33

30

27

30

Onttrekkingen reserves

3.308

6.409

3.554

3.390

2.974

3.551

2.656

Overige middelen

2.864

2.139

1.429

1.489

263

1.380

1.169

               

Totaal

11.355

14.033

10.275

9.880

7.701

8.698

7.673

Bron: CBS (Statline) met uitzondering van:

1 provinciefonds

Bron rekeningcijfers: Ministerie van BZK slotwetten provinciefondsfonds

Bron begrotingscijfers: Ministerie van BZK ontwerpbegrotingen provinciefonds

2 Specifieke uitkeringen

Bron rekeningcijfers 2011–2014: CBS: informatie aangeleverd door provincies en gecorrigeerd door het CBS (Informatie voor Derden)

Bron rekeningcijfers 2015 Ministerie van BZK, Onderhoudsrapporten Specifieke uitkeringen 2015

Bron begrotingscijfers: Ministerie van BZK: Bijlagen specifieke uitkeringen in de ontwerpbegroting 2017 van het Ministerie van BZK (met bewerking door het Ministerie van BZK).

3 Overige middelen: CBS (Statline) en bewerking BZK

1

Voorlopige cijfers.

Zie voor meer informatie de bronvermelding op de themapagina Inkomsten provincies op de website Kennisbank Openbaar Bestuur.

Een inkomstenbron voor de provincies is het provinciefonds. Het opgenomen bedrag betreft de verplichtingenbedragen van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen. Het provinciefonds is verantwoordelijk voor 29% van de totale inkomsten in 2017.

Een tweede inkomstenbron wordt gevormd door de specifieke uitkeringen (1% in 2017). Op de specifieke uitkeringen wordt in paragraaf 5.2. nader ingegaan.

Naast de uitkeringen van het Rijk hebben de provincies inkomsten uit de motorrijtuigenbelasting (20% in 2017). Hierop wordt in paragraaf 5.3. dieper ingegaan.

5.2. Specifieke uitkeringen

De belangrijkste informatiebron voor specifieke uitkeringen is het Onderhoudsrapport Specifieke Uitkeringen (OSU). Het doel van het OSU is inzicht geven in het stelsel van specifieke uitkeringen en in het onderhoud van het stelsel. Het rapport bevat een overzicht van de specifieke uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen. Het OSU wordt op grond van artikel 20 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) jaarlijks aan de Tweede Kamer aangeboden. Tot en met het OSU 2014 bevatte het OSU cijfers over het verwachte aantal uitkeringen en de financiële omvang van die uitkeringen op basis van de ontwerpbegrotingen van de betreffende departementen. Met ingang van het OSU 2015 geeft het OSU nauwkeuriger invulling aan artikel 20 van de Fvw en bevat het de definitieve cijfers (rekeningcijfers) over aantal en omvang van specifieke uitkeringen op basis van de jaarverslagen van de betreffende departementen. Het OSU kijkt sinds 2015 dus niet meer vooruit, maar terug.

Het gevolg hiervan is dat het OSU geen informatie bevat over specifieke uitkeringen in het lopende begrotingsjaar. De cijfers voor het lopende begrotingsjaar zijn daarom afkomstig uit de bijlage specifieke uitkeringen in de ontwerpbegroting 2017 van het Ministerie van BZK. Deze bijlage bevat een overzicht van de bedragen die de diverse departementen in hun ontwerpbegrotingen hebben opgenomen voor specifieke uitkeringen

Tabel 5.2.1. geeft inzicht in het aantal specifieke uitkeringen in de periode 2012–2017 en omvat niet alleen de specifieke uitkeringen aan gemeenten, maar ook die aan provincies en gemeenschappelijke regelingen.

