Base description which applies to whole site

IIB Hoge Colleges van Staat

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H.Ollongren

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 136.578.000,-

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 6.040.000,-

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H. Ollongren

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.G.J. Bruins Slot

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesK.H.Ollongren

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

1 Leeswijzer

De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.

Tabel 1

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Raad van State

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

6. Kabinet Gouverneur van Aruba

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

7. Kabinet Gouverneur van Curaçao

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

8. Kabinet Gouverneur van Sint Maarten

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

1 Leeswijzer

Deze tweede suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2021.

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, groter dan of gelijk aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(ondergrens in € mln.)

(ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

6. Kabinet Gouverneur Aruba

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

7. Kabinet Gouverneur Curaçao

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

8. Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln..

Ontvangsten: 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

1 Leeswijzer

Voor u ligt de eerste suppletoire begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De eerste suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35570 IIB, nr. 1). De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2021 opgebouwd.

Uitgangspunt bij de toelichting op de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

artikel 1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 2. Algemenen Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 10 Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

Coronamaatregelen

De extracomptabele tabel overzicht coronamaatregelen is niet opgenomen. Vanuit de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) zijn geen coronagerelateerde uitgaven gedaan.

2 Beleidsartikelen

2 Beleidsartikelen

2 Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Raad van State

Op dit artikel is in 2021 circa € 0,4 mln. minder verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 1,5 mln. lager uitgevallen.

Toelichting

De onderschrijding op zowel het verplichtingenbudget als het uitgavenbudget kent diverse oorzaken.

In de veegbrief is gemeld dat het verplichtingenbudget met circa € 7 mln. overschreden zou worden omdat er in december 2021 verplichtingen voor 2022 aangegaan. Deze verplichtingen zijn toch in 2022 vastgelegd, waardoor er een onderuitputting van het verplichtingenbudget van € 0,4 mln. is gerealiseerd.

Daarnaast zal voor licenties de factuur van circa € 0,6 mln. in plaats van in 2021 in 2022 worden ontvangen. Tevens is met betrekking tot een werkplekvernieuwing circa € 0,2 mln. niet tot besteding gekomen vanwege het thuiswerken in verband met de coronamaatregelen. Tot slot is circa € 0,4 mln. aan aangegane verplichtingen in 2021 niet tot betaling gekomen. Deze factuur wordt in 2022 betaald.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

65.597

76.117

1.643

‒ 3.263

74.497

      

Uitgaven

65.597

76.117

1.643

‒ 3.263

74.497

      

Institutionele inrichting

     

Advisering

6.499

7.535

151

10

7.696

Bestuursrechtspraak

35.388

43.208

820

‒ 3.294

40.734

Raad van State gemeenschappelijke diensten

23.710

25.374

672

21

26.067

      

Ontvangsten

1.950

1.950

0

‒ 500

1.450

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Implementatie Wet Open Overheid

Er zijn middelen aan de begroting van de Raad van State toegevoegd voor de implementatie en uitvoering van de Wet Open Overheid.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting 2021

Institutionele inrichting

Bestuursrechtspraak

Op basis van de nieuwe prognose voor 2021 vinden minder vreemdelingenzaken bij de Raad van State plaats dan eerder geraamd.

Voor de CAO Rijk worden middelen toegevoegd aan de begrotingen. De Raad van State ontvangt een deel van deze middelen.

Toelichting ontvangsten

Als gevolg van een vertraagde instroom van zaken dit jaar is de realisatie van de ontvangsten lager dan de in de begroting 2021 opgenomen raming.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

65.597

0

65.597

10.520

76.117

6.498

6.320

5.450

5.450

          

Uitgaven

65.597

0

65.597

10.520

76.117

6.498

6.320

5.450

5.450

          

Institutionele inrichting

         

Advisering

6.499

0

6.499

1.036

7.535

510

510

510

510

Bestuursrechtspraak

35.388

0

35.388

7.820

43.208

5.990

5.810

4.940

4.940

Raad van State gemeenschappelijke diensten

23.710

0

23.710

1.664

25.374

‒ 2

0

0

0

          

Ontvangsten

1.950

0

1.950

0

1.950

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Advisering

De Raad van State maakt structureel meer kosten voor advisering door de professionalisering die plaats heeft gevonden. Hiertoe worden generale middelen toegevoegd aan de begroting van de Raad van State. De structurele middelen vanaf 2022 staan op de Aanvullende Post.

Daarnaast vindt een meerjarige overboeking plaats van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) voor personele en materiële uitgaven die de Raad van State maakt ten behoeve van de wettelijke taak uit hoofde van de Klimaatwet.

Bestuursrechtspraak

Er is sprake van een bijstelling (verhoging) van de raming 2021 voor het Hoger Beroep Vreemdelingen (HBV).

Raad van State gemeenschappelijke diensten

Er worden middelen aan de begroting van de Raad van State toegevoegd voor de implementatie en uitvoering van de Wet Open Overheid, het inrichten van thuiswerken en de IV-kalender. Hiertoe worden generale middelen toegevoegd aan de begroting van de Raad van State. De structurele middelen vanaf 2022 staan op de Aanvullende Post.

Daarnaast worden naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) middelen overgeboekt van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voor het op orde brengen van de informatiehuishouding.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

33.544

34.136

955

‒ 310

34.781

      

Uitgaven

33.544

34.136

955

‒ 310

34.781

      

Institutionele inrichting

     

Recht- en doelmatigheidsbevordering

33.544

34.136

955

‒ 310

34.781

      

Ontvangsten

1.017

1.017

0

0

1.017

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Huisvesting Algemene Rekenkamer

De huisvesting van de Algemene Rekenkamer wordt de komende jaren ingrijpend verbouwd. Achterstallig onderhoud en de noodzaak om de bestaande gebouwen toekomstbestending te maken zijn hiervoor de aanleiding. Op deze begroting is budget toegevoegd voor de kosten die de Algemene Rekenkamer hiervoor maakt. Het budget voor de renovatie en tijdelijke huisvesting zelf is toegevoegd aan de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting 2021

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Als gevolg van Covid-19 heeft de Algemene Rekenkamer minder kosten gemaakt in een aantal onderdelen van de bedrijfsvoering.

Voor de CAO Rijk worden middelen toegevoegd aan de begrotingen. De Algemene Rekenkamer ontvangt een deel van deze middelen.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Op dit artikel is in 2021 circa € 0,1 mln. minder verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 0,7 mln. lager uitgevallen.

Toelichting

De uitgaven vallen lager uit doordat er als gevolg van de coronamaatregelen minder uitgaven waren voor onder andere woon-werkverkeer, internationale dienstreizen en catering. Daarnaast was er sprake van vertraagde werving van nieuw personeel en komt een deel van de bij eerste suppletoire begroting toegekende budget voor het actieplan Open op Orde niet tot besteding in 2021.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

33.544

0

33.544

592

34.136

124

174

258

257

          

Uitgaven

33.544

0

33.544

592

34.136

124

174

258

257

          

Institutionele inrichting

         

Recht- en doelmatigheidsbevordering

33.544

0

33.544

592

34.136

124

174

258

257

          

Ontvangsten

1.017

0

1.017

0

1.017

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) worden middelen overgeboekt van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voor het op orde brengen van de informatiehuishouding.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

20.812

21.606

575

271

22.452

      

Uitgaven

20.812

21.606

575

271

22.452

      

Institutionele inrichting

     

Taakuitoefening Nationale ombudsman

18.289

19.083

575

21

19.679

Materiële uitgaven

     

Taakuitoefening medeoverheden

2.523

2.523

0

250

2.773

      

Ontvangsten

2.539

2.539

0

250

2.789

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting 2021

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

Voor de CAO Rijk worden middelen toegevoegd aan de begrotingen. De Nationale ombudsman ontvangt een deel van deze middelen.

