Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.5. Defiscalisering vorderingen/schulden krachtens erfrecht

Op dit moment worden in de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) vorderingen en schulden die voortvloeien uit het wettelijk erfrecht fiscaal genegeerd. De crediteur hoeft ze niet op te geven als bezitting in box 3 en de debiteur kan ze niet als schuld in box 3 opvoeren. In box 1 en box 2 is voor betaalde rente op deze schulden geen renteaftrek toegelaten. Het gaat hierbij om vorderingen van kinderen op de langstlevende ouder of stiefouder en de daartegenover staande schulden van die (stief)ouder aan de kinderen. In bepaalde gevallen wordt ook een vruchtgebruik dat voortvloeit uit het wettelijk erfrecht gedefiscaliseerd, wat inhoudt dat bij de vruchtgebruiker de volledige eigendom wordt belast en bij de blote eigenaar niets in de heffing wordt betrokken. Hiermee sluit de belastingheffing aan bij de maatschappelijke realiteit in erfrechtelijke situaties: degene die de beschikking heeft over de vererfde bezittingen wordt voor die bezittingen belast, en degene die slechts een (niet-opeisbare) vordering of het blote eigendom heeft wordt niet belast. Dit stelsel is ook van toepassing op de zogenoemde ouderlijke boedelverdeling die voortvloeit uit een testament dat nog onder het oude erfrecht is opgemaakt. Zoals reeds aangekondigd in de Fiscale agenda6 wordt voorgesteld deze regeling uit te breiden tot gevallen waarbij weliswaar niet het wettelijk erfrecht is gevolgd maar waar op grond van een testament of van een verdeling van de nalatenschap een situatie ontstaat die materieel voldoende vergelijkbaar is met het wettelijk erfrecht. Daaronder vallen onder meer: partiële verdelingen van een nalatenschap, (keuze)legaten tegen inbreng van de waarde waarbij de inbreng wordt schuldig gebleven, vruchtgebruiktestamenten en legitieme vorderingen van een onterfd kind. De defiscalisering blijft wel beperkt tot vorderingen/schulden of genotsrechten in gevallen waarin de erflater, zoals dat maatschappelijk gebruikelijk is, goederen nalaat aan zijn langstlevende partner, en kinderen van de erflater of van die langstlevende partner enkel een niet opeisbare vordering op die partner of een bloot eigendom krijgen.

Licence