Tabel 5.2.1. Aantal specifieke uitkeringen per departement (2012–2017)

Ministerie

2012

2013

2014

2015

2016

2017

 

begroting

begroting

rekening

rekening

rekening

begroting

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

5

3

       

Economische Zaken

9

8

6

4

2

3

Financiën

           

Infrastructuur en Milieu

24

20

15

9

9

5

Veiligheid en Justitie

3

2

2

2

2

2

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

3

2

2

3

3

3

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

6

5

5

2

2

2

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

5

5

4

2

2

2

             

Totaal

55

45

34

22

20

17

Bron 2012–2016: Onderhoudsrapportages Specifieke Uitkeringen (OSU); 2016: voor I&M voorlopige cijfers.

Bron 2017: Ontwerpbegroting BZK 2017 (begrotingcijfers met bewerking BZK).

Het OSU is in 2015 van methodiek veranderd. In plaats van begrotingscijfers wordt vanaf het OSU 2015 gebruik gemaakt van rekeningcijfers. Dus het OSU 2015 bevat rekeningcijfers 2014 en het OSU 2016 bevat rekeningcijfers 2015

5.3. Motorrijtuigenbelasting

Provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting mogen door provincies worden geheven op basis van artikel 222 Provinciewet. De opcenten worden geheven bovenop het rijkstarief van de motorrijtuigenbelasting. De hoogte van de provinciale opcenten is wettelijk gemaximeerd. De vaststelling van de opcenten geschiedt door Provinciale Staten. Omdat het een algemene belasting betreft komt de opbrengst toe aan de algemene middelen van de provincie.

Tabel 5.3.1 geeft een meerjarige weergave van het gemiddeld door de provincies geheven aantal opcenten. In 2017 mogen de opcenten ten hoogste 111,0% bedragen van het rijkstarief. Geen enkele provincie heft de maximale opcenten en gemiddeld wordt er 80,46% aan opcenten geheven door de provincies.

Tabel 5.3.1. Meerjarige weergave opcenten motorrijtuigenbelasting (MRB) provincies o.b.v. begroting
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Gemiddelde opcenten MRB provincies

79,08

79,87

81,04

79,12

82,2

80,38

80,46

Maximaal te heffen opcenten MRB

119,4

105

107,3

109,2

109,2

110,6

111,0

Rekentarief PF opcenten MRB

55,52

65,9

65,9

65,9

65,9

65,9

65,9

6. BIJLAGEN BIJ DE BEGROTING

BIJLAGE 1: BELEIDSMUTATIES

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

           

Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2016

– 1

         

Accres tranche 2016 (incidenteel)

3.133

         

Accres tranche 2016 (structureel)

3.133

3.133

3.133

3.133

3.133

3.133

Accres tranche 2017

11.277

11.277

11.277

11.277

11.277

11.277

Plafond BTW-compensatiefonds 2016

– 8.397

         

Programma Rijke Waddenzee Vismigratie Afsluitdijk (decentralisatie-uitkering)

2.893

         

BDU Verkeer en vervoer Maaslijn Electrificatie (decentralisatie-uitkering)

– 1.483

– 1.255

– 1.255

– 1.255

   

Hydrologische Maatregelen (decentralisatie-uitkering)

5.900

         

Luchtvaarttaken (algemene uitkering)

825

499

499

499

499

499

MKB Innovatiestimulering Topsectoren MIT (decentralisatie-uitkering)

1.515

         

Innovatiebudget handelsregister (algemene uitkering)

– 14

– 14

– 14

     

MIRT-project IJsseldelta Fase 2 (decentralisatie-uiotkering)

5.890

1.528

       

Beter benutten (decentralisatie-uitkering)

44.594

         

Ontwikkelingsbedrijf NOM (decentralisatie-uitkering)

2.000

         

Monumenten Eusebius (decentralisatie-uitkering)

4.000

         

Natuur (decentralisatie-uitkering)

9.500

         

Overige mutaties decentralisatie uitkeringen

874

35

       
             

Mutaties Ontwerp-begroting 2018

           

Nieuw verdeelmodel provinciefonds (algemene-uitkering)