2.3 Artikel 3. de Nationale ombudsman

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

20.812

0

20.812

794

21.606

1.948

2.221

2.362

2.336

          

Uitgaven

20.812

0

20.812

794

21.606

1.948

2.221

2.362

2.336

          

Institutionele inrichting

         

Taakuitoefening Nationale ombudsman

18.289

0

18.289

794

19.083

1.948

2.221

2.362

2.336

Materiële uitgaven

         

Taakuitoefening medeoverheden

2.523

0

2.523

0

2.523

0

0

0

0

          

Ontvangsten

2.539

0

2.539

0

2.539

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

Naar aanleiding van de Kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) wordt het klachtrecht bij de Nationale ombudsman uitgebreid. De daarmee gemoeide middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgeheveld naar de begroting van de Nationale ombudsman. Daarnaast worden middelen overgeboekt van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het op orde brengen van de informatiehuishouding.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

Op dit artikel is in 2021 circa € 0,7 mln. meer verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 0,7 mln. hoger uitgevallen.

Toelichting

Zoals gemeld in de veegbrief is zowel het verplichtingen- als het uitgavenbudget met circa € 0,6 mln. overschreden. De Nationale ombudsman heeft in 2021 onvoorziene bedrijfsvoeringsgerelateerde uitgaven moeten doen. Zo heeft de Nationale ombudsman voorbereidende werkzaamheden moeten treffen voor de overname van de taken van de onafhankelijke raadsman Groningen per 1 januari 2022.

Daarnaast hield de beschikbare loonkostenprognoses uit P-direkt geen rekening met de nieuwe CAO. Medewerkers konden op basis van de nieuwe CAO een thuiswerkvergoeding aanvragen, waarvan vooraf niet bekend was hoeveel medewerkers deze vergoeding in 2021 zouden aanvragen. Dit heeft geleid tot een overschrijding van € 0,1 mln.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire (4)

Stand 1e suppletoire (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

4.595

0

4.595

400

4.995

0

0

0

0

          

Uitgaven

4.595

0

4.595

400

4.995

0

0

0

0

          

Institutionele inrichting

         

Apparaat

2.868

0

2.868

400

3.268

0

0

0

0

Materiële uitgaven

         

Decoraties

1.722

0

1.722

0

1.722

0

0

0

0

Riddertoelagen

5

0

5

0

5

0

0

0

0

          

Ontvangsten

199

0

199

0

199

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Apparaat

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) worden middelen overgeboekt van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voor het op orde brengen van de informatiehuishouding.

Daarnaast is als gevolg van Covid-19 vertraging opgelopen in de toelevering van de koninklijke onderscheidingen. De benodigde middelen zijn daarom bij tweede suppletoire begroting 2020 afgeboekt en worden nu toegevoegd aan het budget voor 2021.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Op dit artikel is in 2021 circa € 0,3 mln. minder verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 0,5 mln. lager uitgevallen.

Toelichting

Aan de in leven zijnde Ridders Militaire Willems-Orde, de weduwen/weduwnaars van Ridders Militaire Willems-Orde of de minderjarige kinderen van Ridders Militaire Willems-Orde wordt van rechtswege een jaarlijkse riddertoelage uitgekeerd. Door overlijdens in 2021 van weduwen van Ridders Militaire Willems-Orde, zijn er minder toelagen uitbetaald dan begroot was.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

4.595

4.995

679

154

5.828

      

Uitgaven

4.595

4.995

679

154

5.828

      

Institutionele inrichting

     

Apparaat

2.868

3.268

645

154

4.067

Materiële uitgaven

     

Decoraties

1.722

1.722

34

0

1.756

Riddertoelagen

5

5

0

0

5

      

Ontvangsten

199

199

0

0

199

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de doorverdeling van de eindejaarsmarge. De eindejaarsmarge wordt ingezet voor bedrijfsvoeringsprocessen.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting 2021

Institutionele inrichting

Apparaat

Er zijn middelen toegevoegd aan de begroting van de Kanselarij der Nederlandse Orden om, in het kader van de opvolging op de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, de informatiehuishouding op orde te brengen.

Voor de CAO Rijk worden middelen toegevoegd aan de begrotingen. De Kanselarij der Nederlandse Orden ontvangt een deel van deze middelen.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

1.958

2.593

63

‒ 247

2.409

      

Uitgaven

1.958

2.593

63

‒ 247

2.409

      

Institutionele inrichting

     

Kabinet Gouverneur Aruba

1.958

2.593

63

‒ 247

2.409

      

Ontvangsten

60

60

0

0

60

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting 2021

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

In verband met Covid-19 hebben geplande vervangingsinvesteringen vertraging opgelopen en zullen dit jaar niet meer tot besteding komen. De uitgaven hiervan zullen volgend jaar plaatsvinden.

Voor de CAO Rijk worden middelen toegevoegd aan de begrotingen. Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba ontvangt een deel van deze middelen.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

1.958

0

1.958

635

2.593

0

0

0

0

          

Uitgaven

1.958

0

1.958

635

2.593

0

0

0

0

          

Institutionele inrichting

         

Kabinet Gouverneur Aruba

1.958

0

1.958

635

2.593

0

0

0

0

          

Ontvangsten

60

0

60

0

60

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

Tegenvallers in het budgettaire beeld als gevolg van prijseffecten leiden tot een bestedingseffect bij de Kabinetten van de Gouverneurs, welke niet binnen de begroting kunnen worden opgevangen. Hiertoe worden generale middelen toegevoegd aan de begroting.

Daarnaast moeten er bij het Kabinet van de Gouverneur van Aruba de nodige vervangingsinvesteringen op technische installaties en ICT uitgevoerd worden. Hiervoor worden eveneens generale middelen toegevoegd aan de begroting.

2.5 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Op dit artikel is in 2021 circa € 0,4 mln. minder verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 0,4 mln. lager uitgevallen. Aan ontvangsten is circa € 0,1 mln. minder gerealiseerd dan geraamd.

Toelichting

Er is in 2021 minder verplicht en uitgegeven. Dit komt doordat het groot onderhoud van de gebouwen, dat volledig begroot was in 2021, doorloopt naar 2022. Ook is een deel van het budget niet benut als gevolg van de afgelasting van diverse bijeenkomsten en dienstreizen als gevolg van de coronamaatregelen.

Zoals gemeld in de veegbrief zijn de ontvangsten circa € 0,1 mln. lager dan geraamd bij de tweede suppletoire begroting 2021. De lagere ontvangsten worden veroorzaakt door minder verzoeken voor consulaire diensten en naturalisaties als gevolg van coronamaatregelen.

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

2.968

3.460

93

‒ 747

2.806

      

Uitgaven

2.968

3.460

93

‒ 747

2.806

      

Institutionele inrichting

     

Kabinet Gouverneur Curaçao

2.968

3.460

93

‒ 747

2.806

      

Ontvangsten

200

200

0

0

200

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting 2021

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Curaçao

Als gevolg van Covid-19 heeft een aantal onderhoudswerkzaamheden niet kunnen plaatsvinden.

Voor de CAO Rijk worden middelen toegevoegd aan de begrotingen. Het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao ontvangt een deel van deze middelen.

2.6 Artikel 9. Kiesraad

Op dit artikel is in 2021 circa € 1,2 mln. minder verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 2,7 mln. lager uitgevallen.

Toelichting

De uitgaven vallen circa € 1,5 mln. lager uit doordat er een vertraging is opgetreden in de doorontwikkeling van Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV), waardoor een deel van de beschikbare middelen niet tot besteding is gekomen. Daarnaast is personeelsbudget niet tot besteding gekomen omdat, door krapte op de arbeidsmarkt, uitgezette vacatures niet tot invulling zijn gekomen.

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

2.968

0

2.968

492

3.460

0

0

0

0

          

Uitgaven

2.968

0

2.968

492

3.460

0

0

0

0

          

Institutionele inrichting

         

Kabinet Gouverneur Curaçao

2.968

0

2.968

492

3.460

0

0

0

0

          

Ontvangsten

200

0

200

0

200

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Curaçao

Tegenvallers in het budgettaire beeld als gevolg van prijseffecten leiden tot een bestedingseffect bij de Kabinetten van de Gouverneurs, welke niet binnen de begroting kunnen worden opgevangen. Hiertoe worden generale middelen toegevoegd aan de begroting.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

2.157

0

2.157

386

2.543

0

0

0

0

          

Uitgaven

2.157

0

2.157

386

2.543

0

0

0

0

          

Institutionele inrichting

         

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.157

0

2.157

386

2.543

0

0

0

0

          

Ontvangsten

75

0

75

0

75

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Tegenvallers in het budgettaire beeld als gevolg van prijseffecten leiden tot een bestedingseffect bij de Kabinetten van de Gouverneurs, welke niet binnen de begroting kunnen worden opgevangen. Hiertoe worden generale middelen toegevoegd aan de begroting.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

2.157

2.543

67

‒ 298

2.312

      

Uitgaven

2.157

2.543

67

‒ 298

2.312

      

Institutionele inrichting

     

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.157

2.543

67

‒ 298

2.312

      

Ontvangsten

75

75

0

0

75

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting 2021

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Als gevolg van Covid-19 vinden er in de bedrijfsvoering van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten minder uitgaven plaats.

