Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

BIJLAGE 1

BESCHRIJVING FISCALE ONDERNEMERSCHAPREGELINGEN

In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de huidige fiscale regelingen en voordelen voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in:

1. Regelingen die gelden voor alle ondernemers die én aan het urencriterium voldoen, dat wil zeggen dat zij ten minste 1225 uur per jaar aan hun onderneming besteden, én meer dan 50% van de totale arbeidstijd besteden aan de onderneming.

2. Regelingen die gelden voor startende ondernemers die ten minste 1225 uur per jaar aan hun onderneming besteden.

3. Overige regelingen.

1. Regelingen waarvoor het urencriterium een voorwaarde is voor alle ondernemers

a. Zelfstandigenaftrek

Voor de doorsnee ondernemer ligt het grootste financiële belang bij de zelfstandigenaftrek. Deze aftrek is ingevoerd met het oog op de consumptie-, reserverings- en investeringsfunctie van winstinkomen. Afhankelijk van de winst is de aftrek in 2008 minimaal € 4 412 en maximaal € 9 096.

Indien de ondernemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, en de winst:

is gelijk aan of meer danmaar minder danbedraagt de zelfstandigenaftrek
– € 13 465€  9 096 
€ 13 465€ 15 620€ 8 456
€ 15 620€ 17 775€ 7 820
€ 17 775€ 50 895€ 6 968
€ 50 895€ 53 050€ 6 361
€ 53 050€ 55 210€ 5 688
€ 55 210€ 57 360€ 5 020
€ 57 360€ 4 412

b. Aftrek Speur- en Ontwikkelingswerk

De aftrek Speur- en Ontwikkelingswerk (S&O) wordt verleend indien een ondernemer, die aan het urencriterium voldoet in aanzienlijke mate tijd besteedt (in het kalenderjaar tenminste 500 uur) aan werkzaamheden met een sterk innoverend karakter. Daarvoor dient de ondernemer te beschikken over S&O-verklaring. De aftrek is een vast bedrag (€ 11 608 voor 2008).

c. Meewerkaftrek

De meewerkaftrek wordt verleend aan de levenspartner van de ondernemer die (tenminste 525 uur) in de onderneming meewerkt zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen. Verder is vereist dat de ondernemer aan het urencriterium voldoet. De omvang van de meewerkaftrek is gerelateerd aan het aantal uren meewerken en de omvang van de winst. De aftrek ligt tussen 4% en 1,25% van de winst.

d. Fiscale oudedagsreserve

Een ondernemer kan ieder jaar een gedeelte van de winst reserveren voor een oudedagsvoorziening (geen verplichting). Deze fiscale reserve wordt opgebouwd ten laste van de fiscale winst, de afname van de reserve is belast. Er is dus sprake van een aftrekpost die leidt tot een verschuiving van de belastingheffing naar de toekomst. De vorming van deze reserve is voorbehouden aan ondernemers die aan het urencriterium voldoen en bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt. De jaarlijkse dotatie aan de reserve bedraagt 12% van de winst, met een maximum van € 11 396. De toevoeging mag er niet toe leiden dat de oudedagsreserve groter is dan het ondernemingsvermogen.

e. MKB-winstvrijstelling

De MKB-winstvrijstelling geeft recht op een vrijstelling van 10% van de winst voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium, nadat die winst is verminderd met de ondernemersaftrek. Wanneer een ondernemer verlies lijdt, is 10% van dit verlies uit onderneming vrijgesteld, en daarmee niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. In het jaar dat de onderneming wordt gestaakt geldt er een versoepeling van het urencriterium. Wanneer een ondernemer in het stakingsjaar niet voldoet aan het urencriterium en voor hem in dat jaar de stakingsaftrek geldt, geldt voor hem met betrekking tot dat jaar ook de MKB-winstvrijstelling, mits hij in drie of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren ondernemer was en aan het urencriterium heeft voldaan.

2. Regelingen waarvoor het urencriterium een voorwaarde isvoor startende ondernemers

Startende ondernemers die aan het urencriterium voldoen kunnen van een aantal specifieke regelingen en voordelen gebruik maken. Een starter is een startende ondernemer die in één of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal zelfstandigenaftrek is toegepast. Grofweg betreft het de eerste drie jaar als zelfstandige.

a. Extra zelfstandigenaftrek starters

Startende ondernemers krijgen een extra aftrek bovenop de zelfstandigenaftrek. Dit gaat om een bedrag van € 2035.

b. Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt verleend aan een ondernemer die na 31 december 2006 ondernemer is geworden en die vanuit een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid een onderneming start, jonger dan 65 jaar is, maar vanwege zijn arbeidsongeschiktheid niet aan het reguliere urencriterium (ten minste 1225 uren op jaarbasis als ondernemer werkzaam zijn) kan voldoen. Voor deze startersaftrek moet de ondernemer voldoen aan een verlaagd urencriterium van 800 uur. Deze startersaftrek kan maximaal drie keer in de eerste vijf jaar van het bestaan van de onderneming worden toegepast en bedraagt respectievelijk € 12 000, € 8000 en € 4000.

c. Willekeurige afschrijving starters

Via willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen kan de fiscale winst van bijvoorbeeld het eerste jaar van een starter worden verlaagd.

d. Verhoogde aftrek speur- en ontwikkelingswerk

Voor een ondernemer die als S&O-starter kwalificeert wordt de aftrek Speuren Ontwikkelingswerk verhoogd met een vast bedrag (€ 5805 voor 2008).

e. Durfkapitaalregeling

De durfkapitaalregeling beoogt particulieren te stimuleren geldleningen te verstrekken aan startende ondernemers die aan het urencriterium voldoen. De regeling kent – kort samengevat – een drietal elementen. Allereerst een vrijstelling bij de geldgever van de geldleningen voor de vermogensrendementsheffing (Box III). Ten tweede geldt er voor de verstrekker van de geldlening een heffingskorting die ten laste van de te betalen inkomstenbelasting kan worden gebracht. Ten derde kan de geldgever onder bepaalde voorwaarden het verlies in aftrek brengen, wanneer de lening onverhoopt niet kan worden terugbetaald. De regeling kan voor de startende ondernemer betekenen dat er onder aantrekkelijke condities geld kan worden geleend.