1.791.931

1.280.902

1.280.847

1.279.478

1.279.449

1.279.449

Nieuw verdeelmodel provinciefonds (decentralisatie-uitkering)

– 1.791.931

– 1.280.902

– 1.280.847

– 1.279.478

– 1.279.449

– 1.279.449

Uitvoering agrarisch natuurbeheer (algemene-uitkering)

 

9.500

9.500

9.500

9.500

9.500

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT-projecten) (decentralisatie-uitkering)

12.028

17

       

Zoetwatermaatregelen (decentralisatie-uitkering)

9.373

9.605

12.284

     

Groei op het spoor (decentralisatie-uitkering)

717

         

Restauratie Domtoren (decentralisatie-uitkering)

4.000

         

Innovatie landbouw Veenkoloniën (decentralisatie-uitkering)

65

         

Regionale verkenning Utrecht (decentralisatie-uitkering)

29

         

RSP Zuiderzeelijn (decentralisatie-uitkering)

105.104

         

Vierkant voor Werk (decentralisatie-uitkering)

3.500

         

Erfgoed en Ruimte (decentralisatie-uitkering)

165

         

Programma Impuls Omgevingsveiligheid 2015–2018 (decentralisatie-uitkering)

 

14.507

       

Accres tranche 2017 (algemene uitkering)

– 10.108

– 10.108

– 10.108

– 10.108

– 10.108

– 10.108

Accres tranche 2018 (algemene uitkering)

 

116.434

116.434

116.434

116.434

116.434

             

Totaal mutaties (inclusief meerjarige doorwerking 1e suppletoire 2017)

210.512

155.158

141.750

129.480

130.735

130.735

BIJLAGE 2: MOTIES EN TOEZEGGINGEN

Moties: Onderdeel A.1 Afgedaan

Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken

Nvt

Nvt

Nvt

Moties: Onderdeel A.2 In behandeling

Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken

De motie van de leden Veldman en Fokke; Verzoekt de regering om, in overleg met onder andere het Interprovinciaal Overleg en conform het advies van de Raad voor de financiële-verhoudingen, binnen twee jaar met een plan van aanpak te komen gericht op het binnen drie jaar herzien van de grondslagen van het Provinciefonds.

Parlementair agenda punt [25-01-2017] – Wijziging van de Financiële-verhoudingswet in verband met een vereenvoudiging van het verdeelmodel van het provinciefonds (34 568)

Motie is in behandeling genomen.

Toezeggingen: Onderdeel B.1 Afgedaan

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Bijsterveld (CDA), Huijbregts-Schiedon (VVD) en Koole (PvdA), toe over een half jaar te rapporteren over de oprichting van vervoerregio's. Als sprake is van onvoldoende vordering, grijpt de Minister in.

Parlementair agenda punt [16-12-2014] – Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enkele andere wetten in verband met de afschaffing van de plusregio's (33 659)

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 1 augustus 2016 per brief geïnformeerd.

EK 2015–2016, 33 659 nr. 26

Toezeggingen: Onderdeel B.2 In behandeling

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken

De Minister zegt de Tweede Kamer toe dat de K5 provincies een uitnodiging voor een bestuurlijk overleg krijgen en met de K5 in gesprek te gaan over het positionpaper.

Parlementair agenda punt [14-09-2016] – Krimp en bevolkingsdaling

Geen wisseling met Parlement geweest, sinds toezegging. Toezegging zal voorgelegd worden aan nieuw bewindspersoon.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe bij de heroverweging van de verdeelmaatstaven van het Provinciefonds naar de inkomsten uit de motorrijtuigenbelasting te kijken (T02426).

Parlementair agenda punt [23-05-2017] – Vereenvoudiging verdeelmodel Provinciefonds, nr. 34 568

De Eerste Kamer zal in het voorjaar van 2018 over de voortgang worden geïnformeerd.