Voor de CAO Rijk worden middelen toegevoegd aan de begrotingen. Het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten ontvangt een deel van deze middelen.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

3.766

0

3.766

2.136

5.902

3.400

3.400

3.738

3.250

          

Uitgaven

4.947

0

4.947

2.136

7.083

3.400

3.400

3.738

3.250

          

Institutionele inrichting

         

Kiesraad

4.947

0

4.947

2.136

7.083

3.400

3.400

3.738

3.250

          

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Kiesraad

Bij de Kiesraad worden middelen van 2020 naar 2021 geschoven voor werkzaamheden omtrent het beheer en onderhoud van Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV).

Daarnaast worden er middelen overgeboekt vanaf de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het betreft structurele middelen voor investeringen in het digitaal hulpmiddel uitslagberekening en voor de capaciteit en deskundigheid van de Kiesraad, zodat het digitaal hulpmiddel op een adequate manier beheerd en onderhouden kan worden. Ook ontvangt de Kiesraad incidentele middelen voor personele ondersteuning bij de transitie naar een verkiezingsautoriteit.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

3.766

5.902

246

‒ 197

5.951

      

Uitgaven

4.947

7.083

246

‒ 197

7.132

      

Institutionele inrichting

     

Kiesraad

4.947

7.083

246

‒ 197

7.132

      

Ontvangsten

0

0

0

0

0

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting 2021

Institutionele inrichting

Kiesraad

Door een uitloop in de planning van de werkzaamheden omtrent het beheer en onderhoud van Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV) vinden de uitgaven die hier mee gemoeid zijn niet plaats in 2021 maar in 2022.

Voor de CAO Rijk worden middelen toegevoegd aan de begrotingen. De Kiesraad ontvangt een deel van deze middelen.

3 Niet-beleidsartikelen

3 Niet-beleidsartikelen

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen ISB (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

0

0

0

4.325

4.325

2.890

2.876

2.876

2.867

          

Uitgaven

0

0

0

4.325

4.325

2.890

2.876

2.876

2.867

          

Nog te verdelen

         

Loonbijstelling

0

0

0

2.457

2.457

2.394

2.382

2.382

2.382

Prijsbijstelling

0

0

0

533

533

496

494

494

485

Onvoorzien

0

0

0

1.335

1.335

0

0

0

0

          

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Nog te verdelen

Loonbijstelling en Prijsbijstelling

De tranche 2021 van de loonbijstelling wordt toegevoegd aan de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Onvoorzien

De eindejaarsmarge wordt toegevoegd aan de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 10 Artikel 10. Nog onverdeeld (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties Miljoennota (t+1)

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

0

4.325

‒ 4.325

0

0

      

Uitgaven

0

4.325

‒ 4.325

0

0

      

Nog te verdelen

     

Loonbijstelling

0

2.457

‒ 2.457

0

0

Prijsbijstelling

0

533

‒ 533

0

0

Onvoorzien

0

1.335

‒ 1.335

0

0

      

Ontvangsten

0

0

0

0

0

Toelichting mutaties Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021 naar de artikelen van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de doorverdeling van de eindejaarsmarge naar de artikelen van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt de begroting 2021 van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB).

Groeiparagraaf

In het kader van de rijksbrede uniformering van de rijksbegroting wordt vanaf de ontwerpbegroting 2021 het gebruik van financiële instrumenten toegepast.

Beleidsagenda

Een college dient, conform artikel 2.1 lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016, betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering weer te geven. Derhalve bevat deze niet-departementale begroting – in vergelijking met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen – geen beleidsagenda.

Beleidsartikelen

Deze begroting is opgebouwd uit de volgende beleidsartikelen:

  • artikel 1 Raad van State

  • artikel 2 Algemene Rekenkamer

  • artikel 3 De Nationale ombudsman

  • artikel 4 Kanselarij der Nederlandse Orden

  • artikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba

  • artikel 7 Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

  • artikel 8 Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

  • artikel 9 Kiesraad

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidswijzigingen

  • D. Tabel budgettaire gevolgen van beleid

  • E. Toelichting op de instrumenten

Budgetflexibiliteit

In de tabellen budgettaire gevolgen van beleid is geen informatie opgenomen over de budgetflexibiliteit, omdat het grotendeels apparaatsuitgaven betreft.

Niet-beleidsartikel

De begroting bevat het volgende niet-beleidsartikel:

  • artikel 10 Nog onverdeeld

De begroting IIB valt onder de niet-departementale begrotingen. Vanwege een afwijkend regime kent deze begroting geen centraal apparaatsartikel.

Bijlagen

Bijlage 1 betreft de bijlage Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een wettelijke taak.

Bijlage 2 bevat de verdiepingsbijlage voor de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. Het uitgangspunt is om in de verdiepingsbijlage de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2020 (RBV) is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen op basis van de RBV 2020

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

2. Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Raad van State

Als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bijdragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en daarbinnen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur in brede zin, alsmede aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

De Afdeling Advisering van de Raad van State is belast met het onafhankelijk toezicht op de naleving van de (Europese) begrotingsregels, als bedoeld in het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) en artikel 5 van Verordening (EU) 473/2013.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2021 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

67.900

75.022

65.597

62.846

62.376

62.376

62.376

        

Uitgaven

65.394

75.022

65.597

62.846

62.376

62.376

62.376

        

Institutionele inrichting

65.394

75.022

65.597

62.846

62.376

62.376

62.376

Advisering

6.084

7.893

6.499

6.499

6.499

6.499

6.499

Bestuursrechtspraak

31.475

42.574

35.388

33.128

32.649

32.649

32.649

Raad van State gemeenschappelijke diensten

27.835

24.555

23.710

23.219

23.228

23.228

23.228

        

Ontvangsten

1.557

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Advisering

De Afdeling advisering van de Raad van State is adviseur van regering en parlement voor wetgeving en bestuur. Zij adviseert over onder meer (initiatief) wetsvoorstellen, algemene maatregelen van bestuur, goedkeuringswetten voor internationale verdragen en de miljoenennota. Verder brengt zij gevraagde voorlichtingen en ongevraagde adviezen uit. Daarnaast heeft zij een taak als onafhankelijke begrotingsautoriteit en schrijft de Klimaatwet voor dat de Afdeling wordt gehoord over het Klimaatplan, de Klimaatnota en de Voortgangsrapportage. Het doel van deze laatste taak is het regeringsbeleid normatief te toetsen en bestuurlijk te wegen in het licht van het realiseren van de klimaatdoelstellingen.

De Afdeling heeft voor zichzelf een ambitie geformuleerd om eerder, breder en scherper te adviseren en daarbij haar externe profiel te versterken. Dit betekent dat zij regelmatiger eerder in het proces van wetgeving betrokken zal zijn en vaker thematisch, los van concrete wetsvoorstellen, zal adviseren. Daartoe behoort ook dat de Afdeling advisering vaker en in een vroeger beleidsstadium door de regering of door één der Kamers kan worden gevraagd om voorlichting te verstrekken. Daarnaast zal zij meer aandacht schenken aan communicatie en toegankelijker taalgebruik.

In onderstaande tabel zijn de realisatie, de verwachte instroom en de planning van afhandeling van adviesaanvragen door de Afdeling advisering weergegeven.

Tabel 3 Instroom en afhandeling adviesaanvragen (in aantallen)1
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Ontwerp begroting

    

Instroom

432

400

400

400

400

400

400

Uitstroom

420

400

400

400

400

400

400

1

Bron: Meerjarenraming Afdeling advisering.