3. Overige regelingen

a. Verliezen uit de aanloopfase van de onderneming

Bij het bepalen van de winst van het eerste kalenderjaar als ondernemer mogen alle kosten en lasten in aftrek worden gebracht die in de vijf voorafgaande kalenderjaren zijn gemaakt en verband houden met het starten van de onderneming.

b. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Ondernemers hebben recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Dit is een aftrekpost die afhankelijk is van de totale investeringen in een boekjaar en bedraagt een aflopend percentage van het investeringsbedrag.

c. Landbouwvrijstelling

Deze vrijstelling is van toepassing op gronden die behoren tot een landbouwbedrijf. De vrijstelling betreft de waardestijging als landbouwgrond. De waarde in het economische verkeer minus de waarde in het economische verkeer bij agrarische bestemming is belast.

d. Fiscale regeling zeescheepvaart

Voor de winstbelastingen valt deze regeling uiteen in twee onderdelen:

Tonnageregeling

De tonnageregeling regelt dat de belastbare winst uit zeescheepvaart voor de reder op verzoek forfaitair wordt bepaald aan de hand van de netto tonnage van de schepen waarvan de reder in belangrijke mate het beheer in Nederland verricht.

Willekeurige afschrijving zeeschepen

Voor belastingplichtigen die in aanmerking kunnen komen voor het regime van de tonnageregeling, maar daarvoor niet opteren, is een versnelde afschrijving voor zeeschepen mogelijk, waarbij een schip in vijf jaar lineair wordt afgeschreven. Jaarlijks kan tot 20% van de af te schrijven aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig worden afgeschreven.

e. Stakingsaftrek

Op de winst die een ondernemer behaalt bij staking van een of meerdere van zijn ondernemingen kan een stakingsaftrek in mindering worden gebracht van € 3630. De achtergrond van de stakingsaftrek is met name om te voorkomen dat geschillen kunnen ontstaan met de inspecteur over kleine bedragen bij de staking van de onderneming.

f. Stakingswinst omzetten in een lijfrentepremieaftrek

Iedere ondernemer heeft de mogelijkheid om een deel van de overdrachtsprijs van de onderneming aan te wenden om een lijfrente te kopen bij een toegelaten verzekeraar. De lijfrente kan ook bedongen worden van de overnemer van de onderneming, die dan dus als verzekeraar optreedt. De stakingswinst wordt dan in feite geheel of gedeeltelijk omgezet in een recht op toekomstige periodieke uitkeringen en wel in de vorm van een eenmalige betaling van een lijfrentepremie aan de verzekeraar. Deze premieaftrek staat tegenover de stakingswinst. De hoogte van het aftrekbedrag is gemaximeerd. Enerzijds kan het bedrag van de premieaftrek nooit hoger zijn dan de gerealiseerde stakingswinst, anderzijds is er aan het aftrekbedrag ook een absoluut maximum verbonden. In feite is sprake van uitstel van belastingheffing: de verschuldigde inkomstenbelasting vermindert door dit aftrekbedrag, in de toekomst zal inkomstenbelasting moeten worden betaald over de lijfrente-uitkeringen.

Overigens kan ook het volledige saldo van de fiscale oudedagsreserve (FOR) bij staking van de onderneming worden omgezet in een lijfrente waardoor eveneens uitstel van belastingheffing plaatsvindt.

g. Doorschuiving stakingswinst

Om in een aantal gevallen aan de bezwaren tegen afrekening bij staking tegemoet te komen, kent de wet een aantal doorschuifmogelijkheden, waardoor niet hoeft te worden afgerekend over de stakingswinst en waarbij de fiscale claim op de stakingswinst wordt doorgeschoven naar de rechtsopvolger. Dit wordt bereikt door de fictie dat de onderneming geacht wordt niet te zijn gestaakt, in geval van overdracht aan ondernemers en werknemers, inbreng van de onderneming in een BV, het terugnemen van de fictieve overdracht bij ontbinding van de huwelijksgemeenschap en bij overlijden. Doorschuiving is in beginsel facultatief, behalve bij ontbinding van de huwelijksgemeenschap.

h. Herinvesteringsreserve

De herinvesteringsreserve is bedoeld om bij verkoop van bedrijfsmiddelen de boekwinsten niet ineens te belasten maar de winstneming te verdelen over de gebruiksperiode van vervangende bedrijfsmiddelen. In beginsel mag de gerealiseerde boekwinst worden afgeboekt op de kostprijs van de bedrijfsmiddelen die in hetzelfde jaar als de vervreemding van het oude bedrijfsmiddel, of in een van de drie volgende jaren, zijn aangeschaft. Er hoeft dus niet meteen te worden vervangen.

Licence