De Minister zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Flierman (CDA), Postema (PvdA) en Schalk (SGP), toe dat: de Minister van Economische Zaken naar de problematiek van de provincie Zeeland kijkt en de Kamer daarover een brief stuurt; De Minister zal na het verschijnen van het advies van de commissie-Jansen II met het IPO overleggen en naar verdere ontwikkeling van het verdeelmodel van het Provinciefonds kijken (T02425).

Parlementair agenda punt [23-05-2017] – Vereenvoudiging verdeelmodel Provinciefonds, nr. 34 568

De Eerste Kamer zal in het voorjaar van 2018 over de voortgang worden geïnformeerd.

BIJLAGE 3: LIJST VAN AFKORTINGEN

BCF

BTW-compensatiefonds

Bofv

Bestuurlijk overleg financiële verhouding

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

DU

Decentralisatie-uitkering

Fvw

Financiële-verhoudingswet

GF

Gemeentefonds

IPO

Interprovinciaal Overleg

IU

Integratie-uitkering

MRB

Motorrijtuigen belasting

NGRU

Netto gecorrigeerde Rijksuitgaven

OEM

Overige Eigen Middelen

OSU

Onderhoudsrapport Specifieke Uitkeringen

PF

Provinciefonds

RPE

Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek

UvW

Unie van Waterschappen

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

BIJLAGE 4: BEGRIPPENLIJST

Accres

Bedrag waarmee het beschikbare bedrag van het provinciefonds jaarlijks wordt aangepast, gebaseerd op een bestuurlijk overeengekomen normeringssystematiek (zie ook normeringssystematiek).

   

Algemene uitkering uit het provinciefonds

Uitkering aan alle provincies die ten goede komt aan de algemene middelen.

   

Decentralisatie-uitkering uit het provinciefonds

Sinds 2008 bestaat binnen het provinciefonds naast de algemene uitkering (zie algemene uitkering uit het provinciefonds) en de integratie-uitkering (zie integratie-uitkering uit het provinciefonds) ook de decentralisatie-uitkering. De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het provinciefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn.

   

Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Wet waarin is vastgelegd dat er een gemeentefonds en provinciefonds is. De wet regelt daarnaast globaal de wijze van verdeling van het provinciefonds. Sinds 1 januari 1998 maakt de regeling voor het provinciefonds onderdeel uit van de Financiële-verhoudingswet.

   

Integratie-uitkering uit het provinciefonds

Uitkering die wordt toegepast als overheveling van een specifieke uitkering of eigen middelen naar de algemene uitkering bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang naar de algemene uitkering.

   

Normeringssystematiek

Bepaling van het accres van het provinciefonds op basis van een norm. De norm is de jaarlijkse procentuele ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. De netto gecorrigeerde rijksuitgaven zijn de bruto-rijksuitgaven minus de niet-belastingontvangsten van het Rijk gecorrigeerd voor onder meer de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking, de Europese Unie, het gemeentefonds en het provinciefonds. Als de netto gecorrigeerde rijksuitgaven stijgen (dalen), nemen het gemeentefonds en het provinciefonds met hetzelfde percentage toe (af). Deze systematiek staat ook wel bekend onder het principe van «samen de trap op en samen de trap af».

   

Uitkeringsfactor

Via de normeringssystematiek wordt jaarlijks de omvang van het provinciefonds bepaald (voeding). De uitkeringsfactor is de verhouding tussen de voeding en de totale landelijke uitkeringsbasis. De uitkeringsfactor wordt afgerond op 3 decimalen achter de komma. Het derde decimaal achter de komma wordt ook wel een «punt» uitkeringsfactor genoemd. Als de uitkeringsfactor bijvoorbeeld stijgt van 1,253 naar 1,265 is dit een stijging van 12 punten.

   

Uitkeringsjaar

Het kalenderjaar waarover het recht op uitkering ontstaat.

   

Verdeelmaatstaf

Maatstaf ter verdeling van de algemene uitkering die verband houdt met de provinciale behoefte aan algemene middelen.

Licence