Bestuursrechtspraak

Taak van de Afdeling bestuursrechtspraak is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen zaken. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid en bruikbare rechtsvorming zijn daarbij belangrijke aspecten. De Afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit drie kamers: de Algemene kamer, de Vreemdelingenkamer en de Ruimtelijke-Ordeningskamer.

Instroom van zaken

In onderstaande tabel zijn de in het begrotingsjaar 2019 gerealiseerde uitstroom van zaken en de instroomverwachting voor de jaren 2020 ‒ 2025 weergegeven.

Tabel 4 Uitstroom en instroom van zaken Afdeling bestuursrechtspraak (in aantallen)1
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Ontwerp begroting

    

Ruimtelijke Ordeningskamer

1.328

0

0

0

0

0

0

Omgevingskamer

0

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Algemene kamer

3.409

1.850

1.850

1.850

1.850

1.850

1.850

Vreemdelingenkamer

8.788

11.860

12.210

11.350

11.160

11.160

11.160

        

Totaal bestuursrechtspraak

13.525

16.210

16.560

15.700

15.510

15.510

15.510

1

Bron: Meerjarenraming Afdeling bestuursrechtspraak.

Raad van State gemeenschappelijke diensten

Voor een optimale efficiëntie en doelmatigheid worden de Raad en zijn Afdelingen advisering en bestuursrechtspraak ondersteund door één gemeenschappelijke ambtelijke organisatie. Dit wordt tot uitdrukking gebracht in de onderverdeling van het uitgavenartikel. Deze onderverdeling vergroot de inzichtelijkheid van de uitgaven en draagt op die manier bij aan de transparantie van de overheidsfinanciën.

De gemeenschappelijke diensten omvatten functies die werken ten behoeve van de inhoudelijke en logistieke ondersteuning van de Raad als geheel en beide Afdelingen en zijn ondergebracht in verschillende directies.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Raad van State bestaan in hoofdzaak uit griffierechten.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Zij heeft als doel het rechtmatig, doelmatig, doeltreffend en integer functioneren van het Rijk en de daarmee verbonden organen te toetsen en te helpen verbeteren. Daarbij toetst zij ook de nakoming van verplichtingen die Nederland in internationaal verband is aangegaan.

De wettelijke taak van de Algemene Rekenkamer als Hoog College van Staat is vastgelegd in artikel 76 en artikel 105.3 van de Grondwet en in de Comptabiliteitswet 2016.

Hierin ligt enerzijds de basis van de klassieke wettelijke opdracht om jaarlijks de rechtmatigheid te onderzoeken van het financieel beheer van het Rijk en een goedkeurende verklaring te geven bij de Rijksrekening. Het wettelijk kader bevat naast controle op rechtmatigheid anderzijds ook de opdracht om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid te onderzoeken. De taken van de Algemene Rekenkamer vereisen een grondwettelijk geborgde, onafhankelijke positie ten opzichte van de regering en het parlement. Het vereist niet alleen een degelijke wettelijke basis, maar ook een bestendige financiële basis, die de ruimte om in onafhankelijkheid keuzes te kunnen maken ondersteunt.

De Algemeen Rekenkamer dient geen ander belang dan het goed en integer functioneren en presteren van het openbaar bestuur. De Algemene Rekenkamer laat op onpartijdige wijze zien hoe de rijksoverheid, inclusief de daaraan verbonden organen, in de praktijk functioneert en presteert en welke verbeteringen mogelijk zijn, ongeacht de samenstelling van het parlement en het kabinet. Daarmee wil zij ook een bijdrage leveren aan het vertrouwen van burgers dat de overheid zorgvuldig, zuinig en zinnig omgaat met publiek geld.

De Algemene Rekenkamer voorziet de regering, de Staten-Generaal en degenen die verantwoordelijk zijn voor de aan het Rijk verbonden organen van bruikbare en relevante informatie, aan de hand waarvan zij kunnen bepalen of het beleid van een minister rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. Deze informatie bestaat uit onderzoeksbevindingen, oordelen en aanbevelingen over organisatie, beheer en beleid en is in beginsel voor het publiek toegankelijk. De Algemene Rekenkamer bepaalt zelf welke onderzoeken zij openbaar maakt. Twee keer per jaar actualiseert en publiceert de Algemene Rekenkamer haar lopende onderzoeksagenda.

Daarnaast rekent zij het tot haar verantwoordelijkheden om een bijdrage te leveren aan goed openbaar bestuur door kennisuitwisseling en samenwerking in binnen- en buitenland. Hoofdstuk 7 van de Comptabiliteitswet 2016 verschaft een wettelijke basis voor het uitvoeren van internationale werkzaamheden die aansluiten bij de wettelijke taken van de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor de Algemene Rekenkamer is 2021 het eerste jaar van de nieuwe strategische periode. De Algemene Rekenkamer kiest er net als voorheen voor publiek geld scherp te volgen, en nog meer gebruik te maken van nieuwe methoden en technieken van onderzoek. Daarbij ligt de focus op terreinen waar de functie van de Rekenkamer de meeste toegevoegde waarde heeft. Dit zal ook de komende jaren resulteren in een aantal Rekenkamerbrede onderzoeksprogramma’s. Voor 2021 formuleert de Rekenkamer voorstellen voor nieuwe thematische onderzoeksprogramma’s.

In 2019 is een belangrijk besluit genomen over de toekomstige huisvesting van de Algemene Rekenkamer. In 2021 worden in de begroting van de Algemene Rekenkamer geen grote uitgaven verwacht. De precieze financiële effecten (incidentele en structurele kosten) laten zich op dit moment nog niet inschatten. De Algemene Rekenkamer is hierover in gesprek met het Ministerie van BZK en het Rijksvastgoedbedrijf.

Tabel 5 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

33.307

34.427

33.544

34.077

34.083

34.084

34.084

        

Uitgaven

32.214

34.427

33.544

34.077

34.083

34.084

34.084

        

Institutionele inrichting

32.214

34.427

33.544

34.077

34.083

34.084

34.084

Recht- en doelmatigheidsbevordering

32.214

34.427

33.544

34.077

34.083

34.084

34.084

        

Ontvangsten

1.584

1.217

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Recht- en doelmatigheidsbevordering

De Algemene Rekenkamer heeft voor 2021 vier hoofddoelen voor ogen.

Doorontwikkeling van het verantwoordingsonderzoek

Het jaarlijkse onderzoek ten behoeve van de goedkeurende verklaring bij de Rijksrekening blijft op het niveau van de internationale kwaliteitseisen en zal in 2021 inhoudelijk worden doorontwikkeld.

Intensivering doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek

Het doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek als bedoeld in artikel 7.16 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt versterkt. In 2020 zijn voorstellen voor nieuwe onderzoeksprogramma’s geformuleerd, die in 2021 en verder zullen worden uitgevoerd. Nieuwe technologische mogelijkheden en data-analyse zullen verder worden toegepast. De Algemene Rekenkamer investeert verder in kwaliteit, innovatie en in de samenwerking met externe partners.

Versterking van de personele organisatie

Op basis van het strategische personeelsbeleid (SPP) wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de onderzoekcapaciteit en wordt de organisatie verder versterkt.

Versterking interne bedrijfsvoering

In 2021 wordt ingezet op verdere verbetering van de interne bedrijfsvoering, waaronder de informatiebeveiliging en het inkoopbeleid.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Algemene Rekenkamer bestaan voornamelijk uit vergoedingen voor detacheringen en vergoedingen voor de ondersteuning van zusterorganisaties in het buitenland in het kader van institutionele versterkingsprojecten.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman komt in beeld als burgers er niet in slagen om er uit te komen met de overheid. Als het misgaat tussen de burger en de overheid, kan de ombudsman tussenbeide komen, bemiddelen of een onderzoek instellen. Ook kan de ombudsman op eigen initiatief structurele problemen aandacht geven.

In het werk van de Nationale ombudsman staat de vraag centraal of burgers behoorlijk behandeld worden door de overheid. Handelt de overheid eerlijk, communiceert zij begripvol met burgers en is er voldoende oog voor de menselijke maat?

Enerzijds helpt de Nationale ombudsman burgers als het misgaat tussen hen en de overheid:

  • Door burgers de weg te wijzen naar het juiste loket;

  • Door ze te ondersteunen met adviezen en tools;

  • Door op een effectieve manier onderzoek te doen.

Anderzijds wil de Nationale ombudsman overheden uitdagen anders te kijken naar diensten, processen en innovaties. Daarom kijken we naar wat de overheid doet. Denken we na over manieren waarop het anders en beter kan. Om overheden hier vervolgens op aan te spreken en ze te vragen om zaken te verbeteren en zich meer te verplaatsen in de burger.

De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman hebben tot doel te bevorderen dat de rechten van respectievelijk jeugdigen en veteranen worden geëerbiedigd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties. De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman zijn onderdeel van de Nationale ombudsman.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Versterken klachtbehandeling en dienstverlening door de overheid

De komende jaren gaat de Nationale ombudsman de klachtbehandeling en de dienstverlening door de overheid versterken. Dit doet de Nationale ombudsman omdat de maatschappij in een rap tempo verandert. Mensen uiten hun onvrede en stellen hun vragen over en aan de overheid via meer kanalen en er komen steeds nieuwe kanalen bij. De digitalisering van de samenleving, en ook die van de overheid, gaat snel en voor veel burgers is de voortschrijdende digitalisering niet (meer) bij te benen. Dit is ook van invloed op de mogelijkheid om direct contact met de overheid te krijgen.

De Nationale ombudsman wil de dienstverlening voor burgers ook in de toekomst waarborgen. De rode draad voor 2021 is de werkwijze van de Nationale ombudsman toekomstbestendig maken, zodanig dat deze past bij de relatie tussen burger en overheid in de toekomst en zodanig dat iedereen die vastloopt terecht kan bij een ombudsfunctie. Dat doet de Nationale ombudsman door:

  • Opnieuw te kijken naar wat behoorlijkheid is, zodat het normenkader past bij de relatie tussen burger en overheid in de toekomst: eerlijk, begripvol en simpel;

  • Een nog betere ombudsfunctie te realiseren, zodat iedereen die vastloopt terecht kan bij een ombudsfunctie, met focus op de één-loket-gedachte;

  • Verdieping en versterking van onze samenwerking met stakeholders, zodat de Nationale ombudsman en professionals en hulpverleners die burgers bijstaan elkaar beter kunnen vinden. Om zo ook anderen, die zich richten op de relatie burger en overheid, op weg te helpen en met hen samen te werken;

  • Het verkennen van de rol van de Nationale ombudsman bij een terugtrekkende overheid.

Dit moet ertoe leiden dat de toegang tot de Nationale ombudsman laagdrempelig is voor zowel burger, overheden en professionals voor nu en in de nabije toekomst.

Kinderombudsman

Naar aanleiding van de Wetsevaluatie is het budget voor de Kinderombudsman structureel opgehoogd met € 0,5 mln. De Kinderombudsman kan hierdoor onder andere kinderen en jongeren meer bij haar werk betrekken, door naar hun mening te vragen en op deze wijze aandachtsgebieden en prioriteiten aan te brengen in haar werk.

Deze middelen worden name besteed om:

  • meer thematische onderwerpen op te pakken waarbij de mening en visie van kinderen en jongeren centraal staan;

  • meer (structurele) informatie-uitwisseling met (groepen) kinderen en jongeren tot stand te brengen, zowel digitaal als in persoon (participatie);

  • individuele verzoeken en klachten sneller af te handelen;

  • meer invulling te geven aan de taken van de Kinderombudsman op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES-eilanden);

  • de website van de Kinderombudsman te geschikter te maken voor kinderen en jongeren en hun rechten waardoor de informatievoorziening verbetert.

Bedrijfsvoering

Ook in 2021 ligt de focus van de bedrijfsvoering op toekomstbestendig en veilig werken. In 2021 gaat de Nationale ombudsman de informatievoorziening verder professionaliseren. Vernieuwing van de belangrijkste applicaties voor het ombudswerk is daarbij nodig. Hierbij wil de Nationale Ombudsman voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

19.172

21.181

20.812

20.914

20.934

20.934

20.934

        

Uitgaven

19.672

21.181

20.812

20.914

20.934

20.934

20.934

        

Institutionele inrichting

17.006

18.658

18.289

18.391

18.411

18.411

18.411

Taakuitoefening Nationale ombudsman

17.006

18.658

18.289

18.391

18.411

18.411

18.411

Materiële uitgaven

2.666

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

Taakuitoefening medeoverheden

2.666

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

        

Ontvangsten

2.360

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

Taakuitoefening Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman behandelt op verzoek klachten over het optreden van de overheid. De organisatie doet dit onder andere door het plegen van interventies, het schrijven van rapporten, het doen van aanbevelingen en het uitvoeren van bemiddelingen.

De Nationale ombudsman wacht niet tot mensen aankloppen met een klacht, maar gaat in gesprek met burgers en overheden. Dat doet de Nationale ombudsman vanuit de mobiele huiskamer, maar ook tijdens werkbezoeken aan (overheids-)instanties, en door met bestuurders te spreken. De Nationale ombudsman geeft gevraagd en ongevraagd advies aan overheden om de dienstverlening te verbeteren. Daarnaast geeft de Nationale Ombudsman ook workshops en presentaties op het gebied van professionele klachtbehandeling.

Steeds meer burgers zijn actief op sociale media en daarmee is het een belangrijk communicatiemiddel om burgers te bereiken en hen te helpen met vragen en klachten over de overheid. De Nationale ombudsman monitort de reacties en leggen contact om hun signalen of klachten te behandelen.

Een voor de Nationale ombudsman belangrijke manier van proactief werken, is het uitvoeren van onderzoek uit eigen beweging naar de relatie burger - overheid. De aanleiding hiervoor kan zijn dat de Nationale ombudsman over een bepaald onderwerp veel klachten ontvangt. Of er kan maatschappelijke onrust zijn over een onderwerp. Vaak is het een combinatie van beide. De conclusies en aanbevelingen op basis van een dergelijk onderzoek gaan niet over een enkel geval, maar richten zich op uitvoering in algemene zin. De onderzoeken uit eigen beweging worden gedeeltelijk bepaald door de ombudsagenda (agenda van onderzoeken). Deze is ingedeeld in thema's en gebaseerd op signalen en klachten van burgers over overheden.

De Kinderombudsman bevordert dat de rechten van jeugdigen worden geëerbiedigd door overheidsinstanties en door privaatrechtelijke organisaties, door middel van het voorlichten en geven van informatie over de rechten van jeugdigen, het gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regering en de Tweede Kamer over wetgeving en beleid dat rechten van jeugdigen raakt, het doen van onderzoek naar eerbiediging van de rechten van jeugdigen naar aanleiding van klachten of uit eigen beweging. Ook houdt de Kinderombudsman toezicht op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties worden behandeld.

De Veteranenombudsman bevordert dat de rechten van veteranen worden geëerbiedigd door overheidsinstanties en door privaatrechtelijke organisaties. Naast de behandeling van klachten van veteranen, voert de Veteranenombudsman ook onderzoeken uit eigen beweging uit bij structurele aandachtspunten. Daarnaast heeft de Veteranenombudsman ook de taak om regering en Tweede Kamer te informeren over zijn bevindingen. De Veteranenombudsman adviseert gevraagd én ongevraagd de regering en Tweede Kamer over de uitvoering van de Veteranenwet en over beleid dat een behoorlijke behandeling van veteranen raakt.

Tabel 7 Klachtenbehandeling rijksoverheid
 

2017

2018

2019

2020

2021

   

Realisatie

Vastgestelde begroting

Ontwerp begroting

Nationale ombudsman

23.240

23.230

27.520

27.520

27.520

Kinderombudsman

2.450

2.000

2.110

2.110

2.110

Veteranenombudsman

150

200

280

300

300

      

Totaal

25.840

25.430

29.910

29.930

29.930

Taakuitoefening medeoverheden

Naast de provincies, de waterschappen en bijna alle gemeenschappelijke regelingen zijn 73% van de 355 (stand per 1 januari 2020) gemeenten aangesloten bij de Nationale ombudsman voor hun klachtbehandeling. Mede door deze hoge dekkingsgraad fungeert de Nationale ombudsman als kenniscentrum voor klachtbehandeling door medeoverheden.

Tabel 8 Percentage aangesloten gemeenten bij de Nationale ombudsman
 

2017

2018

2019

2020

2021

   

Realisatie

Vastgestelde begroting

Ontwerp begroting

Percentage aangesloten gemeenten

71%

73%

73%

73%

73%

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de activiteiten van de Nationale ombudsman in opdracht van provincies, waterschappen en gemeenten en voor de uitvoering van internationale projecten.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

De Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) is bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 juni 1844 ingesteld. De Kanselarij der Nederlandse Orden is de organisatie die:

  • het Kapittel der Militaire Willems-Orde en het Kapittel voor de Civiele Orden huisvest en ambtelijk ondersteunt in hun advisering over de voorstellen tot decoratieverlening;

  • zorg draagt voor het beheer van de versierselen van de onderscheidingen en voor de correcte verzending ervan aan de betrokken ministeries;

  • zorgt dat registers worden aangehouden van in het Koninkrijk der Nederlanden onderscheiden personen.

Kapittel der Militaire Willems-Orde

De taken van het Kapittel der Militaire Willems-Orde behelzen:

  • het adviseren van het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur over de voordrachten voor benoeming of bevordering in en ontslag uit de Orde dan wel over aanvragen om in de Orde te worden opgenomen of bevorderd;

  • het verstrekken van inlichtingen aan het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur alsmede het geven van inzage in alle zakelijke gegevens en bescheiden aan deze departementen;

  • het aanhouden van registers voor elk der vier klassen van ridders;

  • het houden van aantekening van verlening van het ordeteken aan onderdelen van de krijgsmacht.

Kapittel voor de Civiele Orden

Het Kapittel voor de Civiele Orden heeft als adviescollege op landelijk niveau tot taak Onze Minister wie het aangaat te adviseren over het verlenen van onderscheidingen in één van de Civiele Orden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2021 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

6.740

7.031

4.595

4.595

4.596

4.596

4.146

        

Uitgaven

5.739

7.031

4.595

4.595

4.596

4.596

4.146

        

Institutionele inrichting

4.539

4.614

2.868

2.868

2.869

2.869

2.869

Apparaat

4.539

4.614

2.868

2.868

2.869

2.869

2.869

Materiële uitgaven

1.200

2.417

1.727

1.727

1.727

1.727

1.277

Decoraties

1.199

2.412

1.722

1.722

1.722

1.722

1.272

Riddertoelagen

1

5

5

5

5

5

5

        

Ontvangsten

343

199

199

199

199

199

199

Apparaat

De afdeling Decoratie & Advies (D&A) van de Kanselarij der Nederlandse Orden is belast met de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden ontleend aan de taken van het Kapittel voor de Civiele Orden. In concreto worden alle voorstellen voor decoratie met betrekking tot de Civiele Orden voorzien van een inhoudelijk pré-advies.

De afdeling Bedrijfsvoering (BV) is belast met de aanschaf, beheer en verstrekking van de versierselen en met de reguliere PIOFACH-taken van de Kanselarij der Nederlandse Orden inclusief de facilitaire ondersteuning van het Kapittel voor de Civiele Orden en het Kapittel der Militaire Willems-Orde.

Decoraties

Dit budget betreft de middelen voor de aanschaf, beheer en de verstrekking van de versierselen en oorkondes behorende bij de Orde van Oranje-Nassau, de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Militaire Willems-Orde. Daarnaast worden Erepenningen Menslievend Hulpbetoon, medailles en oorkondes van de Nationale Politie, Vrijwilligersmedailles, Trouwe dienstmedailles van de Landmacht, Luchtmacht en Marine, Officiersdienstkruizen, medailles ten behoeve van Buitenlandse staatsbezoeken en een aantal dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie door de Kanselarij der Nederlandse Orden aangeschaft, beheerd en uitgegeven.

Riddertoelagen

Aan de weduwen van de Ridders Militaire Willems-Orde-4e klasse wordt van rechtswege een jaarlijkse riddertoelage uitgekeerd.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Kanselarij bestaan voornamelijk uit borgsommen gestort door gedecoreerden of nabestaanden van gedecoreerden. Als na overlijden van een gedecoreerde de nabestaanden besluiten het versiersel niet terug te sturen, maar in bruikleen te houden staat daar een borgsomvergoeding tegenover.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba heeft tot taak het ondersteunen van de Gouverneur van Aruba in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van Aruba en in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk. Gezien deze ondersteunende rol zijn de taken van het Kabinet een afgeleide van de taken en bevoegdheden van de Gouverneur, die voornamelijk zijn geregeld in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Aruba en het Reglement voor de Gouverneur van Aruba. Het kabinet heeft ook tot taak het behandelen van consulaire aangelegenheden aangezien de gouverneur tevens bevoegdheden heeft in het kader van de verkrijging van het Nederlanderschap en de verstrekking van paspoorten en visa aan personen die woonachtig zijn in Aruba.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor het handelen van de gouverneur als landsorgaan leggen de ministers van Aruba verantwoording af aan de Staten van Aruba. De gouverneur is als Koninkrijksorgaan verantwoordelijk aan de regering van het Koninkrijk.

De gouverneur onderhoudt contacten met de minister-president en overige Ministers van Aruba, de Staten, maatschappelijke organisaties en met ministers en andere bestuurders van de andere landen van het Koninkrijk. De gouverneur onderhoudt ook contacten met ambassadeurs van het Koninkrijk en van andere staten in de regio. De relaties met de Gouverneurs van Sint Maarten en Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Het kabinet onderhoudt contacten met andere organen van de overheid, zowel binnen als buiten het Koninkrijk. Bij de uitvoering van rijksregelgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten van Nederland.

Voor 2021 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

2.399

1.964

1.958

1.958

1.958

1.958

1.958

        

Uitgaven

2.399

1.964

1.958

1.958

1.958

1.958

1.958

        

Institutionele inrichting

2.399

1.964

1.958

1.958

1.958

1.958

1.958

Kabinet Gouverneur Aruba

2.399

1.964

1.958

1.958

1.958

1.958

1.958

        

Ontvangsten

108

60

60

60

60

60

60

Kabinet Gouverneur Aruba

Ondersteunen van de Gouverneur

Het Kabinet informeert de Gouverneur inzake politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen, doch vormt geen beleid. Het draagt tevens zorg voor de doorgeleiding van aan de Gouverneur gerichte correspondentie en handelt deze af. Voorts bereidt het Kabinet de binnen- en buitenlandse bezoeken van de Gouverneur voor en begeleidt hem hierin. Het Kabinet ondersteunt de Gouverneur tijdens de formatie van een nieuwe regering.

Landsbesluiten en landsverordeningen

De Gouverneur stelt de landsverordeningen en landsbesluiten vast. Het Kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming en de toetsing aan het Statuut, een verdrag, een rijkswet of een algemene maatregel van rijksbestuur, dan wel aan belangen, waarvan de verzorging of waarborging aangelegenheid van het Koninkrijk zijn.

Uitvoeringstaken

Het Kabinet zorgt, namens de Gouverneur, voor afkondigingen van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. Het Kabinet draagt tevens, namens de Gouverneur, zorg voor de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en voor de registratie, beoordeling en doorgeleiding van naturalisatieverzoeken. Het Kabinet behandelt aanvragen voor toestemming aan vreemde (militaire) schepen en vliegtuigen, die Aruba willen aandoen of de Arubaanse wateren respectievelijk het Arubaanse luchtruim wensen te doorkruisen. Het Kabinet behandelt tevens aanvragen voor militaire bijstand.

Paspoortafgifte aan ingezetenen van Aruba

De Gouverneur heeft de afgifte van paspoorten aan ingezetenen van Aruba gemandateerd aan de Directie Bevolking (Censo) van Aruba. Het Kabinet heeft namens de Gouverneur de eindverantwoordelijkheid voor de afgifte van reisdocumenten.

Ontvangsten

De ontvangsten van het Kabinet bestaan uit leges in verband met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en uit ingediende verzoeken om optie en naturalisatie.

3.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao is het optimaal ondersteunen van de gouverneur in de uitoefening van zijn taken in zijn beide hoedanigheden: als het hoofd van de regering van het land Curaçao en als orgaan van het Koninkrijk. De taken van het kabinet zijn afgeleid van de wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Curaçao zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Curaçao, verschillende (organieke) Curaçaose landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement van de Gouverneur van Curaçao.

Aan het feit dat de gouverneur het bevoegde orgaan is in de uitvoeringsregelingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur dienstverlenende, uitvoerende consulaire werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2021 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

2.945

2.976

2.968

2.968

2.968

2.968

2.968

        

Uitgaven

2.945

2.976

2.968

2.968

2.968

2.968

2.968

        

Institutionele inrichting

2.945

2.976

2.968

2.968

2.968

2.968

2.968

Kabinet Gouverneur Curaçao

2.945

2.976

2.968

2.968

2.968

2.968

2.968

        

Ontvangsten

97

200

200

200

200

200

200

Kabinet Gouverneur Curaçao

Ondersteunen van de Gouverneur

Het Kabinet analyseert maatschappelijke, politieke, juridische, bestuurlijke, economische, sociale en financiële ontwikkelingen en adviseert de Gouverneur hierover. Het gaat hierbij om een veelheid aan onderwerpen, van belastingwetgeving tot constitutionele verhoudingen, van armoedebeleid tot budgetdiscipline, van privatisering tot non-gouvernementele organisatie (NGO)-beleid. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. De informatieverwerving en analyses zijn uitsluitend bedoeld ter advisering aan de Gouverneur. De ambtelijke ondersteuning van de Gouverneur is erop gericht dat de Gouverneur zijn taken als Lands- en Koninkrijksorgaan op adequate wijze kan vervullen.

De bestuurlijke rol van de Gouverneur zowel binnen Curaçao als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden, ook door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur met de Staten van Curaçao, met Ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Curaçao en Nederland. Verder zijn de relaties met de collega Gouverneurs van Aruba en Sint Maarten geïnstitutionaliseerd.

Bekrachtiging Landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur is belast met het toezicht op de naleving van rijkswetten, algemene maatregelen van rijksbestuur en verdragen. In verband hiermee bereidt het Kabinet de toetsing voor van de aan de Gouverneur voorgelegde Curaçaose (concept-) regelgeving aan het hoger wettelijk kader, Koninkrijksbelangen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, alvorens de stukken ter vaststelling worden voorgelegd aan de Gouverneur. Aangeboden stukken worden tijdig en in correcte vorm aan de Gouverneur ter tekening of ter goedkeuring voorgelegd.

Uitvoeringstaken

Uit enkele verdragen en rijkswetten vloeit voort, dat de Gouverneur de uitvoering (van delen daarvan) daarvan verzorgt. Hierbij gaat het met name om de Rijkswet op het Nederlanderschap, en de Paspoortwet en de vigerende visumregelgeving. In verband hiermee werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het Kabinet bereidt de afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur voor, behandelt de aanvragen voor overvliegvergunningen en havenbezoeken, verzoekschriften en voorstellen voor Koninklijke onderscheidingen. Aanvragen voor naturalisatie en/of optie, paspoorten en visa worden volgens de geldende voorschriften behandeld. Op de – deels aan de landsdienst Burgerzaken (Kranshi) gemandateerde - bevoegdheid voor de uitgifte van paspoorten door het land Curaçao wordt actief toezicht gehouden.

Bedrijfsvoering

De zorg voor de medewerkers en het beheer van de huisvesting, het secretariaat, de (financiële) administratie, de receptie en het archief maken het gezamenlijk mogelijk dat het Kabinet zijn inhoudelijke taken naar behoren kan uitoefenen. Het Kabinet ondersteunt tevens de logistieke en facilitaire taken ten behoeve van het Paleis van de Gouverneur. Toezicht op doelmatigheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven vormen eveneens een belangrijk onderdeel van het bedrijfsvoeringsproces.

Ontvangsten

De ontvangsten van het Kabinet bestaan uit leges in verband met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en uit optie- en naturalisatiegelden.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten is het ondersteunen van de gouverneur in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van het land Sint Maarten en als vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk.

De taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Sint Maarten zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Sint Maarten, verschillende (organieke) Sint Maartense landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten.

Aan het feit dat de gouverneur bevoegd orgaan is tot uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur veel dienstverlenende, uitvoerende werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

De bestuurlijke rol van de gouverneur zowel binnen Sint Maarten als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden met de Staten van Sint Maarten, met ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Sint Maarten en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Aruba en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van (rijks-)wetgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Sint Maarten heeft het kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Sint Maarten heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Sint Maarten deels gemandateerd aan de landsdienst voor Burgerzaken (Census Office).

Voor 2021 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

2.400

2.183

2.157

2.157

2.157

2.157

2.157

        

Uitgaven

2.400

2.183

2.157

2.157

2.157

2.157

2.157

        

Institutionele inrichting

2.400

2.183

2.157

2.157

2.157

2.157

2.157

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.400

2.183

2.157

2.157

2.157

2.157

2.157

        

Ontvangsten

81

75

75

75

75

75

75

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet verzamelt informatie aangaande politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen en informeert de Gouverneur daarover. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. Het Kabinet voert de correspondentie namens de Gouverneur en begeleidt deze bij binnenlandse en buitenlandse bezoeken. Voorts behandelt en geleidt het Kabinet de aan de Gouverneur verrichte verzoekschriften door.

Bekrachtigen landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het Kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het Kabinet draagt zorgt voor afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. In diverse verdragen en rijkswetten is bepaald dat de Gouverneur belast is met de uitvoering daarvan. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de Paspoortwet, het Verdrag van Schengen en de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zo geeft het Kabinet paspoorten, laissez-passers en visa uit, beoordeelt en besluit op optieverklaringen, registreert en geleidt naturalisatieverzoeken door en organiseert de naturalisatieceremonies. Ook behandelt het Kabinet aanvragen voor militaire bijstand van de landsregering en aanvragen voor toestemming van vreemde militaire schepen en militaire luchtvaartuigen die de Sint Maartense wateren respectievelijk het luchtruim willen bezoeken dan wel willen doorkruisen.

Paspoortuitgifte aan ingezetenen Sint Maarten

De Voortgangscommissie Sint Maarten heeft zich in haar rapporten opeenvolgend positief uitgelaten over de bereikte resultaten bij de Burgeradministratie. Dit heeft ertoe geleid dat de Gouverneur de uitgifte van paspoorten aan ingezeten van Sint Maarten met ingang van 10 oktober 2011 heeft gemandateerd aan het Hoofd van de Burgeradministratie. Tegelijkertijd blijft het op 10-10-‘10 gesloten convenant, en het daarin opgenomen toezichtinstrument, onverkort van kracht. Op basis daarvan vindt, aan de hand van maandrapportages, maandelijks overleg plaats tussen het hoofd Burgeradministratie en de directeur van het Kabinet van de Gouverneur.

Ontvangsten

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten heeft ontvangsten uit consulaire producten, naturalisaties en opties, nationale paspoorten, nooddocumenten en visa.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europese Parlement. De Kiesraad registreert partijaanduidingen, nummert kandidatenlijsten en stelt de officiële verkiezingsuitslagen voor deze verkiezingen vast. Daarnaast is de Kiesraad het adviesorgaan voor het kabinet en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen. Verder verschaft de Kiesraad informatie aan gemeenten, provincies, politieke partijen, burgers en media over kiesrecht en verkiezingen.

De Kiesraad treedt het gehele jaar door op als kennis- en informatiepunt over kiesrecht en verkiezingen voor gemeenten, provinciale griffies, politieke partijen, kiezers en media. Voorts adviseert de Kiesraad de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over kiesrechtelijke geschillen waarbij de Kiesraad niet zelf partij is.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Halverwege 2022 loopt de overeenkomst af met de leverancier van de programmatuur dat gebruikt wordt voor de kandidaatstelling en het berekenen van de uitslag van de verkiezingen (OSV). Het voornemen is om in 2021 een aanbesteding te starten voor het beheer en onderhoud van OSV en voor vernieuwingen in het digitaal hulpmiddel voor het berekenen van de uitslag en de zetelverdeling.

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

5.144

3.342

3.766

2.616

2.466

2.466

2.466

        

Uitgaven

3.275

4.227

4.947

2.616

2.466

2.466

2.466

        

Institutionele inrichting

3.275

4.227

4.947

2.616

2.466

2.466

2.466

Kiesraad

3.275

4.227

4.947

2.616

2.466

2.466

2.466

        

Ontvangsten

95

0

0

0

0

0

0

Kiesraad

De Kiesraad is belast met uitgaven die betrekking hebben op vaste – verplichte – zaken zoals de personele exploitatie, externe inhuur, materieel en loonkosten voor het secretariaat van de Kiesraad. Doelmatigheid, juistheid, tijdigheid en rechtmatigheid zijn daarbij belangrijke kernbegrippen.

De Kiesraad is belast met uitgaven in directe relatie tot de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, het Europese Parlement en het kennis- en informatiepunt zoals de beheerkosten van automatiseringssoftware, aanschaf hardware, communicatieadvies en communicatiemiddelen.

Het hogere budget voor de jaren 2021 en 2022 betreft een eerder ontvangen bijdrage voor de ontwikkeling van de nieuwe versie van Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV). Daarnaast betreft het uitgaven gerelateerd aan het beheer en onderhoud van OSV om de landelijke verkiezingen van 2021 en de decentrale verkiezingen van 2022 mogelijk te maken, ook hiervoor zijn reeds eerder middelen toegevoegd aan de begroting.

3. Niet-beleidsartikelen

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 14 Budgettaire gevolgen artikel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Toelichting

Vanuit dit artikel is de loon- en prijsbijstelling naar de artikelen geboekt.

4. Bijlagen

Bijlage 1. ZBO's en RWT's

Tabel 15 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Naam organisatie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Kiesraad

ZBO

Artikel 9

4.782

Valt onder de Kaderwet sinds 2013

Was voorzien in 2019, maar i.v.m. transitie Kiesraad: nader te bepalen

Bijlage 2. Verdiepingsbijlage

Beleidsartikel 1 Raad van State

Uitgaven

Tabel 16 Uitgaven beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

67.034

63.056

60.881

60.426

60.426

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

5.334

0

0

0

0

Extrapolatie

60.426

Nieuwe mutaties

2.654

2.541

1.965

1.950

1.950

1.950

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

2.175

2.041

1.965

1.950

1.950

1.950

2) Niet-huisvestingskosten

500

500

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

75.022

65.597

62.846

62.376

62.376

62.376

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

2. Niet-huisvestingskosten

Dit betreft een overboeking van niet-huisvestingskosten in relatie tot project Renovatie Binnenhof naar de Raad van State.

Ontvangsten

Tabel 17 Ontvangsten beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

1.950

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Beleidsartikel 2 Algemene Rekenkamer

Uitgaven

Tabel 18 Uitgaven beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

33.140

32.720

33.236

33.242

33.243

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

250

0

0

0

0

Extrapolatie

33.243

Nieuwe mutaties

1.037

824

841

841

841

841

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

1.037

1.024

1.041

1.041

1.041

1.041

2) Detacheringen

0

‒ 200

‒ 200

‒ 200

‒ 200

‒ 200

       

Stand ontwerpbegroting 2021

34.427

33.544

34.077

34.083

34.084

34.084

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

2. Detacheringen

Vanaf 2021 worden ontvangsten voor uit detacheringen meer gesaldeerd geboekt. De Rekenkamer hanteert op deze manier een meer uniforme werkwijze. Tegen deze achtergrond wordt de raming voor de ontvangsten en de uitgaven met € 0,2 mln. verlaagd.

Ontvangsten

Tabel 19 Ontvangsten beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.217

1.217

1.217

1.217

1.217

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

1.217

Nieuwe mutaties

0

‒ 200

‒ 200

‒ 200

‒ 200

‒ 200

Waarvan:

      

1) Detacheringen

0

‒ 200

‒ 200

‒ 200

‒ 200

‒ 200

       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.217

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Toelichting

1. Detacheringen

Vanaf 2021 worden ontvangsten voor uit detacheringen meer gesaldeerd geboekt. De Rekenkamer hanteert op deze manier een meer uniforme werkwijze. Tegen deze achtergrond wordt de raming voor de ontvangsten en de uitgaven met € 0,2 mln. verlaagd.

Beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman

Uitgaven

Tabel 20 Uitgaven beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

19.800

19.441

19.540

19.560

19.560

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

850

850

850

850

850

Extrapolatie

20.410

Nieuwe mutaties

531

521

524

524

524

524

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

531

521

524

524

524

524

       

Stand ontwerpbegroting 2021

21.181

20.812

20.914

20.934

20.934

20.934

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

Ontvangsten

Tabel 21 Ontvangsten beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

2.189

2.189

2.189

2.189

2.189

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

350

350

350

350

350

Extrapolatie

2.539

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

Beleidsartikel 4 Kanselarij der Nederlandse Orden

Uitgaven

Tabel 22 Uitgaven beleidsartikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

4.434

4.380

4.380

4.381

4.381

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

2.484

103

103

103

103

Extrapolatie

     

4.034

Nieuwe mutaties

113

112

112

112

112

112

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

113

112

112

112

112

112

       

Stand ontwerpbegroting 2021

7.031

4.595

4.595

4.596

4.596

4.146

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

Ontvangsten

Tabel 23 Ontvangsten beleidsartikel 4 Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

199

199

199

199

199

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

199

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

199

199

199

199

199

199

Beleidsartikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Uitgaven

Tabel 24 Uitgaven beleidsartikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.908

1.902

1.902

1.902

1.902

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

1.902

Nieuwe mutaties

56

56

56

56

56

56

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

56

56

56

56

56

56

       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.964

1.958

1.958

1.958

1.958

1.958

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

Ontvangsten

Tabel 25 Ontvangsten beleidsartikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

60

60

60

60

60

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

60

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

60

60

60

60

60

60

Beleidsartikel 7 Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Uitgaven

Tabel 26 Uitgaven beleidsartikel 7 Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

2.896

2.888

2.888

2.888

2.888

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

2.888

Nieuwe mutaties

80

80

80

80

80

80

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

80

80

80

80

80

80

       

Stand ontwerpbegroting 2021

2.976

2.968

2.968

2.968

2.968

2.968

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

Ontvangsten

Tabel 27 Ontvangsten beleidsartikel 7 Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

200

200

200

200

200

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

200

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

200

200

200

200

200

200

Beleidsartikel 8 Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Uitgaven

Tabel 28 Uitgaven beleidsartikel 8 Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

2.105

2.099

2.099

2.099

2.099

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

19

0

0

0

0

Extrapolatie

2.099

Nieuwe mutaties

59

58

58

58

58

58

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

59

58

58

58

58

58

       

Stand ontwerpbegroting 2021

2.183

2.157

2.157

2.157

2.157

2.157

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

Ontvangsten

Tabel 29 Ontvangsten beleidsartikel 8 Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

75

75

75

75

75

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

75

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

75

75

75

75

75

75

Beleidsartikel 9 Kiesraad

Uitgaven

Tabel 30 Uitgaven beleidsartikel 9 Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

2.465

2.401

2.401

2.401

2.401

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

1.523

2.381

150

0

0

Extrapolatie

2.401

Nieuwe mutaties

239

165

65

65

65

65

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

67

65

65

65

65

65

2) Ondersteuning digitaal hulpmiddel

172

100

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

4.227

4.947

2.616

2.466

2.466

2.466

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

2. Ondersteuning digitaal hulpmiddel

De Kiesraad ontvangt een bijdrage voor extra capaciteit voor de ontwikkeling en het beheer en onderhoud van het digitaal hulpmiddel uitslagvaststelling.

Ontvangsten

Tabel 31 Ontvangsten beleidsartikel 9 Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

0

0

0

0

0

0

Artikel 10. Nog onverdeeld

Uitgaven

Tabel 32 Uitgaven artikel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

4.118

3.957

3.901

3.886

3.886

Extrapolatie

3.886

Nieuwe mutaties

‒ 4.118

‒ 3.957

‒ 3.901

‒ 3.886

‒ 3.886

‒ 3.886

Waarvan:

      

1) Loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 4.118

‒ 3.957

‒ 3.901

‒ 3.886

‒ 3.886

‒ 3.886

       

Stand ontwerpbegroting 2021

0

0

0

0

0

0

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling 2020.

Ontvangsten

Tabel 33 Ontvangsten artikel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2020

Mutatie amendement 2020

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

Extrapolatie

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

0

0

0

0

0

0

Licence